Jeugdwerk 1

lds.org

Jeugdwerk 1

54

4. Doe de volgende activiteit om de kinderen hun vingers en duimen te leren tellen

Tel je vingers

Houd een hand op en gebruik een vinger van de andere hand om aan te wijzen en te

tellen, begin bij de pink.

Een vinger, twee vingers, drie vingers en vier

En dan mijn duim, die zit hier.

Vijf heb ik er aan deze hand gevoeld,

Precies zoals onze hemelse Vader het heeft bedoeld.

Houd nu de andere hand op en tel op dezelfde manier.

Een vinger, twee vingers, drie vingers en vier.

En dan mijn duim, die zit hier.

Ook hier zitten vijf vingers aan

En daarmee kan ik werken gaan.

Houd beide handen op en buig bij iedere tel een vinger.

Tien totaal – we tellen ze voor ons plezier.

Een en twee en drie en vier,

Vijf, zes, zeven, acht, negen, tien (strek alle vingers op hetzelfde moment)

nu rechtop dan kan iedereen ze zien.

5. Zing het liedje ‘Zingen is leuk’ (Kinderliedjes, blz. 129) een aantal keren. Laat de kinderen

bij ieder vers bedenken wat zij met hun handen kunnen doen, zoals stuiteren met een bal,

een bloem plukken, een pop wiegen, piano spelen of gedag zeggen.

6. Zeg met de kinderen het volgende doe-versje op en maak er de juiste bewegingen bij:

Ik rek me uit

Ik rek me uit en maak me klein.

Ik schud met ieder knuistje,

spreid mijn vingers heel ver uit

en maak daarna een vuistje.

Ik buig mij diep en veer omhoog,

klap heel hard in mijn handen,

ga zitten en laat ze met een boog

heel rustig op mijn schoot belanden.

VERVANGENDE

ACTIVITEITEN VOOR

KLEINE KINDEREN 1. Leer de kinderen het volgende doe-versje:

Ik hou van mijn handen

Ik hou van mijn handen. God gaf mij er twee (houd de handen voor u uit en bekijk ze).

Ik werk en ik help, dat kan ik daarmee (stof af, roer deeg, was de vaat, enzovoort).

Ik klap heel hard en ik vouw ze heel stil (klap, vouw).

Ze kunnen veel goeds doen, als ik dat wil.

2. Laat de kinderen in een kring gaan zitten. Beschrijf een situatie en laat de kinderen

vervolgens uitbeelden wat ze in die situatie moeten doen.

Voorbeelden:

Laat me eens zien wat je handen moeten doen voordat jullie gaan eten.

Laat me eens zien wat je handen moeten doen als je naar een verhaal luistert.

Laat me eens zien wat je handen moeten doen als je je speelgoed op moet ruimen.

Laat me eens zien wat je handen moeten doen als je het gebed uitspreekt.

Leg uit dat wij onze handen moeten laten doen wat zij behoren te doen.

More magazines by this user
Similar magazines