delft eindhoven - Technische Universiteit Eindhoven

alexandria.tue.nl

delft eindhoven - Technische Universiteit Eindhoven

delft

eindhoven


INLICHTINGEN

betreffende de studie aan

de T echnische Hogescholen

Delft en Eind hoven

1957

UITGEGEVEN DOOR DE TECHNISCHE HOGESCHOlEN

DE DElFTSCHE STUDENTENRAAD EN DE

CENTRALE COMMISSIE VOOR STUDIEBElANGEN TE DELFT


INHOUD

Inleiding Rectores Magnifici • • • • • • • • • • • • • • •• 7

HOOFDSTUK I

Aigemene inleiding

Voor de beslissing valt • • • • • • • • • • • • • • • • •• 11

HOOFDSTUK II

De T echnische Hogeschool Delft

Belangrijke adressen

A. A 1 gem e e n

Historie in 't kort

Het gebouw der voormalige Academie

Het hoofdgebouw

Inschrijving •••

Orienteringsdagen

Inlichtingendagen

Kamers

Bureau Studentenaangelegenheden

B. D e d r i e sec tor e n van d e v 0 r min g

Eerste sector: De vakstudie

Colleges •

Studieboeken •

Instructies

Contact met hoogleraren en instructeurs

Tekenen

Practica ••••••

Examens •••.••

Programma der lessen

Praktisch werken • •

Studiepatroon

Studieverenigingen •

Centrale commissie voor studiebelangen

17

21

21

23

24

25

25

25

26

27

27

28

28

28

28

28

29

29

30

30

30


D. A a n han g s e 1

Register van andere Studentenorganlsaties

Gebouwen Technische Hogeschool

Handleidingen • • • • • • • •

HOOFDSTUK III

De T echnische Hogeschool Eindhoven

• • 118

• 120

• 121

Inlich t1ngen • . . • • • • • • . . . • • • . . . . . . • • . 125

A. A 1 gem e e n

Voorgeschiedenis

Nieuwbouw

Studieprogramma

Huisvesting

De gebouwen •••••

Inschrijving •

Stichting Eindhovens Hogeschoolfonds

Stichting Studentenvoorzieningen Eindhoven (S.S.E.)

B. Des e c tor e n van d e v 0 r min g

Eerste sector: De vakstudie

Colleges •

Studieboeken

Instructies

Practica •••

Programma van cOlleges

Bibliotheek • • • • •

Studle voor:

Werktuigkundig ingenieur

Elektrotechnisch ingenieur

Scheikundig ingenieur • • •

Tweede sector: Het studentenleven

Ten geleide

HOOFDSTUK IV

Aigemene belangen

en praktlsche oefeningen

Nederlands Studenten Sanatorium

Universitair Asyl Fonds

Beurzen en renteloze voorschotten

Militaire dianst • • • • • • • • • •

126

127

129

129

130

• 130

• 130

• • 131

133

• 133

• • 133

• 133

• 133

• 133

134

136

• 139

• • 142

142

• 145

145

• 146

148


DE COMMISSIE TOT REDACTIE

VAN HET INLICHTINGENBOEKJE 1957

IS ALB VOLGT SAMENGESTELD

Prof.dr. F. Loonstra (T.H. Delft)

Prof. dr. K. Posthumus (T.H. Eindhoven)

R. van der Mast (T.H. Delft)

J. Doets (C.C. Delft)

J.T.M. Oldenburg (D.S.R. Delft)

voorzitter

secretaris

5


Joto Paul HuJ


HOOFDSTUK I

ALGEMENE INLEIDING


VOOR DE BESLISSING V ALl

Waarom kiest men na de middelbare school

de technische studie ?

Heert men op grond van eigenschappen als zeer goede aanleg tot

studie, wetenschappelijke belangstelling, grote wilskracht en

taai doorzettingsvermogen, besloten om te gaan studeren, dan

blijkt het aantal mogelijkheden zeer groote Onder deze kan de

technische studie als een van de zwaarste worden beschouwd!

Kiest men deze richting meer op grond van een grote belangstelling

voor de techniek aIleen, dan bedenke men dat ook de middelbaar

technische scholen een zeer degelijke en op de praktijk

gerichte opleiding geven. Men zij er van overtuigd dat de studie

in Delft of Eindhoven, behalve een gezonde technische belangstelling

- die niet aIleen uit een handig repareren van de bel

thuis of uit veel spelen met radio of meccano afgeleid moet worden

ook een ruime mate van interesse voor de meer theoretische

vakken vereist.

Niet onbelangrijk is het, wanneer men zich tot de technische

studie aangetrokken gevoelt, eens kennis te maken met het industriele

leven. Ongetwijfeld zullen vele industrieen gaarne jonge

mensen die de leiding der school bij haar introduceert daartoe

in de gelegenheid willen stell en.

Capacitei ten

Men dient dus over de capaciteiten te beschikken om een moeilijke

studie in theoretische vakken, bijvoorbeeld de voor elke studierlchting

vereiste wlskunde-vakken, met vrucht te kunnen vOlgen.

Het bovengenoemde wordt duidelijk gedemonstreerd in de studieprogramma's

voor de eerste jaren, die men in dit boekje onder de

verschillende studierichtingen vindt.

11


maar ook in de omgang met mensen. De ingenieur vervult veelal

een verantwoordelijke taak, waarblj een grote Invloed op zijn

ondergeschikten van hem moet uitgaan, terwijl ook zijn verhouding

tot zijn superieuren van groot belang is voor het bedrijr

waarin hij werkt. De van hem geeiste zelrstandigheid van optreden

en helderheid van denken zal hij zich reeds tijdens zijn

vorming aan de Technische Hogeschool eigen moe ten maken door van

de eerste studiejaren ar zljn tljd goed in te delen en zich eraan

te wennen geconcentreerd en met lierde te werken.

Doch de Hogeschool biedt de student slechts een deel van hetgeen

voor zljn ontplooiing noodzakelljk is; de menselijke vorming,

die van zo groot belang is voor iedereen die een belangrijke

maatschappelijke functie wil gaan bekleden, vindt hij in de studentenmaatschappij.

Men denke vooral niet dat de tijd, gegeven

aan een gezelligheids- of studievereniging, teloor is gegaan. Integendeel:

een student die hard werken leert combineren met een

bewust deelnemen aan de activiteiten van het studentenleven, geniet

de beste voorbereiding voor de taak die hem straks wacht.

Vooruitzichten na bet afstuderen

De vooruitzichten lopen voor de verschillende richtingen uiteen

maar kunnen over het algemeen gunstig worden genoemd.

Men leze hie rover de inlichtingen over de diverse studierichtingen

elders in dit boekje.

Over plaatsingsmogelijkheden in het buitenland geeft het plaatsingsbureau

van de Vereniging van Delftsche Ingenieurs, Prinsessegracht

23, Den Haag, op verzoek inlichtingen.

Toelating

In de wet staat dat een einddiploma Gymnasium B of H.B.S. B - or

een daarmee gelijkgesteld diploma vereist is, om aan een der

technische hogescholen examens af te leggen.

Personen die de leeftijd van dertig jaar hebben bereikt, zonder

een der evenbedoelde diploma's te bezitten, kunnen in bijzondere

gevallendoorde Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen

tot de examens aan de Technische Hogescholen worden toegelaten.

Voorts zijn bij ministerieel besluit van 30 juli 1952 regelen

gesteld,waarbij aan bezitters van een einddiploma M.T.S. de mogelijkheid

wordt geboden toelating tot de examens te verkrijgen.

Over de in de beide voorgaande alineats bedoelde mogel1jkheden

geven de bureaus der senaten gaarne 1nlichtingen.

13


mogelijkheden tot ontwikkeling en ontplooiing vah zijn persoonlijkheid.

Tot het bijwonen van colleges en lezingen over allerlei

culturele en maatschappelijke onderwerpen zal zo iemand niet

licht komen, de gelegenheid tot het aanknopen van vriendschapsbanden

in verenigings- en clubverband blijft hem onthouden,

kortom een groot deel van de vormende waarde van het academisch

milieu gaat aan hem voorbij. Bij het gemis van dit alles voegt

zich dan nog bovendien voor hem het dagelljks verI oren gaan van

veel kostbare tijd aan een vaak vermoeiend en geestdodend heen

en weer reizen.

16


HOOFDSTUK II

DE TECHNISCHE HOGESCHOOL

DELFT


Belangrijke adressen

Secretaris van de Technische Hogeschool

Ir. R.Th. Bakker.

Spreekuur: biJ voorkeur des morgens tussen 10.00 - 12.00 uur en

aIleen na afspraak.

Rector Magnificus

Prof.dr. O. Bottema.

Spreekuur: maandag 13.30 - 14.15 uur.

Studen tendecanen

Dr. J. Klers.

Spreekuur: dinsdag- en vrijdagm1ddag.

R. van der Mast.

Spreekuur: maandag- en donderdagmiddag.

Aanmelden voor de spreekuren bij de concierge van het

Hoofdgebouw.

Bureau Studentenadministratie

Geopend aIle werkdagen 9.00 - 12.00 uur voor inschrijving van

studenten, examens, aanvragen om toelating tot de promotie, gids,

lesrooster en jaarboek.

Alle bovengenoemde instanties zijn gevestigd in het Hoofdgebouw,

Julianalaan 134, tel. 24950.

Hogescboolarts

N.A. Bolt, Oude Delft 95.

Spreekuur: maandag tim vrijdag 13.00 - 14.00 uur.

Regelaar propaedeutische examens

Prof. dr. B. Meulenbeld, Gebouwen voor Wiskunde, Jaffalaan 162,

kamer 46.

Spreekuur: vrijdag's van 10.45 uur af.

17


Algemene leiding Instructie Wlskunde

W.J.H. Salet, Gebouwen voor Wiskunde, Jaffalaan 162, kamer 30.

Spreekuur: dinsdag en donderdag van 13.00 tot 15.00 uur.

UW EIGEN ADRES

Ook uw eigen adres is bel angrij k! Geeft adreswijzigingen onmiddellijk

op aan het Bureau Studentenadministratie, Julianalaan

134, Del ft.

Secreiarissen van de afdelingen

Voor inlichtingen meer in het bij zonder be trekking hebbende op de

studie aan een der afdelingen, kan men zich wenden tot de secretarissen

van de afdelingen en sub-afdelingen.

Algemene Wetenschappen

Prof.dr.L. Kuipers, Gebouwen voor Wiskunde, Jaffalaan 162, kamer

36, tel. 24950, toestel 6385.

Spreekuur: na afspraak.

Weg- en Waterbouwkunde

Prof.fr. A.A. van Douwen, Oostplantsoen 25, kabinet 116, tel.

24080, toestel 21, toes tel secretaresse 79.

Spreekuur: maandag 11.30 - 12.30 uur en nR afspraak.

Geodesie

Prof. R. Roelofs, Kanaalweg 4, kamer 113, tel. 24950, toes tel

6276.

Spreekuur: na afspraak.

Bouwkunde

Prof.ir. H.J. Kist, Oude Delft 39a, kabinet 70, tel. 25870, toestel70

(bog.g. toes tel 34, examenadministratie).

Spreekuur: maandag en dinsdag na afspraak.

18


Werktuigbouwkunde

Prof.ir.H. Blok, Gebouw voor Werktuig- en Soheepsbouwkunde, Prof.

Mekelweg 2, tel. 24950, toestel 6712.

Spreekuur: woensdag van 10.30 - 11.30 uur.

Met aalkunde

Prof.dr.ir. W.F. Brandsma, Gebouw voor Werktuig- en Scheepsbouwkunde,

Nieuwelaan 76, kamer 105, tel 24950, toes tel 171.

Spreekuur: na afspraak.

El ekt ro t echni ek

Prof. dr. ir. F.A. Heyn, Kanaalweg 2B, kamer 88, tel. 24950, toestel

6210.

Spreekuur: maandag van 14.00 - 15.00 uur.

Scheikundige Technologi e

Prof. W. Berends, Laboratorium voor Algemene en Technische Bio­

Jogie en Biochemie, Julianalaan 67, kamer 11, tel. 24950, toestel

151.

Spreekuur: na afspraak.

Mijnbouwkunde

Prof.dr.ir. F.J. Faber, Mijnbouwstraat 20, kabinet 109, telefoon

24950, toes tel 6000.

Spreekuur: na afspraak.

Technische Natuurkunde

Prof.dr. B.S. Blaisse, Mijnbouwplein 11, kamer 108, tel. 24950,

toes tel 6061 of 6091 (secretaresse).

Spreekuur: na afspraak.

Scheepsbouwkunde

Prof.ir. H.E. Jaeger, Gebouw voor Werktuig- en Scheepsbouwkunde,

Prof. Mekelweg 2, Blok II, kamer 208, tel. 24950, toes tel 6550.

Spreekuur: na afspraak.

19


Vliegtuigbouwkunde

Prof.dr.ir. A. van der Neut, Kanaalstraat 10, kamer 324, tel.

24950, toestel 532, bij afwezigheid toestel 531.

Spreekuur: na afspraak.

IJker

Voor inlichtingen inzake plaatsingsmogelijkheden en vooruitzichten

en voor verder gewenste inlichtingen inzake studie, examen

en werkzaamheden wende men zich tot de Hoofddirectie van het

IJkwezen, Herengracht 19 te 's-Gravenhage, tel. 183587.

20


A. AlGEMEEN

Historle in't kort

In 1842 stichtte koning Willem II in Delft een Akademie "tot opleiding

van Burgerlijke Ingenieurs, zoo voor 's Landsdienst als

voor de Nijverheid". Het was de tijd van de industriele revolutie

en deze Akademie groeide gestadig.

In 1864 werd de naam veranderd in Polytechnische School en in

1905 werd zij tot Hogeschool verheven.

Het gebouw der voormalige Academie

Het voormalige hoofdgebouw van de Technische Hogeschool, Oude

Delft 95, dat onder studenten bekendheid geniet onder de naam:

"Het Oude Hoofdgebouw", is sinds 1 maart 1955 geheel beschikbaar

voor het officiele leven van de Technische Hogeschool.

De benedenverdieping met zijn prachtige vertrekken, waarvan de

belangrijkste weI is de prinsenkamer, is bijna geheel gereserveerd

voor representatieve doelen van curatoren en senaat, de

Rector Magnificus heeft er een kamer. In de keuken, waarin de

verkrijgbaar gestelde consumpties bereid worden, staat de adressograaf

van de C.C.

Op de eerste verdieping zetelt de C.C.; zij voert daar haar uitgebreide

administratie, heert daar het secretariaat van de D.S.R.

en het Studiereisfonds. Dit inlichtingenboekje is er onder andere

tot stand gekomen. De gezondheidstoestand van de student

wordt er behartigd door de hogeschoolarts, die hier zijn spreekkamer

heert naast het bureau van de Stichting Gezondheidszorg.

Er zijn twee zalen voor vergaderingen en korfietarels van allerlei

studentenorganisaties. De administratiekamer is de winkel van

het studentenleven; daar worden de C.C.-handleidingen verkocht

en de plaatskaarten voor de Delftsche Studenten Kunststichting

aan de man gebracht en verder voeren er tal van kleine organisaties

hun administraties.

Tenslotte bekwamen zich op de tweede verdieping bouwkundige en

civiele studenten in het handtekenen.

21


Hoof'dgebouw Julianalaan joto Paul Huj


Het Hoofdgebouw

De a.s. ingenieur betreedt in Delft een school, die in velerlei

opzicht sterk afwijkt, van wat hij tot nu toe gewend is geweest.

Dat geldt ook van de omvang van alles wat met het technisch hoger

onderwijs samenhangt. Niet alleen dat de hogeschool verspreid is

over een belangrijk aantal dikwijls imposante gebouwen en dat

een aantal van meer dan 5000 studenten elk instituut voor VHMO

verre in de schaduw stelt, ook het corps van degenen, die direct

of indirect in enigerlei functie van spoeljongen tot hoogleraar

er aan wedewerken, dat dit grote geheel goed functioneert, is

niet te vergelijken wet het lerarencorps, de bescheiden administratie

en de weinige andere functionarissen als concierge en

amanuensis, die men de laatste 5 of 6 jaar ow zich heen heeft

gezien.

Aan de Technische Hogeschool, Delft, zijn rond 2000 personen

werkzaam. Er waren in j anuari 1957 84 gewone hoogleraren, 48 buitengewone,

5 bijzondere, 17 privaat-docenten en 22 lectoren.

Natuurlijk heeft elke afdeling een eigen bestuur bestaande uit

de hoogleraren van die afdeling, van wie er elk jaar een als

voorzitter en een als secretaris optreedt. Een administratief

apparaat is voor de afdelingen onmisbaar.

Maar er zijn allerlei zaken, die centraal geregeld moe ten worden

en dit nu geschiedt in het hoofdgebouw aan de Julianalaan, waarvan

de hall met glas-in-beton-raam en klok een blijvende herinnering

vormt aan het halve-eeuw-feest van de hogeschool. In dit

gebouw vinden President-Curator en Rector Magnificus met een

staf van medewerksters en medewerkers hun "werkplaats". Bier

houdt wekelijks het College van Rector en Assessoren (de voorzitters

der afdelingen) zijn vergadering.

Over het algemeen zal de student met de afdeling personeelszaken,

de boekhouding, de typekamer, het bouwbureau of het archief weinig

of niet in aanraking komen. WeI zal voor een aantal de kassier

een belangrijk man kunnen worden voor het geval zij studietoelagen

genie ten of assistent worden. Maar het meest zal de

concierge in zijn loge bij de hoofdingang de weg hebben te wijzen

naar de studentenadministratie of de kamers van de studentendecanen.

Dit alles vormt nauwelijks een inleiding tot alles wat zich afspeelt

in het gebouw met de toren, die des zaterdagsmorgens zijn

elektronische carillonmuziek over de huizen laat klinken. Maar

het is misschien vOldoende om de aankomende student te helpen

om kijk te krijgen op het geheel van wat zijn hogeschool gaat

worden.

23


Inschrijving

Van 1 juni tim 16 juli kan men de inschrijvings- en aanmeldingsformulieren

aanvragen of afhalen bij het bureau studentenadministratie

van de Technische Hogeschool afd. inschrijving, JUlianalaan

134, tel. 24950, toestel 6456 en ze daar weer inleveren of

insturen. Men wordt verzocht bij aanvrage te vermelden, of men

reeds in het bezit is van dit inlichtingenboekje en of het een

eerste inschrijving betreft. Men krijgt de volgende papieren:

Circulaire van de Rector-Magnificus betreffende inschrijvingsdata

in september, met inlichtingen t.a.v. de storting enz;

Inschrijvingsformulier in duplo en adreskaart voor het bureau

studentenadministratie;

Inlichtingenboekje betreffende instructies en oefeningen;

Inlichtingenkaart van de Delftsche Studentenraad en de Centrale

Commissie voor Studiebelangen;

Invulformulier voor de Gezondheidszorg;

Opgavekaart voor het Delfts Hogeschoolfonds;

Programma Studium Generale;

Opgavekaart voor het Nederlandsche Studenten Sanatorium;

Opgavekaart voor het Universitair Asyl Fonds (D.A.F.);

Op 30 augustus moet de eerstejaars zijn inschrijvingskaart afhalen.

Het is op de inschrijvingsdagen een verwarrende drukte.

Mensen achter tafeltjes stellen vele vragen en bieden lidmaatschapskaarten

aan. Men behoort dan het volgende te doen:

1. Zijn inschrijvingskaart afhalen (waarvoor men dus eerst f210.gestort

of overgeschreven moet hebben op postrekening nr 44248

ten name van de Technische Hogeschool).

2. Een studiegids van de T.B. en een collegerooster aanschaffen.

3. Zijn lidmaatschapskaart van de Centrale Commissie voor Studiebelangen

(tevens voor de studievereniging en het "Orakel II)

afhalen; gironummer 213001.

4. Zijn premies voor de verzekeringen van de Stichting Gezondheidszorg

betalen, indien dit nog niet per giro is gebeurd.

Dit laatste verdient de voorkeur.

