Van Leijdenstraat

leidschendam.voorburg.nl
  • No tags were found...

Van Leijdenstraat - Gemeente Leidschendam-Voorburg

fig. 2. Uitsnede vigerend bestemmingsplan

(1981)

6


7

2. Beleidskader

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidskaders benoemd die van toepassing

zijn op het realiseren van een kindercentrum met oa een kinderdagverblijf en/of

buitenschoolse opvang.

Vigerend bestemmingsplan

De locatie valt binnen het bestemmingsplan Koningin Wilhelminalaan e.o. uit

1981. Op de pagina hiernaast is een uitsnede opgenomen uit de verbeelding van dit

bestemmingsplan. Hierop is te zien wat de bestemming op deze gronden is, namelijk

Bedrijf. Daarnaast zijn de maximale bouwhoogten, bebouwingspercentage en

kapvorm opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Voor de Van Leijdenstraat

zal de functie veranderen van bedrijf naar een kinderdagverblijf en BSO; een

maatschappelijke functie. Het vigerende bestemmingsplan staat dit echter niet toe.

In het vigerende bestemmingsplan worden een aantal uitgangspunten benoemd die

gehanteerd zijn bij het opstellen ervan:

• Het handhaven van de stedenbouwkundige structuur, met verbeteringen in de

zin van herverdeling van de openbare ruimten.

• Het verbeteren en rehabiliteren van het woonmilieu door o.a. de binnenterreinen

bedrijfsvrij te maken en betrekken bij de openbare ruimte.

• Het bevorderen van de welzijnsaspecten door het bieden van ruimtelijke

mogelijkheden voor uitbreiding van het huidige voorzieningenpakket.

Actualisatie bestemmingsplan

Op dit moment wordt het bestemmingsplan Koningin Wilhelminalaan e.o.

geactualiseerd. Bovenstaande uitgangspunten, die onder andere gaan over de waarden

en potenties van de binnenterreinen, zullen in de actualisatie worden meegenomen.

De problematiek rond de hoge bebouwingsdichtheid en daarmee het tekort aan

ruimte voor een aantal functies bestaat immers nog steeds. De lijn om die plekken waar

bedrijven vertrekken te vullen met buurtgebonden activiteiten, zal in de actualisatie

worden voortgezet. Het tekort aan groenvoorzieningen in de bestaande woonwijk is

in de tussentijd niet (volledig) opgelost en hier bestaat nog steeds behoefte aan.

Als een geplande ontwikkeling concreet genoeg is, zal deze worden opgenomen op

de plankaart. Dit initiatief is op het moment van inzage van het bestemmingsplan

echter nog niet concreet genoeg. Daarom zal het initiatief wel als ontwikkeling

in de toelichting genoemd worden, maar zal tijdens de actualisatie niet juridischplanologisch

worden vastgelegd. Er zal voor dit project een aparte planologische

procedure gevolgd worden. Dit ruimtelijk kader is hierin de eerste stap.

Wachtlijstonderzoek kinderopvang 2010

De resultaten van het wachtlijstonderzoek in de kinderopvang van 2008 lieten zien dat

de wachtlijsten in de gemeente Leidschendam-Voorburg lang waren. Naar aanleiding

hiervan is in de begrotingsraad van 4 november 2008 een motie aangenomen waarin

een inspanningsverplichting van het college werd gevraagd om per 1 september 2009

500 nieuwe kindplaatsen te realiseren. Van de 500 kindplaatsen waren op 1 september

2009 255 kindplaatsen gerealiseerd. In februari 2010 is in opdracht van de gemeente

opnieuw een wachtlijstonderzoek uitgevoerd. Het doel van dit wachtlijstonderzoek

was om helder beeld te krijgen van de wachtlijsten in de kinderopvang en om vast te

stellen of de uitbreiding van het aantal kindplaatsen in 2009 de wachtlijsten hebben

verkort.

Een van de conclusies van dit onderzoek is dat de wachtlijsten in de kern Voorburg zijn

toegenomen. Met betrekking tot het aantal geregistreerde kindplaatsen voor de 0 – 4

jarigen komt de gemeente niet tegemoet aan de geadviseerde richtlijn. Specifiek voor

de wijk Voorburg Noord werd geconstateerd dat een kinderdagverblijf met kleinere

groepen is gaan werken waardoor het aantal kindplaatsen in deze wijk is afgenomen.

In gemeente Leidschendam-Voorburg is er nog geen specialistische opvang voor

gehandicapte kinderen. Dit zou een aanvulling zijn binnen onze gemeente.

Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

De rijksoverheid heeft in de wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

concrete eisen en globale eisen opgenomen. De rijksoverheid heeft deze normen

één op één overgenomen in de beleidsregels en samen met de concrete eisen in

een toetsingskader voor de GGD verwerkt. De VNG heeft een afwegingsmodel

handhaving kinderopvang ontwikkeld waarin alle items staan die de GGD checkt.

Uitzondering hierop is niet-reguliere (zorg)opvang; de Wet Kinderopvang voorziet

hier niet in.

