Suralco Magazine 2004 nr 1 De naamgeving van Districten ... - Alcoa

alcoa.com

Suralco Magazine 2004 nr 1 De naamgeving van Districten ... - Alcoa

SURALCO

MAGAZINE

De naamgeving van

Districten, Gebergten, Rivieren,

en plaatsen in Suriname

The naming of

Districts, Mountains, Rivers and

places in Suriname


2004 Jaargang / Volume 26 nr. 1

SURALCO MAGAZINE

SURALCO MAGAZINE wordt gepubliceerd door de Suriname Aluminum Company,

L.L.C. Het blad beoogt een middel te zijn tot verrijking van de algemene kennis

over land en volk van de Republiek Suriname. Abonnementen op dit tweetalig blad

zijn verkrijgbaar bij de afdeling Public Relations and Communications van

Suralco, P.O.B. 1810, Paramaribo, Suriname.

SURALCO MAGAZINE is published by the Suriname Aluminum Company, L.L.C.

This publication aims to be a means of promoting general knowledge of the country

and the people of the Republic of Suriname. Copies of this bilingual magazine

are available from the Public Relations and Communications Department of Suralco,

P.O.B. 1810, Paramaribo, Suriname.

Eindredactie en vormgeving/ Editor: Henk G. Esajas

Engelse vertaling/ English translation: A.J.J. Parisius

Speciale medewerker/ Special co-worker: Dr. A. Loor

Uitgave/ Publication: Suralco Public Relations & Communications Dept.

Paranam Operations

Para District - P.O.Box 1810

Suriname

Druk/ Printed by: Suriprint n.v.

Inhoud / Contents Pagina/Page

Ten geleide 1

Introduction 1

De namen Suriname en Paramaribo 2

The names Suriname and Paramaribo 2

De districten en hun hoofdplaatsen 5

The Districts and their Capitals 5

De namen van gebergten in het binnenland 12

The names of the Mountains in the Interior 12

Rivieren van het kustgebied 16

Names of Rivers in the Coastal Area 16

Overige plaatsnamen in Suriname 20

Other Place-names in Suriname 20

In 1916 gevestigd als de Surinaamsche

Bauxite Mij N.V., is het bedrijf betrokken

geweest bij het ontwikkelen, mijnen en

exporteren van de bauxietvoorraden van het

land. In 1958 werd door de maatschappij de

Brokopondo Overeenkomst ondertekend

waarbij, in samenwerking met de Surinaamse

Overheid, het waterkrachtpotentieel van de

Surinamerivier werd ontwikkeld, waardoor

een volledig geïntegreerde aluminiumindustrie

in Suriname tot stand kwam.

Vanaf dat jaar draagt het bedrijf de naam

Suriname Aluminum Company.

Incorporated in Suriname in 1916 as the

“Surinaamsche Bauxite Maatschappij N.V.”,

the company was solely engaged in the

development, mining and export of the

country’s bauxite resources until 1958.

It was then that the company signed the

Brokopondo Agreement, a joint venture with

the Suriname Government, to develop the

hydro-electric power of the Suriname River

and to bring a fully integrated aluminum

industry to the country. That same year the

company became the Suriname Aluminum

Company.

Omslag / Cover:

Enkele foto’s die dit nummer illustreren.

Some pictures illustrating this edition.


Ten geleide

In vorige nummers van Suralco Magazine hebt u al kennis kunnen nemen

van de grote diversiteit van de Surinaamse bevolking. Deze bevolking

wordt gevormd door nakomelingen van mensen die in de loop der tijden

vrijwillig of gedwongen naar Suriname kwamen. Mensen die uit verschillende

werelddelen kwamen, met zich meebrengend hun eigen cultuur,

taal, zeden en gewoonten. Het spreekt vanzelf dat de grote verscheidenheid

in afkomst en het doel van de komst naar Suriname ook tot

uiting zullen komen in de namen van de rivieren van het land, van de

gebergten en van vele plaatsen. In dit nummer van Suralco Magazine

willen wij de herkomst van een aantal van deze namen nagaan, zonder

daarbij de pretentie te hebben volledig te zijn geweest.

Introduction

In previous editions of Suralco Magazine you were introduced to the

great diversity of the population of Suriname. This population is made up

of descendants of people who voluntarily or forced came to Suriname in

the course of time; people who came from several continents bringing

with them their own culture, language, customs and traditions. It goes

without saying that great diversity in descent and the objects of their

coming to Suriname will also reveal themselves in the names of the

rivers, of the mountains, and of the many places of the country. In this

edition of Suralco Magazine we want to examine the origin of a number

of these names without professing to be complete.

1


I

n dit hoofdstuk willen we aandacht

schenken aan de namen van het land

Suriname en zijn hoofdstad Paramaribo.

De naam van het land Suriname is

afgeleid van de rivier Suriname, omdat

langs deze rivier de eerste plantages

werden aangelegd en het gebied langs

deze rivier het eerst bewoond werd. Voor

de afleiding van het woord Suriname wil

ik verwijzen naar het hoofdstuk over de

rivieren, waar ook de Surinamerivier

besproken wordt. Men heeft weleens

I

n this Chapter we want to pay attention

to the names of the country

Suriname and its capital Paramaribo.The

name of the country Suriname

is derived from the Suriname River,

because the first plantations were developed

along this river and the

area along this river was the first area

that was inhabited. For the derivation

of the word Suriname I want to refer

to the chapter about the rivers in which

the Suriname River will be dealt with.

2

De namen Suriname en Paramaribo

De kaart van Mogge, de eerste gedrukte kaart van

Suriname van 1671.

The map from Mogge, the first printed map of

Suriname of 1671.

The Names Suriname and Paramaribo

beweerd dat de naam is afgeleid van

Surrey-ham, maar deze afleiding stoelde

slechts op het feit dat de graaf van

Surrey ooit eigenaar was van Suriname.

Maar deze afleiding is niet juist, omdat

de naam Suriname toen reeds bestond.

Toen in 1662 het land door de Engelse

koning Karel II geschonken werd aan

Willoughby, kreeg het de officiële naam

van Willoughby-land. Toen in 1667 de

toenmalige landbouwkolonie door de

They did claim that the name was

derived from Surrey-ham, but that derivation

was only based on the fact that

the count of Surrey once was the owner

of Suriname. But the name Suriname at

that time already existed, so this derivation

is not correct.

When in 1662 the British King Charles

II donated the country to Willoughby, it

got the official name of Willoughby

Country. When in 1667 the Dutch con-

Nederlanders werd veroverd, verdween

ook de naam Willoughby-land. In de

periode waarin Suriname een kolonie

was van Nederland, werd vaak de naam

Nederlands - Guyana gebruikt om het

gebied aan te geven. Men bleef echter

ook de naam Suriname steeds gebruiken

en na de onafhankelijkheid van Suriname

in 1975 verdween de naam

Nederlands - Guyana en bleef slechts de

huidige officiële naam Suriname in

gebruik.

quered the then agriculture colony, the

name Willoughby Country also disappeared.In

the period when Suriname

was a colony of The Netherlands, the

name Dutch Guyana was also often

used to refer to the area. However, they

also kept using the name Suriname and

after the independence of Suriname

in 1975, the name Dutch Guyana disappeared

and only the present official

name Suriname remained in use.


N.B.

Herlein sprak in 1718 nog van

Zuriname.

De huidige hoofdplaats van Suriname is

Paramaribo. In de beginjaren van de

landbouwkolonie Suriname (midden

17de eeuw) bestond Paramaribo echter

nog niet en was het bestuur gevestigd in

Thorarica. Thorarica lag aan de bovenloop

van de Surinamerivier in een wijde

bocht. Door deze ligging was men niet

alleen beveiligd tegen buitenlandse aanvallen,

maar kon men ook altijd

beschikken over goed drinkwater.

Bovendien lag Thorarica centraal tussen

al de plantages van die eerste jaren. In

Thorarica woonden toen de gouverneur

Paramaribo vanuit de lucht bezien.

Paramaribo viewed from the air.

N.B.

In 1718 Herlein was still talking about

Zuriname.

The present capital of Suriname is Paramaribo.

In the early years of the agriculture

colony Suriname (mid seventeenth

century), Paramaribo did not

exist yet and the administration had its

seat in Thorarica . Thorarica was located

at the upper course of the Suriname

River in a wide bend of the river .Because

of this location, people were not

only protected from attacks from overseas,

but they could also have good

drinking water at their disposal. Moreover,

Thorarica was located centrally

between all the plantations of those first

en de eigenaar wanneer die in het land

vertoefde. Door de ligging in de wijde

bocht van de rivier was het ook mogelijk

dat vele schepen tegelijk de haven aandeden.

Dit was in die tijd belangrijk,

omdat men in verband met de veiligheid

op zee vaak op elkaar wachtte om samen

de oversteek naar Europa te doen en zo

zich een beetje beschermd te weten

tegen zeerovers. Over de afleiding van

de naam Thorarica zijn er twee verklaringen.

Onder de kolonisten van de

eerste jaren waren er vrij veel Joden, die

ten dele uit Brazilië kwamen, vanwaar

zij om geloofsredenen waren uitgeweken.

Zij zouden aan de plaats de

naam gegeven kunnen hebben van

Thorarica, d.i. Thora (de Mozaïsche wet,

years. In Thorarica the governor also

resided as well as the owner, when he

was in the country. Because of the location

in a wide bend of the river, it was

also possible for many vessels to call

in the port at the same time. That was

important at that time, for, in connection

with the security, they often waited

at one another at sea to cross the ocean

to Europe. By doing so they felt a little

protected from pirates. About the

derivation of the name Thorarica there

are two explanations. Among the

colonists of the early years there were

many Jews who partly came from Brazil

from where they fled due to religious

reasons. They would have given the

name Thorarica to the place, that is to

de eerste vijf boeken van het Oude

Testament) en Rica, het Portugese woord

voor rijk. Volgens deze afleiding zou

Thorarica dus betekenen de ’rijke

Mozaïsche wet'. Er is echter ook een

andere mogelijke afleiding. Toen in de

beginjaren van de kolonie een buitenlander

een bezoek bracht aan Suriname,

vroeg hij aan een Indiaan, wijzend naar

de plaats die hij voor zich zag:

welke plaats is dat? De Indiaan

antwoordde in zijn taal: dat is de plaats

waar de blanken wonen, of in het

Arowaks: Torarahariraca.

De bezoeker liet enkele lettergrepen weg

en maakte ervan Thorarica. Thorarica

was trouwens ook de naam van de

divisie waarin de plaats Thorarica lag.

Paramaribo rond 1700.

Paramaribo around 1700.

say, Thora (the Mosaic Law, the first five

books of the Old Testament) and Rica,

the Portuguese word for rich. According

to this derivation Thorarica would mean

'the rich Mosaic Law'. However, there is

also another possible derivation. When

in the early years of the colony a

foreigner visited Suriname he asked an

Indian, pointing at the place he saw

before him: 'which place is that?' The

Indian replied in his language: 'that is

the place where the whites live',

or in the Arowak language:

'Torarahariraca.'

The visitor dropped some syllables and

made Thorarica of it.As a matter of

fact, Thorarica was also the name of the

division in which the place Thorarica

3


Thorarica bleef niet lang de hoofdstad

van het land. In 1650, bij de stichting

van de kolonie Suriname, was voor de

bescherming van de plantages een fort

aangelegd aan de linkeroever van de

benedenloop van de Surinamerivier. Dit

fort kreeg de naam van fort Willoughby,

naar de stichter en toenmalige eigenaar

van de kolonie Suriname. De gouverneur,

die ook opperbevelhebber was

van de troepen, vestigde zich in 1665 in

de nabijheid van het fort op de plaats

waar nog steeds het paleis van de

president van het land staat. Daardoor

ontstond tegen het fort aan het stadje

Paramaribo, dat de nieuwe hoofdstad

werd van het land. En dat tot vandaag

nog de hoofdstad is.

was situated. Thorarica did not remain

the capital of the country for a long time.

In 1650, at the founding of the colony

Suriname, a fort was built for the protection

of the plantations at the left border

of the lower reaches of the Suriname

River. This fort got the name of Fort

Willoughby after the founder and then

owner of the colony Suriname. The

governor, who was also the commanderin-chief

of the troops, settled in 1665 in

the immediate vicinity of the fort in the

spot where the palace of the president

of the country is still standing. That is

why right against the fort the little town

of Paramaribo came into being, which

became the new capital of the country.

And it remained the capital till today.

4

Over de oorsprong van de naam

Paramaribo is er veel onduidelijkheid.

Er is zelfs een boekje geschreven over

de naam Paramaribo, waarbij de auteur

tot 23 mogelijke afleidingen komt,

vrijwel alle van Indiaanse oorsprong.

Eén van de mogelijkheden is dat de

naam afgeleid is van Parmurbo, hetgeen

betekent 'Bloemenstad'. Een andere

mogelijke afleiding is van Panaribo, wat

betekent 'Stad van de Vrienden'. De

meest waarschijnlijke afleiding lijkt

ons echter de afleiding van Paramoeroebo.

Paramoeroe is het Indiaans

woord voor regenboog en Paramoeroe

was ook de oorspronkelijke Indiaanse

naam van de Sommelsdijkse kreek.

There is also much uncertainty about the

origin of the name Paramaribo.

A small book about the name

Paramaribo was even published, in

which the author comes to 23 possible

derivations, almost all of Indian origin.

One of the possibilities is that the

name was derived from Parmurbo,

which means, 'Flower City.' Another

possible derivation is from Panaribo,

which means 'City of the Friends.'

However, we think the most likely derivation

comes from Paramoeroebo.

Paramoeroe is the Indian word for rainbow

and Paramoeroe was also the original

Indian name of the Sommelsdijkse

Creek. In the Indian language 'Bo'

means Village or Place.

Paramaribo rond het fort in 1967.

Paramaribo around the fort in 1967.

'Bo' betekent in het Indiaans dorp of

plaats. Paramoeroebo is dus het dorp of

de plaats bij de Paramoeroe. Door verschrijvingen

in de loop der tijden is

Paramoeroebo geworden tot Paramaribo,

de huidige naam van de hoofdstad

van Suriname. Paramaribo betekent dus

volgens deze laatste afleiding 'Stad

bij de regenboog'.

