Terugkijken en vooruitzien bij tien jaar NMT-Peilstations

tandartsennet.nl
  • No tags were found...

Terugkijken en vooruitzien bij tien jaar NMT-Peilstations

Terugkijken en vooruitzien

bij tien jaar NMT-Peilstations

NMT

Geelgors 1

Postbus 2000

3430 CA Nieuwegein

Telefoon 030 6076 380

Telefax 030 6048 994

Internet www.TandartsenNet.nl

E-mail nmt@nmt.nl

Cijfers van, over en voor tandartsen


Terugkijken en vooruitzien

bij tien jaar NMT-Peilstations

Cijfers van, over en voor tandartsen


Publicatie ter gelegenheid van 10 jaar NMT Peilstations

Inleiding Tien jaar NMT-Peilstations 7

UITGAVE:

Nederlandse Maatschappij tot

bevordering der Tandheelkunde

Geelgors 1

Postbus 2000

3430 CA Nieuwegein

Telefoon 030 6076 276

Telefax 030 6048 994

Internet www.TandartsenNet.nl

TEKST:

Peddemors Communicatie, De Bilt

in samenwerking met

NMT, Onderzoek & Informatievoorziening

ONTWERP EN PRODUCTIE:

JCP Design, IJsselstein

© NMT Nieuwegein, februari 2005

Hoofdstuk 1 Het project NMT-Peilstations 9

Hoofdstuk 2 Consumptie, Praktijkvoering en Omnibus 15

Hoofdstuk 3 De organisatie 19

Hoofdstuk 4 De tandarts als peilstation 23

Hoofdstuk 5 Cijfers voor beleid 27

Hoofdstuk 6 Samenwerking 33

Hoofdstuk 7 De toekomst 39

Bijlage Overzicht van publicaties 43

Colofon

Inhoud


6 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 7

Inleiding

H.W. Zijlstra,

voorzitter NMT

“Cijfers hebben we nodig. Cijfers om te laten zien wat er in

de tandheelkunde gebeurt. Met eigen cijfers uit de praktijk

kunnen we werkelijk een vuist maken.” Zo ongeveer moeten

de gesprekken zijn verlopen, toen het hoofdbestuur van de

NMT in 1994 besloot om met het project Peilstations te

beginnen. De stelselwijziging van 1 januari 1995 zette de hele

tandheelkunde op zijn kop en niemand kon voorspellen wat er

zou gaan gebeuren. Het was vooral de NMT zelf die er belang

bij had dat die effecten nauwkeurig werden gemeten, want het

laatste woord over de financiering van de tandheelkunde was

voorlopig nog niet gezegd.

Voor de volgende vijf jaren maakte het hoofdbestuur extra

menskracht en financiële middelen vrij. In het project Peilstations

zijn de toen reeds bestaande onderzoeksactiviteiten

beter afgestemd op de behoefte aan beleidsinformatie die de

NMT als belangenorganisatie had.

Nu, tien jaar later, zijn de peilstations er nog steeds: ze zijn

springlevend en het stadium van ‘project’ veruit ontgroeid.

Onze ‘peilstations’ kunnen worden beschouwd als een

algemeen gewaardeerd en frequent geciteerd instituut,

binnen en buiten de NMT.

Met enige trots geven wij anno 2005 dit boekje dan ook uit.

Een boekje om in kort bestek te laten zien wat het project

Peilstations voor de tandheelkunde betekent en hoe het in de

toekomst mogelijk nog aan betekenis kan winnen.

Ter illustratie noteerden wij daarbij uitspraken van personen

die in de loop der jaren op een of ander wijze bij het project

betrokken zijn geweest. Daarbij komen ook enkele tandartsen

aan het woord, als vertegenwoordigers van de meer dan 3.400

collega’s die sinds het begin of later als peilstation hebben

gefungeerd. Op deze plaats wil ik alle peilstations van harte

bedanken voor hun inzet, die van onschatbare waarde is voor

de beroepsorganisatie. Wij hopen op u te mogen blijven

rekenen!

Tien jaar NMT-Peilstations


8 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 9

Grafiek 1

Participatie in het project Peilstations

in 2004 door tandartsen van 64 jaar

en jonger met een bij de NMT bekend

praktijkadres in Nederland

69%

ja

nee

31%

Hoofdstuk 1

In het kader van het project Peilstations doet de Nederlandse

Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT)

periodiek onderzoek onder tandartsen. De tandartsen die

aan de onderzoeken meewerken - anno 2004 waren dat er

ongeveer 1.800 - vormen de ‘peilstations’ die laten weten wat

er leeft in de tandheelkundige praktijk. Hiermee bieden zij een

empirische basis voor de beleidsontwikkeling van de NMT én

voor de onderhandelingen die de beroepsorganisatie voert

met overheid en verzekeraars over de maatschappelijke en

financiële positie van de tandartsen.

Wat doen tandartsen, hoe werken zij en hoe denken zij?

Om deze vragen genuanceerd beantwoord te krijgen, kent

het project Peilstations drie daarbij aansluitende speerpuntonderzoeken.

Via het onderzoek Tandheelkundige

Consumptie wordt vastgelegd welke zorg tandartsen jaarlijks

aan patiënten verlenen en het onderzoek Tandheelkundige

Praktijkvoering brengt de praktijk- en werksituatie van

tandartsen in beeld. De Omnibus-enquête wordt gebruikt om

opvattingen en gedragingen van tandartsen te achterhalen

over allerlei actuele beleidsonderwerpen.

De informatie van de peilstations wordt gebruikt door

de NMT, als fundament onder haar taak: het behartigen

van de belangen van de leden en het bevorderen van de

tandheelkunde in Nederland. Daarnaast zijn de resultaten

interessant voor anderen in het tandheelkundig veld, zoals de

overheid, de verzekeraars en het onderwijs. Verder kunnen

ook externe onderzoekers op het gebied van tandheelkunde

en gezondheidszorg - onder voorwaarden - gebruik maken

van peilstationgegevens. Daar waar de NMT beleidsvragen

gemeenschappelijk heeft met andere organisaties, komt het

voor dat in het peilstationonderzoek wordt samengewerkt.

Het project NMT-Peilstations


10 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 11

De oorsprong

Voortzetting

NMT, Onderzoek & Informatievoorziening, destijds geleid

door dr. Ger van Rossum, hield zich al sedert 1982 bezig met

onderzoek ter ondersteuning van het beleid van de NMT.

In eigen beheer of soms uitbesteed aan externen werd informatie

verzameld over de praktijkvoering van de tandarts en

de tandheelkundige zorgverlening. Onder verantwoordelijkheid

van het hoofdbestuur en vanuit wetenschappelijk oogpunt

geadviseerd door de Commissie Onderzoeksbegeleiding (COB)

werd op die manier gezocht naar relevante beleidsinformatie

voor de NMT. Aanvankelijk waren de onderwerpen nogal

uiteenlopend en was de omvang en frequentie van het onderzoek

gevarieerd. Begin jaren ‘90 werd daarom gezocht naar

meer structuur. Financiële en personele middelen waren

immers beperkt en het bleek niet altijd even gemakkelijk om

de tandartsen te motiveren om steeds weer allerlei vragenformulieren

in te vullen.

Gesteund door de COB, de directie van het NMT-bureau en

enkele beleidsmedewerkers stelde Van Rossum het hoofdbestuur

eind 1994 voor om de onderzoeksactiviteiten van de

NMT in een drietal speerpuntonderzoeken te concentreren

en zoveel mogelijk van allerlei ander onderzoek af te zien.

Hiermee werd een adequate inzet van geld en menskracht

beoogd en een beperking van de onderzoekslast voor

de tandartsen. Voor het hoofdbestuur een aantrekkelijke

gedachte, zeker met de ingrijpende stelselwijziging voor de

tandheelkunde per 1 januari 1995 voor de deur. Met het project

Peilstations zou de NMT het effect van de veranderingen in

structuur en financiering gedurende enkele jaren nauwkeurig

in kaart kunnen brengen. Hiermee zou waardevolle informatie

worden verkregen voor strategische beleidsvoering.

Het project Peilstations werd voor vijf jaar een feit.

Al snel werd duidelijk dat de NMT met dit project een unieke

positie verwierf. Bij de evaluatie van de stelselwijziging van

1995 en bij de aanpassingen die volgden, was de NMT de

enige partij die met harde cijfers inzichtelijk kon maken wat

Prof.dr. J.R. Bausch

er in de tandheelkundige werkelijkheid was gebeurd. Toen

eind 1999 over de toekomst van het project Peilstations moest

worden beslist, was voortzetting ervan voor het hoofdbestuur

de enige optie. De financiële ondersteuning die de toenmalige

minister van VWS, mevrouw dr. Els Borst, voor de komende

drie jaar toezegde, was daarbij een welkome stimulans die de

NMT de mogelijkheid gaf het onderzoek verder uit te bouwen.

Oud-decaan, hoogleraar Algemene Tandheelkunde bij ACTA

en ten tijde van de start van het project Peilstations vicevoorzitter

van het NMT-hoofdbestuur:

“Het idee van de peilstations is ontstaan ‘met de benen

op tafel’, in de werkkamer van de toenmalig directeur van

het NMT-bureau, Dirk Kaaijk. We dachten na over hoe wij

tegenstand konden bieden aan de plannen van de overheid,

die de tandheelkunde uit het ziekenfonds wilde gooien.

‘Kennis is macht’ vond ik, maar hoe kwamen we aan die

kennis? ‘Van de leden, natuurlijk’, was het lumineuze

antwoord. Met het project Peilstations kregen we kennis

die ons sterk maakte in de onderhandelingen. Daarnaast

wilden we meer weten over de verleende zorg en de

arbeidsomstandigheden van de tandartsen. Verzekeraars

wisselden geen informatie uit, van de particuliere sector

wist je nagenoeg niks en de Commissie Tandheelkundige

Statistiek (CTS) registreerde alleen de omzetten en niet de

inhoud van de zorg.

Het project Peilstations is nu een van de kostbaarste

instrumenten die wij hebben. Niemand anders heeft

die informatie op deze schaal en zo gedetailleerd.

De investeringen waren hoog voor de NMT, maar de

opbrengst voor de beroepsgroep als geheel is nauwelijks te

kapitaliseren, die behelst immense sommen geld.”


12 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 13

Prof. drs.

O. Hokwerda

Drs. G.L.A.M.

Zeegers

Emeritus hoogleraar Tandheelkundige Ergonomie en

voorzitter van de Commissie Onderzoeksbegeleiding (COB)

bij de start van het project Peilstations:

“Voor het hoofdbestuur was het van wezenlijk belang

om met onderzoek een betrouwbare basis te vinden voor

beleid. De Commissie Onderzoeksbegeleiding, bestaande

uit hoogleraren, onderzoekers van tandheelkundige

opleidingen en tandartsen, heeft steeds meegedacht over

de manier waarop je dat onderzoek moest systematiseren

en erover gewaakt dat dat op een wetenschappelijk

verantwoorde wijze gebeurde. Daarin werden wij goed

ondersteund door de secretaris van onze commissie, dr. Ger

van Rossum, een gewetensvolle onderzoeker van wie je die

wetenschappelijk verantwoorde aanpak mocht verwachten.

