Verwende prinsesjes - Pauw & Witteman

pauwenwitteman.vara.nl

Verwende prinsesjes - Pauw & Witteman

Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 1

Verwende prinsesjes


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 2


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 3

Elma Drayer

Verwende prinsesjes

Portret van de Nederlandse vrouw

2010

de bezige bij

amsterdam


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 4

Copyright © 2010 Elma Drayer

Omslagontwerp Studio Jan de Boer

Omslagillustratie June – © Johanna Reed

Foto auteur Bert Nienhuis

Vormgeving binnenwerk CeevanWee, Amsterdam

Druk Thieme Boekentuin, Apeldoorn

isbn 978 90 234 5445 8

nur 745

www.debezigebij.nl


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 5

Inhoud

Inleiding 7

Het sprookje van de perfecte moeder 13

Het sprookje van de keuzevrijheid 46

Het sprookje van het diversiteitsbeleid 73

Het sprookje van de religieuze hoogachting 100

Het sprookje van Moeder Natuur 129

Het sprookje van de seksualisering 158

Literatuur 185

Personenregister 190


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 6


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 7

Inleiding

Vanwege een mysterieus geboorterecht zijn prinsesjes vrijgesteld

van de plichten die het bestaan van gewone stervelingen

kenmerken. Zij hoeven niets bijzonders te doen of te presteren,

de privileges vallen hun zomaar toe. Zij hoeven de eigen

boterham niet te verdienen, zij worden verzorgd en vertroeteld

– simpelweg, omdat ze prinsesjes zijn.

Zo gedragen vrouwen zich in Nederland naar mijn smaak

ook – grosso modo, haast ik me erbij te zeggen. Ik vind dat,

zacht gezegd, onbegrijpelijk. Iets minder zacht gezegd: verwend

gedrag.

Op de ochtend dat ik ter wereld kwam, was mijn moeder –

net als alle andere gehuwde vrouwen in Nederland – exact zes

maanden en zestien dagen ‘handelingsbekwaam’. Tot 1 januari

1957 hadden getrouwde vrouwen voor elke rechtshandeling de

handtekening, en dus de toestemming van hun man nodig.

De nieuwe wet betekende dat mijn moeder geheel zelfstandig

een bankrekening kon openen, een huis kon kopen, een bedrijf

kon beginnen. Niet dat zij, althans bij mijn weten, zulks

begeerde, maar de mogelijkheid was er.

Mijn moeders levensloop lag van jongs af aan vast. Als

kind, vertelde ze me later, zag ze door de straat waar ze woon-


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 8

8 Verwende prinsesjes

de meisjes naar de hbs lopen, vrolijk lachend, boeken onder

de arm. Dat wilde zij ook. Ze hield van leren, haalde fraaie cijfers

op de lagere school. Geen sprake van, zei haar vader. De

zes zonen gingen voor. Die moesten later een gezin onderhouden,

dochters kwamen toch wel terecht.

Dat klopte. Mijn moeder deed de ulo, leerde steno en typen,

had enkele baantjes. Op haar eenentwintigste trouwde ze

met de man die mijn vader zou worden, rechtstreeks vanuit

het ouderlijk huis. Veertien maanden later baarde ze haar eerste

kind.

Toen haar vierde kind (ik) op de kleuterschool zat, wilde ze

de gemeentepolitiek in. Eindelijk haar vleugels uitslaan. Geheel

onbedoeld raakte ze weer zwanger – van een drieling, zoals

al snel bleek. Dromen over een bestaan naast het gezin vervlogen.

Op zeker moment moet ze zich bij de feiten hebben

neergelegd. Zo was het nu eenmaal, als je de pech had als

vrouw geboren te zijn.

Deze laatste zin komt voor mijn rekening. Mijn moeder zou

dit nooit zo formuleren. Het was wat ik dacht, toen ik begon

na te denken.

Want hoe anders ontvouwde zich het leven van haar drie

dochters. Voor ons was het volstrekt vanzelfsprekend dat we

mochten ‘doorleren’. Zelfs een academische studie behoorde

desgewenst tot de mogelijkheden. Met als gevolg dat mijn

zusjes en ik zowel een gezin stichtten als een bestaan buitenshuis

bezitten.

Dit alles vervult mij, tot op de dag van vandaag, met diepe

dankbaarheid. Regelmatig overvalt me het besef dat mijn leven

volkomen anders was verlopen als ik dertig jaar eerder was

geboren. Of als mijn wieg niet in Nederland, maar elders had


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 9

Inleiding 9

gestaan. Dan waren mijn voortplantingsorganen de belangrijkste

determinant geweest – zoals ze dat voor mijn moeder

waren, zoals dat voor pakweg tweederde van de vrouwen in dit

universum nog steeds het geval is.

Sinds een jaar of dertig behoort de buitenwereld goddank

óók ons toe. Wij kunnen, om de dichteres Henriette Roland

Holst te citeren, ‘moeder én geheel mensch’ zijn. Als we dat

willen.

De kwestie is: waarom willen we dat niet? Hoe komt het

dat zovelen mijner seksegenoten in Nederland hun zegeningen

niet tellen? Waarom nemen ze hun beroepsleven zo weinig serieus?

Waarom kiezen ze – zelfs na een kostbare academische

studie – met een stalen gezicht voor het thuisblijfmoederschap?

En waarom klagen ze, als ze wel buitenshuis werken,

gedurig over de dubbele belasting? Waarom weigeren ze de

dubbele rijkdom te zien?

Dit boek tracht zes sprookjes te ontrafelen die hedendaagse

vrouwen in mijn ogen parten spelen. Sommige houden alleen

zijzelf voor waar, van andere denken ook mannen dat er wat in

zit.

Het eerste hoofdstuk is gewijd aan het hardnekkige

sprookje van de perfecte moeder. In het volgende komt het

‘recht op keuzevrijheid’ aan de orde, waarop Nederlandse

vrouwen zich zo graag beroepen. Het derde houdt de tragische

misvattingen binnen het zogeheten ‘diversiteitsbeleid’

tegen het licht. Het vierde hoofdstuk buigt zich over de religieuze

hoogachting voor vrouwen: houdt God eigenlijk wel

van ons? De opmars van het biologische denken – wij mensen

worden geregeerd door de wetten van Moeder Natuur –

staat in het vijfde centraal. En het laatste hoofdstuk behan-


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 10

10 Verwende prinsesjes

delt de wijdverbreide mythe van ‘de seksualisering van de samenleving’.

Uiteraard put ik dankbaar uit de literatuur die over deze

thema’s is verschenen. En ik citeer mezelf. Sinds midden jaren

tachtig heb ik in reportages, essays en columns met grote regelmaat

over de vrouwenzaak geschreven.

Ben ik feministe? Jazeker. En nog van klassieke snit ook. Het

huidige feminisme – met zijn voortdurende nadruk op de verschillen

tussen de seksen – bevalt me eerlijk gezegd heel matig.

Ik geloof bijvoorbeeld niet in de superioriteit van het vrouwelijk

wezen. Velen prijzen zich gelukkig omdat wij van nature

empathischer, intuïtiever en zachtaardiger zouden zijn. Dat

vind ik, met alle respect, baarlijke nonsens.

