Buitengebied, Tesstraat 8 en ong. Boven-Leeuwen

westmaasenwaal.nl
  • No tags were found...

Buitengebied, Tesstraat 8 en ong. Boven-Leeuwen

Bestemmingsplan ‘ong>Buitong>enong>gebiedong>, ong>Tesstraatong> 8 ong>enong> ong.

Bovong>enong>-Leeuwong>enong>’ gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal

HSRO Stedong>enong>bouw ong>enong> Ruimtelijke Ontwikkeling i.o.v. P.J.A. van der Borgh


Plangebied

Plangebied

Figuur 1 Topografische kaart (bron: kadaster)

Bestemmingsplan ‘ong>Buitong>enong>gebiedong>, ong>Tesstraatong> 8 ong>enong> ong. Bovong>enong>-Leeuwong>enong>’,

gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal

Versie: 7 maart 2012

Afdrukformaat: A4

Status: Voorontwerpbestemmingsplan

HSRO Stedong>enong>bouw ong>enong> Ruimtelijke Ontwikkeling

In opdracht van: P.J.A. van der Borgh

– 2 –


Procedure

Bestemmingsplan ’ong>Buitong>enong>gebiedong>, ong>Tesstraatong> 8 ong>enong> ong. Bovong>enong>-Leeuwong>enong>’,

gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal

NL.IMRO.0668.BUIong>Tesstraatong>8-VO01

Principemedewerking gemeong>enong>te d.d:

Voorontwerpbestemmingsplan

• Publicatie voornemong>enong>, d.d.:

• Ter inzage legging (volgong>enong>s gemeong>enong>telijke inspraak), d.d:

Ontwerpbestemmingsplan

• Publicatie door B&W (o.a. in staatscourant), d.d.:

• Eerste ter inzagelegging 6 wekong>enong>, d.d:

• Vastgesteld gemeong>enong>teraad binnong>enong> 12 wekong>enong>, d.d.:

Vastgesteld bestemmingsplan

• Publicatie raadsbesluit (o.a in staatscourant), d.d.:

• Binnong>enong> twee wekong>enong> na vaststelling, d.d:

• Tweede ter inzagelegging, d.d:

• In werking, d.d.:

Beroep Abr RvS

– 3 –


Plangebied

Plangebied

Figuur 2 Luchtfoto plangebied ong>enong> omgeving (bron: Google earth)

– 4 –


Inhoud toelichting

1. Inleiding 7

1.1. Aanleiding 7

1.2. Ligging ong>enong> begrong>enong>zing plangebied 7

1.3. Bij het bestemmingsplan behorong>enong>de stukkong>enong> 9

1.4. Vigerong>enong>d Bestemmingsplan 9

1.5. Leeswijzer 9

2. Planbeschrijving 11

2.1. Het voornemong>enong> 11

2.2. Verkeer ong>enong> parkerong>enong>. 12

3. Beleidskader 13

3.1. Europees ong>enong> Rijksbeleid 13

3.2. Provinciaal ong>enong> regionaal beleid 14

3.3. Regionaal ong>enong> gemeong>enong>telijk beleid 15

4. Milieuhygiënische aspectong>enong> 17

4.1. Water 17

4.2. Geluid 25

4.3. Bodem 27

4.4. Lucht 29

4.5. Zonering omliggong>enong>de bedrijvong>enong> 30

4.6. Externe veiligheid 32

4.7. Ecologie 34

4.8. Cultuur ong>enong> Archeologie 36

5. Juridische planopzet 45

5.1. Plansystematiek 45

5.2. Motivatie 45

6. Economische uitvoerbaarheid 47

7. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 47

7.1. Inspraak ong>enong> overleg 47

7.2. Ziong>enong>swijzong>enong> 47

In toelichting opgong>enong>omong>enong>

• Selectiebesluit archeologie, gem. West maas ong>enong> Waal 6 maart 2012, zie figuur 24 t/m 28

Losse bijlagong>enong>

• Cauberg Huygong>enong>, milieuonderzoek 20082773-03, 18 maart 2009

• Schetsplan bestaande ong>enong> nieuwe situatie, Hogeboom architectuur, 19 april 2009

• Abovo acoustics, geluids rapport: T 1281-2-GB, 2 juli 2010

• NIPA, verkong>enong>nong>enong>d bodemonderzoek 10.11827, 14 juli 2010

• Econsultancy, quickscan Flora ong>enong> Fauna, 10043274, 30 juni 2010

• Heunks, E., Archeologisch vooronderzoek: EH- 012011, 4 februari 2011

• Ontwerp nieuwe woning, Hogeboom architectuur, oktober 2011

• Funderingsplan, Ingong>enong>ieursbureau Middelhuis ong>enong>Schleipfong>enong>bauer, oktober 2011

– 5 –


Figuur 3 Fotoblad bestaande situatie

Achteraanzicht schuur IV ong>enong> VI

Schuur IV vanaf ong>Tesstraatong>

Schuur VI

Schuur VII

Achteraanzicht bestaande bedrijfswoning

Zijaanzicht schuur !!!

Meubelfabriek 3B

– 6 –

Weides achter plangebied


1. Inleiding

1.1. Aanleiding

Dit postzegelbestemmingsplan is gemaakt om de omzetting van eong>enong> agrarische bedrijfswoning naar

eong>enong> burgerwoning ong>enong> het realiserong>enong> van eong>enong> vrijstaande woning planologisch mogelijk te makong>enong>.

Het betreft eong>enong> perceel aan de ong>Tesstraatong> 8 in Bovong>enong>-Leeuwong>enong> (zie figurong>enong> 1, 2 ong>enong> 3). De eigong>enong>aar/

initiatiefnemer P.J. A. v.d. Borgh vraagt om het wijzigong>enong> van de huidige bestemming ‘Agrarisch’

in ‘Wonong>enong> ’ ong>enong> het toevoegong>enong> van eong>enong> bouwvlak waarmee eong>enong> grondgebondong>enong> woning wordt

bestemd. Om dit te kunnong>enong> realiserong>enong> wordt er ruim 1000 m 2 aan bedrijfsgebouwong>enong> gesloopt

Omdat het voornemong>enong> strijdig is met het vigerong>enong>de bestemmingsplan, kan het plan juridisch geziong>enong>

geong>enong> doorgang vindong>enong>. Het is nodig het bestemmingsplan ‘ong>Buitong>enong>gebiedong> integrale herziong>enong>ing’ van

de gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal te wijzigong>enong>. Deze toelichting maakt deel uit van het bestemmingsplan.

Naast eong>enong> beschrijving van het initiatief wordt in deze toelichting ingegaan op de relatie

met de omgeving, overheidsbeleid ong>enong> wetgeving.

• De gemeong>enong>te west Maas ong>enong> Waal heeft d.d. 21 juli 2009 aangegevong>enong> in principe medewerking

te willong>enong> verlong>enong>ong>enong> aan het voornemong>enong>.

1.2. Ligging ong>enong> begrong>enong>zing plangebied

Het plangebied ligt in het buitong>enong>gebied van de gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal tussong>enong> de kernong>enong>

Bovong>enong>- ong>enong> Bong>enong>edong>enong>-Leeuwong>enong> in. De gemeong>enong>te bestaat uit de dorpong>enong> Alphong>enong>, Altforst, Appeltern,

Bong>enong>edong>enong>-Leeuwong>enong>, Bovong>enong>-Leeuwong>enong>, Dreumel, Maasbommel ong>enong> Wamel. De rivierong>enong> Maas ong>enong>

Waal vormong>enong> zowel in zuidelijke als noordelijke richting de natuurlijke grong>enong>s.

Uittreksel Kadastrale Kaart Uw referong>enong>tie: WAMEL H 37

30

Het plangebied is kadastraal bekong>enong>d als gemeong>enong>te Wamel, sectie H, nummer 37 ong>enong> heeft eong>enong>

oppervlakte van circa 7170 m 2 (zie figuur 4). De locatie ligt in het buitong>enong>gebied in eong>enong> gemong>enong>gd

gebied tussong>enong> burgerwoningong>enong>, (voorheong>enong> vaak agrarische bedrijfswoningong>enong>) met aan de overzijde

662

eong>enong> meubelfabriek (zie figurong>enong> 1 t/m 3). De overzijde van de ong>Tesstraatong> met daarin de meubelfabriek

ong>enong> diverse andere vormong>enong> van bedrijvigheid vormt de rand 765van industrieterrein Bong>enong>edong>enong>-Leeuwong>enong>

Oost.

10

14

764

36

3

8

ong>Tesstraatong>

37

660

41

Plangebied

Figuur 4 Kadastrale kaart met ingekleurd plangebied

2

40

– 7 –


Plangebied

Figuur 5 Vigerong>enong>de plankaart ‘ong>Buitong>enong>gebiedong> correctieve herziong>enong>ing 2004’, gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal

– 8 –


1.3. Bij het bestemmingsplan behorong>enong>de stukkong>enong>

Dit bestemmingsplan bestaat uit eong>enong> digitale ong>enong> eong>enong> papierong>enong> versie. Beide versies bestaan uit

de voorliggong>enong>de toelichting, met daarin opgong>enong>omong>enong> de geldong>enong>de regels ong>enong> de verbeelding. De

onderzoeksrapportong>enong> makong>enong> als losse bijlagong>enong> deel uit van het bestemmingsplan. De digitale regels

ong>enong> verbeelding vormong>enong> de juridisch bindong>enong>de elemong>enong>tong>enong> van het bestemmingsplan.

1.4. Vigerong>enong>d Bestemmingsplan

Het plangebied valt onder het vigerong>enong>de bestemmingsplan ‘ong>Buitong>enong>gebiedong> integrale herziong>enong>ing ’

van de gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal zoals vastgesteld is door de gemeong>enong>teraad van West Maas

ong>enong> Waal op 12 november 1997 ong>enong> op 6 juli 1998 is goedgekeurd door Gedeputeerde Statong>enong> van

Gelderland. Het bestemmingsplan is gedeeltelijk onherroepelijk gewordong>enong> op 21 januari 2000 ong>enong>

geheel onherroepelijk gewordong>enong> op 19 juli 2001. Voor het plangebied geldt tevong>enong>s het bestemmingsplan

‘buitong>enong>gebied integrale herziong>enong>ing, 2006 ‘dat op 11 december 2008 is vastgesteld. Het

plangebied heeft momong>enong>teel eong>enong> bestemming ‘Agrarisch’ (zie figuur 5). De grondong>enong> met deze

bestemming zijn bestemd voor de uitoefong>enong>ing van eong>enong> agrarisch bedrijf. Eong>enong> bedrijfswoning is

hierbij toegestaan. De bouwregels voor de bedrijfswoning voorziong>enong> in eong>enong> woning met eong>enong> inhoud

van max. 500 m 3 te vergrotong>enong> tot max. 800 m 3 met eong>enong> maximale nokhoogte van 9 m ong>enong> eong>enong>

goothoogte van 4,5 m.

• Door het ontbrekong>enong> van de bestemming ‘Wonong>enong>’ op het perceel ong>enong> het extra bouwvlak is de

uitvoering van het planvoornemong>enong> niet mogelijk binnong>enong> het vigerong>enong>de bestemmingsplan.

1.5. Leeswijzer

De toelichting is opgebouwd uit 7 hoofdstukkong>enong>. Het inleidong>enong>de hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding

ong>enong> de bestaande situatie. Hoofdstuk 2 geeft de planbeschrijving weer, waarna in hoofdstuk 3

het beleidskader aan de orde komt. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het plan aangetoond

voor wat betreft diverse (milieu-)aspectong>enong>, waaronder water, archeologie, flora ong>enong> fauna. Hoofdstuk

5 geeft eong>enong> toelichting op de juridische planopzet ong>enong> hoofdstuk 6 gaat in op de economische

uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 7 tong>enong>slotte geeft informatie over de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Per onderdeel wordt het planvoornemong>enong> getoetst aan het beleid ong>enong> de milieu hygiënische aspectong>enong>.

Deze ‘toetsstukjes’ beginnong>enong> steeds met eong>enong> •.

– 9 –


Figuur 6 3D bestaande situatie (Bron: Hogeboom architectuur, 2009)

Figuur 7 Schetsplattebrond bestaande situatie (Bron: Hogeboom architectuur, 2009)

– 10 –


2. Planbeschrijving

2.1. Het voornemong>enong>

Het plangebied ong>Tesstraatong> 8 te Bovong>enong>-Leeuwong>enong> heeft momong>enong>teel eong>enong> agrarische bestemming. Op

de locatie bevindong>enong> zich gebouwong>enong> van eong>enong> voormalig fruitbedrijf, waaronder eong>enong> bedrijfswoning.

Rondom de bebouwing is bestrating ong>enong> weides/gazons. De weides aan de zuidzijde wordong>enong>

begraasd door schapong>enong>. In de directe omgeving zijn (voormalige) landbouwbedrijvong>enong> ong>enong> aan de

overkant eong>enong> meubelfabriek gevestigd. De bedrijfswoningong>enong> van de voormalige agrarische bedrijvong>enong>

zijn in de afgelopong>enong> jarong>enong> veelal omgezet in burgerwoningong>enong>.

De bedrijfsgebouwong>enong> zijn niet meer in gebruik voor hun agrarische functie, te wetong>enong> koelcellong>enong>

voor het vroegere fruitbedrijf. Zie figurong>enong> 6 ong>enong> 7 voor eong>enong> schetsmatige weergave van de huidige

situatie ong>enong> de fotoblad figuur 3.

Gebouwong>enong> nr. I ong>enong> II zijn gemetseld ong>enong> gebouw III, bestaat uit eong>enong> staalskelet bekleed met golfplatong>enong>.

De gebouwong>enong> II ong>enong> III zijn in gebruik als caravanstalling. Nummer IV is eong>enong> oude gemetselde

schuur met eong>enong> dak van dakpannong>enong>. Nummer V is eong>enong> schuur van hout ong>enong> eong>enong> dak van golfplatong>enong>

met aansluitong>enong>d eong>enong> golfplatong>enong> overkapping op houtong>enong> pilarong>enong>. Nummer VI is eong>enong> gemetselde

schuur met eong>enong> dak van golfplatong>enong>. Deze schuur heeft eong>enong> voormalige functie als ponystal. Nummer

VII is eong>enong> gemetselde schuur met eong>enong> dak van golfplatong>enong>, momong>enong>teel in gebruik als volière.

Op basis van het regionale VAB-beleid ‘Beleidskader hergebruik vrijgekomong>enong> agrarische bedrijfsbebouwing

in het buitong>enong>gebied’ van de Regio Rivierong>enong>land is door de initiatiefnemer eong>enong>

functieverandering aangevraagd. Met deze functieverandering wordt de agrarische bestemming

omgezet naar eong>enong> woonbestemming tong>enong> behoeve van twee woningong>enong>. Hiervoor wordong>enong>

de bestaande bedrijfsgebouwong>enong>, uitgezonderd de bestaande diong>enong>stwoning ong>enong> eong>enong> klein deel van

de bijgebouwong>enong> gesloopt. Totale omvang van de te slopong>enong> bebouwing bedraagt circa 1050 m 2 ,

conform het VAB beleid is het noodzakelijk om minimaal 1000 m 2 te verwijderong>enong>.

Figuur 8 Gevelbeeldong>enong> noord- ong>enong> westgevel (bron: Hogeboom architectuur, 2011)

De nieuwe woning wordt geplaatst op 3,5 m achter de gevellijn van de huidige bedrijfswoning.

De nieuwe woning heeft eong>enong> inhoud van 575 m 3 ong>enong> zal bestaan uit 2 bouwlagong>enong> met kap. Het

begane grondoppervlak van de woning bedraagt circa 88 m 2 (ca. 11,7 x 7,5 m) ong>enong> het oppervlak

bijgebouw bedraagt 37,5 m 2 . De woning krijgt eong>enong> uitstraling passong>enong>d bij de bestaande woningong>enong>

in de omgeving ong>enong> wordt vrijwel geheel op de locatie van de te slopong>enong> bedrijfsbebouwing geplaatst

(zie figuur 8 ong>enong> 9 voor twee gevelaanzichtong>enong> ong>enong> de nieuwe inrichtingstekong>enong>ing).

– 11 –


Voor het plangebied geldt eong>enong> middelhoge tot hoge archeologische verwachting (zie ook paragraaf

4.8). Ter bescherming van mogelijke archeologische waardong>enong> wordt het bouwvlak ong>enong> de omliggong>enong>de

tuin voorafgaand aan de bouwwerkzaamhedong>enong> opgehoogd met 25 cm. Door de ophoging

wordt eong>enong> gebruiksdiepte van 40 cm gerealiseerd zodat normaal onderhoud ong>enong> tuingebruik mogelijk

is. Deze ophoging is in overleg met de gemeong>enong>te afgestemd ong>enong> akkoord bevondong>enong>.

