Periodiek over landschapsarchitectuur, ruimtelijke planning ... - Topos
Periodiek over landschapsarchitectuur, ruimtelijke planning ... - Topos
Periodiek over landschapsarchitectuur, ruimtelijke planning ... - Topos
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Jaargang 19<br />
Nummer 1<br />
2009<br />
7 euro<br />
TOPOS<br />
<strong>Periodiek</strong> <strong>over</strong> <strong>landschapsarchitectuur</strong>, <strong>ruimtelijke</strong> <strong>planning</strong> en sociaal-<strong>ruimtelijke</strong> analyse<br />
Ik wil!<br />
topos.indd 1 11-11-2009 17:06:30
I n h o u d<br />
2 TOPOS / 01 / 2009<br />
Artikelen<br />
Tussen incommensurabel en<br />
commensurabel landgebruik<br />
Wijnand Boonstra<br />
Vrijheid of macht?<br />
Jelle Belhagel<br />
Stadionpark<br />
Bart Wubben<br />
De barsten in het landschap: een collage<br />
Diversen<br />
Kazachstan<br />
Robert Jan ter Kuile<br />
topos.indd 2 11-11-2009 17:06:34<br />
10<br />
14<br />
20<br />
24<br />
28<br />
10<br />
14<br />
20<br />
24<br />
28
06<br />
18<br />
33<br />
38<br />
42<br />
Rubrieken<br />
05<br />
06<br />
09<br />
18<br />
27<br />
46<br />
Redactioneel<br />
Diederik vander Loo<br />
Caperton<br />
Sanne Broekhof<br />
Column<br />
Kirstof van Assche<br />
MOOI! North Carolina<br />
Peter Davids<br />
Column<br />
Joren Jacobs<br />
Boeken<br />
Onderwijs<br />
33<br />
38<br />
42<br />
De toekomst van een adaptieve Afsluitdijk<br />
Monique Sperling<br />
Groene steden, gezonde steden?<br />
Margreet Smit<br />
A delicious leisure activity<br />
Maartje Bulkens<br />
TOPOS / 01 / 2009 3<br />
topos.indd 3 11-11-2009 17:06:36
topos.indd 4 11-11-2009 17:06:37
Redactioneel<br />
‘Ik wil, ik wil, wat jij niet wilt’<br />
Het mag enige tijd geduurd hebben, hier verschijnt dan toch de nieuwe<br />
<strong>Topos</strong>. De titel geeft al een hint naar het thema: in deze <strong>Topos</strong> staan<br />
ethiek en waardeconflicten in de <strong>planning</strong> en architectuur centraal.<br />
Strijdige belangen en wensen zijn waardeconflicten bij uitstek: onder<br />
deze verschillende wensen en belangen liggen verschillende wereldbeelden,<br />
waardoor mensen aan dezelfde activiteiten een andere prioriteit<br />
geven. Ik wil iets anders dan jij wilt, en dat kunnen we niet allebei<br />
hebben. Daarom hebben wij een conflict met elkaar dat een effect<br />
heeft op hoe wij de ruimte inrichten, en het proces daartoe: daarom<br />
hebben wij planners en landschapsarchitecten werk.<br />
Sinds een paar jaar bestaat er binnen de master studie van Landschapsarchitectuur<br />
en Ruimtelijke Planning een vak <strong>over</strong> filosofie en<br />
ethiek wat hier aandacht aan besteed. Inspiratie te <strong>over</strong> voor een<br />
<strong>Topos</strong> thema, op het eerste gezicht. Maar ook een kans om eens wat<br />
dieper te graven in de filosofische achtergrond van ons vakgebied.<br />
Want zijn zinsnedes als ‘afwegingen maken’ en ‘alternatieven vergelijken’<br />
niet gesneden koek voor de meeste planners en architecten?<br />
Wat betekent het voor ons vakgebied wanneer deze monistische kijk<br />
op waardes – monistisch betekent ‘heeft slechts één aard’, kan slechts<br />
op één wijze begrepen worden – de dominante is? In dat geval is een<br />
waardeconflict slechts een meting: van de verschillende voordelen en<br />
geschade belangen wordt een gemeenschappelijke ‘totaalwaarde’<br />
berekend, waarmee het grootste goed voor de meeste mensen altijd<br />
de beste oplossing is. Wanneer men een pluralistische kijk op waardes<br />
toepast worden waardes niet te vergelijken geacht. De ene waarde<br />
kan voor verschillende mensen op verschillende manieren worden<br />
uitgelegd. Maar het kan ook zo zijn dat de waardes inherent niet te<br />
vergelijken zijn met elkaar.<br />
Nu planologie en architectuur een grotere focus hebben op democratische<br />
methodes, zoals participatieve <strong>planning</strong> of community <strong>planning</strong>,<br />
hebben meningsverschillen ook grotere effecten. Verschillende gedachtes<br />
<strong>over</strong> hoe de ruimte ingericht moet worden, worden niet meer<br />
onder de voet gelopen door autocratische planners of politici ‘die het<br />
beter weten’. Verschillende meningen kunnen planprocessen ophouden<br />
of vertragen. In de <strong>planning</strong> en architectuur word het omgaan met<br />
waardeconflicten dus veel belangrijker. Maar hoe doe je dat?<br />
In deze <strong>Topos</strong> bevinden zich bespiegelingen <strong>over</strong> waar democratische<br />
methodes nu uit bestaan, en hoe zij met dit pluralisme in de<br />
maatschappij omgaan. Dit behelst niet alleen theoretische stukken<br />
voor studeerkamergeleerden, ook <strong>over</strong>heden worstelen dagelijks hoe<br />
zij met een mondige burger om moeten gaan, zoals Bart Wubben<br />
toelicht in het artikel <strong>over</strong> conflicten rondom een sportpark in Rotterdam.<br />
Met dit nummer “Ik wil!” wensen wij u veel leesplezier toe.<br />
Diederik van der Loo<br />
Eindredacteur ‘Ik wil!’<br />
TOPOS / 01 / 2009 5<br />
topos.indd 5 11-11-2009 17:06:38
Caperton<br />
In de rubriek Caperton doet de redactie van TOPOS verslag<br />
van nieuws in de categoriën ‘onderwijs’, ‘onderzoek’, ‘praktijk’<br />
en ‘aankondigingen’. Caperton is de naam van het land<br />
tussen twee afwateringskanalen van verschillende dorpen.<br />
Het is het land tussen verschillende werelden; de plek waar<br />
nieuws zich kan verzamelen.<br />
6 TOPOS / 01 / 2009<br />
Prof.dr.ir. Adri van den Brink nieuwe<br />
hoogleraar Landschapsarchitectuur<br />
Prof. Adri van den Brink is per 1 oktober 2009 benoemd tot<br />
hoogleraar Landschapsarchitectuur. Hij volgt prof.dr. Jusuck Koh<br />
op die als hoogleraar aan de leerstoelgroep verbonden blijft en zich<br />
vooral zal toeleggen op ontwerp en onderwijs, mede in internationale<br />
context.<br />
Prof.dr.ir. Adri van den Brink (Velsen,<br />
1953) studeerde Cultuurtechniek en<br />
promoveerde op een agrarisch-economisch<br />
onderwerp, beide in Wageningen.<br />
Hij werkte tot eind 2008 bij Dienst<br />
Landelijk Gebied in Utrecht, waar hij zich<br />
concentreerde op de ontwikkeling van het<br />
landinrichtingsbeleid en op het onderzoek<br />
ten behoeve van landinrichting. Sinds 1<br />
januari j.l. is prof. Van den Brink eindverantwoordelijk<br />
manager van de leerstoelgroep<br />
Landschapsarchitectuur.<br />
In 1993 werd hij aan Wageningen University in deeltijd benoemd tot<br />
hoogleraar bij de leerstoelgroep Landgebruiks<strong>planning</strong>. In die<br />
functie hield hij zich bezig met de integrale gebiedsontwikkeling van<br />
het metropolitane landschap. In verband met zijn benoeming tot<br />
hoogleraar Landschapsarchitectuur heeft prof. Van den Brink deze<br />
leeropdracht neergelegd.<br />
Prof. Van den Brink zal vooral aandacht besteden aan de verdere<br />
wetenschappelijke verdieping van de <strong>landschapsarchitectuur</strong> via<br />
(promotie-)onderzoek. Aanhechting bij de internationale academische<br />
gemeenschap is daarbij van belang. Tegelijkertijd zullen de<br />
banden met de Nederlandse beroepspraktijk worden aangehaald.<br />
bron: http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/<br />
b091020.htm<br />
Het Nationale Openbare Ruimte Congres, Ede<br />
Het CROW en het vakblad Stedelijk Interieur organiseren op 24<br />
november voor de tweede keer gezamenlijk het Nationale Openbare<br />
Ruimte Congres. Thema van dit congres is ‘samenwerken en<br />
verbinden’, waarbij de vraag centraal staat hoe de openbare ruimte<br />
in de toekomst duurzamer gebruikt kan worden. Het congres wordt<br />
ingeleid door Lars Gemzøe van Gehl Architects uit Kopenhagen,<br />
Edward Stigter, programmadirecteur Mooi Nederland en Lodewijk<br />
Baljon. Daarnaast zijn er een groot aantal parallelsessies en wordt<br />
de winnaar van de Stedelijk Interieur Studenten Award 2009<br />
bekend gemaakt. Voor meer informatie <strong>over</strong> het programma en<br />
aanmelden zie http://www.nationaalopenbareruimtecongres.nl.<br />
Wijzigingen Wet op de Architectentitel<br />
Deze zomer stuurde het kabinet een voorstel tot wijziging van de<br />
Wet op de Architectentitel (WAT) naar de Tweede Kamer. Op 2<br />
september heeft de Vaste commissie voor VROM van de Tweede<br />
Kamer het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de architectentitel<br />
in behandeling genomen.<br />
De belangrijkste veranderingen van de Wet op de Architectentitel<br />
hebben betrekking op de voorwaarden voor inschrijving in het<br />
architectenregister. Om de titel van architect, stedenbouwkundige,<br />
tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect te mogen voeren,<br />
dient naast het vereiste diploma, een tweejarige beroepservaringperiode<br />
te zijn doorlopen. Daarmee gaat Nederland meer in de pas<br />
lopen met landen zoals België, Duitsland, Engeland en Frankrijk,<br />
die reeds een verplichte beroepservaringperiode kennen. De<br />
beroepservaringperiode is in de afgelopen jaren uitvoerig en succesvol<br />
getest tijdens Het Experiment, dat onder auspiciën van de<br />
Stichting Beroepservaring Jonge Architecten wordt georganiseerd.<br />
Naast de verplichte beroepservaringperiode heeft de WAT betrekking<br />
op de uitbreiding van bij- en nascholing voor stedenbouwkundigen<br />
en tuin- en landschapsarchitecten, de mogelijkheid om in<br />
meer dan één categorie van het Architectenregister ingeschreven te<br />
worden, de introductie van een Masterdiploma voor interieurarchitecten<br />
en de informatieplicht aan (potentiële) opdrachtgevers.<br />
Erik de Jong benoemd tot bijzonder<br />
hoogleraar<br />
Erik de Jong is per 1 september 2009 benoemd tot bijzonder<br />
hoogleraar Cultuur, Landschap en Natuur aan de Universiteit van<br />
Amsterdam. Deze zogenaamde Artisleerstoel is ingesteld op<br />
voordracht van de Stichting Natura Artis Magistra en het Fonds<br />
Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst, beide te Amsterdam.<br />
Natura Artis Magistra (de natuur is de leermeesteres van de kunst<br />
en wetenschap) is het uitgangspunt van deze bijzondere leerstoel,<br />
waarbij drie thema’s centraal staan. Ten eerste de relatie tussen<br />
cultuur en natuur, waar de natuur in brede zin wordt benaderd. Ten<br />
tweede het waarborgen van erfgoed: zowel natuurhistorisch als<br />
landschappelijk, cultuurhistorisch en architectonisch. Een derde<br />
thema is een onderzoek naar de actuele betekenis van het 19e en<br />
20e-eeuwse stadspark en zijn mogelijkheden voor de hedendaagse<br />
stedelijke ontwikkeling. Dit laat zien dat de leeropdracht breed is<br />
geformuleerd, met veel belangstelling voor het positioneren van de<br />
<strong>landschapsarchitectuur</strong> en de behoefte science and art in de humanities<br />
met elkaar te verbinden.<br />
topos.indd 6 11-11-2009 17:06:39
Promotie Jeroen Neuvel<br />
Op 21 oktober jl. is Jeroen Neuvel bij A. van den Brink (WU) en H.<br />
J. Scholten (VU). De titel van zijn proefschrift luidt “Geographical<br />
dimensions of risk management. The contribution of spatial<br />
<strong>planning</strong> and geo-ICT to risk reduction”. De belangrijkste conclu-<br />
sies van het onderzoek zijn hieronder samengevat.<br />
Geographical information systems can offer<br />
insights into the possibilities for emergency<br />
response and the possibilities for self help<br />
during a disaster, such as a flooding or<br />
explosions. Based on this information,<br />
proposed housing areas can be adapted. The<br />
building site can be elevated or ‘safe havens’<br />
for shelter can be created. Nevertheless, such<br />
information was hardly taken into consideration<br />
in local spatial <strong>planning</strong> practices, especially with respect to<br />
flood risks. Local g<strong>over</strong>nments did not feel themselves responsible<br />
for the reduction of potential flood consequences. As a result,<br />
urban developments still take place in flood prone areas. Higher tier<br />
g<strong>over</strong>nments, safety regions and water boards are therefore called<br />
on to pay extra attention to lower-tier g<strong>over</strong>nments and to support<br />
them through guidelines and recommendation about the management<br />
of flood risk and to monitor the implementation of these<br />
guidelines and recommendations.<br />
Internationaal Gebiedsontwikkeling<br />
Congres Hembrugterrein, Zaanstad<br />
Gebiedsontwikkeling is een complex proces, in Nederland maar<br />
ook in het buitenland. Wat kunnen we nu van elkaar leren? Het<br />
Internationaal Gebiedsontwikkeling Congres brengt op 1 december<br />
de laatste ontwikkelingen <strong>over</strong> de praktijk van gebiedsontwikkeling<br />
in Nederland en andere landen samen. Tijdens het congres zijn er<br />
bijdragen van vooraanstaande en deskundige sprekers als Elco<br />
Brinkman, Chris Kuijpers, Adriaan Geuze, Peter Bishop en Prof.<br />
Fulong Wu. Voor meer informatie <strong>over</strong> het programma en aanmelden<br />
zie www.internationaalgebiedsontwikkelingcongres.nl<br />
Seminar ‘Zelforganisatie: <strong>over</strong> de relatie<br />
tussen formele en informele netwerken bij<br />
<strong>ruimtelijke</strong> ontwikkelingen’<br />
Eindhoven, februari 2009<br />
Afgelopen februari vond er bij ingenieursbureau DHV in Eindhoven<br />
een seminar plaats <strong>over</strong> formele en informele netwerken bij<br />
<strong>ruimtelijke</strong> ontwikkelingen. Noelle Aarts opende de ochtend met<br />
een presentatie <strong>over</strong> haar onderzoek naar zelforganisatie in collectieve<br />
woondomeinen. In haar onderzoek vergeleek ze twee cases:<br />
De Amsterdamse Doe-Het-Zelf Maatschappij en de Golfresidentie<br />
in Dronten. Beide groepen hebben zich afgesloten van de buitenwereld<br />
en organiseren hun woongemeenschap zelf. Opvallende<br />
conclusie was dan ook, Amsterdammers en Golfers lijken meer op<br />
elkaar dan je op het eerste gezicht zou denken.<br />
Het wetenschappelijke verhaal van Noelle werd opgevolgd door<br />
een verhaal uit de praktijk van Rini Biemans. Met zijn bureau<br />
Creatief Beheer maakt hij met behulp van integrale wijkontwikkeling<br />
prachtwijken van achterstandswijken. De aanpak werkt goed en<br />
werkt aanstekelijk, steeds meer mensen vragen om integrale wijkontwikkeling.<br />
Na een korte pauze wordt het verhaal van Rini opgevolgd door een<br />
meer theoretisch verhaal van Sophie Rousseau. Dat is ook een van<br />
de belangrijke doelen van de dag: de theorie en praktijk dichter bij<br />
elkaar brengen. Sophie heeft een interessant verhaal <strong>over</strong> formele en<br />
informele stedenbouw in Parijs. Haar Franse blik op Nederland<br />
geeft de dag een vernieuwende dimensie. Aan het eind van de<br />
middag vertelt Jasper de Vries <strong>over</strong> zijn onderzoek “Vertrouwen als<br />
samenwerkingsmechanisme”. In een tweetal cases heeft hij de<br />
verschillende aanpakken van de <strong>over</strong>heid tegen elkaar afgezet en de<br />
effecten, die deze aanpak hadden op het vertrouwen bij de lokale<br />
bevolking geanalyseerd.<br />
Al met al was het een zeer interessante en afwisselende dag, die de<br />
theorie en praktijk zeker een stapje dichter naar elkaar toe heeft<br />
gebracht. Niet onbelangrijk daarbij was de afsluitende borrel, waar<br />
menig visitekaartje werd uitgewisseld.<br />
4e Internationale Architectuur Biënnale<br />
Rotterdam<br />
24 september 2009 - 10 januari 2010<br />
Met drie grote tentoonstellingen en voor het eerst dit jaar ook een<br />
onderdeel in Amsterdam, opende de 4e Internationale Architectuur<br />
Biënnale Rotterdam (IABR) op 24 september haar deuren. De 4e<br />
IABR heeft als hoofdthema de tentoonstelling Open City: Designing<br />
Coexistence. De hoofdtentoonstelling bevindt zich in het<br />
Nederlands Architectuur instituut.<br />
De IABR is een internationale biënnale gericht op stedelijk onderzoek<br />
en opgericht in 2001 in de <strong>over</strong>tuiging dat architectuur van<br />
publiek belang is. Het is een internationaal evenement met tentoonstellingen,<br />
conferenties, lezingen en andere activiteiten gewijd aan<br />
thema’s op het gebied van architectuur en stedenbouw.<br />
Gedurende de 4e IABR wordt een omvangrijk programma, bestaande<br />
uit o.a. debatten, lezingen, theater en filmvertoningen, georganiseerd<br />
in het NAi. George Brugmans, directeur van de IABR:<br />
‘Architectuur gaat <strong>over</strong> meer dan architectuur alleen, op die belangrijke<br />
vaststelling vinden IABR en NAi elkaar.’ IABR en NAi<br />
onderstrepen beide de noodzaak van een hernieuwd politiek en<br />
maatschappelijk engagement met de toekomst van onze steden.<br />
Tweede Kamer neemt Wabo aan<br />
Den Haag, 3 juli 2009<br />
Afgelopen juli heeft de Tweede Kamer met grote meerderheid de<br />
nieuwe Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangenomen.<br />
Eerder was er enige ophef ontstaan om het vergunningvrij bouwen.<br />
Zo zou het mogelijk zijn geworden voor bedrijven en burgers op<br />
hun eigen erf bijgebouwen oprichten zonder vergunning. Met<br />
enkele amendementen zijn de diverse partijen nu verplicht een<br />
sterkere relatie met het bestemmingsplan van de gemeente aan te<br />
houden. Bouwwerken die al vergunningvrij waren blijven dat.<br />
bron: Ministerie van VROM<br />
TOPOS / 01 / 2009<br />
topos.indd 7 11-11-2009 17:06:40<br />
7
8 TOPOS / 01 / 2009<br />
IFLA genomineerden bekend gemaakt<br />
Uit 200 inzendingen van <strong>over</strong> de hele wereld zijn in september de<br />
25 genomineerde voor de IFLA competition bekend gemaakt.<br />
Twee studentprojecten van de Leerstoelgroep Landschapsarchitectuur<br />
zijn genomineerd, als enige van de Europese inzendingen.<br />
Het gaat om het project van Miranda Schut en Ilse Verwer getiteld<br />
‘Restructuring the Resettled Landscape - triggering a green revolution<br />
via infrastructure in the riparian zone of the Volta Lake,<br />
Ghana.’ en het project van Jorrit Noordhuizen getiteld ‘The Wetlandse<br />
Archipelago - rethinking a Dutch ‘polder-landscape’ when<br />
climate is changing, using landscape logics’.<br />
De International Labour Organisation<br />
definieert Landschapsarchitectuur<br />
September, 2009<br />
Volgens de NVTL nieuwsbrief, heeft de International Labour<br />
Organisation van de Verenigde Naties zich gebogen <strong>over</strong> de vraag<br />
“wat is nu een landschapsarchitect?” met het volgende resultaat:<br />
Landscape architects plan and design landscapes and open spaces<br />
for projects such as, parks, schools, institutions, roads, external<br />
areas for commercial, industrial and residential sites, and plan and<br />
monitor their construction, maintenance, management and rehabilitation.<br />
Tasks include:<br />
(a) developing new or improved theories and methods and providing<br />
advice on policy related to landscape architecture;<br />
(b) inspecting sites and consulting clients, management and other<br />
stakeholders to determine type, style and size of proposed<br />
buildings, parks, roads and other open spaces;<br />
(c) compiling and analyzing site and community data about geographical<br />
and ecological features, landforms, soils, vegetation,<br />
site hydrology, visual characteristics and human-made structures,<br />
to formulate land use and development recommendations,<br />
feasibility studies and environmental impact statements;<br />
(d) preparing reports, strategic plans, site plans, working drawings,<br />
specifications and cost estimates for land development, showing<br />
location and details of proposals, including ground modeling,<br />
structures, vegetation and access;<br />
(e) writing specifications and contract documents for use by builders<br />
and civil engineering contractors and calling tenders on behalf<br />
of clients;<br />
(f) making necessary contacts to ensure feasibility of projects<br />
regarding style, cost, timing, and compliance with regulations;<br />
(g) identifying and finding best solutions for problems regarding<br />
function and quality of exterior environments and making<br />
necessary designs, drawings and plans;<br />
(h) monitoring construction or rehabilitation work to ensure<br />
compliance with specifications and quality standards;<br />
(i) maintaining technical liaison and consultancy with other relevant<br />
specialists.<br />
bron: http://www.nvtl.nl/download/2162_LAs_updated_September2009.<br />
pdf<br />
Digitale Bibliotheek Platteland<br />
Alle relevante artikelen en documenten <strong>over</strong> platteland en plattelandsontwikkeling<br />
zijn nu digitaal beschikbaar via het Infoloket<br />
Platteland, op www.infoloketplatteland.nl. Een eenvoudig zoekscherm<br />
geeft toegang tot op dit moment 15 duizend documenten,<br />
en dat worden er wekelijks meer. De database is een initiatief van<br />
het Netwerk Platteland en de Taskforce Multifunctionele Landbouw<br />
en is in mei online gegaan. Naast relevante documenten van<br />
de beide initiatiefnemers, ontsluit de database ook een grote<br />
hoeveelheid wetenschappelijke artikelen van de Bibliotheek Wageningen<br />
UR. Binnen de zoekresultaten is eenvoudig een selectie te<br />
maken op thema’s.<br />
bron: Landwerk, platform voor de inrichting van het landelijk gebied<br />
topos.indd 8 11-11-2009 17:06:41
Elke <strong>planning</strong> heeft zijn verliezers<br />
Planning kan nooit neutraal zijn. En hetzelfde geldt voor ontwerp. Elke<br />
keer als er een lijn op papier komt, zijn er winnaars en verliezers. Elke<br />
keer als er een landgebruiksfunctie geprefereerd wordt, verliezen er<br />
mensen geld. In Amerika is men daar extreem gevoelig voor, in Nederland<br />
wellicht iets te weinig. Iets wat men in Amerika vaak vergeet, is dat <strong>planning</strong><br />
en ontwerp ook waarde creëren, door schaarste te creëren, door<br />
<strong>ruimtelijke</strong> kwaliteit te scheppen – wat dat ook moge betekenen. Wat men<br />
ook vergeet in Amerika, is dat <strong>planning</strong> en ontwerp, vooral als ze samengaan,<br />
ook stabielere waarde kunnen scheppen. Als iets volledig besloten<br />
wordt door partijen die de winst op korte termijn willen maximaliseren, is<br />
de kans groot dat de langere termijn, inclusief de waarde op langere<br />
termijn, volledig buiten beeld blijft. Dan krijgt men de in Amerika beruchte<br />
‘hit and run’ strategieën, met ontwikkelaars die zo snel mogelijk vergunning<br />
willen krijgen, of de vergunningplicht volledig omzeilen, om vervolgens<br />
huizen neer te plempen in een weiland, en de benen te nemen.<br />
Zeker in kleine gemeenschappen, waar ‘development’ als noodzakelijk<br />
goed wordt gezien, kan men dan nogal wat staatsregels en wetten negeren.<br />
Dat achteraf de bewoners of de gemeente opdraaien voor de gebreken<br />
en de <strong>over</strong>tredingen, kan geen ontwikkelaar iets schelen. En de<br />
volgende keer dat een ontwikkelaar aan de deur klopt, is men het vorige<br />
verhaal alweer vergeten, verblind als men is door de gegroeide ‘tax base’,<br />
die immers de scholen, en allerlei basisvoorzieningen moet garanderen.<br />
Er wordt ook vaak vergeten dat die basisvoorzieningen, vooral wegen en<br />
riolering, vaak veel duurder zijn dan de toename in de gemeentebelasting.<br />
Men kan zich dan ook makkelijk kapot groeien.<br />
In Nederland wordt dan weer vaak vergeten dat de vrije markt in <strong>ruimtelijke</strong><br />
ordening niet bestaat. Geen enkele markt is echt vrij, maar in<br />
Nederland is vraag en aanbod in de ruimte heel erg bepaald door de<br />
traditie van <strong>ruimtelijke</strong> ordening, de traditie van <strong>over</strong>heden die regels<br />
creëren, waarde creëren, vraag en aanbod creëren, en zelf mee geld<br />
verdienen in het zo ontstane spel. Dat geld wordt doorgaans gebruikt<br />
voor goede dingen; voor mooie parken, sociale woningbouw, fietspaden,<br />
voor veel dingen waar Nederland terecht trots op is. Als de <strong>over</strong>heid<br />
terugtreedt in die situatie, wordt ‘de markt’ niet vrij, maar geeft men vrij<br />
spel aan bedrijven die groot geworden zijn in symbiose met de plannende<br />
<strong>over</strong>heid. Voor andere bedrijven, voor particuliere bouwers, zelfstandige<br />
architecten en startende ontwikkelaars wordt het niet eenvoudiger als<br />
men deze gorilla’s vrij spel geeft. Andere verliezers zijn de gemeenschap,<br />
omdat de voorzieningen waar men van uitgaat, steeds moeilijker gerealiseerd<br />
zullen worden.<br />
Nederland kan Amerika niet worden, en omgekeerd. Dat is op zich geen<br />
probleem. Wat wel een probleem is, is dat velen een beeld van het eigen<br />
land en het andere koesteren waarin niet gereflecteerd wordt op de winnaars<br />
en verliezers van de <strong>ruimtelijke</strong> ordening, ofwel door een voorstelling<br />
van het spel als een reeks puur technische kwesties, ofwel door een<br />
simplistische anti-<strong>over</strong>heidsideologie. Een maatschappij krijgt de ruimte<br />
