ambacht - PersPagina
ambacht - PersPagina
ambacht - PersPagina
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
flanderijn over markt en maatschappij<br />
voorjaar 2012<br />
<strong>ambacht</strong><br />
6 het gildesysteem<br />
in de hollandse steden<br />
tussen 1300 en 1872<br />
Fossiel uit een autocratische tijd.<br />
10 flanderijn sr. &<br />
flanderijn jr.<br />
Zo vader, zo zoon.<br />
14 de terugkeer van<br />
beroepseer<br />
De vaardigheid, de kunde, dat is<br />
een heel belangrijk onderdeel van een<br />
<strong>ambacht</strong>: je werk goed doen.<br />
2 0 Bekwaam met<br />
je handen<br />
Boris van der Ham: ”Het gaat om de<br />
bekroning van uitzonderlijk goed<br />
werk, dat als zodanig door vakgenoten<br />
wordt onderkend.”
INhOUD<br />
4<br />
Nice carrots.<br />
Column van<br />
Ron Blaauw.<br />
3<br />
5<br />
12<br />
13<br />
26<br />
Het gildesysteem<br />
in de Hollandse<br />
steden tussen 1300<br />
en 1872.<br />
6<br />
FOssIEl UIt<br />
EEN<br />
aUtOcratIschE<br />
tIJD<br />
VOOrwOOrD<br />
FEItEN<br />
GOED rEcht<br />
mIJN&DIJN<br />
DE kNEEpJEs VaN hEt Vak:<br />
16 x FlaNDErIJN<br />
Oude,<br />
<strong>ambacht</strong>elijke<br />
waarden als<br />
beroepstrots<br />
en maatschappelijkeverantwoordelijkheid<br />
zijn in veel<br />
beroepsgroepen<br />
ondergesneeuwd<br />
geraakt, zegt<br />
advocate<br />
Erica Schruer.<br />
10 HaNS FlaNdERIjN<br />
IS dE zOON vaN<br />
aRIj FlaNdERIjN.<br />
zIt dE lIEFdE vOOR HEt<br />
vak IN dE gENEN?<br />
24<br />
Manager portret<br />
Igor Penders.<br />
14<br />
17<br />
DE tErUGkEEr VaN<br />
bErOEpsEEr<br />
als deurwaarder ben je nooit uitgeleerd.<br />
ton jongbloed over opleiding en de praktijk.<br />
illustratie: Nico de Boer, Scherpwerk.nl
JUIST, met een oplage van 16.500 exemplaren, is een uitgave van<br />
incasso-en gerechtsdeurwaardersorganisatie Flanderijn<br />
088 - 209 24 44, rotterdam@flanderijn.nl, www.flanderijn.nl<br />
Eindredactie: Michel van Leeuwen<br />
Concept en redactie: Creative Venue, communicatieadvies en PR<br />
Ontwerp, productie en 3D illustratie’s: Nico de Boer, Scherpwerk.nl<br />
Fotografie: Patrick Nagtegaal, RomanArt.nl<br />
Drukwerk: Opmeer Drukkerij bv<br />
Reacties kunt u sturen naar: juist@flanderijn.nl<br />
Eind vorig jaar<br />
diende het tweede<br />
kamerlid Boris van<br />
der Ham van d66<br />
met collega jack<br />
Biskop (Cda) een<br />
motie in waarin hij<br />
pleitte om de<br />
meestertitel voor<br />
excellente<br />
<strong>ambacht</strong>slieden<br />
opnieuw in te<br />
voeren.<br />
20<br />
bEkwaam mEt<br />
JE haNDEN<br />
23<br />
Saamhorigheid<br />
door sport<br />
VOOrwOOrD<br />
verstand van zaken Het begrip <strong>ambacht</strong> is nogal aan<br />
inflatie onderhevig, las ik laatst. In vroeger tijd was die<br />
term gereserveerd voor nogal archaïsche activiteiten zoals<br />
het matten van stoelen, het gutsen van klompen en het<br />
spinnen van wol. Maar tegenwoordig is ’<strong>ambacht</strong>elijk<br />
vervaardigd’ een predicaat dat op van alles en nog wat<br />
kan staan, van aardbeienjam tot fleece jacks en van<br />
afwasborstels tot bakfietsen.<br />
als je naar de herkomst van het woord kijkt dan kan dat<br />
overigens wel. Het latijnse ’ambactus’ is afgeleid van het<br />
gallische woord ’ombio’, dat zoiets betekende als ’het<br />
dienen van de vorst’. dus ja, als je de hedendaagse klant<br />
als koning beschouwt, dan is iedereen die iets op de markt<br />
brengt en daarmee de consument dient een <strong>ambacht</strong>sman.<br />
toch zullen de meeste mensen bij het woord <strong>ambacht</strong>elijk<br />
denken aan ’met de hand gemaakt’ of ’met liefde bereid’ of<br />
toch tenminste ’voortgebracht door iemand met verstand<br />
van zaken’. die laatste uitleg spreekt mij persoonlijk het<br />
meeste aan. zij ligt het dichtst bij wat ik zie als een van de<br />
sterke troeven van Flanderijn, namelijk dat we weten waar<br />
we over praten en dat we verstandig handelen vanuit die<br />
wetenschap.<br />
In deze jUISt vertellen gerechtsdeurwaarders van al<br />
onze kantoren wat zij beschouwen als het specifieke<br />
’<strong>ambacht</strong>elijke’ van hun vak. Het is een kaledoskopisch<br />
beeld waar niettemin toch een soort van gemene deler<br />
uit naar voren komt: goed incasseren is een zaak van<br />
grondige voorbereiding, het goed gefundeerd kiezen<br />
voor een bepaalde aanpak en tot slot een flinke dosis<br />
inlevingsvermogen om ’collateral damage’ zoveel mogelijk<br />
te vermijden. dat laatste kan ook anders, zoals ook wij<br />
helaas maar al te vaak zien in de incassopraktijk.<br />
verstand van zaken, liefde voor het vak en doordrongen<br />
zijn dat je zelden met grote stappen snel thuis bent: dat is<br />
voor mij de essentie van <strong>ambacht</strong>elijkheid. Ik ben blij dat<br />
ik die elementen in mijn organisatie dagelijks terug zie –<br />
en naar ik hoop worden die door onze opdrachtgevers ook<br />
herkend.<br />
Ik wens u veel leesplezier.<br />
Tom van Eck,<br />
directievoorzitter Flanderijn
c<br />
o lu<br />
m n<br />
Daar sta je dan, naar eigen gevoel veel te vroeg, op een<br />
biologische boerenmarkt in San Francisco. Je kijkt om je heen<br />
en je ziet honderden verkopers. Het valt je op dat ze allemaal,<br />
bijna allemaal, een enkel product verkopen. Ze hebben zich<br />
gespecialiseerd in bonen, komkommers, tomaten, aardbeien,<br />
paddenstoelen, vis, vlees en ga zo maar door.<br />
Ze doen wat Amerikanen goed kunnen: stralen alsof het de<br />
laatste dag van hun leven is, super beleefd en met een<br />
eeuwige ’thank you’. Je krijgt het gevoel of het allemaal<br />
schijn is, het kan toch niet waar zijn dat de blijheid oprecht<br />
is? Als Noord-Hollander ben ik vrij nuchter opgegroeid.<br />
Je kent het wel, doe maar normaal dan doe je gek genoeg.<br />
Je anders voordoen dan je bent werkt bij mij meer als een<br />
stoorzender dan dat ik er blij van wordt. Maar dan, uit het<br />
niets zonder dat je er erg in hebt, sta je oog in oog met de<br />
wortelboer van de markt. Een ietwat klein mannetje, roze<br />
gloeiende wangen met daaronder een vriendelijke glimlach<br />
en dat alles gecomplementeerd met twinkelende ogen.<br />
Deze man trok me als een magneet naar hem toe. Alsof ik<br />
een gesprek met hem aan moest knopen. ’Nice carrots’ komt<br />
er voorzichtig uit mijn mond. Tja, wat moet je anders tegen<br />
een wortelboer zeggen. Hij blijft vriendelijk glimlachen. Ik kijk<br />
nog eens naar zijn wortelen. Het is geen eenheidswortel, er<br />
liggen zeker zes verschillende wortels. Gele, paarse, witte,<br />
oranje, dikke, dunne, bospeen en ga zo maar door.<br />
Dan begint meneer Wortel te praten. ”Are you Dutch?” is zijn<br />
vraag aan mij. Ik beantwoord bevestigend en hij begint met<br />
zoveel passie te vertellen over de cultivatie van de wortel<br />
door de Hollanders. Over hoe hij geïnspireerd is door de<br />
oerwortel, kleurslagen, rassen, smaken, textuur en vooral hoe<br />
mooi het is om elk jaar weer te mogen zaaien en te zien<br />
groeien. Ik knik, kijk hem aan, voel zijn passie voor alles wat<br />
hij doet tot in mijn wortels. Hij creëert, vindt uit, is boer,<br />
vakman en weet precies wat hem in het leven boeit en waar<br />
het voor hem over gaat. De brug tussen ons is geslagen.<br />
We praten zolang het kan, de drukte neemt alsmaar toe en op<br />
gegeven moment schudden we elkaar de hand.<br />
Soms denk ik nog aan mijn ontmoeting met de wortelboer en<br />
de energie die ik op dat moment kreeg. Het besef waar het in<br />
je werk om draait, het <strong>ambacht</strong> dat je uitdraagt. Het begrijpen<br />
van je vak. Het <strong>ambacht</strong> van het koken is een <strong>ambacht</strong> dat ik<br />
graag doorgeef. Aan de leerlingen die bij ons stage lopen.<br />
De verdieping met mijn team om het beste uit je vak te halen.<br />
Te genieten van kunde en het begrijpen waarom je doet wat<br />
je moet doen. Koken!<br />
Ron Blaauw ★★, Beste Restaurateur/Ondernemer van<br />
Gault Millau en SVH-meesterkok, de hoogste onderscheiding<br />
voor een chef-kok.<br />
NIcE<br />
carrOts<br />
ron
Flanderijn neemt Fries<br />
gerechtsdeurwaarderskantoor<br />
VNR-NGC over<br />
In december 2011 heeft Flanderijn alle<br />
activa overgenomen van deurwaarderskantoor<br />
VNR-NGC in het Friese<br />
Buitenpost. Door de overname ontstaat<br />
een nieuwe grote speler op de Noord-<br />
Nederlandse incassomarkt. VNR-NGC<br />
zal geïntegreerd worden in Flanderijn<br />
en van den Borg in Heerenveen, waardoor<br />
het kantoor groeit van vijftien<br />
naar veertig medewerkers.<br />
De overname vloeit voort uit de recente<br />
pensionering van gerechtsdeurwaarder<br />
Bertus Venema, die samen met Roelof<br />
Jan Rinsma eigenaar was van VNR-<br />
NGC. Aangezien aan elk deurwaarderskantoor<br />
tenminste één beëdigd<br />
gerechtsdeurwaarder verbonden moet<br />
zijn, was VNR-NGC al langere tijd op<br />
zoek naar een partij die het kantoor<br />
wilde voortzetten. Die partij is gevonden<br />
in Flanderijn en van den Borg.<br />
Gerechtsdeurwaarder Marco van den<br />
Borg is inmiddels waarnemend-<br />
gerechts deurwaarder op het kantoor in<br />
Buitenpost en zal de komende maanden<br />
werken aan de integratie van beide<br />
kantoren in Heerenveen. Medewerkers<br />
bij VNR-NGC zullen te zijner tijd<br />
meeverhuizen.<br />
Rabobank<br />
Wielerzesdaagse<br />
Een jaarlijks terugkerend evenement<br />
voor Flanderijn is de Rabobank<br />
Wielerzesdaagse in Ahoy Rotterdam.<br />
De 30e editie van de Zesdaagse is<br />
wederom een groot succes geworden.<br />
Maar liefst 30.000 wielerfans wisten de<br />
weg naar Ahoy te vinden. Gedurende<br />
