De Journalist

webstore.iisg.nl

De Journalist

3de Jaargang No. 5

Verschijnt maandelijks

December 1948

~L&

De Journalist

Redactie: J. J. F. v. d. Bergh

Mr. E. Elias - Yge Foppema

ORGAAN VAN DE NEDERLANDSE JOURNALISTENKRING

JOURNALISTIEK IS EEN KUNST

Maar de beoefening er van berust op kennis

filJ de opening van het Instituut

voor de Katholieke Journalistiek

te Nijmegen, waarvan wij in ons vorige

nummer melding hebben gemaakt,

heeft coll. Hanekroot, voorzitter

van de katholieke Kring, een

belangwekkende rede gehouden. Aan

het verslag hiervan in De Katholieke

Journalist ontlenen wij het volgende:

Zonder twijfel is de journalistiek

een kunst, die in bijzondere mate

leeft bij de gratie van het talent, van ,

de aangeboren geestes. en karaktereigenschappen.

Doch zij leeft ook in

dezelfde mate ,als iedere andere

kunst bij de gratie van de vakkennis,

al heeft men deze waarheid in

ons land tot dusver wel eens een

tikje over het hoofd gezien.

Men heeft vroeger veelal gemeend,

dat journalistiek alleen en uitsluitend

en nergens zo goed was te leren dan

in de practijk van de krant of het

persbureau, kortom uitsluitend in de

leerschool van het leven. Men heeft

met die opvatting de journalistiek

onrecht aangedaan, want eigenlijk

getuigde zij, naar mijn gevoel, van

enige geringschatting voor haar aard.

Men zou geen journalistiek kunnen

leren, omdat zij zich eigenlijk aan

alle systematiek, aan alle beredeneerde,

dat is verstandelijk beheerste

vaardigheid, zou onttrekken.

Zoals de meeste misvattingen

heeft ook deze wel een kern van

waarheid. Geen journalist, en ik uit

dien hoofde stellig niet, zal een

eigenschap van de journalistiek, die

tot haar behoorlijkste behoort, willen

ontkennen: ik bedoel de improvisatie,

de snelheid van het doorzien, de

helderheid van het verstand, dat een

scherpe intuïtie de weg wijst, en haar

vermogen tot onmiddellijke vormgeving.

In deze eigenschap schuilt inderdaad

de kern van de kunst der

journalistiek en wie haar in een leven

van jgrote inspanning en met

veel nauwlettendheid cultiveert,

wordt daarvoor beloond met het vermogen

om de journalistiek in haar

hoogste vormen te beoefenen.

AT slechts mijn bedoeling is te

W zeggen is, dat juist die vrijheid

in het domein der techniek, die in

staat stelt om te improviseren £n

daar, bij raak te treffen, langs systematische

weg en met oefening en

vlijt verworven moet worden. Dat

kan inderdaad voor de meest begaafden

in de practijk van de krant geleerd

worden en in de geschiedenis

der Nederlandse journalistiek zijn

gelukkig de voorbeelden talrijk van

grote journalisten, die hun stiel nergens

dan aan de krant, te beginnen

met het dagelijkse routinebedrijf van

de jongste moord- en brandverslaggever

geleerd hebben.

De improvisatie, de gelukkige

greep van de goede intuïtie alléén

echter zijn op de duur bij het toenemen

van de gecompliceerdheid der

dagbladtechniek, bij de enorme toeneming

ook van de betekenis der pers

in de samenleving, niet meer voldoende.

Daar wordt van de journalist

feitelijk een universele encyclopedische

kennis gevraagd om enigermate

het hoofd te kunnen bieden aan alle

problerrren, die de wereld bestormen,

en hem in het bijzond'- als haar dagelijkse

kroniekschrijver, haar voorlichter

en soms wel haar medebestuurder.

Daarnaast eist de moderne

dagbladtechniek inderdaad van hem

een zeer gedifferentieerde vakkennis,

een beheersing van allerlei journalistieke

technieken, vaak zeer uiteenlopend

en onderling verschillend,

die hij, als hij zijn pjaats in het redactionele

bestel eenmaal heeft ingenomen,

niet meer alle in even grondige

mate kan leren.

Een journalistieke opleiding wordt

per saldo niet ingesteld voor de

spaarzame genieën, die desnoods

zonder enige opleiding het meesterschap

bezitten. Zij wordt ingesteld

voor de grotere en de meer bescheiden

talenten, die tegenover de enorme,

eigenlijk meer dan menselijk

grote taak van de journalistiek gesteld,

niet genoeg kunnen doen om

zich bijtijds waardig te maken.

N zijn op de inleiding van.coll. Ha­

Ï nekroot gevolgde voordracht over

,,de vreugden van de dagbladschrijver"

heeft Jan Nieuwenhuis, de directeur

van het instituut er op gewezen,

dat de journalist een bevoorrecht

wezen lijkt: overal aanwezig

waar iets te beleven valt, persoonlijk

bekend met vooraanstaanden op alle

gebied.

Waar hij zich bevindt neemt hij

de plaats in van hen, die daar niet

kunnen zijn. Hij heeft een vertegenwoordigende

functie, wat hem steeds

weer dwingt tot een actieve waarneming,

een in zich opnemen en verwerken,

dat de gehele perso»n opeist.

De journalist draagt daardoor

ook een grote verantwoordelijkheid,

waarvan het besef als vreugde kan

worden ervaren.

Een geheel eigen bron van voldoeningen

is voor de dagbladschrijver

gelegen in de verhouding tot zijn instrument:

de taal. Niet altijd heeft

de gedachte meteen haar volle uitspreekbaarheid,

zeker niet bij de

journalist, die niet op inspiratie kan

wachten en aan wie niet wordt gevraagd

of hij wel gedisponeerd is.

Hoe meer dan de dwang van het

ogenblik de spanning vergroot, des

te meer geniet de schrijver van wat

hij aldus weet te vinden: het geeft

een weldadig gevoel van macht over

de uitdrukkingsmiddelen.

ryiT lijkt alles bijkomstig naast her

U zo algemeen erkende „plaisir

de se voir imprimé". Maar dit laatste

is in ons huidig spraakgebruik een

genoegen van de tweede rang, een

streling van de persoonlijke ijdelheid,

meer niet. Aan een dagblad vervliegt

het snel. Toch blijft het bestaan, in

een andere hogere zin. De gedrukte

tekst is geobjectiveerd, de band met

de maker is verbroken.

Het aldus terugzien van het veronpersoonlijkte

werk sluit de blijde

herkenning in van het beeld, zoals we

het in ons omdragen. Ook dat is een

bron van vreugde, groter naarmate

voor onze zelfcritiek het werk beter

schijnt ie zijn geslaagd.


UIT DE AFDELINGEN

DE AMSTERDAMSE PERS.

(De Amsterdamse Pers hield op 12

November jl. een algemene vergadering,

welke als eerste agendapunt

het rapport Vakopleiding had. Vijfen-twintig

vam de ruim 200 leden, en

vier van de zeven bestuursleden hadden

de gang naar (Hotel „Polen"

gewaagd, een opkomst, welke, gezien

vroegere ervaringen, niet onbevredigend

mag worden genoemd.

Een van de leden van de commissie,

welke het rapport had samengesteld

—• de heer van Looi — was

eveneens ter vergadering aanwezig,

teneinde toelichting te kunnen geven

waar nodig.

(De vergadering herdacht, alvorens

de besprekingen te beginnen, de drie

leden van de Amsterdamse Pers,

mevrouw Rozet Pinto-Hertzberger

en de,heren Hesseling en Paauw, die

sedert de laatste algemene vergadering

de vereniging ontvielen.

iDe discussie over het rapport vakopleiding

was levendig. Zonder één

uitzondering stonden alle spreeksters

en sprekers afwijzend tegenover

dit rapport. Vrijwel unaniem

was men het er over eens dat journalistiek

een vak is, dat men niet

„leert". „Het is eem ziekte", zeide de

heer van Looi. Collega Knap zag in

het rapport het gevaar voor ver

doorgevoerde schematisering van een

vak, ' waarbij de artistieke inslag

moet blijven prevaleren. Collega van

de Weg noemde het misleiding,. omdat

er nimmer plaatseri te vinden

zullen zijn voor de velen, die de opleiding

zullen willen volgen. Collega

Schotting meende, dat een goede

•krant nog altijd is gebaseerd op goede

reportage en goede reportage leer

je alleen maar in de practijk. Volgens

collega Paree heeft 't verleden bewezen,

dat in het algemeen academisch

opgeleide mensen van de journalistiek

geen spaan terecht brengen.

Karaktereigenschappen zijn volgens

hem belangrijk; niet cursussen. Collega

Koejemans noemde het rapport

een uiting van overdreven! zucht tot

ordening en meende zelfs, dat het

stellen van eisen aan de uitoefening

van het • beroep van journalist in

strijd is met de persvrijheid — waarbij

hij over het hoofd zag, dat men

ais niet-journalist gerust mag publi-

Correspondentie voor redactie en

administratie a.u.fo. richten

p/a Bureau der

FED. v. NED. JOURNALISTEN

gebouw Persmuseum

Nieuwezijdskolk 28

Amsterdam-C.

Telefoon 46910 — Giro 254336

(t. name v.d. Ned. Journ. Kring)

ceren. Mevrouw [Brautigam brak tenslotte

nog een lans voor de vele uitstekende

journalisten, die indertijd

gestart waren met geen andere kennis

dan die, welke de lagere school

hun had bijgebracht, maar die door

de practijk en door zelfstudie vooraanstaande

journalisten waren geworden.

Collega Knap besloot de

reeks van opmerkingen met de

vraag: „Snijdt de opleiding zoals in

het rapport gesuggereerd niet voor

de mensen, die reeds in het vak zijn,"

de kansen op promotie af?" Zo het

antwoord op deze vraag positief is

achtte hij dit rapport een zaak waar

de Kring zich onmiddellijk van moet

distanciëren, omdat de Kring de belangen

van alle leden dient voor te

staan en zeker de belangen van een

grote groep van leden niet mag

dwarsbomen.

In zijn antwoord zeide de heer van

Looi: „Schiet niet op de pianist, want

de arme kerel doet zijn best!" Hij

meende te moeten constateren, dat

de vergadering een opleiding afgestemd

op de practijk en uitsluitend

bedoeld als een mogelijkheid om de

algemene kennis te verruimen . zou

toejuichen, hetgeen juist is.

Het tweede agendapunt was de

jaarlijkse algemene vergadering,

welke omstreeks 20 December a.s.

zal worden gehouden.

De voorzitter herinnerde er aan,

dat het bestuur in zijn geheel op

deze vergadering zal aftreden, maar

onmiddellijk herkiesbaar is. De leden

wordenl verzocht candidaten voor het

bestuur zo spoedig mogelijk aan de

secretaris op te geven.

De collegiale omgang is nog steeds

een punt van grote zorg voor het bestuur.

Pogingen om deze te bevorderen,

zijn tot nog toe mislukt en vooral

nu Amsterdam drie journalistenverenigingen

telt — de Amsterdamse

Pers. de afd. Nrd. (Holland van de

KN.TK en de afd. Nrd. Holland van

de PCJV — bestaat het niet denkbeeldige

gevaar van verwijdering.

Suggesties in welke vorm ook, om dit

te verhinderen zijn het bestuur zeer

welkom.

Het derde agendapunt was: „Opmerkingen

over de C.A.O." Ook dit

punt had algemene belangstelling.

Collega Schotting betreurde het, dat

bij de CAO geen aandacht is besteed

aan de gepensioneerde journalisten.

In het algemeen heeft de CAO bij de

practische uitvoeringen veel bezwaren

naar voren gebracht en het aanvankelijke

enthousiasme is opmerkelijk

bekoeld. iSommige bepalingen

— aldus collega Steinmetz — worden

door de directeuren anders geïnterpreteerd

dan de journalisten ze bedoeld

hebben en dit ontlokte hem de

vraag: „Is de interpretatie niet vast

te leggen?" Collega Canter drong

er op aan, dat spoedig ook een CAO

voor persbureaux tot stand wordt,

gebracht, waarbij men zich dan

spiegele aan de bezwaren van de

CAO voor Dagbladjournalisten.

De voorzitter beantwoordde de gemaakte

opmerkingen met allereerst

te constateren, dat de betekenis van

de CAO uitgaat boven de,puur materiële

belangen. Deze CAO noemde

hij een eerste stap. Over een jaar

komt zij wederom in discussie en het

is dus zaak de commissie, welke de

onderhandelingen zal voeren, zo uitvoerig

mogelijk op de hoogte te

'brengen van de bestaande bezwaren.

Voor de rondvraag bestond door

het late uur geen belangstelling.

Namens het bestuur breng ik de

leden van de Amsterdamse Pers nog

het volgende onder hun aandacht:

a. Het secretariaat verstrekt door

middel van convocaties regelmatig

mededelingen omtrent persconferenties

e.d. De kosten van het rondbrengen

worden hoofdelijk omgeslagen.

Leden, die hetzij als lid van

een redactie, hetzij individueel, deze

mededelingen graag willen ontvangen,

moeten zich opgeven bij het

secretariaat.

•**

b. Zij die in aanmerking willen

komen) voor de perspenning van de

politie voor 1949 moeten zich met

spoed — voor zover dat nog niet is

gebeurd — wenden tot de secretaris.

c. De jaarlijkse algemene vergadering

zal begin Januari gehouden

worden. Nadere bijzonderheden worden

U per convocatie toegestuurd.

F. van STEENDEREN,

secretaris.

GRONINGS-DRENTSE

JOURNALISTEN-VERENIGING

Op 30 October kwam de Gronings-

Drentse Journalistenvereniging bij

Koos Kerstholt in jaarvergadering

bijeen.

Uit het jaarverslag van de secretaris

bleek dat de collega's, die tengevolge

van de verdwijning van het

Groninger Dagblad aanvankelijk in

dé arbeidsreserve kwamen, thans

weer allen eenl betrekking hebben gevonden.

