OPTIEK - Ondernemersschool
OPTIEK - Ondernemersschool
OPTIEK - Ondernemersschool
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
<strong>OPTIEK</strong><br />
Auteur: Kathleen Hauman
Deze cursus wordt uitgegeven door<br />
Centrum voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102<br />
2018 Antwerpen<br />
Copyright<br />
© Naam docent<br />
© CVA, Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen<br />
in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige<br />
wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere<br />
manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.<br />
Ondanks al de aan de samenstelling van de tekst bestede zorg, kan noch de auteur, noch de<br />
uitgever aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien<br />
uit enige fout die in deze uitgave zou kunnen voorkomen.
Inhoud<br />
Inhoud ....................................................................................................................................... 3<br />
Inleiding ..................................................................................................................................... 4<br />
Handleiding................................................................................................................................ 5<br />
Hoe kan ik huistaken inzenden? ............................................................................................. 5<br />
Hoe kan ik inloggen op mijn persoonlijke studentenpagina? .................................................. 6<br />
Hoe kan ik examen afleggen? ................................................................................................ 7<br />
Hoe kan ik stage lopen? ......................................................................................................... 8<br />
Het oog<br />
Anatomie van het oog<br />
anatomie van de oogleden<br />
anatomie van de oogbol<br />
overzichtstekeningen<br />
Fysiologie van het oog<br />
Oogziekten<br />
1 Het zien ...................................................................................................................................<br />
1.1. Wat is zien ? .......................................................................................................................<br />
1.2. Wat is licht ? .......................................................................................................................<br />
1.3. Wat is Daltonisme ? ...........................................................................................................<br />
1.3.1 We hebben een stel ouders. De vader heeft is roodgroenkleurenblind. De moeder<br />
heeft een normaal kleurenzicht en is geen drager van het gen. Nu is de vraag of ze<br />
roodgroenkleurenblinde kinderen van de eerste generatie kunnen hebben ? ........................<br />
1.3.2 Als een dochter uit de vorige oefening dan kinderen krijgt met een man met<br />
normaal kleurenzicht. Kunnen zij dan kinderen krijgen met roodgroenkleurenblindheid ? ......
1.4. Hoe reageert onze pupil ? ..................................................................................................<br />
1.5. Ken jij een voorbeeld van stereoscopisch zicht ? ...............................................................<br />
1.6. Het gezichtsveld ................................................................................................................<br />
1.7. Kennen we de leerstof voldoende ? ...................................................................................<br />
Optica<br />
Kennis van spiegels en lenzen<br />
Beeldvorming van spiegels en lenzen<br />
Afwijkingen in brekingskracht en hun correctie<br />
Hypermetropie<br />
Myopie<br />
Astigmatisme<br />
Oefeningen<br />
Het oogonderzoek<br />
Controle van het zicht in de verte<br />
Controle van het zicht voor nabij<br />
Controle van de hoge druk<br />
Het brilleglas<br />
Hoe wordt een brilleglas gemaakt<br />
Soorten : sferisch, torisch, monofocaal, bi- en trifocaal, multifocaal<br />
Hoe meten we de sterkte van de glazen<br />
Het decentreren van brilleglazen<br />
Monteren van brilleglazen
Uit welke materialen kan men monturen maken<br />
Contactlenzen<br />
Soorten lenzen en de materialen<br />
Krommingen berekenen<br />
Zuurstofdoorlaatbaarheid van de lens<br />
Hygiëne bij de aanpassing<br />
Aanpassen van de lens<br />
Fluorbeelden<br />
Gevolgen voor het oog bij verkeerd gebruik of slechte hygiëne.<br />
Low vision<br />
Oorzaken<br />
Mogelijke oplossingen<br />
De verkoop<br />
De beleefdheid bij de verkoop<br />
Gelaatsvormen<br />
Welk glas, montuur of lens raad ik mijn klant aan ?<br />
Afsluiten van de verkoop<br />
Start ik een eigen zaak of werk ik liever voor een baas ?<br />
Waar let ik op letten als zelfstandige<br />
Voor- en nadelen van het werken voor een baas<br />
Start ik op als kleine zelfstandige of eerderonder vennootschapsvorm ?
