Views
2 months ago

Sony VGN-FW46Z - VGN-FW46Z Mode d'emploi Néerlandais

Sony VGN-FW46Z - VGN-FW46Z Mode d'emploi Néerlandais

De VAIO-computer

De VAIO-computer gebruiken > Het draadloze LAN gebruiken n 58 N Communiceren met een toegangspunt (infrastructuur) Een infrastructuurnetwerk is een netwerk dat een bestaand bedraad lokaal netwerk uitbreidt naar draadloze apparaten door middel van een toegangspunt (niet meegeleverd). Het toegangspunt slaat een brug tussen het draadloze en bedrade LAN en fungeert als centrale controller voor het draadloze lokale netwerk. Het toegangspunt coördineert de transmissie en ontvangst van meerdere draadloze apparaten binnen een specifiek bereik. Het toegangspunt selecteert het te gebruiken kanaal voor een infrastructuurnetwerk. ! Verdere informatie over hoe u het kanaal selecteert dat door het toegangspunt zal worden gebruikt, vindt u in de handleiding bij uw toegangspunt.

De VAIO-computer gebruiken > Het draadloze LAN gebruiken n 59 N Verbinding maken met een draadloos netwerk 1 Controleer of een toegangspunt is ingesteld. Raadpleeg de handleiding bij uw toegangspunt voor meer informatie. 2 Schakel de schakelaar WIRELESS in. 3 Klik op de knop naast of boven de gewenste optie(s) voor draadloze communicatie in het venster VAIO Smart Network. Controleer of het WIRELESS-lampje gaat branden. ! Draadloze communicatie (volgens de standaard IEEE 802.11a) die alleen gebruikmaakt van de 5GHz-band (die niet op alle modellen beschikbaar is), is standaard uitgeschakeld. Als u communicatie via de 5GHz-band wilt inschakelen, selecteert u de optie voor het gebruik van de 5GHz-band of van zowel de 2,4- als de 5GHz-band. Ga hiervoor naar het tabblad WLAN in het instellingenvenster VAIO Smart Network. 4 Klik met de rechtermuisknop op of op de taakbalk en selecteer Verbinding met netwerk maken. 5 Selecteer het gewenste toegangspunt en klik op Verbinden. ✍ Voor WPA-PSK- of WPA2-PSK-verificatie moet u een wachtwoordtekenreeks invoeren. Bij deze wachtwoordtekenreeks wordt een onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters. De tekenreeks moet een lengte van 8 tot 63 tekens hebben, of een hexadecimale reeks van 64 tekens zijn.