nteisa - Zoek direct in de EYE-bibliotheek

bibliotheek.eyefilm.nl

nteisa - Zoek direct in de EYE-bibliotheek

• ". > i*

EMIL JANNIN6S

die binnenkort In een

geluidsfilm der Ufa wil

optreden.

Póto ParamouM

As

^

, «;i

■w

:.■.,■ 'i-^vf

Ni2ÖO


OVERTOLLIG HAAR

Werpt Uwe scheermessen (die het

haar slechts sneller en dikker doen

groeien telkens wanneer zij gebruikt

worden) weg, en staakt hét gebruik

van schadelijke ontharingsmiddelen.

De geparfumeerde, fluweelzachte

Crème, Vieto genaamd, smelt het

haar weg, evenals warmte sneeuw

wegsmelt. Ofschoon scheermessen

slechts het haar verwijderen dat

zich boven de huidoppervlakte

bevindt, smelt Vieto tevens het

haar weg dat zich er onder bevindt.

U gebruikt het net zoals het uit de

tube komt, wacht een paar minuten,

spoelt het vervolgens af en de

huid vertoont zich dan prachtig

glad, zonder een spoor van haar.

Vieto wordt door duizenden ge-

bruikt. Nieuw formaat tube ƒ I.—,

alsook groot formaat/1.75 per tube ;

bij drogisten en parfumeriezaken.

Als de Jeuk U de

Nachtrust Rooft.

K het niet onverstandig U heele nachten

door jeuk te laten folteren, wanneer

D.D.D. U direct verlichting kan bren-

gen? Deze genezende vloeistof is hèt

middel, dat ge noodig hebt tegen Uw

huidaandoening. Het bedaart de jeuk

en bezorgt U een rüstigen slaap, fs Mor-

gens staat U dan verkwikt op. Alle lijders

aan huidaandoeningen, die' D.D.D.

gebruikten, ondervonden een directe

verlichting van het jeuken en de pijn.

D.D.D. dringt diep in de poriën,

doodt daar de ziektekiemen en maakt

de huid gezond. Wacht niet, koop nog

heden een flacon van f 0.75 of f 2.50 bij

Uw Apotheker of Drogist.

D D.D. ondersteunt de heilzame

Z'^mwi werking der D.D.D.-Vloei-

Z E E P stof en houdt de huid

gezond, f 1.—per stuk. B2

SNELLE

Alle overtollige haren verwijdert U met

„RAPIDENTH"

DIRECT MET WORTEL.

waarvan ge U zelf kunt overtuigen zon-

der pijn en zo ider de huid te irriteeren.

„RAPIDENTH'' heeft een veel betere uit-

werking dan ont-

harings-cream,

welke nooit den

wortel uitroeit en

waarbij het haar

direct weer bor-

stelig opgroeit.

Het werkt ook

zekerder dan de

lijké electrolyse,

worden de haren

kostbare en piin-

Met „RAPIDENTH"

voor goed verwij-

derd. Dr. med. Clasen schrijft: „Deze

methode is zoo afdoend als tevoren nog

nooit bereikt is, volkomen onschadelijk

en het meest aan te bevelen voor het

verwijderen van haren". Prijs f4.70,

dubbele hoeveelheid f7.40. Franco onder

rembours of bij vooruitbetaling, ook in

postzegels.

SCHRÖDER-'SCHENKE

Gevestigd In 1896,

Berlgn W. 306, Postdamer Str. 26 B.

BANDEN JAARGANG

I

EEN GEBONDEN JAARGANG VAN

..HET WEEKBLAD

CINEMA & THEATER

is een bezit, dat u nog vele aangename uurtjes

kan verschaffen. Het brengt u in herinnering

al hetgeen „Het Weekblad" u bood, zoowel

interessante films en tooneelstukken als den

overigen lezenswaardigen inhoud. Zij ■ zullen

u in rustige uurtjes nog dikwijls bezighouden.

Het is de moeite waard om een Jaargang

van HET WEEKBLAD, keurig gebonden,

een plaatje in uw woning te geven.

Bestel daarom nog heden een exemplaar van dezen

band bij uwen leverancier, of rechtstreeks bij de

Administratie, GALGBWATBR 22, LEIDEN

onder bijvoeging van het bedrag ad f 1.50 in

postzegels, door toezending van postwissel of

storting op postrekening 41880.

- 2 -

rvoe overdag: van tijd tot

■^ tijd wat Pond*» Vanishing

Cream op Uw handen. Dan

blijven ze blank en mooi.

Minstens eenmaal per dag

is het noodig de handen te

reinigen met Pond's Cold

Cream, die de huid zacht

en in goede conditie houdt.

Gebruikt regelmatig Pond's

Vanishing« en Cold Cream,

teneinde de nadeelige in-

vloeden van ons grillig

klimaat te ondervangen.

Verzorgt Uw Teint

Monsters ■

Pond's Extract Co. A'dam

tendt U 2 momfttri tu Pond' 1 '

broekur* ma iustudimg V. 10 et'

VanishinqtCöld

Creams

VOORSCHOTTEN

aan Ambtenaren en Beambten.

Geen rente, noch kosten vooruit.

COULANTE VOORWAARDEN

CENTR. CRED1ET- EN

SPAARBANK TE AMSTERDAM

KEIZERSGRACHT 302-304

MILLE COLONNES

AMSTERDAM

CABARET

VARIÉTÉ

DANCING

Weinig filmliefhebbers zullen weten, dat Clara Bow, die momenteel verreweg

de populairste Amerikaansche filmactnce is en per maand ongeveer 35000

brieven van bewonderaars ontvangt, eens zoo ontmoedigd was, dat zij be-

sloot haar filmloopbaan vaarwel te zeggen.

Nadat zij als schoolmeisje een schoonheidswedstrijd gewonnen had,

die in 1922 door een magazine in Brooklyn uitgeschreven was,

werd zij van het eene studio naar het andere gestuurd om een

rolletje te krijgen waar ze, volgens de wedstrijdvoorwaarden,

recht op had.

Na vele vergeefsche pogingen kreeg ze een klein rolletje

in „Beyond the Rainbow", waarin Billy Dove de hoofdrol

speelde. Haar rol was die van een huilend meisje, maar

daar ze hoegenaamd niets afwist van de techniek

van het schminken, maakten haar tranen met de

overvloedige verf een vieze pap op haar gezicht,

en de regisseur knipte de scène uit de film.

Zeer ontmoedigd besloot ze de film uit haar

hoofd te zetten en werd leerlinge van een

school voor kantooropleiding. Drie maan-

den later zag Elmer Clifton haar foto

in een tijdschrift, belde haar op,

maakte een proefopname van

haar en gaf haar vijftig dollar

per week om de rol te spelen

van een blinde passagiere

in „Down to the Sea in

Ships". Dit was voor

haar het begin van

het pad van den

roem, dat haar

geleidelijk

op den top

voerde. B. F.

Schulberg gaf

haar een contract,

en toen hij in 1925

naar Paramount over-

ging, nam hij Clara mee.

Haar groote succes in

„Een linke jongen" en „De

Vrouw van mijn Vriend" maak-

te dat zij nog datzelfde jaar tot

-„star" benoemd werd. Haar eerste

rol als zoodanig was „Dat wat je

hebt" naar het beroemde boek „It"

van Elinor Glyn.

Tusschen twee haakjes: een „star" is een

acteur of actrice wier naam vermeld wordt

vóór den hoofdtitel van de film en wordt dus

door de Maatschappij als zoodanig benoemd. Elke

acteur of actrice die eenige bekendheid heeft, is

daarom nog geen „star", zooals soms gemeend wordt.

Sinds haar stardom heeft Clara Bow gespeeld In

„Vlammende Vleugels", „Hoe kom ik aan een man? ,

„Hula", „Red Hair", „Ladies of the Mob", „The Fleet's

in" en „Three Week Ends" : eveneens een Elinor Glyn-product.

Clara is 1 meter 57 lang, heeft vuurrood haar en bruine oogen,

en weegt 104 pond. Zij is 22 jaar oud en ongetrouwd. Haar vader,

Robert Bow, die in Hollywood woont, is van Engelsch-Schotsche

afkomst. Haar moeder, Sarah Bow, die in 1923 overleed, was van

Schotsch-Fransch bloed.

ii rlMtflh

DE VßOUW DEQ 55.000 E^ßlEVÖN

- 3 -

^


CAFE-RESTAURANT

PE GCROON" ("*)

99

AMSTERDAM

REMBRANDTPLEIN

Middag-, Diner- en Avondconcert: HONG-KAPEL-BONZO-OLAH

Zalen disponibel voor Vergaderingen en Partijen. Gerenommeerde Keuken.

17 Ie klasse electrisch verwarmde Toulet Billards — Billijke Prijzen.

Aanbevelend F. REIBEL (Gérant]

HEBT GIJ ER WEL EENS OVER NAGEDACHT,

HOE FILMDECORS WORDEN GEMAAKT?

DE ENORME STUDIO'S VAN DE BRITISH INTERNATIONAL PICTURES LTD TE ELSTREE IN ENGELAND

Cedric Gibbons, een van de be-

roemdste architecten in Holly-

wood, die speciaal voor de film

werkt, heeft door de ultra-moderne in-

térieurs en decors in „Our dancing

Daughters", de nieuwste rolprent van

de Metro-Goldwyn-Mayer, den ftlmlief-

hebsters en -liefhebbers niets minder

dan een verrassing bereid.

JEen en ander is voor hem aanleiding

geweest, zijn meening over de ontwikke-

hng der binnenhuis-architectuur met be-

trekking tot de film eens te uiten.

Toen de film nog in haar kinder-

schoenen stond, zoo zei hij ongeveer,

werd de omgeving, waarin een scène

speelde, eenvoudig weergegeven door

een paar coulissen, waarop de achter-

grond geschilderd was, bescheiden en

zonder veel omslag. Of het tooneel het

boudoir eener adellijke dame of een

boschpartij moest voorstellen: geschil-

derd werd het in beide gevallen en op

dezelfde betrekkelijk primitieve wijze.

Thans vervullen de intérieurs een min-

stens even belangrijke' rol als de „ster"

zelf, want het is de zorgvuldig overwo-

gen omgeving, die er voor een groot

gedeelte toe bijdraagt, dat niet alleen

de actrice of de acteur, maar ook later

de toeschouwer in de stemming komt,

die de schrijver of de regisseur wenschte

te bereiken.

Eenige jaren nadat de film de hier-

boven bedoelde kinderschoenen had uit-

getrokken, was men er wel reeds toe over-

gegaan werkelijke meubels en andere re-

quisiéten te gebruiken, maar de samen-

stelling van het geheel was nog lang

niet wat men zou kunnen noemen be-

koorlijk of suggestief. „Veel koks ver-

zouten de brij". Dit gezegde was ook

van toepassing op de film-intérieurs,

want biina iederoen, van den atelier-

is het Merk der goede Films

schilder tot den man, die de requisieten

op zijn plaats te zetten had, hielp een

handje mee bij het tot stand komen der

entourage. Werkelijke binnenhuisarchi-

tecten bestonden nog niet: men scheurde

eenvoudig een blad uit een of anderen

geïllustreerden catalogus van een meu-

belmagazijn en het daarnaar de kamer

Een spelletje kaart

verfilmd. I* dat geen

typische manier?

4 -

inrichten. Later werden door de filmon-

dememingen werkelijke vaklui in dienst

genomen en de „sets" begonnen er nu

anders uit te zien. Een smaakvol decor

behoorde evenwel ook toen nog tot

de zeldzaamheden; er werd te veel op-

geofferd aan, de fantastische droomen

van de verschillende architecten.

Een modern film-

intérieur xiii „Our

dancing Daughters"

Thans zijn de decors, zoowel met be-

trekking tot de architectuur als tot de

werkelijkheid, absoluut onberispelijk. Ze

worden volgens dezelfde plannen en ont-

werpen, die bij den bouw of de inrich-

ting van moderne huizen gelden, tot

stand gebracht, met de eenige afwijking,

dat de vertrekken onderling niet volgens

diezelfde plannen verbonden behoeven

te zijn. De eerste voorwaarde, waaraan

de interieurs hebben te voldoen, is een

juisten achtergrond te vormen voor de

handeling en de spelers. Komt een inté-

rieur te veel op den voorgrond, d.w.z.

trekt het te zeer de aandacht der toe-

schouwers af van het spel, dan is het

als een mislukking te beschouwen; met

uitzondering natuurlijk in die films, waar

een bepaalde stemming gesuggereerd

moet worden, zooals dit het geval is in

de Caligari-film.

In een aantal nieuwe films, die pro-

blemen van den modernen tijd tot onder-

werp hadden, was het mogelijk, ultra-

moderne decors te brengen. Dit was

vooral het geval in „Our dancing daugh-

ters". De decors in deze rolprent vor-

men door de strengheid hunner lijnen

en vlakken een idealen achtergrond, ter-

wijl zij desondanks toch de fantasie van

den architect tot haar recht doen komen.

Bij den tegenwoordigen stand der

filmkunst moet de film-architect een

combinatie van drie beroepen in zich

vereenigen: hij moet niet alleen archi-

tect, doch ook schilder en dramaturg

zijn. Vooral het gebruik van de beweeg-

Bonbons!

Vraagt ze

van

RINGERS

bare camera, die de actrices en acteurs

een gansche lange scène zonder onder-

breking op een verplaatsbaar onderstel

volgf» geeft hem nieuwe problemen op

te lossen. Hij moet bovendien, precies

zooäls de regisseur, het manuscript ken-

nen en met den psychologischen inhoud

van het gegeven tot in de kleinste de-

tails vertrouwd zijn, wil hij erin slagen,

inderdaad een achtergrond te scheppen,

die zoowel op de spelers als .op de toe-

schouwers werkt.

De belangrijkheid van dit onderdeel

der filmregie kan nimmer worden over-

schat, daar verwaarloozing ervan maar

al te vaak de oorzaak van mislukkingen

op het terrein der filmarchitectuur zijn

geweest. De kunstenaar is hier zonder

den technicus hulpeloos, en beiden teza-

men kunnen weer zonder den drama-

turg niets aanvangen. Daarom is de

hierboven genoemde combinatie de

meest ideale uitrusting voor lederen

filmarchitect.

SLUIERDANS DOOR HET BALLET DURANG; dat in Rotterdam met groot succes optrad. ft " 0 w : MOCM. Rotterdam


HET HEGER-ELEMEHT

FRANK WILSON,

die In Porgy de titelrol vervult.

GEORGETTE HARVEY,

een vrouw met uitgesproken talent.

Wij hebben op het gebied van

dans, muziek, film en tooneel

achtereenvolgens allerlei genres

bewonderd.

Nu eens was het de russische stroom^

dan weer de jiddisje, gezwegen nog van

frahsch, duitsch, engelsch, spaanSch en

Scandinavisch en last but not least

Yankee.

Er schijnt weer een nieuw element te

zijn, dat „mode" gaat worden. De neger-

kunst. In de muziek kennen we het

al lang: jazz, negro-songs en dans, daar

hebben we volop van genoten. De neger

op de film is ook in onze bioscopen

vertoond, doch de neger op het tooneel,

dat is vrijwel noch nicht dagewesen.

De londensche schouwburgen begin-

nen nu ook hun deuren voor dezen

typischen vorm van kunst, dit daar

nieuwe element, open te zetten.

En het is niet minder dan het His

Majesty's theater, het deftige gebouw

in de Hay Market, waarin thans avond

aan avond Porgy wordt vertoond.

Porgy is een negercomedie, die in.

de Calfish row te Charleston speelt;

. Charleston, een naam met vele en

velerlei. herinneringen. Men móet zeg-

gen, dat het Charles B. Cochran, den

revuekoning, gelukt is een uitstekend

gezelschap bij elkaar te brengen om

dit uitermate sentimenteele stuk te

spelen.

Voor deintrige" moet ge er niet

naar toe gaan. Doch er zijn scènes

in van zoo dramatische en hoog comische

werking, dat daarvoor een bezoek aan

His Majesty's, wanneer ge in Londen

een avond te bezetten hebt, zeker aan

ie raden is.

De lijkdienst in Serena's kamer, de

„pjck nick" met de typische' liedjes,

de angstige menigte tijdens den storm

nacht, de scène, waarin de crab-man

zijn waren komt aanbieden, zij zijn van

bijzondere kracht en werking.

De negro-volkskunst vertoont zich in

die tafereelen op haar best.

L. E. KOS.

WAT DE GRIMEUR WEET TE BEREIKEN

Ue angstige menigte tijdens den stormnacht.

Links; LEIGA WIPPER ALS DE „CRAB-MAN".

Rechts: NEGRO-SONGS EN JAZZBAND naar 'n teekening van Sem.

IN SLECHTS TIEN MINUTEN GROEIDE DEZE BAARD AAN GEORGE K, ARTHURS KIN

- 6 _

^

k.

DE VEELOREN ZOON

VRIJ NAAR

DOOR MAX

Hfet was op den dag voordat Ver-

non Strate weer terugkeerde

naar de stad, waar zijn bezig-

heden van velerlei aard zijn aandacht

vroegen, dat hij haar op de hem eigen

kalme manier ten huwelijk vroeg, zóó

kalm, zóó zonder eenige emotie te

toonen, dat Margaret Brand in het eerst

niet eens begreep, wat hij zei.

„Ik ben, dat is waar, wel tien of

twaalf jaar ouder dan u, en ik besef

heel goed, dat ik in verscheidene op-

zichten niet de soort echtgenoot ben,

dien u zoudt hebben gekozen."

Zij luisterde; in het eerst was ze ter-

neergeslagen, toen ontmoedigd. Vier en

twintig jaar was ze nu en de soort man,

dien zij zou hebben gekozen, was nog

niet verschenen. De toekomst werd een

beetje somber voor deze dochter van

een gepensionneerd kolonel, die haar

bij zijn overlijden de tienduizend gulden

had nagelaten, welke zij had bijeenge-

gaard door het betrachten van de grootst

mogelijke zuinigheid in den tijd, dat zij

na den dood van haar moeder het huis-

houden had bestuurd. Ze was in een

betrekking, die haar honderdvijftig gul-

den per maand gaf zonder vooruit-

zichten.

„Ik weet werkelijk niet, wat ik zeg-

gen moet, mijnheer Strate; ik ken u

nog pas zoo kort."