De GJD.J.V. telt thans 42

gewone leden, één erelid, een buitengewoon

lid en twee militaire leden.

Een! tweetal collega's uit Drente bedankte

voor het lidmaatschap in verband

met de oprichting van de PCJV.

De penningmeester moest een

somber geluid doen horen. Van de

Kring heeft hij: nog geen penning

ontvangen, zijn brieven bleven onbeantwoord.

*) Dat er toch nog een

kassaldo is, is alleen te danken aan

de noodsprong die resulteerde in het

heffen van een extra contributie.

Het bestuursvoorstel om het punt

* Bij onderzoek is gebleken, dat Se

betrokken brief de penningmeester

tengevolge van een samenloop van

omstandigheden niet had bereikt. De

aangelegenheid is inmiddels geregeld.


estuursverkiezing te verschuiven

naar de in Januari te houden vergadering

werd aanvaard, nadat eerst

waa aangenomen het voorstel dat

voortaan elk jaar het gehele bestuur

zou aftreden en dan herkiesbaar zou

zijn.

In bespreking kwam tevens het

rapport van de Comm. voor de vakopleiding.

Welwillende en ook critische

opmerkingen werden daaraan

gewijd.

In overleg met de Friese journalis-'

ten zal gepoogd worden om volgend

voorjaar een weekend voor de journalisten

uit de drie Noordelijke provincies

te beleggen in de Volkshogeschool

te Bakkeveen.

ROTTERDAMSE JOURNALISTEN­

VERENIGING

Op de eerste contact-bijeenkomst

van de Rotterdamse Journalisten Vereniging,

welke op Woensdagavond

29 September j.1. in café Atlantic is

gehouden, is duidelijk naar voren gekomen,

dat er tussen de oudere en

jongere collega's geen Atlantik-wall

behoeft te bestaan.

Beide generaties, welke, zoals voorzitter

Schraver met een gezicht van

„Dat had ik niet verwacht" opmerkte,

ruimschoots waren vertegenwoordigd,

zijn aangenaam beziggehouden door

Prof. C. W. de Vries, die het probleem

West-Duitsland met een schat van

reiservaringen eens uit de economische

en maatschappelijke doeken

heeft gedaan. Na de causerie heeft

men, voor zover dit niet eerder was •

gebeurd, onder een kopje koffie of

een glaasje met een sterker vocht aan

contact-leggerij gedaan.

Dat deze eerste avond een succes

was, wordt bewezen door het feit, dat

men eenparig heeft besloten op deze

nieuwe weg voort te gaan. Om het

contact met de goede gaven van de

inrichting .ook iets inniger te kunnen

laten zijn, zullen de bijeenkomsten

niet meer op de laatste Woensdag van

de maand maar op de eerste worden

gehouden.

Sw.

JOURNALISTENVERENIGING

,.HET OOSTEN"


In de Zaterdag 30 October j.1. te

Deventer gehouden ledenvergadering

der Journalistenvereniging „Het Oossten",

omvattende Overijsel en Apeldoorn,

is het rapport Opleiding behandeld.

In een zeer geanimeerde discussie

zijn veiischillende bezwaren aan de dag

getreden, waarvan aan het Kringbestuur

mededeling is gedaan.

De bezwaren culmineerden hierin,

dat het rapport te weinig rekening

houdt met karakter- (mens-)vorming

van de a.s. journalist. Voorts achtte

men het rapport te sterk op het Westen

georiënteerd en werd het verlan­

gen uitgesproken naar het organiseren

van schriftelijke opleidings- en vormingscursussen,

daar 't voor a.s. journalisten,

die buiten de. grote centra

wonen en werken, niet wel mogelijk is

een studie of leergang aan een Universiteit

te volgen.

Als een bezwaar werd gevoeld, dat,

naar het oordeel van de bijeenkomst,

onvoldoende aandacht is geschonken

aan de sociale kant van het opleir

dingsvraagstuk.

Collega F. J. A. Berding, te Zwolle,

werd het lidmaatschap van verdienste

aangeboden, als blijk van waardering

van hetgeen deze, als voorzitter en

voordien als secretaris van de Oostelijke

Pers, voor de journalistiek in hef

Oosten des lands in het algemeen en

voor de journalisten daar heeft verricht.

Een onderscheiding, welke collega

Berding toekomt.

De provinciale gewestvergadering

zal gehouden worden 27 November,

ten gemeentehuize te Deventer. De

burgemeester van Deventer heeft welwillend

de hall en zalen van het fraaie

stadhuis ter beschikking gesteld.

R.

i

KENNEMER JOURNALISTEN

VERENIGING

In de op 8 November te Haarlem

gehouden ledenvergadering van de

Kennemer Journalisten Vereniging is

een bespreking gevoerd over de

stichting van een plaatselijke federatie,

waarvan zullen deel uitmaken' de

leden van de K.J.V. de in Haarlem

en omgeving wonende leden van de

Katholieke Journalisten Vereniging

en eventueel die collega's, die zich

zullen aansluiten bij de Protestants

Christelijke Journalisten Vereniging,

als deze in de Federatie van Nederlandse

Jourlnalisten is opgenomen.

Besloten werd een commissie te benoemen

en.haar te verzoeken de mogelijkheid'

te onderzoeken en zo nodig

voorstellen te doen. Er bestaat reeds

een goede samenwerking tussen de

leden van de N.J.K. en de K.J.V. Ook

ontving de penningmeester van de

K.J.V. een bedrag uit de kas van de

K.J.V. als bijdrage in de werkzaamheden

in Haarlem en omgeving ten

dienste van alle journalisten.

Bij de behandeling van het rapport

van de commissie van vakopleiding

was de vergadering van mening, dat

te veel aandacht is besteed aan journalisten,

die in de top van de journalistiek

terecht zullen komen. De

eisen werden voor deze, overigens

noodzakelijke groep, niet te zwaar

geacht. De vraag naar gespecialiseerde

journalisten zal steeds groter

worden.

De periodiek aftredende bestuursleden,

collega's J. C. Aschoff en A.

Overmeer werden herkozen, nadat het

punt „verkiezing van bestuursleden"

enige tijd besproken was. Collega

Aschoff werd herkozen tot voorzitter,

doch zal aftreden, als de P.C.J.V. in

de federatie is opgenomen.

IN MEMORIAM

ROZET E. PINTO-HERTZBERGERt

Wij mogen wel zeggen, dat Rozet

Hertzberger in de uitoefening van

haar beroep, voor een groot deel ons

beroep, is overleden. Want in haar

reistas wisten we blocnote en vulpen

en in haar gedachten vele onderwerpen,

waarover zij van New York,

Willemstad en Lima uit voor dagbladen

en tijdschriften zou gaan

schrijven.

Als radioverslaggeefster en als

journaliste kende zij de internationale

wereld, verstond zij de moeilijke

kunst Van het. vraaggesprek „voor

de vuist weg" en wist zij vaak een

ontmoeting met een bekende figuur

te organiseren, waar soms anderen

faalden*.

In een moeilijke periode van haar

leven koos zij het beroep, dat haar

niet meer zou loslaten en alleen haar

vrienden weten, hoevele uren van

studie en training voorafgegaan zijn

aan de schijnbaar gemakkelijke wijze,

waarop zij later kon optreden.

Na de voor haar in het bijzonder

donkere jaren van de bezetting, brak

fel het licht van een vreugdevolle

toekomst door. Haar huwelijk, dat

van haar enige dochter, haar telkens

meer gevraagde arbeid en het vooruitzicht

van een nieuwe wereld in

Zuid-Amerika geleken zulke vaste

schakels van een sterke keten van

geluk. Zij had de gave ook haar

vrienden in die vreugde te doen de-

' len; haar opgewekte aard, haar werklust,

welke aam werkwoede grenzen

kon, haar plannen en haar besognes

waren navolgenswaard.

Heeft zij intuïtief gevoeld, dat dit

drukke leven maar broos en betrekkelijk

is en als een draad op deze

tocht kon breken? Als wij achteraf

uitlatingen van haar overwegen en

bedenken, hoe zij haar leven meer

dan ooit gelegen wist op de smalle

afbakening van leven en dood, dan

zijn er aanwijzingen, dat zij twijfelde

aan een goede afloop van haar grote

reis.

Met haar man, Eric Pinto, door

zijn zaken, misschien nog meer internationaal

georiënteerd als zij, volbracht

zij die reis niet.

Vele collega's die de 21ste October

ook de naam van het echtpaar Pinto-

Hertzberger moesten schrijven, is

het beroep zwaar gevallen en nog

vandaag kunnen wij ons moeilijk indenken,

dat onze vrienden er niet

meer zijn.

Enkele uren na het afscheid op

Schiphol was het de krant, die het

nieuws bracht, nieuws, dat gelukkig

ook voor de journalist verbijsterend

kan zijn.

Met geschreven en gesproken

woorden is Rozet Hertzberger herdacht,

in de beslotenheid van onze

kring zij de herinnering aan haar

meer dan een gedachte, meer dan

het vluchtig woord.

A. O DE GOOYER.

3


t

Den Haag bestrijdt de gratis publiciteit

Den Haag kenmerkt zich met zijn

acht plaatselijke bladen, nieuwe en

oude en van diverse richtingen,

door een opgewekte journalistieke

bedrijvigheid. De jacht op primeurs

wordt er druk beoefend, de triomf is

groot als het ene blad het andere

vóór is en wanneer we eikaars primeurs

kunnen ontzenuwen doen we

dat soms onder de kop „Uit de geruchtenfabriek",

daarbij als nette

Hagenaars de naam van de concurrente

verzwijgende...

Toch, ondanks deze concurrentie,

is de verstandhouding goed, zonder

dat hadden deze acht bladen de strijd

tegen de gratis publiciteit niet kunnen

aanbinden. Het is nog geen vol

jaar geleden (Dec. '47) dat de Groningse

contactcommissie in ons vakblad

iets over haar werkzaamheden

vertelde. Helaas is zij kort daarop

uiteengegaan. Toch meen ik. met dit

artikel niet te moeten wachten tot

onze commissie haar zilveren jubileum

viert, omdat het gewenst is,

dat lang vóórdien ook in andere steden

dergelijke commissies tot stand

komen, waarna dan onderling contact

kan plaats vinden.

2S Febr. j.1. kwam de „commissie

tot bestrijding van gratis publiciteit",

waarin de Haagse Kring van' Dagbladdirecteuren

één en de Haagse

Journalisten Vereniging twee leden

benoemde, voor het eerst bijeen. Liddirecteur

is de Heer Th. D. Struick,

leden-journalisten collega P. J. Messink

en ondergetekende. Er werd een

concept-richtlijnen ontworpen, dat 20

punten en een inleiding bevatte. Een

vergadering van vertegenwoordigers

van de redacties der Haagse bladen

en van de plaatselijke redacties der

landelijke bladen heeft op 1 Juni j.1.

dit concept, enigszins gewijzigd, aangenomen.

Ondertussen was de commissie

met de uitvoering van haar adviserende

taak reeds begonnen. Van 25

Febr. tot 6 Oct. j.1. gaf zij 66 geheel

en 20 gedeeltelijk afwijzende adviezen.

Haar werkwijze is als volgt. De

leden plegen telefonisch* overleg over

berichten welke op hun redactie binnenkomen

of waarop hun aandacht

door andere bladen wordt gevestigd.

Het advies, waartoe zij besluiten,

wordt telefonisch aan alle bladen uit­

DE LEEUWARDER COURANT VRAAGT

een ervaren

gebracht. Deze zijn verplicht het

secretariaat van de commissie tijdig

mededeling te doen als zij van dit advies

afwijken, zodat ook de andere

bladen gewaarschuwd kunnen worden.

Het pleit voor de goede samenwerking

dat slechts 2 van de 88 adviezen

niet werden opgevolgd. Over

plaatselijke persconferenties en excursies

blijft, als voorheen, het secretariaat

van de H.J.V. advies geven.

Het pleegt daarover, indien de

materie dat vereist, overleg met de

commissie. Het A.N.P., waarvan wij

de medewerking kregen, [weigert

eveneens bepaalde berichten en verwijst

de inzenders naar ons secretariaat.

Op deze wijze werd een stroom

van berichten over opening, heropening

en verbouwing van winkels,

over demonstraties van wonderpannen,

bleekwater, enz., over café's met

muziek, over cursussen en andere

onderwerpen geweerd. Spreekuren

van B. en WU wijziging buslichting

en ophalen huisvuil, sluiting gemeentediensten

en bedrijven op feestdagen,

vacanties van winkeliers ondergingen

hetzelfde lot. Uit andere berichten

werden aanvangsuren, prijzen,

adressen en data voor inschrijving

alsmede telefoonnummers geschrapt.

Verwijzingen naar advertenties

zijn natuurlijk altijd uit den

boze.

De reacties van. de slachtoffers,

die meestal schriftelijk op de hoogte

worden gesteld, zijn verschillend.

De zakenlieden, die naast (of in

plaats van) de betaalde advertenties

graag gratis reclame maken, wijzen

op het nieuwselement in hun berichten

en doen alles om dat zo aanlokkelijk

mogelijk voor te stellen. Zolang

echter het zakelijke element het

nieuws overheerst krijgen zij geen

pardon. Een enkele adverteerder,

wiens misnoegen zich uit in dreigementen,

ervaart dat hij op een commissie

geen vat heeft. Moeilijker is

het om niet-commerciële verenigingen

en instellingen te overtuigen, dat de

strijd niet alleen gaat tegen „reclame"

maar tegen alle zakelijke mededelingen

die niet in de redactionele

doch in de advertentie-kolommen

thuis horen. Zelfs liefdadige instellingen

moeten ondervinden dat de

pers, die terecht veel van haar be-

allround Journalist

als ilid van de Redactieraad van dTie ter vervanging van dé

Heer Jhr. J. W. J. Witsen Eilias, wegens diens benoeming dïi een

aaidere functie. *

Brieven met volledige.inlichtingen en met proeven van gepubliceerde

leidende artikelen aan de Directie, Voorstreek 103, Leeuwardeto.

perkte redactionele ruimte voor talloze

mens. en dierlievende doeleinden

beschikbaar ^telt, voor sommige

diensten betaling vraagt. Zoals ook

de drukkers van affiches e.a. leveranciers

dat doen.