De betekenis van deze wet voor dit ruimtelijk kader is beperkt, met uitzondering van

de minimale eis van 3,5 m2 bvo per kind. Deze wet is met name van belang voor een

exploitatievergunning.


8

fig. 3a. Structuurvisie 2006 ►

fig. 3b. Herijking Structuurvisie 2012 ►►

Van Leijdenstraat 2-4 Van Leijdenstraat 2-4


9

Structuurvisie ‘Ruimte voor Wensen’, Herijking 2012

De structuurvisie vormt de basis voor de (bestuurlijk) strategische keuzes en geeft

richting aan de hoofdlijnen van het gewenste ruimtelijke ontwikkelingsbeeld van de

gemeente tot 2040. De herijkte uitgangspunten zijn vertaald naar drie pijlers:

1.Versterken van de groene woonstad;

2. Verbeteren van economische kansen en voorzieningenstructuur;

3.Beter benutten en verbeteren van bereikbaarheid.

De structuurvisie gaat uit van een indeling van de gemeente in een stedelijk gebied, de

Vlietzone en het buitengebied. De locatie Van Leijdenstraat valt binnen het stedelijke

gebied, waar onder andere de volgende richtlijnen zijn voorgesteld:

• Behoud en versterking van het groene karakter van de stad en van de kwaliteit

van de bestaande woonmilieus, toevoegen van nieuwe woonmilieus.

• Verbetering van de leefbaarheid van bestaande wijken en kwaliteitsverbetering

van het stedelijk raamwerk en de identiteitsdragers.

• Duurzame stedelijke ontwikkeling, onder meer door meervoudig ruimtegebruik,

het beter benutten van de openbare vervoerscapaciteit en verbetering van

fietsverbindingen.

• Nieuwe economische kansen creëren door functieverandering, herstructurering

en transformatie van gebieden, passend bij de positionering als groen

woonwerkstad.

GGD-Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid bij planvorming

De effecten van luchtkwaliteit op de gezondheid zijn uitgebreid onderzocht. Ook

bij concentraties onder de norm kunnen gezondheidseffecten optreden. Dit geldt

in het bijzonder voor gevoelige groepen, zoals kinderen, ouderen en mensen met

luchtwegaandoeningen of hart- en vaatziekten. Uit verschillende gezondheidstudies

(ook in Nederland) is gebleken dat op korte afstand van een snelweg meer

luchtwegklachten en verminderde longontwikkeling bij kinderen optreden dan

verder van de snelweg. Dit effect blijkt niet gerelateerd aan de concentraties fijn stof

of stikstofdioxide. Daarom adviseert de GGD om, onafhankelijk van de normen en

concentraties, ook de afstand tot een snelweg (of drukke stadsweg) in ogenschouw

te nemen, met name bij gevoelige bestemmingen, zoals scholen, kinderopvang,

woningen, ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeg- of verzorgingstehuizen.

Bij planvorming hanteert de GGD de landelijke GGD-Richtlijn Luchtkwaliteit en

Gezondheid. Hierin luidt het algemene advies om bij de situering van gevoelige

ruimtelijke objecten bij voorkeur een afstand van minstens 300 meter van een snelweg

aan te houden. Bouwen binnen een afstand van 100 meter van de snelweg wordt sterk

afgeraden. Ook eerstelijnsbebouwing op minder dan 50 meter van drukke stadswegen

(meer dan 10.000 voertuigen per etmaal) wordt vanuit gezondheidskundig oogpunt

afgeraden.

Overige beleidsdocumenten

Voor deze locatie zijn de volgende beleidsdocumenten van toepassing. Echter, geven

deze geen (directe) randvoorwaarden voor deze betreffende ontwikkeling:

• ‘Water verbindt en geeft kleur aan je stad’, Waterplan Leidschendam-Voorburg

2007-2015 (2007)

• Verkeers- en Vervoersplan (2004)

• Parkeernota (2005)

• Beleidsnota Duurzaam Bouwen

• Klimaatplan Leidschendam-Voorburg 2009-2020

• Welstandsnota Leidschendam-Voorburg (2011)

• Nota Bodemarchief Ontrafeld


10

B

7

10.5


9.5

7

10.5

7

10.5

9.5

9.5

6.8

8.2

0-1

9.5

13.5

3

fig. 4a. Ruimtelijke structuren ►

fig. 4b. Ruimtelijk opbouw huidige situatie ►►

Kon. Wilhelminalaan

stadsblok

architectonische

eenheid

achtergevelrooilijn

binnenterrein

tuinen

3.5 m.

5.8 m.

7.2 m.

6.8

9.5

9.5

6.8

8.2 9.5

13.5

8.2

0-1

0-1

3

3

7

10.5

9.5 9.5

3.5 m.