Dat was waar: zij hadden elkaar in

den trein naar Brightsea ontmoet; zijn

Tioffelijkheid en voorkomendheid hadden

haar getroffen en zij was er van over-

tuigd, dat hij de luxe van het Marine

Hotel had verlaten voor de soberheid

van het Acacia House, alleen om in

haar nabijheid te kunnen zijn.

Hij had eerlijk toegegeven, dat zij

elkaar pas kort kenden.

„Ik ben zeer rijk," had hij er echter

aan toegevoegd „en ik bezit geen

enkele familierelatie ..."

Hij sprak van reizen, van Italië en

de Riviera en van zijn prachtige ranch

in Canada.

„Ik ga morgen weer terug naar de

stad. Ik zou het prettig vinden, als

u er eens ernstig over nadacht. Op den

dag, dat wij trouwen, zal ik honderd-

duizend gulden op uw naam laten

zetten."

Hij was, ofschoon hij er zelf altijd zijn

schouders voor ophaalde, een innemende

V*«**^

VERNON STRATE

man van veertig jaar, groot en in zeker

opzicht ging er zelfs eenige bekoring

van hem uit. Zijn eigenaardige manier

om af en toe de „h's" niet uit te spre-

ken, had haar eerst geamuseerd, maar

toen hij haar verteld had, hoe hij in

zijn jeugd had moeten vechten tegen

armoe en gebrek, hoe hij zichzelf ge-

maakt had. wat hij nu was, en dat hem

iedere gelegenheid had ontbroken om

zich te ontwikkelen, was haar geamu-

seerdheid in medelijden overgegaan.

Het grootste gedeelte van den dag

bracht hij binnenshuis door met zijn

werk: zijn oogen waren niet sterk en hij

FTT.M.TITFXS DOOR MOOK

- 7 -

HET ENQELSCH

VAN WELLEN.

kreeg hoofdpijn van de zon. Soms maak-

ten zij des avonds wel eens een wande-

ling, maar dat was vóór hij haar ge-

vraagd had.

Gedurende zijn afwezigheid overdacht

zij hetgeen hij gezegd had heel ernstig.

Eén ding stuitte haar echter ernstig

tegen de borst: mijnheer Strate was niet

van haar stand en zij had hem „onder-

weg" leeren kennen. Hij was in haar

leven gekomen, zonder dat hij aan haar

voorgesteld was.

Zij had vaak gehoord van menschen,

die men onderweg leerde kennen. Men

ontmoette hen op den boulevard, op de

pier en ook wel in den trein. Ze vroe-

gen u, of ge het raampje open of dicht

wilde hebben; of ge dezen stoel in de

schaduw soms prefereerde boven dien

een, .waarin ge zat; zij spraken van het

mooie weer of maakten er,u opmerk-

zaam op, hoe kalm de zee was. Lang-

zamerhand leerde men hen op die ma-

nier kennen en men maakte samen in

toerauto's tochten naar ruïnes van kas-

teelen en al heel spoedig was men zoo-

ver gekomen, dat er over intieme zaken

als bloedverwanten en appendicitis van

gedachten gewisseld werd.

Magaret was twee weken in Bright-

sea geweest, toen zij voor den tweeden

keer met iemand kennis maakte, zonder

dat deze aan haar was voorgesteld. Dit

maal was het een jonge man. Hij be-

hoorde niet tot de gasten van Acacia

House, dat vlekkeloos-reine en spaar-

zaam gemeubelde pension waarheen da-

mes van ondefinieerbaren leeftijd, die

in Londen jumpers breiden, kwamen

om in Brightsea jumpers te breien.

Hij het zich niet achteloos op de ve-

randa naast haar neervallen; evenmin

was hij haar verscheidene keeren ge-

passeerd om een blik van haar op te

vangen.

De ontmoeting was zeer ongewoon.

Zij zat op een van de harde stoeltjes

op de pier, toen hij het wandelhoofd

op kwfim. Het was acht uur des mor

gens en alleen energieke visschers waren

bij de hand.

Het was een tamelijk groote jongeman

in een licht grijs flanellen .pak, dat zijn

gebronsd gezicht op zijn voordeeligst

deed uitkomen.

Hij ging haar voorbij zonder haar

aan te kijken en zij zag op van haar


oek en sloeg hem peinzend gade, tot

hij achter de rotonde aan het einde van

de pier was verdwenen.

Toen hij terugkwam zat zij weer te

lezen en ze was zóó verdiept in haar

boek, dat ze hem zeker niet zou hebben

opgemerkt als hij niet gestruikeld en

vlak voor haar voeten gevallen was.

„Mijn schoenveter," zei hij kalm, ter-

wijl hij opstond. „Het spijt me heel erg."

Hij zette zijn voet op een stoel

en rukte hevig aan den veter, die hem

had doen vallen.

Ze zei niets, sloeg haar oogen weer

in het boek, hoewel zij niet las.

„Als het mijn bedoeling was geweest

om kennis met u te maken, zou ik

een minder pijnlijke manier hebben be-

dacht," zei hij, terwijl hij een vuile hand

met zijn zakdoek afveegde. „Maar het

was dan ook mijn bedoeling niét. En

ik zal u ook niet vertellen, dat wij elkaar

al eens eerder hebben ontmoet, omdat

het niet waar is. — Het is een heer-

lijke morgen, vindt u niet ?"

„Werkelijk ?"

Ze sloeg nauwelijks haar oogen van

haar boek op.

„U weet heel goed, dat het een heer-

lijke morgen is!" Zonder dat zij het hem

gevraagd had, ging hij naast haar zit-

ten. „U is. Margaret Brand. Mijn zuster

heeft nog met u op school gegaan. Mijn

naam is Denman, Jan of John, al naar

verkiezing. Ze wees mij u gisteren aan

en probeerde uw aandacht te trekken "

Indertijd, toen Margaret reeds een

meisje van een jaar of ^chttien was,

was het verhaal van den verloren zoon

ontstaan. Het was een broer van Helen

en zijn verschrikkelijkheid lag in het feit,

dat hij een hekel had aan discipline in

welken vorm ook, ruw was en een voor-

liefde voor het breken van vazen en

ruiten combineerde met een afschuw

voor morgenbaden.

Ten slotte had hij iets zóó ernstigs

gedaan, dat Helen — die een nufje was,

nnar Margaret zich herinnerde — ge-

Jantje secuur liet zich een parachute maken.

HELEN WILLS

Een zeer aantrekkelijk portret van de Amerikaansche

tennisspeelster, die ook ons land bezocht, door

Dorothy Wilding.

weigerd had het zelfs aan haar dier-

baarste vriendin te vertellen. Alles wat

deze te weten had kunnen komen, was

dat het zeer ondankbaar was geweest.

De Denmans waren rijk en van nieuwen

adel. Pa Denman had verscheidene

lintjes en ma was een dame, die zeer

kieskeurig was omtrent de menschen,

die zij kende. En de verloren zoon was

schuldig geweest aan een daad van vree-

selijke ondankbaarheid. Was hij ge-

trouwd met een meisje uit een café-

chantant of had hij zich verloofd met

de dochter van den tuinman ... ? Mar-

garet wist het niet meer... misschien

had men het haar nooit verteld.

,,U bent toch niet... die verschrik-

kelijke broer?" vroeg zij eer zij goed

en wel begreep wat zij deed.

„Dat ben ik," zei hij kalm. „Wilt un«

behoorlijk antwoorden ?"

Ze lachte, hoewel ze zich allesbe-

halve in de tegenwoordigheid van het

verdorven jopgmensch op haar gemak

voelde.

„Ja, ik ben die verschrikkelijke

broer... ik ben een afgedaalde Den-

man! Mijn vader is verleden jaar ge-

storven en ik heb al mijn best gedaan

te verbergen, dat ik familie van hem

DE MOOISTE BEENEN VAN AMERIKA

Miss Barbara Newberry maakt aanspraak op dit

bijzonder bezit.

8 -

ben. Als de couranten er achter komen,

zal ik het niet lang meer geheim kun-

nen houden en zal mijn familie tot

wanhoop worden gebracht. -.. De vol-

gende week begin ik echter aan een

nieuwe bladzijde van mijn levensboek

en haal ik een streep door alles, wat

achter mij ligt. Ik hoop mijn verleden

evenwel waardig af te sluiten. Door

een soort klap op den vuurpijl, begrijpt

u ? Ik wil nog één groot ding doen,

eer ik er tusschenuit ga."

Hij sprak snel, met horten en stooten

— .voor haar zelfs onsamenhangend.

Ze had niet het minste idee van het-

geen hij bedoelde.

Even snel als hij was gaan zitten

stond hij weer op.

„Ik loop nog een eindje rond," zei

hij. „Ik ben erg blij u te hebben leeren

kennen. Verraad me niet!"

Des middags zag ze hem weer en

hij begeleidde haar op een wandeling

langs het strand; des avonds gingen

zij naar de bioscoop en den volgenden

morgen leerde hij haar, hoe zij in zee

moest visschen.

Den derden dag achtte zij het nood-

zakelijk hem van mijnheer Strate te

vertellen.

„Is u met hem geëngageerd?" vroeg

hij. Zijn knap gezicht werd plotseling

heel ernstig. „Werkelijk ... dat wist ik

niet!"

„Geëngageerd ben ik eigenlijk niet,"

verklaarde zij vlug en ze vertelde hem

net zooveel, als ze dacht dat noodig

was om daarna zoo snel mogelijk van

onderwerp te veranderen.

„Heeft u den klap op den vuurpijl

al gegeven ?" vroeg zij hem. „En waar-

uit bestond die klap?"

Hij schudde zijn hoofd.

„Neen... ik geloof eigenlijk, dat ik

het niet eens doen zal. Brightsea is

er niet de geschikte plaats voor, ziet

u. Dat had ik van te voren wel kunnen

'begrijpen."

Ze begreep hem niet. Wat was het

verschrikkelijke, waarmee hij zijn familie

ONDER „VRIENDINNEN."

Willy: „Georges vroeg me gisterenavond in de

bioscoop ten huwelijk."

Milly: „Voor hem 'n beetje de sprong in de

duisternis, hè!"

i


VAN KAMERLID WEER ACTRICE

Mrs Hilton Phillpson, die verscheidene jaren lang lid

van het Engelscne parlement was, wil zich weer aan

het tooneel wijden, waar zij als Mabel Russell bekend is.

FILM-ENTHOUSIASTEN

L. D. £e AMSTERDAM. Lucie Doraine

is gescheiden. Zij filmt in Hollywood me£

Janeé Gaynor. Adres: Fox Studio, 1401,

Western Avenue, Los Angelos, Californie.

Olga Tscbechowa is den 26en April te

Alexandropol (Kaukasus) geboren. Ge-

scheiden.

B. L. te AMSTERDAM. De hoofdrollen

in „Haar grootste offer" speelden Norma

Talmadge en Gilbert Roland. Het scenario

is van C. Gardner Sullivan.

H. K. te SNEEK. Elisabeth Bergner is

den 17en April in Weenen geboren. Haar

adres is Berlijn-Dahlero. Faradayweg 15.

Brigitte Helm, geboren 17 Maart te Berlijn,

woont Berlijn-Dablem, Parkstrasse 78.

N. B. te ROTTERDAM. Het deed. ons

plezier te vernemen, dat U de voorplaat

met Marietta Millner zoo mooi vondt. Deze

actrice is in Weenen geboren en was ge-

trouwd. Zij is reeds jaren gescheiden.

N. v. d. L. te AMSTERDAM. Het adres

van Lilian Hall-Davis is Londen 91, College

Road Osteiley Park.

A. E. B. te DEN HAAG. Het nieuwe

adres van Gustav Froehlicb is Berlijn*

Westend, Heerstrasse 86. Niet getrouwd.

D, J. te ZUTPHEN. Ivan Mosjoukin

speelt op het oogenblik voor een nieuwe

rolprent, getiteld „Manolescu". In-deze film

speelt Brigitte Helm de vrouwelijke hoofdrol.

H. G. te DEN HAAG. De nieuwste

film van Reinhold Schünzel is „Peter der

Matrose". Verder spelen in deze rolprent

mee Renate Müller, Hanz Heinz, v. Twar-

dowski, Allan Durant en Rudolf Biebrach.

te schande maakte ? Was hij een

juweelendief of,.. In ieder geval wist

zij nu, dat hij niét met een meisje uit

een café-chantant getrouwd of met de

dochter van den tuinman verloofd was.

Des namiddags van den derden dag

keerde mijnheer Strata uit Londen terug

en zij verzamelde al haar moed om tot

een beslissing te geraken.

„Kunt u een eindje mee oploopen?

Ik zou graag even met u willen praten,"

vroeg zij.

„De zon is nogal sterk voor mijn

oogen," begon hij.

„Draag dan uw gekleurden bril,"

stelde zij voor. „Dat hebt u al eens

meer gedaan en toen hebt u óok geen

hoofdpijn gekregen."

Daarin stemde hij toe en tien minuten

later liepen zij samen op de pier.

„Laten we hier even gaan zitten,"

zei ze. Ze ging zitten en hij nam een)

stoel naast haar. „Mijnheer Strafe, ik

wilde u iets zeggen. Ik geloof niet, dat

ik met u kan trouwen. Ik stel de eer,

die u mij heeft aangedaan, ten zeerste

op prijs, maar ik trouw niet zoo

graag..."

„Maar mijn beste," begon hij, „als

je eens wist, wat je voor mij betee|-

kende..."

En toen verscheen in de verte de

slanke figuur van den verloren zoon ...

Hij zag hen en wuifde met zijn hand.

„Dat is een kennis van mij," zei ze.

„John Denman. Ik kende zijn zuster..,"

Tot haar groote verbazing sprong de

man naast haar op en uitte een vloek.

„Ik wil geen kennis maken, met

niemand!" Hij schreeuwde het letterlijk

uit. „Zeg hem maar, dat ik hem niet

wil leeren kennen." Maar het was te

laat! John Denman stond al vlak

voor hen.

„Dit is mijnheer Strate," zei ze

aarzelend, „een... de kennis, overwien

ik** u heb gesproken."

De verloren zoon keek brutaal op

hem neer.

„Allemachtig!" siste hij. „Hier is nu

de kans voor den klap op den vuurpijl

en ik kan het niet doen ... Loop naar

de maan, Smiih!"

Tot haar afschuw en verbazing stond

de kalme mijnheer Strate snel op en

rende zoo hard hij kon naar den uit-

gang van de pier, terwijl de verloren

zoon hem grimmig nastaarde.

Na eenige seconden was de laatste

wéér zichzelf. Gelaten viel hij op den stoel

naast haar neer.

„Je hebt het bedorven, mijn beste,"

zei hij, naar adem snakkend. „Ik wilde

mijn ontslag uit den politiedienst nemen

met een aureool om mijn slapen. En nu

kan ik het niet!"

„Wie... wie bent u dan ? En waarom

kunt u het dan niet doen ?" vroeg zij,

ten hoogste verwonderd.

Hij lachte.

„Heb ik je dan nog niet verteld.

Voor eiken voet

een goed passende

SALAMANDER

SCHOEN

AMSTERDAM ROTTERDAM

KALVERSTftAAT 165 NOORDBLAAK 43

. jlMJijyj»,^-

10 -

ANNIE W. te SCHEVENINGEN. Willy

Fritsch is niet met Lilian Harvey verloofd

en Greta Garbo niet getrouwd met John

Gilbert. Dit waren reclame-geruchten. Het

adres van John Gilbert is Metro-Goldwyn-

Mayer Studio, Culver-City, Californie.

IRENE te UTRECHT. Phyllis Haver

zal na haar huwelijk niet meer filmen. Zij

speelde de verleidster in „Vader" met Emil

Jannings.

D. F. te AMSTERDAM. Deze rol in

„Broadway Melody'' speelt Bessie Love. Haar

adres is Metro-Goldwyn-Mayer Studio»,

Culver-City. Californie. De regisseur van

deze rolprent is Harry Beaumont.

M. K. te ZWOLLE. Om filmacteur te

worden, moet U over het noodige talent

beschikken en een groote dosis geluk heb«

ben. Schrijft U eens aan de Universum

Film A.G., Kochstrasse 6—8 te Berlijn. Een

antwoord-coupon insluiten I

O. M. te ROTTERDAM. Aafa en Ufa

zijn twee verschillende maatschappijen. De

eerste is gevestigd Berlijn S.W. 48, Frie-

drichstrasse 223, de tweede Berlijn S.W. 68.

Kochstrasse 6—8.

A. G. te T1EL. Het adres van Corinne

Griffith is First National Studios, Burbank,

Californie. Zij is getrouwd. Nieuwste film:

„De ongekroonde koningin". Zij speelt thans

voor de sprekende film.

A. W. te AMSTERDAM. Maria Corda

is getrouwd met dpn filmregisseur Alexan-

der Korda; heeft geen kinderen. Zij is

Hongaarsche en filmt thans in Duitschland.

G. L. te HAARLEM. Ivan Mosjoukin

leest alle brieven zelf. Hij zal het zeer

prettig vinden, indien U hem in hei Rus-

sisch schrijft. U moet een antwoord-coupon

insluiten. Zijn adres is Kurfürstendamm

195, Berlijn. Hij is den 26en September in

Penza geboren.

M. H. S. te DEN HAAG. De gezonden

foto's zijn gratis. Het adres van Margarethe

Schön is Berlijn W. 30, Neue Ansbacher-

strasse 11. Ze zal U gaarne alle gewenschte

inlichtingen geven. We weten heusch niet

of R. C. en O. B. gebrouilleerd zijn. Mia

May filmt zeer zelden. Ellen Richter is

geen familie van Paul Richter. Ellen R. is

den 21en Juli te Weenen geboren. Zij is

getrouwd met den filmregisseur Dr. Willi

Wolff. Zij is door Joe May voor de film

ontdekt. Haar eerste film was „Gesetz der

Mine". Haar adres is Berlijn, Cicerostrasse

2—6. Aud Esede Nissen was eerst ge-

trouwd met Georg Alexander, thans met

Paul Richter. Haar adres is Berlijn W. 50.

