13.05.2013 Views

Periodiek over landschapsarchitectuur, ruimtelijke planning ... - Topos

Periodiek over landschapsarchitectuur, ruimtelijke planning ... - Topos

Periodiek over landschapsarchitectuur, ruimtelijke planning ... - Topos

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

Jaargang 19<br />

Nummer 1<br />

2009<br />

7 euro<br />

TOPOS<br />

<strong>Periodiek</strong> <strong>over</strong> <strong>landschapsarchitectuur</strong>, <strong>ruimtelijke</strong> <strong>planning</strong> en sociaal-<strong>ruimtelijke</strong> analyse<br />

Ik wil!<br />

topos.indd 1 11-11-2009 17:06:30


I n h o u d<br />

2 TOPOS / 01 / 2009<br />

Artikelen<br />

Tussen incommensurabel en<br />

commensurabel landgebruik<br />

Wijnand Boonstra<br />

Vrijheid of macht?<br />

Jelle Belhagel<br />

Stadionpark<br />

Bart Wubben<br />

De barsten in het landschap: een collage<br />

Diversen<br />

Kazachstan<br />

Robert Jan ter Kuile<br />

topos.indd 2 11-11-2009 17:06:34<br />

10<br />

14<br />

20<br />

24<br />

28<br />

10<br />

14<br />

20<br />

24<br />

28


06<br />

18<br />

33<br />

38<br />

42<br />

Rubrieken<br />

05<br />

06<br />

09<br />

18<br />

27<br />

46<br />

Redactioneel<br />

Diederik vander Loo<br />

Caperton<br />

Sanne Broekhof<br />

Column<br />

Kirstof van Assche<br />

MOOI! North Carolina<br />

Peter Davids<br />

Column<br />

Joren Jacobs<br />

Boeken<br />

Onderwijs<br />

33<br />

38<br />

42<br />

De toekomst van een adaptieve Afsluitdijk<br />

Monique Sperling<br />

Groene steden, gezonde steden?<br />

Margreet Smit<br />

A delicious leisure activity<br />

Maartje Bulkens<br />

TOPOS / 01 / 2009 3<br />

topos.indd 3 11-11-2009 17:06:36


topos.indd 4 11-11-2009 17:06:37


Redactioneel<br />

‘Ik wil, ik wil, wat jij niet wilt’<br />

Het mag enige tijd geduurd hebben, hier verschijnt dan toch de nieuwe<br />

<strong>Topos</strong>. De titel geeft al een hint naar het thema: in deze <strong>Topos</strong> staan<br />

ethiek en waardeconflicten in de <strong>planning</strong> en architectuur centraal.<br />

Strijdige belangen en wensen zijn waardeconflicten bij uitstek: onder<br />

deze verschillende wensen en belangen liggen verschillende wereldbeelden,<br />

waardoor mensen aan dezelfde activiteiten een andere prioriteit<br />

geven. Ik wil iets anders dan jij wilt, en dat kunnen we niet allebei<br />

hebben. Daarom hebben wij een conflict met elkaar dat een effect<br />

heeft op hoe wij de ruimte inrichten, en het proces daartoe: daarom<br />

hebben wij planners en landschapsarchitecten werk.<br />

Sinds een paar jaar bestaat er binnen de master studie van Landschapsarchitectuur<br />

en Ruimtelijke Planning een vak <strong>over</strong> filosofie en<br />

ethiek wat hier aandacht aan besteed. Inspiratie te <strong>over</strong> voor een<br />

<strong>Topos</strong> thema, op het eerste gezicht. Maar ook een kans om eens wat<br />

dieper te graven in de filosofische achtergrond van ons vakgebied.<br />

Want zijn zinsnedes als ‘afwegingen maken’ en ‘alternatieven vergelijken’<br />

niet gesneden koek voor de meeste planners en architecten?<br />

Wat betekent het voor ons vakgebied wanneer deze monistische kijk<br />

op waardes – monistisch betekent ‘heeft slechts één aard’, kan slechts<br />

op één wijze begrepen worden – de dominante is? In dat geval is een<br />

waardeconflict slechts een meting: van de verschillende voordelen en<br />

geschade belangen wordt een gemeenschappelijke ‘totaalwaarde’<br />

berekend, waarmee het grootste goed voor de meeste mensen altijd<br />

de beste oplossing is. Wanneer men een pluralistische kijk op waardes<br />

toepast worden waardes niet te vergelijken geacht. De ene waarde<br />

kan voor verschillende mensen op verschillende manieren worden<br />

uitgelegd. Maar het kan ook zo zijn dat de waardes inherent niet te<br />

vergelijken zijn met elkaar.<br />

Nu planologie en architectuur een grotere focus hebben op democratische<br />

methodes, zoals participatieve <strong>planning</strong> of community <strong>planning</strong>,<br />

hebben meningsverschillen ook grotere effecten. Verschillende gedachtes<br />

<strong>over</strong> hoe de ruimte ingericht moet worden, worden niet meer<br />

onder de voet gelopen door autocratische planners of politici ‘die het<br />

beter weten’. Verschillende meningen kunnen planprocessen ophouden<br />

of vertragen. In de <strong>planning</strong> en architectuur word het omgaan met<br />

waardeconflicten dus veel belangrijker. Maar hoe doe je dat?<br />

In deze <strong>Topos</strong> bevinden zich bespiegelingen <strong>over</strong> waar democratische<br />

methodes nu uit bestaan, en hoe zij met dit pluralisme in de<br />

maatschappij omgaan. Dit behelst niet alleen theoretische stukken<br />

voor studeerkamergeleerden, ook <strong>over</strong>heden worstelen dagelijks hoe<br />

zij met een mondige burger om moeten gaan, zoals Bart Wubben<br />

toelicht in het artikel <strong>over</strong> conflicten rondom een sportpark in Rotterdam.<br />

Met dit nummer “Ik wil!” wensen wij u veel leesplezier toe.<br />

Diederik van der Loo<br />

Eindredacteur ‘Ik wil!’<br />

TOPOS / 01 / 2009 5<br />

topos.indd 5 11-11-2009 17:06:38


Caperton<br />

In de rubriek Caperton doet de redactie van TOPOS verslag<br />

van nieuws in de categoriën ‘onderwijs’, ‘onderzoek’, ‘praktijk’<br />

en ‘aankondigingen’. Caperton is de naam van het land<br />

tussen twee afwateringskanalen van verschillende dorpen.<br />

Het is het land tussen verschillende werelden; de plek waar<br />

nieuws zich kan verzamelen.<br />

6 TOPOS / 01 / 2009<br />

Prof.dr.ir. Adri van den Brink nieuwe<br />

hoogleraar Landschapsarchitectuur<br />

Prof. Adri van den Brink is per 1 oktober 2009 benoemd tot<br />

hoogleraar Landschapsarchitectuur. Hij volgt prof.dr. Jusuck Koh<br />

op die als hoogleraar aan de leerstoelgroep verbonden blijft en zich<br />

vooral zal toeleggen op ontwerp en onderwijs, mede in internationale<br />

context.<br />

Prof.dr.ir. Adri van den Brink (Velsen,<br />

1953) studeerde Cultuurtechniek en<br />

promoveerde op een agrarisch-economisch<br />

onderwerp, beide in Wageningen.<br />

Hij werkte tot eind 2008 bij Dienst<br />

Landelijk Gebied in Utrecht, waar hij zich<br />

concentreerde op de ontwikkeling van het<br />

landinrichtingsbeleid en op het onderzoek<br />

ten behoeve van landinrichting. Sinds 1<br />

januari j.l. is prof. Van den Brink eindverantwoordelijk<br />

manager van de leerstoelgroep<br />

Landschapsarchitectuur.<br />

In 1993 werd hij aan Wageningen University in deeltijd benoemd tot<br />

hoogleraar bij de leerstoelgroep Landgebruiks<strong>planning</strong>. In die<br />

functie hield hij zich bezig met de integrale gebiedsontwikkeling van<br />

het metropolitane landschap. In verband met zijn benoeming tot<br />

hoogleraar Landschapsarchitectuur heeft prof. Van den Brink deze<br />

leeropdracht neergelegd.<br />

Prof. Van den Brink zal vooral aandacht besteden aan de verdere<br />

wetenschappelijke verdieping van de <strong>landschapsarchitectuur</strong> via<br />

(promotie-)onderzoek. Aanhechting bij de internationale academische<br />

gemeenschap is daarbij van belang. Tegelijkertijd zullen de<br />

banden met de Nederlandse beroepspraktijk worden aangehaald.<br />

bron: http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/<br />

b091020.htm<br />

Het Nationale Openbare Ruimte Congres, Ede<br />

Het CROW en het vakblad Stedelijk Interieur organiseren op 24<br />

november voor de tweede keer gezamenlijk het Nationale Openbare<br />

Ruimte Congres. Thema van dit congres is ‘samenwerken en<br />

verbinden’, waarbij de vraag centraal staat hoe de openbare ruimte<br />

in de toekomst duurzamer gebruikt kan worden. Het congres wordt<br />

ingeleid door Lars Gemzøe van Gehl Architects uit Kopenhagen,<br />

Edward Stigter, programmadirecteur Mooi Nederland en Lodewijk<br />

Baljon. Daarnaast zijn er een groot aantal parallelsessies en wordt<br />

de winnaar van de Stedelijk Interieur Studenten Award 2009<br />

bekend gemaakt. Voor meer informatie <strong>over</strong> het programma en<br />

aanmelden zie http://www.nationaalopenbareruimtecongres.nl.<br />

Wijzigingen Wet op de Architectentitel<br />

Deze zomer stuurde het kabinet een voorstel tot wijziging van de<br />

Wet op de Architectentitel (WAT) naar de Tweede Kamer. Op 2<br />

september heeft de Vaste commissie voor VROM van de Tweede<br />

Kamer het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de architectentitel<br />

in behandeling genomen.<br />

De belangrijkste veranderingen van de Wet op de Architectentitel<br />

hebben betrekking op de voorwaarden voor inschrijving in het<br />

architectenregister. Om de titel van architect, stedenbouwkundige,<br />

tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect te mogen voeren,<br />

dient naast het vereiste diploma, een tweejarige beroepservaringperiode<br />

te zijn doorlopen. Daarmee gaat Nederland meer in de pas<br />

lopen met landen zoals België, Duitsland, Engeland en Frankrijk,<br />

die reeds een verplichte beroepservaringperiode kennen. De<br />

beroepservaringperiode is in de afgelopen jaren uitvoerig en succesvol<br />

getest tijdens Het Experiment, dat onder auspiciën van de<br />

Stichting Beroepservaring Jonge Architecten wordt georganiseerd.<br />

Naast de verplichte beroepservaringperiode heeft de WAT betrekking<br />

op de uitbreiding van bij- en nascholing voor stedenbouwkundigen<br />

en tuin- en landschapsarchitecten, de mogelijkheid om in<br />

meer dan één categorie van het Architectenregister ingeschreven te<br />

worden, de introductie van een Masterdiploma voor interieurarchitecten<br />

en de informatieplicht aan (potentiële) opdrachtgevers.<br />

Erik de Jong benoemd tot bijzonder<br />

hoogleraar<br />

Erik de Jong is per 1 september 2009 benoemd tot bijzonder<br />

hoogleraar Cultuur, Landschap en Natuur aan de Universiteit van<br />

Amsterdam. Deze zogenaamde Artisleerstoel is ingesteld op<br />

voordracht van de Stichting Natura Artis Magistra en het Fonds<br />

Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst, beide te Amsterdam.<br />

Natura Artis Magistra (de natuur is de leermeesteres van de kunst<br />

en wetenschap) is het uitgangspunt van deze bijzondere leerstoel,<br />

waarbij drie thema’s centraal staan. Ten eerste de relatie tussen<br />

cultuur en natuur, waar de natuur in brede zin wordt benaderd. Ten<br />

tweede het waarborgen van erfgoed: zowel natuurhistorisch als<br />

landschappelijk, cultuurhistorisch en architectonisch. Een derde<br />

thema is een onderzoek naar de actuele betekenis van het 19e en<br />

20e-eeuwse stadspark en zijn mogelijkheden voor de hedendaagse<br />

stedelijke ontwikkeling. Dit laat zien dat de leeropdracht breed is<br />

geformuleerd, met veel belangstelling voor het positioneren van de<br />

<strong>landschapsarchitectuur</strong> en de behoefte science and art in de humanities<br />

met elkaar te verbinden.<br />

topos.indd 6 11-11-2009 17:06:39


Promotie Jeroen Neuvel<br />

Op 21 oktober jl. is Jeroen Neuvel bij A. van den Brink (WU) en H.<br />

J. Scholten (VU). De titel van zijn proefschrift luidt “Geographical<br />

dimensions of risk management. The contribution of spatial<br />

<strong>planning</strong> and geo-ICT to risk reduction”. De belangrijkste conclu-<br />

sies van het onderzoek zijn hieronder samengevat.<br />

Geographical information systems can offer<br />

insights into the possibilities for emergency<br />

response and the possibilities for self help<br />

during a disaster, such as a flooding or<br />

explosions. Based on this information,<br />

proposed housing areas can be adapted. The<br />

building site can be elevated or ‘safe havens’<br />

for shelter can be created. Nevertheless, such<br />

information was hardly taken into consideration<br />

in local spatial <strong>planning</strong> practices, especially with respect to<br />

flood risks. Local g<strong>over</strong>nments did not feel themselves responsible<br />

for the reduction of potential flood consequences. As a result,<br />

urban developments still take place in flood prone areas. Higher tier<br />

g<strong>over</strong>nments, safety regions and water boards are therefore called<br />

on to pay extra attention to lower-tier g<strong>over</strong>nments and to support<br />

them through guidelines and recommendation about the management<br />

of flood risk and to monitor the implementation of these<br />

guidelines and recommendations.<br />

Internationaal Gebiedsontwikkeling<br />

Congres Hembrugterrein, Zaanstad<br />

Gebiedsontwikkeling is een complex proces, in Nederland maar<br />

ook in het buitenland. Wat kunnen we nu van elkaar leren? Het<br />

Internationaal Gebiedsontwikkeling Congres brengt op 1 december<br />

de laatste ontwikkelingen <strong>over</strong> de praktijk van gebiedsontwikkeling<br />

in Nederland en andere landen samen. Tijdens het congres zijn er<br />

bijdragen van vooraanstaande en deskundige sprekers als Elco<br />

Brinkman, Chris Kuijpers, Adriaan Geuze, Peter Bishop en Prof.<br />

Fulong Wu. Voor meer informatie <strong>over</strong> het programma en aanmelden<br />

zie www.internationaalgebiedsontwikkelingcongres.nl<br />

Seminar ‘Zelforganisatie: <strong>over</strong> de relatie<br />

tussen formele en informele netwerken bij<br />

<strong>ruimtelijke</strong> ontwikkelingen’<br />

Eindhoven, februari 2009<br />

Afgelopen februari vond er bij ingenieursbureau DHV in Eindhoven<br />

een seminar plaats <strong>over</strong> formele en informele netwerken bij<br />

<strong>ruimtelijke</strong> ontwikkelingen. Noelle Aarts opende de ochtend met<br />

een presentatie <strong>over</strong> haar onderzoek naar zelforganisatie in collectieve<br />

woondomeinen. In haar onderzoek vergeleek ze twee cases:<br />

De Amsterdamse Doe-Het-Zelf Maatschappij en de Golfresidentie<br />

in Dronten. Beide groepen hebben zich afgesloten van de buitenwereld<br />

en organiseren hun woongemeenschap zelf. Opvallende<br />

conclusie was dan ook, Amsterdammers en Golfers lijken meer op<br />

elkaar dan je op het eerste gezicht zou denken.<br />

Het wetenschappelijke verhaal van Noelle werd opgevolgd door<br />

een verhaal uit de praktijk van Rini Biemans. Met zijn bureau<br />

Creatief Beheer maakt hij met behulp van integrale wijkontwikkeling<br />

prachtwijken van achterstandswijken. De aanpak werkt goed en<br />

werkt aanstekelijk, steeds meer mensen vragen om integrale wijkontwikkeling.<br />

Na een korte pauze wordt het verhaal van Rini opgevolgd door een<br />

meer theoretisch verhaal van Sophie Rousseau. Dat is ook een van<br />

de belangrijke doelen van de dag: de theorie en praktijk dichter bij<br />

elkaar brengen. Sophie heeft een interessant verhaal <strong>over</strong> formele en<br />

informele stedenbouw in Parijs. Haar Franse blik op Nederland<br />

geeft de dag een vernieuwende dimensie. Aan het eind van de<br />

middag vertelt Jasper de Vries <strong>over</strong> zijn onderzoek “Vertrouwen als<br />

samenwerkingsmechanisme”. In een tweetal cases heeft hij de<br />

verschillende aanpakken van de <strong>over</strong>heid tegen elkaar afgezet en de<br />

effecten, die deze aanpak hadden op het vertrouwen bij de lokale<br />

bevolking geanalyseerd.<br />

Al met al was het een zeer interessante en afwisselende dag, die de<br />

theorie en praktijk zeker een stapje dichter naar elkaar toe heeft<br />

gebracht. Niet onbelangrijk daarbij was de afsluitende borrel, waar<br />

menig visitekaartje werd uitgewisseld.<br />

4e Internationale Architectuur Biënnale<br />

Rotterdam<br />

24 september 2009 - 10 januari 2010<br />

Met drie grote tentoonstellingen en voor het eerst dit jaar ook een<br />

onderdeel in Amsterdam, opende de 4e Internationale Architectuur<br />

Biënnale Rotterdam (IABR) op 24 september haar deuren. De 4e<br />

IABR heeft als hoofdthema de tentoonstelling Open City: Designing<br />

Coexistence. De hoofdtentoonstelling bevindt zich in het<br />

Nederlands Architectuur instituut.<br />

De IABR is een internationale biënnale gericht op stedelijk onderzoek<br />

en opgericht in 2001 in de <strong>over</strong>tuiging dat architectuur van<br />

publiek belang is. Het is een internationaal evenement met tentoonstellingen,<br />

conferenties, lezingen en andere activiteiten gewijd aan<br />

thema’s op het gebied van architectuur en stedenbouw.<br />

Gedurende de 4e IABR wordt een omvangrijk programma, bestaande<br />

uit o.a. debatten, lezingen, theater en filmvertoningen, georganiseerd<br />

in het NAi. George Brugmans, directeur van de IABR:<br />

‘Architectuur gaat <strong>over</strong> meer dan architectuur alleen, op die belangrijke<br />

vaststelling vinden IABR en NAi elkaar.’ IABR en NAi<br />

onderstrepen beide de noodzaak van een hernieuwd politiek en<br />

maatschappelijk engagement met de toekomst van onze steden.<br />

Tweede Kamer neemt Wabo aan<br />

Den Haag, 3 juli 2009<br />

Afgelopen juli heeft de Tweede Kamer met grote meerderheid de<br />

nieuwe Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangenomen.<br />

Eerder was er enige ophef ontstaan om het vergunningvrij bouwen.<br />

Zo zou het mogelijk zijn geworden voor bedrijven en burgers op<br />

hun eigen erf bijgebouwen oprichten zonder vergunning. Met<br />

enkele amendementen zijn de diverse partijen nu verplicht een<br />

sterkere relatie met het bestemmingsplan van de gemeente aan te<br />

houden. Bouwwerken die al vergunningvrij waren blijven dat.<br />

bron: Ministerie van VROM<br />

TOPOS / 01 / 2009<br />

topos.indd 7 11-11-2009 17:06:40<br />

7


8 TOPOS / 01 / 2009<br />

IFLA genomineerden bekend gemaakt<br />

Uit 200 inzendingen van <strong>over</strong> de hele wereld zijn in september de<br />

25 genomineerde voor de IFLA competition bekend gemaakt.<br />

Twee studentprojecten van de Leerstoelgroep Landschapsarchitectuur<br />

zijn genomineerd, als enige van de Europese inzendingen.<br />

Het gaat om het project van Miranda Schut en Ilse Verwer getiteld<br />

‘Restructuring the Resettled Landscape - triggering a green revolution<br />

via infrastructure in the riparian zone of the Volta Lake,<br />

Ghana.’ en het project van Jorrit Noordhuizen getiteld ‘The Wetlandse<br />

Archipelago - rethinking a Dutch ‘polder-landscape’ when<br />

climate is changing, using landscape logics’.<br />

De International Labour Organisation<br />

definieert Landschapsarchitectuur<br />

September, 2009<br />

Volgens de NVTL nieuwsbrief, heeft de International Labour<br />

Organisation van de Verenigde Naties zich gebogen <strong>over</strong> de vraag<br />

“wat is nu een landschapsarchitect?” met het volgende resultaat:<br />

Landscape architects plan and design landscapes and open spaces<br />

for projects such as, parks, schools, institutions, roads, external<br />

areas for commercial, industrial and residential sites, and plan and<br />

monitor their construction, maintenance, management and rehabilitation.<br />

Tasks include:<br />

(a) developing new or improved theories and methods and providing<br />

advice on policy related to landscape architecture;<br />

(b) inspecting sites and consulting clients, management and other<br />

stakeholders to determine type, style and size of proposed<br />

buildings, parks, roads and other open spaces;<br />

(c) compiling and analyzing site and community data about geographical<br />

and ecological features, landforms, soils, vegetation,<br />

site hydrology, visual characteristics and human-made structures,<br />

to formulate land use and development recommendations,<br />

feasibility studies and environmental impact statements;<br />

(d) preparing reports, strategic plans, site plans, working drawings,<br />

specifications and cost estimates for land development, showing<br />

location and details of proposals, including ground modeling,<br />

structures, vegetation and access;<br />

(e) writing specifications and contract documents for use by builders<br />

and civil engineering contractors and calling tenders on behalf<br />

of clients;<br />

(f) making necessary contacts to ensure feasibility of projects<br />

regarding style, cost, timing, and compliance with regulations;<br />

(g) identifying and finding best solutions for problems regarding<br />

function and quality of exterior environments and making<br />

necessary designs, drawings and plans;<br />

(h) monitoring construction or rehabilitation work to ensure<br />

compliance with specifications and quality standards;<br />

(i) maintaining technical liaison and consultancy with other relevant<br />

specialists.<br />

bron: http://www.nvtl.nl/download/2162_LAs_updated_September2009.<br />

pdf<br />

Digitale Bibliotheek Platteland<br />

Alle relevante artikelen en documenten <strong>over</strong> platteland en plattelandsontwikkeling<br />

zijn nu digitaal beschikbaar via het Infoloket<br />

Platteland, op www.infoloketplatteland.nl. Een eenvoudig zoekscherm<br />

geeft toegang tot op dit moment 15 duizend documenten,<br />

en dat worden er wekelijks meer. De database is een initiatief van<br />

het Netwerk Platteland en de Taskforce Multifunctionele Landbouw<br />

en is in mei online gegaan. Naast relevante documenten van<br />

de beide initiatiefnemers, ontsluit de database ook een grote<br />

hoeveelheid wetenschappelijke artikelen van de Bibliotheek Wageningen<br />

UR. Binnen de zoekresultaten is eenvoudig een selectie te<br />

maken op thema’s.<br />

bron: Landwerk, platform voor de inrichting van het landelijk gebied<br />

topos.indd 8 11-11-2009 17:06:41


Elke <strong>planning</strong> heeft zijn verliezers<br />

Planning kan nooit neutraal zijn. En hetzelfde geldt voor ontwerp. Elke<br />

keer als er een lijn op papier komt, zijn er winnaars en verliezers. Elke<br />

keer als er een landgebruiksfunctie geprefereerd wordt, verliezen er<br />

mensen geld. In Amerika is men daar extreem gevoelig voor, in Nederland<br />

wellicht iets te weinig. Iets wat men in Amerika vaak vergeet, is dat <strong>planning</strong><br />

en ontwerp ook waarde creëren, door schaarste te creëren, door<br />

<strong>ruimtelijke</strong> kwaliteit te scheppen – wat dat ook moge betekenen. Wat men<br />

ook vergeet in Amerika, is dat <strong>planning</strong> en ontwerp, vooral als ze samengaan,<br />

ook stabielere waarde kunnen scheppen. Als iets volledig besloten<br />

wordt door partijen die de winst op korte termijn willen maximaliseren, is<br />

de kans groot dat de langere termijn, inclusief de waarde op langere<br />

termijn, volledig buiten beeld blijft. Dan krijgt men de in Amerika beruchte<br />