die men verdient, kan men argumenteren, maar enige reflectie <strong>over</strong> rechtvaardigheid<br />
in de <strong>ruimtelijke</strong> ordening kan geen kwaad. Elk discours<br />
heeft zijn blinde vlekken, elke <strong>planning</strong> heeft zijn verliezers, maar meer<br />
reflectie <strong>over</strong> winnaars en verliezers kan alleen maar die blinde vlekken<br />
verkleinen. Het kan enkel de rechtvaardigheid ten goede komen. Het<br />
betekent niet dat Nederland Amerika wordt.<br />
Kristof Van Assche<br />
To p o s . k o m m a / c o l u m n s<br />
TOPOS / / 01 / / 2009<br />
9<br />
topos.indd 9 11-11-2009 17:06:41
Tussen incommensurabel en commensurabel landgebruik<br />
De sociale dynamiek van landgebruiks<strong>planning</strong><br />
Conflicten <strong>over</strong> landgebruik<br />
zijn er altijd geweest. Waar<br />
de één iets wil, wil de ander<br />
niets of iets anders. De<br />
huidige trend is om zoveel<br />
mogelijk wensen met elkaar<br />
te combineren, onder de<br />
noemer meervoudig ruimtegebruik<br />
of win-win situaties.<br />
Wijnand Boonstra (gepromoveerd<br />
bij landgebruiks<strong>planning</strong><br />
en rurale sociologie)<br />
neemt de sociale praktijken<br />
achter dit concept onder de<br />
loep. Waarom zijn landgebruiksconflicten<br />
vaak<br />
moeilijk op te lossen, welke<br />
bewegingen gaan schuil<br />
achter de beoefening van<br />
landge-bruiks<strong>planning</strong> in<br />
praktijk en wat kunnen<br />
planners nu met deze<br />
kennis?<br />
Wijnand Boonstra<br />
Rural Development, SLU (Swedish<br />
University of Agricultural Sciences)<br />
Wijnand.Boonstra@sol.slu.se<br />
10 TOPOS / 01 / 2009<br />
Conflicten <strong>over</strong> landgebruik zijn er<br />
altijd geweest. Mensen gebruiken land<br />
verschillend, en denken verschillend<br />
<strong>over</strong> hoe anderen het zouden moeten<br />
gebruiken. Kortom, menselijke aspiraties<br />
t.a.v. landgebruik lopen uiteen. Een<br />
belangrijke <strong>planning</strong>svraag is hoe<br />
landgebruiksconflicten kunnen worden<br />
beslecht. Planologen hebben het in dit<br />
verband <strong>over</strong> ‘win-win situaties’ en<br />
‘meervoudig landgebruik’, maar welke<br />
sociale praktijk gaat er schuil achter<br />
deze concepten? Het antwoord op deze<br />
vraag wordt in dit artikel gezocht met<br />
een benadering van landgebruik als een<br />
sociaal proces dat zich manifesteert in<br />
relaties tussen land, mensen en hun<br />
aspiraties. Landgebruiks<strong>planning</strong> is een<br />
collectieve, doelbewuste interventie in<br />
deze relaties. Dit artikel beschrijft twee<br />
verschillende soorten interventiemechanismen<br />
en illustreert hun werking<br />
a.d.h.v de historische ontwikkeling van<br />
landgebruiks<strong>planning</strong> in Nederland.<br />
Tot slot wordt nagegaan welke gevolgen<br />
deze benadering heeft voor het<br />
machtsvraagstuk in <strong>planning</strong>stheorie en<br />
de beoefening van landgebruiks<strong>planning</strong><br />
in praktijk.<br />
Landgebruik als sociaal proces<br />
Landgebruik is een proces met een<br />
eigen sociale dynamiek, die zich manifesteert<br />
in complexe netwerken van<br />
sociale relaties (van Ark 2005). Sociologisch-analytisch<br />
kunnen binnen die<br />
relaties drie niveaus worden onderscheiden<br />
(Elias, 1978): a) de fysieke en<br />
ecologische kenmerken van landgebruik<br />
b) de sociale netwerken waarbinnen<br />
landgebruik wordt beoefend c) en<br />
de individuele aspiraties m.b.t. landgebruik.<br />
Deze sociale relaties geven<br />
voortdurend aanleiding tot spanningen<br />
en conflicten tussen mensen, vanwege<br />
onderlinge concurrentie om verschillende<br />
bronnen van macht. Tegelijkertijd<br />
profiteert men ook van deze sociale<br />
relaties, omdat ze onderlinge afstemming<br />
mogelijk maken, en hiermee<br />
collectieve voordelen opleveren. Planning<br />
van landgebruik speelt zich af<br />
binnen het spanningsveld dat bestaat<br />
tussen deze uitersten van strijd en<br />
harmonie.<br />
Het plannen van landgebruik wordt<br />
opgevat als een doelbewuste interventie<br />
in de sociale relaties waarbinnen landgebruik<br />
vorm krijgt. Planning kan<br />
leiden tot een doelbewuste verbetering<br />
of verslechtering van het eigen landgebruik<br />
en/of dat van anderen. Daarnaast<br />
hebben deze doelbewuste interventies<br />
ook allerlei onbedoelde en nietgeplande<br />
gevolgen voor de condities<br />
waarbinnen landgebruik en landgebruiks<strong>planning</strong><br />
vorm krijgt. Marx parafraserend<br />
kan worden gezegd dat mensen<br />
het gebruik van land plannen, maar dat<br />
de uiteindelijke vorm zelden tot nooit<br />
gelijk is aan het geplande eindresultaat<br />
(Marx 1975 [1852], 103) Tussen plan en<br />
praktijk staan - wat sociologen noemen<br />
– de niet-geanticipeerde en onbedoelde<br />
consequenties van sociaal handelen.<br />
In het navolgende wordt deze sociologische<br />
benadering gebruikt om de<br />
sociale dynamiek van de interventie in<br />
landgebruikconflicten bloot te leggen.<br />
Wat zijn landgebruikconflicten en<br />
waarom zijn ze vaak moeilijk op te<br />
lossen?<br />
Landgebruiksconflicten doen zich voor<br />
als er sprake is van incommensurabiliteit<br />
tussen verschillende vormen van<br />
landgebruik. Incommensurabiliteit<br />
betekent dat vormen van landgebruik<br />
elkaar onderling uitsluiten. Een bekend<br />
voorbeeld van een landgebruiksconflict<br />
is de onverenigbaarheid tussen hoogwaardige<br />
natuur en moderne landbouw<br />
of tussen stedelijke bebouwing en<br />
waterretentie. Deze conflicten zijn in<br />
meer of mindere mate <strong>over</strong>komelijk,<br />
maar ze zijn dikwijls moeilijk op te<br />
lossen. Het is daarom niet verwonderlijk<br />
dat landgebruiksconflicten in de<br />
literatuur vanwege incommensurabiliteit<br />
worden aangeduid als ‘<strong>planning</strong>sdilemmas’<br />
(Rittel en Webber 1973)<br />
Incommensurabiliteit is meestal een<br />
gevolg van de sterke binding die bestaat<br />
tussen mensen en grond. Deze band<br />
topos.indd 10 11-11-2009 17:06:41
estaat vanwege de macht die landbezit<br />
met zich meebrengt in onze samenleving.<br />
Zoals met alle belangrijke bronnen<br />
van macht zijn mensen niet snel<br />
geneigd daar afstand van te doen. Ten<br />
tweede, ontwikkelen mensen een<br />
emotionele binding met de plek waar ze<br />
leven. Deze emoties maken dat mensen<br />
betrokken zijn bij hun leefomgeving en<br />
meestal niet bereid zijn concessies te<br />
doen aan derden. Daarnaast bestaan er<br />
allerlei condities die conflicten moeilijker<br />
oplosbaar kunnen maken zoals<br />
bijvoorbeeld landschaarste, onduidelijke<br />
wetgeving, onduidelijke begrenzing of<br />
gebrek aan vertrouwen (Eshuis 2006).<br />
Of incommensurabiliteit zich voor<br />
doet hangt ook af van de wijze waarop<br />
landgebruiks<strong>planning</strong> functioneert.<br />
Zoals uitgelegd in het voorgaande<br />
beweegt landgebruiks<strong>planning</strong> zich<br />
tussen de uitersten van strijd en harmonie.<br />
Er is, met andere woorden, nooit<br />
sprake van een evenwichtstoestand.<br />
Landgebruiks<strong>planning</strong> is een voordurend<br />
interveniëren in conflicten; een<br />
voortdurend afstemmen van de verschillende<br />
aspiraties van mensen met<br />
betrekking tot landgebruik. In het<br />
volgende worden een aantal van deze<br />
‘interventiemechanismen’ uitgelegd.<br />
Deze mechanismen kunnen worden<br />
onderverdeeld in twee soorten, die<br />
onlosmakelijk met elkaar verbonden<br />
zijn: top down en bottom up. Beide<br />
soorten zijn altijd, in verschillende<br />
mate en combinaties, werkzaam in<br />
regimes van landgebruiks<strong>planning</strong>.<br />
Regimes van landgebruiks<strong>planning</strong><br />
verschillen in de manier waarop topdown<br />
en bottom-up mechanismen zich<br />
tot elkaar verhouden, in welke mate ze<br />
zijn geïnstitutionaliseerd, en in welke<br />
specifieke condities ze worden toegepast.<br />
Voorbeelden van autoritaire<br />
<strong>planning</strong>sregimes met bijbehorende<br />
top-down en bottom-up interventie<br />
mechanismen staan in het boek Seeing<br />
like a state (Scott 1998). Nederlandse<br />
landgebruiks<strong>planning</strong>, daarentegen, kan<br />
worden beschouwd als een democratisch<br />
<strong>planning</strong>sregime.<br />
Top-down interventie<br />
Top-down interventie werkt op een<br />
objectieve, axiomatische manier. In<br />
specifieke landgebruiksconflicten wordt<br />
geïntervenieerd met algemene, objectieve<br />
principes t.a.v. landgebruik. Drie<br />
top-down mechanismen worden hieronder<br />
beschreven: moralisering,<br />
commodificering en categorisering.<br />
Kenmerkend voor de top-down mechanismen<br />
is dat ze interveniëren door<br />
conflicten te abstraheren en te veralgemeniseren.<br />
Een voordeel hierbij is dat<br />
landgebruiks<strong>planning</strong> uniform en<br />
daarmee democratisch wordt: voor<br />
iedereen geldt hetzelfde. Het nadeel is<br />
dat door de abstrahering kennis <strong>over</strong><br />
het lokale en specifieke verloren gaat,<br />
wat op zijn beurt zorgt dat top-down<br />
interventie vaak niet goed aansluit bij<br />
de specifieke plaatselijke problematiek.<br />
Moralisering<br />
Landgebruiksconflicten worden geïntervenieerd<br />
met een beroep op de<br />
consideratie van betrokken actoren met<br />
een morele waarde t.a.v landgebruik.<br />
Hierbij moet een antwoord worden<br />
gevonden op de vraag wat, moreel<br />
gezien, goed landgebruik is. Dat wil<br />
zeggen in hoeverre vormen van landgebruik<br />
bijdragen aan algemene morele<br />
waarden, zoals duurzaamheid, sociale<br />
gelijkheid, rechtvaardigheid, vrijheid,<br />
etc. Met deze morele waarden wordt<br />
geprobeerd om de verschillende aspiraties<br />
en vormen van landgebruik te<br />
beoordelen (Espeland and Stevens<br />
1998). De beoordeling wordt op zijn<br />
beurt gebruikt om een afweging te<br />
maken welke vorm van landgebruik<br />
voorrang verkrijgt. Moralisering als<br />
mechanisme wordt met name uitgelicht<br />
in de <strong>planning</strong>sethiek (Beatley 1994).<br />
Commodificering<br />
Land heeft een gebruikswaarde en een<br />
ruilwaarde. Het eerste is sterk tijd- en<br />
plaatsgebonden, het tweede juist niet.<br />
Als een gebruikswaarde wordt omgezet<br />
in ruilwaarde is er sprake van commodificatie.<br />
Met commodificatie als<br />
mechanisme wordt het mogelijk de<br />
waarde van land monetair uit te drukken.<br />
Bij een conflict kunnen dan ver-<br />
liezen financieel worden gecompenseerd:<br />
het conflict kan worden afgekocht.<br />
Een veelbeproefde onderhandelingsstrategie<br />
in landgebruiks<strong>planning</strong>,<br />
waarbij van dit mechanisme<br />
gebruik wordt gemaakt, is het ‘niet te<br />
koop’ verklaren van land. Men maakt<br />
land dus incommensurabel, d.w.z de<br />
waarde ervan kan niet worden uitgedrukt<br />
in een andere corresponderende<br />
waarde (geld in dit geval). Met deze<br />
strategie hoopt men dat de potentiële<br />
koper afziet van de koop of een hogere<br />
prijs biedt. Commodificatie staat met<br />
name centraal in economische benaderingen<br />
van landgebruiks<strong>planning</strong><br />
(Alexander 2001).<br />
Categorisering<br />
Met categorisering worden landgebruiksconflicten<br />
gehanteert door landgebruik<br />
formeel te begrenzen in plaats of<br />
tijd. Het is ‘de kunst van het uit elkaar<br />
halen’. Bij begrenzing van plaats krijgen<br />
de verschillende incommensurabele<br />
vormen van landgebruik elk een eigen<br />
locatie. Een gebied wordt verdeeld in<br />
verschillende gebruiksfuncties. Een<br />
voorbeeld hiervan is het uitkopen van<br />
resterende boeren in een natuurgebied,<br />
om ze elders in een landbouwgebied<br />
weer verder te laten boeren. Met Begrenzing<br />
in de tijd als mechanisme<br />
worden verschillende vormen en<br />
functies van landgebruik uit elkaar<br />
gehaald in de tijd. Een duidelijk voorbeeld<br />
van dit mechanisme zijn de<br />
restricties die boeren opgelegd krijgen<br />
t.a.v het uitrijden van mest of het<br />
maaien van vogeltjesland. Met zulke<br />
restricties worden zowel landbouwbelangen<br />
als natuurbelangen gediend.<br />
Andere voorbeelden zijn het begrenst<br />
toelaten van recreatie in natuurgebieden<br />
of de ‘gesloten seizoenen’ in de visserij.<br />
Daarnaast zijn subsidieregelingen,<br />
landgebruiksprojecten en andere<br />
regelgeving altijd begrenst in tijd.<br />
Verschillende onderdelen van landgebruik<br />
kunnen worden gecategoriseerd.<br />
Land wordt bijvoorbeeld gecategoriseerd<br />
als landbouwgrond, industrieterrein<br />
of natuurgebied. Sociale groepen<br />
worden gecategoriseerd als boeren,<br />
natuurbeschermers, of middenstanders.<br />
TOPOS / 01 / 2009<br />
topos.indd 11 11-11-2009 17:06:42<br />
11
Ook het bepalen van in- en outsiders in<br />
een landgebruiksproject is categorisering.<br />
Tot slot worden ook menselijke<br />
aspiraties gecategoriseerd als belangen,<br />
waarden, sentimenten of emoties.<br />
Bottom-up interventie<br />
Bottom-up interventie in landgebruiksconflicten<br />
gebeurd op een analoge,<br />
pragmatische en interactieve manier.<br />
Interventie is hierbij gefundeerd op<br />
ervaring, identificatie en informele<br />
kennis, opgedaan in voorgaande conflicten<br />
en toegepast in nieuwe. Hieronder<br />
worden twee mechanismen van<br />
bottom-up interventie nader toegelicht:<br />
communicering en participering. Het<br />
voordeel van deze mechanismen is dat<br />
er aandacht is voor het specifieke<br />
karakter van landgebruikconflicten en<br />
dat kennis gefundeerd is op praktijkervaring.<br />
Een gevaar is echter dat landgebruiks<strong>planning</strong><br />
met bottom-up interventie<br />
continu uitzonderingen maakt,<br />
met het gevolg dat <strong>planning</strong> fragmenteert<br />
en ondoorzichtig wordt. Daarnaast<br />
bestaat een tweede gevaar dat met<br />
bottom-up interventie landgebruiks<strong>planning</strong><br />
teveel lokale en deelbelangen<br />
realiseert, ten koste van algemene en<br />
publieke belangen.<br />
Communicering<br />
Communicering als mechanisme houdt<br />
in dat incommensurabiliteit tussen<br />
landgebruiksvormen wordt beslecht<br />
door een ontmoeting en deliberatie<br />
tussen betrokkenen. Door middel van<br />
zo’n ontmoeting krijgen mensen een<br />
beter begrip van elkaar’s aspiraties en<br />
kan men toewerken naar een consensus.<br />
Dit toewerken naar consensus kan<br />
op een rationele manier plaatsvinden<br />
(Habermas 1984) of niet (Flyvbjerg<br />
1998). Met name binnen de collaboratieve<br />
<strong>planning</strong>stheorie is dit mechanisme<br />
geanalyseerd (Healey 2003)<br />
Participering<br />
Met participering als mechanisme<br />
worden zoveel mogelijk de verschillende<br />
actoren in een conflict betrokken<br />
bij landgebruiks<strong>planning</strong>. Dit mechanisme<br />
wordt steeds belangrijker in<br />
samenlevingen die pluraliseren, want<br />
traditionele en conventionele mechanismen<br />
van categorisering werken dan<br />
minder goed (Rittel en Webber 1973).<br />
Land, sociale netwerken en aspiraties<br />
12 TOPOS / 01 / 2009<br />
kunnen minder goed worden ingedeeld<br />
omdat deze sterk aan verandering<br />
onderhevig zijn. Een oplossing in zo’n<br />
geval is om de hantering van conflicten<br />
zoveel mogelijk aan mensen zelf <strong>over</strong><br />
te laten. In landgebruiks<strong>planning</strong> wordt<br />
dit mechanisme toegepast in discussieplatforms,<br />
gebiedsgericht beleid, interactief<br />
beleid, etc. Een voorbeeld is het<br />
gebruik van ‘cycling’ (Thacher en Rein<br />
2004) bij het opstellen van ontwikkelingsplannen.<br />
De verschillende betrokkenen<br />
krijgen na elkaar mogelijkheid<br />
om hun aspiraties in een plan vast te<br />
leggen. Het plan wordt een soort<br />
wensenlijst, die daarna gebruikt wordt<br />
om tot een consensus te komen <strong>over</strong> de<br />
te volgen ontwikkelingsstrategie. Er<br />
wordt gepoogd tot een zogenaamd<br />
‘Pareto-optimum’ (‘win-win’ in de<br />
volksmond) te komen, waarbij alle<br />
aspiraties worden geoptimaliseerd.<br />
Gecontroleerde decontrolering - De<br />
ontwikkeling van landgebruiks<strong>planning</strong><br />
in Nederland<br />
Historische details achterwege latend<br />
(zie: Faludi en van der Valk 1994;<br />
Andela 2000) kan men stellen dat<br />
landgebruiks<strong>planning</strong> in Nederland,<br />
vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw,<br />
steeds meer gebruik is gaan maken van<br />
bottom-up interventiemechanismen.<br />
Deze mechanismen kregen een plek<br />
binnen verschillende gebiedsgerichte<br />
projecten die moesten leiden tot participatie,<br />
<strong>over</strong>leg en een uiteindelijke<br />
consensus tussen betrokkenen. Ook<br />
verbreedde de focus van <strong>planning</strong> van<br />
’landbouwmodernisatie’ naar ‘multifunctioneel<br />
landgebruik’ en ‘<strong>ruimtelijke</strong><br />
kwaliteit’. Daarnaast trad een verschuiving<br />
op binnen de top-down interventiemechanismen<br />
van een nadruk op<br />
moralisering naar commodificering en<br />
categorisering. Samen vormen deze<br />
processen een lange-termijn ontwikkeling<br />
die kan worden omschreven als een<br />
proces van ‘gecontroleerde decontrolering’<br />
(Boonstra en van den Brink,<br />
2007). Gecontroleerde decontrolering<br />
is een zich zelf versterkende aanpassing<br />
aan een context met een grote verscheidenheid<br />
aan aspiraties van betrokkenen<br />
en een afbrokkeling van<br />
autoriteit en legitimiteit gestoeld op<br />
traditioneel, religieus of politiek leiderschap<br />
en moraliteit.<br />
Met het eerste wordt bedoeld dat<br />
landgebruik in Nederland differentieerde.<br />
Het platteland werd steeds<br />
minder gezien wordt als een pure<br />
agrarische productieruimte: het platteland<br />
als woon-, natuur-, en recreatieruimte<br />
nam aan belang toe. De aspiraties<br />
t.a.v het gebruik van het platteland<br />
konden niet langer unaniem gerelateerd<br />
worden aan de confessionele en seculiere<br />
groepen van de verzuilde samenleving.<br />
Dit betekende onder meer dat er<br />
nieuwe groepen plattelandsbewoners,<br />
zoals natuurverenigingen en ondernemersverenigingen<br />
toegang zochten tot<br />
de landgebruiks<strong>planning</strong> arena’s. Voorts<br />
differentieerde ook de traditionele<br />
belangengroepen intern. Boerengroepen,<br />
bijvoorbeeld, vielen sectoraal<br />
uiteen in melkveehouders; akkerbouwers;<br />
en kippen- en varkenshouders.<br />
Het tweede aspect, de-institutionalisering,<br />
houdt in dat met name autoritaire,<br />
top-down mechanismen waarmee<br />
landgebruiksconflicten werden opgelost,<br />
zoals moralisering en categorisering,<br />
niet meer toereikend bleken<br />
(Rittel en Webber 1973). Deze verloren<br />
hun tot dan toe onbetwiste sociale<br />
legitimatie en autoriteit. Onder druk<br />
van individualisering en de ontzuiling<br />
van de Nederlandse samenleving<br />
(Zijderveld 2001) moest coordinatie en<br />
de afstemming van landgebruik gezocht<br />
worden op lagere sociaal-politieke<br />
niveau’s en tussen meer verschillende<br />
belanghebbenden. Mechanismen van<br />
bottom-up interventie, zoals participering<br />
en communicering, werden verankerd<br />
in interactieve, gebiedsgerichte<br />
<strong>planning</strong>. Top-down mechanismen<br />
bleven daarnaast een belangrijke rol<br />
vervullen, maar wel op een andere<br />
manier. Autoriteit en legitimiteit werden<br />
gefundeerd op de schijnbare objectiviteit<br />
en rationaliteit van wetten en regels.<br />
Deze verschuiving heeft op den duur<br />
geleid tot een bureaucratisering van<br />
landgebruiks<strong>planning</strong>.<br />
‘Gecontroleerde decontrolering’ is sterk<br />
afhankelijk voor haar functioneren van<br />
vertegenwoordigers, die een<br />
mediërende en faciliterende rol vervullen<br />
tussen de aspiraties van groepen<br />
burgers t.a.v. landgebruik, en de<br />
proces- en planmatige vereisten vanuit<br />
de <strong>over</strong>heid (van de Arend 2008).<br />
Oftewel, vertegenwoordigers die de<br />
dynamiek van het samenspel tussen<br />
mechanismen van top-down en bot-<br />
topos.indd 12 11-11-2009 17:06:42
tom-up interventie begrijpen en de<br />
(on)mogelijkheden van landgebruiks<strong>planning</strong><br />
hierin.<br />
Wat kunnen planners hiermee?<br />
Tot besluit van dit artikel wordt besproken<br />
wat bovenstaande analyse betekent<br />
voor het machtsvraagstuk in landgebruiks<strong>planning</strong>.<br />
De bovengenoemde uiteengezette serie<br />
mechanismen zijn beslist geen neutrale<br />
of puur technische <strong>planning</strong>sinstrumenten.<br />
Het interveniëren in landgebruiksconflicten<br />
creëert autoritaire<br />
relaties, politieke identiteiten, cultureelinterpretatieve<br />
perspectieven en zelfs<br />
rationaliteit (Flyvbjerg, 1998). Theoretische<br />
planologen hebben twee<br />
manieren uitgedacht om deze machtswerking,<br />
die uitgaat van zowel topdown<br />
als bottom-up interventie, te<br />
dresseren.<br />
De eerste oplossing wordt gevonden in<br />
het kritiseren en aanpassen van hanteringsmechanismen<br />
met behulp van een<br />
ideaalbeeld <strong>over</strong> hoe democratische en<br />
rechtvaardige <strong>planning</strong> zou moeten<br />
functioneren. De bekendste exponent<br />
van deze stroming is de Collaboratieve<br />
Planning Theorie ontwikkeld door o.a.<br />
Healey (2003).<br />
De tweede stroming bestrijdt de opvatting<br />
dat machtswerking kan worden<br />
geminimaliseerd met behulp van een<br />
<strong>planning</strong>sideaal. Planologen zoals<br />
Flyvbjerg (1998) zijn uiterst kritisch ten<br />
opzichte van deze pogingen. Zij stellen<br />
dat <strong>planning</strong>sidealen zelf ook een<br />
machtsmiddel zijn. Er is dus geen<br />
ontsnappen aan de werking van macht.<br />
Het beste, en misschien enige, dat<br />
planologen kunnen doen is het constant<br />
bekritiseren van de mechanismen<br />
waarmee in landgebruikconflicten<br />
wordt geïntervenieerd.<br />
In beide benaderingen is macht een<br />
relationeel vermogen om doelbewust<br />
de uitkomst van interacties te beïnvloeden<br />
in het eigen individuele voordeel<br />
en/of in het nadeel/voordeel van<br />
anderen. Er wordt in beide stromingen<br />
voorbij gegaan aan de vorm van macht<br />
die uitgaat van de interdependenties<br />
tussen land, mensen en hun aspiraties<br />
en de daaruit volgende dynamiek die<br />
leidt tot onbedoelde en niet-geanticipeerde<br />
gevolgen van bedoelde interacties.<br />
In tegenstelling tot deze twee strom-<br />
ingen heeft dit artikel gebruik gemaakt<br />
van een meer sociologische benadering<br />
waarin macht niet alleen wordt opgevat<br />
als het individuele relationele vermogen<br />
om de uitkomst van interacties te<br />
beïnvloeden tussen land, mensen en<br />
hun aspiraties. Naast dit individuele<br />
vermogen bestaat macht ook als een<br />
boven-individueel vermogen. Zo gaat<br />
er van het complexe en dynamische<br />
geheel aan sociale relaties tussen land,<br />
mensen en hun aspiraties een disciplinerende<br />
werking uit. Deze vorm van<br />
macht is grotendeels ongepland en<br />
niet-geanticipeerd.<br />
De complexe uitdaging voor de planologie<br />
is om deze vorm van macht en<br />
de sociale dynamiek die er aan ten<br />
grondslag ligt te begrijpen en in kaart te<br />
brengen. Daarnaast, bestaat er ook een<br />
praktisch vraagstuk, namelijk hoe met<br />
behulp landgebruiks<strong>planning</strong> doelmatiger<br />
kan worden geïntervenieerd in<br />
deze weerbarstige en niet-geanticipeerde<br />
dynamiek van landgebruiksregimes.<br />
Het tijdloze karakter van deze<br />
vragen is, in de huidige periode van<br />
economische onrust, hopelijk een<br />
geruststelling voor de student van<br />
landgebruiks<strong>planning</strong>. Er blijft genoeg<br />
te doen: <strong>planning</strong> is nooit af.<br />
Literatuur<br />
Alexander, E. R., 2001. A transaction-cost theory<br />
of land use <strong>planning</strong> and development control.<br />
Town Planning Review 72 ( 1 ): 45-75.<br />
Andela, G., 2000. Kneedbaar landschap, kneedbaar<br />
volk: de heroïsche jaren van de ruilverkavelingen in<br />
Nederland. Bussum, THOTH.<br />
Arend, S. van de, 2007. Pleitbezorgers,<br />
procesmanagers en participanten. Interactief<br />
beleid en de rolverdeling tussen <strong>over</strong>heid en<br />
burgers in de Nederlandse democratie. Eburon,<br />
Delft.<br />
Ark, R. van, 2005. Planning, contract en<br />
commitment: naar een relationeel perspectief op<br />
gebiedscontracten in de <strong>ruimtelijke</strong> ordening,<br />
Eburon, Delft.<br />
Beatley, T., 1994. Ethical land use: principles of<br />
