DE JOURNALIST

webstore.iisg.nl

DE JOURNALIST

m 370

Int. Instituut

Soc. Geschiedenis

Amsterdam .

15 November 1923

DE JOURNALIST

Orgaan van den Nederlandschen Journalisten-Kring

Adres voor Redactie en Administratie

DEN HAAG Laan van Meerdervoort 15

INHOUD. Officieele Mededeelingen: Kringbestuur; Belgische

reis; Ledenlijst. — Algemeene belangen: De redactie van De

Journalist; De reis naar België; De Pers en de Gedenkboeken;

De kranteman; Een gevaar voor het prestige der Pers; Een

wet op de Pers in Polen. — Varia: Van de parlementaire

tribune; Uit een journalistieke moppentrommel. — Personalia

en berichten. — Ingezonden. — Correspondentie.

Kringbestuur.

Officieele Mededeelingen.

Het Kringbestuur kwam op Zaterdag 6 October, 's avonds,

te 's-Gravenhage bijeen. Aanwezig waren de leden HANS,

voorzitter, VAN DER HOUT, VOOGD, POLAK DANIELS, POLAK,

SCHOTTING, BIEMOND, CRAYÉ, RITTER en de gedelegeerden

KOUWENAAR (Amsterdam) en HOLSBOER (Oostelijke Pers).

Onderscheiding- Voogd. — De Voorzitter herinnerde bij den

aanvang der vergadering aan de onderscheiding, op 31 Aug.

den vice-voorzitter toegekend, en wenschte hem daarmee van

harte' geluk. Allen zijn overtuigd, dat collega VOOGD voer

zijn jarenlangen organisatorischen arbeid die onderscheiding

volkomen verdient.

De heer Voogd betuigde dank voor de gelukwenschen,

vroeger reeds ontvangen, en voor de woorden van den voorzitter.

Afscheid Ed. Polak en C. A. Crayé Jr. — Daarna richtte

de voorzitter zich tot de aftredende bestuursleden ED. POLAK

en C. A. CRAYÉ Jr. De heer POLAK — aldus spr. — gaat

het vak verlaten wegens zijn benoeming tot wethouder van

Amsterdam. Dat is een verlies voor de journalistiek. Zijn

groote verslaggevers-werk behoorde tot het beste wat op dit

gebied in onze bladen verschijnt. Maar ook het Kringbestuur

lijdt een sterk verlies. POLAK kwam altijd met' argumenten.

Zijn adviezen hadden steeds beteekenis en oefenden vaak veel

invloed op de besluiten. Daarbij gaf hij altijd van een groote

verdraagzaamheid en collegialiteit blijk. Hem in zijn nieuwe

functie het beste wenschend, verzekerde spr. dat het Bestuur

hem niet zal vergeten.

Collega CRAYÉ — aldus ging de voorzitter verder — blijft

in • het vak. Hij gaat de groote reis naar Indië doen. Ook

zijn vertrek is een verlies. Ook van hem moet worden getuigd,

dat hij den Kring van ganscher harte diende en in het Bestuur

zich een uitnemend collega en een goed opmerker toonde.

Spr. wenscht hem namens all.en een goede reis en een gelukkige

toekomst en hoopte, dat hij in het verre land nog wel

eens aan zijn oud-collega's uit het Bestuur zou denken.

De heer POLAK stelde er prijs op, zijn hartelijken dank te

betuigen aan alle collega's,. die hem van hun genegenheid

deden blijken en aan den voorzitter. Hij heeft in de journalistiek

veel geleerd: hard werken, goed opmerken, besluitvaardigheid.

En hij heeft in het Kringbestuur zijn collega's

leeren kennen als goede vrienden en verdraagzame menschen,

met wien het hem een genoegen was saam te werken. Vroeger

voelde hij niet veel voor den Kring, maar nu deze zich in

latere jaren tot een zoo flinke vereeniging heeft ontwikkeld,

zal hij het steeds als een voorrecht blijven beschouwen dat

hij in dien tijd deel van het Bestuur mocht uitmaken. Waar

hij kan, zal hij in zijn nieuwe functie zijn oud-collega's van

dienst zijn.

De heer CRAYÉ betuigde eveneens hartelijk dank, deed

mededeeling van de motieven die hem bewogen hadden een

benoeming naar Indië te aanvaarden en verzekerde zijn

collega's uit het Bestuur nimmer te zullen vergeten.