‘hit and run’ strategieën, met ontwikkelaars die zo snel mogelijk vergunning<br />

willen krijgen, of de vergunningplicht volledig omzeilen, om vervolgens<br />

huizen neer te plempen in een weiland, en de benen te nemen.<br />

Zeker in kleine gemeenschappen, waar ‘development’ als noodzakelijk<br />

goed wordt gezien, kan men dan nogal wat staatsregels en wetten negeren.<br />

Dat achteraf de bewoners of de gemeente opdraaien voor de gebreken<br />

en de <strong>over</strong>tredingen, kan geen ontwikkelaar iets schelen. En de<br />

volgende keer dat een ontwikkelaar aan de deur klopt, is men het vorige<br />

verhaal alweer vergeten, verblind als men is door de gegroeide ‘tax base’,<br />

die immers de scholen, en allerlei basisvoorzieningen moet garanderen.<br />

Er wordt ook vaak vergeten dat die basisvoorzieningen, vooral wegen en<br />

riolering, vaak veel duurder zijn dan de toename in de gemeentebelasting.<br />

Men kan zich dan ook makkelijk kapot groeien.<br />

In Nederland wordt dan weer vaak vergeten dat de vrije markt in <strong>ruimtelijke</strong><br />

ordening niet bestaat. Geen enkele markt is echt vrij, maar in<br />

Nederland is vraag en aanbod in de ruimte heel erg bepaald door de<br />

traditie van <strong>ruimtelijke</strong> ordening, de traditie van <strong>over</strong>heden die regels<br />

creëren, waarde creëren, vraag en aanbod creëren, en zelf mee geld<br />

verdienen in het zo ontstane spel. Dat geld wordt doorgaans gebruikt<br />

voor goede dingen; voor mooie parken, sociale woningbouw, fietspaden,<br />

voor veel dingen waar Nederland terecht trots op is. Als de <strong>over</strong>heid<br />

terugtreedt in die situatie, wordt ‘de markt’ niet vrij, maar geeft men vrij<br />

spel aan bedrijven die groot geworden zijn in symbiose met de plannende<br />

<strong>over</strong>heid. Voor andere bedrijven, voor particuliere bouwers, zelfstandige<br />

architecten en startende ontwikkelaars wordt het niet eenvoudiger als<br />

men deze gorilla’s vrij spel geeft. Andere verliezers zijn de gemeenschap,<br />

omdat de voorzieningen waar men van uitgaat, steeds moeilijker gerealiseerd<br />

zullen worden.<br />

Nederland kan Amerika niet worden, en omgekeerd. Dat is op zich geen<br />

probleem. Wat wel een probleem is, is dat velen een beeld van het eigen<br />

land en het andere koesteren waarin niet gereflecteerd wordt op de winnaars<br />

en verliezers van de <strong>ruimtelijke</strong> ordening, ofwel door een voorstelling<br />

van het spel als een reeks puur technische kwesties, ofwel door een<br />

simplistische anti-<strong>over</strong>heidsideologie. Een maatschappij krijgt de ruimte<br />

die men verdient, kan men argumenteren, maar enige reflectie <strong>over</strong> rechtvaardigheid<br />

in de <strong>ruimtelijke</strong> ordening kan geen kwaad. Elk discours<br />

heeft zijn blinde vlekken, elke <strong>planning</strong> heeft zijn verliezers, maar meer<br />

reflectie <strong>over</strong> winnaars en verliezers kan alleen maar die blinde vlekken<br />

