Jeugdwerk 1

lds.org

Jeugdwerk 1

Ik kan ‘het spijt me’ zeggen

Les

29

DOEL Ieder kind laten begrijpen dat we, als we iets doen wat verkeerd is, kunnen zeggen dat het

ons spijt en dat we kunnen proberen onze fout te herstellen.

VOORBEREIDING 1. Lees na gebed Mosiah 27:8–37 aandachtig door.

2. Benodigdheden:

a. Een Boek van Mormon.

b. Een kleine stukje speelgoed dat in een broekzak past.

3. Tref de nodige voorbereidingen voor de aanvullende activiteiten die u wilt gaan doen.

LEERACTIVITEITEN Vraag een kind het openingsgebed uit te spreken.

Aandacht Doe, terwijl de kinderen de klas binnenkomen, expres een paar dingen verkeerd. U kunt –

• Iets op de grond laten vallen.

• Een stoel achterstevoren neerzetten.

• Een plaat ondersteboven ophangen.

• Iets op het bord of op een stuk papier schrijven en het dan uitvegen of doorkrassen.

Zeg na iedere vergissing: ‘Het spijt me, dat was een vergissing’. Herstel die vergissing dan.

Vraag de kinderen of de vergissingen die u heeft gemaakt hen zijn opgevallen. Wijs erop dat

iedereen vergissingen maakt.

Soms doen we iets verkeerd

Leg uit dat we, als we opgroeien en leren het goede te kiezen, soms verkeerde keuzen doen.

Dat zijn niet altijd zulke kleine vergissingen als een plaat ondersteboven ophangen; soms

doen we iets wat verkeerd is, iets wat onze hemelse Vader, Jezus en onze ouders niet willen.

Door verkeerde keuzen kunnen we onszelf en andere mensen ongelukkig maken.

Verhaal Vertel het volgende verhaal in uw eigen woorden na en maak daarbij gebruik van een klein

speelgoedje:

Theo en Martin hadden veel plezier toen ze bij Martin thuis aan het spelen waren. Theo vond

Martins speelgoed erg leuk en wilde dat hij ook zulk leuk speelgoed had. Hij besloot om wat

speelgoed van Martin te lenen en stopte het in zijn broekzak zonder het aan Martin te vragen.

Toen Theo thuis met het speelgoed speelde, was het lang zo leuk niet meer. Zijn moeder

vroeg hem waarom hij zo verdrietig was. Theo vertelde zijn moeder dat hij Martins speelgoed

geleend had zonder het te vragen en dat hij zich er nu heel naar bij voelde.

Theo’s moeder vertelde hem dat het verkeerd was om iets van iemand anders mee te nemen.

Ze vroeg Theo hoe hij zijn verkeerde beslissing goed zou kunnen maken. Theo wilde het

speelgoed terugbrengen, maar hij was bang dat Martin kwaad op hem zou zijn. Theo’s

moeder zei dat het toch beter was om het speelgoed terug te brengen. Ze zei ook dat hij

tegen Martin kon zeggen dat het hem speet. Daardoor zou hij het vervelende gevoel dat

hij door zijn verkeerde keuze had gekregen, kwijtraken.

Theo bracht het speelgoed terug naar Martin. Hij zei dat het hem speet dat hij het speelgoed

had meegenomen zonder het eerst te vragen en dat hij het nooit meer zou doen. Martin was

blij dat Theo het speelgoed terugbracht. Theo was blij dat hij de waarheid had verteld en alles

goed kon maken (‘Travis Repents’, Friend, mrt. 1987, blz. 40–41).

95

More magazines by this user
Similar magazines