Jeugdwerk 1

lds.org

Jeugdwerk 1

Les

37

DOEL Het verlangen om eerlijk te zijn bij ieder kind versterken.

Ik kan eerlijk zijn

VOORBEREIDING 1. Lees na gebed Exodus 20:15–16; Alma 53:16–22; 56:44–57 en het dertiende geloofsartikel

aandachtig door. Zie ook Evangeliebeginselen (31110 120), hoofdstuk 31.

2. Maak van papier of stof een eenvoudige hoofdband voor ieder kind. Schrijf op iedere band

Ik kan eerlijk zijn.

3. Benodigdheden:

a. Een bijbel en een Boek van Mormon.

b. Een knoop of ander klein voorwerp.

c. Plaat 1-13, Joseph Smith (Evangelieplaten 400); plaat 1-65, Tweeduizend jeugdige

strijders (Evangelieplaten 313).

4. Tref de nodige voorbereidingen voor de aanvullende activiteiten die u wilt gaan doen.

LEERACTIVITEITEN Vraag een kind om het openingsgebed uit te spreken.

Aandacht Laat een kind voor de klas komen. Duw uw handen tegen elkaar met daartussen een knoop

of ander klein voorwerp. Laat de kinderen ook hun handen tegen elkaar drukken. Ga van kind

tot kind en stop uw handen tussen die van hen. Laat de knoop in de handen van een kind

achter. Vraag de kinderen hun handen tegen elkaar te blijven houden alsof zij de knoop hebben.

Zeg dan: ‘Knoop, knoop, wie heeft de knoop?’ Laat het kind dat voor de klas staat raden

welk kind de knoop heeft door te vragen ‘(Naam), heb jij de knoop?’ Vertel de kinderen dat ze

eerlijk moeten antwoorden met ‘Nee, ik heb de knoop niet’ of ‘Ja, ik heb de knoop.’

Doe het spelletje een aantal keren en laat telkens iemand anders raden en de knoop

vasthouden. Geef de kinderen een compliment dat zij zo eerlijk zijn.

Onze hemelse Vader en Jezus willen dat wij eerlijk zijn

Laat plaat 1-13, Joseph Smith, zien. Vertel dat de profeet Joseph Smith in het dertiende

geloofsartikel schreef: ‘Wij geloven eerlijk te moeten zijn’. Laat de kinderen deze woorden uit

het hoofd leren.

• Wat betekent eerlijk zijn?

Leg uit dat we, als we eerlijk zijn, de waarheid spreken, niet iets wegpakken dat van iemand

anders is en andere mensen rechtvaardig behandelen.

Laat de bijbel zien en vertel dat Mozes de tien geboden aan zijn volk heeft gebracht (Exodus

20). Leg uit dat onze hemelse Vader en Jezus twee geboden aan Mozes hebben gegeven

die met eerlijkheid te maken hebben: ‘Gij zult niet stelen’ en ‘Gij zult geen vals getuigenis

spreken’. Lees Exodus 20:15–16 voor.

• Wat is stelen?

Leg uit dat vals getuigenis geven betekent dat we iets zeggen wat niet waar is.

Lied Zeg de woorden op van ‘Wees eerlijk en trouw’ (Kinderliedjes, blz. 81).

Gods ware profeet wil iets zeggen tot jou,

hij wil je graag zeggen:

wees eerlijk en trouw.

Bij ’t spelen of thuis,

of waar je ook bent:

wees eerlijk en trouw

op ieder moment.

122

More magazines by this user
Similar magazines