“Buitengebied Beukstraat Boven-Leeuwen”

westmaasenwaal.nl

Toelichting - Gemeente West Maas en Waal

Voorontwerp-bestemmingsplan

“Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen”

Auteur

G&O Consult

Postbus 12

5845 ZG Sint Anthonis

Bezoekadres Burgemeester Wijtvlietlaan 1

De Rips

0493 – 59 75 05

0493 – 59 75 09

info@go-consult.nl

www.go-consult.nl

Projectnummer

Status

2733BS0210

Voorontwerp

NL.IMRO.BuiBeukstraat-VO01

Datum Mei 2012

© 2012 G&O Consult BV


Inhoud

Hoofdstuk 1. Inleiding ................................................................................... 3

1.1 Aanleiding ................................................................................................ 3

1.2 Ligging en begrenzing plangebied ................................................................... 3

1.3 Bij het plan behorende stukken...................................................................... 4

1.4 Vigerende bestemmingsplannen ..................................................................... 4

1.5 Leeswijzer ............................................................................................... 5

Hoofdstuk 2. Bestaande situatie ....................................................................... 6

2.1 Algemeen ................................................................................................ 6

2.2 Cultuurhistorie en Ruimtelijke structuur ........................................................... 7

2.3 Functionele structuur .................................................................................. 8

Hoofdstuk 3. Beleidskaders .......................................................................... 10

3.1 Europees en rijksbeleid ............................................................................. 10

3.2 Provinciaal en regionaal beleid .................................................................... 11

3.3 Gemeentelijk beleid ................................................................................. 15

Hoofdstuk 4. Planbeschrijving ....................................................................... 20

4.1 Beheer .................................................................................................. 20

4.2 Ontwikkelingslocaties ................................................................................ 20

4.3 Inrichtingsvoorstel .................................................................................... 20

Hoofdstuk 5. Onderzoeken ........................................................................... 23

5.1 Geluidshinder ......................................................................................... 23

5.2 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................ 24

5.3 Geur ..................................................................................................... 25

5.4 Bodem .................................................................................................. 26

5.4 Landschap .............................................................................................. 28

5.6 Archeologische en Cultuurhistorische waarden ................................................. 28

5.7 Watertoets ............................................................................................. 31

5.8 Flora en fauna ......................................................................................... 38

5.9 Luchtkwaliteit ......................................................................................... 40

5.10 Externe veiligheid .................................................................................... 41

5.11 Verkeer en Parkeren ................................................................................. 43

Hoofdstuk 6. Juridische planopzet .................................................................. 44

6.1 Inleiding ................................................................................................ 44

6.2 Opbouw van de regels ............................................................................... 45

6.3 Bestemmingen ........................................................................................ 45

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 1


Hoofdstuk 7. Economische uitvoerbaarheid ....................................................... 47

Hoofdstuk 8. Overleg en Inspraak ................................................................... 48

8.1 Inspraak ....................................................................................................... 48

8.2 Overleg ........................................................................................................ 48

8.3 Zienswijzen ................................................................................................... 48

Figuren

Figuur 1

Figuur 2

Figuur 3

Figuur 4

Figuur 5

Figuur 6

Figuur 7

Figuur 8

Figuur 9

Figuur 10

Figuur 11

Figuur 12

Ligging en begrenzing plangebied

Luchtfoto van de planomgeving

Regionale woningbehoefte Regio Rivierenland

Ruimtelijke typering Boven-Leeuwen

Uitbreidingslocaties Boven-Leeuwen

Inrichtingsschets zes woningen

Voor- en achtergevels en de indeling van de woningen

Uitsnede BVB-kaart Gelderland

Uitsnede historisch bodembestand provincie Gelderland

Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart provincie Gelderland

Hoogtekaart, omgeving Beukstraat (www.ahn.nl)

Uitsnede risicokaart (www.risicokaart.nl)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 2


Hoofdstuk 1. Inleiding

1.1 Aanleiding

HCB Vastgoed BV heeft het initiatief genomen om op het perceel achter het adres

Bernhardstraat 13 te Boven-Leeuwen 6 starterwoningen te realiseren. Hiertoe

heeft initiatiefnemer een verzoek ingediend bij de gemeente West Maas en Waal.

Bij besluit van 22 juni 2010 heeft het college van burgemeester en wethouders

besloten in principe bereid te zijn haar medewerking te verlenen. Dit onder twee

voorwaarden, te weten:

• principe medewerking verlenen aan een procedure tot herziening van het

bestemmingsplan voor het bouwen van zes starterwoningen op een perceel

grenzend aan de Bernhardstraat 13 te Boven-Leeuwen;

• er wordt een planschadeovereenkomst gesloten met de verzoeker.

Naar aanleiding van het bovennoemde besluit is het voorliggende bestemmingsplan

opgesteld. Onderhavige toelichting maakt, samen met de bij deze toelichting

behorende regels en verbeelding, deel uit van het bestemmingsplan tot herziening

van het bestemmingsplan.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen op het perceel grenzend aan de Bernhardstraat 13,

kadastraal bekend als gemeente West Maas en Waal, sectie B, nummer 5287. Op

onderstaande figuur 1 is de ligging van het plangebied en de precieze begrenzing

van het plangebied aangegeven.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 3


Figuur 1 Ligging en begrenzing plangebied

1.3 Bij het plan behorende stukken

Het voorliggende bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen”

bestaat uit:

1. verbeelding, schaal 1:500

2. regels

3. toelichting

Op de verbeelding en de regels zijn de juridisch bindende elementen van dit

bestemmingsplan. Hierin zijn onder andere de bestemmingen van de in het plan

opgenomen gronden, gebouwen en waarden aangegeven. In de toelichting wordt

nader ingegaan op de uitgangspunten en de doelen van het plan.

1.4 Vigerende bestemmingsplannen

De bestemmingsplannen die vigeren voor de locatie zijn het bestemmingsplan

“Integrale Herziening Buitengebied” en het bestemmingsplan “Buitengebied,

herziening 2006” van de gemeente West Maas en Waal. Het bestemmingsplan

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 4


“Integrale Herziening Buitengebied” is vastgesteld door de raad van de gemeente

West Maas en Waal, op 12 november 1997. Dit plan is goedgekeurd door de

Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland op 6 juli 1998. Het plan is

onherroepelijk geworden op 19 juli 2001. Het bestemmingsplan “Buitengebied,

Herziening 2006” is vastgesteld door de gemeenteraad op 11 december 2008 en

onherroepelijk geworden op 5 maart 2009.

1.5 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 Bestaande situatie wordt een beschrijving gegeven van de bestaande

situatie ter plaatse van het plangebied. In hoofdstuk 3 ‘Beleidskader’ wordt

aandacht besteed aan het algemene en specifieke rijks-, provinciale, regionale en

gemeentelijke beleid voor de fysieke omgeving van het plangebied. In hoofdstuk 4

‘Planbeschrijving’ wordt een omschrijving gegeven van de uitgangspunten van het

plan, waarbij er tevens wordt aangegeven hoe het plangebied wordt ingericht.

Hoofdstuk 5 ‘Onderzoeken’ behandelt de uitgevoerde onderzoeken en de uitkomsten

hiervan en in hoofdstuk 6 de juridische planopzet van het plan behandeld.

Hoofdstuk 7 betreft de ‘Economische uitvoerbaarheid’. Hoofdstuk 8 ‘Overleg en

Inspraak’ belicht het resultaat van het overleg en de ter inzage legging.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 5


Hoofdstuk 2. Bestaande situatie

2.1 Algemeen

Het plangebied is gelegen op het perceel grenzend aan het perceel Bernhardstraat

13 te Boven-Leeuwen. De locatie bevindt zich ten oosten van de kern Boven-

Leeuwen (zie figuur 2 voor luchtfoto van planomgeving). De planlocatie bevindt zich

stedenbouwkundig gezien in het overgangsgebied tussen de bebouwde kom en het

buitengebied.

Figuur 2 Luchtfoto van de planomgeving

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 6


2.2 Ruimtelijke structuur

De structuur van Boven-Leeuwen wordt bepaald door lange linten die verder

verdicht zijn met woningbouw. De belangrijkste structurerende lijnen zijn de

Molenstraat, Willibrordusstraat, Florastraat en de Bernhardstraat. Dit zijn tevens de

belangrijkste ontsluitingswegen in de kern.

Het Wiel is aan de noordzijde samen met het groen een waardevol groengebied in de

kern. Aan de zuidoost- en westzijde wordt Boven-Leeuwen begrensd door het

buitengebied en de Van Heemstraweg, terwijl aan de noordzijde de Waalbandijk

(rivier de Waal) de begrenzing vormt.

Ruimtelijke Structuur

Instandhouding van de leefbaarheid vereist ten slotte dat ruimte aanwezig is voor

winkel-, zorg-, en welzijnsvoorzieningen en voor woningbouw.

In het plangebied is sprake van kwel en een slechte afvoer vanuit het stedelijk

gebied. De afvoercapaciteit van het aanwezige oppervlaktewater is beperkt. Dit

geldt voor alle genoemde locaties. Bij de ontwikkeling dient hieraan voldoende

aandacht te worden besteed.

De voornaamste functie in de omgeving van het plangebied is wonen. De woningen

aan de Beukstraat, de Eikstraat en de Iepstraat zijn allen gerealiseerd als enkele

rijwoningen. De eerste rij bestaat uit 3 woningen, de tweede rij bestaat uit 4

woningen.

