03.05.2013 Views

Eminente alumni, bestuurders, lesgevers van de Hogeschool Gent ...

Eminente alumni, bestuurders, lesgevers van de Hogeschool Gent ...

Eminente alumni, bestuurders, lesgevers van de Hogeschool Gent ...

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

1<br />

<strong>Eminente</strong> <strong>alumni</strong>, <strong>bestuur<strong>de</strong>rs</strong>, <strong>lesgevers</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> 1748-<br />

1995<br />

Tussen 1748 en 1995 stu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n tienduizen<strong>de</strong>n af aan <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> of<br />

althans aan een <strong>van</strong> haar voorgangers. Duizen<strong>de</strong>n had<strong>de</strong>n er een lesopdracht.<br />

Vele hon<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n waren <strong>bestuur<strong>de</strong>rs</strong> <strong>van</strong> later in <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> opgaan<strong>de</strong><br />

on<strong>de</strong>rwijsinstellingen. Hen allemaal in dit overzicht opnemen is een onmogelijke<br />

taak. Dit betekent geenszins dat <strong>de</strong>ze tienduizen<strong>de</strong>n <strong>alumni</strong>, <strong>lesgevers</strong> en <strong>bestuur<strong>de</strong>rs</strong><br />

niet belangrijk zou<strong>de</strong>n zijn. En dat niet alleen omdat elke mens belangrijk<br />

is maar ook omdat al die personeelsle<strong>de</strong>n, afzon<strong>de</strong>rlijk én uiteraard ook samen<br />

-vorm gegeven hebben aan al die on<strong>de</strong>rwijsinstellingen waar ze op <strong>de</strong> een of<br />

an<strong>de</strong>re wijze mee verbon<strong>de</strong>n waren, instellingen die <strong>van</strong>daag ver<strong>de</strong>r leven in <strong>de</strong><br />

<strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong>.<br />

Hieron<strong>de</strong>r <strong>de</strong> beperkte biografische gegevens <strong>van</strong> meer dan vierhon<strong>de</strong>rd eminente<br />

<strong>alumni</strong>, <strong>bestuur<strong>de</strong>rs</strong> en <strong>lesgevers</strong>. De keuze die we maakten is uiteraard subjectief,<br />

niet exhaustief!<br />

Deze lijst prominenten is slechts een appendix aan <strong>de</strong> publicatie <strong>Hogeschool</strong><br />

<strong>Gent</strong> 1748-1995 [2010]. Noodgedwongen werd het aantal beperkt en moest<br />

een balans gevon<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n tussen ver verle<strong>de</strong>n (voor <strong>de</strong> 2 <strong>de</strong> helft <strong>van</strong> <strong>de</strong> 20 ste<br />

eeuw) en recent verle<strong>de</strong>n (tussen <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Wereldoorlog en <strong>van</strong>daag). Gezien<br />

<strong>de</strong>ze kroniek slechts tot 1995 loopt, betekent dit ook dat <strong>de</strong> eminente <strong>alumni</strong> die<br />

<strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> <strong>de</strong> laatste jaren als haar Ambassa<strong>de</strong>urs voorstelt hier niet in<br />

opgenomen wer<strong>de</strong>n (tenzij zij er voordien stu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>n dan wel les gaven).<br />

Na consultatie <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>de</strong>partementen zijn we begonnen met het raadplegen <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> literatuur die over <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> instellingen bestaat, in <strong>de</strong> mate dat er literatuur<br />

aanwezig is. De vergaar<strong>de</strong> informatie werd gecheckt aan <strong>de</strong> hand <strong>van</strong> naslagwerken<br />

en <strong>van</strong> professionele gidsen, <strong>van</strong> in archieven aanwezige informatie,<br />

soms <strong>van</strong> internetgegevens en ook, als het enigszins kon, aan <strong>de</strong> hand <strong>van</strong> informatie<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> betrokkenen zelf. Voorwaar<strong>de</strong> was dat enig rele<strong>van</strong>t biografisch<br />

materiaal raadpleegbaar zou zijn, wat niet altijd het geval is.<br />

Uitein<strong>de</strong>lijk is keuze gevallen op personen die ofwel <strong>van</strong> historisch belang zijn<br />

voor <strong>de</strong> instelling(en) zelf ofwel buiten <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijswereld, dit is in hun eigen<br />

professionele veld, enige rele<strong>van</strong>te bekendheid verworven hebben.<br />

Voor <strong>de</strong> selectie hanteer<strong>de</strong>n we een aantal criteria:<br />

1. Wij hebben gestreefd naar een representatieve vertegenwoordiging<br />

<strong>van</strong> zowat alle studiegebie<strong>de</strong>n die <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> <strong>van</strong>daag aanbiedt.<br />

Dit gegeven heeft op zich al een arbitrair karakter omdat verschillen<strong>de</strong> indicatoren<br />

gehanteerd moesten wor<strong>de</strong>n voor die verschillen<strong>de</strong> studiegebie<strong>de</strong>n.<br />

2. Mensen die in bre<strong>de</strong> lagen <strong>van</strong> <strong>de</strong> bevolking erkenning genoten hebben<br />

en/of genieten, al is ook dat relatief. Zo stel<strong>de</strong>n we vast dat politici,<br />

vertegenwoordigers <strong>van</strong> het volk, zelfs ministers, ondanks hun vaak bepalen<strong>de</strong><br />

rol voor ’s lands geschie<strong>de</strong>nis, nogal snel uit het collectieve geheugen<br />

verdwijnen. Ook in hun tijd bijzon<strong>de</strong>r invloedrijke figuren uit <strong>de</strong> economie<br />

lijken nu enkel nog gekend in on<strong>de</strong>rzoeksmid<strong>de</strong>ns. Dit belet niet dat<br />

sommigen <strong>van</strong> hen een onuitwisbare stempel op een <strong>van</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsinstellingen<br />

hebben gedrukt of dat zij er hun vorming kregen.<br />

3. Mensen die, zeker voor wat <strong>de</strong> nog actieven betreft, in het eigen beroepenveld<br />

internationaal of minstens nationaal een zekere erkenning genieten.<br />

Maar ook dit varieert enigszins naargelang het beroepenveld.<br />

Kunstenaars bewegen zich <strong>van</strong>af het begin <strong>van</strong> <strong>de</strong> 20 ste eeuw vooral in een


2<br />

internationaal ka<strong>de</strong>r en wor<strong>de</strong>n dan ook <strong>van</strong>uit dat perspectief bena<strong>de</strong>rd.<br />

Op an<strong>de</strong>re terreinen geldt eer<strong>de</strong>r <strong>de</strong> erkenning door <strong>de</strong> collega’s, the<br />

peers.<br />

4. Ook enkele BV’s, mensen die via <strong>de</strong> media bekendheid verwierven, wor<strong>de</strong>n<br />

in dit overzicht opgenomen wat <strong>de</strong> wel<strong>de</strong>nken<strong>de</strong>n misschien doet steigeren.<br />

BV’s echter genieten in bre<strong>de</strong> lagen <strong>van</strong> <strong>de</strong> bevolking erkenning en<br />

ook zij hebben on<strong>de</strong>rwijs genoten en wer<strong>de</strong>n er door gevormd.<br />

5. Ten slotte. In <strong>de</strong>ze lijst staan namen <strong>van</strong> mensen die verschillen<strong>de</strong> i<strong>de</strong>ologische<br />

overtuigingen aan hingen (aan hangen). Sommigen on<strong>de</strong>r hen waren<br />

goed fout in <strong>de</strong> oorlog(en), an<strong>de</strong>ren waren – om het bij die perio<strong>de</strong>s te<br />

hou<strong>de</strong>n – actief in het verzet, wer<strong>de</strong>n gefusilleerd of verdwenen in <strong>de</strong><br />

Nacht und Nebel. De lijst wil zo objectief als mogelijk zijn: zij duldt geen<br />

i<strong>de</strong>ologische voorkeuren.<br />

Kiezen doet lij<strong>de</strong>n zodat zon<strong>de</strong>r enige twijfel belangrijke personen niet opgenomen<br />

wer<strong>de</strong>n. Ze verdwenen in <strong>de</strong> plooien <strong>van</strong> het zoekwerk, wer<strong>de</strong>n niet opgemerkt<br />

of verkeer<strong>de</strong>lijk beoor<strong>de</strong>eld. Over sommige mensen, die nochtans belangrijk<br />

leken te zijn, , von<strong>de</strong>n we onvoldoen<strong>de</strong> informatie. An<strong>de</strong>ren wil<strong>de</strong>n om persoonlijke<br />

re<strong>de</strong>nen niet in dit overzicht opgenomen wor<strong>de</strong>n. Nog an<strong>de</strong>ren zullen<br />

ongetwijfeld een plek vin<strong>de</strong>n in een volgen<strong>de</strong> publicatie over <strong>de</strong> historiek <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

<strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> 1995-2005.<br />

We nemen <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid voor dit alles waarbij niet mag vergeten wor<strong>de</strong>n<br />

wat uitein<strong>de</strong>lijk het – beschei<strong>de</strong>n – opzet <strong>van</strong> <strong>de</strong>ze lijst is: aan <strong>de</strong> hand <strong>van</strong><br />

enkele beknopte biografische schetsen <strong>van</strong> figuren aantonen dat <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong><br />

<strong>Gent</strong> niet alleen binnen haar on<strong>de</strong>rwijska<strong>de</strong>r excellente <strong>lesgevers</strong> heeft (gehad)<br />

maar ook schitteren<strong>de</strong> <strong>alumni</strong> heeft afgeleverd en <strong>bestuur<strong>de</strong>rs</strong> heeft gekend die<br />

<strong>de</strong>ze on<strong>de</strong>rwijsinstelling mee hebben helpen uitbouwen tot wat ze <strong>van</strong>daag is.<br />

De lijst kent enige inconsequentie: bepaal<strong>de</strong> lemma’s zijn meer uitgewerkt dan<br />

an<strong>de</strong>re, zeker voor wat <strong>de</strong> nog actieven betreft. Dit is o.m. het gevolg <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

methodiek waarbij, indien mogelijk <strong>de</strong> betrokkenen zelf geraadpleegd wer<strong>de</strong>n.<br />

Aan <strong>de</strong> correcties en/of aanvullingen die zij zelf aanbrachten is zo weinig mogelijk<br />

geraakt. Daar waar mogelijk hebben we daarenboven <strong>de</strong> data <strong>van</strong> <strong>de</strong> verbon<strong>de</strong>nheid<br />

met <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsinstelling(en) opgenomen. In sommige gevallen verg<strong>de</strong> dit<br />

een on<strong>de</strong>rzoekswerk dat het gebo<strong>de</strong>n tijdsbestek oversteeg en dien<strong>de</strong>n an<strong>de</strong>re<br />

bronnen als referentie.<br />

De lijst werd alfabetisch opgesteld. Waar personen een schuilnaam gebruiken,<br />

wordt <strong>de</strong> informatie bij <strong>de</strong> wettelijke naam gegeven en bij het pseudoniem naar<br />

die wettelijke naam verwezen. Elke persoon werd slechts met één omschrijving<br />

getypeerd: arbitrair soms, omdat een mid<strong>de</strong>nstan<strong>de</strong>r ook politieker kan zijn of<br />

een kunstenaar ook lesgever. We hebben voor die omschrijving geopteerd waardoor<br />

betrokkene als prominente, steeds rekeninghou<strong>de</strong>nd met <strong>de</strong> hierboven gebruikte<br />

selectiemethodiek, in dit overzicht opgenomen werd.<br />

Ten slotte: <strong>de</strong>ze lijst is niet afgesloten. Bijkomen<strong>de</strong> gegevens, nieuwe informatie,<br />

an<strong>de</strong>re namen kunnen steeds toegevoegd wor<strong>de</strong>n. Een eenvoudig berichtje, beantwoor<strong>de</strong>nd<br />

aan <strong>de</strong> bovenvermel<strong>de</strong> criteria, volstaat .<br />

Aelterman Guy (1950), algemeen directeur<br />

Gewezen erkend expert graanexpertisen Ministerie <strong>van</strong> Landbouw (1987). Opdrachten en<br />

consultaties voor o.a. Wereldbank, FAO, ABOS, USAID, Ministerie <strong>van</strong> Landbouw, Belgische<br />

Graansector. VVOB. Lid <strong>van</strong> buitenlandse en binnenlandse (VLIR) visitatiecommissies<br />

en belast met internationale consultatie- en expertiseopdrachten m.b.t. kwaliteitszorg Hoger<br />

On<strong>de</strong>rwijs. Lid of <strong>van</strong> verschei<strong>de</strong>ne wetenschappelijke en professionele groeperingen,


3<br />

o.a. Koninklijke Vlaamse Ingenieurs-Vereniging en Technologisch Genootschap Voeding.<br />

Lid <strong>van</strong> het vast bureau <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vereniging Vlaamse Hogescholen <strong>van</strong> het Korte Type,<br />

VHOKT(1993-1995) en <strong>de</strong> Vereniging Vlaamse Hogescholen <strong>van</strong> het Lange Type, VHOLT<br />

(1989-1995); vertegenwoordiger <strong>van</strong> Gemeenschapson<strong>de</strong>rwijs in CAD-CAM-<strong>de</strong>signcenter<br />

Textiel Kortrijk ( 1993-1995); voorzitter 12 <strong>de</strong> en <strong>de</strong> 15 <strong>de</strong> Duits-Ne<strong>de</strong>rlands-Vlaamse Hogescholenconferentie<br />

(1998 - 2001).<br />

Bestuur<strong>de</strong>r Consortium Open Universiteit-Ne<strong>de</strong>rland ( 1996-2001); het Vlaams Forum<br />

voor On<strong>de</strong>rwijsmanagement (1998 -2004). On<strong>de</strong>rvoorzitter (1994-1997) en voorzitter<br />

(1997 -2002) <strong>van</strong> het Vlaams Erasmuscomité (1994-2002), Voorzitter Investeringsdienst<br />

Vlaamse Autonome Hogescholen IVAH (1995-2004); commissie professionele bekendheid<br />

VLOR-HO (1995-1998); werkgroep VLOR-HO Kunston<strong>de</strong>rwijs (1999). Vertegenwoordiger<br />

<strong>van</strong> het Gemeenschapson<strong>de</strong>rwijs en <strong>van</strong> <strong>de</strong> Autonome Hogescholen (<strong>van</strong>af 1991) in <strong>de</strong><br />

Vlaamse On<strong>de</strong>rwijsraad (VLOR), Raad Hoger On<strong>de</strong>rwijs en het Vast Bureau <strong>van</strong> <strong>de</strong>ze Raad<br />

(1995-2004); voorzitter Raad Hoger On<strong>de</strong>rwijs ( 2001-2004); lid dagelijks bestuur European<br />

Quality Assurance Network (2004 -2009); Stichtend lid (sinds 1996), on<strong>de</strong>rvoorzitter<br />

(1996-1998 en 2000 -2002) en voorzitter( 1998-2000,2003-2004) <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Hogescholenraad<br />

VLHORA.<br />

Lid en voorzitter (1990-19980) <strong>van</strong> VZW Keizer Karelvrien<strong>de</strong>n, socio-culturele organisatie<br />

Gemeente Elewijt<br />

Ingenieur in <strong>de</strong> scheikun<strong>de</strong> en landbouwindustrieën (1973), Aggregatie Hoger Secundair<br />

On<strong>de</strong>rwijs (1973), Doctor in <strong>de</strong> landbouwwetenschappen (1984) RUG. Praktische en gelei<strong>de</strong><br />

oefeningen bo<strong>de</strong>mkun<strong>de</strong>, Université Nationale du Zaïre (1974-1975 ), Chargé <strong>de</strong><br />

cours aan <strong>de</strong> Ecole Nationale Supérieure Agronomique Yaoundé, Cameroun (1976-1984);<br />

Hoogleraar (1984-1988) en directeur(1989-1995) I.H.-C.T.L. . Algemeen directeur en<br />

hoogleraar <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> (1995- 2004). Permanent bestuur<strong>de</strong>r en vicevoorzitter<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> NVAO (Ne<strong>de</strong>rlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie) (2004- 2009). Algemeen<br />

directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Artesis <strong>Hogeschool</strong> Antwerpen (2009 - ).<br />

http://www.artesis.be<br />

Aernoudt Rudy (1960), econoom<br />

Hoof<strong>de</strong>conoom bij <strong>de</strong> Europese commissie. Later: (adjunct)kabinetschef <strong>van</strong> <strong>de</strong> Waalse,<br />

<strong>de</strong> Fe<strong>de</strong>rale en <strong>de</strong> Vlaamse minister <strong>van</strong> economie, on<strong>de</strong>rnemen, on<strong>de</strong>rzoek, innovatie en<br />

buitenlands beleid.<br />

Secretaris-generaal <strong>van</strong> het <strong>de</strong>partement Economie, Wetenschap en Innovatie <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Vlaamse gemeenschap (2006-2007).<br />

Doctor Economie (KUL). Lesgever Europacollege; docent HABE (1994- ); gastprofessor<br />

aan <strong>de</strong> Universiteit <strong>van</strong> Nancy en aan het Ehsal.<br />

http://www.aernoudt.com/<br />

Anri Pol (1865-1953), auteur<br />

Van hem verschijnen verschillen<strong>de</strong> boeken waaron<strong>de</strong>r De on<strong>de</strong>rgeschikte Dienstbo<strong>de</strong>,<br />

blijspel met zang in één bedrijf, (1880); Blauw en Grauw, poëzie (1886); Het Kind, <strong>de</strong>clamatiestuk<br />

(1887). Hij was tevens <strong>de</strong> auteur <strong>van</strong> Schema’s en Wenschen als bijdrage tot<br />

<strong>de</strong> practische kennis <strong>de</strong>r nieuwe paedagogiek (1899) dat voor <strong>de</strong> leerkrachten als handleiding<br />

werd gebruikt. Me<strong>de</strong>werker <strong>van</strong> het weekblad Het Volksbelang en <strong>van</strong> het <strong>Gent</strong>s<br />

woor<strong>de</strong>nboek <strong>van</strong> Lo<strong>de</strong>wijk Lievevrouw-Coopman.<br />

Afgestu<strong>de</strong>erd on<strong>de</strong>rwijzer RNS. On<strong>de</strong>rwijzer bij <strong>de</strong> ste<strong>de</strong>lijke opperlagere jongensschool,<br />

hoofdon<strong>de</strong>rwijzer <strong>van</strong> <strong>de</strong> School On<strong>de</strong>rstraat en (1901-1921) directeur <strong>van</strong> het <strong>Gent</strong>se<br />

jongensweeshuis.<br />

Anseele Alfons (1863-1928), directeur<br />

Directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> lagere school in <strong>de</strong> Sint-Lievenspoortstraat <strong>Gent</strong> (1901-1923). Hij publiceert<br />

verschillen<strong>de</strong> handboeken voor het on<strong>de</strong>rwijs in <strong>de</strong> wiskun<strong>de</strong> alsook, in samenwerking<br />

met zijn leerkrachten, enkele leesboeken.


4<br />

Hij is <strong>de</strong> broer <strong>van</strong> o.a. Marie (later Mevrouw De Kremer, <strong>de</strong> moe<strong>de</strong>r <strong>van</strong> Jean Ray), directrice<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> school in <strong>de</strong> Ro<strong>de</strong>lijvekensstraat, Eduard – <strong>de</strong> politieker- en Richard, directeur<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> school aan het <strong>Gent</strong>se Sint-Michielsplein.<br />

Anseele is leerling aan <strong>de</strong> Pakhuisschool en het atheneum en behaalt het diploma <strong>van</strong><br />

on<strong>de</strong>rwijzer en <strong>van</strong> regent wiskun<strong>de</strong>-wetenschappen (als vrije leerling) aan <strong>de</strong> RNS.<br />

Anseele Eduard (1856 -1938) politicus.<br />

Anseele gaat tot zijn 17e naar het atheneum, in zijn tijd eer<strong>de</strong>r uitzon<strong>de</strong>rlijk voor kin<strong>de</strong>ren<br />

uit <strong>de</strong> arbei<strong>de</strong>rsklasse. Het socialistisch congres <strong>van</strong> 1877 in <strong>Gent</strong> is <strong>de</strong> start <strong>van</strong> zijn socialistisch<br />

engagement. Hij treedt als journalist in dienst <strong>van</strong> het weekblad De Volkswil, later<br />

omgevormd tot het dagblad Vooruit (1884). Hij organiseert mee <strong>de</strong> in 1880 gestichte coöperatieve<br />

bakkerij Samenwerken<strong>de</strong> Maatschappij Vooruit die <strong>de</strong> start geeft aan een hele<br />

reeks on<strong>de</strong>rnemingen. Hiermee wil Anseele een tegengewicht vormen tot <strong>de</strong> kapitalistische<br />

on<strong>de</strong>rnemingen, en kan hij arbei<strong>de</strong>rsacties ook materieel steunen. Naar aanleiding<br />

<strong>van</strong> zijn activiteiten voor <strong>de</strong> eis op het algemeen stemrecht wordt hij voor muiterij - hij<br />

spoort <strong>de</strong> soldaten aan niet op het volk te schieten tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> vele acties - veroor<strong>de</strong>eld tot<br />

een ge<strong>van</strong>genisstraf <strong>van</strong> zes maan<strong>de</strong>n.<br />

Anseele is lang gemeenteraadslid en schepen in <strong>Gent</strong>, waarnemend burgemeester na WOI<br />

en volksvertegenwoordiger. Hij is één <strong>van</strong> <strong>de</strong> oprichters <strong>van</strong> <strong>de</strong> Belgische Werklie<strong>de</strong>npartij.<br />

In november 1918 krijgt hij <strong>van</strong> <strong>de</strong> Duitse bezetter <strong>de</strong> post <strong>van</strong> presi<strong>de</strong>nt <strong>van</strong> <strong>de</strong> Belgische<br />

Republiek aangebo<strong>de</strong>n, wat hij weigert. Na <strong>de</strong> oorlog bekleedt hij een aantal ministerambten<br />

zo <strong>van</strong> openbare werken (1918-1921) en <strong>van</strong> Spoorwegen en Posterijen en Telegrafie<br />

(1925 -1927). In 1930 wordt hij Minister <strong>van</strong> Staat. Ook zijn zoon, Edward Anseele jr.<br />

(1902-1981) zal een succesrijke politieke loopbaan kennen: tussen 1936 en 1974 is hij<br />

volksvertegenwoordiger en (vijfmaal) minister.<br />

Het SHISS heet <strong>van</strong>af 1957 Ste<strong>de</strong>lijk Instituut voor Sociale Studie Edward Anseele<br />

Antheunis Filip (1965), politicus<br />

Gemeenteraadslid (2001- ) en burgemeester <strong>van</strong> Lokeren (sinds 2001).<br />

Volksvertegenwoordiger voor <strong>de</strong> VLD (1995-2007), gecoöpteerd senator (2007)<br />

Graduaat informatica, BME (1986)<br />

http://www.filipanthuenis.be/<br />

Arteel Freddy (1958), musicus<br />

Is 25 jaar soloklarinettist bij <strong>de</strong> Filharmonie te Antwerpen en sinds 1977 als docent verbon<strong>de</strong>n<br />

aan het KMC. Naast het ensemble Contrasts is hij ook verbon<strong>de</strong>n aan het Belgische<br />

klarinettenkwartet en het Antwerpse houtblazerkwintet. In 1993 is hij directeur <strong>van</strong><br />

het Internationale Klarinettenfestival te <strong>Gent</strong>, waar 700 klarinettisten <strong>van</strong> over <strong>de</strong> hele<br />

wereld aan <strong>de</strong>elnemen.<br />

http://home.scarlet.be/~arteel<br />

Baekeland Leo Hendrik (1863 – 1944), wetenschapper<br />

Uitvin<strong>de</strong>r <strong>van</strong> het bakeliet, een goedkope veelzijdige stof – <strong>de</strong> eerste commerciële<br />

kunststof ooit gemaakt – waar<strong>van</strong> <strong>de</strong> officiële naam polyoxybenzylmethyleenglycolanhydri<strong>de</strong><br />

is maar die naar hem genoemd wordt en waarvoor hij op 7 <strong>de</strong>cember<br />

1909 een patent ont<strong>van</strong>gt.<br />

Phenolic, een <strong>van</strong> <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re kunststoffen uitgevon<strong>de</strong>n door Baekeland, die in<br />

1889 naar <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten emigreert, ligt aan <strong>de</strong> basis <strong>van</strong> het <strong>Gent</strong>se bedrijf<br />

Vynckier. Voor het patent <strong>van</strong> Velox-fotopapier ont<strong>van</strong>gt Baekeland <strong>van</strong> Kodak<br />

<strong>de</strong> toen fabuleuze som <strong>van</strong> 750.000 US$.<br />

In 1939 verkoopt hij <strong>de</strong> General Bakelite Company en leeft voort als een soort<br />

kluizenaar, geobse<strong>de</strong>erd door het ontwikkelen <strong>van</strong> een tropische tuin op zijn<br />

landgoed in Florida.<br />

Baekeland volgt lessen aan het KA (Ottogracht) en avondlessen aan <strong>de</strong> Nijverheidsschool.


5<br />

Omstreeks 1886 on<strong>de</strong>rwijst hij enkele uren natuur- en scheikun<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> RNS,<br />

<strong>de</strong>elopdracht die hij combineert met een assistentschap aan <strong>de</strong> RUG (vermoe<strong>de</strong>lijk<br />

1885 – 1889). Hij promoveert er als doctor in <strong>de</strong> wetenschappen (1884).<br />

De <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> participeert sinds 2005 aan het risicokapitaalfonds<br />

Baekeland II, samen met Universiteit <strong>Gent</strong>, Gimv, Fortis Private Equity, Artevel<strong>de</strong>hogeschool,<br />

<strong>Hogeschool</strong> West-Vlaan<strong>de</strong>ren, KBC Private Equity, Volksvermogen<br />

en Ethias.<br />

Baele Johan (1943), architect<br />

Partner architectenbureau Baro (1967-1975) en architectuuraf<strong>de</strong>ling Mens en Ruimte International<br />

(1967-1975)<br />

Architect, ste<strong>de</strong>nbouwkundige KASK (1966). Hoogleraar <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> (1970-2008),<br />

hoofddocent, faculteit toegepaste wetenschappen VUB (1983-2008 ); me<strong>de</strong>oprichter en<br />

hoofddocent <strong>van</strong> <strong>de</strong> architectuuropleiding, faculteit Toegepaste wetenschappen RUG<br />

(1988-1999), gastdocent aan hogescholen en universiteiten <strong>van</strong> Tilburg, Delft, Minneapolis,<br />

Praag, Hasselt, Antwerpen.<br />

Baertsoen Albert (1866-1922), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Baertsoen is vooral bekend voor zijn <strong>Gent</strong>se stadsgezichten, rivieren en kanalen<br />

bij mistig weer en on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> sneeuw. Hij stelt overal in Europa tentoon en behaalt<br />

verschillen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rscheidingen in zowel binnen- als buitenland, zoals Gou<strong>de</strong>n<br />

medailles in Dres<strong>de</strong>n, in het Salon <strong>van</strong> Parijs (1900) en in München (1901). In<br />

1894 sticht hij met James Ensor, Henri Permeke, Franz Charlet en Emile Spilliaert<br />

<strong>de</strong> Cercle <strong>de</strong>s Beaux-Arts d’Osten<strong>de</strong>, dat twee salons organiseert. In 1919 wordt<br />

hij lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Aca<strong>de</strong>mie <strong>van</strong> België.<br />

In 1972 organiseert het Museum voor Schone Kunsten – <strong>Gent</strong> een retrospectieve<br />

<strong>van</strong> zijn werk.<br />

Baertsoen stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> KASK (m.i.v. 1882), waar hij les krijgt <strong>van</strong>, on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>ren,<br />

Jean Delvin, en (1888 – 1889) aan <strong>de</strong> Aca<strong>de</strong>mie Roll in Parijs.<br />

Barbé Luc (1962), volksvertegenwoordiger<br />

Volksvertegenwoordiger en lid Vlaams parlement (1992-1995). Politiek secretaris <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Agalev-Ecolofractie in <strong>de</strong> Kamer <strong>van</strong> volksvertegenwoordigers (1995-1999), kabinetschef<br />

<strong>van</strong> staatssecretaris voor energie en duurzame ontwikkeling Olivier Deleuze (Ecolo)<br />

(1999-2003), politiek secretaris <strong>van</strong> <strong>de</strong> Ecolofractie in Kamer en Senaat (2003-2007),<br />

voorzitter partijbestuur Groen! (2005-he<strong>de</strong>n).<br />

Regeringscommissaris bij <strong>de</strong> Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen<br />

(2002-2003). On<strong>de</strong>rzoeker verbon<strong>de</strong>n aan Etopia, centre d’animation et <strong>de</strong> recherche<br />

en écologie politique. Barbé wordt beschouwd als <strong>de</strong> i<strong>de</strong>oloog en een <strong>van</strong> <strong>de</strong> energiespecialisten<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> groene partij. In 2003 wordt hij door het tijdschrift Knack uitgeroepen<br />

als <strong>de</strong> 15<strong>de</strong> machtigste man in België <strong>van</strong> dat ogenblik.<br />

Industrieel ingenieur Industriële <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> (1984)<br />

Basse Maurits (1868-1944), auteur<br />

Me<strong>de</strong>werker <strong>van</strong> Het Volksbelang en De Vlaamsche Gids en een tijd on<strong>de</strong>rvoorzitter <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se af<strong>de</strong>ling <strong>van</strong> het Willemsfonds. Basse publiceert o.a. Het aan<strong>de</strong>el <strong>de</strong>r vrouw in<br />

<strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandsche Letterkun<strong>de</strong> (2 vol. 1920-1921) en De Vlaamsche Beweging <strong>van</strong> 1905<br />

tot 1930 (3 vol. 1930-1933).<br />

Doctor in <strong>de</strong> Germaanse filologie RUG (1891). Leraar aan <strong>de</strong> athenea te Elsene, Tongeren<br />

en <strong>Gent</strong> en aan <strong>de</strong> RNS (1915-25). Hij was tevens docent aan <strong>de</strong> School voor Burgerlijke<br />

bouwkun<strong>de</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> RUG (1923-1938).<br />

Baur Frank (1887 – 1969), hoogleraar<br />

Bauer werkt als parlementair redacteur en bij <strong>de</strong> Belgische Boerenbond (1904 –<br />

1907). Hij stu<strong>de</strong>ert daarna Germaanse filologie aan <strong>de</strong> KUL en Thomistische Wijsbegeerte<br />

aan het Theologisch Seminarie in Mechelen. Hij publiceert over Ro<strong>de</strong>n-


6<br />

bach, is auteur <strong>van</strong> verschillen<strong>de</strong> publicaties over Guido Gezelle en me<strong>de</strong>stichter<br />

<strong>van</strong> het Gezellegenootschap. Hij verzorgt ook een Geschie<strong>de</strong>nis <strong>van</strong> <strong>de</strong> letterkun<strong>de</strong><br />

<strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n (9 vol. 1939 – 1956). In 1966 krijgt hij <strong>de</strong> Prijs voor Letterkun<strong>de</strong><br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse provincies voor zijn hele oeuvre.<br />

Doctor Letteren en Wijsbegeerte KUL (1920). Leraar (1920 – 1928) aan <strong>de</strong> KA<br />

<strong>van</strong> Oosten<strong>de</strong> en <strong>Gent</strong> en (1923 – 1928) aan <strong>de</strong> RNS. Docent (1927) en hoogleraar<br />

(1930 – 1957) aan <strong>de</strong> RUG.<br />

Hij is korte tijd <strong>de</strong>caan <strong>van</strong> <strong>de</strong> Faculteit Letteren en Wijsbegeerte en waarnemend<br />

rector <strong>van</strong> <strong>de</strong> RUG (1939 – 1940). Frank Baur is ook senator voor <strong>de</strong> CVP (1946 –<br />

1954).<br />

Becaus Jan (1948), journalist<br />

In 1971 behaalt hij in Oostakker zijn on<strong>de</strong>rwijzersdiploma en dat <strong>van</strong> regent in Engels-<br />

Ne<strong>de</strong>rlands-Duits aan <strong>de</strong> RNS. Hij is opvoe<strong>de</strong>r in het KA Voskenslaan en dan leraar KA<br />

Eeklo (1975 - 1984). In 1984 komt hij als journalist in dienst bij <strong>de</strong> toenmalige BRT, nu<br />

VRT. Een jaar later wordt hij er nieuwsanker <strong>van</strong> Het Journaal.<br />

Beel Stéphane (1955), architect<br />

Internationale prijs Eternit in <strong>de</strong> categorie individuele woningen (1988); Eugene Baie prijs<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Provincie Antwerpen (1989); Prijs Durox, eerste prijs Internationale prijs Eternit<br />

(1990); Prijs Charles Wilford: categorie openbare gebouwen (1991), Mies Van <strong>de</strong>r Rohe<br />

Award, Barcelona: prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Europese gemeenschap (1992, 1997 en 2001); Prijs <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> Vlaamse gemeenschap voor <strong>de</strong> plastische kunsten (1993), Kunstpreis Berlin (1994),<br />

BDA-erelid (Bond <strong>van</strong> Duitse architecten) 1996<br />

Architect St.Luscasinstituut <strong>Gent</strong> & SHIAS (1980); hoofddocent burgerlijk ingenieurarchitect<br />

KUL (sinds 1991); hoofddocent burgerlijk ingenieur architect RUG (sinds 1992)<br />

www.stephanebeel.com<br />

Beelaert Guido (1951) schrijversnaam: Guido <strong>van</strong> Heulendonk, auteur.<br />

Debuteert in 1983 in het Nieuw Vlaams Tijdschrift met Het vier<strong>de</strong> woord. In 1985 verschijnt<br />

Hoogtevrees, een roman die verfilmd wordt voor <strong>de</strong> BRT en die <strong>de</strong> aanmoedigingsprijs<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Provincie Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren krijgt.<br />

In 1988 volgt <strong>de</strong> roman Logboek <strong>van</strong> een narrenschip (Prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Stad <strong>Gent</strong>, 1989) en in<br />

1989 <strong>de</strong> novelle Vreem<strong>de</strong> Vogels (nominatie NCR-Literair). In 1991 verschijnt De echo <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> raaf, een verhalenbun<strong>de</strong>l geïnspireerd door E. A. Poe, gevolgd door het toneelstuk All<br />

over the place (1992) en <strong>de</strong> roman De vooravond (1994), waarvoor hij <strong>de</strong> Prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Provincie Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren krijgt.<br />

In 1995 verschijnt <strong>de</strong> roman Paar<strong>de</strong>n zijn ook varkens, die 1996 bekroond met <strong>de</strong> Gou<strong>de</strong>n<br />

Uil voor fictie. In 1998 publiceert hij <strong>de</strong> verhalenbun<strong>de</strong>l Aimez-vous les moules?, in 2000<br />

<strong>de</strong> roman Buiten <strong>de</strong> wereld, en in 2004 <strong>de</strong> roman Terug naar Killary Harbour. Zijn laatste<br />

publicatie is <strong>de</strong> roman Barnsteen (2010).<br />

Licentiaat Germaanse filologie RUG (1974). Is eerst leraar Engels en Ne<strong>de</strong>rlands in diverse<br />

mid<strong>de</strong>lbare scholen en wordt in 1986 lector aan het PIHO, later <strong>de</strong> Mercator <strong>Hogeschool</strong> –<br />

sinds 2001 opgenomen in <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong>.<br />

Bergmans Jacques (1891-1959), schil<strong>de</strong>r<br />

Is geduren<strong>de</strong> 34 jaar lesgever siertekenen aan het Belgisch Textielinstituut. Hij on<strong>de</strong>rwijst<br />

er Jacquardtekenen, tekenen <strong>van</strong> bedrukte stoffen, <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis <strong>van</strong> weefsels en ook<br />

textielwarenkennis waarover hij verschillen<strong>de</strong> publicaties verzorgt. Tevens introduceert hij<br />

er <strong>de</strong> batikkunst. Hij is <strong>de</strong> grondlegger <strong>van</strong> het Documentatiecentrum <strong>van</strong> het BTI.<br />

Bergmans is ook gekend als schil<strong>de</strong>r <strong>van</strong> <strong>Gent</strong>se monumenten, ou<strong>de</strong> gevels en winkeltjes,<br />

een werk met een ei zo na archeologische waar<strong>de</strong>.<br />

Berckx Paul (1927), ambtenaar


7<br />

Me<strong>de</strong>stichter en directeur (1950-1951) <strong>van</strong> het HIBH en <strong>van</strong>af 1947 secretaris <strong>van</strong> het<br />

Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiek Recht. Na <strong>de</strong> regionalisatie <strong>van</strong> on<strong>de</strong>rwijs<br />

en cultuur wordt hij secretaris-generaal bij het Vlaams gewest.<br />

Regent, bijzon<strong>de</strong>r gediplomeer<strong>de</strong> in <strong>de</strong> Hogere Administratieve Studiën; stu<strong>de</strong>ert aan het<br />

HIBH <strong>van</strong> 1945 tot 1950; aanvullen<strong>de</strong> proef Licentiaat in <strong>de</strong> Bestuurswetenschappen<br />

(1971-1972); Magister Administrationis aan <strong>de</strong> Universiteit <strong>van</strong> Pretoria.<br />

Bernheim Anne (1943-1984), juriste<br />

Actief in <strong>de</strong> culturele vereniging Raaklijn (Brugge 1956) organiseert ze (1961) aan <strong>de</strong> RUG<br />

samen met <strong>de</strong> dichter Jan <strong>van</strong> <strong>de</strong>r Hoeven <strong>de</strong> Middagen <strong>van</strong> <strong>de</strong> Poëzie.<br />

Me<strong>de</strong>werker Cleary, Gotllieb, Steen & Hamilton New York (1968) en Cleary Gotllieb Brussel<br />

(1969 - 1971). Juridisch adviseur COBEPA (Compagnie Belge <strong>de</strong> Participations) (1971-<br />

1973). Kabinetsme<strong>de</strong>werker E. Anseele (1973), E. Leburton (1973) en W. Claes (1977-<br />

1979). Bedrijfsjurist BMI (Belgische Maatschappij voor Internationale Investeringen) 1974<br />

-1979. Gaat in 1976 aan <strong>de</strong> slag in <strong>de</strong> nv Sidmar waar ze adjunct-directeur later directeur<br />

participaties wordt. Lid directiecomité en directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> staalholding Sidinvest (1982)<br />

Vat studies geschie<strong>de</strong>nis aan <strong>de</strong> RUG en wordt er (1966) doctor in <strong>de</strong> rechten. Stu<strong>de</strong>ert in<br />

1967 aan <strong>de</strong> London School of Economics and Political Sciences. Anne Bernheim is lesgever<br />

HIBH (1981-1984).<br />

Ilegems D., De gebroken ambitie <strong>van</strong> Anne Bernheim, Kritak, 1988<br />

Bettens Sarah (1972), zangeres<br />

Bettens is vooral bekend als zangeres <strong>van</strong> K's Choice en later ook als solo-zangeres. Zij<br />

speelt begin jaren 90 samen met haar broer Gert in een amateurbandje, The Basement<br />

Plugs dat al snel een platencontract aangebo<strong>de</strong>n krijgt. On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> naam The Choice brengen<br />

ze hun <strong>de</strong>buutalbum uit. Later wordt <strong>de</strong> naam veran<strong>de</strong>rd in K's Choice, waarmee ze<br />

nog drie studioalbums maken en enkele grote hits scoren, zoals Not an addict. Als K's<br />

Choice in 2003 besluit een sabbatjaar in te lassen, werkt Sarah Bettens aan een aantal<br />

soloalbums, zo het minialbum Go en Scream (2005). In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> jaren werkt ze nauw<br />

samen of toert ze met o.a. Stash en Tom Kestens, The Scene,… Eind 2008 toer<strong>de</strong> Bettens<br />

door West-Europa met <strong>de</strong> theatertour Never say goodbye. In 2010 speelt zij reünieconcerten<br />

met haar broer.<br />

Sarah Bettens stu<strong>de</strong>ert (1992-1994) fotografie aan <strong>de</strong> KASK<br />

Bezverkhny Mikhail (1947), musicus<br />

Bezverkhny stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> Centrale Muziekschool <strong>van</strong> het Conservatorium <strong>van</strong> Sint-<br />

Petersburg en aan het Tsjaikovski-Conservatorium in Moskou bij Yankilevitsj, Glisarova en<br />

Stern. Tij<strong>de</strong>ns en na zijn studies behaalt hij prijzen in vele belangrijke internationale wedstrij<strong>de</strong>n:<br />

Wieniawski (1967), Montréal (1972), Interforum Budapest (1974), Koningin Elisabethwedstrijd<br />

Brussel (1976). Tussen 1967 en 1978 concerteert hij zowat over <strong>de</strong> hele<br />

wereld waarna zijn loopbaan wordt tegengewerkt door <strong>de</strong> Sovjetautoriteiten. In 1990 vestigt<br />

hij zich in België. Bezverkhny, die talloze opnames maakt, is naast violist ook actief als<br />

altviolist, componist, dirigent en acteur.<br />

Mikhail Bezverkhny geeft sinds 1992 les viool en altviool aan het KMC.<br />

Billiet Daniel (1950), auteur<br />

Daniël Billiet start als redacteur <strong>van</strong> het tijschrift Amarant en wordt nadien achtereenvolgens<br />

redacteur <strong>van</strong> <strong>de</strong> tijdschriften Yang, Poëziekrant en Vandaag. In 1979 ont<strong>van</strong>gt hij <strong>de</strong><br />

Prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> stad <strong>Gent</strong> voor Poëzie. Hij behoort tot <strong>de</strong> generatie <strong>van</strong> neo-romantici.<br />

Regent Ne<strong>de</strong>rlands - Engels – Geschie<strong>de</strong>nis RNS (1974), leraar aan het St. Laureinsinstituut<br />

te Zelzate.<br />

Billiet Valère (1913 – 1945), wetenschapper<br />

Doctor in <strong>de</strong> wis- en natuurkun<strong>de</strong> (RUG, 1924), specialisatie kristalkun<strong>de</strong>.<br />

Omdat hij op een bepaald ogenblik geen universitaire opdracht meer heeft, on<strong>de</strong>rbreekt<br />

hij zijn laboratoriumon<strong>de</strong>rzoeken en neemt interims op in het secundair


8<br />

on<strong>de</strong>rwijs (zo in Tongeren en Aalst). Hij start aan <strong>de</strong> RUG met een Laboratorium<br />

voor Röntgenanalyse (1932) en wordt in 1941, op basis <strong>van</strong> zijn wetenschappelijke<br />

expertise (c-stralen), als docent benoemd aan <strong>de</strong> Faculteit Geneeskun<strong>de</strong> <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> RUG. Hij is directeur <strong>van</strong> het Belgisch Comité voor het On<strong>de</strong>rzoek <strong>van</strong> Kleien<br />

(Co- BEA) en verbon<strong>de</strong>n aan het Centrum voor Gezwelziekten. Deze functies<br />

neemt hij ook waar tij<strong>de</strong>ns zijn on<strong>de</strong>rwijsopdracht aan <strong>de</strong> RNS (1933 – 1945).<br />

Kort voor <strong>de</strong> bevrijding (augustus 44) wordt Billiet, die een actief weerstan<strong>de</strong>r is,<br />

gearresteerd en in mei 1945 door <strong>de</strong> SS neergeschoten terwijl hij me<strong>de</strong>ge<strong>van</strong>genen<br />

tracht te red<strong>de</strong>n bij het zinken <strong>van</strong> <strong>de</strong> Cap Arcona in Lübeck.<br />

Bilo Julien - Eugène (1914), wetenschapper<br />

Bilo was lid <strong>van</strong> het Belgisch Centrum voor Wiskundig On<strong>de</strong>rzoek en on<strong>de</strong>rvoorzitter<br />

(1958-1960), later voorzitter (1960-1962) <strong>van</strong> het Belgisch Wiskundig Genootschap.<br />

Licentiaat (1936) en Doctor in <strong>de</strong> Wetenschappen - groep Wiskun<strong>de</strong> (1945). Lesgever<br />

(1936 -1948) wiskun<strong>de</strong>-natuurkun<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> RNS, opdracht die hij combineert met een<br />

<strong>de</strong>eltijds assistentschap aan <strong>de</strong> RUG. Daar wordt hij in 1952 docent met als opdracht analyse<br />

en hogere meetkun<strong>de</strong>. Als gewoon hoogleraar belast met <strong>de</strong> cursus bijzon<strong>de</strong>re metho<strong>de</strong>leer<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> wiskun<strong>de</strong> (aggregatie HSO).<br />

Bilquin Jean (1938), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Bilquin wijdt zich <strong>van</strong>af 1967 integraal aan een artistieke loopbaan, hoewel hij oorspronkelijk<br />

in <strong>de</strong> publiciteitssector aan <strong>de</strong> slag is. Het oeuvre <strong>van</strong> Jean Bilquin getuigt <strong>van</strong> een altijd<br />

duren<strong>de</strong> zoektocht naar <strong>de</strong> essentie <strong>van</strong> <strong>de</strong> mens en <strong>de</strong> artistieke uitdrukking er<strong>van</strong>. Deze<br />

i<strong>de</strong>e vin<strong>de</strong>n we terug bij verschillen<strong>de</strong> creaties, zoals bij <strong>de</strong> illustraties bij het Eerste Metamorfosenboek<br />

<strong>van</strong> Ovidius in 1987, zijn versie <strong>van</strong> het Laatste Avondmaal <strong>van</strong> Leonardo<br />

da Vinci (1995), in <strong>de</strong> versieringen <strong>van</strong> <strong>de</strong> Campo Santo kapel te Sint-Amandsberg (1997)<br />

en in zijn cyclus over <strong>de</strong> mythologische figuur <strong>van</strong> Orpheus in Charlesville-Mézière (1999).<br />

In 2008 brengt <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Kunsthal Sint-Pietersabdij een overzichtstentoonstelling <strong>van</strong><br />

Bilquin’s werk.<br />

Bilquin volgt een grafische opleiding, stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> KASK en is er docent schil<strong>de</strong>rkunst<br />

(1979-2002).<br />

http://users.telenet.be/jeanbilquin/<br />

Blancquaert Lieve (1963), fotograaf<br />

Sinds 1985 werkzaam als freelance fotograaf voor diverse dag- en weekbla<strong>de</strong>n. Zij publiceer<strong>de</strong><br />

tevens verschillen<strong>de</strong> boeken met o.a. Annemie Struyf ( A la limite Insjallah, mevrouw,<br />

Mijn status is positief, …). Bij verhalen <strong>van</strong> Betty Mellaerts over vrouwen en ou<strong>de</strong>r<br />

wor<strong>de</strong>n, Vrouw, en voor <strong>de</strong> dichtbun<strong>de</strong>l Uit één vinger valt men niet <strong>van</strong> Erwin Mortier,<br />

maakte ze foto’s. De tentoonstelling rond <strong>de</strong> foto’s uit het boek Vrouw reis<strong>de</strong> rond in Ne<strong>de</strong>rland<br />

en België, <strong>de</strong>ze uit Inshallah wer<strong>de</strong>n in 2004 in het Fotomuseum <strong>van</strong> Antwerpen<br />

tentoongesteld.<br />

Voor televisie werkte ze mee aan Meisjes <strong>van</strong> Veertig in De laatste show alsook aan <strong>de</strong><br />

Zomer 2005 en Zomer 2006, zomershows <strong>van</strong> Jan Leyers en aan <strong>de</strong> reeksen <strong>van</strong> De film<br />

<strong>van</strong> mijn leven (2008-2009) op Canvas. In 2008 ging ze met een groep gehandicapten op<br />

tocht door Nicaragua wat resulteer<strong>de</strong> in een gelijknamig fotoboek en <strong>de</strong> tv-reeks Voorbij<br />

<strong>de</strong> grens. In 2009 publiceer<strong>de</strong> zij Mijn zachte huid, dat tevens in een tentoonstelling werd<br />

voorgesteld, waar zij <strong>de</strong> moedige verhalen <strong>van</strong> brandwon<strong>de</strong>npatiënten vertelt en, in samenwerking<br />

met A. Struyf, Iemand. Gepakt door Zuid Afrika.<br />

Lieve Blancquaert stu<strong>de</strong>ert kunstfilm en fotografie aan <strong>de</strong> KASK (1985)<br />

http://www.lieve-blancquaert.be/fin<strong>de</strong>x.html<br />

Bleyaert Romain (1952), directeur<br />

Licentiaat bedrijfseconomie en geaggregeer<strong>de</strong> HSO Han<strong>de</strong>lswetenschappen (RUG). Leraar<br />

economische vakken (1977-1984) aan het PHTI docent (1984-1992) en directeur PIHO<br />

(1992-1995). Financieel-administratief directeur Mercator (1995-2001). Start <strong>de</strong> voorbe-


9<br />

reiding <strong>van</strong> een Dienst Interne Audit en verzorgt <strong>de</strong> afhan<strong>de</strong>ling <strong>van</strong> Mercator APB (2001-<br />

2002).<br />

Lector <strong>de</strong>partement Mercator ( 2002-).<br />

Boey Marcel (1905-1998), leraar<br />

Leraar aan <strong>de</strong> RMS (1927) Lokeren, (1927-1928) Zelzate, (1939-1944) Mal<strong>de</strong>gem en<br />

(1951-1970) Brugge.<br />

Voorzitter (1934-1938) <strong>van</strong> het Davidsfonds te Zelzate. Tij<strong>de</strong>ns WOII voorzitter <strong>van</strong> Winterhulp<br />

te Mal<strong>de</strong>gem en lid <strong>van</strong> het Vlaamsch Nationaal Verbond. In 1954 richt hij, met<br />

Flor Grammens en Paul Daels, <strong>de</strong> Vlaamse Volksbeweging (VVB) op.<br />

Marcel Boey schrijft een aantal historische verhalen en geromanceer<strong>de</strong> levensbeschrijvingen.<br />

Regent wetenschappen RNS (1925)<br />

Bogaerts Aimé (1859-1915), on<strong>de</strong>rwijzer<br />

Is <strong>van</strong> 1878 tot 1901 werkzaam in het <strong>Gent</strong>se ste<strong>de</strong>lijk on<strong>de</strong>rwijs. Publiceert al snel<br />

schoolboekjes maar is ook me<strong>de</strong>werker aan <strong>de</strong> tijdschriften De Lagere School (1883-<br />

1887) en het Maan<strong>de</strong>lijksch On<strong>de</strong>rwijzersblad <strong>van</strong> <strong>Gent</strong> en Omliggen<strong>de</strong> (1892-1910). On<strong>de</strong>rsteunt<br />

<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspolitiek <strong>van</strong> <strong>de</strong> liberale regering en ijvert (1887) voor <strong>de</strong> stichting<br />

<strong>van</strong> een ziekenfonds – waar<strong>van</strong> hij <strong>de</strong> eerste voorzitter wordt - on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> le<strong>de</strong>n <strong>van</strong> het<br />

<strong>Gent</strong>se on<strong>de</strong>rwijzend personeel. Hij is hoofdredacteur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Volksschool (1908) orgaan<br />

<strong>de</strong>r Socialistische Schoolbon<strong>de</strong>n. Hij verlaat (1902) het on<strong>de</strong>rwijs om redacteur en later<br />

(1909-1915) hoofdredacteur <strong>van</strong> het dagblad Vooruit te wor<strong>de</strong>n.<br />

On<strong>de</strong>rwijzer RNS (1878)<br />

Bontinck Dirk (1945), architect<br />

Ziel <strong>van</strong> Bontinck Architecture and Engineering CVBA, een multidisciplinaire studiegroep<br />

waarin architecten en ingenieurs samen architectuurprojecten concipiëren, vormgeven en<br />

implementeren. Deze on<strong>de</strong>rneming wordt, weliswaar als NV De <strong>Gent</strong>sche Bouwwerken,<br />

gesticht door overgrootva<strong>de</strong>r Karel Bontinck.<br />

Dirk Bontinck werkt tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> late jaren zestig en zeventig in een hecht team met zijn<br />

va<strong>de</strong>r. Zij bouwen o.a. het Feest- en Floraliapaleis met casino en velodroom, het Complex<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> watervoorzieningdienst op <strong>de</strong> Kattenberg te <strong>Gent</strong>, het RTT-complex in <strong>de</strong> St. Jacobsnieuwstraat<br />

met in <strong>de</strong> inkomhal een 3,5 meter hoog keramisch werk <strong>van</strong> Carmen<br />

Dionyse en het Ste<strong>de</strong>lijk administratief centrum op het Zuid.<br />

Van het oorspronkelijke accent op architectuur <strong>van</strong> publieke gebouwen, concentreert <strong>de</strong><br />

on<strong>de</strong>rneming zich sinds enkele jaren op het ontwerpen <strong>van</strong> grote woongebouwen (project<br />

Reylof), kantoorcomplexen (gebouw <strong>van</strong> <strong>de</strong> Christelijke mutualiteiten in <strong>Gent</strong>) en multifunctionele<br />

projecten. Alsook op renovatie en restauratie zo o.a. <strong>van</strong> het Museum voor<br />

Schone Kunsten in <strong>Gent</strong> en pan<strong>de</strong>n op het Brusselse Koningsplein bestemd voor <strong>de</strong> kabinetten<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Brusselse regering.<br />

Dirk Bontinck, die acht jaar lesgever is aan <strong>de</strong> KASK, reikt <strong>van</strong>af 1995 <strong>de</strong> Dirk Bontinckprijs<br />

voor Mo<strong>de</strong>rne Bouwkun<strong>de</strong> uit voor leerlingen <strong>van</strong> het secundair on<strong>de</strong>rwijs.<br />

Bontinck Geo (1903 – 1999), architect, directeur<br />

Bontinck is een <strong>van</strong> <strong>de</strong> meest markante persoonlijkhe<strong>de</strong>n <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se interbellumarchitectuur<br />

en drukt tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> eerste <strong>de</strong>cennia na <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Wereldoorlog<br />

een persoonlijke stempel op het <strong>Gent</strong>se stadsgezicht. Bekend zijn o.a. het EGWgebouw<br />

aan het Graaf <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>renplein (het Zuid), dat nu dienst doet als Ste<strong>de</strong>lijke<br />

Bibliotheek, alsook <strong>de</strong> flatgebouwen Anseele, Van Beveren en Nachez<br />

langs <strong>de</strong> Watersportbaan. Voor <strong>de</strong> gemeente Zelzate ontwerpt hij nieuwe urbanisatieplannen<br />

en realiseert <strong>de</strong> daarmee gepaard gaan<strong>de</strong> nieuwe sociale nutsinfrastructuur,<br />

zoals het gemeentehuis <strong>van</strong> Zelzate.<br />

Hij tekent, samen met zijn zoon Dirk, voor het ICC, het Feest- en Floraliapaleis<br />

met casino en velodroom in het Cita<strong>de</strong>lpark en voor het Complex <strong>van</strong> <strong>de</strong> watervoorzieningdienst<br />

op <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Kattenberg.


10<br />

Bontinck, die aan <strong>de</strong> KASK stu<strong>de</strong>er<strong>de</strong>, is er lesgever en directeur (1945 – 1968).<br />

On<strong>de</strong>r zijn impuls komt o.a. <strong>de</strong> af<strong>de</strong>ling Animatiefilm (1963) tot stand.<br />

Boonans Cécile (1882-1957), gekend als Cautermans Cécile, beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Breekt door op het Salon <strong>van</strong> <strong>Gent</strong> 1921, salons die driejaarlijkse wor<strong>de</strong>n georganiseerd.<br />

Cautermans zal er <strong>van</strong> 1906 tot 1937 werk tonen. In potlood- of houtskooltekeningen<br />

beeldt ze <strong>de</strong> wereld <strong>van</strong> het Pand uit, het voormalig Dominicanenklooster aan <strong>de</strong> Leie,<br />

waar voornamelijk marginalen leven en zij een atelier heeft.<br />

Cécile Cautermans heeft (1900) een speciale toelating nodig om aan <strong>de</strong> KASK te mogen<br />

stu<strong>de</strong>ren: vrouwen die zich wensen te bekwamen in <strong>de</strong> beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> kunsten zijn dan nog op<br />

privé-on<strong>de</strong>rwijs aangewezen of op <strong>de</strong> Nijverheidsschool.<br />

Bots Marcel (1925 – 1995), hoofdinspecteur<br />

Secretaris (1951) en on<strong>de</strong>rvoorzitter <strong>van</strong> het Willemsfonds (1961). Voorzitter <strong>van</strong><br />

het Julius Vuylstekefonds dat hij nieuw leven inblaast en <strong>van</strong> <strong>de</strong> raad <strong>van</strong> bestuur<br />

<strong>van</strong> het Liberaal Archief (1981 – 1995).<br />

Marcel Bots was Licentiaat (1948) en doctor in <strong>de</strong> Germaanse filologie(1952)<br />

RUG.<br />

Vertaler op <strong>de</strong> Generale Staf <strong>van</strong> het leger (1949), studiemeester, dan leraar Ne<strong>de</strong>rlands,<br />

ten slotte lesgever ze<strong>de</strong>nleer aan het KA <strong>Gent</strong> en lesgever filosofie aan<br />

het SHISS. Van 1957 tot 1960 is hij hoogleraar aan <strong>de</strong> Universiteit <strong>van</strong> Elisabethstad<br />

(Lubumbashi).<br />

Hoofdinspecteur ste<strong>de</strong>lijk on<strong>de</strong>rwijs <strong>Gent</strong> (1960 – 1980) en <strong>de</strong>eltijds docent Historische<br />

en Vergelijken<strong>de</strong> Pedagogiek en Belgische en Vergelijken<strong>de</strong> Schoolwetgeving<br />

aan <strong>de</strong> ULB-VUB (1964 – 1980). Marcel Bots is ook auteur <strong>van</strong> talrijke<br />

wijsgerige, pedagogische en historische publicaties.<br />

Verhulst A. en Pareyn L. (red.), Hul<strong>de</strong>boek Prof. Dr. Marcel Bots, 1995<br />

Bourdon Odile (1876-1960), directeur<br />

Begint haar loopbaan met het geven <strong>van</strong> privélessen. Na haar aanstelling als lerares aan<br />

<strong>de</strong> han<strong>de</strong>lsaf<strong>de</strong>ling <strong>van</strong> <strong>de</strong> beroepsschool Onze-Lieve-Vrouw in <strong>Gent</strong>, komt zij al snel in<br />

contact met Jan Wannyn, die haar een voltijdse opdracht aanbiedt in <strong>de</strong> English Club.<br />

Wetenschappelijk regent (1900). Lesgever English Club (tot 1918) Van bij <strong>de</strong> oprichting<br />

(1920) <strong>van</strong> het PHTI is zij directrice <strong>van</strong> <strong>de</strong> meisjesaf<strong>de</strong>ling. In het schooljaar 1941-1942<br />

wordt ze op rust gesteld al blijft ze er tot ver in <strong>de</strong> jaren vijftig actief als jurylid.<br />

Bovy Malvina (Vina) (1900 – 1983), zangeres<br />

Bovy is verbon<strong>de</strong>n aan het Operagezelschap <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Schouwburg <strong>Gent</strong><br />

(1917 – 1921) en aan <strong>de</strong><br />

Brusselse Muntschouwburg (1922 – 1925). Tot het begin <strong>van</strong> <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Wereldoorlog<br />

ontwikkelt zij een internationale carrière met optre<strong>de</strong>ns in <strong>de</strong> Opéra Comique<br />

Parijs (1925) en – op uitnodiging <strong>van</strong> Arturo Toscanini – in het Teatro alla<br />

Scala Milaan (1926). Ver<strong>de</strong>r in <strong>de</strong> Carnegie Hall (1936 – 1939), <strong>de</strong> Metropolitan<br />

New York (1936 – 1939) en in het Teatro Colon in Buenos Aires alsook in <strong>de</strong> operahuizen<br />

<strong>van</strong> Monte Carlo, Bor<strong>de</strong>aux en Toulouse. Zij werkt samen met Arturo<br />

Tosacnini, Beniamino Gigli en Giacomo Lauri-Volpi.<br />

De Twee<strong>de</strong> Wereldoorlog brengt een ein<strong>de</strong> aan haar internationale carrière.<br />

Van 1947 tot 1955 is Bovy directrice <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Opera <strong>Gent</strong> waar ze overigens<br />

ook blijft zingen en nieuwe rollen aan haar repertoire toevoegt. Haar allerlaatste<br />

optre<strong>de</strong>n grijpt plaats op 23 augustus 1964 in het Casino-Kursaal <strong>van</strong><br />

Oosten<strong>de</strong>.<br />

Bovy heeft een uitgebrei<strong>de</strong> stemom<strong>van</strong>g, <strong>van</strong> lyrische sopraan over lichte sopraan<br />

tot coloratuursopraan. Dit laat haar toe <strong>de</strong> vier vrouwenrollen in Les contes<br />

d’Hoffman <strong>van</strong> Jacques Offenbach te vertolken, wat op dat ogenblik (ze realiseert<br />

dit een eerste keer in januari 1937) uitzon<strong>de</strong>rlijk is.


11<br />

Vina Bovy begint in 1914 aan een opleiding drama aan het KMC. In 1915 start ze<br />

er haar opleiding zang, waarnaast ze ook nog privélessen blijft volgen. Zij geeft<br />

er les <strong>van</strong>af 1947.<br />

Braeckman Dirk (1958), fotograaf<br />

Dirk Braeckman <strong>de</strong>construeert in zijn foto’s <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> wereld en construeert vervolgens<br />

een nieuwe wereld, vertrekken<strong>de</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> materialiteit <strong>van</strong> <strong>de</strong> dingen. Vandaar dat<br />

zijn foto’s tegelijkertijd als verhullend en onthullend ervaren wor<strong>de</strong>n en – althans op het<br />

eerste, oppervlakkige zicht - <strong>de</strong> klassieke fotografie overstijgen. De klassieke fotografie,<br />

waartegenover Braeckman een dubbelzinnige houding heeft ontwikkeld. Vooral het ambigue<br />

karakter <strong>van</strong> <strong>de</strong> foto als venster op <strong>de</strong> werkelijkheid zet hem aan tot een voortduren<strong>de</strong><br />

in vraagstelling er<strong>van</strong>. Een on<strong>de</strong>rzoek <strong>van</strong> <strong>de</strong> fotografie in al haar geledingen, met een<br />

bijzon<strong>de</strong>re klemtoon op textuur en picturaliteit, ligt aan <strong>de</strong> basis <strong>van</strong> een nieuwe soort<br />

werkelijkheid die Dirk Braeckman construeert.<br />

Me<strong>de</strong>stichter, met fotograaf Carl De Keyzer <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Galerie XYZ (1982). Publiceer<strong>de</strong><br />

inmid<strong>de</strong>ls drie kunstenaarsmonografieën, een vier<strong>de</strong> is momenteel in voorbereiding.<br />

Deelname aan talloze groepstentoonstellingen in binnen- en buitenland en realisatie <strong>van</strong><br />

een aantal permanente fotografische installaties, on<strong>de</strong>r meer in het Koninklijk Paleis, Brussel<br />

(portretten <strong>van</strong> Koning Albert II en Koningin Paola), in het Concertgebouw te Brugge<br />

(in samenwerking met Robbrecht en Daem) en het vernieuw<strong>de</strong> stadhuis te Menen (in<br />

samenwerking met Noa-architecten).<br />

Hij is laureaat <strong>van</strong> on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong> Prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> provincie Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren (1985), <strong>de</strong> Preis<br />

für junge Europäische Fotografen Frankfurt (1985), Culturele prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Universiteit Leuven<br />

(2002) en <strong>de</strong> Cultuurprijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Gemeenschap Schone kunsten (2006).<br />

Braeckman stu<strong>de</strong>ert (1977-1981) kunstfotografie en film aan <strong>de</strong> KASK en is docent fotografie<br />

aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen (1994-1997;<br />

1998-2002). Sinds 2009 is hij als docent verbon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> KASK.<br />

http://www.braeckman.be/<br />

Brandt Geert (1962), senior consultant<br />

Wetenschappelijk me<strong>de</strong>werker Vlerick school voor Management (1987-1990) en consultant<br />

Amelior Kortrijk (sinds 1990). Hij begeleidt profit- en non-profit organisaties in <strong>de</strong><br />

verschillen<strong>de</strong> dimensies <strong>van</strong> Business Process Management (BPM).<br />

Industrieel ingenieur elektronica BME (1984), Licentiaat economische wetenschappen,<br />

RUG (1987), speciaal licentiaat kwantitatieve bedrijfskun<strong>de</strong> RUG (1989)<br />

Brijs Achiel (1879-1949), han<strong>de</strong>laar<br />

Start zijn loopbaan in het on<strong>de</strong>rwijs maar wordt daarna groothan<strong>de</strong>laar in Brussel. Hij is<br />

politiek zeer actief: stichter-voorzitter <strong>van</strong> het Algemeen Ne<strong>de</strong>rlands Verbond, stichtervoorzitter<br />

<strong>van</strong> het Nationaal Verbond <strong>van</strong> Vrijzinnige mutualiteiten, me<strong>de</strong>oprichter <strong>van</strong> het<br />

Liberaal Vlaamsch verbond en bestuurslid <strong>van</strong> het Willemsfonds. Tij<strong>de</strong>ns WOI is hij activist,<br />

bestuurslid <strong>van</strong> Jong-Vlaan<strong>de</strong>ren en secretaris <strong>van</strong> <strong>de</strong> Raad <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren. In 1918 wijkt<br />

hij uit naar Ne<strong>de</strong>rland en vestigt zich te ’s Gravenhage.<br />

Regent literaire af<strong>de</strong>ling RNS (1901)<br />

Broeckx Jan (1920-2006), hoogleraar<br />

Jan Broeckx stu<strong>de</strong>ert fuga, contrapunt en piano aan het KMC Antwerpen en kunstgeschie<strong>de</strong>nis<br />

aan <strong>de</strong> RUG (1943).<br />

Broeckx is lid <strong>van</strong> verschillen<strong>de</strong> binnen- en buitenlandse musicologische verenigingen,<br />

publicist en auteur <strong>van</strong> verschillen<strong>de</strong> boeken over muziekgeschie<strong>de</strong>nis en muziekesthetica.<br />

Hij is verantwoor<strong>de</strong>lijk voor <strong>de</strong> Belgische tak <strong>van</strong> het internationaal musicologisch tijdschrift<br />

Interface.<br />

Jan Broeckx is me<strong>de</strong>stichter en raadslid <strong>van</strong> het Humanistisch Verbond (HV).<br />

Lesgever muziekgeschie<strong>de</strong>nis aan het KMC (1944-1948) en <strong>van</strong>af 1948 aan het KMC Antwerpen.<br />

Tevens adjunct-conservator <strong>van</strong> het KMSKA (1946-1966). Broeckx wordt in 1966


12<br />

als professor Muziekgeschie<strong>de</strong>nis en Muziektheorie aangesteld aan <strong>de</strong> RUG. Hij is er tevens<br />

directeur <strong>van</strong> het Instituut voor Psychoakoestiek en Elektronisch Muziek (IPEM).<br />

http://www.ipem.ugent.be/<br />

Brossé Dirk (1960), componist-dirigent<br />

Dirk Brossé dirigeert <strong>de</strong> belangrijkste Belgische - zo o.a. het Vlaams Radio Orkest, <strong>de</strong><br />

Filharmonie, het orkest <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Opera en het Nationaal Orkest <strong>van</strong> België – en<br />

internationale toporkesten - zo bijvoorbeeld het The London Symphony Orchestra, the<br />

London Philharmonic Orchestra, l’ Orchestre <strong>de</strong> la Suisse Roman<strong>de</strong>, The Philharmonic Orchestra<br />

of Shangai, the World Symphony Orchestra of Phila<strong>de</strong>lphia; the Camarata St. Petersburg,<br />

het Rotterdams Filharmonisch orkest.<br />

Brossé is een veelzijdig en vruchtbaar componist <strong>van</strong> bij <strong>de</strong> 200 werken die wereldwijd<br />

uitgevoerd wor<strong>de</strong>n waaron<strong>de</strong>r concerti, oratoria, lie<strong>de</strong>ren, kamermuziek en symfonische<br />

werken. Zijn belangrijkste werken zijn La Soledad <strong>de</strong> América Latina, geschreven in samenwerking<br />

met Gabriel Garcia Marquez, Artesia, symfonie voor orkest en etnische instrumenten,<br />

<strong>de</strong> etnoklassieke symfonie The Birth of Music, <strong>de</strong> lied-cycli Landuytcyclus en<br />

La Vida es un Sueno, het War Concerto voor klarinet en orkest en <strong>de</strong> concerti voor viool<br />

Black, White en Between en Sophia.<br />

Daarnaast componeert hij ook muziek voor theater en film. De bekendste soundtracks zijn<br />

Koko Flanel, Licht, <strong>de</strong> Kavijaks, Daens (Aca<strong>de</strong>my Award Nomination 1993) <strong>van</strong> Stijn Koninckx,<br />

Maria <strong>van</strong> Marian Handwerker (beste film Festival <strong>van</strong> Venetië 1994) en <strong>de</strong> stille<br />

film Visages d’Enfants <strong>van</strong> Jacques Fey<strong>de</strong>r (1925). In nauwe samenwerking met Frank<br />

Van Laecke schrijft hij <strong>de</strong> muziek voor <strong>de</strong> musicals Sacco & Vanzetti, <strong>de</strong> Prince of Africa,<br />

Kuifje - <strong>de</strong> Zonnetempel, Rembrandt en Daens.<br />

In 2008 maakt hij zijn <strong>de</strong>buut in <strong>de</strong> Lon<strong>de</strong>nse Royal Albert Hall met het London Symphonie<br />

Orchestra, dat hij dirigeert en sinds september 2010 is hij <strong>de</strong> Music director <strong>van</strong> The<br />

Chamber Orchestra of Phila<strong>de</strong>lphia.<br />

Dirk Brossé ont<strong>van</strong>gt <strong>de</strong> titel Cultureel Ambassa<strong>de</strong>ur <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren en <strong>de</strong> Gou<strong>de</strong>n Erepenning<br />

<strong>van</strong> het Vlaams Parlement. Hij is lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> RvB <strong>van</strong> SABAM, advisory board<br />

member <strong>van</strong> <strong>de</strong> onafhankelijke think thank Itinera Institute en board member <strong>van</strong> <strong>de</strong> African<br />

Children’s Choir.<br />

Hij doorloopt zijn muzikale studies aan het KMC <strong>Gent</strong> ( muziektheorie, harmonieleer,<br />

trompet en piano) en Brussel (contrapunt en fuga) en specialiseert zich daarna in orkestdirectie<br />

in Maastricht, Wenen en Keulen. Hij behaalt het diploma orkestdirectie aan <strong>de</strong> Musikhochschule<br />

Köln. Naast talrijke gastprofessoraten is hij, sinds 1983, docent en hoofddocent<br />

compositie en orkestdirectie aan het KMC.<br />

www.dirkbrosse.be<br />

Bruynserae<strong>de</strong> René (1909-1991), kunstschil<strong>de</strong>r, architect<br />

Stu<strong>de</strong>ert tekenen, sierkunst, toegepaste bouwkunst en architectuur aan <strong>de</strong> KASK en is<br />

jarenlang adjunct-conservator <strong>van</strong> het Museum voor Sierkunst, nu Design museum <strong>Gent</strong>.<br />

Het museum vindt zijn oorsprong in <strong>de</strong> in 1903 gestichte Vereniging voor Nijverheids- en<br />

Decoratieve Kunsten dat een eerste on<strong>de</strong>rkomen vond in <strong>de</strong> KASK in <strong>de</strong> Aca<strong>de</strong>miestraat.<br />

Bruynserae<strong>de</strong> wordt in 1933 aangesteld als leraar toegepaste kunst aan <strong>de</strong> KASK en is<br />

<strong>van</strong> 1970 tot 1974 directeur <strong>van</strong> het SHIAS.<br />

De Stichting <strong>van</strong> Openbaar Nut Bruynserae<strong>de</strong>-<strong>de</strong> Witte reikt jaarlijks prijzen uit aan laatstejaarsstu<strong>de</strong>nten<br />

grafische vormgeving en interieurvormgeving.<br />

Bultereys Willy (1933 – 2006), hoogleraar<br />

Bultereys is vooral bekend om zijn inzet ten voor<strong>de</strong>le <strong>van</strong> het kleinschalige <strong>Gent</strong>se<br />

culturele verenigingsleven. Zo is hij <strong>de</strong> bezieler <strong>van</strong> het Lakenmetershuis, jarenlang<br />

on<strong>de</strong>rvoorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se cultuurvzw In Monte Blandino, voorzitter<br />

<strong>van</strong> het Willemsfonds <strong>Gent</strong> (1972 – 2004) en on<strong>de</strong>rvoorzitter <strong>van</strong> het Willemsfonds<br />

Algemeen Bestuur (1983 – 1993). Daarnaast is hij me<strong>de</strong>oprichter en voorzitter<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Bibliotheek – vereniging <strong>van</strong> het Willemsfonds (1981 – 2005) en<br />

algemeen secretaris <strong>van</strong> het Studiecentrum professor dr. Herman Uyttersprot


13<br />

(1971 – 2005). Ook is hij 18 jaar lang voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Openbare Bibliotheek.<br />

Van 1982 tot 1988 zetelt hij als voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse vleugel <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vaste<br />

Cultuurpactcommissie. Hij wordt <strong>de</strong> eerste Ne<strong>de</strong>rlandstalige voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> bicommunautaire<br />

instelling <strong>van</strong> het Paleis voor Schone Kunsten Brussel (1985 –<br />