• Eong>enong> herziong>enong>ing van het vigerong>enong>de bestemmingsplan is nodig om de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch

mogelijk te makong>enong>.

2.2. Verkeer ong>enong> parkerong>enong>.

Parkerong>enong>

Parkerong>enong> wordt op het eigong>enong> perceel opgelost. Op de oprittong>enong> van beide woningong>enong> wordt hiervoor

ruimte gereserveerd (zie onderstaand figuur 9 met het inrichtsvoorstel. Het plan voorziet in

minimaal 5 parkeerplaatsong>enong>, 2 parkeerplaatsong>enong> voor elke woning + 1 bezoekersplaats. Volgong>enong>s de

parkeerbeleidsregels (2010, gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal) vallong>enong> de woningong>enong> binnong>enong> het segmong>enong>t

duur (> 233.000). Voor dit type woningong>enong> wordt buitong>enong> het cong>enong>trum 2,1 parkeerplaats per

woning geëist. Het bestemmingsplan omvat 2 woningong>enong>. Aanleg van 5 parkeerplaatsong>enong> voldoet

dan aan de norm.

Parkerong>enong>

Figuur 9 Inrichtingsvoorstel, parkerong>enong> op eigong>enong> terrein, (bron: Hogeboom architectuur, 2011)

Verkeer

Het perceel ligt in eong>enong> binnong>enong> eong>enong> 30 km/uur zone. De ontsluiting van het perceel vindt plaats

via de ong>Tesstraatong> richting de nu nog provinciale van Heemstraweg. Onlangs is de nieuwe rondweg

waarmee de Willem Alexanderbrug aansluit op de Maas ong>enong> Waalweg gereed gekomong>enong>. De

verwachting is dat de aanleg van de nieuwe rondweg samong>enong> met de herinrichting van de Van

Heemstraweg voor eong>enong> aanziong>enong>lijke reductie van het verkeer op de Van Heemstraweg zal zorgong>enong>.

De Van Heemstraweg wordt binnong>enong>kort overgedragong>enong> aan de gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal ong>enong>

zal (start najaar 2011) heringericht wordong>enong>. Het definitief ontwerp is inmiddels goedgekeurd door

Burgemeesters ong>enong> Wethouders.

– 12 –


3. Beleidskader

3.1. Europees ong>enong> Rijksbeleid

Nota Ruimte

In de Nota ruimte wordt het nationaal ruimtelijk beleid vastgelegd tot 2020. De Nota is begin

2006 formeel in werking getredong>enong>. De Nota Ruimte geldt als deel vier van de PKB Nationaal

Ruimtelijk Beleid, zoals aangegevong>enong> in de Wet Ruimtelijke Ordong>enong>ing. De Nota Ruimte is de visie op

de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het doel is eong>enong> sterke economie, eong>enong> veilige ong>enong> leefbare

samong>enong>leving ong>enong> eong>enong> aantrekkelijk land. Onder het motto ‘decong>enong>traal wat kan, cong>enong>traal wat moet’

verschuift het accong>enong>t van het stellong>enong> van ruimtelijke beperkingong>enong> naar het stimulerong>enong> van gewong>enong>ste

ontwikkelingong>enong>. De Nota Ruimte ondersteunt gebiedsgerichte ontwikkeling waarin alle betrokkong>enong>

partijong>enong> kunnong>enong> participerong>enong>. Het Rijk richt zijn aandacht met name op de Nationale Ruimtelijke

Hoofdstructuur. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om versterking van de dynamiek in de nationale

stedelijke netwerkong>enong> ong>enong> om waarborging van de kwaliteit van de Ecologische Hoofdstructuur ong>enong>

de nationale landschappong>enong>, stedelijke netwerkong>enong> ong>enong> om waarborging van de kwaliteit van de Ecologische

Hoofdstructuur ong>enong> de nationale landschappong>enong>.

Het nationaal ruimtelijk beleid voor stedong>enong> ong>enong> netwerkong>enong> richt zich op voldoong>enong>de ruimte voor

wonong>enong>, werkong>enong> ong>enong> mobiliteit ong>enong> de daarbij behorong>enong>de voorziong>enong>ingong>enong>, groong>enong>, recreatie, sport ong>enong>

water. Daarbij kiest het rijk voor versterking van de internationale concurrong>enong>tiepositie van Nederland,

bevordering van krachtige stedong>enong> ong>enong> eong>enong> vitaal platteland, borging ong>enong> ontwikkeling van

belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waardong>enong> ong>enong> borging van de veiligheid.

• Bovong>enong>-Leeuwong>enong> valt buitong>enong> de Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur. De Nota Ruimte is geong>enong>

direct relevant beoordelingskader. Wél zijn in de nota regels opgong>enong>omong>enong> om te zorgong>enong> voor eong>enong>

gong>enong>erieke basiskwaliteit (o.a. luchtkwaliteit, externe veiligheid). De eisong>enong> die gesteld wordong>enong>

aan de gong>enong>erieke basiskwaliteit wordong>enong> behandeld in de hoofdstukkong>enong> 8 t/m 15. De Nota bevat

ook tekstong>enong> over ontwikkelingsplanologie ong>enong> versterking van het draagvlak voor voorziong>enong>ingong>enong>.

Voorliggong>enong>d plan past binnong>enong> het rijksbeleid, omdat het omvormong>enong> van voormalige agrarische

bedrijfsbebouwing naar wonong>enong> bijdraagt aan eong>enong> vitaal platteland.

3.1.1. Nota ruimte ong>enong> Structuurvisie Infrastructuur ong>enong> Ruimte

In de Nota Ruimte zijn de uitgangspuntong>enong> voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2020

vastgelegd. Op grond van het overgangsrecht heeft de Nota Ruimte eong>enong> status als structuurvisie

zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordong>enong>ing. De Structuurvisie Infrastructuur ong>enong> Ruimte (SVIR),

die halverwege 2011 als ontwerp naar buitong>enong> is gebracht, vormt de nieuwe, overkoepelong>enong>de rijksstructuurvisie

voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met eong>enong> doorkijk naar

2040. De SVIR ‘Nederland concurrerong>enong>d, bereikbaar, leefbaar ong>enong> veilig’ wordt naar verwachting

eind 2011 vastgesteld. Deze ontwerp structuurvisie geeft eong>enong> totaalbeeld van het ruimtelijk- ong>enong>

mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De Structuurvisie Infrastructuur ong>enong> Ruimte (SVIR) vervangt na

vaststelling onder andere de Nota Ruimte, de agong>enong>da landschap, de agong>enong>da Vitaal Platteland ong>enong>

Piekong>enong> in de Delta. Daarmee is de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingong>enong>

van rijksbeleid met ruimtelijke consequong>enong>ties. De SVIR zet twee zakong>enong> helder neer. Eong>enong> scherp

kader voor prioritering in het Infrafonds ong>enong> eong>enong> selectief ruimtelijk beleid dat meer overlaat aan

provincies ong>enong> gemeong>enong>tong>enong>.

Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussong>enong> verstedelijking ong>enong> groong>enong>e

ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in

het landschaps- ong>enong> natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (bovong>enong>)lokale afstemming ong>enong>

uitvoering van verstedelijking overgelatong>enong> aan (samong>enong>werkong>enong>de) gemeong>enong>tong>enong> binnong>enong> provinciale

kaders. Afsprakong>enong> over percong>enong>tages voor binnong>enong>stedelijk bouwong>enong>, Rijksbufferzones ong>enong> doelstellingong>enong>

voor herstructurering laat het Rijk los. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderong>enong> neemt

het Rijk ong>enong>kel nog eong>enong> ‘ladder’ voor duurzame verstedelijking op (gebaseerd op de ‘SER-ladder’).

• Geziong>enong> de aard ong>enong> omvang van dit planvoornemong>enong> ligt de beoordelingsbevoegdheid op lokaal

niveau.

– 13 –


3.1.2. Besluit (algemong>enong>e regels) ruimtelijke ordong>enong>ing

De SVIR bepaalt welke kaderstellong>enong>de uitsprakong>enong> zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn

om beperkingong>enong> te stellong>enong> aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkhedong>enong> op lokaal niveau. Tong>enong>

aanziong>enong> daarvan is eong>enong> borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewong>enong>st. Die

uitsprakong>enong> onderscheidong>enong> zich in die zin dat van de provincies ong>enong> de gemeong>enong>tong>enong> wordt gevraagd

om de inhoud daarvan te latong>enong> doorwerkong>enong> in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet

normstellong>enong>d bedoeld ong>enong> wordong>enong> geacht direct of indirect, d.w.z. door tussong>enong>komst van de

provincie, door te werkong>enong> tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling

van bestemmingsplannong>enong>. Het Besluit algemong>enong>e regels ruimtelijke ordong>enong>ing (B(ar)ro) bevestigt in

juridische zin die kaderstellong>enong>de uitsprakong>enong>. Dit kabinet kiest ervoor de normering uit het B(ar)ro

zoveel mogelijk direct te latong>enong> doorwerkong>enong> op het niveau van de lokale besluitvorming

• Het B(ar)ro geeft kaders voor toetsing van de inhoud ong>enong> opbouw van bestemmingsplannong>enong>,

projectbesluitong>enong> ong>enong> beheersverordong>enong>ingong>enong>. In al deze stukkong>enong> wordt extra aandacht gevraagd

voor de cultuurhistorische waardong>enong>, zowel onder als bovong>enong> de grond. Onderstaand volgt hiervan

de (juridische) achtergrond uit het Bro.

Wijziging Bro tong>enong> aanziong>enong> van borging erfgoedwaardong>enong>

Sinds 1 januari 2012 is eong>enong> wijziging in Besluit ruimtelijke ordong>enong>ing in werking getredong>enong> tong>enong> aanziong>enong>

van de borging van erfgoedwaardong>enong> in het bestemmingsplan. Door wijziging van artikel 3.1.6,

tweede lid, onderdeel a van het Bro diong>enong>ong>enong> cultuurhistorische waardong>enong> uitdrukkelijk te wordong>enong>

meegewogong>enong> bij het vaststellong>enong> van bestemmingsplannong>enong>. Dat betekong>enong>t dat gemeong>enong>tong>enong> eong>enong>

analyse moetong>enong> verrichtong>enong> van de cultuurhistorische waardong>enong> in eong>enong> bestemmingsplangebied ong>enong>

moetong>enong> aangevong>enong> welke conclusies ze daar aan verbindong>enong> ong>enong> op welke wijze ze deze waardong>enong>

borgong>enong> in het bestemmingsplan.

• In paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op de archeologische ong>enong> cultuurhistorische waardong>enong> van

het plangebied.

3.2. Provinciaal ong>enong> regionaal beleid

Structuurvisie Gelderland

Het Streekplan ‘Gelderland 2005’ heet Structuurvisie Gelderland sinds de invoering van de Wet

ruimtelijke ordong>enong>ing in juli 2008. ––In de Structuurvisie wordt uitgegaan van de sturingsfilosofie

die ook in de Nota Ruimte wordt gehanteerd: ‘Decong>enong>traal wat kan, cong>enong>traal wat moet’. Eong>enong>

onderscheid wordt gemaakt tussong>enong> het provinciaal belang ong>enong> het domein van de gemeong>enong>te. De

Provincie is vooral verantwoordelijk voor stedelijke functies ong>enong> infrastructuur (rood raamwerk),

natuur ong>enong> water (groong>enong>blauwe raamwerk). De gemeong>enong>tong>enong> ong>enong> de regio’s richtong>enong> zich vooral op het

multifunctioneel gebied.

Daarnaast wordt er eong>enong> beleidsmatig onderscheid gemaakt voor de gebiedong>enong> met eong>enong> bijzondere

status; de waardevolle landschappong>enong>, de concong>enong>tratiegebiedong>enong> voor intong>enong>sieve teeltong>enong>, de ganzong>enong>ong>enong>

weidevogelgebiedong>enong> ong>enong> groong>enong>e wiggong>enong>.

Het multifunctioneel gebied beslaat het grootste deel van de provincie. Dit gebied omvat de stedong>enong>,

dorpong>enong>, buurtschappong>enong> buitong>enong> de provinciaal ruimtelijke hoofdstructuur

Het Gelders kwalitatief woonbeleid richt zich zowel op bestaand bebouwd gebied (herstructurering,

transformatie) als op nieuw stedelijk gebied (uitbreiding). Het aanbod aan woningong>enong> ong>enong>

woonmilieus moet beter aansluitong>enong> bij de voorkeurong>enong> van bewoners. Om deze redong>enong> bevordert

de provincie vooral de realisatie van woningong>enong> voor ouderong>enong> ong>enong> starters ong>enong> van de woonmilieus

cong>enong>trum-stedelijk ong>enong> landelijk wonong>enong>. Voorts wil de provincie eong>enong> versnelling bevorderong>enong> van herstructurering

ong>enong> transformatie van bestaand bebouwd gebied, het aanpakkong>enong> van de stagnerong>enong>de

(nieuwbouw)productie, het vergrotong>enong> van het aanbod aan levong>enong>sloopbestong>enong>dige woningong>enong> ong>enong>

wijkong>enong> ong>enong> het versterkong>enong> van verscheidong>enong>heid ong>enong> idong>enong>titeit.

Ruimtelijke Verordong>enong>ing Gelderland

Eong>enong> van de nieuwe instrumong>enong>tong>enong> waar de provincie binnong>enong> de Wro over kan beschikkong>enong> is de

provinciale ruimtelijke verordong>enong>ing. Met deze verordong>enong>ing kan de provincie gemeong>enong>tong>enong> verplichtong>enong>

– 14 –


hun bestemmingsplannong>enong> binnong>enong> eong>enong> bepaalde periode aan te passong>enong>. De verordong>enong>ing geeft niet

alleong>enong> regels over de inhoud van het plan, maar ook over de toelichting of de onderbouwing.

De ruimtelijke verordong>enong>ing is op 3 november 2009 vastgesteld door Gedeputeerde Statong>enong>. De

ruimtelijke verordong>enong>ing is op 15 december 2010 vastgesteld door Provinciale Statong>enong> ong>enong> geldt sinds

maart 2011.

• De voorschriftong>enong> in de ruimtelijke verordong>enong>ing zijn gebaseerd op de provinciale structuurvisie

(voorheong>enong> Streekplan Gelderland 2005), streekplanuitwerkingong>enong> ong>enong> –herziong>enong>ingong>enong>. De verordong>enong>ing

is slechts eong>enong> juridische vertaling van dit beleid, er is geong>enong> nieuw beleid aan toegevoegd.

Uitwerking zoekzones

Op 12 december 2006 hebbong>enong> Gedeputeerde Statong>enong> (GS) van Gelderland de Streekplanuitwerking

‘zoekzones voor stedelijke functies ong>enong> landschappelijke versterking’ vastgesteld. Het is eong>enong> uitwerking

van het nieuwe streekplan dat in 2005 door Provinciale Statong>enong> is vastgesteld.

Zoekzones gevong>enong> de gebiedong>enong> aan die wordong>enong> gereserveerd voor stedelijke functies: wonong>enong> (huizong>enong>),

werkong>enong> (bedrijvong>enong>terreinong>enong>) ong>enong> voorziong>enong>ingong>enong> (scholong>enong>, kerkong>enong>, sportveldong>enong> e.d.). Onder de

zoekzones voor stedelijke functies vallong>enong> de volgong>enong>de gebiedong>enong>:

• bestaand bebouwd gebied conform het VROM-bestand 1-1-2000;

• bestaand bebouwd gebied wonong>enong> ong>enong> werkong>enong> 2000-2005;

• zoekzones stedelijke functies 2005-2015.

Daarnaast bevat de streekplanuitwerking zoekzones voor ‘landschappelijke versterking’. Dat zijn

gebiedong>enong> waar het landschap moet wordong>enong> versterkt ong>enong> waar slechts incidong>enong>teel ong>enong> op beperkte

schaal woningong>enong> mogong>enong> wordong>enong> gebouwd. Voor deze gebiedong>enong> moet nog eong>enong> gebiedsplan wordong>enong>

gemaakt.

Deeluitwerking regio Rivierong>enong>land, streekplan 2006

De resultatong>enong> van het Experimong>enong>t Ruimtelijk Beleid Rivierong>enong>land zijn verwerkt in de deeluitwerking

regio Rivierong>enong>land uit 2006. Daarmee is de betekong>enong>is van het Experimong>enong>t als basis voor ruimtelijke

planvorming ong>enong> beoordeling komong>enong> te vervallong>enong>. Tong>enong> aanziong>enong> van wonong>enong> is, zolang het KWP

nog niet is vastgesteld eong>enong> indicatieve taakstelling van 10.000 woningong>enong> voor regio Rivierong>enong>land

bong>enong>oemd. Gestreefd wordt naar 45% i.p.v. de 30% inbreiding uit het streekplan.

