3_TH_OL - ProRail

prorail.nl

3_TH_OL - ProRail

Tracébesluit Hanzelijn

Toelichting op het Oude Land

Kampen, Oldenbroek,

Hattem en Zwolle

Exclusief WOTB Hattem – Zwolle

• Rijksweg A28 – IJsselbrug

• Omgeving Willemsvaart, Zwolle

December 2003

De Minister van Verkeer en Waterstaat

in overeenstemming met de

Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Karla Peijs


2

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Inhoud

1 Inleiding 5

2 Gemeente Kampen 8

2.1 Inleiding 8

2.2 Uitgangspunten voor de Hanzelijn in de gemeente Kampen 8

2.3 Ligging van het tracé 8

2.3.1 Ligging van het tracé in de gemeente Kampen 8

2.3.2 Tunnel Drontermeer 11

2.3.3 Station Kampen Zuid 16

2.4 Infrastructurele maatregelen 18

2.4.1 Wegen 18

2.4.2 Waterhuishouding 22

2.4.3 Kabels en leidingen 23

2.5 Inpassingsmaatregelen 23

2.5.1 Geluid 23

2.5.2 Externe veiligheid 28

2.5.3 Landschap en cultuurhistorie 28

2.5.4 Natuur 30

2.5.5 Bodem en waterkwaliteit 34

2.5.6 Archeologie 34

2.5.7 Trillingen 35

2.6 Natuurcompensatie 35

2.7 Landbouw 36

2.8 Te amoveren bebouwing 36

2.9 Bouw en aanleg van de Hanzelijn 37

2.9.1 Bouwzones 37

2.9.2 Bouwverkeer 37

2.9.3 Hinder tijdens de bouw 38

2.10 Doorwerking van het Tracébesluit Hanzelijn op bestemmingsplannen 39

3 Gemeente Oldebroek 40


Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 3

4 Gemeente Hattem 41

4.1 Inleiding 41

4.2 Uitgangspunten voor de Hanzelijn in de gemeente Hattem 41

4.3 Ligging van het tracé 42

4.3.1 Ligging van het tracé in de gemeente Hattem 42

4.3.2 Kruising met Rijksweg A28 en aansluiting Veluwelijn 43

4.3.3 De brug over de IJssel 43

4.4 Infrastructurele maatregelen 45

4.4.1 Wegen 45

4.4.2 Waterhuishouding 45

4.4.3 Kabels en leidingen 46

4.5 Inpassingsmaatregelen 46

4.5.1 Geluid 46

4.5.2 Externe veiligheid 46

4.5.3 Landschap en cultuurhistorie 46

4.5.4 Natuur 46

4.5.5 Bodem en waterkwaliteit 47

4.5.6 Archeologie 47

4.5.7 Trillingen 48

4.6 Natuurcompensatie 48

4.7 Landbouw 48

4.8 Te amoveren bebouwing 48

4.9 Bouw en aanleg van de Hanzelijn 49

4.9.1 Bouwzones 49

4.9.2 Bouwverkeer 49

4.9.3 Hinder tijdens de bouw 49

4.10 Doorwerking van het Tracébesluit Hanzelijn op bestemmingsplannen 49

5 Gemeente Zwolle 51

5.1 Inleiding 51

5.2 Uitgangspunten voor de Hanzelijn in de gemeente Zwolle 51

5.3 Ligging van het tracé 52

5.3.1 Ligging van het tracé in de gemeente Zwolle 52

5.3.2 De brug over de IJssel 54


4

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

5.4 Infrastructurele maatregelen 55

5.4.1 Wegen 55

5.4.2 Waterhuishouding 55

5.4.3 Kabels en leidingen 56

5.5 Inpassingsmaatregelen 56

5.5.1 Geluid 56

5.5.2 Externe veiligheid 58

5.5.3 Landschap en cultuurhistorie 59

5.5.4 Natuur 59

5.5.5 Bodem en waterkwaliteit 60

5.5.6 Archeologie 61

5.5.7 Trillingen 61

5.6 Natuurcompensatie 61

5.7 Landbouw 62

5.8 Te amoveren bebouwing 62

5.9 Bouw en aanleg van de Hanzelijn 62

5.9.1 Bouwzones 62

5.9.2 Bouwverkeer 62

5.9.3 Hinder tijdens de bouw 62

5.10 Doorwerking van het Tracébesluit Hanzelijn op bestemmingsplannen 63

6 Vervolg procedure 64

Colofon 65

Bijlage 1 Hogere waarde en schermvoorstel 67

Bijlage 2 Archeologische verwachtingskaart 69

Bijlage 3 Natuur mitigatie en compensatie 71

Bijlage 4 Overzicht bestemmingsplannen 73

Kaarten 75


1Inleiding

In dit document wordt voor de gemeenten Kampen,

Oldebroek, Hattem en Zwolle (het Oude Land) een

toelichting gegeven op de Bepalingen en de

kaarten van het Tracébesluit Hanzelijn. In deze

toelichting wordt per gemeente een beschrijving

gegeven van het ontwerp van de Hanzelijn. Deze

beschrijving omvat de ligging van de Hanzelijn,

het ontwerp, de bijbehorende voorzieningen en de

te nemen inpassingsmaatregelen. Op de bijbehorende

kaarten zijn de ligging en het ruimtebeslag

van de Hanzelijn en bijbehorende voorzieningen

weergegeven. Daarnaast zijn op deze kaarten

zones weergegeven waarbinnen inpassingsmaatregelen

zijn voorzien.

Doel

Het doel van dit document is om een beschrijving

te geven van het ontwerp en een onderbouwing

van de gemaakte keuzes van de ligging en de

inpassing van de Hanzelijn. Voor een algemene

toelichting op de Bepalingen en de kaarten wordt

verwezen naar het document “Algemene

Toelichting”.

Beschrijving per gemeente

De beschrijving van de ligging van de Hanzelijn, de

bijbehorende voorzieningen en de te nemen maatregelen

vindt plaats per gemeente, naar analogie

van bestemmingsplannen. Voor het Oude Land

betekent dit dat wordt ingegaan op de inpassing

van de Hanzelijn in respectievelijk de gemeenten

Kampen, Oldebroek, Hattem en Zwolle. Voor het

tracédeel van de Hanzelijn in Hattem vanaf de

kruising met Rijksweg A28 t/m de kruising over

de IJssel en de intakking van de Veluwelijn

alsmede voor de woonomgeving Willemsvaart

wordt gelijktijdig met dit Tracébesluit het

document “Wijzigingen ontwerp-tracébesluit

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 5

Hattem-Zwolle” ter inzage gelegd. De hierin opgenomen

onderdelen van de Hanzelijn, km 43.03 tot

km 46.8 in Hattem en km 48.4 tot 48.76 in Zwolle,

maken nog geen deel uit van het Tracébesluit

Hanzelijn. Na de publicatie en het verwerken van

eventuele inspraakreacties wordt het Tracébesluit

Hanzelijn in maart 2004 met de genoemde delen

van het tracé in Hattem en Zwolle aangevuld

Een beschrijving van de Hanzelijn en de maatregelen

in de gemeenten Lelystad en Dronten is

opgenomen in het document “Toelichting op het

Nieuwe Land, Lelystad en Dronten”.


6

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Figuur 1.1: Overzichtskaart van het tracé voor de Hanzelijn op het Oude Land

Figuur 1.1b: Overzichtskaart tracébesluit Hanzelijn op het Oude Land (exclusief WOTB Hattem – Zwolle)

De Hanzelijn ligt binnen het “Oude Land” in de

gemeenten Kampen, Hattem en Zwolle. Aan de

westkant van Kampen ligt de gemeentegrens in

het Drontermeer bij km 30.4. Dit is tevens de

provinciegrens tussen de provincies Flevoland en

Overijssel. De gemeentegrens tussen Kampen en

Hattem ligt op km 41.6 ter plaatse van de Stouwe /

Gelderse Kade. Dit is ook de provinciegrens tussen

de provincies Overijssel en Gelderland. De gemeentegrens

tussen Hattem en Zwolle ligt in de IJssel op

km 46.2. Dit is ook de provinciegrens tussen de

provincies Gelderland en Overijssel. In Zwolle

eindigt de Hanzelijn op km 48.76.

De Hanzelijn zal niet fysiek in de gemeente

Oldebroek komen te liggen maar wel nabij de

gemeentegrens. Om deze reden is ook de

gemeente Oldebroek opgenomen in dit document.


In maart 2003 is het ontwerp van het Tracébesluit Hanzelijn

(OTB Hanzelijn) gepubliceerd. Naar aanleiding van de

inspraak en de ontvangen adviezen zijn wijzigingen in het

ontwerp-tracébesluit Hanzelijn opgenomen in het

document “Wijziging ontwerp-tracébesluit Hanzelijn”

(WOTB Hanzelijn). Het WOTB Hanzelijn is in september

2003 gepubliceerd. De wijzigingen in Hattem en Zwolle

konden hierin nog niet geheel worden verwerkt. Hiervoor

is in december 2003 een tweede WOTB-document, het

WOTB Hanzelijn Hattem – Zwolle, gepubliceerd.

In het Tracébesluit Hanzelijn zijn de tekstonderdelen uit de

Algemene Toelichting, de Bepalingen, de Toelichting op het

Oude Land en de Toelichting op het Nieuwe Land letterlijk

overgenomen uit het OTB Hanzelijn. Alleen daar waar in

het WOTB Hanzelijn wijzigingen zijn aangegeven, zijn deze

onderdelen gewijzigd ten opzichte van het OTB Hanzelijn.

Dit zelfde geldt ook voor de overzichtskaarten en detailkaarten.

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van dit document wordt een

beschrijving gegeven van de ligging en het

ontwerp van de Hanzelijn, de bijbehorende voorzieningen

en de inpassingsmaatregelen in de

gemeente Kampen. In hoofdstuk 3, 4 en 5 is

conform een zelfde structuur een beschrijving

opgenomen van de Hanzelijn in respectievelijk de

gemeenten Oldebroek (zij het beknopt), Hattem

en Zwolle. In elk hoofdstuk is daarbij een verantwoording

opgenomen van de gemaakte keuzes in

de betreffende gemeente. In hoofdstuk 6 tenslotte

staat aangegeven hoe kan worden gereageerd op

de inhoud van het Tracébesluit Hanzelijn (de

beroepsmogelijkheden).

Na de toelichting zijn de overzichts- en detailkaarten

van dit deel van de Hanzelijn opgenomen.

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 7

Van ontwerp-tracébesluit Hanzelijn via Wijzigingen ontwerp-tracébesluit Hanzelijn naar

Tracébesluit Hanzelijn

Vanwege de leesbaarheid zijn in de Algemene Toelichting,

de Toelichting op het Oude Land en de Toelichting op het

Nieuwe Land tekstonderdelen met betrekking tot de procedure

aangepast. Daarnaast is het Tracébesluit Hanzelijn ten

opzichte van het OTB Hanzelijn en het WOTB Hanzelijn op

een aantal ondergeschikte punten van tekstuele aard

aangepast.

De belangrijkste aanpassingen betreffen:

• Tabellen 2.1 en 5.1 “Bereikbaarheids- en veiligheidsvoorzieningen”

in de gemeenten Kampen en Zwolle zijn

aangepast. De kilometrering en het type weg worden in

een aparte kolom weergegeven. In het OTB Hanzelijn

werd deze informatie weergegeven in de kolom

“Te treffen maatregel.”

• Tabel 2.12 “Natuurcompensatie gemeente Kampen“ is

aangepast. De tabelregel met het gebied 21 “Engelse

Werk” is verwijderd omdat dit deel in de gemeente

Zwolle en niet in Kampen ligt. Tevens is de lay-out van

de tabel ter verduidelijking aangepast.


8

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

2Gemeente

Kampen

2.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt voor de gemeente Kampen

het tracé beschreven met de bijbehorende voorzieningen

en maatregelen. Het tracé in de gemeente

Kampen gaat van km 30.4 tot km 41.6. De achtereenvolgens

beschreven maatregelen hebben

betrekking op kruisende wegen, waterhuishouding,

kabels en leidingen, geluid, externe veiligheid,

natuur en landschap, bodem en waterkwaliteit,

cultuurhistorie en archeologie, trillingen,

natuurcompensatie en landbouw. Ook worden de

activiteiten en benodigde ruimte die nodig is

tijdens de bouwfase beschreven. Verder zal

worden ingegaan op de te amoveren bebouwing

en de doorwerking van het Tracébesluit Hanzelijn

in bestemmingsplannen.

2.2 Uitgangspunten voor

de Hanzelijn in de

gemeente Kampen

In het Standpunt Hanzelijn (bijlage bij de

“Bepalingen”) zijn de volgende elementen opgenomen

die bepalend zijn voor de tracering en de

inpassing van de Hanzelijn in de gemeente

Kampen:

• Tussen Dronten en Zwolle vindt de aanleg plaats

conform het in de Trajectnota/MER voorgestelde

tracé III, inclusief de aanleg van een nieuw

station bij Kampen (Kampen Zuid), met dien

verstande dat:

– de kruising met het Drontermeer plaats vindt

door middel van een tunnel, ‘van dijk tot dijk’,

met een volledige scheiding tussen de beide

sporen;

– bij Kampen ten behoeve van de inpassing

wordt uitgegaan van een geoptimaliseerde

boog, uitgaande van de 160 km/uur variant;

– ten behoeve van de inpassing wordt uitgegaan

van een maximale bundeling met de N50.

In de uitwerking van het Standpunt Hanzelijn

hebben de onderstaande punten een grote rol

gespeeld. Van west naar oost:

• De exacte ligging van de kruising met het

Drontermeer met als bepalende punten het

ontzien van het eiland Reve en de Doornse Sluis.

• De keuze voor de aanpassing van de waterkering

van het Drontermeer: kanteldijk of

coupurekering.

• De kruisingen met de bestaande wegen tussen

het Drontermeer en de N50, waaronder de

kruising met de Zwartendijk.

• De kruising met de N50 in combinatie met de

keuze voor de locatie van het station Kampen

Zuid.

2.3 Ligging van het tracé

2.3.1 Ligging van het tracé in de

gemeente Kampen

De Hanzelijn ligt bij de gemeentegrens van

Kampen ter plaatse van het Drontermeer in een

tunnel. De tunnelmond ligt binnendijks, nabij de

Drontermeerdijk. Na de kruising met de kanteldijk

(3,4 meter boven maaiveld) ligt het spoor op circa

1,5 meter boven maaiveld tot aan de Zwartendijk

en kruist de Buitendijksweg, de Slaper en de

Zwartendijk. Om de N50 te kruisen gaat het spoor


omhoog over het fietspad Bovenbroeksweg en

buigt daarbij af naar het zuiden. In deze boog

komt het nieuwe station Kampen Zuid te liggen.

Tussen de N50 en de tweede kruising met de Slaper

ligt het spoor op circa 8 meter hoogte. Na het

kruisen van de Slaper gaat het spoor terug naar

maaiveld en ligt strak gebundeld met de N50. Tot

aan het Knooppunt Hattemerbroek worden achtereenvolgens

de Jules van Hasseltweg, de

Kamperstraatweg en de Burgemeester

Hardenbergweg gekruist. Hierna ligt de Hanzelijn

in de gemeente Hattem.

De exacte ligging van het tracé is op de detailkaarten

(nummers 35 t/m 47) weergegeven.

Bijbehorende voorzieningen

Voor de energievoorziening van de treinen worden

naast het spoor in de gemeente Kampen twee

onderstations geplaatst: bij kilometer 32.0 ten

zuiden van het spoor en bij kilometer 37.4 ten

oosten van het spoor, ten noorden van de Jules van

Hasseltweg. Onderstations hebben een afmeting

van circa 25 x 20 meter en een hoogte van 8 meter.

Behalve de grotere onderstations worden er tevens

op regelmatige afstand kleinere meet- en regelkasten

en gebouwen geplaatst ten behoeve van:

• Telecommunicatie voor het spoorwegnet:

GSM-mast elke 3 à 4 km. Deze masten hebben

een maximale hoogte van 16 meter.

Tabel 2.1: Bereikbaarheids- en veiligheidsvoorzieningen gemeente Kampen

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 9

• Installatiekasten voor elektrische voeding, beveiligingskasten

en beheersing van het spoor om

de 1 à 2 km met afmetingen van circa 3 x 3

meter. Bij wissels en stations zijn de afmetingen

circa 3 x 6 of 3 x 15 meter.

• Voedingskasten voor de energievoorziening om

de 2 à 3 km met afmetingen van circa 9 x 5 meter.

Alle gebouwen hebben, met uitzondering van de

onderstations, een hoogte van maximaal 4 meter.

De onderstations zijn op de kaarten aangegeven

als ETS en maken onderdeel uit van de spoorzone.

De locaties van de overige voorzieningen zijn niet

op kaart opgenomen. Overeenkomstig de

”Bepalingen” mogen deze voorzieningen binnen

de spoorzone worden gerealiseerd.

Bereikbaarheids- en veiligheidsvoorzieningen

Voor het uitvoeren van werkzaamheden, inclusief

inspectie van het spoor en de bovenleiding wordt

een schouwpad aangelegd. De schouwpaden

hebben een breedte van 1,5 meter en liggen aan

beide zijden van het spoor. Daar waar het spoor

voor hulpdiensten, vanaf de openbare weg, slecht

bereikbaar is, wordt een brandweerpad aangelegd,

waar nodig met keerlussen. Op de plaatsen waar

het spoor op een hoge baan ligt, worden voor de

bereikbaarheid taludtrappen aangelegd. Daarnaast

worden voor de bereikbaarheid voor onderhoud

en calamiteiten voorzieningen aangelegd zoals

opgenomen in tabel 2.1.

Kilometrering Type weg Te treffen maatregel Reden te treffen maatregel

30.64 – 31.28 (N en Z), Brandweerpad Brandweerpaden parallel aan Bereikbaarheid hulpdiensten.

33.39 – 33.75 (N), de spoorbaan. Brandweerpaden

34.55 – 35.50 (N),

38.11 – 38.92 (N)

worden aangesloten op wegen.

30.7 (N en Z), 33.75 (N), Keer- / opstelplaats Mogelijkheid voor keren, Bereikbaarheid hulpdiensten.

34.57 (N), 35.50 (N), 38.11 (N) passeren of parkeren van Onderhoud spoor en

en 39.02 (N), 35.0 – 43.0. voertuigen. bijbehorende voorzieningen.

31.28 (N), 31.97 (Z) Railinzetplaats Railinzetplaats Bereikbaarheid hulpdiensten.

Onderhoud spoor.

31.96 (Z), 33.3 – 33.46 (Z), Dienstweg Dienstweg Bereikbaarheid hulpdiensten.

37.48 – 37.58 (N), Onderhoud spoor en

41.32 – 42.00 (N). bijbehorende voorzieningen.

33.42(N), 33.45(Z), 33.74(N), Taludtrap Taludtrap Bereikbaarheid hulpdiensten.

34.59(N), 34.91(N), 38.30(N), Onderhoud spoor en

38.63(N), 38.91(N), 41.38(W). bijbehorende voorzieningen.

Verklaring:

N = Noordzijde van het spoor O = Oostzijde van het spoor, Z = Zuidzijde van het spoor W = Westzijde van het spoor.


10

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

In het Tracébesluit Hanzelijn opgenomen

WOTB-toelichting

Wijziging aansluitingen Jules van Hasseltweg en

Burgemeester Hardenbergweg*

Aan de noordzijde van de Hanzelijn is de aansluiting

van de dienstweg naar het ETS-gebouw op de

Jules van Hasseltweg ten opzichte van het OTB

Hanzelijn gewijzigd. Met instemming van de

gemeente Kampen en de brandweer is voor deze

aansluiting een kleinere boogstraal gehanteerd.

Deze wijziging is uitgevoerd om het ruimtebeslag

ter plaatse van de aansluiting te verminderen.

Aan de westzijde van de Burgemeester

Hardenbergweg is de aansluiting van een landbouwweg

ten opzichte van het OTB Hanzelijn

gewijzigd. Daarnaast is aan de oostzijde van de

Burgemeester Hardenbergweg de aansluiting van

een dienstweg gewijzigd. Met instemming van de

gemeente Kampen en de brandweer zijn voor deze

aansluitingen kleinere boogstralen gehanteerd,

waardoor het ruimtebeslag is verminderd.

Tabel 2.2: Kunstwerken gemeente Kampen

* Overgenomen uit het WOTB Hanzelijn.

Overige veiligheidsvoorzieningen

Naast de verbindingen zoals die hierboven bij bereikbaarheidsvoorzieningen

zijn beschreven, wordt, daar

waar de Hanzelijn parallel aan de N50 ligt, bij calamiteiten

op het spoor voorzien in het gebruik van de

N50 door hulpdiensten. Bij de aanpassing van de N50

naar Rijksweg A50 moet rekening worden gehouden

met de bereikbaarheid van de Hanzelijn door hulpdiensten

vanaf de N50/Rijksweg A50.

Kunstwerken

Bij de verschillende kruisingen van de Hanzelijn

met bestaande infrastructuur worden kunstwerken

gebouwd. Op de detailkaarten zijn de locaties

aangeduid als bebouwingsvlakken met nummer

van het betreffende kunstwerk. In tabel 2.2 wordt

per op kaart genummerd kunstwerk een typering

gegeven en worden de maten van de kunstwerken

gegeven. In de kolom “hoogte t.o.v. NAP” worden

maten in meters nauwkeurig gegeven.

Overeenkomstig artikel 7 van de ”Bepalingen” is

een beperkte afwijking hierop toegestaan. Bij de

doorgangshoogte is de afstand van de bovenkant

van de onderdoorgaande infrastructuur tot de

onderkant van het dek van het kunstwerk weergegeven.

De doorgangsbreedte geeft de breedte van

alle onderdoorgaande infrastructuur op maaiveld.

Nummer Locatie Naam Type Doorgangs- Hoogte t.o.v. NAP (m)

(km) hoogte (m) breedte (m) Bovenkant spoor (BS)

Wegdek (Weg)

KW 400 30.97 Drontermeer Spoortunnel en

toeritten

6,3 11,5 Diepste punt BS: -12,39

KW 420 32.07 Slaper (west) Verkeersviaduct 6,3 13,2 BS: +1,45

Weg: +8,94

KW 423 32.08 Watergang Slaper Duiker 1,5 2,0 Bodem duiker: -1,65

KW 425 32.94 Watergang Zwartendijk Duiker 1,5 2,0 BS: +1,45

Bodem duiker: -1,45

KW 435 33.3 Bovenbroeksweg Onderdoorgang 2,5 4,5 BS: +3,07

Weg: -0,81

KW 440 33.87 N50 Spoorviaduct 4,6 45,4 BS: +7,71

Weg: +1,52

KW 443 34.12 Stationstunnel Onderdoorgang 5,2 10,0 BS: +8,15

Onderdoorgang: +0,00

KW 445 34.55 Kruising N50 met Verkeersviaduct 4,6 20,8 Slaper: +1,05

provinciale weg N50: +7,23

KW 450 34.55 Slaper (oost) Spoorviaduct 4,6 20,8 BS: +8,18

Weg: +0,93

KW 451 34.50 Provinciale weg Fietstunnel 2,7 4,5 Fietspad: -1,52

Weg: +1,92

KW 455 36.1 Kroeskolktocht Duiker 1,5 2,0 BS: +1,55

Bodem duiker: -1,90


2.3.2 Tunnel Drontermeer

In het standpunt is bepaald dat onder het

Drontermeer een tunnel wordt aangelegd. Deze

tunnel wordt ongeveer 790 meter lang. De tunnel

moet aan de eisen voldoen zoals die ook voor de

rest van het tracé gelden. Daarnaast zijn er specifieke

eisen waaraan de tunnel moet voldoen. In

deze paragraaf is beschreven op welke wijze de

tunnel onder het Drontermeer is opgenomen in het

Tracébesluit Hanzelijn. Er wordt specifiek ingegaan

op de aspecten in de gemeente Kampen. In figuur

2.1 en 2.2 is de bestaande en toekomstige situatie

ter plaatse van het Drontermeer weergegeven.

Horizontale en verticale ligging van de tunnel

Het gesloten deel van de tunnel is vanaf de

Drontermeerdijk ongeveer 790 meter lang en komt

na de Drontermeerdijk, even ten noorden van de

Doornse Sluis, in de gemeente Kampen bovengronds.

Direct tegen de Drontermeerdijk komt een

dienstgebouw te staan. Dit gebouw markeert de

ingang van de tunnel. Tussen de Drontermeerdijk

en de Buitendijksweg gaat het spoor over de

kanteldijk heen. De kanteldijk dient als waterkering

rond de tunnel. Omdat treinen geen steile

hellingen kunnen nemen, ligt de top van de kanteldijk,

ter plaatse van de spoorlijn, ongeveer 565

meter landinwaarts van de huidige dijk. De kanteldijk

ligt aan weerszijden van het spoor, tussen de

Drontermeerdijk en de Buitendijksweg. Het ruimtebeslag

van de toerit wordt grotendeels bepaald

door de kanteldijk rondom de toerit van de tunnel.

De breedte van de toerit van de tunnel bedraagt,

inclusief de benodigde ruimte voor de kanteldijken

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 11

Nummer Locatie Naam Type Doorgangs- Hoogte t.o.v. NAP (m)

(km) hoogte (m) breedte (m) Bovenkant spoor (BS)

Wegdek (Weg)

KW 460 37.46 Jules van Hasseltweg Verkeersviaduct 6,3 13,2 BS: +1,55

Weg: +9,05

KW 461 37.5 N50 / Jules van Hasseltweg Verkeersviaduct 4,6 14,1 N50: +1,22

Weg: +8,62

KW 465 37.7 Watergang Jules van Duiker 1,7 2,0 BS: +1,55

Hasseltweg Bodem duiker: -1,60

KW 470 38.6 Kamperstraatweg Spoorviaduct 4,6 20,0 BS: +8,35

Weg: +1,67

KW 480 38.93 Hanksloot Duiker 1,5 2,5 BS: +5,87

Bodem duiker: -2,05

KW 485 40.26 Aansluiting Uitvliet Duiker 2,0 1,5 BS: +2,30

Bodem duiker: -0,95

KW 490 41.38 Burg. Hardenbergweg Verkeersviaduct 6,3 13,2 BS: +2,00

Weg: +9,50

KW 491 41.4 N50/ Burg. Hardenbergweg Verkeersviaduct 4,6 14,6 N50: +1,87

Weg: +9,06

aan weerszijden en de overige voorzieningen ten

behoeve van de tunnel, ongeveer 120 meter.

De Buitendijksweg wordt onderbroken ter plaatse

van de Hanzelijn. Na het passeren van de kanteldijk

op circa 3,4 meter boven maaiveld gaat het

spoor omlaag en ligt tot de Zwartendijk op circa

1,5 meter boven maaiveld. De open toerit van de

tunnel ligt in een betonnen bak die eindigt op het

punt waar het spoor voldoende drooglegging

boven het polderpeil heeft. De toerit aan de oostzijde

is ongeveer 270 meter lang. In figuur 2.2 is de

situatie na aanleg van de Hanzelijn weergegeven.

Scheepvaart

In het Drontermeer is een vaargeul aanwezig voor

de scheepvaart. De ligging van de tunnel wordt in

belangrijke mate bepaald door de ligging van deze

vaargeul. De vaargeul is momenteel 75 meter

breed en ligt westelijk in het Drontermeer. Het

tunneldak zal ter plaatse van de vaargeul op NAP

–4,20 m liggen, zodat bij een laagste waterstand

van NAP –0,30 m er een diepgang van 3,90 m

aanwezig is. De toekomstige verbreding van de

vaargeul naar 150 meter wordt door de aanleg van

de Hanzelijn niet onmogelijk gemaakt.

Veiligheid

De tunnel is zodanig ontworpen dat de kans op

calamiteiten zo klein mogelijk is en dat, mocht er

iets gebeuren, er voldoende vluchtwegen en

mogelijkheden voor hulpverlening aanwezig zijn.


12

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Figuur 2.1: Bestaande situatie ter plaatse van het Drontermeer

Figuur 2.2: Toekomstige situatie ter plaatse van het Drontermeer

Om in geval van calamiteiten een veilige vluchtweg

te bieden, wordt in de tunnel een middenwand

aangebracht. Op deze manier ontstaan er twee

afzonderlijke tunnelbuizen, waarbij de niet

getroffen tunnelbuis als vluchtroute dient. Om de

andere tunnelbuis te kunnen bereiken, worden op

maximaal 150 meter uit elkaar, tussendeuren

geplaatst. Iedere tunnelbuis wordt voorzien van

een vluchtpad met een minimale breedte van ten

minste 1,2 meter. Dit vluchtpad ligt in de tunnel

aan de binnenkant tegen de middenwand zodat

vluchtpaden en tussendeuren op elkaar aansluiten.

Er worden voorzieningen getroffen opdat treinverkeer

in de andere tunnelbuis tijdens calamiteiten

niet mogelijk is.

Ter hoogte van de dienstgebouwen worden vluchttrappen

geplaatst. In de open toerit van de tunnel

wordt ook een rookmuur geplaatst. De rookmuur is

een verlenging van de middenwand van de tunnel

in de open toerit zodat, in geval van rookontwikkeling

in een van de tunnelbuizen, de andere tunnelbuis

zoveel mogelijk vrij blijft van rook.

In de tunnel zullen diverse technische installaties

worden aangebracht, met name waterafvoerpompen

en veiligheidsvoorzieningen zoals ventilatie,

blusleidingen en dergelijke.

Tevens worden voorzieningen aangebracht voor

hulpdiensten. Aan weerszijden van de tunnelingang

komen opstelruimtes zodat hulpdiensten


tijdens calamiteiten bij de tunnelingang kunnen

komen. Deze opstelruimtes zijn bereikbaar via de

dienstweg vanaf de Buitendijksweg. Tevens wordt

een puinverharde weg direct ten zuiden van het

spoor aangelegd die de Drontermeerdijk met de

Buitendijksweg verbindt. Verder is in het dienstgebouw

een ruimte voor een brandweercommandocentrum

voorzien.

Beschermingszone tunnel

Om de veiligheid en het ononderbroken gebruik

van de tunnel te waarborgen, is een beschermingszone

op de detailkaarten 34 en 35 opgenomen.