policy and <strong>planning</strong>. Baltimore & London, John<br />
Hopkins University Press.<br />
Boonstra, W.J. en A. van den Brink, (2007),<br />
Controlled decontrolling: involution and<br />
democratisation in Dutch rural <strong>planning</strong>, Planning<br />
Theory and Practice 8 (4), pp. 473-488.<br />
1 Deze dynamiek is eerder bediscussieerd als een ‘spanning<br />
tussen kiezen en polderen’ in TOPOS nr. 18, blz.<br />
24-25.<br />
Elias, N., 1978. What is Sociology? London,<br />
Hutchinson.<br />
Eshuis, J. 2006. Kostbaar vertrouwen. Een studie<br />
naar proceskosten en procesvertrouwen in beleid<br />
voor agrarisch natuurbeheer. Eburon. Delft.<br />
Espeland, W.N. en M.L. Stevens, 1998.<br />
Commensuration as a social process. Annual<br />
Review of Sociology 24, pp. 313-343.<br />
Faludi, A. en A. van der Valk, 1994. Rule and<br />
order: Dutch <strong>planning</strong> doctrine in the twentieth<br />
century. Dordrecht, Kluwer.<br />
Flyvbjerg, B., 1998. Rationality and power:<br />
democracy in practice. Chicago and London, The<br />
University of Chicago Press.<br />
Habermas, J., 1984. The theory of communicative<br />
action: reason and the rationalization of society<br />
Vol. 1. Boston, Beacon Press.<br />
Healey, P., 2003. Collaborative <strong>planning</strong> in<br />
perspective. Planning Theory 2 (2), pp. 101-123.<br />
Leeuwis, C. 1995. The stimulation of development<br />
and innovation: reflections on projects, <strong>planning</strong>,<br />
participation and platforms, European Journal of<br />
Agricultural Education and Extension, 2 (3),<br />
15–27.<br />
Marx, K. 1975 [1852]. The eigthteenth Brumaire<br />
of Louis Bonaparte. In Karl Marx and Friedrich<br />
Engels, Collected works, Vol 11. New York,<br />
International Publishers.<br />
Rittel, H.W.J. en M.M. Webber. 1973. Dilemmas in<br />
a general theory of <strong>planning</strong>. Policy Sciences 4:<br />
155-169.<br />
Scott, J. 1998, Seeing Like a State: How Certain<br />
Schemes to Improve the Human Condition Have<br />
Failed. New Haven, Yale University Press.<br />
Thacher, D. en M. Rein, 2004. Managing valueconflict<br />
in public policy. G<strong>over</strong>nance 17 (4), pp.<br />
457-486.<br />
Zijderveld, A.C., 2000. The institutional<br />
imperative: the interface of institutions and<br />
networks. Amsterdam, Amsterdam University<br />
Press.<br />
Summary<br />
Spatial <strong>planning</strong> can be regarded as<br />
conscious and collective interventions<br />
on relations between land, people and<br />
their ambitions. Not all ambitions can<br />
be realized everywhere and at the<br />
same time, sometimes combinations<br />
lead to conflict. In spatial <strong>planning</strong> two<br />
interconnected types of mechanisms<br />
are used to intervene in these<br />
conflicts: top-down and bottom-up.<br />
The latest gained a lot of popularity<br />
during the last decades, top-down<br />
interventions lost authority. Despite<br />
shifting proportions, both mechanisms<br />
cannot be seen apart, they determine<br />
the rules of the ongoing <strong>planning</strong><br />
game.<br />
TOPOS / 01 / 2009 13<br />
topos.indd 13 11-11-2009 17:06:42
Vrijheid of macht?<br />
Een filosofische reflectie op democratische planvorming<br />
Geen planvormingsproces,<br />
of er worden mensen en<br />
partijen uit het gebied zelf<br />
gevraagd om mee te denken.<br />
De laatste jaren heeft<br />
de participatieve aanpak<br />
zoveel aan kracht gewonnen,<br />
dat het een vanzelfsprekendheid<br />
lijkt. Maar<br />
waarom vinden we dit<br />
eigenlijk belangrijk? Leiden<br />
gebiedsprocessen tot meer<br />
democratische beslissingen<br />
en vrijheid? Wordt<br />
iedereen er gelukkiger<br />
van? Met behulp van grote<br />
denkers als Kant en<br />
Nietzsche weegt Jelle<br />
Behagel voor en nadelen<br />
van publieke participatie<br />
af.<br />
Jelle Belhagel<br />
PhD-student<br />
Forest and Nature Conservation Policy<br />
Group, Wageningen University<br />
jelle.belhagel@wur.nl<br />
14 TOPOS / 01 / 2009<br />
Het idee van interactieve planvorming,<br />
of publieke participatie, heeft het<br />
laatste decennium veel aan kracht<br />
gewonnen. Ze wordt aangeprijsd als<br />
een democratische en legitieme vorm<br />
van plannen. In natuurbeheer- en<br />
ontwikkeling zien we deze sturingsvorm<br />
vooral terug in het ‘gebiedsproces’.<br />
Tijdens deze gebiedsprocessen<br />
worden maatschappelijke organisaties<br />
en/of burgers uitgenodigd om mee te<br />
denken in het planvormingsproces.<br />
Hierin verschillen gebiedsprocessen<br />
van meer conventionelere vormen van<br />
inspraak: het is de bedoeling dat<br />
maatschappelijke partijen of burgers al<br />
vroeg betrokken raken bij het planvormingsproces,<br />
zodat ze invloed<br />
kunnen uitoefen op de vorming van<br />
besluiten. Daarnaast kenmerken gebiedsprocessen<br />
zich door hun sterke<br />
nadruk op de <strong>ruimtelijke</strong> dimensie: ze<br />
vinden plaats rondom een beperkte<br />
ruimte, zoals een rivier, een dal, of een<br />
natuurpark.<br />
We zien dus dat (lokale) maatschappelijke<br />
partijen en burgers steeds vaker<br />
betrokken worden bij <strong>ruimtelijke</strong><br />
ontwikkelingen, maar wat is hier de<br />
aanleiding voor? Ten eerste moedigt de<br />
Europese Unie publieke participatie<br />
aan, onder andere naar aanleiding van<br />
de Aarhus Conventie. De EU doe dit<br />
via de integratie van publieke participatie<br />
in haar richtlijnen. Vervolgens is er<br />
een algemene trend in het denken <strong>over</strong><br />
<strong>over</strong>heid die zegt dat beslissingen op<br />
een lokaal niveau moeten worden<br />
genomen. Op dat niveau moet rekening<br />
worden gehouden met ‘those affected’<br />
of ‘interested parties’. Met andere<br />
woorden: zij die de gevolgen ondervinden<br />
van bepaald beleid of die daar een<br />
bepaald belang bij hebben moeten ook<br />
betrokken worden bij de ontwikkeling<br />
en tijdens de uitvoering van dat beleid.<br />
Abraham Lincoln verwoordde dit<br />
democratisch principe al: bestuur van<br />
het volk, voor het volk en door het<br />
volk.<br />
Gebiedsproces<br />
Blijft de vraag waarom we publieke<br />
participatie tegenwoordig zo belangrijk<br />
vinden. Immers, vroeger hadden we<br />
ook geen publieke participatie en<br />
leefden we toch in een democratisch<br />
land. De opkomst van publieke participatie<br />
in <strong>ruimtelijke</strong> planvorming wordt<br />
dan ook op een aantal manieren gerechtvaardigd.<br />
Ten eerste wordt regelmatig<br />
het argument gebruikt dat er<br />
steeds meer verschillende belangen<br />
spelen rond de inrichting van publieke<br />
ruimte, denk bijvoorbeeld aan landbouw,<br />
industrie, wonen, recreatie of<br />
natuur. Door al die belangen tijdig mee<br />
te nemen voorkom je dat tijdens de<br />
uitvoering van beleid protesten of<br />
juridische obstakels naar boven komen.<br />
Bovendien zorg je er op die manier<br />
voor dat geen enkel belang wordt<br />
buitengesloten en dat alle belangen<br />
worden meegewogen. Dit laatste<br />
argument voor publieke participatie<br />
wordt vaak gebruikt door de Europese<br />
Commissie. Een meer ideologisch<br />
argument voor publieke participatie is<br />
dat het helpt het algemene belang beter<br />
mee te nemen in beslissingen. Juist<br />
maatschappelijke partijen die geen<br />
politiek belang hebben, dat wil zeggen,<br />
die geen rekening hoeven te houden<br />
met verkiezingen of een specifieke<br />
achterban, kiezen volgens sommigen<br />
eerder voor het algemene belang dan<br />
voor deelbelangen. Dit argument wordt<br />
vaak gehanteerd door natuur- en<br />
milieuorganisaties. Vanzelfsprekend<br />
zien zij de bescherming van milieu en<br />
de ontwikkeling van natuur als een<br />
algemeen belang.<br />
topos.indd 14 11-11-2009 17:06:42
Er zijn meerdere manieren waarop je<br />
om kan gaan met het inbrengen van<br />
belangen door middel van publieke<br />
participatie. Deze manieren hangen op<br />
hun beurt weer samen met hoe we<br />
denken <strong>over</strong> het proces van publieke<br />
participatie. Voordat ik dieper inga op<br />
de rechtvaardiging voor het organiseren<br />
van publieke participatie, zal ik dan ook<br />
eerst ingaan op verschillende democratische<br />
normen die van toepassing<br />
worden geacht op publieke participatie<br />
en hoe die normen samenhangen met<br />
de manier waarop belangen worden<br />
ingebracht.<br />
Nederland staat bekend om zijn ‘poldercultuur’.<br />
Daar bedoelen we mee dat<br />
<strong>over</strong>heid, werkgevers en werknemers<br />
samen <strong>over</strong>leggen om tot een akkoord<br />
te komen waarin iedereen zich kan<br />
vinden. Het voordeel van zo’n akkoord<br />
is dat iedereen daar redelijk mee kan<br />
leven. Dit brengt als positief effect met<br />
zich mee dat zo’n akkoord door iedereen<br />
wordt nageleefd, zodat maatschappelijke<br />
onrust wordt vermeden en grote<br />
stakingen de economie niet kunnen<br />
verstoren. In de jaren ’80 zorgden zulke<br />
polderakkoorden voor ‘the Dutch<br />
miracle’: Nederland klom verbazing-<br />
wekkend snel uit een recessie. Niettemin<br />
heeft polderen ook zo zijn nadelen:<br />
het is geven en nemen, waardoor er<br />
altijd compromissen gesloten moeten<br />
worden en het moeilijk wordt om<br />
ingrijpende beslissingen te nemen.<br />
Bovendien gaat polderen uit van min<br />
of meer stabiele machtsverhoudingen,<br />
waarbij elke speler aan de ander gewaagd<br />
is en de macht heeft eenzijdig<br />
het gehele proces te verstoren. Het<br />
balanceren van belangen in publieke<br />
participatie hoeft dus niet per se op<br />
polderen te lijken. Machtsverhoudingen<br />
kunnen instabiel zijn, en de samenstell-<br />
ing van het maatschappelijk veld kan<br />
veranderen. Bovendien wordt de<br />
meerwaarde van polderen gezien in het<br />
komen tot een afspraak die de individuele<br />
belangen van <strong>over</strong>heid, werkgevers<br />
en werknemers allemaal zo goed mogelijk<br />
meeneemt. Dit ‘iedereen wint’<br />
scenario komt sommigen te beperkt<br />
<strong>over</strong>, zij denken dat een algemeen<br />
belang iets fundamenteel anders is dan<br />
de optelling van individuele belangen.<br />
‘Deliberatieve democratie’ is een democratische<br />
norm die uitstijgt boven<br />
het geven en nemen van het polderen.<br />
Het is gebaseerd op het filosofische<br />
idee van ‘communicatieve rationaliteit’.<br />
Dit idee gaat ervan uit dat mensen die<br />
in communicatie treden met elkaar<br />
impliciet altijd aangeven dat ze de<br />
waarheid spreken en aanspraak maken<br />
op wat goed is en eerlijk zijn. Jürgen<br />
Habermas ziet in dit filosofische idee<br />
een ethisch recept voor openbare<br />
omgang. Vertaald naar democratie<br />
houdt dit in dat men in een open en<br />
eerlijk <strong>over</strong>leg argumenten met elkaar<br />
deelt <strong>over</strong> wat men ziet als het ‘goede’.<br />
Met andere woorden, het algemeen<br />
belang (het “goede”) wordt ingevuld in<br />
een eerlijke, open uitwisseling van<br />
argumenten, waarbij het beste argument<br />
wint. Machtsverhoudingen mogen<br />
in deliberatieve democratie dus<br />
eigenlijk niets uitmaken, en nieuwe<br />
spelers in een maatschappelijk veld<br />
behoren net zo goed de kans te krijgen<br />
om zich laten horen. Het is wellicht niet<br />
verwonderlijk dat deze nieuwe spelers,<br />
zoals milieu- en natuurorganisaties in<br />
zekere zin zijn, het ideaal van deliberatieve<br />
democratie vaak onderschrijven;<br />
juist vanwege de stem waarop ze binnen<br />
dit ideaal recht hebben. Daar komt<br />
bij dat milieu- en natuurorganisaties er<br />
meestal van <strong>over</strong>tuigd zijn dat zij het<br />
algemeen belang vertegenwoordigen:<br />
zijn schoon milieu en mooie natuur niet<br />
in ieders belang? Een nadeel van deliberatieve<br />
democratie is dat het wel erg<br />
idealistisch is. Een proces waarin<br />
machtsverhoudingen geen rol meer<br />
spelen is in de praktijk waarschijnlijk<br />
niet haalbaar. Bovendien is het lastig<br />
aan te geven wat een goed argument is,<br />
of wanneer een uitspraak echt eerlijk is.<br />
TOPOS / 01 / 2009<br />
topos.indd 15 11-11-2009 17:06:43<br />
15
Om deze redenen wordt er nog steeds<br />
veel waarde gehecht aan representativiteit.<br />
Representativiteit is een norm die net<br />
zo goed op publieke participatie van<br />
toepassing wordt geacht, als op het<br />
parlement,. Een vertegenwoordigende<br />
democratie houdt kort gezegd in dat<br />
iedereen een stem heeft en dat de<br />
meerderheid beslist. Dit betekent<br />
allereerst dat het belangrijk is om<br />
coalities te sluiten: een meerderheid<br />
haal je niet in je eentje. Vervolgens is<br />
het van belang je op een achterban te<br />
kunnen beroepen. Een parlementariër<br />
doet dit door middel van een formeel<br />
vastgesteld aantal burgers dat op hem<br />
of haar heeft gestemd, maar een<br />
deelnemer aan een participatief proces<br />
doet dit op een meer retorische manier.<br />
Deze vorm van vertegenwoordiging is<br />
daarmee vaag. Hetgeen wát vertegenwoordigd<br />
wordt kan ver uiteenlopen:<br />
van sociale minderheden tot aan zoiets<br />
abstracts als ‘schoon water’. Bovendien<br />
worden vaak meerdere ‘posities’ door<br />
één participant tegelijk vertegenwoordigd,<br />
zoals etniciteit, geslacht of politieke<br />
voorkeur. Postmarxistische denkers<br />
zoals Ernesto Laclau en Chantalle<br />
Mouffe grijpen deze vaagheid in representatie<br />
aan om aan te tonen dat representatie<br />
nooit een één op één vertaling<br />
is van wat een groep wil. Het is eerder<br />
zo dat je allereerst aanspraak maakt op<br />
representatie. Zo kun je claimen dat<br />
heel veel mensen het belangrijk vinden<br />
dat we schone lucht hebben en dat jij<br />
deze mensen vertegenwoordigd. En<br />
inderdaad: veel mensen zullen het met<br />
je eens zijn als je aan ze vraagt of je<br />
schonere lucht wil, maar als je ze<br />
vervolgens vraagt of ze hiervoor hun<br />
auto willen laten staan wordt het snel<br />
een ander verhaal. Op eenzelfde manier<br />
zien we burgers of maatschappelijke<br />
partijen vaak aanspraak maken op een<br />
algemeen belang. De manier waarop zij<br />
de inrichting van openbare ruimte zien<br />
is de enige goede, die iedereen zou<br />
moeten onderschrijven.<br />
16 TOPOS / 01 / 2009<br />
De hierboven genoemde democratische<br />
normen voor publieke participatie<br />
richten zich allemaal in meer of mindere<br />
mate op harmonie. Ze streven naar<br />
een balans of een doel waarin iedereen<br />
zich kan vinden, of dat nou via onderhandeling,<br />
<strong>over</strong>leg of beslissen volgens<br />
stemming gaat. Tegen<strong>over</strong> dit ideaal<br />
van <strong>over</strong>eenstemming staat een praktijk<br />
waarin vaak conflicten voorkomen.<br />
Democratische normen ontkennen die<br />
mogelijkheid van conflict ook niet,<br />
maar achten conflict wel onwenselijk.<br />
Ze willen conflict ombuigen of sublimeren<br />
in een geordende uitwisseling<br />
van belangen, argumenten of stemmen.<br />
Dit harmonie-ideaal vinden we terug<br />
bij de filosoof Immanuel Kant. Volgens<br />
Kant is de bestaansreden van de<br />
staat om iedere burger zo veel mogelijk<br />
vrijheid te geven om te doen wat hij<br />
wil, zolang hij daarmee een ander maar<br />
niet voor de voeten loopt. Hij is daarmee<br />
een denker van de Verlichting, die<br />
de vrijheid van het individu centraal<br />
stelt.<br />
Kants idee van vrijheid zien we vooral<br />
terug in de deliberatieve norm voor<br />
democratie. De manier waarop machtsposities<br />
geen rol mogen spelen in de<br />
uitkomst van zo’n deliberatief proces<br />
geeft iedereen de ruimte om zich te<br />
uiten. Bovendien, ‘gedachten zijn vrij’,<br />
argumenten worden niet snel als elkaar<br />
beconcurrerend gezien. Dat is natuurlijk<br />
anders in het geval van openbare<br />
ruimte in Nederland, waarin verschillende<br />
belangen en gebruiksfuncties<br />
elkaar daar wel degelijk beconcurreren.<br />
Toch komt Kants vrijheidsideaal ook<br />
hier van pas. Immers, individuele<br />
vrijheid kan beperkt worden als het<br />
iemand anders vrijheid in de weg zit.<br />
Het idee van zo veel mogelijk vrijheid<br />
voor elk individu komt daarmee sterk<br />
<strong>over</strong>heen met het polderideaal waarin<br />
iedere maatschappelijke partij zoveel<br />
mogelijk uit een akkoord haalt. We zien<br />
al minder van dit ideaal terug in de<br />
norm van representativiteit waarin de<br />
meerderheid beslist. In zekere zin<br />
geven we daarmee de haalbaarheid van<br />
een conflictloze situatie op. In plaats<br />
daarvan proberen we deze van haar<br />
angel te ontdoen door machtsposities<br />
vooraf vast te leggen (zoals in ‘one<br />
man, one vote’). Niettemin blijven al<br />
deze democratische normen gericht op<br />
harmonie en vrijheid.<br />
Ideologieën <strong>over</strong> bestuur zijn niet altijd<br />
op vrijheid gericht geweest. In de tijd<br />
dat Europa nog voornamelijk bestond<br />
uit prinsdommen en koninkrijken, was<br />
men veel meer geïnteresseerd in hoe<br />
men zoveel mogelijk land kon<br />
ver<strong>over</strong>en. Pas in het moderne Europa,<br />
waar, sinds een jaar of tweehonderd, de<br />
grenzen van landen grotendeels vast<br />
liggen, zijn ideeën <strong>over</strong> bestuur gericht<br />
op vrijheid en democratie. Toch kan<br />
het geen kwaad kritisch te zijn richting<br />
het ideaal van harmonie dat in dit<br />
vrijheidsideaal leeft en op zoek te gaan<br />
naar een sturingsfilosofie die conflict<br />
een positievere rol toebedeeld. Zo’n<br />
sturingsfilosofie is niet makkelijk te<br />
vinden. En hoewel het representatiebegrip<br />
van Laclau en Mouffe enigszins in<br />
de buurt komt - zij zien representatie<br />
deels als een product van een conflict<br />
- willen ook zij de angel verwijderen uit<br />
dat conflict.<br />
Zelfverklaard antidemocratisch denker<br />
Friedrich Nietzsche heeft wél waardering<br />
voor conflict. Geïnspireerd door<br />
voormoderne denkers zoals Macchiavelli<br />
en gevoed door een afkeer van de<br />
democratische leer van Socrates, zoekt<br />
Nietzsche naar een nieuwe ethiek en<br />
naar nieuwe normen om te kunnen<br />
denken <strong>over</strong> de inrichting van de<br />
maatschappij en het handelen van de<br />
mens. Hij denkt dat dit nodig is omdat<br />
hij zijn eigen tijd als bedorven en<br />
decadent beschouwt. Volgens<br />
Nietzsche twijfelden de Oude Grieken<br />
nooit aan zichzelf en kwamen zij<br />
vastberaden tot een hoge cultuur; de<br />
uitvinding van de democratie betekende<br />
het einde van die hoge cultuur en was<br />
zeker niet de vervolmaking ervan. De<br />
topos.indd 16 11-11-2009 17:06:43
democratische waarden van vrijheid en<br />
geluk hebben volgens Nietzsche iets<br />
decadents: ze ontstaan als gevolg van<br />
een <strong>over</strong>vloed aan vrije tijd, aan een<br />
gebrek aan gevaar en aan een gebrek<br />
aan discipline. Die decadentie manifesteert<br />
zich in een grote verscheidenheid<br />
van smaak, individualisering en<br />
een verlies van de band tussen woord<br />
en betekenis. Tegen<strong>over</strong> decadentie zet<br />
Nietzsche het instinct. Volgens hem wil<br />
het instinct zich uiten door een bepaalde<br />
richting te kiezen en deze koppig te<br />
volgen. Het is daarbij belangrijk dat een<br />
keuze wordt gemaakt en dat ook iets<br />
wordt weggelaten. De mens verschilt<br />
van de natuur juist in zijn vermogen tot<br />
kiezen, het aanwijzen van slechts één<br />
gebruiksfunctie i.p.v. meerderen en<br />
deze functie te cultiveren en versterken.<br />
Door Nietzsches keuze voor instinct en<br />
eenheid ruimt hij een grotere rol voor<br />
conflict in. Immers, eenheid kan niet<br />
bereikt worden zonder sommige belangen,<br />
functies of doelen uit te sluiten.<br />
Friedrich Nietzsche<br />
Dat proces van uitsluiting zou volgens<br />
hem niet moeten plaatsvinden in<br />
<strong>over</strong>leg of door uitgebreide argumentatie,<br />
maar door een instinctieve keuze<br />
van een zelfverzekerd volk. Politieke<br />
keuzes door middel van uitsluiting en<br />
op basis van ‘onderbuikgevoelens’<br />
kennen we natuurlijk onder een naam:<br />
populisme. Toch hoeft populisme niet<br />
noodzakelijk de negatieve bijklank te<br />
hebben die het vaak krijgt: het kan ook<br />
gezien worden als een manier om<br />
eenheid en zelfverzekerdheid te bevorderen.<br />
De Deltawerken kunnen dienen<br />
als voorbeeld: Na de watersnoodramp<br />
van 1953 was er een sterk gevoel dat<br />
‘dit nooit meer mag gebeuren’, wat de<br />
Deltawerken een grote impuls heeft<br />
gegeven. Dat de bij afdamming gewonnen<br />
veiligheid ten koste zou gaan van<br />
milieu- en visserijbelangen, werd<br />
oorspronkelijk voor lief genomen.<br />
Hoewel later de mogelijkheid bleek te<br />
bestaan om plannen aan te passen,<br />
zoals in het geval van de Oosterscheldekering,<br />
bleef die oorspronkelijke<br />
keuze voor veiligheid leidend.<br />
Wanneer we terugkeren naar de gebiedsprocessen,<br />
dan zien we dat Nietzsches<br />
zoektocht naar een nieuwe normativiteit<br />
ook vandaag de dag niet zou misstaan.<br />
Maatschappelijke partijen willen<br />
allerlei verschillende functies in de<br />
publieke ruimte terug zien die vaak niet<br />
tegelijk mogelijk zijn. Een compromis<br />
tussen bijvoorbeeld natuurontwikkeling<br />
en landbouw is vaak niet erg bevredigend<br />
voor beide partijen. Democratische<br />
normen - die ook voor publieke participatie<br />
gelden – maken het niet gemakkelijk<br />
om te kiezen voor één functie of<br />
één bepaald doel. Zonder democratische<br />
normen op te willen geven, kan<br />
een reflectie op de plaats en schaal waar<br />
we die normen terug willen zien belangrijk<br />
zijn. Als we <strong>over</strong> ieder stukje<br />
ruimte democratisch willen beslissen,<br />
brengt dat eerder teleurstelling en<br />
frustratie, dan het geluk en de vrijheid<br />
waar we zo naar op zoek zijn.<br />
Literatuur<br />
Kant, I., 1781. Kritik der prakrischen vernunft.<br />
Riga, Hartknoch.<br />
Laclau, E., 2005. On populist reason. London,<br />
Verso Books.<br />
Laclau, E., en Mouffe, C., 1985 Hegemony and<br />
socialist stategy. London, Verso Books.<br />
Mouffe, C., 2000. The democratic paradox.<br />
London, Verso Books.<br />
Nietzsche, F. W., .1886 Jenseits von gut und böse:<br />
vorspiel einer philosophie der zukunft. Leipzig,<br />
C.G. Neumann.<br />
Summary<br />
Nowadays it is hard to imagine a<br />
regional <strong>planning</strong> process without<br />
participation. The inclusion of local<br />
actors is seen as an important added<br />
value. Especially the Dutch have a<br />
long tradition coming to agreements<br />
that support the interests of every<br />
party. This tradition can be<br />
underpinned with Kant’s philosophy,<br />
which propagates the greatest amount<br />
of freedom for every individual; and<br />
therefore the minimization of conflict.<br />
Postmodern thinkers like Laclau and<br />
Mouffe hold a different viewpoint: the<br />
representation of an interest emerges<br />
uit of conflict first of all. Nietzsche on<br />
the other hand claims we should<br />
follow our instinct: make choices and<br />
stick to them. This cannot be without<br />
conflict or some stakes getting hurt. In<br />
regional <strong>planning</strong> processes it is often<br />
hard to combine all stakes. If we have<br />
to decide about every piece of space<br />
democratically, it will sooner bring<br />
disappointment and frustration, than<br />
the happiness and freedom we are<br />
looking for.<br />
TOPOS / 01 / 2009 17<br />
topos.indd 17 11-11-2009 17:06:43
M O O I<br />
18 TOPOS / 01 / 2009<br />
North Carolina<br />
Liefde voor de zee<br />
Begin april vertrok een kleine groep<br />
studenten voor hun masteratelier <strong>over</strong><br />
kustverdediging en klimaatverandering<br />
in Groningen voor korte tijd naar<br />
North Carolina. Ik was één van hen.<br />
Het is een bijzonder land, zowel het<br />
landschap als de mensen. Maar vond<br />
ik het nou mooi? Ik twijfel.<br />
Het landschap van North Carolina is<br />
<strong>over</strong>weldigend. Langs de kustlijn ligt<br />
een ellenlange lijn van eilanden dat als<br />
golfbreker dient tegen de heftigste<br />
golven van de oprukkende zee. Deze<br />
kust is <strong>over</strong>igens net zo vlak is -en dus<br />
kwetsbaar- als die van Groningen. Dit<br />
gaat <strong>over</strong> het algemeen goed totdat te<br />
hooi en te gras een orkaan of ander<br />
gestorte passeert, dan verbrokkelt de<br />
strook van eilanden steeds verder in<br />
meerdere korte eilanden.<br />
Achter deze natuurlijke kustverdediging<br />
ligt een reusachtig natuurgebied.<br />
Het is enigszins vergelijkbaar met onze<br />
Wadden, behalve dat dit gebied permanent<br />
gevuld is met anderhalve<br />