Aan de Bernhardstraat zijn voornamelijk (voormalige) agrarische bedrijven gelegen,

bestaande uit een (bedrijfs)woning en (voormalige) bedrijfsbebouwing. De woningen

zijn vrijstaande woningen. Op enkele percelen waar geen sprake meer is van een

agrarische functie is andersoortige bedrijvigheid gevestigd. Het betreft voornamelijk

dienstverlenende bedrijven.

De ontsluitingsweg van het plangebied wordt de Beuklaan. Dit is een weg enkel

gericht op het ontsluiten van aanliggende woningen. De functie van deze weg zal

niet veranderen na de toevoeging van 6 starterwoningen. De Beukstraat komt uit op

de Florastraat, welke te categoriseren is als een gebiedsontsluitingsweg. Op deze

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 7


weg komen meerdere erftoegangswegen uit. Hetzelfde kan gesteld worden van de

Bernhardstraat en de Van Heemstraweg. De N322 is de weg die het bovenregionale

verkeer afhandelt.

Parkeren zal binnen het plangebied plaatvinden op het eigen terrein en aan beide

zijden van de aan te leggen weg, waartoe parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

Hiertoe is binnen het plangebied ruimte gereserveerd.

In de omgeving is groen aanwezig in de vorm van agrarisch grasland met verspreide

bomen en gemeentelijke groenstroken met bomen. Verder ten noorden van de

planlocatie zijn de uitwaarden van de Maas gelegen.

De eerder genoemde uitwaarden zijn aangewezen als behorend tot de Ecologische

hoofdstructuur. In de planomgeving komen verder geen ecologische waarden voor.

Op de locatie waar de 6 woningen ontwikkeld worden zijn geen monumenten

aanwezig. Op het perceel Bernhardstraat 6 zijn bouwwerken met een agrarische

functie aanwezig welke zijn aangewezen als monument. Ze zijn aangemerkt als

bouwwerken met een middelhoge kwaliteit. Hetzelfde geldt voor de twee agrarische

bouwwerken op Bernhardstraat 8 zijn en het agrarische bouwwerk op de

Bernhardstraat 21. Aan de Waalbanddijk 21 is nog een voormalig religieus bouwwerk

aanwezig met een hoge waardering.

Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit grasland. Voorheen was op een

gedeelte van het plangebied agrarische bebouwing aanwezig. Deze is inmiddels

verwijderd.

2.3 Functionele structuur

Het overgrote deel van het gebied heeft een woonfunctie. In de omgeving zijn nog

enkele agrarische bedrijven aanwezig. Deze bedrijven zijn gelegen op de percelen

Bernhardstraat 8, 12, 16 en 24. Daarnaast zijn er in de omgeving nog enkele nietagrarische

bedrijven gelegen. Zij richten zich voornamelijk op de dienstverlening.

Met de toevoeging van de 6 staterwoningen in het gebied zal de functionele

structuur van de omgeving niet wezenlijk veranderen.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 8


Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 9


Hoofdstuk 3. Beleidskaders

3.1 Rijksbeleid

De Nota Ruimte bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van

Nederland en de belangrijkste bijbehorende doelstellingen. De nota bevat, in

overeenstemming met het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet, de ruimtelijke

bijdrage aan een sterke economie, een veilige en leefbare samenleving en een

aantrekkelijk land. In de Nota Ruimte wordt het nationaal ruimtelijk beleid

vastgelegd tot 2020, waarbij de periode 2020-2030 geldt als doorkijk naar de lange

termijn.

Uitgangspunt van deze nota: rijksregie waar het nodig is en decentralisatie waar het

kan. De inzet: sterke steden en een vitaal platteland. Het kabinet kiest ook expliciet

voor een ruimtelijk beleid dat bijdraagt aan de versterking van de internationale

concurrentiepositie van Nederland. Méér ruimte voor ondernemen, wonen en

recreëren. Méér ruimte voor infrastructuur en water. Dat zijn de hoofdlijnen voor

een herkenbaar, nieuw nationaal ruimtelijk beleid. Provincies en gemeenten dienen

hier in hun eigen beleid rekening mee te houden (doorwerking).

De nationale overheid heeft het uitgangspunt dat in iedere gemeente voldoende

ruimte wordt geboden om te voorzien in de natuurlijke bevolkingsaanwas. Dat geldt

ook voor meer landelijke gebieden, waar vooral starters en ouderen moeite hebben

om aan een geschikte woning te komen, waardoor de sociale samenhang onder druk

komt te staan. Om dit te kunnen volgen, gaat het rijk de streek- en

bestemmingsplancapaciteit voor wonen ’monitoren’. Behalve voor de eigen

bevolkingsaanwas, moet iedere gemeente ook voldoende ruimte bieden voor de

lokaal georiënteerde bedrijvigheid.

Bundeling van verstedelijking en economische activiteiten betekent dat nieuwe

bebouwing voor deze functies grotendeels geconcentreerd tot stand komt, dat wil

zeggen in bestaand bebouwd gebied, aansluitend op het bestaande bebouwde

gebied of in nieuwe clusters van bebouwing daarbuiten. De ruimte die in het

bestaande stedelijke gebied aanwezig is, moet door verdichting optimaal worden

gebruikt. Het streven is erop gericht dat veertig procent van het totale

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 10


uitbreidingsprogramma voor woningen en arbeidsplaatsen daar tot stand komt, al

hanteert het kabinet, met oog op de praktijkervaring van de laatste jaren, als

achtergrond voor investeringsbeslissingen een tegenvallende productie binnen

bestaand bebouwd gebied, i.c. 25% van het totale uitbreidingsprogramma.

Vooral in eenzijdig samengestelde woonwijken met veel achterstandsgroepen en een

lage woningkwaliteit moet ook de komende jaren worden vastgehouden aan de

ambitie een flink deel van de uitbreidingsproductie binnenstedelijk te realiseren.

Sociale spanningen en integratieproblemen kunnen daardoor worden verminderd en

ontwikkelingskansen vergroot. Het rijk stimuleert revitalisering, herstructurering en

transformatie van zowel (verouderde) wijken als bedrijventerreinen in het

algemeen.

Concluderend kan gesteld worden dat het plan, gezien het gegeven dat het een

aansluitend op de bestaande stedelijke bebouwing wordt gebouwd en dat het de

bouw van starterwoningen betreft, er aangesloten wordt het nationale beleid.

3.2 Provinciaal en regionaal beleid

Structuurvisie

In de structuurvisie van de provincie Gelderland zijn de uitgangspunten van de

provincie Gelderland met betrekking tot functieverandering van (voormalige)

agrarische bebouwing (VAB) naar andere functies opgenomen. Deze visie is

opgesteld in het kader van de Wet ruimtelijke ordening en is gelijk aan het

streekplan “Kansen voor de Regio’s” uit 2005 van de provincie Gelderland.

De provincie Gelderland gaat in haar beleid uit van een kwalitatief woonbeleid.

Uitgangspunt van het Gelders kwalitatief woonbeleid is, dat de gemeenten

– samenwerkend in de onderscheiden (WGR-) regio’s – voorzien in een aanbod aan

woningen, dat past bij de geconstateerde regionale kwalitatieve woningbehoefte.

Dit is vastgelegd in het Kwalitatief Woonprogramma (KWP). Het KWP wordt

periodiek bijgesteld om de afstemming tussen de (kwalitatieve) vraag en aanbod op

de woningmarkt te actualiseren.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 11


Ruimtelijke verordening Gelderland

In de Ruimtelijke Verordening van de provincie Gelderland (vastgesteld op 15

december 2010) is opgenomen dat in een bestemmingsplan dat voorziet in een

nieuwe woonlocatie en de daar te bouwen woningen, in de toelichting opgenomen

dient te zijn op welke wijze deze nieuwe woonlocatie en de daar te bouwen

woningen passen in het Kwalitatief Woonprogramma. Tevens dient aangegeven te

worden hoe de kwalitatieve differentiatie en fasering van de woningbouw in

regionaal verband is afgestemd en op welke wijze de te bouwen woningen in die

regionaal afgestemde differentiatie en fasering passen.

Kwalitatief Woningprogramma 2010 - 2019

Op 12 januari 2010 hebben de Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland het

Kwalitatief Woonprogramma 2010 – 2019 vastgesteld. In dit programma zijn

afspraken vastgelegd over de ontwikkeling van het woningaanbod in Gelderland voor

deze periode.

De provincie ziet het als haar verantwoordelijkheid oplossingen voor problemen op

de woningmarkt te bevorderen. Zij doet dat in het belang van de Gelderse burgers

en vooral van de zwakkere partijen op de woningmarkt. Daarom stimuleren zij

regionale samenwerking tussen gemeenten en samenwerking van gemeenten met

woningcorporaties.

Het KWP3 richt zich op de periode 2010 tot en met 2019. Tien jaar vooruitblikken is

nodig vanwege de lange voorbereidingstijd van bouwplannen. In de hiervoor

genoemde Woonvisie Gelderland geven Provinciale Staten aan dat iedere vijf jaar

een nieuw KWP wordt opgesteld.

Eind 2008 heeft de economische recessie zich aangediend. In de recente

statennotitie ‘Wonen in Gelderland 2009 - Monitoring van het woonbeleid’ (PS2009-

728) hebben Gedeputeerde Staten aangegeven dat deze economische recessie

begint door te werken in de Gelderse woningmarkt. Als betrokken partijen niets

doen kan de woningbouwproductie in Gelderland in de eerstkomende jaren onder

een ongewenst laag niveau zakken. Dit kan schadelijk zijn voor het realiseren van de

KWP-doelstellingen voor de middellange en lange termijn en kan negatieve

sociaaleconomische effecten hebben in Gelderland. Extra inspanningen van de

regio’s, de gemeenten, de provincie en de investeerders (woningcorporaties en

ontwikkelaars) zijn nodig om de woningbouwproductie voor de korte termijn op een

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 12


goed peil te houden. Daarom beraadt de provincie zich op aanvullende maatregelen

voor de woningbouw in de periode 2010 – 2012.