Ook nu nog speelt de COB dankzij de wetenschappelijke

bemensing een belangrijke rol in de kwaliteitsbewaking.

Door kwalitatief verantwoord onderzoek krijg je

betrouwbare informatie en in de praktijk is gebleken dat

de NMT daar ook extern respect mee heeft afgedwongen.

Als COB hebben wij er overigens vanaf het begin voor

gepleit, dat de resultaten van het onderzoek ook naar de

professie worden teruggekoppeld. Ook voor de tandarts op

microniveau is informatie over het reilen en zeilen van de

beroepsgroep van belang, vooral om de situatie in de eigen

praktijk te kunnen vergelijken met de gegevens over de

beroepsgroep als geheel.”

Algemeen practicus en vice-voorzitter van het NMThoofdbestuur

van 1995 tot 2002:

“Dankzij de peilstations konden we na enige tijd laten

zien dat de stelselwijziging een ander soort tandheelkunde

teweeg had gebracht. Mensen hadden meer vrijheid om

te kiezen voor behandelingen die vroeger niet binnen

hun bereik lagen. Velen hadden zich voor tandheelkunde

verzekerd. De cijfers gaven ons een sterke positie bij alle

volgende onderhandelingen. Al in 1996, toen de overheid

Drs. P.S.B. Boom

het cluster wilde herijken omdat zij vermoedde dat de

frequentie van tandsteen verwijderen te hoog was en de

patiënten minder vaak de tandarts bezochten. De NMT kon

aantonen dat de frequentie niet werd overschreden en dat

patiënten nog steeds trouw naar de tandarts gingen. De

NMT kreeg bij gebrek aan cijfers van de verzekeraars en de

overheid gelijk. Zo is ook de stelselaanpassing van januari

2002 voorbereid met cijfers uit het project Peilstations.

Per 2002 konden de tarieven naar een acceptabel niveau

worden verhoogd, omdat wij een gedegen onderbouwing

van de gestegen praktijkkosten konden geven. Gegevens

van verzekeraars en overheid zien er vaak uit als de nieuwe

kleren van de keizer, maar onze kleren zijn echt, dankzij de

peilstations!”

Senior beleidsmedewerker bij de Directie Curatieve zorg van

het ministerie van VWS:

“Eind jaren ’90 kwamen we er bij het ministerie achter, dat

er sinds de stelselwijziging in 1995 geen goede informatie

beschikbaar was over wat er in de tandheelkunde gebeurde.

Wat er over de tandheelkunde door de ziekenfondsen werd

vastgelegd, was nog maar heel weinig en informatie over

de particuliere sector was niet beschikbaar. Wij wisten dat

de gegevens uit het project Peilstations van de NMT een

belangrijke en unieke basis waren voor beleidsontwikkeling.

Voor minister Borst was dat aanleiding om een bedrag

uit te trekken om het behoud van het project Peilstations

te stimuleren. Drie jaar lang ontving de NMT jaarlijks

fl. 300.000,- en we zouden er misschien nog mee zijn

doorgegaan als het subsidiebeleid niet door bezuinigingen

was gesneuveld.”


14 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 15

Grafiek 2

Deelname van

tandartsen aan

het onderzoek

Tandheelkundige

Consumptie over de

jaren 1999-2003

Grafiek 3

Totaal aantal uren per

week dat tandartsen

besteden aan hun

praktijkvoering (excl.

bij- en nascholing) over

de jaren 1997-2004

100%

80%

60%

40%

20%

0%

100%

80%

60%

40%

20%

0%

1999 2000 2001 2002 2003

bruikbare gegevens verstrekt

onbruikbare gegevens verstrekt

geen gegevens verstrekt

praktijk beëindigd

1997 1999 2001 2004

41 of meer uren 25 - 40 uren 24 of minder uren

1%

8%

Hoofdstuk 2

Tandheelkundige

Consumptie

Het project Peilstations ontleent zijn waarde aan drie

zogeheten speerpuntonderzoeken, die periodiek worden

uitgevoerd. Wat houden deze onderzoeken in en welke

gegevens leveren zij de NMT op?

In dit onderzoek wordt nagegaan welke tandheelkundige

zorg door tandartsen feitelijk wordt verleend. De gegevens

worden één keer per jaar geautomatiseerd verzameld vanuit

de administratie van de deelnemende tandartsen: in 2004

waren dat er ruim 1.000. Het gaat dan om gegevens over

uitgevoerde én gedeclareerde verrichtingen van een jaarlijks

wisselende 25%-steekproef uit de patiëntenbestanden van

deze tandartsen. Dankzij deze tamelijk grote steekproef zijn

niet alleen nationaal maar ook regionaal indicaties over de

verleende zorg te verschaffen. Om een beter beeld te krijgen

van eventuele veranderingen in de verleende zorg worden

bovendien jaarlijks gegevens verzameld van een cohort

patiënten, dat wil zeggen een vaste steekproef van 2% uit het

bestand van iedere deelnemende tandarts.

23%

Grafiek 4

Werkbeleving van

tandartsen in 2000

Grafiek 5

Mening van tandartsen

in 1998 en 2002

over de stelling

‘de introductie van

het paroprotocol

en de DPSI is een

goede zaak voor de

tandheelkundige

zorgverlening’

40%

35%

30%

25%

20%

15%

10%

5%

23%

45%

zeer positief

positief

noch positief, noch negatief

negatief

zeer negatief

Tandheelkundige

Praktijkvoering

Dit onderzoek, jaarlijks uitgevoerd door middel van een

schriftelijke vragenlijst, laat zien hoe tandartsen hun

beroepsuitoefening in de praktijk organiseren. Het aantal

peilstationtandartsen dat aan dit onderzoek meedoet,

bedroeg in 2004 ongeveer 600. Centraal staat de periodieke

verzameling van informatie over praktijkkarakteristieken

als de omvang van de werkweek van tandartsen, de

samenwerking met collega’s, de werkdruk in de praktijk, de

samenstelling van en taakverdeling in het tandheelkundig

team, de samenwerking met zorgverleners buiten de

muren van de praktijk, de praktijklocatie en -inrichting, de

patiëntenpopulatie en de kosten en opbrengsten van de

praktijk.

0%

volledig eens grotendeels eens noch eens, noch

oneens

1998 2002

grotendeels oneens

volledig oneens

Consumptie, Praktijkvoering en Omnibus


16 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 17

Omnibus-enquête

Prof. dr. M.A.J.

Eijkman

Met deze enquête worden tenminste één maal per jaar

opvattingen, houdingen en gedragingen van de tandartsen

in kaart gebracht ten aanzien van actuele, steeds wisselende

thema’s. Ook aan deze schriftelijke enquête doen steeds

gemiddeld zo’n 600 tandartsen mee. Soms - als de tijd dringt

en/of bij specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld tandartsen

boven de 50 jaar of tandartsen die gebruik maken van een

bepaalde dienst) - wordt overigens ook gekozen voor een

telefonische of een webenquête.

De Omnibus-enquête is bij uitstek het instrument voor

het hoofdbestuur van de NMT om het draagvlak voor

voorgenomen beleid te peilen of om na verloop van tijd het

effect van gevoerd beleid te toetsen.

Emeritus hoogleraar Sociale Tandheelkunde, voorheen

verbonden aan de afdeling Sociale Tandheelkunde en

Voorlichtingskunde van ACTA:

“In Nederland is een dramatisch gebrek aan onderzoek

ten behoeve van beleid. Ik heb het ook gezegd in mijn

afscheidscollege, eind 2003. Als je als overheid ervoor wilt

zorgen dat er in Nederland adequate tandheelkundige

zorgverlening wordt geboden waarbij de markt een rol

speelt, dan is goed toezicht onontbeerlijk, en moet je

zorgen dat er gegevens beschikbaar zijn over de gebitstoestand

van de Nederlander en de tevredenheid van

patiënten. Sinds de stelselwijziging van 1995 worden

er bijvoorbeeld geen gegevens meer verzameld over

ziekenfondsverrichtingen - met de opheffing van de

Commissie Tandheelkundige Statistiek (CTS) ging er

een buitengewoon nuttige instantie ter ziele - en om

een of andere reden bieden ziektekostenverzekeraars geen

inzicht in wat er in de particulier verzekerde tandheelkunde

voor volwassenen wordt gedaan. Een enkele keer laat het

College voor Zorgverzekeringen (CvZ) epidemiologisch

onderzoek uitvoeren, maar dat is naar mijn oordeel veel

te weinig. In feite is de NMT de enige die op structurele

Dr. R. Gorter

basis via de peilstations allerlei gegevens verzamelt over

onder meer verstrekkingen. In andere Europese landen zoals

Zweden, Duitsland en Engeland gebeurt het gelukkig nog

wel.”

Wetenschappelijk onderzoeker bij de afdeling Sociale

Tandheelkunde en Voorlichtingskunde van ACTA:

“In het kader van mijn onderzoek naar werkstress en

burnout bij tandartsen kon ik eind 1999 veel vragen over

arbeidssatisfactie en verwante onderwerpen in de

Omnibus-enquête laten meelopen. Ik was zeer tevreden

over de samenwerking, omdat ik door het meenemen van

deze thematiek de gegevens uit mijn eigen steekproef kon

valideren aan de peilstations.

Wat mij betreft zouden we in het kader van studentenonderzoek

vaker sociaal-tandheelkundige vragen mee

kunnen laten lopen. Een nadeel is wel dat er tamelijk veel

tijd kan zitten tussen het indienen van een enquêtevoorstel

en het daadwerkelijk verzenden van de vragen. Dat is voor

een doctoraalscriptie qua tijdsplanning niet haalbaar.

Wel gebeurt het overigens regelmatig dat studenten bij

de onderzoekers van de NMT langsgaan om hun scriptieonderwerpen

te bespreken.

Vanuit het onderwijs is het misschien een leuke suggestie

om de peilstations ook eens een doorsnee tandheelkundige

onderwijstoetsing voor te leggen als een soort tentamen.

Daar zouden bijvoorbeeld recente toetsvragen uit het

curriculum in kunnen worden verwerkt. Dit geeft wellicht

een aardige indicatie van de behoefte aan nascholing en

van in hoeverre de algemeen practicus werkt volgens de

vigerende inzichten. Het aanbod van bij- en nascholing zou

hier dan weer op kunnen inspringen.”