De beschermingszone stelt als eis dat voor

bepaalde werken of werkzaamheden, anders dan

normaal onderhoud, voorafgaand schriftelijke

toestemming nodig is van de beheerder van de

tunnel naast de vergunningverlening door de

daartoe bevoegde instantie voor de betreffende

werkzaamheden. Het gaat daarbij om:

Visualisatie tunnel onder het Drontermeer

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 13

• Het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op

andere wijze ingraven of indrijven van voorwerpen

• Het ontginnen, ontgronden, bodem verlagen of

afgraven, slib afgraven, ophogen of egaliseren

• Het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders

dan normaal spit- en ploegwerk

• Het graven van waterbergingen (sloten, singels

en/of vijvers)

• Het leggen van kabels en leidingen

• Het bemalen van grondwater ten behoeve van

deze werken en/of werkzaamheden

Toestemming voor deze werken of werkzaamheden

mag slechts worden verleend indien geen

schade aan de tunnel kan worden veroorzaakt of

anderszins de belangen van de tunnel kunnen

worden geschaad. In het op het Tracébesluit

Hanzelijn volgende bestemmingsplan zal de

beschermingszone tunnel Drontermeer worden

opgenomen.


14

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Waterkering Drontermeer

In het Tracébesluit Hanzelijn opgenomen

waterkering*

Door de aanleg van de tunnel mag de kans op

overstroming niet groter worden. De ingangen van

de tunnel liggen aan beide zijden binnendijks.

De tunnel is daarmee een open verbinding tussen

de twee polders: Oostelijk Flevoland en de Polder

Dronthen (zijde Kampen). Eén dijk om de spoortunnel

(kanteldijk) is in principe voldoende om,

bij overstroming van één van beide polders, het

onderlopen van de andere polder (via de spoortunnel)

te voorkomen.

Om, bij een eventuele lekkage van de tunnel, het

onderlopen van de andere polder te voorkomen,

wordt aan beide zijden van de tunnel een dijk (de

kanteldijk) aangelegd. De tunnel komt daarmee in

een eigen polder te liggen. In de tunnel zijn waterkelders

en pompen voorzien om onderlopen van

de tunnel, met regenwater of in geval van lekkage,

tegen te gaan. Hierdoor heeft de tunnel - ondanks

het feit dat deze na voltooiing ondergronds ligt -

met alle voorzieningen die nodig zijn voor de

veiligheid een groot ruimtebeslag.

Door de waterbeheerders zijn richtwaarden voor de

toekomstige situatie aangegeven, waaruit volgt

dat, voor een veilige situatie in respectievelijk het

jaar 2050 en 2100, de dijken van het Drontermeer

mogelijk dienen te worden verhoogd (brieven

Rijkswaterstaat IJsselmeergebied, kenmerk PAi 7262

d.d. 26 juni 2002 en PAi 7980 d.d. 17 juli 2002).

Deze richtwaarden dienen nog in een zelfstandige

procedure in een nieuw maatgevend hoogwaterpeil

(MHW) te worden vastgelegd. Wellicht leidt dit

tot andere waarden dan de aanbevolen richtwaarden.

Het Tracébesluit Hanzelijn kan niet

wachten tot het MHW opnieuw is vastgelegd.

Gegeven het belang van een toekomstvast en veilig

ontwerp van tunnel en omringend land is ervoor

gekozen de richtwaarden, met een aanmerkelijke

veiligheidstoeslag voor toekomstige peilverhoging

van het Drontermeer, in het ontwerp te verwerken.

De verwachting voor het jaar 2050 en 2100 is na de

publicatie van het ontwerp-tracébesluit Hanzelijn

door Rijkswaterstaat aangepast (brief

Rijkswaterstaat IJsselmeergebied, kenmerk PAV

5948 d.d. 12 mei 2003). Hierdoor wordt de in het

OTB Hanzelijn opgenomen hoogte van de kanteldijk

in de polder aan de zijde Kampen (Polder

Dronthen) van 2,88 m +NAP bijgesteld naar 2,70 m

+NAP in het jaar 2050. Voor het jaar 2100 wordt nu

een hoogte van 3,20 m +NAP berekend in plaats

* Overgenomen uit het WOTB Hanzelijn.

van de oorspronkelijke 3,88 m +NAP. In het

Tracébesluit Hanzelijn wordt, evenals in het OTB

Hanzelijn, uitgegaan van de kruinhoogte voor

2050. Dit resulteert in een verlaging van de kanteldijk

met 18 cm ten opzichte van de in het OTB

Hanzelijn opgenomen hoogte. Door deze verlaging

wordt de kanteldijk in westelijke richting met circa

5 tot 10 meter verkort.

Op verzoek van de waterschappen wordt de positie

van de dijk evenwijdig aan het spoor gebaseerd op

de breedte behorende bij de hoogte van het jaar

2100. Hierdoor is een latere verhoging van de

kanteldijk relatief eenvoudig door simpelweg de

dijk op te hogen. Door echter het punt waar het

spoor over de dijk gaat te baseren op het jaar 2050

wordt een verdere verkorting van de kanteldijk met

circa 25 meter bereikt. Om dit mogelijk te maken

worden ter plaatse van het punt waar het spoor

over de kanteldijk heen gaat, technische voorbereidingen

uitgevoerd die het mogelijk maken om het

spoor nu op de positie van het jaar 2050 over de

dijk heen te laten lopen en een eventuele toekomstige

verhoging tot de hoogte van het jaar 2100 en

de verlenging behorende bij de positie in het jaar

2100 gemakkelijk door te kunnen voeren.

In het Tracébesluit Hanzelijn is de bepaling dat de

ligging van de tunnel en de kanteldijk onder voorwaarden

kan wijzigen niet meer opgenomen (OTBartikel

3 lid 7 gewijzigd in WOTB artikel 3 lid 6). Dit

artikel is vervallen omdat inmiddels duidelijk is

geworden dat de ligging van de tunnel indien deze

hoger komt te liggen een aantal grote bezwaren

heeft. Eén daarvan is dat de tunnel zichtbaar is in

het Drontermeer aan de zijde Kampen en dat de

dijk aan die zijde wordt doorsneden. Dit is landschappelijk

niet fraai. Daarnaast gaat een dergelijke

hoge ligging ten koste van het waterbergend

vermogen in het Drontermeer.

De afgevallen OTB-oplossing van de kanteldijk*

De in het Tracébesluit Hanzelijn opgenomen oplossing

is, afgezien van de op basis van nieuwe berekeningen

bijgestelde kruinhoogte, enigszins anders

dan de OTB-oplossing. De positie van de dijk evenwijdig

aan het spoor is gebaseerd op de breedte

van de dijk behorende bij de hoogte van het jaar

2100. Hierdoor is een latere verhoging van de

kanteldijk relatief eenvoudig door ophoging van

de dijk. Echter de locatie waar de spoorbaan over

de kanteldijk gaat is nu gebaseerd op de hoogte

behorend bij het jaar 2050.

In het OTB Hanzelijn is de positie van de kanteldijk

evenwijdig aan het spoor gebaseerd op het jaar

2050 (minder breed dan nu in het Tracébesluit


Hanzelijn opgenomen). De locatie waar de spoorbaan

over de kanteldijk gaat is in het OTB

Hanzelijn gebaseerd op het jaar 2100 (breder dan

in het Tracébesluit Hanzelijn is opgenomen).

De wijziging om de locatie waar de spoorbaan over

de kanteldijk gaat te baseren op het jaar 2050, in

plaats van de berekende waterhoogte van het jaar

2100, is ingegeven door de reactie van de

gemeente Kampen om de kanteldijk aan de

Kampense zijde zoveel mogelijk te bekorten. De

verbreding van de kanteldijk is ingegeven door de

wens van de waterschappen om zoveel mogelijk

toekomstvast te werken. Hierbij is gekozen voor de

verwachte hoogte in het jaar 2050, waarbij een

relatief eenvoudige verhoging naar de berekende

waarde voor het jaar 2100 mogelijk is.

Onderdeel van de waterkering is ook het voorkomen

van lekkage door de waterkeringen onder en langs

de tunnelconstructie. Dit wordt voorkomen door het

plaatsen van een kwelscherm rondom en loodrecht

op de tunnel in het hart van de Drontermeerdijk.

Onderzochte andere mogelijke waterkering

Naast de in het ontwerp opgenomen kanteldijk is

ook een coupurekering als waterkerende

constructie overwogen. Een coupurekering is een

deur in de tunnel die (automatisch) sluit bij dreigende

overstromingen. Nadeel van een coupurekering

is dat deze altijd een ingreep vergt om

geactiveerd te worden, afhankelijk is van goed

menselijk en technisch functioneren en duurder is

omdat deze onderhoud vergt. Ook zal de werking

regelmatig moeten worden gecontroleerd, wat

een verstoring van het treinverkeer betekent.

Het voordeel van een coupurekering is dat deze

minder ruimte inneemt dan kanteldijken.

Vanuit landschappelijk oogpunt hebben kanteldijken

grotere gevolgen. Echter, een coupurekering

is met zijn schuifconstructie eveneens goed zichtbaar.

Na afweging van deze voor- en nadelen is met

name vanwege de hogere exploitatiekosten van

een coupurekering gekozen voor een kanteldijk.

Bouwwijze

In het Tracébesluit Hanzelijn opgenomen bouwwijze

Om de bouwtijd en de bouwruimte te beperken is

in het Tracébesluit Hanzelijn uitgegaan van een

combinatie van twee bouwwijzen. Het tunneldeel

dat onder de vaargeul komt te liggen wordt als

zinktunnel uitgevoerd. De rest van de tunnel zal

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 15

ter plaatse gebouwd worden. Hierdoor wordt het

ruimtegebruik op het land beperkt en is fasering

van de bouw met een bouwdok in het Drontermeer

mogelijk. De bouw van de tunnel zal naar schatting

ruim drie jaar duren.

Onderzochte andere mogelijke bouwwijze

Naast de bovengenoemde gekozen bouwwijze is

het ook mogelijk om de tunnel in zijn geheel ter

plaatse te bouwen. Het ruimtebeslag in het

Drontermeer en daarbuiten is dan kleiner, de

overlast tijdens de bouw voor met name scheepvaartverkeer

en natuur is daarentegen groter.

Een andere mogelijkheid is de tunnel geheel uit

zinkelementen op te bouwen. Hierbij zal de bouw

echter langer duren en zal het ruimtebeslag van

bouwterreinen op land groter zijn. Een korte

bouwtijd is alleen mogelijk als de tunnelelementen,

die later afgezonken worden, buiten de spoorzone

worden gebouwd. Deze bouwwijze geeft een

groot (tijdelijk) ruimtebeslag, bijvoorbeeld in het

Revebos. Deze bouwwijze geeft wel minder tijdelijke

overlast op het Drontermeer, dat onder

andere een Vogelrichtlijngebied is.


16

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

2.3.3 Station Kampen Zuid

Aan de zuidwestelijke stadsrand van Kampen,

waar de Hanzelijn de N50 en de Slaper bovenlangs

kruist, ontstaat een knooppunt waar het nieuwe

station Kampen Zuid komt. Het spoor komt op

circa 8 meter boven maaiveld te liggen. De

stationsentree komt op maaiveld te liggen, deels

als onderdoorgang van de spoorbaan.

Het ontwerp van station Kampen Zuid, zoals het in

het Tracébesluit Hanzelijn is opgenomen, wordt in

hoofdlijnen beschreven. In dit Tracébesluit

Hanzelijn wordt ruimte voor de volgende voorzieningen

vastgelegd:

• Entree met reisinformatie en service- en kaartverkoopvoorzieningen

• Wachtruimtes voor de treinreizigers

• Trappen en liften om de perrons te bereiken

• Perrons

• Fietsenstallingen

Station Kampen Zuid moet aansluiten op een

nieuwe stedelijke structuur. De vormgeving en de

inbedding in de stedelijke omgeving zal zodanig

moeten zijn ontworpen dat mensen het station van

afstand herkennen. Het station dient sociaal veilig

te zijn met een duurzaam veilige verkeersontsluiting.

Bij het ontwerp van het station is rekening

gehouden met een voorplein met de verschillende

Figuur 2.3: Schets van het toekomstige station Kampen Zuid

functies zoals opgenomen in de “Algemene

Toelichting”. Bij de uitwerking van het stationsontwerp

zal afstemming plaatsvinden met de verdere

uitwerking van het voorplein.

Naar de huidige inzichten stopt in station Kampen

Zuid vier keer per uur een sneltrein. Twee afkomstig

uit Amsterdam en twee uit Zwolle. Deze treinen

stoppen tevens in Almere Centrum, Almere Buiten,

Lelystad Centrum, Dronten en Zwolle. De geschatte

reistijd naar Dronten bedraagt circa 7 minuten, naar

Lelystad circa 17 minuten en naar Zwolle circa

11 minuten. Inmiddels wordt door de spoorbranche

een beleidsvoorstel gemaakt, “Benutten & Bouwen

Spoor”, waarin mogelijkheden voor een “twee

treinen” systeem worden bekeken om de betrouwbaarheid

op het spoor voor reizigers te vergroten.

In de aannames is hiermee geen rekening gehouden.

Vanuit capaciteitsoverwegingen, is een viersporig

station bij Kampen Zuid niet noodzakelijk. Omdat

de maximale snelheid in de boog bij Kampen

160 km/uur zal zijn, is uit veiligheidsoverwegingen

een viersporig station eveneens niet noodzakelijk.

In het Tracébesluit Hanzelijn is gekozen voor

2 zijperrons. Zijperrons hebben om de volgende

redenen de voorkeur boven een middenperron:

• Het ruimtebeslag bij zijperrons is aanzienlijk

minder dan bij een middenperron. Bij een

middenperron liggen de sporen tot honderden

meters voor en na het station verder uit elkaar


dan de minimale afstand, onder andere op de

kunstwerken over de Slaper en de N50. Vanuit

kostenoogpunt en ruimtebeslag hebben de

zijperrons daarom de voorkeur.

• Zijperrons geven enerzijds een beter zicht van

de reizigers op de omgeving dan bij een

middenperron en anderzijds een beter zicht van

de omgeving op de halte. Dat biedt een hogere

sociale veiligheid.

• Zijperrons bieden, meer dan middenperrons, de

mogelijkheid het station naar de omgeving te

presenteren.

Plaats station

De situering van het station bepaalt in eerste

instantie de kwaliteit van het station. De ligging

nabij te kruisen infrastructuur (de N50 en de

Slaper) maakte samen met de afstand tot Kampen

het geheel tot een lastige ontwerpopgave. Daar

komt nog bij dat de keuze van de locatie van het

station en de kruising met de N50 tevens de plaats

bepaalt waar de cultuurhistorisch en landschappelijk

waardevolle Zwartendijk wordt gekruist. In het

Tracébesluit Hanzelijn is na een uitgebreide

afweging opgenomen dat het station komt te

liggen tussen de mr. J.L.M. Niersallee en de Slaper.

De N50 wordt verlegd zodat de Hanzelijn en de

N50 over de Slaper heen kunnen. De Slaper gaat

naar maaiveld en vervangt de aansluiting mr.

J.L.M. Niersallee met de N50. De invulling van het

gebied tussen de mr. J.L.M. Niersallee, Slaper en

het station wordt door de gemeente verzorgd. Bij

de uitwerking daarvan kan blijken dat het gewenst

is om vanuit stedenbouwkundige en verkeerskundige

overwegingen, het station nog enigszins op te

schuiven naar de Slaper. Om deze reden is in het

Tracébesluit Hanzelijn opgenomen dat het station

maximaal 150 meter in oostelijke richting, parallel

aan het spoor, op kan schuiven.

De volgende afwegingen hebben tot de keuzes

rondom het stationsgebied geleid:

Stedenbouwkundig gezien is een station ten

noorden van de Slaper naast de N50 het meest

gewenst. Het station komt daarmee dicht bij de

bestaande stad te liggen. Het gebied tussen de

Slaper en de mr. J.L.M. Niersallee kan ontwikkeld

worden om een goede aansluiting met de

bestaande stad te realiseren. Tevens wordt de

Zwartendijk op een relatief gunstige plek doorsneden.

Een station op een andere plaats betekent

een grotere afstand tot de bestaande stad en dat is

stedenbouwkundig minder wenselijk.

De keuze voor de ligging van het station ten

noorden van de Slaper, naast de N50, betekent dat

de huidige aansluitingen van Kampen op de N50, via

de mr. J.L.M. Niersallee, moeten worden aangepast.

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 17

Hiervoor zijn verschillende varianten overwogen. Het

meest optimaal is het verplaatsen van de aansluiting

van de mr. J.L.M. Niersallee naar de Slaper. Omdat

de hoek waaronder de N50 de Hanzelijn kruist

groter wordt, kan volstaan worden met een minder

groot kunstwerk voor deze kruising.

Deze stedenbouwkundige en verkeerskundige

optimalisatie betekent dat de lokale infrastructuur

ingrijpend gaat veranderen. Niet alleen zal de

aansluiting van de N50 van de mr. J.L.M. Niersallee

naar de Slaper verplaatst moeten worden, ook zal

de Slaper over een aanzienlijke lengte - vanaf de

kruising met mr. J.L.M. Niersallee - aangepast

moeten worden. De Slaper krijgt hier de functie

van gebiedsontsluitingsweg. Ook moet de N50

over circa 2,5 kilometer lengte worden verlegd,

waarbij de verlegging nabij de mr. J.L.M.

Niersallee en de Slaper het meest ingrijpend is. De

aanpassing van de N50 en de Slaper is opgenomen

in het Tracébesluit Hanzelijn. In het ontwerp van

de N50 is rekening gehouden met een toekomstige

verbreding van de N50 naar een Rijksweg A50 met

2 x 2 rijstroken overeenkomstig het Tracébesluit

N50/Rijksweg A50.

In het Tracébesluit Hanzelijn is ervoor gekozen om

de stationsfuncties aan de zijde van Kampen ter

hoogte van de stationsonderdoorgang te situeren,

dit om een maximale herkenbaarheid van deze

functies te bereiken. Er is bewust gekozen om de

functies asymmetrisch te situeren ten opzichte van

de entree. Het station oriënteert zich zo op de

zijde van Kampen. Er is bij de situering en inpassing

van het station rekening gehouden met een

voorplein. Het voorplein is niet opgenomen in het

Tracébesluit Hanzelijn.

Schets van het stationsontwerp

In het ontwerp is uitgegaan van een brede

stationsonderdoorgang en van wachtruimtes op

het perron. De stationsfuncties kunnen, eventueel

met andere stadsfuncties, in een gebouw gesitueerd

worden.

Het geschetste beeld in figuur 2.3 gaat uit van een

voorplein dat overgaat in een trechtervormige

onderdoorgang die in breedte verloopt, van breed

aan de voorpleinzijde naar smal aan de Rijkswegzijde.

De perrons worden ontsloten via de onderdoorgang.

Naar elk perron komt een vaste brede

trap en een lift. Het perron is circa 5 meter breed

en is niet overkapt. Op de perrons worden abri’s

geplaatst om voldoende zitwachtruimte en

bescherming tegen de wind te bieden.


18

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

2.4 Infrastructurele

maatregelen

2.4.1 Wegen

In deze paragraaf wordt aangegeven op welke

wijze de bestaande wegen worden aangepast.

De aanpassingen zijn eveneens aangegeven op de

betreffende detailkaarten.

De wegen zoals aangegeven in tabel 2.3 en tabel

2.4, worden door de Hanzelijn gekruist. Bij

sommige wegen gaat het spoor over de weg heen

en wordt de weg zelf niet aangepast. Bij andere

wegen is een reconstructie nodig.

In figuur 2.4 is de bestaande wegenstructuur in

Kampen tussen het Drontermeer en de N50 weergegeven.

In figuur 2.5 is de situatie weergegeven

na aanleg van de Hanzelijn, zoals hierboven is

beschreven.

Buitendijksweg

In het ontwerp wordt de kruising van de Hanzelijn

met de Buitendijksweg, de Slaper en de Zwartendijk

gecombineerd tot één verkeersviaduct in de Slaper.

Parallel aan de Hanzelijn is aan de zuidkant hiervan

een verbindingsweg gemaakt tussen de Buitendijksweg

en de Slaper en tussen de Slaper en de Zwartendijk

ter compensatie voor de verloren gegane

verbinding. Deze verbindingsweg wordt ontworpen

voor een maximumsnelheid van 60 km/uur. Aan de

noordzijde wordt de Buitendijksweg ontsloten via

de Cellesbroeksweg (zie figuur 2.4 en 2.5).

Tabel 2.3: Niet aan te passen wegen gemeente Kampen

Kilometrering naam wegtypering

38.60 Kamperstraatweg RONA, Wegcategorie V

Tabel 2.4: Aan te passen wegen gemeente Kampen

Kilometrering naam wegtypering

31.28 Buitendijksweg (afsluiten en omleiden) RONA, Wegcategorie VII

31.28 tot 32.07 Verbindingsweg Buitendijksweg – Slaper Erftoegangsweg, Type I

32.07 Slaper Erftoegangsweg, Type I

32.07 tot 33.1 Verbindingsweg Slaper – Zwartendijk Erftoegangsweg, Type I

33.1 Zwartendijk (afsluiten) RONA, Wegcategorie VII

33.3 Bovenbroeksweg Volgens A.S.V.V. (fietspad)

33.87 N50 ROA, Wegcategorie I

34.55 Slaper Gebiedsontsluiting, Type II

37.46 Jules van Hasseltweg Erftoegangsweg, Type I

41.38 Burgemeester Hardenbergweg Erftoegangsweg, Type I

Slaper

De Slaper wordt twee keer door de Hanzelijn

gekruist. De eerste westelijke kruising met de

Slaper wordt ontworpen voor een maximumsnelheid

van 60 km/uur. Hier wordt een verkeersviaduct

over het spoor heen gelegd. De afstand tussen

de aansluiting op de Cellesbroeksweg en de spoorkruising

is te gering om het hoogteverschil te overwinnen

met een voor fietsers gunstige helling. Een

nieuwe alternatieve fietsroute, zonder steile

helling, wordt geboden via de Zwartendijk en de

Bovenbroeksweg.

Zwartendijk

De Zwartendijk wordt door de Hanzelijn gekruist.

Deze dijk zal vanwege haar cultuurhistorische

waarde niet worden aangepast of voorzien van

een kunstwerk. De Zwartendijk wordt voor het

doorgaande verkeer afgesloten. De verbinding

voor voetgangers en (brom)fietsers langs de

Zwartendijk blijft behouden door de eerdergenoemde

aanleg van een verbinding via de Bovenbroeksweg.

Tussen de Slaper en Zwartendijk wordt

een parallelweg aangelegd.

Bovenbroeksweg

Voor (brom)fietsers wordt de verbinding van de

Bovenbroeksweg met de Zwartendijk gehandhaafd.

Over de Bovenbroeksweg wordt een spoorviaduct

aangelegd zodat een fietstunnel onder de

Hanzelijn ontstaat. Aan de noordzijde van de

Hanzelijn ligt een nieuw fietspad parallel aan de

Hanzelijn tot aan de Zwartendijk, waarop aangesloten

wordt. Hiermee wordt een doorgaande

fietsverbinding over de Zwartendijk gehandhaafd.


Figuur 2.4: Bestaande wegenstructuur Kampen tussen het Drontermeer en de N50

Figuur 2.5: Toekomstige wegenstructuur Kampen tussen het Drontermeer en de N50

Aansluiting N50/Slaper*

De aansluiting N50/mr. J.M.L Niersallee wordt

verplaatst naar de Slaper (zie figuur 2.4). Voor de

onderbouwing van de ligging van de Hanzelijn en

aansluiting N50 wordt verwezen naar paragraaf

2.3.3. Hierdoor wordt de Slaper vanaf de mr. J.L.M.

Niersallee tot de zuidelijke toe- en afrit opgewaar-

* Overgenomen uit het WOTB Hanzelijn.

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 19

deerd tot een gebiedontsluitingsweg II. De Slaper,

westelijk van de toe- en afrit van de N50, blijft

erftoegangsweg I. Langs de Slaper, vanaf de

mr. J.L.M. Niersallee tot de zuidelijke toe- en

afritten van de N50, wordt een parallelweg aangelegd

voor langzaam verkeer.


20

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

De kruising Hanzelijn/N50 wordt uitgevoerd met

een trogbrug-constructie die schuin de rijbanen

van de N50 kruist. De toekomstige oostelijke

rijbaan van de A50 (2 e rijbaan) gaat daarbij

maximaal circa 5 meter verder naar het oosten (ten

opzichte van het ontwerp in het OTB Hanzelijn van

de pergolaconstructie) over een lengte van enkele

honderden meters vanwege de vereiste grotere

middenberm als gevolg van de benodigde pijler ter

ondersteuning van de trogbrug. Deze wijziging is

uitgevoerd op verzoek van de gemeente Kampen

die ook andere mogelijkheden dan de in het OTB

Hanzelijn opgenomen pergolaconstructie mogelijk

wil maken. Een trogbrug-constructie bestaat uit

een dunne rijvloer met aan weerszijden van de

rijvloer massieve balken die de hoofddraagconstructie

vormen. De balken en de rijvloer vormen

één geheel.

In onderstaande visualisatie is omgeving van

station Kampen Zuid opgenomen, waarbij voor de

kruising van de Hanzelijn met de N50 een

trogbrug-constructie is opgenomen.

De afgevallen OTB-oplossing pergolaconstructie

Het OTB-ontwerp van de kruising Hanzelijn/N50

voorziet in een pergolaconstructie die schuin de

rijbanen van de N50 kruist. Een pergola is een

constructie waarbij kolommen langs de weg een

plaat dragen. De Hanzelijn kruist de weg over deze

Visualisatie omgeving van station Kampen Zuid

* Overgenomen uit het WOTB Hanzelijn.

plaat. In het OTB Hanzelijn is reeds aangegeven

dat, gezien de complexiteit en de markantheid van

het kunstwerk, het denkbaar is dat in de verdere

uitwerking alsnog voor een andere constructie

wordt gekozen.

Provinciale weg/aansluiting N50 en

onderliggende wegenstructuur*

De provinciale weg wordt van een vloeiender verloop

voorzien. De provinciale weg wordt hiervoor verlegd

en vanaf de IJsselbrug met een boog om het aan de

oostzijde gelegen tuincentrum heengeleid. De

kruising Europa-allee/mr. J.L.M. Niersallee/Slaper

wordt hierdoor in oostelijke richting verplaatst,

waarbij de ontsluitingsweg naar de toekomstige

woonwijk Onderdijks in plaats komt van de Slaper.

In figuur 2.4 en 2.5 is de bestaande en toekomstige

situatie ter hoogte van de provinciale weg en de

aansluiting N50 globaal weergegeven.

De mr. J.L.M. Niersallee blijft deels in aangepaste

vorm gehandhaafd als verbinding tussen de

woonwijk De Maten en de Europa-allee. Het baanlichaam

van de weg wordt echter tussen de

oorspronkelijke aansluiting op rijksweg N50 en de

toegang tot woonwijk De Maten verwijderd. Via

deze weg kan in de toekomst mogelijk ook het

stationsgebied worden ontsloten.

Onder de verlegde provinciale weg komt een fietstunnel,

zodat fietsers ongelijkvloers de provinciale

weg kunnen kruisen. De woning in de driehoek


Slaper - Hanzelijn - mr. J.L.M. Niersallee (Venedijk

Noord 5) wordt ontsloten via het fietspad bij de

fietstunnel en de weg naar woonwijk De Maten

(mr. J.L.M. Niersallee).

Voor langzaam verkeer en landbouwverkeer wordt

vanaf de N50 tot voorbij de aansluiting van de

ontsluitingsweg van de nieuwe woonwijk het

Onderdijks, een parallelweg aangelegd met de

functie fietspad/landbouwweg. Tussen de Venedijk

Noord en de ontsluitingsweg van woonwijk Het

Onderdijks is deze parallelweg toegankelijk voor

overig autoverkeer. De parallelweg ligt aan de

oostzijde van het tracé van de verlegde provinciale

weg. De parallelweg ligt deels ter plaatse van het

bestaande tracé van de Slaper en deels ter plaatse

van de voormalige Slaper. De bomen langs de

Slaper worden gehandhaafd.

De overgang provinciale weg - Slaper (erftoegangsweg)

aan de westzijde van de aansluiting van

de provinciale weg op rijksweg N50 wijzigt. De

Slaper komt haaks op de provinciale weg te liggen.

Zo is de overgang van wegtype voor de weggebruikers

duidelijker.

Bij de oostelijke toe- en afrit van de N50 wordt de

GSM-mast verplaatst naar een locatie bereikbaar

via de parallelweg, zodat de installatie op een

veiliger wijze bereikt kan worden dan is opgenomen

in het OTB Hanzelijn. Ook wordt hier, ten

behoeve van de verkeersveiligheid, de afstand

tussen de rotonde en de kruising van de parallelweg

met de afrit vergroot.

De hiernaastbeschreven situatie is in het Tracébesluit

Hanzelijn opgenomen. Het is denkbaar dat

in relatie tot de ontwikkeling van het toekomstige

stationsgebied en of de woonwijk Het Onderdijks,

zoals begrensd door de huidige mr. J.L.M. Niersallee,

de verlegde provinciale weg en de Hanzelijn,

aanpassingen in het bovenomschreven ontwerp van

de wegen nodig zijn. In dat geval zullen dergelijke

wijzigingen worden opgenomen in het latere

bestemmingsplan voor het stationsgebied van de

gemeente Kampen. Randvoorwaarde daarbij is dat

de akoestische situatie rondom de verlegde provinciale

weg, zoals vastgelegd in het Tracébesluit

Hanzelijn met de daarbij gehanteerde uitgangspunten

als verkeersintensiteiten, niet verslechtert.

Wijzigingen voortvloeiende uit de invulling van het

stationsgebied zouden kunnen zijn:

• Een rotonde op het kruispunt provinciale

weg/Europa-allee/woonwijk Het Onderdijks.

• Een ongelijkvloerse kruising van de verbinding

Europa-allee - woonwijk Het Onderdijks met de

verlegde provinciale weg, als gevolg waarvan de

verlegde provinciale weg ter plaatse van deze

mogelijke ongelijkvloerse verbinding wordt

verhoogd.

• Verkeerslichten (VRI) ter plaatse van de aansluiting

van de Europa-allee op de mr. J.L.M. Niersallee.

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 21

• Verder is het denkbaar dat de ontsluiting van de

woning Venedijk Noord 5, in relatie tot de invulling

van de wegenstructuur, wordt aangepast.