1987) en is lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> raad <strong>van</strong> bestuur <strong>van</strong> <strong>de</strong> BRTN (1984 – 1990).<br />

Ook interprovinciaal is hij actief: vijftien jaar lang is hij lid en on<strong>de</strong>rvoorzitter <strong>van</strong><br />

het ICV, <strong>de</strong> Interprovinciale Cultuurraad voor Vlaan<strong>de</strong>ren (1970 – 1985) waar<strong>van</strong><br />

een <strong>van</strong> <strong>de</strong> markante realisaties <strong>de</strong> oprichting <strong>van</strong> Openbaar Kunstbezit in Vlaan<strong>de</strong>ren<br />

is dat, ook na <strong>de</strong> ontbinding <strong>van</strong> het ICV, als zelfstandig driemaan<strong>de</strong>lijks<br />

kunsttijdschrift tot op <strong>van</strong>daag bestaat.<br />

Voor zijn vele verdiensten wordt hij herhaal<strong>de</strong>lijk on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n, niet in het minst<br />

met <strong>de</strong> Provinciale Prijs voor sociaal-cultureel werk <strong>van</strong> Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren (2001).<br />

Na zijn overlij<strong>de</strong>n stelt het <strong>Gent</strong>se Willemsfonds <strong>de</strong> poëzie- en prozawedstrijd<br />

Willy Bultereys in.<br />

Stu<strong>de</strong>ert Germaanse filologie (specialisatie Duits) aan <strong>de</strong> RUG. Hij geeft les aan<br />

het Hoger Instituut voor Chemie en Voedingsbedrijven (<strong>van</strong>af 1959), wordt docent<br />

en later hoogleraar aan <strong>de</strong> Rijkshogeschool voor Vertalers en Tolken (1996)<br />

Brussel, die later opgaat in <strong>de</strong> Erasmus-hogeschool. Hij beëindigt er zijn loopbaan<br />

als on<strong>de</strong>rdirecteur.<br />

Burssens Jan (1925 – 2002), kunstschil<strong>de</strong>r<br />

Is na <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Wereldoorlog een <strong>van</strong> <strong>de</strong> eersten om in Vlaan<strong>de</strong>ren te reageren<br />

tegen het heersen<strong>de</strong> expressionisme en een abstracte kunst te creëren die verwijst<br />

naar het werk <strong>van</strong> Jackson Pollock en <strong>de</strong> surrealistische <strong>de</strong>figuratie <strong>van</strong><br />

Francis Bacon. In 1952 voegt hij zich bij <strong>de</strong> groep Art Abstrait, die in april <strong>van</strong> dat<br />

jaar door o.a. Jo Delahaut, Pol Bury en Jan Saverys is gesticht en die <strong>de</strong> abstracte<br />

kunst wil propageren.<br />

In hetzelf<strong>de</strong> jaar houdt Art Abstrait een toonaangeven<strong>de</strong> tentoonstelling in <strong>de</strong><br />

<strong>Gent</strong>se CRAL. Tij<strong>de</strong>ns die jaren (1951, 1954) krijgt Burssens on<strong>de</strong>rscheidingen<br />

<strong>van</strong> La Jeune Peinture Belge.<br />

In <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft <strong>van</strong> <strong>de</strong> jaren vijftig evolueert zijn werk rond thema’s <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

menselijke figuur. Hij heeft een grote individuele tentoonstelling in het Paleis voor<br />

Schone Kunsten, wordt bekroond met <strong>de</strong> Prijs Jeanne Pepijn <strong>van</strong> <strong>de</strong> stad <strong>Gent</strong> en<br />

is er een <strong>van</strong> <strong>de</strong> me<strong>de</strong>stichters <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vereniging <strong>van</strong> het Museum voor He<strong>de</strong>ndaagse<br />

Kunst. In 1958 wordt hij geselecteerd voor <strong>de</strong> 29ste Biënnale <strong>van</strong> Venetië<br />

en voor <strong>de</strong> Guggenheim-prijs New York. Met een Unesco studiebeurs verblijft hij<br />

een aantal maan<strong>de</strong>n in New York, verblijf dat een grote invloed op hem zal uitoefenen.<br />

In 1959 neemt Burssens <strong>de</strong>el aan <strong>de</strong> Biënnale <strong>van</strong> Tokyo en aan Documenta<br />

II Kassel.<br />

In <strong>de</strong> daaropvolgen<strong>de</strong> jaren realiseert hij barokke, exuberante en kleurrijke doeken.<br />

Hij neemt <strong>de</strong>el aan <strong>de</strong> tentoonstelling Contemporary Painting in Belgium die<br />

doorheen <strong>de</strong> USA reist en participeert (1964) aan <strong>de</strong> belangrijke tentoonstelling<br />

Figuratie en Defiguratie in het Museum voor Schone Kunsten in <strong>Gent</strong>. De twee<strong>de</strong><br />

helft <strong>van</strong> <strong>de</strong> jaren 60 luidt een somber<strong>de</strong>re perio<strong>de</strong> in. In 1975 ont<strong>van</strong>gt hij <strong>de</strong><br />

eerste Driejaarlijkse Cultuurprijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> stad <strong>Gent</strong> waarrond dan een overzichtstentoonstelling<br />

in het Museum voor He<strong>de</strong>ndaagse Kunst loopt. Ook <strong>de</strong> provincie<br />

Antwerpen (Burssens was in Mechelen geboren) lauwert hem dat jaar.<br />

In 1959 wordt hij leraar levend mo<strong>de</strong>l aan <strong>de</strong> KASK. Hierover bestaat enige onenigheid<br />

omdat hij door directeur Bontinck onmid<strong>de</strong>llijk als titularis voor het vier<strong>de</strong><br />

jaar schil<strong>de</strong>rkunst wordt aangesteld, daar waar het traditie was om <strong>de</strong> opvolging<br />

via anciënniteit te laten verlopen. Burssens zal <strong>de</strong>ze on<strong>de</strong>rwijsopdracht tot het<br />

mid<strong>de</strong>n <strong>van</strong> <strong>de</strong> jaren tachtig vervullen en talrijke he<strong>de</strong>ndaagse kunstenaars begelei<strong>de</strong>n.<br />

Burvenich Fre<strong>de</strong>rik (1837 – 1917), tuinbouwkundige


14<br />

Start in oktober 1852 als werkman in Louis Van Houtte’s tuinbedrijf en volgt er<br />

lessen aan <strong>de</strong> Tuinbouwschool. In 1859 wordt hij er lesgever in boom- en groenteteelt<br />

en tuinbouwarchitectuur.<br />

Burvenich, die naam maakt als voordrachtgever, geeft ook les in het Ne<strong>de</strong>rlandse<br />

Roermond<br />

en is tientallen jaren jurylid in Parijse land- en tuinbouwtentoonstellingen.<br />

Als landschapsarchitect legt hij talrijke tuinen aan, ook in Ne<strong>de</strong>rland en Frankrijk.<br />

Burvenich bouwt ook een eigen bedrijf uit: eerst aan <strong>de</strong> Voordries in <strong>Gent</strong>brugge,<br />

later in Heus<strong>de</strong>n. Hij wordt geroemd als <strong>de</strong> grondlegger <strong>van</strong> <strong>de</strong> fruiten groenteteelt<br />

in België en schrijft een zeventiental werken, o.a. Practische aanwijzingen<br />

over <strong>de</strong>n snoei <strong>de</strong>r fruitbomen en <strong>de</strong>n kweek on<strong>de</strong>r glas (1862), Lijst <strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rlandsche<br />

bewoordingen, eigen aan <strong>de</strong> boomsnoeikunst (1866), De burgerlijke<br />

fruitkweek tot <strong>de</strong> uiterste eenvoudigheid gebracht (1870), Het kweeken <strong>van</strong><br />

vruchtboomen aan <strong>de</strong> gevels en muren <strong>van</strong> onze gebouwen ten platte lan<strong>de</strong><br />

(1878).<br />

Callebaut Werner (1952), doctor in <strong>de</strong> filosofie<br />

Scientific Manager <strong>van</strong> het Konrad Lorenz Institute for Evolution and Cognition Research,<br />

Wenen en Hoogleraar Filosofie aan het Limburgs Universitair Centrum. Tevens docent aan<br />

<strong>de</strong> faculteit Kunst en Wetenschappen <strong>van</strong> <strong>de</strong> Universiteit <strong>van</strong> Maastricht.<br />

Lesgever HiBH 1983-1986.<br />

Canneel Theodoor Jozef (1817 – 1892), directeur<br />

Wil eerst letterzetter wor<strong>de</strong>n maar volgt schil<strong>de</strong>rkunst aan <strong>de</strong> KASK. Hij start er<br />

zijn on<strong>de</strong>rwijsloopbaan als leraar in <strong>de</strong> klas <strong>de</strong>r figuren volgens <strong>de</strong> metho<strong>de</strong> Dupuis<br />

2 (1846), later volgens het antiek beeld. Na het overlij<strong>de</strong>n <strong>van</strong> Hendrik Van<br />

<strong>de</strong>r Haert (1794 – 1846) wordt hij korte tijd interimdirecteur. Deze perio<strong>de</strong> wordt<br />

afgesloten met een (door het bestuur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Aca<strong>de</strong>mie) verplicht verblijf in Parijs<br />

en Rome. Na <strong>de</strong>ze twee sabbatjaren a<strong>van</strong>t la lettre, wordt hij opnieuw als directeur<br />

aangesteld en dit in opvolging <strong>van</strong> J.F. Portaels die on<strong>de</strong>rtussen ontslag heeft<br />

genomen. Canneel zal geduren<strong>de</strong> 42 jaar als directeur aanblijven. Geacht en geëerbiedigd<br />

door <strong>de</strong> leeraars die hij va<strong>de</strong>rlyk en streng aan <strong>de</strong>n plicht boei<strong>de</strong> ;<br />

streng en veeleischend tegen zich zelven, daar hij nooit, maar nooit een dag naliet<br />

in <strong>de</strong> twee hoogste klassen <strong>de</strong>r Aca<strong>de</strong>mie met <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> nauwgezetheid,<strong>de</strong>zelf<strong>de</strong><br />

toewyding, <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> meesterchap zijne les te geven ; ontzien en<br />

bemind door zyne leerlingen, die hij met <strong>de</strong> warmte zyner kunstenaarsziel en <strong>de</strong><br />

zekeren opslag <strong>de</strong>r pedagoog op <strong>de</strong>n weg naar het schoone lokte en leid<strong>de</strong>…<br />

Cantré Jozef (1890 – 1957), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Samen met Frans Masereel, Joris Minne, Henri <strong>van</strong> Straten en zijn broer Jan-<br />

Frans maakt Jozef Cantré <strong>de</strong>el uit <strong>van</strong> De Vijf die na <strong>de</strong> Eerste Wereldoorlog <strong>de</strong><br />

Vlaamse houtgraveerkunst renoveren.<br />

Van 1918 tot 1929 woont en werkt hij, zoals vele Vlaamse kunstenaars, in Ne<strong>de</strong>rland.<br />

Hij hernieuwt er <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>re vriendschap met Gustave De Smet en Frits Van<br />

<strong>de</strong>n Berghe, die hij aan <strong>de</strong> KASK ontmoet heeft, en leert hen houtsnij<strong>de</strong>n.<br />

Jozef Cantré is niet alleen boekbandontwerper, illustrator en xylograaf maar ook<br />

(<strong>van</strong>af 1909) een <strong>van</strong> <strong>de</strong> voornaamste expressionistische beeldhouwers. Zijn bekendste<br />

beeldhouwwerk is ongetwijfeld het standbeeld <strong>van</strong> Edward Anseele op<br />

het Frankrijkplein in <strong>Gent</strong>.<br />

Voor 1913 stu<strong>de</strong>ert hij aan <strong>de</strong> KASK en krijgt er les <strong>van</strong> o.a. Jean Delvin. Van<br />

1941 tot 1946 is hij verbon<strong>de</strong>n aan het Brusselse Hoger Instituut voor Toegepaste<br />

Kunst (Ter Kameren).<br />

Carlier Bob (1931 – 1992), moraalfilosoof<br />

Carlier speelt tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> jaren zestig, net als Jos Van Ussel3, een belangrijke rol in<br />

<strong>de</strong> theoretische omka<strong>de</strong>ring <strong>van</strong> <strong>de</strong> seksuele bevrijding.


15<br />

Zijn studiegebied omhelst marginaliseringprocessen die vertrekken <strong>van</strong>uit <strong>de</strong> seksuologie<br />

en waar<strong>van</strong> on<strong>de</strong>rmeer homoseksuelen het slachtoffer wor<strong>de</strong>n. In 1990<br />

publiceert hij (met F. Dreven en M. Triest) Toen seks vies was en <strong>de</strong> lucht nog<br />

schoon. Ze<strong>de</strong>lijkheid en zinnelijkheid in Vlaan<strong>de</strong>ren 1960 – 1990. 30 jaar seksualiteit<br />

in Vlaan<strong>de</strong>ren: een geschie<strong>de</strong>nis en in 1993 Diep en duizendvoudig leven,<br />

over seksualiteit, relaties en ethiek.<br />

Carlier is licentiaat Germaanse filologie (1953), licentiaat Pedagogie (1960) en<br />

licentiaat Moraalwetenschappen<br />

(1973). Hij is werklei<strong>de</strong>r voor moraalfilosofie en metafysica aan <strong>de</strong> RUG (1970 –<br />

1992). Daar vooris hij lesgever aan <strong>de</strong> RNS (1958 – 1970) en aan het SHISS. Hij<br />

is ook actief in diverse organisaties, zoals <strong>de</strong> Werkgemeenschap Leraren Ethiek,<br />

<strong>de</strong> Belgische Vereniging voor Gezinsplanning en Sexuele Opvoeding, <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se<br />

Stu<strong>de</strong>ntenwerkgroep Homofilie en <strong>de</strong> Vrien<strong>de</strong>n <strong>van</strong> het Kollectief Anticonceptie<br />

(<strong>de</strong> toen clan<strong>de</strong>stiene abortuskliniek).<br />

Chaffart Ferdinand (Fred) (1936 – 2010), bestuur<strong>de</strong>r<br />

Werkt op <strong>de</strong> marketingaf<strong>de</strong>lingen <strong>van</strong> Proctor & Gamble (1964) en <strong>de</strong> IPPA Bank<br />

(1972). CEO <strong>van</strong> <strong>de</strong> Tiense Suikerraffina<strong>de</strong>rij (1979 – 1990), CBR Cement en <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> Generale Bank (Fortis) (1990 – 1998). Na <strong>de</strong> fusie <strong>van</strong> Fortis met Suez (1998)<br />

wordt hij voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> raad <strong>van</strong> bestuur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Gevaert-holding. Op vraag<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> regering zit hij in 1999 <strong>de</strong> dioxinecommissie voor. In 2001 wordt hij voorzitter<br />

<strong>van</strong> het college <strong>van</strong> directeurs <strong>van</strong> SABENA maar hij kan het failliet <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

groep niet vermij<strong>de</strong>n. Later wordt hij bestuur<strong>de</strong>r <strong>van</strong> Agfa-Gevaert, Icos Vision<br />

Systems, Spa<strong>de</strong>l, VUM en <strong>de</strong> krantengroep Corelio. Tussen 2000 en 2005 is hij<br />

Presi<strong>de</strong>nt of the European League for Economic Cooperation.<br />

Licenciaat han<strong>de</strong>ls- en consulaire wetenschappen ; senior Executive Program<br />

Stanford University. Lesgever HIBH 1973 – 1986.<br />

Cauterman Cécile (1882-1957), geboren Boonans Cécile<br />

Charels Leo (1908-1998), directeur<br />

Adviseur <strong>van</strong> <strong>de</strong> directie en hoofd <strong>van</strong> <strong>de</strong> Dienst Economische Studiën, later directeur en<br />

lid <strong>van</strong> het directiecomité <strong>van</strong> <strong>de</strong> ASLK.<br />

Dr. In <strong>de</strong> han<strong>de</strong>lswetenschappen KUL, licentiaat in <strong>de</strong> Han<strong>de</strong>ls- Financiële en Consulaire<br />

Wetenschappen, licentiaat in <strong>de</strong> Politieke en Sociale wetenschappen. Adjunct <strong>van</strong> directeur<br />

Schillings aan het HIBH en m.i.v. het aca<strong>de</strong>miejaar 1964-1965 directeur. Omdat hij in<br />

1966 kabinetschef wordt <strong>van</strong> staatssecretaris Y. Urbain en een combinatie <strong>van</strong> bei<strong>de</strong> <strong>de</strong>ontologisch<br />

bezwaarlijk is, neemt hij ontslag als directeur, hij blijft echter lid <strong>van</strong> het Inrichtend<br />

Comité.<br />

Claerhout Abel (1900-1988), fotograaf<br />

Start in 1924 met fotograferen en betrekt een zaak in Ou<strong>de</strong>naar<strong>de</strong> waar hij zich specialiseert<br />

in <strong>de</strong> familiefotografie. Met Valerius De Sae<strong>de</strong>leer doorkruist hij <strong>de</strong> Vlaamse Ar<strong>de</strong>nnen<br />

en fotografeert er, tot inspiratie <strong>van</strong> <strong>de</strong> kunstenaar, het heuvellandschap. Tij<strong>de</strong>ns WO<br />

II kent het filmen <strong>van</strong> <strong>de</strong> plaatselijke actualiteit (kermissen, bra<strong>de</strong>rieën, wielerwedstrij<strong>de</strong>n,<br />

enz.) een markante opmars: Claerhout speelt daar – in o.a. Wakken en Olsen - op in, zo<br />

met projecties <strong>van</strong>uit zijn winkel: <strong>de</strong> kosten hiervoor recupereert hij via publicitaire spots<br />

voor <strong>de</strong> plaatselijke han<strong>de</strong>l. Met zijn zoon, Eric, zal hij na WOII een nieuwe zaak in <strong>Gent</strong><br />

uitbouwen die tot een bloeien<strong>de</strong> samenwerking op het gebied <strong>van</strong> industriële opdrachten<br />

en reportages zal lei<strong>de</strong>n. Eén <strong>van</strong> <strong>de</strong> hoogtepunten hierbij vormt <strong>de</strong> wereldtentoonstelling<br />

EXPO ‘58.<br />

Abel Claerhout schrijft zich als lichtteekenaar in aan <strong>de</strong> KASK (1920) en wordt nadien stu<strong>de</strong>nt<br />

aan <strong>de</strong> Nijverheidsschool waar hij <strong>de</strong> meer wetenschappelijke on<strong>de</strong>rbouw verwerft.<br />

Hij wordt directeur, later voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> bestuurscommissie <strong>van</strong> <strong>de</strong> Tekenaca<strong>de</strong>mie te<br />

Deinze (1951-1984) en lesgever Hoger Instituut voor Weefkun<strong>de</strong> (leergang Ontwerptekenen<br />

voor Geweefsels).


16<br />

Claeys Herman (1940), <strong>de</strong>partementshoofd<br />

Lesgever Rijkshoger Instituut voor Verpleegkun<strong>de</strong> (1962), KA Ronse, Zaventem<br />

en Mal<strong>de</strong>gem en Rijkshoger instituut voor Technisch en Han<strong>de</strong>lson<strong>de</strong>rwijs te<br />

<strong>Gent</strong>). Instituut <strong>van</strong> <strong>Gent</strong>, Ste<strong>de</strong>lijke Han<strong>de</strong>lsschool voor meisjes te <strong>Gent</strong>, Volkshogeschool<br />

(avondlessen), On<strong>de</strong>rwijs Sociale Promotie BME en CTL. Pedagogische<br />

Coördinatie Hoger on<strong>de</strong>rwijs <strong>van</strong> het Korte Type aan BME (1988), on<strong>de</strong>rdirecteur<br />

en directeur HEPIGO Vevalius (1994). Lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Centrale Examencommissie <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> Staat partim Mid<strong>de</strong>lbaar On<strong>de</strong>rwijs, Later: Technisch On<strong>de</strong>rwijs, Me<strong>de</strong>werker<br />

cel HOKT Kabinet Minister voor On<strong>de</strong>rwijs (1979-1982). Departementshoofd <strong>van</strong><br />

het <strong>de</strong>partement Gezondheidszorg (1995-2005). Voorzitter Pedagogisch college,<br />

lid Basis Overleg Comité en Raad Van Bestuur BME. Lid Raad <strong>van</strong> Bestuur <strong>Hogeschool</strong><br />

<strong>Gent</strong> (1995-2005).<br />

Mid<strong>de</strong>lbaar On<strong>de</strong>rwijs: Koninklijk Atheneum Te <strong>Gent</strong>; af<strong>de</strong>ling Latijn-<br />

Wetenschappen; afgestu<strong>de</strong>erd 1958, licentiaat in <strong>de</strong> wetenschappen, groep aardrijkskun<strong>de</strong>/<br />

specialisatie ste<strong>de</strong>naardrijkskun<strong>de</strong> (1962), aggregaat HSO (1963)<br />

RUG. Akte <strong>van</strong> Bekwaamheid <strong>van</strong> Directie ( 1993 ).<br />

Claus Emile (1849 – 1924), kunstschil<strong>de</strong>r<br />

Claus oogst in 1882 een eerste succes op het Parijse Salon. Aangespoord door<br />

zijn vriend, <strong>de</strong> schrijver Camille Lemonnier, en on<strong>de</strong>r invloed <strong>van</strong> <strong>de</strong> Franse impressionisten,<br />

<strong>van</strong> wie hij <strong>de</strong> werken tij<strong>de</strong>ns zijn reizen naar Parijs (rond 1890)<br />

leert kennen, veran<strong>de</strong>rt Claus zijn stijl. Hij evolueert <strong>van</strong> het naturalistische realisme<br />

naar een eigen impressionistische stijl met een lumineus coloriet (het luminisme).<br />

In 1904 sticht hij <strong>de</strong> kring Vie et Lumière. Hij wordt bekend als <strong>de</strong> zonneschil<strong>de</strong>r<br />

en <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>r <strong>van</strong> <strong>de</strong> Leie.<br />

Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> Eerste Wereldoorlog verblijft hij in ballingschap in Lon<strong>de</strong>n waar hij een<br />

reeks werken maakt, bekend als <strong>de</strong> weerspiegelingen op <strong>de</strong> Theems.<br />

In 2009 organiseert het Museum voor Schone Kunsten in <strong>Gent</strong> <strong>de</strong> tentoonstelling<br />

Emile Claus en het landleven. Parallel met <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se tentoonstelling wijdt het<br />

Museum <strong>van</strong><br />

Deinze en <strong>de</strong> Leiestreek een tentoonstelling aan <strong>de</strong> tekeningen <strong>van</strong> Emile Claus.<br />

Stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> Aca<strong>de</strong>mie <strong>van</strong> Antwerpen (1869 – 1874) en volgt in 1910 graveerkunsten<br />

aan <strong>de</strong> KASK.<br />

Claus Hugo (1929-2008), auteur<br />

Dichter, schrijver <strong>van</strong> romans, toneelstukken, filmscenario’s en essays; schil<strong>de</strong>r,<br />

librettist, film- en toneelregisseur, redacteur en lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> a<strong>van</strong>t-gardistische Cobrabeweging<br />

(1950).<br />

Het werk <strong>van</strong> Hugo Claus is zeer divers <strong>van</strong> karakter. Het tragische, verhevene,<br />

klassieke mengt zich met het banale, burleske en obscene. Terugkeren<strong>de</strong> thema’s<br />

zijn: <strong>de</strong> lief<strong>de</strong> voor <strong>de</strong> moe<strong>de</strong>r, <strong>de</strong> haat tegen <strong>de</strong> (afwezige) va<strong>de</strong>r, het schuldgevoel<br />

door het katholieke geloof en Vlaan<strong>de</strong>ren in en na <strong>de</strong> oorlog. Uit zijn latere<br />

werk spreekt vooral sociale geëngageerdheid.<br />

Hugo Claus is een speler, zowel letterlijk als met zijn medium literatuur en zijn<br />

argeloze lezer. Hoe toegankelijk, ogenschijnlijk eerstegraads simpel zijn werk ook<br />

is, hij schept er plezier in dubbele bo<strong>de</strong>ms en cryptische verwijzingen in zijn werk<br />

te verweven.<br />

In verschillen<strong>de</strong> talen vertaald, vormen De Oostakkerse gedichten (1955) en <strong>de</strong><br />

roman Het verdriet <strong>van</strong> België (1983) ontegensprekelijk hoogtepunten in zijn<br />

oeuvre.<br />

Claus ont<strong>van</strong>gt talrijke literaire prijzen, o.a. Henriëtte Holstprijs voor zijn toneelwerk<br />

(1963), Belgische Staatsprijs voor <strong>de</strong> Vlaamse poëzie (1970), Vlaamse prijs<br />

toneelletterkun<strong>de</strong> (1954, 1966, 1972), 1978), Constantijn Huyghensprijs (1979),<br />

Vlaamse prijs voor proza (1984), Cestoda (1985), Driejaarlijkse Prijs <strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rlandse<br />

Letteren (1986), Herman Gorterprijs (1986), tweejaarlijkse Achilles Van


17<br />

Ackerprijs (1987), Libris Literatuurprijs (1997), Humo’s Gou<strong>de</strong>n Bladwijzer<br />

(1997), Aristeon Literatuurprijs (1998), Driejaarlijkse Cultuurprijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse<br />

Gemeenschap (2000), Europese Prijs voor <strong>de</strong> poëzie <strong>van</strong> <strong>de</strong> stad Münster (2002),<br />

Leipziger Büchpreis zur Europaischen Verständigung (2003), Prijs Culturele Verdienste<br />

Vlaamse gemeenschap (2005).<br />

Stu<strong>de</strong>ert beeldhouwkunst aan <strong>de</strong> KASK (1946).<br />

Clauwaert Alain (1954), vakbondsverantwoor<strong>de</strong>lijke<br />

Lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> ra<strong>de</strong>n <strong>van</strong> bestuur <strong>van</strong> het Kunstencentrum Vooruit <strong>Gent</strong>, <strong>de</strong> interbedrijfskundige<br />

dienst ARISTA en Toerisme Vlaan<strong>de</strong>ren. Voorzitter vzw Vakantievreug<strong>de</strong> (sociaal toerisme).<br />

Algemeen secretaris algemene centrale ABVV.<br />

Sociaal assistent SHISS (1976)<br />

Clauwaert Regine (1942), journaliste<br />

Zij start haar carrière, die een groot <strong>de</strong>el <strong>van</strong> <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis <strong>van</strong> <strong>de</strong> VRT televisie omvat,<br />

op 19 jaar en verlaat <strong>de</strong> omroep in 2002. Zij is bekend <strong>de</strong> gran<strong>de</strong> dame <strong>van</strong> <strong>de</strong> culturele<br />

programma's op <strong>de</strong> Vlaamse televisie. In 1961 start ze als presentatrice <strong>van</strong> het culturele<br />

magazine Zoeklicht. Van 1969 tot 1996 presenteert ze Tenuto, een programma dat een<br />

podium geeft aan jonge klassieke muzikanten, <strong>de</strong> Koningin Elisabethwedstrijd (1972 -<br />

1975) en <strong>de</strong> culturele magazines 7 op zondag en Dag aan Dag. Samen met Betty Melaerts<br />

en Wilfried Haesen is ze tussen 1983 en 1991 ook het gezicht <strong>van</strong> Kunstzaken, in volle<br />

prime time cultuur brengt. Bij <strong>de</strong> grote hervorming <strong>van</strong> <strong>de</strong> BRTN in 1997 krijgt ze als programmamanager<br />

<strong>de</strong> eindverantwoor<strong>de</strong>lijkheid <strong>van</strong> <strong>de</strong> culturele programma's <strong>van</strong> Canvas.<br />

Ze zetelt in het panel <strong>van</strong> diverse programma's, interviewt voor Binnen en Buiten, leent<br />

haar stem aan Echo en <strong>de</strong> animatiereeks Plons, en presenteert ook jarenlang <strong>de</strong> trekkingen<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Nationale Loterij.<br />

Stu<strong>de</strong>ert voor on<strong>de</strong>rwijzeres aan <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Ste<strong>de</strong>lijke Normaalschool en later Regentaat<br />

Ne<strong>de</strong>rlands/Engels in Brugge.<br />

Clootens Jozef (1881-1959), ambtenaar<br />

Is voor WOII zeer actief in <strong>de</strong> Vlaamse taal- en cultuurstrijd. Zo maakt hij o.a. <strong>de</strong>el uit <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> Nationale Taalcommissie bij het ministerie <strong>van</strong> Binnenlandse Zaken en is hij lid <strong>van</strong> het<br />

hoofdbestuur <strong>van</strong> het Davidsfonds en <strong>van</strong> het Vlaams Verbond voor Brussel. Clootens is<br />

on<strong>de</strong>rdirecteur op het Ministerie <strong>van</strong> Binnenlandse Zaken en <strong>van</strong> 1938 tot zijn overlij<strong>de</strong>n<br />

voorzitter <strong>van</strong> het Inrichtend Comité <strong>van</strong> het HIBH.<br />

Cocquyt Francis (1898 – 1986), directeur<br />

Stu<strong>de</strong>ert tot zijn zestien<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> Nijverheidsschool en gaat dan aan <strong>de</strong> slag als<br />

technisch tekenaar bij <strong>de</strong> firma Carels-Nicaise. Cocquyt slaagt in 1922 in het<br />

examen om leraar te wor<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> Nijverheidsschool waar hij in 1924 aangesteld<br />

wordt. Samen met zijn lesopdracht in <strong>de</strong> Nijverheidsschool fungeert hij tot 1946<br />

als beheer<strong>de</strong>r <strong>van</strong> het Hoger Instituut voor Gistingsbedrijven/ Institut Supérieur<br />

<strong>de</strong> Fermentation. Hij weigert er bij <strong>de</strong> aan<strong>van</strong>g <strong>van</strong> <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Wereldoorlog stu<strong>de</strong>ntenlijsten<br />

aan <strong>de</strong> bezetter over te maken. Naar Frankrijk uitgeweken in mei<br />

1940 organiseert hij prompt (tot juli), in <strong>de</strong> Mairie <strong>van</strong> Bor<strong>de</strong>aux een efficiënte<br />

op<strong>van</strong>g voor <strong>de</strong> Belgen die in <strong>de</strong> streek verblijven.<br />

Francis Cocquyt is directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Nijverheidsschool (1947 – 1963) en start er in<br />

1947 met <strong>de</strong> Rijkstechnische Normaalleergangen. In 1949 – 1950 gaat hij <strong>van</strong><br />

start met een internaat zodat min<strong>de</strong>r gegoe<strong>de</strong> jongeren, voor wie een kamer in<br />

<strong>de</strong> stad te duur was, een kans krijgen ver<strong>de</strong>r te stu<strong>de</strong>ren. Ge<strong>de</strong>tacheerd naar het<br />

ministerie <strong>van</strong> On<strong>de</strong>rwijs, met <strong>de</strong> titel <strong>van</strong> adviseurinspecteur generaal, slaagt hij<br />

er in met zijn me<strong>de</strong>werkers 46 Rijksscholen voor beroeps- en technisch on<strong>de</strong>rwijs<br />

<strong>van</strong> secundair en hoger niveau op te richten. Cocquyt is ook lid <strong>van</strong> diverse instanties<br />

en ra<strong>de</strong>n, zoals <strong>van</strong> <strong>de</strong> Raad <strong>van</strong> Beroep <strong>van</strong> het Nationaal Studiefonds.<br />

Zijn bijzon<strong>de</strong>r grote verdienste ligt in <strong>de</strong> valorisatie <strong>van</strong> het technisch on<strong>de</strong>rwijs:<br />

hij is het die aan <strong>de</strong> technische studierichtingen vorm en gestalte heeft gegeven,


18<br />

en indien <strong>de</strong> <strong>de</strong>mocratisering <strong>van</strong> het technisch on<strong>de</strong>rwijs ooit draagkracht heeft<br />

gekregen, indien technische studies thans in 1987 gevaloriseerd wor<strong>de</strong>n zoals<br />

algemene studies, indien <strong>de</strong> opvoedkundigen en <strong>de</strong> cultuurdragers zich ooit rekenschap<br />

zijn gaan geven <strong>van</strong> het belang <strong>van</strong> <strong>de</strong> techniek, dan is dit groten<strong>de</strong>els<br />

aan Cocquyt te danken. Ik spreek namelijk over <strong>de</strong> jaren 1946 – 1948, toen hij<br />

<strong>de</strong> rechterhand<br />

was <strong>van</strong> wijlen Minister Camille Huysmans en toen hij samen met wijlen Albert<br />

Closset en met Simonne Iwens het technisch on<strong>de</strong>rwijs uit het misprijzen heeft<br />

gehaald en het verheven heeft tot <strong>de</strong> standing, die het in onze technologische<br />

cultuur verdient.<br />

Met Francis starten <strong>de</strong> Cocquyt’s een on<strong>de</strong>rwijstraditie : zijn neef, Robert <strong>van</strong><br />

Severen, is gewoon hoogleraar Fytofarmacie aan <strong>de</strong> UG. Cocquyt’s dochter Hilda<br />

is stichtster- directrice <strong>van</strong> het Hoger Rijksinstituut voor Paramedische Beroepen,<br />

haar zoon Jean Proot is lector Forensic Dentistry aan <strong>de</strong> RUG.<br />

Cocquyt Hilda (1923), directeur<br />

Promoveert in 1948 als doctor in <strong>de</strong> genees-, heel- en verloskun<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> RUG en wordt<br />

assistent in <strong>de</strong> af<strong>de</strong>ling Orthopedie-Fysiotherapie bij directeur Dr. J. Verbrugge die als eerste<br />

in België een arthroplastie volgens <strong>de</strong> metho<strong>de</strong> <strong>van</strong> Ju<strong>de</strong>t uitvoert. Zij staat er tevens<br />

in voor <strong>de</strong> link met <strong>de</strong> Kin<strong>de</strong>rkliniek <strong>van</strong> Prof. Dr. C. Hooft. Bij MB verwerft zij <strong>de</strong> erkenning<br />

als reumatoloog en aks fysiotherapeut. Tot 1963 is zij actief in <strong>de</strong> polikliniek <strong>van</strong> <strong>de</strong> Volkskliniek<br />

<strong>Gent</strong> en richt <strong>de</strong> Dienst Reumatologie en Fysiotherapie <strong>van</strong> <strong>de</strong> Polikliniek Bond<br />

Moyson Zelzate op.<br />

In 1956 wordt Dr. Proot aangesteld als instellingshoofd <strong>van</strong> het Rijksinstituut voor Verpleegkun<strong>de</strong>,<br />

gehuisvest in het Aca<strong>de</strong>misch Ziekenhuis <strong>van</strong> <strong>de</strong> RUG. Zij blijft er tot 1983<br />

directrice en zal <strong>de</strong> evolutie <strong>van</strong> kleine starten<strong>de</strong> school met 16 inwonen<strong>de</strong> leerlingen tot<br />

eerbiedwaardige instelling met 630 stu<strong>de</strong>nten (ver<strong>de</strong>eld over 25 studiejaren en normaalleergangen)in<br />

goe<strong>de</strong> banen lei<strong>de</strong>n. On<strong>de</strong>r haar bestuur komen nieuwe opleidingen zoals<br />

o.a. <strong>de</strong> logopedie, medisch secretariaat en voedings- en dieetleer (weliswaar een transfer<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> voor Gistingsbedrijven) tot stand. Het instituut oorspronkelijk gevestigd<br />

in het AZ K3, verhuist in 1983 naar een nieuwbouw in <strong>de</strong> Keramiekstraat.`<br />

Dr. Proot is ook op an<strong>de</strong>re vlakken dan het on<strong>de</strong>rwijs bijzon<strong>de</strong>r actief: zo is zij secretaris<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> vzw Vrien<strong>de</strong>n <strong>van</strong> het Schoolmuseum Michiel Thiery, nu KINA- het Huis en <strong>de</strong> Tuin<br />

(1984-2010) en lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Bestuurscommissie <strong>van</strong> <strong>de</strong> ge<strong>van</strong>genisinstelling De Nieuwe<br />

Wan<strong>de</strong>ling. Na <strong>de</strong> oppensioenstelling <strong>van</strong> haar echtgenoot, Raoul Proot (1917-2003) wor<strong>de</strong>n<br />

bei<strong>de</strong>n actief in <strong>de</strong> C.R.A.L. (Koninklijke Kunst en Letterkundige Kring) waar ze <strong>de</strong><br />

publicatie <strong>van</strong> 110 ans <strong>de</strong> C.R.A.L. (1989) coördineert en l’Evolution d’un cercle<br />

d’Agrément (2005) publiceert. Dr. Proot publiceert ver<strong>de</strong>r regelmatig artikels over <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis<br />

<strong>van</strong> <strong>Gent</strong>.<br />

Cocquyt Prosper (1900- 1954), piloot<br />

Tij<strong>de</strong>ns WOI gaat hij als on<strong>de</strong>rhoudswerkman aan <strong>de</strong> slag bij brouwerij Meiresonne. In <strong>de</strong><br />

vak- en ambachtschool Sint-Antonius <strong>Gent</strong> behaalt hij het diploma <strong>van</strong> elektricien wissel-<br />

en gelijkstroom (1921) en het bekwaamheidsgetuigschrift <strong>van</strong> automechanieker. Tezelf<strong>de</strong>rtijd<br />

volgt hij in het Provinciaal Han<strong>de</strong>ls- en Taalinstituut cursussen Frans. Tij<strong>de</strong>ns zijn<br />

legerdienst (1921) behaalt hij het burgerlijk brevet <strong>van</strong> piloot (1922) en het militair vliegbrevet<br />

(1923). Hij wordt in dienst genomen bij het pas opgerichte Sabena (1923) en vliegt<br />

<strong>van</strong>af dan verschei<strong>de</strong>ne vaste luchtverbindingen in waar<strong>van</strong> <strong>de</strong> bekendste <strong>de</strong> lijn Brussel-<br />

Leopoldstad is. In 1928 wordt hij <strong>de</strong> eerste Belgische piloot die het brevet voor blind vliegen<br />

behaalt en <strong>van</strong>af 1930 begint hij met <strong>de</strong> opleiding <strong>van</strong> <strong>de</strong> piloten voor nachtvluchten.<br />

Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> WOII wordt hij door <strong>de</strong> bezetter op non-actief gesteld. Van <strong>de</strong>ze gedwongen<br />

rust maakt hij gebruik om lessen te volgen in psychotechniek aan het Instituut voor Hogere<br />

Studiën (Brussel) en weet zich verdienstelijk te maken bij <strong>de</strong> inlichtingendienst <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Weerstand. Na <strong>de</strong> bevrijding herneemt hij zijn activiteiten: hij vliegt als eerste Belg met <strong>de</strong><br />

DC-4 en <strong>de</strong> Convair 240 en krijgt als chef-piloot <strong>de</strong> Europese lijndiensten on<strong>de</strong>r zijn bevoegdheid.<br />

Cocquyt is <strong>de</strong> lievelingspiloot <strong>van</strong> het Belgische vorstenhuis en <strong>de</strong> persoonlijke


19<br />

piloot <strong>van</strong> <strong>de</strong> koningen Albert I en Leopold III.<br />

Cod<strong>de</strong>ns Rudy (1960), politicus<br />

Rudy Cod<strong>de</strong>ns is on<strong>de</strong>rvoorzitter <strong>van</strong> het <strong>Gent</strong>se OCMW (1994-2000), gemeenteraadslid<br />

(2000 - ) en schepen <strong>van</strong> On<strong>de</strong>rwijs en Opvoeding <strong>van</strong> <strong>de</strong> Stad <strong>Gent</strong> (2003 - ).<br />

Rudy Cod<strong>de</strong>ns is sinds juni 2001 voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> huisvestingsmaatschappij Schel<strong>de</strong>vallei<br />

(<strong>Gent</strong>brugge - Le<strong>de</strong>berg), voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Socialistische Studiekring (2005 - ) en bestuur<strong>de</strong>r<br />

<strong>van</strong> het Havenbedrijf, SOB, Ivago, Imewo, TMVW, Universiteit <strong>Gent</strong> en <strong>Hogeschool</strong><br />

<strong>Gent</strong> alsook <strong>van</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijskoepel OVSG. Sinds 1 mei 2005 is hij voorzitter <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> Socialistische Studiekring.<br />

Cod<strong>de</strong>ns is tevens voetbalscheidsrechter bij KBVB O-Vl, voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vrije Zwemmers<br />

Drongen en beheer<strong>de</strong>r <strong>van</strong> <strong>de</strong> vzw <strong>van</strong> het Centrum voor Jonge Kunst in <strong>Gent</strong>.<br />

Rudy Cod<strong>de</strong>ns is afgestu<strong>de</strong>erd als gegradueerd ziekenhuisverpleegkundige aan het SHIPB<br />

(1981), behaalt een Pedagogisch D-diploma en volgt een opleiding Management social<br />

profit. Zijn loopbaan verloopt <strong>van</strong> verpleegkundige tot directeur zorg<strong>de</strong>partement in AZ<br />

Volkskliniek/AZ Sint-Lucas.<br />

www.rudy-cod<strong>de</strong>ns.be/<br />

Coessens Wim (1967), directeur<br />

Assistent RUG (1994-1998). Freelance journalist – vertaler – taaltrainer (1998-2001).<br />

Redactiemanager (2001-2002) en directeur De Morgen (2002-2007). Marketing- en coördinatiemanager<br />

<strong>van</strong> het Internationaal Filmfestival Vlaan<strong>de</strong>ren-<strong>Gent</strong> (2006-2007), netmanager<br />

<strong>van</strong> Radio1 (2007-2008), manager Digitale Media bij <strong>de</strong> VRT (2008-2009). Directeur<br />

Filmfestival <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren (2009- ) Bestuur<strong>de</strong>r Vlaamse Dagbladpers en Mediargus<br />

Licentiaat-tolk Engels-Spaans, PHIVT <strong>Gent</strong> (1990)<br />

www.<strong>de</strong>morgen.be<br />

Colbrandt Oscar (1879-1959), kunstschil<strong>de</strong>r<br />

Oscar Colbrandt tekent en schil<strong>de</strong>rt eerst vooral landschappen, interieurs, portretten en<br />

naakten maar zal na WOI meer en meer door <strong>de</strong> religieuze thematiek geïnspireerd wor<strong>de</strong>n.<br />

Vanaf 1923 wordt het religieuze overigens het enige on<strong>de</strong>rwerp <strong>van</strong> zijn kunst. Zich<br />

miskend en on<strong>de</strong>rgewaar<strong>de</strong>erd voelend, zet hij op het eind <strong>van</strong> <strong>de</strong> jaren <strong>de</strong>rtig zijn artistieke<br />

activiteiten volledig stop. Tussen 1942 en zijn overlij<strong>de</strong>n verblijft hij in het <strong>Gent</strong>se<br />

Guislaininstituut.<br />

Volgt cursussen tekenen, schil<strong>de</strong>ren en beeldhouwen aan <strong>de</strong> KASK bij o.a. Jean Delvin en<br />

Louis Tytgadt (1891-1902).<br />

Collumbien Hugo (1917), parfumeur<br />

Richt in 1956 zijn eigen bedrijf voor parfumessence op en werkt <strong>van</strong>af dan als parfumeurconsulent.<br />

Als zelfstandig parfumeur creëert hij meer dan tweeduizend essences zowel<br />

bestemd voor <strong>de</strong> bereiding <strong>van</strong> parfums als <strong>van</strong> allerlei cosmetische producten (<strong>van</strong> zepen<br />

en shampoos tot <strong>de</strong>tergenten). Als parfumeur-consulent verkoopt hij wereldwijd meer dan<br />

vierduizend geuren. Internatonale vooraanstaan<strong>de</strong> experten noemen hem één <strong>van</strong> <strong>de</strong> top<br />

vijf niet Franse parfumeurs.<br />

Collumbien is voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Heemkundige en Historische Kring die het tweemaan<strong>de</strong>lijks<br />

tijdschrift <strong>Gent</strong>sche Tijdinghen uitgeeft; ere-lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Commissie<br />

voor Monumenten en Landschappen (Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren), voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Oostvlaamse<br />

Koninklijke Vereniging voor Natuur en Ste<strong>de</strong>schoon en naast lid <strong>van</strong> diverse verenigingen<br />

ook me<strong>de</strong>stichter <strong>van</strong> SOS <strong>Gent</strong>, fe<strong>de</strong>ratie voor milieubescherming.<br />

Hugo Collumbien behaalt het diploma <strong>van</strong> technisch ingenieur Scheikun<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> Rijkshogere<br />

TechnischeSchool, gehecht aan <strong>de</strong> Hogere Nijverheidsschool in 1936.<br />

Coole Marcel (1913- 2000), auteur<br />

Als literair commentator, later als hoofd <strong>van</strong> <strong>de</strong> Dramatische dienst werkzaam (<strong>van</strong>af<br />

1937) bij <strong>de</strong> NIR, later BRT. Hij wordt er ook Directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Gewestelijke Omroepen en


20<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Gesproken Uitzendingen. Vanaf 1956 is hij bestuursdirecteur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Instructieve<br />

Programma’s <strong>van</strong> radio en tv.<br />

Met Johan Daisne en Luc Van Brabant is hij oprichter <strong>van</strong> het tijdschrift Klaverendrie, dat<br />

<strong>de</strong> popularisering <strong>van</strong> <strong>de</strong> poëzie nastreeft. Hij <strong>de</strong>buteert in 1933 met <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l Zoeklichten,<br />

geschreven samen met A. Desmedt. Enkele <strong>van</strong> zijn dichtbun<strong>de</strong>ls wor<strong>de</strong>n bekroond<br />

met <strong>de</strong> Driejaarlijkse Prijs voor Koloniale Literatuur (Kaluwa, 1957) en <strong>de</strong> Poëzieprijs voor<br />

Noord en Zuid (Centrifugaal, 1969). Hij is tevens auteur <strong>van</strong> hoorspelen, drama’s en komedies.<br />

Ook werkt hij mee aan De Spiegel en het Nieuw Vlaamse Tijdschrift. Hij is erevoorzitter<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Vereniging <strong>van</strong> Vlaamse letterkundigen.<br />

Regent Germaanse talen RNS (1934).<br />

Cooremans Kamiel (1931), directeur<br />

Stu<strong>de</strong>ert aan het KMC Antwerpen, waar hij later o.a. docent muziekgeschie<strong>de</strong>nis wordt.<br />

Me<strong>de</strong>werker aan verschillen<strong>de</strong> tijdschriften en encyclopedieën en jurylid <strong>van</strong> grote muziekwedstrij<strong>de</strong>n.<br />

Kamiel Cooremans doceert luistercursussen muziek voor Universiteit Vrije Tijd Davidsfonds<br />

en is nog steeds actief als koordirigent.<br />

Wetenschappelijk bibliothecaris KMC (1960-1980) en directeur KMC Antwerpen (1980-<br />

1991).<br />

Copers Leo (1947), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Me<strong>de</strong>stichter, in 1967, <strong>van</strong> <strong>de</strong> –geduren<strong>de</strong> 3 jaar actieve - Nieuwe Rococco-groep. Copers<br />

pioniert oorspronkelijk als i<strong>de</strong>eën kunstenaar, maar evolueert vlug naar een uitermate<br />

origineel en boeiend objecteninstallateur, waarbij hij <strong>van</strong>uit een onbegrens<strong>de</strong> materiaalkeuze<br />

surreëel vervreem<strong>de</strong>n<strong>de</strong> associaties creëert. Zijn werk wordt voornamelijk bepaald<br />

door <strong>de</strong> beheersing <strong>van</strong> een plastische techniek, zowel als door <strong>de</strong> keuzes die hij maakt bij<br />

het selecteren en combineren <strong>van</strong> <strong>de</strong> objecten. Vaak kiest hij voorwerpen die een heel<br />

specifieke functie hebben, waardoor er een sterk bepaald verwachtingspatroon aan vast<br />

zit. Dit heeft tot gevolg dat ze bij een minieme veran<strong>de</strong>ring <strong>van</strong> context al een totaal vervreem<strong>de</strong>nd<br />

effect hebben, waardoor <strong>de</strong> verbeelding <strong>van</strong> <strong>de</strong> toeschouwer geprikkeld wordt.<br />

Bekend zijn Zwaard in rots en zijn manshoge Bloemenvaas, die hij uitwerkte in reeksen.<br />

Sinds 1970 individuele en groepstentoonstellingen in binnen- en buitenland.<br />

Volgt Monumentale kunst aan St. Lucas <strong>Gent</strong> (1967-1970) en Theater<strong>de</strong>cor en belichtingstechniek<br />

aan <strong>de</strong> KASK (1970-1971). Docent KASK (2001 -). .<br />

Coppens Clau<strong>de</strong> (1936), musicus<br />

Als uitvoerend musicus staat hij bekend voor zijn absolute trouw aan <strong>de</strong> oorspronkelijke<br />

opzet <strong>van</strong> <strong>de</strong> componist: zo pleegt hij herhaal<strong>de</strong>lijk overleg met John Cage over hoe hij<br />

zijn composities precies concipieert. Ver<strong>de</strong>r is hij bekend voor zijn grondige studie <strong>van</strong> het<br />

werk <strong>van</strong> Erik Satie.<br />

Clau<strong>de</strong> Coppens is Laureaat <strong>van</strong> <strong>de</strong> Marguerite Long Competitie (1955), <strong>de</strong> Koningin Elisabethwedstrijd<br />

(1956) en <strong>de</strong> Internationale Pianowedstrijd <strong>van</strong> Rio <strong>de</strong> Jeaneiro (1957).<br />

Hij stu<strong>de</strong>ert aan het KMC en is er docent piano (1962 – 2002). Ook is hij voordrachthou<strong>de</strong>r<br />

(Fenomenologie <strong>van</strong> <strong>de</strong> muziek) aan het KMC Antwerpen (1967-1969), KMC Brussel<br />

(1968) en KMC <strong>Gent</strong> (1969). Als componist is Clau<strong>de</strong> Coppens autodidact.<br />

De Totale Mens, een gesprek met Clau<strong>de</strong> Coppens, in Meesters in het Rijk <strong>de</strong>r Tonen.<br />

Het Koninklijk Muziekconservatorium <strong>Gent</strong> en het Nieuwe Klankschap, o.l.v.<br />

M. Anseeuw, <strong>Gent</strong>, 1989, p. 66-73.<br />

Coppens Clau<strong>de</strong> (1937-1993), hoogleraar<br />

Stu<strong>de</strong>ert voor burgerlijk ingenieur bouwkun<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> RUG (1960). Aan <strong>de</strong> Nijverheidsschool<br />

doceert hij (m.i.v. 1960) jarenlang regeltechniek, een vak waar<strong>van</strong> hij het getuigschrift<br />

tij<strong>de</strong>ns zijn studies behaalt. Ver<strong>de</strong>r stu<strong>de</strong>rend wordt hij licentiaat wiskun<strong>de</strong> (1964)<br />

en licentiaat kunstgeschie<strong>de</strong>nis, optie musicologie met een proefschrift over <strong>de</strong> wiskundige<br />

aspecten en achtergron<strong>de</strong>n <strong>van</strong> <strong>de</strong> composities <strong>van</strong> Bach (1980). In <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se ste<strong>de</strong>lijke<br />

muziekaca<strong>de</strong>mie on<strong>de</strong>rwijst hij enkele jaren piano en muziekgeschie<strong>de</strong>nis. In 1977 wordt


21<br />

hij docent, in 1988 hoogleraar wiskun<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> IHR – BME. Een manuscript over eindspelconstructies<br />

in het schaken, waar hij een tiental jaren gepassioneerd aan werkt, blijft onafgewerkt.<br />

Coppens Renaat (1964), regisseur<br />

Regisseur <strong>van</strong> Volver (1992), My Way (1993), Ons Geluk (1995), Gabriël (1998) en Kiekeboe<br />

(1999).<br />

Regieassistent bij Manneken Pis, Gaston’s War, Le Bal Masqué, Oesje, Damien, Lijmen, De<br />

Verlossing, ... Stichter <strong>van</strong> Het Beeld Beweegt (2001). Lid <strong>van</strong> het Belgische Directors-<br />

Guild en manager <strong>van</strong> <strong>de</strong> productiemaatschappij Bigos. Coppens ont<strong>van</strong>gt in 1993 een<br />

Titra Film Award voor My Way en in 1998 een Plateau prijs voor Gabriel, Beste kortfilm.<br />

Kunstfilm en fotografie, KASK (1992) Orthopedagogie ISPC Kortrijk (1986)<br />

http://www.renaatcoppens.com/r_route.htm<br />

Coppieters Maurice (1920 – 2005), politicus<br />

Coppieters is een morele autoriteit in <strong>de</strong> naoorlogse Vlaamse Beweging en ook<br />

een <strong>van</strong> <strong>de</strong> (her)oprichters <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Volksbeweging (VVB), waar<strong>van</strong> hij<br />

voorzitter wordt. Hij ontplooit zijn politieke carrière bij <strong>de</strong> Volksunie en draagt<br />

rond 1970 in belangrijke mate bij tot <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ologische verruiming <strong>van</strong> die partij.<br />

Hij wordt er het boegbeeld <strong>van</strong> <strong>de</strong> progressieve vleugel.<br />

Ook op <strong>de</strong> Europese politieke scène laat hij zich niet onbetuigd: zo is hij me<strong>de</strong>stichter<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Europese Vrije Alliantie (EVA) (1979 – 1981). In 1996 richt hij<br />

samen met <strong>de</strong> socialist Norbert De Batselier <strong>de</strong> beweging het Sienjaal op met een<br />

bun<strong>de</strong>ling <strong>van</strong> alle progressieve krachten in Vlaan<strong>de</strong>ren als doel. Hij is verbondscommissaris<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> katholieke scouts (VVKS), volksvertegenwoordiger (1965 –<br />

1971), senator (1971 – 1979), Europees parlementslid (1979 – 1981) en voorzitter<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Raad <strong>van</strong> <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse Cultuurgemeenschap, <strong>de</strong> voorloper <strong>van</strong> het<br />

Vlaams Parlement (1977 – 1979).<br />

Coppieters stu<strong>de</strong>ert geschie<strong>de</strong>nis aan <strong>de</strong> RUG (1938 – 1942) en wordt in 1970<br />

(centrale examencommissie) doctor in <strong>de</strong> rechten. In 1983 behaalt hij een master<br />

in <strong>de</strong> Oosteuropakun<strong>de</strong> (RUG).<br />

Coppieters is studiemeester- lesgever aan het KA Ronse (1945 – 1946) en Turnhout<br />

(1947), leraar aan het KA Antwerpen (1946 – 1947) en Deinze (1947 –<br />

1948). Leraar (1948 – 1958) en adjunctdirecteur (1958 – 1965) aan <strong>de</strong> RHTH en<br />

lesgever aan het Hoger Rijksinstituut voor Paramedische Beroepen. Hij neemt aan<br />

het Rijkshoger Technisch en Han<strong>de</strong>lsinstituut het zeer gewaar<strong>de</strong> initiatief voor <strong>de</strong><br />

organisatie <strong>van</strong> culturele dagen en <strong>de</strong> organisatie <strong>van</strong> <strong>de</strong> Europaweek.<br />

Cornelis Jozef (1873-1940), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Is als beeldhouwer en als schil<strong>de</strong>r actief. Hij realiseert het Heilig-Hart-monument aan het<br />

Sint-Annaplein te <strong>Gent</strong>, het Smeekmonument en <strong>de</strong> ge<strong>de</strong>nkplaat aan <strong>de</strong> basiliek te<br />

Oostakker en diverse an<strong>de</strong>re ge<strong>de</strong>nkplaten, zoals <strong>de</strong> Albrecht Dürerplaat aan Klein Turkije.<br />

Voor Ons Huis aan <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Vrijdagmarkt schil<strong>de</strong>rt hij een reeks grote werken in het<br />

teken <strong>van</strong> <strong>de</strong> arbeid en voor <strong>de</strong> kapel <strong>van</strong> <strong>de</strong> pauselijke nuntius te Brussel realiseert hij <strong>de</strong><br />

Heilige Drievuldigheid, waarvoor hij met een pauselijk ereteken wordt on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. Tij<strong>de</strong>ns<br />

WOI brengt Cornelis samen met enkele an<strong>de</strong>re kunstliefhebbers het Lam Godsretabel<br />

veilig on<strong>de</strong>r in een huis aan <strong>de</strong> Lange Steenstraat (<strong>Gent</strong>).<br />

Cornelis stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> KASK en behaalt er meer<strong>de</strong>re 1 ste Prijzen en <strong>de</strong> Gou<strong>de</strong>n Medaille.<br />

Hij wordt er leraar sierkunst maar sticht een eigen kunstambachtschool in zijn atelier aan<br />

<strong>de</strong> Schouwvagerstraat (1914). Dit initiatief wordt hem niet in dank afgenomen en zijn<br />

school moet na enkele jaren <strong>van</strong> tegenstand wor<strong>de</strong>n opgedoekt.<br />

Coryn Roland (1938), musicus<br />

Coryn componeert naast kamermuziek, muziek voor groot orkest en koor. Tot zijn bekendste<br />

werk behoren Per piano solo (1972), 13 minuten voor fluit en strijkkwartet


22<br />

(1979), het oratorium Opus: Mens (1987) alsook A letter to the World (uit 1993, gebaseerd<br />

op <strong>de</strong> poëzie <strong>van</strong> Emily Dickinson) en Winds of dawn – Missa da Pace (2000).<br />

Als componist behaalt hij diverse prijzen, zo <strong>de</strong> Tenuto-prijs (1973), <strong>de</strong> Jef Van Hoofprijs<br />

(1974), <strong>de</strong> Koopalprijs (1986) en <strong>de</strong> Visser-Neerlandiaprijs voor <strong>de</strong> totaliteit <strong>van</strong> zijn oeuvre<br />

(1999). In 1993 wordt hij verkozen tot lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Vlaamse Aca<strong>de</strong>mie <strong>van</strong><br />

België voor Wetenschappen en Kunst.<br />

In <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> 1960 -1975 is hij vooral actief als uitvoerend musicus, zo in het Belgisch<br />

Kamerorkest en het Vlaams Pianokwartet. Van 1985 tot 1986 leidt hij in <strong>Gent</strong> het Nieuw<br />

Conservatoriumensemble, waarmee hij voornamelijk he<strong>de</strong>ndaagse muziek uitvoert.<br />

Na zijn muziekstudies aan <strong>de</strong> Ste<strong>de</strong>lijke Muziekaca<strong>de</strong>mie <strong>van</strong> Harelbeke gaat hij zich ver<strong>de</strong>r<br />

bekwamen aan het KMC: hij behaalt er <strong>de</strong> 1 ste prijzen notenleer (1957), piano (1958),<br />

altviool en kamermuziek (1959), harmonie (1961), contrapunt (2965), fuga (1967) en<br />

compositie (1977). Tevens behaalt hij er een Hoger Diploma altviool (1964) en compositie(1977).<br />

Als pedagoog is hij verbon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> muziekaca<strong>de</strong>mies <strong>van</strong> Izegem, Oosten<strong>de</strong> (directeur<br />

1977- 1979) en Harelbeke (directeur 1979-1997). Hij is tevens docent harmonie (1974-<br />

1976), contrapunt en fuga (1977-1979) en compositie (1979-1966) aan het KMC. Sinds<br />

1966 wijdt hij zich uitsluitend aan compositie.<br />

Cottenie Paul (1945), regeringscommissaris-coördinator<br />

Leraar technische vakken aan het Hoger Rijksinstituut voor Landbouwindustrieën <strong>Gent</strong><br />

(1970-1977). Docent (1977-1982), hoogleraar (1982-1985) en adjunct-directeur (1985-<br />

1987) aan <strong>de</strong> IHR-CTL. Directeur (1987-1989) <strong>van</strong> <strong>de</strong> IHR– BME. On<strong>de</strong>rvoorzitter ARGO<br />

(1989- 1995).<br />

Regeringscommissaris-coördinator Vlaamse hogescholen (1995- ). Voorzitter <strong>van</strong> het college<br />

<strong>van</strong> commissarissen universiteiten en hogescholen (2009- ).<br />

Schepen <strong>van</strong> Oosterzele voor cultuur, personeel, patrimonium (monumenten, groen en<br />

begraafplaatsen), toerisme, senioren, ICT (1994 - )<br />

Landbouwkundig ingenieur, RUG (1970); Aggregaat HSO RUG (1971)<br />

Courtmans Jan-Baptist (1811-1856), pedagoog<br />

Volgt normaallessen bij Jonglas in <strong>Gent</strong> en behaalt er <strong>de</strong> diploma’s 4 <strong>de</strong> rang (1829) en 3 <strong>de</strong><br />

rang (1830). In 1833 wordt hij benoemd tot on<strong>de</strong>rmeester <strong>van</strong> <strong>de</strong> Pakhuisschool en lid<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> vereniging De tael is gansch het volk. Hierdoor komt hij in contact met o.a. J.F.<br />

Willems en K.L. Le<strong>de</strong>ganck (1805-1847) - die overigens <strong>van</strong> 1842 tot 1847 provinciaal<br />

inspecteur voor het lager on<strong>de</strong>rwijs is. Van 1840 tot 1842 geeft Courtmans les aan <strong>de</strong><br />

provinciale normale of on<strong>de</strong>rwijzersschool die slechts luttele jaren zal bestaan.<br />

Courtmans schrijft een vijftigtal werken, waaron<strong>de</strong>r enkele vertalingen, waar<strong>van</strong> <strong>de</strong> meeste<br />

schoolboeken of boeken met pedagogische inslag zijn. In 1843 wordt hij benoemd tot<br />

leraar Ne<strong>de</strong>rlandse letterkun<strong>de</strong> en in 1849 met <strong>de</strong> cursus metho<strong>de</strong>leer en <strong>de</strong> leiding <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> oefenschool aan <strong>de</strong> RNS Lier.<br />

In 1856 – het jaar <strong>van</strong> zijn overlij<strong>de</strong>n - vestigen zijn weduwe, <strong>de</strong> schrijfster Johanna<br />

Courtmans-Bergmans (1811-1890), en hun acht kin<strong>de</strong>ren zich te Mal<strong>de</strong>gem waar zij een<br />

vrije school, <strong>de</strong> latere gemeenteschool, oprichten.<br />

Crepain Joseph (Jo) (1950 – 2008), architect en ste<strong>de</strong>nbouwkundige<br />

Zelfstandig architect (1973 – 1975), afgevaardigd bestuur<strong>de</strong>r Jo Crepain Architect<br />

nv (1986 – 2008). Laureaat <strong>van</strong> een twintigtal nationale en internationale architectuurwedstrij<strong>de</strong>n,<br />

o.a. <strong>van</strong> <strong>de</strong> Andrea Palladioprijs Italië (1988), Baksteenprijs<br />

(1981 & 1994). In 2010 beschermt <strong>de</strong> Vlaamse<br />

minister belast met het beheer en <strong>de</strong> bescherming <strong>van</strong> het onroerend erfgoed vijf<br />

gebouwen uit <strong>de</strong> beginperio<strong>de</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> architect: <strong>de</strong>ze vijf bouwprojecten zijn illustratief<br />

voor <strong>de</strong> ontwikkelingen binnen en het <strong>de</strong>nken over het individuele wonen<br />

in <strong>de</strong> jaren 1970 in Vlaan<strong>de</strong>ren.<br />

Er ontstond in die tijd een nieuwe visie betreffen<strong>de</strong> bouwen en wonen. De architectuur<br />

stel<strong>de</strong> haar mo<strong>de</strong>llen in vraag. Een aantal sterke individuen zoals Crepain


23<br />

experimenteer<strong>de</strong>n met een nieuwe architectuurtaal. Zij hebben een niet te on<strong>de</strong>rschatten<br />

invloed op <strong>de</strong> latere generaties architecten 6.<br />

Architect (1973), Ste<strong>de</strong>nbouwkundige (1975) Henry Van <strong>de</strong> Vel<strong>de</strong> Instituut, Antwerpen.<br />

Docent architectonisch ontwerpen SHIAS (1975 – 1984), Henry <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Vel<strong>de</strong> Instituut, Antwerpen (1985 – 1998). Gastdocent aca<strong>de</strong>mies Maastricht,<br />

Rotterdam, Nantes.<br />

www.jocrepain.be<br />

Creten Johan (1963), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Creten werkt zon<strong>de</strong>r vaste thuisbasis en is een als het ware kosmopolitische zwerven<strong>de</strong><br />

kunstenaar. Hij stelt zowel in het Centre Pompidou te Parijs ( <strong>de</strong> tentoonstelling Masculin/Feminin,<br />

1995-1996) als in het Louvre ten toon (Contrepoint 2, De l'objet d'art à la<br />

sculpture, 2005) en wordt <strong>de</strong> eerste leven<strong>de</strong> Belg die er werk exposeert. De werken<br />

in keramiek (waaron<strong>de</strong>r <strong>de</strong> serie Odore di femmina) die hij er toont zijn een o<strong>de</strong><br />

aan Bernard Palissy, een 16 <strong>de</strong> eeuwse Franse pottenbakker.<br />

Creten gelooft in <strong>de</strong> haast magische, bezeten kracht <strong>van</strong> het unieke object en <strong>de</strong> helen<strong>de</strong><br />

kwaliteit <strong>van</strong> sculptuur. Voor <strong>de</strong> presentatie <strong>van</strong> zijn sculpturale installaties kiest hij vaak<br />

voor historisch gela<strong>de</strong>n locaties met een sterk toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>, zoals een Quarantaine<br />

in <strong>de</strong> Mid<strong>de</strong>llandse zee (Sète), een on<strong>de</strong>rgronds drinkwater-reservoir uit <strong>de</strong> Byzantijnse<br />

tijd (5 th International Istanbul Biennal 1997) of <strong>de</strong> Renaissance zalen <strong>van</strong> het<br />

Louvre (Parijs) en bevindt zijn atelier zich in <strong>de</strong> woestijn <strong>van</strong> Tempe Arizona, <strong>de</strong> Kohler<br />

fabriek in Wisconsin en in een 17<strong>de</strong>-eeuwse hacienda in Mexico. In 2001 organiseert hij in<br />

het Bass Museum of Art, Miami een solotentoonstelling en verblijft er drie jaar. Recent<br />

werkt hij in <strong>de</strong> beroem<strong>de</strong> porseleinfabriek Manufacture Nationale <strong>de</strong> Sèvres te Parijs. Creten<br />

stelt ten toon in vooraanstaan<strong>de</strong> tentoonstellingsplekken in binnen – en buitenland, zo<br />

ook in Beel<strong>de</strong>npark Sonsbeek (2008), Galerie Emmanuel Perrotin (2010).<br />

Johan Creten stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> KASK (1986).<br />

www.transit.be/artists/Creten/<br />

http://galerieperrotin.com/artiste-Johan_Creten-36.html<br />

http://galerieperrotin.com/artiste_.php?id_=36&domaine=pressA&nom_=Johan%<br />

20Creten&dossier=Johan_Creten&photo_=Johan_Creten_36.jpg<br />

Crommen Gaston (1897-1970), politicus<br />

Voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> parlementaire raad <strong>van</strong> <strong>de</strong> Benelux; senator en on<strong>de</strong>rvoorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Senaat. Burgemeester <strong>van</strong> Le<strong>de</strong>berg (1933- 1940 en in 1947) en hoofdredacteur <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Vooruit (1944-1947).<br />

Stu<strong>de</strong>ert voor on<strong>de</strong>rwijzer aan <strong>de</strong> RNS (1911-1915).<br />

Crucke Koen(raad) (1952), zanger<br />

Tenor buffo bij <strong>de</strong> Opera <strong>van</strong> <strong>Gent</strong>, Opera voor Vlaan<strong>de</strong>ren en <strong>de</strong> Vlaamse Opera. Bij <strong>de</strong><br />

fusie <strong>van</strong> <strong>de</strong> operagezelschappen <strong>van</strong> Antwerpen en <strong>Gent</strong> en het failliet <strong>van</strong> <strong>de</strong> stichting<br />

start hij een nieuwe carrière. Al snel wordt hij bekend door gastoptre<strong>de</strong>ns in diverse programma’s<br />

en een eigen show Tijd voor Koen waarin licht-klassieke muziek, opera en operette<br />

aan bod komen. Ook is hij regelmatig te gast in programma's bij ORF, ZDF, VARA,<br />

VPRO en tal <strong>van</strong> an<strong>de</strong>re internationale televisiestations. Bij kin<strong>de</strong>ren wordt hij bekend als<br />

kapper Albert (Alberto) Vermeersch in <strong>de</strong> televisieserie Samson en Gert. Crucke speelt ook<br />

mee in grote musicalproducties, zo is hij o.a. te zien in <strong>de</strong> Vlaamse versie <strong>van</strong> Beauty &<br />

the Beast, <strong>de</strong> musical Assepoester, en The Sound of Music.<br />

Tussen 2002 en 2007 publiceert hij acht boeken over gezon<strong>de</strong> voeding, waaron<strong>de</strong>r het<br />

bijzon<strong>de</strong>r populaire 33 kilo later. Hij is gemeenteraadslid te <strong>Gent</strong> (2000-2006).<br />

Crucke stu<strong>de</strong>ert notenleer, dictie en zang aan het KMC (1968-1975).<br />

http://www.koencrucke.be/<br />

Cuvelier Werner (1939), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Cuvelier is sinds 1965 gefascineerd door <strong>de</strong> inhou<strong>de</strong>lijke hel<strong>de</strong>rheid en <strong>de</strong> compromisloze<br />

instelling <strong>van</strong> <strong>de</strong> conceptuele kunst en maakt in <strong>de</strong> daaropvolgen<strong>de</strong> twintig jaar conceptu-


24<br />

eel werk, waarin <strong>de</strong> zichtbare kenmerken <strong>van</strong> gevon<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rwerpen (bruggen <strong>van</strong> <strong>Gent</strong>,<br />

<strong>de</strong> inwoners <strong>van</strong> een Spaans dorp, <strong>de</strong> Cestus-pirami<strong>de</strong> in Rome), op een afstan<strong>de</strong>lijke en<br />

systematische manier genoteerd wor<strong>de</strong>n. Op het ein<strong>de</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> jaren '80 transformeert zijn<br />

werk zich meer en meer tot pure schil<strong>de</strong>rkunst, waarbij <strong>de</strong> Gul<strong>de</strong>n Sne<strong>de</strong> en <strong>de</strong> beroem<strong>de</strong><br />

getallenreeks <strong>van</strong> Fibonacci steeds terugkeren<strong>de</strong> (zowel feitelijke als beperken<strong>de</strong>) uitgangspunten<br />

zijn.<br />

Lid <strong>van</strong> visueel opzoekingcentrum <strong>Gent</strong> 1963 en <strong>van</strong> <strong>de</strong> groep <strong>van</strong> IX 1975.<br />

Solotentoonstellingen: Galerie Plus-Kern (1972), Richard Foncke Gallery <strong>Gent</strong> (1981),<br />

Galerie L’A /rue Trappé Liège (1981), Orez-Mobiel Den Haag (1983), Netwerk Galerij Aalst<br />

(1989), Guy Ledune Brussel (1991), Galerie Cyan Liège (1996), curator Voorkamer Lier<br />

met presentatie selectie uit eigen werk - 1971-2009 (2009), Galerie De Ziener Asse<br />

(2009).<br />

Regentaat plastische kunsten RNS ( 1962). Lesgever aan <strong>de</strong> secundaire af<strong>de</strong>lingen <strong>van</strong><br />

KASK en SHIAS later gefuseerd tot Ste<strong>de</strong>lijk Secundair Kunstinstituut <strong>Gent</strong> (1973), Summerschool<br />

Kansas University USA (1978), KASK (1973-1999).<br />

Daele Jan-Emiel (1942-1978), auteur<br />

Daele is een tijdschriftenman, betrokken bij <strong>de</strong> oprichting <strong>van</strong> verschillen<strong>de</strong> tijdschriften:<br />

Mep, daele, Yang. Daarnaast schrijft hij romans: Een placenta (1969), De achtervolgers<br />

(1974) en De moe<strong>de</strong>rgodinnen (1975), boeken die omwille <strong>van</strong> hun thematische (erotische)<br />

verwantschap als één cyclus beschouwd wor<strong>de</strong>n. In Je onbeken<strong>de</strong> va<strong>de</strong>r (1977),<br />

een mengeling <strong>van</strong> fictie en non-fictie, probeert hij in het reine te komen met zijn overle<strong>de</strong>n<br />

va<strong>de</strong>r. Het boek levert hem (1977) <strong>de</strong> prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Stad <strong>Gent</strong> voor proza.<br />

Hij is tevens auteur <strong>van</strong> enkele werken met journalistieke inslag zo Strijd in <strong>de</strong> wielersport<br />

(1970), een boek over doping en De dood <strong>van</strong> Jempi naar aanleiding <strong>van</strong> <strong>de</strong> tragische<br />

dood <strong>van</strong> wielerwereldkampioen Jempi Monséré (1972). Over dit overlij<strong>de</strong>n maakt hij tevens<br />

een documentaire Dood <strong>van</strong> een sandwichman.<br />

Regent Germaanse talen RNS (1975). Nadien stu<strong>de</strong>ert hij Kunstgeschie<strong>de</strong>nis en Pers- en<br />

Communicatiewetenschappen (1974) aan <strong>de</strong> RUG. Vóór zijn dramatische zelfmoord werkt<br />

hij aan een doctoraat over het gebruik <strong>van</strong> teksten in <strong>de</strong> beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> kunsten.<br />

Daels Patrick (1961), zaakvoer<strong>de</strong>r<br />

Exportmanager Coverfil sa (1984-1988) en Rabot Spinning nv (1988- 1990); Commercieel<br />

directeur, Eurospun en Euromotte (1990-1998); Zaakvoer<strong>de</strong>r Daeltex bvba 1998-<br />

2009; zaakvoer<strong>de</strong>r Het Borduurbedrijf gcv (Oostkamp) sinds 2008. Voorzitter NVA Groot-<br />

Kortrijk(2002-).<br />

Regentaat Ne<strong>de</strong>rlands- Engels- Duits RNS (1980-1982); Marketing HITEK, Kortrijk (1982-<br />

1985).<br />

Daem Geertrui (1952), kunstenaar<br />

Start als lesgever in het on<strong>de</strong>rwijs maar beslist in 1977 beroepsactrice te wor<strong>de</strong>n. Na een<br />

tijd als freelancer sticht zij in 1986 haar eigen gezelschap School voor gekken.<br />

In 1992 <strong>de</strong>buteert zij als auteur met Boniface. Ver<strong>de</strong>r publiceert ze Een va<strong>de</strong>r voor Elizabeth,<br />

Geboeid door lief<strong>de</strong>, Zotverliefd. Voor het toneel schrijft zij: De meisjeskamer, Het<br />

moe<strong>de</strong>rskind, Onrust <strong>de</strong>r verwanten, Rembert en Ayse. En, <strong>de</strong> romans: Koud en Olympia<br />

(2006) alsook het kin<strong>de</strong>rboek Troetel.<br />

Daem ont<strong>van</strong>gt <strong>de</strong> Paul <strong>de</strong> Montprijs (1933), <strong>de</strong> Taalunie Toneelprijs (1995), <strong>de</strong> Debuutprijs<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren, <strong>de</strong> Van <strong>de</strong>r Hoogt-prijs Ne<strong>de</strong>rland, en wordt genomineerd voor <strong>de</strong> AKO-<br />

en Libris Literatuurprijs.<br />

Regentes Ne<strong>de</strong>rlands-Engels-Moraal RNS (1973), vrije leerling beeldhouwen (1975-1976)<br />

KASK.<br />

Daem Hil<strong>de</strong> (1950), architect<br />

Start samen met haar echtgenoot Paul Robbrecht een architectenpraktijk. Zij hebben grote<br />

belangstelling in <strong>de</strong> ontwikkeling <strong>van</strong> beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> kunst en haar mogelijke invloed op<br />

architectuur. Ze vin<strong>de</strong>n in hun praktijk een uitweg uit <strong>de</strong> architectuurcrisis <strong>van</strong> <strong>de</strong> jaren


25<br />

1970 via een herwaar<strong>de</strong>ring <strong>van</strong> architectuur als autonome discipline. Robbrecht & Daem<br />

laten zich hiervoor niet alleen inspireren door eigentijdse kunst maar ook door <strong>de</strong> klassieke<br />

architectuurtraditie. Zij ontwerpen zowel groepswoningen en ste<strong>de</strong>nbouwkundige ontwerpen<br />

als bedrijfsgebouwen (<strong>de</strong> hoofdzetel <strong>van</strong> <strong>de</strong> Katoen Natie Antwerpen bvb.), banken en<br />

laboratoria. Zij verwerven, ook internationaal, grote naam door hun galerie- en museumontwerpen<br />

(zo <strong>de</strong> Paviljoenen <strong>van</strong> <strong>de</strong> Documenta IX in Kassel - heropbouw in Almere- en<br />

<strong>de</strong> herinrichting <strong>van</strong> the Whitechapel Gallery in Lon<strong>de</strong>n) en Cultuurgebouwen (zo het Concertgebouw<br />

Brugge, <strong>de</strong> renovatie <strong>van</strong> het Filmmuseum (Cinematek) Brussel, <strong>de</strong> restauratie<br />

en renovatie <strong>van</strong> Universiteitsbibliotheek <strong>Gent</strong>).<br />

Daem en Robbrecht behalen verschillen<strong>de</strong> nationale en internationale prijzen, zo Premio<br />

Zerynthia Dialoghi tra Arte e Architettura (1994), Bedrijfsgebouw <strong>van</strong> het jaar: Katoen<br />

Natie Antwerpen (1996), Vlaamse Cultuurprijs voor Architectuur (1997), Cultuurprijs Katholieke<br />

Universiteit Leuven (2001), Award <strong>van</strong> <strong>de</strong> Belgische Architectuur (2001), Geselecteerd<br />

voor <strong>de</strong> Mies <strong>van</strong> <strong>de</strong>r Rohe Award 2003, International Fellowship of the Royal Aca<strong>de</strong>my<br />

of British Architecture (2010).<br />

Lid Welstandscommissie Mid<strong>de</strong>lburg-Vlissingen (NL) (1996-2001), voorzitter Welstandscommissie<br />

Stad Antwerpen (2000-2007), lid Raad <strong>van</strong> Bestuur Muhka Antwerpen (2000 -<br />

), lid Raad <strong>van</strong> Bestuur Concertgebouw Brugge (2010 -).<br />

Architect HAIS <strong>Gent</strong> (1975), studies grafiek KASK <strong>Gent</strong> (1986)<br />

Werk in Architectuur – Paul Robbrecht en Hil<strong>de</strong> Daem, uitgeverij Ludion (1998)<br />

Acing Through Architecture, uitgeverij König Verlag (2009)<br />

Diepe Fontein - Cristina Iglesias, uitgeverij BAI, Schoten (2009)<br />

http://www.robbrechtendaem.com/<br />

Daem Marcel (1914-2009), volkskundige<br />

Bestuurssecretaris Gewestelijk Comité Beroepsopleiding <strong>Gent</strong> – Eeklo, ministerie Mid<strong>de</strong>nstand<br />

(1953-1978), cursus Humane vorming, Provinciale Normaalleergang <strong>Gent</strong> (1965-<br />

1969), freelance me<strong>de</strong>werker Monumentenzorg en Archeologie, Stad <strong>Gent</strong> (1979-1997).<br />

Eén <strong>van</strong> <strong>de</strong> auteurs <strong>van</strong> het massaspektakel Wetthra dat in <strong>de</strong> jaren ’40 en ’50 furore<br />

maakt. Daarnaast schrijft hij tientallen boeken en publicaties over volkskun<strong>de</strong>, heemkun<strong>de</strong><br />

en geschie<strong>de</strong>nis <strong>van</strong> Wetteren en <strong>Gent</strong>. Reuzen zijn één <strong>van</strong> zijn stokpaardjes. Bekroond<br />

met <strong>de</strong> Provinciale Volkskun<strong>de</strong> Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren (1970)<br />

PHTI (1933); Bibliothecaris (1936); Licentiaat kunstgeschie<strong>de</strong>nis en archeologie RUG<br />

(1946)<br />

Daeye Hippolyte (1873 1952), kunstschil<strong>de</strong>r.<br />

Start als impressionistisch schil<strong>de</strong>r maar evolueert, na zijn Lon<strong>de</strong>nse verblijf tij<strong>de</strong>ns WOI,<br />

naar het expressionisme. Hij is een contemplatief individu en een enigszins misken<strong>de</strong><br />

schil<strong>de</strong>r die in zijn werken op zoek gaat naar <strong>de</strong> fragiliteit <strong>van</strong> <strong>de</strong> menselijke persoonlijkheid.<br />

Schil<strong>de</strong>rkunstig is zijn streven om teken- en schil<strong>de</strong>rkunst te verweven tot één plastisch<br />

geheel bijzon<strong>de</strong>r boeiend.<br />

In 1964 werd in het KMSKA een retrospectieve tentoonstelling gewijd aan zijn werk.<br />

Stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> KASK.<br />

Daisne Johan, zie Thiery Herman<br />

Darge Moniek (1952), kunstenaar<br />

Specialiseert zich in soundscapes (klankschappen) en live-art performances, waarin zowel<br />

visuele als muzikale aspecten met elkaar verweven wor<strong>de</strong>n. Zij brengt het Logos-Duo<br />

(met G.W. Raes) op podia in meer dan 30 lan<strong>de</strong>n, richt <strong>de</strong> Logos Vrouwen op en is lid <strong>van</strong><br />

zowel het robotorkest als <strong>van</strong> het uitgebrei<strong>de</strong> Logos Ensemble.<br />

Haar solo-album Sounds of Sacred Places verschijnt in 1988. De radio geeft haar een eerste<br />

compositieopdracht voor <strong>de</strong> realisatie <strong>van</strong> ManMo. In 1997 krijgt zij, met het Logos<br />

Duo, <strong>de</strong> titel <strong>van</strong> Cultureel Ambassa<strong>de</strong>ur <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren.


