Jeugdwerk 1

lds.org

Jeugdwerk 1

Laat ieder kind bedenken hoe het een goed voorbeeld kan zijn en dan aan de klas vertellen

wat het gaat doen.

Getuigenis Vertel een gebeurtenis waarbij u het goede voorbeeld van iemand volgde. Vertel hoe

belangrijk u het vindt dat wij Jezus’ voorbeeld volgen. Moedig de kinderen aan om een goed

voorbeeld voor anderen te zijn door te doen wat Jezus deed.

AANVULLENDE

ACTIVITEITEN Verwerk een paar van de onderstaande activiteiten in uw les.

1. Maak voor ieder kind een eenvoudige kroon of hoed. Schrijf op de kroon: Ik kan een goed

voorbeeld zijn. Bespreek hoe de kinderen elke dag het goede voorbeeld kunnen geven.

2. Zing ‘Ook Jezus was eens een kindje klein’ (Kinderliedjes, blz 94) of ‘Wees steeds een

zonnestraaltje’ (Kinderliedjes, blz. 38).

3. Laat een zaklantaarn of een ander lampje zien. Doe de zaklantaarn aan en bespreek hoe

het licht mensen helpt. Lees de eerste regels van 3 Nephi 12:16 voor. Leg de kinderen uit

dat zij net kleine lampjes zijn als ze een goed voorbeeld zijn, omdat andere mensen ze

dan kunnen zien en volgen. Laat een kind de zaklantaarn vasthouden en de anderen door

de kamer leiden. Herhaal de activiteit zodat ieder kind, als het dat wil, een keer de leider

is geweest.

4. Laat de kinderen staande het volgende activiteitenversje doen:

Jezus houdt van kleine kinderen

Een paar kinderen holden heel hard door de straat (looppas op de plaats).

Zij liepen zo hard als dat bij kinderen gaat (naar uw voeten wijzen).

Zij kropen tussen de mensen door (doe net of u zich met uw ellebogen door een menigte

heenwerkt)

Ze wilden naar Jezus om zijn gezicht te kunnen zien (ga op uw tenen staan en kijk rond).

Sommige grote mensen zeiden: ‘Stuur ze weg (doe net of er kinderen weggeduwd

worden),

Hij heeft het vandaag te druk voor kinderen, zeg’ (frons de wenkbrauwen schud het

hoofd).

Maar Jezus zei: ‘Laat ze tot Mij komen’ (wenken met de hand).

‘Zij behoren tot mijn Vaders koninkrijk, mijn Vader en Ik houden van hen, ook voor hen ben

Ik gekomen’ (doe net of u iemand stijf tegen u aandrukt).

(Naar Margaretta Harmon, Bible Story Finger Plays and Action Rhymes, blz. 27.)

Les 36

VERVANGENDE

ACTIVITEITEN VOOR

KLEINE KINDEREN 1. Vraag de kinderen het woord voorbeeld te herhalen. Vertel ze dat iemand een goed

voorbeeld is als je graag net zo wilt worden. Onze ouders kunnen een goed voorbeeld

voor ons zijn. Vraag de kinderen wat hun ouders doen om voor ze te zorgen en ze gelukkig

te maken.

2. Laat de kinderen hand in hand in een kring rondlopen terwijl u ‘And’ren helpen’

(Kinderliedjes, blz. 108) zingt of de tekst ervan opzegt. Herhaal het liedje zo vaak als

u wilt en vervang moeder door vader, broertje, zusje, oma of opa.

3. Speel het spelletje ‘Volg de leider’. Laat de kinderen in de rij gaan staan. Het kind dat

vooraan staat, holt, hinkelt, huppelt of doet iets anders tot aan de overkant van de klas. De

andere kinderen volgen hem en doen wat hij zegt. Dan gaat dat kind achteraan in de rij

staan en het tweede kind wordt de leider. Dan volgen de kinderen hem. Dit gaat zo door

totdat ieder kind een beurt heeft gehad.

121

More magazines by this user
Similar magazines