24


EERSTE SECTOR: DE VAKSTUDIE

Aan de Nederlandse hogeschool draagt de student zelf de verantwoordelljkheid

voor zljn studie. Hij kan de colleges volgen,

maar is daartoe niet verplicht. Deze vrijheid eist, wil de studie

tot een goed einde gebracht worden, grote zelftucht.

Goede tijdsindeling is eerste vereiste. Verschillende afdelingen

hebben reeds een handleiding voor de aanpak van de studie, speciaal

voor eerstejaars, het licht doen zien. Het kan niet genoeg

aanbevolen worden deze met aandacht te lezen.

CoIl eges

De colleges voor aIle studierichtingen worden als regel in de

ochtenduren gehouden en duren 3 kwartier; in de namiddaguren bestaat

gelegenheid tot het maken van tekeningen en het doen van

laboratoriumproeven.

De colleges beginnen in de tweede helft van september; bijzonderheden

worden op de aankondigingsborden in het hoofdgebouw en

in de verschillende andere T.H.-gebouwen bekend gemaakt.

Studieboeken

Het is gebruikelijk dat de hoogleraren op hun eerste college de

voor hun yak benodigde boeken opgeven. Het is raadzaam met de

aanschaffingvan boeken te wach£en, tot men hierover officieel

of door de patroon is ingelicht, en zich er van te overtuigen,

dat men steeds de nleuwste drukken ontvangt. In overleg met betrokken

hoogleraren geeft de Centrale Commlssle voor Studiebelangen

voor verschlllende vakken handleidingen uit. Deze beogen

een leidraad te zijn bij de colleges en zijn voor de leden van

de studieverenigingen tegen gereduceerde prijzen verkrijgbaar.

Men dient deze handleidlngen echter niet te beschouwen als een

volwaardige vervanging van de duurdere standaardwerken. Het wordt

hun,die daartoe financieel enigszins in staat n, met klem

aangeraden reeds tijdens de studie door keuze van

goede boeken de grondslag te leggen voor hun latere bibliotheek.

27


Studi epatroon

Bij de aanvang van de studie in Delft komt men direct in aanraking

met een overBtelpende hoeveelheid problemen van de meest

uiteenlopende aard. Bij het oplossen van deze moeilijkheden kan

de patroon meestal goede raad geven. Hij is in het leven van de

nieuw-aangekomene een belangrijk man; als student in dezelfde

richting, die al enige jaren bezig is, heert hij de taak de eerstejaars

in aIle moeilijkheden met raad en daad bij te staan.

De patroon wordt door de Patroonsraad toegewezen en zijn naam

en adres worden per briefkaart aan de eerstejaars medegedeeld.

Mocht de opgegeven patroon niet te bereiken zijn, dan wordt men

verzocht zich met de Patroonsraad, Oude Delft 95, in verbinding

te stellen.

Studieverenigingen

De studenten van elke studierichting hebben zich onderling verenigd

in een studievereniging. Al deze verenig:i.ngen stellen zich

ten doel de studiebelangen van de leden te behartigen en belangstelling

en liefde voor de studie en wat daarmee verband houdt,

te wekken. De studieverenigingen organiseren daartoe excursies,

lezingen, filmavonden, geven soms een jaarboek uit; zij onderhouden

bij dlt alles een intensief contact met de hoogleraren van

de afdeling. Vrijwel aIle studenten zijn lid van hun stud:i.evereniging.

De besturen verstrekken gaarne schriftelljk aIle gewenste

inlichtingen op studlegebied.

Centrale Commissie voor Studiebelangen

De Centrale Commissie voor Studiebelangen wordt gevormd door de

voorzitters van de studieverenigingert en de 6 leden van het

Bestllllr.

Het permanente secretariaat van de C.C. is gevestigd op de lste

verdieping van het gebouw Oude Delft 95, ("C.C. -kamer").

De C.C. heeft o.a. de volgende taken:

Zij int, centraal, de contributie voor aIle studieverenigingen.

Lid zijn van de C.C. betekent dus: lid zijn van zijn eigen studievereniging.

Zij onderhoudt contact met T.H.-instanties over studle-aangelegenheden.

Zij voert het secretariaa t van de Delftsche Studenten

Raad (zie pag. 99) :

30


STUOIE VOOR WISKUNOIG INGENIEUR

De steeds toenemende verfijning van de techniek maakt het .noodzakelijk,

dat vele industrHien op steeds grotere schaal gebruik

gaan maken van de resultaten, die het moderne natuurwetenschappelijk

onderzoek biedt.

Naast een in het algemeen sterk toegenomen vraag naar afgestudeerden

in de exacte vakken en de techniek brengt dit ook mede

een vraag naar academici, die in staat zijn om problemen, die

zlch bij dat toegepast wetenschappelijk onderzoek voordoen met

behulp van wiskundige methoden op te lossen. Naast de wiskundige

moeilijkheden is meestal een van de moeilijkste delen van deze

oplossing gelegen in de formulering van het technische probleem

als wiskundig probleem; deze formulering moet steeds geschieden

door de wiskundige in samenwerking met de technicus, die het

probleem stelt. Een verkregen wiskundige oplossing heeft echter

aIleen waarde voor de techniek, als de resultaten in de vorm van

numerieke gegevens ter beschikking komen en hun betekenis voor

het technische probleem duidelijk kan worden.

Een technisch wiskundige moet dus voldoen aan drie eisen:

1. Kennis van de methoden van de toegepaste wiskunde.

2. Kennis van numerieke methoden en vaardigheid in het hanteren

van rekenapparatuur, waarbij elektronische rekenmachines een

belangrijk hulpmiddel vormen.

3. Een goed inzich t in de wij ze van probleems tellen en in de

doeleinden van de technlek, tenelnde in staat te zijn om zijn

oplossingen &an te passen aan de eisen, die de techniek stel t.

Teneinde te voorzien in de hier boven gesignaleerde behoefte is

besloten om aan de Technische Hogeschool met ingang van de cursus

1956-1957 een nieuwe opleiding in te stellen: de opleiding

in de toegepaste wiskunde, afgesloten door het examen voor wiskundig

ingenieur.

In deze opleiding wordt ernaar gestreefd de drie genoemde aspecten

zoveel mogelijk gelijkelij k te vertegenwoordigen. De nominale

studieduur is vijf jaar, zoals dat bij de meeste opleidingen aan

de Technische Hogeschool het geval is. Het wiskunde programma is

voor aIle studenten gelijk. Daar het te verwachten is, dat de

student beter vertrouwd raakt met de denkwijze van de techniek

door de beschikbare tijd te besteden aan een tak van techniek,

moe ten technische vakken bestudeerd worden uit de vakken van een

afdeling zijner keuze.

De eigenlijke studie voor wiskundig ingenieur begint eerst na

het propaedeutisch examen.

32


Een ieder, die in een der bestaande afdelingen van de T.H., waar

voor het propaedeutisch examen het uitgebreide wiskunde programma

vereist wordt, dit propaedeutisch examen met gunstig gevolg

heeft afgelegd, kan worden toegelaten tot het kandidaatsexamen

voor wiskundig ingenieur. Het is echter gewenst om reeds tijdens

het laatste halfjaar van het tweede studie-jaar een aanvulling

van de wiskunde kennis te verwerven, daar de basiskennis op dit

gebied niet voldoende is te achten.

Een student, die in Delft aankomt met de vooropgezette bedoeling

de studie in de toegepaste wiskunde te vOlgen wordt aanbevolen

het propaedeutisch examen voor natuurkundig of elektrotechnisch

ingeniEmr af te leggen, hoewel dit niet noodzakelijk is. Voor

een student, die het propaedeutisch examen voor vliegtuigbouwkundig

of werktuigbouwkundig ingenieur heeft afgelegd, staan

twee wegen open. Naast de studie voor wiskundig ingenieur bestaat

voor hem de gelegenheid binnen een dezer afdelingen een

meer op de wiskunde gericht studie-programma te volgen. Uiteraard

is bij deze laatste studie (die in de Afdeling der Werktuigbouwkunde

zes jaar duurt) het aandeel van de technische vakken

in de opleiding groter dan bij de overeenkomstige opleiding

voor wiskundig ingenieur.

In het derde en vierde studie-jaar, voor de a.s. wiskundig ingenieur

dat afgesloten wordt door een kandidaatsexamen, wordt

het verplichte aantal colleges verdeeld over wiskunde- (en numerieke

vakken) theoretisch-technische vakken en enkele praktijkvakken

uit de afdeling waar het propaedeutisch examen werd afgelegd.

De wiskunde vakken worden begeleid door een wiskundig

practicum, waarbij in het derde jaar de voornaamste numerieke

methoden worden beoefend aan elektrische tafelrekenmachines, in

het vier de jaar aan de door de Technische Hogeschool bestelde

elektronische rekenmachines.

Ret ingenieursexamen omvat een aantal keuzevakken en het min of

meer zelfstandig onder leiding van de afstudeer-hoogleraar wiskundig

en numeriek bewerken van een technisch probleem.

33


STUDIE VOOR CIVIEL-INGENIEUR

Werkkring veer de civiel-ingenieur

Er zijn vele mogelijkheden voor de civiel-ingenieur. Als waterbouwkundig-ingenieur

legt hij havens en kanalen aan, verdedigt

hij kusten, verbetert rivieren, bouwt sluizen, stuwen, dokken en

richt polders, waterkrachtwerken en bevloeiingen in_ Ret aanleggen

van wegen en spoorwegen behoort tot zijn terrein, evenals het bouwen

van bruggen en tunnels. Constructies in hout, staal en beton

worden door hem ontworpen en uitgevoerd; hij kan worden geroepen

tot fabrieksbouw en tot de aanleg of het beheer van drinkwatervoorzieningen

en rioleringen. Aangezien vele van deze werkzaamheden

vallen onder het begrip "openbare werken", is het begrijpelijk

dat vele civiel-ingenieurs in overheidsdienst zijn; nagenoeg

evenveel zij n werkzaam bij ingenieursbureaus, aannemers van

bouw- en waterbouwkundige werken, constructiewerkplaatsen en

betonfabrieken. In de laatste jaren trekken vele jonge civielingenieurs

naar het bui tenland, waar zij in het algemeen een goed

figuur slaan.

Veerui t zi ch ten

Tengevolge van de grote toeloop van studenten voor de Afd. der

Weg- en Waterbouwkunde in de eerste jaren na de oorlog was sedert

1950 het aantal afgestudeerden zeer groot. Ret aantal afgestudeerden

dat niet spoedig een betrekking gevonden heeft is

gering gebleken door de grote vraag naar civiel-ingenieurs.

Ret aantal ingeschrevenen in de jaren 1951 tim 1954 bleef belangrijk

bene den de momentele behoefte, maar is sindsdien sterk

groeiende. Verwacht mag worden, dat zij, die thans de studie

voor civiel-ingenieur aanvangen, na het behalen van hun diploma

een goede kans op plaatsing hebben. Voor studenten met goede

aanleg voor de studie voor civiel-ingenieur zijn derhalve de

vooruitzichten gunstig.

34


Inrichting van de studie

Na 1 jaar: propaedeutisch examen 1e ged. (Pl)

Na 2 j aar: propaedeutisch examen 2e ged. (P2)

Na 3 jaar: kandidaatsexamen le ged. (Cl)

Na 4 jaar: kandidaatsexamen 2e ged. (C2)

Na 5 j aar: ingenieursexamen ( I )

Door verschillende redenen slaagt slechts een klein gedeelte van

de studenten erin, aan dit schema vast te houden; een studieduur

van zes jaar kan voor een student die geregeld werkt, reeds als

gunstig worden beschouwd.

In de propaedeutische studie eist de wiskunde een grote plaats

op met daarbij aansluitend een inleiding in de toegepaste mechanica.

Behalve met deze theoretische vakken wordt de student ook

direct in aanraking gebracht met de techniek; de behandeling der

bouwkundige constructies vormt hiertoe een algemene inleiding;

met de waterbouwkundige constructies wordt een begin gemaakt.

Natuurkunde, kennis van bouwstoffen, landmeten en waterpassen,

benevens de geologie completeren de studle; daarnaast staan oefenlngen

in de tekenzaal en het laboratorium.

De kandidaatsstudie omvat in de eerste plaats een grondige behandeling

van de exacte vakken die de grondslag vormen voor het

werk van de civiel-ingenieur, te weten de theoretische en toegepaste

mechanica, de grondmechanica, de hydraulica en de bouwfysica.

Enkele vakken van meer algemene aard (natuurkunde,

mathematische statistiek) completeren het theoretische gedeelte

van de kandidaatsstudie.

In deze jaren eisen de technische vakken in toenemende mate de

aandacht van de studenten. Zij bekwamen zich in het construeren

in hout, staal en gewapend beton en maken kennis met de f'underingstechniek,

de waterbouwkunde in al haar geledingen, de

aanleg van wegen en spoorwegen, de utiliteitsbouw en de gezondheidstechniek.

Voor het ingenieursexamen kiest de student zich

een speciale afstudeerrichting, waarvoor de keuze reeds in de

loop van het vierde studiejaar moet worden gedaan. In de gekozen

richting wordt een groot ontwerp uitgewerkt; daarnaast moet een

beperkt aantal vakken- in hoofdzaak samenhangende met de afstudeerrichting-

moet worden bestudeerd.

Het zwaartepunt bij de afstudeeronderwerpen kan liggen in:

de algemene waterbouwkunde (rivierpn, kanalen, havens etc.),

het polderwezen (polders, dijken, landaanwinning),

de irrigatie en de waterkracht,

wegen en spoorwegen,

utiliteitsbouw,

gezondheidstechniek (rioleringen, drinkwatervoorziening).

35


mende jaren eerder zal toenemen dan afnemen. De kans op plaatsing

na voltooide studie is dan ook vrijwel zeker.

Hoewel de methoden in de geodesie in de loop del' jaren een grote

ontwikkeling hebben ondergaan, is de klassieke driehoeksmeting

nog steeds in gebruik en weI met een tweeledig doel n.l. praktisch

voor het verschaffen van het raamwerk van vaste punten,

waarop de kaart berust en wetenschappelijk om tezamen met astronomische

en zwaartekrachtsmetingen de gegevens te leveren voor

de vorm- en groottebepaling van de aarde.

De daaropvolgend meer gedetailleerde werkzaamheden voor het vervaardigen

van een kaart o.a. de verdichting van het puntennet,

de detailmeting, de waterpassing, zijn in het bljzonder daar,

waar grote nog nlet geexploreerde gebieden in kaart moeten worden

gebracht, door de luchtkarterlng vervangen.

Daar, waar metlngen in het terrein op grote kosten zou zijn gestult,

biedt de lucutkartering de mogelijkheid van een snelle

vervaardlging van een kaart. Ingenieuze apparaten zljn geconstrueerd

voor de snelle en economische uitwerklngvan de luchtfoto's.

Het laboratorium voor Geodesie beschikt, tezamen met het

Internationaal Trainings Centrum voor Luchtkarterlng, over een

zeer modern en uitgebreld fotogrammetrisch instrumentarlum.

Dat echter de geodesle nog veel meer aspecten heeft, moge blijken

ult de opsomming van de navolgende onderwerpen: de astronomische

plaatsbepallng, de zwaartekrachtsmeting, welke van veel

belang is voor de vormbepaling van de aarde en praktlsch yoor

exploratie wordt gebruikt, de elektronlsche methoden van plaatsbepaling

o.a. radarmethoden, de elektro-optische lengtemeting,

het iJken van lengte-maten en graadverdelingen, nauwkeurige

tijdmetingen, enz. Al deze onderwerpen brengen de geodetisch ingenieur

in contact met andere takken van wetenschap en techniek

en een vruchtbare samenwerking kan op deze manier ontstaan.

Hoewel de instrumentele kant een zeer belangriJke plaats inneemt,

heeft het vak toch ook een sterk mathematische inslag. De

vele waarnemingen moe ten op wetenschappelij ke wij ze worden verwerkt

en de waarnemingsrekenlng wordt intensief beoefend. Ook

het uitvoeren van berekeningen op de aardellipsoide en het projecteren

van deze ellipsoide in het platte vlak, de kaart, vereist

een mathematische achtergrond.

Daarnaast moeten worden genoemd de pJanologische, de cultuurtechnische

en de juridische kant van de opleiding. Immel's de

grondslagen naar welke de indeling en de bestemming van de bodem

dienen te geschieden, het gebruik van de bodem en de rechten,

die op de bodem worden uitgeoefend zijn onderwerpen, die naast

de technische taak van de geode tisch ingenieur, dikwijls zijn

aandacht vragen.

38


De studie voor geodetisch ingenieur, die ongeveer 5 jaren duurt

vereist bij de student aanleg voor wiskunde en in wat mindere

mate voor natuurkunde. Het aantal studenten in de subardeling

bedraagt ongeveer 85.

De indel ing van de s tudi e :

Het orriciele studieprogramma omvat:

Na 1 jaar: propaedeutisch examen Ie. gedeelte (PI)

na 2 j aar: propaedeutisch examen 2e gedeel te (P2)

na 3 jaar: kandidaats examen 1e gedeel te (CI)

na 4 jaar: kandidaats examen 2e gedeelte (C2)

na 5 jaar: ingenieurs examen ( I )

Propaedeutisch examen

Dit omvat de z.g. grote wiskunde, landmeetkundige vakken, recht

en inrichting van het kadaster, enkele zaaloereningen in het

eerste jaar en in het tweede j aar berekeningen en metingen.

Kcrndidaats examen

In het derde en vierde studiejaar verkrijgt men een breed overzicht

van de landmeetkundlge en juridische vakken. Bovendien

doet men praktische oefeningen.

Ingenieurs examen

In het 5de studiejaar (en gedeeltelijk reeds in het 3e en 4e

studlejaar) kan men, gedeeltelijk afhankelijk van de werkkring

die men na het beeindigen der studle ambieert, een van de navolgende

afstudeerrlchtingen kiezen:

a. geodesie

b. fotogrammetrie

c. adminlstratie van de grondeigendom- en cultuurtechnlek

d. landmeetkunde voor exploratledoeleinden.

De eerste dstudeerrlchting omvat inhet bljzonder wlskundig-geodetlsche

en fysische vakken; de tweede afstudeerrichting omvat,

behalve de fotogrammetrie als hoordvak, ook enkele andere landmeetkundige

en civiel-technische vakkenj de derde afstudeerrlchtlng,

die veel jurldische, planologische en cultuurtechnische

39


vakken omvat, is speciaal bestemd voor hen die later een werkkring

bij het kadaster of bij de ruilverkaveling zoeken, terwijl

de laatste afstudeerrichting speciaal bestemd is voor hen die

later naar het buitenland denken te gaan. Deze richting omvat

behalve landmeetkundige ook de beschrijvende vakken van weg- en

waterbouwkunde.

Prak ti sch werken

In de zomer na het eerste en het tweede studiejaar bij het kadaster

en na het derde studiejaar een maand bij het kadaster of

een andere landmeetkundige ins telling in binnen- of buitenland.

In de zomervakantie na het eerste, tweede en derde studiejaar

bovendien drie we ken landmeetkundig werk in T.H.-verband.

In de maanden maart tim augustus van het vierde studiejaar bij

een landmeetkundige dienst of instelling in binnen- of buitenland.

Richtin9 mijnmeetkunde

Tegelijk met de bovengenoemde studie werd in het begin van 1949

de studie voor geode tisch ingenieur richting mijnmeetkunde ingesteld.

Deze opleiding komt in hoofdzaken overeen met de voorafgaande,

maar wijkt hier in zoverre van af dat de juridische,

cultuurtechnische en planologische vakken vervangen zijn door

geologische en mijnbouwkundige vakken.

Degenen, die deze richting kiezen, worden ten sterkste aangeraden

zich voor de aanvang van de studie in verbinding te stellen

met Prof.dr. G.J.A. Grond, Raadhuisstraat 22, Heerlen. Dit ook

in verband met het praktisch werk na het eerste, tweede en derde

studiejaar, dat hier anders geregeld is. Het praktisch werk van

maart tot en met september van het vierde studiejaar en het

landmeetkundig werk in T.H.-verband na het eerste, tweede en

derde jaar is ook hier verplicht.