de zesdaagse heeft Flanderijn zo’n 120<br />
relaties mogen ontvangen. Flanderijn<br />
sponsort de laatste jaren twee<br />
wielerteams tijdens het evenement.<br />
Voor deze editie van de Zesdaagse<br />
werden de teams gevormd door Danny<br />
Stam/Youri Havik en Leif Lampater/<br />
Leon van Bon.<br />
Ondanks de voorsprong in de laatste<br />
koppelkoers werden Stam en Havik<br />
derde. Lampater en Bon eindigden<br />
zesde. Voor Stam, die de zesdaagse<br />
zestien keer heeft gewonnen, was het<br />
de laatste keer. Hij nam afscheid en<br />
gaat zich richten op het ploegleiderschap.<br />
Graydon beoordeelt<br />
Flanderijn als financieel<br />
gezond<br />
Van de 2 miljoen bedrijven zijn er in<br />
totaal ruim 60.000 bedrijven die aan<br />
de strenge criteria voldoen: dit is<br />
slechts 3% van het totale Nederlandse<br />
bedrijfsleven. Met het ’Financieel<br />
Gezond’ certificaat laten bedrijven zien<br />
dat ze tot de top van financieel<br />
gezonde bedrijven behoren.<br />
In december 2011 heeft ook Flanderijn<br />
dit certificaat mogen ontvangen en<br />
mag zich dus rekenen tot de financieel<br />
gezondste bedrijven van Nederland.<br />
Nieuwbouw bij hoofdkantoor<br />
in Rotterdam<br />
In mei wordt gestart met de bouw van<br />
1.000 m 2 kantoorruimte op de hoek<br />
Ochterveltstraat/’s-Gravendijkwal te<br />
Rotterdam. Deze kantoorruimte komt<br />
naast het bestaande pand aan de<br />
’s-Gravendijkwal en wordt door het<br />
bestaande trappenhuis aan elkaar<br />
FEItEN<br />
verbonden. De nieuwbouw zal bestaan<br />
uit vier etages en rust op een stalen<br />
constructie. Omdat de werkzaamheden<br />
op kantoor gewoon doorgaan tijdens de<br />
bouw, wordt er een bouwmethode<br />
toegepast die de overlast zoveel<br />
mogelijk beperkt. In verband met de<br />
bouwwerkzaamheden zijn het callcenter<br />
van Flanderijn en Flanderijn<br />
Trainingen tijdelijk gehuisvest aan de<br />
Westersingel 87 te Rotterdam.<br />
De nieuwbouw heeft tot gevolg dat het<br />
parkeerdek bij ons kantoor aan de<br />
’s-Gravendijkwal 134 in de periode<br />
juni-september 2012 niet gebruikt kan<br />
worden. De dichtstbijzijnde parkeermogelijkheid<br />
is de Museumparkgarage<br />
tegenover het Nederlands Architectuur<br />
Instituut.<br />
Flanderijn Utrechtse<br />
Heuvelrugtocht<br />
Na het succes van vorig jaar, waarbij<br />
ruim 750 deelnemers van start gingen,<br />
vindt op 29 april de tweede editie van<br />
de Flanderijn Utrechtse Heuvelrugtocht<br />
plaats. Deze mooie fietstocht over autoluwe<br />
wegen, wordt samen met de<br />
Driebergse Toerclub georganiseerd.<br />
Er zijn routes uitgezet van 30, 75, 100<br />
en 140 km. Het vertrekpunt is Sportpark<br />
'de Woerd', De Woerd 5 in<br />
Driebergen. Voor meer informatie en<br />
voor inschrijven, kunt u terecht op<br />
flanderijn.nl/heuvelrugtocht
FOssIEl UIt EEN<br />
aUtOcratIschE<br />
tIJD<br />
Het schuttersgilde door Jacob Delff
Op 9 oktober 1798 wordt namens het<br />
Uitvoerend Bewind van de Bataafse<br />
Republiek een plakkaat op de poort van<br />
het Goudse stadhuis geprikt. Ingevolge<br />
artikel 53 van de Staatsregeling worden<br />
alle gilden per direct ontbonden. De<br />
begrippen liberté, egalité en fraternité<br />
verhouden zich nu eenmaal niet al te<br />
best met het monopolieprincipe van de<br />
gilden.<br />
Onverbiddelijk onthooft het revolutionaire<br />
sabreerzwaard de gilden met één<br />
zwierige slag. Met deze ongenadige<br />
excommunicatie komt een eind aan een<br />
eeuwenlange gildetraditie. De gevolgen<br />
zijn rampzalig. De Goudse Courant<br />
noteert op 27 september 1863 mistroostig<br />
dat ’onze fabrieken kwijnden<br />
ten gevolge van het verbodsstelsel, pottenbakkerijen<br />
werden afgebroken, en in<br />
de stad kon men op geen haven, gracht<br />
of straat komen, waar men niet treurig<br />
aangedaan werd door de puinhopen<br />
van afgebroken huizen’.<br />
Net als Dordrecht, Haarlem en Leiden is<br />
Gouda representatief voor de ontwikkeling<br />
van de <strong>ambacht</strong>sgilden en de<br />
receptie daarvan in de moderne samenleving.<br />
Vanaf het jaar 1100 ontstaan<br />
samenwerkingsverbanden van kooplieden<br />
die buiten het feodale stelsel<br />
tussen leenheer en leenman blijven.<br />
Deze samenwerkingsverbanden ontwikkelen<br />
zich tot ’gilden’ die, met toestemming<br />
van het plaatselijke stadsbestuur,<br />
beroepsgenoten verenigen om hun<br />
Het gildesysteem in<br />
de Hollandse steden<br />
tussen 1300 en 1872<br />
Harry Veenendaal studeerde Privaat- en<br />
Internationaal recht In Utrecht en deed daarnaast<br />
Geschiedenis der Internationale Betrekkingen.<br />
economische belangen te behartigen.<br />
Over de vroege gilden is weinig bekend.<br />
Afspraken tussen gildegenoten werden<br />
ofwel in een boom gekerfd, of, en<br />
dat is waarschijnlijker, de bronnen zijn<br />
domweg verloren gegaan. Formele op<br />
schrift gestelde statuten worden pas<br />
veel later opgesteld. In Gouda is de<br />
eerste nevelige gildevermelding een<br />
verwijzing uit 1315 naar het Vollersgilde.<br />
In de loop van de veertiende eeuw komt<br />
de ontwikkeling van de gilden in de<br />
meeste Hollandse steden goed op gang.<br />
Veel later dan in Vlaanderen, waar in<br />
de 12e eeuw al steden met grote gilden<br />
ontstaan. Delft krijgt in 1487 het bierbrouwersgilde<br />
en in Haarlem vestigt<br />
zich in 1407 het kramersgilde. Het<br />
aantal actieve gilden in Gouda varieert<br />
in de loop van de tijd. In de zeventiende<br />
eeuw, op het hoogtepunt van de handel<br />
en nijverheid, bestaan 55 <strong>ambacht</strong>sgilden.<br />
De beroepsgroepen variëren<br />
tussen het Goudse pijpenmakersgilde,<br />
de Amsterdamse en Leidse schuitenvoordersgilden,<br />
het glazenmakersgilde,<br />
het grootschippersgilde, het kleermakersgilde,<br />
knoopmakersgilde, kuipersgilde,<br />
manden- en bezemmakersgilde,<br />
schrijnwerkersgilde, smidsgilde, spekslagersgilde,<br />
zak- en tufdragersgilde en<br />
het voerlieden- en slepersgilde.<br />
Deze gilden worden bestuurd door een<br />
statutair gekozen ’deken’, ’ouderman’<br />
of ’waardijn’. Binnen de gilden geldt een<br />
strikte hiërarchie van deken-meesterknecht-leerling.<br />
Nouveau riche<br />
Het bestuur huist doorgaans in het<br />
zogenaamde gildehuis. De rijkdom,<br />
economische macht, status en politieke<br />
invloed van de gilden wordt getoond<br />
door de gildehuizen. Het zijn exuberant<br />
uitgedoste ’sociëteiten’ waar niet alleen<br />
de alledaagse zakelijke beslommeringen<br />
van het gilde worden geregeld.<br />
Ook de feestelijkheden vinden hier<br />
plaats. De plek van het gildehuis wordt<br />
zorgvuldig uitgekozen. Bij voorkeur aan<br />
de markt, het centrum van de macht.<br />
Middeleeuwse voorbeelden zijn de<br />
wereldberoemde Vlaamse gilde huizen<br />
aan de Grote Markt in Brussel en Antwerpen<br />
of aan de Graslei in Gent met<br />
hun typerende laatgotische bouw.<br />
De gilden vormen met hun vermogen<br />
in zekere zin de nouveau riche. En dat<br />
wordt getoond. Om die reden is het<br />
opmerkelijk dat in Noord-Nederland<br />
nauwelijks gildehuizen zijn gebouwd<br />
die vergelijkbaar zijn met de Vlaamse<br />
optrekjes. Een van de weinige bewaarde<br />
gildehuizen staat in Utrecht: het eenvoudige<br />
St. Eloyen Gasthuis uit 1440<br />
waarin tot op de dag van vandaag het<br />
Smedengilde zetelt.<br />
In Gouda zijn helemaal geen gildehuizen<br />
gebouwd. In plaats daarvan<br />
onderhouden de Goudse gilden een<br />
altaar voor hun schutspatroon in de St.<br />
Janskerk. In dit altaar wordt niet alleen<br />
het religieuze gildezilver bewaard, maar<br />
tevens de gildestatuten, rentebrieven<br />
en rekenboeken. Het gezelschaps-
gilden beHartigen<br />
belangen van eigen<br />
ambacHtslieden:<br />
een vakbond<br />
avant la lettre<br />
leven vindt dan ook vooral plaats in de<br />
kroegen op de Markt. De reden voor<br />
het ontbreken van gildehuizen is dat de<br />
Goudse magistratuur de gilden succesvol<br />
weet te beteugelen in hun politieke<br />
ambities. In Utrecht en Dordrecht lukt<br />
het de gilden wel om enige politieke<br />
invloed te bemachtigen, maar dat is<br />
onvergelijkbaar met de macht van de<br />
Vlaamse gilden.<br />
Economische belangen<br />
Primair zijn de gilden gericht op het<br />
behartigen van de economische besognes<br />
van de eigen <strong>ambacht</strong>slieden. Een<br />
vakbond avant la lettre, zo gezegd. De<br />
individuele rijkdom van de gildemeesters<br />
wordt niet zozeer vergaard door<br />
uitbreiding van de eigen werkplaatsen.<br />
Integendeel, er heerst een ’ideaal van<br />
kleinschaligheid’. Uitbreiding vindt<br />
plaats door te investeren in ondernemingen<br />
van medegildeleden. Op die<br />
manier hebben gildeleden de kans een<br />
eigen onderneming te voeren in plaats<br />
van op te gaan in een groter geheel.<br />
Voorwaarde is dat gilden volledig<br />
monopolistisch zijn en zo het aanbod<br />
van werkplaatsen op de vraag kunnen<br />
reguleren. Vreemdelingen en niet-burgers<br />
(poorters), worden niet toegelaten.<br />
Producten van buiten de stad die concurreren<br />
met het gilde, mogen alleen<br />
via het gilde worden aangeboden. Het<br />
zal geen verbazing wekken dat de prijs<br />
daarmee aanzienlijk toeneemt vanwege<br />
de gildetoeslagen.<br />
Het lidmaatschap wordt tevens in<br />
toenemende mate erfelijk. Gilden gaan<br />
prat op de overdracht van traditionele<br />
<strong>ambacht</strong>elijke technieken en<br />
vaardig heden. Het gevolg is dat iedere<br />
technologische verbetering als nieuw-<br />
lichterij wordt beschouwd. Bovendien<br />