26<br />

De radio wijdt een reeks programma’s aan haar optre<strong>de</strong>ns in New York, Rwanda en Kenia<br />

en aan kunstenaars waarmee zij daar samenwerkt. Zelf maakte zij ook programma’s over<br />

vrouwelijke kunstenaars.<br />

Moniek Darge verzorgt diverse journalistieke en literaire essays, waaron<strong>de</strong>r Inter Media<br />

Myths, Auto-Author (1986) en Lijf tegen Lijf (1982). Zij is hoofdredacteur <strong>van</strong> het Logos-<br />

Blad, het maan<strong>de</strong>lijks tijdschrift <strong>van</strong> Stichting Logos.<br />

Tussen 1970 en 1980 is zij me<strong>de</strong>organisator <strong>van</strong> tien mixed- media festivals. Bij die gelegenheid<br />

neemt zij ook het initiatief tot het inrichten <strong>van</strong> Sonomobiel-tentoonstellingen die<br />

o.a. in <strong>de</strong> KASK en het MHK <strong>Gent</strong> plaatsvin<strong>de</strong>n en die klanksculpturen <strong>van</strong> zowel binnen-<br />

als buitenlandse kunstenaars belichten. Vanaf 1993 organiseert zij een jaarlijks Internationaal<br />

Vrouwenfestival.<br />

Notenleer en viool DKO- KMC Brugge (1961-1966), schil<strong>de</strong>rkunst DKO KASK (1970-<br />

1973), kunstgeschie<strong>de</strong>nis (1974), Filosofie en Moraalwetenschappen (1977) RUG.<br />

Darge doceert Etnische Kunst en Muziek, alsook Kunstgeschie<strong>de</strong>nis aan <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong><br />

<strong>Gent</strong>, Departementen KASK en Conservatorium en is gastdocent aan tal <strong>van</strong> buitenlandse<br />

universiteiten, vooral in Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.<br />

http://www.logosfoundation.org/in<strong>de</strong>x-mon.html<br />

De Bock Gerda (1922), hoogleraar<br />

Doctor in <strong>de</strong> rechten, licentiaat in <strong>de</strong> criminologie RUG (1945). Werkt als advocaat (1948-<br />

1953) bij het Parket <strong>van</strong> <strong>de</strong> Rechtbank <strong>van</strong> 1 ste aanleg te <strong>Gent</strong> (1948-1952) en bij <strong>de</strong><br />

Dienst voor Kin<strong>de</strong>rbescherming bij het Ministerie <strong>van</strong> Justitie (1952-1953). In 1954 wordt<br />

zij aan <strong>de</strong> RUG aangesteld als titularis <strong>van</strong> <strong>de</strong> cursus Wetgeving op <strong>de</strong> jeugdbescherming<br />

waarbij zij <strong>de</strong> basis legt <strong>van</strong> <strong>de</strong> huidige vakgroep sociale agogiek. Haar on<strong>de</strong>rzoek in <strong>de</strong><br />

jeugdbescherming wordt <strong>de</strong> basis voor het Seminarie voor Sociale en Gerechtelijke Jeugdbescherming,<br />

dat in 1974 omgevormd wordt tot Seminarie en Laboratorium voor Jeugdwelzijn<br />

en Volwassenenvorming.<br />

Gerda De Bock is tevens belast met <strong>de</strong> inrichting en <strong>de</strong> directie <strong>van</strong> een Instituut voor Koloniale<br />

Sociale vorming voor <strong>de</strong> U.B.S.S.A.C (Union Belge du service Social au Congo)<br />

(1958) en is gastdocent aan <strong>de</strong> Officiële Universiteit <strong>van</strong> Belgisch Congo en Ruanda-Urundi<br />

te Elisabethstad (1959).<br />

In 1953 wordt zij belast met het doceren <strong>van</strong> enkele rechtscursussen aan en het oprichten<br />

<strong>van</strong> het SISS (1953).<br />

De Bondt Jan-Albert (1888 – 1969), architect<br />

Na <strong>de</strong> lagere school werkt hij eerst in <strong>de</strong> werkhuizen Carels. In 1906 schrijft hij<br />

zich aan <strong>de</strong> KASK in voor <strong>de</strong> cursus bouwkun<strong>de</strong>, studies die hij tot 1912 volgt. Na<br />

die studies loopt hij stage op <strong>de</strong> werven <strong>van</strong> <strong>de</strong> Wereldtentoonstelling (1913) bij<br />

zijn KASK-leraar, Oscar Van <strong>de</strong> Voor<strong>de</strong>.<br />

Na <strong>de</strong> Eerste Wereldoorlog – die hij groten<strong>de</strong>els in ge<strong>van</strong>genisschap doorbrengt –<br />

wint hij <strong>de</strong> Prijs <strong>van</strong> Rome 7, wat hem heel wat bouwopdrachten oplevert. Hoewel<br />

oorspronkelijk eer<strong>de</strong>r klassiek georiënteerd, evolueert zijn werk mid<strong>de</strong>n <strong>de</strong> jaren<br />

twintig <strong>van</strong> het expressionisme <strong>van</strong> <strong>de</strong> Amsterdamse school naar een meer kubistische<br />

stijl (ook romantisch kubisme genoemd). De Bondt werkt voor <strong>de</strong> Gebroe<strong>de</strong>rs<br />

& C° (St. Niklaas), voor <strong>de</strong> Han<strong>de</strong>lsbank in <strong>Gent</strong>, Den<strong>de</strong>rmon<strong>de</strong> en Ou<strong>de</strong>naar<strong>de</strong><br />

en voor <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Elektriciteitsmaatschappij (m.i.v. 1930). Voor <strong>de</strong> laatste<br />

breidt hij het net <strong>van</strong> elektriciteitsstations uit en bouwt nieuwe on<strong>de</strong>rstations<br />

alsook woningen voor meestergasten. Naast zijn eigen villa, op <strong>de</strong> hoek <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Krijgslaan en <strong>de</strong> Va<strong>de</strong>rlandstraat, ontwerpt hij verschillen<strong>de</strong> privéwoningen.<br />

De Bondt is assistent-leraar (1924), titularis <strong>van</strong> het eerste jaar bouwkun<strong>de</strong>(<br />

1926), assistent <strong>van</strong> Oscar Van <strong>de</strong> Voor<strong>de</strong> en ten slotte (1935) eerste leraar <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> af<strong>de</strong>ling Bouwkun<strong>de</strong>. In september 1939 wordt hij als dienstdoend en in februari<br />

1941 als vastbenoemd directeur aangesteld.<br />

Na <strong>de</strong> Bevrijding wordt hij beschuldigd <strong>van</strong> collaboratie en uit zijn ambt ontzet.<br />

Door <strong>de</strong> militaire rechtbank wordt hij vrijgesproken en verwerft hij opnieuw zijn<br />

burgerrechten: zijn afzetting als directeur, met inhouding <strong>van</strong> zijn wed<strong>de</strong>, wordt


27<br />

echter niet ongedaan gemaakt. Ontgoocheld vernietigt hij (1965) zowat al zijn<br />

voorontwerpen, originele plannen en tekeningen.<br />

De Bruycker Jules (1870 – 1945), etser<br />

De Bruycker is ongetwijfeld een <strong>van</strong> <strong>de</strong> belangrijkste Vlaamse etsers: het ou<strong>de</strong><br />

<strong>Gent</strong> is zijn voornaamste inspiratiebron. Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> Eerste Wereldoorlog verblijft<br />

hij in Lon<strong>de</strong>n – waar hij in het atelier <strong>van</strong> Whistler werkt.<br />

Typisch voor zijn kunst zijn uitbeeldingen <strong>van</strong> ou<strong>de</strong> volkstypes, terwijl zijn merkwaardige<br />

kathedralen (Rouen, Amiens, Antwerpen) <strong>de</strong>stijds opzien baren. Ook<br />

volksscènes in Parijs, Brussel en Antwerpen tekenen virtuoos het alledaagse,<br />

vaak armoedige leven.<br />

In 1927 kent <strong>de</strong> Belgische regering hem <strong>de</strong> Grote Prijs voor Beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> Kunst toe.<br />

In 1932 geeft hij zijn eerste bun<strong>de</strong>l uit: Sites et Visions <strong>de</strong> Gand. Daarna legt hij<br />

zich volledig toe op <strong>de</strong> uitbeelding / interpretatie <strong>van</strong> <strong>de</strong> Sint-Niklaaskerk.<br />

In 1940 tekent hij tientallen schetsen <strong>van</strong> op het terras <strong>van</strong> het Grand Hotel<br />

Wilson aan <strong>de</strong> Korenmarkt. De beste er<strong>van</strong> etst hij en brengt hij uit in een album<br />

Gens <strong>de</strong> chez nous (1942). Postuum verschijnt een an<strong>de</strong>r album, Gens pas <strong>de</strong><br />

chez nous.<br />

Werkt eerst als hulpstoffeer<strong>de</strong>r en vat zijn studies aan <strong>de</strong> KASK pas in 1893 aan.<br />

De Bruycker is lesgever aan het NHISK Antwerpen.<br />

De Bruyckere Luc (1945), bestuur<strong>de</strong>r<br />

Voorzitter-ge<strong>de</strong>legeerd bestuur<strong>de</strong>r Ter Beke nv (1971-2007) en voorzitter Volvo ACG<br />

Group en Group Joos. Bestuur<strong>de</strong>r Distrigas NV, Neuhaus NV, UWE, Gubernac (Belgian<br />

Governance Institute) en Vlerick Leuven <strong>Gent</strong> Management School. Voormalig bestuur<strong>de</strong>r<br />

Universiteit <strong>Gent</strong> en stichtend voorzitter Streekplatform Meetjesland en Tavola (Kortrijk).<br />

On<strong>de</strong>rvoorzitter VEV en m.i.v. <strong>van</strong> mei 2009 voor drie jaar (<strong>de</strong> 19 <strong>de</strong> ) voorzitter <strong>van</strong> Voka,<br />

voluit het Vlaams netwerk <strong>van</strong> on<strong>de</strong>rnemingen. 1 ste Vlaamse Lea<strong>de</strong>rshop Award en Manager<br />

<strong>van</strong> het jaar 1986.<br />

On<strong>de</strong>rwijzer RNS, Licentiaat bedrijfspsychologie RUG MBA, Vlerick Management School<br />

<strong>Gent</strong>, Postgraduaat marketing IPO/UFSIA Antwerpen<br />

www.terbeke.com<br />

De Bruyne Camille (1861 – 1937), rector<br />

Assistent (1889), werklei<strong>de</strong>r (1895), buitengewoon hoogleraar (1903) en gewoon<br />

hoogleraar belast met <strong>de</strong> cursus Warenkun<strong>de</strong> (1908) aan <strong>de</strong> RUG.<br />

Ontgoocheld door <strong>de</strong> aanstellingspolitiek binnen <strong>de</strong> universiteit wordt hij politiek<br />

actief: in 1907 wordt hij, als Vlaamse liberaal, tot gemeenteraadslid verkozen. Hij<br />

wordt schepen <strong>van</strong> Burgerlijke Stand en Openbare gezondheid (1907) en <strong>van</strong><br />

On<strong>de</strong>rwijs (1913). Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> Eerste Wereldoorlog heeft zijn openlijk verzet tegen<br />

het activistische dagblad De Vlaamsche Post, zijn optre<strong>de</strong>n tegen een paar activistische<br />

<strong>lesgevers</strong> én zijn weigering om aan <strong>de</strong> vervlaamste <strong>Gent</strong>se universiteit<br />

te doceren, voor gevolg dat hij door <strong>de</strong> bezetter naar Duitsland wordt ge<strong>de</strong>porteerd<br />

(1916). Na <strong>de</strong> oorlog wordt hij als schepen <strong>van</strong> On<strong>de</strong>rwijs door liberale<br />

franskiljons gewraakt omdat hij weigert zich uit te spreken voor het behoud <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> Franstalige universiteit in <strong>Gent</strong>. Tevens wordt zo verhin<strong>de</strong>rd dat in het ste<strong>de</strong>lijk<br />

on<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong> voorschriften <strong>van</strong> <strong>de</strong> taalwetgeving wor<strong>de</strong>n toegepast. In 1923<br />

wordt hij door minister Nolf als directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Technische Scholen aangesteld.<br />

Hij is rector (1927 – 1929) en later administrateurinspecteur (1929 – 1931) <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> RUG. In 1950 wordt in <strong>Gent</strong> een vzw Stichting Prof. Dr. C. <strong>de</strong> Bruyne opgericht,<br />

die zich op volksontwikkeling toelegt en er naar streeft vooraanstaan<strong>de</strong><br />

sprekers naar <strong>Gent</strong> uit te nodigen.<br />

Doctor in <strong>de</strong> natuurwetenschappen (1885). Lesgever RNS (1888 – 1905)<br />

De Buck Walter (1934), zanger en beel<strong>de</strong>nd kunstenaar


28<br />

Staatsprijzen voor beeldhouwkunst, Go<strong>de</strong>charleprijs (1958); Jeune Sculpture Belge<br />

(1959); Provinciale Prijs Beeldhouwkunst (1959). Stichter en voorzitter Trefpunt vzw<br />

(sinds 1962); organisator <strong>Gent</strong>se feesten Sint Jacobs <strong>Gent</strong> (1970); stichter en voorzitter<br />

herscholingsproject Beeldhouwercollectief Loods 13<br />

Teken- schil<strong>de</strong>r- en beeldhouwkunst KASK<br />

http://www.klemtoon.org/walter<strong>de</strong>buck/<br />

Decadt Jan (1914 – 1995), musicus<br />

Decadt is <strong>de</strong> eerste directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Muziekaca<strong>de</strong>mie <strong>van</strong> Harelbeke die hij op<br />

korte tijd, on<strong>de</strong>r meer door uit te brei<strong>de</strong>n met filialen, tot ontplooiing brengt. Uit<br />

<strong>de</strong>ze muziekaca<strong>de</strong>mie groeit een rijk muziek- en concertleven dat zich over het<br />

zui<strong>de</strong>n <strong>van</strong> <strong>de</strong> provincie West- Vlaan<strong>de</strong>ren ontwikkelt. Vanaf het mid<strong>de</strong>n <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

jaren vijftig maakt hij ook naam als toondichter: <strong>de</strong> provincie West-Vlaan<strong>de</strong>ren<br />

belast hem met <strong>de</strong> opdracht een Permeke-cantate (op tekst <strong>van</strong> Jan Vercammen)<br />

te componeren (1961). In 1962 ont<strong>van</strong>gt hij voor zijn symfonische werken <strong>de</strong><br />

Kopaal-prijs.<br />

Decadt stu<strong>de</strong>ert harmonie, contrapunt en fuga (1942) aan het KMC en behaalt,<br />

na staatsexamen, <strong>de</strong> diploma’s eerste en twee<strong>de</strong> graad voor muziek- en zangon<strong>de</strong>rricht.<br />

Hij is leraar muziek aan <strong>de</strong> RMS Blankenberge (1936), leraar fuga aan het KM-<br />

CAntwerpen (1957 – 1968), leraar compositie aan het KMC (tot 1979) en directeur<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> muziekaca<strong>de</strong>mie Harelbeke (1945 – 1979).<br />

Decaluwe Jo (1942), acteur- regisseur<br />

Speelt in vele populaire tv-series op <strong>de</strong> openbare zowel als op <strong>de</strong> commerciële zen<strong>de</strong>r(s)<br />

zoals Wij, Heren <strong>van</strong> Zichem, Heterdaad, Thuis, Recht op Recht, Witse, Rupel …. Directeur-bestuur<strong>de</strong>r<br />

<strong>van</strong> het Arca theater (1967-2001) en <strong>van</strong> <strong>de</strong> Tinnenpot ( 1989 -).<br />

Regisseur-dramaturg RITS (1966). 1 ste prijs toneelspeelkunst KMC (1969); meester in <strong>de</strong><br />

dramatische kunsten Erasmus hogeschool, Brussel (1995). Docent Erasmus <strong>Hogeschool</strong><br />

<strong>de</strong>partement RITS (1982-2005)<br />

http://www.tinnenpot.be<br />

De Clercq Willy (1927), politicus<br />

Hoewel een succesvolle carrière in <strong>de</strong> advocatuur in het vooruitzicht ligt opteert hij voor <strong>de</strong><br />

politiek. Hij begint zijn carrière in <strong>de</strong> naoorlogse jaren en mo<strong>de</strong>rniseert bij mid<strong>de</strong>l <strong>van</strong> zijn<br />

politieke activiteiten, zijn intensief sociaal dienstbetoon, zijn vlotte omgang met <strong>de</strong> media<br />

(vooral <strong>de</strong> televisie) en zijn mo<strong>de</strong>rne verkiezingscampagnes, <strong>de</strong> liberale partij en zorgt<br />

aldus voor een succesvolle wisseling aan <strong>de</strong> top. Hiervoor ontwikkelt hij ook bijzon<strong>de</strong>re<br />

relaties met jongeren die hij enthousiasmeert waardoor hij steeds beroep kan doen op<br />

uiterst gemotiveer<strong>de</strong> me<strong>de</strong>stan<strong>de</strong>rs.<br />

Hij is actief bij <strong>de</strong> liberale jongeren en gemeenteraadslid <strong>Gent</strong> (1971-1979). Tevens volksvertegenwoordiger<br />

(1958-1985), minister, vicepremier, voorzitter <strong>van</strong> verschei<strong>de</strong>ne internationale<br />

monetaire instanties, partijvoorzitter (1972-1973 en 1977-1981) en Europees<br />

commissaris (1985-1989). Willy De Clercq is o.m. staatssecretaris voor begroting (1960-<br />

1961), vice-eersteminister en minister <strong>van</strong> begroting (1966-1968), vice-eersteminister en<br />

minister <strong>van</strong> financiën (1973-1974), minister <strong>van</strong> financiën (1974-1977) en viceeersteminister<br />

in 1980. Hij zetelt tevens als lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> interparlementaire Beneluxraad<br />

(1963-1966) en is lid <strong>van</strong> het Europees Parlement (1989-2004).<br />

De Clercq wordt Minister <strong>van</strong> Staat (1985). De koning rid<strong>de</strong>rt hem tot burggraaf (2006).<br />

Na zijn studies in <strong>de</strong> rechten wordt hij advocaat bij het Hof <strong>van</strong> Beroep te <strong>Gent</strong> en docent<br />

aan <strong>de</strong> RUG, later ook aan <strong>de</strong> VUB en aan het SHISS.<br />

Goor<strong>de</strong>n T., Willy De Clercq. Een biografie. Uitgeverij Lannoo. 2004<br />

Prevenier W., Ysebaert C., Pareyn L. (red.), Vijftig jaar liberale praxis. Willy De<br />

Clercq vijfenzeventig jaar. Uitgave <strong>van</strong> het Liberaal Vlaams Verbond en het Liberaal<br />

Archief, 2002


29<br />

De Cordier Thierry (1954), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

De Cordier creëert sculpturen, schil<strong>de</strong>rijen en tekeningen. Daarnaast maakt ook schrijven<br />

(in het Frans, <strong>de</strong> taal <strong>van</strong> zijn moe<strong>de</strong>r) een fundamenteel on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el <strong>van</strong> zijn werk uit. De<br />

Cordier koestert een romantisch kunstenaarschap en beseft tegelijk hoe wereldvreemd dat<br />

(gewor<strong>de</strong>n) is. Men vindt in zijn werk motieven als <strong>de</strong> vlucht uit wereld (Je n'ai absolument<br />

rien à voir avec le XXième siècle), <strong>de</strong> eenzaamheid (geïsoleer<strong>de</strong> observatiepost in <strong>de</strong> natuur)<br />

en het verlangen een individu te zijn (<strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rwetse handgeschreven brieven in<br />

blauwe inkt <strong>van</strong>uit Schorisse). Zijn Weltschmerz uit zich in overwegend donkere kleuren<br />

(blauw, grijs en vooral zwart). Taal speelt in zijn werk een grote rol. Thierry De Cordier<br />

noem<strong>de</strong> zich ooit een zondags<strong>de</strong>nker, en verschillen<strong>de</strong> <strong>van</strong> zijn werken zijn te beschouwen<br />

als bouwsels waar <strong>de</strong> kunstenaar zich kan terugtrekken om na te <strong>de</strong>nken en te schrijven.<br />

Ze herinneren vaak aan <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwse kloostercel.<br />

De Cordier’s werk is sinds het eind <strong>van</strong> <strong>de</strong> jaren 80 <strong>van</strong> <strong>de</strong> vorige eeuw tentoongesteld op<br />

prestigieuze nationale en internationale tentoonstellingen, zo Skulptur Projekte Münster,<br />

Keulen 1987; Open Mind, <strong>Gent</strong> 1989; Einleuchten, Hamburg 1989; L' Art en Belgique,<br />

Flandre et Wallonie au XXe siècle, un point <strong>de</strong> vue, Parijs 1991; Documenta IX, 1992;<br />

Kunst in België na 1980, Brussel 1993; Het sublieme Gemis: over het geheugen <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

verbeelding, Antwerpen 1993; De Opening, Tilburg 1993; Over <strong>de</strong> Kamer <strong>de</strong>r Gedachten<br />

(Scriptorium) e.a., XLVIIe Biennale di Venezia, 1997; Ik ben <strong>de</strong> wereld, Otterlo 1997;<br />

Wounds. Between Democracy and Re<strong>de</strong>mption in Contemporary Art, Stockholm 1998 ;<br />

Black Paintings, Marian Goodman Gallery, Paris 2003; Drawings, Centre Pompidou, Paris,<br />

2004; Works from the Female Drawings Group. Part I, Marian Goodman Gallery, New<br />

York, 2006; Marian Goodman Gallery, Paris, 2007; Inauguration of De Kapel <strong>van</strong> het Niets,<br />

Sint-Norbertuscentrum, Duffel 2007; Four Greeneries, Xavier Hufkens, Brussel 2009.<br />

Thierry De Cordier stu<strong>de</strong>ert schil<strong>de</strong>rkunst aan <strong>de</strong> KASK (1972-1976).<br />

www.xavierhufkens.com<br />

De Decker Jean-Pierre (1945 – 2001), regisseur<br />

Regisseert tussen 1972 en 1997 meer dan <strong>de</strong>rtig televisieproducties, <strong>de</strong> film<br />

Springen (1985) en <strong>de</strong> televisieserie Diamant (1997).<br />

Tussen 1978 en 2001 neemt hij ook <strong>de</strong> regie op zich <strong>van</strong> tientallen producties<br />

voor het<br />

Ne<strong>de</strong>rlands Toneel <strong>Gent</strong>, o.a. Titanic, Schone Familie, Peter Pan.<br />

In 1996 wordt De Decker aangesteld als directeur <strong>van</strong> het NTG dat <strong>van</strong>af het seizoen<br />

1997 – 1998 on<strong>de</strong>r het motto theater voor een publiek, publiek voor een<br />

theater, <strong>de</strong> naam Publiekstheater zal dragen. De Decker droomt er<strong>van</strong> om <strong>de</strong> hele<br />

<strong>Gent</strong>se theaterwereld in één grote structuur op te nemen waarbij <strong>de</strong> diverse<br />

<strong>Gent</strong>se huizen (Kopergieterij, Arca, Minard, ...) elk een eigen karakter (en publiek)<br />

moeten ontwikkelen, zoals jeugdtheater, experimenteel theater, volkstheater<br />

en klassiek repertoiretheater. Dit stuit op weerstand <strong>van</strong> <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re <strong>Gent</strong>se<br />

huizen. Het onverwachts overlij<strong>de</strong>n <strong>van</strong> De Decker dooft <strong>de</strong> discussie.<br />

De Decker is lesgever aan het KMC. De theaterzaal <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> op <strong>de</strong><br />

Bijlokecampus draagt zijn naam.<br />

De Deken Jean (1954), manager<br />

Group marketing manager; assistent marketing manager Prado tapijten (1977-1981),<br />

marketing manager Prado tapijten en Vlaamse tapijtweverij (VTW) (1981-1990), group<br />

marketing manager Associated Weavers International Ronse (1990-2002) – Associated<br />

Weavers Europe (1990-2002) en Associated Weavers coordination Centre (1990-2002) en<br />

Prado Rugs (1990-2002) en Prado Tuft (1990-2002).<br />

SHIAS en KASK (1976); D-cursus marketing (HRHT).<br />

De Groote Hilda (1945), coloratuursopraan<br />

Debuteert op haar 15 <strong>de</strong> aan <strong>de</strong> Koninklijke Opera <strong>van</strong> <strong>Gent</strong> in Les Contes D’Hoffmann <strong>van</strong><br />

Jacques Offenbach, waarna ze er onmid<strong>de</strong>llijk een contract krijgt en on<strong>de</strong>rtussen haar<br />

(zang)studies ver<strong>de</strong>r zet. In 1966 wordt zij eerste sopraan en vast lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Wiener


30<br />

Staatsoper, <strong>de</strong> Bayerische Staatsoper en <strong>de</strong> Volksoper Wien aan welke zij tot in 1981 verbon<strong>de</strong>n<br />

blijft. In 1973 wordt ze lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Bayerische Staatsoper.<br />

Zij neemt <strong>de</strong>el aan talrijke festivals zo in Aix-en-Provence, Moskou, Montreal, Berlijn… en<br />

zingt er meer dan 100 verschillen<strong>de</strong> rollen in diverse opera’s en operettes zowel in het<br />

Frans, Ne<strong>de</strong>rlands, Italiaans, Duits en Engels. Zij is ook vaak te horen als soliste bij recitals<br />

en bij concerten op radio en TV.<br />

In 1984 wordt ze aangesteld als Gesangspedagögin aan het Conservatorium <strong>van</strong> Wenen.<br />

Ook geeft ze zangseminaries in Wenen, België en in Korea. Bij haar optre<strong>de</strong>n in <strong>Gent</strong> in<br />

1986 krijgt zij <strong>de</strong> eremedaille <strong>van</strong> <strong>de</strong> stad <strong>Gent</strong> voor haar 25-jarige carrière. In maart<br />

2010 wordt naar aanleiding <strong>van</strong> haar afscheidstournee door <strong>de</strong> vzw Lyrica, in <strong>de</strong> NT<strong>Gent</strong>,<br />

een hul<strong>de</strong>concert georganiseerd.<br />

Tij<strong>de</strong>ns haar studies aan <strong>de</strong> Ste<strong>de</strong>lijke Normaalschool wordt zij ont<strong>de</strong>kt. Zij stu<strong>de</strong>ert ook<br />

notenleer, dictie en zang aan het KMC (1963-1964).<br />

<strong>de</strong> Guchtenaere Roza (1875-1942), activiste.<br />

De Guchtenaere zet zich naast haar zeer sterk Vlaams engagement ook in voor <strong>de</strong> vrouwenemancipatie<br />

en is als vrijzinnige, actief in het Willemsfonds. Zij is rond <strong>de</strong> eeuwwisseling<br />

lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se af<strong>de</strong>ling <strong>van</strong> het Algemeen Ne<strong>de</strong>rlands Verbond en wordt later<br />

hoofdbestuurslid waarbij zij <strong>de</strong> groep-België vertegenwoordigt. Tij<strong>de</strong>ns WOI houdt ze eerst<br />

afstand <strong>van</strong> het activisme maar veran<strong>de</strong>rt al snel <strong>van</strong> houding en voert zelfs het woord op<br />

verschillen<strong>de</strong> activistische meetings, zo houdt ze – als lerares aan het <strong>Gent</strong>se meisjesatheneum-<br />

in 1915 een spreekbeurt waarbij ze fel uitvalt tegen het <strong>Gent</strong>se stadsbestuur<br />

dat niets doet voor <strong>de</strong> vervlaamsing <strong>van</strong> het on<strong>de</strong>rwijs. In 1916 wordt ze lerares aan <strong>de</strong><br />

RNS Laken, gemeente die toen nog geen <strong>de</strong>el uitmaakt <strong>van</strong> Brussel en zegt er haar betrekking<br />

op, wanneer zij in <strong>de</strong>cember 1917 gevraagd wordt om directrice te wor<strong>de</strong>n <strong>van</strong><br />

een door <strong>de</strong> activisten gesteun<strong>de</strong> Rijksmid<strong>de</strong>lbare Normaalschool te <strong>Gent</strong> met het Ne<strong>de</strong>rlands<br />

als voertaal.<br />

Op het ein<strong>de</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> oorlog wordt zij gearresteerd en blijft ook op haar proces voor <strong>de</strong><br />

Krijgsraad (april 1919) het activisme ver<strong>de</strong>digen. Ze wordt veroor<strong>de</strong>eld tot vijftien jaar<br />

dwangarbeid en verliest haar burgerrechten. Als in november 1921 <strong>de</strong> ge<strong>van</strong>genisstraffen<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> meeste activisten herleid wor<strong>de</strong>n tot drie jaar wordt ook zij onvoorwaar<strong>de</strong>lijk in<br />

vrijheid gesteld waarna ze haar Vlaams engagement terug opneemt. Zo spreekt ze regelmatig<br />

op amnestiemeetings (voor August Borms en Jef Van Extergem) en werkt ze mee<br />

aan verschei<strong>de</strong>ne publicaties al blijft ze eer<strong>de</strong>r in <strong>de</strong> marge <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse- en Groot-<br />

Ne<strong>de</strong>rlandse Beweging opereren. De Guchtenaere wijst het Verdinaso af en staat sceptisch<br />

tegenover het VNV, zodat ze door <strong>de</strong> steeds rechtser wor<strong>de</strong>n Vlaamse beweging <strong>van</strong> sympathie<br />

voor het god<strong>de</strong>loze communisme wordt beschuldigd.<br />

De Hert Robbe (1942), filmregisseur.<br />

Samen met enkele gelijkgezin<strong>de</strong>n, waaron<strong>de</strong>r Jos De Hert, Walter Heynen, Louis en Frans<br />

Celis, André Boeren, Kris Van <strong>de</strong>n Bogaert en <strong>de</strong> dichter Paul De Vree, richt hij in 1966 het<br />

filmcollectief Fugitive Cinema op met als doel <strong>de</strong> Belgische film een sociale dimensie te<br />

geven.<br />

De Hert regisseert De Dood <strong>van</strong> een sandwichman (1971), Camera Sutra (1973), De Witte<br />

<strong>van</strong> Sichem (1980), Le filet américain (1981), Trouble In Paradise (1981), Maria Danneels<br />

of Het leven dat we droom<strong>de</strong>n (1982), Zware Jongens (1984), Blueberry Hill (1989),<br />

Brylcream Boulevard (1995), Elixir d'Anvers (1997), Gaston's War (1997) en Lijmen/Het<br />

Been (2000). Sinds 2000 is hij min<strong>de</strong>r actief: Ik maak eigenlijk niet graag meer films. Ik<br />

ben een cowboy die geen paar<strong>de</strong>n meer kan zien.<br />

De Hert geeft les aan <strong>de</strong> KASK <strong>van</strong> 1994 tot 1996.<br />

De Keyser Sidonie (Sidy) (1907 – 1952), dichteres<br />

Stu<strong>de</strong>ert <strong>van</strong> 1923 tot 1927 aan <strong>de</strong> Ste<strong>de</strong>lijke Normaalschool voor On<strong>de</strong>rwijzeressen<br />

en werkt daarna als on<strong>de</strong>rwijzeres in het ste<strong>de</strong>lijk on<strong>de</strong>rwijs. Sidy De Keyser,<br />

die overigens ook een militante feministe is, <strong>de</strong>buteert met <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l Gedichten<br />

(1933) en bouwt ver<strong>de</strong>r haar oeuvre uit met Deining (1966), De zatte matroos


31<br />

(1939) en Sappho (1946). Met <strong>de</strong>ze laatste bun<strong>de</strong>l wordt zij (samen met G.<br />

Bruggen, voor zijn Het naakte hart) <strong>de</strong> allereerste laureate <strong>van</strong> <strong>de</strong> Literaire prijs<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Stad <strong>Gent</strong> (1946).<br />

De Keyzer Carl (1958), fotograaf<br />

Verantwoor<strong>de</strong>lijke fotogalerie XYZ (<strong>Gent</strong>) die hij in 1982 met Dirk Braeckman opricht.<br />

Wordt in 1990 genomineerd door het wereldberoem<strong>de</strong> fotoagentschap Magnum waar<strong>van</strong><br />

hij in 1992 geassocieerd lid en in1994 gewoon lid wordt.<br />

Werk <strong>van</strong> Carl De Keyser wordt gepubliceerd in: Oogspanning - Fotografie Carl De Keyzer<br />

1981-1984 (1984), India edition Focus Amsterdam (1987); U.S.S.R. - 1989 - C.C.C.P.<br />

Edition Focus/SDU Amsterdam/Den Haag God, Inc. (1989); Carl De Keyzer, Edition Focus<br />

Amsterdam (1992); East of E<strong>de</strong>n. Edition Ludion <strong>Gent</strong> (1996); Evropa, Ludion, <strong>Gent</strong>;<br />

Macht – Onmacht, Antwerpen 1996; Tableaux d'Histoire. Centro <strong>de</strong> Arte Salamanca<br />

(2002); Siberian Prison Camps' Trolley books (2003). Naar aanleiding <strong>van</strong> het boek Trinity,<br />

met als thema <strong>de</strong> alomtegenwoordigheid <strong>van</strong> macht en geweld wordt in <strong>de</strong> zomer<br />

2009 een tentoonstelling georganiseerd.<br />

Werk <strong>van</strong> Carl De Keyzer bevindt zich in het Getty Museum (LA), het International Center<br />

of Photography (New York), Centro <strong>de</strong> Arte (Madrid), Huis Marseille (Amsterdam), FNAC<br />

(Parijs), SMAK…<br />

Stu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> fotografie aan <strong>de</strong> KASK en was er lesgever <strong>van</strong> 1982 tot 1989.<br />

www.carl<strong>de</strong>keyzer.com<br />

De Knijf Roger (1951), journalist<br />

Presentator <strong>van</strong> muzikale programma’s, poëzie en maatschappelijke programma’s, concerten,<br />

VRT-radio; presentator journalist Voor <strong>de</strong> dag VRT Radio 1 (1990-2007); verslaggever<br />

en interviewer voor het namiddagprogramma Vandaag<br />

Vertaler tolk PIHO <strong>Gent</strong><br />

De Kremer Raymond (1887 – 1964), auteur<br />

Pseudoniemen: Jean Ray, John Flan<strong>de</strong>rs, Tiger Jack, R.M. Temple, John Sailor,<br />

Kapitein Bill, Alice Sauton, …<br />

Auteur <strong>van</strong> (meestal fantastische) romans en verhalen, <strong>de</strong>tectives, sprookjes,<br />

scenario’s voor stripverhalen, gedichten en lie<strong>de</strong>ren. Bovendien schrijft hij teksten<br />

voor revues en hon<strong>de</strong>r<strong>de</strong>n columns en journalistieke bijdragen over folklore.<br />

Als Jean Ray schrijft hij in het Frans voor volwassenen; voor zijn Ne<strong>de</strong>rlandse<br />

jeugdverhalen gebruikt hij meestal <strong>de</strong> naam John Flan<strong>de</strong>rs. Ver<strong>de</strong>r hanteert hij<br />

talrijke an<strong>de</strong>re pseudoniemen en publiceert hij veelvuldig anoniem (o.m. zijn Harry<br />

Dickson-verhalen).<br />

Literair is het fantastische zijn sterk punt al is hij in <strong>de</strong> eerste plaats een echte<br />

vernieuwer: voor het jeugdblad Bravo (dat hij on<strong>de</strong>r allerlei pseudoniemen zowat<br />

alleen volschrijft) creëert hij <strong>de</strong> jonge <strong>de</strong>tective Edmund Bell. Frits Van <strong>de</strong>n Berghe<br />

illustreert <strong>de</strong> zoektochten <strong>van</strong> <strong>de</strong> held. Bei<strong>de</strong>n liggen daarmee aan <strong>de</strong> basis<br />

<strong>van</strong> het Vlaamse stripverhaal. In zijn jeugdverhalen, die men net zo goed in het<br />

eer<strong>de</strong>r vrijzinnige jeugdblad Bravo kan lezen als in zijn Vlaamse filmpjes voor <strong>de</strong><br />

katholieke uitgeverij Averbo<strong>de</strong>, maakt hij <strong>van</strong>af <strong>de</strong> jaren ’30 een ein<strong>de</strong> aan <strong>de</strong><br />

brave jongens mentaliteit. Met Raf Verhulst wordt hij (met <strong>de</strong> Avonturen <strong>van</strong> Harry<br />

Dickson) beschouwd als <strong>de</strong> grondlegger <strong>van</strong> het Vlaamse speur<strong>de</strong>rsverhaal.<br />

Ten slotte introduceert hij in zijn volwassenenliteratuur het begrip vier<strong>de</strong> dimensie<br />

en wordt hij ook wel eens <strong>de</strong> voorloper <strong>van</strong> het magisch-realisme genoemd,<br />

vooral voor zijn (griezel)roman Malpertuis, die door Hubert Lampo in het Ne<strong>de</strong>rlands<br />

vertaald wordt. In 1972 verfilmt Harry Kümel het werk met, on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>ren,<br />

<strong>de</strong> legendarische Orson Welles.<br />

Terwijl zijn Franstalig oeuvre, amper in het Ne<strong>de</strong>rlands vertaald, nog geregeld<br />

wordt herdrukt wacht het gros <strong>van</strong> zijn Ne<strong>de</strong>rlandstalige werk (verschenen in talrijke<br />

periodieken) nog steeds op publicatie.<br />

Stu<strong>de</strong>ert in 1905 – 1906 aan <strong>de</strong> RNS.


32<br />

<strong>de</strong> la Faille d’Assene<strong>de</strong>, graaf Joseph Sébastien (1755-1830), directeur<br />

Burgemeester <strong>van</strong> <strong>Gent</strong> <strong>van</strong> 1804 tot 1808 en on<strong>de</strong>r het Hollandse regime lid <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Twee<strong>de</strong> Kamer <strong>de</strong>r Staten-Generaal. Hij is kamerheer <strong>van</strong> koning Willem I en wordt in<br />

1816 gerid<strong>de</strong>rd.<br />

In 1785 wordt hij een <strong>van</strong> <strong>de</strong> Directeurs ordinaire <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Aca<strong>de</strong>mie voor teken-,<br />

schil<strong>de</strong>r- en bouwkunst. Sinds 1801 is graaf Joseph <strong>de</strong>lla Faille Prési<strong>de</strong>nt <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

KASK en on<strong>de</strong>rsteunt hij talrijke culturele activiteiten. Zelf is hij ook een bedreven tekenaar<br />

en hij legt zich ook toe op <strong>de</strong> bloementeelt. Sommige <strong>van</strong> zijn florale creaties wor<strong>de</strong>n<br />

bekroond op tentoonstellingen te <strong>Gent</strong> (1817, 1822), voorlopers <strong>van</strong> <strong>de</strong> huidige Floraliën.<br />

Delbecq J.B. (1772-1840), on<strong>de</strong>rwijzer<br />

Wordt, net als zijn va<strong>de</strong>r, als een <strong>van</strong> <strong>de</strong> knapste schoolmeesters <strong>van</strong> zijn tijd beschouwd:<br />

parmi les écoles les plus frréquentées au commencement du XIXe siècle, celle <strong>de</strong> J.B. Delbecq<br />

occupait le premier rang. Presque tous les hommes qui jusque vers 1880 jouèrent à<br />

Gand un rôle important dans la politique, les arts, les sciences, l’enseignement, le barreau,<br />

la magistrature, la médicine, le commerce et l’industrie étaient d’anciens élèves <strong>de</strong> Delbecq.<br />

Delbecq is, <strong>van</strong>af <strong>de</strong> oprichting in 1818 en tot 1825 on<strong>de</strong>rvoorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Societeyt<br />

<strong>van</strong> Schoone Konsten die <strong>van</strong>af 1825 Koninglyke Maetschappij <strong>van</strong> Fraeye Konsten en<br />

Letteren heet. Hij is me<strong>de</strong>stichter, hulpsecretaris en later (<strong>van</strong>af 1820) secretaris <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Societeyt <strong>van</strong> Landbouw en Planten. Delbecq is verzamelaar <strong>van</strong> boeken en prenten. Zijn<br />

school, in <strong>de</strong> Schepenhuisstraat, wordt in 1838 gesloten, waarna hij zich uitsluitend aan<br />

zijn verzamelingen wijdt.<br />

Met Frans <strong>de</strong> Potter publiceert hij in 1860 <strong>Gent</strong>, <strong>de</strong> stad <strong>van</strong> Flora. Historisch overzicht <strong>van</strong><br />

haren bloemkweek en bloemhan<strong>de</strong>l.<br />

Delvin Jean (1853 – 1922), directeur<br />

Delvin neemt een bijzon<strong>de</strong>re plaats in <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis <strong>van</strong> <strong>de</strong> KASK in: le plus<br />

décisif, le plus éclectique, arrachant notre enseignement aux formules qui ont<br />

vieillies avec l’Académie, aldus kunstenaar Fré<strong>de</strong>ric De Smet (1876 – 1948).<br />

Delvin volgt lessen aan <strong>de</strong> KASK (1869 – 1874) en is na zijn studies als kunstenaar<br />

actief in Brussel, o.a. in <strong>de</strong> vrije ateliers <strong>van</strong> Jean-François Portaels en Alfred<br />

Cluysenaar. In 1871 <strong>de</strong>buteert hij op het Salon <strong>van</strong> <strong>Gent</strong>. Vanaf 1881 geeft hij<br />

aan <strong>de</strong> KASK les in <strong>de</strong> klas <strong>van</strong> <strong>de</strong> grondbeginselen, <strong>van</strong>af 1892 ook antiek hoofd.<br />

In <strong>de</strong> vroege jaren negentig werkt hij, met goedkeuring <strong>van</strong> Lodwijk Tygadt, <strong>de</strong><br />

toenmalige directeur, aan een Projet <strong>de</strong> réorganisation <strong>de</strong>s cours à l’Académie<br />

<strong>de</strong>s Beaux-Arts <strong>de</strong> Gand dat in juli 1892 aan het stadsbestuur wordt voorgelegd.<br />

Volgens dit verslag beantwoordt <strong>de</strong> opleiding niet langer aan <strong>de</strong> eisen <strong>van</strong> <strong>de</strong> he<strong>de</strong>ndaagse<br />

kunstenaar en wordt vooral <strong>de</strong> gebrekkige praktijkervaring met <strong>de</strong><br />

vinger gewezen. Delvin streeft naar eclectisme, waarbij méér aandacht wordt<br />

besteed aan <strong>de</strong> didactiek. Hij stelt daarbij het classicistische dogma in vraag en<br />

hecht veel belang aan <strong>de</strong> individualiteit <strong>van</strong> <strong>de</strong> kunstenaar.<br />

Delvin’s visie is dat <strong>de</strong> KASK <strong>van</strong> bij <strong>de</strong> start een keuze moet bie<strong>de</strong>n tussen een<br />

artistieke dan wel een toegepaste carrière. Hij opteert voor een vijfjarige opleiding,<br />

waarna uitzon<strong>de</strong>rlijk begaaf<strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten een cours supérieur, een aanvullen<strong>de</strong><br />

opleiding <strong>van</strong> drie jaar, kunnen volgen. Het stadsbestuur on<strong>de</strong>rsteunt<br />

weliswaar Delvin’s visie, maar het personeelska<strong>de</strong>r blijft intact zodat feitelijk niets<br />

fundamenteels kan veran<strong>de</strong>ren. In februari 1902 echter wordt Delvin als directeur<br />

benoemd waarbij <strong>de</strong> KASK letterlijk en figuurlijk <strong>van</strong> uitzicht veran<strong>de</strong>rt: in 1904 al<br />

wordt het plan goedgekeurd om <strong>de</strong> lokalen te mo<strong>de</strong>rniseren, wat gerealiseerd<br />

wordt door een nieuwbouw aan <strong>de</strong> Aca<strong>de</strong>miestraat (1910) en <strong>de</strong> installatie <strong>van</strong><br />

elektriciteit (1911). Vanaf het aca<strong>de</strong>miejaar 1905 – 1906 wordt <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>rkunst<br />

weer een volwaardige opleiding. Tij<strong>de</strong>ns het eerste jaar geeft hij er overigens zelf<br />

les. Constant Permeke, Albert Servaes, Frits Van <strong>de</strong>n Berghe, Frans Masereel zijn<br />

enkele <strong>van</strong> zijn stu<strong>de</strong>nten. Delvin hecht ook veel belang aan een <strong>de</strong>gelijke bibliotheek<br />

met (openbare) leeszaal waaraan <strong>van</strong>af 1904 een bibliothecaris verbon<strong>de</strong>n


33<br />

wordt. Vanaf 1906 wor<strong>de</strong>n ook allerhan<strong>de</strong> nieuwe cursussen geïntroduceerd zoals<br />

geschie<strong>de</strong>nis <strong>van</strong> het ornament, geschie<strong>de</strong>nis <strong>van</strong> <strong>de</strong> bouwkun<strong>de</strong> en <strong>de</strong> toegepaste<br />

architectuur en technologie <strong>van</strong> <strong>de</strong> materialen. Delvin staat zelf in voor een<br />

cursus kunstgeschie<strong>de</strong>nis, waarvoor hij lichtbeel<strong>de</strong>n gebruikt en die ook door vrije<br />

stu<strong>de</strong>nten – zo Karel Van <strong>de</strong> Woestijne – kan wor<strong>de</strong>n gevolgd. Een en an<strong>de</strong>r legt<br />

geen win<strong>de</strong>ieren: tij<strong>de</strong>ns het jaar 1912 volgen bijna 1000 stu<strong>de</strong>nten een of an<strong>de</strong>re<br />

cursus aan <strong>de</strong> KASK. Delvin neemt officieel ontslag in augustus 1913 maar<br />

blijft directeur ad interim en inspecteur voor <strong>de</strong> instelling tot 1920, als Oscar<br />

Van<strong>de</strong> Voor<strong>de</strong> op zijn beurt a.i. directeur wordt. Na zijn overlij<strong>de</strong>n wordt als hul<strong>de</strong>betoon<br />

een retrospectieve met 81 <strong>van</strong> zijn werken ingericht door <strong>de</strong> Société<br />

Royale pour l’Encouragement <strong>de</strong>s Beaux Arts.<br />

Naar aanleiding <strong>van</strong> <strong>de</strong> viering <strong>van</strong> 260 jaar KASK en <strong>de</strong> verhuizing <strong>van</strong> <strong>de</strong> Aca<strong>de</strong>miestraat<br />

naar <strong>de</strong> Bijlokecampus organiseert het Museum voor Schone Kunsten<br />

<strong>Gent</strong> in 2010 een dossiertentoonstelling rond werk <strong>van</strong> Delvin.<br />

Delvoye Wim (1965), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Zijn werk kenmerkt zich door een grote interesse in ambachtelijke, niet direct met kunst<br />

verband hou<strong>de</strong>n<strong>de</strong>, productieprocessen. Ook ironie speelt vaak een grote rol. Delvoye<br />

heeft een grote interesse in het banale. Hij houdt <strong>van</strong> provocatie en confrontatie, <strong>van</strong><br />

grappen en grollen. Maar tegelijkertijd is zijn kunst uiterst ernstig. Wim Delvoye confronteert<br />

uitgehol<strong>de</strong> beel<strong>de</strong>n <strong>van</strong> <strong>de</strong> populaire cultuur met zichzelf en het verle<strong>de</strong>n. Maatschappelijke<br />

or<strong>de</strong>ningen en klassen wor<strong>de</strong>n vaak met elkaar vermengd: hij jongleert met<br />

hoge en lage cultuur.<br />

Deelname aan Biënnale <strong>van</strong> Venetië (1990, 2009). Op Documenta IX in Kassel toont hij<br />

getatoeëer<strong>de</strong> varkens, die hij met assistentie <strong>van</strong> een dierenarts on<strong>de</strong>r narcose behan<strong>de</strong>lt.<br />

De getatoeëer<strong>de</strong> varkens transformeren zich zo tot kunstwerk met een toegevoegd copyright<br />

(1992). Ook <strong>de</strong> Cloaca , een machine die het menselijk spijsverteringsstelsel nabootst<br />

(2000), is bekend bij het grote publiek.<br />

Het werk <strong>van</strong> Delvoye bevindt zich in <strong>de</strong> collecties <strong>van</strong> alle vooraanstaan<strong>de</strong> (privé)collecties<br />

en kunstmusea in <strong>de</strong> wereld. Indrukwekkend was <strong>de</strong> presentatie <strong>van</strong> zijn<br />

werk in het Guggenheimmuseum tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> Biënnale <strong>van</strong> Venetië 2009 en in het Musée<br />

Rodin (het hôtel Biron in Parijs), waar regelmatig kunstenaars uitgenodigd wor<strong>de</strong>n om een<br />

tegengewicht te bie<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> eigen collectie, in 2010. In hetzelf<strong>de</strong> jaar organiseert <strong>de</strong><br />

Bozar in Brussel een overzichtstentoonstelling <strong>van</strong> zijn werk.<br />

Meester in <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>rkunst KASK (1987)<br />

www.cloaca.be<br />

De Martelaer Ann (1959), politica<br />

Sociale dienst OCMW Lubbeek (1993-1999), coördinator Hejmen vzw (1993-1999);<br />

Vlaams volksvertegenwoordiger Agalev (1999-2004), gemeenteraadslid Lubbeek (1994)<br />

Maatschappelijk assistent SHISS, Pedagogisch diploma D-cursus Groep T-Leuven<br />

Demedts Jef (1935), acteur<br />

Beroepsacteur en –regisseur (sinds 1959), Acteur en regisseur KVS Brussel (1959-1965),<br />

NTG (1965-1997), directeur NTG (1977-1991), me<strong>de</strong>werker televisie VRT-VTM,<br />

Zijn bekendste rol is die <strong>van</strong> Fabian <strong>van</strong> Falada in <strong>de</strong> gelijknamige BRT jeugdreeks. Hij<br />

werkt mee aan televisiereeksen zoals Kapitein Zeppos, Het zwaard <strong>van</strong> Ardoewaan en De<br />

Paradijsvogels.<br />

1 ste prijzen voor toneel en voor voordracht KMC (1961), Bristol Old Vic Theatre school<br />

(1975). Docent toneel KMC (1976-2000)<br />

Demets Fernand (1928), auteur<br />

Spelend lid (1947) en bestuurslid (1958) <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Multatulikring. Lid <strong>van</strong> het Nationaal<br />

Belgisch Comité voor het Liefhebberstoneel. In 1962 is hij voorzitter <strong>van</strong> het Congres<br />

<strong>de</strong>r Vlaamse Socialistische Cultuurwerken.


34<br />

Hij schrijft drie luisterspelen en een toneelstuk, een mo<strong>de</strong>rne versie <strong>van</strong> <strong>de</strong> Griekse noodlotstragedie,<br />

De haas en <strong>de</strong> strik, dat ( 1962) bekroond wordt met <strong>de</strong> Oost-Vlaamse provinciale<br />

Pol <strong>de</strong> Montprijs voor toneelletterkun<strong>de</strong>.<br />

Vanaf 1963 wordt zijn literaire bedrijvigheid beperkt en richt zijn belangstelling zich eer<strong>de</strong>r<br />

op het politieke en het culturele.<br />

Demets geniet lager on<strong>de</strong>rwijs aan <strong>de</strong> oefenschool <strong>van</strong> <strong>de</strong> RNS <strong>Gent</strong>. Hij stu<strong>de</strong>ert er<br />

(1942-1947) voor on<strong>de</strong>rwijzer en voor regent Germaanse talen (1942-1947). Leraar te<br />

Willebroek, Zelzate, Evergem en <strong>Gent</strong> en <strong>van</strong> 1963 tot aan zijn pensioen directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Rijksmid<strong>de</strong>lbare scholen te Gavere (tot 1969) en De Pinte (1969-1987).<br />

De Meyer Leon (1928 – 2006), rector<br />

Licentiaat klassieke filologie RUG, doctor in <strong>de</strong> Oosterse filologie en geschie<strong>de</strong>nis<br />

ULB.<br />

Leraar aan <strong>de</strong> KA Etterbeek, Mechelen, Mol en Deinze. Assistent RUG (1958),<br />

eerstaanwezend<br />

assistent (1959), werklei<strong>de</strong>r (1962), docent (1962) en gewoon hoogleraar (1965)<br />

aan het Hoger Instituut voor Oosterse, Oost-Europese en Afrikaanse Taalkun<strong>de</strong><br />

en Geschie<strong>de</strong>nis. Voorzitter <strong>van</strong> het toenmalige Hoger Instituut voor Kunstgeschie<strong>de</strong>nis<br />

en Oudheidkun<strong>de</strong> (1979 – 1982). Decaan <strong>van</strong> <strong>de</strong> faculteit Letteren en<br />

Wijsbegeerte (1982 – 1983, 1983 – 1984) <strong>van</strong> <strong>de</strong> RUG.<br />

Tij<strong>de</strong>ns twee mandaten (1985 – 1989, 1989 – 1994) is hij rector <strong>van</strong> <strong>de</strong> Universiteit<br />

<strong>Gent</strong>.<br />

Bij zijn afscheid als rector ont<strong>van</strong>gt hij <strong>de</strong> Prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Gemeenschap<br />

voor <strong>de</strong> inzet waarmee hij acht jaar lang <strong>de</strong> belangen <strong>van</strong> <strong>de</strong> universiteit heeft<br />

ver<strong>de</strong>digd. Hij is Vlaams secretaris-generaal <strong>van</strong> <strong>de</strong> Nationale Unesco-commissie<br />

en lid <strong>van</strong> het internationaal Unesco Coordination Committee for the Safeguarding<br />

of the Cultural Heritage of Iraq. Tevens is hij voorzitter, directeur of lid <strong>van</strong> o.m.<br />

het Vooraziatisch- Egyptisch Genootschap Ex Oriente Lux, <strong>van</strong> het Belgisch Comité<br />

voor On<strong>de</strong>rzoek in Mesopotamië, <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaams-Arabische Vereniging, <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Belgische Opgravingen in Irak, <strong>van</strong> <strong>de</strong> Assyriologische Stichting Georges Dossin,<br />

<strong>van</strong> het vijfjarig Northern Akkad Research Project en <strong>van</strong> diverse an<strong>de</strong>re wetenschappelijke<br />

verenigingen, genootschappen en commissies in zijn vakgebied.<br />

Leon De Meyer is <strong>van</strong> bij <strong>de</strong> start lesgever filosofie aan het RHIPB.<br />

De Meyere Jo (1939), acteur<br />

Debuteert (1965) bij het NTG in Wait until dark <strong>van</strong> Fre<strong>de</strong>ric Knott (1916-2002) en is tot<br />

1976 aan het gezelschap verbon<strong>de</strong>n. Sinds 1980 werkt hij voor <strong>de</strong> VRT en wordt bekend<br />

door rollen in populaire televisieseries zoals Wij, heren <strong>van</strong> Zichem (1969), De vorstinnen<br />

<strong>van</strong> Brugge (1972), Heterdaad (1996-1998), Stille Waters (2001) en Flikken (2003-2009).<br />

Hij speelt tevens in diverse films zo o.a. in De Komst <strong>van</strong> Joachim Stiller (1976), De Leeuw<br />

<strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren (1985), De zaak Alzheimer (2003) en speelt (2008) ook mee in <strong>de</strong> musical<br />

Daens waar hij <strong>de</strong> rol <strong>van</strong> bisschop Stillemans vertolkt.<br />

Maatschappelijk assistent SHISS (1962), Voordrachtkunst KMC (1965), Toneelspeelkunst<br />

(1966).<br />

Dendooven Gerda (1962), graficus<br />

In het begin <strong>van</strong> haar carrière begeleidt Gerda Dendooven geduren<strong>de</strong> enkele jaren kin<strong>de</strong>rateliers<br />

in musea en illustreert daarnaast kin<strong>de</strong>r- en jeugdboeken. Dendooven werkt on<strong>de</strong>rtussen<br />

voor verschillen<strong>de</strong> uitgeverijen, tijdschriften en in opdracht.<br />

Haar stijl is bij mid<strong>de</strong>l <strong>de</strong> sfeerschepping, vreem<strong>de</strong> composities, kleurharmonie en kleurvervreemding<br />

onmid<strong>de</strong>llijk herkenbaar. Voor elk boek zoekt ze naar <strong>de</strong> meest geschikte<br />

techniek en lijnvoering.<br />

Ze ont<strong>van</strong>gt o.a. <strong>de</strong> Boekenpauw voor <strong>de</strong> illustraties <strong>van</strong> IJsjes (1990), Strikjes in <strong>de</strong><br />

Struiken <strong>van</strong> Ben Reyn<strong>de</strong>rs (1995); Meneer papier gaat uit wan<strong>de</strong>len <strong>van</strong> Elvis Peeters<br />

(2002) en Het verhaal <strong>van</strong> slimme Krol <strong>van</strong> Gerda Dendooven (2007) waarvoor ze tevens<br />

Het Gou<strong>de</strong>n Penseel ont<strong>van</strong>gt. De Gou<strong>de</strong>n Uil ont<strong>van</strong>gt ze in 2001 voor Luna <strong>van</strong> <strong>de</strong> boom


35<br />

met Bart Moeyaert en Filip Bral. In 2005 ont<strong>van</strong>gt ze voor haar oeuvre <strong>de</strong> Cultuurprijs <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> Vlaamse gemeenschap.<br />

Stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> KASK. Sinds 1992 geeft ze les Grafische vormgeving aan het Sint-Lucas<br />

Instituut in <strong>Gent</strong>.<br />

Denotté Sandra (1973), schuilnaam Sanne, zangeres<br />

In haar jeugd doet ze soundmixervaring op en maakt ze even <strong>de</strong>el uit <strong>van</strong> het achtergrondkoortje<br />

<strong>van</strong> Helmut Lotti. Het grote succes komt pas nadat Erik Van Neygen haar in<br />

1989 ont<strong>de</strong>kt. Hun eerste plaat Veel te mooi (1990) is een groot succes. Sanne scoort<br />

regelmatig, zowel solo als aan <strong>de</strong> zij<strong>de</strong> <strong>van</strong> Erik Van Neygen en bouwt aldus een eigenzinnige<br />

muzikale carrière uit met talrijke concerten, een rol in <strong>de</strong> musicalversie <strong>van</strong> Sneeuwwitje<br />

of Anastasia in <strong>de</strong> gelijknamige tekenfilm en optre<strong>de</strong>ns met vrien<strong>de</strong>n zoals Bart Herman,<br />

Liesbeth List, Roland, en Miek & Roel. Deze zangcarrière combineert ze met een<br />

loopbaan als on<strong>de</strong>rwijzeres aan <strong>de</strong> gemeentelijke basisschool <strong>van</strong> Belsele.<br />

On<strong>de</strong>rwijzeres Ste<strong>de</strong>lijke Normaalschool (1994)<br />

Deprez Danny (1957), filmregisseur<br />

Deprez werkt (1987 -1999) als freelance regisseur voor <strong>de</strong> VRT en verzorgt er <strong>de</strong> regie<br />

<strong>van</strong> diverse humaninterestprogramma’s, zoals NV De Wereld. Via zijn eigen bedrijfje<br />

CD&D realiseert hij verschillen<strong>de</strong> reportages en documentaires over kunstenaars en evenementen,<br />

o.a. Chambre d’Amis, Jan Hoet, Leo Copers.<br />

In 1994 is hij me<strong>de</strong>oprichter <strong>van</strong> het productiehuis A Private View (1996-2005), waar hij<br />

twee langspeelfilms realiseert: De Bal (1998) en Science Fiction (2002). Daarnaast is hij<br />

ook als beel<strong>de</strong>nd kunstenaar actief: zijn plastisch werk houdt een vervlechting in <strong>van</strong> het<br />

beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> zowel als het audiovisuele. Vanuit <strong>de</strong> bewegen<strong>de</strong> filmtaal wordt gedacht over<br />

het medium schil<strong>de</strong>rkunst, over kleur, licht, compositie, verhaal, communicatie en structuur.<br />

Het zijn veelal installaties met foto’s of diaprojecties waaraan geluid wordt toegevoegd.<br />

Me<strong>de</strong>oprichter (2002 -) en voorzitter (2005 - ) <strong>van</strong> Art Cinema OFFoff<br />

Deprez stu<strong>de</strong>ert schil<strong>de</strong>rkunst (1978-1982) en animatiefilm (1982-1987) aan <strong>de</strong> KASK. In<br />

1978 behaalt hij een vermelding bij <strong>de</strong> Jeune Peinture Belge. Hij is docent aan Sint-Lucas<br />

Beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> Kunst <strong>Gent</strong> (<strong>Hogeschool</strong> voor Wetenschap & Kunst) en aan <strong>de</strong> KASK, sinds<br />

respectievelijk 2000 en 2005.<br />

De Regge Martine (1957), politica<br />

Martine De Regge werkt 10 jaar in het jeugdhuis Jamklub (Mui<strong>de</strong>) en is sinds 1989 gemeenteraadslid<br />

voor <strong>de</strong> Sp.A in <strong>Gent</strong>. Ze is er schepen <strong>van</strong> Sociale Zaken, Huisvesting en<br />

Emancipatie. (1995-2006) en Openbare Werken, Stadswoningen en Rationeel Energiegebruik<br />

(sinds 2007). Voorzitter TMVW, Integraal Waterbedrijf (sinds 2007).<br />

Maatschappelijk assistent SHISS (1980), lid Departementsraad SOAG.<br />

http://www.martine<strong>de</strong>regge.be/<br />

De Rid<strong>de</strong>r Jozef (1945), <strong>de</strong>partementshoofd<br />

Licentiaat wiskundige wetenschappen. Docent aan <strong>de</strong> Industriële <strong>Hogeschool</strong> <strong>van</strong> het Rijk<br />

Brabant ( 1985 ). Leraar hoger on<strong>de</strong>rwijs en on<strong>de</strong>rdirecteur Hogere Han<strong>de</strong>lsschool Aalst (<br />

1994 ). Departementssecretaris (1999) en <strong>de</strong>partementshoofd (2000-2009)- <strong>de</strong>partement<br />

Bedrijfskun<strong>de</strong> Aalst en Lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Raad <strong>van</strong> Bestuur <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> ( 1995 -2003<br />

en 2007 -2009 ).<br />

De Ruyck Jo (1959), journalist<br />

Copywriter & corrector, McCann Erikson (Universal Communication), Brussel (sinds 1984),<br />

Journalist - redacteur Cultuur, Het Volk, <strong>Gent</strong> (sinds 1985). Journalist - redacteur cultuur<br />

(film en boeken) Het Nieuwsblad (sinds 1999)<br />

Licentiaat vertaler-tolk Engels – Spaans, HIVET (1984).<br />

Derycke Luc (1963), grafisch ontwerper


36<br />

Is sinds 1988 actief als uitgever, samensteller en vormgever <strong>van</strong> boeken. Sinds 1993 concentreert<br />

hij zich op het grafisch ontwerp en <strong>de</strong> productie <strong>van</strong> kunstboeken, en bouw<strong>de</strong> op<br />

dit vlak een internationale reputatie op.<br />

Zijn doel is het steeds opnieuw (en voor zover mogelijk) een perfecte fusie <strong>van</strong> alle aspecten<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> ontwikkeling <strong>van</strong> een boek te bereiken, waar<strong>van</strong> niet alleen inhoud en vorm,<br />

maar ook institutionele context, historiciteit, verhouding tot <strong>de</strong> canon(s), <strong>de</strong> markt, budget,<br />

technologie en materialiteit <strong>de</strong>el <strong>van</strong> uitmaken. Vorm is hierbij een begrip dat veel<br />

ver<strong>de</strong>r gaat dan grafisch ontwerp op zich.<br />

In 2005 bracht hij zijn uitgeversactiviteiten on<strong>de</strong>r in MER. Paper Kunsthalle vzw. Deze<br />

organisatie stelt zich tot doel het boek als mentale tentoonstellingsruimte te on<strong>de</strong>rzoeken.<br />

Volg<strong>de</strong> <strong>de</strong> opleiding graveerkunsten aan <strong>de</strong> KASK (1985).<br />

http://www.luc<strong>de</strong>rycke.be/<br />

De Sae<strong>de</strong>leer Valerius (1867 – 1941), kunstschil<strong>de</strong>r<br />

Zijn va<strong>de</strong>r, een zeepfabrikant, verzet zich tegen <strong>de</strong> artistieke plannen <strong>van</strong> zijn<br />

zoon en plaatst hem als leerjongen bij een <strong>Gent</strong>se textielfabrikant. De Sae<strong>de</strong>leer<br />

schrijft zich echter in aan <strong>de</strong> KASK en aan <strong>de</strong> tekenaf<strong>de</strong>ling <strong>van</strong> <strong>de</strong> Nijverheidsschool<br />

