Jeugdwerk 1

lds.org

Jeugdwerk 1

Controlelijst voor ouders

Een kind kan de eerste keer enthousiast of angstig, lachend of huilend naar de kinderkamer gaan. Ouders kunnen veel

doen om de eerste ervaring van hun kind met de kinderkamer prettig te maken door het kind erop voor te bereiden. Als

kinderen weten waar ze naar toe gaan en wat ze kunnen verwachten, vinden ze het meestal leuk om erheen te gaan.

Kinderen die weinig of geen uitleg hebben gekregen, kunnen bang zijn en niet willen blijven. Bereid uw kind op de

kinderkamer voor door zo veel mogelijk te doen wat hieronder wordt aangegeven:

______ 1. Vertel uw kind erover, ten minste twee weken

voordat het naar de kinderkamer gaat.

______ 2. Regel ongeveer twee weken voordat uw kind

voor het eerst naar de kinderkamer gaat, een

ontmoeting van uw kind met de leerkrachten

van de kinderkamer.

______ 3. Zorg dat uw kind kennis gemaakt heeft met

een paar andere kinderen van de

kinderkamer.

______ 4. Zeg positieve dingen over de kinderkamer in

de week voordat uw kind erheen gaat.

______ 5. Laat uw kind de kinderkamer zien als daar

verder niemand is.

______ 6. Herinner uw kind er een dag van tevoren aan

dat de kinderkamer morgen begint.

______ 7. Zorg op de eerste dag van de kinderkamer

dat uw kind genoeg tijd heeft om zich voor de

kerk klaar te maken. Jaag het niet op.

______ 8. Laat al het speelgoed van uw kind thuis.

______ 9. Zorg dat uw kind naar de WC is geweest en

gegeten heeft voordat u het naar de

kinderkamer brengt. Als een kind een schone

luier nodig heeft, wordt het naar een van de

ouders gebracht.

• Koorts

• Een loopneus

• Hoesten

• Als het ongewoon dwars en humeurig is

• Braken

• Diarree

• Uitslag

• Ontstoken ogen

• Hoofdluis

• Een ziekte die minder dan 48 uur geleden met

antibiotica is behandeld

______ 10. Wees op tijd in de kinderkamer.

______ 11. Stel uw kind gerust met de verzekering dat u

terugkomt. Kom op tijd terug om uw kind op

te halen als de kinderkamer is afgelopen.

______ 12. Als uw kind bang is, blijft u er de eerste paar

keren bij.

______ 13. Vertel de leerkrachten van de kinderkamer

welke lessen u tijdens de kinderkamer gaat

bijwonen, zodat zij uw kind bij u kunnen

brengen als er zich een probleem voordoet.

______ 14. Stel de leerkrachten van de kinderkamer op

de hoogte van ongewone problemen, zoals

voedselallergie.

______ 15. Praat met uw kind op een positieve manier

over zijn of haar belevenissen in de

kinderkamer. Zorg dat u positief praat over

de lessen in de kinderkamer en over de

leerkrachten.

______ 16. Houd in gedachte dat de kinderkamer voor

uw kind door liefde en geduld een goede

ervaring wordt.

Verzoek: breng uw kind niet naar de kinderkamer als het de volgende symptomen vertoont:

• Een van de kinderziekten in de besmettelijke periode:

waterpokken (een week)

mazelen (totdat de uitslag verdwenen is)

roodvonk (totdat de uitslag verdwenen is)

de bof (totdat de zwelling verdwenen is, gewoonlijk

een week)

huiduitslag

Als uw kind een loopneus heeft, hoest of uitslag heeft

tengevolge van een of andere allergie, laat de

leerkrachten kinderkamer dan weten dat die

symptomen niet besmettelijk zijn.

XI

More magazines by this user
Similar magazines