N.B.

Dat men het in het verleden niet altijd

zo nauw nam met de schrijfwijze van

plaatsnamen en riviernamen blijkt onder

meer uit een geschrift van Westhuysen

over de verovering van Paramaribo in

1667, welk geschrift de titel kreeg van:

Waerachtich Verhael

Vande Heerlijke overwinning van

PIRMERIBA Ende de

DE REVIERE SERANAME

So Paramoeroebo is the village or place

near the Paramoeroe. Through errors

in writing in the course of time Paramoeroebo

became Paramaribo, the

present name of the capital of Suriname.

So according to this derivation

Paramaribo means: 'City near the

Rainbow.'

N.B.

That people in the past were not so fussy

about the spelling of place-names and

names of rivers is obvious among other

things from a document of Westhuysen

about the conquest of Paramaribo in

1667, which document got the tittle of:

'Waerachtich Verhael' (true story)

Vande Heerlijke overwinning van (Of

the Sweet Victory of)

PIRMERIBA

Ende de (And the)

DE REVIERE SERANAME (the

Seraname River)


De namen van de districten en hun hoofdplaatsen

S

uriname telt momenteel tien districten,

waaronder ook het stadsdistrict

Paramaribo. De kustdistricten, districten

dus die aan zee grenzen, zijn van

oost naar west: Marowijne, Commewijne,

Paramaribo, Wanica, Saramacca,

Coronie en Nickerie. De drie overige

districten liggen meer naar het

binnenland en die zijn: Para, Brokopondo

en Sipaliwini. Laten we beginnen

bij het meest oostelijk gelegen district

namelijk het district Marowijne. Dit

district werd ingesteld in 1894 en werd

vernoemd naar de grote grensrivier die

een aanzienlijk deel van dit district

doorstroomt. Over de afleiding van de

naam Marowijne wordt verwezen naar

hoofdstuk 4 waar de rivieren besproken

worden.

P

The districts and their Capitals

resently Suriname consists of ten

districts, among which also the urban

district Paramaribo. The coastal districts,

so districts that border onto the

sea are from east to west: Marowijne,

Commewijne, Paramaribo, Wanica,

Saramacca, Coronie, and Nickerie. The

three other districts are located more to

the interior and those are Para,

Brokopondo, and Sipaliwini. Let us start

with the most easterly district, namely

Marowijne. This district was established

in 1894 named after the large boundary

river that flows through a considerable

part of the district. For the derivation

of the name Marowijne we want to

refer to Chapter 4 where the rivers will

be discussed.

De hoofdplaats van het district

Marowijne is Albina. Albina werd gesticht

in 1846 door een zekere August

Kappler die daar een centrum wilde

maken voor zijn houthandel. Hij profiteerde

van de handel met Saint Laurent,

een bagno in Frans Guyana, en ook van

de houthakkers van wie hij het hout

opkocht en exporteerde. Maar ook liet

hij zelf in 1853 houthakkers uit zijn

geboorteland, Duitsland, komen. Hoewel

zijn onderneming uiteindelijk niet

helemaal een succes werd, bleef een deel

van de Duitse houthakkers in Suriname

wonen en vermengde zich met de lokale

bevolking. Albina was door Kappler

genoemd naar zijn verloofde, en later

zijn echtgenote, Alwine Lietzemaier.

Later, in 1879, heeft het gouvernement

Gezicht op Albina in 1980

View of Albina in 1980

Nieuw Amsterdam, de hoofdplaats van Commewijne

New Amsterdam, the capital of Commewijne

Albina was founded in 1846 by a certain

August Kappler who wanted to make

a center there for his wood industry.

He profited from the trade with Saint

Laurent, a bagno in French Guyana and

also from the lumberjacks from whom he

purchased the wood and exported it. But

he also called in lumberjacks from his

native Germany in 1853. Although his

undertaking in the end did not become

quite a success, a part of the German

lumberjacks settled in Suriname and

mixed with the local population.

Kappler named Albina after his fiancée,

later wife, Alwine Lietzemaier. Later, in

1879, the government bought the rights

on Albina from Kappler and when the

district Marowijne was established in

van Suriname de rechten op Albina van

Kappler overgekocht. Toen het district

Marowijne werd ingesteld in 1894 werd

de zetel van het districtsbestuur gevestigd

in Albina. Daar is het met een korte

onderbreking lange tijd gebleven. Toen

Albina 150 jaar bestond in 1996, werd

ter gelegenheid daarvan een gedenkboekje

uitgegeven.

Ten westen van het district Marowijne

vinden we het district Commewijne, één

van de oudste cultuurgebieden van

Suriname. Het district Commewijne

dankt zijn naam aan de belangrijkste

rivier die door het gebied stroomt, de

Commewijnerivier. Voor de afleiding

van die naam wordt eveneens verwezen

naar hoofdstuk 4 waar over de rivier de

Commewijne gesproken wordt.

1894, the district committee had its

seat in Albina . With a short interruption

it remained there for a long time.

When in 1996 Albina celebrated its 150

anniversary, a memorial volume was

issued on that occasion.

West of the Marowijne district we find

the Commewijne district, one of the

oldest culture areas of Suriname. The

Commewijne district thanks its name

to the most important river that flows

through the area, the Commewijne River.

For the derivation of the name we also

refer to Chapter 4 where the Commewijne

River will be discussed.

5


De hoofdplaats van het district

Commewijne is Nieuw Amsterdam.

Vroeger was Frederiksdorp, aan de

rechteroever van de Commewijnerivier,

de hoofdplaats. In 1907 werd besloten

de zetel van de districtscommissaris

te verplaatsen naar Nieuw Amsterdam,

dat toen de hoofdplaats van het district

Commewijne werd. De districtscommissaris

nam zijn intrek in de voormalige

commandeurswoning van het fort.

Nieuw Amsterdam is namelijk aangelegd

als een fort voor de verdediging

van de plantages aan de Surinamerivier

en aan de Commewijnerivier. Het moest

voorkomen dat vijandelijke schepen die

rivieren zouden kunnen binnenvaren.

Het werd als fort gebouwd in de periode

tussen 1734 en 1747 en kreeg de naam

Nieuw Amsterdam, naar de hoofdplaats

The capital of the Commewijne district

is Nieuw Amsterdam. Formerly

Frederiksdorp on the right bank of the

Commewijne River was the capital of the

district. In 1907 it was decided to move

the seat of the district commissioner

to Nieuw Amsterdam, which then

became the capital of the Commewijne

district. The district commissioner took

up residence in the former commander's

house of that fort. Nieuw Amsterdam

was built as a fort for the defense of

the plantations along the Suriname and

Commewijne River. It was to prevent

hostile ships from entering those rivers.

It was built as a fort in the period

between 1734 and 1747 and got the

name Nieuw Amsterdam after the capital

6

van Nederland. Dit is niet zo verwonderlijk

als we weten dat Amsterdam toen

grote commerciële belangen had in

Suriname.

Nieuw Amsterdam is al lang geen echt

fort meer, hoewel het in de jaren van de

Tweede Wereldoorlog nog dienst heeft

gedaan als fort. Woningen en barakken

uit die tijd zijn nog altijd te vinden in het

plaatsje Nieuw Amsterdam. In de jaren

'60 van de 20ste eeuw werd rond het fort

Nieuw Amsterdam ook opgericht de

'Stichting Openlucht Museum Nieuw

Amsterdam'; het museum is voor het

publiek toegankelijk.

Verder naar het westen krijgen we het

stadsdistrict Paramaribo, dat vroeger,

zo'n 60 jaar geleden, nog maar acht

of The Netherlands. This is no surprise if

we know that Amsterdam then had great

commercial interests in Suriname.

For quite a long time Nieuw Amsterdam

is not a real fort anymore, although

it still served as a fort in the years of

the Second World War. Dwellings and

barracks from that time can still be

found in the place Nieuw Amsterdam.

In the sixties of the 20th century 'the

Foundation Open-air Museum Nieuw

Amsterdam' was also founded, which

museum is open to the public.

Further to the west we get the

Paramaribo district, which in the past,

some 60 years ago, was only eight

square kilometers large and then

vierkante kilometer groot was en toen

nog niet aan zee grensde. Twintig jaar

geleden werd er een nieuwe indeling van

de districten gemaakt. Paramaribo werd

toen heel erg vergroot en loopt nu door

tot aan de Atlantische Oceaan. Paramaribo

is de grootste bevolkingsnederzetting

van Suriname en meer dan de

helft van de totale bevolking van

Suriname woont nu in Paramaribo. Over

de naam Paramaribo werd al eerder, in

hoofdstuk 1, gesproken.

Ten zuiden en ten westen van

Paramaribo vinden we het district

Wanica. Dat is het in de jaren '80

nieuw ingestelde district. Het district

Wanica werd om verschillende redenen

zo genoemd. In de eerste plaats

De politiepost te Nieuw Amsterdam

The police post at Nieuw Amsterdam

did not border on the sea yet. Twenty

years ago a new division of the districts

was made. Paramaribo was then

enlarged very much and now runs up

to the Atlantic Ocean. Paramaribo is

the largest settlement of people of

Suriname and more than half of the

population of Suriname now lives in

Paramaribo. We already discussed the

name Paramaribo earlier and we therefore

want to refer to Chapter 1.

South and west of Paramaribo we find

the Wanica district. That is the newly

in the eighties established district. The

Wanica district was named that way,

because of several reasons. In the first


omdat één van de belangrijkste verkeersaders

van het district de naam droeg

van Pad van Wanica. Die weg verbond

Paramaribo met Lelydorp, de hoofdplaats

van het district. Het Pad van

Wanica is een heel oude verkeersader.

Reeds in het midden van de 18 e

eeuw was dit een belangrijke weg, toen

nog looppad, waarover de mensen zich

konden bewegen wanneer zij van

Paramaribo de richting van Lelydorp

uitgingen, of omgekeerd. Een andere

reden is ook geweest, dat in dit district

de Wanicakreek voorkomt en ook de

Wanicapolder. Bovendien komt Wanica

reeds op oude kaarten voor. Een belangrijke

overweging is verder geweest dat

het suffix 'ica' in de Indiaanse talen

voorkomt.

place because one of the most important

main roads of the district carried the

name of Pad van Wanica. That road

connected Paramaribo with Lelydorp,

the capital of the district. Pad van

Wanica is a very old main road. Already

in the middle of the 18 th century this

was an important road, but then still a

footpath over which people could travel

in case they wanted to go from

Paramaribo in the direction of Lelydorp

or visa versa. Another reason was that

in that district we find the Wanica Creek

and the Wanica Polder. And on top

of that Wanica already appeared on

old maps. An important consideration

was also that the suffix 'ica' is found

in the Indian languages.

Het district Wanica kent enkele belangrijke

woonkernen, w.o. het centrum rond

de hoofdplaats Lelydorp en het gebied

rond Kwatta. De hoofdplaats is

Lelydorp. Lelydorp was vroeger, en dan

wordt bedoeld in de 19 e eeuw, een heel

klein gehuchtje, dat in de volksmond

bekend was als Kofidjompo. Maar toen

de spoorweg naar het binnenland werd

aangelegd, kreeg Kofidjompo een

andere naam. Het dorp werd toen

genoemd naar de gouverneur die een

belangrijke rol heeft gespeeld bij de aanleg

van de spoorbaan, gouverneur Lely.

En sindsdien heet het oude Kofidjompo

Lelydorp. Om de naam Kofidjompo nog

te behouden, heeft men het grote plein te

Lelydorp 'Kofidjompo-plein' genoemd.

The Wanica district knows a number of

important residential areas among

which the center around the capital

Lelydorp and the area around Kwatta.

The capital of the Wanica district is

Lelydorp. Formerly, and then we are

talking about the 19 th century, Lelydorp

was a small hamlet that popularly was

known as Kofidjompo. But when the

railroad to the interior was built,

Kofidjompo got another name. The village

was then named after the governor

that played an important role in the

construction of the railroad, namely

governor Lely. And since then the old

Kofidjompo is named Lelydorp. To still

preserve the name Kofidjompo, the

large square at Lelydorp was named

Ten westen van het district Wanica

vinden we het district Saramacca. Het

Saramaccadistrict is genoemd naar de

Saramaccarivier, waarvan het stroomgebied

een groot deel uitmaakt van het

district. Voor de afleiding van de naam

Saramacca wordt verwezen naar

hoofdstuk 4 waar de namen van de

rivieren besproken worden. De hoofdplaats

van het district Saramacca is

Groningen. Saramacca werd later dan de

gebieden langs de Surinamerivier en de

Commewijnerivier in cultuur gebracht.

Pas vanaf 1790 werden er langs de

Saramaccarivier plantages aangelegd.

En tot de oudste plantages rekent men

Frederici's Gift (genoemd naar de toenmalige

gouverneur Frederici) en ook

Lelydorp was in de 20ste eeuw een belangrijke halte voor de trein.

Lelydorp is genoemd naar gouverneur Lely die een belangrijke

rol heeft gespeeld bij de aanleg van de spoorweg.

Lelydorp was an important stop for the train in the 20 th century.

Lelydorp was named afther Governor Lely, who played an

important role at the construction of the railroad.

'Kofidjompo Plein'.

West of the Wanica district we find the

Saramacca district. The Saramacca

district was named after the Saramacca

River of which the river basin forms a

large part of the district. For the derivation

of the name Saramacca we refer to

Chapter 4 where the names of the rivers

will be discussed. The capital of the

Saramacca district is Groningen. After

the areas along the Suriname River and

the Commewijne River, Saramacca was

brought into cultivation. Only from 1790

on plantations were built along the

Saramacca River. And Frederici's Gift

(named after the then governor

Frederici) is counted as one of the oldest

7


Catharina Sophia (genoemd naar de

echtgenote van gouverneur Frederici)

en La Prevoyance. Eén van de centra van

het oude Saramacca lag bij Catharina

Sophia. Dat was een grote suikerplantage

en eigendom van de overheid. Toen

in 1863 districtscommissarissen werden

benoemd voor alle districten, werd

besloten om de zetel van de districtscommissaris

van Saramacca in

Groningen te vestigen. Groningen werd

toen de hoofdplaats. Groningen werd ten

tijde van gouverneur Wichers in 1790 als

militaire post gesticht. Hij gaf aan de

militaire post de naam Groningen,

omdat hij afkomstig was uit Groningen

in Nederland. Het fort was bedoeld om

de plantages langs de Saramaccarivier te

plantations and also Catharina Sophia

(named after the wife of governor

Frederici) and La Prevoyance. One of

the centers of the old Saramacca district

was near Catharina Sophia. That was a

large sugar plantation and property of

the government. When in 1863 district

commissioners were appointed for all

the districts, it was decided to have the

seat of the district commissioner of

Saramacca in Groningen. Groningen

then became the capital of the district.