• Ook zal waarschijnlijk in relatie tot de toekomstige

wegenstructuur van het stationsgebied

nog een aansluiting van het stationsgebied op

de verlegde provinciale weg worden gerealiseerd,

al dan niet in de vorm van een rotonde.

Ten opzichte van het in het Tracébesluit Hanzelijn

opgenomen ontwerp zijn dergelijke wijzigingen

toegestaan mits deze via een zelfstandige procedure

worden geregeld.

De afgevallen OTB-oplossing rondom de Slaper

In het OTB Hanzelijn is de aansluiting van de

provinciale weg (mr. J.L.M. Niersallee) op rijksweg

N50 verplaatst, teneinde een goede stationslocatie

en een optimale kruising van de Hanzelijn met de

Zwartendijk te realiseren. Het verkeer vanaf de

IJsselbrug naar rijksweg N50 maakte bij de kruising

Europa-allee/mr. J.L.M. Niersallee/Slaper een

afslaande beweging en ging vervolgens via de

verbrede Slaper naar de verplaatste aansluiting van

rijksweg N50 (zie figuur 2.4).

In het OTB Hanzelijn heeft de parallelweg tussen

de Venedijk Noord en de ontsluitingweg van

woonwijk Het Onderdijks de functie fietspad. De

parallelweg zoals opgenomen in het OTB Hanzelijn

is smaller dan de Tracébesluit-oplossing. De

overgang van de provinciale weg - Slaper ligt daarnaast

in het verlengde van de provinciale weg.

Gebleken is dat de in het OTB Hanzelijn opgenomen

oplossing rondom de Slaper niet voldoet aan de door

gemeente en provincie gestelde eisen. Op verzoek

van de provincie Overijssel en de gemeente Kampen

wordt daarom in het Tracébesluit Hanzelijn de

provinciale weg van een vloeiender verloop voorzien

zodat het principe van de verbinding N50 - IJsselbrug

gehandhaafd blijft. Hierbij wordt rekening gehouden

met een eveneens aangepaste ontsluiting van woonwijk

Het Onderdijks. Verder is een parallelweg voor

langzaam verkeer en landbouwverkeer tussen de

N50 en de Europa-allee toegevoegd. Deze aanpassingen,

samen met de verdere uitwerking van de

principes van “Duurzaam Veilig” leiden tot een

gewijzigd ruimtebeslag van de verlegde provinciale

weg, de aansluiting van deze weg op de N50, de

ontsluitingsweg van de wijk Het Onderdijks en de

oostelijke parallelweg. In het gewijzigde ontwerp

wordt de provinciale weg vanaf de IJsselbrug met

een vloeiende boog om een tuincentrum heen geleid

waardoor het tuincentrum niet wordt aangetast.

Jules van Hasseltweg

De Jules van Hasseltweg kruist de N50 in de huidige

situatie. De noordoostelijke oprit wordt ten


22

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

behoeve van de kruising met de Hanzelijn deels

verwijderd, opgehoogd en verlengd. Ook het kunstwerk

over de N50 wordt licht verhoogd in verband

met de vereiste hoogte van de kruising met de

spoorlijn. Het beeld van west naar oost gezien

wordt dan: oprit – wegviaduct over N50 – tussendeel

aarden baan – wegviaduct over Hanzelijn – oprit.

Kamperstraatweg

De Kamperstraatweg wordt gekruist met een

spoorviaduct. De huidige weg blijft gehandhaafd.

Burgemeester Hardenbergweg

In de huidige situatie kruist de Burgemeester

Hardenbergweg de N50 met een viaduct. De noordoostelijke

oprit wordt ten behoeve van de kruising

met de Hanzelijn deels verwijderd, opgehoogd en

verlengd. In het ontwerp is rekening gehouden met

snelheden tot 60 km/uur. Ook het kunstwerk over

de N50 wordt licht verhoogd in verband met de

vereiste hoogte van de kruising met de spoorlijn.

Het beeld van west naar oost gezien wordt dan:

oprit – wegviaduct over N50 – tussendeel aarden

baan – wegviaduct over Hanzelijn – oprit.

Toekomstige uitbreiding N50

In tabel 2.2 en op de detailkaarten is een bebouwingsvlak

opgenomen die de bouw van een

trogbrug met een maximale constructiehoogte van

4,5 meter mogelijk maakt, gerekend vanaf de

onderzijde van de overspannende constructie, in

de spoorbaan over de N50 inclusief de uitbreidingsmogelijkheid

van de N50. Dit betreft de toekomstige

verbreding van de N50 tot 2x2 rijstroken naar

een autosnelweg, Rijksweg A50, overeenkomstig

het Tracébesluit N50/A50.

In de verdere uitwerking van het project bestaat

nog de mogelijkheid dat besloten wordt de

trogbrug bij realisering van de Hanzelijn nog niet

uit te voeren over de toekomstige uitbreiding van

de N50. Deze verlenging wordt in dat geval pas bij

de daadwerkelijke verbreding van de N50 gerealiseerd.

De verlenging van de trogbrug wordt op dat

moment binnen het bebouwingsvlak van het

Tracébesluit Hanzelijn gerealiseerd.

Zoals gesteld is in het Tracébesluit Hanzelijn de

bouw van een trogbrug voorzien. Het betreft hier

een voor Nederland nieuw type trogbrug, waarbij

bij nadere uitwerking kan blijken dat aanleg

binnen de constructieve randvoorwaarden, de

financiële randvoorwaarden en de eisen van veiligheid

voor onderhoud niet mogelijk is. In dat geval

kan alsnog worden teruggevallen op een andere

constructie (bijvoorbeeld de pergola uit het OTB

Hanzelijn van maart 2003).

De kunstwerken in de Jules van Hasseltweg en de

Burgemeester Hardenbergweg zullen overigens in

de toekomst nog steeds moeten worden aangepast

voor de ombouw naar 2x2 rijstroken.

Op één locatie beïnvloedt de Hanzelijn de uitbreidingsmogelijkheden

wel en dat is ter plaatse van

de geprojecteerde verzorgingsplaats Zalkerbroek.

Indien hier wel rekening mee zou worden

gehouden, dan kan de Hanzelijn niet strak

bundelen en ontstaat een grote extra doorsnijding.

Om deze reden is bij de ombouw van de N50 tot

Rijksweg A50 afgezien van de locatie Zalkerbroek

als verzorgingsplaats. Een nieuwe vervangende

locatie kan nu nog niet worden aangewezen,

mede omdat deze waarschijnlijk op enige afstand

van het gebied van de Hanzelijn komt te liggen.

Bij de voorbereiding van de latere ombouw zal

Rijkswaterstaat in overleg met de betrokken overheden

een vervangende locatie aangeven.

2.4.2 Waterhuishouding

Uitgangspunt is dat de waterpeilen in de verschillende

gebieden hetzelfde blijven. Er worden verschillende

maatregelen getroffen om de waterhuishouding

zoveel mogelijk te handhaven. In het algemeen

worden de hoofdwatergangen die de Hanzelijn

kruisen onder de Hanzelijn doorgevoerd en daar

waar wenselijk voorzien van een ecologische verbinding.

Hoofdwatergangen op het Hanzelijntracé die

niet kruisen, worden verlegd en waar mogelijk

gecombineerd met spoorsloten. Het totaal aan

oppervlaktewater, en dus de bergingscapaciteit

binnen de gebieden, neemt door de aanleg van de

Hanzelijn met zijn spoorsloten toe. Het regenwater

wordt afgevoerd naar de (spoor)sloten onderaan de

taluds. Dit voorkomt dat het relatief schone regenwater

via het rioleringssysteem moet worden afgevoerd.

Tevens wordt hiermee voorkomen dat het

regenwater onnodig wordt gezuiverd.

Daarnaast worden er gebiedsspecifieke aanpassingen

gemaakt:

• Aanleg van een watergang binnendijks langs de

kanteldijk en een duiker onder de Hanzelijn en

aanliggende kanteldijk.

• Drainage van de spoorbaan ter plaatse van de

Zwartendijk in plaats van spoorsloten, dit om de

aantasting van de Zwartendijk te beperken.

• Langs de N50 wordt alleen de noordelijke spoorsloot

aangelegd. Aan de zuidzijde van de

Hanzelijn wordt de ontwatering/afwatering

verzorgd door de huidige watergangen aan de

noordzijde van de N50.

• Om de peilscheiding bij de aansluiting van de

spoorsloot op de Hanksloot te handhaven,

wordt een stuw geplaatst.

Bypass in de IJssel bij Kampen

Om in de toekomst de veiligheid tegen overstro-


mingen te waarborgen, is het in de toekomst

mogelijk gewenst om een bypass van de IJssel

richting het Vossemeer of het Drontermeer te realiseren.

De aanleg van de Hanzelijn zal van invloed

kunnen zijn op de mogelijkheden voor een dergelijke

bypass bij Kampen.

Op basis van een door Rijkswaterstaat uitgevoerde

quick scan is geconcludeerd dat het integreren van

de bypass in het Tracébesluit Hanzelijn niet zinvol is.

De mogelijke ligging, afmetingen en andere voorwaarden

waaraan de bypass moet gaan voldoen,

zijn op dit moment nog in ontwikkeling. Daarmee is

er onvoldoende duidelijkheid om een ontwerp te

kunnen maken. Daarnaast is geconcludeerd dat

realisatie van de Hanzelijn een toekomstige aanleg

van een bypass in dit gebied niet onmogelijk maakt.

2.4.3 Kabels en leidingen

Kabels en leidingen die in de grond liggen, worden

indien noodzakelijk aangepast. Voor zover ze de

Hanzelijn kruisen worden ze zoveel mogelijk

gebundeld onder het spoor doorgevoerd.

In de gemeente Kampen ligt een grote Gasunieleiding,

deels parallel aan de N50 waar de Hanzelijn

komt te liggen. In overleg met de eigenaar/beheerder

wordt hiervoor een aangepast tracé

bepaald en waar nodig aanvullende voorzieningen

getroffen.

2.5 Inpassingsmaatregelen

2.5.1 Geluid

Uit het akoestisch onderzoek dat voor de

gemeente Kampen is uitgevoerd blijkt dat, na

toepassing van bronmaatregelen, de geluidbelasting

ter plaatse van een aantal geluidgevoelige

bestemmingen de voorkeursgrenswaarde van

57 dB(A) overschrijdt. Onderzocht is of deze overschrijding

teruggebracht kan worden door het

plaatsen van geluidschermen.

Met behulp van de in paragraaf 4.4.3 van de

“Algemene Toelichting” beschreven afwegingsmethodiek

en toetsingskader is vervolgens een

schermvoorstel voor de gemeente Kampen opgesteld.

De daarbij gehanteerde uitgangspunten

leiden tot 12 hogere waarden voor woningen

vanwege het railverkeer. Voor iedere specifieke

locatie met hogere waarden is eventuele cumulatie

met andere geluidbronnen meegenomen in de

belangenafweging.

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 23

Afweging hogere waarde gemeente Kampen

Voor de verspreid liggende woningen aan de

Buitendijksweg, Zwartendijk, Baron Bentinckweg,

Jules van Hasseltweg en de zuidzijde van de

Kamperstraatweg worden hogere waarden voorgesteld.

Uit het schermcriterium blijkt dat in

algemene zin geluidschermen voor verspreid

liggende woningen in het buitengebied niet doelmatig

zijn, omdat er relatief lange schermen nodig

zijn voor enkele woningen. Ook uit landschappelijke

overwegingen zijn geluidschermen in het

buitengebied minder gewenst.

Voor de woningen aan de Buitendijksweg 5 en 12a

is over een lengte van 740 meter een scherm met

een hoogte van 1,5 meter nodig om aan de voorkeursgrenswaarde

te voldoen. Dit geluidscherm

wordt hier niet doelmatig geacht.

Voor de woningen aan de Buitendijksweg 7 en 14

is over een lengte van 740 meter een scherm met

een hoogte van 2 meter nodig om aan de voorkeursgrenswaarde

te voldoen. Dit geluidscherm

wordt hier niet doelmatig geacht.

De woningen aan de Baron Bentinckweg 2 en

Kamperstraatweg 25a en 27 zijn gelegen aan de

zuidzijde van de Hanzelijn en ondervinden naast

een geluidbelasting vanwege de Hanzelijn tevens

geluidhinder vanwege het wegverkeer op de N50.

Een scherm langs de Hanzelijn over een lengte van

400 meter met een hoogte van 3 meter en een

aansluitend scherm met een lengte van 500 meter

en een hoogte van 1 meter, kan de geluidbelasting

bij deze woningen terugbrengen tot 57 dB(A).

Vanwege het wegverkeer op de N50 en de

Kamperstraatweg ondervinden deze woningen

eveneens een hoge geluidbelasting. Het akoestisch

klimaat bij deze woningen verbetert alleen indien

naast de Hanzelijn ook maatregelen aan het

wegverkeer worden getroffen. Een geluidscherm

dat zowel voor de Hanzelijn als voor de N50 effectief

is, zal tenminste 900 meter lang en 4 meter

hoog moeten zijn en aan de zuidzijde van de N50

moeten worden geplaatst. Zowel het geluidscherm

voor de Hanzelijn als het geluidscherm voor de N50

en de Hanzelijn worden hier niet doelmatig geacht.

De woningen aan de Jules Van Hasseltweg 1a en 4

liggen op circa 300 meter van het spoor. Een

scherm van 1 meter hoog over een lengte van

1000 meter is noodzakelijk om de geluidbelasting

terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde.

Dit geluidscherm wordt niet doelmatig geacht.

Door de hoge ligging van de spoorbaan en de

afschermingen van de perrons van het station van

Kampen en het kunstwerk over de N50, zal de

geluidbelasting bij de woningen aan de


24

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Zwartendijk, alsmede voor de daar geprojecteerde

2 e bedrijfswoningen, voldoen aan de voorkeursgrenswaarde.

Voor de woningen aan de

Zwartendijk 10 en 13 is aan de zuidzijde van het

spoor een scherm met een lengte van 900 meter en

een hoogte van 1 meter nodig om aan de voorkeursgrenswaarde

te voldoen. Dit geluidscherm

wordt hier niet doelmatig geacht.

Voor de woonwijk De Maten wordt door het

toepassen van een geluidscherm van 1 meter

voldaan aan de voorkeursgrenswaarde, met

uitzondering van de meest zuidelijk gelegen

woningen aan Aida 16 t/m 22. Voor deze

woningen wordt het scherm over een lengte van

395 meter verhoogd naar 2 meter, waarmee dan

wel aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan.

Ter afscherming van de woonomgeving De Zande,

de noordzijde van de Kamperstraatweg en het

achtergelegen Vogelrichtlijngebied in de uiterwaarden

van de IJssel wordt een geluidscherm van

1 meter geplaatst. Door toepassing van dit scherm

wordt bij de woningen aan de voorkeursgrenswaarde

voldaan, met uitzondering van de woning

aan de Kamperstraatweg 25. Verhoging van het

geluidscherm naar een hoogte van 3 meter is noodzakelijk

om aan de voorkeursgrenswaarde voor

deze woning te voldoen. Deze verhoging wordt

hier niet doelmatig geacht. Voor deze woning

wordt dan ook een hogere waarde voorgesteld.

De geluidbelasting in het Vogelrichtlijngebied

wordt door het voorgestelde geluidscherm lager

dan 45 dB(A) (LA, eq over 24 uur).

In tabel 2.5 is het schermvoorstel weergegeven.

Het schermvoorstel is eveneens op kaart weergegeven

in bijlage 1.

Ter hoogte van het station wordt het geluidniveau

van de Hanzelijn naar de noord- en zuidzijde

eveneens afgeschermd door de perrons van het

station. Deze afschermingen zijn in de berekeningen

meegenomen.

Wijziging geluidbelasting N50*

De kruising Hanzelijn/N50 wordt uitgevoerd met

een trogbrug-constructie die schuin de rijbanen

Tabel 2.5: Geluidschermen gemeente Kampen t.b.v. Hanzelijn

Van km Tot km Oriëntatie t.o.v. het tracé Hoogte (m)

(BS=bovenkant spoorstaaf)

33.000 33.600 Noord 1 meter + BS

33.600 33.995 Noord 2 meter + BS

33.995 34.340 Noord 1 meter + BS

37.900 39.500 Noord 1 meter + BS

* Overgenomen uit het WOTB Hanzelijn.

van de N50 kruist. In de constructie van de

trogbrug vormen de opstaande randen van de

brug een afschermende rand met een hoogte van

2,04 meter. De aan de noordzijde geprojecteerde

geluidschermen zoals die in tabel 2.5 zijn opgenomen,

sluiten aan op de trogbrug en zijn ter

hoogte van de trogbrug onderbroken. De naar

het spoor gerichte zijden van de trogbrug worden

voorzien van een akoestisch absorberend materiaal.

Hierdoor wordt een gelijke afschermende

werking verkregen als de situatie waarin de N50

wordt gekruist met behulp van een pergolaconstructie

met geluidschermen aan de noordzijde

van de Hanzelijn, zoals in het OTB Hanzelijn is

opgenomen. De akoestische consequenties van de

trogbrug-constructie over de N50 inclusief de

uitbreiding van de N50 zijn berekend en zijn opgenomen

in het Tracébesluit Hanzelijn.

Samengevat: Daar waar het volgens het schermcriterium

niet haalbaar is om een (hoger) scherm te

plaatsen of vanwege landschappelijke en/of stedenbouwkundige

overwegingen hoge geluidschermen

niet gewenst zijn en de geluidsnormen volgens de

berekeningen wel overschreden worden, zijn

hogere waarden vastgesteld. Zie tabel 2.6.

Alle adressen zijn door middel van een kennisgeving

in maart 2003 op de hoogte gesteld van het

voornemen van het vaststellen van een hogere

waarde. Alle tekstonderdelen uit het ontwerptracébesluit

Hanzelijn met betrekking tot geluid

zijn ter informatie gebundeld in het document

“Toelichting hogere waarde geluid Hanzelijn,

gemeente Kampen”.

Tegelijk met de publicatie van het Tracébesluit

Hanzelijn zijn alle betrokken adressen schriftelijk

geïnformeerd over de in het Tracébesluit Hanzelijn

vastgestelde hogere waarden.

Tunnel Drontermeer

Om het geluidniveau afkomstig van de treinen die

de tunnel in- en uitrijden te verlagen worden de

wanden van de tunnelbak voorzien van absorberend

materiaal. Om het geluid afkomstig van

treinen in de tunnel te verminderen wordt vanaf


Tabel 2.6: Hogere waarden gemeente Kampen

de tunnelingang de tunnelwand over een lengte

van 50 meter eveneens voorzien van geluidsabsorberend

materiaal. Deze wordt aangebracht op de

onderste 2,5 meter van de tunnelwand. Door deze

maatregelen zal de geluidbelasting in het

Vogelrichtlijngebied Drontermeer lager zijn dan

45 dB(A) (LA, eq over 24 uur).

Cumulatie

Van de woningen en andere geluidgevoelige

bestemmingen waarvoor een hogere waarde wordt

voorgesteld, is de bijdrage bepaald vanwege andere

geluidbronnen. Dit betreft de geluidbelasting ten

gevolge van wegverkeerslawaai en industrielawaai.

De kwaliteit van de akoestische omgeving wordt

bepaald door de cumulatie van deze verschillende

geluidbronnen. De diverse soorten geluid worden

door mensen echter geheel anders ervaren en

kunnen daarom niet zomaar met elkaar worden

vergeleken. Daarom worden de soorten geluid

uitgedrukt in een ’standaard’ maat. Deze is

berekend volgens de methode ’Miedema’ en wordt

uitgedrukt in de zogenaamde Milieukwaliteitsmaat

(MKM). Voor woningen worden de volgende

milieukwaliteitsklassen onderscheiden:

• 50 t/m 55 MKM: redelijk

• 56 t/m 60 MKM: matig

• 61 t/m 65 MKM: tamelijk slecht

• 66 t/m 70 MKM: slecht

• > 70 MKM: zeer slecht

In het maatregelenpakket van schermen en hogere

waarden is voor die woningen waar de cumulatie

leidt tot een slechte milieukwaliteit, de cumulatie

in de belangenafweging meegenomen.

In tabel 2.7 is aangegeven bij welke adressen

cumulatie van andere geluidbronnen zal optreden.

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 25

Punt Adres Aantal Laagste van 2010/2015 2010/2015 Hogere

bestemmingen 1987 en 2001 geen scherm met scherm waarde

in dB(A) in dB(A) in dB(A) in dB(A)

K002 Buitendijksweg 14 1 - 60 - 60

K003 Buitendijksweg 7 1 - 68 - 68

K004 Buitendijksweg 5 1 - 62 - 62

K005 Buitendijksweg 12a 1 - 65 - 65

K009 Zwartendijk 10 1 - 62 - 62

K010 Zwartendijk 13 1 - 59 - 59

K102 Jules van Hasseltweg 1a 1 - 58 - 58

K103 Jules van Hasseltweg 4 1 - 59 - 59

K110 Kamperstraatweg 25a, 27 2 - 60 - 60

K111 Baron Bentinckweg 2 1 - 68 - 68

K113 Kamperstraatweg 25 1 - 68 61 61

- : niet van toepassing

IJkmoment

In tabel 2.8 is aangegeven wat de gevolgen zijn

van de voorgestelde schermmaatregelen en het

aantal hogere waarden na invoering van bronmaatregelen

zoals die omschreven zijn in het bronreductiescenario

in de “Algemene Toelichting”. Dit

scenario gaat uit van maatregelen die mogelijk

beschikbaar zijn in 2009 (drie jaar voor ingebruikname

van de Hanzelijn). Deze maatregelen

omvatten het invoeren van stil reizigersmaterieel

(schijfgeremd) en de toepassing van raildempers.

Omdat de inzet van stille goederenwagens

voorzien van kunststof remblokken of schijfremmen

niet gerealiseerd zal zijn ten tijde van het

ijkmoment, is hiermee geen rekening gehouden.

Omdat akoestisch geslepen spoor alleen effect

heeft voor materieel met zogenaamde gladde

wielen (voorzien van schijfremmen of kunststof

remblokken), alsmede vanwege het gegeven dat

het effect van glad geslepen spoor niet opgeteld

mag worden met het effect van raildempers, is

akoestisch geslepen spoor niet in het maatregelenscenario

opgenomen. In de berekening is ook geen

rekening gehouden met mogelijke gebruiksbeperkingen.

Als referentie worden het schermenpakket

en de hogere waarden volgens tabel 2.5 en 2.6

gehanteerd.

De geluidemissie van de Hanzelijn neemt als gevolg

van het invoeren van stil reizigersmaterieel en de

toepassing van raildempers op dit trajectdeel af met

circa 2,5 dB(A). Het bronmaatregelenscenario ten

tijde van het ijkmoment resulteert in een aanzienlijke

afname van het pakket geluidschermen, alsmede in

een vermindering van het aantal hogere waarden.

In hoeverre de mogelijkheden voor gebruiksbeperkingen,

zoals het weren van lawaaiig materieel in


26

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Tabel 2.7: Cumulatie gemeente Kampen

Punt Adres Aantal Hogere Cumulerende Etmaalwaarde Cumulatie

Bestemmingen waarde geluidbron ter plaatse van MKM

in dB(A) rekenpunt

railverkeer

in dB(A)

K002 Buitendijksweg 14 1 60 Buitendijksweg 46 56

K003 Buitendijksweg 7 1 68 Buitendijksweg 44 63

K004 Buitendijksweg 5 1 62 Buitendijksweg 46 58

K005 Buitendijksweg 12a 1 65 Buitendijksweg 44 61

K009 Zwartendijk 10 1 62 Zwartendijk 61 66

N50 47

K010 Zwartendijk 13 1 59 Zwartendijk 61 66

N50 51

K102 Jules van Hasseltweg 1a 1 58 Jules van Hasseltweg 46 57

N50 50

K103 Jules van Hasseltweg 4 1 59 Jules van Hasseltweg 33 57

N50 50

K110 Kamperstraatweg 25a, 27 2 60 Kamperstraatweg 60 66

N50 53

K111 Baron Bentinckweg 2 1 68 N50 65 71

K113 Kamperstraatweg 25 1 61 Kamperstraatweg 63 69

N50 57

Tabel 2.8: Gevolgen bronreductie gemeente Kampen

Scenario Schermlengte in meter Aantal hogere waarden

1 1,5 2 2,5 3

Tracébesluit Hanzelijn 2545 - 395 - - 12

IJkmoment 2009 1600 - 0 - - 9

de avond en/of nachtperiode, ook aanleiding geeft

om de geluidschermen te verlagen, zal ten tijde

van het ijkmoment nader worden beschouwd.

Aanpassing van wegen

Ten behoeve van de aanleg van de Hanzelijn wordt

in de gemeente Kampen een aantal wegen aangepast.

De aanpassing kan voor de volgende wegen

akoestische consequenties voor de woonomgeving

hebben:

• N50

• Jules van Hasseltweg

• Slaper

Bovengenoemde wegen zijn akoestisch onderzocht.

Voor deze wegen is eerst de geluidbelasting

vastgesteld op 1 maart 1986. Indien de geluidbelasting

op die datum hoger is dan 55 dB(A), is er

sprake van een saneringssituatie. Voor deze saneringssituatie

worden de maatregelen aangegeven

die nodig zijn om aan de saneringsgrenswaarde te

voldoen. In het kader van het onderzoek naar de

gevolgen van de aanpassing is de geluidtoename

bepaald ten gevolge van de wijziging van een weg.

De situatie 1 jaar voor aanleg (2005) is vergeleken

met de situatie circa 10 jaar na openstelling (2020).

Jules van Hasseltweg

In tabel 2.8b is de geluidbelasting vanwege de

Jules van Hasseltweg in 1986, 2005 en 2020 weergegeven.

Voor de situaties is gerekend met een

wegdekverharding van fijn asfalt (referentieasfalt).

De waarden zijn inclusief de aftrek van 2 dB(A),

conform artikel 103 van de Wet geluidhinder.

Bij de Jules van Hasseltweg was in1986 geen sprake

van een saneringssituatie. Bij de woningen neemt

de geluidbelasting na de aanpassing van de weg af

omdat de verkeersintensiteit in 2020 aanzienlijk zal

zijn afgenomen. Er zijn voor deze aanpassing van

de weg derhalve geen maatregelen noodzakelijk.

N50

Zowel de N50 als de nabijgelegen woonwijk zijn na

1 maart 1986 gerealiseerd. Hier is dus geen sprake


Tabel 2.8b: Geluidbelasting Jules van Hasseltweg

Tabel 2.8c: Geluidbelasting N50

van een saneringssituatie. In tabel 2.8c is de geluidsbelasting

vanwege de N50 in 2005 en 2020 weergegeven.

Voor beide situaties is gerekend met een

geluidarm wegdektype van enkellaags open asfalt

(ZOAB). De maximumsnelheid op de N50 is zowel

in 2005 als 2020 100 km/uur. De waarden zijn inclusief

de aftrek van 2 dB(A), conform artikel 103 van

de Wet geluidhinder.

Voor 14 woningen is sprake van een toename

(gerekend vanaf de voorkeursgrenswaarde van 50

dB(A)) van de geluidbelasting met 2 dB(A) of meer,

derhalve is er sprake van een aanpassing in de zin

van de Wet geluidhinder. Voor deze woningen

dienen maatregelen te worden getroffen teneinde

de toename van de geluidbelasting weg te nemen

of dient een hogere waarde voor wegverkeerslawaai

te worden vastgesteld.

Voor de woningen Fidelio 27-33, Aida 18-22 en

Aida 16 (punten K077, K083 en K084) is de berekende

geluidbelasting in 2020 1 dB(A) lager ten

opzichte van het OTB Hanzelijn.

De N50 is in de huidige situatie reeds voorzien van

een geluidarm wegdektype van enkellaags ZOAB;

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 27

Punt Adres Waarneemhoogte in meter 1986 2005 2020 Toename

in dB(A) in dB(A) in dB(A) in dB(A)

K102 Jules van Hasseltweg 1a 5,0 < 50 53 49 -

K103 Jules van Hasseltweg 4 5,0 < 50 39 36 -

K105 Jules van Hasseltweg 6 5,0 < 50 52 48 -

Punt Adres Waarneem- 2005 2020 2020 Toename Toename

hoogte in meter geen scherm geen scherm met scherm geen scherm met scherm

in dB(A) in dB(A) in dB(A) in dB(A) in dB(A)

K017 Zwartendijk 4 5,0 < 50 < 50 < 50 - -

K018 Zwartendijk 3 5,0 < 50 < 50 < 50 - -

K019 Zwartendijk 1 5,0 < 50 < 50 50 - 0,3

K020 Zwartendijk 2 5,0 < 50 < 50 < 50 - -

K021 Slaper 1 5,0 < 50 50 50 0,2 0,3

K074 Tosca 26 7,5 < 50 53 50 2,5 -

K077 Fidelio 27-33 7,5 < 50 52 49 2,2 -

K078 De Opera 28 7,5 < 50 53 49 2,6 -

K079 De Opera 30-32 7,5 < 50 53 48 2,9 -

K083 Aida 18-22 7,5 < 50 53 48 3,5 -

K084 Aida 16 7,5 < 50 52 48 1,9 -

K143 De Parelvissers 47 7,5 < 50 52 49 1,6 -

K144 De Parelvissers 45 7,5 < 50 53 50 2,5 -

K145 De Parelvissers 43 7,5 < 50 52 48 1,8 -

in de toekomstige situatie zal dit eveneens worden

aangebracht.

Tussen de N50 en de woonwijk De Maten ligt reeds

een geluidwal. De hoogte van de wal varieert van

circa 4,5 tot 8 meter. Om de toename van de

geluidbelasting weg te nemen, moet de wal over

de gehele lengte worden verhoogd tot 9 meter.

De toename van de geluidbelasting kan volledig

worden weggenomen door langs de N50 over een

lengte van 1000 meter een geluidscherm (in combinatie

met enkellaags ZOAB) te plaatsen van

3 meter hoog.

Uit landschappelijke en stedenbouwkundige overwegingen

wordt een scherm van 3 meter langs de

weg voorgesteld. Dit scherm wordt geplaatst op

6 meter afstand uit de kant van de weg en is op de

detailkaarten aangegeven (zie bijlage 1).