Inleiding<br />
Als zelfstandig opticien zal ik je met plezier begeleiden door deze cursus.<br />
De cursus omvat natuurlijk een stukje theorie en wat rekenwerk, maar vooral veel<br />
voorbeelden en oefeningen uit de praktijk. Laat je dus niet afschrikken.<br />
Mensen begeleiden in hun keuze naar een nieuwe look …<br />
Mensen kunnen gerust stellen...<br />
Het camoufleren van dat kleine litteken...<br />
Vergeet niet : een bril op onze neus kan veel met ons doen !<br />
We starten de cursus met een gedeelte algemene biologie. Daarin overlopen we alle zaken<br />
van het lichaam. Natuurlijk is er ook een specifiek gedeelte over het oog. Daarin leren we<br />
hoe het oog eruit ziet. We leren wat er kan mis lopen en wat kan verholpen worden. Want<br />
zonder grondige kennis van het oog zullen we tekort schieten in onze job. Later in de cursus<br />
leren we dan alles over het monteren en verkopen van brillen en contactlenzen. Ook het<br />
oogonderzoek en zichtcontrole worden besproken. We staan even stil bij low vision en de<br />
mogelijke oorzaken. We zullen het ook hebben over het onderhoud van de bril. We gaan ook<br />
stil staan bij de hygiëne die nodig is bij lenzen.<br />
Na elk deel zal je ook een aantal meerkeuze vragen vinden. Toets je reeds opgedane kennis<br />
aan de hand van deze vragen. Mail me dan je antwoorden en ik zal ze verbeteren. Zo weet<br />
je steeds of je goed bezig bent.<br />
Vergeet niet dat opticien zijn veel meer is dan brillen verkopen alleen.<br />
Veel succes !
Handleiding<br />
Hoe kan ik huistaken inzenden?<br />
Doorheen de cursus zal je oefeningen en huistaken vinden. De oplossingen zijn vaak te<br />
vinden op de studentenpagina. Heb je toch nog vragen, dan kan je deze opsturen via de post<br />
of per e-mail:<br />
1. Huistaken versturen via de post:<br />
1. Van zodra je één of meerdere huistaken hebt afgewerkt, kan je deze opsturen via<br />
de post.<br />
2. Je stuurt best een kopie van je werk op. Het origineel bewaar je.<br />
3. Stuur altijd een lege retourenveloppe mee met je huiswerk. Voorzie deze<br />
enveloppe van voldoende postzegels en schrijf je adres erop. Enkel wanneer je de<br />
enveloppe voldoende hebt gefrankeerd, zal het huiswerk verbeterd worden en<br />
teruggestuurd worden naar jouw thuisadres.<br />
4. Stuur je huistaken naar: CVA, Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
2. Huistaken versturen via e-mail;<br />
1. Van zodra je één of meerdere huistaken hebt afgewerkt, kan je deze via e-mail<br />
doorsturen naar je persoonlijke docent.<br />
2. Vermeld duidelijk je naam, voornaam en studentennummer.
Hoe kan ik inloggen op mijn persoonlijke studentenpagina?<br />
Inloggen op de studentenpagina is heel eenvoudig. Je opent je internet browser en typt<br />
www.studentenpagina.be in in de titelbalk bovenaan. Je komt terecht op volgende pagina:<br />
JOUW LOGIN :<br />
Studentxx<br />
JOUW PASWOORD :<br />
xxxxxxx<br />
Vervolgens wordt er een login en een paswoord gevraagd. Bij login typ je ‘studentxx’ in. Het<br />
paswoord is ‘xxxxxx’. Let er wel op dat je enkel kleine letters gebruikt en dat je alles aan<br />
elkaar typt. Druk vervolgens met de cursor (pijltje) op het vakje ‘enter’.<br />
Opgelet, deze informatie wordt regelmatig geüpdated. Je kan dus best af en toe een kijkje<br />
nemen op de studentenpagina.
Hoe kan ik examen afleggen?<br />
Als je heel de cursus hebt doorgenomen en alle huistaken hebt doorgestuurd, kan je examen<br />
afleggen. Je legt examen af op 1 van onze campussen (Antwerpen, Hasselt of Gent) tijdens<br />
de kantooruren. Hiervoor maak je ten laatste twee weken op voorhand een afspraak.<br />
Examenmogelijkheden:<br />
Antwerpen: iedere werkdag tussen 09u-17.<br />
Hasselt : Iedere dinsdag, donderdag en vrijdag tussen 09u-17u<br />
Gent: Iedere maandag en woensdag tussen 09u-17u.<br />
Tijdens de vakantieperioden zijn de campussen Hasselt en Gent gesloten.<br />
Je kan telefonisch een afspraak maken via 03/292.33.33. of je kan het inschrijvingsformulier<br />
op de volgende pagina ingevuld terugbezorgen aan het Centrale Secretariaat,<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen, info@thuisstudie.be.<br />
Let op: je afspraak is pas definitief van zodra deze bevestigd is. Vermeld dus zeker je e-<br />
mailadres en telefoonnummer, zodat wij jou zo snel mogelijk kunnen antwoorden.