verkleinen. Het kan enkel de rechtvaardigheid ten goede komen. Het<br />

betekent niet dat Nederland Amerika wordt.<br />

Kristof Van Assche<br />

To p o s . k o m m a / c o l u m n s<br />

TOPOS / / 01 / / 2009<br />

9<br />

topos.indd 9 11-11-2009 17:06:41


Tussen incommensurabel en commensurabel landgebruik<br />

De sociale dynamiek van landgebruiks<strong>planning</strong><br />

Conflicten <strong>over</strong> landgebruik<br />

zijn er altijd geweest. Waar<br />

de één iets wil, wil de ander<br />

niets of iets anders. De<br />

huidige trend is om zoveel<br />

mogelijk wensen met elkaar<br />

te combineren, onder de<br />

noemer meervoudig ruimtegebruik<br />

of win-win situaties.<br />

Wijnand Boonstra (gepromoveerd<br />

bij landgebruiks<strong>planning</strong><br />

en rurale sociologie)<br />

neemt de sociale praktijken<br />

achter dit concept onder de<br />

loep. Waarom zijn landgebruiksconflicten<br />

vaak<br />

moeilijk op te lossen, welke<br />

bewegingen gaan schuil<br />

achter de beoefening van<br />

landge-bruiks<strong>planning</strong> in<br />

praktijk en wat kunnen<br />

planners nu met deze<br />

kennis?<br />

Wijnand Boonstra<br />

Rural Development, SLU (Swedish<br />

University of Agricultural Sciences)<br />

Wijnand.Boonstra@sol.slu.se<br />

10 TOPOS / 01 / 2009<br />

Conflicten <strong>over</strong> landgebruik zijn er<br />

altijd geweest. Mensen gebruiken land<br />

verschillend, en denken verschillend<br />

<strong>over</strong> hoe anderen het zouden moeten<br />

gebruiken. Kortom, menselijke aspiraties<br />

t.a.v. landgebruik lopen uiteen. Een<br />

belangrijke <strong>planning</strong>svraag is hoe<br />

landgebruiksconflicten kunnen worden<br />

beslecht. Planologen hebben het in dit<br />

verband <strong>over</strong> ‘win-win situaties’ en<br />

‘meervoudig landgebruik’, maar welke<br />

sociale praktijk gaat er schuil achter<br />

deze concepten? Het antwoord op deze<br />

vraag wordt in dit artikel gezocht met<br />

een benadering van landgebruik als een<br />

sociaal proces dat zich manifesteert in<br />

relaties tussen land, mensen en hun<br />

aspiraties. Landgebruiks<strong>planning</strong> is een<br />

collectieve, doelbewuste interventie in<br />

deze relaties. Dit artikel beschrijft twee<br />

verschillende soorten interventiemechanismen<br />

en illustreert hun werking<br />

a.d.h.v de historische ontwikkeling van<br />

landgebruiks<strong>planning</strong> in Nederland.<br />

Tot slot wordt nagegaan welke gevolgen<br />

deze benadering heeft voor het<br />

machtsvraagstuk in <strong>planning</strong>stheorie en<br />

de beoefening van landgebruiks<strong>planning</strong><br />

in praktijk.<br />

Landgebruik als sociaal proces<br />

Landgebruik is een proces met een<br />

eigen sociale dynamiek, die zich manifesteert<br />

in complexe netwerken van<br />

sociale relaties (van Ark 2005). Sociologisch-analytisch<br />

kunnen binnen die<br />

relaties drie niveaus worden onderscheiden<br />

(Elias, 1978): a) de fysieke en<br />

ecologische kenmerken van landgebruik<br />

b) de sociale netwerken waarbinnen<br />

landgebruik wordt beoefend c) en<br />

de individuele aspiraties m.b.t. landgebruik.<br />

Deze sociale relaties geven<br />

voortdurend aanleiding tot spanningen<br />

en conflicten tussen mensen, vanwege<br />

onderlinge concurrentie om verschillende<br />

bronnen van macht. Tegelijkertijd<br />

profiteert men ook van deze sociale<br />

relaties, omdat ze onderlinge afstemming<br />

mogelijk maken, en hiermee<br />

collectieve voordelen opleveren. Planning<br />

van landgebruik speelt zich af<br />

binnen het spanningsveld dat bestaat<br />

tussen deze uitersten van strijd en<br />

harmonie.<br />

Het plannen van landgebruik wordt<br />

opgevat als een doelbewuste interventie<br />

in de sociale relaties waarbinnen landgebruik<br />

vorm krijgt. Planning kan<br />

leiden tot een doelbewuste verbetering<br />

of verslechtering van het eigen landgebruik<br />

en/of dat van anderen. Daarnaast<br />

hebben deze doelbewuste interventies<br />

ook allerlei onbedoelde en nietgeplande<br />

gevolgen voor de condities<br />

waarbinnen landgebruik en landgebruiks<strong>planning</strong><br />

vorm krijgt. Marx parafraserend<br />

kan worden gezegd dat mensen<br />

het gebruik van land plannen, maar dat<br />

de uiteindelijke vorm zelden tot nooit<br />

gelijk is aan het geplande eindresultaat<br />

(Marx 1975 [1852], 103) Tussen plan en<br />

praktijk staan - wat sociologen noemen<br />

– de niet-geanticipeerde en onbedoelde<br />

consequenties van sociaal handelen.<br />

In het navolgende wordt deze sociologische<br />

benadering gebruikt om de<br />

sociale dynamiek van de interventie in<br />

landgebruikconflicten bloot te leggen.<br />

Wat zijn landgebruikconflicten en<br />

waarom zijn ze vaak moeilijk op te<br />

lossen?<br />

Landgebruiksconflicten doen zich voor<br />

als er sprake is van incommensurabiliteit<br />

tussen verschillende vormen van<br />

landgebruik. Incommensurabiliteit<br />

betekent dat vormen van landgebruik<br />

elkaar onderling uitsluiten. Een bekend<br />

voorbeeld van een landgebruiksconflict<br />

is de onverenigbaarheid tussen hoogwaardige<br />

natuur en moderne landbouw<br />

of tussen stedelijke bebouwing en<br />

waterretentie. Deze conflicten zijn in<br />

meer of mindere mate <strong>over</strong>komelijk,<br />

maar ze zijn dikwijls moeilijk op te<br />

lossen. Het is daarom niet verwonderlijk<br />

dat landgebruiksconflicten in de<br />

literatuur vanwege incommensurabiliteit<br />

worden aangeduid als ‘<strong>planning</strong>sdilemmas’<br />

(Rittel en Webber 1973)<br />

Incommensurabiliteit is meestal een<br />

gevolg van de sterke binding die bestaat<br />

tussen mensen en grond. Deze band<br />

topos.indd 10 11-11-2009 17:06:41


estaat vanwege de macht die landbezit<br />

met zich meebrengt in onze samenleving.<br />

Zoals met alle belangrijke bronnen<br />

van macht zijn mensen niet snel<br />

geneigd daar afstand van te doen. Ten<br />

tweede, ontwikkelen mensen een<br />

emotionele binding met de plek waar ze<br />

leven. Deze emoties maken dat mensen<br />

betrokken zijn bij hun leefomgeving en<br />

meestal niet bereid zijn concessies te<br />

doen aan derden. Daarnaast bestaan er<br />

allerlei condities die conflicten moeilijker<br />

oplosbaar kunnen maken zoals<br />

bijvoorbeeld landschaarste, onduidelijke<br />

wetgeving, onduidelijke begrenzing of<br />

gebrek aan vertrouwen (Eshuis 2006).<br />

Of incommensurabiliteit zich voor<br />

doet hangt ook af van de wijze waarop<br />

landgebruiks<strong>planning</strong> functioneert.<br />

Zoals uitgelegd in het voorgaande<br />

beweegt landgebruiks<strong>planning</strong> zich<br />

tussen de uitersten van strijd en harmonie.<br />

Er is, met andere woorden, nooit<br />

sprake van een evenwichtstoestand.<br />

Landgebruiks<strong>planning</strong> is een voordurend<br />

interveniëren in conflicten; een<br />

voortdurend afstemmen van de verschillende<br />

aspiraties van mensen met<br />

betrekking tot landgebruik. In het<br />

volgende worden een aantal van deze<br />

‘interventiemechanismen’ uitgelegd.<br />

Deze mechanismen kunnen worden<br />

onderverdeeld in twee soorten, die<br />

onlosmakelijk met elkaar verbonden<br />

zijn: top down en bottom up. Beide<br />

soorten zijn altijd, in verschillende<br />

mate en combinaties, werkzaam in<br />

regimes van landgebruiks<strong>planning</strong>.<br />

Regimes van landgebruiks<strong>planning</strong><br />

verschillen in de manier waarop topdown<br />

en bottom-up mechanismen zich<br />

tot elkaar verhouden, in welke mate ze<br />

zijn geïnstitutionaliseerd, en in welke<br />

specifieke condities ze worden toegepast.<br />

Voorbeelden van autoritaire<br />

<strong>planning</strong>sregimes met bijbehorende<br />

top-down en bottom-up interventie<br />

mechanismen staan in het boek Seeing<br />

like a state (Scott 1998). Nederlandse<br />

landgebruiks<strong>planning</strong>, daarentegen, kan<br />

worden beschouwd als een democratisch<br />

<strong>planning</strong>sregime.<br />

Top-down interventie<br />

Top-down interventie werkt op een<br />

objectieve, axiomatische manier. In<br />

specifieke landgebruiksconflicten wordt<br />

geïntervenieerd met algemene, objectieve<br />

principes t.a.v. landgebruik. Drie<br />

top-down mechanismen worden hieronder<br />

beschreven: moralisering,<br />

commodificering en categorisering.<br />

Kenmerkend voor de top-down mechanismen<br />

is dat ze interveniëren door<br />

conflicten te abstraheren en te veralgemeniseren.<br />

Een voordeel hierbij is dat<br />

landgebruiks<strong>planning</strong> uniform en<br />

daarmee democratisch wordt: voor<br />

iedereen geldt hetzelfde. Het nadeel is<br />

dat door de abstrahering kennis <strong>over</strong><br />

het lokale en specifieke verloren gaat,<br />

wat op zijn beurt zorgt dat top-down<br />

interventie vaak niet goed aansluit bij<br />

de specifieke plaatselijke problematiek.<br />

Moralisering<br />

Landgebruiksconflicten worden geïntervenieerd<br />

met een beroep op de<br />

consideratie van betrokken actoren met<br />

een morele waarde t.a.v landgebruik.<br />

Hierbij moet een antwoord worden<br />

gevonden op de vraag wat, moreel<br />

gezien, goed landgebruik is. Dat wil<br />

zeggen in hoeverre vormen van landgebruik<br />

bijdragen aan algemene morele<br />

waarden, zoals duurzaamheid, sociale<br />

gelijkheid, rechtvaardigheid, vrijheid,<br />

etc. Met deze morele waarden wordt<br />

geprobeerd om de verschillende aspiraties<br />

en vormen van landgebruik te<br />

beoordelen (Espeland and Stevens<br />

1998). De beoordeling wordt op zijn<br />

beurt gebruikt om een afweging te<br />

maken welke vorm van landgebruik<br />

voorrang verkrijgt. Moralisering als<br />

mechanisme wordt met name uitgelicht<br />

in de <strong>planning</strong>sethiek (Beatley 1994).<br />

Commodificering<br />

Land heeft een gebruikswaarde en een<br />

ruilwaarde. Het eerste is sterk tijd- en<br />

plaatsgebonden, het tweede juist niet.<br />

Als een gebruikswaarde wordt omgezet<br />

in ruilwaarde is er sprake van commodificatie.<br />

Met commodificatie als<br />

mechanisme wordt het mogelijk de<br />

waarde van land monetair uit te drukken.<br />

Bij een conflict kunnen dan ver-<br />

liezen financieel worden gecompenseerd:<br />

het conflict kan worden afgekocht.<br />

Een veelbeproefde onderhandelingsstrategie<br />

in landgebruiks<strong>planning</strong>,<br />

waarbij van dit mechanisme<br />

gebruik wordt gemaakt, is het ‘niet te<br />

koop’ verklaren van land. Men maakt<br />

land dus incommensurabel, d.w.z de<br />

waarde ervan kan niet worden uitgedrukt<br />

in een andere corresponderende<br />

waarde (geld in dit geval). Met deze<br />

strategie hoopt men dat de potentiële<br />

koper afziet van de koop of een hogere<br />

prijs biedt. Commodificatie staat met<br />

name centraal in economische benaderingen<br />

van landgebruiks<strong>planning</strong><br />

(Alexander 2001).<br />

Categorisering<br />

Met categorisering worden landgebruiksconflicten<br />

gehanteert door landgebruik<br />

formeel te begrenzen in plaats of<br />

tijd. Het is ‘de kunst van het uit elkaar<br />

halen’. Bij begrenzing van plaats krijgen<br />

de verschillende incommensurabele<br />

vormen van landgebruik elk een eigen<br />

locatie. Een gebied wordt verdeeld in<br />

verschillende gebruiksfuncties. Een<br />

voorbeeld hiervan is het uitkopen van<br />

resterende boeren in een natuurgebied,<br />

om ze elders in een landbouwgebied<br />

weer verder te laten boeren. Met Begrenzing<br />

in de tijd als mechanisme<br />

worden verschillende vormen en<br />

functies van landgebruik uit elkaar<br />

gehaald in de tijd. Een duidelijk voorbeeld<br />

van dit mechanisme zijn de<br />

restricties die boeren opgelegd krijgen<br />

t.a.v het uitrijden van mest of het<br />

maaien van vogeltjesland. Met zulke<br />

restricties worden zowel landbouwbelangen<br />

als natuurbelangen gediend.<br />

Andere voorbeelden zijn het begrenst<br />

toelaten van recreatie in natuurgebieden<br />

of de ‘gesloten seizoenen’ in de visserij.<br />

Daarnaast zijn subsidieregelingen,<br />

landgebruiksprojecten en andere<br />

regelgeving altijd begrenst in tijd.<br />

Verschillende onderdelen van landgebruik<br />

kunnen worden gecategoriseerd.<br />

Land wordt bijvoorbeeld gecategoriseerd<br />

als landbouwgrond, industrieterrein<br />

of natuurgebied. Sociale groepen<br />

worden gecategoriseerd als boeren,<br />

natuurbeschermers, of middenstanders.<br />

TOPOS / 01 / 2009<br />

topos.indd 11 11-11-2009 17:06:42<br />

11


Ook het bepalen van in- en outsiders in<br />

een landgebruiksproject is categorisering.<br />

Tot slot worden ook menselijke<br />

aspiraties gecategoriseerd als belangen,<br />

waarden, sentimenten of emoties.<br />

Bottom-up interventie<br />

Bottom-up interventie in landgebruiksconflicten<br />

gebeurd op een analoge,<br />

pragmatische en interactieve manier.<br />

Interventie is hierbij gefundeerd op<br />

ervaring, identificatie en informele<br />

kennis, opgedaan in voorgaande conflicten<br />

en toegepast in nieuwe. Hieronder<br />

worden twee mechanismen van<br />

bottom-up interventie nader toegelicht:<br />

communicering en participering. Het<br />

voordeel van deze mechanismen is dat<br />

er aandacht is voor het specifieke<br />

karakter van landgebruikconflicten en<br />

dat kennis gefundeerd is op praktijkervaring.<br />

Een gevaar is echter dat landgebruiks<strong>planning</strong><br />

met bottom-up interventie<br />

continu uitzonderingen maakt,<br />

met het gevolg dat <strong>planning</strong> fragmenteert<br />

en ondoorzichtig wordt. Daarnaast<br />

bestaat een tweede gevaar dat met<br />

bottom-up interventie landgebruiks<strong>planning</strong><br />

teveel lokale en deelbelangen<br />

realiseert, ten koste van algemene en<br />

publieke belangen.<br />

Communicering<br />

Communicering als mechanisme houdt<br />

in dat incommensurabiliteit tussen<br />

landgebruiksvormen wordt beslecht<br />

door een ontmoeting en deliberatie<br />

tussen betrokkenen. Door middel van<br />

zo’n ontmoeting krijgen mensen een<br />

beter begrip van elkaar’s aspiraties en<br />

kan men toewerken naar een consensus.<br />

Dit toewerken naar consensus kan<br />

op een rationele manier plaatsvinden<br />

(Habermas 1984) of niet (Flyvbjerg<br />

1998). Met name binnen de collaboratieve<br />

<strong>planning</strong>stheorie is dit mechanisme<br />

geanalyseerd (Healey 2003)<br />

Participering<br />

Met participering als mechanisme<br />

worden zoveel mogelijk de verschillende<br />

actoren in een conflict betrokken<br />

bij landgebruiks<strong>planning</strong>. Dit mechanisme<br />

wordt steeds belangrijker in<br />

samenlevingen die pluraliseren, want<br />

traditionele en conventionele mechanismen<br />

van categorisering werken dan<br />

minder goed (Rittel en Webber 1973).<br />

Land, sociale netwerken en aspiraties<br />

12 TOPOS / 01 / 2009<br />

kunnen minder goed worden ingedeeld<br />

omdat deze sterk aan verandering<br />

onderhevig zijn. Een oplossing in zo’n<br />

geval is om de hantering van conflicten<br />

zoveel mogelijk aan mensen zelf <strong>over</strong><br />

te laten. In landgebruiks<strong>planning</strong> wordt<br />

dit mechanisme toegepast in discussieplatforms,<br />

gebiedsgericht beleid, interactief<br />

beleid, etc. Een voorbeeld is het<br />

gebruik van ‘cycling’ (Thacher en Rein<br />

2004) bij het opstellen van ontwikkelingsplannen.<br />

De verschillende betrokkenen<br />

krijgen na elkaar mogelijkheid<br />

om hun aspiraties in een plan vast te<br />

leggen. Het plan wordt een soort<br />

wensenlijst, die daarna gebruikt wordt<br />

om tot een consensus te komen <strong>over</strong> de<br />

te volgen ontwikkelingsstrategie. Er<br />

wordt gepoogd tot een zogenaamd<br />

‘Pareto-optimum’ (‘win-win’ in de<br />

volksmond) te komen, waarbij alle<br />

aspiraties worden geoptimaliseerd.<br />

Gecontroleerde decontrolering - De<br />

ontwikkeling van landgebruiks<strong>planning</strong><br />

in Nederland<br />

Historische details achterwege latend<br />

(zie: Faludi en van der Valk 1994;<br />

Andela 2000) kan men stellen dat<br />

landgebruiks<strong>planning</strong> in Nederland,<br />

vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw,<br />

steeds meer gebruik is gaan maken van<br />

bottom-up interventiemechanismen.<br />

Deze mechanismen kregen een plek<br />

binnen verschillende gebiedsgerichte<br />

projecten die moesten leiden tot participatie,<br />

<strong>over</strong>leg en een uiteindelijke<br />

consensus tussen betrokkenen. Ook<br />

verbreedde de focus van <strong>planning</strong> van<br />

’landbouwmodernisatie’ naar ‘multifunctioneel<br />

landgebruik’ en ‘<strong>ruimtelijke</strong><br />

kwaliteit’. Daarnaast trad een verschuiving<br />

op binnen de top-down interventiemechanismen<br />

van een nadruk op<br />

moralisering naar commodificering en<br />

categorisering. Samen vormen deze<br />

processen een lange-termijn ontwikkeling<br />

die kan worden omschreven als een<br />

proces van ‘gecontroleerde decontrolering’<br />

(Boonstra en van den Brink,<br />

2007). Gecontroleerde decontrolering<br />

is een zich zelf versterkende aanpassing<br />

aan een context met een grote verscheidenheid<br />

aan aspiraties van betrokkenen<br />

en een afbrokkeling van<br />

autoriteit en legitimiteit gestoeld op<br />

traditioneel, religieus of politiek leiderschap<br />

en moraliteit.<br />

Met het eerste wordt bedoeld dat<br />

landgebruik in Nederland differentieerde.<br />

Het platteland werd steeds<br />

minder gezien wordt als een pure<br />

agrarische productieruimte: het platteland<br />

als woon-, natuur-, en recreatieruimte<br />

nam aan belang toe. De aspiraties<br />

t.a.v het gebruik van het platteland<br />

konden niet langer unaniem gerelateerd<br />

worden aan de confessionele en seculiere<br />

groepen van de verzuilde samenleving.<br />

Dit betekende onder meer dat er<br />

nieuwe groepen plattelandsbewoners,<br />

zoals natuurverenigingen en ondernemersverenigingen<br />

toegang zochten tot<br />

de landgebruiks<strong>planning</strong> arena’s. Voorts<br />

differentieerde ook de traditionele<br />

belangengroepen intern. Boerengroepen,<br />

bijvoorbeeld, vielen sectoraal<br />

uiteen in melkveehouders; akkerbouwers;<br />

en kippen- en varkenshouders.<br />

Het tweede aspect, de-institutionalisering,<br />

houdt in dat met name autoritaire,<br />

top-down mechanismen waarmee<br />

landgebruiksconflicten werden opgelost,<br />

zoals moralisering en categorisering,<br />

niet meer toereikend bleken<br />

(Rittel en Webber 1973). Deze verloren<br />

hun tot dan toe onbetwiste sociale<br />

legitimatie en autoriteit. Onder druk<br />

van individualisering en de ontzuiling<br />

van de Nederlandse samenleving<br />

(Zijderveld 2001) moest coordinatie en<br />

de afstemming van landgebruik gezocht<br />

worden op lagere sociaal-politieke<br />

niveau’s en tussen meer verschillende<br />

belanghebbenden. Mechanismen van<br />

bottom-up interventie, zoals participering<br />

en communicering, werden verankerd<br />

in interactieve, gebiedsgerichte<br />

<strong>planning</strong>. Top-down mechanismen<br />

bleven daarnaast een belangrijke rol<br />

vervullen, maar wel op een andere<br />

manier. Autoriteit en legitimiteit werden<br />

gefundeerd op de schijnbare objectiviteit<br />

en rationaliteit van wetten en regels.<br />

Deze verschuiving heeft op den duur<br />

geleid tot een bureaucratisering van<br />

landgebruiks<strong>planning</strong>.<br />

‘Gecontroleerde decontrolering’ is sterk<br />

afhankelijk voor haar functioneren van<br />

vertegenwoordigers, die een<br />

mediërende en faciliterende rol vervullen<br />

tussen de aspiraties van groepen<br />

burgers t.a.v. landgebruik, en de<br />

proces- en planmatige vereisten vanuit<br />

de <strong>over</strong>heid (van de Arend 2008).<br />

Oftewel, vertegenwoordigers die de<br />

dynamiek van het samenspel tussen<br />

mechanismen van top-down en bot-<br />

topos.indd 12 11-11-2009 17:06:42


tom-up interventie begrijpen en de<br />

(on)mogelijkheden van landgebruiks<strong>planning</strong><br />

hierin.<br />

Wat kunnen planners hiermee?<br />

Tot besluit van dit artikel wordt besproken<br />

wat bovenstaande analyse betekent<br />

voor het machtsvraagstuk in landgebruiks<strong>planning</strong>.<br />

De bovengenoemde uiteengezette serie<br />

mechanismen zijn beslist geen neutrale<br />

of puur technische <strong>planning</strong>sinstrumenten.<br />

Het interveniëren in landgebruiksconflicten<br />

creëert autoritaire<br />

relaties, politieke identiteiten, cultureelinterpretatieve<br />

perspectieven en zelfs<br />

rationaliteit (Flyvbjerg, 1998). Theoretische<br />

planologen hebben twee<br />

manieren uitgedacht om deze machtswerking,<br />

die uitgaat van zowel topdown<br />

als bottom-up interventie, te<br />

dresseren.<br />

De eerste oplossing wordt gevonden in<br />

het kritiseren en aanpassen van hanteringsmechanismen<br />

met behulp van een<br />

ideaalbeeld <strong>over</strong> hoe democratische en<br />

rechtvaardige <strong>planning</strong> zou moeten<br />

functioneren. De bekendste exponent<br />

van deze stroming is de Collaboratieve<br />

Planning Theorie ontwikkeld door o.a.<br />

Healey (2003).<br />

De tweede stroming bestrijdt de opvatting<br />

dat machtswerking kan worden<br />

geminimaliseerd met behulp van een<br />

<strong>planning</strong>sideaal. Planologen zoals<br />

Flyvbjerg (1998) zijn uiterst kritisch ten<br />

opzichte van deze pogingen. Zij stellen<br />

dat <strong>planning</strong>sidealen zelf ook een<br />

machtsmiddel zijn. Er is dus geen<br />

ontsnappen aan de werking van macht.<br />

Het beste, en misschien enige, dat<br />

planologen kunnen doen is het constant<br />

bekritiseren van de mechanismen<br />

waarmee in landgebruikconflicten<br />

wordt geïntervenieerd.<br />

In beide benaderingen is macht een<br />

relationeel vermogen om doelbewust<br />

de uitkomst van interacties te beïnvloeden<br />

in het eigen individuele voordeel<br />

en/of in het nadeel/voordeel van<br />

anderen. Er wordt in beide stromingen<br />

voorbij gegaan aan de vorm van macht<br />

die uitgaat van de interdependenties<br />

tussen land, mensen en hun aspiraties<br />

en de daaruit volgende dynamiek die<br />

leidt tot onbedoelde en niet-geanticipeerde<br />

gevolgen van bedoelde interacties.<br />

In tegenstelling tot deze twee strom-<br />

ingen heeft dit artikel gebruik gemaakt<br />

van een meer sociologische benadering<br />

waarin macht niet alleen wordt opgevat<br />

als het individuele relationele vermogen<br />

om de uitkomst van interacties te<br />

beïnvloeden tussen land, mensen en<br />

hun aspiraties. Naast dit individuele<br />

vermogen bestaat macht ook als een<br />

boven-individueel vermogen. Zo gaat<br />

er van het complexe en dynamische<br />

geheel aan sociale relaties tussen land,<br />

mensen en hun aspiraties een disciplinerende<br />

werking uit. Deze vorm van<br />

macht is grotendeels ongepland en<br />

niet-geanticipeerd.<br />

De complexe uitdaging voor de planologie<br />

is om deze vorm van macht en<br />

de sociale dynamiek die er aan ten<br />

grondslag ligt te begrijpen en in kaart te<br />

brengen. Daarnaast, bestaat er ook een<br />

praktisch vraagstuk, namelijk hoe met<br />

behulp landgebruiks<strong>planning</strong> doelmatiger<br />

kan worden geïntervenieerd in<br />

deze weerbarstige en niet-geanticipeerde<br />

dynamiek van landgebruiksregimes.<br />

Het tijdloze karakter van deze<br />

vragen is, in de huidige periode van<br />

economische onrust, hopelijk een<br />

geruststelling voor de student van<br />

landgebruiks<strong>planning</strong>. Er blijft genoeg<br />

te doen: <strong>planning</strong> is nooit af.<br />

Literatuur<br />

Alexander, E. R., 2001. A transaction-cost theory<br />

of land use <strong>planning</strong> and development control.<br />

Town Planning Review 72 ( 1 ): 45-75.<br />

Andela, G., 2000. Kneedbaar landschap, kneedbaar<br />

volk: de heroïsche jaren van de ruilverkavelingen in<br />

Nederland. Bussum, THOTH.<br />

Arend, S. van de, 2007. Pleitbezorgers,<br />

procesmanagers en participanten. Interactief<br />

beleid en de rolverdeling tussen <strong>over</strong>heid en<br />

burgers in de Nederlandse democratie. Eburon,<br />

Delft.<br />

Ark, R. van, 2005. Planning, contract en<br />

commitment: naar een relationeel perspectief op<br />

gebiedscontracten in de <strong>ruimtelijke</strong> ordening,<br />

Eburon, Delft.<br />

Beatley, T., 1994. Ethical land use: principles of<br />

policy and <strong>planning</strong>. Baltimore & London, John<br />

Hopkins University Press.<br />

Boonstra, W.J. en A. van den Brink, (2007),<br />

Controlled decontrolling: involution and<br />

democratisation in Dutch rural <strong>planning</strong>, Planning<br />

Theory and Practice 8 (4), pp. 473-488.<br />

1 Deze dynamiek is eerder bediscussieerd als een ‘spanning<br />

tussen kiezen en polderen’ in TOPOS nr. 18, blz.<br />

24-25.<br />

Elias, N., 1978. What is Sociology? London,<br />

Hutchinson.<br />

Eshuis, J. 2006. Kostbaar vertrouwen. Een studie<br />

naar proceskosten en procesvertrouwen in beleid<br />

voor agrarisch natuurbeheer. Eburon. Delft.<br />

Espeland, W.N. en M.L. Stevens, 1998.<br />

Commensuration as a social process. Annual<br />

Review of Sociology 24, pp. 313-343.<br />

Faludi, A. en A. van der Valk, 1994. Rule and<br />

order: Dutch <strong>planning</strong> doctrine in the twentieth<br />

century. Dordrecht, Kluwer.<br />

Flyvbjerg, B., 1998. Rationality and power:<br />

democracy in practice. Chicago and London, The<br />

University of Chicago Press.<br />

Habermas, J., 1984. The theory of communicative<br />

action: reason and the rationalization of society<br />

Vol. 1. Boston, Beacon Press.<br />

Healey, P., 2003. Collaborative <strong>planning</strong> in<br />

perspective. Planning Theory 2 (2), pp. 101-123.<br />

Leeuwis, C. 1995. The stimulation of development<br />

and innovation: reflections on projects, <strong>planning</strong>,<br />

participation and platforms, European Journal of<br />

Agricultural Education and Extension, 2 (3),<br />

15–27.<br />

Marx, K. 1975 [1852]. The eigthteenth Brumaire<br />

of Louis Bonaparte. In Karl Marx and Friedrich<br />

Engels, Collected works, Vol 11. New York,<br />

International Publishers.<br />

Rittel, H.W.J. en M.M. Webber. 1973. Dilemmas in<br />

a general theory of <strong>planning</strong>. Policy Sciences 4:<br />

155-169.<br />

Scott, J. 1998, Seeing Like a State: How Certain<br />

Schemes to Improve the Human Condition Have<br />

Failed. New Haven, Yale University Press.<br />

Thacher, D. en M. Rein, 2004. Managing valueconflict<br />

in public policy. G<strong>over</strong>nance 17 (4), pp.<br />

457-486.<br />

Zijderveld, A.C., 2000. The institutional<br />

imperative: the interface of institutions and<br />

networks. Amsterdam, Amsterdam University<br />

Press.<br />

Summary<br />

Spatial <strong>planning</strong> can be regarded as<br />

conscious and collective interventions<br />

on relations between land, people and<br />

their ambitions. Not all ambitions can<br />

be realized everywhere and at the<br />

same time, sometimes combinations<br />

lead to conflict. In spatial <strong>planning</strong> two<br />

interconnected types of mechanisms<br />

are used to intervene in these<br />

conflicts: top-down and bottom-up.<br />

The latest gained a lot of popularity<br />

during the last decades, top-down<br />

interventions lost authority. Despite<br />

shifting proportions, both mechanisms<br />

cannot be seen apart, they determine<br />

the rules of the ongoing <strong>planning</strong><br />

game.<br />

TOPOS / 01 / 2009 13<br />

topos.indd 13 11-11-2009 17:06:42


Vrijheid of macht?<br />

Een filosofische reflectie op democratische planvorming<br />

Geen planvormingsproces,<br />

of er worden mensen en<br />

partijen uit het gebied zelf<br />

gevraagd om mee te denken.<br />

De laatste jaren heeft<br />

de participatieve aanpak<br />

zoveel aan kracht gewonnen,<br />

dat het een vanzelfsprekendheid<br />

lijkt. Maar<br />

waarom vinden we dit<br />

eigenlijk belangrijk? Leiden<br />

gebiedsprocessen tot meer<br />

democratische beslissingen<br />

en vrijheid? Wordt<br />

iedereen er gelukkiger<br />

van? Met behulp van grote<br />

denkers als Kant en<br />

Nietzsche weegt Jelle<br />

Behagel voor en nadelen<br />

van publieke participatie<br />

af.<br />

Jelle Belhagel<br />

PhD-student<br />

Forest and Nature Conservation Policy<br />

Group, Wageningen University<br />

jelle.belhagel@wur.nl<br />

14 TOPOS / 01 / 2009<br />

Het idee van interactieve planvorming,<br />

of publieke participatie, heeft het<br />

laatste decennium veel aan kracht<br />

gewonnen. Ze wordt aangeprijsd als<br />

een democratische en legitieme vorm<br />

van plannen. In natuurbeheer- en<br />

ontwikkeling zien we deze sturingsvorm<br />

vooral terug in het ‘gebiedsproces’.<br />

Tijdens deze gebiedsprocessen<br />

worden maatschappelijke organisaties<br />

en/of burgers uitgenodigd om mee te<br />

denken in het planvormingsproces.<br />

Hierin verschillen gebiedsprocessen<br />

van meer conventionelere vormen van<br />

inspraak: het is de bedoeling dat<br />

maatschappelijke partijen of burgers al<br />

vroeg betrokken raken bij het planvormingsproces,<br />

zodat ze invloed<br />

kunnen uitoefen op de vorming van<br />

besluiten. Daarnaast kenmerken gebiedsprocessen<br />

zich door hun sterke<br />

nadruk op de <strong>ruimtelijke</strong> dimensie: ze<br />

vinden plaats rondom een beperkte<br />

ruimte, zoals een rivier, een dal, of een<br />

natuurpark.<br />

We zien dus dat (lokale) maatschappelijke<br />

partijen en burgers steeds vaker<br />

betrokken worden bij <strong>ruimtelijke</strong><br />

ontwikkelingen, maar wat is hier de<br />

aanleiding voor? Ten eerste moedigt de<br />

Europese Unie publieke participatie<br />

aan, onder andere naar aanleiding van<br />

de Aarhus Conventie. De EU doe dit<br />

via de integratie van publieke participatie<br />

in haar richtlijnen. Vervolgens is er<br />

een algemene trend in het denken <strong>over</strong><br />

<strong>over</strong>heid die zegt dat beslissingen op<br />

een lokaal niveau moeten worden<br />

genomen. Op dat niveau moet rekening<br />

worden gehouden met ‘those affected’<br />

of ‘interested parties’. Met andere<br />

woorden: zij die de gevolgen ondervinden<br />

van bepaald beleid of die daar een<br />

bepaald belang bij hebben moeten ook<br />

betrokken worden bij de ontwikkeling<br />

en tijdens de uitvoering van dat beleid.<br />

Abraham Lincoln verwoordde dit<br />

democratisch principe al: bestuur van<br />

het volk, voor het volk en door het<br />

volk.<br />

Gebiedsproces<br />

Blijft de vraag waarom we publieke<br />

participatie tegenwoordig zo belangrijk<br />

vinden. Immers, vroeger hadden we<br />

ook geen publieke participatie en<br />

leefden we toch in een democratisch<br />

land. De opkomst van publieke participatie<br />

in <strong>ruimtelijke</strong> planvorming wordt<br />

dan ook op een aantal manieren gerechtvaardigd.<br />

Ten eerste wordt regelmatig<br />

het argument gebruikt dat er<br />

steeds meer verschillende belangen<br />

spelen rond de inrichting van publieke<br />

ruimte, denk bijvoorbeeld aan landbouw,<br />

industrie, wonen, recreatie of<br />

natuur. Door al die belangen tijdig mee<br />

te nemen voorkom je dat tijdens de<br />

uitvoering van beleid protesten of<br />

juridische obstakels naar boven komen.<br />

Bovendien zorg je er op die manier<br />

voor dat geen enkel belang wordt<br />

buitengesloten en dat alle belangen<br />

worden meegewogen. Dit laatste<br />

argument voor publieke participatie<br />

wordt vaak gebruikt door de Europese<br />

Commissie. Een meer ideologisch<br />

argument voor publieke participatie is<br />

dat het helpt het algemene belang beter<br />

mee te nemen in beslissingen. Juist<br />

maatschappelijke partijen die geen<br />

politiek belang hebben, dat wil zeggen,<br />

die geen rekening hoeven te houden<br />

met verkiezingen of een specifieke<br />

achterban, kiezen volgens sommigen<br />

eerder voor het algemene belang dan<br />

voor deelbelangen. Dit argument wordt<br />

vaak gehanteerd door natuur- en<br />

milieuorganisaties. Vanzelfsprekend<br />

zien zij de bescherming van milieu en<br />

de ontwikkeling van natuur als een<br />

algemeen belang.<br />

topos.indd 14 11-11-2009 17:06:42


Er zijn meerdere manieren waarop je<br />

om kan gaan met het inbrengen van<br />

belangen door middel van publieke<br />

participatie. Deze manieren hangen op<br />

hun beurt weer samen met hoe we<br />

denken <strong>over</strong> het proces van publieke<br />

participatie. Voordat ik dieper inga op<br />

de rechtvaardiging voor het organiseren<br />

van publieke participatie, zal ik dan ook<br />

eerst ingaan op verschillende democratische<br />

normen die van toepassing<br />

worden geacht op publieke participatie<br />

en hoe die normen samenhangen met<br />

de manier waarop belangen worden<br />

ingebracht.<br />

Nederland staat bekend om zijn ‘poldercultuur’.<br />

Daar bedoelen we mee dat<br />

<strong>over</strong>heid, werkgevers en werknemers<br />

samen <strong>over</strong>leggen om tot een akkoord<br />

te komen waarin iedereen zich kan<br />

vinden. Het voordeel van zo’n akkoord<br />

is dat iedereen daar redelijk mee kan<br />

leven. Dit brengt als positief effect met<br />

zich mee dat zo’n akkoord door iedereen<br />

wordt nageleefd, zodat maatschappelijke<br />

onrust wordt vermeden en grote<br />

stakingen de economie niet kunnen<br />

verstoren. In de jaren ’80 zorgden zulke<br />

polderakkoorden voor ‘the Dutch<br />

miracle’: Nederland klom verbazing-<br />

wekkend snel uit een recessie. Niettemin<br />

heeft polderen ook zo zijn nadelen:<br />

het is geven en nemen, waardoor er<br />

altijd compromissen gesloten moeten<br />

worden en het moeilijk wordt om<br />

ingrijpende beslissingen te nemen.<br />

Bovendien gaat polderen uit van min<br />

of meer stabiele machtsverhoudingen,<br />

waarbij elke speler aan de ander gewaagd<br />

is en de macht heeft eenzijdig<br />

het gehele proces te verstoren. Het<br />

balanceren van belangen in publieke<br />

participatie hoeft dus niet per se op<br />

polderen te lijken. Machtsverhoudingen<br />

kunnen instabiel zijn, en de samenstell-<br />

ing van het maatschappelijk veld kan<br />

veranderen. Bovendien wordt de<br />

meerwaarde van polderen gezien in het<br />

komen tot een afspraak die de individuele<br />

belangen van <strong>over</strong>heid, werkgevers<br />

en werknemers allemaal zo goed mogelijk<br />

meeneemt. Dit ‘iedereen wint’<br />

scenario komt sommigen te beperkt<br />

<strong>over</strong>, zij denken dat een algemeen<br />

belang iets fundamenteel anders is dan<br />

de optelling van individuele belangen.<br />

‘Deliberatieve democratie’ is een democratische<br />

norm die uitstijgt boven<br />

het geven en nemen van het polderen.<br />

Het is gebaseerd op het filosofische<br />

idee van ‘communicatieve rationaliteit’.<br />

Dit idee gaat ervan uit dat mensen die<br />

in communicatie treden met elkaar<br />

impliciet altijd aangeven dat ze de<br />

waarheid spreken en aanspraak maken<br />

op wat goed is en eerlijk zijn. Jürgen<br />

Habermas ziet in dit filosofische idee<br />

een ethisch recept voor openbare<br />

omgang. Vertaald naar democratie<br />

houdt dit in dat men in een open en<br />

eerlijk <strong>over</strong>leg argumenten met elkaar<br />

deelt <strong>over</strong> wat men ziet als het ‘goede’.<br />

Met andere woorden, het algemeen<br />

belang (het “goede”) wordt ingevuld in<br />

een eerlijke, open uitwisseling van<br />

argumenten, waarbij het beste argument<br />

wint. Machtsverhoudingen mogen<br />

in deliberatieve democratie dus<br />

eigenlijk niets uitmaken, en nieuwe<br />

spelers in een maatschappelijk veld<br />

behoren net zo goed de kans te krijgen<br />

om zich laten horen. Het is wellicht niet<br />

verwonderlijk dat deze nieuwe spelers,<br />