worden in tijden van economische<br />
recessie stringente protectionistische<br />
maat regelen genomen om de eigen<br />
handel en nijverheid te beschermen. Op<br />
de lange termijn heeft dit desastreuze<br />
gevolgen omdat geen enkele stad<br />
autarkisch is en de gilden afhankelijk<br />
zijn van de import van grondstoffen.<br />
Gouda importeert bijvoorbeeld graan<br />
uit Schoonhoven voor het kuitbier.<br />
Sociale functie<br />
Lange tijd vervullen de gilden een belangrijke<br />
sociale functie bij gebreke aan<br />
een collectief voorzieningenstelsel.<br />
Moderne vakbonden zoals FNV en<br />
CNV zouden jaloers zijn op het aantal<br />
vakantiedagen dat veel gilden wisten te<br />
realiseren. Gemiddeld genomen hadden<br />
gildeleden tussen de 28 en 30 vakantiedagen<br />
per jaar voor de belangrijkste<br />
religieuze feesten. Daarnaast tussen<br />
de 20 en 30 halve dagen voor minder<br />
belangrijke feesten en nog een aantal<br />
dagen dat gangbaar was binnen het<br />
eigen <strong>ambacht</strong>.<br />
De gilden zijn belast met het organiseren<br />
van banketten, parades en andere<br />
feestelijkheden ter ere van nieuw beedigde<br />
meesters. Daarnaast wordt een<br />
deel van de gildegelden besteed aan<br />
liefdadigheid en aan het onderhouden<br />
van de altaren van de patroonheilige in<br />
de lokale kerk. Een belangrijk onderdeel<br />
van de gildetaak is de zorg voor<br />
de begrafenis wanneer nabestaanden<br />
onbemiddeld zijn.<br />
Veel gilden hanteren een vorm van verzekeringsstelsel.<br />
In Gouda is in de gildebrief<br />
van het kunstenaarsgilde opgenomen<br />
dat een deel van de gilden baten<br />
ten goede komen aan de ’scamele<br />
gildebroeders’. In geval van een calamiteit<br />
kan een gildelid rekenen op de<br />
dekking van bepaalde beroepsrisico’s.<br />
Bijvoorbeeld wanneer een handelaar<br />
zijn koopwaar verliest uit overmacht<br />
of roof, wordt hij geholpen om een<br />
nieuwe start te maken. Ook krijgt de<br />
zoon van een verarmde meester een<br />
gratis opleiding. Gilden acteerden ook<br />
als incassobureau. Als een debiteur uit<br />
een andere stad weigert zijn rekening<br />
te betalen, vordert het gilde de schuld<br />
op ieder willekeurig inwoner uit die stad<br />
namens de gildecrediteur.<br />
Ambachtelijkheid<br />
De werkplaatsen van de gildemeesters<br />
zijn vaak uit efficiëntieoverwegingen bij<br />
elkaar in de buurt gevestigd. Vandaar<br />
NaDElEN VaN hEt GIlDEsystEEm<br />
de nadelen van het gildesysteem gelden vooral voor niet-gildeleden. Het<br />
monopolie leidt tot oneerlijke concurrentie en stagnatie in de technologische<br />
vooruitgang. de lokale markt is volledig afgeschermd voor personen van<br />
buiten de stad en dat leidt regelmatig tot een slechte prijs-prestatieverhouding<br />
waarvan de consument de dupe is. in gouda wordt dat duidelijk als in<br />
de zeventiende eeuw een invoerverbod van messen uit solingen van kracht<br />
wordt. de duitse producten hoeven geen grond stoffen te importeren en<br />
maken gebruik van moderne watermolens om de messen te slijpen. messen<br />
uit solingen zijn daardoor goedkoper en kwalitatief beter dan de goudse<br />
messen die worden geslepen met paardenmolens.
dat in veel steden het straatbeeld nog<br />
herinnert aan de gildentijd. In Gouda<br />
verwijzen de Kuiperstraat, Naaierstraat,<br />
Messenmakersteeg en de Blekerssingel<br />
naar de plaatselijke bedrijvigheid.<br />
Door het erfbaar stellen van het gildelidmaatschap,<br />
komen veel nieuwe kandidaten<br />
uit eigen gelederen. Het gilde<br />
verzorgt de opleiding. Meestal begint<br />
dit al met een vorm van basisonderwijs.<br />
De zonen gaan daarna in het gildetraject<br />
verder. Een soort leer-werktraject.<br />
Ze beginnen als leerling bij een andere<br />
meester dan hun eigen vader.<br />
Vanaf 1500 wordt het ’meesterstuk’<br />
van groot belang. Dit is een proeve van<br />
bekwaamheid. Zo moet de ijzersmid zijn<br />
vaardigheid bewijzen met het maken<br />
van een schotspijkersgat. De slotenmakersproef<br />
bestaat uit het maken van<br />
een ’dubbel kantoorslot’. De tinnegieters<br />
moeten een schotel van drie pond<br />
en een kan op een voet vervaardigen.<br />
De messenmakersproef bestaat tenslotte<br />
uit het slaan van een lemmet uit<br />
een bundel staal. Wordt dit eindexamen<br />
met goed gevolg afgelegd, dan wordt<br />
de leerling aangesteld als knaap op<br />
gezel. Pas als ze genoeg geld hebben<br />
voor een eigen werkplaats, wordt de<br />
meestertitel verleend.<br />
Onder het motto ’hoe heurt het<br />
eigenlijk’ stelden de gilden duidelijke<br />
reglementen op waaraan de leden<br />
zich dienden te houden. Het betreft<br />
vereisten waaraan het product moet<br />
voldoen, de prijs, kwaliteit, de traditionele<br />
productiemethoden en natuurlijk<br />
het aantal personen dat toestemming<br />
krijgt om het beroep uit te oefenen. Dit<br />
quotum betreft het aantal leerlingen<br />
dat tot het leer-werktraject wordt toegelaten<br />
alsook als het aantal gezellen<br />
dat na aflevering van de meesterproef<br />
toestemming krijgt om als zelfstandig<br />
neringdoende werkzaam te zijn.<br />
Bloei, faillissement en doorstart<br />
De opstand van de Republiek in 1568<br />
tegen Spanje heeft een majeure<br />
invloed op de ontwikkeling van de<br />
gilden gehad. In april 1573 besluiten<br />
de Staten van Holland een verbod uit<br />
te vaardigen op de rooms-katholieke<br />
eredienst. De altaardiensten verdwijnen<br />
hiermee voorgoed. Het stadsbestuur<br />
ziet haar kans schoon en onteigent<br />
in 1575 alle bezittingen van de gilden.<br />
Veel <strong>ambacht</strong>s gilden blijven echter<br />
gewoon bestaan. Het enige verschil is<br />
dat zij door dit sterke staaltje eenzijdige<br />
bestuursmacht nog nadrukkelijker<br />
onder de invloed van de stadsmagistratuur<br />
staan. De ’gouden eeuw’ die in de<br />
zeventiende eeuw volgt, leidt ook voor<br />
de gilden tot een enorme bloeiperiode.<br />
Aan het einde van de achttiende eeuw<br />
roepen echter de patriotten samen met<br />
een Napoleontisch leger de Bataafse<br />
Republiek (1795 – 1801) uit.<br />
De gilden zijn in hun optiek een bète<br />
noire: een fossiel uit een autocratische<br />
tijd. Dit leidt tot het gildeverbod van<br />
9 oktober 1798.<br />
Ook het besluit om aan de zelfstandige<br />
positie van gemeenten, traditioneel<br />
de bakermat van de gilden, een eind<br />
te maken vormt een breekpunt voor<br />
de gilden. De republikeinse heilstaat is<br />
geen lang leven beschoren. Na in 1813<br />
te zijn verslagen moet Napoleon zijn<br />
zonden overdenken op het eiland Elba.<br />
De periode, die bekend staat als de<br />
’Restauratie’, valt en Nederland wordt<br />
het ’Vorstendom der Nederlanden’<br />
onder Koning Willem I. Maar het gildeverbod<br />
blijft onverminderd van kracht.<br />
Sterker nog, een zogenaamd coalitieverbod<br />
wordt ingevoerd. Aan arbeiders<br />
en patroons werd het stakingsrecht en<br />
recht op vereniging ontzegd. De definitieve<br />
afschaffing van de <strong>ambacht</strong>sgilden<br />
vindt bij koninklijk besluit plaats<br />
op 26 juli 1820.<br />
De rest is geschiedenis. Rond 1850<br />
komt in Nederland de industriële<br />
revolutie op gang. De onvoorstelbare<br />
technologische vooruitgang gaat<br />
vaak gepaard met erbarmelijke leef-<br />
en werkomstandigheden voor de<br />
arbeiders. Die zijn bij gebrek aan de<br />
regulerende werking van de gilden<br />
niet in staat een collectieve vuist te<br />
maken. Mede daardoor ontstaat een<br />
groeiende arbeidersbeweging, gevoed<br />
door het socialistische gedachtegoed.<br />
De druk op de overheid en werkgevers<br />
wordt uiteindelijk zo groot, dat in 1872<br />
het coalitieverbod wordt afgeschaft.<br />
Hierdoor is de weg vrij voor de arbeiders<br />
om zich te organiseren. Met enige<br />
voorzichtigheid kan worden geconcludeerd<br />
dat de teloorgang van de gilden<br />
de aanzet was voor de opkomst van de<br />
moderne vakverenigingen en product-<br />
en bedrijfsschappen.
Arij Flanderijn, oud-gerechtsdeurwaarder<br />
zO<br />
VaDEr<br />
Hans: ”Om eerlijk te zijn heb ik lange tijd nauwelijks weet<br />
gehad van wat een deurwaarder zoal deed, dus het succes<br />
van mijn vader was zeker geen drijfveer. Ik ben lang zoekende<br />
geweest naar het juiste carrièrepad, dat wel. Kapitein op een<br />
zeeschip leek me wel wat. Dat is het dus niet geworden, al sta<br />
ik nu bij Flanderijn in zekere zin ook op de brug.”<br />
Arij: ”Hans kwam op een nogal ongelukkig moment uit<br />
militaire dienst, waardoor er niet direct aansluiting was op<br />
een vervolgopleiding. Omdat ik vond dat nietsdoen geen<br />
optie was, heb ik gezegd: waarom draai je niet een tijdje mee<br />
totdat je ergens aansluiting vindt?”<br />
Hans: ”Ik heb het op kantoor van het begin af aan bijzonder<br />
naar mijn zin gehad. Het werk paste me en toen er enige<br />
maanden waren verstreken heb ik aan mijn huidige<br />
compagnon maar toen nog mijn baas Tom van Eck gevraagd<br />
of ik mocht blijven. Daarnaast ben ik in de avonduren mijn<br />
vervolgopleiding gaan volgen. Een keuze door toeval, maar<br />
achteraf gezien een gelukkige keuze.”<br />
Arij: ”Ik ben nogal consequent geweest bij mijn defungeren.<br />
Als je het ambt verlaat, jouw positie ter beschikking van<br />
anderen stelt, moet je hen niet voor de voeten lopen. Als er<br />
een beroep op mij wordt gedaan geef ik antwoord maar uit<br />
Flanderijn-directielid Hans Flanderijn is de<br />
zoon van Flanderijn-oprichter Arij Flanderijn.<br />
Heeft hem dat beïnvloed in zijn keuze voor het vak?<br />
Zit de liefde voor het vak in de genen?