meter brak water en er naast grote<br />
kolonies meeuwen er ook talloze<br />
pelikanen en jan-van-genten te spotten<br />
zijn.<br />
De mensen zijn minstens zo bijzonder.<br />
Het kustlandschap is vol met<br />
topos.indd 18 11-11-2009 17:06:46
vakantiehuizen en wegen. Pakweg twee<br />
miljoen mensen wonen langs de kust<br />
van North Carolina. Ieder eiland is<br />
verbonden met het vasteland, en er<br />
verschijnen meer en meer huizen met<br />
prachtig zicht op de Atlantische<br />
Oceaan. En terecht, zo’n prachtig<br />
vergezicht verkoopt natuurlijk fantastisch.<br />
Maar het almaar wassende water lijkt<br />
te worden genegeerd. Wanneer het<br />
heeft gestormd zijn huizen verzwolgen<br />
en raken wegen gespleten. De rommel<br />
wordt opgeruimd en weggegooid en<br />
men bouwt gewoon opnieuw. Niemand<br />
lijkt de dreiging van de zee te<br />
zien en de verantwoordelijkheid te<br />
nemen om veiliger oorden te zoeken.<br />
Wellicht is er sprake van blinde liefde<br />
voor de zee?<br />
Maar is de kust van North Carolina<br />
nou mooi? Eigenlijk zijn onze eigen<br />
wadden en schorren minstens zo<br />
mooi, al hebben ze in Groningen<br />
natuurlijk geen pelikanen. Gelukkig<br />
wonen in ons hoge noorden tenminste<br />
wel wat nuchtere mensen…<br />
Peter Davids<br />
Masterstudent Spatial Planning<br />
peter.davids@wur.nl<br />
Fot<strong>over</strong>antwoording<br />
Peter Davids<br />
Joppe Veul<br />
TOPOS / 01 / 2009 19<br />
topos.indd 19 11-11-2009 17:06:50
Stadionpark<br />
Boegbeeld voor Rotterdam Sportstad<br />
In 2008 is de gemeente<br />
Rotterdam begonnen met<br />
de planvorming rondom<br />
Stadionpark, een gebiedsontwikkeling<br />
in het gebied<br />
rondom de Kuip. Met de<br />
bouw van een nieuw stadion<br />
binnen het project<br />
dingen Nederland en België<br />
mee naar de organisatie<br />
van het WK in 2018. De<br />
snelheid die daarvoor nodig<br />
is in verhouding tot de<br />
verbetering die het ook op<br />
stadsniveau teweeg moet<br />
brengen, is een kwestie van<br />
balanceren. Het ontwerpteam<br />
bestaande uit KCAP,<br />
H+N+S en dS+V heeft de<br />
gebiedsvisie gemaakt. Nu<br />
wordt door ditzelfde team<br />
aan de structuurvisie en het<br />
masterplan gewerkt die<br />
eind 2009 moeten zijn afgerond.<br />
Bart Wubben, landschapsarchitect<br />
in het ontwerpteam,<br />
legt het dilemma<br />
van Stadionpark bloot.<br />
Bart Wubben<br />
Landschapsarchitect dS+V<br />
Gemeente Rotterdam<br />
b.wubben@dsv.rotterdam.nl<br />
Postbus 6699<br />
3002 AR Rotterdam<br />
20 TOPOS / 01 / 2009<br />
Rond 2030 is het Stadionpark een<br />
embleem van Rotterdam. De ‘Nieuwe<br />
Kuip’ aan de Maas is de trots van Zuid<br />
en geniet internationale bekendheid. Op<br />
steenworp afstand van het stadion ligt<br />
de Sport Campus Stadionpark. De<br />
sportwereld, het bedrijfsleven en onderwijs<br />
komen hier samen en versterken<br />
elkaar. Het gebied heeft een brede<br />
sportcultuur met aandacht voor diversiteit,<br />
meer bewegen en een actieve leefstijl.<br />
Een openbaarvervoersknooppunt, met<br />
treinstation Stadionpark, zorgt voor een<br />
goede bereikbaarheid van het gebied.<br />
Naast de 400-meter kunstijsbaan liggen<br />
velden voor de sportverenigingen. Er<br />
kan gerecreëerd worden op pleinen en in<br />
groengebieden. Voor voetgangers en<br />
fietsers zijn er heldere routes, ook<br />
richting trein- en metrostation en parkeerlocaties.<br />
Kortom: Stadionpark is het<br />
boegbeeld van Rotterdam Sportstad, een<br />
knooppunt op Zuid en een aantrekkelijk<br />
nieuw stadsdeel.<br />
Door de unieke sportcultuur en de<br />
bouw van de nieuwe Kuip zal het<br />
nieuwe stadsdeel veel bedrijvigheid en<br />
bezoekers aantrekken. Bereikbaarheid en<br />
parkeren zijn dan ook belangrijke<br />
thema’s bij de ontwikkeling van het<br />
gebied. Maar ook wonen, onderwijs en<br />
werkgelegenheid voor de bewoners van<br />
Zuid evenals groen en water krijgen de<br />
aandacht.<br />
I love Rotterdam-Zuid<br />
De ontwikkeling van de Kop van Zuid<br />
was een goede aanzet om het woonmilieu<br />
op Zuid te verbeteren. Stadionpark<br />
kan in het verlengde daarvan een<br />
belangrijke bijdrage leveren, met goede<br />
woningen, grote variatie aan onderwijs<br />
en voorzieningen, en werkgelegenheid in<br />
de buurt. Vooral voor bewoners die<br />
buiten de stad werken en willen recreëren,<br />
zijn de goede metro- en treinverbindingen<br />
ideaal. Ook de ligging aan<br />
de rivier draagt bij aan de kwaliteit van<br />
wonen in het gebied. Maar het Stadionpark<br />
mag niet op zichzelf staan. Daarom<br />
komen er verbindingen die de barrièrewerking<br />
van het aanwezige spoor opheffen<br />
en het woonmilieu van de omliggende<br />
wijken een impuls geven. Over het<br />
spoor heen, en gecombineerd met<br />
bebouwing en openbare ruimtes, worden<br />
oost-westgerichte verbindingen<br />
voor fietsers en voetgangers aangelegd.<br />
Nieuwe routes maken het nieuwe<br />
OV-knooppunt vanuit de deelgemeenten<br />
Feijenoord en Charlois optimaal bereikbaar.<br />
De gebiedsontwikkeling biedt kansen<br />
om de natuurwaarden en de waterhuishouding<br />
in het gebied aanzienlijk te<br />
verbeteren. Door het vergroten en<br />
verbreden van watergangen, zoals de<br />
singels en de aanwezige boezem, neemt<br />
Stadionpark icoon op niveau van Rotterdam Zuid, de regio, Nederland en Europa<br />
topos.indd 20 11-11-2009 17:06:53
Met het stadion aan de Maas zoekt de gebiedsontwikkeling de rivier op<br />
de bergingscapaciteit toe. Bovendien kan<br />
extra water worden ingezet om park dat<br />
onderdeel uitmaakt van het project als<br />
recreatie- en natuurgebied aantrekkelijker<br />
te maken. Ook het aanwezige eiland<br />
in de Maas, het Eiland van Brienenoord<br />
kan als stadsnatuurgebied een impuls<br />
krijgen.<br />
Icoon op regionaal en internationaal<br />
niveau<br />
Met het nieuwe stadion en de schaatsbaan<br />
worden ook twee bovenlokale<br />
functies toegevoegd. Ze hebben een<br />
aantrekkingskracht op regionaal en<br />
nationaal niveau en wat betreft het<br />
nieuwe stadion zelfs internationaal<br />
niveau. Ze hebben ook een geheel eigen<br />
dynamiek. De schaatsbaan moet er ‘zo<br />
snel mogelijk zijn’ en met het nieuwe<br />
stadion dingen we als Nederland en<br />
België mee naar de organisatie van het<br />
WK-voetbal van 2018. Het halen van<br />
het jaar 2018 zet de <strong>planning</strong> van het<br />
gehele project onder druk. Daarnaast<br />
vragen de voorzieningen om een optimale<br />
bereikbaarheid. Daarom moeten<br />
het openbaar vervoer en de infrastructuur<br />
voor aut<strong>over</strong>keer fors worden<br />
verbeterd. Het huidige evenementenstation<br />
Stadion moet worden uitgebreid tot<br />
een volwaardig NS-station Stadionpark<br />
en er wordt ingezet op een nieuwe<br />
metr<strong>over</strong>binding van Zuidplein naar<br />
Kralingse Zoom.<br />
De Nieuwe Kuip zal straks plaats bieden<br />
aan 80.000 toeschouwers. Met die groei<br />
van de stadioncapaciteit is het noodzakelijk<br />
een behoorlijke verschuiving te<br />
realiseren in het aantal bezoekers dat<br />
met de auto komt en het aantal dat met<br />
openbaar vervoer reist. Het streven is<br />
dat straks ongeveer de helft van de<br />
bezoekers met het openbaar vervoer<br />
naar het stadion komt (nu is dat circa<br />
een kwart). Dit levert voor het gebied<br />
een enorme opgave op.<br />
Polls en forums<br />
Bovenstaande omschrijving en het<br />
schema wat dit weergeeft levert zowel de<br />
ambitie als de discussie van Stadionpark<br />
op. Met de gebiedsontwikkeling is<br />
ingezet om de grote iconen een rol te<br />
laten spelen in het maken van de stad.<br />
Niet iedereen is er van <strong>over</strong>tuigd dat dit<br />
de beste manier is om aan de stad te<br />
werken. Zo is ook niet iedereen even<br />
enthousiast als wij, de plannenmakers.<br />
Wat bijvoorbeeld te denken van een site<br />
als geennieuwekuip.nl of de elf ingediende<br />
moties bij de raadsvergadering<br />
<strong>over</strong> het project op 14 mei 2009 (waarvan<br />
er tien werden aangenomen). En los<br />
daarvan nog de discussies en artikelen in<br />
kranten en op forums die door verschillende<br />
burgers, lobbyclubs en politieke<br />
partijen zijn gevoerd en geschreven. Dit<br />
doet de vraag opkomen of we met het<br />
project Stadionpark wel op de goede<br />
weg zijn. Hebben we, met andere woorden,<br />
nog wel een project?<br />
Kijken we door onze oogharen naar de<br />
verschillende discussies dan moeten we<br />
constateren dat iedereen het in grote<br />
lijnen wel met ons eens is. Maar door de<br />
schaal van de gebiedsontwikkeling en<br />
daarmee het grote ruimtebeslag en<br />
hoeveelheid thema’s die worden aangesneden<br />
zijn er een hoop subonderdelen<br />
waarmee men het oneens kan zijn.<br />
Communicatietraject<br />
Hoe komt het dan dat er nu nog zo veel<br />
discussies spelen? Wat is of wordt er aan<br />
gedaan om het te voorkomen? Met de<br />
start van de gebiedsvisie is naast en met<br />
het ontwerpteam ook een groot communicatietraject<br />
gestart. Er is gekozen<br />
om deze groepen niet te mengen door<br />
algemene avonden te organiseren,<br />
omdat de belangen zo uiteenlopend zijn<br />
dat dat geen recht zou doen aan de<br />
inhoud. Bewoners zouden bijvoorbeeld<br />
<strong>over</strong>donderd kunnen worden door<br />
vaktaal en diepgaande kennis <strong>over</strong><br />
specifieke onderdelen als watersystemen<br />
terwijl de kennis die zij hebben <strong>over</strong> hun<br />
eigen wijk geen ruimte zou krijgen. Het<br />
communicatietraject speelt zich af in<br />
meerdere gremia zoals de politiek,<br />
inwoners van Rotterdam-Zuid, direct<br />
belanghebbenden (zoals de sportclubs in<br />
het gebied), de markt en last but not<br />
TOPOS / 01 / 2009<br />
topos.indd 21 11-11-2009 17:06:55<br />
21
least expertgroepen.<br />
Om met de laatste te beginnen is er een<br />
serie expertgroepen (sectorale werkgroepen<br />
voor onder andere water,<br />
natuur, sport en verkeer). Met deze<br />
groepen is gedurende het jaar gewerkt<br />
wat heeft opgeleverd dat hieruit geen<br />
onverwachte bezwaren zijn gerezen.<br />
Met de bewoners van Rotterdam-Zuid<br />
zijn vorig jaar twee werksessies gehouden.<br />
De werksessies, genaamd<br />
lenteavonden en zomeravonden, besloegen<br />
beiden vijf avonden waarin met alle<br />
mogelijke betrokkenen uit de omgeving<br />
de vraag te formuleren en de tussenstand<br />
te bespreken. Uiteindelijk is aan<br />
deze groep apart een eindpresentatie<br />
gegeven.<br />
Met de markt is juist op een veel terughoudender<br />
manier te werk gegaan. Bijna<br />
volgens ontwikkeling oude stijl is door<br />
de gemeente gewerkt om zelf te ontdekken<br />
wat de mogelijkheden zijn om<br />
22 TOPOS / 01 / 2009<br />
vervolgens in september 2008 de markt<br />
te bevragen of wat we hadden bedacht<br />
in vruchtbare aarde kon vallen. Het<br />
antwoord van de marktpartijen daarop<br />
was een unaniem ja.<br />
De politiek en de direct betrokkenen<br />
zijn juist op een heel actieve manier<br />
betrokken geweest. Op meerdere momenten<br />
in het proces is er met hen<br />
gesproken <strong>over</strong> de mogelijkheden en<br />
onmogelijkheden en natuurlijk de<br />
wensen en de kansen. Voor wat betreft<br />
de politiek geldt B&W als centraal<br />
bestuur in Rotterdam als opdrachtgever<br />
voor de ontwikkeling. Daaronder kent<br />
de gemeente nog een bestuurslaag voor<br />
de verschillende deelgemeentes. Vanuit<br />
die laag is ook het dagelijks bestuur van<br />
de deelgemeente IJsselmonde opdrachtgaver.<br />
Zij werden als opdrachtgevers<br />
intensief op de hoogte gehouden.<br />
Met bijvoorbeeld Stadion NV, de beheerder<br />
van de Kuip en ontwikkelende<br />
Stedenbouwkundige voorbeelduitwerking gebiedsontwikkeling stadionpark<br />
partij van het nieuwe stadion wordt veel<br />
contact onderhouden om een haalbaar<br />
plan te kunnen maken. Stadion NV<br />
verzorgt vervolgens weer het contact<br />
met de KNVB welke het bidboek zal<br />
moeten maken voor deelname aan het<br />
WK.<br />
Symbool voor een nieuwe start<br />
Is er dan eigenlijk wel iets aan de hand?<br />
Ja, dat is er zeker. Er zijn na bovenstaand<br />
proces nog steeds mensen die zich<br />
niet in de plannen kunnen vinden.<br />
Daarbij is het in feite niet eens interessant<br />
of het veel of weinig mensen zijn.<br />
Veel interessanter is het of de bedenkingen<br />
hout snijden. Een aantal van die<br />
bedenkingen deden en doen dat zeker.<br />
Kijken we bijvoorbeeld naar het enthousiasme<br />
waarmee we als ontwerpgroep<br />
het Eiland van Brienenoord onder<br />
handen hebben genomen in de eerste<br />
fase dan zijn daar door de zomeravonden<br />
behoorlijk wat nuances in aangebracht.<br />
Voor deze stadsnatuuroase<br />
topos.indd 22 11-11-2009 17:06:59
Met het realiseren van een sportcampus op Zuid wordt een uitwisseling tussen top- en breedtesport<br />
mogelijk<br />
waren de meest uiteenlopende plannen<br />
van hotels in de natuur tot jachthavens<br />
bedacht. Na consultatie bij de bewoners<br />
is gebleken dat we daarmee de plank<br />
toch wel behoorlijk missloegen en de<br />
eigen kracht van het eiland niet gebruikten<br />
om het gebied mee te verbeteren. In<br />
de gebiedsvisie is daarom het eiland veel<br />
meer vanuit de stadsnatuurkant benaderd.<br />
Doorbouwen op de riviernatuur<br />
met zijn grienden en het laten bestaan<br />
van de struinnatuur is nu een uitgangspunt.<br />
Stedelijke activiteiten zoals jachthavens<br />
en hotels blijven op het vaste<br />
land. Het ondersteunen van de natuurfunctie<br />
door het bestaande scouting<br />
gebouw op het eiland (Arend en de<br />
Zeemeeuw) aan te vullen met een<br />
Natuur, Milieu en Educatiecentrum zijn<br />
daarin volgens de ontwerpgroep interessante<br />
ontdekkingen. In die zin werpt een<br />
dergelijk proces vruchten af. Procesmatig<br />
is dit soms wel lastig maar in de<br />
bedenkingen zitten soms interessante<br />
ontwerpuitdagingen verborgen die gaan<br />
van planologische oplossingen tot<br />
inrichtingsplanniveau.<br />
Op vrijwel alle niveaus wordt nu gewerkt<br />
om zeker te zijn dat wat we voorstellen<br />
ook echt kan. Het plan wordt hierdoor<br />
alleen maar beter. In juli komt de ontwerp-structuurvisie<br />
ter inzage te liggen<br />
waar mensen voor het eerst in de<br />
formele zin van de wet op de <strong>ruimtelijke</strong><br />
ordening op kunnen reageren. We<br />
hopen tegen het eind van 2009 met de<br />
vaststelling van het masterplan en de<br />
structuurvisie de meeste personen in<br />
ons ja-kamp te mogen verwelkomen.<br />
Dat dit mogelijk is laten de laatste<br />
reacties op de site <strong>over</strong> de Nieuwe Kuip<br />
zien. Zoals de laatste post op het forum<br />
van een zekere Mark:<br />
“Het wordt eens tijd voor een nieuw<br />
stadion. De Kuip is mooi, maar moet<br />
toch een keer vervangen worden. Al die<br />
mensen die geen nieuw stadion willen<br />
zijn gewoon bang voor de toekomst van<br />
Feyenoord. Want de Kuip is het<br />
verleden en het verleden van Feyenoord<br />
was goed. Je kan beter een nieuw stadion<br />
bouwen om symbool te staan voor<br />
een nieuwe start, dan het oude stadion<br />
blijven gebruiken om te blijven denken<br />
aan betere tijden.”<br />
Summary<br />
The city of Rotterdam started<br />
designing an ‘area development plan’<br />
containing several venues (a new<br />
football stadium and ice-skating rink)<br />
and redevelopment of a sport complex<br />
and park. This inner city development<br />
foresees in becoming an integral part<br />
of the city bringing the surrounding<br />
districts to a higher level. With this<br />
development the KNVB together with<br />
the KBVB are proposing themselves<br />
for organising the WK football 2018.<br />
This puts pressure on the project<br />
concerning the realisation in time. But<br />
it might also mean that in order to<br />
make it in time the content of de<br />
design is at stake. To manage these<br />
dilemma’s the city of Rotterdam set up<br />
an communication process. This<br />
communication process was set up in<br />
order to make use of the knowledge of<br />
local inhabitants, experts and<br />
politicians.<br />
TOPOS / 01 / 2009 23<br />
topos.indd 23 11-11-2009 17:06:59
De barsten in het landschap: een collage<br />
Over smaakt valt niet te<br />
twisten. De redactie trok de<br />
wereld in op zoek naar elementen<br />
in het landschap<br />
die in feite oerlelijk zijn.<br />
Toch willen zij deze elementen<br />
aanprijzen, omdat<br />
zij het als een verfraaiing<br />
van het landschap zien en<br />
het graag meer zouden<br />
willen tegenkomen in stad<br />
en land. Kortom, ik wil, ik<br />
wil, wat jij niet wilt…<br />
M O O I<br />
Peter Davids<br />
Masterstudent Spatial Planning<br />
Peter.davids@wur.nl<br />
24 TOPOS / 01 / 2009<br />
‘De afwezigheid van een barst in de<br />
schoonheid is zelf weer een barst’.<br />
Vaak maken de oneffenheden een<br />
product helemaal af. Nog maar enkele<br />
weken geleden was de nieuwe cd-box<br />
van de Beatles groot in het nieuws. Alle<br />
opgepoetste platen werden opnieuw<br />
uitgegeven in oude – niet opgepoetste<br />
uitgave.<br />
De kneuterige tekeningen van Anton<br />
Pieck worden gewaardeerd om de<br />
huisjes die werkelijk geen rechte lijn<br />
lijken te bevatten. Tijdens de bouw van<br />
de huisjes in de Efteling werd de<br />
bouwvakkers eerst een goede neut<br />
gegeven, zodat de huisjes eveneens<br />
Een voorbeeld is het gebruik van<br />
graffiti. De een vind het een verwaarlozing<br />
van de openbare ruimte, de<br />
ander beschouwt het als vorm van<br />
kunst, zorg voor de eigen omgeving.<br />
Het geeft expressie in de openbare<br />
ruimte. De omgeving niet altijd naar<br />
wens en daarom wordt die door de<br />
bewoners aangepast en toegeëigend.<br />
Het is echter wel zo dat er meerdere<br />
mensen gebruik maken van de openbare<br />
ruimte en deze mensen verschillende<br />
wensen hebben.<br />
Een ander voorbeeld is de verpauperde<br />
kavel in Dresden. Terwijl <strong>over</strong>al langs<br />
snelwegen bedrijventerreinen schreeuwerig<br />
worden aangeprezen, gebeurt het<br />
met dit stukje grond in alle bescheidenheid.<br />
Wie eine verzauberte prinzessin…<br />
Projectontwikkelaars mogen vaker zo<br />
poëtisch schrijven <strong>over</strong> hun verkoopwaar.<br />
schots en scheef zouden wezen.<br />
Maar is dat nou mooi? De meningen<br />
verschillen. Alleen echte Beatles-fans<br />
kopen de zoveelste nieuwe cd-box en<br />
Anton Pieck is kneuterig en kitsch.<br />
In het landschap willen we dit graag<br />
ook terug zien. Niet iedere stadscentrum<br />
heeft een botox-behandeling<br />
nodig in de vorm van prachtige<br />
betegeling en chique meubilair. Daarom<br />
verzamelde de redactie een collage van<br />
landschapsfoto’s van landschapselementen<br />
die doorgaans niet als mooi,<br />
toch gaat er een romantiek in schuil. Ze<br />
vormen de barsten die de schoonheid<br />
meer glans geven. Oordeelt u zelf.<br />
Graffiti in de openbare ruimte, Hamburg [Ricky van Lingen]<br />
Verkoopzuil van een kavel, Dresden [Peter Davids]<br />
topos.indd 24 11-11-2009 17:07:03
Polder zeedijk, Groningen [Jorrit Noordhuizen]<br />
Een minder romantisch beeld zijn de<br />
strakke lijnen van het agrarisch landschap<br />
langs de kust van Groningen. Vaak<br />
verguisd om zijn kaalheid en saaiheid,<br />
in dit geval gewaardeerd om zijn eenvoud<br />
en helderheid.<br />
Op deze markt in Oekraïne is de<br />
menselijke flexibiliteit en inventiviteit in<br />
de omgang met een niet-ideale ruimte<br />
iets prachtigs. Het is een voorbeeld<br />
waarom het maken van een Utopia<br />
dagdromen moet blijven: in een<br />
klinisch schone kraam zou het vlees als<br />
bloederig en slecht worden beschouwd,<br />
terwijl hier de grofheid op z’n plaats is.<br />
Markt, Oekraïne [Leonoor Akkermans]<br />
TOPOS / 01 / 2009<br />
topos.indd 25 11-11-2009 17:07:05<br />
25
Skyline, Amsterdam [Sanne Broekhof]<br />
Aan de rand van de stad vormen de<br />
strakke gebouwen in de skyline van<br />
Amsterdam een mooi contrast met<br />
heldere watervlakte en het dansende<br />
riet op de voorgrond. De stad en<br />
natuur versterken elkaar, zoals de<br />
complementaire kleuren groen en rood<br />
elkaar versterken.<br />
Grevelingenmeer [Joeri Meliefste]<br />
26 TOPOS / 01 / 2009<br />
Een vervallen en verlaten graandistributiepunt<br />
aan de rand van het dorpje<br />
Riez vormt een dramatisch beeld van<br />
eenzaamheid en verwaarlozing. Tegelijkertijd<br />
is deze volhardende monoliet<br />
een spoor uit het verleden, een symbool<br />
van tijden dat de agrarische industrie<br />
hier volop draaide.<br />
Vervallen graansilos in Riez, Frankrijk [Sjoerd van Telgen]<br />
Tot slot, het Grevelingenmeer. De<br />
windmolens aan de horizon worden<br />
vaak niet gewaardeerd aangezien zij het<br />
gevoel van oneindigende openheid<br />
wegnemen. Het is echter ook te waarderen<br />
dat deze reuzen de horizon bewaken.<br />
Ze laten het belang en het nut<br />
van het gebied zien.<br />
topos.indd 26 11-11-2009 17:07:07
Zonder feiten geen waarden<br />
In de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog was<br />
het ‘waardeconflict’ een van de verschrikkelijkste dingen die<br />
planners en ontwerpers zich konden indenken. Er moest gehandeld<br />
worden in het belang van het land en daar moesten<br />
de meningen buiten blijven. In het kader van de vooruitgang<br />
was het dan ook strikt noodzakelijk om <strong>planning</strong> te verwetenschappelijken<br />
tot rationele <strong>planning</strong>. Dat hield in een <strong>planning</strong><br />
gebaseerd op objectieve data. Immers, <strong>over</strong> waarden valt te<br />
twisten, <strong>over</strong> feiten niet. En zo ging het voort: weinig verlichte<br />
modernisten maakten Nederland tot het ultieme laboratorium<br />
voor de <strong>ruimtelijke</strong> ordening. Andere landen keken met bewondering<br />
naar de Nederlandse prestaties. Inmiddels kijken we<br />
op die periode terug met gemengde gevoelens. Is de Bijlmermeer<br />
nu een stukje cultuurhistorie dat gekoesterd dient te<br />
worden, of is het een mislukt experiment dat slechts dankzij<br />
bergen Vogelaargeld tot een prachtwijk kan worden omget<strong>over</strong>d?<br />
Is Utrecht dankzij Hoog Catharijne het bruisende middelpunt<br />
van ons land geworden, of is het eeuwig zonde dat een<br />
prachtige woonbuurt en stadssingel naar de Filistijnen verdwenen<br />
door de komst van een ordinair betonspook?<br />
Het probleem – en dat blijkt nu – is dat feiten en waarden niet<br />
zo makkelijk van elkaar los te koppelen zijn. Wanneer een<br />
zekere partij met bepaalde feiten op de proppen komt, kunnen<br />
we er zeker van zijn dat er waarden achter zitten. Hoog Catharijne<br />
was in iemands belang, niet in het belang van iedereen.<br />
We weten nu dat <strong>planning</strong> een strategisch spel is tussen verschillende<br />
de waarheden van verschillende partijen. Voor<br />
velen is dat aanleiding om te concluderen dat het wel degelijk<br />
om waarden gaat. Sterker zelfs, menen zij, waarden zijn<br />
stiekem veel belangrijker dan feiten. Nu heb ik er geen problemen<br />
mee om iets een feit of een waarde te noemen – dat is<br />
soms wel zo handig – maar deze constatering van het belang<br />
van waarden leidt tot een nieuw gevaar. Het ene gevaar is dat<br />
waarden, belangen, voorkeuren en meningen worden vertaald<br />
naar kwantitatieve gegevens. Dat gebeurt bijvoorbeeld in een<br />
multi-criteria-analyse. Zo behoudt <strong>planning</strong> haar belofte van<br />
objectiviteit en analytische hardheid, maar in feite gaat het om<br />
de kwantificering van kwalitatieve en dus veranderlijke gegevenheden.<br />
Het tweede gevaar – en dit geldt bijvoorbeeld<br />
voor <strong>planning</strong>onderzoekers – is dat men in plaats van feiten<br />
te onderzoeken, de aandacht verplaatst naar waarden. Dit is<br />
niet meer dan een ommezwaai binnen een fundamentaal onjuiste<br />
opvatting van de werkelijkheid: namelijk dat die te onderscheiden<br />
valt in feiten en waarden. Een meer werkbare waarheid<br />
is volgens mij dat de twee elkaar nodig hebben. Zonder<br />
feiten geen waarden en zonder waarden geen feiten. Hieruit<br />
volgt automatisch dat het niet zinvol is om van tevoren een<br />
onderscheid te maken. Dit doet geen recht aan de werkelijkheid,<br />
en heeft al helemaal niets met wetenschappelijkheid te<br />
maken.<br />
Joren Jacobs<br />
To p o s . k o m m a / c o l u m n s<br />
TOPOS / / 01 / / 2009<br />
27<br />
topos.indd 27 11-11-2009 17:07:08
Wie wil er naar Kazachstan<br />
Sinds September 2007<br />
werkt Robert Jan ter Kuile<br />
voor Witteveen+Bos in<br />
Kazachstan. Na een jaar<br />
ervaring als verkeerskundige<br />
in Nederland heeft<br />
hij avontuur opgezocht in<br />