• Op de streekplankaartong>enong> uitwerking stedelijke zoekzones is te ziong>enong> dat het plangebied is bong>enong>oemd

als ‘bestaand bebouwd gebied wonong>enong> ong>enong> werkong>enong> 2000-2005’. De kern Bovong>enong>-Leeuwong>enong> heeft 3

zones aangewezong>enong> voor stedelijke versterking, het plangebied maakt hier geong>enong> deel van uit.

• Het plan levert via het toepassong>enong> van het VAB-beleid eong>enong> positieve bijdrage aan de ruimtelijke

kwaliteit van het plangebied ong>enong> omgeving ong>enong> is ondersteunong>enong>d voor de vraag naar woningong>enong> ong>enong>

het in stand houdong>enong>/bevorderong>enong> van eong>enong> leefbaar ong>enong> vitaal platteland.

3.3. Regionaal ong>enong> gemeong>enong>telijk beleid

VAB-beleid: beleidskader hergebruik vrijgekomong>enong> agrarische bedrijfsbebouwing in het buitong>enong>gebied

Uitgangspunt van dit beleid is dat Vrijgekomong>enong> Agrarische Bedrijfsbebouwing kan wordong>enong> hergebruikt

voor woondoeleindong>enong> of verscheidong>enong>e bedrijfsmatige doeleindong>enong>. Ook zijn er mogelijkhedong>enong>

voor sloop van de vrijgekomong>enong> agrarische bedrijfsbebouwing ong>enong> vervangong>enong>de nieuwbouw. Het

VAB-beleid is door de samong>enong>werkong>enong>de gemeong>enong>tong>enong> in de regio Rivierong>enong>land opgesteld ong>enong> is van

kracht in het buitong>enong>gebied van onder andere de gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal.

Het agrarisch buitong>enong>gebied van de regio Rivierong>enong>land wordt deels gekong>enong>merkt door relatief

moderne bedrijfsgebouwong>enong> die qua omvang ong>enong> materiaalgebruik niet in het landschap passong>enong>.

Middels het VAB-beleid willong>enong> de samong>enong>werkong>enong>de gemeong>enong>tong>enong> strevong>enong> naar het vergrotong>enong> van de

landschappelijke kwaliteit door te stimulerong>enong> dat deze agrarische bebouwing gesloopt wordt wanneer

de agrarische functie is verdwong>enong>ong>enong>.

Ter stimulans bestaat binnong>enong> dit beleid de mogelijkheid om - in ruil voor de sloop van alle voormalige

agrarische bedrijfsgebouwong>enong> – eong>enong> woongebouw ong>enong>, in sommige gevallong>enong>, eong>enong> woning op te

richtong>enong>.

– 15 –


Door de opbrong>enong>gstong>enong> van de extra bouwrechtong>enong> te gebruikong>enong> voor het dekkong>enong> van de sloopkostong>enong>

van vrijgekomong>enong> agrarische bedrijfsbebouwing ong>enong> de kostong>enong> van landschappelijke inpassing van

nieuwe bebouwing, dong>enong>kong>enong> de samong>enong>werkong>enong>de gemeong>enong>tong>enong> de ruimtelijke ong>enong> landschappelijke

kwaliteit van het buitong>enong>gebied per saldo te kunnong>enong> vergrotong>enong>.

Alleong>enong> in de situatie waarin verbouw van de vrijgekomong>enong> agrarische bedrijfsruimte tot woonruimte

niet mogelijk of wong>enong>selijk is, is sloop ong>enong> vervangong>enong>de nieuwbouw toegestaan. Monumong>enong>tale

bebouwing mag niet wordong>enong> gesloopt, evong>enong>als bebouwing die door de gemeong>enong>te als karakteristiek

of beeldbepalong>enong>d is bestemd.

De samong>enong>werkong>enong>de gemeong>enong>tong>enong> van de regio Rivierong>enong>land leggong>enong> in vergelijking met het streekplanbeleid

meer nadruk op sloop van vrijgekomong>enong> agrarische bedrijfsbebouwing ong>enong> vervangong>enong>de

nieuwbouw, met uitzondering van monumong>enong>tale ong>enong> karakteristieke/beeldbepalong>enong>de bebouwing.

Aan deze keuze ligt eong>enong> aantal redong>enong>ong>enong> tong>enong> grondslag:

• eong>enong> aanziong>enong>lijk deel van de agrarische bedrijfsgebouwong>enong> in de regio Rivierong>enong>land (met name in

de fruit- ong>enong> champignonteelt) heeft eerder eong>enong> industriële dan eong>enong> traditionele landbouwkundige

uitstraling. De ruimtelijke ong>enong> landschappelijke kwaliteit van het buitong>enong>gebied zijn dan ook

meer gediong>enong>d met vervangong>enong>de nieuwbouw onder strikte voorwaardong>enong> dan met hergebruik;

• eong>enong> deel van de agrarische bedrijfsgebouwong>enong> in de regio Rivierong>enong>land is sterk verpauperd ong>enong>

daardoor ongeschikt voor hergebruik of rong>enong>dabele verbouw tot woon- of bedrijfsruimte;

• eong>enong> deel van de agrarische bedrijfsgebouwong>enong> in de regio Rivierong>enong>land is door hun vormgeving

of doordat zij agrarisch in gebruik zijn geweest simpelweg ongeschikt voor andere functies.

VAB-regeling woningong>enong>

Pas bij sloop van meer dan 1.000 m 2 aan bedrijfsgebouwong>enong> of 800 m 2 aan kapitaalintong>enong>sieve

bedrijfsgebouwong>enong> kan één individuele woning wordong>enong> gebouwd. Bij herbouw van eong>enong> vrijstaande

woning is het nodig aan te tonong>enong> dat de realisatie van eong>enong> woongebouw in het plangebied niet

wong>enong>selijk of financieel haalbaar is.

Sloop bedrijfsgebouwong>enong> ong>enong> nieuwbouw in onderhavig plan

Voor onderhavige ontwikkeling wordt alle aanwezige bedrijfsbebouwing gesloopt, uitgezonderd

de hoeveelheid bij recht toegestane bijgebouwong>enong>. Het betreft in totaal meer dan 1000 m 2 bebouwing.

Hiervoor in de plaats wordt eong>enong> woning van 500 m 3 te vergrotong>enong> tot max. 800 m 3 nieuw

gebouwd, met eong>enong> bijgebouw van 80 m 2 te vergrotong>enong> tot maximaal 120 m 2 . Deze maatvoering

komt overeong>enong> met de nu geldong>enong>de regelgeving voor het buitong>enong>gebied.

• Het planvoornemong>enong> voldoet aan de voorwaardong>enong> van het VAB-beleid. Er wordt ruim 1000 m 2

aan bedrijfsbebouwing gesloopt. De bebouwing wordt niet meer gebruikt omdat het voormalige

fruitbedrijf niet meer in functie is. Deze bebouwing heeft deels eong>enong> verpauperde ong>enong> deels

eong>enong> industriële uitstraling. Door de sloop ong>enong> de herbouw van eong>enong> woning met eong>enong> kwalitatief

hoogwaardige uitstraling zorgt de initiatiefnemer voor verbetering van de omgevingskwaliteit

Onderhavig plan voorziet in de realisatie van één woning. De keuze voor eong>enong> vrijstaande woning

in plaats van eong>enong> woongebouw (wat de voorkeur heeft binnong>enong> het VAB-beleid) is met ondermeer

ruimtelijke argumong>enong>tong>enong> te ondersteunong>enong>.

Het landschap waarin het plangebied ligt leong>enong>t zich namelijk niet voor (woning)bouw in grote volumes,

dit zou nl. tong>enong> koste gaan van het opong>enong> karakter ong>enong> de doorzichtong>enong> die dit gebied kong>enong>merkong>enong>.

Verder is de ligging van het plangebied niet ideaal t.o.v. voorziong>enong>ingong>enong>, waardoor dit plangebied

niet erg geschikt is voor eong>enong> woongebouw. Daarnaast is om financiële ong>enong> persoonlijke redong>enong>ong>enong>

niet gekozong>enong> om op deze locatie eong>enong> woongebouw te realiserong>enong>. De keuze om eong>enong> kleinschaliger

woongebouw (volume 700 m 3 ) te plaatsong>enong> is niet gemaakt omdat de bouw van eong>enong> gezinswoning

te bewonong>enong> door familie de voorkeur verdiong>enong>t.

• Om deze (ruimtelijke) redong>enong>ong>enong> is het aannemelijk om medewerking te verlong>enong>ong>enong> aan eong>enong> woning

met eong>enong> volume ong>enong> eong>enong> uitstraling passong>enong>d binnong>enong> het karakter van de omgeving.

– 16 –


4. Milieuhygiënische aspectong>enong>

4.1. Water

Algemeong>enong>

Het waterbeleid is op Europees niveau vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water ong>enong> op nationaal niveau

in de Waterwet. Op lokaal niveau is het beleid van het Waterschap Rivierong>enong>land richtinggevong>enong>d in

de vorm van Keur ong>enong> Watertoets. Dit beleid wordt geconcretiseerd in het verkavelingsplan ong>enong> het

bestemmingsplan van de betreffong>enong>de gemeong>enong>tes.

De waterpartners in West Maas ong>enong> Waal:

• Rijkswaterstaat is als beheerder verantwoordelijk voor de Rijkswaterong>enong>.

• De provincie Gelderland verzorgt de doorvertaling van het landelijk beleid ong>enong> is operationeel

beheerder van het grondwater.

• Waterschap Rivierong>enong>land verzorgt het operationele waterbeheer binnong>enong> de gemeong>enong>te. Dit

betekong>enong>t het peilbeheer ong>enong> onderhoud van het oppervlaktewater. Ook initiërong>enong> zij veelal de

projectong>enong> gericht op verbetering van het watersysteem (waterkwaliteit, ecologie ong>enong> veiligheid).

• De gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal draagt de zorg voor de efficiënte inzameling van regong>enong>- ong>enong>

afvalwater. Zij beheert het rioleringssysteem in de gemeong>enong>te ong>enong> is tevong>enong>s beheerder van de

opong>enong>bare ruimte.

• De grondeigong>enong>arong>enong> verzorgong>enong> het onderhoud van de niet-leggerwaterlopong>enong> ong>enong> de ontwatering

van het eigong>enong> perceel.

Kaderrichtlijn Water

De Kaderrichtlijn water (KRW) is eong>enong> Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit

van het oppervlakte- ong>enong> grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht ong>enong> maakt het

mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater ong>enong> grondwater internationaal aan te pakkong>enong>.

Nationaal Waterplan

Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 ong>enong> vervangt

alle voorgaande nota’s waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is in december 2009

vastgesteld. In het plan wordt op hoofdlijnong>enong> het beleid van het Rijk aangegevong>enong> voor de periode

2009 - 2015. Hoofddoel is te komong>enong> tot eong>enong> duurzaam waterbeheer. Het beleid richt zich op de

bescherming tegong>enong> overstromingong>enong>, voldoong>enong>de ong>enong> schoon water ong>enong> diverse vormong>enong> van gebruik

van water. Het Nationaal Waterplan heeft voor de ruimtelijke aspectong>enong> de status van structuurvisie.

Waterwet

Op 22 december 2009 is de waterwet van kracht gewordong>enong>. De Waterwet regelt het beheer

van oppervlaktewater ong>enong> grondwater, ong>enong> verbetert ook de samong>enong>hang tussong>enong> bijvoorbeeld het

waterbeheer ong>enong> de ruimtelijke ordong>enong>ing. Daarnaast levert de Waterwet eong>enong> flinke bijdrage aan

kabinetsdoelstellingong>enong> zoals vermindering van regels, vergunningstelsels ong>enong> administratieve lastong>enong>.

De nieuwe Waterwet schept eong>enong> kader voor de noodzakelijke modernisering van het Nederlandse

waterbeheer voor de komong>enong>de decong>enong>nia. Door het samong>enong>voegong>enong> van meerdere vergunningong>enong>

nemong>enong> de bureaucratie ong>enong> de regeldruk voor burgers ong>enong> bedrijvong>enong> af. De Waterwet sluit goed aan

op de nieuwe Wet ruimtelijke ordong>enong>ing (Wro), waardoor de relatie met het ruimtelijke omgevingsbeleid

wordt versterkt.

Waterplan Gelderland 2010-2015

Het Waterplan Gelderland 2010-2015 is de opvolger van het derde waterhuishoudingsplan Gelderland

(WHP3). Het Waterplan krijgt op basis van de nieuwe Waterwet de status van structuurvisie.

In het waterplan is beschrevong>enong> welke instrumong>enong>tong>enong> uit de Wet ruimtelijke ordong>enong>ing de provincie wil

inzettong>enong> voor de realisatie van specifieke waterdoelong>enong>. Voor eong>enong> aantal functies, zoals landbouw,

natte natuur, waterbergingsgebiedong>enong> ong>enong> grond-waterbeschermingsgebiedong>enong>, zijn specifieke doelong>enong>

geformuleerd. In het ontwerp waterplan heeft het plangebied de functie ‘landbouw’.

– 17 –


Waterschap Rivierong>enong>land

In de regio is het Waterschap Rivierong>enong>land de waterbeheerder. Het beleid uit het Waterbeheerplan

2010-2015 van Waterschap Rivierong>enong>land is er op gericht schoon hemelwater niet af te voerong>enong>

naar de riolering. In het kader van duurzaam waterbeheer is het gewong>enong>st om bij alle nieuwbouw

maximale afkoppeling van het hemelwater toe te passong>enong>. Hierbij hanteert het waterschap de

drietrapsstrategie vasthoudong>enong>, bergong>enong> ong>enong> afvoerong>enong>. Het schone hemelwater diong>enong>t geïnfiltreerd te

wordong>enong> in de bodem of anders via eong>enong> bodempassage afgevoerd te wordong>enong> naar het oppervlaktewater.

Daarnaast diong>enong>t afhankelijk van de keuze van de oplossing de versnelde afvoer van het

verhard oppervlak te wordong>enong> gecompong>enong>seerd.

Waterplan West Maas ong>enong> Waal

Om water eong>enong> volwaardige plek te gevong>enong> binnong>enong> de gemeong>enong>telijke beleidsvorming heeft de

gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal samong>enong> met het Waterschap Rivierong>enong>land in 2006 eong>enong> waterplan

opgesteld. Het Waterplan heeft de status van kaderstellong>enong>d beleidsplan. Het plan kong>enong>t geong>enong> directe

planologische doorwerking. De geformuleerde waterdoelstellingong>enong> diong>enong>ong>enong> wel door te werkong>enong> in

ruimtelijke afwegingong>enong>.

Het Waterplan formuleert de doelstellingong>enong> die deze partijong>enong> hebbong>enong> voor het toekomstige waterbeheer

binnong>enong> de gemeong>enong>te. Het strevong>enong> is gericht op het realiserong>enong> van eong>enong> gezond ong>enong> veerkrachtig

watersysteem ong>enong> eong>enong> duurzame waterketong>enong>. Daarnaast diong>enong>t het oplossingong>enong> te formulerong>enong> voor

bestaande knelpuntong>enong> tong>enong> aanziong>enong> van waterkwantiteits- ong>enong> kwaliteitsproblemong>enong>. Tot slot moet

het Waterplan de gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal voorbereidong>enong> op het toekomstige waterbeheer.

De voor dit planvoornemong>enong> relevante aandachtspuntong>enong> uit het waterplan zijn:

• onvoldoong>enong>de ruimte voor berging in bestaand watersysteem;

• onvoldoong>enong>de afvoercapaciteit op ong>enong>kele locaties binnong>enong> het huidige watersysteem;

• spanning tussong>enong> ruimtelijke ontwikkelingong>enong> ong>enong> het aspect water;

• capaciteitsproblemong>enong> in het rioolstelsel ong>enong> hierdoor voorkomong>enong> van watercapaciteitsproblemong>enong>

door overstortingong>enong>.

• Het plangebied ligt in het buitong>enong>gebied van de gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal. De gemeong>enong>te

ziet het bong>enong>uttong>enong> van afkoppelkansong>enong> als eong>enong> belangrijke bijdrage om knelpuntong>enong> in de waterhuishoudkundige

situatie te verminderong>enong>. Positief in dit plan t.a.v. de waterhuishouding, is dat

het verharde oppervlak binnong>enong> het plangebied met bijna 257 m 2 wordt verminderd ong>enong> dat in de

nieuwe situatie de hemelwater ong>enong> vuilwaterafvoer gescheidong>enong> wordong>enong> aangebodong>enong>. Het hemelwater

wordt in de nieuwe situatie bovong>enong>gronds aan de perceelsgrong>enong>s aangebodong>enong>.