zoals milieu- en natuurorganisaties in<br />

zekere zin zijn, het ideaal van deliberatieve<br />

democratie vaak onderschrijven;<br />

juist vanwege de stem waarop ze binnen<br />

dit ideaal recht hebben. Daar komt<br />

bij dat milieu- en natuurorganisaties er<br />

meestal van <strong>over</strong>tuigd zijn dat zij het<br />

algemeen belang vertegenwoordigen:<br />

zijn schoon milieu en mooie natuur niet<br />

in ieders belang? Een nadeel van deliberatieve<br />

democratie is dat het wel erg<br />

idealistisch is. Een proces waarin<br />

machtsverhoudingen geen rol meer<br />

spelen is in de praktijk waarschijnlijk<br />

niet haalbaar. Bovendien is het lastig<br />

aan te geven wat een goed argument is,<br />

of wanneer een uitspraak echt eerlijk is.<br />

TOPOS / 01 / 2009<br />

topos.indd 15 11-11-2009 17:06:43<br />

15


Om deze redenen wordt er nog steeds<br />

veel waarde gehecht aan representativiteit.<br />

Representativiteit is een norm die net<br />

zo goed op publieke participatie van<br />

toepassing wordt geacht, als op het<br />

parlement,. Een vertegenwoordigende<br />

democratie houdt kort gezegd in dat<br />

iedereen een stem heeft en dat de<br />

meerderheid beslist. Dit betekent<br />

allereerst dat het belangrijk is om<br />

coalities te sluiten: een meerderheid<br />

haal je niet in je eentje. Vervolgens is<br />

het van belang je op een achterban te<br />

kunnen beroepen. Een parlementariër<br />

doet dit door middel van een formeel<br />

vastgesteld aantal burgers dat op hem<br />

of haar heeft gestemd, maar een<br />

deelnemer aan een participatief proces<br />

doet dit op een meer retorische manier.<br />

Deze vorm van vertegenwoordiging is<br />

daarmee vaag. Hetgeen wát vertegenwoordigd<br />

wordt kan ver uiteenlopen:<br />

van sociale minderheden tot aan zoiets<br />

abstracts als ‘schoon water’. Bovendien<br />

worden vaak meerdere ‘posities’ door<br />

één participant tegelijk vertegenwoordigd,<br />

zoals etniciteit, geslacht of politieke<br />

voorkeur. Postmarxistische denkers<br />

zoals Ernesto Laclau en Chantalle<br />

Mouffe grijpen deze vaagheid in representatie<br />

aan om aan te tonen dat representatie<br />

nooit een één op één vertaling<br />

is van wat een groep wil. Het is eerder<br />

zo dat je allereerst aanspraak maakt op<br />

representatie. Zo kun je claimen dat<br />

heel veel mensen het belangrijk vinden<br />

dat we schone lucht hebben en dat jij<br />

deze mensen vertegenwoordigd. En<br />

inderdaad: veel mensen zullen het met<br />

je eens zijn als je aan ze vraagt of je<br />

schonere lucht wil, maar als je ze<br />

vervolgens vraagt of ze hiervoor hun<br />

auto willen laten staan wordt het snel<br />

een ander verhaal. Op eenzelfde manier<br />

zien we burgers of maatschappelijke<br />

partijen vaak aanspraak maken op een<br />

algemeen belang. De manier waarop zij<br />

de inrichting van openbare ruimte zien<br />

is de enige goede, die iedereen zou<br />

moeten onderschrijven.<br />

16 TOPOS / 01 / 2009<br />

De hierboven genoemde democratische<br />

normen voor publieke participatie<br />

richten zich allemaal in meer of mindere<br />

mate op harmonie. Ze streven naar<br />

een balans of een doel waarin iedereen<br />

zich kan vinden, of dat nou via onderhandeling,<br />

<strong>over</strong>leg of beslissen volgens<br />

stemming gaat. Tegen<strong>over</strong> dit ideaal<br />

van <strong>over</strong>eenstemming staat een praktijk<br />

waarin vaak conflicten voorkomen.<br />

Democratische normen ontkennen die<br />

mogelijkheid van conflict ook niet,<br />

maar achten conflict wel onwenselijk.<br />

Ze willen conflict ombuigen of sublimeren<br />

in een geordende uitwisseling<br />

van belangen, argumenten of stemmen.<br />

Dit harmonie-ideaal vinden we terug<br />

bij de filosoof Immanuel Kant. Volgens<br />

Kant is de bestaansreden van de<br />

staat om iedere burger zo veel mogelijk<br />

vrijheid te geven om te doen wat hij<br />

wil, zolang hij daarmee een ander maar<br />

niet voor de voeten loopt. Hij is daarmee<br />

een denker van de Verlichting, die<br />

de vrijheid van het individu centraal<br />

stelt.<br />

Kants idee van vrijheid zien we vooral<br />

terug in de deliberatieve norm voor<br />

democratie. De manier waarop machtsposities<br />

geen rol mogen spelen in de<br />

uitkomst van zo’n deliberatief proces<br />

geeft iedereen de ruimte om zich te<br />

uiten. Bovendien, ‘gedachten zijn vrij’,<br />

argumenten worden niet snel als elkaar<br />

beconcurrerend gezien. Dat is natuurlijk<br />

anders in het geval van openbare<br />

ruimte in Nederland, waarin verschillende<br />

belangen en gebruiksfuncties<br />

elkaar daar wel degelijk beconcurreren.<br />

Toch komt Kants vrijheidsideaal ook<br />

hier van pas. Immers, individuele<br />

vrijheid kan beperkt worden als het<br />

iemand anders vrijheid in de weg zit.<br />

Het idee van zo veel mogelijk vrijheid<br />

voor elk individu komt daarmee sterk<br />

<strong>over</strong>heen met het polderideaal waarin<br />

iedere maatschappelijke partij zoveel<br />

mogelijk uit een akkoord haalt. We zien<br />

al minder van dit ideaal terug in de<br />

norm van representativiteit waarin de<br />

meerderheid beslist. In zekere zin<br />

geven we daarmee de haalbaarheid van<br />

een conflictloze situatie op. In plaats<br />

daarvan proberen we deze van haar<br />

angel te ontdoen door machtsposities<br />

vooraf vast te leggen (zoals in ‘one<br />

man, one vote’). Niettemin blijven al<br />

deze democratische normen gericht op<br />

harmonie en vrijheid.<br />

Ideologieën <strong>over</strong> bestuur zijn niet altijd<br />

op vrijheid gericht geweest. In de tijd<br />

dat Europa nog voornamelijk bestond<br />

uit prinsdommen en koninkrijken, was<br />

men veel meer geïnteresseerd in hoe<br />

men zoveel mogelijk land kon<br />

ver<strong>over</strong>en. Pas in het moderne Europa,<br />

waar, sinds een jaar of tweehonderd, de<br />

grenzen van landen grotendeels vast<br />

liggen, zijn ideeën <strong>over</strong> bestuur gericht<br />

op vrijheid en democratie. Toch kan<br />

het geen kwaad kritisch te zijn richting<br />

het ideaal van harmonie dat in dit<br />

vrijheidsideaal leeft en op zoek te gaan<br />

naar een sturingsfilosofie die conflict<br />

een positievere rol toebedeeld. Zo’n<br />

sturingsfilosofie is niet makkelijk te<br />

vinden. En hoewel het representatiebegrip<br />

van Laclau en Mouffe enigszins in<br />

de buurt komt - zij zien representatie<br />

deels als een product van een conflict<br />

- willen ook zij de angel verwijderen uit<br />

dat conflict.<br />

Zelfverklaard antidemocratisch denker<br />

Friedrich Nietzsche heeft wél waardering<br />

voor conflict. Geïnspireerd door<br />

voormoderne denkers zoals Macchiavelli<br />

en gevoed door een afkeer van de<br />

democratische leer van Socrates, zoekt<br />

Nietzsche naar een nieuwe ethiek en<br />

naar nieuwe normen om te kunnen<br />

denken <strong>over</strong> de inrichting van de<br />

maatschappij en het handelen van de<br />

mens. Hij denkt dat dit nodig is omdat<br />

hij zijn eigen tijd als bedorven en<br />

decadent beschouwt. Volgens<br />

Nietzsche twijfelden de Oude Grieken<br />

nooit aan zichzelf en kwamen zij<br />

vastberaden tot een hoge cultuur; de<br />

uitvinding van de democratie betekende<br />

het einde van die hoge cultuur en was<br />

zeker niet de vervolmaking ervan. De<br />

topos.indd 16 11-11-2009 17:06:43


democratische waarden van vrijheid en<br />

geluk hebben volgens Nietzsche iets<br />

decadents: ze ontstaan als gevolg van<br />

een <strong>over</strong>vloed aan vrije tijd, aan een<br />

gebrek aan gevaar en aan een gebrek<br />

aan discipline. Die decadentie manifesteert<br />

zich in een grote verscheidenheid<br />

van smaak, individualisering en<br />

een verlies van de band tussen woord<br />

en betekenis. Tegen<strong>over</strong> decadentie zet<br />

Nietzsche het instinct. Volgens hem wil<br />

het instinct zich uiten door een bepaalde<br />

richting te kiezen en deze koppig te<br />

volgen. Het is daarbij belangrijk dat een<br />

keuze wordt gemaakt en dat ook iets<br />

wordt weggelaten. De mens verschilt<br />

van de natuur juist in zijn vermogen tot<br />

kiezen, het aanwijzen van slechts één<br />

gebruiksfunctie i.p.v. meerderen en<br />

deze functie te cultiveren en versterken.<br />

Door Nietzsches keuze voor instinct en<br />

eenheid ruimt hij een grotere rol voor<br />

conflict in. Immers, eenheid kan niet<br />

bereikt worden zonder sommige belangen,<br />

functies of doelen uit te sluiten.<br />

Friedrich Nietzsche<br />

Dat proces van uitsluiting zou volgens<br />

hem niet moeten plaatsvinden in<br />

<strong>over</strong>leg of door uitgebreide argumentatie,<br />

maar door een instinctieve keuze<br />

van een zelfverzekerd volk. Politieke<br />

keuzes door middel van uitsluiting en<br />

op basis van ‘onderbuikgevoelens’<br />

kennen we natuurlijk onder een naam:<br />

populisme. Toch hoeft populisme niet<br />

noodzakelijk de negatieve bijklank te<br />

hebben die het vaak krijgt: het kan ook<br />

gezien worden als een manier om<br />

eenheid en zelfverzekerdheid te bevorderen.<br />

De Deltawerken kunnen dienen<br />

als voorbeeld: Na de watersnoodramp<br />

van 1953 was er een sterk gevoel dat<br />

‘dit nooit meer mag gebeuren’, wat de<br />

Deltawerken een grote impuls heeft<br />

gegeven. Dat de bij afdamming gewonnen<br />

veiligheid ten koste zou gaan van<br />

milieu- en visserijbelangen, werd<br />

oorspronkelijk voor lief genomen.<br />

Hoewel later de mogelijkheid bleek te<br />

bestaan om plannen aan te passen,<br />

zoals in het geval van de Oosterscheldekering,<br />

bleef die oorspronkelijke<br />

keuze voor veiligheid leidend.<br />

Wanneer we terugkeren naar de gebiedsprocessen,<br />

dan zien we dat Nietzsches<br />

zoektocht naar een nieuwe normativiteit<br />

ook vandaag de dag niet zou misstaan.<br />

Maatschappelijke partijen willen<br />

allerlei verschillende functies in de<br />

publieke ruimte terug zien die vaak niet<br />

tegelijk mogelijk zijn. Een compromis<br />

tussen bijvoorbeeld natuurontwikkeling<br />

en landbouw is vaak niet erg bevredigend<br />

voor beide partijen. Democratische<br />

normen - die ook voor publieke participatie<br />

gelden – maken het niet gemakkelijk<br />

om te kiezen voor één functie of<br />

één bepaald doel. Zonder democratische<br />

normen op te willen geven, kan<br />

een reflectie op de plaats en schaal waar<br />

we die normen terug willen zien belangrijk<br />

zijn. Als we <strong>over</strong> ieder stukje<br />

ruimte democratisch willen beslissen,<br />

brengt dat eerder teleurstelling en<br />

frustratie, dan het geluk en de vrijheid<br />

waar we zo naar op zoek zijn.<br />

Literatuur<br />

Kant, I., 1781. Kritik der prakrischen vernunft.<br />

Riga, Hartknoch.<br />

Laclau, E., 2005. On populist reason. London,<br />

Verso Books.<br />

Laclau, E., en Mouffe, C., 1985 Hegemony and<br />

socialist stategy. London, Verso Books.<br />

Mouffe, C., 2000. The democratic paradox.<br />

London, Verso Books.<br />

Nietzsche, F. W., .1886 Jenseits von gut und böse:<br />

vorspiel einer philosophie der zukunft. Leipzig,<br />

C.G. Neumann.<br />

Summary<br />

Nowadays it is hard to imagine a<br />

regional <strong>planning</strong> process without<br />

participation. The inclusion of local<br />

actors is seen as an important added<br />

value. Especially the Dutch have a<br />

long tradition coming to agreements<br />

that support the interests of every<br />

party. This tradition can be<br />

underpinned with Kant’s philosophy,<br />

which propagates the greatest amount<br />

of freedom for every individual; and<br />

therefore the minimization of conflict.<br />

Postmodern thinkers like Laclau and<br />

Mouffe hold a different viewpoint: the<br />

representation of an interest emerges<br />

uit of conflict first of all. Nietzsche on<br />

the other hand claims we should<br />

follow our instinct: make choices and<br />

stick to them. This cannot be without<br />

conflict or some stakes getting hurt. In<br />

regional <strong>planning</strong> processes it is often<br />

hard to combine all stakes. If we have<br />

to decide about every piece of space<br />

democratically, it will sooner bring<br />

disappointment and frustration, than<br />

the happiness and freedom we are<br />

looking for.<br />

TOPOS / 01 / 2009 17<br />

topos.indd 17 11-11-2009 17:06:43


M O O I<br />

18 TOPOS / 01 / 2009<br />

North Carolina<br />

Liefde voor de zee<br />

Begin april vertrok een kleine groep<br />

studenten voor hun masteratelier <strong>over</strong><br />

kustverdediging en klimaatverandering<br />

in Groningen voor korte tijd naar<br />

North Carolina. Ik was één van hen.<br />

Het is een bijzonder land, zowel het<br />

landschap als de mensen. Maar vond<br />

ik het nou mooi? Ik twijfel.<br />

Het landschap van North Carolina is<br />

<strong>over</strong>weldigend. Langs de kustlijn ligt<br />

een ellenlange lijn van eilanden dat als<br />

golfbreker dient tegen de heftigste<br />

golven van de oprukkende zee. Deze<br />

kust is <strong>over</strong>igens net zo vlak is -en dus<br />

kwetsbaar- als die van Groningen. Dit<br />

gaat <strong>over</strong> het algemeen goed totdat te<br />

hooi en te gras een orkaan of ander<br />

gestorte passeert, dan verbrokkelt de<br />

strook van eilanden steeds verder in<br />

meerdere korte eilanden.<br />

Achter deze natuurlijke kustverdediging<br />

ligt een reusachtig natuurgebied.<br />

Het is enigszins vergelijkbaar met onze<br />

Wadden, behalve dat dit gebied permanent<br />

gevuld is met anderhalve<br />

meter brak water en er naast grote<br />

kolonies meeuwen er ook talloze<br />

pelikanen en jan-van-genten te spotten<br />

zijn.<br />

De mensen zijn minstens zo bijzonder.<br />

Het kustlandschap is vol met<br />

topos.indd 18 11-11-2009 17:06:46


vakantiehuizen en wegen. Pakweg twee<br />

miljoen mensen wonen langs de kust<br />

van North Carolina. Ieder eiland is<br />

verbonden met het vasteland, en er<br />

verschijnen meer en meer huizen met<br />

prachtig zicht op de Atlantische<br />

Oceaan. En terecht, zo’n prachtig<br />

vergezicht verkoopt natuurlijk fantastisch.<br />

Maar het almaar wassende water lijkt<br />

te worden genegeerd. Wanneer het<br />

heeft gestormd zijn huizen verzwolgen<br />

en raken wegen gespleten. De rommel<br />

wordt opgeruimd en weggegooid en<br />

men bouwt gewoon opnieuw. Niemand<br />

lijkt de dreiging van de zee te<br />

zien en de verantwoordelijkheid te<br />

nemen om veiliger oorden te zoeken.<br />

Wellicht is er sprake van blinde liefde<br />

voor de zee?<br />

Maar is de kust van North Carolina<br />

nou mooi? Eigenlijk zijn onze eigen<br />

wadden en schorren minstens zo<br />

mooi, al hebben ze in Groningen<br />

natuurlijk geen pelikanen. Gelukkig<br />

wonen in ons hoge noorden tenminste<br />

wel wat nuchtere mensen…<br />

Peter Davids<br />

Masterstudent Spatial Planning<br />

peter.davids@wur.nl<br />

Fot<strong>over</strong>antwoording<br />

Peter Davids<br />

Joppe Veul<br />

TOPOS / 01 / 2009 19<br />

topos.indd 19 11-11-2009 17:06:50


Stadionpark<br />

Boegbeeld voor Rotterdam Sportstad<br />

In 2008 is de gemeente<br />

Rotterdam begonnen met<br />

de planvorming rondom<br />

Stadionpark, een gebiedsontwikkeling<br />

in het gebied<br />

rondom de Kuip. Met de<br />

bouw van een nieuw stadion<br />

binnen het project<br />

dingen Nederland en België<br />

mee naar de organisatie<br />

van het WK in 2018. De<br />

snelheid die daarvoor nodig<br />

is in verhouding tot de<br />

verbetering die het ook op<br />

stadsniveau teweeg moet<br />

brengen, is een kwestie van<br />

balanceren. Het ontwerpteam<br />

bestaande uit KCAP,<br />

H+N+S en dS+V heeft de<br />

gebiedsvisie gemaakt. Nu<br />

wordt door ditzelfde team<br />

aan de structuurvisie en het<br />

masterplan gewerkt die<br />

eind 2009 moeten zijn afgerond.<br />

Bart Wubben, landschapsarchitect<br />

in het ontwerpteam,<br />

legt het dilemma<br />

van Stadionpark bloot.<br />

Bart Wubben<br />

Landschapsarchitect dS+V<br />

Gemeente Rotterdam<br />

b.wubben@dsv.rotterdam.nl<br />

Postbus 6699<br />

3002 AR Rotterdam<br />

20 TOPOS / 01 / 2009<br />

Rond 2030 is het Stadionpark een<br />

embleem van Rotterdam. De ‘Nieuwe<br />

Kuip’ aan de Maas is de trots van Zuid<br />

en geniet internationale bekendheid. Op<br />

steenworp afstand van het stadion ligt<br />

de Sport Campus Stadionpark. De<br />

sportwereld, het bedrijfsleven en onderwijs<br />

komen hier samen en versterken<br />

elkaar. Het gebied heeft een brede<br />

sportcultuur met aandacht voor diversiteit,<br />

meer bewegen en een actieve leefstijl.<br />

Een openbaarvervoersknooppunt, met<br />

treinstation Stadionpark, zorgt voor een<br />

goede bereikbaarheid van het gebied.<br />

Naast de 400-meter kunstijsbaan liggen<br />

velden voor de sportverenigingen. Er<br />

kan gerecreëerd worden op pleinen en in<br />

groengebieden. Voor voetgangers en<br />

fietsers zijn er heldere routes, ook<br />

richting trein- en metrostation en parkeerlocaties.<br />

Kortom: Stadionpark is het<br />

boegbeeld van Rotterdam Sportstad, een<br />

knooppunt op Zuid en een aantrekkelijk<br />

nieuw stadsdeel.<br />

Door de unieke sportcultuur en de<br />

bouw van de nieuwe Kuip zal het<br />

nieuwe stadsdeel veel bedrijvigheid en<br />

bezoekers aantrekken. Bereikbaarheid en<br />

parkeren zijn dan ook belangrijke<br />

thema’s bij de ontwikkeling van het<br />

gebied. Maar ook wonen, onderwijs en<br />

werkgelegenheid voor de bewoners van<br />

Zuid evenals groen en water krijgen de<br />

aandacht.<br />

I love Rotterdam-Zuid<br />

De ontwikkeling van de Kop van Zuid<br />

was een goede aanzet om het woonmilieu<br />

op Zuid te verbeteren. Stadionpark<br />

kan in het verlengde daarvan een<br />

belangrijke bijdrage leveren, met goede<br />

woningen, grote variatie aan onderwijs<br />

en voorzieningen, en werkgelegenheid in<br />

de buurt. Vooral voor bewoners die<br />

buiten de stad werken en willen recreëren,<br />

zijn de goede metro- en treinverbindingen<br />

ideaal. Ook de ligging aan<br />

de rivier draagt bij aan de kwaliteit van<br />

wonen in het gebied. Maar het Stadionpark<br />

mag niet op zichzelf staan. Daarom<br />

komen er verbindingen die de barrièrewerking<br />

van het aanwezige spoor opheffen<br />

en het woonmilieu van de omliggende<br />

wijken een impuls geven. Over het<br />

spoor heen, en gecombineerd met<br />

bebouwing en openbare ruimtes, worden<br />

oost-westgerichte verbindingen<br />

voor fietsers en voetgangers aangelegd.<br />

Nieuwe routes maken het nieuwe<br />

OV-knooppunt vanuit de deelgemeenten<br />

Feijenoord en Charlois optimaal bereikbaar.<br />

De gebiedsontwikkeling biedt kansen<br />

om de natuurwaarden en de waterhuishouding<br />

in het gebied aanzienlijk te<br />

verbeteren. Door het vergroten en<br />

verbreden van watergangen, zoals de<br />

singels en de aanwezige boezem, neemt<br />

Stadionpark icoon op niveau van Rotterdam Zuid, de regio, Nederland en Europa<br />

topos.indd 20 11-11-2009 17:06:53


Met het stadion aan de Maas zoekt de gebiedsontwikkeling de rivier op<br />

de bergingscapaciteit toe. Bovendien kan<br />

extra water worden ingezet om park dat<br />

onderdeel uitmaakt van het project als<br />

recreatie- en natuurgebied aantrekkelijker<br />

te maken. Ook het aanwezige eiland<br />

in de Maas, het Eiland van Brienenoord<br />

kan als stadsnatuurgebied een impuls<br />

krijgen.<br />

Icoon op regionaal en internationaal<br />

niveau<br />

Met het nieuwe stadion en de schaatsbaan<br />

worden ook twee bovenlokale<br />

functies toegevoegd. Ze hebben een<br />

aantrekkingskracht op regionaal en<br />

nationaal niveau en wat betreft het<br />

nieuwe stadion zelfs internationaal<br />

niveau. Ze hebben ook een geheel eigen<br />

dynamiek. De schaatsbaan moet er ‘zo<br />

snel mogelijk zijn’ en met het nieuwe<br />

stadion dingen we als Nederland en<br />

België mee naar de organisatie van het<br />

WK-voetbal van 2018. Het halen van<br />

het jaar 2018 zet de <strong>planning</strong> van het<br />

gehele project onder druk. Daarnaast<br />

vragen de voorzieningen om een optimale<br />

bereikbaarheid. Daarom moeten<br />

het openbaar vervoer en de infrastructuur<br />

voor aut<strong>over</strong>keer fors worden<br />

verbeterd. Het huidige evenementenstation<br />

Stadion moet worden uitgebreid tot<br />

een volwaardig NS-station Stadionpark<br />

en er wordt ingezet op een nieuwe<br />

metr<strong>over</strong>binding van Zuidplein naar<br />

Kralingse Zoom.<br />

De Nieuwe Kuip zal straks plaats bieden<br />

aan 80.000 toeschouwers. Met die groei<br />

van de stadioncapaciteit is het noodzakelijk<br />

een behoorlijke verschuiving te<br />

realiseren in het aantal bezoekers dat<br />

met de auto komt en het aantal dat met<br />

openbaar vervoer reist. Het streven is<br />

dat straks ongeveer de helft van de<br />

bezoekers met het openbaar vervoer<br />

naar het stadion komt (nu is dat circa<br />

een kwart). Dit levert voor het gebied<br />

een enorme opgave op.<br />

Polls en forums<br />

Bovenstaande omschrijving en het<br />

schema wat dit weergeeft levert zowel de<br />

ambitie als de discussie van Stadionpark<br />

op. Met de gebiedsontwikkeling is<br />

ingezet om de grote iconen een rol te<br />

laten spelen in het maken van de stad.<br />

Niet iedereen is er van <strong>over</strong>tuigd dat dit<br />

de beste manier is om aan de stad te<br />

werken. Zo is ook niet iedereen even<br />

enthousiast als wij, de plannenmakers.<br />

Wat bijvoorbeeld te denken van een site<br />

als geennieuwekuip.nl of de elf ingediende<br />

moties bij de raadsvergadering<br />

<strong>over</strong> het project op 14 mei 2009 (waarvan<br />

er tien werden aangenomen). En los<br />

daarvan nog de discussies en artikelen in<br />

kranten en op forums die door verschillende<br />

burgers, lobbyclubs en politieke<br />

partijen zijn gevoerd en geschreven. Dit<br />

doet de vraag opkomen of we met het<br />

project Stadionpark wel op de goede<br />

weg zijn. Hebben we, met andere woorden,<br />

nog wel een project?<br />

Kijken we door onze oogharen naar de<br />

verschillende discussies dan moeten we<br />

constateren dat iedereen het in grote<br />

lijnen wel met ons eens is. Maar door de<br />

schaal van de gebiedsontwikkeling en<br />

daarmee het grote ruimtebeslag en<br />

hoeveelheid thema’s die worden aangesneden<br />

zijn er een hoop subonderdelen<br />

waarmee men het oneens kan zijn.<br />

Communicatietraject<br />

Hoe komt het dan dat er nu nog zo veel<br />

discussies spelen? Wat is of wordt er aan<br />

gedaan om het te voorkomen? Met de<br />

start van de gebiedsvisie is naast en met<br />

het ontwerpteam ook een groot communicatietraject<br />

gestart. Er is gekozen<br />

om deze groepen niet te mengen door<br />

algemene avonden te organiseren,<br />

omdat de belangen zo uiteenlopend zijn<br />

dat dat geen recht zou doen aan de<br />

inhoud. Bewoners zouden bijvoorbeeld<br />

<strong>over</strong>donderd kunnen worden door<br />

vaktaal en diepgaande kennis <strong>over</strong><br />

specifieke onderdelen als watersystemen<br />

terwijl de kennis die zij hebben <strong>over</strong> hun<br />

eigen wijk geen ruimte zou krijgen. Het<br />

communicatietraject speelt zich af in<br />

meerdere gremia zoals de politiek,<br />

inwoners van Rotterdam-Zuid, direct<br />

belanghebbenden (zoals de sportclubs in<br />

het gebied), de markt en last but not<br />

TOPOS / 01 / 2009<br />

topos.indd 21 11-11-2009 17:06:55<br />

21


least expertgroepen.<br />

Om met de laatste te beginnen is er een<br />

serie expertgroepen (sectorale werkgroepen<br />

voor onder andere water,<br />

natuur, sport en verkeer). Met deze<br />

groepen is gedurende het jaar gewerkt<br />

wat heeft opgeleverd dat hieruit geen<br />

onverwachte bezwaren zijn gerezen.<br />

Met de bewoners van Rotterdam-Zuid<br />

zijn vorig jaar twee werksessies gehouden.<br />

De werksessies, genaamd<br />

lenteavonden en zomeravonden, besloegen<br />

beiden vijf avonden waarin met alle<br />

mogelijke betrokkenen uit de omgeving<br />

de vraag te formuleren en de tussenstand<br />

te bespreken. Uiteindelijk is aan<br />

deze groep apart een eindpresentatie<br />

gegeven.<br />

Met de markt is juist op een veel terughoudender<br />

manier te werk gegaan. Bijna<br />

volgens ontwikkeling oude stijl is door<br />

de gemeente gewerkt om zelf te ontdekken<br />

wat de mogelijkheden zijn om<br />

22 TOPOS / 01 / 2009<br />

vervolgens in september 2008 de markt<br />

te bevragen of wat we hadden bedacht<br />

in vruchtbare aarde kon vallen. Het<br />

antwoord van de marktpartijen daarop<br />

was een unaniem ja.<br />

De politiek en de direct betrokkenen<br />

zijn juist op een heel actieve manier<br />

betrokken geweest. Op meerdere momenten<br />

in het proces is er met hen<br />

gesproken <strong>over</strong> de mogelijkheden en<br />

onmogelijkheden en natuurlijk de<br />

wensen en de kansen. Voor wat betreft<br />

de politiek geldt B&W als centraal<br />

bestuur in Rotterdam als opdrachtgever<br />

voor de ontwikkeling. Daaronder kent<br />

de gemeente nog een bestuurslaag voor<br />

de verschillende deelgemeentes. Vanuit<br />

die laag is ook het dagelijks bestuur van<br />

de deelgemeente IJsselmonde opdrachtgaver.<br />

Zij werden als opdrachtgevers<br />

intensief op de hoogte gehouden.<br />

Met bijvoorbeeld Stadion NV, de beheerder<br />

van de Kuip en ontwikkelende<br />

Stedenbouwkundige voorbeelduitwerking gebiedsontwikkeling stadionpark<br />

partij van het nieuwe stadion wordt veel<br />

contact onderhouden om een haalbaar<br />

plan te kunnen maken. Stadion NV<br />

verzorgt vervolgens weer het contact<br />

met de KNVB welke het bidboek zal<br />

moeten maken voor deelname aan het<br />

WK.<br />

Symbool voor een nieuwe start<br />

Is er dan eigenlijk wel iets aan de hand?<br />

Ja, dat is er zeker. Er zijn na bovenstaand<br />

proces nog steeds mensen die zich<br />

niet in de plannen kunnen vinden.<br />

Daarbij is het in feite niet eens interessant<br />

of het veel of weinig mensen zijn.<br />

Veel interessanter is het of de bedenkingen<br />

hout snijden. Een aantal van die<br />

bedenkingen deden en doen dat zeker.<br />

Kijken we bijvoorbeeld naar het enthousiasme<br />

waarmee we als ontwerpgroep<br />

het Eiland van Brienenoord onder<br />

handen hebben genomen in de eerste<br />

fase dan zijn daar door de zomeravonden<br />

behoorlijk wat nuances in aangebracht.<br />

Voor deze stadsnatuuroase<br />

topos.indd 22 11-11-2009 17:06:59


Met het realiseren van een sportcampus op Zuid wordt een uitwisseling tussen top- en breedtesport<br />

mogelijk<br />

waren de meest uiteenlopende plannen<br />

van hotels in de natuur tot jachthavens<br />

bedacht. Na consultatie bij de bewoners<br />

is gebleken dat we daarmee de plank<br />

toch wel behoorlijk missloegen en de<br />

eigen kracht van het eiland niet gebruikten<br />

om het gebied mee te verbeteren. In<br />

de gebiedsvisie is daarom het eiland veel<br />

meer vanuit de stadsnatuurkant benaderd.<br />

Doorbouwen op de riviernatuur<br />

met zijn grienden en het laten bestaan<br />

van de struinnatuur is nu een uitgangspunt.<br />

Stedelijke activiteiten zoals jachthavens<br />

en hotels blijven op het vaste<br />

land. Het ondersteunen van de natuurfunctie<br />

door het bestaande scouting<br />

gebouw op het eiland (Arend en de<br />

Zeemeeuw) aan te vullen met een<br />

Natuur, Milieu en Educatiecentrum zijn<br />

daarin volgens de ontwerpgroep interessante<br />

ontdekkingen. In die zin werpt een<br />

dergelijk proces vruchten af. Procesmatig<br />

is dit soms wel lastig maar in de<br />

bedenkingen zitten soms interessante<br />

ontwerpuitdagingen verborgen die gaan<br />

van planologische oplossingen tot<br />

inrichtingsplanniveau.<br />

Op vrijwel alle niveaus wordt nu gewerkt<br />

om zeker te zijn dat wat we voorstellen<br />

ook echt kan. Het plan wordt hierdoor<br />

alleen maar beter. In juli komt de ontwerp-structuurvisie<br />

ter inzage te liggen<br />

waar mensen voor het eerst in de<br />

formele zin van de wet op de <strong>ruimtelijke</strong><br />

ordening op kunnen reageren. We<br />

hopen tegen het eind van 2009 met de<br />

vaststelling van het masterplan en de<br />

structuurvisie de meeste personen in<br />

ons ja-kamp te mogen verwelkomen.<br />

Dat dit mogelijk is laten de laatste<br />

reacties op de site <strong>over</strong> de Nieuwe Kuip<br />

zien. Zoals de laatste post op het forum<br />

van een zekere Mark:<br />

“Het wordt eens tijd voor een nieuw<br />

stadion. De Kuip is mooi, maar moet<br />

toch een keer vervangen worden. Al die<br />

mensen die geen nieuw stadion willen<br />

zijn gewoon bang voor de toekomst van<br />

Feyenoord. Want de Kuip is het<br />

verleden en het verleden van Feyenoord<br />

was goed. Je kan beter een nieuw stadion<br />

bouwen om symbool te staan voor<br />

een nieuwe start, dan het oude stadion<br />

blijven gebruiken om te blijven denken<br />

aan betere tijden.”<br />

Summary<br />

The city of Rotterdam started<br />

designing an ‘area development plan’<br />

containing several venues (a new<br />

football stadium and ice-skating rink)<br />

and redevelopment of a sport complex<br />

and park. This inner city development<br />

foresees in becoming an integral part<br />

of the city bringing the surrounding<br />

districts to a higher level. With this<br />

development the KNVB together with<br />

the KBVB are proposing themselves<br />

for organising the WK football 2018.<br />

This puts pressure on the project<br />

concerning the realisation in time. But<br />

it might also mean that in order to<br />

make it in time the content of de<br />

design is at stake. To manage these<br />

dilemma’s the city of Rotterdam set up<br />

an communication process. This<br />

communication process was set up in<br />

order to make use of the knowledge of<br />

local inhabitants, experts and<br />

politicians.<br />

TOPOS / 01 / 2009 23<br />

topos.indd 23 11-11-2009 17:06:59


De barsten in het landschap: een collage<br />

Over smaakt valt niet te<br />

twisten. De redactie trok de<br />

wereld in op zoek naar elementen<br />

in het landschap<br />

die in feite oerlelijk zijn.<br />

Toch willen zij deze elementen<br />

aanprijzen, omdat<br />

zij het als een verfraaiing<br />

van het landschap zien en<br />

het graag meer zouden<br />

willen tegenkomen in stad<br />

en land. Kortom, ik wil, ik<br />

wil, wat jij niet wilt…<br />

M O O I<br />

Peter Davids<br />

Masterstudent Spatial Planning<br />

Peter.davids@wur.nl<br />

24 TOPOS / 01 / 2009<br />

‘De afwezigheid van een barst in de<br />

schoonheid is zelf weer een barst’.<br />

Vaak maken de oneffenheden een<br />

product helemaal af. Nog maar enkele<br />

weken geleden was de nieuwe cd-box<br />

van de Beatles groot in het nieuws. Alle<br />

opgepoetste platen werden opnieuw<br />

uitgegeven in oude – niet opgepoetste<br />

uitgave.<br />

De kneuterige tekeningen van Anton<br />

Pieck worden gewaardeerd om de<br />

huisjes die werkelijk geen rechte lijn<br />

lijken te bevatten. Tijdens de bouw van<br />

de huisjes in de Efteling werd de<br />

bouwvakkers eerst een goede neut<br />

gegeven, zodat de huisjes eveneens<br />

Een voorbeeld is het gebruik van<br />

graffiti. De een vind het een verwaarlozing<br />

van de openbare ruimte, de<br />

ander beschouwt het als vorm van<br />

kunst, zorg voor de eigen omgeving.<br />

Het geeft expressie in de openbare<br />

ruimte. De omgeving niet altijd naar<br />

wens en daarom wordt die door de<br />

bewoners aangepast en toegeëigend.<br />

Het is echter wel zo dat er meerdere<br />

mensen gebruik maken van de openbare<br />

ruimte en deze mensen verschillende<br />

wensen hebben.<br />

Een ander voorbeeld is de verpauperde<br />

kavel in Dresden. Terwijl <strong>over</strong>al langs<br />

snelwegen bedrijventerreinen schreeuwerig<br />

worden aangeprezen, gebeurt het<br />

met dit stukje grond in alle bescheidenheid.<br />

Wie eine verzauberte prinzessin…<br />

Projectontwikkelaars mogen vaker zo<br />

poëtisch schrijven <strong>over</strong> hun verkoopwaar.<br />

schots en scheef zouden wezen.<br />

Maar is dat nou mooi? De meningen<br />

verschillen. Alleen echte Beatles-fans<br />

kopen de zoveelste nieuwe cd-box en<br />

Anton Pieck is kneuterig en kitsch.<br />

In het landschap willen we dit graag<br />

ook terug zien. Niet iedere stadscentrum<br />

heeft een botox-behandeling<br />

nodig in de vorm van prachtige<br />

betegeling en chique meubilair. Daarom<br />

verzamelde de redactie een collage van<br />

landschapsfoto’s van landschapselementen<br />

die doorgaans niet als mooi,<br />

toch gaat er een romantiek in schuil. Ze<br />

vormen de barsten die de schoonheid<br />

meer glans geven. Oordeelt u zelf.<br />

Graffiti in de openbare ruimte, Hamburg [Ricky van Lingen]<br />

Verkoopzuil van een kavel, Dresden [Peter Davids]<br />

topos.indd 24 11-11-2009 17:07:03


Polder zeedijk, Groningen [Jorrit Noordhuizen]<br />

Een minder romantisch beeld zijn de<br />

strakke lijnen van het agrarisch landschap<br />

langs de kust van Groningen. Vaak<br />

verguisd om zijn kaalheid en saaiheid,<br />

in dit geval gewaardeerd om zijn eenvoud<br />

en helderheid.<br />

Op deze markt in Oekraïne is de<br />

menselijke flexibiliteit en inventiviteit in<br />

de omgang met een niet-ideale ruimte<br />

iets prachtigs. Het is een voorbeeld<br />

waarom het maken van een Utopia<br />

dagdromen moet blijven: in een<br />

klinisch schone kraam zou het vlees als<br />

bloederig en slecht worden beschouwd,<br />

terwijl hier de grofheid op z’n plaats is.<br />

Markt, Oekraïne [Leonoor Akkermans]<br />

TOPOS / 01 / 2009<br />

topos.indd 25 11-11-2009 17:07:05<br />

25


Skyline, Amsterdam [Sanne Broekhof]<br />

Aan de rand van de stad vormen de<br />

strakke gebouwen in de skyline van<br />

Amsterdam een mooi contrast met<br />

heldere watervlakte en het dansende<br />

riet op de voorgrond. De stad en<br />

natuur versterken elkaar, zoals de<br />

complementaire kleuren groen en rood<br />

elkaar versterken.<br />

Grevelingenmeer [Joeri Meliefste]<br />

26 TOPOS / 01 / 2009<br />

Een vervallen en verlaten graandistributiepunt<br />

aan de rand van het dorpje<br />

Riez vormt een dramatisch beeld van<br />

eenzaamheid en verwaarlozing. Tegelijkertijd<br />

is deze volhardende monoliet<br />

een spoor uit het verleden, een symbool<br />

van tijden dat de agrarische industrie<br />

hier volop draaide.<br />

Vervallen graansilos in Riez, Frankrijk [Sjoerd van Telgen]<br />

Tot slot, het Grevelingenmeer. De<br />

windmolens aan de horizon worden<br />

vaak niet gewaardeerd aangezien zij het<br />

gevoel van oneindigende openheid<br />

wegnemen. Het is echter ook te waarderen<br />

dat deze reuzen de horizon bewaken.<br />

Ze laten het belang en het nut<br />

van het gebied zien.<br />

topos.indd 26 11-11-2009 17:07:07


Zonder feiten geen waarden<br />

In de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog was<br />

het ‘waardeconflict’ een van de verschrikkelijkste dingen die<br />

planners en ontwerpers zich konden indenken. Er moest gehandeld<br />

worden in het belang van het land en daar moesten<br />

de meningen buiten blijven. In het kader van de vooruitgang<br />

was het dan ook strikt noodzakelijk om <strong>planning</strong> te verwetenschappelijken<br />

tot rationele <strong>planning</strong>. Dat hield in een <strong>planning</strong><br />

gebaseerd op objectieve data. Immers, <strong>over</strong> waarden valt te<br />

twisten, <strong>over</strong> feiten niet. En zo ging het voort: weinig verlichte<br />

modernisten maakten Nederland tot het ultieme laboratorium<br />

voor de <strong>ruimtelijke</strong> ordening. Andere landen keken met bewondering<br />

naar de Nederlandse prestaties. Inmiddels kijken we<br />

op die periode terug met gemengde gevoelens. Is de Bijlmermeer<br />

nu een stukje cultuurhistorie dat gekoesterd dient te<br />

worden, of is het een mislukt experiment dat slechts dankzij<br />

bergen Vogelaargeld tot een prachtwijk kan worden omget<strong>over</strong>d?<br />