18 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 19

Drs. J.A.C. de Kock

van Leeuwen

Algemeen practicus en oud-bestuurslid van de Nederlandse

Vereniging voor Parodontologie (NVvP):

“Bij de invoering van het paroprotocol in 1999 was de

afspraak tussen NMT en Zorgverzekeraars Nederland dat

er na enige tijd een evaluatie zou plaatsvinden van de

toepassing van dit protocol en het gebruik van de DPSIscores.

Daarvoor hebben wij dankbaar gebruik gemaakt van

de mogelijkheid mee te lopen in de Omnibus-enquête. Een

aantal jaren later is dat zelfs nog een keer herhaald. Je kon

daardoor ontwikkelingen zien, en we konden in ieder geval

vaststellen, dat het belangrijk bleef om de beroepsgroep

regelmatig een nieuwe impuls te geven, ook al raakte het

protocol goed ingeburgerd. Zo vormen de peilstations een

aardig mechanisme om als beleidsmaker de vinger aan de

pols te houden. Maar ook voor de tandarts zelf - ik spreek

nu als algemeen practicus - geven de onderzoeksresultaten

zoals je ze leest in het Nederlands Tandartsenblad steeds

weer stof tot nadenken. Misschien is er geen directe relatie

met kwaliteitsbevordering, maar de cijfers brengen je

onwillekeurig toch op een idee.”

Hoofdstuk 3

Het project NMT-Peilstations functioneert onder eindverantwoordelijkheid

van het hoofdbestuur, daartoe gemandateerd

door de leden van de NMT. Het zijn ook de leden die jaarlijks

op de Algemene Vergadering onder meer voor de peilstations

het voorgenomen beleid en de begroting fiatteren.

De uitvoering en begeleiding van het project Peilstations bij

de NMT is door het hoofdbestuur opgedragen aan Onderzoek

& Informatievoorziening binnen de afdeling Kwaliteit &

Onderzoek. Het werk wordt gedaan door drie sociaalwetenschappelijk

onderzoekers, samen goed voor 2,6 fte’s.

Na het onverwachte overlijden van initiator dr. Ger van Rossum

in 2001 werd de leiding toevertrouwd aan dr. Josef Bruers, die

samenwerkt met dr. Brigitte van Dam en drs. Joost den Boer.

De onderzoeksportefeuille binnen het hoofdbestuur is sinds

2003 in handen van vice-voorzitter Ward van Dijk. Als portefeuillehouder

stuurt hij het onderzoeksbeleid aan en is hij

aanspreekpunt voor de Commissie Onderzoeksbegeleiding

(COB). Deze commissie bewaakt de kwaliteit van de inhoud

en uitvoering van voorgenomen onderzoek en laat zijn licht

schijnen over de conceptanalyses en -rapportages die door de

onderzoekers worden aangedragen.

Onderzoek

& Informatievoorziening

anno 2005,

v.l.n.r.

Joost den Boer,

Brigitte van Dam

en Josef Bruers

Het CAP

Het verzamelen en verwerken van grote hoeveelheden

gegevens vraagt om specifieke expertise en bijzondere

technische mogelijkheden. Dat geldt ook voor het beheer

van de veelal privacy-gevoelige gegevens. Het Instituut voor

Toegepaste Sociale wetenschappen (ITS) in Nijmegen heeft

dit alles in huis. Al sinds de start van het project Peilstations

heeft de NMT daarom hier het Centraal Administratiepunt

Peilstations (CAP) gevestigd. In nauwe samenwerking met en

in opdracht van de NMT-onderzoekers zet het CAP de

onderzoeken uit. De via de peilstationtandartsen verzamelde

gegevens worden door het CAP verwerkt tot geanonimiseerde

databestanden, die voor analyse ter beschikking worden

gesteld aan de onderzoekers van de NMT.

De organisatie


20 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 21

Prof. Dr. R.M.H.

Schaub

Dr. J. Winkels

Zij zijn verantwoordelijk voor de analyses en rapportages.

Overigens wordt ook de spiegelinformatie - dat wil zeggen de

overzichten die individuele peilstationtandartsen ontvangen

van de door hen uitgevoerde verrichtingen in vergelijking met

die van van alle tandartsen in het onderzoek Tandheelkundige

Consumptie tezamen - verzorgd door het CAP.

Hoogleraar Tandheelkundige Zorg bij de Rijksuniversiteit

Groningen, lid van de Commissie Onderzoeksbegeleiding:

“Ik vind het project Peilstations een uitstekende onderzoeksmethode

die zicht geeft op een brede variatie aan signalen

vanuit de beroepsgroep over de beroepsuitoefening en de

mondzorg. Naast van evident belang voor het beleid ten

behoeve van de beroepsgroep is het project een waardevolle

bron van informatie voor onderwijs en onderzoek bij de

opleidingen.

Een belangrijk aspect vind ik dat voor partijdigheid wordt

gewaakt. Het onderzoek bij de peilstations wordt weliswaar

uitgevoerd door de NMT, maar bewaking vanuit

wetenschappelijke kring ontbreekt niet. De samenstelling

van de COB en de presentatie van resultaten op wetenschappelijke

congressen staan borg voor de toetsing van

wetenschappelijkheid en beroepsbelang. Daarmee draagt

dit onderzoek bij aan de positie van de NMT als een

gerenommeerd onderzoeksinstituut op het terrein van de

mondzorg.”

Directeur van het Instituut voor Toegepaste Sociale

Wetenschappen, verbonden aan de Radboud Universiteit

Nijmegen:

“De manier waarop tandartsen, hun beroepsorganisatie en

mijn instituut, het ITS, in dit onderzoek met elkaar omgaan

is een prachtig voorbeeld van hoe een monitoronderzoek

efficiënt en effectief kan worden ingericht. Ik ben onder

de indruk van de loyaliteit en bereidwilligheid van de

tandartsen die als peilstation fungeren. Bij de overdracht

Commissie

Onderzoeksbegeleiding

(COB)

van hun praktijk bijvoorbeeld, dragen zij in de meeste

gevallen ook de medewerking aan het peilstationonderzoek

over. Ook wanneer ze bijvoorbeeld van softwarepakket

veranderen, geven ze dat op eigen initiatief door zodat een

en ander kan worden aangepast en de gegevensverzameling

zonder problemen kan worden gecontinueerd.

Als ik er als onderzoeker naar kijk, moet ik zeggen dat

iedere gedreven beleidsonderzoeker volgens mij zijn vingers

aflikt bij zo’n rijk gevulde en relevante database, waaruit

snel zoveel kwalitatief hoogstaande informatie over trends

en actuele zaken kan worden gegenereerd. Je zou wensen

dat er in ons land meer onderzoek zou worden opgezet vanuit

zo’n duidelijke langetermijnvisie op wat er structureel

aan beleidsinformatie nodig is.”

Prof. dr. C. de Baat

1999 – heden

Prof. dr. J.R. Bausch 1996 – 2003

Prof. dr. R.C.W. Burgersdijk 1999 – 2002

Prof. dr. A.J. Feilzer 1990 – 2004

Prof. dr. A.J.A. Felling

1990 – heden

Dr. A. Groeneveld 1990 – 1999

Prof. drs. O. Hokwerda (voorzitter) 1990 – 2003

Drs. J.L. Klaassen 1992 – 2002

Drs. Th.G. Mettes (voorzitter)

2003 – heden

Dr. J.H.G. Poorterman

2003 – heden

Drs. B.G.C.M. Ruyten

2002 – heden

Prof. dr. R.M.H. Schaub

2003 – heden

Prof. dr. G.J. Truin 1995 – 1999


22 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 23

Grafiek 6

Enkele behandelingen per 100 jeugdige patiënten bij wie periodieke controle is uitgevoerd over de jaren

1998-2003

100

90

80

70

60

50

40

30

20

10

0

1998 1999 2000 2001 2002 2003

fluoride applicaties sealants vullingen

Grafiek 7

Enkele behandelingen per 100 volwassen patiënten bij wie periodieke controle is uitgevoerd over de jaren

1998-2003

100

90

80

70

60

50

40

30

20

10

Hoofdstuk 4

De rol van

automatisering

Het werven en onderhouden van de contacten met de

tandartsen die zich inzetten als peilstation is voor de voortgang

van het onderzoek van wezenlijk belang. Zonder tandartsen

geen peilstations. Anno 2004 kon de NMT rekenen op de

medewerking van 1.800 tandartsen. Dat is ongeveer een derde

van de ongeveer 5.900 tandartsen die werkzaam zijn in een

eigen praktijk. Het is een groep tandartsen die wat betreft

leeftijd, sekse, geografische spreiding en plaats van afstuderen

kan worden beschouwd als een representatieve afspiegeling

van die populatie tandartsen in Nederland.

Een aanzienlijk deel van de peilstationtandartsen doet al

sinds de start van het project mee. De werving van nieuwe

peilstations blijft echter een punt van voortdurende aandacht.

Uitval van bijvoorbeeld tandartsen die hun praktijk sluiten

of even genoeg hebben van het onderzoek maakt het noodzakelijk

het deelnemersbestand regelmatig aan te vullen.

Daarom wordt bij elke editie van een peilstationonderzoek

een extra groep nieuwe tandartsen gevraagd om hun medewerking.

Verder kunnen tandartsen zich te allen tijde zelf bij

de NMT als peilstation aanmelden.

Tandartsen nemen deel op vrijwillige basis, de NMT heeft

geen financiële middelen om voor participatie te betalen.

Als tegenprestatie worden er wel aan het eind van elk jaar

cadeaubonnen verloot en ontvangen de deelnemers aan het

onderzoek Tandheelkundige Consumptie jaarlijks van het CAP

spiegelinformatie. Daarin wordt, zoals gezegd, de aard en

omvang van de door hen verleende zorg vergeleken met die

van alle tandartsen in het onderzoek.

Tien jaar geleden ging het peilstationonderzoek nog geheel met

pen en papier. Inmiddels is de belasting voor tandartsen om aan

het onderzoek deel te nemen sterk verminderd. Met name het

nogal bewerkelijke onderzoek Tandheelkundige Consumptie,

waarin patiëntgegevens moeten worden ingevoerd, is dankzij

de aanpassingen in de praktijkautomatisering een stuk

0

1998 1999 2000 2001 2002 2003

intraorale röntgenfoto's vullingen gegoten (metalen) kronen initiële parodontale behandeling

De tandarts als peilstation


24 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 25

Drs. T.X. de Jong

Drs. H. Gastelaars-

Hoekstra

eenvoudiger geworden. Op verzoek van de NMT zijn de

leveranciers van de software-pakketten Complan, Exquise,

JDS WIND!, Prosoft Dental en Simplex bereid geweest voor

dit doel specifieke modules in hun programmatuur op te

nemen. Sinds 1997 zijn die modules operationeel. Voor

het trekken van de twee willekeurige steekproeven uit het

patiëntenbestand en het wegschrijven van de benodigde

gegevens op diskette kan de tandarts volstaan met slechts

enkele handelingen op zijn computer.

