Bestemmingsplan 'Buitengebied, Blauwe Sluis 12' - Gemeente West ...

westmaasenwaal.nl
  • No tags were found...

Bestemmingsplan 'Buitengebied, Blauwe Sluis 12' - Gemeente West ...

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Blauwe Sluis 12’

Appeltern, gemeente West Maas en Waal

HSRO Stedenbouw en Ruimtelijke Ontwikkeling i.o.v. P. Coppes


Plangebied

Figuur 1 Topografische kaart

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Blauwe Sluis 12’

Versie: 3 mei 2012

Afdrukformaat: A4

Status: Voorontwerpbestemmingsplan

HSRO Stedenbouw en Ruimtelijke Ontwikkeling BV

In opdracht van: P. Coppes

– 2 –


Procedure

Bestemmingsplan ’Buitengebied, Blauwe Sluis 12’

NL.IMRO.0668.BUIBlauweSluis12-VO01

Voorontwerpbestemmingsplan

--

Publicatie voornemen, d.d.:

--

Ter inzage legging (volgens gemeentelijke inspraak), d.d:

Ontwerpbestemmingsplan

--

Publicatie door B&W (o.a. in staatscourant), d.d.:

--

Eerste ter inzagelegging 6 weken, d.d:

--

Vastgesteld gemeenteraad binnen 12 weken, d.d.:

Vastgesteld bestemmingsplan

--

Publicatie raadsbesluit (o.a in staatscourant), d.d.:

--

Binnen twee weken na vaststelling, d.d:

--

Tweede ter inzagelegging, d.d:

--

In werking, d.d.:

Beroep Abr RvS

– 3 –


Plangebied

Plangebied

Figuur 2 Luchtfoto’s plangebied en omgeving

– 4 –


Inhoud toelichting

1. Inleiding 7

1.1. Aanleiding 7

1.2. Ligging en begrenzing plangebied 7

1.3. Bij het bestemmingsplan behorende stukken 9

1.4. Vigerend Bestemmingsplan 9

1.5. Leeswijzer 10

2. Planbeschrijving 11

2.1. Het voornemen 11

2.2. Verkeer en parkeren 13

3. Beleidskader 16

3.1. Europees en Rijksbeleid 16

3.2. Provinciaal en regionaal beleid 17

3.3. Gemeentelijk beleid 20

4. Onderzoek/Verantwoording 25

4.1. Water 25

4.2. Geluid 30

4.3. Bodem 31

4.4. Lucht 32

4.5. Zonering omliggende bedrijven 33

4.6. Externe veiligheid 35

4.7. Ecologie 35

4.8. Cultuur en Archeologie 38

5. Juridische aspecten 41

5.1. Plansystematiek 41

5.2. Juridische planopzet 42

6. Motivatie 44

7. Economische uitvoerbaarheid 45

8. Overleg en inspraak 46

8.1. Algemeen 46

8.2. Inspraak en overleg 46

8.3. Zienswijzen 46

Losse bijlagen

--

De Steekproef, Inventariserend Archeologisch veldonderzoek Blauwe Sluis 8-12,

mei 2007

--

NIPA, verkennend bodemonderzoek 07.50221, 22 juni 2007

--

Definitief ontwerp verbouwing ‘De Stoep”, J. Marcus maart 2010

--

Abovo acoustics, geluids rapport: T 1295-1a-GB, 16 september 2010

--

Econsultancy, quickscan Flora en Fauna, 10063409, 29 september 2010

– 5 –


Omgeving Blauwe Sluis 12

Achterzicht op Blauwe Sluis 12, vanaf Sluissewal

Voorgevel Blauwe sluis 12

Achtergevel Blauwe Sluis 12, vanaf Sluissewal

Blauwe Sluis 8

Schuren achterzijde Blauwe Sluis 8

Figuur 3 Fotoblad plangebied en omgeving

– 6 –


Uittreksel Kadastrale Kaart

1. Inleiding

592

1145

659

50

1136

1.1. Aanleiding

Dit bestemmingsplan is opgesteld om de verbouwing tot 1146 woning en recreatieverblijfvan

twee panden aan De Blauwe Sluis 12 en 8 in Appeltern mogelijk te maken. Het

816

plangebied betreft de percelen 8 en 12 aan de Blauwe Sluis in Appeltern. Omdat

het voornemen strijdig is met het vigerende bestemmingsplan, kan het plan juridisch

gezien geen doorgang vinden. Het is nodig het bestemmingsplan ‘Buitengebied 1997’

van de gemeente West Maas en Waal te wijzigen. Naast een beschrijving

241

van het

initiatief wordt in deze toelichting 972ingegaan op de relatie met de omgeving, overheidsbeleid

en wetgeving.

• De gemeente West Maas en Waal heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het

voornemen. 660

802 565

1

Sluissewal

1.2. Ligging en begrenzing

973

plangebied

Het plangebied ligt in het buitengebied van de 1084 gemeente West Maas en Waal, in

het buurtschap ‘De Blauwe Sluis’ aan 801 de gelijknamige dijk (zie figuur 1 t/m 3). De

Blauwe Sluis grenst aan de recreatieplas de Gouden Ham en is onderdeel van het dorp

2

Appeltern. Appeltern ligt in de gemeente West Maas en Waal, ca. 6 km ten noorden

van Oss en 7 km ten zuiden van 104 Beneden Leeuwen. De Gemeente is onderdeel van de

Regio Rivierenland in de provincie Gelderland.

102

Steenkampweg

Blauwe Wetering

1077

50a

564

563

1086

14

10151

1085

1083

1081

Sluisse l

12

1080

1078

10

1082

1079

430

1087

314

8

1088

5

3

315

175

1

176

1076

1075

16

Figuur 4 Kadastrale kaart met (ingekleurd) plangebied

6

Plangebied

1074

Blauwe Sluis

Het plangebied is circa 3.350 m9a

2 groot en bestaat uit de percelen horend bij de nummers

8 en 12 aan de Blauwe 166Sluis. Het plangebied is kadastraal bekend als kadastrale

gemeente Appeltern sectie N, perceelsnummers 1078, 1080, 1081 en 1082 geheel en

193de nummers 1076, 1077 en 1079 gedeeltelijk (zie figuur 4). Het perceel 1079 tussen

nummer 12 en 8 valt deels buiten het plangebied. De bestemming 194op dit deel van het

perceel is onlangs gewijzigd van ‘Wonen’ in ‘agrarisch’ (zie ook www.ruimtelijkeplan-

223

0 m 20 m 100 m

– 7 –

Deze kaart is noordgericht Schaal 1:2000


Plangebied

Figuur 5 Vigerende plankaart ‘Buitengebied integrale herziening, 1997’, West Maas en Waal

– 8 –


nen.nl, NL.IMRO.0668.BUIBlauweSluis6en8-VA01). Het perceel behoorde voorheen

toe aan nummer 10. De woning van dit perceel wordt gesloopt en is in herbouw aan

de Blauwe Sluis tussen 6 en 8.

Het plangebied maakt onderdeel uit van het rivierenlandschap met zijn rivieren,

uiterwaarden, dijken, oeverwallen en komgebieden. De directe omgeving van het

plangebied bestaat uit een typisch oeverwallengebied met een verscheidenheid aan

functies langs de Blauwe Sluis en de bovendijk. Gezien de ligging nabij het recreatiegebied

De Gouden Ham, ligt het accent op de (verblijfs-) recreatieve functies. Het

buurtschap Blauwe Sluis bestaat hoofdzakelijk uit (verblijfs-)recreatieve functies en

lintbebouwing langs de Sluissestraat, de Bovendijk en de Blauwe Sluis. Het plangebied

is aan de zuidzijde begrensd door de weg ‘Blauwe Sluis’, aan de oostzijde door de

Blauwe Wetering/Sluissewal en aan de noordzijde door landbouwgrond.

1.3. Bij het bestemmingsplan behorende stukken

Dit bestemmingsplan bestaat uit een analoge en een digitale versie. Beide versies

bevatten de voorliggende toelichting, met daarin opgenomen de geldende regels en

de verbeelding. De digitale regels en verbeelding vormen de juridisch bindende elementen

van het bestemmingsplan.

1.4. Vigerend Bestemmingsplan

‘Buitengebied integrale herziening ’

Het plangebied valt onder het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied integrale

herziening ’ van de gemeente West Maas en Waal zoals vastgesteld is door de gemeenteraad

van West Maas en Waal op 12 november 1997 en op 6 juli 1998 goedgekeurd

door Gedeputeerde Staten van Gelderland. Het bestemmingsplan is gedeeltelijk

onherroepelijk geworden op 21 januari 2000 en geheel onherroepelijk geworden op

19 juli 2001 (zie figuur 5). Voor het plangebied geldt tevens het bestemmingsplan

‘buitengebied integrale herziening, 2006 ‘dat op 11 december 2008 is vastgesteld en

op 4 maart 2009 onherroepelijk is geworden.

Figuur 6 Verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied, Blauwe Sluis tussen 6 en 8’ (SAB 2010)

– 9 –


‘Buitengebied, Blauwe Sluis tussen 6 en 8’.

Van belang is verder, het onlangs van kracht geworden bestemmingsplan ‘Buitengebied,

Blauwe Sluis tussen 6 en 8’. Dit plan betreft de sloop van de woning aan de

blauwe sluis 10 en de herbouw ervan op een bouwkavel tussen Blauwe Sluis 6 en 8

in. De voorheen geldende bestemming ‘Wonen’ op perceel 10 is komen te vervallen

en gewijzigd in bestemming ‘Agrarisch’. Tevens is de bestemming ‘agrarisch’ op het

perceel Blauwe Sluis tussen 6 en 8 vervallen en gewijzigd in ‘Wonen’ (zie figuur 6).

Voor beide percelen geldt tevens (i.v.m. de ligging aan de dijk, een dubbelbestemming

‘Waterstaat-Waterkering’ (zie ook figuur 14). Dit plan is inmiddels vastgesteld en is

sinds 18 oktober 2010 onherroepelijk.

Binnen het plangebied gelden momenteel de volgende bestemmingen:

--

het plangebied van Blauwe Sluis 12 heeft de bestemming ‘Horeca’, zonder bedrijfswoning.

De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor de uitoefening

van Horeca. Een woning is hierbij niet toegestaan.

--

het plangebied van Blauwe sluis 8 heeft de bestemming ‘Wonen’.

• Door het ontbreken van de gewenste bestemmingen, bouwvlak en aanduidingen is uitvoering van

het planvoornemen niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan.

1.5. Leeswijzer

De toelichting is opgebouwd uit 8 hoofdstukken. Het inleidende hoofdstuk 1 beschrijft

de aanleiding en de bestaande situatie. Hoofdstuk 2 geeft de planbeschrijving weer,

waarna in hoofdstuk 3 het beleidskader aan de orde komt. In hoofdstuk 4 wordt de

haalbaarheid van het plan aangetoond voor wat betreft diverse (milieu-)aspecten,

waaronder water, archeologie, flora en fauna. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting

op de juridische aspecten en de plansystematiek. Hoofdstuk 6 geeft afsluitend een

uitgebreide motivatie van het voornemen. De hoofdstukken 7 en 8 gaan in op de

economische uitvoerbaarheid en de regels omtrent overleg en inspraak. Het planvoornemen

wordt in deze toelichting steeds getoetst aan het relevante beleid en de

milieuhygiënische aspecten. Deze ‘toetsstukjes’ beginnen steeds met een •.

– 10 –


2. Planbeschrijving

2.1. Het voornemen

Blauwe Sluis 12 is vooral bekend als voormalig bar-dancing ‘De Stoep’. Tot begin jaren

2000 is ‘De Stoep’ een begrip geweest in het Land van Maas en Waal en daarbuiten.

Het pand is nu niet meer voor die functie in gebruik, het staat leeg en geeft een

verpauperde aanblik.

Het markante pand uit 1914 is oorspronkelijk gebouwd als stoomgemaal genaamd

Blauwe Sluis (zie fotoblad figuur 3). Na 1960 heeft het gemaal door de opkomst van

diesel-gemalen zijn functie verloren. Na jaren van leegstand en verval heeft het pand

sinds 1970 een horecabestemming.

Figuur 7 3D visualisatie Blauwe Sluis 12 (J. Marcus architecten)

Er liggen nu ver uitgewerkte plannen om het markante pand te renoveren en zijn

karakteristieke uitstraling weer te herstellen. Deze renovatie is haalbaar door het

gebouw in gebruik te nemen als woning met daarnaast de inpandige bouw van 2

vakantiestudio’s (zie figuur 7 en 8). Permanente bewoning van deze studio’s wordt in

de regels van dit bestemmingsplan expliciet uitgesloten. De initiatiefnemer voor zowel

de ontwikkeling van Blauwe Sluis 12 en 8 is de familie van Gruijthuijsen.

De voorgenomen renovatie en bewoning van het pand zal de uitstraling van dit historisch

markante punt aanzienlijk verbeteren. Het voornemen levert daardoor een

positieve bijdrage aan het behoud van de cultuurhistorische waarde van het gebied

en zal ondermeer extra aantrekkingskracht uitoefenen op de recreatie in het gebied.