Ook de overheid ziet allerlei berichten,

die vroeger gratis werden

opgenomen, geweigerd. Soms tonen

de perschefs begrip, soms sputteren

zij tegen. Gelukkig hebben we dan

het voorbeeld „afhalen bonkaarten"

bij de hand, 'n mededeling van groot

belang voor het publiek, welke mededeling

echter door de overheid gepubliceerd

moet worden, van welke

plicht zij zich tegen speciaal tarief

volgens de recognitieregeling kwijt.

'Sonis ! "*schuilt de tegenstander In

eigen kamp. Het goede hart geeft de

liefdadigheid wel eens iets meer dan

de bedoeling was. Dat is tenslotte

niet zo erg. Ook is het wel eens sneu

als over een begeerd uitstapje afwijzend

wordt geadviseerd. „We zullen

het onder sport zetten, dan ziet die

commissie ,het niet", zei een collega

tegen een complotgenoot. Gecompliceerder

wordt het als het belang van .

een journalist of medewerker min of

meer verweven is met de instelling

welke door een advies wordt getroffen.

De toepassing van de richtlijnen

is geen zaak van eenvoudige rekenkunde.

Er komt een goed deel relativiteitstheorie

bij te pas. Over berichten,

die kennelijk onder de richtlijnen

vallen, worden thans geen

adviezen meer gegeven. Wel over

twijfelgevallen. Ook doen zich telkens

nieuwe problemen voor waarover

overleg nodig is.

Journalisten zijn nogal impulsief

en geneigd kwaad te denken van de

collega-concurrent die de richtlijnen

overtrad. De commissieleden echter

hebben door hun nauw contact met de

redacties van de diverse bladen, een

ongeschokt geloof in de goede trouw.

Wel is het nodig de bladen geregeld

te controleren en „overtredingen" te

signaleren opdat de aandacht niet

verslappe.

Wij allen hebben bij deze samenwerking

dezelfde belangen. Allereerst

het zuiver houden van ons

eigen domein. De bestrijding van de

gratis publiciteit zal bovendien af>

den duur de kranten als advertentiemedia

ten goede komen en dus de

financiële positie der bladen versterken.

Journalistiek en journalisten

kunnen daar slechts wel bij varen.

Uit onderling contact van plaatselijke

commissies zou een landelijke

instantie kunnen ontstaan ter completering

van het werk dat nu reeds

de landelijke persconferentie-commissie

verricht. Den Haag stelt zijn

richtlijnen en zijn ervaring gaarne

ter beschikking.

»

G. DE BRUYN, Secretaris,

Gloriantstraat 38, Den Haag.


HOE MIS WAS DE PERS!

Een ernstige zaak die ook ons aangaat

De overwinning van Harry Truman

liet de pers in haar hemd staan. Het

beeld is een beetje gewrongen, maar

wij zouden kunnen zeggen: twee

maal tegelijk in haar hemd. De eerste

maal toen de feiten bewezen dat,

het grootste deel van de pers anti-

Truman zijnde, zij geen invloed op

de openbare mening bezit. De tweede

maal toen zonneklaar bleek dat de

kristallen bal van de Koningin der

Aarde zwaar bewolkt is geweest; dat

haar koffiedik van ondeugdelijke

samenstelling was. Het goede was,

dat post factum die goede Koningin

haar dessous niet aan het oog der

menigte trachtte te onttrekken door

zich in een peignoir van uitvluchten

te hullen. Zij zette zicbzelve heerlijk

eerlijk op de kaak. Dit alles is een

zaak die niet alleen de Amerikaanse

pers aangaat. Zij gaat ons allen aan.

Zij is in haar tweeledig aspect van

het grootste belang, ook voor ons in

Nederland. Wij hebben veel Amerikaanse

commentaren hierop onder

het oog gehad, Wij kozen die van het

weekblad Time ter reproduaitie in

onze bescheiden kolommen. Wij zouden

wel willen dat ook bij ons deze

dingen ernstig onder het oog' werden

gezien. En dat collegae-lezers zich

geroepen zouden gevoelen daarvan in

onze kolommen te doen blijken. En

hier nu een en ander uit Time:

The humiliating fact that the press

had been completely wrong on the

outcome of the election could not be

laughed off. Furthermore, the blame

could not be brushed off on the pollsters,

politicos and' pundits, or - even

on the, stupidity or slyness, of the

voters. The blame, as a few top editors

sadly admitted in their painful

soul-searching after election day, lay

primarily on the press itself.

It was not because 65 .% of the

press (with almost four-fifths of all

U.S. readers) had supported the

losing candidate. By almost the same

percentage, the press had supported

the Republican candidates of 1936,

1940 and 1944. In the 1945 British

elections, the British press, 80 %

Tory, made the same mistake. Some

80 % of the press, having supported

the Tories and predicted that they

would win handily, was shocked by

Labor's victory. That time, the Gallup

poll happened to be right. (Historically,

the press has always been

against strong Presidents like F.D.R.,

mistrusting their great power as a

threat to democracy.) It was the privilege

of the press to support whom

it pleased; but it was the duty of .the

press to find the news and report it

correctly. '

The press was morally guilty on

several counts. It was guilty of pride:

it had assumed that it knew all the

important facts—without sufficiently

checking them. It was guilty of laziness

and wishful thinking: it had failed

to do its own doorbell-ringing and

bush-beating-; it had delegated its

journalist's job to the pollsters.

Read All About It. The press (Time

and -Life included) had planned postelection

issues on the seemingly safe

basis that Dewey was in. Hundreds

of editorial writers and syndicated

columnists, who had turned in their

regular Wednesday stints in advance,

had struck the same note. Therefore,

on election night, from London's

Fleet 'Street to San Francisco's Market

'Street, newspaper hellboxes overflowed

with type that was hastily

dumped as the returns came In. (One

groundless gossip-columnist report:

that Life had to junk an issue with

Dewey on thereover.) Not all caught

themselves in time (see above).

Even when they were confronted

by the actual news that proved them

wrong, some editors refused to believe

it, or report it. The morning after the

election, the face of the U.S. press

wore a ludicrous look. The Republican

Dedroit Free Press, for example,

put its final edition to bed at 3 : 30

a.m. At breakfast its readers heard

on their radios that Truman was

winning*—and on Malcolm W. Bingay's

editorial page, they read about the

"Lame 'Duck President a game

little fellow who went down

fighing with all he had " Flanking

the editorial were Drew Pearson,

Walter Lippmann and Marquis

Childs, all out on the same limb.

Chicago's Journal of Commerce, in its

"final" edition, referred to "Presidentelect"

Dewey and was full of such

heads as "New Regime Must Shape

Trade Policy."

Three Little Words. Right up to the

early hours of Wednesday, Colonel

Bertie McCormick's Chicago. Tribune

stubbornly carried the banner headline

Dewey Defeats

Truman.

Below it, the

Trib's veteran

Washington bureau

chief, Arthur

Sears Henning,

wrote placidly

that "Dewey and

Warren won

a sweeping victory

in the presidential

election

yesterday by

an overwhelming

majority of electoral

votes."

When Harry Truman

got a copy,

he chuckled:

"That's one for the books."

Misreporting hit a new low on the

West Coast. Los Angeles papers, with

a twohour time differential in their

favor, can rush eastern returns Into

print before the polls on the Coast

close. The temptation for pro-Dewey

papers to stampede some voters

aboard the bandwagon was irresistiibleA

Cried a headline in Hearst's

afternoon Herald & Express: Dewey

Victory Seen as Vote Lead Grows.

The fact: some small New England

towns had gone for Dewey. A later

headline: Dewey Sweeping the Country.

The tabloid Mirror was equally

sly with Eearly Trend Gives Dewey

Lead. It was based on the vote of

Hart's Location, N.H., which gave

Dewey 11, Truman 1. . '

We Happy Few. When the long

night was over, all but a few redeyed

newsmen were red-faced too.

The New York Star's Jennings Perry

could point with pride to an almostright

October column titled "It's Closer

Than You Think." In the small

Garden City (Kans.) Telegram (circ.

5,238), Columnist (and publisher)

Gervais F. Reed had piped that Dewey

woud be upset. And on Oct. 25 the

Prescott (Ariz.) Courier (circ. 4,720)

had said that, thanks to a divine

power, the President would -be "sustained

in office." (The publisher's wife

is a Democratic national committeewoman.)

But such exceptions were few.

Shocked and shaken, Pundit Athur

Krock of the New York Times confessed

the press's sins of omission:

"We didn't concern ourselves, as we

used to, with the facts. We accepted

the polls, unconsciously. I used to go

to Chicago and around the country,

every election, to see for myself. This

time, I was so sure, I made no personal

investigation We have to

go back to work on the Old and classic

lines—to the days when reporters

really dug in, without any preconception

"

Achter de schermen van

de Internationale Pers kijkt

#

Worlds Press News

het Britse Weekblad voor Pers

en Journalistiek, reclame- en

druktechniek.

Wekelijks franco per post f 22.50 per jaar.

Kostel. proefno. op aanvrage. Agentschap voor

Nederland: 82 Laan v. Leeuwesteyn, Voorburg


In a letter to his own editor, the

New York Times's Reporter James

("iScotty") Heston-said: "The great

intangible of this 'election was the

political influence of the Roosevelt era

on the thinking of the nation

We were wrong, net only on the election,

but what's worse, on the whole

political direction of our time."

'But many hard-working political

reporters, looking back on their campaign

coverage, could not see how

they could have done better under the

circumstances. Even their best sources

had failed them, apparently led

astray by the polls. Said one last

week: „If a professional like Jake

Arvey thinks his Democrats will lose

Illinois by up to half a million votes,

how can a reporter know that they'll

win?"

The Old-Fashioned Way. Trying to

sum up the failure and its lessons,

Time Correspondent Edwin C. Heinke,

Assistant Managing Editor of the

Indianapolis Times, wired: "The returns

made me realize how good, oldfashioned

legwork—the kind I hadn't

done—was still the most important

part of our press structure. I think

that a good deal of our press reporting

has strictly gone to hell; there

is too much thumb-sucking, too little

pavement-ponding From now on,

Indiana is neither G.O P. nor Democratic

to me. I know I'll have to dig

to find out. It has been a wonderful

lesson to those newspapermen who

still have enough' sense left to know

that they got a lesson the hard way,

and that they'd beter brush up again

on the fundamentals."

Was the press going to profit by

its lesson ? Already, here & there, the

process of rationalizing the error had

•begun. And' the soreheads were getting

in their licks. Wrote the New

York Daily News's John O'Donnel'1

(who had first asked to have the

paper's lady astrologist assigned to

the Washington bureau): "O.K., they

were all wrong (most definitely, including

this writer) on the Truman

election. So what ? So were the voters

who elected Truman." Sneered George

Sokolsky: "Truman gave out during

the campaign, becoming boisterous

and vulgar. Some say that he made

votes for himself that way. If true,

that is a reflection on the intelligence

of the American people."

At week's end, many newspapers

decided, like Uncle Toby, that they

should wipe St up and say no more

about it. Nevertheless, the fact that

the press had so misinterpreted events

right under its nose raised the grave

question of whether it was doing an

equally toad job in interpreting news

in other fields than politics.

Het Grote Fiasco.

En dit schrijft Time over het opinieonderzoek:

From the grave of the Literary

Digest, whose back was broken by its

•1936 straw vote,*) came a sepulchral

horse-laugh last week. "Nothing

malicious, mind you," said ex-Digest

6

Editor Wilfred J. Funk, now a Manhattan

book, publisher, "but I get a

very good chuckle out of this."

But George Gallup, Elmo Roper,

Archibald Crossley and all the other

pollsters who had been dead wrong on

the election could not see the joke.

They had reason to wonder last week

whether their great fiasco would not

put them, like the Digest, out of business.

The Peoria Journal, quoting a telegram

from Dr. Gallup ("This is the

kind of a close election that happens

once in a generation"), retorted:

". ....The Gallup poll, had'it been properly

evaluated, should have told us

it was going to be such an election."

It canceled its contract to run the

Gallup poll; so did the Nashville

Tennessean, the St. Louis Globe

Democrat and others.

More was at stake than election

polls, which are only a small part of

the business of Gallup, Roper et al.

The wole $ 25 million-a-year industry

of .polling, which employs 10,000

people and serves up "scientific"

answers on buying habits, audience

reactions, and all marmer of likes &

dislikes for Hollywood; businessmen,

educators, magazines, etc., was under

suspicion. •

Straws in ihe> Wmd. Had there been

no signs that the prophets were

wrong? (Looking back, pollsters found

that there had been. In July, Kansas

City's Staley Milling Co. began polling

customers in eight Midwestern

farm states by giving them a choice

of feed sacks labeled: "A Vote for the

Republican [or Democratic] Candidate."

But Staley stopped its "pullet

poll" in September (after 20,000 farm-.

ers had voted), because it disagreed

with the national polls. At it turned

out, Staley's results'—54 % for the

Democrats v. 46 % for the G.O.P.—

were right on the nose.

In Denver, a statewide poll run by

Edward Whittlesey, an ex-Gallup student,

and William McPhee, an alumnus

of the University of Denver National

Opinion Research Center, found last

June that Truman would win Colorado,

as he did. But they got worried

when their results disagreed with Gallup's,

so they jiggered them for publication

in the Denver Post—to show

a Dewey victory. Said McPhee:

"Whittlesey and I are thinking of

going out of business."

The Crossley poll (which predicted

a Dewey victory of 49.9 %) had discovered

an upsurge for Truman in the

campaign's closing days, but underestimated

it. In a statewide poll just

before election, the Chicago Sun-

Times found a shift to Truman (but

did not trust it enough to print it)

which indicated a 50.05 % victory in

Illinois (the actual vote was 50.68 %).