Is het ambt van gerechtsdeurwaarder<br />
ook een <strong>ambacht</strong>?<br />
Hans Flanderijn, gerechtsdeurwaarder<br />
zO<br />
zOON<br />
mijzelf bemoei ik me nergens mee. Ik ben bovendien al<br />
ruimschoots tien jaar uit het vak en voel me allesbehalve<br />
geroepen over alles nog een oordeel te hebben. Sic transit<br />
gloria mundi, zeg ik altijd maar.”<br />
Hans: ”Als we over het vak praten dan gaat het meestal over<br />
het verleden. Het is leerzaam om met iemand te spreken die<br />
lange tijd voorzitter van de beroepsorganisatie is geweest in<br />
een nogal cruciale fase.”<br />
Arij: ”Wat dat <strong>ambacht</strong>elijke betreft: dat doet mij denken aan<br />
iemand die met zijn handen en verstand een bepaald werkstuk<br />
tot stand brengt. Dat doet een gerechtsdeur waarder<br />
niet. Maar hij moet wel deskundig zijn, kennis hebben van<br />
actuele wetgeving, literatuur en jurisprudentie. Alleen dan<br />
kan hij op niveau acteren – iets wat je van een <strong>ambacht</strong>sman<br />
ook verwacht.”<br />
Hans: ”Dat is wat mij betreft dé meerwaarde van de gerechtsdeur<br />
waarder. Je kunt heel veel automatiseren, maar als het<br />
aankomt op het opstellen en betekenen van een dagvaarding<br />
en het uitvoeren van de procedure kom je toch bij een<br />
vakman of –vrouw uit. Het is niet voor niets dat veel opdrachtgevers<br />
ons voor het gehele incassotraject inschakelen.”
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening<br />
door Eerste Kamer<br />
Op 7 februari heeft de Eerste Kamer<br />
de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening<br />
aangenomen. Deze wet regelt<br />
dat gemeenten verplicht beleid moeten<br />
maken voor schuldhulpverlening.<br />
Nu zijn gemeenten daarvoor nog niet<br />
verantwoordelijk. Het is een zogenaamde<br />
kaderwet: gemeenten worden<br />
verplicht schuldhulpverlening aan<br />
te bieden, maar mogen zelf de vorm<br />
bepalen. Helaas stelt de wet geen minimum<br />
kwaliteitseisen.<br />
Een belangrijk onderdeel van de wet<br />
is het brede wettelijke moratorium,<br />
ook wel de ’incassostop’ genoemd.<br />
Kort door de bocht houdt dit in dat<br />
alle incassomaatregelen bevroren<br />
moeten worden op het moment<br />
dat een schuldenaar zich meldt<br />
voor schuldhulpverlening. Voor de<br />
gemeenten was dit een voorwaarde<br />
voor medewerking aan de wet;<br />
schuldeisers, gerechtsdeurwaarders<br />
maar ook schuldhulpverleners<br />
zelf hadden belangrijke bezwaren.<br />
Desondanks zijn de Tweede en<br />
Eerste Kamer akkoord gegaan met<br />
het opnemen van de ’incassostop’ in<br />
de wet, zij het dat de voorwaarden<br />
waaronder die kan worden<br />
aangevraagd zijn aangepast.<br />
Hoe dan ook: vrijwillige afspraken<br />
tussen schuldeisers en schuldhulpverlening<br />
houden de voorkeur. Aan de<br />
basis daarvan ligt een goede uitwisseling<br />
van gegevens tussen gerechtsdeurwaarders<br />
en schuldhulpverleners.<br />
Zo kunnen onnodige kosten worden<br />
voorkomen, zowel voor de schuldenaar<br />
en de schuldeiser. Aan de uitwisseling<br />
wordt inmiddels hard gewerkt.<br />
Michel van Leeuwen,<br />
directielid Flanderijn<br />
kijk voor meer informatie op:<br />
www.flanderijn.nl/nieuws<br />
GOED rEcht<br />
bijvoorkeur<br />
vrijwillige<br />
afspraken
Klok van Petit Fritsen<br />
petit-fritsen.nl<br />
Viool van vioolbouwer<br />
Contrada Musica<br />
contradamusica.nl<br />
Horloge van Fromanteel<br />
fromanteel.nl<br />
Ring van Bibi van der Velden<br />
bibivandervelden.com<br />
mIJN&DIJN<br />
ambacHt<br />
Zadel van Daaleman<br />
daaleman.nl<br />
Taart van<br />
patisserie Pompadour<br />
patisseriepompadour.com<br />
Texels bier<br />
speciaalbier.com
Oude, <strong>ambacht</strong>elijke waarden als beroepstrots<br />
en maatschappelijke verantwoordelijkheid zijn in veel<br />
beroepsgroepen ondergesneeuwd geraakt, zegt<br />
advocate Erica Schruer. Dat is jammer, omdat<br />
juist deze waarden een belangrijke bijdrage kunnen<br />
leveren aan het functioneren van een<br />
beroepsgroep – deurwaarders niet uitgezonderd.<br />
DE<br />
tErUGkEEr<br />
VaN<br />
bErOEpsEEr
de vaardigHeid,<br />
de kunde, dat is een<br />
Heel belangrijk<br />
onderdeel van<br />
een ambacHt:<br />
je werk goed doen<br />
U was indertijd lid van de Commissie<br />
Evaluatie Koninklijke Beroepsorganisatie<br />
van Gerechtsdeurwaarders.<br />
Deze commissie heeft in het rapport<br />
’Noblesse oblige’ (scan de QR-code,<br />
onderaan deze pagina voor een pdf van<br />
het volledige rapport) destijds kritiek<br />
geuit op de beroepsorganisatie van<br />
gerechtsdeurwaarders KBvG: deze zou<br />
te weinig het ’gildegevoel’ bevorderen”.<br />
Meer recent hebt u tevens gepleit voor<br />
een meer <strong>ambacht</strong>elijke benadering in<br />
de schuldhulpverlening. Kunt u uitleggen<br />
wat u verstaat onder zo’n ’<strong>ambacht</strong>elijke<br />
benadering’ en het bijbehorende<br />
’gildegevoel’?<br />
”Die <strong>ambacht</strong>elijkheid komt wat mij<br />
betreft vooral tot uitdrukking in een<br />
bepaald verantwoordelijkheidsgevoel,<br />
een zekere beroepseer. Die beroepseer<br />
grijpt historisch terug op de gilden, en<br />
was in feite tweeledig. Ten eerste was<br />
er natuurlijk de vaardigheid, de kunde,<br />
van de beroepsgroep. Dat is een heel<br />
belangrijk onderdeel van een <strong>ambacht</strong>:<br />
je werk goed doen. Vakmanschap is<br />
meesterschap. Daarnaast bracht die<br />
vaardigheid ook een bepaalde verantwoordelijkheid<br />
met zich mee: een<br />
bereidheid om te participeren in het<br />
maatschappelijk debat, en ook daarin<br />
eer te stellen.”<br />
Daarvan was in het verleden dus te<br />
weinig sprake bij de deurwaarders?<br />
”Ja. Ik – en ik was niet de enige – vond<br />
dat die waarden wat ondergesneeuwd<br />
waren geraakt onder meer door de<br />
invoering van de marktwerking en<br />
de daarmee gepaard gaande verharding.<br />
Deels was dat wel verklaarbaar:<br />
de KBvG was een vrij jonge publiekrechtelijke<br />
beroepsorganisatie die nog<br />
niet over de ervaring en statuur beschikte<br />
om publiekelijk van zich te doen<br />
spreken. De aandacht ging nog vooral<br />
uit naar manieren om een debiteur<br />
zo snel mogelijk zo veel mogelijk te<br />
laten be talen, zonder dat er veel werd<br />
nagedacht over de vraag wat de juiste<br />
manier was om een debiteur te bejegenen<br />
in het licht van het feit dat de deurwaarder<br />
een openbaar ambtenaar is,<br />
bekleed met zeer vergaande bevoegdheden.<br />
Het imago van de deurwaarder
was dan ook niet altijd even gunstig.<br />
Als ik het even extreem mag stellen<br />
keek de modale Nederlander naar de<br />
deurwaarder op dezelfde manier als<br />
naar de apotheker: iemand die de halve<br />
werkweek op de golfbaan staat, terwijl<br />
de hulptroepen de inkomsten genereren<br />
die die manier van leven in stand<br />
moeten houden.”<br />
Dat is nu veranderd?<br />
”Zeker. Mijn kritiek stamt uit de periode<br />
voor het eerste departementale<br />
evaluatierapport over de KBvG. In die<br />
periode kreeg de beroepsorganisatie<br />
regelmatig uitnodigingen om een visie<br />
te geven op nieuwe wetsvoorstellen,<br />
en dat kwam er dan gewoonweg niet<br />
van. Inmiddels staat de KBvG daar heel<br />
anders in: de KBvG is een serieuze<br />
partij aan tafel. En dat niet alleen op<br />
uitnodiging, er wordt ook proactief<br />
commentaar geleverd als er zaken in<br />
incassoland niet goed lopen.”<br />
U bent zelf actief als advocaat. Vindt u<br />
dat het gildegevoel, die <strong>ambacht</strong>elijke<br />
benadering, in uw beroepsgroep méér<br />
aanwezig is?<br />
”Advocaten en notarissen hebben<br />
inderdaad veel meer ervaring in het<br />
participeren in het maatschappelijk<br />
debat. Zij weten al langer dat ze er<br />
niet mee wegkomen als ze alleen maar<br />
optreden als vakorganisatie van een<br />
beroepsgroep. Dat vertaalt zich in de<br />
advocatuur niet alleen in disciplinair<br />
toezicht, maar ook in actieve bemoeienis<br />
met de gang van zaken op kantoor<br />
in de vorm van conformiteitsverklaringen<br />
die ingediend dienen te worden<br />
om aan te geven dat de zaken onder<br />
controle zijn.” Dat is geen volstrekte<br />
garantie dat een kantoor in ieder opzicht<br />
naar behoren functioneert maar<br />
het vormt wel een belangrijke borging<br />
van de inrichting van het kantoor en<br />
een aangrijpingspunt om als toezichthouder<br />
maatregelen te treffen in geval<br />
van (dreigende) ontsporing.<br />
Laten we even een klein zijstapje<br />
maken naar de schuldhulpverlening –<br />
waar uw naam toch het meest bekend<br />
is. Dat is een veel minder gereguleerd<br />
veld: er bestaat bijvoorbeeld geen PBO<br />
voor schuldhulpverleners. Zouden daar<br />
nog dingen te verbeteren zijn in termen<br />
van <strong>ambacht</strong>elijkheid?<br />
”In de schuldhulpverlening moeten<br />
nog enorme verbeterslagen gemaakt<br />
worden. Er zijn nog teveel instanties die<br />
geen omschreven kwaliteitsstandaard<br />
hanteren voor de omgang met debiteuren,<br />
crediteuren en incassospecialisten.<br />
De noodzakelijke kwaliteitsverbetering<br />
wordt bemoeilijkt door het feit dat er<br />
nog geen eigen wetgeving bestaat voor<br />
de schuldhulpverlening. Die is wel in de<br />
de wet gemeentelijke<br />
schuldhulpverlening dreigt<br />
een sigarendoos zonder<br />
sigaren te worden.<br />
maak – de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening<br />
– maar die wet dreigt een<br />
sigarendoos zonder sigaren te worden;<br />
inhoudelijk moet alles daarna via<br />
AMvB’s worden ingebracht. Er liggen<br />
wel amendementen om dat te verbeteren,<br />
maar bij het huidige kabinet heeft<br />
schuldhulpverlening helaas niet de<br />
aandacht die deze zou moeten hebben<br />
in het licht van de huidige economische<br />
situatie.”<br />
Wat kan binnen de schuldhulpverlening<br />
bijdragen aan meer <strong>ambacht</strong>elijkheid<br />
en gildegevoel?<br />
”Bovenaan staat voor mij een codificatie<br />
van hoe je schuldhulpverlening<br />
aanpakt, vergelijkbaar met de verordeningen<br />
die advocaten en deurwaarders<br />
op hun terrein hebben. Die codificatie<br />
moet zich dan richten op de vaardigheden<br />
(kennis plus praktijkervaring)<br />
die de schuldhulpverleners moeten<br />
beheersen en hoe die op peil gehouden<br />
moeten worden. Maar ook: hoe ga je op<br />
een correcte manier om met zowel de<br />
debiteur als de incassogemachtigde?<br />
Hoe zorg je ervoor dat er op uniforme<br />
wijze draagkracht wordt berekend en<br />
aanbiedingen worden gedaan? En tot<br />
slot: welke rol neemt de schuldhulpverlening<br />
in het maatschappelijk debat?<br />
Een beroepsgroep als schuldhulpverlening<br />
zou zich wat mij betreft veel<br />
structureler moeten bemoeien met<br />
nieuwe regelgeving en maatschappelijke<br />
aardverschuivingen, zoals de huidige<br />
hypothecaire crisis. De NVVK doet haar<br />
best maar vertegenwoordigt niet de<br />
gehele branche. In de schuldhulpverlening<br />
ontbreekt de beroepstrots en dat<br />
is op zichzelf niet zo vreemd: je moet<br />
wel iets te bieden hebben, wil je ervan<br />
overtuigd zijn iets te bieden te hebben.”