Het pand Blauwe Sluis 8, heeft momenteel al een woonbestemming. Het voornemen

voor dit pand betreft het realiseren van B&B verblijfsruimtes in de al in gebruik zijnde

woning. Om volwaardige B&B ruimtes aan te kunnen leggen is vergroting van het

bouwvlak met circa 50 m 2 noodzakelijk

• Om het voornemen te kunnen realiseren wordt voor het plangebied een functiewijziging naar de

bestemming ‘wonen’ gevraagd met daarop voor beide panden een onderscheidende specifieke

recreatieaanduiding. Zo krijgt Blauwe Sluis 12 een aanduiding voor het gebruik van twee vakantiewoningen

en Blauwe Sluis 8 een aanduiding voor B&B verblijven. Een uitbreiding van het bouwvlak

horend bij Blauwe Sluis 8 is nodig om het pand geschikt te maken voor bedoeld gebruik.

– 11 –


Begane grond

Vakantiestudio 1

Vakantiestudio 2

Wonen

Eerste verdieping

Wonen

Figuur 8 Plattegronden Blauwe Sluis 12 (J. Marcus architecten)

– 12 –


2.2. Verkeer en parkeren

Bereikbaarheid

Verbetering van de bereikbaarheid van de panden Blauwe Sluis 12 en 8 en het aanleggen

van de benodigde parkeerruimte is nodig bij het doorvoeren van de plannen.

Het vrijgekomen perceel van woning nr. 10 biedt hiervoor de ruimte. De bestaande

oprit behorende bij perceel 12 zal naar het vrijgekomen perceel verlegd worden ten

behoeve van een gezamenlijke toegang voor Blauwe sluis 12 en 8. Deze toerit zal

aangelegd worden met klinkerbestrating.

De woning van perceel 10 wordt momenteel herbouwd tussen Blauwe Sluis nr. 6 en

8 in. Na afronding van de bouw zal de woning van perceel 10 gesloopt worden. Om

dit plan mogelijk te maken is het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Blauwe Sluis tussen

6 en 8’ opgesteld. Het plan is inmiddels onherroepelijk. De voormalige woonbestemming

en het bouwvlak van perceel Blauwe Sluis 10 zijn verwijderd. Het perceel heeft

nu de bestemming ‘agrarisch’, met als dubbelbestemming, gezien de ligging in een

dijklichaam, ‘Waterstaat-waterkering’ (zie figuur 5). Uitvoering van de plannen voor

Blauwe Sluis 8 en 12 heeft geen planologische consequenties voor het perceel van

voorheen Blauwe Sluis 10. De agrarische bestemming blijft gehandhaafd.

• Vanwege de dubbelbestemming ‘Waterstaat-waterkering’ is voor het verleggen van de bestaande

oprit een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

vereist én een waterwetvergunning van het Waterschap Rivierenland.

Parkeren

Parkeren wordt op eigen terrein opgelost. Binnen het plangebied zal hiervoor ruimte

worden gereserveerd. Het plan voorziet in de aanleg van 10 tot 12 parkeerplaatsen

(pp). Deze pp zijn bedoeld voor zowel de bewoners als de recreanten van beide percelen.

Hiermee wordt voldaan aan de geldende parkeernorm voor de woningen en de

bijbehorende verblijfsrecreatie. Bij het vaststellen van het benodigde aantal pp, zijn de

parkeerbeleidregels van de gemeente West Maas en Waal (d.d. 01-01-2010) gevolgd.

In onderstaande tabel zijn voor de diverse functies de gevraagde parkeerplaatsen (pp)

volgens de parkeerbeleidregels van de gemeente aangegeven. Daar bovenop worden

nog twee extra parkeerplaatsen aangelegd.

Parkeerbeleidsregels WMW Blauwe Sluis 12 Blauwe Sluis 8

Woningen duurdere segment ,(= 2,1 pp 2,1 pp

> 233.000 euro) buiten centrum

2 vakantiestudio’s (afgestemd met 1 + 1 pp

functie Hotel)

2 B&B verblijven 1 + 1 pp

Minimum aantal parkeerplaatsen 4,1 = afgerond 5 pp 4,1 = afgerond 5 pp

Extra 1 pp 1 pp

Totaal aan te leggen 6 pp 6 pp

Toelichting tabel

Voor de woonfunctie van zowel Blauwe Sluis 8 als 12 is de functie van ‘een woning in

het duurdere segment’ Gevolgd. Dat betekent de aanleg van 2.1 pp. Voor de vakantiestudio’s

en de B&B verblijven zijn de richtlijnen voor de functie hotel gevolgd. Hiervoor

wordt per kamer maximaal 1 parkeerplaats gevraagd. Omgerekend komt dit op 2

parkeerplaatsen voor de vakantiestudio’s van Blauwe Sluis 12 en 2 parkeerplaatsen

voor de B&B van Blauwe Sluis 8. Totaal komt dit op 4,1 pp is afgerond 5 pp voor zowel

Blauwe Sluis 8 als 12. Daarbovenop worden nog 2 extra parkeerplaatsen aangelegd

– 13 –


Legenda

pp = 1 parkeerplaats afm. 2,5 x 5 m

5 pp Blauwe Sluis 12

5 pp Blauwe Sluis 8

2 pp extra

Toerit in klinkerbestrating

Figuur 9 Inrichtingstekening parkeren (P. Coppes, bouwkundig adviesbureau)

– 14 –


te gebruiken naar behoefte. Voor deze parkeerplaatsen is tussen de 170 en 200 m 2

verharding nodig. Mogelijk worden deze parkeerplaatsen aangelegd met waterdoorlatende

bestrating. Zie voor de terreininrichting parkeren figuur 9.

Ontsluiting

De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de Blauwe Sluis, de Sluissewal en

de Dijkgraaf de Leeuwweg, naar de provinciale Noord-Zuid en de provinciale Maas

en Waalweg.

• Een herziening van het vigerende bestemmingsplan is nodig om de beoogde ontwikkelingen juridisch-planologisch

mogelijk te maken.

– 15 –


3. Beleidskader

3.1. Europees en Rijksbeleid

3.1.1. Nota Ruimte

In de Nota ruimte wordt het nationaal ruimtelijk beleid vastgelegd tot 2020. De Nota

is begin 2006 formeel in werking getreden. De Nota Ruimte geldt als deel vier van

de PKB Nationaal Ruimtelijk Beleid, zoals aangegeven in de Wet Ruimtelijke Ordening.

De Nota Ruimte is de visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het

doel is een sterke economie, een veilige en leefbare samenleving en een aantrekkelijk

land. Onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’ verschuift het accent

van het stellen van ruimtelijke beperkingen naar het stimuleren van gewenste ontwikkelingen.

De Nota Ruimte ondersteunt gebiedsgerichte ontwikkeling waarin alle

betrokken partijen kunnen participeren. Het Rijk richt zijn aandacht met name op de

Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om versterking

van de dynamiek in de nationale stedelijke netwerken en om waarborging van de

kwaliteit van de Ecologische Hoofdstructuur en de nationale landschappen, stedelijke

netwerken en om waarborging van de kwaliteit van de Ecologische Hoofdstructuur en

de nationale landschappen.

Het nationaal ruimtelijk beleid voor steden en netwerken richt zich op voldoende

ruimte voor wonen, werken en mobiliteit en de daarbij behorende voorzieningen,

groen, recreatie, sport en water. Daarbij kiest het rijk voor versterking van de internationale

concurrentiepositie van Nederland, bevordering van krachtige steden en een

vitaal platteland, borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke

waarden en borging van de veiligheid.

In de Nota Ruimte wordt ingezet op functieverandering van gebouwen in het buitengebied.

Het betreft benutting van de bestaande, veelal leegstaande bebouwing in het

buitengebied. Teneinde leegstand tegen te gaan wordt aangespoord om leegstaande

bebouwing her te bestemmen als woonfunctie of vestigingsruimte voor kleinschalige

bedrijvigheid. Door het benutten van leegstaande bebouwing wordt de groene ruimte

niet aangetast door nieuwbouw en blijft de vitaliteit van het buitengebied behouden.

• Appeltern, Blauwe Sluis valt buiten de Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur. De Nota Ruimte is

geen direct relevant beoordelingskader. Wél zijn in de nota regels opgenomen om te zorgen voor

een generieke basiskwaliteit (o.a. luchtkwaliteit, externe veiligheid). De eisen die gesteld worden

aan de generieke basiskwaliteit worden behandeld in de hoofdstukken 8 t/m 15. De Nota bevat

ook teksten over ontwikkelingsplanologie en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. De

functieverandering van Blauwe Sluis 12 doet recht aan de Nota Ruimte en zorgt voor waarborging

en versterking van de kwaliteiten van het buitengebied.

3.1.2. Nota ruimte en Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de Nota Ruimte zijn de uitgangspunten voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland

tot 2020 vastgelegd. Op grond van het overgangsrecht heeft de Nota Ruimte een

status als structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. De Structuurvisie

Infrastructuur en Ruimte (SVIR), is op 13 maart 2012 vastgesteld. De SVIR vormt

de nieuwe, overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van

Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. De SVIR ‘Nederland concurrerend,

bereikbaar, leefbaar en veilig’ geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid

op rijksniveau. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervangt na

vaststelling onder andere de Nota Ruimte, de agenda landschap, de agenda Vitaal

Platteland en Pieken in de Delta. Daarmee is de SVIR het kader voor thematische of

gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De SVIR

– 16 –


zet twee zaken helder neer. Een scherp kader voor prioritering in het Infrafonds en een

selectief ruimtelijk beleid dat meer overlaat aan provincies en gemeenten.

Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en

groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld

het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast

wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan

(samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Afspraken over percentages

voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering

laat het Rijk los. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog

een ‘ladder’ voor duurzame verstedelijking op (gebaseerd op de ‘SER-ladder’).

• Gezien de aard en omvang van dit planvoornemen ligt de beoordelingsbevoegdheid op lokaal

niveau.

3.1.3. Besluit (algemene regels) ruimtelijke ordening

De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat

deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden

op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van

normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die

zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te

laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend

bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincie,

door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling

van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (B(ar)ro)

bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Dit kabinet kiest ervoor de

normering uit het B(ar)ro zoveel mogelijk direct te laten doorwerken op het niveau van

de lokale besluitvorming

• Het B(ar)ro geeft kaders voor toetsing van de inhoud en opbouw van bestemmingsplannen, projectbesluiten

en beheersverordeningen. In al deze stukken wordt extra aandacht gevraagd voor

de cultuurhistorische waarden, zowel onder als boven de grond. Onderstaand volgt hiervan de

(juridische) achtergrond uit het Bro.

Wijziging Bro ten aanzien van borging erfgoedwaarden

Per 1 januari 2012 treedt wijziging in Besluit ruimtelijke ordening in werking ten aanzien

van de borging van erfgoedwaarden in het bestemmingsplan. Door wijziging van

artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Bro dienen cultuurhistorische waarden

uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen.

Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische

waarden in een bestemmingsplangebied en moeten aangeven welke conclusies ze daar

aan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het bestemmingsplan.

• In paragraaf 4. 8 wordt nader ingegaan op de archeologische en cultuurhistorische waarden van

het plangebied.

3.2. Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1. Structuurvisie Gelderland

Het Streekplan ‘Gelderland 2005’ heet Structuurvisie Gelderland sinds de invoering

van de Wet ruimtelijke ordening in juli 2008. Eind 2010 is de Structuurvisie aangevuld

met de Provinciale Ruimtelijke Verordening.

In de Structuurvisie wordt uitgegaan van de sturingsfilosofie die ook in de Nota Ruimte

wordt gehanteerd: ‘Decentraal wat kan, centraal wat moet’. Een onderscheid wordt

gemaakt tussen het provinciaal belang en het domein van de gemeente. De Provincie

– 17 –


is vooral verantwoordelijk voor stedelijke functies en infrastructuur (rood raamwerk),

natuur en water (groenblauwe raamwerk). De gemeentes en de regio’s richten zich

vooral op het multifunctioneel gebied.

Daarnaast wordt er een beleidsmatig onderscheid gemaakt voor de gebieden met

een bijzondere status; de waardevolle landschappen, de concentratiegebieden voor

intensieve teelten, de ganzen- en weidevogelgebieden en groene wiggen.

Het multifunctioneel gebied beslaat het grootste deel van de provincie. Dit gebied

omvat de steden, dorpen, buurtschappen buiten de provinciaal ruimtelijke hoofdstructuur

Appeltern/Blauwe Sluis maakt deel uit van het Multifunctioneel platteland. In het

multifunctionele gebied vindt beperkte bemoeienis van de provincie plaats. De provincie

refereert qua beleid dan ook aan de Regio Rivierenland. De Regio wil in de

planvorming voor kleinschalige uitbreidingen van dorpen en linten of buurtschappen

aandacht besteden aan het concept organisch groeien. Dergelijke nieuwe, kleinschalige

uitbreidingen dienen te worden betrokken in de zoekzones voor stedelijke functies

en landschappelijke versterking.

