Mededinging en staatssteun: Rechtspraak: Het arrest ... - Legaltree
Mededinging en staatssteun: Rechtspraak: Het arrest ... - Legaltree
Mededinging en staatssteun: Rechtspraak: Het arrest ... - Legaltree
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
206<br />
MEDEDINGING E N STA ATSST E U N<br />
<strong>Rechtspraak</strong><br />
<strong>Het</strong> <strong>arrest</strong> BUPA: publieke di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> <strong>en</strong> marktwerking<br />
In het <strong>arrest</strong> BUPA verduidelijkt het Gerecht het<br />
onderscheid tuss<strong>en</strong> het gev<strong>en</strong> van <strong>staatssteun</strong> <strong>en</strong> het<br />
verl<strong>en</strong><strong>en</strong> van comp<strong>en</strong>satie voor het verricht<strong>en</strong> van<br />
di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang. <strong>Het</strong> Gerecht<br />
geeft ook inzicht in de toepassing van het concept di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />
van algeme<strong>en</strong> economisch belang. Voor veel Nederlandse<br />
politici zal het e<strong>en</strong> geruststelling zijn dat opnieuw<br />
is bevestigd dat lidstat<strong>en</strong> e<strong>en</strong> ruime discretionaire<br />
bevoegdheid hebb<strong>en</strong> t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van de invulling van dit<br />
concept.<br />
GvEA 12 februari 2008, zaak T-289/03, BUPA teg<strong>en</strong> Commissie,<br />
n.n.g. Ge<strong>en</strong> hoger beroep ingesteld.<br />
Inleiding<br />
<strong>Het</strong> concept di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang speelt<br />
e<strong>en</strong> belangrijke rol in sector<strong>en</strong> die word<strong>en</strong> geliberaliseerd, zoals de<br />
gezondheidszorg. Overhed<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> dergelijke ‘publieke’ di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />
goeddeels onttrekk<strong>en</strong> aan de tucht van de markt. <strong>Het</strong> moet dan wel<br />
duidelijk zijn wat het publieke belang is <strong>en</strong> hoe de overheid aan de uitvoering<br />
van dergelijke di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> vorm heeft gegev<strong>en</strong>.<br />
<strong>Het</strong> <strong>arrest</strong> BUPA geeft aan de hand van de zog<strong>en</strong>oemde Altmark-criteria<br />
e<strong>en</strong> goed beeld van hoe e<strong>en</strong> lidstaat invulling kan gev<strong>en</strong><br />
aan gereguleerde marktwerking, dat wil zegg<strong>en</strong> marktwerking binn<strong>en</strong><br />
door de overheid gestelde voorwaard<strong>en</strong> <strong>en</strong> beperking<strong>en</strong>. In jargon<br />
wordt ook gesprok<strong>en</strong> over het borg<strong>en</strong> van publieke belang<strong>en</strong>.<br />
Aangezi<strong>en</strong> de overweging<strong>en</strong> t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van het eerste Altmark-criterium<br />
naar onze m<strong>en</strong>ing het meest interessant zijn voor<br />
overhed<strong>en</strong> die gereguleerde marktwerking voorstaan, wordt in het<br />
comm<strong>en</strong>taar alle<strong>en</strong> dit deel van het <strong>arrest</strong> besprok<strong>en</strong>. Verder staan<br />
wij stil bij het Nederlandse risicoverev<strong>en</strong>ingssysteem (de Azivo-zaak)<br />
<strong>en</strong> gaan wij in op <strong>en</strong>kele actuele ontwikkeling<strong>en</strong> die de ziek<strong>en</strong>huissector<br />
rak<strong>en</strong>, waarbij tev<strong>en</strong>s e<strong>en</strong> zijsprong wordt gemaakt naar het<br />
vrije verkeersrecht. Want ook voor dit rechtsgebied geldt dat aan<br />
‘publieke borging’ Europeesrechtelijke gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> word<strong>en</strong> gesteld.<br />
In de onderstaande sam<strong>en</strong>vatting wordt, omwille van de omvang<br />
<strong>en</strong> relevantie t<strong>en</strong> opzichte van het comm<strong>en</strong>taar, slechts ingegaan op<br />
de beoordeling van het Gerecht van de eerste twee rechtsmiddel<strong>en</strong>.<br />
K.E. Arnon is Master of Sci<strong>en</strong>ce (MSc) in Health Economics, Policy and Law<br />
<strong>en</strong> masterstud<strong>en</strong>t Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam.<br />
Mr. dr. J.J.M. Sluijs is advocaat bij GMW Advocat<strong>en</strong> in D<strong>en</strong> Haag.<br />
K.E. Arnon, MSc <strong>en</strong> mr. dr. J.J.M. Sluijs<br />
In die middel<strong>en</strong> ging het in het bijzonder om de vraag of sprake is van<br />
e<strong>en</strong> taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang, <strong>en</strong> of het Ierse risicoverev<strong>en</strong>ingssysteem<br />
voor de uitvoering van die taak noodzakelijk <strong>en</strong><br />
ev<strong>en</strong>redig is. In de sam<strong>en</strong>vatting hebb<strong>en</strong> wij ‘<strong>en</strong> marge’ comm<strong>en</strong>taar<br />
gegev<strong>en</strong> bij de toetsing door het Gerecht van de tweede, derde <strong>en</strong><br />
vierde Altmark-voorwaarde.<br />
Feit<strong>en</strong> van het geding<br />
In deze zaak is aan de orde of betaling, c.q. bijdrag<strong>en</strong> ingevolge het<br />
Ierse risicoverev<strong>en</strong>ingssysteem, aan zorgverzekeraars, moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong><br />
aangemerkt als steunmaatregel. BUPA, 1 e<strong>en</strong> particuliere ziektekost<strong>en</strong>verzekeraar<br />
in Ierland, heeft beroep ingesteld tot nietigverklaring<br />
van de Commissiebeschikking van 13 mei 2003, waarbij de<br />
Commissie heeft beslot<strong>en</strong> ge<strong>en</strong> bezwaar te mak<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> de invoering<br />
van het risicoverev<strong>en</strong>ingssysteem.<br />
BUPA Ireland is sinds 1997 actief op de Ierse particuliere ziektekost<strong>en</strong>verzekeringsmarkt<br />
(PZ-markt). BUPA Ireland is de voornaamste<br />
concurr<strong>en</strong>t van de Voluntary Health Insurance Board (hierna:<br />
VHI). VHI bezit e<strong>en</strong> marktaandeel van 85% van de inkomst<strong>en</strong> <strong>en</strong><br />
80% van de aangeslot<strong>en</strong><strong>en</strong>. BUPA heeft daar<strong>en</strong>teg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> marktaandeel<br />
van ongeveer 15% van de aangeslot<strong>en</strong><strong>en</strong> <strong>en</strong> ongeveer 11%<br />
van de inkomst<strong>en</strong>.<br />
De Ierse PZ-markt is geliberaliseerd na de vaststelling in 1994<br />
van de 1994 Health Insurance Act <strong>en</strong> in 1996 van de 1996 Voluntary<br />
Health Insurance Act, alsmede van de Health Insurance Regulations.<br />
Deze wett<strong>en</strong> <strong>en</strong> regeling<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> e<strong>en</strong> aantal verplichting<strong>en</strong> voor de<br />
PZ-verzekeraars in het lev<strong>en</strong> geroep<strong>en</strong>, waaronder e<strong>en</strong> acceptatieplicht,<br />
e<strong>en</strong> plicht tot uniforme tariefstelling, e<strong>en</strong> plicht tot lev<strong>en</strong>slange<br />
dekking <strong>en</strong> het bied<strong>en</strong> van minimumprestaties. Bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> heeft de<br />
minister van Volksgezondheid de bevoegdheid gekreg<strong>en</strong> e<strong>en</strong> ‘Risk<br />
equalisation scheme’ (risicoverev<strong>en</strong>ingssysteem; hierna: RES) te<br />
gelast<strong>en</strong>.<br />
<strong>Het</strong> RES is e<strong>en</strong> mechanisme dat er voor moet zorg<strong>en</strong> verschill<strong>en</strong><br />
in risicoprofiel tuss<strong>en</strong> verzekeraars te neutraliser<strong>en</strong>. De verzekeraars<br />
met e<strong>en</strong> gunstiger risicoprofiel dan het gemiddelde risicoprofiel<br />
op de markt (bijvoorbeeld verzekeraars met veel jonge gezonde<br />
m<strong>en</strong>s<strong>en</strong>), moet<strong>en</strong> e<strong>en</strong> bijdrage betal<strong>en</strong> aan e<strong>en</strong> speciaal daartoe<br />
opgericht fonds dat door de Ierse Health Insurance Authority (HIA)<br />
1 Verzoeksters in deze zaak zijn British United Provid<strong>en</strong>t Association Ltd<br />
(BUPA), BUPA Insurance Ltd <strong>en</strong> BUPA Ireland Ltd.<br />
NTER n nummer 7/8 n juli 2008
wordt beheerd. Verzekeraars met e<strong>en</strong> ongunstiger risicoprofiel dan<br />
het gemiddelde risicoprofiel van de markt, ontvang<strong>en</strong> juist e<strong>en</strong> bijdrage<br />
uit het fonds. Nu luidde de vraag of de RES-betaling<strong>en</strong> moest<strong>en</strong><br />
word<strong>en</strong> aangemerkt als <strong>staatssteun</strong>. De RES-betaling<strong>en</strong> kom<strong>en</strong><br />
immers voort uit op<strong>en</strong>bare middel<strong>en</strong> afkomstig uit e<strong>en</strong> naar nationaal<br />
recht opgericht fonds dat door verplichte bijdrag<strong>en</strong> wordt gefinancierd<br />
<strong>en</strong> door de overheid wordt gecontroleerd. Bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> kwam<strong>en</strong><br />
de RES-betaling<strong>en</strong> in de praktijk t<strong>en</strong> goede aan de VHI, om kost<strong>en</strong> te<br />
comp<strong>en</strong>ser<strong>en</strong> die laatstg<strong>en</strong>oemde normaal gesprok<strong>en</strong> had moet<strong>en</strong><br />
drag<strong>en</strong>.<br />
Procesverloop<br />
De Ierse autoriteit<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> het RES kracht<strong>en</strong>s artikel 88 lid 3 EG-<br />
Verdrag officieel bij de Commissie aangemeld op 23 januari 2003.<br />
Artikel 1 van het dispositief van de bestred<strong>en</strong> beschikking luidt: ‘<strong>Het</strong><br />
[RES] br<strong>en</strong>gt betaling<strong>en</strong> met zich, die beperkt zijn tot het minimum<br />
dat noodzakelijk is om [PZ-]verzekeraars voor hun verplichting<strong>en</strong> tot<br />
het verricht<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang te<br />
comp<strong>en</strong>ser<strong>en</strong>, <strong>en</strong> houdt derhalve ge<strong>en</strong> <strong>staatssteun</strong> in de zin van artikel<br />
87 lid 1 EG-Verdrag in’.<br />
De Commissie was van m<strong>en</strong>ing dat het RES in beginsel voldeed<br />
aan de voorwaarde van artikel 87 lid 1 EG-Verdrag. Zij stelde echter<br />
dat de RES-betaling<strong>en</strong> toch ge<strong>en</strong> <strong>staatssteun</strong> vormde in de zin van<br />
artikel 87 lid 1 EG-Verdrag, aangezi<strong>en</strong> het ging om e<strong>en</strong> comp<strong>en</strong>satie<br />
die bedoeld was als vergoeding voor de verplichting<strong>en</strong> tot het verricht<strong>en</strong><br />
van e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang die voor alle<br />