Almaty. Hier werkte hij<br />
aan het opzetten van een<br />
kantoor van het ingenieursbureau<br />
en het ontwikkelen<br />
van de stedelijke<br />
vervoersmarkt.<br />
Robert Jan ter Kuile<br />
werkte van 2007 tot en met 2009 voor<br />
Witteveen+Bos in Kazachstan<br />
robertjan.terkuile@gmail.com<br />
28 TOPOS / 01 / 2009<br />
Vroeger was Kazachstan het balingsoord<br />
van Stalin. Allerlei lastige<br />
volksstammen en mensen met afwijkende<br />
meningen werden naar haar<br />
steppes gedeporteerd. Nog steeds geniet<br />
het land weinig populariteit. Liggend in<br />
the middle of nowhere, volslagen<br />
onbekend en ook nog eens eindigend op<br />
‘stan’ trekt het weinig bezoekers. Waarom<br />
ik dan wel vol enthousiasme hierheen<br />
ben gereisd zal ik in dit artikel uit<br />
leggen aan de hand van een korte<br />
beschrijving van het land, zijn volk en<br />
enkele voorbeelden uit de praktijk van<br />
alledag.<br />
Kennismaking met Kazachstan<br />
Vanwege de relatieve onbekendheid van<br />
het land, volgt hier een korte beschrijving<br />
van de huidige situatie. Kazakstan<br />
ligt tussen de Kaspische Zee en China<br />
en bestaat voornamelijk uit eindeloze<br />
steppes, op een oppervlak dat 65 maal<br />
groter is dan Nederland wonen nog<br />
geen 16 miljoen mensen. Het land<br />
beschikt <strong>over</strong> enorme hoeveelheden<br />
ruwe grondstoffen, alles van ijzererts en<br />
kolen tot asbest en uranium wordt<br />
gedolven uit mijnen verspreid <strong>over</strong> het<br />
hele land. Daarnaast is Kazakstan een<br />
belangrijk producent van graan, een<br />
resultaat van de massale landbouwpolitiek<br />
van Sovietunie.<br />
De belangrijkste grondstof is echter de<br />
olie. In de Kaspische Zee ligt een van de<br />
grootste olievelden ter wereld: Kashagan.<br />
Daarnaast zijn er zowel op land, als<br />
in de zee grote hoeveelheden olie en gas<br />
ontdekt. In het begin van deze eeuw<br />
werd de olieprijs hoog genoeg om de<br />
ontwikkeling van deze velden rendabel<br />
te maken. Enkele velden zijn nu operationeel<br />
en hoewel de instabiele olieprijs<br />
voor enige behoedzaamheid zorgt, gaan<br />
grote investeringen nog altijd door. Deze<br />
olie gerelateerde investeringen hebben<br />
de afgelopen jaren voor een enorme<br />
groei van de Kazakhse economie<br />
gezorgd. Daarnaast bracht het optimisme<br />
een grote leenzucht met zich<br />
mee, die in de zomer van 2007 door de<br />
financiële crisis hard werd afgestraft.<br />
Naar Noors voorbeeld is er wel een<br />
fonds voor oliegelden gecreëerd waar op<br />
dit moment gebruik van wordt gemaakt<br />
om de ergste kantjes van de crisis af te<br />
slijpen.<br />
Almaty<br />
1 Sinds 1989 is Nazerbaev de-facto leider van het land. In het republikeinse Kazakhstan (vanaf 1991) wint hij<br />
structureel 90-95% van de stemmen. In 2007 is de grondwet aangepast, hierin is mr. Nazerbaev uitgezonderd van de<br />
limiet van twee<br />
topos.indd 28 11-11-2009 17:07:09
In de tijd van sterke economische groei<br />
is een nieuwe samenleving ontstaan. De<br />
egalitaire communistische samenleving<br />
is veranderd in een kapitalistisch wild<br />
westen met zeer grote inkomensverschilen.<br />
Oude clans met ieder hun eigen<br />
machtsbasis hebben zich grote hoeveelheden<br />
geld toegeëigend. De nieuwe<br />
rijken laten dit aan alle kanten zien door<br />
in de duurste auto’s rond te rijden, dure<br />
kleding te kopen en zo ver en luxe<br />
mogelijk op vakantie te gaan. De belangrijkste<br />
clan is die van President voor<br />
het Leven 1 Nursultan Nazerbaev.<br />
Miljarden dollars geïnvesteerd vermogen<br />
en <strong>over</strong>weldigende verkiezings<strong>over</strong>winningen<br />
geven hem uitgebreide macht<br />
<strong>over</strong> zowel de zakelijke als de politieke<br />
wereld in Kazakstan.<br />
De <strong>over</strong>heid heeft het nieuwe geld<br />
gebruikt voor het ontwikkelen van de<br />
nieuwe hoofdstad Astana. In de afgelopen<br />
tien jaar is het provinciestadje van<br />
50.000 inwoners uitgebouwd tot een<br />
indrukwekkende stad met 600.000<br />
inwoners en bijzondere voorbeelden van<br />
moderne architectuur. Geïnspireerd<br />
door deze succesvolle creatie zijn allerlei<br />
plannen ontwikkeld voor verdere<br />
ontwikkeling, van een tweede Dubai aan<br />
de Kaspische zee tot duizenden kilometers<br />
infrastructuur om China met Europa<br />
te verbinden. Deze prachtige<br />
ambities zijn allemaal in de ijskast<br />
verdwenen nu het einde is gekomen aan<br />
schijnbaar oneindige hoeveelheden<br />
kapitaal.<br />
Kennismaking met Kazakken<br />
Niet alleen het 18 jaar oude land is<br />
bijzonder, de mensen die er wonen<br />
hebben een lange en verscheiden geschiedenis.<br />
Dit levert een boeiende<br />
cultuur op met vele lagen en facetten. In<br />
een notendop wordt hier deze cultuur<br />
beschreven vanuit het oogpunt van<br />
Nederlandse jongeling.<br />
De grootste cultuurschok voor Nederlanders<br />
is het totale gebrek aan planmatigheid.<br />
Na aankomst op het vliegveld<br />
kan de agenda direct de prullenbak in.<br />
Ter illustratie, op maandag maak je een<br />
afspraak voor donderdag om 20.00 uur,<br />
wanneer je deze afspraak netjes nakomt<br />
hoef je van je tegenpartij niets dan<br />
opperste verbazing te verwachten. Ook<br />
mogelijk, morgen om 11.00 uur een<br />
zakelijke bespreking. Blijkt de volgende<br />
dag niet door te gaan; de partner moest<br />
plots op zakenreis of werk tniet meer bij<br />
het bedrijf. Dit gebrek aan agenda’s<br />
heeft één duidelijk voordeel, <strong>over</strong> het<br />
algemeen kunnen afspraken op zeer<br />
korte termijn gepland worden, waar je in<br />
Nederland tegen wekenlange volle<br />
agenda’s aankijkt.<br />
Tachtig jaar Soviet <strong>over</strong>heersing heeft<br />
nog duidelijke sporen nagelaten in het<br />
gedrag van de mensen. Initiatief of<br />
verantwoordelijkheid nemen is verre van<br />
vanzelfsprekend en “waarom?” vragen is<br />
uit den boze. Daarnaast is het men ook<br />
zeer terughoudend met het verstrekken<br />
van informatie. “Konfidentialna” is het<br />
gebruikelijke antwoord op een aanvraag<br />
van al dan niet openbare rapporten. Het<br />
wordt al snel als gevaarlijke bemoeizucht<br />
beschouwd, het risico dat eigen fouten<br />
boven water komen wordt te groot<br />
geacht. Daarnaast is kennis nog altijd<br />
een belangrijke machtsvorm voor de<br />
heersende elite en is kritiek onacceptabel.<br />
Daarom zijn eigendomsstructuren<br />
van bedrijven altijd zeer mistig en<br />
worden kritische journalisten en oppositieleden<br />
op hardhandige wijze de mond<br />
gesnoerd.<br />
Onder het Soviet sausje bevindt zich<br />
echter een hele bijzondere mengeling<br />
van volken en rassen die met elkaar trots<br />
zijn op hun land en zich hard maken om<br />
er iets van te maken. Zelfs in tijden van<br />
crisis blijft het Kazakhse optimisme en<br />
hun volhardendheid inspireren. Inmiddels<br />
zijn al vele jonge intelligente Kazakhen<br />
afgestudeerd op befaamde<br />
universiteiten in de Verenigde Staten, het<br />
Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de<br />
rest van de westerse wereld. Deze jonge<br />
elite wordt op vele posities in het open-<br />
bare en zakelijke leven geplaatst om het<br />
land snel en op eigen kracht te ontwikkelen.<br />
Vele van deze studenten hebben<br />
een westerse visie <strong>over</strong>genomen tijdens<br />
hun verblijf en kunnen op een goede<br />
zakelijke wijze het land vooruit helpen.<br />
Daarnaast zijn er ook die na terugkomst<br />
met het grootste gemak oude tradities<br />
<strong>over</strong>nemen. Zij doen al snel mee in het<br />
spelletje van corruptie en vriendjespolitiek.<br />
Deze eeuwige en <strong>over</strong>al doorgevoerde<br />
corruptie heeft een aantal zeer nadelige<br />
effecten op de inrichting van land en<br />
steden. Het bekleden van <strong>over</strong>heidsposities<br />
is een voorrecht dat zoveel mogelijk<br />
moet worden uitgebuit. Dan wel door<br />
het aannemen van steekkpenningen, dan<br />
wel door het verlenen van contracten<br />
aan vriendjes. Na het binnenlopen is het<br />
zaak snel weer weg te zijn voor de<br />
rampzalige resultaten van de acties<br />
zichtbaar worden. Deze <strong>over</strong>heidscultuur<br />
zorgt voor korte termijn visie bij<br />
ambtenaren en het gebrek aan iedere<br />
prikkel om de bevolking te faciliteren.<br />
Almaty Metro<br />
Het eerder genoemde gebrek aan planmatigheid<br />
leidt ook tot een ad-hoc<br />
cultuur, beslissingen worden uitgesteld,<br />
teruggedraaid en als dan uiteindelijk alles<br />
vast staat, moet het gisteren uitgevoerd<br />
zijn. Hierdoor verliest men bij zowel<br />
projecten als bedrijfsvoering de grote lijn<br />
uit het oog. Dit heeft tot gevolg dat<br />
allerhande ontwikkelingen, nog sterker<br />
TOPOS / 01 / 2009<br />
topos.indd 29 11-11-2009 17:07:09<br />
29
dan in Nederland, uit de tijd en uit<br />
budget lopen. Het meest aansprekende<br />
voorbeeld hiervan is de aanleg van de<br />
metro in Almaty, extra complex door de<br />
aardbevingsgevoeligheid van het gebied.<br />
De aanleg is gestart in 1988 toen Almaty<br />
1 miljoen inwoners had en daarmee,<br />
naar Soviet standaard, recht op een<br />
metro kreeg. Vervolgens is tijdens en na<br />
de ineenstorting van de Soviet Unie het<br />
project stil komen te liggen. Vanaf eind<br />
jaren negentig zijn verschillende pogingen<br />
gedaan om de het project weer op te<br />
starten, tot uiteindelijk in 2005 geld werd<br />
vrijgemaakt door de president. Sindsdien<br />
is de <strong>planning</strong> uitgelopen van 2008, tot<br />
Juli 2009 tot eind 2010 als streefdatum<br />
op dit moment. Al jaren wordt er 24 uur<br />
per dag, 7 dagen per week aan door<br />
gewerkt en verdwijnen er enorme<br />
hoeveelheden geld onder de grond en in<br />
de zakken van het uitvoerend management.<br />
Voorlopig is het enige resultaat<br />
een ondergronds museum met alle<br />
verschillende tunnel technieken van de<br />
afgelopen deccenia.<br />
Na twintig jaar heeft de locatie van de<br />
metro weinig meer te maken met wat er<br />
boven de grond gebeurd. De geplande<br />
lijn heeft echter nooit goed aangesloten<br />
op de bovenwereld. Een belangrijke<br />
bron van passagiersstromen is het<br />
centrale station van Almaty bij het eind<br />
station van de metro. Hier is echter geen<br />
enkele logische vorm van aansluiting<br />
ontworpen, de metro ligt op duizend<br />
meter van het station zonder heldere<br />
voetgangersroute. De metro is aangelegd<br />
waar het eenvoudig is, niet waar het<br />
nuttig is. Zo sterk zelfs dat de directeur<br />
van de metro verklaarde: “Ach die<br />
passagiersaantallen zijn allemaal niet zo<br />
belangrijk, het gaat erom dat we het<br />
kunnen bouwen.”<br />
Deze mentaliteit zorgt ervoor dat in<br />
allerlei ontwerpen alle noodzakelijke<br />
onderdelen voorkomen, maar dat het<br />
uiteindelijke gebruik geen rol van belang<br />
speelt. Een ander voorbeeld hiervan zijn<br />
moderne appartementen complexen<br />
30 TOPOS / 01 / 2009<br />
waar je na een half uur rondzwerven<br />
door keldergangen en garages erachter<br />
komt dat de uitgang zich ergens achter<br />
op de tweede verdieping bevindt.<br />
Werken in Kazachstan<br />
Voor een pas afgestuurde werknemer<br />
zijn er verschillende redenen om een<br />
buitenland positie met beide handen aan<br />
te grijpen. Aan de hand van mijn ervaringen<br />
in Kazachstan zal ik aangeven wat<br />
de mogelijkheden zijn die werken in het<br />
buitenland biedt en hoe dat in de praktijk<br />
uit pakt.<br />
Wonen en werken in een vreemde<br />
omgeving betekent regelmatig verast<br />
worden. Zo kan het gebeuren dat tijdens<br />
een bezoek aan een klant een rondstruinende<br />
cameraploeg geïnteresseerd raakt<br />
in wat een Nederlander vindt van de<br />
verkeersproblematiek in Almaty. Met als<br />
resultaat dat je drie weken later op<br />
nationale tv laat zien hoe je op de fiets<br />
door het verkeer in Almaty navigeert.<br />
Minder positieve verassingen horen ook<br />
bij het leven in het buitenland. Vanzelfsprekend<br />
zijn alle kleine ergernissen <strong>over</strong><br />
zaken die net wat anders of minder<br />
handig gaan dan we gewend zijn. Echt<br />
vervelend zijn de blakende corruptie en<br />
vriendjespolitiek die oprecht goede<br />
initiatieven onmogelijk maken.<br />
Zaterdagmiddag file<br />
Door al deze zaken mee te maken leer je<br />
op een unieke wijze het land en zijn<br />
bevolking kennen. Het gaat veel verder<br />
dan de oppervlakkige toeristische blik<br />
van een paar weken vakantie. Veelvuldig<br />
praten met lokale collega’s leert dat er<br />
ook een andere manier bestaat om tegen<br />
de wereld aan te kijken. Zo lees ik op<br />
een ochtend op de internetsite van een<br />
gerespecteerde Nederlandse krant dat<br />
Rusland Georgië is binnengevallen.<br />
Uitgebreid wordt beschreven hoe<br />
Rusland zijn spierballen laat zien ten<br />
koste van het arme, kleine Georgië. Een<br />
uur later bespreken we het voorval op<br />
het werk: “Belachelijk wat die Georgiërs<br />
hebben geflikt” blijkt de algemene<br />
mening onder het Kazakhse personeel.<br />
Zij staan nog immer rotsvast achter hun<br />
Grote Broer Rusland. De geschiedenis<br />
leert dat we allemaal iets te vroeg onze<br />
mening klaar hadden.<br />
Niet alleen voor de persoonlijke ontwikkeling<br />
is het goed om in een andere<br />
omgeving actief te zijn. Ook het werk is<br />
erg interessant en brengt perspectief<br />
voor de verdere carrière. Door als<br />
Europeaan hier te werken kun je iets<br />
bijdragen wat andere niet kunnen, je<br />
kunt dat doen want niemand anders<br />
doet en op die manier waardevol zijn.<br />
topos.indd 30 11-11-2009 17:07:10
Door deze unieke positie is het veel<br />
makkelijker om op een hoger niveau te<br />
werken, dit is een zeer waardevolle<br />
ervaring voor de rest van je leven.<br />
Buiten alle perspectieven voor de<br />
toekomst zijn ook de mogelijkheden<br />
tijdens het werk erg groot. Door de<br />
afstand tot leidinggevenden in Nederland<br />
krijg je veel meer vrijheid en verantwoordelijkheid.<br />
Sovjetmonument<br />
Een Nederlands bedrijf in Kazachstan<br />
Actief zijn in het buitenland betekent<br />
dat een bedrijf moet werken in een<br />
andere omgeving en op een andere wijze<br />
zijn product moet verkopen. Je moet als<br />
bedrijf goede redenen hebben om een<br />
dergelijke stap te zetten; winstmaximalisatie<br />
op de korte termijn is daarbij geen<br />
reëel vooruitzicht. De belangrijkste<br />
reden om actief te zijn buiten Nederland<br />
is dat het bedrijf een product te bieden<br />
heeft dat op de lokale markt niet beschikbaar<br />
is. Als adviseur op het gebied<br />
van stedelijke ontwikkeling en verkeer is<br />
dat duidelijk het geval in Kazachstan.<br />
Niet alleen heb je kennis in de aanbieding<br />
uit Nederland, ook onze aanpak en<br />
wijze van denken is anders. Daardoor is<br />
het mogelijk om hier bestaande pa-<br />
tronen te doorbreken en mensen op<br />
basis van onze ervaring te <strong>over</strong>uigen op<br />
een ander manier te werken.<br />
Zoals al eerder aangegeven, wordt er<br />
nauwelijks gepland door Kazakken. Zo<br />
wordt ook <strong>over</strong> landgebruik en stedelijke<br />
ontwikkeling niet strategisch nagedacht.<br />
Interessant hieraan is dat je van het<br />
product echt moet uitleggen waarom het<br />
nodig is. Dit is in sterk contrast met<br />
Nederland waar de <strong>over</strong>heid maar al te<br />
graag consultants inhuurt om zich het<br />
werk uit handen te laten nemen. Het is<br />
voor Nederlandse adviseurs erg nuttig<br />
om <strong>over</strong>tuigend aan te moeten tonen dat<br />
ze hun geld waard zijn. Door geconfronteerd<br />
te worden met een kritische<br />
klant, wordt je ook gedwongen datgene<br />
aan te leveren wat voor de klant het<br />
meest waardevol is.<br />
Ter illustratie, een stedelijke ontwikkelaar<br />
wil een vorm van hoogwaardig openbaar<br />
vervoer introduceren in zijn ontwikkeling.<br />
Hiertoe vraagt hij ons hoe duur een<br />
lightrail verbinding van 60 km met 4<br />
stations is. Monorail had de voorkeur<br />
maar dit was met een opgegeven prijs<br />
van 1 miljard dollar te duur. Het kost<br />
dan een aantal besprekingen om uit te<br />
leggen dat het beter is eerst te verzinnen<br />
wat er precies nodig is en welke verbinding<br />
economisch het meest interessant is.<br />
Dat bovendien, het type en de tracering<br />
van het openbaar vervoer samenhangt<br />
met de stedelijke ontwikkeling Als dit<br />
lukt, breng je een nieuwe aanpak naar<br />
het land en creëer je een monopolie<br />
positie voor jezelf; een zogenaamde<br />
win-win situatie. Dat dit ook beter is<br />
voor de ontwikkeling van een land waar<br />
veel geld en enthousiasme is maar<br />
weinig lange termijn-visie, kan worden<br />
gedemonstreerd aan de hand van een<br />
aantal schrijnende voorbeelden.<br />
Niet alleen de metro die nu aangelegd<br />
wordt, maar ook alle vervolg plannen<br />
voor Hoog kwalitatief Openbaar Vervoer<br />
houden geen rekening met stedelijke<br />
inrichting of aansluiting op andere<br />
modaliteiten. Het zakelijke centrum<br />
wordt totaal niet ontsloten onder het<br />
motto: “daar komen alleen rijke mensen<br />
en die gebruiken geen OV”. Hierdoor<br />
blijft OV veruit ondergeschikt aan<br />
privaat vervoer, iets wat in deze stad niet<br />
nodig hoeft te zijn. Het zal een zeer<br />
langdurig proces zijn om de nieuwe<br />
rijken ervan te <strong>over</strong>tuigen hun nieuwverdiende<br />
auto weer te laten staan voor<br />
openbaar vervoer. Wellicht helpt de<br />
invoer van goed OV in het armere deel<br />
van de stad. Wanneer Jan Modaal in een<br />
mooie tram lachend voorbij de zakenman<br />
in zijn Mercedes rijdt, kan het begin<br />
van een mentaliteitsverandering worden<br />
gemaakt.<br />
Een van de plannen van de gemeente<br />
om de kwaliteit van het OV te verbeteren<br />
is de aanschaf van nieuwe<br />
bussen om daarmee te gaan concurreren<br />
met bestaande private ondernemingen.<br />
Helaas ontbreekt ook hier de visie op<br />
busroutes, financiering en onderhoud.<br />
Daardoor valt te verwachten dat dit<br />
project niet genoeg geld op zal leveren<br />
om de bussen blijvend te kunnen exploiteren.<br />
Uiteindelijk zullen, net als acht<br />
jaar geleden bij een soortgelijke actie, alle<br />
TOPOS / 01 / 2009 31<br />
topos.indd 31 11-11-2009 17:07:11
P 32 TOPOS / 01 / 2009<br />
T<br />
Niet alleen het openbaar vervoer, maar corruptie die deze studies in de weg<br />
de ontwikkeling van de hele stad wordt staan. Kazachstan heeft nog een lange<br />
gevoed door opportunisme en gebrek weg te gaan en goed voorbeeld door<br />
aan een algemene strategie. Als reactie Nederlands bedrijfsleven zal daar zeker<br />
op ontwikkelingen in woningbouw en<br />
zakencentra legt de gemeente plakken<br />
asfalt en complexe fly<strong>over</strong>s aan. Maar<br />
doordat alle verkeersproblemen lokaal<br />
worden opgelost is het resultaat dat op<br />
netwerk niveau de meest idiote routes<br />
bij helpen.<br />
gebruikt moeten worden om van A Summary<br />
naar B te komen. Dit leidt tot meer Robert Jan ter Kuile worked between<br />
files, verkeersongevallen en luchtver- 2007 and 2009 for Witteveen+Bos, a<br />
vuiling.<br />
dutch company in Kazakhstan.<br />
Het ontwikkelde Almaty<br />
bussen binnen een jaar worden afgeschreven.<br />
Dit gebrek aan visie is niet<br />
alleen te wijten aan onkunde, maar heeft<br />
ook sterk te maken met de corruptie en<br />
Alle bovenstaande problemen zouden<br />
kunnen zijn voorkomen door van te<br />
voren met goed doordachte plannen<br />
aan het werk te gaan. Dit is de wijsheid<br />
die we hier proberen te prediken en<br />
Kazakhstan and its citizens have<br />
discarded any symptoms of plans<br />
and planned behaviour, after Soviet<br />
rule was disposed of in the 1990’s.<br />
He describes some of his clashes<br />
with a different system and reflects<br />
on what a dutch person and<br />
korte termijn belangen van gemeente langzaamaan komen er mensen die zich company can do when faced with<br />
ambtenaren.<br />
los weken uit het opportunisme en de this situation.<br />
Lijkt het je leuk om voor TOPOS als redacteur, beeldredacteur,<br />
vormgever/dtp-er of schrijver aan de slag te gaan?<br />
TOPOS zoekt altijd redactieleden!<br />
Bij TOPOS doe je interessante ervaring op en je inzet staat natuurlijk goed<br />
op je cv. Bovendien staat er tegen<strong>over</strong> jou enthousiaste instelling een hoop<br />
gezelligheid!!<br />
Wil je wat meer weten <strong>over</strong> TOPOS?<br />
Bekijk de website op www.toposonline.nl<br />
Kom je een keer mee vergaderen?<br />
Spreek één van de redactieleden aan of<br />
stuur een mailtje naar St.TOPOS@wur.nl<br />
topos.indd 32 11-11-2009 17:07:13<br />
GEZOCHT<br />
OS O
De toekomst van een adaptieve Afsluitdijk<br />
Een landschapsarchitectonisch ontwerp van een veilige Afsluitdijk<br />
die de unieke kwaliteiten van het gebied tot uitdrukking brengt<br />
De verwachte klimaatverandering<br />
heeft voor de inrichting<br />
van Nederland consequenties.<br />
In ons land wordt er<br />
dan ook op verschillende<br />
schalen gewerkt aan innovatieve<br />
manieren om in te spelen<br />
op het veranderende klimaat.<br />
Vooral op het gebied<br />
van water is Nederland hard<br />
bezig oplossingen te bedenken<br />
voor de problemen en de<br />
mogelijke potenties die het<br />
met zich meebrengt te gebruiken.<br />
Monique Sperling<br />
Masterstudente Lanscape Architecture<br />
moniquesperling@gmail.com<br />
http://moniquesperling-afstudeervak.hoog-land.nl/<br />
De Afsluitdijk beschermt op dit moment<br />
het achterland tegen <strong>over</strong>stromingen,<br />
maar deze zal het in de toekomst zwaar te<br />
verduren krijgen waardoor aanpassing<br />
noodzakelijk is. Er zijn diverse aandachtspunten<br />
die meegenomen moeten worden<br />
in het ontwerp van een aangepaste<br />
dam. Daarbij gaat het in eerste instantie<br />
om de veiligheid tegen het water, maar<br />
ook om de verbindende functie, de<br />
sluisfunctie, de ecologie en de beleving.<br />
Dit artikel speelt in op de toekomstige<br />
problemen van de Afsluitdijk en hoe deze<br />
op een landschappelijk architectonische<br />
manier kunnen worden opgelost.<br />
Redenen tot aanpassing van de<br />
Afsluitdijk<br />
De Afsluitdijk is in 1932 aangelegd met<br />
als doel het achterland te beschermen<br />
tegen het water van de toenmalige<br />
Zuiderzee. Door de aanleg van deze 32<br />
kilometer lange dam werd de kustlijn<br />
verkort waardoor het gebied veiliger<br />
werd. De aanleg van de dam betekende<br />
minder onderhoud aan dijken, waardoor<br />
het ook financieel een aantrekkelijk<br />
plan was.<br />
In tegenstelling tot wat zijn naam doet<br />
denken is de Afsluitdijk geen dijk maar<br />
een dam: ‘in een water gelegde waterkering’<br />
(VanDale, 2009). Het was<br />
dan ook een hele prestatie om deze<br />
dam aan te leggen midden in de toenmalige<br />
zee.<br />
Er is sinds 1932 veel veranderd. Op dit<br />
moment voldoet de dam niet meer aan<br />
1.<br />
4.<br />
7.<br />
10.<br />
2.<br />
5.<br />
de norm van de ‘Wet op de Waterkering’<br />
en door de verwachte klimaatverandering<br />
zal de dam in de toekomst<br />
met meer en meer problemen te maken<br />
krijgen. De klimaatverandering zal<br />
resulteren in meer stormen met meer<br />
en sterkere golven die op de dam<br />
inbeuken (fig. 1 en 2). Het water van de<br />
Noordzee zal, evenals het water van het<br />
IJsselmeer, stijgen door de toename van<br />
regen en het smelten van de ijskappen<br />
(fig. 3 en 4).<br />
Via de rivieren in Nederland wordt veel<br />
van het water vanaf midden Europa,<br />
door het IJsselmeer en de Waddenzee<br />
afgevoerd naar de Noordzee. De<br />
Afsluitdijk is hierbij een barrière voor<br />
de natuurlijke waterstroming (fig. 5).<br />
Tijdens eb wordt het water onder vrij<br />
verval van het IJsselmeer door de<br />
Afsluitdijk gespuid op de Waddenzee.<br />
Aangezien het niet duidelijk is in welke<br />
mate het water aan beide kanten van de<br />
dam zal stijgen, blijft de mogelijkheid<br />
tot het spuien onder vrij verval onzeker.<br />
(fig. 6). Als gevolg van bovenstaande<br />
komt er een gigantische druk van<br />
twee kanten op de dam en voldoet de<br />
dam niet meer aan de Wet op de Waterkering<br />
(fig. 7).<br />
Door de constructie van de Afsluitdijk<br />
zijn er problemen op ecologisch gebied<br />
ontstaan. In vergelijking tot de jaren<br />
dertig zijn onze ideeën <strong>over</strong> ecologie<br />
veranderd en worden er op dit moment<br />
verschillende negatieve effecten van de<br />
dam gezien. Zo is de dam een barrière<br />
3.<br />
6.<br />
8. 9.<br />
11.<br />
12.<br />
TOPOS / 01 / 2009 33<br />
topos.indd 33 11-11-2009 17:07:15
13. Openheid<br />