• Binnen de structuurvisie wordt een verbeterde vitaliteit van het landelijk gebied nagestreefd. De

provincie staat dan ook positief tegenover een functieverandering van gebouwen in het buitengebied

zolang deze een impuls geven aan de leefbaarheid, vitaliteit en ruimtelijke kwaliteit van het

buitengebied. Het pand Blauwe Sluis 12 heeft momenteel door leegstand en verpaupering een

negatieve invloed op het gebied. De wijziging naar een woonbestemming met specifieke mogelijkheden

voor recreatie levert een positieve bijdrage aan het behoud en de versterking van de

leefbaarheid en vitaliteit van de omgeving. In totaliteit zal de functieverandering in combinatie met

de renovatie een positieve bijdrage leveren aan de omgevingskwaliteit. Het plan past uitstekend

binnen het provinciale woonbeleid waarin wordt verlangt dat de regionale behoefte aan landelijk

wonen in het buitengebied in beginsel in vrijgekomen gebouwen in het buitengebied geaccommodeerd

wordt.

Ontwerp Ruimtelijke Verordening Gelderland

Een van de nieuwe instrumenten waar de provincie binnen de Wro over kan beschikken

is de provinciale ruimtelijke verordening. Met deze verordening kan de provincie

gemeenten verplichten hun bestemmingsplannen binnen een bepaalde periode aan te

passen. De verordening geeft niet alleen regels over de inhoud van het plan, maar ook

over de toelichting of de onderbouwing.

• De ruimtelijke verordening is op 15 december 2010 vastgesteld door Provinciale Staten

3.2.2. Kwalitatief woonprogramma Gelderland 2010-2019 (KWP-3)

Het kwalitatief Woonprogramma 3 (KWP 3) beschrijft de woningbouw in Gelderland

voor de periode tussen 2010 en 2019. Het betreft een kaderstellende nota, waarbij op

regionaal niveau een inventarisatie is gemaakt van de woningbouwprogramma’s en de

uit onderzoek gebleken behoefte aan woningen. Deze behoefte is zowel kwalitatief

als kwantitatief. Op lokaal niveau wordt dit doorvertaald in een Lokaal Kwalitatief

Woonprogramma.

• Voorliggend plan voorziet in de toevoeging van één woning samen met het vergroten en verbreden

van het bestaande aanbod in verblijfsaccommodatie. Het provinciale beleid is niet belemmerend

voor de planontwikkeling.

Structuurvisie Rivierenland 2004 - 2015

De Structuurvisie Rivierenland is opgesteld als bouwsteen in het kader van het Streekplan

Gelderland. De Structuurvisie is een integratie kader van bestaande plannen en

of de ruimtelijke elementen uit die plannen. In de structuurvisie wordt het begrip

‘organisch groeien’ geïntroduceerd. Het is een belangrijk punt om de identiteit van

– 18 –


de kerkdorpen te behouden. De identiteit staat onder druk doordat bij vele uitbreidingen

veelal uniforme bouwstijlen met uniforme bouwmaterialen zijn toegepast. Een

uitbreidingswijk ziet er in een stad in het noorden van Nederland hetzelfde uit als een

uitbreidingswijk in een dorp in het zuiden van Nederland. De uitbreiding moet worden

afgestemd op haar omgeving (huidige bebouwing, cultuurhistorische elementen, etc.).

De ruimtelijke kwaliteit van het dorp zal hierdoor worden versterkt. Voor wonen en

werken acht de structuurvisie het Experiment Ruimtelijk Beleid leidend (tot 2015).

De zoekgebieden voor verstedelijking staan op de kaart ‘Zoekzones Deeluitwerking

Regio Rivierenland’. De verhouding tussen te bouwen huur- en koopwoningen moet

veranderen. Het doel is om meer huur-, starters- en senioren woningen te realiseren.

Daarbij moet gekeken worden naar de verhouding tussen het aantal eengezinswoningen

en meergezinswoningen. Ook moeten de mogelijkheden voor herstructurering

van bestaande bouw in ogenschouw worden genomen.

De Structuurvisie Rivierenland 2004-2015 (januari 2004) formuleert als hoofdopgave

het behouden en versterken van het unieke karakter van de regio rond de ruimtelijke

structuurdragers die de eigenheid van dit landschap bepalen. De ruimtelijke structuurdragers

zijn de uiterwaarden, dijken, oeverwallen en kommen en het cultuurhistorische

landschap (bijvoorbeeld de Nieuwe Hollandse Waterlinie). De ruimtelijke structuurdragers

geven de richting aan waarin verstedelijking, de functies van het landelijk gebied,

verkeer en vervoer, recreatie en toerisme zich in het Rivierenland mogen ontwikkelen,

zodat het unieke landschap met haar contrasten behouden blijft dan wel wordt

versterkt. De hoofdinfrastructuur wordt door de regio mede als leidend gezien voor

toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen.

Voor het realiseren van de bundeling van verstedelijking kiest de regio voor voortzetting

van de huidige kernenhiërarchie waarin Tiel een regionale opvangfunctie heeft

voor wonen, werken en voorzieningen en de kernen Zaltbommel, Geldermalsen,

Culemborg, Druten een subregionale functie hebben. De regio wil de mogelijke toepassing

van de netwerkgedachte gaan onderzoeken. Voor de hele regio geldt een

kwalitatieve benadering van nieuwe verstedelijking, ruimtelijk geduid met de kwaliteitscontouren

zoals deze voor de periode tot 2015 rond de kernen zijn getrokken in

het kader van het Experiment Ruimtelijk Beleid Rivierenland.

• Het planvoornemen past binnen het regionale beleid uit de Structuurvisie Rivierenland. Het ondersteunt

met de zorgvuldige renovatie de gedachte van ‘de juiste woning op de juiste plaats’ en

is eveneens ondersteunend voor zowel de recreatie als het behoud van de leefbaarheid van de

kernen. De renovatie van het markante pand is versterkend voor de identiteit en herkenbaarheid

van Appeltern.

3.2.3. VAB-beleid:

Het VAB (Vrijgekomen Agrarische Bedrijfsbebouwing beleid) is ontwikkeld door een

aantal samenwerkende gemeentes in de regio Rivierenland. De gemeente West Maas

en Waal is één van deze gemeentes. Het doel van dit beleid is om door het bieden

van planologische ruimte de vitaliteit en de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit

van het buitengebied te behouden en te vergroten. De verruimende mogelijkheden

liggen in het mogelijk maken van hergebruik en functieverandering van vrijgekomen

(agrarische) bedrijfsbebouwing. Ook het toevoegen van een woning behoort onder

voorwaarden tot de mogelijkheden. Voorwaarde is dat alle vrijgekomen (agrarische)

bedrijfsgebouwen zonder karakteristieke of monumentale waarde gesloopt worden.

Het accent van dit beleid ligt bij vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing, maar er

zijn ook ruimtelijke mogelijkheden voor vrijgekomen monumentale bedrijfsgebouwen

en karakteristiek/beeldbepalende bebouwing. Insteek is dan dat deze markante

bebouwing behouden kan blijven bijv. door functieverandering toe te staan.

– 19 –


Het voornemen levert een positieve bijdrage aan het versterken van de ruimtelijke

kwaliteit. De renovatie is mogelijk door de functiewijziging en een gedeelte van het

pand te reserveren voor de invulling van twee vakantiestudio’s.

De uitwerking van de renovatie is met veel zorg en aandacht voor het herstel van de

cultuurhistorische waarde van het pand ontwikkeld. Insteek is de gedachte ‘Respecteer

wat goed is, vervang slechte en niet relevante aanpassingen en geef nieuwe elementen

op eigentijdse wijze vorm. Vanuit deze werkwijze krijgt het pand zijn monumentale

kracht en waarde terug en is tegelijkertijd op eigentijdse wijze een passende aanvulling

ontwikkeld. De plannen zijn op 7 april 2010 goedgekeurd door welstand

• Het voornemen past door deze aanpak binnen de uitgangspunten van het VAB-beleid. Het monumentale

karaktervolle pand, kan mede door de aanleg van de vakantiewoningen gerenoveerd

worden. Het pand met zijn unieke uitstraling blijft daardoor gehandhaafd als markant punt in het

in het landschap

3.3. Gemeentelijk beleid

3.3.1. Bestemmingsplan Gouden Ham/De Schans

Het bestemmingsplan Gouden Ham/De Schans uit 2005 is door de gemeente West

Maas en Waal opgesteld om de afvoercapaciteit van de Maas tijdens perioden van

bijzonder hoogwater te behouden zonder continu noodzakelijke modernisering van

voorzieningen binnen dit recreatiegebied volledig stop te zetten.

Het bestemmingsplan betreft uitsluitend de buitendijks gelegen gebieden van zowel

de Gouden Ham als De Schans. Voor het totale gebied (binnen- en buitendijks) is

afzonderlijk een ruimtelijke structuurvisie opgesteld die als toetsingskader voor ruimtelijke

ontwikkelingen geldt.

Plangebied

Figuur 10 Plankaart bestemmingsplan Gouden Ham/ De Schans

– 20 –


• Het plangebied ligt in het binnendijkse deel van het plangebied Gouden Ham/De Schans (zie figuur

10). Dit houdt in dat het voornemen alleen getoetst wordt aan de structuurvisie

3.3.2. Structuurvisie 2020, West Maas en Waal

De structuurvisie (vastgesteld op 25 februari 2010) bevat een brede visie op de toekomst

van de gemeente en vormt het kader van alle ruimtelijke ontwikkelingen. In de

Visie worden De Gouden Ham en De Schans aangewezen als toeristische, recreatieve

ontwikkelingszone en wordt de Gouden Ham genoemd als recreatief concentratiepunt

(zie figuur 11, voor de kaart ruimtelijke ontwikkelingen).

Na vaststelling van deze visie komt de visie en toetsingskader voor de Gouden Ham

en de Schans niet te vervallen. Het toetsingskader in de visie voor de Gouden Ham en

de Schans is leidend voor het beoordelen van initiatieven in deze recreatiegebieden.

In de visie wordt ruimte geboden voor het omzetten van agrarische bouwpercelen

naar burgerwoningen. Van belang is bestaande karakteristieke panden of panden met

monumentale waarden behouden blijven.

In de visie wordt ruimte geboden voor het toevoegen en uitbreiden van diverse (verblijfs)recreatiemogelijkheden.

Genoemd wordt o.a. kleinschalige verblijfsrecreatie in

bestaande bebouwing extensieve verblijfsrecreatie in vrijkomende (agrarische) bebouwing.

Plangebied

Figuur 11 Ruimtelijke ontwikkelingen (bron: Structuurvisie 2020, gem. West Maas en Waal)

• Het voornemen past binnen de beleidsontwikkelingen die in de Structuurvisie worden genoemd.

Het realiseren van de vakantiewoningen en de B&B verblijven bieden een aanvulling en verbreding

op het huidige aanbod van verblijfsrecreatie. Positief is dat met het voornemen het behoud van een

karakteristiek en monumentaal pand mogelijk is.

– 21 –


Visie en toetsingskader Gouden Ham/De Schans

De gemeente heeft recreatie en toerisme als speerpunt van het beleid uitgeroepen.

Continue differentiatie en innovatie zijn vast onderdeel van de hedendaagse

bedrijfsvoering geworden en de concurrentie tussen de verschillende formules in de

toeristisch-recreatieve sector dwingt zowel de ondernemers als de gemeente om het

voorzieningenniveau steeds opnieuw in de markt te positioneren en te profileren. De

hedendaagse recreant stelt nu eenmaal steeds hogere kwaliteitseisen.

Dit heeft ondermeer een vertaling gekregen in de Visie en toesingskader Gouden

Ham/De Schans, zoals vastgesteld in januari 2007. Het gebied uit de Visie is opgedeeld

in verschillende deelgebieden. Per deelgebieden is de voorgestane recreatieve ontwikkeling

uitgewerkt.

• Het plangebied ligt aan de Sluissewal/Blauwe Sluis en is onderdeel van het gebied waarvoor de

‘Visie en toetsingskader Gouden Ham/De Schans’ van de Gemeente West Maas en Waal geldend

is. Het plangebied ligt in het deelgebied ‘Blauwe Sluis en omgeving’ en daarbinnen is het te vinden

in het deelgebied 2C (zie figuur 12).

Plangebied

Grens deelgebied

2a: functies en bebouwing die qua

omgeving/landschap passend zijn

2b: kleinschalige recreatieve voorzineing

inpasbaar in karakteristieke

lintbebouwing

2c: hoogdynamische recreatieve

functies en bebouwing

Watergebonden

Figuur 12 Blauwe Sluis en omgeving (bron: Visie en Toetsingskader Gouden Ham/De Schans)

De voor het voornemen relevante uitspraken uit de visie, het gebied ‘Blauwe Sluis en

omgeving’ en specifiek over het deelgebied 2C worden hieronder weergegeven

Typering Blauwe Sluis en omgeving

“Het deelgebied Blauwe Sluis en omgeving is vanuit het verleden uitgegroeid tot een

concentratie van kampeerterreinen en andere recreatieve voorzieningen met een relatief

hoogdynamisch karakter (intensieve recreatie). Hieraan heeft de ligging op enige

afstand van Maasbommel en natuurgebieden bijgedragen.