Is Utrecht dankzij Hoog Catharijne het bruisende middelpunt<br />

van ons land geworden, of is het eeuwig zonde dat een<br />

prachtige woonbuurt en stadssingel naar de Filistijnen verdwenen<br />

door de komst van een ordinair betonspook?<br />

Het probleem – en dat blijkt nu – is dat feiten en waarden niet<br />

zo makkelijk van elkaar los te koppelen zijn. Wanneer een<br />

zekere partij met bepaalde feiten op de proppen komt, kunnen<br />

we er zeker van zijn dat er waarden achter zitten. Hoog Catharijne<br />

was in iemands belang, niet in het belang van iedereen.<br />

We weten nu dat <strong>planning</strong> een strategisch spel is tussen verschillende<br />

de waarheden van verschillende partijen. Voor<br />

velen is dat aanleiding om te concluderen dat het wel degelijk<br />

om waarden gaat. Sterker zelfs, menen zij, waarden zijn<br />

stiekem veel belangrijker dan feiten. Nu heb ik er geen problemen<br />

mee om iets een feit of een waarde te noemen – dat is<br />

soms wel zo handig – maar deze constatering van het belang<br />

van waarden leidt tot een nieuw gevaar. Het ene gevaar is dat<br />

waarden, belangen, voorkeuren en meningen worden vertaald<br />

naar kwantitatieve gegevens. Dat gebeurt bijvoorbeeld in een<br />

multi-criteria-analyse. Zo behoudt <strong>planning</strong> haar belofte van<br />

objectiviteit en analytische hardheid, maar in feite gaat het om<br />

de kwantificering van kwalitatieve en dus veranderlijke gegevenheden.<br />

Het tweede gevaar – en dit geldt bijvoorbeeld<br />

voor <strong>planning</strong>onderzoekers – is dat men in plaats van feiten<br />

te onderzoeken, de aandacht verplaatst naar waarden. Dit is<br />

niet meer dan een ommezwaai binnen een fundamentaal onjuiste<br />

opvatting van de werkelijkheid: namelijk dat die te onderscheiden<br />

valt in feiten en waarden. Een meer werkbare waarheid<br />

is volgens mij dat de twee elkaar nodig hebben. Zonder<br />

feiten geen waarden en zonder waarden geen feiten. Hieruit<br />

volgt automatisch dat het niet zinvol is om van tevoren een<br />

onderscheid te maken. Dit doet geen recht aan de werkelijkheid,<br />

en heeft al helemaal niets met wetenschappelijkheid te<br />

maken.<br />

Joren Jacobs<br />

To p o s . k o m m a / c o l u m n s<br />

TOPOS / / 01 / / 2009<br />

27<br />

topos.indd 27 11-11-2009 17:07:08


Wie wil er naar Kazachstan<br />

Sinds September 2007<br />

werkt Robert Jan ter Kuile<br />

voor Witteveen+Bos in<br />

Kazachstan. Na een jaar<br />

ervaring als verkeerskundige<br />

in Nederland heeft<br />

hij avontuur opgezocht in<br />

Almaty. Hier werkte hij<br />

aan het opzetten van een<br />

kantoor van het ingenieursbureau<br />

en het ontwikkelen<br />

van de stedelijke<br />

vervoersmarkt.<br />

Robert Jan ter Kuile<br />

werkte van 2007 tot en met 2009 voor<br />

Witteveen+Bos in Kazachstan<br />

robertjan.terkuile@gmail.com<br />

28 TOPOS / 01 / 2009<br />

Vroeger was Kazachstan het balingsoord<br />

van Stalin. Allerlei lastige<br />

volksstammen en mensen met afwijkende<br />

meningen werden naar haar<br />

steppes gedeporteerd. Nog steeds geniet<br />

het land weinig populariteit. Liggend in<br />

the middle of nowhere, volslagen<br />

onbekend en ook nog eens eindigend op<br />

‘stan’ trekt het weinig bezoekers. Waarom<br />

ik dan wel vol enthousiasme hierheen<br />

ben gereisd zal ik in dit artikel uit<br />

leggen aan de hand van een korte<br />

beschrijving van het land, zijn volk en<br />

enkele voorbeelden uit de praktijk van<br />

alledag.<br />

Kennismaking met Kazachstan<br />

Vanwege de relatieve onbekendheid van<br />

het land, volgt hier een korte beschrijving<br />

van de huidige situatie. Kazakstan<br />

ligt tussen de Kaspische Zee en China<br />

en bestaat voornamelijk uit eindeloze<br />

steppes, op een oppervlak dat 65 maal<br />

groter is dan Nederland wonen nog<br />

geen 16 miljoen mensen. Het land<br />

beschikt <strong>over</strong> enorme hoeveelheden<br />

ruwe grondstoffen, alles van ijzererts en<br />

kolen tot asbest en uranium wordt<br />

gedolven uit mijnen verspreid <strong>over</strong> het<br />

hele land. Daarnaast is Kazakstan een<br />

belangrijk producent van graan, een<br />

resultaat van de massale landbouwpolitiek<br />

van Sovietunie.<br />

De belangrijkste grondstof is echter de<br />

olie. In de Kaspische Zee ligt een van de<br />

grootste olievelden ter wereld: Kashagan.<br />

Daarnaast zijn er zowel op land, als<br />

in de zee grote hoeveelheden olie en gas<br />

ontdekt. In het begin van deze eeuw<br />

werd de olieprijs hoog genoeg om de<br />

ontwikkeling van deze velden rendabel<br />

te maken. Enkele velden zijn nu operationeel<br />

en hoewel de instabiele olieprijs<br />

voor enige behoedzaamheid zorgt, gaan<br />

grote investeringen nog altijd door. Deze<br />

olie gerelateerde investeringen hebben<br />

de afgelopen jaren voor een enorme<br />

groei van de Kazakhse economie<br />

gezorgd. Daarnaast bracht het optimisme<br />

een grote leenzucht met zich<br />

mee, die in de zomer van 2007 door de<br />

financiële crisis hard werd afgestraft.<br />

Naar Noors voorbeeld is er wel een<br />

fonds voor oliegelden gecreëerd waar op<br />

dit moment gebruik van wordt gemaakt<br />

om de ergste kantjes van de crisis af te<br />

slijpen.<br />

Almaty<br />

1 Sinds 1989 is Nazerbaev de-facto leider van het land. In het republikeinse Kazakhstan (vanaf 1991) wint hij<br />

structureel 90-95% van de stemmen. In 2007 is de grondwet aangepast, hierin is mr. Nazerbaev uitgezonderd van de<br />

limiet van twee<br />

topos.indd 28 11-11-2009 17:07:09


In de tijd van sterke economische groei<br />

is een nieuwe samenleving ontstaan. De<br />

egalitaire communistische samenleving<br />

is veranderd in een kapitalistisch wild<br />

westen met zeer grote inkomensverschilen.<br />

Oude clans met ieder hun eigen<br />

machtsbasis hebben zich grote hoeveelheden<br />

geld toegeëigend. De nieuwe<br />

rijken laten dit aan alle kanten zien door<br />

in de duurste auto’s rond te rijden, dure<br />

kleding te kopen en zo ver en luxe<br />

mogelijk op vakantie te gaan. De belangrijkste<br />

clan is die van President voor<br />

het Leven 1 Nursultan Nazerbaev.<br />

Miljarden dollars geïnvesteerd vermogen<br />

en <strong>over</strong>weldigende verkiezings<strong>over</strong>winningen<br />

geven hem uitgebreide macht<br />

<strong>over</strong> zowel de zakelijke als de politieke<br />

wereld in Kazakstan.<br />

De <strong>over</strong>heid heeft het nieuwe geld<br />

gebruikt voor het ontwikkelen van de<br />

nieuwe hoofdstad Astana. In de afgelopen<br />

tien jaar is het provinciestadje van<br />

50.000 inwoners uitgebouwd tot een<br />

indrukwekkende stad met 600.000<br />

inwoners en bijzondere voorbeelden van<br />

moderne architectuur. Geïnspireerd<br />

door deze succesvolle creatie zijn allerlei<br />

plannen ontwikkeld voor verdere<br />

ontwikkeling, van een tweede Dubai aan<br />

de Kaspische zee tot duizenden kilometers<br />

infrastructuur om China met Europa<br />

te verbinden. Deze prachtige<br />

ambities zijn allemaal in de ijskast<br />

verdwenen nu het einde is gekomen aan<br />

schijnbaar oneindige hoeveelheden<br />

kapitaal.<br />

Kennismaking met Kazakken<br />

Niet alleen het 18 jaar oude land is<br />

bijzonder, de mensen die er wonen<br />

hebben een lange en verscheiden geschiedenis.<br />

Dit levert een boeiende<br />

cultuur op met vele lagen en facetten. In<br />

een notendop wordt hier deze cultuur<br />

beschreven vanuit het oogpunt van<br />

Nederlandse jongeling.<br />

De grootste cultuurschok voor Nederlanders<br />

is het totale gebrek aan planmatigheid.<br />

Na aankomst op het vliegveld<br />

kan de agenda direct de prullenbak in.<br />

Ter illustratie, op maandag maak je een<br />

afspraak voor donderdag om 20.00 uur,<br />

wanneer je deze afspraak netjes nakomt<br />

hoef je van je tegenpartij niets dan<br />

opperste verbazing te verwachten. Ook<br />

mogelijk, morgen om 11.00 uur een<br />

zakelijke bespreking. Blijkt de volgende<br />

dag niet door te gaan; de partner moest<br />

plots op zakenreis of werk tniet meer bij<br />

het bedrijf. Dit gebrek aan agenda’s<br />

heeft één duidelijk voordeel, <strong>over</strong> het<br />

algemeen kunnen afspraken op zeer<br />

korte termijn gepland worden, waar je in<br />

Nederland tegen wekenlange volle<br />

agenda’s aankijkt.<br />

Tachtig jaar Soviet <strong>over</strong>heersing heeft<br />

nog duidelijke sporen nagelaten in het<br />

gedrag van de mensen. Initiatief of<br />

verantwoordelijkheid nemen is verre van<br />

vanzelfsprekend en “waarom?” vragen is<br />

uit den boze. Daarnaast is het men ook<br />

zeer terughoudend met het verstrekken<br />

van informatie. “Konfidentialna” is het<br />

gebruikelijke antwoord op een aanvraag<br />

van al dan niet openbare rapporten. Het<br />

wordt al snel als gevaarlijke bemoeizucht<br />

beschouwd, het risico dat eigen fouten<br />

boven water komen wordt te groot<br />

geacht. Daarnaast is kennis nog altijd<br />

een belangrijke machtsvorm voor de<br />

heersende elite en is kritiek onacceptabel.<br />

Daarom zijn eigendomsstructuren<br />

van bedrijven altijd zeer mistig en<br />

worden kritische journalisten en oppositieleden<br />

op hardhandige wijze de mond<br />

gesnoerd.<br />

Onder het Soviet sausje bevindt zich<br />

echter een hele bijzondere mengeling<br />

van volken en rassen die met elkaar trots<br />

zijn op hun land en zich hard maken om<br />

er iets van te maken. Zelfs in tijden van<br />

crisis blijft het Kazakhse optimisme en<br />

hun volhardendheid inspireren. Inmiddels<br />

zijn al vele jonge intelligente Kazakhen<br />

afgestudeerd op befaamde<br />

universiteiten in de Verenigde Staten, het<br />

Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de<br />

rest van de westerse wereld. Deze jonge<br />

elite wordt op vele posities in het open-<br />

bare en zakelijke leven geplaatst om het<br />

land snel en op eigen kracht te ontwikkelen.<br />

Vele van deze studenten hebben<br />

een westerse visie <strong>over</strong>genomen tijdens<br />

hun verblijf en kunnen op een goede<br />

zakelijke wijze het land vooruit helpen.<br />

Daarnaast zijn er ook die na terugkomst<br />

met het grootste gemak oude tradities<br />

<strong>over</strong>nemen. Zij doen al snel mee in het<br />

spelletje van corruptie en vriendjespolitiek.<br />

Deze eeuwige en <strong>over</strong>al doorgevoerde<br />

corruptie heeft een aantal zeer nadelige<br />

effecten op de inrichting van land en<br />

steden. Het bekleden van <strong>over</strong>heidsposities<br />

is een voorrecht dat zoveel mogelijk<br />

moet worden uitgebuit. Dan wel door<br />

het aannemen van steekkpenningen, dan<br />

wel door het verlenen van contracten<br />

aan vriendjes. Na het binnenlopen is het<br />

zaak snel weer weg te zijn voor de<br />

rampzalige resultaten van de acties<br />

zichtbaar worden. Deze <strong>over</strong>heidscultuur<br />

zorgt voor korte termijn visie bij<br />

ambtenaren en het gebrek aan iedere<br />

prikkel om de bevolking te faciliteren.<br />

Almaty Metro<br />

Het eerder genoemde gebrek aan planmatigheid<br />

leidt ook tot een ad-hoc<br />

cultuur, beslissingen worden uitgesteld,<br />

teruggedraaid en als dan uiteindelijk alles<br />

vast staat, moet het gisteren uitgevoerd<br />

zijn. Hierdoor verliest men bij zowel<br />

projecten als bedrijfsvoering de grote lijn<br />

uit het oog. Dit heeft tot gevolg dat<br />

allerhande ontwikkelingen, nog sterker<br />

TOPOS / 01 / 2009<br />

topos.indd 29 11-11-2009 17:07:09<br />

29


dan in Nederland, uit de tijd en uit<br />

budget lopen. Het meest aansprekende<br />

voorbeeld hiervan is de aanleg van de<br />

metro in Almaty, extra complex door de<br />

aardbevingsgevoeligheid van het gebied.<br />

De aanleg is gestart in 1988 toen Almaty<br />

1 miljoen inwoners had en daarmee,<br />

naar Soviet standaard, recht op een<br />

metro kreeg. Vervolgens is tijdens en na<br />

de ineenstorting van de Soviet Unie het<br />

project stil komen te liggen. Vanaf eind<br />

jaren negentig zijn verschillende pogingen<br />

gedaan om de het project weer op te<br />

starten, tot uiteindelijk in 2005 geld werd<br />

vrijgemaakt door de president. Sindsdien<br />

is de <strong>planning</strong> uitgelopen van 2008, tot<br />

Juli 2009 tot eind 2010 als streefdatum<br />

op dit moment. Al jaren wordt er 24 uur<br />

per dag, 7 dagen per week aan door<br />

gewerkt en verdwijnen er enorme<br />

hoeveelheden geld onder de grond en in<br />

de zakken van het uitvoerend management.<br />

Voorlopig is het enige resultaat<br />

een ondergronds museum met alle<br />

verschillende tunnel technieken van de<br />

afgelopen deccenia.<br />

Na twintig jaar heeft de locatie van de<br />

metro weinig meer te maken met wat er<br />

boven de grond gebeurd. De geplande<br />

lijn heeft echter nooit goed aangesloten<br />

op de bovenwereld. Een belangrijke<br />

bron van passagiersstromen is het<br />

centrale station van Almaty bij het eind<br />

station van de metro. Hier is echter geen<br />

enkele logische vorm van aansluiting<br />

ontworpen, de metro ligt op duizend<br />

meter van het station zonder heldere<br />

voetgangersroute. De metro is aangelegd<br />

waar het eenvoudig is, niet waar het<br />

nuttig is. Zo sterk zelfs dat de directeur<br />

van de metro verklaarde: “Ach die<br />

passagiersaantallen zijn allemaal niet zo<br />

belangrijk, het gaat erom dat we het<br />

kunnen bouwen.”<br />

Deze mentaliteit zorgt ervoor dat in<br />

allerlei ontwerpen alle noodzakelijke<br />

onderdelen voorkomen, maar dat het<br />

uiteindelijke gebruik geen rol van belang<br />

speelt. Een ander voorbeeld hiervan zijn<br />

moderne appartementen complexen<br />

30 TOPOS / 01 / 2009<br />

waar je na een half uur rondzwerven<br />

door keldergangen en garages erachter<br />

komt dat de uitgang zich ergens achter<br />

op de tweede verdieping bevindt.<br />

Werken in Kazachstan<br />

Voor een pas afgestuurde werknemer<br />

zijn er verschillende redenen om een<br />

buitenland positie met beide handen aan<br />

te grijpen. Aan de hand van mijn ervaringen<br />

in Kazachstan zal ik aangeven wat<br />

de mogelijkheden zijn die werken in het<br />

buitenland biedt en hoe dat in de praktijk<br />

uit pakt.<br />

Wonen en werken in een vreemde<br />

omgeving betekent regelmatig verast<br />

worden. Zo kan het gebeuren dat tijdens<br />

een bezoek aan een klant een rondstruinende<br />

cameraploeg geïnteresseerd raakt<br />

in wat een Nederlander vindt van de<br />

verkeersproblematiek in Almaty. Met als<br />

resultaat dat je drie weken later op<br />

nationale tv laat zien hoe je op de fiets<br />

door het verkeer in Almaty navigeert.<br />

Minder positieve verassingen horen ook<br />

bij het leven in het buitenland. Vanzelfsprekend<br />

zijn alle kleine ergernissen <strong>over</strong><br />

zaken die net wat anders of minder<br />

handig gaan dan we gewend zijn. Echt<br />

vervelend zijn de blakende corruptie en<br />

vriendjespolitiek die oprecht goede<br />

initiatieven onmogelijk maken.<br />

Zaterdagmiddag file<br />

Door al deze zaken mee te maken leer je<br />

op een unieke wijze het land en zijn<br />

bevolking kennen. Het gaat veel verder<br />

dan de oppervlakkige toeristische blik<br />

van een paar weken vakantie. Veelvuldig<br />

praten met lokale collega’s leert dat er<br />

ook een andere manier bestaat om tegen<br />

de wereld aan te kijken. Zo lees ik op<br />

een ochtend op de internetsite van een<br />

gerespecteerde Nederlandse krant dat<br />

Rusland Georgië is binnengevallen.<br />

Uitgebreid wordt beschreven hoe<br />

Rusland zijn spierballen laat zien ten<br />

koste van het arme, kleine Georgië. Een<br />

uur later bespreken we het voorval op<br />

het werk: “Belachelijk wat die Georgiërs<br />

hebben geflikt” blijkt de algemene<br />

mening onder het Kazakhse personeel.<br />

Zij staan nog immer rotsvast achter hun<br />

Grote Broer Rusland. De geschiedenis<br />

leert dat we allemaal iets te vroeg onze<br />

mening klaar hadden.<br />

Niet alleen voor de persoonlijke ontwikkeling<br />

is het goed om in een andere<br />

omgeving actief te zijn. Ook het werk is<br />

erg interessant en brengt perspectief<br />

voor de verdere carrière. Door als<br />

Europeaan hier te werken kun je iets<br />

bijdragen wat andere niet kunnen, je<br />

kunt dat doen want niemand anders<br />

doet en op die manier waardevol zijn.<br />

topos.indd 30 11-11-2009 17:07:10


Door deze unieke positie is het veel<br />

makkelijker om op een hoger niveau te<br />

werken, dit is een zeer waardevolle<br />

ervaring voor de rest van je leven.<br />

Buiten alle perspectieven voor de<br />

toekomst zijn ook de mogelijkheden<br />

tijdens het werk erg groot. Door de<br />

afstand tot leidinggevenden in Nederland<br />

krijg je veel meer vrijheid en verantwoordelijkheid.<br />

Sovjetmonument<br />

Een Nederlands bedrijf in Kazachstan<br />

Actief zijn in het buitenland betekent<br />

dat een bedrijf moet werken in een<br />

andere omgeving en op een andere wijze<br />

zijn product moet verkopen. Je moet als<br />

bedrijf goede redenen hebben om een<br />

dergelijke stap te zetten; winstmaximalisatie<br />

op de korte termijn is daarbij geen<br />

reëel vooruitzicht. De belangrijkste<br />

reden om actief te zijn buiten Nederland<br />

is dat het bedrijf een product te bieden<br />

heeft dat op de lokale markt niet beschikbaar<br />

is. Als adviseur op het gebied<br />

van stedelijke ontwikkeling en verkeer is<br />

dat duidelijk het geval in Kazachstan.<br />

Niet alleen heb je kennis in de aanbieding<br />

uit Nederland, ook onze aanpak en<br />

wijze van denken is anders. Daardoor is<br />

het mogelijk om hier bestaande pa-<br />

tronen te doorbreken en mensen op<br />

basis van onze ervaring te <strong>over</strong>uigen op<br />

een ander manier te werken.<br />

Zoals al eerder aangegeven, wordt er<br />

nauwelijks gepland door Kazakken. Zo<br />

wordt ook <strong>over</strong> landgebruik en stedelijke<br />

ontwikkeling niet strategisch nagedacht.<br />

Interessant hieraan is dat je van het<br />

product echt moet uitleggen waarom het<br />

nodig is. Dit is in sterk contrast met<br />

Nederland waar de <strong>over</strong>heid maar al te<br />

graag consultants inhuurt om zich het<br />

werk uit handen te laten nemen. Het is<br />

voor Nederlandse adviseurs erg nuttig<br />

om <strong>over</strong>tuigend aan te moeten tonen dat<br />

ze hun geld waard zijn. Door geconfronteerd<br />

te worden met een kritische<br />

klant, wordt je ook gedwongen datgene<br />

aan te leveren wat voor de klant het<br />

meest waardevol is.<br />

Ter illustratie, een stedelijke ontwikkelaar<br />

wil een vorm van hoogwaardig openbaar<br />

vervoer introduceren in zijn ontwikkeling.<br />

Hiertoe vraagt hij ons hoe duur een<br />

lightrail verbinding van 60 km met 4<br />

stations is. Monorail had de voorkeur<br />

maar dit was met een opgegeven prijs<br />

van 1 miljard dollar te duur. Het kost<br />

dan een aantal besprekingen om uit te<br />

leggen dat het beter is eerst te verzinnen<br />

wat er precies nodig is en welke verbinding<br />

economisch het meest interessant is.<br />

Dat bovendien, het type en de tracering<br />

van het openbaar vervoer samenhangt<br />

met de stedelijke ontwikkeling Als dit<br />

lukt, breng je een nieuwe aanpak naar<br />

het land en creëer je een monopolie<br />

positie voor jezelf; een zogenaamde<br />

win-win situatie. Dat dit ook beter is<br />

voor de ontwikkeling van een land waar<br />

veel geld en enthousiasme is maar<br />

weinig lange termijn-visie, kan worden<br />

gedemonstreerd aan de hand van een<br />

aantal schrijnende voorbeelden.<br />

Niet alleen de metro die nu aangelegd<br />

wordt, maar ook alle vervolg plannen<br />

voor Hoog kwalitatief Openbaar Vervoer<br />

houden geen rekening met stedelijke<br />

inrichting of aansluiting op andere<br />

modaliteiten. Het zakelijke centrum<br />

wordt totaal niet ontsloten onder het<br />

motto: “daar komen alleen rijke mensen<br />

en die gebruiken geen OV”. Hierdoor<br />

blijft OV veruit ondergeschikt aan<br />

privaat vervoer, iets wat in deze stad niet<br />

nodig hoeft te zijn. Het zal een zeer<br />

langdurig proces zijn om de nieuwe<br />

rijken ervan te <strong>over</strong>tuigen hun nieuwverdiende<br />

auto weer te laten staan voor<br />

openbaar vervoer. Wellicht helpt de<br />

invoer van goed OV in het armere deel<br />

van de stad. Wanneer Jan Modaal in een<br />

mooie tram lachend voorbij de zakenman<br />

in zijn Mercedes rijdt, kan het begin<br />

van een mentaliteitsverandering worden<br />

gemaakt.<br />

Een van de plannen van de gemeente<br />

om de kwaliteit van het OV te verbeteren<br />

is de aanschaf van nieuwe<br />

bussen om daarmee te gaan concurreren<br />

met bestaande private ondernemingen.<br />

Helaas ontbreekt ook hier de visie op<br />

busroutes, financiering en onderhoud.<br />

Daardoor valt te verwachten dat dit<br />

project niet genoeg geld op zal leveren<br />

om de bussen blijvend te kunnen exploiteren.<br />

Uiteindelijk zullen, net als acht<br />

jaar geleden bij een soortgelijke actie, alle<br />

TOPOS / 01 / 2009 31<br />

topos.indd 31 11-11-2009 17:07:11


P 32 TOPOS / 01 / 2009<br />

T<br />

Niet alleen het openbaar vervoer, maar corruptie die deze studies in de weg<br />

de ontwikkeling van de hele stad wordt staan. Kazachstan heeft nog een lange<br />

gevoed door opportunisme en gebrek weg te gaan en goed voorbeeld door<br />

aan een algemene strategie. Als reactie Nederlands bedrijfsleven zal daar zeker<br />

op ontwikkelingen in woningbouw en<br />

zakencentra legt de gemeente plakken<br />

asfalt en complexe fly<strong>over</strong>s aan. Maar<br />

doordat alle verkeersproblemen lokaal<br />

worden opgelost is het resultaat dat op<br />

netwerk niveau de meest idiote routes<br />

bij helpen.<br />

gebruikt moeten worden om van A Summary<br />

naar B te komen. Dit leidt tot meer Robert Jan ter Kuile worked between<br />

files, verkeersongevallen en luchtver- 2007 and 2009 for Witteveen+Bos, a<br />

vuiling.<br />

dutch company in Kazakhstan.<br />

Het ontwikkelde Almaty<br />

bussen binnen een jaar worden afgeschreven.<br />

Dit gebrek aan visie is niet<br />

alleen te wijten aan onkunde, maar heeft<br />

ook sterk te maken met de corruptie en<br />

Alle bovenstaande problemen zouden<br />

kunnen zijn voorkomen door van te<br />

voren met goed doordachte plannen<br />

aan het werk te gaan. Dit is de wijsheid<br />

die we hier proberen te prediken en<br />

Kazakhstan and its citizens have<br />

discarded any symptoms of plans<br />

and planned behaviour, after Soviet<br />

rule was disposed of in the 1990’s.<br />

He describes some of his clashes<br />

with a different system and reflects<br />

on what a dutch person and<br />

korte termijn belangen van gemeente langzaamaan komen er mensen die zich company can do when faced with<br />

ambtenaren.<br />

los weken uit het opportunisme en de this situation.<br />

Lijkt het je leuk om voor TOPOS als redacteur, beeldredacteur,<br />

vormgever/dtp-er of schrijver aan de slag te gaan?<br />

TOPOS zoekt altijd redactieleden!<br />

Bij TOPOS doe je interessante ervaring op en je inzet staat natuurlijk goed<br />

op je cv. Bovendien staat er tegen<strong>over</strong> jou enthousiaste instelling een hoop<br />