Het KWP heeft als doel het woningaanbod op regionaal niveau, zowel kwantitatief

als kwalitatief, zo goed mogelijk af te stemmen op de behoefte (de vraag) aan

woningen.

Het KWP 2010-2019 (KWP3) beschrijft per regio de programmatische opgave op basis

van de geconstateerde regionale woningbehoefte en is daarmee het richtpunt voor

woningbouwbeleid van gemeenten in de regio.

Regio Rivierenland

De ontwikkeltrajecten voor de regio Rivierenland zijn gericht op het aanpakken van

de belangrijkste verschillen met de uit onderzoeken gebleken behoeften aan

woningen (het referentiekader). De trajecten zijn een resultaat van de vergelijking

van het referentiekader en de regionaal opgetelde woningbouwprogramma’s. Het

gaat hierbij om de periode 2010 tot en met 2019.

Deze opgave kan in een aantal gemeenten anders liggen door een reeds relatief

omvangrijke aanwezige betaalbare voorraad. Voor de regio, de gezamenlijke

gemeenten en woningcorporaties ligt hier een taak om deze opgave af te stemmen

en vorm te geven.

Op de regionale bouwlijst 2010 – 2019 (KWP3) van de regio Rivierenland is

opgenomen wat de regionale woningbehoefte is voor deze regio in deze periode (zie

figuur 3). Hierbij is een onderscheid gemaakt in verschillende typen woningen in

twee categorieën. De verschillende typen zijn goedkoop, middelduur en duur. De

categorieën zijn huur- en koopwoningen.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 13


Figuur 3 Regionale woningbehoefte Regio Rivierenland

In de periode tot 2019 in er een netto behoefte aan 9800 woningen, en een bruto

behoefte 10.850. In het programma staat verder:

“De vergelijking tussen het referentiekader en het regionale totaalprogramma laat

zien dat er relatief te weinig in de betaalbare segmenten (goedkope huur,

betaalbare huur en goedkope koop) gebouwd gaat worden. Daar staat tegenover dat

er relatief veel in de middeldure en dure koopsegmenten geprogrammeerd is. De

opgave is dus om in gezamenlijkheid te werken aan een “goedkoper programma”

door projecten om te buigen. Hierbij speelt dat de huidige situatie op de markt

anno 2009 aanleiding geeft plannen aan te passen in de tijd of in de differentiatie.

Let wel; hier kan deze opgave in een aantal gemeenten anders liggen in verband

met een relatief reeds omvangrijke aanwezige betaalbare voorraad. Voor de regio,

de gezamenlijke gemeenten en corporaties ligt hier een taak om deze opgave af te

stemmen en vorm te geven”.

De 6 woningen welke gerealiseerd worden zijn starterswoningen met een

verkoopprijs van maximaal € 170.000, - vrij op naam (v.o.n.). Dit maakt dat de

woningen behoren tot het goedkope woning segment. Volgens het KWP3 is dit

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 14


passend binnen het beleid, aangezien er relatief weinig goedkope woningen

geprogrammeerd zijn in het huidige woningbouwprogramma.

Conclusie

De realisatie van de woningen past binnen het provinciale en regionale beleid van de

Provincie Gelderland, zoals dat is verwoord in de Structuurvisie, de Ruimtelijke

Verordening en het Kwalitatief Woningprogramma.

3.3 Gemeentelijk beleid

De bestemmingsplannen die vigeren voor de locatie zijn het bestemmingsplan

“Buitengebied” en het bestemmingsplan “Buitengebied, herziening 2006” van de

gemeente West Maas en Waal. Het bestemmingsplan “Buitengebied” is vastgesteld

door de raad van de gemeente West Maas en Waal, op 12 november 1997. Dit plan is

goedgekeurd door de Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland op 6 juli

1998. Het plan is onherroepelijk geworden op 19 juli 2001. Het bestemmingsplan

“Buitengebied, Herziening 2006” is vastgesteld door de gemeenteraad op 11

december 2008 en onherroepelijk geworden op 5 maart 2009.

Als gevolg van het voornoemde bestemmingsplan zijn de betreffende gronden

bestemd als ‘agrarisch bouwperceel’. Om de bouw van de woningen mogelijk te

maken, is het noodzakelijk dat er medewerking wordt verleend aan de realisatie van

het plan door middel van een bestemmingsplanherziening. Het initiatief is niet

rechtstreeks mogelijk onder de vigerende bestemmingplannen.

Ontwikkelingsvisie Wonen en Werken

De gemeente West Maas en Waal heeft op 12 december 2002 de Structuurvisie+,

Ontwikkelingsvisie Wonen en Werken vastgesteld. Doel van de ontwikkelingsvisie is

het maken van een integrale ruimtelijke afweging voor de ontwikkeling van woon-en

werklocaties binnen de gemeente op korte en middellange termijn, zowel in als

aansluitend aan het bestaande stedelijk gebied (bebouwde kom). Verder wordt een

kwantificering en de verwachte uitvoeringstermijn aangegeven van de te

ontwikkelen woon- en werklocaties.

Bij de keuze voor de verschillende locaties is het behoud en de versterking van de

bestaande waarden en kwaliteiten uitgangspunt geweest voor het stedelijk gebied

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 15


en haar directe omgeving. Dit in aansluiting op het contourenbeleid van het

Experiment Rivierenland.

Met deze visie wil de gemeente niet alleen voldoen aan de vraag van de provincie

voortgekomen uit de gedeeltelijke streekplanherziening. De visie kan tevens de basis

vormen voor het voeren van zelfstandige projectprocedures om de realisering van

projecten die passen binnen deze visie vooruitlopend op de juridische regeling,

mogelijk te maken. Ook is de visie de basis voor het opstellen van

bestemmingsplanherzieningen voor de kernen en voor het ontwikkelen van

stedenbouwkundige plannen. In november 2009 heeft de gemeente West Maas en

Waal, gezien het economische klimaat, de visie tegen het licht gehouden. Dit heeft

ertoe geleid dat de raad op 19 mei 2011 heeft besloten dat er tot 2020 845 woningen

mogen worden gebouwd.

Figuur 4 Ruimtelijke typering Boven-Leeuwen

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 16


Als belangrijkste element uit de visie voor Boven-Leeuwen kan worden

geconcludeerd dat het groene middengebied met het wiel open moet blijven. Dit

groene gebied bepaalt grotendeels het karakter en de uitstraling van de kern. Ook

de zichtlijnen van en naar dit groengebied en de dijk dienen behouden te blijven

(zie figuur 4). Verder is het van belang de groene geledingszones te handhaven. De

geledingszones hebben een bufferfunctie.

Aan de noordkant is versterking van het front van de dorpskern aan de Waalbandijk

noodzakelijk. Toevoegen van enkele dijkwoningen is mogelijk binnen de

karakteristiek.

Daarnaast staat behoud van de oude karakteristieke lintbebouwing voorop aan de

Waalbandijk, Molenstraat, Florastraat en de Bernhardstraat. Een verduidelijking van

de relatie tussen Huis te Leeuwen en de kern Boven- Leeuwen dient gerealiseerd te

worden, bijvoorbeeld door een herinrichting van de openbare ruimte (zie figuur 5).

Figuur 5 Uitbreidingslocaties Boven-Leeuwen

De met dit plan voorgestane uitbreiding van de bebouwing van 6 woningen is niet

direct voorzien in de Ontwikkelingsvisie. Het is geen locatie welke is aangewezen in

deze visie. Echter, zoals al eerder aangegeven heeft de gemeente besloten de

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 17


komende periode zelf geen woningen meer te ontwikkelen. Dit neemt niet weg dat

er behoefte bestaat aan goedkope woningen in Boven-Leeuwen.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Maas en Waal

heeft op 22 juni 2010 besloten medewerking te verlenen aan de ontwikkeling van de

zes starterwoningen. Hieraan heeft zij echter wel de voorwaarde aan verbonden dat

de verkoopprijs van de woningen niet meer dan € 170.000, - v.o.n. zal bedragen. De

gekozen opzet van de woningen zal hiervoor zorg dragen. De verkoopprijs van de

woningen zal niet meer dan €170.000, - v.o.n. bedragen. Met plan wordt ingespeeld

op de behoefte aan goedkope woningen (starter).

Beleidsnota Kleinschalige Woningbouw

In de Beleidsnota Kleinschalige Woningbouw worden toetsings- en

beoordelingscriteria gegeven aan de hand waarvan alle binnengekomen verzoeken

om kleinschalige woningbouw en/of woningsplitsing worden beoordeeld. Onder

kleinschalige woningbouw wordt verstaan de niet substantiële bouwaanvragen (max.

6 woningen) van particulieren die een bijdrage leveren aan de algehele (ruimtelijke)

kwaliteit van de kern.

Met de toetsings- en beoordelingscriteria wil de gemeente ervoor zorgdragen dat de

behandeling van bovengenoemde verzoeken niet op grond van willekeur plaatsvindt,

maar dat wordt zorggedragen voor realisatie van de functioneel en ruimtelijk meest

gewenste projecten. Hiermee wordt zoveel mogelijk ingespeeld op het waarborgen

en realiseren van ruimtelijke kwaliteit.

