Jeugdwerk 1

lds.org

Jeugdwerk 1

Activiteit Beschrijf de volgende situaties of bedenk zelf andere. Laat de kinderen gaan staan als wat

u vertelt eerlijk is, en gaan zitten als het oneerlijk is.

• Een koekje pakken als je moeder heeft gezegd dat het niet mag.

• De waarheid spreken.

• Iets meenemen dat niet van jou is.

• Toegeven dat je iets verkeerds hebt gedaan.

• Zeggen dat iemand anders iets verkeerds heeft gedaan, terwijl jij het hebt gedaan.

• Geld of iets anders dat je hebt gevonden, teruggeven aan degene van wie het is.

Laat de kinderen iets vertellen over situaties waarin zij eerlijk zijn geweest.

• Hoe voel je je als je eerlijk bent?

• Hoe voel je je als je niet eerlijk bent?

• hoe komt het dat je soms bang bent om eerlijk te zijn? (Je kunt misschien straf krijgen of

iemand verdrietig maken.)

Zorg dat de kinderen begrijpen dat we ons beter voelen als we eerlijk zijn, ook als dat moeilijk

is.

Wij worden gezegend als we eerlijk zijn

Verhaal Laat plaat 1-65 (Tweeduizend jeugdige strijders) zien. Vertel het verhaal van de tweeduizend

jeugdige strijders zoals u dat in Alma 53:16–22 en 56:44–57 kunt vinden. Let vooral op Alma

53:20–21. Leg uit dat deze jonge mannen vooral zo uitblonken omdat ze zo eerlijk waren.

Lees het laatste gedeelte van Alma 53:20 (vanaf het waren mannen, die te allen tijde getrouw

waren). Leg uit dat getrouw zijn onder andere betekent dat je eerlijk bent. Omdat deze jonge

strijders getrouw waren, werden zij in de strijd beschermd. Zij werden beschermd vanwege

hun eerlijkheid, geloof en moed. Wij zullen allemaal gezegend worden als we eerlijk zijn.

• Hoe werden de tweeduizend jeugdige strijders gezegend doordat zij eerlijk waren? (Zie

Alma 56:54–56.)

Activiteit Doe de kinderen de hoofdbanden om. Laat ze doen alsof zij de tweeduizend jeugdige

strijders zijn en op het ritme van uw handgeklap door de kamer marcheren. Laat ze stoppen

met marcheren als u stopt met klappen en vraag een kind te vertellen hoe het eerlijk kan

zijn. Begin weer te klappen en herhaal de activiteit totdat ieder kind een beurt heeft gehad.

Getuigenis Geef uw getuigenis dat onze hemelse Vader en Jezus willen dat wij eerlijk zijn en dat wij ons

gelukkig kunnen voelen als we eerlijk zijn.

AANVULLENDE

ACTIVITEITEN Verwerk een paar van de onderstaande activiteiten in uw les.

1. Vertel het verhaal van Jacob Hamblin en zijn zoon in uw eigen woorden na:

Jacob Hamblin was een van de eerste pioniers die naar Zuid-Utah trok. Hij hield van de

Indianen die daar woonden en leerde hun taal. Hij was altijd eerlijk tegen de Indianen en

zij kregen vertrouwen in hem. Op een dag stuurde Jacob zijn zoon naar de Indianen om

een pony tegen wat dekens te ruilen. De Indiaan bekeek de pony zorgvuldig en legde een

stapel dekens klaar. Jacobs zoon zei: ‘Dat is niet genoeg’. De Indiaan legde steeds meer

dekens op de stapel. Toen Jacobs zoon vond dat hij genoeg dekens had, reed hij naar

huis, trots dat hij zoveel dekens voor de pony had gekregen. Toen Jacob zag hoeveel

dekens zijn zoon had meegebracht was hij niet blij. De pony was niet zoveel dekens waard.

Jacob liet zijn zoon de helft van de dekens naar de Indiaan terugbrengen. Toen de jongen

bij de Indiaan kwam, begon die te lachen en hij zei: ‘Ik wist wel dat Jacob je terug zou

sturen’ (zie Jacob Hamblin, Jr., zoals het aan Louise Lee Udall is verteld, in A Story to Tell

(Salt Lake City: Deseret Book Co., 1945], blz. 359–360).

Leg uit dat de Indiaan wist dat Jacob Hamblin een eerlijk man was en dat hij de extra

dekens terug zou geven. De Indiaan kon Jacob vertrouwen omdat hij altijd eerlijk was.

Laat de kinderen het verhaal naspelen of vertellen.

2. Zing ‘Ook Jezus was eens een kindje klein’ (Kinderliedjes, blz. 34) of zeg de woorden op.

123

More magazines by this user
Similar magazines