In the days of governor Wichers in 1790,

Groningen was established as a military

post. He named the military post

Groningen, because he came from

Groningen in Holland. The fort was

meant to protect the plantations along

the Saramacca River and it hardly

8

beschermen, maar het heeft als zodanig

nauwelijks dienst gedaan. In 1842 werd

het dan ook opgeheven als militaire post.

Maar toen het een districtscommissariaat

werd, de zetel van de districtscommissaris,

toen ging Groningen ook in belang

toenemen. En vandaag de dag is

Groningen een aardig pittoresk dorpje,

met de woning en het kantoor van de

commissaris, met kerkgebouwen van

diverse gemeenten, met scholen waaronder

zelfs een muloschool en een openbaar

zwembad.

Ten westen van het district Saramacca

vanaf de Coppenamerivier vinden we

het district Coronie. Het dankt zijn naam

aan de Coronakreek die vroeger in zee

Het districtscommissariaat te Nieuw Nickerie.

The office of the district commissioner at Nieuw Nickerie.

served as such. So in 1842 it was therefore

discontinued as a military post.

But when it became an office of the

district commissioner, the seat of the

district commissioner, then the importance

of Groningen increased. Today

Groningen is a nice picturesque small

village with the residence of the district

commissioner, with the office of the

commissioner, with church buildings of

different congregations, with schools,

among which even a Mulo school, and

a public swimming pool.

West of the Saramacca district as of the

Coppename River we find the Coronie

district. The Coronie district owes its

name to the Corona Creek, which formerly

flowed into the sea. A military post

uitkwam. Daar was toen een militaire

post gevestigd. Deze post werd later iets

meer naar het binnenland verplaatst,

waar thans het huidige Friendship is

gelegen. De Coronakreek is inmiddels

volkomen verdwenen. Het districtscommissariaat

is nog altijd gevestigd te

Friendship. De woning van de districtscommissaris

is één van de oude

gebouwen die kort na de afschaffing van

de slavernij daar werd neergezet.

Van de kustdistricten is Coronie het

enige waar de plantages niet aan een

rivier werden aangelegd, maar direct aan

zee. Vandaar de oude naam voor dit

district toen men nog sprak van zeekust.

Later kreeg het de naam van Opper-

Nickerie en pas in 1851 werd de huidige

naam Coronie gebruikt voor dat gebied.

used to be there. This post was later

moved some more to the interior where

now Friendship is. Meanwhile the

Corona Creek completely disappeared.

The office of the district commissioner

is still at Friendship. The residence of

the district commissioner is one of

the old buildings that were built there

shortly after the abolition of slavery.

Of all the coastal districts Coronie is

the only one where the plantations were

not planned along a river but immediately

at the seaside. That explains

the old name of this district when they

were still talking about seacoast. Later

it was named Opper Nieuw Nickerie

and only in 1851 the present name

Coronie was used for that area.


We vinden in Coronie veel Engelse

namen omdat de mensen die de plantages

daar aanlegden, vooral Engelsen

en Schotten waren. De namen die zij aan

de plantages gaven, waren vaak ontleend

aan de plaats waar ze vandaan kwamen

of namen van bepaalde families.

Friendship, de hoofdplaats, is het

Engelse woord voor vriendschap.Het

meest westelijke district van Suriname

is Nickerie. In Nickerie werden de eerste

plantages aangelegd in 1797 en de oudste

waren Paradise en Plaissance. Er

werden ook veel plantages aangelegd

aan de rechteroever van de Nickerie-

rivier, maar die zijn vooral door de

werking van de zee in de loop der tijden

vergaan. Zelfs de oude hoofdplaats

Nieuw Rotterdam werd volledig

weggeslagen. Het district Nickerie dankt

zijn naam aan de rivier Nickerie die er

doorheen stroomt. Voor de afleiding van

In Coronie we find many English names,

because the people who built the plantations

there were mainly Englishmen

and Scotsmen. And the names they gave

to the plantations were of course English

names, often taken from the places

where they came from or from a certain

family. And so 'Friendship', the capital,

is also an English word. The western

most district of Suriname is the Nickerie

district. The first plantations in Nickerie

were built in 1797 and the oldest were

Paradise and Plaissance. Many plantations

were also built on the right bank of

the Nickerie River. But those perished in

the course of time, especially by the

activity of the sea, which even washed

away the old capital, Nieuw Rotterdam,

completely. The Nickerie district owes

its name to the Nickerie River, which

flows through the district. For the deri-

die naam wordt andermaal verwezen

naar het hoofdstuk waarin de namen van

de rivieren ter sprake komen.

De hoofdplaats van het district Nickerie

is Nieuw Nickerie. Nieuw Nickerie is

dat niet altijd geweest. De oude hoofdplaats

was Nieuw Rotterdam aan de

rechteroever van de Nickerierivier bij de

monding. Maar in de tweede helft van de

19 e eeuw is die hoofdplaats tot tweemaal

toe door de zee weggeslagen. Toen

besloot men de nieuwe hoofdstad

te bouwen aan de linkeroever van de

Nickerierivier. In 1879 werd die nieuwe

hoofdstad in gebruik genomen en die

werd Nieuw Nickerie genoemd. New

Town zeiden de ouderen nog. De afleiding

daarvan spreekt voor zich.

Wanneer we nu kijken naar de districten

die meer naar binnen in het land gelegen

vation of the name we refer to the

Chapter where the rivers will be

discussed.

The capital of the Nickerie district is

Nieuw Nickerie. Nieuw Nickerie has not

always been the capital of the district.

The old capital was Nieuw Rotterdam on

the right bank near the mouth of the

Nickerie River. But in the second half of

the 19 th century that capital was washed

away by the sea two times. Then it was

decided to build the new capital on the

left bank of the Nickerie River. In 1879

the new capital was brought into use and

that became Nieuw Nickerie. 'New Town'

the older people used to say. The

derivation of that is clear.

When we now look at the districts located

more to the inside of the country,

zijn, dan zien we allereerst ten zuiden

van het district Wanica het district Para.

Dit district werd ingesteld in 1968 en

werd genoemd naar de Pararivier die

door een groot deel van het district

stroomt. De naam Para is een heel oude,

waarschijnlijk van Indiaanse oorsprong.

We vinden de naam Para al op de oudste

kaarten van Suriname terug.

De hoofdplaats van het district Para is

Onverwacht, waar het districtscommissariaat

is gevestigd. Onverwacht

was een oude plantage, reeds

voorkomend op het eind van de 17 e

eeuw. Daar werd aanvankelijk wat tabak

geplant, maar in latere tijd werd het

een echte houtplantage waar dus alleen

maar aan houtkap gedaan werd.

De mensen die er woonden deden ook

aan kleinlandbouw.

more in the interior, then we see the

Para district south of the Wanica

district. The Para district was established

in 1968 and was named after

the Para River, which flows through a

large part of the district.The name Para

is a very old name, probably from Indian

origin. The name Para is already found

on the oldest maps of Suriname.

The capital of the Para district is

Onverwacht, where the office of the

district Commissioner is. Onverwacht

was an old plantation already there at

the end of the 17 th century. There, at

first some tobacco was grown, but

afterwards it became a real lumber

plantation where only the felling of trees

took place. The people who lived there

were also engaged in some small-scale

agriculture.

9


Toen de spoorbaan naar het binnenland

werd aangelegd, begin van de 20ste

eeuw, werd Onverwacht een belangrijk

station. Nu het districtscommissariaat

daar gevestigd is, is uiteraard het belang

van Onverwacht toegenomen. Onverwacht

is een fantasienaam, zoals er meer

voorkomen in Suriname.

Ten zuiden van Para komen we het district

Brokopondo tegen. Toen het Blommenstein

Plan werd gemaakt voor de

bouw van een stuwdam en de vorming

van een stuwmeer voor de opwekking

van elektriciteit, besloot men in dat

gebied een apart district te maken, omdat

men verwachtte dat er specifieke

problemen zouden rijzen. In 1958 werd

toen het district Brokopondo ingesteld.

Eén van de problemen die met de uitvoering

van het plan samenhing, was

natuurlijk dat een groot areaal onder

When the railroad to the interior was

built at the beginning of the 20 th century,

Onverwacht became an important station

for this railroad. And since the office of

the district commissioner

is located there, of course the importance

of Onverwacht has grown. Onver-wacht

is a fantasy name just like more

of such are found in Suriname.

South of Para we find the Brokopondo

district. This district was established

in 1958. When the Blommenstein Project

was made for the construction of a

dam and the formation of a lake for

the generation of electrical power, they

then decided to establish a separate district

in that area, because specific problems

were expected to arise. In 1958,

the district Brokopondo was established

there. One of the problems that was con-

10

water zou lopen, een gebied waar veel

mensen woonden. Vele duizenden

mensen uit dat gebied moesten vertrekken,

transmigreren. Een deel van

deze mensen is toen getrokken naar

gebieden ten noorden van het ondergelopen

gebied en een deel naar

gebieden ten zuiden van het stuwmeer.

De hoofdplaats van Brokopondo werd

de gelijknamige plaats aan de Surinamerivier.

Brokopondo betekent letterlijk:

daar waar een pondo gebroken is. Pondo

is een ponton waarmee men vracht vervoert.

Er komen daar in de rivier nogal

wat rotsen voor, dus het is best mogelijk

dat ooit een ponton op zo een rots te

pletter sloeg en in tweeën brak en dat het

plaatsje Brokopondo daar zijn naam aan

te danken heeft. Oorspronkelijk was het

de bedoeling om op die plaats de stuwdam

te bouwen. Maar uit latere onder-

Victoria was een palmolieplantage in het district Brokopondo.

Victoria was a palm oil plantation in the district Brokopondo.

nected with the execution of the plan

was of course that a large area would be

inundated, an area where many people

lived. Many thousands of people would

have to leave that area, to transmigrate.

Some of these people moved to areas

north of the inundated lake and some

moved to areas south of the lake.

The capital of Brokopondo became the

place of the same name on the Suriname

River and Brokopondo literally means,

'where a pondo broke.' Pondo is a

pontoon with which freight was transported.

There in the river there are some

rocks. So it is surely possible that a

pontoon had been dashed against the

rocks there and broken in two parts and

Brokopondo got its name that way.

Originally it was the intention to build

the dam in that spot. But further exami-

zoekingen bleek dat het wenselijk was

om de stuwdam iets meer naar het

zuiden te bouwen. Dat gebeurde dan ook

bij Afobaka. Afobaka betekent letterlijk

'de rug van een oude vrouw'. En even

vooruitlopend op het volgende hoofdstuk

waar er over andere plaatsen

gesproken zal worden, kan hier alvast

het plaatsje Brokobaka worden

genoemd. Dat is een plaatsje aan de

weg naar Afobaka, gelegen tussen

Brokopondo en Afobaka. Te Brokobaka

werden landbouwproeven genomen.

Men wilde daar nagaan welke

mogelijkheden dat gebied zou bieden

voor de landbouw. En omdat het ligt

tussen Brokopondo en Afobaka, heeft

men het genoemd Brokobaka. De resultaten

van de onderzoekingen daar

hebben onder andere geleid tot het

stichten van het Palmolie Project

Victoria en de citrusplantage te Baboenhol.

nation showed that it was desirable to

build the dam some more to the south.

And that happened at Afobaka. The literally

meaning of Afobaka is 'the back of

an old woman.' And in advance of the

following chapter, in which other places

will be discussed, let’s just mention the

place Brokobaka. That is a place along

the road to Afobaka located between

Brokopondo and Afobaka. At Brokobaka

agricultural research was done. They

wanted to find out which possibilities

that area would offer for agriculture.

And because it was located between

Brokopondo and Afobaka, they named

that place Brokobaka. The results of the

research there led to, among other

things, the founding of the Victoria Palm

oil Project and also the citrus plantation

at Baboenhol.


Het meest zuidelijke district en ook verreweg

het grootste district, dat meer dan

de helft van het grondgebied van

Suriname beslaat, is het district

Sipaliwini. Vroeger sprak men van het

district Binnenland, maar in de jaren '80

kreeg het een eigen naam 'Sipaliwini'.

De gronden die werden aangevoerd voor

de naamsverandering waren onder meer

dat het landschappelijk het meest

opmerkelijke gebied was in het binnenland

van Suriname. In de Sipaliwini

savanna bijvoorbeeld vinden we niet

alleen de Sipaliwinirivier, maar ook de

oudste resten van menselijke bewoning

van Suriname. Zeer recent is daar nog

een oude grot ontdekt waarin

gebruiksvoorwerpen gevonden zijn die

heel oud zijn en wijzen op oude bewo-

The southern most district and also by

far the largest district, which covers

more than half of the territory of

Suriname, is the Sipaliwini district. In

the past people referred to it as the

district of the interior, but in the

eighties it got a name of its own:

'Sipaliwini.' The arguments adduced for

giving the district that name were

among other things that as far as the

landscape is concerned it was the most

striking area in the interior of Suriname.

And in the Sipaliwini savanna for

instance, there we do not only find

the Sipaliwini River, but there we also

find the oldest traces of human

habitation of Suriname.Very recently an

ning in dat gebied. De naam Sipaliwini

is daarom natuurlijk ook gegeven omdat

daar resten gevonden zijn van de oudste

bewoners. Dus we kunnen zeggen dat de

bewoning van Suriname in dat gebied

begonnen is. En dat waren dan natuurlijk

Indianen. Een andere reden is

dat het suffix 'ini' of 'wini' een echt

Indiaans suffix is dat we ook in veel

andere riviernamen zullen terugvinden.