Tauentzienstrasse 10. In het vervolg s.v.p.

niet meer dan drie vragen tegelijk!

dat ik de ongenade van mijn familie

op mijn hals heb gehaald omdat ik

dienst heb genomen bij de politie? Ik

ben inspecteur Denman, en ik heb al

mijn best gedaan Smith, alias Bocosco,

alias Strate te ontmaskeren. Maanden

lang ben ik daar al mee bezig geweest.

Hij is bigamist van professie en probeert

alleenstaande jongedames, die een

spaarduitje bezitten, in de val te lok-

ken ... Ik was hem op het spoor,

kon hem om zoo te zeggen arresteeren,

maar ik wilde het niet doen, omdat ik 1

dacht, dat jij van hem hieldt, toen je

me van hem vertelde. En nu kan ik

het niet doen, omdat hij weet door

jou hoe ik heet. Mijn naam zou nu in

de couranten komen ... Maar enfin, dan

neem .ik mijn ontslag maar zonder

aureool en zonder klap op den vuurpijl.

Ga mee een kopje thee drinken, dan zal

ik je terwijl vertellen waarheen wij onze

huwelijksreis gaan maken..."

Margaret blóosdCi maar ze ging mee.

Oók -op de huwelijksreis.

s i

EEN DUITSCHE VOLKSLEGENDE

F A US T

6RETCHEN GELUKKIG

PERSONEN:

Fausl Oösta Ekmann

Mephisto Emil Jannings

Cretchen Camilla Horn

Martha Vvette Guilbert

Valentijn .:.... Wilhelm Dieferle

Regie. F. W. MURNAU. UFA-FILM.

De Ufa. ia erin fleslaagd om voor

de Faust-film een serie opnamen te

maken, die de oude volkaleöende

doen herleven.

Als een knap staaltje van fotokunst

beschouwe men b.v. de drie foto's

van Qretchen.

Ook de andere scènes, hier weer- GRETCHEN VOL LEED

GRETCHEN NADENKEND

Öefieven als een öreep uit een uiter-

mate rijke materiaal, laten zien wrat

de moderne film-operateur in com'

binatie- en in enkele beelden- foto-

grafisch weet te bereiken.

Het is wel eens öoed om op deze

bijzondere prestatie te wijzen, wat

wij dan ook gaarne hierbij doen.

.DE SCÈNE IN AUERBACHS KELLER MARTHA EN GRETCHEN

EMIL JANNINGS ALS MEPHISTO KNAPPE GRIME VAN EMIL JANNINGS

- 11 -

ONZALIGE LIEFDE. GRETCHEN EN FAUST


KATTEN ALS

HUISDIEREN

DOOR R. VAN EECKE

Wanneer men een kattenfamilie haat

gang laat gaan, kan men waarnemen,

hoe de oude kat haar jongen alles leeyt,

eerst spelenderwijze en later effectief

en daarbij haar kroost op bijzondere

wijze roept, waarschuwt en aanmoedigt.

Katten kunnen ook vriendschap

sluiten met andere dieren als honden,

konijnen, papegaaien enz. Men kan haar

ook van alles aan- en afleeren, mits

men zich daartoe alle moeite getroost

en een en ander geduldig doet, zonder

haar af te schrikken. Met hardheid

krijgt men niets gedaan!

Over het algemeen heeft onze poes

weinig van ziekten te lijden; de ge-

vaarlijkste en besmettelijkste ziekte is

wel de schurft. Jonge dieren kunnen

aan een soort van stuipen lijden en

overigens kan de geheele familie veel

last ondervinden van ingewandswurmen,

die zij opdoen bij het verorberen van

ratten en muizen.

Er bestaan van de kat weinig rassen.

Het voornaamste ras is eigenlijk geen ras,

namelijk de z.g. Angorakat, die uitmunt

door bijzondere grootte, prachtig lang,

zijdeachtig haar en vleeschkleurige lip-

pen en zolen. De kleur van het haar

mag zeer verschillend zijn. Over het

ontstaan dezer Angorakatten weten wij

al even weinig als over het ontstaan,

van onze andere zijdeachtige huisdieren.

Ook de reden, waarom men den naam

Angora aan deze dieren gegeven heeft,

ligt in het duister. De Angorakat is

uit Klein-Azië tot ons gekomen; zij werd

in 1521 door Pietro délla Valle uit

Chorassan naar Italië gebracht.

Een tweede vorm is de Mankat, zoo

genoemd, omdat zij van het eiland Man

bij Engeland afkomst% is. Zij komt

echter ook in Dorsetshire voor en heeft

als bijzondere kenmerken: hooge en

sterk ontwikkelde achterpooten en

het missen van den staart. Dergelijke

staartlooze katten komen ook voor in

O.-Azië, Japan en op de Soenda-

eilanden, in het bijzonder op Java, doch

met allerlei overgangen.

De derde vorm is de Kartäuserkat,

die zacht, wollig haar heeft en één-

kleurig blauwgrijs is.

Als vierden vorm kan men de ietofwat

problematische Petschilikat beschouwen,

die hangooren moet hebben, wat bij

geen andere kat voorkomt. Volgens de

verhalen wordt deze kat door de

Chineezen vetgemest en als lekkernij

opgepeuzeld. Een Chineesche dak-

haas dus!

Aziatische rassen zijn: de Kumanische

kat uit den Kaukasus, de roode

Tobolsksche kat uit Siberië en de Sia-

meesche kat met prachtig Isabelkleurig

glad haar, zwartbruin aangezicht, ooren,

pooten en staart.

N.B. In het eerste artikel werden twee teekeningen

als van den schrijver afkomstig (renoemd, Deze

mededeelinp: berust op oen vprRissmf?.

MIJNH

TTEN

Prij» SO en 60 et- Bij Apoth. ca DrO^itfcn

- 12 -

Daarmee verbindt gij de uiting van goeden smaak aan de

ware luxe, wat ten slotte ook het meest economisclie is.

B

roiLiimeiin oae ragen cme e

- 13 —

• •


' ■ ■ '''"-'.'

■/'ü-'.

E' Ui

'J f : 1

'A ftofyi

B J 1

/ y

\

(Foto Godfried de Groot)

Als „Yuang Sing" In „Het Chlneesche Landhuis".

BIJ ALBERT VAN DALSUM

D e

honderdste voorstelling van

l„Het Chineesche Landhuis", lazen

we op het affiche en onwille-

keurig dachten we direct aan de mach-

tige creatie van Albert van Dalsum,

Zijn „Yuang Sing" heeft er veel toe bij-

gedragen, dat dit tooneelwerk in ons

landje een zoo groot succes wist te

boeken I

In de pauze hadden we even gelegen-

heid om een oogenblikje van Van Dal-

sum's tijd te vragen en in zijn kleed-

kamer stond hij ons te woord.

„Veel tijd heb ik niet, want ik moet

direct als de pauze afgeloopen is

weer op."

We beloofden het kort te zullen

maken en vroegen of hij ons iets uit

zijn loopbaan wilde vertellen.

„Ik begon als kantoorbediende op

een kantoor der Nederlandsche Spoor-

wegen de gelei- en inklaringsbrieven

te schrijven. Een toeval bracht mij eens

naar den schouwburg. Een van mijn

familieleden had een abonnement voor

den schouwburg en hij was plotseling

verhinderd en vroeg of ik lust had te

gaan. Ik accepteerde gretig en toen ik

's avonds in den schouwburg zat en

meegesleept werd door het schitterende

spel der artisten, kwam het verlangen

in mij op óók tooneelspeler te worden.

Hoe ik dat precies moest aanleggen,

wist ik nog wel niet, doch ik zou er

wel iets op weten te vinden. Jan C. d©

Vos, vond ik een geweldig goed acteur

en ik besloot hem een briefje te schrijven

en te vragen of hij mij misschien ook

particuliere lessen wilde geven, omdat

er bij mij natuurlijk van tooneelschool-

bezoek geen sprake kon zijn.

Jan C. verklaarde zich bereid en aan-

gezien ik geloofde, dat ik op het kan-

toor der Spoorweg-Maatschappij nu óok

niet zoo heel gauw promotie zou maken,

waagde ik den stap en ging aan het

tooneel. Willem Royaards was mijn

eerste tooneeldirecteur en onder zijn^

leiding kreeg ik „Raphael" in „Adam

in ballingschap" te spelen. Lang bleef

ik niet bij hem, want het mij toebe-

deelde werk beviel mij niet. Ik verlangde

naar grooter werk en nam dankbaar

een engagement aan bij de Kon. Ver.

„Het Nederlandsch Tooneel".

Hier kreeg ik mijn kans en speelde

onder Roelvink's regie „Gijsbrecht van

Aemstel".

Eenigen tijd later werd Eduard Ver-

kade artistiek leider der Kon. Ver. „Het.

Nederlandsch Tooneel" en onder zijn

leiding speelde ik verschillende groote

rollen, totdat Verkade naar Engeland

vertrok. ■ - -

Cor van def Lugt Melsert bood mij

een engagement aan, hetgeen ik accep-

teerde, doch toen Verkade nog datzelfde

jaar uit Engeland terugkeerde en weer

een gezelschap oprichtte, keerde ik van-

zelf weer bij hem terug."

„Hoe lang bent u nu al aan het

tooneel ?"

- 14 -

„Ongeveer zeventien jaar."

„Welke rollen speelt u het liefst ?"

nOch, al mijn rollen speel ik met

liefde. Ik houd dol veel van mijn beroep

en dan is iedere rol voor mij een dank-

bare opgave. Men kan aan eenige be-

paalde rollen de voorkeur geven. De

rol van Yuang Sing in „Het Chineesche

Landhuis" speel ik zeer graag. Verder

„Julius Caesar", den koning in „Ham-

let" en niet te vergeten „den Inquisi-

teur" in „St. Joan". Maar er zijn er

zooveel en daarom is het zoo moeilijk

een voorliefde te hebben voor bepaalde

rollen."

„Kunt u ons misschien ook nog iets

omtrent uwe plannen bij^ „Het Oost-

Nederlandsch Tooneel" mêdedeelen ?"

„Nu, om u de waarheid te zeggen,

zou ik daarmede nog willen wachten

tot Augustus. In hoofdzaak is alles ge-

reed, doch er kunnen zich steeds nog

wijzigingen voordoen.

Er ligt een wijd arbeidsveld voor

ons open en ik verzeker u, dat wij hard

zullen werken. Een mooi repertoire is

gevormd, o.a. zullen wij opvoeren: ,',De

comedie yan het geluk" van Evrinov,

„De karavaan" van Max Mohr, „Drie

Grosschenoper" van Bracht, „Volpone"

van Johnson-Schweig, „Nicola" van

Wedekind, „Cagliostro" van Defresne,

„De rare rechter" van Defresne en niet

te vergeten „Maja" van den Franschen

schrijver Gatillon en „Richard de

derde" van Shakespeare."

„Hadt u „Richard de derde" niet

bij „Het Vereenigd Tooneel" zullen

spelen ?"

„Ja, doch de beeren Verkade & Ver-

beek hebben ons de rechten overge-

daan. Een zeer zware rol „Richard

de derde", doch bijzonder mooi en vol

van prachtige spelmogelijkheden.

En ons gezelschap is samengesteld

uit de dames: Anna Sablairólles, Mien

Duymaer van Twist, Charlotte Köhler,

Sara Heyblom, Willy Haak, Nell

Knoop, Minny Eerens-Heyern^ans en

Mevrouw Frans. De beeren zijn: Albert

van Dalsum, Henri Eerens, Philip la

Chapelle, Dick van Veen, Jules Ver-

straete, J. Cruys Voorberg, Hans Car-

pentier Alting en Jo .Stemheim.

Als regisseurs zullen optreden Dr. W.

Frans, Dick van Veen en ik, terwijl de

heer Defresne artistiek adviseuir is.

Een bel klinkt dringend door de

gangen. Dat is voor ons het teeken

om heen te gaan, want de pauze is om

en Van Dalsum wordt tot zijn plicht

geroepen.

Met een handdruk nemen we afscheid

van dezen bescheiden acteur en wen-

schen hem veel succes met zijn plannen

voor het komende seizoen, dat wij allen

met veel belangstelling tegemoet zien,

want we weten, dat het gezelschap van .

„Het Oost-Nederlandsch Tooneel" ons

het nieuwe seizoen met eenige zeer be-

langrijke tooneelwerken zal verrassen.

C.

T

>

■■■■■■ ■■i^^"

DE DOCHTER VAN PEN POSTMEESTER

Regie en hoofdrol

Iwan Moskwln

NAAR EEN NOVELLE VAN A. PUSCHKIN

DOOR J. OZEP EN W. TÜRKIN

Semjon waanzinnig van smart. JWAN MOSKWIN als de „Postmeester".

In het jaar 1820 werd een der vele

poststations aan den weg Peters-

burg—Smolensk door den post-

meester Semjon Wyrin beheerd.

Wyrin, een goedmoedig en plichts-

getrouw man, werd bij zijn werk door

zijn eenige dochfer Dunja, die hij bo-

ven alles lief had, goed bijgestaan.

In een stormachtigen winternacht

komt ritmeester Minsky, een lichtzin-

nig huzaren-officier van het Petersbur-

ger garnizoen, aan. De benoodigde paar-

den zijn niet aanwezig en Minsky, zich

hierover ergerende, begint vreeselijk op

te spelen. Maar, zooals gewoonlijk in

zulke gevallen, verschijnt Dunja om den

opgewonden reiziger te kalmeeren.

Minsky is verbluft bij het zien van dit

lieftallige meisje en tracht een gesprek

met haar aan te knoopen. Echter tever-

geefs; zij is van de aardigheidjes van

den officier niet gediend. .

Door haar terughouding geërgerd, be-

sluit hij het „bloempje" te veroveren.

Als Wyrin uit het dorp terugkeert,

waar hij andere paarden heeft gehaald,

treft hij den officier kreunend, op een

divan liggend, aan. Minsky houdt zich

ziek om in het huis van Wyrin te

kunnen blijven. Spoedig heeft de officier

het vertrouwen van Dunja en den post-

meester gewonnen.

Als Minsky zal vertrekken, biedt hij

Dunja aan haar naar de kerk te bren-

gen en op aandringen van haar vader

stapt Dunja in de slede om mee te rijden

tot aan de kerk. Tevergeefs wacht de

oude man urenlang op den terugkeer

van zijn kind. Eindelijk hoort hij, dat zij

door Minsky is ontvoerd.

Deze slag is voor Wyrin te veel; hij

valt ten prooi aan een langdurige ziekte.

Doch zoodra hij genezen is, neemt hij

verlof om zijn eenig kind te gaan zoeken.

In Petersburg komt hij te weten, dat

ritmeester Minsky in hotel Demuth

woont. Hij gaat daarheen om hem te

smeeken zijn kind terug te geven, doch

WERA MAUNOWSKAJA als Dunja.

- 15 -

Uitgebracht door de F.I.N.-illm

De ritmeester.

Minsky is hiervoor niet te vinden, drukt

den ouden man geld in de handen en

wijst hem de deur.

Doelloos doolt Wyrin nu door de stra-

ten van St.-Petersburg. In het donker

ziet hij plotseling Minsky's wagen voor

een huis stilhouden. Door een list komt

hij van den koetsier te weten, dat in

het huis Dunja woont. Hij belt aan en

stelt zich aan het dienstmeisje voor als

de vader van haar meesteres en wordt

binnengelaten. In een der kamers ziet hij

zijn kind met Minsky. Als Dunja nu het

ingevallen gezicht van haar ouden vader

ziet, valt zij in onmacht en Wyrin knielt

weenend naast zijn dochter, die hij niet

meer wil verladen. Minsky pakt den

ouden man ruw vast, trekt hem de trap

af en jaagt hem het huis uit.

Toch wil Wyrin nog eens probeeren

Minsky anders te stemmen. In hotel

Demuth hebben de kameraden van

Minsky zich verzameld voor een feest.

Als «ij van den verlegen postmeester

hooren, dat hij op Minsky moet wachten,

dringen zij hem champagne op om hem

dronken te maken. Intusschen verschijnt

Minsky en Wyrin, hem ziende, schreeuwt

hem toe: „Geef mij m'n kind terug —

Schurk 1" Minsky verklaart echter met

een lachend gezicht, dat hij dezen dron-

ken of waanzinnigen man niet kent en

laat hem door de kellners op straat

zetten. In zijn vertwijfeling wankelt hij

weer naar huis, nog steeds hopende,

dat hij Dunja uit de handen van dezen

schurk kan bevrijden. Maar tevergeefs.

Hij keert nu naar zijn stil dorp terug,

maar door het alleen zijn én de gedach-

ten aan zijn verloren kind wordt hij

krankzinnig. In een vlaag van waanzin

vliegt hij naar buiten, waar hij in een

sneeuwstorm neerstort en dood blijft

liggen.


Dansmanieren in 1888.

Door toevallige omstandigheden kreeg

ik een dezer dagen een programma in

handen van een bal, dat in 1888 in voor-

namen kring was gegeven. Het had een

goud randje en vertoonde een teekening

van een dame, die in een omvangrijk

kostuum een polka danste.

Op het programma kwamen achttien

dansen voor, waarvan er zeven quadrilles

waren.

Op den achterkant werd een beroep

gedaan op de beeren om niet te rooken,

daar dit de muzikanten irriteerde. Met vette

letters was er de waarschuwing aan toege-

voegd : „Heeren moeten hun dames niet

ronddraaien, daar beenen en fladderende

rokken het gezelschap geen eer aandoen !"

Tempora mutantur, nos et mutamur

in illis!

Geen cocktails meer. dames !

Er schijnt iets niet in orde te zijn met

de schoonheid van de vrouw. Wij, gewone

stervelingen, merken dit nog niet op,

omdat de achteruitgang bijna niet te

con stateeren is, doch de schoonheidsspe-

cialisten hebben het wel degelijk gezien

en zij hebben de oorzaak ook reeds ont-

dekt : de dames drinken te veel cocktails

en andere geestfijke dranken. Dit heeft

op de huid een zeer nadeeligcn invloed.

Zij wordt "te droog en er gaan zich bij de

oogen kleine rimpeltjes vertoonen, die

een indruk van oud-zijn geven.

In Londen en Parijs is dan ook het

eerste, wat iemand, die een schoonheids-

instituut bezoekt, te hooren krijgt: „Geen

cocktails meer!"

Edison zoekt zelf zijn opvolger.

