Grote en kleine kasseien - UiT in Brussel

uitinbrussel.be

Grote en kleine kasseien - UiT in Brussel

Deze wandeling verkent de Noordwijk. Startpunt van

de wandeling is de Sainctelettesquare (metrostation

‘Ijzer’), eindpunt het Noordstation.

Als je bovengronds komt in Metrostation Ijzer, loop je

rechtdoor tot op de Sainctelettebrug (1).

De huidige brug over het kanaal Brussel-Charleroi

dateert uit 1934 maar werd in mei 1940 opgeblazen. Na

de herstellingen in 1947 werd ze in 1989-1991 nog eens

verbreed en werd er ook een tunnel onder het kanaal

aangelegd. Met zijn 2,5 kilometer was de Leopold IItunnel

de langste tunnel van België maar ook een dure

vogel: zes miljard Belgische frank werd er voor op tafel

gelegd! De Sainctelettesquare dankt zijn naam aan

de liberale politicus Charles Xavier Sainctelette. Deze

advocaat uit Bergen maakte als minister van Openbare

werken (1878-1882) deel uit van het kabinet Van

Humbeeck.

Wanneer je van op de brug richting Basiliek van Koekelberg

kijkt, zie je aan de linkerkant, vlak naast het gebouw

van de Franse Gemeenschap, een leuk standbeeld (2)

staan. Het is van de hand van Tom Frantzen en draagt

de titel ‘Vaartkapoen’. Vaartkapoenen waren jongens die

langs het kanaal speelden. Wanneer een schipper met een

onbeladen boot aankwam, riep hij de jongens aan boord.

Daardoor zakte het schip en kon het onder de lage

bruggen richting Brussel varen. ‘Vaartkapoenen’ is sindsdien

de bijnaam van de Molenbekenaars.

Keer nu op je stappen terug, richting Kaaitheater (3).

Op de locatie van het huidige Kaaitheater bevond zich in

het begin van de 20ste eeuw een lunapark. Na de oorlog,

in de jaren ‘30 verrees op het terrein het Lunatheater in

een stijl tussen art deco en modernisme van architect

Marcel Driesmans. De theaterzaal bood plaats aan 2000

toeschouwers en was uitgerust met allerhande nieuwe

snufjes, wat haar tot één van de modernste van haar tijd

maakte. In het complex bevonden zich ook 42 appartementen

en een koffiehuis. In het zijgebouw aan het kanaal

waren een café, een vergaderzaal, een foyer en kantoren

ondergebracht. Het samengaan van wonen, werken en

ontspanning onder één dak was in die tijd een baanbrekend

stedenbouwkundig principe.

Op 7 oktober 1932 opende het Lunatheater zijn deuren.

De stichter-bezieler van het project was Ernest Kindermans.

Het was zijn droom om de Vlaamse Brusselaars

Grote en kleine kasseien

Zicht van het binnenplein van het Lunapark naar de Kleine Ring

#23

hun eigen operettetheater en ontmoetingsplaats te

schenken. Amper twee weken na de opening overleed

Kindermans echter onverwacht. Het Lunatheater kwam

deze klap nooit te boven en moest na twee seizoenen de

boeken neerleggen. Het gebouw werd voor verschillende

doeleinden gebruikt en in 1991 werkten Jari

Demeulemeester en Hugo De Greef, directeurs van de

Ancienne Belgique en het Kaaitheater, een plan uit om

het gebouw in zijn oude glorie te herstellen. Parterre

werd er een tribune gebouwd die kon worden

ingeschoven, waardoor de zaal ook in andere opstellingen

kon worden gebruikt. Daarnaast werden een foyer en

ontvangstruimtes ingericht. Op 10 september 1993 werd

het Lunatheater heropend. Sinds 1996 wordt het theater

volledig geëxploiteerd door de vzw Kaaitheater. In 2002

werd het Lunatheater definitief omgedoopt tot

Kaaitheater. De zeven verdiepingen boven de ingang

van het theater bieden nu onderdak aan verschillende

Vlaamse culturele instellingen.

Volg nu de Boudewijnlaan richting centrum. De

Boudewijnlaan is genoemd naar prins Boudewijn, de

oudste broer van Albert I. Deze populaire prins werd

geboren op 3 juni 1869 maar overleed op drieëntwintigjarige

leeftijd, nog voor hij de troon kon bestijgen.

