Views
5 years ago

Nederlandse fluitisten en fluitis - Nederlands Fluit Genootschap

Nederlandse fluitisten en fluitis - Nederlands Fluit Genootschap

Nederlandse fluitisten en fluitis - Nederlands Fluit

Rien de Reede Nederlandse fluitisten en fluitisten in Nederland van 1700-1900 Deel II Dit is het tweede deel van een artikel dat eerder verscheen in het Liber Amicorum voor Bernard Haitink (Red. P. Korenhof) (Amsterdam 1999). Het werd in een licht gewijzigde vorm ook gepubliceerd in het Duitse tijdschrift Tibia (1999, no. 1 & 2) en in deze versie opgedragen aan de Duitse fluitist Nikolaus Delius. Zie voor eerste deel FLUIT 2003-4. De negentiende eeuw De Verlichting deed de belangstelling voor kunst en wetenschappen ook in Nederland in ruime mate toenemen. Het betekende niet alleen dat ook de middenklasse zich meer met actieve muziekbeoefening ging bezighouden, maar ook dat er een intensiever openbaar concertleven ontstond, al bleef dit in vergelijking met andere Europese landen in zowel kwalitatieve als kwantatieve zin nogal bescheiden. De Mannheimer Theater-Almanach van 1795 schreef zelfs: “De smaak voor schoone kunsten ligt in dit rijke land nog in de wieg”. Nieuw opgerichte orkesten zoals ‘Felix Meritis’, ‘Harmonica’, ‘Eruditio Musica’ en ‘Strijk- en Blaaslust’ in Amsterdam, ‘Harmonica’ en ‘Oefening en Uitspanning’ in Den Haag, en oudere instellingen zoals het ‘Stadsconcert’ (‘Collegium Musicum Ultrajectinum’) in Utrecht, waarin dilettanten de professionele musici in aantal aanvankelijk ruim overtroffen, trachtten de muziekhonger te stillen, evenals reizende virtuozen uit binnen- en buitenland. Onder deze reizende musici treffen we onder andere de volgende buitenlandse fluitisten: Dubois (in 1808 in Amsterdam met kristallen fluit), Karl Keller (1816 of 1817), Caspar en Anton Bernhard Fürstenau (1818), Joseph Wolfram (1823 in Rotterdam (23 januari op de Panaulon) en Amsterdam), Madame George (Friederike Rousseau) (1825 in Rotterdam), J.F.J. Lahou (17 januari 1823 in Felix Meritis en 7 februari 1828 in Rotterdam), Wilhelm Barge (1845), Jean Dumon (1855 en 1859), Giuseppe Gariboldi (1858 in Felix Meritis), Michele Folz (1860 in Felix Meritis), Adolf Terschak (1861 in Den Haag), J.B. Sauvlet (1871 bij het Utrechts Studenten Concert). In 1820 stelde Willem I weer een nieuwe hofkapel samen, en bovendien richtte hij in 1826 in Den Haag en Amsterdam een Muziek- en Zangschool op, die na de Franse overheersing uiteraard niet Conservatorium mocht worden genoemd. Terugkijkend naar het einde van de achttiende eeuw moeten we vaststellen dat het tot die tijd vooral buitenlandse fluitisten waren die de Nederlandse podia bespeelden. Hierin kwam verandering met Arnoldus Dahmen, die een goed fluitist maar vooral een uitstekende leraar bleek te zijn; een combinatie van kwaliteiten die zeldzamer is dan algemeen wordt aan- genomen. Tot Dahmens belangrijkste leerlingen behoorden onder andere de in heel Europa beroemde fluitist Louis Drouet, zijn zonen Johannes Arnoldus en Pieter Wilhelm en zijn neef Johan Cornelis Dahmen. Hiermee was de basis gelegd voor een eigen fluittraditie die de achttiende eeuw zozeer moest ontberen. Dit alles spijtig genoeg juist in een tijd van geringe kwalitatieve bloei van het fluitrepertoire. Hieronder zullen we dan ook verschillende kritische reacties daarop vinden. Het tijdschrift Caecilia schrijft in 1853: “Gedurende eene eeuw het mode- en lievelingsinstrument van kenners en nietkenners, is de Fluit sedert misschien twintig jaren, niet alleen genoegzaam geheel uit de mode geraakt, maar zij wordt in het algemeen zelfs met eene soort van minachting besproken...”. Arnoldus Dahmen (Bolsward 1765-Amsterdam 1829) werd geboren als zoon van de trompetter van het Statenjacht. Vader Dahmen merkte al vroeg de muzikale belangstelling van zijn zoon op en begon hem zelf fluitlessen te geven. Volgens Grégoir nam na enige tijd de in Amsterdam woonachtige fluitist Zorge die taak over. In diverse binnen- en buitenlandse tijdschriften komen we artikelen tegen over Arnoldus Dahmen, die vooral optrad bij Eruditio Musica (waarvan hij met onder andere J.W. Wilms mede-oprichter was), Harmonica en het ensemble van de Manege. Daarnaast was hij vanaf 1806 muziekdirecteur van de schutterij. Om de Allgemeine Musikalische Zeitung (AMZ) van 1808 te citeren: “Den 8ten Febr. gab der hiesige Flötist, Dahmen, eine Akademie. Sein Spiel zeichnet sich vornämlich durch Anmuth, Feinheit und gefühlvollen Ausdruck aus: er hatte darum das Konzert aus D von Fürstenau – eines der schwierigsten unter allen, die ich kenne – nicht wählen sollen. Er machte auch wenig Glück damit. Ueberhaupt sollte es jeder Virtuos doch wol wenigstens so weit in der Komposition bringen, dass, wenn er unter den Werken Anderer keins finde, welches seine Eigenthümlichkeiten vortheilhaft hervortreten liess, er sich selbst etwas nicht zu Verachtendes schreiben könnte. Er wollte hernach noch ein Konzert von Viotti auf der Krystall-Flöte vortragen: das Instrument bekam aber einen Fehler an einer Klappe, wodurch die Passagen verunglückten und der Spieler aufzuhören genöthigt ward”. In 1812 schrijft de AMZ: “Der Flötist, Hr. Dahmen, liess sich in ein Benefice mit zwey Concerten (das erste von Fürstenau) hören. Er blies wirklich schön”. Zoals reeds opgemerkt was Arnoldus Dahmen naar alle waarschijnlijkheid de eerste Nederlandse fluitleraar die leerlingen van een consistente kwaliteit afleverde. In Caecilia (1845, p. 161) wordt zijn pedagogiek als volgt gekarakteriseerd: “Men bewonderde niet alleen zijne heldere en grondige kennis, maar ook zijne gemakkelijke manier om iets voor anderen begrijpelijk te maken. Hij spaarde geene zorg om aan 16 Fluit 2004-1

