Views
1 year ago

Wandelkrant Nr. 24

  • Text
  • Fietsen
  • Wandelen
  • Wandelkrant
  • Geluveld
  • Canaria
  • Jakobsweg
  • Piemonte
  • Voralberg
  • Boppard
  • Zoom
  • Passendale
  • Classic
  • Bassenge
  • Maastrek
  • Ourthevallei
  • Trappen
  • Fietsdag
Uitgave Herfst 2019 - Editie 24. Nationale Wandel- en Fietsdag te Genk van Gezinssport Vlaanderen - Happen en Trappen - Juridisch advies: fietsen en wandelen: mag je zomaar iemands eigendom betreden? - Met de fiets en de trein in de Ourthevallei - MaasTrek - Jekervallei te Bassenge - Feniks Classic & 60 km van Merchtem - Rondom kaasdorp Passendale - Glühweintocht Geluveld - 75 jaar Bevrijding Bergen op Zoom - Boswachterij Dorst - Wandelen over Duitse en Luxemburgse rotsen - Boppard: wouden, wijnbergen & wandelen - De genieterspaden van het Zwarte Woud - Het adembenemende en onontdekte Voralberg - Wandelen in Piemonte- Jakobsweg te Gran Canaria - Uitneembare Wandelkalender - Ons reisaanbod voor verenigingen - 160 afhaalpunten van de Wandelkrant - Lezersaanbieding 2020 - en nog véél meer!!!

De Jacobsweg van Gran

De Jacobsweg van Gran Canaria: een vergeten camino Sofie Hendrikx De enige Jacobsweg die niet het Spaanse schiereiland bewandelt, ligt op Gran Canaria: een vulkanisch eiland dat de vorm van een Jakobsschelp heeft. Toeval of niet? De heilige Jacob, “Santiago de Compostela” in het Spaans, is een heilige van formaat. Jacobus was de oudere broer van de apostel Johannes en vormde samen met hem en Petrus, Jezus´ bevoorrechte drietal. Na Jezus´ dood zou hij in de buurt van Santiago de Compostela in Galicië, gepredikt hebben. Na zijn terugkeer naar het Heilige Land stierf hij als eerste apostel de marteldood door onthoofding. Zijn stoffelijk overschot kwam via Even rusten vooraleer we de laatste kilometers naar Tunte inzetten Wijnranken tussen Fataga en Tunte tientallen omwegen en opgeluisterd met evenveel legenden en verhalen, in Galicië terecht. Het graf geraakte echter in de vergetelheid … Santiago de Compostela: Spanje´s patroonheilige In de achtste eeuw zwaaiden op het Iberische Schiereiland de christelijke Visigoten de plak. Op het Arabische schiereiland daarentegen werd aan een nieuwe godsdienst gehoor gegeven: de islam. De bekerings- en expansiedrang van de islamitische Moren dreef heen over de Straat van Gibraltar en zelfs tot diep in Frankrijk. In 719 hield het Visigotische rijk op met bestaan maar ging niet helemaal in rook op. Een mythische Visigotische edelman, Don Pelayo genaamd, wist de opmars van de oprukkende moslims een halt toe te roepen en creëerde zo een christelijke enclave in het noorden van Spanje. Het Koninkrijk van Asturië was geboren en