Maar hiervoor wordt opnieuw verwezen

naar het hoofdstuk over de riviernamen.

Een ander argument dat werd aangevoerd,

was dat het toponymisch verantwoord

is om een district te vernoemen

naar het meest typerend gebied erin.

Het district Sipaliwini heeft nog geen

eigen hoofdplaats. De districtscommis-

old cave was discovered there, in which

also implements were found, which are

very old and point to old habitation in

that area. And the name Sipaliwini was

of course also given because remains of

the oldest inhabitants were found there.

So we can say that the habitation of

Suriname started in that area. And of

course those were Indians. Another reason

is that the suffix 'ini' or 'wini' is a

typical Indian suffix, which we find in

many other names of rivers. But for this

I want to refer to the chapter about

names of rivers. Another argument that

was raised was that it is toponymically

justified to name a district after a most

characteristic area in such a district.

saris zetelt daarom in Paramaribo. Het

zou ook moeilijk zijn om een hoofdplaats

in Sipaliwini te vestigen, omdat

het gebied zo ontzettend groot is en de

verbindingsmogelijkheden in het binnenland

nog niet zijn wat ze zouden

moeten wezen. Als we een districtscommissariaat

zouden hebben in het midden

van het land bijvoorbeeld, dan zouden

de mensen die in het westen of in het

oosten van het land wonen, erg veel

moeite hebben om hun zaken op dat

commissariaat te kunnen afhandelen.

Het is veel makkelijker voor die mensen

om het commissariaat in Paramaribo te

bereiken. Dit was daarom een belangrijke

reden om het commissariaat in

Paramaribo te vestigen.

The Sipaliwini district still has no

capital of its own yet. The district

commissioner has his seat in

Paramaribo. It would also be difficult

to establish a capital in Sipaliwini,

because the area is so tremendously big

and the connecting possibilities in the

interior are still not what they should

be. If we should have a district commissioner's

office in the middle of the country

for instance, then the people who live

in the West or in the East would often

have problems to settle their matters

at that office. It is easier for those people

to reach the office in Paramaribo.

Therefore this was an important reason

to have the office in Paramaribo.

11


De namen van gebergten in het binnenland

D

e kolonisten die zich in Suriname

vestigden, legden vooral aan de

benedenloop van de grote rivieren plantages

aan. Ze bekommerden zich weinig

om het binnenland. Daardoor bleef lange

tijd een groot deel van het binnenland

onbekend gebied, terra incognita. In de

laatste decennia van de 19e eeuw hebben

eerst Cateau van Rosevelt en Van

Landsberge opmetingen verricht en veel

van het onbekend gebied in kaart

gebracht. Zij werden kort daarna

gevolgd door de bekende landmeter

W.L. Loth die ook opmetingen verrichtte

en in 1899 een voortreffelijke

kaart uitbracht. Deze beide kaarten

waren echter meer rivierenkaarten. In de

onbekendheid van het binnenland zou

The names of the Mountains in the Interior

T

he colonists that settled in Suriname

mainly built plantations on the

lower reaches of the large rivers. They

cared little about the interior. Therefore

a large part of the interior remained

unknown area, terra incognita. In the

last decades of the 19th century Cateau

van Rosevelt and Van Landsberge first

took measurements and mapped much of

the unknown area. Land surveyor W.L.

Loth, who also did measurements, followed

them shortly thereafter and in

1899 issued an excellent map. These

two maps, however, were rather river

maps. In the unfamiliarity with the interior,

a big change would come against

12

pas tegen het eind van de 19 e en begin

van de 20ste eeuw grote verandering

komen. In 1896/97 ondernam de toenmalige

districtscommissaris van Nickerie,

C. van Drimmelen, een tocht naar

de Boven Nickerie die hij opvoer tot de

watervallen die hij toen naar zijn vrouw

Blanche Marie - vallen noemde. Tijdens

deze reis werd ook een deel van de

Maratakka, een zijrivier van de

Nickerierivier, opgevaren. De reis die

Van Drimmelen maakte, was geen echte

wetenschappelijke expeditie, maar

vormde wel het begin van een reeks

wetenschappelijke expedities in de jaren

daarna. De eerste echte wetenschappelijke

expeditie werd in 1900 onder

leiding van Dr. H. van Cappelle onder-

the end of the 19 th and the beginning

of the 20 th century. In 1896/97 the

then district commissioner of Nickerie,

C. van Drimmelen set out on a journey

to the Upper Nickerie River, which he

sailed up to the waterfalls, which he then

named after his wife the Blanche Marie

Falls. During this journey they also

sailed up part of the Maratakka, a tributary

of the Nickerie River. This journey

of Van Drimmelen was not a real scientific

expedition, but it indeed formed the

beginning of a series of scientific expeditions

in the years that followed. The

first real scientific expedition was made

nomen naar de Boven Nickerie. Deze

expeditie had als voornaamste taak de

goudrijkdom van het gebied te onderzoeken.

De aanwezigheid van goud kon

echter niet aangetoond worden, maar

voor de cartografie en de kennis van

de geologische gesteldheid was deze

expeditie erg belangrijk. Interessant is te

vermelden dat wij aan deze expeditie

ook een lied hebben overgehouden. De

tocht werd namelijk gemaakt met roeiboten

en om de eentonigheid van de reis

te doorbreken werd door de roeiers een

lied gezongen, waarvan de woorden en

de muziek werden opgetekend door Van

Cappelle.

Vliegtuig op de Kabalebo airstrip

omstreeks 1970.

Airplane at Kabalebo airstrip

around 1970.

1900 to the Upper Nickerie under the

direction of H. van Cappelle. The most

important task of this expedition was to

explore the affluence of gold of the area.

However, the presence of gold could not

be established. But for the cartography

and the knowledge of the geological

state, this expedition was very important.

It is interesting to mention that this

expedition also left us a song. For,

this journey was made with rowboats

and to break out of the monotony of the

journey, the rowers sang a song,

of which Van Cappelle recorded the

words and the music.


O, Nickerie, mi lobi joe

Ma den bergie den hei so te

Kaperka kiri mi, tja vracht na kilometer

sieksie

Ma den bergie den hei so te

Wroko for your money

Wroko for your money

Te wi go na Fallawatra

Na so wi de wroko wi money

Vrij vertaald

O, Nickerie, ik hou van je

Maar de bergen zijn zo hoog

Kaperka (= vlinder, maar ook 'Van

Capelle') werkt me dood

Om vrachten te brengen naar kilometer

zes

Maar de bergen die zijn zo hoog

Werk voor je geld

Werk voor je geld

Als we naar Fallawatra gaan, dan verdienen

we op die manier ons geld

O Nickerie mi lobi joe

Ma den bergie den hei so te

Kaperka kiri mi, tja vracht na kilometer

sieksie

Ma den bergie den hei so te

Wroko for your money

Wroko for your money

Te we go na Fallawatra

Na so wi de wroko wi money

Free translation:

Oh Nickerie, I love you

But the mountains are so high

Van Cappelle works me to the bone to

carry freight to Kilometer six

But the mountains are so high

Work for your money

Work for your money

When we go to Fallawatra

Then we earn our money that way.

N.B.

Fallawatra is een zijtak van de Nickerie

- rivier die waarschijnlijk zo genoemd is

omdat de werking van eb en vloed daar

niet of nauwelijks merkbaar is.

Na deze expedities naar de Boven

Nickerie volgden een reeks onderzoekingstochten

naar de bovenloop van de

andere rivieren. In 1901 werd de

Coppenamerivier opgevaren onder

leiding van Bakhuis. In 1902/03 werd

deze expeditie gevolgd door de

Saramacca - expeditie onder leiding van

Van Stockum. In 1908 werd de eerste

Suriname - expeditie ondernomen onder

leiding van Eilerts de Haan, waarbij de

Surinamerivier werd opgevaren tot de

bron. In 1910 werd, opnieuw onder

leiding van Eilerts de Haan, de tweede

Suriname - expeditie, ook wel genoemd

de Corantijn - expeditie, ondernomen. De

N.B.

Fallawatra is a tributary of the Nickerie

River, which was probably named so

because the effect of low tide and high

tide is not or hardly noticeable.

After these expeditions to the Upper

Nickerie River, a series of research journeys

to the upper course of the other

rivers followed. In 1901, the Coppename

River was sailed up under the command

of Bakhuis. In 1902 / 03, this expedition

was followed by the Saramacca expedition

led by Van Stockum. In 1908, again

led by Eilerts de Haan, the first

Suriname expedition was made, also

called the Corantijn expedition. It was

the intention to reach the Lucy River via

the upper course of the Suriname River

and then sail back to the coast via the

bedoeling was om via de bovenloop van

de Surinamerivier de Lucierivier te

bereiken en via de Corantijn terug te

varen naar de kust. Helaas stierf Eilerts

de Haan tijdens deze tocht. Hij werd

begraven te Stonportoe. De tocht werd

echter voortgezet onder leiding van

Kayser. De Lucierivier werd zeer

waarschijnlijk genoemd naar een nichtje

van de overleden expeditieleider Eilerts

de Haan. In 1912 werd voor hem een

borstbeeld opgericht in Paramaribo. In

de jaren '20 werden nog onderzoekingstochten

gemaakt in het westelijk

deel van het binnenland door Ahlbrinck,

die de Corantijn opvoer, en Stahel die

het Wilhelminagebergte verkende.

Inmiddels waren er ook onderzoekingstochten

gemaakt in het oostelijk

deel van het binnenland. Zo werd in

1903 de Gonini - expeditie gemaakt,

in 1904 gevolgd door de Tapanahony -

Corantijn River. Unfortunately, Eilerts

de Haan died during this journey and

he was buried at Stonportoe. However,

this journey was continued under the

command of Kayser. The Lucy River was

probably named after a niece of the

deceased leader of the expedition,

Eilerts de Haan. In 1912, a bust was put

up in Paramaribo for the deceased

expedition leader. In the twenties,

research journeys were still made in

the western part of the interior by

Ahlbrinck, who sailed up the Corantijn

River and Stahel who explored the

Wilhelmina Mountains.

In the meantime research journeys were

also made in the eastern part of the

interior. So, the Gonini expedition was

made in 1903, followed by the

Tapanahony expedition in 1904;

13


expeditie, beide onder leiding van

Franssen Herderschee. In 1907 werd de

ToemoekHoemak - expeditie ondernomen

onder leiding van De Goeie.

Tijdens de expedities in het westelijk en

het oostelijk deel van het binnenland

van Suriname werden de bestaande

rivierkaarten van Cateau Van Rosevelt

en Loth aangevuld en werden vooral de

bergruggen in kaart gebracht. De namen

die gegeven werden aan deze bergen,

bergtoppen, bergruggen en bergketens

herinneren ons aan de personen die

betrokken waren bij deze expedities,

maar ook aan het vorstenhuis van

Nederland, waarvan Suriname toen nog

een kolonie was.

De namen zijn onder meer:

- het Wilhelmina gebergte (met de

Juliana top - de hoogste bergtop in

Suriname);

- het Van Asch van Wijck gebergte,

genoemd naar Van Asch van Wijck, die

both under the command of Franssen

Herderschee. In 1907, the Toemoek

Hoemak Expedition led by De Goeie was

made. During the expeditions in the

western and eastern part of the interior

of Suriname the existing river maps of

Cateau van Rosevelt and Loth were completed

and especially the mountain

ridges were mapped. The names that

were given to these mountains, mountaintops,

ridges, and ranges of mountains

remind us of the persons that were

involved with these expeditions, but also

of the royal house of Holland, of which

Suriname still was a colony then.

The names given to the mountains were

among other things:

- the Wilhelmina Mountains (with the

Juliana top, the highest mountaintop in

Suriname);

- the Van Asch van Wijck Mountains,

named after Van Asch Van Wijck, who

14

De Voltzberg - een van de natuurreservaten van Suriname.

The Voltz mountain - one of the nature reserves of Suriname.


als gouverneur en later als Minister van

Koloniën een belangrijke bijdrage heeft

geleverd aan de expedities:

- het Bakhuis gebergte;

- het Kayser gebergte;

- het Van Stockum gebergte;

- het Eilerts de Haan gebergte;

- de Franssen Herderschee piek;

- de Emma keten;

- de Voltzberg die genoemd werd naar

een vroegere onderzoeker van het

binnenland;

- de Hebiweri;

- het Oranje gebergte;

- het Lely gebergte (gouverneur van

1902-1905);

made a valuable contribution to these

expeditions as Governor and later as

Minister of Colonies;

- the Bakhuis Mountains;

- the Kayser Mountains;

- the Van Stockum Mountains;

- the Eilerts de Haan Mountains;

- the Franssen Herderschee Peak;

- the Emma Range;

- the Voltz Mountain, named after a

former researcher of the interior;

- the Hebiweri;

- the Orange Mountains;

- the Lely Mountains (Lely was gover-

nor from 1902 - 1905);

- het Nassau gebergte;

- de Tafelberg en Ebba - top;

allemaal namen waarvan de afleiding

voor zichzelf spreekt.

De laatste grote wetenschappelijke expeditie

vóór de Tweede Wereldoorlog was

die onder leiding van admiraal Kayser

om de zuidgrens van Suriname vast te

stellen. Deze expeditie duurde van 1935

tot 1938. Door al die wetenschappelijke

expedities waren vele blinde plekken

van de kaart verdwenen en in de jaren na

de Tweede Wereldoorlog zou er nog

meer duidelijkheid komen over hoe het

binnenland van Suriname eruit zag. Dit

De Sipaliwinirivier op de Sipaliwini-savanna

The Sipaliwini River on the Sipaliwini Savanna

- the Nassau Mountains;

- the Tafelberg and Ebba Top.

Those are all names of which the

derivations speak for themselves.