Naar aanleiding van Expo ‘58 werd op deze plaats op

de Kleine Ring een metalen viaduct aangelegd, dat het

Viaduct van Koekelberg werd genoemd. Later verhuisde

deze constructie naar een druk kruispunt in Bangkok en

werd het viaduct vervangen door een tunnel.

Aan het Ijzerplein vind je aan je linkerkant het

Citroëngebouw (4), één van de bekendste industriële

gebouwen in Brussel, van de hand van de architecten

Alexis Dumont en Marcel Van Goethem (1934).

#23 : 1


De fanfare van het Lunapark

Steek nu de Willebroekkaai over. Vroeger bevond zich

hier het vertrekpunt van het kanaal van Willebroek, die

al in de 16e eeuw werd gegraven om Brussel via Rupel

en Schelde met Antwerpen te verbinden. Toen het kanaal

werd doorgetrokken naar Charleroi verschoof men de

bedding naar haar huidige ligging. Dat gold ook voor de

Groendreef, eertijds de belangrijkste Brusselse wandelpromenade.

Aan je linkerkant word je geconfronteerd

met een surrealistisch beeld: paarden, konijnen en geiten

in het hartje van Brussel! Deze oase van rust en groen

aan het Maximiliaanpark is de kinderboerderij (5) van

Brussel. Als het hek openstaat, kan je er gerust even

binnenlopen.

Vervolg je weg langs de Kleine Ring en sla de volgende

straat links in: de Helihavenlaan (6). Op 5 mei 1835

rond half één ‘s middags vertrok hier vanuit het

Groendreefstation de stoomlocomotief de Pijl met zeven

wagons van Brussel naar Mechelen, gevolgd door de

Stephenson en de Olifant. Het was de eerste treinrit op

het Europese continent. Een plaatsje in een niet overdekte

koets (derde klasse) kostte vijftig centiem. Om de

genodigden niet af te schrikken, deelde men op voorhand

mee de snelheid niet al te hoog te zullen opdrijven: 25

kilometer per uur. Bij het vertrek luidde men eerst een

bel, dan blies men de trompet en daarna riep de treinwachter

ook nog eens uit volle borst: “Houdt u vast!

Hij gaat vertrekken!” Op de terugrit vond nota bene de

allereerste treinvertraging plaats. Ter hoogte van Vilvoorde

bleek dat het water van de stoomketels onverwacht snel

opgebruikt was. Voor de rest verliep de reis vlekkeloos.

Al in 1838 bleek het Groendreefstation veel te klein en

drong een nieuwe uitbreiding zich op. Omwille van de

dure grondprijzen gaf men er de voorkeur aan om iets

verderop een gloednieuw station te bouwen op het

grondgebied van Sint-Joost. Het Groendreefstation ging

zich steeds meer toe leggen op vrachtverkeer. Na WO II

werd een groot deel van de opslagloodsen afgebroken

en in januari 1954 werden de laatste lijnen definitief

opgedoekt. Het terrein werd gekocht door de nationale

luchtvaartmaatschappij Sabena, die er een helihaven

inrichtte om een Europese postdienst per helikopter uit

te bouwen. Er was ook een netwerk voor personenvervoer

met een dozijn bestemmingen op de korte

afstand: Knokke-Terneuzen/Vlissingen-Rotterdam-

Antwerpen, Eindhoven-Duisburg-Dortmund, Maastricht-

Keulen-Bonn-Luik en Rijsel. Deze vliegactiviteiten waren

erg populair bij de omwonenden. De vloot bestond in

Viaduct van Koekelberg

1958 uit een zestal helikopters. Maar het project bleek

niet rendabel en op 4 september 1958 sloot men de

postdienst. In 1966 zette men ook een punt achter het

personenvervoer. Het terrein werd opnieuw heringericht,

ditmaal om onderdak te bieden aan de brandweerkazerne

en het brandweermuseum (7) van het

Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Op het gelijkvloers

kan je enkele oude brandweerwagens bekijken door de

vitrine.

De Helihavenlaan is gelijktijdig aangelegd met de

Lakense Haard, een grootschalig woonproject tussen de

Helihavenlaan en de Antwerpsesteenweg. Momenteel

herinnert dus alleen nog de naam aan het bestaan van

de helikopteractiviteiten. Nu staan op die plaats, naast de

gebouwen van de brandweer, vier sociale woontorens,

een buurtcentrum en de Sint-Rochusschool.