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102<br />
2018 Antwerpen<br />
03/292.33.33<br />
info@thuisstudie.be<br />
INSCHRIJVINGSFORMULIER EXAMEN ___________________________<br />
Studentennummer<br />
Naam<br />
Voornaam<br />
Datum + uur examen<br />
Campus ANTWERPEN/HASSELT/GENT<br />
Telefoon/GSM<br />
E-mailadres<br />
Examen afleggen kan ook in:<br />
Elf Julistraat 39a<br />
9000 Gent<br />
Simpernelstraat 27<br />
3511 Kuringen<br />
Gelieve dit formulier ten laatste 2 weken voor het examen door te sturen naar<br />
info@thuisstudie.be of Centrale Secretariaat, Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen.<br />
Je kan ook telefonisch een afspraak maken op het nummer 03/292.33.33.
Hoe kan ik stage lopen?<br />
Om de praktijk onder de knie te krijgen, kan je stage lopen in jouw buurt. Deze stage is<br />
volledig vrijblijvend, maar wordt wel sterk aangeraden. Het is een goede referentie om<br />
later professioneel aan de slag te gaan. Hieronder vind je een voorbeeld van het<br />
stagecontract. Dit vraag je aan bij het Centrale Secretariaat in Antwerpen.
1 Het zien<br />
1.1. Wat is zien ?<br />
Zien is een actie. Door deze actie kunnen wij voorwerpen waarnemen. We zien de<br />
kleur, de vorm, de grootte en de plaats ten opzichte van de omgeving.<br />
Dit alles gebeurt doordat onze ogen de beelden ontvangen. Onze hersenen vertolken<br />
of verwerken deze beelden. Daardoor ligt het echte verwerkingscentrum in de<br />
hersenen en niet in het oog.<br />
Vandaar ook dat iemand met een hersenletsel wel een beeld ziet, maar het soms niet<br />
kan benoemen.<br />
Het netvlies, de kegeltjes en de staafjes zijn de fotoreceptoren of lichtontvangers. Door<br />
hen kan het oog een verandering van licht zien. Als men dit niet kan, spreekt men over<br />
blindheid.<br />
Het oog heeft een minimum prikkeldrempel. Deze is het hoogste in de fovea centralis.<br />
Het aanpasvermogen van het oog hangt af van de pupil en het netvliespurper. Dit is<br />
dus niet voor iedereen gelijk. Iedereen reageert anders op licht !<br />
Het vermogen om een vorm te herkennen kan alleen in de macula lutea of gele vlek.<br />
Ook het zien van kleur gebeurt grotendeels in die gele vlek of macula lutea. Het is<br />
eigenlijk het vermogen om de verschillende frequenties van lichtgolven te<br />
onderscheiden. Elke kleur heeft immers zijn eigen frequentie. Daardoor krijg je<br />
verschillende gradaties van één kleur. Iedereen heeft een andere gevoeligheid voor<br />
kleur. Daarom zal ook het fel rood dat jij ziet door iemand anders misschien eerder als<br />
oranje worden omschreven. Of misschien is het voor hem wel een veel donkerder<br />
rood.<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
1.2. Wat is licht ?<br />
Licht is een mengeling van lichtstralen. Lichtstralen hebben elk hun eigen golflengte,<br />
hun frequentie en hun kleur.<br />
De kleuren onderscheiden zich door hun zuiverheid, hun toon en hun hevigheid. Hoe<br />
meer wit we toevoegen, hoe onzuiverder een kleur wordt.<br />
Bij kleuren spreken we over primaire, secundaire en tertiaire kleuren. De grondkleuren<br />
of primaire kleuren zijn rood, geel en blauw. Door het mengen van een paar van deze<br />
kleuren verkijgen we de secundaire kleuren. Zo verkrijgen we de kleuren oranje door<br />
het mengen van rood met geel. Door het mengen van blauw met rood kunnen we<br />
violet krijgen. Om groen te krijgen zullen we de kleuren blauw en geel moeten<br />
mengen. De tertiaire kleuren zijn de kleuren die je krijgt als je een primair met een<br />
secundair kleur mengt.<br />
Op onderstaand schema kun je makkelijk zien hoe we de kleuren verkrijgen :<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
Men spreekt ook nog over complementaire kleuren. Een voorbeeld van<br />
complementaire kleuren zijn bij voorbeeld rood en groen. Op bovenstaand schema zie<br />
je duidelijk dat het dus altijd gaat om een primaire en een secundaire kleur.<br />