gezelligheid!!<br />

Wil je wat meer weten <strong>over</strong> TOPOS?<br />

Bekijk de website op www.toposonline.nl<br />

Kom je een keer mee vergaderen?<br />

Spreek één van de redactieleden aan of<br />

stuur een mailtje naar St.TOPOS@wur.nl<br />

topos.indd 32 11-11-2009 17:07:13<br />

GEZOCHT<br />

OS O


De toekomst van een adaptieve Afsluitdijk<br />

Een landschapsarchitectonisch ontwerp van een veilige Afsluitdijk<br />

die de unieke kwaliteiten van het gebied tot uitdrukking brengt<br />

De verwachte klimaatverandering<br />

heeft voor de inrichting<br />

van Nederland consequenties.<br />

In ons land wordt er<br />

dan ook op verschillende<br />

schalen gewerkt aan innovatieve<br />

manieren om in te spelen<br />

op het veranderende klimaat.<br />

Vooral op het gebied<br />

van water is Nederland hard<br />

bezig oplossingen te bedenken<br />

voor de problemen en de<br />

mogelijke potenties die het<br />

met zich meebrengt te gebruiken.<br />

Monique Sperling<br />

Masterstudente Lanscape Architecture<br />

moniquesperling@gmail.com<br />

http://moniquesperling-afstudeervak.hoog-land.nl/<br />

De Afsluitdijk beschermt op dit moment<br />

het achterland tegen <strong>over</strong>stromingen,<br />

maar deze zal het in de toekomst zwaar te<br />

verduren krijgen waardoor aanpassing<br />

noodzakelijk is. Er zijn diverse aandachtspunten<br />

die meegenomen moeten worden<br />

in het ontwerp van een aangepaste<br />

dam. Daarbij gaat het in eerste instantie<br />

om de veiligheid tegen het water, maar<br />

ook om de verbindende functie, de<br />

sluisfunctie, de ecologie en de beleving.<br />

Dit artikel speelt in op de toekomstige<br />

problemen van de Afsluitdijk en hoe deze<br />

op een landschappelijk architectonische<br />

manier kunnen worden opgelost.<br />

Redenen tot aanpassing van de<br />

Afsluitdijk<br />

De Afsluitdijk is in 1932 aangelegd met<br />

als doel het achterland te beschermen<br />

tegen het water van de toenmalige<br />

Zuiderzee. Door de aanleg van deze 32<br />

kilometer lange dam werd de kustlijn<br />

verkort waardoor het gebied veiliger<br />

werd. De aanleg van de dam betekende<br />

minder onderhoud aan dijken, waardoor<br />

het ook financieel een aantrekkelijk<br />

plan was.<br />

In tegenstelling tot wat zijn naam doet<br />

denken is de Afsluitdijk geen dijk maar<br />

een dam: ‘in een water gelegde waterkering’<br />

(VanDale, 2009). Het was<br />

dan ook een hele prestatie om deze<br />

dam aan te leggen midden in de toenmalige<br />

zee.<br />

Er is sinds 1932 veel veranderd. Op dit<br />

moment voldoet de dam niet meer aan<br />

1.<br />

4.<br />

7.<br />

10.<br />

2.<br />

5.<br />

de norm van de ‘Wet op de Waterkering’<br />

en door de verwachte klimaatverandering<br />

zal de dam in de toekomst<br />

met meer en meer problemen te maken<br />

krijgen. De klimaatverandering zal<br />

resulteren in meer stormen met meer<br />

en sterkere golven die op de dam<br />

inbeuken (fig. 1 en 2). Het water van de<br />

Noordzee zal, evenals het water van het<br />

IJsselmeer, stijgen door de toename van<br />

regen en het smelten van de ijskappen<br />

(fig. 3 en 4).<br />

Via de rivieren in Nederland wordt veel<br />

van het water vanaf midden Europa,<br />

door het IJsselmeer en de Waddenzee<br />

afgevoerd naar de Noordzee. De<br />

Afsluitdijk is hierbij een barrière voor<br />

de natuurlijke waterstroming (fig. 5).<br />

Tijdens eb wordt het water onder vrij<br />

verval van het IJsselmeer door de<br />

Afsluitdijk gespuid op de Waddenzee.<br />

Aangezien het niet duidelijk is in welke<br />

mate het water aan beide kanten van de<br />

dam zal stijgen, blijft de mogelijkheid<br />

tot het spuien onder vrij verval onzeker.<br />

(fig. 6). Als gevolg van bovenstaande<br />

komt er een gigantische druk van<br />

twee kanten op de dam en voldoet de<br />

dam niet meer aan de Wet op de Waterkering<br />

(fig. 7).<br />

Door de constructie van de Afsluitdijk<br />

zijn er problemen op ecologisch gebied<br />

ontstaan. In vergelijking tot de jaren<br />

dertig zijn onze ideeën <strong>over</strong> ecologie<br />

veranderd en worden er op dit moment<br />

verschillende negatieve effecten van de<br />

dam gezien. Zo is de dam een barrière<br />

3.<br />

6.<br />

8. 9.<br />

11.<br />

12.<br />

TOPOS / 01 / 2009 33<br />

topos.indd 33 11-11-2009 17:07:15


13. Openheid<br />

voor de natuurlijke waterstroming van<br />

het achterland naar de Noordzee en<br />

vormt de dam een abrupte scheiding<br />

tussen het zoete watersysteem van het<br />

IJsselmeer en het zoute watersysteem<br />

van de Waddenzee (fig. 8). Vissen die<br />

migreren tussen het zoete broedgebied<br />

en het zoute leefgebied stuiten op een<br />

niet passeerbare dam (fig. 9). Daarnaast<br />

zorgen de spuimomenten tijdens eb<br />

voor plotselinge flinke zoetwater<br />

inlaten in de Waddenzee. Verschillende<br />

zeedieren kunnen zich niet zo snel<br />

aanpassen aan deze veranderende<br />

omgeving. Het gevolg is dat zeedieren<br />

massaal sterven of ziektes krijgen zoals<br />

de zweren op de huid bij de bot (fig.<br />

10).<br />

Ook de beleving van het gebied is te<br />

verbeteren. Op het moment dat je in de<br />

auto <strong>over</strong> de dam rijdt is alleen het<br />

IJsselmeer te zien (fig. 11). Passanten<br />

hebben geen idee dat ze op een dam<br />

rijden die eigenlijk midden in zee ligt.<br />

15. Eenvoudig ontwerp<br />

34 TOPOS / 01 / 2009<br />

14. Lange dunne, bijna rechte lijn<br />

Ook voor de fietser is alleen het IJsselmeer<br />

zichtbaar. Daarnaast rijdt je als<br />

fietser tussen het hoogste deel van de<br />

dam en de snelweg waar auto’s met<br />

hoge snelheid voorbij razen (fig. 12).<br />

Hierdoor is het omliggende waterlandschap<br />

slecht te beleven, fietst men<br />

constant in het lawaai en wordt de<br />

lange lijn snel als saai ervaren.<br />

Achtergrond<br />

De Afsluitdijk is ontworpen door ir.<br />

Cornelis Lely. De dam zou het achterland<br />

dat de Zuiderzee omringde beschermen<br />

tegen <strong>over</strong>stromingen. Water<br />

vanaf de Zuiderzee zou door middel<br />

van sluizen naar de Waddenzee worden<br />

getransporteerd.<br />

Lely was niet de eerste en enige die met<br />

dit idee kwam. In 1667 had Stevin<br />

hetzelfde plan, maar op dat moment<br />

was het niet mogelijk deze plannen uit<br />

te voeren door de technische kennis<br />

van dat moment.<br />

16. Eenheid<br />

De Afsluitdijk zou de Zuiderzee afsluiten<br />

van de Waddenzee zodat een<br />

binnenmeer zou ontstaan: het later<br />

genoemde IJsselmeer. Het idee had<br />

meerdere voordelen:<br />

- De kustlijn zou worden verkort van<br />

300 naar 45 kilometer. Dit resulteerde<br />

in een hogere veiligheid en lagere<br />

onderhoudskosten;<br />

- Er zou een betere verbinding ontstaan<br />

tussen de provincies Noord-Holland<br />

en Friesland;<br />

- Een groot deel van laag Nederland<br />

zou worden beschermd tegen verzilting;<br />

- Het nieuwe zoetwater binnenmeer<br />

zou kunnen worden gebruikt voor<br />

drinkwater;<br />

- Het water van de Zuiderzee zou<br />

kunnen worden gecontroleerd waar<br />

door drainage van het omliggende<br />

gebied beter zou gaan;<br />

- Het aanleggen van polders zou ge<br />

makkelijker worden;<br />

topos.indd 34 11-11-2009 17:07:17


17. Interactie<br />

- De nieuwe polders zouden kunnen<br />

worden gebruikt voor nieuwe functies<br />

zoals wonen en agricultuur;<br />

- De constructie van de dam en de<br />

polders zou werkgelegenheid geven;<br />

- Het zou een interessante toeristen<br />

trekker worden.<br />

Het plan van Lely had ook negatieve<br />

consequenties, vooral voor de visindustrie.<br />

Door de aanleg van de dam zou<br />

het zoute ecosysteem veranderen in een<br />

zoet systeem. Het water van de rivieren<br />

zou namelijk nog steeds in het meer<br />

uitkomen, maar de invloed van de zee<br />

in het meer zou verdwijnen. Ondanks<br />

het veranderende ecosysteem en het<br />

hierdoor verdwijnen van de vissers ging<br />

de bouw van de dam door. Speciale<br />

bonden werden opgericht om de<br />

vissers te kunnen compenseren.<br />

Ook het ministerie van defensie was<br />

niet blij met de aanleg, de vijand kon<br />

namelijk nu gemakkelijker van oost<br />

naar west Nederland en vice versa.<br />

19. Icoon<br />

18. Contrasten<br />

Maar dat niet alleen, als de vijand de<br />

Afsluitdijk in handen zou krijgen<br />

zouden zij door de sluizen open te<br />

zetten half Nederland onder water<br />

kunnen zetten en onze Nieuwe Hollandse<br />

Waterlinie tegen onszelf gebruiken.<br />

Door een bocht in de dam te<br />

maken konden hier kanonnen worden<br />

gezet zodat er <strong>over</strong> de lengte richting<br />

van de dam kon worden geschoten.<br />

Hierdoor werd er toch ingestemd met<br />

het plan. Op 25 september 1933 werd<br />

de Afsluitdijk officieel geopend.<br />

De dam is nu een bijna rechte, dunne<br />

lijn van 32 kilometer lang en gemiddeld<br />

90 meter breed. Hij ligt rond 7,60<br />

meter boven N.A.P.. Over de Afsluitdijk<br />

loopt de snelweg A7 en een fietspad.<br />

De dam heeft verschillende<br />

bijzondere punten zoals de sluizen<br />

ontworpen door Roosenburg en het<br />

monument ontworpen door Dudok in<br />

de stijl van de ‘Nieuwe Zakelijkheid’. In<br />

20. Duurzame energie productie<br />

2005 lieten de sluiscomplexen in de<br />

dam 38.300 schepen door bij Den<br />

Oever (Stevinsluizen) en 45.800<br />

schepen bij Kornwerderzand<br />

(Lorentzsluizen). De voormalige<br />

werkeilanden Breezanddijk en Kornwerderzand<br />

zijn nog steeds aanwezig en<br />

toegankelijk voor publiek. De dam<br />

heeft ook cultuurhistorische waarde<br />

zoals de sluizen, het monument, de<br />

lichtopstand, de grenspaal en de<br />

peilschaalgebouwen.<br />

Ruimtelijke kwaliteit<br />

De <strong>ruimtelijke</strong> kwaliteit van de Afsluitdijk<br />

heeft veel te maken met maat,<br />

schaal, relaties en verhoudingen. Wat de<br />

kwaliteit van een gebied precies is, is<br />

afhankelijk van vele factoren en veranderd<br />

door de tijd. De kwaliteit van de<br />

Afsluitdijk en zijn omgeving heeft ook<br />

te maken met uniekheid. Rond de<br />

Afsluitdijk is er geen horizonvervuiling.<br />

Nergens in Nederland ervaar je een<br />

TOPOS / 01 / 2009 35<br />

topos.indd 35 11-11-2009 17:07:18


21. Situatie Afsluitdijk 2008<br />

22. Situatie kwelder 2025<br />

23. Situatie kwelder 2050<br />

24. Situatie kwelder 2100<br />

25. Situatie kwelder 2150<br />

26. Situatie kwelder 2200<br />

36 TOPOS / 01 / 2009<br />

dergelijke openheid. De grote schaal<br />

van het water lijkt eindeloos en resulteert<br />

in een ervaring van vrijheid (fig.<br />

13).<br />

De vorm en schaal van de dam is een<br />

<strong>ruimtelijke</strong> kwaliteit op zich. Wanner<br />

men <strong>over</strong> de lange, dunne, bijna rechte<br />

lijn van 3200 meter lang en 90 meter<br />

breed rijdt geeft dit een aparte ervaring.<br />

De dunne lijn gaat door de ruigte van<br />

de zee en verdwijnt in de horizon (fig.<br />

14).<br />

Het ontwerp is eenvoudig, maar doeltreffend,<br />

misschien is sober een beter<br />

woord. Het is gemakkelijk te lezen en<br />

te begrijpen. Het bestaat uit een rechte<br />

lijn met hieraan bijzondere punten die<br />

in een sequentie met elkaar zijn verbonden.<br />

(fig. 15). Het totale ontwerp vormt<br />

een eenheid. Het ritme, de vormen, de<br />

stijlen, de materialen en de kleuren<br />

passen prima bij elkaar (fig. 16). Naast<br />

de eenheid van het ontwerp, ligt de<br />

dam als een los element in zijn omgeving.<br />

Toch is er een spannende interactie<br />

met zijn context door de technische,<br />

artificiële uitstraling van een strakke lijn<br />

die letterlijk recht door zee loopt (fig.<br />

17). Op de dam zie je de kracht van de<br />

golven en voel je de wind rond de oren<br />

suizen, maar daarnaast voel je je veilig<br />

op deze dam, ook al ligt hij als een zeer<br />

dunne lijn in deze woelige, dynamische<br />

omgeving. Het contrast tussen de<br />

dynamische, natuurlijk ogende Waddenzee<br />

tegen<strong>over</strong> de statische, eenvoud<br />

van de dam geeft de plek zijn kwaliteit<br />

(fig. 18).<br />

De cultuurhistorische waarde van de<br />

Afsluitdijk behoort tot een ander type<br />

kwaliteit. De Afsluitdijk wordt namelijk<br />

gezien als een icoon (fig. 19). Het is een<br />

symbool voor de manier waarop de<br />

Nederlanders omgaan en leven met het<br />

water.<br />

Daarnaast is ook de mogelijkheid om<br />

duurzame energie op te wekken een<br />

potentie die als kwaliteit kan worden<br />

beschouwd (fig. 20). Rond de Afsluitdijk<br />

is er, in vergelijking tot de rest van<br />

Nederland, veel wind en zon. Maar<br />

vooral het feit dat zoet en zout water<br />

hier naast elkaar worden gevonden<br />

geeft de mogelijkheid om duurzame<br />

energie op te wekken door middel van<br />

osmose.<br />

Ontwerp<br />

Tijdens het ontwerpproces zijn er drie<br />

modellen ontwikkeld die aan de hand<br />

van ontwerprichtlijnen zijn beoordeeld:<br />

het ophogen van de dam, een natuurlijke<br />

barrière en een tweede dam voor<br />

de bestaande dam. Het model Natuurlijke<br />

Barrière bleek vanuit landschappelijk<br />

oogpunt het beste model te zijn.<br />

Dit model is verder uitgewerkt.<br />

De natuurlijke barrière moet aan<br />

verschillende eisen voldoen. Zo dient<br />

deze de dam te beschermen tegen het<br />

opkomende water en sterkere golven.<br />

Daarnaast is het van belang dat de<br />

<strong>ruimtelijke</strong> kwaliteit behouden en/of<br />

versterkt wordt. Het zou interessant<br />

zijn als de barrière zich natuurlijk zou<br />

opbouwen. Ook mag het zoetwaterreservoir<br />

van het IJsselmeer niet in gevaar<br />

komen, aangezien er in de toekomst<br />

waarschijnlijk een tekort komt aan<br />

drinkwater. Ook dient de natuurlijke<br />

barrière te passen in de huidige situatie<br />

van het gebied.<br />

Bij een ontwerp van de Afsluitdijk<br />

hebben we te maken met vijf type<br />

gebieden; de Afsluitdijk, de Waddenzee,<br />

het IJsselmeer, en de plekken waar de<br />

Afsluitdijk aanland: de kop van Noord-<br />

Holland en het westelijke deel van<br />

Friesland. Ieder gebied heeft zijn eigen<br />

identiteit. De natuurlijke barrière komt<br />

in de Waddenzee waardoor het van<br />

belang is rekening te houden met<br />

waterstromingen, zandplaten, waterdieptes,<br />

flora en fauna, etc.<br />

Kwelders voldoen aan bovenstaande<br />

beschrijving. Ze passen goed in de<br />

huidige situatie van de Waddenzee.<br />

Kwelders bouwen zich natuurlijk op,<br />

hebben een ecologisch hoge waarde en<br />

zijn op toeristisch gebied ook aantrekkelijk.<br />

De kwelder komt aan de<br />

noordzijde van de Afsluitdijk te liggen<br />

zodat golven vanaf de Waddenzee<br />

worden opgevangen voordat ze de dam<br />

bereiken. Helaas is het niet mogelijk de<br />

hele dam te beschermen met kwelders<br />

aangezien de bestaande watergeul<br />

Doove Balg in het oosten de Afsluitdijk<br />

bijna raakt. Kwelders zouden hier<br />

worden weggeslagen door de grote<br />

stroomsnelheid. Daarnaast is het door<br />

de diepte financieel en technisch niet<br />

aantrekkelijk dit gebied op te hogen.<br />

Het oostelijk deel van de Afsluitdijk<br />

vraagt dus om een andere aanpak. Dit<br />

wordt later uitgelegd. Zoals gezegd kan<br />

een kwelder zich natuurlijk opbouwen.<br />

Om op deze plek een kwelder te<br />

creëren is er wel wat hulp van de mens<br />

nodig. Met behulp van rijshoutdammen<br />

topos.indd 36 11-11-2009 17:07:28


27. Fietspad aan IJsselmeerzijde.<br />

en keileem kan een basis worden<br />

gemaakt. Omdat dit niet eerder is<br />

gedaan zal het gebied een onderzoeksgebied<br />

kunnen zijn waarin wordt<br />

gekeken of en hoe snel de kwelder zich<br />

opbouwt. Zo nodig kan het gebied<br />

worden geholpen door het storten van<br />

zand, of in later stadium het zaaien van<br />

zaden of begrazing. Hoe de kwelder<br />

zich kan opbouwen wordt weergegeven<br />

in figuur 21-26. Het kan gebeuren dat<br />

tijdens een grote storm een deel van de<br />

kwelder wordt weggeslagen. Daarom is<br />

het van belang dat de Afsluitdijk ook<br />

wordt opgehoogd. Door het bestaande<br />

fietspad te verplaatsen naar de zijde van<br />

het IJsselmeer worden er twee problemen<br />

opgelost (fig. 27 en 28). Ten eerste<br />

komt er hierdoor ruimte vrij waardoor<br />

de dam kan worden opgehoogd en ten<br />

tweede wordt de beleving van het<br />

waterlandschap voor de fietser vergroot.<br />

Tussen het fietspad en de snelweg<br />

wordt een verhoging aangelegd<br />

zodat de fietser geen hinder ondervindt<br />

van de snelweg en zijn lawaai. Deze<br />

verhoging wordt aangelegd met een<br />

helling van 36 graden, de optimale<br />

helling voor zonnepanelen. Deze<br />

panelen zouden <strong>over</strong> de totale lengte<br />

320 MW aan duurzame energie op<br />

kunnen wekken.<br />

Zoals eerder vermeld kan het oostelijk<br />

deel van de Afsluitdijk niet worden<br />

beschermd door kwelders omdat de<br />

Doove Balg hier stroomt. De Afsluit-<br />

28. Nieuwe situatie verhoging Afsluitdijk en verplaatsing fietspad.<br />

dijk wordt aan de noordzijde beschermd<br />

door artificiële riffen die bestaan uit<br />

basaltblokken. De hoogte van deze<br />

riffen is aangepast aan de waterstand<br />

van eb en vloed. Ze komen tijdens eb<br />

net boven de waterspiegel uit en tijdens<br />

vloed zijn ze niet te zien. Hierdoor<br />

wordt de dynamiek van het gebied<br />

duidelijk voor de bezoekers. Naast de<br />

beschermende functie hebben ze een<br />

tweede functie. Op het voormalige<br />

werkeiland Breezanddijk in het midden<br />

van de Afsluitdijk komt namelijk een<br />

osmosecentrale. Deze centrale gebruikt<br />

het zoete water uit het IJsselmeer en<br />

het zoute water uit de Waddenzee.<br />

Door middel van osmose kan hier 500<br />

MW aan energie worden opgewekt. Het<br />

afval van de osmose, brak water, wordt<br />

in het ontwerp gebruikt. Het brakke<br />

water wordt ten noorden van de Afsluitdijk<br />

geleidt naar de spuisluizen. In de<br />

zone tussen de riffen en de dam kan<br />

het brakke water zich mengen met het<br />

zoete water dat door de spuisluizen<br />

komt. Door gaten in de riffen komt het<br />

gemengde water de Waddenzee in.<br />

Migrerende vissen vinden deze waterstroming<br />

en zwemmen door deze<br />

gradiënt richting Breezanddijk alwaar<br />

zij door middel van een vistrap het<br />

IJsselmeer op kunnen.<br />

Om de openheid van het gebied rondom<br />

de Afsluitdijk te versterken als<br />

<strong>ruimtelijke</strong> kwaliteit is er gekozen om<br />

het contrast tussen openheid en beslotenheid<br />

te vergroten. Op de kop van<br />

Noord-Holland is dit gedaan door het<br />

bos uit te breiden. Door vanuit de<br />

polder door het dichte bos te rijden is<br />

de openheid van de Afsluitdijk vervolgens<br />

<strong>over</strong>weldigend. Op Friesland is<br />

gekozen de massa te creëren door<br />

windturbines. Deze vormen als het<br />

ware een dak boven het hoofd waardoor<br />

de beslotenheid wordt versterkt.<br />

De keuze voor een windturbinepark<br />

komt voort uit de huidige situatie waar<br />

al windturbines in voorkomen. De<br />

locatiekeuze en vorm van het windpark<br />

is gebaseerd op de landschappelijke<br />

opbouw van het gebied.<br />

Conclusie<br />

Door het gebruik van een landschapsarchitectonische<br />

benadering kan een<br />

integraal ontwerp bijdragen aan een<br />

veilige Afsluitdijk, die ook mooi is en<br />

adaptief aan de onvoorspelbare klimaatverandering.<br />

De ruimte-lijke<br />

kwaliteit van de open horizon, de lange,<br />

dunne, bijna rechte lijn en de contrasten<br />

komen tot uiting in het ontwerp.<br />

De voorgestelde ontwerp-oplossingen<br />

versterken elkaar en vormen een<br />

eenheid dat in de bestaande context<br />

past. Het ontwerp laat een multifunctionele<br />

Afsluitdijk zien waar de productie<br />

van duurzame energie en het vergroten<br />

van de ecologische waardes zijn<br />

geïntegreerd met het garanderen van<br />

veiligheid, het spuien en het zijn van<br />

een verbinding.<br />

Summary<br />

‘De Afsluitdijk’ protects the hinterland<br />

against flooding. Because of the<br />

expected climate change, the dam<br />

will not be able to fulfil this function<br />

in the future. Furthermore the dam is<br />

a barrier for the natural water flow,<br />

the migrating fish and in-between the<br />

fresh (IJsselmeer) and saline<br />

(Waddenzee) ecosystem. On the<br />

level of the dam itself the perception<br />

can be improved. By using salt<br />

marshes, and artificial reefs the dam<br />

is protected against strong waves.<br />

By raising the dam the dam is safe<br />

for high water levels. By moving the<br />

bicycle path to the other side of the<br />

highway the water can be<br />

experienced more. The spatial<br />

quality of the openness of the dam is<br />

strengthened by making mass at<br />

land. These masses are forest at<br />

Noord-Holland and wind turbines at<br />

Friesland.<br />

More information in English:<br />

http://moniquesperling-afstudeervak.<br />

hoog-land.nl/<br />

TOPOS / 01 / 2009 37<br />

topos.indd 37 11-11-2009 17:07:30


Groene steden, gezonde steden?<br />

Het belang van de inrichting van een groene stad<br />

In het kader van mijn afstudeervak<br />

van de masterstudie<br />

<strong>ruimtelijke</strong> <strong>planning</strong><br />

heb ik een onderzoek<br />

gedaan naar de invulling<br />

van groen voor gezondheid<br />

in steden. Het belang<br />

van groen in steden wordt<br />

steeds meer onderstreept<br />

als gevolg van uitkomsten<br />

uit diverse onderzoeken,<br />

onder meer uitgevoerd<br />

door Alterra in Wageningen<br />

en de Gezondheidsraad.<br />

Het was onduidelijk<br />

in hoeverre het onderwerp<br />

groen voor gezondheid<br />

leeft bij beleidsmakers en<br />

hoe er invulling aan wordt<br />

gegeven. Daarom heb ik<br />

hier voor Alterra onderzoek<br />

naar gedaan. De<br />

hoofdvraag tijdens het<br />

onderzoek was: Welke rol<br />

speelt groen voor gezondheid<br />

bij de planvorming en<br />

uitvoering in Nederlandse<br />

steden? Casestudieonderzoek<br />

in twaalf Nederlandse<br />

steden heeft een beeld<br />

opgeleverd <strong>over</strong> de hedendaagse<br />

praktijksituatie<br />

en hiermee aanknopingspunten<br />

gegeven voor<br />

verder onderzoek.<br />

Margreet Smit<br />

Masterstudente Spatial Planning<br />

Margreet.smit@wur.nl<br />

38 TOPOS / 01 / 2009<br />

Waarom groen voor gezondheid?<br />

Dat groen goed kan zijn voor de<br />

gezondheid kunnen we ons allemaal<br />

voorstellen. Echter, er zijn onderzoeken<br />

die deze hypothese versterken.<br />

Allereerst is groen van positieve invloed<br />

op stress en aandachtsmoeheid<br />

(De Vries e.a., 2003). Na een half uur<br />

mentale inspanning neemt de concentratie<br />

van het menselijk brein gemiddeld<br />

genomen af (Van den Berg, 2001).<br />

Het kijken naar groene elementen kan<br />

ervoor zorgen dat het menselijke brein<br />

weer oplaat, zodat er met betere concentratie<br />

kan worden verder gewerkt.<br />

Ook kan groen van positieve invloed<br />

zijn op stress, hoewel diverse onderzoeken<br />

elkaar hier<strong>over</strong> tegenspreken.<br />

Ten tweede kan groen de sociale contacten<br />

tussen mensen vergroten: groen<br />

als ontmoetingsplaats (De Vries, 2008).<br />

Een derde argument voor groen voor<br />

gezondheid is de ontwikkeling van<br />

kinderen. Buitenspelen is van positieve<br />

invloed op de motoriek en kan<br />

stoornissen, zoals ADHD beperken<br />

(RLG, 2008). Ook kan een groene<br />

omgeving lichamelijke beweging bevorderen,<br />

dit kan helpen om obesitas te<br />

bestrijden (Goossen e.a., 2001). Verder<br />

kan een groene omgeving het gedrag<br />

positief beïnvloeden: minder stress<br />

leidt tot minder irritatie en agressie.<br />

Ook leidt meer groen in de leefomgeving<br />

tot een groter omgevingsbewustzijn<br />

(RLG, 2008). Een ander argument<br />

is dat groen de productiviteit en creativiteit<br />

van werknemers ten goede kan<br />

komen. Het kijken naar groen leidt tot<br />

een betere concentratie en lunchwandelen<br />

(in het groen) kan het aantal<br />

gezondheidsklachten beperken (Van<br />

den Berg, 2001).<br />

Naast deze minder goed te meten<br />

voordelen zijn er beter meetbare<br />

voordelen. Luchtverontreiniging is hiervan<br />

een voorbeeld. Groen kan fijn stof<br />

en gassen afvangen. Ook kan groen in<br />

de stad hitte-eilanden tegengaan (Went,<br />

2007). Daarnaast kunnen met name<br />

bomen een belangrijke rol spelen in het<br />

dempen van geluid. Groen in steden<br />

kan ook economisch interessant zijn.<br />

Westerse landen besteden gemiddeld<br />

tien procent van hun nationale inkomen<br />

aan zorg (TNO, 2005). De gezondheidskosten<br />

door een gebrek aan<br />

beweging bedroegen in 2002 € 744<br />

miljoen in Nederland. Tevens is groen<br />

van positieve invloed op onroerend<br />

goed. Mensen vestigen zich graag in<br />

een groene omgeving en waar mensen<br />

zijn volgen bedrijven.<br />

topos.indd 38 11-11-2009 17:07:31


Stedenbouw<br />

In het verleden kende groen voor<br />

gezondheid ook al een plek in de<br />

stedenbouw. In de vooroorlogse tuinsteden<br />

was er bijvoorbeeld al ruimte<br />

voor groen gereserveerd. Tijdens de<br />

wederopbouw kwam er veel groen in<br />

woonwijken. Dit werd heel groots en<br />

monotoon aangelegd, met als resultante<br />

dat het groen rond deze bebouwing nu<br />

nog steeds weinig gebruikers kent.<br />

Vanaf de jaren ’70 werd groen voor<br />

bewoners in steden weer belangrijker<br />

gevonden. Om het groen in steden<br />

beter te kunnen waarborgen heeft de<br />

nationale <strong>over</strong>heid een richtlijn van 75<br />

m2 groen in de stad per woning<br />

ontwikkeld. Deze richtlijn staat verwoord<br />

in de laatste Nota Ruimte. Veel<br />

steden blijken niet aan de richtlijn te<br />

voldoen. Verder is het de vraag in<br />

hoeverre de kwaliteit van het groen van<br />

belang is voor de gezondheid. De<br />

steeds grotere diversiteit aan culturen in<br />

steden stelt mogelijk ook andere eisen<br />