(1886 – 1887).<br />

Vanaf 1887 wijdt hij zich volledig aan <strong>de</strong> kunst en trekt <strong>van</strong> stad naar stad, zowel<br />

in Vlaan<strong>de</strong>ren (Den<strong>de</strong>rmon<strong>de</strong>, Hamme, Bornem, Wenduine, Lissewege, St.-<br />

Martens-Latem (1893), Afsnee, St.-Denijs-Westrem, <strong>Gent</strong>) als in Ne<strong>de</strong>rland. In<br />

<strong>Gent</strong> sluit hij zich on<strong>de</strong>rtussen aan bij <strong>de</strong> Socialistische Partij, al is hij vooral een<br />

aanhanger <strong>van</strong> het anarchisme.<br />

In 1898 vestigt hij zich voor <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> maal in Latem. Hij zweert er <strong>de</strong> anarchie<br />

af en wendt zich weer tot het katholieke geloof.<br />

Van 1914 tot 1921verblijft hij in Engeland waar hij zich vestigt in het heuvelland<br />

<strong>van</strong> Wales.<br />

Later woont hij in Etikhove en Leupegem en schil<strong>de</strong>rt vooral <strong>de</strong> Leiestreek en <strong>de</strong><br />

Vlaamse Ar<strong>de</strong>nnen. Hij is een <strong>van</strong> <strong>de</strong> belangrijkste figuren <strong>van</strong> <strong>de</strong> eerste groep<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Latemse School. Geleid door een diep natuurgevoel en verbon<strong>de</strong>nheid met het<br />

werk <strong>van</strong> Pieter Bruegel <strong>de</strong> Ou<strong>de</strong> komt hij tot het schil<strong>de</strong>ren <strong>van</strong> weidse, open<br />

landschappelijke panorama’s bij zomer enwinter (vooral <strong>de</strong> sneeuwlandschappen<br />

zijn bekend)met een fijn afgestem<strong>de</strong> verzorging <strong>van</strong> compositie en uitvoering.<br />

Het impressionistische werk dat hij bij aan<strong>van</strong>g maakt vernietigt hij, het beantwoordt<br />

niet langer aan <strong>de</strong> essentie <strong>van</strong> zijn werk: <strong>de</strong> eeuwige waar<strong>de</strong>n, gesymboliseerd<br />

in het karakter <strong>van</strong> het Vlaamse land.<br />

De Schryver Gilles – Maurice (1971), computerlinguïst<br />

Dankzij zijn studies micro-elektronica en linguïstiek <strong>van</strong> <strong>de</strong> Afrikaanse talen is <strong>de</strong> Schryver<br />

als computerlinguïst aan <strong>de</strong> slag. Hij maakt, analyseert en gebruikt elektronische corpora<br />

om voor <strong>de</strong> Bantoe-talen een nieuw soort woor<strong>de</strong>nboeken samen te stellen. Zo publiceert<br />

hij in 2007 bij Oxford University Press een vertalend Noord-Sotho – Engels schoolwoor<strong>de</strong>nboek,<br />

en komt er eerstdaags ook een Zoeloe – Engelse versie op <strong>de</strong> markt. De Schryver<br />

heeft zijn naam niet gestolen en is nu al <strong>de</strong> auteur <strong>van</strong> meer dan hon<strong>de</strong>rd wetenschappelijke<br />

publicaties en boeken. Hij is me<strong>de</strong>stichter <strong>van</strong> African Language Technology,<br />

Presi<strong>de</strong>nt <strong>van</strong> Afrilex, verkozen bestuurslid <strong>van</strong> Euralex, Asialex en Australex, initiator <strong>van</strong><br />

PangaeaLex, en costichter <strong>van</strong> het softwarebedrijf TshwaneDJe HLT.<br />

De Schryver behaalt een Master of Science in <strong>de</strong> micro-elektronica aan IH-BME (1995),<br />

een Master of Arts in <strong>de</strong> corpuslexicografie (1999) en een doctoraat in <strong>de</strong> computationele<br />

linguïstiek (2005). Hij doceert Afrikaanse talen aan <strong>de</strong> Universiteit <strong>Gent</strong> en is buitengewoon<br />

professor aan het Xhosa-<strong>de</strong>partement <strong>van</strong> <strong>de</strong> Universiteit <strong>van</strong> <strong>de</strong> Westkaap in Zuid-<br />

Afrika.<br />

Homepage: http://tshwanedje.com/members/gmds/cv.html<br />

De Smedt Patrick (1957), politicus


37<br />

Zelfstandig kantoorhou<strong>de</strong>r (bank & verzekeringen) – eerst Co<strong>de</strong>p, daarna Nagelmaeckers,<br />

nu Centea. Gemeenteraadslid (1982-1988), schepen <strong>van</strong> Jeugd, Sport, Welzijn, Ontwikkelingssamenwerking,<br />

Vrije Tijd en Werklozenwerking (1988-1991); schepen <strong>van</strong> Openbare<br />

Werken en Patrimonium (1991- 2006); schepen <strong>van</strong> Welzijnsbeleid, Sociale Zaken en<br />

Gezin <strong>van</strong> <strong>de</strong> stad Aalst (2007 - ); OCMW-voorzitter (2007 - ).<br />

Bestuur<strong>de</strong>r Dewaco, Den<strong>de</strong>rstreek, ASZ, Vre<strong>de</strong>shuis en De Nieuwbeek. Vertegenwoordiger<br />

in VVSG – OCMW.<br />

On<strong>de</strong>rwijzer, RNS<br />

http://www.patrick<strong>de</strong>smedt.be/<br />

De Smet Chantal (1945), hoogleraar<br />

Me<strong>de</strong>-initiatiefnemer <strong>van</strong> het Masereelfonds, Dolle Mina, Vrien<strong>de</strong>n <strong>van</strong> het Collectief Anticonceptie,<br />

het Studie- en Documentatiecentrum RoSa, <strong>de</strong> Lefcahiers, het Angela Davis<br />

Comité, Promski, droom en Daad. Gewezen of huidig bestuur<strong>de</strong>r <strong>van</strong> diverse culturele<br />

organisaties ( Vre<strong>de</strong> vzw, <strong>de</strong> Belgisch Palestijnse Vereniging, KM Kunstenaarsmaterialen -<br />

Amsterdam, NT<strong>Gent</strong>, Victoria, Muzikon, Filharmonie, De Veerman, M hKa, De Filharmonie,<br />

AMSAB, Vrijstaat O., vzw Mark, August Orts, KuS, Kunstenloket...). Lid Executive Committee<br />

(1995-2003) belast met <strong>de</strong> programming committee en voorzitter (1997-2001) <strong>van</strong><br />

ELIA, European League of Institutes of the Arts. Organisator 15 <strong>de</strong> Duits-Ne<strong>de</strong>rlands-<br />

Vlaamse Hogescholenconferentie (2001).<br />

Key note speaker of rapporteur in verschillen<strong>de</strong> internationale conferenties en lid <strong>van</strong> (inter)nationale<br />

jury’s en examencommissies. Voorzitter beoor<strong>de</strong>lingscommissie beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />

kunsten Vlaamse Gemeenschap (2002-2008) en Cultureel Impulsfonds Limburg <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Vlaamse Gemeenschap (2002-2005), lid Raad voor <strong>de</strong> Kunsten, Raad voor Cultuur. Voorzitter<br />

Time festival (1990-2010), on<strong>de</strong>rvoorzitter STAM-<strong>Gent</strong> Cultuurstad (2007-) en SARC<br />

– Beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> kunsten en Erfgoed (2008- ).<br />

Licentiaat Kunstgeschie<strong>de</strong>nis en Oudheidkun<strong>de</strong> (1969), Licentiaat Letteren en Wijsbegeerte<br />

(1973), aggregaat (1971) RUG. Vorming Schoolmanagement, Vlerickschool (1989).<br />

Stafme<strong>de</strong>werker Interuniversitair Centrum voor He<strong>de</strong>ndaagse Geschie<strong>de</strong>nis (1971-1972);<br />

Lesgever KASK-SHIAS-SSKI (1972-1982), directeur SSKI (1982-1989), KASK (1989-<br />

1995), Ste<strong>de</strong>lijke Aca<strong>de</strong>mie voor Beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> Kunsten (1989-2003), SHIAS (1994-1995);<br />

<strong>de</strong>partementshoofd KASK (1995-1996). Opdrachthou<strong>de</strong>r kunston<strong>de</strong>rwijs kabinet Minister<br />

<strong>van</strong> On<strong>de</strong>rwijs (1991-1994; 1995-1999). Diensthoofd internationalisering, cultuur, communicatie<br />

en cultuur <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> (1999- 2007). Zij is voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Operastudio<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren, posthogeschoolvorming operazang in Vlaan<strong>de</strong>ren. De Smet, die <strong>de</strong> eerste<br />

vrouwelijke directeur hoger kunston<strong>de</strong>rwijs in <strong>de</strong> audiovisuele en beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> kunsten in<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren is, is Laureate Communicatieprijs Haenen (1990), Honorary Member of ELIA<br />

(2002) en doctor honoris causa <strong>van</strong> <strong>de</strong> Universitatea <strong>de</strong> Artã şi Design Cluj-Napoca<br />

(2007).<br />

De Smet Gustaaf (1877 – 1943), kunstschil<strong>de</strong>r.<br />

Samen met Constant Permeke en Frits Van <strong>de</strong>n Berghe behoort Gustaaf De Smet<br />

tot <strong>de</strong> grote drie <strong>van</strong> het Vlaams Expressionisme. Zij vormen, voor en na <strong>de</strong> Eerste<br />

Wereldoorlog, <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> Latemse school. In 1908 volgt hij zijn broer Léon<br />

naar Sint- Martens-Latem. Daar gaat hun aandacht uit naar het impressionistische<br />

luminisme <strong>van</strong> Emiel Claus, die in het nabijgelegen Astene verblijft. Als <strong>de</strong><br />

Eerste Wereldoorlog uitbreekt, wijkt hij met zijn gezin en zijn vriend Frits Van <strong>de</strong>n<br />

Berghe uit naar Ne<strong>de</strong>rland waar zij tot 1922 in Amsterdam, Hilversum, Laren en<br />

Blaricum<br />

verblijven. In Ne<strong>de</strong>rland leert hij zowel het Duitse als het Hollandse expressionisme<br />

kennen wat een groot keerpunt in zijn kunst zal betekenen. Na hun terugkeer<br />

uit Ne<strong>de</strong>rland, trekt hij samen met Van <strong>de</strong>n Berghe bij Permeke in Oosten<strong>de</strong><br />

in. Dan heeft hij ook al <strong>de</strong> Sélection-beweging op gang gebracht, met <strong>de</strong> Brusselse<br />

kunstkenners André De Rid<strong>de</strong>r en P.G. Van Hecke. Na enige maan<strong>de</strong>n trekt hij<br />

weer naar <strong>de</strong> Leiestreek en vestigt zich achtereenvolgens in Bachte-Maria-Leerne


38<br />

(1923), Afsnee en (1927) Deurle (1927). Zijn expressionisme, met eigen kubistische<br />

inslag, heeft op dat moment een hoogtepunt bereikt.<br />

Stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> KASK<br />

De Smet Léon (1881 – 1966), kunstschil<strong>de</strong>r.<br />

Stu<strong>de</strong>ert samen met zijn broer Gustaaf aan <strong>de</strong> KASK en schil<strong>de</strong>rt <strong>van</strong> bij <strong>de</strong> aan<strong>van</strong>g op<br />

impressionistische wijze. Tij<strong>de</strong>ns zijn verblijf in Lon<strong>de</strong>n tij<strong>de</strong>ns WOI on<strong>de</strong>rgaat ook hij invloe<strong>de</strong>n<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> expressionistische Latemse school waartoe zijn broer behoort.<br />

Op initiatief <strong>van</strong> Jeanne Baeckelandt, die Léon De Smet geduren<strong>de</strong> zijn laatste levensjaren<br />

bijstaat werd in Deurle het Leon <strong>de</strong> Smet museum opgericht. Naast werken <strong>van</strong> <strong>de</strong> kunstenaar,<br />

wordt ook een ge<strong>de</strong>elte <strong>van</strong> het karakteristieke interieur <strong>van</strong> het chalet dat hij<br />

bewoon<strong>de</strong> toen hij stierf, hier on<strong>de</strong>rgebracht.<br />

De Smet Marc (1948), musicus<br />

Oprichter <strong>van</strong> het Brecht – Eislerkoor (1973), oprichter <strong>van</strong> het koor De Twee<strong>de</strong> a<strong>de</strong>m<br />

(1986), dirigent <strong>van</strong> De Nieuwe muziekgroep (1983-1989), oprichter en dirigent <strong>van</strong><br />

Goeyvaerts Consort (1995). Componist <strong>van</strong> theatermuziek en kamermuziek.<br />

Eerste prijs notenleer, cello, muziekgeschie<strong>de</strong>nis, kamermuziek KMC; Analyse, KMC Brussel,<br />

Compositie, conservatorium Den Haag, Conservatorium Maastricht. Docent, <strong>Hogeschool</strong><br />

<strong>Gent</strong> (leraar cello en/of kamermuziek).<br />

De Sutter Jules Toussaint (1889 – 1959), musicus<br />

Jules Toussaint De Sutter – Toussaint is zijn twee<strong>de</strong> voornaam, al is hij in bepaal<strong>de</strong><br />

encyclopedieën on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> T terug te vin<strong>de</strong>n – is tij<strong>de</strong>ns zijn leven een uiterst<br />

succesvolle musicus. Stilistisch situeert zijn oeuvre zich op <strong>de</strong> grens <strong>van</strong> <strong>de</strong> laatromantiek<br />

en het<br />

impressionisme.<br />

Hij behaalt tij<strong>de</strong>ns zijn studies verschillen<strong>de</strong> eerste prijzen en wordt als een veelbelovend<br />

talent beschouwd. In 1919 behaalt De Sutter <strong>de</strong> Romeprijs met <strong>de</strong> cantate<br />

Thyl Ulenspiegel banni. Tij<strong>de</strong>ns hetzelf<strong>de</strong> jaar wordt hij benoemd tot directeur<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Ste<strong>de</strong>lijke Muziekaca<strong>de</strong>mie <strong>van</strong> Oosten<strong>de</strong>, die hij nieuw leven weet in<br />

te blazen. Tevens wordt hij er dirigent in het Kursaal,<br />

waar hij <strong>de</strong> concerten <strong>van</strong> <strong>de</strong> school leidt en zich laat opmerken door zijn ijver om<br />

Belgische muziek in het programma op te nemen.<br />

In 1936 volgt zijn benoeming tot directeur <strong>van</strong> het KMC. Tegelijk wordt hem er,<br />

zoals het <strong>de</strong> gewoonte was, <strong>de</strong> leiding opgedragen <strong>van</strong> <strong>de</strong> Conservatoriumconcerten.<br />

Jules Toussaint <strong>de</strong> Sutter is een belangrijk pedagoog, en dit niet enkel als directeur<br />

<strong>van</strong> instellingen voor muziekon<strong>de</strong>rwijs. Al in zijn Oostendse tijd organiseert<br />

hij concerten voor <strong>de</strong> jeugd. Volgens sommige bronnen is hij zelfs <strong>de</strong> eerste in<br />

het land die een <strong>de</strong>rgelijk initiatief neemt. Als Marcel Cuveliers <strong>de</strong> in 1940 in<br />

Brussel opgerichte Jeunesses Musicales in het land wil propageren, is De Sutter<br />

<strong>de</strong> eerste die hij met dat doel contacteert: <strong>de</strong> Muzikale Jeugd <strong>van</strong> <strong>Gent</strong> wordt <strong>de</strong><br />

eerste af<strong>de</strong>ling die buiten <strong>de</strong> hoofdstad wordt opgericht (1942).<br />

De Swaef Bart (1955), adviseur<br />

Accountant executive, Interlabor (1980-1981); account executive Iotta Communications<br />

(1981-1985); ge<strong>de</strong>legeerd bestuur<strong>de</strong>r B-Line (1985-1988); ge<strong>de</strong>legeerd bestuur<strong>de</strong>r Modulo<br />

(sinds 1989).<br />

Graduaat marketing en communicatie, IHNUS <strong>Gent</strong> (1987), Informatica, PIHO <strong>Gent</strong><br />

(1987)<br />

Deswaene Roland (1934), politicus<br />

Psycho-pedagogisch adviseur. Gemeenteraadslid Lochristi (1977-2000) en provincieraadslid<br />

Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren (1965-1977). Volksvertegenwoordiger (1987-1995), Fractielei<strong>de</strong>r en<br />

Vlaams volksvertegenwoordiger kieskring <strong>Gent</strong>-Eeklo (1995 -1999) Binnen <strong>de</strong> VLD


39<br />

verantwoor<strong>de</strong>lijke voor het le<strong>de</strong>nbestand. Va<strong>de</strong>r <strong>van</strong> Yves Deswaene, burgemeester<br />

Lochristi (sinds 2007). Secretaris <strong>van</strong> <strong>de</strong> commissie on<strong>de</strong>rwijs, vorming en<br />

gemeenschapsbeleid (1987-1999) en lid raadgeven<strong>de</strong> en interparlementaire Beneluxraad<br />

(1993-1996).<br />

Sociaal assistent (1957), Psycho-pedagogisch assistent beroepsoriëntering (1962) SHISS<br />

Dethaey Luc (1959), managing director<br />

Oprichter en manager Icsa T nv(sinds 1990); IBM Award of Excellence (2000). Nominatie<br />

Indiase Kamer <strong>van</strong> Koophan<strong>de</strong>l voor het snelst groeien<strong>de</strong> bedrijf in India (2001)<br />

Accountant-fiscalist PHTI (1980)<br />

De Vigne-Quyo Pieter (1812-1877), beeldhouwer<br />

De Vigne stamt uit een kunstenaarsgezin: zijn va<strong>de</strong>r Ignace De Vigne (1767-1849) is <strong>de</strong>coratieschil<strong>de</strong>r,<br />

zijn broer Felix (1806-1862) kunstschil<strong>de</strong>r en ook zijn kin<strong>de</strong>ren Paul (1843-<br />

1901), die beeldhouwer is en lid <strong>van</strong> les XX, en zijn dochters Emma (1850-1898) Louise<br />

en Malvina zijn schil<strong>de</strong>rs.<br />

De Vigne trouwt met Malvina Quyo en noemt zich <strong>van</strong>af dan De Vigne-Quyo. Hij<br />

stu<strong>de</strong>ert zowel aan <strong>de</strong> KASK als aan <strong>de</strong> KASK Antwerpen en voltooit nadien zijn studies in<br />

Parijs en Italië waar hij een vijftal jaar verblijft. In 1850 wordt hij als een <strong>van</strong> <strong>de</strong> drie Aca<strong>de</strong>mie-directeurs<br />

aangesteld en is hij verantwoor<strong>de</strong>lijk voor <strong>de</strong> af<strong>de</strong>ling beeldhouwkunst.<br />

Zijn bekendste werk is het standbeeld <strong>van</strong> Jacob <strong>van</strong> Artevel<strong>de</strong> dat op 14 september 1863<br />

door Leopold I op <strong>de</strong> Vrijdagsmarkt wordt onthuld.<br />

In 1864 wordt hij ook als leraar aan <strong>de</strong> Nijverheidsschool aangesteld waar on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re<br />

zijn dochter Emma De Vigne les volgt.<br />

De Vil<strong>de</strong>r Dirk, pseudoniem Roobjee Pjeroo (1945), kunstenaar<br />

Werkzaam als schil<strong>de</strong>r, tekenaar, graficus, acteur, causeur, auteur, theatermaker, entertainer<br />

en zanger.<br />

Zijn plastische zowel als zijn literaire bezighe<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n meermaals bekroond. Zo wordt<br />

hij on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> Prix <strong>de</strong> la Jeune Peinture, is hij laureaat <strong>van</strong> <strong>de</strong> Leo J. Krynprijs<br />

voor zijn <strong>de</strong>buutroman De Nachtschrijver (1966) en ont<strong>van</strong>gt hij (1984) <strong>de</strong> Eugène Baieprijs.<br />

In 1994 wordt hem <strong>de</strong> Louis Paul Boon-prijs toegekend en in 1998 wordt hij bekroond<br />

met <strong>de</strong> Arkprijs <strong>van</strong> het Vrije Woord. Ook wordt hij, voor zijn literair werk, in laureaat<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Cultuurprijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> stad <strong>Gent</strong> (2004).<br />

Roobjee die ook als beel<strong>de</strong>nd kunstenaar zeer actief is, publiceert sinds 1985 regelmatig<br />

poëzie, theaterteksten, verhalen en vooral romans. Zijn teksten zijn doordrongen <strong>van</strong><br />

hilarische en groteske tot absur<strong>de</strong> elementen en gebeurtenissen waarmee hij op cynische<br />

wijze zijn maatschappijkritiek ventileert. Zo, Vincent en Astrid <strong>van</strong> Gogh verdwijnen in een<br />

korenveld (1977), Lief<strong>de</strong>sverdriet (1981), Wolfsklem (1987), Het offer is te kort (1988),<br />

Pralina's pracht (1988), Mijnzoetje junior (1989), Hel<strong>de</strong>n<strong>de</strong>ugd (1989), Rasschaert of De<br />

lief<strong>de</strong> voor <strong>de</strong> contrabas (1992), Do<strong>de</strong>manskamer (1993), De kleinzoon <strong>van</strong> <strong>de</strong> letterzetter<br />

(1995), Van het nieuwland (1996), Ou<strong>de</strong> verf (1997), A<strong>de</strong>rbloed in <strong>de</strong> Kousenhoek<br />

(1999), De thuisreis <strong>van</strong> <strong>de</strong> wijnverlater (2000), Omhelzingen, of Het meest troosteloze<br />

vlees aller tij<strong>de</strong>n zinkt opnieuw (2000), Naar betere oor<strong>de</strong>n (2008).<br />

Roobjee, die <strong>van</strong>af zijn 10<strong>de</strong> tekenlessen volgt aan <strong>de</strong> avondschool <strong>van</strong> <strong>de</strong> KASK is er stu<strong>de</strong>nt<br />

schil<strong>de</strong>rkunst en grafiek (1960-1962) en etsen (1962-1964). Hij volgt (1962) ook<br />

lessen aan <strong>de</strong> voorberei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> af<strong>de</strong>ling <strong>van</strong> <strong>de</strong> Rijksaca<strong>de</strong>mie te Amsterdam.<br />

http://www.roobjee.be<br />

Pas J., Roobjee een abc, Lannoo 2005<br />

De Vol<strong>de</strong>r Eric (1946), kunstenaar<br />

De Vol<strong>de</strong>r begint zijn loopbaan in <strong>de</strong> wereld <strong>van</strong> het muziektheater met voorstelling <strong>van</strong><br />

het Etherisch Strijkersensemble Parisiana en het Belgisch Combo (1973-1982). Na <strong>de</strong><br />

stichting <strong>van</strong> <strong>de</strong> vzw KIM Kunst is Mod<strong>de</strong>r/Theater <strong>van</strong> <strong>de</strong> Niets schrijft en regisseert hij De<br />

Nachten (1986) en Achiel De Baere (1988- herneming in 2009).


40<br />

In 1992 richt hij Toneelgroep Ceremonia op waarvoor hij sindsdien 26 toneelstukken<br />

schrijft waarvoor hij talrijke malen on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n wordt. Zo wordt Achiel De Baere genomineerd<br />

voor <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlands-Vlaamse Toneelschrijfprijs (1989) en Oefening op <strong>de</strong> moe<strong>de</strong>r<br />

en <strong>de</strong> zoon voor <strong>de</strong> European Award – Berlijn (1994), krijgt Pol<strong>de</strong>rkoorts <strong>de</strong> Nestor <strong>de</strong><br />

Tièreprijs voor toneel <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Aca<strong>de</strong>mie voor Taal- en Letterkun<strong>de</strong> <strong>Gent</strong> (1998)<br />

en wordt Achter ’t eten zowel bekroond met <strong>de</strong> Interprovinciale prijs voor Letterkun<strong>de</strong><br />

(2005) en genomineerd voor <strong>de</strong> Taalunie Toneelschrijfprijs (2006).<br />

In opdracht schrijft en/of regisseert hij bij <strong>de</strong> twintig stukken, on<strong>de</strong>r meer het veel bejubel<strong>de</strong><br />

Diep in het Bos/Au fond du bois (Het muziek Lod, 1999). De voorstellingen Regent<br />

en Regentes, Diep in het bos, Achter ’t eten, Brand en Au nom du père wor<strong>de</strong>n tussen<br />

2000 en 2006 geselecteerd voor het Theaterfestival Vlaan<strong>de</strong>ren – Ne<strong>de</strong>rland.<br />

De Vol<strong>de</strong>r verzorgt in opdracht <strong>de</strong> regie <strong>van</strong> verschillen<strong>de</strong> toneelstukken (<strong>van</strong> o.a. Peter<br />

Handke, Pascale Platel, Şaban Ol) en vertaal<strong>de</strong> teksten <strong>van</strong> Maurito Kagel en Lord Byron.<br />

Hij organiseert sinds 1988 diverse theaterworkshops in opdracht <strong>van</strong> Vlaamse, Ne<strong>de</strong>rlandse<br />

en Franse theaterhuizen.<br />

De Vol<strong>de</strong>r is laureaat <strong>van</strong> <strong>de</strong> Thersitesprijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse critici (2000), <strong>de</strong> Cultuurprijs<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Stad <strong>Gent</strong> (2002) en <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Cultuurprijzen voor Podiumkunsten én voor<br />

Toneelliteratuur (Zwarte vogels in <strong>de</strong> Bomen) in 2003.<br />

Eric De Vol<strong>de</strong>r stu<strong>de</strong>ert aan Sint Lucas <strong>Gent</strong> (1963 – 1969), vrij schil<strong>de</strong>ren KASK<br />

(1972 – 1973) en volgt (1987, 1990 en 1991) stages o.l.v. Jerzy Grotowski in<br />

Ponte<strong>de</strong>ra, Italië. Hij geeft les in het <strong>Gent</strong>se Ste<strong>de</strong>lijk On<strong>de</strong>rwijs (1972-1974) en<br />

is <strong>van</strong> 1974 tot 1982 verbon<strong>de</strong>n aan het Ste<strong>de</strong>lijk Secundair Kunstinstituut en<br />

aan het KASK-DKO. Hij is docent theatervormgeving aan <strong>de</strong> Regieaf<strong>de</strong>ling <strong>van</strong> <strong>de</strong> Toneelschool<br />

Amsterdam en aan <strong>de</strong> af<strong>de</strong>ling Audio-visuele vormgeving <strong>van</strong> <strong>de</strong> Rietveldaca<strong>de</strong>mie<br />

(1980-1990).<br />

Decreus F., Stynen E., Dansen met <strong>de</strong> schaduw <strong>van</strong> het onbewuste – Eric De Vol<strong>de</strong>r<br />

& Toneelgroep Ceremonia, <strong>Gent</strong>, Aca<strong>de</strong>mia Press, 2007<br />

De Vos Luc (1962), zanger<br />

Met <strong>de</strong> groep Gorki maakt hij tot op he<strong>de</strong>n 10 muziekalbums waaron<strong>de</strong>r Gorky, Boterhammen,<br />

Hij leeft, Monstertje, Ik ben aanwezig, Ein<strong>de</strong>lijk vakantie, Vooruitgang, Plan B,<br />

Homo erectus... Samen met Axl Peleman, Reinaert D'Haene en Matthias <strong>van</strong> <strong>de</strong>r Hallen<br />

werkt hij mee aan <strong>de</strong> Engelstalige band Automatic Buffalo.<br />

Daarnaast schrijft hij zowel columns voor <strong>de</strong> jongerenzen<strong>de</strong>r Studio Brussel en het <strong>Gent</strong>se<br />

stadsmagazine Zone /09 als boeken waar<strong>van</strong> <strong>de</strong> eerste <strong>de</strong> verworpenen, een bun<strong>de</strong>ling<br />

<strong>van</strong> columns, slechts 1 uitgave kent. Ver<strong>de</strong>r zijn Het Woord Bij De Daad, De Rest Is Geschie<strong>de</strong>nis<br />

en De Volksmacht (voornamelijk fictieve) autobiografieën. De Laatste Mammoet,<br />

overigens zijn laatste publicatie, is een echte roman. Hij schrijft (samen met Lectrr)<br />

ook een aantal scenario's voor korte stripverhalen<br />

Na afgebroken studies geschie<strong>de</strong>nis aan <strong>de</strong> RUG volgt hij twee jaar les aan het HIVET.<br />

Devriendt Robert (1955), kunstschil<strong>de</strong>r<br />

Robert Devriendt zweert bij het heel kleine formaat voor zijn buitengewoon nauwkeurig<br />

geschil<strong>de</strong>r<strong>de</strong> werkjes in olieverf. Zijn <strong>de</strong>licate en bestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> stijl, zowel als zijn on<strong>de</strong>rwerpen<br />

(stillevens, landschappen, portretten) herinneren aan <strong>de</strong> klassieke Vlaamse schil<strong>de</strong>rkunst.<br />

Zijn werk gaat altijd over het grensgebied, het moment en <strong>de</strong> plaats dat verf iets<br />

wordt - of, omkeerbaar, ophoudt iets te zijn. Op die grens zie je het gevecht <strong>van</strong> materie<br />

en beeld. Zijn schil<strong>de</strong>rijen ontroeren <strong>de</strong> kijker door hun menselijkheid al treedt tezelf<strong>de</strong>rtijd<br />

een gevoel <strong>van</strong> vervreemding – <strong>van</strong> aantrekken en afstoten- af.<br />

Het werk <strong>van</strong> Robert Devriendt is terug te vin<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> collecties <strong>van</strong> diverse musea en<br />

instanties en was te zien in tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Zo: Robert Devriendt,<br />

Internationaal Cultureel Centrum (ICC), Antwerpen (1987), Vereniging voor het<br />

MHK, <strong>Gent</strong> 1989, Robert Devriendt, Galerie Joost Declercq, <strong>Gent</strong> (1991), Galerie C. De<br />

Ketelaere, Tielt en Jan Mot & Oscar <strong>van</strong> <strong>de</strong>n Boogaard, Brussel (1994), Stichting, ULTIMA<br />

THULE, Amsterdam (1996), Gallery Corridor, The Reykjavik Art Museum (1998), in <strong>de</strong><br />

Nicole Klagsbrun Gallery, New York (1999, 2000, 2004), Illusion of Illusion, Gallery Si<strong>de</strong> 2,


41<br />

Tokyo (2001), Contes Intimes, Galerie Nadja Vilenne, Liège / Explosion et Sensualité, Air<br />

<strong>de</strong> Paris (2005), Passion & Crime, museumgoudA, Gouda (2006), Les Amants <strong>de</strong> la Forêt,<br />

Galerie Loevenbruck Paris, Hei<strong>de</strong>gger ’s Forest, Galerie Baronian_Francey, Brussel (2007),<br />

Die Geschichte eines Jägers, MARTa Herford 2008, Peintures et scenarios, Musée <strong>de</strong>s<br />

Beaux Arts <strong>van</strong> Tourcoing & Museum Dhondt-Dhaenens Deurle (2009) en Museum M<br />

Leuven (2010).<br />

Stu<strong>de</strong>nt KASK<br />

De Wan<strong>de</strong>l Georgette (1896 – 1968), directrice<br />

Fröbelon<strong>de</strong>rwijzeres (1913), on<strong>de</strong>rwijzeres Ste<strong>de</strong>lijke Normaalschool voor On<strong>de</strong>rwijzeressen<br />

<strong>Gent</strong> (1915), regentes wetenschappelijke vakken (1920) en doctor in<br />

<strong>de</strong> Opvoedkundige Wetenschappen – RUG (1936).<br />

On<strong>de</strong>rwijzeres <strong>Gent</strong>se ste<strong>de</strong>lijke bewaarscholen en lagere scholen (1915 – 1921).<br />

Lerares RNS Doornik (1921 – 1922) en Ste<strong>de</strong>lijke Normaalschool <strong>Gent</strong> (1922 –<br />

1936). Directrice Ste<strong>de</strong>lijke Normaalschool <strong>Gent</strong> (1936 – 1954).<br />

De Witte Guy (1953), zaakvoer<strong>de</strong>r<br />

Deskundige in behoud, conservatie en restauratie <strong>van</strong> boeken, archivalia en grafiek, consultant<br />

in preservation, disaster planning & emergency preparedness voor bibliotheken,<br />

archieven (sinds 1989). Zaakvoer<strong>de</strong>r studiebureau en restauratie-atelier De Zilveren Passer<br />

<strong>Gent</strong> (sinds 1989); gastdocent VUB Brussel en docent bibliotheekschool <strong>Gent</strong>, Exhibition<br />

conservator Brugge (2002); Accredited Conservator Restorer – member of the Institute<br />

of Paper Conservation (UK)<br />

SHIPMB <strong>Gent</strong> (1975), HICOB <strong>Gent</strong> (1987)<br />

D’hondt Chris (1953), bestuur<strong>de</strong>r<br />

Bestuur<strong>de</strong>r <strong>van</strong> Micrelec, afgevaardigd bestuur<strong>de</strong>r, algemeen directeur Satam System<br />

(1983-1991), afgevaardigd bestuur<strong>de</strong>r direct en/of indirect via managementvennootschap<br />

<strong>van</strong> European Consultancy Company nv, Micrelec nv, General Repair Center nv, Acura nv<br />

Industrieel ingenieur HRITO (1975)<br />

Dierickx Karel (1940), kunstschil<strong>de</strong>r<br />

Dierickx stelt <strong>de</strong> han<strong>de</strong>ling <strong>van</strong> het schil<strong>de</strong>ren centraal en kiest per werk telkens nieuwe<br />

kleine uitdagingen. Zijn emoties verlevendigen het schil<strong>de</strong>ren, maar zijn geen doel op<br />

zichzelf. De herkenbare werkelijkheid is voor hem slechts een aanleiding, al blijft ze dikwijls<br />

concreet aanwezig, bijv. in stillevens of in <strong>de</strong> herinnering aan landschappelijke elementen.<br />

In 1976 wordt hij door Jean Clair geselecteerd voor <strong>de</strong> belangrijke tentoonstelling<br />

Nouvelle Subjectivité in het Centre National d’Art Contemporain (CNAC) te Parijs. Sindsdien<br />

evolueert zijn werk naar een bre<strong>de</strong>re, meer nadrukkelijke penseelvoering, aanleunend<br />

bij <strong>de</strong> gestuele expressiviteit, maar toch steeds lyrisch <strong>van</strong> toon. In 1961 krijgt Dierickx<br />

een vermelding <strong>van</strong> <strong>de</strong> Prijs Jeune Peinture en in 1963 <strong>de</strong> Go<strong>de</strong>charleprijs.<br />

Regent plastische kunsten RNS (1962), docent KASK (1985- 2000)<br />

Hachmeister, Karel Dierickx, Ludion, 2008<br />

www.kareldierickx.be<br />

Dionyse Carmen (1921), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> KASK (1938-1946) waar ze on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re les krijgt <strong>van</strong> Jos Ver<strong>de</strong>gem. Na<br />

haar huwelijk met Fons De Vogelaere (1922-1998), me<strong>de</strong>stu<strong>de</strong>nt en later ook KASKlesgever<br />

lijkt ze even <strong>de</strong> kunst te verlaten. In 1955 echter gaat ze opnieuw les volgen in<br />

<strong>de</strong> pas opgerichte keramiekklas. In 1958 het jaar waarin ze overigens afstu<strong>de</strong>ert, behaalt<br />

zij <strong>de</strong> Grote Prijs op <strong>de</strong> Wereldtentoonstelling in Brussel. Vanaf dan neemt haar carrière<br />

een grote vlucht. Ze wordt lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> gereputeer<strong>de</strong> International Aca<strong>de</strong>my of Ceramics en<br />

neemt <strong>de</strong>el aan verschillen<strong>de</strong> internationale symposia in o.a. Tsjechoslowakije, USA en<br />

Australië. Verschillen<strong>de</strong> nationale en internationale prijzen wor<strong>de</strong>n haar toegekend, waaron<strong>de</strong>r<br />

<strong>de</strong> prestigieuze Ceramic Art of the World - First Prize in Canada. Haar werk bevindt<br />

zich in tientallen nationale en internationale musea en overheidsgebouwen.


42<br />

Carmen Dionyse was lesgever aan o.a. <strong>de</strong> KASK en gastdocent in tal <strong>van</strong> buitenlandse<br />

instellingen.<br />

Dispa Jozef, Jef (1927-1977), muziekpedagoog<br />

Directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Ste<strong>de</strong>lijke Muziekaca<strong>de</strong>mie <strong>van</strong> Aalst en Rijksinspecteur muzikale opvoeding<br />

<strong>van</strong> het secundair en het hoger niet-universitair on<strong>de</strong>rwijs.<br />

Hij stu<strong>de</strong>ert aan het KMC waar hij 1 ste prijzen behaal<strong>de</strong> voor Algemene Muziekleer (1950),<br />

Muziekgeschie<strong>de</strong>nis (1953) en Harmonieleer (1958) en gaf (1962-1973) les aan <strong>de</strong> RNS.<br />

Duchateau Kim (1968), cartoonist<br />

Dagelijkse cartoons in Bis in De Morgen (sinds 2000), wekelijks strookje op <strong>de</strong><br />

kin<strong>de</strong>rpagina <strong>van</strong> <strong>de</strong> NRC, illustraties in het tijdschrift Knack en stripreeks in Pmagazine<br />

(rond Ester Verkest). Illustraties in Knack. Bronzen Adhemar (2007).<br />

Duchateau stu<strong>de</strong>ert animatiefilm aan <strong>de</strong> KASK (1989-1993).<br />

Du Chau Frédéric (1966), scenarist & regisseur<br />

Dwingt in 1989 met zijn kortfilm The Mystery of the Lamb, die hij als stu<strong>de</strong>nt maakt, een<br />

selectie af voor het Los Angeles Animation Celebration filmfestival. In 1990 verhuist hij<br />

naar <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong> Staten en begint er in Los Angeles een carrière bij <strong>de</strong> Bear Animation<br />

Studio. In 1992 werkt hij, als tekenaar, mee aan Tom and Jerry: The Movie. In 1998 regisseert<br />

hij <strong>de</strong> film Quest for Camelot voor Warner Bros.<br />

Du Chau is scenarist en regisseur <strong>van</strong> animatiefilms bij <strong>de</strong> Walt Disney studio’s in Hollywood.<br />

In 2005 breekt hij internationaal door met zijn film Racing Stripes over een zebra<br />

die <strong>de</strong>nkt dat ze een paard is.<br />

Du Chau behaalt zijn einddiploma animatiefilm aan <strong>de</strong> KASK in het aca<strong>de</strong>miejaar 1987-<br />

1988.<br />

Dujardin Jean (1940), stadssecretaris<br />

Start zijn loopbaan als leraar in het <strong>Gent</strong>se ste<strong>de</strong>lijk secundair on<strong>de</strong>rwijs (1964-1980),<br />

later docent in het ste<strong>de</strong>lijk hoger architectuuron<strong>de</strong>rwijs (1977-1980). Hoofdinspecteur<br />

<strong>van</strong> het ste<strong>de</strong>lijk on<strong>de</strong>rwijs (1980-1986) en stadssecretaris <strong>van</strong> <strong>Gent</strong> (1986-200). Docent<br />

administratief recht aan <strong>de</strong> Vrije Universiteit Brussel (1990-2007).<br />

Diverse mandaten in commissies m.b.t. on<strong>de</strong>rwijsaangelegenhe<strong>de</strong>n (o.m. voorzitter en<br />

plaatsver<strong>van</strong>gend voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Kamers <strong>van</strong> Beroep), examenbetwistingen in het hoger<br />

on<strong>de</strong>rwijs en betwistingen betreffen<strong>de</strong> <strong>de</strong> gemeenteraadsverkiezingen.<br />

Hoofdredacteur <strong>van</strong> en me<strong>de</strong>werker aan diverse tijdschriften voor administratief recht,<br />

gemeenterecht en on<strong>de</strong>rwijsrecht. Me<strong>de</strong>hoofdredacteur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Administratieve Rechtsbibliotheek<br />

en me<strong>de</strong>auteur <strong>van</strong> <strong>de</strong> bijgewerkte uitgaven <strong>van</strong> het standaardwerk Overzicht<br />

<strong>van</strong> het Belgisch administratief recht. Tientallen publicaties (boeken en bijdragen) i.v.m.<br />

het administratief recht, het gemeenterecht en het on<strong>de</strong>rwijsrecht.<br />

Leerling <strong>van</strong> <strong>de</strong> RMS Lokeren en han<strong>de</strong>lswetenschappen (vroeger A6/A1 later hoger on<strong>de</strong>rwijs<br />

<strong>van</strong> het korte type) aan <strong>de</strong> Nijverheidsschool. Stu<strong>de</strong>ert als hij aan het werk als<br />

leraar is staatswetenschappen aan <strong>de</strong> RUG, behaalt er het diploma <strong>van</strong> licentiaat in <strong>de</strong><br />

staatswetenschappen en het aggregaat voor het secundair on<strong>de</strong>rwijs. Assistent <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

professoren Vranckx en Mast (1972-1981) bij wie hij zich ver<strong>de</strong>r bekwaamt in het grondwettelijk<br />

en administratief recht.<br />

Eysselinck Gaston (1907 – 1953), architect<br />

Eysselinck is een <strong>van</strong> <strong>de</strong> begaafdste ontwerpers <strong>van</strong> <strong>de</strong> twintigste eeuw. Hij behoort<br />

tot <strong>de</strong> kleine groep <strong>van</strong> mo<strong>de</strong>rnisten die zich afzetten tegen een louter esthetische<br />

gevelbehan<strong>de</strong>ling, en die tevens het totale wonen op een rationalistische<br />

manier trachten te veran<strong>de</strong>ren (M. Dubois).<br />

Eysselinck komt al vroeg in contact met het werk <strong>van</strong> Le Corbusier en mo<strong>de</strong>rnistische<br />

tijdgenoten. Hij wordt beïnvloed door het werk <strong>van</strong> G. Rietveld, M. Dudok en<br />

K. Melnikov.


43<br />

In zijn eigen woonhuis wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> principes <strong>van</strong> <strong>de</strong> functionele woonmachine op<br />

persoonlijke wijze verwerkt. Net als Le Corbusier ontwerpt hij zowel op macroschaal<br />

(urbanisatieplannen voor <strong>Gent</strong> bijvoorbeeld) als op microschaal (stoelen,<br />

interieurelementen allerhan<strong>de</strong>, alleenstaan<strong>de</strong> woningen en rijwoningen). Na <strong>de</strong><br />

Twee<strong>de</strong> Wereldoorlog bereikt zijn oeuvre een hoogtepunt met een aantal grote, in<br />

Oosten<strong>de</strong>, gerealiseer<strong>de</strong> opdrachten zoals het Postgebouw en het warenhuis SEO<br />

in <strong>de</strong> Romestraat, dat nu dienst doet als Kunstmuseum aan Zee (het vroegere<br />

PMMK).<br />

Architect (1923) en later lesgever KASK (1933 – 1953)<br />

Dubois M., Woning / House Gaston Eysselinck 1930-1931, isbn 978-90-5856-123-<br />

7<br />

Daenens L., Demeyer H., Dubois M., Gaston Eysselinck, architect en meubel<strong>de</strong>signer<br />

(1907 – 1953), stad <strong>Gent</strong> 1978.<br />

Faché Willy (1936), hoogleraar<br />

Studiemeester, opvoe<strong>de</strong>r en leraar pedagogiek Rijkson<strong>de</strong>rwijs (1956-1968); pedagogisch<br />

adviseur Vlaamse Fe<strong>de</strong>ratie <strong>van</strong> Jeugdhuizen (1968-1971). Assistent (1970-1977), geassocieerd<br />

docent (1977), geassocieerd hoogleraar (1985-1989) en gewoon hoogleraar<br />

(1989-2001) RUG. Gastprofessor aan <strong>de</strong> universiteiten <strong>van</strong> Wageningen, Guildford, Salzburg,<br />

Aveiro, Estoril, Funchal, Saint-Denis (La Réunion), Palma, Östersund en Kemi (Finland).<br />

Sinds zijn emeritaat is hij gastdocent aan <strong>de</strong> International management school <strong>van</strong><br />

Bremen. Faché is lid <strong>van</strong> het Executive Committee <strong>van</strong> <strong>de</strong> Research Commission (1981-<br />

1996) <strong>van</strong> <strong>de</strong> World Leisure Organization en redacteur <strong>van</strong> het Committee of the World<br />

Leisure International Charter for leisure education.<br />

On<strong>de</strong>rwijzer RNS (1956), Licentiaat in <strong>de</strong> pedagogische wetenschappen (1961), Doctor in<br />

<strong>de</strong> agogische wetenschappen (1976).<br />

Flan<strong>de</strong>rs John, zie: De Kremer Raymond<br />

Foncke Richard (1920 - 2005), curator<br />

Start zijn loopbaan bij galerij Contrast (1965) en opent tij<strong>de</strong>ns het seizoen 1966-1967 <strong>de</strong><br />

Galerie Richard Foncke. Later is hij Conservator <strong>van</strong> het Museum Dhondt-Dhaenens in<br />

Deurle (1974-1976). In 1976 wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> activiteiten <strong>van</strong> <strong>de</strong> Richard Foncke Gallery hernomen.<br />

Foncke tekent ook voor <strong>de</strong> oprichting <strong>van</strong> On Line vzw (1996). Hij is stichtend en<br />

werkend lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vereniging voor het Museum <strong>van</strong> He<strong>de</strong>ndaagse Kunst <strong>Gent</strong> (1968-<br />

1996) en me<strong>de</strong>stichter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Beroepsvereniging <strong>van</strong> Han<strong>de</strong>laars in Mo<strong>de</strong>rne en He<strong>de</strong>ndaagse<br />

kunst (BUP)<br />

Stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> KASK samen met o.a. Roger Raveel (1943)<br />

Frimout Cyr (1938), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Premie Provinciale prijs voor grafiek West-Vlaan<strong>de</strong>ren (1966), on<strong>de</strong>rscheiding Jeune Peinture<br />

Belge (1971), bronzen medaille Europaprijs Oosten<strong>de</strong> (1973 en 1978). Werken in<br />

Staatsbezit, Prentenkabinet, Provincie West-Vlaan<strong>de</strong>ren, Provincie Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren, Bank<br />

<strong>van</strong> Parijs en <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n, Ste<strong>de</strong>lijk Museum Ieper, Bonefantenmuseum Maastricht,<br />

Museum Sint-Jans-Molenbeek, Museum Alabama USA, Staatsbezit Joegoslavië, Rathaus<br />

Culturzentrum Rotenburg Duitsland, Centro Culturale Resana Italië, Generale Bank & Co<br />

Keulen Duitsland.<br />

Regent Maricolen Brugge. Geaggregeerd leraar plastische kunsten RNS (1959). Leraar KA<br />

Genk & RMNS Tongeren, RMS Deinze, Eeklo, Tielt & Aalter. Hogere school voor Beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />

kunsten An<strong>de</strong>rlecht.<br />

Gaudaen Gerard (1927-2003), graficus<br />

Figuratief graficus en virtuoos lino- en houtsnij<strong>de</strong>r <strong>van</strong> literair geïnspireer<strong>de</strong> composities,<br />

havengezichten, naakten, figuren en dieren.


44<br />

Prijs baron <strong>de</strong> Brouwer (1955 en 1958), prijs Nationale Bank voor ex libris (1956-57),<br />

Europaprijs voor ex libris Olomoue (Tsjechoslowakije)1966, Beurs E. Baie, 1967, Gou<strong>de</strong>n<br />

Penning <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Raad (1994).<br />

Lid Koninklijke Aca<strong>de</strong>mie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten <strong>van</strong> België<br />

(1990).<br />

Wordt postuum genomineerd tot ereburger <strong>van</strong> <strong>de</strong> stad Sint-Niklaas (2004).<br />

Opleiding aan <strong>de</strong> Aca<strong>de</strong>mies <strong>van</strong> Sint-Niklaas en <strong>Gent</strong> (1948) en het NHISK. Tekenleraar<br />

aan het Atheneum <strong>van</strong> Sint-Niklaas en lesgever houtsne<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> KASK (1958-70). Lesgever<br />

(m.i.v. 1971) en directeur (1993-91) aan <strong>de</strong> KASK Antwerpen en het NHISK.<br />

Gaus Helmut (1942), hoogleraar<br />

Docent (1979), hoogleraar (1987) RUG. Richtte in 1984 <strong>de</strong> vakgroep politieke wetenschappen<br />

op binnen <strong>de</strong> Faculteit Rechtsgeleerdheid. In 1992 wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> Politieke en Sociale<br />

wetenschappen een volwaardige faculteit waar<strong>van</strong> hij <strong>de</strong> eerste <strong>de</strong>caan is (tot 1996).<br />

Gewoon hoogleraar aan <strong>de</strong> faculteit Rechtsgeleerdheid, en <strong>van</strong>af 1992 aan <strong>de</strong> faculteit<br />

Politieke en Sociale Wetenschappen. Tot het emeritaat toegelaten in 2007.<br />

Gaus heeft naam gemaakt met <strong>de</strong> emocurves: golfbewegingen <strong>van</strong> ongeveer vijftig jaar<br />

met een opgaan<strong>de</strong> en neergaan<strong>de</strong> lijn <strong>van</strong> telkens 25jaar. Die golfbewegingen zou<strong>de</strong>n<br />

wor<strong>de</strong>n gestuurd door cyclische collectieve menselijke angsten en niet zozeer door economische<br />

processen. Gaus baseert zich op het werk <strong>van</strong> <strong>de</strong> Russische macro-econoom<br />

Nicolai D. Kondratief (1892-1938) die voor het eerst <strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong> langegolfbeweging in<br />

<strong>de</strong> economische theorievorming on<strong>de</strong>rscheid<strong>de</strong>. Zijn uitgangspunt is dat <strong>de</strong> sociaaleconomische<br />

on<strong>de</strong>rbouw in hoge mate het <strong>de</strong>nken bepaalt. In navolging <strong>van</strong> C.G. Jung<br />

stelt hij dat een belangrijk ge<strong>de</strong>elte <strong>van</strong> het menselijke gedrag veroorzaakt wordt door<br />

onbewuste processen waarin angst <strong>de</strong> boventoon voert. Vandaar zijn stelling dat <strong>de</strong> sociale<br />

ontwikkeling binnen een Kondratief <strong>van</strong> vijftig jaar ge<strong>de</strong>termineerd wordt door een cyclus<br />

<strong>van</strong> meer of min<strong>de</strong>r existentiële levensangst. Mensen zijn in <strong>de</strong> neergaan<strong>de</strong> beweging<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Kondratief in het algemeen angstiger op alle levensterreinen, terwijl in <strong>de</strong> opgaan<strong>de</strong><br />

fase <strong>van</strong> <strong>de</strong> economische golfbeweging dat angstgevoel naar <strong>de</strong> achtergrond verdwijnt.<br />

Zijn laatste publicaties hebben betrekking op <strong>de</strong> invloed <strong>van</strong> <strong>de</strong> lange golven op <strong>de</strong> opgang<br />

en <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rgang, telkens opnieuw, <strong>van</strong> extreem rechtse bewegingen, ver<strong>de</strong>r op <strong>de</strong> evolutie<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> filmgenres <strong>van</strong> 1939 tot 2004 waarin dui<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong> lange golven wor<strong>de</strong>n weerspiegeld.<br />

In <strong>de</strong>ze laatste studie on<strong>de</strong>rzoekt hij een parallellisme tussen dominante filmgenres<br />

en <strong>de</strong> kleurpreferentie <strong>van</strong> <strong>de</strong> massa zoals die uit <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>kenmerken naar voor komt.<br />

Op het ogenblik is hij bezig met <strong>de</strong> studie <strong>van</strong> <strong>de</strong> kunststromingen die evenzeer door <strong>de</strong><br />

op- en neergaan<strong>de</strong> collectieve angst blijken beïnvloed. Zijn laatste historische studie han<strong>de</strong>lt<br />

over <strong>de</strong> organisatie het management <strong>van</strong> <strong>de</strong> revolutie <strong>van</strong> 1830 te Brussel.<br />

Hij is lesgever aan <strong>de</strong> KASK <strong>van</strong> 1969 tot 1979 vooral in kunstsociologie.<br />

Geens Gaston (1931 – 2002), politicus<br />

Geens noemt zichzelf een typisch partijproduct <strong>van</strong> <strong>de</strong> schoolstrijd: hij verzet<br />

zich, met <strong>de</strong> CVP, tegen <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijspolitiek <strong>van</strong> Leo Collard (1954) en is voordien<br />

voorstan<strong>de</strong>r <strong>van</strong> <strong>de</strong> terugkeer <strong>van</strong> Leopold III. Hij behoort (1961) met Frank<br />

Swaelen en Leo Tin<strong>de</strong>mans tot <strong>de</strong> think tank <strong>van</strong> <strong>de</strong> CVP, waar<strong>van</strong> hij in 1972 lid<br />

<strong>van</strong> het hoofdbestuur wordt. In 1970 wordt hij verkozen tot raadslid <strong>van</strong> Winksele<br />

en zetelt, na <strong>de</strong> gemeentelijke fusie in 1977, in <strong>de</strong> gemeenteraad <strong>van</strong> Herent.<br />

Geens is staatssecretaris (1974 – 1976) en minister (1976) <strong>van</strong> Begroting en Wetenschapsbeleid.<br />

In <strong>de</strong> regering Tin<strong>de</strong>mans II, <strong>de</strong> overgangsregering Paul Van<strong>de</strong>n<br />

Boeynants en die <strong>van</strong> Martens I en II is hij minister <strong>van</strong> Financiën. Tij<strong>de</strong>ns Martens<br />

III krijgt hij zijn vroegere post <strong>van</strong> Begroting terug en in Martens IV wordt<br />

hij adjunct-minister <strong>van</strong> Willy Callewaert (On<strong>de</strong>rwijs). Hij wordt tevens voorzitter<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse <strong>de</strong>elregering in opvolging <strong>van</strong> zijn partijgenote Rika De Backer.<br />

In <strong>de</strong> korte regering <strong>van</strong> Mark Eyskens (april – september 81) behoudt hij <strong>de</strong>ze<br />

functies. Door <strong>de</strong> vervroeg<strong>de</strong> verkiezingen wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> <strong>de</strong>elregeringen vroeger dan<br />

verwacht losgekoppeld <strong>van</strong> <strong>de</strong> nationale regering en wordt Gaston Geens, eind


45<br />

<strong>de</strong>cember 1981, aangesteld tot minister-presi<strong>de</strong>nt <strong>van</strong> <strong>de</strong> eerste autonome<br />

Vlaamse Executieve.<br />

Geens zal vooral herinnerd wor<strong>de</strong>n als <strong>de</strong> man die Vlaan<strong>de</strong>ren een nieuwe economische<br />

i<strong>de</strong>ntiteit gaf, o.m. via <strong>de</strong> DIRV-actie (Der<strong>de</strong> Industriële Revolutie in<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren), Flan<strong>de</strong>rs Technology (m.i.v. 1983) en <strong>de</strong> Flemish Aerospace Group<br />

(FLAG). Hij lanceert <strong>de</strong> uitspraak: wij zullen moeten bewijzen dat wij wat we zelf<br />

doen, beter doen, meestal verkeerd geciteerd als wat we zelf doen, doen we beter.<br />

Ook legt hij in grote mate mee <strong>de</strong> basis voor een vernieuwd sociaal overleg in<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren. In 1998 wordt hij benoemd tot minister <strong>van</strong> Staat.<br />

Geens behaalt aan <strong>de</strong> KUL een doctoraat rechten en een licentie economie. Van<br />

1967 tot 1971 is hij lesgever aan het HIBH.<br />

Gevaert François-Auguste (1828 – 1908), musicus<br />

Al tij<strong>de</strong>ns zijn studies groeit zijn aandacht voor zijn composities wat hem een<br />

reisbeurs oplevert en hem (1849) naar Parijs, Spanje en Italië voert. Hij wordt<br />

(1867) chef <strong>de</strong> chant <strong>van</strong> <strong>de</strong> Académie <strong>de</strong> Musique in Parijs en (1871) opvolger<br />

<strong>van</strong> François-Joseph Fétis (1784 – 1871) als directeur <strong>van</strong> het Brusselse Conservatorium.<br />

Gevaert componeert talrijke lie<strong>de</strong>ren, orkestwerken en opera’s. Als musicoloog<br />

verdiept hij zich vooral in <strong>de</strong> muziek <strong>van</strong> <strong>de</strong> oudheid en <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>leeuwen.<br />

Net als zijn voorganger Fétis, speelt hij een belangrijke rol in het herwaar<strong>de</strong>ren<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> ou<strong>de</strong> muziek (<strong>van</strong> oudheid tot achttien<strong>de</strong> eeuw).<br />

Gevaert stu<strong>de</strong>ert aan het KMC waar hij eerste prijzen behaalt voor Piano en Harmonieleer<br />

/ Compositie (1844). Tevens behaalt hij een eerste Prijs <strong>van</strong> Rome<br />

voor Compositie (1847) en is hij lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Toezichtcommissie <strong>van</strong> het KMC (1856<br />

– 1879).<br />

Glorieux François (1932), musicus<br />

Na studies voor piano bij Marcel Gazelle aan het KMC en bij Yves Nat te Parijs start hij een<br />

internationale loopbaan. Hij speelt overal ter wereld als solist met diverse orkesten en dirigenten<br />

en sticht zelf diverse ensembles waaron<strong>de</strong>r (1979) het beken<strong>de</strong> François Glorieux<br />

Brass and Percussion Orchestra, en het Revivat Scaldis Chamber Orchestra.<br />

Zijn Movements wordt in 1962 voor het Ballet <strong>van</strong> <strong>de</strong> 20 ste Eeuw in opdracht <strong>van</strong> Maurice<br />

Béjart gecomponeerd. Naast het Ballet <strong>van</strong> <strong>de</strong> 20 ste Eeuw werkt hij ook samen met o.a.<br />

Koninklijk Ballet <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren, het Ne<strong>de</strong>rlands Danstheater uit Den Haag en het Nationaal<br />

Ballet uit Amsterdam.<br />

Hij dirigeert een groot aantal orkesten uit <strong>de</strong> hele wereld, zoals <strong>de</strong> Amerikaanse Stan Kenton<br />

Band, het Locke Brass Consort of Lon<strong>de</strong>n, het BBC Radio Orchestra, <strong>de</strong> New Tokyo<br />

Symphony, het Kiev Chamber Orchestra en het Mainzer Kammerorchester (Duitsland). Als<br />

pianosolist werkt hij o.a. samen met Rias Berlijn, Münchner Rundfunkorchester, Hamburger<br />

Symphoniker, Orchestre Colonne (Parijs) en het Orchestre <strong>de</strong> la Suisse Roman<strong>de</strong>.<br />

Zijn oeuvre omvat meer dan 300 werken.<br />

Van 1977tot 1995 is hij docent kamermuziek aan het KMC. Tevens is hij gastprofessor aan<br />

<strong>de</strong> Yale University en directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Internationale Piano Masterclass in Antwerpen.<br />

Bultynck H., François Glorieux. Een leven voor <strong>de</strong> muziek. Antwerpen; Apeldoorn:<br />

Cyclus, 2005.<br />

Glorieux Ignace (1958), hoogleraar<br />

Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie aan <strong>de</strong> Faculteit Economische, Sociale en<br />

Politieke Wetenschappen <strong>van</strong> <strong>de</strong> VUB. Hij geeft cursussen over sociale ongelijkheid, methodologie,<br />

sociologische theorie, cultuurpolitiek en tijdssociologie. Zijn voornaamste on<strong>de</strong>rzoeksdomein<br />

betreft <strong>de</strong> studie <strong>van</strong> tijdsor<strong>de</strong>ning en tijdsbesteding. Hij doet on<strong>de</strong>rzoek<br />

naar <strong>de</strong> tijdsbesteding <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlamingen en analyseert <strong>de</strong> tijdsbesteding <strong>van</strong> <strong>de</strong> Belgen op<br />

basis <strong>van</strong> gegevens verzameld door het Nationaal Instituut voor <strong>de</strong> Statistiek. Hij is ook<br />

betrokken bij een longitudinaal interuniversitair on<strong>de</strong>rzoek over <strong>de</strong> transitie <strong>van</strong> school<br />

naar werk (SONAR).<br />

Hij is bestuurslid <strong>van</strong> <strong>de</strong> International Association for Time Use Research (IATUR), lid <strong>van</strong>


46<br />

het European Research Network on Transitions in Youth en lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> expertgroep <strong>van</strong><br />

Europese tijdson<strong>de</strong>rzoekers die het European Time Use Research Program <strong>van</strong> EUROSTAT<br />

superviseert. Tussen 2000 en 2008 is hij voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Vereniging voor Sociologie.<br />

Doctor-assistent (1992-1995).<br />

Maatschappelijk werk SHISS (1980), Bijzon<strong>de</strong>re licentie in <strong>de</strong> Technologie, richting Wetenschapsontwikkeling<br />

(VUB, 1990), Doctor in <strong>de</strong> sociologie VUB (1992). Assistent professor<br />

en docent (1993-2003), hoogleraar (2004-)VUB.<br />

Goethals Lucien (1931 – 2006), componist.<br />

Me<strong>de</strong>werker <strong>van</strong> Louis De Meester (1962) met wie hij het IPEM (Instituut voor<br />

Psychoacoustica en<br />

Elektronische muziek) aan <strong>de</strong> RUG opstart en waar<strong>van</strong> hij adjunct artistiek lei<strong>de</strong>r<br />

(1963 – 1970) en artistiek lei<strong>de</strong>r (1970 – 1987) wordt. Tevens is hij producer aan<br />

<strong>de</strong> BRT. Hij ont<strong>van</strong>gt <strong>de</strong><br />

Driejaarlijkse cultuurprijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Stad <strong>Gent</strong> (1982), <strong>de</strong> Visser Neerlandiaprijs<br />

(1999) en <strong>de</strong> International<br />

Or<strong>de</strong>r of Merit (IOM).<br />

Stu<strong>de</strong>nt KMC piano en muziekgeschie<strong>de</strong>nis (1947), eerste prijs Contrapunt<br />

(1955) en Fuga (1956). Lesgever<br />

muziekanalyse en vormleer (1970 – 1992).<br />

Gormez Maurice (1940), bestuur<strong>de</strong>r.<br />

Zaakvoer<strong>de</strong>r (1973-1989), afgevaardigd bestuur<strong>de</strong>r (1989-2007) Vital & zoon NV. Dit<br />

Nevelse familiebedrijf is marktlei<strong>de</strong>r in <strong>de</strong> productie <strong>van</strong> nougat. Voorzitter beroepsfe<strong>de</strong>ratie<br />

Fenaco (1980-1984); lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> beheerraad IMOV (sinds 1965)<br />

Hogere school Gistingsbedrijven (1959)<br />

Grimonprez Johan (1963), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Hoewel hij met verschillen<strong>de</strong> media zoals fotografie, digitale beeldfragmenten en veel gevon<strong>de</strong>n<br />

footage werkt, staat vi<strong>de</strong>o centraal in zijn werk. Vanaf zijn vroeg vi<strong>de</strong>owerk, zoals<br />

Kobarweng or Where Is Your Helicopter? (1992) toont <strong>de</strong> kunstenaar een grote bezorgdheid,<br />

gebed in een antropologische en sociologische context, voor <strong>de</strong> impact <strong>van</strong> beel<strong>de</strong>n<br />

op <strong>de</strong> kijker.<br />

Grimonprez verwerft internationale bekendheid met zijn Dial H.I.S.T.O.R.Y. (1997) dat<br />

sinds zijn première in het Centre Georges Pompidou wereldwijd toert. Dit gebeurt in het<br />

festivalcircuit (<strong>van</strong> Telluri<strong>de</strong> en Tokyo tot Berlijn) zowel als via <strong>de</strong> tv (NBC Universal New<br />

York, het Frans- Duitse Arte en et Britse Channel 4).<br />

Double Take (2008) wordt ontwikkeld met <strong>de</strong> hulp <strong>van</strong> Eurodoc 2007, het Vlaams Audiovisueel<br />

Fonds en Arte. Zo ook How to rewind your dog (2006) dat op on<strong>de</strong>rsteuning kan<br />

rekenen <strong>van</strong> zowel het VAF, <strong>de</strong> Binger Filmlab Amsterdam, <strong>de</strong> North by Northwest Writers<br />

Workshop, het MEDIA programma <strong>van</strong> <strong>de</strong> EU als <strong>van</strong> <strong>de</strong> EAVE Producers Workshop en<br />

door het Berlinale Talent Project Market wordt geselecteerd.<br />

Grimonprez ont<strong>van</strong>gt een Spirit Award (2007) en <strong>de</strong> ZKM International Media Award<br />

(2007).<br />

Na zijn studies aan <strong>de</strong> KASK, stu<strong>de</strong>ert hij Vi<strong>de</strong>o & Mixed Media in <strong>de</strong> School of Visual Arts<br />

New York ( 1992) en neemt hij (1993) <strong>de</strong>el aan <strong>de</strong> Whitney In<strong>de</strong>pen<strong>de</strong>nt Study Program.<br />

In 1995 volgt hij <strong>de</strong> postgraduaatsopleiding aan <strong>de</strong> Jan <strong>van</strong> Eyck Aca<strong>de</strong>my Maastricht.<br />

Grimonprez geeft les aan <strong>de</strong> School of Visual Arts New York (sinds 2000) en is bestuur<strong>de</strong>r<br />

<strong>van</strong> het productiehuis Zap-o-Matik.<br />

Grypdonck Marcel (1909-1996), directeur<br />

Inspecteur generaal voor culturele, sociale en economische aangelegdhe<strong>de</strong>n bij het provinciebestuur<br />

<strong>van</strong> Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren. Hij is <strong>van</strong>af <strong>de</strong> oprichting in 1968 tot eind 1974 belast<br />

met <strong>de</strong> leiding <strong>van</strong> het HIVET.<br />

Guns Rik (1958), managing director


47<br />

Marketing communicatie manager Agfa-Gevaert (1982-1987); corporate communicatie<br />

manager Barco (1987-1990); product manager Barco Graphics (1991-1995); managing<br />

director Danfoss Belgium (1996-2000); afgevaardigd bestuur<strong>de</strong>r Solco nv (sinds 2001);<br />

managing director DS Druckerei service GMBH, Reutlingen (D)<br />

Licentiaat vertaler Ne<strong>de</strong>rlands – Engels – Frans PHVT (1981); graduaat marketing IHR-<br />

BME <strong>Gent</strong> (1982); management Vlerick, <strong>Gent</strong> (1992).<br />

Haesaert Walter (1935), auteur<br />

Debuteert met <strong>de</strong> dichtbun<strong>de</strong>l Kleine Prins (1967), poëzie waarin thema's als eenzaamheid<br />

en dood <strong>van</strong>uit een sterk melancholiek levensgevoel wor<strong>de</strong>n beschreven, maar ook momenten<br />

<strong>van</strong> een intens geluksgevoel in aanwezig zijn. An<strong>de</strong>re dichtbun<strong>de</strong>ls zijn o.a. Droevig<br />

feest (1969), Koudbloedig (1970), Over warme en koelere gron<strong>de</strong>n (1972) en Langzaam<br />

naar het zand (1976). Haesaert schrijft ook proza, zo Vivomanen (1965), Regenvogels<br />

(1970), On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> dierenriem (1974) en werkt tevens als literair criticus en vertaler.<br />

Prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> provincie West-Vlaan<strong>de</strong>ren, poëzie en kortverhaal, Prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> provincie Oost-<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren, roman en novelle; Driejaarlijkse prijs Koninklijke Aca<strong>de</strong>mie voor Ne<strong>de</strong>rlandse<br />

Taal- en Letterkun<strong>de</strong> (1967-1969); laureaat BRT-NOS radioverhalen; Poëzieprijs Knokke-<br />

Heist; Prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse poëziedagen<br />

Regentaat letterkun<strong>de</strong> RNS (1957). Leraar aan het KA Tielt en <strong>van</strong>af 1983 directeur <strong>van</strong><br />

het centrum voor Opleiding <strong>van</strong> Volwassenen te Tielt.<br />

Haest Bruno (1939), tuinbouwjournalist<br />

Plantages Kongo (1962-1968); Coöperation technique, Algerije (1962-1968); BASF Belgium<br />

(Agro-Abteilung)(1969-1999); lesgever Nationaal Centrum voor Beroepsvorming in<br />

land- en tuinbouw<br />

Laureaat Driejaarlijkse Persprijs voor Landbouwjournalistiek (1989)<br />

Industriële <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong>; Industrieel landbouwingenieur Hoger Rijksinstituut voor<br />

Tuinbouw, Vilvoor<strong>de</strong> (1962)<br />

Hans Abraham (1882-1939), auteur<br />

On<strong>de</strong>rwijzer te Sluiskil, Roeselaere, Sluis, Antwerpen en Kontich. Wordt na WOI beroepsjournalist<br />

bij Het Laatste Nieuws. Hij schrijft een zeventigtal die in afleveringen verschenen<br />

en wordt beschouwd als <strong>de</strong> grondlegger <strong>van</strong> het Vlaamse feuilleton. In 1923 richt hij <strong>de</strong><br />

Kin<strong>de</strong>rbibliotheek op, die tot 1939 blijft bestaan.<br />

Hans behaalt zijn on<strong>de</strong>rwijsakte te Doetinchem in Gel<strong>de</strong>rland en daarna aan <strong>de</strong> RNS<br />

(1902).<br />

Hanssens Albert (1916 – 1981), regisseur<br />

Start als amateur bij De Melomanen en is later (1948-1965) regisseur bij het Multatulitheater<br />

en bij diverse amateurgezelschappen in West- en Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren. Zijn voltijdse toneelloopbaan<br />

start hij met <strong>de</strong> oprichting <strong>van</strong> het NTG (Ne<strong>de</strong>rlands Toneel <strong>Gent</strong>) in 1965:<br />

hij is er administratief directeur (1967 en 1973-1979) en algemeen directeur (1967-<br />

1973). Later wordt hij acteur en regisseur bij Theater Antigone (Kortrijk).<br />

Hij volgt pas na WOII, als volwassene, een opleiding Toneelkunst aan het KMC (1950)<br />

Hen<strong>de</strong>rick Geo (1879 – 1957), architect<br />

Ongetwijfeld een <strong>van</strong> <strong>de</strong> meest toonaangeven<strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se architecten <strong>van</strong> het interbellum<br />

en een belangrijke vertegenwoordiger <strong>van</strong> zowel <strong>de</strong> Art Nouveau, <strong>de</strong><br />

Art Deco als later <strong>de</strong> Nieuwe Zakelijkheid. Hen<strong>de</strong>rick wordt beïnvloed door <strong>de</strong> architecturale<br />

ontwikkelingen <strong>van</strong> rond <strong>de</strong> eeuwwisseling in Darmstadt en in Wenen.<br />

Van 1898 tot 1906 is hij naast stu<strong>de</strong>nt aan <strong>de</strong> KASK, ook me<strong>de</strong>werker aan<br />

<strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se ste<strong>de</strong>lijke technische dienst, die on<strong>de</strong>r leiding staat <strong>van</strong> Charles Van<br />

Rysselberghe. Zijn bekendste <strong>Gent</strong>se realisaties zijn: het Art Nouveau huis op <strong>de</strong><br />

hoek <strong>van</strong> het Sluizeken en het aan <strong>de</strong> Amsterdamse School verwante gebouw op<br />

<strong>de</strong> hoek <strong>van</strong> <strong>de</strong> Groot-Brittanniëlaan en <strong>de</strong> Godshuizenlaan. De Capitole (1932)<br />

aan het Graaf <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>renplein is zon<strong>de</strong>r twijfel zijn absolute meesterwerk en


48<br />

bena<strong>de</strong>rt qua akoestiek en visibiliteit <strong>de</strong> perfectie. De neoklassieke voorgevel <strong>van</strong><br />

het gebouw maakt <strong>de</strong>el uit <strong>van</strong> het eenheidscomplex <strong>van</strong> Ch.Leclerc-Restiaux<br />

(1847 – 1852) en moet onbeschadigd blijven, waardoor het onmogelijk is een<br />

inkompartij te ontwerpen. Dit wordt opgelost door <strong>de</strong> monumentaliteit <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

bestaan<strong>de</strong> gevel volop uit te buiten. Op <strong>de</strong> gelijkvloerse verdieping komt een luifel<br />

op sierlijke smeedijzeren<br />

consoles en <strong>de</strong> kolommen en het fronton wor<strong>de</strong>n voorzien <strong>van</strong> neonlicht.<br />

Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> jaren tachtig <strong>van</strong> <strong>de</strong> twintigste eeuw wordt het werk <strong>van</strong> Hen<strong>de</strong>rick<br />

heront<strong>de</strong>kt, o.a.<br />

door een tentoonstelling in het (<strong>Gent</strong>se) Museum voor Sierkunsten. In het Design<br />

museum – <strong>de</strong> opvolger <strong>van</strong> het Museum voor Sierkunsten – loopt in 2006 een<br />

tentoonstelling over zijn tekeningen, vooral die uit een didactisch bedoeld werk<br />

<strong>van</strong> 1938, La merveilleuse architecture.<br />

Hen<strong>de</strong>rick is <strong>van</strong> 1911 tot 1939 lesgever aan <strong>de</strong> KASK.<br />

Hendryckx Michiel (1951), fotograaf<br />

Freelance persfotograaf (1975-1978); persfotograaf De <strong>Gent</strong>enaar (1978- 1992); fotoredacteur<br />

De Standaard Magazine (1993-2000); persfotograaf De Standaard (sinds 2000).<br />

Presentator Barometer TVA (2002).<br />

In 1991 neemt Hendryckx een sabbatjaar. Over <strong>de</strong> voetreis die hij tij<strong>de</strong>ns dat jaar maakt,<br />

<strong>de</strong>els in gezelschap <strong>van</strong> een ezel, verschijnt in 1992 Twee Ezels.<br />

Hij werkt samen met musicus Jean Blaute en acteur Wim Opbrouck mee aan het programma<br />

De Ben<strong>de</strong> <strong>van</strong> Wim (2002-2003) en presenteert (2005, herhaling 2009) Het<br />

Bourgondisch complot waarin hij met een omgebouw<strong>de</strong> vrachtboot, <strong>de</strong> Maria <strong>van</strong> Dam,<br />

<strong>van</strong>uit <strong>Gent</strong> naar Bourgondië voert.<br />

Film & fotografie, KASK (1975). Docent fotografie KASK (1978-1992).<br />

Herberigs Robert (1886 – 1974), musicus<br />

Herberigs is artistiek bedrijvig in drie kunsttakken al wordt hij het bekendst in <strong>de</strong><br />

muziekwereld. In 1909 wint hij met <strong>de</strong> cantate La légen<strong>de</strong> <strong>de</strong> Saint Hubert <strong>de</strong><br />

Prijs <strong>van</strong> Rome.<br />

Herberigs schrijft twee opera’s, orkestwerken – o.a. <strong>de</strong> symfonische gedichten<br />

Cyrano <strong>de</strong> Bergerac (1912), Antonius en Cleopatra (1949) en Romeo en Julia<br />

(1966) –, geestelijke koorwerken (o.a. missen), twee pianoconcerten, 20 pianosonates,<br />

kamermuziek, lie<strong>de</strong>ren (o.a. op teksten <strong>van</strong> Guido Gezelle) en filmmuziek.<br />

Van 1951 tot 1953 is hij directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Vlaamse Opera in Antwerpen.<br />

In 1963 krijgt hij voor zijn totale oeuvre <strong>de</strong> Peter Benoitprijs.<br />

Na 1966 wijdt hij zich geheel aan het schil<strong>de</strong>ren. Daarnaast publiceert hij een<br />

aantal streekromans (Pasterke Can<strong>de</strong>els, Het Wolvenhof…). Op het landgoed Château<br />

Rochecolombe (Ardèche) kweekt hij abrikozen en wijn….<br />

Herberigs behaalt een eerste prijs compositie (1909) aan het KMC.<br />

Herman-Michielsens Lucienne, zie Michielssens Lucienne<br />

Herr Seele, zie <strong>van</strong> Heirseele Peter<br />

Herreman Raymond (1896 – 1971), auteur<br />

Met Karel Leroux, Maurice Roelants en Achilles Mussche – een levenslange vriend<br />

–, geeft hij op <strong>de</strong> RNS het tijdschriftje Mo<strong>de</strong>rne Kunst uit. On<strong>de</strong>r <strong>de</strong> schuilnaam<br />

Raymond Vere publiceert hij (1914) met Maurice Minne (pseudoniem <strong>van</strong> Maurice<br />

Roelants) <strong>de</strong> versbun<strong>de</strong>l Eros. Hij werkt in het on<strong>de</strong>rwijs en engageert zich tij<strong>de</strong>ns<br />

<strong>de</strong> Eerste Wereldoorlog in het activisme, waardoor hij na <strong>de</strong> oorlog zijn betrekking<br />

verliest en aan <strong>de</strong> slag moet als journalist. Hij werkt mee aan o.m. Het Laatste<br />

Nieuws, Le Peuple, De Volksgazet en Vooruit. Samen met Karel Leroux, Maurice<br />

Roelants en Richard Minne richt hij (1921 – 1924), als reactie tegen het expressionisme,<br />

het tijdschrift ’t Fonteintje op. Hij is redacteur <strong>van</strong> Forum en Het


49<br />

Nieuw Vlaams Tijdschrift. Zijn belangrijkste verzenbun<strong>de</strong>l is De roos <strong>van</strong> Jericho<br />

(1931). Na zich in zijn eerste poëzie eer<strong>de</strong>r speels geuit te hebben, is zijn later<br />

werk eer<strong>de</strong>r intellectualistisch en ironisch, zoals blijkt uit Het hel<strong>de</strong>r gezicht<br />

(1937) en De minnaars (1942). Grote bekendheid verwerft hij vooral met zijn<br />

dagelijkse<br />

rubriek Boekuil in Vooruit en door zijn me<strong>de</strong>werking aan Vergeet niet te lezen <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> Vlaamse Televisie. Raymond Herreman is lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Aca<strong>de</strong>mie voor<br />

Ne<strong>de</strong>rlandse Taal- en Letterkun<strong>de</strong> en ont<strong>van</strong>gt in 1938 <strong>de</strong> Driejaarlijkse Staatsprijs<br />

voor poëzie.<br />

Hij stu<strong>de</strong>ert als on<strong>de</strong>rwijzer af aan <strong>de</strong> RNS in 1915.<br />

Herreweghe Philippe (1947), dirigent.<br />

Oprichter <strong>van</strong> het Collegium Vocale <strong>Gent</strong> (1970), het Ensemble Vocal Européen, het ensemble<br />

La Chapelle Royale, Parijs (1977) en <strong>van</strong> het Orchestre <strong>de</strong>s Champs Elysées<br />

(1991).<br />

Me<strong>de</strong>werker met Nikolaus Harnoncourt en Gustav Leonhard aan <strong>de</strong> opname <strong>van</strong> <strong>de</strong> verzamel<strong>de</strong><br />

Bach-kantates. Artistiek directeur <strong>van</strong> het zomerfestival Les Académies Musicales<br />

<strong>de</strong> Saintes (1982) en (1998-2005) hoofddirigent <strong>van</strong> <strong>de</strong> Filharmonie.<br />

Vanaf het seizoen 2008-2009 is hij vast gastdirigent <strong>van</strong> <strong>de</strong> Radio Kamer Filharmonie Hilversum.<br />

M.i.v. 2006 organiseert hij <strong>de</strong> Bach Aca<strong>de</strong>mie een soort resi<strong>de</strong>ntie waarbij geduren<strong>de</strong> een<br />

bepaal<strong>de</strong> perio<strong>de</strong> op eenzelf<strong>de</strong> plaats tij<strong>de</strong>ns intensief repeteren en musiceren met gastmuzikanten<br />

en jonge musici, één aspect uit het oeuvre <strong>van</strong> Bach wordt uitgediept.<br />

Herreweghe wordt uitgeroepen tot Muzikale persoonlijkheid <strong>van</strong> het jaar door <strong>de</strong> Europese<br />

muziekpers (1990) en Europees musicus <strong>van</strong> het jaar (1991). Hij ont<strong>van</strong>gt een Diapason<br />

d'Or voor zijn opname <strong>van</strong> <strong>de</strong> Cantiones Sacrae sex vocum <strong>van</strong> Orlandus Lassus door het<br />

Collegium Vocale <strong>Gent</strong> (2008).<br />

Cultureel Ambassa<strong>de</strong>ur Vlaan<strong>de</strong>ren (1993), Officier <strong>de</strong>s Arts et <strong>de</strong>s Lettres (1994) en<br />

Chevalier <strong>de</strong> la Légion d'Honneur (2003). Doctor honoris causa aan <strong>de</strong> KUL (1997). In<br />

2000 wordt hij door Koning Albert II gerid<strong>de</strong>rd.<br />

KMC 1 ste prijzen notenleer (1961), Geschreven harmonie (1976); Geneesheer-psychiater<br />

RUG (1975).<br />

Hertmans Stefan (1951), auteur<br />

Hertmans publiceert vijf romans, twee verhalenbun<strong>de</strong>ls, zeven essayboeken en een tiental<br />

bun<strong>de</strong>ls poëzie. Werk <strong>van</strong> hem verschijnt in het Frans, Engels, Spaans en Duits.<br />

Zijn eerste publicatie in boekvorm is <strong>de</strong> roman Ruimte (1981).<br />

Gedichten: A<strong>de</strong>mzuil (1984), Melksteen (1986), Zoutsneeuw (1987), Bezoekingen (1988)<br />

- bekroond met <strong>de</strong> Arkprijs <strong>van</strong> het Vrije Woord en <strong>de</strong> Interprovinciale prijs voor Letterkun<strong>de</strong><br />

(1989) - , Het narrenschip (1990), Verwensingen (1991), Muziek voor <strong>de</strong> overtocht<br />

(1995) - bekroond met <strong>de</strong> driejaarlijkse Prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Gemeenschap (1995) en<br />

genomineerd voor <strong>de</strong> VSB-poëzieprijs - en Fransesco’s paradox (1996), Annunciaties<br />

(1997), Goya als hond (1999), Vuurwerk zei ze. Gedichten (2003), Kaneelvingers (2005)<br />

Hertmans’ verzamel<strong>de</strong> gedichten wor<strong>de</strong>n in 2006 gepubliceerd in Muziek voor <strong>de</strong> Overtocht,<br />

Gedichten 1975-2005.<br />

Romans: Ruimte (1981) - bekroond met twee <strong>de</strong>buutprijzen- , Naar Merelbeke (1994) -<br />

genomineerd voor <strong>de</strong> Libris- en ECI-prijs - , Als op <strong>de</strong> eerste dag. Roman in verhalen.<br />

(2001), Har<strong>de</strong>r dan sneeuw (2004) en Het verborgen weefsel (2008).<br />

Essays: Oorverdoven<strong>de</strong> steen (1988), Sneeuwdoosjes (1989), Fuga’s en Pimpelmezen,<br />

Over actualiteit, kunst en kritiek (1995), Het be<strong>de</strong>nkelijke. Over het obscene in <strong>de</strong> cultuur.<br />

(1999), Het putje <strong>van</strong> Milete (2002), Engel <strong>van</strong> <strong>de</strong> metamorfose. Over het werk <strong>van</strong> Jan<br />

Fabre ( 2002), Het zwijgen <strong>van</strong> <strong>de</strong> tragedie ( 2007).<br />

Verhalen: Gestol<strong>de</strong> wolken (1987) - bekroond met <strong>de</strong> Multatuliprijs- , De grenzen <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

woestijnen (1989).<br />

Het Prozaboek Ste<strong>de</strong>n. Verhalen on<strong>de</strong>rweg (1998) krijgt Europese erkenning met drie<br />

vertalingen en <strong>de</strong> Prix France Culture/La Ville à Lire (Parijs 2003).