Said Editor Richard Finnegan: "This

has taught us a> poll lis no good unless

it follows the voter right up to the

booth."

Last Straw? At week's end, the

pollsters themselves were still trying

to figure but how they had come such

LANDBOUWREDACTEUR

zoekt contact met een of meer

plattelandsbladen (eventueel combinatie)

voor het verzorgen van

een landbouwkundige rubriek of

het leveren van actuele agrarische

artikelen, zowel op economisch

als technisch gebied. Brieven ond.

nr. 65/48, De Journalist, N. Z.

Kolk 28, Amsterdam.

croppers. Roper, confessing that he

"could not have been more wrong,"

asked a group of /social scientists to

check over all his pre-election data

for clues. Gallup started to recheck

his pre-election polls; his field workers

were re-interviewing the same

people to find out how they had

actually voted.

Explained Dr. Gallup: 'My percentage

of error, on the basis of the fourparty

vote, of course, was only 2.7%."

That was one way of putting it. From

another,standpoint his "percentage of

error" was much higher. What he did

was to add up his errors on all four

candidates and divide by four. Actually

Gallup guessed 10 % high on

Dewey's share of the total vote and

10 % low on Truman's. He predicted

that Wallace would get 4 %, and Wallace

got 2.4 %. In Gallup's book that

was a difference of 1.6%; counted

another way, he had overestimated

by 40 %.

Crossley also tried to bluster it

through, insisting that "we weren't

wrong." The polls were right when

taken, he argued, only the voters had

changed their minds later. If that was

so, the pollsters had been tripped up

by their own assumptions. But none

was ready to admit that his methods,

as well as his interpretations, might

toe unsound.

This year, Roper had assumed that

the voters had made up their minds

last August and would not be swayed

by the campaigns. He had also

been joined by Gallup and Crossley in

a still bigger assumption—that the

15 % of undecided voters could be

safely eliminated from their calculations.

They had assumed that the

"undecided" votes, if cast at all, would

be split about the same way the

"decided" votes were. Now, Gallup

suspected that the huge chunk of

undecided votes had gone to Truman,

4 to 1.

But Newspaper editors and their

readers were not nearly so much interested

in the reasons for the poll's

failure as in the fact that the polls

had failed. They had been fooled once

by the "science" of polling—and they

did not intend to' be fooled again. In

canceling the Roper poll, the Pittsburgh

Post-Gazette summed up the

opinion óf newsmen: "We won't pay

any attention any more to 'scientific'

predictions and we don't think our

readers will."

*) It predicted 370 electoral votes for

Alf Landon,- who got eight'.


— het Nieuwsblad van het Zuiden

een nieuwe directeur-hoofdredacteur

kreeg": J. W. Qltheten, zoon van wij-

• len directeur-hoofdredacteur W. H. ?

= dagbladen verschijnend in de

Sovjetzone van Duitsland niet meer

in de Engels-Amerikaans© zones worden

toegelaten ?

= Louis Parrot, 42 jaar oud, bekend

Frans collega, (Ce Soir, Lettres Fran-

Qaises, Courrier du Sud) is overleden?

= Volkskrants Lücker veilig van

de nieuwe naar de oude wereld is

teruggekeerd, met (zo mogelijk) nog

gestegen bewondering voor de Amerikaanse

pers?

= Wij hier in Nederland 410 officiële

voorlichtingsambtenaren hebben, die,

zoals de Niéuwe Haagsei Courant het

snaaks uitdrukt „de staatskas op

ƒ 2.191.272 komen te staan" ?

= Mevrouw Blaauw—(De Ridder (ex-

De Nederlander) thans werkzaam is

bij de N.H.C, voornoemd?

= het (Amsterdamse) Instituut voor

, Perswetenschap bijeenkomsten gaat

houden voor journalisten, waar grote

mannen inleidingen zullen gaan houden?

— Arie Meijer Schwencke naar de

cellenbarakken is' overgebracht, waar

hij gehoord wordt vóór de behandeling

van zijn zaak?

= wij ons altijd 1 weer verheugen over

Robert Peerebooms idealisme, dat nu

weer zo duidelijk bleek uit alleen

reeds de titel van zijn radio-voordracht:

„de krant is er om de mensen

te helpen" ?

= het gerechtshof te Amsterdam het

vonnis van de rechtbank* d/it luidde:

WIST U DAT....

vrijspraak — in de zaak tegen negen

bestuursleden van de C.P.N., die de

Regering zouden hebben beledigd in

een artikel in „De Waarheid" heeft

bevestigd, nadat de eis was één week

gevangenisstraf ?

= de Nederlandse militaire politie op

het vliegveld Kemajoran te Batavia

weigerde Nederlandse journalisten toe

te laten bij de aankomst der adviseurs

van minister Stikker ? En dat de journalisten

zodoende niet in de gelegenheid

waren de minister, die hen kwam

afhalen te vragen, waarom hij niet

voor de tweede maal naar Djokja is

vertrokken ?

= wij 'dit bepaald onaardig vinden ?

=i wij een uitstekend middeltje weten

om zulke zaken te revancheren?

=i dit middeltje is: géén journalisten

meer naar het vliegveld?

— geen journalisten, wanneer men

die wel graag zou willen zien?

= dit middeltje ook elders toegepast

zou kunnen worden?

= Amsterdams d'Ailly de Nederlandse

snelpersenfabriek „Mercedes"

plechtiglijk heeft geopend?

:=: wanneer u daar zin in zoudt hebben,

75 jaartjes zult moeten wachten

vooraleer u „Volk en Vaderland" of

,/Het Nationale Dagblad" zoudt mogen

her-oprichten?

= dit bepaald is door de Commissie

voor de perszuivering?

= en wij ons daarover suf gepeinsd

hebben, omdat wij met die termijn van

75 jaar niet uit de (geestelijke) voeten

kunnen komen?

= die zelfde Commüssie heeft bepaald

dat er gedurende twintig jaar geen

RADIO EN PERS

In ons orgaan is in de afgelopen

tijd reeds ettelijke malen het

probleem der persconferenties ter

sprake gebracht, alsmede de wenselijkheid

om —• wanneer eenmaal een

dergelijke conferentie is vastgesteld

geen inlichtingen vóór dit tijdstip te

verstrekken of publicaties te doen.

De meeste persvertegenwoordigers

zijn zich zonder twijfel van de juistheid

van dit standpunt bewust en

zullen hierop in de regel dan ook

geen inbreuk maken. Het is echter

thans enige malen gebleken, dat enige

radio-instanties ite dien aanzien

een andere opvatting huldigen.

Het is misschien juist indien zij

zich niet onder de „pers" rekenen,

doch veelal vallen zij zeker onder

het begrip nieuwsvoorziening. In elk

geval kan dit met zekerheid van de

radio-nieuwsdienst worden gezegd.

Met de intrede van radio-reportages,

verzorgd door de omroepverenigingen,

zijn echter nieuwe verhoudingen

geschapen. In feite kan een radioreportage

of een interview voor de

microfoon mijns inziens wel degelijk

behoren tot de verspreiding van

nieuws. Wanneer een instantie als

een omroepvereniging zich hiermede

bezighoudt, dient deze zich, naar

mijn opvatting, aan de journalistieke

erecode te houden. Gebeurt dit niet,

dan wordt deze erecode in gevaar

gebracht.

Als een recent voorbeeld wil ik

hiervan noemen de aankomst van de

filmster en zangeres Marta Eggerth.

Met haar was een persconferentie

belegd in het Amstelhotel. Dit wetende

zal het overgrote deel der

journalisten bij haar aankomst volstaan

met een eenvoudig bericht, ten

einde de persconferentie te eerbiedigen

en niet te torpederen. De radio

echter gaf reeds drie uur na haar

aankomst een interview door via een

der Hilversumse zenders. Ik wil nu

even buiten beschouwing laten of

Marta Eggerth al of niet belangrijke

dingen te vertellen had en of dit onderwerp

grote nieuwswaarde bezat.

Dit doet mijns inziens niet ter zake.

Een feit is echter, dat, gegevens,

deels bestemd voor verspreiding op

Gooi- en Eemlander mag verschijnen ?

= de Gelderlander-Pers op 1 Januari

1 eeuw bestaat?

= de Engelse bladen, prompt op de

zelfde dag dat De Gelderlander een

eeuw bestaat, meer papier toegewezen

zullen krijgen?

= een Amerikaans gerechtshof twee

Duitse communistische hoofdredacteuren,

namelijk Hans van Dyck en Kurt

Weber, respectievelijk van de ,,Stuttgart-

Volksstimime" en de „Badisches

Voiksecho" heeft veroordeeld tot gevangenisstraf

van respectievelijk een

en drie jaar en een boete van driehonderd

mark, wegens het „'beschrijven

van Amerika als een inhalige

kapitalist, die poogt Europa door

middel van dollars in zijn slavernij te

brengen" ?

= het dagblad „Veritas" op 19 November

is opgeheven?

= de Nieuwe Courant te Soerabaja

weer verschijnt o.l.v. het Soerabaias

Handelsblad, en mevr. A. H. Fuhri-

Mierop en ir. J. C. Kolling respect,

met de hoofdredactie en directie zijn

belast ?

= dr. J. A. Schröeder van het Algemeen

Handelsblad (onderwijs, kerk)

zestig jaar werd?

== nu de persattaché M. Bretys bij

afwezigheid van de Tsjechische zaakgelastigde

in Den Haag, dr. P. Wellner,

diens plaats inneemt?

= de openbare les door dr. M. Schneider

te Leiden gehouden] en die getiteld

is „De urgentie ener dagbladwetenschap

in Nederland" uitgegeven is bij

Martlnus Nijhoff in Den Haag?

= dr. Schneiders „De Nederlandse

krant" herzien, bijgewerkt en wel ter

perse is?

En gaat u, nu u dit allemaal weet,

daar een borrel op drinken?

de persconferentie, 24 uur daarvóór

via de radio werden uitgezonden.

Eigenaardig is ook een ervaring,

zoals redacteuren van bladen die opdeden

tijdens een persconferentie met

Alfred Bassermann. Op een gegeven

ogenblik namelijk, toen de persconferentie

zich gesplitst had in verscheidene

groepjes, waarbij Ernst

Deutsch, Alfred Bassermann en An-

'nemarie Blanc ieder in gesprek waren

gewikkeld met een aantal verslaggevers,

kregen deze laatsten te

horen, dat de radio-reporter hen

gaarne nu zo spoedig mogelijk zag

Verdwijnen, omdat hij zijn reportajfe

moest maken en daarbij geen anderen

kon gebruiken. En dit terwijl de gesprekken

zeker nog niet verflauwd

waren.

Gaarne zou ik zien, dat ten opzichte

van deze problemen een standpunt

zou worden ingenomen, temeer

omdat het eerste aangeroerde punt

inmiddels nogmaals is voorgekomen.

DONALD CANTER

Inmiddels zijn de radio-journalisten

tot de N.J.K. en K.N.J.K. toegelaten,

zoals men elders in dit nummer

kan lezen. — Red.

7


WEEKLACHT UIT DE WEST

Wij krijgen, zo schrijft de Amigre

di Curacao, de laatste tijd zo de indruk,

dat het A.N.P. niet meer weet

welke taak het te vervullen heeft. Wij

bedoelen hiermede dat de overzeese

dienst van het A.N.P. — het kan niet

anders gezegd worden — allertreurigst

verzorgd wordt. Een gewichtig

staatsstuk zoals de troonrede, werd

door A.N.P. volkomen genegeerd. Uit

de Beursnoteringen, die daags na de

troonrede volgden, konden we lezen,

dat er meer animo bestond voor de

fondsen i.v.m. de aangekondigde belastingverklaring

(sic). Bevriende

relaties deelden ons mede, dat Max

van Poll — een der leden van de.

Commissie van Goede Diensten in Indonesië

overleden is. En zo kunnen

we tal van voorbeelden aanhalen. Het

A.N.P. zwijgt stom. In zeven talen.

(Wij weten nooit precies hoe het

met de nieuwsvoorziening van Cura-

'gao zit en wie daar precies aansprakelijk

voor is. Wel weten wij, dat die

nieuwsvoorziening (over en weer)

veel te wensen overlaat en daf dit,

ook om redenen van Rijksbelang, betreurenswaardig

is. — Red.).

VRAAGTEKEN

Het onderzoek naar de herkomst

van perspublicaties, die in de loop van

de tijd zijn verschenen, heeft aangetoond,

dat in zeven gevallen publicaties

in „De W.aarheid" tussen 12 Juni

1947 en 29 Juni 1948 zijn gebaseerd

op stukken, afkomstig van P.R.A.orgar.en.

Publicaties in „Het Parool"

van Juni 1948 berustten op gegevens

uit het voormalig B.N.V. Op welke

manier deze stukken ter kennis van

die bladen zijn gekomen, kwam niet

vast te staan. Aldus minister Drees

in de M. v. A. bij de b.egro;ting van

het Dep. van Alg. Zaken.

(PersHericW).

„BRENG ZE ONDER DAK"

In Amsterdam, Prinsengracht 47L

staat een huis. Zo te zien een gewoon

huis, waar mensen in wonen. En dat

is ook zo wat de bovenverdieping betreft.

Maar in het benedenhuis gingen

op zekere morgen om 7 uur een

stuk of wat zwaargebouwde mannen

naar binnen en begonnen de voordeur,

de ramen en de plafonds weg te

breken. Zij kwamen iedere dag terug.

