de taallijn in het kinderdagverblijf - Sardes
de taallijn in het kinderdagverblijf - Sardes
de taallijn in het kinderdagverblijf - Sardes
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
De Taallijn <strong>in</strong> <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf<br />
Taalstimuler<strong>in</strong>g voor nul- tot tweejarigen<br />
Janneke Corvers<br />
Annie van <strong>de</strong>r Beek<br />
José Hillen<br />
Annemieke Pecht<br />
Heleen Versteegen
De Taallijn <strong>in</strong> <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf.<br />
Taalstimuler<strong>in</strong>g voor nul- tot tweejarigen<br />
Tekst: Janneke Corvers, Annie van <strong>de</strong>r Beek,<br />
José Hillen, Annemieke Pecht, Heleen Versteegen<br />
Foto’s: Heleen Versteegen<br />
Uitgave: Sar<strong>de</strong>s<br />
Vormgev<strong>in</strong>g: FC Klap<br />
Drukwerk: Drukkerij Zuidam & Zonen<br />
ISBN/EAN: 978-90-5563-083-7<br />
NUR 100<br />
© 2008, Sar<strong>de</strong>s, Expertisecentrum Ne<strong>de</strong>rlands<br />
Niets uit <strong>de</strong>ze uitgave mag vermenigvuldigd<br />
wor<strong>de</strong>n, op wat voor wijze dan ook, of wor<strong>de</strong>n<br />
opgeslagen <strong>in</strong> een gegevensbestand zon<strong>de</strong>r<br />
voorafgaan<strong>de</strong> schriftelijke toestemm<strong>in</strong>g van<br />
Sar<strong>de</strong>s en Expertisecentrum Ne<strong>de</strong>rlands.
INHOUDSOPGAVE<br />
VOORWOORD 4<br />
1 DE TAALLIJN IN HET KINDERDAGVERBLIJF 5<br />
1.1 Interactieve taalstimuler<strong>in</strong>g 5<br />
1.2 Vaardighe<strong>de</strong>n 5<br />
2 ONTWIKKELING VAN JONGE KINDEREN 7<br />
2.1 Ontwikkel<strong>in</strong>gsfasen 7<br />
2.2 Spelend leren 7<br />
2.3 Leren en taal 8<br />
3 TAALONTWIKKELING VAN NUL TOT TWEE JAAR 9<br />
3.1 Het taalverwerv<strong>in</strong>gsproces 9<br />
3.2 Meertalige k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren 10<br />
3.3 De rol van <strong>de</strong> volwassene 11<br />
4 INTERACTIEVE TAALSTIMULERING 13<br />
4.1 Interacties op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf 13<br />
4.2 Kansen grijpen, kansen creëren en observeren 13<br />
4.3 Speerpunten 14<br />
5 INTERACTIEVAARDIGHEDEN LEIDSTER 18<br />
5.1 Taalaanbod 18<br />
5.2 Interactie en taal uitlokken 18<br />
5.3 Reageren 18<br />
5.4 Woor<strong>de</strong>nschat vergroten 19<br />
6 VERZORGING-LEERACTIVITEITEN 20<br />
6.1 Eén-op-één verzorg<strong>in</strong>gsmomenten 20<br />
6.2 Eten en dr<strong>in</strong>ken 21<br />
6.3 Overgang tussen activiteiten 23<br />
7 SPEEL-LEERACTIVITEITEN 24<br />
7.1 Spel op <strong>in</strong>itiatief van k<strong>in</strong>d 24<br />
7.2 Spel op <strong>in</strong>itiatief van leidster 26<br />
8 BOEKJES 30<br />
8.1 Voorlezen aan baby’s en dreumesen 30<br />
8.2 Keuze uit veel boekjes 31<br />
8.3 Voorlezen <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> fasen 33<br />
8.4 Voorleestips 35<br />
9 TAAL STIMULEREN SAMEN MET OUDERS 37<br />
9.1 Samen opvoe<strong>de</strong>n en verzorgen 37<br />
9.2 Mijn eigen boekje: een fotoboek van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d 37<br />
9.3 Fotoboek van <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf 40<br />
Literatuur 41<br />
Meer <strong>in</strong>formatie over De Taallijn 43<br />
Bijlage 1: Informatie voor ou<strong>de</strong>rs 44<br />
Bijlage 2: Een voorbeeld van Mijn eigen boekje 45
4<br />
VOORWOORD<br />
In <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> van nul tot twee jaar leren k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
<strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse taal spelen<strong>de</strong>rwijs steeds beter<br />
begrijpen en gebruiken. Hoewel k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren een<br />
natuurlijke aanleg hebben om te leren praten, is<br />
met name <strong>de</strong> <strong>in</strong>vloed van <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g op <strong>de</strong>ze<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g erg groot. Dit geldt natuurlijk <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
eerste plaats voor <strong>de</strong> gez<strong>in</strong>ssituatie waar<strong>in</strong> <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d opgroeit, maar ook leidsters op k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijven<br />
kunnen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren helpen bij <strong>het</strong> leren<br />
van <strong>de</strong> taal. In <strong>de</strong> loop van een dag op <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf doen zich veel momenten voor<br />
waarop leidsters met taal bezig zijn. Leidsters<br />
bekijken samen met <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren boeken, z<strong>in</strong>gen<br />
liedjes, zeggen versjes op en doen spelletjes.<br />
Ook verzorg<strong>in</strong>gsmomenten, zoals <strong>het</strong> verschonen<br />
van een luier, <strong>het</strong> aan- en uitkle<strong>de</strong>n van<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren en <strong>het</strong> eten en dr<strong>in</strong>ken, zijn zeer<br />
geschikt om contact te maken met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
en met hen te praten. Over taal stimuleren bij<br />
peuters en schoolgaan<strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren is veel<br />
bekend, maar voor baby’s en dreumesen bestaat<br />
nog veel ondui<strong>de</strong>lijkheid. Daarom hebben <strong>het</strong><br />
Expertisecentrum Ne<strong>de</strong>rlands en Sar<strong>de</strong>s een<br />
handreik<strong>in</strong>g ontwikkeld voor leidsters van<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van nul tot twee jaar <strong>in</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijven.<br />
Deze biedt <strong>de</strong> leidster <strong>in</strong>zicht <strong>in</strong> <strong>het</strong><br />
taalverwerv<strong>in</strong>gsproces van jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren en<br />
verschaft i<strong>de</strong>eën om aan <strong>de</strong> slag te gaan met<br />
taalstimuler<strong>in</strong>g, ook bij heel jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren.
1<br />
DE TAALLIJN IN HET KINDERDAGVERBLIJF<br />
De Taallijn is een werkwijze om <strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g<br />
van jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te stimuleren. In eerste<br />
<strong>in</strong>stantie werd De Taallijn ontwikkeld voor leidsters<br />
<strong>in</strong> peuterspeelzalen en leerkrachten<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste groepen van <strong>het</strong> basison<strong>de</strong>rwijs. 1<br />
De taalontwikkel<strong>in</strong>g van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren beg<strong>in</strong>t echter<br />
al veel eer<strong>de</strong>r. Juist <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste fase van nul tot<br />
twee jaar zijn k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren volop <strong>in</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
Steeds meer jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren gaan enkele dagen<br />
per week naar een k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf. Vandaar<br />
dat er nu ook een uitwerk<strong>in</strong>g van De Taallijn<br />
ligt voor leidsters 2 <strong>in</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijven. Deze<br />
uitgave is bedoeld voor leidsters die werken<br />
met horizon tale groepen van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van nul<br />
tot twee jaar. Bij <strong>de</strong>ze uitwerk<strong>in</strong>g van De Taallijn<br />
voor <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf sluiten we aan bij <strong>de</strong><br />
uitgangs punten van <strong>het</strong> Lan<strong>de</strong>lijk Curriculum<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ropvang.<br />
1.1 Interactieve taalstimuler<strong>in</strong>g<br />
De Taallijn gaat uit van <strong>in</strong>teractieve taalstimuler<strong>in</strong>g.<br />
Dat betekent dat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d een actieve rol<br />
heeft bij <strong>het</strong> leren van taal. Het k<strong>in</strong>d luistert niet<br />
alleen naar <strong>het</strong> taalaanbod <strong>in</strong> zijn 3 omgev<strong>in</strong>g,<br />
maar doet ook actief mee aan ‘gesprekken’:<br />
een baby reageert met gezichtsuitdrukk<strong>in</strong>gen,<br />
gebaren en gelui<strong>de</strong>n en uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk gaat <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d ook zelf taal gebruiken. Bij <strong>in</strong>teractieve<br />
taal stimuler<strong>in</strong>g spelen drie vormen van leren<br />
een rol, namelijk sociaal leren, betekenisvol<br />
leren en strategisch leren.<br />
Sociaal leren<br />
Sociaal leren betekent dat een k<strong>in</strong>d taal leert<br />
begrijpen en gebruiken <strong>in</strong> <strong>in</strong>teractie met an<strong>de</strong>ren.<br />
In <strong>in</strong>teractie met <strong>de</strong> leidster en <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf hoort <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
veel taal en oefent met <strong>het</strong> gebruik van taal.<br />
Dit zorgt ervoor dat <strong>de</strong> taalvaardigheid van <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d zich ontwikkelt.<br />
Betekenisvol leren<br />
Betekenisvol leren houdt <strong>in</strong> dat <strong>het</strong> leren van taal<br />
<strong>het</strong> beste verloopt <strong>in</strong> situaties die betekenisvol<br />
zijn voor <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d. Daarmee bedoelen we situaties<br />
die aansluiten bij zijn belev<strong>in</strong>gswereld en<br />
<strong>in</strong>teresses. De taal die <strong>de</strong> leidster gebruikt is <strong>het</strong><br />
meest betekenisvol voor <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d wanneer <strong>de</strong>ze<br />
gaat over iets waar hij op dat moment mee bezig<br />
is, zoals een bepaal<strong>de</strong> activiteit of <strong>het</strong> voorwerp<br />
waarmee hij speelt. Een an<strong>de</strong>r voorbeeld van<br />
betekenisvol leren is <strong>het</strong> voorlezen van een prentenboek<br />
over een thema dat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d goed kent<br />
uit zijn eigen leven, bijvoorbeeld <strong>in</strong> bad gaan.<br />
Strategisch leren<br />
Bij strategisch leren helpt <strong>de</strong> leidster <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
zelfstandig te wor<strong>de</strong>n door <strong>het</strong> opbouwen van<br />
rout<strong>in</strong>es. Wanneer zij bij <strong>het</strong> voorlezen steeds<br />
<strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> stappen doorloopt (bijvoorbeeld eerst<br />
<strong>de</strong> voorkant van <strong>het</strong> boek bekijken en dan van<br />
voor naar achter bla<strong>de</strong>ren), leert een k<strong>in</strong>d hoe<br />
hij ook alleen een boekje kan bekijken. Wanneer<br />
<strong>de</strong> leidster met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren meespeelt, kan zij hen<br />
helpen om te on<strong>de</strong>rhan<strong>de</strong>len over mogelijke<br />
problemen door voor te doen wat <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
kunnen zeggen of vragen (bijvoorbeeld: aan <strong>de</strong><br />
an<strong>de</strong>r vragen of je ook even met een voorwerp<br />
mag spelen). Wanneer ze dit regelmatig doet,<br />
leren k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren om <strong>de</strong>ze strategieën <strong>in</strong> <strong>de</strong> toekomst<br />
zelf toe te passen.<br />
Speerpunten<br />
De Taallijn voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van nul tot twee jaar <strong>in</strong><br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf richt zich op vier belangrijke<br />
aspecten ofwel speerpunten, namelijk:<br />
mon<strong>de</strong>l<strong>in</strong>ge taal, woor<strong>de</strong>nschat, ontluiken<strong>de</strong><br />
geletterdheid en ou<strong>de</strong>rbetrokkenheid. De eerste<br />
drie speerpunten hebben direct betrekk<strong>in</strong>g op<br />
<strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d. Het vier<strong>de</strong><br />
speerpunt betreft <strong>de</strong> relatie tussen k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf<br />
en ou<strong>de</strong>rs, die van groot belang is bij <strong>het</strong><br />
stimuleren van <strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g van jonge<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren.<br />
1.2 Vaardighe<strong>de</strong>n<br />
Het doel van <strong>de</strong>ze uitgave is <strong>het</strong> beschrijven van<br />
<strong>de</strong> vaardighe<strong>de</strong>n die <strong>de</strong> pedagogisch me<strong>de</strong>werker<br />
<strong>in</strong> <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>r dagverblijf kan <strong>in</strong>zetten om <strong>de</strong><br />
taalontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>in</strong> haar groep te<br />
stimuleren. Een belangrijke voorwaar<strong>de</strong> voor taalstimuler<strong>in</strong>g<br />
is dat <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf een veilige<br />
situatie biedt voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, die hen uitdaagt tot<br />
<strong>het</strong> doen van nieuwe ont<strong>de</strong>kk<strong>in</strong>gen. Die veiligheid<br />
1 Voor meer <strong>in</strong>formatie over De Taallijn <strong>in</strong> peuterspeelzalen en <strong>het</strong> basison<strong>de</strong>rwijs verwijzen we naar <strong>de</strong> publicaties, dvd en<br />
cd-roms die hierover verschenen zijn (zie pag<strong>in</strong>a 43). Daarnaast is er ook een website met <strong>in</strong>formatie over De Taallijn:<br />
www.<strong>de</strong><strong>taallijn</strong>.nl.<br />
2 In <strong>de</strong> tekst spreken we gemakshalve over leidsters. Uiteraard kan overal waar ‘leidster’ staat ook ‘lei<strong>de</strong>r’ gelezen wor<strong>de</strong>n.<br />
3 We dui<strong>de</strong>n <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d, <strong>de</strong> baby en <strong>de</strong> dreumes <strong>in</strong> <strong>de</strong> tekst aan met ‘hij’. Overal waar ‘hij’ staat, kan natuurlijk ook ‘zij’ gelezen<br />
wor<strong>de</strong>n.<br />
5
6<br />
wordt gecreëerd door te zorgen voor een dui<strong>de</strong>lijke<br />
structuur <strong>in</strong> <strong>de</strong> dag<strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g. Daarbij horen<br />
voor <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d herkenbare rout<strong>in</strong>es en rituelen,<br />
wor<strong>de</strong>n dui<strong>de</strong>lijke regels en grenzen gesteld en<br />
wordt een positieve sfeer <strong>in</strong> <strong>de</strong> groep gecreëerd.<br />
Verzorg<strong>in</strong>g-leeractiviteiten<br />
en speel-leeractiviteiten<br />
Bij <strong>het</strong> beschrijven van <strong>de</strong> vaardighe<strong>de</strong>n maken<br />
we on<strong>de</strong>rscheid tussen twee soorten activiteiten<br />
die plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> een k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf:<br />
verzorg<strong>in</strong>g-leeractiviteiten en speel-leeractiviteiten.<br />
On<strong>de</strong>r verzorg<strong>in</strong>g-leeractiviteiten verstaan<br />
we alle rout<strong>in</strong>es en rituelen die geduren<strong>de</strong> een<br />
dag op een k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n, zoals<br />
begroeten en afscheid nemen, eten en dr<strong>in</strong>ken,<br />
verschonen, aan- en uitkle<strong>de</strong>n, naar bed brengen<br />
en uit bed halen en opruimen. On<strong>de</strong>r speelleeractiviteiten<br />
verstaan we alle spelmomenten<br />
die plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf, zoals<br />
knutselen, bouwen, liedjes z<strong>in</strong>gen, beweg<strong>in</strong>gsspel,<br />
fantasiespel, buitenspel (bijvoorbeeld <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> zandbak spelen) of prentenboeken bekijken<br />
en voorlezen.<br />
Kansen grijpen en kansen creëren<br />
Tij<strong>de</strong>ns verzorg<strong>in</strong>g-leeractiviteiten en speel-leeractiviteiten<br />
kan <strong>de</strong> leidster twee d<strong>in</strong>gen doen om<br />
<strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te stimuleren:<br />
ze kan kansen grijpen en ze kan kansen creëren.<br />
Kansen grijpen betekent dat <strong>de</strong> leidster alert<br />
is op situaties die zich tij<strong>de</strong>ns een bepaal<strong>de</strong><br />
activiteit voordoen en daar op dat moment op<br />
<strong>in</strong>speelt. Wanneer ze bijvoorbeeld ziet dat twee<br />
Kansen<br />
grijpen<br />
Verzorg<strong>in</strong>g - leeractiviteiten<br />
Speel-leeractiviteiten<br />
Observeren<br />
Figuur 1: Vaardighe<strong>de</strong>n met <strong>het</strong> oog op taalstimuler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren vol spann<strong>in</strong>g nieuwe blokken leggen op<br />
een hoge, wankelen<strong>de</strong> toren, kan ze erbij komen<br />
zitten en <strong>de</strong> gebeurtenissen en gevoelens van <strong>de</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren verwoor<strong>de</strong>n. Het creëren van kansen<br />
houdt <strong>in</strong> dat <strong>de</strong> leidster vooraf na<strong>de</strong>nkt over mogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
tot <strong>in</strong>teractie tij<strong>de</strong>ns een activiteit,<br />
of dat ze een bepaal<strong>de</strong> activiteit be<strong>de</strong>nkt met<br />
een bepaald doel <strong>in</strong> gedachten. Zo kan ze een<br />
beweg<strong>in</strong>gsspelletje op muziek met een groepje<br />
tweejarigen doen, met <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g om hen<br />
bewust te maken van <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> <strong>de</strong>len van<br />
hun lichaam en <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n die daarbij horen.<br />
Observeren<br />
Naast <strong>het</strong> grijpen en creëren van kansen om <strong>de</strong><br />
taalontwikkel<strong>in</strong>g van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te stimuleren, is<br />
er een <strong>de</strong>r<strong>de</strong> belangrijke vaardigheid, namelijk<br />
<strong>het</strong> observeren van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Door goed naar<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te kijken tij<strong>de</strong>ns verzorg<strong>in</strong>g-leeractiviteiten<br />
en speel-leeractiviteiten (zowel wanneer<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren alleen zijn als <strong>in</strong> <strong>in</strong>teractie met an<strong>de</strong>ren),<br />
verwerft <strong>de</strong> leidster veel kennis over hun<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g en over <strong>de</strong> specifi eke eigenschappen<br />
en <strong>in</strong>teresses van elk k<strong>in</strong>d. Deze kennis is<br />
belangrijk om goed te kunnen aansluiten bij <strong>de</strong><br />
mogelijkhe<strong>de</strong>n van ie<strong>de</strong>r k<strong>in</strong>d, zodat je hem een<br />
stapje ver<strong>de</strong>r kunt helpen <strong>in</strong> zijn ontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
Goed kijken is dan ook een voorwaar<strong>de</strong> voor <strong>de</strong><br />
leidster om kansen te kunnen grijpen en creëren<br />
op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf. In Figuur 1 wor<strong>de</strong>n<br />
<strong>de</strong> relaties tussen <strong>de</strong> drie vaardighe<strong>de</strong>n weergegeven<br />
<strong>in</strong> een mo<strong>de</strong>l. De acti viteiten en <strong>de</strong><br />
vaardighe<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> fi guur vormen <strong>de</strong> ro<strong>de</strong><br />
draad <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze uitgave.<br />
Kansen<br />
creëren
2<br />
ONTWIKKELING VAN JONGE KINDEREN<br />
In dit hoofdstuk bespreken we <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gsfasen<br />
van baby’s, dreumesen en peuters. Daarna<br />
beste<strong>de</strong>n we aandacht aan <strong>de</strong> manier waarop<br />
jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren spelend leren. Tot slot gaan we <strong>in</strong><br />
op <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d en <strong>de</strong> relatie met<br />
zijn taalontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
2.1 Ontwikkel<strong>in</strong>gsfasen<br />
Elk k<strong>in</strong>d ontwikkelt zich <strong>in</strong> een eigen tempo. Het<br />
is daarom moeilijk om fasen te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
ontwikkelen zich op <strong>het</strong> ene gebied soms<br />
heel snel (bijvoorbeeld motoriek) terwijl ze zich<br />
juist wat langzamer ontwikkelen op een an<strong>de</strong>r<br />
gebied (bijvoorbeeld taal). Ook v<strong>in</strong>dt er soms een<br />
tij<strong>de</strong>lijke terugval plaats. Om toch enig houvast<br />
te bie<strong>de</strong>n bij <strong>het</strong> beschrijven van <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van nul tot vier jaar, on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n<br />
we grofweg drie ontwikkel<strong>in</strong>gsfasen:<br />
1 ) Baby: 0 tot 18 maan<strong>de</strong>n<br />
2 ) Dreumes: 18 tot 30 maan<strong>de</strong>n<br />
3 ) Peuter: 30 tot 48 maan<strong>de</strong>n<br />
Baby’s<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van nul tot achttien maan<strong>de</strong>n ontwikkelen<br />
zich razendsnel. Wel zijn baby’s <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze<br />
leeftijd nog erg kwetsbaar. Ze zijn vrijwel geheel<br />
afhankelijk van volwassenen voor <strong>het</strong> bevredigen<br />
van hun behoeften. Baby’s voelen zich veilig als<br />
ze een stabiele, betrouwbare relatie hebben met<br />
een beperkt aantal toegewij<strong>de</strong> volwassenen. De<br />
omgev<strong>in</strong>g moet vertrouwd zijn voor baby’s, en <strong>het</strong><br />
dagritme moet voorspelbaar en regel matig zijn.<br />
Dreumesen<br />
In <strong>de</strong> leeftijd van achttien tot <strong>de</strong>rtig maan<strong>de</strong>n<br />
maken k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren een grote groei door <strong>in</strong> hun<br />
lichamelijke, sociale en talige ontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
Dreumesen zijn zeer actief en nieuwsgierig en<br />
hebben een sterke behoefte om d<strong>in</strong>gen zelf te<br />
doen en om zelf controle te krijgen over hun<br />
wereld. Ze zoeken grenzen op en gaan na<br />
wat <strong>het</strong> effect is van hun gedrag. Naast <strong>de</strong>ze<br />
behoefte aan onafhankelijkheid hebben dreumesen<br />
echter nog veel hulp en emotionele<br />
steun nodig. Volwassenen die <strong>het</strong> vertrouwen<br />
van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren genieten, kunnen <strong>de</strong>ze hulp<br />
en steun bie<strong>de</strong>n.<br />
Peuters<br />
Het ontwikkel<strong>in</strong>gstempo van peuters van <strong>de</strong>rtig<br />
tot achtenveertig maan<strong>de</strong>n kan erg wisselen.<br />
Soms gaan <strong>de</strong> peuters met sprongen vooruit,<br />
en dan weer staan ze een tijdje stil, of vallen<br />
even terug. Een peuter leert steeds beter activiteiten<br />
te plannen en te overzien. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze<br />
leeftijd ontwikkelen hun sociale en motorische<br />
vaardighe<strong>de</strong>n ver<strong>de</strong>r, evenals hun taal en rekenkundige<br />
vaardighe<strong>de</strong>n. Hun geheugen is steeds<br />
beter en hun concentratie neemt toe. Hierdoor<br />
kunnen ze verhalen vertellen, meer complexe<br />
situaties oplossen en langer met iets bezig zijn.<br />
2.2 Spelend leren<br />
Van jongs af aan is een k<strong>in</strong>d actief bezig om zijn<br />
omgev<strong>in</strong>g te verkennen. Daarbij gebruikt hij zijn<br />
hele lichaam en al zijn z<strong>in</strong>tuigen: <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d leert<br />
en maakt zich nieuwe vaardighe<strong>de</strong>n eigen door<br />
te bewegen, te doen, te kijken, aan te raken,<br />
te voelen, te ruiken, te proeven en gelui<strong>de</strong>n<br />
te maken. Deze on<strong>de</strong>rzoeken<strong>de</strong> houd<strong>in</strong>g van<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren is zelfs al voor <strong>de</strong> geboorte aanwezig.<br />
Een ongeboren baby voelt al aan <strong>de</strong> baarmoe<strong>de</strong>r,<br />
grijpt naar <strong>de</strong> navelstreng en luistert naar gelui<strong>de</strong>n,<br />
die hij ook na <strong>de</strong> geboorte herkent.<br />
Spelen<br />
Spelen is een natuurlijke manier van leren voor<br />
jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Door mid<strong>de</strong>l van beweg<strong>in</strong>gsspel,<br />
ont<strong>de</strong>kkend spel, fantasiespel, samenspel<br />
en buitenspel maken k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren zich veel<br />
nieuwe vaardighe<strong>de</strong>n eigen. Ook b<strong>in</strong>nen <strong>de</strong>ze<br />
verschillen<strong>de</strong> spelsoorten maken k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren een<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g door. Het spel van een baby v<strong>in</strong>dt<br />
voornamelijk plaats met <strong>het</strong> eigen lichaam, door<br />
<strong>het</strong> maken van beweg<strong>in</strong>gen en gelui<strong>de</strong>n. Er v<strong>in</strong>dt<br />
samenspel plaats met ou<strong>de</strong>rs of leidsters, en <strong>in</strong><br />
beperkte vorm ook al met an<strong>de</strong>re baby’s: k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
lachen naar elkaar, doen geluidjes na en er<br />
v<strong>in</strong><strong>de</strong>n eenvoudige <strong>in</strong>teracties plaats. Bij dreumesen<br />
breidt <strong>het</strong> beweg<strong>in</strong>gsspel zich sterk uit:<br />
ze klimmen, spr<strong>in</strong>gen, rennen en fi etsen volop.<br />
Dit biedt veel mogelijkhe<strong>de</strong>n om nieuwe d<strong>in</strong>gen<br />
te ont<strong>de</strong>kken, te leren hoe <strong>de</strong> wereld <strong>in</strong> elkaar<br />
zit en om gevoelens en gedachten te uiten. Het<br />
beweg<strong>in</strong>gsspel v<strong>in</strong>dt ook vaak plaats <strong>in</strong> samenspel<br />
met an<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Fantasiespel ontstaat<br />
wanneer k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren ongeveer twee jaar oud zijn.<br />
7
8<br />
Bij fantasiespel gaat <strong>het</strong> om ‘doen alsof’. Een<br />
voorwaar<strong>de</strong> bij dit spel is dat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren los kunnen<br />
komen van <strong>het</strong> hier en nu. Het spel doet een<br />
beroep op hun voorstell<strong>in</strong>gsvermogen en vereist<br />
een zekere mate van abstract <strong>de</strong>nken.<br />
Imiteren<br />
Imitatie is een belangrijke manier van leren voor<br />
jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Al vanaf twee maan<strong>de</strong>n oud hebben<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren aandacht voor an<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren:<br />
ze raken elkaar aan, maken geluidjes naar elkaar,<br />
en kijken of lachen naar elkaar. Deze acties wor<strong>de</strong>n<br />
vaak beantwoord met <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> acties. Vanaf<br />
acht of negen maan<strong>de</strong>n kunnen er al eenvoudige<br />
<strong>in</strong>teracties plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n tussen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, zoals<br />
<strong>het</strong> rollen van een bal of <strong>het</strong> uitwisselen van<br />
een voorwerp. Vanaf dat moment gaan k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
elkaar ook langere tijd achtereen nadoen. Soms<br />
brengt een van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren een nieuw element<br />
<strong>in</strong> (bijvoorbeeld een nieuwe beweg<strong>in</strong>g of een<br />
nieuw geluid), wat dan weer wordt overgenomen<br />
door <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Deze vorm van <strong>in</strong>teractie<br />
tussen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren neemt snel toe geduren<strong>de</strong><br />
<strong>het</strong> twee<strong>de</strong> levensjaar. Het vormt <strong>de</strong> basis voor<br />
latere vormen van samenspel, zoals fantasiespel.<br />
Imitatie is naast een manier van leren ook een<br />
manier van communiceren. Door een an<strong>de</strong>r te<br />
imiteren laat een k<strong>in</strong>d merken dat <strong>het</strong> die an<strong>de</strong>r<br />
begrijpt.<br />
Omgev<strong>in</strong>g<br />
Behalve door te doen, leren k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren veel door<br />
goed te kijken. Geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong> dag kijken ze<br />
cont<strong>in</strong>u om zich heen om te begrijpen wat er<br />
allemaal gebeurt. Wanneer k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren zelfstandig<br />
spelen, kijken ze vaak naar <strong>het</strong> gezicht van <strong>de</strong><br />
leidster om te leren over <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g (is <strong>het</strong><br />
veilig of onveilig wat ik doe?) of over zichzelf<br />
(mag dit wel of mag dit niet?).<br />
Het is erg belangrijk dat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>de</strong> mogelijkheid<br />
hebben om zich vrij te bewegen en om<br />
zelfstandig bezig te zijn. Zo kan een k<strong>in</strong>d zich <strong>in</strong><br />
zijn eigen tempo ontwikkelen en kan <strong>het</strong> nieuwe<br />
beweg<strong>in</strong>gen uitvoeren op <strong>het</strong> moment dat <strong>het</strong><br />
zich voldoen<strong>de</strong> zeker voelt. Wanneer <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
nieuwe d<strong>in</strong>gen doet als <strong>het</strong> er zelf aan toe is,<br />
zullen zijn prestaties <strong>het</strong> best zijn, en dat zorgt<br />
weer voor een goed zelfvertrouwen. Om <strong>het</strong> vrije<br />
spel optimaal te kunnen benutten is <strong>het</strong> belangrijk<br />
dat <strong>de</strong> speelobjecten <strong>in</strong> <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g zijn<br />
afgestemd op <strong>het</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gsniveau van <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d. Ver<strong>de</strong>r moet <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zich zeker en geborgen<br />
voelen <strong>in</strong> zijn omgev<strong>in</strong>g. Een vertrouw<strong>de</strong> en<br />
stabiele relatie met <strong>de</strong> verzorgen<strong>de</strong> volwassene<br />
is daarvoor noodzakelijk.<br />
2.3 Leren en taal<br />
De taalontwikkel<strong>in</strong>g van een k<strong>in</strong>d verloopt <strong>in</strong><br />
samenhang met zijn begrip van <strong>de</strong> wereld om<br />
hem heen. Voordat een k<strong>in</strong>d woor<strong>de</strong>n kan begrijpen<br />
en gebruiken, moet hij begrijpen dat <strong>de</strong>ze<br />
woor<strong>de</strong>n verwijzen naar voorwerpen, mensen,<br />
gebeurtenissen of gevoelens. Hij moet leren dat<br />
d<strong>in</strong>gen blijven bestaan, ook als we ze niet zien.<br />
Wanneer we een blokje bijvoorbeeld af<strong>de</strong>kken,<br />
zien we <strong>het</strong> blokje niet meer, maar <strong>het</strong> is er nog<br />
wel. Pas wanneer k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren dit begrijpen, gaan<br />
ze ook woor<strong>de</strong>n gebruiken om te verwijzen naar<br />
d<strong>in</strong>gen, dieren of personen die afwezig zijn.<br />
Deze kennis van <strong>de</strong> wereld is van <strong>in</strong>vloed op <strong>de</strong><br />
taalontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d. Naarmate <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d meer leert over <strong>de</strong> wereld, neemt ook zijn<br />
taalgebruik toe.<br />
De taalontwikkel<strong>in</strong>g van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren is tevens sterk<br />
verbon<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> emotionele ontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
Voordat een k<strong>in</strong>d emoties en bedoel<strong>in</strong>gen kan<br />
benoemen, moet hij eerst leren zijn gevoelens<br />
te herkennen en <strong>de</strong> gevoelens en bedoel<strong>in</strong>gen<br />
van an<strong>de</strong>ren te begrijpen. Ook <strong>de</strong> sociale ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
speelt een rol, zoals <strong>het</strong> vermogen om<br />
samen te spelen en om problemen en confl icten<br />
op te lossen. Elk k<strong>in</strong>d is hier<strong>in</strong> uniek, en heeft<br />
zijn eigen karaktertrekken, talenten, voorkeuren<br />
en afkeuren. Als gevolg daarvan gedraagt elk<br />
k<strong>in</strong>d zich an<strong>de</strong>rs. Het ene k<strong>in</strong>d is erg geïnteresseerd<br />
<strong>in</strong> sociale <strong>in</strong>teracties, terwijl <strong>het</strong> an<strong>de</strong>re<br />
k<strong>in</strong>d meer op zichzelf is. Het ene k<strong>in</strong>d houdt<br />
van rustige spelletjes, terwijl <strong>het</strong> an<strong>de</strong>re k<strong>in</strong>d<br />
erg druk en cont<strong>in</strong>u <strong>in</strong> beweg<strong>in</strong>g is. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
verwerven taal <strong>in</strong> samenhang met hun emotionele<br />
en sociale ontwikkel<strong>in</strong>g.