Internationale Pers- Unie. — Collega RITTER bleek op het

laatste oogenblik verhinderd, de vergadering bij te wonen,

die op 8 October te Parijs zou worden gehouden in verband

Plaatsverv. Redacteur:

G. POLAK DANIELS

Dit blad verschijnt ten minste

éénmaal per maand

met de eventueele oprichting eener nieuwe Internationale

Pers-Unie. Het Bestuur besloot het Dag. Bestuur te machtigen,

zich of telegrafisch tot Parijs te wenden of zich met een der

Parijsche collega's in verbinding te stellen. — (In overleg

met het Dag. Bestuur heeft collega RITTER naar Parijs geseind

dat hij verhinderd was, doch dat de Kring vasthield aan zijn

standpunt inzake toelating van alle landen, zonder onderscheid,

tot de Unie). —

Candidaturen. — Eenige nieuwe leden werden aangenomen

(zie elders).

De Dag. — Opnieuw werden besprekingen gevoerd, van

vertrouwelijken aard, inzake de journalisten die door de De

Z^-afFaire buiten betrekking geraakten .

Reorganisatie. — Daarna werden in behandeling genomen

de artikelen van het voorstel der Amsterdamsche Pers inzake

de reorganisatie van den Kring. De behandeling wordt in

een volgende vergadering voortgezet.

Op Zaterdag 13 October kwam het Kringbestuur opnieuw

te 's-Gravenhage, 's middags en 's avonds, bijeen. Aanwezig

waren de leden HANS, voorzitter, VOOGD, VAN DER HOUT,

POLAK DANIELS, CRAYÉ, SCHOTTING, RITTER en de gedelegeerden

KOUWENAAR (Amsterdam) en HOLSBOER (Oostelijke

Pers).

De vergadering was geheel gewijd aan de vaststelling van

het bestuurs-preadvies inzake de reorganisatie-voorstellen van

De Amsterdamsche Pers.

De artikelen werden alle. afgedaan en het preadvies definitief

vastgesteld. Het Bestuur gaf in de artikelen verschillende

veranderingen in overweging. Het Bestuur van de Amsterdamsche

vereeniging zal die wijzigingen nader overwegen en

meededen, of het er al dan niet mee accoord gaat.

Daarna worden voorstellen en preadvies gepubliceerd.

Belgische reis.

De heeren D. HANS, voorzitter en W. N. VAN DER HOUT,

secretaris van den Kring, hebben 4 October hun opwachting

gemaakt bij Prins de Ligne, gezant van België te 's Gravenhage,

om hem de erkentelijkheid van het Kringbestuur en

van alle deelnemers te betuigen voor het belangrijke aandeel,

dat hij gehad heeft in de totstandkoming der reis van Nederlandsche

journalisten naar België.

De gezant verzekerde, dat hij volgaarne de reis had bevorderd

en dat het uitstekende welslagen er van hem bijzondere

vreugde heeft verschaft. Met groote belangstelling hoorde hij

de uitvoerige mededeelingen aan, die beide heeren hem in

zake den tocht deden.

Ook de Minister van Buitenlandsehe Zaken heeft zich

omtrent het verloop der reis doen inlichten.

Ledenlijst.

Aangenomen als gewoon lid:

Mej. R. VAN DE FEER, Telegraaf, Amsterdam.

Bedankt als gewoon lid:

W. J. M. D'ABLAING, Den Haag, wegens verlaten van de

journalistiek.

Aangenomen als buitengeivoon lid:

ED. POLAK, Amsterdam (thans gewoon lid).

N. M. VAN DE ROER, Aneta, Wald. Pyrmontlaan 10, Rijswijk.

L. D. PETIT, Saxenburgerstraat 34, Amsterdam.

W. C. F. SCHEPS, Jasmijnstraat 35, Den Haag.


68 DB J O U R N A L I S T

Adres-veranderingen:

C. VAN TILBURG naar Kloppersingel J5, Haarlem.

J. SCHRAVER naar Veelzigtstraat 2, Rotterdam.

TH. HARLAAR naar Rijswijkscheweg 301, Den Haag.

H. JONGSMA naar Adrianalaan 24, Tuinstad Schiebroek, R'dam.

T. LANDRÉ naar Lützowstrasse 73. Berlin W. 35.

H. BAX naar Leliegracht 24 bovenhuis, Amsterdam.

A.'BUINING naar Keizersgracht 633, Amsterdam.