Om wit licht te krijgen moet je alle kleuren mengen. Denk maar eens aan een<br />
regenboog. Als licht invalt op een prisma (of regendruppel) dan krijg je een breking<br />
van licht. Als wit licht invalt op een prisma breekt het in de kleuren van de regenboog.<br />
Deze kleuren zijn Rood-Oranje-Geel-Groen-Blauw-Indigo-Violet.<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
Weet jij waarom wij de bloemblaadjes van een klaproos als rood zien ? Wij zien een<br />
voorwerp rood doordat het de rode stralen terugkaatst. De blauw en de gele stralen<br />
worden dan opgeslorpt. Bij de bloemblaadjes van de klaproos worden dus de rode<br />
stralen teruggekaatst , de blauwe en de gele stralen geabsorbeerd. Een voorwerp zal<br />
blauw zijn als het de blauwe stralen weerkaatst en alle andere stralen opslorpt. Als een<br />
voorwerp alle stralen opslorpt, zal het voorwerp zwart lijken. Worden alle stralen door<br />
een voorwerp weerkaatst dan spreken over een wit voorwerp.<br />
Je hebt zichtbaar licht en niet-zichtbaar licht. Elke kleur of lichtstraal heeft een<br />
golflengte. Elke golflengte wordt aangeduid in nanometer . Nanometer wordt afgekort<br />
tot nm. Het zichtbare licht heeft een golflengte die ligt tussen de 380 nm en de 780<br />
nm. Het violet licht heeft de kleinste golflengte. Het ligt immers tussen de 380nm en de<br />
480 nm. Het licht met de grootste golflengte is het rode licht. Het rode licht heeft een<br />
golflengte tussen 650nm en de 780nm. Alles wat buiten dit spectrum ligt valt onder<br />
niet zichtbaar licht. Gekende voorbeelden van niet zichtbaar licht zijn UV, gamma en X-<br />
stralen. Deze straling kunnen we niet zien met het blote oog omdat ze een golflengte<br />
hebben die kleiner is dan 380nm. Ook het IR (infrarood) licht Is niet zichtbaar licht. Dit<br />
licht kunnen we niet zien doordat het een golflengte heeft van meer dan 780nm.<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
We leerden al dat de kleurgevoeligheid het grootst is in de fovea centralis. Deze<br />
gevoeligheid is niet voor elke kleur even groot. Ze is het grootst voor geel en minimaal<br />
voor violet. Als de intensiteit van de invallende kleuren gelijk zijn, dan zullen de kleuren<br />
geel en rood het opvallendst zijn. Dit komt doordat ze een grote golflengte hebben.<br />
Deze grote golflengte maakt dat ze makkelijker overal door dringen. Kleuren kunnen<br />
vermoeiend of juist heel rustgevend overkomen. Rood is door zijn doordringenheid een<br />
heel vermoeiende kleur. Het wordt dus ook vaak gebruikt in ruimtes waar mensen niet<br />
lang mogen blijven. Maar gebruik je rood in een etalage, dan zal iedereen die passeert<br />
het rode voorwerp hebben gezien. Groen is daarentegen een heel aangename en<br />
zachte kleur voor ons oog. Je zal deze kleur dus vaak terugvinden in ruimtes waar<br />
mensen veel tijd doorbrengen.<br />
Volgens Young en Holmholtz zou ons netvlies bestaan uit drie strengen zenuwvezels.<br />
Elk stel zou een extra gevoeligheid hebben voor één primaire kleur. Zo zou de<br />
prikkeling van twee of drie strengen zorgen voor het zien van een secundaire kleur. Als<br />
je dan een gelijke prikkeling krijgt van alle stellen, zouden we een witte kleur zien.<br />
Mensen die hun ogen lange tijd bloot stellen aan één kleur, zullen tijdelijk ongevoelig<br />
worden voor deze kleur. Op dat moment wordt die persoon extra gevoelig voor de<br />
complementaire kleuren.<br />
Zoals je al leerde heeft iedere persoon een andere gevoeligheid voor licht. Ook de<br />
gevoeligheid voor kleur ligt bij iedereen anders. Het hard geel dat jij ziet zal je buur<br />
immers ervaren en zien als misschien wel een okergeel. Het kan voorvallen dat er een<br />
afwezigheid of een functioneel tekort is in deze strengen. Mensen met zo'n tekort<br />
hebben natuurlijk problemen bij de kleurwaarneming.<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
1.3. Wat is Daltonisme ?<br />
