Jeugdwerk 1

lds.org

Jeugdwerk 1

Les

19

Ik ben dankbaar voor

mijn ogen

DOEL Elk kind waardering bijbrengen voor zijn ogen en voor wat het ermee kan doen.

VOORBEREIDING 1. Lees na gebed Johannes 9:1–7 en 3 Nephi 11:1–17 aandachtig door.

2. Benodigdheden:

a. Een bijbel en een Boek van Mormon.

b. Een klosje met een groot gat erin, een schoenveter en een stukje draad. (Wanneer u

een grote klas heeft, kunt u van elk voorwerp een aantal exemplaren meebrengen.)

c. Een sjaal of een lapje als blinddoek.

d. Plaat 1-43, Jezus geneest een blinde (Evangelieplaten 213); plaat 1-44, Jezus

onderwijst op het westelijk halfrond (Evangelieplaten 316).

3. Tref de nodige voorbereidingen voor de aanvullende activiteiten die u wilt gaan doen.

N. B.: Houd rekening met de gevoelens van kinderen in uw klas met lichamelijke gebreken.

Richt u op wat zij wel kunnen met hun lichaam, niet op hun gebreken.

LEERACTIVITEITEN Vraag een kind om het openingsgebed uit te spreken.

Aandacht Laat de kinderen zien hoe gemakkelijk het is om de schoenveter of het stukje draad door het

klosje te halen als je je ogen open hebt. Doe daarna uw ogen dicht en probeer de schoenveter

door het klosje te halen. Laat ieder kind het proberen.

Onze ogen zijn een zegen voor ons

Leg uit dat wij ogen hebben om te kunnen lezen en leren, werken en spelen en de prachtige

aarde te zien.

Bespreek met de kinderen hoe anders hun leven eruit zou zien als ze niet konden zien.

• Hoe zou je eten?

• Hoe zou je weten wat voor kleren je moest dragen?

• Hoe zou je thuis alles kunnen vinden?

Lied Zeg samen met de kinderen de woorden op van ‘Hoofd, schouders, knie en teen’

(Kinderliedjes, blz. 129):

Hoofd, schouders, knie en teen,

knie en teen,

hoofd, schouders knie en teen,

knie en teen,

ogen, oren, puntje van je neus,

hoofd, schouders, knie en teen.

Activiteit Laat de kinderen uit het raam kijken of naar een mooie plaat en laat ze doen alsof het de

eerste keer is dat zij kunnen zien. Vraag ze wat zij zien. Praat over kleuren en vormen. Zorg

dat de kinderen begrijpen dat het een grote zegen is om te kunnen zien.

• Vertel eens waar je het allerliefste naar kijkt.

Leg uit dat sommige mensen niet goed kunnen zien. Zij moeten dan een bril dragen of

contactlenzen om alles wel goed te kunnen zien. Sommige mensen zijn blind en kunnen

helemaal niets zien.

Activiteit Bespreek hoe blinde mensen kunnen leren om zelf ergens naar toe te gaan met behulp van

een geleidehond of een stok. Blinddoek een van de kinderen en doe alsof u de geleidehond

bent. Houd uw arm op alsof het de riem van een geleidehond is. Leid het kind door de klas.

Laat de kinderen om de beurt doen alsof zij de blinde of de geleidehond zijn.

60

More magazines by this user
Similar magazines