Slaper

In tabel 2.8d is de geluidbelasting vanwege de

Slaper in 2005 en 2020 weergegeven. Voor beide

situaties is gerekend met een wegdekverharding

van fijn asfalt (referentieasfalt). De maximumsnelheid

op de Slaper is 50 km/uur in 1986 en 80 km/uur

in 2005 en 2020. De waarden zijn inclusief de

aftrek van 5 dB(A) in 1986 en 2 dB(A), conform


28

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Tabel 2.8d: Geluidbelasting Slaper

Punt Adres Waarneem- 1986 2005 2020 Toename Toename Toename bij

hoogte in dB(A) geen geen geen bij stil stil wegdek

in meter scherm scherm scherm wegdek en met scherm

in dB(A) in dB(A) in dB(A) in dB(A) in dB(A)

K018 Zwartendijk 3 5,0 < 50 < 50 < 50 - - -

K019 Zwartendijk 1 5,0 < 50 < 50 < 50 - - -

K020 Zwartendijk 2 5,0 < 50 < 50 < 50 - - -

K023 Venedijk Noord 3 5,0 < 50 < 50 < 50 - - -

K024 Venedijk Noord 5 5,0 < 50 < 50 61 11,4 6,3 0,3

K030 Slaper 1 5,0 < 50 56 58 1,6 -

artikel 103 van de Wet geluidhinder.

De Slaper grenst aan de oostzijde aan het bestemmingsplan

Onderdijks. Binnen de bestemming van

de gronden die aan de Slaper grenzen (gemengde

doeleinden / tuincentrum) is vestiging van woningen

mogelijk door gebruikmaking van een uitwerkingsbevoegdheid.

Op de grens van het bestemmingsplan

Onderdijks, waar de bestemming woondoeleinden

is, is onderzocht of hier sprake is van een

reconstructie van de Slaper in de zin van de Wet

geluidhinder. Dit is op dit deel van de Slaper niet

het geval. Door toepassing van een stil wegdektype,

zoals bijvoorbeeld Nobelpave of Microflex, wordt de

toename van de geluidbelasting in het bestemmingsplan

Onderdijks voorkomen.

Aan de westzijde van de Slaper ligt de woning

Venedijk Noord 5. Uit de geluidberekeningen blijkt

dat voor de bestaande woning Venedijk Noord 5

wel sprake is van een reconstructie in de zin van

de Wet geluidhinder. Deze reconstructie wordt

opgelost door het aanbrengen van een stil

wegdektype op de Slaper (minimale reductie

5 dB(A)) ter hoogte van de woning in combinatie

met het plaatsen van een geluidscherm over een

lengte van 100 meter. Dit scherm wordt geplaatst

op 5 meter uit de kant van de wegverharding van

de Slaper en heeft een hoogte van 2,5 meter. De

ligging van het scherm ter plaatse van de woning

Venedijk Noord 5 is op de kaart in bijlage 1 aangegeven.

De toename van de geluidbelasting

vanwege de Slaper ter plaatse van Venedijk Noord

5 na het toepassen van een stil wegdek en het

plaatsen van een geluidscherm bedraagt 0,3 dB(A).

Met de woning Venedijk Noord 4 wordt verder

geen rekening gehouden; deze woning wordt

vanwege gemeentelijke uitbreidingsplannen door

de gemeente Kampen wegbestemd. Voor de

woning Slaper 1 (zuidzijde Hanzelijn) is geen

sprake van een reconstructie in de zin van de Wet

geluidhinder.

2.5.2 Externe veiligheid

De Hanzelijn komt buiten het stedelijke gebied van

Kampen te liggen. Er liggen geen kwetsbare

bestemmingen binnen de veiligheidscontour van

30 meter van de spooras. Het plaatsgebonden

risico levert daarmee geen knelpunten op in de

gemeente Kampen.

Het groepsrisico als gevolg van het vervoer van

gevaarlijke stoffen over het spoor blijft in het tracé

door de gemeente Kampen ver onder de oriënterende

waarde.

2.5.3 Landschap en cultuurhistorie

Bij het ontwerp en de inpassing van de Hanzelijn

zijn in de gemeente Kampen verschillende varianten

overwogen die binnen de kaders van het standpunt

mogelijk zijn. De uiteindelijke keuze zoals opgenomen

in het Tracébesluit Hanzelijn is mede gebaseerd

op landschappelijke overwegingen.

Tunnel Drontermeer

Bij de tunnelmond is vanwege de veiligheid een

kanteldijk in het Tracébesluit Hanzelijn opgenomen

(zie ook paragraaf 2.3.2). De aanleg van de

kanteldijk en de hoge ligging van de spoorbaan

hebben gevolgen voor de openheid van het gebied

(hoogste punt spoorbaan bij de kruising met de

kanteldijk is circa 3,4 meter boven maaiveld). Ook

de ligging van de opening van de tunnelmond

direct achter de dijk en vrij dicht bij de Doornse

Sluis is vanuit inpassingsoogpunt niet erg gewenst,

maar is moeilijk te voorkomen gezien de gehanteerde

dwangpunten in de tracering: ontzien

vogeleiland Reve, zoveel mogelijk volgen verkavelingsstructuur

in de Polder Dronthen en de wens de

Zwartendijk te kruisen op een plek die de cultuurhistorische

waarde zoveel mogelijk intact laat.

De horizontale en verticale ligging van de kanteldijk

wijzigt enigszins ten opzichte van de ligging


zoals opgenomen in het OTB Hanzelijn. De kanteldijk

wordt wat lager en het einde van de kanteldijk

komt dichter bij het Drontermeer te liggen,

waardoor de landschapsverstoring door de kanteldijk

licht afneemt.

Een afgevallen alternatief waarmee een betere

inpassing ontstaat en de continuïteit van de

Drontermeerdijk en het landschap minder wordt

aangetast, is het verlengen van de tunnel met circa

50 meter. Een dergelijke maatregel leidt echter tot

hoge extra kosten vanwege de benodigde verlenging

van de tunnel. Een alternatief met de toepassing

van een coupurekering bij de tunnelmond in

plaats van een kanteldijk heeft als voordeel dat

geen kanteldijk hoeft te worden toegepast. Ook

blijft het spoor op circa 1,5 meter boven maaiveld

liggen tot de overgang naar de tunnel. Bij een

dergelijke oplossing is de visuele impact op het

open landschap minder groot. Dit alternatief heeft

echter als landschappelijk nadeel dat er op de

tunnel een gebouw komt voor de coupurekering.

Tevens is met een coupurekering actief ingrijpen

bij calamiteiten nodig en moet deze geregeld

worden getest, wat beperkingen in de treinenloop

en extra kosten met zich meebrengt. In het

Tracébesluit Hanzelijn is daarom naast veiligheidsredenen

ook vanwege landschap en functionaliteit

gekozen voor kanteldijken.

Zwartendijk

In het Tracébesluit Hanzelijn is de afsluiting van

de Zwartendijk opgenomen. Hierbij hebben de

volgende overwegingen een rol gespeeld:

De drie kruisende verbindingen Buitendijksweg,

Slaper en Zwartendijk zijn in samenhang met

elkaar bekeken. Om te komen tot een zo minimaal

mogelijke aantasting van het open landschap van

de Polder Dronthen en van de landschappelijke en

cultuurhistorische waarde van de Zwartendijk

worden de kruisende autoverbindingen over de

Buitendijksweg en Zwartendijk (waarvan in de

huidige situatie sprake is) niet hersteld. De

Cellesbroeksweg dient als verbindende weg aan de

noordzijde van het spoor. Aan de zuidzijde wordt

de Buitendijksweg middels een nieuwe verbinding

aangesloten op de Slaper. Ook tussen de Slaper en

de Zwartendijk wordt een dergelijke parallelweg

aangelegd. Bij de Zwartendijk wordt een fietsverbinding

gerealiseerd via de Bovenbroeksweg (fietsverbinding

met Kampen).

Niet opgenomen mogelijkheid

Handhaving van de westelijke twee of alledrie de

verbindingen middels viaducten wordt vanwege

het grote negatieve effect op de openheid van het

gebied gezien als minder wenselijk. Hierbij komt

nog de sterke aantasting van de waarde van de

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 29

Zwartendijk. De beste inpassing in het landschap

wordt bereikt door aanleg van een onderdoorgang

ter plaatse van de kruising van de Slaper, in combinatie

met afsluiten van de beide andere wegen

voor autoverkeer. Deze variant is echter financieel

niet haalbaar.

Kruising N50, Slaper en ligging station

Kampen Zuid

In het Tracébesluit Hanzelijn is de verlegging van

de N50 opgenomen tussen de kruising met de

Hanzelijn en de Slaper. Deze reeds in paragraaf

2.3.3 en 2.4.1 beschreven keuze is mede ingegeven

door landschappelijke overwegingen. De verlegging

van de N50 in westelijke richting en de verplaatsing

van de aansluiting van Kampen maakt het mogelijk

een goede kruisingshoek van de Hanzelijn met de

N50 te realiseren, waardoor de visuele impact van

het kunstwerk op het landschap beperkt wordt.

Doordat de pergolaconstructie, zoals opgenomen in

het OTB Hanzelijn, is vervangen door een trogbrugconstructie,

zal het kunstwerk bij de N50 er anders

uit gaan zien. Dit type constructie leidt tot een

minder groot kunstwerk, waardoor de inpassing van

de spoorlijn verbetert.

De inpassing van de Slaper en directe omgeving

wordt beter doordat de parallelweg van de provinciale

weg op de bestaande Slaper komt te liggen.

De Slaper en de naastliggende bomenrijen kunnen

hierdoor worden gehandhaafd.

Ook wordt de Zwartendijk op een relatief gunstige

locatie doorsneden. Daarnaast is het door de

oostelijke ligging van het station Kampen Zuid

mogelijk op een goede manier aan te sluiten op

het stedelijk gebied van Kampen. Een negatief

effect is het ontstaan van restruimte tussen de

Hanzelijn en de N50 en de (beperkte) aantasting

van het gebied ten westen van de huidige N50.

De gekozen oplossing volgt echter zoveel mogelijk

het uitgangspunt van een strakke bundeling met

de N50, met handhaving van de uitbreidingsmogelijkheden

van de N50.

Er is overwogen om de kruisingshoek met de N50

kleiner te laten zijn. Belangrijke nadelen hiervan

waren dat station Kampen Zuid dan minder

gunstig komt te liggen en dat de Zwartendijk

‘ongelukkig’ doorsneden wordt, zeer dicht bij een

aantal cultuurhistorisch waardevolle boerderijen.

Bundeling N50

In het Tracébesluit Hanzelijn is uitgegaan van een

zo strak mogelijke bundeling met de N50 om

zodoende de aantasting van het veenontginningslandschap

zoveel mogelijk te beperken.

Kruisingen Hanzelijn/N50

De verbindingen Jules van Hasseltweg, Kamperstraatweg

en Burgemeester Hardenbergweg


30

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

blijven gehandhaafd. Bij de Jules van Hasseltweg

en de Burgemeester Hardenbergweg worden de

bestaande viaducten deels verhoogd. Ten behoeve

van de kruising van de Hanzelijn met de Jules van

Hasseltweg en de Burgemeester Hardenbergweg

wordt in de noordelijke toerit van de nu aanwezige

overbruggingen van de N50 een opening

gecreëerd. Ter plaatse van de Kamperstraatweg

gaat de Hanzelijn naar niveau +1, zodat de weg op

het huidige niveau kan blijven liggen.

In landschappelijke opzicht hebben deze ingrepen

naar verwachting weinig consequenties.

Aandachtspunten zijn het behoud van aanwezige

gemeentelijke monumenten. Het gemeentelijke

monument “boerderij op terp” aan de Jules van

Hasseltweg 4 wordt niet aangetast. Nabij de

Kamperstraatweg kan door het aanbrengen van

nieuwe afschermende beplanting de aantasting

van het perceel bij een karakteristiek woonhuis

(geen Rijksmonument) worden beperkt.

2.5.4 Natuur

Het gebied tussen Kampen en Zwolle bestaat voor

een belangrijk deel uit grootschalig tot middenschalig,

open veenweidelandschap. Het gebied is in

agrarisch gebruik. De verkaveling en het patroon

van wegen en waterlopen is rechtlijnig. De beplanting

bevindt zich voornamelijk langs dijken. Ook

komt langs de dijken een groot aantal wielen voor.

Dit zijn waterpartijen die zijn gevormd bij een dijkdoorbraak

in het verleden.

Het gebied is deels onderdeel van de Ecologische

Hoofdstructuur (EHS) en vormt een verbinding tussen

de IJssel en de randmeren. In het Natuurgebiedsplan

van de provincie Overijssel (2002) is het hele studiegebied

aangeduid als beheersgebied (zoekgebied voor

weidevogels). Het gebied maakt deel uit van een

gordel van vochtige graslandgebieden langs de voormalige

Zuiderzeekust. Een groot deel van het gebied

behoort tot de betere weidevogelgebieden van ons

land en is vooral van belang voor soorten als Grutto

en Tureluur. Op een aantal graslandpercelen in de

Polder Dronthen en langs de N50 wordt weidevogelbeheer

toegepast. Voor zwanen, ganzen en eenden

is het een belangrijk foerageergebied.

Binnen het gebied komen verschillende lijnvormige

structuren voor. Dit zijn belangrijke dragers voor de

natuurwaarden, met name de dijken met beplantingen

en wielen met open water en moerasvegetaties,

schrale bermen en kwelgebieden.

Beschermde gebieden

De beschermde gebieden zijn opgenomen op de

bijgevoegde kaart. De nummering op kaart

verwijst naar de onderstaande gebieden.

Drontermeer – oostelijk deel (nr. 14)

Het Drontermeer is aangewezen als speciale

beschermingszone vanuit de Vogelrichtlijn, voor

een deel aangewezen als Staatsnatuurmonument

en is opgenomen in de EHS. Op de bosgebieden is

tevens de Boswet van toepassing.

Het gebied bestaat uit voedselrijk water met rietvelden

langs de oever. In natte schraallandvegetatie

komen bijzondere plantensoorten voor en verschillende

soorten moerasvogels (grote karekiet, rietzanger,

roerdomp, aalscholver, smient en krakeend).

Voor ganzen, zwanen (waaronder de kleine zwaan)

en eenden fungeert het gebied als overwinteringsgebied.

Ook worden hier vleermuizen gesignaleerd.

Langs de Randmeren in Flevoland komt de volgende

flora voor: fraai duizendguldenkruid, rietorchis,

wilde marjolein, geelhartje en sierlijke vetmuur.

Het gebied is aangewezen als speciale beschermingszone

vanwege het belang van het gebied

voor de kleine zwaan en voor andere geregeld

voorkomende trekvogels. De aanwezigheid van de

kleine zwaan hangt onder andere samen met het

winterpeil, het voorkomen van ondiepe stukken

(foerageergebieden), voldoende rust, openheid en

beschutting en met het voorkomen van deze soort

in het Veluwemeer, dat het belangrijkste gebied is

voor het voorkomen van deze soort in Nederland.

De kleine zwanen zijn afhankelijk van de delen

met kranswieren en fonteinkruiden die niet dieper

zijn dan 1 á 1,5 meter. De oppervlaktewatervegetatie

in het Drontermeer was in 1997 442 ha.

Overige soorten die hebben bijgedragen tot de

begrenzing van het Vogelrichtlijngebied zijn:

roerdomp en grote karekiet (broedvogels),

aalscholver, smient, slobeend, tafeleend (trekkende

watervogels), lepelaar en nonnetje.

Het Staatsnatuurmonument Drontermeer bestaat

uit een ondiepe watervlakte met diverse eilanden

en plaatselijk riet en biezenvelden, in het gebied

oostelijk van de vaargeul, waarbij reeds rekening is

gehouden met de plannen voor de verbreding

daarvan tot 150 meter. Het gebied is aangewezen

op grond van botanische en ornithologische

waarden. In de vegetatie op en rond de eilanden

worden zeven soorten broedvogels aangetroffen

die vermeld staan op de nationale rode lijst (porseleinhoen,

zomertaling, grasmus, baardmannetje,

rietzanger, snor en grote karekiet). Verder is het

Drontermeer een belangrijk foerageergebied voor

water en moerasvogels.

Belangrijk kenmerk van het natuurmonument zijn

de ondiepe gedeelten, vanwege het voorkomen

van waterplanten (kranswieren, fonteinkruiden) en

zoetwatermossels.

Het randmeer heeft kenmerken van het natuurdoeltype

afgesloten zoet zeearmen-landschap (az-2.1).


Doelsoorten voor het gebied zijn:

• Zoogdieren: otter

• Vogels: baardmannetje, blauwborst, blauwe

kiekendief, grote karekiet, krooneend, purperreiger

en lepelaar

• Amfibieën: rugstreeppad

• Vissen: fint, kolblei, rivierdonderpad (Bijlage 2,

Habitatrichtlijn), spiering en winde

Oostelijke oever Drontermeer (nr. 15)

Een deel van de oostelijke oever van het Drontermeer

valt niet onder de speciale beschermingszone

volgens de Vogelrichtlijn. Het gebied maakt deel uit

van de EHS van Overijssel. Dit deel bestaat uit

grasland, schraalgrasland en deels goed ontwikkeld

moeras. Het is een waardevol gebied voor vogels.

In sloten en slootranden komen soorten voor als

ribbelzegge, waterpunge, plat fonteinkruid en

lidsteng. Langs schrale bermen en dijktaluds met

grazige vegetatie kunnen onder andere bevertjes,

ruige weegbree, zilte rus en zilte zegge gevonden

worden.

De Enk (nr. 16)

De Enk is een kerngebied binnen de EHS. Delen van

het gebied bestaan uit natte bloemrijke graslanden,

natte graslanden voor weidevogels en moeras.

Kenmerkende soorten in dit gebied zijn moeraskartelblad,

dichtbloemig kweldergras en grote

pimpernel. In de sloten kunnen witte waterkers,

lidsteng, kransvederkruid, spits fonteinkruid, waterdrieblad

en grote boterbloem gevonden worden.

Waargenomen soorten amfibieën zijn de groene

kikker, bruine kikker en de meerkikker.

Een ruimer gebied aansluitend op de Enk, richting

Drontermeer is onderdeel van de provinciale ecologische

hoofdstructuur. Dit gebied behoort tot de

categorie Streekplan zone I (landbouw), waarvoor

compensatie alleen aan de orde is als dat in

gemeentelijke plannen is vastgelegd. Dat is momenteel

niet het geval. Deze graslanden zijn eveneens

van belang voor weidevogels en wintergasten.

Kolken langs de Zwartendijk (nr. 17)

De Zwartendijk met de daaraan gelegen kolken is

in het bestemmingsplan van Kampen aangeduid

als gebied met natuur en landschapswaarden. De

kolken zijn onder andere van belang voor amfibieën,

vegetatie en moerasvogels. Een deel van de

kolken is momenteel dichtgegroeid met riet.

Uiterwaarden van de IJssel (De Zande, nr. 18)

Dit gebied behoort tot de EHS. Een deel is tevens

aangewezen als speciale beschermingszone vanuit

de Vogelrichtlijn. De uiterwaarden van de IJssel

zijn belangrijk als water-, laagveen- en moerasgebied.

De graslanden en schrale graslanden zijn van

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 31

betekenis door vegetatie en flora. Er komen veel

weidevogels voor en amfibieën. Vanwege de

volgende soorten valt het gebied onder de

Vogelrichtlijn: kwartelkoning, reuzenstern,

ijsvogel, kolgans, smient, slobeend, meerkoet en

grutto. In het afwisselende terrein worden ook

steenuil, roek, blauwe reiger, meervleermuis en

gewone grootoorvleermuis aangetroffen.

Beschermde soorten

Vleermuizen

Volgens informatie verstrekt door de gebiedsdeskundige

van de provincie Overijssel komen in het

studiegebied binnen de provincie de volgende vier

soorten vleermuizen voor:

• Watervleermuis

• Dwergvleermuis

• Ruige dwergvleermuis

• Rosse vleermuis

Alle vleermuizen zijn strikt beschermd op grond

van bijlage IV van de Habitatrichtlijn en de Floraen

faunawet.

Overige zoogdieren

Er zijn geen waarnemingen bekend van andere

zoogdieren dan vleermuizen die op andere

gronden beschermd zijn dan op grond van de

Flora- en faunawet of zijn opgenomen op de Rode

Lijst. Mogelijk komt in het gebied de waterspitsmuis

voor, die op de Rode Lijst staat.

Amfibieën en reptielen

Algemeen voorkomend zijn de thans niet

bedreigde soorten:

• Groene kikker (hele gebied)

• Bruine kikker (hele gebied)

• Gewone pad

• Kleine watersalamander (hele gebied)

• Rugstreeppad

Zeldzaam tot vrij zeldzaam voorkomend:

• Meerkikker (thans niet bedreigd)

• Heikikker (in de IJsseluiterwaarden)

Met name de uiterwaarden van de IJssel zijn waardevol

voor bovengenoemde soorten amfibieën.

Buiten deze uiterwaarden, in het studiegebied,

komen thans niet bedreigde soorten amfibieën

algemeen voor. Van deze soorten zijn de

rugstreeppad en de heikikker strikt beschermd op

grond van bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Van

deze twee soorten is echter niet bekend of deze

ook ter plaatse van het tracé voorkomen.

Er zijn geen waarnemingen bekend van

beschermde soorten reptielen. Het voorkomen van

reptielen in het studiegebied is niet aannemelijk.


32

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Vogels

Een groot deel van het Oude Land is een belangrijk

gebied voor weidevogels en wintergasten. Alle

vogels zijn beschermd op grond van de Flora- en

faunawet.

Aangetroffen soorten zijn onder andere:

• Kleine zwaan

• Grutto

• Kwartelkoning

• Tureluur

• Rietzanger

• Wulp

In het Oude Land komen op een aantal locaties

kolonievogels voor. Belangrijk potentieel effect

voor kolonievogels is het kappen van de bomen

waarin de kolonies zich bevinden of voor de oeverzwaluw

het vernietigen van de wanden.

Aangetroffen zijn kolonies van:

• Roek: in Kampen, bij het Engelse Werk en direct

ten westen van Hattem

• Oeverzwaluw: IJsseluiterwaarden bij het Engelse

Werk

• Zwarte Stern: IJsseluiterwaarden bij Zalk

• Blauwe Reiger: Engelse Werk en bij Wezep

Binnen een zone van 300 meter aan weerszijde van

het tracé zijn, op basis van de door de provincie

Overijssel verstrekte gegevens, geen waarnemingen

bekend van bovengenoemde kolonievogels.

Vlinders

In het studiegebied zijn geen waarnemingen

bekend van beschermde soorten vlinders.

Overige beschermde diersoorten

Het voorkomen van de Heldenbok en Juchtleerkever

(soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn)

in het studiegebied is niet uitgesloten.

Wat betreft vissen komen de volgende soorten van

bijlage II van de Habitatrichtlijn voor in het studiegebied:

• Roofblei

• Kleine modderkruiper

• Rivierdonderpad

• Grote modderkruiper

• Bittervoorn

Flora

In het Oude Land is, met name in de IJsseluiterwaarden,

een aantal plantensoorten waargenomen, dat

beschermd is op grond van de Flora- en faunawet.

De exacte groeiplaatsen van deze soorten zijn niet

bekend. Waargenomen zijn onder andere:

• Akkerklokje

• Grote keverorchis

• Spindotterbloem

• Veldsalie

• Wilde kievitsbloem

Op basis van de door de provincie Overijssel

verstrekte gegevens worden in het studiegebied

van de Hanzelijn geen soorten verwacht die voorkomen

op bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Van

soorten die beschermd zijn op grond van de Floraen

faunawet, zijn van de volgende soorten waarnemingen

bekend binnen een zone van 300 meter

aan weerszijde van het tracé:

• Brede orchis

• Gewone vogelmelk

• Grote kaardebol

• Wilde kievitsbloem

• Zwanebloem

Ecologische verbindingszones

IJssel – Polder De Enk

Tussen de grasˇˇˇˇen langs de IJssel en De Enk is een

ecologische verbindingszone gepland. In de notitie

Uitvoering Ecologische Verbindingszones Overijssel

[28] is de verbinding aangeduid als natte, regionale

verbindingszone langs een waterloop in de vorm

van een kralensnoer. Doelsoorten zijn waterspitsmuis,

ringslang, dagvlinders (kleine ijsvogelvlinder,

grote weerschijnvlinder). Begeleidende soorten zijn

ijsvogel, grote gele kwikstaart, algemene amfibieën

soorten en libellen (beekrombout, weidebeekjuffer).

De verbindingszone is in het Streekplan Overijssel

indicatief aangeduid als regionale verbindingszone.

In het Natuurgebiedsplan is deze verbindingszone

op kaart aangegeven. Volgens de plankaart

kruist deze verbinding de N50 zodanig dat

deze midden in de Enk uitkomt.

Overige ecologische relaties

Behalve deze verbindingszones, die zijn aangewezen

vanuit het provinciaal beleid, vormen ook

de overige waterlopen, dijken en kolken een

aanvulling op de ecologische structuur in het

gebied.

De Hanzelijn, inclusief de aan te passen kruisende

weginfrastructuur, kruist in het gebied tussen het

Drontermeer/Kampen en Zwolle de volgende

grotere waterlopen die naar verwachting van

belang zijn voor de verplaatsing van amfibieën

en kleine zoogdieren in het gebied:

• Kroeskolktocht

• Watergang bij Jules van Hasseltweg

• Uitvliet

• Oude Middelwetering (a)

• Oude Middelwetering (c)


Behalve de natte relaties vormen ook de in het

gebied rond Kampen aanwezige dijken een ecologische

structuur waarlangs dieren zich verplaatsen.

De volgende dijken worden gekruist:

• Zwartendijk

• Gelderse dijk

• Schellerdijk

Onder de huidige N50 bevindt zich momenteel een

aantal droge duikers met een doorsnede van circa

40 cm, direct ten zuiden van de Slaper ter hoogte

van de Enk, ter hoogte van de Kroeskolk en ten

noorden van het knooppunt Hattemerbroek. De

duikers worden gebruikt door kleine zoogdieren,

onder andere door marterachtigen.

Te nemen maatregelen gemeente Kampen

De keuze in het Standpunt en zoals vastgelegd in

het Tracébesluit Hanzelijn voor het tracé met een

krappere boog tussen het Drontermeer en Kampen

betekent dat een aanmerkelijk betere inpassing

rondom Kampen mogelijk is. Ditzelfde geldt voor

het Drontermeer waar de keuze voor een tunnel

aantasting van het Vogelrichtlijngebied voorkomt.

In tabel 2.9 en 2.10 zijn de inpassingsmaatregelen

voor het instandhouden van ecologische verbindingszones

en overige ecologische relaties weergegeven.

Voor het instandhouden van ecologische verbindingszones

uit het beleid zullen maatregelen

worden genomen zoals weergegeven in tabel 2.9.

In tabel 2.10 zijn de overige te nemen maatregelen

voor het instandhouden van ecologische relaties

weergegeven.

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 33

Voor het Drontermeer is vanwege de status van

het gebied (speciale beschermingszone Vogelrichtlijn,

Natuurmonument volgens de Natuurbeschermingswet)

gekozen voor de aanleg van een

tunnel.

Bij aanleg van een tunnel worden geen blijvende

significante effecten verwacht op de soorten

waarvoor het gebied is aangewezen als speciale

beschermingszone. Tijdens de aanleg zal er wel

sprake zijn van tijdelijke verstoring en vernietiging

van foerageergebied voor de kleine zwaan. In

tabel 3.15 is aangegeven hoe groot het oppervlak

is van dit tijdelijk ruimtebeslag in het Drontermeer.

Door de keuze voor een tunnel onder het

Drontermeer en een lichte verschuiving van het

tracé waardoor het eiland Reve wordt ontzien,

worden voor het Drontermeer geen blijvende

effecten verwacht. De effecten als gevolg van de

aanleg van de tunnel zullen door herstel van

ondiep water en van riet en biezenvelden langs de

oevers, ter plaatse hersteld worden.

Tabel 2.9: Inpassingsmaatregelen voor instandhouden van ecologische verbindingszones (Kampen)

Daarnaast wordt gezocht naar mogelijkheden om

de effecten van tijdelijke vernietiging en verstoring

van foerageer en rustgebied van met name de

kleine zwaan verder te mitigeren.

Mogelijkheden zullen worden onderzocht om een

stuk ondiep open water te creëren, door het verondiepen

van diepe stukken in de randmeren

Drontermeer en Veluwemeer (zoekgebied D).

Km Naam verbinding Omschrijving en doelsoorten Type voorziening

Drontermeer Oostoever Nationaal EHS.

Vogels, middelgrote en kleine zoogdieren,

amfibieën en vissen

Herstel oevers na aanleg

36 Kroeskolk Regionale verbindingszone tussen IJssel en de Enk. Type 2: natte duiker met droge

Tocht Kleine zoogdieren, amfibieën en vissen. loopconstructie

Tabel 2.10: Inpassingsmaatregelen voor instandhouden van overige ecologische relaties (Kampen)

Km Naam verbinding Omschrijving en doelsoorten Type voorziening

33.1 Zwartendijk Handhaven ecologische relatie voor kleine fauna Type 2: natte duiker met droge

langs Zwartendijk

Kleine zoogdieren en amfibieën

loopconstructie

37.7 Watergang bij Kleine zoogdieren, amfibieën en vissen Type 2: natte duiker met droge

Jules van Hasseltweg loopconstructie

40.2 Uitvliet Relatie IJssel en weidegebied Type 2: natte duiker met droge

Kleine zoogdieren, amfibieën en vissen loopconstructie


34

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Verstoring tijdens de bouw zal zoveel mogelijk

worden beperkt. Met name het tijdstip van de

aanvang van de werkzaamheden is in deze belangrijk.

De werkzaamheden dienen aan te vangen

buiten de periode dat de kleine zwaan in het

gebied verblijft en bij voorkeur nog na het broedseizoen.

Daarnaast is het zo veel mogelijk beperken van

verstoring tijdens de bouw een belangrijk

aandachtspunt. Dit kan bijvoorbeeld door:

• ‘Geluidarme’ bouwwijze

• Beperken verstoring door licht

Het voorgaande geeft aan dat door te kiezen voor

een tunnel, blijvende effecten op het Drontermeer

en het Staatsnatuurmonument Drontermeer

worden voorkomen. De tijdelijke effecten tijdens

de bouw zullen optreden, maar leiden niet tot

onherstelbare schade. Tijdens de bouw zullen de

effecten zoveel mogelijk worden beperkt zoals

beschreven. Aldus is vanuit het Tracébesluit

Hanzelijn het kader geschetst voor de latere

verstrekking van de vergunning vanwege het

bouwen in het Staatsnatuurmonument

Drontermeer.