De huidige concentratie van kampeerterreinen heeft als voordeel dat in slechts een

klein gebied een grote recreatieve druk wordt ervaren. Zowel het natuurgebied als de

kern Maasbommel worden door deze concentratie van een te grote recreatieve druk

gevrijwaard.

Het huidige aanbod aan voorzieningen in Blauwe Sluis en omgeving is eenzijdig, doordat

het gebied al enkele jaren niet heeft kunnen inspelen op de eisen van recreanten

van deze tijd. Hierdoor blijft de kwaliteit van het product achter en dreigt verpaupering.

Het aanbod bestaat uit grote kampeerterreinen en enkele horecabedrijven.

Dagrecreatieve voorzieningen en seizoensverlengende accommodaties zijn in het

geheel afwezig. Buiten het hoogseizoen maakt het gebied een uitgestorven indruk. Op

de bestaande kampeerterreinen is de realisatie van nieuwe voorzieningen vanwege

een groot ruimtegebrek niet mogelijk.

De Sluissestraat en Bovendijk zijn karakteristieke linten met daaraan gelegen woonbebouwing

en agrarische bedrijvigheid. De kleinschaligheid van deze lintbebouwing

in het buitengebied geeft het deelgebied op onderdelen een waardevol beeld. In het

westen van het gebied ligt bungalowpark De Hanenberg.

– 22 –


Uitgangspunten

In de visie van de gemeente West Maas en Waal dient ook in de toekomst de hoogdynamische

recreatie in dit gebied geconcentreerd te blijven. Vanwege de ligging ten

opzichte van Maasbommel en natuurgebieden is juist in delen van dit deelgebied

ruimte voor een toename van recreatieve dag- en verblijfsvoorzieningen. Deze toename

is gewenst om ook bij slecht weer de recreanten op te vangen en ook om het

recreatieseizoen te verlengen.

De huidige eenzijdigheid bedreigt het recreatieve product van de Gouden Ham als

geheel. De gemeente streeft daarom naar een recreatief product met een grotere

variatie bestaande uit elkaar aanvullende voorzieningen. Als algemeen uitgangspunt

geldt dat functies en bebouwing naar aard en schaal moeten passen in de gemeente

(landelijke uitstraling), de locatie (landschap en omgeving met bestaande functies en

waarden) en het toeristisch-recreatieve product.

Ontwikkelingsmogelijkheden deelgebied 2C:

Binnen dit gebied worden in de Visie mogelijkheden gezien voor de ontwikkeling van

hoogdynamische recreatieve functies en bebouwing (binnendijks) en kleinschalige en

seizoensverlengde accommodaties (buitendijks). Belangrijk is aandacht voor de landschappelijke

setting van nieuwe ontwikkelingen. Denk daarbij ondermeer aan behoud

van de zichtlijnen (richting Altforst). Plannen kunnen waar mogelijk via meervoudig en

functioneel ruimtegebruik gerealiseerd worden”.

• Het plan om een privé woning met inpandige 2 vakantiestudio’s te realiseren in het pand Blauwe

Sluis 12 voldoet aan de gestelde eisen van de toekomstvisie Gouden Ham. Het planvoornemen

levert een positieve bijdrage aan de verbreding van het huidige (eenzijdige) recreatief verblijfsaanbod

en past qua schaal en uitstraling binnen de uitgangspunten van de visie. Het plan ondersteunt

de wens naar seizoensverlengende accommodaties

• Ondanks de toevoeging aan de noordzijde van het pand, blijven de zichtlijnen in het gebied

behouden. De renovatie van het karakteristieke, maar momenteel verpauperde pand ‘De Stoep’

is versterkend voor de uitstraling van het recreatiegebied als geheel. De renovatie versterkt de

karakteristieke lintbebouwing aan de Blauwe Sluis. De toevoeging wordt aan de zij- en achterzijde

van het pand aangebracht, terwijl aan de gevelzijde Blauwe Sluis renovatiewerkzaamheden en

verbeteringen die het cultuurhistorische karakter van het pand versterken plaatsvinden.

• De B&B verblijven horende bij woning 8 worden (grotendeels)inpandig gerealiseerd en maken geen

verschil in de huidige uitstraling van de voorgevel van het pand. Wel levert de aanleg van de B&B

verblijven net als de ontwikkeling op Blauwe Sluis 12 een bijdrage in de vraag naar (seizoensverlengende)

verblijfsaccommodatie in het gebied.

Welstandsnota West Maas en Waal juli 2004

Binnen de gemeente West Maas en Waal is de ‘Welstandsnota West Maas en Waal

juli 2004’ opgesteld. Het plangebied wordt binnen deze nota ingedeeld als ‘Lintbebouwing’.

De bebouwing heeft te voldoen aan de hiervoor in de welstandsnota gestelde

criteria.

Het renovatieplan voor ‘de Stoep’ is ontwikkeld vanuit het versterken van de cultuurhistorische

waarde van het pand. Toevoegingen zijn zodanig aangebracht dat ze de

cultuurhistorische waarde niet verstoren. De panden 12 en 8 maken deel uit van een

bebouwingslint. Dit lint mag niet worden verstoord. De B&B voorzieningen van nummer

8 worden inpandig gerealiseerd, slecht een kleine aanbouw bij Blauwe Sluis 8 is

nodig om de plannen te kunnen realiseren. De tekeningen zullen indien de bouwactiviteiten

dit vragen voorgelegd worden aan de welstandscommissie.

– 23 –


De karakteristiek van de lintbebouwing zal door de renovatie verbeteren aangezien

het pand aan de Blauwe Sluis 12 een sterk verbeterde uitstraling krijgt. Door uitvoering

van het voornemen wordt het mogelijk om dit markante pand te behouden

en de cultuurhistorische waarde van dit pand (stoomgemaal) dat sterk verbonden is

met de geschiedenis van het rivierenland meer te profileren. De positie en oriëntatie

van het pand blijven hetzelfde. Ook de bouwstijl en gevelkenmerken veranderen niet.

De oorspronkelijke situatie zal ook wat betreft detaillering, kleur- en materiaalgebruik

terugkeren. Op deze manier blijft het karakter van het pand behouden en wordt het

verband ervan met de omgeving niet verstoord. Hiermee voldoet het plan aan de eisen

van de welstandsnota

• De tekeningen voor Blauwe Sluis 12 zijn op 7 april 2010 goedgekeurd door welstand. De tekeningen

voor de verbouwing van Blauwe Sluis 8 zijn nog in behandeling.

– 24 –


4. Onderzoek/Verantwoording

4.1. Water

4.1.1. Beleid algemeen

Het waterbeleid is op Europees niveau vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water en op

nationaal niveau in de Waterwet. Op lokaal niveau is het beleid van het Waterschap

Rivierenland richtinggevend in de vorm van Keur en Watertoets. Dit beleid wordt

geconcretiseerd in het verkavelingsplan en het bestemmingsplan van de betreffende

gemeentes.

De waterpartners in West Maas en Waal:

--

Rijkswaterstaat is als beheerder verantwoordelijk voor de Rijkswateren.

--

De provincie Gelderland verzorgt de doorvertaling van het landelijk beleid en is

operationeel beheerder van het grondwater.

--

Waterschap Rivierenland verzorgt het operationele waterbeheer binnen de gemeente.

Dit betekent het peilbeheer en onderhoud van het oppervlaktewater.

Ook initiëren zij veelal de projecten gericht op verbetering van het watersysteem

(waterkwaliteit, ecologie en veiligheid).

--

De gemeente West Maas en Waal draagt de zorg voor de efficiënte inzameling

van regen- en afvalwater. Zij beheert het rioleringssysteem in de gemeente en is

tevens beheerder van de openbare ruimte.

--

De grondeigenaren verzorgen het onderhoud van de niet-leggerwaterlopen en de

ontwatering van het eigen perceel.

Kaderrichtlijn Water

De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van

de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000

van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en

grondwater internationaal aan te pakken.

Nationaal Waterplan

Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit

1998 en vervangt alle voorgaande nota’s waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan

is in december 2009 vastgesteld. In het plan wordt op hoofdlijnen het beleid van het

Rijk aangegeven voor de periode 2009 - 2015. Hoofddoel is te komen tot een duurzaam

waterbeheer. Het beleid richt zich op de bescherming tegen overstromingen,

voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Het Nationaal

Waterplan heeft voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.

Waterwet

Op 22 december 2009 is de waterwet van kracht geworden. De Waterwet regelt

het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang

tussen bijvoorbeeld het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. Daarnaast levert

de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van

regels, vergunningstelsels en administratieve lasten.

De nieuwe Waterwet schept een kader voor de noodzakelijke modernisering van

het Nederlandse waterbeheer voor de komende decennia. Door het samenvoegen

van meerdere vergunningen nemen de bureaucratie en de regeldruk voor burgers

en bedrijven af. De Waterwet sluit goed aan op de nieuwe Wet ruimtelijke ordening

(Wro), waardoor de relatie met het ruimtelijke omgevingsbeleid wordt versterkt.

Waterplan Gelderland 2010-2015

Het Waterplan Gelderland 2010-2015 is de opvolger van het derde waterhuishoudingsplan

Gelderland (WHP3). Het Waterplan krijgt op basis van de nieuwe Waterwet

– 25 –


de status van structuurvisie. In het waterplan is beschreven welke instrumenten uit

de Wet ruimtelijke ordening de provincie wil inzetten voor de realisatie van specifieke

waterdoelen. Voor een aantal functies, zoals landbouw, natte natuur, waterbergingsgebieden

en grond-waterbeschermingsgebieden, zijn specifieke doelen geformuleerd.

In het ontwerp waterplan heeft het plangebied de functie ‘landbouw’’.

Waterschap Rivierenland

In de regio is het Waterschap Rivierenland de waterbeheerder. Het beleid uit het

Waterbeheerplan 2010-2015 van Waterschap Rivierenland is er op gericht schoon

hemelwater niet af te voeren naar de riolering. In het kader van duurzaam waterbeheer

is het gewenst om bij alle nieuwbouw maximale afkoppeling van het hemelwater

toe te passen. Hierbij hanteert het waterschap de drietrapsstrategie vasthouden, bergen

en afvoeren. Het schone hemelwater dient geïnfiltreerd te worden in de bodem

of anders via een bodempassage afgevoerd te worden naar het oppervlaktewater.

Daarnaast dient afhankelijk van de keuze van de oplossing de versnelde afvoer van het

verhard oppervlak te worden gecompenseerd.

Waterplan West Maas en Waal

Om water een volwaardige plek te geven binnen de gemeentelijke beleidsvorming

heeft de gemeente West Maas en Waal samen met het Waterschap Rivierenland

in 2006 een waterplan opgesteld. Het Waterplan heeft de status van kaderstellend

beleidsplan. Het plan kent geen directe planologische doorwerking. De geformuleerde

waterdoelstellingen dienen wel door te werken in ruimtelijke afwegingen.

Het Waterplan formuleert de doelstellingen die deze partijen hebben voor het toekomstige

waterbeheer binnen de gemeente. Het streven is gericht op het realiseren

van een gezond en veerkrachtig watersysteem en een duurzame waterketen. Daarnaast

dient het oplossingen te formuleren voor bestaande knelpunten ten aanzien van

waterkwantiteits- en kwaliteitsproblemen. Tot slot moet het Waterplan de gemeente

West Maas en Waal voorbereiden op het toekomstige waterbeheer.

De voor dit planvoornemen relevante aandachtspunten uit het waterplan zijn:

--

Onvoldoende ruimte voor berging in bestaand watersysteem;

--

Onvoldoende afvoercapaciteit op enkele locaties binnen het huidige watersysteem;

--

Spanning tussen ruimtelijke ontwikkelingen en het aspect water;

--

Capaciteitsproblemen in het rioolstelsel en hierdoor voorkomen van watercapaciteitsproblemen

door overstortingen.

• Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente West Maas en Waal. De gemeente ziet

het benutten van afkoppelkansen als een belangrijke bijdrage om knelpunten in de waterhuishoudkundige

situatie te verminderen. Extra aandacht voor de geplande activiteiten is gezien de ligging

aan een dijk belangrijk.

4.1.2. Watertoets

In het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het overleg met de waterschappen,

de provincie en het rijk bij de voorbereiding van een bestemmingsplan opnieuw voorgeschreven.

Dit is te vergelijken met het vroegere artikel 10 BRO overleg.

Bij de watertoets gaat het om het van meet af aan meenemen van water bij ruimtelijke

plannen en besluiten. Daarvoor is in een zo vroeg mogelijk stadium overleg nodig met

de waterbeheerder. Het gaat niet om een toets achteraf. Het doel is actieve inbreng

van de waterbeheerder en maatwerk voor elk plan. Het resultaat is een beschrijving

van het lokale watersysteem, advies van de waterbeheerder en de expliciete afweging

van de maatregelen met betrekking tot waterbeheer in het plan. Deze dienen

bij voorkeur in een waterparagraaf te worden beschreven. De Watertoets wordt toegepast

op alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De

waterhuishoudkundige aspecten omvatten zowel oppervlakte- als grondwater, gevaar

– 26 –


van overstroming vanuit meren, rivieren en de zee, wateroverlast door neerslag of

grondwater, waterkwaliteit en verdroging.