I. j. E. DE LANGE naar Valeriusstraat 112, Amsterdam.

M. |. GIPHART naar Karl Marxstraat 4, Alkmaar.

B. C. SPOEL naar Weteringkade 39, Den Haag.

Mevr. VAN LIDTH DE JEUDE-YON HETTYEY naar J. P. Coenstraat

7, Den Haag.

C. A. LEYEN naar Stephensonstraat 70, Den Haag.

Mej. MATH. A. VAN BALEN (tijdelijk) iiaar Ned. Sanatorium,

Davos Platz (Zwits.)

C. A. CRAYÉ naar Bandoeng.

A. L. SINT-YOOST baron DE KRUYFF naar Poste Centrale,

Boite 40, Sofia (Bulgarije).

Algemeene belangen.

De redactie van De Journalist.

Door een misverstand is aan den kop van het vorige

nummer van De [ournalist de plaatsvervangende redacteur

genoemd. Dat nummer werd nog geheel door collega CRAYÉ

verzorgd.

* *

*

Op de eerstvolgende Kringvergadering zal voorzien worden

in de bestuursvacatures, ontstaan door het aftreden van de

collega's CRAYÉ en POLAK, waardoor de Kring tevens haar

orgaan-redacteur verloren heeft.

De plaatsvervangende redacteur meent thans reeds te

moeten mededeelen, dat hij voor een definitieve benoeming

niet wenscht in aanmerking te komen, zoodat de leden

daarmee bij de voorziening in de bestuursvacatures kunnen

rekening houden. (De algemeene vergadering wijst een Bestuurslid

als redacteur aan.)

De reis naar België.

Van verschillende kanten bereikte ons de opmerking, dat

in het verslag van de journalistenreis naar België wel de

tafelrede van den Kringvoorzitter werd afgedrukt, doch van

de overige redevoeringen, namens de Nederlandsche journalisten

gehouden, slechts heel even melding werd gemaakt.

De opmerking is juist. De rede van collega HANS was

tevoren gezet, en stond dus klaar om ingevoegd te worden.

Daar de verschijning van het nummer niet langer kon worden

uitgesteld, moest de verslaggever zich van het verloop der

reis door Vlaanderen met enkele regels afmaken.

Bovendien heeft collega VAN DER HOUT steeds geïmproviseerd.

Er nu nog op terug te komen, zou weinig zin meer

hebben. Allen, die de excursie hebben meegemaakt, weten

dat het goed is geweest en zoowel de Belgen, die ons geleidden,

als de Nederlanders bewaren er een aangename herinnering aan.

De Pers en de Gedenkboeken.

Daar ligt het vierde en -laatste stuk vöör mij van het

Gedenkboek, uitgegeven door de firma Van Holkema en

Warendorf te Amsterdam, ter gelegenheid van het jubileum

der Koningin.

Het vierde, èn laatste stuk. Bijna 600 bladzijden groot is

het boek. En in die 600 bladzijden over de journalistiek —

geen woord.

Geen woord.

Veel over de veeteelt. Den landbouw. Den tuinbouw. Den

scheepsbouw. Leger. Vloot. Verkeer. Techniek. Schilderkunst.

Bouwkunst. Muziek. Letterkunde. Wetenschappen. Geestelijke

stroomingen. Cultures. Sport. Enz. Enz. Enz. Véél woorden,

veel portretten, veel kieken. Over de journalistiek: geen woord,

geen foto. Of ja, één naam. In het artikel over de letterkunde.

Daarin de opmerking, dat BRUSSE — (zijn voorletters

worden nog verkeerd vermeld ook) — „krantenliteratuur tot

kunst" verhief. Maar deze vermelding is als letterkundig

bedoeld.

We lezen van allerlei menschen, waaronder helden-op-defiets

en op het voetbalveld. Geen woord over de geweldige

ontwikkeling der journalistiek gedurende de regeeringsperiode

van* Wilhelmina, geen woord over de journalisten, die invloed

oefenden op het geestes-leven van ons volk.