verzekeraars op de Ierse PZ-markt geld<strong>en</strong>, te wet<strong>en</strong> verplichting<strong>en</strong><br />
die ertoe strekk<strong>en</strong> alle in Ierland woonachtige person<strong>en</strong> e<strong>en</strong> minimumniveau<br />
van PZ-di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> teg<strong>en</strong> betaalbare prijz<strong>en</strong> <strong>en</strong> van vergelijkbare<br />
kwaliteit te verzeker<strong>en</strong> (zie rnr. 44 <strong>arrest</strong>).<br />
De Commissie baseerde haar standpunt op het <strong>arrest</strong> Ferring<br />
van 22 november 2001. 2 <strong>Het</strong> <strong>arrest</strong> Altmark, waarin de voorwaard<strong>en</strong><br />
voor comp<strong>en</strong>satie van verplichting<strong>en</strong> tot het verricht<strong>en</strong> van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />
van algeme<strong>en</strong> economisch belang verder zijn neergelegd, is gewez<strong>en</strong><br />
na vaststelling van de Commissiebeschikking. 3 Di<strong>en</strong>t<strong>en</strong>gevolge<br />
was het voor de Commissie onmogelijk met de inhoud van dit <strong>arrest</strong><br />
rek<strong>en</strong>ing te houd<strong>en</strong>.<br />
De Commissie kwam tot de conclusie dat zelfs indi<strong>en</strong> de comp<strong>en</strong>satie<br />
van de verplichting<strong>en</strong> tot het verricht<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van<br />
algeme<strong>en</strong> economisch belang als <strong>staatssteun</strong> in de zin van artikel 87<br />
lid 1 EG-Verdrag di<strong>en</strong>de te word<strong>en</strong> aangemerkt, het steunelem<strong>en</strong>t<br />
ver<strong>en</strong>igbaar was met de geme<strong>en</strong>schappelijke markt uit hoofde van<br />
artikel 86 lid 2 EG-Verdrag (rnr. 48 <strong>arrest</strong>).<br />
In beroep betoogt BUPA onder meer dat de Commissie de artikel<strong>en</strong><br />
87 lid 1 <strong>en</strong> artikel 86 lid 2 EG-Verdrag onjuist heeft toegepast.<br />
De Commissie zou t<strong>en</strong> onrechte hebb<strong>en</strong> geconcludeerd dat het RES<br />
ge<strong>en</strong> steunmaatregel vormt. Volg<strong>en</strong>s BUPA is niet voldaan aan de<br />
voorwaard<strong>en</strong> voor comp<strong>en</strong>satie van verplichting<strong>en</strong> tot het verricht<strong>en</strong><br />
van e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang. Hierbij verwijst<br />
BUPA naar het <strong>arrest</strong> Altmark. 4 In dit <strong>arrest</strong> stelt het Hof dat de steun<br />
aan vier voorwaard<strong>en</strong> moet voldo<strong>en</strong> om als comp<strong>en</strong>satie van verplichting<strong>en</strong><br />
tot het verricht<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch<br />
belang te kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> aangemerkt. 5<br />
Met betrekking tot artikel 86 lid 2 EG-Verdrag stelt BUPA dat<br />
het RES niet noodzakelijk <strong>en</strong> ev<strong>en</strong>redig is, waardoor de steunmaatregel<br />
niet als ver<strong>en</strong>igbaar met de geme<strong>en</strong>schappelijke markt kan<br />
word<strong>en</strong> geacht.<br />
Beoordeling door het Gerecht<br />
Toepasselijkheid van de Altmark-criteria<br />
Met betrekking tot de toepasselijkheid van de Altmark criteria merkt<br />
het Gerecht op dat deze t<strong>en</strong> tijde van de bestred<strong>en</strong> Commissiebeschikking<br />
nog niet bek<strong>en</strong>d war<strong>en</strong>. Vastgesteld moet echter word<strong>en</strong><br />
dat het Hof de strekking van de vaststelling<strong>en</strong> in het <strong>arrest</strong> Altmark<br />
niet in de tijd heeft beperkt. Die vaststelling<strong>en</strong>, die voortvloei<strong>en</strong> uit<br />
e<strong>en</strong> uitlegging van artikel 87 lid 1 EG-Verdrag, zijn bij gebreke van die<br />
beperking in de tijd derhalve t<strong>en</strong> volle van toepassing op de feitelijke<br />
<strong>en</strong> juridische situatie zoals deze zich voordeed to<strong>en</strong> de Commissie de<br />
bestred<strong>en</strong> beschikking vaststelde (rnr. 158).<br />
Bestaan van e<strong>en</strong> taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang in de zin<br />
van de eerste voorwaarde van het <strong>arrest</strong> Altmark<br />
Met betrekking tot BUPA’s opmerking dat het begrip di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong><br />
economisch belang di<strong>en</strong>t te word<strong>en</strong> uitgelegd als e<strong>en</strong> begrip<br />
met e<strong>en</strong> strikt <strong>en</strong> objectief karakter, waarvan de naleving onderworp<strong>en</strong><br />
is aan e<strong>en</strong> volledige controle van de geme<strong>en</strong>schapsinstelling<strong>en</strong>,<br />
die niet aan de nationale autoriteit<strong>en</strong> kan word<strong>en</strong> gedelegeerd, stelt<br />
het Gerecht dat de lidstat<strong>en</strong> e<strong>en</strong> ruime beoordelingsmarge hebb<strong>en</strong><br />
met betrekking tot de omschrijving van wat zij als di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van<br />
algeme<strong>en</strong> economisch belang beschouw<strong>en</strong> <strong>en</strong> dat de Commissie de<br />
omschrijving van die di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> door e<strong>en</strong> lidstaat <strong>en</strong>kel in geval van e<strong>en</strong><br />
k<strong>en</strong>nelijke fout ter discussie kan stell<strong>en</strong>. In dit verband verwijst het<br />
Gerecht onder meer naar punt 22 van de Mededeling van de Commissie<br />
inzake de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang (Pb.<br />
2001, C 17/4), het feit dat er in het Geme<strong>en</strong>schapsrecht ge<strong>en</strong> duidelijke<br />
definitie van dit begrip bestaat, <strong>en</strong> het bepaalde in artikel 16 EG-<br />
Verdrag.<br />
2 Zaak C-53/00, Ferring, Jur. 2001, p. I-9067.<br />
3 Cie-beschikking, steunmaatregel N 46/2003, C(2003) 1322 fin.<br />
4 Zaak C-280/00 Altmark, Jur., p. I-7747, waarin het Hof heeft beslist dat,<br />
wanneer e<strong>en</strong> overheidsmaatregel te beschouw<strong>en</strong> is als e<strong>en</strong> comp<strong>en</strong>satie die<br />
de teg<strong>en</strong>prestatie vormt voor de prestaties die de begunstigde ondernemin-<br />
g<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> verricht om op<strong>en</strong>baredi<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong> uit te voer<strong>en</strong>, zodat<br />
deze onderneming<strong>en</strong> in werkelijkheid ge<strong>en</strong> financieel voordeel ontvang<strong>en</strong><br />
<strong>en</strong> voormelde maatregel dus niet tot gevolg heeft dat deze onderneming<strong>en</strong><br />
vergelek<strong>en</strong> met onderneming<strong>en</strong> die met h<strong>en</strong> concurrer<strong>en</strong> in e<strong>en</strong> gunstiger<br />
mededingingspositie word<strong>en</strong> geplaatst, e<strong>en</strong> dergelijke maatregel niet binn<strong>en</strong><br />
de werkingssfeer van artikel 87 lid 1 EG-Verdrag valt.<br />
5 De vier in het <strong>arrest</strong> Altmark geformuleerde criteria luid<strong>en</strong>:<br />
1 De begunstigde onderneming moet daadwerkelijk belast zijn met de uit-<br />
voering van op<strong>en</strong>baredi<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong> <strong>en</strong> die verplichting<strong>en</strong> moet<strong>en</strong><br />
duidelijk zijn afgebak<strong>en</strong>d;<br />
2 De parameters op basis waarvan de comp<strong>en</strong>satie wordt berek<strong>en</strong>d, moe-<br />
t<strong>en</strong> vooraf op objectieve <strong>en</strong> doorzichtige wijze zijn vastgesteld;<br />
3 De comp<strong>en</strong>satie mag niet hoger zijn dan nodig is om de kost<strong>en</strong> van de<br />
uitvoering van op<strong>en</strong>baredi<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong> geheel of gedeeltelijk te<br />
dekk<strong>en</strong>, rek<strong>en</strong>ing houd<strong>en</strong>d met de opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong> alsmede met e<strong>en</strong> rede-<br />
lijke winst uit de uitvoering van die verplichting<strong>en</strong>;<br />
4 Wanneer de met de uitvoering van op<strong>en</strong>baredi<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong> te<br />
belast<strong>en</strong> onderneming in e<strong>en</strong> concreet geval niet wordt gekoz<strong>en</strong> in<br />
het kader van e<strong>en</strong> op<strong>en</strong>bare aanbesteding, moet de noodzakelijke<br />
comp<strong>en</strong>satie word<strong>en</strong> vastgesteld op basis van de kost<strong>en</strong> die e<strong>en</strong> gemid-<br />
delde, goed beheerde onderneming, (...), zou hebb<strong>en</strong> gemaakt om deze<br />
verplichting<strong>en</strong> uit te voer<strong>en</strong>, rek<strong>en</strong>ing houd<strong>en</strong>d met de opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong> als-<br />
mede met e<strong>en</strong> redelijke winst uit de uitoef<strong>en</strong>ing van deze verplichting<strong>en</strong>.<br />
NTER n nummer 7/8 n juli 2008 207
<strong>Het</strong> Gerecht onderzoekt vervolg<strong>en</strong>s dan ook of in het onderhavige<br />
geval de Commissie op goede grond<strong>en</strong> ervan uit kon gaan dat de<br />
door Ierland aangemelde maatregel<strong>en</strong> verband hield<strong>en</strong> met e<strong>en</strong> taak<br />
van algeme<strong>en</strong> economisch belang.<br />
Hierover merkt het Gerecht in de eerste plaats op dat e<strong>en</strong> lidstaat<br />
die zich beroept op het bestaan van e<strong>en</strong> taak van algeme<strong>en</strong> economisch<br />
belang, erop toe moet zi<strong>en</strong> dat die taak voldoet aan minimum<br />
criteria die voor alle tak<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang geld<strong>en</strong>.<br />
Er di<strong>en</strong>t sprake te zijn van e<strong>en</strong> overheidsbesluit waarbij de betrokk<strong>en</strong><br />
ondernemers word<strong>en</strong> belast met e<strong>en</strong> taak van algeme<strong>en</strong> economisch<br />
belang <strong>en</strong> die taak di<strong>en</strong>t universeel <strong>en</strong> verplicht van aard te zijn. Wanneer<br />
e<strong>en</strong> lidstaat niet bewijst dat aan deze criteria is voldaan of wanneer<br />
hij ze niet in acht heeft g<strong>en</strong>om<strong>en</strong>, kan dit e<strong>en</strong> k<strong>en</strong>nelijke beoordelingsfout<br />
vorm<strong>en</strong> waarteg<strong>en</strong> de Commissie moet optred<strong>en</strong> om niet<br />
zelf e<strong>en</strong> k<strong>en</strong>nelijke fout te begaan (rnr. 172)<br />
Over het verschil tuss<strong>en</strong> ‘gewone’ gereglem<strong>en</strong>teerde verplichting<strong>en</strong><br />
<strong>en</strong> het toewijz<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> bij e<strong>en</strong> overheidsbesluit omschrev<strong>en</strong><br />
taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang merkt het Gerecht onder<br />
meer op dat e<strong>en</strong> taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang <strong>en</strong>kel kan<br />
bestaan wanneer de betrokk<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> e<strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> of op<strong>en</strong>baar<br />
belang hebb<strong>en</strong> (rnr. 178). Verder kan volg<strong>en</strong>s het Gerecht de toewijzing<br />
van e<strong>en</strong> taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang ook bestaan<br />
in e<strong>en</strong> verplichting die aan meerdere of aan alle op dezelfde markt<br />
actieve ondernemers is opgelegd (rnr. 179).<br />
In deze zaak vorm<strong>en</strong> de relevante Ierse wettelijke bepaling<strong>en</strong><br />
ge<strong>en</strong> regeling, maar e<strong>en</strong> overheidsbesluit dat e<strong>en</strong> bijzondere taak<br />
creëert <strong>en</strong> omschrijft. De omschrev<strong>en</strong> verplichting<strong>en</strong> beperk<strong>en</strong><br />
bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> de handelsvrijheid van de PZ-verzekeraars in e<strong>en</strong> mate<br />
die ver uitgaat bov<strong>en</strong> de gewone toestemmingsvoorwaarde om e<strong>en</strong><br />
activiteit in e<strong>en</strong> bepaalde sector uit te oef<strong>en</strong><strong>en</strong> (rnr. 182). BUPA’s<br />
argum<strong>en</strong>t dat er ge<strong>en</strong> sprake is van e<strong>en</strong> overheidsbesluit waarbij e<strong>en</strong><br />
taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang wordt vastgesteld, kan dan<br />
ook niet slag<strong>en</strong>.<br />
BUPA stelt verder dat de PZ-di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> niet universeel <strong>en</strong> verplicht<br />
van aard zijn, zodat er in casu ge<strong>en</strong> sprake is van e<strong>en</strong> taak van<br />
algeme<strong>en</strong> economisch belang. <strong>Het</strong> Gerecht merkt echter op dat uit<br />
het Geme<strong>en</strong>schapsrecht niet voortvloeit dat de betrokk<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st e<strong>en</strong><br />
universele di<strong>en</strong>st in strikte zin moet zijn. 6 Dat de betrokk<strong>en</strong> verplichting<strong>en</strong><br />
tot het verricht<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch<br />
belang slechts e<strong>en</strong> beperkte territoriale of materiële werkingssfeer<br />
hebb<strong>en</strong> dan wel dat de betrokk<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> slechts aan e<strong>en</strong> betrekkelijk<br />
kleine groep van gebruikers t<strong>en</strong> goede kom<strong>en</strong>, stelt derhalve niet<br />
noodzakelijkerwijs de universele aard van e<strong>en</strong> taak van algeme<strong>en</strong><br />
economisch belang in de zin van het Geme<strong>en</strong>schapsrecht ter discussie.<br />
Met betrekking tot BUPA’s argum<strong>en</strong>t dat de PZ-di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> ge<strong>en</strong><br />
taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang vorm<strong>en</strong>, omdat ze <strong>en</strong>kel<br />
facultatieve financiële di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, of zelfs luxedi<strong>en</strong>st<strong>en</strong> zijn die e<strong>en</strong> aanvull<strong>en</strong>de<br />
dekking t<strong>en</strong> opzichte van de verplichte universele di<strong>en</strong>st<strong>en</strong><br />
will<strong>en</strong> garander<strong>en</strong>, merkt het Gerecht op dat indi<strong>en</strong> er ge<strong>en</strong> uitsluit<strong>en</strong>d<br />
of bijzonder recht is verle<strong>en</strong>d, het volstaat dat de met e<strong>en</strong> dergelijke<br />
taak belaste ondernemer verplicht is die di<strong>en</strong>st te verstrekk<strong>en</strong><br />
aan elke gebruiker die daarom vraagt (rnr. 190).<br />
6 Hoewel het klassieke <strong>en</strong> in de lidstat<strong>en</strong> wijdst verbreide type van di<strong>en</strong>st<br />
208<br />
van algeme<strong>en</strong> economisch belang in e<strong>en</strong> behoefte voorziet die de gehele<br />
bevolking geme<strong>en</strong> heeft of op het gehele grondgebied moet word<strong>en</strong> verricht<br />
(auteurs).<br />
<strong>Het</strong> Gerecht is van oordeel dat uit de combinatie van de verschill<strong>en</strong>de,<br />
aan alle Ierse PZ-verzekeraars opgelegde PZ-verplichting<strong>en</strong><br />
– i.e. acceptatieplicht, uniforme tariev<strong>en</strong>, lev<strong>en</strong>slange dekking <strong>en</strong><br />
minimumprestaties – blijkt dat de PZ-di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> als verplicht moet<strong>en</strong><br />
word<strong>en</strong> beschouwd.<br />
<strong>Het</strong> Gerecht stelt verder dat alle<strong>en</strong> al de acceptatieplicht, dat<br />
wil zegg<strong>en</strong> de verplichting voor elke PZ-verzekeraar om e<strong>en</strong> PZcontract<br />
aan te bied<strong>en</strong> aan e<strong>en</strong>ieder die daarom vraagt, ongeacht<br />
leeftijd, geslacht of gezondheidstoestand, volstaat om de betrokk<strong>en</strong><br />
PZ-di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> als verplicht te erk<strong>en</strong>n<strong>en</strong>. Die verplichte aard wordt versterkt<br />
door het feit dat de contracteerplicht verband houdt met andere<br />
verplichting<strong>en</strong> die de commerciële vrijheid van de PZ-verzekeraars<br />
bij de bepaling van de inhoud van de PZ-contract<strong>en</strong> beperk<strong>en</strong>,<br />
namelijk de verplichting<strong>en</strong> tot uniforme tariefstelling, lev<strong>en</strong>slange<br />
dekking <strong>en</strong> minimumprestaties (rnr. 192). <strong>Het</strong> Gerecht verwerpt dan<br />
ook BUPA’s grief dat er ge<strong>en</strong> sprake is van e<strong>en</strong> taak van algeme<strong>en</strong><br />
economisch belang.<br />
Bestaan van duidelijk omschrev<strong>en</strong> parameters voor de<br />
berek<strong>en</strong>ing van de comp<strong>en</strong>satie uit hoofde van het RES in de zin<br />
van de tweede voorwaarde van het <strong>arrest</strong> Altmark<br />
BUPA voert aan dat de comp<strong>en</strong>satie op grond van het RES niet op<br />
basis van objectieve <strong>en</strong> doorzichtige parameters wordt berek<strong>en</strong>d,<br />
maar op meerdere niveaus ruimschoots van de beoordeling van de<br />
HIA <strong>en</strong> de minister van Volksgezondheid afhangt. <strong>Het</strong> Gerecht geeft<br />
aan dat BUPA hier twee zak<strong>en</strong> met elkaar verwart, namelijk de beslissing<br />
over het instell<strong>en</strong> van RES-betaling<strong>en</strong>, wat bepaald wordt door<br />
de HIA <strong>en</strong> de minister van Volksgezondheid, <strong>en</strong> de berek<strong>en</strong>ing van de<br />
RES betaling<strong>en</strong>. <strong>Het</strong> tweede Altmark-criterium heeft betrekking op<br />
dit laatste (rnr. 213).<br />
<strong>Het</strong> Gerecht stelt zelfs dat wanneer de Ierse autoriteit<strong>en</strong> in het<br />
kader van de berek<strong>en</strong>ing van de RES-betaling<strong>en</strong> over e<strong>en</strong> discretionaire<br />
bevoegdheid beschikk<strong>en</strong>, die bevoegdheid op zich niet onver<strong>en</strong>igbaar<br />
zou zijn met de tweede voorwaarde van het <strong>arrest</strong> Altmark.<br />
Die voorwaarde verbiedt namelijk niet dat de wetgever aan de nationale<br />
autoriteit<strong>en</strong> e<strong>en</strong> zekere beoordelingsmarge laat. De parameters<br />
moet<strong>en</strong> echter wel zo duidelijk zijn omschrev<strong>en</strong> dat elk misbruik<br />
van het begrip c.q. ‘concept’ di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang<br />
door de lidstaat wordt uitgeslot<strong>en</strong> (rnr. 214).<br />
Gelijk de toetsing van de eerste voorwaarde geldt ook hier dus<br />
e<strong>en</strong> beperkte controle van de geme<strong>en</strong>schapsinstelling<strong>en</strong> op k<strong>en</strong>nelijke<br />
beoordelingsfout<strong>en</strong>.<br />
Noodzaak <strong>en</strong> ev<strong>en</strong>redigheid van de comp<strong>en</strong>satie volg<strong>en</strong>s het<br />
RES in de zin van de derde voorwaarde van het <strong>arrest</strong> Altmark<br />
Vanwege de discretionaire bevoegdheid waarover de lidstaat<br />
beschikt bij de definitie van e<strong>en</strong> taak van algeme<strong>en</strong> economisch<br />
belang <strong>en</strong> de voorwaarde voor de uitoef<strong>en</strong>ing daarvan, is de omvang<br />
van de controle die de Commissie mag uitoef<strong>en</strong><strong>en</strong> beperkt tot e<strong>en</strong><br />
k<strong>en</strong>nelijke fout. <strong>Rechtspraak</strong> heeft bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> gepreciseerd dat de<br />
controle van de ev<strong>en</strong>redigheid van de comp<strong>en</strong>satie zich beperkt tot<br />
het onderzoek of die comp<strong>en</strong>satie noodzakelijk is om de betrokk<strong>en</strong><br />
taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang onder economisch aanvaardbare<br />
omstandighed<strong>en</strong> te kunn<strong>en</strong> vervull<strong>en</strong>, dan wel of omgekeerd<br />
de betrokk<strong>en</strong> maatregel k<strong>en</strong>nelijk ongeschikt is t<strong>en</strong> opzichte van het<br />
nagestreefde doel (rnr. 222).<br />
<strong>Het</strong> Gerecht merkt uitdrukkelijk op dat het onderhavige verev<strong>en</strong>ingssysteem<br />
radicaal anders werkt dat de comp<strong>en</strong>satiesystem<strong>en</strong><br />
waarom het ging in de <strong>arrest</strong><strong>en</strong> Ferring <strong>en</strong> Altmark (rnr. 237). <strong>Het</strong><br />
NTER n nummer 7/8 n juli 2008
derde Altmark-criterium verlangt dat comp<strong>en</strong>satie niet hoger mag<br />
zijn dan nodig is om de kost<strong>en</strong> van de uitvoering van op<strong>en</strong>baredi<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong><br />
geheel of gedeeltelijk te dekk<strong>en</strong>. <strong>Het</strong> RES verev<strong>en</strong>t<br />
uitsluit<strong>en</strong>d de bijkom<strong>en</strong>de last<strong>en</strong>, die word<strong>en</strong> geacht voort te vloei<strong>en</strong><br />
uit e<strong>en</strong> negatief verschil in risicoprofiel van e<strong>en</strong> PZ-verzekeraar t<strong>en</strong><br />
opzichte van het gemiddelde risicoprofiel van de markt (rnr. 235).<br />
Strikt g<strong>en</strong>om<strong>en</strong> voldoet het RES dan ook niet aan de derde voorwaarde<br />
van het <strong>arrest</strong> Altmark, maar het Gerecht is van oordeel dat<br />
de kwantificering van deze extra kost<strong>en</strong>, gezi<strong>en</strong> de bedrag<strong>en</strong> die<br />