Evenmin geloof ik in de verachtelijkheid van het mannelijk

wezen. Ik kijk niet neer op wat ‘masculiene’ eigenschappen

heten: hard werken, daadkracht, oplossingsgerichtheid,

vreugde scheppen in invloed en macht. Zelfs ben ik het impopulaire

standpunt toegedaan dat wij daar op gezette tijden

veel van kunnen opsteken.

Ik geloof trouwens ook niet in slachtofferschap. Seksegenoten

die leven binnen patriarchale culturen – ook in ons land

– hebben alle, werkelijk alle reden om zich te beklagen. Wij

niet. Wij zijn allang geen zielige vrouwtjes meer, onderworpen

aan sluwe machtsstructuren.

Hartstochtelijk daarentegen geloof ik in het individu. Ik

geloof dat elk mens geboren wordt met mogelijkheden en talenten

die het biologische feit van een Y- of X-chromosoom

verre overstijgen. Er bestaat niet zoiets als een vrouwelijke of

mannelijke essentie, op grond waarvan de wereldbevolking

twee fundamenteel verschillende mensensoorten kent. Wij


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 11

komen niet, zoals de moderne psychologie ons wil wijsmaken,

van twee planeten. Wij komen van die ene planeet: de aarde.

Dit boek, hoe kan het anders, draag ik op aan de broze oude

dame die ooit verlangend keek naar de vrolijke meisjes die

door haar straat liepen.

En aan de sprankelende jonge dame die mij in 1990 het

moederschap schonk.

Zij maakten mij tot de rijkste vrouw ter wereld.

Amsterdam, juli 2010

Inleiding 11


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 12


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 13

1

Het sprookje van de perfecte moeder

Begin 2007 was het weer zover. NRC Handelsblad liet een

handvol hoogopgeleide vrouwen aan het woord die hadden

gekozen voor het fulltime moederschap. Uiteraard ontbraken

de deskundigen niet. Daar was Beatrijs Smulders, oppervroedvrouw

te Amsterdam. ‘We maken onszelf gek met nóg

harder werken en nóg minder tijd voor onszelf en onze baby’s.’

Daar was Christien Brinkgreve, hoogleraar sociale wetenschappen

te Utrecht. ‘Ik zeg niet: kies voor je gezin, terug naar

de keuken. Ik pleit voor meer ruimte, minder dwang. Dat

vind ik heel emancipatoir.’ Het nieuwe feminisme, concludeerde

de krant na deze minirondgang, pleit voor de vrijheid

géén carrière te maken.

De reportage genereerde een golf lezersreacties, voor het

merendeel instemmende. ‘Mijn hart huilt als ik lees over alle

opvangsituaties voor kinderen,’ meldde de een. ‘Ik heb mij altijd

geërgerd aan feministes voor wie emancipatie gelijkstaat

aan de plicht om een maatschappelijke carrière op te bouwen,’

schreef de ander.

Een jaar later was het de Volkskrant die zich over het thema

boog. ‘Emancipatiedrang hapert bij jongeren’, aldus het ochtendblad

op de voorpagina. Uit een eigen enquête was gebleken

dat jonge, hoogopgeleide vrouwen ‘negatiever’ staan te-


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 14

14 Verwende prinsesjes

genover de combinatie zorg en werk dan hun oudere zusters.

Vier op de tien voelt zich ‘weinig gesteund’, en één op de drie

piekert ‘geregeld’ over de opvoeding. Dit alles komt, meenden

zij, doordat onze samenleving het moederschap onderwaardeert

en ‘alles’ er draait om betaald werk. De ingeroepen deskundige

leefde erg mee met de respondenten. ‘De enquête

leert,’ zei ze, ‘dat vrouwen niet zomaar perfectionistisch zijn,

maar dat ze echt zwaar worden belast.’ Ook dit artikel zorgde

voor veel reacties, en opnieuw vooral instemmende. ‘Hoe herkenbaar,’

schreef een lezeres uit Utrecht. ‘Ik ben nog niet eens

moeder (wel zwanger), maar worstel nu al elke dag met de

werklast.’

Vreemd genoeg stoorde niemand zich aan de manier waarop

dit onderzoek tot stand was gekomen. De vragenlijst was

ingevuld door 788 vrouwen die zichzélf hadden aangemeld.

Zij waren afgekomen op de kwestie waarom hoogopgeleide

vrouwen ‘meer stressklachten’ hebben en zo vaak ‘psychisch

moe’ zijn. Doe je aan zoiets mee als je innig tevreden bent met

je bestaan? Nee, natuurlijk. Wie een onderzoek op deze wijze

uitvoert, zal zijn probleemstelling altíjd bevestigd zien. Als

zo’n enquête al iets zei, dan over 788 hoogopgeleide Volkskrant-lezeressen

met een grote drang tot het invullen van tobberige

vragenlijsten.

Horrorverhalen over werkende moeders gaan er blijkbaar altijd

wel in. Met vaste regelmaat lezen wij over vrouwen die

achter zichzelf aan rennen, menen dat ze op alle fronten tekortschieten

en gebukt gaan onder schuldgevoelens. Net zoals

elk onderzoekje over de schadelijkheid van crèches voor de

kinderziel breed in de media wordt uitgemeten.

Waarom willen wij eigenlijk zo graag horen dat ‘de combi-


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 15

Het sprookje van de perfecte moeder 15

natie’ ondoenlijk is? Waarom is dit het enige westerse land

waar kinderopvang de associatie oproept met ‘dumpen’? En

waarom is uitgerekend in Nederland de gedachte zo virulent

dat een goede moeder zélf voor haar kinderen dient te zorgen

– is het niet voltijds, dan toch zo veel mogelijk?

Eind 2006 verscheen het boek Wie wil er nog moeder worden?

van Christien Brinkgreve en hoogleraar voortplantingskunde

Egbert te Velde. Ooit was de sociologe het feministisch gedachtegoed

zeer toegedaan. Maar al in 1988 wees ze in haar

oratie ‘De belasting van de bevrijding’ op de nadelen van ‘alles

moeten’. In een interview met de Volkskrant klaagde ze een

paar jaar later uitvoerig over de vermoeienissen van haar eigen

werkend moederschap. In dit nieuwe boek beriep ze zich, behalve

op haar eigen ervaringen, vooral op wat ze elders had gelezen.

De combinatie arbeid en zorg, schreef Brinkgreve, pakt

voor vrouwen ‘nadelig’ uit. ‘Want hoe ziet die balans eruit?

Niet zo gunstig, als we afgaan op de berichten in de krant over

ouders die gek worden van het gedraaf van hot naar haar, die

onrustig worden van het gesleep met hun kinderen, die de

kosten van crèches niet kunnen betalen en daarom (voorlopig)

afzien van een tweede kind, moeders die met werken ophouden

omdat hun verdiensten niet opwegen tegen de kosten

van de crèche, crèches waarin ouders niet voldoende vertrouwen

hebben, en een gekmakende ingewikkelde berekening

van kosten en aftrekposten die de nieuwe wet kinderopvang

met zich meebrengt.’

De rest van het boek was een j’accuse tegen het klassieke feminisme.