2.5.5 Bodem en waterkwaliteit

Bodem

De ondergrond in het gebied tussen de tunnel en

de kruising met de N50 bestaat uit een deklaag van

klei met daaronder een veenlaag. De draagkracht

van de ondergrond is daardoor onvoldoende om

de spoorbaan op aan te leggen.

Afwijkend van het standaardprofiel wordt voor de

stabiliteit van de spoorbaan de deklaag verwijderd

en ook de veenlaag, met uitzondering van de

onderste meter. Deze worden vervangen door

ophoogzand.

Van de veenlaag wordt de onderste meter gehandhaafd

omdat daardoor een afdichtende laag

gehandhaafd blijft tussen het spoorcunet en het

onderliggende watervoerend pakket. De redenen

om deze waterafsluitende laag te handhaven zijn:

• Tegengaan kwel vanuit het watervoerend

pakket (grondwater) naar het spoorcunet

• Afschermen grondwater tegen eventuele vervuiling

vanuit spoorcunet

Ter plaatse van de maaiveldligging wordt een

steunberm van 3 meter breed toegepast. Waar de

spoorbaan een hogere ligging heeft om de N50 te

kruisen, wordt, vanwege de stabiliteit, de steunberm

5 meter breed.

De spoorbaan wordt aan beide zijden voorzien van

de standaard spoorsloot. Een uitzondering is het

deel ter weerszijden van de Zwartendijk. Hier is

ervoor gekozen de spoorsloten niet verder door te

zetten dan tot de parallel aan de dijk liggende

watergangen. De reden hiervoor is om het

aanzicht van de huidige dijk zoveel mogelijk te

handhaven. Voor de ontwatering van de spoorbaan

wordt drainage toegepast.

In het gebied waar de Hanzelijn de N50 en de

Slaper kruist, is sprake van een hooggelegen baan.

Tussen de kruising met de N50 en de Slaper wordt

het station Kampen Zuid gerealiseerd. Ook hier

wordt grondverbetering toegepast tot circa

1 meter boven de onderzijde van de aanwezige

veenlaag. Voor de stabiliteit van de spoorbaan

wordt een steunberm toegepast van 5 meter

breed.

Vanaf de kruising met de Slaper daalt de Hanzelijn

naar maaiveldniveau. Voor de spoorbaan wordt

het standaard baanontwerp toegepast. Ook hier

wordt een grondverbetering toegepast tot circa

1 meter boven de onderzijde van de aanwezige

veenlaag. De stabiliteit van de ondergrond is niet

overal gelijk. Bij een minder stabiele ondergrond

wordt een bredere steunberm toegepast.

Waterkwaliteit

De ondergrond is erg grillig. Er is een deklaag

aanwezig, afwisselend dik en dun, met een dunne

scheidende laag tussen het eerste en tweede

watervoerend pakket. De stijghoogte in het eerste

watervoerend pakket is hier circa 2 meter beneden

NAP, waardoor nog steeds sprake is van een kwelsituatie.

Daar waar de deklaag en de eerste scheidende

laag niet aanwezig zijn, kunnen grote

effecten optreden op de onttrekkingsdebieten en

invloedsfeer van bemalingen.

Afhankelijk van de bouwactiviteiten die nodig zijn

om bepaalde kunstwerken aan te leggen, zullen

peilbuizen geplaatst worden en/of zal aanvullend

grondonderzoek worden uitgevoerd.

Indien bij de aanleg van een kunstwerk een bemaling

wordt toegepast komen eventuele effecten van de

bemaling op de grondwatersituatie en de

omgeving in de vergunningverlening aan de orde.

2.5.6 Archeologie

Om de archeologische waarden te ontzien tijdens

de aanleg van de Hanzelijn zijn archeologische

vindplaatsen binnen het tracé geïnventariseerd en

op waarde geschat. Dit is gedaan op basis van

archeologisch, historisch en geologisch bronnenonderzoek.

In de vervolgfase van het project wordt

een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd.


Het veenontginningslandschap van het oude land

onder Kampen is zeer waardevol vanuit historischgeografisch

oogpunt. Ook is er sprake van een vrij

hoge dichtheid van cultuurhistorisch waardevolle

elementen en patronen. Op dit moment zijn 46

archeologische en cultuurhistorische locaties in het

onderzoeksgebied bekend, waarvan er zich 12 op

minder dan 200 meter van het tracé bevinden.

Bijzondere waarden worden voornamelijk vertegenwoordigd

door de kronkelige historische

dijken, met de eraan gelegen kolken, en historische

boerderijen op terpen.

Het deel van het onderzoeksgebied dat in de

gemeente Kampen ligt, is voornamelijk in gebruik

(geweest) als weiland. Hierdoor hebben archeologische

veldverkenningen tot op heden weinig

gegevens opgeleverd. Uitspraken over de archeologische

potentie van het gebied zijn daarom met

name gebaseerd op historische en fysisch-geografische

gegevens en de weinige toevalsvondsten.

Naast alertheid bij het inventariserend veldonderzoek

op de aanwezigheid van vroeg-prehistorische

vindplaatsen, dient in het vervolgonderzoek de

aandacht zich vooral te richten op aanwijzingen

voor sporen en patronen die een onderdeel zijn

van het middeleeuwse ontginningslandschap.

In bijlage 2 is een archeologische verwachtingskaart

opgenomen.

2.5.7 Trillingen

In de gemeente Kampen wordt voor één woning

de streefwaarden voor het voorkomen van trillingshinder

overschreden (tabel 2.11).

Maatregelen om trillingen te reduceren zijn weliswaar

mogelijk, maar in verhouding tot de

verwachte effecten te kostbaar. Het is namelijk niet

zeker of het treffen van eventuele maatregelen

leidt tot mitigatie van trillingen. Vandaar dat maatregelen

niet overwogen worden.

Voor de gebouwen langs de Hanzelijn, zoals onder

andere de woning volgens tabel 2.11, geldt dat,

waar volgens de berekeningen de streefwaarde

volgens SBR-Richtlijn 2 wordt overschreden, het tot

maximaal 5 jaar na ingebruikname van de

Hanzelijn mogelijk is om, op verzoek, aan het

gebouw te meten of de streefwaarde wordt over-

Tabel 2.11: Trillingen gemeente Kampen

Aard van bestemming Straatnaam Huisnummer Postcode

Woning Kamperstraatweg 25 8265 PA

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 35

schreden. De uitkomsten daarvan worden getoetst

aan de regelgeving en inzichten van dat moment.

Afhankelijk van de waargenomen overschrijding

kunnen maatregelen variëren van het accepteren

van de overschrijding al dan niet gecombineerd

met schadevergoeding tot het in uitzonderlijke

gevallen alsnog wegbestemmen en eventueel

slopen van het betreffende gebouw.

2.6 Natuurcompensatie

In tabel 2.12 is voor de gemeente Kampen aangegeven

op grond waarvan effecten op het gebied

gecompenseerd moeten worden (gebiedscategorie),

welk natuurdoeltype aan het gebied is

toegekend en welke effecten op het gebied

verwacht worden. De nummers verwijzen naar

gebieden op de kaart in bijlage 3.

Voor soorten is in paragraaf 2.5.4 aangegeven

welke beschermde soorten (mogelijk) voorkomen

in het studiegebied van de Hanzelijn. Voor een

gedetailleerde effectbepaling op soorten zoals

deze nodig is voor de ontheffingsaanvraag voor de

Flora- en faunawet, zijn de verspreidingsgegevens

uit de Trajectnota/MER Hanzelijn te globaal om te

kunnen beoordelen of soortgerichte compensatie

aan de orde is. Nagegaan is in hoeverre meer gedetailleerde

informatie beschikbaar is. Hiervoor zijn

een aantal aanvullende, bestaande bronnen

geraadpleegd (provincie, Staatsbosbeheer, kennis

gebiedsdeskundigen). Ook is een quick scan in het

veld uitgevoerd om (potentieel) geschikte biotopen

voor beschermde soorten in kaart te brengen,

evenals waarnemingen van beschermde soorten.

Op basis van deze gegevens wordt soortgerichte

compensatie nader uitgewerkt ten behoeve van de

ontheffing Flora- en faunawet. Parallel aan het

ontwerp-tracébesluit Hanzelijn is de ontheffing

aangevraagd. Artikel 75a van de Flora- en

faunawet maakt het mogelijk dat tegelijkertijd

met het vaststellen van het Tracébesluit Hanzelijn

een ontheffing verkregen wordt.


36

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Tabel 2.12: Natuurcompensatie gemeente Kampen

Nr. Gebied Gebiedscategorie Natuur- Vernietiging Verstoring Te compen- Kwaliteits- Te compendoeltype

* (ha) (ha) seren effect toeslag ** seren opper-

(ha) vlak (ha)

14 Drontermeer zie Nieuwe land

15 Oostoever Drontermeer SBZ Vogelrichtlijn,

EHS, NBW

az-4.1 0,7 0 0,7 1,3 0,9

16 De Enk EHS lv-4.2 4,2 0 4,2 1,3 5,5

17 Polder Dronthen, Gebied met natuur Kolken, 0,7 10,0 4,6 1,3 6,0

Zwartendijk en landschapswaarden

Bestemmingsplan Kampen

moeras

18 Uiterwaarden IJssel

(Zalk)

SBZ Vogelrichtlijn EHS ri-3.4, ri-4.1 0 0 0 1,3 0

* Verklaring natuurdoeltypen:

az-4.1 : graslandoevers Drontermeer

lv-4.2 : grasland

ri-3.4 : schraalgrasland

ri-4.1 : grasland

2.7 Landbouw

** Kwaliteitstoeslag:

1 = 33%

2 = 66%

3 = nader te bepalen

Tabel 2.13: Aandachtspunten landbouw gemeente Kampen

Naam/omschrijving Km Functie Effect Beheerder

Landbouwgrond en 30.6 – 32.0 De Buitendijksweg wordt Afname areaal landbouwgrond voor tracé en werk- Particulier

Buitendijksweg ter plaatse afgesloten. terrein. Omrijden door afsluiten van de Buitendijksweg.

Voor en na kruising 32.0 – 34.0 Landbouwgrond en Doorsnijding kavelstructuur met als gevolg Particulier

Zwartendijk landbouwweg Zwartendijk areaalverlies, versnippering en omrijden over de Slaper.

Station Kampen Zuid 34.0 – 34.7 Landbouwgrond Grond verkocht, anticiperend op stedelijke ontwikkeling.

Nieuwe aansluiting 33.2 – 35.7 Landbouwgrond Areaalafname door op- afrit van de N50 ten zuiden Particulier

N50 van N50.

Boerderij Slaper nr. 2 34.8 Boerderij Amoveren boerderij Slaper 2. Grond is verkocht. Particulier

Strook langs N50 35.7 – tot Landbouwgronden en Areaalafname (vooral voor eindgedeelte kavels) door Particulier

boog bij intensieve veehouderij Hanzelijn en door aanpassing van de kruisende

Hattem verbindingen over de N50.

Aansluiting boerderij 41.32 Ontsluiting van de boerderij. Aansluiting toegangsweg naar boerderij en percelen. Particulier

Tussen het Drontermeer en Kampen is er sprake van

een schuine doorsnijding van de kavelstructuur. De

kavelstructuur zal daardoor worden aangetast.

Uitgangspunt voor de inpassing is dat het gebied als

landbouwgebied kan blijven functioneren. Dit

uitgangspunt zal worden vormgegeven in overleg

met de betrokken ondernemers, gemeente en de

provincie. Voor de bedrijven gelegen langs de

Hanzelijn zal in overleg met betrokkenen naar

oplossingen worden gezocht. Hierbij wordt met

name gedacht aan inzet van het instrument kavelruil.

Daar waar sprake is van evenwijdige ligging van

het tracé langs de N50 is areaalafname niet te voorkomen.

In tabel 2.13 zijn de aandachtspunten ten

aanzien van landbouw in Kampen weergegeven.

Landbouw en water

In overleg met het waterschap Groot Salland is in

het spoorontwerp de bestaande waterhuishoudkundige

situatie verwerkt. Een van de uitgangspunten

daarbij is dat afwatering/ontwatering van de aanliggende

percelen wordt gehandhaafd. Verder wordt

het peilbeheer in de gebieden en ook het lokale

peilbeheer gehandhaafd. Aantasting door het

drainagesysteem zal worden hersteld.

2.8 Te amoveren bebouwing

Binnen de gemeente Kampen moet één

woning/bedrijf verdwijnen als gevolg van de

aanleg van de Hanzelijn (tabel 2.14). De spoorbaan

komt te liggen op de plaats van de bebouwing.


Tabel 2.14: Te amoveren bebouwing gemeente Kampen

Adres Soort bebouwing Reden van amoveren

Slaper 2 (km 34.8) Woonbebouwing en agrarisch bedrijf. Tracé spoorbaan gaat over de woning

Tabel 2.15: Bouwzones gemeente Kampen

2.9 Bouw en aanleg van de

Hanzelijn

2.9.1 Bouwzones

Voor het realiseren van de Hanzelijn zijn er, naast

de ruimte die benodigd is voor de spoorbaan zelf,

op diverse locaties bouwzones noodzakelijk. De

bouwzones zijn terreinen die tijdelijk nodig zijn voor

de aanleg van de Hanzelijn. De bouwzone ligt zoveel

mogelijk in de directe nabijheid van het werk.

Idealiter ligt er tussen de bouwzone en het te

bouwen werk geen kruisende infrastructuur. Per

werk is nagegaan waar ruimte beschikbaar is. De

bouwzones worden gebruikt voor een zestal functies:

1. Gebruik door de aannemer voor:

– Opslag van materiaal

– Horizontaal en verticaal transport

– Werkplaatsen

– Bouwketen

– Parkeerplaatsen voor personeel

2. Afwikkelen van het bouwverkeer

3. Omleiden van het reguliere verkeer

4. Bouwemplacement voor de aanleg van de

bovenbouw

5. Los- en laadplaats en opslag van zand/grond

6. Terrein waar de bestaande infrastructuur verwijderd

wordt

De bouwzones zijn op de kaarten weergegeven als

“Bouwzone”.

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 37

Naam Locatie Omvang Functie

Drontermeer Nabij het Drontermeer. 86000 m2 1 en 5

Bovenbroeksweg Ten noordoosten van het kunstwerk. 2400 m2 1

Station Kampen Zuid Diverse bouwzones. 120710 m2 1, 2, 3 en 6

Kroeskolktocht Ten zuiden van de baan. 7700 m2 , 5000 m2 1

Jules van Hasseltweg Rondom het kunstwerk. 10900 m2 , 22900 m2 , 9700 m2 2 en 3

Ten noordoosten van het kruispunt. 1200 m2 1

Kamperstraatweg Ten noordoosten van het kunstwerk. 1200 m2 1

Tot aan de Burg. Een smalle strook. 3700 m2 , 3000 m2 , 2

Hardenbergweg 3400 m2 , 9100 m2 Burg. Hardenbergweg Ten zuiden van de baan. 25800 m2 2 en 3

In de kruising van de Burg. Hardenbergweg. 920 m2 1

In de gemeente Kampen zijn verschillende permanente

gronddepots in het Tracébesluit Hanzelijn

opgenomen (zie tabel 2.16). Deze depots kunnen

ook gebruikt worden als tijdelijk gronddepot. De

permanente gronddepots zijn op de kaarten weergegeven

als “gronddepot tevens landschappelijke

inpassing”. Latere invulling daarvan vindt plaats in

het landschapsplan.

Voor de berekening van de potentiële inhoud van

de gronddepots is er vanuit gegaan dat 80% van

het depot benut kan worden voor de berging van

grond. Naast de berging van grond is er ruimte

nodig voor bijvoorbeeld bouwwegen.

2.9.2 Bouwverkeer

Tijdens de bouw van de Hanzelijn zullen er grote

hoeveelheden materiaal en materieel aangevoerd

en afgevoerd worden naar het gebied waar de

Hanzelijn komt te liggen. Zoveel mogelijk zal het

bouwverkeer binnen de spoorzone van de

Hanzelijn zelf plaatsvinden, zodat de overige

wegen ontzien worden.

Daarnaast zal er hinder zijn van het bouwverkeer

dat op de één of andere manier de bouwweg en

de bouwzones moet kunnen bereiken. Omdat de

omvang en de routes van het bouwverkeer nog

niet bekend zijn, zijn daar op dit moment nog

geen exacte uitspraken over te doen. De hinder zal

afhankelijk zijn van de keuze van de aannemer

voor bijvoorbeeld vervoer van zand per leiding of


38

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Tabel 2.16: Permanente gronddepots gemeente Kampen

Naam In punt N50-Hanzelijn

Locatie De Hanzelijn kruist de N50 onder een hoek, waardoor er aan de noordwestzijde een overhoek ontstaat.

Oppervlakte 2,5 ha

Waarom deze plek? Het gaat om een overhoek. Een driehoekvormig stuk grond wordt afgesneden van bestaande kavels.

Bijzonderheden Voor natuurcompensatie biedt deze locatie geen mogelijkheden. De aanleg van een gronddepot op dit

perceel is vanuit een landschappelijke oogpunt mogelijk. De inrichting en hoogte wordt zodanig dat

het karakter van het aangrenzende gebied niet verstoord wordt. Omdat de Hanzelijn hier hoog ligt,

wordt uitgegaan van een gemiddelde hoogte voor het depot van 2,5 meter.

Naam Tussen N50 en Hanzelijn bij Slaper

Locatie Net ten zuiden van de Slaper zijn de Hanzelijn en de N50 nog niet strak gebundeld. Er resteren een

aantal stroken grond.

Oppervlakte ± 9 ha

Waarom deze plek? Het gaat om stroken grond die niet geschikt is voor bijvoorbeeld agrarisch gebruik.

Bijzonderheden De aanleg van een gronddepot op dit perceel is vanuit een landschappelijke oogpunt mogelijk bij een

beperkte hoogte van het depot, waarbij de hoogte van het depot minimaal 0,5 meter lager is dan de

N50. Uitgangspunt is dat de beide infrastructuurlijnen als afzonderlijke elementen in het landschap

aanwezig blijven en niet tezamen een zwaar grondlichaam gaan vormen

per vrachtwagen. De toegestane hinder wordt

nader geregeld in de vergunningverlening van de

gemeente.

Slaper

De Slaper (zuidzijde Hanzelijn) wordt in de eindsituatie

middels een verkeersviaduct over de

Hanzelijn geleid. Gedurende de bouw van het

verkeersviaduct is de Slaper afgesloten voor het

verkeer. De Buitendijksweg en de Zwartendijk

bieden alternatieven voor de afwikkeling van het

verkeer.

N50

De N50 wordt ter hoogte van de kruising met de

Hanzelijn naar het westen verlegd en de op- en

afritten worden verplaatst van de mr. J.L.M.

Niersallee naar de Slaper. De ombouw van de

huidige naar de nieuw situatie zal plaatsvinden in

een aantal verschillende fases. De ombouw zal

hinder opleveren voor het verkeer dat gebruik

maakt van de N50 en de op- en afritten. Deze

hinder is een gevolg van het tijdelijk afsluiten van

op- en afritten naar de N50 en van delen van de

N50 zelf.

De fasering van de bouw en de precieze tijdvakken

dat de wegen niet beschikbaar zijn, zal worden

afgestemd met Rijkswaterstaat en de gemeente

Kampen.

Jules van Hasseltweg en Burgemeester

Hardenbergweg

In de huidige situatie gaan de Jules van Hasseltweg

en Burgemeester Hardenbergweg met een viaduct

over de N50 heen. In de eindsituatie gaan beide

wegen ook ieder met een nieuw viaduct over de

Hanzelijn heen. Daarbij worden de bestaande

kunstwerken van deze wegen over de N50 opgevijzeld.

Dit betekent dat gedurende de bouw de wegen

niet beschikbaar zijn voor het verkeer. Deze

situatie duurt tussen de zes en negen maanden.

De percelen langs de twee wegen net ten noorden

en zuiden van de kunstwerken blijven bereikbaar

via andere routes.

2.9.3 Hinder tijdens de bouw

Er zijn diverse manieren waarop de omgeving van

een groot bouwproject als de Hanzelijn hinder zou

kunnen ondervinden van de werkzaamheden.

Globaal is hier aangegeven wat men kan

verwachten. De mogelijke vormen van hinder waar

het hier om gaat zijn:

• Geluidhinder

• Trillingshinder

• Onveiligheid

• Veranderingen in de grondwaterstand

• Slechtere bereikbaarheid

• Overlast voor verkeer

• Overlast van bouwverkeer

• Tijdelijke afsluiting nutsvoorzieningen

Het streven is hinder zoveel mogelijk te beperken.

Bij dit soort projecten is hinder echter onvermijdelijk.

Deels zullen de afwegingen omtrent aanvaardbare

hinder in de besluitvorming rondom bouw- en

aanlegvergunningen aan de orde komen.


2.10 Doorwerking van het

Tracébesluit Hanzelijn

op bestemmingsplannen

Het Tracébesluit Hanzelijn heeft consequenties

voor bestaande bestemmingsplannen. De

gemeente Kampen dient binnen een jaar nadat het

Tracébesluit Hanzelijn onherroepelijk is geworden

bestemmingsplannen overeenkomstig het

Tracébesluit Hanzelijn vast te stellen of te herzien.

Voor zover het Tracébesluit Hanzelijn in strijd is

met een bestemmingsplan geldt het Tracébesluit

Hanzelijn als vrijstelling, zoals bedoeld in artikel 19

van de Wet op de ruimtelijke ordening. Het

Tracébesluit Hanzelijn werkt dus rechtstreeks door

in het ruimtelijke beleid van de gemeente Kampen.

Het Tracébesluit Hanzelijn geldt verder als voorbereidingsbesluit,

zoals bedoeld in artikel 21, eerste

lid, van de Wet op de ruimtelijke ordening.

Hierdoor wordt voorbereidingsbescherming

gegeven voor het gebied van het tracé en voor de

bij het Tracébesluit Hanzelijn behorende geluidzone.

Voor bestemmingsplannen waarmee de Hanzelijn

rekening moet houden geldt een peildatum van

24 augustus 2001. Dit is de datum van het ministerieel

standpunt over de Hanzelijn. In (bestemmings)plannen

van na deze datum moet rekening

gehouden worden met de aanleg en de ligging van

de Hanzelijn.

In tabel 2.17 zijn de vigerende bestemmingplannen

van de gemeente Kampen opgenomen. In bijlage 4

zijn de bestemmingsplangebieden op kaart weergegeven.

In onderstaande tabel is de codering van

het betreffende bestemmingsplan opgenomen.

Tabel 2.17: Vigerende bestemmingsplannen, deeltraject gemeente Kampen

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 39

De gemeente Kampen werkt thans nog op basis

van de in 1999 opgestelde visie Ruimtelijke

Integratie gemeente Kampen/IJsselmuiden. De

gemeente bereidt in het kader van de Netwerkstad

Zwolle - Kampen en de Vijfde Nota Ruimtelijke

Ordening een herziening van de visie voor. De

gemeente streeft naar afronding hiervan in 2003.

De visie zal betrekking hebben op het gehele

grondgebied van Kampen. Hierbij zal nadrukkelijk

worden betrokken het deel van de Polder Dronthen

tussen de Hanzelijn en de Flevoweg en de toekomstige

stationsomgeving.

Codering Plannr. Code Km Plannaam Datum Status

op kaart gemeente ProRail

K12 12 12 30.65-32.95 Dronthen 1975 Vastgesteld en goedgekeurd

K2 2 2 30.35-34.60 Buitengebied (Kampen) 1971 Vastgesteld en goedgekeurd

K5 5 5 33.50-34.45 Verbinding 2e IJsselbrug 1983 Vastgesteld en goedgekeurd

K20 20 20 34.45-41.60 Buitengebied IJsselmuiden 1993 Vastgesteld en goedgekeurd

K4 4 4 33.10-34.20 De Maten 1996 Vastgesteld en goedgekeurd

K17 17 17 34.20-35.60 Het Onderdijks 2000 Vastgesteld en goedgekeurd

K21 - 21 38.10-38.70 De Zande 1986 Vastgesteld en goedgekeurd


40

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

3Gemeente

Oldebroek

De Hanzelijn ligt niet op het grondgebied van de

gemeente Oldebroek en heeft daarom weinig

gevolgen voor de gemeente. De geluidscontour

ligt wel deels in de gemeente Oldebroek. Er ligt

echter geen bebouwing binnen de geluidscontouren

van de Hanzelijn. Bij toekomstige ontwikkelingen

zal wel rekening gehouden moeten worden

met de aanwezigheid van de Hanzelijn en de

daarbij behorende geluidscontouren.

Het Tracébesluit Hanzelijn heeft consequenties

voor bestaande bestemmingsplannen. De gemeente

Oldebroek dient binnen een jaar nadat het

Tracébesluit Hanzelijn onherroepelijk is geworden

bestaande bestemmingsplannen te herzien met het

oog op de geluidscontour overeenkomstig het

Tracébesluit Hanzelijn.

Het Tracébesluit Hanzelijn geldt verder als voorbereidingsbesluit,

zoals bedoeld in artikel 21, eerste

lid, van de Wet op de ruimtelijke ordening. Hierdoor

wordt voorbereidingsbescherming gegeven voor het

gebied van het tracé en voor de bij het Tracébesluit

Hanzelijn behorende geluidzone.

Tabel 3.1: Vigerende bestemmingsplannen, deeltraject gemeente Oldebroek

Voor bestemmingsplannen waarmee de Hanzelijn

rekening moet houden geldt een peildatum van

24 augustus 2001. Dit is de datum van het ministerieel

standpunt over de Hanzelijn. In (bestemmings)plannen

van na deze datum moet rekening

gehouden worden met de aanleg en de ligging van

de Hanzelijn.

Plannaam Datum Status

Hattemerbroek 1974 Herziening (bestemmingsplan Hattemerbroek-dorp)

Buitengebied 1973/1989 Herziening (bestemmingsplan Buitengebied Oldebroek-Zuid)


4Gemeente

Hattem

4.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt voor de gemeente Hattem

het tracé beschreven met de bijbehorende voorzieningen

en maatregelen van de gemeentegrens

met Kampen tot aan de kruising van de A28 (km

41.6 tot km 43.03). Het volledige tracé van de

Hanzelijn in de gemeente Hattem gaat van km 41.6

tot km 46.2.

Het tracédeel in Hattem van km 43.03 tot 46.2,

samen met het aan te passen deel van de

bestaande Veluwelijn, wordt in een aanvullend

Tracébesluit opgenomen. Dit wordt veroorzaakt

door het overnemen van de voorkeur van de

gemeente Hattem voor een hoge ligging van de

spoorbaan ter plaatse van het bedrijventerrein

Netelhorst. De gemeente heeft dit kenbaar

gemaakt in haar advies over het OTB Hanzelijn.

De uitwerking van de hoge ligging vergde meer

tijd dan het verwerken van de overige wijzigingen

die naar aanleiding van de inspraak en adviezen op

het OTB Hanzelijn zijn overgenomen. Deze wijzigingen

zijn opgenomen in het in september 2003

gepubliceerde document “Wijzigingen ontwerptracébesluit

Hanzelijn”. Naar analogie van dit

document zijn de wijzigingen in Hattem opgenomen

in het document “Wijzigingen ontwerptracébesluit

Hanzelijn Hattem – Zwolle” (WOTB

Hanzelijn Hattem – Zwolle). Dit document wordt

gelijktijdig met het Tracébesluit Hanzelijn gepubliceerd.

Het WOTB Hanzelijn Hattem – Zwolle wordt

overeenkomstig artikel 14 derde lid en artikel 14a

van de Tracéwet twee weken ter inzage gelegd.

Na het verwerken van eventuele inspraakreacties

wordt het Tracébesluit Hanzelijn in maart/april

2004 aangevuld met het WOTB-traject voor de

gemeente Hattem km 43.03 tot 46.2.

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 41

De in dit hoofdstuk achtereenvolgens beschreven

maatregelen zijn kruisende wegen, waterhuishouding,

kabels en leidingen, geluid, externe veiligheid,

natuur en landschap, bodem en waterkwaliteit,

cultuurhistorie en archeologie, trillingen, natuurcompensatie

en landbouw. Ook worden de activiteiten

en benodigde ruimte die nodig is tijdens

de bouwfase beschreven. Verder zal worden

ingegaan op de te amoveren bebouwing en de

doorwerking van het Tracébesluit Hanzelijn in

bestemmingsplannen.

4.2 Uitgangspunten voor

de Hanzelijn in de

gemeente Hattem

In het Standpunt Hanzelijn (bijlage bij de

“Bepalingen”), zijn de volgende elementen

opgenomen die bepalend zijn voor de tracering

en de inpassing in de gemeente Hattem:

• Rijksweg A28 (knooppunt Hattemerbroek) wordt

door middel van een spoorviaduct gekruist.

• Ten behoeve van de inpassing wordt uitgegaan

van een verdiepte ligging van de

Zuiderzeestraatweg bij de kruising met de op

maaiveld gelegen spoorlijn, met een optimalisering

van de ontsluiting van het bedrijventerrein

Netelhorst.

• Ten behoeve van de inpassing wordt uitgegaan

van een verdiepte aanleg van de ongelijkvloerse

kruising tussen de Hanzelijn en de Veluwelijn bij

Hattemerbroek, waarbij de hoogteligging van

de Hanzelijn in nader overleg met de provincie

Gelderland en de gemeente Hattem wordt

bepaald. Gestreefd wordt naar een ligging op

maaiveld van de Hanzelijn.


42

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

• Het gemeenschappelijke traject van de

Hanzelijn en de Veluwelijn tussen de aansluiting

bij Hattemerbroek en Zwolle blijft tweesporig.

• De huidige beweegbare tweesporige (lage)

IJsselbrug wordt vervangen door een vaste

tweesporige brug op Rijnvaarthoogte ten

zuiden van de bestaande brug, waarbij de

toeritten overeenkomstig de beleidsmatige

uitgangspunten van 'Ruimte voor de Rivier'

worden uitgevoerd. De huidige spoorbrug over

de IJssel wordt geamoveerd.