alle aan het RES onderworp<strong>en</strong> PZ-verzekeraars hebb<strong>en</strong> terugbetaald,<br />
strookt met het doel <strong>en</strong> de geest van de derde voorwaarde van<br />
het <strong>arrest</strong> Altmark voor zover de berek<strong>en</strong>ing van de comp<strong>en</strong>satie op<br />
objectieve, concrete, duidelijk bepaalbare <strong>en</strong> controleerbare gegev<strong>en</strong>s<br />
berust (rnr. 237).<br />
<strong>Het</strong> Gerecht is voorts van oordeel dat in het RES per definitie<br />
ge<strong>en</strong> sprake kan zijn van overcomp<strong>en</strong>satie van kost<strong>en</strong> onder verwijzing<br />
naar de opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong>, aangezi<strong>en</strong> de voor de berek<strong>en</strong>ing van<br />
de comp<strong>en</strong>satie in aanmerking g<strong>en</strong>om<strong>en</strong> kost<strong>en</strong> niet rechtstreeks<br />
verband houd<strong>en</strong> met het verricht<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong><br />
economisch belang <strong>en</strong> met de daaruit voortvloei<strong>en</strong>de opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong><br />
(rnr. 240).<br />
E<strong>en</strong> strikte toepassing van de derde voorwaarde van het <strong>arrest</strong><br />
Altmark houdt volg<strong>en</strong>s het Gerecht ge<strong>en</strong> rek<strong>en</strong>ing met het bijzondere<br />
karakter van de werking van het bij het RES voorgeschrev<strong>en</strong> comp<strong>en</strong>satiesysteem.<br />
Daarbij is het Gerecht van oordeel dat noch het<br />
doel noch de geest van de derde voorwaarde van het <strong>arrest</strong> Altmark<br />
de inaanmerkingneming van de opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong> verlangt in het kader<br />
van e<strong>en</strong> comp<strong>en</strong>satiesysteem dat onafhankelijk van die opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong><br />
functioneert (rnr. 241).<br />
Vergelijking met e<strong>en</strong> efficiënte ondernemer in de zin van de<br />
vierde voorwaarde van het <strong>arrest</strong> Altmark<br />
Ook t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van de vierde Altmark-voorwaarde is het Gerecht<br />
van oordeel dat deze niet strikt kan word<strong>en</strong> toegepast op de onderhavige<br />
casus. Dit gelet op de neutraliteit van het comp<strong>en</strong>satiesysteem<br />
van het RES t<strong>en</strong> opzichte van de opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong> <strong>en</strong> de winst<strong>en</strong> van de<br />
PZ-verzekeraars <strong>en</strong>erzijds, <strong>en</strong> het bijzondere karakter van de extra<br />
kost<strong>en</strong> in verband met e<strong>en</strong> negatief risicoprofiel van die verzekeraars<br />
anderzijds (rnr. 246).<br />
Niettemin zou in het licht van de vierde voorwaarde vast moet<strong>en</strong><br />
staan dat de bij het RES voorgeschrev<strong>en</strong> comp<strong>en</strong>satie niet de mogelijkheid<br />
inhield, kost<strong>en</strong> te comp<strong>en</strong>ser<strong>en</strong> die uit e<strong>en</strong> gebrek aan efficiëntie<br />
van de aan het RES onderworp<strong>en</strong> PZ-verzekeraars kond<strong>en</strong><br />
voortvloei<strong>en</strong> (rnr. 246). <strong>Het</strong> Gerecht is van oordeel dat nu de berek<strong>en</strong>ing<br />
van de comp<strong>en</strong>satie op grond van het RES uitsluit<strong>en</strong>d afhangt<br />
van de niet met de efficiëntie van de betrokk<strong>en</strong> ondernemers verbond<strong>en</strong><br />
kost<strong>en</strong>, het uitgeslot<strong>en</strong> is dat die comp<strong>en</strong>satie kan leid<strong>en</strong> tot<br />
e<strong>en</strong> verdeling van de kost<strong>en</strong> die uit hun gebrek aan efficiëntie kunn<strong>en</strong><br />
voortvloei<strong>en</strong>, <strong>en</strong> ook niet kan afdo<strong>en</strong> aan de mogelijkheid voor die<br />
ondernemers om de winst van hun goede beheer volledig te behoud<strong>en</strong><br />
(rnr. 250).<br />
E<strong>en</strong> strikte toepassing van de derde <strong>en</strong> vierde Altmark-voorwaarde<br />
blijkt dus alle<strong>en</strong> mogelijk wanneer de comp<strong>en</strong>satie is gebaseerd<br />
op kost<strong>en</strong> die rechtstreeks verbond<strong>en</strong> zijn met de di<strong>en</strong>st van<br />
algeme<strong>en</strong> economisch belang <strong>en</strong> met de daaruit voortvloei<strong>en</strong>de<br />
opbr<strong>en</strong>gst<strong>en</strong>. <strong>Het</strong> RES is echter zo ontworp<strong>en</strong> dat de verev<strong>en</strong>ingsbijdrage<br />
die e<strong>en</strong> zorgverzekeraar ontvangt of betaalt juist niet afhangt<br />
van zijn kost<strong>en</strong>niveau, maar van de risico’s van de verzekerd<strong>en</strong>. De<br />
hoogte van de risicoverev<strong>en</strong>ingsbijdrage wordt zodanig vastgesteld<br />
dat zorgverzekeraars naar verwachting e<strong>en</strong>zelfde bedrag te kort<br />
kom<strong>en</strong> voor alle verzekerd<strong>en</strong>, waardoor er e<strong>en</strong> gelijk speelveld voor<br />
verzekeraars ontstaat. Zorgverzekeraars die efficiënter zijn <strong>en</strong> lagere<br />
kost<strong>en</strong> mak<strong>en</strong>, kunn<strong>en</strong> dit nu tot uiting br<strong>en</strong>g<strong>en</strong> door lagere nominale<br />
premies te vrag<strong>en</strong>. 7<br />
Noodzaak <strong>en</strong> ev<strong>en</strong>redigheid van het RES in de zin van artikel 86,<br />
lid 2 EG<br />
BUPA betwist ev<strong>en</strong>e<strong>en</strong>s de noodzaak <strong>en</strong> de ev<strong>en</strong>redigheid van de<br />
invoering van het RES als zodanig. Volg<strong>en</strong>s het Gerecht di<strong>en</strong>de de<br />
Commissie <strong>en</strong>erzijds te onderzoek<strong>en</strong> of het slecht functioner<strong>en</strong> van<br />
de markt waarop de lidstaat zich ter rechtvaardiging van de invoering<br />
<strong>en</strong> de bescherming van de betrokk<strong>en</strong> taak van algeme<strong>en</strong> economisch<br />
belang heeft beroep<strong>en</strong>, voldo<strong>en</strong>de aannemelijk was, <strong>en</strong> di<strong>en</strong>de zij<br />
anderzijds te beoordel<strong>en</strong> of redelijkerwijs ervan kon word<strong>en</strong> uitgaan<br />
dat e<strong>en</strong> systeem als het RES naar zijn aard noodzakelijk <strong>en</strong> pass<strong>en</strong>d is<br />
om de aangevoerde problem<strong>en</strong> op te loss<strong>en</strong> (rnr. 267).<br />
Naar het oordeel van het Gerecht kon de Commissie zich op<br />
goede grond<strong>en</strong> op het standpunt stell<strong>en</strong> dat weg<strong>en</strong>s e<strong>en</strong> gevaar van<br />
actieve risicoselectie het ev<strong>en</strong>wicht op de Ierse PZ-markt kon word<strong>en</strong><br />
verstoord. <strong>Het</strong> Gerecht komt dan ook tot de conclusie dat de<br />
Commissie haar verplichting tot controle van de noodzaak van het<br />
RES niet heeft geschond<strong>en</strong> <strong>en</strong> dat zij op goede grond<strong>en</strong> van m<strong>en</strong>ing<br />
was dat het RES noodzakelijk was voor de naleving van de PZ-verplichting<strong>en</strong><br />
onder economisch aanvaardbare omstandighed<strong>en</strong><br />
(rnr. 295).<br />
Wat de ev<strong>en</strong>redigheid van het RES als zodanig betreft, blijkt dat<br />
BUPA niet heeft aangetoond dat de comp<strong>en</strong>satie door middel van de<br />
RES-betaling<strong>en</strong> niet in verhouding stond tot de extra kost<strong>en</strong> in verband<br />
met de naleving van de PZ-verplichting<strong>en</strong> (rnr. 297). Derhalve<br />
kon de Commissie op goede grond<strong>en</strong> concluder<strong>en</strong>, zonder in dit verband<br />
e<strong>en</strong> k<strong>en</strong>nelijke fout te mak<strong>en</strong>, dat de RES ev<strong>en</strong>redig is in de zin<br />
van artikel 86 lid 2 EG-Verdrag (rnr. 304).<br />
Comm<strong>en</strong>taar<br />
BUPA: nationale ruimte voor di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />
economisch belang<br />
Vrije mededinging mag e<strong>en</strong> groot goed zijn, het is niet vanzelfsprek<strong>en</strong>d<br />
wanneer publieke belang<strong>en</strong> in het geding zijn. In het Europese<br />
mededingingsrecht wordt uitdrukkelijk rek<strong>en</strong>ing gehoud<strong>en</strong> met de<br />
lidstatelijke – publieke – belang<strong>en</strong>. Zo volgt uit artikel 86 lid 1 <strong>en</strong> 2<br />
EG-Verdrag dat de mededingingsregels niet van toepassing zijn als<br />
deze de uitvoering van e<strong>en</strong> publieke taak, van e<strong>en</strong> daarmee ‘belaste’<br />
onderneming, zou verhinder<strong>en</strong>. Deze uitzondering op het verbod<br />
de mededinging te sch<strong>en</strong>d<strong>en</strong>, geldt ook wanneer e<strong>en</strong> lidstaat <strong>staatssteun</strong><br />
verle<strong>en</strong>t aan e<strong>en</strong> onderneming.<br />
Maar wanneer zijn er publieke belang<strong>en</strong> in het geding? En wie<br />
bepaalt wat het publieke belang is? <strong>Het</strong> zijn og<strong>en</strong>schijnlijk e<strong>en</strong>voudige<br />
vrag<strong>en</strong> <strong>en</strong> de beoordeling in de rechtspraktijk lijkt (vaak) arbitrair.<br />
<strong>Het</strong> concept van publieke belang<strong>en</strong> is echter van groot belang voor<br />
lidstat<strong>en</strong> die gereguleerde marktwerking voorstaan. Dat is marktwerking<br />
binn<strong>en</strong> door de overheid gestelde voorwaard<strong>en</strong> <strong>en</strong> beperking<strong>en</strong>.<br />
7 F.J. Prinsze, W.P.M.M. van de V<strong>en</strong>, D. de Bruijn <strong>en</strong> F.T. Schut, Verbetering risico-<br />
verev<strong>en</strong>ing in de zorgverzekering, Instituut Beleid <strong>en</strong> Managem<strong>en</strong>t Gezond-<br />
heidszorg eindrapportage, Erasmus Universiteit Rotterdam: maart 2005,<br />
p. 18 <strong>en</strong> 19.<br />
NTER n nummer 7/8 n juli 2008 209
In jargon wordt gesprok<strong>en</strong> over het borg<strong>en</strong> van publieke belang<strong>en</strong>. 8<br />
De zorgsector is e<strong>en</strong> duidelijk voorbeeld hiervan. De Nederlandse<br />
overheid b<strong>en</strong>adrukt op diverse plaats<strong>en</strong> dat de marktwerking in de<br />
gezondheidszorg niet zonder gr<strong>en</strong>z<strong>en</strong> is. 9 De overheid bemoeit zich<br />
dan ook nog stevig met de kwaliteit, toegankelijkheid <strong>en</strong> betaalbaarheid<br />
van de zorg. Als voorbeeld zij gewez<strong>en</strong> op de Wet Marktord<strong>en</strong>ing<br />
Gezondheidszorg, de Zorgverzekeringswet, de Algem<strong>en</strong>e Wet<br />
Bijzondere Ziektekost<strong>en</strong>, de Wet Toelating Zorginstelling<strong>en</strong>, de Wet<br />