Vrouwen, meenden de auteurs, hadden zich willoos

geschikt in het masculiene mensbeeld dat feministen propageerden.

Dat was heel kortzichtig. Belangrijkste tegenargu-


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 16

16 Verwende prinsesjes

ment: de evolutie. In de struggle for life hebben mannen en

vrouwen andere eigenschappen ontwikkeld. Volgens Te Velde

hield het feminisme te weinig rekening met deze ‘diepgewortelde’

verschillen die ‘uit een ver verleden’ stammen. ‘Dat voor

veel vrouwen het moederschap en het krijgen van kinderen

nog steeds een belangrijke reden voor het bestaan is,’ schreef

hij, ‘kan door maatschappelijke ontwikkelingen niet teniet

worden gedaan.’

De auteurs mochten overal hun zegje komen doen, en alle

kwaliteitskranten besteedden aandacht aan het boek. ‘Een

verademing,’ vond een lezeres in NRC Handelsblad. ‘Eindelijk

erkenning voor de behoefte om voor je kind te zorgen zonder

dat dat gelijk wordt afgedaan als conservatief.’

Eigenlijk luidde de boodschap van het schrijversduo: taken

binnenshuis gaan onverbiddelijk ten koste van taken buitenshuis

– en vice versa. Het een eet het ander langzaam op. Samen

gaat niet, of alleen tegen een zeer hoge prijs.

Brinkgreve en Te Velde zijn beslist niet de enigen die er zo

over denken.

In 2005 organiseerde het Amsterdamse debatcentrum De

Rode Hoed een avond over ‘Werkende moeders in balans’.

Daaruit kwam Zo doet ze dat! voort, waarin twintig hoogopgeleide

vrouwen vertelden over de ‘dubbele belasting’. Wervende

tekst op de achterflap: ‘Want welke moeder vindt het

niet lastig om het juiste evenwicht te vinden tussen haar drukke

gezin en haar veeleisende baan?’.

Bijna elke pagina bevatte termen als ‘schuldgevoelens’,

‘moeilijke momenten’, ‘stress’, ‘druk, druk, druk’. Haast verbaasd

constateerden de auteurs dat er onder hun geïnterviewden

enkelen waren die níet kampten met dergelijke ge-


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 17

Het sprookje van de perfecte moeder 17

voelens. Gelukkig gingen die daaronder gebukt. ‘Ik voel me er

juist heel schuldig over,’ zei een van hen, ‘dat ik me niet schuldig

voel als ik mijn kinderen bij de au pair achterlaat.’

Ook Lof, nota bene een ‘tijdschrift voor werkende moeders’,

benadrukt telkens dat de combinatie geen sinecure is.

Die vergt, klaagde de hoofdredacteur in het zomernummer

van 2010, ‘het uiterste van je organisatietalent’, en brengt je

‘regelmatig op het randje van uitputting’. Hoe fijn zij haar

werk ook vindt, toch heeft ze soms een ‘stiekem twijfelmo -

mentje’. Dan zou ze haar kinderen liefst terugstoppen in haar

buik. ‘Om nog alles een keer over te kunnen doen en bewust

stil te staan bij alle fases van mijn kinderen die toch belangrijker

en leuker zijn dan welk werk dan ook.’

Soms, heel soms, sijpelen er berichten door die een wat minder

draconisch beeld schetsen.

In november 2009 promoveerde sociologe Inger Plaisier

aan de Vrije Universiteit op een onderzoek naar de relatie tussen

werk en gezondheid. Vrouwen, ontdekte zij, hebben twee

keer zo vaak last van angst en depressiviteit als mannen. Maar

anders dan dikwijls gedacht komt dat niet doordat ze baan en

gezin combineren. ‘Hoewel het hebben van werk vooral gunstig

leek voor de psychische gezondheid bij mannen, was het

hebben van werk niet ongunstig voor de psychische gezondheid

bij vrouwen, ook niet als zij het werk combineerden met

het hebben van een partner en kinderen.’ Veelzeggend was de

manier waarop VU-magazine over deze uitkomst berichtte.

‘Dat vrouwen geen angst of depressie oplopen door de combinatie

van werk en zorgtaken,’ schreef het streng, ‘wil niet zeggen

dat vrouwen niet gestrest zijn.’ Ofwel: ook als een wetenschapper

beweert dat het heus meevalt met de dubbele


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 18

18 Verwende prinsesjes

belasting, nemen wij dat niet voetstoots aan.

In 2008 verdedigde psychologe Elianne van Steenbergen

aan de Universiteit Leiden haar proefschrift over ‘de combinatie’.

Daartoe ondervroeg ze zo’n 20.000 medewerkers (m/v)

van een grote onderneming. De ondervraagden, ontdekte Van

Steenbergen, bleken behoorlijk tevreden met hun bestaan.

Het laveren tussen kind en werk gaf ze juist ‘energie’. Het leerde

ze ‘relativeren’ en slim hun dag en tijd indelen. Hoe deze

zonnige uitkomst mogelijk was? Van Steenbergen bleek, anders

dan veel van haar collega-onderzoekers, óók nieuwsgierig

te zijn geweest naar ‘positieve ervaringen’. Veelgehoorde reactie

volgens de promovenda: ‘Wat leuk dat je daarnaar vraagt.

Je bent de eerste.’

Goed nieuws, zou je denken. De combinatie blijkt eigenlijk

best te doen. Maar nee. De dissertatie van Van Steenbergen

kreeg nauwelijks aandacht. Hetzelfde lot trof enige jaren

eerder de studie Geleerde moeders van de Maastrichtse cultuurwetenschapper

Lies Wesseling. Ook uit haar onderzoek (onder

vrouwelijke academici) bleek dat de meerderheid plezier

beleeft aan het schipperen tussen kind en werk. Ook na deze

publicatie bleef het nagenoeg stil.

Dat de werkende moeder het beste van twee werelden smaakt,

hoor je al met al zelden. Uitzonderlijk is de vrouw die openlijk

de lof bezingt van de dubbele vreugde. Die tevreden meldt dat

haar leven zo rijk gevuld is, met kinderen én baan. Die vertelt

dat er niks heerlijkers is dan na een dag vol kouwe drukte te

luisteren naar kleutergebabbel of puberpraat. Of die het

grootste geheim onthult: het moederschap voorkomt dat je

doldraait, het werk dat je zachtjes inslaapt.

En als zo’n vrouw al aan het woord komt, dan dient ze tot


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 19

Het sprookje van de perfecte moeder 19

op de komma verantwoording af te leggen.

‘Is het een lastige combinatie: een gezin en al dat werk?’

vroeg de Parool-interviewer in september 2009 aan hoogleraar

en organisatiedeskundige Annemieke Roobeek, moeder van

drie kinderen. En na haar opgewekte antwoord: ‘Maar u kunt

toch niet van alle vrouwen verwachten dat ze net zo makkelijk

als u werk en gezin combineren?’

Enkele maanden later blikte de tachtigjarige televisievrouw

Mies Bouwman terug op haar leven in Volkskrant magazine.