6.8

6.8

8.2

0-1

3

7.5

10

8.2

9.5

13.5

9.5

13.5

7

10.5

A

7.5

3 12

7.5tuin

12

7.5

10

9.5

bouwhoogte 13.5(gemeten vanaf

0-1

bebouwing

maaiveld)

bouw- en goothoogte (gemeten

vanaf

3

maaiveld)

Laan van Nieuw Oosteinde

9.5

3

7.5

10

7.5

12


3

9.5

3

7.5

12

9.5

7.5

10

3

7.5

12

Kon. Wilhelminalaan

7.5

10

Laan van Nieuw Oosteinde

3.5 m.

5.8 m.

7.2 m.

Kon. Wilhelminalaan

Laan van Nieuw Oosteinde

Kon. Wilhelminalaan

Laan van Nieuw Oosteinde

.5 m.

5.8 m.

7.2 m.

3.5 m.

A-A´

fig. 4c. Doorsneden huidige situatie ►

Van Wervestraat

3.5 m.

5.8 m.

7.2 m.

Van Leijdenstraat

B-B´

Van Wervestraat

Van Leijdenstraat


11

3. Analyse

In dit hoofdstuk wordt de analyse van de huidige situatie uiteen gezet. Samen

met de beleidskaders vormt deze analyse de onderbouwing voor de ambitie en

randvoorwaarden voor de toekomstige ontwikkeling.

Ruimtelijk-functionele analyse

De Wijk

Voorburg Noord is de meest hoog stedelijke wijk van Leidschendam-Voorburg en

gebouwd tussen de jaren ’20 en ’40 van de vorige eeuw. De wijk wordt getypeerd als

een ‘klassieke’ wijk. De hiërarchische stedenbouwkundige structuur van de wijk is

karakteristiek voor de bouw uit die tijd: een onderscheid in sfeer met enerzijds lange

lanen met brede profielen en anderzijds fijnmazig netwerk van straten, pleintjes en

binnenterreinen met rust en intimiteit. In een klassieke wijk is de architectuur van

de bebouwing passend bij deze sferen. De wijkeigen karakteristieken zijn ook in de

onbebouwde ruimte te herkennen. Bijvoorbeeld is er door de hoge dichtheid zeer

beperkt groen en oppervlaktewater aanwezig. Oppervlaktewater is alleen langs de

randen van de wijk te vinden. In de smalle woonstraten is vaak geen ruimte meer

voor groenstroken. Alle onbebouwde en onverharde ruimtes in Voorburg Noord

zijn essentieel voor een goede waterhuishouding. De groene ruimtes zijn helder

afgebakend en beperkt tot privé tuinen, straatbomen en groene pleintjes.

De bebouwing in Voorburg-Noord bestaat voornamelijk uit stadsblokken, welke

bestaan uit een aantal bouwkundige eenheden die vaak door één architect is

ontworpen. De architectonische eenheden kunnen zich van elkaar onderscheiden

door bijvoorbeeld andere kapvormen of andere bouwhoogte en bevatten een

aantal meergezinswoningen en/of eengezinswoningen in meerdere lagen. De

achtergevelrooilijn vormt hierbij de binnenterreinen. In eerste instantie waren op deze

binnenterreinen bedrijven aanwezig, waarvan de meeste tijdens de stadsvernieuwing

van de jaren ’70 verplaatst zijn, om ruimte te maken voor gemeenschappelijk gebruik.

De wijk is dan ook geen woonwijk pur sang, maar een gemengde wijk. Naast de

zogenaamde aanloopstraten met winkels en andere voorzieningen zijn er verspreid

over de wijk allerlei bedrijfjes en voorzieningen gesitueerd. Deze zijn voornamelijk te

vinden aan de pleinen in de wijk en bij de entrees van binnenterreinen.

De locatie

Het stadsblok van de Van Leijdenstraat bestaat, zoals in de rest van de wijk, uit portiek

woningen. Aan de Koningin Wilhelminalaan en aan de Van de Wervestraat is de

bebouwing 9,5 meter hoog en hebben de woningen geen kap. Aan de Laan van Nieuw

Oosteinde zijn de woningen wat hoger, namelijk 13,5 meter, en voorzien van kappen.

Aan de Van Leijdenstraat ligt de bebouwingshoogte tussen de 9,5 en 12 meter. Aan

de Van Leijdenstraat zelf bevindt zich in de plint naast woningen ook detailhandel

en kantoorruimte. Direct tegenover de entree van het binnenterrein aan de Van

Leijdenstraat zijn geen woningen gesitueerd, maar een drietal garages die gebruikt

worden als berging.

Het binnenterrein aan de Van Leijdenstraat bestaat voor een groot deel uit privétuinen

van de benedenwoningen. Deze zijn 13-15 meter diep aan de kant van de Koningin

Wilhelminalaan en circa 11 meter diep aan de kant van de Laan van Nieuw Oosteinde.

Deze tuinen omzomen het resterende deel van het binnenterrein, het plangebied.