3<br />
TAALONTWIKKELING VAN NUL TOT TWEE JAAR<br />
In dit hoofdstuk gaan we <strong>in</strong> op <strong>het</strong> verloop van<br />
<strong>het</strong> taalverwerv<strong>in</strong>gsproces bij k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van nul<br />
tot twee jaar. Vervolgens staan we stil bij <strong>de</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>g van meertalige k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Daarna<br />
beste<strong>de</strong>n we aandacht aan <strong>de</strong> rol van <strong>de</strong> volwassene<br />
<strong>in</strong> <strong>het</strong> taalverwerv<strong>in</strong>gsproces van<br />
jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren.<br />
3.1 Het taalverwerv<strong>in</strong>gsproces<br />
In <strong>het</strong> taalverwerv<strong>in</strong>gsproces van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren zijn<br />
vier perio<strong>de</strong>n te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n:<br />
1 ) De voortalige fase (0 – 1 jaar)<br />
2 ) De vroegtalige fase (1 – 2.5 jaar)<br />
3 ) De differentiatiefase (2,5 – 5 jaar)<br />
4 ) De voltooi<strong>in</strong>gsfase (5 – 9 jaar)<br />
De overgang tussen twee fasen verloopt gelei<strong>de</strong>lijk,<br />
en <strong>de</strong> leeftij<strong>de</strong>n die <strong>in</strong> dit hoofdstuk wor<strong>de</strong>n<br />
genoemd zijn dan ook gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong>n. Zoals bij<br />
alle ontwikkel<strong>in</strong>gsgebie<strong>de</strong>n, zal ook bij <strong>de</strong> taalverwerv<strong>in</strong>g<br />
<strong>het</strong> ene k<strong>in</strong>d zich wat sneller ontwikkelen<br />
dan <strong>het</strong> an<strong>de</strong>re k<strong>in</strong>d. Voor <strong>het</strong> werken met<br />
baby’s en dreumesen <strong>in</strong> <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ropvang zijn<br />
<strong>de</strong> voortalige en <strong>de</strong> vroegtalige fase van belang.<br />
Deze fasen beschrijven we hieron<strong>de</strong>r.<br />
De voortalige fase<br />
In <strong>de</strong> voortalige perio<strong>de</strong> wordt <strong>de</strong> basis gelegd<br />
voor <strong>de</strong> communicatieve ontwikkel<strong>in</strong>g en <strong>de</strong><br />
taalontwikkel<strong>in</strong>g. In <strong>de</strong>ze fase gebruikt <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
nog geen echte taal. In <strong>de</strong> eerste zes weken is<br />
huilen <strong>het</strong> enige geluid dat <strong>de</strong> baby produceert.<br />
Het gehoor van <strong>de</strong> baby is al goed ontwikkeld,<br />
zelfs voor <strong>de</strong> geboorte kan hij al gelui<strong>de</strong>n horen.<br />
De baby blijkt een voorkeur te hebben voor <strong>het</strong><br />
luisteren naar stemmen, en met name naar <strong>de</strong><br />
stem van <strong>de</strong> moe<strong>de</strong>r. Vanaf zes weken luistert<br />
<strong>de</strong> baby vooral naar spraak. Hij kijkt aandachtig<br />
naar <strong>het</strong> gezicht van <strong>de</strong> verzorger, en er v<strong>in</strong>dt<br />
communicatie plaats door oogcontact, mimiek,<br />
gebaren, aanraken, reuk en smaak. Naast huilen<br />
zal <strong>de</strong> baby nu ook rustiger gelui<strong>de</strong>n maken.<br />
Tussen <strong>de</strong> vier en zeven maan<strong>de</strong>n oefent <strong>de</strong> baby<br />
volop om zijn stemgeluid on<strong>de</strong>r controle te krijgen.<br />
De geluidjes van <strong>de</strong> baby verschillen nu <strong>in</strong><br />
toonhoogte, <strong>in</strong> luidheid en <strong>in</strong> duur. Volwassenen<br />
gaan vaak <strong>in</strong> op dit experimenteren, en hierdoor<br />
lijkt <strong>de</strong> communicatie tussen baby en verzorger<br />
steeds meer op een gesprek: k<strong>in</strong>d en verzorger<br />
kijken elkaar aan en maken om <strong>de</strong> beurt geluid.<br />
Ook <strong>het</strong> luisteren ontwikkelt zich ver<strong>de</strong>r. Baby’s<br />
van <strong>de</strong>ze leeftijd letten al op pauzes die een z<strong>in</strong><br />
afsluiten en ze kunnen on<strong>de</strong>rscheid maken tussen<br />
verschillen<strong>de</strong> taalklanken.<br />
Na ongeveer acht maan<strong>de</strong>n tot ongeveer veertien<br />
maan<strong>de</strong>n beg<strong>in</strong>t <strong>de</strong> baby te brabbelen. Hij<br />
herhaalt bepaal<strong>de</strong> klanken vaak na elkaar. In <strong>het</strong><br />
beg<strong>in</strong> zijn dat steeds <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> klanken, bijvoorbeeld<br />
dadadadada…. Later gaat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d verschillen<strong>de</strong><br />
klanken comb<strong>in</strong>eren, ofwel gevarieerd<br />
brabbelen (bijvoorbeeld bakagoegoe…). Het<br />
brabbelen van <strong>de</strong> baby lijkt steeds meer op echte<br />
taal. Er zijn nu dui<strong>de</strong>lijke lettergrepen te herkennen<br />
<strong>in</strong> <strong>het</strong> brabbelen, en <strong>de</strong> baby laat niet-talige<br />
gelui<strong>de</strong>n steeds meer achterwege. Bovendien<br />
gebruikt hij voornamelijk nog klanken uit zijn<br />
moe<strong>de</strong>rtaal. Voordat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren echte woor<strong>de</strong>n<br />
gaan gebruiken, drukken ze zich vaak uit door<br />
bepaal<strong>de</strong> klanken te comb<strong>in</strong>eren met een<br />
lichaamsgebaar (bijvoorbeeld tiiiiiii en wijzen of<br />
dajdaj en wuiven). Het k<strong>in</strong>d gaat nu steeds beter<br />
begrijpen wat <strong>de</strong> volwassene zegt; dit blijkt uit<br />
<strong>de</strong> manier waarop hij reageert op taalspelletjes<br />
(<strong>de</strong> opdracht ‘klap eens <strong>in</strong> <strong>de</strong> handjes’ wordt<br />
door <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d met veel plezier uitgevoerd), of <strong>het</strong><br />
gericht kijken als <strong>de</strong> volwassene vraagt Waar is<br />
<strong>de</strong> bal? Het k<strong>in</strong>d neemt nu ook vaker <strong>het</strong> <strong>in</strong>itiatief<br />
voor een ‘gesprek’ en gaat <strong>de</strong> <strong>in</strong>tonatie van<br />
volwassenen nadoen.<br />
De vroegtalige fase<br />
In <strong>de</strong> vroegtalige perio<strong>de</strong> gaat <strong>het</strong> brabbelen van<br />
<strong>de</strong> baby over <strong>in</strong> betekenisvol taalgebruik. Het<br />
k<strong>in</strong>d produceert zijn eerste echte woor<strong>de</strong>n (ook<br />
al kan hij <strong>de</strong>ze nog niet goed uitspreken), en<br />
gaat uite<strong>in</strong><strong>de</strong>lijk eenvoudige z<strong>in</strong>netjes vormen.<br />
De woor<strong>de</strong>n die <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zelf produceert, noemen<br />
we <strong>de</strong> actieve woor<strong>de</strong>nschat. De passieve<br />
woor<strong>de</strong>nschat bestaat uit alle woor<strong>de</strong>n die <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d begrijpt; daaron<strong>de</strong>r zijn dus ook woor<strong>de</strong>n<br />
die <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d nog niet zelf gebruikt. Deze ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
was al begonnen <strong>in</strong> <strong>de</strong> voortalige perio<strong>de</strong>.<br />
In <strong>de</strong> vroegtalige perio<strong>de</strong> breidt <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zijn<br />
passieve woor<strong>de</strong>nschat ver<strong>de</strong>r uit en maakt hij<br />
een beg<strong>in</strong> met zijn actieve woor<strong>de</strong>nschat.<br />
Als k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren ongeveer an<strong>de</strong>rhalf jaar oud zijn,<br />
9
10<br />
bev<strong>in</strong><strong>de</strong>n ze zich <strong>in</strong> <strong>de</strong> éénwoordfase. In <strong>de</strong>ze<br />
perio<strong>de</strong> maakt een k<strong>in</strong>d nog geen z<strong>in</strong>nen, maar<br />
gebruikt hij losse woordjes. De eerste woor<strong>de</strong>n<br />
die een k<strong>in</strong>d gebruikt, verwijzen naar personen,<br />
dieren, voorwerpen en acties uit zijn eigen<br />
dagelijkse leven. Hij ont<strong>de</strong>kt dat alles een naam<br />
heeft, en gaat d<strong>in</strong>gen benoemen. De woor<strong>de</strong>n<br />
wor<strong>de</strong>n meestal nog niet helemaal goed uitgesproken.<br />
De woor<strong>de</strong>nschat van een k<strong>in</strong>d is <strong>in</strong> dit<br />
stadium nog een verzamel<strong>in</strong>g van woor<strong>de</strong>n die <strong>in</strong><br />
een één-op-één relatie staan met <strong>de</strong> d<strong>in</strong>gen die<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d <strong>in</strong> zijn omgev<strong>in</strong>g ziet. Het woord hond<br />
verwijst bijvoorbeeld alleen naar <strong>de</strong> hond van<br />
<strong>de</strong> buren.<br />
Aan <strong>het</strong> e<strong>in</strong><strong>de</strong> van <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> komt veel overgeneralisatie<br />
voor: <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d noemt alle volwassen<br />
mannen papa, of zegt tegen alle dieren poes.<br />
Aan <strong>het</strong> e<strong>in</strong>d van <strong>de</strong> éénwoordfase koppelt <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d eigenschappen aan voorwerpen, en vormt<br />
netwerken van woor<strong>de</strong>n. Het k<strong>in</strong>d wijst bijvoorbeeld<br />
naar een kop thee en zegt heet. Ook<br />
gebruikt hij woor<strong>de</strong>n om te verwijzen naar iets<br />
of iemand die niet aanwezig is. Hij zegt bijvoorbeeld<br />
poes en wijst naar <strong>het</strong> dr<strong>in</strong>kbakje van <strong>de</strong><br />
poes, terwijl <strong>de</strong> poes zelf er niet is.<br />
Na <strong>de</strong> éénwoordfase beg<strong>in</strong>t <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d langzamerhand<br />
met <strong>het</strong> vormen van z<strong>in</strong>netjes. Dit v<strong>in</strong>dt<br />
plaats <strong>in</strong> <strong>de</strong> twee- en <strong>de</strong> meerwoordfase, <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
leeftijd van an<strong>de</strong>rhalf tot tweeënhalf jaar. Deze<br />
fasen zijn niet altijd dui<strong>de</strong>lijk te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n.<br />
Sommige k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren gebruiken eerst een tijdje<br />
twee woor<strong>de</strong>n, voordat ze hun z<strong>in</strong>netjes uitbrei<strong>de</strong>n<br />
naar drie of meer woor<strong>de</strong>n. An<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
vormen tegelijk met <strong>de</strong> eerste tweewoordz<strong>in</strong>nen<br />
ook al z<strong>in</strong>nen met meer woor<strong>de</strong>n. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
kunnen door <strong>het</strong> variëren van <strong>de</strong> woordvolgor<strong>de</strong><br />
en hun <strong>in</strong>tonatie al veel verschillen<strong>de</strong> z<strong>in</strong>netjes<br />
vormen. Bij tweewoordz<strong>in</strong>nen is <strong>het</strong> meestal<br />
noodzakelijk om te zien waar k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren mee<br />
bezig zijn om hun bedoel<strong>in</strong>g te kunnen begrijpen.<br />
Vaak oefenen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>het</strong> vormen van z<strong>in</strong>nen<br />
door voor zich uit te praten, bijvoorbeeld als ze<br />
alleen aan <strong>het</strong> spelen zijn of net <strong>in</strong> bed liggen.<br />
Ook voeren ze steeds meer echte gesprekken<br />
met volwassenen. Ze kunnen om toelicht<strong>in</strong>g<br />
vragen, bijvoorbeeld i da? (wat is dat?) of hè? en<br />
hun gevoelens uitdrukken, bijvoorbeeld ja spelen<br />
(ik wil graag spelen) of nee slapen (ik wil niet<br />
slapen). Vlak voor <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> verjaardag neemt<br />
<strong>de</strong> actieve woor<strong>de</strong>nschat van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren snel toe.<br />
Rond <strong>de</strong> leeftijd van an<strong>de</strong>rhalf jaar gebruiken<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren gemid<strong>de</strong>ld zo’n vijftig woor<strong>de</strong>n. Op <strong>de</strong><br />
leeftijd van twee jaar is dit aantal gestegen tot<br />
gemid<strong>de</strong>ld vijfhon<strong>de</strong>rd woor<strong>de</strong>n. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van<br />
<strong>de</strong>ze leeftijd gebruiken vooral <strong>in</strong>houdswoor<strong>de</strong>n<br />
en nog nauwelijks functiewoor<strong>de</strong>n zoals lidwoor<strong>de</strong>n,<br />
voorzetsels, voornaamwoor<strong>de</strong>n en<br />
voegwoor<strong>de</strong>n. Bovendien kunnen ze nog niet<br />
alle klanken vormen.<br />
Het verwerven van grammaticale regels, zoals<br />
enkelvoud en meervoud, of <strong>de</strong> vervoeg<strong>in</strong>g van<br />
werkwoor<strong>de</strong>n is een leerproces dat enige tijd<br />
vergt. Een k<strong>in</strong>d gebruikt <strong>in</strong> <strong>het</strong> algemeen eerst<br />
<strong>de</strong> goe<strong>de</strong> vorm van een meervoud, bijvoorbeeld<br />
<strong>de</strong> ballen. Hij hoort dit volwassenen zeggen<br />
en bootst <strong>het</strong> na. Na een tijd ont<strong>de</strong>kt hij dat er<br />
bepaal<strong>de</strong> regels zijn voor meervoud, waaron<strong>de</strong>r<br />
<strong>de</strong> meervouds-s: kopjes, lepels, tafels. Het k<strong>in</strong>d<br />
gaat <strong>de</strong>ze regel zelf toepassen, en zegt nu <strong>de</strong><br />
bals. Nog wat later ont<strong>de</strong>kt hij door <strong>de</strong> feedback<br />
die hij krijgt van volwassenen wat <strong>de</strong> juiste meervoudsvorm<br />
is en gaat <strong>de</strong>ze zelf gebruiken: <strong>de</strong><br />
ballen. Hetzelf<strong>de</strong> is <strong>het</strong> geval bij werkwoor<strong>de</strong>n.<br />
Als <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d gebrengt zegt, komt dat doordat hij<br />
<strong>de</strong> regel spelen – gespeeld, knuffelen – geknuffeld<br />
toepast. Na enige tijd ont<strong>de</strong>kt hij dat er uitzon<strong>de</strong>r<strong>in</strong>gen<br />
op die regel voorkomen en gaat hij<br />
<strong>de</strong> juiste vorm gebracht gebruiken. De ‘fouten’<br />
die <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d maakt horen dus bij <strong>het</strong> taalverwerv<strong>in</strong>gsproces.<br />
3.2 Meertalige k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
Bij k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren die vanaf <strong>de</strong> geboorte tweetalig<br />
wor<strong>de</strong>n opgevoed, verloopt <strong>de</strong> taalverwerv<strong>in</strong>g <strong>in</strong><br />
bei<strong>de</strong> talen ongeveer op <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> wijze. Alleen<br />
<strong>het</strong> tempo waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren bei<strong>de</strong> talen leren,<br />
kan verschillen. Een k<strong>in</strong>d leert een woord niet<br />
meteen <strong>in</strong> bei<strong>de</strong> talen, maar leert <strong>het</strong> ene woord<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> ene taal, en een an<strong>de</strong>r woord <strong>in</strong> <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re<br />
taal. In <strong>het</strong> beg<strong>in</strong>stadium van <strong>de</strong> meerwoordfase<br />
zal <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d bei<strong>de</strong> talen door elkaar gebruiken.<br />
Na verloop van tijd leert hij on<strong>de</strong>rscheid maken<br />
tussen bei<strong>de</strong> talen, en gaat hij bei<strong>de</strong> talen correct<br />
gebruiken.<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van an<strong>de</strong>rstalige ou<strong>de</strong>rs, die vanaf<br />
enkele maan<strong>de</strong>n na <strong>de</strong> geboorte regelmatig op
<strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf met <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlands <strong>in</strong> aanrak<strong>in</strong>g<br />
komen, zullen <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlands moeiteloos<br />
naast hun moe<strong>de</strong>rtaal verwerven. Bij een k<strong>in</strong>d<br />
dat wat later met een twee<strong>de</strong> taal <strong>in</strong> aanrak<strong>in</strong>g<br />
komt, kan <strong>de</strong> taalverwerv<strong>in</strong>g achterblijven bij die<br />
van leeftijdsgenootjes. Omdat er bij <strong>de</strong>ze k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
een vertrag<strong>in</strong>g optreedt <strong>in</strong> <strong>de</strong> taalproductie,<br />
is <strong>het</strong> belangrijk dat <strong>de</strong> leidster extra alert is op<br />
<strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g, en dat zij zorgt voor een<br />
goed en uitgebreid taalaanbod.<br />
Ook culturele verschillen <strong>in</strong> <strong>het</strong> omgaan met<br />
jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren kunnen van <strong>in</strong>vloed zijn op <strong>de</strong><br />
taalontwikkel<strong>in</strong>g. Zo wordt er <strong>in</strong> sommige culturen<br />
nauwelijks voorgelezen, en bestaat <strong>de</strong><br />
communicatie met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren vooral uit <strong>het</strong> geven<br />
van opdrachtjes, zoals Trek je schoenen uit of<br />
Ga zitten. Bij <strong>de</strong>ze k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren blijft <strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g<br />
ook <strong>in</strong> <strong>de</strong> moe<strong>de</strong>rtaal achter. Indien er<br />
veel gecommuniceerd wordt met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, ook<br />
al is dat <strong>in</strong> eerste <strong>in</strong>stantie niet <strong>in</strong> <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlands,<br />
heeft dat een positieve <strong>in</strong>vloed op <strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren die van jongs af aan veel<br />
met taal <strong>in</strong> aanrak<strong>in</strong>g zijn gekomen, zullen zich<br />
veel makkelijker een twee<strong>de</strong> taal eigen maken.<br />
3.3 De rol van <strong>de</strong> volwassene<br />
Taalaanbod<br />
Volwassenen stemmen hun taalgebruik vaak van<br />
nature af op <strong>het</strong> niveau van een k<strong>in</strong>d. Met name<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>teractie met jonge baby’s is dit opvallend.<br />
De volwassene gebruikt meestal een hoge stem<br />
en overdreven <strong>in</strong>tonatie en articuleert dui<strong>de</strong>lijker.<br />
Ver<strong>de</strong>r zijn <strong>de</strong> z<strong>in</strong>nen kort en eenvoudig en<br />
gebruikt <strong>de</strong> volwassene relatief veel verkle<strong>in</strong>woor<strong>de</strong>n<br />
en woor<strong>de</strong>n die niet <strong>in</strong> <strong>het</strong> volwassen<br />
taal gebruik voorkomen (zoals au voor pijn en bah<br />
voor vies). Dit taalgebruik sluit aan bij <strong>de</strong> voorkeur<br />
van baby’s. Ook <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rwerp van gesprek<br />
wordt afgestemd op <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d, zodat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
goed <strong>in</strong> staat is te begrijpen wat er wordt gezegd.<br />
Het is goed om veel tegen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te praten,<br />
ook als ze zelf nog geen taal gebruiken. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
leren immers taal door naar <strong>het</strong> taalaanbod te<br />
luisteren. Daarom dient <strong>de</strong> leidster zich bewust<br />
te zijn van haar eigen taalaanbod. Om ervoor te<br />
zorgen dat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren nieuwe woor<strong>de</strong>n begrijpen<br />
en onthou<strong>de</strong>n, is <strong>het</strong> heel belangrijk dat een k<strong>in</strong>d<br />
een directe relatie kan leggen tussen een woord<br />
en een concrete han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g, ervar<strong>in</strong>g of gevoel.<br />
Wanneer je bijvoorbeeld tegen een baby zegt<br />
Mag ik <strong>de</strong> fl es van jou? en tegelijkertijd je hand<br />
uitstrekt naar <strong>de</strong> fl es, kan <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d een relatie<br />
leggen tussen die woor<strong>de</strong>n en <strong>het</strong> gebaar. Dat<br />
maakt <strong>het</strong> gemakkelijker voor <strong>de</strong> baby om <strong>de</strong><br />
betekenis van die woor<strong>de</strong>n te begrijpen. Wanneer<br />
een baby huilt, kun je zijn gevoelens benoemen<br />
door te zeggen: Wat moet je toch huilen. Ben je<br />
verdrietig? Het benoemen van die gevoelens helpt<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren om ze beter te begrijpen. Ook aanwijz<strong>in</strong>gen<br />
voor <strong>het</strong> gedrag van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren moeten voor<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d dui<strong>de</strong>lijk zijn. Als je alleen zegt Stop daar<br />
eens mee, begrijpt een jong k<strong>in</strong>d niet wat er bedoeld<br />
wordt. Het is beter een advies te geven over<br />
wat wél te doen, bijvoorbeeld: Zullen we samen<br />
op <strong>de</strong> bank gaan zitten en een boekje lezen?<br />
De taalvaardigheid van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren mag niet te snel<br />
on<strong>de</strong>rschat wor<strong>de</strong>n. Ook als een k<strong>in</strong>d nog niet<br />
veel praat, zal hij wel al veel begrijpen. Een k<strong>in</strong>d<br />
dat op een te laag niveau wordt aangesproken,<br />
heeft m<strong>in</strong><strong>de</strong>r kansen om zijn taal te ontwikkelen.<br />
Het is daarom belangrijk om <strong>in</strong> <strong>het</strong> taalaanbod<br />
aan te sluiten bij <strong>het</strong> potentiële niveau van <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d en <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d aan te moedigen op <strong>de</strong> leidster<br />
te reageren. In hoofdstuk 5 is een overzicht opgenomen<br />
van <strong>in</strong>teractievaardighe<strong>de</strong>n om <strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g<br />
van jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te stimuleren.<br />
Taalproductie<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren leren taal door <strong>in</strong>teractie met <strong>de</strong> personen<br />
<strong>in</strong> hun omgev<strong>in</strong>g. Volwassenen helpen<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d om zijn taalvaardigheid ver<strong>de</strong>r te ontwikkelen.<br />
Om een taal goed te leren, is <strong>het</strong><br />
Taalleermechanisme<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d praat uitgebreid en op eigen <strong>in</strong>itiatief:<br />
hij gebruikt zo creatief en actief mogelijk zijn kennis van <strong>de</strong> taal<br />
als hij iets wil zeggen, merkt hij door <strong>de</strong> feedback die hij krijgt<br />
dat hij iets nog niet precies weet<br />
hij gaat letten op <strong>de</strong> vorm van <strong>de</strong> taal die hij om zich heen hoort<br />
zo ont<strong>de</strong>kt hij wat hij nog niet wist<br />
en krijgt dus nieuwe kennis van <strong>de</strong> taal<br />
11
12<br />
nodig dat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren veel zelf praten: <strong>het</strong> taalleermechanisme<br />
treedt dan <strong>in</strong> werk<strong>in</strong>g.<br />
Een jong k<strong>in</strong>d dat iets aan zijn omgev<strong>in</strong>g dui<strong>de</strong>lijk<br />
wil maken, moet eerst be<strong>de</strong>nken hoe hij zich<br />
kan uitdrukken. Baby’s doen dit door huilen,<br />
mimiek en gebaren, en wat later door brabbelen.<br />
Zodra een k<strong>in</strong>d enkele woordjes kent, zal hij die<br />
gebruiken om iets dui<strong>de</strong>lijk te maken. Als hij iets<br />
wil vertellen, be<strong>de</strong>nkt hij zelf <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n die hij<br />
gaat gebruiken, en een volgor<strong>de</strong> voor die woor<strong>de</strong>n.<br />
Het resultaat, <strong>de</strong> manier waarop hij zegt wat<br />
hij wil, zal niet altijd kloppen en soms ‘fouten’<br />
bevatten. Die fouten zijn normaal <strong>in</strong> <strong>het</strong> taalverwerv<strong>in</strong>gsproces<br />
en noodzakelijk om ver<strong>de</strong>r te<br />
komen (zie ook paragraaf 3.1). Pas als <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
merkt dat hij <strong>het</strong> goe<strong>de</strong> woord of <strong>de</strong> goe<strong>de</strong> vorm<br />
niet weet, zal hij m<strong>in</strong> of meer onbewust gaan<br />
letten op wat er tegen hem gezegd wordt. Als hij<br />
dat taalelement hoort, kan hij dat aan zijn eigen<br />
kennis van <strong>de</strong> taal toevoegen. Op <strong>de</strong>ze manier<br />
krijgt hij nieuwe kennis van <strong>de</strong> taal. Door een<br />
k<strong>in</strong>d zo veel mogelijk te stimuleren om zelf te<br />
praten, kan hij zijn taal ver<strong>de</strong>r ontwikkelen.<br />
Feedback<br />
Een k<strong>in</strong>d dat iets on<strong>de</strong>r woor<strong>de</strong>n probeert te<br />
brengen, en merkt dat hij niet precies weet hoe<br />
hij dat moeten zeggen, let (onbewust) extra goed<br />
op <strong>de</strong> reactie van <strong>de</strong> volwassene. Het is belangrijk<br />
dat <strong>de</strong> volwassene goe<strong>de</strong> feedback geeft.<br />
Feedback geven betekent <strong>in</strong> dit geval niet tegen<br />
een k<strong>in</strong>d zeggen dat hij iets verkeerd zegt, maar<br />
<strong>in</strong> gecorrigeer<strong>de</strong> of uitgebrei<strong>de</strong> vorm herhalen<br />
wat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zegt. Als <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d bijvoorbeeld zegt<br />
da taan, herhaalt <strong>de</strong> leidster dit <strong>in</strong> een juiste<br />
z<strong>in</strong>: Oh, wil jij daar staan. Of op De poes heb<br />
niet jas reageert <strong>de</strong> leidster met: Nee, <strong>de</strong> poes<br />
heeft geen jas want hij heeft <strong>het</strong> niet koud. Ze<br />
bevestigt wat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zegt door <strong>het</strong> te herhalen,<br />
en corrigeert daarbij meteen <strong>de</strong> verkeer<strong>de</strong><br />
werkwoordsvorm. Ook breidt ze <strong>de</strong> uit<strong>in</strong>g van <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d uit door nieuwe <strong>in</strong>formatie toe te voegen.<br />
Op <strong>de</strong>ze manier leert <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zijn taal optimaal<br />
te ontwikkelen. Het is dus niet <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g dat<br />
<strong>de</strong> leidster direct tegen <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zegt dat hij een<br />
fout maakt.