Algemeen practicus in Amersfoort, sinds kort deelnemer

aan het project Peilstations:

“Twee jaar geleden ben ik gestart met mijn solopraktijk.

Ik ben gemotiveerd om aan de Peilstations mee te doen,

omdat ik open sta voor permanente kwaliteitsverbetering

van de tandheelkunde in Nederland. Goed dat de NMT

daar iets aan doet. De peilstations zijn voor mij een

mogelijkheid om mijn manier van werken te spiegelen aan

wat collega’s doen. In de Alpha-groep discussiëren we over

onder andere materialen, maar door het project Peilstations

krijg je een weergave van de werkelijkheid. Het is prettig

om te zien dat ik toch de juiste keuzes gemaakt heb en

het doet me nadenken over de uitzonderingen, van mezelf

of van collega’s. Overigens denk ik dat het beeld, dat uit

het onderzoek komt, misschien een beetje in positieve

zin is vertekend. Welke soort praktijken nemen deel, wat

voor patiëntensamenstelling hebben deze, wie vult het

onderzoek in..?”

Algemeen practicus in Nootdorp, neemt al tien jaar

onafgebroken deel aan het project Peilstations:

“Het was niet moeilijk om het tien jaar vol te houden. Als

ik een formulier krijg, vul ik het in. Daar hoef ik niet zoveel

moeite voor te doen. Verder is het een hele verbetering dat

het onderzoek waarin verrichtingen worden geregistreerd,

via diskettes plaatsvindt.

Drs. J.D. Scholtanus

Waarom ik het doe? Ik vind het belangrijk om mijn bijdrage

te leveren aan een cijfermatige onderbouwing van beleid.

Minstens even belangrijk vind ik het dat je beleidsbesluiten

achteraf evalueert. Ook daarop is het onderzoek van het

project Peilstations gericht. Dat ik regelmatig een overzicht

krijg waarin mijn eigen verrichtingen worden vergeleken

met wat er landelijk is gebeurd, vind ik heel leerzaam.

Ik zie wel eens grote verschillen in dat overzicht, maar dat

heeft mij eigenlijk nog nooit aanleiding gegeven om mijn

eigen handelen te veranderen. Als ik die cijfers zo zie, vind

ik dat ik het goed doe.”

Algemeen practicus in Wergea en al tien jaar peilstation:

“Tandheelkunde is voortdurend in beweging. Behandelingsmethoden,

materialen, wetenschappelijke inzichten,

praktijkconcepten en niet te vergeten het verzekeringsstelsel

blijven zich ontwikkelen. Dat heeft invloed op de

praktijkvoering van de algemeen practicus. Voor de NMT

is het belangrijk om beleidsmatig op die ontwikkelingen

te kunnen inspelen, en daar zijn actuele gegevens uit het

veld voor nodig. Ik werk er graag aan mee om de NMT

die gegevens te verschaffen, ik zie het als een stukje

professionele verantwoordelijkheid naar de beroepsgroep.

Aan alle drie de vormen van het peilstationonderzoek heb ik

meegedaan. Het kost mij niet al te veel moeite en ik heb er

zelf ook nog wat aan door de terugkoppeling die ik krijg via

spiegelinformatie en via de publicaties in het NT.

Ik kan dan constateren waar ik sta ten opzichte van

collega’s. Ik heb de indruk dat de NMT zorgvuldig omgaat

met het publiceren van de informatie, en dat vind ik ook

belangrijk. Ik zie de peilstations als een beleidsinstrument

van de NMT, dus van onszelf en dan moet je ook behoedzaam

met publicatie omgaan.”


26 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 27

Grafiek 8

Typologie van

tandartspraktijken

over de jaren

1997-2004

Grafiek 9

Wijze waarop

tandartsen hun

persoonlijke werkdruk

omschrijven over de

jaren 1995-2004

100%

90%

80%

70%

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0%

1997 1999 2001 2004

1 praktijkhouder, 0 praktijkmedewerker 1 praktijkhouder, 1+ praktijkmedewerker

2+ praktijkhouders, 0 praktijkmedewerker 2+ praktijkhouders, 1+ praktijkmedewerker

2004

2001

1999

1997

1995

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

kan niet aan zorgvraag voldoen

kan door overwerken aan zorgvraag voldoen

kan in normale werktijd aan zorgvraag voldoen kan aan grotere zorgvraag voldoen

Hoofdstuk 5

Hoe hebben tandartsen hun praktijk georganiseerd? Hoe gaan

zij om met delegatie van taken aan mondhygiënisten en tandprothetici?

Is het tandartsentekort een landelijk probleem

of zijn er regionale verschillen? Wat zijn de gevolgen van

wijzigingen in het verzekeringsstelsel voor het tandartsbezoek

van patiënten? Welke tandheelkundige zorg wordt verleend

aan de jeugd?

De informatie, die uit het project Peilstations wordt verkregen,

geeft in eerste instantie de NMT zelf richting bij het ontwikkelen

en vormgeven van beleid en bij de ondersteuning van

de individuele tandarts bij diens praktijkvoering. De beroepsorganisatie

weet immers uit de eerste hand, waar de behoeften

van tandartsen liggen en hoe deze zich bijvoorbeeld in

verschillende praktijktypen van elkaar onderscheiden.

Met het periodieke onderzoek over een reeks van jaren op

het gebied van de praktijkvoering door tandartsen en de

zorg die zij verlenen, kunnen bovendien de effecten van

maatregelen - zoals die van de overheid - zichtbaar worden

gemaakt. Dankzij het project Peilstations kan de NMT in haar

onderhandelingen met de overheid en met zorgverzekeraars

dan ook betrouwbare cijfers inbrengen. De gegevens worden

- waar dit in het belang is van de beroepsgroep - op verzoek

tevens beschikbaar gesteld aan bijvoorbeeld de overheid, ten

behoeve van het beleid op het gebied van zorg en onderwijs.

Grafiek 10

Wijze(n) waarop

patiënten zich in 2003

incorrect hebben

gedragen bij de laatste

keer dat tandartsen

dienst hadden in

de avond- en/of

weekenddienstregeling

waarin zij participeren

Tijdens telefonisch contact

dwingend en eisend taalgebruik en/of stemverheffing 2,3%

schelden 0,8%

dreigend taalgebruik 0,8%

plotseling verbreken gesprek 0,6%

Tijdens consult

dwingend en eisend taalgebruik en/of stemverheffing 0,4%

schelden 0,1%

dreigend taalgebruik 0,2%

aanbrengen van vernielingen 0,0%

slaan, schoppen en/of andere agressieve handtastelijkheden -

seksueel intimiderend gedrag -

problematisch betaalgedrag 1,8%

niet komen opdagen na gemaakte afspraak 1,6%

Invloed op het

NMT-beleid

Vaak wordt gevraagd, wat de NMT nou precies doet met de

informatie die uit de het project Peilstations komt. Uit de

publicaties die de onderzoekers maandelijks laten verschijnen

in het Nederlands Tandartsenblad is niet direct op te

maken wat er beleidsmatig met de onderzoeksuitkomsten

gebeurt. Het is immers aan het hoofdbestuur om eventuele

beleidsconsequenties te bepalen. Beleidsbeslissingen worden

neergelegd in voorstellen aan de Algemene Vergadering, of zijn

terug te vinden in de gekozen strategie bij onderhandelingen.

Om een indruk te geven wordt hierna een aantal concrete

ander incorrect gedrag 0,0% Cijfers voor beleid


28 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 29

voorbeelden gegeven van verricht onderzoek: de achtergrond

van de onderwerpkeuze, de belangrijkste uitkomsten en de

gevolgen voor het beleid.

Grafiek 11

Mate waarin het

aanstellen van een

preventie-assistent in

de praktijk over het

geheel genomen in

2003 heeft voldaan

aan de verwachtingen

die tandartsen

daarvan hadden

30%

10%

2%

58%

ja, volledig

ja, grotendeels

ja, enigszins

nee

Peilstationonderzoek

en het beleid van de

NMT

Voorbeeld 1:

Werkdruk in de tandartspraktijk

• Achtergrond: zicht hebben op de door tandartsen ervaren

werkdruk en de maatregelen die zij nemen om deze te

verminderen.

• Belangrijkste uitkomsten: het percentage tandartsen dat

zegt het te druk te hebben om in de normale werktijd aan

de zorgvraag te kunnen voldoen, neemt toe. Steeds meer

tandartsen sluiten hun praktijk voor nieuwe patiënten.

• Beleidsgevolg: de cijfers zijn gebruikt bij het pleidooi voor

uitbreiding van de opleidingscapaciteit.

Grafiek 12

Handelen van

tandartsen in 2002

op een aantal

gebieden conform

de WIP-richtlijn voor

infectiepreventie in

de praktijk

100%

90%

80%

70%

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0%

dragen van

werkkleding

dragen van

handschoenen

wel

dragen van

mond/neusmasker

niet

dragen van

(veiligheids)bril

Voorbeeld 2:

De preventie-assistent, een gewaardeerde kracht

• Achtergrond: medio 2003 waren via de door de NMT in

1995 opgezette cursus ‘Met aantekening preventie’ (MAP)

ruim 1.300 tandartsassistenten opgeleid tot preventieassistent.

Zij voeren in opdracht en onder toezicht van de

tandarts zelfstandig zorgtaken uit op gebied van preventie

en mondhygiëne. Met het oog op een mogelijke verschuiving

van de inhoud van het vakgebied van de mondhygiënist

naar curatie, wil de NMT weten of het zinvol is om voor de

preventie-assistent een aanvullende cursus op te zetten,

zodat zij breder kan worden ingezet voor preventietaken.

• Belangrijkste uitkomsten: een ruime meerderheid van

tandartsen en preventie-assistenten vindt de opleiding

tot preventie-assistent van goede kwaliteit. Tandartsen

delegeren in de praktijk veel preventietaken aan genoemde

assistent. Men voelt voor een voortgezette opleiding.

• Beleidsgevolg: het hoofdbestuur besloot tot de opzet van

een cursus MAP-plus, die ervaren preventie-assistenten

verdere opleiding in preventietaken biedt.


30 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 31

Cijfers voor

publicaties, ook

internationaal

Drs. E.E.A.M.

Lockefeer

De NMT vindt het belangrijk dat met publicaties op brede

schaal aandacht wordt gevraagd voor de gegevens die via

het project Peilstations worden verzameld. Ook hecht het

hoofdbestuur eraan dat het project Peilstations geen

eenrichtingverkeer is van peilstationtandartsen naar de

beroepsorganisatie, maar dat de verzamelde informatie ook

regelmatig wordt teruggekoppeld naar de professie. De

onderzoekers van de NMT verzorgen daarom maandelijks

een publicatie in een vaste rubriek in het Nederlands

Tandartsenblad. Deze informatie is ook in te zien via de

website van de NMT: www.TandartsenNet.nl. Verder gebeurt

het meer en meer dat individuele tandartsen een beroep

doen op Onderzoek & Informatievoorziening, wanneer zij

onderzoeksgegevens nodig hebben voor bijvoorbeeld het

maken van een businessplan.