The last great expedition before World

War II was the one led by Admiral

Kayser to determine the south border of

Suriname. This expedition lasted from

1935 to 1938. Thanks to all those

scientific expeditions, many blind spots

on the map disappeared and in the years

after World War II more clearness would

come about how the interior of Suriname

looked. This happened particularly

gebeurde met name door de luchtkartering,

waarbij met behulp van luchtfoto's

het grondgebied van Suriname in kaart

werd gebracht. Bovendien werden in

het binnenland vele vliegvelden aangelegd

in het kader van 'Operation

Grasshopper', waardoor het mogelijk

werd om vaak en in korte tijd het binnenland

te bezoeken wat het verdere in

kaart brengen bevorderde. De voornamelijk

Nederlandse namen zijn aan

bronrivieren gegeven tijdens de onderzoekingstochten

waardoor deze rivieren

in hun naamgeving afwijken van de

grote in de kuststrook.

through aerial surveying, through which

the territory of Suriname was mapped

with the help of aerial photos. Moreover,

many airstrips were built in the interior

as part of the Operation Grasshopper.

This made it possible to visit the interior

often and within a short time, which

promoted the further mapping.

Also the particularly Dutch names of

the source rivers were given to those

rivers during the research journeys.

This caused them to differ in nomenclature

from the large rivers in the

coastal area.

15


Rivieren van het kustgebied

D

e grote rivieren van Suriname zijn

(van oost naar west) de Marowijne,

de Commewijne, de Suriname, de

Saramacca, de Coppename, de Nickerie

en de Corantijn. Allemaal monden uit in

de Atlantische Oceaan en van alle is de

naam ontleend aan de Inheemsen /

Indianen die het gebied bewoonden toen

de Europeanen Amerika ontdekten en de

eerste schepen langs de kust voeren.

Reeds op de oude kaarten van Suriname

vinden wij de namen van de grote, soms

ook wel van de minder grote rivieren

aangegeven. Dat waren echter vooral

zeekaarten. De schrijfwijze van deze

riviernamen is daarom heel verschillend,

Names of Rivers in the Coastal Area

T

he large rivers of Suriname from

east to west are: the Marowijne

River, the Commewijne River, the

Suriname River, the Saramacca River,

the Coppename River, the Nickerie

River, and the Corantijn River. All these

rivers discharge into the sea and take

their names from the Natives / Indians

who inhabited the area when the

Europeans discovered America and the

first ships sailed along the coast.

The names of the large and sometimes

less large rivers are already indicated

on the old maps of Suriname. However,

the spelling of these river-names is

16

Op deze kaart van Ottens van 1718 zien we de

oude namen van de rivieren.

On this map from Ottens of 1718 we see the

old names of the rivers.

omdat de zeevaarders die langs de kust

voeren, nadat Amerika voor de Europeanen

was ontdekt door Columbus, op

hun kaart de inhammen tekenden die ze

zagen. Daarna vroegen ze naar de naam

van zo een water aan de bewoners van

dat gebied, de Inheemsen of Indianen.

Zij gaven de namen op waaronder zij

die waterwegen, die rivieren, kenden.

Die namen werden door de schepelingen

opgetekend zoals zij dat verstonden.

Aangezien het voor de Europese oren

vreemde klanken waren, werden die

namen niet door alle schepelingen op

dezelfde manier opgetekend. En daardoor

hebben we grote verschillen in de

schrijfwijze van deze riviernamen.

quite different. Those were mainly nautical

charts. And after Columbus discovered

America for the Europeans, the

sailors who sailed along the coast drew

on their maps the inlets they saw. Then

they asked the inhabitants of those

areas, and those were the Natives or

Indians, what the names of such waterways

were. The Indians then gave the

names they knew for those waterways,

those rivers. The sailors wrote those

names down in the way they had heard

them. But since those sounds were

strange sounds for the ears of the

Europeans, not all the sailors wrote

them down in the same manner. That is

Als we beginnen met de rivieren in het

oosten dan hebben we als eerste de

Marowijnerivier. Op een oude kaart van

1675 vinden we de Marowijnerivier

genoemd als 'Rio Morazawijny'. Op een

kaart van enkele jaren later werd de

Marowijne 'Rio Marrawani' genoemd of

ook wel gewoon 'Marrawini'. We

merken op dat het suffix 'ini' of 'wini' bij

de Indianen veel voorkomt bij de namen

van stromen.

De Commewijnerivier vinden we op een

kaart van 1678 al als 'Commewyne'

aangeduid.

Op een kaart van 1728 vinden we deze

rivier genoemd als de 'Commewini', ter-

why we have great differences in the

spelling of the names of these rivers.

If we start with the rivers in the east,

then we have the Marowijne River as the

first. On an old map of 1675 we find the

name of the Marowijne River as Rio

Morazawijny. On a map of some years

later the Marowijne was named Rio

Marrawani, or just Marrawini. We see

that the Indians often use the suffix 'ini'

or 'wini' in the names of streams.

As far as the Commewijne River is concerned,

we already find this river on a

map of 1678 indicated as Commewijne.


wijl deze op een kaart van 1718 als

Comowini wordt geschreven. Enkele

andere opvallende namen in dat gebied

zijn: 'Cotteca' op een kaart van 1671 en

Motkreek in plaats van Mudcreek, zoals

we die op oudere kaarten nog vinden.

Men heeft de naam Mudcreek dus niet

vertaald door modderkreek, maar men is

gewoon op de klank afgegaan en men

heeft er Motkreek van gemaakt. En

onder die naam is deze kreek verder bekend

gebleven (mot is een bekend woord

in het Nederlands). Opvallend is verder

dat op een oude kaart gesproken wordt

van Schildpad-Baij in de buurt van de

Wia Wia bank. Dus toen viel het al op

dat daar schildpadden hun eieren

kwamen leggen op het strand, zoals dat

tot vandaag nog gebeurt. Men heeft

On a map of 1728, the Commewijne is

called the Commewini. On a map of

1718, the Commewijne is named

Comowini. Some other striking names

in that area are: Cotteca on a map

of 1671; Mot Creek in stead of Mud

Creek, as we find it on older maps.

So the name was not translated to

make it read mud creek, but they just

trusted the sound and instead of

Mud Creek they made Mot Creek

of it. And under this name the creek

was further known (Mot is a well-known

word in Dutch).Also striking is that

on an old map mention is made of

Schilpad-Baij (Turtle Bay) in the vicinity

of the Wia Wia Bank. So, then it

was already striking that turtles came

to lay their eggs there on the beach

just as it still happens today.

toen het gebied naar het meest opvallende,

de schildpadden die daar kwamen

leggen, Schildpad-Baai genoemd. Een

andere naam die op de oude kaarten

voorkomt, is de Leeuwaarder Vaart en

dat is wat wij nu de Wanekreek noemen,

de verbinding tussen Coermotibo en de

Marowijnerivier. Vermeldenswaard is

ook dat in 1971 een speciale postzegel

door de Surinaamse Posterijen werd uitgegeven

ter gelegenheid van het feit dat

300 jaar geleden, in 1671, de eerste

gedrukte kaart van Suriname, de kaart

van Mogge, werd uitgegeven.De naam

van de Surinamerivier werd in de loop

ter tijden op vele verschillende manieren

geschreven. Op de kaart van Mogge van

1671 vinden we Suriname gespeld als

Serename. Maar al gauw daarna vinden

we kaarten waarop de naam Suriname

They then named the area Schildpad

Baai after the most striking thing there,

the turtles that came to lay their eggs.

Another name on the old maps is

also the Leeuwaarder Vaart. That is

what we now call Wane Creek, the

connection between the Coermotibo

and the Marowijne River. Worth mentioning

is also that in 1971 a special

commemorative stamp was issued by

the Suriname Postal Service on the

occasion of the fact that 300 years ago,

in 1671, the first printed map of

Suriname, the map of Mogge, was

issued. The name of the Suriname

River was also written in many different

ways in the course of years. On the

Mogge map of 1671, Suriname was

spelled as Serename. But soon after

that we find maps on which

wordt geschreven op de wijze waaropwij

dat nu nog doen, en soms nog met een 'e'

achter de 'a' zoals bijvoorbeeld op de

anonieme kaart van 1755 waar nog

gesproken wordt van Surinaeme. Op de

kaart van Roggeveen , een zeekaart van

1675, vinden we de naam Suriname nog

geschreven als Rio Soronama.

Gaan we verder naar het westen, dan

vinden we de rivieren Saramacca,

Coppename, Nickerie en Corantijn. Ook

voor deze rivieren vinden we schrijfwijzen

die in de loop der tijden veranderd

zijn.

Ook bij plaatsnamen zien we verandering

van schrijfwijzen: Byam's Pointe

werd door verschrijving Bramspunt en

later Braamspunt. Bij de monding van

de Surinamerivier hadden we vroeger

the name Suriname is written in the

way that we are still doing it today and

sometimes with an 'e' after the 'a' like

for instance on the anonymous map of

1775 where they talk about Surinaeme.

On the map of Roggeveen, a nautical

map of 1675, we still find the name

Suriname spelled as Rio Soronama.

Going further to the West, we then find

the Saramacca, Coppename, Nickerie

and Corantijn River. Also for these

rivers we find spellings that changed in

the course of times.

We see changes in the spelling of

place-names: Byam's Pointe through

a slip of the pen became Braamspunt

as it is still called today. At the mouth

of the Suriname River we formerly had

17


een fortje 'Byam's Pointe', genoemd naar

de toenmalige Engelse gouverneur

William Byam. Maar toen de Hollanders

dit overnamen en de naam Byam niet

kenden, werd de 'y' uit de naam als een

'r' geschreven en werd de naam

Bramspunt. Braamspunt is nu een

leuk vakantieoord waar men zich

kan verpozen in de zee.

Een zijtak van de Coppenamerivier is

de Coesewijne. Op oude kaarten komt

die voor als Cassawyny. De Corantijn -

rivier wordt op een oude kaart nog

genoemd de Rio Barbieros. De

Coppename vinden we op oude kaarten

ook terug als Cupanama. Het is duidelijk

dat deze namen allemaal van Indiaanse

oorsprong zijn, omdat ze voorkomen op

een kaart van 1728. Op dezelfde kaart

wordt de Corantijn geschreven als

a small fort named 'Byam's Pointe' after

the then English governor William

Byam. But when the Dutch assumed

power and did not know the name Byam,

the 'y' in the name was written as an 'r'

and the name became Braamspunt. This

place is now a nice vacation spot where

people can recreate in sea.

A tributary of the Coppename River is

the Coesewijne River. On the maps it is

written as Cassawyny. The Corantijn

River is also called Rio Barbieros on an

old map. The Coppename is also named

Cupanama on old maps. It is clear that

these names all come from Indian origin,

for these names appear on a map of

1728. On the same map we also find the

Corantijn River mentioned as Courantin

and the Saramacca as Seramacca.

18

Courantin en de Saramacca als

Seramacca. Op de zeekaart van Van

Keulen wordt de Saramacca aangegeven

als de 'Suramaca'.

De Nickerierivier vinden we door de

vroege kolonisten aangeduid als

Nickeriekreek, terwijl Hartsinck in 1770

nog spreekt van Nikeza. Het gedeelte

van de Nickerierivier ten zuiden van de

Arrawarra noemt Hartsinck al Rivier

Nickeery. Vanaf 1799 wordt de rivier (en

ook het district) met de naam Nickerie

aangeduid. Zelfs in officiële stukken

werd Nickerie echter soms met de 'c' en

soms zonder de 'c' geschreven, terwijl

ook de 'e' aan het eind niet in alle publicaties

voorkomt. In het Warraus betekent

Nickerie (met de klemtoon op de laatse

lettergreep) Awarranoot. Volgens

Teenstra is Nickerie afgeleid van het

On the nautical map of Van Keulen the

Saramacca is named as the Suramaca.

We find the Nickerie River indicated by

the former colonists as Nickerie Creek,

while Hartsinck is still talking about

Nikeza in 1770. Hartsinck calls the part

of the Nickerie River south of the

Arrawarra, River Nickeery. As of 1799,

the river as well as the district is indicated

with the name Nickerie.

Even in official documents Nickerie

was sometimes spelled with the 'c'

and sometimes without the 'c', while

also the 'e' at the end does not appear

in all publications. In the Warraus

language Nickerie (with the emphasis

on the last syllable) means Awarranoot

(awarra nut). According to Teenstra,

Nickerie is derived from the Indian word

Indiaans woord voor een bepaalde nootsoort

(Nickeri). Dit is een zeer harde

noot die loodkleurig is en iets kleiner

dan een kastanje. Met deze noten speelt

men het awarispel waarbij iedere speler

24 noten in handen krijgt. De pit wordt

door sommige mensen gebrand en

gestampt en gebruikt als medicijn tegen

stuipen. Volgens Van Coll noemen de

Arrowakken Nickerie 'Mitjareng', hetgeen

betekent 'wees niet gierig'.

De bronrivieren van de Marowijne zijn

de Lawa (L'Awa) en de Tapanahony.

Beide namen zijn ontleend aan de naam

die de Inheemsen gaven aan die rivieren.

Dit geldt ook voor de bronrivieren van

de andere grensrivier, de Corantijn, waar

de Coeroeni en de Koetarie hun naam te

danken hebben aan de Indiaanse namen

voor die wateren.

Braamspunt ligt aan de monding van de

Surinamerivier en is genoemd naar Gouverneur Byam.

Braamspunt lies on the mouth of the

Suriname river and was named after Governor Byam..

for a certain nut (Nickeri). This is a very

hard nut, which is lead gray and somewhat

smaller than a chestnut. With

these nuts people play the awari game,

whereby every player gets 24 nuts. Some

people burn and pound the seed and

use it as a medicine against spasms.

According to Van Coll, the Arrowaks call

Nickerie 'Mitjareng", what means 'do

not be stingy.'

The sources of the Marowijne River are

Lawa (L'Awa) and Tapanahony. Both

names were derived from the name the

Natives gave those rivers. This also

goes for the source rivers of the other

boundary river, the Corantijn, where

also the Coeroeni and the Coetarie

thank their names to the Indian names

for those waters.