4.1.1. Watertoets

In het nieuwe Besluit ruimtelijke ordong>enong>ing (Bro) is het overleg met de waterschappong>enong>, de provincie

ong>enong> het rijk bij de voorbereiding van eong>enong> bestemmingsplan opnieuw voorgeschrevong>enong>. Dit is te vergelijkong>enong>

met het vroegere artikel 10 BRO overleg.

Bij de watertoets gaat het om het van meet af aan meong>enong>emong>enong> van water bij ruimtelijke plannong>enong> ong>enong>

besluitong>enong>. Daarvoor is in eong>enong> zo vroeg mogelijk stadium overleg nodig met de waterbeheerder. Het

gaat niet om eong>enong> toets achteraf. Het doel is actieve inbrong>enong>g van de waterbeheerder ong>enong> maatwerk

voor elk plan. Het resultaat is eong>enong> beschrijving van het lokale watersysteem, advies van de waterbeheerder

ong>enong> de expliciete afweging van de maatregelong>enong> met betrekking tot waterbeheer in het

plan. Deze diong>enong>ong>enong> bij voorkeur in eong>enong> waterparagraaf te wordong>enong> beschrevong>enong>. De Watertoets wordt

toegepast op alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannong>enong> ong>enong> besluitong>enong>. De waterhuishoudkundige

aspectong>enong> omvattong>enong> zowel oppervlakte- als grondwater, gevaar van overstroming

vanuit merong>enong>, rivierong>enong> ong>enong> de zee, wateroverlast door neerslag of grondwater, waterkwaliteit ong>enong>

verdroging.

Water ong>enong> ruimtelijke ontwikkelingong>enong>

In aansluiting op het landelijke beleid (NW4, WB21) hanteert de gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal

het beleid dat bij nieuwe plannong>enong> altijd onderzocht diong>enong>t te wordong>enong> hoe omgegaan kan wordong>enong>

met het schone hemelwater. In overleg met het waterschap wordt in het kader van de watertoets

afgesprokong>enong> welke normong>enong> van toepassing zijn.

– 18 –


In principe diong>enong>t voor alle uit- ong>enong> inbreidingsprojectong>enong> (feitelijk alle Wet ruimtelijke ordong>enong>ing

gerelateerde projectong>enong>) eong>enong> natte paragraaf ong>enong> eong>enong> onderbouwong>enong>d waterhuishoudkundig plan te

wordong>enong> opgesteld, waarin (de aanpassingong>enong> van) het watersysteem ong>enong> de riolering zijn uitgewerkt.

Hierbij wordong>enong> de afwegingsstappong>enong> (hergebruik), infiltratie, buffering ong>enong> afvoer doorlopong>enong>. In het

reguliere watertoetsoverleg wordt per geval bekekong>enong> welke omvang het onderzoek ong>enong> de natte

paragraaf diong>enong>t te krijgong>enong>. Kleinschalige projectong>enong> kunnong>enong> zo efficiënt het watertoetstraject doorlopong>enong>.

Hergebruik van schoon hemelwater wordt alleong>enong> overwogong>enong> bij grootschalige voorziong>enong>ingong>enong>

als scholong>enong>, kantoorgebouwong>enong> ed. Voor particuliere woningong>enong> wordt dit niet toegepast. Binnong>enong> het

grondwaterbeschermingsgebied kunnong>enong> door de grondwaterbeheerder (provincie) aanvullong>enong>de

eisong>enong> wordong>enong> gesteld in de Provinciale Milieuverordong>enong>ing. Ook kan eong>enong> vergunning nodig zijn van

de grondwaterbeheerder.

Loskoppelong>enong> afvoer van vuil water ong>enong> schoon hemelwater

Gescheidong>enong> houdong>enong> van vuil water ong>enong> schoon hemelwater is wat betreft de watertoets van belang

bij ruimtelijke ontwikkelingong>enong>. De doelstelling is het afvoerong>enong> van het vuile water via de riolering

ong>enong> het lokaal verwerkong>enong> van het schone hemelwater.

• In dit plan wordt het schone hemelwater bovong>enong>gronds afgevoerd naar de zuidelijke B-watergang

(zie figuur 15 met de leggerkaart).

Hydrologisch neutraal bouwong>enong>.

Nieuwe ontwikkelingong>enong> diong>enong>ong>enong> te voldoong>enong> aan het principe van hydrologisch neutraal bouwong>enong>,

waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijvong>enong> aan de uitgangssituatie.

• In dit plan vermindert de verharding door de sloop van de vroegere bedrijfsbebouwing, dit is

positief voor de hydrologische situatie.

4.1.2. Bestaande ong>enong> nieuwe situatie plangebied

Verhard oppervlak bestaande ong>enong> nieuwe situatie

In de huidige situatie is op het perceel 1134 m 2 verhard oppervlak aanwezig. In de nieuwe situatie

wordt 1050 m 2 bedrijfsbebouwing gesloopt. De nieuwe woning wordt grotong>enong>deels gepositioneerd

op de locatie van eong>enong> deel van de vroegere bedrijfsbebouwing. Zie figuur 8 ong>enong> 9 voor de inrichtingstekong>enong>ingong>enong>.

In de nieuwe situatie is er binnong>enong> het plangebied afgerond 877 m 2 bebouwing/

verharding. Onderstaande tabel (figuur 10) geeft de opbouw van de verharding in de nieuwe

situatie weer.

Verharding nieuwe situatie

Voormalige bedrijfswoning

Nieuwbouw

88 m 2 woning 80,7 m 2 woning

120 m 2 bijgebouw 37,5 m 2 bijgebouw

42 m 2 volière 201 m 2 oprit

185 m 2 oprit 48 m 2 terrassong>enong>

75 m 2 terrassong>enong>

Totaal 510 m 2 Totaal 367,2 m 2

Figuur 10 Opbouw verharding nieuwe situatie

• Omdat de toong>enong>ame verharding (er is deze situatie zelfs afname) onder de 1500 m² blijft, is vanuit

het Waterschap geong>enong> waterbergingscompong>enong>satie nodig

Hydrologische situatie

Volgong>enong>s de bodemkaart van Nederland bestaat de bodem bovong>enong>in het profiel uit zandige kleiafzettingong>enong>.

Aangong>enong>omong>enong> wordt dat de grondwaterstand gemiddeld op 1 m – mv ligt (zie

bodemonderzoek NIPA, 10.11827, 14 juli 2010). Er zijn momong>enong>teel op het perceel geong>enong> kwelproblemong>enong>

of hemelwateroverlast.

– 19 –


Figuur 11 Profielong>enong> terreinhoogtes bestaande situatie (bron: Hogeboom architectuur, 2011)

– 20 –


Figuur 12 Profielong>enong> terreinhoogtes bestaande situatie + maatvoering (bron: Hogeboom architectuur, 2011)

– 21 –


Figuur 13 Profielong>enong> terreinhoogtes nieuwe situatie + maatvoering (bron: Hogeboom architectuur, 2011)

– 22 –


Plangebied

Plangebied

6.20 m +NAP

6.20 m +NAP

5.70 m +NAP

6.00 m +NAP

5.70 m +NAP 5.70 m +NAP

6.00 m +NAP

Figuur 14 Hoogtekaart (bron: AHN)

– 23 –


Vuilwater

Voor de bestaande voormalige bedrijfswoning blijft de waterhuishoudkundige situatie ongewijzigd.

Voor de afvoer van vuilwater wordt de nieuwe woning aangeslotong>enong> op het gemeong>enong>telijke

rioleringsstelsel

Afvoer schoon hemelwater

Het plangebied heeft eong>enong> oppervlakte van circa 7170 m². In de nieuwe situatie is er binnong>enong> het plangebied

877 m 2 bebouwing/verharding aanwezig. Dit betekong>enong>t eong>enong> afname van verhard oppervlakte

van 257 m 2 . Afvloeiong>enong>d regong>enong>water van dit perceel moet wordong>enong> afgevoerd naar oppervlaktewater

in de directe omgeving. Regong>enong>water mag niet geloosd wordong>enong> op het (druk)rioolstelsel.

Oppervlaktewater omgeving

Er loopt eong>enong> A-watergang langs de oostzijde ong>enong> eong>enong> B-watergang langs de zuidzijde van het perceel

(zie figuur 15). Onderhoud van A-watergangong>enong> wordt verzorgd door het waterschap. Om dit

onderhoud mogelijk te makong>enong> is eong>enong> 4 m brede beschermingszone opgong>enong>omong>enong> op de verbeelding

van dit bestemmingsplan. Het onderhoud van B-watergangong>enong> diong>enong>t door de eigong>enong>arong>enong> van de

aangrong>enong>zong>enong>de percelong>enong> verzorgd te wordong>enong>. Dit houdt in dat de bodem ong>enong> de slootkantong>enong> vrij

gehoudong>enong> wordt van begroeiing, materialong>enong> ong>enong> andere obstakels.

Figuur 15 Leggerkaart (bron: Waterschap Rivierong>enong>land)

Hoogteligging

Met de gegevong>enong>s die beschikbaar zijn kan vastgesteld wordong>enong> dat de gemiddelde maaiveldhoogte

van het plangebied ligt tussong>enong> de 5.70 m +NAP ong>enong> 6.30 m+NAP (zie figuur 14 voor de hoogtekaart).

Hierop is te ziong>enong> dat de achterrand van het gebied op circa 5.70 m +NAP ligt, de voorrand op circa

5.60 m +NAP ong>enong> het bebouwde deel op circa 6.00 m + NAP. .

Ophoging

De ong>Tesstraatong> ter hoogte van de nieuwbouw ligt op circa 5.52 m +NAP (zie figuur 11 t/m 13 voor de

bestaande ong>enong> nieuwe profielong>enong>). Het bouwvlak ong>enong> omliggong>enong>de tuin wordt na de sloop opgehoogd

met maximaal 25 cm. Deze ophoging wordt uitgevoerd vanwege de gevraagde bescherming

van mogelijk aanwezige archeologische restong>enong> (zie ook paragraaf 4.8 cultuur ong>enong> archeologie ong>enong>

beschrijving van het selectiebesluit in subparagraaf 4.8.2). Het bouwpeil van de nieuwe woning

komt na sloop ong>enong> ophoging circa 70 cm bovong>enong> het peil van de ong>Tesstraatong> te liggong>enong>.

Voorkomong>enong> wateroverlast

De ophoging zal dusdanig wordong>enong> uitgevoerd dat geong>enong> wateroverlast op belong>enong>dong>enong>de percelong>enong> kan

ontstaan. Naast de nieuwe woning ligt aan de ong>enong>e zijde op circa 30 m de vroeger bedrijfswoning

van de fam. van der Borgh. Pas na 70 m afstand ligt aan de andere zijde eong>enong> woning. Geziong>enong> deze

afstand ong>enong> de aanwezigheid van eong>enong> tussong>enong>gelegong>enong> watergang is de aandacht tav. mogelijke wateroverlast

gericht op de voormalige bedrijfswoning. Waar nodig zullong>enong> in de oprit voor de nieuwe

– 24 –


woning, bandjes, molgotong>enong> of andere drainagemiddelong>enong> wordong>enong> aangebracht om te voorkomong>enong>

dat water richting deze woning stroomt. Deze oplossingong>enong> kunnong>enong> tegelijkertijd gebruikt wordong>enong>

om te zorgong>enong> dat zo min mogelijk hemelwater (afstromong>enong>d van de nieuwe woning) via de ong>Tesstraatong>

in de riolering belandt.

• Na uitvoering van het planvoornemong>enong> zal de afvoer van het hemel- ong>enong> vuilwater gescheidong>enong>

wordong>enong> aangebodong>enong>. Het schone hemelwater zal daartoe bovong>enong>gronds afgevoerd wordong>enong> naar

de zuidelijke B-watergang aan de zijrand van het perceel. De ophoging wordt dusdanig uitgevoerd

dat wateroverlast voor de omgeving voorkomong>enong> word.

• Geconcludeerd kan wordong>enong> dat het project niet verstorong>enong>d is voor de waterhuishouding in ong>enong>

rond het plangebied. De uitvoering ong>enong> de uitvoerbaarheid van het plan zijn dan ook, wat het

behoud van de waterhuishouding betreft, gewaarborgd. Het voornemong>enong> voldoet aan het afkoppelingsbeleid

van de gemeong>enong>te, zodat lozing van schoon water op het riool wordt voorkomong>enong>.

4.2. Geluid

4.2.1. Wet Geluidhinder

Algemeong>enong>

De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. De

Wgh noemt drie geluidsbronnong>enong> waarbij ‘geluidsgevoelige bestemmingong>enong>’ in ‘nieuwe situaties ‘

getoetst moetong>enong> wordong>enong> op mogelijke overlast. Deze drie bronnong>enong> zijn wegverkeer, spoorweg- ong>enong>

industrielawaai. Bij het berekong>enong>ong>enong> van de geluidsbelasting op eong>enong> ‘gevoelige bestemming’ zijn

afstand (tot de infrastructuur) ong>enong> intong>enong>siteit (potong>enong>tiële bron) bepalong>enong>de factorong>enong>.

Nieuwe situatie

In het kader van de Wet geluidhinder is sprake van eong>enong> ‘nieuwe situatie’ indiong>enong> eong>enong> nieuwe weg

wordt aangelegd ong>enong>/of sprake is van nog niet geprojecteerde gebouwong>enong>. Nog niet geprojecteerd

betekong>enong>t in dit kader dat het vigerong>enong>de bestemmingsplan niet in de geplande bestemming voorziet.

Geluidsgevoelige bestemming

Eong>enong> woning wordt door de Wgh geziong>enong> als eong>enong> ‘geluidsgevoelige bestemming’. Indiong>enong> eong>enong> bestemmingsplan

nieuwe geluidsgevoelige functies toestaat, stelt de Wet geluidhinder (volgong>enong>s artikel

77) de verplichting akoestisch onderzoek te verrichtong>enong> naar de geluidsbelasting op de gevel van

de woning.

• In deze situatie is de situering t.o.v. wegverkeer én de situatie wat betreft industrielawaai

relevant. Spoorweglawaai is geziong>enong> de ligging van het plangebied niet van toepassing. Het

planvoornemong>enong> betreft eong>enong> ‘nieuwe situatie’ waarbij de nieuwe woningong>enong> wordong>enong> geziong>enong> als

‘geluidsgevoelige bestemmingong>enong>. Toetsing aan de Wgh is daarom verplicht.

Het industrielawaai is van belang i.v.m. de tegong>enong>overgelegong>enong> meubelfabriek 3B De mogelijke hinder

als gevolg van de activiteitong>enong> van de meubelfabriek is onderzocht in eong>enong> milieuonderzoek door

Caubergh Huygong>enong> ong>enong> wordt besprokong>enong> in paragraaf 4.5. In deze paragraaf (4.2) is de toetsing van

het wegverkeer na te lezong>enong>

Maximaal toelaatbare geluidbelasting ‘nieuwe situaties’.

Normong>enong> met betrekking tot de geluidbelasting in ‘nieuwe situaties’ zijn in artikel 82 tot ong>enong> met 87

van de Wet geluidhinder vermeld. In eerste instantie wordt ervan uitgegaan dat eong>enong> zogong>enong>aamde

voorkeursgrong>enong>swaarde niet mag wordong>enong> overschredong>enong>. Indiong>enong> de voorkeursgrong>enong>swaarde wel maar

de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschredong>enong>, kan door de gemeong>enong>te West Maas ong>enong>

Waal onder bepaalde voorwaardong>enong> eong>enong> ontheffing wordong>enong> verleong>enong>d voor eong>enong> hogere toelaatbare

geluidbelasting.

Wil de gemeong>enong>te eong>enong> hogere waarde dan de in artikel 82, eerste lid, gong>enong>oemde voorkeursgrong>enong>swaarde

vaststellong>enong>, dan diong>enong>ong>enong> maatregelong>enong>, gericht op het terugbrong>enong>gong>enong> van de geluidbelasting

tot de voorkeursgrong>enong>swaarde van 48 dB, op overwegong>enong>de bezwarong>enong> te stuitong>enong> van stedong>enong>bouwkundige,

verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.

– 25 –


Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder.

Op grond van verdere ontwikkelingong>enong> in de techniek ong>enong> het treffong>enong> van geluidreducerong>enong>de maatregelong>enong>

aan de motorvoertuigong>enong>, is te verwachtong>enong>, dat het wegverkeer in de toekomst minder geluid

zal producerong>enong> dan momong>enong>teel het geval is.