De gegevens worden ook gebruikt door onderzoekers bij de

tandheelkundige faculteiten in Amsterdam, Groningen en

Nijmegen, ten behoeve van wetenschappelijke projecten.

Bovendien zijn peilstationgegevens meer dan eens de

basis voor presentaties op internationale tandheelkundige

congressen.

Gedurende vele jaren als adviserend tandarts werkzaam bij

Zorgverzekeraars Nederland (ZN):

“Elke onderhandeling, of het nu gaat over een pakketverschuiving

of over een voorstel tot wijziging van een

UPT-hoofdstuk of een enkele code, vereist inzicht in de

macrokostenconsequenties. Om die te kunnen doorrekenen

heb je cijfermateriaal nodig over de landelijke

consumptie, liefst zo gedetailleerd mogelijk, op

verrichtingenniveau en bij voorkeur uitgesplitst in

ziekenfonds en particulier. De cijfers die ZN heeft, zijn

slechts globaal en geven deze detailinformatie niet.

De NMT daarentegen heeft vanuit de peilstations deze

informatie wel ter beschikking. Als wijzigingsvoorstellen

ter discussie kwamen, was ZN dan ook vaak afhankelijk

Drs. J.D. van Foreest

van de gegevens die de NMT inbracht. Het meest recente

voorbeeld is de wijziging van het ziekenfondspakket in

2002 gelijktijdig met een gedeeltelijke herziening van de

UPT-lijst. Door de onderlinge samenhang lukte het toen om

de meerkosten voor praktijkhygiëne en voor de CAO voor

tandartsassistenten in de tandartstarieven te verwerken.

Zonder de gegevens vanuit de peilstations was het niet

mogelijk geweest de macrokostenconsequenties van de

samengevoegde maatregelen te berekenen. Dat de NMT

toen inzage gaf in gegevens van de ‘eigen’ peilstations

was welbegrepen eigenbelang, maar dankzij deze openheid

konden de voorstellen richting CTG en overheid

goed worden onderbouwd. Door het project Peilstations

beschikt de NMT over uniek cijfermateriaal: betrouwbaar,

valide, wetenschappelijk goed onderbouwd en voor

onderhandelingen feitelijk onmisbaar.”

Tot december 2004 inspecteur voor de tandheelkunde bij de

Inspectie voor de Gezondheidszorg:

“Allereerst wil ik zeggen dat ik het project Peilstations

buitengewoon nuttig vind. De publicaties in het Nederlands

Tandartsenblad over allerlei onderwerpen spreken mij zeer

aan, ook al vind ik de rapportage over het algemeen nogal

oppervlakkig. Ik kan uit die artikelen niet opmaken wat de

beleidsconsequenties zijn voor de NMT, maar ik begrijp wel

dat het hoofdbestuur dat wat ze ermee doet liever binnen

de organisatie houdt of op een andere manier naar buiten

brengt. Waar ik naar kijk, zijn natuurlijk vooral de aspecten

van de kwaliteit van zorg. Zo is er bijvoorbeeld in de

Omnibus-enquête 2002 gevraagd naar de naleving van de

Richtlijn Praktijkhygiëne. Hoewel dit onderzoek niet goed

aansloot op het in 1997 uitgevoerde evaluatie-onderzoek

van de inspectie, bleek uit de Omnibus-enquête dat het om

dezelfde knelpunten ging. De NMT heeft het onderwerp

praktijkhygiëne nu opgenomen in haar IQual-programma

en dat juich ik toe. Als het gaat over de toepassing


32 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 33

Drs. J.L.M. van

den Heuvel

van onderzoeksresultaten voor beleid zou de NMT de

informatie nog veel meer in de zin van kwaliteitsbevordering

kunnen aanwenden, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van

kwaliteitsindicatoren. Er zijn al onderwerpen in die richting

in de onderzoeken meegenomen, maar het zou meer

systematisch kunnen, speciaal gericht op die ontwikkeling.

Ik vind dat de professie die de indicatoren zelf moet formuleren

en als de NMT het via de peilstations doet, heeft ze

het mooi in eigen beheer.”

Senior beleidsadviseur ‘Beroepen in de gezondheidszorg’

van de Directie Innovatie, Beroepen en Ethiek van het

ministerie van VWS en afgevaardigde voor Nederland in de

Council of European Chief Dental Officers:

“Ik vind het project Peilstations van de NMT een fantastisch

instrument. Ik heb de ontwikkeling ervan al vanaf het begin

van harte ondersteund. Daarvóór had men de neiging zich

vooral te concentreren op groot epidemiologisch onderzoek,

maar om beleid te maken - het onderwijs goed in te richten,

de tandarts te ondersteunen bij zijn praktijkvoering, de

kwaliteit van de zorgverlening te bevorderen - moest men

zich afvragen welke informatie er eigenlijk nodig was om

op die punten verstandige dingen te doen, verstandig

beleid te voeren. Daarvoor heb je onderzoek nodig dat de

ontwikkelingen volgt. Ik ben voor Nederland lid van de

Council of European Chief Dental Officers. We vergaderen

ieder half jaar om ons nationaal beleid onderling te toetsen

en op elkaar af te stemmen. Dankzij de gegevens van het

project Peilstations die ik mag gebruiken, kan ik hier een

zinvolle bijdrage leveren. Ik hoop dan ook dat de NMT het

project nog lang in stand houdt.”

Hoofdstuk 6

Samenwerking

met onderzoeksinstellingen

De beleidsonderwerpen die aan de orde komen in onderzoeken

van het project Peilstations worden hoofdzakelijk

ingegeven door de behoefte aan informatie bij de NMT zelf.

Om haar rol als beroepsorganisatie van tandartsen goed te

kunnen vervullen en om beleidskeuzes te kunnen maken,

heeft de NMT kennis nodig van wat er leeft in het tandheelkundig

veld. Hiertoe werken het hoofdbestuur, de beleidsmedewerkers

en de onderzoekers van de NMT nauw samen,

zowel bij de bepaling van te onderzoeken onderwerpen

als bij de vertaling van de onderzoeksresultaten naar

beleidsvoorstellen.

Met enige regelmaat biedt de NMT andere organisaties

de mogelijkheid om met name via de Omnibus-enquête

gegevens te verzamelen, bijvoorbeeld als er een gezamenlijke

behoefte bestaat aan informatie over een bepaald onderwerp.

Zo hebben het Ivoren Kruis (Wat is de behoefte aan folders

voor patiëntenvoorlichting?), de Nederlandse Vereniging

voor Orale Implantologie (Past implantologie in de algemene

praktijk?), de Stichting Roken en Volksgezondheid (Heeft de

tandarts een rol in de voorlichting over de gevaren van roken

voor de mondgezondheid?) en de Nederlandse Vereniging

voor Parodontologie (Hoe gaat de tandarts om met het

paroprotocol?) meegelift in enquêtes.

Ook andere onderzoeksinstellingen die actief zijn op het

gebied van de gezondheidszorg maken gebruik van informatie

uit het project Peilstations. De NMT stelt deze informatie

op verzoek beschikbaar, in de overtuiging dat de waarde

van de beleidsmatige interpretatie van gegevens toeneemt

als alle gebruikers uitgaan van dezelfde basisinformatie. In

de afgelopen jaren heeft de NMT in dit verband arbeidsmarktgegevens

geleverd aan het Nederlands instituut voor

onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL), gegevens over

het in een bepaalde periode gemaakte aantal intra-orale

röntgenfoto’s aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid

Samenwerking


34 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 35

Prof. dr. R.C.W.

Burgersdijk

en Milieuhygiëne (RIVM) en gedifferentieerde gegevens over

verleende tandheelkundige zorg aan de Erasmus Universiteit

Rotterdam (EUR).

Een bijzondere vorm van samenwerking is tot stand gebracht

met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Evenals

de NMT verzamelt het CBS al jaren financieel-economische

gegevens over Nederlandse tandartspraktijken, om uitspraken

te kunnen doen over het macro-budget voor tandheelkunde.

Op zeker moment is besloten deze activiteiten op elkaar af te

stemmen door dezelfde vraagstelling te hanteren. Door deze

samenwerking - die in 1998 voor het eerst gestalte kreeg

in een gezamenlijke publicatie - is de onderzoeksbelasting

van de professie verder teruggebracht en worden kosten

bespaard. Het feit dat CBS en NMT gezamenlijk tekenen voor

betrouwbaarheid en validiteit van de gegevens bevordert

bovendien een brede acceptatie van de onderzoeksresultaten.

Voorzitter van het bestuur van de Universitaire Opleiding

Tandheelkunde van de Radboud Universiteit Nijmegen

en hoofd van de vakgroep Sociale en Preventieve

Tandheelkunde en Pedodontologie:

“Bij onze faculteit hebben we altijd veel belang gehecht aan

het onderzoek van de NMT, om te beginnen als belangrijke

bron van gegevens die wij nodig hadden voor de invulling

van het computersimulatiemodel dat is gebruikt door de

Stuurgroep Toekomstscenario’s Tandheelkunde (STG). Van

NIPG/TNO bijvoorbeeld werden daar epidemiologische

gegevens in gestopt, van de NMT kwamen tandartsgegevens

over praktijkvoering, werkbelasting en dergelijke.

Uiteindelijk konden wij aantonen dat er meer tandartsen

moesten worden opgeleid en op basis van vervolgonderzoek

besloot de overheid om de opleiding in Groningen te

heropenen.

Binnen mijn vakgroep wordt nog steeds veel gebruik

gemaakt van gegevens uit het project Peilstations. Ik vind

Prof. dr. R.M.H.

Schaub

Drs. E.J.J.A. Abbink

het eigenlijk jammer dat er niet nog veel meer mee wordt

gedaan. De NMT gedraagt zich toch af en toe als de kip

met de gouden eieren, maar ze hoeven natuurlijk niet alles

naar buiten te brengen. Ik heb een paar jaar geleden zelfs

voorgesteld om het peilstationonderzoek en ons onderzoek

samen te voegen in een onafhankelijk instituut, maar dat

is niet gelukt. Toch blijf ik open voor een geïntegreerde

aanpak, liefst tandheelkunde-breed, omdat de afzonderlijke

gegevens aan betekenis winnen als ze in samenhang

worden gepresenteerd en geanalyseerd.”