De mogelijkheid tot plaatsing bij de Limburgse steenkolenmijnen

is zeer beperkt. Diegenen, die later bij ertsmijnen of petroleummaatschappijen

in het buitenland denken te gaan werken, zullen

goed doen zich zeer tijdig (d.w.z. v66r of in het beginstadium

van hun studie) met de betrokken maatschappij in verbinding

te stellen, mede in verb and met de keuzevakken en de latere keuze

van een afstudeeronderwerp.

40


Studievereniging:

IJandmeetkundig Gezelschap "Snellius".

Opgericht 29 november 1940.

Secretariaat: Kanaalweg 4, Delft.

Postrekening: 104832.

De activ1te1t van de verenig1ng betreft het organiseren van lezingen

en excursies naar binnen- en buitenlandse diensten.

41


Van deze praktische werkzaamheid dient telkens tijdig een behoorlijk

verslag bij de afdeling te worden ingediend.

Tekenzal en

In het gebouw voor bouwkunde geeft men zich bij de betrokken

assistenten voor constructie en architectonische vormleer op

voor een plaats op de tekenzalen.

Studi evereni gin g

Delftsch Bouwkundig Studenten Gezelschap "STYLOS».

Secretariaat: Gebouw voor Bouwkunde" Oude Delft 39", tel.25870,

toes tel 12.

Het Delftsch Bouwkundig Studenten Gezelschap "STYLOS" organiseert

elk jaar binnen- en buitenlandse reizen onder leiding van

een of meer hoogleraren. Deze excursies worden gemaakt om de

studenten in staat te stellen, door eigen aanschouwing kennis te

maken met moderne en historische architectuur in Nederland en

daarbuiten.

Voor bouwkundige studenten bestaat de mogelijkheid zich te verenigen

in studiekringen, waar men zich onder deskundige lei ding

aan bouwkundige problemen wijdt.

In de Styloskamer kunnen bij het bestuur aHe gewenste inlichtingen

worden verkregen.

44


STUDIE VOOR WERKTUIGKUNDIG INGENIEUR

Inleiding

Voor werktuigkund1ge ingen1eurs 11gt een zeer breed arbe1dsveld

open in tal van bedrijven (maehine-industrie, elektroteehnisehe

industrie, ehemische 1ndustrie, mijnen, spoorwegen, centrales,

enz.) en voorts bij techn1sche bureaus en overheidsinstellingen

en bij het technisch onderw1js. Bij de meeste industrieen treedt

in de aan de werktu1gkundige 1ngenieurs opgedragen taken nog een

dirferentiatie aan de dag. Men kan in hoofdzaak vier typen van

ingenieurs onderseheiden: de onderzoekingsingenieur voor speuren

ontwikkelingswerk, de ingenieur-eonstrueteur. de bedrijfsingenieur

met een voornamelijk teehnische of een meer organisatorisehe

rune tie en de commereHile ingenieur. Van al deze ingenieurs

wordt verwaeht dat zij zelfstandig de hun toevertrouwde

taken op de grondslag van een behoorlijk gefundeerd technisehwetenschappelijk

inzicht kunnen verrichten. In overeenstemming

met de aard van hun werkzaamheden worden aan de onderzoekingsingenieurs

voorts hoge eisen van theoretische en experimentele

begaafdheid gesteld, terwijl bij de constructeurs het inventieve

vermogen goed zal moe ten z1jn ontwikkeld. Bij de bedrijfsingenieurs

en de commerciele ingenieurs valt het zwaartepunt der

eisen op de combinatie van een gezond, technisch en economisch

goed gefundeerd oordeel met de nodige tact om met mensen om te

gaan. De indeling van het oniangs gewijzigde studieprogramma

biedt de mogelijkheid een studierichting te kiezen die zo goed

mogelijk bij de persoonlijkheid van de student past.

Voorspellingen omtrent de toekomstmogelijkheden zijn altijd gewaagd,

maar er is voorlop1g weinig reden voor ongerustheid omtrent

de plaatsingsmogelijkheid van jonge werktuigkundige ingenieurs.

In de cursus 1954/1955 zijn 130 werktuigkundige ingenieurs

afgestudeerd die allen vrijwel onmiddelijk een geschikte werkkring

vonden, voor zover zij niet in militaire dienst moesten.

In het studiejaar 1955/1956 waren bij de afdelingen der werktuigbouwkunde

1036 studenten ingeschreven en weI:

Ie studiejaar: 272 w.o. 173 nieuw ingeschrevenen

2e studiejaar: 209

3e studiejaar: 265

4e studiejaar: 114

5e studiejaar: 176

45


copyrifht K L N Aerocarto


Indeling van de studie

De propaedeutische studie is voor aIle studenten gelijk. De op

colleges gedoceerde stof omvat voornamelijk wiskunde, natuurkunde

en mechanica alsmede een eerste kennismaking met verschillende

technische vakken. Voorts moe ten oefeningen worden verricht in

de werkplaats voor metaalbewerking en in de laboratoria voor

natuurkunde en voor metaalonderzoek. Tenslotte moet een aantal

technische tekeningen en eenvoudige ontwerpen worden gemaakt.

Het propaedeutische examen wordt bij voorkeur in twee gedeeltes

afgelegd, het eerste deel (PI) nil, het eerste studiejaar, het

tweede deel (P2) aan het eind van het tweede studiejaar.

Voor het begin van het derde studiejaar moet de student kiezen

of hij de vijfjarige opleiding wil volgen dan weI de zesjarige

opleiding. Eerstgenoemde studie beoogt tegemoet te komen aan de

grote behoe:fte aan j onge ingenieurs in het bedrij fsleven, wier

studie daarom niet onnodig moet worden verlengd door te hoge

eise.n aan theoretische ontwikkeling. De afdeling der werktuigbouwkunde

verwacht dat het merendeel van de studenten deze opleiding

zal kiezen die in vijf jaar behoort te worden doorlopen.

De zesjar.ige opleiding is bedoeld voor hen die zich bij uitstek

willen bekwamen voor een taak bij het onderzoekingswerk op het

gebied van de technische basiswetenschappen en bij de ontwikkeling

van nieuwe construe ties en :fabricagemethoden. De industrie

heeft ook beslist behoefte aan een voldoend aantal ingenieurs

met een grondiger wetenschappelijke opleiding. De afdeling vertrouwt

dat theoretisch begaa:fde studenten deze opleiding zullen

kiezen, die uiteraard een iets langere studieduur vereist; hij

moet zeker op zes jaar worden gesteld.

Bij de vi,j:fjarige opleiding wordt het kandidaatsexamen aan het

einde van het derde studiejaar afgelegd. De student moet dan andermaal

kiezen in welk hoofdvak hij zijn studie in het vierde

en vij:fde jaar wil afronden. Voor deze opleiding zijn thans bestaande

hoofdvakken:

"Werkplaatstechniek- en organisatie"

"Chemische werktuigen"

"Regeltechniek lf

"Werktuigonderdelen"

·Warmte- en Sto:ftechniek"

"Koel techniek"

"Verbrandingsmotoren I,

"Stoomturbines"

"Voertuigtechniek"

"Hefwerktuigen en Transportinrichtingen"

47


"Zuigerstoomwerktuigen"

"Baggerwerktuigen"

HTextieltechniek"

In het derde jaar wordt, behalve aan de technische vakken, nog

ruime aandacht besteed aan theoretische basisvakken (mechanica,

stromingsleer, natuurkunde); in de laatste twee jaren is de studie

voornamelijk gericht op de technische- en/of bedrijfsorganisatorische

aspecten van het gekozen hoofdvak met de daarb:lj be-horende

eigen studie, laboratorium-en ontwerpoefen1ngeni het

vijfdejaars werk kan in sommige gevallen in overleg met de Industr:le

buiten de T.H. geschieden. De studie wordt afgesloten

door het ingenieursexamen, dat in de loop van het vijfde jaar

kan worden afgelegd.

BiJ de zesjarige opleiding is het kandidaatsexamen in twee delen

gesplitst. Ret eerste gedeelte wordt aan het einde van het derde

studiejaar afgelegd; hierbij valt de nadruk op de theoretische

basisvakken (wiskunde, mechanica, stromingsleer, natuurkunde);

hierna moet ook bij deze opleiding een hoofdvak worden gekozen.

Behalve de bij de vijfjarige opleiding genoemde hoofdvakken komen

bij de zesjarige opleiding ook in aanmerking de hoofdvakken

"Mechanica" en "Stromingsleer". Het tweede gedeelte van het kandidaatsexamen

behoort omstreeks het midden van het vijfde studiejaar

te zijn voltooid. Afhankelijk van het gekozen hoofdvak ligt

het zwaartepunt nog meer of minder in de theoretische basisvakken.

De tweede helft van het vijfde studiejaar en het zesde

studiejaar zijn geheel gewijd aan verdieping in het gekozen

hoofdvak; de nadruk valt hierbij op eigen studie, theoretisch en

experimenteel onderzoek en ontwerpen; deze eindstudie kan in

sommige gevallen weer in het bedrijfsleven geschieden. Ook deze

studie wordt afgesloten door het ingenieursexamen, dat in de regel

bestaat uit het uitwerken en verdedigen van een opdracht op

het gekozen gebied.

Praktiscb werken

Ret praktisch werken in de industrie vormt een essentieel onderdeel

van de opleiding tot werktuigkundig ingenieur. Voor de student

tot het ingenieursexamen wordt toegelaten moet hij tenminste

6 maanden praktisch hebben gewerkt (bij voorkeur in niet

meer dan 4 perioden van elk tenminste 6 weken) en daarvan behoorlijke

verslagen hebben overlegd.

48


Nadere inlichtingen

Nadere Inllchtlngen verschaffen het "Programma del' lessen', dat

jaarlijks door de T.R. wordt uitgegeven, en het ·Overzicht van

de studie voor werktuigkundig ingenieur", dat verkrijgbaar is

bij de Boekerlj van het gebouw yoor Werktuig- en Scheepsbouwkunde,

Nieuwelaan 76 te Delft. Overlgens houdt het Bestuur del'

afdeling wekelijks spreekuur op kamer 102 op woensdag van 11.00-

13.00 uur, waarbij inlichtlngen in de ruimste zin kunnen worden

gevraagd. Bij de eerste inschrijvlngaan de T.R. wordt een aanmeldingsformulier

verstrekt voor practica, werkplaatsoefeningen,

enz.

Studievereniging

De studievereniglng van de studenten in de werktuigbouwkunde is

het Gezelschap HLeeghwater", opgericht in 1867 door A. Ruet, waarvan

het secretariaat is gevestlgd in het gebouw voor W. en S.,

Prof. Mekelweg 2.

Het Gezelschap stelt zich ten doel door het organiseren van

excursles, lezingen en disputen de studie en de band van de

studenten met de docenten te bevorderen.

49


STUDIE VOOR MET AALKUNDIG INGENIEUR

Sedert september 1949 bestaat aan de Technische Hogeschool de

mogelijkheid te worden opgeleid tot metaalkundig ingenieur. Omstreeks

50 studenten volgen deze studierichting en het ingenieurs

diploma hiervoor kon voor de eerste maal in november 1954 worden

uitgereikt.

Voorui tzicbten

De metaalkunde is een betrekkelijk nieuw vak, dat van de zijde

der industrie veel belangstelling heert. Dit is begrijpeliJk,

gezien de belangrijke plaats van de materialen in de technische

ontwikkeling van de laatste jaren.

Nieuwe constructies vragen vaak nieuwe material en en omgekeerd

werken de mogeliJkheden die de materiaaldeskundige binnen het

bereik van de constructeur brengt, stimulerend op het ontstaan

van nieuwe ontwerpen.

Er is momenteel een grote vraag naar metaalkundige ingenieurs,

zodat de kansen voor het verkrijgen van een passende werkkring

gunstig zijn voor de argestudeerden. De opleiding is vrij breed

gehouden, hetgeen voor de gevarieerdheid van de aangeboden betrekkingen

een voordeel betekent en aansluit bij de Nederlandse

toestanden, die geen smal vakspecialisme vragen.

Natuurkunde, scheikunde, werktuigbouwkunde, wiskunde en de metaalkundige

vakken vormen het hoordbestanddeel van deze studie;

in de laatste jaren bestaat een grote vrijheid in keuzevakken.

Zowel naar de meer theoretische als naar de meer technische,

praktische zijde kan de student zich bekwamen, zodat hiJ geschikt

kan worden zowel voor het bedrijr als voor het speurwerk

en het laboratorium.

De studie kent 2 specialisaties: de speurwerk-richting en de

technologische richting. Om een indruk te geven van de sterk gedirrerentieerde

plaatsingsmogelijkheden kunnen de volgende voorbeelden

genoemd worden.

Voor de Researcn Ricnting:

runcties als wetenschappelijk medewerker van grotere bedrijven

or Iaboratoriumcher van kleinere bedrijven en instituten, b.v.

50


metaalinstituut T.N.O., corrosie-instituut en andere T.N.O. - instellingen,

voorts Philips, B.P.M., Staatsmi.1nen, staalfabrieken,

Hoogovens, Demka, kabelfabrieken, Dikkers, laboratoria van machine-

en lasstavenfabrieken.

Voor de meer tecbnologische richting:

metallurgische bedrijven, ijzergieterijen, metaalgieterijen, metaalverwerkende

bedrijven, de meeste onder de researchrichting

genoemde bedrijven, scheepswerven, smederijen, D.A.F., laboratoria

van de spoorwegen.

Voorts zijn er voor de metaalkundige ingenieur mogelijkheden bij

constructiebureaux, particuliere adviesbureaux, handelsfirma's

voor gereedschapstaal, constructiestaal, metaalverwerkende machines,

gieterijmachines en -installaties, marine- en andere

rijksinstellingen.

Indeling van de studie

Het volledige studieprogramma is vermeld in ·Programma der lessen",

dat bij inschrijving wordt uitgereikt. De aankomende studenten

doen er goed aan voor hun propaedeutische studie tevens na te

gaande gegevens die zijn te vinden in de brochure: "Overzicht

van de studie voor werktuigbouwkundig ingenieur". die gratis op

de boekerij van het gebouw voor werktuig- en scheepsbouwkunde

(W. en S.), Nieuwelaan 76, is te verkrijgen. Dit jaar is tevens

een brochure verkrijgbaar met inlichtingen over de metaalkundige

studie, eveneens in W. en S. aan de administratie van metaalkunde.

Het officiele tijdschema van examens is:

na 1 jaar: propaedeutisch examen Ie gedeelte (P1)

na 2 jaar: propaedeutisch examen 2e gedeelte (P2)

na 4 j aar: kandidaa tsexamen ( C )

na 5 j aar: ingenieursexamen ( I )

Hoewel de officil:ile studieduur dus op 5 jaren kan worden gesteld,

moet als gemiddelde op een tijd van ca 6 jaren worden gerekend.

Propaedeutiscb examen

Dit omvat de noodzakelijke fundamentele kennis - en dat is zeer

veel - van wiskunde, analytische scheikunde en natuurkunde (gemiddeld

over de eerste twee jaren hiervoor 11 college-uren per

week, daarnaast een uitgebreid natuur- en scheikundig practicum)

benevens inleidende vakken (hierbiJ behoren proeven voor metal-

51


logie, werkplaatsoefeningen in de metaalbewerking, en enkele

technische tekeningen). Ret is raadzaam de tweede-jaars practica

zo vroeg mogelijk te beginnen. In de eerste twee jaren wordt

telkens twee uren college in anorganische chemie gegeven om de

studenten in het begin van het derde jaar in de gelegenheid te

stellen tentamen af te leggen.

Kandidaatsexamen

De studie is gesplitst in de volgende hoofdrichtingen:

a. de fysische of chemische richting; deze moet evenals richting

b. in de loop van het derde jaar worden gekozen. Zij omvat

voornamelijk wiskunde, natuurkunde, scheikunde en metallogie,

verder enige verwante vakken;

b. de mechanische of technologische richting; naast natuurkunde,

scheikunde en metallogie nemen hier de toegepaste mechanica,

de smelttechniek en de gieterijkunde een belangrijke plaats

in.

Bij aIle richtingen behoren practica.

In het begin van het vierde studiejaar kiest men de hoogleraar

of hoogleraren bij wie men wil afstuderen, en afhankelijk van de

gekozen richting, wordt er dan een pr?gramma bepaald.

Praktisch werken

Wegens de eventuele keuze van de richting b. (zie boven) is men

verplicht voor die keuze, dus voor het begin van het derde studiejaar,

tweeperiodes van tenminste zes weken in twee gieterijen

te werken. De zomervakantie tussen het eerste en tweede en tussen

het tweede en derde studiejaar zijn hiervoor het meest geschikt.

Opgeven practica etc.

Zie hiervoor onder studie voor werktuigkundigingenieur (pag.45).

Studievereniging

De studievereniging van metaalkundige studenten is het Gezelschap

" TUBALKAIN" , opgericht 25 november 1952.

52


Secretariaat: Adroinistratie Metaalkunde, gebouw Werktuigbouw- en

Scheepsbouwkunde, Nieuwelaan 76, Delft.

Het gezelschap wil door het organiseren van lezingen en excursies

de studie, de algemene belangstelling en de band tussen docenten

en studenten helpen bevorderen.

Vooral de jongerejaars studenten doen er goed aan zoveel mogelijk

deel te nemen aan excursies, daar hierdoor een beeld wordt

verkregen van de Nederlandse industrie en van nabij kennis wordt

gemaakt met allerlei processen, waarbij de wisselwerking van

theorie en praktische toepassing op de meest duidelijke wijze

wordt gel11ustreerd.

53


STUDIE VOOR ELEKTROTECHNISCH INGENIEUR

Werkkring

In de moderne samenleving vindt de elektriciteit een ruime praktische

toepassing, zodat de elektrotechniek is uitgegroeid tot

een technische wetenschap met ruim arbeidsveld en wijdvertakte

specialisatie.

De elektrotechnisch ingenieur vindt zijn werkkring in de vOlgende

gebieden:

o. Sterkstroomtechniek. (Constructies van machines, transformatoren

en toestellen - elektriciteitsvoorziening - motorbedrijven

- verwarming en verlichting.)

b. Telecommunicatie en Elektronica. (Telegrafie - telefonie - radio

televisie - navigatiemiddelen - de veelzijdige toepassingen

van elektronenbuizen, de regeltechniek en de automatisering.)


Voorui t zichten

In al deze richtingen kan de ingenieur zich bezig houden met

speurwerk, ontwikkeling en constructief werk en ook belast worden

met de bedrijfsleiding of werkzaam zijn op commercieel gebied.

Door de toenemende industrialisatie en de sterke ontwikkel ing

van bepaalde gebieden der elektrotechniek bestaat een groeiende

behoefte aan elektrotechnische ingenieurs, waar:i,n niet voorzien

wordt door het aantal afstuderenden.

In de voorafgaande jaren liep het aantal studenten dat voor de

eerste maal ingeschreven werd zelfs terug, wat met het oog op

de grote behoefte verontrustend is omdat een groot tekort aan

elektrotechnische ingenieurs bestaat.

De plaatsingskansen laten zich voor de toekomst voor de elektrotechnische

ingenieur gunstig aanzien.

Indeling van de studie

De studie voor elektrotechnisch ingenieur vereist een beslist

goede aanleg voor wis- en natuurkunde.

54


Joto Paul HuJ


ExclIrsies

In de loop van iedere cursus worden excursies georganiseerd naar

fabrieken en bedrijven in binnen- en buitenland.

Practica

Bij de eerste inschrljving dient een opgaveformulier te worden

ingevuld voor practica enz.; na gireren van de diverse waarborgsommen

en inzending van formulieren en girostrookjes ontvangt

men een oproep voor:

practicum natuurkunde

practlcum metallogie

werkplaatsoefeningen

De groepen voor wiskundeinstructie worden in de T.H.-gebouwen

bekend gemaakt.

Voor een plaats op de tekenzaal moet men zich afzonderlijk opgeyen

in het begin van september; adres: tekenzalen Werktuigbouwkunde,

Julianalaan 134, kamer 529. In verband met de beschikbare

plaatsruimte verdient het aanbeveling zich tljdig op te geyen.

Studi evereni g'ing

Electrotechnische Vereeniging (E.T.V.).