Een muurtje bij de trap naar het

bewoonde gedeelte werd ingeslagen,

tussenmuren werden niet gespaard en

de telefoonleiding gesloopt. Zodat nu

de man op de bovenverdieping met

zijn vrouw en drie kinderen boven de

chaos zweeft, met tochtnaden in z'n

vloer en een telefoon, die niet meer

gaat. Echt een geval voor „De Waarheid"

om in demagogische opmaak af

te drukken met een vette kop er

boven „Breng ze onder dak". In dit

geval is het echter „De Waarheid"

zelf, die aan het slopen is gegaan,

hartstochtelijk, om zichzelf onder dak

te brengen. Want „De Waarheid"

heeft haar zinnen gezet op perceel

Prinsengracht 471, voor een eigen

drukkerij, zo meldt „Het Parool". Op

8

VAN ALLERLEI KANTEN EN KRANTEN

December moet „De. Waarheid"

aantonen, dat dit huis onmisbaar is

voor het bedrijf; veertien dagen later

komt de tegenpartij aan het wioord

en dan volgt pas — waarschijnlijk in

1949 — de uitspraak. Maar het rode

ongeduld kan zo lang ni?.t wachten

en enthousiaste slopers werden vast

vooruit gestuurd, waarschijnlijk om


Omroep journalisten naar UITSPRAKEN

-i- •?

de N.J.K. en de K.N.J.K.

Raad Raar! van Uitvoering UitvoerinP C.A.O.

De afdelingen Gooi van de N.J.K.

en van de K.N.J.K. hebben op 28 Oct.

j.1. een vergadering belegd met de

omroepmedewerkers, wier arbeid als

journalistiek werk dient te worden

beschouwd.

Reeds eerder hebben wij medegedeeld,

dat betrokken afdelingen van

N.J.K. en K.N.J.K. een Commissie

hadden ingesteld met de opgave te

rapporteren, welke normen moesten

gelden voor omroepmedewerkers om

te kunnen worden toegelaten tot de

journalisten-organisaties .

Bovengenoemde Commissie heeft op

korte termijn het verlangde rapport

kunnen leveren. Men heeft zich kun-

'nen beperken tot diegenen in het omroepbedrijf,

die zich op enigerlei wijze

met „het gesproken woord" bezig-

NIX VOOR NIX

In alle Haagse dagbladen stond de

volgende mededeling:

Herhaaldelijk bereiken ons verzoeken

om opname (bedoeld zal zijn:

opneming — Red. D. J.) van mededelingen,

welke volgens journalistieke

opvattingen niet in de redactionele

kolommen 'thuishoren, zo luidt een

gelijkluidende mededeling in de

Haagse dagbladen. Deels bevatten

deze berichten (min of meer) verkapte

reclame. Deels zijn het publicaties,

waarvan de bekendmaking veeleer de

taak der betreffende (betrokken —

Red.) instelling is dan van de krant.

- Het spreekt vanzelf, dat de redacties

van de bladen dergelijke mecledelingen

niet op kunnen nemen. Zij

horen in h?t advertentie-gedeelte

•thuis. Zelfs verenigingen e.d., die

een (min of meer) algemeen belang

dienen, liefdadigheidsinstellingen bijv.,

mogen niet vergeten, dat zij van de

dagbladondernemingen geen gratis

dienstbetoon kunnen verlangen. Dat

zullen zij bijv. ook niet doen van de

bezorgers van hun affiches, drukwerk

e.a. materiaal.

Hoewel, de redacties aan acties,'

welke zij belangrijk achten, aandacht

zullen schenken, voorzover de papiertoewijzing

- dit toelaat, willen zij zich

niet belast zien met publiciteitskosten,

die een gevolg zijn van de taak,

die een organisatie op zich heeft genomen.

Men onthoude zich derhalve

van inzending van bedoelde publicaties.

(Deze mededeling interesseert ons.

Wij achten haar grotendeels juist.

Maar niet helemaal: er zit namelijk

een niet te versmaden nieuws-element

in sommige van dergelijke berichten

Wij hebben een voortreffelijk collega

gekend die placht te zeggen: ,,de

opening van een nieuwe winkel is

voor vrouwen belangrijk nieuws, belangrijker

dikwijls dan een belangrijk

buitenlands bericht").

10

houden.

Dit zijn: tekstschrijvers voor de

onderscheidene radiorubrieken en actuele

uitzendingen, waarbij het gesproken

woord een integrerend onderdeel

is en voorzover desbetreffende

teksten op de een of andere wijze

voorlicht beogen. Schrijvers van

kunstzinnige teksten voor hoorspelen,

cabaretprogramma's e.d. — teksten

die • derhalve ontspanning beogen —

vallen hier dus niet onder..

Voorts komen in aanmerking: de

reporters, redacteuren van de nieuwsbulletins

en zij, die zieh verder bezighouden

met het opstellen of redactioneel

verzorgen van de radioberichtgeving;

omroepers, die de door hen

uitgesproken teksten ter inleiding van

een volgend programma-onderdeel, de

verbindende teksten tussen de onderdelen

van een' montage- of muzikaal

programma, vraaggesprekken e.d.

als .regel zelf schrijven of creëren.

Er zullen zich vermoedelijk wel

grensgevallen voordoen, waaromtrent

de besturen zich nader zullen moeten

beraden.

De omroepmedewerkers, die thans

lid van N.J.K. of K.N.J.K. worden,

zullen zich t.z.t. kunnen verenigen in

een sectie: „Radio-journalisten", teneinde

hun bijzondere belangen te behartigen.

De afd. Gooi heeft zich middelerwijl

in verbinding gesteld met betrokken

radio-medewerkers en hoopt, nu

zij zich met het vorengenoemde rapport

hebben verenigd, een groot aantal

hunner als lid in te schrijven.

Voor de kringen is de intrede der

omroep-medewerkers een nieuwe bladzijde,

zowel in organisatieleven als

journalistieke rubricering. De omroepmedewerkers

zien zich, daartegenover,

thans in hun journalistieke hoedanigheid

erkend.

Wij roepen onze omroep-oollegae

van harte welkom in de journalistenorganisatie

toe.

Dé afd. Gooi heeft van de gelegenheid'gebruik

gemaakt om de omroepjournalisten

onmiddellijk een attentie

aan te bieden in de vorm van een interessante

inleiding van Dr. W. D.

Verduyn uit Venlo, over het onderwerp

„Phonetiek en radio". De inleider

had uiteraard voor dit onderwerp

nu eens de ware broeders bij

elkander en liet zich dan ook niet

onbetuigd. Er was een aangenaam en

verrassend contact tussen inleider en

auditorium. De dagblad-journalisten,

die, voor zover hun arbeid dit toeliet,

aanwezig waren, smulden mee.

Voorzitter van Dooi dankte namens'

de vergadering Dr. Verduyn.

Namens het Kringbestuur van de

N.J.K. woonde collega Schraver uit

Rotterdam dé vergadering bij.

M. G. HARINGMAN,

Secretaris afd. Gooi, N.J.K.

Art. 7, lid 1 (No. 2).

De Raad' verstaat, dat de woorden:

„10 yc", vermeld in art. 7, lid 1,

gelezen moeten worden als: „110 %".

Art. 1, lid 5 (No. 3).

De vraag, of het vijfde lid van

art. 7 ook toepassing vindt, wanneer

geen sprake is van de omstandigheden,

waarvoor het krachtens de

Toelichting is geschreven wordt door

de Raad bevestigend beantwoord 1 , op

grond 1 van de overweging dat de tekst

van deze bepaling haar van algemene

strekking doet zijn, slechts in zoverre

beperkt, dat zij naar tijdsduur geen

verdere gelding heeft, dan ten aanzien

van degenen, die op 1 September 1948

— het moment van inwerkingtreden

der CAO. — als journalist bij een

dagbladonderneming werkzaam waren.

Temeer geldt dit, waar uit het

woord „mede" in de Toelichting kan

worden afgeleid, dat deze bepaling

niet louter met het oog op de in deze

Toelichting genoemde omstandigheden

het licht heeft gezien.

Waar blijven machines en papier?

OOR de K.R.O.-microfoon heeft

V de heer C. Dosker, bestuurslid

van de Ned. Dagbladpers, medegedeeld,

dat de gezamenlijke dagbladen

in ons land een abonnementental

hebben van bijna drie millioen en dat

de gezamenlijke advertentie-op- *

brengst wordt geschat op 40 a 50

millioen; gulden per jaar. Hiermede

wilde de radio-spreker zeggen, dat

het dagbladwezen zowel voor het

economisch verkeer in, als voor de

economische positie van ons land van

niet te onderschatten betekenis is.

Na te 'hebben verklaard, dat de dagbladen

over te weinig papier kunnen

beschikken en dat het getal benodigde

machines te kort is, kwam hij tot

de volgend© conclusie:

„Overheid, wij weten dat de deviezen

kostbaar zijn, dooh wij weten

ook, dat het betrekkelijk gering bedrag

aan deviezen, nodig voor een

ruimere toewijzing aan de dagbladpers

voor papier en technische outillage,

de economische positie van ons

land in hoge mate ten goede zal komen

en mede daarom volkomen verantwoord

is".

ALLROUND JOURNALIST

met bij grote landelijke bladen

opgedane practische ervaring binnen-

en buitenland-redactie, bekend

met opmaak, merendeels

werkzaam geweest in grote, ook

buitenlandse reportage, zoekt

nieuwe werkkring.

Brieven onder Nr. 62/48, „De

Journalist", N.Z. Kolk 28, A'dam.


Honderd jaar persvrijheid

fJEX is honderd jaar geleden dat de Grondwet van 1848, die de democra-

** tische volksvrijheden in ons land inluidde, werd afgekondigd. Artikel

Zeven van Thorbecke's monumentale hervorming verzekerde de Persvrijheid,

aldus schrijft Robert Peereboom in het „Haarlems Dagblad" van 13 November.

Het zeide: „Niemand heeft voorafgaand verlof nodig, om door de drukpers

gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid

voor de wet." Artikel Zeven zei dat en zegt het nog steeds, want het

heeft in de eeuw van zijn bestaan geen wijziging ondergaan. Het is in de practijk

des levens goede waarborg gebleken voor die vrijheid, die zozeer met ons

volkskarakter overeenstemt en die onze levensopvattingen zozeer is gaan

kenmerken. Dat de Duitse bezetter het in de jaren 1940—1945 met voeten

heeft getreden, heeft er slechts toe bijgedragen, dat zyn waarde meer dan

ooit wordt beseft.

ATUURLIJK HEEFT HET EEN

N VOORGESCHIEDENIS gehad,

die eigenlijk ligt in het begin

der Franse Revolutie, toen Mirabeau

deze volksvrijheid formuleerde

in de woorden: „De Persvrijheid

moet niet worden beperkt. Vergrijpen,

begaan door middel van

de Pers, moeten worden bestraft."

Dit kan men zien als de oorsprong

van het latere Hollandse

artikel. Zijn .staart — „behoudens

ieders verantwoordelijkheid voor de

wet" — betekent hetzelfde als de

tweede zin in Mlrabeau's formulering:

wie zijn gedachten of gevoelens door

middel van de drukpers openbaart,

blijft daarbij evenals ieder ander aan

de algemene strafbepalingen onderworpen.

Hij mag -bijvoorbeeld niet

beledigen, niet aansporen tot oproer,

niet de openbare moraal schaden. Het

Franse artikel heeft overigens in de

revolutiejaren geen blijde loopbaan

gehad. Het stond nog allesbehalve

vast in de stormen van die tijd. Eerst

werkte het een enorme stijging van

het aantal bladen uit: de meeste

„vliegende blaadjes" van revolutionaire

agitators. Daarna schrokken de

nieuwe machthebbers van hetgeen zij

ontketend hadden en gaven hun persvrijheid

binnen twee jaar weer op,

waarbij honderden journalisten in de

gevangenissen belandden en zeventig

werden geguillotineerd. Zodat de ironische

lezing ontstond: „Art. 1. Iedere

burger kan een dagblad stichten.

Art. 2. Iedere burger, die een dagblad

sticht, zal terechtgesteld worden."

Onze Bataafse Republiek verklaarde

in art. 16 van de staatsregling van

1798: „De vrijheid van drukpers is

heilig". In hetzelfde jaar werden

allen, die haar naar de mening van

de overheid misbruikten, met geseling

en verbanning bedreigd. Er

volgden verschijnings-verboden op, de

grondwetten van 1805 en 1806 bevatten

geen woord meer over persvrijheid,

Koning Lodewijk Napoleon

verbood alle politieke beschouwingen

en toen Nederland in 1810 bij het

Franse Keizerrijk werd ingelijfd verdween

ieder restant van vrije

meningsuiting. Bij de herwinning

van onze onafhankelijkheid in 1813

werd alleen de censuur afgeschaft

en in de Grondwet van 1815 werd

de Persvrijheid slechts in beginsel

erkend. Bij wijze van vrome wens.

Eerst in 1848, kwam haar volledige

waarborg uit de stormen der tijden

te voorschijn en bleek zij blijvende

waarde te hebben.

A EEN HONDERJARIG ACHT­

N BAAR BESTAAN verdient ons

eerwaardig persvrijheidsartikel alle

respect van het levende geslacht;

het is dan ook slechts met schroom

dat men opmerkt, dat er een overbodig

woord in staat, namelijk, „voorafgaand".

„Niemand heeft verlof

nodig" zou de bedoeling duidelijk

weergeven. Dat is la%er wel ontdekt,

maar men heeft het woord erin laten

st^gn omdat het geen kwaad deed en

omdat men kennelijk een beetje huiverig

was voor het ontketenen van

discussie over een zo belangrijk artikel,

dat in de practijk des levens

voldeed.

Aanvankelijk bleef na 1848 nog een

rem op de ontwikkeling der Pers

bestaan, die het grondwets-artikel

niet had kunnen wegnemen. Dat was

een zegelbelasting, die de dagbladen

zo duur maakte, dat maar weinig

mensen ze bekostigen konden. Die

Werd pas in 1869, toen er nog maar

90.000 abonnés op 9 dagbladen in

Nederland waren, opgeheven en daarop

ontstond pas de ontwikkeling van

het moderne dagblad, dat het gehele

volk zou gaan bereiken. Een honderdtal

dagbladen in Nederland heeft

nu -— statistiek van 1 September 1.1.

