Jaarverslag

portal.inos.nl
  • No tags were found...

download Jaarverslag 2009 - Dyade

Jaarverslag2009jaarverslag 2009 1


Jaarverslag2009Inos stelt zich voorDe naam INOS is afgeleid van de begrippen INnovatie en sophOS dat wijsheidbetekent.Wie wij zijnINOS is een vernieuwende, ambitieuze stichting voor Katholiek Onderwijs in de gemeente Breda(Breda, Effen, Prinsenbeek, Teteringen en Ulvenhout).INOS kent 26 basisscholen, 2 scholen voor Speciaal Basisonderwijs en 3 scholen voor SpeciaalOnderwijs (REC 3).Ruim 1300 medewerkers verzorgen onderwijs aan 10.500 leerlingen. De organisatie wordt aangestuurddoor een College van Bestuur en ondersteund door een eigen bestuursbureau.De Raad van Toezicht is werkgever, klankbord, adviseur van het College van Bestuur en heefteen toetsende functie. De Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) toetst het bovenschoolsbeleid. De GMR heeft instemming- of adviesrecht en fungeert als volwaardige gesprekspartneren klankbord voor het College van Bestuur.Hier staan wij voorINOS vindt het van belang de leerlingen een uitdagende leeromgeving te bieden, voor zover mogelijkop scholen die verankerd zijn in de eigen wijk. ‘Leren tot leven brengen’ en ‘partnerschapmet de omgeving’ zijn de uitgangspunten voor de ontwikkeling van INOS en haar scholen.INOS heeft haar visie en missie samengevat in vier kernwaarden: verbindend, ambitieus,resultaatgericht en omgevingsbewust. Zij vormen de terugkerende boodschap in de interne enexterne communicatie en brengen alles wat INOS medewerkers doen in verband met de basis,zoals deze in visie en missie is vervat.


1Inleiding1.1INOS in 2009Het jaar 2009 is een jaar geweest waarin het relatief nog jonge INOS een grote stap heeft gezet op weg naar volle bloei. Uitvele ontwikkelingen straalt het groeiende zelfvertrouwen. Daarbij wordt niet altijd gekozen voor de veilige weg en wordtzoveel mogelijk in openheid en transparantie gewerkt.Zo is in 2009 een tussenevaluatie van de INOS-ontwikkeling naar zelfverantwoordelijkheid gehouden. Deze evaluatie isin een boekje uitgegeven en breed verspreid onder de titel ‘Naar zelfverantwoordelijkheid binnen de INOS-scholen’. Debelangrijkste conclusies zijn dat er een omslagpunt is bereikt in acceptatie en enthousiasme, dat aanvankelijke weerstandis omgebogen, dat vooral de implementatie van de rol van teamcoördinator veel stof tot spreken geeft en dat er nog verdergewerkt moet worden aan de vervolmaking van de zelfverantwoordelijkheid binnen INOS.Daarnaast is er in 2009 fors geïnvesteerd in de opbouw van de organisatie ten gunste van de ruimte voor de zelfverantwoordelijketeams. Zo heeft een grote inhaalslag plaatsgevonden in achterstallig onderhoud aan de schoolgebouwen. Er is veelgeïnvesteerd in innovaties als het hoogbegaafdheidsproject Eureka! en opbrengstgericht onderwijs door middel van Lerenvan Data. Er zijn honderdvijftig digiborden aangeschaft en er is flink geïnvesteerd in het realiseren van voldoende bezettingop elke school voor conciërges en administratieve krachten.Ook in de verbetering van de communicatie met onze medewerkers zijn cruciale stappen gezet. Zo heeft elke medewerkerin 2009 een e-mailadres van INOS gekregen. Daarmee is de portal sterk gegroeid als communicatie- en samenwerkplatform.Ook is in 2009 het personeelsblad DIGINOS meer tot leven gekomen en heeft een zeer succesvolle onderwijsdag plaatsgevondenwaarbij medewerkers aan elkaar de pareltjes van hun onderwijs hebben laten zien.Meer toekomstgericht zijn enkele belangrijke ontwikkelingen in 2009 gestart. Denk daarbij aan de INOS-academie als toekomstigbrandpunt van de professionele ontwikkeling van onze medewerkers. Ook de introductie van de rol van Directeurin Opleiding als kweekvijver voor toekomstig leidinggevenden en de oprichting van OOK (Optimale Onderwijs Kans) alsregionaal bestuurlijk netwerk voor Passend Onderwijs zijn hier het noemen waard. Tenslotte is een start gemaakt met hetopzetten van een eigen vervangingsorganisatie onder de naam Matchpoint.De resultaten van deze inspanningen worden zichtbaar. In 2009 is het aantal scholen met een verscherpt toezichtarrangementdoor de onderwijsinspectie teruggelopen van vijf scholen naar één school. Naar verwachting zal in 2010 ook dezelaatste school het basisarrangement toegekend krijgen. Een ander zichtbaar resultaat van de transparante werkwijze is hetfeit dat veel positieve reacties zijn ontvangen op de publicaties van het Jaarverslag 2008 en het boekje over de tussenevaluatie.Dit heeft zelfs geleid tot enkele eervolle nominaties voor prijzen in landelijke projecten: Verantwoording van klasse(n)en de Leerkrachtaanzet Award.4 jaarverslag 2009


Het jaarverslag dat voor u ligt staat niet op zichzelf. Het is de weergave van een tussenstap in de ontwikkeling die INOSdoormaakt. Het verhaal van de organisatie. Vanuit die gedachte is er op diverse momenten voor gekozen de tekst te beginnenin 2008 (of eerder) en te laten eindigen met een vooruitblik naar de toekomst. Daarnaast vervult dit jaarverslag eeninterne en een externe rol. Intern vormt het jaarverslag het sluitstuk van een jaar beleidsvoering. Daarom is de indeling gekoppeldaan de wijze waarop INOS intern haar inhoudelijke planning- en controlcyclus heeft ingericht. De externe rol is dievan horizontale dialoog en publieke verantwoording. Vandaar dat gekozen is voor een brede doelgroep. Sommigen daarvankennen INOS goed. Zij zullen soms bekende informatie aantreffen. Voor anderen is dit document een eerste kennismaking.Vandaar dat soms gekozen is voor een uitgebreidere toelichting en informatieverstrekking.Wij nodigen u uit de details over alles wat hierboven genoemd is, te lezen in dit jaarverslag. Wederom geldt dat dit jaarverslagbreed wordt verspreid onder scholen, medezeggenschapsraden, ouders en vele partners. Daarbij nodigen wij u uit totgesprek en feedback. Daarmee sterkt u ons in de realisatie van onze missie op alle niveaus: INOS brengt leren tot leven.Wim KaizerVoorzitter College van Bestuurfrank van Eschlid College van Bestuurjaarverslag 2009 5


Algemene reflectie op 2009INOS is goedin bewegingVan onze correspondentIn zijn evaluatie van het afgelopenjaar, reikt Wim Kaizer spontaan hetvolgens hem alles overkoepelendethema aan. “2009 was een jaarwaarin heel veel ontwikkelingenhebben plaatsgevonden binnenINOS. De meeste zijn heel perspectiefvol.Voor mij toont het aandat INOS ‘goed in beweging’ is, indubbel opzicht. We zijn samen onzeambitieuze missie en visie voortvarendaan het uitvoeren. En dat doenwe ook nog eens heel goed”, steltde voorzitter van het College vanBestuur.AmbitieusHet kost Wim Kaizer weinig moeiteom zijn uiterst positieve constateringmet vele voorbeelden te illustreren.“Om te beginnen onze visie zelf. Diewordt ook door velen buiten INOS alsbehoorlijk gedurfd beoordeeld. Wehebben ervoor gekozen om onze scholensterk te maken voor de toekomst,in een sterk veranderende samenleving.Organisatorisch met zelfverantwoordelijketeams, met veel ruimeretaken voor directieleden, met het erbijbetrekken van de omgeving van deschool, en de samenwerking met nietschoolsepartners. En niet te vergetenonze opvatting om ‘de leerkracht zijnof haar vak weer terug te geven, maarwel met de deur open’. INOS maakt erveel werk van om het speelveld voor deonderwijsmensen groter en flexibelerte maken. Essentieel daarbij is dat devernieuwingsbeweging uit het teamzelf komt.”Ook de rol van de directeuren is flinkveranderd. “Zij zijn de persoonlijkeen professionele leiders die de kadersaangeven op onderwijskundig enorganisatorisch gebied. Verder onderhoudenze de contacten met de buurten de externe partners. Om dit voorelkaar te krijgen hebben we het aantaldirecteuren flink teruggebracht, henvan plek laten veranderen en professionaliseringgestart.Na aanvankelijke weerstand blijkt nudat de grote meerderheid deze movepositief ervaart. Tegelijk zijn we metLees verder op volgende paginajaarverslag 2009 6


Vervolg vorige paginaeen talentenpool en met directeurenin opleiding gestart. Dat is investeringin de toekomst van INOS.”Veel gerealiseerdHalverwege de periode van hetStrategisch Beleidsplan heeft INOSeen tussenevaluatie gehouden. “Uitdie ‘review’ is gebleken dat we al veelactiepunten hebben gerealiseerd envoorlopen. Wat je merkt is dat eengrote organisatie als INOS veel werkuit handen neemt van de individuelescholen. Vergeet niet dat die andersook méér administratief en andertijdrovend werk zouden moeten doendat we nu met een beperkte overheadop het bestuursbureau verrichten.Bovendien kunnen scholen nu elkaarsproblemen oplossen. Als de ene schoolbijvoorbeeld kleiner wordt, kan hetpersoneel op een andere INOS-schoolterecht.”Wim Kaizer onderstreept dat de INOSattitudeom te blijven bewegen in dezetijd van groot belang is. “Door dieinstelling hoeven we minder bang tezijn voor wat de toekomst brengt. Wezijn immers gewend om ons flexibel opte stellen. Alleen al daardoor zijn weerin geslaagd om binnen één schooljaarvan een paar zwakke scholenweer kwalitatief voldoende scholen temaken. Die gezamenlijke investeringheeft goed gerendeerd.” Als laatstebelangrijke beweging noemt hij de focusnaar buiten. “INOS heeft een sterkimago ontwikkeld van voortrekker envernieuwer. Dat blijkt bijvoorbeeld bijPassend Onderwijs waarbij we nauwsamenwerken met andere schoolbesturen.We kunnen de toekomst aan!”jaarverslag 2009 7


1.2De kernboodschapIn het najaar van 2008 zijn de beleidsrichtingen van INOS samengevat in een kernboodschap. Daarin zijn de missie en visievan INOS, alsmede de vier kernwaarden verbindend, ambitieus, resultaatgericht en omgevingsbewust verwoord. INOS willeerlingen een uitdagende leeromgeving bieden op scholen die verankerd zijn in de eigen wijk. ‘Leren tot leven brengen’ en‘Partnerschap met de omgeving’ zijn belangrijke uitgangspunten voor de ontwikkeling van onze scholen.De kernboodschap wordt sinds januari 2009 standaard in alle communicatie-uitingen gebruikt, zowel integraal als inafgeleide vorm. Voorbeelden hiervan, die mede de naamsbekendheid van de organisatie vergroten, zijn: het Beterboek voorkinderen die tijdelijk in het Amphia-ziekenhuis zijn opgenomen; het jeugdmagazine Chatime voor de groepen 5 t/m 8 vanalle basisscholen in Breda; de Stadsgids van de Gemeente Breda; personeelsadvertenties.1.3Tussenevaluatie INOS-ontwikkeling in 2009INOS is als groot schoolbestuur voor het Primair Onderwijs (Basisonderwijs, Speciaal Basisonderwijs en Speciaal Onderwijsc.q. REC-scholen) in 2007 een ambitieus ontwikkelingstraject ingegaan. Dit traject is gericht op de implementatie vande Strategische Beleidsnota’s ‘Leren en organiseren’ en ‘Missie en Visie’. INOS heeft bij de invoering van deze twee notitiesgekozen voor externe begeleiding in de vorm van een scholings- en ontwikkelingstraject voor directeuren in een nieuwe rol,voor teamcoördinatoren en voor zelfverantwoordelijke teams.In 2009 heeft een belangrijke tussenstap in dit meerjaren ontwikkelingstraject plaatsgevonden. Er is vanuit verschillendeperspectieven een tussenevaluatie uitgevoerd. Zo is er een literatuuronderzoek uitgevoerd naar het concept van zelfverantwoordelijkheidin het onderwijs. Ook is door extern deskundigen op de INOS-ontwikkeling gereflecteerd in de vorm van eenvalidering. Ten slotte is er door INOS zelf geëvalueerd in de vorm van een review.LiteratuuronderzoekEdux heeft toonaangevende literatuur onderzocht over zelfverantwoordelijke teams op het gebied van de organisatiekundeen onderwijs. Daarbij is gekeken naar thema’s als zelfverantwoordelijkheid, sturing, samenwerken en gedrag in teams enbehoeften in het onderwijs. Hierbij zijn referenties gebruikt van De Hay Groep, Marzano, Mathieu Weggeman, Van Amelsfoort/Kuitenbrouwer,Mastenbroek, Covey, en Visser/Cauffman. De conclusie uit dit onderzoek luidt dat het werken metzelfverantwoordelijke teams zeker aan te bevelen is voor het onderwijs, op voorwaarde dat er voldoende aandacht besteedwordt aan passende sturing.ValideringTwee onafhankelijk externe deskundigen in organisatieontwikkeling binnen een onderwijsomgeving hebben het ontwikkeldebeleid binnen INOS beoordeeld in het licht van de oorspronkelijke geformuleerde doelen in ‘Leren en organiseren’ en‘Missie en Visie’. Ze hebben diepgravende feedback gegeven op alle niveaus van de organisatie. Van College van Bestuur tothet leren in de klas en de rol die zelfverantwoordelijkheid daarin speelt. Zonder afbreuk te willen doen aan alle nuanceringenuit deze validering, is de belangrijkste conclusie weer te geven als: “Blijf benadrukken dat de beleidsmatige ontwikkelingdie INOS doormaakt, past in de lijn die enkele jaren geleden is ingezet.” Dit is van belang om iedereen ervan bewust temaken dat nieuw beleid niet op zich staat, maar in samenhang moet worden gezien.8 jaarverslag 2009


2 DEEL A: INHOUD IN VERBINDINGOnderwijskundigeontwikkelingen2.1Innovaties binnen INOSINOS ziet zichzelf als lerende organisatie en stimuleert innovatie als middel om beweging en vernieuwing te creëren diebijdragen aan onze doelstellingen. Sinds 2007 is daartoe een eigen innovatiebudget gereserveerd voor onze scholen. Ook in2009 zijn deze gelden besteed aan zowel schoolse als bovenschoolse innovatieprojecten.Daarnaast zijn externe financieringsbronnen ingezet om tot vernieuwing en verbetering te komen.INOS heeft in 2009 haar innovatiebeleid herijkt, omdat er onduidelijkheid bestond over de criteria waarop de projectenwerden beoordeeld. Daarnaast was er behoefte aan meer borging binnen de organisatie en verbinding met andere ontwikkelingenbinnen INOS om het rendement van de innovaties te vergroten. Daarnaast bestond de wens om de deelname aanlandelijke innovatieprojecten te intensiveren.Innovaties op scholenIn 2009 was er voor innovatieprojecten € 300.000 beschikbaar. Er zijn innovatieprojecten gefinancierd op de thema’s:techniek, ontwikkeling leeslaboratorium dyslexie in het SBO, verbetering van reken- en geschiedenisonderwijs, coöperatiefleren, communicatie en Passend Onderwijs. In totaal is er dertien keer een aanvraag ingediend door een school. Op basisvan de vernieuwde criteria zijn er vijf aanvragen afgewezen. Een aantal daarvan heeft toch doorgang gevonden en is vanuitandere budgetten is gefinancierd. Een deel van de goedgekeurde projecten loopt nog door in 2010.Verder is er gebruik gemaakt van externe financieringsbronnen. Zo loopt er een monitor Rekenverbetertraject op KBS DeGriffioen en De Liduinaschool voor Speciaal Onderwijs, die wordt gesubsidieerd en ondersteund vanuit de PO-Raad.Een volgend voorbeeld van innovatie met externe financiering is de Taalpilot van de gezamenlijke Onyx-scholen: verbeteringvan het taalniveau van leerlingen op een aantal scholen die tevens onderwijskansenschool zijn. Vanuit INOS zijn dit KBSDe Wisselaar, KBS De Watervlinder, KBS Hagehorst, KBS De Weerijs, KBS De Keysersmolen, KBS De Boomgaard en KBS DeLiniedoorn. Dit gebeurt door uitwisseling tussen de scholen, het opstellen van een taalbeleidsplan per school en monitoringvan de resultaten. Het project loopt nog door in 2010.Innovaties op stichtingsniveauDaarnaast heeft INOS op stichtingsniveau diverse projecten geïnitieerd en gefinancierd. Ook is er gebruik gemaakt vanexterne financieringsbronnen. Zo zijn er verschillende subsidies vanuit de PO-Raad toegekend.De volgende thema’s en projecten liepen in 2009:• Leren van Data: in 2009 is dit project voor een negental scholen van start gegaan. In 2010 krijgt het een vervolg opvijftien andere INOS-scholen.• Versterking Opbrengstgericht werken: dit project voor bestuur en management heeft tot doel het opbrengstgerichtdenken binnen scholen te versterken en heeft een relatie met het project Leren van Data. Het loopt door tot 2012.• Opleiden in de school: bij dit door het ministerie gefinancierde project werken verschillende schoolbesturen samenmet de Pabo om leraren in de scholen op te leiden.10 jaarverslag 2009


Andere bovenschools door INOS gefinancierde innovatieprojecten zijn:• Ontwikkeling van de TOPClass: Pabo-specialisatie ten bate van de REC/SO-scholen• Talentenpool INOS-kader• Bovenschoolse stagecoördinatie• Vervolg opleidingstraject directeuren, teamcoördinatoren en zelfverantwoordelijke teams• Matchpoint vervangingsorganisatie• ICT-plan INOS• Passend Onderwijs en regionale bestuurlijke samenwerking binnen het Primair enVoortgezet Onderwijs (netwerk Passend Onderwijs OOK)• Eureka!, project Hoogbegaafdheid• Inhaalslag onderhoud gebouwen• Inhaalslag onderwijshuisvesting• Onderwijshuisvesting en Buitenschoolse Opvang (BSO)• Strategisch Huisvestingsplan• Integrale kwaliteitszorg / managementinformatiesysteem• Communicatiebeleid• Ondersteuning kwaliteit achterblijvers• Integraal personeelsbeleid• Project IdentiteitIn 2009 heeft INOS weer een Onderwijsdag georganiseerd voor al haar medewerkers. Evenals een feestelijke tentoonstellingvan kinderkunst van leerlingen van alle INOS-scholen ter gelegenheid van de ingebruikname van het nieuwe bestuursbureauin de gerenoveerde Anna-kerk.jaarverslag 2009 11


2.2De INOS-academieIn het Strategisch Beleidsplan 2008-2010 wordt de wenselijkheid van het oprichten van de INOS-academie vermeld. Deambities van INOS vereisen intensieve scholing voor de medewerkers. Ook recente ontwikkelingen in het onderwijs, zoalsPassend Onderwijs, leiden tot de noodzaak om leraren in de gelegenheid te stellen nieuwe competenties te verwerven ofbestaande te verbeteren.In 2009 heeft de opzet van de INOS-academie vorm gekregen. De doelstellingen, de doelgroepen, de werkwijze en de verschijningsvormvan de INOS-academie zijn eind 2009 in een beleidsdocument vastgelegd. Zo komt er een talentenpool vancollega’s die op een bepaald terrein bij uitstek deskundig zijn en hierdoor andere collega’s kunnen ondersteunen. Ook komter een kennisbank op de INOS-portal beschikbaar, die door vakspecialisten actueel gehouden wordt. Verder neemt de academiede regie over alle ontwikkel- en opleidingsactiviteiten binnen onze organisatie. Zo kunnen scholen bij het maken vanhun opleidingsplannen via de INOS-academie profiteren van ervaringen die bij andere scholen zijn opgedaan met institutenen opleiders.Een in het oog springend onderdeel van de INOS-academie is het project ‘Opleiden in de school’. Gesprekken met de Pabovan Avans Hogeschool hebben uiteindelijk geleid tot een aanvraag voor het Keurmerk Opleiden in de school, samen met dePabo van Avans Hogeschool, de Lowys Perquinstichting uit Bergen op Zoom en KPO Roosendaal. Na een intensieve accreditatiekwam eind december 2009 het bericht dat het Keurmerk was toegekend. Daarmee kan INOS zes jaar werken aan deopleiding van nieuwe collega’s, in nauwe samenwerking met bovengenoemde partners.Daarnaast is in samenwerking met de Pabo van Avans Hogeschool, KPO Roosendaal (basisonderwijs) en Het Driespan (REC-4) is in 2009 een start gemaakt met de zogenaamde TOPClass. Hierin worden Pabo-studenten parallel aan de regulierePabo-opleiding opgeleid in het omgaan met gedragsproblemen in SBO- en REC-scholen (cluster 3 en 4). Begin 2009 heeft deopbouw van het programma plaatsgevonden en de werving van deelnemende studenten. Uit tweeënnegentig geïnteresseerdenis, na voorlichting en intensieve selectie, een groep van vijfentwintig studenten gestart. Binnen de REC-3 scholen vanINOS heeft een leerteam van studenten haar stageperiode doorgebracht. Specialisten van INOS worden betrokken bij onderdelenvan het lesprogramma. Ook in het komende schooljaar zullen de REC-scholen van INOS studenten van de TOPClasseen stageplaats bieden en intensief begeleiden.Vanzelfsprekend loopt de begeleiding van stagiaires op alle niveaus binnen de INOS-scholen ook in 2009 door. Het professionelenetwerk van stagecoaches binnen INOS heeft in 2009 een kleine tweehonderd reguliere Pabo-studenten op onzescholen begeleid. Dit netwerk wordt aangestuurd door twee eigen bovenschoolse stagecoördinatoren.In april 2009 zijn vierendertig diploma’s voor bewegingsonderwijs uitgereikt tijdens een feestelijke bijeenkomst in het bestuursbureauANNAstede. Hiermee is een flinke stap gezet in het wegwerken van een tekort van gediplomeerdeleerkrachten met een bevoegdheid voor bewegingsonderwijs.12 jaarverslag 2009


Jaarverslag


InformatiecanonGezien haar ervaringen met opbrengstgericht werken is INOS benaderd om deel te nemen aan een landelijk project om te komentot een informatiecanon voor scholen, schoolbesturen en raden van toezicht. Dit extern onderzoek wordt gefinancierddoor de PO-Raad.Het onderzoek resulteert in 2010 in een zogenoemde ‘Informatiecanon’ voor besturen in het PO, waarin op een handzamewijze beschreven is welke informatiestromen en welke interventies van belang zijn in het versterken van de onderwijsopbrengstop alle niveaus van de organisatie. Op deze wijze wordt een duurzame impuls gegeven aan de verhoging van dekwaliteit en de organisatieontwikkeling.3.2Leren van DataIn het schooljaar 2008-2009 is het project ‘Leren van Data’ gestart. INOS-scholen maken hierbij een zelfevaluatie op basisvan de opbrengsten van het onderwijs. Met de directeuren en Interne Begeleiders (IB’ers) is nagedacht over de leerlingopbrengstenen de mogelijkheid om deze te verbeteren.Na een positief verlopen traject waaraan elf INOS-basisscholen hebben deelgenomen, is in het schooljaar 2009-2010 ‘Lerenvan Data 2’ gestart voor de vijftien overige basisscholen. Na afronding hiervan in juni 2010 volgt voor alle 26 basisscholeneen verdiepingstraject, waarin gekeken wordt hoe je kunt sturen op leerkrachtgedrag. De werkwijze wordt verder vertaaldnaar de werkvloer.Het project kent de volgende doelstellingen:1. Scholen, directeuren en IB’ers leren om aan de hand van de nu beschikbare resultaten te zien wat goed gaat enwat beter kan op leerling-, groeps- en schoolniveau.2. IB’ers opleiden voor hun rol als aanjager in dit proces van analyse en verbetering.3. De resultaten van taal en rekenen op de INOS-scholen verbeteren.4. Het College van Bestuur een overzicht bieden van de resultaten, zodat het beter zicht heeft op de kwaliteit vande scholen.5. Scholen en directeuren leren zich te verantwoorden aan de hand van leerlingenresultaten.6. Alle INOS-scholen hebben een uniforme systematiek om elkaar te kunnen aanspreken op de behaalde resultaten,wat uiteindelijk tot kwaliteitsverbetering leidt.Opbrengsten:• Alle deelnemers vinden de resultaten dermate belangrijk voor het opbrengstgericht werken van hun school dat eenverdiepende voortzetting van het project meer dan gewenst is. Het accent zal liggen op het betrekken van degroepsleraren bij deze ontwikkeling.• De deelnemende scholen hebben aan de hand van een aangereikt model een zelfevaluatie ‘leerlingenresultaten’gemaakt.• Alle 26 INOS-basisscholen hebben op dezelfde wijze hun resultaten leren analyseren en geleerd trendanalyseste maken.jaarverslag 2009 15


Opbrengstgericht werkenIn de digitale spiegelleren kijken om erbeter van te wordenVan onze correspondentDe Intern Begeleiders (IB’ers) zijnde spil tussen kinderen, leerkrachten,directie en ouders. Naast hetorganiseren van de zorgverbredingbieden zij steun aan collega-leerkrachten.Bijvoorbeeld bij het lerenomgaan met het leerlingvolgsysteemdat vorderingen en problemen bijleerlingen systematisch signaleert.IB’ers Ans Gijzen en Helma de Graafervaren op kbs Kievitsloop dat‘Leren van Data’ niets minder is danin de (digitale) spiegel durven tekijken. Om er beter van te worden.Opbrengstgericht werkenAl enige tijd denken directeuren enIB’ers na over de mogelijkheid omleerlingopbrengsten te verbeteren. Datheeft geresulteerd in het project ‘Lerenvan Data’ dat in schooljaar 2008-2009van start is gegaan. INOS-scholenmaken een zelfevaluatie op basis vande opbrengsten van hun onderwijs. Directeuren,leerkrachten en IB’ers lerenzo om de resultaten te beoordelen opwat goed gaat en wat beter kan. “Datgebeurt op leerling-, groeps- en schoolniveau”,legt Ans uit.“De pilot bleek een succes”, vult Helmaaan: “Veel leerkrachten hebben cijfersleren analyseren en ervaren dat hunresultaten belangrijk zijn voor het opbrengstgerichtwerken van de school.Met behulp van CITO-gegevens kunje grafieken en trendanalyses maken.Zo krijg je een duidelijk beeld van deopbrengsten van je onderwijs.”Verspreiding en verdiepingDe bedoeling is om het leren van dataop alle INOS-scholen te laten plaats-Lees verder op volgende paginajaarverslag 2009 16