Bij een normaal kleurziend persoon spreken we over een trichromatisme. Dit komt neer<br />
op het kunnen waarnemen van de drie hoofdkleuren.<br />
Alle afwijkingen van het waarnemen van kleur worden omschreven als Daltonisme.<br />
Datonisme is dus een gedeeltelijke of een volledige kleurenblindheid. Kleurenblindheid<br />
is meestal aangeboren, soms erfelijk, soms pathologisch. Het komt bijna altijd voor op<br />
beide ogen.<br />
De aandoening dichromatopsia duidt op een gevoeligheid van twee soorten kegeltjes.<br />
Ongeveer 10% van deze groep is protanoop of roodblind. De protanopen zijn personen<br />
waarbij de rode kegeltjes ontbreken. Waar anderen nog rood waarnemen zien zij<br />
zwart. De waarneming van 525 nanometer tot 625 nanometer stimuleert bij hen alleen<br />
de groene kegeltjes. Daardoor lijken alle kleuren binnen deze golflengtes dezelfde.<br />
Deuteranopie of groenblindheid komt in 14% van de gevallen voor. Bij de<br />
deuteranopen ontbreken de groene kegeltjes. Zij hebben dus een fout in het<br />
waarnemen van de groene kleur. Zij hebben last doordat zij geen onderscheid kunnen<br />
maken tussen groen en grijs. Amper 1% is zuiver blauwblind of tritanoop. Bij de<br />
tritanopen ontbreken de blauwe kegeltjes. Hun waarnemen van kleur eindigt voor geel<br />
en violet. Zij kunnen aldus het gele niet van het grijze onderscheiden. De<br />
roodgroenblinde kan zowel een protanoop als een deuteranoop zijn. Een protanoop<br />
wordt dan omschreven als een roodgroenblinde van het eerste type. De deuteranoop<br />
kan ook de benaming rood groenblinde van het tweede type worden genoemd. Men<br />
spreekt van trichromaten als er een gedeeltelijke kleurenblindheid is. Bij een volledige<br />
kleurenblindheid zal men spreken over dichromaten. Het niet kunnen waarnemen van<br />
kleur is achromatopsia. Mensen met achromatopsia zien alles in grijtinten. Het tijdelijk<br />
zien van rood en blauw na een overbelichting wordt aangeduid met de term<br />
erythropsia. Soms kan je ook de woorden protanomalie, deuteronomalie en<br />
tritanomalie tegen komen. Het woordje anomalie duidt op een zwakheid. Dit houdt dan<br />
in dat de kegeltjes aanwezig zijn, maar slechts voor een deel werken. Zo krijg je dus<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
een zwakheid in het zien van rood (protanomalie). En de deuteronomalie geeft aan dat<br />
er een zwakheid is voor het zien van groen. Tritanomalie is dus een zwakheid in het<br />
zien van blauw.<br />
Om Daltonisme op te sporen gebruikt men meestal de testen van Ishihara. Deze testen<br />
bestaan eigenlijk uit ronde vlekken van verschillende kleuren. Tussen deze vlekken zit<br />
een cijfer verborgen. De kleurblinde persoon zal het cijfer niet juist of zelfs helemaal<br />
niet kunnen lezen. Verder op de pagina vind je een voorbeeld van zo een test.<br />
Een groenblinde persoon kan geen onderscheid maken tussen roze, helderrood,<br />
groen, lichtgroen, grijs en bruin.<br />
Een roodblinde persoon kan geen onderscheid maken tussen blauw, violet, roze,<br />
helderrood, bruin en donkergroen.<br />
Een roodgroenblinde persoon heeft alle zelfde tekorten als een roodblinde. Hij zal de<br />
kleuren oranje, rood, geel en geelgroen verwisselen.<br />
De blauwblinde persoon kan geen onderscheid maken tussen oranje, rood en purper.<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
Hoe erfelijk is Daltonisme nu. De roodgroenkleurenblindheid is een geslachtsgebonden<br />
kenmerk. Het gen voor de roodgroenkleurenblindheid ligt op het differentiaal gedeelte.<br />
Het ligt samen met alle geslachtgebonden kenmerken. Het heeft het voordeel van<br />
recessief te zijn. Dit recessief zijn houdt in dat als het gen voor<br />
roodgroenkleurenblindheid ligt op het X-chromosoom van de man. Dan zal deze<br />
persoon roodgroenkleurenblind zijn. Maar ligt het het gen op één X-chromosoom van<br />
een vrouw dan zal die vrouw geen roodgroenkleurenblindheid hebben. Deze vrouw is<br />