In de uitwerking van het Standpunt Hanzelijn

hebben de onderstaande punten een grote rol

gespeeld. Van west naar oost:

• De ontsluiting van bedrijventerrein Netelhorst

• De aansluiting Veluwelijn-Hanzelijn en de

ligging van de Geldersedijk

• De brug over de IJssel

4.3 Ligging van het tracé

4.3.1 Ligging van het tracé in

de gemeente Hattem

De Hanzelijn komt bij de Stouwe de gemeente

Hattem binnen. Hier ligt het spoor parallel aan en

ten noorden van de N50. Daarna passeert de

Hanzelijn knooppunt Hattemerbroek met een

spoorviaduct over Rijksweg A28 en buigt daarbij af

naar het noordoosten. Alvorens aan te sluiten op

het verlegde spoor van de Veluwelijn (km 45.3)

kruist de Hanzelijn de Oostersedijk en de Zuiderzeestraatweg

en ligt noordelijk van het bedrijventerrein

Netelhorst. Voor de oversteek van de

Geldersedijk en de IJssel wordt een nieuwe brug

net ten zuiden van de bestaande brug aangelegd.

De Hanzelijn ligt over 4,6 kilometer in de gemeente

Hattem van km 41.6 tot 46.2. In het Tracébesluit is

het tracédeel tussen km 41.6 en km 43.03 opge-

Tabel 4.1: Bereikbaarheids- en veiligheidsvoorzieningen gemeente Hattem

nomen. De exacte ligging van het tracé is op de

detailkaarten (nummers 47 en 48) weergegeven.

Bijbehorende voorzieningen

Voor de energievoorziening van de treinen wordt

in de gemeente Hattem een onderstation geplaatst

bij kilometer 42.0 ten noorden van het spoor.

Onderstations hebben een afmeting van circa 25 x

20 meter en een maximale hoogte van 8 meter.

Behalve dit grote onderstation worden er tevens

op regelmatige afstand kleinere meet- en regelkasten

en gebouwen geplaatst ten behoeve van:

• Telecommunicatie voor het spoorwegnet: GSMmast

elke 3 à 4 km. Deze masten hebben een

maximale hoogte van 16 meter.

• Installatiekasten voor elektrische voeding,

seinen, beveiliging en beheersing van het spoor

om de 1 à 2 km met afmetingen van circa 3 x 3

meter. Bij wissels en stations zijn de afmetingen

circa 3 x 6 en 3 x 15 meter.

• Voedingskasten voor de energievoorziening om

de 2 à 3 km met afmetingen van circa 9 x 5 meter.

Alle gebouwen hebben, met uitzondering van de

onderstations, een hoogte van maximaal 4 meter.

De onderstations zijn op de kaarten aangegeven

als ETS en maken onderdeel uit van de spoorzone.

De locaties van de overige voorzieningen zijn niet

op kaart opgenomen. Overeenkomstig de

”Bepalingen” mogen deze voorzieningen binnen

de spoorzone worden gerealiseerd.

Bereikbaarheids- en veiligheidsvoorzieningen

Voor het uitvoeren van werkzaamheden, inclusief

inspectie van spoor en de bovenleiding wordt een

schouwpad aangelegd. De schouwpaden hebben

een breedte van 1,5 meter en liggen aan beide

zijden van het spoor. Daar waar het spoor voor

hulpdiensten slecht bereikbaar is vanaf de openbare

weg wordt een brandweerpad aangelegd, waar

nodig met keerlussen. Op de plaatsen waar het

spoor op een hoge baan ligt, worden voor de

Kilometrering Type weg Te treffen maatregel Reden te treffen maatregel

42.0 – 43.78 (N) Brandweerpad Brandweerpaden parallel aan de spoorbaan.

Brandweerpaden worden aangesloten op wegen.

Bereikbaarheid hulpdiensten.

41.99 (N) Railinzetplaats Railinzetplaats Bereikbaarheid hulpdiensten.

Onderhoud spoor.

41.32 – 42.0 (N) Dienstweg Dienstweg Bereikbaarheid hulpdiensten.

Onderhoud spoor en

bijbehorende voorzieningen.

Verklaring:

N = Noordzijde van het spoor


Tabel 4.2: Kunstwerken gemeente Hattem

bereikbaarheid taludtrappen aangelegd. Daarnaast

worden voor de bereikbaarheid voor onderhoud en

calamiteiten voorzieningen aangelegd.

Kunstwerken

Bij de verschillende kruisingen van de Hanzelijn

met bestaande infrastructuur worden kunstwerken

gebouwd. Op kaart zijn de locaties aangeduid als

bebouwingsvlakken met nummer van het betreffende

kunstwerk. In tabel 4.2 wordt per op kaart

genummerd kunstwerk een typering gegeven en

worden de maten van de kunstwerken gegeven.

In de kolom “hoogte t.o.v. NAP” worden maten in

meters nauwkeurig gegeven. Overeenkomstig

artikel 7 van de ”Bepalingen” is een beperkte

afwijking hierop toegestaan. Bij de doorgangshoogte

is de afstand van de bovenkant van de

onderdoorgaande infrastructuur tot de onderkant

van het dek van het kunstwerk weergegeven.

De doorgangsbreedte geeft de breedte van alle

onderdoorgaande infrastructuur op maaiveld.

4.3.2 Kruising met Rijksweg A28

en aansluiting Veluwelijn

Ter plaatse van de gemeentegrens heeft de

Hanzelijn een maaiveldligging en ligt parallel aan

de N50. Na circa 1,5 km buigt de Hanzelijn naar het

noordoosten af en begint te stijgen om Rijksweg

A28 (km 43.85) middels een spoorviaduct te

kruisen. Het tracé ligt vervolgens noordelijk van

het bedrijventerrein Netelhorst. De bestaande

wegen Zuiderzeestraatweg en de Oostersedijk

worden ongelijkvloers gekruist. Bij de intakking

van de Veluwelijn op de Hanzelijn wordt het spoor

richting Amersfoort ongelijkvloers gekruist. Nabij

de Geldersedijk takken de sporen van de

Veluwelijn aan op de Hanzelijn.

4.3.3 De brug over de IJssel

De Hanzelijn kruist de IJssel middels een nieuw te

bouwen spoorbrug. Van dijk tot dijk moet een

afstand van ongeveer een kilometer overbrugd

worden. De nieuwe spoorbrug komt enkele tientallen

meters ten zuiden van de bestaande spoor-

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 43

Nummer Locatie Naam Type Doorgangs- Hoogte t.o.v. NAP (m)

(Km) hoogte (m) breedte (m) Bovenkant spoor (BS)

Wegdek (Weg)

KW 500 42.02 Oude Middelwetering A Duiker 2,2 4,0 BS: +2,65

Bodem duiker: -1,35

brug te liggen. De nieuwe brug komt op een

andere plaats te liggen omdat de oude brug nog

in gebruik is tijdens de bouw van de nieuwe brug.

De nieuwe brug bestaat uit een hoofdoverspanning

van circa 150 meter ter plaatse van de

vaargeul en aanbruggen in de uiterwaarden.

De bestaande brug heeft een bewegende hefbrug

omdat er bij hoogwater (vanaf 4,60 m boven NAP)

onvoldoende doorvaarthoogte voor het scheepvaartverkeer

is (circa 2 meter). Bij bundeling van de

nieuw aan te leggen Hanzelijn met de bestaande

Veluwelijn over de bestaande 2-sporige brug

ontstaan capaciteitsproblemen omdat de brug,

vanwege de vele treinen, niet open kan en

daardoor de scheepvaart wordt gehinderd, of

omdat het vele treinverkeer gehinderd wordt door

de brugopeningen. Het bewegende deel van deze

brug wordt dan de beperkende factor voor de

exploitatie van het spoor. Om deze reden is

gekozen om een nieuwe, verhoogde, vaste,

dubbelsporige brug over de IJssel aan te leggen.

Hierbij zal in principe de Rijnvaarthoogte van 9,10

meter ten opzichte van maatgevend hoogwater

worden gehanteerd. De nieuwe brug zal circa 7

meter hoger komen te liggen dan de bestaande

brug. De nieuw aan te leggen brug komt ongeveer

op dezelfde hoogte als de reeds bestaande brug

“Katerveer II” in Rijksweg A28. Gelet op het feit

dat deze brug er al ligt en dus maatgevend is, is er

geen noodzaak de brug in de Hanzelijn hoger dan

deze te leggen. Aan de vormgeving van de nieuwe

brug over de IJssel zal bij de verdere invulling van

het ontwerp bijzondere aandacht worden besteed.

Het is denkbaar dat, indien daartoe aanvullende

financiering beschikbaar komt, de nieuwe spoorbrug

van een fietsvoorziening wordt voorzien. In

dat geval zal nabij de Geldersedijk het toeleidende

fietspad op de daartoe verbrede spoorberm komen

te liggen. In het Tracébesluit Hanzelijn is geen

rekening gehouden met de fietsbrug en het toeleidende

fietspad. Indien daartoe alsnog wordt

besloten, wordt dit aanvullende werk in een afzonderlijke

planologische procedure opgenomen.

Er is ter plaatse van de uiterwaarden gekozen voor

een brug op pijlers, en niet voor een aarden baan

zoals bij de bestaande spoorbrug. Dit om zo min


44

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Figuur 4.1: Bestaande situatie Hattem

Figuur 4.1b: Tracé Hanzelijn in Hattem

mogelijk verstoring in het doorstroomprofiel te

hebben (Ruimte voor de Rivier). De pijlers van de

hoofdoverspanning en de aanbruggen leiden, in

vergelijking met de rest van de IJssel, tot een

geringe versmalling van het doorstroomprofiel van

de IJssel ter plaatse van de brug. Door de pijlers

van de hoofdoverspanning buiten de vaargeul te

plaatsen, wordt voorkomen dat ze een gevaar

vormen voor de scheepvaart. Ditzelfde geldt voor

de bouwputten rondom de pijlers tijdens de

uitvoering. De pijlers en de bouwputten leiden tot

opstuwing van het water en de daaruit volgende

waterpeilstijging. Om te voorkomen dat de waterstand

zodanig stijgt dat de veiligheid van het

achtergelegen gebied afneemt, zal het baanlichaam

van de bestaande spoorlijn worden afgegraven


wanneer deze buiten gebruik is. Dit afgraven heeft

volgens Rijkswaterstaat, Directie Oost-Nederland

een positief effect op de waterstand in de orde van

enkele centimeters.

De aarden baan ligt in Hattem tot aan de

Geldersedijk. De hoogte van de aarden baan stijgt,

komende vanuit Lelystad, na de kruising van de

Veluwelijn verder om over de Geldersedijk te gaan.

Over de Geldersedijk komt een viaduct te liggen

voor de vier intakkende sporen, twee van de

Hanzelijn en twee van de Veluwelijn. De Geldersedijk

en het parallel liggende fietspad blijven

gehandhaafd. Wel wordt de Geldersedijk in

verband met het viaduct enigszins verbreedt zodat

de steunpilaren van de brug niet in het talud van

de dijk, maar op de dijk komen te staan.

De aanbrug in de uiterwaarden is gecombineerd

met het viaduct over de Geldersedijk. De eerste

240 meter in de uiterwaarden bestaat uit aanbruggen.

Op deze aanbruggen zal de Veluwelijn

intakken op de Hanzelijn. De hoofdoverspanning

boven de IJssel zal circa 150 meter bedragen waarbij

het spoor op het hoogste punt 15,3 meter boven

NAP komt te liggen. De hoogte van het kunstwerk

zelf zal maximaal circa 35 meter bedragen.

Aan de Zwolse zijde ligt het spoor over circa

530 meter in de uiterwaarden. Over circa 510 meter

worden aanbruggen aangelegd en de laatste

20 meter zal uit een aarden baan bestaan.

Voor de bouw van de hoofdoverspanning zal een

bouwplaats van circa 200 bij 50 meter worden

gebruikt in de uiterwaarden aan de Hattemse zijde

van de IJssel.

Onderzochte, niet overgenomen

mogelijkheden

Als alternatief voor de brug heeft voorafgaand aan

het ontwerp-tracébesluit Hanzelijn op verzoek van

de 2e Kamer een afzonderlijke studie naar een

tunnel onder de IJssel plaatsgevonden. Hierbij zijn

verschillende tunnelvarianten vergeleken met een

oplossing waarbij de Hanzelijn de IJssel kruist

middels een brug (zoals in Tracébesluit Hanzelijn is

opgenomen). Uit deze studie is gebleken dat

tunnelvarianten minimaal 2 maal zo duur zijn als

een nieuwe brug en dat de milieuwinst beperkt is.

Zo ligt de Hanzelijn in Hattem en Zwolle in een

gebied waar ook Rijksweg A28,

Zuiderzeestraatweg en Rijksweg A50 liggen

waardoor de geluidswinst van een tunnelvariant

voor zowel mens als natuur beperkt zal zijn. Ook

liggen er reeds drie bruggen op korte afstand van

elkaar over de IJssel, waardoor ook het effect op

visuele hinder gering wordt geacht. Op grond van

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 45

de resultaten zijn er geen redenen om extra financiën

beschikbaar te stellen voor een heroverweging

van de in het Standpunt Hanzelijn opgenomen

nieuwe spoorbrug over de IJssel. De regio is de

mogelijkheid geboden voor een aanvullende financiering

van een tunnel. Inmiddels is gebleken dat

er binnen de regio geen aanvullende financiële

middelen beschikbaar zijn voor een tunnelvariant.

4.4 Infrastructurele

maatregelen

4.4.1 Wegen

Er worden op het tracé in Hattem tussen km 41.6

en km 43.03 geen wegen gekruist.

4.4.2 Waterhuishouding

Uitgangspunt is dat de waterpeilen in de verschillende

gebieden hetzelfde blijven. Er worden

verschillende maatregelen getroffen om de waterhuishouding

zoveel mogelijk te handhaven. In het

algemeen worden de hoofdwatergangen die de

Hanzelijn kruisen onder de Hanzelijn doorgevoerd

en daar waar wenselijk voorzien van een ecologische

verbinding. Hoofdwatergangen op het

Hanzelijntracé die niet kruisen worden verlegd en

waar mogelijk gecombineerd met spoorsloten. Het

totaal aan oppervlaktewater (spoorsloten) en dus de

bergingscapaciteit binnen de gebieden, neemt door

de aanleg van de Hanzelijn toe. Het regenwater

wordt afgevoerd naar de (spoor)sloten onderaan de

taluds. Dit voorkomt dat het relatief schone regenwater

via het rioleringssysteem moet worden afgevoerd

en voorkomt eveneens het overbodige

zuiveren van het regenwater. Daarnaast worden er

gebiedsspecifieke aanpassingen gemaakt:

• Om een strakke bundeling met de N50 mogelijk

te maken wordt alleen de noordelijke spoorsloot

aangelegd. Aan de zuidzijde wordt de ontwatering/afwatering

verzorgd door de huidige watergangen

aan de noordzijde van de N50.

• De afvoer in het gebied ten noorden van de

Zuiderzeestraatweg is in de huidige situatie

kritisch. Verslechtering van de capaciteit is niet

toegestaan. Haakse bochten in de watergang

moeten worden vermeden. Daartoe worden de

A-watergangen in dit gebied verlegd.

• Tussen de kruising van de Hanzelijn met de

Zuiderzeestraatweg en de kruising met de Oude

Middelwetering doorkruist de Hanzelijn een

gebied met een onderbemaling. Binnen dit

gebied is de rioolwaterzuiveringsinstallatie

(RWZI) gesitueerd. De onderbemaling wordt


46

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

gerealiseerd door het gemaal Netelhorst. Het

gemaal staat aan de zuidzijde van de Oude

Middelwetering ter plaatse van circa km 44.90.

Het gemaal en de onderbemaling worden

gehandhaafd. Gezien de geringe afmeting van

het gebied waar de onderbemaling is ingesteld

wenst het waterschap dat het onderbemalen

gebied niet wordt verkleind. De verbinding

tussen de delen ten zuiden en ten noorden van

de Hanzelijn wordt gerealiseerd door middel

van een duiker ø 800 mm onder de Hanzelijn.

4.4.3 Kabels en leidingen

Kabels en leidingen die in de grond liggen, worden

indien noodzakelijk aangepast. Voor zover ze de

Hanzelijn kruisen worden ze zoveel mogelijk

gebundeld onder het spoor doorgevoerd.

4.5 Inpassingsmaatregelen

4.5.1 Geluid

Uit het akoestisch onderzoek dat voor de gemeente

Hattem is uitgevoerd, blijkt dat op het tracé in

Hattem tussen km 41.6 en km 43.03 zich geen

geluidgevoelige bestemmingen bevinden binnen

de zone van de Hanzelijn.

4.5.2 Externe veiligheid

In Hattem bevinden zich geen kwetsbare bestemmingen

binnen de 30 meter veiligheidscontour van

het spoor.

Het groepsrisico als gevolg van het vervoer van

gevaarlijke stoffen over het spoor blijft in het tracé

door de gemeente Hattem ver onder de oriënterende

waarde. De richtlijnen voor het groepsrisico

leveren geen conflictsituaties voor dit gedeelte van

de Hanzelijn.

4.5.3 Landschap en cultuurhistorie

Bij het ontwerp en de inpassing van de Hanzelijn

zijn in de gemeente Hattem verschillende varianten

overwogen die binnen de kaders van het

Standpunt mogelijk zijn. De eerder beschreven

keuze is mede gebaseerd op landschappelijke overwegingen.

4.5.4 Natuur

Het gebied tussen Kampen en Zwolle bestaat voor

een belangrijk deel uit grootschalig tot middenschalig,

open veenweidelandschap. Het gebied is in

agrarisch gebruik. De verkaveling en het patroon

van wegen- en waterlopen is rechtlijnig. De beplanting

bevindt zich voornamelijk langs dijken. Ook

komt langs de dijken een groot aantal wielen voor.

Het gebied is deels onderdeel van de EHS en vormt

een verbinding tussen de IJssel en de randmeren.

Het gebied maakt deel uit van een gordel van

vochtige graslandgebieden langs de voormalige

Zuiderzeekust. Voor zwanen, ganzen en eenden is

het een belangrijk foerageergebied.

Binnen het gebied komen verschillende lijnvormige

structuren voor. Dit zijn belangrijke dragers voor de

natuurwaarden, met name de dijken met beplantingen

en wielen met open water en moerasvegetaties,

schrale bermen en kwelgebieden.

Beschermde gebieden

De beschermde gebieden zijn opgenomen op de

bijgevoegde kaart. De nummering op kaart

verwijst naar de onderstaande gebieden.

Uiterwaarden van de IJssel (nr. 19)

Aan beide zijden van de IJssel (bij Hattem en bij

Zwolle) bestaan de uiterwaarden van de IJssel uit

graslanden en natte schraalgraslanden die van

betekenis zijn vanwege de flora en vegetatie en

door de aanwezige vogels en amfibieën. Het

gebied behoort tot de EHS en is aangewezen als

speciale beschermingszone voor de Vogelrichtlijn

vanwege het voorkomen van de volgende soorten:

wilde zwaan, kleine zwaan, kwartelkoning,

reuzenstern, ijsvogel, kolgans, smient, slobeend,

meerkoet en grutto.

In de omgeving zijn twee vleermuissoorten waargenomen:

de laatvlieger en de rosse vleermuis.

Op de dijktaluds worden blauwe bremraap, cipreswolfsmelk,

karwijvarkenskervel, echte kruisdistel

en veldsalie aangetroffen.

Beschermde soorten

Kolonies van franjestaart, watervleermuis, meervleermuis

en dwergvleermuis bevinden zich aan de

oevers van de IJssel. Voornamelijk aan de oostoever.

Alle vleermuizen zijn strikt beschermd op

grond van bijlage IV van de Habitatrichtlijn en de

Flora- en faunawet. De uiterwaarden van de IJssel

zijn ook waardevol voor amfibieën. Er komen

algemeen voorkomende en thans niet bedreigde

soorten voor.


Een groot deel van het Oude Land is een belangrijk

gebied voor weidevogels en wintergasten. Alle

vogels zijn beschermd op grond van de Flora- en

faunawet.

In het Oude Land zijn een aantal plantensoorten

waargenomen die beschermd zijn op grond van de

Flora- en faunawet, met name in de

IJsseluiterwaarden.

Ecologische verbindingszones

IJssel – Polder Hattem.

In Polder Hattem heeft de Provincie Gelderland

een verbindingszone gepland met de biotoop van

de kamsalamander als referentie model.

Behalve deze verbindingszone die is aangewezen

vanuit het provinciaal beleid, vormen ook de

overige waterlopen, dijken en kolken een aanvulling

op de ecologische structuur in het gebied. De

volgende grotere waterlopen zijn naar verwachting

van belang voor de trek van amfibieën en

kleine zoogdieren in Hattem:

• Oude Middelwetering (a).

4.5.5 Bodem en waterkwaliteit

Bodem

De ondergrond langs de N50 in Hattem bestaat uit

een deklaag van klei met daaronder een veenlaag.

De draagkracht van de ondergrond is daardoor

onvoldoende om de spoorbaan op aan te leggen.

Afwijkend van het standaardprofiel wordt

vanwege de stabiliteit van de spoorbaan de

deklaag verwijderd en ook de veenlaag, met

uitzondering van de onderste meter. Deze wordt

vervangen door ophoogzand. Van de veenlaag

wordt de onderste meter gehandhaafd omdat

daardoor een afdichtende laag gehandhaafd blijft

tussen het spoorcunet en het onderliggende watervoerend

pakket.

De reden om deze waterafsluitende laag te handhaven

zijn:

• Tegengaan kwel vanuit het watervoerend

pakket (grondwater) naar het spoorcunet.

• Afschermen grondwater tegen eventuele vervuiling

vanuit spoorcunet.

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 47

Aanvullend moet vanwege een minder stabiele

ondergrond een bredere steunberm worden toegepast,

namelijk een berm met een breedte van 4

meter ter plaatse van de maaiveldligging in plaats

van de standaard berm van 3 meter breed.

Waterkwaliteit

De ondergrond is erg grillig. Er is een deklaag

aanwezig, afwisselend dik en dun, en nog maar

een dunne scheidende laag tussen het eerste en

tweede watervoerend pakket. De stijghoogte in

het eerste watervoerend pakket is hier circa NAP –

2 meter, waardoor nog steeds sprake is van een

kwelsituatie. Daar waar de deklaag en de eerste

scheidende laag niet aanwezig zijn kunnen grote

effecten optreden op de onttrekkingsdebieten en

invloedsfeer van bemalingen. Indien blijkt dat er

bij de aanleg van een kunstwerk een bemaling

wordt toegepast zal er bij de vergunningverlening

gekeken worden naar de effecten van deze

bemaling op de huidige grondwatersituatie en

op de omgeving.

Afhankelijk van de bouwactiviteiten die nodig zijn

om bepaalde kunstwerken aan te leggen, zullen

peilbuizen geplaatst worden en/of zal aanvullend

grondonderzoek worden uitgevoerd.

4.5.6 Archeologie

Om de archeologische waarden te ontzien tijdens

de aanleg van de Hanzelijn zijn archeologische

vindplaatsen binnen het tracé geïnventariseerd en

op waarde geschat. Dit is gedaan op basis van

archeologisch, historisch en geologisch bronnenonderzoek.

In de vervolgfase van het project zal

een inventariserend veldonderzoek worden uitgevoerd.

Het veenontginningslandschap op het grondgebied

van Hattem is zeer waardevol vanuit historisch-geografisch

oogpunt. Hier is er sprake van

een relatief hoge dichtheid van cultuurhistorisch

waardevolle elementen en patronen. Op dit

moment zijn acht archeologische en cultuurhistorische

locaties in het onderzoeksgebied bekend,

waarvan er zich zes op minder dan 200 meter van

het tracé bevinden. Bijzondere waarden worden

voornamelijk vertegenwoordigd door de kronke-

Tabel 4.9: Inpassingsmaatregelen voor instandhouding van ecologische verbindingszones (Hattem)

Km Naam verbinding Omschrijving en doelsoorten Type voorziening

42.1 Oude Middelwetering (a) Relatie agrarisch gebied Hattem-IJsseldal voor Type 2: natte duiker met

kleine zoogdieren, amfibieën en vissen droge loopconstructie


48

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

lige historische dijken, met de eraan gelegen

kolken, en historische boerderijen op terpen.

Het deel van het onderzoeksgebied wat op het

grondgebied van Hattem ligt, is voornamelijk in

gebruik (geweest) als weiland. Hierdoor hebben

archeologische veldverkenningen tot op heden

weinig gegevens opgeleverd. Uitspraken over de

archeologische potentie van het gebied zijn

daarom met name gebaseerd op historische en

fysisch-geografische gegevens en de weinige

toevalsvondsten. Naast alertheid bij het inventariserend

veldonderzoek op de aanwezigheid van

vroeg-prehistorische vindplaatsen, dient de

aandacht zich vooral te richten op aanwijzingen

voor sporen en patronen die een onderdeel zijn

van het middeleeuwse ontginningslandschap.

In bijlage 2 is een archeologische verwachtingskaart

opgenomen.

4.5.7 Trillingen

Er zijn in Hattem voor het tracé tussen km 41.6 en

43.03 geen objecten aanwezig waar door realisatie

van de Hanzelijn de streefwaarden voor trillingen

(SBR-Richtlijn B 2002) worden overschreden.

4.6 Natuurcompensatie

Er zijn in Hattem voor het tracé tussen km 41.6 en

43.03 geen effecten op natuurgebieden te

verwachten waarvoor gecompenseerd moeten

worden.

Voor soorten is aangegeven welke beschermde

soorten (mogelijk) voorkomen in het studiegebied

van de Hanzelijn. Voor een gedetailleerde effectbepaling

op soorten zoals deze nodig is voor de

ontheffingsaanvraag voor de Flora- en faunawet,

zijn de verspreidingsgegevens uit de

Trajectnota/MER Hanzelijn te globaal om te

kunnen beoordelen of soortgerichte compensatie

aan de orde is. Nagegaan is in hoeverre meer gedetailleerde

informatie beschikbaar is. Hiervoor zijn

een aantal aanvullende, bestaande bronnen

geraadpleegd (provincie, Staatsbosbeheer, kennis

gebiedsdeskundigen). Ook is een quick scan in het

veld uitgevoerd om (potentieel) geschikte

biotopen voor beschermde soorten in kaart te

brengen, evenals waarnemingen van beschermde

soorten. Op basis van deze gegevens wordt soortgerichte

compensatie nader uitgewerkt ten

behoeve van de ontheffingsaanvraag in het kader

van de Flora- en faunawet. Parallel aan het

ontwerp-tracébesluit Hanzelijn is de ontheffing

aangevraagd. Artikel 75a van de Flora- en

faunawet maakt het mogelijk dat tegelijkertijd

met het vaststellen van het Tracébesluit Hanzelijn

een ontheffing verkregen wordt.

4.7 Landbouw

Tabel 4.12: Inpassingsmaatregelen in het kader van de landbouw gemeente Hattem

Op een aantal plaatsen is er sprake van een schuine

doorsnijding van de kavelstructuur. De kavelstructuur

zal daardoor worden aangetast. Uitgangspunt

voor de inpassing is dat het gebied als landbouwgebied

kan blijven functioneren. Dit uitgangspunt zal

worden vormgegeven in overleg met de betrokken

ondernemers, gemeente, de provincie en het waterschap.

Voor de bedrijven gelegen langs de Hanzelijn

zal in overleg met betrokkenen naar oplossingen

worden gezocht. Hierbij wordt onder andere

gedacht aan inzet van het instrument kavelruil.

Landbouw en water

In overleg met het waterschap Groot Salland is in

het spoorontwerp de bestaande waterhuishoudkundige

situatie verwerkt. Eén van de uitgangspunten

daarbij is dat afwatering/ontwatering van

de aanliggende percelen wordt gehandhaafd.

Verder wordt het peilbeheer in de gebieden en

ook het lokale peilbeheer gehandhaafd. Aantasting

door het drainagesysteem zal worden hersteld.

4.8 Te amoveren bebouwing

Er wordt in de gemeente Hattem voor het tracé

tussen km 41.6 en 43.03 geen bebouwing als

gevolg van de aanleg van de Hanzelijn geamoveerd

(gesloopt)

Naam/omschrijving/locatie Km Inpassingsmaatregel

Strook langs N50 tot en bij knooppunt Rijksweg A28 42.5 – 43.7 Niet te vermijden areaal verlies, aankoop- en /of

Hattemerbroek kavelruil.


4.9 Bouw en aanleg van de

Hanzelijn

4.9.1 Bouwzones

Voor het realiseren van de Hanzelijn zijn er, naast

de ruimte die benodigd is voor de spoorbaan zelf,

op diverse locaties bouwzones noodzakelijk. De

bouwzones zijn terreinen die tijdelijk nodig zijn

voor de aanleg van de Hanzelijn. De bouwzone ligt

zoveel mogelijk in de directe nabijheid van het

werk. Idealiter ligt er tussen de bouwzone en het

te bouwen werk geen kruisende infrastructuur. Per

werk is nagegaan waar ruimte beschikbaar is. De

bouwzones worden gebruikt voor een zestal

functies:

1. Gebruik door de aannemer voor:

– Opslag van materiaal

– Horizontaal en verticaal transport

– Werkplaatsen

– Bouwketen

– Parkeerplaatsen voor personeel

2. Afwikkelen van het bouwverkeer

3. Omleiden van het reguliere verkeer

4. Bouwemplacement voor de aanleg van de

bovenbouw

5. Los- en laadplaats en opslag van zand/grond

6. Terrein waar de bestaande infrastructuur verwijderd

wordt

In de gemeente Hattem kost de bouw van de

kunstwerken over de IJssel in combinatie met de

aansluiting Veluwelijn met de dive-under en de

onderdoorgang van de Zuiderzeestraatweg de

meeste tijd.

In de gemeente Hattem voor het tracé tussen km

41.6 en 43.03 zijn geen permanente gronddepots

voorzien.

4.9.2 Bouwverkeer

Tijdens de bouw van de Hanzelijn zullen er grote

hoeveelheden materiaal en materieel aangevoerd

en afgevoerd worden naar het gebied waar de

Hanzelijn komt te liggen. Zoveel mogelijk zal het

bouwverkeer binnen de spoorzone van de

Hanzelijn zelf plaatsvinden, zodat de overige

wegen ontzien worden.

