Jeugdwerk 1

lds.org

Jeugdwerk 1

Jezus Christus is de Zoon van

onze hemelse Vader

DOEL Ieder kind laten inzien dat Jezus Christus de Zoon is van onze hemelse Vader.

VOORBEREIDING 1. Lees na gebed aandachtig door: Matteüs 3:13–17 en Lucas 1:26–35; 2:1–7, 41–52. Zie ook

Evangeliebeginselen (31110 120), hoofdstuk 3.

2. Nodig, met toestemming van de jeugdwerkpresidente, de vader van een van de kinderen

uit om te komen vertellen hoe zijn kind als baby was.

3. Benodigdheden:

a. Een bijbel.

b. Plaat 1-16, De geboorte van Jezus Christus (Evangelieplaten 200); plaat 1-17, De jonge

Jezus in de tempel (Evangelieplaten 205); plaat 1-18, Johannes de Doper doopt Jezus

(Evangelieplaten 208).

4. Tref de nodige voorbereidingen voor de aanvullende activiteiten die u wilt gaan doen.

N. B.: Houd, als u tijdens de les over vaders spreekt, rekening met de kinderen in uw klas

waarvan de vader niet thuis woont. Benadruk dat we allemaal een hemelse Vader hebben die

van ons houdt. Als er kinderen in uw klas zijn die een stiefvader hebben, leg dan uit dat

stiefvaders ook van ons houden en voor ons zorgen.

LEERACTIVITEITEN Vraag een kind om het openingsgebed uit te spreken.

Aandacht Vraag de kinderen of zij weten wie de gast is. Vraag aan het desbetreffende kind om zijn of

haar vader voor te stellen. Laat de vader over zijn kind vertellen. Vraag ieder kind iets over zijn

of haar vader te vertellen, bijvoorbeeld wat voor kleur haar hij heeft of wat zijn beroep is.

Jezus Christus is de Zoon van onze hemelse Vader

Vertel de kinderen dat ze allemaal twee vaders hebben: een aardse vader en een hemelse

Vader. Onze aardse vader is de vader van ons lichaam. Onze hemelse Vader is de Vader van

de geest in ons lichaam. Jezus heeft maar één Vader, omdat onze hemelse Vader zowel de

Vader is van Jezus’ geest als van zijn lichaam. Daarom wordt Jezus de Zoon van God

genoemd.

Verhaal Laat plaat 1-16, De geboorte van Jezus Christus zien en vertel het verhaal van zijn geboorte,

zoals u dat kunt lezen in Lucas 1:26–35 en 2:1–7. Benadruk dat de engel aan Maria vertelde

dat haar baby de Zoon van God was. Wijs op de plaat terwijl u de volgende vragen stelt:

• Wie is de moeder van Jezus?

• Hoe heet zij? (Zie Lucas 1:27.)

• Wie is de man op de plaat? (Zie Lucas 1:27.)

• Wie is de vader van Jezus? (Onze Vader in de hemel. Jozef was een goede man die door

onze hemelse Vader was gekozen om voor Maria en Jezus te zorgen.)

Lied Laat de kinderen staande ‘In een stal zo klein en need’rig’ (Kinderliedjes, blz. 25) zingen of de

tekst ervan opzeggen. Bedenk er zelf geschikte bewegingen bij.

In een stal zo klein en need’rig

legde zij haar kindje mooi,

tussen ossen, tussen schapen

in een krib’ met stro en hooi.

’t Was de maagd Maria rein

met haar Christuskindje klein.

Les

5

13

More magazines by this user
Similar magazines