dan wel drager van het betreffende gen en kan het dan doorgeven aan haar kinderen.<br />
Als een vrouw roodgroenkleurenblindheid heeft dan zal het gen op beide X-<br />
chromosomen moeten voorkomen.<br />
Differentiaal deel<br />
homoloog deel<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
X Y<br />
Om te zien of je de erfelijkheid kent, kan je volgende oefeningen maken.<br />
1.3.1 We hebben een stel ouders. De vader heeft is roodgroenkleurenblind.<br />
De moeder heeft een normaal kleurenzicht en is geen drager van het gen.<br />
Nu is de vraag of ze roodgroenkleurenblinde kinderen van de eerste<br />
generatie kunnen hebben ?<br />
We kunnen dit uitwerken op volgende manier. Daar het gen voor de<br />
roodgroenkleurenblindheid zich steeds op het X-chromosoom bevind, zullen we dit<br />
aanduiden met X. Bij een normaal kleurenzicht gebruiken we het X-chromosoom X.<br />
Aldus krijgen we :<br />
vader Xy moeder XX<br />
de gameten X X y<br />
kinderen 50% Xy 50% XX<br />
besluit : 50% van de kinderen zijn drager van het gen maar hebben geen<br />
kleurenblindheid. 50% van de kinderen zijn geen drager en hebben ook geen<br />
kleurenblindheid.<br />
1.3.2 Als een dochter uit de vorige oefening dan kinderen krijgt met een<br />
man met normaal kleurenzicht. Kunnen zij dan kinderen krijgen met<br />
roodgroenkleurenblindheid ?<br />
Vader Xy moeder XX<br />
de gameten X y X<br />
kinderen Xy Xy XX XX<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
esluit : 25 % van de kinderen zal kleurenblind zijn (Xy) en 75% zal geen<br />
kleurenblindheid hebben. Van deze laatste groep is wel 25% drager van het gen.<br />
1.4. Hoe reageert onze pupil ?<br />
Onze pupil verandert van diameter als er licht op in valt. Deze verandering gebeurt<br />
door een samenwerking van de sfincter en de dilatator van de iris. De sfincter wordt<br />
gebruikt om de pupil te verkleinen. De dilatator dient om de iris pupil te vergroten.<br />
De reflex zal steeds op beide ogen tegelijk gebeuren. Ook als we onze ogen laten<br />
kijken naar een punt dichtbij, krijgen we een pupilreflex. Zelfs een blind oog heeft bij dit<br />
convergeren deze reflex. Deze convergentiereflex hebben onze ogen door de<br />
accomodatie. De accomodatie is het vermogen van het oog om zich aan te passen.<br />
Het oog moet zich immers aanpassen om een beeld nabij zuiver te krijgen.<br />
Een andere reflex die we kennen is de psycho-zintuiglijke reflex. Een voorbeeld van<br />
deze reflex is de pijn-indruk. Ook anesthesisten kennen deze reflex heel goed. Want bij<br />
de verdoving van een patiënt zien zij eerst een verwijding van de pupil. Als de<br />
verdoving volledig is, krijg je weer een vernauwing van de pupil.<br />
Bij bepaalde onderzoeken zal men mydriatica druppelen om de pupil te verwijden.<br />
Voorbeelden van mydriatica zijn atropine en homatropine. Ook bij sommige oogkwalen<br />
zal men de pupil verwijden om een comfortabeler zicht te proberen geven. Maar soms<br />
kan het ook nuttig zijn om de pupil te vernauwen. Daarvoor gebruikt men myotica.<br />
Morfine is één van de meest gekende pupilvernauwers. Wat ook altijd handig is om<br />
weten is dat men een pupilvernauwing krijgt als men te veel koolstofoxide in zijn bloed<br />
heeft.<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
Enkele opvallende en goed zichtbare afwijkingen van de pupil zijn aniridi, anisocorie en<br />
coloboma. Als iemand geboren wordt zonder iris en pupil spreekt men over aniridi. Als<br />
je beide pupillen een andere diameter hebben, dan heb je anisocorie. De vervormde<br />
pupil of coloboma is soms aangeboren maar meestal is het een gevolg van een letsel.<br />
Op de onderstaande foto heb je een voorbeeld van coloboma of vervormde pupil.<br />
1.5. Ken jij een voorbeeld van stereoscopisch zicht ?<br />
Stereoscopisch zicht is eigenlijk een vervolmaking van het binoculair zicht. We spreken<br />
van binoculair zicht als beide ogen tegelijk een waarneming doen. Er moet op dat<br />