Tabel 4.14: Bouwzones gemeente Hattem

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 49

Daarnaast zal er hinder zijn van het bouwverkeer

dat op de één of andere manier de bouwweg en

de bouwzones moet kunnen bereiken. Omdat de

omvang en de routes van het bouwverkeer nog

niet bekend zijn, zijn daar op dit moment nog

geen exacte uitspraken over te doen. De hinder zal

afhankelijk zijn van de keuze van de aannemer

voor bijvoorbeeld vervoer van zand per leiding of

per vrachtwagen. De toegestane hinder wordt

nader geregeld in de vergunningverlening van de

gemeente.

4.9.3 Hinder tijdens de bouw

Er zijn diverse manieren waarop de omgeving van

een groot bouwproject als de Hanzelijn hinder zou

kunnen ondervinden van de werkzaamheden.

Globaal is hier aangegeven wat men kan

verwachten. De mogelijke vormen van hinder waar

het hier om gaat zijn:

• Geluidhinder

• Trillingshinder

• Onveiligheid

• Veranderingen in de grondwaterstand

• Slechtere bereikbaarheid

• Overlast voor verkeer

• Overlast van bouwverkeer

• Tijdelijke afsluiting nutsvoorzieningen

Het streven is hinder zoveel mogelijk te beperken.

Bij dit soort projecten is hinder echter onvermijdelijk.

Deels zullen de afwegingen omtrent aanvaardbare

hinder in de besluitvorming rondom bouw- en

aanlegvergunningen aan de orde komen.

4.10 Doorwerking van het

Tracébesluit Hanzelijn

op bestemmingsplannen

Het Tracébesluit Hanzelijn heeft consequenties

voor bestaande bestemmingsplannen. De

gemeente Hattem dient binnen een jaar nadat het

Tracébesluit Hanzelijn onherroepelijk is geworden

bestemmingsplannen overeenkomstig het

Tracébesluit Hanzelijn vast te stellen of te herzien.

Voor zover het Tracébesluit Hanzelijn in strijd is

met een bestemmingsplan geldt het Tracébesluit

Naam Locatie Omvang Functie

Geldersekade – Oude Middelwetering Ten zuiden van de baan. 2.860 m2 , 8.100 m2 , 7.000 m2 en 31.970 m2 2


50

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Hanzelijn als vrijstelling, zoals bedoeld in artikel 19

van de Wet op de ruimtelijke ordening. Het

Tracébesluit Hanzelijn werkt dus rechtstreeks door

in het ruimtelijke beleid van de gemeente Hattem.

Het Tracébesluit Hanzelijn geldt verder als voorbereidingsbesluit,

zoals bedoeld in artikel 21, eerste

lid, van de Wet op de ruimtelijke ordening.

Hierdoor wordt voorbereidingsbescherming

gegeven voor het gebied van het tracé en voor de

bij het Tracébesluit Hanzelijn behorende geluidzone.

Voor bestemmingsplannen waarmee de Hanzelijn

rekening moet houden geldt een peildatum van

24 augustus 2001. Dit is de datum van het ministerieel

standpunt over de Hanzelijn. In (bestemmings)plannen

van na deze datum moet rekening

gehouden worden met de aanleg en de ligging van

de Hanzelijn.

In tabel 4.16 zijn de vigerende bestemmingplannen

van de gemeente Hattem opgenomen. In bijlage 4

zijn de bestemmingsplangebieden op kaart weergegeven.

In onderstaande tabel is de codering van

het betreffende bestemmingsplan opgenomen.

Tabel 4.16: Vigerende bestemmingsplannen, deeltraject gemeente Hattem

Codering op Plannr. Code Km Plannaam Datum Status

kaart gemeente ProRail

H3 3 3 41.60-46.20 Buitengebied II / Claerwater 1980 Vastgesteld en goedgekeurd

H3a 3a 3a 44.70-45.00 Claerwater 13e partiële herziening 1992 Vastgesteld en goedgekeurd

H3b 3b 3b 44.60-44.90 Claerwater 25e herziening 1999 Vastgesteld en goedgekeurd


5Gemeente

Zwolle

5.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt voor de gemeente Zwolle

het tracé beschreven met de bijbehorende voorzieningen

en maatregelen van na de IJsselbrug tot

vlak voor station Zwolle (km 46.8 tot km 48.4). Het

volledige tracé van de Hanzelijn in de gemeente

Zwolle gaat van km 46.2 tot km 48.76. Dit komt

overeen met de Veluwelijn km 84.6 tot km 2.23.

Het tracédeel in Zwolle van km 46.2 tot km 46.8 en

km 48.4 tot km 48.76 wordt in een aanvullend

Tracébesluit opgenomen. De wijziging op tracédeel

van km 46.2 tot km 46.8 wordt veroorzaakt door

het overnemen van de voorkeur van de gemeente

Hattem voor een hoge ligging van de spoorbaan ter

plaatse van het bedrijventerrein Netelhorst. De

gemeente heeft dit kenbaar gemaakt in haar advies

over het OTB Hanzelijn. De uitwerking van de hoge

ligging vergde meer tijd dan het verwerken van de

overige wijzigingen die naar aanleiding van de

inspraak en adviezen op het OTB Hanzelijn zijn

overgenomen. Deze wijzigingen zijn opgenomen in

het in september 2003 gepubliceerde document

“Wijzigingen ontwerp-tracébesluit Hanzelijn”.

De wijziging op tracédeel van km 48.4 tot km 48.76

zijn een gevolg van recentelijk ontdekte omissies in

het akoestisch onderzoek in het OTB Hanzelijn.

Hierdoor wordt een geluidscherm aangepast en

wijzigingen de hogere waarden aan de

Willemsvaart.

Naar analogie van het document “Wijzigingen

ontwerp-tracébesluit Hanzelijn” zijn de wijzigingen

in Zwolle opgenomen in het document

“Wijzigingen ontwerp-tracébesluit Hanzelijn

Hattem – Zwolle” (WOTB Hanzelijn Hattem –

Zwolle). Dit document wordt gelijktijdig met het

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 51

Tracébesluit Hanzelijn gepubliceerd. Het WOTB

Hanzelijn Hattem – Zwolle wordt overeenkomstig

artikel 14 derde lid en artikel 14a van de Tracéwet

twee weken ter inzage gelegd. Na het verwerken

van eventuele inspraakreacties wordt het

Tracébesluit Hanzelijn in maart/april 2004 aangevuld

met het WOTB-trajecten km 46.2 tot km 46.8

en km 48.4 tot km 48.76.

De in dit hoofdstuk achtereenvolgens beschreven

maatregelen zijn kruisende wegen, waterhuishouding,

kabels en leidingen, geluid, externe veiligheid,

natuur en landschap, bodem en waterkwaliteit,

cultuurhistorie en archeologie, trillingen, natuurcompensatie

en landbouw. Ook worden de activiteiten

en benodigde ruimte die nodig is tijdens de

bouwfase beschreven. Verder zal worden ingegaan

op de doorwerking van het Tracébesluit Hanzelijn in

bestemmingsplannen. Specifiek voor de gemeente

Zwolle wordt ingegaan op de kruising met de IJssel.

5.2 Uitgangspunten voor

de Hanzelijn in de

gemeente Zwolle

In het Standpunt Hanzelijn (bijlage bij de

“Bepalingen”), zijn de volgende elementen opgenomen

die bepalend zijn voor de tracering en de

inpassing in de gemeente Zwolle:

• De huidige lage tweesporige IJsselbrug wordt

vervangen door een vaste tweesporige brug op

Rijnvaarthoogte, ten zuiden van de bestaande

brug, waarbij de toeritten overeenkomstig de

beleidsmatige uitgangspunten van “Ruimte

voor de Rivier” worden uitgevoerd. De huidige

spoorbrug over de IJssel wordt geamoveerd.


52

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

In de uitwerking van het Standpunt Hanzelijn heeft

het onderstaande punt een grote rol gespeeld:

• De aansluiting van het spoor vanaf de nieuwe

IJsselbrug ter plaatse van het rangeerterrein op

de bestaande spoorbaan. De aansluiting is

gelegen in het drinkwaterbeschermingsgebied

het Engelsche Werk.

5.3 Ligging van het tracé

5.3.1 Ligging van het tracé in

de gemeente Zwolle

De Hanzelijn komt via de nieuwe brug over de

IJssel de gemeente Zwolle binnen. Deze brug komt

ten zuiden van de huidige brug te liggen. Na de

kruising met de Schellerdijk ligt de Hanzelijn ter

plaatse van het bestaande spooremplacement. De

Hanzelijn sluit ter plaatse van het rangeeremplacement

Zwolle aan op de bestaande sporen, waarbij

een aantal sporen van het bestaande emplacement

komen te vervallen.

De Hanzelijn ligt over 2,6 kilometer in de gemeente

Zwolle van km 46.2 tot 48.76. In het Tracébesluit is

het tracédeel tussen km 46.8 en km 48.4 opgenomen.

Naar de huidige inzichten komt er tussen Zwolle en

Lelystad vier keer per uur een sneltrein te rijden.

Twee afkomstig uit Amsterdam en twee uit Zwolle.

Deze treinen stoppen tussen Amsterdam en Zwolle

in Almere Centrum, Almere Buiten, Lelystad

Centrum, Dronten en Kampen Zuid. De geschatte

reistijd naar Kampen Zuid bedraagt circa 11 minuten,

naar Dronten circa 18 minuten en naar Lelystad

circa 28 minuten.

Bijbehorende voorzieningen

In de gemeente Zwolle worden geen onderstations

gebouwd. Wel worden kleinere meet- en regel-

Tabel 5.1: Bereikbaarheids- en veiligheidsvoorzieningen gemeente Zwolle

kasten geplaatst ten behoeve van:

• Installatiekasten voor elektrische voeding,

seinen, beveiliging en beheersing van het spoor

om de 1 à 2 km met afmetingen van circa 3 x 3

meter. Bij wissels en stations zijn de afmetingen

circa 3 x 6 en 3 x 15 meter.

• Voedingskasten voor de energievoorziening om

de 2 à 3 km met afmetingen van circa 9 x 5

meter.

Alle gebouwen hebben, met uitzondering van de

onderstations, een hoogte van maximaal 4 meter.

De onderstations zijn op de kaarten aangegeven

als ETS en maken onderdeel uit van de spoorzone.

De locaties van de overige voorzieningen zijn niet

op kaart opgenomen. Overeenkomstig de

”Bepalingen” mogen deze voorzieningen binnen

de spoorzone worden gerealiseerd.

Bereikbaarheidsvoorzieningen

Voor de bereikbaarheid voor onderhoud en calamiteiten

worden voorzieningen aangelegd zoals

opgenomen in tabel 5.1.

Dwarsverbindingen/kunstwerken

Bij de verschillende kruisingen van de Hanzelijn

met bestaande infrastructuur worden kunstwerken

gebouwd. Op kaart zijn de locaties aangeduid als

bebouwingsvlakken met nummer van het betreffende

kunstwerk. In tabel 5.2 wordt per op kaart

genummerd kunstwerk een typering gegeven en

worden de maten van de kunstwerken gegeven. In

de kolom “hoogte t.o.v. NAP” worden maten in

meters nauwkeurig gegeven. Overeenkomstig

artikel 7 van de ”Bepalingen” is een beperkte

afwijking hierop toegestaan. Bij de doorgangshoogte

is de afstand van de bovenkant van de

onderdoorgaande infrastructuur tot de onderkant

van het dek van het kunstwerk weergegeven. De

doorgangsbreedte geeft de breedte van alle

onderdoorgaande infrastructuur op maaiveld.

Kilometrering Type weg Te treffen maatregel Reden te treffen maatregel

46.86 (N) Keer- / opstelplaats Mogelijkheid voor keren, Bereikbaarheid hulpdiensten.

passeren of parkeren

van voertuigen.

Onderhoud spoor en bijbehorende voorzieningen.

48.11 Dienstweg Dienstweg Bereikbaarheid hulpdiensten.

Onderhoud spoor en bijbehorende voorzieningen.

46.86 Taludtrap Taludtrap Bereikbaarheid hulpdiensten.

Onderhoud spoor en bijbehorende voorzieningen.

Verklaring:

N = Noordzijde van het spoor


Figuur 5.1: Bestaande situatie

Figuur 5.2: Toekomstige situatie

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 53


54

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Tabel 5.2: Kunstwerken gemeente Zwolle

Nummer Locatie (km) Naam Type Doorgangs- Hoogte t.o.v. NAP (m)

Hoogte (m) Breedte (m) Bovenkant spoor (BS)

Wegdek (Weg)

KW 560 45.93 tot 46.8 IJssel Spoorbrug en 6,3 150,0 (spoorbrug) Hoogste punt

aanbruggen BS: 15,30

KW 570 46.88 Schellerdijk Onderdoorgang 3,6 6,5 BS: +6,48

Weg: +1,50

5.3.2 De brug over de IJssel

De Hanzelijn kruist de IJssel middels een nieuw te

bouwen spoorbrug. Van dijk tot dijk moet een

afstand van ongeveer een kilometer overbrugd

worden. De nieuwe spoorbrug komt 40 à 50 meter

ten zuiden van de bestaande spoorbrug te liggen.

De nieuwe brug komt op een andere plaats te

liggen omdat de oude brug nog in gebruik is

tijdens de bouw van de nieuwe brug. De nieuwe

brug bestaat uit een hoofdoverspanning van circa

150 meter ter plaatse van de vaargeul en aanbruggen

in de uiterwaarden.

De bestaande brug heeft een bewegende hefbrug

omdat er bij hoogwater (vanaf 4,60 m boven NAP)

onvoldoende doorvaarthoogte voor het scheepvaartverkeer

is (circa 2 meter). Bij bundeling van de

nieuw aan te leggen Hanzelijn met de bestaande

Veluwelijn over de bestaande 2-sporige brug

ontstaan capaciteitsproblemen omdat de brug,

vanwege de vele treinen, niet open kan en

daardoor de scheepvaart wordt gehinderd, of

omdat het vele treinverkeer gehinderd wordt door

de brugopeningen. Het bewegende deel van deze

brug wordt dan de beperkende factor voor de

exploitatie van het spoor. Om deze reden is

gekozen om een nieuwe, verhoogde, vaste,

dubbelsporige brug over de IJssel aan te leggen.

Hierbij zal in principe de Rijnvaarthoogte van

9,10 meter ten opzichte van maatgevend hoogwater

worden gehanteerd. De nieuwe brug zal

circa 7 meter hoger komen te liggen dan de

bestaande brug. De nieuw aan te leggen brug

komt ongeveer op dezelfde hoogte als de reeds

bestaande brug “Katerveer II” in Rijksweg A28.

Gelet op het feit dat deze brug er al ligt en dus

maatgevend is, is er geen noodzaak de brug in de

Hanzelijn hoger dan deze te leggen. Aan de vormgeving

van de nieuwe brug over de IJssel zal bij de

verdere invulling van het ontwerp bijzondere

aandacht worden besteed. Het is denkbaar dat,

indien daartoe aanvullende financiering beschikbaar

komt, de nieuwe spoorbrug van een fietsvoorziening

wordt voorzien. In dat geval zal nabij de

Geldersedijk het toeleidende fietspad op de

daartoe verbrede spoorberm komen te liggen. In

het Tracébesluit Hanzelijn is geen rekening

gehouden met de fietsbrug en het toeleidende

fietspad. Indien daartoe alsnog wordt besloten,

wordt dit aanvullende werk in een afzonderlijke

planologische procedure opgenomen.

Er is ter plaatse van de uiterwaarden gekozen voor

een brug op pijlers, en niet voor een aarden baan

zoals bij de bestaande spoorbrug. Dit om zo min

mogelijk verstoring in het doorstroomprofiel te

hebben (Ruimte voor de Rivier). De pijlers van de

hoofdoverspanning en de aanbruggen leiden, in

vergelijking met de rest van de IJssel, tot een

geringe versmalling van het doorstroomprofiel van

de IJssel ter plaatse van de brug. Door de pijlers

van de hoofdoverspanning buiten de vaargeul te

plaatsen, wordt voorkomen dat ze een gevaar

vormen voor de scheepvaart. Ditzelfde geldt voor

de bouwputten rondom de pijlers tijdens de

uitvoering. De pijlers en de bouwputten leiden tot

opstuwing van het water en de daaruit volgende

waterpeilstijging. Om te voorkomen dat de waterstand

zodanig stijgt dat de veiligheid van het

achtergelegen gebied afneemt, zal het baanlichaam

van de bestaande spoorlijn worden afgegraven

wanneer deze buiten gebruik is. Dit

afgraven heeft volgens Rijkswaterstaat, Directie

Oost-Nederland een positief effect op de waterstand

in de orde van enkele centimeters.

De hoofdoverspanning boven de IJssel zal circa

150 meter bedragen waarbij het spoor op het

hoogste punt 15,3 meter boven NAP komt te

liggen. De hoogte van het kunstwerk zelf zal

maximaal circa 35 meter bedragen. Aan de Zwolse

zijde ligt het spoor over circa 530 meter in de uiterwaarden.

Over circa 510 meter worden

aanbruggen aangelegd en de laatste 20 meter zal

uit een aarden baan bestaan. Deze aarden baan in

de uiterwaarden is nodig om er voor te zorgen dat

de IJsselbrug niet de waterkerende werking van de

dijk aantast. Met een hogere brug die binnendijks

eindigt is geen aarden baan in de uiterwaarden

nodig, maar dit is vanuit landschappelijk oogpunt

ongewenst.


Voor de bouw van de hoofdoverspanning zal een

bouwplaats van circa 200 bij 50 meter worden

gebruikt in de uiterwaarden aan de Hattemse zijde

van de IJssel.

Onderzochte, niet overgenomen mogelijkheden

Als alternatief voor de brug heeft voorafgaand aan

het ontwerp-tracébesluit Hanzelijn op verzoek van

de 2e Kamer een afzonderlijke studie naar een

tunnel onder de IJssel plaatsgevonden. Hierbij zijn

verschillende tunnelvarianten vergeleken met een

oplossing waarbij de Hanzelijn de IJssel kruist

middels een brug (zoals in Tracébesluit Hanzelijn is

opgenomen). Uit deze studie is gebleken dat

tunnelvarianten minimaal 2 maal zo duur zijn als

een nieuwe brug en dat de milieuwinst beperkt is.

Zo ligt de Hanzelijn in Hattem en Zwolle in een

gebied waar ook Rijksweg A28,

Zuiderzeestraatweg en Rijksweg A50 liggen

waardoor de geluidswinst van een tunnelvariant

voor zowel mens als natuur beperkt zal zijn. Ook

liggen er reeds drie bruggen op korte afstand van

elkaar over de IJssel, waardoor ook het effect op

visuele hinder gering wordt geacht. Op grond van

de resultaten zijn er geen redenen om extra financiën

beschikbaar te stellen voor een heroverweging

van de in het standpunt opgenomen nieuwe spoorbrug

over de IJssel. De regio is de mogelijkheid

geboden voor een aanvullende financiering van

een tunnel. Inmiddels is gebleken dat er binnen de

regio geen aanvullende financiële middelen

beschikbaar zijn voor een tunnelvariant.

5.4 Infrastructurele

maatregelen

5.4.1 Wegen

In deze paragraaf wordt aangegeven op welke

wijze de bestaande wegen worden aangepast. De

aanpassingen zijn eveneens aangegeven op de

betreffende detailkaarten.

De weg zoals aangegeven in tabel 5.3 worden door

de Hanzelijn gekruist. Bij de Schellerdijk gaat het

spoor over de weg heen en wordt de weg aangepast.

De kruising van het spoor met de IJsselallee

blijft gehandhaafd in de huidige vorm.

Tabel 5.3: Aan te passen wegen gemeente Zwolle

Kilometrering Naam Wegtypering

46.88 Schellerdijk Erftoegangsweg type II

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 55

Schellerdijk (km 46.88)

De Schellerdijk wordt zodanig onder de spoorbaan

doorgevoerd dat een sociaal veilige oplossing met

doorzicht ontstaat. De nieuwe kruising komt juist

ten zuiden van de huidige kruising te liggen, dit

omdat de Hanzelijn hier vanwege de nieuwe brug

nog steeds naast de bestaande Veluwelijn ligt.

De doorgangshoogte blijft evenals bij de huidige

kruising beperkt.

5.4.2 Waterhuishouding

In Zwolle worden geen spoorsloten aangelegd of

enige andere aanpassing op de waterhuishouding

uitgevoerd.

Het Engelsche Werk

Het Engelsche Werk is een drinkwaterwinning van

Vitens gelegen bij Zwolle. Ter bescherming van

deze drinkwaterwinning is een grondwaterbeschermingsgebied

en waterwingebied vastgesteld

in de Provinciale Milieuverordening. Aan werkzaamheden

in een grondwaterbeschermingsgebied

en waterwingebied worden strenge eisen gesteld

in de milieuverordening.

De vervangende spoorbaan met aanbruggen ligt in

het grondwaterbeschermingsgebied. Gedeputeerde

Staten kunnen op basis van bepaling 3.2.3 lid 1c van

de Provinciale Milieuverordening ontheffing voor

de spoorwerkzaamheden verlenen. De werkzaamheden

ten behoeve van de nieuwe aanbruggen en

de aarden baan ten behoeve van het landhoofd

hebben geen bijzondere effecten op het grondwaterbeschermingsgebied.

Op basis van het

Tracébesluit zal bij de provincie ontheffing worden

aangevraagd en nadere afspraken over de uitvoering

worden gemaakt.

De aanpassing van de sporen op de bestaande

spoorbaan in het waterwingebied ten behoeve van

de Hanzelijn, wordt in het Tracébesluit Hanzelijn

als een reconstructie beschouwt. Gedeputeerde

Staten kunnen op basis van bepaling 2.2.3 lid 1 van

de Provinciale Milieuverordening ontheffing voor

een reconstructie geven. In het waterwingebied

bestaan de werkzaamheden uit het vervangen van

het stalen spoorviaduct over de Schellendijk door

een betonnen viaduct. Ter plaatse van het rangeerterrein

zullen een aantal van de aanwezige sporen

worden opgebroken. Vervolgens wordt het nieuwe

hogere baanlichaam voor de sporen van de

Hanzelijn aangebracht. Hierbij wordt geen cunet

toegepast. Verwacht wordt dat de werkzaamheden

geen bijzondere effecten hebben op het

waterwingebied. Op basis van het Tracébesluit

Hanzelijn zal bij de provincie een ontheffing


56

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

vanwege de reconstructie in het waterwingebied

worden aangevraagd en nadere afspraken over de

uitvoering worden gemaakt.

5.4.3 Kabels en leidingen

Kabels en leidingen die in de grond liggen, worden

indien noodzakelijk aangepast. Voor zover ze de

Hanzelijn kruisen worden ze zoveel mogelijk

gebundeld onder het spoor doorgevoerd.

Gezien de aard van de werkzaamheden worden in

Zwolle geen bijzondere zaken verwacht rondom

kabels en leidingen.

5.5 Inpassingsmaatregelen

5.5.1 Geluid

Uit het akoestisch onderzoek dat voor de gemeente

Zwolle is uitgevoerd blijkt dat na toepassing van

bronmaatregelen, de geluidbelasting ter plaatse

van een aantal geluidgevoelige bestemmingen de

voorkeursgrenswaarde van 57 dB(A) overschrijdt.

Onderzocht is of deze overschrijding teruggebracht

kan worden door het plaatsen van geluidschermen.

Met behulp van de in paragraaf 4.4.3 van de

“Algemene Toelichting” beschreven afwegingsmethodiek

en toetsingskader is vervolgens een

schermvoorstel voor de gemeente Zwolle opgesteld.

De daarbij gehanteerde uitgangspunten leiden tot

1 hogere waarde voor woningen en 1 hogere

waarde voor een scholencomplex vanwege het railverkeer

op het tracédeel tussen km 46.8 en km 48.4.

Voor iedere specifieke locatie met hogere waarden

is eventuele cumulatie met andere geluidbronnen

meegenomen in de belangenafweging.

Afweging hogere waarden gemeente Zwolle

In de aanpak van de geluidhinder is onderscheid

gemaakt tussen aanpassing van de bestaande baan

en de aanleg van een nieuwe spoorbaan. Daar

waar sprake is van de aanleg van een nieuwe

spoorbaan, is de voorkeursgrenswaarde 57 dB(A).

Waar sprake is van een wijziging van de bestaande

spoorbaan is de normstelling mede afhankelijk van

de geluidbelasting in de huidige situatie. Indien

deze op 1 juli 1987 hoger was dan 65 dB(A) is er

sprake van een saneringssituatie. Voor die situaties

is de voorkeursgrenswaarde net als bij aanleg van

nieuw spoor eveneens 57 dB(A).

Voor de woning Het Engelse Werk 2 is sprake van

een saneringssituatie; de geluidbelasting was in

1987 73 dB(A). Bij de woning zal de geluidbelasting

door de verschuiving van de spoorbaan in zuidoostelijke

richting, alsmede door de aanleg van de

nieuwe brug over de IJssel afnemen naar 67 dB(A).

Door plaatsing van een geluidscherm over een

lengte van 360 meter met een hoogte van 1,5 meter

kan de geluidbelasting teruggebracht worden tot

57 dB(A). Dit geluidscherm wordt hier niet doelmatig

geacht. Voor de woning wordt een hogere

waarde vastgesteld van 67 dB(A).

Ten behoeve van een onderwijsgebouw van

Hogeschool Windesheim (Z35) wordt een scherm

geplaatst op het naastgelegen spoorwegemplacement.

Dit scherm kan om railtechnische redenen

niet direct langs de doorgaande sporen worden

geplaatst maar wordt op circa 18 meter afstand

van het doorgaande spoor geplaatst. Hiervoor

wordt een bestaand emplacementspoor opgeheven

en verwijderd. Het betreffende onderwijsgebouw

heeft 6 bouwlagen. Bij een scherm van

2 meter hoogte wordt voor de onderste drie lagen

aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB(A) in de

dag- en avondperiode voldaan. Voor de bovenste

drie lagen dient een hogere waarde te worden

vastgesteld van maximaal 59 dB(A). Zelfs bij een

verhoging van dit geluidscherm naar 4 meter

wordt de voorkeursgrenswaarde van 55 dB(A) nog

steeds overschreden met 1 dB(A). Gelet op de

locatie van het scherm en de gezichtsbeperkingen

die dit scherm veroorzaakt op het emplacement is

de schermhoogte beperkt tot 2 meter.

Hogeschool Windesheim heeft het voornemen om

in de toekomst te gaan uitbreiden. Het betreft

onder andere een uitbreiding direct tegen het

spooremplacement aan. Op deze plaats is tussen

het sportveld en een bestaand schoolgebouw een

schoolgebouw geprojecteerd. Het geluidscherm

voor het bestaande onderwijsgebouw is ook effectief

voor deze geprojecteerde nieuwbouw. Bij dit

geluidscherm aan de oostzijde Hanzelijn (2 meter

hoog) wordt voor de onderste 3 lagen voldaan aan

de voorkeursgrenswaarde van 55 dB(A) in de dagen

avondperiode. Voor de bovenste etage (4 e laag)

dient een hogere waarde te worden vastgesteld

van 57 dB(A).

In het akoestisch onderzoek dat in het kader van

het OTB Hanzelijn is uitgevoerd is geen rekening

gehouden met de geprojecteerde nieuwbouw van

Hogeschool Windesheim. Naar aanleiding van een

reactie van de gemeente Zwolle, waarbij gesteld is

dat de voorgenomen uitbreiding van Windesheim

past binnen het geldende bestemmingsplan 7 e

uitwerking bestemmingsplan Zwolle Zuid, is een

geluidberekening voor de geprojecteerde nieuwbouw

uitgevoerd. Hierbij is uitgegaan van de

bouwmogelijkheden zoals genoemd in het uitwerkingsplan

waaronder een maximale bouwhoogte


Tabel 5.4: Geluidschermen gemeente Zwolle t.b.v. Hanzelijn

Van km Tot km Oriëntatie t.o.v. het tracé Hoogte (m)

(BS= bovenkant spoorstaaf)

47.700 48.135 Oost 2 meter + BS

Tabel 5.5: Hogere waarde gemeente Zwolle

van 12 meter, een breedte van circa 25 meter en

een lengte van 70 meter. Dit heeft geresulteerd in

het opnemen van een hogere waarde voor de

nieuwbouw van Hogeschool Windesheim.

In tabel 5.4 is het schermvoorstel weergegeven.

Het schermvoorstel is eveneens op kaart weergegeven

in bijlage 1.

Samengevat: Daar waar het volgens het schermcriterium

niet haalbaar is om een (hoger) scherm te

plaatsen of vanwege landschappelijke en/of stedenbouwkundige

overwegingen hoge geluidschermen

niet gewenst zijn en de geluidsnormen volgens de

berekeningen wel overschreden worden, zijn

hogere waarden vastgesteld. Zie tabel 5.5.

Alle adressen zijn door middel van een kennisgeving

in maart 2003 op de hoogte gesteld van het

voornemen van het vaststellen van een hogere

waarde. Alle tekstonderdelen uit het ontwerptracébesluit

Hanzelijn met betrekking tot geluid

zijn ter informatie gebundeld in het document

“Toelichting hogere waarde geluid Hanzelijn,

gemeente Zwolle”.

Tegelijk met de publicatie van het Tracébesluit

Hanzelijn zijn alle betrokken adressen schriftelijk

geïnformeerd over de in het Tracébesluit Hanzelijn

vastgestelde hogere waarden.

Snelheidsreductie als bronmaatregel

Snelheidsverlaging van de treinen op dit deel van

de Hanzelijn heeft geen zin omdat de baanvaksnelheid

in de omgeving Willemsvaart reeds aanzienlijk

beperkt is. Het effect van snelheidsreductie op de

geluidbelasting is daarom nihil.