Igor Penders,<br />
Hoofd Cash Management bij<br />
Van Gansewinkel Groep.<br />
”Van Gansewinkel Groep is een grote<br />
naam in afvaldienstverlening. Recycling<br />
en het terugwinnen van grondstoffen<br />
zijn de speerpunten van onze strategie.<br />
We bedienen zo’n 200.000 klanten en<br />
zetten circa 1,2 miljard euro per jaar<br />
om. Van Gansewinkel is de vaste<br />
partner van tal van kleine horecaondernemers,<br />
maar ook van multinationals<br />
en overheden. Wat het debiteurenbeheer<br />
betreft gaat de meeste aandacht<br />
uit naar de middelgrote klanten.<br />
Ontstaan daar betalingsproblemen, dan<br />
is de eerste stap: uitsluiten dat de klant<br />
een gegronde reden heeft om niet te<br />
betalen. Hebben we daarover zekerheid,<br />
dan gaan we een strikt aan -<br />
maningstraject in. We sturen een<br />
herinnering, een aanmaning en een<br />
laatste sommatie, en voor zover de<br />
capaciteit het toelaat nemen we<br />
tussendoor telefonisch contact op. Pas<br />
dan geven we de vordering uit handen.<br />
De contacten met Flanderijn stammen<br />
uit 2006 toen onze investeerders AVR<br />
overnamen. Wat ik prettig vind aan de<br />
samenwerking is dat ze goed aanvoelen<br />
wat voor soort bedrijf wij zijn: groot en<br />
professioneel, maar in de genen nog<br />
steeds een familiebedrijf met eigen<br />
normen en waarden. Dat vertalen zij in<br />
een prettige, correcte omgang met<br />
onze debiteuren.”<br />
manager<br />
portret<br />
igor<br />
penders<br />
wat ik prettig vind aan<br />
de samenwerking is dat ze<br />
goed aanvoelen wat<br />
voor soort bedrijf wij zijn:<br />
groot en professioneel,<br />
maar in de genen nog<br />
steeds een familiebedrijf<br />
met eigen normen<br />
en waarden.
’JammEr<br />
allEEN Dat<br />
Ik zElF<br />
NaUwElIJks aaN<br />
zEIlEN tOEkOm’<br />
Ten tijde van VOC en handelsvaart<br />
was de zeilmakerij een economische sector<br />
van betekenis. Er is nog steeds een<br />
goede boterham in te verdienen – dankzij<br />
de sport- en pleziervaart.
Het <strong>ambacht</strong> van zeilmaker vervulde<br />
vanaf de zestiende tot halverwege de<br />
negentiende eeuw een belangrijke<br />
functie in de Nederlandse economie.<br />
Toen bevoeren de zeilschepen van onze<br />
handelsmaatschappijen de wereldzeeën,<br />
vaak ondersteund door een machtige<br />
vloot oorlogsbodems. Tegenwoordig<br />
staat de zeilmakerij geheel in het teken<br />
van de sport- en pleziervaart.<br />
Een klassieke, historische roman uit de<br />
Nederlandse literatuur is Het fregatschip<br />
Johanna Maria van Arthur van<br />
Schendel uit 1930. Het verhaal speelt<br />
zich af omstreeks het midden van de<br />
negentiende eeuw. Hoofdpersoon is de<br />
zeilmaker Jacob Brouwer die aanmonstert<br />
op de Johanna Maria. Hij wordt<br />
letterlijk op het fregatschip verliefd. Met<br />
elke tocht klimt hij op in de hiërarchie<br />
tot de rang van kapitein. Uiteindelijk<br />
wordt hij als oudere man zelfs eigenaar<br />
van de Johanna Maria. Maar uitgerekend<br />
op dat moment stapt de zeevaart<br />
massaal over op stoomboten en is<br />
Brouwers liefdevolle verovering van het<br />
schip vergeefs.<br />
Zo’n dramatisch verloop kent de<br />
carrière van Ruben Hoekstra niet.<br />
Integendeel, hij verruilde twee jaar<br />
geleden een bestaan als zeilbotenverhuurder<br />
in Lemmer juist voor het vak<br />
van zeilmaker. Als verhuurder, vond hij,<br />
was zijn inkomen te zeer gebonden aan<br />
het seizoen dat loopt van april tot aan<br />
september. Dan is het druk varen<br />
rondom Lemmer, dat is gelegen in de<br />
zuidoostelijke punt van Friesland. Het is<br />
een ideaal watersportgebied aan het<br />
IJsselmeer met toegang tot het Groote<br />
Brekken en het Tjeukemeer. Wordt met<br />
de boten uitsluitend gevaren in het<br />
zomerseizoen, het werk eraan vindt het<br />
hele jaar door plaats. Daarom besloot<br />
Hoekstra samen met zijn compaan Bas<br />
van Vulpen zeilmakerij Maritiem Sails<br />
een nieuwe impuls te geven.<br />
Maatwerk<br />
Inmiddels heeft het bedrijf zeven<br />
mensen in dienst van wie er drie<br />
parttime werken. Anders dan je<br />
misschien zou verwachten is Maritiem<br />
Sails niet gevestigd aan de pittoreske<br />
haven van Lemmer, maar op een<br />
bedrijventerrein met een vestiging van<br />
bouwmarkt Karwei als stralend middelpunt.<br />
Niet de meest romantische<br />
omgeving misschien voor een <strong>ambacht</strong>elijke<br />
zeilmaker, maar dat hoeft ook<br />
niet per se, aldus Hoekstra. ”Natuurlijk,<br />
een plek aan de haven zou mooi zijn,<br />
alleen moet je daar maar net een<br />
geschikte ruimte kunnen vinden.<br />
Bovendien doet de locatie er voor ons<br />
niet zoveel toe. Wij gaan doorgaans juist<br />
naar onze klanten toe en die zitten in<br />
het hele land - tot Zeeland aan toe. Het<br />
gaat daarbij zowel om particulieren als<br />
verhuurbedrijven. Voor elke opdracht<br />
bezoeken we onze opdrachtgevers<br />
doorgaans wel drie keer. Want het is<br />
allemaal maatwerk: een zeil, een buiskap<br />
voor het achterplecht van een motorboot,<br />
een afdekkleed voor een sloep,<br />
een rolfokhoes of een maindropsysteem<br />
waar fok- en grootzeil eenvoudig mee<br />
kunnen worden opgeborgen. Elke boot is<br />
nu eenmaal anders en elke klant heeft<br />
zijn eigen specifieke wensen.”<br />
Dubbelnaaldssteek<br />
Hoekstra leerde het handwerk van<br />
zeilmaker in de praktijk. Als verhuurder<br />
en zeiler beschikte hij natuurlijk al over<br />
de nodige kennis van zaken. Inmiddels<br />
is hij volleerd in alle aspecten van het<br />
vak. De productie begint bij de verschillende<br />
stukken folie die midden op de<br />
vloer van de loods liggen. Daarop zijn<br />
met de hand de omtrekken van een<br />
buiskap getekend voor de nieuwe<br />
overkapping van een motorboot.<br />
Hoekstra: ”Dat zijn de modellen<br />
waarmee we de stof op maat knippen.<br />
Doorgaans worden de verschillende<br />
onderdelen gewoon met de schaar<br />
geknipt op de snijtafel. Voor standaardmodellen<br />
kan de snijmachine via de<br />
computer worden aangestuurd. Maar<br />
meestal gaat het om unieke ontwerpen<br />
die handmatig worden afgewerkt. Nadat<br />
de verschillende onderdelen zijn<br />
geknipt, worden ze aan elkaar genaaid.”<br />
Daarvoor staat aan de linkerkant van de<br />
loods een indrukwekkende batterij<br />
naaimachines opgesteld. Het zijn<br />
bijzonder sterke industriële apparaten<br />
die werken op krachtstroom.<br />
”Vroeger was de stof voornamelijk van<br />
katoen, nu werken we met canvas”, licht<br />
Hoekstra toe. ”Dat gaat veel langer mee<br />
- tot wel twintig jaar, terwijl katoen het<br />
misschien tien jaar uithoudt. Bovendien<br />
is canvas gegarandeerd waterdicht.<br />
Katoen wordt nog wel gebruikt als<br />
garen bij het stikken van de verschillende<br />
onderdelen en bijvoorbeeld rond<br />
de plastic ramen van een overkapping.<br />
Daarvoor wordt een dubbelnaaldssteek<br />
gebruikt. Net als voor een rits. Het<br />
garen bestaat voor ongeveer de helft<br />
uit katoen. Dat zet namelijk uit als het<br />
vochtig wordt. Juist daardoor blijft een<br />
kuipafdekking of de buiskap van een<br />
motorboot waterdicht.”<br />
De aluminium buizen worden eveneens<br />
op maat gebogen. Hoekstra: ”Bij het<br />
tweede bezoek aan de klant wordt het<br />
frame op proef gemonteerd en nog<br />
eventueel aangepast. Bij het derde<br />
bezoek brengen we het geheel met kap<br />
en al definitief aan, inclusief het beslag<br />
- de bevestiging met drukknopen aan de<br />
randen van de boord en de kajuit.”<br />
Hongkong<br />
Voor het ontwerpen van zeilen gaat het<br />
er enigszins anders aan toe. De maten<br />
van de verschillende zeilsoorten als<br />
spinaker of grootzeil worden van de<br />
tekening op de computer ingevoerd.<br />
Dat is noodzakelijk omdat de zeilen<br />
worden geleverd door een grote<br />
zeilmaker in Hongkong, die wel 25.000<br />
zeilen per jaar produceert.<br />
De bestellingen variëren van een Valkje<br />
met één zeil van 400 euro tot een jacht<br />
van vijfentwintig meter met vier zeilen,<br />
wat kan oplopen tot 20.000 euro. ”Van<br />
groot tot klein, ook hier is het vrijwel<br />
allemaal maatwerk”, vertelt Hoekstra.<br />
”Vaak hebben we nog tot op het laatste<br />
moment via de mail of telefoon of chat<br />
overleg met de fabrikant over het<br />
ontwerp - de verschillende tijdzones<br />
sluiten net op elkaar aan. Als het hier<br />
ochtend is, is het daar einde middag. En<br />
omgekeerd. Meestal hebben de leveringen<br />
voor nieuwe zeilen wat minder<br />
haast. Veelal komen de opdrachten<br />
buiten het seizoen als er niet wordt<br />
gevaren. De zeilen worden geheel<br />
afgestemd op de specifieke wensen van<br />
de zeiler. Is het een toerzeiler, een meer<br />
sportieve zeiler of een echte wedstrijdzeiler<br />
- dat verschilt nogal.”<br />
Hoekstra is vaak bij zijn klanten op<br />
bezoek. Maar hij probeert toch zo’n<br />
twee à drie dagen per week zelf in de<br />
werkplaats mee te helpen; in elke fase<br />
van het productieproces, om het<br />
<strong>ambacht</strong>elijk handwerk op peil te<br />
houden. En hij mag dan veelvuldig op<br />
schepen te vinden zijn: zelf komt hij<br />
nauwelijks aan zeilen toe, terwijl hij in<br />
de haven van Lemmer toch twee boten<br />
heeft liggen. ”Dat is jammer. In de zomer<br />
zijn we veel te druk met reparaties. Ik<br />
heb alleen vakantie rond de Kerstdagen.<br />
Maar juist dan kan er niet worden<br />
gezeild.”