Water en ruimtelijke ontwikkelingen

De gemeente West Maas en Waal onderkent de meerwaarde en noodzaak van het

betrekken van water in de ruimtelijke planvorming en geeft water dan ook een prominente

plaats als mede-ordenend principe. In overleg met het waterschap wordt in het

kader van de watertoets afgesproken welke normen van toepassing zijn. In principe

dient voor alle uit- en inbreidingsprojecten (feitelijk alle Wet ruimtelijke ordening gerelateerde

projecten) een natte paragraaf en een onderbouwend waterhuishoudkundig

plan te worden opgesteld, waarin (de aanpassingen van) het watersysteem en de riolering

zijn uitgewerkt. In het reguliere watertoetsoverleg wordt per geval bekeken welke

omvang het onderzoek en de natte paragraaf dient te krijgen. Kleinschalige projecten

kunnen op die wijze op efficiënte wijze het watertoetstraject doorlopen.

Het gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater is wat betreft de watertoets

van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen. De doelstelling is het afvoeren van het

vuile water via de riolering en het lokaal verwerken van het schone hemelwater. Het

schone water wordt bovengronds afgevoerd naar de westelijk gelegen A-watergang,

de Blauwe Wetering. Afhankelijk van de omstandigheden ter plaatse kan een compromis

gesloten worden, waarbij de minimale inzet (in bestaand bebouwd gebied)

is om het vuile en het schone water gescheiden aan te bieden aan het al aanwezige

gemengde rioolstelsel. De gemeente staat ‘postzegel afkoppeling’ (elk perceel op zich

afkoppelen) niet voor, vanwege de bijna onbeheersbare situatie die dat oplevert.

In aansluiting op het landelijke beleid (NW4, WB21) hanteert de gemeente West Maas

en Waal het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht dient te worden hoe

omgegaan kan worden met het schone hemelwater. Hierbij worden de afwegingsstappen

(hergebruik), infiltratie, buffering en afvoer doorlopen. Hergebruik van schoon

hemelwater wordt alleen overwogen bij grootschalige voorzieningen als scholen,

kantoorgebouwen ed. Voor particuliere woningen wordt dit niet toegepast. Binnen

het grondwaterbeschermingsgebied kunnen door de grondwaterbeheerder (provincie)

aanvullende eisen worden gesteld in de Provinciale Milieuverordening. Ook kan een

vergunning nodig zijn van de grondwaterbeheerder.

Hydrologisch neutraal bouwen.

Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan het principe van hydrologisch neutraal

bouwen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie.

4.1.3. Bestaande en nieuwe situatie plangebied

Verhard oppervlak bestaande en nieuwe situatie

In de huidige situatie is in het plangebied 275 m 2 verhard oppervlak aanwezig. In de

nieuwe situatie wordt extra verharding toegevoegd. Het betreft de volgende onderdelen:

--

De nieuw aan te leggen oprit op het voormalige perceel van Blauwe Sluis 10,

betreft het verplaatsen van de nu aanwezige oprit behorend bij Blauwe Sluis 12.

Een exact ontwerp van de aanleg van de oprit met aansluitend de parkeerplekken

is nog niet voorhanden. Aannemelijk is dat de omvang van de oprit gelijk blijft of

hooguit met 100 m 2 verharding toe zal nemen.

--

Voor de benodigde 10 tot 12 parkeerplaatsen parkeerruimte voor zal tussen de

170 en 200 m 2 verharding nodig zijn. Mogelijk worden deze parkeerplaatsen aangelegd

met waterdoorlatende bestrating. In dat geval hoeft het oppervlakte slechts

gedeeltelijk meegerekend te worden voor de toename van de verharding.

--

De bebouwing/verharding bij pand nummer 8 neemt circa 50 m 2 toe met de uitbreiding

van het bouwvlak en circa 50 m 2 voor een extra terras.

--

Aannemelijk is dat de totale toename van de verharding zal liggen tussen de 400

en 500 m 2 .

– 27 –


• Voor plannen met minder dan 500 m 2 extra verhardinging in stedelijk gebied en minder dan 1.500

m 2 in landelijk gebied is vanuit het waterschap geen compensatie vereist. Omdat de toename verharding

ruim onder de 1500 m 2 blijft, is vanuit het Waterschap geen waterbergingscompensatie

nodig.

Figuur 13 Uitsnede hoogtekaart (bron: AHN)

Vuilwater

Voor de bestaande panden blijft de waterhuishoudkundige situatie ongewijzigd. Voor

de afvoer van vuilwater wordt gebruik gemaakt van de bestaande aansluitingen op het

gemeentelijke gemengde rioleringsstelsel (persleiding).

Hemelwater

Regenwater mag niet geloosd worden op het (druk)rioolstelsel. Afvloeiend regenwater

van het plangebied moet bovengronds worden afgevoerd naar oppervlaktewater in

de directe omgeving. De A-watergang (Blauwe Wetering) langs de westzijde van het

plangebied is hier geschikt voor. Met de gegevens die beschikbaar zijn kan vastgesteld

worden dat de gemiddelde maaiveldhoogte van het plangebied ligt op 5,7 m +NAP . (Zie

ook figuur 13). Volgens de bodemkaart van Nederland bestaat de bodem bovenin

het profiel uit zandige kleiafzettingen. Aangenomen wordt dat de grondwaterstand

gemiddeld op 1 m – mv ligt (zie bodemonderzoek 07.50221). Er zijn momenteel op het

perceel geen kwelproblemen of hemelwateroverlast. Na uitvoering van het planvoornemen

zal de afvoer van het hemel- en vuilwater gescheiden worden aangeboden.

Het hemelwater zal daartoe bovengronds afgevoerd worden naar de watergang aan

de westzijde van het plangebied. Mogelijke wateroverlast voor aangrenzende percelen

wordt hiermee voorkomen.

Waterwetvergunning

De strook grond van de dijken waar de Keur van toepassing is, is opgedeeld in drie

zones. In deze zones is de Keur van het Waterschap Rivierenland van toepassing. Dat

zijn de kernzone (de dijk zelf, inclusief de bermen), de beschermingszone aan beide

zijden van de kernzone en de buitenbeschermingszones die aan weerszijde van de

beschermingszones liggen.

– 28 –


Plangebied

Figuur 14 Uitsnede leggerkaart dijken (bron: Waterschap Rivierenland)

• Het plangebied ligt vooral in de beschermingszone van de waterkering van de Maas, een klein deel

ligt in de kernzone (zie figuur 14).

De uitvoering van het planvoornemen betreft vooral de beschermingszone. De enige

activiteit die deels in de kernzone wordt uitgevoerd betreft het verleggen van de

bestaande oprit. Over het planvoornemen is overleg gevoerd met zowel het waterschap

Rivierenland als de gemeente West Maas en Waal. De beschermingszone van

de waterkering wordt op de verbeelding van dit bestemmingsplan aangegeven met

een dubbelbestemming met bijbehorende bestemmingsomschrijving, bouw- en aanlegregels.

• Voorafgaand aan de uitvoering zal voor deze activiteit bij het waterschap Rivierenland een

waterwetvergunning worden aangevraagd en bij de gemeente West Maas en Waal een omgevingsvergunning

voor het uitvoeren van werk geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden.

• Geconcludeerd kan worden dat het project niet verstorend is voor de waterhuishouding in en rond

het plangebied. De uitvoering en de uitvoerbaarheid van het plan zijn dan ook, wat het behoud van

de waterhuishouding betreft, gewaarborgd. Het voornemen voldoet aan het afkoppelingsbeleid

van de gemeente, zodat lozing van schoon water op het riool wordt voorkomen.

• Wel bevindt het gebied zich in overstromingsgebied. De locatie ligt tussen twee grote rivieren in.

Het gebied waar de locatie ligt is daarom ook aangewezen als overstromingsgebied op de kaart.

De risicokaart spreekt van een overstroming als een gebied onder water loopt en hierbij in het algemeen

een waterstand (diepte) van ten minste 1 meter ontstaat. Mogelijke overstromingsgebieden

op de risicokaart hebben een kans van 1 op 4000 om onder te lopen. Ook staan er gebieden op

die in 1993 of 1995 overstroomden of werden bedreigd.

– 29 –


4.2. Geluid

4.2.1. Wet Geluidhinder

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid.

De Wgh noemt drie geluidsbronnen waarbij ‘geluidsgevoelige bestemmingen’

in ‘nieuwe situaties ‘ getoetst moeten worden op mogelijke overlast. Deze drie bronnen

zijn wegverkeer, spoorweg- en industrielawaai. Bij het berekenen van de geluidsbelasting

op een ‘gevoelige bestemming’ zijn afstand (tot de infrastructuur) en intensiteit

(potentiële bron) bepalende factoren.

Nieuwe situatie

In het kader van de Wet geluidhinder is sprake van een ‘nieuwe situatie’ indien een

nieuwe weg wordt aangelegd en/of sprake is van nog niet geprojecteerde gebouwen.

Nog niet geprojecteerd betekent in dit kader dat het vigerende bestemmingsplan niet

in de geplande bestemming voorziet.

Geluidsgevoelige bestemming

Een woning wordt door de Wgh gezien als een ‘geluidsgevoelige bestemming’. Indien

een bestemmingsplan nieuwe geluidsgevoelige functies toestaat, stelt de Wet geluidhinder

(volgens artikel 77) de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de

geluidsbelasting op de gevel van de woning.

• In deze situatie is de situering t.o.v. wegverkeer en de omliggende bedrijvigheid relevant. Spoorweglawaai

is gezien de ligging van het plangebied niet van toepassing. Het planvoornemen betreft een

‘nieuwe situatie’ waarbij de bebouwing van pand nummer 12 als ‘geluidsgevoelige bestemming’.

Deze krijgt immers een woonbestemming i.p.v. de nu geldende horecabestemming. Toetsing aan

de Wgh is daarom verplicht.

4.2.2. Geluidsonderzoek ABOVO

ABOVO acoustics heeft een geluidsonderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting van

de twee woningen aan de Blauwe Sluis 12 en 8 en de vakantiestudio’s horend bij

Blauwe Sluis 12. Het volledige rapport (nr. T 1295-1a-GB) maakt als losse bijlage deel

uit van de toelichting. Hieronder volgt de eindconclusie.

“Wegverkeerslawaai

De geluidbelasting van verkeer is getoetst aan de Wet geluidhinder voor het 60 km/

uurgedeelte van de Sluissewal, en aan “een goede ruimtelijk ordening” waarbij ook de

30 km/uurdelen worden onderzocht. Voor de Wet geluidhinder is het resultaat, dat de

voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden.

Kijkend naar alle wegen is de geluidbelasting aan de gevels die aan de weg grenzen

behoorlijk. Bij de opnieuw in te richten woonbestemming aan Blauwe Sluis 12 is aan de

noordzijde op de verdieping een uitloopterras waar een geluidluw gedeelte is en hier

grenst ook een slaapkamer aan.

Voor Blauwe Sluis 8 geldt dat de woning als bestaand gehandhaafd blijft. Hier is de

indeling niet aan te passen. Achter het achterhuis waarin de Bed & Breakfast komt is

geluidluwe buitenruimte.

De hoge geluidbelasting aan de niet geluidluwe zijden is te compenseren door in de

bouwfase een afdoende geluidwering te berekenen en de maatregelen die dit bewerkstellingen

in het ontwerp te verwerken. Waarna voor wegverkeer dus wordt voldaan

voor de Wet geluidhinder en het begrip “een goede ruimtelijke ordening”.

– 30 –


Bedrijvigheid

Geluidbelasting van de bedrijvigheid komt van dezelfde zijde als dien van wegverkeer.

Op basis van inventarisatie ter plaatse en beoordeling van de situatie kan worden

geconcludeerd, dat de nieuwe ontwikkelingen geen grotere belemmering zullen vormen

voor de bestaande bedrijvigheid dan de nu aanwezige woningen in de omgeving.

Het amoveren van de woning Blauwe Sluis 10 en het in gebruik nemen van de bovenverdieping

van Blauwe Sluis 12 is hierbij mede in beschouwing genomen.

Eindconclusie

Er is te voldoen aan wet en beleid, en er wordt niet ingegrepen op bestaande rechten

van bedrijvigheid. “

• Vastgesteld kan worden dat de akoestische situatie ter plaatse geen belemmeringen opwerpt voor

de ontwikkeling van dit project.

4.3. Bodem

De Wet bodembescherming (Wbb) van 3 juli 1986 vormt de basis voor de regelgeving

om bodemverontreiniging te voorkomen, beperken, onderzoeken en saneren. Daarnaast

regelt de wet wie verantwoordelijk is voor de verontreiniging en de financiële

gevolgen ervan. De Woningwet bepaalt dat de gemeente alleen nog voor bouwwerken

die specifiek bedoeld zijn voor het verblijf van mensen, een bodemonderzoek

(bodemtoets) moet uitvoeren.