ogenblik ook een versmelting van de beelden plaats vinden. Beide ogen zien wel<br />
hetzelfde voorwerp, maar elk vanuit een andere ooghoek. Dit geeft eigenlijk twee licht<br />
verschillende beelden. Men spreekt ook over de binoculaire parallax. Onze beide ogen<br />
staan immers een beetje uit elkaar. De afstand tussen onze ogen noemt met de<br />
pupilafstand, meestal afgekort tot PD. Het is, doordat beide ogen vanuit een andere<br />
hoek kijken, dat wij een dieptezicht hebben. Door dat dieptezicht hebben wij een idee<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
over welk voorwerp het dichtst bij ons staat. Dus hoe groter de PD-afstand, hoe beter<br />
het dieptezicht. Het dieptezicht ontstaat eigenlijk in de hersenen. Het is immers in onze<br />
hersenen dat de twee licht verschillende beelden op elkaar worden geplaatst. Deze<br />
projectie van de beelden in de hersenen geeft een derde dimensie of diepte.<br />
We proberen met stereoscopisch zicht een nog beter dieptezicht te krijgen. Met behulp<br />
van een stereoscoop kunnen we met twee vlakke foto's een ruimte-indruk opwekken.<br />
Wil men het diepte-effect vergroten dan zal men de binoculaire parallax verhogen. Dit<br />
is mogelijk door beide ogen schijnbaar verder uit elkaar te plaatsen. Dit kan men doen<br />
met behulp van reflecterende prisma's en spiegels. Met dit principe wordt gewerkt bij<br />
3D-films. Een ander goed voorbeeld van de stereoscoop is de view master. Ook<br />
sommige verrekijkers zullen gebruik maken van dit principe.<br />
Op de tekening zie je dat men bij een stereoscoop gebruik maakt van twee prisma's.<br />
Beide prisma's zijn met hun basis naar buiten gericht en hebben een positieve sterkte.<br />
Het naar buiten plaatsen van de basis dient om de versmelting van de beelden<br />
makkelijker te maken.<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
Er zijn ook mensen over een één-ogig of monoculair dieptezicht beschikken. Zij<br />
gebruiken aanknopingspunten om een soort diete te krijgen. Deze aanknopingspunten<br />
kunnen perspectief zijn zoals bij een schilderij. Dat kan gaan om het gedeeltelijk<br />
overlappen van voorwerpen. Zij kunnen dieptezicht hebben door te kijken naar de<br />
scherpte. Hoe dichterbij een voorwerp is hoe scherper het is. Zij kunnen voorwerpen<br />
van gelijke grootte zien op verschillende afstanden. Zij kunnen ook gebruik maken van<br />
het feit van hoeveel detail ze zien.<br />
1.6. Het gezichtsveld<br />
Wij kunnen een voorwerp pas echt goed zien als het beeld van dat voorwerp in de<br />
macula wordt gevormd. Om een beeld zo goed mogelijk te zien zal ons oog zich<br />
draaien. Deze draaiing wordt uitgevoerd door de bewegingsspieren van het oog. Hoe<br />
verder een voorwerp van ons oog weg ligt, hoe beter. Het maakt immers de kans<br />
groter dat het beeld in de macula zal gevormd worden. Deze manier van kijken<br />
omschrijft men als maculair of rechtstreeks zicht.<br />
Zoals de tekst laat vermoeden bestaat er ook een onrechtstreeks zicht. Dit extra-<br />
maculair zicht is als de beeldvorming niet in de macula gebeurt. De beeldvorming<br />
gebeurt ergens anders op het netvlies. Dit beeld is minder scherp dan wanneer het in<br />
de macula zou gevormd worden. De helderheid van het beeld neemt af naarmate de<br />
beeldvorming verder van de macula weg gevormd wordt. Ondanks het feit dat dit beeld<br />
minder scherp is, hebben we toch nodig. Dit extra-maculair zicht geeft ons immers een<br />
idee over de richting, de stand en de beweging.<br />
Daardoor komt het ook dat mensen wiens centraal (maculair) zicht weg valt, zich toch<br />
nog een wazig beeld kunnen vormen. Je moet zelf maar eens aan de rand van de<br />
stoep gaan staan. Blijf dan eens heel star naar de overkant van de straat kijken, dan<br />
zal je toch nog de aankomende auto zien. Je zal de vorm van auto meestal wel<br />