Edison, die reeds zoo veel dingen heeft

uitgevonden, tracht nu zijn opvolger uit

te vinden. Hij is twee en tachtig en op

wien zal zijn mantel vallen ?

Hij zal zijn keus op de volgende wijze

vaststellen. De gouverneurs van alle

Amerikaansche Staten zijn door hem uit-

genoodigd om de beste vertegenwoordigers

der jeugd uit te zoeken en hen naar zijn

laboratorium te zenden, waar zij onder-

worpen zullen worden aan een speciaal,

door Edison zelf af te nemen, examen.

Edison zal den „jongeling zijner keuze",

alvorens hij hem in zijn voetsporen doet

treden, voor vier jaar naar een technisch

dollege zenden !

Uitlating van een cynicus.

Sommige mannen krijgen wat zij verdie-

nen ; anderen blijven ongetrouwd.

Indien U meent HET BESTE

gezien te hebben, dat er op

filmoebied bestaat, dan heeft de

WILTON METRO GOLDWYN

altijd NOG BETERE FILMS

DE DANS EN „HET WEEKBLAD"

Onze medewerker voor den dans, de

heer C. Klinkert, zal door zijn bezoek

aan het Wereldcongres van dansleeraren

te Parijs op 6—9 Juni a.s. en de hier-

aan verbonden voorbereidingen, van 1—15

Juni geen artikelen voor ons blad kun-

nen schrijven of correspondentie kunnen

beantwoorden. Na zijn terugkeer zal hij

echter een uitgebreid verslag geven van

de opgedane ervaringen en eventueele

nieuwigheden bespreken.

Bovendien zullen in de maand Juli

belangrijke mededeelingen in,,Het Week-

blad" verschijnen over de danscompetitie

1930, terwijl ongeveer 15 September het

officieele programma ervan in ons blad

zal verschijnen.

Figaro is teleurgesteld.

Eton crob, bob en shingle verdwijnen.

Krulletjes en lokjes komen weer terug en

lang haar zal eens weer de glorie der vrou-

welijke schoonheid uitmaken.

Het korte haar is een slechts betrekke-

lijk kort leven beschoren geweest en de

kappers moeten zich thans, evenals alle

andere mannen op hun tijd, onderwerpen

aan de grillen van de vrouw.

Van grillen gesprokei|: is de haardracht

het gevolg van een gril of van den zaken-

geest van den man, die de mode schept ?

Wil de moderne vrouw den stijl van

haar japonnen, van heur haar en gezicht

zóó vaak veranderen of is zij slechts de

slavin van de modeteekenaars.?

Wat heur haar betreft legt zij inderdaad

een eigen wil aan den dag. Het juk van

Figaro heeft zij van zich afgeschud en

zij draagt haar kapsel niet zooals hij

het haar raadt, doch zooals zij het zelf

wenscht!

Shaw en de reclame.

Bernard Shaw, die nu bijzonder rijk is,

heeft onlangs erkend, dat hij in de eerste

negen jaren van zijn schrijversloopbaan

slechts vijf en zestig gulden heeft ver-

diend ! Hier was nog zestig gulden bij, ver-

kregen door het schrijven van een adver-

tentietekst !

Cynici zullen misschien opmerken, dat

Shaw thans nóg een expert in reclame-

aangelegenhedcn is, en dat een groot

gedeelte van zijn huldigen welstand

eveneens aan „reclame" te danken is!

EXCELSIOR-FILMS

ZIJN .

PUBLIEK-FILMS

1b -

•&:k *r

Zeg het met cactussen!

Naar ik verneem, moet het in Londen

en Parijs tot den bon ton hooren den

dames geen bloemen meer te offreeren,

doch cactussen. Dit mag vreemd lijken

nu we juist midden in het bloemenseizoen

zitten, maar men vertelde mij, dat deze

nieuwigheid geïmporteerd is uit Amerika,

waar de cactus een up to date geschenk

aan dames is. Misschien is het feit, dat

de cactus slechts eens in de veertien dagen

water behoeft te hebben, er niet vreemd

aan.

De man.

die zijn geluk niet kent.

Er loopt een man rond, die niet weet,

dat hij drie maal millionnair is! De win-

naar van den eersten prijs van de Madrid-

sche Wereldloterij heeft zijn lot namelijk

nog niet ingewisseld. En toch ontvangt

hij tegen overgave ervan niet minder dan

drie millioen gulden !

Het is te hopen voor hem, dat het lot

niet „zoek" is!

De Chineezen en oud papier.

De Chineezen zijn de grootste verbrui-

kers der wereld van oude couranten.

Daar ik niet begreep, wat zij met al dat

,oud nieuws' deden, heb ik mijn licht eens

opgestoken bij iemand, die vaak in China

is geweest en ik hoorde van hem, dat zij

de oude couranten prefereeren boven het

onsterke papier, dat zij zelf maken, om

er hun muren mee te beplakken. Boven-

dien gebruiken zij het ook nog om er de

kleeren van te fabriceeren, die zij direct

op het lichaam dragen.

Een nieuwe truc7

Een vriend van mij zag een dezer dagen

in een courant een advertentie, waarin

een mooie flat te huur werd aangeboden

tegen een zeer matige huur. Inlichtingen

waren in een in de buurt gelegen hotel

te krijgen. Hij stapte op zijn motorrijwiel

en vond alles, zooals het in de advertentie

stond. Behalve den sleutel, dien vond hij

niei. Men vertelde hem echter in het hotel,

dat de eigenaar der flat was uitgegaan

èn den sleutel in zijn zak had gehouden.

De ober gaf hem —en nog eenigen anderen

huurlustigen — den raad te wachten

totdat de eigenaar zou terugkomen.

Het was zeven uur eer mijn vriend,

die om twee uur was gekomen, vertrok.

Hij had toen bijna vijftien gulden verteerd,

want een goedkoop restaurant was het

met! Wat de anderen hebben betaald,

weet hij niet. Wèl vraagt hij zich af, ot

dit soms een nieuwe „truc" is!

N.V. KLEEDF.RMAKER1)

Old Bond Street

DAMES- EN HEERENKLEEDING

NAAR MAAT

LE1DSCHESTRAAT -»9

TELEFOON 3-1-6-32

J

'

STORM

Een vaderlandslievende boerenzoon, Ivan Markov,

verwerft zich de vriendschap van een beroemd

generaal en wordt bevorderd tot luitenant. Hij is

hopeloos verliefd op de dochter van dien generaal,

Prinses Tamara, die echter verloofd is met een ingebeelden

adjudant van haar vaders staf. Na een beleediging

hem door Prinses Tamara op een bal ten hare

huize aangedaan, bedrinkt hij zich, beleedigt zonder

het te willen de prinses en wordt in de gevangenis opgesloten

met Bulba, zijn trouwen kameraad.

Een marskramer, een geheime agent der Sovjets,

bezoekt in alle stilte Ivan in de gevangenis en haalt hem

over tot de revolutionnaire partij.

De prinses ontdekt, dat zij Ivan bemint en bezoekt

hem in 't geheim in de gevangenis, maar hij zegt haar, dat

hij haar en al de aristocraten veracht en trotsch is op

zijn boerenstand. Zij verbreekt haar verloving en in spijt

van Ivans onverzoenlijkheid weet zij, dat ze nooit iemand

anders lief kan hebben dan alléén hem.

Men sluit Ivan op in een cel en zegt hem, dat dit

uit naam der Prinses geschiedt.

De geestvermogens van den eenzamen gevangene

zijn totaal gestoord, als de Sovjets na den wereldoorlog

het bestuur overnemen. De marskramer, thans

volkscommissaris, bevrijdt Ivan en maakt hem onder-volkscommissaris

aan de rechtbank. Ook Bulba is teruggekeerd

van het front en bekleedt een hooge positie.

Zitting nemende in de rechtbank, met Ivan aan zijn

zijde, veroordeelt hij alle aristocraten ter dood. Een

van die gevangenen is de Prinses, die gearresteerd werd

toen ze haar vader trachtte te redden. Ivan worstelt tegen

zijn liefde, die niet wil sterven en de herinnering aan

al de beleedigingen, die ze hem heeft aangedaan. Hij

laat haar in de cel, die hij jaren eenzaam heeft bewoond,

opsluiten en gaat haar daar alleen bezoeken. Dan werpt

ze zich in zijn armen en bekent hem, dat ze hem steeds

heeft liefgehad en Ivan kan het niet gelooven, tot hij

zijn medaillon om haar hals ziet, dat zij nog steeds

draagt.

Hij stelt Bulba aan om de Prinses te beschermen en

gaat zelf zijn ouden vriend, den generaal, opzoeken.

Doch als hij aankomt, is deze juist gefusilleerd. Hij sterft

in Ivan's armen.

Ivan doodt ten slotte den commissaris uit zelfverdediging

en vlucht in een slede met de prinses en Bulba

naar

t\

een naburigen staat, waar ze hun geluk tegemoet gaan.

1

JJI

Prinses Tamara en sergeant Bulba.

ROLVERDEELING.

Sergeant Ivan Markov lohn Barrymore

Prinses Tamara Camilla Horn

Sergeant Bulba Louis Wolheim

De Marskramer ; . . . Boris de Fas

De Generaal George Fawcett

De Kapitein Ullrich Haupt

EEN UNITED ARTISTS-FILM.

— 17 -

ONDER ALVA'S BEWIND

In de 16de eeuw leden de Zuidelijke Nederlanden

onder den druk van Spanje. De bevolking was tot

Tiet uiterste gedreven en men vergaderde in alle stilte

om vrij te komen van de Spaansche tirannie.

Hooge prijzen werden door de Spanjaarden gezet op

de hoofden van den Prins en van Lederkap. Doch al hun

pogingen bleven vruchteloos en de wreede hertog van Alva

laat 'nu zijn beeldschoon nichtje, Donna Lenóra van

Spanje overkomen en huwelijkt haar uit aan Mark van

Rijcke, zoon van den burgemeester van Ghent, om zoo

achter hun geheimen te komen.

Lenora is diep ongelukkig over het plan van haar oom;

ze had haar hart reeds gegeven aan Don Ramon de

Linea, aanvoerder der Spaansche troepen in Ghent.

Op haar huwelijksdag bekent zij aan Mark, dat zij

een ander liefheeft. Haar haat tegen de Zuidelijke Neder-

landen wordt nog heftiger als zij verneemt, dat haar ge-

liefde in een geheimzinnig gevecht door Lederkap gedood

wordt. Het was haar echter niet bekend, dat hij Ramön

doodde in een eerlijk gevecht.

Spoedig krijgt Lenora de gelegenheid om haar land

een dienst te bewijzen. Zij vond een lijst met de namen

van den Prins van Oranje en zijn aanhangers en maakte

zich gereed deze aan haar oom te Brussel te overhan-

digen. Op weg erheen verzoent zij zich met haaï - echt-

genoot en merkt, dat hij een degenwond aan zijn arm heeft.

Alva, die vernomen heeft, dat Lenora op weg is naar

Brussel, vertrekt met een klein gevolg soldaten om

haar te ontmoeten. Mark is nu overtuigd, dat zijn vrouw

een Spaansche spion is.

Voor het eerst geeft Lenora zich nu rekenschap

van de wreedheid van haar volk. Het is te laat om Mark

te redden, maar zij verbergt de lijst onder haar kleep^en.

Ze ijlt naar het huis van den burgemeester van Ghent

en overhandigt het document. De patriotten worden ge-

waarschuwd en met Mark in hun midden overvallen zij

Alva en zijn soldaten.

Ondanks hun overwinning is Mark bitter gestemd

bij de gedachte aan Lenora, tot de Prins van Oranje

hem vertelt, dat zij hun zegepraal aan haar te danken

hebben. En zijzelf komt tot hem en smeekt hem om

vergiffenis, terwijl zij hem haar liefde bekent.

Hij vergeeft haar en zoo vinden zij den weg tot

hun geluk.

Deze film is de eerste geluidsfilm, hier te lande

vertoond.

Alva en de leden van den Bloedraad trachten Lenora uit te hooren.

/?OZ. V£/?D££/./yVO:

Mark van Rijcke Ronald Colman

Donna Lenora de Vargas • Vilma Banky

De Hertog van Alva Noah Beery

De Prins van Oranje Nigel de Bruiier

Van Rijcke. Burgemeester van Ghent . . Fred Elsmelton

Mevrouw van Rijcke Eugenie Besserer

Ramon de Linea Paul Lucas

Marijke .............. Virginia Bradlord

UNITED ARTISTS-FILM.


HISTORISCHE MISDADEN

CALDERON. DE MAN. DIE OP NAAM VAN ZIJN KONING MOORDDE

gedurende de regeer ing van

Philips III, die van 1598—

1621 over Spanje heerschte,

verkeerden de geldmiddelen

van dit land in een aller-

treurigsten staat. De pogin-

gen, die Philips II in het werk had gesteld

om Nederland onder Spaansch gezag te

houden, hadden massa's geld verslonden,

zoodat de schatkist hij tijden zoo goed als

geheel leeg was. Bovendien wilde Philips

III de onderwerping van ons land door-

zetten, met het gevolg, dat de financiën

weldra in een allerslecht sten toestand

verkeerden.

Het was op den graaf Van Lermaenzijn

beschermeling Calderon, dat de plicht

rustte, den financieelen staat van Spanje

te saneeren. Zij deden dit evenwel op

zóo'n onbezonnen wijze, dat het volk

ontevreden werd. De vruchtbaarste lande-

rijen moesten door de financieele politiek

van graaf Van Lerma onbebouwd blijven

liggen door gebrek aan geld en werkkrach-

ten ; de nijverheid vond geen afzetgebied

meer en de handel verliep ....

In een dergelijken somberen staat ver-

keerde het land, toen de hertog van Ucina,

zoon van graaf Van Lerma, zijn vader

dwong de leiding aan hem af te staan.

Volgens sommigen had hij zelfs het plan

nog verder in zijn optreden tegenover

den graaf te gaan, maar deze was handig

genoeg om het onweer, dat hem bedreigde,

te doen afdrijven op zijn handlanger

Calderon, die erdoor vernietigd werd.

Wie en wat was Calderon ? De levens-

loop van dezen man is al zeer zonderling.

Hij was de zoon van een Spaansch soldaat,

die in Antwerpen getrouwd was met een

meisje |uit het volk. De man had het zoo

arm, dat hij op een kwaden dag besloot zijn

kind te verdrinken, daar hij het zelfs

niet eens het allernoodigste geven kon.

Op het laatste oogenblik werd hij echter

in zijn voornemen verijdeld en hij besloot,

nadat zijn vrouw overleden was, naar

Spanje terug te keeren, waar hij erin

slaagde zijn zoon als page geplaatst

te krijgen bij den vice-kanselier van Ara-

gon. Vandaar ging de kleine Roderic

Calderon, die bijzonder bij de hand

was, weldra over in dienst van den graaf

Van Lerma, den eersten minister van

Spanje, die het land feitelijk regeerde.

Van dit tijdstip af stond de weg naar eer

en macht voor Roderic Calderon open.

Hij werd benoemd tot staatssecretaris

met het gevolg, dat hij zeer belangrijke

aangelegenheden, als gratie-verleeningen

en dergelijke, te behandelen kreeg. Nadat

hij een rijk huwelijk had gesloten, werd

hij benoemd tot ridder van Sint Jacques

en tot commandeur van de Duitsche Garde.

De schoonvader van Calderon, een man

met een gezond verstand, zag met leed-

wezen tot welk een hoogte de eenvoudige

jongen gestegen was en hij voorvoelde,

dat het verkeerd moest afloopen.

„Niets is bestendig hier beneden," zei

hij eens tegen Calderon. ,,Denk daar wel

aan. Als men eenmaal zoo hoog gekomen is,

dat men niet hooger kan, moet men nood-

zakelijk dalen of liever : vallen \"

Was de man op de hoogte van de prac-

tijken, die Calderon toepaste om zich geld

te verschaffen ? Het antwoord hierop

zal men wel steeds moeten schuldig blij-

ven, maar daar hij een goeden kijk op het

leven en de menschen had, mag men wel

aannemen, dat hij zag, hoe de macht

Calderon benevelde en hoe deze zijn

geringe afkomst totaal vergat. Hij dacht,

dat zijn fortuin op een basis van graniet

berustte en verklaarde zich daarom open-

lijk tot een aanhanger van graaf Lerma's

politiek. Hij leefdealseen vorst, gaf enorme

sommeh uit, hetgeen echter niet belette,

dat zijn geldkist steeds beter voorzien

was dan de schatkist van Spanje, want

hij deinsde voor geen enkel middel terug

om zidi geld te verschaffen. Hoe hij hier-

bij te werk ging, zullen wij zoo straks zien.

Ten slotte werd het volk de afpersingen,

waarvan het het slachtoffer was, moe ;

het begon zich te verzetten en dreigde met

opstand. Dit kwam den koning ter oore,

die in de afzetting van graaf Van Lerma

toestemde, en een bevel tot inhechtenis-

neming van Calderon uitvaardigde ....

Deze gang van zaken beteekende voor

Calderon een donderslag bij helderen

hemel; hij haastte zich om de enorme

sommen, die hij bezat, bij vrienden in

veiligheid te brengen en vluchtte naar

Valladolid in de hoop, dat het onweer

zou afdrijven en hij de kans zou krijgen

zich bij den koning te rechtvaardigen.

Want op dit laatste had hij zijn hoop op

behoud gebouwd. Die hoop duurde even-

wel slechts kort. Eenige dagen later werd

hij gearresteerd en gevangen gezet op

het kasteel van Montachez bij de Portu-

geesche grens.

Van hier uit schreef hij dagelijks aan

den graaf Van Lerma, aan Ucina, die

nu met de macht van zijn vader was

bekleed en zelfs aan den koning, van

wien hij niet kon aannemen, dat deze hem

aan het gerecht zou overleveren als den

eerste den beste. Weldra besefte hij echter

de waarheid in haar vollen omvang:

de koning gaf last zijn zaak door een

rechtbank te doen onderzoeken. Spoedig

vond deze uit, waar hij zijn geld en zijn

papieren verborgen had. Uit de laatste

bemerkte men, hoe de gevangene erin ge-

slaagd was het eerste, dat een fabelachtig

bedrag vertegenwoordigde, bijeen te garen.