Het is van belang voor elke doelgroep voldoende woningen te realiseren. De

behoefte ligt nadrukkelijk bij senioren (zorggeschikte woning) en starterswoningen.

In de nota is aangegeven dat inbreiding slechts is toegestaan wanneer deze:

• planologisch verantwoord is én;

• geen bedreiging vormt voor het groene gezicht van de gemeente (kwaliteit

boven kwantiteit) én;

• een bijdrage levert aan de leefbaarheid van de kern(en).

De sloop van de opstallen van het voormalige agrarische, de functiewijziging van

agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning en de bouw van de starterwoningen

zorgt voor een afname van overtollige en ontsierende bebouwing aan de rand van de

kern en een afname van bedrijvigheid nabij woningen. Dit zorgt voor een

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 18


verbetering van het groene gezicht en levert daardoor een verbetering op voor de

leefbaarheid van de kern.

Voorliggend plan voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in de Beleidsnota

Kleinschalige Woningbouw.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 19


Hoofdstuk 4. Planbeschrijving

4.1 Beheer

Het beheer van de openbare ruimte zal verzorgd worden door de gemeente. Het

onderhoud van de woningen en de bijbehorende gronden zal voor rekening komen

van de eigenaren van de woningen. De openbare ruimte zal onderhoudsvriendelijk

worden ingericht, met gebruikmaking van duurzame materialen.

4.2 Ontwikkelingslocaties

De ontwikkelinglocatie is een voormalige agrarisch bouwvlak, zonder bebouwing.

Het bedrijf is beëindigd. De grond is momenteel in gebruik als grasland. Er is geen

erfbeplanting aanwezig.

4.3 Inrichtingsvoorstel

Het inrichtingsvoorstel (zie figuur 6) gaat uit van het realiseren van 6

starterwoningen. Deze woningen krijgen een verkoopprijs van maximaal € 170.000

v.o.n. Bij deze inrichting van het gebied is uitgegaan van een parkeernorm van 1,55

parkeerplaats per woning. Dit resulteert in een aantal van 9,3 parkeerplaatsen. Dit

aantal wordt afgerond naar 10 parkeerplaatsen. Bij twee woningen is er een ruimte

voorzien in het realiseren van een garage (de percelen naast de bestaande woningen

met nummer 13 en 14). Echter, deze garages zijn optioneel. Dit maakt dat 10

parkeerplaatsen in de openbare ruimte aangelegd zullen worden. Deze

parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd aan beide zijden van de weg. Qua opzet

van deze parkeerplaatsen wordt aangesloten op de bestaande indeling zoals deze al

aanwezig is in de Beukstraat. De parkeerplaats welke behoort bij nummer 13 zal

blijven bestaan.

Het hemelwater van de percelen (de daken en de erven) zal door middel van goten

verzameld worden aan de voorzijde van de percelen. Het wordt hier bovengronds

aangeboden, waarbij het via de kolken aan de Beukstraat zal afstromen.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 20


= Parkeren

Figuur 6 Inrichtingsschets zes woningen

Dit inrichtingsvoorstel sluit aan bij reeds bestaande bebouwing in de omgeving. Dit

qua verschijningsvorm en uitstraling van de woning. De bouwhoogte van de

woningen wordt maximaal 10 meter. De goothoogte wordt hierbij maximaal 6

meter. De oppervlakte van de woningen wordt 45 m 2 . Bij twee woningen wordt er

optioneel een garage gerealiseerd met een oppervlakte van circa 22 m 2 (zie figuur

7).

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 21


Figuur 7 Voor- en achtergevels en de indeling van de woningen

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 22


Hoofdstuk 5. Onderzoeken

5.1 Geluidshinder

Wanneer in een plan nieuwe geluidsgevoelige ruimten, zoals woningen worden

gerealiseerd, stelt de Wet geluidhinder (Wgh) de verplichting akoestisch onderzoek

uit te voeren naar de geluidsbelasting op de nieuwe woningen ten gevolge van

omliggende wegen, met uitzondering van 30 km/u wegen, waarvoor deze

verplichting niet geldt. Deze geluidsbelasting mag de 48 dB niet overschrijden.

In de Wgh staat dat voor een bestemmingsplan inzichtelijk moet worden gemaakt

welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor

geluidsgevoelige bestemmingen, zoals een woning. Op basis van Wgh moet bij

ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden met drie geluidsbronnen:

wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai.

Onderzoek

Voor onderhavige ontwikkeling is door de gemeente West Maas en Waal een memo

over milieutechnische belemmeringen opgesteld. De nieuw te realiseren woningen

zijn geluidsgevoelige objecten.

Door middel van het raadplegen van de bron www.maximunsnelheden.info is

bepaald dat de voor de wegen in de omgeving een maximumsnelheid geldt van 30

km/u. In het kader van de Wet geluidhinder is er geen onderzoeksplicht. Echter, dit

betekend niet dat geconcludeerd kan worden dat er geen akoestisch onderzoek

uitgevoerd dient te worden. Dit in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

Binnen het plangebied worden 6 woningen gerealiseerd. Per woning wordt uitgegaan

van 7 voertuigbewegingen per dag per woning. Dit geeft een toename van 42

voertuigbewegingen per dag over de Beukstraat. Een indicatieve stelregels is dat er

bij 1.000 verkeersbewegingen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevel

mogelijk overschreden wordt. De toename van 42 verkeersbewegingen per dag, in

combinatie met het gegeven dat de Beukstraat een doodlopende weg betreft,

maakt dat in onderhavig geval sprake zal zijn van een acceptabel woon- en

leefklimaat, voor zowel de bestaande woningen al de nieuw te realiseren woningen.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 23


Voor de overige 30 kilometerwegen in de planomgeving geldt dat de

eerstelijnsbebouwing zorgt voor een voldoende afscherming van deze wegen

waarmee ter plaatse van de woningen een acceptabel woon- een leefklimaat zal

zijn. Een verder onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

De wegen waar maximum snelheid van 50 km of meer geldt liggen allen op een

dusdanig afstand (meer dan 390 meter) dat er eveneens geen onderzoek uitgevoerd

hoeft te worden naar wegverkeerslawaai. De ligging van het plangebied is namelijk

buiten de onderzoekszones van deze wegen, waardoor deze niet relevant zijn. De

onderzoekszone van dergelijke wegen bedraagt namelijk 250 meter is.

Conclusie

Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor het plan.

5.2 Bedrijven en Milieuzonering

Door middel van het raadplegen van het handelregister van de Kamer van

Koophandel is gekeken wat voor type bedrijvigheid zich in de omgeving bevindt. Het

merendeel van de bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied houdt zich bezig

met dienstverlening. Daarnaast is er een ruitersportwinkel, een kuuroord en een

computersoftware bedrijf aanwezig in de omgeving van het plangebied. Dit zijn

allen bedrijven uit categorie 1 en 2 uit ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG.

De omgeving van het plangebied leent zich ook niet voor de vestiging van bedrijven

uit een hogere categorie gezien de vele burgerwoningen die in deze omgeving

aanwezig zijn.

Aangezien in de omgeving zijn alleen categorie 1 en 2 bedrijven gelegen. Deze

hebben aan te houden afstand van maximaal 30 meter ten aanzien van geluid.

Gemeten vanaf de rand van het plangebied, zijn er binnen 30 meter geen bedrijven

gelegen. Nader akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk.

Er zijn geen bedrijven die door de ontwikkeling van de 6 starterwoningen in hun

ontwikkelingsmogelijkheden worden belemmerd. Daarnaast komen er vanuit de in

de omgeving aanwezig bedrijven geen belemmeringen voort voor de voortgang van

het plan. De bedrijven liggen op een voldoende afstand tot het plangebied.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 24


5.3 Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt in eerste instantie het wettelijk

kader bij de beoordeling van een aanvraag om een milieuvergunning voor

dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft

hiervoor geurbelastingsnormen en vaste afstandsnormen in relatie met

geurgevoelige objecten in de nabijheid van de (geprojecteerde) veehouderij.

De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een

rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een

goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de

belangenafweging ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming worden

nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad.

Om te bepalen of de woningen binnen de geurcontour van een veehouderij wordt

gerealiseerd, is gekeken naar het Bestand Veehouderijen Bedrijven (BVB) van de

provincie Gelderland (zie figuur 8). Volgens het BVB zijn er in de omgeving van het

plangebied geen veehouderijen aanwezig. (Het bedrijf op de Bernhardstraat 13 is

beëindigd, maar staat nog wel op de kaart).

Figuur 8 Uitsnede BVB-kaart Gelderland

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 25


Met de beëindiging van het bedrijf, gelegen aan de Bernhardstraat 13 te Boven-

Leeuwen, is de dichtstbijzijnde veehouderij de veehouderij een de Faunastraat 12

te Boven-Leeuwen, op een afstand van ongeveer 440 meter. Dit bedrijf betreft een

melkrundveehouderij, waarvoor in het kader van de Wgv een vaste afstand van 50

meter geldt. Hieraan wordt ruim voldaan. De dichtstbijzijnde intensieve

veehouderij aan de Kampsestraat 19. Deze bevindt zich op een afstand van circa

510 meter. De bedrijfsvoering van dit bedrijf wordt niet beperkt door onderhavig

plan en de aanwezigheid van het bedrijf vormt hier geen belemmering voor. Tussen

de nieuw op te richten woningen en het bedrijf, zijn immers al geurgevoelige

objecten gelegen welke een beperking opleggen aan de uitbreidingsmogelijkheden

van het bedrijf. Het bedrijf aan de Kampsestraat 21 is inmiddels beëindigd. In het

kader van bedrijven en milieuzonering zijn er dan ook geen belemmeringen voor

onderhavig initiatief.