Er is nog een Gedenkboek verschenen. Dat van kapitein

DE BAS. Eventjes-effetjes bijna 1200 bladzijden groot. Daarin

— (o, wij verwenden en vertroetelden!) — een opstel over

„De Pers" van dr. C. EASTON. Zes-en-een-half bladzijde (op

de 1200), en daarvan gaat de ruimte af voor een kiek en

drie portretten, benevens feitelijk ook voor een inleiding van

ongeveer 2 pagina's, die niet handelt over positie en ontwikkeling

der journalistiek. De heer EASTON maakt de opmerking

dat hij, aan „enkele bladzijden" gebonden, „een onuitvoerbare

opdracht" heeft aanvaard. Terecht. Zijn artikel, een

causerietje, behandelt dan ook feitelijk de ontwikkeling der

pers niet. Deze vriendschappelijke critiek kan (gelukkig) niet

den schijn dragen van voort te spruiten uit persoonlijke

gevoelens, want dr. EASTON heeft mij in zijn opstel zeer welwillend

behandeld. Dès te vrijer kan ik zeggen, dat de

schrijver de ontwikkeling der journalistiek niet ernstig heeft

besproken, omdat hij de gelegenheid daartoe niet heeft gehad.

En zoo zijn wij er dan, in de beide groote Gedenkboeken,

wat men noemt kaal afgekomen.

Ik moet eerlijk getuigen, dat ik de verklaring daarvoor niet

weet te vinden. De heer DE BAS heeft tenminste aan onsgedacht,

al zijn we stiefmoederlijk bedeeld, maar prof. BRUGMANS, die

het andere Gedenkboek samenstelde, vergat ons finaal.

Toch:

de ontwikkeling van de pers in die periode is zeer belangrijk

geweest. En wat de bladen (het aantal, den omvang, de

beteekenis) betreft èn wat aangaat de plaats, die de journalistiek

en de journalisten zich allengs in onze samenleving

hebben weten te veroveren. Ik hoop in de gelegenheid te

zijn daarover nader te spreken, wanneer wij binnenkort het

40-jarig bestaan van den Kring herdenken. Het feit, dat wij

in het èène Gedenkboek niet en in het andere heel karig zijn

besproken, verandert daaraan natuurlijk niets. Ik heb er alleen

maar even de aandacht op willen vestigen. Hier is met recht

„een vergeten hoofdstuk".

Misschien dat „men" er aan zal denken — bij het gouden

jubileum der Koningin.

D. H.

De kranteman.

Van onzen Amsterdamschen collega C. J. SCHOTEL verscheen

in de Groene het volgende gedicht:

O, kranteman, o kranteman

Waar leef je van, waar leef je van?

Je loon is klein, althans in geld

je vecht met 't leven als een held,

Je zwoegt en slaaft tot in den nacht,

Je sport dat is de nieuwtjesjacht.

Breng je soms „linge sale" op straat,

Dan is 't tot algemeene baat,

En noem je namen dan voluit,

't Is wis een huichelaar of schavuit,

Die j' op de kaak aldus dan stelt,

Opdat 't publiek het vonnis velt.

Van wie je 't nieuws krijgt, waar en hoe,

Dat doet er eig'lijk weinig toe.

Mits slechts 't belang van 't algemeen

Erbij gebaat is. Maar niet één,

Die iets van 't krantenwerk snapt,

Durft zeggen, dat 't wordt gegapt.

Het nieuwste nieuws — geen doel dan dat

Nog nieuwer nieuws dan 't andere blad.

Neen zeker, niet dat maar alleen

Doch ook 't belang van 't algemeen.

Gij knaapf die nog wat worden moet,

Onthoud den gulden regel goed:

Wie.daarvoor moedig vechten kan,

Dat wordt de beste kranteman.

C. J. SCHOTEL, journalist.

Hierbij teekende Charivarius met een bescheidenheid, die

ieder moet treffen, aan: „Onderscheid kranteman en journalist.

Journalist ben ik zelf. — Char".

En de hoofdredacteur van de Groene schreef in het volgende

nummer:

„Het ruize-rijmpje van Charivarius in het nummer van

8 September heeft verschillende journalisten zeer ontstemd.

Zij zagen er een aanranding in van hunne beroepseer en


uitten hun toorn in bittere woorden tegen den rijmelaar; ook

de redactie van dit weekblad moest het ontgelden.

„Voor deze boosheid bestond geen reden. .Het is allerminst

de bedoeling van Charivarius geweest, het beroep van journalist

door het slijk te halen. Men had, dunkt ons, met

eenigen goeden wil dit reeds kunnen vermoeden.

„Wat hij' dan wel bedoelde, heeft hij op zijne gewone',

laconieke manier aangeduid, toen hij de vorige week onder

het protest-rijmpje van den heer SCHOTEL schreef: Onderscheid

krantetiman en journalist; journalist ben ik zelf.