voor de natuurlijke waterstroming van<br />
het achterland naar de Noordzee en<br />
vormt de dam een abrupte scheiding<br />
tussen het zoete watersysteem van het<br />
IJsselmeer en het zoute watersysteem<br />
van de Waddenzee (fig. 8). Vissen die<br />
migreren tussen het zoete broedgebied<br />
en het zoute leefgebied stuiten op een<br />
niet passeerbare dam (fig. 9). Daarnaast<br />
zorgen de spuimomenten tijdens eb<br />
voor plotselinge flinke zoetwater<br />
inlaten in de Waddenzee. Verschillende<br />
zeedieren kunnen zich niet zo snel<br />
aanpassen aan deze veranderende<br />
omgeving. Het gevolg is dat zeedieren<br />
massaal sterven of ziektes krijgen zoals<br />
de zweren op de huid bij de bot (fig.<br />
10).<br />
Ook de beleving van het gebied is te<br />
verbeteren. Op het moment dat je in de<br />
auto <strong>over</strong> de dam rijdt is alleen het<br />
IJsselmeer te zien (fig. 11). Passanten<br />
hebben geen idee dat ze op een dam<br />
rijden die eigenlijk midden in zee ligt.<br />
15. Eenvoudig ontwerp<br />
34 TOPOS / 01 / 2009<br />
14. Lange dunne, bijna rechte lijn<br />
Ook voor de fietser is alleen het IJsselmeer<br />
zichtbaar. Daarnaast rijdt je als<br />
fietser tussen het hoogste deel van de<br />
dam en de snelweg waar auto’s met<br />
hoge snelheid voorbij razen (fig. 12).<br />
Hierdoor is het omliggende waterlandschap<br />
slecht te beleven, fietst men<br />
constant in het lawaai en wordt de<br />
lange lijn snel als saai ervaren.<br />
Achtergrond<br />
De Afsluitdijk is ontworpen door ir.<br />
Cornelis Lely. De dam zou het achterland<br />
dat de Zuiderzee omringde beschermen<br />
tegen <strong>over</strong>stromingen. Water<br />
vanaf de Zuiderzee zou door middel<br />
van sluizen naar de Waddenzee worden<br />
getransporteerd.<br />
Lely was niet de eerste en enige die met<br />
dit idee kwam. In 1667 had Stevin<br />
hetzelfde plan, maar op dat moment<br />
was het niet mogelijk deze plannen uit<br />
te voeren door de technische kennis<br />
van dat moment.<br />
16. Eenheid<br />
De Afsluitdijk zou de Zuiderzee afsluiten<br />
van de Waddenzee zodat een<br />
binnenmeer zou ontstaan: het later<br />
genoemde IJsselmeer. Het idee had<br />
meerdere voordelen:<br />
- De kustlijn zou worden verkort van<br />
300 naar 45 kilometer. Dit resulteerde<br />
in een hogere veiligheid en lagere<br />
onderhoudskosten;<br />
- Er zou een betere verbinding ontstaan<br />
tussen de provincies Noord-Holland<br />
en Friesland;<br />
- Een groot deel van laag Nederland<br />
zou worden beschermd tegen verzilting;<br />
- Het nieuwe zoetwater binnenmeer<br />
zou kunnen worden gebruikt voor<br />
drinkwater;<br />
- Het water van de Zuiderzee zou<br />
kunnen worden gecontroleerd waar<br />
door drainage van het omliggende<br />
gebied beter zou gaan;<br />
- Het aanleggen van polders zou ge<br />
makkelijker worden;<br />
topos.indd 34 11-11-2009 17:07:17
17. Interactie<br />
- De nieuwe polders zouden kunnen<br />
worden gebruikt voor nieuwe functies<br />
zoals wonen en agricultuur;<br />
- De constructie van de dam en de<br />
polders zou werkgelegenheid geven;<br />
- Het zou een interessante toeristen<br />
trekker worden.<br />
Het plan van Lely had ook negatieve<br />
consequenties, vooral voor de visindustrie.<br />
Door de aanleg van de dam zou<br />
het zoute ecosysteem veranderen in een<br />
zoet systeem. Het water van de rivieren<br />
zou namelijk nog steeds in het meer<br />
uitkomen, maar de invloed van de zee<br />
in het meer zou verdwijnen. Ondanks<br />
het veranderende ecosysteem en het<br />
hierdoor verdwijnen van de vissers ging<br />
de bouw van de dam door. Speciale<br />
bonden werden opgericht om de<br />
vissers te kunnen compenseren.<br />
Ook het ministerie van defensie was<br />
niet blij met de aanleg, de vijand kon<br />
namelijk nu gemakkelijker van oost<br />
naar west Nederland en vice versa.<br />
19. Icoon<br />
18. Contrasten<br />
Maar dat niet alleen, als de vijand de<br />
Afsluitdijk in handen zou krijgen<br />
zouden zij door de sluizen open te<br />
zetten half Nederland onder water<br />
kunnen zetten en onze Nieuwe Hollandse<br />
Waterlinie tegen onszelf gebruiken.<br />
Door een bocht in de dam te<br />
maken konden hier kanonnen worden<br />
gezet zodat er <strong>over</strong> de lengte richting<br />
van de dam kon worden geschoten.<br />
Hierdoor werd er toch ingestemd met<br />
het plan. Op 25 september 1933 werd<br />
de Afsluitdijk officieel geopend.<br />
De dam is nu een bijna rechte, dunne<br />
lijn van 32 kilometer lang en gemiddeld<br />
90 meter breed. Hij ligt rond 7,60<br />
meter boven N.A.P.. Over de Afsluitdijk<br />
loopt de snelweg A7 en een fietspad.<br />
De dam heeft verschillende<br />
bijzondere punten zoals de sluizen<br />
ontworpen door Roosenburg en het<br />
monument ontworpen door Dudok in<br />
de stijl van de ‘Nieuwe Zakelijkheid’. In<br />
20. Duurzame energie productie<br />
2005 lieten de sluiscomplexen in de<br />
dam 38.300 schepen door bij Den<br />
Oever (Stevinsluizen) en 45.800<br />
schepen bij Kornwerderzand<br />
(Lorentzsluizen). De voormalige<br />
werkeilanden Breezanddijk en Kornwerderzand<br />
zijn nog steeds aanwezig en<br />
toegankelijk voor publiek. De dam<br />
heeft ook cultuurhistorische waarde<br />
zoals de sluizen, het monument, de<br />
lichtopstand, de grenspaal en de<br />
peilschaalgebouwen.<br />
Ruimtelijke kwaliteit<br />
De <strong>ruimtelijke</strong> kwaliteit van de Afsluitdijk<br />
heeft veel te maken met maat,<br />
schaal, relaties en verhoudingen. Wat de<br />
kwaliteit van een gebied precies is, is<br />
afhankelijk van vele factoren en veranderd<br />
door de tijd. De kwaliteit van de<br />
Afsluitdijk en zijn omgeving heeft ook<br />
te maken met uniekheid. Rond de<br />
Afsluitdijk is er geen horizonvervuiling.<br />
Nergens in Nederland ervaar je een<br />
TOPOS / 01 / 2009 35<br />
topos.indd 35 11-11-2009 17:07:18
21. Situatie Afsluitdijk 2008<br />
22. Situatie kwelder 2025<br />
23. Situatie kwelder 2050<br />
24. Situatie kwelder 2100<br />
25. Situatie kwelder 2150<br />
26. Situatie kwelder 2200<br />
36 TOPOS / 01 / 2009<br />
dergelijke openheid. De grote schaal<br />
van het water lijkt eindeloos en resulteert<br />
in een ervaring van vrijheid (fig.<br />
13).<br />
De vorm en schaal van de dam is een<br />
<strong>ruimtelijke</strong> kwaliteit op zich. Wanner<br />
men <strong>over</strong> de lange, dunne, bijna rechte<br />
lijn van 3200 meter lang en 90 meter<br />
breed rijdt geeft dit een aparte ervaring.<br />
De dunne lijn gaat door de ruigte van<br />
de zee en verdwijnt in de horizon (fig.<br />
14).<br />
Het ontwerp is eenvoudig, maar doeltreffend,<br />
misschien is sober een beter<br />
woord. Het is gemakkelijk te lezen en<br />
te begrijpen. Het bestaat uit een rechte<br />
lijn met hieraan bijzondere punten die<br />
in een sequentie met elkaar zijn verbonden.<br />
(fig. 15). Het totale ontwerp vormt<br />
een eenheid. Het ritme, de vormen, de<br />
stijlen, de materialen en de kleuren<br />
passen prima bij elkaar (fig. 16). Naast<br />
de eenheid van het ontwerp, ligt de<br />
dam als een los element in zijn omgeving.<br />
Toch is er een spannende interactie<br />
met zijn context door de technische,<br />
artificiële uitstraling van een strakke lijn<br />
die letterlijk recht door zee loopt (fig.<br />
17). Op de dam zie je de kracht van de<br />
golven en voel je de wind rond de oren<br />
suizen, maar daarnaast voel je je veilig<br />
op deze dam, ook al ligt hij als een zeer<br />
dunne lijn in deze woelige, dynamische<br />
omgeving. Het contrast tussen de<br />
dynamische, natuurlijk ogende Waddenzee<br />
tegen<strong>over</strong> de statische, eenvoud<br />
van de dam geeft de plek zijn kwaliteit<br />
(fig. 18).<br />
De cultuurhistorische waarde van de<br />
Afsluitdijk behoort tot een ander type<br />
kwaliteit. De Afsluitdijk wordt namelijk<br />
gezien als een icoon (fig. 19). Het is een<br />
symbool voor de manier waarop de<br />
Nederlanders omgaan en leven met het<br />
water.<br />
Daarnaast is ook de mogelijkheid om<br />
duurzame energie op te wekken een<br />
potentie die als kwaliteit kan worden<br />
beschouwd (fig. 20). Rond de Afsluitdijk<br />
is er, in vergelijking tot de rest van<br />
Nederland, veel wind en zon. Maar<br />
vooral het feit dat zoet en zout water<br />
hier naast elkaar worden gevonden<br />
geeft de mogelijkheid om duurzame<br />
energie op te wekken door middel van<br />
osmose.<br />
Ontwerp<br />
Tijdens het ontwerpproces zijn er drie<br />
modellen ontwikkeld die aan de hand<br />
van ontwerprichtlijnen zijn beoordeeld:<br />
het ophogen van de dam, een natuurlijke<br />
barrière en een tweede dam voor<br />
de bestaande dam. Het model Natuurlijke<br />
Barrière bleek vanuit landschappelijk<br />
oogpunt het beste model te zijn.<br />
Dit model is verder uitgewerkt.<br />
De natuurlijke barrière moet aan<br />
verschillende eisen voldoen. Zo dient<br />
deze de dam te beschermen tegen het<br />
opkomende water en sterkere golven.<br />
Daarnaast is het van belang dat de<br />
<strong>ruimtelijke</strong> kwaliteit behouden en/of<br />
versterkt wordt. Het zou interessant<br />
zijn als de barrière zich natuurlijk zou<br />
opbouwen. Ook mag het zoetwaterreservoir<br />
van het IJsselmeer niet in gevaar<br />
komen, aangezien er in de toekomst<br />
waarschijnlijk een tekort komt aan<br />
drinkwater. Ook dient de natuurlijke<br />
barrière te passen in de huidige situatie<br />
van het gebied.<br />
Bij een ontwerp van de Afsluitdijk<br />
hebben we te maken met vijf type<br />
gebieden; de Afsluitdijk, de Waddenzee,<br />
het IJsselmeer, en de plekken waar de<br />
Afsluitdijk aanland: de kop van Noord-<br />
Holland en het westelijke deel van<br />
Friesland. Ieder gebied heeft zijn eigen<br />
identiteit. De natuurlijke barrière komt<br />
in de Waddenzee waardoor het van<br />
belang is rekening te houden met<br />
waterstromingen, zandplaten, waterdieptes,<br />
flora en fauna, etc.<br />
Kwelders voldoen aan bovenstaande<br />
beschrijving. Ze passen goed in de<br />
huidige situatie van de Waddenzee.<br />
Kwelders bouwen zich natuurlijk op,<br />
hebben een ecologisch hoge waarde en<br />
zijn op toeristisch gebied ook aantrekkelijk.<br />
De kwelder komt aan de<br />
noordzijde van de Afsluitdijk te liggen<br />
zodat golven vanaf de Waddenzee<br />
worden opgevangen voordat ze de dam<br />
bereiken. Helaas is het niet mogelijk de<br />
hele dam te beschermen met kwelders<br />
aangezien de bestaande watergeul<br />
Doove Balg in het oosten de Afsluitdijk<br />
bijna raakt. Kwelders zouden hier<br />
worden weggeslagen door de grote<br />
stroomsnelheid. Daarnaast is het door<br />
de diepte financieel en technisch niet<br />
aantrekkelijk dit gebied op te hogen.<br />
Het oostelijk deel van de Afsluitdijk<br />
vraagt dus om een andere aanpak. Dit<br />
wordt later uitgelegd. Zoals gezegd kan<br />
een kwelder zich natuurlijk opbouwen.<br />
Om op deze plek een kwelder te<br />
creëren is er wel wat hulp van de mens<br />
nodig. Met behulp van rijshoutdammen<br />
topos.indd 36 11-11-2009 17:07:28
27. Fietspad aan IJsselmeerzijde.<br />
en keileem kan een basis worden<br />
gemaakt. Omdat dit niet eerder is<br />
gedaan zal het gebied een onderzoeksgebied<br />
kunnen zijn waarin wordt<br />
gekeken of en hoe snel de kwelder zich<br />
opbouwt. Zo nodig kan het gebied<br />
worden geholpen door het storten van<br />
zand, of in later stadium het zaaien van<br />
zaden of begrazing. Hoe de kwelder<br />
zich kan opbouwen wordt weergegeven<br />
in figuur 21-26. Het kan gebeuren dat<br />
tijdens een grote storm een deel van de<br />
kwelder wordt weggeslagen. Daarom is<br />
het van belang dat de Afsluitdijk ook<br />
wordt opgehoogd. Door het bestaande<br />
fietspad te verplaatsen naar de zijde van<br />
het IJsselmeer worden er twee problemen<br />
opgelost (fig. 27 en 28). Ten eerste<br />
komt er hierdoor ruimte vrij waardoor<br />
de dam kan worden opgehoogd en ten<br />
tweede wordt de beleving van het<br />
waterlandschap voor de fietser vergroot.<br />
Tussen het fietspad en de snelweg<br />
wordt een verhoging aangelegd<br />
zodat de fietser geen hinder ondervindt<br />
van de snelweg en zijn lawaai. Deze<br />
verhoging wordt aangelegd met een<br />
helling van 36 graden, de optimale<br />
helling voor zonnepanelen. Deze<br />
panelen zouden <strong>over</strong> de totale lengte<br />
320 MW aan duurzame energie op<br />
kunnen wekken.<br />
Zoals eerder vermeld kan het oostelijk<br />
deel van de Afsluitdijk niet worden<br />
beschermd door kwelders omdat de<br />
Doove Balg hier stroomt. De Afsluit-<br />
28. Nieuwe situatie verhoging Afsluitdijk en verplaatsing fietspad.<br />
dijk wordt aan de noordzijde beschermd<br />
door artificiële riffen die bestaan uit<br />
basaltblokken. De hoogte van deze<br />
riffen is aangepast aan de waterstand<br />
van eb en vloed. Ze komen tijdens eb<br />
net boven de waterspiegel uit en tijdens<br />
vloed zijn ze niet te zien. Hierdoor<br />
wordt de dynamiek van het gebied<br />
duidelijk voor de bezoekers. Naast de<br />
beschermende functie hebben ze een<br />
tweede functie. Op het voormalige<br />
werkeiland Breezanddijk in het midden<br />
van de Afsluitdijk komt namelijk een<br />
osmosecentrale. Deze centrale gebruikt<br />
het zoete water uit het IJsselmeer en<br />
het zoute water uit de Waddenzee.<br />
Door middel van osmose kan hier 500<br />
MW aan energie worden opgewekt. Het<br />
afval van de osmose, brak water, wordt<br />
in het ontwerp gebruikt. Het brakke<br />
water wordt ten noorden van de Afsluitdijk<br />
geleidt naar de spuisluizen. In de<br />
zone tussen de riffen en de dam kan<br />
het brakke water zich mengen met het<br />
zoete water dat door de spuisluizen<br />
komt. Door gaten in de riffen komt het<br />
gemengde water de Waddenzee in.<br />
Migrerende vissen vinden deze waterstroming<br />
en zwemmen door deze<br />
gradiënt richting Breezanddijk alwaar<br />
zij door middel van een vistrap het<br />
IJsselmeer op kunnen.<br />
Om de openheid van het gebied rondom<br />
de Afsluitdijk te versterken als<br />
<strong>ruimtelijke</strong> kwaliteit is er gekozen om<br />
het contrast tussen openheid en beslotenheid<br />
te vergroten. Op de kop van<br />
Noord-Holland is dit gedaan door het<br />
bos uit te breiden. Door vanuit de<br />
polder door het dichte bos te rijden is<br />
de openheid van de Afsluitdijk vervolgens<br />
<strong>over</strong>weldigend. Op Friesland is<br />
gekozen de massa te creëren door<br />
windturbines. Deze vormen als het<br />
ware een dak boven het hoofd waardoor<br />
de beslotenheid wordt versterkt.<br />
De keuze voor een windturbinepark<br />
komt voort uit de huidige situatie waar<br />
al windturbines in voorkomen. De<br />
locatiekeuze en vorm van het windpark<br />
is gebaseerd op de landschappelijke<br />
opbouw van het gebied.<br />
Conclusie<br />
Door het gebruik van een landschapsarchitectonische<br />
benadering kan een<br />
integraal ontwerp bijdragen aan een<br />
veilige Afsluitdijk, die ook mooi is en<br />
adaptief aan de onvoorspelbare klimaatverandering.<br />
De ruimte-lijke<br />
kwaliteit van de open horizon, de lange,<br />
dunne, bijna rechte lijn en de contrasten<br />
komen tot uiting in het ontwerp.<br />
De voorgestelde ontwerp-oplossingen<br />
versterken elkaar en vormen een<br />
eenheid dat in de bestaande context<br />
past. Het ontwerp laat een multifunctionele<br />
Afsluitdijk zien waar de productie<br />
van duurzame energie en het vergroten<br />
van de ecologische waardes zijn<br />
geïntegreerd met het garanderen van<br />
veiligheid, het spuien en het zijn van<br />
een verbinding.<br />
Summary<br />
‘De Afsluitdijk’ protects the hinterland<br />
against flooding. Because of the<br />
expected climate change, the dam<br />
will not be able to fulfil this function<br />
in the future. Furthermore the dam is<br />
a barrier for the natural water flow,<br />
the migrating fish and in-between the<br />
fresh (IJsselmeer) and saline<br />
(Waddenzee) ecosystem. On the<br />
level of the dam itself the perception<br />
can be improved. By using salt<br />
marshes, and artificial reefs the dam<br />
is protected against strong waves.<br />
By raising the dam the dam is safe<br />
for high water levels. By moving the<br />
bicycle path to the other side of the<br />
highway the water can be<br />
experienced more. The spatial<br />
quality of the openness of the dam is<br />
strengthened by making mass at<br />
land. These masses are forest at<br />
Noord-Holland and wind turbines at<br />
Friesland.<br />
More information in English:<br />
http://moniquesperling-afstudeervak.<br />
hoog-land.nl/<br />
TOPOS / 01 / 2009 37<br />
topos.indd 37 11-11-2009 17:07:30
Groene steden, gezonde steden?<br />
Het belang van de inrichting van een groene stad<br />
In het kader van mijn afstudeervak<br />
van de masterstudie<br />
<strong>ruimtelijke</strong> <strong>planning</strong><br />
heb ik een onderzoek<br />
gedaan naar de invulling<br />
van groen voor gezondheid<br />
in steden. Het belang<br />
van groen in steden wordt<br />
steeds meer onderstreept<br />
als gevolg van uitkomsten<br />
uit diverse onderzoeken,<br />
onder meer uitgevoerd<br />
door Alterra in Wageningen<br />
en de Gezondheidsraad.<br />
Het was onduidelijk<br />
in hoeverre het onderwerp<br />
groen voor gezondheid<br />
leeft bij beleidsmakers en<br />
hoe er invulling aan wordt<br />
gegeven. Daarom heb ik<br />
hier voor Alterra onderzoek<br />
naar gedaan. De<br />
hoofdvraag tijdens het<br />
onderzoek was: Welke rol<br />
speelt groen voor gezondheid<br />
bij de planvorming en<br />
uitvoering in Nederlandse<br />
steden? Casestudieonderzoek<br />
in twaalf Nederlandse<br />
steden heeft een beeld<br />
opgeleverd <strong>over</strong> de hedendaagse<br />
praktijksituatie<br />
en hiermee aanknopingspunten<br />
gegeven voor<br />
verder onderzoek.<br />
Margreet Smit<br />
Masterstudente Spatial Planning<br />
Margreet.smit@wur.nl<br />
38 TOPOS / 01 / 2009<br />
Waarom groen voor gezondheid?<br />
Dat groen goed kan zijn voor de<br />
gezondheid kunnen we ons allemaal<br />
voorstellen. Echter, er zijn onderzoeken<br />
die deze hypothese versterken.<br />
Allereerst is groen van positieve invloed<br />
op stress en aandachtsmoeheid<br />
(De Vries e.a., 2003). Na een half uur<br />
mentale inspanning neemt de concentratie<br />
van het menselijk brein gemiddeld<br />
genomen af (Van den Berg, 2001).<br />
Het kijken naar groene elementen kan<br />
ervoor zorgen dat het menselijke brein<br />
weer oplaat, zodat er met betere concentratie<br />
kan worden verder gewerkt.<br />
Ook kan groen van positieve invloed<br />
zijn op stress, hoewel diverse onderzoeken<br />
elkaar hier<strong>over</strong> tegenspreken.<br />
Ten tweede kan groen de sociale contacten<br />
tussen mensen vergroten: groen<br />
als ontmoetingsplaats (De Vries, 2008).<br />
Een derde argument voor groen voor<br />
gezondheid is de ontwikkeling van<br />
kinderen. Buitenspelen is van positieve<br />
invloed op de motoriek en kan<br />
stoornissen, zoals ADHD beperken<br />
(RLG, 2008). Ook kan een groene<br />
omgeving lichamelijke beweging bevorderen,<br />
dit kan helpen om obesitas te<br />
bestrijden (Goossen e.a., 2001). Verder<br />
kan een groene omgeving het gedrag<br />
positief beïnvloeden: minder stress<br />
leidt tot minder irritatie en agressie.<br />
Ook leidt meer groen in de leefomgeving<br />
tot een groter omgevingsbewustzijn<br />
(RLG, 2008). Een ander argument<br />
is dat groen de productiviteit en creativiteit<br />
van werknemers ten goede kan<br />
komen. Het kijken naar groen leidt tot<br />
een betere concentratie en lunchwandelen<br />
(in het groen) kan het aantal<br />
gezondheidsklachten beperken (Van<br />
den Berg, 2001).<br />
Naast deze minder goed te meten<br />
voordelen zijn er beter meetbare<br />
voordelen. Luchtverontreiniging is hiervan<br />
een voorbeeld. Groen kan fijn stof<br />
en gassen afvangen. Ook kan groen in<br />
de stad hitte-eilanden tegengaan (Went,<br />
2007). Daarnaast kunnen met name<br />
bomen een belangrijke rol spelen in het<br />
dempen van geluid. Groen in steden<br />
kan ook economisch interessant zijn.<br />
Westerse landen besteden gemiddeld<br />
tien procent van hun nationale inkomen<br />
aan zorg (TNO, 2005). De gezondheidskosten<br />
door een gebrek aan<br />
beweging bedroegen in 2002 € 744<br />
miljoen in Nederland. Tevens is groen<br />
van positieve invloed op onroerend<br />
goed. Mensen vestigen zich graag in<br />
een groene omgeving en waar mensen<br />
zijn volgen bedrijven.<br />
topos.indd 38 11-11-2009 17:07:31
Stedenbouw<br />
In het verleden kende groen voor<br />
gezondheid ook al een plek in de<br />
stedenbouw. In de vooroorlogse tuinsteden<br />
was er bijvoorbeeld al ruimte<br />
voor groen gereserveerd. Tijdens de<br />
wederopbouw kwam er veel groen in<br />
woonwijken. Dit werd heel groots en<br />
monotoon aangelegd, met als resultante<br />
dat het groen rond deze bebouwing nu<br />
nog steeds weinig gebruikers kent.<br />
Vanaf de jaren ’70 werd groen voor<br />
bewoners in steden weer belangrijker<br />
gevonden. Om het groen in steden<br />
beter te kunnen waarborgen heeft de<br />
nationale <strong>over</strong>heid een richtlijn van 75<br />
m2 groen in de stad per woning<br />
ontwikkeld. Deze richtlijn staat verwoord<br />
in de laatste Nota Ruimte. Veel<br />
steden blijken niet aan de richtlijn te<br />
voldoen. Verder is het de vraag in<br />
hoeverre de kwaliteit van het groen van<br />
belang is voor de gezondheid. De<br />
steeds grotere diversiteit aan culturen in<br />
steden stelt mogelijk ook andere eisen<br />
aan de inrichting van groen.<br />
Uitkomsten casestudieonderzoek<br />
Rol betrokkenen<br />
Gemeenten en Gemeentelijke Gezondheidsdiensten<br />
(GGD) blijken, op basis<br />
van het casestudieonderzoek, de belangrijkste<br />
partijen te zijn ten aanzien<br />
van groen voor gezondheid in de stad.<br />
Provincies spelen voornamelijk een rol<br />
voor het groen aan de randen van<br />
steden en het buitengebied. Woningbouwcorporaties<br />
blijken zich naast<br />
beheer, weinig met het groen bezig te<br />
houden; groen voor gezondheid lijkt<br />
geen belangrijke zaak. Gemeenten<br />
kennen in de meeste gevallen een<br />
regierol ten aanzien van het onderwerp<br />
groen voor gezondheid. Binnen de<br />
gemeente neemt de afdeling groen of<br />
<strong>ruimtelijke</strong> ordening in alle onderzochte<br />
steden het voortouw. Afdelingen zoals<br />
sport en welzijn worden vaak aan de<br />
zijlijn betrokken. Enkele GGDen die<br />
aangeven met het onderwerp bezig te<br />
zijn doen vooral onderzoek voor<br />
gemeenten en/of participeren in<br />
stedelijke groenprojecten.<br />
Motivatie<br />
Groen wordt nooit voor gezondheid<br />
alleen ontwikkeld en maakt vaak ook<br />
onderdeel uit van duurzaamheidbeleid.<br />
De meer integrale werkwijze die gemeenten<br />
de laatste jaren hanteren heeft<br />
bijgedragen aan het actueler maken van<br />
groen en gezondheid als thema binnen<br />
de organisatie. De klimaatverandering<br />
is voor sommige steden aanleiding om<br />
meer groen in de stad te realiseren. In<br />
Zuid- en West-Nederland wordt de<br />
luchtkwaliteit als belangrijk argument<br />
gebruikt. In Noord- en Oost-Nederland<br />
wordt meer nadruk gelegd op<br />
argumenten zoals leefbaarheid, ontwikkeling<br />
van kinderen en de mogelijkheid<br />
tot bewegen.<br />
Invulling<br />
Over de invulling van groen voor<br />
gezondheid wordt meestal alleen<br />
nagedacht op hoofdlijnen. De integrale<br />
benadering van groen zorgt volgens de<br />
geïnterviewden voor een duurzame<br />
stedenbouw, maar een meetinstrument<br />
ontbreekt in de meeste gevallen. Uit<br />
enquêtes van gemeenten onder bewoners<br />
blijkt dat groen in de stad zeer<br />
hoog wordt gewaardeerd, dit betekent<br />
dat er voldoende draagvlak onder de<br />
bevolking is voor groenbeleid. Enkele<br />
gehoorde minpunten van beleidsmakers<br />
zijn de financiering van groen, het<br />
ontwerp van groen dat niet goed is<br />
afgestemd op de bewoners en de<br />
interne samenwerking tussen de gemeentelijke<br />
afdelingen. Zowel GGDen<br />
als gemeenten geven aan dat de gezondheidszorgsector<br />
zeer evidencebased<br />
werkt, hierdoor is deze sector<br />
moeilijk te bewegen voor deelname aan<br />
groen voor gezondheid. Ondanks dat<br />
er een hoop onduidelijkheden bij<br />
gemeenten en GGDen bestaan <strong>over</strong><br />
concrete invulling van groen voor<br />
gezondheid, geven velen aan geen<br />
specifieke behoefte aan meer onderzoek<br />
te hebben. Enkele behoeften voor<br />
vervolgonderzoek die wel werden<br />
genoemd zijn: de rol van identiteit van<br />
een plek in relatie tot gezondheid,<br />
hardere argumenten voor de effecten<br />
van groen op luchtkwaliteit en meer<br />