Opgericht 26 maart 1906.

Secretariaat: Laboratorlum voor Elektrotechniek, Kanaalweg 2b,

Delft. Telefoon 24950, toestel 6189. Postrekening:

24630.

De vereniging organiseert lezingen en excursles en geeft collegedictaten

en een jaarboek uit, dat vele nuttige gegevens voor

de student bevat en voor f 1.- verkrljgbaar is bij de heel' van

del' Heeft, kamer 117.

58


STUDIE VOOR SCHEIKUNDIG INGENIEUR OF TECHNOLOOG

De scheikundige ingenieur heeft een zeer breed arbeidsveld, zoweI

geografisch, als naar de aard van het werk. Zijn werk kan

in het binnen- of in het buitenland gelegen zijn. De aard van

het werk is allereerst afhankelijk van de tak van het bedrijf.

De meeste technologen zijn werkzaam in de industrie, bijv. de

petroleum-, kolen-, glas-, staal-, chemicali€in-, kunstvezel-,

textiel-, papier-, levensmiddelen-, gistings-, zwavel- en pharmaceutische

industrie.

Blnnen een bepaald bedrljf kan, vooral als het een groot bedrljf

is, de aard van het werk nog uiteenlopen tussen min of meer

commercleel, dan weI bedrijfstechnisch, met aIle overgangen naar

speurwerk in het bedrijf of in het laboratorium van het bedrijf.

Speurwerk kan ook worden verrlcht buiten de industrie, bijv. bij

overhelds- of seml-overheids onderzoekingsinstituten en bij het

hoger onderwijs. Verder is er werkgelegenheid bij keuringsdiensten,

octrooibureaux, ingenieursbureaux, middelbaar onderwijs, enz.

De scheikundige. ingenieur kan dus werk kiezen, dat het beste bij

zijn of haar belangstelling en gaven past. Een zekeremate van

differentiatie is er ook reeds tijdens de studle in de laatste

twee jaren (zie kandidaats- en ingenieursexamen), doch de bevoegdheden

van het diploma bIijven voor allen gelijk.

De studie beoogt in de eerste plaats het geven van een brede

gronctslag, die niet aIleen omvat de verschi11ende schakeringen

van de scheikunde, maar in de eerste twee jaren ook de wiskunde,

de natuurkunde en de thermodynamica. Het grootste verschil met

de universitaire chemische studie ls, dat deze meer gericht is

op speurwerk in het laboratorium, terwijl de Delftse opleiding

. meer gericht is op de praktische toepassing van de chemle, meer

speciaal op verwezenlijking van chemische processen op industriele

schaal. Daarom vergt de Delftse opleiding meer wiskunde

en daarom zijn in de tweede helft van de studie de chemische en

fyslsche technologie, die aan de universi.teiten onbekend zijn,

in Delft belangrijke vakken.

De studie valt uiteen in de gebieden van de theoretische studie

en de praktische studie. Op de verschillende colleges wordt men

voorbereid voor de theoretische kennls, voor de praktische vaardigheid

lean men zlch bekwamen in de laboratoria. Bovendien wordt

als eis gesteld dat de student gedurende acht weken in een industrie

bij de fabricageprocessen betrokken is. Dit z.g. "praletisch"

werken moet in het binnenland geschieden, ouderejaars

studenten kunnen desgewenst ook enige tijd in het buitenland

werken.

59


Indeling van de studie

De studie omvat naar het programma een periode van vijf jaar en

is gesplitst in drie gedeelten: de studie voor het propaedeutisch

examen (na 2 jaar) , de studie voor het kandidaatsexamen

(na 4 jaar) en de studie vool" het ingenieursexamen (na 5 jaar).

De praktijk heeft geleerd dat op het ogenblik ongeveer de helft

van het aantal aankomende studenten het ingenieursdiploma haalt

en dat vel"reweg de meesten hunner vool" de studie een ]angere

tijd nodig hebben dan 5 jaal", namelijk 6 jaar en in vele geval-

1 en 7 j aar.

Het overgrote deel van hen die de studie staken, doen dat va or

het propaedeutisch examen.

Propaedeu ti sch examen

Voor het propaedeutisch examen, dat in twee gedeelten wordt afgenomen,

d.w.z. na 1 jaar Pl en na 2 jaar P2, moet men proeven

van bekwaamheid afleggen in de anorganische, organische en analytische

chemie, de wiskunde (analyse en analytische meetkunde),

de thermodynamica en de natuurkunde (in vier gedeelten). Verder

moet met goed gevolg worden doorlopen een uitgebreid practicum

analytische chemie, terwijl ook een serie natuurkundige proeven

moet worden verricht.

Omtrent eventueel te volgen practica in anorganische en organische

chemie is bij het tel" perse gaan nog steeds niets met zekerheid

mede te del en.

Voor de natuurkunde wordt behalve kennis van de theorie het verrich

ten van een aantal proeven vereist.

K andi daat s examen

Vol gens het recent gewijzigde studieprogramma kan men kiezen uit

vier onderling enigszins verschil1ende richtingen. Een is meer

op een bedrijfstechnische opleiding gericht dan de overige drie,

waarbij het accent meer op speurwerk is gelegd. Van deze drie

is een anorganisch- fysisch, de tweede organisch, de derde biochemisch.

De kernvakken, die grotendeels in het derde jaar worden

gedoceerd in een tienta] college-uren, gelden voor aIle

rlchtingen. Daarnaast heeft elk del" vier richtingen een viertal

college-uren in bijzondere vakken, die vnl. in het vierde jaar

vallen. Daar ook de practica een soortgelijke verdeling tussen

het derde en het vierde jaar vertonen, heeft men eerst na het

60


derde jaar te beslissen, welke richting zal worden gevolgd.

Een groot deel van de kandidaatsstudie wordt ingenomen door de

practica. In de regel is het programma zo opgesteld dat men

's ochtends colleges kan volgen en de middagen geheel vrij heeft

voor practica. Naast de verplichte practica, die per jaar ruim

dertig weken (vijf middagen per week) in beslag nemen, is er nog

een aantal facultatieve practica en een groot aantal facultatieve

colleges waaruit men, afhankelijk van de belangstelling, een

keuze kan doen.

Ingenieursexamen

Hiervoor wordt in de eerste plaats vereist een jaar zelfstandig

experimenteel werk en een verslag daarvan. Dit kan worden verricht

onder leiding van een van de hoogleraren of lectoren van

de afdeling. Over dit werk dient in interne kring een voordracht

te worden gehouden. Bij een tweede docent moet een scriptie worden

gemaakt, terwijl bij een derde docent naar keuze, of een

tentamen wordt afgelegd, of een scriptie wordt verricht. Tenslotte

is een eis dat men gedurende tenminste acht we ken praktisch

heeft gewerkt in de industrie.

Instructie

Door de plotselinge overgang van de verplichte studie op de middelbare

school naar de vrije studie aan de hogeschool en door

de vele opleidingsmogelijkheden, is het voor velen in de aanvang

moeilijk tot een regelmatige eigen studie te geraken. Hierdoor

zijn de eerste jaren als zwaar aan te merken. Om de overgang te

vergemakkelijken is bij het onderwijs in de wiskunde, de natuurkunde

en de scheikunde voor de eerste jaren een vrij groot aantal

instructeurs aan de docenten toegevoegd, die behulpzaam zijn

bij de opleiding.

Studievereniging

De studievereniging is het Technologisch Gezelschap, waarvan het

secretariaat gevestigd is: Julianalaan136 te Delft. Deze studievereniging

kan worden beschouwd als een onmisbaar onderdeel bij

de opleiding. Zij organiseert excursies naar verschillende bedrijven,

schrijft Iezingen uit en waakt in het algemeen over de

belangen der studenten op het gebied der studie.

61


In het voorafgaande werd er reeds op gewezen dat het ondoenl1jk

1s, in dit korte overz1cht een volled1g inzicht te verschaffen

in aIle bijzonderheden der studie. Uitvoeriger inlicht1ngen over

de studie kunnen worden ontleen'd aan de "T.H. - gids 1956" die

1eder jaar door de Techn1sche Hogeschool wordt uitgegeven, en

aan de "Leidraad voor de studie van Scheikundig Ingenieur".

De gids (prijs f 1,--) is te verkrijgen aan het hoofdgebouw der

Techn1sche Hogeschool en de leidraad wordt uitgegeven door het

Technologisch Gezelschap (prijs f 0,25, postrekening 17022 t.n.v.

de penn1ngmeester).

62


STUDIE. yeOR MIJNINGENIEUR

De betrekkingen waarin mijningenieurs werkzaam zijn, lopen zeer

uiteen, b.v.:

bij de ko]enmijnbouw

bij de ertsmijnbouw en ertswasserijen

als geoloog bij particuliere bedrljven en overheidsinstellingen

blj de petroleumwinning en opsporing

bij de metallurgie als geofysicus, enz.

Opvallend is dat Delftse mijningenieurs over de hele aarde verspreid

zijn.De hieruitvoortvloeiende eisen zijn, naast een goede

gezondheid en hoogstaande moraal, een groot aanpassingsvermogen

en zin voor avontuur.

De uiteenlopende werkkringen maken een zeer degelijke en brede

studie noodzakelijk om te concurreren met ingenieurs van andere

natlonaliteit, zodat deze studle vrij zwaar is.

Voorui t zi ch ten

Sedert de oorlog werden de jonge mijnlngenieurs steeds snel geplaatst,

hetzij bij de Ned. steenkoolmijnen, bij de petroleummaatschappijen,

in de ertsmijnbouw in het buitenland, of in

andere betrekkingen. Het is moeilijk te voorspellen hoe op lange

termijn de plaatsingsmogelijkhetd zal zijn, daar ook internationale

omstandigheden hun invloed in sterke mate doen gelden.

Indeling van de studie

In het "Programma der lessen", dat bij de inschrijving in september

uitgereikt wordt, is het officUHe tij dschema:

Na 1 jaar: propaedeuttsch exarnen (P)

Na 2 jaar: kandidaatsexarnen 1e gedeelte (C1)

Na 3 jaar: kandidaatsexamen 2e gedeelte (C2)

Na 4 jaar: ingenieursexamen 1e gedeelte (Il)

Na 5 jaar: tngenieursexamen 2e gedeelte (12)

De praktljk wijst uit dat deze studleduur van 5 jaar meestal met

1 a 2 jaar overschreden wordt.

63


Propaedeutiscb examen

Dit omvat colleges in: wiskunde, scheikunde, werktuigqnderdelen

en metaalbewerking.

Verder inleiding in de algemene mineralogie en kristallografie,

blaaspiJpoefeningen (onderzoek van ertsen) en mijnkunde.

Tevens vele practica en instructies.

Kandidaatsexamen

Dit omvat colleges in wiskunde, natuurkunde, toegepaste mechanica,

scheikunde en faseleer, werktuigbouwkunde, landmeten en toegepaste

statistiek.

Verder mineralogie, petrografie, algemene geologie, mijnkunde,

ertsanalyse,palaeontologie, geofysica, petroleumwinning, economische

geologie, rnineraalscheiding en de hierbij behorende practica.

Ingenieursexamen

In het vierde jaar wordt een der navolgende afstudeerrichtingen

gekozen:

a) kolenmijnbouwkunde

b) ertskunde

c) petroleumwinning

d) geologie

e) metallurgle

£) geofysica

De vierdejaars programma's voor deze richtingen vertonen betrekkelijk

geringe verschillen.

In het vijfde jaar echter wordt gestudeerd onder het toezicht

van een of enkele hoogleraren-regelaars; in overleg met hen worden

de hoofdtaak en keuzevakken vastgesteld.

Praktiscb werk

Een aanzlenlijke tijd van de vakantie dient besteed te worden

aan praktisch werken. Dit omvat tenminste 50 diensten in een

kolenmlJn, een maand olieveldpraktljk, een maand geologisch karteerwerk,

30 diensten in een ertsmijn en 10 diensten mijnmeet-

64


werk. Tenslotte kunnen in overleg met de regeJaar van het 2e gedeelte

van het i.ngenieursexamen tn de keuzerichttng gegevens

verzameld worden op het werkterrein, ten behoeve van een ontwerp.

Gedurende de studie worden excursies gehouden in en buiten Nederland.

Het instituut voor Mijnbouwkunde is gevestigd Mijnbouwstraat 20,

telefoon 24950.

S tudi evereni gi ng

Mijnbouwkundige Vereniging.

Secretar1aat: gebouw voor Mijnbouwkunde, Mijnbouwstraat 20,

Del ft.

Postrekening der vereniging: 139855.

De vereniging organ1seert lez1ngen en excursies en komt iedere

woendagavond bij Jan Garos, Cafe "Het Noorden", b1joilen.

65


de instrumentele optica, de versterkertechniek of de akoestiek

op fysisch gebied.

In ieder van deze afdelingen worden onderzoekingen verricht die

met de moderne actuele onderwerpen van de experimentele natuurkunde

in verband staan.

Men treft in aIle grote en in veel kleinere bedrijven en ins tellingen

waar laboratoria voor wetenschappelijk onderzoek aanwezig

zijn, natuurkundige ingenieurs aan. Om enkele van de grootste

bedrijven te noemen, verrnelden wij hier: Philips, B.P.M. en

Staatsmijnen. Vervolgens kunnen genoemd worden: verschil1ende

T.N.O.-Iaboratoria, A.K.U., Hoogovens, Technisch-FYsische Dienst,

Nationaal Luchtvaart Laboratoriurn, N.S.F., militaire laboratoria,

enz. Een aantaI natuurkundige ingenieurs heeft zijn werkkring

gevonden in het hoger en middeIbaar onderwijs. De gehele opIeiding,

en weI voornameIijk het zeer belangrijke experimentele gedeelte

ervan, onderscheidt zich van de universitaire opleiding

in die zin dat hier meer aandacht wordt geschonken aan de toepassing

op technische problemen.

Indeling van de studie

De gemiddelde studieduur bedraagt ongeveer 51 jaar. De studie is

verdeeld in drie gedeeltes, elk afgesloten door een examen:

a. het propaedeutisch examen, dat in twee gedeelten wordt afgenomen;

voIgens het officiele tijdschema na heteerste jaar het

eerste gedeelte en na het tweede studiejaar het tweede gedeelte.

De examenstof voor deze beide jaren bestaat hoofdzakeIijk uit

wiskunde en natuurkunde en verder uit mechanische technologie en

elektrotechniek. Bovendien moet de student gedurende deze beide

jaren omstreeks vijftig voorgeschreven en gereedgemaakte proeven

uitvoeren.

b. het kandidaatsexamen, dat volgens het schema na het vierde

jaar wordt afgelegd, omvat wiskunde, een belangrijk deel theoretische

natuurkunde en verder theorie der material en, elektronica,

scheikunde en een aantal keuzevakken, vnl. op het gebied

van de wiskunde en de experimentele natuurkunde.

Gedurende het derde jaar moet een meetpracticum gevolgd worden

en moeten verder gemiddeId drie grotere proeven of opdrachten

worden uitgevoerd waaruit moet blijken dat de student dan zelfstandig

een experimenteel fysisch probleem kan oplossen. In deze

richting bekwaamt hij zich verder gedurende het vierde jaar

onder leiding van een hoogleraar of lector op wiens gebied hij

werkzaam wil zijn.

67


c. ingenieursexamen; de tentamenstof voor dit examen is vrij gering

en wordt meestal gekozen in overleg met de docent onder

wiens leiding het vijfdejaars experimenteel werk wordt verricht

datde hoofdzaak vormtvoor de voorbereiding voor het ingenieursexamen.

Praktisch werk

Ret wordt sterk aangeraden in de vakantiemaanden praktisch werk

te verrichten. Verplicht is dit echter niet. Men wende zich om

informaties tot prof. ir. R. Kramers.

In het laboratoriurn voor technische fysica is gevestigd de Technisch-Fysische

Dienst, die het contact onderhoudt tussen het

werk der hoogleraren en lectoren en de industrie. De aanwezigheid

van deze instelling is een gunstige factor bij de opleiding

voor natuurkundig ingenieur, aangezien deze reeds tijdens zijn

studie op ongedwongen wijze de gelegenheid heeft de samenwerking

van de natuurkundige en de technikus van nabij gade te slaan,

terwijl soms de gelegenheid bestaat aan deze samenwerking deel

te nemen.

Studievereniging

Vereniging voor Technische Physica.

Secretariaat: Mijnbouwplein 11, Delft, postrekening 67699.

De aktiviteit van de vereniging betreft het organiseren van lezingen

en excursies naar binnenlandse bedrijven. Eens per jaar,

in de zomervakantie, wordt een buitenlandse excursie georganiseerd.

68


STUDIE VOOR SCHEEPSBOUWKUNDIG INGENIEUR

Aard van de studie

Met vele andere studierichtingen heeft de studie der scheepsbouwkunde

de algemene ingenieursvakken gemeen. Op deze basis

steunt de studie van de scheepsbouw, die zo breed mogelijk is

opgezet om de ingenieur het overzicht over deze techniek te bieden.

Daarmee krijgt hij begrip voor de samenhang der sterk uiteenlopende

gebieden van werkzaamheden binnen dit Yak, begrip

voor het schip als geheel en van zijn voortstuwing. Bovendien

bedoelt de opleiding de student te leren technisch-wetenschappelijke

vraagstukken te bewerken. Omdat het yak zo breed is, kan

hem deze oefening niet geboden worden op aIle gebieden van de

scheepsbouwkunde, maar moet hij overeenkomstig aanleg of voorkeur

een keuze doen; deze valt in het derde studiejaar doch betreft

hoofdzakelijk het vijfde studiejaar. Deze keuze is erniet

een voor het leven. Het komt veel voor dat een student later als

ingenieur in een ander gebied van het yak zijn werk vindt. De

brede grondslag waarop hij bouwen kan, en de omstandigheid dat

hij geleerd heeft technisch-wetenschappelijk te werken,stellen

hem daartoe in staat.

De grote verscheidenheid van ingenieurstaken in de scheepsbouwkunde

maakt dat dit beroep kan passen bij personen van sterk

uiteenlopende geaardheid. Men kan hierbij denken aan bijzondere

begaafdheid voor exacte vakken voor hen die het theoretisch onderzoek

over stromingen of sterkte verrichten; aan de nauwgezetheid,

het geduld, de opmerkzaamheid, de eerlijkheid en het begrip

voor samenhangen, die de experimentator nodig heeft; aan de

inventieve fantasie en het vermogen om te komen tot een synthese

van uiteenlopende overwegingen bij de ontwerper en constructeur;

aan de zin voor orde en systeem, het begrip voor economie en de

tact in de omgang met mens en die de bedrijfsingenieur van werf

of scheepvaartonderneming nodig heeft. Deze soorten ven mensen

werken tenslotte samen aan hetzelfde object. Het is daarom goed

dat zij begrip hebben voor elkaars werk en de moeilijkheden

daarvan. Ook daarom is een studie die niet op specialisatie is

afgestemd, van veel betekenis. De eisen die de studie en het beroep

aan de student stellen, zijn ongeveer de volgende: meer dan

middelmatigheid in een of ander opzicht dat van belang is voor

de genoemde facet ten van het ingenieursberoep; geschiktheid voor

de studie van de exacte vakken; belangstelling en begrip voor

69


technische objecten; behoefte aan het begrijpen van verschijnselen;

nauwgezetheid, ijver, volharding en verantwoordelijkheidsbesef.

Toekomstmogelijkbeden vaal' de jonge scheepsbauwkundige ingenieul'

Voor de cursus 1956-1957 waren aan de sUb-afdelingen del' scheepsbouwkunde

104 studenten ingeschreven:

totaal waarvan buitenlanders

Ie jaars, nieuw ingeschrevenen 17 2

idem, overige 8 0

2e - j aars 16 6

3e - j aars 45 19

4e j aars 25 6

5e - jaars 3 0

totalen per j anuari 1957 114 33

Bij het opstellen van de plannen to t ui tbreiding en verbe tering

van de T.R. werd omstreeks 1950 uitgegaan van de veronderstelling

dat het aantal studenten in de scheepsbouwkunde gemiddeld

ongeveer 70 behoorde te zijn, om te kunnen voldoen aan de gemiddeld.e

vraag naar ongeveer 10 ingenieurs per j aar. Er zijn echter

in de jaren 1947 tim 1956 (tien jaar) gemiddeld 12 diploma's

voor scheepsbouwkundig ingenieur uitgereikt. Tot dusver konden

aIle afgestudeerden een werkkring vinden.