Of ze door haar werk niet ‘veel’ van haar vier kinderen

gemist had, vroeg de interviewer. ‘Dat heb ik ze zelf ooit gevraagd,’

antwoordde Bouwman vrolijk. ‘Ze zeiden: nee hoor,

je was er altijd als het nodig was.’ Maar hoe ging dat dan, wilde

de interviewer op hoge toon weten, als ze thuis een ziek

kind had?

Het continue offensief mist zijn uitwerking niet. Of, zoals

genoemde Lies Wesseling schreef: ‘De zwartgallige beeldvorming

omtrent werkende moeders produceert op den duur

haar eigen mythes, die het eerder moeilijker dan makkelijker

maken voor vrouwen met kinderen om zichzelf te handhaven

op de arbeidsmarkt.’ Met andere woorden: als het bericht

voortdurend luidt dat de combinatie eigenlijk ondoenlijk is,

ga je vanzelf denken dat dat klopt. En inderdaad, keer op keer

blijkt hoezeer de Nederlandse vrouw zich die overtuiging

heeft eigen gemaakt.

In juni 2005 hield het oudemeisjesblad esta een enquête.

Verheugd constateerde het dat er een nieuwe stroming was

ontstaan: die van de ‘carpe-diemvrouw’. Zij maakte ‘bewuste

keuzes in de balans privé/werk’, was innig tevreden met de

huidige rolverdeling, had een broertje dood aan het ouderwetse

klaagfeminisme. Conclusie: de carpe-diemvrouw verkoos


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 20

20 Verwende prinsesjes

kwaliteit boven ‘blinde ambitie’. ‘De cijfers laten er geen misverstand

over bestaan: de Nederlandse vrouw heeft de bagage

om ver te komen in haar carrière... maar niet de ambitie. En

daar kiest ze zéér bewust voor. Ze is bereid om hard te werken,

maar wil wel genoeg tijd overhouden om óók te kunnen genieten

van een leuk privéleven.’

In oktober 2007 vierde maandblad Opzij zijn 35-jarig bestaan.

Uit de enquête die het ter gelegenheid daarvan hield

bleek dat de Nederlandse vrouw erg tevreden was met zichzelf.

Gemiddeld gaf ze haar bestaan het cijfer 7,9. Wat maakte haar

zo blij? Dat ze niet hechtte aan financiële onafhankelijkheid,

van zichzelf heus geen carrière hoefde na te streven, en desgevraagd

nóg minder buitenshuis wilde werken dan ze nu al

deed. Haar belangrijkste levensdoel bleek te liggen in ‘hobby’s,

ontspanning en vriendinnen’.

De reacties waren van een grote triomfantelijkheid. Zie je

wel, ze willen niet! Dus kan dat gezeur nu eens afgelopen zijn?

Toenmalig hoofdredacteur Cisca Dresselhuys – ze mocht in

menig praatprogramma komen opdraven – werd meer dan

ooit in de verdediging gedrongen. Bij Pauw & Witteman kreeg

ze een roedel schuimbekkende moederdieren tegenover zich.

En hoe kranig ze zich ook weerde, haar woorden leken meer

dan ooit op rotsige bodem te vallen.

Ook de tweejaarlijkse, van overheidswege ingestelde

Emancipatiemonitor bevestigt dit beeld keer op keer. In de

laatste editie, verschenen begin 2009, moesten de onderzoekers

wederom concluderen dat de zogeheten ‘streefcijfers’ bij

lange na niet worden gehaald. Vrouwen zijn heus de arbeidsmarkt

op gegaan, maar ze houden het in overgrote meerderheid

(zeventig procent) nog steeds op deeltijdbaantjes. Het logische

gevolg: slechts 45 procent van alle volwassen vrouwen


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 21

Het sprookje van de perfecte moeder 21

in Nederland is ‘economisch zelfstandig’. Ofwel: anno 2010

staat nog niet de helft van de volwassen vrouwelijke bevolking

op eigen benen.

En dus wemelt het in werkend Nederland van de ma-dido-vrouwen.

Onder aan hun e-mailtjes laten ze weten uitsluitend

bereikbaar te zijn op maandag, dinsdag en donderdag.

De rest van de week hebben zij wel wat beters te doen.

Ruim veertig jaar na Joke Kool-Smits befaamde essay ‘Het onbehagen

bij de vrouw’ is er maar één conclusie mogelijk: dat

onbehagen is geheel verdwenen. Niet omdat het paradijs zou

zijn aangebroken, maar omdat vrouwen er de schouders over

ophalen. Ze willen een rustig bestaan, zonder al te zware verantwoordelijkheden,

ver weg van die enge grotemensenwereld.

‘De vrouwen en meisjes van tegenwoordig,’ schreef Aletta

Jacobs in 1924, ‘mochten het zich nog wel eens duidelijk voor

oogen stellen, hoe moeilijk, hoe saai en weinig verheffend het

leven is geweest van hare grootmoeders en moeders, en vooral

van hare ongehuwde tantes. Daardoor zouden zij te beter

waardeeren, hoeveel meer zij in den hoogeren zin van het leven

kunnen genieten, nu de wegen zijn gebaand voor een vrij

en onafhankelijk bestaan, ook voor de vrouw.’

Zesentachtig jaar en één feministische golf later zou ik het

haar bijna letterlijk willen nazeggen.

Is dit alles erg? Nu ja, het is op z’n minst curieus – vooral omdat

vrouwen alhier nogal afsteken bij hun zusters in vergelijkbare

buitenlanden.

Voor het weekblad Vrij Nederland interviewde ik ooit alle

vrouwelijke ambassadeurs die op dat moment in Den Haag


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 22

22 Verwende prinsesjes

gestationeerd waren. Negen in totaal. Sommigen vertegenwoordigden

een ontwikkelingsland, anderen een westerse

natie. Maar bij alle onderlinge verschillen was er één overeenkomst.

Ongevraagd vertelden ze hoe ‘verbaasd’ dan wel ‘geschokt’

ze waren, toen ze eenmaal in Nederland nauwkeurig

om zich heen keken. Was dit het vrouwvriendelijke, liberale

land waarover ze zo veel gehoord hadden? Waar zaten dan

toch al die vrouwen? Goed, ze zijn ruim vertegenwoordigd in

het parlement, en er is een vrouwelijk staatshoofd. Maar verder?

‘Vrouwen in Nederland zijn bijzonder goed opgeleid,’ zei

de Canadese ambassadeur. ‘Maar hebben ze eenmaal kinderen,

dan vinden ze dat ze hun loopbaan moeten opgeven. Zo

was het bij ons in de jaren vijftig.’

‘Dat verschil,’ zei de Amerikaanse ambassadeur, ‘tussen de

politiek en de rest van Nederland intrigeert me. Waarom zitten

vrouwen wel op hoge functies in de politiek en elders niet?

Ik denk dat Nederland is blijven steken in de zeventiende

eeuw. Ze hebben nog steeds het gevoel dat ze niet buitenshuis

mogen werken. Het idee dat vrouwen iets groots bij te dragen

hebben aan de samenleving wordt daardoor ontmoedigd.’

‘Jullie zijn welvarend,’ zei de Cubaanse ambassadeur. ‘Jullie

kunnen het je permitteren om de vrouwen thuis te laten.

Misschien is het voor de kinderen beter, dat kan ik niet beoordelen.