Eind vorig jaar diende<br />
Tweede Kamerlid Boris van der Ham<br />
van D66 met collega Jack Biskop (CDA)<br />
een motie in waarin hij pleitte om de<br />
meestertitel voor excellente<br />
<strong>ambacht</strong>slieden opnieuw in te voeren.<br />
bEkwaam mEt<br />
JE haNDEN
”Het gaat om<br />
de bekroning van<br />
uitzonderlijk<br />
goed werk, dat<br />
als zodanig door<br />
vakgenoten<br />
wordt<br />
onderkend.”<br />
Herinvoering van de meestertitel<br />
onderstreept het aanzien en belang<br />
van het vaak specialistische vakmanschap,<br />
vindt Boris van der Ham. ”Een<br />
dergelijke titel werkt onderscheidend,<br />
wat professionals als patissiers, stoffeerders,<br />
horloge makers of instrumentenbouwers<br />
stimuleert zich te blijven<br />
ontwikkelen. Meester-<strong>ambacht</strong>slieden<br />
vervullen bovendien een voorbeeldfunctie<br />
voor anderen om zich in het vak<br />
te bekwamen. Het zijn de ambassadeurs<br />
van hun specifieke <strong>ambacht</strong>.”<br />
Het is niet verwonderlijk dat uitgerekend<br />
een D66-politicus met dit voorstel<br />
komt. Tenslotte maakt deze partij<br />
zich het meest sterk voor onderwijs,<br />
al lag daarbij vaak het accent op de<br />
ontwikkeling van de kenniseconomie.<br />
De herinvoering van de meestertitel<br />
legt ineens een wat ander accent: Van<br />
der Ham maakt zich inmiddels hard<br />
voor goed onderwijs op alle niveaus.<br />
Want terwijl de kwaliteit van het hoger<br />
onderwijs in het geding is door de<br />
enorme toestroom van studenten, lijkt<br />
het onderwijs voor vaklieden lichtelijk<br />
verwaarloosd.<br />
Van der Ham wil niet spreken van een<br />
omslag, wel van een meer evenwichtige<br />
benadering. ”In internationale<br />
onderzoeken scoort het Nederlands<br />
onderwijs heel goed wat betreft de<br />
gemiddelde resultaten. Maar zowel wat<br />
betreft de intellectuele top als uitblinkend<br />
vakwerk presteren we minder.<br />
Echt begaafde leerlingen kunnen we<br />
moeilijk begeleiden, maar dat geldt óók<br />
voor leerlingen die bekwaam zijn met<br />
hun handen. Bij het vmbo is de uitval<br />
onevenredig groot. Met de invoering<br />
van de meestertitel doe je daar natuurlijk<br />
niet direct wat aan, maar we willen<br />
wel duidelijk maken dat ook <strong>ambacht</strong>slieden<br />
binnen hun vakgebied de absolute<br />
top kunnen bereiken. Dat streven,<br />
die ambitie van vaklui willen we met de<br />
meestertitel daadwerkelijk inhoud geven,<br />
een cum laude voor vakwerk. Het gaat<br />
om de bekroning van uitzonderlijk goed<br />
werk, dat als zodanig door vak genoten<br />
wordt onderkend. Bijvoorbeeld door<br />
middel van een meesterproef, zoals dat<br />
in Duitsland en Frankrijk nog steeds<br />
staande praktijk is.”
Zeker in Duitsland staan <strong>ambacht</strong>slieden<br />
in hoog aanzien, vooral waar het<br />
technische vaardigheden betreft. Goed<br />
voorbeeld is het hoge niveau waarop<br />
daar speelgoed wordt vervaardigd,<br />
zoals de modeltreinen van Märklin en<br />
Fleischmann die internationaal aanzien<br />
genieten. Hetzelfde geldt voor de werkplaatsen<br />
waar poppen en teddyberen<br />
worden gemaakt en gerepareerd.<br />
Ieder z’n vak<br />
Van der Ham kwam op het idee tijdens<br />
de Nacht van het Ambacht, waar hij<br />
onder de indruk raakte van het verhaal<br />
van meesterpatissier Rudolph<br />
van Veen, één van de sprekers. Het<br />
evenement vormde onderdeel van<br />
de campagne ’Ieder z’n vak’, georganiseerd<br />
door het Hoofdbedrijfsschap<br />
Ambachten (HBA). De brancheorganisatie<br />
startte deze zomer een campagne<br />
om het belang van het <strong>ambacht</strong><br />
beter voor het voetlicht te brengen.<br />
Ambachtslieden konden daarbij zelf<br />
posters maken voor hun vak door<br />
te variëren op het thema ’Zonder<br />
mij geen feest’, voor banketbakkers<br />
of ’Zonder mij geen focus’, voor<br />
opticiens. Met deze campagne gaat<br />
het er vooral om de waardering voor<br />
ambach telijke beroepen te bevorderen.<br />
Terecht, volgens Van der Ham, want<br />
het zijn vaak gedreven vakmensen,<br />
gepas sioneerd en kundig. Daarnaast<br />
vertegenwoordigen <strong>ambacht</strong>s lieden<br />
een aanzienlijk economisch belang. In<br />
de <strong>ambacht</strong>elijke beroepssector zijn<br />
ruim één miljoen mensen werkzaam in<br />
250.000 veelal kleine ondernemingen<br />
met een gezamenlijke omzet van 110<br />
miljard euro. Meer waardering voor<br />
ambach telijke beroepen is niet alleen<br />
een vakinhoudelijke kwestie, maar<br />
ook leerlingen die later<br />
meer met hun handen<br />
gaan werken, moeten een<br />
minimum aan cognitieve<br />
vaardigheden opdoen.<br />
ook dringend noodzakelijk, aldus het<br />
Hoofdbedrijfschap Ambachten, één<br />
van de brancheorganisaties. Tot 2020<br />
moeten ongeveer 250.000 nieuwe<br />
vakmensen het vertrek van gepensioneerde<br />
krachten compenseren. Om die<br />
uitstroom op te vangen, moet volgens<br />
het HBA het onderwijs deels anders<br />
worden ingericht. Te beginnen op de<br />
basisschool, dat te zeer op het<br />
vakmanscHap<br />
is passie<br />
en emotie<br />
verwerven van cognitieve vaardigheden<br />
zou zijn gericht.<br />
Van der Ham is voorstander van maatwerk<br />
voor elke leerling, maar pleit ook<br />
voor het hooghouden van leervakken:<br />
”Ook leerlingen die later meer met<br />
hun handen gaan werken, moeten een<br />
minimum aan cognitieve vaardigheden<br />
opdoen. Dat geldt net zo goed voor<br />
de vervolgopleidingen. Een woordje<br />
Engels of Duits spreken is belangrijk<br />
voor de export. Je talen spreken, een<br />
foutloze sollicitatiebrief schrijven<br />
en kunnen boekhouden is ook voor<br />
<strong>ambacht</strong>s lieden van belang. Iedereen<br />
profiteert van een zo breed mogelijke<br />
opleiding. Maar er moet inderdaad wel<br />
meer waardering zijn voor praktische<br />
vakken.”<br />
Deurwaarders<br />
Het gaat Van der Ham allereerst om<br />
een grotere inhoudelijke waardering<br />
van het <strong>ambacht</strong>. De instelling van de<br />
meestertitel geeft daar volgens hem<br />
substantieel inhoud aan. Van der Ham:<br />
”Minister Van Bijsterveld zou het meesterschap<br />
al dit jaar kunnen autoriseren.<br />
Het moet een waardevaste titel zijn.<br />
De precieze invulling ervan is aan de<br />
vakgenootschappen. Niet elk <strong>ambacht</strong><br />
is even geschikt om er een meestertitel<br />
aan toe te kennen. Voor gerechtsdeurwaarders<br />
is het misschien lastig zich<br />
te onderscheiden met uitzonderlijk<br />
goed werk. Het zal toch vooral gaan om<br />
<strong>ambacht</strong>en die een concreet, tastbaar<br />
product opleveren, zoals instrumentenbouwers,<br />
patissiers, hoedenmakers,<br />
meubelontwerpers of metselaars. Die<br />
vaardigheden moeten op peil blijven in<br />
ons land.”