la Reconquista Hispania was ingezet. Don Pelayo bleek echter even grondgulzig te zijn als zijn Moorse vijanden en breidde zijn gebied uit naar Galicië. Zijn veroveringsdrang werd gelegitimeerd met de ontdekking van het graf van de apostel Jacobus anno 813. Het nieuwtje spreidde zich als een vuurtje over heel Europa. De christenen in het islamitische deel voelden zich in hun geloof gesterkt en besloten de wapens op te nemen. Zo kreeg de apostel een rol op het politieke toneel toegedeeld, namelijk die van Jacob de Morendoder oftewel Santiago Matamoros. ¡El camino entre volcanes! De “camino entre volcanes” is de zwaarste uit het hele assortiment Jacobswegen. De genadeloze zon, de korrelige vulkanische ondergrond en de verticale bergflanken doen de pelgrim stof en stenen vreten. Iedere etappe is una conquista maar ook een beloning. Bij elke draai kantelt het landschap en wordt de pelgrim op een ongekende schoonheid getrakteerd. Deze spectaculaire camino is echter nauwelijks gekend. De bewegwijzering schittert vaak door afwezigheid en onderweg beslist het lot. Jaarlijks worden door de toeristische dienst en de kerk van Santiago de los Caballeros in Gáldar slechts een vijftigtal oorkondes overhandigd. In Gran Canaria is de pelgrim alleen onderweg en wordt hij door moeite en inspanning gezuiverd vooraleer hij de plaatsten Tunte en Gáldar bereikt. Beide dorpen dwepen met hun patroonheilige Santiago de Compostela. In de kerk van Tunte staat het beeldje van Santiago El Chico die de geschiedenis rond Santiago´s aanwezigheid in Gran Canaria tastbaar maakt. In de eerste eeuwen na de Spaanse verovering hadden de schepen die de Canarische archipel aandeden, steevast beelden van santos aan boord. Deze dienden de lokale kerken van beeldmateriaal te voorzien en moesten opvarenden voor elk gevaar behoeden. In de 16de eeuw raakte een schip, afkomstig uit Galicië en met Santiago de Compostela als waakhond aan boord, in nood toen er opeens een hevige storm losbarstte. De zeelieden deden een belofte aan Santiago. Als hij hen veilig naar de kust leidde, zouden ze een kapelletje bouwen om er hun Santiago beeld te eren. Santiago willigde hun verzoek in en de Galiciërs meerden veilig in Arguineguín aan, een baai aan de zuidwest kust van Gran Canaria. Met het beeld op hun rug, zetten ze hun tocht in naar een plek die nu bekend staat als “Lomo de Santiago”. Daar bouwden ze in 1589, midden in het pijnbomenbos, het kapelletje voor Santiago. Santiago genoot een enorme populariteit en werd overladen met geschenken en giften. Het kapelletje in het bos werd echter soms geplunderd en haar afgelegenheid zette zedenlozen aan tot losbandigheid en zwelgpartijen. In 1850 werd besloten om Santiago El Chico naar de kerk van Tunte te verhuizen, samen met zijn goed gevulde offerblok. Eerste etappe: Faro de Maspalomas-Tunte 26km, 1125m stijging, 430m daling Terwijl op het Spaanse vasteland veel pelgrims hun camino eindigen aan de faro in Finisterre, begint “el camino entre volcanes” aan één van Gran Canaria´s grootste symbolen: el Faro (vuurtoren) de Maspalomas. Voor pelgrims die al in Galicië hebben gepelgrimeerd, gaat hier het verhaal verder. Hun reis gaat verder. Één van de paadjes in het voorjaar De vuurtoren ligt aan de strandboulevard en wordt omgeven door hotelresorts. Hun overvloedigheid en luxe staat in schril contrast met de eenvoudige pelgrim die met kalebas en pelgrimsstaf (nu rugzak en wandelstokken) als enige comfort, zijn weg trotseert. Decadentie, verval en vervuiling achtervolgen hem tot in Arteara; een gehucht gelegen in een palmoase van Gran Canaria´s Grand Canyon. Daar zwaaien wuivende palmbomen hem uit als hij de moderne wereld achter zich laat. Het is niet te verwonderen dat de meeste “Jacobipetas” dit stuk overslaan en de eerste etappe pas in Arteara beginnen. Bovendien snijden ze op deze manier 11km van hun eerste etappe af. Vanaf Arteara laat Gran Canaria zich van zijn beste kant zien. Uitgesleten ravijnen, kleurrijke archeologische vindplaatsen en weelderige palmoases doen het hart van menig natuurliefhebber sneller kloppen. Vanuit het kleine, witte gehuchtje leidt een kruipend pad naar het meer dan vijfhonderd meter hoger gelegen dorp Tunte. De verticale rotswanden van de nauwe canyon lijken de pelgrim te omarmen. Een blijk van genegenheid die voor sommigen, net als de brandende zon trouwens, eerder verstikkend werkt. Onderweg kruist de pelgrim slechts één dorp waar hij zich kan bevoorraden: Fataga.