Vervolg vorige paginavinden. Ans: “Na de positieve pilot metelf basisscholen is dit schooljaar ‘Lerenvan Data 2’ gestart op de vijftienoverige basisscholen. Daarna volgt eenverdiepingstraject. Op kbs Kievitsloopwillen we de leerkrachten bewustmaken van de effecten van hun onderwijs.Wat kun je er als leerkracht aandoen om de resultaten te verbeteren?”“Belangrijk is om dit proces met zoveelmogelijk collega’s mee te maken”, weetHelma. “Aanvankelijk lijkt het niet zoaantrekkelijk om geconfronteerd teworden met harde gegevens, zeker alsze minder positief zijn. Het is echtergeen functioneringsinstrument , maareen ‘leerprocessor’. De ervaring leertdat mensen het prettig vinden omsamen te bekijken waar resultatenachterblijven en wat men er aan kandoen”.Een illustratief voorbeeld betreft dewerkwoordspelling. “Ons viel vorigjaar op dat dit taalonderdeel niet naarwens ging op onze school. De trendanalysegaf een duidelijk neerwaartssignaal. Vervolgens zijn de groepsleerkrachtenaan de slag gegaan omin de tweede helft van het schooljaarmet gerichte aandacht het tij te keren.Bij de volgende CITO-toets waren deresultaten van onder gemiddeld gestegennaar ver boven gemiddeld. Lerenvan data is dus zeker geen bedreigingmaar een verrijking. De leerlingen ende leerkrachten worden er beter van.Daar kan niemand in het onderwijstegen zijn, toch?”jaarverslag 2009 17


De meerderheid van de INOS-scholen heeft de afgelopen drie jaar voldoende of goed gescoord op de CITO Eindtoets. Eenklein aantal scholen heeft in sommige jaren een onvoldoende resultaat behaald.Naar aanleiding van deze resultaten heeft INOS ook in 2009 verschillende maatregelen genomen om de resultaten nogverder te verbeteren:• Het ontwikkelen van een managementinformatiesysteem, waarin ook een signaleringssysteem zit dat ineen vroegtijdig stadium leerachterstanden opspoort.• Het opstellen van verbeteringsplannen.• Het vaststellen van een basisniveau voor elke school.• Het project ‘Leren van Data’, waarbij scholen zich leren bekwamen in het analyseren van de resultaten vanhet gegeven onderwijs.• Extra investeren in en extra ondersteuning leveren aan de enkele nog zwakkere scholen, zodat deze met behulpvan een gericht plan van aanpak erin slagen de resultaten aanzienlijk te verbeteren.3.4Leerlingenadministratie en leerlingvolgsysteemIn de projectopdracht van de werkgroep is gesproken over een te ontwikkelen ‘dashboard’. Met een webbased, centraalleerlingenadministratie- (LAS) en leerlingvolgsysteem (LVS) komt op een eenvoudige manier een belangrijk deel van deinputdata voor het dashboard beschikbaar.Na het opstellen van selectiecriteria zijn er drie bedrijven uitgenodigd om een presentatie te geven. Vervolgens is een kleinedelegatie op bezoek gegaan naar scholen/besturen om de werking in de praktijk te zien. Uiteindelijk is in 2009 de keuzevoor een van de aanbieders gemaakt en de implementatie voorbereid.Vanaf januari 2010 gaan vijf groepen basisscholen eerst met het LAS-gedeelte en vervolgens vanaf maart met LVS-gedeeltewerken. Aansluitend aan de migratie is er scholing voor administratieve krachten, daarna voor directies en IB-ers, en vervolgensvoor de teams op de eigen school.Inmiddels is bekend dat ook de twee SBO-scholen zullen migreren naar dit systeem. Voor de REC-scholen onderzoekt mennog of het systeem ook voor deze specifieke categorie geschikt gemaakt kan worden.3.5LeerlingenaantallenIn 2009 bezochten in totaal 10.441 leerlingen een INOS-school tegen 10.428 leerlingen in 2008, 10.238 in 2007 en 10.295in 2006. Een lichte stijging dus.In 2009 zaten op de reguliere basisscholen van INOS 9.020 leerlingen; in het Speciaal (Basis) Onderwijs 1.421 leerlingen.Reguliere basisscholen SBO en (V)SO INOS totaal1 okt 2006 8.843 1.452 10.2951 okt 2007 8.800 1.438 10.2381 okt 2008 8.998 1.430 10.4281 okt 2009 9.020 1.421 10.44120 jaarverslag 2009


Het totaal aantal leerlingen per onderwijsvorm binnen INOS is als volgt verdeeld:Soort onderwijs 08/09 % 09/10 % verschil %Speciaal Onderwijs (V)SO 856 8,2% 868 8,3% +12 +0,1%Speciaal Basisonderwijs SBO 574 5,5% 553 5,3% -21 - 0,2%Basisonderwijs 8.998 86,3% 9.020 86,4% +22 +0,2%Totaal INOs 10.428 100,0% 10.441 100,0% +13 +0,1%Het totaal aantal leerlingen is licht gestegen. Een daling doet zich voor in het Speciaal Basisonderwijs; in het Speciaal Onderwijsen het regulier Basisonderwijs stijgen de leerlingaantallen.De reguliere basisscholenOnderstaande grafiek geeft de ontwikkeling van het leerlingenaantal per school gedurende de laatste vier jaren weer. Devolgorde wordt bepaald door de omvang van het leerlingenaantal in 2009.1000900800700Aantal leerlingen6005004003002001000De GriffioenDe ZandbergDe BoomgaardSinte MaerteWeilustJohn F. KennedyPetrus en PaulusSt. JosephHelder CamaraDe Eerste RithJacintaDe HorizonKievitsloopDe DriezwingDe WegwijzerDe WerftDe SpoorzoekerDe RosmolenHagehorstDe WisselaarDe BurchtgaardeDe KeysersmolenDe Liniedoorn‘t KievitsnestDe WeerijsEffen06/07 07/08 08/0909/10In totaal tonen acht van de zesentwintig reguliere basisscholen een stijgende lijn (stijging van meer dan 5%) in leerlingenaantalten opzichte van 2006. Negen scholen laten een daling van meer dan 5% zien en negen scholen bleven min of meerstabiel.De grootste stijgers ten opzichte van 2006 zijn KBS De Boomgaard, KBS De Griffioen, KBS De Eerste Rith, KBS Petrus enPaulus, KBS Sinte Maerte, KBS De Spoorzoeker, KBS St. Joseph en KBS De Zandberg. Bij de stijgers valt de toename van hetleerlingenaantal op de basisscholen KBS Sinte Maerte (van 451 in 2006 naar 586 in 2009) en KBS De Spoorzoeker (van 177in 2006 naar 216 in 2009) het meest op.De grootste dalers in deze periode zijn KBS De Burchtgaarde, KBS De Liniedoorn, KBS De Werft, KBS De Driezwing, KBSHagehorst, KBS Kievitsloop, KBS De Rosmolen, KBS De Weerijs en KBS De Wisselaar. Bij deze scholen valt de wel heel forseafname van het leerlingenaantal op KBS Kievitsloop (van 488 in 2006 naar 344 in 2009), KBS De Burchtgaarde (van 205 in2006 naar 158 in 2009) en KBS De Werft (van 273 in 2006 naar 220 in 2009) op. De scholen met dalende leerlingenaantallenhebben extra aandacht vanuit het College van Bestuur, zowel wat betreft het onderwijskundige profiel als de wijzewaarop ze hun public relations verzorgen.jaarverslag 2009 21


In situaties waarin sommige scholen groeien en andere krimpen, kan dankzij de bestuursaanstelling van de INOS-medewerkersde werkgelegenheid tot op heden worden gegarandeerd. Hieruit blijkt een voordeel van de schaalgrootte in de praktijk.Scholen voor Speciaal Basis Onderwijs en Speciaal OnderwijsOnderstaande grafiek geeft de ontwikkeling van het leerlingenaantal van de INOS-scholen voor Speciaal (Basis) Onderwijsgedurende de laatste vier jaren weer.600500400Aantal leerlingen3002001000LiduinaschoolSBO De LeyeSBO WesterhageMytylschool De SchalmOpenluchtschool06/07 07/08 08/09 09/10Mytylschool De Schalm laat een duidelijke stijging zien (van 170 leerlingen in 2006 naar 210 leerlingen in 2009), de anderescholen kennen ten opzichte van oktober 2006 een daling in leerlingaantal. Met name Openluchtschool Breda (van 154leerlingen in 2006 naar 135 in 2009) en SBO Westerhage (van 279 leerlingen in 2006 naar 246 in 2009) vallen hierin op.De daling in de leerlingenaantallen zijn gedeeltelijk te verklaren door de verdere professionele ontwikkeling van basisscholenwaardoor minder leerlingen naar het SBO zijn verwezen en door de aanscherping van de indicatiecriteria voor de RECscholen.Ook deze scholen en ontwikkelingen krijgen op verschillende manieren aandacht vanuit het College van Bestuur.Relatieve cijfersHet totaal aantal leerlingen op reguliere basisscholen in de gemeente Breda is licht gestegen: van 15.270 leerlingen op1 oktober 2008 naar 15.383 leerlingen op 1 oktober 2009. Het aantal leerlingen binnen INOS is in absoluut opzicht gestegenmet 22 leerlingen. In relatief opzicht - ten opzichte van de andere lokale schoolbesturen - is het marktaandeel van INOSongeveer gelijk gebleven. In onderstaande tabel is dit in cijfers uitgedrukt.22 jaarverslag 2009


Schoolbestuur 2008 marktaandeel 2009 marktaandeel verschil %INOS (Regulier onderwijs) 8.998 58,9% 9.020 58,6% +22 +0,2%Markant Openbaar onderwijs 2.081 13,6% 2.135 13,9% +54 +2,5%Stichting Nutsscholen Breda 1.737 11,4% 1.726 11,2% -11 -0,6%SKO Ginneken 787 5,2% 829 5,4% +42 +5,1%PCPO Midden-Brabant 707 4,6% 713 4,6% +6 +0,8%SKO Het Groene Lint 490 3,2% 510 3,3% +20 +3,9%Stichting Vrije School Breda 328 2,1% 298 1,9% -30 -10,1%SIPO (Islamitische basisschool) 142 0,9% 152 1,0% +10 +6,6%Eindtotaal 15.270 100,0% 15.383 100,0% +113 +0,7%3.6Oordelen Inspectie van het OnderwijsElk jaar overlegt de Inspectie van het Onderwijs met het College van Bestuur om het toezichtarrangement voor de INOSscholenvast te stellen. Daarbij werkt de Inspectie volgens de uitgangspunten van risicogericht toezicht. Dit houdt in dat zescholen intensiever volgt naarmate er meer risico’s zijn gesignaleerd.In het jaar 2009 is een sterke positieve ontwikkeling zichtbaar. Het aantal scholen met een aangepast arrangement (zwak, ofzeer zwak) is teruggebracht van vijf naar één. Daarmee hebben alle INOS-scholen het basisarrangement, behalve KBS JohnF. Kennedy, die naar verwachting medio 2010 ook het reguliere basisarrangement toegewezen zal krijgen.In 2009 heeft de Inspectie de volgende bezoeken uitgevoerd:• Periodieke Kwaliteit Onderzoeken op KBS De Horizon en KBS De Rosmolen.• Themaonderzoeken op KBS De Horizon (Try out Automatiseren van basisvaardigheden Rekenen-Wiskunde),KBS De Rosmolen (Opbrengstgericht werken bij Rekenen-Wiskunde) en KBS ’t Kievitsnest (Nederlandse Taal).• Voortgangsonderzoek (onderzoek naar kwaliteitsverbetering) op KBS De Driezwing (basisarrangement is toegekend),KBS Effen (basisarrangement is toegekend), KBS John F. Kennedy (arrangement Zwak blijft gehandhaafd),SBO De Leye (basisarrangement is toegekend) en SO Liduinaschool (basisarrangement is toegekend).INOS blijft werken aan verbetering van de kwaliteit van haar onderwijs en gaat er vanuit dat in de loop van 2010 alle scholenvolgens de inspectienormeringen aan de criteria van het basisarrangement zullen voldoen.jaarverslag 2009 23


4Passend Onderwijs4.1Landelijke ontwikkelingen rond Passend OnderwijsIn de vergadering van de Vaste Kamercommissie Onderwijs van 4 december 2008 bleek het al: hoewel er veel steun was voorhet beleid van de staatssecretaris rond Passend Onderwijs, waren er ook veel zorgen. Zo bleek er maar weinig informatieuit het veld te komen. Het aantal aanvragen voor een experiment of een veldinitiatief bleef beperkt. En juist daarop had depolitiek zo gehoopt. De Commissie Dijsselbloem had immers pijnlijk duidelijk gemaakt dat veel onderwijsvernieuwingenonvoldoende draagvlak hadden en dus waren mislukt. Het uitblijven van veel initiatieven vanuit het veld is vooral verklaarduit het feit dat er veel onzekerheid bestond over de effecten van de dreigende budgetfinanciering. Dat is een nieuwe wijzevan financiering waarbij een tevoren vastgesteld budget de bekostiging per leerling zou gaan vervangen.In de loop van het jaar bereikten de staatssecretaris nog meer verontrustende berichten. De Evaluatiecommissie PassendOnderwijs (ECPO) meldde dat Passend Onderwijs dreigde te ontaarden in “bestuurlijke drukte” en dat een koerswijzigingnoodzakelijk was. Een beeld dat door inspectierapporten werd bevestigd. De staatssecretaris reageerde hierop door PassendOnderwijs te heroverwegen. Zo is de vorming van regionale netwerken niet langer verplicht en ook de noodzaak om totéén loket te komen verviel. De uitwerking van een nieuwe koers werd in handen gelegd van de PO-Raad en de WEC-Raad.Deze organiseerden een veldraadpleging op landelijk en regionaal niveau. Eind 2009 werd het resultaat van deze raadplegingenbekend. De raden stonden nog steeds achter de uitgangspunten van Passend Onderwijs en waren zelfs bereid om deuitwerking hiervan voor hun rekening te nemen. Maar tegelijkertijd maakte men zich ernstige zorgen over de financiële enpersonele consequenties die de beleidswijzigingen met zich mee zouden brengen. De definitieve uitwerking zal plaatsvindenin het Landelijk Beleidskader Passend Onderwijs, dat medio 2010 beschikbaar komt.4.2Regionale ontwikkelingen rond Passend OnderwijsIn 2009 is op initiatief van INOS voortdurend gewerkt aan de vorming van een regionaal netwerk Passend Onderwijs. Datresulteerde op 23 juni 2009 in de feestelijke ondertekening van een intentieverklaring door 27 besturen voor Primair Onderwijs,met gezamenlijk 155 scholen, negen besturen voor Voortgezet Onderwijs met samen 26 scholen, acht samenwerkingsverbandenPO en één samenwerkingsverband VO. Hiermee besloeg dit netwerk twaalf gemeenten in de regio West-Brabant.Het netwerk kreeg de naam ‘OOK’ mee: Optimale Onderwijs Kans.Na de intentieverklaring is een Startnotitie geschreven en werd op basis hiervan een startsubsidie verkregen. Aan ditresultaat is door velen hard gewerkt. Daarom herkende OOK zich ook beslist niet in de kwalificatie ‘bestuurlijke drukte’. Devormgeving van Passend Onderwijs is in onze regio zó serieus genomen, dat op 2 februari 2009 een gesprek met de staatssecretarisis gevoerd, waarbij haar werd duidelijk gemaakt waar de ambities van OOK liggen. Maar ook dat de dreigendebudgetfinanciering het nemen van initiatieven ontmoedigt.Vrijwel direct na het verschijnen van de heroverwegingsbrief van de staatssecretaris is binnen OOK besloten het regionalenetwerk te laten bestaan. Er zijn veel onderwerpen die het beste op regionaal niveau kunnen worden aangestuurd, zoals hetvormen van het onderwijs/zorgcontinuüm: het in kaart brengen van wat elke school kan als het om zorgleerlingen gaat.Daarnaast is er het gegeven dat er vanuit de gemeenten via de Centra voor Jeugd en Gezin een relatie tussen onderwijs enzorg dient te worden gelegd. Zorgadviesteams, Bureau Jeugdzorg, GGD & GGZ en maatschappelijk werk zijn allen partners24 jaarverslag 2009


in dit proces. Een overeenkomstige aanpak door alle Centra voor Jeugd en Gezin zou het onderwijs zeer helpen. Eind 2009 isdaarom een conferentie voorbereid waarop met de wethouders Jeugd van de betrokken gemeenten over dit onderwerp vangedachten wordt gewisseld.Een ander belangrijk thema is de zorgzwaartebepaling. Hoe wordt op regionaal niveau bepaald welke zorg kinderen nodighebben, wie die gaat verstrekken en tegen welke voorwaarden? Primair en Voortgezet Onderwijs volgen hierbij hun eigentraject, maar trekken zoveel mogelijk gezamenlijk op. Daartoe is een coördinatiegroep tussen PO en VO in het leven geroepen.Alle betrokkenen worden op de hoogte gehouden via de nieuwsbrief OOK die regelmatig verschijnt.4.3INOS en Passend OnderwijsToen de contouren van Passend Onderwijs zichtbaar werden in publicaties en overleggen in het hele land, heeft INOS eenprojectgroep Passend Onderwijs ingesteld. Leden waren directeuren van scholen voor (Speciaal) Basisonderwijs en SpeciaalOnderwijs, de dienst Ambulante Begeleiding, de coördinator van het samenwerkingsverband en een beleidsmedewerker. Deprojectgroep is ondersteund door een externe adviseur.De projectgroep heeft in het verslagjaar vooral initiatieven ondersteund, activiteiten aangejaagd en alle ontwikkelingen gevolgd.Dit is uitgegroeid tot een scala aan acties die tot ver in de toekomst zullen reiken. Zo lopen er projecten als de ontwikkelingvan een Brede School voor Passend Onderwijs, de dienst Ambulante Begeleiding FLEXINOS, de INOS-academie alskenniscentrum en interne opleidingseenheid, het initiëren van een Ouderplatform, het instellen van een Crisis Advies Teamals voorloper op een ZAT (zorgadviesteam), pilots Passend Onderwijs ( ‘Echt samen naar school’), de INOS-gerichtheid opcompetentieontwikkeling, de één-loket-functie, de leergemeenschap Gedrag en Klassenmanagement, en het beleid PassendOnderwijs voor meer- en hoogbegaafde leerlingen.INOS ligt op koers voor Passend Onderwijs: de zorg komt naar de leerling waar dat kan en zo niet, dan zijn er hoogwaardigevoorzieningen waar ouders hun kind aan kunnen toevertrouwen.Sinds het schooljaar 2008-2009 is INOS gestart met het Crisis Advies Team (CAT). Doel is het doorbreken van handelingsverlegenheidop het moment van crisis (een casus met een urgent karakter) bij een leerling of groep.Het CAT komt in beeld op het moment dat de bestaande eigen zorgstructuur op de school niet (meer) volstaat. Het CATdenkt mee met de directeur en IB’er of alle mogelijkheden binnen het onderwijszorgcontinuüm zijn benut.Het CAT is een tijdelijke voorziening, vooruitlopend op de ontwikkeling van het Zorg Advies Team (ZAT). Contactpersoonen projectleider is de coördinator WSNS. Leden zijn de directeur SBO en een van de directeuren BaO. Ondersteund doorde onderwijskundig beleidsmedewerker. In 2009 zijn er vijf problemen naar tevredenheid opgelost. Ze gaan vooral overgedragsproblematiek.4.4Weer Samen Naar School (WSNS-INOS)Het samenwerkingsverband WSNS-INOS bestaat uit 26 basisscholen en twee scholen voor Speciaal Basisonderwijs met alsdoel: het vormen, in stand houden, verbreden en professionaliseren van een kwalitatief hoogwaardig samenwerkingsverband.Het samenwerkingsverband tracht dit te bereiken door:• het organiseren van een effectieve besluitvorming over de zorgmiddelen die het samenwerkingsverband ontvangt.• het opstellen van een zorgplan en een jaarverslag op het niveau van het samenwerkingsverband en een zorgplan per school.• het inrichten en in stand houden van een Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL).• het vormgeven en in stand houden van een netwerk van Interne Begeleiders (IB-netwerk).jaarverslag 2009 25


Passend Onderwijs“Passend onderwijsis voor mij:goed onderwijs”Van onze correspondentDe Intern Begeleiders (IB’ers) zijnde zorgvertegenwoordigers van192 West-Brabantse scholen in 12gemeenten die op 23 juni 2009 eenintentieverklaring voor PassendOnderwijs in de regio OOK hebbenondertekend. Passend Onderwijs ishet systeem van regionale afsprakenwaarbinnen alle leerlingen een passendonderwijszorgaanbod gebodenkrijgen.“Mijn persoonlijke definitie van PassendOnderwijs is simpelweg: goedonderwijs dat afgestemd is op alleleerlingen. Elk kind wordt daarbijop een school in de eigen omgevingopgevangen door gekwalificeerdeleerkrachten, die - ondersteunddoor allerlei hulp en expertise - eenantwoord hebben op de meesteproblemen”, vindt Willy Adank, coördinatorWeer Samen Naar Schoolvan INOS.UitdagingDe opvatting van Willy Adank overPassend Onderwijs is gelukkig nietuniek bij INOS. “Het gaat erom datleerkrachten hoge verwachtingen hebbenvan hun leerlingen. Uitgaan vanwat een kind wél kan in plaats van je tefocussen op zijn of haar belemmering.Ik kom veel docenten tegen die datgeweldig kunnen, van nature. Maarik vind dat het een houding van alleleerkrachten moet zijn. Het moet voorhen een uitdaging zijn om ieder kindvooruit te helpen. Dat is fundamenteelvoor de toekomst van de kinderen.Zowel de leerkrachten als de scholenmoeten zich bewust afvragen: Waarwillen we naartoe? Wat willen/kunnenwe bereiken met onze leerlingen?”Op de INOS Onderwijsdag van 2008 iser goed gereageerd op het onderwerpPassend Onderwijs, vindt ze. “Maarlandelijk moet je constateren dat ervoorlopig wel bestuurlijk e.e.a. isgebeurd, maar nog te weinig op deLees verder op volgende paginajaarverslag 2009 26


Vervolg vorige paginawerkvloer is geland. Onder anderedaarom hebben we een spel ontwikkeldom leerkrachten bewuster telaten ervaren wat Passend Onderwijsprecies inhoudt.”Eigen schoolprofielEr bestaan vier profielen voor PassendOnderwijs: de netwerkschool, de smallezorgschool, de brede zorgschool ende inclusieve school.Op dit moment zijn de INOS-scholenzo ver dat ze een eigen profiel hebbengekozen: 80% van de INOS-scholenwil zich ontwikkelen tot een ‘bredezorgschool’ en 20% tot een smallezorgschool. Daarmee tonen de scholenzich bereid om leerlingen met behoorlijkveel verschillende problemeneen kans te geen. Daar word ik heelblij van. De komende jaren moetende scholen van theorie praktijk gaanmaken, zegt Willy Adank. “We zijn nubezig met de toerusting van de leraaren de versterking van de zorgstructuur.Daarnaast wordt samen metde gemeente Breda de laatste handgelegd aan de inrichting van de zorgenadviesteams. In deze teams zijnook andere instellingen vertegenwoordigd,zoals Schoolmaatschappelijkwerk, Jeugdgezondheidszorg en hetCentrum voor Jeugd en Gezin. Tot hetmoment dat de zorg- en adviesteamsin de praktijk gaan functioneren, werktINOS met een Crisis Advies Team.”Bij de volgende CITO-toets waren deresultaten van onder gemiddeld gestegennaar ver boven gemiddeld. Lerenvan data is dus zeker geen bedreigingmaar een verrijking. De leerlingen ende leerkrachten worden er beter van.Daar kan niemand in het onderwijstegen zijn, toch?”jaarverslag 2009 27


Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL)In de procedure voor verwijzingen naar het Speciaal Basisonderwijs neemt de PCL een belangrijke positie in. De functies vande PCL zijn:• Beoordelen: de wettelijk verplichte taak m.b.t. het bepalen van de toelaatbaarheid van leerlingen tot het SBO.• Adviseren: het geven van adviezen aan scholen en ouders voor zover deze rechtstreeks voortvloeien uit debehandeling van de aangemelde leerlingen.• Monitoren: het monitoren van belangrijke aspecten die te maken hebben met de aangemelde leerlingen inrelatie tot de opdracht van het bestuur van het Samenwerkingsverband. Denk aan het registreren vanhet aantal aangemelde leerlingen, het aantal afgegeven beschikkingen, verwijzingen naar de RegionaleExpertisecentra etc. Maar ook aspecten die te maken hebben met kindkenmerken van de aangemeldeleerlingen, de handelingsverlegenheid van de basisschool en de procedurele zorgvuldigheid.De monitor leidt tot conclusies en aanbevelingen. Het bestuur van het Samenwerkingsverband zet,in overleg met de scholen, een aantal aanbevelingen om in acties voor het daaropvolgende jaar.De PCL heeft hiervoor in 2009 de volgende activiteiten ondernomen:• Tien overlegmomenten waarin beslissingen over aanmeldingen worden genomen.• Indien nodig voor een goede beoordeling van een dossier vindt er een hoorzitting plaats.In 2009 is dit negen keer gebeurd.• Deelnemen aan het regionale netwerk PCL.• Starten van de pilot ‘Kinderen met een positieve PCL-beschikking in het basisonderwijs’.• Het uitbrengen van een jaarverslag en een PCL-monitor en dit bespreken in het directeurenberaad.Kwantitatieve analyseIn het totaal zijn van 1 oktober 2008 tot 1 oktober 2009 119 dossiers door de PCL behandeld. Hiervan waren 106 dossiersnieuwe aanvragen en 13 dossiers tijdelijke beschikkingen.In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven van het aantal behandelde dossiers over de afgelopen drie schooljaren.06-07 07-08 08-09Eigen BaO 69 71,9 % 70 56,6 % 72 67 %Voorschools 5 5,2 % 6 4,0 % 0 0 %REC 8 8,3 % 9 7,3 % 6 6 %MKD en ODC *- 5 4,8 % 4 4 %Ander SWV 14 14,6 % 34 27,4 % 24 23 %Totaal 96 100 % 124 100 % 106 100 %* In het schooljaar 2006-2007 is er van de acht kinderen uit het REC één leerling afkomstig van het MedischKinderDagverblijf (MKD).28 jaarverslag 2009