— 2.845.000 abonnés. Dat is dus ruim

een-en-dertig maal zoveel, als het

aantal dagbladabonnés nog geen tachtig

jaar geleden bedroeg. k

RTIKEL ZEVEN is er heus niet

A alleen voor de journalisten en de

dagbladen. Het betreft alle Nederlan-

- ders en alle drukwerken: boeken,

brochures, pamfletten, „vliegende

blaadjes", wat u maar noemen wilt.

Maar de journalist dankt er de vrije

uitoefening van zijn beroep aan en

iedereen kan zich na een eeuw nog

eens bezinnen op Thorbecke's woorden,

toen hij de gemeente-huishouding

vóór 1848 in de Kamer critiseerde:

„Licht is in de politieke wereld zowel

als in de natuur een noodzakelijk

levens-element, bij welks gemis gene

of niet dan een halve, ziekelijke ontwikkeling

te wachten is. Zolang wij

in ons gemeentewezen publiciteit missen

zal de grote weg tot verbetering

zijn gesloten. Zonder publiciteit geen

hervorming. Hervorming heeft de

onverzoenlijkste aller vijanden, de gewoonte,

tegen zich. Gewoonte is vooroordeel-ziek,

dewijl zij zonder onderzoek

haar gang gaat; en vooroordeel

ruimt voor gene macht dan voor

publiek onderzoek het veld."

Zo sprak de oude staatsman in dat

verre verleden. Zo gold het voor hem

niet alleen ten aanzien van de gemeente-huishouding,

maar van het

ganse overheids-bestel en de maatschappelijke

samenleving. Zo hebben

vorige generaties hét leren verstaan

en zijn wij erin opgevoed. In de

dwangmethoden der autocratische

staten van onze tijd, die de volksvrijheden

opnieuw onderdrukt hebben

en in andere landen tevens aantasten,

in hun ontstellende beperkingen en

vooroordelen zien wij de waarheid van

Thorbecke's woord en de hoge waarde

van Artikel Zeven opnieuw bevestigd.

Licht is in de politieke wereld zowel

als in de natuur een noodzakelijk

levenselement.

NIET LANGER ,,ACHTER

PALMEN"

De plechtigheid in de Eerste Kamer,

bij gelegenheid van de herdenking der

Grondw€therziening, heeft de parlementaire

redacteur van De Tijd geïnspireerd

tot onder meer de volgende

beschouwing:

Het was een fraaie zaal zo voor het

Oog, ofschoon zij met geweldige schijnwerpers

en filmcamera's ook wel een

tikje op Cinetone leek. De plechtigste

momenten in het bestaan eens modernen

staats spelen zich nu eenmaal

onder de schijnwerpers af, — dat

moet in Thorbecke's tijd wel heel anders

geweest zijn, zelfs met betrekking

tot de pers, de eenvoudige dagbladpers,

wier hele apparatuur uit

een velletje aantekenpapier en een

potlood bestaat. Hoe veel minder dan

honderd jaar is het niet geleden, dat

dè pers bij allerlei aangrijpende gelegenheden

achter de palmen werd

weggestopt. Dit is nu ook wel zeer

veranderd zoals men juist op deze

middag kon constateren.

Nadat de vergadering was gesloten,

heeft de voorzitter, prof Kranenburg,

aan de leden van de Eerste Kamer,

aan de ministers, aan voorzitter en

griffiers van de bevriende mogendheid

aan de overzijde een thee aangeboden,

waarbij ook de parlementaire redacteuren

waren uitgenodigd. We zeiden

in de aanhef, dat in de moderne staat

van vandaag palmen niet meer dienen

om te verstoppen, wel om te decoreren,

wie gedecorieerd verdient te

worden.

De volksvertegenwoordiging en de

parlementaire pers staan in zeer

menswaardige verstandhouding tot

elkaar, en dit is zo verheugend en belangrijk,

dat het bij deze gelegenheid

wel eens met een enkel woord gememoreerd

mag worden .


JOURNALISTIEK JOURNAAL

• Harry S. Truman heeft ons

allemaal een les t«r overdenking gegeven.

En wanneer wij zelf die les

niet overdenken — de massa doet dat

wèl. Van die massa zijn wij, journalisten,

afhankelijk. En daarom zou het

goed en nuttig zijn dat wij aandachtig

naar die les der ervaring, naar die les

der feiten luisteren.

# Die les is deze: het grootste

gedeelte van de Amerikaanse pers

was tegen Truman en vóór Dewey.

Het grootste gedeelte van de Amerikaanse

pers heeft vóór Dewey

en tegen Truman geschreven. Het'

grootste deel van het Amerikaanse

volk heeft vóór Truman en tegen

Dewey gestemd. De les: de pers heeft

in 't geheel geen of op z'n hoogst: geringe,

invloed op de publieke opinie.

• Dit kJinkt hard, doch er is

reden er geloof aan te hechten. Het

Amerikaanse voorbeeld staat niet

alleen. De meest-gelezen Britse bladen

waren vóór de Britse verkiezingen

conservatief en anti-labour. De Conservatieven

hebben verloren en Labour

heeft gewonnen en het grootste

deel van de Britse pers heeft de nederlaag

geleden. Hoeveel van de bijna

twee" milïioen geregelde lezers van de

New Yorkse Daily News, die fel anti-

Truman was, hebben op Truman gestemd?

Hoeveel van de bijna vier

milïioen dagelijkse lezers van de altijd-op-labour-fulminerende

Londense

Daily Express trekken zich • in

feite één sikkepit aan van de politieke

overtuiging van hun lijfblad ?

De grootste fout die wij in Nederland

zouden kunnen maken is, te

zeggen: „Amerika en Engeland zijn

Nederland niet. De zaken liggen hier

anders. De les van''Truman is niet

voor ons bestemd." Ik geloof inderdaad

dat de zaken hier in één opzicht

anders liggen. Omdat hier de meeste

mensen die bladen lezen waar zij het

bij voorbaat mee eens zijn. De grote

opiniebladen vertolken de doorsneemening

van hun lezers en hun lezers

lezen hen juist omdat zij het met de

mening van hun krant eens zijn. Er

is vrijwel geen socialist die op Trouw

geabonneerd is. Vrijwel geen nietkatholiek

die de Maasbode of De Tijd

leest. Dan doet zich de bittere vraag

voor: ,.worden in die opiniebladen niet

vela hoofdartikelen geschreven, die

evengoed ongeschreven waren gebleven

?•"

• Blijven dus de bladen die zich

neutraal noemen, doch niettemin over

sommige onderwerpen wel eens hoofdartikelen.

Blijven bovendien de landelijke

bladen, die men dan we] „liberaal"

noemt, doch die aan een even

oude als wellicht* vermeende gezaghebbendheid,

het natuurlijke recht

ontlenen een rustige stem te doen

horen. Wordt er naar die incidentele

12

stem der „neutralen" geluisterd ?-

Hébben die gezaghebbenden nog

gezag ?

0 Ik heb het hier uiteraard alleen

ever de binnenlandse politiek. Ik herinner

mij een stukje, enige jaren geleden

in de niet eens zo héél grappige,

in de niet eens zo héél onserieuze

New Yorker geschreven, waarin de

redactie .constateerde in tien jaren

één doorslaand succes bereikt te hebben:

na haar voortdurend hameren

op dat aanbeeld werd inderdaad de

inlichtingenkiosk in de hall van Grand

Central Station van de linkerhoek

naar fret midden overgeplaatst. —

Dat was een grapje. Maar het was

dit blad een minderheid van 't kiezersvolk

vertegenwoordigt, enige invloed

op de regering, wanneer het om zaken

van regeer-beleid-in-wijd-verband

gaat? En hebben zulke hoofdartikelen

enige invloed op het kiezersvolk

buiten dat deel van dat volk, dat

het er opv voorhand en ex-origine

reeds mede' eens is ? Misschien op de

kleurloze middenstof? Toegegeven;

doch hoe rijper een volk wordt, des

te geringer wordt die kleurloze middenstof.

.

De verkiezing van Harry S.

Truman brengt, in de hele wereld,

nog een vraag op het tapijt: hebben

de opinie-peilingen enige waarde? Ik

zou deze vraag niet zo driftig ontkennend

durven te beantwoorden als

dat blad in Chicago, dat zijn Gallupabonnement

driftig heeft opgezegd.

Of als de mensen die smalend-glimlachend

deze hele 1 belangwekkende

„;„f „ i. i • • T.T- . lauiieim aeze neie oeiangweKKenae

met eens zo heel grappig met eens materie maar t één ^ naar

ao heel on-ernstie - Wn kunnen hpt „ , .. & ao heel on-ernstig. Wij kunnen het

.. .

4

prullemand verwijzen. Vergissen is

ons best aantrekken. Op de dingen

menselijk en vergefelijk. Zijn de pol­

des dagelijksen levens — telefoon, telisten

de enigen die zich niet één maal

legraaf, tram en trein — heeft het, al

vergissen mogen?

of niet vlammende, hoofdartikel invloed.

Oók op de grote binnen- of 9 Deze kleine rubriek in ons

buitenlandse politiek? Oók op de po­ vakblad leent zich niet tot diepgaande

litieke massa.

overweging van diepgaande vraagstukken.

Zij wilde ditmaal alleen vra­

• Een vraag, collegae. Heeft de genderwijs die vraagstukken aan de

al of niet vlammende, stem van het orde stellen. • Omdat zij, dunkt mij,

meest gefundeerde hoofdartikel iiVhet van het grootste belang zijn. Voor

meest „gezaghebbende" blad, wanneer ons beroep en voor ons zelve. E.

Executieve 1.0.J. vergaderde in Boedapest

Van 16 t/m. 18 Nov. j.1. vergaderde

te Boedapest de Uitvoerende Raad van

de Internationale Organisatie van

Journalisten. Van de 23 aangesloten

nationale organisaties waren er 16

vertegenwoordigd. Namens de Federatie

van Ned. Journalisten was

coll. Drs. A. Wijffels aanwezig.

De agenda der vergadering vermeldde

een verslag van de secretarisgeneraal,

de Tsjech Hronek; het verslag

van de president Kenyon over de

conferentie van Genève, over de vrijheid

van de pers en de voorlichting;

een voorstel van de president tot

internationale uitwisseling van journalisten;

een resolutie, voorgesteld

door de Poolse delegatie, tiegen oorlogsophitsers;

een resolutie, voorgesteld

door de Hongaarse delegatie, ter

verdediging van progressieve journalisten.

Op voorstel van de Amerikaanse

gedelegeerde, Mr. Martin, werd bij

behandeling van het eerste punt van

de agenda besloten een commissie te

benoemen, die een voor allen aanvaardbare

resolutie KOU formuleren.

Deze commissie, die bestond uit de

gedelegeerden van Rusland, Amerika,

Engeland, Polen en Hongarije slaagde

na herhaalde pogingen tegen de middag

van de derde dag erin een tekst

te formuleren, die unaniem door de

Uitvoerende Raad werd aanvaard.

Onmiddellijk daarop diende de

Poolse delegatie een tweede lezing van

haar resolutie tegen oorlogsophitsers

in, waarin de pers van de Westelijke

landen, waaronder ook de Nederlandse

pers, van oorllogsophitsing werd

beschuldigd en waarin een aantal met

name genoemde Amerikaanse journalisten

werd gebrandmerkt. Onmiddellijk

hierop nam de vice-voorzitter van

de Internationale Organisatie, de Rus

Judin, het woord en richtte scherpe

aanvallen in het bijzonder tegen de

Amerikaanse en Engelse Nationale

Organisatie van Journalisten.

De Amerikaanse gedelegeerde verliet

hierop na een protest de vergadering,

terwijl de gedelegeerden van

Engeland, Zweden, Nederland en België

te kennen gaven, dat zij niet

langer aan de discussies zouden deelnemen;

mèt de gedelegeerden van

Oostenrijk hebben zij zich van deelneming

aan verdere stemmingen over

de resoluties onthouden.

Nadat lange propaganda-redevoeringen

gehouden waren, werden de

Poolse en Hongaarse resoluties door

de meerderheid der gedelegeerden

aanvaard.

[Daar deze zitting van de Uitvoerende

Raad dier I.O.J. gehouden werd kort

vóór het ter perse gaan van dit nummer

en de gedelegeerde der Federatie

zijn rapport nog aan de Federatie

moet uitbrengen, volstaan wij thans

met dit korte bericht. R*ed.]


Een doodgewoon verhaal

over een doodgewoon verschijnsel

Zo'n geestig raillerend stukje als

het „Vreemd verhaal over een wolk,

een stem, een draad en een vragend

mannetje" waarop collega Gerard

Werkman ons in het Novembernummer

van „De Journalist" heeft

vergast, zou eigenlijk een even grap.

pig antwoord verdienen. Maar afgezien

van de vraag, of een eenvoudig

perschef wel zoveel geest kan opbrengen

als zo'n hele echte en echte

hele journalist, heb ik mij te veel

geschaamd over het voorval, dat het

onderwerp van het vreemde verhaal

vormt, om er zo luchtigjes over te

kunnen schrijven. Ik heb mij geschaamd

over de wijze, waarop vele

journalisten tegenwoordig ons vak

beoefenen. Het is niet de eerste maal

dat deze klacht geuit wordt en naar

mate zij meer wordt vernomen, is er

minder reden om er grapjes over te

maken. Ik zal dus ernstig zijn.

Stalt U die feestelijke treinreis voor,

waarmede op 29 September 1948 de

voltooiing werd gevierd van de herelectrificatie

van ons spoorwegnet.

Een trein vol nieuws. Niet alleen de

President der N.S. en zijn staf; niet

alleen de spoorwegingenieurs, die

over alle onderdelen van de Nederlandse

vervoersvoorziening per rail

alles konden vertellen, maar ook de

leiders van tientallen grote industrieën:

Werkspoor, Heemaf, E.M.F.,

energie producerende bedrijven enz',

enz.

En in de handen van ieder der

aanwezige journalisten een lijst met

de namen en toenamen van al die

nieuwsbronnen!