Binnong>enong> de Wet geluidhinder is middels artikel 110g de mogelijkheid geschapong>enong> om deze vermindering

van de geluidproductie in de geluidbelasting door te voerong>enong>. Deze aftrek als bedoeld in

artikel 110g bedraagt 2 dB voor wegong>enong> waarvoor de represong>enong>tatief te achtong>enong> snelheid van lichte

motorvoertuigong>enong> 70 km/uur of meer bedraagt ong>enong> 5 dB voor de overige wegong>enong>. Deze aftrek mag

alleong>enong> toegepast wordong>enong> bij het toetsong>enong> van de geluidbelasting aan de normstelling ong>enong> niet bij het

bepalong>enong> van het binnong>enong>niveau. De eis van het binnong>enong>niveau blijft 33 dB.

Wegverkeerslawaai

De Wgh bepaalt dat zich langs wegong>enong> geluidszones bevindong>enong>, met uitzondering van woonervong>enong>

ong>enong> 30 km/h-gebiedong>enong>. De breedte van eong>enong> geluidszone wordt aangegevong>enong> in artikel 74 Wgh ong>enong>

is afhankelijk van het aantal rijstrokong>enong> ong>enong> of de weg aangemerkt moet wordong>enong> als stedelijke of

buitong>enong>stedelijke weg.

Binnong>enong>stedelijk gebied:

• eong>enong> of twee rijstrokong>enong>: 200 meter;

• drie of meer rijstrokong>enong>: 350 meter;

Buitong>enong>stedelijk gebied:

• eong>enong> of twee rijstrokong>enong>: 250 meter;

• drie of vier rijstrokong>enong>: 400 meter;

• vijf of meer rijstrokong>enong>: 600 meter.

Binnong>enong>stedelijk gebied is gedefinieerd als het gebied binnong>enong> de bebouwde kom minus de gebiedong>enong>

gelegong>enong> binnong>enong> de zone van eong>enong> autoweg of autosnelweg.

Buitong>enong>stedelijk gebied is gedefinieerd als het gebied buitong>enong> de bebouwde kom ong>enong> het gebied binnong>enong>

de bebouwde kom gelegong>enong> binnong>enong> de zone van eong>enong> autoweg of autosnelweg.

Bouwbesluittoetsing

Voor 30 km/wegong>enong> geldt dat eong>enong> toetsing in het kader van de Wet geluidhinder niet plaats hoeft te

hebbong>enong>. In het kader van de bouwbesluittoetsing is het wel van belang of voldaan kan wordong>enong> aan

het conform het bouwbesluit 2003 vereiste binnong>enong>niveau van 33 dB. Aangeziong>enong> de karakteristiek

geluidwering volgong>enong>s het bouwbesluit 2003 tong>enong>minste 20 dB diong>enong>t te bedragong>enong> wordt dit pas eong>enong>

aandachtspunt bij geluidbelasting op 30 km/uur wegong>enong> vanaf 33 + 20 = 53 dB

4.2.2. Geluidsonderzoek ABOVO

ABOVO acoustics heeft eong>enong> geluidsonderzoek uitgevoerd naar de gevelbelasting op de nieuw te

bouwong>enong> woning aan de ong>Tesstraatong> 8. Het volledige rapport (nr. T 1281-2-GB) maakt als losse bijlage

deel uit van de toelichting. Hieronder volgt kort de insteek berekong>enong>ingong>enong> ong>enong> de conclusie uit het

onderzoek.

Insteek berekong>enong>ingong>enong>

Het plangebied ligt binnong>enong> de zone van de Trambaan ong>enong> de Van Heemstraweg, ong>enong> vlak langs de

ong>Tesstraatong> die als 30 km/uur weg is uitgevoerd. De afstand van de Trambaan ong>enong> de Van Heemstraweg

tot het plangebied bedraagt voor beide circa 160 m. Er is sprake van behoorlijke afscherming door

bebouwing. Voor de Trambaan is, geziong>enong> de lage intong>enong>siteit ong>enong> hoge afscherming volledig zeker dat

deze niet relevant is ong>enong> daarvoor zijn dus geong>enong> berekong>enong>ingong>enong> gemaakt. De Van Heemstraweg wordt

in de nabije toekomst afgeschaald ong>enong> veel verkeersluwer op korte termijn, doordat de N322 wordt

doorgetrokkong>enong>. De rijsnelheid wordt verlaagd. Daardoor kan hier op voorhand wordong>enong> gesteld,

dat deze geong>enong> relevante geluidbelasting op de gevels van de bestaande of geplande woning zullong>enong>

leverong>enong>. Toch is op basis van de huidige verkeersgegevong>enong>s eong>enong> indicatieve berekong>enong>ing gemaakt voor

de van Heemstraweg.

De geluidsberekong>enong>ing voor de van Heemstraweg is gebaseerd op eong>enong> verkeerssnelheid van 60

km/h ong>enong> de geluidsberekong>enong>ing voor de ong>Tesstraatong> is gebaseerd op 30 km/h. De berekong>enong>ingong>enong> latong>enong>

voor de van Heemstraweg eong>enong> mogelijke gevelbelasting van 50,7 dB ziong>enong> ong>enong> voor de ong>Tesstraatong> van

49,55 dB. Dit is exclusief de toegestane wettelijke aftrek van 5 dB als gevolg van artikel 110 g van

Wgh. De voorkeursgrong>enong>swaarde is 48 dB. Na toepassing van de toegestane aftrek van 5 dB blijft de

te verwachtong>enong> gevelbelasting in beide berekong>enong>ingong>enong> ruim onder de voorkeursgrong>enong>swaarde.

– 26 –


Conclusie onderzoek Abovo

“Het plan vereist geong>enong> Hogere waarde voor de geplande woning. Er is geong>enong> sprake van eong>enong> relevante

geluidbelasting door gezoneerde wegong>enong>. De Trambaan is zeker niet relevant ong>enong> de Van

Heemstraweg is aangetoond niet relevant.

De geluidbelasting vanwege de niet gezoneerde ong>Tesstraatong> waaraan de woning komt is mogelijk wel

relevant ong>enong> daarom doorgerekong>enong>d in het kader van eong>enong> goede ruimtelijke ordong>enong>ing. Het resultaat

ervan laat ziong>enong>, dat ook deze uiteindelijk niet relevant blijkt.

Er zijn geong>enong> wettelijke beletselong>enong> voor het plan ong>enong> er heerst ook geong>enong> relevante geluidbelasting; er

kan wordong>enong> gesprokong>enong> van eong>enong> goede ruimtelijke ordong>enong>ing voor het onderwerp geluid. “

• Vastgesteld kan wordong>enong> dat de akoestische situatie ter plaatse geong>enong> belemmeringong>enong> opwerpt

voor de ontwikkeling van dit project.

4.3. Bodem

De Wet bodembescherming (Wbb) van 3 juli 1986 vormt de basis voor de regelgeving om bodemverontreiniging

te voorkomong>enong>, beperkong>enong>, onderzoekong>enong> ong>enong> sanerong>enong>. Daarnaast regelt de wet wie

verantwoordelijk is voor de verontreiniging ong>enong> de financiële gevolgong>enong> ervan. De Woningwet

bepaalt dat de gemeong>enong>te alleong>enong> nog voor bouwwerkong>enong> die specifiek bedoeld zijn voor het verblijf

van mong>enong>song>enong>, eong>enong> bodemonderzoek (bodemtoets) moet uitvoerong>enong>. Voordat eong>enong> bestemmingsplan

kan wordong>enong> vastgesteld, moet wordong>enong> aangetoond dat de bodem ong>enong> het grondwater vrij zijn van

verontreinigingong>enong>.

• Eong>enong> verkong>enong>nong>enong>d bodemonderzoek is uitgevoerd om aan te tonong>enong> dat de bodem geschikt is

voor de geplande functie ‘Wonong>enong>’. Bureau NIPA heeft eong>enong> verkong>enong>nong>enong>d bodemonderzoek uitgevoerd

aan de ong>Tesstraatong> 8 te Bovong>enong>-Leeuwong>enong>. Het onderzoek is uitgevoerd volgong>enong>s protocol

NEN 5740:2009. Het rapport (10.11827, 14 juli 2010) maakt als losse bijlage deel uit van deze

toelichting. Hieronder volgong>enong> de conclusie ong>enong> aanbevelingong>enong> uit het rapport (zie figuur 16 voor

de kaart met boorpuntong>enong>).

Conclusies ong>enong> aanbevelingong>enong> bodemonderzoek NIPA

“Uit de resultatong>enong> van het verkong>enong>nong>enong>d bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel ong>Tesstraatong> 8

te Bovong>enong>-Leeuwong>enong>, kadastraal bekong>enong>d onder gemeong>enong>te Wamel, sectie H, nummer 37, blijkt dat

de vaste bodem licht verontreinigd is met zware metalong>enong> (barium, cadmium, cobalt, koper, nikkel

ong>enong> zink). Rond de bebouwing is in de toplaag eong>enong> licht verhoogd gehalte aan PAK gemetong>enong>. De

gehaltes aan zware metalong>enong> hebbong>enong> grotong>enong>deels waarschijnlijk eong>enong> natuurlijke oorsprong. Voor

zink ong>enong> PAK geldong>enong> voor de omgeving van de onderzoekslocatie verhoogde achtergrondwaardong>enong>.

Tevong>enong>s zijn in de toplaag over het gehele terrein sporong>enong> van bestrijdingsmiddelong>enong> gemetong>enong> (DDE

ong>enong> DDD). De aangetoonde gehaltes zijn dermate laag dat, ons inziong>enong>s, geong>enong> aanleiding bestaat

voor het uitvoerong>enong> van eong>enong> aanvullong>enong>d of nader bodemonderzoek. Tegong>enong> de evong>enong>tuele bebouwing

van de onderzoekslocatie zijn, ons inziong>enong>s, geong>enong> zwaarwegong>enong>de milieuhygiënische bezwarong>enong> aan

te voerong>enong>.

De grond die bij de herinrichting op de locatie vrijkomt, kan op de locatie wordong>enong> hergebruikt

(geslotong>enong> grondbalans). Indiong>enong> de grond elders zal wordong>enong> toegepast is het Besluit bodemkwaliteit

van toepassing. Mogelijk dat voor de toepassing elders eong>enong> partijkeuring conform het BRL1000

protocol 1001 noodzakelijk is.

Op basis van de resultatong>enong> diong>enong>t de hypothese, zoals verwoord in paragraaf 2.5 van het rapport

bodemonderzoek, in principe verworpong>enong> te wordong>enong>. De gevolgde strategie is echter als voldoong>enong>de

te beschouwong>enong>.

• De samong>enong>stelling van de bodem is niet belemmerong>enong>d voor de voorgong>enong>omong>enong> woningbouw De

gemeong>enong>te heeft ingestemd met de conclusie uit het bodemonderzoek. Dit betekong>enong>t dat het

bestemmingsplan gewijzigd kan wordong>enong>. De locatie is geschikt bevondong>enong> voor het beoogde

gebruik Wonong>enong> (met tuin). Er is geong>enong> relevante verontreiniging aanwezig.

– 27 –


Figuur 16 Boorpuntong>enong>kaart NIPA bodemonderzoekt

– 28 –


4.4. Lucht

4.4.1. Wet Luchtkwaliteit

De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet Milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is eong>enong> implemong>enong>tatie

van diverse Europese richtlijnong>enong> omtrong>enong>t luchtkwaliteit waarin onder andere grong>enong>swaardong>enong>

voor vervuilong>enong>de stoffong>enong> in de buitong>enong>lucht zijn vastgesteld ter bescherming van mong>enong>s ong>enong> milieu. In

Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) ong>enong> zwevong>enong>de deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevong>enong>de

stoffong>enong> waar de concong>enong>trationg>enong>iveaus het dichtst bij de grong>enong>swaardong>enong> liggong>enong>. Overschrijdingong>enong> van

de grong>enong>swaardong>enong> komong>enong>, uitzonderlijke situaties daargelatong>enong>, bij andere stoffong>enong> niet voor.

Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopong>enong> jarong>enong> flink is verbeterd kan Nederland niet voldoong>enong> aan

de luchtkwaliteitseisong>enong> die in 2010 van kracht zijn gewordong>enong>. De EU heeft Nederland derogatie

(uitstel) verleong>enong>d op grond van het Nationaal Samong>enong>werkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Op

1 augustus 2009 is het NSL in werking getredong>enong>.

In bijlage 3A van de ‘Regeling niet in betekong>enong>ong>enong>de mate bijdragong>enong> (NIBM)’ wordt eong>enong> lijst met

ontwikkelingong>enong> bong>enong>oemd die “niet in betekong>enong>ong>enong>de mate” bijdragong>enong> aan de verslechtering van

de luchtkwaliteit ong>enong> waarvoor geong>enong> luchtonderzoek hoeft te wordong>enong> uitgevoerd. Het bestemmingsplan

is één van de bevoegdhedong>enong> waarbij aan de luchtkwaliteit volgong>enong>s de Wet milieubeheer

(artikel 5.16, tweede lid onder c) moet wordong>enong> getoetst. De te toetsong>enong> criteria zijn:

• er is geong>enong> sprake van eong>enong> feitelijke of dreigong>enong>de overschrijding van eong>enong> grong>enong>swaarde;

• eong>enong> project leidt - al dan niet per saldo – niet tot eong>enong> verslechtering van de luchtkwaliteit;

• eong>enong> project draagt “niet in betekong>enong>ong>enong>de mate” (NIBM) bij aan eong>enong> verslechtering van de luchtkwaliteit;

• eong>enong> project past binnong>enong> het Nationaal Samong>enong>werkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), of binnong>enong>

eong>enong> regionaal programma van maatregelong>enong>.

Aannemelijk is dat eong>enong> project NIBM als het eong>enong> toong>enong>ame van de concong>enong>tratie veroorzaakt van

maximaal 3%. Wordt deze grong>enong>s niet overschredong>enong> dan hoeft geong>enong> verdere toetsing aan de grong>enong>swaardong>enong>

plaats te vindong>enong> ong>enong> zijn aanvullong>enong>de maatregelong>enong> niet nodig. Concreet betekong>enong>t dit bij:

• < 1.500 woningong>enong> (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, ong>enong> < 3.000 woningong>enong> bij minimaal

2 ontsluitingswegong>enong> met eong>enong> gelijkmatige verkeersverdeling (voorschrift 3A.2);

• < 100.000 m2 bruto vloeroppervlak (b.v.o.) bij kantoorlocaties bij minimaal 1 ontsluitingsweg,

ong>enong> < 200.000 m2 b.v.o. bij minimaal 2 ontsluitingswegong>enong> met eong>enong> gelijkmatige verkeersverdeling

(voorschrift 3A.1).

• Het planvoornemong>enong> betreft het slopong>enong> van bedrijfsbebouwing ong>enong> het toevoegong>enong> van slechts één

woning. In relatie tot de gevolgong>enong> voor de luchtkwaliteit kan gezegd wordong>enong> dat dit niet leidt tot

eong>enong> verslechtering van de luchtkwaliteit ong>enong> zondermeer past binnong>enong> de lijst van activiteitong>enong> die

als ‘NIBM’ wordong>enong> beschouwd. Verder toetsing kan uitblijvong>enong>, er zijn geong>enong> aanvullong>enong>de maatregelong>enong>

nodig.

Omgekeerde werking

Naast de toetsing van het aspect luchtkwaliteit in het kader van de Wet luchtkwaliteit moet in het

kader van eong>enong> goede ruimtelijke ordong>enong>ing wordong>enong> getoetst of de luchtkwaliteit ter plaatse van het

projectgebied aanvaardbaar is voor de beoogde functie.

• Het plangebied ligt in het buitong>enong>gebied van de gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal. In de omgeving

van het plangebied liggong>enong> geong>enong> wegong>enong> die van negatieve invloed zijn op de luchtkwaliteit.

Wel ligt tegong>enong>over het perceel eong>enong> meubelfabriek. De VNG publicatie ‘Bedrijvong>enong> ong>enong> milieuzonering’

(zie ook paragraaf 4.5) hanteert voor het aspect stof, 50 m als veilige afstand tussong>enong> eong>enong>

uitstootpunt ong>enong> de perceelgrong>enong>s van woningong>enong> in eong>enong> rustige woonwijk. Vastgesteld is dat de kortste

afstand tussong>enong> de uitlaat van de houtmotverbrandingsinstallatie ong>enong> de bestaande omliggong>enong>de

woningong>enong> minimaal 60 meter is

Er is eong>enong> apart milieuonderzoek uitgevoerd om te kijkong>enong> of de activiteitong>enong> van deze fabriek hinder

kunnong>enong> veroorzakong>enong> voor de nieuwe woning. In dit onderzoek is ook naar het aspect luchtkwaliteit

gekekong>enong>. Het rapport (Caubergh Huygong>enong>, 20082773-03) maakt als eong>enong> losse bijlage deel uit van

deze toelichting. Hieronder wordt de conclusie t.a.v. de luchtkwaliteit (in dit geval te bong>enong>oemong>enong> als

stofhinder) gegevong>enong>.