50<br />

Theater: Kopnaad (1992) en Mind the gap (2000).<br />

Licentiaat Germaanse talen, RUG (1974), Doctor in <strong>de</strong> Kunstwetenschappen (2010). Lesgever<br />

SSKI (1974- 1990); docent KASK (sinds 1990); coördinator Studium Generale<br />

(sinds 2003) en diensthoofd ISKA – Interdisciplinair Studiecentrum voor Kritiek & Actualiteit<br />

aan <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> ( 2007-2010). Zijn cursus kunstagogiek verschijnt on<strong>de</strong>r <strong>de</strong><br />

titel Waarover men niet spreken kan: elementen voor een agogiek <strong>van</strong> <strong>de</strong> kunst (Brussel<br />

1999 en <strong>Gent</strong> 2010).<br />

Heyerick Florian (1958), musicus<br />

Stichter en (1989) artistiek lei<strong>de</strong>r <strong>van</strong> het vocaal ensemble Ex Tempore is hij ook regelmatig<br />

gastdirigent bij o.a. Collegium Instrumentale Brugense, het barokorkest Les Agremens,<br />

<strong>de</strong> Komische Oper Berlin, het Vlaams radiokoor, Musica Antiqua Köln, <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse<br />

Bachvereniging, het Gel<strong>de</strong>rs Orkest, <strong>de</strong> Holland Symfonia, <strong>de</strong> Filharmonie Antwerpen, het<br />

World Youth Choir, het Kurpfalzisches Kammerorchester (waar hij tussen 2002 en 2004<br />

vast dirigent is).<br />

Als instrumentalist en dirigent realiseert hij talloze Cd-opnames, tevens sticht hij het gespecialiseerd<br />

cd-label Vox Temporis waarbij hij als producer 50 unieke opnames verzorgt.<br />

In 1997 is Heyerick Festivalster <strong>van</strong> het Festival <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren en in 2000 ont<strong>van</strong>gt hij<br />

<strong>de</strong> Cultuurprijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> stad <strong>Gent</strong>. In 2010 ont<strong>van</strong>gt hij <strong>de</strong> Professor Eric Suyprijs voor zijn<br />

inzet bij <strong>de</strong> ontsluiting <strong>van</strong> muzikaal erfgoed, in het bijzon<strong>de</strong>r voor het werk <strong>van</strong> <strong>de</strong> 18eeeuwse<br />

barokcomponist Christoph Graupner.<br />

Heyerick stu<strong>de</strong>ert aan het KMC (<strong>Gent</strong> en Brussel). Hij behaalt 1 ste prijzen voor blokfluit,<br />

dwarsfluit en kamermuziek. Aan <strong>de</strong> RUG behaalt hij het licentiaatdiploma in <strong>de</strong> muziekwetenschappen.<br />

Van 1986 tot 1990 is hij docent kamermuziek zang en ou<strong>de</strong> instrumenten<br />

aan het KMC Antwerpen. Sinds 1990 doceert hij koor, koordirectie, interpretatie ou<strong>de</strong> muziek,<br />

operageschie<strong>de</strong>nis, orkestproducties, muzieksociologie en analyse aan het KMC. Hij<br />

bereidt er nu een doctoraat in <strong>de</strong> kunsten voor.<br />

Heymans Paul (1895-1960), politicus<br />

Heymans, doctor in <strong>de</strong> wetenschappen, is hoogleraar aan <strong>de</strong> RUG en gouverneur <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Nationale Maatschappij voor Krediet aan <strong>de</strong> Nijverheid. Als extra-parlementair wordt hij<br />

Minister <strong>van</strong> economische zaken, mid<strong>de</strong>nstand en landbouw (1938-1939). In 1958 is hij<br />

commissaris-generaal <strong>van</strong> <strong>de</strong> Heilige Stoel bij <strong>de</strong> Wereldtentoonstelling te Brussel.<br />

Voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Bestuurscommissie <strong>van</strong> het HIBH <strong>van</strong> 1938 tot aan zijn overlij<strong>de</strong>n.<br />

Hoebeke Marcel (1918 – 1990), hoogleraar<br />

Studiemeester RMS (1942), RNS (1944) en leraar aan <strong>de</strong> RNS Leuven <strong>van</strong> 1948<br />

tot 1968. Van 1968 tot 1976 docent aan het HIVET, waar<strong>van</strong> hij tij<strong>de</strong>ns het aca<strong>de</strong>miejaar<br />

1975 – 1976 <strong>de</strong> leiding neemt. Sinds 1971 ook docent aan <strong>de</strong> RUG.<br />

Werkend lid (1973 – 1990) en vast secretaris (1976 – 1990) <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke<br />

Aca<strong>de</strong>mie voor Ne<strong>de</strong>rlandse Taal- en Letterkun<strong>de</strong>. Publiceert een aantal literaire<br />

werken en is me<strong>de</strong>werker <strong>van</strong> tal <strong>van</strong> binnen- en buitenlandse filologische publicaties.<br />

Regent Germaanse talen aan <strong>de</strong> RNS (1938) en doctor in <strong>de</strong> Germaanse filologie<br />

aan <strong>de</strong> RUG (1960).<br />

Hoet Jan (1936), museumdirecteur<br />

Conservator Museum <strong>van</strong> He<strong>de</strong>ndaagse Kunst <strong>Gent</strong>/ Ste<strong>de</strong>lijk Museum voor Actuele Kunst<br />

– SMAK <strong>Gent</strong> (1975-2001), Künstlerische Leiter Documenta IX Kassel (1992), Museumdirecteur<br />

MartA Herford (2002- 2008). Begin 2008 wordt hij door <strong>de</strong> kunstverzamelaar Egidio<br />

Marzona aangetrokken om zijn om<strong>van</strong>grijke kunstverzameling <strong>van</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> helft <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> 20ste eeuw te archiveren.<br />

In het Ne<strong>de</strong>rlandse taalgebied geldt hij als een <strong>van</strong> <strong>de</strong> meest controversiële en meest besproken<br />

fenomenen binnen <strong>de</strong> beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> kunst <strong>van</strong> <strong>de</strong> laatste kwart eeuw.<br />

Laureaat <strong>van</strong> <strong>de</strong> prijs Passe partout 1988 voor <strong>de</strong> beste Europese tentoonstelling (Chambres<br />

d’Amis); prijs Victor 1988 (beste organisator <strong>van</strong> culturele manifestaties); Goethe


51<br />

medaille voor <strong>de</strong> promotie <strong>van</strong> <strong>de</strong> Duitse kunst; geselecteerd voor <strong>de</strong> Executive Board of<br />

the International Committee of Museums and Collections of Mo<strong>de</strong>rn Art (ICOM).<br />

Officier dans l’Ordre <strong>de</strong>s Arts et <strong>de</strong>s Lettres <strong>de</strong> la République Française (1997); doctor honoris<br />

causa Universiteit <strong>Gent</strong> (2001). Prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse gemeenschap; Culturele prijs<br />

Provincie Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren; prijs De mensen <strong>van</strong> 1999-Knack, Oost-Vlaming <strong>van</strong> het jaar<br />

1999. In 2000 wordt hij door Koning Albert II gerid<strong>de</strong>rd. In 2009 ont<strong>van</strong>gt hij, als eerste<br />

Belg, het Verdienstkreuz 1 Klasse <strong>de</strong>r Bun<strong>de</strong>srepublik Deutschland, <strong>de</strong> hoogtse civiele on<strong>de</strong>rscheiding.<br />

Regent plastische kunsten RNS; Licentiaat kunstgeschie<strong>de</strong>nis en oudheidkun<strong>de</strong>, mid<strong>de</strong>leeuwen<br />

en mo<strong>de</strong>rne tij<strong>de</strong>n, RUG (1971). Leraar RMS <strong>Gent</strong> & Oostakker (1960-1975) en<br />

Westhoekaca<strong>de</strong>mie Koksij<strong>de</strong> (1970-1975). Extern <strong>de</strong>partementslid KASK (2003-2005).<br />

Ambassa<strong>de</strong>ur <strong>de</strong>partement Lerarenopleiding (2009).<br />

De Bok R. , Jan Hoet: Tussen mythe en werkelijkheid 2003,<br />

De Keyser L. , In <strong>de</strong> wereld <strong>van</strong> Jan Hoet, Borgerhoff & Lamberigts, 2008<br />

Horenbant Jozef (1863-1956), directeur<br />

Jozef Hoorenbant is meer dan 60 jaar verbon<strong>de</strong>n blijven aan <strong>de</strong> Ste<strong>de</strong>lijke Aca<strong>de</strong>mie voor<br />

Schone Kunsten te Sint-Niklaas als leraar <strong>de</strong>coratieschil<strong>de</strong>ren (1887), boetseren (1897) en<br />

natuurschil<strong>de</strong>ren (1906). Vanaf 1899 als directeur. Tot lang na zijn pensionering (1932), ja<br />

zelfs tot na WOII, is hij er voorzitter <strong>van</strong> jury’s.<br />

Naast zijn carrière als schil<strong>de</strong>r en als personeelslid <strong>van</strong> <strong>de</strong> aca<strong>de</strong>mie en <strong>van</strong> <strong>de</strong> Ste<strong>de</strong>lijke<br />

Nijverheidsschool, zette hij zich ten volle in voor het culturele leven in Sint-Niklaas. Zo<br />

speelt hij in 1905 een belangrijke rol bij <strong>de</strong> oprichting <strong>van</strong> een ste<strong>de</strong>lijk Museum voor<br />

Schone Kunsten en (1913) bij <strong>de</strong> oprichting <strong>van</strong> een museum voor Toegepaste en Nijverheidskunst.<br />

In 1921 is hij betrokken bij <strong>de</strong> oprichting <strong>van</strong> <strong>de</strong> Wase Kunstkring, waar<strong>van</strong> hij<br />

na WOII erevoorzitter wordt.<br />

Krijgt zijn vorming aan <strong>de</strong> KASK waar hij al op 11-jarige leeftijd ingeschreven is.<br />

Horta Victor (1861 – 1947), architect<br />

Victor Horta speelt een uiterst belangrijke rol in het ontstaan en <strong>de</strong> ontwikkeling<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Art Nouveau (ook bekend als Jugendstil).<br />

Hij start zijn loopbaan als interieurontwerper in Parijs en komt er in contact met<br />

mo<strong>de</strong>rne kunststromingen (impressionisme, pointillisme) en met mo<strong>de</strong>rne bouwmaterialen<br />

(bvb. staal en glas). Hij heeft grote belangstelling voor <strong>de</strong> geschriften<br />

<strong>van</strong> Viollet- le-Duc en ont<strong>de</strong>kt het belang <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>de</strong>coratieve kunsten. In 1880<br />

keert hij terug naar België en vestigt hij zich in Brussel waar hij (tot 1884) aan <strong>de</strong><br />

Aca<strong>de</strong> mie stu<strong>de</strong>ert. Datzelf<strong>de</strong> jaar behaalt hij <strong>de</strong> Go<strong>de</strong>charleprijs.<br />

Horta loopt stage bij Alphonse Balat, <strong>de</strong> toenmalige hofarchitect <strong>van</strong> koning Leopold<br />

II, en doet bij hem ervaring op in gietijzer- en glasarchitectuur: samen ontwerpen<br />

zij <strong>de</strong> Koninklijke Serres <strong>van</strong> Laken. Dit wordt Horta’s eerste complex<br />

bouwwerk <strong>van</strong> glas en staal.<br />

In 1885 start Horta met een eigen praktijk: zijn eerste realisaties zijn drie woningen<br />

in <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Twaalfkamerenstraat 45-47, zijn enige <strong>Gent</strong>se bouwwerken.<br />

Hierna concentreert hij zich een tijd op wedstrij<strong>de</strong>n voor publieke opdrachten,<br />

waarbij hij zijn typische stijl <strong>van</strong> gebogen lijnen ontwikkelt. Uit <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> dateren<br />

zijn belangrijkste realisaties voor een select publiek uit <strong>de</strong> hoge Brusselse<br />

burgerij. Het Hotel Tassel (1893), markeert <strong>de</strong> aan<strong>van</strong>g <strong>van</strong> een nieuwe stijl, <strong>de</strong><br />

Art Nouveau die niet alleen vernieuwend is in het gebruik <strong>van</strong> typische <strong>de</strong>coratievormen<br />

(<strong>de</strong> spaghettistijl of zweepslagmotieven), maar ook door <strong>de</strong> experimentele<br />

in<strong>de</strong>ling <strong>van</strong> <strong>de</strong> interieurs.<br />

Een aantal <strong>van</strong> Horta’s gebouwen verdwijnt door afbraak of brand, zoals het<br />

Volkshuis en het warenhuis Innovation in Brussel. Toegankelijk blijven het Paleis<br />

voor Schone Kunsten (BOZAR) (1928), het en het Autrique-huis. Een viertal <strong>van</strong><br />

zijn Brusselse burgerwoningen staan op <strong>de</strong> lijst <strong>van</strong> het UNESCO Werel<strong>de</strong>rfgoed.<br />

In 1932 wordt Horta als baron in <strong>de</strong> a<strong>de</strong>lstand verheven.


52<br />

In <strong>Gent</strong> geboren behaalt Horta er op vijftienjarige leeftijd een eerste erepenning<br />

aan <strong>de</strong> KASK. Volgens zijn in 1939 aangevatte Memoires volgt hij tevens een cursus<br />

solfège aan het KMC – een leerlingenfiche wordt echter (nog) niet gevon<strong>de</strong>n.<br />

De <strong>Gent</strong>se Victor Hortastraat verbindt <strong>de</strong> Laurent Delvauxstraat met <strong>de</strong> St.<br />

Amandstraat.<br />

Hoste Marcel (1912 – 1977), mimekunstenaar<br />

Al in 1935 start Hoste met een poppentheater. Hij zal tot het ein<strong>de</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> jaren<br />

veertig actief blijven op dat terrein. In 1951 komt hij in contact met <strong>de</strong> mimekunst<br />

en volgt in Parijs les bij Marcel Marceau (1923 – 2007), die een nieuwe<br />

vorm <strong>van</strong> mime geschapen heeft, waarbij het gebaar tot het uiterste verstild en<br />

versoberd wordt. In 1952 sticht Hoste het <strong>Gent</strong>se Sabbattini Mimetheater. Zijn<br />

groep legt zich toe op <strong>de</strong> klassieke pantomime, maar maakt ook ruimte voor abstracter<br />

werk. In <strong>de</strong> jaren ’60 wordt een school aan het theater toegevoegd. De<br />

privéschool biedt een driejarige opleiding (avondschool) aan in pure mime en an<strong>de</strong>re<br />

expressievormen zoals toneel, film, dans, cabaret, enz. School en theater<br />

fuseren in 1971 in <strong>de</strong> Hoste-Sabbattini Pantomime Theater en Mime Aca<strong>de</strong>mie.<br />

Na het overlij<strong>de</strong>n <strong>van</strong> Marcel Hoste zet een groep me<strong>de</strong>werkers het gezelschap<br />

voort.<br />

Marcel Hoste stu<strong>de</strong>ert tekenen, schil<strong>de</strong>ren en beeldhouwen aan <strong>de</strong> KASK.<br />

Hoste Paul (1947), auteur<br />

Hoste <strong>de</strong>buteert in 1965 in De Vlaamse Gids en werkt later ook mee aan radio- en televisieprogramma's<br />

over kunst en cultuur. Hij is recensent Ne<strong>de</strong>rlandse literatuur en publiceert<br />

een vijftigtal literaire bijdragen in Vlaamse en Ne<strong>de</strong>rlandse tijdschriften. Tevens is hij<br />

actief als theaterschrijver. Hij is zelfstandig schrijver sinds 1994.<br />

Hoste’s De Lucht naar Mirabel Carnet I (1999) en Montreal, Carnet II (2002) getuigen,<br />

zoals zijn <strong>de</strong>buutroman De Veran<strong>de</strong>ringen, <strong>van</strong> <strong>de</strong> eigenzinnige weg die hij volgt in <strong>de</strong><br />

Vlaamse literatuur. In 2006 publiceert hij Een dag in maart, Carnet III.<br />

Hoste ont<strong>van</strong>gt in 1999 <strong>de</strong> Cultuurprijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Stad <strong>Gent</strong> (1999), <strong>de</strong> Dirk Martensprijs <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> Stad Aalst en <strong>de</strong> Arkprijs <strong>van</strong> het Vrije Woord in 2002 (voor De Lucht naar Mirabel ).<br />

Licentiaat Germaanse filologie aan <strong>de</strong> RUG (1971). Lesopdrachten aan <strong>de</strong> RNS (1973-<br />

1978), Ste<strong>de</strong>lijk Instituut voor Hogere Technische Studiën in Antwerpen (1974) en gastdocent<br />

KASK (2003-2004)<br />

Houben Robert Joseph (1905-1992) politicus<br />

Houben is nationaal secretaris (1947-1952) en voorzitter (1966-1972) <strong>van</strong> <strong>de</strong> CVP en<br />

senator (1952-1974). Hij is Minister <strong>van</strong> Volksgezondheid en Gezin (1958) en wordt in<br />

1969 benoemd tot minister <strong>van</strong> Staat.<br />

Doctor in <strong>de</strong> rechten, kort ambtenaar en nadien hoogleraar aan <strong>de</strong> KUL. Lesgever HIBH<br />

tij<strong>de</strong>ns het eerste jaar <strong>van</strong> <strong>de</strong> instelling (1938).<br />

Hublé Jan (1923 – 2009), hoogleraar<br />

Voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Hoge Raad voor Natuurbehoud, on<strong>de</strong>rvoorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Commissie<br />

tot het beheer <strong>van</strong> het vermogen <strong>van</strong> het Instituut voor Natuurwetenschappen<br />

en <strong>van</strong> <strong>de</strong> Commissie voor Monumenten en Landschappen <strong>van</strong> <strong>de</strong> Provincie<br />

Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren. Initiatiefnemer, lid en voorzitter <strong>van</strong> het ste<strong>de</strong>lijk Educatief<br />

Natuurreservaat <strong>de</strong> Bourgoyen <strong>Gent</strong>. Lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Raad <strong>van</strong> Beheer <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Stichting Leefmilieu en eerste voorzitter <strong>van</strong> het Centrum voor Natuurbeschermingseducatie.<br />

Lid NW European Committee on Natural Conservation Education<br />

en International Council Bird Preservation.<br />

Licentiaat Wetenschappen (groep Dierkun<strong>de</strong>) (1945), licentiaat Biochemie (1946)<br />

en Doctor in <strong>de</strong> Wetenschappen (Dierkun<strong>de</strong>) (1951) RUG. Assistent (1945 –<br />

1951), werklei<strong>de</strong>r (1951 – 1959), geaggregeer<strong>de</strong> (1959 – 1962), docent (1958 –<br />

1965) en gewoon hoogleraar (1965 – 1985), directeur diensthoofd <strong>van</strong> het laboratorium<br />

voor Oecologie


53<br />

<strong>de</strong>r dieren, Zoögeografie en Natuurbehoud RUG. Leraar biologie aan het KA <strong>Gent</strong><br />

en aan het Ste<strong>de</strong>lijk Instituut voor Sociale Studie alsook aan <strong>de</strong> Arbei<strong>de</strong>rshogeschool<br />

Brussel.<br />

Hullebroeck Emiel (1878 – 1965), componist<br />

Hullebroeck’s composities omvatten zangspelen (o.a. Sepp’l, Knokkelbeen, Het<br />

meisje <strong>van</strong> Zaventem) en een zeer groot aantal volks-, strijd- en kunstlie<strong>de</strong>ren<br />

(o.a. Tinneke <strong>van</strong> Heule, Hemelhuis, De gil<strong>de</strong> viert, Marleentje, De Blauwvoet,<br />

Moe<strong>de</strong>rke alleen). Met talloze zangavon<strong>de</strong>n en voordrachten propageer<strong>de</strong> hij het<br />

Vlaamse lied, dat voor hem niet alleen een artistieke heropleving maar ook <strong>de</strong><br />

bewustwording <strong>van</strong> <strong>de</strong> nationale i<strong>de</strong>ntiteit tot doel had. Hij publiceert hiertoe on<strong>de</strong>r<br />

an<strong>de</strong>re een Notenleer door het Volkslied en werkt mee aan <strong>de</strong> Vlaams Nationale<br />

Zangfeesten. Hullebroeck engageert zich sterk in <strong>de</strong> Vlaamse Beweging en<br />

componeert strijdlie<strong>de</strong>ren. Hij is tevens dirigent <strong>van</strong> verschillen<strong>de</strong> Vlaams nationale<br />

zangfeesten, ook <strong>van</strong> Oorlogszangfeesten. Na <strong>de</strong> oorlog wordt hij overigens<br />

<strong>van</strong> culturele collaboratie beschuldigd maar omdat hij al in 1943 zijn bedrijvighe<strong>de</strong>n<br />

had gestaakt, wordt hij in 1947 door het Brussels krijgsauditoraat buiten<br />

vervolging gesteld. Wel wor<strong>de</strong>n hem zijn burgerrechten levenslang ontnomen,<br />

een jaar later wordt dit teruggebracht tot zes jaar. In 1950 wordt hij in ere hersteld.<br />

Hullebroeck is zeer begaan met het sociaal statuut <strong>van</strong> <strong>de</strong> kunstenaar en is<br />

me<strong>de</strong>stichter <strong>van</strong> het Genootschap <strong>de</strong>r Vlaamsche componisten, <strong>de</strong> Fe<strong>de</strong>ratie <strong>van</strong><br />

Vlaamsche Kunstenaars en <strong>de</strong> Nationale Vereniging voor Auteursrechten (NA-<br />

VEA). De NAVEA wordt in 1945 omgedoopt tot Belgische Auteurs Maatschappij<br />

(SABAM), waar<strong>van</strong> hij in 1952 erevoorzitter wordt.<br />

Emiel Hullebroeck stu<strong>de</strong>ert aan het KMC (1890 – 1898). Hij is muziekleraar aan<br />

het KA <strong>Gent</strong> (1910 – 1928) en aan <strong>de</strong> RNS (1902 – 1938). Van 1930 tot 1947 is<br />

hij rijksinspecteur voor muziek bij het mid<strong>de</strong>lbaar en normaalon<strong>de</strong>rwijs.<br />

De in <strong>Gent</strong>brugge gelegen ste<strong>de</strong>lijke DKO school Muziek – Woord – Dans draagt<br />

sinds 1984 zijn naam. Ook wordt in 1947 het Emiel Hullebroeckkoor, een <strong>Gent</strong>s<br />

seniorenkoor <strong>van</strong> het Vlaams Verbond voor Gepensioneer<strong>de</strong>n opgericht om <strong>de</strong><br />

Vlaamse lie<strong>de</strong>ren levendig te hou<strong>de</strong>n en het uitdragen <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse muziekcultuur<br />

te bevor<strong>de</strong>ren.<br />

Hutsebaut Achiel (1936), architect, kunstenaar<br />

Werkt <strong>van</strong>af 1962 als zelfstandig architect én als plastisch kunstenaar (schil<strong>de</strong>rkunst, grafiek,<br />

keramiek, aquarel, cartoontekenaar) en behaalt in bei<strong>de</strong> categorieën talrijke prijzen<br />

en eervolle vermeldingen.<br />

Stu<strong>de</strong>ert keramiek zowel als architectuur (1959) aan <strong>de</strong> KASK en is er later ( 1973- 1983)<br />

leraar bouwkun<strong>de</strong> (en enkele jaren leraar aquarelschil<strong>de</strong>ren).<br />

Huys Bernard (1934), musicoloog<br />

Departementshoofd <strong>de</strong>r historische verzamelingen, Koninklijke Bibliotheek Albert I Brussel;<br />

correspon<strong>de</strong>rend (1980) en werkend lid (1986) Koninklijke Aca<strong>de</strong>mie <strong>van</strong> België,<br />

Klasse <strong>de</strong>r Schone Kunsten. Vice-presi<strong>de</strong>nt (1986-1989) International Association of Music<br />

Libraries. Bernard Huys publiceert <strong>de</strong> Catalogue <strong>de</strong>s imprimés musicaux <strong>de</strong>s XVe, XVIe et<br />

XVIIe siècles, Fonds Général Bibliothèque Royale, 1965/ 1974 en De Belgische Vioolschool<br />

naar aanleiding <strong>van</strong> een tentoonstelling in <strong>de</strong> Koninklijke Bibliotheek (1978).<br />

1 ste prijs muziekgeschie<strong>de</strong>nis KMC (1956); Italiaanse taal, letterkun<strong>de</strong>, kunst- en muziekgeschie<strong>de</strong>nis,<br />

Università Italiana per Stranieri Perugia (1957); Doctor in <strong>de</strong> rechten, RUG<br />

(1958); Licentiaat kunstgeschie<strong>de</strong>nis en oudheidkun<strong>de</strong> (musicologie) RUG (1960)<br />

Huys Johan (1942), musicus<br />

Zijn belangstelling voor zowel ou<strong>de</strong> muziek (vooral 17 <strong>de</strong> en 18 <strong>de</strong> eeuw) als he<strong>de</strong>ndaagse<br />

(o.m. elektronische) brengt met zich mee dat hij <strong>van</strong>af 1966 klavecinist wordt <strong>van</strong> het<br />

Parnassus-ensemble dat een <strong>de</strong>cennium lang een belangrijke rol speelt op <strong>de</strong> Europese<br />

barokscène. Tezelf<strong>de</strong>rtijd is hij lid <strong>van</strong> het ensemble voor he<strong>de</strong>ndaagse muziek Enteuxis


54<br />

dat o.m. verbon<strong>de</strong>n is aan het <strong>Gent</strong>se IPEM en heel wat werk <strong>van</strong> o.a. K. Goeyvaerts, L.<br />

Goethals en R. De Smet creëert. In 1970 wordt hij als hoofdleraar klavecimbel aan het<br />

KMC <strong>Gent</strong> benoemd, o.a. Guy Penson en Philippe Herreweghe behoren tot zijn leerlingen.<br />

Hij verzorgt <strong>van</strong> dan af talrijke concerten als klavecinist en als organist in binnen- en buitenland.<br />

Johan Huys geniet zijn opleiding aan het KMC waar hij 1 ste prijzen voor piano, muziekgeschie<strong>de</strong>nis<br />

en kamermuziek (1962) en prijs orgel (1964)behaalt. In 1969 behaalt hij aan<br />

het KMC Brussel samen met le<strong>de</strong>n <strong>van</strong> het Parnassus-ensemble, het Hoger Diploma Kamermuziek.<br />

Van 1982 tot 1995 is hij directeur <strong>van</strong> het KMC en <strong>van</strong> 1995-1998 <strong>de</strong>partementshoofd<br />

aan <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong>. Tevens is hij adviseur voor <strong>de</strong> minister <strong>van</strong> Cultuur<br />

(1986-1988). Momenteel adviseert hij het Festival <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren te Brugge en is hij<br />

voorzitter <strong>van</strong> het Orpheusinstituut te <strong>Gent</strong>, belast met <strong>de</strong> posthogeschoolvorming muziek<br />

in Vlaan<strong>de</strong>ren.<br />

Impens Dirk (1957), producent<br />

Productielei<strong>de</strong>r <strong>van</strong> <strong>de</strong> Internationale Nieuwe Scene belandt hij bij Multimedia, waar hij als<br />

productielei<strong>de</strong>r betrokken is bij o.a. Crazy Love <strong>van</strong> Dominique Derud<strong>de</strong>re (1986) en Hector<br />

<strong>van</strong> Stijn Coninx & Urbanus (1987). In 1989 stapt hij over naar In<strong>de</strong>pen<strong>de</strong>nt Productions,<br />

waar hij als line producer verantwoor<strong>de</strong>lijk is voor een drietal korte films en voor<br />

Blueberry Hill <strong>van</strong> Robbe De Hert (1989).<br />

In 1990 gaat hij solo en start hij met Favorite Films. Zijn eerste project, Daens <strong>van</strong> Stijn<br />

Coninx (1992), wordt een (commercieel) succes en verovert een Oscarnominatie als Beste<br />

Niet-Engelstalige film. Vervolgens produceert hij Manneken Pis, <strong>de</strong> <strong>de</strong>buutfilm <strong>van</strong> Frank<br />

Van Passel (1994) die geselecteerd wordt voor <strong>de</strong> Semaine <strong>de</strong> la Critique in Cannes en<br />

verschillen<strong>de</strong> prijzen in <strong>de</strong> wacht sleept, waaron<strong>de</strong>r <strong>de</strong> Prix <strong>de</strong> la Jeunesse. Na Alles moet<br />

weg -een Vlaamse film <strong>van</strong> Jan Verheyen (1996) gebaseerd op <strong>de</strong> gelijknamige roman<br />

<strong>van</strong> Tom Lanoye- en Taxi Dancer <strong>van</strong> Caroline Strubbe, produceert Impens twee miniseries<br />

voor <strong>de</strong> televisie: Terug naar Oosterdonk en Kongo. Ver<strong>de</strong>r produceert hij o.a. Man<br />

<strong>van</strong> staal (1999) <strong>van</strong> Vincent Bal, Team Spirit zowel als Team Spirit 2 <strong>van</strong> Jan Verheyen,<br />

Se<strong>de</strong>s & Belli een Vlaamse politieserie voor <strong>de</strong> VRT, Steve + Sky <strong>van</strong> Felix <strong>van</strong> Groeningen<br />

en Halleluja! een komische Vlaamse televisieserie.<br />

Lesgever KASK (1992-2009)<br />

www.favouritefilms.be<br />

Inghelram Daan (1905- 2003 ), auteur<br />

Daan Inghelram's carrière overspant ongeveer <strong>de</strong>rtig jaar: <strong>van</strong>af Lotsverbon<strong>de</strong>n (1943)<br />

tot De brief aan koning Albert (1974). Hij schrijft zowel jeugdboeken als kortverhalen en<br />

romans. Deze romans spelen zich voornamelijk af in Vlaan<strong>de</strong>ren en zijn vaak gebaseerd<br />

op historische feiten of op <strong>de</strong> Bijbel. Hij schrijft on<strong>de</strong>r zijn eigen naam of on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> pseudoniemen<br />

P.C.Duyncanter, K.Yperman of Jan Van Marlinghe.<br />

Inghelram wordt bekroond met talrijke prijzen zo <strong>de</strong> Vijfjaarlijkse Interprovinciale prijs<br />

voor het Jeugdboek en <strong>de</strong> Emiel Vlierbergh-prijs.<br />

Te Blankenberge wordt door <strong>de</strong> uitgeverij Zuid en Noord, <strong>de</strong> tweejaarlijkse Daan Inghelram-prijs<br />

uitgereikt.<br />

Inghelram stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> RNS (1925), is eerst on<strong>de</strong>rwijzer te Gembloers, later regent,<br />

o.a. te Zottegem en vervolgens leraar Ne<strong>de</strong>rlands-Duits aan <strong>de</strong> RNS te Blankenberge.<br />

Janssens Hendrik (1943), industrieel<br />

Stichter en afgevaardigd beheer<strong>de</strong>r <strong>van</strong> Janssens Plastics, <strong>Gent</strong>, Plasti-Roubaix, Janssens<br />

Containerdienst, Kodoplast, St. Laurent-du-Var, Europe, Esplan nv <strong>Gent</strong>, Plasti-Sud Bor<strong>de</strong>aux.<br />

Beheer<strong>de</strong>r Symphony Plastics, Borehamwood (UK). Lid Kamer <strong>van</strong> Koophan<strong>de</strong>l<br />

<strong>Gent</strong>;<br />

Graduaat han<strong>de</strong>lswetenschappen, Rijkshogere Han<strong>de</strong>lsschool, <strong>Gent</strong>.<br />

Jochem Els (1929 – 1990), directrice


55<br />

Licencié en Philosophie et Lettres, groupe <strong>de</strong> Philologie Germanique – ULB<br />

(1950). Lesgeefster SSIS (1955 – 1961), Ste<strong>de</strong>lijk Instituut voor Paramedische<br />

Beroepen (1957 – 1958), Ste<strong>de</strong>lijke Normaalschool (m.i.v. 1962). Ge<strong>de</strong>tacheerd<br />

naar het Pedagogisch Centrum in het ka<strong>de</strong>r <strong>van</strong> <strong>de</strong> invoering <strong>van</strong> het VSO (1972<br />

– 1978).<br />

Directrice Ste<strong>de</strong>lijk Hoger Pedagogisch Instituut (1978 – 1985)<br />

Jonckheere Lieven (1957), psychoanalyticus<br />

Lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> New Lacanian School (NLS) en <strong>de</strong> WAP (World Association of Psychoanalysis).<br />

Gewezen directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Kring voor Psychoanalyse <strong>van</strong> <strong>de</strong> NLS en daar verantwoor<strong>de</strong>lijk<br />

voor het Theoretisch Seminarie in Lacans on<strong>de</strong>rwijs. Auteur <strong>van</strong> Het seksuele fantasme<br />

voorbij. Zeven psychoanalytische gevalsstudies (Acco) en diverse publicaties rond klinische<br />

problemen, rond literatuur en beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> kunst en rond het onbehagen in <strong>de</strong> he<strong>de</strong>ndaagse<br />

cultuur. Hij was hoofdredacteur <strong>van</strong> iNWiT.<br />

Lieven Jonckheere is doctor in <strong>de</strong> psychologie (RUG 1987). Docent Erasmushogeschool<br />

Brussel (1989), docent psychologische vakken verbon<strong>de</strong>n aan het <strong>de</strong>partement HABE <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong>.<br />

http://www.kring-nls.org/publicaties/flyerINWIT.pdf<br />

http://www.kring-nls.org/programma/programma.htm<br />

Jonglas Pieter (1788 – 1871), pedagoog<br />

Jonglas krijgt zijn opleiding tot on<strong>de</strong>rwijzer in zijn geboortestad Amsterdam,<br />

waarna hij hulpon<strong>de</strong>rwijzer wordt bij een <strong>van</strong> <strong>de</strong> Amsterdamse armenscholen.<br />

Van 1811 tot 1813 wordt hij ingelijfd in Napoleons Russische campagne. In 1815<br />

vestigt hij zich te <strong>Gent</strong> en start er <strong>van</strong> bij zijn aankomst met een on<strong>de</strong>rwijzersgezelschap13.<br />

Jonglas zal op twee vlakken grote verdiensten hebben. Ten eerste publiceert hij<br />

een tiental schoolboeken die (zeker in Oost- Vlaan<strong>de</strong>ren) ruim verspreid wer<strong>de</strong>n.<br />

Zo verschijnt in 1835 zijn Rekenboek, waar<strong>van</strong> <strong>de</strong> eerste twee <strong>de</strong>len, op verzoek<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Commissie <strong>van</strong> Toezicht, in 1846 opnieuw uitgegeven wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r<br />

<strong>de</strong> titel Rekenboek ten gebruike <strong>de</strong>r stadskosteloze scholen. Ook bewerkt hij<br />

<strong>de</strong> Spraakkunst voor eerst beginnen<strong>de</strong>n <strong>van</strong> N. Anslijns (Lei<strong>de</strong>n, 1814) on<strong>de</strong>r <strong>de</strong><br />

titel Proeven hoe men het on<strong>de</strong>rwys in <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rduitsche Tael bij kin<strong>de</strong>ren tot<br />

eene wezenlyke oefening <strong>de</strong>s verstands kan maken. Een handleiding voor On<strong>de</strong>rwyzers.<br />

Byeen verzameld door P. Jonglas. Zijn laatste werk verschijnt in 1852<br />

met <strong>de</strong> titel Allereerste Beginselen <strong>de</strong>r Belgische Geschie<strong>de</strong>nis, ten gebruike <strong>de</strong>r<br />

stadskosteloze scholen, door P. Jonglas, Hoofdon<strong>de</strong>rwyzer by <strong>de</strong> Stadsschool 3 te<br />

<strong>Gent</strong>.<br />

Ten twee<strong>de</strong> speelt hij een belangrijke rol in <strong>de</strong> ontwikkeling <strong>van</strong> het armenon<strong>de</strong>rwijs<br />

in <strong>Gent</strong> en is hij nauw betrokken met <strong>de</strong> ontwikkeling <strong>van</strong> <strong>de</strong> vorming <strong>van</strong><br />

leerkrachten. Omdat <strong>de</strong> aangroei <strong>van</strong> <strong>de</strong> schoolbevolking in het begin <strong>van</strong> <strong>de</strong> negentien<strong>de</strong><br />

eeuw <strong>de</strong> aanstelling <strong>van</strong> veel leerkrachten vergt en <strong>de</strong>ze zo goed als<br />

onvindbaar zijn, beslist het <strong>Gent</strong>se stadsbestuur in 1834 dat specifieke on<strong>de</strong>rwijskundige<br />

lessen zou<strong>de</strong>n gegeven wor<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rmeesters <strong>van</strong> <strong>de</strong> gratis<br />

stadscholen. Zij belast Pieter Jonglas met <strong>de</strong>ze opdracht waardoor hij verantwoor<strong>de</strong>lijk<br />

is voor <strong>de</strong> vorming <strong>van</strong> heel wat verdienstelijke (hoofd) on<strong>de</strong>rwijzers.<br />

Ook neemt hij (1852) <strong>de</strong> voorbereiding <strong>van</strong> <strong>de</strong> leerlingen voor het toelatingsexamen<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> normaalschool in Lier op zich. Ten slotte wordt hij in 1859 door <strong>de</strong><br />

gemeenteraad belast met het bestuur <strong>van</strong> een hervorming <strong>van</strong> <strong>de</strong> voorberei<strong>de</strong>n<strong>de</strong><br />

normaalleergangen.<br />

Jonglas is 62 jaar actief in het on<strong>de</strong>rwijs.<br />

Jonckheere Karel (1906 – 1993), auteur<br />

Jonckheere is geduren<strong>de</strong> korte tijd stadsbedien<strong>de</strong> te Oosten<strong>de</strong> en wordt nadien<br />

leraar aan <strong>de</strong> RMS in Gembloers (1929), Nieuwpoort (1931) en <strong>Gent</strong> (1944). In<br />

1945 werd hij secretaris <strong>van</strong> <strong>de</strong> minister <strong>van</strong> Binnenlandse Zaken, datzelf<strong>de</strong> jaar


56<br />

directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> RMS Veurne. In 1946 wordt hij benoemd tot inspecteur <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Openbare Bibliotheken. Van 1953 tot 1973 is hij in dienst als ambtenaar bij <strong>de</strong><br />

Dienst <strong>de</strong>r Letteren <strong>van</strong> het Ministerie <strong>van</strong> Nationale Opvoeding en Cultuur.<br />

Vanaf 1964 wordt hij er belast met <strong>de</strong> verspreiding <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse literatuur in<br />

het buitenland. Karel Jonckheere is een wereldreiziger en sterke observator wat<br />

stof levert voor vele gedichten en romans. De belangrijkste thema’s in zijn poëzie<br />

zijn: <strong>de</strong> zee, het verlies <strong>van</strong> het geloof, <strong>de</strong> gehechtheid aan <strong>de</strong> geboortegrond en<br />

<strong>de</strong> verbon<strong>de</strong>nheid met <strong>de</strong> voorou<strong>de</strong>rs. Deze thema’s wor<strong>de</strong>n doorweven met autobiografische<br />

elementen, soms met een cynische en beschouwen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rtoon.<br />

Karel Jonckheere stelt ook meer<strong>de</strong>re bloemlezingen samen en schrijft ettelijke<br />

essays. Hij vertaalt sprookjes, reisverhalen, gedichten, hoorspelen en essays uit<br />

het Engels, Duits, Spaans en Frans. Ook werkt hij mee aan reisgidsen, bewerkt<br />

hij filmteksten en schrijft hij in kranten en tijdschriften. Hij is o.m. redacteur <strong>van</strong><br />

Standpunte (Zuid-Afrika), De Gids (Ne<strong>de</strong>rland), De Vlaamse Gids en het Nieuw<br />

Vlaams tijdschrift. Zijn bun<strong>de</strong>l Spiegel <strong>de</strong>r zee <strong>van</strong> 1946 wordt bekroond met <strong>de</strong><br />

Driejaarlijkse Staatsprijs voor poëzie.<br />

Jonckheere stu<strong>de</strong>ert in 1927 af als regent Germaanse talen aan <strong>de</strong> RNS en geeft<br />

er zelf les tussen 1944 en 1945.<br />

Jooris Roland (1933), auteur<br />

In 1956 <strong>de</strong>buteert hij met <strong>de</strong> dichtbun<strong>de</strong>l gitaar. In zijn Gedichten '58 - '78, een verzamelbun<strong>de</strong>l<br />

waar hij <strong>de</strong> Jan Campertprijs voor ont<strong>van</strong>gt, negeert hij het wat experimentelere<br />

werk <strong>van</strong> voor 1958 en benadrukt hij zijn latere, meer sobere poëzie. Naast zijn poëzie<br />

schrijft hij veel over mo<strong>de</strong>rne beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> kunst. Jooris is <strong>de</strong> eerste conservator <strong>van</strong> het<br />

Raveelmuseum (1999-2005).<br />

Regent Germaanse talen RNS (1958), leraar Ne<strong>de</strong>rlands en Engels aan het RITO Lokeren.<br />

Kamagurka, zie Zeebroek Luc<br />

Kuypers Julien (1892-1967), auteur<br />

Start zijn loopbaan als leraar te Brussel en Tienen en wordt in 1922 kabinetsattaché voor<br />

het Lager en het Normaal on<strong>de</strong>rwijs. In 1925 wordt hij inspecteur en in 1933 inspecteurgeneraal<br />

<strong>van</strong> het Normaalon<strong>de</strong>rwijs. Secretaris-generaal bij het ministerie <strong>van</strong> openbaar<br />

on<strong>de</strong>rwijs (1944-1956), buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister voor buitenlandse<br />

culturele betrekkingen (1956-1962). In die functie is hij een belangrijk promotor <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

culturele integratie <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren en Ne<strong>de</strong>rland. Lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Vlaamse Aca<strong>de</strong>mie<br />

en hoofdredacteur <strong>van</strong> het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Voorzitter <strong>van</strong> het dagelijks bestuur<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Raad <strong>van</strong> Beheer <strong>van</strong> het NIR.<br />

Naast enkele historische romans zoals Heer Van Lembeke, rijdt aan (1942) schrijft hij<br />

voornamelijk studies en essays. Hij publiceert boeken voor schoolgebruik o.a. De gou<strong>de</strong>n<br />

poort, dat tussen 1930 en 1960 vijftien maal wordt herdrukt.<br />

Regent literaire af<strong>de</strong>ling <strong>van</strong> <strong>de</strong> RNS (1913).<br />

Lagae André (1919 – 1987), politicus<br />

Voorzitter Belgische Boerenbond, lid CVP-partijraad en lid CVP-werkgroep Vre<strong>de</strong><br />

en Veiligheid. Lid beheerscomité Caritas Catholica en Voorzitter SV Agri-reizen,<br />

reisbureau <strong>van</strong> <strong>de</strong> Boerenbond (1973 – 1981). Vice-voorzitter en penningmeester<br />

Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen (1976 – 1985). Lid RvB <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> Centrale Raiffeisenkas – CERA (1975 – 1984) en lid en voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> staf<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Boerenbond (1968 – 1984).<br />

André Lagae was senator (1965 – 1985).<br />

Doctor in <strong>de</strong> rechten en licentiaat in het notariaat. Professor Grondwettelijk Recht<br />

en Europees Economisch Recht aan het HIBH (1966 – 1984).<br />

Lambrechts Lambrecht (1865 – 1932), dichter


57<br />

Lambrecht Lambrechts schrijft en dicht een aanzienlijk aantal werken maar wordt<br />

voornamelijk bekend door zijn liedteksten. Meer dan 400 Lambrechtslie<strong>de</strong>ren,<br />

waar<strong>van</strong> een groot aantal samengebun<strong>de</strong>ld in <strong>de</strong> uitgave De Vlaemsche Zanger,<br />

wor<strong>de</strong>n op muziek gezet door 140 verschillen<strong>de</strong> componisten.<br />

Hij ijvert jarenlang voor <strong>de</strong> verne<strong>de</strong>rlandsing <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se universiteit, <strong>de</strong> vernieuwing<br />

<strong>van</strong> het zangtoneel in Vlaan<strong>de</strong>ren en voor <strong>de</strong> ontwikkeling <strong>van</strong> een <strong>de</strong>gelijke<br />

muziekcultuur.<br />

Lambrecht is ook een verdienstelijke bariton die bij voorkeur werk <strong>van</strong> P. Benoit,<br />

C. Glück en R. Wagner vertolkt.<br />

Regent RNS Brugge (1887). Is leraar in Ronse (1889 – 1901) en ’s Gravenbrakel<br />

(1919 – 1921), aan <strong>de</strong> RNS Lier (1901 – 1905), <strong>Gent</strong> (1905 – 1918) en Blankenberge<br />

(1921 – 1925) en aan het Han<strong>de</strong>ls – en Taleninstituut<br />

<strong>Gent</strong> (1923 – 1926).<br />

Landuyt Octave (1922), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Schil<strong>de</strong>r, beeldhouwer, keramist, juweelontwerper, graveur, <strong>de</strong>signer, toneel- en kostuumontwerper.<br />

Octave Landuyt behaalt talrijke on<strong>de</strong>rscheidingen zo o.a. 1 ste vermelding,<br />

prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Jonge Belgische Schil<strong>de</strong>rkunst (1954), Monique De Groote prijs (1958), prijs<br />

Bianco e Nero, Lugano (1956), Wellerprijs, Biënnale Sao Paulo (1957), gou<strong>de</strong>n medaille<br />

Wereldtentoonstelling Brussel (1958), <strong>de</strong> Guggenheim International Award, Belgian section<br />

(1958) en <strong>de</strong> Europaprijs 1 ste Biënnale voor Schil<strong>de</strong>rkunst (1958). Alsook <strong>de</strong> Marzottoprijs<br />

(1969), <strong>de</strong> Staatsprijs voor Schil<strong>de</strong>rkunst België, <strong>de</strong> Grand Prix Humanitaire <strong>de</strong> France<br />

en <strong>de</strong> Signe d’Or voor industrial <strong>de</strong>sign (1961, 1963, nationale selectie 1964).<br />

Hij wordt door <strong>de</strong> nationale overheid, dan wel door internationale instanties geselecteerd<br />

voor diverse toonaangeven<strong>de</strong> tentoonstellingen zoals <strong>de</strong> Biënnale <strong>de</strong> Sao Paulo (1965),<br />

Faenza (1965 en 1972), Montreal (1967), Texas (1968), Osaka (1970) en Milaan (1973).<br />

In 1973 organiseert het <strong>Gent</strong>se Stadsbestuur in samenwerking met het (toenmalige) Ministerie<br />

<strong>van</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse Cultuur een Retrospectieve tentoonstelling Octave Landuyt in <strong>de</strong><br />

Sint-Pietersabdij. Vieren<strong>de</strong>rtig jaar later (2007) organiseert <strong>de</strong> Stad <strong>Gent</strong> in Kunsthal Sint-<br />

Pietersabdij opnieuw een prestigieuze Landuyt-tentoonstelling on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> naam Ricorso die<br />

een totaal overzicht <strong>van</strong> zijn œuvre brengt. Ongeveer in <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> perio<strong>de</strong> is ook werk <strong>van</strong><br />

Landuyt te zien in het Caermersklooster te <strong>Gent</strong> en in het Museum <strong>van</strong> Deinze en <strong>de</strong> Leiestreek.<br />

Landuyt krijgt een technisch-ambachtelijke vorming die ook in zijn ver<strong>de</strong>re œuvre sporen<br />

trekt. Tekenleraar in <strong>de</strong> RMS Kortrijk (1944) en Roeselaere (1945). In 1946 en 1947 behaalt<br />

hij <strong>de</strong> diploma’s <strong>van</strong> leraar plastische opvoeding voor mid<strong>de</strong>lbaar on<strong>de</strong>rwijs en ou<strong>de</strong><br />

humaniora en dat <strong>van</strong> leraar plastische opvoeding voor nieuwe humaniora, han<strong>de</strong>narbeid<br />

mid<strong>de</strong>lbaar on<strong>de</strong>rwijs en normaalon<strong>de</strong>rwijs aan <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>njury. In 1954 wor<strong>de</strong>n in België<br />

voor het eerst tekenleraars gevormd en wordt in <strong>Gent</strong> <strong>de</strong> eerste af<strong>de</strong>ling Plastische Kunsten<br />

opgericht. Landuyt staat aan <strong>de</strong> wieg <strong>van</strong> <strong>de</strong>ze af<strong>de</strong>ling aan <strong>de</strong> RNS en is er <strong>de</strong> eerste<br />

leraar. Hij blijft in dienst tot 1987.<br />

http://www.octavelanduyt.be/<br />

Langui Emiel (1903 – 1980), kunsthistoricus<br />

Langui is on<strong>de</strong>rwijzer en leraar in het <strong>Gent</strong>se Ste<strong>de</strong>lijk On<strong>de</strong>rwijs maar wordt<br />

<strong>van</strong>af 1928 voornamelijk actief als kunstcriticus en journalist. Hij wordt in 1938<br />

privé-secretaris <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> minister <strong>van</strong> Openbare Werken, en nadien kabinetssecretaris <strong>van</strong> <strong>de</strong> minister<br />

<strong>van</strong> Nationale Opvoeding. Vanaf 1946 is hij verantwoor<strong>de</strong>lijk voor <strong>de</strong> organisatie<br />

<strong>van</strong> belangrijke<br />

tentoonstellingen in België en in het buitenland. In 1956 wordt hij directeurgeneraal<br />

en later (1963 – 1968) administrateur- generaal voor Schone Kunsten.<br />

Hij is directeur <strong>van</strong> Radio Vlaan<strong>de</strong>ren en wordt in 1972 doctor honoris causa <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> Universiteit <strong>van</strong> Amsterdam.<br />

Zijn monografieën over Vlaamse kunstschil<strong>de</strong>rs en studies over mo<strong>de</strong>rne kunst<br />

genieten ook nog <strong>van</strong>daag een uitsteken<strong>de</strong> faam, zo bijvoorbeeld Frits <strong>van</strong> <strong>de</strong>n


58<br />

Berghe, tekenaar (1933), Gustaaf <strong>de</strong> Smet. De mensch en zijn werk (1945), Constant<br />

Permeke (1947), 50 Ans d’Art Mo<strong>de</strong>rne (1958), L’expressionisme en Belgique<br />

(1970), Octave Landuyt (1979).<br />

Ter gelegenheid <strong>van</strong> <strong>de</strong> hon<strong>de</strong>rdste verjaardag <strong>van</strong> zijn geboorte presenteert het<br />

Archief voor He<strong>de</strong>ndaagse Kunst in België, in het Museum voor Mo<strong>de</strong>rne Kunst te<br />

Brussel het bestand Emile Langui (2003 – 2004).<br />

Langui behaalt het diploma <strong>van</strong> on<strong>de</strong>rwijzer aan <strong>de</strong> RNS (1923), <strong>de</strong> akte <strong>van</strong> bibliothecaris<br />

(1925) en in 1928 dat <strong>van</strong> licentiaat in <strong>de</strong> Kunstgeschie<strong>de</strong>nis en Oudheidkun<strong>de</strong><br />

aan <strong>de</strong> RUG (1928).<br />

Lauwaert Yvette (1939), mo<strong>de</strong>ontwerper<br />

Lauwaert is pionier <strong>van</strong> <strong>de</strong> naoorlogse Belgische mo<strong>de</strong>. In <strong>de</strong> voornaamste Belgische en<br />

Ne<strong>de</strong>rlandse uitgaven betreffen<strong>de</strong> <strong>de</strong> Belgische mo<strong>de</strong> heeft zijn een plaats verworven. In<br />

1979 organiseert het <strong>Gent</strong>se Museum voor Sierkunst (nu Designmuseum) een tentoonstelling<br />

over <strong>de</strong> artistieke textielcreaties <strong>van</strong> Yvette Lauwaert. Zij baat in <strong>Gent</strong> <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>winkel<br />

G Y Store uit en opent er met haar echtgenoot Guido Hau<strong>de</strong>nhuyse <strong>de</strong> kunstgalerie<br />

ArtTrack (2004).<br />

Regentes plastische kunsten, <strong>Gent</strong> (1965), Docente CTL (1985-1992)<br />

www.gy-store.be<br />

http://www.arttrack.be/the_gallery.html<br />

Lauwers Jan (1957), kunstenaar<br />

Eind 1979 verzamelt Lauwers een aantal mensen rond zich in het Epigonenensemble. In<br />

1981 wordt <strong>de</strong>ze groep omgevormd tot het collectief Epigonentheater zlv (zon<strong>de</strong>r leiding<br />

<strong>van</strong>) dat het theaterlandschap verrast met een zestal theaterproducties. Hiermee schrijft<br />

Lauwers zich in <strong>de</strong> radicale vernieuwingsbeweging in Vlaan<strong>de</strong>ren begin ’80 in en breekt hij<br />

internationaal door. Jan Lauwers ontbindt dit collectief in 1985 en richt Needcompany op<br />

samen met Grace Ellen Barkey. De eerste Needcompany-producties, Need to Know<br />

(1987) en ça va (1989) – waarvoor Needcompany <strong>de</strong> Mobil Pegasus Preis krijgt – zijn nog<br />

sterk visueel, maar in volgen<strong>de</strong> producties winnen <strong>de</strong> verhaallijn en een centraal thema<br />

aan belang, hoewel <strong>de</strong> fragmentarische opbouw behou<strong>de</strong>n blijft.<br />

Jan Lauwers’ opleiding als beel<strong>de</strong>nd kunstenaar is bepalend voor zijn omgang met het<br />

medium theater en leidt tot een eigenzinnige, op velerlei manieren grensverleggen<strong>de</strong> theatertaal,<br />

die het theater en haar betekenis on<strong>de</strong>rzoekt. Eén <strong>van</strong> <strong>de</strong> belangrijkste kenmerken<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong>ze taal is het transparante, <strong>de</strong>nken<strong>de</strong> acteren en <strong>de</strong> paradox tussen acteren en<br />

performen. Deze specifieke schriftuur is eveneens terug te vin<strong>de</strong>n in zijn Shakespearebewerkingen:<br />

Julius Caesar (1990), Antonius und Kleopatra (1992), Needcompany’s Macbeth<br />

(1996), Needcompany’s King Lear (2000) en Ein Sturm (2001, Deutsches Schauspielhaus<br />

Hamburg). In 1994 start hij met <strong>de</strong> realisatie <strong>van</strong> een groot project waar hij voor<br />

het eerst volledig als auteur naar voor treedt, The Snakesong Trilogy: Snakesong/Le Voyeur<br />

(1994), Snakesong/Le Pouvoir’(1995) en Snakesong/Le Désir (1996). In 1998 brengt<br />

hij <strong>de</strong> herwerkte versie <strong>van</strong> <strong>de</strong> gehele Snakesong-trilogie op <strong>de</strong> planken. In september<br />

1997 wordt hij gevraagd voor het theaterluik <strong>van</strong> Documenta X (Kassel). Hij creëert er<br />

Caligula naar Camus, het eerste <strong>de</strong>el <strong>van</strong> <strong>de</strong> diptiek No beauty for me there, where human<br />

life is rare. Met Morning Song (1999), het twee<strong>de</strong> <strong>de</strong>el <strong>van</strong> <strong>de</strong> diptiek No beauty…, winnen<br />

Jan Lauwers en Needcompany een Obie-Award in New York. Op vraag <strong>van</strong> William Forsythe<br />

creëert Jan Lauwers, in samenwerking met het Ballett Frankfurt <strong>de</strong> productie DeaD-<br />

DogsDon’tDance/DjamesDjoyceDeaD (2000). De kamer <strong>van</strong> Isabella krijgt meer<strong>de</strong>re prijzen,<br />

waaron<strong>de</strong>r <strong>de</strong> Prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Gemeenschap Cultuur 2006 in <strong>de</strong> categorie toneelliteratuur.<br />

Salzburger Festpiele nodigt Jan Lauwers in <strong>de</strong> zomer <strong>van</strong> 2008 uit om een<br />

nieuwe voorstelling te maken, Het Hertenhuis. Deze nieuwe voorstelling vormt samen met<br />

De kamer <strong>van</strong> Isabella (2004) en De Lobstershop (2006) het laatste <strong>de</strong>el <strong>van</strong> <strong>de</strong> trilogie<br />

over menselijkheid: Sad Face / Happy Face. Deze trilogie wordt voor het eerst integraal<br />

vertoond in <strong>de</strong> Salzburger Festspiele.<br />

Jan Lauwers is vooral bekend met zijn baanbrekend theaterwerk met het gezelschap<br />

Needcompany, opgericht in Brussel in 1986. On<strong>de</strong>rtussen bouwt hij een aanzienlijk oeuvre


59<br />

beel<strong>de</strong>nd werk uit dat in 2007 wordt tentoongesteld in BOZAR (Brussel).<br />

Jan Lauwers stu<strong>de</strong>ert schil<strong>de</strong>rkunst aan <strong>de</strong> KASK.<br />

http://www.needcompany.org/<br />

Leclerc Restiaux Charles (1816-1857), architect<br />

Als stadsbouwmeester en inspecteur <strong>van</strong> <strong>de</strong> door <strong>de</strong> stad <strong>Gent</strong> aanbeste<strong>de</strong> openbare werken<br />

speelt hij een doorslaggeven<strong>de</strong> rol in <strong>de</strong> uitbouw <strong>van</strong> ste<strong>de</strong>nbouwkundige gehelen. Zo<br />

laat hij in 1846 boven <strong>de</strong> restanten <strong>van</strong> vroegere abdijgebouwen een plein aanleggen als<br />

militair oefenplein. Een marsveld dat <strong>van</strong>uit het iets hoger gelegen Sint-Amandsplein perfect<br />

kan wor<strong>de</strong>n overzien door <strong>de</strong> toeschouwers: het huidige St. Pietersplein. Ook bouwt<br />

hij verschillen<strong>de</strong> stadsscholen, zo in <strong>de</strong> Guinardstraat (1852) en in <strong>de</strong> Bevelandstraat/<br />

Sassevaartstraat (1852-1853). Hij is me<strong>de</strong>werker <strong>van</strong> Lo<strong>de</strong>wijk Roelandt (bij o.a. het ontwerpen<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Opera 1836-1837) bij wie hij aan <strong>de</strong> KASK stu<strong>de</strong>ert.<br />

Lefever Germain (1896-1969), politicus<br />

In het leger (1916) neemt hij al snel actief <strong>de</strong>el aan <strong>de</strong> Frontbeweging. Zijn studies, die hij<br />

bij het uitbreken <strong>van</strong> WOI stopzet herneemt hij nà het ein<strong>de</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> oorlog. On<strong>de</strong>rtussen is<br />

hij actief in het Verbond <strong>de</strong>r Vlaamse Oudstrij<strong>de</strong>rs (VOS) waar<strong>van</strong> hij ook (1932-1945)<br />

voorzitter is. Na mei 1940 steunt hij <strong>de</strong> plannen voor vestiging <strong>van</strong> een autoritaire monarchie<br />

-wat me<strong>de</strong> <strong>de</strong> VOS naar <strong>de</strong> collaboratie leidt - en is hij me<strong>de</strong>verantwoor<strong>de</strong>lijke voor<br />

<strong>de</strong> oprichting <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamsche Wacht. In 1941 wordt hij eerst secretaris <strong>van</strong> Hendrik<br />

Elias, commissaris-burgemeester <strong>van</strong> <strong>Gent</strong>, dan schepen en ten slotte (1943) burgemeester<br />

<strong>van</strong> Groot-<strong>Gent</strong>. In september 1944 duikt hij on<strong>de</strong>r en wordt pas een jaar later aangehou<strong>de</strong>n.<br />

Hij wordt in 1946 ter dood veroor<strong>de</strong>eld maar komt in 1951 voorwaar<strong>de</strong>lijk vrij.<br />

On<strong>de</strong>rwijzer RNS (1911-1915 en 1919)<br />

Leus Herwig (1940- 2004), literair criticus<br />

Samen met een aantal kritisch ingestel<strong>de</strong> jongeren zoals o.a. Jan Emiel Daele, Julien Weverberg<br />

en Hedwig Speliers treedt hij, mid<strong>de</strong>n <strong>de</strong> jaren zestig, op <strong>de</strong> voorgrond. Zij zijn<br />

actief in tijdschriften als Bok, Mep, Yang en daele. Tij<strong>de</strong>ns die perio<strong>de</strong> gooit hij zich met<br />

grote ijver in <strong>de</strong> literaire polemiek. Leus verwerft een reputatie als kenner <strong>van</strong> het werk<br />

<strong>van</strong> Louis Paul Boon en dat <strong>van</strong> Paul Snoek en beoefent het liefst <strong>de</strong> literaire techniek <strong>van</strong><br />

close reading. Hij is een ver<strong>de</strong>diger <strong>van</strong> <strong>de</strong> progressieve literatuur.<br />

Regent Germaanse talen RNS (1961).<br />

Lunssens Martin (1871 – 1944), musicus<br />

In 1895 wint Lunssens met <strong>de</strong> cantate Callirhoé <strong>de</strong> Prijs <strong>van</strong> Rome. Met <strong>de</strong> hieraan<br />

verbon<strong>de</strong>n toelage reist hij naar München, Bayreuth, Parijs, Firenze en Rome.<br />

Hij ontplooit zich tot een ambitieus componist en uitstekend dirigent. Lunssens<br />

schreef o.a. drie symfonieën (<strong>de</strong> Romeinse, <strong>de</strong> Florentijnse en <strong>de</strong> Franse), symfonische<br />

gedichten (Romeo en Julia, Phèdre, Le Cid), concerti voor viool en cello,<br />

lyrische drama’s, cantates, koren, pianowerken, lie<strong>de</strong>ren en kamermuziek. Als<br />

dirigent is hij te gast in o.a. <strong>de</strong> Koninklijke Vlaamse Opera in Antwerpen. Daarnaast<br />

ontwikkelt hij ook een drukke pedagogische carrière: hij is leraar harmonie<br />

aan het KMC Brussel en leidt als directeur <strong>de</strong> ste<strong>de</strong>lijke conservatoria <strong>van</strong> Kortrijk<br />

en Charleroi. In 1924 wordt hij benoemd als directeur <strong>van</strong> het KMC. Zijn compositorische<br />

nalatenschap wordt er bewaard: het betreft in hoofdzaak manuscripten<br />

met autografen en schetsen <strong>van</strong> zowat al zijn composities.<br />

Sinds april 2004 wordt zijn nalatenschap door het Studiecentrum voor Vlaamse<br />

Muziek vzw in samenwerking met het Conservatorium <strong>Gent</strong> (BGc) en in opdracht<br />

<strong>van</strong> Resonant geor<strong>de</strong>nd en geïnventariseerd.<br />

Lunssens stu<strong>de</strong>ert aan het KMC Brussel en is directeur <strong>van</strong> het KMC <strong>van</strong> 1924 tot<br />

1936.<br />

Mac Leod Andries (1891 – 1977) wetenschapper


60<br />

Zoon <strong>van</strong> Julius Mac Leod (1857 – 1919), die een hoofdrol speelt in <strong>de</strong> strijd voor<br />

