Jeugdwerk 1

lds.org

Jeugdwerk 1

AANVULLENDE

ACTIVITEITEN Kies enkele van de volgende activiteiten uit om tijdens de les te gaan doen.

1. Speel het vlinderspel. Laat de kinderen in een kring gaan zitten. Kies een kind uit om

vlinder te zijn. Dit kind laat een papieren vlinder boven het hoofd van de andere kinderen

vliegen terwijl hij of zij aan de buitenkant van de kring loopt. Zeg, terwijl het kind om de

kring heenloopt, het volgende vers op:

Een vlindertje vloog heen en weer

In prachtig zomerweer

Het fladderde in de lucht zo blauw

En kwam toen neer op jou.

2. Leg op een eenvoudig manier uit hoe een rups zich tot een vlinder ontwikkelt. Laat de

kinderen doen alsof ze rupsen zijn die een cocon spinnen. Laat hen op hun stoel of op de

grond gaan zitten en hun armen om hun benen slaan en doen alsof ze slapen. Vertel dat

als een rups in een vlinder veranderd is, hij zijn vleugels begint te bewegen en uit te

strekken. Laat de kinderen hun armen strekken. Wijs de kinderen erop dat vlinders heel stil

zijn als zij zich bewegen. Laat de kinderen gaan staan en zachtjes als vlinders door de

kamer vliegen.

3. Zeg samen met de kinderen de woorden op van het lied ‘De wereld is prachtig’

(Kinderliedjes, blz.123). Maak daarbij passende gebaren.

4. Zeg de tekst op van ‘Wat is de wereld toch heerlijk mooi’ (Kinderliedjes, blz. 122) en maak

daar gebaren bij.

5. Neem een pot honing mee voor de kinderen om te zien en te proeven. (Vraag eerst aan de

ouders of hun kind misschien allergisch is voor honing.)

6. Doe een of meer van de volgende vingerspelletjes voor:

Twee vogeltjes

Eens zaten twee vogeltjes op een muur (leg op elke schouder een wijsvinger)

De ene heette Gluur, de ander Tuur (til linkerwijsvinger even op en daarna de rechter).

Pas op! Gevaar! Vlucht nu Gluur, vlucht nu Tuur! (Doe de linkerwijsvinger achter de rug,

daarna de rechter.)

’t Is weer veilig. Kom maar, Gluur. Kom maar Tuur (leg de vingers een voor een terug op

de schouders).

Bijenkorf

Hier is de bijenkorf (houd de linkerhand komvormig met de palm naar onderen).

Maar de bijen zie je niet.

Ze hebben zich verstopt waar niemand ze ziet (verstop de vingers van de rechterhand

onder de linker).

Straks komen ze naar buiten uit hun verblijf (de vingers kruipen één voor één naar buiten

terwijl de kinderen tellen).

Tel ze maar: één, twee, drie, vier, vijf.

40

More magazines by this user
Similar magazines