Sporten in clubverband is goed voor<br />
de ontwikkeling van kinderen. Maar de<br />
contributie is vaak een onoverkomelijke<br />
kostenpost voor gezinnen uit lage<br />
inkomensgroepen. Het Jeugdsportfonds<br />
zorgt ervoor dat ook kinderen uit deze<br />
gezinnen kunnen sporten. Maar daarvoor<br />
is veel geld van sponsors nodig.<br />
Gezinnen met lage inkomens kunnen<br />
vaak maar net de eindjes aan elkaar<br />
knopen. Geld voor de contributie van<br />
bijvoorbeeld een sportvereniging is er<br />
niet. ”Terwijl sporten juist zo belangrijk<br />
is voor de ontwikkeling van kinderen”,<br />
zegt Gert Jan Lammens. ”Sporten is<br />
gezond omdat het bijvoorbeeld overgewicht<br />
helpt te bestrijden. En het<br />
lidmaatschap van een sportclub zorgt<br />
ervoor dat kinderen uit hun isolement<br />
komen. Ze ontmoeten vriendjes en<br />
maken op een positieve manier deel uit<br />
van een groter verband.”<br />
Lammens werkt als algemeen directeur<br />
bij Rotterdam Sportsupport. Deze<br />
organisatie voert de regelingen van<br />
het Jeugdsportfonds in Rotterdam uit.<br />
Vanuit Sportsupport worden bijvoorbeeld<br />
de contributies voldaan voor<br />
individuele kinderen. ”Vorig jaar konden<br />
dankzij deze subsidie 2350 Rotterdamse<br />
kinderen toch in verenigingsverband<br />
sporten”, zegt Lammens.<br />
Voor dit jaar verwacht Lammens 3500<br />
subsidieaanvragen. Om dit te kunnen<br />
behappen zijn er extra sponsors nodig.<br />
”Flanderijn heeft rond de jaarwisseling<br />
een mooi gebaar gemaakt door het<br />
budget voor relatiegeschenken aan het<br />
Jeugdsportfonds te schenken”, vertelt<br />
Lammens. ”Ze zetten zich sowieso<br />
ontzettend actief in voor onze organisatie<br />
en denken continue met ons mee.<br />
Flanderijn is voor ons een heel fijne<br />
partner.”<br />
Ook iets betekenen voor de jeugdsport?<br />
Kijk op www.rotterdamsportsupport.nl<br />
Gert Jan Lammens<br />
algemeen directeur Rotterdam<br />
Sportsupport<br />
saamhOrIGhEID DOOr<br />
spOrt<br />
jeugd<br />
sportfonds
Wie kandidaat-deurwaarder wil worden<br />
moet een beroepsopleiding HBO-<br />
Rechten afronden aan de Hogeschool<br />
Utrecht. In hoeverre leidt deze opleiding<br />
op tot een <strong>ambacht</strong> en kan de noodzakelijke<br />
’street credibility’ wel in<br />
schoolbanken geleerd worden? Bijzonder<br />
hoogleraar Ton Jongbloed spreekt<br />
over een ’volwaardige opleiding’, maar<br />
ziet wel nog enkele verbeterpunten.<br />
Advocaat word je in de praktijk door<br />
na je afstuderen langere tijd onder een<br />
patroon te werken in een advocatenpraktijk.<br />
Verschilt deze HBO-opleiding<br />
in dit opzicht wezenlijk van bijvoorbeeld<br />
een academische rechtenopleiding?<br />
”Ja: dit is een echte volwaardige<br />
beroepsopleiding. Het meer ’reflecterende’<br />
van een academische opleiding<br />
ontbreekt: je leert hier als student op<br />
een gestructureerde manier een vak,<br />
je oefent met het maken van dagvaardingen<br />
– een kunst op zich – en je leert<br />
waarom je wat in een exploot moet<br />
opnemen, en hoe je dat precies moet<br />
formuleren. Dat is de <strong>ambacht</strong>elijke<br />
kant van de zaak, zo je wil. Daarnaast<br />
als je iemand echt<br />
moet gaan gijzelen en<br />
op moet brengen naar<br />
het Huis van bewaring,<br />
dan komen daar ook<br />
praktische aspecten<br />
bij kijken.<br />
als DEUrwaarDEr bEN<br />
JE NOOIt UItGElEErD<br />
is er een stagejaar dat je doorbrengt<br />
op een echt deurwaarderskantoor.<br />
Daar leer je hoe het er nu in de praktijk<br />
aan toegaat. En dat is vaak nog veel<br />
leerzamer.”<br />
Verschilt de praktijk dan zo van<br />
wat je op de opleiding leert? Sluit die<br />
opleiding dan wel voldoende aan?<br />
”Ik zal een voorbeeld geven: lijfsdwang.<br />
Je kunt weliswaar keurig netjes zien<br />
hoe dat allemaal in de wet staat, maar<br />
als je iemand echt moet gaan gijzelen<br />
en op moet brengen naar het Huis van<br />
Bewaring, dan komen daar ook praktische<br />
aspecten bij kijken. Je moet er<br />
bijvoorbeeld voor zorgen dat er plaats<br />
is in dat Huis van Bewaring, je moet<br />
zorgen voor een auto met kinderslot<br />
opdat de betrokkene niet denkt: ’Goh,<br />
we staan voor een stoplicht, ik stap hier<br />
toch maar uit’. Enzovoorts. Dat soort<br />
praktische dingen leer je met name in<br />
dat stagejaar. Wat ik uit de praktijk hoor<br />
is dat je als deurwaarder nooit bent uitgeleerd.<br />
Je komt steeds weer in nieuwe<br />
situaties, en dan moet je toch steeds<br />
weer bedenken: wat ga ik nu doen?”<br />
Wordt er tijdens de opleiding aandacht<br />
besteed aan het aspect wat de<br />
meeste deurwaarders zélf het meest<br />
<strong>ambacht</strong>elijke vinden van hun vak,<br />
namelijk de omgang met schuldenaren?<br />
Kun je in een collegebank leren hoe<br />
je met onredelijke of agressieve<br />
debiteuren moet omgaan?<br />
”Jazeker, er is in de huidige<br />
opleiding veel meer aandacht voor<br />
communicatieve vaardigheden dan<br />
vroeger. Toen kwam dat vaak pas<br />
in het stagejaar aan bod. Nu wordt<br />
er in de opleiding zelf bijvoorbeeld<br />
uitgebreid aandacht besteed aan<br />
agressiebeheersing. Dat oefenen<br />
de studenten, ten dele onder elkaar,<br />
maar soms ook met acteurs om het<br />
meer levensecht te maken. Heel<br />
veel studenten werken al op een<br />
deurwaarderskantoor en zeggen<br />
daar meteen al profijt van te hebben<br />
in de omgang met de klanten. Maar<br />
toegegeven, deels is dit ook iets dat<br />
je in de praktijk leert: dat het niet slim<br />
is om drie trappen op te sprinten en<br />
dan hijgend en puffend aan de deur te<br />
staan, bijvoorbeeld.”<br />
illustratie: Nico de Boer, Scherpwerk.nl
prof. mr.<br />
ton jongbloed<br />
over opleiding<br />
en de praktijk<br />
De Gerechtsdeurwaarderswet is een<br />
aantal jaren geleden geëvalueerd door<br />
een commissie. Die pleitte voor een<br />
academische opleiding tot gerechtsdeurwaarder<br />
om zodoende het vak op een<br />
hoger niveau te brengen. U was lid van<br />
die commissie. Wat was toen de reden<br />
voor dit pleidooi?<br />
”Dat had met de kwaliteit van de instroom<br />
te maken. In het verleden, toen<br />
we nog een driejarige opleiding kenden<br />
die afgerond werd met een Staatsexamen<br />
was er volop sprake van zij-instromers:<br />
mensen die Japans hadden gestudeerd,<br />
mensen die van de Landbouwhogeschool<br />
kwamen, juristen, HEAO’ers, noem<br />
maar op. Dat gaf een zekere dynamiek<br />
van nieuwe impulsen. Toen kwam de<br />
bachelor-masterstructuur en werd de<br />
opleiding een ’normale’ HBO-opleiding<br />
die vooral wordt bezocht door mensen<br />
met een MBO-vooropleiding die al op een<br />
deurwaarderskantoor werken en dus al<br />
in zekere zin gevormd zijn. Hun opleiding<br />
wordt bovendien vaak betaald door het<br />
kantoor waar ze werken. Dat draagt het<br />
risico in zich van een monocultuur en dat<br />
is niet goed voor de opleiding. Het is heel<br />
verfrissend als er af en toe iemand van<br />
buiten komt en zegt: waarom doen jullie<br />
dit eigenlijk zo? Zou het niet ook zo of zo<br />
kunnen?”<br />
Het advies is niet overgenomen door de<br />
Staatssecretaris …<br />
”Dat is juist, het ministerie was bang voor<br />
extra kosten: universitair geschoolde<br />
deurwaarders willen natuurlijk ook<br />
overeenkomstige salarissen verdienen<br />
en dan moeten de tarieven van de<br />
dagvaardingen en de beslagen omhoog,<br />
zo luidde de redenatie. Dat is natuurlijk<br />
onzin, maar die angst hebben we niet<br />
weg kunnen nemen. Helaas, want mijn<br />
zorgen op dit punt zijn evenmin helemaal<br />
weggenomen. Straks moeten mensen die<br />
al een HBO-opleiding hebben afgerond<br />
en besluiten deze opleiding te volgen een<br />
instellingstarief van 6.000 euro per jaar<br />
gaan betalen. Als je als werkgever kunt<br />
kiezen: wie stuur ik naar deze opleiding –<br />
een HBO’er à 6.000 euro per jaar of een<br />
MBO’er à 1.500 euro per jaar … dan weet<br />
ik wel hoe de keuze zal uitvallen. Maar<br />
voor de opleiding zelf kan de achtergrond<br />
van die HBO’er juist heel verrijkend zijn.”<br />
Zijn er vanuit uw jarenlange ervaring nog<br />
zaken die u graag verbeterd ziet worden<br />
in de huidige opleiding?<br />
”Zoals gezegd: ik zou graag zien dat de<br />
opleiding meer toegankelijk wordt voor<br />
mensen met een andere achtergrond, in<br />
het kader van het zelfkritisch vermogen<br />
en het aanwakkeren van creativiteit. Ik<br />
kijk wat dat betreft graag naar Frankrijk,<br />
waar je via een aantal niveaus kunt opwerken<br />
maar waar in het laatste niveau<br />
ook academische studenten kunnen<br />
instromen, inclusief deeltijdstudenten.<br />
Ik heb heel lang geleden gewerkt bij de<br />
rechtbank in Den Bosch. Ik herinner mij<br />
dat ik als stagiaire aan een griffier vroeg<br />
waarom hij iets bepaalds zo deed. Het<br />
antwoord luidde: mijn voorganger deed<br />
dat ook al 25 jaar zo. Tja, zo kun je er ook<br />
naar kijken … Bij uitstek het deurwaardersvak<br />
vraagt vaak om creativiteit en<br />
buiten-het-boekje-denken, wil je een bevredigende<br />
oplossing vinden voor zowel<br />
opdrachtgever als schuldenaar.”
