Jeugdwerk 1

lds.org

Jeugdwerk 1

64

• Wat smaakte zuur?

• Wat smaakte zout?

• Wat smaakte zoet?

• Wat proef je het allerliefste?

Laat de Leer en Verbonden zien. Leg uit dat in dit standaardwerk staat dat wij de dingen

die lekker ruiken en goed smaken, hebben gekregen om te gebruiken en ervan te genieten

(zie LV 59:18–19).

Verhaal Laat plaat 1-35, Het verzamelen van het manna, zien. Vertel het verhaal van het manna zoals

u dat in Exodus 16:11–15, 31 kunt vinden.

• Hoe smaakte het manna? (Zie Exodus 16:31.)

• Hebben jullie wel eens honing geproefd?

• Hoe smaakt dat?

Leg uit dat er veel is wat gevaarlijk is om zonder toestemming van je ouders te proeven:

sommige besjes, schoonmaakmiddelen, alles wat in onbekende flessen of kannen zit, of

medicijnen. Wanneer we dat toch doen, kunnen we heel erg ziek worden. Benadruk hoe

belangrijk het is dat de kinderen eerst een volwassene vragen of ze iets wat ze gevonden

hebben, mogen proeven of eten.

Getuigenis Vertel hoe dankbaar u bent dat u een neus hebt waarmee u kunt ruiken en een tong waarmee

u kunt proeven. Houd de kinderen voor dat zij onze hemelse Vader kunnen bedanken dat ze

kunnen ruiken en proeven.

AANVULLENDE

ACTIVITEITEN Kies enkele van de volgende activiteiten uit om tijdens de les te gebruiken.

1. Breng een aantal sterk geurende voorwerpen mee, zoals zeep, een bloem, een citroen

en een aantal die geen geur hebben, zoals een vel papier of een speelgoedje. Laat

de kinderen om de beurt hun ogen dichtdoen en aan een van de voorwerpen ruiken.

Laat hem of haar dan raden wat het is. Zorg dat ieder kind een beurt krijgt.

2. Laat de kinderen in een spiegel naar hun tong kijken. Leg uit dat hun tong smaakpapillen

heeft waarmee zij kunnen proeven of iets zoet, zuur of zout smaakt. Laat de kinderen wat

water proeven. Leg uit dat we met onze tong kunnen bepalen of iets nat of koud is.

3. Laat ieder kind zijn of haar lievelingseten tekenen. Vraag de kinderen hun tekening te laten

zien en te vertellen wat hun lievelingseten is.

4. Leg kleine hoeveelheden neer van voedsel dat er hetzelfde uitziet maar anders smaakt

zoals zout en suiker, en bloem en maïzena. Laat ieder kind een klein beetje van alles

proeven. Vraag dan aan de kinderen hoe het smaakt. Leg uit dat sommige soorten voedsel

er hetzelfde uitzien maar anders smaken. (Controleer bij de ouders of hun kind niet

allergisch is voor een van de producten die u wilt laten proeven.)

5. Zing ‘Onze Vader danken wij’ (Kinderliedjes, blz. 15).

VERVANGENDE

ACTIVITEITEN VOOR

KLEINE KINDEREN 1. Teken een ovaal op het bord of op een stuk papier. Leg uit dat dit een gezicht voorstelt.

• Wat ontbreekt er aan dit gezicht?

Teken de ogen, oren, een neus en een mond in het gezicht terwijl de kinderen ze

opnoemen. Bespreek dan wat elk van deze lichaamsdelen doet. Vertel hoe dankbaar

u onze hemelse Vader bent voor uw lichaam.

2. Wijs uw mond aan en zeg: ‘Dit is mijn mond’. Vraag dan ‘Kun jij je mond aanwijzen?’ en

help daarbij indien nodig. Herhaal deze activiteit voor de ogen, neus, oren, handen en

voeten. Wijs vervolgens ieder lichaamsdeel aan zonder te zeggen hoe het heet en laat de

kinderen het benoemen. Als de kinderen dit beheersen, kunt u lichaamsdelen aanwijzen

die minder bekend zijn zoals de ellebogen, knieën, polsen en enkels.