„Overgezet in de omslachtiger woorden van een commentaar,

zou dit luiden: „met krantenman bedoel ik alleen die journalisten,

die hun beroep schande aandoen door de minderwaardige

practijken, waarmede zij aan hun blad een nieuwtje

bezorgen. Ik acht hen den naam van journalist niet waardig;

daarom sprak ik, geringschattend, van kranteman".

„Juist de journalisten, die hun beroep hoog houden, moeten,

dunkt mij, de gevoelens van Charivarius tegen een kranteman

deelen."

Een gevaar voor het.prestige der pers?

Een Kringlid zond ons het volgende, geknipt uit een

„Haagsche Brief" van Flaneur, Nieuwe Courant van Zondag

14 October 1923 en vraagt „of dergelijk geschrijf geen ernstig

gevaar oplevert voor het prestige van ons vak naar buiten."

„Maar met rust laat die vlootwet me niet. Onlangs werd

ik laat uit mijn bed gebeld door een kind, dat in den regen

stond, met een armzalig gezicht en me een lijst aanbood om

tegen de vlootwet te teekenen.

„Voor late bedelkinderen in natte straten ben ik altijd

gevoelig. Even heb ik er over gedacht het maar te doen,

want. misschien had de stumper nog maar weinig opgehaald

en wachtte haar een pak slaag, als ze met een half leeg

lijstje thuiskwam. Maar ik heb toch mijn hart verhard, al

kostte het niets, het kind een pleiziertje te doen, en al zou

het geloof ik ook niet veel helpen tegen of vóór de. wet.

Mijn sigaren-winkelier heeft me indertijd ook al eens geprest

om te teekenen, en we hebben toch tabaksbelasting gekregen."

Deze badinage een gevaar, een ernstig gevaar nog wel, voor

het prestige van de pers? Wij kunnen het niet inzien. — Red.

Een wet op de pers in Polen.

De Poolsche regeering heeft bij het Sejin het ontwerp voor

een perswet ingediend, waarmee voornamelijk beoogd is,

eenheid te brengen in de op verschillend gebied heerschende

gebruiken. Het ontwerp omvat elf hoofdstukken en tachtig

artikelen. De voorwaarden' en waarborgen voor vrijheid van

drukpers worden vastgelegd; in overeenstemming met de

constitutie wordt geen preventieve censuur ingevoerd; de

vorm van gerechtelijk toezicht op inbeslagnemingen en

andere strafmaatregelen van administratieven aard wordt nader

omschreven. Gedrukte publicaties mogen, voorzoover zij niet

meer dan drie vel beslaan twaalf, anders 48 uur na aanbieding

van de controle-exemplaren worden uitgegeven. Tijdschriften

en vervolgnummers van publicaties kunnen direct na aanbieding

van de controle-exemplaren worden uitgegeven. Alvorens

echter een tijdschrift voor de eerste maal wordt uitgegeven,

moet de uitgever een verklaring betreffende den inhoud,

volgens een bepaalde formule onderteekenen. Wanneer dan

van overheidswege binnen een week geen bezwaar is gemaakt,

kan het tijdschrift verschijnen. Démenti's en verbeteringen

op berichten, komende van particuliere per'sonen, moeten

onvoorwaardelijk worden opgenomen, voorzoover zij zakelijk

zijn gesteld, niets strafbaars behelzen en niet meer ruimte in

beslag nemen dan het tweevoudige van het oorspronkelijke

bericht. Het ministerie van Buitenlandsche Zaken kan buitenlandschen

bladen het recht van postverzending ontnemen,

wanneer deze tenminste éénmaal zijn geconfiskeerd geworden.

Varia.

Van de parlementaire tribune.

DE J O U R N A L I S T 69

(Nieuwe Ct.)

In het Kamer verslag van liet Volk d.d. 17 October kan

men het volgende lezen:

„Als de antirevolutionair VAN DER VOORT VAN ZIJP een

rede begint ter verdediging van de Vlootwet, wordt het ver­

staan aan uw verslaggever eenigen tijd onmogelijk gemaakt

door de onvriendelijkheden, die de Residentiebode-o\trz\c\\tschrijver

op luiden toon richt aan her adres van zijn militaristischen

coalitiegenoot en aan de Vlootwet. Wanneer de

boosheid van onzen katholieken, antimilitaristischen collega

eenigszins is gestild, verstaat uw verslaggever, dat de heer

VAN DER VOORT VAN ZIJP opmerkt, dat "

Wie hier aan gebrek aan collegialiteit zou denken, kent den

parlementairen kippenren niet: LUIKINGA ging heel collegiaal

met deze passage naar BON toe om te vragen of daar geen

bezwaar tegen was en BON vond het best.