Bovendien een zee van tijd — de

reis ging van Utrecht via Rotterdam,

Den Haag, Amsterdam terug naar

Utrecht — om zïeh aan die bronnen

te laven.

Eén verwijt, dat de dienaren van

de Konirigin der aarde nogal eens

treft, kon ditmaal niet gemaakt worden:

het verwijt der onbescheidenheid.

Integendeel. Onder de tientallen

journalisten waren er slechts drie,

uit wier handelingen de verzuchting

sprak: „Je meurs de soif auprès de

la fontaine" en die zich de moeite

gaven te trachten zich aan de aanwezige

fonteinen te laven. Die drie

. waren dé man van de Wereldomroep,

die met zijn hele apparatuur „aan

boord" was, een verslaggever van een

provinciaal dagblad en een piepjong,

maar intelligent en. beschaafd verslaggevertje

van een nieuwsblad.

Alle anderen toonden meer trek in

koffie, taartjes en sigaren, dan in

nieuws en bleven dus zitten.

Is het nu zo'n „vreemd verhaal",

dat de drie eerstgenoemden het

nieuws kregen ? De Wereldomroep op

zijn geluidsbandje, de twee anderen

op hun blocnote? En is dat nu de

schuld van die vermaledijde pers-

3hef?

I

Toch ging dat alles die perschef,

die ook zo'n beetje journalist is, aan

het hart. Hij vroeg daarom de P.C.

J.-man, of de andere journalisten, indien

zij dat wensten, het nieuws van

het geluidsbandje zouden mogen afluisteren,

want het was nieuws van

de ingenieur onder wiens leiding de

hele verdere electrificatie van Nederland

wordt uitgevoerd en van de N.

S.-radiospreker Dr. P. Th. Posthumus

Meijjes. Hij zou dit natuurlijk

nooit gedaan hebben, als het geluidshandje

b.v. door de AVRO was opgenomen,

maar de Wereldomroep wordt

hier te lande zo goed als niet beluisterd,

omdat de meeste ontvangtoestellen

daartoe ongeschikt zijn en de

meeste luisteraars in Nederland

daarvoor geen belangstelling hebben.

Van concurrentie radio-pers was

dus geen sprake. De P.C.J.-man had

dan ook geen bezwaar.

En de tot luisteren uitgenodigde

journalisten hadden evenmin be­

zwaar, ten spijt van de mededeling

van collega Werkman, dat zij „helaas

allen bedankten". Integendeel: allen

accepteerden, inclusief genoemde collega.

Eerst na enig beraad met zichzelf

kwam hij tot het inzicht, dat

deze wijze van nieuwsgaren eigenlijk

beneden zijn stand was. Zijn geweten

begon te spreken en dat pleit voor

dit journalistieke geweten. Ruggespraak

met andere, tot dusver slapende

collegiale gewetens, maakte ook

daze wakker. En gezamenlijk demonstreerden

de eigenaars dezer gewetens

toen Het bekend^ verschijnsel

van „de lange tenen'' tot dekking van

hun eigen insufficiently Te dien einde

werd toen het „Vreemd verhaal

enz." bedacht.

En wat deed de boze perschef? Hij

arrangeerde, tot soulaas van de betrapte

tenen, in het Centraal Station

te Amsterdam, een vraaggesprek tussen

de President der N.S. — slechts

één der versmade nieuwsbronnen' —

en de pers, bij welke gelegenheid deze

President aan zijn perschef letterlijk

moest vragen: „Meneer Aghina, wat

moet ik nu vertellen? want niemand

had iets te vragen!"

J. P. E. M. AGHINA,

Perschef N.S.

Lezingen Instituut voor Perswetenschap

Door het Instituut voor Perswetenschap

aan de Universiteit Amsterdam

wordt een serie bijeenkomsten

georganiseerd, bestemd voor journalisten

en voor hen die krachtens hun

beroep -bij het perswezen in ruime

zin zijn betrokken.

De bijeenkomsten worden in de

regel om de veertien dagen gehouden,

op Woensdagavond, in het gebouw

van het Instituut voor Perswetenschap,

Keizersgracht 604, Amsterdam-C,

aanvang 20 uur.

Na afloop van iedere voordracht

is er gelegenheid tot discussie en het

stellen van vragen. De toegang is

vrij.

In de

spreken:

komende maanden zullen

Woensdag 1 December

Spreker: Dr. M. van Blankenstein.

Onderwerp: De Journalistiek in de

internationale sfeer.

Woensdag 15 December

Spreekster: Mevr. Dr. W. H. Posthumus

- v. d. Goot. — Onderwerp:

De Vrouwenrubriek.

Woensdag 19 Januari

iSpreker: J. A. van Houten. — Onderwerp:

Functie en taak van de

Dienst Voorlichting Buitenland.

Woensdag 2 Februari

iSpreker: Dr. M, Schneider. — Onderwerp:

Geschiedenis van de Nederlandse

Krant.

Woensdag 16 Februari

Spreker: J. v. d. Kieft. — Onderwerp:

Bedrijfseconomische problemen

van het dagbladbedrijf. (Dit

is de eerste in een serie van vier

lezingen door de Heer v. d. Kieft

te houden.)

De overige spreekbeurten zullen in

volgende nummers van het orgaan

worden bekendgemaakt.

JONG JOURNALIST,

23 jaar, twee jaar werkzaam in.

journalistieke practijk, waarvan

een jaar zelfstandig, zoekt hem

passende werkkring bij nationaal

of provinciaal dag- of weekblad.

Liefst werkzaam in reportage of

op redactie buitenland.

Brieves onder Nr. 63/48, „De

Journalist", N.Z. Kolk 28, A'dam.

VERSLAGGEVER GEVRAAGD

Dagblad in het centrum des lands

zoekt prima, jonge

VERSLAGGEVER.

Gegadigden moeten beschikken

over een uitmuntende stijl, in

staat zijn grote reportages te

maken en ook de stadsrubriek

kunnen verzorgen. Zij, die een

universitaire opleiding genoten,

hebben de voorkeur.

Brieven onder No. 60/48, De

Journalist, N.Z. Kolk 28 A'dam.

13


Perslegitimatiekaarten 1949 der N.S.

De Nederlandse Spoorwegen stellen

voor het komende jaar wederom

perslegitimatiekaarten beschikbaar,

welke recht geven op reizen tegen

gereduceerd! tarief in alle klassen.

Teneinde tot een zo billijk mogelijke

verdeling van het beperkte aantal

kaarten te komen, is door de Nederlandse

Spoorwegen, in overleg

met de Adviescommissie Perslegitimatiekaarten

N.S., een gedetailleerde

regeling vastgesteld 1 , waarvan niet

zal kunnen worden afgeweken. De

genoemde Commissie — waarin de

N.D.P. 1945, de N.O.T.U., de N.N.P.,

de- N.O.P., de Vereniging Buitenlandse

Pers, de Ned. Ver. voor Fotojournalisten

en de Federatie vertegenwoordigd

zijn — zal ook. voor de

toepassing der vastgestelde regeling

als adviserende instantie optreden.

iDe voornaamste wijzigingen in de

tot dusver voor de verdeling geldende

regeling zijn:

1. dat dag"bladen, die tussen de

15.000 en de 30.000 abonné's hebben,

thans over twee kaarten i.p.v. over

één kaart kunnen beschikken;

2. dat ten behoeve van de gemeenschappelijke

redactionele staf

van groeperingen van regionale dagbladen,

waarbij tenminste 5 bladen

zijn aangesloten, een kaart zal worden

verstrekt.

3. dat ook free-lance journalisten

in bepaalde gevallen voor verstrekking

van een kaart in aanmerking

zullen komen (zie hieronder).

Aanvragen voor kaarten dienen

nimmer tot de Ned. Spoorwegen te

worden gericht; dergelijke aanvragen

zullen niet in behandeling

worden genomen. In de regel behoren

de aanvragen ook niet rechtstreeks

bij het Secretariaat der Adviescommissie

(gevestigd Federatiebureau,

N.Z. Kolk 28, Amsterdam)

te worden ingediend, daar deze in

eerste instantie door de 'betrokken

organisaties behandeld' zullen worden.

Een uitzondering is gemaakt

voor de aanvragen der dagbladen,

welke overeenkomstig een met de

N.D.P. getroffen regeling, rechtstreeks

door het Federatiebureau

zullen worden behandeld. De aanvragen

behoren te worden ingediend

met in aohtneming van de in circulaire

No. 143 d.d. 18 November 1948

van de N.D.P. gegeven voorschriften.

Regeling voor free-lances

De in aanmerking komende freelance-journalisten

kunnen rechtstreeks

bij het Federatie-secretariaat

hun aanvrage indienen.

T. Kaarten kunnen alleen worden

verstrekt aan de free-lances die

a. als hoofdberoep geheel zelfstan­

14

dig en rechtstreeks voor dagbladen,

tijdschriften of nieuwsbladen

werken;

b. lid zijn van een bij de Federatie

van Ned. Jou*nalisten aangesloten

vereniging;

c. door overlegging van tenminste

12 in het afgelopen jaar geplaatste

reportages, of op andere wijze

ten genoege van de Adviescommissie,

duidelijk kunnen aantonen dat

zij voor hun beroepswerkzaamheden

veel moeten reizen.

IT. Bij de aanvrage, welke in

duplo moet worden ingediend, behoort

te worden opgegeven:

a. naam en adres

b. journalistieke functie („free

lance")

c. het station der N*S. waar men

de kaart wenst af te halen.

III. De aanvrage dient vergezeld

te gaan van:

a. één pasfoto;

b. een bedrag van ƒ 0,75 in postzegels

ter dekking van de administratie-kosten

der commissie;

c. de boven sub I c bedoelde bewijsstukken

(aanvullende inlichtingen

dienen op' verzoek der Commissie

te worden verstrekt.

IV. Tenzij de aanvrage wordt afgewezen,

kan de kaart na ontvangst

van een door de NJS. verzonden kennisgeving

aaji het opgegeven station

worden afgehaald.

V. Met nadruk wordt nog óp het

volgende gewezen:

a. aanvragen, die niet aan de gestelde

eisen voldoen, worden niet

in behandeling genomen;

b. zodra de free-lance-journalistiek

niet meer het hoofdberoep van de

houder van een perslegitimatiekaart

uitmaakt, vervalt de kaart

en is de houder verplicht deze onmiddellijk

bij de Ned. Spoorwegen

in te leveren. Indien dit,niet geschiedt,

is hij aan de Ned. Spoorwegen

voor iedere maand of gedeelte

daarvan een bedrag verschuldigd

van tenminste ƒ 35,—

(zijnde het bedrag, verschuldigd

voor een vastrechtkaart, recht

gevend op het kopen van enkele

reisbiljetten 2e klasse tegen

halve prijs).

JOURNALIST

33 jaar, geroutineerd in stadsen

grotere reportages en in het

sportverslag, tevens bereid en in

staat voorkomende drukkerijwerkzaamheden

te verrichten,

zoekt plaatsing hij klein blad, bij

voorkeur in Overijsel of Gelderland.

Brieven onder Nr.: 66/48 De

Journalist, N.Z. Kolk 28, A'dam.

PERSRECELINC

SCHIPHOL

Het Bestuur der Federatie heeft

met de desbetreffende autoriteiten

van het Ministerie van Financiën

besprekingen gevoerd i.z. de toelating

van journalisten op Schiphol.

Door genoemd Ministerie is thans

een regeling vastgesteld, volgens

welke aan de redacties van dagbladen,

wier redacteuren in verband

met hun beroepswerkzaamheden, geregeld

op Schiphol komen, drie doorlopende

kaarten, ook geldig voor het

zogenaamd douanegebied, zullen

worden verstrekt. Deze regeling zal

voor de betrokkenen veel besparing

van tijd medebrengen, daar het telkens

aanvragen van een kaart met

de . nodige stempels van douane en

marechaussee dan komt te vervallen.

De dagbladen zijn reeds per telex

ingelicht over de wijze waarop kaarten

dienen te worden aangevraagd.

Bij incidentele bezoeken aan Schiphol

zal van keer tot keer de nodige

toestemming moeten worden gevraagd;

nagegaan zal worden of de

te dien opzichte geldende regeling

vereenvoudigd kan worden.

De bovenbedoelde faciliteit zal ook

worden uitgestrekt tot andere persinstanties,

die hiervoor wegens ge-.

regelde bezoeken aan Schiphol in

aanmerking komen.

Omtrent de uitreiking der kaarten

zullen betrokkenen t.z.t. bericht

ontvangen.

„Zonder nader adres"

Het „frappez toujours" indachtig

dringen wij er bij de leden nogmaals

op aan adreswijzingen onverwijld op

te geven. Iedere, maand worden

exemplaren van het orgaan en contributie-kwitanties

aan het Federatiebureau

geretourneerd met de vermelding

„zonder nader adres vertrokken".

Niet altijd is het mogelijk

het nieuwe adres op te- sporen, en in

ieder geval kost dit nodeloos tijd en

moeite. Na verloop van, soms zeer

lange, tijd komen de betrokkenen er

zich dan over beklagen, dat zij nooit

het orgaan ontvangen of dat hun

nooit contributie-kwitanties worden

aangeboden!. Daalt ieder lid,,. dat

verhuist, daarvan onverwijld mededeling

doen aan het Federatiebureau,

NJZ. Kolk 28, Amsterdam. En laten

alle leden, die klachten mochten hebben

over onjuiste adressering of niettoezending

van het orgaan of van

contributie-kwitanties daarvan rechtstreeks

mededeling doen aan het

Federatiebureau, zodat dit kan nagaan

waar een eventuele fout schuilt.


Bezet gebied

CHARIVARIA Mijnheer de Redacteur...

U hebt er niets te zoeken dan ademnood.

(Vrije Volk).

Een meer efficiënt gebruik van het

paard in het bedrijf, middels een deskundig

rij- en menonderricht. (N. R. C).

Geldinzamelingsacties, die middels gewone

radiospeeches geld in het laad je

brengen. (Volkskrant).