Langs de tuinen, op de erfgrens, loopt een stenen muur die varieert van circa 2,00

tot circa 3,00 meter hoog. Ter plaatse van het huidige garagegebouw is de gevel

de erfgrens. Tegen deze muur zijn door omwonenden aan de Van der Wervestraat

bergingen gebouwd. De wens van bewoners is deze stenen muur te handhaven of,

wanneer dat niet mogelijk blijkt, een erfafscheiding in dezelfde hoogte terug te

bouwen. Tussen deze muur en de tuinen van de woningen aan de Laan van Nieuw

Oosteinde loopt nog een achtererfontsluiting (brandgang).

Het plangebied is ongeveer 2300 m2 groot. Het voormalig garage gebouw loopt

van erfgrens tot erfgrens, is 5,8 meter hoog (in 1 laag), waarbij in het midden aan de

voorzijde een verhoogd gedeelte bevindt van 7,2 meter hoog (gemeten vanaf het

dek van de parkeerkelder). Het gebouw oriënteert zich op de ingang van het terrein

en staat met zijn rug naar de omliggende woningen. De massa is erg fors en de

architectuur formeel, wat de sfeer van een binnenterrein niet ten goede komt. Door

de grote bouwmassa en grote mate van verharding is de beleving op het terrein op het

moment vrij hard en kaal.


12

Het gebouw op het binnenterrein werd vroeger gebruikt als autogarage en wordt

momenteel gebruikt voor opslag. De voetprint en tevens het totale oppervlak van

de bestaande bouwwerken is ongeveer 1200 m2. Onder het gebouw bevindt zich

van erfgrens tot erfgrens een halfverdiepte parkeerkelder van ca. 1400 m2 met ca.

20 parkeerplaatsen. Het dek van de kelder ligt op circa 1 meter boven maaiveld. Het

voorterrein is geheel verhard, waarbij zich aan weerzijden van het gebouw de ingang

en uitgang naar de parkeerkelder bevinden.

fig. 5a. Brandveiligheid

entree terrein

kelder

brandgang

Archeologie en cultuurhistorie

Volgens de archeologische verwachtingskaart van de Gemeente Leidschendam –

Voorburg valt de Van Leijdenstraat 2-4 binnen een gebied met hoge archeologische

verwachting. Echter doordat er onder de bestaande bebouwing een parkeerkelder

aanwezig is, betekent dit dat de bodem ter plaatse in het verleden meer dan 2

meter diep ontgraven is. De kans dat in de bodem nog resten van archeologische

waarde aanwezig zijn, wordt daarom zeer klein geschat. Aangezien de parkeerkelder

gehandhaafd blijft is er geen reden voor archeologisch onderzoek. Op de locatie zijn

tevens geen aanwijzingen voor cultuurhistorische waarden.

fig. 5b. Functionele opbouw

wonen

gemengd

voormalig garage

tuinen

Water en groen

Op de locatie is op dit moment geen sprake van de aanwezigheid van open water of

groen, omdat het gehele terrein verhard is en grotendeels bebouwd. Zoals al eerder

naar voren is gekomen, is er in Voorburg Noord een tekort aan onbebouwde ruimte

voor waterberging en groen. In het waterplan staat, dat Delfland en de gemeente de

watertoets optimaal willen benutten om de ambities en maatregelen uit het waterplan

te realiseren. De watertoets stimuleert gemeente, ontwikkelaar en waterschap om

de ruimtelijke functies optimaal te laten aansluiten bij wat waterhuishoudkundig

mogelijk is. Voor dit plan houdt dit in dat, gelet op de ligging in een polder met

een bergingstekort, een bijdrage aan het opheffen van dat bergingstekort wordt

verwacht. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door de hoeveelheid verharding met 30% te

laten afnemen of waterdoorlatende verharding te gebruiken.

Vanuit het Waterplan volgt met betrekking tot afkoppelen van het hemelwater, dat er

duurzame materialen gebruikt dienen te worden. Een van de mogelijkheden hiertoe is

het gebruik van sedem daken voor vooral de lager gelegen bebouwing. Dit heeft zowel

voordelen voor de beeldkwaliteit (van het binnenterrein) als voor het vertragen van

de hemelwaterafvoer. De initiatiefnemer heeft aangegeven een dergelijk groen dak te

willen realiseren.


13

Het gebied in Voorburg Noord bestaat grotendeels uit gemengd rioolstelsel met

deels gescheiden stelsels in de recenter gebouwde/herontwikkelde delen. Bij nieuwe

ontwikkelingen dient los van het aanwezige type gemeentelijk rioolstelsel gescheiden

gerioleerd te worden opgeleverd tot aan de erfgrens of rechtstreeks te worden

afgekoppeld op het oppervlaktewater indien dat op het perceel aanwezig is.

Verkeerstechnische analyse

Verkeer en parkeren

Het binnenterrein wordt vanaf de Van Leijdenstraat ontsloten. De entree van het

binnenterrein is gelegen aan de Van Leijdenstraat en is ca. 6 meter breed. Onder

de entree bevindt zich een kelderruimte, welke in eigendom is van derden. Uit

verkeersonderzoek blijkt dat de verkeerstoename op omliggende wegen acceptabel

is en geen probleem zal vormen.