Hoogleraar Tandheelkundige Zorg bij de Rijksuniversiteit

Groningen, lid van de Commissie Onderzoeksbegeleiding

“Wij maken in ons onderwijs dankbaar gebruik van de

gegevens uit het project Peilstations, met name die over

de werkwijze van de beroepsgroep en de inrichting van de

mondzorg. Ook inzake ons eigen onderzoek hebben mijn

studenten en ik goede contacten met de onderzoekers van

de NMT, de afgelopen twee jaar met name op het terrein

van samenwerking in de mondzorg. Daarbij ging het niet

alleen om de uitwisseling van ideeën en ervaringen, maar

ook van onderzoeksuitkomsten. Met de medewerking

van de NMT kunnen we verdiepend onderzoek doen naar

achterliggende mechanismen van wat er via de peilstations

aan beschrijvende gegevens wordt gevonden.”

Beleidsmedewerker Mondzorg bij de Directie Zorg van het

College voor Zorgverzekeringen (CvZ):

“Halverwege 2000 bracht het eindrapport van de Adviesgroep

Capaciteit Mondzorg de ernst en de omvang van

het capaciteitstekort in de mondzorg in kaart. Naar

aanleiding van de in dit rapport genoemde aanbevelingen

stelde het ministerie van VWS een Begeleidingsgroep

Veldexperimenten Mondzorg in. Deze begeleidingsgroep –

waarin ook de NMT zitting had – nam het initiatief tot een

inventarisatie van de huidige en de gewenste werksituatie


36 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 37

Dr. A.A. Schuller

van tandartsen, mondhygiënisten en tandprothetici. Daarbij

zou met name de samenwerking tussen deze disciplines

in kaart worden gebracht. Onze organisatie trad op als

financier van het onderzoek.

Wat betreft de inventarisatie bij de tandartsen werd de

NMT gevraagd om dit via haar project Peilstations te doen,

maar later werd besloten om ook de inventarisaties bij

de mondhygiënisten en de tandprothetici door de NMT

te laten uitvoeren, om de uniformiteit en vakkundigheid

van de onderzoeken te waarborgen. Dat heeft geleid

tot een prettige samenwerking én tot vruchtbare

resultaten, want zoals inmiddels bekend is kwam uit

alledrie de professies naar voren dat de verlening van

tandheelkundige zorg zeker in de toekomst een kwestie is

van interdisciplinaire samenwerking. Na deze kennismaking

met de mogelijkheden van het project Peilstations zullen

wij als CvZ, als dat aan de orde is, zeker vaker met onze

onderzoeksvragen inhaken.”

Tandarts-epidemioloog bij TNO Preventie en Gezondheid:

“De gegevens die via de peilstations worden verzameld, zijn

binnen het tandheelkundig onderzoek in Nederland uniek.

De combinatie van wetenschappelijke en beleidsmatige

vragen en gegevens uit het project Peilstations (wat

speelt en gebeurt er daadwerkelijk in de praktijk) geeft de

mogelijkheid tot het ondersteunen en onderbouwen van

onderzoek en het generen van nieuwe onderzoeksvragen.

Voor TNO Preventie en Gezondheid heeft dit geleid tot

samenwerking met de NMT met betrekking tot het

onderwerp ‘taakherschikking/samenwerking binnen de

tandheelkunde’. Hierin worden empirische data van het

project Peilstations gecombineerd met gegevens uit de

literatuur en/of ander onderzoek. Dit vormt dan weer de

basis voor nieuw onderzoek.”

Drs. E.H. van

den Berg

Onderzoeker bij de afdeling Gezondheid, Welzijn en

Recreatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS):

“De gezamenlijke publicatie van het boekje over Tandheelkunde

in Nederland in 1998 was de uitkomst van de toenadering

die eerder was gezocht om het NMT-onderzoek en

dat van ons te koppelen. Sindsdien doen NMT en CBS ieder

een deel van het onderzoek dat nodig is voor de publicatie

van financiële gegevens over de tandheelkunde (kosten

en opbrengsten). Tot nu toe publiceerden wij de gegevens

éénmaal per twee jaar. Met ingang van de gegevens

over 2002, die begin 2005 worden gepubliceerd, zijn de

cijfers jaarlijks te vinden op www.Statline.nl, de openbare

website van het CBS. Ook verschijnen er gezamenlijke

publicaties in het Nederlands Tandartsenblad. NMT en CBS

leveren ieder een deel van de gegevens: de NMT uit het

onderzoek Tandheelkundige Praktijkvoering en voor ons

aandeel trekken wij een steekproef uit de groep tandartsen

die geen peilstation zijn. Wij hebben een respons van

65%, de respons van de peilstations ligt wat hoger.

Misschien heeft dat iets te maken met de motivatie van

peilstationtandartsen, maar dat verband hebben we nog

nooit onderzocht.”


38 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 39

Grafiek 13

Macro exploitatie-opbrengsten (in mln. €) van tandartspraktijken over de jaren 1990-2000

(bron: CBS/NMT)

tandprothetici

1.400

1.200

1.000

800

600

400

200

0

1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000

Grafiek 14

Voorkeur van mondhygiënisten, tandartsen en tandprothetici in 2003 wat betreft werksituatie

Hoofdstuk 7

Het sociaal-wetenschappelijk onderzoek van de NMT heeft

met het project Peilstations in tien jaar tijd de status

gekregen die het verdiende. Wat de NMT nu te doen staat,

is ervoor zorgen dat de betekenis en de gebruikswaarde van

het peilstationonderzoek waar mogelijk worden vergroot.

Dat betekent een verdere stroomlijning en verdieping van

de onderzoeken Tandheelkundige Praktijkvoering en

Tandheelkundige Consumptie. Verder zal de Omnibusenquête,

die tot nu toe vooral beroepsgroep-breed wordt

gehanteerd, eveneens worden ingezet voor bepaalde vragen

aan specifieke doelgroepen binnen de tandheelkunde. Het

vaker gebruiken van telefonische en webenquêtes in plaats

van schriftelijke enquêtes geeft de mogelijkheid om bij actuele

kwesties de beroepsgroep sneller te consulteren.

De NMT wil de samenwerking met andere onderzoeksinstellingen

intensiveren. Enerzijds op inhoudelijk vlak door in

het project Peilstations ruimte te geven aan vragen van derden,

anderzijds door de methodiek van onderzoek waar mogelijk

af te stemmen op het onderzoek van anderen. Hiermee wordt

ook de onderzoeksbelasting van tandartsen zoveel mogelijk

beperkt. Gestreefd wordt naar zo volledig mogelijke en eenduidige

kennis over alle aspecten van de tandheelkundige

beroepsuitoefening in Nederland. Dat helpt beleidsmakers bij

het nemen van de juiste beslissingen.

tandartsen

mondhygiënisten

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

solopraktijk

samenwerkingspraktijk met collega-praktijkmedewerker(s)

samenwerkingspraktijk met collega praktijkhouder(s)

samenwerkingspraktijk van verschillende tandheelkundige professionals

in dienstverband

De gedachten gaan daarbij ook wel eens uit naar samenwerking

buiten de landsgrenzen. Het project Peilstations zou ook

op Europees niveau een rol kunnen gaan spelen. De NMT

wisselt regelmatig informatie uit met de zusterorganisaties

in andere Europese landen, ten behoeve van eenheid in het

tandheelkundig beleid. Uitbreiding van het project Peilstations

naar andere landen zou bijvoorbeeld zicht kunnen geven op

de inhoudelijke en economische effecten van uitwisseling van

zorg in grensgebieden.

De toekomst


40 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 41

Drs. W. van Dijk

Vice-voorzitter van het NMT-hoofdbestuur en

portefeuillehouder Onderzoek:

“Met het project Peilstations beschikken wij als NMT

over unieke kennis van de tandheelkundige werkelijkheid

in Nederland. We weten als geen ander wat er in de

tandheelkunde speelt. Dat is niet alleen goed voor onze

eigen beleidsvorming ten behoeve van onze leden, maar

ook uitermate belangrijk voor de positie van de NMT

als gesprekspartner van beleidsmakers elders in de

samenleving. Wat het hoofdbestuur betreft zal onderzoek

altijd een onmisbaar onderdeel uitmaken van de NMTbegroting.

Dat houdt ons onafhankelijk. Tegelijkertijd zijn

ook wij ervan overtuigd dat samenwerking met andere

onderzoekers nuttig kan zijn. Het is immers in het voordeel

van onze leden als er sturing aan de tandheelkunde wordt

gegeven op basis van informatie van eenduidige kwaliteit.

Dat geldt straks ook voor het zorgbeleid op Europees

niveau.”

ofwel indicatoren die de kwaliteit van het zorgproces

zichtbaar maken, zijn er nu nog niet in de tandheelkunde.

Maar onder de druk van de veranderingen zullen ze er

naar mijn mening in de toekomst wel komen. Je kunt dan

vanuit de wetenschap bedenken hoe die indicatoren kunnen

worden vormgegeven, maar het ligt natuurlijk meer voor de

hand om de beroepsgroep hierbij nadrukkelijk te betrekken.

De NMT heeft met het project Peilstations een fantastisch

instrument in handen om de tandartsen ook op dit punt zelf

aan het woord te laten.”

Drs. Th.G. Mettes

Algemeen practicus, tandarts-onderzoeker bij de Radboud

Universiteit Nijmegen en sedert 2003 voorzitter van de

Commissie Onderzoeksbegeleiding:

“In het huidige tijdsgewricht zijn er in de tandheelkunde

grote veranderingen aan de gang. Kijk naar de aard

en inhoud van de zorgverlening, het zorgsysteem, de

praktijksetting. Zelfs de patiënt zie je veranderen. De

inmiddels reusachtige database van het project Peilstations

is een belangrijke bron van informatie geworden om

daarop beleidsmatig in te spelen. Bij al die veranderingen

zal voor alle betrokkenen de behoefte aan inzichtelijkheid

van het zorgproces steeds verder toenemen. Niet alleen

bij de patiënt, die een zorgvraag heeft, maar ook bij de

beroepsbeoefenaren zelf, die zich bij al de ontwikkelingen

wellicht zullen afvragen: Hoe speel ik daarop in? Hoe doen

mijn collega’s dat? Wat is de maatstaf voor deze of gene

behandeling? Wat verwacht de patiënt? Zulke maatstaven


42 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 43

1995

1996

1997

• Bruers JJM. Developments in the dental profession based on data from

practices of dentists. Oral presentation at the Annual meeting of the

European Society of Dental Ergonomics, The Hague, 1995.

• Bruers JJM, Bronkhorst EM, Rossum GMJM van, Truin GJ. Assessing

development in dental care by using data from dental practices. Poster

discussion at the Annual meeting of the British Association of Community

Dentistry, Dundee, 1996.

• Dam BAFM van. De positie van de vrouwelijke tandarts. Lezing voor de

voorjaarsbijeenkomst van de NVSST, Utrecht, april 1996.