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 57

Punt Adres Aantal 1987 2001 2010/2015 2010/2015 Hogere

Bestemmingen in dB(A) in dB(A) geen scherm met scherm waarde

in dB(A) in dB(A) in dB(A)

Z20 Het Engelse Werk 2 1 73 71 67 n.v.t. 67

Z35 Campus 5, Hogeschool

Windesheim 1 56 54 59 59 59

Z81 Campus 5, nieuwbouw

Hogeschool Windesheim 1 - - 58 57 57

IJsselbrug

De huidige brug over de IJssel wordt vervangen

door een nieuwe brug. De oude brug had volgens

in 2002 uitgevoerde metingen een toeslag ten

opzichte van spoor op aarden baan van 12 tot

14 dB(A). De nieuwe brug wordt volgens de

huidige stand van de techniek ontworpen met een

toeslag van 4 dB(A). In de constructie van het

brugdek is een afschermende rand van 1 meter

hoogte opgenomen. De stille IJsselbrug heeft

vooral een positief effect voor de woning aan

Het Engelsche Werk 2, alsmede voor het Vogelrichtlijngebied

van de uiterwaarden van de IJssel.

Cumulatie

Van de woningen en andere geluidgevoelige

bestemmingen waarvoor een hogere waarde

wordt voorgesteld is de bijdrage bepaald vanwege

andere geluidbronnen. Dit betreft de geluidbelasting

ten gevolge van wegverkeerslawaai, andere

railbronnen en industrielawaai.

De kwaliteit van de akoestische omgeving wordt

bepaald door de cumulatie van deze verschillende

geluidbronnen. De diverse soorten geluid worden

door mensen echter geheel anders ervaren en

kunnen daarom niet zomaar met elkaar worden

vergeleken. Daarom worden de soorten geluid

uitgedrukt in een ’standaard’ maat. Deze is

berekend volgens de methode ’Miedema’ en

wordt uitgedrukt in de zogenaamde Milieukwaliteitsmaat

(MKM).


58

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Voor woningen worden de volgende milieukwaliteitsklassen

onderscheiden:

• 50 t/m 55 MKM: redelijk

• 56 t/m 60 MKM: matig

• 61 t/m 65 MKM: tamelijk slecht

• 66 t/m 70 MKM: slecht

• > 70 MKM: zeer slecht

In het maatregelenpakket van schermen en hogere

waarden is voor die woningen waar de cumulatie

leidt tot een slechte milieukwaliteit, de cumulatie

in de belangenafweging meegenomen.

In tabel 5.6 is aangegeven bij welke adressen

cumulatie van andere geluidbronnen zal optreden.

IJkmoment

In tabel 5.7 is aangegeven wat de gevolgen zijn

van de voorgestelde schermmaatregelen en het

aantal hogere waarden na invoering van bronmaatregelen

zoals die omschreven zijn in het bronreductiescenario.

Dit scenario gaat uit van maatregelen

die mogelijk beschikbaar zijn in 2009 (drie

jaar voor ingebruikname van de Hanzelijn). Deze

maatregelen omvatten het invoeren van stil reizigersmaterieel

(schijfgeremd) en de toepassing van

raildempers. Omdat de inzet van stille goederenwagens

voorzien van kunststof remblokken of

schijfremmen niet gerealiseerd zal zijn ten tijde

van het ijkmoment, is hiermee geen rekening

gehouden. Omdat akoestisch geslepen spoor alleen

effect heeft voor materieel met zogenaamde

gladde wielen (voorzien van schijfremmen of

kunststof remblokken), alsmede vanwege het

gegeven dat het effect van glad geslepen spoor

niet opgeteld mag worden met het effect van rail-

Tabel 5.6: Cumulatie gemeente Zwolle

dempers, is akoestisch geslepen spoor niet in het

maatregelenscenario opgenomen. In de berekening

is ook geen rekening gehouden met mogelijke

gebruiksbeperkingen. Als referentie wordt het

schermenpakket en de hogere waarden volgens

tabel 5.4 en 5.5 gehanteerd.

De geluidemissie van de Hanzelijn neemt als gevolg

van het invoeren van stil reizigersmaterieel en de

toepassing van raildempers af met circa 5 dB(A).

Deze reductie is op dit trajectdeel tussen de aantakking

van de Veluwelijn en Zwolle hoger dan op

het trajectdeel Lelystad - de Hanzelijn, omdat het

aandeel “lawaaiig” reizigersmaterieel op de Veluwelijn

aanzienlijk is. Het bronmaatregelenscenario ten

tijde van het ijkmoment resulteert in een aanzienlijke

afname van het pakket geluidschermen.

In hoeverre de mogelijkheden voor gebruiksbeperkingen,

zoals het weren van lawaaiig materieel in

de avond en/of nachtperiode, ook aanleiding geeft

om de geluidschermen te verlagen, zal ten tijde

van het ijkmoment nader worden beschouwd.

Aanpassing van wegen

In de gemeente Zwolle wordt uitsluitend de

Schellerdijk aangepast. Omdat er geen woningen

binnen de zone van deze weg liggen en de weg niet

geschikt is voor doorgaand gemotoriseerd verkeer,

is deze weg niet nader akoestisch onderzocht.

5.5.2 Externe veiligheid

In Zwolle geldt dat de Hanzelijn, uitgaande van de

huidige situatie en de autonome ontwikkeling,

geen invloed heeft op de risicocontour. In dat

Punt Adres Aantal Hogere Cumulerende Etmaalwaarde ter Cumulatie

Bestemmingen waarde geluidbron plaatse van rekenpunt MKM

in dB(A) railverkeer in dB(A)

Z20 Het Engelse Werk 2 1 67 geen - 62

Z35 Campus 5, Hogeschool

Windesheim

1 59 IJsselallee 61 62

Z81 Campus 5, nieuwbouw

Hogeschool Windesheim

1 57 IJsselallee 58 59

Tabel 5.7: Gevolgen bronreductie gemeente Zwolle

Scenario Schermlengte in meter Aantal hogere waarden

1 1,5 2 2,5 3

Tracébesluit Hanzelijn - - 435 - - 3

IJkmoment 2009 - - 0 - - 0


opzicht is er geen sprake van een nieuwe situatie.

Er is reeds een transportstroom van gevaarlijke

stoffen waarvoor een normstelling van plaatsgebonden

risico van 10 –5 geldt. De risicocontour 10 –5

ligt op de spoorbaan. Om deze reden is op het deel

waar geen wijziging in de sporenligging plaatsvindt

(km V1.8 – km V2.23) geen risicocontour op

de plankaarten opgenomen. Op het overige deel

van de Hanzelijn vinden aanpassingen aan de

spoorlijn plaats en is de risicocontour van 30 meter

ter weerszijden opgenomen op de detailkaarten.

Voor Zwolle geldt op het spoor V1.8 tot V2.23 dat

er sprake is van een bestaande situatie met goederenvervoer

met een andere normstelling. Indien de

toekomstige regelgeving volgens de RVGS-systematiek

hier tot knelpunten mocht leiden dan worden

deze in de uitwerking van de RVGS-systematiek

meegenomen.

Om het ontstaan van nieuwe knelpunten te

vermijden is het gewenst dat nieuwe ruimtelijke

ontwikkelingen vooruitlopend op de toekomstige

regelgeving worden getoetst aan de 30 metercontour.

Het groepsrisico als gevolg van het vervoer van

gevaarlijke stoffen over het spoor blijft in de nabijheid

van het tracé door de gemeente Zwolle ver

onder de oriënterende waarde. De richtlijnen voor

het groepsrisico leveren geen conflictsituaties voor

dit gedeelte van de Hanzelijn.

5.5.3 Landschap en cultuurhistorie

Bij het ontwerp en de inpassing van de Hanzelijn

zijn in de gemeente Zwolle verschillende varianten

overwogen die binnen de kaders van het standpunt

mogelijk zijn. De uiteindelijke keuze zoals in

het Tracébesluit is opgenomen, is mede gebaseerd

op landschappelijke overwegingen.

Kruising van de IJssel

Over de IJssel wordt een nieuwe brug gerealiseerd

ten zuiden van de bestaande spoorbrug, die wordt

opgeheven. De vormgeving van de nieuwe spoorbrug

zal op hoofdlijnen aansluiten bij de karakteristiek

van de bestaande autoverkeersbruggen.

Uitgangspunt is dat het gehele traject tussen de

winterdijken van de IJssel op pijlers zal komen te

staan. Het behoud van de landschappelijke continuïteit

van de uiterwaarden is één van de aspecten

die hierbij een rol spelen.

Aan de Zwolse zijde ligt het spoor over circa

530 meter in de uiterwaarden. Over circa 510 meter

worden aanbruggen aangelegd en de laatste

20 meter zal uit een aarden baan bestaan. Deze

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 59

aarden baan in de uiterwaarden is nodig om er

voor te zorgen dat de IJsselbrug niet de waterkerende

werking van de dijk aantast. Met een hogere

brug die binnendijks eindigt is geen aarden baan

in de uiterwaarden nodig, maar dit is vanuit landschappelijk

oogpunt ongewenst.

Kruising Schellerdijk

De Hanzelijn kruist op geringe hoogte de dijk.

Uitgangspunt is dat de bestaande langzaamverkeersverbinding

achter de dijk behouden blijft

door een nieuw betonnen viaduct in het

Tracébesluit op te nemen. Bij de verdere uitwerking

van het ontwerp van de brug is het behoud

van de zichtlijnen vanaf de dijk over de IJssel(uiterwaarden)

en de brug een belangrijk uitgangspunt.

Ter plaatse van de Schellerdijk geldt daarom niet

de bijzondere marge voor de hoogteligging van

1,5 meter van artikel 7 lid 3 uit de “Bepalingen”

maar de marge van 0,5 meter uit artikel 7 lid 2.

5.5.4 Natuur

Beschermde gebieden

De beschermde gebieden zijn opgenomen op de

bijgevoegde kaart. De nummering op kaart

verwijst naar de onderstaande gebieden.

Uiterwaarden van de IJssel (nr. 20)

Aan beide zijden van de IJssel (bij Hattem en bij

Zwolle, provincie Overijssel) bestaan de uiterwaarden

van de IJssel uit graslanden en natte

schraalgraslanden die van betekenis zijn vanwege

de flora en vegetatie en door de aanwezige vogels

en amfibieën. Het gebied behoort tot de EHS en is

aangewezen als Speciale Beschermingszone op

grond van de Vogelrichtlijn vanwege het voorkomen

van de volgende soorten: wilde zwaan,

kleine zwaan, kwartelkoning, reuzenstern, ijsvogel,

kolgans, smient, slobeend, meerkoet en grutto.

In de omgeving zijn twee vleermuissoorten waargenomen:

de laatvlieger en de rosse vleermuis.

Op de dijktaluds hebben een soortenrijke vegetatie

van glanshaverhooiland. Hier worden blauwe

bremraap, cipreswolfsmelk, karwijvarkenskervel,

echte kruisdistel en veldsalie aangetroffen.

Het Engelsche Werk (nr. 21)

Tussen de uiterwaarden van de IJssel en Zwolle ligt

Het Engelsche Werk. Dit is een goed ontwikkeld bos

van meer dan 100 jaar oud. Het gebied valt onder de

Boswet. De ondergrond is een fortificatie. De betekenis

van dit gebied bestaat uit de aanwezige flora

en vegetatie, vleermuizen en vogels. Waargenomen

soorten zijn: franjestaart, watervleermuis, dwergvleermuis

(vleermuizen) en de oeverzwaluw.


60

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

Beschermde soorten

Bij Zwolle zijn kolonies bekend van de laatvlieger,

watervleermuis, grootoorvleermuis en rosse vleermuis

en de dwergvleermuis. De kolonies bij Zwolle

liggen op de oostoever van de IJssel in de stedelijke

omgeving, parken of landgoederen. Het

Engelsche Werk is een belangrijk leefgebied voor

vleermuizen. Waargenomen soorten zijn:

• Franjestaart (oostoever IJssel, ook winterverblijf

Het Engelsche Werk)

• Watervleermuis (oostoever IJssel, zomerverblijf)

• Meervleermuis (IJssel)

• Dwergvleermuis (verspreid, oostoever IJssel)

• Ruige dwergvleermuis (verspreid, vooral oostoever,

een waarneming in tussengebied)

• Rosse vleermuis (zomerverblijf + overige waarnemingen

op oostoever IJssel)

• Laatvlieger (oostoever IJssel, ook zomer en

winterverblijfplaats)

• Gewone grootoor (oostoever IJssel, o.a. zomer

en winterverblijfplaats)

Volgens informatie verstrekt door de gebiedsdeskundige

van de provincie Overijssel komen in het

studiegebied binnen de provincie de volgende vier

soorten vleermuizen uit bovenstaande lijst voor:

• Watervleermuis

• Dwergvleermuis

• Ruige dwergvleermuis

• Rosse vleermuis

Alle vleermuizen zijn strikt beschermd op grond

van bijlage IV van de Habitatrichtlijn en de Floraen

faunawet.

Behalve voor de vleermuizen zijn de uiterwaarden

van de IJssel waardevol voor amfibieën.

Algemeen voorkomend zijn de thans niet

bedreigde soorten:

• Groene kikker (hele gebied)

• Bruine kikker (hele gebied)

• Gewone pad

• Kleine watersalamander (hele gebied)

• Rugstreeppad

Zeldzaam tot vrij zeldzaam voorkomend:

• Meerkikker (thans niet bedreigd)

• Heikikker (in de IJsseluiterwaarden)

Van deze soorten zijn de rugstreeppad en de

heikikker strikt beschermd op grond van bijlage IV

van de Habitatrichtlijn.

Een groot deel van het Oude Land is een belangrijk

gebied voor weidevogels en wintergasten. In het

Oude Land komen op een aantal locaties kolonievogels

voor zoals de Blauwe Reiger in Het

Engelsche Werk.

Op het Oude Land zijn een aantal plantensoorten

waargenomen die beschermd zijn op grond van de

Flora- en faunawet, met name in de IJssel-uiterwaarden.

Bij de kruising van de Hanzelijn met de ecologische

verbindingszones bij de IJsseluiterwaarden en de

Schellerdijk zijn geen bijzondere voorzieningen

nodig omdat het ontwerp barrièrewerking

voorkomt. Om aan te geven dat met deze ecologische

verbindingszones wel rekening is gehouden

zijn ze opgenomen in de tabel met maatregelen.

5.5.5 Bodem en waterkwaliteit

Tabel 5.8: Inpassingsmaatregelen voor instandhouding van ecologische verbindingszones (Zwolle)

Bodem

In Zwolle wordt nabij de brug over de IJssel ten

zuiden van de bestaande spoorbaan een nieuwe

baan aangelegd. Hiertoe wordt, waar de nieuwe

baan tegen de bestaande baan komt te liggen, de

bekledingsgrond van de bestaande baan verwijderd,

waarna het nieuwe baanlichaam tegen de

oude baan wordt aangelegd.

De bestaande opstelsporen ter plaatse van het

nieuwe baanlichaam worden opgebroken. Waar de

baanverhoging minder dan 0,8 meter is ten

opzichte van de bestaande baanhoogte, wordt

geen grondwerk meer uitgevoerd maar enkel het

ballastbed verhoogd.

Km Naam verbinding Omschrijving en doelsoorten Type voorziening

45.9 - 46.7 IJsseluiterwaarden Nationale EHS voor vogels, (grote en) Geen bijzondere voorzieningen omdat de

kleine zoogdieren, amfibieën en vissen nieuwe brug leidt tot een vermindering

van de hinder.

46.8 Schellerdijk Relatie voor kleine zoogdieren en Geen bijzondere voorziening, situatie

amfibieën die zich langs de dijk

verplaatsen en vanuit Het Engelsche

Werk richting Oldeneel

gelijk aan de huidige situatie of beter.


Waterkwaliteit

Afhankelijk van de bouwactiviteiten die nodig zijn

om bepaalde kunstwerken aan te leggen, zullen

peilbuizen geplaatst worden en/of zal aanvullend

grondonderzoek worden uitgevoerd.

5.5.6 Archeologie

Om de archeologische waarden te ontzien tijdens

de aanleg van de Hanzelijn zijn archeologische

vindplaatsen binnen het tracé geïnventariseerd en

op waarde geschat. Dit is gedaan op basis van

archeologisch, historisch en geologisch bronnenonderzoek.

In de vervolgfase van het project zal een

inventariserend veldonderzoek worden uitgevoerd.

Het buitengebied van Zwolle aan de oostkant van

de IJssel is zeer waardevol vanuit historisch-geografisch

oogpunt. Hier is er sprake van een relatief

hoge dichtheid van cultuurhistorisch waardevolle

elementen en patronen. Op dit moment zijn vier

archeologische en cultuurhistorische locaties in het

onderzoeksgebied bekend, waarvan er zich een op

minder dan 200 meter van het tracé bevindt.

Bijzondere waarden worden voornamelijk vertegenwoordigd

door dijklichamen, historische boerderijen

op terpen en verdedigingswerken.

Het deel van het onderzoeksgebied wat in het

buitengebied van Zwolle ligt, is voornamelijk in

gebruik (geweest) als weiland. Hierdoor hebben

archeologische veldverkenningen tot op heden

weinig gegevens opgeleverd. Uitspraken over de

archeologische potentie van het gebied zijn

daarom met name gebaseerd op historische en

fysisch-geografische gegevens en de weinige

toevalsvondsten. Naast alertheid bij het inventariserend

veldonderzoek op de aanwezigheid van

vroeg-prehistorische vindplaatsen, dient de

aandacht zich vooral te richten op aanwijzingen

Tabel 5.9: Natuurcompensatie gemeente Zwolle

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 61

voor sporen en patronen die een onderdeel zijn

van het middeleeuwse ontginningslandschap.

In bijlage 2 is een archeologische verwachtingskaart

opgenomen.

5.5.7 Trillingen

Er zijn in Zwolle geen objecten aanwezig waar

door de realisatie van de Hanzelijn de streefwaarden

voor trillingen (SBR-Richtlijn B 2002)

worden overschreden.

5.6 Natuurcompensatie

In tabel 5.9 is voor de gemeente Zwolle aangegeven

op grond waarvan effecten op het gebied

gecompenseerd moeten worden (gebiedscategorie),

welk natuurdoeltype aan het gebied is

toegekend en welk effecten op het gebied

verwacht worden. De nummers verwijzen naar

gebieden op de kaart in bijlage 3.

Voor soorten is aangegeven welke beschermde

soorten (mogelijk) voorkomen in het studiegebied

van de Hanzelijn. Voor een gedetailleerde effectbepaling

op soorten zoals deze nodig is voor de

ontheffingsaanvraag voor de Flora- en faunawet,

zijn de verspreidingsgegevens uit de TN/MER

Hanzelijn te globaal om te kunnen beoordelen of

soortgerichte compensatie aan de orde is.

Nagegaan is in hoeverre meer gedetailleerde informatie

beschikbaar is. Hiervoor zijn een aantal

aanvullende, bestaande bronnen geraadpleegd

(provincie, Staatsbosbeheer, kennis gebiedsdeskundigen).

Ook is een quick scan in het veld uitgevoerd

om (potentieel) geschikte biotopen voor

Nr. Gebied Gebieds Natuur Vernietiging Verstoring Te Kwaliteits- Te

categorie doeltype* (ha) (ha) compenseren toeslag** compenseren

effect oppervlak

(ha) (ha)

20 Uiterwaarden SBZ Vogelrichtlijn ri-3.4, 2,5 tijdelijk *** 2,5 1, 3 3,3

IJssel

oostoever

SGR ri-4.1

21 Het Engelsche werk Boswet Hz-4B.3 0 tijdelijk 0 cat. 3 0

* Verklaring natuurdoeltypen:

ri-3.4 : schraalgrasland

ri-4.1 : grasland

hz-4B3 : inheemse boscultuur

** Kwaliteitstoeslag: 1 = 33%

2 = 66%

3 = nader te bepalen

cat. 3: 40%

*** Het verstoorde oppervlak met de

nieuwe brug is kleiner dan die in de

huidige situatie. Er is alleen sprake van

een tijdelijke toename van de

verstoring tijdens de aanlegfase.


62

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

beschermde soorten in kaart te brengen, evenals

waarnemingen van beschermde soorten. Op basis

van deze gegevens wordt soortgerichte compensatie

nader uitgewerkt ten behoeve van de ontheffingsaanvraag

in het kader van de Flora- en

faunawet. Parallel aan het ontwerp-tracébesluit

Hanzelijn is de ontheffing aangevraagd. Artikel

75a van de Flora- en faunawet maakt het mogelijk

dat tegelijkertijd met het vaststellen van het

Tracébesluit Hanzelijn een ontheffing verkregen

wordt.

In de verdere uitwerking van de natuurcompensatie

zal worden nagegaan of de ruimte die

vrijkomt na het afgraven van de bestaande spoorbaan

als natuurcompensatie in de uiterwaarden

kan worden ingezet.

5.7 Landbouw

Voor de landbouw in de gemeente Zwolle heeft de

aanleg van de Hanzelijn geen gevolgen.

5.8 Te amoveren bebouwing

Er wordt in de gemeente Zwolle geen bebouwing

als gevolg van de aanleg van de Hanzelijn geamoveerd

(gesloopt).

5.9 Bouw en aanleg van de

Hanzelijn

5.9.1 Bouwzones

Voor het realiseren van de Hanzelijn zijn er, naast

de ruimte die benodigd is voor de spoorbaan zelf,

op diverse locaties bouwzones noodzakelijk. De

bouwzones zijn terreinen die tijdelijk nodig zijn

voor de bouw en aanleg van de Hanzelijn. De

bouwzone ligt zoveel mogelijk in de directe nabijheid

van het werk. Idealiter ligt er tussen de

Tabel 5.10: Bouwzones gemeente Zwolle

bouwzone en het te bouwen werk geen kruisende

infrastructuur. Per werk is nagegaan waar ruimte

beschikbaar is. De bouwzones worden gebruikt

voor een zestal functies:

1. Gebruik door de aannemer voor:

– Opslag van materiaal

– Werkplaatsen

– Bouwketen

– Parkeerplaatsen voor personeel

2. Afwikkelen van het bouwverkeer

3. Omleiden van het reguliere verkeer

4. Bouwemplacement voor de aanleg van de

bovenbouw

5. Los- en laadplaats en opslag van zand/grond

6. Terrein waar de bestaande infrastructuur verwijderd

wordt

De bouwzones zijn als “Bouwzone” opgenomen

op de detailkaarten.

In de gemeente Zwolle zijn geen permanente

gronddepots voorzien.

5.9.2 Bouwverkeer

Tijdens de bouw van de Hanzelijn zullen ook in

Zwolle grote hoeveelheden materiaal en materieel

aangevoerd worden naar het gebied waar de

Hanzelijn komt te liggen.

De bereikbaarheid van het gebied met zijn status

van Vogelrichtlijngebied, grondwaterbeschermingsgebied

en bij het rangeerstation waterwingebied

is een bijzonder punt van aandacht in de

voorbereiding van de uitvoering. De werkwijze zal

in nauw overleg met de gemeente Zwolle en de

provincie Overijssel worden bepaald. Ook zal de

transportroute naar het werk in overleg met de

gemeente worden uitgewerkt.

5.9.3 Hinder tijdens de bouw

Er zijn diverse manieren waarop de omgeving van

een groot bouwproject als de Hanzelijn hinder zou

kunnen ondervinden van de werkzaamheden.

Globaal is hier aangegeven wat men kan

verwachten. De mogelijke vormen van hinder waar

het hier om gaat zijn:

Naam Locatie Omvang Functie

Oude IJsselbrug Sloop van de bestaande brug en afgraven bestaande spoorbaan

in de uiterwaarden 30.000 m2 6

Schellerdijk Tot het kunstwerk Schellerdijk, zowel ten noorden als ten zuiden

van de baan. 6.900 m2 , 23.650 m2 1 en 2


Tabel 5.11: Vigerende bestemmingsplannen, deeltraject gemeente Zwolle

• Geluidhinder.

• Trillingshinder.

• Onveiligheid.

• Veranderingen in de grondwaterstand.

• Slechtere bereikbaarheid.

• Overlast voor verkeer.

• Overlast van bouwverkeer.

• Tijdelijke afsluiting nutsvoorzieningen.

Het streven is hinder zoveel mogelijk te beperken.

Bij dit soort projecten is hinder echter onvermijdelijk.

Deels zullen de afwegingen omtrent aanvaardbare

hinder in de besluitvorming rondom bouw- en

aanlegvergunningen aan de orde komen.

5.10 Doorwerking van het

Tracébesluit Hanzelijn

op bestemmingsplannen

Het Tracébesluit Hanzelijn heeft consequenties

voor bestaande bestemmingsplannen. De gemeente

Zwolle dient binnen een jaar nadat het Tracébesluit

Hanzelijn onherroepelijk is geworden

bestemmingsplannen overeenkomstig het Tracébesluit

Hanzelijn vast te stellen of te herzien.

Voor zover het Tracébesluit Hanzelijn in strijd is

met een bestemmingsplan geldt het Tracébesluit

Hanzelijn als vrijstelling, zoals bedoeld in artikel 19

van de Wet op de ruimtelijke ordening. Het

Tracébesluit Hanzelijn werkt dus rechtstreeks door

in het ruimtelijke beleid van de gemeente Zwolle.

Het Tracébesluit Hanzelijn geldt verder als voorbereidingsbesluit,

zoals bedoeld in artikel 21, eerste

lid, van de Wet op de ruimtelijke ordening.

Hierdoor wordt voorbereidingsbescherming

gegeven voor het gebied van het tracé en voor de

bij het Tracébesluit Hanzelijn behorende geluidzone.

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 63

Codering Plannr. Code Km Plannaam Datum Status

op kaart Gemeente ProRail

Z2 2 2 46.20-48.00 Buitengebied Zwolle

Kerspel 1960

1960 Vastgesteld en goedgekeurd

Z3 3 3 47.40-48.00 Zwolle Zuid 7e

partiële herziening

1980 Vastgesteld en goedgekeurd

Z6 6 6 46.20-48.00 Zwolle Zuid 1977 Vastgesteld en goedgekeurd

Z7 7 7 >48.10 Veerallee 1976 Vastgesteld en goedgekeurd

Z29 29 29 47.70-48.20 Spoolderberg 1987 Vastgesteld en goedgekeurd

Z33 33 46.20-46.90 Het Engelse Werk 1960 Vastgesteld en goedgekeurd

Z38 38 38 >48.10 Hanzeland 1999 Vastgesteld en goedgekeurd

Z44 44 44 >48.00 Stationswijk 1977 Vastgesteld en goedgekeurd

Voor bestemmingsplannen waarmee de Hanzelijn

rekening moet houden geldt een peildatum van

24 augustus 2001. Dit is de datum van het ministerieel

standpunt over de Hanzelijn. In (bestemmings)plannen

van na deze datum moet rekening

gehouden worden met de aanleg en de ligging

van de Hanzelijn.

In tabel 5.11 zijn de vigerende bestemmingplannen

van de gemeente Zwolle opgenomen. In bijlage 4

zijn de bestemmingsplangebieden op kaart weergegeven.

In onderstaande tabel is de codering van

het betreffende bestemmingsplan opgenomen.


64

Tracébesluit Hanzelijn Toelichting op het Oude Land

6Vervolg

procedure

Het Tracébesluit Hanzelijn wordt onder opgave van

redenen en met een toelichting door de Minister

van Verkeer en Waterstaat toegezonden aan de

Staten-Generaal, de betrokken bestuursorganen en

aan de exploitant van de spoorlijn. Het besluit

wordt vervolgens binnen een week door de

Minister ter inzage gelegd. Belanghebbenden

kunnen tegen het Tracébesluit Hanzelijn beroep

instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van

de Raad van State. De termijn voor het indienen

van een beroepschrift bedraagt 6 weken. De Raad

van State beslist binnen 12 maanden na ontvangst

van het verweerschrift op de ingediende beroepschriften.

Vergunningen

Voordat er met de (uitvoerings-) werkzaamheden

in het kader van de Hanzelijn zal worden gestart,

wordt geïnventariseerd welke vergunningen,

ontheffingen of andere publiekrechtelijke

toestemmingen hiervoor noodzakelijk zijn. Hierbij

kan worden gedacht aan bouwvergunningen,

kapvergunningen, verkeersbesluiten, milieuvergunningen,

et cetera. Naar aanleiding van de inventarisatie

wordt er een zogenaamd “startdocument”

gemaakt, waarin de benodigde publiekrechtelijke

toestemmingen per Bevoegd Gezag worden

benoemd. Dit startdocument wordt met het

Bevoegd Gezag besproken. Parallel aan het

Tracébesluit Hanzelijn is de ontheffingvoor de

Flora- en Faunawet opgesteld en in procedure

gebracht (zie voor een nadere uitleg de

“Algemene Toelichting”).

Grondverwerving

Voor de aanleg van de Hanzelijn moet een groot

aantal gronden worden aangekocht. In een aantal

gevallen gaat het daarbij om bebouwde percelen.

Zoveel mogelijk wordt getracht de gronden in der

minne te verwerven. Voor de mogelijke onteigening

van de percelen of perceelsgedeelten welke

binnen de grenzen van het Tracébesluit Hanzelijn

vallen, wordt een administratieve onteigeningsprocedure

gevolgd.

Afhankelijk van de omstandigheden en mogelijkheden

kan in voorkomende situaties in de schade

worden voorzien door middel van het aanbieden

van compensatiegrond of toepassing van vrijwillige

kavelruil. Een rechthebbende is niet verplicht een

aanbod in de vorm van compensatiegrond of

kavelruil te accepteren (zie voor een nadere uitleg

de “Algemene Toelichting”).

Schadevergoeding

Op basis van het Tracébesluit Hanzelijn kunnen

schadevergoedingen worden aangevraagd door

diegenen die schade lijden door de aanleg van de

Hanzelijn (zie voor een nadere uitleg de

“Algemene Toelichting”).

Hoewel het onderscheid tussen de verschillende

vormen van schade van belang is voor de wijze

waarop de verzoeken om schadevergoeding in

behandeling zullen worden genomen, wordt er

voor belanghebbenden slechts één postadres ingesteld.

Dit postadres luidt:

ProRail

Ter attentie van de Projectmanager Hanzelijn

Postbus 2038

3500 GA Utrecht


Colofon

Rapporttitel

Tracébesluit Hanzelijn

Toelichting Oude Land

Kampen, Oldebroek, Hattem en Zwolle

Opdrachtgever

ProRail Projectteam Hanzelijn

Postbus 2038

3500 GA UTRECHT

Advies

ARCADIS

“Eempolis”, Piet Mondriaanlaan 26

Postbus 220

3800 AE AMERSFOORT

Kenmerk

HZL/20335179

Datum

december 2003

Vormgeving en productie

Inpladi BV, Cuijk

Toelichting op het Oude Land Tracébesluit Hanzelijn 65

More magazines by this user
Similar magazines