De parkeerdruk is hoog in Voorburg Noord. Dit komt onder andere doordat de wijk

vrij smalle straten heeft met in verhouding minder parkeerplaatsen dan elders in de

gemeente. Aan de van Leijdenstraat en omgeving is er dan ook sprake van een blauwe

zone. Elk nieuw plan dient dan ook niet nog meer parkeerdruk te geven aan de wijk.

Voor het parkeren geldt dat moet worden voldaan aan de CROW parkeernormen (voor

een kinderdagverblijf is dat 0,8 pp per arbeidsplaats exclusief Kiss and Ride). Voor het

halen en brengen dient aan de CROW normen en voorbeeldberekening te worden

voldaan. Bij halen en brengen van de kinderen met de auto zullen deze op het terrein

zelf moeten parkeren. Op het terrein dient tevens ruimte te zijn voor fietsenstalling. Bij

de ingang naar het terrein dient zorgvuldig omgegaan te worden met de inrichting van

het straatprofiel. Een heldere inrichting is noodzakelijk en deze dient in samenspraak

met aanliggende eigenaren te gebeuren. Tot slot dient de bestaande parkeergarage

voldoende open en licht te worden ingericht zodat de drempel om daadwerkelijk van

de garage gebruik te maken zo laag mogelijk wordt gemaakt.

Brandveiligheid

Langs de noodwestzijde van het plangebied loopt een ‘oude’ brandgang van ongeveer

1,5 meter breed. Deze loopt over de eigendommen van de aangrenzende tuinen.

De brandweer heeft op verzoek van de gemeente getoetst of de locatie (gelegen

op binnenterrein van een woningbouwblok) qua bereikbaarheid en vluchtroutes

voldoende veilig is voor een kinderopvangfunctie. Dat is het geval. Wel dienen

enkele voorzieningen getroffen te worden door de initiatiefnemer. Voorzieningen

zijn aanduidingen van een opstelplaats voor brandweervoertuigen en de plaats van

de (niet) openbare primaire bluswatervoorziening. Het plan moet een toereikende

openbare bluswatervoorziening hebben of een doeltreffende niet-openbare

bluswatervoorziening als gelijkwaardigheid (geboorde put op eigen terrein) indienen.

Voordat besloten kan worden tot de projectie van een geboorde put met pomp dient

onderzocht te worden of er een mogelijkheid is tot het aanleggen van een brandkraan

die is aangesloten op het drinkwaterleidingnet.

Daarnaast dienen de volgende uitgangspunten vastgesteld te worden:

• Kosten voor het aanleggen van een brandkraan in de vorm van een geboorde put

met pomp komen voor rekening van het project waarvoor de brandkraan wordt

aangelegd

• Voor aanleg dient een plan ter goedkeuring aan de vergunningverlener

aangeboden te worden.

Er mogen geen geparkeerde wagens, speeltoestellen of ander obstakels op het

binnenterrein staan die de verbindingsweg tussen de toegang van een bouwwerk en

het openbaar wegennet over de voorgeschreven hoogte en breedte vrijgehouden

voor brandweervoertuigen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met

bochtstralen en draaicirkels en ruimte voor een opstelplaats. Eventueel hekwerk dient

snel en gemakkelijk geopend te kunnen worden.

Milieutechnische analyse

Bodem

Op de locatie is de bodem vanaf 1982 tot en met 2007 in verband met de voormalige

bedrijfsactiviteiten milieuhygiënisch onderzocht. Uit de resultaten van de

bodemonderzoeken bleek dat de bodem ter plaatse van het binnenterrein en de

openbare weg aan de Van Leijdenstraat 2-4 sterk verontreinigd was met minerale

olie. De olieverontreiniging is afdoende gesaneerd. In de afgelopen jaren hebben op

de locatie geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden en hoeft de bodem

daarom niet milieuhygiënisch onderzocht te worden. In de laatste jaren heeft op de

locatie met name opslag van meubels plaatsgevonden. Hiermee is de locatie geschikt

voor een kinderdagverblijf.


14

Geluid

Een kinderdagopvang binnen een kindercentrum is een bedrijfsmatige activiteit die

geluidhinder naar de omgeving kan veroorzaken. Daarbij gaat het met name om geluid

van buitenspelende kinderen, installaties en verkeersbewegingen.

SPELEN

Een kinderdagverblijf is een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer en zal moeten

voldoen aan de geluidsnormen in het Activiteitenbesluit (50 dB langtijdgemiddelde,

70 dB piekniveau). In concrete situaties moet akoestisch onderzoek uitwijzen of

voldaan kan worden aan deze geluidsnormen. Daarbij is van belang dat het geluid

van buitenspelende kinderen expliciet is uitgesloten van toetsing aan de normen. De

geluidsnormen in het Activiteitenbesluit gelden dus niet voor het geluid van buiten

spelende kinderen. Dit betekent dat tegen eventueel optredende geluidsoverlast

door buiten spelende kinderen niet handhavend opgetreden kan worden op grond

van het Activiteitenbesluit.

fig. 6a. Scenario 1: Spelen aan de voorzijde

Scenario 1

Het geluid van buitenspelende kinderen moet in het kader van een goede ruimtelijke

ordening (Wet ruimtelijke ordening, Wro) wel worden meegenomen bij de

beoordeling of sprake zal zijn van een aanvaardbaar akoestisch klimaat voor de

nabijgelegen woningen. Het ligt voor de hand om daarbij de geluidsnormen van de

Wet milieubeheer als uitgangspunt te nemen.