duidelijke richtlijnen voor <strong>ruimtelijke</strong><br />
inrichting van groen ten aanzien van<br />
bewegen en psychische gezondheid.<br />
Het belang van groen voor gezondheid<br />
in de stad wordt door alle geïnterviewden<br />
onderstreept.<br />
39<br />
TOPOS / 01 / 2009 39<br />
topos.indd 39 11-11-2009 17:07:32
Conclusies en aanbevelingen<br />
Een duurzaamheidbeleid of een groenbeleid<br />
vormt vaak de paraplu van het<br />
beleid waar groen voor gezondheid<br />
onder valt. De grote van de stad is niet<br />
van invloed op dit beleid. Opvallende<br />
invullingen van groen voor gezondheid<br />
zitten onder meer in structuren, groenafstanden,<br />
integratie met andere onderwerpen<br />
en innovatieve invulling van<br />
groen. De stad Leeuwarden ontwikkelt<br />
onder meer het ommetjesproject,<br />
waarbij groene wandelpaden door de<br />
gehele stad worden aangelegd. Ook<br />
worden er in deze stad nieuwe volkstuincomplexen<br />
aangelegd om depressie<br />
en <strong>over</strong>gewicht tegen te gaan. Veel<br />
steden in het zuiden van Nederland<br />
leggen een focus op groen in, op en<br />
rond gebouwen. Ook is gebleken dat<br />
een stad, zoals Rotterdam, door het<br />
“groenjaar 2008” een belangrijke<br />
impuls heeft gegeven aan groen in de<br />
stad en hiermee de aandacht voor<br />
groen en gezondheid ook is<br />
toegenomen bij zowel beleidsmakers<br />
als andere organisaties.<br />
Bij de GGD is een landelijke werkgroep<br />
groen en gezondheid opgericht.<br />
Deze werkgroep heeft tot doel om de<br />
kennis die er is <strong>over</strong> dit onderwerp te<br />
delen en de visie van de GGD te<br />
verwoorden. Tevens bestaan er landelijke<br />
kennisnetwerken, zoals groenforum<br />
Nederland en groen in de stad die zich<br />
met groen voor gezondheid bezig<br />
houden. Er bestaat mogelijk een gevaar<br />
dat de kennis die bij deze netwerken<br />
beschikbaar is onvoldoende wordt<br />
gedeeld en daarom kan een centralere<br />
sturing van een ministerie mogelijk<br />
wenselijk zijn. Het de vraag of de<br />
<strong>over</strong>heid alleen in groen voor gezondheid<br />
moet voorzien, zoals dat nu het<br />
geval lijkt te zijn. De <strong>over</strong>heid zou het<br />
bedrijfsleven kunnen stimuleren om<br />
hier meer rekening mee te houden,<br />
door financiële middelen en/of wet- en<br />
regelgeving.<br />
Sommigen gemeenten hanteren een<br />
conceptuele benadering ten aanzien van<br />
40 TOPOS / 01 / 2007<br />
groen, zoals Breda, Eindhoven en<br />
Venlo. Hierbij gaat het respectievelijk<br />
om ecotouch/ecotech, output/outcam<br />
en cradle to cradle. Er blijkt één woningbouwcorporatie<br />
te zijn die zich in<br />
het beleid expliciet wil bezig gaan<br />
houden met groen en hiertoe een<br />
groenvisie op gaat stellen, dit is de<br />
landelijke opererende organisatie<br />
Mooiland Vitalis. De besluitvorming<br />
omtrent groen in Tilburg is als bijzonder<br />
aan te merken, omdat er een<br />
adviescommissie stedelijk groen is die<br />
de gemeente onafhankelijk adviseert<br />
<strong>over</strong> plannen.<br />
Beleid ten aanzien van groen voor<br />
gezondheid kan ook te ver doorslaan,<br />
waarbij de <strong>over</strong>heid te veel wil beschermen<br />
door stringente wet- en regelgeving.<br />
Kinderen kunnen hierdoor bijvoorbeeld<br />
niet meer leren wat gevaarlijk is.<br />
Bij burgers bestaan soms ook bezwaren<br />
tegen groen, vaak i.v.m. allergieën en<br />
veiligheid van kinderen.<br />
In het verleden waren werk, thuis en<br />
<strong>over</strong>ige activiteiten gescheiden. Er vindt<br />
momenteel een steeds grotere integratie<br />
van deze aspecten plaats. Ontwikkelingen<br />
in communicatietechnologie in<br />
combinatie met o.a. fileproblemen<br />
hebben geleid tot een grotere groep<br />
thuiswerkende Nederlanders. Deze<br />
ontwikkeling onderstreept het belang<br />
van een aantrekkelijke woonwijk,<br />
omdat hier meer tijd wordt doorgebracht.<br />
In het verre verleden was er<br />
trouwens ook al sprake van integratie<br />
van deze onderwerpen. Denk aan<br />
Storck in Hengelo en Philips in Eindhoven;<br />
beide bedrijven ontwikkelden<br />
groen voor de werknemers.<br />
Een ander opmerkelijk punt is dat de<br />
geïnterviewden <strong>over</strong> het algemeen<br />
hebben aangegeven geen behoefte aan<br />
meer onderzoek te hebben, terwijl er<br />
aan de andere kant veel onduidelijkheden<br />
zijn. Dit vraagt naast een nauwere<br />
samenwerking tussen wetenschap<br />
en praktijk, mogelijk ook om de<br />
ontwikkeling van een concept t.a.v.<br />
groen voor gezondheid. Inrichtingscriteria<br />
staan vaak al geformuleerd in<br />
bestaand beleid. Daarnaast hebben<br />
grotere gemeenten <strong>over</strong> het algemeen<br />
voldoende expertise in huis om zelf<br />
passende inrichtingscriteria te ontwikkelen<br />
bij een concept. Het concept<br />
geeft daarbij een waarborg voor een<br />
bepaalde mate van aandacht voor het<br />
onderwerp groen voor gezondheid.<br />
topos.indd 40 11-11-2009 17:07:32
Mogelijk leidt dit ook tot een andere<br />
rolverdeling en/of invulling door<br />
betrokkenen. Woningbouwcorporaties<br />
zijn bijvoorbeeld ten aanzien van het<br />
onderwerp groen en gezondheid (nog<br />
niet) actief evenals waterschappen. De<br />
aandacht voor groen in de stad zal<br />
waarschijnlijk nog meer toenemen,<br />
aangezien de verwachting is dat de<br />
huidige argumenten niet zullen verdwijnen;<br />
eerder zullen toenemen in<br />
hevigheid.<br />
In het verleden werden parken<br />
hoofdzakelijk gebruikt voor wandelen<br />
en fietsen, momenteel is het gebruik<br />
veel diverser. Zo is 10% van de bezoekers<br />
aan een park in 2009 aan het werk<br />
(Low e.a., 2005). Het gaat hierbij<br />
voornamelijk om het doorlezen van<br />
teksten en het opdoen van inspiratie.<br />
Vooral hoger opgeleiden maken op<br />
deze wijze gebruik van een park. Ook<br />
hebben parken in steden een enorme<br />
aantrekkingskracht op bewoners en<br />
waar zich graag mensen vestigen volgen<br />
de bedrijven. Het concept park lijkt<br />
daarmee zeer belangrijk te zijn in het<br />
kader van groen voor gezondheid en<br />
het lijkt of dit momenteel niet zo wordt<br />
gezien door beleidsmakers. Een aanbeveling<br />
is dan ook om parken centraler<br />
te laten staan in de <strong>ruimtelijke</strong><br />
plan- en uitvoering. Een andere aanbeveling<br />
is om de omgeving van een<br />
groenplek meer in het ontwerp te<br />
betrekken. Op basis van de bestudeerde<br />
plannen lijkt het alsof dit in veel gemeenten<br />
onvoldoende gebeurt. Ook<br />
kunnen elementen die de sociale interactie<br />
bevorderen, zoals speeltuinen<br />
goed op scheidingen tussen groen en<br />
woonwijken of scheiding woonwijk-<br />
woonwijk worden geplaatst om te<br />
interactie te bevorderen. Verder is niet<br />
alles zichtbaar dat bij kan dragen aan<br />
een gezonde woonwijk, zoals veiligheid<br />
en sociale cohesie. Sleutelfiguren in een<br />
wijk, zoals buurtwerkers en politie<br />
zouden daarom een grotere rol kunnen<br />
spelen in het ontwerp. De gemeente<br />
Assen heeft onder meer het belang<br />
hiervan aangegeven. Ook kan de<br />
<strong>ruimtelijke</strong> <strong>planning</strong> in Nederland meer<br />
gebruik maken van onderzoek en<br />
strategieën uit andere disciplines, zoals<br />
de bedrijfskunde en marketing. Ter<br />
illustratie het volgende voorbeeld. In<br />
supermarkten wordt onder meer<br />
gebruik gemaakt van de ‘dwell time’<br />
strategie 1 en de strategie waarbij basisvoeding<br />
is verspreid door de winkel.<br />
Deze strategieën zouden ook meer in<br />
de openbare ruimte kunnen worden<br />
gehanteerd, zodat men o.a. een langere<br />
tijd moet bewegen en een grotere kans<br />
heeft op het ontmoeten van andere<br />
mensen. Groene plekken worden onder<br />
meer ontwikkeld voor gezondheid: zijn<br />
het juist de gezondere mensen die naar<br />
deze plekken toekomen? Bepaalde<br />
plekken trekken bepaalde mensen aan,<br />
daarom is het juist bij groen van belang<br />
om het sterker te vervlechten door de<br />
stad heen en niet alleen te concentreren<br />
op bepaalde plekken of in hoofdstructuren.<br />
Hierdoor zullen ook niet gebruikers<br />
en laaggebruikers van groen er<br />
minder makkelijk omheen kunnen.<br />
Groen is immers gezond en dat kan<br />
niet worden genegeerd door beleidsmakers<br />
en bewoners van de stad.<br />
1 Dwell time: iemand zo lang in een bepaald gebied<br />
houden door een aantrekkelijke omgeving.<br />
Literatuur<br />
Berg, A. E. van den, en Van den Berg, M .M. H.<br />
E., 2001. Van buiten word je beter; een essay <strong>over</strong><br />
de relatie tussen natuur en gezondheid.<br />
Wageningen: Alterra.<br />
Goossen, C. M., Hoogeveen, Y. R., Jansen S., Snep,<br />
RPH, 2001. Natuur in en om de stad. Wageningen,<br />
Alterra.<br />
Low, S. M., Scheld, S., Taplin, D. , 2005. Prospect<br />
Park. Diversity at Risk. Chapter 3 in: Rethinking<br />
urban parks: Public space & cultural diversity<br />
(Austin, Tex., University of Texas Press), pp.37-68.<br />
RLG, 2008. Groen opgroeien! Advies <strong>over</strong> meer<br />
samenhang in groen jeugdbeleid.<br />
Vries, de S., Groenewegen, R. A., Spreeuwenberg,<br />
P. P., 2003. Natural Envrinoments- Healthy<br />
Environments? An exploratory analyses of the<br />
relationship between green space and health.<br />
Environment and Planning, A, 35 pp.1717-1731.<br />
Vries, de S., Winsum-Westra M. van, Vreke J. &<br />
Langers F., 2008. Jeugd, <strong>over</strong>gewicht en groen.<br />
Nadere beschouwing en analyse van de mogelijke<br />
bijdrage van groen in de woonomgeving aan de<br />
preventie van <strong>over</strong>gewicht bij schoolkinderen.<br />
Wageningen.<br />
TNO, 2005. Gezondheidseconomisch onderzoek<br />
- Kosten en baten in perspectief.<br />
Went, E., 2007. Hittestress. Vrom.nl, Vol.9 Nr.5<br />
pp. 14-21.<br />
Summary<br />
The last years green for health in<br />
cities is becoming a topic of greater<br />
interest due to some publications of<br />
e.g. Alterra and the Dutch Health<br />
Council. Green has restorative<br />
effects on attention and stress. Also,<br />
it has positive influences on the<br />
development of children, the social<br />
interaction between human beings,<br />
the psychical movements and the<br />
attitude. Even employers are more<br />
creative and productive in green<br />
environments. The main question<br />
during this research was: Which role<br />
has green for health in the Dutch<br />
spatial <strong>planning</strong> of cities? Case<br />
study research shows that<br />
municipalities and Municipal Health<br />
Services (GGDen) are the most<br />
important actors dealing with this<br />
topic and that the completion in<br />
cities is very different.<br />
TOPOS / 01 / 2009 41<br />
topos.indd 41 11-11-2009 17:07:33
A Delicious Leisure Activity<br />
Spatial resistance to heteronormativity in public spaces<br />
In 2005 I wrote a bachelor<br />
thesis with as subject gay<br />
meeting places. By the<br />
time I had to make a<br />
choice what subject to<br />
take on for my master thesis<br />
Leisure, Tourism and<br />
Environment I decided to<br />
develop my bachelor thesis<br />
into a master thesis.<br />
This seemed and turned<br />
out to be a scientifically<br />
and empirically challenging<br />
subject rarely researched<br />
in terms of leisure<br />
and environment. In<br />
this thesis I provide an<br />
insight in the phenomena<br />
of gay meeting places as<br />
acts of resistance against<br />
the heteronormative nature<br />
of public space. Besides, I<br />
aim to achieve understanding<br />
for these kind of leisure<br />
places.<br />
Maartje Bulkens<br />
MSc student Leisure, tourism & environment<br />
Researcher at Socio-Spatial Analysis &<br />
Alterra – Research Institute<br />
Maartje.Bulkens@wur.nl<br />
42 TOPOS / 01 / 2009<br />
Background<br />
In 2005 I wrote a bachelor thesis about<br />
gay meeting places (GMP’s) in the<br />
Netherlands. More than three years<br />
later, I decided to take on the subject<br />
again encouraged by two main arguments.<br />
Firstly, recent scientific research<br />
shows that 90% to 95% of the Dutch<br />
population accepts same-sex relations<br />
as a way of living as long as homosexuals<br />
adhere to the dominant behavioural<br />
codes of heterosexual society (Keuzenkamp<br />
et al., 2006), this especially<br />
involves behaviour in public spaces.<br />
An example of this behaviour is that<br />
people find it more offensive when<br />
people of the same sex kiss in public,<br />
than when this happens between<br />
people of different sexes. In general,<br />
people tend to have problems with the<br />
visibility and expression of homosexuality<br />
in public, in the media, etc. (SO-<br />
CON 1 , 2000; van Wijk et al, 2005). This<br />
concern with the visibility of homosexuality<br />
is what Keuzenkamp et al.<br />
(2006) call modern homo-negativity. In<br />
addition, it becomes clear when we take<br />
a closer look at the results of the<br />
research by Keuzenkamp et al. (2006)<br />
that shows that 9% of the Dutch population<br />
rejects male homosexuality, 11%<br />
perceives homosexual men not as ‘real<br />
men’, 21% states that homosexuality is<br />
unnatural, and 13% thinks that male<br />
same-sex sex is ‘just wrong’ or ‘disgusting’<br />
(Buijs, et al., 2008). More in<br />
general it can be concluded that there is<br />
a more negative attitude towards<br />
homosexual men, than to lesbian<br />
women (Herek, 1988, 2000; Keuzenkamp<br />
et al., 2006). All these results<br />
indicate that homosexuality in the<br />
Netherlands is tolerated, however<br />
under certain conditions and to a<br />
particular degree. This general conclusion<br />
is the main reason to research gay<br />
meeting places as a spatial expression<br />
of male homosexuality within a predominant<br />
heteronormative, or as you<br />
like homo-negative, society. The wish is<br />
to provide a better understanding for<br />
these expressions of sexuality within<br />
1 SOCON: sociaal-culturele ontwikkelingen in Nederland<br />
(social-cultural developments in the Netherlands)<br />
public space, in reaction to the heteronormative<br />
nature of our public spaces<br />
with this thesis.<br />
The second reason for taking on this<br />
subject is of a more scientific nature,<br />
however linked to the first reason, it is<br />
only since the last decennium that<br />
research has been conducted into the<br />
trialectical relation between space,<br />
sexuality and leisure (see for example:<br />
Binnie & Valentine, 1999; Browne,<br />
2007; Hubbard, 2008; Jenkins & Pigram,<br />
2003; Pritchard, et al., 2002;<br />
Skeggs, 1999). With this research<br />
focusing on all three aspects as described<br />
above a contribution is delivered<br />
to the emerging body of work<br />
within the already established research<br />
inquiry connecting leisure with geographies<br />
of sexuality. Besides, it was and<br />
still is a great challenge to scientifically<br />
approach a rather ‘banal’ use of public<br />
space for leisure purposes through a<br />
critical engagement with both the<br />
spatial phenomenon, the users of gay<br />
meeting places, as well as with theoretical<br />
insights of different thinkers challenging<br />
the taken-for-granted heterosexual<br />
nature inherent in society. This<br />
challenge will be the focus of this<br />
article, as it is the main part of this<br />
thesis project.<br />
This research is (partly) framed by two<br />
key thinkers on both sexuality and<br />
space, to know Michel Foucault and<br />
Henri Lefebvre. First the main arguments<br />
of Foucalt and Levebre are<br />
introduced. Followed by a theoretical<br />
discussion and the empirical insights<br />
gained through in-depth interviews<br />
with users of gay meeting places. In the<br />
last section a short conclusion by<br />
combining the earlier discussed theoretical<br />
and empirical insights will be<br />
given.<br />
The theoretical challenge<br />
Michel Foucault analysis and challenges<br />
common sense understandings sexuality<br />
present within contemporary society<br />
in order to challenge and resist these.<br />
In his work ‘History of Sexuality’<br />
topos.indd 42 11-11-2009 17:07:33
The Haagse Bos is one of the oldest gay<br />
meeting places in the Netherlands, existing<br />
for more than hundreds of years<br />
(1984) Foucault analyses how sexual<br />
oppression in the Victorian age became<br />
a mechanism for the formulation of<br />
discourses of sexuality, which he calls<br />
the ‘scientia sexualis’, in which sex<br />
itself became a discourse rather than<br />
the creation of silence around sexuality.<br />
Power was not exercised through<br />
censorship, instead power was exercised<br />
through an incitement to speak about<br />
one’s sexuality within different settings<br />
ranging from the confessional to<br />
schools to the doctor’s office, and<br />
further. People were forced into a<br />
practice of truth telling in one of the<br />
administrations of life directed at<br />
sexual practices. The regulative discourse<br />
of sexuality spread out <strong>over</strong> the<br />
whole social body in the Victorian age.<br />
Thus, the deployment of sexuality was<br />
the predominant mode of power<br />
within modern times. Sexuality became<br />
a legitimate subject for research caught<br />
up in the production of ‘regimes of<br />
truth’. These historical conventions had<br />
as an effect that people became in<br />
some sense their sexual preference, the<br />
sex of the person we have sex with<br />
determines to which category we<br />
belong (Mills, 2003). This is best reflected<br />
in the explanation of homosexuality<br />
given by Karl Heinrich Ulrich,<br />
who explained in the midst of the<br />
nineteenth century homosexuality 2 in<br />
terms of men having feminine souls,<br />
who feel attracted to men with masculine<br />
souls. This is what he came to call<br />
‘urning’ (Hekma, 2007). Most doctors<br />
adhered to the idea of Ulrich, and what<br />
was seen as a sin, became perceived as<br />
a pathology of men with feminine<br />
souls. Accordingly, Freud, one of the<br />
founders of psychoanalysis, argues that<br />
we either identify ourselves with a<br />
particular sex or we are attracted to this<br />
particular sex, only these two relations<br />
are possible. If you as a man are attracted<br />
to other men, Freud would<br />
argue that this is because you identify<br />
yourself with women (Klages, 1997).<br />
These developments led to a conceptualisation<br />
of homosexuals as inverts,<br />
people who are pathologically perverse.<br />
Within a system of repressive discourses<br />
on sexuality and a system of biopolitics,<br />
homosexuality has become a<br />
social disease. The discourse of homosexuality<br />
was used to give a description<br />
of a group of people who needed to<br />
be controlled and disciplined, which<br />
simultaneously led to marginalized<br />
groups becoming aware of the need for<br />
emancipation (Foucault, 1984).<br />
Foucault challenges these theories of<br />
biological determinism. Foucault shows<br />
through his analysis of sexuality as<br />
discourse that the common sense<br />
notions of sexuality and appropriate<br />
sexual behaviour and desires are the<br />
result of historical conventions. He<br />
explains sexuality not in terms of sex,<br />
but in terms of a historical construct<br />
associated with modernity, thereby<br />
destabilising these notions, as things<br />
could have been different. Or as<br />
McHoul and Grace (1993, 121) argues<br />
“Foucault’s arguments open up the<br />
possibility that sexual difference can be<br />
something other than the sexualised<br />
version of it we have inherited, and<br />
that the bodily differences between<br />
men and women can be conceived as<br />
something other than sexual difference.”<br />
Thus, the binary logic between heterosexuality<br />
and homosexuality is an<br />
artificial, or better said discursive one,<br />
when we consider the theoretical<br />
insights of Foucault. However, this<br />
seemingly natural distinction between<br />
the sexualities is constantly inscribed<br />
into space, this is better known as the<br />
sexualisation of space. Sexualisation of<br />
space not only serves to maintain space<br />
as inherently heterosexual, but it also<br />
leads to the maintenance of heterosexual<br />
hegemony as natural, normal<br />
and appropriate. This can be explained<br />
by making use of the insights of the<br />
French sociologist Henri Lefebvre.<br />
Lefebvre introduces a conceptualisation<br />
of space articulating how space is<br />
inscribed with power relations and<br />
ideologies, having its influence on our<br />
everyday lived spaces. Lefebvre distinguished<br />
in his work ‘The Production of<br />
Space’ (1991) the following trialectical<br />
relation of space:<br />
- Representations of space: this is<br />
conceived space, as conceptualised by<br />
those who plan, map and design<br />
space. The representations of space<br />
are the dominant spaces of any<br />
society concerned with ideology,<br />
power and knowledge. These are the<br />
spaces of bureaucrats and planners.<br />
- Spaces of representation: these are<br />
the directly lived spaces of people<br />
made up by the space of everyday<br />
experience. It uses the physical objects<br />
found in space as symbolisations of<br />
lived experience and for the produc<br />
tion of meaning.<br />
- Spatial practices: these are related to<br />
perceived space or spaces as we make<br />
sense of these and everyday ordinari<br />
ness. These spaces are a mediation<br />
between the two other forms of space<br />
translated into everyday experiences<br />
and routines.<br />
The relations between, respectively, the<br />
perceived, conceived and lived space<br />
are not ever stable, nor are they artificial<br />
or linear. The representations of<br />
space or conceived spaces, are the<br />
dominant representations of space<br />
within society. The conceived is an<br />
abstract space, which is usually the<br />
dominant representation of space<br />
within society. This abstraction of<br />
space becomes objectified and is the<br />
product of a materialization of what is<br />
2 The word homosexual appears for the first time in 1868 in a letter from the author Károly Mária Kertbeny to Ulrichs. He derived the word homosexual from the Greek word ‘homos’<br />
(the same) and the Latin root ‘sexualis’. Later he used the word in two anonymous pamphlets in which he criticised the laws that criminalised same-sex sexual activities. The word<br />
heterosexuality appears for the first time in one of his writings in 1880 (glbtq 2004)<br />
TOPOS / 01 / 2009 43<br />
topos.indd 43 11-11-2009 17:07:34
conceived as space (Lefebvre, 1991), in<br />
this sense the dominant conceptualisations<br />
of space are transformed into our<br />
lived spaces, or spaces of representation.<br />
The implication of this process<br />
results in omnipresent power structures<br />
inscribed by the most dominant groups<br />
within a society, constraining, structuring,<br />
disciplining us all at different<br />
spatial levels. In the case of this research<br />
the most important implication<br />
is that space is structured around and<br />
inherently inscribed with the hegemonic<br />
position of heterosexuality in our<br />
society, and experienced as such by<br />
non-heterosexual individuals. Effects<br />
and reasons for the production of<br />
heterosexual spaces, Browne suggests,<br />
are “[h]omophobia, heterosexism, and<br />
heteronormativity, and the fear of these<br />
discriminations” (2007, 996). Many of<br />
these heterosexualised spatial inscriptions<br />
are only clear for those who do<br />
not comply to these norms, the deviant,<br />
as Jackson (2005, 107 following<br />
Valentine, 1993) states “[h]eterosexuality<br />
is so firmly inscribed in space that it<br />
is virtually invisible, until its boundaries<br />
are transgressed.”<br />
In ancient Greece sex between men was an<br />
ordinary part of everyday life<br />
44 TOPOS / 01 / 2009<br />
The users of gay meeting places<br />
From the in-depth interviews with the<br />
users of gay meeting places (GMP’s) it<br />
becomes clear that they appropriate<br />
parts of public space for their leisure<br />
activity, or in other words, sexually<br />
oriented encounters, and with this<br />
appropriation they challenge and<br />
reinforce the heteronormative character<br />
of our public spaces. In this research<br />
the focus is on those GMP’s located in<br />
public green areas. When we look at<br />
these places it turns out that there is a<br />
preference for places with a high<br />
density of bushes to create leisure<br />
spaces out of the sight of the public<br />