4.3.1. Bodemonderzoek

Een verkennend bodemonderzoek is nodig om aan te tonen dat de bodem geschikt

is voor de geplande functie ‘Wonen’. Bureau NIPA heeft een verkennend bodemonderzoek

uitgevoerd Het onderzoek is uitgevoerd volgens protocol NEN 5740:2009.

Het rapport (07.50221, maakt als losse bijlage deel uit van deze toelichting. Hieronder

volgen conclusie en aanbevelingen uit het rapport..

Conclusies en aanbevelingen bodemonderzoek NIPA

“Uit de resultaten van het verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd

op de percelen Blauwe Sluis 8, 10 en 12 te Appeltern en het achterliggende grasland,

kadastraal bekend onder gemeente Appeltern, sectie N, nummer 1076 t/m 1082,

blijkt dat zowel de vaste bodem als het grondwater rondom de aanwezige bebouwing

niet geheel vrij zijn van verontreinigingen. In eerste instantie is in de toplaag plaatselijk

een matig verhoogd gehalte aan lood gemeten. Bij het aanvullend onderzoek op de

separate deelmonsters zijn slecht licht verhoogde gehaltes aangetoond. Ter plaatse

van peilbuis Pb2 is (ook na herbemonstering) sprake van een matig verhoogd arseen

gehalte. Verhoogde arseen gehaltes worden veelvuldig gemeten en hangen hoogstwaarschijnlijk

samen met de nabij gelegen Maas of van nature aanwezige stoorlagen

in de bodem. Verder onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Ter plaatse van het grasland zijn zowel in de vaste bodem als in het grondwater geen

verhoogde gehaltes aan verontreinigingen aangetoond.

Geconcludeerd kan worden dat de gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie niet

verdacht is met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging op basis

van de resultaten in principe verworpen dient te worden voor het deel rond de bebouwing.

De uitgevoerde onderzoeksstrategie wordt wel als voldoende beschouwd. Met

betrekking tot het grasland wordt de hypothese aanvaard.

Tegen het huidige of toekomstige gebruik of tegen eventuele bebouwing van de locatie

zijn geen zwaarwegende milieuhygiënische bezwaren aan te voeren op basis van

de resultaten van onderhavig onderzoek.”

• De samenstelling van de bodem is niet belemmerend voor de voorgenomen woningbouw

– 31 –


4.4. Lucht

4.4.1. Wet Luchtkwaliteit

De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet Milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een

implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder

andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter

bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende

deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het

dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen,

uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor.

Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet

voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht worden. De EU heeft

Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma

Luchtkwaliteit (NSL). Op 1 augustus 2009 is het NSL in werking getreden.

In bijlage 3A van de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (NIBM)’ wordt

een lijst met ontwikkelingen benoemd die “niet in betekenende mate” bijdragen aan

de verslechtering van de luchtkwaliteit en waarvoor geen luchtonderzoek hoeft te

worden uitgevoerd. Het bestemmingsplan is één van de bevoegdheden waarbij aan

de hierna genoemde criteria moet worden getoetst (genoemd in artikel 5.16, tweede

lid onder c Wet milieubeheer).

--

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;

--

een project leidt - al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;

--

een project draagt “niet in betekenende mate” (NIBM) bij aan een verslechtering

van de luchtkwaliteit;

--

een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit

(NSL), of binnen een regionaal programma van maatregelen.

Aannemelijk is dat een project NIBM als het een toename van de concentratie veroorzaakt

van maximaal 3%. Wordt deze grens niet overschreden dan hoeft geen verdere

toetsing aan de grenswaarden plaats te vinden en zijn aanvullende maatregelen niet

nodig. Concreet betekent dit bij:

--

< 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en < 3.000 woningen

bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling (voorschrift

3A.2);

--

< 100.000 m2 bruto vloeroppervlak (b.v.o.) bij kantoorlocaties bij minimaal 1 ontsluitingsweg,

en < 200.000 m2 b.v.o. bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een

gelijkmatige verkeersverdeling (voorschrift 3A.1).

Naast de toetsing van het aspect luchtkwaliteit in het kader van de Wet luchtkwaliteit

moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening worden getoetst of de luchtkwaliteit

ter plaatse van het projectgebied aanvaardbaar is voor de beoogde functie.

Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente West Maas en Waal. In de

omgeving van het plangebied liggen geen wegen die van negatieve invloed zijn op

de luchtkwaliteit. Daarnaast blijkt uit de jaarrapportage luchtkwaliteit 2008 van de

Gemeente West Maas en Waal dat de grenswaarden voor luchtvervuilende stoffen op

geen enkel beoordelingspunt worden overschreden. De blootstelling aan luchtverontreiniging

is beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. In het kader

van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied

aanvaardbaar.

• Zowel vanuit de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening (Wro) is vast te stellen

dat de luchtkwaliteit geen belemmering is voor dit plan.

– 32 –


4.5. Zonering omliggende bedrijven

4.5.1. Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede

kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Om te komen tot een

verantwoorde, ruimtelijk relevante toetsing in milieuhygiënisch opzicht van bedrijfsvestigingen,

wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde milieu-zonering. Hieronder

wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds

milieubelastende bedrijven of inrichtingen anderzijds milieugevoelige functies als

wonen en recreëren. Daarnaast is de milieuwetgeving van toepassing.

Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse

Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijven. Hierin wordt per bedrijfssoort

aangegeven welke milieu-invloed (in de vorm van geur, stof, geluid en gevaar) hiervan

kan uitgaan en welke afstand hierbij (minimaal) in acht genomen moet worden.

Hierbij onderscheidt de VNG diverse omgevingstypen. Het achterliggende idee is dat

de gevoeligheid van een gebied voor bepaalde hinder afhankelijk is van het omgevingstype.

De door de VNG aangegeven afstanden betreffen een rustige woonwijk.

Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd. Gemengde

gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met

matige tot sterke functiemenging. In een rustige woonwijk en buitengebied komen

vrijwel geen andere functies voor. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding

aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of

bestaande woningen gelegen buiten het betreffend perceel.

De mate van milieuhinder bepaalt in welke van de zes milieucategorieën een bedrijfssoort

is ingedeeld. Daarbij omvat categorie 1 de lichtste en categorie 6 de zwaarste

vormen van bedrijvigheid. In principe is bedrijvigheid behorende tot de categorie 1

goed te mengen met de functie wonen, dit geldt in de meeste gevallen ook voor

de categorie 2-bedrijven. Het is wenselijk om de bedrijvigheid in de categorie 3 te

clusteren en een zonering in acht te nemen. Vanaf categorie 4 is menging met milieugevoelige

functies niet mogelijk.

In onderstaande tabel zijn de bedrijven in de directe omgeving benoemd met de door

de VNG aangegeven milieucategorie en de daarbij behorende grootste hinderafstand

Adres Omschrijving Milieu

categorie

Grootste

hinderafstand

volgens VNG

Afstand

tot plangebied

Blauwe Sluis 1/1a Moeke Mooren,

1/3.1 10/50 m 50 m

restaurant;Buffalo’s Grill;

Camping de Maasterp,

logies, maaltijd en drankverstrekking

Blauwe Sluis 3 Muilwijk, Montage en 3.1/3.2 50 (1000 m 2) )

Blauwe Sluis 16 Supermarkt Hulsen 1/2 10 m 135 m

Blauwe Sluis 18 Bergtrade, Groot- en

3.1 100 m 130 m

detailhandel;reparatie van

auto’s, veehouderij

Steenkampweg 2 Schrijfwaer,cultuur, sport en

recreatie

1 10 m 140 m

– 33 –


• Het plan voorziet in een nieuwe gevoelige functie in de vorm van een woning aan de Blauwe Sluis

12. Blauwe Sluis 8 betreft een bestaande woning en de recreatievoorziening worden niet gezien als

gevoelige functies. In de directe omgeving van het plangebied zijn diverse bedrijven gevestigd. Het

plangebied maakt deel uit van een ‘rustig buitengebied’.

• Het dichtsbijzijnde bedrijventerrein is Industrieterrein Maasbommel (Kapelstraat) op 2142 meter

afstand. Binnen een straal van 1 km liggen geen locaties waarvoor de provincie een omgevingsvergunning

heeft afgegeven. Er zijn geen geurrelevante provinciale inrichtingen in de nabijheid van

het plangebied..

• In de tabel is zichtbaar is dat de omliggende bedrijven geen hinder veroorzaken voor de functie

wonen. De bestaande bedrijven worden door het planvoornemen niet belemmerd in hun bedrijfsvoering

4.5.2. Wet geurhinder en veehouderij

Sinds januari 2007 is de nieuwe Wet geurhinder en veehouderij van kracht. Deze wet

werkt niet langer met stankcirkels om het effect op leefniveau aan te geven maar geeft

normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig

project (bijvoorbeeld een woning). De geurbelasting (emissie van geur) wordt

niet meer uitgedrukt in Mest Varken eenheden (MVE’s ) maar in Odour units per

seconde. De geurbelasting wordt nu berekend met een verspreidingsmodel (V-Stacks

genoemd) en wordt uitgedrukt in geureenheden per m 3. Dit geldt alleen voor dieren

waarvoor de geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij

(dec. 2006).

De stankcirkels gelden alleen nog voor vergunningen verleend onder het oude geurbeleid,

dus voor vergunningen beschikt voor 1 januari 2007. Zelfs dan geven ze slechts

een vereenvoudigde benadering. Voor de vergunningen na januari 2007 zijn soms

nog wel gewoon stankcirkels weergeven. Deze geven slechts een eerste indicatie van

het geureffect en hebben geen juridische betekenis meer. In onderstaande tabel zijn

de veehouderijen in de directe omgeving benoemd met de door de VNG aangegeven

milieucategorie en de daarbij behorende grootste hinderafstand.

Adres Omschrijving Milieu

categorie

Grootste

hinderafstand

volgens VNG

Afstand

tot plangebied

Blauwe Sluis 18 Melkrundvee 3.2 100 m 190 m

Dijkgraaf de Vleeskuikens 4.1 200 m 380 m

Leeuwweg 48

Sluissestraat 28 Melkrundvee 3.2 100 m 520 m

Sluissestraat 9 Vleeskuikens 4.1 200 m 670 m

Sluissestraat 5 Melkrundvee 3.2 100 m 500 m

• Conclusie op basis van de Wet geurhinder en veehouderij: Omliggende veehouderijen dienen voldoende

afstand in acht te nemen voor mogelijke hinder voor de nieuwe gevoelige bestemming

‘Wonen’ van het plangebied. Volgens artikel 4 van de Wet geurhinder en veehouderij bedraagt

de in acht te nemen afstand tussen een veehouderij en een gevoelig object buiten de bebouwde

kom 50 m.

• Gesteld kan worden dat het planvoornemen niet belemmerend is voor de bedrijfsvoering van omliggende

bedrijven.

– 34 –


4.6. Externe veiligheid

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven

die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Deze bedrijven

verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare

objecten. Tijdens de productie, de opslag, gebruik en het transport kunnen zich

calamiteiten voordoen waardoor de veiligheid van de omgeving in het geding is. Daardoor

ontstaan risico’s voor mensen die in de buurt ervan wonen of werken. Het besluit

wil die risico’s beperken. Het verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf 1 april

2004 bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen

rekening te houden met externe veiligheid. Het besluit bevat eisen voor het plaatsgebonden

risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is het risico op

een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die

onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks

gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof,

gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. Het groepsrisico (GR) legt een

relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Het risico

geeft aan hoe groot de kans is dat bij een ongeval bij een risicolocatie 10, 100 of

1000 slachtoffers tegelijk vallen. Dit risico is daardoor een maatstaf voor de verwachte

omvang van een ramp. Voor het groepsrisico geldt een oriëntatiewaarde. Dit is geen

norm, maar een ijkpunt. Overheden moeten iedere verandering boven of onder deze

waarde verantwoorden. Op grond van deze risico’s heeft VROM veiligheidsafstanden

bepaald.

• Op de risicokaart is te zien dat de dichtstbijzijnde risicovolle bron op ruim 700 m van het plangebied

liggen. Het betreft een opslagpunt voor propaan- en brandbaar gas aan de Molenwegje. De

risicocontour van dit punt raakt het plangebied niet. Andere risicobronnen bevinden zich op een

nog grotere afstand en hebben geen uitwerking op het plangebied.

4.7. Ecologie

Bij ruimtelijke ingrepen zoals de bouw van nieuwe woningen of een bedrijf moet

rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden van het plangebied en

omgeving. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen gebiedsbescherming en

soortenbescherming.

4.7.1. Gebiedsbescherming

Natuurbeschermingswet

Met de inwerkingtreding van de nieuwe Natuurbeschermingswet 1998 in oktober

2005 is de Europese wet- en regelgeving volledig in de Nederlandse wetgeving

geïmplementeerd. De NB-wet ziet toe op de bescherming van specifiek aangewezen

gebieden ten behoeve van specifieke instandhoudingsdoelen. Het plangebied ligt niet

in de buurt van een door de NB-wet beschermde Natura 2000-gebied. Het planvoornemen

doet dan ook geen afbreuk aan de instandhouding van deze gebieden. Een

nadere beoordeling is niet nodig.