• Rossum GMJM van. Uitkomsten enquête NMT-kerntaken. NT 1996; 51

(10): 480-481.

• Rossum GMJM van, Bruers JJM. Nieuwe Regeling Tandheelkundige Hulp

Ziekenfondsverzekering. NT 1996; 51 (01): 50-51.

• Rossum GMJM van, Bruers JJM. Interne communicatie. NT 1996; 51 (03):

140-141.

• Rossum GMJM van, Bruers JJM. Mondhygiënisten en tandartsassistenten.

NT 1996; 51 (05): 216-217.

• Rossum GMJM van, Bruers JJM. Betrokkenheid bij de NMT. NT 1996; 51

(07): 366-367.

• Rossum GMJM van, Bruers JJM, Bausch JR. Practising dentistry in the

Netherlands. Poster presented at the 74th General-Session & Exhibition

of the IADR, San Francisco, 1996.

• Berkel E. ITS Nijmegen: spil in Peilstationonderzoeken NMT. NT 1997; 52

(16): 776-777.

• Bruers JJM, Bronkhorst EM. Op weg naar een tandartsentekort. NT 1997;

52 (11): 648-591.

• Bruers JJM, Dam BAFM van. Hoe de tandarts z’n werkweek invult. NT

1997; 52 (12): 620-621.

• Bruers JJM, Rossum GMJM van. Stelselwijziging en praktijkvoering. NT

1997; 52 (06): 298-299.

• Bruers JJM, Rossum GMJM van. Ziekenfondspatiënten blijven tandarts

bezoeken voor periodieke controle. NT 1997; 52 (04): 210- 211.

• Bruers JJM, Rossum GMJM van. Samenwerken in de praktijk. NT 1997; 52

(08): 442-443.

• Bruers JJM, Rossum GMJM van. Nauwelijks knelpunten bij horizontale

verwijzing. NT 1997; 52 (20): 1017-1019.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Hoe denken tandartsen over voorlichting

arbo en marktwerking. NT 1997; 52 (22): 1110-1113.

Overzicht van publicaties


44 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 45

1998

• Rossum GMJM van, Bruers JJM. Administratie in tandartspraktijken. NT

1997; 52 (18): 903-905.

• Rossum GMJM van, Bruers JJM, Dam BAFM van. Hoe representatief zijn de

NMT-peilstations? NT 1997; 52 (24): 1262-1265.

• Allard RHB, Rossum GMJM van. NMT-Peilstations: Roken en mondgezondheid.

Feiten en meningen van tandartsen. NT 1998; 53 (20):

1055-1058.

• Dam BAFM van, Rossum GMJM van. Peilstationonderzoek ‘Intercollegiaal

overleg’. NT 1998; 53 (02): 72-74.

• Dam BAFM van, Rossum GMJM van. Het telefonisch contact van de leden

met het NMT-bureau. NT 1998; 53 (06): 284-287.

• Dam BAFM van, Rossum GMJM van. Beroepsuitoefening van vrouwelijke

tandartsen in Nederland. Ned Tijdschr Tandheelkd 1998; 105: 392-396.

• Dam BAFM van, Rossum GMJM van, Bruers JJM, Zeegers GLAM. Dental

practice by male and female dentists in the Netherlands. Poster presented

at the 76th General-Session & Exhibition of the IADR, Nice, 1998.

• Bruers JJM. NMT-Peilstations: Beoordeling van het NMT-beleid. NT 1998;

53 (18): 948-951.

• Bruers JJM, Rossum GMJM van. Peilstationonderzoek ‘Kindertandheelkunde’.

NT 1998; 53 (04): 203-205.

• Bruers JJM, Rossum GMJM van. Patiëntenzorg in de tandartspraktijk. NT

1998; 53 (08): 496-497.

• Bruers JJM, Rossum GMJM van. Tandheelkundige zorgconsumptie van

vrouwelijke patiënten in Nederland. Ned Tijdschr Tandheelkd 1998;

105: 412-415.

• Bruers JJM, Rossum GMJM van, Truin GJ, Zeegers GLAM. The dental

consumption of the Dutch population for the years 1993-1996.

Poster presented at the 76th General-Session & Exhibition of the IADR,

Nice, 1998.

• CBS, NMT. Tandartsen, tandartsbezoek en tandheelkundige zorgverlening

in Nederland, CBS/NMT, Voorburg/Nieuwegein, juni 1998.

• Rossum GMJM van. Ervaren werkdruk in de tandartspraktijk. NT 1998;

53 (10): 602-603.

• Rossum GMJM van, Bruers JJM. NMT-Peilstations: Het cluster ‘preventief

onderhoud’ (1). NT 1998; 53 (22): 1174-1175.

• Rossum GMJM van, Bruers JJM. NMT-Peilstations: Het cluster ‘preventief

onderhoud’ (2). NT 1998; 53 (24): 1254-1255.

• Rossum GMJM van, Smits E, Teeseling E. De rekening voor de tandarts.

Tandartsbezoek ziekenfondsverzekerden na de stelselwijziging. NT 1998;

53 (13): 716-718.

• Rossum GMJM van, Smits E, Teeseling E. De rekening voor de tandarts.

Tandartsbezoek ziekenfondsverzekerden na de stelselwijziging. Index

1998; 6: 24-26.

1999

2000

• Allard RHB, Rossum GMJM van. Zijn tandartsen bereid hun patiënten te

adviseren te stoppen met roken? Ned Tijdschr Tandheelkd 1999; 109:

428-430.

• Bruers JJM, Rossum GMJM van. Typen tandartspraktijken in Nederland.

NT 1999; 54 (12): 570-571.

• Bruers JJM, Rossum GMJM van. Tandartsbezoek en praktijkexploitatie.

NT 1999; 54 (22): 1035-1037.

• Dam BAFM van, Rossum GMJM van. NMT-Peilstations: onmisbaar! Project

Peilstations: representativiteit van de deelnemers in 1998. NT-publicaties

Peilstations 1998. NT 1999; 54 (02): 74-75.

• Rossum GMJM van. Patiëntentevredenheidsenquête voor NMT-peilstations.

NT 1999; 54 (20): 916-917.

• Rossum GMJM van, Bruers JJM. NMT-Peilstations over ‘Paro-screening en

CPITN’ (1). NT 1999; 54 (06): 258-259.

• Rossum GMJM van, Bruers JJM, Dam BAFM van. NMT-Peilstations ‘doen

hun voordeel met hun oordeel’! NT 1999; 54 (24): 1118-1121.

• Rossum GMJM van, Dam BAFM van. NMT-Peilstations over ‘Paro-screening

en CPITN’ (2). NT 1999; 54 (08): 360-361.

• Rossum GMJM van, Selten RMKP. NMT-Peilstations: De verenigingsrechtspraak

(1). NT 1999; 54 (16): 718-719.

• Rossum GMJM van, Selten RMKP. NMT-Peilstations: De verenigingsrechtspraak

(2). NT 1999; 54 (18): 824-825.

• Rossum GMJM van, Zeegers, GLAM. Application of a modified CPITN by

dentists in the Netherlands. Poster presented at the 77th General-Session

& Exhibition of the IADR, Vancouver, 1999.

• Sanden WJM van der, Mettes ThG. NMT-Peilstations over ‘Klinische

praktijkrichtlijnen’. NT 1999; 54 (04): 150-151.

• Sanden WJM van der, Mettes ThG. NMT-Peilstations over ‘Klinische

praktijkrichtlijnen’ (2). NT 1999; 54 (10): 476-477.

• Smits E, Bruers JJM. Goed gebekt. Tandartsbezoek na de stelselwijziging

van 1995. Index 1999; 7: 10-11.

• Abraham D. Utilisation of Dental Care Effects of the 1995 health

insurance reform. Voordracht op de refereermiddag van de Interfacultaire

Onderzoeksschool Tandheelkunde (IOT), Amsterdam, 2000.

• Abraham D, Bronkhorst EM, Truin GJ, Felling AJA, Severens JL. Public and

Private Dental Insurance in Relation to Dental Utilisation. Poster presented

at the EADPH/BASCD, Cork, 2000.

• Bruers JJM. Informatisering in de tandartspraktijk. NT 2000; 55 (20):

944-945.

• Bruers JJM, Rossum GMJM van. NMT-Peilstations krijgen individuele

Spiegelinformatie. NT 2000; 55 (02): 72-73.


46 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 47

2001

• Bruers JJM, Rossum GMJM van. Is de ene tandarts de andere niet?

Verdiepingsstudie naar behandelstijlen. NT 2000; 55 (08): 368-369.

• Bruers JJM, Rossum GMJM van, Dam BAFM van, Zeegers GLAM. Utilization

of dental services in relation to characteristics of dentists. Poster presented

at the 78th General-Session & Exhibition of the IADR, Washington, 2000.

• Bronkhorst EM, Opdam NJM, Roeters FJM, Rossum GMJM van. Application

of Composite Restorations in Posterior Teeth in the Netherlands.

Poster presented at the 78th General-Session & Exhibition of the IADR,

Washington, 2000.

• Dam BAFM van, Rossum GMJM van. Tandartsenbestand- en bevolkingskarakteristieken

in de 34 NMT-afdelingen. NT 2000; 55 (12): 568-569.

• Dam BAFM van, Rossum GMJM van, Bruers JJM, Zeegers GLAM. Utilization

of dental services in relation to characteristics of patients. Poster presented

at the 78th General-Session & Exhibition of the IADR, Washington, 2000.

• Doorn JH van. NMT-project Peilstations. Bron van informatie over en voor

tandartsen. Nieuwegein: Nederlandse Maatschappij tot bevordering der

Tandheelkunde, 2000.

• Rossum GMJM van. Tandartspraktijken in de jaren ‘90. NT 2000; 55 (16):

738-739.

• Rossum GMJM van. Menskracht in de orale gezondheidszorg in Nederland.

In Kwast WAM van der, et al. Het tandheelkundig jaar 2001. Houten:

Bohn Stafleu Van Loghum, 2000.

• Rossum GMJM van, Bruers JJM, Dam BAFM van. Project Peilstations:

Deelname in 2000. NT 2000; 55 (24): 1126-1129.

• Rossum GMJM van, Dam BAFM van. NMT-Peilstations: Een 7+ voor het

IK/NMT-voorlichtingsmateriaal. NT 2000; 55 (06): 272-273.

• Rossum GMJM van, Dam BAFM van. Het vernieuwde fluoride-basisadvies.

NT 2000; 55 (18): 844-845.

• Rossum GMJM van, Selten RMKP. NMT-Peilstations: Kwaliteitsbeleid

prima, maar randvoorwaarden niet! NT 2000; 55 (04): 167-168.

• Rossum GMJM van, Selten RMKP. NMT-Peilstations: Nogal onverschillig

over de arbeidsongeschiktheidsverzekering. NT 2000; 55 (10): 470-471.