Volgens de Naamlijst del' Vereniging van Delftse Ingenieurs (uitgave

1956) waren per 1 oktober 1955 in leven 259 scheepsbouwkundig

ingenieurs, waarvar, slechts 20 werkzaam in het buitenland,

zij kunnen, naar hun werkzaamheden, in enkele groepen worden

s amengevat:

bij scheepswerven 83

in de scheepvaart 20

in overheidsdienst, met inbegrip van

de Koninklijke Marine 30

in adviserende functies 21

bij hoger, middelbaar en vak-onderwijs 16

op laboratoria en bij TNO 10

in andere technische functies 30

in niet- technische functies 49

259

In vergelijking met de vooroorlogse jaren zi,Jn er veel meer ingenieurs

werkzaam bij werven, rederijen, de Koninklijke Marine

en het Nederlands Scheepsbouwkundig Proefstation in Wageningen.

De grote bedrijvigheid in de scheepsbouw zal hieraan niet vreemd

70


zijn. Of het opnemingsvermogen van het bedrijfsleven zijn verzad1g1ng

nadert, 1s moeU1jk te zeggen. De vraag naar bedrij fsingen1eurs,

belast met het organ1seren der produktie, schijnt bij de

werven nog toe te nemen. Ook laat het zich aanzien dat de behoefte

aan ingenieurs bij het fundamentele en experimentele onderzoek

naar de gecompliceerde versch1Jnselen die zich voordoen

bij het schip, varend in zeegang, in de komende jaren groter zal

worden.

De plaatsingsmogelijkheden in het buitenland z1jn gering.

Indeling van de studie

Het aantal examens bedraagt 5; de officHHe studieduur is 5 jaar.

De werkelijke stud1eduur bedraagt de laatste tijd gemiddeld 7

jaar. Behalve in de "Gids 1957-1958" die bij de inschrijving in

september uitgereikt wordt, staan uitvoeriger gegevens in de

brochures "Overzicht van de studie voor scheepsbouwkundig ingenieur",

en "Hoe pak ik mijn studie voor scheepsbouwkundig ingenieur

aan?", die gratis verkrijgbaar zijn op het secretariaat

van de sub-afdeling der Scheepsbouwkunde, kamer 214, in het gebouw

voor W. en S., Blok II, Prof. Mekelweg.

Het propaedeutiscn examen (gesplitst in PI en P2)

Dit examen omvat in de eerste plaats wiskunde, inleiding der mechanica,

natuurkunde. Hiernaast enige technische vakken (inleiding

tot scheepsbouwkunde en materiaalkenn1s.

Practica: natuurkunde, metallograf1e, metaalbewerking en ui tslagzolder.

Tekenen: enige scheepsbouwkundige en werktuigkundige tekeningen.

In enkele vakken kan tijdens het studiejaar tentamen worden afgelegd;

zie het bovengenoemde "Overzicht".

Het kandidaatsexamen (gesplitst in Cl en C2)

Na het P2-examen is een keuze uit de drie volgende studierichtingen

mogel1j k:

a. constructieve (het ontwerpen van schepen),

b. bedrijfstechnische (bedrijfsleiding werf of rederij),

c. theoretische (speurwerk op het gebied van sterkte, weerstand

en voortstuwing).

71


Kernvakken van aIle richtingen: scheepsbouwkunde, mechanica en

enige onderwerpen uit de werktuigbouwkunde. Bijvakken in verband

met de gekozen studierichting.

Tekenen neemt in dit stadium van de studie een zeer belangriJke

plaats in. Voor het C2-examen wordt het .ontwerp van een schip

verlangd.

In aIle vakken kan tijdens het studiejaar tentamen worden afgelegd;

zie het bovengenoemde "Overzicht".

Het ingenieursexamen

Studie in overleg met de hoogleraar.

Praktisch werk

Dit kan in de zomervakantie gebeuren. Totale duur tenrninste 6

maanden. Zie de "Gids 1957-1958" of het bovengenoemde "Overzicht".

Tekenen

Men dient er rekening mee te houden dat, in vergelijking met andere

studierichtingen, het technisch tekenen tijdens de gehele

stud1e een van bijzonder groot belang is.

Gegevens voor aanmelding

Opgave instructie wiskunde en practica: zie het "Overzicht".

Tekenzaal en uitslagzolder: persoonlijk opgeven bij de heer

E. Baas, kamer 013, gebouw voor W. en S., Prof. Mekelweg.

Studievereniging

Het Scheepsbouwkundig Gezelschap "William Froude".

Secretariaat: Gebouw voor W. en S., Prof. Mekelweg, Blok II, Delft.

Secretaris: In verband meteen voor de deur staande bestuurswisse11ng,

zal dit nog nader worden opgegeven.

Het Scheepsbouwkundig Gezelschap "William Froude" is de vereniging

van de scheepsbouwkundige studenten aan de Technische

Hogeschool te Delft. Dit Gezelschap streeft ernaar, om naast de

studie aan de Technische Hogeschool, de studenten in contact te

brengen met vooral de praktische zijden van de scheepsbollwkunde.

Zij doet dit door o.a. het houden van lezingen en het organiseren

van excursies naar werven en andere bedrijven of instellingen.

72


Jaarlijks wordt er ook een excursie naar het buitenland gemaakt.

Voorts bezit het Gezelschap een groot aantal abonnementen op

binnen- en buitenlandse scheepsbouwkundige weekbladen, welke de

Leden tel' beschikking staan.

Het lidmaatschap van het Gezelschap wordt automatisch verkregen,

door het lidmaatschap van de Centrale Commissie van Studentenbelangen.

Literatuur en inlichtingen

Overzicht van de studie voor S.l.

Hoe pak ik mijn studie voor scheepsbouwkundig ingenieur aan?

Deze brochures zijn gratis verkrijgbaar op het secretariaat van

de sub-afdeling, kamer 214 in het gebouw voor W. en S., Prof.

Mekelweg.

Scheeps'-enVliegtuigbouw, in het Gedenkboek del" T.H. 1905-1955,

door Prof. ire J .W. Bonebakker.

73


STUDIE VOOR VLlEGTUIGBOUWKUNDIG INGENIEUR

De aard van het beroep en de studie

De moderne vliegtuigtechniek is zeer veelzijdig en veelal ook

gecompliceerd als gevolg van de eisen die aan de prestaties en

de veiligheid van het vliegtuig worden gesteld. Hierdoor zljn de

taken die de vliegtuigbouwkundig ingenieur na de voltooiing van

zijn studie wachten, zeer gevarieerd.

Wordt een nieuw vliegtuigtype ontworpen, dan zijn er naast het

eigenlijke werk van de ontwerper een zeer groot aantal andere

werkzaamheden te verrichten. De vorm van de verschillende vliegtuigdelen

moet nader worden bepaald, waartoe o.a. aerodynamisch

onderzoek in windtunnels wordt uitgevoerd. De constructie, installaties

en inrichtingen moeten worden ontworpen, berekend en

beproefd, de methoden van produktle moeten worden uitgedacht en

ontwikkeld; na het ontwerp moet de produktie worden geleid en

tenslotte moet het vliegtuig nauwkeurig in de vlucht worden beproefd.

Ook de daarop aansluitende bouw van het vliegtuig in

grotere aantallen brengt verdere ingenieursarbeid met zich mee.

Niet aIleen voor het ontwerp en de bouw van vliegtuigen is een

groot aantal ingenieurs nOdig. Ook de gebruikers van civiele en

militaire vliegtuigen hebben ingenieurs in hun dienst om de

vraagstukken die met een doelmatig gebruik van de vliegtuigen

samenhangen, tot een oplossing te brengen.

Voorts zijn er naast de vliegtuigindustrie, de luchtvaartmaatschappij

en de militaire luchtvaart verscheidene andere ins tellingen

die op de diensten van vliegtuigbouwkundig ingenieurs een

beroep moe ten doen. Als voorbeelden kunnen worden genoemd het

Nationaal Luchtvaartlaboratorium dat luchtvaarttechnische onderzoekingen

van velerlei aard uitvoert, en de Rijksluchtvaartdienst

die van overheidswege toezicht houdt op de veiligheid van de

burgerluchtvaart.

Aan de sub-afdeling Vliegtuigbouwkunde worden vliegtuigbouwkundig

ingenieurs voor aIle boven aangeduide taken opgeleid. Gezien

de veelheid van deze taken, die niet aIle betrekking hebben op

het bouwen van vliegtuigen in directe zin, zou het dikwijls beter

zijn om te spreken van de opleiding tot flluchtvaartkundig

ingenieurfl •

Bij de opleiding wordt er niet naar gestreefd "specialisten" in

de enge zin van het woord te vormen. Zoals uit het studiepro-

74


foto Paul H uf


Een apart leeszaaltje is inger1cht voor de tijdschriften. Hij

vindt daar de laatste nummers van ruim twaalfhonderd tijdschriften

(de Bibliotheek heeft er in totaal ruim tweeduizend) , zowel

op technisch als algemeen wetenschappelijk gebied.

Wil hij zijn kennis van de moderne talen ophalen of vergroten,

dan zijn daar, behalve uitgebreide of beknopte leerboeken voor

vele talen, de Linguaphone - cursussen, talencursussen op gramofoonplaten,

die hij in een speciaal daarvoor ingerichte, geluiddichte

kamer kan beluisteren: een unieke gelegenheid om een

perfecte uitspraak machtig te worden.

Het personeel van uitleenbureau en leeszaal en de wetenschappelijke

staf staan steeds klaar om hem met raad en daad te helpen.

Is hij niet in staat persoonlijk naar de Bibliotheek te komen,

dan is er het postleenverkeer: hij kan zijn aanvragen schriftelijk

per post indienen, waarop de gevraagde literatuur, die, zonodig

uit andere bibliotheken voor hem wordt geleend, hem wordt

toegezonden. De mogelijkheid van telefonisch ter leen vragen

blijft in hoofdzaak gereserveerd voor instellingen en bedrijven;

dit is de service die de student wacht als hij als afgestudeerd

ingenieur in een bedrijf werkzaam zal zijn.

Fotocopiein. microkaarten en lichtdrukken

Ret lastige en tijdrovende overschrijven van interessante artikelen,

waarbij altijd een kans blijft bestaan op fouten, wordt

hem geheel uit de hand genomen door de diensten van het fotografisch

atelier van de Bibliotheek dat hem tegen lage prijzen

fotocopleen verschaft. Ook kan hij daar lichtdrukken van tekeningen

verkrijgen. Bovendien vervaardigt het atelier microkaarten,

zowel van literatuur die in de Bibliotheek aanwezig is als

van die van buiten de Biblotheek uit binnen- en buitenland voor

hem kan worden geleend. In het tijdschriften-Ieeszaaltje zijn

enige boxen ingericht voor het lezen van microkaarten met een

leesapparaat.

De diensten die de Bibliotheek haar bezoekers op dit gebied verschaft,

worden nog steeds vervolmaakt en uitgebreid.

Rondl ei dingen

Zo is de Bibliotheek van de Techn1sche Hogescbool voor de student

een veelzijdig hulpmiddel bij zijn studie. Het is dUB van

zeer vee I belang dat de student van dit hulpmiddel een goed gebruik

weet te maken.

Teneinde hem de orientatie in de Bibliotheek te vergemakkelijken,

82


worden er van tijd tot tijd rondleidingen gehouden, waarbij de

studenten in groepjes van tien man een kijkje achter de schermen

wordt geboden. Zij zien dan de verschillende a1'delingen in werking

en leren omgaan met de verschillende catalogusapparaten.

De a1'delingen ontvangen bericht wanneer en op welke wijze de

rondleidingen geschleden.

Openingsllren

De openingsuren van de Blbliotheek zijn: maandag tim vrijdag

9.00-17.00 uur, 's avonds 19.00-21.30 uur; zaterdag 9.00-13.00 uur.

In de avonduren wanneer men rustig voor zichzel1' wil werken, kan

men dus vij l' avonden in de week in de Bibliotheek terecht. En 01'schoon

men dan miss chien niet direct een boek zoekt ••• neemt men

op het eind toch nog een boek mee. Tegen een kleine vergoeding

per uur kan men in de studententypekamer zijn scripties en verslagen

typen.

Is het boek dat gezocht werd, tegen de verwachting niet in de

Bibliotheek aanwezig, dan kan de wens tot aanscha1'1'ing geuit

worden in een daarvoor bij het ui tleenbureau gereedliggend voorstellenboek.

Zo stree1't de Bibliotheek van de Technische Hogeschool

er naar aan aIle wensen van de student op studiegebled

tegemoet te komen.

83


DELFTS HOGESCHOOLFONDS

De sedert 30 juni 1925 aan de Technische Hogeschool verbonden

Stichting "Delfts Hogeschoolfonds" heeft volgens artikel 2 van

haar statuten ten doel: "het bevorderen van de belangen van de

Technische Hogeschool en van die der studie aan deze inrichting,

zomede van de technische en daarmede verwante wetenschappen,

door de middelen die daartoe kunnen strekken, in de ruimste zin

opgevat".

Hoewel deze formulering het veelzijdige werk van het Hogeschoolfonds

inderdaad volledig omvat, is zij niettemin weinig geschikt

van dat werk een enigszins concreet beeld te geven. Daarom kunnen

beter enige van de voornaamste zaken genoemd worden die door het

Hogeschoolfonds worden behartlgd.

Ret HogeschooJfonds beheert en financiert verschl11ende, door

het Fonds ingestelde, bi.1zondere leerstoelen, namelijk voor de

rubbertechnologle, voor de papierfabricage, voor mijnschadeleer

en toegepaste mijnmeetkunde; het financiert bijzondere voordrachten,

cursussen en colloquia; het financiert en organiseert

congressen; het stelt gelden beschikbaar voor beoefening van

speurwerk en voor de aanschaffing van de apparatuur die voor het

technisch wetenschappelijk onderzoek nodig is; het verleent subsidie

aan studentenverenigingen voor de uitgave van een lustrumjaarboek;

het helpt ook "financieel" mede aan de organisatie van

de Hogeschooldagen.

De financien voor deze en andere doelelnden, die aIle de Technische

Hogeschool en haar werk ten goede komen, maar niet direct

van rijkswege bekostigd kunnen worden, worden door het Delftse

Hogeschoolfonds verkregen ult de rente van een kapitaal van circa

f 133.000,-, uit bijdragen van industriele ondernemingen en

uit contributies, zowel van oud-alumni als studenten.

Het secretariaat is gevestigd in het hoofdgebouw van de Technische

Hogeschool, JUlianalaan 134, Delft.

84


TWEEDE SECTOR: HET STUDENTENLEVEN

De tweede, onmisbare sector van het proces dat de scholier tot

ingenieur maakt, wordtgevormd door de gezelligheidsverenigingen.

Deze merkwaardige term wordt gebruikt voor al die organisaties

die over een societeit beschikken, waar haar leden elkaar kunnen

ontmoeten en gezamenlijk rnaaltijden kunnen gebruiken. Deze societeiten

zijn de centra van het studentenleven; daar vindt men

zijn vrienden en daar, in de eerste plaats, wordt men tot zelfstandig

mensgevormd. Het is daarom dat de student die buiten

een gezelligheidsvereniging blijft, onherstelbaar vee 1 tekort

komt.

De in Delft bestaande gezelligbeidsverenigingen zijn:

HET DELFTSCH STUDENTEN CORPS

Het Delftsch Studenten Corps te kenschetsen is - zeker in kart

bestek - vrijwel onmogelijk. Eigenlijk kent men het pas, wanneer

men het verlaten heeft en in de maatschappij staat.

Het Corps, opgericht in 1848, is de oudste, grootste en veelzijdigste

studentenvereniging in Delft; het is een gemeenschap van

de mannelijke ingeschrevenen aan de Technische Hogeschool. Als

zodanig s taa t het immer open voor iedereen die I id wens t te worden

ongeacht zijn overtuiging, levensbeschouwing of studierichting.

De Wet van het Delftsch Studenten Corps zegt: "Het Corps stelt

zich ten doel de bevordering en handhaving van de eensgezindheid

en trouw onder de leden, de behartiging hunner belangen en het

tot stand brengen, onderhouden en beschermen van nuttige inste]lingen

onder hen". Het eerste deel van deze doelste]ling houdt

een ideaal in, namelijk het vormen van een hechte band onder de

leden door vriendschap te stichten in die periode waarin duurzame

en onbaatzuchtige vriendschap gevonden wordt.

Het tweede doelt op de in het Corps bestaande "nuttige inste]­

Iingen": de jaarclubs en de onderverenigingen. Binnen zulk een

jaarclub ontstaat een hechte band tussen een kleine groep leden

waarin men, zoals later meestal blijkt, zijn beste vrienden

vindt. De onderverenigingen vormen de grootste aantrekkelijkheid

van het Corps en geven het zijn naam in de buitenwereld.

85


Rierin vindt ieder lid in ruime mate de gelegenheid zich te ontwikkelen

in alles waarnaar zijn belangstelling uitgaat. Buitendien

vindt hij daar op verschillend gebied contact met ouderen.

De belangrijkste ondervereniging is de Societeit "Phoenix", die

behalve een goed geoutilleerde keuken, een der grootste particuliere

bibliotheken van Nederland bezit. Van de allergrootste betekenis

is de Societeit, omdat de student in de societeitszalen

gezelligheid vindt in eigen kring; een plaats die de huiselijke

kring die hij verlaten heeft, vervangt. Dat men zich dit steeds

meer gaat realiseren blijkt uit het gegroeide tekort aan zaalruimten;

een societeitsverbouwing die hierin ruimschoots zal

voorzien is in uitvoering.

Ret Delftsch Studenten Muziek Gezelschap "Apollo" geeft hen die

een instrument bespelen de mogelijkheid in het orkest of in kleinere

kring intensief te musiceren. Ret Delftsch Studenten Tooneel

Gezelschap geeft geregeld opvoeringen, die een primeur in de Nederlandse

toneelwereld vertegenwoordigen. Bekend is de roeivereniging

"Laga" die op vele roeiwedstrijden een geduchte vermaard-

86


heid gekregen heeft. Er is een grote Scherm-, Gymnastiek- en

Athletiekvereeniging "Odin" . Een Studenten Caroussel-Vereeniging

brengt de edele paardensport binnen het bereik van velen. De

Delftsche Studenten Hockey-Club neemt deel aan de competi t ies

van de Nederlandse Hockey-Bond met zeven elftallen. Zo bezit het

Corps nog vele andere onderverenigingen als de Rugby-, Voetbal-,

Lawntennis-, Motor- en Alpenclub, de Schaakclub "Paris", de

Delftsche Studenten Weerbaarheid en een Amateur Fotog r a fen Vereeniging.

Belangrijk zijn voorts de Debatingclub en het Dispuut­

Gezelschap "Vrije Studie", die debatavonden en lezingen verzorgen.

In deze gemeenschap wordt men opgenomen na een verplichte tijd

van kennismaking: de groentijd die begin september aanvangt.

Met nadruk zij opgemerkt dat financHDe bezwa:ren geen beletsel

voor het lidmaatschap mogen zijn. Het Corps houdt sterk rekening

met aIle moeilijkheden dienaangaande en kent ruime mogelijkheden

voor reductieregelingen.

Inlichtingen zijn altijd te verkrijgen bij de Senaat van het

Delftsch Studenten Corps, per adres: Societeit "Phoenix", Phoenixstraat

30, Delft (tel. K1730 - 21348 en 21784) en verder bij:

J. Hanhart, Goeman Borgesiusstraat 2, Delft, tel. 21867.

V.W. Kersten, Oude Delft 81, Delft, tel. 23491.

87


Ret of'f'icieel orgaan "Carmina Burana" geeft een periodiek verslag

van het verenigingsleven en is tevens het terre in waar

gedachten en gevoelens der leden geuit en hun artistieke en literaire

talenten ontwikkeld worden. Hetzelfde valt op te merken

over het jaarlijks verschijnend Virgiel-Annuarium.