Rechts vóór de brandweerkazerne bevindt zich een

doorsteek naar de Frontispiesstraat. Ga van hieruit verder

naar de Harmoniestraat. Aan de rechterzijde van de

doorsteek bevinden zich de oude magazijnen van

de Sarma (8) die momenteel omgebouwd worden tot

kantoorruimte.

De hoek van de Harmoniestraat (9) met de

Antwerpse steenweg is een uitzonderlijke locatie. Hier

werd voor het eerst de Brabançonne gerepeteerd ter

voorbereiding van de uitvoering van 13 september 1830

in de Munt door La Grande Harmonie. Deze harmonie

was een genootschap van het kruim van de Belgische

adel en burgerij, georganiseerd rond een harmonie die al

bestond sinds 1811. Onder haar leden bevonden zich tal

#23 : 2


Helihaven (collectie Sylvain de Brabander)

van advocaten, notarissen, zakenlui, architecten, brouwers,

burgemeesters en schepenen, volksvertegenwoordigers

en senatoren, ministers, enzovoort. Het uitzonderlijke

aan deze vereniging was haar doel: machtige katholieken

en liberalen verbinden in hun strijd tegen de Hollandse

koning Willem I. Ze wilden hun krachten bundelen om

een eigen koning op de troon te krijgen. Op 24 juni

1829 kocht de vereniging een perceel van wat later de

Harmoniestraat werd. Na diverse bestemmingen bevindt

er zich nu een dienstencentrum, waar de ouderen uit de

wijk onder meer ‘s middags warm kunnen eten.

Van op dit punt heb je een uitstekend zicht op de

Antwerpse Poort (10), ook gekend als de Lakense

Poort. Hier bevond zich een heel bijzonder gebouw:

café La Ville de Paris. Dit café werd gesticht nog vóór de

Belgische Onafhankelijkheid. Tijdens een kermis in 1856

werden er op één dag 41.000 halve liters Faro geschonken,

een record. In de jaren ‘70 was dit een apotheek, maar

na de sluiting viel het pand ten prooi aan brand, krakers

en verwaarlozing. Het gebouw werd onlangs gesloopt.

Sla nu de Antwerpsesteenweg in noordelijke richting in.

De Antwerpsesteenweg is de centrale as van de

Brusselse Noordwijk. De Kassei is de volkse benaming

van deze steenweg. Deze weg werd aangelegd tussen

1698 en 1723. Doorheen de tijd droeg hij drie verschillende

namen: Lakensesteenweg, Mechelsesteenweg en

Antwerpsesteenweg. De Annuaire de Commerce uit

1939 leert ons dat er 72 cafés waren, één café om de 22

meter! Tot de jaren ‘60 bleef de Kassei één van de meest

authentieke volkswijken van Brussel. De braderie

en de volksfeesten waren gekend tot ver buiten de

gemeentegrenzen, waardoor de buitenwereld scheen te

denken dat de Kassei meer cafés dan inwoners telde.

Na enkele tientallen meters kom je aan bij het nieuwe

Sint-Rochusvoorplein (11). Het eerste Sint-Rochusvoorplein

werd in de volksmond de parvis genoemd.

Het was destijds een heel levendig plein. Op zondag

bleven de kerkgangers er na de misviering vaak nog een

uurtje kletsen. Men speelde er ook basketbal en er werd

gekaatst door drie ploegen: la Paume Laekenoise,

De Antwerpse poort, gezien vanuit de Lakense straat

Sint-Rochus en l’Union. Op 12 oktober 1859 tekende

koning Leopold I een koninklijk besluit dat het geboorterecht

schonk aan de nieuwe Sint-Rochusparochie. Op

1 mei 1866 was het eindelijk zover. De nieuwe kerk

werd plechtig ingehuldigd en aan Sint-Rochus gewijd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog brachten de bombardementen

grote schade toe aan de kerk. In 1964 viel

dan het ultieme vonnis. De kerk moest wijken voor het

‘algemeen belang’ van het Manhattanplan, zodat er een

grote baan van het Noordstation naar het kanaal kon

worden aangelegd. Het perceel bleef na de sloop in 1972

ruim drie decennia lang onbebouwd liggen. Pas in 1995

kon eindelijk de nieuwe, hedendaagse Sint-Rochuskerk in

gebruik worden genomen. Een moderne kerk zielloos en

koel? De mensen van de Sint-Rochusparochie dachten

er anders over en de kerk bewijst dat ze gelijk hadden.

Verschillende kleine eilandjes van pure schoonheid

getuigen van aanstekelijke Afrikaanse warmte. Architecturale

hoogstandjes zijn er niet te vinden, maar een hart

heeft deze kerk des te meer.