Maar ik kan me niet voorstellen dat je vrijwillig de helft

van je talenten ongebruikt laat.’

Voor hetzelfde weekblad maakte ik een reportage op het

Nijmeegse Max Planck Instituut, internationaal onderzoeksinstituut

voor psycholinguïstiek. Aanleiding: de helft van de

toponderzoekers was er vrouw – een unicum in de academische

wereld. Het geheim: de vier directeuren deden er welbe-


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 23

Het sprookje van de perfecte moeder 23

wust alles aan om hun vrouwelijke talenten binnenboord te

houden, óók als ze zwanger raakten. Samen artikelen schrijven

bijvoorbeeld, zodat er geen al te groot gat viel in de publicatielijst.

Opvallend genoeg waren het juist onderzoeksters

van Nederlandse afkomst die het meestal uiteindelijk toch opgaven.

‘Wat je ook voor ze doet,’ verzuchtte een van de directeuren,

‘ze kiezen toch voor de kinderen. Daar kan ik wel eens

heel kwaad om worden.’

Een Franse onderzoekster hield niet op zich erover te verbazen.

‘Ik heb het idee,’ zei ze, ‘dat vrouwen in Nederland erg

onder druk staan van hun omgeving, sneller geneigd zijn om

hun loopbaan op te geven als er een kind komt. Klopt dat? Ik

heb een vriendin, een Nederlandse, die hier promovenda was.

Ze was een goede promovenda, allebei gingen we volkomen

op in ons onderzoek. Toen raakte ze zwanger. En nu is ze gestopt

met werken omdat ze bij de baby wilde zijn. Het trof me

dat ze het zag als iets wat niet te combineren valt. Waarom?’

Inderdaad. Waarom? Er is inmiddels heel wat afgepeinsd over

dit verschil tussen vrouwen uit Nederland en elders. Waar

komt toch de oer-Hollandse gedachte vandaan dat een beetje

moeder eigenlijk vierentwintig uur per dag beschikbaar dient

te zijn?

Daartoe moet de blik gewend naar het verleden. Ooit

moet deze opvatting zich stevig hebben genesteld in het nationale

bewustzijn. Maar wanneer en hoe? En vooral: waarom?

Die vragen zijn niet eenvoudig te beantwoorden, schrijft

ook historica Els Kloek in haar eind 2009 verschenen boek

Vrouw des huizes. De ‘directe’ historische bronnen over dit

thema zijn schaars, om de simpele reden dat het vrouwenbestaan

minder belangwekkend werd geacht dan dat van man-


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 24

24 Verwende prinsesjes

nen. Vast staat wel dat al in de loop van de vijftiende eeuw de

term ‘huisvrouw’ opdook in de Lage Landen – een woord dat

volgens Kloek in de betekenis van echtgenote ‘weinig duidelijke

equivalenten’ kent in andere talen. Aannemelijk klinkt haar

verklaring dat het kapitalisme – met zijn verstedelijking, geldeconomie

en scheiding tussen werkplaats en gezinswoning –

in deze contreien relatief vroeg op gang kwam. Dat bracht

twee soorten arbeid voort: betaald en buitenshuis voor de

man, onbetaald en binnenshuis voor de vrouw. Hij was het

hoofd van het gezin, zij was de baas in huis.

Dit betekende aanvankelijk trouwens allerminst dat Hollandse

vrouwen zich exclusief en voltijds wijdden aan het

huishouden. Anders dan in vergelijkbare landen kenden ze

hier juist veel vrijheid om buitenshuis hun gang te gaan – zeker

toen hun mannen in de Gouden Eeuw reislustig werden.

Iemand als Hugo de Groot constateerde rond 1602 dat

Hollandse vrouwen meenden ‘niet te kunnen volstaan met het

geen de oudste Schrijvers omtrent de vrouwen der Germaanen

geboekt hebben, dat haare voornaamste bekwaamheid

was kinderen ter waereld te brengen en op te voeden’. Wat

heet. Als hun mannen afwezig waren, namen vrouwen ‘het

bestuur van ’t gemeenschappelijk vermogen’ ter hand, deden

de boekhouding en reisden van stad naar stad. ‘En dit alles

verrichten zij met zoo veel zedigheid en omzichtigheid, dat

haare achting en de eerbaarheid van haare kunne er niets bij

lijden.’

Het was vanuit Europees perspectief gezien uniek. Buitenlandse

reizigers hielden dan ook niet op zich te verbazen over

de zelfstandigheid en bazigheid van de Hollandse huisvrouw.

Hoe was het mogelijk, vroegen zij zich af, dat Hollandse mannen

dit zomaar toestonden?


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 25

Het sprookje van de perfecte moeder 25

In de loop van de Gouden Eeuw kreeg het begrip huisvrouw

volgens Kloek ‘een normatieve lading’. ‘Het begon te

lijken,’ schrijft zij, ‘op een roeping. Een levensbestemming

met een welomschreven takenpakket.’

De dichtende raadpensionaris Jacob Cats speelde hierin

een moeilijk te onderschatten rol. Uitvoerig bezong hij de lof

der huisvrouw in zijn rijmwerk Houwelick uit 1625, een bestseller

waarvan zo’n vijftigduizend exemplaren werden verkocht.

‘De man moet op de straat om zijnen handel gaan,’

schreef hij, ‘het wijf moet in het huis de keuken gadeslaan.’

Een goede moeder gaf bovendien haar kinderen zelf de borst,

en nam de opvoeding persoonlijk ter hand. Dat een gehuwde

vrouw zich buitenshuis begaf om geld te verdienen gaf eigenlijk

geen pas. Haar huis was het ‘koninkrijk’ waar zij regeerde.

Zo was nu eenmaal de ‘natuurlijke’ ordening. Zo had ook

God het bedoeld.

Met de stijgende welvaart kon Cats’ wensdroom langzaam

werkelijkheid worden. Zodra het financieel niet meer nodig

was, stopte de vrouw met werken buitenshuis. Het standaardwerk

Vijf eeuwen opvoeden in Nederland beschrijft hoe als eersten

de echtgenotes van rijke burgers zich terugtrokken in hun

huizen – de vrouwen van de Amsterdamse kooplieden voorop.

‘Eind achttiende eeuw,’ aldus de auteurs, ‘breidde deze gewoonte

zich uit naar de middenburgerij, terwijl de rest van de

burgerij zich er graag aan spiegelde. De gespecialiseerde “huisvrouw”

gold als deftig.’ Ook als ze geen personeel had en zelf

moest boenen en poetsen, dan nog werd dat ‘fatsoenlijker’ geacht

dan uit werken gaan.

Dankzij Verlichting en Romantiek verschoven bovendien

de opvattingen over opvoeding en huiselijk geluk. De kinderziel

behoefde liefdevolle sturing, en de moeder werd daarin de


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 26

26 Verwende prinsesjes

glansrol toebedacht. ‘Het was bijna een nationale plicht die

vrouwen hadden te vervullen,’ schrijft Kloek, ‘zowel om burgers-in-spe

te baren, als om deugdzame burgers op te voeden.

