Views
1 year ago

Wandelkrant Nr. 13

  • Text
  • Gorgg
  • Exeter
  • Wandelwegen
  • Saarland
  • Kaiserstuhl
  • Enderbachtal
  • Rheinsteig
  • Schweiz
  • Liberte
  • Jurassienne
  • Maasgouw
  • Zieuwent
  • Zeeland
  • Gps
  • Wandelkrant
De Wandelkrant is een gratis en onafhankelijk Wandel- & Outdoor magazine voor de actieve wandelaar en sportelaar met aandacht voor natuur en cultuur. In deze 13de editie: Brugse Ommeland Wandeltrofee, Vlaanderen Wandelt, Wandelroute van het jaar, Wandelen met een GPS, W2G in de Noorderkempen, SAFF Walk, Walk the Lyme, Zeeland, Rondje om de kathedraal te Zieuwent, Wandelroutenetwerk Maasgouw, Échappée Jurassienne, Chemin de la Liberté, Sächsische Schweiz, Rheinsteig, Door het wilde Endertbachtal, Kaiserstuhl, Premium wandelwegen Saarland, Ondergronds wandelen in Exeter, Kent’s Cavern en Cheddar Gorge.

Wandelend over de

Wandelend over de Pyreneeën In het spoor van de partizanen SAINT GIRONS - Talloze piloten, die in de Tweede Wereldoorlog boven bezet gebied waren neergeschoten en het er heelhuis hadden afgebracht, werden door Franse partizanen in het donker over de Pyreneeën naar Spanje gesmokkeld. Vandaar gingen ze terug naar Engeland om opnieuw aan de strijd tegen de Duitsers te kunnen deelnemen. Deze barre en levensgevaarlijke voettochten worden jaarlijks herdacht met de Freedom Trail, een vierdaagse trektocht vanuit het Franse plaatsje Saint Girons naar Esterri in Spanje. Wandelaars uit onder meer Frankrijk, Engeland, Schotland, België en Amerika nemen eraan deel. Ook ik liep gerugzakt mee in het spoor van de gealliëerde piloten en partizanen. Vanuit Saint Girons pieken de Pyreneeën-toppen angstaanjagend hoog boven het fraaie groene landschap uit. Moeten we daar overheen? Eerst nog maar een dag het fraaie stadje aan de voet van het grensgebergte verkennen, met z'n leuke straatjes, mooie wijnhuizen en gezellige terrassen.'s Avonds vieren we een kennismakingsfeestje met de Britse deelnemers aan de expeditie. We vertrekken in alle vroegte, nadat we zijn toegesproken door de burgemeester van Saint Girons. De toespraak is onderdeel van een herdenkingsceremonie, tijdens welke het Franse volkslied en het Partizanenlied ten gehore werden gebracht. Het is nu al warm. En dan te bedenken dat de temperatuur met het uur zal stijgen tot 44°C halverwege de dag. Veel drinken is dus het advies. We hopen dat de bergen verkoeling zullen brengen. Tot onze verrassing blijkt de burgemeester mee te lopen. De eerste dag zullen we proberen te stijgen naar een hoogte van zo'n 1.000 meter. De gidsen leiden ons door een fraai bosgebied, weilanden en moerasgebied, waar we ons in een tropisch regenwoud wanen. Het is de bedoeling dat bergbewoners ons straks een voedzame maaltijd zullen serveren. Maar eerst wacht ons nog een echte krachtproef: een bosheuvel met een stijgingspercentage dat je hartslag naar de 200 doet pieken. De oudste deelnemer, een 79-jarige Amerikaan, en een Engelse legerarts kunnen het niet aan en verdwijnen in een bezemwagen. De overige deelnemers stappen na de lunch weer in de wandelschoenen. De rijkelijk aanwezige wijn wordt wijselijk achtergelaten voor de organisatoren die er gretig gebruik van maken. Als we verder lopen, blijkt dat tal van deelnemers zich hebben ontdaan van hun rugzak. Waarom zou je zo'n ding dragen als je hem in een volgbusje kunt dumpen, is hun mening. Je kunt hen nauwelijks ongelijk geven. Elk onsje meer of minder telt tijdens het lopen.