and the state. All co-researchers agreed<br />
that their sexual encounters should<br />
remain out of sight of the general<br />
public, however some of them did<br />
enjoy being looked at during their<br />
sexual practices by other visitors of<br />
GMP’s. The reason for this is that it<br />
creates some additional arousal, besides<br />
the arousal of meeting (and possibly<br />
having sexual encounters with) other<br />
men. (Sexual) arousal is an important<br />
component of visiting GMP’s. The<br />
co-researchers describe the activities<br />
taking place at gay meeting places as a<br />
game, a game of being looked at and<br />
looking at, of finding a possible partner<br />
and being preferred as a partner, of<br />
agreeing on the kind of sexual activity,<br />
and, of course, the actual sexual encounter.<br />
The most important motivation<br />
to go to GMP’s is a desire for sex,<br />
for letting of some sexual tension,<br />
although the co-researchers agree that<br />
an actual sexual encounter is not a strict<br />
necessity. It is a form of leisure for<br />
most men as it gives them an opportunity<br />
to relax and get out of the routines<br />
of everyday life. Besides, the co-researchers<br />
describe the activities at<br />
GMP’s as pleasurable and enjoyable<br />
with a high degree of mutual respect<br />
for each other and the general public.<br />
To use a public green area for sexually<br />
oriented encounters means that part of<br />
it is appropriated by the visitors of<br />
GMP’s, it is through this appropriation<br />
that the heteronormative character of<br />
public space becomes spatially challenged<br />
and resisted. However, this is<br />
not without problems. There is a strong<br />
reinforcement of the seemingly heterosexual<br />
nature of public space. Often<br />
GMP’s are closed down by means of<br />
cutting down bushes, introducing cattle,<br />
and police control 3 in an attempt to<br />
make the places unattractive for the<br />
men making use of GMP’s. Besides,<br />
there are often incidents of gay bashing<br />
and robbery at GMP’s. In this sense the<br />
heteronormative character of public<br />
space becomes reinforced through<br />
GMP’s. Besides, a look at newspaper<br />
articles with the possibility to respond<br />
to news items on GMP’s shows that<br />
most reactions are signs of disgust,<br />
repulsion, and aversion, not seldom<br />
related to the idea that GMP’s are<br />
visited by married men. The co-researchers<br />
are reluctant to give an<br />
approximation of the percentage of<br />
married men visiting GMP’s, however<br />
some approximations made indicate<br />
that about 90 to 95 percent of the<br />
visitors is married. Three of the coresearchers<br />
were/are themselves happily<br />
married to a woman in the period<br />
they visit(ed) gay meeting places. In this<br />
respect they challenge and subvert the<br />
binary between heterosexuality and<br />
homosexuality, as it is surely possible to<br />
enjoy both being married to a woman,<br />
and at the same time having sex with<br />
men. Obviously these men cross the<br />
‘clear’ boundaries between heterosexuality<br />
and homosexuality, thereby challenges<br />
the seemingly natural distinction<br />
between the two sexualities. And<br />
indeed, when asked whether they<br />
identify themselves as either homosexual<br />
or heterosexual the co-researchers<br />
were mostly hesitative to answer,<br />
because there is according to them not<br />
a clear distinction between the two<br />
categories, and most of them therefore<br />
identified themselves as being bisexual.<br />
3 In criminal law the activities at GMP’s can be described as violation of virtue, by which is meant wittingly behaving in<br />
such a way that under the given circumstances the normally developed feeling of shame is violated. This involves showing in<br />
public your personal intimate body parts (seksueelmisdrijf.nl, 2009). However, police men are only allowed to act when the<br />
activities are visible from public roads. Thus, police men are not allowed to go into the bushes to track down men who are<br />
sexually or sexually oriented active (Lochs and Van Ommen, 2008).<br />
topos.indd 44 11-11-2009 17:07:34
Conclusion<br />
In short, it becomes clear that the<br />
visitors of GMP’s in two ways challenge<br />
heteronormativity.<br />
Firstly, by the appropriation of public<br />
space for ‘homosexually’ oriented<br />
sexually encounters they challenge the<br />
hegemonic inscription of heterosexuality<br />
into our daily spaces. This appropriation<br />
can be seen as spatial acts of<br />
resistance against the heteronormative<br />
character of our public spaces, or in the<br />
words of Lefebvre, against the dominant<br />
heterosexual representation of<br />
space, which in its turn is transformed<br />
into our lived spaces. However, these<br />
acts of resistance against the heteronormative<br />
character of our public<br />
spaces are not clear-cut in their effect,<br />
as the acts of the men at GMP’s are in<br />
general seen as disgusting, repulsive<br />
and aversive, which leads to a reinforcement<br />
of the idea that homosexuality<br />
(especially sexual acts between (married)<br />
men) is not tolerable.<br />
Secondly, the reluctance of men visiting<br />
GMP’s to identify themselves as<br />
either homosexual or heterosexual as<br />
these categories do not appear to fit to<br />
people in general challenges the seemingly<br />
stable and hegemonic binary<br />
between heterosexuality and homosexuality,<br />
which is in line with the idea<br />
of Foucault that the dichotomy between<br />
homosexuality and heterosexuality<br />
is a discursive one. It can be concluded<br />
from this research that identifying<br />
yourself as either homosexual or<br />
heterosexual is a form of categoriza-<br />
tion imposed upon us by society, and<br />
the results show that this is not possible<br />
for some as they do not experience<br />
a clear-cut differentiation between<br />
these two categories.<br />
Literatuur<br />
Binnie, J. & Valentine, G., 1999. Geographies of<br />
sexuality: a review of progress. Progress in Human<br />
Geography, Vol. 25, No. 2: 175-187.<br />
Browne, K., 2007. (Re)making the other,<br />
heterosexualising everyday space. Environment<br />
and Planning A, Vol. 24, No. 4: 996-1014.<br />
Buijs, L., Hekma, G., & Duyvendak, J.W., 2008. Als<br />
ze maar van me afblijven. Een onderzoek naar<br />
antihomoseksueel geweld in Amsterdam.<br />
Amsterdam, Universiteit van Amsterdam.<br />
Foucault, M., 1984. De wil tot weten. Geschiedenis<br />
van de seksualiteit, volume 1. Nijmegen, SUN.<br />
GLBTQ, 2004. Kertbeny, Károly Mária (1824 -<br />
1882)., 15 april 2009.<br />
http://www.glbtq.com/socialsciences/kertbeny_km.html<br />
Hekma, G., 2007. De Benen Wijd, de Stem naar<br />
Beneden. Houdingen tegen<strong>over</strong> ‘nichterigheid’ bij<br />
homoseksuele mannen. Sociologie, vol. 3, no. 1:<br />
81-94.<br />
Herek, G.M., 1988. ‘Heterosexuals’ attitudes<br />
toward lesbians and gay men. Correlates and<br />
gender differences. Journal of Sex Research, vol.<br />
25, no. 4: 451-477.<br />
Herek, G.M., 2000. Sexual prejudice and gender:<br />
Do heterosexuals’ attitudes toward lesbians and<br />
gay men differ? Journal of Social Issues, vol. 56,<br />
no. 2: 251-266.<br />
Hubbard, P., 2008. Here, there, everywhere: the<br />
ubiquitous geographies of heteronormativity.<br />
Geography Compass, vol. 2, no. 3: 640-658.<br />
Jackson, P., 2005. Gender. 103 – 108 in Cultural<br />
Geography. A critical dictionary of key<br />
concepts. Atkinson, D., P. Jackson, D. Sibley & N.<br />
Washbourne (eds). London & New York, I.B.<br />
Taurus.<br />
Jenkins, J.M. & Pigram, J.J., 2003. Encyclopedia of<br />
leisure and outdoor recreation. London,<br />
Routledge.<br />
Keuzenkamp, S., Bos D., Duyvendak, J.W. &<br />
Hekma, G., 2006. Gewoon doen. Acceptatie van<br />
homoseksualiteit in Nederland. Den Haag, Sociaal<br />
Cultureel Planbureau.<br />
Klages, M., 1997. English 2010: Modern Critical<br />
Thought., 15 april 2009. http://www.colorado.<br />
edu/English/courses/ENGL2012Klages/<br />
Lefebvre, H., 1991. The production of space.<br />
Oxford, Blackwell.<br />
Lochs, M. & Ommen, S. van, 2008. HOP’s.<br />
Homo-ontmoetingsplaatsen. ‘De baan’ in goede<br />
banen leiden. Leiden, Universiteit Leiden.<br />
McHoul, A. & Grace, W., 1993. A Foucault Primer.<br />
Discourse, power and the subject. New York, New<br />
York University Press.<br />
Mills, S., 2003. Michel Foucault. Abingdon & New<br />
York, Routledge.<br />
Pritchard, A., Morgan, N. & Sedgley, D., 2002. In<br />
search of lesbian space? The experience of<br />
Manchester’s gay village. Leisure Studies vol. 21,<br />
no. 2: 105-123.<br />
Seksueelmisdrijf.nl, 2009. Art. 239 Wetboek van<br />
Strafrecht (Schennis van eerbaarheid), 15 april<br />
2009. http://www.seksueelmisdrijf.nl/jl/index.<br />
php?option=com_content&task=view&id=155&I<br />
temid=197<br />
Skeggs, B., 1999. Matter out of place: visibility and<br />
sexuality in leisure spaces. Leisure Studies, vol. 18,<br />
no. 3: 213-232.<br />
Wijk, E. van, Meerendonk, B. van den, Bakker, F.<br />
& Vanwesenbeeck, I., 2005. Moderne<br />
homonegativiteit: de constructie van een<br />
meetinstrument voor het meten van hedendaagse<br />
reacties op zichtbare homoseksualiteit in<br />
Nederland. Tijdschrift voor Seksuologie, vol. 29,<br />
jrg. 1: 19-27.<br />
Samenvatting<br />
Met dit onderzoek naar homoontmoetingsplekken<br />
hoop ik een<br />
bijdrage te leveren aan de ontwikkelingen<br />
binnen het wetenschappelijke<br />
onderzoeksgebied waarin een<br />
koppeling plaatsvindt tussen vrijetijdsbesteding<br />
en de sociaal-<strong>ruimtelijke</strong><br />
analyse van seksualiteit. Dit<br />
onderzoek is gericht op de vorm van<br />
vrijetijdsbesteding van ‘homoseksuele’<br />
mannen; het gebruik van openbare,<br />
groene ruimtes voor seksueel<br />
georiënteerde ontmoetingen, ook<br />
bekend als cruising.<br />
Door gebruik te maken van de inzichten<br />
van Michel Foucault en Henri<br />
Lefebvre, in combinatie met diepte<br />
interviews met gebruikers van homoontmoetingsplekken,<br />
toont dit onderzoek<br />
hoe deze mannen weerstand<br />
bieden aan heteronormativiteit door<br />
de toe-eigening van publieke ruimte<br />
voor het ontdekken en genieten van<br />
hun seksualiteit.<br />
TOPOS / 01 / 2009 45<br />
topos.indd 45 11-11-2009 17:07:34
BOEKEN<br />
Vinex Atlas<br />
Jelte Boeijenga & Jeroen Mensink<br />
Uitgeverij 010 publishers (2008)<br />
ISBN 978 90 6450 594 2<br />
€ 59,50<br />
Hardc<strong>over</strong>, 304 pagina’s<br />
Als ik later groot ben, echt groot en<br />
volwassen, dan wil ik absoluut niet in<br />
het Vinex-wijk wonen. Het lijkt me saai<br />
en eentonig, er is weinig groen. Ik ben<br />
niet de enige die er zo <strong>over</strong> denkt.<br />
Vinex-wijken worden vaak bekritiseerd<br />
en verguisd.<br />
De Vinex atlas toont vele wijken die<br />
sinds het uitkomen van de ‘vierde nota<br />
<strong>ruimtelijke</strong> ordening extra’ zijn gepland,<br />
ontworpen en ontwikkeld. Het<br />
boek bevat een duidelijke uitleg <strong>over</strong><br />
de ‘Vierde nota’ en de totstandkoming<br />
van 800.000 woningen die tussen<br />
1995 en min of meer nu gebouwd<br />
moesten worden in compacte stedelijke<br />
uitbreidingen, met een goede<br />
OV-verbinding in contact met ‘de grote<br />
stad’ om het woon-werkverkeer te<br />
beperken. Het werd een reusachtige<br />
nieuwbouwoperatie.<br />
Aan de hand van uitgebreide beschrijvingen,<br />
prachtige foto’s van het straatbeeld,<br />
plattegronden, luchtfoto’s van<br />
het oorspronkelijke gebied en<br />
statistieken <strong>over</strong> iedere wijk, worden<br />
tweeënvijftig vinex-wijken tentoongespreid.<br />
Het kaartmateriaal en de<br />
statistieken zijn uniform opgemaakt,<br />
zodat vergelijken erg makkelijk wordt.<br />
Behalve deze objectieve uiteenzetting<br />
bevat het boek ook een tweetal es-<br />
46 TOPOS / 01 / 2009<br />
says waarin de schrijvers hun blik op<br />
dit staaltje <strong>planning</strong>swerk geven. Zo<br />
leggen de schrijvers uit waarom de<br />
parkeernorm in veel wijken niet voldoet,<br />
maar ook waarom vinex-wijken<br />
zo vaak negatief worden neergezet.<br />
Na alle prachtige foto’s en plattegronden<br />
van <strong>over</strong>al in Nederland, prefereer<br />
ik nog steeds een hutje op de hei.<br />
Toch is dit een fantastisch boekwerk<br />
geworden. Voor zowel leken als vaklui<br />
is deze atlas absoluut de moeite<br />
waard om eens na te slaan. Wellicht<br />
kunnen we dankzij dit heldere <strong>over</strong>zicht<br />
nog veel leren voor de toekomst.<br />
Peter Davids<br />
Open - Kunst als publieke zaak<br />
Nr. 14, jaargang 7 (2008)<br />
Redactie: Jorinde Seijdel (hoofdredacteur),<br />
Liesbeth Melis (eindredacteur)<br />
NAi Uitgevers/SKOR, 2008<br />
ISSN 1570-4181<br />
ISBN 978-90-5662-062-2<br />
Postmodernisme. Vaak heb ik me<br />
afgevraagd wat deze, ja wat eigenlijk,<br />
betekent voor mij als student en<br />
planoloog. Zo ook tijdens het lezen<br />
van dit boek. In Kunst als publieke<br />
zaak staat de heruitvinding van het<br />
publieke domein centraal na het<br />
modernisme. Verschillende schrijvers<br />
presenteren hun visie op de he-<br />
dendaagse publieke ruimte in essays,<br />
artikelen, interviews en columns.<br />
Tijdens het modernisme was duidelijk<br />
wat de openbare ruimte inhield, hoe<br />
die moest worden vormgegeven en<br />
wat het betekende voor mensen. Nu in<br />
het postmodernistische tijdperk lijkt er<br />
van eenduidigheid geen sprake meer<br />
te zijn. In het eerste essay presenteert<br />
Chantal Mouffe het antagonistische<br />
model. Voor wie een keer iets anders<br />
wil dan het poldermodel (toch al niet<br />
zo succesvol de laatste tijd) is dit een<br />
interessante nieuwe kijk op de zaken.<br />
Mouffe stelt dat het niet nodig is altijd<br />
naar consensus te streven, het<br />
opzoeken van het conflict kan ook<br />
ruimte bieden voor kritische kunstprojecten.<br />
Waar dit artikel is toegespitst<br />
op kunstprojecten, zou dat gemakkelijk<br />
kunnen worden vervangen door<br />
<strong>landschapsarchitectuur</strong> of zelfs als<br />
inspiratiebron kunnen dienen voor<br />
planners.<br />
Verderop staan kunstprojecten al<br />
minder centraal. Simon Sheikh schrijft<br />
<strong>over</strong> de erosie van de natiestaat en<br />
daarmee van een eenduidige publieke<br />
omgeving. Deze notie deelt hij met de<br />
meeste auteurs in deze uitgave, maar<br />
hoe hiermee om te gaan in de openbare<br />
ruimte is nog de vraag. Sheikh<br />
roept op om niet langer uit te gaan van<br />
de staat (of de <strong>over</strong>heid), maar ruimte<br />
te bieden aan de postpublieken. Zij<br />
(tenminste voor z<strong>over</strong> er dan nog<br />
sprake is van zij) streven geen gemeenschappelijk<br />
doel na en zouden,<br />
los van de <strong>over</strong>heid, de het publieke<br />
domein op een pluralistische manier<br />
vormgeven.<br />
Publieke ruimte staat centraal, iets<br />
waar we in onze opleiding veel mee te<br />
maken hebben. Daarom is dit zeker<br />
een nuttige publicatie voor landschapsarchitecten<br />
<strong>ruimtelijke</strong> planners, die<br />
hun blikveld en postmodern bewustzijn<br />
willen verbreden en verder ontwikkelen.<br />
Alleen één tip: ga goed gewapend<br />
ten strijd. De combinatie van<br />
postmodern gedachtegoed en<br />
Vlaamse auteurs vraagt om een<br />
degelijk woordenboek als basisuitrusting.<br />
Marlies Meijer<br />
topos.indd 46 11-11-2009 17:07:36
10 x Den Bosch, Tien perspectieven<br />
op een middelgrote stad<br />
Olv Klijn en Joks Janssen<br />
NAI Uitgevers<br />
ISBN 978-90-5662-647-1<br />
€ 29,50<br />
324 pagina’s<br />
In ‘10 x Den Bosch’ nemen Olv Klijn<br />
en Joks Janssen de lezer mee op een<br />
reis door de architectonische en<br />
stedenbouwkundige geschiedenis van<br />
Den Bosch. Vanuit tien uiteenlopende<br />
perspectieven (zoals eilandstad,<br />
modelstad of vestingstad) wordt de<br />
stad beschreven en geanalyseerd. Het<br />
beeld dat hiermee wordt geschetst is<br />
zeker niet volledig, maar dat is dan<br />
ook niet het doel van de schrijvers.<br />
Door middel van globale en lokale<br />
ontwikkelingen, die Den Bosch de<br />
afgelopen 10 jaar hebben getransformeerd<br />
nodigen de schrijvers de lezer<br />
uit tot een nieuwe beeldvorming op de<br />
middelgrote stad in het algemeen en<br />
op De Bosch in het bijzonder.<br />
Hoewel het boek op het eerste oog<br />
simpel en in zwart-wit is vormgegeven,<br />
sluit elk hoofdstuk af met een<br />
serie tekenende, maar zeker geen<br />
standaard kleurenfoto’s van de stad.<br />
Een winkelwagentje op een car-port,<br />
een bushokje in het centrum of een<br />
straatnaambordje aan de rand van<br />
een weiland. Het zijn beelden die aan<br />
de onoplettende kijker zouden zijn<br />
voorbij gegaan, maar die tekenend<br />
zijn voor de perspectieven die Klijn en<br />
Janssen in ‘10x Den Bosch’ beschrijven.<br />
Een aanzienlijk aantal van deze<br />
beelden is echter ook terug te vinden<br />
in veel andere middelgrote steden in<br />
Nederland. De vinex-wijk, het tuinstad<br />
model en bijvoorbeeld de wijkgedachte<br />
zijn in bijna elke Nederlandse<br />
stad terug te vinden.<br />
Wat mij betreft is ’10 x Den Bosch’ een<br />
mooie uitbreiding van de boekcollectie<br />
van de Brabantse (landschaps)architect,<br />
stedenbouwkundige of planoloog.<br />
Maar ook voor vakspecialisten die niet<br />
uit de regio Den Bosch afkomstig zijn,<br />
kan dit boek een verhelderende kijk op<br />
de Nederlandse stad bieden.<br />
Sanne Broekhof<br />
Benthem Crouwel<br />
Edwin Zwakman<br />
010 publishers<br />
ISBN 978-90-6450-695-6<br />
€ 14.50<br />
48 pagina’s<br />
In dit fotoboek van kunstenaar Edwin<br />
Zwakman kun je je wereldvreemd<br />
voelen. Opeens moet je je afvragen<br />
“Waar ben ik? Wie ben ik? Van<br />
waaruit observeer ik dit?”. En toch lijkt<br />
het gefotografeerde in t geheel te<br />
kloppen. Zelfs de gefotografeerde<br />
bevolking geeft in eerste instantie<br />
niets weg van de plaats. “Sta ik op<br />
een dak? Ah ik zie een toren, herken<br />
ik het? Parkeerterreinen, Kantoren,<br />
een Spoorlijn, een fietsenstalling, waar<br />
is dit?!” Alles klopt, de beregende<br />
oppervlaktes, de scheuren in het<br />
beton. En toch lijken sommige fotos<br />
apart leeg van mensen. Tot het<br />
moment dat je ze opeens van dichtbij<br />
ziet.<br />
De kunstenaar houdt je voor de gek,<br />
speelt met je verwachtingen. En houdt<br />
je in spanning <strong>over</strong> waar je bent, tot<br />
aan de laatste pagina’s. Maar<br />
ondertussen is de auteur wel als een<br />
onderzoeker bezig. Door dezelfde<br />
gebouwen te laten zien uit<br />
verschillende, onalledaagse<br />
perspectieven, is het mogelijk met een<br />
andere bril dan die van de gebruiker te<br />
kijken naar drie gebouwen van, jawel,<br />
Benthem Crouwel. Het meest<br />
bekende werk van dit<br />
architectenbureau heeft iedere<br />
Nederlander die wel eens een<br />
lastminute naar de Costa’s heeft<br />
genomen gezien: de vertrekhal van<br />
Schiphol. Maar hoe vaak krijg je als<br />
gebruiker nu mee van ‘het grote<br />
plaatje’, van het ontwerp als geheel?<br />
De maquettes die Zwakman<br />
fotografeerde zouden moeten laten<br />
zien wat de kwaliteiten van Benthem<br />
Crouwel zijn, zo noemt de uitgever<br />
het: Transparantie, zichtbare<br />
constructie en harmonische interactie<br />
tussen grootschaligheid en het<br />
individu. Nu lijkt het mij zowiezo al<br />
lastig om transparantie te fotograferen<br />
- glazen spiegelen - maar Zwakman<br />
slaagt er in om de constructies in<br />
beeld te brengen op een wijze die je<br />
als gewoon gebruiker mist. Een<br />
harmonische interactie tussen<br />
grootschaligheid en individu mag dan<br />
een kernkwaliteit genoemd worden,<br />
dat kan niet verbloemen dat dat soort<br />
terminologie onzin is. Of het nu de<br />
foto’s zijn, de maquette of het originele<br />
ontwerp, de lach op de gezichten van<br />
de plastic poppen komen macaber<br />
<strong>over</strong> voor wie wel eens goed rond<br />
heeft gekeken op een drukke<br />
luchthaven.<br />
Vooral door de verbazing die dit boek<br />
je geeft is het als fotoproject WEL<br />
geslaagd. Voor planologen en<br />
architecten is dit boek professioneel<br />
niet zo interessant.<br />
Diederik vander Loo<br />
TOPOS / 01 / 2009 47<br />
topos.indd 47 11-11-2009 17:07:36
48 TOPOS / 01 / 2009<br />
topos.indd 48 11-11-2009 17:07:37
Perodiek <strong>over</strong> <strong>landschapsarchitectuur</strong>,<br />
<strong>ruimtelijke</strong> <strong>planning</strong> en sociaal-<strong>ruimtelijke</strong> analyse<br />
TOPOS<br />
Abonnement<br />
Ja, ik wil een abonnement op TOPOS. Dit abonnement heeft een looptijd van een jaar. Na het<br />
voldoen van de abonnementsgeld ontvang ik ook de eerdere nummers die TOPOS dat jaar uit<br />
heeft gebracht. Het abonnementsgeld van 15 euro maak ik onder vermelding van mijn naam<br />
en adres <strong>over</strong> op rekeningnummer 397090846 t.n.v. Genius Loci inzake <strong>Topos</strong> te Wageningen.<br />
Naam (Bureau)<br />
Straat<br />
Postcode<br />
Telefoonnummer<br />
Woonplaats<br />
E-mail<br />
Plaats Datum Handtekening<br />
Abonnement<br />
Ja, ik wil een abonnement op TOPOS. Dit abonnement heeft een looptijd van een jaar. Na het<br />
voldoen van de abonnementsgeld ontvang ik ook de eerdere nummers die TOPOS dat jaar uit<br />
heeft gebracht. Het abonnementsgeld van 15 euro maak ik onder vermelding van mijn naam<br />
en adres <strong>over</strong> op rekeningnummer 397090846 t.n.v. Genius Loci inzake <strong>Topos</strong> te Wageningen.<br />
Naam (Bureau)<br />
Straat<br />
Postcode<br />
Telefoonnummer<br />
Woonplaats<br />
E-mail<br />
Plaats Datum Handtekening<br />
Abonnement<br />
Ja, ik wil een abonnement op TOPOS. Dit abonnement heeft een looptijd van een jaar. Na het<br />
voldoen van de abonnementsgeld ontvang ik ook de eerdere nummers die TOPOS dat jaar uit<br />
heeft gebracht. Het abonnementsgeld van 15 euro maak ik onder vermelding van mijn naam<br />
en adres <strong>over</strong> op rekeningnummer 397090846 t.n.v. Genius Loci inzake <strong>Topos</strong> te Wageningen.<br />
Naam (Bureau)<br />
Straat<br />
Postcode<br />
Telefoonnummer<br />
Woonplaats<br />
E-mail<br />
Plaats Datum Handtekening<br />
topos.indd 49 11-11-2009 17:07:37
Stuur de ingevulde kaart in een voldoende gefrankeerde envelop naar:<br />
TOPOS<br />
Postbus 47<br />
6700 AA Wageningen<br />
Stuur de ingevulde kaart in een voldoende gefrankeerde envelop naar:<br />
TOPOS<br />
Postbus 47<br />
6700 AA Wageningen<br />
Stuur de ingevulde kaart in een voldoende gefrankeerde envelop naar:<br />
TOPOS<br />
Postbus 47<br />
6700 AA Wageningen<br />
topos.indd 50 11-11-2009 17:07:38
Ricky van Lingen<br />
Redactie<br />
Sjoerd van Telgen<br />
Vormgeving<br />
Sanne Broekhof<br />
Redactie<br />
Stijn Heukels<br />
Redactie<br />
Marlies Meijer<br />
Redactie<br />
Wouter Holtslag<br />
Redactie<br />
Diederik van der Loo<br />
Eindredactie<br />
Peter Davids<br />
Redactie<br />
COLOFON<br />
TOPOS is de periodiek van de studierichtingen<br />
Landschapsarchitectuur, Ruimtelijke<br />
Planning en Sociaal-Ruimtelijke<br />
Analyse van Wageningen Universiteit.<br />
Het blad wordt gemaakt door studenten<br />
en verschijnt driemaal per jaar.<br />
Abonnementen<br />
Een abonnement op het tijdschrift TOPOS<br />
kost 15 Euro per jaar. Bij <strong>over</strong>making<br />
van dit bedrag op rek.nr. 397090846 ten<br />
name van TOPOS in Wageningen, krijgt<br />
u de reeds verschenen nummers van<br />
het betreffende jaar en de nieuwe nummers<br />
toegestuurd. Een abonnement op<br />
TOPOS loopt van januari tot december.<br />
Opzeggingen dienen voor 1 december te<br />
geschieden. Leden van de studievereniging<br />
Genius Loci en medewerkers van de<br />
leerstoelgroepen Landgebruiks<strong>planning</strong>,<br />
Landschapsarchitectuur en Sociaal<strong>ruimtelijke</strong><br />
Analyse ontvangen TOPOS<br />
gratis. Voor inlichtingen kunt u mailen<br />
naar: st.topos@wur.nl<br />
Redactie<br />
Peter Davids, Sanne Broekhof, Wouter<br />
Holtslag, Diederik van der Loo, Marlies<br />
Meijer en Sjoerd van Telgen<br />
Eindredactie<br />
Diederik van der Loo<br />
Vormgeving<br />
Sjoerd van Telgen<br />
Foto voor/ en achterkant<br />
Peter Davids<br />
Met medewerking van<br />
Kristof van Assche en Joren Jacobs<br />
Contactpersoon<br />
Sanne Broekhof<br />
Contact<br />
st.topos@wur.nl<br />
www.toposonline.nl<br />
Druk<br />
GVO Drukkers & Vormgevers, Ede<br />
Oplage<br />
550 exemplaren<br />
Registratie<br />
ISSN 1572-302X<br />
TOPOS / 02 / 2003<br />
topos.indd 51 11-11-2009 17:07:44
Foto: Peter Davids<br />
topos.indd 52 11-11-2009 17:07:45