• Selten RMKP, Rossum GMJM van. Gebruik van Internet en TandartsenNet

gepeild. NT 2000; 55 (22): 1034-1035.

• Weerheijm KL, Frankenmolen FWA, Bruers JJM, Rossum GMJM van.

Attitude of dutch dentists regarding the treatment of young children.

Eur J Paediat Dent 2000; 1 (2): 63-67.

• Abraham D. Insurance reform related changes in dental care in the

Netherlands. Presentatie op de IOT-dag, Lunteren, 2001.

• Abraham D, Bronkhorst EM, Truin GJ, Severens JL, Felling AJA. The effects

of the Dutch public health insurance reform on dental expenditure and

treatment patterns of regular attending patients. Poster presented at the

IHEA, York, 2001.

2002

• Bronkhorst EM. Menskrachtproblematiek in de tandheelkunde. Ned

Tijdschr Tandheelkd 2001; 108: 309-313.

• Bronkhorst EM, Rijnsburger AJ, Truin GJ. De opbouw van de tandheelkundige

beroepsgroep: verleden, heden en toekomst. Ned Tijdschr

Tandheelkd 2001; 108: 319-322.

• Bruers JJM, Dam BAFM van. Werkbeleving en algemeen welbevinden van

tandartsen. NT 2001; 56 (08): 348-349.

• Bruers JJM, Dam BAFM van. Belastende en plezierige factoren van de

tandheelkundige beroepsuitoefening. NT 2001; 56 (14-15): 640-641.

• Bruers JJM, Dam BAFM van. Belangstelling voor kaderwerkzaamheden.

NT 2001; 56 (18): 842-843.

• Bruers JJM, Dam BAFM van. Tandartsen waarderen dienstverlening van het

NMT-Mediacentrum. NT 2001; 56 (24): 1150-1151.

• Bruers JJM, Rossum GMJM van. Tandheelkundige zorgverlening in 1999,

naar aard en omvang. NT 2001; 56 (2): 62-63.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Structuur en financiering van de tandheelkundige

zorg (1). NT 2001; 56 (20): 940-941.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Structuur en financiering van de tandheelkundige

zorg (2). NT 2001; 56 (22):1050-1051.

• Mettes ThG, Bruers JJM. Aspecten van het Periodiek Tandheelkundig

Controle-onderzoek (1). NT 2001; 56 (12): 44-445.

• Mettes ThG, Bruers JJM. Aspecten van het Periodiek Tandheelkundig

Controle-onderzoek (2). NT 2001; 56 (12): 548-549.

• Rossum GMJM van. Tandartsentekort als regionaal probleem. Ned Tijdschr

Tandheelkd 2001; 108: 314-318.

• Rossum GMJM van, Bruers JJM. Teamconcept anno 1999. NT 2001; 56

(04): 154-155.

• Rossum GMJM van, Dam BAFM van. Peilstation-tandartsen stemmen in

met gevolgde project-koers. NT 2001; 56 (06): 248-249.

• Abraham D, Bronkhorst EM, Truin GJ, Severens JL, Felling AJA. A Patient &

Dentist Model of Dental Utilisation in the Netherlands. Poster presented

at the ISTAHC, Berlijn, 2002.

• Abraham D, Bronkhorst EM, Truin GJ, Severens JL, Felling AJA. Beleidsevaluatie

van de stelselwijziging tandheelkunde 1995. National Public

Health Congres, Nijmegen, 2002.

• Bronkhorst EM, Abraham EA, Truin GJ, Severens JL. Modelling dental

utilisation in The Netherlands using the PEN-model. Poster presented at

the 80th General-Session & Exhibition of the IADR, San Diego, 2002.

• Bruers JJM, Zeegers GLAM. Research in Primary Care: The Data Stations

Project of the Dutch Dental Association. Oral presentation at the Inaugural

Meeting of the Pan European Federation of the IADR (Symposium Dental

Research in Primary Care), Cardiff, 2002.


48 Tien jaar NMT-Peilstations Tien jaar NMT-Peilstations 49

2003

• Bruers JJM, Zeegers GLAM, Dam BAFM van, Rossum GMJM van.

The delegation of dental tasks to dental assistants in the Netherlands

Poster presented at the 80th General-Session & Exhibition of the IADR,

San Diego, 2002.

• Bruers JJM, Zeegers GLAM, Dam BAFM van, Rossum GMJM van. Aspects of

dental fillings in the Netherlands. Poster presented at the 80th General-

Session & Exhibition of the IADR, San Diego, 2002.

• Bruers JJM, Dam BAFM van. Peilstations ook in 2001 informatief. NT

2002; 57 (02): 60-62.

• Bruers JJM, Dam BAFM van. Financiering zakelijke NMT-dienstverlening.

NT 2002; 57 (04): 136-137.

• Bruers JJM, Zeegers L. Aspecten van tandheekundige vullingen. NT 2002;

57 (08): 302-303.

• Bruers JJM, Dam BAFM van. Delegeren van werkzaamheden aan tandartsassistenten.

NT 2002; 57 (10): 394-395.

• Bruers JJM, Dam BAFM van. Vakantie en ziekte van tandartsen in 2001.

NT 2002; 57 (20): 784-785.

• Bruers JJM, Dam BAFM van. De praktijkruimte van tandartsen in 2001.

NT 2002; 57 (22): 888-889.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Tandartsen verwachten zakelijke dienstverlening

van de NMT. NT 2002; 57 (06): 222-223.

• Dam BAFM van. Tandarts heeft voorkeur voor schriftelijke informatie NMT.

NT 2002; 57 (12): 474-475.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Ervaren werkdruk in de tandartspraktijk.

NT 2002; 57 (14-15): 564-565.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Typen tandartspraktijken in Nederland in

2001. NT 2002; 57 (18): 686-687.

• Dam BAFM van. INDENT participeert in NMT-peilstations. NT 2002; 57

(24): 1015-1017.

• Rossum GMJM van. Het project Peilstations van de NMT. In: Steenberge D

van, Baat C de, Braem MJA, Carels C, Roodenburg JLN, Snel LC, Welsenes

W van. Het Tandheelkundig Jaar 2002. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van

Loghum, 2002.

• Boer JCL den, Bruers JJM. Infectiepreventie in de tandartspraktijk. NT

2003; 58 (08): 46-47.

• Boer JCL den, Dam BAFM van. Tandartsen over de samenwerking met

tandarts-specialisten. NT 2003; 58 (20): 34-35.

• Bruers JJM, Boer JCL den. Plannen tot verandering in werk- en praktijksituatie.

NT 2003; 58 (18): 36-37.

• Bruers JJM. NMT-Peilstations in 2002. NT 2003; 58 (02): 26-27.

2004

• Bruers JJM, Goené RJ, Boer JCL den, Dam BAFM van, Zeegers GLAM.

Oral implantology in General Dental Practice in the Netherlands.

Poster presented at the 81th General-Session & Exhibition of the IADR,

Götenborg, 2003.

• Bruers JJM, Rossum GMJM van, Felling AJA, Truin GJ, Hof MA van ‘t.

Business orientation and the willingness to delegate of Dutch dentists.

Int Dent J 2003; 53: 255-263.

• Dam BAFM van, Boer JCL den. Zorgaanbod tandarts-specialisten in beeld.

NT 2003; 58 (14): 32-34.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Orale implantologie past bij algemene

praktijk. NT 2003; 58 (04): 28-29.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Het jonge kind in de algemene praktijk. NT

2003; 58 (06): 32-33.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Paro-protocol in de tandartspraktijk. NT 2003;

58 (10): 34-35.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Samenwerken in de tandheelkunde. NT 2003;

58 (12): 34-36.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Aanbod van tandheelkundige zorg in de 34

NMT-afdelingen. NT 2003; 58 (16): 42-45.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Samenwerken in de zorg. NT 2003; 58 (22):

32-33.

• Dam BAFM van, Bruers JJM, Boer JCL den, Frankenmolen FWA, Zeegers

GLAM. Dental care to young children (age 2 through 5 years) in the

Netherlands. Oral presentation at the 81th General-Session & Exhibition

of the IADR, Götenborg, 2003.

• Boer JCL den, Dam BAFM van. Peilstation-tandartsen over tandtechnische

laboratoria. NT 2004; 59 (14): 34-35.

• Bruers JJM. Zorgverlening door tandartsen. Studie naar tandartsvariaties

in verleende zorg. Dissertatie Nijmegen: Radboud Universiteit Nijmegen,

2004.

• Bruers JJM, Felling AJA, Truin GJ, Hof MA van ‘t, Rossum GMJM van.

Patient orientation and professional orientation of Dutch dentists.

Community Dent Oral Epidemiol 2004; 32: 115-124.

• Bruers JJM, Dam BAFM van. Tandartsen over de avond- en weekenddienst.

NT 2004; 59 (12): 28-29.

• Dam BAFM van. De preventieassistent: gewaardeerde kracht. NT 2004; 59

(08): 34-35.

• Dam BAFM van. Tandartsen in een dienstverband. Werksituatie, toekomstplannen

en wensen. NT 2004; 59 (10): 28-30.

• Dam BAFM van, Boer JCL den. Volgen praktijkrichtlijnen bij verwijzing naar

mondhygiënist en tandprotheticus. NT 2004; 59 (04): 32-33.


50 Tien jaar NMT-Peilstations

• Dam BAFM van, Boer JCL den. Tandartsen over het Nederlands Tandartsenblad.

NT 2004; 59 (06): 98-99.

• Dam BAFM van, Boer JCL den. Administratie in tandartspraktijken. NT

2004; 59 (22): 28-29.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Voorkeuren van tandartsen inzake beroepsuitoefening.

NT 2004; 59 (02): 26-27.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Zorg aan jeugdigen in de jaren 1999 - 2003.

NT 2004; 59 (18): 28-29.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Zorg aan volwassenen in de jaren 1999 -

2003. NT 2004; 59 (20): 38-39.

• Gosselink K. NMT-onderzoeker Josef Bruers: ‘Oudere tandartsen doen

meer aan preventieve zorg’. NT 2004; 59 (22): 25-27.

• Mettes TG, Bruers JJM, Sanden WJM van der, Plasschaert AJM, Verdonschot

EH. Het periodiek tandheelkundig controleonderzoek in Nederland.

Een oriëntatie vanuit het tandartsperspectief. Ned Tijdschr Tandheelkd

2004; 111: 338-344.

2005

• Bruers JJM, Truin GJ, Felling AJA, Hof MA van ‘t, Rossum GMJM van.

Categorisations of dental care rendered in the Netherlands. Community

Dental Health 2005; 23.

• Dam BAFM van, Bruers JJM. Tandartsen over hun werkdruk. NT 2005; 60

(02): 38-39.

More magazines by this user
Similar magazines