Zonderling genoeg begon men zich

echter hoe langer hoe voorkomender

tegenover Calderon te gedragen naar

mate er meer misdaden van hem aan het

licht kwamen. Zoo kreeg hij bijvoorbeeld

verlof om naar zijn huis terug te keeren,

terwijl men zich met een eenvoudige

bewaking tevreden stelde, en deed de

koning hem weten, dat hij voor twee

honderd en veertig gevallen van afpersing,

die van strikt civielen aard waren, niet

vervolgd zou worden. Calderon haalde

vrijer adem: de hoop keerde terug in

zijn hart tot men hem kwam mededeelen,

dat hij aan een verhoor (dat in die dagen

op de pijnbank werd afgenomen) zou

•worden onderworpen. Dit bracht zijn

verwachting van een goeden afloop even-

wel niet aan het wankelen.

„Wanneer men de- beenderen van een

der getrouwste dienaren van den koning

- 18 -

zal hebben gebroken, zal Spanje er niets

gelukkiger door zijn." zei hij. „En wat

mij betreft, ik sta zóó dicht bij den dood,

dat ik het beschouw als een boete voor

de zonden, die ik mogelijk in dit leven

heb bedreven."

Deze berusting was echter niets dan

schijnheiligheid; het waren geen lichte

vergrijpen, waaraan deze man zich had

schuldig gemaakt, het waren veeleer

vreeselijke misdaden, want talrijke rijke

lieden had hij doen martelen en dooden

om hen hun geld af te kunnen nemen

en hij had dit bijna steeds gedaan door

zich te beroepen op bevelschriften van

den koning, die evenwel door hemzelf

geschreven en onderteekend waren. Hoe-

veel lieden hij op die wijze gemarteld en

ter dood heeft laten brengen, is niet

bekend, want hij weigerde bij zijn verhoor

op iedere vraag antwoord te geven.

Intusschen heeft men met zekerheid

kunnen vaststellen, dat hij schuldig was

aan den dood van France de Xuara,

Augustin d'Avila, kamerheer van het hof

te Madrid en nog verscheidene andere,

rijke, hooggeplaatste personen, terwijl

hij er tevens nog van verdacht werd, te

hebben getracht Marga tha, koningin

van Spanje, tot zijn slachtoffer te maken.

Zooals gezegd, weigerde hij echter • te

antwoorden ; hij verdroeg alle martelin-

gen met een gelatenheid, die bewondering

zou hebben gewekt, indien het slachtoffer

ervan niet zoo'n volkomen afschuw ver-

diende.

„Ik heb mij vän deze middelen zelf

zoo vaak bediend om rijk te worden, toen

ik er voor in de gelegenheid was," zei hij,

doelend op de pijnigingen, die hij onder-

gaan moest, „dat het niet meer dan billijk

is, dat men er zich nu tegenover mij van

bedient. Wat beteekenen bovendien eenige

uren lijden voor een man, die op de grens

van de eeuwigheid staat!"

Deze en dergelijke woorden waren de

eenige, die men uit hem kon krijgen.

Dit hielp hem evenwel niet veel, want hij

werd veroordeeld tot een boete van een

millioen twee honderd vijftig duizend duca-

ten, tot het verlies van al zijn ambten en

rechten en tot onthoofding !

Hoewel hij onmiddellijk een verzoek om

levisie indiende, hielp hem dit niets!

Gezeten op een ezel en voorafgegaan

door een omroeper, die zijn misdaden en

straf den volke verkondigde, werd hij

naar de plaats der terechtstelling, een

openbaar plein, gebracht. Op het schavot

toonde hij zich onbewogen, maar vroeg

toch, of men hem blinddoeken en zijn han-

den en voeten binden wilde, daar hij,

zooals hij beweerde, niet zeker van zich-

zelf was. Alvorens de beul hem aan-

raakte, vroeg deze hem vergiffenis ;

Calderon omhelsde hem en verklaarde,

dat hij in hem slechts een broeder en een

goed dienaar der gerechtigheid zag. Hij

knielde neer ; de beul verzocht hem zijn

hoofd wat dieper te buigen ; Calderon

deed het heel gewillig en bijna op hetzelfde

oogenblik was zijn hoofd van zijn lichaam

gescheiden

Voor hoeveel moorden Calderon stierf,

heeft men nimmer kunnen achterhalen !

/

^"T*"

t 1 '

NU IS HET VOORJAARSWEER

AANGEBROKEN

BESTELT NOG HEDEN

UW KLEEDING

PRACHTCOLLECTIE STOFFEN

H.H.DROST

JHERESIASTRAAT N5 122

SGRAVENHAGE

Vraagt omgaand stalen, maatlijstje

en leveringsvoorwaarden.

ZU worden U kosteloos toegezonden

MAATCOSTUUMS

GOEDKOOPER

DAN CONFECTIE

Dit colbertcostuum

naar de laatste

mode naar uw maat

gemaakt en ■ van prima

engelsche stof kost

f55.-

FRANCO

toegezonden

BELANGRIJKE

MEDEDEELING

VOOR ONZE ABONNÉ'S

^^ooals U bekend is, ontvangt elke abonné, die eï

^ nieuwen abonné aanbrengt, als premie een boek. Het enorme succes7

dat wij hiermede hebben, heeft ons aanleiding gegeven nog iets verder te

gaan. Wij hebben thans de hand gelegd op een serie* boeiende romans, mooie

gebonden boeken, waarbij er zelfs zijn met een inhoud van ruim 350 bladzijden.

Bovendien ontvangt elke abonné, welke 10 nieuwe abonne's heeft aangebracht, een

aardig boe ken kast} e ter opberging van deze serie

Voorloopig stellen wtf 10 verschillende romans beschikbaar, waaruit de abonné, die een nieuw

abonnement aanbracht, een keuze kan doen, zoodat successievelijk de geheele serie in haar

of ztfn bezit komt.

, s

-19-


PRINS MAURICE (DIO HUYSMANS) EN

FREDDY(MAGDA JANSSENS)

In het Rika Hopper-Theater te Amsterdam

ging de première van Forster's „Lord or Lady".

Verleden jaar kon men dit stuk als film bewonderen

met de lieftallige Carmen Boni in de

hoofdrol en eerlijk gezegd, het gegeven leent

zich beter voor een moderne film dan voor een

comedie spelende in het jaar 1780. Maar als de

zomertijd, eenmaal is aangebroken en men in de

schouwburgen omringd is door een groot aantal

leege stoelen, moet men niet te critisch zijn.

TOURNIAIRE ALS LORD CAVENDISH

Lord Cavendish (Oscar Tourniaire) ontvangt bericht van zijn kleinkind „Freddy",

dat deze zich den volgenden dag op het kasteel zal komen voorstellen. Grootvader

wist niets van het bestaan van dit kind af, daar de vader, zijn eenige zoon,

het kasteel met ruzie Verlaten had, een feit dat in de grafelijke kringen in Engeland

blijkbaar veel voorkwam.

De oude heer besluit na veel heen en weer gepraat met zijn rentmeester (Jacques

van Hoven) het jongmensch eens aan te zien. Als de Oude Lord een rijtoer maakt,

komt Freddy op het kasteel aan, en blijkt een meisje te zijn. De rentmeester is

ten einde raad, adviseert haar, zoo spoedig mogelijk te verdwijnen, maar zij slaat

dit goede advies in den wind en transformeert zich tot jongen. En als de jonge

Lord Freddy weet zij het hart van haar brommerigen grootvader te veroveren.

Als dan in het tweede bedrijf Prinses De Pleuris—de La Tour (Julia Cuypers)

en haar zoon Prins Maurice (Dio Huysmans) ten tooneele verschijnen en Freddy

plotseling als meisje het hooge bezoek ontvangt, weet de oude Lord niet wat hij

moet beginnen. Het dringt niet tot hem door, dat Freddy werkelijk een meisje is,

en men kan zich zijn angst indenken, als de prins hem de hand van zijn kleindochter

vraagt. Maar ook deze comedie eindigt met een voor alle partijen bevredigende

oplossing.

Het stuk dankt zijn succes vooral aan de alleraardigste uitbeelding van Magda

Janssens als Freddy. Ze was een even charmante jongen als meisje. Oscar Tourniaire

was een prachtige oude brompot en Maurits Parser had als de oude knecht

James veel goede, gevoelige momenten. Het geheel is een zomerstuk van het

goede soort. E -^r

/ '■■-•■■.■ ; ; ■'■, - , ■ ■' ■ ■

- 20 -

EEN JONGEN OF EEN MEISJE

COMEDIE IN DRIE ACTEN VAN JAMES FORSTER

MAGDA JANSSENS ALS FREDDY

HET EINDE DER RUZIE

DOOR D'ALVAREZ

Van het oogenblik af dat Kate

Hull uit bed stapte zonder een

woord tegen haar man te zeggen

tot dat andere oogenblik, toen zij op

haar knieën naast zijn bed lag en zijn

hand kuste, was er precies één uur

en drie en dertig minuten verloopen ...

Het was acht uur en bitter koud.

Snel trok ze haar dunnen rok en blouse

aan en maakte de kachel aan. Tom lag

in zijn bed, op zijn rug, volkomen on-

beweeglijk, met het beddelaken opge-

trokken tot aan zijn kin en zij wist,

dat hij wakker was, omdat hij juist

even had gehikt of gekreund. Hij haalde

snel en zwaar adem, zooals hij dikwijls

deed wanneer hij den vorigen avond

te veel had gedronken. Ze wilde niet

eens naar hem kijken.

Ze wierp een groot stuk zaklinnen

over haar hoofd en schouders en ging

naar buiten om melk te halen voor

het ontbijt. Hij zei geen woord.

Wanhopig en diepongelukkig trad zij

in de grauwe ellende van de poort

waarin zij woonden. Het was mistig,

zoodat ze nauwelijks de opening van de

poort kon zien. Aan beide zijden naast

haar lagen de overbevolkte krotwoningen

somber en zwijgend, want het is karak-

teristiek voor alle kinderen van den

nacht, dat zij zich des morgens schuil

houden. Oud, gehaat, voortdurend be-

dreigd met opruiming maar nog steeds

intact, had de poort een slechte reputa-

tie. Groote en kleine misdadigers zochten

er hun schuilplaats in en men kon

veilig zeggen, dat iedere bewoner, die

niet direct een misdadiger was, in ieder

geval van de misdaad leefde.

Maar hoe afschuwelijk en verschrik-

kelijk de ' slob ook zijn mocht voor

TRUUS INPIJN,

de Hollandsche operette-zangeres.

allen, die er niet gewoon waren, voor

Kate was het haar thuis, haar erfgoed,

haar wereld waarin zij evenveel waarde

hechtte aan de meening van haar buren

alsof zij in de deftigste wijk van de

stad had gewoond.

Als de poort wakker was geweest,

zou ze er niet aan gedacht hebben

om zich in een dergelijke versleten plunje

te vertoonen. Dan zou ze inplaats van

dat stuk zaklinnen een behoorlijke sjaal

gedragen hebben.

Ze kocht een halven liter melk en

ook nu weer, op haar terugweg, dacht

zij mét een gevoel van grooten haat

aan dat „zwijn", in zijn bed thuis. O, wat

had hij haar een pijn gedaan in haa^r

leven! Hij had haar letterlijk op het

hart getrapt en haar ziel verscheurd I

Ze voelde het zoo duidelijk: nooit zou

ze weer goed voor hem kunnen zijn,

nooit zou ze weer van hem kunnen

houden, zooals ze' van hem gehouden

PRINSES INGRID VAN ZWEDEN,

het mooie negentienjarige prinsesje, dat op het oogen-

blik In Engeland is. Wanneer de Prins van Wales voor

haar geen oogen heeft, dan Is hij wel een verstokt

vrijgezel l

Huiduitslag

Wasch de aangedane plaatsen

met warm water en Purolzeep:

droog dan voorzichtig af en doe

er wat Purol op. Herhaal dit

eiken dag, zoo lang het noodigis

REMBRANDT

THEATER

AMSTERDAM

BRENGT STEEDS

DE BESTE

PROGRAM MA'S

- 21

had. Nooit zou ze weer een woord

tegen hem zeggen. Dat zwoer ze!

En hèe had ze van hem gehouden!

Dat wist niemand! Ze had hem veraf-

good! Maar toen was hij het waard ge-

weest! Wel had hij haar steeds ge-

slagen, maar zij had dat heel gewoon

gevonden, zooals alle vrouwen in de

slob het gewoon vonden, dat hun man

hen sloeg. Ze konden het verdragen,

de kracht van hun ruwe vuisten te

voelen, zoo lang ie wisten, dat hun

„kerel" tóch van hen hield, ondanks

alles. De overtuiging, dat Tom van

haar hield, had ook Kate de berusting

gegeven, die uoodig was om meer slaag

dan eten in ontvangst te kunnen nemen.

Had hij niet eens drie kerels, die wei

een kop grooter waren dan hij, tegen

den grond geslagen, omdat .ze op een

manier, die hem niet aanstond, naar

haar gekeken hadden ? Op dat oogen-

blik had ze gevoeld, dat zij van hèm

was, dat hij zijn rechten op haar wist

te doen gelden en ze had zich afhan-

kelijk van hem gevoeld als een lijf-

eigene van haar meester. Maar nu was

alles anders... Nu hield hij niét meer

van haar... En hij stak het niet onder

stoelen of-banken; deed niets om het

verschrikkelijke voor haar te verzachten.

Integendeel: nog pas een* paar weken

geleden had hij ten aanhooren van alle

poortbewoners, groot en kleip, beweerd,

dat hij niets meer om haar gaf, dat

hij liever had, dat ze vandaag oprukte

dan morgen...

Toen ze weer thuis was, trok Kate

het gordijn op en liet den mistigen

dag binnenkomen. Tom zei geen woord.

Zijn oogen waren open geweest, maar

hij had ze weer gesloten, toen zij in

de buurt van zijn bed kwam, als wilde

• (Poto'i Godfried de Gróót)

JO VAN IJZER-VINCENT,

een bekende zangeres en leerares.

... \


hij iedere mogelijkheid, dat zij iets zou

kunnen zeggen, afsnijden. Hij haalde

nog op dezelfde manier adem.

Ze ging nu aan haar werk en vulde

de kamer met den scherpen geur van

de twee vischjes, die zij bakte op de

kachel. Spoedig was het ontbijt ge-

reed. Ze keek naar hem, maar hij bleef

onbeweeglijk liggen en zij wilde haar

eed, niet het eerst iets tegen hem te

zeggen, voor geen geld breken. Als hij

eten wilde, kon hij erom vragen. Ze at

haar eigen portie op en den theepot op

het lichtje staan latend, begon zij de

kamer aan te vegen en op te ruimen.

Hij was midden in den nacht thuis

gekomen en ze had vermoed, dat hij

dronken was, omdat hij zich zoo lang-

zaam bewoog en voortdurend in zichzelf

mopperde en steunde. Het feit, dat hij

alleen maar zijn laarzen en jas

had uitgetrokken, versterkte haar nog

in dit vermoeden. Bovendien: hij moest

wel dronken zijn geweest, want hij was

voor zijn plezier en niet voor zaken

uitgeweest. Van beroep was hij namelijk

inbreker.

Een oogenblik overviel haar dat ge-

voel van niet te vermijden teederheid,

dat de meeste vrouwen zacht en week

maakt. Per slot van rekening was hij

tóch van het goede soort, al hield hij

niet meer van haar. Ze had steeds

zijn stoïcijnsche kalmte bewonderd, die

hem een zekere waardigheid gaf, zelfs

al gedroeg hij zich nog zoo slecht

tegenover haar. Maar dat had het juist

zoo erg gemaakt: als ze niet zoo veel

van hem had gehouden, zou hij haar

riooit zóó erg hebben kunnen pijn doen.

Ze nam zijn jas van den stoel en

NIEUWE PARIJSCHE ONTDEKKING

Vet verminderd door

Zuurstof behandeling

De laatste overwinning' in den strijd der

wetenschap teg-en het vet wordt uit Parijs

gemeld, waar de doktoren verbazingwekkende

resultaten hebben bereikt met een apparaat,

dat zuurstof inspuit onder de huid. Het

vet verdwijnt eenvoudig, geoxydeerd of

„verbrand" door de zuurstof.

IJ verkrijgt precies hetzelfde resultaat op

een veiliger en gemakkelijker wijze door

Radox te gebruiken (dat zuurstof afgeeft) en

dat, zooals inderdaad bewezen is, vele malen

zijn eigen gewicht aan zuurstof vrijmaakt,

wanneer het in water wordt opgelost. Neem

een heet bad, dat door toevoeging van zes

eetlepels Radox een overvloedige hoeveel-

heid zuurstof bevat. De zuurstof dringt door

de poriën der huid en verdrijft het vet. Na

een paar Radoxbaden zult U al Uw onge-

zond, overtollig vet kwijt zijn en U zult vele

ponden lichter en vele jaren jonger zijn.

BEZOEKT HET

Mm-

TE DEN HAAG

JEUGD EN LENTE

Een alleraardigste foto van Jenny Jugo en haar verloofde Enrico Benfer.

Foto, genomen in Werder bij Berlijn.

kreeg een schok, die haar volkomen

sprakeloos maakte. Het eene pand Vas

aan den onderkant aan flarden getrok-

ken. Boos — maar met de gewone

boosheid van een huisvrouw — keek

zij naar hem. Toen zij zer

„Wat heb je weer uitgehaald, groote

lummel, om je nog zoo goede jas zoo

te ruïneeren?" Haar stem klonk

schreeuwerig en zijn voortdurend zwijgen

maakte haar nog woedender.

Toen kreeg zij den tweeden schok.

Ze zag, dat de jas niet gescheurd,

maar verbrand was. De heele zijzak

was er als het ware uitgeblazen, als bij

een explosie.

Direct wist zij, wat dit beteekende.

Het waren zaken geweest des nachts;

geen plezier! Als hij voor zijn beroep

uit was, hield hij zijn wapen in dien

grooten, gemakkelijken zak. Dien nacht

had hij uit dien zak gevuurd op de-

zelfde manier, die hij haar zoo vaak

had uitgelegd als de meest doeltreffende

en het minst in de gaten loopend. Zoo'n

gesprek had haar altijd bang gemaakt

en nu, nu het werkelijk gebeurd was,

was zij mèèr dan bang.