Ecologische Hoofdstructuur

De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is het beoogde samenhangende netwerk van

kwalitatief hoogwaardige natuurgebieden en natuurrijke cultuurlandschappen in

Nederland. Dit wordt gerealiseerd door vergroting van natuurgebieden, ontwikkeling

van nieuwe natuurgebieden, aangepast agrarisch(-natuur) beheer en aanleg van ecologische

verbindingszones. Op de EHS kaart is te zien dat diverse grotere en kleinere

gebieden in de omgeving deel uit maken van de EHS. Dit betreft vooral de uiterwaarden

van de Waal.

– 35 –


Het plangebied valt niet binnen de EHS (zie figuur 15). Het voornemen heeft door zijn

aard en omvang geen invloed op de kernkwaliteiten van de EHS. Vanuit het provinciale

natuurbeleid is er daarom geen bezwaar tegen het voornemen.

EHS 2007

Plangebied

Figuur 15 Ecologische Hoofdstructuur (EHS) (bron: www.synbiosys.alterra.nl)

4.7.2. Soortenbescherming

Flora- en Faunawet

De Flora- en Faunawet is een soortbeschermingwet. De intentie van de wet is niet het

beschermen van individuele organismen, maar de duurzame instandhouding van soorten.

Indien voldoende voorzorgsmaatregelen worden genomen lijkt het voornemen

uitvoerbaar binnen de Flora- en Faunawet. In het plangebied komen naar verwachting

alleen algemeen beschermde flora- en faunasoorten voor. Deze soorten genieten een

algemene vrijstelling (soorten van tabel 1 Flora en Faunawet) van schade als gevolg

van ruimtelijke ontwikkelingen en projecten. Voor deze soorten is geen ontheffing

vereist. Met in achtneming van de algemene zorgplicht, is een ontheffing in het kader

van de Flora- en Faunawet niet nodig.

4.7.3. Quickscan Flora en Fauna

Econsultancy heeft in opdracht van HSRO Stedenbouw en ruimtelijke ontwikkeling

BV een quickscan flora en fauna uitgevoerd aan de Blauwe Sluis 8 en 12 te Appeltern

in de gemeente West Maas en Waal. De quickscan flora en fauna is uitgevoerd in

het kader van een bestemmingsplanwijziging. Het volledige rapport (nr. 10063409)

maakt als losse bijlage deel uit van de toelichting. Hieronder volgen de conclusies en

aanbevelingen.

“Voorgenomen ingreep:

De initiatiefnemer is voornemens één bedrijfswoning en twee recreatieappartementen

in het pand Blauwe Sluis nr. 12 te realiseren. Nr. 8 zal de huidige woonfunctie

behouden en uitgebreid worden met een Bed & Breakfast. Ten behoeve van de plannen

worden de woningen aan de Blauwe Sluis 8 en 12 gerestaureerd en wordt het

tussenliggende perceel (nr. 10) ingericht als afrit. Daarnaast zal ten behoeve van de

– 36 –


voorgenomen werkzaamheden een deel van de aanwezige beplanting op de onderzoekslocatie

worden verwijderd.

Waarnemingen en te verwachten soorten:

De bebouwing van nr. 12 is in gebruik door huismus als nestlocatie. Het buitenterrein

van de onderzoekslocatie in combinatie met de directe omgeving vormt geschikt habitat

voor steenuil en kan deel uitmaken van een functioneel leefgebied. De beplanting

op de onderzoekslocatie biedt onderkomen aan algemene broedvogels (niet jaarrond

beschermd) als merel en roodborst. De bebouwing kan een (incidentele) verblijfsfunctie

hebben voor één of enkele vleermuizen, een kraam- of winterverblijf is niet te

verwachten. Algemene grondgebonden zoogdieren als egel, mol en konijn en amfibieën

als bruine kikker en gewone pad maken mogelijk (incidenteel) gebruik van het

buitenterrein van de onderzoekslocatie.

Voor de overige soorten uit de verschillende soortgroepen vormt de onderzoekslocatie

zelf geen geschikt habitat of zijn deze op grond van bekende verspreidingsgegevens of

het ontbreken van verblijfsindicaties niet te verwachten.

Maatregelen ter voorkoming van overtredingen van de Flora- en faunawet:

Door het treffen van passende maatregelen, bijvoorbeeld het plaatsen van vogelvides,

zal de verblijf/nestfunctie die de huidige bebouwing heeft voor huismus behouden

blijven en zal er geen sprake zijn van overtreding van de Flora- en faunawet. Indien

de beplanting buiten het broedseizoen wordt verwijderd, zullen er geen overtredingen

van de Flora- en faunawet plaatsvinden met betrekking tot niet jaarrond beschermde

broedvogels. Door de bebouwing op vergelijkbare wijze weer geschikt te maken voor

vleermuizen, vrijblijvend geschikte vleermuiskasten te plaatsen en tijdens de werkzaamheden

te letten op de aanwezigheid van een incidentele vleermuis is overtreding

van de Flora- en faunawet te voorkomen.

Algemene zorgplicht:

In het kader van de algemene zorgplicht dient met betrekking tot de onderzoekslocatie

er bij de ingreep rekening te worden gehouden met een mogelijke (incidentele) soort

als mol, egel, konijn, bruine kikker, kleine watersalamander en gewone pad. Aanwezige

dieren moeten de gelegenheid krijgen om weg te komen. Indien noodzakelijk

dienen aanwezige dieren te worden verplaatst naar geschikt habitat buiten de ingreep.

Gebiedsbescherming:

De EHS zal niet worden aangetast door de herbestemming van de onderzoekslocatie.

Externe werking op overige beschermde natuurgebieden (Natura 2000) is niet aan de

orde.

Noodzaak tot nader onderzoek:

Gezien de relatief beperkte (tijdelijke) ingreep, de minimale geschiktheid als verblijfplaats

en er vanuit gaande dat de bebouwing weer geschikt (op vergelijkbare wijze)

wordt gemaakt voor vleermuizen, wordt het ecologisch gezien niet noodzakelijk geacht

om een protocollair vleermuizenonderzoek uit te voeren om het mogelijk gebruik van

een incidentele vleermuis aan te tonen dan wel juridisch uit te sluiten.

Noodzaak aanvraag ontheffing Flora- en faunawet artikel 75c:

Ontheffingsaanvraag voor overtreding van verbodsbepalingen in de Flora- en faunawet

ten aanzien van het verstoren van vaste rust- en verblijfplaatsen is niet aan de

orde.”

• Binnen het voornemen zijn geen ontheffingen nodig in het kader van de Flora- en faunawet en/of

de Natuurbeschermingingswet 1998. Ook is het voornemen uitvoerbaar binnen het beleidskader

van de Ecologische Hoofdstructuur.

– 37 –


4.8. Cultuur en Archeologie

De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan

in de ruimtelijke ontwikkeling is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valletta

(Malta, 1992). Dit verdrag is uitgewerkt in een wijziging van de Monumentenwet.

1 september 2007 is de wet op de archeologische monumentenzorg in werking

getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de

Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch

erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de

financiering van opgravingen.

Plangebied

Figuur 16 Archeologische verwachte waarden (bron: provincie Gelderland)

Op de provinciale archeologische verwachtingenkaart (zie figuur 16) is te zien dat het

plangebied een lage tot middelhoge archeologische verwachting heeft In de directe

nabijheid van het plangebied is een terrein van archeologische waarde gelegen. Op de

cultuurhistorische waardenkaart is te zien dat het plangebied ligt in een zone met een

hoge cultuurhistorische waarde (zie figuur 17).

Plangebied

Figuur 17 Cultuurhistorische waarden (bron: provincie Gelderland)

– 38 –


Ter bescherming van mogelijke archeologische waarden is in het plangebied een

inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is op 31 mei 2007 uitgevoerd

door bureau De Steekproef. Het opgestelde rapport (2007-05/05) maakt als

losse bijlage deel uit van deze toelichting. Hieronder wordt de conclusie weergegeven.

4.8.1. Conclusie veldonderzoek Blauwe Sluis 8 - 12

“Voorafgaand aan het veldwerk is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld.

De kans was aanwezig dat tijdens het veldwerk archeologische indicatoren zouden

worden aangetroffen uit de periode Neolithicum - Nieuwe Tijd (8800 vC - 1950 nC).

Deze zouden onder andere kunnen bestaan uit bewerkt en/of verbrand vuursteen,

houtskool, aardewerk, baksteen en bot. Tijdens het archeologisch onderzoek in Blauwe

Sluis is boring 5 na herhaalde pogingen vroegtijdig gestaakt vanwege weerstand (zie

figuur 18 voor de kaart met boorpunten).

Figuur 18 Boorpuntenkaart archeologisch veldonderzoek, De Steekproef (2007-05/05)

In de dieper uitgevoerde boringen zijn geen eenduidige archeologische indicatoren

aangetroffen. In vijf van de negen boringen zijn op diverse dieptes verscheidene vegetatieniveau’s

aangetroffen. Dit duidt op een kalme periode waarin planten gegroeid

hebben. Het is waarschijnlijk dat gedurende deze periode de bodem ook geschikt is

geweest voor menselijke bewoning. Hier zijn echter geen aanwijzingen voor gevonden.

In twee boringen (nrs 1 en 3) zijn in het diepe vergetatieniveau (270 cm beneden

het maaiveld) fragmenten houtskool aangetroffen. De herkomst van het houtskool

is onduidelijk. Mogelijk is het een resultaat van de akkerbouw in de Romeinse tijd of

natuurlijk ontstane branden.

• Op grond van de huidige staat van kennis zijn beperkende en/of beschermende maatregelen niet

wetenschappelijk verdedigbaar. Archeologisch vervolgonderzoek wordt voor het plangebied Blauwe

Sluis 8 - 12 te Blauwe Sluis, gemeente West Maas en Waal, dan ook niet noodzakelijk geacht.”

Cultuurhistorische waarde ‘De Stoep en blauwe Sluis 8

Wat betreft de aandacht voor het behoud van de cultuurhistorische waarden ligt het

accent op het pand ‘De Stoep’. Dit is een markant gebouw met cultuurhistorische

waarde en heeft een beeldbepalende uitstraling voor de omgeving. Het pand aan de

– 39 –


Blauwe Sluis 8 betreft een voormalige (bedrijfs)woning en heeft tav. de cultuurhistorie

weinig toegevoegde waarde. Het pand is verouderd en wordt nu gerenoveerd.

Bestudering van de plannen laat zien dat er bij de renovatie van ‘De Stoep’ veel aandacht

wordt gegeven aan het behoud van de karakteristieke en cultuurhistorische

waarden. De architect licht in een uitgebreide onderbouwing de insteek van de renovatie

toe. Zie hiervoor de bijlage ‘Definitief ontwerp, verbouwing ‘De Stoep, van J

Marcus, maart 2010. Onderstaand volgt enkele citaten over de geschiedenis van het

pand en de voor de cultuurhistorie relevante opmerkingen uit dit stuk:

Onderbouwing ontwerp renovatie ‘De Stoep’ J. Marcus

“Dit gebouw is oorspronkelijk gebouwd in 1914, als stoomgemaal genaamd Blauwe

Sluis. Volgens het boek “In de ban van Maas en Waal diende het gemaal, voorzien van

centrifugaalpomp, tezamen met het gemaal aan de Rijkse Sluis voor de afwatering van

de Oude Wetering. Klaarblijkelijk heeft het gemaal nooit optimaal gefunctioneerd, het

af te voeren water zocht eerder zijn weg naar de Rijkse Sluis richting Alphen. Zodoende

moet het gemaal al in de jaren 1960, maar ook vanwege de komst van dieselgemalen

als het gemaal Bloemers naast de Tuut, zijn functie zijn verloren.”

“Nadat het pand jarenlang in verval raakte, is het in de jaren 1970 verbouwd tot bardancing

“De Stoep”. Tot begin jaren 2000 is “De Stoep” als uitgaansgelegenheid een

begrip geweest in het Land van Maas en Waal en daarbuiten”.

Gestart is met een uitgebreide bestudering en inventarisatie van foto’s tekeningen en

inmetingen van het huidige pand. De verzamelde informatie geeft een goed beeld van

het bestaande pand en de geschiedenis daarvan. Met deze gegevens als uitgangspunt

is een ontwerp gemaakt voor de herbestemming. Insteek van het ontwerp is:

“Respecteer wat goed en oorspronkelijk is, verwijder of vervang alles wat slecht en overbodig is

geworden en geef nieuwe elementen eigentijds vorm met respect voor het originele”.