– 29 –


Conclusie stofhinder milieuonderzoek Caubergh Huygong>enong>

”De nieuwe woning is voorziong>enong> op grotere afstand tot de reeds aanwezige bronnong>enong> van stofemmissie

dan de dichtst bij gelegong>enong> bestaande woning. Daarong>enong>bovong>enong> is de nieuwe woning voorziong>enong> op

grotere afstand tot de productiehal dan de dichtst bijgelegong>enong> bestaande woning. Op de voorziong>enong>e

afstand vormt het aspect stof geong>enong> belemmering voor de realisatie van de nieuwe woning”.

• Zowel vanuit de Wet milieubeheer als vanuit eong>enong> goede ruimtelijke ordong>enong>ing (Wro) is vast te

stellong>enong> dat de luchtkwaliteit geong>enong> belemmering is voor dit plan. De blootstelling aan luchtverontreiniging

is beperkt ong>enong> leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Er wordt voldaan

aan de vereiste afstand, zoals in het onderzoek te lezong>enong> is zijn er geong>enong> belemmeringong>enong> voor

stofhinder. In het kader van eong>enong> goede ruimtelijke ordong>enong>ing is de luchtkwaliteit ter plaatse van

het plangebied aanvaardbaar.

4.5. Zonering omliggong>enong>de bedrijvong>enong>

Algemeong>enong>

Zowel de ruimtelijke ordong>enong>ing als het milieubeleid stellong>enong> zich tong>enong> doel eong>enong> goede kwaliteit van

het leefmilieu te handhavong>enong> ong>enong> te bevorderong>enong>. Om te komong>enong> tot eong>enong> verantwoorde, ruimtelijk

relevante toetsing in milieuhygiënisch opzicht van bedrijfsvestigingong>enong>, wordt gebruik gemaakt van

de zogong>enong>aamde milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrong>enong>gong>enong> van eong>enong> voldoong>enong>de

ruimtelijke scheiding tussong>enong> ong>enong>erzijds milieubelastong>enong>de bedrijvong>enong> of inrichtingong>enong> anderzijds milieugevoelige

functies als wonong>enong> ong>enong> recreërong>enong>. Daarnaast is de milieuwetgeving van toepassing.

Figuur 17 Uitsnede bedrijvigheid (Bron: prov. Gelderland)

Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Verong>enong>iging van Nederlandse

Gemeong>enong>tong>enong> (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijvong>enong>. Hierin wordt per bedrijfssoort aangegevong>enong>

welke milieu-invloed (in de vorm van geur, stof, geluid ong>enong> gevaar) hiervan kan uitgaan ong>enong> welke

afstand hierbij (minimaal) in acht gong>enong>omong>enong> moet wordong>enong>. Hierbij onderscheidt de VNG diverse

omgevingstypong>enong>. Het achterliggong>enong>de idee is dat de gevoeligheid van eong>enong> gebied voor bepaalde

hinder afhankelijk is van het omgevingstype. De door de VNG aangegevong>enong> afstandong>enong> betreffong>enong>

eong>enong> rustige woonwijk. De mate van milieuhinder bepaalt in welke van de zes milieucategorieën eong>enong>

bedrijfssoort is ingedeeld. Daarbij omvat categorie 1 de lichtste ong>enong> categorie 6 de zwaarste vormong>enong>

van bedrijvigheid. In principe is bedrijvigheid behorong>enong>de tot de categorie 1 goed te mong>enong>gong>enong> met de

functie wonong>enong>, dit geldt in de meeste gevallong>enong> ook voor de categorie 2-bedrijvong>enong>. Het is wong>enong>selijk

om de bedrijvigheid in de categorie 3 te clusterong>enong> ong>enong> eong>enong> zonering in acht te nemong>enong>. Vanaf categorie

4 is mong>enong>ging met milieugevoelige functies niet mogelijk.

– 30 –


• Het plangebied ligt in eong>enong> gemong>enong>gd gebied waarin naast vrijstaande woningong>enong> ook diverse

bedrijvong>enong> aanwezig zijn (zie figuur 17). In onderstaande tabel zijn de bedrijvong>enong> in de directe

omgeving bong>enong>oemd met de door de VNG aangegevong>enong> milieucategorie ong>enong> de daarbij behorong>enong>de

grootste hinderafstand (zie figuur 18). De overige bedrijvigheid in het gebied is te rubricerong>enong>

onder bouwnijverheid, recycling ong>enong> demontage ong>enong> (voormalig) agrarisch. De bedrijvong>enong> liggong>enong>

op voldoong>enong>de afstand van het plangebied om evong>enong>tuele hinder te voorkomong>enong>. Zie voor verdere

informatie over de Meubelfabriek paragraaf 3.5.1.

Adres Omschrijving Milieucategorie

ong>Tesstraatong> 14 f.h.g. van Emmersloot ,

bouwnijverheid

Grootste hinderafstand in

rustige woonwijk

2/3.1 50 m (< 1000 m 2 ) of 100

m (>1000 m 2 )

Afstand

tot plangebied

80 m

Van Heemstraweg 26 Agrarisch bedrijf, landbouw,

3.2 100 m 150 m

bosbouw ong>enong> visserij

Waterstraat 2 Agrarisch bedrijf, Landbouw,

3.2 100 m 150 m

bosbouw ong>enong> visserij,

loon

Waterstraat 6 3b meubel bv. industrie 2 50 m 60 m

Waterstraat 1 Maas & Waalse Dozong>enong>handel

2 30 m 210 m

, groot- ong>enong> detailhandel,

reparatie van auto’s

Van Heemstraweg 29 Oriong>enong>tal wokrestaurant, 1 10 m 235 m

logies-, maaltijd- ong>enong> drankverstrekking

Figuur 18 Tabel bedrijvigheid in de omgeving

4.5.1. Milieuonderzoek Caubergh Huygong>enong>

De gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal heeft aangegevong>enong> dat de activiteitong>enong> van het tegong>enong>over het

plangebied liggong>enong>de bedrijf 3B-meubelong>enong> mogelijk belemmerong>enong>d kunnong>enong> zijn voor het planvoornemong>enong>.

Ook moet uit oogpunt van eong>enong> goede ruimtelijke ordong>enong>ing onderzocht wordong>enong> of het

planvoornemong>enong> niet belemmerong>enong>d is voor de bedrijfsvoering van het bedrijf.

Caubergh Huygong>enong> (Raadgevong>enong>de ingong>enong>ieurs BV) is daarom gevraagd eong>enong> onderzoek te doong>enong> naar

de relevantie milieuaspectong>enong>. Het rapport (20082773-03 d.d. 18 maart 2009) maakt als eong>enong> losse

bijlage deel uit van deze toelichting. Hieronder wordt eong>enong> korte samong>enong>vatting gegevong>enong>.

De gemeong>enong>te heeft aangegevong>enong> dat mogelijke belemmering bestaan uit de aspectong>enong> geur, stof,

geluid ong>enong> gevaar van het bedrijf 3B- meubelong>enong>. In het onderzoek zijn tong>enong> aanziong>enong> van deze aspectong>enong>

de volgong>enong>de conclusies getrokkong>enong>.

Geluid:

“Op 30 meter van de productiehal zal de geluidimmissie vanwege het bedrijf voldoong>enong> aan de

normstelling die de gemeong>enong>te hanteert. De geluidniveaus zijn dus vergunbaar. Bijgevolg is er sprake

van eong>enong> voldoong>enong>de akoestisch leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woning.

Indirecte hinder vanwege het bedrijf voldoet ruimschoots aan de voorschriftong>enong> uit de vergunning.

Bijgevolg is er geong>enong> belemmering tong>enong> aanziong>enong> van indirecte hinder. De vergunde geluidrechtong>enong> van

het bedrijf wordong>enong> niet bijkomong>enong>d beperkt door de realisatie van de nieuwe woning.

Geur:

Bij eong>enong> afstand van 30 meter tussong>enong> de voorgevel van de nieuwe woning ong>enong> de productiehal is bij

de nieuwe woning geong>enong> geurhinder te verwachtong>enong> tong>enong> gevolge van de bestaande bronnong>enong> ong>enong> zal

het bedrijf niet bijkomong>enong>d beperkt wordong>enong> door de nieuwe woning bij toekomstige ontwikkelingong>enong>.

Stof:

De nieuwe woning is voorziong>enong> op grotere afstand tot de reeds aanwezige bronnong>enong> van stofemmissie

dan de dichtst bij gelegong>enong> bestaande woning. Daarong>enong>bovong>enong> is de nieuwe woning voorziong>enong> op

– 31 –


grotere afstand tot de productiehal dan de dichtst bijgelegong>enong> bestaande woning. Op de voorziong>enong>e

afstand vormt het aspect stof geong>enong> belemmering voor de realisatie van de nieuwe woning.

Gevaar:

3b-meubelong>enong> voldoet aan recong>enong>te/vigerong>enong>de wetgeving indiong>enong> de nieuwe woning wordt gerealiseerd

op 30 meter van de productiehal. Het bedrijf wordt niet belemmerd door de realisatie van

de woning.“

• Zoals vastgesteld in het door Caubergh Huygong>enong>s uitgevoerde onderzoek levert de aanwezigheid

van de meubelfabriek 3b zowel uit oogpunt van milieuzonering als uit oogpunt van de externe

veiligheid geong>enong> belemmering op voor het planvoornemong>enong>. Ook wordt de bedrijfsvoering niet

belemmerd door de realisatie van de woning.

4.5.2. Wet geurhinder ong>enong> veehouderij

Sinds januari 2007 is de nieuwe Wet geurhinder ong>enong> veehouderij van kracht. Deze wet werkt niet

langer met stankcirkels om het effect op leefniveau aan te gevong>enong> maar geeft normong>enong> voor de

geurbelasting die eong>enong> veehouderij mag veroorzakong>enong> op eong>enong> geurgevoelig project (bijvoorbeeld

eong>enong> woning). De geurbelasting (emissie van geur) wordt niet meer uitgedrukt in Mest Varkong>enong>

eong>enong>hedong>enong> (MVE’s ) maar in Odour units per seconde. De geurbelasting wordt nu berekong>enong>d met eong>enong>

verspreidingsmodel (V-Stacks gong>enong>oemd) ong>enong> wordt uitgedrukt in geureong>enong>hedong>enong> per m 3. Dit geldt

alleong>enong> voor dierong>enong> waarvoor de geuremissiefactorong>enong> zijn opgong>enong>omong>enong> in de Regeling geurhinder ong>enong>

veehouderij (dec. 2006).

De stankcirkels geldong>enong> alleong>enong> nog voor vergunningong>enong> verleong>enong>d onder het oude geurbeleid, dus voor

vergunningong>enong> beschikt voor 1 januari 2007. Zelfs dan gevong>enong> ze slechts eong>enong> vereong>enong>voudigde bong>enong>adering.

Voor de vergunningong>enong> na januari 2007 zijn soms nog wel gewoon stankcirkels weergevong>enong>.

Deze gevong>enong> slechts eong>enong> eerste indicatie van het geureffect ong>enong> hebbong>enong> geong>enong> juridische betekong>enong>is

meer.

Toetsing Wet Geurhinder ong>enong> veehouderij voormalige bedrijfswoning ong>enong> nieuwe wonging

Artikel 14, lid 2 ong>enong> 3 van de Wet geurhinder ong>enong> veehouderij gevong>enong> aan hoe om te gaan met geurhinder

voor eong>enong> voormalige bedrijfswoning of eong>enong> nieuwe woning in samong>enong>hang met de sloop van

voormalige bedrijfsbebouwing van veehouderijong>enong>.

“2. Voor de toepassing van de artikelong>enong> 3, 4 ong>enong> 6 bedraagt de afstand tussong>enong> eong>enong> veehouderij

ong>enong> eong>enong> woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd:

a. op eong>enong> kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij,

b. in samong>enong>hang met het geheel of gedeeltelijk buitong>enong> werking stellong>enong> van de veehouderij,

ong>enong>

c. in samong>enong>hang met de sloop van de bedrijfsgebouwong>enong> die onderdeel hebbong>enong> uitgemaakt

van de veehouderij,

tong>enong> minste 100 meter indiong>enong> de woning binnong>enong> de bebouwde kom is gelegong>enong> ong>enong> tong>enong> minste

50 meter indiong>enong> de woning buitong>enong> de bebouwde kom is gelegong>enong>.

3. Het tweede lid is van overeong>enong>komstige toepassing op eong>enong> geurgevoelig object dat op de

in dat lid bedoelde kavel aanwezig is.”

• Er zijn geong>enong> belemmeringong>enong> voor (geur)hinder voor de nieuwe woning. Er liggong>enong> geong>enong> veehouderijong>enong>

binnong>enong> 50 m van de nieuwe woning ong>enong> er zijn geong>enong> milieucirkels van bedrijvong>enong> die

het plangebied rakong>enong>. Eong>enong> goed woon- ong>enong> leefklimaat kan hierdoor gegarandeerd wordong>enong>. De

bedrijvigheid in de directe omgeving is goed verong>enong>igbaar met de woonfunctie. De woonfunctie

is anderzijds ook niet belemmerong>enong>d voor de bedrijfsvoering van omliggong>enong>de bedrijvong>enong>.

4.6. Externe veiligheid

Het Besluit externe veiligheid inrichtingong>enong> (Bevi) legt veiligheidsnormong>enong> op aan bedrijvong>enong> die eong>enong>

risico vormong>enong> voor personong>enong> buitong>enong> het bedrijfsterrein. Deze bedrijvong>enong> verrichtong>enong> soms risicovolle

activiteitong>enong> dichtbij kwetsbare objectong>enong> ong>enong> beperkt kwetsbare objectong>enong>. Tijdong>enong>s de productie, de

opslag, gebruik ong>enong> het transport kunnong>enong> zich calamiteitong>enong> voordoong>enong> waardoor de veiligheid van de

omgeving in het geding is. Daardoor ontstaan risico’s voor mong>enong>song>enong> die in de buurt ervan wonong>enong>

– 32 –


of werkong>enong>. Het besluit wil die risico’s beperkong>enong>. Het verplicht gemeong>enong>tong>enong> ong>enong> provincies wettelijk

vanaf 1 april 2004 bij het verlong>enong>ong>enong> van milieuvergunningong>enong> ong>enong> het makong>enong> van bestemmingsplannong>enong>

rekong>enong>ing te houdong>enong> met externe veiligheid. Het besluit bevat eisong>enong> voor het plaatsgebondong>enong>

risico ong>enong> het groepsrisico. Het plaatsgebondong>enong> risico (PR) is het risico op eong>enong> plaats buitong>enong> eong>enong>

inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat eong>enong> persoon die onafgebrokong>enong> ong>enong> onbeschermd op

die plaats zou verblijvong>enong>, overlijdt als rechtstreeks gevolg van eong>enong> ongewoon voorval binnong>enong> die

inrichting waarbij eong>enong> gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokkong>enong> is. Het

groepsrisico (GR) legt eong>enong> relatie tussong>enong> de kans op eong>enong> ramp ong>enong> het aantal mogelijke slachtoffers.

Het risico geeft aan hoe groot de kans is dat bij eong>enong> ongeval bij eong>enong> risicolocatie 10, 100 of 1000

slachtoffers tegelijk vallong>enong>. Dit risico is daardoor eong>enong> maatstaf voor de verwachte omvang van

eong>enong> ramp. Voor het groepsrisico geldt eong>enong> oriëntatiewaarde. Dit is geong>enong> norm, maar eong>enong> ijkpunt.

Overhedong>enong> moetong>enong> iedere verandering bovong>enong> of onder deze waarde verantwoordong>enong>. Op grond

van deze risico’s heeft VROM veiligheidsafstandong>enong> bepaald.

Figuur 19 Uitsnede risicokaart (Bron: prov. Gelderland)

• Op de risicokaart is te ziong>enong> dat de dichtstbijzijnde risicovolle bron op ruim 700 m van het plangebied

liggong>enong>(zie figuur 19). Het betreft eong>enong> vulpunt punt voor LPG aan de van Heemstraweg.

De risicocontour van dit punt raakt het plangebied niet. Andere risicobronnong>enong> bevindong>enong> zich op

eong>enong> nog grotere afstand ong>enong> hebbong>enong> geong>enong> uitwerking op het plangebied.

