Jeugdwerk 1

lds.org

Jeugdwerk 1

VISUELE

HULPMIDDELEN Visuele hulpmiddelen zijn belangrijk bij het onderwijs aan jonge kinderen. Plaatjes, knipsels,

voorwerpen en andere visuele hulpmiddelen kunnen de aandacht van de kinderen trekken

en vasthouden, en daardoor een geheugensteuntje zijn.

De platen en knipsels die u nodig hebt in de lessen, vindt u in het lesboek. Onder ‘Voorbereiding’

in iedere les vindt u de titel en het nummer van de platen die in die les gebruikt

worden op titel en nummer. Het nummer tussen haakjes is het nummer van de plaat (of een

soortgelijke) in de doos Evangelieplaten (34730 120). Onder ‘Voorbereiding’ staat ook het

nummer van het knipsel uit het lesboek.

Voorwerpen zijn goede visuele hulpmiddelen, vooral als het bekende voorwerpen zijn die de

kinderen kunnen aanraken of vasthouden. Als u een verhaal uit de Schriften vertelt, gebruik

dan uw eigen Schriften of die van de mediatheek als visueel hulpmiddel.

GEHANDICAPTE

KINDEREN BIJ DE

LES BETREKKEN De Heiland heeft ons door zijn voorbeeld laten zien dat we ons in de situatie van gehandicapte

mensen moeten inleven. Toen Hij na zijn opstanding de Nephieten bezocht, zei Hij:

‘Hebt gij ook mensen onder u die ziek zijn? Brengt hen hierheen. Hebt gij ook mensen onder

u die lam zijn, of blind of kreupel of verminkt of melaats, of die verschrompeld zijn, of die

doof zijn, of die enigerlei wijze lijdende zijn? Brengt hen hierheen en Ik zal hen genezen, want

Ik heb medelijden met u’ (3 Nephi 17:7).

Als leerkracht in het jeugdwerk kunt u medeleven tonen. U kunt de gehandicapte kinderen

wel begrijpen en lesgeven, al kunt u waarschijnlijk geen professionele hulp bieden. Zorg,

begrip en het verlangen om ieder kind in de klas bij de leerzame activiteiten te betrekken zijn

onontbeerlijk.

Ongeacht hun niveau kunnen gehandicapte kinderen door de Geest geraakt worden. Al

kunnen sommige kinderen misschien niet de hele jeugdwerkperiode aanwezig zijn, moeten

zijn toch de gelegenheid krijgen om een korte tijd aanwezig te zijn om de Geest te kunnen

voelen. Het kan noodzakelijk zijn dat iemand met begrip voor de behoeften van het kind, een

bepaald kind begeleidt als het even niet wil meedoen met de activiteiten van de groep.

Sommige kinderen hebben leerproblemen, kunnen blind, doof of verstandelijk gehandicapt

zijn, taal-, spraak-, gedrags-, sociale of motorische problemen hebben, of chronisch ziek zijn.

Voor andere kinderen kan de taal of cultuur onbekend of moeilijk zijn. Ieder kind wil, ongeacht

de omstandigheden, liefde voelen en geaccepteerd worden. Ieder kind wil over het evangelie

leren, de Geest voelen, met plezier meedoen en anderen helpen.

Deze richtlijnen kunnen een hulpmiddel zijn bij het onderwijs aan gehandicapte kinderen:

• Kijk verder dan de handicap en leer het kind kennen. Wees oprecht, vriendelijk en liefdevol.

• Leer de specifieke sterke kanten en moeilijkheden van het kind kennen.

• Doe er alles aan om de kinderen in de klas te leren dat ze ieder kind in de klas moeten

respecteren. Een gehandicapt kind in de klas helpen kan een leerervaring zijn waardoor

de kinderen dichter bij Christus gebracht worden.

• Zoek naar de beste leermethoden door met de ouders, andere gezinsleden en, indien

mogelijk, met het kind zelf te overleggen.

• Voordat u een gehandicapt kind vraagt om het gebed uit te spreken of anderszins deel te

nemen aan de activiteiten, moet u eerst peilen hoe hij of zij het vindt om mee te doen in de

klas. Leg nadruk op de mogelijkheden en talenten van het kind en zoek manieren om ieder

kind succesvol en met plezier mee te laten doen.

• Pas het lesmateriaal aan en zorg dat de omgeving aangepast wordt aan de individuele

behoeften van de gehandicapte kinderen.

VIII

More magazines by this user
Similar magazines