Indicatief geeft de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering een minimaal richtafstand

van 30 meter tussen een gemiddeld kinderdagverblijf en woningen, uitgaande van een

rustige woonwijk. Bij een gemengde gebied / niet rustige woonwijk met een verhoogd

referentieniveau is de geadviseerde minimale richtafstand 10 meter. In concrete

gevallen kan aan de hand van geluidsonderzoek preciezer worden bepaald of sprake

zal zijn van een aanvaardbaar geluidskwaliteit.

fig. 6b. Scenario 2: Spelen in de haak

SPELEN

Scenario 2

De initiatiefnemer van het plan heeft laten onderzoeken wat de toekomstige

geluidsbelasting op de gevels van de omliggende woningen zal zijn bij de twee

bouwscenario’s (speelplaats aan voorkant (1) en speelplaats aan zijkant (2)). Bij het

onderzoek is uitgegaan van maximaal 96 kinderen. Dit aantal is nog niet aangepast

aan de scenario’s en kan worden beschouwd als een worstcase-benadering. Verder

is op verzoek van de gemeente het effect van geluidsabsorberende bekleding

van de omliggende muur en van gras of rubberen tegels op de buitenspeelplaats

onderzocht.


15

Uit het akoestisch onderzoek zijn ten aanzien van de geluidsbelasting door het

plan op de achtergevels van de omliggende woningen de volgende conclusies te

trekken: Hoewel het plan is gesitueerd in een niet-rustige, gemengde omgeving ligt

het geluidsniveau op de woninggevels aan de zijde van het binnenterrein aanzienlijk

lager dan aan de voorzijde van de woningen; daardoor zal het geluid van het

kinderdagverblijf (spelende kinderen) maatgevend zijn voor het op de achtergevels

optredende geluidniveau. Het geluid van installaties en verkeersbewegingen zal bij

beide scenario’s voldoen aan de geluidsnormen en vormt dus geen knelpunt.

Het geluid door buitenspelende kinderen zal bij beide scenario’s wel overschrijdingen

van de geluidsnormen veroorzaken. Bij scenario 1 (speelplaats voorkant) zal het

geluid van buitenspelende kinderen op zes punten een overschrijding veroorzaken

van de dagnorm (50 dB) en op 12 punten wordt de norm voor het piekniveau (70 dB)

overschreden. Bij scenario 2 (speelplaats zijkant) zal de dagnorm op twee punten

en norm voor het piekniveau op vijf punten worden overschreden. Scenario 2 is dus

akoestisch gezien het meest gunstige met het laagste aantal normoverschrijdingen.

De geluidsreductie van geluidsabsorberend materiaal op de binnenzijde van de

muur is verwaarloosbaar. De geluidsreductie van gras of rubberen tegels op de

buitenspeelplaats zal beperkt zijn tot gemiddeld 1 tot 2 dB en wordt vooral dichtbij de

speelplaats bereikt; na toepassing daalt het aantal normoverschrijdingen, maar deze

worden er niet door opgelost.

Conclusie is dat de gemeente een voorkeur heeft voor scenario 2. Voorwaarde hierbij

is dat er aanvullende maatregelingen worden getroffen om het geluidsniveau te

verlagen tot een aanvaardbaar niveau. Bij de uitwerking van het bouwplan dient een

aanvullend akoestisch onderzoek gedaan te worden.

Luchtkwaliteit en gezondheid

Het plan moet voldoen aan de eisen van het Besluit luchtkwaliteit. Dit betekent

dat het plan niet mag leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Gezien

de omvang van het plan zal de invloed op de luchtkwaliteit in de categorie ‘Niet In

Betekenende Mate’ vallen. Het plan omvat een kinderdagverblijf dat boven gemiddeld

gevoelig is voor een slechte luchtkwaliteit. De initiatiefnemer moet door middel van

een kwalitatief luchtonderzoek aantonen dat het definitieve plan aan bovenstaande

voldoet.

De GGD adviseert om bij voorkeur een afstand van minstens 300 meter van een

snelweg aan te houden. Bouwen binnen 100 meter van een snelweg wordt sterk

afgeraden. Ook raadt de GGD af om te bouwen op de eerstelijn binnen 50 meter van

een drukke stadsweg.