Belangrijke thema’s die tijdens de bijeenkomsten besproken zijn, waren:• Ontwikkelingsperspectief• Schoolspecifiek zorgplan webbased• Onderwijskundig rapport• Flexinos (dienst ambulante begeleiding REC-3)• Eureka!Mobiel (Expertisecentrum hoogbegaafdheid)• Rugzak SBO, kinderen met een positieve PCL-beschikking binnen de basisschool• Werkplan schoolmaatschappelijk werk (IMW)• Dyslexieprotocol• Leren van Data• Leerling- en onderwijsvolgsysteem• Passend Onderwijs• Crisis Advies Team (CAT)• Leergemeenschap Gedrag en KlassenmanagementIn 2009 is er ook een gezamenlijke studiedag gehouden voor directeuren en IB-ers van alle scholen. Ook het Speciaal Onderwijs(REC-3) en vertegenwoordigers van de ambulante begeleiding (Flexinos) waren hierbij aanwezig. Deze dag inhet kader van Passend Onderwijs stond in het teken van Handelings Gericht Werken (HGW), Handelings Gerichte ProcesDiagnostiek (HGPD) en de 1-zorgroute.4.5SBO Breda (De Leye en Westerhage)De directie van het SBO heeft in 2009 tussentijds het schoolplan voor het Speciaal Basisonderwijs Breda herschreven metdaarin o.a. de nieuwe ontwikkeldoelen voor de periode tot augustus 2011.Lopende trajecten zijn:• Herformulering van de missie en visie, op zoek naar onze merkwaarden.• Implementatie van een nieuw systeem voor kwaliteitszorg.• Beschrijving van de pedagogische huisstijl.• Oriëntatie op de 1-zorg route.• Het opzetten van een leeslaboratorium voor kinderen met dyslexie (Innovatiefonds).De vier SBO-locaties hebben hun zorgstructuur op elkaar afgestemd en werken nu ook op een eenduidige manier bij hetbeschrijven van het ontwikkelings- en uitstroomperspectief voor alle leerlingen. Het onderwijsaanbod wordt zó ingericht,dat het sturend wordt in de richting van het geschetste ontwikkelingsperspectief. Door het beschikbaar komen van de SBOleerlijnenis het ook eenvoudiger om de groepsplannen samen te stellen.Veel basisscholen volgen deze ontwikkelingen en laten zich hierover steeds vaker door SBO-medewerkers informeren.Het SBO is intensief betrokken bij het traject Passend Onderwijs. Afgelopen jaar is een succesvolle omslag gemaakt in de samenwerkingmet de basisscholen. Voorheen werkten de collegiale consultanten aanbodgestuurd. Sinds augustus 2009 is ditomgedraaid en wordt vraaggestuurd gewerkt. Er valt een enorme toename in de behoefte aan samenwerking te constateren,bijvoorbeeld in relatie tot de leerlingen met een SBO-rugzak. De kracht van de SBO-begeleiders wordt door de collega’s in debasisscholen vooral ervaren als ‘de helpende handen bij problemen in de klas’.Zowel binnen INOS als daarbuiten (o.a. in Gilze-Rijen) is SBO Breda bij verschillende projecten betrokken om SBO-expertisebinnen de scholen en wijken in te zetten.30 jaarverslag 2009


Door bovenstaande ontwikkelingen wordt SBO Breda geconfronteerd met een sterke daling van het aantal leerlingen in hetSBO. Dit heeft ertoe geleid dat in de bedrijfsvoering een aantal zaken fors bijgesteld moest worden. Minder formatie voormanagement en ondersteuning, maar door het afnemend aantal groepen ook voor groeps- en vakonderwijs.Ook de kindkenmerken veranderen. Er komen steeds meer kinderen met hulpvragen op het gebied van gedrag. Dit heeftuiteraard als consequentie dat de scholing van de SBO-professionals zich met name daarop richt, b.v. Master Special EducationalNeeds (SEN), gedragsspecialist.4.6Speciaal OnderwijsEen motto van INOS is: ‘Regulier als het kan, speciaal als het moet, maar altijd passend’.INOS heeft drie regionale scholen voor Speciaal Onderwijs. Mytylschool De Schalm voor kinderen met een lichamelijk beperking,Openluchtschool Breda voor chronisch zieke kinderen en De Liduinaschool voor zeer moeilijk lerende kinderen. Descholen zijn onderdeel van het Regionaal Expertise Centrum West-Brabant, cluster 3.Voor de speciale scholen van INOS betekent Passend Onderwijs een beroep op het versterken van de eigen kwaliteit en hetzoeken van verbinding met het regulier onderwijs. Dit alles om te komen tot passende arrangementen voor leerlingen metbijzondere behoeften, liefst in de eigen school.Mytylschool De Schalm voor meervoudig gehandicapte kinderen2009 stond vooral in het teken van zelfverantwoordelijkheid. Voor leerlingen betekent dit:• kiezen welk speeltoestel je buiten wilt, aangeven wat voor hulp je nodig hebt, zelf op zoek gaan naar stagemogelijkheden,zelf een schoolkamp regelen. Medewerkers gaan ‘meer op hun handen zitten’ en leren op een juiste manierfeedback te geven om de verantwoordelijkheid te leggen waar deze hoort.• een voorzichtig begin maken met resultaatgericht werken, maar wel doorpakken met bijv. de groepsplannen enarbeidstoeleiding.• dat communicatie op De Schalm een sleutelwoord is.Openluchtschool Breda voor chronisch zieke kinderenDe energie is gericht op onderwijsverandering, nieuwbouw en communicatie door:• deelname aan het project Leerlijnen van de WEC-Raad, de overkoepelende organisatie van de speciale scholen vanalle clusters. Leraren brengen doelen en subdoelen in een doorgaande lijn aan en richten zo het onderwijs voor hunleerlingen in. De vertaling is terug te vinden terug in groeps- en individuele handelingsplannen die een doorgaandeleerlijn voor de leerling waarborgen. De groepering van de leerlingen en het onderwijsaanbod zijn daarmee afgestemdop de leerbehoefte en potentie van de leerling.• een lang gekoesterde wens naar uitbreiding van de school met drie nieuwe leslokalen en een renovatie van delerarenkamer en gymzaal is in 2009 gerealiseerd. Hoewel de gemeente verantwoordelijk is voor de onderwijshuisvesting,heeft INOS eigen middelen gebruikt om de nieuwbouw en renovatie tot een succes te maken.• het versterken van de communicatie. De training was vooral gericht op het ontvangen en geven van feedback tussenprofessionals onderling en tussen de medewerkers, leerlingen en ouders.De Liduinaschool voor zeer moeilijk lerende kinderenEr is veel energie gestoken in de ontwikkeling van groepshandelingsplannen in combinatie met de invoering van het leerlingvolgsysteemDatacare. Deze inspanningen hebben er mede voor gezorgd dat het toezichtarrangement vanuit de onderwijsinspectiein 2009 van ‘Zwak’ naar Basisarrangement is bijgesteld. Tegelijkertijd werd op het complex aan de Rijnauwenstraateen nieuwe locatie voor de basisafdeling gebouwd. In november is deze in gebruik genomen. Daarmee is de huisvesting vande school teruggebracht van zeven naar vier locaties in Breda.jaarverslag 2009 31


4.7FLEXINOSOp 9 januari 2009 is de dienst ambulante begeleiding FLEXINOS officieel geopend. Deze naam is een combinatie van FLexibel,EXpertise, Innovatief en OS van sophos (wijsheid).De Ambulant Begeleiders (AB’ers) van Flexinos voeren als slogan: ‘onderweg voor onderwijs’. Ze komen op zo’n 180basisscholen, scholen voor Voortgezet Onderwijs en MBO-scholen binnen de regio, van Tholen tot Goirle en van Werkendamtot Baarle-Nassau. Daardoor hebben de AB’ers te maken met een enorme diversiteit aan schoolculturen, denominaties enonderwijsvormen. Het aantal te begeleiden leerlingen is in de afgelopen jaren fors gegroeid van enkele tientallen tot enkelehonderden. Daarbij komt ruim de helft van het aantal leerlingen uit het Primair Onderwijs. Van deze leerlingen komt ongeveereen derde van de eigen INOS-scholen.In 2009 is vooral geïnvesteerd in eenduidigheid en doorgaande lijn op het gebied van ambulante begeleiding. Er zijn eenalgemene en een productbrochure uitgegeven met cursussen, trainingen, workshops en readers, gericht op expertiseoverdrachtbij kinderen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking. Ook de website www.flexinos.nl is de lucht ingegaan.De missie van FLEXINOS is om leerlingen met beperkingen door ondersteuning meer kansen te bieden in het reguliereonderwijs, met als doel hun participatie in de samenleving te vergroten. FLEXINOS begeleidt leerlingen met een cluster 3-indicatieen hun leerkrachten. De Ambulant Begeleiders houden zich bezig met voorlichten, adviseren, informeren, onderzoeken,coachen en coördineren.Voor de toekomstige ontwikkeling van FLEXINOS ligt de nadruk op toenemende klantgerichtheid. Daarbij gaat FLEXINOSuit van dialooggestuurde begeleiding van de rugzakleerlingen in relatie tot de zorgstructuur van de betreffende school enhet (mede) vorm geven aan ‘handen in de klas’. Daarbij gaat de Ambulant Begeleider zich ontwikkelen tot een “embeddedAB’er”, een Ambulant Begeleider die volledig meedraait in de dagelijkse gang van zaken met en rond het kind in zijn klas. Alscoach, begeleider, ondersteuner en/of co-teacher om samen te leren en te ervaren wat er komt kijken bij goed klassenmanagement.4.8Eureka!: Passend Onderwijs voor hoogbegaafde leerlingenBinnen INOS is in maart 2008 het project Hoogbegaafdheid gestart. In 2009 was de rijkssubsidie in het kader van het ExcellentieprogrammaBasisonderwijs aanzienlijk overtekend en de aanvraag van INOS daarmee helaas niet gehonoreerd. Hierinis INOS geconfronteerd met de wet van de remmende voorsprong. Tot 2012 zal INOS het project zelf financieren uit debegroting Nieuw Beleid. Daarna moet het zijn opgenomen in de financiering van Passend Onderwijs.INOS stelt zich als eerste ten doel een passend onderwijsaanbod aan meer- en hoogbegaafde leerlingen binnen de groepen(compacten en verrijken) te realiseren. De tweede stap is het realiseren van plusklassen of Eureka!-klassen voor hoogbegaafdeleerlingen op de eigen school. Ter ondersteuning wordt er een expertisecentrum ontwikkeld en de bovenschoolse verrijkingsklasEureka! in stand gehouden als voorziening voor scholen die (nog) geen eigen verrijkingsklas kunnen realiseren.Passend Onderwijs is ook voor deze leerlingen van fundamenteel belang. Eureka! streeft ernaar dat hoogbegaafde leerlingenzich verbinden met zichzelf, hun talenten ontplooien en op hun niveau leren. Het wordt mogelijk gemaakt dat hoogbegaafdeleerlingen ontwikkelingsgelijken (peers) ontmoeten en in die ontmoeting van elkaar leren. Zo krijgen ze de kans op eenevenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling van denken, voelen en doen.32 jaarverslag 2009


INOS wil ook de binding van ouders met het onderwijs van hun kind. Zij zijn de natuurlijke partners en bij hun vragen enverwachtingen willen we aansluiten. Dit doet Eureka! door het houden van informatie-avonden en door de eigen expertisevan de ouders te betrekken bij de invulling van projecten. Zij zijn vertegenwoordigd in de Adviesraad.INOS zoekt de verbinding met de natuurlijke omgeving van het kind: de wijk. Daarom kiest Eureka! niet voor een geïsoleerdeleslocatie of lesprogramma, maar blijft de hoogbegaafde leerling onderwijs ontvangen op de eigen school. De verrijkingsklasEureka! is dan ook een eerste stap op weg naar Passend Onderwijs voor meer- en hoogbegaafden op de eigen school.In 2009 zijn wel verkennende gesprekken gevoerd voor samenwerking met de Stichting Leonardo-onderwijs. Het gaat daarbijom volledig dagonderwijs voor hoogbegaafde leerlingen. Zoals eerder verwoord, past deze vorm van onderwijs aan hoogbegaafdenniet in de visie van INOS op Passend Onderwijs. Daarom zijn de wederzijdse verkenningen niet verder voortgezet.INOS wil ook verbinden met waarden en normen. Daarom focust Eureka! ook op de sociaal-emotionele ontwikkeling en socialevaardigheden waarbij communiceren en samenwerken een belangrijke rol spelen. Daarnaast is er ook speciale aandachtvoor leren leren, ontdekkend en onderzoekend leren en filosoferen.INOS heeft de ambitie om zich actief als partner op te stellen in het regionale netwerk. Daarom biedt INOS andere schoolbesturende mogelijkheid hun leerlingen te laten deelnemen aan Eureka! en onze kennis te delen met alle andere belanghebbenden.De projectleider heeft die ambitie in een beleidsplan uitgewerkt. Dit is voorgelegd aan de Adviesraad en aan in- en externeadviseurs. In 2010 wordt het plan besproken in het Directeurenberaad en vastgesteld door het College van Bestuur.Eureka! verzorgt de trajectbegeleiding van leerlingen van wie het vermoeden bestaat dat zij tot de doelgroep behoren. Hettraject start bij een signaal van de school of de ouders. De trajectbegeleider voert gesprekken met de ouders en met de leerling.Op school wordt er doorgetoetst en een observatie-instrument ingevuld. Als tijdens bovenstaande stappen het vermoedenvan hoogbegaafdheid is bevestigd, vindt intelligentieonderzoek plaats. Wanneer blijkt dat het kind inderdaad hoogbegaafdis (IQ > 130) kan het deelnemen aan de verrijkingsklas.De begeleiding in de verrijkingsklas Eureka! vindt plaats in negen groepen van ongeveer veertien leerlingen. De kinderenkomen een ochtend naar Eureka! toe. De ouders zorgen voor het vervoer. Het team van leraren, ondersteund door een onderwijsassistente,heeft speciale programma’s ontwikkeld voor de kinderen. Er is afstemming met de school van herkomst ener is structureel overleg met de eigen leerkracht van de leerling. Het onderwijs aanbod van Eureka! interfereert niet met datvan de eigen klas.Eureka! is gesitueerd op basisschool De Werft in de Haagse Beemden. Eureka! begeleidt daar ongeveer 170 leerlingen, ruim80% van het potentieel van INOS. Ook leerlingen van andere schoolbesturen zijn welkom. De begeleiding van kleuters meteen ontwikkelingsvoorsprong geeft het team op de thuisschool in de eigen klas.Eureka! neemt deel aan de pilot van Plannex, een nieuwe digitale leeromgeving, waarvan uiteindelijk ook de eigen leerkrachtengebruik kunnen maken.Eind 2009 is Eureka!Mobiel gestart: de handelingsgerichte begeleiding vanuit het kenniscentrum. Na een introductie in hetnetwerk van de interne begeleiders van de scholen lopen er nu ondersteuningstrajecten bij negen scholen om het beleid aanhoogbegaafde leerlingen vorm te geven. Op drie scholen zijn er, op grond van eigen beleid, al eerder plusklassen voor meerbegaafdeleerlingen ingericht.Ten slotte heeft Eureka! in 2009 een website gelanceerd, onder meer als kennisplatform. In korte tijd telde de website 6.500bezoekers met hits in 32 landen. Eureka! geeft voorlichting en workshops, gaat naar conferenties en is in 2010 uitgenodigdom presentaties te geven op de landelijke kennisconferentie ‘Aan de slag met cognitief talent’.In 2010 start Eureka! een pilot om een selecte groep ook de aansluitende middag begeleiding te geven.jaarverslag 2009 33


Jaarverslag


5Identiteit5.1Visie op identiteitIn de vigerende Visie en Missie van INOS staat onze identiteit expliciet omschreven:“Het vertrekpunt ligt in de katholieke inspiraties en vieringen. De school geeft daarmee actief vorm aan haar identiteit. Opeen eigentijdse wijze geeft zij invulling aan veelvormige wijzen van levensbeschouwing. Vervolgens verbindt zij de verschillendelevensbeschouwingen met elkaar. Leraren ondersteunen daarbij de kinderen bij het zoeken naar hun persoonlijkeidentiteit.”Ontwikkelingen in 2008De opdracht die INOS zich in oktober 2008 stelde, was om de katholieke identiteit van de stichting te (her)ontdekken, dezeop harmonieuze wijze te laten aansluiten bij de missie en visie, en op eigentijdse wijze te vertalen naar het aangebodenonderwijs.Hiertoe is een qua leeftijd en ervaring evenwichtig opgebouwde projectgroep in het leven geroepen, bestaande uit medewerkersvanuit INOS-scholen, het bestuursbureau, iXc-DKSR en Edux. De doelen die deze projectgroep zich stelde bij deuitvoering van de opdracht waren:• de fundamentele katholieke waarden (her)ontdekken;• deze vertalen naar INOS en naar onderwijs van deze tijd;• een heldere structuur bieden waardoor INOS-scholen herkenbaar zijn en op authentieke wijze invulling kunnen gevenaan de katholieke waarden.Ontwikkelingen in 2009De projectgroep heeft zich intensief en creatief verdiept in de opdracht, wat resulteerde in een beleidsnotitie die in april2010 wordt gepresenteerd. Aansluitend zal dit document gaan functioneren als inspiratiebron voor de scholen bij het gezamenlijkvormgeven van de katholieke identiteit.De opbrengst wordt hoofdzakelijk bepaald door de gesprekken die de teams zullen voeren over de identiteit van de school ende wijze waarop men deze toont in concreet gedrag en afspraken.GedragscodeDe gedragscode van INOS vormt een onderdeel van het identiteitsbeleid. De inspiratiebronnen voor het leven zijn daarbijvertaald in een aantal belangrijke waarden die de basis zijn voor het stellen van normen en concreet gedrag in onze organisatie.Het gaat om naastenliefde, weerbaarheid, gemeenschapszin, tolerantie, respect, verwondering, authenticiteit eneigentijdse spiritualiteit.Ontwikkelingen in de toekomstRelaties met de parochie, de katholieke kerk en het bisdom worden actief onderhouden met het doel:• de identiteitsvraag vanuit de confessionele achtergrond te verdiepen en mede vorm te geven;• de relatie met de katholieke traditie waaruit INOS is voortgekomen te blijven onderhouden;• open in de samenleving te staan door actief samenwerking te zoeken met belangrijke organisaties en instituten;• een bijdrage te leveren aan de vernieuwing en het eigentijds vertalen van de katholieke onderwijs- en leefwereld.36 jaarverslag 2009


Jaarverslag


INOS-projectgroep Identiteit kiest voor praktische vertalingTijdloze waarden ineigentijds onderwijsVan onze correspondentZelf is ze protestants opgevoed. Nietteminis Carolein Kasse overtuigd lidgeworden van de projectgroep diekatholieke kernwaarden probeert tevertalen naar de dagelijkse praktijkop de INOS-scholen.“Het gaat ons om het bewust omgaanop school met waarden alsnaastenliefde, weerbaarheid, gemeenschapszin,tolerantie, respecten verwondering, authenticiteit eneigentijdse spiritualiteit. Niet alleenin woord, maar vooral in gedrag.”GeschakeerdWeinig onderwerpen kennen een zobreed spectrum als religie en identiteit.Veel mensen hechten aan een eigeninterpretatie en beleving. Hoe ga je alskatholieke schoolorganisatie verstandigmet dit fenomeen om?“In deze tijd is het niet meer aan deorde dat het College van Bestuurdirectief oplegt hoe alle medewerkerszich even met identiteit in hun groepmoeten bezighouden. Daarvoor is ditonderwerp te complex, te divers en tepersoonlijk. Toch is de identiteit vanINOS expliciet omschreven in de missie,omdat men er niet te vrijblijvendmee moet omspringen. Bovendienbiedt de INOS-omschrijving heel veelruimte voor een eigentijdse invullingaan veelvormige wijzen van levensbeschouwing.Maar wat ontbrak was eenzekere sturing om de mooie theorie zoeffectief mogelijk in de praktijk te brengen.Daar wil onze projectgroep werkvan maken”, vertelt Carolein Kasse, diezelf groepsleerkracht en teamcoördinatorop de St.Josephschool is.Praktijkgerichte ondersteuningDe belangrijkste ambitie van deINOS- projectgroep Identiteit is hetondersteunen van medewerkers inLees verder op volgende paginajaarverslag 2009 38


Vervolg vorige paginaidentiteitsvorming op school. “Behalveuit betrokken leerkrachten en directeurenvan INOS-scholen zitten er medewerkersin van het bestuursbureau,iXc-DKSR en Edux. Vanuit iXc-DKSRkrijgen niet alleen wij, maar alle INOSleerkrachtenondersteuning.”Zoals het hoort, is de projectgroepbegonnen met het opstellen vaneen beleidsnotitie die moet dienenals inspiratiebron voor het feitelijkehandelen. “Die notitie hebben webewust ‘Tijdloze waarden in eigentijdsonderwijs’ genoemd. We willen nietterug in de tijd, maar juist midden indeze tijd en samenleving staan en ermede richting aan geven. Maar veeluniversele waarden zijn tijdloos enaltijd en overal zinvol toe te passen”,stelt Carolein.Die praktische toepassing is essentieelvoor de projectgroep. “Het is primadat men op elke school nadenkt endiscussieert over wat bijvoorbeeld eenwaarde als ‘respect’ inhoudt. Maaruiteindelijk moet die zichtbaar zijn inhet gedrag van elke medewerker enleerling. Daar moeten we met elkaaraan willen werken. Met respect voorelkaars opvattingen natuurlijk!”jaarverslag 2009 39