Daarom nemen wij het in De Journalist over.

Uit een journalistieke-moppentrotnmel.

Hoofdredactie en directie besloten de journalisten, die zich

bij de jubileumfeesten bijzonder verdienstelijk hadden gemaakt

een extra honorarium toe te kennen. De tooneelverslaggever

viel er juist buiten. Deze achtte zich gepasseerd en protesteerde

heftig. Had hij niet „Om de Kroningslinde" van CHARIVARIUS

moeten aanzien? De hoofdredacteur erkende zijn gelijk en

stelde hem bij wijze van smartgeld een maand extra salaris

en een vrije reis naar Parijs in uitzicht. Wat onder ons gezegd

nog maar een matige vergoeding was.

Personalia en Berichten.

— Collega S. BOTTENHEIM ontving van de Fransche

regeering de onderscheiding van Officier de 1'Instruction

publique.

— Tot redacteur aan het Handelsblad is benoemd collega

H. TERSTEEG.

— Ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum van de heeren

R. C. VERWEYCK en H. L. BAARBÉ. resp. directeur-redacteur

en redacteur buitenland van het dagblad De Standaard, als

journalist aan dat blad, heeft zich een eere-comité gevormd,

onder eerevoorzitterschap van den heer H. COLIJN, minister

van Financiën, hoofdredacteur van De Standaard.

Het ligt in de bedoeling de jubilarissen op 1 December

een blijk van hulde van hun anti-revolutionaire vrienden aan

te bieden. Van het uitvoerend comité is voorzitter ds. T.

FERWERDA, gereformeerd predikant te Amsterdam.

— 1 December a.s. zal collega J. W. HELMER, redacteur

van De Tijd, zijn gouden feest vieren. Die dag zal zeker

niet onopgemerkt voorbijgaan.

Verdiende hulde.

Zooals reeds in de dagbladen is vermeld, hebben wij, die

ons belast hadden met het uitkiezen van een souvenir voor

den heer CH. MECHANT, den kabinets-minister van Economische

Zaken, die onze gids is geweest op den tocht door

Vlaanderen, onze keuze laten vallen op. een zilveren blad

uit de fabriek van Begeer. Wij lieten het voorzien van een

eenvoudige inscriptie en zonden het door bemiddeling van

den Nederlandschen gezant te Brussel aan den heer MECHANT.

Wij ontvingen van hem een hartelijk schrijven, waarin hij

meedeelde het geschenk zeer op prijs te stellen; het zou bij

hem steeds de aangenaamste herinneringen levendig houden

aan den prettigen omgang met de Nederlandsche journalisten

gedurende hun verblijf in België.

Bij de vermelding van deze uitwisseling van beiderzijds

zoozeer gemeende vriendelijkheid mag ik in ons Orgaan nog

wel even een woord van hartelijke hulde en erkentelijkheid

jegens den heer MECHANT uiten. Hij heeft zich niet alleen

doen kennen als een voortreffelijk organisator maar ook als

een joviale, charmante gastheer en gids, die zelfs in een zoo

heterogeen groepje als 50 journalisten nu eenmaal vormen,

onmiddellijk bij allen in de gratie viel.

Als onze tocht het neven-succes heeft dat de genegenheid

tusschen België en Holland is verbeterd, dan is dat wel in

de eerste plaats aan zijn aangenaam en tactisch optreden te

danken.

Het doet ons zeer veel genoegen te vernemen, dat de

Nederlandsche Regeering zijn verdienste heeft willen huldigen

door hem een onderscheiding toe te kennen. Daarmede

wenschen wij hem gaarne geluk.

v. D. H.


70 D E J O U K N A L I S T

'n Koperen jubilé.

Op éen van mijne tochten door de jaargangen van ons

Orgaan vond ik eenigen tijd geleden den datum waarop onze

tegenwoordige voorzitter, collega HANS, zijn intrede deed in

het Kringbestuur. 't Was op 9 Juli 1911. Binnenkort —

9 Januari a.s. — viert hij dus zijn koperen jubilé. Ik heb

eens zijn „staat van dienst" bij elkaar gezocht en die ziet er

waarlijk wel uit om eens even vermeld te worden.