Een goed en harmonieus gezinsleven was een voorwaarde om

de jonge burgertjes “op te kweken”. De man bleef onverkort

het hoofd van het huishouden, maar het goede partnerschap

tussen man en vrouw werd nu meer dan een goddelijk gebod.

Het diende tot heil der natie.’

Let wel: de kloof tussen wensbeeld en werkelijkheid bleef

aanzienlijk. Getrouwde vrouwen uit de lagere klassen dienden

naast hun gezin elders in de huishouding, stonden achter de

toonbank, werkten in atelier of fabriek. Vrouwen van winkeliers

en boeren hadden hun eigen (zware) taak in het gezinsbedrijf.

Alleen getrouwde vrouwen uit de gegoede burgerij en

hoger bleven daadwerkelijk thuis. Maar anders dan dikwijls

gedacht, vormde het moederschap beslist niet hun dagbesteding.

Eigenhandig voor hun kinderen zorgen deden zij nauwelijks.

Dat was een taak die zij grotendeels overlieten aan anderen:

het kindermeisje of de dienstbode.

‘In al deze gezinstypen,’ aldus de auteurs van Vrouwen, leven

en werk in de twintigste eeuw, ‘kon feitelijk niet gesproken

worden van een “aparte opvoedingstaak” van de moeder: kinderen

groeiden met de stroom op of werden uitbesteed aan

personeel.’

Niettemin bleef tot diep in de twintigste eeuw het ideaal intact

van de vrouw die haar levensvervulling zoekt in het moederschap

– van links tot rechts, van hoog tot laag, van gelovig

tot seculier. Zo zou het eigenlijk moeten zijn. Dat het in werkelijkheid

zelden zo uitpakte was des te betreurenswaardiger.

Zelfs de vrouw die kinderloos bleef kreeg ‘moederlijke’ eigen-


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 27

Het sprookje van de perfecte moeder 27

schappen toegedicht. Als zij buitenshuis wilde werken, dan

het liefst in verzorgende en opvoedende beroepen – de verpleging,

het maatschappelijk werk, het onderwijs. Alleen daarin

kon haar wezen tot volle bloei komen.

Volgens socialistisch politica en dichteres Henriette Roland

Holst-van der Schalk bijvoorbeeld waren huwelijk en

moederschap ‘de natuurlijk roeping’ der vrouw. Uit de ‘algemeene

gelijkheid’ tussen man en vrouw, schreef ze in een brochure

in 1898, volgt nog géén ‘bijzondere gelijkheid’. ‘Wij

meenen, dat het een groote verarming zou zijn van de menschelijke

natuur, zoo de vrouw er naar streefde haar denken en

doen zooveel mogelijk naar het voorbeeld van den man in te

richten. Zoowel als ’t vrouwelijk lichaam een geheel eigene en

aparte volkomenheid bezit, geheel verscheiden van die van

den man, zoo is het immers ook met den vrouwelijken geest,

daar wij weten, dat de bijzondere eigenschappen van geest en

lichaam nauw samenhangen.’

Haar opvattingen over de diepgewortelde sekseverschillen

weken nauwelijks af van die van Abraham Kuyper, de antirevolutionaire

voorman die voor het overige in alles haar tegenvoeter

was. In de opstelbundel De Eerepositie der Vrouw (1914)

schreef hij: ‘Het private en het publieke leven vormen twee afgescheiden

sferen, elk met een eigen wijze van bestaan, met

een eigen taak, en voor die taak om een eigen soort hoedanigheden

en talenten roepend. Dit is de harmonie van levenssfeer

en menschenaard. En het is op grond van dezen stand van zaken,

die niet wij hebben uitgedacht, maar God zelf ons heeft

opgelegd, dat de vrouw in het publieke leven niet met den

man gelijk staat.’ De vrouw die zich buiten de sfeer van het gezin

begeeft, verspeelt volgens hem haar ‘hooge eerepositie’.

‘Het soortverschil tusschen man en vrouw is [...] in beider


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 28

28 Verwende prinsesjes

schepping, en in beider daaruit voortgekomen natuur, zoo onomstootelijk

vastgelegd, dat alle onderschatting of wegcijfering

ervan een streven verraadt, om de door God ingestelde

orde door menschelijke willekeur te niet te doen.’

Ook onder feministen in de eerste helft van de twintigste

eeuw waren er trouwens genoeg die vonden dat moeders thuis

dienden te blijven. Betaalde arbeid buiten de deur, dat was

vooral een streven voor ongehuwde vrouwen. Rosa Manus –

zij was jarenlang vicepresidente van de Wereldbond voor

Vrouwenkiesrecht en volgens historica Mineke Bosch ‘een van

de belangrijkste leidende figuren’ van de vrouwenbeweging

tussen 1910 en 1940 – blikte in oktober 1932 terug op wat er

bereikt was. Met lede ogen zag zij hoe vrouwen ‘overal’ weer

werden verdreven uit de posities ‘die ze zich met zooveel moeite

hebben veroverd’.

Maar als interviewster Jo van Ammers-Küller haar mening

vraagt over ‘het probleem van de werkende vrouw, die een

huishouden heeft en moeder is’, antwoordt de ‘vurige feministe’

Manus: ‘Zij behoort in haar huis en bij haar kinderen.

Honderd vernuftige compromissen veranderen niets aan die

elementaire wet. Als het anders gebeurt, anders móét zooals

nog heel vaak in onze huidige maatschappij, is het een compromis.

Wie de maatschappij wil dienen moet beginnen bij

haar eigen familie, geen vrouw mag naar mijn meening de

zorg voor een gezin verzuimen terwille van een maatschappelijke

taak, al is die taak nog zoo gewichtig. Ik voel volkomen

de moeilijkheid van het probleem, dat vrouwen die iets kunnen

presteeren, die de mogelijkheid hebben om goed te verdienen,

dat vaak liever doen dan thuis met een ontoereikend

inkomen rond te tobben. [...] Maar ik vind het ontzaglijk

jammer en een van de groote fouten van onzen tijd, dat de


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 29

Het sprookje van de perfecte moeder 29

jonge vrouwen hoe langer hoe meer gaan neerzien op dat

huishoudelijk werk en het grootbrengen van kinderen lastig

vinden, of te veel een obstakel bij haar beroep, haar sport of

haar genoegens.’

Er zijn ook andere verklaringen aangevoerd voor de Nederlandse

aversie tegen het werkend moederschap. Zo is vaak

gewezen op de geringe deelname van dit land aan de beide

twintigste-eeuwse wereldoorlogen. Tijdens de eerste bleef Nederland

neutraal, in de tweede was het vechten na vijf dagen

voorbij. Elders namen vrouwen de arbeidsplaatsen in van de

mannen die aan het front vochten, met als gevolg dat zij het

ook in vredestijd vanzelfsprekender vonden om buitenshuis te

werken. (De theorie is niet onomstreden; in bijvoorbeeld

Duitsland was het aantal werkende vrouwen in de jaren twintig

al snel weer terug op het vooroorlogse niveau.) Uniek

schijnt ook de invloed te zijn geweest van de confessionelen in

dit verzuilde land. Volgens de Groningse historica Nelleke

Bakker waren Nederlanders destijds ‘heel volgzaam’. ‘Veel

meer dan bijvoorbeeld Belgen,’ zei ze in een interview in 2005.