5.4 Bodem

Bij een wijziging van de bestemming van gronden, zeker als het gebruik van de

gronden wijzigt naar een woonbestemming, is het noodzakelijk dat er een

bodemonderzoek volgend NEN 5740 uit gevoerd wordt. Met dit onderzoek wordt

bepaald in hoeverre de grond geschikt is voor de nieuwe functie. Het raadplegen de

kaarten en cijferdatabase, meer specifiek de bodemdata, van de provincie

Gelderland (zie figuur 9) laat zijn dat er op het onderhavige perceel sprake kan zijn

van bodemverontreiniging. In het verleden is er een dieseltank op het perceel

aanwezig geweest.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 26


Figuur 9 Uitsnede historisch bodembestand provincie Gelderland

Door Vink Milieutechnisch Adviesbureau BV is er een bodemonderzoek uitgevoerd

(bijlage 1). De uitkomst van dit bodemonderzoek is zoals weergegeven zoals in

onderstaand citaat:

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 27


Concluderend kan gesteld worden dat de bodemkwaliteit de wijziging van de

bestemming van de gronden niet in de weg staat.

5.4 Landschap

Deze locatie en de directe omgeving herbergen geen landschappelijke waarden. Het

landschap wordt met de realisatie van de woningen niet aangetast.

5.6 Archeologische en Cultuurhistorische waarden

5.6.1 Archeologie

De gemeente West Maas en Waal heeft geen eigen archeologisch beleid opgesteld.

De gemeente gaat bij het beoordelen of een archeologisch onderzoek benodigd is

uit van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Gelderland. Volgens

deze waardenkaart is de locatie gelegen in een gebied met een middelhoge

archeologische verwachting (zie figuur 10).

Figuur 10 Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart provincie Gelderland

Om te bepalen of er een gerede kans is dat er archeologische waarden in grond

aanwezig zijn, is er door Econsultancy BV een bureau en verkennend archeologisch

onderzoek uitgevoerd (rapportnummer: 11065718). Dit rapport is opgenomen in

bijlage 2. De conclusie en het selectieadvies luiden als volgt:

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 28


Conclusie

Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in

het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder de ligging nabij de

stroomgordels van Leeuwen en de Waal verhoogde de kans daarop. Daarom is

aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een gecombineerd

verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd.

De aangetroffen bodemopbouw is bestaat uit een geroerde toplaag op

dijkdoorbraakafzettingen met daaronder crevasse-afzettingen. De crevasseafzettingen

liggen op komkleien.

In het opgeboorde materiaal zijn zeer beperkte archeologische indicatoren

aangetroffen. Deze indicatoren vormen geen aanwijzing voor de aanwezigheid van

een archeologische vindplaats.

Selectieadvies

Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van

archeologische waarden adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande

bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) geen

vervolgonderzoek te laten plaatsvinden.

Bovenstaand advies vormt een selectieadvies. Econsultancy wil de opdrachtgever

erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat de bodemverstorende

activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De

resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door het

bevoegd gezag (Gemeente West Maas en Waal), die vervolgens een selectiebesluit

neemt.

Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de

gebruikte onderzoeksmethode.

De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit

volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op

wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische

waarden worden aangetroffen, er conform artikel 53 van de Monumentenwet uit

1988 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en

Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: ARCHIS-meldpunt, telefoon

033- 4227682), de gemeente West Maas en Waal of de provincie Gelderland.\

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 29


5.6.2 Cultuurhistorie

Van oorsprong zijn Boven-en Beneden-Leeuwen een ongedeeld dorp, het kerspel

Leeuwen. Historisch gezien is het beter om over Benedeneind en Boveneind te

spreken. Leeuwen is gesticht op een brede oeverwal aan de Waal. De eerste kerk is

vermoedelijk vernietigd bij een dijkdoorbraak. De kerk heeft vermoedelijk ter

hoogte van het grote wiel, westelijk van de huidige Hervormde Kerk gestaan. Het

oudste deel van Leeuwen bevindt zich naar alle waarschijnlijkheid in het gebied

langs de Koningstraat tussen de Waterstraat en de Molenstraat. De dorpsbebouwing

staat vooral op 10e eeuwse oeverwalgrond, met daarin duidelijk een doorbraak in de

vorm van de Waterstraat. De verkaveling in Boven-Leeuwen volgde de

verbindingswegen. Het Huis te Leeuwen nam in dit geheel een strategische positie

in, dicht bij het punt waar de wegen naar het veer over de Waal samen kwamen.

Het dorp heeft zich in de loop van de tijd naar het noorden en zuiden uitgebreid tot

een lintdorp.

Het Huis te Leeuwen ten noordoosten van de kern is cultuurhistorisch waardevol.

Het lint van de Bernhardstraat met daaraan veel karakteristieke boerderijen,

verbindt Huis te Leeuwen met de kern. Een ander bijzonder gebied is het Wiel met

het aangrenzende groen. Ook de verspreid liggende monumentale bouwwerken (o.a.

de RK-kerk aan de Molenstraat en de NH-kerk aan het Wiel) zijn bijzondere

elementen. Dit geldt eveneens voor de karakteristieke bebouwing aan de dijk. Vanaf

de dijk is er zicht op de uiterwaarden, het Wiel en de groene binnengebieden.

Het plangebied of de directe omgeving daarvan herbergt geen cultuurhistorische

waarden waar in dit bestemmingsplan rekening mee gehouden moet worden. Het

plan is niet gelegen binnen een beschermd dorpgezicht. Het plan heeft geen

negatieve effecten op cultuurhistorische waarden.

5.6.3 Conclusie

De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de

doorgang van het project.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 30


5.7 Watertoets

5.7.1 Rijksbeleid

Nationaal Waterplan

In december 2009 is het Nationaal Waterplan vastgesteld. Het Nationaal Waterplan

is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle

voorgaande nota's waterhuishouding. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening

heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van

structuurvisie.

Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode

2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal

Waterplan richt zich op:

• bescherming tegen overstromingen

• voldoende en schoon water

• diverse vormen van gebruik van water.

Het plan bevat tevens de maatregelen waarmee het rijk de doelen nastreeft.

Het projectgebied ligt in het gebied ‘Rivieren’. De grote rivieren bestaan uit het

Nederlandse deel van de Rijn inclusief de aftakkingen en de Maas en Waal wordt

onderscheiden in bovenrivieren, benedenrivieren en de Maas. De Rijn- en

Maasmonding hebben andere hydraulische kenmerken dan het bovenrivierengebied.

Onderwerp van gebied is de rivier, het rivierbed en de ruimte binnendijks die nodig

is voor rivierverruiming. De rivier en het rivierbed vormen het ‘buitendijks’ gebied.

Iedere rivier(tak) heeft eigen kenmerken en eigenschappen waarmee rekening

gehouden moet worden.

In de afgelopen eeuwen is door de verschillende gebruiksfuncties veel ruimte aan de

rivieren ontnomen, met als gevolg dat de rivieren zijn ingeklemd tussen de dijken,

die steeds hoger zijn gemaakt. Door de bevolkingsontwikkeling en economische

groei zijn de te beschermen waarden sterk toegenomen. De kwetsbaarheid van het

land, samen met ongunstige verwachtingen over klimaatverandering en

zeespiegelstijging, maken duidelijk dat een duurzame bescherming tegen

hoogwater, zowel nu als in de toekomst, hoge prioriteit moet houden.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 31


5.7.2 Provinciaal beleid

Waterplan Gelderland 2010-2015

Het Waterplan bevat het waterbeleid van de provincie en is de opvolger van het

derde Waterhuishoudingsplan (WHP3). Het beleid uit WHP3 wordt grotendeels

voortgezet. Het Waterplan is tegelijk opgesteld met de water(beheer)plannen van

het Rijk en de waterschappen. In onderlinge samenwerking zijn de plannen zo goed

mogelijk op elkaar afgestemd. Het Waterplan Gelderland 2010-2015 is op 1 januari

2010 in werking getreden.

In het plan staan de doelen voor het waterbeheer, de maatregelen die daarvoor

nodig zijn en wie ze gaat uitvoeren. Voor oppervlaktewaterkwaliteit,

hoogwaterbescherming, regionale wateroverlast, watertekort en waterbodems

gelden provinciebrede doelen. Voor een aantal functies, zoals landbouw, natte

natuur, waterbergingsgebieden en grondwaterbeschermingsgebieden, zijn

specifieke doelen geformuleerd.