Het plan is geprojecteerd op circa 150 meter afstand van de snelweg A12 achter de

derdelijns bebouwing, gezien vanuit de snelweg. Dit is buiten de zone van 100 meter

waarbinnen de bouw sterk wordt afgeraden. Door de vierdelijns ligging ten opzichte

van de A12, de in 2012 te verhogen geluidsschermen langs de A12 is sprake van een

hoge mate van afscherming waardoor de bijdrage van de A12 aan de luchtkwaliteit

ter plaatse van het plan als relatief beperkt kan worden beschouwd. Gelet hierop

schat de gemeente in dat de afstand tot de A12 vanuit gezondheidskundig oogpunt als

aanvaardbaar kan worden beschouwd. Ten opzichte van de Laan van Nieuw Oosteinde

is het plan gelegen achter de eerstelijns bebouwing op circa 50 m van de weg.

De gemeente concludeert vooralsnog dat het plan in belangrijke mate in lijn is met de

GGD-richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid. In de volgende planfase zal bij de GGD

Zuid-Holland West een nader, locatiespecifiek advies hierover worden ingewonnen.

Dubo

Duurzaam bouwen heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld van een milieuthema

(energie, water, afval, materialen) naar een thema dat ook andere kwaliteiten

onderkent. De ontwikkeling van het instrument Gemeentelijke Praktijkrichtlijn

duurzaam bouwen, afgekort GPR, is hier een voorbeeld van. Met het instrument

GPR kan inzichtelijk gemaakt worden hoe duurzaam een kindcentrum gebouwd kan

worden. Dit kan eventueel ook met een ander instrument op het gebied van duurzaam

bouwen.


16

fig. 7a. Zon, schaduw ►

fig. 7b. Compact ►►

fig. 7c. Uitstraling gebouw ►

fig. 7d. Terrein ►►


18

fig. 8a. Referentie Hestia kinderopvang

Amsterdam, NEXT architects ►

fig 8b. Referentie kinderopvang

Amsterdam, Rudy Uytenhaak ►►


19

Terrein

De harde en kale uitstraling kan door middel van een juiste inrichting getransformeerd

worden naar een meer intieme sfeer en uitstraling (bij voorkeur door toevoeging van

groen). Een balans tussen beleving van de gebruiker en de ‘kijker’ is hierbij wenselijk,

waarbij er aandacht dient uit te gaan naar toevoeging van groen en de erfafscheiding met

de omliggende erven. Een passende afscheiding is het in stand houden en/of herstellen

van de stenen muur, al dan niet met een groene aankleding. Voor de omwonenden en

de toekomstige ‘gebruikers’ van het terrein is het verminderen van verharding wenselijk.

Hiermee wordt het terrein niet alleen in beleving verbeterd, maar kan ook een deel van

het regenwater via de bodem afgevoerd worden.

De functie van kinderdagopvang als onderdeel van een kindercentrum vraagt ook

om buitenspeelruimte. Binnen de bouwenvelop dient hier onbebouwde ruimte voor

gereserveerd te worden. Er zijn twee scenario’s op geluidbelasting onderzocht: één met

speelruimte aan de zuidzijde van het gebouw en één met speelruimte aan de zuid-west

zijde van het gebouw. Uit dit onderzoek blijkt dat de variant met de speelruimte aan

de zuid-west zijde de minst geluidoverlast oplevert. Wel dienen er extra maatregelen

getroffen te worden om het geluidsoverlast van spelende kinderen te verminderen.

Hierbij kan gedacht worden aan geluidreducerende verharding, geluidsschermen,

etc. Tenslotte dient er extra aandacht uit te gaan naar de entree van het terrein en

de begeleiding van autoverkeer naar en van de parkeergarage en de begeleiding van

langzaam verkeer naar de entree van het gebouw.

Programma

De ambitie is om een kindercentrum gericht op educatie en zorg te realiseren. De zwaarste

functie die hieronder kan vallen is kinderdagopvang en/of buitenschoolse opvang. Het

aantal kindplaatsen op deze locatie is afhankelijk van het bruto vloeroppervlak en de

uitkomsten van het geluidsonderzoek. Het geluidsonderzoek geeft geen beperkingen

tot het aantal kindplaatsen. Aangezien de initiatiefnemer circa 1150 m2 bvo wenst te

realiseren is de verwachting dat er ruimte is voor maximaal 9 groepen á 10 kinderen

als er sprake is van alleen een regulier kinderdagverblijf en/of buitenschoolse opvang.

Aangezien er sprake is van een kindercentrum zal het aantal kindplaatsen ruim onder

dit maximum vallen.

Geluid

Inpassing van het plan is akoestisch aanvaardbaar, onder de voorwaarden dat:

• Scenario 2 (speelplaats zijkant) wordt gekozen;

• De buitenspeelplaats van gras of rubberen tegels wordt voorzien en

• Met aanvullend akoestisch onderzoek naar mogelijke aanvullende

geluidsafscherming wordt aangetoond dat de normoverschrijdingen door

buitenspelende kinderen kunnen worden opgeheven.