De andere grote bronrivier van de

Corantijn heeft echter geen Indiaanse

afleiding. Deze bronrivier werd namelijk

pas in 1871 ontdekt door de ontdekkingsreiziger

Barrington Brown en

kreeg van de Engelsen toen de naam van

New River. Suriname gaf aan deze

bronrivier de naam van Boven -

Corantijn. Het is daarom duidelijk

waarom deze rivier geen Indiaanse afleiding

kent. Het is belangrijk hierbij te

vermelden dat de eerste Indianen die het

grondgebied van Suriname bewoonden,

uit het zuiden kwamen. Zij trokken

via de beide grensrivieren, die diep het

Kaart van Suriname van 1667

Map of Suriname of 1667

However, the other large source river

of the Corantijn has no Indian derivation.

For this source river was only discovered

in 1871 by the explorer

Barrington Brown and was then named

New River by the English. Suriname

gave this river the name Boven

Corantijn (Upper Corantijn). It is clear

why this river has no Indian derivation.

It is important to mention that the first

Indians who inhabited the territory of

Suriname came from the south. They

entered Suriname via the two boundary

rivers, which flow deeply into the country.

land instroomden, Suriname binnen.

De bronrivieren van de andere grote

rivieren hebben andere afleidingen.

De bronrivieren van de Commewijne

zijn de Tempati (wel Indiaans) en de

Commewijnekreek, een naam van

latere datum en toegekend door

Nederlanders. De bronrivieren van de

Surinamerivier zijn de Gran Rio en

de Pikin Rio (letterlijk Grote rivier en

Kleine rivier). Deze namen zijn van de

tijd toen de meeste plantages aan

de Surinamerivier in handen waren

van Portugees sprekende kolonisten die

The sources of the other large rivers

have other derivations. The sources of

the Commewijne River are Tempati

(Indian) and Commewijne Creek, a

name of later date and given by the

Dutch. The sources of the Suriname

River are Gran Rio and Pikin Rio

(literally Large River and Small River).

These names are from the time when

most plantations on the Suriname River

were in the hands of Portuguese speaking

colonists, who came from Brazil,

while Maroons inhabited that area. The

sources of the Saramacca River are

the Kleine (small) Saramacca and the

uit Brazilië kwamen, terwijl dat gebied

al vroeg werd bewoond door Marrons.

De bronrivieren van de Saramacca zijn

de Kleine Saramacca en de Grote

Saramacca. Deze namen werden

gegeven door Nederlandse ontdekkingsreizigers

die op het eind van

de 19 e en begin van de 20ste eeuw het

gebied doorzochten en in kaart brachten.

Het zelfde geldt voor de bronrivieren

van de Coppenamerivier, waar men

spreekt van Linker Coppename en

Rechter Coppename.

Grote (large) Saramacca. Dutch explorers

who at the end of the 19 th and the

beginning of the 20 th century explored

and mapped the area gave these names.

The same goes for the source rivers of

the Coppename River, where they talk

about Linker (left) and Rechter (right)

Coppename.

19


Overige plaatsnamen in Suriname

H

et is niet mogelijk om in het bestek

van dit nummer van Suralco

Magazine alle plaatsnamen te bespreken.

We moeten ons daarom

beperken tot de belangrijkste plaatsen of

tot de plaatsen die door hun naam typerend

zijn voor de naamgeving van plaatsen

in Suriname. En we zullen dit

districtsgewijs doen.

We beginnen met het district Marowijne.

Dichtbij de monding van de Marowijne -

Other Name-Places in Suriname

I

t is not possible to discuss all name

places within the scope of this edition

of Suralco Magazine. We should therefore

limit ourselves to the most important

places or places that because of

their names are typical for the nomenclature

in Suriname. This we shall do

district by district.

We start with Marowijne. Close to

the mouth of the Marowijne River there

are the two Indian villages: Christiaan

20

Albina in de tweede helft van de 19 e eeuw

Albina in the second half of the 19 th century

Christiaan - kondre en Langaman - kondre.

Vroeger was er op die plek een

militaire post die in 1842 verlaten werd.

Enkele decennia later, besloten twee

broers, Christiaan en Langaman, om

daar een nederzetting te vestigen. Die

nederzettingen bestaan nu nog

en zijn genoemd naar de stichters van

die dorpen, Christiaan - kondre en

Langaman- kondre. Iets verder naar de

monding toe vinden we Galibi, maar

over het algemeen worden deze beide

Kondre and Langaman Kondre. In

the past a military post used to be

there, which was abandoned in 1842.

Some decades later, two brothers,

Christiaan and Langaman, decided to

establish settlements there and those

settlements still exist and were named

Christiaan Kondre and Langaman

Kondre after the founders of those

villages. Some further to the mouth we

find Galibi, but the two earlier

mentioned places are generally also

dorpen ook aangegeven als Galibi. Hier

hebben we dus het voorbeeld van

Indiaanse dorpen die geen Indiaanse

naam hebben maar die genoemd zijn

naar de stichters van het dorp. Kondre

daarachter is een Sranan woord voor

dorp of land.

Moengo is een plaats aan de Cottica -

rivier waar de Surinaamsche Bauxite

Maatschappij (thans Suralco) in 1916

een dorp stichtte voor de ontginning

van bauxiet.

referred to as Galibi. So here we have

the example of Indian villages that have

no Indian names but were named after

the founders of the villages. Kondre

behind the names is a Surinam word

for village or country.

Moengo is a place along the Cottica

where the Surinam Bauxite Company

(now Suralco) established a village in

1916 for the mining of bauxite.


Gezicht op Albina in 1980.

View of Albina in 1980.

The word Moengo was used by the

N'Djoekas who inhabited that area to

indicate a hill. So Moengo means Hill.

Because the bauxite deposits were found

on that hill, the name Moengo was kept

for the village that developed there.

Although the mining activities were

moved to Coermotibo a number of years

ago, Moengo still remained an important

population settlement.

Moengotapoe is a N'Djoeka village on

the Coermotibo, also easy to reach by

the road. It is located between Moengo

and Albina. Moengotapoe (so upper

Moengo), a name in the Suriname language,

is located above Moengo,

if we take it literally.

De naam Moengo komt van N'Djoeka's

die dat gebied bewoonden, gebruikt

om een heuvel aan te geven. Moengo

betekent dus heuvel. Omdat de

bauxietvoorraden voorkwamen op die

heuvel, heeft men de naam Moengo

behouden voor het dorp dat daar

ontstond. Hoewel de mijnactiviteiten

een aantal jaren geleden verplaatst zijn

naar de Coermotibo, is Moengo nog

altijd een belangrijke bevolkingsnederzetting.

Moengotapoe, een naam in het Sranan,

is een N'Djoeka dorp aan de

Coermotibo, ook wel over de weg

bereikbaar. Het ligt tussen Moengo en

Albina. Moengotapoe betekent letterlijk

boven Moengo, dus het dorp boven

Moengo gelegen.

Casa Blanca in Moengo, het gebouw waar de directeur van de SBM

(nu Suralco) logeerde als hij in Moengo was.

Casa Blanca in Moengo, the building where the manager of the SBM

(now Suralco) stayed when in Moengo.

21


In dit gebied vinden we ook een aantal

rivieren die eindigen op 'ca', zoals

Patamacca, Perica, Peninica, Cottica.

Dat wijst allemaal op de Indiaanse afleiding

van deze namen van rivieren.

Patamacca zal binnenkort waarschijnlijk

een grote nederzetting worden, omdat er

plannen bestaan om daar een grote

oliepalmonderneming te vestigen.

In het district Commewijne vinden we

enkele belangrijke plaatsen, waaronder

Bakki. Bakki was vroeger een plantage

en heette naar de stichter van die plantage

Reijnsdorp. Het ligt aan de

Matapica en ook in de naam Matapica,

eindigend op 'ca', zien we de Indiaanse

afstamming. Toen later de nederzetting

op Reijnsdorp tot een dorpsgemeente

werd gemaakt, kreeg deze de naam

Bakki, zoals ze tot nu toe bekend staat.

Aan de linkeroever van de Matapica op

de bocht met de Commewijnerivier vinden

we de plantage Alliance. Vanouds

was er daar al een plantage. Toen deze in

Engelse handen kwam, werd de naam

veranderd in Alliance (een Engelse

naam). Inmiddels heeft de overheid de

plantage overgenomen en werd een

kweek van citrus en bananen daar

aangelegd.

In this area we also find a number of

rivers that end on 'ca', such as

Patamacca, Perica, Peninica, Cottica.

That indicates the Indian derivations

for these names of the rivers. Patamacca

before long will probably become a

large settlement, because there are

plans to start a large oil palm

company there.

22

De oude sluis van de plantage Nijd en Spijt in Commewijne

The old sluice of the Plantation Nijd en Spijt in Commewijne

In the Commewijne district we also find

some important places among which

Bakki. In the past Bakki used to be a

plantation and was named Reijnsdorp

after the founder of that plantation. It is

located on the Matapica River and also

in the name of Matapica, ending in 'ca',

we see the Indian derivation. When later

the settlement at Reijnsdorp became a

rural community, the name of that rural

community became Bakki, as it is up till

now still known. On the left bank of the

Matapica in the bend with the

Commewijne River, we find the Alliance

plantation. Traditionally there used to

be a plantation there already. When

the plantation came in the hands of

the English, the name was changed

into Alliance (an English name).

Meanwhile the government took over the

plantation and a nursery garden of

citrus and bananas was built there.


Frederiksdorp is een plaats aan de

rechteroever van de Beneden -

Commewijne. Frederiksdorp was

vroeger de zetel van de districtscommissaris

en daar woonde ook een

geneesheer. Hier vinden we nu nog

de prachtige oude woning van de

directeur, een woning vermoedelijk uit

de 18 e eeuw. Ook vinden we daar een

politiepost uit het eind van de 19 e

eeuw die onlangs gerestaureerd is. Het

is de bedoeling dat het gebouw een

opvang wordt voor toeristen.

Naast Frederiksdorp vinden we

Margrita. Margrita, oorspronkelijk gesticht

in het midden van de 18 e eeuw, is

Frederiksdorp is a place on the right

bank of the Beneden (lower) Commewijne.

Frederiksdorp used to be the

seat of the district commissioner of the

district and a physician also used to live

there. Here we still find the beautiful old

dwelling of the manager, a house presumably

from the 18 th century. We also

find a police post there from the end

of the 19 th century, which was recently

restored. It is the intention that it should

become a center for tourists.

Next to Frederiksdorp we find Margrita.

Margrita was a plantation originally

established in the middle of the 18 th

een plantage geweest. Deze heette toen

Johan en Margaretha, naar de stichter en

zijn beschermheilige. In het begin van

de 20ste eeuw werd op deze plantage

ook een dorpsgemeente gevestigd en het

dorp kreeg toen de naam Margrita.

Van de vele plantages die er vroeger in

Commewijne waren, zijn er niet veel

meer over. Rust en Werk, meer naar de

benedenloop van de Commewijne toe

aan de rechteroever, was tot 1936 een

belangrijke suikerplantage. Rust en

Werk is nu een plaats waar vee gehouden

wordt en waar men garnalen en andere

vissoorten kweekt voor de binnenlandse

markt en voor export.

Politiewoningen te Frederiksdorp aan de Commewijne, 100 jaar geleden.

Houses of the police at Frederiksdorp on the Commewijne, 100 years ago.

century. It was named Johan and

Margaretha after the founder and his

patron saint. In the beginning of the 20 th

century Johan and Margaretha also

became a rural community and it was

then named Margrita.

Not many of the plantations that formerly

were in Commewijne are left. Rust en

Werk, more to the lower reaches of the

Commewijne on the right bank, used to

be an important sugar plantation up to

1936. But Rust en Werk is now a place

where cattle is raised and where shrimps

and other kinds of fishes are bred for the

home market and for export. Governor

De plantage werd in het midden van de

18 e eeuw gesticht door gouverneur

Crommelin.

De twee grootste bevolkingsnederzettingen

van Commewijne zijn nu

Mariënburg en Tamanredjo. Mariënburg

was een suikerplantage met een suikerfabriek

opgericht in 1882. Deze heeft

bestaan tot eind van de 20ste eeuw. Het

was de grootste plantage van Suriname

en daar woonden en werkten enkele

duizenden personen. Mariënburg is

echter geen suikerplantage meer. De

meeste mensen van toen wonen er nog

altijd. De plantage werd genoemd naar

een gelijknamige plaats in Duitsland.

Crommelin founded the plantation in the

middle of the 18 th century.

The two largest population settlements

of Commewijne are Mariënburg and

Tamanredjo. Mariënburg was a sugar

estate with a sugar mill founded in 1882

and existed until the end of the 20 th

century. It was the largest plantation of

Suriname and some thousands of persons

lived and worked there. However,

Mariënburg is no sugar estate anymore

but most of the people of then are still

living there. The place was named after

a place in Germany of the same name.

23


Tamanredjo is een echte Javaanse nederzetting,

een dorpsgemeente, en wel

de eerste in Suriname die werd gesticht

in 1937. Een loerah, dorpshoofd, had er

de leiding. Tamanredjo is een Javaanse

naam. Het dorp lag aanvankelijk vrij

geïsoleerd en was alleen maar over een

vrij slechte weg via Alkmaar bereikbaar.

Tegenwoordig ligt Tamanredjo door de

aanleg van de Oost-West verbinding en

door de bouw van de brug over

de Surinamerivier dichtbij Paramaribo

en kan binnen een half uur bereikt worden.

We zien dat het dorp Tamanredjo

zich heel sterk aan het uitbreiden is.

Tamanredjo is a real Javanese settlement,

a rural community and the first

in Suriname, which was founded in

1937. Then a Loerah was in charge, a

village chief. Tamanredjo is a Javanese

name. The village was originally located

rather isolated and could only be

reached via Alkmaar over a rather bad

road. Nowadays Tamanredjo lies close

to Paramaribo, because of the construction

of the East-West connection and the

construction of the bridge over the

Suriname River. It can be reached

within half an hour. We notice that

the Tamanredjo village is strongly

expanding.

24

Aan de linkeroever van de Commewijnerivier

vinden we de plaats

Alkmaar. Alkmaar is genoemd naar de

gelijknamige plaats in de provincie

Noord-Holland in Nederland en was in

de 18 e eeuw een bloeiende cacaoplantage.

