Jeugdwerk 1

lds.org

Jeugdwerk 1

de klas te laten zien. Moedig ieder kind aan iets positiefs over zichzelf te zeggen als hij of

zij de tekening laat zien.

2. Leer de kinderen het volgende versje met de bijbehorende gebaren:

Gods schepping

God schiep de maan (armen cirkelvormig boven het hoofd)

en de twinkelende sterren (handen boven het hoofd openen en sluiten)

Hij schiep de zon, (armen cirkelvormig boven het hoofd)

de bomen en de bloemen, (bomen – armen hoog, bloemen – wijs op de grond)

de vissen in de bron. (Handen tegen elkaar en zigzaggend van u af bewegen)

(Naar Fascinating Finger Fun, Eleanor Doan. © 1951. Gebruikt met toestemming.)

3. Schrijf de volgende vragen op aparte blaadjes. Vat de les samen door ieder kind een

blaadje uit te laten kiezen. Lees de vraag op en laat het kind antwoord geven. Herhaal

de activiteit eventueel zodat ieder kind een beurt krijgt.

a. Wie is een kind van God? (Ik ben een kind van God; iedereen is een kind van God.)

b. Waar waren wij voordat wij op aarde geboren werden? (In de hemel bij onze hemelse

Vader en Jezus.)

c. Waarom hebben onze hemelse Vader en Jezus de aarde voor ons gemaakt? (Zodat we

een lichaam konden krijgen en konden leren wat wij moeten doen om bij onze hemelse

Vader en Jezus terug te keren.)

d. Wat moeten wij doen om bij onze hemelse Vader en Jezus terug te kunnen keren? (De

geboden naleven, niet alleen maar aan onszelf denken, gedoopt worden, naar de

tempel gaan enzovoort. Laat de kinderen bij hun antwoord het bijbehorende plaatje

uitkiezen.)

e. Bij wie kunnen wij leven als ons leven op aarde voorbij is? (Bij onze hemelse Vader en

Jezus en onze huisgenoten.)

VERVANGENDE

ACTIVITEITEN VOOR

KLEINE KINDEREN 1. Nodig, met de toestemming van de jeugdwerkpresidente, een vader uit om zijn baby aan

de klas te laten zien. Spreek over vaders en hoeveel zij van hun kinderen houden. Vertel de

kinderen dat zij twee vaders hebben die van hen houden: hun vader hier op aarde en hun

Vader in de hemel. Voordat een baby wordt geboren, woonde hij bij onze hemelse Vader.

(Opmerking: houd rekening met de persoonlijke situatie van de kinderen in uw klas,

sommigen hebben misschien geen vader thuis.)

2. Neem een of meer paren ‘vaderschoenen’ mee naar de klas. Praat erover wie deze grote

schoenen draagt. Laat de kinderen de grootte van hun eigen schoenen of voeten

vergelijken met de grote schoenen. Laat de kinderen om de beurt op ‘vaders schoenen’

lopen.

3. Zeg de tekst op van ‘Lang geleden‘ (Kinderliedjes, blz. 144).

Heel lang geleden was ik in de hemel, echt waar

Jij en ik woonden in vreugde met anderen daar;

• Bij wie woonden wij in de hemel? (Bij onze hemelse Vader en Jezus en iedereen.)

4. Zeg het volgende versje op en doe de bijbehorende gebaren voor. Herhaal het zo vaak

als u wilt.

Blijf tijdens deze hele activiteit in een kring staan en laat iedereen elkaars hand

vasthouden.

Wij woonden allemaal bij onze hemelse Vader (dicht naar elkaar toekomen, de handen in

het midden van de kring).

Hij stuurde ons naar de aarde om hier te wonen (maak de cirkel groter).

Hij gaf ons ouders om ons dingen te leren en om van ons te houden (kom weer dicht naar

elkaar toe).

Onze ouders zullen ons helpen bij Hem terug te keren (maak de cirkel weer groter).

Les 3

9

More magazines by this user
Similar magazines