herkennen, de kleur en het merk zijn al veel moeilijker. Het zien van deze auto gebeurt<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
dus door ons extra-maculair zicht. Ook om het belang van dit extra-maculair zicht te<br />
kennen, kan je een eenvoudig testje doen. Neem twee even dikke kokers (dunne<br />
keukenrollen). Kijk nou door deze twee kokers door ze dicht bij je ogen te houden.<br />
Loop eens even rond in de tuin met deze buizen voor je ogen. Vind je het nu nog<br />
makkelijk om te weten waar je juist bent ?<br />
Wat is nu het gezichtveld ? De definitie zegt : het gezichtveld is dat gedeelte wat je ziet<br />
zonder dat je je blikrichting verandert.<br />
Deze defintie houdt dus in dat het gezichtveld alles is wat je ziet, zowel rechtstreeks als<br />
onrechtstreeks en dit zonder dat je je oog beweegt. Dit gezichtsveld is anders voor<br />
elke kleur. Het gezichtsveld is ook begrenst. Aan onze neuskant strooit onze neus een<br />
beetje roet in het zien. Daar is ons gezichtsveld begrenst tot 60°, naar boven toe zien<br />
we 70°. Naar onder toe zien we ongeveer 90°, afhankelijk van de dikte van onze<br />
kaken. En aan de buitenkant of temporale zijde zien we 100°. We kunnen dit<br />
gezichtsveld meten met een perimeter. Hieronder zie je een voorbeeld van zo'n toestel.<br />
Het gezichtsveldonderzoek geeft ons een goed beeld over waar er aangetaste of zelfs<br />
blinde vlekken zijn. Men zal zo een test zeker doen bij diabeten, mensen met<br />
maculadegeneratie, ...<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
Soms horen we ook wel eens spreken over het blikveld of fixeerveld. Het blikveld is dat<br />
deel van de omgeving dat we kunnen zien door onze ogen te draaien. Ons hoofd blijft dan<br />
onbeweeglijk. Het fixeerveld is daardoor groter dan het gezichtsveld. We winnen dan aan<br />
neuskant ongeveer 45°. Dit maakt dat ons nasale blikveld 105° is. Naar boven toe winnen<br />
we er 35° bij. Ons fixeerveld naar boven toe komt daardoor op 105°. Naar onder toe<br />
winnen we een 55° bij. Ons blikveld naar onder toe komt dus op 145°. Als laatste komt<br />
onze temporale zijde. Ook aan deze kant winnen we er 45° bij. Het fixeerveld aan de kant<br />
van de slaap komt aldus op 145°.<br />
Het gezichtsveld zal altijd eerst monoculair of voor één oog worden bekeken. Later<br />
kijkt men dan naar het binoculair gezichtsveld.<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
1.7. Kennen we de leerstof voldoende ?<br />
1. Geef de drie hoofdkleuren.<br />
a. rood, groen en geel<br />
b. rood, blauw en geel<br />
c. violet, groen en oranje<br />
2. Wat is Daltonisme ?<br />
a. Het nadoen van de Daltonbroers<br />
b. één-ogig zicht<br />
c. kleurenblindheid<br />
3. Geef een voorbeeld van stereoscopisch zicht.<br />
a. door kokers kijken<br />
b. recht voor je uit staren en je ogen heen en weer bewegen<br />
c. een view master<br />
4. Wat is achromatopsia ?<br />
a. rood-groen kleurenblindheid<br />
b. blauwblind<br />
c. niet kunnen zien van kleur<br />
5. Waarvoor staat de afkorting PD ?<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
a. pupilafstand<br />
b. pupilreflex<br />
c. pupilmisvorming<br />
6. Wat geeft stereoscopisch zicht ons ?<br />
a. een helderder zicht<br />
b. een dieptezicht<br />
c. een bloedneus<br />
7. Wat is extra-maculair zicht ?<br />
a. alles wat we zien, zien we in de macula<br />
b. alles wat we zien, zien we op het netvlies<br />
c. alles wat we zien, zien we in de fovea centralis<br />
8. Wat is coloboma ?<br />
a. een afwezigheid van de pupil<br />
b. een misvorming van de sclera<br />
c. een misvorming van de pupil<br />
9. Door wie gebeurt de kleurwaarneming ?<br />
a. de staafjes<br />
b. de kegeltjes<br />
c. de kegeltjes en staafjes<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be
10. Wat zijn myotica ?<br />
a. dilateren, zetten de pupil wijd open<br />
b. vernauwen de pupil<br />
c. verdoven het oog<br />
Centrum Voor Afstandsonderwijs<br />
Mechelsesteenweg 102, 2018 Antwerpen<br />
www.thuisstudie.be