4<br />
INTERACTIEVE TAALSTIMULERING<br />
Nu we <strong>de</strong> theoretische achtergrond hebben<br />
gesc<strong>het</strong>st van <strong>de</strong> (taal)ontwikkel<strong>in</strong>g van jonge<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, kunnen we dieper <strong>in</strong>gaan op <strong>de</strong> praktijk<br />
van <strong>het</strong> werken aan taalstimuler<strong>in</strong>g op een<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf. Wat doe je nu concreet wanneer<br />
je aan <strong>in</strong>teractieve taalstimuler<strong>in</strong>g werkt?<br />
We gaan <strong>in</strong> dit hoofdstuk eerst <strong>in</strong> op <strong>de</strong> <strong>in</strong>teracties<br />
die plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdag verblijf.<br />
Daarna beste<strong>de</strong>n we aandacht aan <strong>de</strong> drie<br />
kernvaardighe<strong>de</strong>n die we <strong>in</strong> hoofdstuk 1 hebben<br />
on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n, namelijk kansen grijpen, kansen<br />
creëren en observeren. Tot slot bespreken we <strong>de</strong><br />
vier speerpunten van De Taallijn voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
van nul tot twee jaar.<br />
4.1 Interacties op <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf<br />
Interacties tussen k<strong>in</strong>d en leidster<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren communiceren al met an<strong>de</strong>ren voordat<br />
ze enige taal beheersen. Zo is een baby al heel<br />
goed <strong>in</strong> staat om met zijn verzorger te communiceren<br />
door gebruik te maken van oogcontact,<br />
gezichtsuitdrukk<strong>in</strong>gen, gebaren, aanrak<strong>in</strong>gen<br />
en gelui<strong>de</strong>n. In <strong>de</strong> <strong>in</strong>teractie met zijn verzorger,<br />
leert <strong>de</strong> baby gelei<strong>de</strong>lijk aan <strong>de</strong> regels van <strong>de</strong><br />
beurtwissel<strong>in</strong>g bij communicatie. Ook ervaart<br />
<strong>de</strong> baby een prettig gevoel als gevolg van <strong>de</strong> <strong>in</strong>teractie<br />
en leert hij dat d<strong>in</strong>gen ‘samen’ doen fi jn<br />
is. Op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>de</strong> eerste<br />
plaats <strong>in</strong>teracties plaats tussen <strong>de</strong> leidsters en<br />
elk k<strong>in</strong>d afzon<strong>de</strong>rlijk. Tij<strong>de</strong>ns verzorg<strong>in</strong>gsmomenten<br />
als verschonen, uitkle<strong>de</strong>n en naar bed<br />
brengen, kun je volledig <strong>de</strong> aandacht op <strong>de</strong><br />
communicatie met één k<strong>in</strong>d richten.<br />
Interacties tussen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g<br />
Op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf v<strong>in</strong><strong>de</strong>n ook veel <strong>in</strong>teracties<br />
plaats tussen <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g.<br />
Om <strong>het</strong> welbev<strong>in</strong><strong>de</strong>n en <strong>de</strong> sociaal-emotionele<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te bevor<strong>de</strong>ren, is<br />
<strong>het</strong> belangrijk dat je <strong>de</strong>ze <strong>in</strong>teracties begeleidt.<br />
Daarbij besteed je aandacht aan zowel negatieve<br />
<strong>in</strong>teracties en confl icten als aan positieve <strong>in</strong>teracties<br />
en positief sociaal gedrag. Deze positieve<br />
<strong>in</strong>teracties kun je ook actief stimuleren door<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren aan te moedigen om elkaar te helpen,<br />
samen te werken en naar elkaar te luisteren. Je<br />
begeleidt <strong>de</strong> <strong>in</strong>teracties van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren door hun<br />
acties te verwoor<strong>de</strong>n en uit te leggen, en hen<br />
te helpen om met elkaar te communiceren.<br />
Hiermee bevor<strong>de</strong>r je niet alleen <strong>de</strong> sociaalemotionele<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren,<br />
maar ook hun taalontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
4.2 Kansen grijpen, kansen<br />
creëren en observeren<br />
Kansen grijpen<br />
Praten en uitleggen kun je <strong>in</strong> elke situatie doen.<br />
Je grijpt <strong>de</strong> kansen die zich voordoen tij<strong>de</strong>ns<br />
verzorg<strong>in</strong>g-leeractiviteiten of speel-leeractiviteiten,<br />
en on<strong>de</strong>rsteunt <strong>de</strong> gebeurtenissen en<br />
han<strong>de</strong> l<strong>in</strong>gen die zich voordoen met taal. Hierdoor<br />
krijgen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren een groot en gevarieerd<br />
taalaanbod, wat een gunstig effect heeft op <strong>het</strong><br />
leren van <strong>de</strong> taal. Ook moedig je k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren aan<br />
om zelf te reageren en te praten, zodat ze kunnen<br />
oefenen met <strong>het</strong> gebruik van taal. In hoofdstuk<br />
6 en 7 bespreken we hoe je kansen kunt<br />
grijpen voor taalstimuler<strong>in</strong>g tij<strong>de</strong>ns verzorg<strong>in</strong>gleer<br />
activiteiten en speel-leeractiviteiten.<br />
Kansen creëren<br />
Je kunt ook zelf kansen creëren om aan <strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g<br />
van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te werken. Dit doe<br />
je door k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>in</strong> gerichte stimuler<strong>in</strong>gsactiviteiten<br />
te betrekken die een positieve <strong>in</strong>vloed<br />
hebben op hun taalontwikkel<strong>in</strong>g. Het is belangrijk<br />
dat je <strong>de</strong>ze activiteiten zoveel mogelijk<br />
probeert af te stemmen op <strong>de</strong> <strong>in</strong>teresses en<br />
<strong>het</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gsniveau van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren.<br />
In hoofdstuk 7 beschrijven we verschillen<strong>de</strong><br />
spelletjes waarmee je kansen kunt creëren<br />
voor taalstimuler<strong>in</strong>g. Aan <strong>het</strong> voorlezen van<br />
boekjes is een apart hoofdstuk gewijd,<br />
namelijk hoofdstuk 8.<br />
Observeren<br />
Om goed aan te kunnen sluiten bij <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
van elk k<strong>in</strong>d, is <strong>het</strong> belangrijk om vaak te<br />
observeren. Kijk goed naar <strong>de</strong> gedrag<strong>in</strong>gen of<br />
reacties van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> situaties,<br />
zoals tij<strong>de</strong>ns <strong>het</strong> verzorgen of wanneer ze aan<br />
<strong>het</strong> spelen zijn, alleen of met an<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren.<br />
Hierdoor verkrijg je veel <strong>in</strong>formatie over hun<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g en over <strong>de</strong> specifi eke eigenschappen<br />
en <strong>in</strong>teresses van elk k<strong>in</strong>d. Aan <strong>de</strong> hand van<br />
<strong>de</strong>ze <strong>in</strong>formatie kun je <strong>het</strong> gedrag en taalaanbod<br />
beter op <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d afstemmen, en kun je <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
13
14<br />
beter helpen om een stapje ver<strong>de</strong>r te zetten <strong>in</strong><br />
zijn ontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
Wanneer je observeert, probeer je te ont<strong>de</strong>kken<br />
wat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d bezighoudt, zoals d<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
omgev<strong>in</strong>g, bepaald speelgoed, an<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren,<br />
volwassenen, et cetera. Wat ziet <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d, wat<br />
hoort hij, wat doet hij, wat zegt hij en wat begrijpt<br />
hij? Wat <strong>de</strong>nk je dat er <strong>in</strong> <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d omgaat,<br />
ofwel: wat <strong>de</strong>nkt <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d? Probeer je hoofd leeg<br />
te maken voordat je naar <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren kijkt. Vaak<br />
zie je wat je ‘<strong>de</strong>nkt’ te zien. Het is belangrijk dat<br />
je probeert niet al te bevooroor<strong>de</strong>eld naar <strong>de</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te kijken.<br />
In een groep met veel verschillen<strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren,<br />
is <strong>het</strong> moeilijk om alle <strong>in</strong>formatie die je verkrijgt<br />
door te observeren, te onthou<strong>de</strong>n. Het kan<br />
daarom helpen om aanteken<strong>in</strong>gen te maken,<br />
bijvoorbeeld op memo briefjes. Wanneer je een<br />
k<strong>in</strong>d iets ziet doen of hem een bepaald woord<br />
hoort gebruiken, kun je daar kort iets over<br />
opschrijven. Je kunt <strong>de</strong> aanteken<strong>in</strong>gen op een<br />
prikbord prikken of <strong>in</strong> een speciaal bakje leggen.<br />
Op die manier houd je <strong>de</strong> aanteken<strong>in</strong>gen<br />
goed bij elkaar. Een an<strong>de</strong>re mogelijkheid is <strong>het</strong><br />
gebruik van post-it briefjes. Je kunt <strong>de</strong>ze briefjes<br />
<strong>in</strong> <strong>het</strong> persoonlijke boekje (zie hoofdstuk 9) van<br />
een k<strong>in</strong>d plakken of <strong>de</strong> aanteken<strong>in</strong>gen daar<strong>in</strong><br />
over nemen. Wanneer dit boekje op en neer gaat<br />
tussen k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf en thuis komen ook <strong>de</strong><br />
ou<strong>de</strong>rs te weten wat hun k<strong>in</strong>d doet op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf.<br />
Zij kunnen op hun beurt <strong>in</strong><br />
<strong>het</strong> boekje schrijven welke nieuwe d<strong>in</strong>gen <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d thuis doet of zegt.<br />
Kijk zowel naar <strong>in</strong>dividuele k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren als naar <strong>de</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren als groep. Het is <strong>in</strong>formatief en leuk<br />
voor jezelf en voor ou<strong>de</strong>rs om op een speciale<br />
plek bij te hou<strong>de</strong>n welke eerste woor<strong>de</strong>n <strong>de</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren kennen. Behalve <strong>het</strong> maken van aanteken<strong>in</strong>gen<br />
kun je wat je ziet ook vastleggen met<br />
behulp van foto’s of vi<strong>de</strong>o-opnames. Wat je ook<br />
doet, <strong>het</strong> is altijd goed om je bev<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gen en<br />
i<strong>de</strong>eën te <strong>de</strong>len met collega’s. Samen zie je meer<br />
dan alleen. Ook kun je dan beter <strong>in</strong>terpreteren<br />
wat je hebt gezien en plannen maken om <strong>in</strong> te<br />
spelen op <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren.<br />
4.3 Speerpunten<br />
De Taallijn voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van nul tot twee jaar<br />
richt zich op vier belangrijke aspecten, namelijk<br />
mon<strong>de</strong>l<strong>in</strong>ge taal, woor<strong>de</strong>nschat, ontluiken<strong>de</strong><br />
geletterdheid en ou<strong>de</strong>rbetrokkenheid. Hieron<strong>de</strong>r<br />
lichten we elk van <strong>de</strong>ze speerpunten toe.<br />
Mon<strong>de</strong>l<strong>in</strong>ge taal<br />
Taal is een mid<strong>de</strong>l waarmee we kunnen communiceren<br />
met <strong>de</strong> wereld om ons heen en waarmee<br />
we onze gedachten en gevoelens kunnen benoemen<br />
en or<strong>de</strong>nen. Om goed te kunnen communiceren,<br />
moeten we beschikken over mon<strong>de</strong>l<strong>in</strong>ge<br />
taalvaardighe<strong>de</strong>n. Deze vaardighe<strong>de</strong>n verwerven<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren al vanaf zeer jonge leeftijd. Al vanaf<br />
<strong>de</strong> geboorte communiceren baby’s met hun<br />
omgev<strong>in</strong>g; aanvankelijk door mid<strong>de</strong>l van gelui<strong>de</strong>n<br />
en klanken. Wat later gaan ze ook gebaren<br />
gebruiken om te communiceren; rond <strong>de</strong> leeftijd<br />
van negen maan<strong>de</strong>n wijzen en grijpen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
naar voorwerpen <strong>in</strong> hun omgev<strong>in</strong>g. Ze gebruiken<br />
gebaren doelbewust om iets gedaan te krijgen.<br />
Met <strong>de</strong> eerste woordjes die k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren rond hun<br />
eerste jaar leren gebruiken, hebben ze extra mogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
om te communiceren. In <strong>de</strong> perio<strong>de</strong><br />
daarna leren k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren steeds meer woor<strong>de</strong>n.<br />
Taalaanbod<br />
Het taalaanbod van <strong>de</strong> volwassene heeft veel<br />
<strong>in</strong>vloed op <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>nschatontwikkel<strong>in</strong>g en <strong>de</strong><br />
gespreksvaardighe<strong>de</strong>n van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Door <strong>het</strong><br />
voorbeeld van volwassenen krijgt <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d <strong>in</strong>zicht<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> structuur van <strong>de</strong> gesproken taal. Het is<br />
allereerst belangrijk dat er veel gesproken wordt<br />
op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf. Je richt je daarbij op <strong>het</strong><br />
verwoor<strong>de</strong>n van han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen: je zegt voortdurend<br />
wat je aan <strong>het</strong> doen bent (Ik ga nu je laarsjes<br />
aandoen, want <strong>het</strong> regent buiten) of wat een k<strong>in</strong>d<br />
doet (Kijk, Jara kamt <strong>de</strong> haren van <strong>de</strong> pop). Ten<br />
twee<strong>de</strong> dient je taalaanbod van goe<strong>de</strong> kwaliteit<br />
te zijn. Zorg dat je taalaanbod dui<strong>de</strong>lijk is en<br />
on<strong>de</strong>rsteun je uit<strong>in</strong>gen met <strong>in</strong>tonatie, mimiek<br />
en gebaren. Gebruik naast beken<strong>de</strong>, eenvoudige<br />
woor<strong>de</strong>n en z<strong>in</strong>nen, ook regelmatig m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
beken<strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n en moeilijker z<strong>in</strong>sconstructies.<br />
Wanneer je jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>in</strong>structies geeft, is<br />
<strong>het</strong> belangrijk dat die kort en dui<strong>de</strong>lijk zijn.<br />
Taalproductie<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren leren taal door die taal zelf actief te
gebruiken. Door zelf te praten gaan ze <strong>in</strong>eens<br />
meer op <strong>de</strong> vorm letten en niet meer alleen op <strong>de</strong><br />
betekenis. Ze vragen zich af hoe ze iets kunnen<br />
zeggen. Het is daarom belangrijk dat je k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
stimuleert om zelf te praten. Dit doe je door<br />
<strong>de</strong> beurt van een k<strong>in</strong>d te beschermen wanneer<br />
hij aan <strong>het</strong> woord is, door ruimte te scheppen<br />
voor reacties van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren en door vragen te<br />
stellen of opmerk<strong>in</strong>gen te maken. Probeer je <strong>in</strong><br />
te leven <strong>in</strong> <strong>het</strong> perspectief van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d en volg<br />
zijn gedachtegang. Hij vertelt <strong>het</strong> liefst over wat<br />
hem bezighoudt. Wanneer je hem niet helemaal<br />
begrijpt, probeer je door te vragen om erachter<br />
te komen wat hij precies bedoelt.<br />
Feedback<br />
Het is belangrijk dat je passen<strong>de</strong> feedback levert<br />
op <strong>de</strong> taaluit<strong>in</strong>gen van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Als een k<strong>in</strong>d<br />
bijvoorbeeld zegt Oma ziekhuis, kun je reageren<br />
met <strong>de</strong> grammaticaal juiste z<strong>in</strong>: Oma ligt <strong>in</strong> <strong>het</strong><br />
ziekenhuis! Je corrigeert <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d dus niet, maar<br />
geeft ‘<strong>het</strong> goe<strong>de</strong> voorbeeld’ door er een volledige,<br />
correcte en voor <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d begrijpelijke z<strong>in</strong><br />
van te maken. Daarnaast kun je <strong>de</strong> taaluit<strong>in</strong>gen<br />
van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren aanvullen met nieuwe <strong>in</strong>formatie,<br />
waarmee je <strong>de</strong> kennis van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d over <strong>het</strong><br />
on<strong>de</strong>rwerp uitbreidt. In reactie op een k<strong>in</strong>d dat<br />
zegt Zand schep! kun je <strong>de</strong> taaluit<strong>in</strong>g uitbrei<strong>de</strong>n<br />
door te zeggen: Jij schept zand uit <strong>de</strong> zandbak<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> vrachtwagen. Deze en an<strong>de</strong>re leidstervaardighe<strong>de</strong>n<br />
die van belang zijn voor <strong>het</strong> stimuleren<br />
van <strong>de</strong> mon<strong>de</strong>l<strong>in</strong>ge taalvaardigheid van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
wor<strong>de</strong>n uitgewerkt <strong>in</strong> hoofdstuk 5.<br />
Woor<strong>de</strong>nschat<br />
Voordat een k<strong>in</strong>d zelf taal gaat gebruiken,<br />
begrijpt hij al veel woor<strong>de</strong>n. Dit noemen we zijn<br />
passieve woor<strong>de</strong>nschat. Wanneer een k<strong>in</strong>d ongeveer<br />
een jaar oud is, gaat hij zijn eerste woor<strong>de</strong>n<br />
bewust gebruiken. Zijn betekenisloze gebrabbel<br />
gaat dan langzaamaan over <strong>in</strong> betekenisvol taalgebruik.<br />
De woor<strong>de</strong>n die <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zelf gebruikt,<br />
noemen we zijn actieve woor<strong>de</strong>nschat. Woor<strong>de</strong>n<br />
hebben vanaf <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> een communicatieve<br />
functie: ze wor<strong>de</strong>n gebruikt om <strong>de</strong> aandacht mee<br />
te richten. Dat wil zeggen dat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d taal gaat<br />
gebruiken om iets dui<strong>de</strong>lijk te maken en/of iets<br />
gedaan te krijgen van iemand an<strong>de</strong>rs.<br />
De eerste 50 woor<strong>de</strong>n<br />
Wanneer <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zo’n achttien maan<strong>de</strong>n oud is,<br />
gebruikt hij gemid<strong>de</strong>ld ongeveer vijftig woor<strong>de</strong>n.<br />
Het gaat om woor<strong>de</strong>n die direct te maken<br />
hebben met <strong>het</strong> hier en nu: ze verwijzen naar<br />
voorwerpen waarmee <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d speelt (bal, pop),<br />
personen die belangrijk voor hem zijn (papa,<br />
mama) en veel voorkomen<strong>de</strong> acties (eten, slapen).<br />
De woor<strong>de</strong>n die <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d gebruikt, staan <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong>ze fase nog <strong>in</strong> een één-op-één relatie met <strong>de</strong><br />
d<strong>in</strong>gen die <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d <strong>in</strong> zijn omgev<strong>in</strong>g waarneemt.<br />
Een hond is bijvoorbeeld alleen maar die ene<br />
hond van <strong>de</strong> buren die ’s morgens altijd voorbij<br />
komt wan<strong>de</strong>len.<br />
Van vijftig naar vijfhon<strong>de</strong>rd woor<strong>de</strong>n<br />
Wanneer <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d twee jaar oud is, ontstaat<br />
een zekere samenhang <strong>in</strong> <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n die <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d kent. Het k<strong>in</strong>d leert dat er categorieën zijn<br />
waar<strong>in</strong> <strong>de</strong> afzon<strong>de</strong>rlijke woor<strong>de</strong>n kunnen wor<strong>de</strong>n<br />
gerangschikt. Hij leert dat hij een woord ook <strong>in</strong><br />
een an<strong>de</strong>re situatie kan gebruiken: <strong>het</strong> dier dat<br />
vastgebon<strong>de</strong>n is bij <strong>de</strong> supermarkt en op zijn<br />
baasje staat te wachten, is ook een hond. In<br />
<strong>de</strong>ze fase is vaak sprake van overgeneralisatie:<br />
omdat <strong>de</strong> poes van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d Saar heet, wor<strong>de</strong>n<br />
alle poezen Saar genoemd. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van twee<br />
jaar gebruiken gemid<strong>de</strong>ld al zo’n vijfhon<strong>de</strong>rd<br />
woor<strong>de</strong>n.<br />
Netwerken van woor<strong>de</strong>n<br />
Nog later gaan k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren netwerken van woor<strong>de</strong>n<br />
creëren. Ze gaan dan <strong>in</strong>zien dat er allerlei relaties<br />
tussen woor<strong>de</strong>n zijn, zowel op <strong>het</strong> niveau van<br />
betekenis (zeep en handdoek) als van <strong>de</strong> vorm<br />
(Jan en pan). Ook zijn k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren dan <strong>in</strong> staat om<br />
meer abstracte zaken te benoemen, die op dat<br />
moment niet <strong>in</strong> hun directe omgev<strong>in</strong>g aanwezig<br />
zijn. Vooral <strong>het</strong> leggen van relaties tussen woor<strong>de</strong>n<br />
is een belangrijk aspect van <strong>de</strong> groeien<strong>de</strong><br />
woor<strong>de</strong>nschat van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Woor<strong>de</strong>n zijn geen<br />
losse brokken <strong>in</strong>formatie, maar staan on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g<br />
met elkaar <strong>in</strong> verb<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g. Er zijn woor<strong>de</strong>n die<br />
<strong>het</strong>zelf<strong>de</strong> betekenen (das – sjaal), woor<strong>de</strong>n met<br />
een functionele relatie (auto – rij<strong>de</strong>n), woor<strong>de</strong>n<br />
die een specifi catie zijn van een categorie<br />
(dier: poes, hond, koe) en woor<strong>de</strong>n die <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
zelf met elkaar verb<strong>in</strong>dt door eigen ervar<strong>in</strong>gen<br />
(bijvoorbeeld <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n eend en oma wanneer<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d altijd met oma naar <strong>de</strong> eendjes<br />
gaat). Het netwerk van woor<strong>de</strong>n breidt zich <strong>in</strong><br />
<strong>de</strong> loop van <strong>de</strong> jaren steeds ver<strong>de</strong>r uit. Er komen<br />
steeds meer woor<strong>de</strong>n bij, maar ook <strong>het</strong> aantal<br />
15
16<br />
verb<strong>in</strong>d<strong>in</strong>gen tussen woor<strong>de</strong>n groeit. Hierdoor<br />
begrijpen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren steeds beter wat een woord<br />
betekent en wanneer ze <strong>het</strong> kunnen gebruiken.<br />
Hun woordkennis wordt met an<strong>de</strong>re woor<strong>de</strong>n<br />
dieper en bre<strong>de</strong>r.<br />
Woor<strong>de</strong>nschatstimuler<strong>in</strong>g<br />
Om <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>nschatontwikkel<strong>in</strong>g van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
te stimuleren, zijn verschillen<strong>de</strong> aspecten van<br />
<strong>het</strong> taalaanbod van volwassenen van belang.<br />
Ten eerste <strong>de</strong> kwantiteit of <strong>de</strong> omvang van <strong>het</strong><br />
woordaanbod. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren leren meer woor<strong>de</strong>n als<br />
er veel wordt gepraat. Om hun woor<strong>de</strong>nschat uit<br />
te brei<strong>de</strong>n, is <strong>het</strong> dus noodzakelijk dat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
veel woor<strong>de</strong>n krijgen aangebo<strong>de</strong>n. Daarnaast<br />
is <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>het</strong> taalaanbod van belang.<br />
Wanneer k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren regelmatig wat moeilijker<br />
woor<strong>de</strong>n horen, leren ze <strong>de</strong>ze woor<strong>de</strong>n spelen<strong>de</strong>rwijs<br />
beter te begrijpen en gebruiken. De<br />
kwantiteit van je taalaanbod heeft ook <strong>in</strong>vloed<br />
op <strong>de</strong> kwaliteit: hoe meer je praat, hoe <strong>in</strong>teressanter<br />
en gevarieer<strong>de</strong>r je taalaanbod is. Ook <strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g vanuit <strong>de</strong> context draagt bij aan<br />
woor<strong>de</strong>nschatontwikkel<strong>in</strong>g. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren leren <strong>de</strong><br />
betekenissen van nieuwe woor<strong>de</strong>n beter wanneer<br />
er on<strong>de</strong>rsteunend beeldmateriaal aanwezig<br />
is, zoals illustraties of concrete materialen. De<br />
leidstervaardighe<strong>de</strong>n die van belang zijn voor <strong>het</strong><br />
stimuleren van <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>nschatontwikkel<strong>in</strong>g<br />
van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren wor<strong>de</strong>n uitgewerkt <strong>in</strong> hoofdstuk 5.<br />
Ontluiken<strong>de</strong> geletterdheid<br />
De fase van ontluiken<strong>de</strong> geletterdheid heeft<br />
betrekk<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> voorschoolse perio<strong>de</strong>. In <strong>de</strong><br />
perio<strong>de</strong> van nul tot vier jaar leren k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>de</strong><br />
basispr<strong>in</strong>cipes van <strong>de</strong> taal: ze leren mon<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g<br />
te communiceren, ze leren spreken en luisteren.<br />
Daarnaast maken k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> kennis<br />
met geschreven taal <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm van prentenboeken,<br />
boeken, voorleesverhalen, logo’s,<br />
verkeerstekens, letters en woor<strong>de</strong>n. Een aantal<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren probeert aan <strong>het</strong> e<strong>in</strong>d van <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong><br />
ook al schriftelijk te communiceren <strong>in</strong> <strong>de</strong> vorm<br />
van teken<strong>in</strong>gen, beel<strong>de</strong>n en eigen logo’s. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
leren spelen<strong>de</strong>rwijs dat je met geschreven<br />
taal een boodschap kunt overbrengen.<br />
Pictogrammen<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren groeien op <strong>in</strong> een omgev<strong>in</strong>g waar<strong>in</strong><br />
geschreven taal volop aanwezig is. Hierdoor<br />
leren k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren op jonge leeftijd al veel over<br />
geschreven taal. Ze zien hun ou<strong>de</strong>rs bijvoorbeeld<br />
<strong>de</strong> krant lezen of een boodschappenbriefje<br />
schrijven. Ook <strong>in</strong> <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf kan<br />
geschreven taal op een natuurlijke wijze aanwezig<br />
zijn. Zo kun je bijvoorbeeld gebruik maken<br />
van pictogrammen of dagritmekaarten om <strong>de</strong><br />
dag<strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g mee aan te geven. De k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren leren<br />
om <strong>de</strong>ze pictogrammen te ‘lezen’: ze weten dat<br />
<strong>het</strong> plaatje van <strong>de</strong> appel en <strong>de</strong> banaan betekent<br />
dat <strong>het</strong> tijd is om fruit te gaan eten. Je kunt <strong>de</strong><br />
pictogrammen op een muur of kast hangen en<br />
<strong>de</strong> tijdsduur en <strong>in</strong>houd van <strong>de</strong> activiteit ernaast<br />
schrijven (bijvoorbeeld: 9.30 - 10.00: fruit eten).<br />
Ou<strong>de</strong>rs kunnen dan <strong>in</strong> één oogopslag zien hoe<br />
een dag op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf eruit ziet.<br />
Pictogrammen kunnen ook wor<strong>de</strong>n gebruikt om<br />
<strong>de</strong> functie van een hoek of opbergplaats mee<br />
aan te dui<strong>de</strong>n. Bij elk pictogram plaats je ook<br />
<strong>het</strong> geschreven woord. Op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf<br />
hebben k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren vaak eigen plekken voor hun<br />
spullen, zoals een haakje voor hun jas en een<br />
mandje voor hun spullen. Daarop wordt vaak<br />
een bepaald plaatje of een foto van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
geplakt met zijn naam. De namen van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
v<strong>in</strong>d je bijvoorbeeld ook terug op <strong>de</strong> knijpers<br />
waarmee hun werkjes wor<strong>de</strong>n opgehangen.<br />
Op die manier wordt geschreven taal een vanzelfsprekend<br />
on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> leefomgev<strong>in</strong>g<br />
van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Naarmate k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren ou<strong>de</strong>r<br />
wor<strong>de</strong>n, zullen ze dat steeds meer <strong>in</strong> <strong>de</strong> gaten<br />
krijgen.<br />
Boekjes<br />
Om <strong>de</strong> ontluiken<strong>de</strong> geletterdheid van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
te stimuleren, is <strong>het</strong> erg belangrijk dat ze al vanaf<br />
jonge leeftijd <strong>in</strong> aanrak<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n gebracht<br />
met boekjes. Wanneer je prentenboeken voorleest,<br />
is met name <strong>de</strong> <strong>in</strong>teractie tussen jou en<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d erg belangrijk; je praat samen met <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d over <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van <strong>het</strong> boekje. We spreken<br />
daarom over <strong>in</strong>teractief voorlezen. In hoofdstuk<br />
8 gaan we uitgebreid <strong>in</strong> op <strong>het</strong> voorlezen<br />
van prentenboeken aan k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van nul tot<br />
twee jaar.<br />
Liedjes en versjes<br />
Door <strong>het</strong> creëren van een rijke leeromgev<strong>in</strong>g kun<br />
je k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf spelen<strong>de</strong>rwijs<br />
<strong>in</strong> contact brengen met boeken, labels en<br />
an<strong>de</strong>re vormen van geschreven taal. Ver<strong>de</strong>r is <strong>het</strong>
goed om regelmatig liedjes en versjes met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
te z<strong>in</strong>gen. Met name liedjes met rijm stimuleren<br />
<strong>het</strong> klankbewustzijn van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, dat wil<br />
zeggen <strong>het</strong> besef dat woor<strong>de</strong>n zijn opgebouwd<br />
uit klanken. Dit klankbewustzijn is van groot<br />
belang voor <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van geletterdheid.<br />
Ou<strong>de</strong>rbetrokkenheid<br />
Ou<strong>de</strong>rs en leidsters werken samen aan <strong>het</strong><br />
stimuleren van <strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g van een<br />
k<strong>in</strong>d. Het is daarom belangrijk dat <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf<br />
en <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs voortdurend <strong>in</strong>formatie<br />
uitwisselen.<br />
Taalvaardigheid van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
Ten eerste is <strong>het</strong> uitwisselen van <strong>in</strong>formatie<br />
noodzakelijk om eventuele problemen met <strong>de</strong><br />
taalverwerv<strong>in</strong>g te kunnen signaleren. Door regelmatig<br />
met <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs te bespreken wat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
thuis al begrijpt en zegt, kun je vaststellen of <strong>de</strong><br />
situatie thuis overeenstemt met <strong>de</strong> situatie op<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf. Indien een dreumes thuis<br />
veel meer praat dan op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf,<br />
voelt <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zich misschien nog niet helemaal<br />
veilig <strong>in</strong> <strong>de</strong> groep en is <strong>het</strong> daarom wat meer<br />
teruggetrokken. Maar <strong>in</strong>dien <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zowel thuis<br />
als op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf we<strong>in</strong>ig taal begrijpt<br />
en/of gebruikt, is er mogelijk iets aan <strong>de</strong> hand<br />
met zijn taalverwerv<strong>in</strong>g. In dat geval is <strong>het</strong> noodzakelijk<br />
on<strong>de</strong>rzoek te laten doen.<br />
Taalsituatie thuis<br />
Ten twee<strong>de</strong> is <strong>het</strong> belangrijk om <strong>in</strong>zicht te hebben<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> taalsituatie thuis. Welke taal spreken <strong>de</strong><br />
ou<strong>de</strong>rs thuis met <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d? Spreekt va<strong>de</strong>r misschien<br />
een an<strong>de</strong>re taal dan moe<strong>de</strong>r? En welke<br />
taal spreken broertjes en zusjes on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g? Het<br />
is belangrijk om kennis te hebben van eventuele<br />
meertaligheid, zodat je daar op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf<br />
reken<strong>in</strong>g mee kunt hou<strong>de</strong>n. Als k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
<strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlands nog niet zo goed beheersen,<br />
kun je hen extra on<strong>de</strong>rsteun<strong>in</strong>g bie<strong>de</strong>n.<br />
Interesses en ervar<strong>in</strong>gen van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
Ten <strong>de</strong>r<strong>de</strong> is <strong>het</strong> belangrijk om <strong>in</strong>formatie uit<br />
te wisselen over wat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d thuis en op <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf bezighoudt. Bijvoorbeeld: wat<br />
voor spel doet <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d graag, met welk speelgoed<br />
speelt hij vaak, heeft hij een favoriet boekje<br />
dat hij graag leest, met welke an<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
speelt hij? Het is voor leidsters belangrijk om te<br />
weten wat <strong>de</strong> <strong>in</strong>teresses van een k<strong>in</strong>d zijn, zodat<br />
zij daarbij kunnen aansluiten. Bovendien is <strong>het</strong><br />
gemakkelijker om een k<strong>in</strong>d te begrijpen als je<br />
weet wat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d meemaakt. Wanneer een k<strong>in</strong>d<br />
bijvoorbeeld met zijn ou<strong>de</strong>rs naar <strong>de</strong> dierentu<strong>in</strong><br />
is geweest, is hij waarschijnlijk helemaal vol van<br />
<strong>de</strong> dieren die hij daar heeft gezien. Als <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs<br />
je verteld hebben over dit uitje, zal <strong>het</strong> gemakkelijker<br />
zijn om te begrijpen wat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d je wil<br />
vertellen en kun je daar ook met hem over doorpraten.<br />
An<strong>de</strong>rsom is <strong>het</strong> ook voor ou<strong>de</strong>rs goed<br />
om te weten wat hun k<strong>in</strong>d op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf<br />
allemaal doet en beleeft. Deze <strong>in</strong>formatie<br />
kan mon<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g wor<strong>de</strong>n uitgewisseld tij<strong>de</strong>ns <strong>het</strong><br />
brengen en halen, maar <strong>de</strong> praktijk wijst uit dat<br />
<strong>de</strong> tijd vaak beperkt is en niet altijd alles aan<br />
bod komt. Een schriftje of boekje dat heen en<br />
weer gaat tussen ou<strong>de</strong>rs en leidsters is daarom<br />
zeer geschikt. Behalve schriftelijke <strong>in</strong>formatie<br />
kunnen hier ook foto’s of afbeeld<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> wor<strong>de</strong>n<br />
geplakt. In hoofdstuk 9 gaan we ver<strong>de</strong>r <strong>in</strong> op <strong>het</strong><br />
gebruik van zo’n boekje.<br />
Taalstimuler<strong>in</strong>g<br />
Tot slot wissel je ook <strong>in</strong>formatie uit met ou<strong>de</strong>rs<br />
over taalstimuler<strong>in</strong>g. Niet alle ou<strong>de</strong>rs zijn zich<br />
ervan bewust dat zij een belangrijke rol spelen<br />
bij <strong>de</strong> taalverwerv<strong>in</strong>g van hun k<strong>in</strong>d. Er bestaat dan<br />
ook grote variatie <strong>in</strong> <strong>de</strong> manier waarop ou<strong>de</strong>rs<br />
met hun k<strong>in</strong>d praten. In sommige gez<strong>in</strong>nen is<br />
sprake van een zeer rijk taalaanbod; ou<strong>de</strong>rs<br />
verwoor<strong>de</strong>n en benoemen veel, spelen allerlei<br />
spelletjes met hun k<strong>in</strong>d en lezen regelmatig voor.<br />
In an<strong>de</strong>re gez<strong>in</strong>nen gebeurt dit <strong>in</strong> veel m<strong>in</strong><strong>de</strong>re<br />
mate. Je kunt <strong>in</strong> gesprekken met ou<strong>de</strong>rs aandacht<br />
beste<strong>de</strong>n aan mogelijkhe<strong>de</strong>n om hun k<strong>in</strong>d<br />
te helpen bij <strong>de</strong> taalverwerv<strong>in</strong>g. Ook kunnen er<br />
speciale ou<strong>de</strong>rbijeenkomsten wor<strong>de</strong>n georganiseerd,<br />
bijvoorbeeld over <strong>het</strong> belang van voorlezen<br />
aan jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Een an<strong>de</strong>re manier om<br />
ou<strong>de</strong>rs i<strong>de</strong>eën te geven voor taalstimuler<strong>in</strong>g is<br />
door elke ochtend verschillen<strong>de</strong> materialen klaar<br />
te leggen, zoals puzzels of boekjes, waar ou<strong>de</strong>rs<br />
even met hun k<strong>in</strong>d mee kunnen spelen voordat<br />
zij weggaan. Op die manier geef je ou<strong>de</strong>rs <strong>in</strong>formatie<br />
over spelletjes die zij samen met hun k<strong>in</strong>d<br />
kunnen doen. Daarnaast kun je hen laten zien<br />
welke boekjes geschikt zijn om met hun k<strong>in</strong>d te<br />
bekijken.<br />
17
18<br />
5<br />
INTERACTIEVAARDIGHEDEN LEIDSTER<br />
In <strong>het</strong> voorgaan<strong>de</strong> hoofdstuk zijn drie kernvaardighe<strong>de</strong>n<br />
omschreven: kansen grijpen, kansen<br />
creëren en observeren. Deze drie vaardighe<strong>de</strong>n<br />
kun je zien als belangrijke voorwaar<strong>de</strong>n om aan<br />
taalstimuler<strong>in</strong>g te kunnen werken <strong>in</strong> <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf.<br />
Echter, <strong>het</strong> blijven vrij abstracte<br />
vaardighe<strong>de</strong>n als je ermee wilt werken <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk.<br />
Hieron<strong>de</strong>r staat een overzicht van <strong>de</strong> specifi eke<br />
<strong>in</strong>teractievaardighe<strong>de</strong>n die je kunt <strong>in</strong>zetten om<br />
<strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te stimuleren.<br />
In <strong>de</strong> hoofdstukken 6 en 7 wor<strong>de</strong>n veel van <strong>de</strong>ze<br />
vaardighe<strong>de</strong>n concreet uitgewerkt <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
activiteiten op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdag verblijf.<br />
5.1 Taal aanbod<br />
Zorg voor een dui<strong>de</strong>lijk taalaanbod<br />
Spreek <strong>in</strong> een rustig tempo en articuleer<br />
dui<strong>de</strong>lijk. Gebruik korte z<strong>in</strong>nen en spreek<br />
zoveel mogelijk <strong>in</strong> <strong>de</strong> tegenwoordige tijd.<br />
On<strong>de</strong>rsteun je taalaanbod<br />
On<strong>de</strong>rsteun je taalaanbod veelvuldig met<br />
<strong>in</strong>tonatie, gezichtsuitdrukk<strong>in</strong>gen, gebaren,<br />
han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen en materialen of voorwerpen.<br />
Verwoord han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen<br />
Verwoord je eigen han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen (vertel wat je<br />
doet) en <strong>de</strong> han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren.<br />
Doe veel voor en verwoord regelmatig wat<br />
er gebeurt wanneer je met <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren meespeelt.<br />
Voorbeeld: Kijk, Emma rolt <strong>de</strong> bal<br />
naar Tom.<br />
Geef korte en dui<strong>de</strong>lijke <strong>in</strong>structies<br />
Geef zo precies mogelijk aan wat <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g<br />
is. Geef maar één opdracht tegelijk en controleer<br />
of <strong>de</strong> boodschap bij een k<strong>in</strong>d is overgekomen.<br />
In plaats van Doe eens rustig zeg je bijvoorbeeld:<br />
Ga maar even op <strong>het</strong> kleed zitten.<br />
5.2 Interactie en taal uitlokken<br />
Bescherm <strong>de</strong> beurt van een k<strong>in</strong>d<br />
Bescherm <strong>de</strong> beurt van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d dat aan <strong>het</strong><br />
woord is, bijvoorbeeld wanneer je een boekje<br />
voorleest aan een groepje k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren of wanneer<br />
je met een k<strong>in</strong>d aan <strong>het</strong> spelen bent en een<br />
an<strong>de</strong>r k<strong>in</strong>d jullie spel on<strong>de</strong>rbreekt.<br />
Schep ruimte voor reacties van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
Geef k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>de</strong> kans om te reageren op jouw<br />
taalaanbod of han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen. Laat regelmatig stiltes<br />
vallen; wacht na <strong>het</strong> stellen van een vraag of<br />
<strong>het</strong> maken van een opmerk<strong>in</strong>g bijvoorbeeld 5 tot<br />
10 secon<strong>de</strong>n voordat je weer wat zegt.<br />
Stel verschillen<strong>de</strong> soorten vragen<br />
Stel vragen die passen bij <strong>het</strong> ontwikkel<strong>in</strong>gsniveau<br />
van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d. Baby’s die nog niet veel<br />
taal gebruiken, kun je vragen om d<strong>in</strong>gen aan<br />
te wijzen. Bijvoorbeeld: Waar is <strong>de</strong> beer? of<br />
Wijs <strong>de</strong> bal maar aan op <strong>het</strong> plaatje.<br />
Ou<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren kun je stimuleren om te praten<br />
door verschillen<strong>de</strong> soorten vragen te stellen:<br />
• Ja/nee-vragen: Heb jij een broertje?<br />
• Of/of-vragen: Wil jij p<strong>in</strong>dakaas of smeerkaas<br />
op jouw boterham?<br />
• Wie/waar/wat-vragen: Wat is dat?<br />
Je kunt ook een opmerk<strong>in</strong>g maken om een k<strong>in</strong>d<br />
uit te dagen om wat te vertellen. Bijvoorbeeld:<br />
Wat heb jij een mooie pet op! Blijf vervolgens<br />
even stil en geef <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d <strong>de</strong> kans om te reageren.<br />
Ga <strong>in</strong> op wat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d je wil vertellen<br />
Reageer zowel op verbale als non-verbale<br />
reacties van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d. Laat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d merken dat<br />
je zijn <strong>in</strong>breng hoort of ziet en waar<strong>de</strong>ert. Goed<br />
zo, Nora! Dank je wel, Pim! Dat is een goed i<strong>de</strong>e,<br />
Karim! Door geluidjes van een baby te herhalen,<br />
kun je hem aanmoedigen om meer te ‘vertellen’.<br />
5.3 Reageren<br />
Probeer <strong>de</strong> juiste betekenis te achterhalen<br />
Vraag door. Toon echte <strong>in</strong>teresse <strong>in</strong> wat een k<strong>in</strong>d<br />
wil zeggen en probeer erachter te komen wat hij<br />
bedoelt: Wat is dat precies? Bedoel je dat…?<br />
Trek niet te snel je eigen conclusies over wat je<br />
<strong>de</strong>nkt dat een k<strong>in</strong>d wil zeggen.<br />
Accepteer <strong>de</strong> kijk van een k<strong>in</strong>d<br />
Volg <strong>de</strong> gedachtegang van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d en respecteer<br />
zijn kijk op <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rwerp. Wanneer een<br />
k<strong>in</strong>d bijvoorbeeld een telefoon gebruikt als<br />
hamer, ga je hem niet vertellen dat een telefoon<br />
daarvoor niet bedoeld is, maar sluit je je aan bij<br />
zijn i<strong>de</strong>eën over <strong>het</strong> spel. Het belangrijkste is<br />
dat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d praat!