6DEEL B: SAMENWERKING MET ANDERENMaatschappelijkeverankering6.1Gezamenlijke visie op de brede scholen van INOSDe Strategische projectgroep Brede School/Dagarrangementen heeft voor het schooljaar 2008-2009 de opdracht gekregeneen INOS-visie op Brede Scholen te formuleren. Hiertoe heeft de projectgroep de periode eind 2008-begin 2009 gebruiktom relevante bronnen te raadplegen. Tevens zijn er in deze periode diverse activiteiten, zoals een tweetal studiereizen naarZweden, een brainstormsessie en een onderzoek onder de directeuren en hun scholen georganiseerd. Dit alles heeft geleidtot het visiedocument ‘Leren in verbinding’, dat in december 2009 is vastgesteld.Daarmee heeft INOS minimumdoelen vastgesteld waaraan alle basisscholen moeten voldoen. Om goed in beeld te krijgenwaar iedere school staat, is er in 2009 een nulmeting per school verricht (zie grafiek). Ook werd daarbij inzichtelijk gemaaktwaar iedere school naartoe wil groeien. Op INOS-niveau levert dat het volgende schema op:Brede schoolontwikkeling: INOS-gemiddeldeOndw. inhoudOrg. aansturingOndw. zorgOrg. doelgroepOpvoedingInos minimumhuidiggewenstOrg. gebouwOntw. gezondheidOrg. visieOntw. sportOntsp. ouders/wijkOntsp. kindOpvangOntw. CultuurHieruit is op te maken dat het ambitieniveau van de scholen hoger ligt dan het INOS-minimum, maar dat er op sommigevlakken nog wel stappen gezet moeten worden om aan dat minimum te voldoen. Met name op de terreinen rondom ontspannendeactiviteiten voor kinderen en hun ouders en op het afstemmen van een gezamenlijke visie tussen samenwerkendepartners is dat het geval. De geformuleerde ambities zijn onderdeel van het Strategisch Beleidsplan per school. Daarnaastkomt er een speciale INOS-catalogus ‘Scholen in verbinding’, die partners verzamelt die een mogelijke rol kunnen spelen bijde school-in-verbinding.6.2Naar een Brede School voor Passend OnderwijsAl geruime tijd leeft binnen de Nederlandse samenleving de wens kinderen met een beperking meer te integreren binnenhet reguliere Primair en Voortgezet Onderwijs. Weer Samen naar School, LeerlingGebonden Financiering en recent PassendOnderwijs hebben o.a. de intentie meer leerlingen op te vangen in reguliere scholen.INOS wil met haar plannen voor een Brede School voor Passend Onderwijs een onderwijsvisie onder de aandacht brengendie leidt tot een passend onderwijsconcept: Hoe ziet dan onderwijs er de komende jaren uit? Welke onderwijsideeën passen40 jaarverslag 2009


daar wel, of niet in? Uiteindelijk resulteert deze visie óók in een huisvestingsplan. Daarmee biedt INOS een toekomstperspectiefwaar leerlingen in het regulier en Speciaal Onderwijs zich op een positieve wijze kunnen ontwikkelen.INOS tracht separatie zo veel mogelijk te voorkomen door te verbinden. Die verbinding wordt heel nadrukkelijk in de wijkgezocht, in samenwerking met educatieve- en zorgpartners en op het gebied van onderwijshuisvesting ook met bijv. woningcorporatiesen het bedrijfsleven.Deze opvatting zou kunnen leiden tot een schoolgebouw waarbij de binnenring bestaat uit klassen van een school voorSpeciaal Onderwijs en de buitenring uit klassen van een basisschool. De hele dag vindt er een uitwisseling van leerlingen enactiviteiten plaats, met gebruikmaking van elkaars expertise, materialen, therapieën, lokalen, zwembad. Het zou een uniekevisie op onderwijs en scholen zijn in Nederland en in Breda in het bijzonder.Zo’n Brede School voor Passend Onderwijs biedt de mogelijkheid om onderwijs op maat te realiseren onder één dak en kentmeer kansen om te differentiëren en te individualiseren. Bovendien leren kinderen van jongs af aan om samen te spelen,samen te leren en samen te werken met kinderen die anders zijn dan zij, doordat ze beperkt zijn in hun motoriek, veel ziekzijn, of zaken minder snel snappen. Eindelijk staat ieder kind centraal. Juist bij INOS.Deze visie op de ontwikkeling van een Brede School voor Passend Onderwijs is in 2009 gepubliceerd in de vorm van eenboekje. Daarmee is het maatschappelijke gesprek aangegaan. Dit heeft er onder meer toe geleid dat de huisvestingsconsequentiesvan deze visie onderdeel zijn geworden van het Breda-brede Strategische Huisvestingsplan.6.3Brede School ontwikkelingen op locatiesIn 2009 zijn de Brede Scholen Huis van de Heuvel, Brede School Geeren-Noord en de twee MFA’s (MultiFunctioneleAccommodaties) in Teteringen, De Mandt en De Stee, een stuk dichter bij de realisatie gekomen. Verder is de verbouwingvan Brede School Vlierenbroek afgerond, waardoor men nieuwe partners in het gebouw kon verwelkomen: Kober kindergroep,Stichting Mees en het Centrum voor Jeugd en Gezin. Dit werd tevens aangegrepen om de naam te veranderen in‘Kindcentrum Olympia’.De kern van een Brede School is echter niet dat veel organisaties samen onder hetzelfde dak werken. Het voorkomen dathet alleen een bedrijfsverzamelgebouw wordt, is moeizaam en landelijk is dat beeld herkenbaar. In 2008 is door Koberkindergroep,Surplus Welzijn, Markant primair onderwijs en INOS nagedacht over hoe men de Brede School inhoudelijkvorm kan geven. Dat heeft betrekking op de ontwikkeling die men kinderen wil bieden, de ondersteuning waar ouders opmogen rekenen en de rol die de school in de wijk wil spelen. Daarvoor kan het nodig zijn dat ieder een stuk van de eigenambitie of het eigen resultaat inlevert ten bate van het grotere geheel.In de ontwikkeling van deze gezamenlijke visie speelt de gemeentelijke overheid een belangrijke rol. Voor de gemeente washet uitgangspunt dat men wel het gebouw wil ontwikkelen en eigenaar wil blijven, maar dat men na oplevering geen rol wilspelen in het beheer en het realiseren van de inhoudelijke doelstelling.Een aantal van de partners, waaronder ook INOS, zou graag een éénhoofdige aansturing van de Brede School/MFA zien,maar op dit moment is dat nog geen haalbare kaart. Als één na beste oplossing is gekozen voor de vorming van managementteamsper school/MFA. Hierin participeren alle inhoudelijke en structurele partners per locatie en maakt men afspraken overde implementatie van de inhoudelijke doelen en over beheer en exploitatie. Het managementteam fungeert ook als centraalaanspreekpunt. De praktijk heeft geleerd dat men voorheen vanuit allerlei organisaties een beroep deed op mensen door allelagen van de organisatie heen. Het bijeffect hiervan was dat overleg een zeer groot tijdsbeslag op de organisatie legde en datvele goedbedoelde initiatieven niet van de grond kwamen door te weinig draagvlak en coördinatie.Begin 2010 is gestart met de uitrol van de vorming van deze managementteams per locatie. Het komende jaar zullen we ookverder kijken naar de stuurgroepenstructuur voor Brede Scholen/MFA’s in relatie tot de Strategische Visie Primair Onderwijsen tot voorzieningen.jaarverslag 2009 41


INOS verzamelt partners voor ‘de school-in-verbinding’Basisschool De Zandbergwerkt voortvarend aanmultifunctioneel pleinVan onze correspondentEen fundamenteel uitgangspunt vanINOS-scholen is ‘Leren in verbinding’.Volgens deze visie makenbasisscholen actief deel uit van hunvoedingsgebied oftewel de wijk.Dat betekent in de praktijk eennauwe samenwerking met externepartners zoals de Gemeente Breda,woningbouwverenigingen, organisatiesvoor kinderopvang, zorg- eneducatieve instellingen en zelfs hetbedrijfsleven. Hoe gaat dat in depraktijk?Brede samenwerkingHet afgelopen jaar heeft kbs DeZandberg plannen ontwikkeld om zo’nbrede samenwerking in de buurt totstand te brengen. Dat is behalve eenfysieke en bouwkundige, vooral ookeen mentale operatie, legt directeurFrans van Baal uit.“Op zich is de gebouwelijke situatievan De Zandberg al vrij ideaal. Deschool ligt naast een gemeenschapshuismet gymzaal en overblijfruimte,vlakbij is een kinderdagverblijf met naschoolseopvang, een peuterspeelzaal,een tot dansschool omgebouwde kapelen een grote ruimte voor uitvoeringenen dergelijke in de voormalige Sacramentskerk.Probleem is dat de meestegebouwen verouderd of te klein zijn enniet aangepast aan de wensen van dezetijd. De vraag die voorligt is hoe wede school adequaat kunnen combinerenmet de toenemende tussen- ennaschoolse opvang.”De Zandberg werkt al langer samenmet Kober groep, die zelfs een ruimtein het schoolgebouw gebruikt. “Maardoor de groei van de school wordtde ruimte schaars. Er moet dus ietsgebeuren om verantwoord te kunnenwerken. Bovendien moet er een consistentprogramma zijn voor kinderenvoor, tijdens en na school.”Lees verder op volgende paginajaarverslag 2009 42


Vervolg vorige paginaMentaal procesHet aanvankelijke idee was om hetgemeenschapshuis te renoveren enuit te bouwen. “Voor het bestuur vanhet gemeenschapshuis is het niet zomakkelijk om te integreren in onzeopzet van een multifunctioneel plein.Het Muziekinstituut wil graag met onssamenwerken om extra parkeergelegenheidin het weekend te krijgen.Al met al vergt het heel veel energieen overleg om samen op één lijn tekomen.”Als de gebouwelijke integratie met hetgemeenschapshuis niet zou doorgaan,ligt er de optie van alleen uitbreidingvan het schoolgebouw. “In dit processpeelt ook de Gemeente Breda eengrote rol als eigenaar van het terrein.Met alle betrokken partijen hebben weeen haalbaarheidsonderzoek en kostenberekeninglaten uitvoeren. Daarnazijn verschillende scenario’s uitgewerkt.Een daarvan is het slopen vanenkele oude gebouwen en vervangendoor een multifunctioneel gebouw.”Rond de zomervakantie van 2010moeten er knopen worden doorgehakt,zegt Van Baal. “Ik verwacht datwe gefaseerd aan de slag zullen gaan.Dat wordt dan voorlopig een gezamenlijkproject van De Zandberg, Kobergroep, het Muziekinstituut en degemeente. Maar we blijven praten methet bestuur van het gemeenschapshuis.Want daar ligt voor alle partijeneen prachtige kans.”jaarverslag 2009 43


7VisieontwikkelingDagarrangementenDoor de motie Aartsen/Bos in de Tweede Kamer is vanaf het schooljaar 2007-2008 de basisschool verplicht onder bepaalderandvoorwaarden opvang aan te bieden tussen 7.30 en 18.30 uur. INOS heeft hier vorm aan gegeven door een samenwerkingsovereenkomstmet Kober kindergroep af te sluiten.Daar waar onderwijs en opvang voorheen allerlei beelden over elkaar hadden, was echte samenwerking nog maar beperktaanwezig. Intussen zijn op veel scholen voorzieningen voor buitenschoolse opvang (BSO) aanwezig of is er een nauwesamenwerking met een BSO-voorziening in de buurt. De tussenschoolse opvang (TSO) wordt inmiddels door de Kober kindergroepop alle INOS-basisscholen verzorgd.Inmiddels is duidelijk dat de samenwerking tussen schoolbesturen en kinderopvangorganisaties de komende jaren flink zalgaan veranderen. In Breda was de start hiervan de ondertekening van het veelbesproken Stockholm-akkoord door vier groteschoolbesturen en Kober kindergroep. De snelheid waarmee deze ontwikkeling plaats vindt, zal per school verschillend zijn.Dit wordt voor een deel veroorzaakt door de verschillen die nu al bestaan tussen het niveau van de huidige samenwerking,maar ook het deelnamepercentage van kinderen aan de diverse vormen van opvang. De snelheid van die ontwikkeling isechter vooral een eigen keuze van de directeur en zijn/haar schoolteam bij de implementatie van het INOS-beleid zoals datgeformuleerd in het Strategisch Meerjarenbeleidsplan. Een aantal scholen heeft aangegeven graag voorop te willen lopenbij deze ontwikkeling. In overleg met Kober zijn er daartoe vier pilotprojecten gedefinieerd. In 2010 wordt gezamenlijk eenuitwerking gemaakt hoe voor die betreffende locaties een verregaande samenwerking tussen onderwijs en opvang eruit kanzien.44 jaarverslag 2009


Jaarverslag


8.2Regionale samenwerking tussen schoolbesturenEind 2008 is er na intensief overleg een bestuurlijk compromis bereikt over de toekomstige vestiging van een nieuwe Nutsschoolin Teteringen. De bestuurlijke samenwerking in 2009 stond vooral in het teken van de goede afronding van dezeafspraken.Daarbinnen is met externe ondersteuning een heroriëntatie uitgevoerd op de wederzijdse communicatie en samenwerking.Resultaat van deze heroriëntatie is de aanstaande omvorming van de Schoolraad naar een Bestuurlijk Overleg Breda. In ditnieuwe overleg zal een delegatie van de gezamenlijke schoolbesturen geregeld op hoofdlijnen overleggen met de verantwoordelijkwethouder en de directie van de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Breda. Het doel is metelkaar de visie en afspraken uit de Lokale Educatieve Agenda te bewaken.Hiernaast zal regie gevoerd worden op de vele initiatieven die op het gezamenlijke onderwijs af komen. Dit vertaalt zichbijvoorbeeld in het voeren van regie op de vele overlegvormen in Breda waaraan vertegenwoordigers van het onderwijsvelddeelnemen.De opbouw van dit Bestuurlijk Overleg Breda heeft brede steun in Breda en staat onder leiding van een tijdelijk onafhankelijkvoorzitter en het dagelijks bestuur bestaande uit de heer C. Clarijs namens het Voortgezet Onderwijs en de heer W. Kaizernamens het Primair Onderwijs.INOS neemt ook actief deel aan verschillende gemeente-overstijgende samenwerkingen. Onder andere:• OOK: Het bestuurlijk netwerk Passend Onderwijs. Elders in dit jaarverslag staat hierover een meer uitgebreidebeschrijving• RPO (Regionaal Platform Onderwijs): Een uitwisselingsplatform voor schoolbesturen in de regio West-Brabant• REC West-Brabant: Hierin werken de drie scholen voor Speciaal Onderwijs van INOS samen met andere REC-3 scholenin West-Brabant.8.3Horizontale en Verticale verantwoordingVerbindend, ambitieus, resultaatgericht en omgevingsbewust. Dat zijn de vier strategische waarden die INOS gekozen heeften die onze kernboodschap vormen. Om dit waar te kunnen maken, werken we samen met vele partners en betrokkenen.Aan al die betrokkenen wil INOS laten zien hoe het gaat met INOS. Daarnaast is INOS een instelling die wordt gefinancierdmet publiek geld. Ook daarom is het openlijk verantwoording afleggen van groot belang.INOS doet dit op een aantal manieren:1. In de medezeggenschapsraden van scholen en in de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) zijn oudersen medewerkers vertegenwoordigd. Zij zijn betrokken bij de beleidsvorming en oefenen invloed uit door huninstemmings- en adviesrechten die zijn vastgelegd in het medezeggenschapsreglement.2. Aan de Raad van Toezicht en het Directeurenberaad wordt door middel van de jaarplanmonitor zes keer per jaarverantwoording afgelegd over de voortgang van ontwikkeling. Op basis van deze monitor wordt eens per jaar eenmeer diepgaande jaarevaluatie opgesteld.3. Belangrijke (tussen)stappen in de ontwikkeling worden breed gepubliceerd en verspreid. Daarmee geeft INOSinvulling aan een zo transparant mogelijke beleidsvoering.jaarverslag 2009 47


4. De inspectie van het onderwijs bezoekt onze scholen met enige regelmaat en brengt hierover publiek verslag uitvia haar website.5. De Centrale Financiële Instelling (CFI, voortaan DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs) ontvangt de jaarrekening met hetbestuursverslag ter verantwoording van de besteding van de ontvangen financiering.6. Jaarlijks geeft INOS een jaarverslag uit dat wordt verspreid onder alle partners en geïnteresseerden in het netwerk.Door publicatie van dit jaarverslag op onze website (www.inos.nl) is het breed beschikbaar. Bovendien wordt hetjaarverslag ter beschikking gesteld aan ouders.7. Feedback vanuit netwerk: publicaties gaan vergezeld van het verzoek tot feedback. Hiervan wordt in de praktijk ookgebruik gemaakt. Feedback wordt ontvangen vanuit het netwerk in Breda, de regio West-Brabant en landelijkecontacten.Ontwikkelingen in 2010In de eerste maanden van het jaar 2010 heeft INOS voor haar jaarverslag over 2008 twee eervolle nominaties ontvangen alsBest Practice in het project Verantwoorden van Klasse(n). Met name de transparante wijze waarop de klachtafhandeling ende onderwijsresultaten worden besproken zijn daarbij genoemd.In de reeks van publicaties verwachten we in 2010 de publicatie van het Identiteitsbeleid.Eind 2010 wordt de evaluatie van de eerste strategische beleidscyclus verwacht.8.4Landelijke partnersDe Bond KBOINOS is als katholiek schoolbestuur in het Primair Onderwijs aangesloten bij de Bond KBO. In voorkomende gevallen makenwe gebruik van de expertise van deze schoolbestuursorganisatie, zoals bijvoorbeeld voor juridische ondersteuning, vraagstukkenop het gebied van personeelsbeleid, medezeggenschap en leerlingenprognoses. Het CvB participeert in de beleidscommissiedie landelijke ontwikkelingen volgt en daarover adviseert.De PO-RaadDe PO-Raad, opgericht op 22 januari 2008, behartigt de belangen van de besturen in het Basisonderwijs, Speciaal Basisonderwijsen (Voortgezet) Speciaal Onderwijs. De PO-Raad kan met gezag de stem van het Primair Onderwijs laten klinken.INOS heeft zich direct na de oprichting bij deze organisatie aangesloten. INOS vindt het van belang om samen met partnersbinnen en buiten het Primair Onderwijs doelen te verwezenlijken.In 2009 heeft het College van Bestuur bijzonder intensief samengewerkt met de PO-Raad om te komen tot een branchecodevoor goed bestuur. Hierin wordt een vertaling gegeven van de wet ‘Goed Onderwijs, Goed Bestuur’ naar de concrete inrichtingen het handelen van schoolbesturen. Deze code is op 21 januari 2010 vastgesteld en het College van Bestuur van INOShanteert de code als leidraad voor goed bestuur.De OnderwijsraadDe Onderwijsraad is een onafhankelijk adviesorgaan van regering en parlement op het brede terrein van onderwijs. De voorzittervan het College van Bestuur van INOS is voormalig lid van de Onderwijsraad. INOS wordt soms door de Onderwijsraadbenaderd. In 2009 heeft INOS als ervaringsdeskundige deelgenomen aan een onderzoek naar de herinrichting van hetstelsel voor onderwijsbegeleiding. In de afgelopen jaren is er vanuit de overheid een beleid van toenemende marktwerkinggevoerd en heeft de Onderwijsraad een evaluatie uitgevoerd. De publicatie van het rapport ‘Ontwikkeling en ondersteuningvan onderwijs’ is te vinden op de website van de Onderwijsraad. (www.onderwijsraad.nl)48 jaarverslag 2009


LVC3De INOS-scholen voor Speciaal Onderwijs zijn aangesloten bij de Landelijke Vereniging Cluster 3 (LVC3). Deze verenigingondersteunt de leden bij het werken aan een passende, maatschappelijke positie voor leerlingen met een specifiekeonderwijs-zorgbehoefte. De belangrijkste pijlers daarbij zijn belangenbehartiging en expertise. De INOS-directeur van DeLiduinaschool (voor Zeer Moeilijk Lerende Kinderen) is lid van het bestuur van LVC3 als vice-voorzitter/secretaris. De drieINOS-directeuren van SO-scholen maken deel uit van landelijke taakgroepen.De WEC-RaadDe WEC-Raad, waarin LVC3 participeert, is de clusteroverstijgende belangenbehartiger voor alle scholen voor SpeciaalOnderwijs in Nederland. Dit betekent dat hij zich inzet voor het bevorderen van een optimaal onderwijsaanbod voor leerlingenmet beperkingen, zowel voor de inhoud als de organisatie. Rechtspositionele zaken worden in overleg met de PO-Raadbehartigd. In de afgelopen jaren zijn vanuit de WEC-Raad ontwikkelingen vormgegeven en is de implementatie daarvanondersteund op het gebied van kwaliteitszorg, leerlingvolgsystemen (data-care) en leerlijnen.jaarverslag 2009 49


9DEEL C: DE ORGANISATIEOrganisatiestructuur9.1Raad van ToezichtDe Raad van Toezicht heeft als belangrijkste taak toe te zien op de wijze van werken van het College van Bestuur. Daarnaastis hij werkgever en strategisch adviseur van het College van Bestuur. De Raad van Toezicht bestaat uit de volgende leden:• Ans Wijtvliet, voorzitterfuncties:- Lid CvB Zadkine, ROC in werkgebied Rijnmond- Lid RvT Kempenhaeghe, gezondheidszorg, epilepsie- Lid RvT de Waarden, primair onderwijs in streekgewest Breda• Jos Sommers, vice-voorzitterfuncties:- Voormalig bestuurder zorgcentra- Actief in plaatselijke politiek• Karel Hoet, lidfuncties:- Algemene leiding van bedrijven in verschillende sectoren, met name industrieel- Specialisatie is verandermanagement: doelen herdefiniëren en organisatiestructuren aanpassen.• Mark Leermakers, lidfuncties:- Registeraccountant• Hans ter Linde, lidfuncties:- Voormalig rector Onze Lieve Vrouwe Lyceum Breda- Lid bestuur KVSC (Vereniging van schoolleiders/bestuurders bij het Christelijk geïnspireerd Onderwijs)- Coach beginnend schoolleiders namens VO-raadDe Raad van Toezicht vervult zijn functie door vanuit de eigen deskundigheid de voortgang van het College van Bestuur tevolgen. Hij laat zich daartoe breed informeren door het College van Bestuur, door de accountant, door werkbezoeken opscholen en door contacten met de GMR.In december 2009 heeft de Raad van Toezicht wederom haar jaarlijkse uitvoerige evaluatie gehouden met het College vanBestuur als geheel en met de leden hiervan afzonderlijk. Ook is de wederzijdse samenwerking en uitwisseling van informatiebesproken. Deze gesprekken zijn in een positieve sfeer verlopen en de Raad heeft het vertrouwen in het functioneren van hetCollege van Bestuur bevestigd.Eind 2009 verliep de termijn van Jos Sommers volgens het rooster van aftreden. In de tweede helft van 2009 heeft de wervingvan een opvolger plaatsgevonden. De publieke, transparante sollicitatieprocedure heeft geleid tot de benoeming vanAnita Rasenberg op voordracht van de GMR en de tijdelijke uitbreiding van de Raad van Toezicht met Gerrit van der Burg,vooruitlopend op het vertrek van Hans ter Linde per 1 januari 2011. Beide nieuwe leden zijn benoemd met ingang van 1januari 2010.50 jaarverslag 2009


Benutten van talent: Directeur in opleiding‘Directeur inopleiding’ groeitgestaag in rolVan onze correspondentDe afgelopen jaren is meer dan 80%van de directeuren binnen INOSvan werplek en taak veranderd. Dereden hiervan was om hen meerte laten sturen op hoofdlijnen. Hetgevolg daarvan is dat op de scholenzelf iemand veel dagelijkse activiteitenmoet overnemen. Daartoebiedt INOS potentieel talent degelegenheid zich te ontwikkelen tot‘directeur in opleiding’. Waarnemenddirecteur Antoinet Sommers iseen van hen.GroeimodelIn augustus 2008 zijn er nieuweOrganisatorische Eenheden van startgegaan. Antoinet Sommers werdbenaderd om waarnemend directeurte worden op De Liniedoorn binnen deOrganisatorische Eenheid St.Joseph,De Spoorzoeker en De Liniedoorn.“Samen met mijn directeur MáriaPeeters hebben we naar een vorm gezocht,waarin we beiden optimaal onswerk zouden kunnen doen. Daarmeewerd ik praktisch gezien de ‘leidinggevende’op de locatie. Ik ontlast Mária,die vanuit haar verantwoordelijkheidveelal op andere plaatsen en in eenandere rol actief is.”Sinds de invoering van het nieuwefunctiehuis is Antoinet ‘directeur inopleiding’. “Een aantal jaar geleden iser al een ‘kweekvijvertraject’ gestart.Daarbij kon je een opleiding tot directeurPrimair Onderwijs volgen. Uitdeze mensen, onder wie ikzelf, zijner een aantal door INOS in de apartecategorie ‘directeur in opleiding’ geplaatst.Het is de opstap om langzaamuit te groeien tot een eventuele rol alsINOS-directeur.”Lees verder op volgende paginajaarverslag 2009 52


9.4Strategische projectgroepenGekoppeld aan het directeurenberaad hebben ook in 2009 de zes Strategische Projectgroepen gefunctioneerd op basis vande ambities in de notitie ‘Besturen en Organiseren’. Concreet is de inzet van de projectgroepen gericht op de versterking vande rol van de directeuren in het INOS-brede domein. Het beoogde effect bij deze versterking is tweeledig, namelijk:• de schoolwerkelijkheid dichter bij het bestuurlijk proces brengen• versterking van de beleidscapaciteit van INOS, waarbij aan de directeuren een centrale rol in de beleidsvoorbereidingwordt toebedacht.Uitgangspunten voor de activiteiten van de projectgroepen zijn:• de projectgroepen werken thema’s uit in opdracht van het College van Bestuur en het Directeurenberaad• de projectgroepen zijn voeders/denktanks voor College van Bestuur, Staf en Projectleiders• de projectgroepen kunnen het Directeurenberaad gebruiken als klankbordgroep en voor draagvlaktoetsing• aan het begin van het schooljaar stelt de projectgroep samen met medewerkers van het bestuursbureau en College vanBestuur een werkplan op• dit werkplan dient aan te sluiten bij het INOS-jaarplan• het credo is: ‘Liever enkele thema’s goed, dan vele thema’s half’.De belangrijkste thema’s die in 2009 om inzet van de projectgroepen hebben gevraagd zijn:Projectgroep thema’s in 2009FinanciënDe financiële cyclusTrajecten voor Europese aanbestedingHuisvesting / ICTVaststelling en realisatie van het ICT-beleidsplanVoorbereiding van de implementatie van één leerlingenadministratieen leerlingvolgsysteemPersoneelInrichting van het FunctiehuisOpzet van de gesprekkencyclusPassend Onderwijs / WSNSInrichting van OOK, het regionale netwerk Passend OnderwijsBeleidsvoorbereiding voor Passend Onderwijs binnen INOSBrede School / DagarrangementenOntwikkeling van het Brede Schoolbeleid ‘Leren in Verbinding’Kwaliteitszorg / Communicatie /Evaluatie personeelsblad DIGINOSInnovatieOntwikkeling van format voor meerjaren strategisch beleid op schoolniveauVoortgang ontwikkeling bestuurlijk dashboardVoorbereiding tevredenheidonderzoekenDe voortgang die in 2009 is gerealiseerd op de thema’s van de Strategische Projectgroepen wordt elders in dit jaarverslagbesproken.jaarverslag 2009 55