op de Beroep<strong>en</strong> in de Individuele Gezondheidszorg <strong>en</strong> de Kwaliteitswet<br />
Zorgsinstelling<strong>en</strong>, waarin diverse (rand)voorwaard<strong>en</strong> zijn opg<strong>en</strong>om<strong>en</strong><br />
waaronder zorg moet word<strong>en</strong> verle<strong>en</strong>d.<br />
In de BUPA-zaak geeft het Gerecht inzicht in de toepassing van<br />
het concept di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang. Voor veel<br />
Nederlandse politici zal het e<strong>en</strong> geruststelling zijn dat opnieuw is<br />
bevestigd dat lidstat<strong>en</strong> e<strong>en</strong> ruime discretionaire bevoegdheid hebb<strong>en</strong><br />
t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van de invulling van dit concept.<br />
BUPA voerde in beroep aan dat de beoordeling van de Commissie<br />
niet voldeed aan de vier cumulatieve voorwaard<strong>en</strong> van het <strong>arrest</strong><br />
Altmark. 10 En hoewel het <strong>arrest</strong> Altmark (slechts) twee maand<strong>en</strong> na<br />
de BUPA-beschikking van de Commissie is gewez<strong>en</strong>, is het Gerecht<br />
van oordeel dat het Hof de strekking van de vaststelling<strong>en</strong> in dat<br />
<strong>arrest</strong> niet in de tijd heeft beperkt, <strong>en</strong> dat die vaststelling<strong>en</strong> daarom<br />
t<strong>en</strong> volle van toepassing zijn op de feitelijke <strong>en</strong> juridische situatie van<br />
de BUPA-zaak (rnr. 158).<br />
Toedeling taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang<br />
Volg<strong>en</strong>s de eerste voorwaarde van het <strong>arrest</strong> Altmark moet de<br />
begunstigde onderneming daadwerkelijk belast zijn met de uitvoering<br />
van op<strong>en</strong>baredi<strong>en</strong>stverplichting<strong>en</strong> c.q. e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong><br />
economisch belang, <strong>en</strong> moet<strong>en</strong> die verplichting<strong>en</strong> duidelijk zijn afgebak<strong>en</strong>d.<br />
<strong>Het</strong> concept di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang is niet<br />
duidelijk <strong>en</strong> nauwkeurig in het EG-Verdrag vastgelegd. Er ontbreekt<br />
feitelijk e<strong>en</strong> definitie van het concept. Bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> ligg<strong>en</strong> de voorwaard<strong>en</strong><br />
niet vast waaraan moet zijn voldaan voordat e<strong>en</strong> lidstaat<br />
zich op goede grond<strong>en</strong> kan beroep<strong>en</strong> op de bescherming van publieke<br />
belang<strong>en</strong>. 11 <strong>Het</strong> concept ziet op di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> t<strong>en</strong> behoeve waarvan<br />
de overheid aan de di<strong>en</strong>stverrichters verplichting<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong><br />
belang heeft opgelegd, door middel van e<strong>en</strong> toevertrouwde taak.<br />
<strong>Het</strong> bov<strong>en</strong>staande br<strong>en</strong>gt mee dat lidstat<strong>en</strong> e<strong>en</strong> ruime beoordelingsbevoegdheid<br />
hebb<strong>en</strong> met betrekking tot de omschrijving van wat<br />
zij als di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang beschouw<strong>en</strong>. Dit<br />
geldt te meer als het subsidiariteitsbeginsel bepaalt dat de bevoegdheid<br />
– zoals die met betrekking tot de gezondheidszorgsector – bij de<br />
lidstat<strong>en</strong> ligt (artikel 5 jo artikel 152 lid 1 <strong>en</strong> 5 EG-Verdrag).<br />
8 WRR, <strong>Het</strong> borg<strong>en</strong> van publiek belang, publicati<strong>en</strong>r. 56, Sdu Uitgevers, D<strong>en</strong><br />
210<br />
Haag: 2000 <strong>en</strong> J.J.M. Sluijs, Gereguleerde marktwerking van socialezekerheids-<br />
belang<strong>en</strong>, diss. VU, Kluwer, Dev<strong>en</strong>ter: 2004.<br />
9 Bijvoorbeeld memories van toelichting bij de Zorgverzekeringswet (TK<br />
2003-2004, 29 763, nr. 3, p. 8) <strong>en</strong> Wet Marktord<strong>en</strong>ing gezondheidszorg (TK<br />
2004-2005, 30 186, nr. 3, p. 4).<br />
10 Zaak C-280/00, Altmark, Jur., p. I-7747.<br />
11 Gemakshalve <strong>en</strong> omwille van de leesbaarheid sprek<strong>en</strong> wij in plaats van ‘di<strong>en</strong>-<br />
st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang’ ook over ‘publieke belang<strong>en</strong>’.<br />
12 Er bestaan weliswaar verschill<strong>en</strong> tuss<strong>en</strong> beide system<strong>en</strong>, maar zij beog<strong>en</strong><br />
hetzelfde.<br />
De Commissie kan slechts controler<strong>en</strong> of e<strong>en</strong> lidstaat e<strong>en</strong><br />
‘k<strong>en</strong>nelijke beoordelingsfout’ (manifest error) heeft gemaakt met<br />
betrekking tot de kwalificatie <strong>en</strong> uitvoering van het concept. Hoewel<br />
duidelijk is dat dit e<strong>en</strong> beperkte toetsing omvat, rust op de lidstaat uitdrukkelijk<br />
de bewijslast aan te ton<strong>en</strong> dat aan de minimale voorwaard<strong>en</strong><br />
van het concept wordt voldaan. Zo moet aan de toedeling van de<br />
taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang (1) e<strong>en</strong> overheidsbesluit t<strong>en</strong><br />
grondslag ligg<strong>en</strong> <strong>en</strong> (2) di<strong>en</strong>t de toebedeelde taak universeel <strong>en</strong> verplicht<br />
van aard te zijn. Voldoet e<strong>en</strong> lidstaat niet aan deze voorwaard<strong>en</strong>,<br />
dan is er sprake van e<strong>en</strong> k<strong>en</strong>nelijke beoordelingsfout.<br />
Overheidsbesluit<br />
Of sprake is van e<strong>en</strong> overheidsbesluit waarin de onderneming met de<br />
taak wordt belast, moet ruim word<strong>en</strong> opgevat. Cruciaal is dat de overheid<br />
de betrokk<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang <strong>en</strong> de<br />
daaraan verbond<strong>en</strong> verplichting<strong>en</strong> om deze te verricht<strong>en</strong>, duidelijk<br />
heeft omschrev<strong>en</strong>. Democratische legitimatie is daarbij de norm,<br />
wat betek<strong>en</strong>t dat het bestaan van e<strong>en</strong> overheidsbesluit ook kan word<strong>en</strong><br />
afgeleid uit e<strong>en</strong> conglomeraat van (wettelijke) regelgeving. <strong>Het</strong><br />
publieke belang én de proportionele wijze waarop de bescherming<br />
daarvan is vormgegev<strong>en</strong>, di<strong>en</strong><strong>en</strong> democratisch te zijn vastgelegd. In<br />
de BUPA-zaak is dat duidelijk het geval. Ierland had in haar zorgverzekeringswet<br />
<strong>en</strong> diverse zorgverzekeringsregeling<strong>en</strong> e<strong>en</strong> uitvoerige<br />
omschrijving gegev<strong>en</strong> van de verplichting<strong>en</strong>, zoals uniforme tariefstelling,<br />
acceptatieplicht, lev<strong>en</strong>slange dekking <strong>en</strong> minimumverstrekking<strong>en</strong>.<br />
Deze verplichting<strong>en</strong> beperkt<strong>en</strong> voorts de handelsvrijheid<br />
van de betrokk<strong>en</strong> onderneming<strong>en</strong> in e<strong>en</strong> mate die ver uitging bov<strong>en</strong><br />
gewone toestemmingsvoorwaard<strong>en</strong> om e<strong>en</strong> activiteit in e<strong>en</strong> bepaalde<br />
sector uit te oef<strong>en</strong><strong>en</strong>. <strong>Het</strong> publieke belang bestond uit het doel om<br />
aan ongeveer de helft van de bevolking de mogelijkheid te bied<strong>en</strong> van<br />
e<strong>en</strong> alternatieve dekking voor bepaalde gezondheidszorg, wat door<br />
bov<strong>en</strong>g<strong>en</strong>oemde verplichting<strong>en</strong> kon word<strong>en</strong> bereikt (rnr. 182).<br />
Universele <strong>en</strong> verplichte aard van de di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong><br />
economisch belang<br />
E<strong>en</strong> ess<strong>en</strong>tiële voorwaarde voor het bestaan van e<strong>en</strong> taak van algeme<strong>en</strong><br />
economisch belang is de ‘verplichte aard’ van de betrokk<strong>en</strong><br />
di<strong>en</strong>st. Dit betek<strong>en</strong>t doorgaans dat de onderneming van overheidswege,<br />
op basis van e<strong>en</strong> uitsluit<strong>en</strong>d of bijzonder recht, wordt belast<br />
met e<strong>en</strong> taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang, wat inhoudt dat zij<br />
de betrokk<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st(<strong>en</strong>) moet aanbied<strong>en</strong> onder van overheidswege<br />
gestelde (niet-marktconforme) voorwaard<strong>en</strong>. Bij gebreke van e<strong>en</strong><br />
uitsluit<strong>en</strong>d of bijzonder recht kan de verplichte aard van e<strong>en</strong> taak van<br />
algeme<strong>en</strong> economisch belang zijn geleg<strong>en</strong> in de bij e<strong>en</strong> handeling van<br />
de overheid voorgeschrev<strong>en</strong> verplichting van de betrokk<strong>en</strong> ondernemer<br />
om bepaalde di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> aan te bied<strong>en</strong> aan e<strong>en</strong> ieder die daarom<br />
vraagt (rnr. 188). <strong>Het</strong> verschil met e<strong>en</strong> universele di<strong>en</strong>st in strikte zin<br />
lijkt te zijn geleg<strong>en</strong> in de omstandigheid dat e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong><br />
economisch belang e<strong>en</strong> beperkte territoriale <strong>en</strong> materiële werkingssfeer<br />
kan hebb<strong>en</strong>, dan wel t<strong>en</strong> goede kan kom<strong>en</strong> aan e<strong>en</strong> bepaalde<br />
groep van gebruikers.<br />
Azivo: Nederlandse risicoverev<strong>en</strong>ingssysteem<br />
Nederland hanteert sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet<br />
in 2006, ev<strong>en</strong>als Ierland, e<strong>en</strong> risicoverev<strong>en</strong>ingssysteem tuss<strong>en</strong> particuliere<br />
ziektekost<strong>en</strong>verzekeraars. 12 Ook de Nederlandse regering<br />
had haar risicoverev<strong>en</strong>ingssysteem in het kader van artikel 88 lid 3<br />
EG-Verdrag aangemeld bij de Commissie. De Commissie heeft in<br />
NTER n nummer 7/8 n juli 2008
haar beschikking van 3 mei 2005 het Nederlandse risicoverev<strong>en</strong>ingssysteem<br />
goedgekeurd op basis van artikel 86 lid 2 EG-Verdrag.<br />
13 Teg<strong>en</strong> deze beschikking heeft de Nederlandse zorgverzekeraar<br />
Azivo op 13 maart 2006 beroep aangetek<strong>en</strong>d bij het Gerecht<br />
van eerste aanleg. 14<br />
Hoewel de Commissie ge<strong>en</strong> bezwaar had teg<strong>en</strong> de invoering<br />
van zowel het Ierse als het Nederlandse risicoverev<strong>en</strong>ingssysteem,<br />
voerde zij daartoe verschill<strong>en</strong>de grond<strong>en</strong> aan. Zoals aangegev<strong>en</strong> was<br />