Ga <strong>in</strong> op ervar<strong>in</strong>gen van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren willen <strong>het</strong> liefst praten over hun eigen<br />
ervar<strong>in</strong>gen, over d<strong>in</strong>gen zij zelf hebben meegemaakt.<br />
Jouw taalaanbod is dan ook <strong>het</strong> meest<br />
betekenisvol voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren wanneer dat over<br />
hun eigen leefwereld gaat.<br />
Probeer ook bij <strong>het</strong> voorlezen van boekjes een<br />
koppel<strong>in</strong>g te leggen met <strong>de</strong> leefwereld van een<br />
k<strong>in</strong>d. Vraag bijvoorbeeld: Heb jij thuis ook een<br />
hondje? of Was jij ook ziek? Het is niet erg om af<br />
te wijken van <strong>het</strong> verhaal <strong>in</strong> <strong>het</strong> boek; <strong>het</strong> is veel<br />
belangrijker dat je luistert naar wat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d je<br />
wil vertellen.<br />
Hervorm uit<strong>in</strong>gen tot goe<strong>de</strong> z<strong>in</strong>nen<br />
Vul <strong>de</strong> uit<strong>in</strong>g van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d aan tot een goe<strong>de</strong> z<strong>in</strong><br />
en breid <strong>de</strong>ze eventueel uit door nieuwe woor<strong>de</strong>n<br />
<strong>in</strong> te brengen. Als <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zegt: Ikke eet!, zeg dan<br />
bijvoorbeeld: Oh, jij wilt een boterham eten!<br />
5.4 Woor<strong>de</strong>nschat vergroten<br />
Verdui<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong> betekenissen van nieuwe<br />
woor<strong>de</strong>n<br />
Verdui<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong> betekenissen van nieuwe woor<strong>de</strong>n<br />
voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren met behulp van:<br />
• voorwerpen (laten zien, voelen of ruiken)<br />
• foto’s, teken<strong>in</strong>gen of illustraties<br />
• gezichtsexpressie, on<strong>de</strong>rsteunen<strong>de</strong> gebaren<br />
of stemgebruik (doe gelui<strong>de</strong>n na)<br />
• han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen (doe werkwoor<strong>de</strong>n zoals lachen,<br />
slapen of spr<strong>in</strong>gen voor en laat ze nadoen)<br />
• uitleg met an<strong>de</strong>re woor<strong>de</strong>n (gebruik een woord<br />
dat ongeveer <strong>het</strong>zelf<strong>de</strong> betekent of gebruik <strong>het</strong><br />
woord <strong>in</strong> een verdui<strong>de</strong>lijken<strong>de</strong> z<strong>in</strong>)<br />
Bijvoorbeeld: De beer is zacht. Voel maar met<br />
je handje. Lekker zacht, hè? Of: Rosa is heel<br />
verdrietig [trek een verdrietig gezicht]. Ze moet<br />
huilen [doe net alsof je huilt].<br />
Herhaal en oefen nieuwe woor<strong>de</strong>n met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren leren <strong>de</strong> betekenissen van nieuwe<br />
woor<strong>de</strong>n pas goed wanneer <strong>de</strong>ze woor<strong>de</strong>n vaak<br />
<strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> situaties terugkomen. Hoe vaker<br />
<strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n herhaald, <strong>de</strong>s te sneller <strong>de</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren ze leren.<br />
Je kunt <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n oefenen met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren door<br />
<strong>het</strong> geven van opdrachtjes, bijvoorbeeld: Wil jij<br />
<strong>de</strong> bal voor mij pakken?<br />
Controleer of k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>de</strong> betekenissen van<br />
woor<strong>de</strong>n begrijpen<br />
Ga na of <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>de</strong> nieuwe woor<strong>de</strong>n begrijpen<br />
en/of kunnen gebruiken. Het eerste doe je<br />
door opdrachtjes te geven (zie hierboven); <strong>het</strong><br />
twee<strong>de</strong> door vragen te stellen, bijvoorbeeld:<br />
Wat is dat?<br />
19
20<br />
6<br />
VERZORGING-LEERACTIVITEITEN<br />
De dag<strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g op een k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf wordt<br />
voor een groot <strong>de</strong>el gekenmerkt door rout<strong>in</strong>es<br />
die elke dag opnieuw plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n, zoals begroeten,<br />
verschonen, eten en dr<strong>in</strong>ken, en afscheid<br />
nemen. In dit hoofdstuk noemen we dit soort<br />
dagritme-activiteiten ‘verzorg<strong>in</strong>g-leeractiviteiten’.<br />
We willen met dit begrip benadrukken dat tij<strong>de</strong>ns<br />
<strong>de</strong> rout<strong>in</strong>ematige activiteiten niet alleen <strong>de</strong><br />
verzorg<strong>in</strong>g van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren centraal hoeft te staan.<br />
Omdat <strong>de</strong> activiteiten zeer vertrouwd zijn voor<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, bie<strong>de</strong>n ze tevens mogelijkhe<strong>de</strong>n om<br />
aan taal stimuler<strong>in</strong>g te werken. Bepaal<strong>de</strong> han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen<br />
en voorwerpen komen tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> rout<strong>in</strong>es<br />
steeds weer terug. Het taalaanbod dat daarbij<br />
hoort, kan dus ook dagelijks herhaald wor<strong>de</strong>n.<br />
Dit heeft een positieve <strong>in</strong>vloed op <strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g<br />
van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren.<br />
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe je tij<strong>de</strong>ns<br />
verzorg<strong>in</strong>g-leermomenten <strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g<br />
van jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren kunt stimuleren. Hierbij<br />
komen veel vaardighe<strong>de</strong>n terug die <strong>in</strong> <strong>het</strong> vorige<br />
hoofdstuk zijn beschreven. Veel van <strong>de</strong>ze vaardighe<strong>de</strong>n<br />
pas je misschien onbewust al toe.<br />
Het is echter goed om je bewust te wor<strong>de</strong>n<br />
van alle mogelijkhe<strong>de</strong>n die <strong>de</strong> dagelijkse activiteiten<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> groep bie<strong>de</strong>n. Sta eens stil bij <strong>de</strong><br />
manier waarop je met <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren praat tij<strong>de</strong>ns<br />
dagelijkse activiteiten. Hoe nodig je <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
uit tot <strong>in</strong>teractie? We bespreken <strong>in</strong> dit hoofdstuk<br />
drie verschillen<strong>de</strong> verzorg<strong>in</strong>g-leeractiviteiten:<br />
één-op-één verzorg<strong>in</strong>gsmomenten, eten en<br />
dr<strong>in</strong>ken, en <strong>de</strong> overgang tussen activiteiten.<br />
6.1 Eén-op-één verzorg<strong>in</strong>gsmomenten<br />
Veel van <strong>de</strong> rout<strong>in</strong>ematige activiteiten op <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf zijn één-op-één situaties, zoals<br />
verschonen, aan- en uitkle<strong>de</strong>n, naar bed brengen<br />
en uit bed halen. Bij <strong>de</strong>rgelijke verzorg<strong>in</strong>g-leeractiviteiten<br />
kun je <strong>de</strong> kans grijpen om <strong>in</strong>dividuele<br />
aandacht aan een baby of dreumes te schenken<br />
en met hem <strong>in</strong> <strong>in</strong>teractie te gaan. Je kunt <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>teractie tussen jou en <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d stimuleren door<br />
om <strong>de</strong> beurt iets te doen. Wacht na een actie van<br />
jezelf op een reactie van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d. Vervolgens<br />
kun je <strong>de</strong> actie van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d weer laten volgen<br />
door een imitatie of reactie van jezelf.<br />
Baby’s<br />
Wanneer je tij<strong>de</strong>ns een verzorg<strong>in</strong>gsmoment <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>teractie tussen jou en een baby wilt bevor<strong>de</strong>ren,<br />
zijn <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> aandachtspunten van<br />
belang:<br />
Maak gebruik van non-verbale communicatie<br />
De <strong>in</strong>teractie met een jonge baby zal voor een<br />
groot <strong>de</strong>el door mid<strong>de</strong>l van non-verbale communicatie<br />
plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Enkele belangrijke vormen<br />
van non-verbale communicatie die je kunt <strong>in</strong>zetten<br />
om een we<strong>de</strong>rzijds ‘gesprek’ met <strong>de</strong> baby uit<br />
te lokken zijn:<br />
a) Lichaamscontact: pak bijvoorbeeld <strong>de</strong> handjes<br />
van <strong>de</strong> baby vast wanneer hij <strong>de</strong>ze uitstrekt<br />
en zeg bijvoorbeeld: Wat heb je lekker warme<br />
handjes!<br />
b) Gebaren: steek bijvoorbeeld je han<strong>de</strong>n uitnodigend<br />
uit en zeg: Ga je mee? Dan gaan we<br />
eens lekker een schone luier aandoen!<br />
c) Imitatie en gezichtsexpressie: om <strong>in</strong>teractie<br />
met <strong>de</strong> baby uit te lokken, kun je <strong>het</strong> gedrag<br />
van <strong>de</strong> baby imiteren. Ook je mimiek is belangrijk.<br />
Zo kijk je bijvoorbeeld heel uitnodigend<br />
terwijl je je han<strong>de</strong>n uitstrekt om <strong>de</strong> baby op<br />
te pakken. Ook kun je met je gezicht dui<strong>de</strong>lijk<br />
laten merken dat je blij bent met <strong>de</strong> reacties<br />
die <strong>de</strong> baby geeft.<br />
Geef <strong>de</strong> baby <strong>de</strong> tijd om op jou te reageren<br />
Het is belangrijk dat je <strong>het</strong> gedrag aanpast aan<br />
<strong>het</strong> tempo van <strong>de</strong> baby. Het kan soms even duren<br />
voordat een baby na een actie van jou daadwerkelijk<br />
een reactie teruggeeft. Geef <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d dus<br />
<strong>de</strong> tijd om te reageren.<br />
Vertel wat je aan <strong>het</strong> doen bent<br />
Je vertelt steeds wat je aan <strong>het</strong> doen bent of wat<br />
je gaat doen en geeft daarbij ook tijd en ruimte<br />
aan <strong>de</strong> baby om daarop te reageren. Wanneer <strong>de</strong><br />
aandacht van <strong>de</strong> baby door iets an<strong>de</strong>rs wordt getrokken,<br />
praat je vooral daarover. Het gaat erom<br />
dat er een gezamenlijke activiteit ontstaat.<br />
Zorg dat je <strong>de</strong> aandacht van <strong>de</strong> baby trekt<br />
Een baby zal sneller reacties geven op acties die<br />
zijn aandacht trekken. Het is daarom van belang<br />
om na te gaan waar <strong>de</strong> baby zijn blik op werpt als<br />
je een gesprekje met hem wil aangaan. Hier volgen<br />
enkele i<strong>de</strong>eën voor korte activiteiten die bij<br />
<strong>de</strong> meeste baby’s <strong>de</strong> aandacht zullen vergroten,
zodat je met meer succes met <strong>de</strong> baby <strong>in</strong> <strong>in</strong>teractie<br />
kunt gaan. Een aantal van <strong>de</strong>ze activiteiten<br />
wordt <strong>in</strong> hoofdstuk 7 ver<strong>de</strong>r uitgewerkt.<br />
a) Speel na <strong>het</strong> verschonen of uit bed halen <strong>het</strong><br />
spelletje ‘kiekeboe’. Met dit spelletje stimuleer<br />
je bij <strong>de</strong> baby <strong>het</strong> vermogen om beurtel<strong>in</strong>gs iets<br />
te doen en dat pr<strong>in</strong>cipe vormt een belangrijke<br />
basis voor <strong>de</strong> communicatie.<br />
b) Tij<strong>de</strong>ns of na <strong>het</strong> verschonen of <strong>het</strong> aan- en<br />
uitkle<strong>de</strong>n kun je spelletjes met <strong>de</strong> baby doen<br />
waarbij je lichaamscontact maakt en lichaams<strong>de</strong>len<br />
benoemt. Met dit soort spelletjes kun<br />
je <strong>het</strong> bewustzijn van <strong>het</strong> eigen lichaam en <strong>de</strong><br />
eigen naam bij <strong>de</strong> baby bevor<strong>de</strong>ren en tegelijkertijd<br />
aan taalstimuler<strong>in</strong>g werken.<br />
c) Zoek <strong>in</strong>teressante gespreksstof voor <strong>de</strong> baby<br />
en jou op door bijvoorbeeld na <strong>het</strong> verschonen<br />
samen met <strong>de</strong> baby even naar buiten of naar<br />
<strong>het</strong> spel van an<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te kijken. Probeer<br />
een gesprekje te voeren over <strong>het</strong>geen <strong>de</strong> aandacht<br />
van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d trekt. Als <strong>de</strong> baby bijvoorbeeld<br />
aandachtig naar een an<strong>de</strong>r k<strong>in</strong>d kijkt, kun<br />
je daar op <strong>in</strong>gaan door te zeggen: Dat k<strong>in</strong>dje<br />
PRAKTIJKVOORBEELD<br />
Kar<strong>in</strong> gaat <strong>de</strong> vijf maan<strong>de</strong>n ou<strong>de</strong> Bas<br />
verschonen. Kar<strong>in</strong> wacht eerst totdat<br />
Bas haar aankijkt en met zijn mondje<br />
beweegt. Dag Bas, ik ga je meenemen<br />
om je te verschonen. Voordat Kar<strong>in</strong> Bas<br />
optilt, wacht ze eerst weer op een reactie<br />
van Bas. Bas lacht naar Kar<strong>in</strong> wanneer<br />
zij zich iets naar voren buigt. Kar<strong>in</strong> tilt<br />
Bas vervolgens op en loopt met hem<br />
naar <strong>de</strong> aankleedtafel. Wij gaan jouw<br />
vieze luier afdoen hè? Zo, dan leg ik je<br />
op <strong>de</strong> aankleedtafel. Bas kijkt naar Kar<strong>in</strong><br />
en maakt een geluidje. Ja? Lig je lekker?<br />
Zal ik die stoere kleren van je maar even<br />
uittrekken? Kar<strong>in</strong> raakt <strong>de</strong> benen van Bas<br />
aan en wacht totdat Bas zelf zijn benen<br />
gaat bewegen. Dan doet Kar<strong>in</strong> zijn broek<br />
uit en maakt zijn rompertje los. Zo, <strong>de</strong><br />
vieze luier gaat <strong>in</strong> <strong>de</strong> bak, zie je wel? Bas<br />
kijkt naar wat Kar<strong>in</strong> doet… Op <strong>de</strong>ze manier<br />
probeert leidster Kar<strong>in</strong> Bas te betrekken<br />
bij <strong>het</strong> verschonen en een ‘gesprekje’ met<br />
hem aan te gaan.<br />
heet Sanne. Zij is aan <strong>het</strong> spelen hè? Vervolgens<br />
wacht je eerst even een reactie van <strong>de</strong> baby af,<br />
voordat je weer iets an<strong>de</strong>rs zegt of doet.<br />
Dreumesen<br />
Dreumesen kunnen al wat meer vertellen. Dat<br />
maakt <strong>het</strong> voor jou als leidster gemakkelijker<br />
om erachter te komen wat <strong>de</strong> dreumes <strong>de</strong>nkt en<br />
voelt. Je kunt dreumesen steeds meer zelf laten<br />
vertellen over wat er gebeurt tij<strong>de</strong>ns <strong>het</strong> naar<br />
bed brengen of tij<strong>de</strong>ns <strong>het</strong> aan- en uitkle<strong>de</strong>n.<br />
Ook zullen <strong>de</strong> gesprekjes wat vaker over an<strong>de</strong>re<br />
on<strong>de</strong>rwerpen gaan dan alleen over <strong>het</strong> verschonen<br />
of aankle<strong>de</strong>n zelf, omdat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren op <strong>de</strong>ze<br />
leeftijd steeds taalvaardiger wor<strong>de</strong>n. Hier volgen<br />
enkele i<strong>de</strong>eën om dreumesen tij<strong>de</strong>ns één-op-één<br />
verzorg<strong>in</strong>g-leeractiviteiten van een afwisselend<br />
taalaanbod te voorzien en daarmee <strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g<br />
te on<strong>de</strong>rsteunen:<br />
a) Hang regelmatig een nieuwe, leuke afbeeld<strong>in</strong>g<br />
of poster boven <strong>de</strong> aankleedtafel en praat na<br />
<strong>het</strong> verschonen kort met <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d over wat er<br />
zoal op <strong>de</strong> afbeeld<strong>in</strong>g te zien is.<br />
b) Tij<strong>de</strong>ns <strong>het</strong> verschonen en <strong>het</strong> aan- en uitkle<strong>de</strong>n<br />
kun je korte benoemspelletjes doen, zoals<br />
<strong>het</strong> benoemen van lichaams<strong>de</strong>len of kled<strong>in</strong>gstukken<br />
die <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d aanheeft.<br />
c) Kijk na <strong>het</strong> uit bed halen of <strong>het</strong> verschonen<br />
samen met <strong>de</strong> dreumes <strong>in</strong> <strong>de</strong> spiegel en laat<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d beschrijven hoe hij eruit ziet en laat<br />
hem verschillen<strong>de</strong> lichaams<strong>de</strong>len benoemen.<br />
d) Laat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d bijvoorbeeld vertellen waar hij<br />
zojuist mee heeft gespeeld.<br />
6.2 Eten en dr<strong>in</strong>ken<br />
Een an<strong>de</strong>r voorbeeld van een verzorg<strong>in</strong>g-leeractiviteit<br />
die regelmatig plaatsv<strong>in</strong>dt op <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf is ‘eten en dr<strong>in</strong>ken’. Bij baby’s<br />
die <strong>de</strong> fl es krijgen, is dit weer een één-op-één<br />
situatie; bij ou<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren v<strong>in</strong>dt <strong>het</strong> eten en<br />
dr<strong>in</strong>ken gezamenlijk plaats met <strong>de</strong> hele groep.<br />
Hieron<strong>de</strong>r volgen enkele aanwijz<strong>in</strong>gen voor <strong>het</strong><br />
grijpen van kansen voor taalstimuler<strong>in</strong>g tij<strong>de</strong>ns<br />
<strong>het</strong> eten en dr<strong>in</strong>ken.<br />
Baby’s<br />
Tij<strong>de</strong>ns <strong>het</strong> geven van <strong>de</strong> fl es zijn baby’s vaak niet<br />
geïnteresseerd <strong>in</strong> een gesprekje, omdat ze zich<br />
vooral op <strong>het</strong> zuigen concentreren. Juist door dat<br />
21
22<br />
zuigen neemt hun gevoeligheid voor <strong>in</strong>drukken<br />
van buitenaf af. Daarom doen veel baby’s vlak<br />
na <strong>het</strong> voe<strong>de</strong>n een kle<strong>in</strong> dutje of liggen ze wat<br />
te doezelen. Het heeft dus tij<strong>de</strong>ns en vlak na<br />
<strong>het</strong> voe<strong>de</strong>n we<strong>in</strong>ig z<strong>in</strong> om veel tegen <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d te<br />
praten. Wanneer je <strong>de</strong> baby <strong>de</strong> fl es geeft, is dit<br />
ook een belangrijk moment van rust voor <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d. Wel kun je <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d voorberei<strong>de</strong>n op zijn<br />
voed<strong>in</strong>g door uit te leggen wat er gaat gebeuren.<br />
Je vertelt <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d bijvoorbeeld: Heb je al honger,<br />
Pim? Heb je z<strong>in</strong> <strong>in</strong> je fl esje melk? Kijk, daar is <strong>de</strong><br />
fl es. Ik geef hem nu aan jou. Wanneer <strong>de</strong> baby<br />
eenmaal beg<strong>in</strong>t te dr<strong>in</strong>ken, stop je met praten<br />
tegen <strong>de</strong> baby, zodat hij niet wordt afgeleid en<br />
zich kan concentreren op <strong>het</strong> dr<strong>in</strong>ken zelf.<br />
Dreumesen<br />
De ou<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>in</strong> <strong>de</strong> groep gaan meestal<br />
gezamenlijk aan tafel om fruit of een boterham<br />
te eten. Dit moment is uitermate geschikt om<br />
een gesprekje te voeren met <strong>de</strong> dreumesen,<br />
bijvoorbeeld over <strong>het</strong> eten of over an<strong>de</strong>re zaken<br />
die <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren bezighou<strong>de</strong>n. Daarbij zijn <strong>de</strong><br />
volgen<strong>de</strong> aandachtspunten van belang.<br />
Vertel wat je aan <strong>het</strong> doen bent<br />
Verwoord voortdurend je eigen han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen.<br />
Bijvoorbeeld: Ik ga nu voor alle k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren melk<br />
<strong>in</strong>schenken. Eens even kijken of ik voor elk<br />
k<strong>in</strong>dje een beker heb… Op <strong>de</strong>ze manier betrek je<br />
<strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren bij wat je doet en zorg je voor een<br />
rijk taalaanbod. Omdat je taalaanbod aansluit<br />
bij je han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen en eventuele voorwerpen die<br />
je gebruikt, is <strong>het</strong> zeer betekenisvol voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren.<br />
Geef <strong>de</strong> dreumesen ook <strong>de</strong> kans om op jouw<br />
taalaanbod te reageren.<br />
Ga <strong>in</strong> op <strong>de</strong> <strong>in</strong>teresses van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
Sluit aan bij wat <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>in</strong>brengen en bouw<br />
daar op voort. De on<strong>de</strong>rwerpen die <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
bezighou<strong>de</strong>n, zijn namelijk <strong>het</strong> meest betekenisvol<br />
voor hen om over te praten, ook al zijn dat<br />
soms wat gekke on<strong>de</strong>rwerpen. Respecteer <strong>de</strong><br />
<strong>in</strong>breng van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren en ga hier op <strong>in</strong> door<br />
bijvoorbeeld een luisterrespons te geven, zoals:<br />
Oh, Mmm, Zo, Echt waar? Op die manier moedig<br />
je k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren aan om meer te vertellen over wat<br />
hen <strong>in</strong>teresseert. Het is belangrijk dat je vervolgens<br />
goe<strong>de</strong> feedback geeft op <strong>het</strong> taalgebruik<br />
van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d. Verwoord zijn uit<strong>in</strong>gen tot goe<strong>de</strong><br />
z<strong>in</strong>nen en voeg er nieuwe woor<strong>de</strong>n aan toe. Als<br />
PRAKTIJKVOORBEELD<br />
Leidster Kar<strong>in</strong> zit klaar om een appel <strong>in</strong><br />
stukjes te snij<strong>de</strong>n. Ze laat <strong>de</strong> appel zien<br />
aan Kev<strong>in</strong>, die naast haar aan tafel zit. Kijk<br />
eens wat een mooie ro<strong>de</strong> appel! Kev<strong>in</strong> ziet<br />
<strong>de</strong> appel en reikt er naar met zijn hand:<br />
Ja, appel! Kar<strong>in</strong> geeft <strong>de</strong> appel even aan<br />
Kev<strong>in</strong>. V<strong>in</strong>d je <strong>de</strong> appel mooi? Kev<strong>in</strong> houdt<br />
<strong>de</strong> appel on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> neus bij Kar<strong>in</strong>. Opete!<br />
Kar<strong>in</strong> neemt <strong>de</strong> appel weer van Kev<strong>in</strong> over<br />
en antwoordt daarop: Ja? Zullen we <strong>de</strong> appel<br />
gaan opeten? Zal ik ‘m eerst <strong>in</strong> stukjes<br />
snij<strong>de</strong>n? Kar<strong>in</strong> pakt <strong>het</strong> mesje en kijkt<br />
vragend naar Kev<strong>in</strong>. Ja! Appel opete! Kar<strong>in</strong><br />
beg<strong>in</strong>t <strong>de</strong> appel vervolgens te schillen en<br />
vertelt on<strong>de</strong>rtussen wat ze doet: Zo, nu<br />
ga ik <strong>de</strong> schil eraf halen. Aan Serena, die<br />
aan haar an<strong>de</strong>re zij<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> tafel zit en<br />
toekijkt, laat Kar<strong>in</strong> <strong>het</strong> klokhuis van <strong>de</strong> appel<br />
zien. Die pitjes haal ik er ook uit, want<br />
die zijn niet zo lekker hè? Serena kijkt<br />
even aandachtig naar <strong>de</strong> pitjes: Nee, niet<br />
ete. Ze blijft kijken hoe Kar<strong>in</strong> <strong>het</strong> klokhuis<br />
verwij<strong>de</strong>rt. Kar<strong>in</strong> wijst Serena nog eens op<br />
<strong>de</strong> pitjes: Zie je? Nu liggen <strong>de</strong> pitjes bij <strong>de</strong><br />
schillen en die gaan straks <strong>in</strong> <strong>de</strong> afvalbak!<br />
Als Kar<strong>in</strong> klaar is, vraagt ze: Wie wil er een<br />
stukje appel?<br />
een k<strong>in</strong>d bijvoorbeeld zegt Ikke boteham, dan<br />
reageer je met: Ja, jij hebt een boterham met appelstroop.<br />
Op <strong>de</strong>ze manier laat je <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d weten<br />
hoe hij <strong>het</strong> goed moet zeggen, zon<strong>de</strong>r dat je <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d echt verbetert en daarnaast voeg je ook<br />
nieuwe <strong>in</strong>formatie toe. Door een nieuwe vraag<br />
aan <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d te stellen, kun je hem aanmoedigen<br />
om meer te vertellen, bijvoorbeeld: Hoe smaakt<br />
jouw boterham met appelstroop?<br />
Laat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren meehelpen met voorberei<strong>de</strong>n en<br />
opruimen<br />
Naarmate k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren ou<strong>de</strong>r wor<strong>de</strong>n, gaan ze <strong>de</strong><br />
activiteiten die volwassenen verrichten erg<br />
<strong>in</strong>teressant v<strong>in</strong><strong>de</strong>n. Als ze mee mogen helpen<br />
met taken als boodschappen doen, eten berei<strong>de</strong>n<br />
of schoonmaken, voelen ze zich al heel<br />
groot. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren vervullen hun taakjes met grote<br />
bedrevenheid en veel plezier. Wanneer <strong>het</strong> tijd<br />
is voor <strong>de</strong> dreumesen om een boterham te gaan
eten, kun je aan één of meer k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren vragen om<br />
jou mee te helpen. Ze kunnen bijvoorbeeld <strong>de</strong><br />
plastic bordjes op tafel zetten, meehelpen om<br />
een plakje worst op hun brood te leggen en na<br />
afl oop kunnen ze helpen met <strong>het</strong> schoonmaken<br />
van <strong>de</strong> tafel of <strong>het</strong> vegen van <strong>de</strong> vloer. Tij<strong>de</strong>ns<br />
<strong>de</strong>ze activiteiten kun je volop met hen praten. Je<br />
kunt hen vragen om jou te vertellen wat ze aan<br />
<strong>het</strong> doen zijn, en je kunt hun uit<strong>in</strong>gen aanvullen.<br />
Als een k<strong>in</strong>d bijvoorbeeld zegt: soonmake, kun<br />
je als volgt reageren: Ja, jij bent <strong>de</strong> tafel aan <strong>het</strong><br />
schoonmaken. Wat doe je dat goed! Is <strong>de</strong> tafel<br />
al bijna schoon? Kijk, daar liggen nog broodkruimels<br />
en daar ligt nog een beetje melk. Zullen we<br />
dat ook even schoonmaken? Op die manier kun<br />
je kle<strong>in</strong>e gesprekjes met <strong>de</strong> dreumesen aangaan<br />
tij<strong>de</strong>ns <strong>het</strong> werk. Moedig <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren regelmatig<br />
aan om te vertellen wat ze aan <strong>het</strong> doen zijn.<br />
6.3 Overgang tussen activiteiten<br />
Het is goed om <strong>de</strong> overgangen tussen <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
activiteiten op een k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf<br />
aan te geven met vaste rituelen. Deze vaste<br />
rituelen nemen <strong>in</strong> <strong>de</strong> praktijk meestal <strong>de</strong> vorm<br />
aan van een rijmpje of liedje. Door <strong>het</strong> rijmpje of<br />
liedje herkennen <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren direct wat er gaat<br />
gebeuren: <strong>de</strong> liedjes geven <strong>de</strong> structuur van <strong>de</strong><br />
dag aan en <strong>de</strong> herhal<strong>in</strong>g geeft jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
een gevoel van veiligheid. Daarnaast zijn <strong>de</strong><br />
rijmpjes en liedjes heel geschikt om <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>nschat<br />
van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te vergroten. De woor<strong>de</strong>n <strong>in</strong><br />
rijmpjes en liedjes wor<strong>de</strong>n vaak gekoppeld aan<br />
han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen en beweg<strong>in</strong>gen, die <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
gelijktijdig met <strong>het</strong> opzeggen of z<strong>in</strong>gen uitvoeren.<br />
De beweg<strong>in</strong>gen verdui<strong>de</strong>lijken <strong>de</strong> betekenissen<br />
van <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n, waardoor <strong>de</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>de</strong>ze betekenissen beter onthou<strong>de</strong>n.<br />
Ook bevor<strong>de</strong>ren liedjes op rijm <strong>het</strong> klankbewustzijn<br />
van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Als een k<strong>in</strong>d wordt betrokken<br />
bij <strong>de</strong> uitvoer<strong>in</strong>g van <strong>het</strong> ritueel, zal hij op <strong>de</strong>n<br />
duur <strong>het</strong> liedje zelf gaan meez<strong>in</strong>gen of uit zichzelf<br />
gaan vragen om <strong>het</strong> betreffen<strong>de</strong> rijmpje.<br />
23
24<br />
7<br />
SPEEL-LEERACTIVITEITEN<br />
Spelen heeft een gunstige <strong>in</strong>vloed op <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g<br />
van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Tij<strong>de</strong>ns <strong>het</strong> spelen maken<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren zich veel nieuwe vaardighe<strong>de</strong>n eigen.<br />
Ook voor <strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g is spelen van groot<br />
belang. We spreken daarom over ‘speel-leeractiviteiten’.<br />
Om <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van een baby of<br />
dreumes te stimuleren, is <strong>het</strong> belangrijk om zoveel<br />
mogelijk aan te sluiten bij <strong>het</strong> spontane spel<br />
van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d. Door uit te gaan van <strong>de</strong> <strong>in</strong>teresses<br />
van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d en aan te sluiten bij wat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d al<br />
kan en begrijpt, kun je hem helpen om een stapje<br />
ver<strong>de</strong>r te zetten <strong>in</strong> zijn ontwikkel<strong>in</strong>g. Samen met<br />
jou kan <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d meer leren dan alleen. In dit<br />
hoofdstuk laten we zien hoe je <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
van spelactiviteiten optimaal kunt benutten met<br />
<strong>het</strong> oog op taalstimuler<strong>in</strong>g. Hierbij zijn <strong>de</strong> <strong>in</strong>teractievaardighe<strong>de</strong>n<br />
uit hoofdstuk 5 weer van groot<br />
belang. We maken on<strong>de</strong>rscheid tussen twee<br />
soorten spel, namelijk spel op <strong>in</strong>itiatief van <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d en spel op <strong>in</strong>itiatief van <strong>de</strong> leidster.<br />
7.1 Spel op <strong>in</strong>itiatief van k<strong>in</strong>d<br />