9.5MedezeggenschapDe Gemeenschappelijke MedezeggenschapsRaad (GMR) is een wettelijk voorgeschreven inspraakorgaan, dat opkomt voorde kwaliteit van het onderwijs en de belangen van leerlingen, personeel en ouders. Binnen INOS vertegenwoordigt de GMR31 scholen en toetst zij beleid dat alle of een meerderheid van de scholen betreft. De GMR heeft drie werkgroepen (Onderwijs,Financiën, Personeel en Organisatie) waarvan ook leden van de MR-en lid zijn.Personeelsgeleding:Carmen de Werd (voorzitter)Elles Derksen (penningmeester)Vonnie Touw-SimonsJoop van der VeekenRené SpieringsDick JonkvacatureOudergeleding:Bart VeenPaul Haak (vice-voorzitter)Addy van Gool (secretaris)Erwin MeinersMarc van DijkRichard PiechockiEdwin BosAmbtelijk secretaris:Petra HavermanDe GMR heeft zich het afgelopen jaar ontwikkeld tot een professionele gesprekspartner binnen INOS. Door opleiding enervaring zijn de leden steeds beter ingevoerd in de materie. Om informatie in te winnen richt de GMR zich ook tot externedeskundigen. Zoals CNV Onderwijs, dat de GMR dit jaar heeft ingewijd in het functiehuis en de functiemix. Daarnaastvolgde een aantal leden een cursus financiën.Er wordt in een open en plezierige sfeer vergaderd, met een kwalitatief goede inbreng en een positief-kritische en niet teformele houding. Het werken met werkgroepen bevalt goed. Een werkgroep bekijkt de stukken vooraf en adviseert de GMRhierover. In de GMR-vergadering volgt de plenaire discussie. Door de vele ontwikkelingen binnen INOS is het soms zoekenhoe het GMR-werk in de beschikbare tijd zo effectief mogelijk kan worden uitgevoerd. De GMR kijkt met tevredenheid terugop de afgelopen periode en streeft ernaar zijn professionaliteit in de toekomst verder uit te bouwen.Goede communicatie is belangrijk. Zo fungeert de GMR geregeld als gesprekspartner van het College van Bestuur, dat bij deeerste helft van de vergaderingen aanwezig is. Daarnaast is er frequent een open overleg tussen het dagelijks bestuur van deGMR en het College van Bestuur. Jaarlijks is ook de Raad van Toezicht bij een GMR-vergadering aanwezig. Ook de communicatiemet de achterban is een speerpunt. Een belangrijk doel is het contact van de GMR met de MR-en en tussen de MR-enonderling een krachtige impuls te geven. Dit leidde het afgelopen jaar tot een aantal bijeenkomsten voor de leden van demedezeggenschapsraden van INOS. Deze gelegenheden zijn erg belangrijk om met elkaar informatie uit te wisselen. Zo waser een bijeenkomst over Passend Onderwijs en het zorgplan WSNS, een contactavond voor MR-leden ‘Ik kijk bij jou, jij kijktbij mij in de MR’, in samenwerking met het NKO: de vereniging van Nederlandse Katholieke Ouders, een tweetal cursusavondenvoor beginnende MR-leden en een jaarvergadering met als thema huisvesting en zelfverantwoordelijke teams.Het komende jaar zal de GMR-portal een belangrijk middel zijn voor informatieverstrekking.De GMR heeft gevraagd om evaluatiemomenten van lopende veranderingsprocessen. Tussenevaluaties beschouwt de raadals een belangrijk instrument om ingezet beleid waar mogelijk bij te sturen en feeling te houden met de praktijk.Verder heeft de GMR op meerdere terreinen een actieve en medebepalende rol gespeeld in de voorbereiding van beleid. Inhet kader van de functiemix is er een INOS-werkgroep opgericht waarin twee GMR-leden zitting hebben. Daarnaast haddentwee leden zitting in de sollicitatiecommissie voor een nieuw lid voor de Raad van Toezicht. De GMR denkt ook actief meeover de vorming van een ouderplatform in het kader van Passend Onderwijs. Voor de bezwarencommissie van het functiehuisdroeg de GMR een kandidaat voor.56 jaarverslag 2009


De komst van de gesprekkencyclus is er mede op initiatief van de GMR. Een ander belangrijk issue was de beloningsdifferentiatievoor alle personeelsleden.De jaarlijkse zelfreflectie houdt de GMR scherp en kritisch. Afbakening van de werkterreinen van GMR en MR-en is daarbijbelangrijk. Ook komend jaar maakt de GMR zich sterk voor goede communicatie, met de achterban en het bestuur. Voor hetbovenschoolse beleid binnen INOS zet de GMR zich zo breed mogelijk in.jaarverslag 2009 57


10OrganisatorischeEenheden10.1Ontwikkelingen en veranderingenDe samenstelling van Organisatorische Eenheden waarbinnen één grote school, of meerdere kleine scholen door één directeurworden aangestuurd, is in 2007 gerealiseerd. Hiermee komt er meer ruimte voor de realisatie van zelfverantwoordelijketeams en ontstaat het gewenste niveau van strategisch opererende directeuren.Door voortschrijdend inzicht en ontwikkelingen in bepaalde wijken van Breda zag het College van Bestuur zich genoodzaaktin 2009 enkele wijzigingen aan te brengen in de samenstelling van de Organisatorische Eenheden:• Met ingang van 1 augustus 2009 verlaat KBS Petrus en Paulus de eenheid met KBS De Weerijs en KBS De Keysersmolen.• Met ingang van 31 december 2009 verlaat KBS Effen de eenheid met KBS De Driezwing en KBS Kievitsloop om samenmet KBS Petrus en Paulus een nieuwe Organisatorische Eenheid te vormen.Daarmee is de situatie eind 2009 als volgt:Samenstelling Organisatorische EenhedenPetrus en PaulusschoolEffenDe GriffioenDe ZandbergDe WegwijzerHelder CamaraDe RosmolenDe HorizonHagehorstDe WerftKievitsloopDe DriezwingOpenluchtschool BredaDe LiduinaschoolDe KeysersmolenDe WeerijsWeilustMytylschool De SchalmDe WisselaarDe WatervlinderDe BoomgaardSt. JosephDe LiniedoornDe SpoorzoekerDe Eerste RithSinte MaerteDe BurchtgaardeJacinta-basisschoolDe LeyeWesterhageJohn F. KennedyMet deze ontwikkeling is het aantal Organisatorische Eenheden dat bestaat uit drie scholen gedaald van drie naar één. Hiermeedringt de conclusie zich op dat eenheden van drie scholen onder aansturing van één directeur langzaam maar zekerzullen verdwijnen.De Organisatorische Eenheden die uit meerdere scholen bestaan, zijn in 2009 verder gegaan op de weg naar gezamenlijkezelfverantwoordelijkheid. Binnen enkele Organisatorische Eenheden is bijvoorbeeld sprake van gezamenlijke studiedagenvan de teams van verschillende scholen. Daarnaast komt het steeds meer voor dat leerkrachten uitgewisseld worden, of datde beheerstaken door één gezamenlijke conciërge of administratief medewerker worden uitgevoerd. Het College van Be-58 jaarverslag 2009


stuur ziet dit soort uitwisselingen en het delen van kennis en ervaringen als grote meerwaarde van het werken met OrganisatorischeEenheden en staat uitgesproken positief tegenover deze initiatieven.10.2De senior coach als partnerDe jonge INOS-organisatie kreeg op enig moment behoefte om de als te groot ervaren afstand tussen het College van Bestuuren Organisatorische Eenheid te verkleinen. Op initiatief van het Directeurenberaad is een tijdelijke intermediaire functieontwikkeld, die vanaf midden 2009 wordt ingevuld door de ‘senior coach voor directeuren’. Hij volgt en stimuleert namenshet College van Bestuur de ontwikkelingen op alle scholen. Het accent ligt daarbij op het coachen van de directeuren van deOrganisatorische Eenheden. Daarbij zijn zowel schoolbeleid en -ontwikkeling vanuit een relatief autonome positie aan deorde als het INOS-beleid dat verder tot ontwikkeling moet komen. Beide moeten een onderlinge relatie hebben die de noodzakelijkeschakel vormt tussen beleid en de uitvoering daarvan.De senior coach is betrokken bij overleg met het College van Bestuur, het Directeurenberaad, diverse projectgroepen, collegiaaloverleg op het bestuursbureau en vooral op scholen. In dat laatste geval kan het gaan om onrust op een school, vormgevingvan de zelfverantwoordelijke teams, het verbeteren van de resultaten, ingrijpen in samenwerkingsproblemen, ontwikkelenvan strategisch beleid, et cetera.Daarnaast zijn het de directeuren zelf die initiatieven nemen om gebruik te maken van de expertise van de senior coach. Indit verband houdt hij zich met een grote diversiteit van vraagstellingen bezig. Zoals: Hoe voorkomen we een ondergemiddeldescore op de CITO Eindtoets? Hoe krijgen we een kwetsbare situatie in een groep omgebogen? Is de zorg op school voldoendeefficiënt ingericht? Hoe moeten we het beleid voor hoogbegaafden binnen de eigen school vorm geven? Hoe kunnenwe van het schoolplan een ‘levend’ document maken? Hoe gaan we het managementteam op school herinrichten? Et cetera.De eerste maanden van schooljaar 2009-2010 laten zien dat de senior coach een waardevolle schakel tussen bestuur enscholen vormt.10.3VeiligheidsbeleidTot en met het jaar 2008 bestond het veiligheidsbeleid op INOS-niveau voornamelijk uit het verzorgen van de verplichteRisico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) en enkele trainingen voor BedrijfsHulpVerleners (BHV-ers) op scholen. De overigefacetten van het veiligheidsbeleid werden op schoolniveau uitgewerkt.Door enkele recente ervaringen met veiligheidsincidenten en vanwege een toenemende vraag vanuit de scholen is de wensontstaan naar een INOS-brede aanpak. Hieraan is in 2009 tegemoet gekomen door het ontwikkelen van gezamenlijk veiligheidsbeleid.Dit beleidsdocument geeft een heldere verdeling van taken en verantwoordelijkheden op dit brede terrein.Daarbij heeft de veiligheidschecklist van het Landelijke Kwaliteitsteam Veiligheid als basis gediend.Na instemming van de GMR en vaststelling van dit beleid door het College van Bestuur (eind 2009) zal in 2010 een startgemaakt worden met de realisatie van de voorgenomen acties.Reeds in 2009 bereikte resultaten zijn:• Hernieuwing van de RI&E (Risico Inventarisatie & Evaluatie).• Een meer gestructureerde aanpak van de BHV-trainingen voor alle scholen.• Een herijking van de INOS-gedragscode.jaarverslag 2009 59


Doorkijkje op taakverdeling in het veiligheidsbeleidDe belangrijkste voorgenomen acties voor 2010 zijn:• Elke school maakt een eigen veiligheidsplan dat aansluit bij het INOS-veiligheidsbeleid. Daarbij wordt de school actiefondersteund door het Landelijke Kwaliteitsteam Veiligheid.• Er wordt een INOS-breed draaiboek ontwikkeld voor het handelen in ernstige (crisis)situaties rondom veiligheid.Hier bij is ook ondersteuning van het Landelijke Kwaliteitsteam Veiligheid gevraagd.60 jaarverslag 2009


Jaarverslag


11Zelfverantwoordelijketeams11.1Zelfverantwoordelijke teamsDe ontwikkeling naar zelfverantwoordelijke teams is een belangrijke keuze in de strategische beleidsdocumenten ‘Missieen visie’ en ‘Besturen en organiseren’. Een verdere uitwerking vindt plaats in het Strategisch Beleidsplan 2008-2012 ‘INOSbrengt leren tot leven’.In 2009 is een tussenevaluatie uitgevoerd om de ontwikkelingen vast te leggen, goede voorbeelden uit te wisselen ennadere kaders en grenzen aan te geven waarbinnen de ontwikkeling van zelfverantwoordelijke teams kan plaatsvinden. Debelangrijkste conclusies met betrekking tot zelfverantwoordelijkheid zijn, dat het werken in zelfverantwoordelijke teamszeer verschillend wordt ingevuld, dat er veel behoefte is aan het delen van ervaringen en dat er voorzichtig sprake is van eencultuurverandering binnen INOS samen met een groeiend ‘INOS-gevoel’.Enkele relevante citaten uit de review medio 2009• Een van de zorgen van leraren was dat taken, vroeger verricht door adjunct-directeuren of andere managementfunctionarissen,nu door de leraren zelf moeten worden verricht. In de loop van het proces is de aanvankelijkeweerstand langzaam weggeëbd. Het merendeel van de medewerkers heeft successen ervaren en staat achter de nieuweplannen. Wel wordt geconstateerd dat deze toenemende acceptatie en het enthousiasme in een aantal gevallen nogpril en kwetsbaar is.• Kansen worden INOS-breed meer en meer benut. Er is sprake van een duidelijke positieve omslag.• Het merendeel van de scholen heeft gebruik gemaakt van het aanbod van het Centrum voor Onderwijsontwikkelingvan Avans. Op een aantal scholen bleek dit aanbod niet te voldoen door de inzet van de verkeerde mensen, hetontbreken van chemie of een te lichte aanpak.• Leerkrachten hebben enerzijds een grote behoefte aan zelfstandigheid en vrijheid op onderwijskundig terrein. Dekeerzijde is dat vrijheid ook verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Daaraan moeten leerkrachten vaak nog wennen.• Als positief ervaart men dat de zelfverantwoordelijke teams heel ‘onderwijs-nabij’ zijn. De basis voor zelfverantwoordelijkheidvan individuele leerkrachten ligt op het terrein van het realiseren van de kerndoelen, het realiseren vanleerprestaties en opbrengsten, het lesrooster, de leertijd en de doorlopende leerlijn. Daarnaast heeft een zelfverantwoordelijkteam als groep van zelfverantwoordelijke leraren gezamenlijk verantwoordelijkheid voor alle leerlingen uitdezelfde bouw.• Zeer positief wordt gevonden dat, doordat er ideeën binnen een zelfverantwoordelijk team worden ontwikkeld, dingenkunnen worden gerealiseerd die daarvoor nooit lukten binnen een school. Wanneer een team echt leert zelfverantwoordelijkte denken, ontstaan er dynamische en flexibele oplossingen en ook onorthodoxe creatieve oplossingen. Ener is vooral discussie over waar het om gaat: het primaire proces, kwalitatief goed onderwijs aan kinderen.Stand van zaken eind 2009Op alle scholen zijn zelfverantwoordelijke teams samengesteld. De fase van ontwikkeling van deze teams verschilt onderlingsterk. Het leren van elkaar komt langzaam op gang.62 jaarverslag 2009


Voortgang ontwikkelingenIn 2010 zal een heroriëntatie plaatsvinden op de begeleiding die zelfverantwoordelijke teams ontvangen bij hun ontwikkeling.Eind 2010, begin 2011 zal een meer diepgaande evaluatie plaatsvinden op de bereikte resultaten. Daarin zal ook hetprincipe van de zelfverantwoordelijke teams binnen INOS worden meegenomen.11.2De teamcoördinatorIn de ontwikkeling van de zelfverantwoordelijke teams vervult de teamcoördinator een cruciale rol. Vandaar dat daar inde tussenevaluatie veel aandacht aan besteed is. De belangrijkste conclusie is dat de rol van teamcoördinator binnen INOSgroeiende is. Daarbij bewandelt ieder team zijn eigen weg. Soms soepel en soms met vallen en opstaan.Enkele relevante citaten uit de review medio 2009• Het bepalen welke taken wel en niet bij teamcoördinatoren horen, is één van de meest besproken en complexeonderwerpen van gesprek binnen INOS. Aan de ene kant zijn de scholen blij met de ruimte die gegeven wordt voorexperimenteren en eigen invullingen. Aan de andere kant is er steeds weer de vraag om kaders en voorschriften. Overalis in ieder geval behoefte aan goede voorbeelden en het aangeven van de grenzen.• Verschillende keren is gerapporteerd over het dilemma dat een teamcoördinator kan worden gezien als iemand dieniet meer bij het team hoort en als iemand van de leiding en van ‘boven’ wordt gezien. In sommige teams is dit heeleffectief ondervangen door de beschikbare coördinerende tijd niet per se aan de teamcoördinator te geven, maar aanhet zelf verantwoordelijke team als geheel. De teamcoördinator maakt van de tijd gebruik wanneer hij echt coördinerendetaken uitvoert. Maar het komt geregeld voor dat iemand anders uit het team taken voor het gehele teamuitvoert en na afspraak de bijbehorende faciliteit in tijd daarvoor kan inzetten.• Veel scholen hebben inmiddels een taakomschrijving voor de teamcoördinator. In een aantal gevallen is dit aan dezelfverantwoordelijke teams overgelaten. Dit heeft effectief gewerkt. Essentieel blijkt steeds weer dat het succes vanteamcoördinatoren afhangt van de mate waarin ze echt met onderwijskundige zaken bezig zijn.• De impliciete verwachting dat de teamcoördinatoren allerlei beheers- en organisatietaken uitvoeren, is een probleemgebleken. Daar is door het College van Bestuur ingegrepen door onderzoek en organisatie van niet-onderwijsinhoudelijkebeheerstaken.• In alle situaties staan teamcoördinatoren ook met een eigen groepsverantwoordelijkheid voor hun klas. Door allenwordt dat als essentieel ervaren.• Vaak gaan discussies over de kwestie in hoeverre de teamcoördinatoren een rol in het personeelsbeleid van dedirecteuren kunnen overnemen. Men denkt dan aan functioneringsgesprekken. In verschillende scholen zijn positieveervaringen opgedaan met het voeren van gesprekken door teamcoördinatoren met teamleden in de vorm van voortgang-of werkbesprekingen.• Binnen een school dienen, naast de puur onderwijsinhoudelijke taken, allerlei randtaken te worden verricht vanadministratie tot aan conciërgeachtige taken. In de praktijk bleek dat er een impliciete verwachting bestond bij veelteams dat de teamcoördinatoren die taken op zich zouden nemen. Zeker in gevallen waar de directeur de verantwoordelijkheidover meerdere scholen had gekregen en niet meer elke dag aanwezig was, was dit het geval.Stand van zaken eind 2009Met uitzondering van één school (Liduinaschool) zijn op alle scholen teamcoördinatoren aangewezen. De teamcoördinatorenzijn groeiende in hun rol en werken op enkele plaatsen schooloverstijgend samen binnen de eigen OrganisatorischeEenheid.Op enkele breed gedragen signalen van de teamcoördinatoren en directeuren is in 2009 nadere actie ondernomen. Dit betreftvoornamelijk de scholing, de beheerstaken en de rol van de teamcoördinator in de gesprekkencyclus.De externe scholing van de teamcoördinatoren verloopt helaas niet altijd naar wens. Vandaar dat het College van Bestuur hetinitiatief hiervoor naar zich toegetrokken heeft en tot heroriëntatie is overgegaan.jaarverslag 2009 63


In 2008 is al uitvoerig onderzoek gedaan naar de aard en omvang van de niet-onderwijsinhoudelijke beheerstaken. Op basishiervan is gekozen voor een koers die teamcoördinatoren zoveel mogelijk van deze taken ontlast. Dit is terug te zien in hetactief aanstellen van conciërges en administratieve krachten, en het zoveel mogelijk centraal aansturen en regelen waar ditmogelijk is. Dit blijkt te werken. Men voelt zich daadwerkelijk geholpen, gehoord en ondersteund.Rondom de gesprekkencyclus heeft in 2009 een intensief gesprek plaatsgevonden. In november is deze discussie afgeronden zijn hierover heldere afspraken gemaakt. De directeur voert de formele beoordelingsgesprekken en een gespreksfunctionaris(vaak, maar niet per definitie, de teamcoördinator) voert voortgang- en ontwikkelgesprekken met de medewerkers diein eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen professionele ontwikkeling.De teams die duidelijk geslaagd zijn in de opzet van een team en het teamcoördinatorschap geven aan niet meer terug tewillen.Voortgang ontwikkelingenEen gewenste ontwikkeling voor de toekomst is dat de teamcoördinatoren INOS-breed meer met elkaar in contact wordengebracht. Hiertoe is een start gemaakt met een netwerk van teamcoördinatoren.64 jaarverslag 2009


Jaarverslag


12Integraalpersoneelsbeleid12.1Ontwikkelingen personeelsbeleidINOS onderkent het belang van Integraal Personeelsbeleid (IPB). Goed personeelsbeleid biedt scholen een handvat om deorganisatorische doelstellingen af te stemmen op de personele mogelijkheden en deze te beïnvloeden. Het verbindt en hetbiedt medewerkers meer loopbaanperspectief. Bovendien heeft het een positief effect op de kwaliteit van ons onderwijs. Ditjaar is voor het eerst gewerkt met een jaarplan IPB, een uitwerking van de geplande doelstellingen voor 2009. Hierin zijn dehierna volgende onderwerpen opgenomen.Functiehuis en taakbeleid binnen INOSIn 2008 is een start gemaakt met het harmoniseren van de diverse functies en het uniformeren van de functiebeschrijvingen.In 2009 heeft dit geleid tot een op de organisatie afgestemd functiehuis. Hierin zitten 36 verschillende functies voormanagement, onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel. Deze zijn tot stand gekomen vanuit overleg tussen hetCollege van Bestuur, P&O, directeuren en de GMR. Daarbij is o.m. gebruik gemaakt van zowel normfuncties als voorbeeldfunctiesuit de CAO Primair Onderwijs. Op sommige punten is hiervan afgeweken. Alle functies zijn bekeken en gewaardeerddoor een gecertificeerd FUWA-adviseur, het functiehuis is goedgekeurd door de GMR en er is een interne bezwarencommissieingericht. In november 2009 is nagenoeg iedereen in een functie geplaatst. De ingangsdatum van de benoemingis vastgesteld op 1 januari 2010.INOS heeft als uitgangspunt gekozen voor een beperkte functiedifferentiatie en daarbij een keus aan de directeur in het beleggenvan taken (taakdifferentiatie). Werkzaamheden die niet in de functiebeschrijving zijn opgenomen en niet logischerwijzebinnen de functie thuishoren, kunnen als aparte taak worden afgesproken. Door de keuze van taakdifferentiatie is erook voor gekozen om een gedifferentieerd beloningsbeleid te ontwikkelen. Hierdoor kan INOS bepaalde (mogelijk zware)taken extra belonen bij excellent functioneren.Voorbereiding en implementatie gesprekkencyclus binnen INOSIn 2008 zijn er verschillende bijeenkomsten geweest om tot een beleid te komen rondom voortgangs- en beoordelingsgesprekken,de zogenaamde gesprekkencyclus. Er was behoefte aan een goed inzicht in de ontwikkelbehoefte en -noodzaakvan medewerkers. Eind 2009 zijn alle directeuren akkoord gegaan met de uitvoering van de gesprekkencyclus. Dit heeftgeleid tot de ontwikkeling van de notitie voortgang- en ontwikkelgesprekken met een agenda en een zelfreflectiedocumentinclusief INOS-competenties, en de notitie ‘Beoordelingsbeleid’, met de daaraan gekoppelde beoordelingssystematiek.BeloningsdifferentiatieIn 2009 zijn de richtlijnen voor beloningsbeleid verder geconcretiseerd in een notitie ‘Beloningsdifferentiatie’. De kernhiervan is dat INOS verschil wil maken tussen individuele medewerkers via beloning. Bij beloningsdifferentiatie gaat hetom extra beloning voor excellente medewerkers, boven op het vaste salaris. Dat kan individueel maar ook aan een groep.Er kan sprake zijn van een incidentele beloning achteraf (gratificatie), maar ook van een meer structurele beloning vooraf(toelage). Verder kan gedacht worden aan beloning in geld, in goederen of via het bieden van extra faciliteiten. Beloningsdifferentiatieheeft in alle gevallen te maken met het honoreren van concrete behaalde prestaties en/of beschikbare (ontwik-66 jaarverslag 2009


Vervangingsorganisatie: Matchpoint‘Matchpoint’ verlostdirecteuren vandagelijkse kopzorgVan onze correspondentIn de dagelijkse gang van zaken opbasisscholen lijdt vooral de organisatievan vervanging van zieke ofafwezige medewerkers tot hoofdpijnbij de verantwoordelijke directeur.Althans tot voor kort. Want het‘matchen’ van een afwezigeonderwijskracht met een geschiktevervanger verloopt binnenkort viade digitale snelweg.Begin 2009 heeft een organisatieadviesbureausamen met medewerkersvan INOS een vervangingsorganisatiein eigen beheer opgezet dieMatchpoint heet.Slimme software“Elke directeur kan achter zijn pcadequaat inspelen op de behoeftenvan zijn of haar eigen school, dankzijde slimme software die helemaal opINOS is ingericht. Er zijn elke dag tweeparttime planners (Colinda van denBerg en Rachel van der Made) actiefdie matches tussen vraag en aanbodmaken voor de scholen”, vertelt Keesvan Sprundel die de coördinatie enaansturing van de vervangingsorganisatieregelt.Dat de combinatie van goede softwareen een strakke coördinatie en planninghaar vruchten afwerpt blijkt duidelijkuit de cijfers.”Onze verwachting wasaanvankelijk dat we ongeveer 1000matches per jaar zouden moetenmaken. Maar dat aantal hebben we albereikt in minder dan drie maanden.Daaruit blijkt wel dat Matchpoint ineen behoefte voorziet.”Service-op-maatVolgens Kees zit de meerwaardevan Matchpoint niet alleen in dehandigheid en snelheid waarmee eenvervangingsoperatie tot stand komt.“Eigenlijk is het een geweldige service-Lees verder op volgende paginajaarverslag 2009 68


Vervolg vorige paginaop-maat. In de database zitten ongeveer230 mensen (maart 2010). Diezijn jong, gepensioneerd, ervaren ofnog studerend. De een wil INOS-breedworden ingezet om juist op meerscholen ervaring op te kunnen doen,de ander heeft een sterke voorkeurvoor vervanging in groep 4 op die eneschool die hij of zij kent. Door slimmefilters in de programmatuur en hetzorgvuldige werk van de planners kunnenwe vervolgens de meest optimalegedifferentieerde match maken, zowelvoor de school als voor de vervanger.”Competente vervangersBehalve dat Matchpoint de schooldirecteurenontlast, geeft het ook eengoed beeld van de competenties enkwaliteit van de invallers. “Dat is voormij een sterke kant van Matchpoint,ook op langere termijn.”Raoul Bongers is speciaal aangesteldom startende leerkrachten tebegeleiden. Hij volgt ze en adviseerthen voor eventuele scholing. VanSprundel: “Doordat vooral starters enPabo-studenten in de vervangingspoolgraag veel ervaring opdoen, krijgen zeeen brede kijk op onze INOS-scholen.En wij kunnen getalenteerde mensengoed beoordelen om ze eventueel laterin een tijdelijk of vast dienstverbandte laten instromen. Dan weet je beterwat je aan iemand hebt, dan uit eensollicitatiegesprek alleen.”jaarverslag 2009 69