In het Kringbestuur was hij van 1911—'12 tweede secretaris;

voor een benoeming tot eerste secretaris bedankte hij in 1916

feestelijk. Van 1917—'20 was hij vice-voorzitter, waarvan de

de laatste twee jaar tijdens de ziekte van mr. PLEMP VAN

DUIVELAND actief-dienend voorzitter. Juist in dezen tijd viel de

eerste economische actie. In Maart 1920 werd hij tot voorzitter

gekozen; zijn mandaat werd in 1923 vernieuwd.

Als lid der redactie van het Orgaan èn als alleen heerschend

redacteur hield hij het in totaal zeven jaar uit, te weten als

lid der redactie-commissie van Juli igio.tot Juli 1912; van

Juli 1912 tot Jan. '14, van April 1917 tot Maart 1920 en

van December 1921 tot Maart 1922 als alleen-redacteur.

Voorts vermeldt zijn staat van dienst: secretaris van de

eerste Statuten-commissie (1912—'13), van de tweede idem

(1916—'19); van de enquête-commissie voor de arbeidsvoorwaarden

(1916); voorzitter van de commissie voor de correspondentschappen

(1918), van de Publiciteitscommissie (1918

tot heden), van de Economische commissie (1918 tot heden),

van de Reorganisatiecommissie (1921—'23) en ten slotte

secretaris van de Gemengde Pensioencommissie (1921 tot

heden). Hierbij kan nog herdacht worden het voorzitterschap

van wijlen het Intellectueelenverbond.

Meer heb ik niet gevonden, maar het kan er mee toe. En

passant schreef HANS nog een schets der geschiedenis van

den Kring en was hij voorzitter van de Haagsche Journalisten

Sociëteit (1914—'16).

Ik wil met de simpele vermelding van dezen staat van

dienst volstaan. Ieder kan wel nagaan wat een ontzaggelijken

tijd en arbeidskracht HANS reeds aan den Kring gaf. En

nog steeds gaat hij voort dat te doen ....

v. D. H.

Heden — zoo leest men in De Locomotief van 17 Aug. —

is het 25 jaar geleden dat onze hoofdredacteur, de heer

ANT. J. LIEVEGOED, zijn intrede deed in de journalistiek.

Bij zijn komst vanochtend op het kantoor wachten hem

vele bloemstukken, waaronder van den directeur en de commissarissen

van het Dagblad De Locomotief, van het redactie-,

administratie- en zetterijpersoneel, van vele collega's en particulieren.

Telegrafische en andere gelukwenschen waren binnengekomen

van de directie van De Locomotief en van directies

en redacties van andere bladen.

Ten kantore kwamen velen persoonlijk den jubilaris gelukwenschen.

Namens de directie in Holland sprak mr. STEENHUIS den

heer LIEVEGOED zeer waardeerende 'woorden toe, terwijl uit

naam van de redactieleden de oudste redacteur, de heer

JANSEN, en namens de administratie de waarnemend administrateur

de heer KLEIN, spraken.

De heer STEENHUIS, de redactie en de administratie boden

gezamenlijk den jubilaris een boekgeschenk aan, het Javaansche

personeel bood hem zilver smeedwerk aan, speciaal voor

deze gelegenheid vervaardigd.

De heer LIEVEGOED zeide in een korte speech dank voor

de hem gebrachte hulde.

Een afstraffing.

Wij lezen in De Nederlandsche Dagbladpers:

Foei CHARIVARIUS!

Tegen uw gedichtje in de Groene „de Kranteman" zij ook

hier een ernstig woord van protest aangeteekend. De mannen,

die gij zóó minderwaardig acht, zijn werkzaam aan onze

bladen, de groote meerderheid sinds vele jaren. Velen, zeer

velen onder hen genieten onze achting, onze waardeering,

juist omdat ze het tegendeel zijn van wat gij in uw verwaten

rijmelarij den menschen wilt doen gelooven. Zooals overal

gebeurt, is er in de krantenwereld ook wel eens iets, dat men

anders zou willen, doch dat geeft u niet het recht de ijverige

werkers aan onze bladen als „smeerpoetsen" aan een schandpaal

te slaan. Dat noemt men laster, mijnheer CHARIVARIUS!