Op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf zijn k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren vaak zelfstandig<br />
aan <strong>het</strong> spelen. Soms spelen ze alleen<br />
en soms samen met an<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Wanneer<br />
je met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren meespeelt, kun je veel kansen<br />
grijpen om hun taalontwikkel<strong>in</strong>g te stimuleren.<br />
Doordat je praat over wat <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren zelf doen<br />
of ervaren, is jouw taalaanbod zeer betekenisvol<br />
voor hen. Het is niet <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g om <strong>het</strong> spel<br />
van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren over te nemen. Kijk eerst vanaf <strong>de</strong><br />
zijlijn toe wat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren doen. Vervolgens kun je<br />
<strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> gradaties met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren meespelen.<br />
Ten eerste kun je <strong>het</strong> spel van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
volgen en verwoor<strong>de</strong>n wat ze zien, voelen,<br />
horen of doen. Je verrijkt hun spel <strong>in</strong> dat geval<br />
met taal, maar mengt je niet <strong>in</strong> <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van<br />
<strong>het</strong> spel. Je kunt ook een stapje ver<strong>de</strong>r gaan en<br />
zelf een actieve rol aannemen <strong>in</strong> <strong>het</strong> spel van <strong>de</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. In dat geval verwoord je niet alleen <strong>de</strong><br />
han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren maar ook die van<br />
jezelf. Wanneer je een rol aanneemt <strong>in</strong> <strong>het</strong> spel<br />
van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, is <strong>het</strong> belangrijk dat je hun i<strong>de</strong>eën<br />
over <strong>het</strong> spel zoveel mogelijk volgt.<br />
Individueel spel<br />
Baby’s zijn druk bezig met <strong>het</strong> ont<strong>de</strong>kken van <strong>de</strong><br />
wereld. Daarbij gebruiken ze hun hele lichaam en<br />
al hun z<strong>in</strong>tuigen: ze kijken, bewegen, grijpen,<br />
PRAKTIJKVOORBEELD<br />
Isa van 22 maan<strong>de</strong>n gaat boodschappen<br />
doen. Ze heeft een boodschappenmandje<br />
vast en legt daar allemaal spulletjes<br />
<strong>in</strong>. Leidster Samantha speelt met haar<br />
mee. Wat ga je kopen, Isa? Isa pakt een<br />
plastic banaan, en zegt: Naan. Samantha<br />
reageert: Dat is een goed i<strong>de</strong>e! Je koopt<br />
een lekkere banaan. Leg hem maar <strong>in</strong> je<br />
mandje. Isa reikt naar een plastic wortel,<br />
en zegt: Die! Samantha helpt haar benoemen:<br />
Jij koopt ook een wortel! V<strong>in</strong>d je<br />
wortels lekker, Isa? Isa knikt ja en loopt<br />
ver<strong>de</strong>r, op zoek naar an<strong>de</strong>re d<strong>in</strong>gen voor <strong>in</strong><br />
haar mandje.<br />
voelen, ruiken, proeven en maken gelui<strong>de</strong>n.<br />
Wanneer je ziet dat een baby iets aan <strong>het</strong> ‘ont<strong>de</strong>kken’<br />
is, kun je erbij gaan zitten en verwoor<strong>de</strong>n<br />
wat hij ziet en doet. Stoor <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d niet<br />
meteen <strong>in</strong> zijn spel: ga eerst rustig bij hem zitten<br />
en beg<strong>in</strong> pas na een tijdje te praten. Wanneer<br />
je bijvoorbeeld ziet dat een baby zijn handjes<br />
on<strong>de</strong>rzoekt, kun je zeggen: Ja, dat zijn jouw<br />
handjes. Ga je zwaaien met je handjes? Of wanneer<br />
een baby met zijn handje tegen een belletje<br />
van <strong>de</strong> babygym slaat: Oh, wat maak jij een mooi<br />
geluidje, Suze! Je slaat met je handje tegen <strong>het</strong><br />
belletje. Het belletje r<strong>in</strong>kelt! Dat is een mooi<br />
geluidje, hè?<br />
Wanneer k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren gaan kruipen en lopen, breidt<br />
hun wereld zich steeds ver<strong>de</strong>r uit. Er zijn nu nog<br />
meer nieuwe d<strong>in</strong>gen die ze kunnen on<strong>de</strong>rzoeken!<br />
Behalve beweg<strong>in</strong>gsspel, gaan k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren ook<br />
constructiespel, fantasiespel of rollenspel doen.<br />
Bij constructiespel spelen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren met constructiematerialen<br />
en heeft <strong>het</strong> spel meestal een<br />
bepaald doel, zoals <strong>het</strong> bouwen van een toren.<br />
Bij fantasiespel spelen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren een zelfbedacht<br />
verhaal. Een rollenspel heeft vaak betrekk<strong>in</strong>g op<br />
<strong>de</strong> grotemensenwereld. Ook bij <strong>de</strong>ze spelvormen<br />
kun je met <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d meespelen door toe te kijken<br />
en te verwoor<strong>de</strong>n wat hij doet. Daarnaast kun<br />
je weer actief meespelen. Daarbij kun je nu ook<br />
kle<strong>in</strong>e gesprekjes met <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d aangaan. Je kunt<br />
een k<strong>in</strong>d laten vertellen wat hij aan <strong>het</strong> doen is<br />
of aan hem vragen wat jij moet doen <strong>in</strong> zijn spel.<br />
Het is belangrijk dat je goe<strong>de</strong> feedback geeft op
<strong>het</strong> taalgebruik van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d. Verwoord zijn uit<strong>in</strong>gen<br />
tot goe<strong>de</strong> z<strong>in</strong>nen en voeg er nieuwe woor<strong>de</strong>n<br />
aan toe. Omdat <strong>het</strong> spel ontstaat op <strong>in</strong>itiatief van<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d en voortkomt uit zijn eigen <strong>in</strong>teresse, is<br />
<strong>de</strong> situatie zeer betekenisvol voor hem.<br />
Samenspel<br />
Al vanaf jonge leeftijd v<strong>in</strong><strong>de</strong>n er <strong>in</strong>teracties<br />
plaats tussen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren on<strong>de</strong>rl<strong>in</strong>g. Bij baby’s<br />
bestaan die nog voornamelijk uit imitaties.<br />
Naarmate k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren ou<strong>de</strong>r wor<strong>de</strong>n, ontwikkelen<br />
hun <strong>in</strong>teracties zich van imitatie tot samenspel.<br />
Echt samenspel is pas mogelijk wanneer k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
ongeveer 2 jaar oud zijn. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van <strong>de</strong>ze<br />
leeftijd hebben echter nog geen vooropgezet<br />
plan voor <strong>het</strong> samen spelen. Ze bespreken geen<br />
verhaallijnen of rollen voordat ze gaan spelen.<br />
Ze ontwikkelen <strong>de</strong> verhaallijn – en vaak meer<strong>de</strong>re<br />
tegelijkertijd – tij<strong>de</strong>ns hun spel. Dat betekent<br />
dat ze tij<strong>de</strong>ns <strong>het</strong> spel vaak moeten on<strong>de</strong>rhan<strong>de</strong>len<br />
over <strong>de</strong> verhaallijn en over <strong>de</strong> rol die elk k<strong>in</strong>d<br />
daar<strong>in</strong> heeft. Samenspelen kan dus nog best<br />
moeilijk zijn voor jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren.<br />
Je kunt k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren helpen om samen te spelen door<br />
met hen mee te spelen <strong>in</strong> een on<strong>de</strong>rgeschikte<br />
rol. Terwijl je meespeelt, kun je k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren helpen<br />
om nieuwe vaardighe<strong>de</strong>n te leren, zoals om <strong>de</strong><br />
beurt iets doen of elkaar iets vragen. Ook kun je<br />
<strong>het</strong> spel van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren verrijken door bijvoorbeeld<br />
een suggestie te doen voor een spannen<strong>de</strong><br />
gebeurtenis of door een bepaald voorwerp <strong>in</strong> te<br />
brengen dat <strong>het</strong> verhaal on<strong>de</strong>rsteunt. Daarnaast<br />
verrijk je <strong>het</strong> spel met taal door <strong>de</strong> han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen<br />
van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren en van jezelf te verwoor<strong>de</strong>n en<br />
door gesprekjes met <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren aan te gaan.<br />
Spelen met ‘echte’ voorwerpen<br />
Een baby is druk bezig om zijn wereld en alles<br />
wat daarbij hoort te verkennen. Vanaf zes maan<strong>de</strong>n<br />
hebben k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren steeds meer <strong>in</strong>teresse voor<br />
speelgoed, hoewel een baby er nog niet veel<br />
meer mee doet dan zwaaien en on<strong>de</strong>rzoeken.<br />
Elk speeltje dat <strong>de</strong> baby <strong>in</strong> han<strong>de</strong>n krijgt, zal<br />
hij bekijken, betasten en <strong>in</strong> zijn mond stoppen,<br />
om <strong>het</strong> vervolgens te laten vallen en op zoek<br />
te gaan naar iets nieuws. Wanneer een baby<br />
ongeveer 9 maan<strong>de</strong>n oud is, wil hij alles graag<br />
nadoen. Jouw ‘speeltjes’ zullen hem dan steeds<br />
meer gaan boeien. Hij v<strong>in</strong>dt <strong>het</strong> erg <strong>in</strong>teressant<br />
om <strong>het</strong> ‘speelgoed’ van volwassenen, gebruiks-<br />
voorwerpen dus, te on<strong>de</strong>rzoeken. Je kunt hierop<br />
<strong>in</strong>spelen door jouw ‘speelgoed’ samen met <strong>de</strong><br />
baby te bekijken, bijvoorbeeld een borsteltje dat<br />
je gebruikt om zijn haar mee te kammen. Laat <strong>de</strong><br />
baby <strong>het</strong> borsteltje on<strong>de</strong>rzoeken en vertel aan<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d wat <strong>het</strong> is en wat je ermee kunt doen.<br />
In <strong>het</strong> algemeen zijn k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijven of<br />
peuterspeelzalen <strong>in</strong>gericht met veel speelgoed<br />
en materialen die we<strong>in</strong>ig met <strong>de</strong> ‘echte’ wereld<br />
te maken hebben. Dit kan grote voor<strong>de</strong>len hebben,<br />
omdat hiermee <strong>in</strong>gespeeld wordt op <strong>de</strong><br />
behoeftes van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Een na<strong>de</strong>el is dat er<br />
we<strong>in</strong>ig aandacht is voor <strong>de</strong> wereld van buiten<br />
<strong>het</strong> dagverblijf, en k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren op <strong>de</strong>ze manier<br />
niet <strong>in</strong> aanrak<strong>in</strong>g komen met betekenisvolle<br />
situaties. In <strong>de</strong> thuissituatie is dit heel an<strong>de</strong>rs.<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren zien hun ou<strong>de</strong>rs koken, opruimen,<br />
stofzuigen, boodschappen doen, of <strong>in</strong> <strong>de</strong> tu<strong>in</strong><br />
bla<strong>de</strong>ren bij elkaar harken. Ze gaan mee naar<br />
<strong>de</strong> supermarkt, of mogen helpen <strong>de</strong> plantjes<br />
water te geven. Ook <strong>in</strong> <strong>het</strong> dagverblijf kun je<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren situaties bie<strong>de</strong>n die aansluiten op<br />
hun eigen belev<strong>in</strong>gswereld. Als <strong>de</strong> situaties<br />
voor <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren herkenbaar zijn omdat ze dit<br />
thuis ook zien, stimuleert dit hun taalontwikkel<strong>in</strong>g.<br />
Je kunt een k<strong>in</strong>d bijvoorbeeld laten ‘helpen’<br />
om washandjes netjes op een stapeltje te<br />
leggen en daar met hem over praten. Thuis<br />
wordt er door <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs immers ook was opgevouwen.<br />
Het k<strong>in</strong>d leert zo <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n veel<br />
makkelijker onthou<strong>de</strong>n. Natuurlijk kan <strong>de</strong>ze<br />
situatie ook nagebootst wor<strong>de</strong>n met poppenkleertjes.<br />
Neem ook geregeld ‘echte’ voorwerpen van<br />
thuis mee naar <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf, zoals een<br />
afwasborstel, een ou<strong>de</strong> portemonnee, wasknijpers<br />
of een ovenwant. Deze voorwerpen zijn zeer<br />
<strong>in</strong>teressant voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren en bie<strong>de</strong>n daarom<br />
veel mogelijkhe<strong>de</strong>n voor spel en gesprekjes.<br />
Wanneer je met <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren meespeelt, kun je<br />
zorgen voor een betekenisvol taalaanbod. Houd<br />
er wel reken<strong>in</strong>g mee dat een baby alles <strong>in</strong> zijn<br />
mond stopt om te on<strong>de</strong>rzoeken. Als je een baby<br />
met betekenisvolle materialen wilt laten spelen,<br />
wordt er dus een extra beroep op je verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n<br />
gedaan. Controleer onschuldig<br />
uitzien<strong>de</strong> voorwerpen altijd op scherpe randjes<br />
of kle<strong>in</strong>e on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len.<br />
25
26<br />
7.2 Spel op <strong>in</strong>itiatief van leidster<br />
Behalve spelactiviteiten die op <strong>in</strong>itiatief van <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n, kun je ook zelf <strong>het</strong> <strong>in</strong>itiatief<br />
nemen om k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>in</strong> speel-leeractiviteiten te<br />
betrekken. In dat geval creëer je kansen om <strong>de</strong><br />
taalontwikkel<strong>in</strong>g van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te stimuleren.<br />
Aandachtspunten<br />
Om <strong>het</strong> spel tot een succesvolle leeractiviteit te<br />
maken, zijn <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> aandachtspunten van<br />
belang.<br />
Houd reken<strong>in</strong>g met <strong>de</strong> stemm<strong>in</strong>g van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
Pas <strong>het</strong> soort spelletje aan <strong>de</strong> stemm<strong>in</strong>g van <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d aan. Net als ie<strong>de</strong>reen kan een k<strong>in</strong>d sommige<br />
spelletjes niet op ie<strong>de</strong>r moment van <strong>de</strong> dag<br />
waar<strong>de</strong>ren. Als hij zich lekker voelt en wakker<br />
is, v<strong>in</strong>dt hij een wat wil<strong>de</strong>r spelletje wel leuk,<br />
maar als hij moe is kan ditzelf<strong>de</strong> spelletje hem<br />
van streek maken. Een k<strong>in</strong>d dat al kan praten,<br />
zal zelf aangegeven wanneer hij geen z<strong>in</strong> heeft <strong>in</strong><br />
een spelletje. Bij een baby moet je proberen om<br />
zijn stemm<strong>in</strong>g aan te voelen door goed naar zijn<br />
gedrag te kijken.<br />
Stem <strong>het</strong> tempo af op <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
Laat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d <strong>het</strong> tempo bepalen wanneer je een<br />
spelletje met hem speelt. Geef <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d <strong>de</strong> tijd<br />
om te reageren. Als je tegen <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d praat en<br />
slechts vijf secon<strong>de</strong>n wacht tot hij iets terugzegt<br />
en dan zelf maar antwoord geeft, heb je zijn beurt<br />
overgeslagen. Het kan soms wel vijftien secon<strong>de</strong>n<br />
duren voordat hij <strong>de</strong> klank heeft gevon<strong>de</strong>n om te<br />
antwoor<strong>de</strong>n. Ditzelf<strong>de</strong> geldt voor acties van <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d: als je bijvoorbeeld een speeltje voorhoudt,<br />
wacht dan rustig af totdat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zijn hand <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
richt<strong>in</strong>g van <strong>het</strong> speeltje beweegt.<br />
Speli<strong>de</strong>eën<br />
Er bestaan veel boeken waar<strong>in</strong> speel-leeractiviteiten<br />
wor<strong>de</strong>n beschreven voor baby’s en dreumesen.<br />
We werken hieron<strong>de</strong>r slechts enkele<br />
activiteiten uit om te laten zien hoe je door mid<strong>de</strong>l<br />
van spel <strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
kunt stimuleren. Uiteraard kun je zelf variaties<br />
aanbrengen <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze activiteiten en zijn er tal van<br />
an<strong>de</strong>re spelletjes te be<strong>de</strong>nken. Bij baby’s zullen<br />
<strong>de</strong> speel-leeractiviteiten vaak <strong>in</strong> een één-op-één<br />
situatie plaatsv<strong>in</strong><strong>de</strong>n; bij ou<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren kan<br />
dit soms ook met kle<strong>in</strong>e groepjes.<br />
Spelletjes met lichaamscontact<br />
Baby’s van drie tot zes maan<strong>de</strong>n v<strong>in</strong><strong>de</strong>n spelletjes<br />
met lichaamscontact erg leuk. Pak bijvoorbeeld<br />
<strong>de</strong> voetjes van <strong>de</strong> baby vast en ga dan kietelend<br />
met je v<strong>in</strong>gers van on<strong>de</strong>r naar boven over zijn<br />
hele lijfje en weer terug. Je kunt daarbij zeggen<br />
wat je doet: Hier zijn je voetjes. Nu ga ik naar je<br />
buikje, naar je nekje en naar je neusje! Of beweeg<br />
<strong>de</strong> beentjes langzaam op en neer <strong>in</strong> een soort van<br />
fi etsbeweg<strong>in</strong>g wanneer <strong>de</strong> baby op zijn rug ligt en<br />
z<strong>in</strong>g daarbij een liedje. Je kunt ook verschillen<strong>de</strong><br />
lichaams<strong>de</strong>len van <strong>de</strong> baby aanraken of vastpakken<br />
en daarbij vertellen hoe ze <strong>het</strong>en. Bijvoorbeeld:<br />
Dit is <strong>de</strong> neus van Zahra, dit zijn <strong>de</strong> voeten<br />
van Zahra. Je kunt dit spelletje uitbrei<strong>de</strong>n door<br />
<strong>de</strong> baby <strong>de</strong>len van je eigen gezicht aan te laten<br />
raken en <strong>de</strong>ze op <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> manier te benoemen.<br />
Dus: Dat is <strong>de</strong> mond van Evelien, dat zijn <strong>de</strong> oren<br />
van Evelien.<br />
Door benoemspelletjes met een baby te doen,<br />
bevor<strong>de</strong>r je <strong>het</strong> bewustzijn van <strong>de</strong> eigen naam en<br />
<strong>het</strong> eigen lichaam bij <strong>de</strong> baby. Door nadat je iets<br />
doet of zegt even te wachten op <strong>de</strong> reactie van <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d, stimuleer je bij <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d ook <strong>het</strong> pr<strong>in</strong>cipe van<br />
‘om <strong>de</strong> beurt iets doen’. Dit pr<strong>in</strong>cipe vormt een belangrijke<br />
basis voor <strong>het</strong> communiceren. Naarmate<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren ou<strong>de</strong>r wor<strong>de</strong>n, kun je hen ook aanmoedigen<br />
om <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n na te zeggen.<br />
Kleuren<br />
Jonge baby’s zijn gefasc<strong>in</strong>eerd door felle kleuren.<br />
Je kunt <strong>de</strong> baby een felgekleurd sokje aantrekken<br />
(dit kan ook om zijn handje) en zijn voetje of<br />
handje bewegen. Als <strong>de</strong> baby <strong>de</strong> kleur ont<strong>de</strong>kt,<br />
zul je een opgewon<strong>de</strong>n reactie zien. Hij zal naar<br />
zijn voetje of handje grijpen en geluidjes maken.<br />
Je kunt met <strong>de</strong> baby een ‘gesprekje’ aangaan over<br />
zijn ont<strong>de</strong>kk<strong>in</strong>g. Daarbij benoem je waarnaar <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d kijkt en <strong>de</strong> kleuren die hij ziet.<br />
Kiekeboe<br />
Baby’s vanaf zes maan<strong>de</strong>n zijn dol op kiekeboespelletjes.<br />
Je kunt je han<strong>de</strong>n, of bijvoorbeeld een<br />
knuffel, voor je gezicht hou<strong>de</strong>n en weer weghalen<br />
met een luid Kiekeboe! Dit veroorzaakt veel plezier<br />
bij <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d. Let goed op hoe <strong>de</strong> baby op jou<br />
reageert. Als je merkt dat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d enthousiast is<br />
over een bepaal<strong>de</strong> han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g, herhaal je die. Het<br />
k<strong>in</strong>d leert zo dat jij reageert op zijn gedrag. Ook <strong>de</strong><br />
baby zelf kan ‘verdwijnen’ bij <strong>het</strong> kiekeboe spelen,
ijvoorbeeld door een doekje over zijn gezicht<br />
te leggen. Vertel eerst wat je gaat doen zodat <strong>de</strong><br />
baby niet schrikt. Je kunt hier veel bij vertellen:<br />
Waar was je nou? Ik zag je niet meer! Ben je nu<br />
weer weg? Oh gelukkig, daar is Sep weer!<br />
Ook ou<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>het</strong> erg leuk om<br />
kiekeboe-spelletjes te doen. Je kunt nu ook voorwerpen<br />
laten verdwijnen en die benoemen. Bijvoorbeeld:<br />
Waar is <strong>het</strong> hondje nou? Zit <strong>het</strong> hondje<br />
on<strong>de</strong>r <strong>het</strong> <strong>de</strong>kentje? O kijk, daar is <strong>het</strong> hondje<br />
weer! Ook kun je zelf even uit <strong>het</strong> zicht verdwijnen,<br />
bijvoorbeeld met je hoofd on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> tafel, en<br />
dan tevoorschijn komen terwijl je zegt: Kijk, daar<br />
ben ik weer! K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren v<strong>in</strong><strong>de</strong>n kiekeboe spelen<br />
vooral leuk als <strong>het</strong> e<strong>in</strong><strong>de</strong>loos herhaald wordt. Vertel<br />
er steeds iets bij als je weer verschijnt, zoals:<br />
Waar was ik nou? Was ik on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> tafel? Of als je<br />
een doek over je hoofd had: Daar ben ik weer.<br />
Nu is <strong>de</strong> doek weer weg.<br />
Na-apen<br />
Vanaf zes maan<strong>de</strong>n hebben k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren al veel<br />
<strong>in</strong>teresse <strong>in</strong> na-aapspelletjes. Ze hebben er veel<br />
plezier <strong>in</strong> als jij hun geluidjes of gebaren nadoet.<br />
Vanaf negen maan<strong>de</strong>n zijn k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren ook <strong>in</strong> staat<br />
om jou na te doen. Je kunt nu bewust een gebaar<br />
of geluid maken en wachten tot <strong>de</strong> baby jou<br />
imiteert. Klap bijvoorbeeld <strong>in</strong> je han<strong>de</strong>n, leg een<br />
hand op je hoofd, knipper met je ogen, steek je<br />
tong uit of maak een bepaald geluidje. Het k<strong>in</strong>d<br />
heeft er grote lol <strong>in</strong> om jou na te doen. Praat met<br />
<strong>de</strong> baby over wat je doet: Kijk, ik steek mijn tong<br />
uit. Ga jij ook je tongetje uitsteken? Of: Maak<br />
jij ook geluidjes? Gelei<strong>de</strong>lijk aan zal <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
ook op eigen <strong>in</strong>itiatief bepaal<strong>de</strong> gebaren of<br />
gelui<strong>de</strong>n maken, die jij dan weer kunt nadoen.<br />
Door mid<strong>de</strong>l van <strong>het</strong> voordoen en nadoen,<br />
bevor<strong>de</strong>r je <strong>het</strong> communicatiepr<strong>in</strong>cipe van<br />
‘om <strong>de</strong> beurt iets doen’.<br />
Je kunt ook speelgoed gebruiken bij <strong>het</strong> na-aapspelletje.<br />
Stapel bijvoorbeeld blokken op elkaar<br />
of doe een <strong>de</strong>ksel open en dicht. Ook speelgoed<br />
met gelui<strong>de</strong>n doet <strong>het</strong> goed, zoals een toetsenbord<br />
met dierengelui<strong>de</strong>n. Druk op een knop<br />
en laat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d jou nadoen. Daarbij kun je <strong>het</strong><br />
geluid dat uit <strong>het</strong> apparaat komt, herhalen en<br />
benoemen: Miauw! Wat is dat? Miauw! Dat is<br />
een poes! Natuurlijk kun je ook een eenvoudige<br />
rammelaar gebruiken. Maak geluid met <strong>de</strong> ram-<br />
melaar en geef hem vervolgens aan <strong>de</strong> baby.<br />
Wanneer <strong>de</strong> baby ont<strong>de</strong>kt waar <strong>het</strong> geluid vandaan<br />
komt, zal hij zelf ook proberen om geluidjes<br />
te maken. Daarbij verwoord je weer wat <strong>de</strong> baby<br />
doet en hoort.<br />
Samen kijken<br />
Ga met <strong>de</strong> baby voor <strong>het</strong> raam staan en wijs<br />
d<strong>in</strong>gen aan die buiten gebeuren. Vertel over wat<br />
je ziet, bijvoorbeeld: Kijk, <strong>de</strong> k<strong>in</strong>djes spelen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
zandbak. Of: Daar loopt een poes. Let op of <strong>de</strong><br />
baby ook echt je v<strong>in</strong>ger volgt en kijkt naar wat er<br />
wordt aangewezen. Let goed op wat <strong>de</strong> aandacht<br />
van <strong>de</strong> baby trekt, en ga juist daar over praten. In<br />
plaats van naar buiten kijken, kun je ook samen<br />
met <strong>de</strong> baby kijken naar wat er <strong>in</strong> <strong>de</strong> groep gebeurt:<br />
Kijk, Kadir en Mira spelen met <strong>de</strong> blokken.<br />
Waar is <strong>het</strong>?<br />
Vanaf ongeveer negen maan<strong>de</strong>n gaan k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
beseffen dat d<strong>in</strong>gen blijven bestaan als we ze<br />
niet zien. Wanneer je een blokje bijvoorbeeld<br />
af<strong>de</strong>kt met een <strong>de</strong>kentje, ziet <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d <strong>het</strong> blokje<br />
niet meer, maar hij weet dat <strong>het</strong> er nog wel is.<br />
Wanneer een k<strong>in</strong>d dit <strong>in</strong>zicht heeft verworven,<br />
kun je leuke verdwijnspelletjes met hem spelen,<br />
die erg geschikt zijn om gesprekjes met <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
uit te lokken. Be<strong>de</strong>k een voorwerp – bijvoorbeeld<br />
een lepeltje – met je hand en verwij<strong>de</strong>r <strong>het</strong> dan<br />
stiekem als <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d niet kijkt. Vraag dan: Waar<br />
is <strong>het</strong> lepeltje? Het k<strong>in</strong>d zal gauw naar jouw<br />
hand grijpen om <strong>het</strong> lepeltje te pakken en zal<br />
heel verrast reageren als hij ziet dat <strong>het</strong> lepeltje<br />
verdwenen is. Dit geeft veel mogelijkhe<strong>de</strong>n voor<br />
<strong>het</strong> aanbie<strong>de</strong>n van taal. Je kunt bijvoorbeeld<br />
vragen: Waar is <strong>het</strong> lepeltje gebleven? Zullen we<br />
<strong>het</strong> samen gaan zoeken? Ligt <strong>de</strong> lepel misschien<br />
on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> tafel?<br />
Voelen<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren on<strong>de</strong>rzoeken <strong>de</strong> wereld met al hun<br />
z<strong>in</strong>tuigen. Ook voelen is daarbij een belangrijk<br />
mid<strong>de</strong>l. Maak een strook over <strong>de</strong> vloer van<br />
verschillen<strong>de</strong> materialen. Plak bijvoorbeeld een<br />
stuk bolletjesplastic, een stuk vloerbe<strong>de</strong>kk<strong>in</strong>g,<br />
een stuk glad karton en een pluche kleedje<br />
achter elkaar op <strong>de</strong> grond. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren kunnen <strong>de</strong><br />
materialen voelen door eroverheen te kruipen<br />
of met hun handjes te voelen. Je kunt met hen<br />
praten over wat ze voelen. Daarbij kun je woor<strong>de</strong>n<br />
gebruiken als zacht, glad en hard. In <strong>het</strong><br />
27
28<br />
geval van <strong>het</strong> bolletjesplastic kun je ook over <strong>de</strong><br />
geluidjes praten die ontstaan als <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren op<br />
<strong>de</strong> bolletjes drukken. Natuurlijk kun je k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
ook gewoon je zachte trui laten voelen of met<br />
hen praten over <strong>het</strong> natte washandje of <strong>de</strong><br />
kou<strong>de</strong> of warme melk.<br />
Vliegtuig<br />
Met dit spelletje kun je <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d bewust maken<br />
van <strong>de</strong> ruimtelijke begrippen ‘boven’ en ‘bene<strong>de</strong>n’.<br />
Til <strong>de</strong> baby on<strong>de</strong>r zijn oksels op, ter hoogte<br />
van je gezicht, terwijl je lief tegen hem praat.<br />
Vertel <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d dat jullie samen gaan vliegen.<br />
Breng <strong>de</strong> baby boven je hoofd terwijl je zegt:<br />
Het vliegtuig gaat naar boo-oo-ven. Daarna laat<br />
je <strong>de</strong> baby weer zakken (zo laag mogelijk) en<br />
zeg je: En nu gaat <strong>het</strong> vliegtuig weer naar beneeee-<strong>de</strong>n.<br />
Dit herhaal je een aantal keren.<br />
Om te e<strong>in</strong>digen zou je een grapje uit kunnen<br />
halen. Zeg bijvoorbeeld dat <strong>het</strong> vliegtuig kapot is<br />
(Oh–oh, <strong>het</strong> vliegtuig is stuk!) en kietel <strong>de</strong> baby<br />
door met je neus tegen zijn buik aan te wrijven.<br />
Liedjes en rijmpjes<br />
Rijmpjes en liedjes zijn zeer geschikt om <strong>de</strong><br />
woor<strong>de</strong>nschat van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te vergroten en<br />
te verdiepen. Je kunt <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> rijmpjes<br />
en liedjes koppelen aan han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen en beweg<strong>in</strong>gen,<br />
die <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren gelijktijdig met <strong>het</strong><br />
opzeggen of z<strong>in</strong>gen uitvoeren. De beweg<strong>in</strong>gen<br />
verdui<strong>de</strong>lijken <strong>de</strong> betekenis van <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong><br />
woor<strong>de</strong>n, waardoor <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>de</strong>ze betekenis<br />
beter onthou<strong>de</strong>n. Ook kun je concrete voorwerpen<br />
gebruiken om woor<strong>de</strong>n uit versjes te<br />
verdui<strong>de</strong>lijken.<br />
De meeste k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren v<strong>in</strong><strong>de</strong>n z<strong>in</strong>gen een plezierige<br />
activiteit. Ook jonge baby’s v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>het</strong> fi jn als<br />
er een liedje voor hen wordt gezongen, bijvoorbeeld<br />
een wiegeliedje voor <strong>het</strong> slapen gaan.<br />
Bij heel jonge baby’s kun je <strong>het</strong> beste steeds<br />
<strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> liedjes z<strong>in</strong>gen. De herkenn<strong>in</strong>g die dat<br />
oplevert, geeft hen een gevoel van veiligheid.<br />