aan de inrichting van groen.<br />

Uitkomsten casestudieonderzoek<br />

Rol betrokkenen<br />

Gemeenten en Gemeentelijke Gezondheidsdiensten<br />

(GGD) blijken, op basis<br />

van het casestudieonderzoek, de belangrijkste<br />

partijen te zijn ten aanzien<br />

van groen voor gezondheid in de stad.<br />

Provincies spelen voornamelijk een rol<br />

voor het groen aan de randen van<br />

steden en het buitengebied. Woningbouwcorporaties<br />

blijken zich naast<br />

beheer, weinig met het groen bezig te<br />

houden; groen voor gezondheid lijkt<br />

geen belangrijke zaak. Gemeenten<br />

kennen in de meeste gevallen een<br />

regierol ten aanzien van het onderwerp<br />

groen voor gezondheid. Binnen de<br />

gemeente neemt de afdeling groen of<br />

<strong>ruimtelijke</strong> ordening in alle onderzochte<br />

steden het voortouw. Afdelingen zoals<br />

sport en welzijn worden vaak aan de<br />

zijlijn betrokken. Enkele GGDen die<br />

aangeven met het onderwerp bezig te<br />

zijn doen vooral onderzoek voor<br />

gemeenten en/of participeren in<br />

stedelijke groenprojecten.<br />

Motivatie<br />

Groen wordt nooit voor gezondheid<br />

alleen ontwikkeld en maakt vaak ook<br />

onderdeel uit van duurzaamheidbeleid.<br />

De meer integrale werkwijze die gemeenten<br />

de laatste jaren hanteren heeft<br />

bijgedragen aan het actueler maken van<br />

groen en gezondheid als thema binnen<br />

de organisatie. De klimaatverandering<br />

is voor sommige steden aanleiding om<br />

meer groen in de stad te realiseren. In<br />

Zuid- en West-Nederland wordt de<br />

luchtkwaliteit als belangrijk argument<br />

gebruikt. In Noord- en Oost-Nederland<br />

wordt meer nadruk gelegd op<br />

argumenten zoals leefbaarheid, ontwikkeling<br />

van kinderen en de mogelijkheid<br />

tot bewegen.<br />

Invulling<br />

Over de invulling van groen voor<br />

gezondheid wordt meestal alleen<br />

nagedacht op hoofdlijnen. De integrale<br />

benadering van groen zorgt volgens de<br />

geïnterviewden voor een duurzame<br />

stedenbouw, maar een meetinstrument<br />

ontbreekt in de meeste gevallen. Uit<br />

enquêtes van gemeenten onder bewoners<br />

blijkt dat groen in de stad zeer<br />

hoog wordt gewaardeerd, dit betekent<br />

dat er voldoende draagvlak onder de<br />

bevolking is voor groenbeleid. Enkele<br />

gehoorde minpunten van beleidsmakers<br />

zijn de financiering van groen, het<br />

ontwerp van groen dat niet goed is<br />

afgestemd op de bewoners en de<br />

interne samenwerking tussen de gemeentelijke<br />

afdelingen. Zowel GGDen<br />

als gemeenten geven aan dat de gezondheidszorgsector<br />

zeer evidencebased<br />

werkt, hierdoor is deze sector<br />

moeilijk te bewegen voor deelname aan<br />

groen voor gezondheid. Ondanks dat<br />

er een hoop onduidelijkheden bij<br />

gemeenten en GGDen bestaan <strong>over</strong><br />

concrete invulling van groen voor<br />

gezondheid, geven velen aan geen<br />

specifieke behoefte aan meer onderzoek<br />

te hebben. Enkele behoeften voor<br />

vervolgonderzoek die wel werden<br />

genoemd zijn: de rol van identiteit van<br />

een plek in relatie tot gezondheid,<br />

hardere argumenten voor de effecten<br />

van groen op luchtkwaliteit en meer<br />

duidelijke richtlijnen voor <strong>ruimtelijke</strong><br />

inrichting van groen ten aanzien van<br />

bewegen en psychische gezondheid.<br />

Het belang van groen voor gezondheid<br />

in de stad wordt door alle geïnterviewden<br />

onderstreept.<br />

39<br />

TOPOS / 01 / 2009 39<br />

topos.indd 39 11-11-2009 17:07:32


Conclusies en aanbevelingen<br />

Een duurzaamheidbeleid of een groenbeleid<br />

vormt vaak de paraplu van het<br />

beleid waar groen voor gezondheid<br />

onder valt. De grote van de stad is niet<br />

van invloed op dit beleid. Opvallende<br />

invullingen van groen voor gezondheid<br />

zitten onder meer in structuren, groenafstanden,<br />

integratie met andere onderwerpen<br />

en innovatieve invulling van<br />

groen. De stad Leeuwarden ontwikkelt<br />

onder meer het ommetjesproject,<br />

waarbij groene wandelpaden door de<br />

gehele stad worden aangelegd. Ook<br />

worden er in deze stad nieuwe volkstuincomplexen<br />

aangelegd om depressie<br />

en <strong>over</strong>gewicht tegen te gaan. Veel<br />

steden in het zuiden van Nederland<br />

leggen een focus op groen in, op en<br />

rond gebouwen. Ook is gebleken dat<br />

een stad, zoals Rotterdam, door het<br />

“groenjaar 2008” een belangrijke<br />

impuls heeft gegeven aan groen in de<br />

stad en hiermee de aandacht voor<br />

groen en gezondheid ook is<br />

toegenomen bij zowel beleidsmakers<br />

als andere organisaties.<br />

Bij de GGD is een landelijke werkgroep<br />

groen en gezondheid opgericht.<br />

Deze werkgroep heeft tot doel om de<br />

kennis die er is <strong>over</strong> dit onderwerp te<br />

delen en de visie van de GGD te<br />

verwoorden. Tevens bestaan er landelijke<br />

kennisnetwerken, zoals groenforum<br />

Nederland en groen in de stad die zich<br />

met groen voor gezondheid bezig<br />

houden. Er bestaat mogelijk een gevaar<br />

dat de kennis die bij deze netwerken<br />

beschikbaar is onvoldoende wordt<br />

gedeeld en daarom kan een centralere<br />

sturing van een ministerie mogelijk<br />

wenselijk zijn. Het de vraag of de<br />

<strong>over</strong>heid alleen in groen voor gezondheid<br />

moet voorzien, zoals dat nu het<br />

geval lijkt te zijn. De <strong>over</strong>heid zou het<br />

bedrijfsleven kunnen stimuleren om<br />

hier meer rekening mee te houden,<br />

door financiële middelen en/of wet- en<br />

regelgeving.<br />

Sommigen gemeenten hanteren een<br />

conceptuele benadering ten aanzien van<br />

40 TOPOS / 01 / 2007<br />

groen, zoals Breda, Eindhoven en<br />

Venlo. Hierbij gaat het respectievelijk<br />

om ecotouch/ecotech, output/outcam<br />

en cradle to cradle. Er blijkt één woningbouwcorporatie<br />

te zijn die zich in<br />

het beleid expliciet wil bezig gaan<br />

houden met groen en hiertoe een<br />

groenvisie op gaat stellen, dit is de<br />

landelijke opererende organisatie<br />

Mooiland Vitalis. De besluitvorming<br />

omtrent groen in Tilburg is als bijzonder<br />

aan te merken, omdat er een<br />

adviescommissie stedelijk groen is die<br />

de gemeente onafhankelijk adviseert<br />

<strong>over</strong> plannen.<br />

Beleid ten aanzien van groen voor<br />

gezondheid kan ook te ver doorslaan,<br />

waarbij de <strong>over</strong>heid te veel wil beschermen<br />

door stringente wet- en regelgeving.<br />

Kinderen kunnen hierdoor bijvoorbeeld<br />

niet meer leren wat gevaarlijk is.<br />

Bij burgers bestaan soms ook bezwaren<br />

tegen groen, vaak i.v.m. allergieën en<br />

veiligheid van kinderen.<br />

In het verleden waren werk, thuis en<br />

<strong>over</strong>ige activiteiten gescheiden. Er vindt<br />

momenteel een steeds grotere integratie<br />

van deze aspecten plaats. Ontwikkelingen<br />

in communicatietechnologie in<br />

combinatie met o.a. fileproblemen<br />

hebben geleid tot een grotere groep<br />

thuiswerkende Nederlanders. Deze<br />

ontwikkeling onderstreept het belang<br />

van een aantrekkelijke woonwijk,<br />

omdat hier meer tijd wordt doorgebracht.<br />

In het verre verleden was er<br />

trouwens ook al sprake van integratie<br />

van deze onderwerpen. Denk aan<br />

Storck in Hengelo en Philips in Eindhoven;<br />

beide bedrijven ontwikkelden<br />

groen voor de werknemers.<br />

Een ander opmerkelijk punt is dat de<br />

geïnterviewden <strong>over</strong> het algemeen<br />

hebben aangegeven geen behoefte aan<br />

meer onderzoek te hebben, terwijl er<br />

aan de andere kant veel onduidelijkheden<br />

zijn. Dit vraagt naast een nauwere<br />

samenwerking tussen wetenschap<br />

en praktijk, mogelijk ook om de<br />

ontwikkeling van een concept t.a.v.<br />

groen voor gezondheid. Inrichtingscriteria<br />

staan vaak al geformuleerd in<br />

bestaand beleid. Daarnaast hebben<br />

grotere gemeenten <strong>over</strong> het algemeen<br />

voldoende expertise in huis om zelf<br />

passende inrichtingscriteria te ontwikkelen<br />

bij een concept. Het concept<br />

geeft daarbij een waarborg voor een<br />

bepaalde mate van aandacht voor het<br />

onderwerp groen voor gezondheid.<br />

topos.indd 40 11-11-2009 17:07:32


Mogelijk leidt dit ook tot een andere<br />

rolverdeling en/of invulling door<br />

betrokkenen. Woningbouwcorporaties<br />

zijn bijvoorbeeld ten aanzien van het<br />

onderwerp groen en gezondheid (nog<br />

niet) actief evenals waterschappen. De<br />

aandacht voor groen in de stad zal<br />

waarschijnlijk nog meer toenemen,<br />

aangezien de verwachting is dat de<br />

huidige argumenten niet zullen verdwijnen;<br />

eerder zullen toenemen in<br />

hevigheid.<br />

In het verleden werden parken<br />

hoofdzakelijk gebruikt voor wandelen<br />

en fietsen, momenteel is het gebruik<br />

veel diverser. Zo is 10% van de bezoekers<br />

aan een park in 2009 aan het werk<br />

(Low e.a., 2005). Het gaat hierbij<br />

voornamelijk om het doorlezen van<br />

teksten en het opdoen van inspiratie.<br />

Vooral hoger opgeleiden maken op<br />

deze wijze gebruik van een park. Ook<br />

hebben parken in steden een enorme<br />

aantrekkingskracht op bewoners en<br />

waar zich graag mensen vestigen volgen<br />

de bedrijven. Het concept park lijkt<br />

daarmee zeer belangrijk te zijn in het<br />

kader van groen voor gezondheid en<br />

het lijkt of dit momenteel niet zo wordt<br />

gezien door beleidsmakers. Een aanbeveling<br />

is dan ook om parken centraler<br />

te laten staan in de <strong>ruimtelijke</strong><br />

plan- en uitvoering. Een andere aanbeveling<br />

is om de omgeving van een<br />

groenplek meer in het ontwerp te<br />

betrekken. Op basis van de bestudeerde<br />

plannen lijkt het alsof dit in veel gemeenten<br />

onvoldoende gebeurt. Ook<br />

kunnen elementen die de sociale interactie<br />

bevorderen, zoals speeltuinen<br />

goed op scheidingen tussen groen en<br />

woonwijken of scheiding woonwijk-<br />

woonwijk worden geplaatst om te<br />

interactie te bevorderen. Verder is niet<br />

alles zichtbaar dat bij kan dragen aan<br />

een gezonde woonwijk, zoals veiligheid<br />

en sociale cohesie. Sleutelfiguren in een<br />

wijk, zoals buurtwerkers en politie<br />

zouden daarom een grotere rol kunnen<br />

spelen in het ontwerp. De gemeente<br />

Assen heeft onder meer het belang<br />

hiervan aangegeven. Ook kan de<br />

<strong>ruimtelijke</strong> <strong>planning</strong> in Nederland meer<br />

gebruik maken van onderzoek en<br />

strategieën uit andere disciplines, zoals<br />

de bedrijfskunde en marketing. Ter<br />

illustratie het volgende voorbeeld. In<br />

supermarkten wordt onder meer<br />

gebruik gemaakt van de ‘dwell time’<br />

strategie 1 en de strategie waarbij basisvoeding<br />

is verspreid door de winkel.<br />

Deze strategieën zouden ook meer in<br />

de openbare ruimte kunnen worden<br />

gehanteerd, zodat men o.a. een langere<br />

tijd moet bewegen en een grotere kans<br />

heeft op het ontmoeten van andere<br />

mensen. Groene plekken worden onder<br />

meer ontwikkeld voor gezondheid: zijn<br />

het juist de gezondere mensen die naar<br />

deze plekken toekomen? Bepaalde<br />

plekken trekken bepaalde mensen aan,<br />

daarom is het juist bij groen van belang<br />

om het sterker te vervlechten door de<br />

stad heen en niet alleen te concentreren<br />

op bepaalde plekken of in hoofdstructuren.<br />

Hierdoor zullen ook niet gebruikers<br />

en laaggebruikers van groen er<br />

minder makkelijk omheen kunnen.<br />

Groen is immers gezond en dat kan<br />

niet worden genegeerd door beleidsmakers<br />

en bewoners van de stad.<br />

1 Dwell time: iemand zo lang in een bepaald gebied<br />

houden door een aantrekkelijke omgeving.<br />

Literatuur<br />

Berg, A. E. van den, en Van den Berg, M .M. H.<br />

E., 2001. Van buiten word je beter; een essay <strong>over</strong><br />

de relatie tussen natuur en gezondheid.<br />

Wageningen: Alterra.<br />

Goossen, C. M., Hoogeveen, Y. R., Jansen S., Snep,<br />

RPH, 2001. Natuur in en om de stad. Wageningen,<br />

Alterra.<br />

Low, S. M., Scheld, S., Taplin, D. , 2005. Prospect<br />

Park. Diversity at Risk. Chapter 3 in: Rethinking<br />

urban parks: Public space & cultural diversity<br />

(Austin, Tex., University of Texas Press), pp.37-68.<br />

RLG, 2008. Groen opgroeien! Advies <strong>over</strong> meer<br />

samenhang in groen jeugdbeleid.<br />

Vries, de S., Groenewegen, R. A., Spreeuwenberg,<br />

P. P., 2003. Natural Envrinoments- Healthy<br />

Environments? An exploratory analyses of the<br />

relationship between green space and health.<br />

Environment and Planning, A, 35 pp.1717-1731.<br />

Vries, de S., Winsum-Westra M. van, Vreke J. &<br />

Langers F., 2008. Jeugd, <strong>over</strong>gewicht en groen.<br />

Nadere beschouwing en analyse van de mogelijke<br />

bijdrage van groen in de woonomgeving aan de<br />

preventie van <strong>over</strong>gewicht bij schoolkinderen.<br />

Wageningen.<br />

TNO, 2005. Gezondheidseconomisch onderzoek<br />

- Kosten en baten in perspectief.<br />

Went, E., 2007. Hittestress. Vrom.nl, Vol.9 Nr.5<br />

pp. 14-21.<br />

Summary<br />

The last years green for health in<br />

cities is becoming a topic of greater<br />

interest due to some publications of<br />

e.g. Alterra and the Dutch Health<br />

Council. Green has restorative<br />

effects on attention and stress. Also,<br />

it has positive influences on the<br />

development of children, the social<br />

interaction between human beings,<br />

the psychical movements and the<br />

attitude. Even employers are more<br />

creative and productive in green<br />

environments. The main question<br />

during this research was: Which role<br />

has green for health in the Dutch<br />

spatial <strong>planning</strong> of cities? Case<br />

study research shows that<br />

municipalities and Municipal Health<br />

Services (GGDen) are the most<br />

important actors dealing with this<br />

topic and that the completion in<br />

cities is very different.<br />

TOPOS / 01 / 2009 41<br />

topos.indd 41 11-11-2009 17:07:33


A Delicious Leisure Activity<br />

Spatial resistance to heteronormativity in public spaces<br />

In 2005 I wrote a bachelor<br />

thesis with as subject gay<br />

meeting places. By the<br />

time I had to make a<br />

choice what subject to<br />

take on for my master thesis<br />

Leisure, Tourism and<br />

Environment I decided to<br />

develop my bachelor thesis<br />

into a master thesis.<br />

This seemed and turned<br />

out to be a scientifically<br />

and empirically challenging<br />

subject rarely researched<br />

in terms of leisure<br />

and environment. In<br />

this thesis I provide an<br />

insight in the phenomena<br />

of gay meeting places as<br />

acts of resistance against<br />

the heteronormative nature<br />

of public space. Besides, I<br />

aim to achieve understanding<br />

for these kind of leisure<br />

places.<br />

Maartje Bulkens<br />

MSc student Leisure, tourism & environment<br />

Researcher at Socio-Spatial Analysis &<br />

Alterra – Research Institute<br />

Maartje.Bulkens@wur.nl<br />

42 TOPOS / 01 / 2009<br />

Background<br />

In 2005 I wrote a bachelor thesis about<br />

gay meeting places (GMP’s) in the<br />

Netherlands. More than three years<br />

later, I decided to take on the subject<br />

again encouraged by two main arguments.<br />

Firstly, recent scientific research<br />

shows that 90% to 95% of the Dutch<br />

population accepts same-sex relations<br />

as a way of living as long as homosexuals<br />

adhere to the dominant behavioural<br />

codes of heterosexual society (Keuzenkamp<br />

et al., 2006), this especially<br />

involves behaviour in public spaces.<br />

An example of this behaviour is that<br />

people find it more offensive when<br />

people of the same sex kiss in public,<br />

than when this happens between<br />

people of different sexes. In general,<br />

people tend to have problems with the<br />

visibility and expression of homosexuality<br />

in public, in the media, etc. (SO-<br />

CON 1 , 2000; van Wijk et al, 2005). This<br />

concern with the visibility of homosexuality<br />

is what Keuzenkamp et al.<br />

(2006) call modern homo-negativity. In<br />

addition, it becomes clear when we take<br />

a closer look at the results of the<br />

research by Keuzenkamp et al. (2006)<br />

that shows that 9% of the Dutch population<br />

rejects male homosexuality, 11%<br />

perceives homosexual men not as ‘real<br />

men’, 21% states that homosexuality is<br />

unnatural, and 13% thinks that male<br />

same-sex sex is ‘just wrong’ or ‘disgusting’<br />

(Buijs, et al., 2008). More in<br />

general it can be concluded that there is<br />

a more negative attitude towards<br />

homosexual men, than to lesbian<br />

women (Herek, 1988, 2000; Keuzenkamp<br />

et al., 2006). All these results<br />

indicate that homosexuality in the<br />

Netherlands is tolerated, however<br />

under certain conditions and to a<br />

particular degree. This general conclusion<br />

is the main reason to research gay<br />

meeting places as a spatial expression<br />

of male homosexuality within a predominant<br />

heteronormative, or as you<br />

like homo-negative, society. The wish is<br />

to provide a better understanding for<br />

these expressions of sexuality within<br />

1 SOCON: sociaal-culturele ontwikkelingen in Nederland<br />

(social-cultural developments in the Netherlands)<br />

public space, in reaction to the heteronormative<br />

nature of our public spaces<br />

with this thesis.<br />

The second reason for taking on this<br />

subject is of a more scientific nature,<br />

however linked to the first reason, it is<br />

only since the last decennium that<br />

research has been conducted into the<br />

trialectical relation between space,<br />

sexuality and leisure (see for example:<br />

Binnie & Valentine, 1999; Browne,<br />

2007; Hubbard, 2008; Jenkins & Pigram,<br />

2003; Pritchard, et al., 2002;<br />

Skeggs, 1999). With this research<br />

focusing on all three aspects as described<br />

above a contribution is delivered<br />

to the emerging body of work<br />

within the already established research<br />

inquiry connecting leisure with geographies<br />

of sexuality. Besides, it was and<br />

still is a great challenge to scientifically<br />

approach a rather ‘banal’ use of public<br />

space for leisure purposes through a<br />

critical engagement with both the<br />

spatial phenomenon, the users of gay<br />

meeting places, as well as with theoretical<br />

insights of different thinkers challenging<br />

the taken-for-granted heterosexual<br />

nature inherent in society. This<br />

challenge will be the focus of this<br />

article, as it is the main part of this<br />

thesis project.<br />

This research is (partly) framed by two<br />

key thinkers on both sexuality and<br />

space, to know Michel Foucault and<br />

Henri Lefebvre. First the main arguments<br />

of Foucalt and Levebre are<br />

introduced. Followed by a theoretical<br />

discussion and the empirical insights<br />

gained through in-depth interviews<br />

with users of gay meeting places. In the<br />

last section a short conclusion by<br />

combining the earlier discussed theoretical<br />

and empirical insights will be<br />

given.<br />

The theoretical challenge<br />

Michel Foucault analysis and challenges<br />

common sense understandings sexuality<br />

present within contemporary society<br />

in order to challenge and resist these.<br />

In his work ‘History of Sexuality’<br />

topos.indd 42 11-11-2009 17:07:33


The Haagse Bos is one of the oldest gay<br />

meeting places in the Netherlands, existing<br />

for more than hundreds of years<br />

(1984) Foucault analyses how sexual<br />

oppression in the Victorian age became<br />

a mechanism for the formulation of<br />

discourses of sexuality, which he calls<br />

the ‘scientia sexualis’, in which sex<br />

itself became a discourse rather than<br />

the creation of silence around sexuality.<br />

Power was not exercised through<br />

censorship, instead power was exercised<br />

through an incitement to speak about<br />

one’s sexuality within different settings<br />

ranging from the confessional to<br />

schools to the doctor’s office, and<br />

further. People were forced into a<br />

practice of truth telling in one of the<br />

administrations of life directed at<br />

sexual practices. The regulative discourse<br />

of sexuality spread out <strong>over</strong> the<br />

whole social body in the Victorian age.<br />

Thus, the deployment of sexuality was<br />

the predominant mode of power<br />

within modern times. Sexuality became<br />

a legitimate subject for research caught<br />

up in the production of ‘regimes of<br />

truth’. These historical conventions had<br />

as an effect that people became in<br />

some sense their sexual preference, the<br />

sex of the person we have sex with<br />

determines to which category we<br />

belong (Mills, 2003). This is best reflected<br />

in the explanation of homosexuality<br />

given by Karl Heinrich Ulrich,<br />

who explained in the midst of the<br />

nineteenth century homosexuality 2 in<br />

terms of men having feminine souls,<br />

who feel attracted to men with masculine<br />

souls. This is what he came to call<br />

‘urning’ (Hekma, 2007). Most doctors<br />

adhered to the idea of Ulrich, and what<br />

was seen as a sin, became perceived as<br />

a pathology of men with feminine<br />

souls. Accordingly, Freud, one of the<br />

founders of psychoanalysis, argues that<br />

we either identify ourselves with a<br />

particular sex or we are attracted to this<br />

particular sex, only these two relations<br />

are possible. If you as a man are attracted<br />

to other men, Freud would<br />

argue that this is because you identify<br />

yourself with women (Klages, 1997).<br />

These developments led to a conceptualisation<br />

of homosexuals as inverts,<br />

people who are pathologically perverse.<br />

Within a system of repressive discourses<br />

on sexuality and a system of biopolitics,<br />

homosexuality has become a<br />

social disease. The discourse of homosexuality<br />

was used to give a description<br />

of a group of people who needed to<br />

be controlled and disciplined, which<br />

simultaneously led to marginalized<br />

groups becoming aware of the need for<br />

emancipation (Foucault, 1984).<br />

Foucault challenges these theories of<br />

biological determinism. Foucault shows<br />

through his analysis of sexuality as<br />

discourse that the common sense<br />

notions of sexuality and appropriate<br />

sexual behaviour and desires are the<br />

result of historical conventions. He<br />

explains sexuality not in terms of sex,<br />

but in terms of a historical construct<br />

associated with modernity, thereby<br />

destabilising these notions, as things<br />

could have been different. Or as<br />

McHoul and Grace (1993, 121) argues<br />

“Foucault’s arguments open up the<br />

possibility that sexual difference can be<br />

something other than the sexualised<br />

version of it we have inherited, and<br />

that the bodily differences between<br />

men and women can be conceived as<br />

something other than sexual difference.”<br />

Thus, the binary logic between heterosexuality<br />

and homosexuality is an<br />

artificial, or better said discursive one,<br />

when we consider the theoretical<br />

insights of Foucault. However, this<br />

seemingly natural distinction between<br />

the sexualities is constantly inscribed<br />

into space, this is better known as the<br />

sexualisation of space. Sexualisation of<br />

space not only serves to maintain space<br />

as inherently heterosexual, but it also<br />

leads to the maintenance of heterosexual<br />

hegemony as natural, normal<br />

and appropriate. This can be explained<br />

by making use of the insights of the<br />

French sociologist Henri Lefebvre.<br />

Lefebvre introduces a conceptualisation<br />

of space articulating how space is<br />

inscribed with power relations and<br />

ideologies, having its influence on our<br />

everyday lived spaces. Lefebvre distinguished<br />

in his work ‘The Production of<br />

Space’ (1991) the following trialectical<br />

relation of space:<br />

- Representations of space: this is<br />

conceived space, as conceptualised by<br />

those who plan, map and design<br />

space. The representations of space<br />

are the dominant spaces of any<br />

society concerned with ideology,<br />

power and knowledge. These are the<br />

spaces of bureaucrats and planners.<br />

- Spaces of representation: these are<br />

the directly lived spaces of people<br />

made up by the space of everyday<br />

experience. It uses the physical objects<br />

found in space as symbolisations of<br />

lived experience and for the produc<br />

tion of meaning.<br />

- Spatial practices: these are related to<br />

perceived space or spaces as we make<br />

sense of these and everyday ordinari<br />

ness. These spaces are a mediation<br />

between the two other forms of space<br />

translated into everyday experiences<br />

and routines.<br />

The relations between, respectively, the<br />

perceived, conceived and lived space<br />

are not ever stable, nor are they artificial<br />

or linear. The representations of<br />

space or conceived spaces, are the<br />

dominant representations of space<br />

within society. The conceived is an<br />

abstract space, which is usually the<br />

dominant representation of space<br />

within society. This abstraction of<br />

space becomes objectified and is the<br />

product of a materialization of what is<br />

2 The word homosexual appears for the first time in 1868 in a letter from the author Károly Mária Kertbeny to Ulrichs. He derived the word homosexual from the Greek word ‘homos’<br />

(the same) and the Latin root ‘sexualis’. Later he used the word in two anonymous pamphlets in which he criticised the laws that criminalised same-sex sexual activities. The word<br />

heterosexuality appears for the first time in one of his writings in 1880 (glbtq 2004)<br />