Het plangebied heeft op grond van het Waterplan de basisfunctie overwegend

landbouw. De basisfunctie landbouw geldt voor die gebieden waar de hoofdfunctie

landbouw is. Binnen deze functie komt natte natuur verspreid in kleine elementen

voor. In de gebieden met de functie landbouw is de inrichting en het beheer van het

watersysteem allereerst gericht op:

− een ontwateringsdiepte met aanvaardbare risico’s voor wateroverlast en

minimale vochttekorten;

− oppervlaktewaterpeilen die het meest voorkomende landbouwkundige

grondgebruik accommoderen;

− beschikbaarheid van oppervlaktewater voor het op peil houden van de

grondwaterstand en voor beregening;

− (zeer) lokale afstemming op verspreid liggende natuurelementen en

waardevolle ecologie (vissen, waterplanten);

− een grondwaterpeil in de veenweidegebieden dat niet verlaagd wordt ten opzichte

van het maaiveld (wel het volgen van maaivelddaling). De maximale drooglegging in

veenweidegebieden is 60 cm onder maaiveld.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 32


5.7.3 Waterschap en gemeentelijk beleid

Algemeen beleid compensatie

De waterbeheerder voor het plangebied is het Waterschap Rivierenland. De

watertoets moet ervoor zorgen dat bij ruimtelijke plannen rekening wordt gehouden

met ruimte voor water en watervoorzieningen. Dit verkleint de kans op problemen

zoals overstroming door onvoldoende veilige dijken, wateroverlast door

onvoldoende bergingsmogelijkheden voor hemelwater of een slechte

waterkwaliteit. Het resultaat is een ruimtelijk plan dat waterbestendig is. Maar het

gaat niet alleen om het voorkómen van dreigend onheil. Ruimte voor water kan ook

de ruimtelijke kwaliteit en de leefomgeving van mens en dier verbeteren.

Bij de aanleg en reconstructie van wegen is een WVO -vergunning nodig. In de

aanvraag kan de wegbeheerder aangeven welke maatregelen en voorzieningen er

genomen worden om de waterkwaliteit te waarborgen (bijvoorbeeld bermfiltratie).

Het uitgangspunt van het waterschap is dat bij ruimtelijke plannen waarbij de

oppervlakte aan verharding binnen het stedelijke gebied minder dan 500 m 2 en in

het landelijke gebied 1.500 m 2 toeneemt, geen compensatie plaats hoeft te vinden.

Kleine plannen, tot een toename van 500 m 2 verhard oppervlak, hebben vaak alleen

lokaal invloed op het watersysteem. Voor deze plannen geldt er dan ook een kleine

compensatie, à 200m 3 /ha vanuit het beleid van de gemeente West Maas en Waal.

Bij onderhavig plan geldt verder dat er 741,38 m 2 aan nieuw verhard oppervlak

mogelijk wordt gemaakt, om de woningen te kunnen realiseren. Hiertoe is eerst

1.040 m 2 aan verharding gesloopt. Per saldo vindt er een afname van de verharding

plaats, waardoor compensatie niet aan de orde is.

Beleid compensatie

Compensatie wordt in de gemeente West Maas en Waal verlangd in verband met een

aantal problemen met betrekking tot de afvoer van kwel- en rioolwater via het

watergangenstelsel en de waterkwaliteit in watergangen. In het waterplan staan de

volgende uitgangspunten genoemd:

− drietrapsstrategie WB21(niet afwentelen van waterproblemen):

− vasthouden, bergen, afvoeren (waterkwantiteit);

− schoonhouden, scheiden, schoonmaken (waterkwaliteit):

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 33




− Uitgaan van stroomgebiedbenadering en waterketenbenadering; onderling in

balans;

Gezonde en veerkrachtige watersystemen:

− juiste hoeveelheid water, van de juiste kwaliteit, op het juiste moment en

op de juiste plek voor mens, dier en plant;

− watersysteem moet op orde zijn (voldoen aan normering regionale

wateroverlast);

− ecologisch gezond water en (natte) landnatuur, ook in stedelijk gebied;

ruimte voor water:

− in het kader van veiligheid;

− water als medeordenend, dan wel sturend principe bij ruimtelijke plannen;

− met water de identiteit van de plek zichtbaar maken.

Hierbij geldt:

− uitvoeren tegen laagst mogelijke maatschappelijke kosten;

− goede interne en externe communicatie;

− samenwerking en afstemming (planvorming en uitvoering).

Bergingsvoorziening

Bij de keuze van het soort bergingsvoorziening hanteert het waterschap de trits

vasthouden-bergen-afvoeren uit het NBW. In aansluiting hierop hanteert het

waterschap de volgende voorkeursvolgorde:

1. hemelwater vasthouden door hergebruik of infiltratie (voor zover mogelijk);

2. hemelwater bergen in open water;

3. hemelwater brengen naar kunstmatige bergingsvoorzieningen (bassins,

kratten, kelders).

In bepaalde gebieden moet bij het bepalen van de vereiste compenserende

waterberging rekening worden gehouden met extra waterhoeveelheden. Dit kan het

geval zijn waar de inrichting extra kwel veroorzaakt bijvoorbeeld dicht achter de

rivierdijken. De kwelgebieden staan weergegeven op de kwelattentiekaart van het

waterschap; hier bestaat grote kans op kwel. Uitgangspunten zijn:

• hydrologisch neutraal bouwen;

• berekenen van de hoeveelheid kwel;

• mitigerende of compenseren de maatregelen;

• voorkeursvolgorde: bouwkundige maatregelen - drainage.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 34


Hydrologisch neutraal betekent dat het terrein zodanig wordt ingericht dat

grondwateroverlast en hinderlijke kwel niet toenemen.

Kwel

Voordat er een uitspraak kan worden gedaan over de kwel en wegzijging in het

plangebied moet de grondwaterstroming inzichtelijk worden gemaakt. Het bepalen

van de hoeveelheid kwel in de huidige en toekomstige situatie moet met

berekeningen worden onderbouwd.

Als het aantrekken van extra kwelwater door bouwactiviteiten onvermijdelijk is dan

zijn mitigerende of compenserende maatregelen noodzakelijk. De extra hoeveelheid

kwel wordt dan in het plangebied zelf geborgen.

Bij bouwen in kwelgebieden wordt in eerste instantie ingezet op bouwkundige

maatregelen. Uitgangspunt is: niet graven, maar ophogen en/of bijvoorbeeld

kruipruimteloos bouwen. Pas als dit onvoldoende soulaas biedt, komen drainage en

dus afvoer in beeld.

Het plangebied is gelegen in een gebied waar regelmatig kwel optreed. Hier zal bij

de bouw van de woningen rekening gehouden worden. Dit betekent dat er

kruipruimteloos gebouwd zal gaan worden. Mocht blijken dat er nog kwel optreed,

zullen er technische maatregelen genomen worden, zoals bijvoorbeeld het

aanleggen van drainage. Mocht gekozen worden voor ophoging van het terrein, zal

dit op een dusdanige wijze plaatsvinden dat er geen overlast plaatsvindt voor de

omliggende percelen.

Grondwaterstanden

Volgens de grondwateratlas van de provincie Gelderland is de gemiddeld hoogste

grondwaterstand op de locatie 60 centimeter beneden het maaiveld. De gemiddeld

laagste grondwaterstand om de locatie bedraagt 155 centimeter beneden het

maaiveld. De gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand bedraagt 85 centimeter

beneden het maaiveld.

Waterkwaliteit

Naast het voorkomen van wateroverlast door voldoende waterberging en

drooglegging is, ook een goede waterkwaliteit erg belangrijk. Negatieve effecten op

de waterkwaliteit kunnen worden voorkomen door het inachtnemen van

verschillende maatregelen, afhankelijk van het soort plan.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 35


Bij bouwprojecten dienen rechtstreekse lozingen van uitloogbare materialen (zoals

van koperen daken, et cetera) en uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem

naar het oppervlaktewater voorkomen te worden.

Bij de aanleg en reconstructie van wegen is een WVO -vergunning nodig. In de

aanvraag kan de wegbeheerder aangeven welke maatregelen en voorzieningen er

genomen worden om de waterkwaliteit te waarborgen (bijvoorbeeld bermfiltratie).

Om water van voldoende kwaliteit te kunnen handhaven, is ook het zelfreinigend

vermogen van het watersysteem van belang. Dit wordt bevorderd door voldoende

ruimte voor water, voldoende waterdiepte en voldoende oevervegetatie.

Doorstroming of circulatie door het onderling verbinden van watergangen zijn vaak

eveneens gewenst, tenzij al een goede waterkwaliteit aanwezig is.

Maaiveldhoogte

Er zal voorkomen dienen te worden dat er door de ontwikkeling van de 6

starterwoningen wateroverlast ontstaat bij de aanwezige woningen. De bestaande

woningen hebben echter een dusdanige hoogte ten opzichte van het peil (+6,70

meter NAP), dat er geen wateroverlast kan ontstaan. Dit blijkt ook uit de

onderstaande kaart, waarop de maaiveldhoogte van de omgeving is opgenomen.

Figuur 11 Hoogtekaart, omgeving Beukstraat (www.ahn.nl)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 36


Plangebied

Vuilwater wordt afgevoerd via de riolering. Schoon hemelwater van

nieuwbouwprojecten, bijvoorbeeld hemelwater afkomstig van daken, wordt bij

voorkeur niet afgevoerd via het vuilwaterriool, maar naar het oppervlaktewater of

het grondwater afgevoerd. Dat heeft als voordelen dat de

rioolwaterzuiveringsinstallatie niet wordt overbelast en dat er minder of geen

overstorten van het riool zullen plaatsvinden bij hevige buien. Afvoer naar het

grondwater (infiltratie in de bodem) betekent vertraagde afvoer (water vasthouden)

en kan bijdragen aan de bestrijding van verdroging.

Het niet via de riolering afvoeren van hemelwater heet “niet aankoppelen”; het

scheiden van de riolering in een apart vuilwaterriool en schoonwaterriool heet

“afkoppelen. Voor de waterkwaliteit is het wenselijk de mogelijkheden van

afkoppelen (of niet aankoppelen) zoveel mogelijk te benutten.

In de huidige situatie is er binnen het plangebied reeds verharding aanwezig. Deze

verharding heeft een oppervlakte van ongeveer 1.000 m 2 . Om de ontwikkeling van

de zes starterwoningen mogelijk te maken, zal deze verharding eerst worden

verwijderd.