Ze Het de jas op den grond valley

en maakte de lade open van haar

eenjge kast. Zijn revolver lag er niet.

En toch bewaarde hij het wapen altijd

daar, met nog eenige andere onaange-

name dingen, die aan zijn beroep her-

innerden.

Ze nam zijn jas weer op, bekeek ize

van dichtbij en begon vreeselijk te

beven. Er zaten bloedvlekken aan den

binnenkant van het kleedingstuk. Ze

vouwde het op, rolde het zoo klein

mogelijk in elkaar en legde het toen in

de lade.

-22-

„Waar is je revolver ?" fluisterde zij,

zich over hem heenbukkend. „Tom, zeg

het me. Ik ben zoo bang. Waar is-ie?"

„Ze hebben hem afgenomen," kreunde

hij, zonder zijn oogen open te dpen.

„Het komt er niets opaan. Laat me

alleen." '

Maar ze kon hem niet alleen laten

nu. Haar angst en onrust namen toe en

ze overstelpte hem met vragen. Waren

ze bij hun werk overvallen? Had hij

alles moeten achteijaten en de vlucht

moeten nemen? Verkeerde hij in gevaar ?

Hij zei, dat alles in orde was. Ze be-

hoefde zich niet ongerust te maken.

Toen vroeg ze hem om overeind te

komen en wat te eten. Maar hij

weigerde.

„Tom, je bent toch niet gewond, is het

wel ?" Ze boog zich weer over hem

heen en streek het haar van zijn voor-

hoofd. Hij had getranspireerd. „Voel

je je niet goed, ouwe? Wat heb je ge-

bruikt, voordat je aan het werk ging?

Weet je zeker, dat het goed was, en

niet dat verdoovende goedje? Goed,

slaap het maar uit... Maar denk je

niet, dat het beter is, om je jas maar

te verbranden? Ja, ik zal het maar

gauw doen! Ik ben zóó weer terug!"

Ze had haar eed vergeten... Ze had

het eerst tegen hem gesproken en ...

ze hield weer van hem; evenveel als

vroeger. Neen, mèèr nog. Ondanks

alles wat er gebeurd was ...

Ze ging weer naar buiten, dit keer

netjes gekleed. De poort was ontwaakt.

Deuren stonden open, smerige kinderen

kropen in en uit de gangen, hun stemmen

klonken opgewekt en een paar leeg

loopers stonden op een groepje te pra

ten. De mist was bijna al opgetrokken.

Toen ze weer terugkeerde, stonden de

bewoners allen in groepjes te redeneeren.

Iedereen sprak tegelijk met de anderen.

Drie of vier vertelden haar, opgewon-

den door elkaar pratend, het nieuws.

„Wat? Heb je het nog niet gehoord?

O, ze hebben dien armen Chris dood-

geschoten ... Hij is zoo dood als een

pier....."

Kate greep zich vast aan een paaltje

óm niet te vallen. Ze bezwijmde bijna

van schrik; ze keek van den een naar.

den ander en ze hoorde hun schrille

stemmen door elkaar.

„In de kroeg van Abbott. Ze kregen

ruzie. Om een meisje, dat er zat met

haar vrijer. Het begon met vuisten en

stoelen. Toen werd er opeens geschoten.

"Chris werd getroffen. En nog een. Ze

zeggen, dat je man er ook bij was...

De politie moet een revolver hebben ge-

vonden ... Ze zullen ieder oogenblik wel

komen..." ,

„Jij hebt Chris doodgeschoten... en

ze hebben je revolver gevonden. Ze zijn

je op het spoor. Ieder oogenblik kun-

nen ze hier zijn..."

Ze had de deur van de kamer gesloten

en half gek van angst deed zij al het

mogelijke om hem het besef bij te bren-

gen van het gevaar, dat hem dreigde.

„Hoor je me niet? Je krijgt misschien

wel levenslang, als ze je grijpen. Er

zijn er genoeg, die weten, dat je Chris

niet zetten kon."

Ze smeekte hem letterlijk op te staan

EAU DE COLOGNE

ANCELO

MADIE PAP INA

Cut deroudfée en hedemerkn

OVBRAL VeOKRyCBAAR

BEZOEKT HET

L U X O R

PALAST

TE ROTTERDAM

en te vluchten, voor het te laat was.

Hij moest naar Rooie Andries gaan;

die zou hem wel verbergen en verder

helpen... „Ga toch, in 's hemelsnaam,

Tom, ga toch!"

„Laat me met rust," mompelde hij.

„Maar de politie komt!"

„Laat ze komen,"'zei hij kalm. „Ik

zal niet voor ze wegloopen!'

Ze liet haar hoofd op het bed vallen

en huilde haar ellende en angst uit...

Het was negen uur en klaarlichten

dag. Ze durfde de jas niet te verbran-

den uit angst, dat ze overvallen zou wor-

den voor ze er nog mee klaar was. Ze

maakte de deur open, liep tusschen de

opgewonden buren door en deed zoo

onopvallend mogelijk. En het verschrik-

kelijkste half uur van haar leven króèp

voorbij...

Toen kwamen 2^.,.

De politie vond het een zeer ernstig

geval, daar er iets geheimzinnigs aan

verbonden was. Volgens ooggetuigen

toch moesten er iwee schoten zijn ge-

lost en moesten er twee mannen voor

dood op den grond hebben gelegen.

Toen de politie evenwel kwam, vond zij

er maar één: Chris. Dat kon men niet

begrijpen. Waar was de ander gebleven ?

Ze kwamen de zaak nu in de poort

verder onderzoeken. De bewoners ver-

drongen zich om hen heen. Iedereen

was present én zag in spanning toe,

toen Kate probeerde ze de deur uit te

houden.

„Neen, jullie komen er niet in! Ik

zeg je toch, dat hij ziek is! Hij is de

laatste drie dagen niet van zijn bed ge-

weest."

„O ja, vannacht is hij buiten geweest.

We weten, dat hij in de kroeg was, aan

de ruzie deelnam! Kom, nou geen on-

zin meer. We moeten hem spreken!"

Ze schoven haar opzij, gingen de

kamer binnen en bukten zich over het

bed, net zoo als zij vijf en dertig minuten

geleden had gedaan.

„Hij slaapt, hè? Zal wel niet zoo'n

vaart loopen. In ieder geval moet hij

wakker komen!"

Met een ruk trok de inspecteur de

dekens van het bed en keek verbaasd

naar de verschrikkelijke maagwond, het

gestolde bloed en de witte, onbeweeg-

lijke vingers. Tom zou nooit weer wak-

ker worden! Hij was langzaam doodge-

bloed en alles was nu voorbij. Direct

toen hij weer bij kennis was gekomen,

had hij begrepen, dat het met hem ge-

daan was en hij was naar zijn huis ge-

kropen om er te sterven zooals hy er

geleefd had: stoïcijnsch, maar misschien

met een gevoel van bitterheid, omdat

Chris, de man, dien hij haatte, het was,

die hem had gedood ...

Kate Hull gaf een schreeuw. Toen

viel ze op haar knieën, greep een van

zijn doode handen, gaf er een kus op

en schreide ...

Want ze voelde, dat ze alles had

verloren, waaruit een menschenleven

bestaat: haar geluk en haar smart

beiden...

MUNHARDT's

Het Groot-Russisch Nationaal Orkest met mannenkoor en dansgroep, dat onder de auspiciën van Ernst Krauss

een tournee door ons land maakt

- 23 -


Dary Holm aan de telefoon

MENTELEFO

De telefoon speelt in de filmwereld

een zeer groote rol. Er bestaat haast

geen enkele film — historische rolprenten

natuurlijk uitgesloten — waarin geen tele-

foon-scène voorkomt. Wij, menschen

dezer eeuw, kunnen ons de wereld zon-

der het gemakkelijke telefoontoestel

niet meer voorstellen, en zoo gaat het

ook den scenario-schrijvers.

In de beginjaren der filmindustrie

gebruikte men de telefoon-scène voor

hetzelfde doel, waarvoor men op het

tooneel den zoo vaak vertoonden „brief"

gebruikte. De telefoon maakte, dat men

het aantal „medespelenden" niet te

groot hoefde te nemen. Het telefoon-

toestel speelde verschillende rollen en

ellenlange titels waren hiervan natuur-

lijk het gevolg.

Tegenwoordig speelt het telefoon-toe-

stel echter een veel en veel belang-

rijker rol. Door de kunde der moderne

filmregisseurs wordt het doode toestel

een middel om spannende momenten

in de rolprent te bereiken. Natuurlijk

is daarvoor noodig, dat de actrice of

acteur, die in het toestel spreekt of

luistert, over een zeer goede mimiek

beschikt. Op deze pagina geven

eenige foto's, die aantoonen hoe de ver2

schillende gelaatsuitdrukkingen zijn,

telefoongesprekken op de gesiebten

medespelenden te voorschijn roepen.' Eer typisch anachronisme: Lewis Stone

Jaloezie. Olga Tschechowa en Fred Louis Lerch De drukbezette Oweeër. Heinrich!

- 24 -

In elk goed geschreven stuk is stij-

ging. Zoo zal een goed spel gelijken t 'ed

houden met de gradatie van een stik.

Wat nu verstaat men onder stijging ? I Iet

is meermalen gebleken, dat, zoowel bij

beroepsspelers als dilettanten, de meen ng

heerscht, dat naarmate het spel vo< rt

gang heeft en sterker wordt, het uit-

zetten der stem een noodzakelijke ver-

eischte schijnt te zijn. Deze meening

is onjuist en geeft blijk van een verkeerd

begrip van het woord stijging.

De tooneelterm (als ik dat zoo n Je-

men mag) voor het woord stijging wordt

gewoonlijk met den naam climax aan-

geduid. Juister zou men misschien teg ;n-

woordig inplaats van het woord clinax

het woord gradatie (van het Latijnse he

gradatio) kunnen gebruiken, omdat n en

in elk goed geschreven stuk opklimt met

voortdurende stijging naar het hoogste,

of wel trapsgewijze afdaalt naar liet

laagste. In dit laatste nu, n.1. het traps-

gewijze afdalen naar het laagste, schuilt

bij velen de verkeerde meening, dat er

geen stijging aanwezig is. Een stuk zet

forsch in; met veel bravour en fel van

uiting zijn de volzinnen neergeschreven

en aan uiterlijken glans stijgt het stuk

in volle kracht en geweld. Dan komt er

een ommekeer; de sfeer van 't stuk wo 'dt

gedempt, alle uiterlijke bravour vervajigt

en langzaam verdwijnt alle bovendrijvim.

de kracht om plaats te maken voor een

grooten innerlijken strijd. De stem van

den speler, die aanvankelijk luid en

forsch klonk, klinkt gedempt en diepe

innerlijke ontroering doet soms dewo>r

den met ingehouden stem nauweliks

hoorbaar door de zaal gaan. En nu

zit er in dit laatste meermalen v;el

grootere gradatie dan in het heftig be-

wogen woord, dat luid en krachtig ck or

de zaal klinkt.

Deze gradatie van voortdurende s;ij

ging naar het hoogste, of wel naar het

laagste, vindt men niet aÜeen in het

stuk, maar ook in elke rol afzonderlijk.

Zelfs de kleinste rol, bijv. het aj n-

eüenen van een of andere persoon, kan

een sterke stijging teweeg brengen. Min-

achtend halen velen de schouders op

voor het spelen van een zgn. bediende-

rolletje, en toch hebben zij het meer-

malen in hun macht een scène geh ;el

te verheffen of te bederven. Een voor-

beeld: Neem de derde ac(e/van „De

Pastoor van Neuvillette". In het eerite

tooneel heeft een spannende scène pla its

gehad tusschen kapt. von Görlitz en

luitenant Stein. Het publiek voelt en

begrijpt, dat er iets gewichtigs giiat

aanvangen en zit vol spanning wat er

gebeuren gaat. Nu komt de oppasser

van den kapitein belet vragen voor den

burgemeester met de woorden: „Is u

te spreken voor den burgemeester ?"

Deze aandiening van den burgemeester,

op den juisten toon gezegd, kan voor-

zeker de spanning verhoogèn en reeds

vraagt het publiek zich af: „Wat gaat

DE HEER PIETERS, REDACTEUR VAN DEZE RUBRIEK

er nu gebeuren ?" Maar ik heb ook

eens meegemaakt, dat er in de zaal

een gelach ontstond door de wijze, waar-

op die woorden werden geuit. Inplaats

dus van stijging te brengen, wist die

dilettant het klaar te spelen een ernstigo

scène te bederven. Hij onderschatte zijn

rol, hoe klein en gering die ook was.

Niet alleen wist hij de woorden niet

goed te zeggen, laat staan climax te

brengen, hij bedierf daarenboven geheel

het volgende tooneel.

Naarmate het stuk voortgang heeft,

zal dus de speler sterker worden in de

uitbeelditjg van zijn rol, hetzij groot of

klein, en naarmate het stuk het eisrht

door uiterlijke of innerlijke kracht de

spanning verhoogèn.

Uit het bovenstaande, dat, uit den

aard der zaak, zeer onvolledig is, heeft

men echter kunnen begrijpen, dat dabng

en stijging evenwijdig met elkander kun-

nen gaan en dat in daling evenzeer

gradatie aanwezig kan zijn als in stijging.

Bij voorkeur gebruikte ik inplaats

van het woord climax het woord grada-

tie, omdat climax feitelijk een figuur

is, waarin een herhaling van een voor-

afgaand wbord voorkomt. VICTOR.

EEN SYMPATHIEK PLAN

In Den Haag heeft zich uit de dilet-

tanten-wereld een Comité gevormd, op

initiatief van den heer Loof, teneinde

het door den Paleisbrand te Amsterdam

zoo zwaar getroffen Nieuw Neder-

landsch Tooneel te steunen. Het plan

is thans, dat de Haagsche Amateur-Ver-

eeniging „D. V. S." begin Juni in het

Theater „De Seinpost" een opvoering

zal geven van „Overschotje", waarvan

de opbrengst voor bovengenoemd doel

zal besteed worden.

Ook in Amsterdam is reeds een

Comité bezig onder leiding van den

heer Möhlmann gelden voor het Nieuw

Nederlandsch Tooneel in te zamelen.

Verscheidene Amateur-Vereenigingen

werken hieraan mede.

- 25 —

In het artikel over Climax hebben wij

gesproken over de gradatie (cli-

max), die in elk goed stuk aan-

wezig moet zijn.

De tooneelspeler moet in zijn spel

gelijken tred houden met de stijging

van het stuk en zoodoende den schrijver

qlle recht doen wedervaren. Het zal

allen dilettanten wel gebleken zijn, dat

er meermalen passages in een stuk voor-

komen (en ook in de rol, die zij moeten

vertolken), welke zij met voorliefde in

zich opnemen. Het zijn gewoonlijk die

passages, waarin hun rol op den voor-

grond treedt en die sterk tot hun ge-

moed en het publiek spreken. Meestal

zullen die momenten een climax bevat-

ten, die wel ondergeschikt is aan de

gradatie, die het stuk in zijn geheel

heeft, maar die noodig is om tot die

gradatie te komen — met andere woor-

den: een climax in de gradatie.

Hierin nu ligt voor den speler een

günstige gelegenheid om te toonen, dat

hij de tooneelspeelkunst verstaat. Want,

wat is de taak van den speler, die in

stijgende lijn een krachtig moment heeft

uit te beelden ? Hij verwekt spanning.

Hoe suggestiever, hoe juister en inni-

ger hij dat moment uitbeeldt, hoe groo-

ter de spanning bij het publiek wordt.

Hij ontneemt het als het ware den adem

en het wordt doodstil in de zaal. Die

spanning moet de tooneelspeler weten

vast te houden en te benutten — niet

te lang, niet te kort — en gewoonlijk

moet hij die spanning weder geleidelijk

loslaten en kalm laten uitvloeien, zoo-

dat het publiek weer in rustiger stem-

ming een volgend oogenblik van nóg

grootere spanning kan aanvaarden en

verwerken.

Dit loslaten en vasthouden van span

ningen noemt men met • een Grieksch

woord dynamiek. Een voorbeeld ter ver-

duidelijking is hier, geloof ik, niet mis-

plaatst. In „De Familie Lehmann",

waarin Louis de Vries de rol van Abra-

ham Sender Lehmann zoo meesterlijk

vertolkt en dat m.i. verreweg zijn beste

creatie is, komt in de tweede acte de

volgende passage voor. De zoon van

Abraham Sender Lehmann heeft zich,

om officier te kunnen worden, laten

doopen en als zijn oom, die Jood is,

hem op de officierssociëteit komt be-

zoeken, veinst hij zijn oom niet te ken-

nen. Even later komt zijn oom terug,

maar brengt nu den vader mee. Nu

komt de spanning. Zal de zoon ook den

vader niet verloochenen ? Zij omhelzen

elkaar en fier belijdt de zoon. dat die

eenvoudige man zijn vader is. Maar nu

komt voor den vader een levenskwestie.

Hij vraagt in bijzijn van alle officieren:

„Sigmond, mijn jongen, ben je nog

Jood ?" Geen antwoord... en sterker

herhaalt de vader zijn vraag. Wederom

zwijgt Sigmond. Ten derde male, met

steeds grootere kracht, gebiedt de va-

der: „Hier zul je het me zeggen: Sig-


IDEBESTE

Mijn neef Jansen

bestelde onlangs in een café een kop

koffie. „Is ze goed?" vroeg hij den kellner.

Waarop deze antwoordde: „Uitstekend,

mijnheerl Ze is, zooals U ze thuis drinkt,

kan ik wel zeggen 1"

„Nou," antwoordde mün neef, „geef

me dan maar liever een kop thee f"

Enfant terrible

„Zoo, Jantje," zei de onderwijzer tegen

ziin leerling, die in zijn Zondagsche

plunje op school verscheen, „je bent

netjes vanmiddag I Wat is er aan de

hand thuis?"

„Nog niets, mijnheer l" was 't antwoord,

„maar er komt vanmiddag brand f"

De onderdanige

Landeigenaar: „Wie heeft je gezegd,

hier te komen picnicken?"

De man: „M.. mijn.. vr.. vrouw daar f"

Vrouwen-Joffica

Hij: „Maar waarom maak je in zooveel

winkels rekeningen?"

Zy: „Omdat de rekeningen dan im-

mers zooveel kleiner zijn!"