TOPOS / 01 / 2009 43<br />

topos.indd 43 11-11-2009 17:07:34


conceived as space (Lefebvre, 1991), in<br />

this sense the dominant conceptualisations<br />

of space are transformed into our<br />

lived spaces, or spaces of representation.<br />

The implication of this process<br />

results in omnipresent power structures<br />

inscribed by the most dominant groups<br />

within a society, constraining, structuring,<br />

disciplining us all at different<br />

spatial levels. In the case of this research<br />

the most important implication<br />

is that space is structured around and<br />

inherently inscribed with the hegemonic<br />

position of heterosexuality in our<br />

society, and experienced as such by<br />

non-heterosexual individuals. Effects<br />

and reasons for the production of<br />

heterosexual spaces, Browne suggests,<br />

are “[h]omophobia, heterosexism, and<br />

heteronormativity, and the fear of these<br />

discriminations” (2007, 996). Many of<br />

these heterosexualised spatial inscriptions<br />

are only clear for those who do<br />

not comply to these norms, the deviant,<br />

as Jackson (2005, 107 following<br />

Valentine, 1993) states “[h]eterosexuality<br />

is so firmly inscribed in space that it<br />

is virtually invisible, until its boundaries<br />

are transgressed.”<br />

In ancient Greece sex between men was an<br />

ordinary part of everyday life<br />

44 TOPOS / 01 / 2009<br />

The users of gay meeting places<br />

From the in-depth interviews with the<br />

users of gay meeting places (GMP’s) it<br />

becomes clear that they appropriate<br />

parts of public space for their leisure<br />

activity, or in other words, sexually<br />

oriented encounters, and with this<br />

appropriation they challenge and<br />

reinforce the heteronormative character<br />

of our public spaces. In this research<br />

the focus is on those GMP’s located in<br />

public green areas. When we look at<br />

these places it turns out that there is a<br />

preference for places with a high<br />

density of bushes to create leisure<br />

spaces out of the sight of the public<br />

and the state. All co-researchers agreed<br />

that their sexual encounters should<br />

remain out of sight of the general<br />

public, however some of them did<br />

enjoy being looked at during their<br />

sexual practices by other visitors of<br />

GMP’s. The reason for this is that it<br />

creates some additional arousal, besides<br />

the arousal of meeting (and possibly<br />

having sexual encounters with) other<br />

men. (Sexual) arousal is an important<br />

component of visiting GMP’s. The<br />

co-researchers describe the activities<br />

taking place at gay meeting places as a<br />

game, a game of being looked at and<br />

looking at, of finding a possible partner<br />

and being preferred as a partner, of<br />

agreeing on the kind of sexual activity,<br />

and, of course, the actual sexual encounter.<br />

The most important motivation<br />

to go to GMP’s is a desire for sex,<br />

for letting of some sexual tension,<br />

although the co-researchers agree that<br />

an actual sexual encounter is not a strict<br />

necessity. It is a form of leisure for<br />

most men as it gives them an opportunity<br />

to relax and get out of the routines<br />

of everyday life. Besides, the co-researchers<br />

describe the activities at<br />

GMP’s as pleasurable and enjoyable<br />

with a high degree of mutual respect<br />

for each other and the general public.<br />

To use a public green area for sexually<br />

oriented encounters means that part of<br />

it is appropriated by the visitors of<br />

GMP’s, it is through this appropriation<br />

that the heteronormative character of<br />

public space becomes spatially challenged<br />

and resisted. However, this is<br />

not without problems. There is a strong<br />

reinforcement of the seemingly heterosexual<br />

nature of public space. Often<br />

GMP’s are closed down by means of<br />

cutting down bushes, introducing cattle,<br />

and police control 3 in an attempt to<br />

make the places unattractive for the<br />

men making use of GMP’s. Besides,<br />

there are often incidents of gay bashing<br />

and robbery at GMP’s. In this sense the<br />

heteronormative character of public<br />

space becomes reinforced through<br />

GMP’s. Besides, a look at newspaper<br />

articles with the possibility to respond<br />

to news items on GMP’s shows that<br />

most reactions are signs of disgust,<br />

repulsion, and aversion, not seldom<br />

related to the idea that GMP’s are<br />

visited by married men. The co-researchers<br />

are reluctant to give an<br />

approximation of the percentage of<br />

married men visiting GMP’s, however<br />

some approximations made indicate<br />

that about 90 to 95 percent of the<br />

visitors is married. Three of the coresearchers<br />

were/are themselves happily<br />

married to a woman in the period<br />

they visit(ed) gay meeting places. In this<br />

respect they challenge and subvert the<br />

binary between heterosexuality and<br />

homosexuality, as it is surely possible to<br />

enjoy both being married to a woman,<br />

and at the same time having sex with<br />

men. Obviously these men cross the<br />

‘clear’ boundaries between heterosexuality<br />

and homosexuality, thereby challenges<br />

the seemingly natural distinction<br />

between the two sexualities. And<br />

indeed, when asked whether they<br />

identify themselves as either homosexual<br />

or heterosexual the co-researchers<br />

were mostly hesitative to answer,<br />

because there is according to them not<br />

a clear distinction between the two<br />

categories, and most of them therefore<br />

identified themselves as being bisexual.<br />

3 In criminal law the activities at GMP’s can be described as violation of virtue, by which is meant wittingly behaving in<br />

such a way that under the given circumstances the normally developed feeling of shame is violated. This involves showing in<br />

public your personal intimate body parts (seksueelmisdrijf.nl, 2009). However, police men are only allowed to act when the<br />

activities are visible from public roads. Thus, police men are not allowed to go into the bushes to track down men who are<br />

sexually or sexually oriented active (Lochs and Van Ommen, 2008).<br />

topos.indd 44 11-11-2009 17:07:34


Conclusion<br />

In short, it becomes clear that the<br />

visitors of GMP’s in two ways challenge<br />

heteronormativity.<br />

Firstly, by the appropriation of public<br />

space for ‘homosexually’ oriented<br />

sexually encounters they challenge the<br />

hegemonic inscription of heterosexuality<br />

into our daily spaces. This appropriation<br />

can be seen as spatial acts of<br />

resistance against the heteronormative<br />

character of our public spaces, or in the<br />

words of Lefebvre, against the dominant<br />

heterosexual representation of<br />

space, which in its turn is transformed<br />

into our lived spaces. However, these<br />

acts of resistance against the heteronormative<br />

character of our public<br />

spaces are not clear-cut in their effect,<br />

as the acts of the men at GMP’s are in<br />

general seen as disgusting, repulsive<br />

and aversive, which leads to a reinforcement<br />

of the idea that homosexuality<br />

(especially sexual acts between (married)<br />

men) is not tolerable.<br />

Secondly, the reluctance of men visiting<br />

GMP’s to identify themselves as<br />

either homosexual or heterosexual as<br />

these categories do not appear to fit to<br />

people in general challenges the seemingly<br />

stable and hegemonic binary<br />

between heterosexuality and homosexuality,<br />

which is in line with the idea<br />

of Foucault that the dichotomy between<br />

homosexuality and heterosexuality<br />

is a discursive one. It can be concluded<br />

from this research that identifying<br />

yourself as either homosexual or<br />

heterosexual is a form of categoriza-<br />

tion imposed upon us by society, and<br />

the results show that this is not possible<br />

for some as they do not experience<br />

a clear-cut differentiation between<br />

these two categories.<br />

Literatuur<br />

Binnie, J. & Valentine, G., 1999. Geographies of<br />

sexuality: a review of progress. Progress in Human<br />

Geography, Vol. 25, No. 2: 175-187.<br />

Browne, K., 2007. (Re)making the other,<br />

heterosexualising everyday space. Environment<br />

and Planning A, Vol. 24, No. 4: 996-1014.<br />

Buijs, L., Hekma, G., & Duyvendak, J.W., 2008. Als<br />

ze maar van me afblijven. Een onderzoek naar<br />

antihomoseksueel geweld in Amsterdam.<br />

Amsterdam, Universiteit van Amsterdam.<br />

Foucault, M., 1984. De wil tot weten. Geschiedenis<br />

van de seksualiteit, volume 1. Nijmegen, SUN.<br />

GLBTQ, 2004. Kertbeny, Károly Mária (1824 -<br />

1882)., 15 april 2009.<br />

http://www.glbtq.com/socialsciences/kertbeny_km.html<br />

Hekma, G., 2007. De Benen Wijd, de Stem naar<br />

Beneden. Houdingen tegen<strong>over</strong> ‘nichterigheid’ bij<br />

homoseksuele mannen. Sociologie, vol. 3, no. 1:<br />

81-94.<br />

Herek, G.M., 1988. ‘Heterosexuals’ attitudes<br />

toward lesbians and gay men. Correlates and<br />

gender differences. Journal of Sex Research, vol.<br />

25, no. 4: 451-477.<br />

Herek, G.M., 2000. Sexual prejudice and gender:<br />

Do heterosexuals’ attitudes toward lesbians and<br />

gay men differ? Journal of Social Issues, vol. 56,<br />

no. 2: 251-266.<br />

Hubbard, P., 2008. Here, there, everywhere: the<br />

ubiquitous geographies of heteronormativity.<br />

Geography Compass, vol. 2, no. 3: 640-658.<br />

Jackson, P., 2005. Gender. 103 – 108 in Cultural<br />

Geography. A critical dictionary of key<br />

concepts. Atkinson, D., P. Jackson, D. Sibley & N.<br />

Washbourne (eds). London & New York, I.B.<br />

Taurus.<br />

Jenkins, J.M. & Pigram, J.J., 2003. Encyclopedia of<br />

leisure and outdoor recreation. London,<br />

Routledge.<br />

Keuzenkamp, S., Bos D., Duyvendak, J.W. &<br />

Hekma, G., 2006. Gewoon doen. Acceptatie van<br />

homoseksualiteit in Nederland. Den Haag, Sociaal<br />

Cultureel Planbureau.<br />

Klages, M., 1997. English 2010: Modern Critical<br />

Thought., 15 april 2009. http://www.colorado.<br />

edu/English/courses/ENGL2012Klages/<br />

Lefebvre, H., 1991. The production of space.<br />

Oxford, Blackwell.<br />

Lochs, M. & Ommen, S. van, 2008. HOP’s.<br />

Homo-ontmoetingsplaatsen. ‘De baan’ in goede<br />

banen leiden. Leiden, Universiteit Leiden.<br />

McHoul, A. & Grace, W., 1993. A Foucault Primer.<br />

Discourse, power and the subject. New York, New<br />

York University Press.<br />

Mills, S., 2003. Michel Foucault. Abingdon & New<br />

York, Routledge.<br />

Pritchard, A., Morgan, N. & Sedgley, D., 2002. In<br />

search of lesbian space? The experience of<br />

Manchester’s gay village. Leisure Studies vol. 21,<br />

no. 2: 105-123.<br />

Seksueelmisdrijf.nl, 2009. Art. 239 Wetboek van<br />

Strafrecht (Schennis van eerbaarheid), 15 april<br />

2009. http://www.seksueelmisdrijf.nl/jl/index.<br />

php?option=com_content&task=view&id=155&I<br />

temid=197<br />

Skeggs, B., 1999. Matter out of place: visibility and<br />

sexuality in leisure spaces. Leisure Studies, vol. 18,<br />

no. 3: 213-232.<br />

Wijk, E. van, Meerendonk, B. van den, Bakker, F.<br />

& Vanwesenbeeck, I., 2005. Moderne<br />

homonegativiteit: de constructie van een<br />

meetinstrument voor het meten van hedendaagse<br />

reacties op zichtbare homoseksualiteit in<br />

Nederland. Tijdschrift voor Seksuologie, vol. 29,<br />

jrg. 1: 19-27.<br />

Samenvatting<br />

Met dit onderzoek naar homoontmoetingsplekken<br />

hoop ik een<br />

bijdrage te leveren aan de ontwikkelingen<br />

binnen het wetenschappelijke<br />

onderzoeksgebied waarin een<br />

koppeling plaatsvindt tussen vrijetijdsbesteding<br />

en de sociaal-<strong>ruimtelijke</strong><br />

analyse van seksualiteit. Dit<br />

onderzoek is gericht op de vorm van<br />

vrijetijdsbesteding van ‘homoseksuele’<br />

mannen; het gebruik van openbare,<br />

groene ruimtes voor seksueel<br />

georiënteerde ontmoetingen, ook<br />

bekend als cruising.<br />

Door gebruik te maken van de inzichten<br />

van Michel Foucault en Henri<br />

Lefebvre, in combinatie met diepte<br />

interviews met gebruikers van homoontmoetingsplekken,<br />

toont dit onderzoek<br />

hoe deze mannen weerstand<br />

bieden aan heteronormativiteit door<br />

de toe-eigening van publieke ruimte<br />

voor het ontdekken en genieten van<br />

hun seksualiteit.<br />

TOPOS / 01 / 2009 45<br />

topos.indd 45 11-11-2009 17:07:34


BOEKEN<br />

Vinex Atlas<br />

Jelte Boeijenga & Jeroen Mensink<br />

Uitgeverij 010 publishers (2008)<br />

ISBN 978 90 6450 594 2<br />

€ 59,50<br />

Hardc<strong>over</strong>, 304 pagina’s<br />

Als ik later groot ben, echt groot en<br />

volwassen, dan wil ik absoluut niet in<br />

het Vinex-wijk wonen. Het lijkt me saai<br />

en eentonig, er is weinig groen. Ik ben<br />

niet de enige die er zo <strong>over</strong> denkt.<br />

Vinex-wijken worden vaak bekritiseerd<br />

en verguisd.<br />

De Vinex atlas toont vele wijken die<br />

sinds het uitkomen van de ‘vierde nota<br />

<strong>ruimtelijke</strong> ordening extra’ zijn gepland,<br />

ontworpen en ontwikkeld. Het<br />

boek bevat een duidelijke uitleg <strong>over</strong><br />

de ‘Vierde nota’ en de totstandkoming<br />

van 800.000 woningen die tussen<br />

1995 en min of meer nu gebouwd<br />

moesten worden in compacte stedelijke<br />

uitbreidingen, met een goede<br />

OV-verbinding in contact met ‘de grote<br />

stad’ om het woon-werkverkeer te<br />

beperken. Het werd een reusachtige<br />

nieuwbouwoperatie.<br />

Aan de hand van uitgebreide beschrijvingen,<br />

prachtige foto’s van het straatbeeld,<br />

plattegronden, luchtfoto’s van<br />

het oorspronkelijke gebied en<br />

statistieken <strong>over</strong> iedere wijk, worden<br />

tweeënvijftig vinex-wijken tentoongespreid.<br />

Het kaartmateriaal en de<br />

statistieken zijn uniform opgemaakt,<br />

zodat vergelijken erg makkelijk wordt.<br />

Behalve deze objectieve uiteenzetting<br />

bevat het boek ook een tweetal es-<br />

46 TOPOS / 01 / 2009<br />

says waarin de schrijvers hun blik op<br />

dit staaltje <strong>planning</strong>swerk geven. Zo<br />

leggen de schrijvers uit waarom de<br />

parkeernorm in veel wijken niet voldoet,<br />

maar ook waarom vinex-wijken<br />

zo vaak negatief worden neergezet.<br />

Na alle prachtige foto’s en plattegronden<br />

van <strong>over</strong>al in Nederland, prefereer<br />

ik nog steeds een hutje op de hei.<br />

Toch is dit een fantastisch boekwerk<br />

geworden. Voor zowel leken als vaklui<br />

is deze atlas absoluut de moeite<br />

waard om eens na te slaan. Wellicht<br />

kunnen we dankzij dit heldere <strong>over</strong>zicht<br />

nog veel leren voor de toekomst.<br />

Peter Davids<br />

Open - Kunst als publieke zaak<br />

Nr. 14, jaargang 7 (2008)<br />

Redactie: Jorinde Seijdel (hoofdredacteur),<br />

Liesbeth Melis (eindredacteur)<br />

NAi Uitgevers/SKOR, 2008<br />

ISSN 1570-4181<br />

ISBN 978-90-5662-062-2<br />

Postmodernisme. Vaak heb ik me<br />

afgevraagd wat deze, ja wat eigenlijk,<br />

betekent voor mij als student en<br />

planoloog. Zo ook tijdens het lezen<br />

van dit boek. In Kunst als publieke<br />

zaak staat de heruitvinding van het<br />

publieke domein centraal na het<br />

modernisme. Verschillende schrijvers<br />

presenteren hun visie op de he-<br />

dendaagse publieke ruimte in essays,<br />

artikelen, interviews en columns.<br />

Tijdens het modernisme was duidelijk<br />

wat de openbare ruimte inhield, hoe<br />

die moest worden vormgegeven en<br />

wat het betekende voor mensen. Nu in<br />

het postmodernistische tijdperk lijkt er<br />

van eenduidigheid geen sprake meer<br />

te zijn. In het eerste essay presenteert<br />

Chantal Mouffe het antagonistische<br />

model. Voor wie een keer iets anders<br />

wil dan het poldermodel (toch al niet<br />

zo succesvol de laatste tijd) is dit een<br />

interessante nieuwe kijk op de zaken.<br />

Mouffe stelt dat het niet nodig is altijd<br />

naar consensus te streven, het<br />

opzoeken van het conflict kan ook<br />

ruimte bieden voor kritische kunstprojecten.<br />

Waar dit artikel is toegespitst<br />

op kunstprojecten, zou dat gemakkelijk<br />

kunnen worden vervangen door<br />

<strong>landschapsarchitectuur</strong> of zelfs als<br />

inspiratiebron kunnen dienen voor<br />

planners.<br />

Verderop staan kunstprojecten al<br />

minder centraal. Simon Sheikh schrijft<br />

<strong>over</strong> de erosie van de natiestaat en<br />

daarmee van een eenduidige publieke<br />

omgeving. Deze notie deelt hij met de<br />

meeste auteurs in deze uitgave, maar<br />

hoe hiermee om te gaan in de openbare<br />

ruimte is nog de vraag. Sheikh<br />

roept op om niet langer uit te gaan van<br />

de staat (of de <strong>over</strong>heid), maar ruimte<br />

te bieden aan de postpublieken. Zij<br />

(tenminste voor z<strong>over</strong> er dan nog<br />

sprake is van zij) streven geen gemeenschappelijk<br />

doel na en zouden,<br />

los van de <strong>over</strong>heid, de het publieke<br />

domein op een pluralistische manier<br />

vormgeven.<br />

Publieke ruimte staat centraal, iets<br />

waar we in onze opleiding veel mee te<br />

maken hebben. Daarom is dit zeker<br />

een nuttige publicatie voor landschapsarchitecten<br />

<strong>ruimtelijke</strong> planners, die<br />

hun blikveld en postmodern bewustzijn<br />

willen verbreden en verder ontwikkelen.<br />

Alleen één tip: ga goed gewapend<br />

ten strijd. De combinatie van<br />

postmodern gedachtegoed en<br />

Vlaamse auteurs vraagt om een<br />

degelijk woordenboek als basisuitrusting.<br />

Marlies Meijer<br />

topos.indd 46 11-11-2009 17:07:36


10 x Den Bosch, Tien perspectieven<br />

op een middelgrote stad<br />

Olv Klijn en Joks Janssen<br />

NAI Uitgevers<br />

ISBN 978-90-5662-647-1<br />

€ 29,50<br />

324 pagina’s<br />

In ‘10 x Den Bosch’ nemen Olv Klijn<br />

en Joks Janssen de lezer mee op een<br />

reis door de architectonische en<br />

stedenbouwkundige geschiedenis van<br />

Den Bosch. Vanuit tien uiteenlopende<br />

perspectieven (zoals eilandstad,<br />

modelstad of vestingstad) wordt de<br />

stad beschreven en geanalyseerd. Het<br />

beeld dat hiermee wordt geschetst is<br />

zeker niet volledig, maar dat is dan<br />

ook niet het doel van de schrijvers.<br />

Door middel van globale en lokale<br />

ontwikkelingen, die Den Bosch de<br />

afgelopen 10 jaar hebben getransformeerd<br />

nodigen de schrijvers de lezer<br />

uit tot een nieuwe beeldvorming op de<br />

middelgrote stad in het algemeen en<br />

op De Bosch in het bijzonder.<br />

Hoewel het boek op het eerste oog<br />

simpel en in zwart-wit is vormgegeven,<br />

sluit elk hoofdstuk af met een<br />

serie tekenende, maar zeker geen<br />

standaard kleurenfoto’s van de stad.<br />

Een winkelwagentje op een car-port,<br />

een bushokje in het centrum of een<br />

straatnaambordje aan de rand van<br />

een weiland. Het zijn beelden die aan<br />

de onoplettende kijker zouden zijn<br />

voorbij gegaan, maar die tekenend<br />

zijn voor de perspectieven die Klijn en<br />

Janssen in ‘10x Den Bosch’ beschrijven.<br />

Een aanzienlijk aantal van deze<br />

beelden is echter ook terug te vinden<br />

in veel andere middelgrote steden in<br />

Nederland. De vinex-wijk, het tuinstad<br />

model en bijvoorbeeld de wijkgedachte<br />

zijn in bijna elke Nederlandse<br />

stad terug te vinden.<br />

Wat mij betreft is ’10 x Den Bosch’ een<br />

mooie uitbreiding van de boekcollectie<br />

van de Brabantse (landschaps)architect,<br />

stedenbouwkundige of planoloog.<br />

Maar ook voor vakspecialisten die niet<br />

uit de regio Den Bosch afkomstig zijn,<br />

kan dit boek een verhelderende kijk op<br />

de Nederlandse stad bieden.<br />

Sanne Broekhof<br />

Benthem Crouwel<br />

Edwin Zwakman<br />

010 publishers<br />

ISBN 978-90-6450-695-6<br />

€ 14.50<br />

48 pagina’s<br />

In dit fotoboek van kunstenaar Edwin<br />

Zwakman kun je je wereldvreemd<br />

voelen. Opeens moet je je afvragen<br />

“Waar ben ik? Wie ben ik? Van<br />

waaruit observeer ik dit?”. En toch lijkt<br />

het gefotografeerde in t geheel te<br />

kloppen. Zelfs de gefotografeerde<br />

bevolking geeft in eerste instantie<br />

niets weg van de plaats. “Sta ik op<br />

een dak? Ah ik zie een toren, herken<br />

ik het? Parkeerterreinen, Kantoren,<br />

een Spoorlijn, een fietsenstalling, waar<br />

is dit?!” Alles klopt, de beregende<br />

oppervlaktes, de scheuren in het<br />

beton. En toch lijken sommige fotos<br />

apart leeg van mensen. Tot het<br />

moment dat je ze opeens van dichtbij<br />

ziet.<br />

De kunstenaar houdt je voor de gek,<br />

speelt met je verwachtingen. En houdt<br />

je in spanning <strong>over</strong> waar je bent, tot<br />

aan de laatste pagina’s. Maar<br />

ondertussen is de auteur wel als een<br />

onderzoeker bezig. Door dezelfde<br />

gebouwen te laten zien uit<br />

verschillende, onalledaagse<br />

perspectieven, is het mogelijk met een<br />

andere bril dan die van de gebruiker te<br />

kijken naar drie gebouwen van, jawel,<br />

Benthem Crouwel. Het meest<br />

bekende werk van dit<br />

architectenbureau heeft iedere<br />

Nederlander die wel eens een<br />

lastminute naar de Costa’s heeft<br />

genomen gezien: de vertrekhal van<br />

Schiphol. Maar hoe vaak krijg je als<br />

gebruiker nu mee van ‘het grote<br />

plaatje’, van het ontwerp als geheel?<br />

De maquettes die Zwakman<br />

fotografeerde zouden moeten laten<br />

zien wat de kwaliteiten van Benthem<br />

Crouwel zijn, zo noemt de uitgever<br />

het: Transparantie, zichtbare<br />

constructie en harmonische interactie<br />

tussen grootschaligheid en het<br />

individu. Nu lijkt het mij zowiezo al<br />

lastig om transparantie te fotograferen<br />

- glazen spiegelen - maar Zwakman<br />

slaagt er in om de constructies in<br />

beeld te brengen op een wijze die je<br />

als gewoon gebruiker mist. Een<br />

harmonische interactie tussen<br />

grootschaligheid en individu mag dan<br />

een kernkwaliteit genoemd worden,<br />

dat kan niet verbloemen dat dat soort<br />

terminologie onzin is. Of het nu de<br />

foto’s zijn, de maquette of het originele<br />

ontwerp, de lach op de gezichten van<br />

de plastic poppen komen macaber<br />

<strong>over</strong> voor wie wel eens goed rond<br />

heeft gekeken op een drukke<br />

luchthaven.<br />

Vooral door de verbazing die dit boek<br />

je geeft is het als fotoproject WEL<br />

geslaagd. Voor planologen en<br />

architecten is dit boek professioneel<br />

niet zo interessant.<br />

Diederik vander Loo<br />

TOPOS / 01 / 2009 47<br />

topos.indd 47 11-11-2009 17:07:36


48 TOPOS / 01 / 2009<br />

topos.indd 48 11-11-2009 17:07:37


Perodiek <strong>over</strong> <strong>landschapsarchitectuur</strong>,<br />

<strong>ruimtelijke</strong> <strong>planning</strong> en sociaal-<strong>ruimtelijke</strong> analyse<br />

TOPOS<br />

Abonnement<br />

Ja, ik wil een abonnement op TOPOS. Dit abonnement heeft een looptijd van een jaar. Na het<br />

voldoen van de abonnementsgeld ontvang ik ook de eerdere nummers die TOPOS dat jaar uit<br />

heeft gebracht. Het abonnementsgeld van 15 euro maak ik onder vermelding van mijn naam<br />

en adres <strong>over</strong> op rekeningnummer 397090846 t.n.v. Genius Loci inzake <strong>Topos</strong> te Wageningen.<br />

Naam (Bureau)<br />

Straat<br />

Postcode<br />

Telefoonnummer<br />

Woonplaats<br />

E-mail<br />

Plaats Datum Handtekening<br />

Abonnement<br />

Ja, ik wil een abonnement op TOPOS. Dit abonnement heeft een looptijd van een jaar. Na het<br />

voldoen van de abonnementsgeld ontvang ik ook de eerdere nummers die TOPOS dat jaar uit<br />

heeft gebracht. Het abonnementsgeld van 15 euro maak ik onder vermelding van mijn naam<br />

en adres <strong>over</strong> op rekeningnummer 397090846 t.n.v. Genius Loci inzake <strong>Topos</strong> te Wageningen.<br />

Naam (Bureau)<br />

Straat<br />

Postcode<br />

Telefoonnummer<br />

Woonplaats<br />

E-mail<br />

Plaats Datum Handtekening<br />

Abonnement<br />

Ja, ik wil een abonnement op TOPOS. Dit abonnement heeft een looptijd van een jaar. Na het<br />

voldoen van de abonnementsgeld ontvang ik ook de eerdere nummers die TOPOS dat jaar uit<br />

heeft gebracht. Het abonnementsgeld van 15 euro maak ik onder vermelding van mijn naam<br />

en adres <strong>over</strong> op rekeningnummer 397090846 t.n.v. Genius Loci inzake <strong>Topos</strong> te Wageningen.<br />

Naam (Bureau)<br />

Straat<br />

Postcode<br />

Telefoonnummer<br />

Woonplaats<br />

E-mail<br />

Plaats Datum Handtekening<br />

topos.indd 49 11-11-2009 17:07:37


Stuur de ingevulde kaart in een voldoende gefrankeerde envelop naar:<br />

TOPOS<br />

Postbus 47<br />

6700 AA Wageningen<br />

Stuur de ingevulde kaart in een voldoende gefrankeerde envelop naar:<br />

TOPOS<br />

Postbus 47<br />

6700 AA Wageningen<br />

Stuur de ingevulde kaart in een voldoende gefrankeerde envelop naar:<br />

TOPOS<br />

Postbus 47<br />

6700 AA Wageningen<br />

topos.indd 50 11-11-2009 17:07:38


Ricky van Lingen<br />

Redactie<br />

Sjoerd van Telgen<br />

Vormgeving<br />

Sanne Broekhof<br />

Redactie<br />

Stijn Heukels<br />

Redactie<br />

Marlies Meijer<br />

Redactie<br />

Wouter Holtslag<br />

Redactie<br />

Diederik van der Loo<br />

Eindredactie<br />

Peter Davids<br />

Redactie<br />

COLOFON<br />

TOPOS is de periodiek van de studierichtingen<br />

Landschapsarchitectuur, Ruimtelijke<br />

Planning en Sociaal-Ruimtelijke<br />

Analyse van Wageningen Universiteit.<br />

Het blad wordt gemaakt door studenten<br />

en verschijnt driemaal per jaar.<br />

Abonnementen<br />

Een abonnement op het tijdschrift TOPOS<br />

kost 15 Euro per jaar. Bij <strong>over</strong>making<br />

van dit bedrag op rek.nr. 397090846 ten<br />

name van TOPOS in Wageningen, krijgt<br />

u de reeds verschenen nummers van<br />

het betreffende jaar en de nieuwe nummers<br />

toegestuurd. Een abonnement op<br />

TOPOS loopt van januari tot december.<br />

Opzeggingen dienen voor 1 december te<br />

geschieden. Leden van de studievereniging<br />

Genius Loci en medewerkers van de<br />

leerstoelgroepen Landgebruiks<strong>planning</strong>,<br />

Landschapsarchitectuur en Sociaal<strong>ruimtelijke</strong><br />

Analyse ontvangen TOPOS<br />

gratis. Voor inlichtingen kunt u mailen<br />

naar: st.topos@wur.nl<br />

Redactie<br />

Peter Davids, Sanne Broekhof, Wouter<br />

Holtslag, Diederik van der Loo, Marlies<br />

Meijer en Sjoerd van Telgen<br />

Eindredactie<br />

Diederik van der Loo<br />

Vormgeving<br />

Sjoerd van Telgen<br />

Foto voor/ en achterkant<br />

Peter Davids<br />

Met medewerking van<br />

Kristof van Assche en Joren Jacobs<br />

Contactpersoon<br />

Sanne Broekhof<br />

Contact<br />

st.topos@wur.nl<br />

www.toposonline.nl<br />

Druk<br />

GVO Drukkers & Vormgevers, Ede<br />

Oplage<br />

550 exemplaren<br />

Registratie<br />

ISSN 1572-302X<br />

TOPOS / 02 / 2003<br />

topos.indd 51 11-11-2009 17:07:44


Foto: Peter Davids<br />

topos.indd 52 11-11-2009 17:07:45

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!