Tegenwoordig vinden we daar nog

een bekend kinderhuis van de

Evangelische Broeder Gemeente, een

kerk en een school. Verder vinden we

aan de linkeroever van de Commewijne

Katwijk, een nog steeds actieve plantage.

Katwijk, genoemd naar de gelijknamige

plaats in Nederland, werd als

plantage gesticht in het midden van de

18 e eeuw.

De plantage Spieringshoek in Commewijne is genoemd naar de eigenaar Spiering.

Deze plantage is het eindpunt van de oude weg in Commewijne.

The Plantation Spieringshoek in Commewijne was named after the owner, Spiering.

This plantation is the terminal point of the old road in Commewijne.

On the left bank of the Commewijne

River we find Alkmaar. This place was

named after the place of the same name

in The Netherlands, Noord Holland, and

used to be a flourishing cacao plantation

in the 18 th century. Presently, we still

find a well-known children's home of the

Community of the Moravian Brethren, a

church, and a school there. Also on the

left bank of the Commewijne River we

find Katwijk, a still active plantation and

still functioning. Katwijk was named

after the place of the same name in The

Netherlands. It was founded as a plantation

in the middle of the 18 th century.

Spieringshoek ligt aan het eindpunt van

de oude weg in Commewijne en die

plantage werd genoemd naar de toenmalige

eigenaar Spiering. Deze plantage

is nog steeds als zodanig in gebruik.

De naam Wederzorg van de plantage aan

de linkeroever van de Commewijne is

een fantasienaam. Deze naam geeft

onder meer de stemming aan waarin

de eigenaar verkeerde of de zorgen

die hij zich maakte. Meerzorg is ook

zo'n abstracte fantasienaam die ook

weer aangeeft de zorg waarmee de

aanlegger misschien te maken heeft

gehad of die hij verwachtte.

Spieringshoek is located at the end of

the old road in Commewijne and was

named after the owner Spiering. It is

still in use as a plantation. The plantation

Wederzorg on the left bank of the

Commewijne has a fantasy name. This

indicates among other things the mood

in which the owner was or the concerns

he had.

Meerzorg is also such an abstract name,

fantasy name, which also indicates the

concern which the founder perhaps had

had, or which he expected to get.


Meerzorg werd later overgenomen door

de overheid en is een grote bevolkingsnederzetting

geworden, een vestigingsplaats.

Op de zogenaamde Oost - West verbinding

die Paramaribo verbindt met

Moengo en Albina hebben we een brug

over de Commewijnerivier tussen de

voormalige plantages Wrieddijk en

Stolkertsijver. Deze plaatsen zijn

genoemd naar de vroegere eigenaren van

de plantages daar, Wried en Stolkert.

Even ten zuiden van die brug hebben we

een dorpje Potribo, waarvan de naam

een Indiaanse afleiding is. We vinden

hier de uitgang 'bo' zoals we die zo veel

Meerzorg was later taken over by the

government and became a large population

settlement, a residential location,

which it still is today.

Along the so-called East - West connection,

which connects Paramaribo with

Moengo and Albina, we have a bridge

across the Commewijne River between

the former plantations Wrieddijk and

Stolkertsijver. These two places were

named after the former owners of the

plantations there, viz., Mr. Wried and

Mr. Stolkert. A little south of the bridge

we find a little village by the name of

Potribo, of which the name is an Indian

derivation. Here we find the ending 'bo'

tegenkomen in plaatsnamen die een

Indiaanse afleiding hebben, bijvoorbeeld

Paramaribo, Potribo, maar ook in

Accaribo, Palmeneribo en vele andere.

In Paramaribo hebben we uiteraard geen

andere steden, maar sinds de uitbreiding

van Paramaribo in de jaren '80 van de

vorige eeuw zijn vele oude plantages en

woongebieden bij Paramaribo gevoegd.

Zo vinden we nu wijken die de naam van

de vroegere woonoorden zijn blijven

dragen. Leonsberg bijvoorbeeld is de

naam van de vroegere plantage

Leonsberg die toebehoord heeft aan

meneer De Leon. Geyersvlijt is een oude

plantage die eigendom was van de heer

as we often meet in place-names that

have an Indian derivation, for instance

Paramaribo, Potribo, but also in Accaribo,

Palmeneribo and many others.

In the Paramaribo district we of course

have no other towns, but since the extension

of Paramaribo in the eighties of

the previous century, many old plantations

and residential areas were included

in Paramaribo. So we find neighborhoods

that kept the names of the former

residential regions. Leonsberg is the

name of the former Leonsberg plantation,

which belonged to a Mr. De Leon.

Geyersvlijt is an old plantation, which

belonged to a Mr. Geyer. Clevia is a

Geyer. Clevia is een fantasienaam,

evenals Morgenstond. Kwatta is waarschijnlijk

genoemd naar het gebrul van

de kwatta - aap. Hier zien we dus dat een

plaats zijn naam te danken kan hebben

aan dieren.

In het district Wanica is Lelydorp verreweg

de belangrijkste plaats. Hierover

is al gepraat in het hoofdstuk over de

districten en hun hoofdplaatsen.

In dit district vinden we andere

nederzettingen zoals Domburg aan de

linkeroever van de Surinamerivier,

genoemd naar de gelijknamige plaats in

Nederland.

Domburg aan de Surinamerivier, genoemd naar

de gelijknamige plaats in Nederland

Domburg on the Suriname River, named after the

place of the same name in the Netherlands

fantasy name, just like Morgenstond.

Kwatta is probably named after the howling

of the kwatta monkey. So, here we

see that a place can thank its name

to an animal.

In the Wanica district Lelydorp is by far

the most important place. This was

already discussed in the chapter about

the districts and their names.

In this district there are other settlements

like Domburg on the left bank of

the Suriname River, named after a place

of the same name in Holland.

25


Belangrijke plaatsen in het district

Saramacca zijn behalve de hoofdplaats

Groningen ook Uitkijk bij de monding

van het Saramaccakanaal, waar het in de

Saramaccarivier uitmondt. Bij Uitkijk

was vroeger een militaire post gevestigd

en daarom is de naam dan ook zeer

toepasselijk. Men had vandaar een goed

uitzicht over alles wat de rivier op- en

afvoer. De vroegere plantage La Poule

geeft duidelijk aan de invloed die het

Frans heeft gehad in Suriname. Calcutta

en Bombay zijn woongemeenschappen

in dit district die hun naam te danken

hebben aan de gelijknamige plaatsen in

Except for the capital, there are some

other important places in the Saramacca

district. One of them is Uitkijk

(observation post) near the mouth of

the Saramacca Canal where it flows

into the Saramacca River. In the past

there was a military post near Uitkijk

and therefore the name is also very

appropriate. From there one had a very

good view of everything that sailed

up and down the river. The former

plantation La Poule clearly indicates

the French influence in Suriname.

Calcutta and Bombay are communes

26

India. Plaatsen die naar personen

genoemd zijn in dit district zijn onder

andere:

- Sara Maria;

- Carl Francois, genoemd naar een

zoon van Gouverneur Friderici;

- Catharina Sophia, genoemd naar de

echtgenote van gouverneur Friderici;

- Van Vrijburg, genoemd naar de man

die op die plaats een grote pinda -

aanplant heeft willen beginnen na de

Tweede Wereldoorlog. Dat laatste is

jammer genoeg geen succes geworden

maar de plaats Von Vrijburg is intussen

een grote bevolkingsnederzetting

in this district. They thank their names

to the same names in India.

Places that were named after persons in

this district are among other things Sara

Maria, Carl Francois, named after a son

of the governor Fredirici. Catherina

Sophia, named after the wife of the

governor Fredirici, and Von Vrijburg,

named after the man who wanted to

start a large peanut plantation in that

place after the Second World War.

Unfortunately that was not a success,

but in the meantime the place became

a large settlement. Boskamp is a place

geworden. Boskamp is een plaatsje aan

de rechteroever van de Coppenamerivier,

het vroegere eindpunt van de

rijweg in Saramacca. Van daaruit kon

men met het veer oversteken naar

Coronie. We vinden in dit district ook

een aantal plaatsen die Javaanse namen

hebben die met kampong beginnen.

Kampong is een kleine plaats zoals men

die in Indonesië kent, en die gedachte

werd ook overgebracht naar Suriname.

Zo vinden we in Saramacca plaatsen als

Kampong Baroe, Kampong Ketjil,

Kampong Djoemal, en Kampong Rewel.

Tussen Uitkijk en Hamburg wordt sinds 1936 een veerdienst onderhouden. Uitkijk was vroeger een militaire post

en Hamburg was een plantage genoemd naar de gelijknamige plaats in Duitsland.

Between Uitkijk en Hamburg a ferry service is maintained since 1936. In the past Uitkijk was a military post

and Hamburg was a plantation named after the place of the same name in Germany.

on the right bank of the Coppename

River, the former end of the roadway

in Saramacca. From there people could

cross the river by a ferry to Coronie.

In this district we also find a number

of places that have Javanese names

starting with kampong.

Kampong is a village as they have

in Indonesia and that thought was carried

over to Suriname. So we find in

Saramacca for instance places like

Kampong Baroe, Kampong Ketjil,

Kampong Djoemal, Kampong Rewel.


Maar ook uit Indonesië vinden we

bijvoorbeeld Tambaredjo. Aan de

rechteroever van de Coppenamerivier

ligt het dorpje Batavia en die naam is

ook ontleend aan de vroegere hoofdstad

van het toenmalige Nederlands Oost -

Indië. Batavia aan de Coppename was

vroeger het ballingsoord voor melaatsen,

de plaats waar o.a. Pater Donders

bekendheid heeft gekregen. Intussen is

het al lang geen melaatsenoord meer. Er

wonen nog slechts enkele mensen ter

plaatse. Hamburg was vroeger een plantage

en daar wordt nog altijd aan landbouw

gedaan, echter niet meer op de

manier zoals het vroeger gebeurde. De

naam van deze plantage werd ontleend

Het Totnesskanaal naar zee in Coronie

The Totness Canal to Sea in Coronie

But also from Indonesia we find names

like Tambaredjo. On the right bank of

the Coppename River lies Batavia. That

name was also taken from the former

capital of the then Dutch East India.

Batavia was the former place of exile

for lepers, the place where Father

Donders became known. In the meantime

Batavia is since long not a residence

for lepers anymore and only a

few people still live there. Hamburg used

to be a plantation and still some farming

is done there, but not in the manner in

which it was done in the past. The name

of the plantation comes from the place

of the same name in Germany.

aan de gelijknamige plaats in Duitsland.

De plaatsnamen in Coronie zijn bijna

allemaal van Engelse of Schotse oorsprong.

In de tijd toen daar de plantages

werden aangelegd, was Suriname in handen

van de Engelsen. De kolonisten die

naar dat gebied trokken om plantages

aan te leggen, gaven aan hun plantages

voor het merendeel Engelse namen,

namen zoals bijv. Totness, Inverness,

Hamilton, Friendship, Burnside. Ook

vinden we in Coronie plaatsen met een

bijbelse naam, bijvoorbeeld Salem, waar

de Evangelische Broeder Gemeente

vanaf het midden van de 19 e eeuw een

zendingspost vestigde. Te Salem staan

The place-names in Coronie are almost

all of English or Scottish origin. In

the time when the plantations were

developed there, Suriname was in the

hands of the English. The colonists that

went to that area to start plantations

gave mostly English names to their plantations,

names like Totness, Inverness,

Hamilton, Friendship, Burnside. But we

also find places in Coronie with biblical

names, for instance: Salem, where the

Community of the Moravian Brethren

established a mission post since the middle

of the 19 th century. There we still

find a church and a school of the

Moravians.

nog altijd een belangrijke kerk en een

school van de Hernhutters.

Ook in Nickerie hebben we een aantal

Engelse plaatsnamen, omdat de vroege

geschiedenis van Nickerie valt in de

periode toen Suriname in handen van

de Engelsen was. Eerder werd al melding

gemaakt van de eerste plantage

Paradise in Nickerie, een nog steeds

bestaand dorp en een andere oude plantage

Diamond die door de zee verzwolgen

is. Verder vinden we nu nog

Waterloo, tot voor kort nog een suikerplantage,

maar inmiddels helemaal

verkaveld en een woonoord geworden,

evenals de plantage Hazard.

Also in Nickerie we have a number of

English place-names, because the early

history of Nickerie falls in the period

when Suriname was in the hands of the

English. Earlier mention was made of

the first plantation, Paradise, in

Nickerie, a still existing village, and

another old plantation, Diamond, which

was swallowed up by the sea.

But in Nickerie we still find Waterloo. A

short while ago Waterloo was still a

sugar plantation, but meanwhile it was

completely parceled out and became

a residential area just like Hazard.

27


Ook Longmay is Engels, evenals

Sawmill creek. Toen men begon met de

aanplant van rijst op grote schaal in

Nickerie, werden overal polders aangelegd.

De namen van deze polders zijn

onder andere:

- De Sawmill creek - polder, naar de bestaande

Sawmill creek. Dat was een

plaats waar er een sawmill gestaan heeft.

We zien hier dus duidelijk weer de

Engelse invloed;

- de Boonacker - polder is genoemd naar

de heer Boonacker die districtscommissaris

is geweest in Nickerie;

- de Henar - polder is genoemd naar de

vroegere landbouwopzichter, die het

initiatief genomen heeft voor aanleg van

die polder;

Also Longmay and Sawmill Creek are

English. When they began cultivating

rice on a large scale in Nickerie, polders

were developed everywhere. The names

of these polders are for instance:

- Sawmill Creek polder, named after the

existing Sawmill Creek, a place where a

sawmill was. We clearly see the English

influence here;

- Boonacker polder, named after Mr.