Over de Van Heemstraweg, die op korte afstand van het plangebied is gelegong>enong> vindt uitsluitong>enong>d

regulier transport van gevaarlijke stoffong>enong> plaats. Er is geong>enong> sprake van eong>enong> PR-contour buitong>enong> de

rand van de weg. Door de geringe hoeveelheid transport is er geong>enong> noodzaak tot eong>enong> gedetailleerde

beoordeling van het groepsrisico. Andere transportmodaliteitong>enong> (buisleidingong>enong>, waterwegong>enong>) zijn

in ong>enong> in de nabijheid van het plangebied niet aanwezig.

• Wel bevindt het gebied zich in overstromingsgebied. De locatie ligt tussong>enong> twee grote rivierong>enong>

in. Het gebied waar de locatie ligt is daarom ook aangewezong>enong> als overstromingsgebied op de

kaart. De risicokaart spreekt van eong>enong> overstroming als eong>enong> gebied onder water loopt ong>enong> hierbij

in het algemeong>enong> eong>enong> waterstand (diepte) van tong>enong> minste 1 meter ontstaat. Mogelijke overstromingsgebiedong>enong>

op de risicokaart hebbong>enong> eong>enong> kans van 1 op 4000 om onder te lopong>enong>. Ook staan

er gebiedong>enong> op die in 1993 of 1995 overstroomdong>enong> of werdong>enong> bedreigd.

– 33 –


4.7. Ecologie

Bij ruimtelijke ingrepong>enong> zoals de bouw van nieuwe woningong>enong> of eong>enong> bedrijf moet rekong>enong>ing gehoudong>enong>

wordong>enong> met de aanwezige natuurwaardong>enong> van het plangebied ong>enong> omgeving. Hierbij kan

onderscheid gemaakt wordong>enong> tussong>enong> gebiedsbescherming ong>enong> soortong>enong>bescherming.

4.7.1. Gebiedsbescherming

Natuurbeschermingswet

Met de inwerkingtreding van de nieuwe Natuurbeschermingswet 1998 in oktober 2005 is de

Europese wet- ong>enong> regelgeving volledig in de Nederlandse wetgeving geïmplemong>enong>teerd. De NBwet

ziet toe op de bescherming van specifiek aangewezong>enong> gebiedong>enong> tong>enong> behoeve van specifieke

instandhoudingsdoelong>enong>. Het plangebied ligt tong>enong> zuidong>enong> van de door de NB-wet beschermde Natura

2000-gebied “Uiterwaardong>enong> Waal”. Geziong>enong> de afstand (700 m) tussong>enong> dit beschermde gebied ong>enong>

het plangebied ong>enong> de aard van de ingreep, doet het voornemong>enong> geong>enong> afbreuk aan de instandhouding

van deze gebiedong>enong> Het planvoornemong>enong> doet dan ook geong>enong> afbreuk aan de instandhouding

van deze gebiedong>enong>. Eong>enong> nadere beoordeling is niet nodig.

Plangebied

Figuur 20 Uitsnede Ecologische hoofdstructuur (Bron: prov. Gelderland)

Ecologische Hoofdstructuur

De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is het beoogde samong>enong>hangong>enong>de netwerk van kwalitatief

hoogwaardige natuurgebiedong>enong> ong>enong> natuurrijke cultuurlandschappong>enong> in Nederland. Dit wordt gerealiseerd

door vergroting van natuurgebiedong>enong>, ontwikkeling van nieuwe natuurgebiedong>enong>, aangepast

agrarisch(-natuur) beheer ong>enong> aanleg van ecologische verbindingszones. Op de EHS kaart is te ziong>enong>

dat diverse grotere ong>enong> kleinere gebiedong>enong> in de omgeving deel uit makong>enong> van de EHS. Dit betreft

vooral de uiterwaardong>enong> van de Waal.

• Het plangebied valt niet binnong>enong> de EHS (zie figuur 20). Het voornemong>enong> heeft door zijn aard ong>enong>

omvang geong>enong> invloed op de kernkwaliteitong>enong> van de EHS. Vanuit het provinciale natuurbeleid is

er daarom geong>enong> bezwaar tegong>enong> het voornemong>enong>.

– 34 –


4.7.2. Soortong>enong>bescherming

Flora- ong>enong> Faunawet

De Flora- ong>enong> Faunawet is eong>enong> soortbeschermingwet. De intong>enong>tie van de wet is niet het beschermong>enong>

van individuele organismong>enong>, maar de duurzame instandhouding van soortong>enong>. Indiong>enong> voldoong>enong>de

voorzorgsmaatregelong>enong> wordong>enong> gong>enong>omong>enong> lijkt het voornemong>enong> uitvoerbaar binnong>enong> de Flora- ong>enong>

Faunawet. In het plangebied komong>enong> naar verwachting alleong>enong> algemeong>enong> beschermde flora- ong>enong> faunasoortong>enong>

voor. Deze soortong>enong> gong>enong>ietong>enong> eong>enong> algemong>enong>e vrijstelling (soortong>enong> van tabel 1 Flora ong>enong>

Faunawet) van schade als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingong>enong> ong>enong> projectong>enong>. Voor deze soortong>enong>

is geong>enong> ontheffing vereist. Met in achtneming van de algemong>enong>e zorgplicht, is eong>enong> ontheffing in het

kader van de Flora- ong>enong> Faunawet niet nodig.

Econsultancy heeft eong>enong> Quickscan flora ong>enong> fauna uitgevoerd op het plangebied. Het volledige

rapport (nr. 10043274) maakt als losse bijlage deel uit van de toelichting. Hieronder volgong>enong> de

conclusies ong>enong> aanbevelingong>enong>.

Conclusies ong>enong> aanbevelingong>enong> Quickscan Econsultancy

“Econsultancy heeft in opdracht van HSRO Stedong>enong>bouw ong>enong> ruimtelijke ontwikkeling BV eong>enong> quickscan

flora ong>enong> fauna uitgevoerd aan de ong>Tesstraatong> 8 te Bovong>enong>-Leeuwong>enong> in de gemeong>enong>te West Maas ong>enong>

Waal. De quickscan flora ong>enong> fauna is uitgevoerd in het kader van eong>enong> bestemmingsplanwijziging.

Voorgong>enong>omong>enong> ingreep

De initiatiefnemer is voornemong>enong>s om de bestemming van de huidige bedrijfswoning ong>Tesstraatong> 8

om te zettong>enong> naar woondoeleindong>enong> ong>enong> eong>enong> extra woning op de naastgelegong>enong> grond toe te voegong>enong>.

Tong>enong> behoeve van de nieuwbouw zullong>enong> circa 1.044 m2 bedrijfsgebouwong>enong> gesloopt wordong>enong> ong>enong> de

huidige bedrijfswoning wordt omgezet naar woondoeleindong>enong>. De huidige bedrijfswoning blijft ong>enong>

wordt omgezet naar burgerwoning. De siertuin achter de woning blijft evong>enong>eong>enong>s gehandhaafd.

Waarnemingong>enong> ong>enong> te verwachtong>enong> soortong>enong>:

De bebouwing op de onderzoekslocatie biedt onderkomong>enong> aan algemong>enong>e broedvogels. Steong>enong>uil

maakt incidong>enong>teel gebruik van schuur nummer IV. In schuur nummer IV zijn braakballong>enong> van steong>enong>uil

aangetroffong>enong>. De steong>enong>uil is opgong>enong>omong>enong> in de Rode Lijst 2004 van bedreigde vogelsoortong>enong>, met

als status kwetsbaar. Het nest van de steong>enong>uil is jaarrond beschermd. De hoeveelheid braakballong>enong>

ong>enong> uitwerpselong>enong> van de steong>enong>uil gevong>enong> aan dat de schuur IV slechts incidong>enong>teel wordt gebruikt.

In de schuur zijn geong>enong> nestgelegong>enong>hedong>enong> voor steong>enong>uil aanwezig. Eong>enong> vaste rust- ong>enong> verblijfplaats

van steong>enong>uil op de onderzoekslocatie is uit te sluitong>enong>. Op basis van het ontbrekong>enong> van geschikte

verblijfmogelijkhedong>enong> ong>enong> de hoeveelheid braakballong>enong>/ uitwerpselong>enong> kan wordong>enong> gesteld dat de

aanwezigheid van eong>enong> vaste rust- of verblijfplaats van steong>enong>uil op de onderzoekslocatie niet aan

de orde is. Hierdoor wordt niet verwacht dat de onderzoekslocatie onderdeel uitmaak van het

functioneel leefgebied van deze strong>enong>g beschermde soort.

Schuur IV is wegong>enong>s vele tochtgatong>enong> zeer weergevoelig. Hierdoor is het klimaat in de schuur te

onstabiel om als vaste verblijfplaats voor vleermuizong>enong> te fungerong>enong>. Echter is eong>enong> incidong>enong>teel individuele

gewone grootoorvleermuis nooit uit te sluitong>enong>. Verder kunnong>enong> op de onderzoekslocatie

incidong>enong>teel algemong>enong>e soortong>enong> als konijn ong>enong> gewone pad wordong>enong> aangetroffong>enong>. Voor de overige

soortong>enong> uit de verschillong>enong>de soortgroepong>enong> vormt de onderzoekslocatie geong>enong> geschikt habitat of zijn

deze op grond van bekong>enong>de verspreidingsgegevong>enong>s of het ontbrekong>enong> van verblijfsindicaties niet te

verwachtong>enong>.

Maatregelong>enong> ter voorkoming van negatieve effectong>enong>:

Door het latong>enong> uitvoerong>enong> van eong>enong> controle op de aanwezigheid van eong>enong> broedgeval voor aanvang

van de werkzaamhedong>enong> kan over het algemeong>enong> schade aan evong>enong>tuele broedvogels wordong>enong> voorkomong>enong>.

In het kader van de algemong>enong>e zorgplicht bij het verwijderong>enong> van de beplanting rekong>enong>ing

te wordong>enong> gehoudong>enong> met eong>enong> mogelijk aanwezige soort als egel, konijn, gewone pad of bruine

kikker. In het geval van de onverhoopte aanwezigheid van eong>enong> individuele vleermuis diong>enong>ong>enong> de

werkzaamhedong>enong> tijdelijk te wordong>enong> gestaakt ong>enong> kunnong>enong> na het uitvliegong>enong> (in de avondschemering)

de werkzaamhedong>enong> wordong>enong> hervat.

Gebiedsbescherming

De EHS zal niet wordong>enong> aangetast door de herbestemming van de onderzoekslocatie. Externe

werking op overige beschermde natuurgebiedong>enong> (Natura 2000) is niet aan de orde.

– 35 –


Noodzaak tot nader onderzoek

Nader onderzoek naar het voorkomong>enong> van verschillong>enong>de soortgroepong>enong> wordt niet noodzakelijk

geacht.

Noodzaak aanvraag ontheffing Flora- ong>enong> faunawet artikel 75c

Ontheffingsaanvraag voor overtreding van verbodsbepalingong>enong> in de Flora- ong>enong> faunawet tong>enong> aanziong>enong>

van het verstorong>enong> van vaste rust- ong>enong> verblijfplaatsong>enong> is niet aan de orde.

• Binnong>enong> het voornemong>enong> zijn geong>enong> ontheffingong>enong> nodig in het kader van de Flora- ong>enong> faunawet ong>enong>/

of de Natuurbeschermingingswet 1998. Ook is het voornemong>enong> uitvoerbaar binnong>enong> het beleidskader

van de Ecologische Hoofdstructuur.

4.8. Cultuur ong>enong> Archeologie

De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem ong>enong> de inbedding ervan in de ruimtelijke

ontwikkeling is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valletta (Malta, 1992). Dit

verdrag is uitgewerkt in eong>enong> wijziging van de Monumong>enong>tong>enong>wet. 1 september 2007 is de wet op

de archeologische monumong>enong>tong>enong>zorg in werking getredong>enong>. Hiermee wordong>enong> de uitgangspuntong>enong>

van het Verdrag van Malta binnong>enong> de Nederlandse wetgeving geïmplemong>enong>teerd. De wet regelt de

bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling

ong>enong> de financiering van opgravingong>enong>.

Figuur 21 Uitsnede Indicatieve Archeologische Waardong>enong>kaart, (Bron IKAW)

Plangebied

• Op de provinciale archeologische ong>enong> cultuurhistorische waardong>enong>- ong>enong> verwachtingong>enong>kaart (IKAW)

evong>enong>als op de KICH-kaart is te ziong>enong> dat het plangebied, in het deel waar de nieuwbouw gepland

is, eong>enong> middelhoge archeologische verwachting heeft (zie figuur 21).

4.8.1. Archeologisch vooronderzoek

E. Heunks heeft eong>enong> archeologisch vooronderzoek uitgevoerd om eong>enong> zorgvuldige omgang met

(mogelijk) aanwezige archeologische waardong>enong> te waarborgong>enong>. Het onderzoek bestaat uit eong>enong>

bureaustudie, waarin de locatiespecifieke archeologische, bodemkundige ong>enong> landschappelijke

kong>enong>merkong>enong> zijn geïnvong>enong>tariseerd. De bureaustudie voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse

Archeologie versie 3.2. Op basis van de resultatong>enong> van deze studie diong>enong>t het bevoegd gezag

– 36 –


Figuur 22 Uitsnede fundatieplan: (Bron: Ingong>enong>ieursbureau Middelhuis ong>enong> Schleipfong>enong>bauer)

– 37 –


(gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal) eong>enong> afgewogong>enong> beslissing te kunnong>enong> nemong>enong> tong>enong> aanziong>enong> van

het vervolgtraject. Het rapport (EH 012011) maakt als losse bijlage deel uit van deze toelichting.

Hieronder volgong>enong> de conclusie ong>enong> aanbevelingong>enong> uit het rapport.

Conclusie

“Op basis van de paleogeografische opbouw (oeverwallong>enong> van Waalstroomgordel ong>enong> stroomgordel

van Leeuwong>enong>) is er in het plangebied sprake van eong>enong> middelmatige tot hoge archeologische verwachting

voor archeologische restong>enong> uit de periode IJzertijd- Nieuwe tijd. Dit stemt overeong>enong> met

de verschillong>enong>de beschikbare archeologische verwachtingskaartong>enong> (IKAW, CHW). Er zijn binnong>enong> de

grong>enong>zong>enong> van het plangebied geong>enong> geregistreerde vindplaatsong>enong> bekong>enong>d.

In principe kunnong>enong> binnong>enong> het plangebied vanaf de onderkant van de bouwvoor/verstoorde bovong>enong>grond

archeologische restong>enong> wordong>enong> aangetroffong>enong>. Op basis van de boorresultatong>enong> in het kader

van milieuonderzoek mag wordong>enong> gesteld dat de huidige minimale verstoringsdiepte onder ong>enong>

direct rondom de bebouwde oppervlakkong>enong> 50 cm bedraagt gerekong>enong>d vanaf het maaiveld.

Aanbevelingong>enong> in het kader van de Archeologische Monumong>enong>tong>enong>zorg (AMZ)

Hoewel er binnong>enong> het plangebied geong>enong> archeologische vindplaatsong>enong> bekong>enong>d zijn, vormt de vastgestelde

middelmatige tot hoge archeologische verwachting aanleiding om vanuit het ‘behoud in

situ beginsel’ toekomstige ingrepong>enong> te beperkong>enong> tot de huidige verstoringsdiepte. Hierbij diong>enong>t te

wordong>enong> uitgegaan van eong>enong> maximale toelaatbare werkdiepte van 50 cm gerekong>enong>d van het huidige

maaiveld. Door ophoging van het terrein kan de beschikbare ‘werkruimte’ wordong>enong> vergroot zonder

mogelijk aanwezige intacte archeologische restong>enong> in de ondergrond te verstorong>enong>.

Indiong>enong> de maximaal toelaatbare diepte (50 cm vanaf huidig maaiveld) daadwerkelijk noodzakelijk is

tong>enong> behoeve van het bouwplan, diong>enong>t het tot die diepte te vergravong>enong> oppervlak zoveel mogelijk te

wordong>enong> beperkt. Te dong>enong>kong>enong> valt daarbij aan het beperkong>enong> van het graafwerk tot de noodzakelijke

funderingssleuvong>enong> (dus geong>enong> vlakdekkong>enong>de bouwput) ong>enong> het minimaliserong>enong> van het aantal heipalong>enong>

(in geval van eong>enong> palong>enong>fundering).

Indiong>enong> binnong>enong> het plangebied grootschalige vergravingong>enong> dieper dan 50 cm vanaf het huidige maaiveld

toch noodzakelijk zijn, zal vanuit eong>enong> zorgvuldige omgang met het archeologisch erfgoed

(conform de nieuwe Monumong>enong>tong>enong>wet) aanvullong>enong>d archeologisch veldonderzoek noodzakelijk zijn

om de aan- of afwezigheid van archeologische waardong>enong> vast te stellong>enong>.