Iedere student die het lidmaatschap van Sanctus Virgil ius ambieert,

dient te besef'fen, dat slechts dan zijn lldmaatschap

meer kan zijn dan een vergroting van het ledental en kan bijdragen

tot een kwalitatieve groet der vereniging en tot zijn persoonlijke

vorming, wanneer hij zich ervan tevolle bewust is, dat

dit lidmaatschap naast de rechten die het hem geef't, ook verplichtingen

oplegt die een belangrijk deel van zijn activiteiten

kunnen opeisen. Het is echter de onderlinge kritiek der leden

die er voor waakt, dat - in het bijzonder voor de jongerejaarsstudent

- de juiste verhouding tussen verenigings- en studieactiviteit

bewaard blijft.

Zij die lid wensen te worden van Sanctus Virgilius, dienen een

verplichte groentijd door te maken, die begin september aanvangt.

Nauw aan deze.vereniging verbonden is de studentenparochie, die

als enige in Nederland beschikt over een eigen kapel. Deze is

gehuisvest in het voormalig societeitsgebouw der vereniging,

Oude Delft 18. De Moderator van Sanctus Virgil ius is tevens

Pastoor van de studentenparochie.

De verenigingscontributie bedraagt voor mannelijkeleden f'47.50,

voor vrouwelijke f' 12.50. Eerstejaarsleden betalen een entreegeld

van f 10.-, hetwelk het recht geeft op het kosteloos lidmaatschap

der onderverenigingen. Aangezien de Vereniging zich op

het standpunt stelt dat financiele omstandigheden nooit een belemmering

mogen zijn voor het 1 idmaatschap van Sanctus Virgil ius,

bestaat er gelegenheid tot het verkrijgen van een reductie op de

verenigingscontributie, aan te vragen bij de penningmeester van

het Bestuur of bij de Moderator.

Societeit en secretariaat: Dude Delf't 57, tel. 23759.

Postrekening 227704.

Persoonlijke inlichtingen bij:

J.R. Selman, Oude Delf't 55, Delft, tel. 23472.

H.L.M. Pijnenburg, Molslaan 23, Delft,

vakantieadres: Julianalaan 20, Helmond, tel. 3455.

91


SOGIET AS STUDIOSORUM REFORMA TO RUM AFD. DELFT

De Afdeling Delft van de Societas Studiosorum Reformatorum is

een orthodox-protestantse studentenvereniging, waarvan aIle

Delftse studenten van calvinistischen huize lid kunnen zijn. Omdat

S.S.R. een vereniging is met een confessioneel - niet kerkelijk

- karakter, is zij toegankelijk voor leden van verschillende

kerkgenootschappen.

log, toen men de behoefte voelde opkomen aan een vereniging die

een studentenleven zou kennen met een christelijke stijl en

daarnaast de gelegenheid zou bieden zich te bezinnen op de problernen

die de christen-ingenieur in de praktij k gesteld worden.

Deze gedachte is nog steeds de basis van het S.S.R.-leven.

De Societeit "De Koornbeurs" is het centrum van een intensief

gezelligheidsleven, dat een zeer grote vormende waarde kan hebben.

Kan hebben, immers slechts voor hem betekent S.S.R. iets

die voor S.S.R. iets betekent.

Het is op de societeit dat de leden elkaar treffen voor een gesprek,

een feest, voor de dagelijkse gemeenschappelijke maaltijden,

op societeitsavonden en afdelingsvergaderingen. Men tracht

zo een gemeenschap te vormen die in haar uitingen een eigen

christelijk stempel draagt.

Hierbij wil S.S.R. haar leden de zo noodzakelijke leiding geven

bij de uitwerking van de christelijke beginselen in techniek en

wetenschap. De disputen, studie- en bijbelkringen geven ge]egenheid

tot bestudering en discussie van vele vraagstukken. De meest

uiteenlopende onderwerpen worden behandeld door sprekers op afdelingsvergaderingen

en weekends.

In de onderverenigingen kan onder andere sport, toneel en muziek

beoefend worden.

De aanstaande student kan met de Societas kennis maken door middel

van de in september gehouden groentijd.

Societeit en Ab-actiaat: De Koornbeurs, Voldersgracht 1, Delft,

tel. 24742.

Inlichtingen bij:

T. Schootstra

Vakantieadres

A.A. de Keij zer

Vakantieadres

p.e.T. v.d. Laan

Vakantieadres

Rotterdamseweg 154, Delft, tel. 22292.

Ferd. Bolstraat 5, Leeuwarden, tel. 8718.

Lange Geer 50, Delft, tel. 23670.

Korte Delft 32, M1ddelburg, tel, 2935.

Rotterdamseweg 23, Delft, tel. 23254.

Essenburgsingel 68, R'dam, tel. 30110.

93


academiale ontmoetingen met leden van in andere universiteitssteden

gevestigde zusterverenigingen jaarlijkse hoogtepunten.

Andere hoogtepunten in het verenigingsleven vormen onder andere

de diesviering, het zeil feest en de almanakui treiking. Meer informele,

maar niet mindel' belangrijke groeperingen zijn vriendenclubs

in de vorm van colleges en jaargroepen.

Als men, na van dit alles het zijne te hebben geleerd en genoten,

is afgestudeerd, zorgen de regelmatig terugkerende reunies,

zowel in Delft als streeksgewijs georganiseerd, dat het contact

met de Del ftsche Studenten Bond wordt gehandhaafd.

De contributie bedraagt f 35,- per jaar, van welk bedrag geheel

of gedeeltelijk dispensatie verleend kan worden; de contributies

voor de onderverenigingen var1E;ren van f 1,50 tot f2,50 per jaar.

Societeit en secretariaat: societeit "Tyche", Oude Delft 123,

Delft, tel. 22123, postrekening 346554.

Persoonlijke inlichtingen bij:

P.J.J. Blok, Spoorsingel 100, Delft, tel. 26984.

Vakantieadres: Haagweg 192, Rijswijk-Z.H ••

R.A.J.O. van Witteveen, Nassaulaan 14, Delft.

Vakantieadres: Bentinckstraat 133, 's-Gravenhage.

C.N. Bosma, Koornmarkt 58, Delft.

Vakantieadres: idem.

Voorts bij de plaatselijke consuls, waarvan U een adreslijst

vindt in het voorlichtingsboekje van de Delftsche Studenten

Bond.

DELFTSE STUDENTEN VERENIGING "SINT JANSBRUG"

De D.S.V. "Sint Jansbrug" is de jongste gezelligheidsvereniging

in Delft. Zij is opgericht op 15 oktober 1947 en staat open voor

aIle manlijke ingeschrevenen aan de Technische Hogeschool te

Delft, ongeacht godsdienstige overtuiging of politieke richting.

De Vereniging wil de student in de gelegenheid stellen zijn persoonlijkheid

te ontplooien en hem voorts die vorming en ontwikkeling

geven, welke een ingenieur in de maatschappij behoeft.

De Vereniging is georganiseerd op basis van gelijkwaardigheid

van aIle leden, wat onder meer tot uiting komt in de z.g. gilden:

dit zijn vriendengroepen in de Vereniging die uit leden van

verschillende studiejaren en studierichtingen bestaan en waarvan

de activiteiten zich ook buiten de societeit uitstrekken. Behal-

96


DELFTSCHE STUDENTEN RAAD

In 1945 besloten de belangrijke in Delft bestaande studentenverenigingen

een gezamenlijk contactlichaam op te richten. Dit

lichaam is de Delftsche Studenten Raad, die als hoogste ins tantie

namens de studenten optreedt en onder meer ook bij de uitgave

van dit boekje zijn bemiddeling verleent.

Behalve. van de 6 genoemde gezelligheidsverenigingen:

Delftsch Studenten Corps

Delftsche Vrouwelijke Studenten Vereniging

K.S.V. "Sanctus Virgilius"

S.S.R., afd. Delft

Delftsche Studenten Bond

D.S.V. "Sint Jansbrug"

treft men in de Delftsche Studenten Raad vertegenwoordigers aan

van 3 verenigingen die ieder een bepaalde geestelijke stroming

vertegenwoordigen en wier leden al of niet lid zijn van de genoemde

zes gezelligheidsverenigingen:

Nederlandsche Christen Studenten Vereniging

(N.C.S.V.), afd. Delft

Vrijzinnige Christelijke Studenten Bond (V.C.S.B.), afd. Delft

Studenten Vereniging op Rumanistische Grondslag "Socrates"

Ret secretariaat wordt gevoerd door de Centrale Commissie voor

Studiebelangen.

Ret Orakel van Delft heeft een waarnemer die vergaderingen van

de D.S.R. bijwoont.

Behalve de genoemde in de Delftsche Studenten Raad vertegenwoordigde

verenigingen, bestaat een ganse staalkaart van kleinere

organisaties met zeer uiteenlopende doelstellingen. Zij worden

vermeld op pag. 118.

99


geopende Bijbel met elkaar gesproken over de Boodschap van God

en wat deze betekent voor ons leven en student-zijn. B1jna ieder

N.C.S.V.-lid neemt deel aan een Bijbelkring.

Naast de B1jbelkringen die het hoofdbestanddeel vanhet N.C.S.V.afdelingswerk

vormen, z1jn er de onderwerp-kringen bijv. Kring

met arbeiders, Contactkring met S.S.R., Literatuurkring samen

met de V.C.S.B.

b. Door het houden van weekend-conferenties te Woudschoten (het

hart van de N.C.S.V., vlak bij Zeist). Deze conferenties, met

hun typische mengeling van ernst en scherts, worden zowel afdelingsgewijs

als landelijk georganiseerd en behoren tot de hoogtepunten

van het N.C.S.V.-Ieven.

c. Door het gezamenlijk genie ten van de wekelijkse koffietafel,

woensdagmiddag van 12.45 13.30 uur in het gebouw van de Voormalige

Academie, Oude Delft 95, waar meestal een spreker aanwezig

is, die op interessante wiJze het een en ander weet te vertellen.

d. Door andere activiteiten als: Studentenwereldgebedsdag uitgaande

van de World's Student Christian Federation waarbij de

N.C.S.V. samen met V.C.S.B. aangesloten is, kameravonden en contacten

met bUitenlanders, die hier slechts vermeld worden.

e. Door het organiseren van de studentenkampen, waar de dagen

gevuld worden door het gezamenlijk beluisteren en bespreken van

referaten, terwijl toch ook aan sport, spel en scherts een grote

plaats wordt toebedeeld.

Niet in de laatste plaats z1Jn er de kampen voor middelbare

scholieren, waar studenten als chef of officier iets willen laten

zien van wat het Evangelie voor hen zelf betekent.

Moeten wij nu de N.C.S.V. zien als een soort gezelligheidsvereniging

op Christelijke basis?

Neen, zij wil enerzijds een aanvulling zijn voor leden van een

geheel neutraal georienteerde gezelligheidsvereniging, anderzijds

biedt zij ook plaats aan diegenen die niet lid van een gezelligheidsveren1g1ng

zijn, maar toch menen, zeker in de studentenwereld,

n1et zomaar aan de boodschap die het Evangelie brengt,

te kunnen voorb1jgaan, maar ook veren1gt zij leden van confessionele

gezellighe1dsverenigingen d1e een uitgebreider contact

met de buitenwereld voorstaan.

Tot voorl1cht1ng van aankomende eerstejaars, niet slechts wat

N.C.S.V. betreft maar ook over het studentenleven in het algemeen,

organiseert de N.C.S.V. telken jare een novietenkamp. Dit

zal dit jaar plaats v1nden van 26 - 31 augustus 1957. De Deiftse

101


Begin oktober wordt door de afdeling een kennismakingsavond gehouden,

waar het doel en de activiteiten nader uiteengezet worden.

Persoonlijke inlichtingen kunt U krijgen bij:

F.P.J. CamphuiSj Duyvelsgat 32, tel. 20532

W.J. Dingemans, Voorstraat 79, tel. 25029.

STUD. VER. OP HUMANISTISCHE GRONDSlAG

"SOCRATES"

De S.V.H.G., waarvan de afdeling Delft "Socrates" is genaamd,

kan in de ruimste zin worden aangeduid als een discussiecentrum

op ondogmatlsche basis. In die functie biedt de vereniging haar

leden de gelegenheid zich te bezinnen op vragen van b.v. levensbeschouwelijke

en maatschappelljke aard door disputen en wekelijkse

koffietafels te organiseren, waar U kennis kunt nemen van

het gehele spectrum der men1ngen, dat binnen het human1sme mogelijk

is. Op de d1sputen zorgt ffSocrates" voor deskundige inle1ders,

dikwijls hoogleraren.

Bovendien wordt elk jaar door de afdeling een conferent1e belegd

in een buitencentrum. De landelijke S.V.H.G. organiseert daarnaast

nog, als interacadem1aal evenement, een najaars- en voorjaarscofiferentie,

en enige zomerkampen.

De humanistische levensovertuiging, die zich kenmerkt door het

pogen om leven en wereld met een beroep op menselijke vermogens

te verstaan, hebben de meeste "Socrates"-leden zich tot de hunne

gemaakt.

Het Humanisme baseert zich op de eerbied voor de mens en ziet

hem als drager van een zedelijk waardebesef, de toetssteen voor

wat goed of slecht is. Het baseert zich niet op een openbaring,

maar tracht vragen van levens- en wereldbeschouwing op te lossen

via de weg der mense11jke rede, in de overtuiging dat de mens in

zichzelf ui teindelijk de voorwaarden heeft om te komen tot

richtlijnen voor het leven.

Nadere 1nlichtingen over de veren1ging zijn te verkrijgen bij:

P.J. We1shut, Goeman Borgesiusstraat 2, Delft, tel.21876

F.W. Sluyter, van Renningenstraat 5, Rotterdam,tel.46356.

De contr1but1e bedraagt f 10.- per jaar, terwijl een belangstellend

I1dmaatschap van september tot januari mogelljk is; hieraan

zijn geen kosten verbonden

103


OELFTSE OISPUTEN

De vereniging "Delftse-Disputen" bestaat uit een achttal disputen

en een overkoepelend lichaam, dat het dageliJks bestuur

vormt, De ·Centrale Leiding".

De disputen, die zich in Delft (2), Rotterdam, Schiedam, Leiden,

Den Haag, Voorburg en Haarlem bevinden, stellen zich ten doel

het geestelijk contact tussen de studenten te vermeerderen. Zij

dragen een strikt algemeen karakter en zijn toegankelijk voor

alle studenten aan de T.H. Voor spoorstudenten biedt de vereniging

een unieke gelegenheid voor het zo hoogst noodzakelijke

contact met medestudenten.

Een dispuut, dat uit ongeveer 20 personen bestaat, komt eens in

de 2 a 3 weken bijeen. Ieder dispuut is vrij in de keuze van de

onderwerpen waarover gediscussieerd wordt.

De band tussen de disputen onderling wordt verkregen door:

1) Het organiseren van koffietafels. Deze worden eens in de

viertien dagen gehouden op vrijdagmiddag van 12.30 - 13.30

uur in het Gebouw der Voormalige Academie, OUdeDelft 95.

2) Ret houden van een jaarlijkse avond, die een feestelijk

karakter draagt.

De kosten voor het lidmaatschap bedragen f 2.50 per jaar.

Nadere inlichtingen over de vereniging zijn te verkriJgen bij:

104

M.J. van der Burgt, Simonsstraat 36, Delft.

K.J. van Oostrum, Weimarstraat 256, Den Haag.

H.J. de Vries, Nobelstraat Sb, Rotterdam.

R. Klooster, Kloppersingen 79, Raarlem.

M.J. van der Fluit, Nieuwe Brugsteeg 2, Leiden.


Studentenpredikanten

R. J. van der Veen Gereformeerd Studenten Hulpprediker,

van Miereveltlaan 23, telefoon 23106.

Ds. W.P. ten Kate - Ned. Herv. Predikant, Oostsingel 88,

telefoon 23109.

Ds. G. Bloemendaal Remonstrants Studenten Predikant,

Westplantsoen 48, telefoon 23301.

B. Woltjer - Hulpprediker voor studerenden uit Indonesie

Pastoor van de Studentenpafochie

namens de Gereformeerde Kerken,

Rotterdamseweg 1, tel. 23565.

Pater Dr. S. Schotten S.C.J. - Dude Delft 18, telefoon 23421.

105


De mogelijkheden dan zljn de volgende (de genoemde bedragen zljn

mlnlmum-bljdragen):

serle A bevat aIle 13 voorstelllngen f 19.--

serle B bevat 5 toneelvoorstelllngen, 2 muzlek- en

2 bij zondere ul tvoerlngen f 14.--

serle C bevat 3 toneelvoorstellingen, 3 muziek- en

1 bljzondere uitvoerlng f 10.50

serle D bevat 3 toneelvoorstelJingen, 2 muzlek- en

1 bijzondere uitvoering f 9.50

serie E bevat aIle 5 muziekuitvoerlngen f 6.50

serie G bevat 3 toneelvoorstelllngen en

2 muzlekuitvoeringen f 8.--

De fl1mvoorstelllngen'zijn voor begunstigers toegankelljk a

f 0.70 per avond, terwijl voor hen, dle geen begunstiger zijn de

mogelljkheld bestaat om zich een kaart a f 2.50 aan te schaffen,

dle recht geeft op het bijwonen van drle filmvoorstellingen.

Op vertoon van deze fllmkaart kan men voor de overige voorstelllngen

in het seizoen toegangsbewijzen a f 0.70 krijgen. Overigens

biedt deze kaart geen mogelijkheid tot het bijwonen van toneelvoorstellingen

en muziekuitvoeringen.

Omdat de toeloop elk jaar weer zeer groot is wordt men aangeraden

zich tijdig op te geven: hierdoor voorkomt men alllcht een

tel eurs tell ing.

108

Namens het bestuur,

B. van Nederveen, president,

J. W. van der Scheer, secretaris.


C. ALGEMENE INST ANTIES

Kamercommissie

Bij het zoeken naar een kamer in Delft kan men gebruik maken van

de diensten van de commissie. Zij verstrekt inlicr.tingen over

huisvesting aan eerstejaars aan de hand van een lijst van beschikbare

kamers, waarop bijzonderheden, zoals huurprljs, meubilering,

pension e.d. staan. Deze lijst ligt dagelijks ter inzage

voor de belanghebbenden van 10.00 - 12.00 uur en van 14.00 -

17.00 uur ('s-zaterdags 10.00 - 12.00 uur en 's-zondags niet) op

SociEiteit "Tyche", Dude Del:ft 123 te Delft.

Zodra men een kamer heeft gehuurd, dient men niet te verge ten

dit bij het Bevolkingsregister, Westvest 7, op te geven en dan

de vestigingsvergunning op Markt 17 te hal en.

Stichting Gezondheidszorg voor Studenten

aan de T echnische Hogeschool te Delft

Bureau van de Stichting en spreekkamer van de hogeschoolarts:

Oude Delft 95 - telefoon 25581.

Bevordering van de gezondheid der studenten in de ruimste zin des

woords is het doel van deze Stichting, in het bestuur waarvan

(evenals bij de andere stich tingen) ook s tuden ten zi t ting hebben.

De vOlgende mogelijkheden worden geboden:

A. het kosteloos consulteren van de bogeschoolarts N.A. Bolt in

zijn spreekkamer in het gebouw der voormalige akademie. Dit kan

geschieden op de s pre e ku r e n dagelijks (behalve zaterdags)

tussen 13 en 14 uur of vol gens afspraak.

Aan de eerstejaarsstudenten wordt gelegenheid gegeven tot een

v 0 11 e dig 1 i c ham e 1 j j k 0 n d e r zoe k, waarvoor men zich

bij de assistente van de hogeschoolarts kan opgeven dagelijks van

9 tot 12 uur en van 13 tot 17 uur (zaterdags aIleen van 9 - 12).

Indien een student genoodzaakt is thuis medische hulp in te roepen,

moet htj zich daarvoor tot een h u is art s wenden.