Aan het eind van deze eerste dag legt de Nederlandse delegatie een krans bij een gedenkteken op een kruising van een paar weggetjes. Opnieuw een toespraak met volks- en partizanenlied. De bergbewoners zijn duidelijk ingenomen met onze komst, want wij zorgen voor wat leven in de brouwerij. Zij brengen de wandelaars met privé-auto's naar het plaatsje Seix, waar we worden onthaald op wijn en lokale lekkernijen. De 'localen' hebben zich flink voor ons uitgesloofd. Eindelijk kunnen we genieten van een alcoholisch drankje, zonder onze sportieve prestaties geweld aan te doen. De eerste wandeldag immers zit erop. Onze gids Pierre, met kuiten zo dik als onze bovenbenen, ontpopt zich als een echte Don Juan. Hij kent alle plaatselijke schonen, die zichtbaar vereerd zijn met z'n aandacht. We overnachten in de gemeentelijke gymzaal, een plek waar bezoekers geacht worden te transpireren. Maar zelden zal het zo hevig hebben gestonken als op dit moment, nu er een kleine zestig personen met bezwete kleding en lijven zijn neergestreken. Ik rol dan ook liever mijn matje en slaapzak uit op het grasveld. Echt verstandig is dat niet, want rond vijf uur 's morgens wordt de onrustige slaap verstoord door regendruppels. Als we weer van start gaan, zijn de poncho's en regenpakken uit de verpakking gehaald. Het hemelwater gutst gestaag naar beneden. Iedereen vindt het prima, want het brengt verkoeling. En die hebben we nodig want het belooft een pittig dagje te worden. De hellingen worden alsmaar steiler. Dezelfde mensen die gisteren het eten verzorgden, staan ons de volgende middag op te wachten op de uit de Tour de France bekende Col de la Core (1.395 meter). Daar waait een stevige bries, maar het is gelukkig wel weer droog. We ondergaan er onze derde herdenkingsplechtigheid, want we mogen niet uit het oog te verliezen wat de aanleiding is voor de voettocht. We gaan nu echt de wildernis in. Geen klaar staande maaltijden meer en gymzalen om in te slapen. We slaan ons bivak op bij een herdershut (Cabane de La Subera, 1.499 meter). Het motregent voortdurend en het diner bestaat uit een weinig smakelijke kant-en-klaar-maaltijd die we wegspoelen met bron- en regenwater. De nacht is nat en koud. Vooral de deelnemers die geen tent hebben en in de open lucht in een bivakzak slapen, weten 's morgens niet meer hoe ze het hebben. Tijdens het ontbijt arriveert een groep van tachtig Fransen. Met hen zullen we de resterende twee dagen naar Spanje lopen. Er bevinden zich heel wat oudere en corpulente personen onder de nieuwe wandelaars. We gaan weer berg op, berg af. Op de Pic de Lampau treffen we een aan het eind van de oorlog verongelukte Halifax aan. Bij de restanten van het vliegtuig wordt een indrukwekkende toespraak gehouden door de leider van de aanwezige RAF-delegatie die aansluitend een herdenkingskruis plaatst. Vervolgens stijgen we tot boven de boomgrens. Via de eeuwige sneeuw passeren we een angstaanjagend ravijn om vervolgens naar de Col de Craberous (2.382 meter) te klimmen waar de temperatuur rond het vriespunt is. Er hang een dichte mist. Het is te gevaarlijk om met zo'n grote groep mensen tegelijk naar beneden te gaan. Onder leiding van gidsen van de berg-gendarmerie dalen we in groepjes van tien personen af naar een berghut, waar we op brandertjes soep en pasta's verwarmen. Langzaam maar zeker worden we weer een beetje mens. Op handen en voeten stijgen we even later naar de Col de Pecouch (2.494 meter), waar we rond etenstijd bij een wandelhut arriveren. De laatste dag begint met een teleurstelling. Omdat zich onder de groep Franse wandelaars teveel dikbuiken bevinden die nooit aan zo'n expeditie hadden moeten beginnen, besluit de organisatie de geplande gletsjerroute naar Spanje af te gelasten en de 1500 meter lange afdaling nu al in te zetten. Hebben we daar al die ontberingen voor geleden? We zouden toch dezelfde route lopen als de piloten en partizanen tijdens de Tweede Wereldoorlog? De aanvankelijke boosheid verdwijnt echter bij elke meter die we zakken. Het weer is heerlijk en de omgeving adembenemend. Gemzen springen op de aangrenzende bergen naar veiliger oorden en smeltwater vloeit samen naar een prachtige waterval. In de sporthal van het Spaanse Esterri krijgen we bij wijze van afscheid een uitvoering voorgeschoteld van een mannenkoor dat op indrukwekkende wijze de bergen en het leven aldaar bezingt. Aansluitend vloeit de wijn en mogen we onze hongerige magen vullen met heerlijkheden uit Pyreneeën. Moe maar voldaan stappen we in de bus die ons afzet in Saint Girons, waar alles begon. We moeten nog één nachtje in een tent slapen, maar daar malen we niet meer om. We zijn echt een beetje bergmensen geworden. Voor meer informatie, zie: chemindelaliberte.fr © Joop Duijs - De Telegraaf jduijs@telegraaf.nl