12.2MatchpointINOS heeft in het schooljaar 2007-2008 Organisatorische Eenheden ingevoerd. De directeur van zo’n Organisatorische Eenheidis integraal verantwoordelijk voor de aansturing. Vooral de organisatie van niet-onderwijsinhoudelijke beheerstaken opschool bleek te zorgen voor een grote belasting. Eén van die tijdrovende taken was het organiseren van vervanging.Begin 2009 heeft een organisatieadviesbureau in opdracht van INOS onderzoek gedaan naar mogelijkheden om dit efficiënterte organiseren. Het daadwerkelijk regelen van een vervanger (vooral bij een acute behoefte) bleek het grootste knelpuntte zijn. Zaken als een gebrek aan een betrouwbaar overzicht van mogelijke invallers en een gebrek aan inzicht of invallers alworden ingezet op andere scholen, waren hier debet aan. Behalve het tijdrovende aspect bleek dat het vervangingsvraagstukbinnen iedere Organisatorische Eenheid afzonderlijk werd opgepakt.Er zijn een drietal oplossingsrichtingen uitgewerkt, te weten:• vervanging in eigen beheer• vervanging door samenwerking met partners zoals andere stichtingen• vervanging uitbesteden.INOS heeft uiteindelijk, op aandringen van haar directeuren, gekozen voor het opzetten van een vervangingsorganisatiein eigen beheer, Matchpoint genaamd. De belangrijkste motivatie was de mogelijkheid om zo optimaal in te kunnen spelenop de wensen en behoeften van de eigen organisatie en daarin geen concessies te hoeven doen vanwege de belangen vanandere partijen. Er is nu een interne kandidaat benoemd voor de coördinatie en aansturing van de vervangingsorganisatie.Van buiten INOS zijn twee parttime planners aangetrokken. Om vraag en aanbod op een goede manier bij elkaar te brengenis er een keuze gemaakt voor een adequaat softwarepakket.In 2010 zullen deze inspanningen naar verwachting leiden tot een goed lopende vervangingsorganisatie.12.3Ontwikkeling van de organisatie P&ODe ondersteuning vanuit het bestuursbureau op het gebied van P&O heeft in 2009 vorm gekregen door het aanstellen vaneen Hoofd P&O. Deze is belast met de professionalisering van het integraal personeelsbeleid van INOS. De afdeling P&Obestaat verder uit twee parttime medewerkers die beiden hun eigen specifieke aandachtsgebied hebben: advies aan leidinggevendenen advies op het gebied van arbeidsongeschiktheid. Door deze professionaliseringsslag heeft INOS de externeondersteuning van adviesbureaus in 2009 kunnen afbouwen.12.4kengetallen PersoneelAantal medewerkers:De volgende tabel en grafiek laten zien hoe de verdeling van het totaal aantal medewerkers was op 31 december 2009 perleeftijdscategorie en per geslacht.70 jaarverslag 2009


300250200150100DirOOPOP500> 24 24-34 34-44 44-54 54-59 59 >In 2009 zijn er in vergelijking met 2008 meer OOP functies bijgekomen (336 nu tegen 317 in 2008). De impuls die INOS opdat gebied heeft gegeven (extra conciërges en administratieve ondersteuning) is hierin dus terug te vinden.In 2009 is er ook een terugloop in het aantal directiefuncties te zien. In vergelijking met 2008 zijn er drie directiefunctiesminder (6,25 %). In de komende jaren zal deze terugloop doorzetten, immers de functie adjunct-directeur is niet meer opgenomenin het functiehuis. In 2015 zijn er geen adjunct-directeuren meer binnen INOS. Hetzij door natuurlijk verloop of weldoor herplaatsing middels loopbaanbegeleiding in een andere passende functie binnen het functiehuis.Gegevens omtrent het verzuim in 20092008 2009Verzuimpercentage incl. vangnet *) 5,78 6,46Verzuimpercentage excl. vangnet 4,88 5,97Meldingsfrequentie 1,24 1,20Gemiddelde verzuimduur 9,15 dagen 8,50 dagen*) zwangerschap en ziekte als gevolg van zwangerschap1098765432102008Percentage incl vangnetPercentage zonder vangnetMeldingsfrequentieGemiddelde verzuimduur200972 jaarverslag 2009


De gegevens uit 2009 laten een groei van de meldingen zien die tegelijkertijd korter duren. Tegelijkertijd is er ook een terugloopin de meldingsfrequentie te zien. In het meest recente overzichtsrapport ‘Verzuim en vervanging in het Primair Onderwijs2008’ van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de jaren 2006, 2007 en 2008 is ook een groei inverzuimpercentage te constateren en loopt INOS niet uit de pas. Voor 2010 zal INOS wel meer grip proberen te krijgen ophet verzuim teneinde het percentage terug te brengen. De eerder genoemde maatregel om de bedrijfsarts zijn spreekuur oplocatie te laten houden, kan hierbij een positieve impuls betekenen.jaarverslag 2009 73


13Communicatie en PR13.1Ontwikkeling communicatiestructuurCommunicatie naar buiten toe is erg belangrijk voor INOS en haar scholen. Het onderhouden van contacten met de persen andere media speelt daarin een cruciale rol. Tijdens een directietweedaagse in april zijn de directeuren geschoold in hetomgaan met media ten tijde van calamiteiten en incidenten. De eindverantwoordelijkheid bij dergelijke ingrijpende gebeurtenissenligt bij het College van Bestuur. De voorzitter van het College van Bestuur -en bij zijn absentie het lid van het CvBtreedtbij INOS-brede onderwerpen als woordvoerder op.Het in het najaar van 2008 uitgevoerde vervolgonderzoek over communicatie door Edux Adviseurs is in 2009 geïmplementeerd.Dit onderzoek richtte zich vooral op de communicatie met de medezeggenschapsorganen en de ouders, maar ook opde communicatie tussen de GMR en de MR’en.Sinds 1 augustus 2009 is een stafmedewerker communicatie uit eigen kring in dienst van het bestuur. Hij beheert de internecommunicatie en adressenbestanden, bewaakt de huisstijl, onderhoudt de relaties met communicatiebedrijven en de media.Daarnaast voert hij de (eind)redactie voor het personeelsblad DIGINOS, de INOS-website (nieuwspagina) en andere publicaties.Het in 2008 opgestelde ‘inwerkplan’ fungeert inmiddels als huishoudelijk draaiboek voor iedere (nieuwe) medewerkerop het bestuursbureau.In het najaar van 2009 heeft een selectie van toeleverende communicatiebedrijven plaatsgevonden. Het veelvoud van bedrijvenwordt teruggebracht tot één partner die over de nodige onderwijservaring beschikt en kwaliteit en expertise levert ophet gebied van ontwerp, vormgeving, drukwerk en logistiek. In 2010 wordt een raamoverkomst afgesloten, waarin ook deINOS-scholen kunnen participeren.DIGINOS, het personeelsblad, is in 2009 verder tot leven gebracht en weet inmiddels de nodige verbindingen te leggen. Inhet schooljaar 2009-2010 is een netwerk van schoolcorrespondenten operationeel geworden. Deze collega’s die diversefuncties bekleden, vormen voor de redactie het aanspreekpunt in de afzonderlijke scholen. Zij leveren gevraagd en op eigeninitiatief de nodige kopij aan. Dat DIGINOS inmiddels een belangrijke functie vervult, blijkt uit de consistente maximaleomvang van de edities en de stijgende oplage.Toekomstige jaarverslagen worden aantrekkelijker van inhoud en vorm gemaakt. Er wordt nauw gelet op de relatie die hetjaarverslag heeft met het voorgaande en opvolgende kalenderjaar. Het is immers een momentopname in de vierjarige cyclusvan het Strategisch Beleidsplan. Voor het voorliggende Jaarverslag 2009 voert een redactieteam van drie stafmedewerkersde regie. Met ondersteuning van een professionele tekstschrijver leveren betrokkenen uit alle geledingen op basis van kennis,kunde, ervaring en toebedeelde taken artikelen aan. In het jaarverslag staan korte interviews met vertegenwoordigersuit diverse geledingen. Met deze opzet benadrukt INOS dat elk jaarverslag een breed gedragen weerslag is van de organisatie.74 jaarverslag 2009


13.2De INOS-portal als communicatieplatformDe INOS-portal is voor alle medewerkers toegankelijk en heeft in 2009 een gedaantewisseling ondergaan. De navigatiestructuuris gecomprimeerd. Bovendien is er gekozen voor een startpagina met korte inleidende alinea’s met doorverwijzingennaar de feitelijke achterliggende (en inmiddels aangepaste) teksten. De teksten over missie, visie en organisatiestructuur zijngeactualiseerd.Sinds begin oktober is de nieuwspagina operationeel. Op de nieuwspagina staan korte, actuele nieuwsfeiten, in principegedurende twee weken. Afhankelijk van het te melden nieuws wordt er doorverwezen naar uitgebreidere artikelen en/ofdocumenten. Er is bijvoorbeeld aandacht besteed aan bouwkundige mijlpalen van scholen, de opening van ANNAstede, dekunstprijsvraag voor de scholen van INOS, de Onderwijsdag, Sinterklaas, de Raad van Toezicht, de start van Matchpoint enhet Keurmerk Opleidingsschool dat INOS op de valreep van 2009 van het ministerie van OCW verkreeg.Documenten die standaard gepubliceerd worden, zijn: DIGINOS, de Nieuwsbrief OOK en publicaties zoals jaarverslagen,beleidsplannen en tussentijdse, eenmalige evaluaties.13.3OnderwijsdagMaandag 2 november 2009 vond de derde INOS-Onderwijsdag plaats met als thema ‘De rijke en uitdagende leeromgeving’.Dit thema benadrukte het belang dat we in onze visie hechten aan het bieden van uitdaging aan leerlingen. Bijzonder aandeze dag was dat er diverse workshops op eigen INOS-locaties werden gegeven door eigen medewerkers. Nieuwe ideeën envoorbeelden van good practices passeerden de revue. ’s Middags vond het gezamenlijke programmagedeelte in het ChasséTheater plaats, waar diverse inspirerende gastsprekers aan het woord kwamen. Elkaar ontmoeten is op deze dag ook heelbelangrijk. De waardering daarvoor blijkt elk jaar uit de evaluatie.Ook in 2010 organiseert INOS een onderwijsdag en wel op 1 november. Het thema is nog niet vastgesteld, maar wederom bijelkaar in de scholen kijken staat hoog op de agenda. In tegenstelling tot de eerste drie jaar is de organisatie van de Onderwijsdagnu geheel in handen van eigen medewerkers gelegd.Naast deze personeelsdag wordt elk jaar een Nieuwjaarsbijeenkomst voor alle medewerkers van INOS georganiseerd. Degrote mate van opkomst bewijst de waardering voor deze momenten van ontmoeting. Het INOS-gevoel onder de medewerkerswordt erdoor versterkt en vergroot het besef tot een sterke, beeldbepalende onderwijsorganisatie te behoren.jaarverslag 2009 75


Onderwijsdag 2009Onderwijsdag steedsmeer voor en doorINOS-medewerkersVan onze correspondentZoals bij vele soorten bijeenkomstenis ook op de INOS-Onderwijsdaghet onderwerp van belang. Maarhet valt niet te ontkennen dat hetontmoeten van collega’s ook zekereen rol van betekenis speelt.“Ook bij de voorbereiding van dederde Onderwijsdag hebben we ditgoed beseft. Sinds de eerste Onderwijsdagis het steeds meer onzeinzet om verbindingen tot stand tebrengen tussen medewerkers onderling,en tussen bestaande en nieuweinzichten en ontwikkelingen. Dat isin 2009 weer perfect gelukt”, steltLianne van Bekhoven, die van meetaf aan deel uitmaakt van de organiserendewerkgroep.Uitdagende ontwikkelingenEen perfecte manier om juist de ruim1350 medewerkers van INOS op deOnderwijsdag met elkaar in verbindingte brengen, is hun kennis te latenmaken met elkaars werk. “Er vindenzoveel uitdagende innovaties plaats oponze eigen scholen, dat de werkgroephet er snel over eens was wat het onderwerpzou worden van Onderwijsdag2009. Daarmee was ook duidelijkdat we niet op één locatie terecht konden.Integendeel, het ging er ons omdat medewerkers in workshops zoveelmogelijk indrukken konden opdoen opcollega-scholen in Breda. Een dag vooren door de eigen mensen dus”, verteltLianne.Een hele verandering, als ze terugdenktaan de eerste Onderwijsdag.“Die werd strak geregisseerd en inhoudelijkingevuld door externen. Allesvond toen plaats in het Chassé Theater.Daarbij kwam dat INOS net bestonden nog een plek moest veroveren bijde mensen op de werkvloer. Al met alwas de Onderwijsdag niet meteen bijiedereen populair. Ik kan nu zeggendat dit beeld in twee jaar volledig isLees verder op volgende paginajaarverslag 2009 76


Vervolg vorige paginagekanteld. We weten uit de evaluatiesdat men over de meeste activiteitenheel positief is. Sommige workshopszijn zo enthousiast gevolgd, dat webesloten hebben ze in 2010 weer ophet programma te zetten”, kondigt zealvast aan.De werkgroep krijgt ideeën en onderwerpenvoor de Onderwijsdag deelsvanuit het Directeurenberaad. “Dedirecteuren weten immers goed welkeontwikkelingen op hun scholen plaatsvinden.En wat geschikt is voor eenworkshop en wie die eventueel kangeven. Als dat bekend is, kunnen debetreffende medewerkers een trainingvolgen over de wijze waarop je eenworkshop interactief kunt leiden.”Dat de workshops op verschillendescholen worden gegeven, vindt Lianneideaal. “Er is sowieso meer ruimteom alle deelnemers te ontvangen. Enbovendien kun je na de workshop depraktijksituatie bekijken op school.Je merkt dat men best trots is om deeigen ideeën en innovaties voor anderente presenteren, ook al vindt menhet soms best spannend.”Ze geeft al het thema voor de volgendeOnderwijsdag. “Het thema ‘Uitdagendeleeromgeving’ biedt nog velemogelijkheden. De kans is dus grootdat we op de ingeslagen weg doorgaanen weer leerzame en inspirerendeworkshops gaan organiseren.”Uiteraard was er weer de traditionelegezamenlijke afsluiting. “Juist datgezellige samenzijn tijdens de lunchen de borrel zorgt voor de ideale collegialeverbinding. Je leert elkaar beterkennen en je leert van elkaar.”jaarverslag 2009 77


13.4Uitwisseling professionele kennis en ervaringIn 2008 bleek uit een rondgang langs de scholen hoeveel kennis en ervaring er binnen INOS aanwezig is. Maar tegelijk wasduidelijk dat deze bron nog onvoldoende werd gebruikt. Om het leren van elkaar te stimuleren is in 2009 een aantal initiatievengenomen. Zo stond de Onderwijsdag dit jaar in het teken van leren van elkaar. INOS-medewerkers kregen de gelegenheidbij collega’s op bezoek te gaan om daar bijgepraat te worden over de ontwikkeling op die scholen.Een ander initiatief speelde op de Organisatorische Eenheid De Weerijs en De Keysersmolen. Daar is een studiedag georganiseerdwaarop het leren van elkaar heel praktisch werd gemaakt. Allereerst inventariseerde men om welke kennis of vaardigheidde collega’s verlegen zaten en wie dat zou kunnen bieden. Vervolgens droeg men via speelse werkvormen de gevraagdekennis over. Later is deze activiteit beschikbaar gemaakt voor scholen die hiervoor belangstelling hebben.Er bleek in 2009 ook een sterke behoefte aan good practice op het gebied van gedragsproblemen. Op twee terreinen is hieraan gewerkt. Op een INOS-school bleken de gedragsproblemen in twee groepen niet meer hanteerbaar. Externe deskundigenhebben in de betreffende groepen de situatie geanalyseerd en de leerkrachten ondersteund. Een en ander werd geobserveerddoor twee gedragsspecialisten van INOS, met als doel om zelf in de toekomst een dergelijke interventie te kunnenuitvoeren.Gedragsproblemen blijken het onderwerp te zijn waarover leraren zich in het kader van Passend Onderwijs het meestezorgen maken. Daarom is in 2009 het initiatief genomen om een Leergemeenschap Gedrag te vormen. Deze bestaat uittwintig collega’s, voortkomend uit de diverse soorten INOS-scholen. Doel is om alle kennis over gedragsproblemen en deaanpak daarvan toegankelijk te maken voor collega’s. Het resultaat hiervan zal uiteenlopen van checklists over hoe het klassenmanagementer uit zou moeten zien, tot de beschikbaarheid van gedragsspecialisten die in de groep problemen kunnenobserveren en de oplossingen naderbij brengen.Ook binnen de scholen voor Speciaal Onderwijs heeft men zich gericht op de toekomst. Waren er in 2008 al scenario’s ontwikkeld,volgens welke de drie INOS-scholen zich verder zouden kunnen ontwikkelen, in 2009 werden deze scenario’s bijgesteld.Een en ander heeft onder andere geresulteerd in een visiedocument over de Brede School voor Passend Onderwijs.13.5Externe CommunicatieNaast bovengenoemde ontwikkelingen heeft INOS in 2009 intensief gecommuniceerd met vele externe partners en stakeholders.Dit is meer uitgebreid beschreven in het hoofdstuk over maatschappelijke verantwoording.Over communicatie in met name crisissituaties zijn met directeuren en andere betrokkenen duidelijke afspraken gemaakt.Het College van Bestuur en de gezamenlijke directeuren zijn onder andere gericht getraind op het omgaan met pers en mediaonder dit soort omstandigheden.78 jaarverslag 2009


Jaarverslag


14Ontwikkelingbestuursbureau14.1Het bestuursbureauHet Strategisch Beleidsdocument ‘Besturen en organiseren’ spreekt van de opbouw van een klein, hoogwaardig en professioneelbestuursbureau. Dit is geen gemakkelijke opgave gebleken. Mensen moesten worden uitgeplaatst en interim-oplossingenwaren lang niet altijd succesvol. Op het bestuursbureau zijn in 2009 echter grote stappen gezet. De bezetting is stabielgeworden, de taakverdeling en communicatielijnen zijn sterk verbeterd. De werkprocessen zijn verbeterd, maar de borginghiervan blijft een aandachtspunt. Enkele gezamenlijke studiemomenten zijn van groot belang gebleken in de vorming vansamenhang en teamgeest in dit relatief nieuwe team.Eind 2009 was de bezetting van het bestuursbureau als volgt:WerkgebiedFteCollege van Bestuur 2,0Secretariaat 3,7Financiën 1,6ICT 1,0Huisvesting 2,1Personeel en Organisatie 2,0Onderwijszaken/Bestuurssecretaris 1,6Communicatie 1,0Totale formatie bestuursbureau* 15,0*) Ook de coördinator van het samenwerkingsverband WSNS-INOS heeft een werkplek op het bestuursbureau.Naast de investering in teamontwikkeling is gekozen voor herhuisvesting van het bestuursbureau vanuit de voormalige conciërgewoningaan de Rijnauwenstraat naar de voormalige Anna-kerk aan de Haagweg. ANNAstede is nu ‘het huis van INOS’.Met deze keuze heeft INOS zich geprofileerd als eigentijds katholiek schoolbestuur met het hart in het centrum van Breda.Het is nu mogelijk om met diverse (ook grotere) groepen gezamenlijke bijeenkomsten te houden zonder daarvoor naarexterne locaties te moeten uitwijken.De herhuisvesting van het bestuursbureau is boven verwachting succesvol. De reacties van intern en extern zijn buitengewoonpositief. De opening van het nieuwe bestuursbureau is in 2009 feestelijk verricht door enkele leerlingen van INOSscholen.Tevens zijn bij deze gelegenheid kinderkunstprijzen uitgereikt tijdens een tentoonstelling van kunstwerken vanleerlingen van alle INOS-scholen.In 2010 zal verder geïnvesteerd worden in de professionele ontwikkeling van het team van het bestuursbureau. Daarin zullenhet borgen van interne processen en het stroomlijnen van de communicatie naar de scholen prominente thema’s zijn.80 jaarverslag 2009


14.2KlachtenbeleidDe medewerkers van het bestuursbureau op de nieuwe locatie“Binnen INOS zijn 1350 medewerkers actief voor ruim 10.000 leerlingen. En elke leerling heeft weer minimaal één ouder/verzorger naast zich staan die INOS graag als partner in onderwijs en opvoeding ziet. In dit mensenwerk gaat wel eens watmis. INOS wil deze missers natuurlijk graag oplossen voor de direct betrokkenen. Daarnaast is het als onderwijsorganisatievan belang te leren van deze missers zodat die een volgende maal voorkomen kunnen worden.”Bovenstaande tekst vormt de inleiding op de in 2009 geformuleerde klachtenregeling voor de scholen van INOS. DoordatINOS is aangesloten bij de landelijke Klachtencommissie voor het Katholieke Onderwijs in Den Haag, wordt aan de wettelijkeverplichtingen voldaan. Maar de drempel naar deze landelijke Klachtencommissie is groot en INOS wil meer dan alleen hetafdichten van de wettelijke verplichting. Vandaar een aanvullende, eigen klachtenregeling die andere (betere) momentenvan verbinding tussen de betrokkenen zoekt. Een onderdeel hiervan is de inrichting van een interne Klachtencommissie meteen onafhankelijk voorzitter, die het CvB van advies kan dienen.Er is bekendheid gegeven aan de nieuwe klachtenregeling door:• actieve verspreiding onder de scholen en alle medezeggenschapsraden.• één tekst over de klachtenregeling in alle schoolgidsen die voor de ouders beschikbaar zijn.• de start van een INOS-breed netwerk van schoolvertrouwenspersonen. Hierin vindt professionalisering en uitwisselingvan ervaringen plaats.jaarverslag 2009 81


Het succes van dit eigen initiatief heeft zich in 2009 bewezen, doordat een groter aantal klachten het bestuursbureaubereikt. Dit is een wenselijke ontwikkeling, omdat we ervan uitgaan dat het aantal klachten niet gestegen is, maar ze nuwel beter in beeld komen. Dit biedt een betere kans op een voor alle partijen acceptabel resultaat en biedt INOS tevens eengoede mogelijkheid om te leren van gemaakte fouten.Aantal ontvangen signalen op bestuursniveau: 16Hoe zijn deze signalen opgelost?*• in onderling overleg: 11• interne klachtenprocedure: 3• landelijke klachtenprocedure: 3* Eén signaal is zowel door de interne als de landelijke Klachtencommissie behandeld.Situaties die hebben geleid tot het voeren van een formele klachtenprocedure zijn de volgende:• Een school wil een leerling verwijzen naar het SBO. Daar gaan ouders niet mee akkoord. Onderzoek van de interneklachtencommissie leert dat de eigenlijke oorzaak van deze klacht ligt in een moeilijke communicatie tussen de oudersen de betreffende leerkracht. Na het voeren van diverse gesprekken met de klachtencommissie, de leerkracht en dedirecteur, wordt de klacht ingetrokken.• Ouders zijn ontevreden over de wijze waarop de school tot het eindadvies voor het VO is gekomen en stellen dat deschool onterecht nadelige informatie aan de beoogde VO-school heeft verstrekt. Daardoor is de leerling niet aangenomenop de school van eerste voorkeur. De procedure via de landelijke Klachtencommissie levert de uitspraak op datde school juist heeft gehandeld in de informatieverstrekking naar het VO, maar dat de verwachtingen over het eindadviesdoor de schooljaren heen te positief zijn geformuleerd naar de ouders. Daardoor hadden ouders een te rooskleurigbeeld van het potentieel van hun kind. Deze uitspraak is breed verspreid onder alle INOS-directeuren om hetbelang van een realistisch beeld van kinderen te benadrukken.• Ouders zijn ontevreden over de wijze waarop een school is omgegaan met de herindeling van drie groepen 6 naar tweegroepen 7. Daarbij is naar de mening van de ouders voorbijgegaan aan het belang van het kind. Een interne procedurestelt de school in het gelijk, waarna ouders via de landelijke Klachtencommissie alsnog het gelijk aan hun kant krijgen.De school heeft onzuiver gecommuniceerd naar deze ouders.• Ouders gaan niet akkoord met de afwijzing van een verlofaanvraag voor vervroegde vakantie i.v.m. familiebezoek.De interne Klachtencommissie stelt met de leerplichtwet in de hand de school in het gelijk. Kinderen mogen zonderzwaarwegende redenen niet van school verzuimen.• Ouders van een INOS-school dienen een klacht in tegen het gedrag van een leerkracht van een niet-INOS-school diegehuisvest is in hetzelfde pand. De landelijke Klachtencommissie verklaart na een lange procedure de klacht nietontvankelijk, omdat de betreffende leerkracht geen deel uit maakt van de schoolgemeenschap van de INOS-school.82 jaarverslag 2009


Jaarverslag


15ICT15.1ICT-beleidsplanEind 2008 is het ICT-beleidsplan opgesteld met concrete doelen op diverse vlakken. Het gaat daarbij om het kennisniveauvan kinderen als ze de school verlaten, hoe ICT op school aansluit bij hun leefwereld, welke competenties van leerkrachtenen ondersteuners gevraagd worden en hoe ICT de processen in de organisatie ondersteunt. Ook geeft het beleidsplan richtingover hoe we ICT-werkzaamheden binnen INOS gaan organiseren. De kern wordt daarbij gevormd door een Infrateam,dat als een centraal zelfverantwoordelijk team de scholen ondersteunt bij de inrichting van ICT. Daarnaast zal er een teamvan iCoaches komen dat zich specifiek richt op de rol van ICT in de leefwereld van het kind en de aansluiting daarop vanleermethodes.In 2009 is een flinke stap gezet in de implementatie van het beleidsplan. De hieraan gerelateerde organisatorische veranderingenzijn groot en vragen daarom veelvuldig en zorgvuldig overleg met schooldirecties, GMR en ICT-coördinatoren opscholen.15.2Digitale SCHOOLBORDENEen van de meest in het oog springende ICT-veranderingen op school is het gebruik van het digitale schoolbord. In 2009 isde versnelde introductie doorgezet. Aan het eind van het jaar bedroeg het aantal aanwezige digitale schoolborden meerdan honderdvijftig (gemiddeld één op de vier groepen). Circa honderd borden zijn afkomstig uit het Innovatiefonds opstichtingsniveau, zodat de kosten niet op de schoolexploitatie drukken.Om het juiste gebruik van de borden te stimuleren zijn stichtingsbreed meerdere professionaliseringsbijeenkomsten georganiseerd.Bij de aanschaf van dergelijke hoeveelheden is INOS gebonden aan de Europese aanbestedingswetgeving. De procedurehiervoor is begin 2009 afgerond. Hierin is ook het reguliere onderhoud opgenomen. Tevens is een analyse gemaakt vande financiële verschillen tussen de aanschaf uit eigen vermogen van deze borden of het leasen bij een externe financieringsmaatschappij.Dit laatste bleek het gunstigste alternatief.15.3Leerlingenadministratie en leerlingvolgsysteemEen juiste verwerking van de leerlingengegevens vormt de basis van een goede schooladministratie. Eén van de doelstellingenvan het ICT-beleidsplan is om eind 2012 het gebruik van deze systemen binnen INOS geharmoniseerd te hebben. Bij destart van 2009 werden er nog verschillende softwarepakketten gebruikt om leerlingengegevens bij te houden.De gebruikte systemen kondigden in 2009 een belangrijke verandering aan: ze veranderen van lokaal op server geïnstalleerdsysteem naar systemen waarbij de gegevens centraal opgeslagen worden en via internet toegankelijk zijn. Dit betekentdat elke gebruiker vanaf elke werkplek waar internet beschikbaar is, de gegevens kan bekijken en wijzigen. Dit was eenuitgelezen moment om de gewenste harmonisatie van de systemen versneld door te voeren.84 jaarverslag 2009