20

9.5

6.8

9.5

8.2

9.5

13.5

0-1

3.0

2.0

fig 9a. Bestaande situatie 3d

(hoogten gemeten vanaf maaiveld)►

6

7

4

9.5

9.5

6.0

7.0

9.5

13.5

4.0

3.0

fig 9b. Bouwenvelop 3d

(hoogten gemeten vanaf maaiveld) ►

fig. 9c. Bouwenvelop Van Leijdenstraat ►►

2.0

N

10 meter

25 meter


21

5. Randvoorwaarden

De randvoorwaarden zoals beschreven in dit hoofdstuk zijn de resultanten uit de

ambitie voor de locatie. Aan onderstaande interdisciplinaire randvoorwaarden zal het

initiatief worden getoets. Hoofduitgangspunt is dat de nieuwbouw een bijdrage levert

aan en een verbetering is voor de ruimtelijke kwaliteit van Voorburg Noord.

Ruimtelijk

• Het gebouw dient zich aan alle zijden zich op de omgeving te oriënteren;

• Het maximaal vloeroppervlak is 1150 m2;

• Binnen de bouwenvelop is de maximale bouwhoogte 6 meter gemeten vanaf het

dek van de parkeergarage (dit is 7 meter gemeten vanaf maaiveld). Daar waar in

de huidige situatie geen bebouwing staat, geldt een hoogtebeperking van 4 meter

(gemeten vanaf maaiveld);

• De afstand tussen erfgrens en nieuwbouw dient minimaal 6 meter te zijn;

• De bestaande stenen muur wordt gehandhaafd;

• Volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko) is de

eis bij een kinderdagverblijf dat er per kind minimaal 3,5 m2 bruto vloeroppervlak

aanwezig is voor zowel de binnen als buitenruimte;

• Binnen de bouwenvelop dient er buitenspeelruimte gereserveerd te worden;

• Het gebouw moet voldoen aan het bouwbesluit (en de eisen die de brandweer

stelt aan de ontwikkeling);

• Er dient rekening gehouden te worden met de aanwezige kabels en leidingen op

en rond het terrein;

Beeldkwaliteit

• De nieuwbouw dient een eigen(tijdse) uitstraling te hebben;

• De inrichting van de buitenruimte dient een intieme sfeer te hebben met een

groene uitstraling t.b.v. balans voor gebruiker en kijker;

• De architect dient kennis te nemen van de welstandsnota, waarbij de bouwplannen

door de welstandscommissie worden beoordeeld;

Verkeer en parkeren

• De parkeerbehoefte dient op eigen terrein te worden voorzien;

• De parkeergarage wordt hergebruikt en dient voldoende open en licht te worden

ingericht zodat de drempel om daadwerkelijk van de garage gebruik te maken zo

laag mogelijk wordt gemaakt.;

• Het benodigde aantal parkeerplaatsen dient berekend te worden volgens de

geldende CROW normering en voorbeeldberekening;

• Op basis van de gemeentelijke richtlijnen dient er per 10 kinderen ruimte te zijn

voor 3 fietsparkeerplaatsen;

• De verkeersafwikkeling voor langzaam- en autoverkeer dient te voldoen aan de

veiligheidseisen die daar van overheidswege aan worden gesteld. Dit geldt zowel

voor de verkeersafwikkeling op het terrein als van en naar het terrein toe;

Brandveiligheid

• Er dienen voorzieningen getroffen te worden ten behoeve van de brandweer.

Plaatsing van voorzieningen is afhankelijk van het bouwplan en inrichtingsplan en

dient aan de brandweer voorgelegd te worden;

• Kosten met betrekking tot deze voorzieningen zijn voor de initiatiefnemer;

Geluid en luchtkwaliteit

• De initiatiefnemer moet door middel van akoestisch onderzoek aantonen dat het

bouwplan voldoet aan de eisen uit de Wet geluidhinder;

• De initiatiefnemer moet door middel van een kwalitatief luchtonderzoek aantonen

dat het definitieve plan aan het Besluit luchtkwaliteit voldoet.

Water en groen

• De riolering moet gescheiden aangesloten en aangevoerd worden;

• Een bijdrage aan het opheffen van een bergingstekort wordt op de locatie

verwacht;

• De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de

waterbeheerder over het ruimtelijke planvoornemen;

• De initiatiefnemer dient ten behoeve van het bestemmingsplan een degelijke

quickscan uit te voeren in overeenstemming met de Flora en Faunawet;


23

Colofon

Ruimtelijk kader

Van Leijdenstraat 2-4

Dit is een uitgave van de gemeente Leidschendam-Voorburg

Postbus 905, 2270 AX Voorburg

www.leidschendam-voorburg.nl

T 14 070

F (070) 320 1302

E info@leidschendam-voorburg.nl

Tekst: Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling

Fotografie: Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling

Leidschendam-Voorburg

Oktober 2012


De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft aan de samenstelling van deze uitgave uiterste zorg besteed. Het is evenwel niet uit te sluiten

dat gegevens inmiddels zijn achterhaald of verwachtingen wekken. Aan deze publicatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.

More magazines by this user
Similar magazines