De laatste vraag

De afgevaardigde van de regeering

bracht een bezoek aan het nieuwe vlieg-

veld. Men was juist bezig met parachute-

springen en de regeeringsvertegenwoor-

diger vroeg een der piloten naar zijn

ervaringen. Hij stelde zooveel vragen,

dat de man er ten slotte hopeloos onder

werd.

„Maar veronderstel nu eens, dat uw

parachute weigert, terwijl u naar beneden

valt,"vroeg de autoriteit, „wat doet u dan ?"

De vliegenier dacht even na en ant-

woordde toen:

„Dan breng ik ze terug en ruil zei"

De eeuw der afbetalingen

Den heelen morgen was de onder-

wijzeres doende geweest om den leer-

lingen de eerste beginselen van het

optellen bij te brengen. Een der kinderen

kon het maar niet vatten. „Kijk nu eens.

Dick," zei ze ten slotte, „als je vader

nu iedere week tien gulden overspaart,

wat zal hij dan na vier weken hebben ?"

Dick: „Ben gramophoon, een nieuw

pak en nieuwe meubelen in de huis-

kamer 1"

ONZE ACHTTIENDE VRAAG

Weet U ook, lezeres, lezer, wat een paria

eig-enlijk is en wat men er in algemeenen

zin onder verstaat?

Indien U ons uw antwoord op een brief-

kaart vóór 19 Juni (Indische lezers vóór 17

October) doet toekomen aan ons adres:

Redactie „Het Weekblad", Nieuwe Rubriek,

Achttiende Vraag, Galgewater 22, Leiden,

•M J .J s ' dat ^J U P er Postwissel een

rijksdaalder doen toekomen, of anders een

l .Yijf troostprijzen, die wij eveneens be-

schikbaar stellen, indien het aantal goede

antwoorden daartoe voldoende isl

Waag de kans eensl

molnd, ben je nog Jood?" — En als

Sigmond dan met het hoofd ontken-

nend schudt, stoot de vader een niet

te omschrijven korten kreet uit, zóó

smartelijk en tegelijk zóó heftig,

dat er een ademlooze stilte, zoowel op

het tooneel als in de zaal ontstaat en

als na die spannende stilte de zoon zich

tot den vader om vergeving wil wenden,

dondert hem een ontzettend verwijt

tegen, dat het slot van het bedrijf vormt.

Maar nu ook barst het publiek in luide

toejuichingen los en vijf-, zesmaal daalt

en gaat het doek op onder daverende

bravo's en handgeklap. Hier heeft Louis

de . Vr f? s met zi J n tegenspeler, Louis

Chrispijn Jr., het publiek vastgehouden

en niet losgelaten tot de hoogste span-

ning bereikt was om daarna in een ont-

spanning de luide toejuichingen in ont-

vangst te nemen. Dit vasthouden en

loslaten nu der spanningen was een

volmaakt staaltje van dynamiek.

EEN AARDIGE PRIJSVRAAG

rH •

Bovenstaande serie teekeningen von-

den wij in het nieuwe Engelsche week-

blad Piccadilly. Om eens te zien of

onze lezeressen en lezers zoo'n wed-

strijd apprecieeren, namen wij haar

over en ook de vraag: Wie ziet kans

om de slotteekening te maken? Wij

stellen vijf aardige prijzen voor de

beste inzendingen ter beschikking.

Slaat het in, dan gaan we verder er-

«nee. De teekeningen moeten voor

15 Juni worden ingezonden aan

Redactie „HET WEEKBLAD," afd.

Teekeningen, Galgewater 22, Leiden.

- 26 -

mm^m

IITVÄÄLFII

De arbiter

„Dick en Truusje hadden ruzie over

wie het grootste stuk taart moest hebben,

maar ik heb er gauw een eind aan ge-

maakt," zei Wim.

„Dat is verstandig," zei zijn moeder.

„Hoe heb je dat gedaan?"

„Ik heb allebei hun porties genomen."

Er waren er meer

Zijn mjmv; „Toen we trouwden, dacht

ik, dat je een dappere kerel wasl"

Hij: „Ja, en mijn vrienden dachten

het ookl"

Hij loopt nog...,

„Ja mijnheer," zei de conducteur van

den trein tegen den praatzieken pas-

sagier, „onze maatschappij is zeer voor-

uitstrevend. Het is al meer dan twintig

jaar geleden, dat zij den eersten door-

gaanden trein liet loopen..."

„Werkelijk ?"~ riep de ander uit. „Dan

zou ik wel eens willen weten, waar die

trein nu zoowat isl"

Verschrikkelijk

De actrice kwam snikkend de kamer

van haar directeur binnen. „Het is vree-

selijk," zei ze. „Al mijn juweelen zijn

weg. Ik kan ze nergens vinden I"

,,Welke juweelen?" vroeg de directeur.

„Die ik in de tweede acte moet dra-

gen. De diamanten tiara en het paarlen

halssnoer \"

„Het spijt me erg," antwoordde de

directeur, „maar u bent er verantwoor-

delijk voor, en daarom moet ik u den

eersten der maand vijf gulden van uw

salaris afhouden."

Hij merkte geen onderscheid

A: „Ze zeggen, dat blonde vrouwen

veel gevoeliger zijn dan zwarte."

-ö; „Mijn vrouw is het allebei ge-

weest, maar ik heb geen verschil op-

gemerkt."

Geen gevallen man

„Vriend," zei de missionaris, „je

bewandelt toch zeker wel het smalle

pad ?"

Zonder iets te antwoorden liet de

man zijn kaartje zien. Koorddanser stond

onder zijn naam.

VEERTIENDE VRAAO

Verreweg het grootste aantal inzendsters

en inzenders op onze veertiende vraag zond

ons het juiste antwoord,. n.1. dat Berlyn de

grootste stad op het vasteland van Europa is.

De prijs van f 2.50 viel ditmaal na loting

ten deel aan mejuffrouw N. Koole, Hendrik

v. Deventerstraat 107, Den Haag, terwijl de

troostprijzen ontvingen: de heer Jac. v. d.

Ster, Oosteinde 66 B, R'dam; mejuffrouw M.

v. d. Berg, KI. Berg 15, Eindhoven; mejuf-

frouw R. Hania, A. B. C.-straat 17e, Gorin-

chem; mejuffrouw A. v. d. Vliet, Adm. v.

Gentstr. 14bis, Utrecht; de heer A. Meeu-

wissen, Johannastraat 81, Arnhem.

VERKIEZINGSZWENDEL

EEN FIRST NATIONAL FILM DER UFA

CHARLIE MURRAY ALS DE VADER

A bner Watts, eens senator en

^|l machtig politicus, heeft al. z'n

.• JL geld en invloed verloren, omdat hij

niet langer het werktuig wilde zijn van

een aantal vooraanstaande, niets ont-

ziende politici en beursliedeii.

Zijn- dochter Carol is zijn grootste

vreugde en met z'n vriend, Ed Barnes,

een drukker, maakt hij thuis het heer-

lijkste brouwsel.

Watts schrijft een afbrekend artikel

over senator McKugg, die naar Arcady

is gekomen om propaganda te maken

voor de burgemeesterscandidatuur van

Wareham, den slrooman van Solon

Denny, den machtigsten man in de stad

en van Eustace Eubank, den president

van de grootste bank van Arcady.

Billy Hurd, in wiens hart Carol een

groote plaats inneemt, redacteur van de

Morgenpost, verontschuldigt zich, dat

hij Watt's artikel tegen McKugg niet

kan opnemen. Carol begrijpt het: haar

vader is na den dood van zijn vrouw

geheel aan lager wal geraakt; Carol

DIEP VERSLAGEKl NA DE MISLUKTE VERGADERING

Ahner Watts . .

Carol Watts. . .

Ed Barnes . . .

Billy Hurd . . .

McKugg

Wareham ....

DE DOCHTER DREIGT DEN VADER TE ZULLEN VERLATEN

PERS0NEN:

Regie: EDDIE CLINE.

Fotografie. MIKE JOYCE

Charlie Murray

Loretta Young

Luden Littlefield

Larry Kent

Harvey Clark

E. 1. Ratcliffe

voelt zich in haar eer aangetast en de

verhouding tusschen haar en Billy wordt

koeler.

McKugg treedt Watts vriendelijk

tegemoet, want hij beschouwt Watts als

gevaarlijk en ziet hem maar liefst zoo

gauw mogelijk de stad verlaten. Vele

inwoners zijn 't met McKugg eens en

eenige menschen dringen er zelfs bij

Carol en haar vader op aan, heen te

gaan. Carol onthaalt hen zoo vriendelijk,

dat Mevrouw Denny niet alleen met

Watts danst, maar hem ook kaarten

geeft voor het bal, dat dien avond ter

eere van Wareham gegeven wordt. On-

aangename incidenten doen zich daar

voor. Deniiy slaagt er eindelijk in, Watts

te bewegen de stad te verlaten, na hem

van allerlei aanbevelingsbrieven en bo-

vendien van geld te hebben voorzien.

Met dat geld gaat Watts en Barnes

aan den zwier. Na afloop gaat Watts

naar huis en spreekt daar Billy, die

de aanbevelingsbrieven leest en daar-

- 27 -

LORETTA YOUNG ALS CAROL WATTS

van een dankbaar gebruik hoopt te

maken.

Den volgenden dag zullen Watts en

Carol de stad verlaten, maar op weg

naar het station ontmoeten zij sand-

wichmannen, die borden dragen met het

opschrift: „Kiest Watts"

Een extra editie van de Morgenpost

verschijnt, waarin de aanbevelingsbrie-

ven staan afgedrukt. Watts is eerst ^eer

verbaasd, maar krijgt dan vlug zijn zelf-

vertrouwen tei-ug. En nadat de verkie-

zing heeft plaats gehad en de stemmen

zijn geteld, blijkt, dat Watts tot bur-

gemeester gekozen is, natuurlijk tot

grootc ergernis van Denny en con-

sorten. Watts is over den uitslag ten

zeerste verbaasd; hij besluit zijn leven

te beteren en de belangen van Arcady

op de beste wijze te behartigen. Hij

reikt ook Denny en McKugg de ver-

zoenende hand.

Nu staat ook het huwelijk van Billy

Hurd en Carol Watts niets meer in

den weg ...

ABNER IN DE KLEM


No. 80632. Elegante zomerjurk met van de

heupen schuinafloopende oaneelen; de mou-

wen vallen los van de elleboog. Benoodigd

van 95 eM. breede stof 4.25 M. Verkrijgbaar

in bustemaat 90, 95, 100 en 110 cM.

Van deze afbeeldingen, die met toestemming

der firma Weldon Ltd. te Londen zijn ge-

reproduceerd, zijn fr. p. p. geknipte patronen

No. 80548. Eenvoudig mantelpakje van char-

melaine of laken met plooien aan beide zijden

van den rok. Benoodigd van 135 cM, breede

stol 3.10 M. Verkrijgbaar in bustemaat 90,95,

100 en 110 cM.

verkrijgbaar tegen toezending van f 0.75 en

vermelding van het no., aan mevrouw Miliy

Simons, 2e Schuytstraat 261, Den Haag.

^m

BILLY EN ZIJN WAGEN

Mijn vriend Billy is een bovenste beste jongen, een kerel uit één

stuk. Hij is gewoon gek op alles wat ronddraait, weshalve een auto

zich in zijn zeer bijzondere attentie mag verheugen.

Als ik met hem op een drukken vericeersweg wandel, kan hij soms

plotseling blijven staan met den uitroep: „Een Lancia! (of iets derge-

lijks). Kijk eens, wat 'n reuzekarl"

U en ik hebben van den wagen nog niets gehoord of gezien, maar 'i

Billy heeft zijn diagnose inzake het merk reeds gesteld en met een juist-

heid om jaloersch op .te worden.

Billy heeft zelf ook een wagentje, dat in een dusdanige conditie ver-

keert, dat hij er vrij groote afstanden mee kan afleggen zonder het risico

te lóopen dat hij,-door voortdurende reparatie onderweg, zoo zwart als

roet thuis komt. Doch vóór hij zoover was, heeft zich een heel drama

afgespeeld, dat ik u in weinig woorden zal schetsen.

Büly is begonnen met een gewone trapfiets, een tweede-handschje,

aangezien een nieuwe zijn kapitaalkracht te boven ging. Tochtjes maken

op zijn fiets vond hij heel aardig, doch telkenmale als een gonzende

motorfiets hem passeerde en een rookwolkje Billy om den neus woei,

snoof hij dit op met een welbehagen, waarmede een hartstochtelijk

rooker den geur van een havana geniet. En telkens flitste de gedachte

weer door zijn brein: „Zoo'n ding moet ik ook."

Tot zijn kans kwam. Een van onze beste vrienden had een motorfiets,

die hij wegens omstandigheden, welke bij"het verkoopen van een motor-

fiets een geweldige rol schijnen te spelen, wel zou willen wegdoen.

Billy moest maar eens komen kijken; 't was een puik karretje, twee

versnellingen, prima banden, enz. En loopen, lóópenl Dat het een lieve

lust was. De vriend vertelde er wijselijk niet bij, dat hij hiermede bedoelde,

dat de berijder er zoo dikwijls naast moest loopen om het ding te duwen.

Een paar dagen later ging Billy mee op de duozitting van het voor

deze gelegenheid extra opgepoetste vehikel. De vriend morrelde wat

aan den carburator, trapte eenige malen op het starterpedaal en het

tWeecylindertje begon nijdig te grommen. De vriend stapte op, Billy nam

plaats op de duo, eerste versnelling, tweede versneUing en het geheele

geval suisde tot groot genoegen van Billy en tot nog grooter genoegen

vaa den vriend, met een vaartje van 35 K.M. over den weg.' Billy was

enthousiast en besloot na ettelijke Kilometers meteen maar tot koopen, '

waarop de vriend gemakshalve direct maar wilde afrekenen, waartegen

Billy geen bezwaar had. Na eenige instructies imake versnellingen, gas- -

regeling, enz., snorde Billy voorzichtig naar huis, zat 's avonds nog wat

te studeeren in een pas aangeschaft boekje: „Hoe behandel ik mijn motor-

fiets en automobiel" en kwam tot de conclusie, dat als hij alles mee op

reis nam wat de schrijver adviseerde, hij misschien een handkar achter zijn

motor zou moeten aansleepen.

De ervaringen, welke Billy bij zijn eersten tocht met het gelegenheids-

koopje opdeed, behooren niet tot de meest aangename. Na ongeveer

20 K.M. gereden te hebben, begon de koppeling te slippen, een dier

spatborden had zich begeven en de achterband liep leeg. Bij de reparatie

van den band bleek, dat. deze voorzien was van een .keurcollectie gerepa- -

reerde plaatsen.

Billy hield het repaneeren en vernieuwen eenige maanden vol en begon

er aardig genoeg van te krijgen, toen hij bij de zooveelste panne van den

reparateur het aanbod kreeg het ding met bijbetaling van een behoorlijk

bedragje in te ruilen tegen een kleinen auto, die nog in uitstekende con-

ditie verkeerde; volgens den verkooper dan! Billy liet zich bepraten

en reeds na enkele dagen begon de misère opnieuw, ditmaal echter in nog

verhoogde mate. /

Toen Billy na verloop van anderhalf jaar alle kosten bij elkaar telde,

leerde een eenvoudig rekensommetje hem, dat hij verstandiger gedaan had

indien hij direct een nieuw wagentje had gekocht, dat hem in staat gesteld

zou hebben, den tijd, dien hij zich met de tweede-handschjes beholpen had,

op een heel wat aangenamer wijze te rijden. Waarmede ik maar wil aan-

toonen, dat de lezeressen en lezers, die over de aanschaffing van een

eigen-auto denken, verstandig doen met een nieuwe te nemen, vooropge-

gesteld, dat hun beurs zulks toelaat.

Waaraan als vanzelfsprekend de vraag vastzit: wat moet ik dan doen

als mijn beurs zulks niet toelaat ?

Hierover echter een volgend maal!

28 -


—;—r

VAM KATMAPINA busH

„Hoe weet u, dat ze nutteloos wezen

zouden ?"

Katharina keek naar haar blanke han-

den, die gevouwen in haar schoot

lagen. Daarna zag' ze op, ei hem recht

in de oogen.

„Wanneer u vandaag ov;r een week

toevallig aan dezen avond terugdenkt,

zult u inzien, dat ik gelijk heb wat be-

treft hun volkomen nutte oosheid!"

„U spreekt in raadselen."

Ze haalde even haar schouders op

en glimlachte. De hertog werd steeds'

nieuwsgieriger.

„Waarom is u er zoo zeker van,

dat ik u werkelijk nooit weer zal zien

— of spreken? Woont u aan op een

verlaten eiland in het Noorden van

Schotland ?"

„Op een nog veel ontosgankelijker

plaats."

In haar stralende oogen lag een on-

doorgrondelijke uitdrukking.

„IJsland?"

„Een muur van ijs omrinjgt het."

„Ik zal het op moeten igeven. Uit

dankbaarheid dat ik u niet meer lastig

val, zult u het mij wel willen vertellen."

Katharina leunde in de zachtgroene

zijden kussens der sofa terug Zij voelde

zich geheel thuis in haar nieuwe rol

als geëerde gast. Het was'voor haar

een allerheerlijkst gevoel om zich zoo

neer te kunnen vlijen in plaits van in

een eerbiedige houding reel top te zit-

ten in een stoel. De hertog vond haar

aanblik zeldzaam streelend.

„U komt wel eens naar Londen,

denk ik ?"

^Ja, een gedeelte van heri jaar."

„O, dat had ik wel gedacht! Ik ge-

loof niet, dat IJsland zooiets subliems

voortbrengt. U is een zeldzaamheid. Miss

Bush. U is zoo vriendelijk geweest met

een vermoeid man van middelbaren leef-

tijd over belangrijke onderwerpen te

spreken en niet over golf eb bals en

u heeft nie " '""

„SomsjHBfc ik» ö»aar alleen wanneer

ik aan vervelend mechanisch werk bezig

ben, zooals typen."

„Typen? — Ik geloof, dat het nuttig

is, maar wat kunt u te typen hebben?

Schrijft u een boek?"