Verderop bevindt zich RisoBrussel, het Regionaal Instituut

voor de Samenlevingsopbouw in het Brussels

Hoofdstedelijk Gewest. RisoBrussel is via verschillende

opbouwwerkprojecten dagelijks in de hoofdstad in de

weer om vanuit de bekommernissen van bewoners samen

de woon-en leefomgeving in hun wijk te verbeteren.

Dit doen ze via participatie en door de zelfredzaamheid

van de bewoners te versterken. De Noordwijk ervaart,

omwille van zijn strategische ligging (geprangd tussen het

kanaal en het Noordstation), meer dan andere armoedewijken

de spanning tussen leefbaar zijn voor de bewoners

en tegemoet komen aan aanspraken vanuit een grootstedelijke

en internationale context.

Neem rechts de naamloze doorsteek met de stalen

boogconstructie naar de Koning Albert II-laan. Deze laan

dankt haar naam aan de zesde vorst van België. Ze werd

pas in 1974 gebouwd op de overwelfde bedding van de

Zenne en werd toen nog Verlengde Emile Jacqmainlaan

genoemd, naar de vooroorlogse schepen van Openbaar

Onderwijs te Brussel. De laan bestaat uit twee brede

wegen, gescheiden door een met bomen beplante

middenberm. De westkant van de straat behoort toe aan

Brussel, de oostkant aan Sint-Joost-ten-Node en

Schaarbeek.

Het eerste gebouw aan je linkerkant is het Ferrarisgebouw

(12) van de Vlaamse Gemeenschap. Hier bevond

zich in het begin van de twintigste eeuw de Telegraafstraat,

die haar naam dankte aan het hoekhuis met de

Antwerpsesteenweg. Daar stond tot het

#23 : 3


egin van de negentiende eeuw immers een primitieve

luchttelegraaf. Door middel van lampen die met de hand

bediend werden, konden gecodeerde lichtsignalen van de

ene post naar de volgende worden doorgegeven. Deze

straat bestaat nu niet meer. Ongeveer de helft van de

Noordwijk werd in de jaren ‘60 en ‘70 weggevaagd voor

het Manhattanplan.

Ga nu naar rechts en volg verder de Koning Albert II-laan

tot op de hoek met de Boudewijnlaan. Daar bevindt zich

het Boudewijngebouw (13) van de Vlaamse Gemeenschap.

Deze plek heeft al een gevarieerde geschiedenis

achter de rug: achtereenvolgens waren er een veemarkt,

verscheidene cafés, een distilleerderij van het Elixir des

Gueux en een ... rolschaatspiste. Deze rolschaatspiste op

asfalt was een primeur voor Brussel en kende een enorm

succes. Men kon er rolschaatsen van 10 uur ‘s morgens

tot middernacht. Elke avond werd een concert opgevoerd.

Verder was er ook een restaurant en een zaal met

boeken en spelletjes voor de niet-schaatsers. Maar de

komst van een gelijkaardige piste op de Louizalaan dwong

het Skating Paleis om zich om te vormen tot een

vaudevilletheater, zonder veel succes. Ten tijde van het

Manhattanplan werd het hele perceel ingenomen om

plaats te maken voor het Boudewijngebouw.

Ter hoogte van het Boudewijngebouw steek je de Koning

Albert II-laan over en wandel je via de middenberm

(14) richting Noordstation. Onder de Koning Albert II-laan

bevindt zich ondergronds de Zenne.

De middenberm werd in 1995 aangelegd door de bekende

tuinarchitect Jacques Wirtz, die ondermeer instond

voor het hertekenen van een deel van de Jardins des

Tuileries aan het Louvre in Parijs. De berm vormt een

oase van rust en groen tussen het drukke verkeer en

de grote kantoorgebouwen en is opgesmukt met zeven

monumentale sculpturen, ontworpen door Belgische

kunstenaars. De ‘Wandeling van de sculpturen’ wordt

feestelijk ingeluid door de fontein Juin 1995, een creatie

van Pol Bury. Daarna bots je op het werk Op-één van

Jan Dries dat de werking van de administratie voorstelt.