Om de selectie zorgvuldig uit te voeren is een projectgroep gevormd die bestaat uit een aantal directeuren, de coördinatorWSNS, een ICT-coördinator uit het Speciaal Onderwijs en een Intern Begeleider. Nadat de op de markt aanwezige pakkettenzorgvuldig zijn geanalyseerd, is eind 2009 gekozen voor één pakket voor het Basisonderwijs. Hoewel dit pakket nog nietvoldoet aan alle specifieke eisen die het Speciaal Onderwijs stelt, wordt ook onderzocht in hoeverre het effectief en efficiëntis indien het Speciaal Onderwijs bij deze standaard aansluit.In december 2009 is de invoering van dit pakket gestart. Hierbij zal eerst het leerlingadministratiepakket worden ingevoerd.Dit heeft prioriteit gekregen omdat per oktober 2010 de uitwisseling van deze gegevens, en daarmee ook de bekostiging,met het ministerie geheel elektronisch plaats zal vinden. Aansluitend zal in het tweede kwartaal van 2010 het leerlingvolgsysteemworden ingevoerd. Een belangrijk onderdeel daarbij is de scholing van directeuren, IB’ers, administratieve krachten,ICT-coördinatoren, maar ook alle leerkrachten.Een bijzonder aspect van het gekozen pakket is de zogenaamde ouderportal. Dit biedt scholen de mogelijkheid om ouders,gecontroleerd en beveiligd, toegang te geven tot delen van het leerlingvolgsysteem. De kosten van de ouderportal wordenin het eerste gebruiksjaar door het bestuur betaald. Elke school kan in dat jaar zonder extra kosten experimenteren op hetgebied van communiceren met de ouders en verzorgers van haar leerlingen.15.4E-mail en INOS-portalIn juni 2009 zijn de laatste medewerkers voorzien van een @inos.nl-account. Dit betekent dat alle 1.350 medewerkers methun inlognaam en wachtwoord binnen één elektronische omgeving kunnen mailen. Onder andere door het gebruik van distributielijstenkunnen ze elkaar eenvoudiger bereiken. De mail is nu voor elke medewerker toegankelijk vanaf elke werkplekwaar een internettoegang is. Ook is het voor iedereen mogelijk de mail te ontvangen en te versturen van PDA’s en smartphones.Medewerkers kunnen dezelfde inlognaam en hetzelfde wachtwoord ook gebruiken voor toegang tot de INOS-portal. Binnendit intranet zijn verschillende teamsites ingericht. Zo vinden de GMR en de directeuren op één plaats alle documenten dievoor hen bestemd zijn. Het aantal teamsites is in 2009 fors gegroeid. Elke strategische projectgroep heeft bijvoorbeeld eeneigen teamsite. Het systeem is zodanig ingericht dat elke school een eigen schoolspecifiek intranet kan inrichten. Door middelvan interne cursussen heeft inmiddels tweederde van de INOS-scholen geleerd hoe een dergelijke schoolportal ingerichtkan worden.15.5InfrastructuurIn 2009 is vrijwel alle ICT-hardware van KBS De Boomgaard en KBS John F. Kennedy vervangen. Naast een hoofdgebouwhebben deze scholen meerdere noodlokalen en (semi-) permanente huisvesting. De vervanging van de hardware is gebruiktom locaties middels glasvezelverbindingen aan elkaar te koppelen. Tevens is de installatie van nieuwe hardware gebruikt omover te gaan op een beheersschil, waarbij de installatie en het beheer van de pc’s op afstand gebeurt.jaarverslag 2009 85


INOS investeert in digitale schoolborden“Digitale schoolbordenverbeterende concentratie”Van onze correspondentEen van de meest in het oogspringende ICT-veranderingen opINOS-scholen is het snel toenemendaantal digitale schoolborden. In2009 meer dan 150.Volgens een van de enthousiastegebruikers, Maureen Dionisius, ishet niet zomaar een ‘leuk speeltje inde klas’. “Dankzij de grote projectieen vooral de digitale leerkrachtassistentbevorderen deze borden debetrokkenheid bij mijn leerlingen.”LeerkrachtassistentTwee jaar geleden is men op kbs HelderCamara in groep 3 gestart met depilot ‘Digibord’. “We hadden toen neteen nieuwe methode Veilig leren lezendie beschikt over een zogenoemde‘leerkrachtassistent’. Via internet krijgje op je digibord de dagelijkse planning.Ook de methode Pennenstreken heeftzo’n leerkrachtassistent. Ik druk op eenknopje en de leerlingen zien meteenhoe een letter wordt geschreven. Motorischeoefeningen worden voorgedaanin een filmpje. Dat werkt heel duidelijken tijdbesparend.”Verder is ook de grote projectie vanbelang, ervaart ze. “Voorheen stond ikvoor de groep in een werkboekje ietsaan te wijzen, maar dat kon natuurlijkniemand lezen. Nu klik ik simpel ophet scherm op ‘Werkboek’ en het verschijntmeteen groot in beeld. Zo gaathet ook met de bekende wisselrijtjes enhet woorden flitsen. Bij dat laatste kunje de wisselsnelheid vooraf instellen.”Maureen was meteen heel enthousiastLees verder op volgende paginajaarverslag 2009 86


Vervolg vorige paginaover zowel de nieuwe methode als hetdigibord. “Niet alleen vanwege de didactischeen technische meerwaarde,maar ook vanwege het effect op onzeleerlingen. We merken dat ze veelmeer betrokken zijn. Met het digibord,dat er visueel heel gelikt uitziet, sluitje dus perfect aan bij hun persoonlijkebeleving.”Grotere betrokkenheidEen collega van Maureen heeft zelfeen website ontwikkeld met taal-,reken- en andere spelletjes voor groep3. “Die kan ik zo in de klas op hetdigibord laten doen. Dat vinden deleerlingen erg leuk. Ze vragen ookzelf of ze bijvoorbeeld de flitswoordenmogen aansturen op het bord. Daaruitblijkt wel hun grote betrokkenheid.”Haar voorlopige conclusie is dat hetdigibord ideaal is voor vele doeleinden.“Ik moet er niet aan denkendat ik weer op de oude manier moetgaan hannesen met een flap-over enkaartjes. Hoewel je er soms niet aanontkomt. Laatst lag internet eruit endan moet je flink omschakelen. Voordergelijke ‘noodgevallen’ hebben wegelukkig een whiteboard in de klas.jaarverslag 2009 87


16Onderwijshuisvesting16.1Strategische planvorming onderwijshuisvestingIn het kader van het Strategisch Meerjarenbeleidsplan is in 2009 de behoefte ontstaan om binnen INOS te komen tot eenstrategisch huisvestingsplan. Gezien de slechte toestand van een aantal van hun locaties is de eerste aanzet daartoe gemaaktbij de drie scholen voor Speciaal Onderwijs: De Liduinaschool, Mytylschool De Schalm en Openluchtschool Breda. Al snelzijn daar de twee scholen voor Speciaal Basisonderwijs (SBO) Westerhage en De Leye bij betrokken. Ter ondersteuning is dehulp ingeroepen van een extern adviesbureau dat gespecialiseerd is in onderwijshuisvesting. Al snel werd duidelijk dat ertussen deze scholen veel synergiemogelijkheden zijn met betrekking tot hun huisvesting. De ontwikkelingen rond PassendOnderwijs hebben daarbij als katalysator gewerkt en als einduitkomst is de ambitie van een Brede School voor PassendOnderwijs geformuleerd.Parallel hieraan zijn ook de basisscholen van INOS gestart met een vergelijkbaar traject voor een strategisch huisvestingplan.Aangezien basisscholen nadrukkelijk zijn gekoppeld aan hun voedingsgebieden is hier, overeenkomstig de INOS-visie,gefocust op de wijk en zijn dus ook kinderopvang, sport, cultuur, welzijn e.d. bij de wijkscenario’s betrokken. Al snel werdduidelijk dat een dergelijk plan pas compleet is als alle scholen van alle besturen in het Primair Onderwijs (Basisonderwijs,Speciaal Basisonderwijs en Speciaal Onderwijs) erin betrokken worden. Bij de start van het schooljaar 2009/2010 bleek erdraagvlak te zijn bij de andere besturen en bij de gemeente Breda om te komen tot de ontwikkeling van een strategische visievoor onderwijshuisvesting en gerelateerde voorzieningen voor heel Breda. In de ontwikkeling van deze visie zijn naast deschoolbesturen ook externe partners als woningbouwcoöperaties, kinderopvangorganisaties en welzijn- en zorginstellingenbetrokken. Doelstelling is om deze visie ontwikkeld te hebben vóór de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2010 en hetonderwerp te maken van de college-onderhandelingen die daarop volgen.16.2Concrete ontwikkelingen op locatieTerwijl de uitwerking van het Strategisch Huisvestingsbeleid in volle gang is, gaan de concrete ontwikkelingen op diverseschoollocaties gewoon door. De meest in het oog springende zaken uit 2009 zijn:• De gemeente heeft ervoor gezorgd dat er aan het begin van het schooljaar 2010-2011 tijdelijke huisvesting beschikbaarwas aan de Rithsestraat (15 lokalen plus speellokaal en ruimte voor BSO).• Net als in 2008 heeft INOS in 2009 ruim € 2 miljoen voor eigen rekening geïnvesteerd in (achterstallig) onderhoud enveiligheid aan haar gebouwen.• De uitbreiding van De Liduinaschool (locatie Rijnauwenstraat en locatie Landheining) is in juni 2009 volgens planningopgeleverd. De locatie Namenstraat is niet langer in gebruik voor onderwijshuisvesting en overgedragen aan deGemeente Breda.• Medio 2009 is de uitbreiding van Openluchtschool Breda opgeleverd.• De uitbreiding en een partiële aanpassing in het hoofdgebouw van KBS St.Joseph is net vóór de kerstvakantie 2009opgeleverd. Bij deze uitbreiding heeft de gemeente Breda, tot volle tevredenheid, het bouwheerschap ingevuld. INOSheeft voor deze constructie gekozen, doordat er een nauwe relatie was met de ontwikkeling van het naastgelegenbrouwerijterrein.• De aanbesteding van de uitbreiding van KBS John F. Kennedy heeft later plaatsgevonden dan verwacht. Vervolgens iser een juridische kwestie ontstaan over het al dan niet terecht uitsluiten van een van de inschrijvers. Uiteindelijk kongunning plaatsvinden en zijn de werkzaamheden in oktober gestart. De oplevering wordt medio 2010 verwacht.88 jaarverslag 2009


• De aanbesteding van de uitbreiding van KBS Weilust staat door de combinatie van een aantal factoren (beoordelingdoor Welstand, budgettair, parkeren op eigen terrein, kapvergunning e.d.) voor eind januari 2010 gepland, met eenoplevering in oktober 2010.• INOS heeft zich verplicht om in het schooljaar 2009-2010 de permanente uitbreiding voor KBS Sinte Maerte en in2010-2011 voor KBS De Eerste Rith te realiseren. De tijdelijke huisvesting Rithsestraat wordt gebruikt om tijdensde bouwactiviteiten beide scholen te herhuisvesten samen met buitenschoolse opvang. De werkzaamheden bij KBSSinte Maerte zijn half oktober gestart, de oplevering is begin juli 2010. De planvorming voor de uitbreiding van KBS DeEerste Rith is in november in gang gezet en verloopt naar wens.• De grootschalige verbouwing van Brede School Vlierenbroek (inmiddels omgedoopt tot kindcentrum Olympia) is inseptember 2009 opgeleverd.• De bouw van Brede School Geeren-Noord is van start gegaan. Hiertoe is door de gemeente voor de herhuisvesting vanKBS ‘t Kievitsnest een nieuwe tijdelijke locatie geplaatst aan de Joris Helleputtesstraat 12. Gelijktijdig met de (tijdelijke)verhuizing is de naam van de school gewijzigd in KBS De Watervlinder. Naar verwachting is de oplevering begin 2011.• De realisatie van Brede School Huis van de Heuvel heeft weer vertraging opgelopen, doordat de voorgestelde invullingvan de kerk aan het Mgr. Nolensplein niet acceptabel was voor het verlenen van een Monumentenvergunning.Inmiddels is het plan aangepast en is de vergunning opnieuw aangevraagd. De realisatie wordt in 2012 verwacht.• De aanbesteding van de multifunctionele accommodatie (MFA) Om de Haenen zal in 2010 plaatsvinden.• De invulling van MFA De Mandt wordt, als gevolg van de stagnatie in de woningbouw, heroverwogen. In afwijking vande eerdere plannen is wel afgesproken dat KBS De Wegwijzer in zijn geheel naar de nieuwe locatie zal verhuizen. Doorde combinatie van de genoemde stagnatie in de woningbouw met de komst van een nieuwe school van Stichting NutsscholenBreda, zullen alle scholen in Teteringen een kleinere omvang kennen dan in voorgaande prognoses. De bouwvan deze MFA is samen met een aantal appartementen gegund aan een bouwconsortium. De oplevering zal naar verwachtingin 2012 plaatsvinden.jaarverslag 2009 89


Nieuwbouw enorme vooruitgang voor LiduinaschoolNieuwbouwLiduinaschoolfeestelijk geopendVan onze correspondentEind 2008 legde voormalig directeurJos van Heel de eerste steen vande nieuwbouw van De Liduinaschoolaan de Rijnauwenstraat. Ditfeestelijke moment markeerde deuitbreiding en renovatie van hetschoolgebouw, waar al sinds 2001over gesproken werd.Nog feestelijker was daarom deopening op 22 oktober 2009 doorwethouder Snier. “Goed voor dezegrootste ZML-school van Nederland,goed voor het personeel en vooralgoed voor de leerlingen”, zegt eenblije directeur Paul Hotterbeekx.Grote verbeteringDe nieuwbouw met onder meer 24 lokalen,twee speellokalen en een grotegymzaal zorgt voor een drastische wijzigingvan de enorme dislocatie waarDe Liduinaschool lang mee te kampenhad. “Jarenlang zaten leerlingen enpersoneel verdeeld over niet minderdan acht verschillende locaties. Doorde nieuwbouw is dit teruggebracht totvier. Daarmee blijft er in elk geval nogiets te wensen over voor de toekomst:één huisvesting voor SO en VSO”,droomt de directeur hardop.Nu al kan worden geconstateerd dat denieuwbouw een enorme vooruitgangbetekent voor De Liduinaschool, aldusde directeur.“De snelheid waarmee de teams en deverschillende ‘culturen’ uit de voormaligelocaties zijn versmolten, heeft onsaangenaam verrast. Je merkte al gauween grote saamhorigheid. Daar ben ikecht trots op. Voor de leerlingen is desituatie iets anders, omdat elke leerrouteeen eigen vleugel heeft.Zo hebben deze leerlingen hun eigen‘school’ binnen De Liduinaschool. DatLees verder op volgende paginajaarverslag 2009 90


Vervolg vorige paginais overzichtelijk, intiem en herkenbaar.”Feestelijk programmaDe nieuwbouw van de school aan deRijnauwenstraat was meer dan voldoendeaanleiding voor een genoeglijkfeestprogramma. “Voor de kinderenwaren er ’s ochtends workshops vanJeugdcircus Woenzini. Iedere leerlingleerde op zijn of haar eigen niveau allerleikunstjes en trucs. Hartstikke leukvonden ze dat. Helemaal toen ze aanhet eind van de workshops alles in depraktijk mochten brengen tijdens eenvoorstelling.”Wethouder Henk Snier onthulde eenkunstwerk dat gemaakt is door deleerlingen van de kunstafdeling vanDe Liduinaschool. “Ze hadden eenschildering van de school gemaakt metdaarin fotootjes van de leerlingen ende medewerkers. Het hangt nu op eenmooie plek.”Zelf droeg Hotterbeekx ook behoorlijkbij aan de feestvreugde. “Ik had meverstopt in een sumoworstelaarpak,waarin ik me nauwelijks konbewegen. Daarmee heb ik over eenkoord gelopen en vervolgens een lintdoorgeknipt. Of het allemaal artistiekverantwoord was, weet ik niet, maarhet publiek heeft zich er wel meevermaakt. Gelukkig zijn er geen foto’svan gemaakt!”jaarverslag 2009 91


17FinanciënIn 2005 heeft de invoering van lumpsumbekostiging plaatsgevonden. Daarbij zijn de verschillende ‘potjes’ voor specifiekedoeleinden beperkt. De individuele verantwoordingsverplichtingen zijn vervangen door verantwoording via de jaarrekeningmet bijbehorend jaarverslag.17.1Pilot ‘Andere vorm van bekostiging’ VervangingsfondsINOS heeft zich in 2009 aangemeld bij het ministerie van OCW om deel te nemen aan een pilot ‘Vervangingsstelsel PrimairOnderwijs’. Deze had als doel om met 15-20% van de schoolbesturen gedurende twee jaar te werken met een andere vormvan bekostiging van vervangingen. Tevens wilde men bekijken of voor alle schoolbesturen in het Primair Onderwijs de verplichteaansluiting bij het Vervangingsfonds op een verantwoorde wijze kon worden gestopt.Eind maart kreeg INOS tot teleurstelling te horen dat de pilot niet door ging, doordat te weinig kleine schoolbesturen zichvoor de pilot hadden aangemeld. Als groot schoolbestuur heeft INOS er baat bij dat er een alternatief komt voor het Vervangingsfonds.INOS betaalt immers ruim 400.000 euro méér aan het fonds dan zij aan vervangingen declareert.Daarom zal INOS ook in 2010 weer pleiten voor een modernisering van het huidige stelsel en zich beschikbaar stellen voorpilots die daarop zijn gericht.17.2Europees aanbestedenOverheidsinstellingen zijn verplicht zich te houden aan (Europese) regels voor het aangaan van verplichtingen. Voor INOShoudt dit in dat, als we voor alle scholen gezamenlijk een opdracht willen verstrekken, veel zaken onder deze regeling vallen.In 2009 heeft de aanbesteding voor digitale schoolborden plaatsgevonden en eind april de definitieve opdrachtverstrekking.Inmiddels zijn er ruim honderd digitale schoolborden op de INOS-scholen geplaatst.Eind 2009 is een start gemaakt met de aanbesteding van schoonmaakwerkzaamheden. De gunning zal voor de zomervakantievan 2010 plaatsvinden.92 jaarverslag 2009


17.3Financiële risicoanalyseIn 2009 heeft INOS een risicoanalyse uitgevoerd. In veel gevallen betreft dit financiële risico’s, zoals de invloed van ongelukkenof onterechte/onjuiste salarisbetalingen. Ook genoemd is de grote afhankelijkheid van de overheid.De economische crisis en de nieuwe plannen rondom Passend Onderwijs werpen een heel nieuw licht op de financiële risico’sdie INOS loopt. De verschillende werkgroepen bij de ministeries zullen naar verwachting met voorstellen voor forse bezuinigingenkomen. Op dit moment is nog niet bekend welke invloed dit zal hebben op het Primair Onderwijs en specifiek oponze organisatie. De verwachting is dat INOS in 2010 en de jaren daarna niet aan deze bezuinigingen zal ontkomen. Daarbijprobeert INOS de kwaliteit van onderwijs zo min mogelijk negatief te beïnvloeden.17.4Financiële cyclusDe invoering van lumpsum heeft er tevens voor gezorgd dat INOS een jaarrekening met verslag volgens strenge voorschriftenmaakt. Daarin is inmiddels een afzonderlijke paragraaf opgenomen die vermeldt dat zo’n 90% van de voorschriften vooronderwijs inmiddels gelijk is aan die van het bedrijfsleven. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld: hoe om te gaan met beleggingenen de verplichtingen voor BAPO-rechten.Om juiste en rechtmatige cijfers te kunnen presenteren is met ingang van 2007 een financiële cyclus gestart die tot een financiëlejaarkalender leidt. In 2009 heeft INOS na zes maanden, negen maanden en twaalf maanden tussentijdse cijfers latenopstellen en controleren door de instellingsaccountant. Met ingang van 2010 zal dit voor het eerst ook na drie maandenplaatsvinden. Ook zal 2010 gebruikt worden om een eerste aanzet te maken voor het verkrijgen van inzicht in de financiënper school per maand.In 2008 is een netwerk van INOS-administratief medewerkers gestart, dat in 2009 verder tot ontwikkeling is gebracht. Ditmoet in 2010 leiden tot een professioneel netwerk van administratieve krachten.17.5Meerjarenraming 2009-2013Om goed financieel beleid te kunnen maken en geen onnodige financiële risico’s te lopen, is het noodzakelijk een meerjarenbegrotingop te stellen. Deze is in 2009 gemaakt voor de periode 2009-2013. Daarbij wordt per school in beeld gebrachthoe de financiën zich zullen ontwikkelen bij leerlingenaantallen die ook voor dezelfde periode zijn ingeschat. Aanpassinghiervan zal in het voorjaar 2010 plaatsvinden naar de nieuwe periode 2010-2014.Nu is bekend dat de subsidie Bestuur en Management (B&M) per 1 augustus 2010 zal vervallen. Voor INOS houdt dit in datde rijksinkomsten met zo’n € 550.000 zullen afnemen. Daarnaast ligt er al een voorstel om de zogenaamde groeiregeling opschoolniveau te vervangen door een groeiregeling op bestuursniveau. Gevolgen voor INOS zijn dat er waarschijnlijk geen extramiddelen in het kader van groei meer zullen komen. Het afgelopen schooljaar is hiervoor aan INOS een bedrag van zo’n€ 650.000 toegekend en in het lopende schooljaar tot nu toe zo’n € 265.000. Concluderend kan gesteld worden dat voor2010 de effecten van deze bezuinigingen beperkt blijven tot een bedrag van zo’n € 230.000. Voor 2011 en de jaren daarnazal dit echter minimaal € 550.000 zijn, mogelijk oplopend tot maximaal € 1.000.000.jaarverslag 2009 93


17.6Begroting en realisatie 2009In 2009 heeft INOS, net als in 2008, meer geld aan onderwijs en huisvesting van onderwijs uitgegeven dan dat daar inkomstentegenover staan. Dat is een bewuste keuze: de implementatie van het Strategisch Meerjarenbeleidsplan zorgt immersvoor meer lasten dan het reguliere onderwijsproces. In de financiële meerjarenraming is uitgegaan van tekorten in 2008,2009 en 2010, waarna in de daarop volgende jaren de baten en lasten weer met elkaar in evenwicht zijn. Het in de jarenvóór 2008 gespaarde eigen vermogen wordt op deze manier weer geïnvesteerd in de scholen, totdat het terug is op eenniveau dat benodigd is voor de continuïteit van de stichting. Het resultaat 2009 sluit af met een tekort van € 1.926.584 tenopzichte van het begrote tekort van € 1.860.361.Staat van Baten en Lasten 2009realisatieBegrotingBaten (x 1.000) (x 1.000)Rijksbijdragen Ministerie van OC&W 61.527 59.024Overige overheidsbijdragen en -subsidies 1.180 539Overige baten 2.963 2.868Totaal baten 65.670 62.431LastenPersoneelslasten 57.351 55.355Afschrijvingen 1.392 1.692Huisvestingslasten 3.937 2.986Overige lasten 6.639 5.040Totaal lasten 69.319 65.073Saldo baten en lasten -3.649 -2.642Financiële baten en lasten 1.723 782Resultaat -1.926 -1.860Bijzonderheden in 2009 zijn:• In 2009 heeft een aantal scholen toestemming gekregen om reserves uit 2007 uit te geven. Dat heeft er voor gezorgddat de uitgaven in 2009 € 630.000 hoger zijn dan begroot.• In 2009 zijn de obligaties op papier meer waard geworden. Het gaat om een bedrag van € 612.000.• Per 1 december is de CAO met terugwerkende kracht tot 1 januari 2009 naar boven aangepast. Een bedrag van€ 550.000 is aan personeelsleden nabetaald. Daar staan tot op heden geen baten tegenover. De verwachting is dat ditin 2010 wel zal plaatsvinden.• Extra uitgaven aan externe deskundigen hebben er voor gezorgd dat de uitgaven € 1.000.000 hoger zijn geweest danbegroot.Met het oog op de leesbaarheid van dit jaarverslag is ervoor gekozen de financiële gegevens te beperken tot de essentie en deactualiteiten. Alle achtergronden en details staan in het Financiële Jaarverslag (de jaarrekening) die in opdracht van CFI/DUO is samengesteld. Deze gegevens zijn openbaar beschikbaar via de website ‘onderwijs in cijfers’: http://oic.cfi.nl.94 jaarverslag 2009