<strong>de</strong> verne<strong>de</strong>rlandsing <strong>van</strong> <strong>de</strong> toen Franstalige Universiteit <strong>Gent</strong> (waar hij hoogleraar<br />

was). Als in<br />

augustus 1914 <strong>de</strong> Duitse troepen België bezetten, bevindt Andries Mac Leod zich<br />

in Zwe<strong>de</strong>n (Lapland) waar hij tot 1921 zou verblijven. In Djursholm wordt hij secretaris<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

wiskun<strong>de</strong>bibliotheek <strong>van</strong> professor Gösta Mittag (1846 – 1927). Naast het klassieke<br />

bibliotheekwerk schrijft hij er zijn eerste boek: Introduction à la géometrie<br />

non-euclidienne.<br />

Hij schrijft ver<strong>de</strong>r dagboeken waarin hij <strong>de</strong> basis voor zijn filosofische structuur<br />

ontwikkelt en waar men <strong>de</strong> aanzet kan vin<strong>de</strong>n <strong>van</strong> wat later zou lei<strong>de</strong>n tot <strong>de</strong> publicaties<br />

zoals Sur diverses questions se présentant dans l’étu<strong>de</strong> du concept <strong>de</strong><br />

realité. Mac Leod wijdt zijn hele leven aan fundamentele ontologische en epistemologische<br />

vraagstellingen.<br />

Lesgever RNS 1923 – 1939. In 1960 wordt hij doctor honoris causa <strong>van</strong> <strong>de</strong> Universiteit<br />

<strong>van</strong> Uppsala.<br />

Maes Georges (1914 – 1976), musicus<br />

Maes start zijn loopbaan (1935) als eerste viool bij het Oostends Kursaalorkest en<br />

als concertmeester <strong>van</strong> het (<strong>Gent</strong>se) Operaorkest. Na zijn krijgsge<strong>van</strong>genschap in<br />

Stalag XII wordt hij (tot 1958) als eerste viool aangeworven door het Nationaal<br />

Orkest <strong>van</strong> België. Van 1942 tot 1946 is hij lid <strong>van</strong> het kwartet De Groote waarna<br />

hij zelf het strijkkwartet Haydn opricht. Dit kwartet, dat een goe<strong>de</strong> vijftien jaar<br />

bestaat, kent al snel internationale faam. In 1958 bouwt hij rond <strong>de</strong> kern <strong>van</strong> het<br />

Haydn kwartet, en dit op vraag <strong>van</strong> Jan Briers, een verruimd kamerorkest uit: De<br />

solisten <strong>van</strong> het Belgische Kamerorkest. Hij levert met dit Kamerorkest een aanzienlijke<br />

bijdrage tot <strong>de</strong> vernieuwing <strong>van</strong> het kamermuziekrepertorium in België.<br />

In 1968 ont<strong>van</strong>gt hij voor zijn inspanningen om <strong>de</strong> Belgische muziek in binnen-<br />

en buitenland te versprei<strong>de</strong>n <strong>de</strong> Fuga Trofee <strong>van</strong> <strong>de</strong> Unie <strong>van</strong> Belgische Toondichters.<br />

Georges Maes wordt als veertienjarige ingeschreven aan het KMC waar hij, parallel<br />

met <strong>de</strong> uitbouw <strong>van</strong> zijn loopbaan, tot 1938 stu<strong>de</strong>ert. Hij behaalt er eerste<br />

prijzen voor notenleer (1929), viool (1931 & 1935), kamermuziek en snaarkwartet<br />

(1933), harmonie (1936), contrapunt (1937) en fuga (1938). Hij vervolmaakt<br />

zich bij J.T. <strong>de</strong> Sutter in compositie en orkestdirectie en bij Zimmer en Jacobson<br />

in viooltechniek.<br />

In het begin <strong>van</strong> <strong>de</strong> jaren 30 heeft hij een lesopdracht aan <strong>de</strong> Muziekaca<strong>de</strong>mie<br />

Aalst, later aan het KMC Brussel. In 1970 wordt hij lesgever kamermuziek aan<br />

het KMC en in 1974 wordt hij benoemd tot professor aan <strong>de</strong> Muziekkapel Koningin<br />

Elisabeth. Van 1960 tot zijn plots overlij<strong>de</strong>n is hij directeur <strong>van</strong> het Ste<strong>de</strong>lijk Conservatorium<br />

Oosten<strong>de</strong>.<br />

Maes P. C. (redactie) Georges Maes in het Belgisch muziekleven (1946 –<br />

1976), s.l., Fonds Georges Maes, s.d.<br />

Maes Guy (1939), directeur<br />

On<strong>de</strong>rwijzer (Rijksbasisscholen Koekelberg, Halle en Mortsel), leraar psychologie en pedagogiek<br />

( Rijksnormaalscholen St.-Pieters-Woluwe en Laken), stafme<strong>de</strong>werker (Centraal<br />

Pedagogisch Bureau) coördinator (Pedagogisch Centrum Lier), directeur Hoger Rijksinstituut<br />

voor Tuinbouw Melle, sectorhoofd on<strong>de</strong>rwijs en on<strong>de</strong>rzoek <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong>. Ontwerper<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> vorming on<strong>de</strong>rwijsmanagement ingericht door <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> en voorzitter<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> stuurgroep die verantwoor<strong>de</strong>lijk was voor <strong>de</strong>ze vorming (1997-2000).<br />

On<strong>de</strong>rwijzer (Rijksnormaalschool Lier), licentiaat opvoedkundige wetenschappen (RUG),<br />

licentiaat agogiek (VUB).<br />

Maes Herman (1926 -2009), lesgever


61<br />

Gemeenteraadslid VU Deinze (1977-1991). Provinciaal voorzitter Vlaamse Volksbeweging<br />

Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren, Willemsfonds en 5 November Komitee. Voorzitter Kunst en Oudheidkundige<br />

Kring Deinze (1977-1996), Marnixkring <strong>Gent</strong>-Borluut (1980-1980 en 1990-1991)<br />

en Cultuurraad Deinze (1993-2001).<br />

Leraar KA Deinze (1950), lesgever RHIPB (1960-1975), RNS (1960) en HRTH <strong>Gent</strong> (1961-<br />

1987), Secretaris vaste raad Hoger On<strong>de</strong>rwijs (1978-1986).<br />

Maes Noël (1948), journalist<br />

Corporate public relations Bekaert nv (1977-1984); journalist De Weekbo<strong>de</strong> – Kortrijks<br />

Han<strong>de</strong>lsblad (sinds 1984); hoofdredacteur De Weekbo<strong>de</strong> – Kortrijks Han<strong>de</strong>lsblad (sinds<br />

1986) en Krant <strong>van</strong> West-Vlaan<strong>de</strong>ren (sinds 1996)<br />

Graduaat vertaler PHTI (1968)<br />

Maet Marc (1955-2000), kunstenaar<br />

Het schil<strong>de</strong>rwerk <strong>van</strong> Marc Maet on<strong>de</strong>rgaat in <strong>de</strong> loop <strong>van</strong> zijn carrière een grondige evolutie.<br />

Aan<strong>van</strong>kelijk is hij een schil<strong>de</strong>r <strong>van</strong> het expressieve gebaar. In <strong>de</strong> eerste helft <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

jaren tachtig zoekt hij in een uitgepuur<strong>de</strong> stijl naar een balans tussen het figuratieve en<br />

het abstracte. Begin <strong>de</strong> jaren negentig duiken allerlei filosofische citaten op in zijn werk.<br />

Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> laatste jaren <strong>van</strong> zijn leven maakt hij weer uitgesproken figuratieve, klassiekere<br />

schil<strong>de</strong>rijen.<br />

Maet geldt in <strong>de</strong> jaren tachtig als het boegbeeld <strong>van</strong> <strong>de</strong> jonge Vlaamse schil<strong>de</strong>rs en kan<br />

dan rekenen op <strong>de</strong> steun <strong>van</strong> vooraanstaan<strong>de</strong> figuren in <strong>de</strong> kunstwereld. In <strong>de</strong> jaren negentig<br />

echter taant zijn ster: teleurgesteld over het kunstcircuit dat hem heeft laten vallen,<br />

trekt hij zich verbitterd en eenzaam terug in zijn atelier.<br />

Volgt lessen schil<strong>de</strong>rkunst aan <strong>de</strong> KASK en was er lesgever <strong>van</strong> 1985 tot zijn overlij<strong>de</strong>n.<br />

Magits Michel (1946), hoogleraar<br />

Gewoon hoogleraar verbon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> Faculteit <strong>de</strong>r Rechtsgeleerdheid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vrije Universiteit<br />

Brussel, waar hij voorzitter is <strong>van</strong> <strong>de</strong> vakgroep Metajuridica. Decaan <strong>van</strong> <strong>de</strong> Faculteit<br />

<strong>de</strong>r Rechtsgeleerdheid (1988-1991 en 1998-2002). Voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> On<strong>de</strong>rwijsraad<br />

(1991-1994). In 2003 is hij lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> expertengroep Evaluation <strong>de</strong> la Qualité. Droit, ingesteld<br />

door <strong>de</strong> Conseil <strong>de</strong>s Recteurs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Franse Gemeenschap. Hij publiceert over<br />

rechtsgeschie<strong>de</strong>nis en on<strong>de</strong>rwijsrecht alsook over levensbeschouwelijke problemen. Magits<br />

is <strong>van</strong> 1997 tot 2006 voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Unie Vrijzinnige Verenigingen.<br />

Doctor in <strong>de</strong> Rechten (1972) en in <strong>de</strong> Geschie<strong>de</strong>nis (1977).Van 1977 tot 1983 hoogleraar<br />

HIBH.<br />

Malfait Hubert (1898 – 1971), schil<strong>de</strong>r<br />

Malfait begint tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> jaren twintig te schil<strong>de</strong>ren in <strong>de</strong> geest <strong>van</strong> het toen allesoverheersen<strong>de</strong><br />

expressionisme, al gebruikt hij, in tegenstelling tot <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re expressionisten,<br />

een felgekleurd coloriet.<br />

Van 1936 tot ongeveer 1954 evolueert zijn werk naar een meer figuratieve schriftuur.<br />

Stillevens en boerenfiguren wor<strong>de</strong>n donker<strong>de</strong>r <strong>van</strong> kleur. Vaak wordt die somberheid<br />

aan <strong>de</strong> druk <strong>van</strong> sociale, economische en politieke onrust toegeschreven.<br />

Hij schil<strong>de</strong>rt stillevens, dieren en figuren in realistisch-animistische stijl. Begin<br />

1960 keert <strong>de</strong> kunstenaar terug naar het Post-Expressionisme, een strekking die<br />

blijft volgen tot aan zijn dood. Binnen <strong>de</strong> Belgische kunstwereld wordt Hubert<br />

Malfait beschouwd als <strong>de</strong> laatste epigoon <strong>van</strong> <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> Latemse Groep en een<br />

voorbeeld <strong>van</strong> het Vlaams Expressionisme.<br />

Malfait is stu<strong>de</strong>nt en lesgever KASK en lesgever aan <strong>de</strong> aca<strong>de</strong>mie <strong>van</strong> Deinze.<br />

Mannaerts Valérie (1974), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Het oeuvre <strong>van</strong> Valérie Mannaerts kan gezien wor<strong>de</strong>n als een verzamelplaats voor <strong>de</strong> uiting<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> dingen die onuitgesproken en onuitspreekbaar schijnen te bestaan. De beel<strong>de</strong>n<br />

(in <strong>de</strong> zin <strong>van</strong> vormen) die <strong>de</strong> kunstenaar produceert, zijn getuige <strong>van</strong> een grote


62<br />

openheid. Een openheid die verlangt naar een genereuze maar geëngageer<strong>de</strong> bewustzijnsvorm,<br />

wars <strong>van</strong> elke vorm <strong>van</strong> sentimentaliteit. In Mannaerts’ geconstrueer<strong>de</strong> universum<br />

herkent men organismen (levensvormen) die zich vrijwillig hebben vervreemd <strong>van</strong><br />

het banale, dagdagelijkse leven. In zijn poging om iets <strong>van</strong> dat leven te vatten, spreekt<br />

het werk zich uit in een taal (vorm) die zich onmogelijk in woor<strong>de</strong>n laat vatten. Getuige<br />

<strong>van</strong> een aanwezigheid die volkomen beschikbaar en omnipresent is, maar die nog niet<br />

schijnt ingevuld.<br />

Valérie Mannaerts stelt in binnen en buitenland tentoon en had solotentoonstellingen in De<br />

Appel Amsterdam, Extra City Antwerpen, Etablissement d’en Face Brussel, De Vereniging<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Vrien<strong>de</strong>n <strong>van</strong> het SMAK <strong>Gent</strong>, Marres Maastricht. Recent nam zij <strong>de</strong>el aan Beaufort<br />

03, The Thing (All that is solid melts into air), M_hka Cultuursite Mechelen, Un-Scene<br />

Wiels, Brussel, Voici PvSK Brussel, Extra City (2010). Samen met Sylvie Eyberg vertegenwoordigt<br />

zij <strong>de</strong> Belgische Selectie <strong>van</strong> <strong>de</strong> Biënnale <strong>van</strong> Venetië (2003).<br />

Stu<strong>de</strong>ert 3D aan <strong>de</strong> KASK (1995).<br />

Marissal Philippe Karel (1698 – 1770), stichter Aca<strong>de</strong>mie<br />

Marissal stu<strong>de</strong>ert schil<strong>de</strong>rkunst bij Gilles Le Plat (1656 – 1724) en aan <strong>de</strong> Ecole<br />

<strong>de</strong>s Beaux Arts Parijs. Bij zijn terugkeer in <strong>Gent</strong> schrijft hij zich in aan <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se<br />

neerynghe <strong>van</strong> <strong>de</strong> fynschil<strong>de</strong>rs, beeltsny<strong>de</strong>rs, glaesemaeckers. Later wordt hij er<br />

gezwoorene (1737 – 1739 en 1759 – 1763). In 1748 start hij in zijn woning met<br />

een kunstleergang voor <strong>de</strong> jeugd, waarvoor hij als betaling tien schellingen (of<br />

escalins) per jaar vraagt. Meer dan tien leerlingen kan hij echter niet op<strong>van</strong>gen.<br />

Aan o.a. baron Della Faille verzoekt hij in 1750 om on<strong>de</strong>rsteuning, meer bepaald<br />

op het vlak <strong>van</strong> <strong>de</strong> infrastructuur. Zo krijgt hij eerst lokalen in <strong>de</strong> afgeschafte St.-<br />

Antoniusgil<strong>de</strong> (St.-Antoniuskaai), later in het Stadhuis en nog later in het Pakhuis<br />

op <strong>de</strong> Korenmarkt ter beschikking. Marissal, die zelf een matig schil<strong>de</strong>r is, zal<br />

vooral als stichter <strong>van</strong> <strong>de</strong> KASK naam verwerven : zijn inzigt was <strong>van</strong> konstoeffenaeren<br />

te vormen, daerom had hy altyd zeven of acht leerlingen, die hy byzig<br />

hield, om hun in het schil<strong>de</strong>ren te oeffenen, een voorbeeld, het welke wenschelyk<br />

waere<br />

door alle <strong>de</strong> professors <strong>de</strong>r teek- en schil<strong>de</strong>rscholen te zien naegevolgd wor<strong>de</strong>n.<br />

Masereel Frans (1889 – 1972), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Masereel verwerft wereldfaam door het weergeven in houtsne<strong>de</strong>n <strong>van</strong> het mo<strong>de</strong>rne<br />

leven in <strong>de</strong> grote ste<strong>de</strong>n tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> eerste helft <strong>van</strong> <strong>de</strong> twintigste eeuw : wanneer<br />

alles ten gron<strong>de</strong> zou gaan ; alle boeken, monumenten, foto’s en verslagen<br />

en er bleven slechts <strong>de</strong> houtsne<strong>de</strong>n die Masereel geduren<strong>de</strong> tien jaar geschapen<br />

heeft gespaard, dan zou men alleen daaruit onze hele he<strong>de</strong>ndaagse wereld kunnen<br />

herbouwen. (Stefan<br />

Zweig).<br />

Na zijn studies aan <strong>de</strong> KASK reist Masereel veel, waarna hij zich rond 1910 in<br />

Parijs vestigt. Daar komt hij, eer<strong>de</strong>r toevallig, in aanraking met <strong>de</strong> houtsne<strong>de</strong>.<br />

Bij het uitbreken <strong>van</strong> WOI vlucht hij naar Genève waar hij drie antioorlogsalbums<br />

publiceert : De do<strong>de</strong>n spreken, De do<strong>de</strong>n staan op (1917) en De<br />

hartstocht <strong>van</strong> een mens (1918). Tot 1920 verschijnen zowat duizend tekeningen<br />

in dagelijkse afleveringen in het pacifistische tijdschrift La Feuille, waarbij hij <strong>de</strong><br />

verschrikkingen <strong>van</strong> <strong>de</strong> oorlog in beeld brengt. On<strong>de</strong>rtussen wordt hij door <strong>de</strong><br />

Belgische regering als dienstweigeraar beschouwd. In het boek De stad (1925)<br />

legt hij in hon<strong>de</strong>rd houtsne<strong>de</strong>n zijn visie op het leven in <strong>de</strong> grootstad in <strong>de</strong> jaren<br />

twintig vast.<br />

Masereel wordt samen met Jan-Frans Cantré, Jozef Cantré, Henri Van Straten<br />

en Joris Minne gerekend tot <strong>de</strong> Grote Vijf, die <strong>de</strong> Vlaamse grafische kunst na <strong>de</strong><br />

Eerste Wereldoorlog nieuw leven inbliezen. In 1950 krijgt hij op <strong>de</strong> Biënnale <strong>van</strong><br />

Venetië <strong>de</strong> Grote Prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Grafiek.


63<br />

In 1908 volgt hij vioollessen aan het KMC. Hij is stu<strong>de</strong>nt aan <strong>de</strong> KASK, en volgt<br />

schil<strong>de</strong>rkunst bij Jean Delvin. Van 1947 tot 1951 is hij leraar aan het Centre <strong>de</strong>s<br />

Métiers d’Art te Saarbrücken.<br />

Van Parys J., Masereel. Een biografie. Antwerpen Houtekiet/ Baarn De<br />

Prom, 1995.<br />

Massart Lucien (1908 – 1988), rector<br />

Massart, een specialist op het gebied <strong>van</strong> <strong>de</strong> enzymologie, bouwt een indrukwekken<strong>de</strong><br />

aca<strong>de</strong>mische carrière uit als secretaris (1953 – 1954) en voorzitter (1954 –<br />

1961) <strong>van</strong> het Biochemisch Centrum, secretaris <strong>van</strong> <strong>de</strong> Veeartsenijschool (1955 –<br />

1956), on<strong>de</strong>rvoorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Raad <strong>van</strong> Beheer <strong>van</strong> <strong>de</strong> RUG (1957 – 1959), lid<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Beheerscommissie <strong>van</strong> het Patrimonium en directeurdiensthoofd <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Laboratoria voor Anorganische Scheikun<strong>de</strong> en Biochemie.<br />

Van 1960 tot 1965 is hij voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Nationale Raad voor Wetenschapsbeleid.<br />

Dit ambt legt hij neer als hij <strong>de</strong> eerste rector <strong>van</strong> het Rijksuniversitair Centrum<br />

Antwerpen (RUCA) wordt (1965 – 1977).<br />

In 1951 is Lucien Massart me<strong>de</strong>oprichter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Belgian Society of Biochemistry<br />

and Molecular Biology (BMB). Hij is laureaat <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Vlaamse Aca<strong>de</strong>mie<br />

voor Wetenschappen (1941), <strong>van</strong> <strong>de</strong> driejaarlijkse L. Errera-prijs (1938 –<br />

1941) en <strong>van</strong> <strong>de</strong> Francqui prijs (1957) en lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Aca<strong>de</strong>mie voor<br />

Geneeskun<strong>de</strong> <strong>van</strong> België, stichtend lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Chemische Vereniging en<br />

erebestuur<strong>de</strong>r <strong>van</strong> het Institut für Gäringswissenschaft te München.<br />

Lucien Massart stu<strong>de</strong>ert scheikun<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> ULB, waar hij in 1932 promoveert tot<br />

doctor in <strong>de</strong> wetenschappen, groep scheikun<strong>de</strong>. Hij is achtereenvolgens assistent<br />

(1934), werklei<strong>de</strong>r (1937), docent (1941), hoogleraar (1946) en gewoon hoogleraar<br />

(1948) aan <strong>de</strong> toenmalige Veeartsenijschool. Hoogleraar aan <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong><br />

voor Gistingsbedrijven, Voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> bestuurscommissie <strong>van</strong> het Hoger Han<strong>de</strong>ls<br />

en Technisch Instituut (1950 – 1977).<br />

Mathieu Emile (1844 – 1932), musicus<br />

In 1863 wordt in <strong>de</strong> Théâtre <strong>de</strong> Liège zijn eerste opera L’Echange (naar Voltaire)<br />

gecreëerd. Hoewel hij drie keer <strong>de</strong>elneemt aan <strong>de</strong> Prijs <strong>van</strong> Rome behaalt hij<br />

nooit een eerste prijs (wel een twee<strong>de</strong> in 1869 én in 1871). Bij zijn <strong>de</strong>r<strong>de</strong> poging<br />

krijgt hij, ter aanmoediging, een reisbeurs voor twee jaar. Van 1873 tot 1875<br />

woont en werkt hij in Parijs, waar hij dirigent is aan het Théâtre du Châtelet. Na<br />

zijn terugkeer in België (1875) wordt hij pianist-begelei<strong>de</strong>r aan <strong>de</strong> Muntschouwburg,<br />

waar ook verschillen<strong>de</strong> <strong>van</strong> zijn werken wer<strong>de</strong>n uitgevoerd.<br />

Zowel in Leuven als in <strong>Gent</strong>, waar hij telkens directeur <strong>van</strong> het conservatorium<br />

wordt, brengt hij opgemerkte concerten, met on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re De Schel<strong>de</strong> <strong>van</strong> Peter<br />

Benoit (1899 en 1913), Christus <strong>van</strong> Adolphe Samuel (1904) en <strong>de</strong> Matheuspassie<br />

(1912).<br />

Mathieu laat een vrij om<strong>van</strong>grijk oeuvre na, waarin het hoofdaccent op <strong>de</strong> vocale<br />

muziek ligt. Tot zijn bekendste werken behoren <strong>de</strong> muziekdrama’s Richil<strong>de</strong><br />

(1886), L’Enfance <strong>de</strong> Roland (1889 – 1891) en <strong>de</strong> lyrische gedichten Le Hoyoux<br />

(1879) en Freyhir<br />

(1883). Bijna <strong>de</strong> hele verzameling <strong>van</strong> Mathieu’s autografe manuscripten wordt in<br />

1934 door <strong>de</strong> Koninklijke bevin<strong>de</strong>n zich ook meer<strong>de</strong>re manuscripten en door Mathieu<br />

gesigneer<strong>de</strong> werken in <strong>de</strong> BGc. In <strong>de</strong> Ste<strong>de</strong>lijke Muziekschool <strong>van</strong> Leuven<br />

volgt hij zijn eerste muziekopleiding. In 1860 schrijft hij zich in aan het KMC<br />

Brussel waar hij eerste prijzen behaalt voor harmonie en piano (1863) en ook<br />

contrapunt, fuga en compositie stu<strong>de</strong>ert. Vanaf 1867 zal hij piano- en harmonieles<br />

geven aan <strong>de</strong> Ste<strong>de</strong>lijke Muziekschool <strong>van</strong> Leuven. In 1881 wordt hij er tot<br />

directeur benoemd. Op 18 oktober 1898 volgt hij Adolphe Samuel op als directeur<br />

<strong>van</strong> het KMC, een functie die hij tot 1924 zal bekle<strong>de</strong>n.<br />

Matthys Marc (1956), musicus


64<br />

Matthys werkt samen met musici met verschillen<strong>de</strong> achtergron<strong>de</strong>n: klassieke - Dirk Brossé,<br />

Walter Boeykens en Rudolf Werthen - zowel als jazz - zo Toots Thielemans- of popmuziek<br />

- <strong>de</strong> zangeres Shirley Bassey. Het werken met verschillen<strong>de</strong> muziekgenres karakteriseert<br />

ook zijn CD-opnames waar hij aan <strong>de</strong> slag gaat met een grote verschei<strong>de</strong>nheid aan<br />

orkesten, zowel klassieke ensembles (I Fiamminghi, het Nationaal Orkest <strong>van</strong> België) als<br />

brass bands (The Symphonic Band of the Belgian Gui<strong>de</strong>s), jazz ensembles (Trio Cucamonga,<br />

Big Band Sound) dan wel met zijn eigen kwartet zoals op het feest n.a.v. <strong>de</strong> huwelijksverjaardag<br />

<strong>van</strong> Koningin Bou<strong>de</strong>wijn en Koningin Fabiola (1985).<br />

Matthys kent tevens erkenning als componist: in 2000 is hij composer in resi<strong>de</strong>nce (samen<br />

met Christian-Adolph Wauters en Piet Swerts) op het Campo Festival Antwerpen en<br />

winnaar (2001) <strong>van</strong> <strong>de</strong> BAP-SABAM internationale compositiewedstrijd voor jazz thema’s.<br />

Hij behaalt prijzen op <strong>de</strong> Van Roy Piano wedstrijd (1976), <strong>de</strong> Tenuto Wedstrijd (1979),<br />

Europ Jazz (1979) en <strong>de</strong> Dunkirk Jazz Competition (1980). In 1980 ont<strong>van</strong>gt hij <strong>de</strong> Grand<br />

Prix Humanitaire <strong>de</strong> France.<br />

Marc Matthys stu<strong>de</strong>ert aan het KMC waar hij <strong>de</strong> hogere diploma’s piano en kamermuziek<br />

behaalt en 1 ste prijzen contrapunt en fuga. Hij is docent jazz en lichte muziek aan het KMC<br />

(sinds 1995 ), directeur <strong>van</strong> het Kortrijkse Conservatorium en guest lecturer aan <strong>de</strong> Bowling<br />

Green University (Ohio). Tevens is hij lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> jury <strong>van</strong> <strong>de</strong> Europ Jazz Contest en Les<br />

Django’s d’Or, Victoires du Jazz.<br />

Matthys Danny (1947), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Matthys hoort bij <strong>de</strong> eerste kunstenaars in België die op het ein<strong>de</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> jaren zestig experimenteren<br />

met [polaroid-]fotografie, film en vi<strong>de</strong>o[-installaties]. In <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> is zijn<br />

werk sterk conceptueel en analytisch <strong>van</strong> inslag. Het bestaat uit een reeks on<strong>de</strong>rzoeken<br />

naar <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> beperkingen <strong>van</strong> die nieuwe media en <strong>van</strong> onze waarneming.<br />

Begin jaren tachtig is er een kentering in Matthys’ werken. De beeldconstructies zijn<br />

niet meer systematisch en overzichtelijk: indrukwekken<strong>de</strong> fotomozaïeken komen tot<br />

stand. Het verhaal versplintert in een geheel <strong>van</strong> fragmenten en biedt een overdaad aan<br />

informatie. Matthys eigent zich beel<strong>de</strong>n toe uit <strong>de</strong> omringen<strong>de</strong> wereld, maar ook uit zijn<br />

eigen werk. Hij transformeert ze, plaatst ze in een an<strong>de</strong>re context en een nieuwe vorm.<br />

Hierdoor ontstaan nieuwe betekenissen. Met <strong>de</strong> mozaïeken tast hij kritisch het gegeven<br />

<strong>van</strong> beeldovervloed, beeldontwaarding en beeldmanipulatie af.<br />

Na een lange reis in Australië maakt Matthys in <strong>de</strong> jaren negentig opnieuw mozaïeken,<br />

maar nu geïntegreerd in architectuur. Ze verwijzen naar <strong>de</strong> fotomozaïeken <strong>van</strong> <strong>de</strong> jaren<br />

tachtig. De aanwezigheid <strong>van</strong> gestileer<strong>de</strong>, ge<strong>de</strong>personaliseer<strong>de</strong> menselijke contouren<br />

vormt echter een verschil.<br />

Actuele Kunst in België Inzicht/Overzicht (1979), Chambres d’Amis (1986), An introduction<br />

William Morris Galleries Melbourne, Victoria (1990), Danny Matthys Down Un<strong>de</strong>r MDD<br />

(1994), Danny Matthys The Schock of the Old Deweer Art Gallery (1995), Gelijk het leven<br />

is SMAK (2003), Jubilee (een verhaal <strong>van</strong> het beeld) MUHKA (2007), A Story of the Image.<br />

Old and New Masters from Antwerp Shangai Art Museum & Singapore National Museum<br />

(2009).<br />

Monumentale kunst, Hoger St. Lucasinstituut <strong>Gent</strong> (1967-1971), Beeldhouwkunst KASK<br />

(1972-1974), Leraar Ste<strong>de</strong>lijke Secundair Kunstinstituut (1974-1991) en KASK (1991-<br />

1995), docent titularis Mixed Media KASK (1995-2007).<br />

Medaer Carl (1939), pedagoog<br />

Samen met pedagogen, sociaal assistenten en <strong>lesgevers</strong> willen Medaer en Luc Martens<br />

<strong>van</strong>uit een ongenoegen over <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijsvormen in 1973 een alternatieve<br />

school oprichten, wat leidt tot <strong>de</strong> oprichting <strong>van</strong> De Buurt in <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se volkswijk Sluizeken-Mui<strong>de</strong><br />

(1974). Men start er met een kin<strong>de</strong>rclubhuis en een avondschooltje terwijl <strong>de</strong><br />

initiatiefgroep ver<strong>de</strong>r aan <strong>de</strong> theoretische uitbouw <strong>van</strong> <strong>de</strong> school werkt die in 1976 <strong>van</strong><br />

start gaat. Drie jaar later is <strong>de</strong> uitbouw <strong>van</strong> <strong>de</strong> school rond waarna De Buurt nauwere ban<strong>de</strong>n<br />

aanknoopt met an<strong>de</strong>re alternatieve schooltjes: Van officiële zij<strong>de</strong> krijgt dit samenwerkingsverband,<br />

met naam Fe<strong>de</strong>ratie voor Onafhankelijke Scholen FOS. (1984), <strong>de</strong> omschrijving<br />

Metho<strong>de</strong>scholen. De doorbraak komt er op het ogenblik <strong>van</strong> <strong>de</strong> opheffing <strong>van</strong>


65<br />

overheidswege <strong>van</strong> <strong>de</strong> scholenstop (1984) waardoor <strong>de</strong> FOS, bij mid<strong>de</strong>l <strong>van</strong> fusie tussen<br />

verschillen<strong>de</strong> metho<strong>de</strong>scholen, aan <strong>de</strong> normen qua leerlingen kan voldoen.<br />

Carl Medaer is on<strong>de</strong>rwijzer, licentiaat Pedagogie en licentiaat Ontwikkelingssamenwerking.<br />

Met een on<strong>de</strong>rbreking tussen 1966 en 1968 tij<strong>de</strong>ns welke hij door <strong>de</strong> Belgische Bijstand<br />

belast wordt met een lesopdracht en <strong>de</strong> taak om een eerste normaalschool voor meisjes in<br />

Rwaza (Rwanda) uit te bouwen, is Medaer (1964-1990) verbon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> RNS. Van 1990<br />

tot 1998 wordt hij door het Gemeenschapson<strong>de</strong>rwijs ge<strong>de</strong>tacheerd om Leefscholen, een<br />

nieuw type metho<strong>de</strong>scholen – met elementen die weliswaar ook in De Buurt uitgewerkt<br />

wor<strong>de</strong>n maar toch een eigen concept belichamen – uit te bouwen. Er zijn nu een 25 GO!<br />

Leefscholen ·.<br />

Medaer C., Thienpont A., Kabouter tussen reuzen, EPO 1986<br />

Medaer C., Een school om te leven, een leefschool. Die Keure, ISBN<br />

9789062007127<br />

Mees Jozef (1898-1987), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Beroepshalve leidt hij jarenlang het door zijn va<strong>de</strong>r opgericht bedrijf voor meubelkunst,<br />

<strong>de</strong>coratie en binnenhuisarchitectuur. Als kunstschil<strong>de</strong>r <strong>de</strong>buteert hij in <strong>de</strong> expressionistische<br />

richting maar tussen <strong>de</strong> twee wereldoorlogen komt zijn werk animistisch over. Hij<br />

kiest in 1952 <strong>de</strong>finitief voor het abstracte en evolueert daarbij <strong>van</strong> lyrische abstractie naar<br />

sterk gestructureer<strong>de</strong> composities. In 1968 wordt een retrospectieve <strong>van</strong> zijn werkt georganiseerd<br />

in het Museum voor Schone Kunsten <strong>Gent</strong> en later in het Centrum voor kunst<br />

en Cultuur <strong>Gent</strong> (1970) zowel als in het Paleis voor Schone Kunsten Brussel (1971), het<br />

Grand Palais Parijs (1978) en het Museum Dhondt-Dhaenens Deurle (1988).<br />

Jozef Mees is lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Commissie <strong>van</strong> het MSK <strong>Gent</strong>, me<strong>de</strong>stichter en on<strong>de</strong>rvoorzitter<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Vereniging voor het Museum <strong>van</strong> He<strong>de</strong>ndaagse Kunst en me<strong>de</strong>stichter en voorzitter<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Stichting Mevrouw J. Dhondt-Dhaenens te Deurle.<br />

Behaalt aan <strong>de</strong> KASK zijn diploma <strong>van</strong> architect, maar volgt er tevens <strong>de</strong> klassen voor<br />

schil<strong>de</strong>rkunst o.a. bij Jean Delvin.<br />

Melen Hans, zie Van Doorne Frank<br />

Mengal Martin-Joseph (1784 – 1851), musicus<br />

Ook wel l’ainé genoemd om hem te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n <strong>van</strong> zijn jongere broer die ook<br />

hoornist is. Ook va<strong>de</strong>r Mengal is hoornist aan <strong>de</strong> Opera’s <strong>van</strong> <strong>Gent</strong> en <strong>van</strong> Brussel.<br />

Al op <strong>de</strong>rtienjarige leeftijd is Mengal l’ainé eerste hoornist in het Grand Théâtre<br />

<strong>van</strong> <strong>Gent</strong><br />

waar hij <strong>de</strong> functie <strong>van</strong> zijn va<strong>de</strong>r overneemt. Dankzij Faipoult, prefect <strong>van</strong> het<br />

Département <strong>de</strong> l’Escault, stu<strong>de</strong>ert hij in Parijs bij Napoleons favoriete muzikant<br />

Frédéric Duvernoy (1765 – 1838). Mengal wordt hierdoor dienstplichtig aan <strong>de</strong><br />

Franse Staat en wordt als hoornist (1804) ingelijfd bij het orkest <strong>van</strong> <strong>de</strong> Gar<strong>de</strong><br />

Impériale (samengesteld uit conservatoriumstu<strong>de</strong>nten).<br />

In 1824 beslist hij terug te keren naar <strong>Gent</strong> waar hij Charles-Louis Hanssens<br />

l’ainé opvolgt als directeur-dirigent <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Opera. Omdat na <strong>de</strong> Belgische<br />

Omwenteling <strong>de</strong> opera gedwongen is zijn <strong>de</strong>uren te sluiten, is een an<strong>de</strong>re beroepsbezigheid<br />

noodzakelijk. Die vindt hij in <strong>de</strong> Théâtre Français (<strong>de</strong> Bourla) in<br />

Antwerpen en in het Koninklijk Theater in Den Haag (1833). In 1835 wordt Mengal<br />

door Jan Frans Willems, secretaris <strong>van</strong> <strong>de</strong> bevoeg<strong>de</strong> Conseil <strong>de</strong> Surveillance,<br />

aangezocht als eerste directeur <strong>van</strong> het KMC. Hij is er eveneens leraar hoorn,<br />

harmonie en compositie. Als hij directeur is, schrijft Mengal verschillen<strong>de</strong> studiewerken,<br />

waar<strong>van</strong> sommige het didactisch niveau overschrij<strong>de</strong>n.<br />

Merchiers Nadia (1947), politica<br />

Hoofdconsulente (Ministerie <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Gemeenschap).


66<br />

Gemeenteraadslid (1981-1996 en 2001-2006) en schepen <strong>Gent</strong> (1989-1995). Voorzitter<br />

OCMW. Senator (1995-1999). Lid Raad <strong>van</strong> Bestuur <strong>van</strong> het Centrum voor gelijkheid <strong>van</strong><br />

kansen en voor racismebestrijding (1999- 2005)<br />

Afgestu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> SHISS.<br />

Meynen Eric (1957), stripauteur.<br />

Samen met Pjotr maakt hij <strong>van</strong>af 1980 <strong>de</strong> avonturen <strong>van</strong> Tommy Gun & Marion Lee en<br />

voor het blad Lava verzorgt hij (<strong>van</strong>af 1987) tekeningen bij scenario's <strong>van</strong> verhalen geschreven<br />

door Kamagurka. Ook Herman Brusselmans, waarmee hij goed bevriend is,<br />

schrijft stripscenario’s voor hem bvb. Inspecteur Bob Lost Het Bijna Op (1988).<br />

Eric Meynen verwerft een onbetwiste naambekendheid door <strong>de</strong> vele politieke cartoons die<br />

hij maakt voor het weekblad Panorama (sinds 1990) en Het Laatste Nieuws. In 1999 ont<strong>van</strong>gt<br />

hij <strong>de</strong> Bronzen Adhemar voor een bun<strong>de</strong>ling <strong>van</strong> <strong>de</strong>zen on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> titel De jaren <strong>van</strong><br />

Dehaene. In 2002 gaat hij bij Studio Van<strong>de</strong>rsteen werken als scenarist o.a. voor Suske en<br />

Wiske.<br />

Stu<strong>de</strong>nt KASK.<br />

Michielsens Lucienne (1926 – 1995), gekend als Herman-Michielsens Lucienne,<br />

politica<br />

Is tij<strong>de</strong>ns haar stu<strong>de</strong>ntentijd on<strong>de</strong>rvoorzitster <strong>van</strong> het Liberaal Vlaams Stu<strong>de</strong>ntenverbond<br />

(1948 – 1950), redactielid <strong>van</strong> het stu<strong>de</strong>ntentijdschrift Neohumanisme<br />

en lid <strong>van</strong> het Liberaal Vlaams Verbond.<br />

Na haar studies wordt ze bestuurssecretaris bij <strong>de</strong> juridische dienst <strong>van</strong> het ministerie<br />

<strong>van</strong> We<strong>de</strong>ropbouw en later (1953) directeur aan het ministerie <strong>van</strong> Openbare<br />

Werken. Ze beheert er het Departement Betwiste Zaken en vertegenwoordigt,<br />

tot ze senator wordt, <strong>de</strong> overheid in processen voor <strong>de</strong> Raad <strong>van</strong> State.<br />

Tussen 1965 en 1980 is ze eerst voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> juridische commissie <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

PVV-vrouwen en later voorzitster <strong>van</strong> <strong>de</strong> nationale fe<strong>de</strong>ratie <strong>van</strong> <strong>de</strong> PVV-Vrouwen.<br />

On<strong>de</strong>rtussen is zij in 1966 lid gewor<strong>de</strong>n <strong>van</strong> het partijbureau <strong>van</strong> <strong>de</strong> PVV. Van<br />

1973 tot 1977 is ze, samen met Herman De Croo, on<strong>de</strong>rvoorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> liberale<br />

partij.<br />

Ze komt o.m. op voor <strong>de</strong> vernieuwing en het levensbeschouwelijk opengooien <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> PVV, het verankeren<strong>van</strong> een open en verdraagzame maatschappij en <strong>de</strong> opvoeding<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> jeugd.<br />

Intussen is ze ook actief in <strong>de</strong> algemene strijd voor <strong>de</strong> vrouwenemancipatie. In<br />

1973 – 1974 maakt ze <strong>de</strong>el uit <strong>van</strong> <strong>de</strong> Belgische <strong>de</strong>legatie in <strong>de</strong> Commissie voor<br />

het Statuut <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vrouw binnen <strong>de</strong> Algemene Verga<strong>de</strong>ring <strong>van</strong> <strong>de</strong> Verenig<strong>de</strong><br />

Naties en in 1975 is zij co-voorzitster <strong>van</strong> het Belgisch organiserend comité voor<br />

het Internationaal Jaar <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vrouw.<br />

Van 1977 tot 1991 wordt Lucienne Herman-Michielsens gecoöpteerd senator en<br />

ze is <strong>van</strong> mei tot oktober 1980 staatssecretaris <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Gemeenschap,<br />

bevoegd voor o.m. <strong>de</strong> werking <strong>van</strong> <strong>de</strong> Openbare Centra voor Maatschappelijk<br />

Welzijn, <strong>de</strong> integratie en het onthaal <strong>van</strong> migranten, het gehandicaptenbeleid, <strong>de</strong><br />

jeugdbescherming en <strong>de</strong> sociale hulp aan (ex-) ge<strong>de</strong>tineer<strong>de</strong>n.<br />

De abortusproblematiek, die al <strong>de</strong>cennia aansleepte, is wellicht het meest opvallen<strong>de</strong><br />

thema waarrond ze zich engageert: in 1986 dient zij met <strong>de</strong> socialist Roger<br />

Lallemand een wetsvoorstel in dat door <strong>de</strong> senaat in november 1989 en door <strong>de</strong><br />

kamer op 29 maart 1990 wordt goedgekeurd en tot <strong>de</strong> befaam<strong>de</strong> koninklijke staking<br />

leidt.<br />

Na studies aan <strong>de</strong> Ste<strong>de</strong>lijke Normaalschool schrijft zij zich aan <strong>de</strong> RUG en behaalt<br />

er in 1950 het diploma <strong>van</strong> licentiaat in <strong>de</strong> criminologie en <strong>van</strong> doctor in <strong>de</strong><br />

rechten (1951).<br />

Minard Lo<strong>de</strong>wijk (1801 – 1875), architect<br />

In het <strong>Gent</strong>se wellicht <strong>de</strong> meest kenmerken<strong>de</strong> persoonlijkheid <strong>van</strong> <strong>de</strong> romantische<br />

(architectuur) perio<strong>de</strong> met haar neostijlen. In tegenstelling tot zijn tijdgenoot


67<br />

Roelandt had Minard vooral privé-opdrachtgevers (Woning Rassine, St. Pietersnieuwstraat<br />

; hoekhuis Prinsenhof/Abrahamstraat; Huis <strong>de</strong>r Van Eycks, hoek<br />

Koestraat/Vogelmarkt ; eigen woning Grote Huidvettershoek…). Het meest beken<strong>de</strong><br />

werk is uiteraard <strong>de</strong> naar hem genoem<strong>de</strong> schouwburg in <strong>de</strong> Walpoortstraat.<br />

Dit theater bouwt hij (1846 – 1847) op eigen kosten. Het is <strong>de</strong> eerste<br />

Vlaamse schouwburg te <strong>Gent</strong>. Minard is een verwoed verzamelaar en een gedreven<br />

oudheidkundige, wiens collectie zowel door Leopold I als Leopold II bezocht<br />

werd.<br />

Minard stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> KASK en behaalt er verschillen<strong>de</strong> prijzen (zo o.a. voor<br />

sierkunst en voor architectuur). In 1829 wordt hij twee jaar leraar architectuur<br />

aan <strong>de</strong> Koninklijke Aca<strong>de</strong>mie <strong>van</strong> Den Haag. Na <strong>de</strong> onafhankelijkheid <strong>van</strong> België<br />

vestigt hij zich terug in <strong>Gent</strong>. In 1854 wordt hij verkozen tot gemeenteraadslid.<br />

Hij zetelt in <strong>de</strong> Commissie voor Monumenten.<br />

De Lo<strong>de</strong>wijk Minarddreef ligt in het <strong>Gent</strong>se Cita<strong>de</strong>lpark.<br />

Minnaert Gilles Désiré (1836 – 1919), auteur<br />

Minnaert is actief als vernieuwer <strong>van</strong> het taalon<strong>de</strong>rwijs, o.a. door <strong>de</strong> publicatie<br />

<strong>van</strong> talrijke Ne<strong>de</strong>rlandse bloemlezingen en leesboeken. Met zijn vriend J. Vil<strong>de</strong>rs<br />

schrijft hij Aan<strong>van</strong>kelijk lees- en schrijfon<strong>de</strong>rricht (1865), dat in <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se stadsscholen<br />

zal gebruikt wor<strong>de</strong>n, alsook Kin<strong>de</strong>rlust, leesboekjes voor <strong>de</strong> laagste, mid<strong>de</strong>lste<br />

en hoogste klassen <strong>de</strong>r lagere school (4 <strong>de</strong>len) en Blikken in het rijk <strong>de</strong>r<br />

Natuur, leerboek voor <strong>de</strong> hoogste klassen <strong>de</strong>r lagere school en voor volwassenen,<br />

dat talrijke herdrukken zal kennen. Ver<strong>de</strong>r schrijft hij diverse essays. Siddhârta of<br />

De ster <strong>van</strong> Indië (1899) dat hij met zijn broer Jozef Minnaert schrijft, wordt (buiten<br />

wedstrijd) bekroond door <strong>de</strong> stad <strong>Gent</strong> in een prijsvraag, uitgeschreven bij <strong>de</strong><br />

opening <strong>van</strong> het nieuwe gebouw <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Ne<strong>de</strong>rlandse Schouwburg. Het<br />

levert hen nadien ook nog een bekroning op met <strong>de</strong> Staatsprijs voor toneelletterkun<strong>de</strong>.<br />

Minnaert is ook actief als voorzitter <strong>van</strong> het Willemsfonds. Minnaert bezoekt een<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se armenscholen en wordt on<strong>de</strong>rwijzer aan <strong>de</strong> RNS Lier (1858). Start<br />

zijn loopbaan als hulpon<strong>de</strong>rwijzer in het <strong>Gent</strong>se Ste<strong>de</strong>lijk On<strong>de</strong>rwijs en wordt in<br />

1859 on<strong>de</strong>rwijzer aan <strong>de</strong> voorberei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> normaalschool. In 1869 on<strong>de</strong>rdirecteur<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> normaalaf<strong>de</strong>ling en in 1876 pedagogisch directeur <strong>van</strong> het <strong>Gent</strong>se ste<strong>de</strong>lijke<br />

on<strong>de</strong>rwijs. Van 1863 tot 1895<br />

is Minnaert leraar pedagogiek en Ne<strong>de</strong>rlandse taal en letterkun<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> RNS.<br />

Minne Georges (1866 – 1941), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Minne wordt beschouwd als <strong>de</strong> lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> figuur <strong>van</strong> <strong>de</strong> eerste groep kunstenaars<br />

te Sint-Martens-Latem. Later wor<strong>de</strong>n zij <strong>de</strong> mystieke symbolisten genoemd. Hij<br />

streeft naar een zo sterk mogelijk vereenvoudiging om <strong>de</strong> uitdrukkingskracht <strong>van</strong><br />

zijn beel<strong>de</strong>n te verhogen. Hij werkt op klein formaat en beperkt zijn thematiek:<br />

zijn kunst wordt tot het naturalistisch symbolisme gerekend, maar zijn slanke<br />

vergeestelijkte figuren en zijn composities laten ook een in<strong>de</strong>ling bij <strong>de</strong> Jugendstil<br />

toe en geven verbon<strong>de</strong>nheid te zien met <strong>de</strong> Preraffaëlieten.<br />

Hij is bevriend met <strong>de</strong> schrijver Maurice Maeterlinck, wiens werken Les serres<br />

chau<strong>de</strong>s (1888) en Soeur Béatrice (1900) hij illustreert. Ver<strong>de</strong>r verzorgt hij boekillustraties<br />

voor zijn vrien<strong>de</strong>n uit het symbolistische milieu, Charles <strong>van</strong> Lerberghe,<br />

Émile Verhaeren en Grégoire Le Roy.<br />

In 1890 exposeert hij enkele <strong>van</strong> zijn beel<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> XX (Brussel), waar<strong>van</strong> hij in<br />

1891 lid wordt. Op <strong>de</strong>rtigjarige leeftijd wil hij opnieuw <strong>van</strong>af nul beginnen en<br />

volgt (1895 – 1896) een opleiding beeldhouwen aan <strong>de</strong> KASK Brussel. In 1898<br />

vestigt hij zich in Sint- Martens-Latem.<br />

Minne werkt in hout, marmer, brons en graniet. Zijn tekeningen (meer dan 500)<br />

wor<strong>de</strong>n in houtskool en potlood gemaakt. Zijn meest beroem<strong>de</strong> werk De Knapenfontein,<br />

uit marmer gekapt, wordt oorspronkelijk (1905) aangekocht voor het


68<br />

Folkwangmuseum in Hagen en in 1922 naar Essen overgebracht. Bronzen versies<br />

bevin<strong>de</strong>n zich in <strong>Gent</strong>, Wenen en Brussel.<br />

Minne volgt een opleiding architectuur <strong>van</strong> (1882 – 1884) aan <strong>de</strong> KASK en wordt<br />

er later docent (1912 – 1914 en 1918 – 1919).<br />

Minnens Lynda (1947), schepen<br />

Verpleegster UZ-<strong>Gent</strong> (1968-1971); verpleegster PMS-Centrum Deinze (1971-1987);<br />

inspectrice paramedische discipline bij <strong>de</strong> Centra voor Leerlingbegeleiding, <strong>de</strong>partement<br />

on<strong>de</strong>rwijs (1987-2002). Gemeenteraadslid Stad Deinze (sinds 1989); schepen <strong>van</strong> Financiën,<br />

Lokale Economie, Feestelijkhe<strong>de</strong>n, Gemeenschapszalen en archief (OpenVLD) sinds<br />

1995.<br />

Gegradueer<strong>de</strong> ziekenhuisverpleegster HRIPB <strong>Gent</strong> (1968)<br />

Miry Karel (1823 – 1889), musicus<br />

Miry start op twaalfjarige leeftijd studies (harmonie, compositie, viool) aan het<br />

KMC en trekt daarna naar Brussel en Parijs. Nog tij<strong>de</strong>ns zijn studies sluit hij zich<br />

aan bij het <strong>Gent</strong>se operaorkest en schrijft dan zijn eerste composities. In 1845<br />

brengt het toneelgezelschap Broe<strong>de</strong>rmin en Taelyver zijn zangstuk Wit en Zwart<br />

en in 1847 volgt <strong>de</strong> opera Brigitta of <strong>de</strong> Twee Von<strong>de</strong>lingen ter gelegenheid <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

feestelijke opening <strong>van</strong> <strong>de</strong> Minardschouwburg. Voor bei<strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandstalige stukken<br />

– een primeur in het nog jonge België – werkt hij samen met tekstschrijver<br />

Hippoliet Van Peene (1811 – 1864), <strong>de</strong> echtgenoot <strong>van</strong> zijn tante Virginie Miry. In<br />

1847 schrijft hij samen met Van Peene De Vlaamse Leeuw. Deze compositie past<br />

bij <strong>de</strong> opkomen<strong>de</strong> Europese nationalistische bewegingen in <strong>de</strong> muziek en sluit ook<br />

aan bij <strong>de</strong> groeien<strong>de</strong> Vlaamse bewustwording. In 1973 wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> twee eerste<br />

strofen het officiële volkslied <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren.<br />

Hoewel Miry ook muziek schrijft voor Franstalige teksten, geniet <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandstalige<br />

zang zijn voorkeur. Ook voor kin<strong>de</strong>ren, wier muzikale opvoeding hij belangrijk<br />

acht, componeert hij tientallen lie<strong>de</strong>ren. In het totaal zet Miry, die samen met<br />

alle beken<strong>de</strong> tekstschrijvers en componisten <strong>van</strong> zijn tijd – Hendrik Conscience,<br />

Peter Benoit, Leo Van Gheluwe, Hendrik Waelput, Florimond Van Duyse, Napoleon<br />

Destanberg – samenwerkt, een duizendtal werken op partituur. Zijn oeuvre is<br />

zeer uitgebreid en getuigt <strong>van</strong> een rijke inspiratie en een zeldzame werkkracht.<br />

Miry’s talent wordt door ie<strong>de</strong>reen erkend en hij maakt snel carrière : hij wordt<br />

koorlei<strong>de</strong>r <strong>van</strong> toen vermaar<strong>de</strong> verenigingen, zoals <strong>de</strong> Melomanen en het Willemsgenootschap,<br />

engageert zich voor <strong>de</strong> vele muzikale gelegenheidsactiviteiten<br />

in <strong>Gent</strong> en wint diverse muziekwedstrij<strong>de</strong>n.<br />

Hij is naast lid <strong>van</strong> het hoofdbestuur <strong>van</strong> het Willemsfond ook lid <strong>van</strong> het Comiteit<br />

ter Bevor<strong>de</strong>ring <strong>van</strong> <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse Zang. Hij is ook verbon<strong>de</strong>n aan het orkest<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se opera en combineert dit werk met <strong>de</strong> functie <strong>van</strong> dirigent <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Brusselse Waux-Hall.<br />

Miry is leraar harmonieleer (1857 – 1889) en contrapunt, fuga en compositie<br />

(1857 – 1871) aan het KMC.<br />

Hij is er ook orkestmeester, artistiek directeur a.i. (1857 – 1871) en on<strong>de</strong>rdirecteur<br />

(1871 – 1889). Vanaf 1868 is hij ook als muziekleraar actief in <strong>de</strong> stadsscholen.<br />

In 1875 wordt hij ste<strong>de</strong>lijk on<strong>de</strong>rwijsinspecteur voor muziek, een functie die in<br />

1881 uitgebreid wordt tot heel Vlaan<strong>de</strong>ren.<br />

Montald Constant (1862 – 1944), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Samen met <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>r en afficheontwerper Privat- Livemont verblijft Montald<br />

<strong>van</strong>af 1885 in Parijs als leerling <strong>van</strong> <strong>de</strong> Ecole <strong>de</strong>s Beaux-Arts. In 1886 wint hij <strong>de</strong><br />

Prijs <strong>van</strong> Rome met zijn Diagoras in triomf meegedragen door zijn zonen, overwinnaars<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Olympische Spelen <strong>van</strong> het Ou<strong>de</strong> Griekenland. In <strong>Gent</strong> wordt het<br />

toekennen <strong>van</strong> <strong>de</strong>ze prijs uitgebreid gevierd. Hij verblijft daarna enige tijd in Firenze<br />

en Rome, waar hij zich laat inspireren tot het maken <strong>van</strong> zeer grote, mo-


69<br />

numentale werken. In 1897 – 1898 ontwerpt hij <strong>de</strong> <strong>de</strong>coratie <strong>van</strong> het timpaan in<br />

<strong>de</strong> gevel <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Ne<strong>de</strong>rlandse Schouwburg (1897 – 1898), nu NT<strong>Gent</strong>.<br />

WOI belet Montald ver<strong>de</strong>r die weg te gaan. Hij richt zich <strong>van</strong> dan af op het schil<strong>de</strong>ren<br />

<strong>van</strong> chevaletstukken, vooral <strong>van</strong> landschappen in <strong>de</strong> omgeving <strong>van</strong> zijn<br />

villa in Sint- Lambrechts-Woluwe. Deze villa wordt een ontmoetingsplaats voor<br />

vrien<strong>de</strong>n, on<strong>de</strong>r wie Emile Verhaeren en Stefan Zweig.<br />

In 1921 is Montald me<strong>de</strong>oprichter <strong>van</strong> <strong>de</strong> groep L’art monumental, die een <strong>de</strong>coratieve<br />

monumentale en met <strong>de</strong> architectuur verbon<strong>de</strong>n kunst voorstaat. Het<br />

meest opmerkelijke project <strong>van</strong> <strong>de</strong> groep is <strong>de</strong> <strong>de</strong>coratie <strong>van</strong> <strong>de</strong> halfcirkelvormige<br />

noor<strong>de</strong>lijke en zui<strong>de</strong>lijke gaan<strong>de</strong>rijen <strong>van</strong> het gebouwencomplex in het Jubelpark.<br />

Montald is (1934) lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Aca<strong>de</strong>mie <strong>van</strong> België.<br />

Terwijl hij overdag lessen <strong>de</strong>coratief schil<strong>de</strong>ren volgt aan <strong>de</strong> Nijverheidschool, is<br />

Montald <strong>van</strong>af 1874 ingeschreven voor <strong>de</strong> avondcursussen aan <strong>de</strong> KASK. Hij wint<br />

er <strong>de</strong> Grote Prijs en krijgt een studiebeurs <strong>van</strong> <strong>de</strong> stad <strong>Gent</strong>. Montald heeft aanzienlijke<br />

invloed als docent aan <strong>de</strong> KASK Brussel (1896 – 1902): René Magritte,<br />

Paul Delvaux en Edgard<br />

Tytgat zijn enkele <strong>van</strong> zijn leerlingen.<br />

Monteyne Lo<strong>de</strong> (1886-1959), kunstcriticus<br />

Naast een loopbaan in het on<strong>de</strong>rwijs, waar hij bij zijn leerlingen <strong>de</strong> lief<strong>de</strong> voor kunst en <strong>de</strong><br />

fraaie letteren wil aanwakkeren, interesseert hij zich voor <strong>de</strong> journalistiek, meer bepaald<br />

voor <strong>de</strong> toneelkritiek waarover hij in het weekblad Carolus - dat voor 1914 in Antwerpen<br />

verscheen - publiceert. Tij<strong>de</strong>ns WOI schrijft hij recensies in het weekblad Het Toneel dat<br />

hij <strong>van</strong> 1923 tot 1940 leidt, later in De Nieuwe Gazet. Ten gevolge <strong>van</strong> die expertise wordt<br />

hij (1922-1932) secretaris-verslaggever <strong>van</strong> <strong>de</strong> Belgische Commissie <strong>van</strong> het Landjuweel<br />

en (1942-1943) directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Ne<strong>de</strong>rlandse Schouwburg Antwerpen.<br />

Behaalt het diploma <strong>van</strong> on<strong>de</strong>rwijzer (1905) en dat <strong>van</strong> geaggregeer<strong>de</strong> leraar mid<strong>de</strong>lbaar<br />

on<strong>de</strong>rwijs (1907) aan <strong>de</strong> RNS. Is leraar in het Ste<strong>de</strong>lijk On<strong>de</strong>rwijs te Antwerpen en docent<br />

aan het KMC Antwerpen (1938-1952).<br />

Mussche Achilles (1896 – 1974), auteur<br />

Mussche is al op zijn veertien<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> slag als bedien<strong>de</strong>. Na een toelatingsexamen<br />

volgt hij – dankzij grote opofferingen <strong>van</strong> zijn familie – <strong>de</strong> lessen <strong>van</strong> <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwijzersopleiding<br />

aan <strong>de</strong> RNS (1911 – 1915). Tij<strong>de</strong>ns zijn studieperio<strong>de</strong> raakt<br />

hij gefascineerd door <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse, Duitse, Franse en Engelse literatuur en<br />

door het boeddhisme. Hij <strong>de</strong>buteert en wordt bekend met De twee va<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n<br />

(1927), humanitair-expressionistische poëzie vol sociale bewogenheid en doorspekt<br />

met een romantische gloed. Het werk wordt bekroond met <strong>de</strong> A. Beernaertprijs<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Vlaamse Aca<strong>de</strong>mie en <strong>de</strong> Driejaarlijkse Staatsprijs voor<br />

Poëzie. Ook zijn later werk getuigt <strong>van</strong> dit sociaal engagement, zoals o.a. Aan <strong>de</strong><br />

voet <strong>van</strong> het Belfort (1950) dat han<strong>de</strong>lt over het har<strong>de</strong> leven <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse<br />

textielarbei<strong>de</strong>rs of Ge<strong>de</strong>nksteen voor Rosa (1961) een geromanceer<strong>de</strong> biografie<br />

<strong>van</strong> Rosa Luxemburg. Hij schrijft essays en studies alsook leerboeken voor taal-<br />

en literatuuron<strong>de</strong>rwijs.<br />

Mussche is voorzitter <strong>van</strong> het Vermeylenfonds, <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vereniging <strong>van</strong> Vlaamse<br />

letterkundigen, <strong>van</strong> <strong>de</strong> Raadgeven<strong>de</strong> Culturele Commissie <strong>van</strong> Omroep Oost-<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren en lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Vlaamse Aca<strong>de</strong>mie voor Taal- en Letterkun<strong>de</strong>.<br />

Alles aan <strong>de</strong> RNS: on<strong>de</strong>rwijzer (1915), regent (1928), akte <strong>van</strong> normaalschoolleraar<br />

(1930), leraar (1928 – 1948) en Waarnemend directeur (april – juni 1948).<br />

Nadien Rijksinspecteur voor het Normaalon<strong>de</strong>rwijs (1948 – 1956).<br />

Muylaert Antoine (1931), burgemeester<br />

Zelfstandig bloemist. Rechter in sociale zaken voor zelfstandigen (1970) Arbeidsrechtbank<br />

Den<strong>de</strong>rmon<strong>de</strong>, Gemeenteraadslid CVP (1964) en laatste burgemeester (1971-1977) <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> gemeente Her<strong>de</strong>rsem die na <strong>de</strong> samenvoeging een <strong>de</strong>elgemeente <strong>van</strong> Aalst wordt.


70<br />

Eerste voorzitter en me<strong>de</strong>stichter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Dorpsraad, met <strong>de</strong> financiële steun <strong>van</strong> <strong>de</strong> stad<br />

samengesteld uit le<strong>de</strong>n <strong>van</strong> <strong>de</strong> vier politieke families.<br />

Stu<strong>de</strong>nt Rijkstuinbouwschool Melle.<br />

Neerman Marc(el) (1900 – 1944), architect<br />

In <strong>de</strong> jaren 1924 – 1929 is hij bijna uitsluitend in Sint-Niklaas werkzaam, waar hij<br />

als eerste <strong>de</strong> Art Deco introduceert en zijn eerste woningen realiseert. Hij is er<br />

ook, voor diverse opdrachtgevers, actief als ontwerper <strong>van</strong> woningen, winkelpuien<br />

en -inrichtingen.<br />

In 1931 wordt hij geselecteerd voor het ontwerp <strong>van</strong> het kantoor <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse<br />

en onafhankelijke verzekeringsmaatschappij De Noordstar aan <strong>de</strong> Groot- Brittanniëlaan<br />

te <strong>Gent</strong>, een <strong>van</strong> zijn belangrijkste realisaties. Het gebouw, waar<strong>van</strong> een<br />

<strong>de</strong>el al in 1933 in gebruik wordt genomen en dat nu gebruikt wordt door <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong><br />

<strong>Gent</strong>, blijkt in 1970 <strong>de</strong>finitief te klein en op een brutale manier wer<strong>de</strong>n<br />

twee bouwlagen bovenop het bestaan<strong>de</strong> gebouw gezet. In 1986 wordt een interessante<br />

nieuwbouw door H. De Smet, H. Baert en J. Pattyn toegevoegd.<br />

Neerman stu<strong>de</strong>ert (1917 – 1919) architectuur aan <strong>de</strong> KASK Antwerpen, later<br />

(1919 – 1924) aan <strong>de</strong> KASK, waar hij afstu<strong>de</strong>ert als bouwkundige.<br />

Neirynck Michel (1918-1976), directeur<br />

Neirynck wordt op 1 januari 1967 officieel directeur <strong>van</strong> het HIBH maar zal dit ambt<br />

slechts an<strong>de</strong>rhalf jaar bekle<strong>de</strong>n omdat hij mid<strong>de</strong>n 1968 kabinetsadviseur wordt <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

minister voor <strong>de</strong> gemeenschapsbetrekkingen, Leo Tin<strong>de</strong>mans, in <strong>de</strong> regering Eyskens-<br />

Merlot en <strong>de</strong> combinatie <strong>van</strong> bei<strong>de</strong> ambten als onverenigbaar wordt beschouwd.<br />

Licentiaat in <strong>de</strong> economische wetenschappen, geaggregeer<strong>de</strong> voor het hoger secundair<br />

on<strong>de</strong>rwijs voor <strong>de</strong> han<strong>de</strong>lswetenschappen, baccalaureaat in <strong>de</strong> wijsbegeerte, doctor in <strong>de</strong><br />

politieke en sociale wetenschappen. 1 ste aanwezend adviseur bij <strong>de</strong> Dienst Economische<br />

Studiën <strong>van</strong> <strong>de</strong> ASLK en lector aan <strong>de</strong> KUL<br />

Noerens René (1921-), senator<br />

Senator (1981-1987 en 1988-1991) secretaris <strong>van</strong> <strong>de</strong> senaat (1985-1987), lid <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Raad <strong>van</strong> Europa en <strong>van</strong> <strong>de</strong> West-Europese Unie (1884-1992). Is <strong>van</strong> 1980 tot 1988 penningmeester<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Antwerpse arrondissementsfe<strong>de</strong>ratie <strong>van</strong> <strong>de</strong> PVV. Wordt in 1982 gecoöpteerd<br />

senator voor Antwerpen. Kernlid <strong>van</strong> het Centrum Frans Grootjans (2008).<br />

Licentiaat han<strong>de</strong>ls-, consulaire (1945) en maritieme wetenschappen(1946), Rijkshan<strong>de</strong>lsschool<br />

te Antwerpen. Na opdrachten in <strong>de</strong> KA <strong>van</strong> Kortrijk en Geraardsbergen wordt hij<br />

lesgever aan <strong>de</strong> Nijverheidsschool (1949-1966) alsook in het eraan gehechte on<strong>de</strong>rwijs<br />

voor sociale promotie (1949-1981). In 1966 wordt hij directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Tolkenschool te<br />

Brussel. Secretaris <strong>van</strong> <strong>de</strong> Hoge Raad voor het Economisch Hoger On<strong>de</strong>rwijs (1977-1982).<br />

Nuyts Frank (1957), musicus<br />

Groep Hardscore (sinds 1989). Prix <strong>de</strong> la musique contemporaine <strong>de</strong> Québec (1990);<br />

Cultuurprijs voor Muziek, Stad <strong>Gent</strong> (1995).<br />

Aan het KMC behaalt hij 1 ste prijzen notenleer en slagwerk (1975) en kamermuziek (1976)<br />

alsook <strong>de</strong> hogere diploma’s slagwerk (1977) en kamermuziek(1978). Nadien stu<strong>de</strong>ert hij<br />

elektronische muziek en compositie bij Lucien Goethals, aan het IPEM-RUG. Hij is docent<br />

slagwerk (1985- ) en compositie (1998 - )aan het KMC<br />

http://www.hardscore.be/?bt=0<br />

Octors George (1923), dirigent<br />

Begint zijn carrière als violist en sticht in 1956 het Antwerp Bach Ensemble. Octors is laureaat<br />

<strong>van</strong> verschillen<strong>de</strong> internationale wedstrij<strong>de</strong>n zo <strong>van</strong> <strong>de</strong> Prix Henry Vieuxtemps<br />

(1941). André Cluytens (1905-1967), muzikaal directeur <strong>van</strong> het Nationaal Orkest <strong>van</strong><br />

België stelt hem in 1960 aan als zijn assistent, waarna hij (1975- 1989) artistiek directeur<br />

<strong>van</strong> het orkest wordt en als dirigent <strong>de</strong> finales <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koningin Elisabethwedstrijd leidt.


71<br />

Octors is muzikaal directeur <strong>van</strong> het Gel<strong>de</strong>rs Orkest (Arnhem) en leidt <strong>de</strong> orkesten <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Saint Petersburg Philharmonic Society en <strong>de</strong> London Symphony Orchestra. Tussen 1989<br />

en 1996 is hij tevens <strong>de</strong> directeur muziek <strong>van</strong> <strong>de</strong> Orchestre Royal <strong>de</strong> Chambre <strong>de</strong> Wallonie.<br />

Docent KMC.<br />

On<strong>de</strong>reet Karel (1804 – 1868), <strong>de</strong>clamator<br />

Legt zich aan<strong>van</strong>kelijk toe op het boekbin<strong>de</strong>n, maar beoefent <strong>van</strong> jongs af aan<br />

het <strong>de</strong>clameren waar hij in uitblinkt. On<strong>de</strong>reet wordt in verschillen<strong>de</strong> wedstrij<strong>de</strong>n<br />

bekroond. Ook treedt hij op als toneelspeler in <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se maatschappij <strong>de</strong> Fonteinisten<br />

waarna hij in 1840 een nieuwe toneelmaatschappij – Broe<strong>de</strong>rmin en<br />

Taalijver – sticht.<br />

Bewust <strong>van</strong> zijn succes als toneelspeler, schrijft hij zelf meer dan twintig toneelstukken,<br />

die echter <strong>van</strong>daag niet meer gesmaakt wor<strong>de</strong>n. Hij schrijft ook een<br />

aantal lie<strong>de</strong>ren, waar<strong>van</strong> een aantal op muziek zijn gezet.<br />

On<strong>de</strong>reet wordt erkend als een <strong>van</strong> <strong>de</strong> beste toneelspelers <strong>van</strong> zijn tijd en wordt<br />

als zodanig in 1860 als lesgever <strong>de</strong>clamatie aan het KMC aangesteld.<br />

Paelinck Joseph (1781-1839), kunstschil<strong>de</strong>r.<br />

Trekt na zijn studies aan <strong>de</strong> KASK (1802) naar Parijs waar hij tot 1806 werkt in het atelier<br />

<strong>van</strong> schil<strong>de</strong>r Jacques-Louis David. Tussen 1808 en 1812 verblijft hij, dankzij een <strong>Gent</strong>se<br />

studiebeurs, ook regelmatig in Rome waar hij, samen met an<strong>de</strong>re leerlingen <strong>van</strong> David,<br />

het Palazzo Quirinale <strong>de</strong>coreert.<br />

Bij <strong>de</strong> oprichting <strong>de</strong>r Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>n in 1815 krijgt hij veel officiële opdrachten waardoor hij<br />

naar Brussel verhuist en er o.a. het portret <strong>van</strong> Koning Willem I schil<strong>de</strong>rt. Na <strong>de</strong> oprichting<br />

<strong>van</strong> België wor<strong>de</strong>n zijn relaties met het Ne<strong>de</strong>rlandse hof min<strong>de</strong>r geapprecieerd… Op het<br />

ein<strong>de</strong> <strong>van</strong> zijn leven taant daarenboven zijn reputatie door <strong>de</strong> opkomen<strong>de</strong> romantiek waar<br />

hij weliswaar probeert bij aan te sluiten, maar <strong>de</strong>ze werken –waarbij hij zich voornamelijk<br />

op religieuze on<strong>de</strong>rwerpen toespitst- wor<strong>de</strong>n niet gewaar<strong>de</strong>erd.<br />

Paemeleire Roland (1942), <strong>de</strong>kaan<br />

Doctor in <strong>de</strong> economie RUG. Docent Economische <strong>Hogeschool</strong> Limburg (m.i.v. 1971), Docent<br />

HIBH (1976-1981). Wordt in 1981 aangezocht om directeur te wor<strong>de</strong>n <strong>van</strong> het HIBH<br />

ter opvolging <strong>van</strong> Dr. A. Van<strong>de</strong>r Kerken. Deze aanstelling wordt echter niet doorgevoerd<br />

omdat Prof. Paemeleire diezelf<strong>de</strong> zomer als hoogleraar aangesteld wordt aan <strong>de</strong> RUG. In<br />

1991 wordt hij er gewoon hoogleraar, in 2006 <strong>de</strong>kaan aan <strong>de</strong> Faculteit Economie en Bedrijfskun<strong>de</strong>.<br />

Hij blijft weliswaar ook lesgever aan het HIBH.<br />

In 2008 wordt hij door <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten verkozen als wijste prof <strong>van</strong> <strong>Gent</strong>.<br />

Pauli Adolphe (1820 – 1895), architect<br />

Pauli geeft als stadsbouwmeester (1856 – 1867), als lesgever aan <strong>de</strong> KASK en als<br />

hoogleraar (1861 – 1890) aan <strong>de</strong> RUG mee vorm aan het <strong>Gent</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> negentien<strong>de</strong><br />

eeuw.<br />

In 1861 schrijft <strong>de</strong> Commissie <strong>de</strong>r Burgerlijke Godshuizen een wedstrijd uit voor<br />

het ontwerpen <strong>van</strong> het Rusthuis Lousbergs waarbij het project <strong>van</strong> ingenieurarchitect<br />

Pauli als winnaar uit <strong>de</strong> bus komt. Tot zijn bekendste realisaties behoren<br />

ver<strong>de</strong>r het neo-gotische Bijlokehospitaal (1864 – 1880), nu <strong>de</strong>partementen KASK<br />

en Conservatorium het Instituut <strong>de</strong>r Wetenschappen <strong>van</strong> <strong>de</strong> RUG (Rozier & Plateaustraat,<br />

1883 – 1890). Ook <strong>de</strong> voormalige jongensschool op het Kramersplein,<br />

<strong>de</strong> voormalige Nijverheidsschool op <strong>de</strong> Lin<strong>de</strong>nlei (1857) en het Guislaingesticht<br />

(1851), die qua stijl nauw bij het Lousbergsgesticht aansluiten, realiseert hij. Net<br />

als zijn meester Roelandt, en zijn leerling Van Rysselberghe, is Pauli een exponent<br />

<strong>van</strong> het neo-traditionalisme (vooral <strong>van</strong> het neo-classicisme). Dit belet niet<br />

dat hij het gebruik <strong>van</strong> nieuwe materialen (toen vooral gietijzer) genegen was en<br />

dat hij <strong>van</strong> mening is dat <strong>de</strong> architecturale vormen <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n <strong>van</strong> <strong>de</strong>ze<br />

nieuwe materialen moeten uitproberen.