Binnen het plangebied worden de volgende oppervlakten verhard:

Weg (bestemming verkeer): 357,88 m 2

Noordelijk perceel

Woningen: 135,62 m 2

Bijgebouw: 21,88 m 2

Opritten en terrassen: 38,4 m 2

bijgebouw)

(10% van overig, geheel perceel - woningen en

Zuidelijk perceel

Woningen: 135,62 m 2

Bijgebouw: 21,88 m 2

Opritten en terrassen: 30,1 m 2

bijgebouw)

(10% van overig, geheel perceel - woningen en

In totaal geeft dit 741,38 m 2 aan nieuw verhard oppervlak.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 37


Samenvattend/Conclusie

Ten opzichte van de huidige situatie betekend dit per saldo een afname van de

verharding met 259 m 2 . Hemelwatercompensatie is voor het onderhavig plan niet

noodzakelijk.

Het hemelwater wordt gescheiden afgevoerd (niet aangekoppeld). Hiertoe wordt

het hemelwater van de daken en de erven verzameld. Door middel van goten wordt

dit water afgevoerd naar de voorzijde van de percelen. Van hieruit zal het

hemelwater worden afgevoerd naar nieuw aan te brengen kolken aan de Beukstraat

en verder worden afgevoerd het gebied uit.

Verder wordt, vanwege de kwel welke binnen het plangebied kan optreden,

kruipruimteloos gebouwd.

Er zal gebouwd worden met materialen die niet uitlogen. Tevens zullen er geen

andere bouwmaterialen worden gebruikt die een vervuiling van het grondwater

danwel oppervlakte water tot gevolg kunnen hebben.

Het plangebied is verder niet gelegen in een gebied dat beschermd is, zoals een

grondwaterbeschermingsgebied of een beschermingszone van een waterkering en er

zijn bijzondere natuurwaarden aanwezig.

Concluderend kan gesteld worden dat er geen belemmeringen zijn op het gebied

van op gebied van water. Het bestemmingsplan zal door de gemeente worden

voorgelegd aan het waterschap.

5.8 Flora en fauna

In Nederland zijn flora en fauna beschermd via gebiedsbescherming en via

soortenbescherming. De eerste is in het bijzonder verankerd in de

Natuurbeschermingswet, via de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden en via

beschermde (staats)natuurmonumenten. Na kaarten van de gebiedendatabase van

het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te hebben geraadpleegd,

kan geconcludeerd worden dat het betreffende perceel zich niet bevindt in of in de

buurt van een speciale beschermingszone als bedoeld in de Natuurbeschermingswet

of een Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijngebied.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 38


Om te bepalen in hoeverre er sprake is van aantasting van het leefgebied van

beschermde soorten is er door Bureau Waardenburg BV een natuurtoets uitgevoerd

(met nummer: 11-053/11.09634/PauBo, zie bijlage 3). De conclusie en

aanbevelingen van dit onderzoek zijn als volgt:

Conclusie

− Er zijn als gevolg van de geplande verandering in bestemmingsplan geen

effecten op het Natura 2000 gebied ‘Uiterwaarden Waal’ te verwachten.

Verdere toetsing is niet nodig.

− Het plangebied is waarschijnlijk onderdeel van een territorium van de

steenuil. Als gevolg van de ingreep gaat een rustplaats van steenuil

verloren, hiervoor dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen.

Voorgenomen veranderingen binnen het plangebied doen geen afbreuk aan

de functionaliteit van foerageergebied voor de steenuil.

− Het plangebied heeft een functie voor algemeen voorkomende broedvogels,

tijdens de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de

aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten.

− Het plangebied heeft geen functie voor overige strikt(er) beschermde

soorten, voorkomen hiervan kan worden uitgesloten.

− Er worden geen verbodsbepalingen overtreden indien de aanbevelingen

worden uitgevoerd. Zodoende hoeft geen Flora- en faunawetontheffing te

worden aangevraagd voor de geplande ingreep.

Aanbevelingen

Steenuil

De ingreep kan gemitigeerd worden door het plaatsten van een steenuilenkast.

Door het plaatsten van een kast aan de rand van het plangebied in de fruitbomen

kan een alternatieve rustplaats voor de steenuil worden gecreëerd. Deze

steenuilenkast dient wel op een juiste wijze geplaatst te worden. Hiervoor kunnen

wij indien gewenst assistentie voor verlenen of kan contact op worden genomen

met de steenuilenwerkgroep. Zie voor informatie over steenuilkasten

http://www.steenuil.nl/.

Overige broedvogels

Ten aanzien van vogels in zijn algemeenheid geldt dat verstoring van broedende

vogels voorkomen dient te worden. Hiervoor dienen sloop- en rooiwerkzaamheden

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 39


uiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt doorgaans

vanaf half maart tot en met augustus. Indien de werkzaamheden binnen dit seizoen

zijn gepland kunnen deze worden uitgevoerd indien is vastgesteld dat er met de

werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Dit kan door

voorafgaande aan de uitvoering van de werkzaamheden het plangebied te

controleren op nesten.

In het plangebied, in de fruitbomen, zal een alternatieve rustplaats voor de steenuil

worden gerecreëerd. Hiermee word het verlies van een rustplaats van de steenuil

gemitigeerd. Door het nemen van deze maatregel, zijn er geen negatieve gevolgen

voor flora en fauna in het plangebied.

5.9 Luchtkwaliteit

Hieronder wordt beschreven welke gevolgen de gewenste ingreep kan hebben voor

de luchtkwaliteit. Er is getoetst of de beoogde activiteiten gevolgen hebben voor de

luchtkwaliteit in de omgeving. Hierbij is als toetsingskader de Wet Luchtkwaliteit

genomen. Indien uit onderzoek blijkt dat als gevolg van de activiteiten geen effect

op de luchtkwaliteit in zijn algemeenheid te verwachten is, is het in acht nemen

van de grenswaarden niet aan de orde.

Fijn stof en stikstofdioxide zijn relevante emissiebronnen bij grote aantallen

verkeersbewegingen. Voor andere stoffen waarvoor de Wet Luchtkwaliteit

grenswaarden geeft, worden geen problemen verwacht, omdat deze concentraties

thans al voldoen en niet direct relateerbaar zijn aan verkeer.

Er worden binnen het plan 6 starterwoningen gerealiseerd. Bij de Wet

luchtkwaliteit, is de Regeling Niet In Betekende Mate Bijdragen opgenomen. In de

Regeling niet in betekenende bijdragen is een lijst met categorieën van projecten

opgenomen die Niet In Betekende Mate (NIBM) bijdragen aan de

luchtverontreiniging. In onderhavig geval wordt uitgegaan van 7

verkeersbewegingen per woning per dag wat in totaal 42 verkeersbewegingen geeft

voor onderhavig plan.

In de Regeling wordt specifiek ingegaan op woningen. Deze regeling stelt, ingeval er

sprake is van één ontsluitingsweg, een woningbouwlocatie niet meer dan 1.500

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 40


woningen mag omvatten om aangemerkt te worden als NIBM. Als er sprake is van 2

ontsluitingswegen, met een gelijke verdeling van verkeer, kan een

woningbouwlocatie maximaal 3.000 woningen omvatten.

Aangezien er op de locatie slechts 6 woningen worden gerealiseerd kan het project

aangemerkt worden als NIBM en zijn er geen beperkingen vanuit het aspect

luchtkwaliteit.

Daarnaast dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening bekeken te worden

in hoeverre de achtergrondconcentratie van NO 2 en PM 10 de realisatie van de woning

toe staat. De grenswaarden welke voortkomen uit hoofdstuk 5 titel 5.2 van de Wet

Milieubeheer zijn de grenswaarden voor de jaargemiddeldeconcentratie 40 µg/m 3

voor zowel N0 2 en PM 10 . Via de website van het RIVM is de generieke

achtergrondconcentratie van deze stoffen in Nederland te achterhalen. De

achtergrondconcentratie voor NO 2 bedraagt volgend deze gegevens voor het

plangebied ongeveer 24 µg/m 3 . Voor PM 10 bedraagt de achtergrondconcentratie

ongeveer 25 µg/m 3 . Voor beide stoffen geldt dat deze ruim onder de maximaal

toegestane grenswaarde van 40 µg/m 3 blijven. In de directe omgeving zijn geen

bronnen aanwezig zoals veehouderijen, intensieve stookinstallaties of intensieve

transportroutes.

Op dit moment worden de grenswaarden in en in de omgeving van het plangebied

niet overschreden. Ook het toevoegen van 6 woningen maakt dat de grenswaarden

niet overschreden worden. Ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen en de

omgeving van dit gebied kan aldus een goed woon- een leefklimaat gegarandeerd

worden.

5.10 Externe veiligheid

De aard van het plan, het oprichten van 6 starterwoningen, maakt dat naar de

omgeving toe geen belemmeringen te verwachten zijn op het gebied van externe

veiligheid, welke de doorgang van het initiatief belemmeren.

Ook laat de kaart zien dat de inrichtingen in de omgeving van het plangebied geen

opslag van gevaarlijke stoffen op het perceel hebben, waardoor er geen

risicocontour opgenomen zijn de risicokaart. Het plan wordt niet binnen een

risicocontour gerealiseerd (zie figuur 12).

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 41


Ligging plangebied

Figuur 12 Uitsnede risicokaart (www.risicokaart.nl)

In de omgeving van het plangebied vindt geen transport van gevaarlijke stoffen

plaats, niet door een buisleiding al ook als ook niet over de weg.