de Commissie van m<strong>en</strong>ing dat het Ierse RES in beginsel voldeed aan<br />
de voorwaarde van artikel 87 lid 1 EG-Verdrag, maar dat de bijdrag<strong>en</strong><br />
van het RES niet als <strong>staatssteun</strong> moest<strong>en</strong> word<strong>en</strong> aangemerkt omdat<br />
het ging om e<strong>en</strong> comp<strong>en</strong>satie die bedoeld was als vergoeding voor<br />
het verricht<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang. De<br />
Commissie baseerde haar standpunt to<strong>en</strong> nog op het <strong>arrest</strong> Ferring<br />
van 22 november 2001. 15<br />
T<strong>en</strong> tijde van de Commissiebeschikking betreff<strong>en</strong>de het Nederlandse<br />
risicoverev<strong>en</strong>ingssysteem war<strong>en</strong> de Altmark-criteria echter<br />
bek<strong>en</strong>d.<br />
Met betrekking tot de eerste Altmark-voorwaarde stelde de<br />
Commissie vast dat zorgverzekeraars in Nederland e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van<br />
algeme<strong>en</strong> economisch belang verricht<strong>en</strong>. Ev<strong>en</strong>als in de BUPA-zaak<br />
kon uit het conglomeraat van voorwaard<strong>en</strong> <strong>en</strong> beperking<strong>en</strong> die de<br />
overheid aan verzekeraars oplegt – i.e. de acceptatieplicht, het verbod<br />
op premiediffer<strong>en</strong>tiatie, de plicht om landelijk te werk<strong>en</strong>, de<br />
plicht tot opnem<strong>en</strong> van door de overheid bepaalde risico’s in het verzekeringspakket<br />
<strong>en</strong> het onderworp<strong>en</strong> zijn van zorgverzekeraars aan<br />
specifiek toezicht – word<strong>en</strong> afgeleid dat de zorgverzekeraars zijn<br />
belast met di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang.<br />
Vervolg<strong>en</strong>s oordeelde de Commissie dat het Nederlandse risicoverev<strong>en</strong>ingssysteem<br />
niet voldeed aan het vierde Altmark-criterium,<br />
omdat alle zorgverzekeraars comp<strong>en</strong>satie ontvang<strong>en</strong> ongeacht<br />
hoe efficiënt zij zijn. 16 De Commissie concludeerde dan ook dat het<br />
verev<strong>en</strong>ingssysteem als steunmaatregel moest word<strong>en</strong> aangemerkt,<br />
maar sauveerde de maatregel, als gezegd, op grond van artikel 86<br />
lid 2 EG.<br />
<strong>Het</strong> is opvall<strong>en</strong>d dat het Gerecht in de BUPA-zaak niet voor<br />
e<strong>en</strong>zelfde strikte toepassing van het vierde Altmark-criterium heeft<br />
gekoz<strong>en</strong> als de Commissie in haar beschikking. Maar al zou het<br />
Gerecht straks oordel<strong>en</strong> dat het Nederlandse risicoverev<strong>en</strong>ingssysteem<br />
voldoet aan de vierde Altmark-voorwaarde, dan zal het in<br />
principe ook nog moet<strong>en</strong> onderzoek<strong>en</strong> of aan de overige voorwaard<strong>en</strong><br />
(de ‘tweede’ <strong>en</strong> ‘derde’) is voldaan. Toetsing aan de derde voorwaarde<br />
lijkt in dat geval het meest relevant, omdat deze nauw verwant<br />
is aan het noodzakelijkheids- <strong>en</strong> ev<strong>en</strong>redigheidscriterium van<br />
artikel 86 lid 2 EG-Verdrag (het door de Commissie ‘gehanteerde’<br />
toetsingskader in de Nederlandse zaak). En hoewel de Commissie<br />
van m<strong>en</strong>ing is dat het Nederlandse risicoverev<strong>en</strong>ingssysteem proportioneel<br />
is in de zin van artikel 86 lid 2 EG-Verdrag <strong>en</strong> bijgevolg<br />
ver<strong>en</strong>igbaar met het EG-Verdrag, is zorgverzekeraar Azivo e<strong>en</strong><br />
andere m<strong>en</strong>ing toegedaan.<br />
In het nog aanhangige beroep stelt Azivo dat door de gebrek<strong>en</strong><br />
van het verev<strong>en</strong>ingssysteem de comp<strong>en</strong>satie voor e<strong>en</strong> aantal zorgverzekeraars<br />
hoger dan noodzakelijk is om de kost<strong>en</strong> voor de op<strong>en</strong>bare<br />
di<strong>en</strong>stverplichting te dekk<strong>en</strong>, terwijl voor e<strong>en</strong> aantal andere<br />
zorgverzekeraars zou geld<strong>en</strong> dat zij door de onvolkom<strong>en</strong>hed<strong>en</strong><br />
onvoldo<strong>en</strong>de word<strong>en</strong> gecomp<strong>en</strong>seerd. 17 Indi<strong>en</strong> Azivo kan aanton<strong>en</strong><br />
dat de Commissie vanwege deze red<strong>en</strong><strong>en</strong> t<strong>en</strong> onrechte ge<strong>en</strong><br />
bezwaar heeft gemaakt teg<strong>en</strong> het Nederlandse risicoverev<strong>en</strong>ings-<br />
systeem, dan zal het Nederlandse systeem – (ook) met de ruimere<br />
lezing – niet kunn<strong>en</strong> voldo<strong>en</strong> aan de derde Altmark-voorwaarde.<br />
Maatschappelijke onderneming<br />
E<strong>en</strong> actueel thema waar de borging van publieke belang<strong>en</strong> e<strong>en</strong><br />
belangrijke rol kan gaan spel<strong>en</strong>, is het voorstel van de minister van<br />
Justitie met betrekking tot de maatschappelijke onderneming. E<strong>en</strong><br />
concept dat vooral bij bestuurskundig<strong>en</strong> grote belangstelling g<strong>en</strong>iet.<br />
E<strong>en</strong> maatschappelijke onderneming zou – net als e<strong>en</strong> onderneming<br />
die belast is met e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang –<br />
e<strong>en</strong> organisatie moet<strong>en</strong> zijn die op bedrijfsmatige wijze di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> aanbiedt<br />
waarbij publieke belang<strong>en</strong> in het spel zijn.<br />
De minister van Justitie heeft in juli 2007 aan organisaties op<br />
het gebied van de publieke di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing, zoals gezondheidszorg,<br />
woningcorporaties <strong>en</strong> onderwijs, e<strong>en</strong> voorontwerp van wet inzake<br />
de maatschappelijke onderneming ter consultatie aangebod<strong>en</strong>. Dit<br />
voorstel gaat uit van e<strong>en</strong> nieuwe rechtsvorm voor de maatschappelijke<br />
onderneming. <strong>Het</strong> Netwerk Toekomst Maatschappelijke Onderneming<br />
(NTMO) heeft het introducer<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> nieuwe rechtsvorm<br />
bekritiseerd <strong>en</strong> e<strong>en</strong> alternatief voorstel aan de minister van Justitie<br />
aangebod<strong>en</strong> op 13 mei 2008. 18 In dit verband zij ook gewez<strong>en</strong> op de<br />
preadviez<strong>en</strong> 2008 ‘Maatschappelijk ondernem<strong>en</strong> in het bijzonder in<br />
de zorg’ van de Ver<strong>en</strong>iging Handelsrecht.<br />
E<strong>en</strong> belangrijke ratio voor het initiatief van de minister van Justitie<br />
is volg<strong>en</strong>s de memorie van toelichting ‘dat de overheid niet in<br />
de beste positie is om de behoeft<strong>en</strong> van de belanghebb<strong>en</strong>d<strong>en</strong> bij<br />
maatschappelijke di<strong>en</strong>stverl<strong>en</strong>ing goed in te kunn<strong>en</strong> schatt<strong>en</strong>. De<br />
maatschappij is daarvoor te divers <strong>en</strong> te dynamisch. [...] De overheid<br />
zou moet<strong>en</strong> terugtred<strong>en</strong> <strong>en</strong> de betrokk<strong>en</strong> instelling<strong>en</strong> zoud<strong>en</strong> meer<br />
ruimte moet<strong>en</strong> krijg<strong>en</strong>, die recht doet aan hun proportionaliteit. [...]<br />
Om die ruimte te gev<strong>en</strong> <strong>en</strong> om van die ruimte gebruik te mak<strong>en</strong> is het<br />
gew<strong>en</strong>st dat de structuur van de instelling<strong>en</strong> garanties bevat voor e<strong>en</strong><br />
ev<strong>en</strong>wicht tuss<strong>en</strong> de verschill<strong>en</strong>de belang<strong>en</strong> in de instelling. [...] Om<br />
recht te do<strong>en</strong> aan zowel de veranderde positie van de instelling<strong>en</strong> in<br />
de sam<strong>en</strong>leving, als aan de w<strong>en</strong>s om garanties te bied<strong>en</strong>, waardoor<br />
instelling<strong>en</strong> zich vrijer t<strong>en</strong> opzichte van de overheid kunn<strong>en</strong> beweg<strong>en</strong>,<br />
wil dit wetsvoorstel e<strong>en</strong> instrum<strong>en</strong>t bied<strong>en</strong> voor de ord<strong>en</strong>ing van<br />
de instelling<strong>en</strong> <strong>en</strong> hun organ<strong>en</strong>’.<br />
De maatschappelijke onderneming wordt (vooralsnog) niet<br />
dwing<strong>en</strong>d voorgeschrev<strong>en</strong>. <strong>Het</strong> belangrijkste k<strong>en</strong>merk van de<br />
maatschappelijke onderneming is dat zij zich uitsluit<strong>en</strong>d t<strong>en</strong> doel<br />
stelt publieke belang<strong>en</strong> te di<strong>en</strong><strong>en</strong>, c.q. maatschappelijke di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> te<br />
verricht<strong>en</strong>. De vraag rijst in hoeverre de maatschappelijke onderneming<br />
zélf de publieke belang<strong>en</strong> <strong>en</strong> kwaliteitsborging daarvan<br />
gaat bepal<strong>en</strong>. Zowel de minister als het NTMO is hier niet geheel<br />
duidelijk in. Zo schreef de minister in Ondernemingsrecht 2007-16,<br />
p. 586: ‘Natuurlijk zal de overheid nooit zijn controle op de beste-<br />
13 Cie-beschikking, steunmaatregel<strong>en</strong> N 541/2004 <strong>en</strong> N 542/2004,<br />
C(2005) 1329 fin.<br />
14 Zaak T-84/06, Azivo teg<strong>en</strong> Commissie, nog aanhangig (zie Pb. 2006,<br />
C-108/48).<br />
15 Zaak C-53/00, Ferring, Jur. 2001, p. I-9067.<br />
16 Cie-beschikking, steunmaatregel<strong>en</strong> N 541/2004 <strong>en</strong> N 542/2004,<br />
C(2005) 1329 fin, par. 3.4.1.1.<br />
17 Zie Pb. 2006, C-108/48.<br />
18 Te raadpleg<strong>en</strong> via www.aedes.nl/informatiec<strong>en</strong>trum.<br />
NTER n nummer 7/8 n juli 2008 211
ding van collectieve middel<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> opgev<strong>en</strong>. Maar waar het gaat<br />
om sturing van <strong>en</strong> controle op de gang van zak<strong>en</strong> in de onderneming<br />
<strong>en</strong> op de aard <strong>en</strong> kwaliteit van de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> moet het mogelijk zijn om<br />
meer verantwoordelijkheid aan de instelling<strong>en</strong> te lat<strong>en</strong>.’ De aard van<br />
de di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> is volg<strong>en</strong>s het voorstel ook wettelijk onbepaald. En het<br />
NTMO spreekt over ‘kwaliteitsborging in eig<strong>en</strong> huis’.<br />
In zoverre de publieke belang<strong>en</strong> <strong>en</strong> kwaliteitsborging daarvan<br />
niet democratisch zijn gelegitimeerd, kunn<strong>en</strong> de gedraging<strong>en</strong> van<br />
maatschappelijke onderneming<strong>en</strong> in het handelsverkeer niet word<strong>en</strong><br />