“Te constateren is dat alles wat steenachtig is, de tand des tijds redelijk tot goed heeft

doorstaan. Voor wat betreft de kapconstructies kan gesteld worden dat de oude spanten

wel wat geleden hebben, maar van een dusdanig waardevolle en mooie uitvoering

zijn dat ze gehandhaafd danwel hersteld moeten worden voor zover mogelijk. Het

originele dakbeschot is deels verrot, maar zal zoveel als mogelijk worden hergebruikt

en geïsoleerd. Daarbij zal de detaillering van goot en overstek zoveel als mogelijk

worden hersteld volgens het originele detail (zie Originele Tekeningen Stoomgemaal

Blauwe Sluis). Ook zullen de pannen worden hergebruik”

“Aan de voorzijde wordt het entree-portaal geheel verwijderd. Het is niet oorspronkelijk

en in slechte staat. Ook de ruimte voor de koeling, onder het bordes zal verwijderd

worden. Hierdoor komt het oorspronkelijke gebouw weer meer in het zicht en ontstaat

er ruimte voor een secundaire entree van de woning t.o.v. de dijk en een verlaagd

terras omsloten door de originele muren/keerwanden.”

“De wijzigingen in de voorgevelopeningen t.g.v. de verbouwing uit de jaren 1970

blijven zoals ze zijn, de huidige kozijnen worden vervangen, voorzien van glasdeuren

en dieper in de negge gezet, om meer expressie te geven aan de robuustheid van het

pand. Op deze manier blijven de twee levens van dit gebouw leesbaar

• De uitstraling van het nu verwaarloosde pand wordt door het voornemen sterk verbeterd en de

cultuurhistorische waarden van het pand zullen na uitvoering beter zichtbaar zijn.

– 40 –


5. Juridische aspecten

In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord

in het bestemmingsplan, verbeelding en regels.

Algemeen

In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het juridisch bindende gedeelte

van voorliggend bestemmingsplan. De gekozen wijze van bestemmen komt overeen

met bestemmingsregelingen zoals die in de gemeente West Maas en Waal worden

toegepast. Binnen het plangebied zijn geen handhavingszaken die in voorliggend

bestemmingsplan worden gelegaliseerd. De aanwezige bijgebouwen worden vastgelegd

en de bouwvlakken aangegeven.

5.1. Plansystematiek

5.1.1. Wat is een bestemmingsplan

Het bestemmingsplan komt voort uit de Wet ruimtelijke ordening. Het is een instrument

voor het voeren van ruimtelijk beleid en is een middel waarmee functies aan

gronden worden toegekend. Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, verbeelding

en regels. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar is

belangrijk voor een goede interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. De

toelichting gaat in op de noodzaak, de onderzoeken en het beleid die aan het bestemmingsplan

ten grondslag liggen. De Wet ruimtelijke ordening staat niet los van andere

wetten en regels. Vandaar dat in de toelichting van een bestemmingsplan ook de ecologische,

economische, milieu-hygiënische en juridische haalbaarheid moet worden

aangetoond.

De verbeelding en regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het

bestemmingsplan. Beide planonderdelen moeten in samenhang worden toegepast.

De verbeelding is een kaart van de gronden met bestemmingsvlakken. De bestemmingen

zijn gekoppeld aan bijbehorende regels. In de regels staan bepalingen voor

gebruik, bebouwing en het verrichten van werken. De regels zijn mede bepalend voor

het verlenen van vergunningen in het kader van de WABO. De WABO combineert

wet- en regelgeving op het gebied van Milieubeheer, Bouwverordening, Woningwet

en Monumentenwet. Dit bestemmingsplan heeft daarnaast ook een belangrijke relatie

met wetgeving op het gebied van water en specifiek de ligging aan een waterkering.

De bestemmingen van de gronden kunnen op twee manieren zijn aangeven:

--

Via een (enkel)bestemming. Met de bestemming wordt aangegeven voor welke

gebruiksdoelen of functies de betreffende gronden mogen worden aangewend.

Deze functies zijn in de zogenaamde bestemmingsregels vastgelegd.

--

Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming wordt aan gronden toegekend

naast de daarvoor aangegeven (enkel)bestemming, zodat voor dezelfde

gronden meerdere bestemmingen naast elkaar kunnen gelden. In de bijbehorende

bestemmingsregels wordt de verhouding tussen de doeleinden (functies) van de

beide bestemmingen aangegeven. Ook worden in de bestemmingsregels bij de

dubbelbestemming vaak extra bepalingen ter aanvulling of beperking op/van de

gebruiks- of bouwmogelijkheden van de (enkel)bestemming opgenomen.

--

Aanvullend op de bestemmingen worden ‘aanduidingen’ gebruikt. Er bestaan twee

soorten aanduidingen: gebiedsaanduidingen en functieaanduidingen. Met een

functieaanduiding gaat het meestal om een specificatie van de gebruiksmogelijkheden

binnen een bepaalde bestemming of een gedeelte daarvan. Bij een gebiedsaanduiding,

die vaak een gebied met meerdere bestemmingen beslaat, gaat het

vaak om een bescherming van specifieke,veelal sectorale belangen. Er worden ook

– 41 –


gebruiksdoelen mee aangeduid die zich over meerdere bestemmingen uitstrekken

en niet met elk van de bijbehorende bestemmingen apart een functionele relatie

hebben. Bij een aanduiding worden regels opgenomen gericht op de specifieke

functieaanduiding (bijv. een maximale oppervlaktemaat) dan wel gericht op specifieke,

te beschermen waarden of belangen binnen een gebiedsaanduiding. Op

de verbeelding zijn de geldende bestemmingen zichtbaar. Binnen een bestemming

kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. .

5.2. Juridische planopzet

Dit bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen

2008 (SVBP2008). Er is qua methodiek aansluiting gezocht bij andere

actuele bestemmingsplannen in de gemeente West Maas en Waal en het Handboek

van de gemeente West Maas en Waal. De regels zijn aangepast aan de sinds 1 oktober

2010 geldende WABO.

5.2.1. Regels algemeen

De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken:

Inleidende regels

In dit hoofdstuk worden in artikel 1 begrippen verklaard die in de regels worden

gebruikt. Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen.

De wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels is

vastgelegd in artikel 2.

Bestemmingsregels

In dit hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Per bestemming

is het toegestane gebruik van de gronden geregeld. Dubbelbestemmingen zijn ook in

dit hoofdstuk opgenomen. Ieder artikel kent in beginsel een vaste opzet. Eerst wordt

het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn

bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking

tot bouw- en/of gebruiksregels. Tenslotte zijn eventueel een omgevingsvergunningstelsel

en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat

naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat

die in relatie tot een bestemming mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.

Algemene regels

In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden

dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een antidubbeltelbepaling, algemene

bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels, wijzigingsregels en

procedureregels.

Overgangs- en slotregels

In het laatste hoofdstuk zijn overgangs- en een slotregels opgenomen. Hoewel het hier

in wezen ook regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een

apart hoofdstuk opgenomen.

5.2.2. Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Blauwe Sluis 12’

Algemeen

Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente West Maas en Waal. Op

het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied integrale herziening’ van de

gemeente West Maas en Waal van toepassing.

– 42 –


Om tot realisering over te kunnen gaan is voor het plangebied een bestemmingswijziging

naar de bestemming ‘wonen’ noodzakelijk. Ook zijn twee aanduidingen nodig

bedoeld om de diverse vormen van verblijfsrecreatie te duiden. De vigerende horecabestemming

op het pand Blauwe Sluis 12 komt te vervallen. Dit geldt ook voor de

agrarische bestemming op het plangebied

Bestemming ‘Wonen’ met aanduiding ‘specifieke vorm van recreactie 1 of 2’

Voorliggend bestemmingsplan ‘Buitengebied, Blauwe Sluis 12’ kent aan het plangebied

de bestemming ‘Wonen’ toe. Binnen de verbeelding krijgen de woningen van

perceel 12 en 8 elk een aparte aanduiding, waarmee een specifieke vorm van recreatie

1 of 2 wordt geduid. In de regels worden deze aanduidingen- voor Blauwe Sluis 12

de vakantiestudio’s en voor Blauwe Sluis 8 de B&B verblijven- nader omschreven in

bouw- en gebruiksmogelijkheden.

Dubbelbestemming ‘Waterstaat/waterkering’

Daarnaast ligt op het plangebied de dubbelbestemming ‘Waterstaat-Waterkering’.

Met deze dubbelbestemming wordt de bijzondere positie aan de dijk met bijbehorende

regels beschreven.

– 43 –


6. Motivatie

Het markante pand staat al meer dan vijf jaar leeg. Het pand is niet meer onderhouden

en maakt een vervallen indruk. Dit geeft een trieste aanblik en is geen reclame voor

de recreatie en toerisme in het gebied. Wanneer met het plan wordt ingestemd zal het

pand gerenoveerd en bewoond worden. De ontwikkeling van de vakantiewoningen

en B&B voorzieningen scheppen bovendien extra verblijfsmogelijkheden voor het toerisme.

Dit draagt bij aan de beleving van het bijzondere pand.

Het planvoornemen past plan binnen het visie en toetsingskader Gouden Ham/de

Schans. Deze visie heeft het toerisme tot speerpunt van het beleid uitgeroepen. Het

huidige aanbod is momenteel eenzijdig en bedreigt daardoor het recreatieve product

van de Gouden Ham als geheel. De gemeente streeft daarom naar een recreatief

product met een grotere variatie bestaande uit elkaar aanvullende voorzieningen.

De renovatie van het oorspronkelijk als stoomgemaal gebouwde pand aan de Blauwe

Sluis 12 maakt het mogelijk de cultuurhistorische waarde van het pand te sterker te

ervaren en levert daarmee een positieve bijdrage aan de omgeving en het landschap.

Dit levert directe meerwaarde op voor de uitstraling en de aantrekkelijkheid van het

gebied voor het toerisme. De vakantiestudio’s en de B&B voorzieningen die onderdeel

zijn van het planvoornemen verbreden het huidige vooral op kamperen gerichten aanbod

in verblijfsmogelijkheden en zijn bovendien seizoensverlengend.

De renovatie wordt met veel zorg en aandacht voor de cultuurhistorische waarde van

het pand uitgevoerd. Het realiseren van een hoogwaardige uitstraling, zijn insteek van

de renovatie. Het instandhouden en versterken van de karakteristieke bouwkundige

en architectonische kenmerken zijn daarbij belangrijke aandachtspunten.

Het planvoornemen is getoetst aan de diverse beleidskaders die gelden voor het

omzetten van de bestemming. Er zijn, zoals in de toelichting te lezen is, geen ruimtelijke

of milieuhygiënische knelpunten naar voren gekomen die belemmerend zijn. De

bedrijven en woningen in de omgeving worden niet beperkt in hun bedrijfsontwikkeling

of woongenot.

Het voornemen past binnen het beleid van rijk, provincie en gemeente. Het plan past

binnen het streven van de gemeente naar inbreiding boven uitbreiding met behoud

van bestaande karakteristieken en waarden. Gezegd kan worden dat de ontwikkelingen

bijdragen aan het versterken van een vitaal recreatiegebied van de Gouden Ham.

– 44 –


7. Economische uitvoerbaarheid

Het plan wordt door de initiatiefnemer ontwikkeld. Alle kosten in verband met de

realisatie zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Er zal door de gemeente geen financieel

risico worden gelopen. De gemeente West Maas en Waal is niet betrokken bij

de exploitatie of investeringen van het project. Exploitatiebijdragen of baatbelasting

zijn niet aan de orde. Er wordt door de initiatiefnemer een planschade-overeenkomst

gesloten met de gemeente West Maas en Waal.

– 45 –


8. Overleg en inspraak

8.1. Algemeen

In het Besluit ruimtelijke ordening staat dat een ontwerpbestemmingsplan vergezeld

dient te gaan met een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke

organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken.

Dit concept-voorontwerpbestemmingsplan zal conform artikel 3.1.1 van het Besluit

ruimtelijke ordening in vooroverleg worden gezonden naar de betreffende personen

en instanties. Na het vooroverleg zal het plan de procedure van artikel 3.8 en verder

van de Wet ruimtelijke ordening doorlopen. De resultaten van deze procedures zullen

te zijner tijd in deze toelichting worden vermeld.

8.2. Inspraak en overleg

De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld.

Voor dat het ontwerpplan ter visie gelegd kan worden dient tussen gemeente en

verschillende instanties overleg over het plan te worden gevoerd. Daarnaast is er de

gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken. Pas daarna

wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan

opgestart (ex artikel 3.8 Wro).

Het voorontwerpbestemmingsplan wordt gedurende 6 weken voor inspraak ter

inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen inspraakreacties worden ingediend. In

dezelfde periode wordt het voorontwerpbestemmingsplan nogmaals voorgelegd aan

diverse instanties. Zij hebben de mogelijkheid om in het kader van het vooroverleg te

reageren op het bestemmingsplan. In deze paragraaf worden te zijner tijd de resultaten

van de inspraak en het overleg opgenomen

8.3. Zienswijzen

De formele procedure start met de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan.

Het ontwerpbestemmingsplan wordt daartoe gedurende 6 weken voor ter visie gelegd,

in welke periode zienswijzen kunnen worden ingediend.

In deze paragraaf of in een separate bijlage worden te zijner tijd de zienswijzen op het

voorontwerp bestemmingsplan en de gemeentelijke reactie hierop opgenomen.

– 46 –


HOOGSTRAAT 1

6654 BA AFFERDEN (GLD)

WWW.HSRO.NL

INFO@HSRO.NL

TEL. 0487 - 542906

FAX. 0487 - 542905

More magazines by this user
Similar magazines