17.7Vermogenspositie van INOS en de commissie DonINOS is een financieel gezonde organisatie. Het eigen vermogen is de afgelopen jaren afgenomen en zal in 2010 nog verderafnemen. Eind 2010 is er een vermogen waarmee bekende risico’s gedekt zijn. Er is geen sprake van een bovenmatig gereserveerdsaldo. Sinds de invoering van lumpsum is er discussie over het vermogen van de besturen in het Primair Onderwijs.Er zijn door verschillende partijen onderzoeken uitgevoerd, waarbij ook diverse kengetallen zijn vastgesteld om ‘rijkdom’ tebepalen. Het laatste onderzoek is uitgevoerd door de commissie Don. Deze heeft een nieuw kengetal opgeleverd, namelijk dekapitalisatiefactor. Deze wordt bepaald door de formule: (totaal passiva-huisvestingsactiva) / (totale baten+saldo financiëlebaten en lasten), uitgedrukt in een percentage. Voor schoolbesturen die meer dan € 8.000.000 aan baten hebben, is er eensignaleringsgrens van 35% vastgesteld. Dat houdt in dat, als het kengetal hoger is dan 35%, een schoolbestuur over een tehoog eigen vermogen beschikt. Per 31 december 2009 is deze kapitalisatiefactor voor INOS 40,7%. Zie de onderstaandetabel voor een vergelijking tussen de jaren 2009 en 2008.Balans per 31-12-2009Activa (x 1.000) 2009 2008 Passiva (x 1.000) 2009 2008Vaste activa Eigen vermogen 13.983 15.910Materiële vaste activa* gebouwen en terreinen 945 608 Voorzieningen 5.156 5.949* inventaris en apparatuur 4.405 4.149* leermiddelen 1.487 1.619 Langlopende schulden 36 0* overige mva 506 340Financiële vaste activaKortlopende schulden* effecten 9.216 14.479 * crediteuren 1.544 1.873* overige vorderingen 36 0 * belastingen en premies sociale verzekeringen 2.469 2.260* pensioenpremies 738 686Vlottende activa * overige kortlopende schulden 473 634Vorderingen * overlopende passiva 3.982 4.427* debiteuren 25 30* ministerie OC&W 2.980 3.090* overige vorderingen 5.805 4.064* overlopende activa 2.042 1.502Liquide middelen 934 1.858Totaal Activa 28.381 31.739 Totaal Passiva 28.381 31.739Uit de meerjarenraming volgt dat, met de geplande investeringen, INOS begin 2011 binnen de door het ministerie gehanteerdegrenzen zal opereren.jaarverslag 2009 95


Financieel beleid volgens INOSINOS vaart scherpaan de wind!Van onze correspondentEr gaat heel veel geld om bij INOS.Meer dan 60 miljoen euro. “Doorde lumpsum financiering is het aande scholen zelf om keuzes maken inwelke zaken prioriteit hebben. AlsCollege van Bestuur huldigen wij deopvatting dat de scholen het besteweten waar het geld aan moet wordenbesteed. Meer personeel erbij ofeen extra digitaal schoolbord? Hetafgelopen jaar is gebleken dat scholendoor goede teambesprekingenmet de directeur er prima in slageneen eigen beleid te bepalen”, ervaartFrank van Esch , lid van het Collegevan Bestuur van INOS.Gezonde organisatieVoorheen waren scholen sterk aanregels gebonden als het ging om financiëleuitgaven. “Dat is gelukkig veranderd.INOS vindt die eigen keuzemogelijkhedenvan scholen heel belangrijk.Dat heeft er bijvoorbeeld toe geleid datwij relatief veel mensen op de schoolhebben, zoals administratieve medewerkersen conciërges. Daardoor heeftINOS wel een hoog percentage aan salariskosten,namelijk ruim over de 80%tegen een landelijk gemiddelde van78%. Maar veel handen in de klas en inde school vinden wij een verstandigeen bewuste keuze van onze scholen.We zijn ook financieel een gezondeorganisatie die dit kan opvangen.”Frank stelt dat INOS scherp aan dewind vaart. “We zijn ambitieus, willenheel veel tot stand brengen en goedeonderwijskwaliteit bieden in een adequatehuisvesting. Daarmee steken weonze nek ver uit en dat kost uiteraardgeld. Uiteraard nemen we daarbij bepaalderisico’s, maar wel verstandige.”Verstandig kiezenDie verstandige en ambitieuze houdingneemt hij in veel INOS-scholen waar.“Teams beseffen heel goed dat ze nietLees verder op volgende paginajaarverslag 2009 96


Vervolg vorige paginaalles kunnen krijgen en telkens moetenafwegen waar het meeste behoefteaan is. Als innovatieve organisatie zijnwij er best voor dat er overal digitaleschoolborden hangen. Maar we vindenhet nog veel belangrijker dat scholeninvesteren in de leerlingen. Extrapersoneel inzetten heeft dan in onzeoptiek een groter effect op de kwaliteitvan de school. En je vermindert dewerkdruk erdoor. Dat smartbord komttoch wel een keer.”Van Esch legt uit dat het College vanBestuur op afstand ‘regeert’. “Elkeschool heeft een schoolplan en er ligteen INOS-visie. De richting ligt dusvast en de invulling is relatief vrij. Dedirecteuren weten hoeveel geld er ineen jaar beschikbaar is. Zij bepalenin overleg met het team hoe de middelenworden ingezet. Indien gewenst,helpen wij hen erbij om hun doel te bereiken.Wij hebben geen mening of eenkeuze goed of fout is voor een school.Dat is het eigendom van het team zelf.Dat proefde ik onlangs tijdens eenbijeenkomst van teamcoördinatoren.Die zeiden onomwonden dat ze meewilden denken over de begroting ende formatie. Daarmee wordt dus zichtbaardat de mensen op de werkvloerbewust meedenken over de richtingwaarin de scholen zich willen ontwikkelen.Ik vind het fantastisch dat ditomslagproces zo snel en zo inhoudelijkverloopt.”jaarverslag 2009 97


BijlageBegrippen uit het INOSspraakgebruik1. BeloningsdifferentiatieHet door INOS geformuleerde en vastgestelde beleid dat, buiten functiebeloning, bijzondere prestaties kan belonen.2. BesturingsfilosofieDe uitgangspunten voor het bestuurlijk functioneren van het College van Bestuur van INOS.Het CvB geeft richting, motiveert, bewaakt en monitort door middel van effectief toezicht. Het bestuursbureau wordtniet te groot en voorkomt bureaucratie. Het accent ligt in deze filosofie bij de Organisatorische Eenheden met descholen, waarbij directeuren van INOS de onderwijskundige en professionele spil zijn.3. Brede maatschappelijke verankeringZorgen dat de school of scholen een actieve relatie onderhouden met hun maatschappelijke omgeving in de buurtc.q. wijk. Actief samenwerking zoeken waarbij de kerntaak van het onderwijs niet verloren gaat.4. Brede ontwikkelingHet streven van INOS om haar kinderen naast kennis, kunde en vaardigheden ook een brede maatschappelijkevorming en waarde-oriëntatie mee te geven.5. Brede school / leren in verbindingDe organisatorische vormgeving van het actief verbinding zoeken met de omgeving van de school.6. Centraal versus Decentraal / AutonomieINOS en haar scholen werken vanuit het principe dat het accent van het onderwijs bij de Organisatorische Eenhedenmet hun de scholen ligt. Scholen kennen, binnen het kader van basisafspraken rond kwaliteit, grote mate van autonomie.Alleen waar meerwaarde aantoonbaar is, worden binnen INOS centraal voorzieningen georganiseerd encentraal procedures afgesproken.7. Collegiale visitatieHet binnen de eigen school of op een andere school van INOS op bezoek gaan, met het doel het reilen en zeilen vanhet onderwijs te observeren, kritisch te bezien en te beoordelen en daar open feedback over te geven met als doelgezamenlijk te leren.8. CommunicatieHet op een efficiënte en actieve manier alle bij INOS betrokken personen en organisaties informeren over voor iederbelangrijke feiten en ontwikkelingen.9. CompetentiesOnderscheiden gedragskenmerken behorend bij functies en taken.INOS onderscheidt algemene INOS-competenties voor alle medewerkers en specifieke competenties voor functies.98 jaarverslag 2009


10. DagarrangementDe concrete organisatie van het beleid dat kinderen van INOS-scholen gedurende de hele dag worden begeleid middelsonderwijs en middels voor-, tussen- of naschoolse opvang.11. DashboardHet overzicht van cruciale indicatoren die bepalend zijn voor goed of minder goed onderwijs. Via constante monitoringwordt maandelijks overzicht gehouden op deze cruciale indicatoren.Er wordt een dashboard op bestuursniveau onderscheiden en op het niveau van Organisatorische Eenheden enscholen.12. Directeur in OpleidingINOS-medewerkers die, na een uitgebreide screening en selectie, de mogelijkheid krijgen als trainee ervaring op tedoen als leidinggevende van een school. Dit onder verantwoordelijkheid van een senior INOS-directeur. Directeurenin Opleiding worden in hun functioneren nauwlettend gevolgd en kunnen, indien daarvoor geschikt, doorstromennaar de functie van INOS-directeur.13. Eigentijdse identiteitDe katholieke identiteit van INOS-scholen op een eigentijdse en actuele manier vertalen en beleven.14. Financiële planning en control-cyclusHet systematisch plannen en bewaken van de financiën.15. FunctiehuisHet in de CAO Primair Onderwijs voorgeschreven overzicht van binnen INOS bestaande functies.16. FunctiemixHet volgens de CAO Primair Onderwijs voorgeschreven beleid rond toekenning van leraarfuncties A, B en C.17. GedragscodeConcrete afspraken qua gedrag voor alle bij INOS betrokkenen voortkomend uit de geformuleerde waarden ennormen.18. Geef de leraar zijn vak terugEen slogan die aangeeft dat de kern van het inhoudelijk INOS-beleid is: de leraar als professional samen met de directecollega’s in een zelfverantwoordelijk team verantwoordelijkheid te geven voor zijn onderwijskundig en pedagogischhandelen. Maar niet zoals vroeger met de deur van de klas dicht, maar met de deuren open, in een team en in een opencontact met de omgeving.19. GesprekkencyclusRegelmatige professionele gesprekken over het functioneren van INOS-medewerkers als professional. De belangrijksteonderdelen zijn: de jaarlijkse voortgangsgesprekken en één keer per drie jaar een beoordelingsgesprek.20. Goed werkgeverschapHet scheppen van een klimaat waar INOS als werkgever, en waar de directeuren als leidinggevenden, zorg hebben voorhun personeel en met respect met hen omgaan. Het zorgvuldig afwegen van organisatiebelangen versus individuelebelangen. Proactief beleid dat problemen voorkomt en preventief werkt.jaarverslag 2009 99


21. ICT-beleidICT-kaders die INOS-breed gelden. Centraal voor wat betreft het beheer, decentraal voor wat betreft het onderwijskundigICT-beleid.22. Imago van INOS / INOS als begripHet beeld dat binnen Breda, maar ook regionaal en landelijk, over INOS bestaat. INOS streeft hierbij naar eenbetrouwbaar, positief en vernieuwend imago.23. InnovatiebeleidINOS zorgt dat al haar scholen openstaan voor innovaties, die het onderwijs ten goede komen. Elke school verplichtzich tot innovatie en sluit zich ook aan bij landelijke innovatieprojecten.24. INOS-academieDe INOS-organisatie die alle activiteiten en initiatieven rond scholing, professionalisering, opleiding en ontwikkelingvan de professionals binnen INOS coördineert, hier regie op houdt en actief ontwikkelingen stimuleert.25. INOS-basiskwaliteitHet basisniveau van onderwijskwaliteit dat INOS voor al haar scholen garandeert.26. INOS-directeur nieuwe stijlDe INOS-directeur die vooral leider is van een grote school of een paar scholen in plaats van manager. Leiderschaphoudt in: integrale verantwoordelijkheid, persoonlijk leiderschap, onderwijskundig leiderschap, strategisch leiderschapen ondernemerschap. Een INOS-directeur vereenzelvigt zich met het INOS-beleid en heeft daar ook INOS-breedeen taak in. Volgt dit beleid kritisch en draagt dit actief uit naar medewerkers en de omgeving.27. INOS-gevoelDe attitude dat de INOS-professionals zich naast medewerker van een school, ook volledig medewerker van heel INOSvoelen en daar ook trots op zijn.28. Integraal personeelsbeleidPersoneelsbeleid dat met álle facetten van het functioneren van het personeel rekening houdt, zowel technisch,administratief, motivationeel en persoonlijk. Personeelsbeleid dat nauw aansluit bij de ontwikkeling van INOS.29. Integrale verantwoordelijkheidIntegrale verantwoordelijkheid betekent dat een directeur van INOS op alle terreinen samenhangende verantwoordelijkheiddraagt. Van financiën, personeel tot inhoud/onderwijs en organisatie.30. InternationaliseringHet streven van INOS om in haar onderwijs ook aandacht te besteden aan internationale aspecten en ontwikkelingen,zoals samenwerking met een internationale school, studiereizen naar het buitenland, het geven van mogelijkheden totmeertalig onderwijs en het werken met een internationaal curriculum.31. JaarplanDe vertaling van het strategisch meerjarenbeleidsplan in concrete activiteiten en te behalen doelen/resultaten perschooljaar.100 jaarverslag 2009


32. Kernwaarde: AmbitieusINOS en haar scholen realiseren goed eigentijds en toekomstgericht onderwijs. Ze willen daarbij voorop lopen inontwikkelingen. Ze stellen zichzelf hoge doelen en nemen geen genoegen met middelmaat.33. Kernwaarde: OmgevingsbewustINOS en haar scholen werken vanuit het uitgangspunt dat onderwijs niet geïsoleerd kan en mag plaatsvinden. INOSscholenzoeken, in het belang van het kind, actief samenwerking met alle relevante organisaties, instellingen enpersonen die ook met de leerlingen van INOS te maken hebben.34. Kernwaarde: ResultaatgerichtINOS en haar scholen staan voor kwalitatief hoog onderwijs. Onderwijs van hoge kwaliteit dat erop is gericht om al hetmogelijke uit elk kind te halen. Passend Onderwijs is daarbij één van de belangrijkste doelen om dit te realiseren.35. Kernwaarde: VerbindendINOS en haar scholen werken vanuit het uitgangspunt dat alle bij het onderwijs betrokkenen van elkaar afhankelijkzijn en elkaar nodig hebben. Dat ieder verantwoordelijk is om samen met de anderen verantwoordelijkheid op tepakken. Elk kind verbindt zich met zijn omgeving, de school verbindt zich met alles wat het kind meebrengt. De schoolverbindt zich met ouders en ziet deze als partners. De school is een open ontmoetingsplaats in de wijk. Leren gebeurtook buiten school. Binnen de scholen zoeken alle professionals verbinding met elkaar.36. KindcentrumOrganisatievorm waarbij een school zich, naast onderwijs, ook bezig houdt met adequate voor-, tussen- en naschoolseopvang in het belang van de integrale ontwikkeling van elk kind.37. Krachtige, uitdagende leeromgevingHet streven van INOS om de leeromgeving van kinderen uitdagend, eigentijds en motiverend te maken middelsmaterialen, middelen, methoden en activiteiten in een uitdagend schoolgebouw.38. KwaliteitszorgHet beleid van INOS en van de Organisatorische Eenheden en scholen om de onderwijskundige kwaliteit te borgen.39. LEADe Lokaal Educatieve Agenda. Betreft de afspraken die gemaakt zijn door de Bredase schoolbesturen voor primaironderwijs en de gemeente over te bereiken gezamenlijke doelstellingen en elkaar informeren over activiteiten.40. Lerende organisatieINOS en haar scholen zijn lerend. Uit alles wat er binnen INOS gebeurt aan positieve zaken en ook aan optredendeproblemen wordt systematisch lering getrokken in de zin wat dit betekent voor toekomstig handelen. Actief wordt ookmet en samen van elkaar geleerd. Er wordt actief binnen heel INOS kennis gedeeld.41. Leren tot leven brengenHet leren van onderwijs binnen INOS vérder brengen dan het traditionele leren.Zelfverantwoordelijkheid bij kinderen, leraren, ouders en alle andere betrokkenen binnen het primaire onderwijsprocesbrengen. Leren levendig en plezierig maken, waarbij de omgeving betrokken wordt. Actief het onderwijs steedsweer vernieuwen.jaarverslag 2009 101


42. Leren van dataDe werkwijze waarbij alle scholen van INOS actief gedifferentieerd onderwijs verzorgen op basis van adequate interpretatievan verzamelde data over de voortgang van het onderwijs.43. ManagementcontractDe prestatieafspraken die per kalenderjaar worden gemaakt tussen het College van Bestuur en de individuele INOSdirecteur.44. ManagementrapportageDe systematische verantwoording gedurende het jaar ten aanzien van de afgesproken resultaten en doelstellingen.45. MatchpointDe vervangingsorganisatie van INOS die zorgt voor voldoende en adequate vervanging, vervangers inhoudelijkkwalitatief begeleidt en vervangers -waar mogelijk- toeleidt naar een functie binnen INOS.46. MobiliteitsbeleidHet beleid binnen INOS om te zorgen dat professionals binnen INOS-scholen rouleren. Enerzijds om zo vorm te gevenaan de bestuursbenoemingen. Anderzijds om te zorgen voor flexibiliteit en het concreet binnen heel INOS uitwisselenvan opgedane kennis en ervaring.47. Niet onderwijskundige beheerstakenAlle taken die binnen een school moeten worden gedaan en die geen rechtstreekse relatie hebben met het onderwijsc.q. het primaire proces.48. OndernemerschapLeiderschap dat mogelijkheden en innovaties ziet en entameert, graag nieuwe wegen inslaat en gebruik maakt vankansen. Grenzen durven opzoeken en lef tonen. Medewerkers hiertoe stimuleren.49. Onderwijskundig leiderschapLeiding geven aan de onderwijskundige ontwikkeling binnen een school of scholen. Daar een duidelijke toekomstvisieover formuleren. Mensen hiervoor motiveren en ontwikkelingen ook monitoren en zo nodig ingrijpen.50. Onderwijskundige beheerstakenAlle taken die een rechtstreekse relatie hebben met het primaire proces, maar daar niet rechtstreeks onder vallen.Bijvoorbeeld het opzetten van een leerlingvolgsysteem, inspectierapportages, maken van onderwijskundige beleidsplannene.d.51. Opbrengstgericht werkenHet streven van INOS om alle professionals zich bewust te laten zijn van het behalen van hoge kwaliteit rond concreteleerresultaten.52. Organisatorische EenhedenOrganisatorische Eenheden binnen INOS bestaan uit of één grote school of meerdere scholen.53. Passend Onderwijs binnen de visie van INOSHet beleid van INOS om Passend Onderwijs voor al haar leerlingen te realiseren als een vertaling van haar principe omzich te verbinden aan alle mogelijkheden van elk kind.102 jaarverslag 2009


54. PDCAPlan, Do, Check, Act. De systematische wijze van aanpak bij het concretiseren van de lerende organisatie.Het oriënteren naar aanleiding van een plan. Het opzetten en invoeren. Het beoordelen en evalueren. Het aan de handdaarvan verbeteren/bijstellen.55. Persoonlijk leiderschapPersoonlijk leiderschap betekent op een persoonlijke wijze leiding geven, vooral aan personeel. Jezelf goed kennenwat betreft je kwaliteiten en minder sterke kanten. Durf hebben om je persoonlijk te laten zien en jezelf als voorbeeldte nemen. Op een persoonlijke wijze met medewerkers contact maken en met hen afstemmen. Persoonlijk leiderschapbetekent authentiek leiding geven aan de organisatie, de medewerkers en aan jezelf.56. Publieke verantwoording / Horizontale dialoogHet actief communiceren van het beleid, de doelstellingen, de activiteiten en evaluatiegegevens van INOS en haarscholen met relevante stakeholders. Relevante stakeholders advies en kritische feedback vragen over het beleid.57. SchoolcultuurDe wijze waarop binnen een school met elkaar wordt omgegaan. Het geheel van geschreven en ongeschreven regels,gewoonten en cultuurkenmerken. Gedoeld wordt op de omgang tussen leraren en kinderen, tussen kinderen onderling,tussen leraren onderling, tussen de leiding en leraren, tussen de school en ouders en tussen de school en deomgeving.58. SchoolontwikkelingDe voortdurende ontwikkeling op basis van een plan en visie in de school op het terrein van onderwijs, leren, identiteiten personeelsbeleid.59. SchoolplanHet wettelijk voorgeschreven plan met voorgenomen onderwijskundige veranderingen per periode van vier schooljaren.Dit is onderdeel van het strategisch meerjarenplan.60. SchoolprofielElke INOS-school heeft zijn eigen onderscheidend en uitdagend schoolprofiel, waarmee ze zich van andere INOSscholenonderscheidt. Bij voorbeeld op het terrein van sport, Passend Onderwijs, omgaan met gedragsproblemen,kunst en cultuur, meer- en hoogbegaafdheid, e.d.61. Stockholm akkoordDe intenties van de gezamenlijke schoolbesturen binnen INOS en buitenschoolse opvangorganisaties om gezamenlijkte streven naar kindcentra.62. Strategisch leiderschapLeiderschap dat een strategische visie en ontwikkeldoelen voor de toekomst uitzet en ook in praktijk strategisch uitvoert c.q. implementeert.63. Strategisch meerjarenplanStrategische plannen voor scholen en Organisatorische Eenheden die de ontwikkelingsrichting, binnen de kaders vanINOS, voor enkele jaren aangeven.jaarverslag 2009 103


64. TalentenpoolHet actief opsporen, begeleiden en inzetten van bijzonder talent binnen INOS, ten behoeve van alle INOS-scholen. Iseen onderdeel van de INOS-academie.65. TeamcoördinatorEen medewerker uit het zelfverantwoordelijke team van professionals, die als taak heeft namens het team coördinerendeen stimulerende activiteiten te verrichten en namens het team de relatie te onderhouden met de schoolleiding.66. TevredenheidsonderzoekHet regelmatig INOS-breed onderzoeken van tevredenheid bij medewerkers (onderwijzend en onderwijsondersteunend),ouders, leerlingen en directeuren.67. VeiligheidsbeleidBasisafspraken rond de veiligheid, zowel materieel als persoonlijk voor alle bij INOS betrokkenen op het niveau vanscholen en geheel INOS.68. Waarden en normenUitgangspunten van het identiteitsbeleid en een goed pedagogisch klimaat op INOS-scholen.69. Zelfverantwoordelijke leerkrachtDe INOS-leerkracht is zelfverantwoordelijk in de zin dat deze samen met collega’s in een zelfverantwoordelijk teamverantwoordelijk is voor de vormgeving en uitvoering van goed onderwijs en de eigen professionele ontwikkeling.70. Zelfverantwoordelijke leerlingIs een leerling die binnen INOS wordt opgevoed om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leren enontwikkelen.71. Zelfverantwoordelijke teamsGroepen van medewerkers in het primair proces van ‘onder-, midden- of bovenbouw’ die gezamenlijk verantwoordelijkzijn voor de onderwijskundige en pedagogische vormgeving van het onderwijs. Ze hebben, binnen de kaders van hetINOS- en schoolbeleid, veel ruimte om het onderwijskundig beleid gezamenlijk zelfstandig vorm te geven. Zelfverantwoordelijketeams zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het onderwijs aan alle groepen uit een zelfverantwoordelijkteam en het elkaar professioneel aanspreken en verder helpen.72. ZorgcontinuümDe samenhang van de verschillende stappen van hulp, begeleiding en ondersteuning aan kinderen binnen of buiten deschool.73. ZorgstructuurHet systeem van elke school dat zorgt voor een adequate opvang en begeleiding van kinderen.104 jaarverslag 2009


Jaarverslag


juni 2010Dit is een uitgave van INOS,Stichting Katholiek Onderwijs BredaINOS Stichting Katholiek Onderwijs BredaPostadresPostbus 35134800 DM BredaBezoekadresANNAstedeHaagweg 14814 GA BredaT 076 561 16 88F 076 564 04 42W www.inos.nlM info@inos.nl106 jaarverslag 2009


De VESTIGINGEN VAN INOSNR NAAM TELEFOON INTERNET1 k.b.s. Kievitsloop 076-5419404 www.kievitsloop.nl2 k.b.s. De Driezwing 076-5411769 www.driezwing.nl3 k.b.s. De Werft 076-5410515 www.kbsdewerft.nl4 k.b.s. Hagehorst 076-5418661 www.hagehorst.nl5 k.b.s. De Horizon 076-5413200 www.horizonprinsenbeek.nl6 k.b.s. De Griffioen 076-5412948 www.bsdegriffioen.nl7 k.b.s. De Wisselaar 076-5871177 www.bsdewisselaar.nl8 k.b.s. De Watervlinder 076-5871416 www.bsdewatervlinder.nl9 k.b.s. De Wegwijzer 076-5713495 www.bs-wegwijzer.nl10 k.b.s. Helder Camara 076-5713766 www.heldercamara.nl11 k.b.s. John F. Kennedy 076-5874742 www.johnfkennedy.nl12 k.b.s. De Spoorzoeker 076-5710964 www.spoorzoekerbreda.nl13 k.b.s. De Liniedoorn 076-5872838 www.liniedoorn.nl14 k.b.s. St. Joseph 076-5210360 www.stjosephbreda.nl15 Mytylschool De Schalm 076-5223222 www.mytylschooldeschalm.nl16 Liduinaschool z.m.l. 076-5608850 www.liduinaschoolbreda.nl17 s.b.o. De Leye 076-5810877 www.deleye.nl18 k.b.s. Weilust 076-5876528 www.weilust.nl19 k.b.s. De Boomgaard 076-5216105 www.kbsdeboomgaard.nl20 k.b.s. De Weerijs 076-5217534 www.deweerijs.nl21 k.b.s. Sinte Maerte 076-5218558 www.sintemaerte.nl22 k.b.s. De Eerste Rith 076-5149307 www.eersterith.nl23 k.b.s. De Keysersmolen 076-5146369 www.dekeysersmolen.nl24 s.b.o. Westerhage 076-5220776 www.westerhage.nl25 k.b.s. Petrus en Paulus 076-5300006 www.petrusenpaulusschool.nl26 k.b.s. De Zandberg 076-5214109 www.kbszandberg.nl27 k.b.s. Jacinta 076-5650261 www.jacintaschool.nl28 k.b.s. De Burchtgaarde 076-5650828 www.burchtgaarde.nl29 Openluchtschool 076-5600111 www.olsbreda.nl30 k.b.s. Effen 076-5145944 www.bseffen.nl31 k.b.s. De Rosmolen 076-5649666 www.rosmolen.net32 INOS bezoekadres 076-5611688 www.inos.nl33 FLEXINOS 076-5717144 www.flexinos.nlAmbulante Begeleiding


aarerslag108 jaarverslag 2009

More magazines by this user
Similar magazines