Tevens wordt vermeld dat de woning gerealiseerd worden binnen een

overstromingsgebied. Dit betekent dat in geval van een calamiteit het plangebied

onder water kan komen te staan. Echter, doordat de waterstanden voortdurend in

de gaten worden gehouden, is er in principe voldoende tijd is voor maatregelen en

alarmering. De ligging in een overstromingsgebied is geen belemmering voor de

voortgang van het project.

Tot slot dient vermeld te worden dat met de realisatie van de 6 woningen

kwetsbare objecten worden toegevoegd. Gezien het ontbreken van risicocontouren

in de omgeving, levert het toevoegen van deze kwetsbare objecten geen

beperkingen op voor de inrichtingen in de omgeving.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 42


5.11 Verkeer en Parkeren

De gemeente West Maas en Waal heeft in aanvulling op de Bouwverordening de

Parkeerbeleidsregels 2010 vastgesteld. Dit beleid wordt gebruikt bij het bepalen van

de parkeereis bij nieuwe ontwikkelingen.

Bij onderhavige ontwikkeling gaat het om de realisatie van 6 starterwoningen met

een verkoopprijs beneden de € 170.000, - VON. Bij dit type woningen geldt volgens

de parkeerbeleidsnormen een parkeernorm van 1,55 parkeerplaats per woning,

(indien de woningen niet gelegen zijn in een centrum).

Binnen het plangebied worden 6 woningen gerealiseerd. Dit maakt dat er 9,3

parkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden (afgerond naar 10 parkeerplaatsen)

bij de norm van 1,55 parkeerplaats per woning. Op de percelen langs de bestaande

woningen met nummer 13 en 14 wordt een garage gerealiseerd. In het plangebied is

verder ruimte gereserveerd voor het aanleggen van deze parkeerplaatsen (aan beide

zijden van de weg, zie figuur 6), waarmee in de parkeerbehoefte voorzien wordt.

Door de realisatie van de woningen zal sprake zijn van een toename van het aantal

verkeersbewegingen in het plangebied, met een aantal van verkeersbewegingen 42

per dag (7 per woning). Gezien deze geringe toename zal het niet noodzakelijk zijn

om aanpassingen door te voeren in de verkeersstructuur in de omgeving van het

plangebied.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 43


Hoofdstuk 6. Juridische planopzet

6.1 Inleiding

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De

verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het

bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden

bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan

deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld.

De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk

onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave

van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die

aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van

wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het

bestemmingsplan.

In een gemeentelijk bestemmingsplan worden functies aan gronden toegekend en

hiermee gebruiksmogelijkheden. De Wet ruimtelijke ordening gaat hierbij uit van

een belangrijk principe: toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker

(eigenaar, huurder etc.) toegestaan, niet verplicht, om de functie die het

bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Het uitoefenen van een andere functie dan

die in het bestemmingsplan is vastgelegd is echter niet toegestaan.

Een bestemmingsplan regelt het gebruik van de gronden. Hierbij kunnen regels

opgenomen zijn voor mogelijkheden tot het bebouwen van de gronden en het

verrichten van andere werken. Daarom is een bestemmingsplan een belangrijk

instrument voor het voeren van het ruimtelijk beleid.

Op een bij het bestemmingsplan behorende verbeelding wordt aangegeven welke

bestemming gronden hebben. Vervolgens is in de regels verwoord welke gebruiksen

bouwmogelijkheden er voor deze bestemming gelden. Daarnaast zijn er de

mogelijkheid om aanduidingen op te nemen op de verbeelding. Een aanduiding

bestaat uit een teken. Een dergelijk teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of

een lettercode etc. Via een aanduiding wordt in de regels ‘iets’ geregeld. Dat ‘iets’

kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het

gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 44


voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen

ook een eigen regel hebben.

6.2 Opbouw van de regels

De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken, de inleidende regels, de

bestemmingsregels, de algemene regels en de slotregels. De inleidende regels

bestaan uit twee artikelen. In artikel 1, begrippen worden de verschillende

begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt, om een eenduidige uitleg en

toepassing van de regels te waarborgen. In artikel 2 wordt beschreven op welke

wijze wordt gemeten bij het toepassen van de regels.

In het hoofdstuk Bestemmingsregels zijn de regels van de bestemmingen

opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane

gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen

afwijkingsregels met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Belangrijk om te

vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante

informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden. Alleen zo

ontstaat een volledig beeld van wat is geregeld.

Het volgende hoofdstuk betreft de algemene regels. In dit onderdeel zijn algemeen

geledende regels opgenomen. Deze regels gelden voor het hele plan.

Het laatste hoofdstuk betreft de overgangsregels. Hierin zijn het overgangsrecht en

de slotregel opgenomen.

6.3 Bestemmingen

In het bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen opgenomen: “Wonen” en

“Verkeer”. De inhoud van de bestemmingsregels is afgestemd op de landelijke ROstandaarden

en het gemeentelijk handboek voor het opstellen van

bestemmingsplannen.

De in het bestemmingsplan als wonen bestemde gronden zijn bestemd voor een

woning met de bijbehorende tuinen en erven en parkeervoorzieningen. Hierbij geldt

dat per bouwvlak drie aaneengebouwde woningen opgericht mogen worden. Deze

hebben een maximale bouwhoogte van 10 meter en een maximale goothoogte van 6

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 45


meter. Bijgebouwen bij woningen zijn alleen toegestaan binnen de op de

verbeelding aangegeven bouwvlak.

De bestemming verkeer dient voor wegen en paden met een verkeersfunctie. Binnen

deze bestemming mogen echter ook parkeervoorzieningen worden gerealiseerd en

bermen en beplanting worden aangelegd en is er de mogelijkheid om

straatmeubilair te plaatsen en waterpartijen te realiseren, bijvoorbeeld voor

infiltratie. Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken ten behoeve van het

algemeen nut worden gerealiseerd met een maximum oppervlakte van 15 m 2 en een

bouwhoogte van maximaal 3 meter. Tevens zijn bouwwerken geen gebouwen zijnde

toegestaan tot maximaal 5 meter hoog, waarbij overkappingen niet zijn toegestaan.

Voor lichtmasten en geluidswerende voorzieningen geldt een bouwhoogte van

maximaal 12 meter.

De dubbelbestemming waarde – archeologie is opgenomen ter bescherming van de

mogelijk aanwezige archeologische waarden. De ligging van deze dubbelbestemming

is afgestemd op de resultaten uit het archeologisch onderzoek.

Aansluitend op de conclusies in dit onderzoek is, in hoofdlijnen, binnen de

bestemming “Waarde – Archeologie” bepaald dat er nader archeologisch onderzoek

nodig is wanneer er dieper wordt gegraven dan 1 meter (ten opzichte van het

bestaande maaiveld).

Naast de dubbelbestemming is ook het uitvoeren van werken en werkzaamheden

niet zondermeer toegestaan. Hiervoor is, voor de in regels omschreven situaties,

een omgevingsvergunning nodig van het bevoegd gezag. Op deze manier wordt

voorkomen dat de mogelijk aanwezige archeologische waarden aangetast worden.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 46


Hoofdstuk 7. Economische uitvoerbaarheid

Voorliggend bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk, dat is benoemd in

artikel 3.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betekent dat tegelijkertijd

met dit bestemmingsplan een exploitatieplan moet worden vastgesteld, waarmee

de gemeente de door haar te maken kosten kan verhalen op de initiatiefnemer.

De kosten van de exploitatie betreffen bij dit plan de kosten voor het opstellen van

het bestemmingplan en de haalbaarheidsonderzoeken. De ontwikkeling van

voorliggend plan betreft een particulier initiatief dat op particulier grondeigendom

plaatsvindt. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan en de

haalbaarheidsonderzoeken worden op de initiatiefnemer verhaald op basis van een

exploitatieovereenkomst. De gemeente neemt niet deel aan de ontwikkeling van

het plan. De gemeente verzorgt de planologische kaders na toetsing van de

planontwikkeling. De gemeente maakt geen kosten voor exploitatie van het plan die

niet kunnen worden verhaald via de exploitatieovereenkomst.

De planologische ontwikkeling leidt tot een waardevermeerdering van de grond. De

kosten die initiatiefnemer maakt zijn een investering teneinde de

waardevermeerdering te kunnen realiseren. De financieel-economische

haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 47


Hoofdstuk 8. Overleg en Inspraak

8.1 Inspraak

Het voorontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van PM voor een periode van

zes weken voor belanghebbenden ter inzage gelegen. Tijdens de inzage termijn zijn

PM inspraakreactie binnengekomen. De inhoud en behandeling van deze reactie

zullen worden weergegeven in het inspraakverslag, dat als bijlage aan dit

bestemmingsplan zal worden toegevoegd.

8.2 Overleg

Gelijktijdig met de ter inzage legging is het voorontwerpbestemmingsplan in het

kader van het artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) overleg toegezonden

aan de volgende instanties:

− Waterschap Rivierenland;

− Brandweer West Maas en Waal.

− Provincie Gelderland

De inhoud en behandeling van het overleg zal worden weergegeven in het

inspraakverslag, dat als bijlage aan dit bestemmingsplan zal worden toegevoegd.

8.3 Zienswijzen

In deze paragraaf of in een separate bijlage worden te zijner tijd de resultaten van

de zienswijzen opgenomen.

Bestemmingsplan “Buitengebied, Beukstraat, Boven-Leeuwen” 48

More magazines by this user
Similar magazines