Uitgaande van bovong>enong>gestelde randvoorwaardong>enong> geldong>enong> er vanuit archeologisch oogpunt geong>enong>

belemmeringong>enong> tong>enong> aanziong>enong> van de voorgestelde bouwplannong>enong>. Het is uiteindelijk aan het Bevoegd

Gezag (gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal) te beslissong>enong> hoe om te gaan met het voorgestelde bouwplan

in het kader van eong>enong> zorgvuldige archeologische monumong>enong>tong>enong>zorg.”

4.8.2. Selectiebesluit archeologie

De gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal heeft gebaseerd op de inhoud van het archeologisch vooronderzoek

ong>enong> bestaand beleid eong>enong> selectiebesluit vastgesteld. De inhoud van het selectiebesluit is

verwerkt in de regels van dit bestemmingsplan. Zie voor het volledige selectiebesluit figuur 24 t/,

28 in deze toelichting. Onderstaand volgt kort samong>enong>gevat de strekking van het selectiebesluit.

Citatong>enong> selectiebesluit

“De gemeong>enong>te in haar rol als bevoegd gezag inzake archeologie is het in grote lijnong>enong> eong>enong>s met de

conclusies ong>enong> aanbevelingong>enong> van Heunks. De gemeong>enong>te gedoogt dat de omtrek van de nieuwe

bebouwing niet geheel overeong>enong>komt met de rooilijnong>enong> van de bestaande bebouwing. Formeel zal

er sprake zijn van nieuwe bebouwing (waaronder fundering), dus nieuwe verstoring, ong>enong> daarmee

eong>enong> onderzoeksplicht. Desalniettemin gaat de gemeong>enong>te ervan uit dat de verstoring als gevolg van

de twee nieuwe opstallong>enong> in termong>enong> van diepte niet groter zal zijn dan de huidige verstoring. De

twee opstallong>enong> kunnong>enong> dus zonder archeologisch onderzoek wordong>enong> gerealiseerd”.

“Concreet stelt de gemeong>enong>te als eis aan de initiatiefnemer eong>enong> bufferlaag van 35 cm te creërong>enong> ong>enong>

veilig te stellong>enong>. Dat kan door aantoonbaar niet dieper te verstorong>enong> dan 15 cm onder huidig maaiveld

dan wel verhoging van het huidige maaiveld. De Gemeong>enong>te gaat akkoord met eong>enong> ophoging

van 25 cm. Hiermee ontstaat eong>enong> gebruiksdiepte van 40 cm die de Gemeong>enong>te toereikong>enong>d acht voor

normaal tuingebruik ong>enong> beplanting”.

– 38 –


De ligging van het plangebied op eong>enong> (zandige) stroomgordel betekong>enong>t dat eong>enong> voor huidige

bestemming gebruikelijke ophoging geong>enong> nadelige effectong>enong> zal hebbong>enong> op het mogelijke archeologische

erfgoed.

De Gemeong>enong>te heeft initiatiefnemer verzocht informatie te verschaffong>enong> waaruit blijkt op welke wijze

deze voldoet aan de gestelde eisong>enong>. Eong>enong> funderingsplan van de woning ong>enong> het te realiserong>enong> bijgebouw

is aangeleverd. ”

• Kort samong>enong>gevat betekong>enong>t het dat voor het gebruik van de tuin de betreffong>enong>de grondong>enong> dusdanig

opgehoogd (25 cm) moet wordong>enong> dat daarmee de archeologische toplaag veiliggesteld

wordt. Eong>enong> ong>enong> ander moet weergegevong>enong> wordong>enong> in eong>enong> plan van aanpak dat ter goedkeuring

voorgelegd moet wordong>enong> aan Burgemeester ong>enong> Wethouders. Eong>enong> funderingsplan is inmiddels

overlegd. Zie figuur 11 t/m 13 voor de bestaande ong>enong> nieuwe profielong>enong> ong>enong> figuur 22‚ voor het

funderingsplan.

4.8.3. Cultuurhistorische waardong>enong>

Wijziging Bro tong>enong> aanziong>enong> van borging erfgoedwaardong>enong>

Door wijziging van artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Bro diong>enong>ong>enong> sinds 1 januari 2012

cultuurhistorische waardong>enong> uitdrukkelijk te wordong>enong> meegewogong>enong> bij het vaststellong>enong> van bestemmingsplannong>enong>

(zie ook 3.1.3). Dat betekong>enong>t dat bij nieuwe ontwikkelingong>enong> aandacht moet wordong>enong>

gegevong>enong> aan de aanwezigheid ong>enong> waar nodig de bescherming van nog aanwezige cultuurhistorische

waardong>enong> in eong>enong> bestemmingsplangebied.

• In het plangebied zijn geong>enong> bovong>enong>grondse cultuurhistorische waardong>enong> aanwezig. Op de locatie

bevindong>enong> zich gebouwong>enong> van eong>enong> voormalig fruitbedrijf, waaronder eong>enong> bedrijfswoning.

Rondom de bebouwing ligt bestrating ong>enong> weides/gazons. De weides aan de zuidzijde wordong>enong>

begraasd door schapong>enong>. De archeologische waardong>enong> zijn gewaarborgd via het selectiebesluit ong>enong>

de voorgong>enong>omong>enong> ophoging (zie 4.8.2). Geziong>enong> de afwezigheid vormong>enong> de bovong>enong>grondse cultuurhistorische

waardong>enong> geong>enong> belemmering voor uitvoering van het planvoornemong>enong>.

– 39 –


Figuur 24 Selectiebesluit Archeologie pag 1, gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal, 6 maart 2012

– 40 –


Figuur 25 Selectiebesluit Archeologie pag 2, gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal, 6 maart 2012

– 41 –


Figuur 26 Selectiebesluit Archeologie pag 3, gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal, 6 maart 2012

– 42 –


Figuur 27 Selectiebesluit Archeologie pag 4, gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal, 6 maart 2012


– 43 –


Figuur 28 Selectiebesluit Archeologie pag 5, gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal, 6 maart 2012

– 44 –


5. Juridische planopzet

In dit hoofdstuk wordong>enong> de regels van dit postzegelbestemmingsplan kort toegelicht. Het plangebied

ligt in het buitong>enong>gebied van de gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal. Op het plangebied is het

bestemmingsplan ‘ong>Buitong>enong>gebiedong> integrale herziong>enong>ing’ van de gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal van

toepassing. Dit plan bestemt de locatie als ‘Agrarisch’. Om het planvoornemong>enong> mogelijk te makong>enong>

moet dit gewijzigd wordong>enong> in de bestemming ‘Wonong>enong>’ ong>enong> moet eong>enong> bouwvlak voor de nieuwe

woning wordong>enong> toegevoegd.

5.1. Plansystematiek

Algemeong>enong>

In deze paragraaf wordt eong>enong> nadere toelichting gegevong>enong> op het juridisch bindong>enong>de gedeelte van

voorliggong>enong>d bestemmingsplan. Het juridisch bindong>enong>de gedeelte van eong>enong> bestemmingsplan volgong>enong>s

de nieuwe Wro bestaat uit de verbeelding (voorheong>enong> plankaart) ong>enong> de regels (voorheong>enong> voorschriftong>enong>).

In combinatie met de planregels krijgong>enong> de bestemmingsvlakkong>enong> ong>enong> andere aanduidingong>enong> op

de verbeelding de precieze juridische betekong>enong>is. De gekozong>enong> wijze van bestemmong>enong> komt overeong>enong>

met bestemmingsregelingong>enong> zoals die in de gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal wordong>enong> toegepast.

Binnong>enong> het plangebied zijn er geong>enong> handhavingszakong>enong> die in voorliggong>enong>d bestemmingsplan wordong>enong>

gelegaliseerd.

5.1.1. Verbeelding

Op de verbeelding hebbong>enong> alle grondong>enong> binnong>enong> het plangebied eong>enong> bestemming gekregong>enong>. Binnong>enong>

eong>enong> bestemming kunnong>enong> nadere aanduidingong>enong> zijn aangegevong>enong>. Deze aanduidingong>enong> hebbong>enong>

juridische betekong>enong>is, indiong>enong> ong>enong> voor zover deze daaraan in de regels wordt gegevong>enong>. Eong>enong> aantal

aanduidingong>enong> heeft juridisch geziong>enong> geong>enong> betekong>enong>is ong>enong> is uitsluitong>enong>d op de verbeelding aangegevong>enong>

tong>enong> behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevong>enong>s).

5.1.2. Regels

Deze toelichting betreft het bestemmingsplan ‘ong>Buitong>enong>gebiedong>, ong>Tesstraatong> 8 ong>enong> ong. Bovong>enong>-Leeuwong>enong>’

van de gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal. De regels van dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op

de regels van het bestemmingsplan ‘ong>Buitong>enong>gebiedong> integrale herziong>enong>ing’ ong>enong> recong>enong>tere vergelijkbare

plannong>enong> uit het buitong>enong>gebied van de gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal.

5.1.3. Bestemming ‘Wonong>enong>’

Voorliggong>enong>d bestemmingsplan ‘ong>Buitong>enong>gebiedong>, ong>Tesstraatong> 8 ong>enong> ong. Bovong>enong>-Leeuwong>enong>’ van de

gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal kong>enong>t aan het plangebied bestemming ‘Wonong>enong>’ toe met aangegevong>enong>

bouwvlakkong>enong> Naast de bestemming bevat het plan eong>enong> aantal algemong>enong>e bepalingong>enong>,

zoals begripsbepalingong>enong>, bepalingong>enong> omtrong>enong>t de wijze van metong>enong>, algemong>enong>e toestemmingong>enong> ong>enong>

gebruiksbepalingong>enong>, strafbaarstelling ong>enong> overgangsbepalingong>enong>. Deze min of meer standaardbepalingong>enong>

wordong>enong> hier verder niet toegelicht

5.2. Motivatie

Het perceel met daarop de bedrijfsbebouwing met aangrong>enong>zong>enong>de woning ligt in de buitong>enong>gebied

aan de ong>Tesstraatong> 8 te Bovong>enong>-Leeuwong>enong>. De gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal biedt via het VAB beleidskader

ruimte voor het omzettong>enong> van de huidige agrarische bestemming naar eong>enong> woonbestemming.

Binnong>enong> het VAB beleid heeft het realiserong>enong> van eong>enong> woongebouw de voorkeur bovong>enong> eong>enong> woning.

De mogelijkheid van het plaatsong>enong> van eong>enong> woongebouw is vanwege de voorwaardong>enong> van het VAB

beleid bekekong>enong> maar wordt op deze locatie niet mogelijk geacht vanwege ruimtelijke ong>enong> financiële

argumong>enong>tong>enong>.

In deze situatie is het realiserong>enong> van eong>enong> woongebouw te afwijkong>enong>d tegong>enong>over de bestaande bebouwing

in het gebied. De opong>enong> uitstraling ong>enong> zichtlijnong>enong> van het plangebied zoudong>enong> door de bouw van

eong>enong> woongebouw teveel wordong>enong> aangetast. Ook is het beschikbare budget niet voldoong>enong>de voor

de bouw van eong>enong> woongebouw. De keuze is daarom gevallong>enong> op de toevoeging van één woning.

– 45 –


Het slopong>enong> van de bestaande niet meer in gebruik zijnde bedrijfsbebouwing draagt bij aan het

verbeterong>enong> van de ruimtelijke kwaliteit. Het toevoegong>enong> van de woning draagt bij aan het instand

houdong>enong> van de bong>enong>odigde voorziong>enong>ingong>enong> nodig voor eong>enong> vitaal platteland. Ook is het plan ondersteunong>enong>d

voor de bestaande behoefte aan landelijk wonong>enong>. Na het slopong>enong> van bijna 1050 m 2

loodsong>enong> ong>enong> opstallong>enong> wordt op de locatie van eong>enong> deel van deze opstallong>enong> eong>enong> nieuwe woning met

bijgebouw geplaatst. Het plan voorziet in het realiserong>enong> van één woning met eong>enong> inhoud van 500

m 3 te vergrotong>enong> tot max. 800 m 3 ong>enong> eong>enong> bijgebouw van 80 m 2 te vergrotong>enong> tot maximaal 120 m 2 .

De maximale goothoogte bedraagt 4,5 m ong>enong> de nokhoogte mag maximaal 9 m zijn. Zie figuur 8,

9 ong>enong> 16 voor het ontwerp, de situatie ong>enong> funderingsdetails.

Positief aan het planvoornemong>enong> is het verbeterong>enong> van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied door

het verdwijnong>enong> van de opstallong>enong>. Parkeergelegong>enong>heid wordt op eigong>enong> terrein gerealiseerd.

Het planvoornemong>enong> is getoetst aan de diverse beleidskaders die geldong>enong> voor het omzettong>enong> van

de bestemming. Er zijn, zoals in de toelichting te lezong>enong> is, geong>enong> ruimtelijke of milieuhygiënische

knelpuntong>enong> naar vorong>enong> gekomong>enong> die belemmerong>enong>d zijn. De bedrijvong>enong> ong>enong> woningong>enong> in de omgeving

wordong>enong> niet beperkt in hun bedrijfsontwikkeling of woongong>enong>ot. Dit is met extra aandacht onderzocht

voor de aan de overkant van de ong>Tesstraatong> 8 gelegong>enong> meubelfabriek 3B.

Het voornemong>enong> past binnong>enong> het beleid van provincie ong>enong> gemeong>enong>te. Er is geong>enong> strijd met het Rijksbeleid.

De gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal is voornemong>enong>s medewerking te verlong>enong>ong>enong> aan het uitvoerong>enong>

van het planvoornemong>enong> ong>enong> het hiervoor noodzakelijke aanpassong>enong> van de bestemmingong>enong> door het

opstellong>enong> van dit postzegelbestemmingsplan.

– 46 –


6. Economische uitvoerbaarheid

Het plan wordt door de initiatiefnemer ontwikkeld. Alle kostong>enong> in verband met de realisatie zijn

voor rekong>enong>ing van de initiatiefnemer. Er zal door de gemeong>enong>te geong>enong> financieel risico wordong>enong> gelopong>enong>.

De gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal is niet betrokkong>enong> bij de exploitatie of investeringong>enong> van het

project. Exploitatiebijdragong>enong> of baatbelasting zijn niet aan de orde. Er wordt door de initiatiefnemer

eong>enong> planschade-overeong>enong>komst geslotong>enong> met de gemeong>enong>te West Maas ong>enong> Waal.

7. Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1. Inspraak ong>enong> overleg

Voordat bestemmingsplan ‘ong>Buitong>enong>gebiedong>, ong>Tesstraatong> 8 ong>enong> ong. Bovong>enong>-Leeuwong>enong>’, van de gemeong>enong>te

West Maas ong>enong> Waal rechtskracht verkrijgt, diong>enong>t de procedure te wordong>enong> doorlopong>enong>, zoals deze

is neergelegd in de Wet ruimtelijke ordong>enong>ing (Wro). De gemeong>enong>te past daaraan voorafgaand haar

eigong>enong> inspraakverordong>enong>ing toe.

Kort weergegevong>enong> betreft het de volgong>enong>de stappong>enong>:

• ter inzagelegging voorontwerpplan, met mogelijkheid tot inspraak ong>enong> overleg met betrokkong>enong>

instanties

• ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan met de bekong>enong>dmaking van onder meer de

mogelijkheid om schriftelijke ziong>enong>swijzong>enong> naar vorong>enong> te brong>enong>gong>enong> bij de gemeong>enong>teraad (artikel

3.8 Wro);

• vaststelling van het bestemmingsplan (inclusief de reacties op de naar vorong>enong> gebrachte ziong>enong>swijzong>enong>)

door de gemeong>enong>teraad van West Maas ong>enong> Waal;

• ter inzagelegging van het bestemmingsplan met de mogelijkheid beroep in te stellong>enong> bij de

Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Daarnaast vindt gedurong>enong>de de procedure overleg plaats met het betrokkong>enong> waterschap ong>enong> met die

diong>enong>stong>enong> van provincie ong>enong> Rijk die betrokkong>enong> zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordong>enong>ing of belast

zijn met de behartiging van belangong>enong> welke in het plan in geding zijn

7.2. Ziong>enong>swijzong>enong>

In deze paragraaf wordong>enong> te zijner tijd de ziong>enong>swijzong>enong> op het voorontwerp bestemmingsplan ong>enong> de

gemeong>enong>telijke reactie hierop opgong>enong>omong>enong>.

– 47 –


– 48 –


HOOGSTRAAT 1

6654 BA AFFERDERN (GLD)

WWW.HSRO.NL

INFO@HSRO.NL

TEL. 0487 - 542906

FAX. 0487 - 542905

More magazines by this user
Similar magazines