aangemerkt als di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang. Zo<br />
kan word<strong>en</strong> afgeleid uit het <strong>arrest</strong> BUPA. De overheid di<strong>en</strong>t daarom<br />
voorzichtig te zijn met het vier<strong>en</strong> van de teugels die vast zitt<strong>en</strong> aan<br />
publieke belang<strong>en</strong> <strong>en</strong> maatschappelijke di<strong>en</strong>stverrichting<strong>en</strong>. Want<br />
ongemerkt word<strong>en</strong> ‘publieke’ belang<strong>en</strong> in concurr<strong>en</strong>tie aangebod<strong>en</strong><br />
<strong>en</strong> aan de tucht van de economische markt(<strong>en</strong>) onderworp<strong>en</strong>.<br />
212<br />
Ziek<strong>en</strong>huissector<br />
<strong>Mededinging</strong>srecht <strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch<br />
belang<br />
Uit het <strong>arrest</strong> BUPA leid<strong>en</strong> wij af dat het bij e<strong>en</strong> beoordeling of sprake<br />
is van e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang het vooral lijkt<br />
te gaan om e<strong>en</strong> weging tuss<strong>en</strong> verplichting<strong>en</strong> voor onderneming<strong>en</strong><br />
<strong>en</strong>erzijds <strong>en</strong> de vrijheid van ondernem<strong>en</strong> anderzijds, zulks met het<br />
oog op het di<strong>en</strong><strong>en</strong> van e<strong>en</strong> bepaald publiek belang. De vraag rijst of<br />
deze algem<strong>en</strong>e gevolgtrekking ook betek<strong>en</strong>is heeft voor bijvoorbeeld<br />
mededinging in de ziek<strong>en</strong>huissector. Hoe groot is hun vrijheid<br />
19 De minister van VWS heeft beslot<strong>en</strong> dit vrij onderhandelbare deel per 1 janu-<br />
ari 2009 uit te breid<strong>en</strong> tot maximaal 34% (zie brief van minister van VWS van<br />
28 mei 2008, TK 2007-2008, 29 248, nr. 47).<br />
20 Deze is voor onbepaalde tijd uitgesteld (ibid brief van minister van VWS van<br />
28 mei 2008).<br />
21 Zie uitgebreid W.T. Algera <strong>en</strong> J.J.M. Sluijs, Marktord<strong>en</strong>ing in de gezondheids-<br />
zorg, SEW 2007, 90, p. 186 e.v.<br />
22 B.J. Drijber, Interne markt <strong>en</strong> publieke voorzi<strong>en</strong>ing<strong>en</strong>: e<strong>en</strong> schijnteg<strong>en</strong>stelling,<br />
SEW 2007, 129, p. 258 e.v.<br />
23 In de prejudiciële verwijzing van de Raad van State van 27 december 2007,<br />
zaak C-567/07, Sint Servatius, wordt het Hof verzocht duidelijkheid te gev<strong>en</strong><br />
over de verhouding tuss<strong>en</strong> de toepassing van de ‘publieke’ rechtvaardi-<br />
gingsgrond<strong>en</strong> in het vrije verkeersregime (i.c. vrije kapitaalverkeer) <strong>en</strong> het<br />
mededingingsregime (artikel 86 lid 2 EG). Zie uitgebreid B. Hessel, Vijfti<strong>en</strong><br />
prejudiciële vrag<strong>en</strong> in de zaak Sint Servatius, Bouwrecht 2008, p. 83 e.v.<br />
24 Zie uitgebreid preadvies J.W van de Grond<strong>en</strong>, Bestaat er e<strong>en</strong> coher<strong>en</strong>te<br />
visie op de verhouding tuss<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang, de<br />
Di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>richtlijn <strong>en</strong> andere communautaire regeling<strong>en</strong>?, SEW 2007, 178,<br />
p. 410.<br />
25 Per 1 januari 2008 is het overheidsbouwregime niet langer van toepassing op<br />
ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong>. Ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong> gaan steeds meer financieel risico drag<strong>en</strong> over<br />
hun onroerer<strong>en</strong>de zak<strong>en</strong>. Aanvankelijk zoud<strong>en</strong> de kapitaallast<strong>en</strong> voor het<br />
A-segm<strong>en</strong>t vanaf 1 januari 2009 integraal moet<strong>en</strong> word<strong>en</strong> opg<strong>en</strong>om<strong>en</strong> in de<br />
tariev<strong>en</strong> van de betrokk<strong>en</strong> zorgdi<strong>en</strong>st<strong>en</strong>. Thans geldt dit alle<strong>en</strong> voor het vrije<br />
B-segm<strong>en</strong>t. Met het uitstell<strong>en</strong> van de maatstafconcurr<strong>en</strong>tie <strong>en</strong> het behoud van<br />
de budgetteringssystematiek is dit voorlopig niet aan de orde (zie brief van<br />
minister van VWS van 28 mei 2008, TK 2007-2008, 29 248, nr. 47).<br />
26 De Bezwaaradviescommissie me<strong>en</strong>de overig<strong>en</strong>s ook dat de ‘vermog<strong>en</strong>sklem’<br />
in strijd is met de vrije beschikking op eig<strong>en</strong>dom in de zin van artikel 1, lid 1<br />
Eerste Protocol van het EVRM.<br />
van ondernem<strong>en</strong> t<strong>en</strong> opzichte van de verplichting<strong>en</strong> kwalitatieve,<br />
toegankelijke <strong>en</strong> betaalbare zorg aan te bied<strong>en</strong>?<br />
Met betrekking tot de vrijheid van ondernem<strong>en</strong> is onder meer<br />
e<strong>en</strong> belangrijke vraag of e<strong>en</strong> ziek<strong>en</strong>huis niet-verzekerde patiënt<strong>en</strong><br />
daadwerkelijk kan weiger<strong>en</strong> te behandel<strong>en</strong>. <strong>Het</strong> bestaan van (vergaande)<br />
verplichting<strong>en</strong> voor ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong> is ondertuss<strong>en</strong> e<strong>en</strong> feit is,<br />
gelet op bov<strong>en</strong>g<strong>en</strong>oemde wett<strong>en</strong> die prijs, kwaliteit <strong>en</strong> toegankelijkheid<br />
van het zorgaanbod reguler<strong>en</strong>. De prijsregulering is wellicht de<br />
meest in het oogspring<strong>en</strong>de. Thans is slechts 20% van de ziek<strong>en</strong>huisverrichting<strong>en</strong><br />
vrij onderhandelbaar 19 <strong>en</strong> wordt – áls maatstafconcurr<strong>en</strong>tie<br />
wordt ingevoerd 20 – nog e<strong>en</strong>s circa 50% vrij onderhandelbaar<br />
onder e<strong>en</strong> vastgesteld ‘totaal budget’ voor het individuele ziek<strong>en</strong>huis.<br />
Ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong> kunn<strong>en</strong> nu, <strong>en</strong> in de nabije toekomst, slechts in beperkte<br />
mate op prijs met elkaar concurrer<strong>en</strong>, terwijl in e<strong>en</strong> gewone sector<br />
de prijs van het product of de di<strong>en</strong>st e<strong>en</strong> van de belangrijkste concurr<strong>en</strong>tieparameters<br />
is.<br />
In Nederland wordt nog nauwelijks discussie gevoerd over de<br />
vraag óf – dan wel in hoeverre – ziek<strong>en</strong>huiszorg is aan te merk<strong>en</strong><br />
als e<strong>en</strong> di<strong>en</strong>st van algeme<strong>en</strong> economisch belang. De Nederlandse<br />
<strong>Mededinging</strong>sautoriteit heeft in conc<strong>en</strong>tratiebesluit<strong>en</strong> zich hierover<br />
nog altijd niet uitgelat<strong>en</strong>, omdat zij tot op hed<strong>en</strong> ge<strong>en</strong> <strong>en</strong>kele fusie<br />
tuss<strong>en</strong> ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong> heeft geweigerd. Zou zij dit wel hebb<strong>en</strong> gedaan,<br />
dan had de NMa wellicht e<strong>en</strong> motivering gewijd aan de toepassing<br />
van artikel 41 lid 3 Mw, welk artikel bepaalt dat e<strong>en</strong> vergunning alle<strong>en</strong><br />
kan word<strong>en</strong> geweigerd als dit de toevertrouwde taak van algeme<strong>en</strong><br />
economisch belang van e<strong>en</strong> conc<strong>en</strong>trer<strong>en</strong>de onderneming niet verhindert.<br />
21<br />
Vrij verkeer <strong>en</strong> rule of reason<br />
Niet alle<strong>en</strong> in het mededingingsrecht (in het kader van artikel 86 EG-<br />
Verdag), maar ook bij de toepassing van de vrije verkeersbepaling<strong>en</strong><br />
spel<strong>en</strong> publieke belang<strong>en</strong> (in dat geval aangeduid als ‘dwing<strong>en</strong>de<br />
red<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> belang’) <strong>en</strong> de kwalificatie daarvan e<strong>en</strong> belangrijke<br />
rol. 22 Hoewel de belang<strong>en</strong> als zodanig in beide leerstukk<strong>en</strong><br />
hetzelfde kunn<strong>en</strong> zijn, lijkt de beoordeling van de proportionaliteit<br />
van de beperking omwille van die belang<strong>en</strong>, in beide leerstukk<strong>en</strong> verschill<strong>en</strong>d.<br />
23 Met betrekking tot het vrije verkeer hanteert het Hof e<strong>en</strong><br />
strikte b<strong>en</strong>adering door na te gaan of de te bereik<strong>en</strong> doelstelling ook<br />
kan word<strong>en</strong> gerealiseerd door e<strong>en</strong> minder beperk<strong>en</strong>de maatregel.<br />
In het mededingingsrecht onderzoekt het Hof of de onderneming<br />
de opgedrag<strong>en</strong> taak van algeme<strong>en</strong> economisch belang niet onder<br />
economisch aanvaardbare omstandighed<strong>en</strong> kan verricht<strong>en</strong> zonder<br />
beperking van de mededinging. 24<br />
E<strong>en</strong> rec<strong>en</strong>t dossier in de ziek<strong>en</strong>huissector waarin de publieke<br />
belang<strong>en</strong> in de zin van het vrije verkeer e<strong>en</strong> belangrijke rol lek<strong>en</strong> te<br />
gaan spel<strong>en</strong>, was de beschikking behoud van waarde van onroer<strong>en</strong>de<br />
zak<strong>en</strong> voor de zorg van 23 juli 2007 van de minister van VWS. In dit<br />
besluit werd – kort gezegd – aan alle ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong> meegedeeld dat<br />
zij de opbr<strong>en</strong>gst van vastgoedtransacties betreff<strong>en</strong>de hun gebouw<strong>en</strong>,<br />
dan wel e<strong>en</strong> batig saldo na liquidatie, di<strong>en</strong><strong>en</strong> te bestemm<strong>en</strong> voor de<br />
zorg. 25<br />
Teg<strong>en</strong> het besluit tek<strong>en</strong>de e<strong>en</strong> groot aantal ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong> <strong>en</strong> hun<br />
belang<strong>en</strong>organisatie, de Nederlandse Ver<strong>en</strong>iging van Ziek<strong>en</strong>huiz<strong>en</strong>,<br />
bezwaar aan. Zij voerd<strong>en</strong> onder meer aan dat e<strong>en</strong> dergelijke ‘vermog<strong>en</strong>sklem’<br />
inbreuk maakt op de Europese vrijheid van vestiging <strong>en</strong><br />
het vrij kapitaalverkeer. Ook de Bezwaaradviescommissie was van<br />
m<strong>en</strong>ing dat de maatregel van de minister in strijd kon zijn met deze<br />
vrije verkeersregels. 26 Volg<strong>en</strong>s de Bezwaaradviescommissie lag<br />
NTER n nummer 7/8 n juli 2008
ge<strong>en</strong> rechtvaardiging c.q. dwing<strong>en</strong>de red<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> belang,<br />
t<strong>en</strong> grondslag aan de maatregel.<br />
Op 24 april 2008 heeft de minister in zijn beslissing op bezwaar<br />