72<br />

Adolphe Pauli stu<strong>de</strong>ert architectuur aan <strong>de</strong> RUG on<strong>de</strong>r L. Roelandt en bekwaamt<br />

zich ver<strong>de</strong>r in München. Zijn benoeming tot leraar aan <strong>de</strong> KASK in 1850 is het<br />

begin <strong>van</strong> een succesvolle carrière.<br />

Paulus Robert G. L. (1929), pedagogisch adviseur<br />

Letterkundig regent Frans RNS (1953). Studiemeester RNS (1953), leraar PHTI <strong>Gent</strong><br />

(1953-1954), Oefenschool RNS Blankenberge (1956), Ste<strong>de</strong>lijk Technisch Instituut Oosten<strong>de</strong><br />

(1956); pedagogisch adviseur Nationaal Comité voor Beroepsopleiding en Beroepsvervolmaking<br />

in <strong>de</strong> Ambachten en Neringen (1960-1992).<br />

Als geëngageerd pedagoog is hij (1979-1984) me<strong>de</strong>vertaler in een AKO (Aktiegroep Kritisch<br />

On<strong>de</strong>rwijs) -collectief <strong>van</strong> A.Vasquez - F. Oury, De la classe coopérative à la pédagogie<br />

institutionnelle, textes à l’appui / pédagogie, Maspero (1971), organisator <strong>van</strong> een<br />

kennismakingstage met <strong>de</strong> Institutionele Pedagogie in <strong>de</strong> praktijk geleid door F. Oury<br />

(1975) en met zijn zoon Pascal auteur <strong>van</strong> Leren is geen dwangarbeid, be<strong>de</strong>nkingen en<br />

ervaringen rond Institutionele pedagogie in Vlaan<strong>de</strong>ren en Portugal (2008).<br />

Stichtend lid Kulturele Raad (thans Cultuurraad) Oosten<strong>de</strong> (1967) en Frans Masereelfonds<br />

(1971), bestuurslid, later voorzitter <strong>van</strong> het Centrum Basiseducatie Regio Oosten<strong>de</strong> (CE-<br />

BERO)(1990-2005)<br />

Pauwels Erika (1942), mezzosopraan<br />

Als mezzosopraan verbon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> Koninklijke Opera <strong>Gent</strong> (1964-1967) en als eerste<br />

lyrische sopraan aan <strong>de</strong> Koninklijke Vlaamse Opera Antwerpen (1966-1978). Pauwels<br />

treedt op in Luik (Opéra <strong>de</strong> Wallonie), Parijs, Aken, Wenen en toert in Denemarken en<br />

Ne<strong>de</strong>rland. Vanaf 1966 treedt zij regelmatig op voor <strong>de</strong> BRT en verleent ze haar me<strong>de</strong>werking<br />

aan talrijke creaties <strong>van</strong> eigen bo<strong>de</strong>m (Legley, Decadt, Veremans, Rosseau, De<br />

Meester). Zij maakt naam als Puccini-specialiste en neemt (1973) <strong>de</strong>el aan het internationale<br />

Madame Butterfly-concours te Nagasaki (Japan).<br />

Laureate (1964) <strong>van</strong> <strong>de</strong> Fernand Ansseau-prijs (Brussel) en <strong>van</strong> <strong>de</strong> Octavie Beloy-prijs<br />

(1971) voor haar vertolking <strong>van</strong> Mimi in La Bohème <strong>van</strong> Puccini (Antwerpen).<br />

Volgt secundair on<strong>de</strong>rwijs aan het PHTI en <strong>van</strong>af 15 jaar zangon<strong>de</strong>rricht aan <strong>de</strong> Muziekaca<strong>de</strong>mie<br />

te Wetteren. Behaalt aan het KMC 1 ste prijzen zang, notenleer, lyrische kunst en<br />

het hoger diploma zang alsook het getuigschrift muziekgeschie<strong>de</strong>nis.<br />

Als vrije leerling volgt ze <strong>de</strong> cursussen grimeerkunst en kostuumgeschie<strong>de</strong>nis. In 1964<br />

vervolmaakt ze haar opleiding aan <strong>de</strong> Operastudio <strong>van</strong> <strong>de</strong> Nationale Opera te Brussel.<br />

Haar vocale opleiding voltooit ze bij prof. Paul Gümmer (Bachspecialist) te Hannover.<br />

In 1978 wordt ze lerares zang aan <strong>de</strong> Muziekaca<strong>de</strong>mie te <strong>Gent</strong>brugge en in 1983 wordt ze<br />

benoemd aan het KMC als docente in <strong>de</strong> lyrische kunst.<br />

Peeters Flor (1903 – 1986), musicus<br />

Geeft jaarlijks masterclasses in o.a. <strong>de</strong> USA en verzorgt tij<strong>de</strong>ns zijn uitgebrei<strong>de</strong><br />

tournees<br />

over <strong>de</strong> hele wereld ruim 1200 orgelrecitals. Zijn om<strong>van</strong>grijk oeuvre (o.m. orkest-<br />

en kamermuziek, lie<strong>de</strong>ren) omvat belangrijke composities voor orgel en koorwerken.<br />

Aan<strong>van</strong>kelijk componerend in het symfonische klank- en vormi<strong>de</strong>aal komt<br />

hij, on<strong>de</strong>r invloed <strong>van</strong> <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse polyfonisten en <strong>van</strong> het Gregoriaans, tot<br />

een meer lineaire, karakteristieke orgelstijl.<br />

Stu<strong>de</strong>ert aan het Lemmensinstituut waar hij in 1923 orgelleraar wordt en ook<br />

organist is aan <strong>de</strong> Sint-Romboutskathedraal. Orgelleraar aan het KMC (1931 –<br />

1948) in Tilburg (1935 – 1948) en aan het KMC Antwerpen (1948 – 1968), waar<strong>van</strong><br />

hij tussen 1952 tot 1968 ook directeur is.<br />

http://www.florpeeters.be/<br />

http://www.cebe<strong>de</strong>m.be/composers/peeters_flor/nl.html<br />

Pehli<strong>van</strong> Fatma (1957), politica<br />

Educatief me<strong>de</strong>werker Ste<strong>de</strong>lijk Pedagogisch Centrum <strong>Gent</strong> (1978-2001), projectlei<strong>de</strong>r<br />

Hulpleerkracht in het on<strong>de</strong>rwijs <strong>de</strong>partement on<strong>de</strong>rwijs Vlaamse Gemeenschap (1992-


73<br />

1993). Lid algemene verga<strong>de</strong>ring Turkse Democratische Culturele Volksvereniging DHKD<br />

(1980-1999), on<strong>de</strong>rvoorzitter <strong>Gent</strong>se Turkse Vrouwenverenging GTKB (1992-1995), voorzitter<br />

Fe<strong>de</strong>ratie <strong>van</strong> Vooruitstreven<strong>de</strong> Turkse Verenigingen CDF (1995-1999). Gecoöpteerd<br />

senator (2001- 2006), schepen <strong>van</strong> Personeelsbeleid, Informatica en Administratieve vereenvoudiging<br />

Stad <strong>Gent</strong> (2007-2009), Vlaams volksvertegenwoordiger en Gemeenschapssenator<br />

(2009 -).<br />

Regentes snit en naad (1978), af<strong>de</strong>ling kleding STI-II, <strong>Gent</strong>.<br />

Permeke Constant (1886 – 1952), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar.<br />

Sluit zich omstreeks 1909 aan bij <strong>de</strong> kunstenaarskolonie <strong>van</strong> Sint-Martens-Latem<br />

en wordt er opgenomen in <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> groep, die het Vlaams expressionisme vorm<br />

geeft. Verblijft vervolgens (1912 – 1914) in Oosten<strong>de</strong>. In 1914 gemobiliseerd en<br />

zwaar gewond bij <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>diging <strong>van</strong> Antwerpen wordt Permeke naar Engeland<br />

geëvacueerd. Daar werkt hij omstreeks 1916 zijn nieuwe stijl uit. Na WOI vestigt<br />

hij zich achtereenvolgens in Antwerpen, Oosten<strong>de</strong>, Vyvey (Zwitserland) en in De<br />

Vier Win<strong>de</strong>n in Jabbeke. Hij beeldhouwt onon<strong>de</strong>rbroken <strong>van</strong>af 1936 en is <strong>de</strong> centrale<br />

figuur <strong>van</strong> <strong>de</strong> a<strong>van</strong>t-gar<strong>de</strong>bewegingen Sélection, L’ Art Vi<strong>van</strong>t en Kunst <strong>van</strong><br />

He<strong>de</strong>n.<br />

In 1934 krijgt hij internationale erkenning o.a. via zijn <strong>de</strong>elname aan <strong>de</strong> Biënnale<br />

<strong>van</strong> Venetië. In <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> stad vertegenwoordigt hij België op <strong>de</strong> VXe internationale<br />

tentoonstelling in 1926, met zijn vrien<strong>de</strong>n Frits Van <strong>de</strong>n Berghe en Gust De<br />

Smet.<br />

Lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Vlaamse Aca<strong>de</strong>mie voor Wetenschappen, Letteren en<br />

Schone Kunsten Permeke wordt beschouwd als <strong>de</strong> lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> kunstenaar <strong>van</strong> het<br />

expressionisme in Vlaan<strong>de</strong>ren, al valt zijn oeuvre moeilijk systematisch te or<strong>de</strong>nen.<br />

Het hoogtepunt <strong>van</strong> zijn loopbaan wordt tussen 1920 en 1930 gelegd, al<br />

bereikt zijn carrière een hoogtepunt in 1947 – 48 met <strong>de</strong> retrospectieve tentoonstelling<br />

<strong>van</strong> zijn werk in <strong>de</strong> Musée National<br />

d’Art Mo<strong>de</strong>rne in Parijs. Zijn landhuis (waar hij met zijn gezin <strong>van</strong>af 1930 woont)<br />

met ateliers in Jabbeke wordt door <strong>de</strong> provincie West-Vlaan<strong>de</strong>ren aangekocht en<br />

als Provinciaal Museum Constant Permeke ingericht.<br />

Permeke volgt eerst lessen aan <strong>de</strong> KASK Brugge (1903 – 1906). Verblijft in 1906<br />

voor zijn militaire dienstplicht in <strong>Gent</strong> en laat zich daar inschrijven aan <strong>de</strong> KASK,<br />

waar hij les volgt bij Delvin. Hij sluit er vriendschap met Frits Van <strong>de</strong>n Berghe,<br />

Gustaaf De Smet, Leon De Smet en <strong>de</strong> criticus Paul Gustaaf Van Hecke. In <strong>de</strong>cember<br />

1945 wordt hij benoemd tot directeur <strong>van</strong> het Nationaal Hoger Instituut<br />

en <strong>de</strong> KASK Antwerpen, als opvolger <strong>van</strong> Isidore Opsomer, maar hij neemt er al<br />

ontslag in oktober 1946.<br />

Philips Luc (1951), bankier.<br />

Sinds 1971 in dienst <strong>van</strong> <strong>de</strong> KBC, eerst in <strong>de</strong> Kredietaf<strong>de</strong>ling, later in <strong>de</strong> Centrale Af<strong>de</strong>ling<br />

Buitenlandse Kredieten. In 1981 ging hij over naar <strong>de</strong> New York branch, waar<strong>van</strong> hij in<br />

1987 general manager wordt. In 1991 keert hij terug naar België als directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Centrale Directie Corporates en wordt in 1993 directeur <strong>van</strong> het Directoraat Corporates en<br />

Investment Banking. In 1997 wordt hij benoemd tot ge<strong>de</strong>legeerd bestuur<strong>de</strong>r en lid <strong>van</strong><br />

het Directiecomité <strong>van</strong> <strong>de</strong> Kredietbank en in 1998 <strong>van</strong> KBC Bank en KBC Bankverzekeringsholding.<br />

Licentiaat Han<strong>de</strong>ls- en Financiële Wetenschappen HIBH (1975).<br />

Philtjens Hugo (1949), politicus<br />

Gemeenteraadslid (1982 - ) en burgemeester Kortessem (1989 - ). Limburgs provincieraadslid<br />

(1991 - 1999). Volksvertegenwoordiger kieskring Hasselt-Tongeren-Maaseik<br />

(1999-2003), Vlaams volksvertegenwoordiger kieskring Provincie Limburg (2004-2009).<br />

Vast lid Commissie voor Wonen, Ste<strong>de</strong>lijk Beleid, Inburgering en Gelijke Kansen (2005 - )


74<br />

Hugo Philtjens spitst zich vooral toe op het domein <strong>van</strong> openbare werken en mobiliteit.<br />

Ook <strong>de</strong> specifiek Limburgse dossiers (Noord-Zuidverbinding) dragen zijn belangstelling<br />

weg.<br />

Regent RNS (1956); licentie politieke, sociale en administratieve wetenschappen, KUL<br />

(1973)<br />

Picard-Jochem, Els, zie : Jochem, Els<br />

Picard Hein (1925 – 1988), hoogleraar<br />

Aan Hein Picard wordt in 1989 <strong>de</strong> eerste Prijs Vrijzinnig Humanisme toegekend.<br />

Deze prijs, in 1988 in het leven geroepen door het toenmalige Humanistisch Verbond<br />

(nu HVV), wordt om <strong>de</strong> twee jaar uitgereikt aan een persoon of organisatie,<br />

die getuigt <strong>van</strong> een consequent volgehou<strong>de</strong>n vrijzinnig humanistische levenshouding.<br />

Picard is hoogleraar statistiek aan <strong>de</strong> RUG en geeft in die hoedanigheid geduren<strong>de</strong><br />

15 jaar duiding bij <strong>de</strong> verkiezingsuitslagen op <strong>de</strong> openbare omroep.<br />

Licentiaat wetenschappen en geaggregeer<strong>de</strong>, groep <strong>de</strong>r wiskundige wetenschappen<br />

(1948), en licentiaat in <strong>de</strong> economische wetenschappen (1952), doctor in <strong>de</strong><br />

economische wetenschappen (1958) RUG. Assistent (1953), docent (1959) en<br />

(1964) gewoon hoogleraar RUG. Van 1972 – 1976 is hij ook <strong>de</strong> eerste vice-rector<br />

<strong>van</strong> het Limburgs Universitair Centrum. Picard is tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> startjaren lesgever<br />

aan het SHISS en voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> vzw Proka.<br />

Pierrucini Nora (1916 – 1990), directrice<br />

On<strong>de</strong>rwijzeres en licentiaat Opvoedkun<strong>de</strong>. Directrice Ste<strong>de</strong>lijke Normaalschool<br />

(1960 – 1978).<br />

Huwt in 1939 met Fedor Epsteins, een Letse Jood die mid<strong>de</strong>n <strong>de</strong> jaren <strong>de</strong>rtig aan<br />

<strong>de</strong> RUG Biologie stu<strong>de</strong>ert. Tij<strong>de</strong>ns hun (gedwongen) verblijf in Riga aan het begin<br />

<strong>van</strong> WOII, verdwijnt hij in het concentratiekamp Carskatis.<br />

De Keyzer L., Je sterft niet <strong>van</strong> verdriet. Brieven <strong>van</strong> Lief<strong>de</strong> en Dood. De<br />

Standaard, 8 mei 1998.<br />

Pisson Jean-Baptiste (1763-1818), architect<br />

Pisson, die <strong>de</strong> Empire-stijl in <strong>Gent</strong> introduceert, is een belangrijke vertegenwoordiger <strong>van</strong><br />

het neo-classicisme dat internationaal opgang maakt in het begin <strong>van</strong> <strong>de</strong> 19 <strong>de</strong> eeuw. Hij<br />

ontwerpt verschillen<strong>de</strong> woonhuizen en realiseert <strong>de</strong> aanleg <strong>van</strong> kaaien en <strong>de</strong> bouw <strong>van</strong><br />

stadspoorten maar ontwerpt ook verbouwingsplannen voor <strong>de</strong> door <strong>de</strong> Fransen verkochte<br />

kloostereigendommen en het verkavelen <strong>van</strong> <strong>de</strong> na afbraak <strong>van</strong> kloosters vrijgekomen<br />

gron<strong>de</strong>n.<br />

Pisson behaalt in 1786 <strong>de</strong> 1 ste grote prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> klas voor bouwkun<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> KASK en<br />

wordt in 1789 vrije meester <strong>van</strong> het ambacht <strong>van</strong> <strong>de</strong> timmerlie<strong>de</strong>n en schrijnwerkers. Van<br />

1802 tot 1809 is hij <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se stadsarchitect.<br />

Portaels Jean-François (1818 – 1895) kunstschil<strong>de</strong>r<br />

Na een Parijs verblijf (1841 – 1842) behaalt hij <strong>de</strong> Prijs <strong>van</strong> Rome. Met <strong>de</strong> opbrengst<br />

<strong>van</strong> die prijs reist hij in <strong>de</strong> lan<strong>de</strong>n rond <strong>de</strong> Mid<strong>de</strong>llandse Zee, in Centraal<br />

Europa en in het Noor<strong>de</strong>n. Na <strong>de</strong>ze reizen wordt hij, als opvolger <strong>van</strong> <strong>de</strong> schielijk<br />

overle<strong>de</strong>n H. Van <strong>de</strong>r Haert, aangesteld als directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> KASK (1847). Hij<br />

blijft dit echter slechts luttele tijd en vestigt zich al snel weer in Brussel (1850)<br />

waar hij <strong>de</strong> functie <strong>van</strong> zijn schoonva<strong>de</strong>r F. Navez, directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> KASK Brussel,<br />

ambieert. Gezien hij daar eerst niet in slaagt – hij zal pas in 1878 directeur <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> KASK Brussel wor<strong>de</strong>n – start hij een privéschool, die een niet onaanzienlijke<br />

rol speelt in <strong>de</strong> ontwikkeling <strong>van</strong> <strong>de</strong> Belgische kunst.<br />

Portaels is zeer productief, hij realiseert met simpele gratie <strong>de</strong>coratieve schil<strong>de</strong>rijen<br />

(kerk <strong>van</strong> Sint- Jacob-op-Cou<strong>de</strong>nberg), Bijbelse en genre taferelen, portretten<br />

<strong>van</strong> ambtenaren en <strong>van</strong> vertegenwoordigers <strong>van</strong> <strong>de</strong> mo<strong>de</strong>rne wereld en Oriëntaalse<br />

scènes. Zijn niet onaanzienlijke plaats in <strong>de</strong> Belgische kunstgeschie<strong>de</strong>nis is


75<br />

voornamelijk te wijten aan <strong>de</strong> invloed die hij op an<strong>de</strong>re kunstenaars had, zo bijvoorbeeld<br />

op <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>rs E. Agneessens en T. <strong>van</strong> Rysselberghe en <strong>de</strong> architect<br />

Licot.<br />

Portaels stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> KASK Brussel, waar directeur François Navez hem als<br />

persoonlijke leerling begeleidt. Is directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> KASK (1847 – 1850).<br />

Posman Lucien (1952), componist<br />

Stichter en voorzitter <strong>van</strong> ComAV (Componisten Archipel Vlaan<strong>de</strong>ren, een belangengroepering<br />

voor Vlaamse componisten); me<strong>de</strong>werker <strong>van</strong> <strong>de</strong> vzw De Verenig<strong>de</strong> Cultuurfabrieken<br />

en concertzaal De Ro<strong>de</strong> Pomp.<br />

Posman’s composities wor<strong>de</strong>n o.a. opgevoerd tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> Week <strong>van</strong> <strong>de</strong> He<strong>de</strong>ndaagse Muziek<br />

te <strong>Gent</strong>, <strong>de</strong> Muziekdagen te Maastricht, Muzicii Contemporane Belgiene te Boekarest,<br />

Ars Musica, op het Festival <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren, het Festival Musica Nova te São Paulo, Belgian<br />

Chocolats, Moscow Autumn, international contemporary music festival e.a. Verschillen<strong>de</strong><br />

composities zijn op cd opgenomen.<br />

Voor zijn liedcyclus Songs of Experience - vijf lie<strong>de</strong>ren op gedichten <strong>van</strong> William Blake voor<br />

mid<strong>de</strong>nstem en piano- krijgt hij in 1988 <strong>de</strong> Muizelhuisprijs voor Kamermuziek. In 1993<br />

wint hij <strong>de</strong> Prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>enaar voor <strong>de</strong> organisatie <strong>van</strong> het Buckinx festival tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong><br />

<strong>Gent</strong>se Feesten. In 2002 <strong>de</strong>elt hij in <strong>de</strong> Fuga Trofee, uitgereikt door <strong>de</strong> Unie <strong>van</strong> Belgische<br />

componisten aan De Ro<strong>de</strong> Pomp voor haar verdiensten ten aanzien <strong>van</strong> het Belgische<br />

muziekleven.<br />

Lucien Posman stu<strong>de</strong>ert aan het KMC en aan KMC Antwerpen. Te <strong>Gent</strong> behaalt hij 1 ste<br />

prijzen voor notenleer (1976), harmonie (1978), muziekgeschie<strong>de</strong>nis (1977) en compositie<br />

(1992) en het getuigschrift voor pedagogie notenleer (1978). Te Antwerpen krijgt Posman<br />

<strong>de</strong> 1 ste prijs voor contrapunt (1982) en fuga (1983).<br />

Posman is sinds 1881 verbon<strong>de</strong>n aan het KMC. Hij is docent compositie en voorzitter <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> opleidingscommissie muziek. In 2008 wordt hij aangesteld tot hoofddocent.<br />

http://www.kunstbus.nl/muziek/lucien+posman.html<br />

Proot-Cocquyt Hil<strong>de</strong>, zie Cocquyt Hil<strong>de</strong><br />

Provo Walter (1953), cinefiel<br />

Voormalig programmator <strong>van</strong> o.a. het Internationaal Filmfestival <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren <strong>Gent</strong><br />

(1984-2000), <strong>de</strong> editie 2000 <strong>van</strong> <strong>de</strong> Filmvondsten / Age d’Or Prijs <strong>van</strong> het Koninklijk<br />

Filmmuseum, Jazz in het Park, <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Feesten en <strong>de</strong> viering 500 jaar Keizer Karel.<br />

Provo is enkele tijd freelance filmrecensent en (1980-1983) poëzie- en literair prozarecensent<br />

voor De Morgen. Hij vertaalt monografieën over Peter Greeneway en Raoul Servais<br />

en verzorgt als poëzie- en prozaredacteur talrijke publicaties. Voor <strong>de</strong> Koninklijke Muntschouwburg<br />

vertaalt hij <strong>de</strong> libretto’s <strong>van</strong> o.m. Don Gio<strong>van</strong>ni, Die Meistersinger von Nürnberg,<br />

Lucio Silla, Macbeth, Boris Godoenov, Les Contes d’Hoffmann e.a.<br />

In 2002 is hij oprichter-bezieler <strong>van</strong> een steunpunt voor <strong>de</strong> audiovisuele kunsten in Vlaan<strong>de</strong>ren,<br />

het Initiatief Audiovisuele Kunsten (IAK) – thans BAM - dat hij leidt tot in 2007.<br />

Walter Provo is lid <strong>van</strong> advies- en beoor<strong>de</strong>lingscommissies bij het Vlaams Fonds voor <strong>de</strong><br />

Letteren, het Vlaams Audiovisueel Fonds, <strong>de</strong> Provincie Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren en assessor voor<br />

het MEDIA programma <strong>van</strong> <strong>de</strong> Europese Commissie. Hij zetelt in <strong>de</strong> adviesraad <strong>van</strong> het<br />

Filmplateau (U<strong>Gent</strong>) en is lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> raad <strong>van</strong> bestuur <strong>van</strong> Theaterhuis Victoria (thans<br />

CAMPO).<br />

Sinds medio 2007 is hij actief als zelfstandig vertaler/redacteur/consultant (Tekst & Uitleg)waarbij<br />

hij instaat voor eindredactie en vertalingen voor o.m. Extra, het tijdschrift <strong>van</strong><br />

het Fotomuseum Antwerpen en Courant, het tijdschrift <strong>van</strong> het Vlaams Theaterinstituut.<br />

Hij staat in voor informatieve boekjes bij <strong>de</strong> Dvd’s voor Lumière Distributie en vertaalt<br />

filmscenario’s en treatments.<br />

Licentiaat Germaanse filologie, groep Ne<strong>de</strong>rlands-Engels aan <strong>de</strong> RUG (1975). Lesgever<br />

RNS ( 1979- 1980).


76<br />

Raes Godfried-Willem (1952), musicoloog-muziekmaker-filosoof<br />

Godfried-Willem Raes componeert sinds zijn prille kin<strong>de</strong>rtijd. In 1985 krijgt hij een belangrijke<br />

compositieopdracht <strong>van</strong> <strong>de</strong> Massachussetts Council for the Arts (Boston). Hij componeert<br />

tevens <strong>de</strong> muziek voor het International Solstice Radio project dat <strong>van</strong>uit het <strong>Gent</strong>se<br />

Belfort plaatsgrijpt op 21.6.1985, dag <strong>van</strong> <strong>de</strong> muziek, een gebeuren dat via satelliet <strong>de</strong><br />

gehele wereld bereikt. Raes krijgt ook verschillen<strong>de</strong> opdrachten zo o.a. TransiTrance (voor<br />

het door hem gebouw<strong>de</strong> groot robot orkest) <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Gemeenschap (2005).<br />

Stukken <strong>van</strong> zijn hand wor<strong>de</strong>n uitgevoerd door vooraanstaan<strong>de</strong> binnen en buitenlandse<br />

solisten en musici.<br />

Ook op het gebied <strong>van</strong> <strong>de</strong> elektro-akoestische muziek, behoort hij tot <strong>de</strong> meest vooraanstaan<strong>de</strong><br />

componisten in Europa. Als componist en uitvoerend musicus richt hij in 1968/69<br />

<strong>de</strong> Logos-groep op, in <strong>de</strong> laatste twee <strong>de</strong>cennia <strong>van</strong> <strong>de</strong> 20e eeuw vooral actief als Logos-<br />

Duo met Moniek Darge, maar <strong>van</strong>daag vooral als lei<strong>de</strong>r <strong>van</strong> het M&M robot orkest. In 40<br />

jaar tijd weet hij Stichting Logos uit te bouwen tot hét Vlaams nieuwe muziekcentrum bij<br />

uitstek. In 1990 ontwerpt en bouwt hij een concertzaal in <strong>de</strong> vorm <strong>van</strong> een tetraë<strong>de</strong>r voor<br />

<strong>de</strong> stichting, een project waarvoor hem door <strong>de</strong> Vlaamse ingenieursvereniging <strong>de</strong> Tech-Art<br />

prijs wordt toegekend, in 2008 ook het intussen beroem<strong>de</strong> Logos voorgebouw in <strong>de</strong> Bomastraat<br />

te <strong>Gent</strong>, een groot bouwproject geheel uit roestvast staal.<br />

Godfried-Willem Raes stu<strong>de</strong>ert musicologie (1973) en filosofie (1975) aan <strong>de</strong> RUG, naast<br />

piano, klarinet, slagwerk en kompositie aan het KMC. In 1982 wordt hem <strong>de</strong> Louis Paul<br />

Boon-prijs toegekend omwille <strong>van</strong> zijn sociaal engagement met betrekking tot kunst. In<br />

1993 behaalt hij het doctoraat in <strong>de</strong> musicologie.<br />

Lesgever belast met <strong>de</strong> cursus a<strong>van</strong>t-gar<strong>de</strong> kamermuziek (1982), voltijds docent compositie<br />

(1988), hoofddocent (2008) KMC. In 1997 wordt hij tevens professor aan het Orpheus<br />

Hoger Instituut voor Muziek.<br />

http://www.logosfoundation.org/in<strong>de</strong>x-god.html<br />

Raes Koen (1954), ethicus<br />

Tij<strong>de</strong>ns zijn stu<strong>de</strong>ntentijd neemt hij het initiatief voor het stu<strong>de</strong>ntentijdschrift Schamper.<br />

Na zijn studies werkt hij als gewetensbezwaar<strong>de</strong> op het seminarie <strong>van</strong> professor Van Bilzen<br />

en wordt nadien on<strong>de</strong>rzoeker bij het NFWO.<br />

On<strong>de</strong>rvoorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Gezondheidsraad (tem 2002). Redacteur <strong>van</strong> Samenleving<br />

en Politiek en hoofdredacteur <strong>van</strong> Ethiek en Maatschappij. Publiceert in binnen- en<br />

buitenland en geeft diverse gastcolleges en lezingen aan universiteiten en hogescholen en<br />

aan socio-culturele verenigingen.<br />

Stu<strong>de</strong>ert moraalwetenschappen en rechten. Doctor in <strong>de</strong> rechten RUG (1983). Gewoon<br />

hoogleraar in <strong>de</strong> rechtsfilosofie en <strong>de</strong> toegepaste ethiek aan <strong>de</strong> Faculteit Rechtsgeleerdheid<br />

U<strong>Gent</strong>. Lesgever recht aan het HIBH 1986-1991<br />

Raveel Roger (1921), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar.<br />

Invloed <strong>van</strong> gegevens uit <strong>de</strong> fysica en nieuwe technische ontwikkelingen geven hem een<br />

an<strong>de</strong>re kijk op <strong>de</strong> wereld en dat nieuwe wereldbeeld wil hij zichtbaar maken in zijn kunst,<br />

die daardoor een heel aparte en specifieke vormgeving en inhoud krijgt.<br />

Sticht in 1948 met Jan Burssens, Kamiel D'Havé en Pierre Vlerick <strong>de</strong> groep La Relève en<br />

werkt in <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> 1955-1961 vooral abstract. In <strong>de</strong> jaren '60 echter ontpopt hij zich tot<br />

gangmaker <strong>van</strong> <strong>de</strong> nieuwe figuratie: samen met Raoul De Keyser, Etienne Elias en Reinier<br />

Lucassen werkt hij in 1966 aan plafondschil<strong>de</strong>ringen in het kasteel te Beervel<strong>de</strong>. Het abstraheren<strong>de</strong><br />

<strong>van</strong> Piet Mondriaan en het expressionisme <strong>van</strong> Vincent <strong>van</strong> Gogh zijn inspiratiebronnen<br />

bij het ontstaan <strong>van</strong> <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>rstijl die ook bekend wordt als <strong>de</strong> nieuwe visie.<br />

Het kel<strong>de</strong>rfresco en het Dulcia-project <strong>van</strong> Zottegem (1969) vormen hier<strong>van</strong> een eerste<br />

hoogtepunt.<br />

Raveels stijl wordt gekenmerkt door <strong>de</strong> mengeling <strong>van</strong> abstract en figuratief schil<strong>de</strong>ren. Hij<br />

wil het geestelijke in <strong>de</strong> mens weergeven en dat laten uitvloeien in tijd en ruimte en ten<br />

slotte in het niets <strong>van</strong> <strong>de</strong> witte leegte. Daarom integreert hij vaak spiegels in zijn werken,<br />

zodat <strong>de</strong> omgeving <strong>de</strong>el <strong>van</strong> zijn werk kan wor<strong>de</strong>n. Motieven in felle, vitale kleuren wor<strong>de</strong>n<br />

soms met donkere contouren afgelijnd.


77<br />

Raveel verdient niet alleen als schil<strong>de</strong>r zijn sporen, maar ook als graficus. De 33 prenten<br />

<strong>van</strong> zijn Genesis verschijnen in 1984, vergezeld <strong>van</strong> <strong>de</strong> 33 erbij passen<strong>de</strong> gedichten <strong>van</strong><br />

Hugo Claus. Ook maakt hij talrijke keramieken.<br />

In 1995 wordt Raveel gerid<strong>de</strong>rd. Sinds 1999 heeft hij zijn eigen museum in zijn geboortedorp<br />

Machelen aan <strong>de</strong> Leie waar<strong>van</strong> <strong>de</strong> eerste directeur Roland Jooris is.<br />

Naar aanleiding <strong>van</strong> <strong>de</strong> 85ste verjaardag <strong>van</strong> <strong>de</strong> kunstenaar wordt in 2007 een overzichtstentoonstelling<br />

in <strong>de</strong> Venetiaanse Gaan<strong>de</strong>rijen te Oosten<strong>de</strong> met als titel De schil<strong>de</strong>r spreekt<br />

georganiseerd. In 2008 wordt in De Loketten <strong>van</strong> het Vlaams Parlement <strong>de</strong> tentoonstelling<br />

De wereld <strong>van</strong> Roger Raveel georganiseerd, tij<strong>de</strong>ns hetzelf<strong>de</strong> jaar loopt in het Vincent Van<br />

Goghhuis in Zun<strong>de</strong>rt (Ne<strong>de</strong>rland) een dubbelexpo Raveel & Van Gogh.<br />

Zelf meent Raveel dat zijn belangrijkste mentor <strong>de</strong> Italiaanse schil<strong>de</strong>r, beeldhouwer en<br />

architect Giotto (1267-1337) is. Raveel krijgt zijn eerste artistieke opleiding <strong>van</strong> Hubert<br />

Malfait (1898-1971) te Deinze (1933-1937 en 1940-194). Die opleiding zet hij (1942-<br />

1945) ver<strong>de</strong>r aan <strong>de</strong> KASK. Ook hier krijgt hij les <strong>van</strong> Hubert Malfait en <strong>van</strong> Jos Ver<strong>de</strong>ghem.<br />

Van 1954 tot 1956 volgt hij ook Keramiek aan <strong>de</strong> KASK <strong>Gent</strong>. Raveel geeft <strong>van</strong> 1960<br />

tot 1973 les aan <strong>de</strong> aca<strong>de</strong>mie <strong>van</strong> Deinze.<br />

http://www.rogerraveelmuseum.be/site2/intro.php<br />

Ray Jean, zie: De Kremer Raymond<br />

Reychler Hendrik (1912 – 1995), directeur<br />

Ondanks moeilijke jeugdjaren wil hij het maken en stu<strong>de</strong>ert, in bijzon<strong>de</strong>r moeilijke<br />

omstandighe<strong>de</strong>n, consulaire en han<strong>de</strong>lswetenschappen. Om familiale re<strong>de</strong>nen<br />

kan hij zijn in 1934 aangevatte doctoraat niet afwerken. Hij wordt studiemeester<br />

aan <strong>de</strong> KA <strong>van</strong> Aalst en Deurne (1936) en bekwaamt zich on<strong>de</strong>rtussen in <strong>de</strong> stenodactylografie.<br />

In 1945 wordt hij aangesteld en benoemd tot leraar aan <strong>de</strong><br />

Rijkshogere Technische en Han<strong>de</strong>lsschool in <strong>Gent</strong>. In 1947 wordt hij beheer<strong>de</strong>r<br />

<strong>van</strong> het Belgisch Textielinstituut.<br />

In 1948 krijgt hij een voorlopige, in 1949 een vaste benoeming als directeur <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> Rijkshogere Han<strong>de</strong>lsschool in Aalst. Hij zou <strong>de</strong>ze functie tot op zijn op pensioenstelling<br />

in 1973 uitoefenen en een bijzon<strong>de</strong>re stempel op <strong>de</strong> school drukken.<br />

Rispens Jan (1944), <strong>de</strong>partementshoofd<br />

Muzikale leiding bij verschillen<strong>de</strong> Brecht-producties, KVS-NTG, Brussel, <strong>Gent</strong> (1966-1974);<br />

presentator en realisator BRT (1966-1978); muzikaal directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Opera Studio Koninklijke<br />

Muntschouwburg Brussel (1972-1974); muzikale leiding Brussels Brecht-<br />

Eislerkoor (1980-1991). Regeringscommissaris cultuur Vlaams radio orkest en Radio koor<br />

(1998-2007) en <strong>de</strong> Filharmonie (2003-2007). Voorzitter beoor<strong>de</strong>lingscommissie Muziektheater<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Gemeenschap (2003 -).<br />

1 ste prijzen voor piano, kamermuziek, harmonie en notenleer, KMC(1964). Hoofdleraar<br />

praktische harmonie en coördinator <strong>van</strong> <strong>de</strong> af<strong>de</strong>ling, leraar compositie en leraar vakdidactiek<br />

muziekschriftuur (1971-1995).<br />

Departementssecretaris (1995-1997) en Departementshoofd Conservatorium <strong>Hogeschool</strong><br />

<strong>Gent</strong> (1997-2009).<br />

Robbrecht Paul (1950), architect<br />

Start in 1975 met zijn echtgenote, Hil<strong>de</strong> Daem een architectenpraktijk. Zij hebben grote<br />

belangstelling in <strong>de</strong> ontwikkeling <strong>van</strong> beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> kunst en haar mogelijke invloed op architectuur.<br />

Ze vin<strong>de</strong>n in hun praktijk een uitweg uit <strong>de</strong> architectuurcrisis <strong>van</strong> <strong>de</strong> jaren 1970<br />

via een herwaar<strong>de</strong>ring <strong>van</strong> architectuur als autonome discipline. Robbrecht & Daem laten<br />

zich hiervoor niet alleen inspireren door eigentijdse kunst maar ook door <strong>de</strong> klassieke architectuurtraditie.<br />

Zij ontwerpen zowel groepswoningen en ste<strong>de</strong>nbouwkundige ontwerpen<br />

als bedrijfsgebouwen (<strong>de</strong> hoofdzetel <strong>van</strong> <strong>de</strong> Katoen Natie Antwerpen bvb.), banken en<br />

laboratoria. Zij verwerven, ook internationaal, grote naam door hun galerie- en museumontwerpen<br />

(zo <strong>de</strong> Paviljoenen <strong>van</strong> <strong>de</strong> Documenta IX in Kassel - heropbouw in Almere- en<br />

<strong>de</strong> herinrichting <strong>van</strong> the Whitechapel Gallery in Lon<strong>de</strong>n) en Cultuurgebouwen (zo het Con-


78<br />

certgebouw Brugge, <strong>de</strong> renovatie <strong>van</strong> het Filmmuseum (Cinematek) Brussel, <strong>de</strong> restauratie<br />

en renovatie <strong>van</strong> Universiteitsbibliotheek <strong>Gent</strong>).<br />

Daem en Robbrecht behalen verschillen<strong>de</strong> nationale en internationale prijzen, zo Premio<br />

Zerynthia Dialoghi tra Arte e Architettura (1994), Bedrijfsgebouw <strong>van</strong> het jaar: Katoen<br />

Natie Antwerpen (1996), Vlaamse Cultuurprijs voor Architectuur (1997), Cultuurprijs Katholieke<br />

Universiteit Leuven (2001), Award <strong>van</strong> <strong>de</strong> Belgische Architectuur (2001), Geselecteerd<br />

voor <strong>de</strong> Mies <strong>van</strong> <strong>de</strong>r Rohe Award 2003, International Fellowship of Royal Aca<strong>de</strong>my<br />

of British Architecture (2010) .<br />

Stu<strong>de</strong>ert architectuur aan Sint- Lucas (1969-1974). Lid <strong>van</strong> het Centro Palladio Vicenza,<br />

Italië (1980). Docent architectuurkritiek KASK –<strong>Gent</strong> (1978-1992); docent architectuurontwerpen<br />

Hoger St. Lucasinstituut <strong>Gent</strong> (1992-2010); docent architectuurontwerpen,<br />

Architectural Association Lon<strong>de</strong>n (1997-1998); gastprofessor vakgroep TW en A&S RUG<br />

(1999-2010).<br />

Werk in Architectuur – Paul Robbrecht en Hil<strong>de</strong> Daem, uitgeverij Ludion (1998)<br />

Acing Through Architecture, uitgeverij König Verlag (2009)<br />

Diepe Fontein - Cristina Iglesias, uitgeverij BAI, Schoten (2009)<br />

http://www.robbrechtendaem.com/<br />

Roeck Alfons (1927), directeur<br />

Doctor in <strong>de</strong> Wijsbegeerte en <strong>de</strong> Letteren. Docent aan <strong>de</strong> Economische <strong>Hogeschool</strong> <strong>van</strong><br />

Limburg, <strong>de</strong> Katholieke Vlaamse <strong>Hogeschool</strong> te Antwerpen en <strong>de</strong> KUL. Hij is tevens<br />

Vlaams redacteur <strong>van</strong> Volkskun<strong>de</strong> en publiceert samen met Prof. L. Marquet (1980) Belgische<br />

Sagen en Legen<strong>de</strong>n en, in hetzelf<strong>de</strong> jaar, Volksverhalen uit Belgisch Limburg.<br />

Start in 1973 als docent Engels HIBH met 1u/week opdracht en is (1981- 1991) <strong>de</strong> twee<strong>de</strong><br />

voltijdse directeur. Vanaf 1984 kunnen <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>nten er kiezen voor namiddag of<br />

avondon<strong>de</strong>rwijs, daar waar <strong>de</strong> instelling tot dan enkel avondon<strong>de</strong>rwijs aanbiedt. On<strong>de</strong>r zijn<br />

beleid wordt het HIBH omgevormd tot A<strong>de</strong>cho die – later- een fusie aangaat met <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong><br />

voor Vertalers en Tolken.<br />

Roelandt Lo<strong>de</strong>wijk (Louis) (1786 – 1864), architect<br />

Gaat na zijn opleiding aan <strong>de</strong> KASK in Parijs stu<strong>de</strong>ren (1809) bij <strong>de</strong> beroem<strong>de</strong><br />

architecten <strong>van</strong> keizer Napoleon, Charles Percier (1764 – 1838) en Pierre Fontaine<br />

(1762 – 1853). Hij wordt er toegelaten tot <strong>de</strong> Ecole Spéciale d’Architecture.<br />

In 1818 wordt Roelandt benoemd tot stadsarchitect <strong>van</strong> <strong>Gent</strong>, waardoor hij zijn<br />

stempel op <strong>de</strong> stad drukt. Ten behoeve <strong>van</strong> <strong>de</strong> pas opgerichte universiteit realiseert<br />

hij tussen 1820 en 1826 zijn eerste belangrijke bouwwerk: <strong>de</strong> Aula Aca<strong>de</strong>mica<br />

met <strong>de</strong> aansluiten<strong>de</strong> faculteitsvleugels. In 1835 bouwt hij het (on<strong>de</strong>rtussen<br />

afgebroken) Casino aan <strong>de</strong> Coupure. Belangrijke an<strong>de</strong>re realisaties zijn: het<br />

<strong>Gent</strong>se Justitiepaleis (1836 – 1846), <strong>de</strong> nieuwe balzaal <strong>van</strong> La Concor<strong>de</strong> aan <strong>de</strong><br />

Kouter (1844) en het Ste<strong>de</strong>lijk Stapelplein of Koninklijk Stapelhuis voor <strong>de</strong> Vrije<br />

We<strong>de</strong>ruitvoer (1844).<br />

Roelandt werkt eveneens als zelfstandig ontwerper (o.m. voor het altaar in <strong>de</strong><br />

Sint-Michielskerk) en realiseert ook in an<strong>de</strong>re Belgische ste<strong>de</strong>n talloze projecten<br />

zoals het stadhuis <strong>van</strong> Ninove, <strong>de</strong> neo-klassieke gevel <strong>van</strong> het stadhuis <strong>van</strong> Aalst<br />

(1825 – 1830), <strong>de</strong> St.-Al<strong>de</strong>gon<strong>de</strong> kerk in Deurle (1829), <strong>de</strong> Onze- Lieve-<br />

Vrouwkerk in Sint- Niklaas (1844), <strong>de</strong> kerk en <strong>de</strong> aca<strong>de</strong>mische zaal <strong>van</strong> het Klein<br />

Seminarie in Sint-Trui<strong>de</strong>n (1843 – 1846), <strong>de</strong> kerktoren <strong>van</strong> O.L.V. <strong>van</strong> Sint-<br />

Trui<strong>de</strong>n (1847 – 1853).In 1851 bekroont hij het <strong>Gent</strong>se Belfort met een nieuwe<br />

gietijzeren spits die echter later weer moet wor<strong>de</strong>n afgebroken …<br />

Louis Roelandt is stu<strong>de</strong>nt en later docent aan <strong>de</strong> KASK en aan <strong>de</strong> RUG. Hij is actief<br />

in tal <strong>van</strong> culturele verenigingen.<br />

Roelants Maurice (1895 – 1966), auteur<br />

Samen met o.a. Richard Minne sticht hij het tijdschrift Het Fonteintje. Later is hij<br />

eveneens me<strong>de</strong>oprichter <strong>van</strong> Forum en <strong>van</strong> het Nieuw Vlaams Tijdschrift en re-


79<br />

dacteur <strong>van</strong> Elseviers Weekblad. Hoewel hij met poëzie <strong>de</strong>buteert, neemt hij<br />

vooral als romanschrijver een belangrijke plaats in <strong>de</strong> Vlaamse letterkun<strong>de</strong> in.<br />

Met zijn roman Komen en gaan (1927) en <strong>de</strong> novelle De jazzspeler (1928) maakt<br />

hij in Vlaan<strong>de</strong>ren <strong>de</strong> weg vrij voor <strong>de</strong> psychologische roman. Samen met Gerard<br />

Walschap (1898 – 1989) zet hij zich af tegen <strong>de</strong> alleenheerschappij <strong>van</strong> <strong>de</strong> boerenroman<br />

en <strong>de</strong> regionalistisch en weinig realistische aard er<strong>van</strong>. Hij streeft naar<br />

een bre<strong>de</strong>re kunstopvatting waarbij het menselijk wezen en zijn geestelijke, morele<br />

en sociale situatie in het mid<strong>de</strong>lpunt komen te staan. Zijn Het leven dat wij<br />

droom<strong>de</strong>n (1931) wordt verfilmd door Robbe <strong>de</strong> Hert.<br />

Roelants ont<strong>van</strong>gt o.a. <strong>de</strong> driejaarlijkse Staatsprijs voor proza (1930) en <strong>de</strong><br />

Staatsprijs voor poëzie (1950).<br />

On<strong>de</strong>rwijzer RNS (1915), al is hij slechts enkele jaren werkzaam als on<strong>de</strong>rwijzer<br />

(Sint-Jans-Molenbeek) waarna hij ambtenaar wordt bij het ministerie <strong>van</strong> Justitie.<br />

In 1922 wordt hij journalist. Van 1954 tot 1963 is hij conservator <strong>van</strong> het kasteel<br />

<strong>van</strong> Gaasbeek. Roelants is eveneens voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vereniging <strong>van</strong> Vlaamse<br />

Letterkundigen en lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Aca<strong>de</strong>mie voor Ne<strong>de</strong>rlandse Taal- en<br />

Letterkun<strong>de</strong>.<br />

Rogge Jacques (1942), arts<br />

Neemt als zeiler <strong>de</strong>el aan <strong>de</strong> Olympische Spelen <strong>van</strong> 1968, 1972 en 1976, wordt eenmaal<br />

wereldkampioen en behaalt tweemaal een twee<strong>de</strong> plaats. Hij wordt zestien keer Belgisch<br />

kampioen. Ver<strong>de</strong>r is hij ook lid <strong>van</strong> het Belgisch rugbyteam.<br />

Tussen 1990 en 1992 is hij voorzitter <strong>van</strong> het Belgisch Olympisch en Interfe<strong>de</strong>raal Comité<br />

(BOIC). In 1991 wordt hij volwaardig lid <strong>van</strong> het Internationaal Olympisch Comité (IOC),<br />

lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Medische Commissie (1992) en vicevoorzitter (1994). Sinds 2001 is Rogge<br />

voorzitter <strong>van</strong> het IOC. Eén <strong>van</strong> zijn opmerkelijkste beleidspunten is het terugdringen <strong>van</strong><br />

het aantal disciplines tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> Zomerspelen, en het beperken <strong>van</strong> het aantal <strong>de</strong>elnemers<br />

op die Spelen tot ongeveer 10.000. Rogge krijgt al snel <strong>de</strong> bijnaam mister clean om zijn<br />

har<strong>de</strong> aanpak <strong>van</strong> het dopinggebruik in <strong>de</strong> sport.<br />

Stu<strong>de</strong>ert geneeskun<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> RUG en ont<strong>van</strong>gt er in 2001 een eredoctoraat. In 2002<br />

wordt hij als Graaf gerid<strong>de</strong>rd door koning Albert II. Jacques Rogge was lesgever anatomie<br />

aan het HRIPB.<br />

Ronse Edmond (1889-1960), politicus<br />

Gemeenteraadslid en burgemeester in Melsen in 1947 en senator (1939-1958) in het arrondissement<br />

<strong>Gent</strong>-Eeklo voor <strong>de</strong> Katholieke Partij en <strong>de</strong> CVP. Ronse is minister <strong>van</strong> binnenlandse<br />

zaken (1944-1945) en <strong>van</strong> Nationale Informatie (1945).<br />

Doctor in <strong>de</strong> rechten, licentiaat han<strong>de</strong>ls- en koloniale wetenschappen. Lesgever aan <strong>de</strong><br />

RNS (1919- 1926).<br />

Roobjee Pjeroo (1945), zie De Vil<strong>de</strong>r Dirk<br />

Roos Frank ( 1942), algemeen directeur<br />

Vertegenwoordiger <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Universitaire Sportbond ( GUSB ) in het centraal comité<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Belgische Universitaire Sportfe<strong>de</strong>ratie (1963-1969). Lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Hoge Raad <strong>van</strong> het<br />

Hoger Agrarisch on<strong>de</strong>rwijs (1976-1982), <strong>de</strong> beroepscommissie Hoger Rijkson<strong>de</strong>rwijs<br />

(1977-1982), <strong>de</strong> RvB <strong>van</strong> het IHR-CTL (1985-1989), <strong>de</strong> Koninklijke Vlaamse Ingenieursvereniging<br />

en <strong>de</strong> werkgroep CUIB 3 -ingenieurs in het HO (1967-1989). Stichtend lid en<br />

secretaris vzw SPIO, postinitiële opleidingen gemeenschapson<strong>de</strong>rwijs ( 1990-2003). Lid<br />

raad <strong>van</strong> bestuur Vlhora (1996-2007), <strong>de</strong> Vlaamse On<strong>de</strong>rwijs Raad ( VLOR). On<strong>de</strong>rvoorzitter<br />

IVAH, investeringsdienst autonome hogescholen (1995- 2007).<br />

Lid selectiecommissie Compostela group of universities - Xunta <strong>de</strong> Galicia prijs 2004,<br />

Stichtend lid en on<strong>de</strong>rvoorzitter vzw Universitaire Associatie Brussel (2003-2007). Lid <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> Universitaire Stichting Ingenieur voor <strong>de</strong> scheikun<strong>de</strong> en voor <strong>de</strong> landbouwindustrieën (<br />

1967 ) Aggregaat HSO (1969 )RUG. Leraar Hoger Rijksinstituut voor <strong>de</strong> Landbouwindustrieën<br />

<strong>Gent</strong> (1967-1977), Docent HRI- CTL (1977-1984), Hoogleraar en hoofd on<strong>de</strong>rwijs-


80<br />

eenheid landbouwindustrieën (1984- 1989), Detachering ARGO (1989-1991), Directeur<br />

RITS, hogeschool voor audiovisuele communicatie Brussel (1991-1995), Algemeen Directeur<br />

en hoogleraar Erasmushogeschool Brussel (1995-2007).<br />

Röpcke Jo (1928 – 2007), filmrecensent<br />

Röpcke werkt bijna <strong>de</strong>rtig jaar (1962 – 1991) als presentator en samensteller <strong>van</strong><br />

Première een televisieprogramma <strong>van</strong> <strong>de</strong> BRT over filmactualiteit. Hij ziet in die<br />

perio<strong>de</strong> ongeveer 12.000 films, welke hij doorgaans <strong>van</strong> ironische kritiek voorziet.<br />

Naast zijn carrière als filmrecensent en programmamaker is hij o.m. tien jaar<br />

voorzitter <strong>van</strong> het Filmfestival <strong>van</strong> Brussel.<br />

Sinds 2008 bekroont <strong>de</strong> Jo Röpcke Award, toegekend door <strong>de</strong> redactie <strong>van</strong> Knack<br />

Focus, elk jaar iemand die een verdienstelijke, creatieve bijdrage levert aan <strong>de</strong><br />

Vlaamse film.<br />

Röpcke is docent aan het SHISS en aan het RITS, waar<strong>van</strong> hij tussen 1991 en<br />

1993 directeur is.<br />

Rosseel Mong (1946), musicus<br />

Me<strong>de</strong>-oprichter (1971) <strong>van</strong> <strong>de</strong> groep Mong en <strong>de</strong> Vieze gasten die sterk geïnspireerd wordt<br />

door <strong>de</strong> anarchistische en rebelse geest <strong>van</strong> <strong>de</strong> stu<strong>de</strong>ntenopstan<strong>de</strong>n <strong>van</strong> mei 68. Via hun<br />

theatervoorstellingen willen ze maatschappelijke en sociale toestan<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> kaak stellen.<br />

Doordat ze vooral meer volkse revues en cabaret brengen kunnen hun shows zowel in<br />

prestigieuze theaterzalen als wijkzalen of tij<strong>de</strong>ns manifestaties opgevoerd wor<strong>de</strong>n. Vuile<br />

Mong en zijn Vieze Gasten spelen vaak op benefietconcerten, betogingen of tij<strong>de</strong>ns sociale<br />

acties. Zo spelen ze on<strong>de</strong>r meer voor <strong>de</strong> staken<strong>de</strong> arbei<strong>de</strong>rs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Boelwerf en toeren ze<br />

(1978-1990) rond met een circustent waarin ze hun voorstellingen opvoeren. Zo bereiken<br />

ze een publiek dat nooit naar theater gaat. Op initiatief <strong>van</strong> Hedwig <strong>de</strong> Weerdt voeren ze<br />

ook kin<strong>de</strong>rvoorstellingen op. Omdat hun voorstellingen in tenten moeilijker tot hun recht<br />

kwamen treedt <strong>de</strong> groep <strong>van</strong>af 1990 treedt meer op in theaterzalen. Ze hebben een eigen<br />

zaal in <strong>de</strong> wijk <strong>de</strong> Brugse Poort (<strong>Gent</strong>). Mong Rosseel Stu<strong>de</strong>ert aan het SHISS tussen 1968<br />

en 1970, hij behaalt er niet het diploma omdat zijn scriptie wordt afgewezen.<br />

Roszmann Augusta (1859-1945), kunstenaar<br />

Augusta Roszmann stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> Nijverheidsschool en volgt nadien les aan <strong>de</strong> Académie<br />

Julian te Parijs. Aan stad en Nijverheidschool vraagt zij, vruchteloos, in 1885 en 1886<br />

om <strong>de</strong> onkosten voor <strong>de</strong> buitenlandse studies mee te dragen. Gezien ze laureate is <strong>van</strong><br />

verschillen<strong>de</strong> wedstrij<strong>de</strong>n, die door <strong>de</strong> Nijverheidsschool wor<strong>de</strong>n georganiseerd, meent <strong>de</strong><br />

directeur dat ze <strong>de</strong> beurs waard was hoewel hij er <strong>de</strong> (financiële) noodzaak <strong>van</strong> betwijfelt.<br />

In 1887, 1889 en 1890 ont<strong>van</strong>gt ze een gemeentelijke subsidie <strong>van</strong> 300 frank, in 1888<br />

een gelijk(w)aardige <strong>van</strong> het nationale <strong>de</strong>partement <strong>van</strong> Landbouw en Openbare Werken<br />

en in 1890 krijgt zij ook subsidies <strong>van</strong> stad zowel als Staat.<br />

Rottiers Arthur Karel (1920-2006), auteur<br />

Rottiers werkt <strong>van</strong>af 1949 bij <strong>de</strong> radio en is redactiesecretaris bij <strong>de</strong> Wereldomroep en<br />

hoofdredacteur <strong>van</strong> Radio Vlaan<strong>de</strong>ren Internationaal. Hij is ook hoofdredacteur <strong>van</strong> Vlamingen<br />

in <strong>de</strong> Wereld en <strong>van</strong> Ons Brussel. Samen met Achiel Samoy (Het Volk) is hij bezieler<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Club Brussel. Hij is me<strong>de</strong>stichter <strong>van</strong> Sirkel en <strong>van</strong> <strong>de</strong> Gemeentelijke<br />

Cultuurraad Mortsel. A.K. Rottiers, zoals hij zijn talrijke uitgaven tekent, is ook actief als<br />

dichter en bewon<strong>de</strong>raar <strong>van</strong> T.S. Eliot, die hij in Lon<strong>de</strong>n leert kennen. Behalve Mijn leven<br />

in hoop en lief<strong>de</strong>, een - voorlopig- verzameld werk dat in 1981 verschijnt, publiceert hij<br />

ook poëzie.<br />

Stu<strong>de</strong>er<strong>de</strong> Germaanse talen aan <strong>de</strong> RNS (1938)<br />

Rouffaer Félicien (Senne) (1925-2006), acteur<br />

Begint zijn loopbaan bij <strong>de</strong> Kredietbank (nu KBC) en volgt in zijn vrije tijd dictielessen.<br />

Later schrijft hij zich in aan het KMC Antwerpen. Van 1951 tot 1956 speelt hij in het Rei-


81<br />

zend Volkstheater terwijl hij in enkele Kempense scholen dictielessen geeft. Later is hij<br />

verbon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> Brusselse KVS.<br />

Rouffaer, een uiterst veelzijdige acteur, verwerft bekendheid bij het grote publiek door zijn<br />

rollen in jeugdseries zoals Kapitein Zeppos (1964 en 1968). Ook regisseert hij succesrijke<br />

series zoals Johan en <strong>de</strong> Alverman (1965), Axel Nort (1966), Midas (1967), Fabian <strong>van</strong><br />

Fallada (1969), Keromar (1971), De Kat (1973) en nog een negental an<strong>de</strong>re series dan<br />

wel televisiefilms.<br />

Hij speelt <strong>de</strong> hoofdrol in De Man die zijn haar kort liet knippen (1965) <strong>van</strong> André Delvaux<br />

naar <strong>de</strong> gelijknamige roman <strong>van</strong> Johan Daisne en Monsieur Hawar<strong>de</strong>n <strong>van</strong> Harry Kümel<br />

(1968) naar het boek <strong>van</strong> Filip <strong>de</strong> Pillecijn.<br />

Tussen 1965 en 2001 vertolkt Rouffaer op het scherm zowel als op het podium méér dan<br />

vijftig rollen.<br />

Docent KMC.<br />

Ruysschaert Tine (1932), actrice<br />

Ruysschaert brengt in Vlaan<strong>de</strong>ren en Ne<strong>de</strong>rland en ook daarbuiten gevarieer<strong>de</strong> en succesvolle<br />

one-woman-voorstellingen, gaan<strong>de</strong> <strong>van</strong> het Marcuse<strong>van</strong>gelie tot mo<strong>de</strong>rne literatuur<br />

zoals Wit is altijd schoon (L. Pleysier). Zij verzorgt die laatste voorstelling o.a. ook in Parijs,<br />

en op het Festival <strong>van</strong> Avignon. Daarnaast ensceneert zij werken <strong>van</strong> o.a. François Villon,<br />

Guido Gezelle, Charles De Coster, Hugo Claus, Annie Schmidt.<br />

Na haar studies woordkunst start ze als toneelactrice bij theater Malpertuis te Tielt. Haar<br />

voorkeur gaat echter vrij snel een an<strong>de</strong>re kant uit: in oktober 1972 treedt zij voor het<br />

eerst op met het avondvullend programma Poëtische variaties rond <strong>de</strong> vrouw, het eerste<br />

<strong>van</strong> een lange reeks programma's, die al dan niet met an<strong>de</strong>re woordkunstenaars en musici<br />

wor<strong>de</strong>n gebracht.<br />

Zij is Cultureel ambassa<strong>de</strong>ur <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren (1995-1997) en doceert aan verschillen<strong>de</strong><br />

niet-Belgische universiteiten, waaron<strong>de</strong>r Berkeley (Californië), Lon<strong>de</strong>n, Wroclaw en Kaapstad.<br />

Tine Ruyschaert heeft 16 LP'S en 19 Cd’s op haar naam staan. Zij is laureate <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Visser-Neerlandia prijs<br />

Regentaat mo<strong>de</strong>rne Talen, Hoger Instituut Opvoedkun<strong>de</strong>; Woordkunst KMC. Docent Dramatische<br />

Kunst <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong><br />

http://www.tineruysschaert.be/<br />

Saegeman Elie (1937), producer<br />

Begint zijn loopbaan als leraar Ne<strong>de</strong>rlands, schrijft jeugdwerk en publiceert in diverse letterkundige<br />

tijdschriften. In 1959 ont<strong>van</strong>gt hij <strong>de</strong> Letterkundige prijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> stad Ronse.<br />

Spoedig is Saegeman echter meer geboeid door <strong>de</strong> communicatiemedia, waar<strong>van</strong> hij dan<br />

al het belang voor <strong>de</strong> toekomst vermoedt. Tot in 1972 werkt hij freelance voor radio en<br />

televisie en schrijft tussen 1960 en 1970 uitsluitend radioteksten en radioprogramma's,<br />

T.V.- documentaires en kortfilms. Elie Saegeman wordt in 1972 bij Radio 2 Oost-<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren <strong>Gent</strong> aangesteld als producer (woord). Beken<strong>de</strong> radioprogramma's <strong>van</strong> hem<br />

zijn Het Koekoeksei, Focus, Splinternieuws, Met wie in <strong>de</strong> drie en Sportekort, alsook het<br />

stereofonisch radiofeuilleton Pieter Daens met Louis Paul Boon en Louis De Meester (in<br />

totaal 171 afleveringen).<br />

Regent Germaanse talen RNS (1958).<br />

Samuel Adolphe (1824 – 1898), musicus<br />

Volgt lessen aan het KMC Luik en aan het KMC Brussel bij François-Joseph Fétis.<br />

Behaalt in 1845 <strong>de</strong> Prijs <strong>van</strong> Rome met La ven<strong>de</strong>tta. De hierop aansluiten<strong>de</strong> studiereis<br />

brengt hem naar Duitsland (in Leipzig stu<strong>de</strong>ert hij een tijdje bij Felix Men<strong>de</strong>lssohn<br />

– Bartholdy en in Berlijn gaat hij Meyerbeer opzoeken), Wenen, Praag,<br />

Rome en Napels. Na zijn terugkeer ontwikkelt hij een succesvolle carrière. Zo<br />

her<strong>de</strong>nkt hij <strong>de</strong> vijfentwintigste verjaardag <strong>van</strong> <strong>de</strong> kroning <strong>van</strong> Leopold I (1856)<br />

met <strong>de</strong> cantate L’union fait la force en levert hij in 1859 een cantate voor <strong>de</strong> inhuldiging<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Congreskolom in Brussel. Deze gelegenheidscantate voor twee


82<br />

koren en harmonieorkest wordt door zowat 2.500 koristen en instrumentalisten<br />

uitgevoerd.<br />

Tot hij in 1860 wordt benoemd tot professor harmonie, is hij aan het KMC Brussel<br />

jarenlang repetitor voor <strong>de</strong> notenleer- en <strong>de</strong> pianoklas. Om wat bij te verdienen,<br />

levert hij als muziekjournalist bijdragen voor verschillen<strong>de</strong> bla<strong>de</strong>n: zo is hij, in<br />

tegenstelling tot <strong>de</strong> meeste critici, enthousiast over <strong>de</strong> Engelse première <strong>van</strong> Berlioz’<br />

Benvenuto Cellini (juni<br />

1853) wat tot een jarenlange vriendschap leidt.<br />

In 1865 neemt Samuel het initiatief om, naar het voorbeeld <strong>van</strong> <strong>de</strong> Concerts populaires<br />

<strong>de</strong> musique classique, door Jules Pas<strong>de</strong>loup in 1861 in Parijs gesticht,<br />

met eigen orkest een concertreeks aan te bie<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> opzet élever le niveau<br />

musical et intellectuel du peuple en étendre le goût <strong>de</strong> la bonne musique. De algemene<br />

repetities wor<strong>de</strong>n voor het publiek toegankelijk gemaakt en een groot<br />

<strong>de</strong>el <strong>van</strong> <strong>de</strong> plaatsen wordt voorbestemd voor stu<strong>de</strong>nten, arbei<strong>de</strong>rs en militairen.<br />

Samuel’s benoeming in 1871 tot directeur <strong>van</strong> het KMC verplicht hem om <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Concerts populaires afscheid te nemen. In <strong>Gent</strong> tilt hij <strong>de</strong> conservatoriumconcerten<br />

op een hoger niveau. Vooral zijn Wagneruitvoeringen maken een<br />

grote indruk.<br />

Sanne, zie Denottè Sandra<br />

Scheltjens Lo<strong>de</strong>wijk (1861- 1946), auteur<br />

In Steendorp, waar hij opgroeit, komt hij in contact met het werkvolk <strong>van</strong> <strong>de</strong> steenbakkerijen.<br />

Die ervaring verwerkt hij al snel in zijn oeuvre, dat hoofdzakelijk toneelstukken bestaat.<br />

Het gaat aan<strong>van</strong>kelijk om romantische melodrama’s die gaan<strong>de</strong>weg sociaal bewogen<br />

realistische stukken wor<strong>de</strong>n, in welke vooral het volksleven wordt uitgebeeld. Hij<br />

brengt bij voorkeur <strong>de</strong> donkere kanten en sociale wantoestan<strong>de</strong>n in het leven <strong>de</strong>r volkstypen,<br />

echter zon<strong>de</strong>r bitterheid of opstand. In enkele <strong>van</strong> zijn stukken komt ook <strong>de</strong> dierenbescherming<br />

aan bod.<br />

Scheltjens schrijft ook een aantal jeugdboeken en essays en publiceert eveneens on<strong>de</strong>r<br />

pseudoniemen (Ludovic Schelti, Mozes Stekelbach, Lo<strong>de</strong>wijk Witte). Hij is voorzitter <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> Bond <strong>van</strong> Vlaamsche Toneelschrijvers (1910-1937).<br />

Stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> RNS en wordt on<strong>de</strong>rwijzer in Rupelmon<strong>de</strong>.<br />

Schenkels John (1953), burgemeester<br />

Voorzitter OCMW (1983-1988) en burgemeester (1989-2005) Zelzate.<br />

Directeur Noord-Vlaamse huisvestingsmaatschappij (sinds 1978). Lid en bestuur<strong>de</strong>r <strong>van</strong><br />

diverse maatschappijen en organisaties zo: voorzitter Vlaamse Energie en Teledistributiemaatschapij<br />

Hoboken; Gewestelijke Maatschappij voor <strong>de</strong> Huisvesting; Het Noor<strong>de</strong>rlicht<br />

CV Zelzate; Jeugdzorg vzw; Inter-Regies; IVEG; PROVAG; FINEG nv; Interkabel, ...<br />

Industrieel ingenieur, IHR- CTL (1978)<br />

Schepens Jan (1909- 1994), auteur<br />

Schepens is redacteur <strong>van</strong> o.m. <strong>de</strong> tijdschriften Pan (1927-1928), Werk (1939) en De<br />

Vlaamse gids (1945-1960) en publiceert eveneens in an<strong>de</strong>rstalige tijdschriften o.m. in Le<br />

Thyrse en in Mercure <strong>de</strong> France (1934-1946). Hij is een geregel<strong>de</strong> me<strong>de</strong>werker <strong>van</strong> het<br />

dagblad Vooruit waar hij <strong>de</strong> rubriek Geestesleven (1971-1974) en <strong>de</strong> kroniek Mozaïek<br />

verzorgt, alsook een 80-tal cursieven (1973 -1974) on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> titel Op zoek naar <strong>Gent</strong>. Van<br />

zijn talrijke essays en kronieken wor<strong>de</strong>n zijn literaire studies over Jan Greshoff (1938),<br />

Achilles Mussche (1946) en Johan Daisne (1946) evenals zijn essays Russische schrijvers<br />

(1934) en Italiaanse schrijvers (1935) onthou<strong>de</strong>n.<br />

Een zeer ruim publiek bereikt hij door talloze lezingen in binnen- en buitenland waarbij hij<br />

zich als een ambassa<strong>de</strong>ur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse letteren ontpopt.<br />

Hij behaalt het diploma <strong>van</strong> regent talen aan <strong>de</strong> RNS. Later voegt hij daar een Akte <strong>van</strong><br />

Bekwaamheid tot het ambt <strong>van</strong> Bibliothecaris (1934) en een getuigschrift Praktische kennis<br />

in <strong>de</strong> Italiaanse taal (1958) aan toe.