De rechte en kromme verwijzen naar de noodzakelijke

kracht, bundeling en complementariteit. De volgende

sculptuur Legende is van de hand van de kunstenaars

Guy Rombouts en Monika Droste. Deze kubus vormt

de sleutel tot het door de kunstenaars zelf uitgevonden

AZART-alfabet. In de openingen vind je een aantal letters

van ons alfabet met daar tegenover de corresponderende

tekens/figuren uit het AZART-alfabet. Ook het volgende

kunstwerk Ontmoeten is door dit kunstenaarsduo

gecreëerd. Het bestaat uit een korte tweetalige zin die

zich in de ruimte ontvouwt (lezen in de draairichting van

de zon) en geschreven is in het AZART-alfabet. De laatste

sculptuur op rij kreeg de naam Hemel en Aarde en is van

Liliane Vertessen. Het inoxen beeld dat een reuzennaaldhak

met vleugels voorstelt, geeft de spanning weer tussen

de kantoorgebouwen, de lucht, het aangelegde groen en

de voetgangers.

Werp hier nog een blik op twee indrukwekkende

gebouwen. Links zie je de WTC-torens (15), rechts de

indrukwekkende Belgacomtorens (16). Deze laatste,

Telegraafstraat

ook wel Pleiadetorens genoemd, zijn op grote hoogte

met elkaar verbonden door een loopbrug en bepalen

de skyline van dit deel van Brussel. Op deze plek bevond

zich vroeger de oude gasfabriek van Sint-Joost.

Wie nog genoeg tijd en energie heeft, kan nog een eindje

verder wandelen tot aan de enorme Belgacom kabelballon

(17) die een schitterend panoramisch zicht op

Brussel biedt. Onderweg loop je nog drie kunstwerken

tegen het lijf die de ‘Wandeling van de sculpturen’ afsluiten:

Esprit Ouvert van Tapta, L’Arche door Pierre Culot

en La Couleur au Nord door Pàl Horvàth.

Anders steek je de Albert II-laan over richting Noordstation

(18) in de gebouwen van CCN, het eindpunt van

deze wandeling. Het oorspronkelijke Noordstation gaf

uit op het Rogierplein. De eerste steen werd er gelegd

op 27 september 1841 in aanwezigheid van Leopold I,

koningin Louise-Marie, de hertogin van Kent (de zus van

Leopold), minister Rogier en tal van lokale en nationale

notabelen. Daarbij overhandigde de koning een zilveren

truweel aan de burgemeester van Sint-Joost op wiens

gemeente het station kwam te liggen. Uit het verslag blijkt

dat de gemeente bij deze ceremonie 264 Belgische frank

uitgaf voor de wijn. Hoewel het station al in 1846 onder

grote belangstelling werd ingehuldigd, werd het pas helemaal

voltooid rond 1862. Het ontwerp van architect

Coppens was bedoeld als sober sluitstuk van de monumentale

Nieuwstraat. Hoewel het concept gebaseerd

was op een klassiek Italiaans palazzo, maakte men desalniettemin

gebruik van moderne metalen elementen. De

centrale hal werd met zuilen omgeven. De bovenste

Tweede Noordstation

#23 : 4


gaanderij werd van een balustrade voorzien. De gevels

werden voorzien van beelden met enerzijds een groep

vrouwenfiguren die de Handel, Kunsten, Industrie,

Landbouw voorstelden en anderzijds een groep die de

Schelde, Maas, Seine en Rijn uitbeeldden. De sporen

waren overdekt met een glazen constructie.

Het station aan het Rogierplein was al enkele jaren na de

bouw veel te klein geworden. De spoortoegang was ontoereikend

voor het veel te drukke verkeer. Rond 1904

vonden er op korte tijd twee dodelijke ongevallen plaats,

waardoor men deze flessenhals de Dodengang of de

Saucissemolen ging noemen. Daarna nam men de

drastische beslissing om 240 gebouwen in de Vooruitgangstraat

en de Aarschotstraat (toen nog Keulenstraat)

Kaartje voor wandeling #23 : Grote en kleine kasseien

Elke maand een nieuwe ‘doe-het-zelf’ wandeling van Broodje Brussel op www.opbrussel.be

Deze wandeling is een intiatief van OPB.

Copyright Onthaal en Promotie Brussel ©


Onthaal en Promotie Brussel

Muntplein - Prinsenstraat 8 • B-1000 Brussel

0800 13 700 • info@opbrussel.be • www.opbrussel.be

te onteigenen om het aantal sporen te kunnen uitbreiden.

In 1956 werd het oude Noordstation afgebroken. Een

honderdtal meter noordelijker werd een volledig nieuw

Noordstation opgetrokken in modernistische stijl.

#23 : 5

More magazines by this user
Similar magazines