Ieder beroep vereist zijn eigen specifieke,<br />
zeg maar <strong>ambacht</strong>elijke vaardigheden.<br />
Een operazanger moet zuiver kunnen<br />
intoneren, een timmerman moet over een<br />
vaste hand beschikken en een accountant<br />
moet goed kunnen rekenen. Maar wat<br />
moet je specifiek kunnen om professioneel<br />
te incasseren? Zestien vestigingsmanagers<br />
van Flanderijn aan het woord<br />
over wat het vak zo bijzonder maakt.<br />
[1] Michèl Verlaek, gerechtsdeurwaarder,<br />
Flanderijn en God (Tilburg)<br />
”Je kunt ons werk niet standaardiseren. Via<br />
persoonlijk contact met een debiteur kom ik<br />
veel verder dan wanneer ik vanaf mijn<br />
bureau de formele juridische weg volg. Pas<br />
in een gesprek kan ik via tact en observatie<br />
inschatten wat de echte financiële mogelijkheden<br />
van een debiteur zijn. En dan blijk je<br />
soms in der minne een hogere maandelijkse<br />
aflossing te kunnen regelen dan via een<br />
loonbeslag.”<br />
[2] Noud Geboers, gerechtsdeurwaarder,<br />
Flanderijn en Geboers (Venray)<br />
”Ons vak gaat eigenlijk net zover terug als<br />
de begindagen van het geld. Al in het<br />
Romeinse Egypte was er sprake van een<br />
functionaris die deurwaarderstaken<br />
verrichte. Als ik daar bij stil sta, voel ik me<br />
een echte <strong>ambacht</strong>sman. Maar dan wel in<br />
een modern jasje. Vroeger hield een<br />
deurwaarder tijdens een dorpsmarkt nog wel<br />
eens zitting in een café, waar boeren uit de<br />
omgeving bijna gedwee hun schulden<br />
kwamen voldoen. Nu moet je soms hemel en<br />
aarde bewegen om een oplossing<br />
te creëren. Dat maakt het<br />
vak zelfs na al die<br />
eeuwen nog steeds<br />
spannend.”<br />
[11] [12]<br />
[13]<br />
[9]<br />
[3] Hans Flanderijn, gerechtsdeurwaarder,<br />
Flanderijn en van Eck (Rotterdam)<br />
”Er zijn heel veel automatiseringsprogramma's<br />
op de markt die op vooraf bepaalde<br />
momenten de aanmaningen uit de printer<br />
spuwen en precies aangeven op welke dag je<br />
een handeling moet verrichten. Ook veel<br />
incassobureaus werken op die manier. Maar<br />
een gerechtsdeurwaarder wordt ingeschakeld<br />
wanneer er een dagvaarding moet worden<br />
opgesteld, de dagvaarding moet worden<br />
betekend en de procedure moet worden<br />
gevoerd. Dat is niet voor niets. De gerechtsdeurwaarder<br />
beschikt over de juridische<br />
kennis om zo'n procedure te voeren en over<br />
de praktische kennis om de boodschap over<br />
te brengen op de schuldenaar.”<br />
[4] Janet Bronsvoort, gerechtsdeurwaarder,<br />
Flanderijn en Bronsvoort (Almere)<br />
”Het persoonlijke contact met debiteuren<br />
vraagt om fingerspitzengefühl. Zelfs als ik<br />
een band met een debiteur heb opgebouwd,<br />
weet ik nooit zeker wat ik bij een bezoek<br />
achter de deur aan zal treffen. Bij een<br />
huilbui of woede-uitbarsting moet ik dan<br />
even snel schakelen. Je wilt toch je<br />
boodschap goed overbrengen. Als vuistregel<br />
laat ik mensen altijd in hun waarde. Daar<br />
kom je meestal heel ver mee.”<br />
[5] Arthur Visser, gerechtsdeurwaarder,<br />
Flanderijn en van der Heide (Gouda)<br />
”Ik beschouw het beoordelen van de<br />
rechtmatigheid van een vordering als echt<br />
<strong>ambacht</strong>swerk. Ik probeer altijd zoveel<br />
mogelijk informatie te achterhalen en hier<br />
kritisch naar te kijken. Als een opdrachtgever<br />
geen duidelijke afspraken met een<br />
debiteur heeft gemaakt, wordt het<br />
[3]<br />
[6]<br />
soms lastig om juridisch verhaal te halen.<br />
In het uiterste geval schroom ik niet om een<br />
zaak terug te geven aan een opdrachtgever.<br />
Wel adviseer ik hem dan graag hoe hij dit<br />
probleem in de toekomst kan voorkomen.”<br />
[6] Rob Versluijs, gerechtsdeurwaarder,<br />
Flanderijn en Wijnhold (Dordrecht)<br />
”De finesse van ons vak schuilt in de<br />
specifieke kennis van het beslag- en<br />
executierecht. Die kennis geldt natuurlijk<br />
voor de Nederlandse, maar ook voor de<br />
Europese markt. We zijn goed op de hoogte<br />
van de Europese verdragen en regels, zodat<br />
we grensoverschrijdend kunnen werken.<br />
Het scheelt dat de communicatie tussen<br />
gerechtsdeurwaarders in Europa de laatste<br />
jaren gestandaardiseerd is. Ook een<br />
Europese vordering kan efficiënt geïnd<br />
worden.”<br />
[7] Arno Eliens, gerechtsdeurwaarder,<br />
Flanderijn en Eliens (Haarlem)<br />
”In het verleden heb ik op last van de<br />
rechter wel eens een debiteur moeten<br />
gijzelen. Ik moest daarvoor met verschillende<br />
partijen samenwerken en hun acties<br />
coördineren. Bij penitentiaire inrichtingen<br />
ging ik na of ze een cel vrij hadden en zo ja,<br />
per wanneer en waar. Vervolgens stemde ik<br />
met de politie af hoe de debiteur aangehouden<br />
en naar de cel gebracht zou worden.<br />
Voor een debiteur is dit een ingrijpende<br />
gebeurtenis. Ik probeerde zo’n actie dan ook<br />
altijd menselijk te laten verlopen.”<br />
[8] Ed van Ginkel, gerechtsdeurwaarder,<br />
Flanderijn en ter Weele (Driebergen)<br />
”Inhoudelijk moet een gerechtsdeurwaarder<br />
zijn zaken goed op orde hebben. Alleen zo<br />
wekt hij het vertrouwen bij opdrachtgevers,<br />
debiteuren en alle andere partijen die<br />
bij een dossier betrokken zijn.<br />
[8]<br />
[14] [1]<br />
DE kNEEpJEs VaN hEt
We vinden het dan ook vanzelfsprekend om<br />
onze mensen steeds bij te scholen. Wil je als<br />
gerechtsdeurwaarder binnen en buiten de<br />
landsgrenzen maatwerk blijven leveren, dan<br />
moet je bereid zijn continu in vakmanschap<br />
te investeren.”<br />
[9] Chris Bakhuis, gerechtsdeurwaarder,<br />
Flanderijn en Bakhuis (Den Haag)<br />
”Ik heb een sterk gildegevoel. Als gerechtsdeurwaarder<br />
ben ik immers benoemd tot het<br />
uitvoeren van een openbaar ambt. Dus haal<br />
ik alles uit de kast om een werkbare<br />
oplossing te realiseren – voor de opdrachtgever,<br />
maar ook voor de debiteur! Ik zie het als<br />
mijn ambtelijke en menselijke plicht om<br />
daarbij een debiteur perspectief te bieden.<br />
Een ontruiming is wel het laatste wat ik wil,<br />
maar als het dan toch zover komt, kan ik<br />
mezelf recht in de ogen kijken.”<br />
[10] Ank Boers, gerechtsdeurwaarder,<br />
Flanderijn en Boers (Maastricht)<br />
”Als gerechtsdeurwaarder ben ik tuchtrechtelijk<br />
gezien aansprakelijk voor mijn eigen<br />
handelen en het handelen van mijn medewerkers.<br />
Ik kan me niet achter mijn werkgever<br />
verschuilen als ik onverhoopt de grenzen van<br />
de wet zou overschrijden. Bij iedere<br />
beslissing moet ik dus een heel bewuste<br />
afweging maken tussen de belangen van mijn<br />
opdrachtgever, de debiteur én de wettelijke<br />
speelruimte. Dat houdt me scherp.”<br />
[11] Redmer Bouwman, gerechtsdeurwaarder,<br />
Flanderijn en Bouwman (Appingedam)<br />
”Mijn opa zei altijd: ’Een eerlijk <strong>ambacht</strong><br />
heeft een gouden bodem.’ Maar alleen op<br />
integriteit, betrouwbaarheid en degelijkheid<br />
redt een gerechtsdeurwaarder het tegenwoordig<br />
niet meer.<br />
[7]<br />
[5]<br />
Je bent ook ondernemer, dus zul je duidelijk<br />
moeten maken waarom opdrachtgevers voor<br />
jou moeten kiezen in plaats van voor je<br />
collega. Die meerwaarde overbrengen is een<br />
belangrijk element van het vak geworden.<br />
Alleen wie het ondernemen in de vingers<br />
heeft, legt een gouden bodem.”<br />
[12] Marco van den Borg, gerechtsdeurwaarder,<br />
Flanderijn en van den Borg (Heerenveen)<br />
”Als gerechtsdeurwaarder ga ik persoonlijk<br />
bij de schuldenaar langs. Ik verlaag zo de<br />
drempel tot het stellen van vragen en kan<br />
meteen gericht uitleg geven over een zaak<br />
en over de eventuele mogelijkheden tot<br />
verweer. Uiteindelijk zijn mensen bij een<br />
persoonlijk bezoek toch sneller geneigd tot<br />
het treffen van een regeling.”<br />
[13] Yannick Labeau,<br />
Flanderijn Incasso NV (Antwerpen)<br />
”Waar een gerechtsdeurwaarder beslag kan<br />
leggen op loon of roerende goederen, heeft<br />
een incassobureau eigenlijk nauwelijks<br />
mogelijkheden om druk op een debiteur uit<br />
te oefenen. Zeker bij een wanbetaler die het<br />
klappen van de zweep kent, vergt dat het<br />
uiterste van je overredingskracht. Daarom<br />
zitten we kort op de bal. We benaderen de<br />
debiteur persoonlijk: niet via één of<br />
meerdere brieven, maar juist via email of<br />
telefoon. Dit beperkt de doorlooptijd van een<br />
succesvolle incasso behoorlijk en scheelt<br />
aanzienlijk in de kosten.”<br />
[14] Ben Joosten,<br />
Flanderijn DI.OV.IN (Roggel)<br />
”Op ons kantoor werken we voor lokale<br />
overheden, zoals gemeenten en belastingkantoren.<br />
De vorderingen die zij op ons<br />
[15]<br />
[2]<br />
bord leggen, hebben dankzij een speciale<br />
wet meteen de status van een voor<br />
tenuitvoerlegging vatbare titel. Het soms<br />
lange minnelijke traject ontbreekt daarom<br />
in ons werk. We gaan om die reden extra<br />
prudent te werk: het dwangbevel dat wij<br />
proberen uit te voeren is immers niet door<br />
een onafhankelijke rechter uitgevaardigd.<br />
Soms wordt pas later duidelijk dat er een<br />
steekhoudend verweer is.”<br />
[15] Ed Verdult, gerechtsdeurwaarder,<br />
Flanderijn en Verdult (Bergen op Zoom)<br />
”Je kunt je processen nog zo mooi<br />
automatiseren en opdrachtformulieren op<br />
je website plaatsen, opdrachtgevers krijgen<br />
het liefst een persoonlijke toelichting.<br />
Iedere zaak is toch anders. Een kennismakingsgesprek<br />
verloopt beter als ik met<br />
de mensen aan tafel zit. Ik kan hun vragen<br />
duidelijk beantwoorden, maar ook hun<br />
verwachtingen peilen. Zo komen in een<br />
kennis makingsgesprek alle nuances<br />
bovendrijven, zodat ik meteen vanaf het<br />
begin een zaak goed op de rails kan<br />
zetten.”<br />
[16] Max Vaes, gerechtsdeurwaarder,<br />
Flanderijn en Vaes (Apeldoorn)<br />
”Eén van de momenten waarbij het erop<br />
aan komt, is het opstellen van een<br />
dagvaarding. Daar komt alle kennis en<br />
ervaring samen. Een dagvaarding moet<br />
echt exact volgens de wettelijke eisen<br />
worden opgesteld en uitgebracht, anders<br />
wordt zij nietig verklaard. En in dat geval<br />
is er geen verhaal mogelijk voor je<br />
opdrachtgever. Bovendien kun je dan als<br />
gerechtsdeurwaarder opdraaien voor de<br />
proceskosten.”<br />
[4]<br />
[10]<br />
Vak: 16x FlaNDErIJN
Niet betalen is<br />
een mentaliteit ...<br />
... incasso gelukkig ook<br />
Wie geleverd heeft, moet worden betaald. Flanderijn helpt u met het innen van uw factuur. Met waar nodig een strenge aanpak.<br />
Omdat we vinden dat u recht hebt op uw geld. Zo eenvoudig is het. www.flanderijn.nl