‘Vrouwen daar trokken zich niets aan van het verbod op buitenshuis

werken. Nederlanders luisterden wél naar de pastoor

en de dominee.’

Hoe het ook zij, in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog

was meer dan negentig procent van de getrouwde

vrouwen voltijds huisvrouw. Eindelijk was het eeuwenoude

ideaal haalbaar voor alle bevolkingsgroepen – dankzij de stijgende

welvaart, en vooral dankzij het kostwinnersmodel, een

unieke constructie waarbij het salaris van de man genoeg

moest zijn om het hele gezin te onderhouden. Ook de arbeider

kon nu met gepaste trots zeggen dat zijn vrouw ‘niet hoef-


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 30

30 Verwende prinsesjes

de te werken’. Het belastingstelsel, winkeltijden, schooltijden

– alles was afgestemd op de thuisblijfmoeder. Professionele

opvang was tot ver in de twintigste eeuw uitsluitend beschikbaar

voor kinderen uit ‘ontwrichte’ gezinnen. En nog in 1965

had 83 procent van de Nederlanders principiële bezwaren tegen

buitenshuis werkende moeders.

Wijdverbreid is de misvatting dat al die naoorlogse Hollandse

huisvrouwen ook daadwerkelijk van vroeg tot laat in de weer

waren met hun kinderen. Dat was niet het geval. Zelfs in de

decennia dat het thuismoederschap domineerde, konden kinderen

allerminst op voltijds aandacht rekenen. Het gemiddelde

kindertal was nog hoog, het huishouden uiterst arbeidsintensief.

Mijn eigen thuisblijfmoeder zette tussen 1948 en 1963 vier

zonen en drie dochters op de wereld. Het huishouden bezorgde

haar een zesdaagse werkweek, met dagen van tien, twaalf

uur. Alleen op zondagen deed ze het kalmer aan. Dan hoefde

ze slechts te koken voor de negen gezinsleden. De rest van de

week vulde zich met wassen, strijken, stoffen, stofzuigen, bedden

verschonen, boodschappen doen, de maaltijden bereiden,

sokken stoppen, kleren verstellen. Alleen voor het grove werk

kwam er een hulp. En dan was er nog de voorjaarsschoonmaak,

waarbij de hele pastorie binnenstebuiten moest gekeerd.

Daarnaast had ze haar verplichtingen als domineesvrouw:

kraambezoek, verenigingsavonden, gastvrijheid voor

elk gemeentelid dat aanbelde. Ze stond elke dag om zes uur op

om althans één uurtje voor zichzelf te hebben.

En o ja, ergens tussendoor voedde ze ons op. Exclusieve

aandacht voor een van haar zeven kinderen? Het gebeurde zo

spaarzaam dat alle keren me nu nog bijstaan. Naar school


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 31

Het sprookje van de perfecte moeder 31

brengen deed ze alleen de allereerste dag, om de route te wijzen

en de juf de hand te schudden. Vanaf mijn zesde reisde ik

elke vakantie per trein van Amsterdam naar Friesland. In m’n

eentje. Mijn moeder zwaaide me uit op het Centraal Station,

mijn oma stond me in het winderige Heerenveen op te wachten.

Aan liefde was geen gebrek, maar voor mijn moeder waren

haar kinderen noch haar levensvervulling, noch de zon waarom

haar wereld draaide. Wij waren simpelweg deel van haar

drukke vrouwenbestaan. Niet meer, maar zeker ook niet minder.

Mijn thuisblijfmoeder was geen uitzondering. In 1955 besteedden

vrouwen wekelijks gemiddeld 62 uur aan hun huishoudelijke

taken. En nog in 1964, aldus Vrouwen, leven en

werken in de twintigste eeuw, was de tijdsbesteding aan kinderen

‘minimaal’. Huisvrouwen hadden dagelijks gemiddeld

vijftig minuten tijd voor hun kinderen, ‘waaronder het naar

bed brengen’.

Helaas, het collectieve geheugen is selectief. Wij herinneren

ons wat we ons willen herinneren – ook als dat niet strookt

met de feiten. Onuitroeibaar lijkt het beeld van de Hollandse

huismoeder die om halfvier klaar zat achter de theepot, vol belangstelling

voor de verhalen van haar kinderen. Het is heimwee

naar een werkelijkheid die nooit heeft bestaan.

En nog steeds is menigeen ervan overtuigd dat het thuisblijfmoederschap

zich baseert op een Hogere Orde der Dingen.

Vroedvrouw Beatrijs Smulders bijvoorbeeld weet heel zeker

dat het Nederlandse kostwinnersmodel superieur is. Het

komt volgens haar voort ‘uit respect voor het moederschap’.

Daarom is de Nederlandse vrouw in haar ogen gelukkig ‘geen


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 32

32 Verwende prinsesjes

hardwerkende sloof’ geworden zoals in veel landen om ons

heen het geval is. Zij werkt in deeltijd en laat zich ‘de lusten

van het moederschap’ niet door de neus boren. ‘Ik vind dat

een hele hoge vorm van emancipatie.’

Bas van der Vlies, oud-fractieleider van de sgp, mocht de

afgelopen jaren dikwijls uitleggen dat het vrouwenstandpunt

van zijn partij niets anders deed dan ‘de Bijbelse voorschriften’

gehoorzamen. ‘De teksten over de scheppingsordening vertellen

ons dat man en vrouw in die volgorde zijn geschapen,

naast en tegenover elkaar,’ zei hij in 2005 tegen dagblad

Trouw. ‘Klassiek was het zo dat de man buitenshuis de kost

won, en de vrouw de thuishaven op orde hield en tot een

warm nest maakte, waar liefde dominant was.’

Klassiek was het zo? Het tamelijk recente, typisch Hollandse

kostwinnersmodel weten terug te vinden in de Bijbel –

het was voorwaar een exegetisch hoogstandje. Toch was er

geen journalist die de fractieleider daarop wees.

De kentering kwam uiteraard met de Tweede Feministische

Golf, die eind jaren zestig vanuit de Verenigde Staten ook Nederland

bereikte. Eerdere naoorlogse feministische erupties

waren hier nauwelijks aangeslagen. Le deuxième sexe, het baanbrekende

boek van Simone de Beauvoir uit 1949, leidde onder

intellectuelen in Nederland weliswaar tot stevig debat, maar

zou pas zestien jaar later in vertaling verschijnen. Een reeks

publicaties uit Amerika – The Feminine Mystique (1963) van

psychologe Betty Friedan voorop – wist wél de aandacht te

trekken.

In Nederland was Joke Kool-Smit een van de eersten die

de vanzelfsprekendheid van ‘de rolverdeling’ ter discussie stelden.

‘Van hoog tot laag,’ schreef ze, ‘beijvert men zich een


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 33

Het sprookje van de perfecte moeder 33

vrouw in te prenten hoe onmisbaar zij is voor haar kinderen.’