Naarmate k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren ou<strong>de</strong>r wor<strong>de</strong>n, kun je steeds<br />
meer nieuwe liedjes toevoegen. Maak tij<strong>de</strong>ns<br />
<strong>het</strong> z<strong>in</strong>gen <strong>de</strong> gebaren die <strong>in</strong> <strong>het</strong> liedje voorkomen,<br />
bijvoorbeeld <strong>in</strong> <strong>de</strong> han<strong>de</strong>n klappen. Hierdoor<br />
leert <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d een koppel<strong>in</strong>g maken tussen<br />
<strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>het</strong> versje en <strong>de</strong> beweg<strong>in</strong>gen die<br />
erbij horen. De baby gaat <strong>de</strong>ze gebaren gelei<strong>de</strong>lijk<br />
aan herkennen en zal ze proberen na te doen.<br />
PRAKTIJKVOORBEELD<br />
Alle k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren uit <strong>de</strong> groep zitten aan tafel<br />
voor <strong>het</strong> fruithapje. Leidster Juliëtte gaat<br />
eerst liedjes met <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren z<strong>in</strong>gen,<br />
waaron<strong>de</strong>r <strong>het</strong> volgen<strong>de</strong> liedje:<br />
Ze kunnen zeggen wat ze willen, maar <strong>de</strong><br />
olifant heeft <strong>de</strong> allerdikste billen van <strong>het</strong><br />
hele land. En <strong>de</strong> giraf heeft <strong>de</strong> allerlangste<br />
nek, nek, nek. En <strong>het</strong> nijlpaard heeft <strong>de</strong><br />
allergrootste bek, bek, bek.<br />
Juliëtte heeft een plaat bij <strong>het</strong> liedje gemaakt<br />
met drie grote gekleur<strong>de</strong> stickers:<br />
één van een olifant, één van een giraf en<br />
één van een nijlpaard. De k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren kijken<br />
geïnteresseerd naar <strong>de</strong> afbeeld<strong>in</strong>gen.<br />
Sommige dreumesen beg<strong>in</strong>nen te wijzen<br />
en te roepen: Olifant! Ja, goed zo!, zegt<br />
Juliëtte. Ze wijst <strong>de</strong> olifant aan en zegt:<br />
Dit is <strong>de</strong> …? en laat <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren aanvullen:<br />
Olifant! Dat is <strong>de</strong>…? Giraf! En dit is<br />
<strong>het</strong>…? Nijlpaard! Jullie weten vast wel<br />
welk liedje daarbij hoort? Tij<strong>de</strong>ns <strong>het</strong><br />
z<strong>in</strong>gen van <strong>het</strong> liedje wijst Juliëtte naar<br />
<strong>de</strong> dikke billen van <strong>de</strong> olifant, <strong>de</strong> lange<br />
nek van <strong>de</strong> giraf en <strong>de</strong> grote bek van <strong>het</strong><br />
nijlpaard. Na afl oop van <strong>het</strong> z<strong>in</strong>gen zijn<br />
<strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren nog zeer geboeid door <strong>de</strong> afbeeld<strong>in</strong>gen<br />
van <strong>de</strong> dieren. Leidster Juliëtte<br />
praat met hen over <strong>de</strong> plaatjes en helpt <strong>de</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren om <strong>de</strong> dieren en hun lichaams<strong>de</strong>len<br />
te benoemen.<br />
Ver<strong>de</strong>r kun je ook voorwerpen gebruiken bij <strong>het</strong><br />
z<strong>in</strong>gen van een liedje, zodat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n<br />
uit <strong>het</strong> liedje leert.<br />
Baby’s v<strong>in</strong><strong>de</strong>n vooral liedjes leuk waarbij ze iets<br />
kunnen doen en ont<strong>de</strong>kken, bijvoorbeeld klappen<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> handjes of op <strong>de</strong> tafel slaan. Dreumesen<br />
v<strong>in</strong><strong>de</strong>n vooral herhal<strong>in</strong>g leuk. Dreumesen<br />
kunnen ook al kiezen welk liedje zij willen<br />
z<strong>in</strong>gen. Maak hiervoor kaarten waarop een<br />
afbeeld<strong>in</strong>g staat van <strong>het</strong> liedje, bijvoorbeeld een<br />
afbeeld<strong>in</strong>g (<strong>in</strong> kleur) van een eendje bij <strong>het</strong> liedje<br />
‘Alle eendjes zwemmen <strong>in</strong> <strong>het</strong> water’, of een pad<strong>de</strong>nstoel<br />
bij ‘Op een grote pad<strong>de</strong>nstoel’. Steeds<br />
als je <strong>het</strong> liedje z<strong>in</strong>gt, neem je <strong>de</strong> afbeeld<strong>in</strong>g er-
ij. Als <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d <strong>het</strong> liedje een aantal keren heeft<br />
gehoord, zal hij <strong>de</strong> verb<strong>in</strong>d<strong>in</strong>g leggen tussen<br />
<strong>de</strong> kaart en <strong>het</strong> liedje. Je kunt nu aan <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
vragen welk liedje jullie zullen gaan z<strong>in</strong>gen, en je<br />
laat hem kiezen tussen twee kaarten. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
kunnen zo al ‘lezen’ welk liedje ze graag willen<br />
z<strong>in</strong>gen. Je kunt ook plaatjes zoeken van dieren<br />
of voorwerpen die <strong>in</strong> een bepaald liedje voorkomen,<br />
zodat je ernaar kunt wijzen tij<strong>de</strong>ns <strong>het</strong><br />
z<strong>in</strong>gen van dat liedje. Dit zorgt ervoor dat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
<strong>de</strong> betekenissen van <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>n goed leren.<br />
Ditzelf<strong>de</strong> kun je natuurlijk ook met behulp van<br />
voorwerpen doen. Liedjes voor dreumesen zijn<br />
zeer geschikt om <strong>in</strong> groepsverband te z<strong>in</strong>gen.<br />
In <strong>de</strong> spiegel kijken<br />
Samen <strong>in</strong> <strong>de</strong> spiegel kijken is een leuke activiteit<br />
om gesprekjes uit te lokken met k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Een<br />
jonge baby weet niet dat hij zichzelf ziet, maar<br />
<strong>de</strong>nkt dat hij naar een an<strong>de</strong>r k<strong>in</strong>d kijkt. Een baby<br />
v<strong>in</strong>dt <strong>het</strong> erg leuk om naar an<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren te<br />
kijken en om hun beweg<strong>in</strong>gen na te doen. Hij zal<br />
naar zijn spiegelbeeld wijzen en grijpen en zal<br />
vanzelf gaan praten tegen dat ‘an<strong>de</strong>re k<strong>in</strong>dje’.<br />
Praat met <strong>de</strong> baby, en vertel wat je ziet: Zullen<br />
wij naar <strong>het</strong> k<strong>in</strong>dje zwaaien? Kijk, <strong>het</strong> k<strong>in</strong>dje<br />
zwaait ook! Wijs <strong>de</strong> baby aan <strong>in</strong> <strong>de</strong> spiegel en<br />
vraag hem wie dat is. Je kunt ook zijn haartjes<br />
borstelen terwijl je voor <strong>de</strong> spiegel staat. Wijs<br />
ook jezelf een keer aan, en praat erover.<br />
Je kunt <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d verrassen door een voorwerp,<br />
bijvoorbeeld een knuffel of een handpop achter<br />
je rug te verstoppen, en <strong>de</strong>ze dan tevoorschijn te<br />
halen zodat <strong>de</strong> baby <strong>het</strong> voorwerp <strong>in</strong> <strong>de</strong> spiegel<br />
kan zien. Vanaf tien maan<strong>de</strong>n zal <strong>de</strong> baby proberen<br />
bewegen<strong>de</strong> voorwerpen die hij alleen <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
spiegel ziet te pakken. Je kunt ook meer k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
voor een spiegel zetten, bijvoorbeeld <strong>in</strong> een<br />
wipstoeltje. Als één k<strong>in</strong>d beg<strong>in</strong>t te brabbelen of<br />
geluidjes maakt, zal <strong>de</strong> rest mee gaan doen.<br />
Vanaf ongeveer vijftien tot achttien maan<strong>de</strong>n<br />
leert <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d ont<strong>de</strong>kken dat hij <strong>het</strong> zelf is, die hij<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> spiegel ziet. Om erachter te komen of hij<br />
dit al weet, kun je ongemerkt met kleurkrijt een<br />
ro<strong>de</strong> stip op zijn neus maken. Als <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d naar<br />
zijn eigen neus grijpt, heeft hij <strong>in</strong> <strong>de</strong> gaten dat hij<br />
naar zichzelf kijkt. Praat met <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d over wat<br />
hij ziet. In plaats van een stip op zijn neus kun je<br />
ook een gekke muts op zijn hoofd zetten.<br />
29
30<br />
8<br />
BOEKJES<br />
Ook voor <strong>de</strong> kle<strong>in</strong>tjes van nul tot twee jaar zijn er<br />
al boekjes. Hoewel voorlezen <strong>in</strong> <strong>de</strong> traditionele<br />
betekenis van <strong>het</strong> woord met <strong>de</strong> jongste baby’s<br />
nog niet mogelijk is, kun je toch ook met hen<br />
al op <strong>in</strong>teractieve wijze met boekjes bezig zijn.<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren maken een ontwikkel<strong>in</strong>g door <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
wijze waarop ze met boekjes omgaan. Die hangt<br />
samen met <strong>de</strong> ontwikkel<strong>in</strong>g van hun waarnem<strong>in</strong>g,<br />
hun motorische ontwikkel<strong>in</strong>g, hun cognitieve<br />
ontwikkel<strong>in</strong>g en hun taalontwikkel<strong>in</strong>g. In dit<br />
hoofdstuk beste<strong>de</strong>n we aandacht aan <strong>de</strong> wijze<br />
waarop je aan baby’s en dreumesen kunt voorlezen.<br />
We bespreken <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> boekjes die<br />
er zijn voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van nul tot twee jaar en we<br />
beschrijven hoe <strong>het</strong> voorlezen er <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
leeftijdsfasen uitziet. We sluiten <strong>het</strong> hoofdstuk af<br />
met negen voorleestips.<br />
8.1 Voorlezen aan baby’s<br />
en dreumesen<br />
Voorlezen is leerzaam, maar vooral leuk!<br />
Het voorlezen van boekjes is erg goed voor <strong>de</strong><br />
ontwikkel<strong>in</strong>g van jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Door samen<br />
met een volwassene naar een boekje te kijken<br />
en erover te praten, breidt <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zijn kennis<br />
van nieuwe woor<strong>de</strong>n uit en leert hij veel over <strong>de</strong><br />
wereld waar<strong>in</strong> hij leeft. Zo leert hij nieuwe dieren<br />
en voorwerpen kennen en bijvoorbeeld kleuren<br />
en vormen. Daarnaast zorgt <strong>het</strong> voorlezen ervoor<br />
dat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zijn communicatievaardighe<strong>de</strong>n verbetert;<br />
hij leert om naar jou te luisteren en daar<br />
vervolgens op te reageren.<br />
Hoewel k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren veel van voorlezen leren, is <strong>het</strong><br />
belangrijkste dat ze er plezier aan beleven. Het<br />
k<strong>in</strong>d moet voorlezen vooral ervaren als iets dat<br />
fi jn is om samen te doen. Het is een moment<br />
van ontspann<strong>in</strong>g, waarbij <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d lekker tegen<br />
je aan kan kruipen. Daarnaast is <strong>het</strong> leuk en<br />
spannend voor <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d om samen met jou naar<br />
<strong>de</strong> plaatjes te kijken en daarop te reageren. Laat<br />
je tij<strong>de</strong>ns <strong>het</strong> voorlezen niet alleen lei<strong>de</strong>n door<br />
<strong>het</strong> boekje, maar vooral door <strong>de</strong> reacties van <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d. Kijk goed naar wat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d al kan en wat<br />
hij leuk v<strong>in</strong>dt.<br />
Naarmate k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren ou<strong>de</strong>r wor<strong>de</strong>n, zullen ze<br />
steeds vaker met een boekje naar jou toe komen,<br />
omdat ze <strong>het</strong> fi jn v<strong>in</strong><strong>de</strong>n om voorgelezen te<br />
wor<strong>de</strong>n. Je kunt <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d ook verlei<strong>de</strong>n tot een<br />
voorleesmoment door zelf een boekje aan te<br />
bie<strong>de</strong>n. Heel vaak zal <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d hier enthousiast<br />
op reageren. Soms heeft hij er echter geen z<strong>in</strong> <strong>in</strong>,<br />
en dan is <strong>het</strong> belangrijk dat je dat respecteert.<br />
Het k<strong>in</strong>d bepaalt of <strong>het</strong> wel of geen z<strong>in</strong> heeft <strong>in</strong><br />
<strong>het</strong> bekijken van een boekje. Als hij niet wil, dan<br />
houdt <strong>het</strong> op.<br />
De aandachtsspanne van jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren is<br />
boven dien van korte duur. Een k<strong>in</strong>d kan vol<br />
enthousiasme bij je op schoot kruipen om samen<br />
een boekje te lezen, maar na een paar m<strong>in</strong>uten<br />
<strong>de</strong> aandacht voor <strong>het</strong> boekje verliezen en weg<br />
willen. Volg daar<strong>in</strong> altijd <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d. Op die manier<br />
blijft <strong>het</strong> kijken <strong>in</strong> boekjes, vertellen en voorlezen<br />
een fi jne activiteit voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Je kunt beter<br />
meer<strong>de</strong>re keren op een dag een kort voorleesmoment<br />
<strong>in</strong>lassen dan proberen om één keer lang<br />
voor te lezen. Het is niet erg dat je niet een heel<br />
boek kunt lezen. Het is voor <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d fantastisch<br />
om één of enkele pag<strong>in</strong>a´s samen met jou te<br />
bekijken en daarover te praten.<br />
Voorleesrout<strong>in</strong>e<br />
Wanneer je op vaste tij<strong>de</strong>n voorleest, bijvoorbeeld<br />
als een k<strong>in</strong>d net uit bed komt, wordt <strong>het</strong><br />
voorlezen een rout<strong>in</strong>e <strong>in</strong> <strong>de</strong> dag<strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g van <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d. Het geeft <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d dui<strong>de</strong>lijkheid over wat<br />
er gaat gebeuren; eerst wakker wor<strong>de</strong>n, dan aankle<strong>de</strong>n<br />
en daarna voorlezen. Daarnaast kan er<br />
natuurlijk ook op an<strong>de</strong>re momenten geduren<strong>de</strong><br />
<strong>de</strong> dag wor<strong>de</strong>n voorgelezen. Naarmate k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
ou<strong>de</strong>r wor<strong>de</strong>n, zullen ze steeds vaker zelf<br />
aangeven dat ze voorgelezen willen wor<strong>de</strong>n door<br />
met een boekje naar jou toe te komen. Wanneer<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren moeite hebben om zelf een boek te<br />
kiezen, kun je hen daarbij helpen door <strong>de</strong> keuze<br />
te beperken tot twee boekjes. Laat <strong>de</strong> voorkant<br />
van <strong>de</strong> boeken aan <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zien en vraag hem<br />
om één van <strong>de</strong> boekjes te kiezen. Dat boekje ga<br />
je voorlezen.<br />
Waar en aan wie lees je voor?<br />
Kies altijd een fi jne, rustige plek om voor te<br />
lezen. Ga bijvoorbeeld samen met <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d op<br />
<strong>de</strong> bank zitten of op een zacht vloerkleed. Baby’s<br />
en dreumesen hebben veel persoonlijke aandacht<br />
nodig bij <strong>het</strong> voorlezen. Dat uit zich ook<br />
<strong>in</strong> lichamelijk contact: lekker op schoot bij <strong>de</strong><br />
voorlezer of naast elkaar op <strong>de</strong> bank. Hoewel
voorlezen aan een groepje k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren meestal pas<br />
gebeurt bij peuters, is dit ook bij dreumesen al<br />
wel mogelijk. Zorg dat <strong>het</strong> groepje niet te groot<br />
is (maximaal vijf k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren), zodat alle k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
<strong>de</strong> plaatjes <strong>in</strong> <strong>het</strong> boek goed kunnen zien en jou<br />
goed kunnen horen. Het is een prettige ervar<strong>in</strong>g<br />
voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren om samen naar jou te kijken en te<br />
luisteren en op elkaar te reageren.<br />
Het voorlezen aan een groepje kan <strong>het</strong> <strong>in</strong>dividuele<br />
voorlezen bij jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren niet vervangen.<br />
Het heeft een an<strong>de</strong>re functie; <strong>het</strong> gaat hierbij<br />
meer om <strong>het</strong> groepsproces. Baby’s zullen er nog<br />
niet zoveel van meekrijgen, maar kunnen er wel<br />
bijzitten. Zij v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>het</strong> gewoon <strong>in</strong>teressant om<br />
te zien wat er gebeurt en ze zien dat <strong>het</strong> leuk is<br />
om samen een boekje te lezen. Behalve voorlezen<br />
kun je ook gezamenlijk liedjes z<strong>in</strong>gen met<br />
baby’s en dreumesen. Met <strong>de</strong>ze activiteit kun<br />
je k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren voorberei<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> rout<strong>in</strong>e van <strong>het</strong><br />
voorlezen van een boekje <strong>in</strong> <strong>de</strong> kr<strong>in</strong>g.<br />
Herhaald voorlezen<br />
Naarmate er meer tekst <strong>in</strong> boekjes voorkomt,<br />
is <strong>het</strong> belangrijk om die ook voor te lezen. Wanneer<br />
je regelmatig <strong>het</strong>zelf<strong>de</strong> boekje voorleest,<br />
gaan k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>de</strong> tekst uit dat boek herkennen.<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>het</strong> fantastisch om hun favoriete<br />
boek steeds weer opnieuw te horen. Het voorlezen<br />
is dan een ‘feest <strong>de</strong>r herkenn<strong>in</strong>g’ voor hen.<br />
Ze genieten ervan om steeds <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> tekst te<br />
horen en zullen op een gegeven moment ook zelf<br />
woor<strong>de</strong>n gaan aanvullen. Met name boekjes op<br />
rijm zijn zeer geschikt om voor te lezen aan jonge<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Het rijm helpt <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren om <strong>de</strong> tekst<br />
te onthou<strong>de</strong>n en mee op te zeggen.<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>het</strong> niet alleen leuk als je een<br />
prentenboek herhaald voorleest, maar ze leren<br />
er ook meer van dan wanneer <strong>het</strong> boek maar<br />
één keer wordt voorgelezen. Herhaald voorlezen<br />
heeft een positieve <strong>in</strong>vloed op <strong>de</strong> taalvaardigheid<br />
van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren gaan <strong>de</strong> nieuwe<br />
woor<strong>de</strong>n uit <strong>het</strong> verhaal steeds beter beheersen<br />
en zijn steeds beter <strong>in</strong> staat om een gesprekje<br />
te voeren over <strong>het</strong> boek.<br />
Voorlezen met voorwerpen<br />
Zoals uit <strong>de</strong> beschrijv<strong>in</strong>g <strong>in</strong> paragraaf 8.3 zal<br />
blijken, is bij voorlezen sprake van meer dan<br />
kijken en vertellen alleen. Je kunt gelui<strong>de</strong>n en<br />
gebaren maken bij <strong>de</strong> plaatjes <strong>in</strong> <strong>het</strong> verhaal,<br />
liedjes z<strong>in</strong>gen en versjes opzeggen met <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d.<br />
Daarnaast kun je voorwerpen en knuffels gebruiken<br />
om <strong>de</strong> afbeeld<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>het</strong> boek te on<strong>de</strong>rsteunen.<br />
Hiermee kun je ook gebeurtenissen of<br />
han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen uit <strong>het</strong> verhaal nadoen en spelletjes<br />
doen met <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d. Ver<strong>de</strong>r zijn handpoppen en<br />
v<strong>in</strong>gerpopjes bij uitstek geschikt om <strong>het</strong> voorlezen<br />
te on<strong>de</strong>rsteunen. Bij sommige boekjes is<br />
<strong>de</strong> hoofdpersoon uit <strong>het</strong> verhaal zelfs beschikbaar<br />
als handpop. Je kunt <strong>de</strong>ze pop <strong>het</strong> verhaal<br />
laten vertellen en naspelen, en via <strong>de</strong> pop met<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d praten. Baby’s en dreumesen v<strong>in</strong><strong>de</strong>n<br />
dit erg leuk en reageren graag op <strong>de</strong> handpop.<br />
Praten over ervar<strong>in</strong>gen van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren praten <strong>het</strong> liefst over d<strong>in</strong>gen die met<br />
henzelf te maken hebben. Vaak leggen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
uit zichzelf al een koppel<strong>in</strong>g tussen <strong>de</strong> plaatjes<br />
<strong>in</strong> <strong>het</strong> boek en hun eigen leven. Als er een bal op<br />
<strong>het</strong> plaatje staat, willen ze misschien vertellen<br />
dat zij thuis ook een bal hebben en wat ze daarmee<br />
doen. Of een k<strong>in</strong>d vertelt naar aanleid<strong>in</strong>g<br />
van een boekje over aankle<strong>de</strong>n vol trots over zijn<br />
nieuwe schoenen. Taal is <strong>het</strong> meest betekenisvol<br />
voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren als die gaat over d<strong>in</strong>gen die dicht<br />
bij henzelf liggen. Moedig <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren tij<strong>de</strong>ns<br />
<strong>het</strong> voorlezen daarom regelmatig aan om te<br />
vertellen over hun eigen ervar<strong>in</strong>gen.<br />
8.2 Keuze uit veel boekjes<br />
Er zijn veel verschillen<strong>de</strong> soorten boekjes voor<br />
jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Deze boekjes verschillen allereerst<br />
<strong>in</strong> <strong>het</strong> materiaal waarvan ze zijn gemaakt:<br />
er zijn stoffen boekjes, plastic boekjes en kartonnen<br />
boekjes. Veel boekjes hebben bladzij<strong>de</strong>n<br />
die je kunt omslaan, maar er zijn ook boekjes<br />
die kunnen wor<strong>de</strong>n uitgevouwen tot één lange<br />
strook met plaatjes. Ook zijn er boekjes met fl apjes<br />
die kunnen wor<strong>de</strong>n geopend of vakjes waar<strong>in</strong><br />
wat verstopt zit. Boekjes voor jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
zijn over <strong>het</strong> algemeen stevig. Dit is belangrijk,<br />
omdat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren nog niet voorzichtig met boekjes<br />
kunnen omgaan en er wel zelfstandig <strong>in</strong> moeten<br />
kunnen kijken. De boeken moeten dus tegen<br />
een stootje kunnen. De boeken moeten ook<br />
niet te groot zijn, zodat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren ze zelf kunnen<br />
vasthou<strong>de</strong>n en er zelf <strong>in</strong> kunnen bla<strong>de</strong>ren. Hardkartonnen<br />
boekjes voor jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren hebben<br />
31
32<br />
over <strong>het</strong> algemeen afgeron<strong>de</strong> hoeken, zodat<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren zichzelf er niet aan kunnen bezeren.<br />
Boekjes voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van nul tot twee jaar<br />
Er zijn al boekjes te verkrijgen voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
vanaf drie maan<strong>de</strong>n. Deze zijn vaak van stof of<br />
zacht plastic. De plastic boekjes kunnen ook mee<br />
<strong>in</strong> bad. In <strong>de</strong>ze boekjes voor <strong>de</strong> allerkle<strong>in</strong>sten<br />
staat meestal op elke bladzij<strong>de</strong> een plaatje van<br />
een bekend voorwerp. Het is voor heel jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
nog moeilijk om bijvoorbeeld een teken<strong>in</strong>g<br />
van een poes te herkennen als <strong>de</strong> echte poes die<br />
rondloopt <strong>in</strong> <strong>de</strong> kamer. Het is daarom belangrijk<br />
dat <strong>de</strong> poes zo realistisch mogelijk <strong>in</strong> <strong>het</strong> boekje<br />
wordt afgebeeld, <strong>in</strong> een hel<strong>de</strong>re kleur en met<br />
dui<strong>de</strong>lijke contouren. Boekjes voor <strong>de</strong> jongste<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren bevatten ook vaak geluidjes, zoals rammelboekjes,<br />
knisperboekjes of boekjes waarmee<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren door te knijpen gelui<strong>de</strong>n kunnen<br />
maken. Ook zijn er aai- of voelboekjes, waarbij er<br />
verschillen<strong>de</strong> stofjes <strong>in</strong> <strong>het</strong> boekje verwerkt zijn<br />
die k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren kunnen voelen. Deze boekjes zitten<br />
vaak vol verrass<strong>in</strong>gen en k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren krijgen er niet<br />
snel genoeg van.<br />
Voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren vanaf zes maan<strong>de</strong>n zijn er boekjes<br />
met fl apjes en schuifjes verkrijgbaar. Vaak staat<br />
op elke bladzij<strong>de</strong> eenzelf<strong>de</strong> soort vraag (bijvoorbeeld:<br />
Wie is daar? Kiekeboe!). Als je <strong>het</strong> fl apje<br />
opent of <strong>het</strong> schuifje wegtrekt, wordt dui<strong>de</strong>lijk<br />
welk voorwerp, welk dier of welke persoon<br />
erachter verborgen zit. Baby’s v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>het</strong> heel<br />
spannend om te ont<strong>de</strong>kken wat er achter <strong>de</strong><br />
fl apjes of schuifjes zit. Je kunt <strong>de</strong>ze boekjes niet<br />
vaak genoeg met hen bekijken!<br />
Voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren vanaf veertien maan<strong>de</strong>n zijn er<br />
veel aanwijsboeken beschikbaar. Op één bladzij<strong>de</strong><br />
staan vaak meer<strong>de</strong>re voorwerpen, die <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d kan aanwijzen en benoemen.<br />
In <strong>de</strong> boekjes voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren vanaf tw<strong>in</strong>tig maan<strong>de</strong>n<br />
wordt op een bladzij<strong>de</strong> behalve een voorwerp<br />
ook vaak een han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>g afgebeeld, waartussen<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d een relatie leert leggen. Het gaat<br />
om han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen die <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zelf herkent, van<br />
thuis, van <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf of van buiten.<br />
De boekjes gaan bijvoorbeeld over <strong>in</strong> bad gaan<br />
of aankle<strong>de</strong>n, on<strong>de</strong>rwerpen waarmee <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
vertrouwd is.<br />
Boekjes voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van twee tot vier jaar<br />
In boekjes voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren vanaf twee jaar is<br />
al sprake van een eenvoudige verhaallijn. De<br />
plaatjes wor<strong>de</strong>n daarbij on<strong>de</strong>rsteund door korte<br />
tekst. Om <strong>het</strong> verhaal te kunnen begrijpen,<br />
moeten k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren een relatie kunnen leggen tussen<br />
<strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> bladzij<strong>de</strong>n <strong>in</strong> <strong>het</strong> boek. Ook<br />
voor <strong>de</strong>ze leeftijd zijn er uitklapboeken, dat wil<br />
zeggen boeken waarbij plaatjes verstopt zitten<br />
achter uitklapbare fl apjes karton. Het is elke<br />
keer weer spannend voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren om <strong>het</strong> fl apje<br />
te openen en te ont<strong>de</strong>kken wat erachter zit.<br />
Voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren vanaf drie jaar zijn er veel boekjes<br />
met zogenaam<strong>de</strong> stapelverhalen. Dit zijn<br />
verhalen met veel herhal<strong>in</strong>g. Er is sprake van een<br />
bepaal<strong>de</strong> gebeurtenis of vraag die telkens weer<br />
terug komt. Een k<strong>in</strong>dje is bijvoorbeeld op zoek<br />
naar zijn knuffelbeer en vraagt zich af of <strong>de</strong> beer<br />
on<strong>de</strong>r <strong>het</strong> bed, <strong>in</strong> <strong>de</strong> doos of achter <strong>de</strong> bank ligt.<br />
Het antwoord is steeds Nee, daar ligt <strong>de</strong> beer<br />
niet!, waarna er weer op een an<strong>de</strong>re plek gezocht<br />
wordt. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren hou<strong>de</strong>n heel erg van <strong>de</strong>ze<br />
herhal<strong>in</strong>g. Doordat <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> begrippen telkens<br />
terugkomen <strong>in</strong> <strong>het</strong> verhaal, leren k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>de</strong>ze<br />
erg goed kennen.<br />
Prentenboeken voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren vanaf vier jaar<br />
bevatten fantasieverhalen met meer <strong>in</strong>gewikkel<strong>de</strong><br />
verhaallijnen. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren leren zich <strong>in</strong>leven <strong>in</strong><br />
an<strong>de</strong>re personen of situaties en leren verban<strong>de</strong>n<br />
leggen tussen verschillen<strong>de</strong> gebeurtenissen <strong>in</strong><br />
<strong>het</strong> verhaal. Voor meer <strong>in</strong>formatie over voorlezen<br />
aan peuters en kleuters verwijzen we naar <strong>de</strong><br />
publicaties van De Taallijn die daarover verschenen<br />
zijn.<br />
Er bestaat ook een woor<strong>de</strong>nboek voor jonge<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, namelijk Mijn eerste Van Dale voorleeswoor<strong>de</strong>nboek.<br />
Dit boek is bedoeld voor<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren vanaf twee jaar. Het boek bevat <strong>de</strong><br />
eerste ruim duizend woor<strong>de</strong>n die k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren zelf<br />
kunnen zeggen voordat ze naar school gaan. Elk<br />
woord wordt uitgelegd aan <strong>de</strong> hand van een illustratie<br />
en een versje. De woor<strong>de</strong>n zijn afkomstig<br />
uit <strong>de</strong> dagelijkse leefwereld van jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
en <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwerpen van <strong>de</strong> versjes zijn dus zeer<br />
herken baar voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. De versjes zijn vaak<br />
gericht op <strong>in</strong>teractie; je kunt er gebaren bij<br />
maken, han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen nadoen, een voorwerp bij<br />
pakken en er met <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren over doorpraten.