83<br />

Beroepshalve start hij als proeflezer in <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Volksdrukkerij (1929-1930) en redacteur<br />

(1930-1932) bij het Laatste Nieuws. Eind 1932 begint hij aan zijn on<strong>de</strong>rwijsloopbaan,<br />

eerst als studiemeester (1932-1935), vervolgens als leraar (1935-1945) aan <strong>de</strong> RMS<br />

Brugge, <strong>van</strong>af 1945 aan <strong>de</strong> RNS Blankenberge. In 1956 wordt hij directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Rijksmid<strong>de</strong>lbare<br />

Jongensschool in Brugge.<br />

Schillings Arnold (1896-1965), conservator<br />

Schillings is een <strong>van</strong> <strong>de</strong> initiatiefnemers <strong>van</strong> een opleidingsschool voor jonge ambtenaren,<br />

het HIB. Van bij <strong>de</strong> start <strong>van</strong> <strong>de</strong> school is hij één <strong>van</strong> <strong>de</strong> tien professoren bestuurswetenschappen.<br />

Hij on<strong>de</strong>rwijst <strong>de</strong> cursus Geschie<strong>de</strong>nis <strong>van</strong> <strong>de</strong> bestuursinstellingen <strong>van</strong> België. In<br />

1943 neemt hij, uit ongenoegen met het gevoer<strong>de</strong> beleid, ontslag. Na <strong>de</strong> bevrijding is hij<br />

een <strong>van</strong> <strong>de</strong> initiatiefnemers die het instituut een nieuwe start wensen te geven: hij ver<strong>van</strong>gt<br />

Lambert Vanhacht als directeur<br />

Doctor in <strong>de</strong> Letteren en Wijsbegeerte, Doctor in <strong>de</strong> Rechten, Archivarispaleograaf/conservator<br />

bij het Algemeen Rijksarchief.<br />

Schouppe Etienne (1942), politicus<br />

Start zijn loopbaan, na <strong>de</strong> wetenschappelijke humaniora, in een verzekeringsmaatschappij.<br />

In 1963 treedt hij als bedien<strong>de</strong> voorraadbeheer, later lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> studiedienst, in dienst<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Nationale Maatschappij <strong>de</strong>r Belgische Spoorwegen (NMBS). Hij wordt ge<strong>de</strong>legeerd<br />

bestuur<strong>de</strong>r <strong>van</strong> <strong>de</strong> NMBS (1987 -2002) en <strong>van</strong> <strong>de</strong> ABX LOGISTICS Group (2002-2003) en<br />

voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> UIC (Internationale spoorwegunie) (tot <strong>de</strong>cember 2002).<br />

Sinds 1975 combineert Schouppe zijn werk bij <strong>de</strong> spoorwegen met <strong>de</strong> politiek: hij is adviseur<br />

op het kabinet Verkeerswezen (1977), en kabinetschef chef op het PTTkabinet<br />

(1981). Gemeenteraadslid (1977 -), schepen (1983-1988), burgemeester (1989-2000) en<br />

voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> gemeenteraad <strong>van</strong> Lie<strong>de</strong>kerke (2007 -). Treedt in <strong>de</strong> nationale politiek in<br />

2003 en wordt als CD&V senator verkozen, partijvoorzitter ad interim (2007). Staatssecretaris<br />

voor Mobiliteit in <strong>de</strong> regering Leterme I en II (2008 -2010) en Van Rompuy (2008).<br />

Licentiaat Han<strong>de</strong>ls en Financiële wetenschappen, Erasmus han<strong>de</strong>lshogeschool (1967).<br />

http://www.etienneschouppe.be/<br />

Schrickx Willem (1918-1998), hoogleraar<br />

Hoogleraar Engels aan <strong>de</strong> RUG <strong>van</strong>af 1958. Ook internationaal bekend als Shakespeare<br />

specialist.<br />

Stu<strong>de</strong>ert voor on<strong>de</strong>rwijzer aan <strong>de</strong> Ste<strong>de</strong>lijke Normaalschool Antwerpen (1938), Doctor<br />

Germaanse filologie RUG (1949). Leraar Engels en Ne<strong>de</strong>rlands aan <strong>de</strong> RNS ( 1945- 1957).<br />

Sel Dries (1964), manager<br />

Algemeen directeur I Fiamminghi (1989-1998), intendant Vlaams Radio Orkest & Vlaams<br />

Radio Koor (1998-2003); directielid Securitas (2003-2007), bestuur<strong>de</strong>r Antal International<br />

(België & Luxemburg) (2007-2009), algemeen directeur Vorst Nationaal (2009 - )<br />

Licentiaat en geaggregeer<strong>de</strong> in <strong>de</strong> oudheidkun<strong>de</strong> en kunstgeschie<strong>de</strong>nis, muziekwetenschappen<br />

KUL (1986); postgraduaat Bedrijfskun<strong>de</strong> EHSAL Brussel; postgraduaat muziekwetenschap,<br />

Universität zu Köln, Philosophische Fakultät (1987). Docent cultuurmanagement<br />

<strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> (sinds 1994)<br />

Semey (Jacobus Fernandus Adolphus) Fer (1891- 1973), binnenhuisarchitect<br />

Wordt na WOI te werk gesteld aan <strong>de</strong> Kunstweefschool te ’s Gravenhage die in 1910 word<br />

opgericht en tot mid<strong>de</strong>n <strong>de</strong> jaren twintig bestaat. Na zijn ontslag start hij zelf met een<br />

atelier waar gobelins wor<strong>de</strong>n uitgevoerd. Het is zijn bedoeling <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse Gobelinkunst<br />

op een mo<strong>de</strong>rne en <strong>de</strong>coratieve grondslag nieuw leven in te blazen.<br />

In 1933 is Semey verbon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> firma H. Pan<strong>de</strong>r & Zonen die o.a. <strong>de</strong> inrichting <strong>van</strong><br />

het Vre<strong>de</strong>spaleis in Den Haag verzorgt en na <strong>de</strong> Eerste Wereldoorlog bekendheid verwerft<br />

op het vlak <strong>van</strong> binnenhuisarchitectuur.<br />

Als interieurarchitect werkt Semey aan <strong>de</strong> inrichting <strong>van</strong> verschillen<strong>de</strong> schepen zo <strong>van</strong> het<br />

MS Bloemfontein (1934) en <strong>de</strong> MS Pericles (1938) en is hij verantwoor<strong>de</strong>lijk voor het inte-


84<br />

rieur <strong>van</strong> <strong>de</strong> SS Nieuw Amsterdam, tussen 1938 en 1959 het vlaggenschip <strong>van</strong> <strong>de</strong> Holland-Amerika<br />

lijn. Tevens werkt hij voor Ypenburg, een tussen 1936 en 1994 in Rijswijk<br />

gelegen vliegveld.<br />

Semey stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> KASK en aan <strong>de</strong> Hoogere Nijverheidsschool. Hij is tij<strong>de</strong>ns WOI als<br />

tekenleraar verbon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> Nijverheidsschool én aan <strong>de</strong> Hogere Land- en Tuinbouwschool<br />

te <strong>Gent</strong>. In Parijs stu<strong>de</strong>ert hij technieken <strong>van</strong> het gobelinweven.<br />

Serras Roger (1942-1978), kunstenaar<br />

Is al op het atheneum heel intensief met poëzie bezig en wordt in 1963 me<strong>de</strong>oprichter <strong>van</strong><br />

het tijdschrift Yang, later me<strong>de</strong>stichter <strong>van</strong> Honest Graphics, Honest Arts Movement (HAM)<br />

en <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vereniging <strong>de</strong>r Plastische Kunstenaars. Artistieke duizendpoot die zowel op het<br />

literaire vlak (met dichtbun<strong>de</strong>ls als Het vijf<strong>de</strong> seizoen uit 1969 tot het postume Met verlief<strong>de</strong><br />

aandacht uit 1979) als op het beel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> vlak (zo o.a. selectie voor <strong>de</strong> Prix <strong>de</strong> la Jeune<br />

Peinture Belge en voor <strong>de</strong> Provinciale Prijs Grafiek Oost-Vlaan<strong>de</strong>ren) een zekere erkenning<br />

geniet.<br />

Roger Serras stu<strong>de</strong>ert voor on<strong>de</strong>rwijzer aan <strong>de</strong> RNS (1963), leerling <strong>van</strong> M.A.J. Hoste en<br />

stu<strong>de</strong>ert ook aan <strong>de</strong> KASK. Hij is leraar plastische kunsten aan <strong>de</strong> Aca<strong>de</strong>mie te Mal<strong>de</strong>gem.<br />

Serraes Guy (1961), directeur<br />

Fractiesecretaris Vlaams Parlement (1986-1994); schepen <strong>van</strong> Personeelsbeleid en Informatica<br />

Stad <strong>Gent</strong> (1995-2000). Senior manager Ernst & Young Human resources ( De<br />

Witte & Morel ) <strong>Gent</strong> (2000-2001); director Ernst & Young <strong>Gent</strong> (sinds 2001). Gewezen<br />

voorzitter IVAGO en on<strong>de</strong>rvoorzitter TMVW.<br />

Licentiaat bestuurswetenschappen ADECHO Brussel; Licentiaat management<br />

(MBA)Vlerickschool RUG; Extern lid <strong>de</strong>partementsraad HaBe <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> (2003-<br />

2007).<br />

Servaes Albert (1883 – 1966), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar.<br />

Servaes behoort tot <strong>de</strong> eerste Latemse school en wordt beschouwd als een <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> eerste Belgische expressionisten. In 1905 trekt hij naar Sint- Martens-Latem<br />

waar hij zich in een houten keet vestigt. Hij is een diep religieus mens, die in zijn<br />

kunst liefst al <strong>de</strong> verken<strong>de</strong> pa<strong>de</strong>n verlaat. De dramatiek en <strong>de</strong> wrangheid, die uit<br />

zijn werken spreken, wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rsteund door zijn donker coloriet en <strong>de</strong> dikke<br />

lijnen, waarmee hij zijn figuren gestalte geeft. De Rooms-Katholieke Kerk en veel<br />

<strong>van</strong> zijn tijdgenoten ergeren zich aan <strong>de</strong> rauwe werkelijkheid die hij weergeeft.<br />

De kruisweg die hij schil<strong>de</strong>rt (nu bewaard in <strong>de</strong> Abdij Koningshoeven <strong>van</strong> Berkel-<br />

Enschot) is hier<strong>van</strong> een voorbeeld. Vanwege zijn sympathieën voor <strong>de</strong> Duitse cultuurpolitiek<br />

tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Wereldoorlog vlucht hij na <strong>de</strong> oorlog naar Zwitserland.<br />

Stu<strong>de</strong>nt KASK (1901 – 1902)<br />

Servais Raoul (1928), cineast<br />

Me<strong>de</strong> on<strong>de</strong>r impuls <strong>van</strong> zijn KASK-leraar en mentor Albert Vermeiren kan Servais zijn artistieke<br />

talenten ontwikkelen, en ontstaat zijn fascinatie voor <strong>de</strong> animatiefilm. Gezien <strong>de</strong><br />

strikte geheimhouding bij <strong>de</strong> grote studio’s verkent hij zelfstandig <strong>de</strong> techniek en het productieproces<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> animatiefilm, en ontwikkelt hij aldus een geheel eigen stijl en beeldtaal.<br />

In 1960 brengt hij zijn eerste animatiefilm Havenlichten uit waarmee hij <strong>de</strong> Eerste Prijs<br />

voor animatie krijgt op het Nationaal Festival <strong>van</strong> <strong>de</strong> Belgische Film <strong>van</strong> Antwerpen. Uit<br />

<strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> perio<strong>de</strong> dateren an<strong>de</strong>re bekroon<strong>de</strong> werken zoals De Valse Noot en Chromophobia,<br />

die voor zijn internationale doorbraak zorgen.<br />

In 1963 richt Raoul Servais met <strong>de</strong> steun <strong>van</strong> directeur Geo Bontinck binnen <strong>de</strong> KASK een<br />

autonome af<strong>de</strong>ling Animatiefilm op, <strong>de</strong> eerste school <strong>van</strong> dien aard op het Europese vasteland.<br />

De af<strong>de</strong>ling wordt een succes en brengt verschillen<strong>de</strong> generaties <strong>van</strong> beloftevolle<br />

animatiefilmmakers voort.<br />

Hij werkt <strong>de</strong> voorbije <strong>de</strong>cennia aan een 15-tal films, waarin zijn innovatief vakmanschap,


85<br />

zijn poëtisch gevoel en zijn geëngageerd wereldbeeld verenigd wor<strong>de</strong>n.<br />

Raoul Servais is sinds 1973 lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Aca<strong>de</strong>mie voor Wetenschappen en Kunsten<br />

<strong>van</strong> België en is <strong>van</strong> 1985 tot 1994 algemeen voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> Association Internationale<br />

du Film d'Animation (ASIFA). Hij is me<strong>de</strong>stichter <strong>van</strong> het Vlaams Audiovisueel<br />

Fonds, <strong>van</strong> het Fonds Raoul Servais en is lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> adviesraad <strong>van</strong> Film-Plateau, <strong>de</strong> filmclub<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> U<strong>Gent</strong>.<br />

Raoul Servais is laureaat <strong>van</strong> <strong>de</strong> Hans Christian An<strong>de</strong>rsen Prijs (Denemarken), <strong>de</strong> Gou<strong>de</strong>n<br />

Aar voor zijn filmcarrière, <strong>de</strong> Norman McLaren Heritage Prize in Canada, <strong>de</strong> vijfjaarlijkse<br />

Cultuurprijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Provincie West-Vlaan<strong>de</strong>ren, en is Cultureel Ambassa<strong>de</strong>ur <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren.<br />

In 1993 ont<strong>van</strong>gt hij <strong>de</strong> Cultuurprijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Stad <strong>Gent</strong>. Hij behaalt meer dan vijftig<br />

filmprijzen en on<strong>de</strong>rscheidingen, on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong> San-Marco Leeuw in Venetië en <strong>de</strong> Gou<strong>de</strong>n<br />

Palm in Cannes, naast hoofdprijzen op tal <strong>van</strong> festivals zoals in Phila<strong>de</strong>lphia, Chicago,<br />

Teheran, Bilbao, Valladolid, Rome, Zagreb, Porto, Annecy en Oberhausen. Zijn werk wordt<br />

o.a. getoond in het Centre Georges Pompidou in Parijs, het MoMa (Museum of Mo<strong>de</strong>rn Art<br />

NY), het Ziegfeld Museum en <strong>de</strong> Walt Disney Studios. Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> zomer 2009 wordt, in het<br />

ka<strong>de</strong>r <strong>van</strong> <strong>de</strong> tentoonstelling Beaufort 09, in het Staf Versluyscentrum te Bre<strong>de</strong>ne een<br />

overzichtstentoonstelling <strong>van</strong> het werk <strong>van</strong> Servais gebracht.<br />

Stu<strong>de</strong>ert Sierkunst aan <strong>de</strong> KASK en wordt er (1960) aangesteld als leraar sierkunst. Hij<br />

sticht (1963) en leidt er <strong>de</strong> Animatiefilmstudio tot 1993. In 2008 wordt hij doctor honoris<br />

causa <strong>van</strong> <strong>de</strong> RUG.<br />

Smet (Christine) Kris (1942), journaliste<br />

Start haar loopbaan als logopediste in Rijkson<strong>de</strong>rwijs (1964-1965) maar schakelt als snel<br />

over naar een an<strong>de</strong>r beroepenveld. Actrice KVS en televisie o.a. Midas en Fabian <strong>van</strong> Fallada<br />

(1966-1969). Presentatrice; televisieproducer, productie bij VRT Radio en Televisie<br />

(sinds 1970-2002). Producer <strong>van</strong> jeugdprogramma’s o.a. Een vinger in <strong>de</strong> pap, Alles kits<br />

(1972-1975), wetenschappelijke programma’s o.a. Dokument, Kijk mensen, Oogappel en<br />

eigen programma’s o.a. Doe mee, Zal ik eens wat vragen dokter? De draad <strong>van</strong> Ariadne<br />

(1975-2002). Journaliste Panorama en Ter Zake (sinds 1995-2002).<br />

Kandidaturen Geschie<strong>de</strong>nis (1960-1961), Logopediste HIPB <strong>Gent</strong> (1961-1964), 1 ste Prijs<br />

Toneelspeelkunst KMC (1964); Producerexamen BRT (1972).<br />

Soenen Geert (1963), musicus<br />

Sinds 1985 leerkracht piano, notenleer, koper en begeleiding in DKO instellingen; dirigent<br />

kamerorkest Acca<strong>de</strong>mia Amanti <strong>de</strong>ll’Arte (sinds 1991); Jeugd en muziek orkest Oost-<br />

Vlaan<strong>de</strong>ren (sinds 1997), St. Martinuskoor Baarle-Drongen (sinds 1998), De Man<strong>de</strong>lgalm<br />

Roeselaere (sinds 1998); assistent-dirigent en koordirigent in <strong>de</strong> Vlaamse Opera Antwerpen<br />

en <strong>Gent</strong> (sinds 2000).<br />

Aan het KMC 1 ste prijzen notenleer(1957), muziekgeschie<strong>de</strong>nis (1958), transpositie, trompet,<br />

kamermuziek (1959), harmonieleer (1962), contrapunt (1980), fuga (1981), compositie<br />

(1988). Hij behaalt eveneens een diploma orkestdirectie KMC Den Haag (1997). Soenen<br />

is docent geschreven harmonie (1977-1992) aan het KMC.<br />

Soenen Willy (1937), musicus<br />

Trompetsolo Filharmonie Antwerpen (1959-1961), leraar koper DKO-instellingen (1959-<br />

1981); leraar muzikale opvoeding (1971-1974); directeur Aca<strong>de</strong>mie voor Muziek en<br />

Woord Tielt (1981-1995).<br />

Lid Hafabra commissie <strong>van</strong> Sabam; lid Belgische artistieke promotie <strong>van</strong> Sabam; lid<br />

blaasmuziekcommissie <strong>van</strong> <strong>de</strong> Confédération <strong>de</strong> Sociétés Musicales (CISM); lid World Association<br />

for symphonic Bands and Ensembles (WASBE).<br />

1 ste prijs notenleer (1957), transpositie, trompet en kamermuziek (1959), harmonie<br />

(1962), contrapunt (1980), fuga (1981) en compositie (1987) KMC. Lesgever harmonie en<br />

contrapunt KMC.<br />

Spanoghe Gaby (1949), musicus


86<br />

Concertmeester Nationaal Orkest <strong>van</strong> België (1975-1985), Euskadi-orkest San Sebastian,<br />

Spanje (1982), Ne<strong>de</strong>rlands Kamerorkest (1981); soliste Belgisch Bach-ensemble (1975-<br />

1985), Ensemble musique nouvelle (1977-1985) en Kamerorkest Wallonië (sinds 1991).<br />

Hoger diploma viool KMC (1973); Graduaat viool Muziekkapel Koningin Elisabeth (1974);<br />

Virtuositeitprijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> Belgische regering (1975). Lesgeefster en vioolleraar KMC (1973-<br />

1980)<br />

Spanoghe Jenny (1957), musicus<br />

Buitengewoon hoogleraar viool Muziekkapel Koningin Elisabeth (1995-1998) en docente<br />

viool Fontys <strong>Hogeschool</strong> Tilburg (sinds 2002). Solistische optre<strong>de</strong>ns met diverse orkesten<br />

en dirigenten in België, West-Europa en Amerika.<br />

Stichter <strong>van</strong> het Eugène Ysaÿe- strijkkwartet dat later het Gagginistrijkkwartet wordt<br />

(1989)<br />

Zij behaalt 1 ste prijzen notenleer (1973) en kamermuziek (1975) alsook het hoger diploma<br />

viool (1977) en het hoger diploma kamermuziek (1981) aan het KMC. In 1997 ont<strong>van</strong>gt<br />

zij <strong>de</strong> Fuga prijs uitgereikt door <strong>de</strong> Unie <strong>van</strong> Belgische Componisten.<br />

Spanoghe Viviane (1960), musicus<br />

Concerten als soliste en in kamermuziekverband in binnen- en buitenland. Laureate Dexia<br />

(1975) en Tenuto prijs (1980).<br />

Hoger diploma KMC (1980), Indiana University, Bloomington (1980), Folkwang Hoschschule<br />

Essen (1979), hoger diploma cello KMC (1980). Professor cello & kamermuziek<br />

KMC Brussel.<br />

www.viviane-spanoghe.be<br />

Speliers Hedwig (1935), auteur<br />

In 1963 vormt hij samen met Paul <strong>de</strong> Wispelaere, Korban en Jan <strong>van</strong> <strong>de</strong>r Hoeven <strong>de</strong> redactie<br />

<strong>van</strong> het tijdschrift Diagram. Ver<strong>de</strong>r werkt hij mee aan <strong>de</strong> gestencil<strong>de</strong> tijdschriften<br />

Bok, Mep en Daele en sinds 1971 aan het tijdschrift Restant, dat zijn voedingsbo<strong>de</strong>m heeft<br />

in <strong>de</strong> RUG en <strong>de</strong> UIA. Daarnaast verzorgt hij columns voor o.a. Elseviers Literair Supplement,<br />

De Nieuwe, Vrijdag en Knack. In 1969 krijgt hij voor <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l De astronaut <strong>de</strong><br />

Hei<strong>de</strong>landprijs <strong>van</strong> Noord en Zuid. In 1972 wordt <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l Horribile dictu bekroond met<br />

<strong>de</strong> provinciale prijs voor letterkun<strong>de</strong> <strong>van</strong> West-Vlaan<strong>de</strong>ren. Die prijs krijgt hij ook in 1984<br />

voor <strong>de</strong> essaybun<strong>de</strong>l Met verpauper<strong>de</strong> pen. Voor zijn dichtbun<strong>de</strong>l Het heraldieke dier wordt<br />

hem in 1984 <strong>de</strong> Dirk Martensprijs <strong>van</strong> <strong>de</strong> stad Aalst toegekend. In 1997 verzamelt <strong>de</strong><br />

dichter-criticus Jean-Marie Maes zijn poëzie on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> titel Ongehoord. Hij voltooit in 2004<br />

een biografische triptiek over Stijn Streuvels.<br />

Regent Ne<strong>de</strong>rlands-Geschie<strong>de</strong>nis aan <strong>de</strong> RNS (1957-1959). In 1959 wordt hij leraar Ne<strong>de</strong>rlands<br />

aan <strong>de</strong> Rijksmid<strong>de</strong>nschool in Nieuwpoort.<br />

Spruyt Philippe (1727-1801), directeur<br />

Als kandidaat lesgever aan <strong>de</strong> KASK stelt hij zichzelf voor als meester-schil<strong>de</strong>r gheassocieer<strong>de</strong>n<br />

in <strong>de</strong> aca<strong>de</strong>miën <strong>de</strong>r schil<strong>de</strong>rconst <strong>van</strong> Milaenen en<strong>de</strong> ’s Gravenhaege alsook dat<br />

hij zigh <strong>van</strong> zyne jonckheyt af heeft gheoeffent in <strong>de</strong>se konsten, jae selfs ten dien effecte<br />

heeft ghereyst en<strong>de</strong> gherediseert in vrem<strong>de</strong> lan<strong>de</strong>n te weten twee jaeren te Parys en vier<br />

jaeren te Roomen, binnen welcke leste plaetse hy door wylent syne heyiligheit Clemens<br />

<strong>de</strong>n 13<strong>de</strong>n gheagregeert is gewor<strong>de</strong>n in het or<strong>de</strong> <strong>van</strong> St. Jean te Lateranen. Van 1770 tot<br />

1795, wanneer hij ten gevolge <strong>van</strong> een meningsverschil opstapt, is hij professeur en<strong>de</strong><br />

direkteur <strong>van</strong> d’aca<strong>de</strong>mie <strong>de</strong>r teeken en<strong>de</strong>r schil<strong>de</strong>rconst. Parallel met dit ambt is hij geregistreerd<br />

als cooper bij <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se schil<strong>de</strong>rsnering, han<strong>de</strong>lt hij in kunstwerken, levert hij op<br />

bestelling schil<strong>de</strong>rwerken allerhan<strong>de</strong> (portretten, gelegenheidswerken, godsdienstige taferelen…),<br />

wordt hij als kunstkenner geraadpleegd en aanvaardt hij discipels ofte leerlingen<br />

om per maand ofte jaer, <strong>de</strong>n geheelen dag door in <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>r- en teekenkonste on<strong>de</strong>rwezen<br />

te wor<strong>de</strong>n.<br />

Staes Roger (1927-2008), directeur


87<br />

Na interims in verschillen<strong>de</strong> Rijksmid<strong>de</strong>lbare scholen werd Roger Staes, als licenciaat Lichamelijke<br />

Opvoeding RUG (1950) aangesteld aan het KA Aalst (1954-1974). In 1974<br />

wordt hij gemuteerd naar het Hoger Rijksinstituut voor Technisch en Han<strong>de</strong>lson<strong>de</strong>rwijs<br />

<strong>Gent</strong>. On<strong>de</strong>rtussen is hij eveneens mentor <strong>van</strong> <strong>de</strong> laatstejaarsstu<strong>de</strong>nten voor <strong>de</strong> Hogere<br />

Instituten <strong>van</strong> Lichamelijke opvoeding <strong>van</strong> Brussel en <strong>Gent</strong> en <strong>van</strong> <strong>de</strong> RNS <strong>Gent</strong>. Lesgever<br />

Basketbal aan <strong>de</strong> VUB (1970-1971) en <strong>van</strong> 1971 tot 1979 assistent HILO <strong>van</strong> <strong>de</strong> RUG. In<br />

1977 wordt hij directeur <strong>van</strong> het Hoger Rijksinstituut voor Technisch en Han<strong>de</strong>lson<strong>de</strong>rwijs<br />

<strong>Gent</strong>.<br />

Roger Staes bouwt tevens een carrière in <strong>de</strong> basketwereld uit. Staes speelt bij Amicitia<br />

Lokeren en bij Elite <strong>Gent</strong>. Daarna coacht hij datzelf<strong>de</strong> Lokeren, Okapi Aalst, A<strong>van</strong>ti Brugge,<br />

Waregem en Sunair Oosten<strong>de</strong>. In 1963 is hij Bondscoach <strong>van</strong> <strong>de</strong> nationale ploeg.<br />

Steenhaut Oscar (1933 – 2007), rector VUB<br />

Na een kort verblijf als ingenieur bij Sabena en een opdracht als lesgever elektronica<br />

aan het Rijkshoger Technisch Instituut voor Kernenergie te Brussel, wordt hij<br />

in 1970 docent aan <strong>de</strong> VUB. Hij wordt er titularis <strong>van</strong> een om<strong>van</strong>grijke on<strong>de</strong>rwijsopdracht,<br />

verspreid over <strong>de</strong> faculteiten<br />

Ingenieurswetenschappen, Wetenschappen, Economische, Sociale en Politieke<br />

Wetenschappen en ook Letteren en Wijsbegeerte. Decaan Faculteit Ingenieurswetenschappen<br />

(1979 – 1982) en rector <strong>van</strong> <strong>de</strong> VUB (1982 – 1986).<br />

Adviseur bij Euratom, voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> VLIR (1983 – 1985) en <strong>van</strong> het NFWO<br />

(1985 – 1986), lid <strong>van</strong> het bureau <strong>van</strong> het IWONL, lid <strong>van</strong> het technisch comité<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Nationale Maatschappij voor Krediet aan <strong>de</strong> Nijverheid, vicevoorzitter <strong>van</strong><br />

het IMEC en voorzitter <strong>van</strong> het Comité voor Wetenschapsbeleid en <strong>van</strong> het IVVO.<br />

Doctor honoris causa <strong>van</strong> <strong>de</strong> Humboldt Universität Berlijn (1985), visiting professor<br />

Louisiana State University, het MIT Cambridge en <strong>de</strong> universiteiten <strong>van</strong> Stanford<br />

en Chicago (1986 – 1987). Steenhaut is een pionier op het <strong>de</strong>stijds groten<strong>de</strong>els<br />

onontgonnen terrein <strong>van</strong> <strong>de</strong> internationale universitaire ontwikkelingssamenwerking.<br />

Burgerlijk Elektrotechnisch Ingenieur, RUG, 1955. Master of Science in Electrical<br />

Engineering & Doctor of Philosophy in Physics, Louisiana State University, USA.<br />

Deeltijds lesgever HIBH.<br />

Steenhaut Peter (1944), voorzitter<br />

Nationaal secretaris (1971-1972) en adjunct-algemeen secretaris ACOD on<strong>de</strong>rwijs (1972-<br />

1981) en tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Nationale Raad voor het Rijkson<strong>de</strong>rwijs, <strong>de</strong> Hoge<br />

Raad voor het Buitengewoon On<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong> Hoge Raad <strong>van</strong> het Hoger Pedagogisch on<strong>de</strong>rwijs.<br />

Algemeen secretaris ACOD en secretaris <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Intergewestelijke <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

ACOD (1981-1989), vice-voorzitter ACOD (1988) en tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> lid <strong>van</strong> het Nationaal<br />

Bureau <strong>van</strong> het ABVV en <strong>van</strong> het Bureau <strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse Intergewestelijke ABVV.<br />

Lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Sociaal Economische Raad <strong>van</strong> Vlaan<strong>de</strong>ren, nadien Gewestelijke Economische<br />

Raad voor Vlaan<strong>de</strong>ren. Lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Raad <strong>van</strong> Bestuur <strong>van</strong> <strong>de</strong> BRT (nadien BRTN en VRT).<br />

Voorzitter Autonome Raad voor het Gemeenschapson<strong>de</strong>rwijs ARGO en afgevaardig<strong>de</strong><br />

bestuur<strong>de</strong>r Raad <strong>van</strong> het Gemeenschapson<strong>de</strong>rwijs (2003) en geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> lid<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Vlaamse On<strong>de</strong>rwijsraad VLOR en het Vast Bureau.<br />

Licentiaat Opvoedkun<strong>de</strong> RUG; lesgever hoger pedagogisch on<strong>de</strong>rwijs RNS (1966-1971).<br />

Lid raad <strong>van</strong> bestuur <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> (1995-2003). Titeldragend sectorhoofd Personeelszaken<br />

<strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> (1995-2003).<br />

Stevens Bob (1944), bestuur<strong>de</strong>r<br />

Export-manager Rectavit bvba Drongen (1968-1970); product manager Palmafina/Oleofina<br />

nv Brussel (1971-1978); marketing manager Caemint Food nv Brussel (1978-<br />

1986); ge<strong>de</strong>legeerd bestuur<strong>de</strong> Toledo International nv <strong>Gent</strong> (sinds 1987); ge<strong>de</strong>legeerd<br />

bestuur<strong>de</strong>r Rodanex nv St. Martens-Latem (sinds 1987); zaakvoer<strong>de</strong>r Servilink bvba <strong>Gent</strong><br />

(sinds 1995); zaakvoer<strong>de</strong>r Toledo Europe <strong>Gent</strong> (sinds 1995).<br />

Marketing en distributie, Rijkshogere Technische en Han<strong>de</strong>lsschool <strong>Gent</strong> (1968).


88<br />

Suls Armand (1893-1948), activist<br />

Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> Eerste Wereldoorlog is hij afgevaardig<strong>de</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> leiding <strong>van</strong> <strong>de</strong> Frontbeweging<br />

voor <strong>de</strong> 6 <strong>de</strong> legerdivisie. Na <strong>de</strong> oorlog is hij een <strong>van</strong> <strong>de</strong> lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> figuren <strong>van</strong> <strong>de</strong> VOS (Vereniging<br />

<strong>van</strong> Vlaamse Oud-strij<strong>de</strong>rs). Ook internationaal is hij actief door <strong>de</strong> oprichting <strong>van</strong><br />

een Internationale antimilitaristische Liga en <strong>van</strong> een Internationale voor dienstweigering<br />

(1927). Armand Suls is daarnaast een veelzijdig jeugdschrijver.<br />

Als on<strong>de</strong>rwijzer (1912) en geaggregeer<strong>de</strong> Germaanse talen afgestu<strong>de</strong>erd aan <strong>de</strong> RNS<br />

(1912).Van 1918 tot 1944 on<strong>de</strong>rwijzer in het Ste<strong>de</strong>lijk On<strong>de</strong>rwijs te Antwerpen en <strong>van</strong><br />

1944 tot zijn overlij<strong>de</strong>n directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Jongensschool in <strong>de</strong> Kapucinieneressenstraat.<br />

Tack Jules (1882 – 1972), directeur<br />

Van 1905 tot 1910 directeur in <strong>de</strong> Vrije Lagere Aanneembare School in <strong>de</strong> Korte<br />

Krevelstraat (<strong>Gent</strong>) en <strong>van</strong> 1910 tot 1920 directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Braeckmanschool in<br />

St.-Amandsberg. Tack zal, <strong>van</strong>af 1911, en dit op verzoek <strong>van</strong> <strong>de</strong> bon<strong>de</strong>n <strong>de</strong>r vrije<br />

neringdoeners, overal in Vlaan<strong>de</strong>ren opleidingen geven in mo<strong>de</strong>rn boekhou<strong>de</strong>n. In<br />

1912 zal <strong>de</strong> uitgeverij Snoeck-Ducaju <strong>de</strong>ze nieuwe metho<strong>de</strong> voor boekhou<strong>de</strong>n en<br />

prijsberekening in boekvorm on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> han<strong>de</strong>laars versprei<strong>de</strong>n – voor het eerst in<br />

het Ne<strong>de</strong>rlands.<br />

Directeur Provinciaal Han<strong>de</strong>ls- en Taalinstituut (1920 – 1948).<br />

Tahon Johan (1965), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Na een aantal jaren werken in bittere armoe<strong>de</strong> en zon<strong>de</strong>r enige erkenning <strong>van</strong> zijn kunstenaarschap<br />

wordt hij in 1995 ont<strong>de</strong>kt door Jan Hoet die hem uitnodigt <strong>de</strong>el te nemen<br />

aan <strong>de</strong> tentoonstelling De Ro<strong>de</strong> Poort (1996).<br />

Johan Tahon staat bekend om zijn boomlange gipsen mensfiguren (opgebouwd en gevormd<br />

rond constructies <strong>van</strong> ijzer) die voor opstelling in <strong>de</strong> buitenlucht ook in brons wor<strong>de</strong>n<br />

gegoten. Maar naast <strong>de</strong>ze lange mensachtige figuren heeft hij ook veel kleinere plastieken<br />

gemaakt, veel <strong>van</strong> hoof<strong>de</strong>n. De laatste jaren doet hij dat aan<strong>van</strong>kelijk ook in doorschijnend<br />

polyester, maar recent steeds meer in keramiek. Zijn werk is on<strong>de</strong>r meer te zien<br />

in toonaangeven<strong>de</strong> musea als het SMAK <strong>Gent</strong>, M_HKA Antwerpen, Mu.Zee Oosten<strong>de</strong>,<br />

Ste<strong>de</strong>lijk Museum Amsterdam, Gemeentemuseum Den Haag, ... Tevens neemt hij <strong>de</strong>el<br />

aan grootschalige tentoonstellingen als Beaufort Oosten<strong>de</strong> 2006, <strong>de</strong> Lustwaran<strong>de</strong> Tilburg<br />

en Sculpture at Pilane Zwe<strong>de</strong>n, <strong>de</strong> Poëziezomer <strong>van</strong> Watou (2009).<br />

Johan Tahon stu<strong>de</strong>ert beeldhouwkunst aan <strong>de</strong> KASK.<br />

http://www.johantahon.be/<br />

Tanghe Jenny (1927 – 2009), actrice<br />

Tanghe verwerft grote publieksbekendheid door haar televisiewerk: zo als Moe<strong>de</strong>r<br />

Cent in <strong>de</strong> BRTserie Wij, heren <strong>van</strong> Zichem (1969) gebaseerd op het boek <strong>van</strong><br />

Ernest Claes. Zij vertolkt ook belangrijke rollen in an<strong>de</strong>re series (De collega’s, Het<br />

Pleintje, FC De Kampioenen, Wittekerke, Aspe, Grappa, …) zowel als in boekverfilmingen<br />

(Maria Spermalie <strong>van</strong> Herman Teirlinck – 1979, Menuet <strong>van</strong> L.P. Boon –<br />

1982, Mira of <strong>de</strong> teleurgang <strong>van</strong> <strong>de</strong> waterhoek naar Stijn Streuvels – 1971, Het<br />

verdriet <strong>van</strong> België <strong>van</strong> Hugo Claus – 1994). Haar ware interesse ligt echter bij<br />

het theater. Zo acteert zij on<strong>de</strong>r meer bij het <strong>Gent</strong>s Theater Vertikaal, het Mechels<br />

Miniatuurtheater en het Antwerps Raamtheater en is ze ook actief als lerares<br />

dictie, voordracht en toneel.<br />

Jenny Tanghe stu<strong>de</strong>ert dramatische kunst aan <strong>de</strong> Studio Herman Teirlinck (toen<br />

nog Studio <strong>van</strong> het Nationaal Toneel) en aan het KMC.<br />

Taylor John (1949 – 2004), politicus<br />

Bankbedien<strong>de</strong>, ka<strong>de</strong>rlid, auditeur Rekenhof. Kabinetschef gemeenschapsminister<br />

<strong>van</strong> Huisvesting (1988 – 1991) en adjunct-kabinetschef Openbaar Ambt (1988 –<br />

1991). Gemeenteraadslid (1977 – 2004) en burgemeester Wichelen (1982 –<br />

2004). Volksvertegenwoordiger (1991 – 1995), lid Vlaamse raad/Vlaams volks-


89<br />

vertegenwoordiger (1992 – 2000). Hij stapt <strong>van</strong> <strong>de</strong> CVP over naar <strong>de</strong> NCD (Nieuwe<br />

Christen-Democraten) en belandt zo, later, in <strong>de</strong> VLD.<br />

Licentiaat consulaire wetenschappen Erasmus <strong>Hogeschool</strong>, Brussel; licentiaat<br />

han<strong>de</strong>ls- en financiële wetenschappen ADECHO (1975).<br />

Temsamani Anissa (1966), politica<br />

Bij <strong>de</strong> Kamerverkiezingen in 2003 wordt zij, op basis <strong>van</strong> haar aantal voorkeurstemmen,<br />

verkozen in <strong>de</strong> Kamer en een maand later aangesteld als Staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie<br />

en Welzijn op het Werk in <strong>de</strong> regering-Verhofstadt II. Zij wordt het eerste regeringslid<br />

<strong>van</strong> Marokkaanse afkomst in België. Temsamani neemt echter, na onthullingen<br />

over haar studieverle<strong>de</strong>n, al na 74 dagen afstand <strong>van</strong> haar functie. Hiermee is ze <strong>de</strong> kortst<br />

zetelen<strong>de</strong> Belgische minister of staatssecretaris ooit. Zij is volksvertegenwoordiger (2003-<br />

2004) en Vlaams volksvertegenwoordiger <strong>van</strong> <strong>de</strong> SP.A.(2004-2009) en is gemeenteraadslid<br />

Mechelen (2006 -),<br />

Stu<strong>de</strong>nt kandidatuur Han<strong>de</strong>lswetenschappen HIBH.<br />

http://www.anissatemsamani.be<br />

Terwecoren Jos (1949-2010), directeur en sectorhoofd<br />

Jos Terwecoren is <strong>de</strong> eerste die aan A<strong>de</strong>cho/Erasmus hogeschool een volledige loopbaan<br />

<strong>van</strong> assistent tot directeur ontwikkelt. Oorspronkelijk aangetrokken in het ka<strong>de</strong>r <strong>van</strong> wetenschappelijk<br />

personeel verwerft hij gelei<strong>de</strong>lijk aan een plaats in het professorenkorps,<br />

eerst als docent later als voltijds hoogleraar.<br />

Burgerlijk ingenieur (1977), Bedrijfskundig ingenieur (1979) RUG. Directeur Erasmushogeschool<br />

(1994) en sectorhoofd Financiën <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong> ( 1995-2010). Lid <strong>van</strong><br />

het Bestuurscollege (sinds 1995-2010).<br />

Thiery Herman (1912 – 1978), pseudoniem Daisne Johan, auteur<br />

Zijn va<strong>de</strong>r Leo-Michel Thiery was on<strong>de</strong>rwijzer (en stichter <strong>van</strong> het Schoolmuseum in <strong>Gent</strong>)<br />

en zijn moe<strong>de</strong>r Augusta <strong>de</strong> Taeye lerares aan <strong>de</strong> Ste<strong>de</strong>lijke Meisjesnormaalschool (later<br />

rijksinspectrice). Thiery stu<strong>de</strong>ert Slavische talen en promoveert in 1936 tot doctor<br />

in <strong>de</strong> han<strong>de</strong>lswetenschappen. Geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong> achttiendaagse veldtocht bij <strong>de</strong> Duitse<br />

inval (mei 1940) is hij verbindingsofficier. Na <strong>de</strong> capitulatie <strong>van</strong> het Belgisch<br />

leger verblijft hij in Carcassonne. Deze perio<strong>de</strong> verwerkt hij in zijn dichtbun<strong>de</strong>l<br />

Het ein<strong>de</strong> <strong>van</strong> een zomer. Legerverzen uit <strong>de</strong> mobilisatie (1940). Na zijn terugkeer<br />

naar België wordt hij lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> weerstandsorganisatie het Onafhankelijkheidsfront<br />

en (1944 – 1946) en lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Communistische Partij. In 1945 wordt<br />

hij benoemd tot hoofdbibliothecaris en vervolgens tot directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se<br />

Openbare Stadsbibliotheek, een opdracht die hij tot 1977 vervult. In 1967 wordt<br />

hij lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Koninklijke Vlaamse Aca<strong>de</strong>mie voor Taal- en Letterkun<strong>de</strong> en lid <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> Association <strong>de</strong>s Ecrivains Belges.<br />

Als Johan Daisne <strong>de</strong>buteert hij in 1935 met <strong>de</strong> dichtbun<strong>de</strong>l Verzen. Ondanks zijn<br />

communistische sympathieën kan hij on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> militaire bezetting nog enkele belangrijke<br />

dichtbun<strong>de</strong>ls publiceren, zoals Het ein<strong>de</strong> <strong>van</strong> een zomer (1940). Ook na<br />

<strong>de</strong> oorlog dicht hij, zo Ikonakind (1946), Het kruid-aan-<strong>de</strong>-balk (1953) en De<br />

nacht komt gauw genoeg (1961).<br />

Daisne is nochtans vooral bekend als romancier. Hoogtepunten <strong>van</strong> zijn oeuvre<br />

zijn De trap <strong>van</strong> steen en wolken (1942), De man die zijn haar kort liet knippen<br />

(1947) en De trein <strong>de</strong>r traagheid (1950). Met <strong>de</strong>ze romans introduceert hij het<br />

magisch realisme in <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandstalige literatuur, naar het voorbeeld <strong>van</strong> het<br />

Duitse Magischer Realismus.<br />

Johan Daisne is ook actief op journalistiek vlak en schrijft hoorspelen, filmscenario’s<br />

en enkele toneelstukken. Film is voor hem uiterst belangrijk: hij schrijft een<br />

viertalig Filmografisch lexicon <strong>de</strong>r wereldliteratuur in drie <strong>de</strong>len (1971, 1975,<br />

1978) dat door sommigen als zijn levenswerk wordt beschouwd.<br />

Zijn romans De man die zijn haar kort liet knippen (door André Delvaux met Senne<br />

Rouffaer in <strong>de</strong> hoofdrol,1965) en De trein <strong>de</strong>r traagheid (ook <strong>van</strong> Delvaux,


90<br />

1968) wor<strong>de</strong>n verfilmd. Johan Daisne publiceert in verschillen<strong>de</strong> tijdschriften en is<br />

<strong>van</strong> enkele magazines me<strong>de</strong>oprichter, zoals <strong>van</strong> Klaverdrie (1937 – 1948), Werk<br />

en het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Hij is eveneens redacteur bij het socialistisch<br />

dagblad Vooruit.<br />

Daisne ont<strong>van</strong>gt o.a. <strong>de</strong> August Beernaert prijs (1951) voor De man die zijn haar<br />

kort liet knippen, <strong>de</strong> Letterkundige Prijs <strong>de</strong>r Stad <strong>Gent</strong> (1954) voor Het kruidaan-<br />

<strong>de</strong>-balk en <strong>de</strong> Vlaamse Staatsprijs 1946 voor Het Zwaard <strong>van</strong> Tristan en 1960<br />

voor De neusvleugel <strong>de</strong>r muze. Hij is jurylid en (ook eenmaal) voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

Belgische Wereldfestivals <strong>van</strong> <strong>de</strong> film (1947, 1949, 1958).<br />

Van 1936 tot 1961 is hij parttime leraar Duits aan <strong>de</strong> Ste<strong>de</strong>lijke Normaalschool<br />

voor On<strong>de</strong>rwijzeressen. Hij is ook een zeer geapprecieer<strong>de</strong> <strong>de</strong>elnemer aan <strong>de</strong> Cultuurnamiddagen<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Nijverheidsschool.<br />

Thiery Leo Michel (1877 – 1950), directeur<br />

Thiery voelt zich sterk aangetrokken tot <strong>de</strong> natuurwetenschappen en wordt vrije<br />

leerling <strong>van</strong> Jules Mac Leod.<br />

Op 16 oktober 1922 beslist <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se gemeenteraad om in <strong>de</strong> ou<strong>de</strong> vakschool<br />

voor letterzetters, gelegen in het Berouw, een museum op te richten met als taak<br />

propager parmi la jeunesse le goût <strong>de</strong>s sciences naturelles et <strong>de</strong>s saines occupations.<br />

Michel Thiery wordt er <strong>de</strong> eerste conservator.<br />

Op 29 oktober 1924 wordt het Schoolmuseum officieel geopend met <strong>de</strong>on<strong>de</strong>rwijscollectie<br />

<strong>van</strong> Cambier, <strong>de</strong> verzameling opgezette dieren <strong>van</strong> professor Victor Willems,<br />

<strong>de</strong> zeewierenverzameling <strong>van</strong> Professor Mac Leod én <strong>de</strong> persoonlijke verzameling<br />

stenen, fossielen en gedroog<strong>de</strong> planten <strong>van</strong> Leo Michel Thiery. Het terrein<br />

rond het museum wordt ingericht als <strong>de</strong> eerste publieke heemtuin <strong>van</strong> België<br />

en Ne<strong>de</strong>rland. De naam Schoolmuseum geeft aan dat het museum bedoeld is<br />

voor het on<strong>de</strong>rwijs. On<strong>de</strong>r Leo Michel Thiery groeit het museum uit tot een natuureducatief<br />

en cultureel centrum.<br />

Als on<strong>de</strong>rwijzer (1897) afgestu<strong>de</strong>erd aan <strong>de</strong> RNS en zijn hele leven werkzaam in<br />

het <strong>Gent</strong>se ste<strong>de</strong>lijk on<strong>de</strong>rwijs<br />

In De natuur als Assepoester <strong>van</strong> Jan Desmet wordt leven en werken <strong>van</strong><br />

Michel Thiery beschreven [Brugge M. Van <strong>de</strong> Wiele (1988)].<br />

Thiry Antoon (1888-1954), auteur<br />

Antoon Thiry <strong>de</strong>buteert in 1912 met <strong>de</strong> bun<strong>de</strong>l Begijnhofpreken, geschreven in samenwerking<br />

met Felix Timmermans. Later verwerft hij bekendheid met ruim 25 romans en<br />

verhalenbun<strong>de</strong>ls over het kleinsteedse wereldje <strong>van</strong> Lier.<br />

Wordt na WOI bij verstek ter dood veroor<strong>de</strong>eld voor activisme en wijkt uit naar Ne<strong>de</strong>rland.<br />

Vestigt zich in 1930 in Antwerpen waar hij <strong>de</strong> uitgeverij Die Poorte opricht die hij tot aan<br />

zijn dood leidt.<br />

Behaalt zijn on<strong>de</strong>rwijsdiploma in Lier (1907) en wordt regent Germaanse talen aan <strong>de</strong><br />

RNS (1909). In 1913 legt hij als eerste een examen voor <strong>de</strong> Centrale Examencommissie in<br />

het Ne<strong>de</strong>rlands af. Hij is leraar aan <strong>de</strong> RNS (1909- 1918).<br />

Tiberghien Pierre – Joseph – Jacques (1755-1810), directeur<br />

Stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> Kortrijkse aca<strong>de</strong>mie en aan <strong>de</strong> KASK Antwerpen. In <strong>Gent</strong> installeert hij<br />

zich als e<strong>de</strong>lsmid en wordt er lesgever, later directeur aan <strong>de</strong> KASK. Hij is een beschermeling<br />

<strong>van</strong> Albert <strong>van</strong> Saksen-Teschien en maakt werken voor o.a. <strong>de</strong> Bau<strong>de</strong>lokerk. Ook is hij<br />

bekend voor het maken <strong>van</strong> gou<strong>de</strong>n ereplaketten. Voor <strong>de</strong> Blij<strong>de</strong> Inkomst <strong>van</strong> Napoleon<br />

en Marie-Louise op 17 mei 1810 wordt hij door <strong>de</strong> Société <strong>de</strong> Commerce <strong>de</strong> Gand belast<br />

met het opmaken <strong>van</strong> een Triomfboog <strong>de</strong><strong>van</strong>t le Local occupé par cette Société, faisant<br />

d’un côté face au Marché aux Grains et <strong>de</strong> l’autre à la rue <strong>de</strong>s Champs.<br />

Een <strong>van</strong> zijn nazaten, Albert Tiberghien (1915-2001), die <strong>van</strong>af <strong>de</strong> jaren veertig naam<br />

maakt als fiscalist en is naast hoogleraar aan <strong>de</strong> Sint-Aloysiushan<strong>de</strong>lsschool me<strong>de</strong>oprichter<br />

en jarenlang voorzitter <strong>van</strong> het Nationaal Verbond <strong>de</strong>r Belgische Fiduciaires en <strong>de</strong>


91<br />

Confédération Fiscale Européenne. In 1969 richt hij <strong>de</strong> nu nog bestaan<strong>de</strong> Fiscale <strong>Hogeschool</strong><br />

op.<br />

Tussen mei 1947 en januari 1990 verzorgt hij wekelijks een Fiskale kroniek en Fiskaliana<br />

in De Standaard: samen ongeveer 4.000 artikels. Alvorens met zijn studies rechten, notariaat<br />

en bestuurswetenschappen te starten, is hij tijdlang stu<strong>de</strong>nt aan <strong>de</strong> KASK waar hij<br />

o.a. levend mo<strong>de</strong>l krijgt <strong>van</strong> Ver<strong>de</strong>ghem. Als ik nu opnieuw kon beginnen, werd ik kunstenaar<br />

poneert hij in De Standaard <strong>van</strong> 10 oktober 1991 en in zijn memoires heeft hij het<br />

over een <strong>van</strong> zijn grote mislukte dromen.<br />

Top Kamiel (1923 – 1945), auteur<br />

Kamiel Top is regent Germaanse talen RNS (1945) en wordt tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong><br />

Wereldoorlog door <strong>de</strong> bezetter aangehou<strong>de</strong>n. Hij overlijdt in het concentratiekamp<br />

Flossenburg.<br />

Hij publiceert twee dichtbun<strong>de</strong>ls en een postuum verschenen studie over jazzmuziek.<br />

Torajiro Kojima (1881 – 1929), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Stu<strong>de</strong>ert (1901) aan <strong>de</strong> kunstschool <strong>van</strong> Tokyo waar hij <strong>de</strong>finitief afstapt <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

klassieke Japanse kunst en voor <strong>de</strong> impressionistische beel<strong>de</strong>ntaal kiest.<br />

Gesponsord door Magosaburo Ohara, een in kunst geïnteresseer<strong>de</strong> zakenman, zal<br />

Kojima <strong>van</strong>af 1910 twee jaar in Europa stu<strong>de</strong>ren, eerst in Parijs en een jaar later<br />

aan <strong>de</strong> KASK. On<strong>de</strong>r leiding <strong>van</strong> directeur Delvin wordt hij er in het luminisme<br />

opgeleid en in contact gebracht met Emile Claus, die geregeld <strong>de</strong> KASK bezoekt.<br />

Ook na zijn terugkeer in Japan (1912) blijft Torajiro tentoonstellen in het Franse<br />

Salon en wordt hij lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Salon <strong>de</strong> la Societé Nationale. Op vraag <strong>van</strong> Magosaburo<br />

Ohara zal hij <strong>van</strong>af 1920 nog meermaals meermaals Europa bezoeken om<br />

er Westerse kunst aan te kopen. Zo brengt hij werken <strong>van</strong> o.a. Claus, Delvin,<br />

Monet, Matisse, Marquet en Rodin naar Japan. Deze werken vormen het hart <strong>van</strong><br />

<strong>de</strong> collectie <strong>van</strong> het Ohara Museum of Art in Kurashiki, het eerste museum voor<br />

mo<strong>de</strong>rne Westerse kunst in Japan, dat in 1930 geopend wordt. Ook Kojima’s eigen<br />

werk wordt er getoond.<br />

Torck Leon (1903 – 1969), directeur<br />

Torck is, zowel binnen als buiten het Conservatorium, actief in het <strong>Gent</strong>se muziekleven:<br />

zo is hij leraar aan diverse <strong>Gent</strong>se stadsscholen en leidt hij <strong>de</strong> muziekaca<strong>de</strong>mie<br />

in <strong>Gent</strong>brugge. Hij is zeer sociaal bewogen en verzorgt volksconcerten<br />

met het mannenkoor De Marxkring en <strong>de</strong> Harmonie Vooruit.<br />

Hij stu<strong>de</strong>ert aan het KMC waar hij eerste prijzen behaalt in notenleer (1920), kamermuziek<br />

(1923), harmonieleer (1926) en fuga (1930) en wat later wordt hij er<br />

docent piano, harmonie en notenleer. In 1933 behaalt hij <strong>de</strong> Prijs Mathieu. In<br />

1954 (tot 1968) volgt hij JulesToussaint <strong>de</strong> Sutter op als directeur. Nagenoeg al<br />

zijn manuscripten bevin<strong>de</strong>n zich in <strong>de</strong> Bgc.<br />

Toussaint <strong>de</strong> Sutter, Jules (1889 – 1959) zie : <strong>de</strong> Sutter, Jules Toussaint<br />

Traey Sylvia (1950), pianiste<br />

Laureate Koningin Elisabethwedstrijd (1978).<br />

Op haar webstek schrijft ze: Muziek is een wereld <strong>van</strong> klanken, <strong>van</strong> klankdiversiteit en<br />

klankfenomenen, maar zij wil méér: zij wil verbin<strong>de</strong>n, ze kan iets in beweging brengen.<br />

Dat wisten verlichte geesten als Franz Schubert, Guido Gezelle en Einstein.<br />

De muziek is wellicht <strong>de</strong> oudste kunst. Einstein, die zelf viool speel<strong>de</strong>, beweer<strong>de</strong>: "De muziek<br />

bestaat sinds <strong>de</strong> mens a<strong>de</strong>mt…" Elke mens ervaart <strong>de</strong>ze wereld <strong>van</strong> klanken, alleen al<br />

door <strong>de</strong> eigen stem. In tij<strong>de</strong>n <strong>van</strong> grote vernieuwing, maar ook vervreemding, is muziek<br />

een bin<strong>de</strong>n<strong>de</strong> kracht: graag ga ik met u op zoek naar boeien<strong>de</strong> ervaringen in <strong>de</strong>ze klankwereld.<br />

Piano en Kamermuziek, Conservatorium Antwerpen; lesgever KMC.


92<br />

www.sylvia-traye.be<br />

Tuerlinckx Luc (1968), ombudsman<br />

Lector <strong>Hogeschool</strong> Limburg (1993-1997); lid <strong>de</strong>partementsraad en <strong>de</strong>partementaal on<strong>de</strong>rhan<strong>de</strong>lingscomité<br />

(1993-1997). Gewestelijk ont<strong>van</strong>ger (statutair) in gemeenten en<br />

OCMW’s provincie Vlaams-Brabant – af<strong>de</strong>ling fe<strong>de</strong>rale overheid (1997-1999). Kabinetsattaché,<br />

minister <strong>van</strong> telecommunicatie, overheidsbedrijven en participaties (1999-2002).<br />

Ombudsman telecommunicatie (sinds 2002).<br />

Licentiaat han<strong>de</strong>l- en financiële wetenschappen Erasmus <strong>Hogeschool</strong> (1992), Voorzitter en<br />

lid schoolraad (2006-) en extern lid <strong>de</strong>partementsraad HaBe (2004-).<br />

Tytgadt Lo<strong>de</strong>wijk (1841 – 1918), directeur<br />

Verblijft na zijn aca<strong>de</strong>mieopleiding enkele jaren in Parijs, on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re in het atelier<br />

<strong>van</strong> Cabanel en in Italië. In 1869 wordt Tytgadt lesgever aan <strong>de</strong> Wetterse<br />

tekenschool en het daaropvolgen<strong>de</strong> jaar aan <strong>de</strong> KASK. Hij ligt aan <strong>de</strong> basis <strong>van</strong><br />

een klas <strong>de</strong>coratieve kunst die <strong>de</strong> start betekent <strong>van</strong> een bloeien<strong>de</strong> af<strong>de</strong>ling sierkunsten.<br />

Hij is een <strong>van</strong> <strong>de</strong> initiatiefnemers <strong>van</strong> <strong>de</strong> fusie tussen het Kunstgenootschap<br />

en <strong>de</strong> Cercle Artistique.<br />

Hij liet eene sympathieke herinnering aan allen die hem ken<strong>de</strong>n. De leerlingen<br />

door hem gevormd, verlieten hem met <strong>de</strong> vaste overtuiging dat <strong>de</strong> Kunst altijd op<br />

het teekenen moet steunen, en dat ze in alles gewetensvol hoeft te zijn.<br />

Tytgdat ijver<strong>de</strong> voor <strong>de</strong> bouw <strong>van</strong> een nieuw Museum voor Schone Kunsten en is<br />

er tot aan zijn overlij<strong>de</strong>n voorzitter <strong>van</strong>.<br />

Directeur KASK (1892 – 1902).<br />

Ulens Louis (1902- 1992), inspecteur<br />

Promoveert in 1925 tot doctor in <strong>de</strong> Letteren en Wijsbegeerte aan <strong>de</strong> KUL met <strong>de</strong> eerste<br />

thesis over toponymie. Aan <strong>de</strong> Rijkshogerenijverheidsschool on<strong>de</strong>rwijst hij Duits, Engels,<br />

Ne<strong>de</strong>rlands, Frans en Geschie<strong>de</strong>nis. In 1954 aangesteld tot Rijksinspecteur Algemene<br />

Vakken voor het Technisch On<strong>de</strong>rwijs, het Technisch Normaalon<strong>de</strong>rwijs en het Technisch<br />

Buitengewoon on<strong>de</strong>rwijs. Samen met zijn echtgenote (Yvonne Ulens – <strong>de</strong> Vreese) verzorgt<br />

hij <strong>de</strong> uitgave <strong>van</strong> standaard schoolboeken Duits zo o.a. Wir öffnen das Tor (1969),<br />

Vor <strong>de</strong>m Tor (1973), Ubungen zur <strong>de</strong>utschen Sprachlehre (1981), Deutsche Grammatik<br />

für mittlere Lehranstalten (1984), Deutsche Sprachlehre für höhere Lehranstalten ( 1984).<br />

Louis Ulens is <strong>de</strong> bezieler <strong>van</strong> een personeelskring a<strong>van</strong>t la lettre <strong>van</strong> <strong>de</strong> Nijverheidsschool,<br />

voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> personeelsraad en afgevaardig<strong>de</strong> <strong>van</strong> <strong>de</strong> Sociale Dienst <strong>van</strong> het Ministerie.<br />

Uyttendaele Rita (1944 – 2008), politica<br />

VLD-Gemeenteraadslid <strong>Gent</strong> (1994 – 2008), voorzitter afvalintercommunale IVA-<br />

GO (1998 – 2001). Schepen <strong>van</strong> On<strong>de</strong>rwijs Stad <strong>Gent</strong> (1999 – 2001) en <strong>van</strong> Bevolking<br />

en Protocol en ambtenaar <strong>van</strong> <strong>de</strong> Burgerlijke Stand (2007 – 2008). Voorzitter<br />

OCMW <strong>Gent</strong> (2001 – 2007).<br />

Rita Uyttendaele stu<strong>de</strong>ert verpleegkun<strong>de</strong> aan het RHIPMB en werkt 32 jaar als<br />

verpleegster. Zij is lector Verpleegkun<strong>de</strong> aan het <strong>de</strong>partement Vesalius <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

<strong>Hogeschool</strong> <strong>Gent</strong><br />

Van Ackere Fernand (1878 – 1958), industrieel<br />

Voornamelijk bekend als voorman <strong>van</strong> <strong>de</strong> christelijke mid<strong>de</strong>nstandsbeweging,<br />

creëert Van Ackere in <strong>Gent</strong> en omstreken een heel netwerk <strong>van</strong> sociale werken<br />

ten behoeve <strong>van</strong> <strong>de</strong> mid<strong>de</strong>nstand, waar<strong>van</strong> hij tot het begin <strong>van</strong> <strong>de</strong> jaren vijftig<br />

<strong>de</strong> onbetwiste lei<strong>de</strong>r is.<br />

In 1920 sticht hij, samen met priester Leo Joos en secretaris Camiel Struyvelt,<br />

een Provinciaal Mid<strong>de</strong>nstandssecretariaat (PMS) waar zelfstandigen terechtkunnen<br />

voor juridisch advies en voor boekhoudkundige en fiscale consultaties. Uit dit<br />

PMS ontstaat na <strong>de</strong> Twee<strong>de</strong> Wereldoorlog het Sociaal en Fiscaal Mid<strong>de</strong>nstandsse-


93<br />

cretariaat (SFM), een volwaardige sociale dienst voor werkgevers. In 1923 wordt<br />

<strong>de</strong> verzekeringsmaatschappij On<strong>de</strong>rlinge Mid<strong>de</strong>nstandsverzekering (OMV) opgericht,<br />

die in 1932 wordt omgedoopt tot Belgische Verzekering voor <strong>de</strong> Mid<strong>de</strong>nstand<br />

(BVM).<br />

Naast <strong>de</strong> BVM participeert Van Ackere <strong>van</strong>af 1926 in <strong>de</strong> Brusselse verzekeringsmaatschappij<br />

L’Avenir Familiale, waar<strong>van</strong> hij voorzitter <strong>van</strong> <strong>de</strong> RvB is(1939 –<br />

1948). Van Ackere neemt ook <strong>de</strong>el aan <strong>de</strong> oprichting <strong>van</strong> <strong>de</strong> <strong>Gent</strong>se Bank <strong>van</strong><br />

Han<strong>de</strong>l en Nijverheid en sticht in 1923 <strong>de</strong> coöperatieve kredietkas voor mid<strong>de</strong>nstan<strong>de</strong>rs,<br />

Burgerkrediet. Die wordt in 1928 omgevormd tot een NV, <strong>de</strong> Algemene<br />

Mid<strong>de</strong>nstandsbank, later Algemene Burgersbank (ABK/1931) en Algemeen Beroepskrediet<br />

(ABK/1937) genoemd. Van 1936 tot zijn overlij<strong>de</strong>n is hij ook voorzitter<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Hoge Raad <strong>van</strong> <strong>de</strong> Mid<strong>de</strong>nstand en <strong>van</strong> 1936 tot 1948voorzitter <strong>van</strong><br />

het Internationaal Instituut <strong>van</strong> <strong>de</strong> Mid<strong>de</strong>nstand (IIM).<br />

Van Ackere, een industrieel ingenieur (1905), is katholiek volksvertegenwoordiger<br />

(1921 – 1936) en senator (1936 – 1946). Voor zijn algemene verdiensten wordt<br />

hem in 1951 <strong>de</strong> titel <strong>van</strong> baron verleend. Hij spant zich in voor het technisch en<br />

beroepson<strong>de</strong>rwijs, zit in <strong>de</strong> Hoge Raad <strong>van</strong> het Technisch On<strong>de</strong>rwijs en <strong>de</strong> Nationale<br />

Commissie <strong>van</strong> Ambachten en <strong>de</strong> Kunstnijverheid en blijft tot aan zijn dood<br />

veel interesse tonen voor het Provinciaal Han<strong>de</strong>ls en Taalinstituut in <strong>Gent</strong>, waar<strong>van</strong><br />

hij (1920) een <strong>van</strong> <strong>de</strong> initiatiefnemers is. Van Ackere is ook lid en on<strong>de</strong>rvoorzitter<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Commissie <strong>van</strong> bestuur <strong>van</strong> het RT&H (1950 – 1952) en voorzitter<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> studiecommissie <strong>van</strong> het Nijverheidscomité voor het Beroeps- en Technisch<br />

On<strong>de</strong>rwijs (1949 – 1950).<br />

Van Au<strong>de</strong>nhove Colberte ( 1946), <strong>de</strong>partementshoofd<br />

Master in <strong>de</strong> wetenschappen groep wiskun<strong>de</strong> RUG en Specifieke lerarenopleiding<br />

1969. Lerares Ste<strong>de</strong>lijk On<strong>de</strong>rwijs <strong>Gent</strong> - Normaalschool, Ste<strong>de</strong>lijk Hoger Instituut<br />

voor Architectuur, Ste<strong>de</strong>lijk Paramedisch Instituut- (1969) . Lerares wiskun<strong>de</strong><br />

en didactiek (1971-1994) en waarnemend directeur (1994-1995) aan het<br />

Ste<strong>de</strong>lijk Hoger Pedagogisch Instituut. Departementaal verantwoor<strong>de</strong>lijke op het<br />

<strong>de</strong>partement Statistiek <strong>van</strong> het ministerie <strong>van</strong> Financiën in Algiers ( Algerije)(1971-1974).<br />

Departementssecretaris (1995-1999) en <strong>de</strong>partementshoofd (1999-2005) <strong>Hogeschool</strong><br />

<strong>Gent</strong>, <strong>de</strong>partement Lerarenopleiding.<br />

Van Bene<strong>de</strong>n Jan (1943), advocaat<br />

Advocaat Balie <strong>Gent</strong> (sinds 1967). Wetenschappelijk navorser Interuniversitair Centrum<br />

voor Staatsrecht (1979-1981). OCMW voorzitter <strong>Gent</strong> (1985-1989, 2000-2001). Fractielei<strong>de</strong>r<br />

gemeenteraad <strong>Gent</strong> voor <strong>de</strong> PVV, VLD (1995-2000); kabinetsadviseur bij minister<br />

voor Institutionele Hervormingen (1980). Beheer<strong>de</strong>r NTG en IMEWO; commissaris TMVW<br />

en SPE (1995-2000). Plaatsver<strong>van</strong>gend vre<strong>de</strong>rechter 5 <strong>de</strong> kanton (1992-1995); plaatsver<strong>van</strong>gend<br />

raadsheer in het Hof <strong>van</strong> Beroep te <strong>Gent</strong> (1992-1995).<br />

Publiceert juridische artikelen o.m. in het TBP en is co-auteur <strong>van</strong> het standaardwerk<br />

Openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn - reeks APR (1986). Doctor in <strong>de</strong> rechten<br />

(1967); licentiaat moraalwetenschappen (1968); licentiaat Europees Recht (1978). Docent<br />

recht, KASK (1974-1994) en Ste<strong>de</strong>nbouwrecht, SHIAS (1992-1994).<br />

Van Breedam Camiel (1936), beel<strong>de</strong>nd kunstenaar<br />

Camiel Van Breedam is een <strong>van</strong> <strong>de</strong> belangrijkste vertegenwoordigers <strong>van</strong> <strong>de</strong> assemblagekunst<br />

in België. Hij maakt environments, collages, kastjes, sculpturen, objecten, … en gebruikt<br />

al meer dan vijftig jaar sloopmateriaal om zijn werk vorm te geven. In 2009 wor<strong>de</strong>n<br />

drie belangrijke tentoonstellingen aan het werk <strong>van</strong> Camiel Van Breedam gewijd: in het<br />

KMSKA wor<strong>de</strong>n 28 collages voorgesteld, tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> zomermaan<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n zeventig objecten<br />

tegen oorlog en geweld voorgesteld in het Flan<strong>de</strong>rs Fields Museum (Ieper) en ou<strong>de</strong><br />

en recente constructies wor<strong>de</strong>n voorgesteld in het Antwerpse Mid<strong>de</strong>lheimmuseum.<br />

Regent Plastische Kunsten RNS (1957).


94<br />

http://www.camiel<strong>van</strong>breedam.com/<br />

Van Daele Etienne (1933), bestuur<strong>de</strong>r<br />

Algemeen directeur, bestuur<strong>de</strong>r, directeur-generaal; presi<strong>de</strong>nt, DSM Engeneering Plastic<br />

Product Europe; prési<strong>de</strong>nt directeur général Plastic Product Frankrijk (1996-1998); voorzitter<br />

RvB Plastics Investment Company (sinds 1999); voorzitter RvB Vlaams Kunststofcenter<br />

Graduaat boekhou<strong>de</strong>n en administratie, PHTI (1955); licentiaat han<strong>de</strong>ls- en financiële<br />

wetenschappen EHSAL; ad<strong>van</strong>ced managment INSEA/IMEDE, Fontainebleau, Lausanne.<br />

Van <strong>de</strong>n Berghe Frits (1883 – 1939), kunstschil<strong>de</strong>r.<br />

Hoewel <strong>van</strong>daag algemeen erkend als een meester <strong>van</strong> het Vlaamse Expressionisme<br />

en het fantastisch surrealisme, brengt hij aan<strong>van</strong>kelijk fijngevoelige impressionistische<br />

werken met opvallend symbolistische inslag.<br />

In 1906 sluit hij in Sint- Martens-Latem, waar hij sinds 1902 woont, vriendschap<br />

met Albert Servaes, Gustaaf De Smet en Constant Permeke. Tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> Eerste<br />

Wereldoorlog, toen hij met De Smet in Amsterdam, Blaricum en Laren verblijft,<br />

komt zijn expressionisme volledig tot ontwikkeling.<br />

Tij<strong>de</strong>ns een verblijf bij Permeke in Oosten<strong>de</strong> (1922) stellen hij en De Smet vast<br />

dat zij – hoewel tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> Eerste Wereldoorlog in verschillen<strong>de</strong> lan<strong>de</strong>n verblijvend<br />

– een gelijkaardige expressionistische stijlevolutie hebben doorgemaakt.<br />

Enkele maan<strong>de</strong>n later vestigt hij zich aan <strong>de</strong> Leie (eerst in Bachte-Maria-Leerne,<br />

daarna in <strong>de</strong> Malpertuisvilla in Afsnee) waar hij zijn expressionistisch hoogtepunt<br />

bereikt.<br />

Na <strong>de</strong> ineenstorting <strong>van</strong> <strong>de</strong> Brusselse kunstwereld in 1928 wordt hij – en dit tot<br />

zijn overlij<strong>de</strong>n – vast illustrator bij het <strong>Gent</strong>se socialistische dagblad Vooruit. Intussen<br />

is zijn har<strong>de</strong> expressionistische stijl uitgegroeid tot een fantastisch surrealisme,<br />

waarbij hij irreële droombeel<strong>de</strong>n en groteske hallucinaties in vaak opvallen<strong>de</strong><br />

kleurengamma’s suggereert. Hij verzoent <strong>de</strong> vitaliteit en <strong>de</strong> sensualiteit <strong>van</strong><br />

het expressionisme met <strong>de</strong> verfrissen<strong>de</strong>, inventieve metho<strong>de</strong> <strong>van</strong> het surrealisme.<br />

Van <strong>de</strong>n Berghe stu<strong>de</strong>ert aan <strong>de</strong> KASK en is wellicht (1896 – 1897) ook leerling<br />

tekenen aan <strong>de</strong> Nijverheidsschool. Hij geniet al enige naambekendheid als hij in<br />

1907 leraar wordt in <strong>de</strong> af<strong>de</strong>ling tekenkunst <strong>van</strong> <strong>de</strong> KASK en er ook het vak Techniek<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>rkunst doceert (tot <strong>de</strong> Eerste Wereldoorlog). Zijn cursus Techniek<br />

herneemt hij pas in 1939. Wel wordt hij al in 1933 lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> toezichtcommissie<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> KASK. Hij blijft ook levenslang lid <strong>van</strong> Kunst en Kennis, <strong>de</strong> vereniging<br />

<strong>van</strong> leerlingen en oud-leerlingen <strong>van</strong> <strong>de</strong> KASK.<br />

Van <strong>de</strong>n Berghe Lutgart (1951), hoogleraar<br />

Zij voert verschillen<strong>de</strong> jaren op rij <strong>de</strong> lijst aan <strong>van</strong> meest invloedrijke vrouwen in het Ne<strong>de</strong>rlandse<br />

bedrijfsleven. Een Brits vakblad omschreef haar ooit als <strong>de</strong> goeroe <strong>van</strong> het<br />

<strong>de</strong>ug<strong>de</strong>lijk bestuur.<br />

Lid raad <strong>van</strong> commissarissen ING en lid auditcomité ING (NL); lid Raad <strong>van</strong> Commissarissen<br />

CSM; lid Raad <strong>van</strong> commissarissen SHV-Holding; lid Raad <strong>van</strong> Commissarissen KLM;<br />

lid RvB Campco nv en lid Audit Comité; lid Research Award Committee <strong>van</strong> <strong>de</strong> International<br />

Insurance Society NY; covoorzitter Scientific Committee Geneva Association World<br />

Economic Forum; lid auditcomité Vlaamse regering; directeur Guberna (Instituut voor<br />

Bestuur<strong>de</strong>rs); lid RvB Electrabel en Belgacom. Bestuur<strong>de</strong>r-directeur aan <strong>de</strong> Vlerick Leuven<br />

<strong>Gent</strong> Management School. Lutgart Van <strong>de</strong>n Berghe werd in 2008 tot Barones gerid<strong>de</strong>rd.<br />

Licentiaat economische wetenschappen RUG (1974); doctor in <strong>de</strong> economische wetenschappen<br />

RUG (1981). Buitengewoon hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam (1989-<br />

2000); hoogleraar corporate governance RUG (sinds 2000). Professor HIBH Brussel<br />

(1981-1988).<br />

http://www.vlerick.be/research/db/search.cfm?menu1=91<br />

Van <strong>de</strong>n Berghe Marcel (1925 -), directeur.


95<br />

Burgerlijk ingenieur Toegepaste Wetenschappen Elektrotechnica (RUG 1950). Start zijn<br />

on<strong>de</strong>rwijsloopbaan als lesgever in het Hoger Rijksinstituut voor Technisch On<strong>de</strong>rwijs te<br />

An<strong>de</strong>rlecht (1952-1958), wordt dan <strong>de</strong> eerste directeur <strong>van</strong> het Rijkstechnisch Instituut te<br />

Lokeren (1958-1963) en (1963-1986) directeur <strong>van</strong> <strong>de</strong> Industriële school <strong>van</strong> het Rijk-<br />

BME en <strong>de</strong> Rijksleergangen voor Technisch On<strong>de</strong>rwijs (1963-1986). Het is on<strong>de</strong>r zijn leiding<br />

dat <strong>de</strong> uitbouw <strong>van</strong> <strong>de</strong> graduaataf<strong>de</strong>lingen <strong>van</strong> <strong>de</strong> Nijverheidsschool (30 stu<strong>de</strong>nten in<br />

1963; 1043 stu<strong>de</strong>nten in 1986-1987) wordt gerealiseerd.<br />

Van <strong>de</strong>n Berghe is tevens lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> Verbeteringsraad <strong>van</strong> het Technisch On<strong>de</strong>rwijs, lid<br />

<strong>van</strong> <strong>de</strong> Hoge Raad <strong>van</strong> het Technische On<strong>de</strong>rwijs en lid <strong>van</strong> <strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong> commissie<br />

Rens die het interimverslag publiceert dat richtinggevend is voor <strong>de</strong> organisatie <strong>van</strong> <strong>de</strong><br />

technische studies in <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> tussen 7.7.1970 (<strong>de</strong> wet Vermeylen-Dubois) en<br />

18.2.1977 (<strong>de</strong> wet De Croo-Humblet).<br />

Van<strong>de</strong>nberghe (Van<strong>de</strong>nberg), Philippe (1952 – 2009), kunstschil<strong>de</strong>r<br />

Het oeuvre <strong>van</strong> Philippe Van<strong>de</strong>nberg toont een consequent volgehou<strong>de</strong>n démarche<br />

om door te dringen in <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n <strong>van</strong> <strong>de</strong> schil<strong>de</strong>rskunst als vehikel en<br />

om zowel emotionele als intellectuele spanningen naar buiten te brengen op een<br />

picturaal verantwoor<strong>de</strong> en persoonlijke manier.<br />

Voor Van<strong>de</strong>nberg is schil<strong>de</strong>ren <strong>de</strong> exponent <strong>van</strong> het leven zelf met zijn ups en<br />

downs, zijn tragiek en zijn vragen, maar ook het gevecht met <strong>de</strong> materie en <strong>de</strong><br />

betekenis <strong>van</strong> <strong>de</strong> beeldtaal die erin besloten ligt. Deze strijd voert hij onafgebroken<br />

en consequent, zon<strong>de</strong>r enige toegevingen te doen aan welke kritiek ook.<br />

Het werk <strong>van</strong> Van<strong>de</strong>nberg geniet internationale belangstelling met tentoonstellingen<br />

in Amsterdam, Washington, New York, Bologna, Madrid, Tokio, Wenen en<br />

Straatsburg.<br />

Werk <strong>van</strong> hem bevindt zich in SMAK <strong>Gent</strong>, M_HKa Antwerpen, Mu.Zee Oosten<strong>de</strong>,<br />

in buitenlandse musea en in <strong>de</strong> meeste openbare collecties.<br />

In 1999 organiseert het MUHKA een overzichtstentoonstelling <strong>van</strong> zijn werk<br />

(1999). Hij is <strong>de</strong> eerste Artist in Resi<strong>de</strong>nce in het Museum Schone Kunsten <strong>Gent</strong><br />

(2008).<br />

Schil<strong>de</strong>rkunst (1976) en docent KASK (2000 – 2002), gastdocent aan diverse<br />

aca<strong>de</strong>mies. Hij is ook actief met workshops plastische kunsten in psychiatrische<br />

instellingen.<br />

http://www.philippe<strong>van</strong><strong>de</strong>nberg.be/<br />

Van<strong>de</strong>putte Robert (1908 – 1997), gouverneur Nationale Bank<br />

Van<strong>de</strong>putte start zijn loopbaan (1940) als algemeen secretaris <strong>van</strong> <strong>de</strong> Belgische<br />