109


B. onderzoek op en inenting tegen tuberculose.

Naarmate de tuberculose wordt teruggedrongen en de natuurlijke

immuniteit tengevolge van besmettingen vermindert, dient de controle

te worden verscherpt. De Stichting Gezondheidszorg verwacht

daarom, dat ook de thans aankomende eerstejaarsstudenten

hun plicht tegenover zichzelf en hun omgeving tonen te begrijpen

door gebruik te maken van de mogelijkheid om zich te laten

door I i c h ten zodra de gelegenheid daartoe geboden wordt,

indien dit niet in de laatste drie maanden gebeurd is.

Deze doorlichting gebeurt door de zorgen van de hogeschoolarts

in nauwe samenwerking met het Consultatiebureau te Delft.

Juist omdat de doorlichting vrijwillig is, weegt de verplichting

te zwaarder.

Een ander wapen in de strijd tegen de tuberculose is gegeven in

het onderzoek naar de immuniteit tegen deze ziekte door middel

van de z.g. reactie van Mantoux en een eventueel daaropvolgende

immunisering met B. C • G • - va c c in.

Dit onderzoek zal met de doorlichting nog in het najaar plaatsvinden.

Men lette op de aankondigingen!!

C. verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ziekte en ongeval.

De student, zoals de jonge mens in het algemeen, rekent dikwijls

te weinig met de mogelijkheid, dat hij een verpleging in ziekenhuis

of sanatorium zou behoeven of specialistische hulp nodig

zou hebben, totdat hij - te laat - bemerkt, dat de kosten, daaraan

verbonden, schrikbarend hoog kunnen oplopen. Juist ook degenen,

die uit een bescheiden beurs studeren, moeten zich dit realiseren.

Elk a a n k 0 men d stu den t die n t d e r h a I vet e w eten

of er in di t opzicht reeds voor hem gezorgd is. Z 0 j a,

op welke wijze (door verplichte of vrijwillige verzekering, voor

ziekenhuis of sanatorium, al of niet voor specialistische hulp)?

Z 0 nee n, dan moet hij v66r de inschrijving thuis besproken

of zelf besloten hebben van welke verzekeringen, die via de

Stichting Gezondheidszorg tegen bijzonder gunstig liggendepremies

kunnen worden afgesloten, hij gebruik zal maken. Deze zijn:

Ie. Sanatoriumverzekering.

a. v 0 I led i g e verzekering voor uitkering van het maximale

verpleeggeld gedurende onbepaalde tijd;

b. aanvull ende verzekering tot maximale uitkering voor

degenen, die vrijwillig of verplicht bij de ziekenfondsen

verzekerd zijn.

110


2 e , Verzekering tegen Kosten van specialistiscne hulp, ziekenhuisopname

en/of operatie.

Deelneming staat tot 1 december 1957 open zonder voorafgaand medisch

onderzoek op enkele aanmelding, Na 1 december dient men

eerst een aanvraagformulier in te vullen. Datzelfde geldt ook

voor studenten, die ouder zijn dan 30 jaar of die gehuwd zijn.

3 e , Ongevallenverzekering.

a. verzekering in verband met ongevallen tij dens verbl ij f binnen

de Technische Hogeschool (werkplaatsen, laboratoria, anz.),

bij deelneming aan excursies der Technische Hogeschool (ook

naar het buitenland) en tijdens praktisch werken in verband

met de studie;

b. z.g. 24-uurs verzekering, d.w.z. een verzekering geldend

voor ongevallen binnen of buiten T.H.-verband;

c. sportverzekering in verb and met sportbeoefening in het kader

der Technische Hogeschool.

Men ziet: de Stichting Gezondheidszorg biedt vele mogelijkheden.

Aan de studenten is het om van het begin af daarvan gebruik te

maken!

N.B. Verzekerde bedragen, premiebedragen enz. benevens aangifte

formulieren vindt men t.z.t. in de set met inschrijvingspapieren.

Een verzekering in het bijzonder voor reizen naar het buitenland

(Isis) wordt verzorgd door de Centrale Commissie

(zie biz. 30) •

111


Sportstichting T echnische Hogeschool

cursus 1957-1958

Administratie: Nieuwelaan 70, Delft.

Telefoon 24950, toes tel 118! b.g.g. 119.

Gironummer 5289 t.n.v. de penningmeester van de

Sportstichting Technische Rogeschool te Delft.

Organisatie

De sportstichting stelt zich ten doel lichamelijke oefening en

sport te bevorderen onder aIle ingeschrevenen·van de Technische

Rogeschool. Dit wordt mogelijk gemaakt door de lage contributies,

welke te danken zijn aan de faciliteiten geboden door de Technische

Rogeschool.

AIle sportafdelingen van de gezelligheidsverenigingen maken gebruik

van de mogelijkheden, die de Sportstichting biedt (uitgezonderd

de roeiverenigingen, wat het roeien zelf betreft).

Ret bestuur bestaat uit studenten en leden van de Senaat van de

T.R., en wordt bijgestaan door de Algemeen Sportleider der T.R.,

M.P. Langelaan. Voorts zijn vanwege de T.R. aan de stichting

verbonden:

Accomodatie

J .B.A. Abrahams

R. Rolvast

J.K. Klein

W.R. Simons

C.J.M. Rethans

(schermen) ,

(boksen, jiu-jitsu, judo),

(indoor training, zaalsport),

(zwemmen, waterpolo),

(administratie, toezicht tafeltennis).

Zalen:

Gebouw van de Sportstichting, Nieuwelaan 70.

Dit gebouw bevat:

een grote sportzaal voor de beoefening van indoortraining,

turnen, basketball, volleybal, zaalhockey,

zaalvoetbal en badminton,

een boks- en judozaal,

een sChermzaal,

een tafeltenniszaal,

een cantine,

de administratie

ruime kleed- en douchegelegenheid.

113


verenigingen georganiseert, dan wende men zich rechtstreeks tot

de Sportstichting.

Voor het volgen van lessen en trainingen dient men bij de administratie

of de betreffende leraar een opgavekaart van de Sportstichting

in te vullen. Dit geldt eveneens voor .de leden van de

gezelligheidsverenigingen, ook wanneer zij zich reeds bij de

sportonderverenigingen hebben aangemeld.

Indien men zich voor een bepaalde tak van sport heeft opgegeven

en daaraan i.v.m. bijzondere omstandigheden niet kan

deelnemen, kan men zich SCHRIFTELIJK terugtrekken tot 15 november

1957. Daarna is het niet meer mogelijk restitutie van

contributie te Verkrijgen.

Spreekuren

Algemeen Sportleider: dinsdag en vrijdag 11.00-13.00 uur.

Voorts uitsluitend gedurende de maand september voor indeling

naar geoe fendheid en van beschikbare tij d:

J.B.A. Abrahams (schermleraar) donderdag 12.00-14.00 uur;

H. Holvast (boks-, jiu-jitsu- en judoleraaI') dinsdag en vrijdag

11.00-13.00 uuI'.

Betaling van de contributie

1. door storting op giro 5289, t.n.v. de penningmeester van de

Sportstichting Techn1sche Hogeschool, onder b1jvermelding

voor welke sport(en) en in welk verband (gezelligheidsveren1ging

of niet-georganiseerd);

2. op de spreekuren (dinsdag en vrijdag 1.00-13.00 uur);

3. voor leden van het Delftsch Studenten Corps en de R.K. Studentenvereniging

nSanctus Virgilius" via hun respectievelijke

verenigingsI'ekenigen;

4. voor de leden van de overige gezelligheidsveren1gingen via de

penningmeesteI'(esse) van de sportonderveren1ging.

Publicatie

De deelnemers wordt ten zeers te aangeraden de mededelingen van de

Sportstichting, die het hele jaar door in het "ORAKEL van DELFT"

gepubliceerd worden,te lezen •

.116


Stichting Mensa Delft

De moeilijkheden die vele studenten ondervinden om hun dagelijkse

warme maaltijd te bekostigen, heeft geleid tot de oprichting

van de Stichting Mensa Delft.

Deze stichting stelt zich in de eerste plaats ten doel aan hen

die niet bij een gezelligheidsvereniging zijn aangesloten, een

smakelijke maaltijd van voldoende voedingswaarde tegen zo laag

mogelijke priJs te verstrekken. Daar deze maaltijden door het

Rijk gesubsidieerd worden, ligt de kostprijs belangrijk hoger!

Een warme maaltijd met vlees of vis kost momenteel f 1.-. Hierdoor

is het mogelijk, in combinatie met het huren vaneen kamer

zonder pension, de kosten van levensonderhoud in Delft tot een

minimum te beperken.

De Mensa is geves t igd in een ge bouw van de T. H., Oude De 1ft 91,

en beschikt daar over een modern geoutilleerde keuken van zeer

grate capaciteit, die voldoet aan aIle eisen op het gebied van

hygiene en efficiency.

In een ruime zaal, die aan 200 studenten plaats biedt, gaan studentserveerders,

volgens een in Nederland geheel nieuw bedieningssysteem

te werk, waardoor een vlotte gang van zaken mogelijk

is geworden en per avond 500 mensen hun maaltijd op rustige

wijze kunnen gebruiken. 'bit is in overeenstemming met de opzet

van de Mensa: in een prettige sfeer studenten de gelegenheid

bieden rustig hun (of haar) maaltijd te gebruiken.

Het is echter niet de bedoeling dat het karakter van een gezelligheidsvereniging

wordt benaderd; de openingsuren zijn in verband

hiermee beperkt tot's middags tussen 12.30 en 13.30 uur en

's avonds tussen 17.30 - 19.00 uur.

Socia Ie Commissie

De voornaamste taak van de Sociale Commissie bestaat uit het

verlenen van bemiddeling bij de werkverschaffing aan studenten

die genoodzaakt zijn, naast hun studie betaalde werkzaamheden te

verrichten.

Zij verleent slechts deze bemiddeling aan die studenten die tijdens

hun studie in financiele moeilijkheden geraken.

De commissie wil dan ook de aankomende studenten die menen dat

zij door het verrichten van betaald werk geheel in hun levensonderhoud

kunnen voorzien, er op wijzen dat dit voor het studieprogramma

in de eerste jaren niet wenselijk is.

Het secretariaat is gevestigd: Oude Delft 95. De zittingsuren

van de commissie zljn maandagmiddag van 16.00 - 17.00 uur op dit

adres.

117


PLATTEGROND VAN DELFT MET GEBOUWEN DER

TECHNISCHE HOGESCHOOL


Gebouwen der T echnische Hogeschool

1. Hoof'dgebouw, Julianalaan 134,tel. 24950

2. Voormalig academiegebouw, Oude Delf't 95, tel. 25581

3. Vergaderzaal van de Senaat, Oude Delf't 118, tel. 24426

4. Bibliotheek, Doelenstraat 101, tel. 24010

6. Gebouwen voor wiskunde, Jaf'f'alaan 162, tel. 24950

8. Weg- en waterbouwkunde, Oostplantsoen 25, tel. 24080

9. Geodesie, Kanaalweg 4, tel. 24950

10. Stevin-laboratorium, Stieltjesweg 4, tel 24950

12. Bouwkunde, Oude Delf't 39, tel. 25870

13. Boetseren, Oude Delf't 91, tel. 23455

14. Decoratieve kunst, Oude Delf't 75, tel. 23473

15. Collegezalen, prof'. Mekelweg 2, tel. 24950

16. Lif'tbeproevingstoren, prof'. Mekelweg 2, tel. 24950

17. Oude gebouw voor werktuigbouwk., Nieuwelaan 76, tel. 24950

18. Aero- en hydrodynamica, Nieuwelaan 76, tel. 24950

19. Vliegtuigbouwkunde, Kanaalstraat 10, tel. 24950

20. Vezeltechniek, Mijnbouwstraat 16b, tel. 24818

21. Werkplaatstechniek, prof'. Mekelweg 2, tel. 24950

22. Warmte- en stof'techniek, Rotterdamseweg 139a, tel 24950

23. Windtunnelgebouw, Leeghwaterstraat 16, tel. 24950

24. Toeg. mech. en scheepsconstructies, prof'. Mekelweg 2, tel. 24950

25. Sleeptankgebouw, prof'. Mekelweg 2, tel. 24950

26. Elektrotechniek, Kanaalweg 2b, tel. 24950

27. Scheikunde, Julianalaan 136, tel. 24950

28. Fysische technologie, Prins Bernhardlaan 6, tel. 24950

29. Analytische scheikunde, de Vries van Heystplein 2, tel. 24950

30. Microbiologie, Nieuwelaan 5, tel. 24950

31. Algemene en technische biologie, JUlianalaan 67, tel. 24950

32. Metallograf'ie, Rotterdamseweg 137, tel. 24950

33. Biochemie, Julianalaan 67, tel. 24950

35. Mijnbouwkunde, Mijnbouwstraat 20, tel. 24950

37. Technische f'ysica, Mijnbouwplein 11, tel. 24950

38. Technische f'ysica, Kanaalstraat 12, tel. 24950

39. Laboratorium voor vliegtuigbouwk., Stevinweg 1, tel. 24950

Uitbreiding

B. Voertuig-een transporttechniek

C. Koel- en droogtechniek en chem. werktuigen

D. Werktuigonderdelen

E. Vezeltechniek

F. Verbrandingsmotoren

G. Aero- en hydrodynamica

J. Metaalkunde

K. Technische f'ysica

M. Microbiologie

120


No. THeI

Theoreti "ehe en toegepas te Meebani ca

Prijs

VOOI'

1 eden

PrijS

voorVerkl'ijgnietbaar bij:

leden

72 Repetitiedtctaat Theoretlsche Mechanica,

door II'. W.J. Vollewens en Dr. II'.

Joh. H.M. Manders, 3e herziene druk,

272 pag., 120 rig., C3, Gm3, W3, S3,

V3, en rae. T2, M2, Y2.

f 4.75 f 8.50 C.C.kamer

81 Vraagstukken Theoretisehe Meehaniea,

dee] I: Beweg1ng van het storf'elijke

punt, door Pror. Dr. F. Sehuh en II'. W.

J. Vollewens, 140 pag., 3 rig., C3, W3,

S3, V3, Gm3 en racultat1er T2, M2, Y2.

£ 4.10 £ 5.20 boekhandel

82 Vraagstukken Theoretlsche Mechaniea,

deel II: Beweg1ng van vaste lichamen,

door Pror. Dr. F. Schuh en II'. W.J.

Vollewens, 212 pag., 5 1'ig. C3, W3, S3,

V3, Gm3, en 1'ae. T2, M2, Y2.

f 4.95 f 6.20 boekhandel

Experimenteel Spanningsonderzoek

b-1 Collegedictaat Experimenteel Spannings- f 3.50 £ 6.00 C.C.kamer

onderzoek, bewerkt naar het college in

de eursus 1951-1952 door II'. F.K. Ligtenberg,

C4, C5.

b-2 De Methode-Cross, door II'. F.A. Marin- f 4.50 f 7.00 C.C.kamer

kelle, C3, M3, Gru5.

b-3 Hypparschalen, naar het college van Prof. f 3.50 {6.00 C.C.kamer

II'. C.G.J. Vreedenburgh, door II'. w.

Grijm.

b-5 Plasticiteit, naar het college van Prof.

II'. C.G.J. Vreedenburgh door II'. W.

Grijm.

versehljnt aan het eind

van de cursus 1955-1956

b-6 Vormschalen, door II'. H. Grabowski naar £ 3.50 f 7.00 C.C.kamer

het college Van Prof. II'. C.G.J. Vreeden

burg.

b-7 Ax1aalsymmetl'ische sehalen naar het college

van Prof. II'. C.G.J. Vreedenburg

door II'. J.G. Bouwkamp.

NatllUrkullde

verschijnt aan het eind

van de cursus 1956-1957

62 Elementaire deeltjes, Atomen en Molecu- f 8.50 £15.00 e.C.kamer

len, door Prof. Dr. H.B. Dorgelo, 5e

druk, E2, N2, T2, Mt2.

122


No. THel

Scheikunda

d-3 Verzameling van Vraagstukken over Analytische

8cheikunde, bij eengebracht door

E.H.P. Cordfunke, T1, T2, M1.

d-4 nTechnisch-Physische 8cheldlngsmethoden",

door Ir. J. Nijman, naar het college

van Prof. Dr. Ir. P.M. Heertjes, T4.

Mach ani sch e Technol ogi e

Prijs

voor

leden

f 2.50

f 3.50

Prljs Verkrijgvoor

niet- baar b.ij:

1 eden

t 5.00 C.C.kamer

f 6.00 C.C.kamer

76 Kennis der Metalen door Prof. Dr. Ir. f 4.60

W. Brandsma, WI, S1, V1, Y1, El, Nl,

Mtl, T3.

boekhandel

m-2 Kennis der Metalen deel II, door Prof. verschijnt aan het eind

Dr. Ir. W. Brandsma, W2, 82, V2, Mt2,

T4, T5.

van de cursus 1956-1957

Staats-. administratief- en handelsrecht

64 Schema College Arbeidsrecht, door Prof.

Dr. J.A. Veraart, doorschoten, 3e druk,

44 pag.

65 Schema College Staatsrecht, door Prof.

Mr. A.C. Josephus Jltta, 75 pag., doorschoten,

3e druk.

Kostprijsberekening

t 1.50 f 2.00 boekhandel

t 2.70 f 3.25 boekhandel

78 Kostprijsberekening, door B. Onken- t 2.10 f 2.70 boekhandel

hout, naar het college Van Prof. Dr.

J. Goudriaan, 96 pag., 33 fig.

Weg- en Waterbouwkunde

11-1 Collegedictaat Bouwstoffen, naar de

colleges van Prof. Dr. C.A. Lobry Van

Troostenburg de Bruyn en Ir. J.A. Plaiw

zier, door H. Aarnoutse, wit doorschoten,

130 pag., Bl, Cl,

herdruk verschijnt voorj

aar 1957

u-2 Collegedictaat Bouwstoffen, deel II, [3.25 f 6.50 C.C.kamer

bewerkt naar het college van Prof. Dr.

C.A. Lobry van Troostenburg de Bruyn,

door H. Aarnoutse, B2, C2.

124


HOOFDSTUK III

DE TECHNISCHE HOGESCHOOL

-

EINDHOVEN


Inlichtingen

Gedurende het gehele jaar kan men zich zowel schr1ftel1Jk als

mondeling tot de volgende instanties wenden.

Secretaris van de technische hogeschool

A.H.M.Wij ffels, econ. drs.

Rector magni ficus

Prof.dr. H.B. Dorgelo.

Spreekuur: woensdag 14.00-15.00 uur.

Adviseur studen tenaangel egenheden

Prof.dr. K. Posthumus.

Bureau van de Senaat

Algemene inlichtingen.

Secretarissen van de afdelingen

Voor inlichtingen, meer in het bijzonder betrekk1ng hebbende

op de studie aan een der afdelingen kan men z1ch wenden tot

de secretarissen van de afdelingen.

Werktuigbouwkunde: Prof. dr. p.e. Veenstra

Elektrotechniek: Prof.dr.ir. J.e. Niesten

Scheikundige technologie: Prof. dr. K. Posthumus

Spreekuren: na afspraak.

Deze instanties zijn voorlopig gevestigd in het gebouw

Aalsterweg 391, Eindhoven.

125


hogeschool te Delft uit te breiden en van nieuwe inr1cht1ngen te

voorz1en, en om de stichting van een tweede technische hogeschool

te Eindhoven te doen voorbereiden. Ret ontwerp suppletoire

begrotingswet van 18 september 1951, waar1n voor die voorbereiding

een bedrag werd beschikbaar gesteld, werd door de volksvertegenwoordiging

aanvaard en op 9 jul1 1953 tot wet verheven.

De minister benoemde vervolgens een commissie, onder voorzltterschap

van Mr. H.L. s'Jacob, ter voorbereiding van een tweede instituut

voor technisch hoger onderwijs.

De commissie s'Jacob kwam in 1955 met haar arbeid gereed; een

reeks voorstellen werd gepubliceerd in haar rapport van 2 juli

1955. Ret door de regering bij de Staten-Generaal ingediende

wetsontwerp nr. 4114 werd op 20 april 1956 door de Tweede Kamer,

en op 5 juni 1956 door de Eerste Kamer aanvaard.