Wij kunnen onze verbazing niet onderdrukken, dat een

beschaafd en ontwikkeld man, zich tot zoo iets leent.

Nog eens: Foei CHARIVARIUS! V.

G«drukt bij A. de la

f

Koninginnedag.

Naar wij in De Nederlandsche Dagbladpers lezen, heeft

de voorzitter in" de jongste bestuursvergadering der Vereeniging

van Uitgevers van Dagbladen een principieele uitspraak

gevraagd over een van verschillende zijden geuiten wensch

om in den vervolge den Koninginnedag (31 Augustus) te

beschouwen als een Zondag, waarop dus alleen de ochtendbladen

zouden verschijnen.

Enkele leden van het Bestuur meenden dat tegen een

dergelijk besluit uit sommige provincie-steden bezwaren konden

komen, doch zij verklaarden er niet tegen te zijn dat

het Bestuur het voorstel, zooals de voorzitter het formuleerde,

ter sprake zou brengen in de eerstvolgende algemeene vergadering

der „Ned. Dagbladpers".

De Hongaarsche academie voor journalisten.

De voor twee jaren te Boedapest gestichte academie voor

journalisten is dit jaar een fiasco geworden. In het geheel

lieten zich zes personen als toehoorders inschrijven. De aanvankelijk

in het instituut getoonde belangstelling begon al

gauw te tanen, toen bleek dat de academie den journalisten

geen post aan de bladen kon bezorgen. Een verdere aanleiding

voor het afnemen van het bezoekersaantal is de verhooging

der leergelden geweest, die op 60.000 kronen zijn gebracht.

Voetbal en pers.

In de a.s. vergadering van de Football Association zal o. m.

de correspondentie worden voorgelezen met de National

Union of Journalists.

Hierin wordt geklaagd, dat de besprekingen van de F. A.

onregelmatig aan bladen worden verstrekt, terwijl andere bladen

op ofticieele gegevens moeten wachten. Bona fide journalisten

hebben dus nadeel bij niet-journalisten, die het nieuws kunnen

verkoopen uit hoofde van hun officieele positie bij de F. A.

— De moeilijke tijden, welke de pers tegenwoordig meemaakt

en waardoor in Duitschland tal van kranten moeten

ophouden te verschijnen, heeft ook in China een offer gevraagd.

Een der oudste kranten ter wereld de Tsching Pav, die

duizend jaar lang in Peking verscheen — verschijnt tengevolge

van de hooge kosten niet meer.

— In het Parksanatorium te Weenen is in den ouderdom

van bijna 74 jaar, verlaten en door de wereld vergeten —

overleden dr. JOZEF BLOCH, uitgever en hoofdredacteur van

het Oesterreichische Wochenschrift, een blad, waaraan de

voornaamste joodsche journalisten en grootste geleerden

hebben medegewerkt. Sinds 1920 is dr. BLOCH'S Wochenschrift

niet meer verschenen, Het blad, dat eens — in den tijd. dat

zijn hoofdredacteur lid van het Oostenrijksche parlement

was — belangrijken politieken invloed had — verdween, als

gevolg van de tijdsomstandigheden.

Ingezonden.

Geneeskunde en journalistiek.

Als een der weinigen (of misschien wel de eenige) medicus

onder de journalisten en als een der weinige journalisten

onder de medici, acht ik het een eer en een voorrecht opgenomen

te zijn onder de buitengewone leden van den N.J.K.

Doordrongen van de wetenschap dat de belangen en behoeften

der pers nooit in strijd behoeven te zijn met de

belangen en behoeften van de geneeskundige wetenschap en

de geneeskundige praktijk, zou ik gaarne een trait d'union

vormen tusschen de beide vrije beroepen die ik in één persoon

tracht te vereenigen.

Vandaar mijn bereidheid om alle collega's onder de medici

voor te lichten over journalistieke aangelegenheden en alle

collega's onder de journalisten voor te lichten over medische

zaken voorzoover zij op den inhoud van hun blad betrekking

hebben, (want voor persoonlijke aangelegenheden moet ik

hen naar hun huisdokter verwijzen).

RUINEN, 15 Sept. W. SCHUURMANS STEKHOVEN.

Correspondentie.

Aan eenige inzenders. — Geheel accoord, maar de afgetreden

/ournalist-reda.ctem rekende reeds met dit geschrijf

af. Het zou te veel eer worden!

Azn., Amsterdam

1

More magazines by this user
Similar magazines