Zelf boeken maken<br />
Behalve <strong>de</strong> boeken die <strong>in</strong> <strong>de</strong> w<strong>in</strong>kel of <strong>de</strong> bibliotheek<br />
verkrijgbaar zijn, is <strong>het</strong> ook erg leuk om zelf<br />
boekjes te maken met foto’s en afbeeld<strong>in</strong>gen. Je<br />
kunt een speciaal boek maken voor elke groep.<br />
Neem foto’s van alle k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren en leidsters <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
groep <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong> situaties, zoals tij<strong>de</strong>ns<br />
<strong>het</strong> naar bed gaan, aankle<strong>de</strong>n, voorlezen, samen<br />
eten, enzovoort. Vul <strong>het</strong> boek regelmatig aan<br />
met nieuwe foto’s. Samen met jou kijken <strong>in</strong> en<br />
praten over een boekje met beken<strong>de</strong> mensen<br />
en situaties v<strong>in</strong><strong>de</strong>n k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren fantastisch. Met<br />
een <strong>de</strong>rgelijk boek zijn <strong>de</strong> mooiste verhalen te<br />
vertellen! Daarnaast kun je voor elk k<strong>in</strong>d een<br />
eigen boekje maken, waar<strong>in</strong> foto’s, plaatjes en<br />
teken<strong>in</strong>gen staan van mensen en d<strong>in</strong>gen die<br />
voor dat k<strong>in</strong>d belangrijk zijn, zowel thuis als op<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf. In hoofdstuk 9 gaan we<br />
uitgebreid <strong>in</strong> op <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van zo’n eigen boekje<br />
en <strong>de</strong> manier waarop je daar samen met ou<strong>de</strong>rs<br />
aan kunt werken.<br />
Boekjes <strong>in</strong> <strong>de</strong> speel- en leefomgev<strong>in</strong>g<br />
Zorg dat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van jongs af aan toegang hebben<br />
tot boekjes. Leg <strong>de</strong> boekjes neer op plekken<br />
waar k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>de</strong> meeste tijd doorbrengen, zoals<br />
<strong>in</strong> hun bedje, op <strong>de</strong> commo<strong>de</strong>, <strong>in</strong> <strong>de</strong> box of op<br />
een speelkleed op <strong>de</strong> grond, zodat <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
<strong>de</strong> boekjes zelf kunnen pakken als ze dat willen.<br />
Voor <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren die al kruipen, is <strong>het</strong> goed<br />
om een apart hoekje <strong>in</strong> te richten waar boekjes<br />
liggen op kruiphoogte. Zorg dat daar veel<br />
verschillen<strong>de</strong> boekjes liggen waaruit k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
kunnen kiezen. In <strong>de</strong> hoek kun je ook een gezellige<br />
plek creëren waar<strong>in</strong> je samen met een k<strong>in</strong>d<br />
kunt gaan zitten om voor te lezen, bijvoorbeeld<br />
op een zacht kleed met kussens of op een bank.<br />
Daarnaast zul je wellicht ook een aantal boeken<br />
willen opbergen op een plek waar <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
niet bij kunnen, namelijk <strong>de</strong> boeken die wat<br />
kwetsbaar<strong>de</strong>r zijn en die je wilt voorlezen aan<br />
groepjes k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren.<br />
Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat <strong>de</strong><br />
boeken ook zichtbaar zijn voor ou<strong>de</strong>rs. Leg<br />
bijvoorbeeld ’s ochtends enkele boekjes klaar,<br />
zodat ou<strong>de</strong>rs samen met hun k<strong>in</strong>d zo’n boekje<br />
kunnen bekijken voordat ze weggaan. Op die<br />
manier maken niet alleen <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren kennis<br />
met boeken, maar laat je ook aan <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs<br />
zien wat voor boekjes k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren leuk v<strong>in</strong><strong>de</strong>n.<br />
8.3 Voorlezen <strong>in</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
fasen<br />
Elk k<strong>in</strong>d ontwikkelt zich <strong>in</strong> een an<strong>de</strong>r tempo.<br />
Om een handreik<strong>in</strong>g te bie<strong>de</strong>n bij <strong>het</strong> voorlezen,<br />
maken we <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze paragraaf toch een grof on<strong>de</strong>rscheid<br />
tussen vier fasen <strong>in</strong> <strong>de</strong> voorleesontwikkel<strong>in</strong>g,<br />
namelijk <strong>de</strong> fase van nul tot een half jaar,<br />
van een half tot een jaar, van een tot an<strong>de</strong>rhalf<br />
jaar en van an<strong>de</strong>rhalf tot twee jaar.<br />
Nul tot een half jaar<br />
In <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> van nul tot zes maan<strong>de</strong>n leert een<br />
baby ont<strong>de</strong>kken wat een boek is. Het is belangrijk<br />
dat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d veel kansen krijgt om boekjes<br />
te verkennen. De baby is <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze perio<strong>de</strong> vooral<br />
bezig met <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rzoeken van <strong>het</strong> boek als<br />
voorwerp. Dat doet hij – zoals bij zijn speelgoed<br />
– met zijn ogen, han<strong>de</strong>n en mond. De baby verkent<br />
hoe <strong>het</strong> boekje voelt en hoe <strong>het</strong> smaakt, hij<br />
zwaait met <strong>het</strong> boekje en gooit <strong>het</strong> op <strong>de</strong> grond.<br />
Volg <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zoveel mogelijk <strong>in</strong> zijn <strong>in</strong>teracties<br />
met <strong>het</strong> boek. Je kunt <strong>de</strong> baby <strong>het</strong> boekje aangeven<br />
en laten vasthou<strong>de</strong>n, en <strong>het</strong> boekje oprapen<br />
en teruggeven als hij <strong>het</strong> weggooit. Als <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
<strong>het</strong> boekje vast heeft, kun je hem helpen om <strong>het</strong><br />
boekje open te maken. Het zal een grote verrass<strong>in</strong>g<br />
voor hem zijn dat <strong>het</strong> boekje open kan!<br />
In <strong>het</strong> eerste half jaar neemt <strong>de</strong> afstand waarop<br />
een baby scherp kan zien steeds ver<strong>de</strong>r toe.<br />
Vooral felgekleur<strong>de</strong> afbeeld<strong>in</strong>gen met dui<strong>de</strong>lijke<br />
contouren trekken <strong>de</strong> aandacht van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d en<br />
hij kan hier geboeid naar kijken. Als <strong>de</strong> baby<br />
gericht naar een plaatje kijkt, kun je daarop<br />
<strong>in</strong>gaan door over <strong>het</strong> plaatje te vertellen of er<br />
een bekend liedje bij te z<strong>in</strong>gen. Het k<strong>in</strong>d geniet<br />
er erg van om jou te horen praten en z<strong>in</strong>gen. Ook<br />
v<strong>in</strong>dt hij <strong>het</strong> leuk om te voelen aan verschillen<strong>de</strong><br />
materialen <strong>in</strong> <strong>het</strong> boekje en om allerlei geluidjes<br />
bij <strong>de</strong> plaatjes te horen. De baby zal soms al<br />
proberen om geluidjes die jij maakt, na te doen.<br />
Als je merkt dat een baby een bepaald gebaar of<br />
geluid erg leuk v<strong>in</strong>dt, kun je dit vaker toepassen,<br />
zodat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d nog meer plezier beleeft aan <strong>het</strong><br />
samen voorlezen.<br />
Soms zijn k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren erg geboeid door één<br />
bepaal<strong>de</strong> bladzij<strong>de</strong> uit <strong>het</strong> boek. Sluit je aan bij<br />
<strong>de</strong> <strong>in</strong>teresse van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d en praat met hem over<br />
<strong>de</strong> afbeeld<strong>in</strong>g op <strong>de</strong>ze bladzij<strong>de</strong>. Je vertelt wat<br />
33
34<br />
er op <strong>de</strong> bladzij<strong>de</strong> te zien is, bijvoorbeeld: Wat<br />
een mooie beer is dat! Het is een bru<strong>in</strong>e beer. Hij<br />
heeft twee ogen en een neus en een mond [wijs<br />
aan]. De beer lacht, zie je dat? Kijk, hij lacht [lach<br />
zelf ook]. De beer is blij. Jij lacht ook, zie ik! Ben<br />
jij ook blij?<br />
Door samen met een baby boekjes te bekijken,<br />
leert <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d dat ‘voorlezen’ een fi jne activiteit<br />
is. Het is prettig en gezellig om bij jou te zitten<br />
en samen naar <strong>het</strong> boekje te kijken en daarover<br />
te praten. Ook knuffelen hoort daarbij. Houd er<br />
reken<strong>in</strong>g mee dat <strong>de</strong> aandacht van heel jonge<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren nog van erg korte duur is.<br />
Half tot een jaar<br />
In <strong>de</strong> leeftijd van zes tot twaalf maan<strong>de</strong>n leert<br />
<strong>de</strong> baby een boekje steeds beter vasthou<strong>de</strong>n.<br />
Zelf bla<strong>de</strong>ren is wel nog moeilijk. Uitklapboekjes<br />
zijn erg geschikt om alleen te bekijken, omdat ze<br />
zo uit elkaar vallen en <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zon<strong>de</strong>r te bla<strong>de</strong>ren<br />
verschillen<strong>de</strong> bladzij<strong>de</strong>n kan bekijken. De<br />
aandacht van <strong>de</strong> baby is nu steeds meer gericht<br />
op <strong>de</strong> <strong>in</strong>houd van <strong>het</strong> boekje. Het k<strong>in</strong>d ziet <strong>de</strong><br />
plaatjes <strong>in</strong> <strong>het</strong> boekje nu helemaal scherp en kan<br />
er al wat langer naar kijken. De baby houdt <strong>het</strong><br />
boekje vaak nog on<strong>de</strong>rsteboven en slaat met zijn<br />
handje op <strong>de</strong> plaatjes die hij ziet. Hij ont<strong>de</strong>kt nu<br />
veel nieuwe d<strong>in</strong>gen <strong>in</strong> <strong>het</strong> boek: hij ziet opvallen<strong>de</strong><br />
kleuren, voelt verschillen<strong>de</strong> materialen<br />
(bijvoorbeeld een lekker zacht vachtje <strong>in</strong> <strong>het</strong><br />
boek) en hoort allerlei geluidjes.<br />
Samen met jou valt er voor <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d nog veel<br />
meer te ont<strong>de</strong>kken <strong>in</strong> een boekje. Je kunt zijn<br />
belangstell<strong>in</strong>g wekken door d<strong>in</strong>gen aan te wijzen<br />
en te benoemen, bijvoorbeeld: Kijk eens, dat is<br />
een koe! De koe eet gras. Het k<strong>in</strong>d reageert hierop<br />
door te kijken en ook te wijzen. Je kunt ook<br />
verschillen<strong>de</strong> gebaren maken bij han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen<br />
op <strong>de</strong> afbeeld<strong>in</strong>gen (zoals zwaaien, aankle<strong>de</strong>n,<br />
stampen). Bijvoorbeeld: Nijntje zwaait naar papa<br />
en mama [zwaai zelf met je hand]. Dag papa, dag<br />
mama [blijf zwaaien]. Naarmate <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d ou<strong>de</strong>r<br />
wordt, gaat hij plaatjes <strong>in</strong> boeken herkennen en<br />
gaat hij ook uit zichzelf naar plaatjes wijzen die<br />
hij leuk v<strong>in</strong>dt; vervolgens kijkt hij verwacht<strong>in</strong>gsvol<br />
naar jou voor een reactie. Het k<strong>in</strong>d begrijpt<br />
nu al steeds meer van wat jij vertelt. Hij zal<br />
ook steeds vaker proberen om zelf gelui<strong>de</strong>n te<br />
maken als reactie op jouw woor<strong>de</strong>n en gelui<strong>de</strong>n.<br />
Door <strong>de</strong> geluidjes van <strong>de</strong> baby te herhalen, kun<br />
je hem aanmoedigen om meer te ‘vertellen’ bij<br />
<strong>de</strong> plaatjes.<br />
De baby beg<strong>in</strong>t <strong>de</strong> plaatjes <strong>in</strong> <strong>de</strong> boeken ook <strong>in</strong><br />
verband te brengen met voorwerpen <strong>in</strong> zijn omgev<strong>in</strong>g;<br />
bijvoorbeeld een plaatje van een bal en<br />
een echte bal waarmee je kunt rollen. Je kunt <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d helpen om <strong>de</strong>ze verban<strong>de</strong>n te leggen door<br />
tij<strong>de</strong>ns <strong>het</strong> voorlezen <strong>het</strong> ‘echte’ voorwerp erbij<br />
te pakken en te benoemen.<br />
In <strong>in</strong>teractie met jou pikt <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d <strong>de</strong> eerste<br />
voorleesrout<strong>in</strong>es op, namelijk <strong>het</strong> omslaan van<br />
<strong>de</strong> bladzij<strong>de</strong>n, <strong>het</strong> aanwijzen van afbeeld<strong>in</strong>gen,<br />
<strong>het</strong> maken van gelui<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> plaatjes, <strong>het</strong> tonen<br />
van concrete voorwerpen of <strong>het</strong> nadoen van<br />
acties op <strong>de</strong> plaatjes.<br />
PRAKTIJKVOORBEELD<br />
Lola van tien maan<strong>de</strong>n zit samen met leidster<br />
Hanneke op <strong>de</strong> bank. Hanneke laat<br />
haar <strong>het</strong> boekje Kiekeboe, poes! zien. Lola<br />
wijst met haar v<strong>in</strong>gertje naar <strong>de</strong> oranje<br />
poes op <strong>de</strong> voorkant van <strong>het</strong> boekje. Ja,<br />
dat is een poes! zegt Hanneke. Een mooie<br />
oranje poes. Zullen we <strong>het</strong> boekje eens<br />
openmaken? Op <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> bladzij<strong>de</strong><br />
leest ze: Woef, woef! Wie is daar? Hanneke<br />
kijkt naar Lola: Wie zit er achter<br />
<strong>het</strong> fl apje? Lola wijst naar <strong>het</strong> fl apje en<br />
kijkt vragend naar Hanneke. Zullen we<br />
<strong>het</strong> fl apje openmaken? Hanneke slaat<br />
<strong>het</strong> fl apje om en zegt: Kiekeboe! Het is<br />
een hondje dat wil spelen! Lola lacht en<br />
slaat met haar handje op <strong>het</strong> hondje. Woef<br />
woef! zegt Hanneke. Lola probeert haar na<br />
te doen en maakt een geluidje. Hanneke<br />
reageert: Ja, goed zo, Lola! Woef woef,<br />
zegt <strong>het</strong> hondje!<br />
Een tot an<strong>de</strong>rhalf jaar<br />
Een k<strong>in</strong>d <strong>in</strong> <strong>de</strong> leeftijd van twaalf tot achttien<br />
maan<strong>de</strong>n leert om zelf bladzij<strong>de</strong>n om te slaan.<br />
Bij boekjes met dunne bladzij<strong>de</strong>n gaat dat<br />
meestal nog met meer<strong>de</strong>re bladzij<strong>de</strong>n tegelijk.<br />
Het k<strong>in</strong>d beg<strong>in</strong>t <strong>de</strong> plaatjes nu steeds beter te<br />
begrijpen en gaat ook <strong>de</strong>tails ont<strong>de</strong>kken en herkennen.<br />
Hij heeft meer aandacht voor <strong>de</strong> vorm<br />
en grootte van afbeeld<strong>in</strong>gen en kan afgebeel<strong>de</strong><br />
gezichtsuitdrukk<strong>in</strong>gen beter <strong>in</strong>terpreteren. Het
k<strong>in</strong>d brabbelt nu veel. Gelei<strong>de</strong>lijk aan gaat <strong>het</strong><br />
jouw woor<strong>de</strong>n nazeggen en beken<strong>de</strong> plaatjes<br />
benoemen met woor<strong>de</strong>n.<br />
Je kunt <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d opdrachten geven om d<strong>in</strong>gen<br />
aan te wijzen <strong>in</strong> <strong>het</strong> boekje, bijvoorbeeld: Waar<br />
is <strong>de</strong> bal? Ja, daar is <strong>de</strong> bal! Goed, zo! Ze weten<br />
nu ook dat <strong>het</strong> woord ‘bal’ zowel betrekk<strong>in</strong>g<br />
heeft op <strong>de</strong> afbeeld<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> bal <strong>in</strong> <strong>het</strong> boek<br />
als op <strong>de</strong> echte bal die <strong>in</strong> <strong>de</strong> kamer ligt. Moedig<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d aan om ook zelf te wijzen en te vertellen<br />
bij <strong>de</strong> plaatjes.<br />
In <strong>de</strong>ze fase hebben k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren vaak een voorkeur<br />
voor één bepaald boekje, dat ze steeds opnieuw<br />
met jou willen bekijken. Ze weten al welk plaatje<br />
er gaat komen en kijken met veel plezier uit naar<br />
<strong>het</strong> geluidje of <strong>de</strong> beweg<strong>in</strong>g die daarbij hoort.<br />
Soms willen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren steeds <strong>het</strong>zelf<strong>de</strong> plaatje<br />
opzoeken en daarover praten. Dat is prima; volg<br />
zoveel mogelijk <strong>de</strong> <strong>in</strong>teresse van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d.<br />
An<strong>de</strong>rhalf tot twee jaar<br />
Vanaf achttien maan<strong>de</strong>n beg<strong>in</strong>t <strong>de</strong> woor<strong>de</strong>nschat<br />
van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren sterk toe te nemen. Ze willen<br />
nu graag alles benoemen en vragen vaak aan<br />
jou wat iets is. Het voorlezen van boekjes sluit<br />
perfect aan bij <strong>de</strong>ze belangstell<strong>in</strong>g om nieuwe<br />
woor<strong>de</strong>n te leren. De dreumes krijgt nu een<br />
steeds actievere rol bij <strong>het</strong> voorlezen en beg<strong>in</strong>t<br />
steeds meer te praten bij <strong>de</strong> plaatjes. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
van <strong>de</strong>ze leeftijd zijn dol op verrassen<strong>de</strong> elementen<br />
<strong>in</strong> boekjes.<br />
Behalve <strong>het</strong> benoemen van voorwerpen en<br />
dieren, kun je nu ook steeds meer gebeurtenissen<br />
en han<strong>de</strong>l<strong>in</strong>gen met <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d bespreken. In<br />
boekjes voor dreumesen staan vaak gebeurtenissen<br />
centraal die herkenbaar zijn voor hen,<br />
zoals <strong>het</strong> naar bed gaan, een knuffel kwijtraken<br />
of een boodschap doen. Bij veel gebeurtenissen<br />
spelen ook gevoelens een rol. Je kunt veel<br />
vertellen bij <strong>de</strong> plaatjes en vragen stellen aan<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d. In een boekje staat bijvoorbeeld een<br />
afbeeld<strong>in</strong>g van een huilend k<strong>in</strong>dje dat van zijn<br />
fi ets is gevallen. Samen met <strong>de</strong> dreumes praat<br />
je over dit plaatje: Waarom huilt <strong>het</strong> k<strong>in</strong>dje?<br />
Misschien heeft <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d dit zelf wel eens<br />
meegemaakt; hij wil er dan vast op reageren!<br />
Je kunt concrete voorwerpen gebruiken om <strong>de</strong><br />
gebeurtenissen <strong>in</strong> <strong>het</strong> boek na te spelen. Omdat<br />
dreumesen vaak erg actief zijn, is voorlezen voor<br />
hen een fi jn rustpunt <strong>in</strong> een drukke dag.<br />
PRAKTIJKVOORBEELD<br />
Thies van 22 maan<strong>de</strong>n komt met een boekje<br />
naar leidster Els toe. Wil jij een boekje<br />
lezen, Thies? vraagt Els. Thies knikt<br />
enthousiast ja. Hij heeft <strong>het</strong> boekje ‘Kle<strong>in</strong>e<br />
Leon is bloot’ meegenomen. Het is zijn<br />
lievel<strong>in</strong>gsboek. Hij wil <strong>het</strong> ook <strong>het</strong> liefst<br />
zelf vasthou<strong>de</strong>n. Samen kijken ze naar <strong>de</strong><br />
voorkant van <strong>het</strong> boekje. Thies wijst naar<br />
<strong>het</strong> blote jongetje en roept: Boot! Ja, zegt<br />
Els, kle<strong>in</strong>e Leon is bloot. Thies lacht. Op<br />
<strong>de</strong> eerste bladzij<strong>de</strong> van <strong>het</strong> boekje staat<br />
een afbeeld<strong>in</strong>g van een luier. Luier! roept<br />
Thies en hij wijst naar <strong>het</strong> plaatje. Ja, goed<br />
zo, dat is een luier! Leon moet een luier<br />
aan, leest Els. Luier aan, herhaalt Thies,<br />
en hij wijst naar Leon. Ja, zegt Els, Leon<br />
moet een luier aan. Heb jij ook een luier<br />
aan, Thies? Thies doet <strong>het</strong> randje van zijn<br />
broek opzij, en zegt: Luier aan. Ja, zegt Els,<br />
jij hebt ook een luier aan. Net als Leon.<br />
Dan bla<strong>de</strong>rt Els weer ver<strong>de</strong>r naar <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong><br />
bladzij<strong>de</strong>. Thies wijst enthousiast<br />
naar <strong>de</strong> afbeeld<strong>in</strong>g op <strong>de</strong> l<strong>in</strong>kerpag<strong>in</strong>a, en<br />
roept: Hemd aan! Ja, goed zo Thies, Leon<br />
moet ook een hemdje aan! Kijk maar, hier<br />
heeft hij <strong>het</strong> hemdje aan, en ze wijst naar<br />
<strong>de</strong> rechterpag<strong>in</strong>a. Ik ook hemd, zegt Thies,<br />
en hij doet zijn trui omhoog. Ja, jij hebt<br />
ook een hemd aan. Net als Leon. Ver<strong>de</strong>r<br />
krijgt Leon <strong>in</strong> <strong>het</strong> boekje nog sokken, een<br />
trui, een broek en schoenen aan. Thies<br />
geniet van <strong>de</strong> vergelijk<strong>in</strong>g die op elke<br />
bladzij<strong>de</strong> tussen hem en Leon kan wor<strong>de</strong>n<br />
gemaakt!<br />
8.4 Voorleestips<br />
In <strong>het</strong> on<strong>de</strong>rstaan<strong>de</strong> schema staan negen tips<br />
die van belang zijn bij <strong>het</strong> voorlezen van prentenboeken<br />
aan jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Tij<strong>de</strong>ns <strong>het</strong> voorlezen<br />
pas je veel <strong>in</strong>teractievaardighe<strong>de</strong>n toe<br />
die ook tij<strong>de</strong>ns gesprekjes en spelletjes met<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> komen. Deze <strong>in</strong>teractievaardighe<strong>de</strong>n<br />
v<strong>in</strong>d je terug <strong>in</strong> hoofdstuk 5.<br />
35
36<br />
Tip Beschrijv<strong>in</strong>g<br />
1 Tref een goe<strong>de</strong> voorbereid<strong>in</strong>g Kies een geschikt boek. Bekijk <strong>het</strong> boekje goed<br />
voordat je <strong>het</strong> gaat voorlezen en be<strong>de</strong>nk vooraf<br />
wat je bij <strong>de</strong> plaatjes kunt vertellen, laten zien,<br />
voordoen et cetera.<br />
2 Zorg dat <strong>het</strong> voorlezen niet te<br />
lang duurt<br />
Baby’s en dreumesen kunnen zich nog niet zo lang<br />
concentreren. Houd daarom goed <strong>in</strong> <strong>de</strong> gaten of <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d nog geïnteresseerd is. Als dat niet meer <strong>het</strong><br />
geval is, stop dan met voorlezen.<br />
3 Volg <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d Kijk goed naar <strong>de</strong> manier waarop <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d met <strong>het</strong><br />
boek omgaat. Volg <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d <strong>in</strong> zijn <strong>in</strong>teracties met <strong>het</strong><br />
boek en praat met hem over wat hij doet. Als een baby<br />
alleen nog maar <strong>in</strong>teresse toont <strong>in</strong> <strong>het</strong> omslaan van<br />
bladzij<strong>de</strong>n zon<strong>de</strong>r echt te kijken, dw<strong>in</strong>g hem daar dan<br />
ook niet toe, maar praat met hem over wat hij doet.<br />
4 Laat <strong>de</strong> voorkant van <strong>het</strong> boek<br />
zien<br />
5 Probeer te ont<strong>de</strong>kken welk<br />
plaatje favoriet is<br />
6 Vertel wat er op <strong>het</strong> plaatje te<br />
zien is<br />
Vestig <strong>de</strong> aandacht van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d op <strong>de</strong> voorkant van<br />
<strong>het</strong> boek en bespreek waar <strong>het</strong> boek over gaat. Zeg<br />
bijvoorbeeld: Kijk, dit is <strong>het</strong> boekje over <strong>het</strong> eendje.<br />
Weet je nog waar <strong>het</strong> boekje over gaat?<br />
Door dit regelmatig te doen, raakt <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d gewend<br />
aan <strong>de</strong>ze voorleesrout<strong>in</strong>e. Door te praten over <strong>de</strong><br />
voorkant maak je <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d ook nieuwsgierig naar <strong>de</strong><br />
rest van <strong>het</strong> boekje.<br />
Kijk goed naar <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d terwijl hij op <strong>de</strong> plaatjes<br />
reageert. Als je ont<strong>de</strong>kt wat zijn favoriete plaatje<br />
<strong>in</strong> <strong>het</strong> boek is, kun je daar met hem over praten.<br />
Wijs aan en benoem aspecten van <strong>de</strong> illustratie en<br />
vertel wat er op <strong>het</strong> plaatje te zien is. Ook al begrijpt<br />
een baby je misschien nog niet, <strong>het</strong> is voor hem<br />
plezierig om jou over <strong>het</strong> plaatje te horen praten.<br />
7 Laat concrete voorwerpen zien Gebruik concrete voorwerpen om <strong>de</strong> betekenis van<br />
woor<strong>de</strong>n te verdui<strong>de</strong>lijken. Wanneer je een echte<br />
banaan kunt laten zien bij <strong>het</strong> plaatje van <strong>de</strong> banaan,<br />
begrijpt <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d beter waar <strong>het</strong> woord banaan naar<br />
verwijst.<br />
8 Speel gebeurtenissen uit <strong>het</strong><br />
boek na<br />
9 Lees een boek meer<strong>de</strong>re keren<br />
voor<br />
Doe acties uit <strong>het</strong> boek na, zoals tan<strong>de</strong>n poetsen of<br />
zwaaien. Je kunt ook (hand)poppen gebruiken om<br />
gebeurtenissen uit <strong>het</strong> boek na te spelen. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
zullen <strong>de</strong> gebeurtenissen uit <strong>het</strong> verhaal hierdoor<br />
beter begrijpen.<br />
Jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>het</strong> leuk om <strong>het</strong>zelf<strong>de</strong> boek<br />
steeds opnieuw te horen. Het k<strong>in</strong>d kan op een gegeven<br />
moment voorspellen wat er gebeurt of zelfs woor<strong>de</strong>n<br />
<strong>in</strong>vullen. Dit is een leuk spel! Met name boeken op<br />
rijm zijn hiervoor zeer geschikt.