Katharina liet plotseling een zacht

lachje hooren, verbazend uitdagend. Het

bloed in Gerard Strobridge's aderen

begon te koken. Een geest van verzet

kwam in hem op. Hij wist wat het be-

teekende, wanneer ze zoo lachte! Zou

die afschuwelijke avond dan nooit eén

einde nemen ?

Katharina antwoordde half flui-

sterend:

„Neen, ik schrijf »geen boek, maar

tracht te leeren uit het grootste aller

boeken — het boek des levens!"

„Wat weet u van het leven?"

Hij stelde de vraag, zooals Gerard

Strobridge haar gesteld had lang ge-

leden.

„Vertel mij dan, hoe het leven is,

daar u veronderstelt, dat ik het niet

weten kan!" Om haar mond en oogen

lag nog dezelfde eigenaardige uit-

drukking.

De hertog trilde even.

„Het leven is of een doorloopende

roes óf een daad. Het heeft zijn goed

en zijn kwaad en zijn hartstochten.

Steeds streeft het er naar, zich te doen

gelden en zijn recht te eischen, zonder

zich aan wetten te storen."

Mordryn zag haar aan. Die frissche,

jonge, zachte wangen, die wakkere

roode, mooie mond, het aschblond

haar, waarvan elke streng haar eigenaar-

digen zilverglans scheen te bezitten! En

dan die zonderlinge, boeiende oogen.

Hij zuchtte even. Zij scheen hem de

verpersoonlijking van het leVen zelf.

„U is gereed voor het groote levens-

waagstuk ?"

„Geheel en al. En ik wil alles leeren

kennen voor ik oud word en onver-

schillig." \

Weer zuchtte hij.

„De ouderdom brengt niet altijd on-

verschilligheid mee. Het zou een zegen

wezen, indien het zoo ware."

„Het is volstrekt niet noodig oud te

worden. De ouderdom komt, omdat

menschen hun belangstelling in de din-

gen verliezen."

„Het is mogelijk. Maar verantwoor-

delijkheid en zorgen en teleurstellingen

maken oud. Ongetwijfeld heeft u een

zeer beveiligd leven en daarom meent

u, dat alles heel gemakkelijk is."

Weer lachte Katharina zacht. Het was

zoo vermakelijk om te denken aan het

contrast der werkelijkheid met deze

onderstelling 1

„Mijn leven is inderdaad beveiligd

door een zeer sterk schild —maar niet

door hetgeen door u bedoeld wordt."

„Niet? Door wie dan?"

„Een gesprek over mijzelve is vol-

strekt niet belangrijk. Ik heb u dit reeds

gezegd, waarom blijft u aandringen ? Ik

wilde veel liever iets hooren over vreem-

de landen. — Italië b.v. Ik ben daar

nooit geweest."

In de wijze waarop ze hem behandel-

de, lag geen zweem van onderworpen

eerbied. Het was, alsof iemand van

denzelfden stand sprak met een per-

soon van gelijke ontwikkeling en die

iemand was daarenboven een vrouw,

die het recht meende te hebben aan haar

luimen toe te geven.

^Het mag wezen, dat u het niet be-

langrijk vindt om over u zelve te spre-

ken, dat neemt niet weg, dat ik een

andere meening toegedaan kan wezen.

Ik wensch te weten waardoor u zoo

volkomen beschermd wordt."

„Een helder denkbeeld van hetgeen

ik wensch en een wil sterk genoeg om

niet door alle stroomingen meegesleept

te worden."

„Wat een rare avis. En u ziet er

zoo jong uitl"

„Ik ben drie en twintig; dus vol-

wassen."

„En wat is uw wensch ?" c

„Vrij mijn vlucht te kunnen nemen

de wereld te leeren kennen — 's le-

vens polsslag te voelen, — enkele mijher

denkbeelden uit te werken."

„Welke onderwerpen betreffend ?"

„De beteekenis der dingen, waarom

zij bestaan en hun gewone voorkomen.

Want men kan de menschheid te hulp

komen. Lady Garribardine is mijn

ideaal van hetgeen een vrouw wezen

moet. Er is in haar niets kleinzieligs.

Ze is even kranig als de grootste man

en veel vernuftiger."

„Daarin ben ik het met u eens!" Er

lag warmte in zijn toon. „Voor mij is de

gravin steeds het toonbeeld van vrou-

welijke volmaaktheid geweest. U kent

haar dus ?"

„Zeer goed. Ze is niet bang om voor

haar Inzichten en grondbeginselen uit te

komen. Ze is een aristocrate van het

echte soort. Ze stelt venrouwen in zich

zelf, daarom stelt ieder ook vertrouwen

in haar!"

„De meesten onzer twijfelen aan zich-

zelve."

„U niet. — Ik zal de bakens nu ver-

zetten, en zeggen, dat ik spreken wil

over ui Wat voor een gevoel is het,

hertog te zijn? — Een ware hertog,

geen parvenu of één, die van zijn waar-

digheid een bespotting maakt."

Hij glimlachte. Zij was een zeer in-


nemend en kloek persoontje. Zij sprak

niet met kinderlijken eenvoud, maar met

overleg.

„Een gevoel van groote verantwoorde,

lijkheid soms en op andere tijden weer

iets van weinig beteekenis. Het eischt

wel eens een gedragslijn, die moeilijk

te volgen is. Wanneer mijn levensom-

standigheden anders waren geweest toen

ik jonger was, zou ik alles gedaan heb-

ben om onzen stand hoog te houden.

Nu staat mij de heele moderne politiek

zoo zeer tegen, dat ik zelden spreek in

het Huis."

„Dat is heel verkeerd van u en tevens

laf."

Ze was onbevreesd. „Nooit moest u

een strijd opgeven of lijdzaam toe blij-

ven zien, wanneer men u oritsteelt het-

geen u toebehoort. Wanneer u dit wel

doet, is het zeer natuurlijk, dat men u

terzijde stelt."

„U hebt gelijk. Er zijn vrouwen, die

•als 't ware in de wereld gezonden zijn

als electrische dynamo's. Zij halen uit

ieder het beste wat in hem is. Zij zorgen

er voor, dat de mannen beter werken

en beter spelen en beter liefhebben."

Hij zag haar nu met zijn mooie, stra-

lende oogen aan, maar van flirt was

er geen sprake. Dat was iets^ ver be-

neden hem. Voor zijn minderen was

hij een meester — een edelmoedige,

verdraagzame, hooghartige meester.

Voor zijn vriendinnen, zooals Lady Gar-

ribardine, een toonbeeld van hoffelijke

achting, voor de menschen in het alge-

meen beleefd, maar uit de hoogte. Maar

voor de vrouw, die zijn liefde kon wek-

ken, wat zou hij voor haar wezen? Aan

dit laatste dacht Katharina. Een trilling

ging door haar leden zooals nooit te

voren, daardoor was haar kalmte mét

zoo volkomen als gewoonlijk toen zij

antwoordde:

„Wanneer iemand maar juist wist

wat liefde isl"

,,U heeft er dus geen flauw vermoe-

den yan?"

Het verwonderde hem zelf, dat hij met

zooveel belangstelling afwachtte wat

haar antwoord wezen zou.

„Ja wel, — meer dan dat. Ik weet

dat sommige schijngestalten ervan

iemand" gek kunnen maken, opgewon-

den, onzeker, dierlijk, maar wat> het

wezen kan, wanneer ze de ziel raakt, is

mij een raadsel."

Een oogenblik zweeg de hertog. Hij

was één en al verbazing en zijn bewon-

dering nam toe, — een bewondering,

die met de oprechte waardeering harer

Ze hebben weer

by mU Ingebroken,

agent!

UN PIEPA

Is er Iels

verdwenen f

schoonheid in geen verband stond. Haar

begaafdheden stonden zoo ver boven het

middelmatige. Haar oprechtheid was zoo

treffend. Er lag geen zweem van aan-

stellerij in hetgeen zij zeide. Wat al

mogelijkheden lagen in haar laatste

woorden besloten I Klaarblijkelijk wist ze

dus wel iets van liefde 1

„Is het u duidelijk, wat er ligt opge-

sloten in uw woorden?"

.Ja."

„Dat u eens iemand hebt liefgehad

op die wijze?"

„Ja, het is een wijze, die iemand be-

angstigt, en daaruit blijkt duidelijk, dat

er iets anders bestaan moet. ^Weet u of

het zoo is? — U die geleefd hebt?"

Haar gelaat was zoo bleek en koud

als het maanlicht. Zij scheen de persoon,

lijke vraag te stellen in het algemeen.

De hertog voelde zich zonderüng be-

wogen en wilde juist antwoorden, toen

de gastheer van uit het andere salon

op hem toetrad. De robber was uit en

hij begreep, dat het in het oog zou loo-

pen wanneer hij het paar langer alleen

liet.

„Mordryn, ga je nu eens mee om

naar de miniaturen te kijken," zei hij.

„Wij moeten niet vergeten, dat deze

het waren, die je hedenavond hierheen

hebben gebracht."

In weerwil van de oppervlakkige be-

leefdheid, hoorde Katharina tocheenige

bitterheid uit den toon, waarop hij dit

zeide.

Er kwam nu een algemeene beweging

en voor vertrouwelijke gesprekken was

geen gelegenheid meer, zoodat Miss

d'Estaire en Katharina vertrokken, zon-

der het antwoord van zijn Genade op de

laatste vraag.

En Gerard Strobridge fluisterde, toen

hdj bij het afscheid nemen Katharina's

hand drukte:

„Heb ik mijn woord gehouden — en

ben je voldaan ?"

De stevige druk harer koele vingers

gaf hem antwoord op deze vraag.

HOOFDSTUK XXV.

Lady Garribardine kon haar secre-

taresse onmogelijk missen gedurende de

Paaschdrukte. Daarom zou Katharina

na den Zaterdag, volgende op het diner,

enkele vrije dagen krijgen.

Katharina ging niet naar Bindon's

Green, maar naar een klein plaatsje bij

zee aan de Oostkust. In het duinzand

liggend, overdacht ze al het gebeurde

en begon ze haar plannen op te maken.

Gerard Strobridge had haar welwil-

-30

lend ter zijde gestaan — de belangstel-

ling, die ze gewenscht had op te wekken,

was opgewekt. De hertog had nu kennis

met haar gemaakt, zonder dat hij door

eenig vooroordeel beïnvloed was gewor-

den. Wanneer hij haar voor 't eerst ont-

moet had als de nederige secretaresse

en typiste der gravin, zou dat allicht wel

het geval geweest zijn. Hij zou haar

doodgewoon niet opgemerkt hebben,

wanneer hij te Blissington kwam, zoo

min als« zij zelve een der knechts opge-

merkt had bij het diner van Gerard

Strobridge. Niet dat zij eenige minach-

ting koesterde voor een knecht in zijn

hoedanigheid als knecht, of de hertog

voor een secretaresse in haar hoeda-

nigheid als secretaresse. Het waren

waardige menschen wier diensten men

noodig had. Door gasten evenwel wer-

den zij alleen beschouwd als menschen,

die daar waren om tafel te dienen of

brieven te schrijven en de dingen te

regelen.

VOELT ZICH WEER JONG, OENIET

VAN DEN ARBEID

Millioenen mannen en vrouwen over de

geheele wereld nemen dagrelijks Kruschen

Salts — niet pmdat ze werkelijk ziek zijn,

weineen — maar omdat ze weten, dat de

kleine dag-eliiksche dosis Kruschen ze steeds

gezond en krachtig houdt en het lichaam

vrij houdt van overvloedige zuren.

Degenen, die iederen morgen een thee-

lepeltje Kruschen Salts in een glas warm

water nemen, zullen geen hoofdpijn hebhen

en zijn steeds vrij van hardlijvigheid, neer-

slachtigheid, duizeligheid, aangeslagen tong

en onwelriekenden adem.

Ze hebben geen vergiften in hun lichaam,

omdat de werking van Kruschen Salts op

lever, nieren en ingewanden een volmaakte

en regelmatige verdrijving veroorzaakt.

Wanneer U een heerlijke gezondheid en

levenslust wenscht te bezitten — als II hard

wilt werken en van Uw arbeid wilt genieten

— probeer dan eens iederen dag Kruschen

Salts te gebruiken — het is geen maag- of

purgeermiddel, maar na een veertiendaagsch

gebruik behoeft U geen mindere soort mid-

deltjes meer te probeeren — Uw ingewanden

zullen in orde zijn.

Vraagt Uw apotheker een flacon Kruschen

van f0.90 of fl.GO — zes zouten in één

vereenigd. Een flacon van / 0.90 is toe-

reikend voor twee maanden. Hierna zult U

overtuigd zijn, dat Kruschen de beste régu-

lateur is van Uw lever, ingewanden en nieren.

Wordt over de geheele wereld verkocht.

Uw apotheker verkoopt er massa's van.

Zomersproeten

Gele en bruine vlekken in 't gezicht

en op 't lichaam verdwijnen volkomen

bij gebruik van ,PIGMAT".

Reeds na den eersten dag worden

de vlekken minder. Wanneer U tot

nu toe al het mogelijke geprobeerd

hebt

m

zonder e^nig resultaat, gebruik

dan in volkomen

vertrouwen

„P1GMAT".

Prijs f4.50. Toezending

onder

rembours of

vooruitbetaling,

ook in post«

zegels.

SCHRÖDER-SCHENKE

Gevestigd In T896

Beriyn W. 306, Postdamer Str. 26 B.

HEBT GIJ AL EEN

ABONNÉ OPGEGEVEN?

ZUI VHRl 1R1J )S\XAAk>H( )k ) (

ZUIVHRHHIDSWAAPHORC

ZU

ZU

ZU

ZU

ZUIVHPHHIDSWAARBORG

ZUIVHRHHIDSWAARBORG

Compleet met Batterijen, Luidspreker en Lampen

SCHITTERENDE WERKING

KORTE EN LANGE GOLF

Zelfde toestel op lichtnet, dus met f 1C^

Plaatstroomapparaat en Gelijkrichter

RADIO VENN. SLUYTER. EDE

GODFRIED DE GROOT

JAN LUYKENSTRAAT 2a, TEL. 28474

AMSTERDAM

SPECIALITEIT IN MODERNE EN

ARTISTIEKE FOTO'S

MEN ZIE DE VELE REPRODUCTIES VAN ONS

WERK IN „HET WEEKBLAD" CINEMA & THEATER

IO.OüO ZU1VERHEIDSWAARBORG F 10.000

10.000 ZUIVERHEIDSWAARBORG F 10.000

10.000

F 10.000

F 10.000

F 1O.0O0

10.000 ZUIVERHFJDSWAARBORG F 10.000

lO.OOO ZUIVRRHFIDSWAARBORG F 10.000

-51

ZUIVERHFJDSWAARBORG

ZUIVERHFJDSWAARBORG

ZUIVERHE1DSWAARBORG F

ZUIVERHFJDSWAARBORG F

IO.000

10.000

O

O

00

0.000

10.000

10.000


■ ■ '■■.,. .. iiiPiWHIiPWiWHBii

OE OOOB KLOK -

ARRANGEMENT VOOR PIANO VAN BEP COENS TEKST EN MUZIEK VAN CHEF VAN DIJK

Leer toch luist-'i

As— ^

d'Onbezorgde jeugd %

Dart'le kindervreugd

Ach — die uren tel je niet.

Denk j' eraan — is t gedaan I

Jong'lingsjaren,

Wachten vol verleiding en gevaren.

Tik-tak - weet je nog, dat lieve, blonde

Tik-tak -.zij ging op de-H.B.S. [kind?

Tik-tak " m et haar Krullen fladd'rend in

[den wind.

Tik-tak - Don Juan, jij hadt succes.

Tik-tak - sloeg ik stil vermanend in de

[gang

Tik-tak - toen j' haar schuchter zoenen

[wou

Tik-tak - 't arme kindl Het bloed steeg

[naar haar wang;

Engerd, zei ze toen, doe niet zoo flauw.

r; ■. -,-,,

VerachUnt wekeiyks — PrQt per kwartaal f 1.05

^m

iSlcchts't wel]ui.diend&pe\ Ykn m'n 0u,.de,troU'.we klok

NoAr wat doM..o(e ktokawhfeeft'fe ■fli^üt'reM

dg:

Vroolijke student

Onbezorgde vent

Onbeslapen is je bed.

Luister jij toch naar mij.

Laat je raden,

Zulk een levenstempo kan slechts schaden.

Tik-tak - tot een kus geschapen is hafcr

[mond,

Tik-tak - zou ze komen, komt ze niet?

Tik-tak - tergend langzaam gaan de

[wijzers rond,

Tik-tak - o zoo langzaam gaat 't verdriet.

Tik-tak - eindlijk — en je klemt haar

[aan je hart;

Tik-tak - blijf nog, laat me niet alleen,

Tik-tak - 'k moet naar huis, zegt 't lieve

[kind verward...

Veel te snel gaan dan de uren heen.

Ti k. txk/ibea i k tik.tak ïM je. kin.dientijd

Boeken aan den kant,

't Mannelijk verstand

Spreekt stil-aan een woordje mee.

Heel serieus doe je keus.

Denk j' aan trouwen

Aan een deeg'lijk eigen nestje bouwen,

Tik-tak

Tik-tak

Tik-tak

Tik-tak

Tik-tak

Tik-tak

Tik-tak

Zing ik

- Bruidegom, het wordt de

[hoogste tijd,

- kom, de auto staat al voor.

- hoe een ieder je dit uur benijdt

- plechtig klinkt het bruilofts-

[koor.

- aan de sponde van een nieuw

[geslacht,

- luidt mijn stem door allen tijd

- tot de taak van 't leven is vol-

bracht

't klokkelied der EEUWIGHEID.

OEEN INDISCHE VERLOFOANOER KAN BUITEN EEN

„HIS MASTER'S VOICE ,, GRAMOPHONE,

HET WARE TROPEN^INSTRUMENTI

ENORME KEUZE VAN DE NIEUWSTE MODELLEN, BIJ:

N.V. WILLEM SPRENGER'S GRAMOPHONE-HANDEL

PASSAGE 46r L. v. MEERDERVOORT 60a en 453, DEN HAAG

STEEDS HET NIEUWSTE! STEEDS HET BESTE!

GEGARANDEERD ZEEWAARDIG EMBALLEEREN

Redactie en Administratie en. Tel. 700

More magazines by this user
Similar magazines