Dit begeesterend woord. (Schoolblad).

Wanneer men eerst het Leerboek der

Psychologie heeft doorgenomen

„ (Schoolblad).

De kleine Arabier kan een oorlog beëindigen.

(Groene).

De zeer in- zijn eigen rhetoriek verliefde

Manuilski. (Tijd).

Een Kuuroord op de Veluwe. (N. R. C).

Het Brusseler Pavt van Vijf.

(Vrije Volk).

Binnen het raam der organisatie.

(N. R. C.j.

Haar techniek is niet moeiteloos genoeg.

(Vrije Volk).

Dageraad der vrijheid

Men verheelt zich niet dat de droeve

noodzaak van het consolideren van de

Westeuropese verdediging ongetwijfeld

de desbetreffende staten er toe zal dwingen

werkkrachten en economische mogelijkheden

voor militaire doeleinden aan

te wenden. (Vrije Volk).

Dat gaat zo: je wilt schrijven,

„betreffende"; te rechter tijd herinner

je je dat dit Duits is en je aarzelt...

wat is ook weer het Nederlandse

woord voor „betreffende"...

o ja, „desbetreffende", en ziedaar,

het staat er. Van hier af in het nog

een lange weg voor je gewoon, en

zonder eerst in het Duits te denken,

„betrokken" schrijft, maar de eerste

stap is gezet. Volhard en waak.

Er naast

Naast al die moorden bleek, dat Schaap

een van de ergste beulen van het Schol-,

tenshuis was geweest. (Alg. Htal.).

Haarcultuur

Hij verklaarde, dat de regering de departementale

verkiezingen heeft ingesteld

om haar geheel en al af te schaffen.

(Vrije Volk).

Het is Discipulus bekend dat dit

goed is. Precies volgens „de" grammatica.

Dat is juist het grappige er

van. Snapt u ? •

Een raadgeving ...

Een zin mag b.v. uit niet meer dan 19

woorden bestaan en 100 woorden mogen

hoogstens 150 lettergrepen bevatten '

Associated. Press., stelde een memorandum

op voor haar employe's, waarin

deze voor de keuze werden geplaatst: —

Zeg het kort of anders er uit! Adj.

Directeur Alan Gould verklaarde: „Maar

al te vaak zoeken we naar de ingewikkeldste

manier om de eenvoudgste dingen

te zeggen."

Mij dunkt, dat ook menige Nederlandse

journalist dit eenvoudige lesje ter harte

kan nemen!

(C. Ba'llintijn in De Journalist van

Juni 1948).

.... en een voorbeeld

Nu de eigenares van het vliegveld

Ypenburg in enige hoogstaande nota's

de aandacht heeft gevestigd op de mogelijkheid

om op weinig kostbare en

snelle wijze dit luchtvaartterrein uit te

breiden tot een luchthaven van zodanige'

aard en capaciteit, dat dit voorlopig de

meest dringende behoeften van Rotterdam

zou kunnen bevredigen, en nu enige

Rotterdamse week- en dagbladen hierin

aanleiding vonden om het gesprek over

de vliegveldquaestie-Rotterdam meer

perspectief te verlenen, kan het goed

zijn te waarschuwen voor het hervatten

van een strijd met woorden over deze

aangelegenheid, welke maar al te gauw

m onvruchtbare geprikkeldheid kan ont

aarden.

(„Van Geachte Rotterdamse zijde"

in de N. R. C. van 13 Oct. 1948).

Alleen nog maar slechts

Op deze eerste zittingsdag worden nog

maar slechts de verschillende functies

verdeeld. (Vrije Volk).

Onder meesters -

Een van de meest eenvoudige, ingetogene,

maar wellicht een der meest zuivere

„HSaagse Scholieren". (Parool).

De wal keert het vliegtuig

Ik zie met verlangen het ogenblik tegemoet,

dat ik voet aan wal zet in Schiphol.

(Parool).

Eerlijk duurt het langst

In een adres aan regering en volksvertegenwoordiging

hebben de organisaties

van notarissen, accountants

en belastingconsulenten er op gewezen

dat hun leden door de aard van

hun beroep regelmatig m aanraking

komen met de moeilijkheden

van de belastingwetgeving. 't Is

bizonder prettig te weten dat althans

deze heren zich niet aan onregelmatigheden

schuldig maken.

Acrobatie op de renbaan

Messina kon niet meer verliezen en

liep zelfs nog een tiental meter op Dupont

uit, die in de laatste twee ronden

met alleen meer met zijn armen maar

met zrjn hele lichaam fietste.

„. , (Kennemerland) 1 .

a&a die man misschien geen benen?

Nieuw Nederlands

En terwijl de inrichters het feest aftasten....

(HM., Antwerpen).

In vertrouwvol beraad. (Tijd).

Vrijheid en onafhankelijkheid v.M

waarlijke nationalisten. - Een staaltje

van waarlijke heldenmoed. (Vrije Volk).

Een waarlijke democratie. (Elsevier).

Met welk recht?

Het naar buiten trekken van de tong

en deze op de kin gedrukt houden door

een das om kin en nek heeft geen zin.

Ten eerste glibbert de tong onder de das

uit en ten tweede wordt de onderkaak

met tongbodem daarbij zo sterk naar

achter getrokken dat afsluiting van de

luchtweg nu met recht kan volgen.

(Het Ned. Rode Kruis).

TE VEE GEGAAN

Een enkel woord over de publicatie

door verschillende bladen van de

ontstellende bijzonderheden inzake

de moord te Enkhuizen, ons allen

verstrekt door het A.N.P.

In gemoede: is hiermee niet te ver

gegaan ?...

Een blad dat zichzelf respecteert

en door het gehele gezin gelezen

wordt., kan zich moeilijk veroorloven

zekere grenzen te overschrijden.

In zijn hart zal iedere journalist,

die dit relaas ter behandeling ontving,

gevoeld hebben: „Dit gaat te

ver!", tenzij het algemeen belang

hem koud laat en hij de sensatielust

van het publiek in elk opzicht tegemoet

wil komen, dan wel prikkelen.

Ofwel zodanige bijzonderheden publiceert

uit angst bij anderen ten

achter te komen.

Het feit, dat sommige redacties

het artikel zelfs van een — al of niet

zoetsappig — „paedagogisch" commentaar

meenden te moeten' voorzien,

lijkt mij niet meer dan een armzalig

doekje voor 't bloeden.

Een waarschuwing tegen demoralisatie

kan waarlijk wel op een andere

en meer verantwoorde wijze geschieden

dan door een dergelijke

voor vele naturen opwindende en

geestelijk verwarrende opsomming

van overigens spannend beschreven

détails.

Het nadeel dat hierdoor ontstaat

is m.i. groter dan het zogenaamde

voordeel.

Nee: de kneep zit 'm m.i. ergens

anders en ligt in %e richting der buitenlandse

„boulevard"-bladen.

Het afglijden van het eertijds fatsoenlijke

peil der Nederlandse journalistiek

is door deze houding van

diverse bladen weer eens onomstotelijk

gebleken. .

Gelukkig waren er ook redacties,

die hun juiste taak onderkenden.

Wanneer komt de tijd, dat wij allen

weer weten, wat behoorlijk of onbehoorlijk

is?...

Oegstgeest.

TH. J. HANNEMA

1EERLING-JOURNALIST

Jongeman, 25 jaar, Gymnasium

B, 3 jaar academische vorming,

veelzijdige belangstelling, zag zich

gaarne geplaatst als leerlingjournalist

in een der grote steden

in het Westen des lands.

Brieven onder No. 64/48, „De

Journalist", N.Z. Kolk 28 A'dam.

B.Z.A. JONG ONDERWIJZER,

23, jaar, met ervaring op het gebied

van taalkunde, toneel, folklore

en algemeen-culturele beschouwingen,

als journalist, medewerker

of rubriekverzorger.

Brieven onder No. 61/48, De

Journalist, N.Z. Kolk 28, A'dam.

15


„Het merkwaardige van deze uitgave, die - zich terecht Keesings

„Historisch Archief noemt.... is, dat zij zonder de kranten, de wereld-

„pers in de ruimste betekenis van het woord, feitelijk niet zou kun-

„nen verschijnen, terwijl het omgekeerd haast ondenkbaar is, dat

„kYantenmensen of particulieren het zonder deze uitgave ztmden

„kunnen stellen."

Dr. K. Baschwitz: De Krant door alle tijden, blz. 2901).

HISTORISCH ARCHIEF

behoeft zich U nauwelijks meer voor te stellen.

Wie weet toeter dan een journalist, dat het gevaarlijk is te vertrouwen op het geheugen '

De stroom van feiten is zo overstelpend, de problemen zo velerlei en zo ingewikkeld dat' geen journalist

*én Nederland^ n^hVirf^ ^ b . eh ° orli J ke - ^^kkelgk te hanteren documentatie. Er ILtaatTecht

de VOP vnf-f L^,n 6 V ° nmisbaar v °°* J « lere journalist - welke de hedendaagse geschiedenis op

de voet volgt door van week tot week vast te leggen, wat er aan belangrijks in de wereld geschiedt:

KEESINGS HISTORISCH ARCHIEF dagboek van het hedendaagse wereldgebeuren

met een om de week bijgewerkte index.

„Het is duidelijk, overzichtelijk en praktisch ingedeeld,

terwijl de systematische en alfabetische indices

het opzoeken gemakkelijk maken."

Haagsch Dagblad, Den Haag.

Het werd van de oprichting af geapprecieerd

„Keur Keesing (18 K.)! Systematisch, handig, bruikbaar

in 101 gevallen." De Maasbode, Rotterdam.

(De Redactie van „De Maasbode" gaf ons toestemming

deze, in 1933 afgegeven beoordeling, hier onveranderd af

te drukken).

om zijn gemakkelijke hanteerbaarheid,

„Keesings Historisch Archief is een onmisbaar

naslagwerk bij het aanvullen (en soms ook corrigeren)

van de berichten der persbureaux en bij het

schrijven van commentaren. Door de volledigheid en

gemakkelijke fmnteerbaarheid bespaart K.H.A. veel

tijdrovend archiefwerk."

Prov. Overijsselsclve en Zwolsche Courant,

Zwolle.

betrouwbaarheid,

„Het helpt ons niet alleen als toetssteen voor ons

geheugen, het geeft daarenboven betrouwbaar alles,

wat wij op een bepaald moment precies willen weten.

Keesing's Historisch Archief heeft ons • nog nimmer

in de steek gelaten."

Utrechtsch Nieuipsblad, Utrecht.

concrete en overzichtelijke gegevens,

„Het is, dank zij het Archief, mogelijk in kort

tijdsbestek over alle gebeurtenissen in het jongste

verleden concrete en overzichtelijke gegevens te

verkrijgen."

Nieuwe Courant, 's-Gravenhage.

naslagmogelijkheden,

.„Reeds (meer dan) 15 jaar raadplegen wij met

genoegen Keesings Historisch Archief, de belangrijke

en onmisbare gids voor het naslaan van de wereldgebeurtenissen."

Dagblad „De Tijd", Amsterdam.

en om zijn practische inrichting.

, van Uw Historisch Archief met voldoening een

geregeld gebruik gemaakt wordt voor het naslaan

van gebeuriijkheden en dat de inrichting ons tot

dusverre alleszins voldoet."

Leidsch Dagblad N.V., Leiden.

Men noemt Ihet onmisbaar,

„Keesings Historisch Archief is in de loop van vele

jaren een onmisbare vraagbaak gebleken voor de

redactie buitenland."

Prov. Zeeuwse Courant, Vlissingen.

betrouwbaar,

„ . .. Keesings Historisch Archief bij onze redactie ...

een groot gemak en een betrouwbare- bron van

informatie op menig gebied betekent."'

^N.V. Botterdamsch Nieuwsblad, Rotterdam.

een dagelijks gebruiksvoorwerp,

„ .. .Juist de veelheid van gebeurtenissen ... maakt

het voor een redactie Onmogelijk op het geheugen

af te gaan, zodat een systeem, waarin men vlot

bijzonderheden kan naslaan, onmisbaar ds voor een

juiste voorlichting van die lezerskring... Het behoort

daarom tot de onmisbare dagelijkse gebruiksvoorwerpen

van den dagblad-redacteur."

Enkhuizer Courant N.V., Enkhuisen,

een moeilijk te ontberen hulpmiddel

„Wij zouden het niet gaarne zonder K.H.A. stellen,

dat een moeilijk te ontberen hulpmiddel is om

op elk ogenblik de actuele onderwerpen tegen de

achtergrond der voorafgaande ontwikkeling te

bezien." Leeuwarder Courant, Leeuwarden.

en een onmisbaar naslagwerk.

„K.H.A. voldoet o.i. zeker aan de verwachtingen en

is als naslagwerk wel haast onmisbaar geworden."

Arnhemse Courant, Arnhem.

„Gedurende de vele jaren, waarin onze redactie van

Keesings Historisch Archief gebruik maakt van

documentatie, als „naslagwerk" enz. is de grote

waarde van dit archief gebleken. Wij kunnen verklaren,

dat Keesings Historisch Archief bepaald

onmisbaar voor onze redactie is geworden."

Hëbnondse Courant, Helmond.

KEESINGS HISTORISCH ARCHIEF is verkrijgbaar in:

a. wekelijkse uitvoering a ƒ30.— per jaar; b. maandelijkse uitvoering a ƒ15.— per jaar.

i) Binnenkort verschijnt bij de Uitgeverij Keesing de tweede, geheel bijgewerkte druk van dit boek van de

inmiddels tot hoogleraar benoemde Prof. Dr. K. Baschwitz.

BON (JllSt) Aan KEESINGS HISTORISCH ARCHIEF, Ruysdaelstraat 71, Amsterdam. Z.

U gelieve mij nadere inlichtingen te ver strekken omtrent Keesings Historisch Archief.

Naam: ;.„ Adres: .Woonplaats

More magazines by this user
Similar magazines