het advies van de Bezwaaradviescommissie op deze punt<strong>en</strong> naast<br />
zich neergelegd.<br />
De minister overweegt apodictisch onder meer dat:<br />
‘[I]nvestering<strong>en</strong> in onroer<strong>en</strong>de zak<strong>en</strong> hebb<strong>en</strong> plaatsgevond<strong>en</strong><br />
met (publieke) middel<strong>en</strong> die bije<strong>en</strong> zijn gebracht voor de verl<strong>en</strong>ing<br />
van gezondheidszorg <strong>en</strong> waarvan mocht word<strong>en</strong> aang<strong>en</strong>om<strong>en</strong> dat<br />
deze inderdaad uitsluit<strong>en</strong>d daarvoor zoud<strong>en</strong> word<strong>en</strong> gebruikt; dat<br />
de overheid toezicht hield op bouw <strong>en</strong> bouwkost<strong>en</strong>; dat de instelling<br />
de zekerheid van volledige, risicoloze financiering kreeg wanneer e<strong>en</strong><br />
investering e<strong>en</strong>maal door de overheid was geaccepteerd. In dit verband<br />
is het steeds e<strong>en</strong> algeme<strong>en</strong> aanvaard uitgangspunt geweest dat<br />
de opbr<strong>en</strong>gst van onroer<strong>en</strong>de zak<strong>en</strong> t<strong>en</strong> goede di<strong>en</strong>t te kom<strong>en</strong> aan de<br />
gezondheidszorg <strong>en</strong> niet aan andere doeleind<strong>en</strong>.’<br />
<strong>en</strong><br />
‘In het licht van de maatschappelijke eis dat voor de zorg bestemde<br />
onroer<strong>en</strong>de zak<strong>en</strong> (of de opbr<strong>en</strong>gst daarvan) voor de zorg word<strong>en</strong><br />
aangew<strong>en</strong>d, is er ge<strong>en</strong> red<strong>en</strong> of noodzaak e<strong>en</strong> dergelijk onderscheid<br />
te mak<strong>en</strong> [tuss<strong>en</strong> de waardeverandering die vóór <strong>en</strong> de waardeverandering<br />
die ná de afschaffing van het bouwregime plaatsheeft].’<br />
Uit de toon van deze citat<strong>en</strong> lijkt te volg<strong>en</strong> dat de minster ge<strong>en</strong> aanwijzing<strong>en</strong><br />
in wet of regelgeving heeft gevond<strong>en</strong> die de overweging<strong>en</strong><br />
in het besluit op bezwaar kunn<strong>en</strong> drag<strong>en</strong>. Onduidelijk is wat<br />
het publieke belang daadwerkelijk behelst <strong>en</strong> gelet op de ‘comm<strong>en</strong><br />
s<strong>en</strong>se’ argum<strong>en</strong>tatie rijz<strong>en</strong> twijfels of de bescherming daarvan proportioneel<br />
is vormgegev<strong>en</strong>. 27 Uit de Europese jurisprud<strong>en</strong>tie volgt<br />
dat e<strong>en</strong> lidstaat (de overheid) publieke belang<strong>en</strong> juist duidelijk di<strong>en</strong>t<br />
te borg<strong>en</strong>. Goede voorbeeld<strong>en</strong> daarvan zijn de ‘goud<strong>en</strong> aandeel’<strong>arrest</strong><strong>en</strong><br />
van het Hof van 4 juni 2002 28 <strong>en</strong> 13 mei 2003. 29 Deze<br />
<strong>arrest</strong><strong>en</strong> zijn ook van belang indi<strong>en</strong> fusies tuss<strong>en</strong> zorgaanbieders aan<br />
e<strong>en</strong> voorafgaande ‘kwaliteitstoets’ zoud<strong>en</strong> word<strong>en</strong> onderworp<strong>en</strong>.<br />
Naar aanleiding van w<strong>en</strong>s<strong>en</strong> in de Tweede Kamer heeft de<br />
minister van VWS lat<strong>en</strong> onderzoek<strong>en</strong> of fusies tuss<strong>en</strong> zorginstelling<strong>en</strong><br />
kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> onderworp<strong>en</strong> aan e<strong>en</strong> afzonderlijke toets op<br />
de bereikbaarheid <strong>en</strong> beschikbaarheid van zorg. De Raad voor de<br />
Volksgezondheid adviseerde negatief om e<strong>en</strong> afzonderlijk regime<br />
in te voer<strong>en</strong>. 30 De Raad vond het kort gezegd niet nodig, omdat hij<br />
ge<strong>en</strong> aanwijzing<strong>en</strong> had gevond<strong>en</strong> dat fusies in de zorg schadelijk<br />
zijn voor de bereikbaarheid <strong>en</strong> kwaliteit van de zorg. In e<strong>en</strong> van de<br />
onderligg<strong>en</strong>de onderzoeksrapport<strong>en</strong> werd echter de mogelijkheid<br />
onderzocht vanuit het Europeesrechtelijke perspectief. 31 En daarin<br />
wordt uitdrukkelijk gewez<strong>en</strong> op de spanning tuss<strong>en</strong> de to<strong>en</strong>em<strong>en</strong>de<br />
liberaliseringst<strong>en</strong>d<strong>en</strong>s <strong>en</strong> het bescherm<strong>en</strong> van het publieke belang.<br />
Daar waar liberalisering voortschrijdt, is minder plaats voor bescherm<strong>en</strong>de<br />
c.q. beperk<strong>en</strong>de overheidsinterv<strong>en</strong>ties.<br />
Zo werd nu in de ‘goud<strong>en</strong> aandeel’-<strong>arrest</strong><strong>en</strong> het verplichtstell<strong>en</strong><br />
van voorafgaande toestemming voor verwerving van aandel<strong>en</strong> in e<strong>en</strong><br />
onderneming waarbij publieke belang<strong>en</strong> in het geding zijn, getoetst<br />
aan de beginsel<strong>en</strong> van het vrije verkeer van kapitaal. <strong>Het</strong> Hof hanteerde<br />
e<strong>en</strong> strikte b<strong>en</strong>adering t<strong>en</strong> aanzi<strong>en</strong> van het bescherm<strong>en</strong> van<br />
nationale, publieke belang<strong>en</strong>. Omstandighed<strong>en</strong> die van belang zijn<br />
bij het beoordel<strong>en</strong> van de proportionaliteit van e<strong>en</strong> bescherm<strong>en</strong>de<br />
c.q. beperk<strong>en</strong>de regeling, blijk<strong>en</strong> de volg<strong>en</strong>de:<br />
– e<strong>en</strong> ex-post regeling (verzet achteraf) is over het algeme<strong>en</strong> minder<br />
beperk<strong>en</strong>d dan e<strong>en</strong> ex-ante regeling (vergunning vooraf). Bij<br />
e<strong>en</strong> ex-ante regeling is het vooral van belang dat de discretionai-<br />
re bevoegdheid van de overheid niet onbegr<strong>en</strong>sd is. De autonome<br />
beslissing van de onderneming moet word<strong>en</strong> gerespecteerd.<br />
– het moet e<strong>en</strong> niet-discriminatoire <strong>en</strong> objectieve regeling betreff<strong>en</strong>,<br />
die nota b<strong>en</strong>e vooraf k<strong>en</strong>baar is. 32<br />
– de regeling moet daadwerkelijk kunn<strong>en</strong> word<strong>en</strong> getoetst door<br />
e<strong>en</strong> rechterlijke instantie.<br />
<strong>Het</strong> belang van deze uitgangspunt<strong>en</strong> mag niet word<strong>en</strong> onderschat.<br />
Op 23 mei jl. schreef de minister in e<strong>en</strong> brief aan de Tweede<br />
Kamer dat hij (desondanks) fusies in de zorg str<strong>en</strong>ger wil lat<strong>en</strong> toets<strong>en</strong>.<br />
33 Hoe die toets er concreet uitziet is nog niet bek<strong>en</strong>d, maar zonder<br />
Europeesrechtelijke risico’s is deze niet.<br />
Conclusie<br />
<strong>Het</strong> BUPA-<strong>arrest</strong> geeft veel guidance aan lidstat<strong>en</strong> die in de zorgverzekeringssector<br />
gereguleerde marktwerking voorstaan. <strong>Het</strong> <strong>arrest</strong><br />
bevestigt dat het invoer<strong>en</strong> van e<strong>en</strong> risicoverev<strong>en</strong>ingssysteem ver<strong>en</strong>igbaar<br />
is met het EG-Verdrag, wanneer dit past binn<strong>en</strong> het concept<br />
van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> economisch belang. Lidstat<strong>en</strong> blijk<strong>en</strong><br />
over e<strong>en</strong> ruime discretionaire bevoegdheid te beschikk<strong>en</strong> om invulling<br />
te gev<strong>en</strong> aan dit concept. Belangrijk daarbij is dat lidstat<strong>en</strong> zelf de<br />
publieke belang<strong>en</strong> definiër<strong>en</strong> <strong>en</strong> de daaraan verbond<strong>en</strong> verplichting<strong>en</strong><br />
voor de onderneming<strong>en</strong> vaststell<strong>en</strong>.<br />
Van belang is ook het oordeel van het Gerecht met betrekking<br />
tot de Altmark-criteria. <strong>Het</strong> Gerecht geeft aan dat deze niet in de<br />
tijd zijn beperkt. Bov<strong>en</strong>di<strong>en</strong> stelt het Gerecht dat de derde <strong>en</strong> vierde<br />
Altmark-voorwaarde onder bepaalde – voor in ieder geval de (ziekt<br />
ekost<strong>en</strong>)verzekeringssector geld<strong>en</strong>de – omstandighed<strong>en</strong> niet strikt<br />
behoev<strong>en</strong> te word<strong>en</strong> toegepast. ‘Beperk<strong>en</strong>de’ maatregel<strong>en</strong> moet<strong>en</strong><br />
echter wel strok<strong>en</strong> met het doel <strong>en</strong> de geest van deze voorwaard<strong>en</strong>.<br />
<strong>Het</strong> <strong>arrest</strong> BUPA is tot slot ook relevant voor <strong>en</strong>kele actuele ontwikkeling<strong>en</strong><br />
die de ziek<strong>en</strong>huissector rak<strong>en</strong>, zoals het nieuwe concept<br />
van de maatschappelijke onderneming. En in bredere zin speelt de<br />
borging van publieke belang<strong>en</strong> e<strong>en</strong> belangrijke rol bij het huidige <strong>en</strong><br />
wellicht toekomstige fusietoezicht op zorginstelling<strong>en</strong>.<br />
27 Indachtig daarbij dat e<strong>en</strong> beperking van het vrije verkeer omwille van e<strong>en</strong><br />
dwing<strong>en</strong>de red<strong>en</strong> van algeme<strong>en</strong> belang, strikt wordt uitgelegd (ibid J.W. van<br />
de Grond<strong>en</strong>).<br />
28 Zaak C-367/98, Commissie teg<strong>en</strong> Portugal, Jur. 2002, p. I-4731; zaak<br />
C-483/99, Commissie teg<strong>en</strong> Frankrijk, Jur. 2002, p. I-4781 <strong>en</strong> zaak C-<br />
503/99, Commissie teg<strong>en</strong> België, Jur. 2002, p. I-4809. Met noot B.J. Drijber,<br />
NTER 2002, p. 237.<br />
29 Zaak C-463/00, Commissie teg<strong>en</strong> Spanje, Jur. 2003, p. I-4581 <strong>en</strong> Zaak<br />
C-98/01, Commissie teg<strong>en</strong> het Ver<strong>en</strong>igd Koninkrijk, Jur. 2003, p. I-4641.<br />
Met noot B.J. Drijber, NTER 2003, p. 182.<br />
30 RVZ, Schaal <strong>en</strong> Zorg, Advies van mei 2008, publicati<strong>en</strong>r. 08/08.<br />
31 J.W. van de Grond<strong>en</strong> <strong>en</strong> H.M. Stergiou de zorg, Fusietoets in de zorg: Hoe past<br />
e<strong>en</strong> dergelijke toets in het Europese <strong>en</strong> nationale economische recht?, Rad-<br />
boud Universiteit: 2008.<br />
32 Zie ook rechtspraak inzake het vrije verkeer van di<strong>en</strong>st<strong>en</strong>, bijvoorbeeld:<br />
zaak C-385/99, Müller-Fauré, Jur. 2003, p. I-4509, zaak C-372/04, Watts,<br />
Jur. 2006, p. I-4325 <strong>en</strong> zaak C-444/05, Stamatelaki, Jur. 2007, p. I-3185.<br />
33 Brief ‘Patiënt<strong>en</strong>- <strong>en</strong> cliënt<strong>en</strong>recht<strong>en</strong>’, TK 2007-2008, 31 476, nr. 1.<br />
NTER n nummer 7/8 n juli 2008 213