00-2011 Fluit nr 4 2011:Opmaak 1 - Nederlands Fluit Genootschap
burgemeestersblad 46 - Nederlands Genootschap van Burgemeesters
Loco voor de leeuwen - Nederlands Genootschap van Burgemeesters
rapport - Nederlands Genootschap van Burgemeesters
burgemeestersblad 46 - Nederlands Genootschap van Burgemeesters
Nederhop: meer dan watskeburt - Genootschap Onze Taal
“Ik denk in arabesken” - Genootschap Onze Taal
De maretak - Nederlands Genootschap voor Microscopie
burgemeestersblad - Nederlands Genootschap van Burgemeesters
3 - Nederlands Genootschap van Burgemeesters
Twents, de wortel van alle talen - Genootschap Onze Taal
1 - Nederlands Genootschap voor Microscopie
Handreiking - Nederlands Genootschap van Burgemeesters
Als het op communiceren aankomt - Nederlands Genootschap van ...
Als het op communiceren aankomt - Nederlands Genootschap van ...
De maretak - Nederlands Genootschap voor Microscopie
De taalcanon - Genootschap Onze Taal
Communiceren over milieu-incidenten - Nederlands Genootschap ...
Aspecten van de occulte filosofie - Theosofisch Genootschap ...
Straattaal in Utrecht - Genootschap Onze Taal
Burgemeestersblad 57 - Nederlands Genootschap van Burgemeesters
08 nhm aug 2011 - Natuurhistorisch Genootschap in Limburg
september 2005 - Genootschap van Maag-Darm-Leverartsen
maart 2008 - Genootschap van Maag-Darm-Leverartsen
Burgemeestersblad nr 64 - Nederlands Genootschap van ...
bewegen - Nederlands Genootschap voor Sportmassage NGS
Burgemeestersblad 61 - Nederlands Genootschap van Burgemeesters