Deze herziening bracht in de hoger-onderwijswet drie belangrijke

nieuwe elementen: de oprichting van de technische hogeschool te

Eindhoven, de toekenning van rechtspersoonlijkheid aan de beide

technische hogescholen en de instelling van een contactorgaan,

de raad voor het technisch hoger onderwijs.

Op 8 augustus 1955 had lnmidde]s minister Cals een nieuwe commissie,

onder voorz1tterschap van de commissaris van de Koningin

in Noord-Brabant, Prof.dr. J.E. de Quay, belast met de verdere

uitwerking van de plannen voor de technische hogeschool te

Eindhoven. Leden van deze commissie werden op 23 Jun1 1956 beedigd

als lid van het college van curatoren. De heer A.H.M. Wijffels

werd op deze datum belast met de waarneming van de func·tie van

secretaris van de hogeschool.

Nadat de secretaris-generaal van het ministerie van onderw1Js,

kunsten en wetenschappen mededeling had gedaan van de benoeming

van 14 hoogleraren door de Koningin, werd op 15 november 1956

door de president-curator de senaat geYnstalleerd.

Vervolgens yond de vergadering van de senaat plaats, waar1n de

voordracht aan de Kroon tot benoeming van een rector-magnificus

werd opgesteld. Een aantal nieuwe benoemingen van hoogleraren en

lectoren verkeert in een meer of minder gevorderd stadium van

voorbereiding. Voorts zijn een waarnemend bibliothecaris, een

aantal wetenschappelijke hoofdambtenaren en ambtenaren, en leden

van de technische en administratieve staf aangesteld.

Nieuwbouw

De intensieve voorbereiding maakte het mogelijk, dat reeds op 28

juli 1956 de bouw van een paviljoen - ontworpen door de architect

ir. S.J. van Embden kon worden opgedragen. In dit pavil-

127


van de studenten te Eindhoven problemen zal opleveren. De contacteommissie

tussen burgerij en hogeschool besteedt aan dit

vraagstuk nauwlettende aandacht, en heeft reeds plannen ontworpen

om aan moeilijkheden tegemoet te komen.

De gebollwen

Gedurende de eerste jaren zal het onderwijs worden gegeven in

een paviljoen, dat gebouwd wordt op een terrein ten noordoosten

van het station. De foto op bladziJde 128 geeft een indruk van

vorm en indeling van het complex. Zodra dit mogelijk is, worden

ook de bureaux, die tot nu toe zijn ondergebracht in verschillende

huizen in de stad, overgebracht naar het paviljoen.

I nschri j vi ng

Van 1 juni tim 18 juli kan men zijn inschrijvingsformulieren

aanvragen of afbalen biJ het kantoor van de technische hogeschool,

Stratumsedijk 58, Eindhoven, en ze daar weer inleveren

of insturen. Men ontvangt dan de nodige inlichtingen.

Stichting Eindhovens Hogeschoolfonds

Op 30 juni 1956 is de stichtingsakte van het Eindhovens Hogeschool

fonds verleden.

Het doel van deze stichting is de bevordering van de technische

wetenschappen en het technisch hoger onderwij s in het algemeen,

zomede de belangen van de Technische Hogeschool te Eindhoven in

het bijzonder. .

Volgens art. 3 van haarstatuten tracht deze stichting haar doel

te bereiken door:

a. het bevorderen van een goede samenwerking tussen het Nederlands

bedrijfsleven en de Technische Hogeschool te Eindhoven,

b. het bevorderen van een goed contact tussen Nederlandse ingenieurs

en de Technische Hogeschool te Eindhoven,

c. het instellen van bij zondere leerstoelen aan de Technische Hogeschool

te Eindhoven,

d. het bevorderen van het aan de Teehnisehe Hogesehool te Eindhoven

als gastdoeent doeeren door niet aan deze hogeschool

verbonden geleerden,

e. het bevorderen van studiereizen en van wetensehappelijke onderzoekingen

door aan Nederlandse Technische Hogescholen verbonden

hoogleraren of andere personen,

f. het bevorderen en vergemakkelijken van wetenschappelijke on-

130


o

SITUATIE T.H.EINDHOVEN

. 2. PAVILJOEN T.H.

3.RIVIER DE DOMMEL

. 4.INsULINDELAAN

5.IJZEREN MAN

6. STATION


B. DE SECTOREN V AN DE VORMING

EERSTE SECTOR: DE VAKSTUDIE

Coll eqes

De colleges zullen in de regel in de ochtenduren worden gegeven;

zij duren 45 minuten. De middagen zijn bestemd voor het praktisch

werken in laboratoria, werkplaatsen en tekenzalen, en voor

het volgen van de instructie in de wiskunde. Het begin van de

colleges wordt aangekondigd op de daarvoor bestemde aankondigingsborden

in het paviljoen.

Studi ebo ek en

De hoogleraren zullen op hun colleges de boeken opgeven, waarvan

aanschaffing wordt aanbevolen. Het is zeer gewenst om, wanneer

men daartoe financieel in staat is, reeds gedurende de studiejaren

een begin te maken met de vorming van een bibliotheek.

Instru cti es

Om de grote moeilijkheden biJ de overgang van geleide naar vrije

studie te overwinnen, zijn voor verschillende eerstejaarsvakken

facultatieve instructiemiddagen vastgesteld, onder leiding

van instructeurs. Zij zijn niet bedoeld als vervanging van

de colleges, maar als oefenmiddagen met deskundige hulp.

Practica

Voor men aan de examens kan deelnemen, moe ten voor verschillende

vakken praktische oefeningen zijn verricht. De regeling van deze

practica zal te zijner tijd worden bekend gemaakt.

Programma van colleges en praktische oefeningen

Een volledig overzicht zal worden opgenomen in de "Gids van de

technische hogeschool te Eindhoven 1957 - 1958" die v66r het begin

van het studiejaar zal verschijnen.

Bibliotheek

Aan de inrichting van een bibliotheek, waar de student vakli teratuur,

vaktijdschriften, en ook boeken en bladen over algemene onderwerpen

zal kunnen raadplegen, wordt met voortvarendheid gewerkt.

133


STUDIE VOOR ElEKTROTECHNISCH fNGENIEUR

Werkkring

De werkzaamheden van de elektrotechnisch ingenieur kunnen als

regel geklasseerd worden binnen een del' beide ondervolgende rubrieken:

a. het opwekken, overbrengen en exploiteren van elektrische

energie (energievoorziening, elektrische aandrijvingen en

transm1ss1es, verwarming en verl1chting).

b. het overbrengen en verwerken van informatie (elektronica, ra­

,dI0, telefonie, telegrafie, televis1e, navigatiemiddelen, meten,

regelen en automatiseren).

Mede in afhankelijkheid van aanleg en belangstelling zal de

elektrotechnisch ingenieur in een van deze richtingen belast

worden met de opzet en/of de uitvoering van een research- en/of

ontwikkel1ngsprogramma, de constructie resp. de fabric age van

elektrotechnische toestellen of onderdelen daarvan, het projecteren

en/of uitvoeren van installaties, de Ieiding van een bedrljf

of een gedeelte daarvan, dan weI werkzaam zijn in het commercHHe

vlak, het octrooiwezen, de' normalisatie, de documentatie

of bij het onuerwijs.

Vooruitzichten

Als gevolg van de steeds toenemende industrialisatie en de hiermede

gepaard gaande sterk groeiende behoefte aan elektrische

energie enerzijds en informatie anderzijds valt een stijgende

vraag naar elektrotechnische ingenieurs waar te nemen. De plaatsingskansen

voor de elektrotechnisch ingenieur laten zich dan

ook, althans voor de naaste toekomst, gunstig aanzien.

Indeling van de studie

De studle voor elektrotechnisch ingenieur, welke een goede aanleg

voor de wiskunde en in het bijzonder voor de natuurkunde

vereist, omvat vi.er jaar collegestof, benevens het afstuderen.

Na het eerste jaar (tweede semester) wordt het propaedeutisch

136


examen afgenomen, anderhalf jaar later (na het vijfde semester)

het kandidaatsexamen en na nogmaals anderhalf jaar (na het achtste

semester) het eerste deel van het ingenieursexamen. Daarna

vindt het afstuderen plaats, waarvoor een half a een jaar zal

moeten worden gerekend.

Het propaedeutiscb examen

Tijdens de propaedeuse wordt voornamelijk aandacht besteed aan

wiskunde en natuurkunde, die de ondergrond vormen voor de latere

vakstudie. Behandeld worden infinitesimaalrekening, algebra en

meetkunde en natuurkunde, zoals mechanische en thermische verschijnselen,

elektriciteit en magnetisme. In aansluiting op de

wiskunde-colleges zal gelegenheid worden geboden voor instructie;

de oefeningen in de natuurkunde-laboratoria zijn voorgeschreven.

Voorts zijn colleges in de werkplaatstechniek en de materialenkunde

annex oefeningen in werkplaats resp. laboratorium geprojecteerd.

De studie wordt gecompJeteerd met een college over wijsgerigculturele

beschouwingen over techniek en samenleving.

Het propaedeutisch examen wordt beschouwd als een test op de geschiktheid

voor het vOlgen van het hoger onderwijs in de elektroteooniek.

Het kandidaatsexamen

De kandidaatsstudie omvat naast inleidende colleges over de algemene

elektrotechniek en de theoretische vakken, enkele voordrachten

in de verschillende vakrichtingen. Deze laatste bieden

aan de student de mogelijkheid tot orientering over de later te

kiezen studierichting.

Colleges in de instrumentatie, werktuigbouwkunde en materialen

dienen om een brede ondergrond te vormen voor latere specialisatie.

Enkele colleges zullen worden gegeven van algemeen vormend

karakter.

Er is gelegenheid voor instructie in de wiskunde, de mechanica

en de theoretische elektriciteitsleer.

Laboratoriumwerk in de elektrotechnische, natuurkundige en werktuigkundige

vakken, tekenoefeningen en het praktisch werken gedurende

enige tijd in fabriek of bedrijf completeren de studie

voor het kandidaatsexamen. Regeling betreffende de tijd en gelegenheid

tot inschrijving voor de practica en tekenzalen en tot

praktisch werken zulJen nader worden bekend gemaakt. Het ligt

137


voorts in de bedoeling, excursies naar bedrijven en fabrieken in

binnen- en buitenland te organiseren.

Het ingenieursexamen eerste gedeelte

Voor dit examen zal een aantal vakken, voornamelijk van elektrotechnische

aard, verplicht worden gesteld. Voorts zal examen

moe ten worden afgelegd in enige keuzevakken, die de student in

overleg met de hoogleraar uit een groot aantal mogelijkheden zal

kunnen kiezen naar gelang zijn voorkeur of aanleg. In deze fase

van de studie zal bijzondere aandacht worden geschonken aan laboratoriumoefeningen

naast het werken in de praktijk.

Het ingenieursexamen tweecle gedeelte

Voor dit examen zal in hoofdzaak de zelfstandige bewerking worden

verlangd van een elektrotechnisch of aanverwant onderwerp,

vastgesteld in over leg met de hoogleraar.

Na het behalen van het ingenieursdiploma bestaat gelegenheid,

zich gedurende ca. anderhalf jaar verder te bekwamen in onderzoekingswerk,

waarna men een researchaantekening bij het ingenieursdiploma

kan krijgen.

138


oereningen. Deze praktische oefeningen hebben niet zozeer ten

doel het aanleren van een grote handvaardigheid, maar dianen meer

tel' verduidelijking en verdieping van de op de colleges behandel

de stor. Zij zullen vooral een waardevolle bijdrage vormen

tot het leren zelrstandig een gestelde taak uit te voeren.

De praktische oereningen zullen ten dele op laboratoria ten dele

in een technologische hal plaatsvinden. De mogelijkheid tot

praktisch werken gedurende de vakanties in een bedrijf' zal worden

openge s tel d.

Indeling van de studie

De studie omvat volgens het programma een periode van tien semesters

(vijt' jaar) en is gesplitst in vier gedeelten:

de studie voor het propaedeutisch examen (nil. twee semesters);

de studie voor het kandidaatsexamen (nil. vijt' semesters);

de studie voor het eerste gedeelte van het ingenieursexamen (nil.

acht semesters;

de studie VOOI' het tweede gedeelte van het ingenieul'sexamen (nil.

tien semesters.

Propaedeutisch examen

Dit examen wordt beschouwd als een test op de geschiktheid VOOI'

het volgen van hoger onderwijs in de scheikundige technologie.

Geexamineerd wordt in de vakken wiskunde, algemene (rysische)

chemie en in enkele onderdelen van de natuurkunde. Ret pl'aktische

werk zal omvatten oereningen in de algemene chemie en instructies

in de wiskunde.

Kandi daatsexame.n

Het kandidaatsexamen omvat hoot'dzakelijk chemische en t'ysische

vakken. Met goed gevolg moeten zijn doorlopen practica in de f'ysische,

de anorganische, de organische en de klassieke analytische

chemie.

Ingeni eursexallJen eerste gedeel te

Voor dit examen zullen een aantal kernvakken verplicht zljn,

hoof'dzakelijk van technologische aard, die l'uim de helft van de

140


Aan de aankomende student de taak en de eer om zelf het studentenleven

aan deze jongste Hogeschool in de hem passende vorm te

doen ontkiemen, en het al die fleur en activiteit te geven die

voor het Nederlands studentenleven zo kenmerkend is. Van de

noodzakelijke hulp en bijstand daarbiJ van zijn collega's van

elders kan de Eindhovense student verzekerd zijn en hij za] mits

energiek en ontvankeliJk voor het goede van elders, na zijn studie

met voldoening op zijn aandeel in de opbouw van de studentenwereld

in Eindhoven terug kunnen zien.

TEN GElEIDE

De Delftsche Studenten Raad, overkoepeling van de Delftsche studentenverenigingen,

roept de eerstgeborenen van de Eindhovense

Hogeschoo1 niet zo zeer een welkom, als weI een woord van aanmoediging

toe. Natuurlijk ook een welkom, maar dit zij dan voora1

verstaan als een welkom in Delft.

Het Delftse studentenleven kent zijn eigen vormen en uitingen,

die gegroeid zijn vanuit een rijk en ver ver1eden. Dit betekent

niet, dat Delft zich daarom af zou sluiten voor nieuwe ideeen en

vormen, meer aangepast aan veranderde omstandigheden.

Juist omdat het Eindhovense studentenleven van de grond af zal

worden opgebouwd, zal men U in Delft niet aIleen met een air van

superioritei t maar nog meer met ongeveinsde belangste11ing ontvangen.

WeI hebben Delftse studenten Uw Hogeschool bijgestaan in de

voorbereiding van een aantal studentenvoorzieningen; maar zij

hebben daarbij de grootst mogelijke reserve betracht. Uitgangspunt

was immer, dat U een eigen hUis gaat bouwen op de fundamenten

die voor U gelegd zijn: een studentenleven met eigen vormen,

eigen sfeer.

Velen zullen er zijn die U mores willen leren. Hun behoefte om

Uw opvoeders te spelen zal evenredig afnemen met de ontplooiing

van Uw eigen activiteit. Immers, ten slotte hebben zij allen U

slechts dit te leren: zelf meespreken, waar het om Uw zaak gaat.

143


HOOFDSTUK IV

ALGEMENE BELANGEN


Nederlands Studenten Sanatorium

In het Nederlands Studenten Sanatorium te Laren (Gool) , dat na de

oorlog is opgericht als monument voor het studentenverzet, wordt

aan tuberculeuze studenten de mogelijkheid geboden in eigen s:feer

genezlng te vinden en als dit medisch toelaatbaar is, de studie

voort te zetten. Dank zij de medewerking van Unlversitelten en

Hogescholen kunnen tentamlna en examens worden a:t'gelegd.

Voor elke tuberculeuze student ls er plaats, ongeacht studle,

kerkelljke gezindte enz. Voor mindel' vermogende patHinten staan

verpleeg:fondsen tel' beschlkking, die geheel o:f gedeeltelijk in

de verpleegkosten voorzlen.

Voornamelljk het :feit dat bij de bouw van het sanatorium geen

vergunning werd verkregen het aantal bedden zo groot te maken

dat een gunstige exploitatie mogelijk was, is er de oorzaak van

dat de verpleegkosten de inkomsten overtre:f:fen. Om nu in dit tekort

te voorzien, zijn in elke Universiteits- en Hogeschoolstad

Studenten Werkcomitels opgerlcht, die d.m.v. het organiseren van

toneel- en :filmvoorstellingen, inschrijvingsactie e.d. gelden

bijeen brengen voor het sanatorium. Het Delftse comite houdt

zich ook bezig met de werving van contribuanten. Elke student

behoort contribuant te zijn, want het sanatorium vaal' studenten

is toch allereerst een zaak van studenten!

Universitair Asyl Fonds

Het Unlversitair Asyl Fonds werd in 1948 door de Nederlandse

academische we reId opgerlcht na de communistlsche putsch te

Praag.

Het stelt zich ten doel studenten van aIle nationaliteiten, die

door aanslagen op de vrijheid van het onderwijs om des gewetens

Wille uit hun studie zijn verdreven en naar ons land zijn ultgeweken,

o:f wensen uit te wijken, in de gelegenheid te stellen in

Nederland te verblijven en hun studie voort te zetten. Tot voor

kort studeerden er 26 vluchteling-studenten in Nederland onder

auspicien van het U.A.F. waarvan 5 te Delft.

Nu echteG na de opstand te Hongarije, zijn vele studenten naar

het Westen gevlucht; het U.A.F. heeft hiervan een groep van 110

studenten opgenomen, waarvan er 60 in Delft hun studie zullen

voor tze tten.

145


een jaar toe en lezen dus de ultstelregelingen met de leeftljden

19, 20 en 20. Na het eindexamen moeten zij zo spoedig mogelljk

een verzoek indienen om als uitzonderlngsgeval te worden beschouwd.

Ook voor hen, dle in 1936 of latere jaren geboren zijn

is deze uitzonderlng - in afwljklng van de officiale beschlkking

- nog van kracht.

5. Verzoeken moeten worden gerlcht aan:

Hoofdafdeling Dlenstpllchtzaken

van het Mlnisterie van Oorlog,

Bleyenburg 38 's-GRAVENHAGE.

Desgewenst kan men daar ook mondeling lnlicht1ngen lnw1nnen,

maar aIleen op maandag, woensdag en vrljdag van 14.00 tot 17.00

uur. Het 1s echter verstandlg tevoren eventuele vragen schrlfte-

11jk te stellen. Verzoeken behoeven niet, zoals biJ andere rekesten,

op gezegeld papier te worden geschreven, maar er moet

weI een postzegel op de enveloppe.

Zoals gezegd:

Voor uitstel eerste oef'ening ligt het formulier op het Gemeentehuls

klaar en men behoeft aIleen maar in te vullen.

6. Tijdschema van de studie:

Het uitstel wordt bij gedeelten verleend al naar de studie een

normaal verloop heeft. Onder "normaal" wordt in dit geval het

volgende verstaan:

a. Propaedeutisch examen Ie gedeel te binnen 2 J aar.

Propaedeutisch examen 2e gedeelte binnen 2 jaar na het propaedeutlsch

examen Ie gedeelte, evenwel met dien verstande

dat de beide examens uiterlijk binnen 3 jaar nadat de studle

is aangevangen, met gunstlg gevolg moeten zijn afgelegd.

b. Kandidaatsexamen 1e gedeelte blnnen 2 jaar nil. het propaedeutisch

exa:men 2e gedeelte.

Kandidaatsexamen 2e gedeelte binnen 2 jaar nil. het kandidaatsexamen

Ie gedeelte, evenwel met dien verstande dat de belde

examens ulterlijk binnen 3 jaar na het propaedeutisch examen

2e gedeelte met gunstig gevolg moe ten zijn afgelegd.

Enkele kleine afwijkingen op deze regel zijn er voor de afdelingen

die een andere examenregeling hebben.

c. Het ingenieursexamen van een tot twee jaar na het kandidaatsexamen

afhankelijk van de afdeling.

150

More magazines by this user
Similar magazines