9<br />
TAAL STIMULEREN SAMEN MET OUDERS<br />
Taal stimuleren doe je natuurlijk niet alleen,<br />
maar samen met <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Om<br />
goed te kunnen samenwerken bij <strong>het</strong> opvoe<strong>de</strong>n<br />
en verzorgen van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren, is <strong>het</strong> belangrijk dat<br />
je een goe<strong>de</strong> relatie on<strong>de</strong>rhoudt met ou<strong>de</strong>rs. In<br />
dit hoofdstuk bespreken we wat je kunt doen om<br />
ou<strong>de</strong>rs te betrekken bij <strong>de</strong> taalstimuler<strong>in</strong>g op <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf en an<strong>de</strong>rsom. Daarbij komen<br />
twee hulpmid<strong>de</strong>len aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> die hieraan een<br />
bijdrage leveren, namelijk <strong>het</strong> fotoboek van <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d en <strong>het</strong> fotoboek van <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf.<br />
9.1 Samen opvoe<strong>de</strong>n en verzorgen<br />
Pedagogisch partnerschap<br />
Ou<strong>de</strong>rs en k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijven <strong>de</strong>len <strong>de</strong> opvoed<strong>in</strong>g<br />
en verzorg<strong>in</strong>g van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren; zij zijn<br />
elkaars pedagogische partners. Het pedagogisch<br />
partnerschap is waar k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijven en<br />
ou<strong>de</strong>rs naar moeten streven om samen vorm te<br />
geven. Ou<strong>de</strong>rs zijn uiteraard ook klant van <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf. En er zijn natuurlijk ook ou<strong>de</strong>rs<br />
die <strong>de</strong> leidster (helaas) vooral als oppas zien.<br />
Wanneer je misschien niet <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>r<strong>in</strong>g krijgt<br />
van ou<strong>de</strong>rs die je verdient, is <strong>het</strong> soms moeilijk<br />
om <strong>het</strong> partnerschap vorm te geven. Maar je zult<br />
daar als professional altijd aan blijven werken.<br />
Het helpt om je voor te stellen hoe <strong>het</strong> is om<br />
je k<strong>in</strong>d naar <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf te brengen.<br />
Vooral <strong>de</strong> eerste keren je k<strong>in</strong>d naar een k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf<br />
brengen is voor ie<strong>de</strong>re ou<strong>de</strong>r een<br />
belangrijke gebeurtenis. Ou<strong>de</strong>rs voelen zich<br />
vaak kwetsbaar omdat er nog geen hechte<br />
vertrouwensband met <strong>de</strong> leidsters is. Het is<br />
niet voor niets dat k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijfme<strong>de</strong>werkers<br />
vaak zeggen dat niet alleen <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d een<br />
wen perio<strong>de</strong> nodig heeft, maar ook <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>r.<br />
Een goe<strong>de</strong> wenperio<strong>de</strong><br />
De wenperio<strong>de</strong> is bedoeld om allemaal aan<br />
elkaar te wennen: <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d, <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren die er al<br />
zijn en <strong>de</strong> leidsters leren elkaar kennen. Maar <strong>het</strong><br />
is ook <strong>in</strong> <strong>het</strong> belang van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d dat zijn ou<strong>de</strong>rs<br />
zich welkom voelen en op hun gemak zijn op <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf. Het is fi jn als ou<strong>de</strong>rs niet alleen<br />
<strong>de</strong> leidsters kennen, maar ook (een aantal)<br />
an<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren van <strong>de</strong> groep. Wennen betekent<br />
dus ook dat ou<strong>de</strong>rs geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong> wenperio<strong>de</strong><br />
een aantal uren <strong>in</strong> <strong>de</strong> groep doorbrengen. Ou<strong>de</strong>rs<br />
zien dan hoe een dag op een k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf er<br />
uit ziet, wat <strong>de</strong> leidsters met <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren doen<br />
en vooral belangrijk is dat ze hun eigen k<strong>in</strong>d zien<br />
<strong>in</strong> <strong>de</strong> nieuwe omgev<strong>in</strong>g. Misschien is dit niet <strong>het</strong><br />
gebruik bij jou op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf, maar <strong>het</strong><br />
is <strong>het</strong> overwegen waard om dit <strong>in</strong> te stellen.<br />
Een warm welkom<br />
Daarna moet een persoonlijke begroet<strong>in</strong>g van<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d en <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs bij <strong>het</strong> brengen en ophalen<br />
vanzelfsprekend zijn. Door contact te maken,<br />
geef je ou<strong>de</strong>rs en k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>de</strong> gelegenheid om<br />
even iets door te geven of te vertellen. Een k<strong>in</strong>d<br />
kan vol trots zijn nieuwe knuffel laten zien, of <strong>de</strong><br />
leidster ziet bijvoorbeeld dat <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d naar <strong>de</strong><br />
kapper is gegaan. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren zijn gevoelig voor <strong>de</strong><br />
houd<strong>in</strong>g van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs: <strong>het</strong> enthousiasme van<br />
ou<strong>de</strong>rs en k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren beïnvloe<strong>de</strong>n elkaar. En bovendien<br />
is <strong>het</strong> net die <strong>in</strong>formatie over <strong>het</strong> leven van<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d thuis waar jij als leidster mee aan <strong>de</strong><br />
slag kan gaan als <strong>het</strong> om taalstimuler<strong>in</strong>g gaat.<br />
Ou<strong>de</strong>rs betrekken op verschillen<strong>de</strong> manieren<br />
Een goe<strong>de</strong> wenperio<strong>de</strong> is dus een belangrijke<br />
start en ook een warm welkom bij <strong>het</strong> halen en<br />
brengen is van belang. Daarnaast zijn verschillen<strong>de</strong><br />
vormen van ou<strong>de</strong>rbetrokkenheid mogelijk,<br />
bijvoorbeeld <strong>in</strong>dividuele ou<strong>de</strong>rgesprekken,<br />
ou<strong>de</strong>ravon<strong>de</strong>n, gezamenlijk vieren van feestdagen,<br />
een nieuwsbrief of een liedjesboek. Deze<br />
verschillen<strong>de</strong> vormen van contact dragen bij<br />
aan een goe<strong>de</strong> afstemm<strong>in</strong>g van <strong>het</strong> leven van<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d thuis en op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf. Een<br />
leidster kan bijvoorbeeld vertellen welk boekje<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d leuk v<strong>in</strong>dt, terwijl <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>r doorgeeft<br />
bij welk lied <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d <strong>in</strong> slaap valt. Hierdoor voelt<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zich veilig, en dat is weer goed voor zijn<br />
(taal)ontwikkel<strong>in</strong>g. Ou<strong>de</strong>rbetrokkenheid kent vele<br />
‘verschijn<strong>in</strong>gsvormen’ waar we <strong>in</strong> <strong>de</strong>ze brochure<br />
niet bij stil staan (er zijn verschei<strong>de</strong>ne boeken<br />
over geschreven). Wij belichten <strong>in</strong> <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong><br />
paragrafen twee manieren van ou<strong>de</strong>rbetrokkenheid<br />
die ook bijdragen aan taalstimuler<strong>in</strong>g.<br />
1) Mijn eigen boekje: een fotoboek van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
2) Fotoboek van <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf<br />
9.2 Mijn eigen boekje: een<br />
fotoboek van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
Taalstimuler<strong>in</strong>g thuis en op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren brengen <strong>de</strong> meeste tijd door met <strong>het</strong><br />
37
38<br />
gez<strong>in</strong>. De kwaliteit van <strong>de</strong> <strong>in</strong>teractie tussen<br />
ou<strong>de</strong>rs en k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren en <strong>het</strong> niveau van geletterdheid<br />
van ou<strong>de</strong>rs hebben een belangrijke <strong>in</strong>vloed<br />
op <strong>de</strong> taalontwikkel<strong>in</strong>g van k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Wanneer<br />
<strong>de</strong> taalstimuler<strong>in</strong>g <strong>in</strong> <strong>de</strong> thuissituatie van m<strong>in</strong><strong>de</strong>r<br />
goe<strong>de</strong> kwaliteit is, bestaat <strong>het</strong> risico dat k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
ontwikkel<strong>in</strong>gsachterstan<strong>de</strong>n oplopen. Leidsters<br />
kunnen ou<strong>de</strong>rs i<strong>de</strong>eën voor taalstimuler<strong>in</strong>g meegeven<br />
om thuis te proberen. Soms is een kle<strong>in</strong>e<br />
aanwijz<strong>in</strong>g of tip al een stap <strong>in</strong> <strong>de</strong> goe<strong>de</strong> richt<strong>in</strong>g.<br />
Sommige ou<strong>de</strong>rs weten bijvoorbeeld niet dat<br />
baby’s <strong>het</strong> leuk v<strong>in</strong><strong>de</strong>n om boekjes te bekijken.<br />
Alleen al door te vertellen welk boek <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
leuk v<strong>in</strong>dt, breng je ou<strong>de</strong>rs op een goed i<strong>de</strong>e.<br />
Ou<strong>de</strong>rs kunnen i<strong>de</strong>eën oppikken van <strong>de</strong> leidsters,<br />
maar an<strong>de</strong>rsom natuurlijk ook. Daarom is<br />
<strong>het</strong> goed dat <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs en <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijfleidsters<br />
<strong>in</strong>formatie uitwisselen. Het kan bijvoorbeeld<br />
zijn dat een k<strong>in</strong>d thuis al is begonnen met<br />
praten, terwijl hij op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf nog<br />
niets van zich laat horen. Het helpt <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf<br />
dan om te horen welke woor<strong>de</strong>n <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d begrijpt en uitspreekt. K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren laten <strong>in</strong><br />
eerste <strong>in</strong>stantie vaak vooral woor<strong>de</strong>n horen waar<br />
zij veel mee bezig zijn; voor <strong>het</strong> ene k<strong>in</strong>d zijn<br />
dat beesten, <strong>de</strong> an<strong>de</strong>r is zeer geïnteresseerd <strong>in</strong><br />
eten, terwijl een <strong>de</strong>r<strong>de</strong> vooral auto’s leuk v<strong>in</strong>dt.<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren die televisie kijken, steken ook daar<br />
van alles van op en ook hebben jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
dikwijls een favoriet boek. Naast voorwerpen zijn<br />
gebeurtenissen <strong>in</strong> <strong>het</strong> leven van een k<strong>in</strong>d een<br />
bron om over te willen praten: een oma die is<br />
blijven logeren, buurjongens die op bezoek zijn<br />
geweest, of een bezoek aan een dierentu<strong>in</strong>. De<br />
dagelijkse vertrouw<strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g voor <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d is<br />
<strong>in</strong>spirerend om over te praten. Om k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren aan<br />
<strong>de</strong> praat te krijgen is <strong>het</strong> dus goed om te weten<br />
waar <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zich thuis mee bezighoudt.<br />
Ie<strong>de</strong>r k<strong>in</strong>d een eigen boekje<br />
Eén van <strong>de</strong> d<strong>in</strong>gen die je ou<strong>de</strong>rs vraagt, is<br />
daarom ook om een fotoboek (ansichtkaartformaat)<br />
te vullen. Het helpt <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs als<br />
je een kle<strong>in</strong> fotoboek meegeeft waar<strong>in</strong> je <strong>de</strong><br />
eerste pag<strong>in</strong>a’s al hebt gevuld. Allereerst met<br />
een blad waarop <strong>de</strong> naam van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d staat<br />
vermeld, met even tueel een aantal foto’s van<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d, die je zelf hebt gemaakt op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf.<br />
Vervolgens is er een blad met<br />
<strong>in</strong>formatie over ‘Mijn eigen boekje’. In Bijlage 1<br />
v<strong>in</strong>d je een voorbeeld van zo’n <strong>in</strong>formatiebrief<br />
voor ou<strong>de</strong>rs. Je kunt ou<strong>de</strong>rs ook een voorbeeld<br />
van een fotoboekje laten zien om hen i<strong>de</strong>eën te<br />
geven. In Bijlage 2 is zo’n voorbeeld opgenomen.<br />
Misschien heb je zelf k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren; <strong>in</strong> dat geval kun<br />
je een fotoboekje samenstellen van jouw eigen<br />
k<strong>in</strong>d om als voorbeeld aan ou<strong>de</strong>rs te laten zien.<br />
Daarna gaat <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>r <strong>het</strong> boek vullen met foto’s<br />
en neemt <strong>het</strong> na bijvoorbeeld twee weken weer<br />
mee terug. Het boek is, zoals <strong>de</strong> naam al zegt,<br />
van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zelf. In pr<strong>in</strong>cipe blijft <strong>het</strong> boekje op<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf; wel nodig je ou<strong>de</strong>rs uit<br />
om af en toe <strong>het</strong> boekje te actualiseren met één<br />
of twee nieuwe foto’s. Sommige ou<strong>de</strong>rs v<strong>in</strong><strong>de</strong>n<br />
<strong>het</strong> leuk om regelmatig foto’s toe te voegen of te<br />
vervangen. Bijvoorbeeld een aanvull<strong>in</strong>g van een<br />
paar vakantiefoto’s; k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren zijn immers vaak<br />
vol van <strong>de</strong> vakantie.<br />
TIP<br />
Vraag eerst <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs waarvan je <strong>de</strong>nkt<br />
dat zij graag een fotoboekje samenstellen.<br />
Wanneer zij een boekje klaar hebben,<br />
kun je om toestemm<strong>in</strong>g vragen om hun<br />
fotoboek af en toe als voorbeeld erbij te<br />
pakken.<br />
Plann<strong>in</strong>g<br />
Een goed moment om te vertellen over ‘Mijn<br />
eigen boekje’ is bij <strong>het</strong> eerste gesprek over <strong>het</strong><br />
wennen. Je kunt dan vertellen dat jullie met <strong>de</strong>ze<br />
boekjes werken; <strong>het</strong> leukste is natuurlijk om<br />
meteen een voorbeeld te laten zien. Bespreek<br />
met <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs of zij <strong>het</strong> leuk v<strong>in</strong><strong>de</strong>n om een<br />
boekje te vullen, of dat zij liever nog even wachten.<br />
Ou<strong>de</strong>rs moeten vaak al van alles meenemen<br />
voor <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d zodat <strong>het</strong> misschien te veel wordt.<br />
Wanneer ou<strong>de</strong>rs wel vanaf <strong>het</strong> beg<strong>in</strong> een boekje<br />
meegeven, vervult <strong>het</strong> boekje een rol bij <strong>de</strong> gewenn<strong>in</strong>gsperio<strong>de</strong>.<br />
Wanneer <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d een half jaar<br />
oud is, ga je echt van start. Vraag op dat moment<br />
aan <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs of zij foto’s en ansichtkaarten willen<br />
gaan verzamelen voor <strong>het</strong> fotoboek van <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d. Neem even <strong>de</strong> tijd om <strong>het</strong> toe te lichten;<br />
<strong>het</strong> beste is om <strong>het</strong> bijvoorbeeld te comb<strong>in</strong>eren<br />
met een ou<strong>de</strong>rgesprek. Houd <strong>het</strong> vooral laagdrempelig.<br />
Het boekje hoeft ook niet helemaal<br />
gevuld te zijn, een paar foto’s is al heel geschikt.
Als ou<strong>de</strong>rs merken dat hun k<strong>in</strong>d dit leuk v<strong>in</strong>dt,<br />
zullen zij vanzelf met meer aanvull<strong>in</strong>gen komen.<br />
TIP<br />
De ou<strong>de</strong>rs van baby’s (nul tot een jaar) kun<br />
je vragen of zij – naast bestaan<strong>de</strong> foto’s<br />
die zij hebben gemaakt – ook speciaal een<br />
paar foto’s willen maken. Laat ou<strong>de</strong>rs een<br />
aantal voorwerpen verzamelen waarmee<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d graag speelt: een bal, een knuffel,<br />
een boekje, een speeltje, misschien<br />
speelt <strong>het</strong> graag met pannen en pollepels.<br />
Het is <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g dat zij <strong>de</strong> voorwerpen<br />
fotograferen tegen een rustige achtergrond.<br />
Op een zelf<strong>de</strong> wijze kunnen ook<br />
portretten van belangrijke personen voor<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong>d wor<strong>de</strong>n gemaakt: alleen een foto<br />
van <strong>het</strong> gezicht van <strong>de</strong> moe<strong>de</strong>r spreekt<br />
meer aan dan een foto op een familiefeestje<br />
met <strong>de</strong> hele familie. Zo wordt <strong>het</strong> een<br />
echt zelfgemaakt babyboekje.<br />
Er zijn allerlei re<strong>de</strong>nen waarom ou<strong>de</strong>rs <strong>het</strong><br />
boekje niet gaan vullen. Je kunt aan ou<strong>de</strong>rs<br />
vragen waarom zij liever niet meewerken, mits<br />
je <strong>het</strong> met respect vraagt. De re<strong>de</strong>nen zullen uiteenlopend<br />
zijn: <strong>de</strong> tijd ontbreekt, ou<strong>de</strong>rs v<strong>in</strong><strong>de</strong>n<br />
<strong>het</strong> zon<strong>de</strong> om mooie foto’s (tij<strong>de</strong>lijk) kwijt te zijn,<br />
ze vergeten <strong>het</strong> gewoon ie<strong>de</strong>re keer, ze schamen<br />
zich voor hun won<strong>in</strong>g, of <strong>de</strong> gez<strong>in</strong>ssituatie is op<br />
dat moment problematisch. Ook religieuze overweg<strong>in</strong>gen<br />
kunnen een rol spelen. Daarnaast hebben<br />
sommige mensen wellicht geen fototoestel.<br />
Het is belangrijk open te staan voor <strong>de</strong> beweegre<strong>de</strong>nen,<br />
door gewoon te luisteren zon<strong>de</strong>r te<br />
oor<strong>de</strong>len. Vervolgens kun je samen na<strong>de</strong>nken<br />
over mogelijke oploss<strong>in</strong>gen: wellicht is een<br />
wegwerpcamera van <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf een<br />
i<strong>de</strong>e. Op <strong>de</strong> foto’s hoeven niet alleen personen<br />
te staan, maar ook knuffels, <strong>het</strong> bed van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d<br />
of <strong>de</strong> kamer waar hij slaapt. Tot slot is <strong>het</strong> ook<br />
prima als een gez<strong>in</strong> er niet aan mee doet; vraag<br />
dan of <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d regelmatig een speeltje of een<br />
knuffel van thuis meeneemt. Op die manier geef<br />
je <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d toch <strong>de</strong> kans om iets van thuis naar<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf te brengen en daar met jou<br />
over te praten.<br />
En dan … aan <strong>de</strong> slag<br />
K<strong>in</strong><strong>de</strong>ren v<strong>in</strong><strong>de</strong>n <strong>het</strong> erg leuk om te kijken naar<br />
foto’s, vooral als <strong>het</strong> foto’s zijn van hun broertje,<br />
<strong>de</strong> poes, hun favoriete sesamstraatfi guur. En<br />
<strong>het</strong> boekje is ook nog van henzelf. Wanneer je<br />
samen met <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d <strong>het</strong> boekje bekijkt, zul je<br />
merken dat hij een groot enthousiasme toont en<br />
wellicht tot praten komt. Nodig <strong>de</strong> dreumes uit<br />
te vertellen wat er op <strong>de</strong> foto staat; per slot van<br />
reken<strong>in</strong>g is <strong>het</strong> nu <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d dat <strong>het</strong> beter weet.<br />
De dreumes is trots om <strong>de</strong>ze foto’s te laten zien<br />
aan zijn leidster of aan <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Met<br />
baby’s bekijk je samen <strong>het</strong> fotoalbum en benoem<br />
je wat je ziet. Ga dan vooral <strong>in</strong> op plaatjes<br />
waarvan je ziet dat ze <strong>de</strong> <strong>in</strong>teresse van <strong>de</strong> baby<br />
hebben. Het is voor baby’s erg fi jn en vertrouwd<br />
om te kunnen kijken naar een afbeeld<strong>in</strong>g van zijn<br />
papa of mama.<br />
Wanneer <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>r <strong>het</strong> boekje meegeeft is <strong>het</strong><br />
leuk om <strong>het</strong> samen met <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>r en <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d te<br />
bekijken. Dat zal niet altijd lukken, maar probeer<br />
<strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval even samen met <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>r te kijken<br />
naar <strong>de</strong> foto’s. Het is ook nog mogelijk om er op<br />
terug te komen: vertel hoe <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d reageer<strong>de</strong><br />
toen je zijn eigen fotoboekje met hem doornam.<br />
Het is mooi wanneer <strong>de</strong> boekjes een vaste plek<br />
krijgen die herkenbaar is voor <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Het is<br />
niet zo verstandig om <strong>de</strong> boekjes voor k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
op een plek op te stellen waar alle k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren erbij<br />
kunnen. Dan gaat al gauw <strong>het</strong> persoonlijke ervan<br />
af en (niet onbelangrijk) kunnen <strong>de</strong> boekjes<br />
beschadigen. De k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren moeten wel kunnen<br />
aangeven dat ze graag <strong>in</strong> hun boekje willen<br />
kijken, eenvoudig door er naar te wijzen.<br />
De fotoboeken gebruik je op verschillen<strong>de</strong> manieren.<br />
Zoals gezegd kun je samen met <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d éénop-één<br />
een paar foto’s bekijken. Dat herhaal je zo<br />
vaak als <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d <strong>het</strong> leuk v<strong>in</strong>dt. Ook kun je met<br />
een groepje k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren een boekje bekijken. Bekijk<br />
eerst <strong>het</strong> eigen boekje van één k<strong>in</strong>d; wellicht lukt<br />
<strong>het</strong> ook nog om een boekje van een an<strong>de</strong>r k<strong>in</strong>d<br />
gezamenlijk te bekijken. Naar aanleid<strong>in</strong>g van<br />
wat je met elkaar ziet en bespreekt is <strong>het</strong> leuk<br />
om bijvoorbeeld een bijpassend lied te z<strong>in</strong>gen of<br />
boek te lezen. Ook kan <strong>het</strong> zijn dat je een puzzel<br />
hebt die aansluit bij <strong>de</strong> afbeeld<strong>in</strong>gen. Eigenlijk<br />
zijn alle vaardighe<strong>de</strong>n zoals die genoemd zijn <strong>in</strong><br />
hoofdstuk 8 over boekjes van toepass<strong>in</strong>g. Zorg er<br />
39
40<br />
<strong>in</strong> ie<strong>de</strong>r geval voor dat je regelmatig <strong>de</strong> boekjes<br />
erbij pakt, <strong>in</strong>dividueel of met een groepje.<br />
En blijf ook <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs <strong>in</strong>formeren over wat<br />
je met <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren en hun boekjes doet.<br />
Dit maakt <strong>het</strong> ook uitnodigend voor <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs<br />
om eventueel met aanvull<strong>in</strong>gen te blijven<br />
komen.<br />
PRAKTIJKVOORBEELD<br />
“Toen wij <strong>de</strong> eerste keer <strong>het</strong> fotoboekje<br />
van Lucas samen g<strong>in</strong>gen bekijken reageer<strong>de</strong><br />
hij geemotioneerd. In <strong>de</strong> plaats<br />
van een leuk gesprek barstte hij <strong>in</strong> huilen<br />
uit bij <strong>het</strong> zien van zijn moe<strong>de</strong>r. Misschien<br />
had<strong>de</strong>n wij <strong>het</strong> kunnen verwachten: als wij<br />
<strong>het</strong> met Lucas over papa of mama hebben<br />
is hij vaak al verdrietig. Wij hebben <strong>het</strong><br />
boekje weggelegd en zijn <strong>het</strong> later <strong>in</strong> <strong>de</strong><br />
maand nog eens gaan proberen. Toen vond<br />
hij <strong>het</strong> fantastisch. Wij pakken <strong>het</strong> er nu<br />
regelmatig bij.”<br />
Tot slot: <strong>de</strong>ze persoonlijke boekjes zijn <strong>in</strong><br />
zekere z<strong>in</strong> een variant op <strong>de</strong> familiemuur,<br />
een plek op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf waar foto’s<br />
van <strong>de</strong> familie van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren kunnen wor<strong>de</strong>n<br />
opgehangen. Het is echter een meer <strong>in</strong>tieme<br />
vorm, passend bij <strong>de</strong> jonge leeftijd van <strong>de</strong><br />
baby’s en dreumesen. ‘Mijn eigen boekje’ is<br />
<strong>in</strong> eerste <strong>in</strong>stantie bedoeld om te werken aan<br />
taalstimuler<strong>in</strong>g. Maar evenals <strong>de</strong> familiemuur<br />
draagt <strong>het</strong> bij aan <strong>het</strong> samenbrengen van<br />
verschillen<strong>de</strong> leefwerel<strong>de</strong>n. Door <strong>in</strong>teresse te<br />
tonen voor <strong>de</strong> omgev<strong>in</strong>g en familie waar<strong>in</strong> <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong>d opgroeit, voelen ou<strong>de</strong>rs waar <strong>de</strong>r<strong>in</strong>g voor<br />
hoe zij zijn.<br />
9.3 Fotoboek van<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf<br />
Zoals ‘Mijn eigen boekje’ <strong>het</strong> gez<strong>in</strong> en <strong>het</strong> thuis<br />
van <strong>het</strong> k<strong>in</strong>d een plek geeft op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf,<br />
geeft <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijfboek k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren<br />
<strong>de</strong> kans om samen met <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>rs thuis over<br />
<strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf te praten. Niet-Ne<strong>de</strong>rlandsspreken<strong>de</strong><br />
ou<strong>de</strong>rs kunnen dan met hun k<strong>in</strong>d<br />
praten over <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf <strong>in</strong> hun eigen<br />
taal.<br />
Wat kan er <strong>in</strong> <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijfboek?<br />
• Foto’s van <strong>de</strong> groep: <strong>de</strong> leidsters, an<strong>de</strong>re<br />
belangrijke mensen van <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf,<br />
<strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> speelhoeken. Breng ook <strong>in</strong><br />
beeld waar <strong>de</strong> ‘Mijn eigen boekjes’ staan, <strong>de</strong><br />
slaapplaatsen, <strong>de</strong> buitenplaats, et cetera.<br />
• Foto’s waarmee je <strong>de</strong> dag<strong>in</strong><strong>de</strong>l<strong>in</strong>g weergeeft.<br />
• Recente foto’s van een activiteit, bijvoorbeeld<br />
een verjaardag.<br />
• De gebruikte pictogrammen.<br />
• Enkele veel gezongen en favoriete liedjes.<br />
Je kunt ook iets bij <strong>de</strong> foto’s schrijven, zodat <strong>het</strong><br />
voor ou<strong>de</strong>rs dui<strong>de</strong>lijk is wat zij met hun k<strong>in</strong>d<br />
bekijken.<br />
Het ligt voor <strong>de</strong> hand om <strong>het</strong> boek te laten rouleren.<br />
Geef ou<strong>de</strong>rs <strong>de</strong> kans <strong>het</strong> boek een week<br />
<strong>in</strong> huis te hou<strong>de</strong>n. Hoe meer fotoboeken je kunt<br />
samen stellen, <strong>de</strong>s te meer k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren tegelijkertijd<br />
een boek mee naar huis kunnen nemen.<br />
De k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren komen dan dus vaker aan <strong>de</strong> beurt.<br />
De beel<strong>de</strong>n die je hebt verzameld zijn overigens<br />
ook goed te gebruiken voor een ou<strong>de</strong>ravond.<br />
Dan sla je twee vliegen <strong>in</strong> één klap. De foto’s<br />
geven een prima beeld van wat er op <strong>het</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf<br />
gebeurt. Je kunt ou<strong>de</strong>rs tegelijk<br />
<strong>in</strong>formeren over <strong>de</strong> bedoel<strong>in</strong>g van <strong>het</strong> boek:<br />
nodig ze uit om samen <strong>het</strong> boek te bekijken en<br />
een gesprekje te voeren. Vertel tevens wat je<br />
met <strong>de</strong> boekjes van <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren doet.<br />
TIP<br />
Het is natuurlijk vooral leuk als er ook<br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren op <strong>de</strong> foto’s staan. Maar zorg er<br />
dan wel voor dat je <strong>het</strong> boekje regelmatig<br />
ververst. De groepsruimte kan eventueel<br />
zon<strong>de</strong>r k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren wor<strong>de</strong>n gefotografeerd.
LITERATUUR<br />
Damhuis, R. & Litjens, P. (2003). Mon<strong>de</strong>l<strong>in</strong>ge communicatie: Drie werkwijzen voor mon<strong>de</strong>l<strong>in</strong>ge<br />
taalontwikkel<strong>in</strong>g. Nijmegen: Expertisecentrum Ne<strong>de</strong>rlands.<br />
Doeleman, W. & Corman, I. (2005). Foto’s van thuis als sleutel tot contact. Kiddo, september 2005,<br />
pag<strong>in</strong>a 4-7<br />
Frijn, J. & Haan, G. <strong>de</strong> (1994). Het taallerend k<strong>in</strong>d. Dordrecht: ICG Publications.<br />
Gillis, S. & Schaerlaekens, A. (2000). K<strong>in</strong><strong>de</strong>rtaalverwerv<strong>in</strong>g. Een handboek voor <strong>het</strong> Ne<strong>de</strong>rlands.<br />
Gron<strong>in</strong>gen: Mart<strong>in</strong>us Nijhoff.<br />
Haan, D. <strong>de</strong> & S<strong>in</strong>ger, E. (2003). ‘Use your words’. A sociocultural approach to the teacher’s role <strong>in</strong><br />
the transition from physical to verbal strategies of resolv<strong>in</strong>g peer confl icts among toddlers.<br />
Journal of Early Childhood Research, 1(1), 95-109.<br />
Kienstra, M. (2003). Woor<strong>de</strong>nschatontwikkel<strong>in</strong>g: Werkwijzen voor groep 1-4 van <strong>de</strong> basisschool.<br />
Nijmegen: Expertisecentrum Ne<strong>de</strong>rlands.<br />
Lan<strong>de</strong>lijk Curriculum K<strong>in</strong><strong>de</strong>ropvang. http://www.curriculumk<strong>in</strong><strong>de</strong>ropvang.nl.<br />
Letterie, M., L<strong>in</strong><strong>de</strong>n, E. van <strong>de</strong>r, Nikken, P., & Walker, A. (2000). Waar kijken ze naar?<br />
Antwoor<strong>de</strong>n voor ou<strong>de</strong>rs. Tilburg: Zwijsen.<br />
Nossent, S. & Van<strong>de</strong>rhaegen, O. (2003). Werken met baby’s <strong>in</strong> een groep. Utrecht: NIZW.<br />
Pennen, W. van <strong>de</strong>r (2001). Handleid<strong>in</strong>g Boekenpret 0-2 jaar. Den Haag: NBLC Verenig<strong>in</strong>g van Openbare<br />
Bibliotheken.<br />
S<strong>in</strong>ger, E. (2002). The logic of young children’s (nonverbal) behaviour. European Early Childhood<br />
Education Research Journal, 10(1), 55-65.<br />
S<strong>in</strong>ger, E. & Haan, D. <strong>de</strong> (2007). Social life of young children. Co-construction of shared mean<strong>in</strong>gs<br />
and togetherness, humor, and confl icts <strong>in</strong> child care centers. In: O. Saracho & B. Spo<strong>de</strong>k (Eds.),<br />
Contemporary Perspectives on Social Learn<strong>in</strong>g <strong>in</strong> Early Childhood Education (pp. 309-332).<br />
Charlotte: Information Age Publish<strong>in</strong>g.<br />
S<strong>in</strong>ger, E. & Haan, D. <strong>de</strong> (2006). Kijken, kijken, kijken. Over samenspelen, botsen en verzoenen<br />
bij jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Amsterdam: SWP.<br />
Schlicht<strong>in</strong>g, L., Sluyzer, B., Verburg, M., & Gerritsen, P. (2005). Mijn eerste Van Dale:<br />
Voorleeswoor<strong>de</strong>nboek. Utrecht-Antwerpen: Van Dale Lexicografi e.<br />
Tardos, A. & David, M. (2007). De visie van Emmi Pikler. Vrije beweg<strong>in</strong>gsontwikkel<strong>in</strong>g en respectvolle<br />
verzorg<strong>in</strong>g. Amsterdam: Emmi Pikler Sticht<strong>in</strong>g Ne<strong>de</strong>rland.<br />
Verhoeven, L. & Aarnoutse, C. (1999). Tussendoelen beg<strong>in</strong>nen<strong>de</strong> geletterdheid: Een leerlijn voor groep<br />
1 tot en met 3. Nijmegen: Expertisecentrum Ne<strong>de</strong>rlands.<br />
Zan<strong>de</strong>, I. van <strong>de</strong>r (2006). 1, 2, 3… <strong>de</strong> peuterjaren. Een praktische gids voor ou<strong>de</strong>rs en professionals.<br />
Amsterdam: SWP.<br />
41
42<br />
Prentenboeken<br />
Bie, L. (2004). Kle<strong>in</strong>e Leon is bloot. Amsterdam: Clavis.<br />
Bolam, M. (2004). Kiekeboe, poes! Haarlem: Gottmer.
Meer <strong>in</strong>formatie over De Taallijn<br />
De Taallijn voor peuters<br />
Stoep, J. & Elsäcker, W. van (2005). Peuters Interactief met Taal. De Taallijn VVE: Taalstimuler<strong>in</strong>g voor<br />
jonge k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren. Nijmegen: Expertisecentrum Ne<strong>de</strong>rlands.<br />
Beek, A. van <strong>de</strong>r, Elsäcker, W. van, Baack, A., Janssen, A., Kooiman, P. & Peters, S. (2005).<br />
Gesprekken met peuters. Nijmegen/Utrecht: Expertisecentrum Ne<strong>de</strong>rlands/Sar<strong>de</strong>s (cd-rom).<br />
Elsäcker, W. van, Beek, A. van <strong>de</strong>r, Janssen, A., Kooiman, P., Baack, A. & Peters, S. (2005).<br />
Werken aan woor<strong>de</strong>nschat. Nijmegen/Utrecht: Expertisecentrum Ne<strong>de</strong>rlands/Sar<strong>de</strong>s (cd-rom).<br />
Elsäcker, W. van, Stoep, J., Rambelje, M. <strong>de</strong> la, Cohen <strong>de</strong> Lara, H. & Kooiman, P. (2004). Interactief<br />
voorlezen aan peuters. Nijmegen/Utrecht: Expertisecentrum Ne<strong>de</strong>rlands/Sar<strong>de</strong>s (cd-rom).<br />
De Taallijn voor groep 1/2<br />
Elsäcker, W. van, Beek, A. van <strong>de</strong>r, Hillen, J. & Peters, S. (2006). De Taallijn. Interactief Taalon<strong>de</strong>rwijs<br />
<strong>in</strong> groep 1 en 2. Nijmegen: Expertisecentrum Ne<strong>de</strong>rlands.<br />
Beek, A. van <strong>de</strong>r, Elsäcker, W. van, Corvers, J. & Peters, S. (2006). Praktijkvoorbeel<strong>de</strong>n van De Taallijn.<br />
Interactief taalon<strong>de</strong>rwijs <strong>in</strong> groep 1 en 2. Nijmegen: Expertisecentrum Ne<strong>de</strong>rlands (dvd).<br />
De Taallijn voor groep 3/4<br />
Elsäcker, W. van, Stolwijk, D. & Brugg<strong>in</strong>k, M. (2007). Zie je ze vliegen? De Taallijn voor groep 3 en 4.<br />
Nijmegen: Expertisecentrum Ne<strong>de</strong>rlands.<br />
43
44<br />
Bijlage 1: Informatie voor ou<strong>de</strong>rs<br />
Mijn eigen boekje<br />
Dit fotoboekje ga jij voor ons vullen. Het is <strong>het</strong> eigen fotoboek van …<br />
Wat wij vragen is om foto’s, ansichtkaarten of an<strong>de</strong>re plaatjes te verzamelen. Het gaat om beel<strong>de</strong>n<br />
die jouw k<strong>in</strong>d aanspreken. We noemen een aantal voorbeel<strong>de</strong>n:<br />
1. Foto’s van <strong>de</strong> ou<strong>de</strong>r(s) en eventuele broertjes en zusjes.<br />
2. Foto’s van familiele<strong>de</strong>n zoals oma en opa, een favoriete tante, een nichtje.<br />
3. Foto’s van an<strong>de</strong>re personen die belangrijk zijn voor je k<strong>in</strong>d, bijvoorbeeld <strong>de</strong><br />
oppas of een buurvrouw.<br />
4. Een foto van <strong>de</strong> kamer van je k<strong>in</strong>d.<br />
5. Een foto van een knuffel.<br />
6. Een foto of afbeeld<strong>in</strong>g van een stuk speelgoed waar je k<strong>in</strong>d veel mee speelt.<br />
7. Een aantal foto´s van je k<strong>in</strong>d thuis, als <strong>het</strong> bijvoorbeeld aan <strong>het</strong> spelen of<br />
knutselen is of terwijl <strong>het</strong> eet.<br />
8. Een afbeeld<strong>in</strong>g van een geliefd personage van een televisieprogramma of voorleesboekje.<br />
9. Sommige k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren v<strong>in</strong><strong>de</strong>n beesten heel leuk, een an<strong>de</strong>r k<strong>in</strong>d is zeer geïnteresseerd <strong>in</strong> auto’s.<br />
Verzamel plaatjes of maak foto´s van datgene wat je k<strong>in</strong>d bezighoudt.<br />
10. ….<br />
Wanneer wij <strong>het</strong> boekje ontvangen, kijken wij <strong>het</strong> graag even samen door. Daarna gaan wij <strong>het</strong> samen<br />
met je k<strong>in</strong>d bekijken en erover praten natuurlijk. Graag willen we dat regelmatig doen; daarom<br />
hou<strong>de</strong>n we <strong>het</strong> boekje ook hier <strong>in</strong> <strong>het</strong> mandje van je k<strong>in</strong>d. Soms v<strong>in</strong><strong>de</strong>n k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren <strong>het</strong> ook leuk om<br />
<strong>het</strong> boekje van een an<strong>de</strong>r k<strong>in</strong>d te bekijken. De foto’s helpen k<strong>in</strong><strong>de</strong>ren ook bij <strong>het</strong> wennen aan <strong>het</strong><br />
k<strong>in</strong><strong>de</strong>rdagverblijf. Wanneer je een nieuwe foto hebt, kun je die er altijd aan toevoegen.
Bijlage 2: Een voorbeeld van Mijn eigen boekje<br />
Even papa plagen.<br />
Spelen met vriendje Tibor op <strong>de</strong> k<strong>in</strong><strong>de</strong>rboer<strong>de</strong>rij.<br />
45
46<br />
Waar is dat papier ook alweer voor...<br />
Wat ben je daar voor moois aan <strong>het</strong> verven?
Even papa helpen met <strong>de</strong> was.<br />
Ik ben <strong>de</strong> beste taartenbakker!<br />
47
48<br />
Het is gezellig <strong>in</strong> jouw bed, samen met Panda, Ollie, Knorretje,<br />
Mickey, Artis <strong>de</strong> Partis, Kwakje en Beer.<br />
Sesamstraat v<strong>in</strong>d je altijd leuk.
Dikkie Dik lees je graag.<br />
Samen met je nichtje Ellen een boek lezen.<br />
49
50<br />
Mama met een baby <strong>in</strong> <strong>de</strong> buik. Jij zegt dat <strong>het</strong> een zusje is.<br />
De buren hebben jonge poesjes.
Kiekeboe<br />
Kermis <strong>in</strong> <strong>het</strong> park. De auto is favoriet.<br />
51
52<br />
De leeuw <strong>in</strong> Artis is een beetje eng.<br />
De buurjongens komen langs...
Opa Han, <strong>de</strong> papa van papa.<br />
Oma Hanneke leest voor.<br />
53
54<br />
Oppas Moortje.<br />
Sneeuw <strong>in</strong> <strong>de</strong> straat.
Papagaaitje leef je nog v<strong>in</strong>d je een leuk liedje.<br />
55