Boonacker who was the district commissioner

in Nickerie;

- Henar polder, named after the former

agriculture overseer who took the

initiative to lay out the polder;

- Van Drimmelen polder, west of Nieuw

28

- de Van Drimmelen - polder, ten westen

van Nieuw Nickerie, is genoemd

naar de districtscommissaris en later

agent-generaal voor Immigratie, Corstiaan

van Drimmelen;

- de Corantijn - polder is genoemd naar

de rivier de Corantijn, omdat deze polder

tegen de Corantijnrivier aanligt;

- de Clara - polder is genoemd naar de

echtgenote van commissaris De Rooy

omdat tijdens zijn bewind in Nickerie

deze polder werd aangelegd;

- de Nanni - polder is genoemd naar de

Nanni - kreek;

- de Euro - polder Noord en Euro- Polder

Zuid zijn zo genoemd omdat de aanleg

gefinancierd is door het Europees

Ontwikkelings Fonds;

Nickerie, named after the district commissioner

and later agent general for

immigration, Corstiaan van Drimmelen;

- Corantijn polder, named after the river

Corantijn, because this polder lies

close to the Corantijn River;

- Clara polder, named after the wife of

commissioner De Rooy, because this

polder was laid out during his regime in

Nickerie;

- Nanni polder, named after the Nanni

Creek;

- Euro polder North and Euro polder

South got these names, because they

were financed by the European

Development Fund;

- de Van Petten - polder ten zuiden van

Nieuw Nickerie is genoemd naar commissaris

Van Petten, die omstreeks 1950

in Nickerie districtscommissaris was;

- de Hampton Court - polder wijst ook

duidelijk op de Engelse invloed in dat

district.

Het dorp Wageningen aan de Nickerie -

rivier werd omstreeks 1950 aangelegd.

Het plan was gemaakt door ingenieurs

van Wageningen in Nederland en zij

noemden dit dorp, dit rijstdorp dat ze

stichtten, Wageningen.

In het district Para is ook een aantal

belangrijke plaatsen behalve natuurlijk

de hoofdplaats Onverwacht.

Het Zoetwaterkanaal in Nieuw Nickerie

The Sweetwater Canal in Nieuw Nickerie

- Van Petten polder was named after Mr.

van Petten, who was the district commissioner

of Nickerie around 1950;

- Hampton Court polder also clearly

shows the English influence in that

district. The village Wageningen on

the Nickerie River was built around

1950. Dutch engineers of Wageningen

in Holland made the plan and they

named this village, the rice village

they founded, Wageningen.

Except for the capital Onverwacht, there

are of course some important places in

the Para district.


We vinden er ook nog Zanderij, onze

internationale luchthaven. Zanderij is zo

genoemd, omdat daar grote ritsen van

scherpzand voorkwamen die werden uitgegraven.

Men besloot toen tot de aanleg

van een vliegveld. Die lokatie werd

gekozen, omdat die uitermate geschikt

was voor het doel en niet te veel

investering zou vergen om er een goed

vliegveld aan te leggen. Inmiddels is de

luchthaven vernoemd naar Johan Adolf

Pengel, die een bekend vakbondsleider

is geweest en van 1963 tot 1969 minister

- president van Suriname . Officieel heet

de luchthaven nu dus Johan Adolf

Pengel Luchthaven.

In het district Para vinden we verder de

plaats Republiek aan de Coropina -

We also find Zanderij, our international

airport. Zanderij got this name

because large ridges of masonry sand

were there and those ridges were

quarried. Then the decision was made

to construct an airport. That location

was chosen, because it was extremely

fit for that purpose and did not require

too much investment to construct an

airport there. In the meantime the name

Zanderij airport was changed into

Johan Adolf Pengel Airport after Johan

Adolf Pengel who was the minister president

of Suriname from 1963 till 1969

and also a well-known trade union

leader.

In the Para district we furthermore find

the place Republiek on the Coropina

kreek, een zijrivier van de Pararivier.

Deze plaats was vroeger een militaire

post en later, toen Paramaribo in 1933

waterleiding kreeg, werd het pompstation

van de waterleiding gevestigd te

Republiek. Republiek werd al gauw als

vakantieoord ontdekt door vakantiegangers

die, als het maar enigszins

mogelijk was, de stad ontvluchtten om

een duik te nemen in het heerlijke water

van de Coropinakreek. Bij Republiek

vinden we ook de volgende dorpen:

- Vier Kinderen, waar de katholieken een

statiepost 'Marianella' hadden;

- Bersaba, een belangrijke zendingspost

van de Evangelische Broeder Gemeente.

Bersaba is duidelijk een bijbelse naam,

door de Hernhutters aan die plaats

gegeven;

Creek, a tributary of the Para River.

In the past this place was a militarypost

and later when Paramaribo got waterworks

in 1933, the pumping-station

of the waterworks was placed in

Republiek. This place was soon discovered

by vacationers, who, if at all

possible, ran away from the city to dive

into the fresh water of the Coropina

Creek. Near Republiek we find the

villages

- Vier Kinderen, where the Roman

Catholics used to have a station of the

Cross, “Marianella”;

- Bersaba, an important mission post of

the Moravians. Bersaba clearly is a

biblical name given to that place by the

Moravians;

- Berlijn, a well-known lumber planta-

- Berlijn een bekende houtplantage en

bevolkingsnederzetting, genoemd naar

de gelijknamige plaats in Duitsland;

- Onverdacht, waar de Billiton Maatschappij

bauxietontginningsactiviteiten

heeft ontplooid;

- Smalkalden waar een verwerkingsfabriek

voor bauxiet van de Billiton stond;

- Paranam op de hoek van de Para -

doorsteek en de Surinamerivier. Aan die

plek heeft Paranam zijn naam ook te

danken. De naam is namelijk afgeleid

van 'Para', de rivier, en 'nam' van

Surinam River. De combinatie van die

twee leverde de naam Paranam op;

- Rorac is een belangrijke ontginningsplaats

voor bauxiet geweest aan de

rechteroever van de Surinamerivier. In

de Engelse tijd sprak men van Red Rock

omdat daar het bauxiet al zichtbaar was

vanwege zijn kleur.

Het pompstation van de waterleiding te Republiek.

The pumping-station of the Water Company at Republiek.

tion and population settlement named

after the place of the same name

in Germany;

- Onverdacht, where the Billiton Company

displayed bauxite mining

activities;

- Smalkalden where the processing plant

for bauxite of Billiton was;

- Paranam on the corner of the Paradoorsteek

(Para Canal) and the

Suriname River. Paranam also owes its

name to that spot. For the name was

derived from 'Para' , the river, and 'nam'

from the Surinam River. The combination

of those two gave the name

Paranam;

- Rorac is an important place for the

mining of bauxite on the right bank of

the Suriname River. In the English times

people were talking about Red Rock,

because the bauxite was already visible

there because of its color.

29


- Carolina en Joden Savanna

Joden Savanna is vanaf de tweede helft

van de17 e eeuw een belangrijk centrum

geweest van de Joodse gemeenschap in

Suriname. Daar had ze een synagoge

gebouwd waarvan de ruïnes nog altijd te

zien zijn. Het was een ontmoetingsplaats

van de Joodse gemeenschap bij alle

hoogtijdagen. De Stichting Joden

Savanna heeft momenteel het beheer van

wat er nog over is van de synagoge en de

begraafplaats. Achter Joden Savanna

vinden we het Indianendorp Cassipora,

waarvan de naam Indiaans is. Andere

Indianen - dorpen zijn Powaka, Bigi

Poika en Matta.

- Carolina and Joden Savanna. As of

the second half of the 17 th century,

Joden savanna was an important center

of the Jewish community in Suriname.

They had built a synagogue there, of

which the ruins are still to be seen.

That used to be a meeting place of the

Jewish community on all feast days.

The Joden Savanna Foundation is now

in charge of what is left of the

synagogue and the Jewish cemetery

there. Behind Joden Savanna we find

the Indian village Cassipora,

of which the name is also an Indian

name. Other Indian villages are

Powaka, Bigi Poika, and Matta.

30

Eén van de belangrijke plaatsen in het

district Brokopondo is Kraka, waar de

weg die achter Zanderij langsloopt,

uitkomt op de weg naar Afobaka en

samen als het ware een kraka, een haak,

vormen. Verder vinden we aan de

linkeroever van de Surinamerivier

Phedra, een oude plantage, waar nog

altijd landbouw beoefend wordt. We

vinden er ook Victoria dat niet zo lang

geleden een belangrijke palmolieplantage

is geweest. Door het uitbreken van

de speerrotziekte in de aanplant en door

de binnenlandse oorlog die we gehad

hebben in de jaren '80 is Victoria

helemaal in verval geraakt.

Joden Savanna anno 1865.

Joden Savanna in the year 1865.

One of the important places in

the Brokopondo district is Kraka, where

the road behind Zanderij joins onto

the road to Afobaka and together as it

were, form a kraka (hook).On the left

bank of the Suriname River we

find Phedra, an old plantation where

there is still some farming. We also

find Victoria, which not too long ago

was an important palm oil plantation,

but due to the breaking out of a plant

disease and the war in the interior in

the eighties, Victoria fell into despair.

Baboenhol is een citrusplantage aan de

linkeroever van de Surinamerivier. De

naam Baboenhol is ook weer een voorbeeld

van het noemen van een plantage

naar een dier. De baboen is een aapsoort

in Suriname. In Brokopondo vinden we

ook belangrijke transmigratiedorpen. Na

het onderlopen van het grondgebied

moesten de bewoners daar wegtrekken

en er werden nieuwe woongemeenschappen

gesticht. Eén van de bekendste

en belangrijkste woongemeenschappen

in Brokopondo is Brownsweg, een

belangrijk toeristisch oord gelegen aan

de voet van de Brownsberg. Verder

komen we de dorpen Klaaskreek, Njoe

Lombe en Njoe Koffiekamp tegen.

Baboenhol is a citrus plantation on the

left bank of the Suriname River. The

name Baboenhol again is an example

of naming a plantation after an animal.

For, Baboen is a species of monkeys

in Suriname. In Brokopondo we also find

important transmigration villages.

For, after the inundation of the land,

the people had to move from there

and new communes were established.

One of the best known and most important

communes in Brokopondo is

Brownsweg, an important tourist resort

situated at the foot of the Brownsberg.

Furthermore we have Njoe Lombe

and Njoe Koffiekamp.


Het Indianendorp Apoera aan de Corantijn.

The Indian village Apoera on the Corantijn.

Important places in the Sipaliwini

district are, among others, the places

where the Granmans of the several

Maroon tribes are living. So we have

Langatabbetje, an island in the

Marowijne River where the Granman of

the Paramaccaners has his seat. The

Granman of the Aucaners has his

seat in Drietabbetje on the Tapanahony

River. A Tabbetje is an island and the

name Drie (three) indicates the occurrence

of three islands. So Langa-tabbetje

is a long island in the Marowijne

River. The Granman of the Saramaccaners

resides in Asidonhopo.

De plaats Republiek aan de Coropina,

100 jaar geleden.

The place Republiek on the Coropina,

100 years ago.

Belangrijke plaatsen in het district

Sipaliwini zijn o.a. de plaatsen waar de

granmans van de diverse stammen van

de Marrons wonen. Zo hebben we

Langatabbetje, een eiland in de

Marowijnerivier waar de granman van

de Paramaccaners zetelt. Te Drietabbetje

aan de Tapanahony rivier zetelt de granman

van de Aucaners. Een tabbetje

is een eiland en de 'drie' in de naam

Drietabbetje wijst op het voorkomen

van drie eilanden. Zo weten we dat

Langatabbetje dus een lang eiland in de

Marowijnerivier is. De granman van de

Saramaccaners woont te Asidonopo.

31


Dit betekent letterlijk: 'hij zit en staat

op'. De granman van de Matawai woont

aan de Boven - Saramacca te Posoegroenoe.

In het district Sipaliwini vinden we heel

wat Indiaanse dorpen waaronder

Washabo en Apoera aan de Corantijn -

rivier, Kwamalasamoetoe op de

Sipaliwini savanna en in het oostelijk

deel van Suriname ook nog Anapaike en

Pleike. Langs de Marowijne, de

Tapanahony, de Lawa en langs de

Asidonhopo means 'he is sitting and he

is standing up.' The granman of the

Matawai resides at Poesoegroenoe on

the Boven Saramacca.

In the Sipaliwini district we also find

quite some Indian villages, among

which, Washabo and Apoera on the

Corantijn River, Kwamalasamoetoe in

the Sipaliwini savanna and in the eastern

part of Suriname Anapaike and

Pleike. Along the Marowijne River, the

Tapanahony, the Lawa River, and along

32

Surinamerivier vinden we tal van dorpen

waar nakomelingen van de Marrons

wonen, dorpen die ook hun naam ontlenen

aan de geschiedenis van die

Marrons, dus namen met een Marron -

inslag of gewoon een Sranan - inslag. In

elk geval namen die ook een herinnering

vormen aan de herkomst van deze

mensen uit Afrika.

Wanneer wij de plaatsnamen in

Suriname nagaan dan komen we plaatsen

tegen die hun naam ontlenen aan

Gezicht op het stuwmeer vanaf Brownsberg. Deze berg is genoemd naar de eigenaar van de

goudmijn daar die ook de Brownsweg liet aanleggen.

A view of the lake from Brownsberg. This mountain was named after the owner of the

gold mine there who also had the Brownsweg built..

the Suriname River, we find many

villages where descendants of the

Maroons are living. Villages that also

take their names from the history of the

Maroons, so names with a Maroon slant

or just a Surinam slant. In any case

names that bring back memories

of the descent of these people, of their

origin from Africa.

When we look at the place-names in

Suriname, we find places that take their

names from places in Europe and Asia,

plaatsen uit landen in Europa en Azië,

zoals Nederland, Duitsland, Engeland,

Frankrijk, India, Indonesië, maar ook

typische Sranan namen zoals Bakra

Masanga en Boekoe. Ook vinden we

veel abstracte namen, fantasienamen,

waarbij de mensen bijvoorbeeld hun

verwachtingen tot uitdrukking brengen

of gewoon hun fantasie de vrije loop

laten. Verder zien we plaatsnamen met

een Indiaanse oorsprong, plaatsen die

genoemd zijn naar personen en plaatsen

met een naam van bijbelse afkomst.

such as The Netherlands, Germany,

England, France, India, Indonesia, but

also typical Surinam names like Bakra

Masanga and Boekoe. There are also

many abstract names in which people

indicate for instance their expectations

or just give their fantasy free rein.

Furthermore we see names of Indian origin,

place-names named after persons,

and place-names named after

biblical places.

More magazines by this user
Similar magazines