De zin stond in haar essay ‘Het onbehagen bij de vrouw’, dat

in november 1967 in De Gids verscheen. Dat was één bittere

aanklacht tegen het huisvrouwschap en tegen de ‘gescheiden

sferen’ waaraan dit land zo hechtte. Haar biografe Marja

Vuijsje heeft laten zien hoezeer zij precies de juiste boodschap

bracht, op precies het juiste moment. De tijd was rijp, de

onvrede onder Nederlandse vrouwen leek enorm. Achteraf gezien

alleszins verklaarbaar: dankzij de anticonceptiepil krompen

hun gezinnen, dankzij allerhande huishoudelijke apparatuur

werden hun taken verlicht. Bovendien waren ze nu hoger

opgeleid dan ooit tevoren.

‘Mannen hebben een duidelijke relatie tot de maatschappij,

vrouwen een onduidelijke,’ schreef Kool-Smit. ‘De sleutel

tot dit verschijnsel ligt in de huidige vorm van het huwelijk.

Voor de man zijn huwelijk en vaderschap maatschappelijk gezien

incidenten, voor de vrouw niet. Als een man trouwt kiest

hij een levenspartner, een vrouw kiest in de meeste gevallen

bovendien een levenswijze, het huisvrouwschap. Anders gezegd:

een man die zijn brood gaat verdienen weet waar hij aan

toe is. Normaliter zal hij minstens veertig jaar in de maatschappij

doorbrengen, het heeft voor hem dus zin zijn toekomst

te plannen en toe te werken naar een bepaald doel.

Voor een vrouw liggen de zaken anders.’

Het moederschap, speciaal in de eerste jaren, heette bij

Kool-Smit ‘een natuurramp’. ‘Ik geloof met name dat vrouwen

wel eens bij zichzelf te rade mogen gaan en uitmaken

waar hun vitale belangen liggen: in hun gezin of daarbuiten.

Ik geloof met andere woorden dat het de hoogste tijd is dat

vrouwen zich het gezonde egoïsme permitteren dat voor mannen

sinds mensenheugenis een vanzelfsprekend gegeven is.’


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 34

34 Verwende prinsesjes

Haar essay blijkt, ruim veertig jaar later en ondanks het

knarsende proza, nog steeds een indrukwekkende tekst. Misschien

wel temeer omdat alles wat ze destijds onder woorden

bracht, nu zo hopeloos gedateerd lijkt – terwijl het dat niet is.

Hoe het feministische gedachtegoed zich verspreidde in de jaren

die volgden is genoegzaam bekend. En niet alleen de elite

bekeerde zich tot het nieuwe evangelie, het vond in brede

kringen weerklank. In 1966 kreeg een lezeres wier man jaloers

was op haar baan nog dit advies van het vrouwenblad Margriet:

‘Het zou voor het gezin het beste zijn als U de moed

bezat op te houden met werken.’ Acht jaar later ontving een

ongelukkige huisvrouw deze raad: ‘Toon uw onvrede, uw opstandigheid,

uw gevoel van gevangen zijn. Krop het niet op.’

Emancipatie werd een thema waartoe je je móést verhouden

– zoals je heden ten dage een mening móét hebben over

de integratieproblematiek. Illustratief zijn de interviews die de

destijds vermaarde Bibeb maakte voor het weekblad Vrij Nederland.

De vrouwen die zij in de jaren zeventig portretteerde

kregen strijk en zet de vraag voorgelegd hoe zij stonden tegenover

het feminisme. Actrice Adèle Bloemendaal in 1971: ‘Alles

wat Dolle Mina propageert heb ik al jarenlang moeiteloos in

praktijk gebracht.’ Schrijfster Mensje van Keulen in 1973: ‘En

als mannen die de hele dag gewerkt hebben, thuis ook nog es

moeten helpen, vind ik dat net zo smerig als van kinderen te

eisen dat ze na schooltijd nog van alles voor hun moeder moeten

doen.’

De feministische invloed werd ook in de wetenschap snel

zichtbaar. Met enige verbetenheid werd gezocht naar bewijs

voor de centrale stelling van Simone de Beauvoir: je wordt

niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt.


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 35

Het sprookje van de perfecte moeder 35

In 1978 verscheen The Reproduction of Mothering, studie

van de Amerikaanse sociologe Nancy Chodorow (in 1980 vertaald

als Waarom vrouwen moederen). Zij wilde afrekenen met

‘het argument van de natuurlijke aanleg’. Onzin, vond Chodorow.

‘De arbeidsverdeling naar sekse en de verantwoordelijkheid

van vrouwen voor het grootbrengen van kinderen

staan in verband met mannelijke dominantie en brengen deze

ook weer voort.’

Nog zo’n ontzenuwing bood De mythe van de moederliefde

uit 1980 van de Franse filosofe Elisabeth Badinter. Haar onderzoek

(op zijn beurt weer schatplichtig aan The making of

the modern family van Edward Shorter uit 1975) wilde bewijzen

dat moederliefde een historische ‘constructie’ was. Niks

biologische wetten. Eigenlijk bestond het fenomeen pas sinds

Jean-Jacques Rousseau. Hij had met zijn Émile ou De l’éducation

in 1762 de kiem gelegd voor onze denkbeelden over wat

een goede moeder hoort te zijn: volledig toegewijd aan haar

kind. Maar moederliefde was volgens Badinter ‘gewoon een

gevoel als alle andere, een gevoel dat afhankelijk is van de omstandigheden.

Het is een gevoel dat al dan niet aanwezig is,

dat kan opkomen of verdwijnen, dat sterk of broos kan blijken,

zich op alle kinderen kan richten of er een kan uitverkiezen.

[...] Inzake de moederliefde bestaat er dus geen universele

wet, en zij is niet onderworpen aan een natuurlijk determinisme.

Moederliefde is niet vanzelfsprekend, maar een toegift.’

In de winter van 1981 was in de Haarlemse Hallen van het

Frans Halsmuseum de tentoonstelling De kunst van het moederschap

te zien. De samenstelsters baseerden zich dankbaar

(‘Zij hebben ons gestimuleerd bij de beschrijving van de Nederlandse

situatie’) op de inzichten van Shorter en Badinter.

‘De vraag, die voor de tentoonstelling en deze catalogus als


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 36

36 Verwende prinsesjes

uitgangspunt diende, was: als “het moederschap” in de tegenwoordige

betekenis niet zozeer “natuurlijk” is, maar eerder een

gevolg van ideologische en maatschappelijke ontwikkelingen,

kunnen we dan iets van dit proces terugvinden bij onze overen

betovergrootmoeders?’ De expositie – vol schilderijen die

moesten aantonen hoezeer de vrouw de moederrol was opgedrongen

– kreeg een kribbige ontvangst. ‘Onzedelijke geschiedschrijving,’

schreef een van de critici.

Daar zat eerlijk gezegd wat in. Minder ideologisch gedreven

bronnenonderzoek toonde aan dat er ook in de eeuwen

vóór Jean-Jacques Rousseau wel degelijk moeders waren die

hun nageslacht zeer beminden. De dood van een kind bijvoorbeeld

kon tot hartverscheurend verdriet leiden, hoewel

zuigelingen- en kindersterfte destijds wijdverbreid was. Terecht

geldt de stelling dat moederliefde een constructie is nu

als achterhaald – een ‘zwarte legende’. Even terecht schrijven

de auteurs van Vijf eeuwen opvoeden in Nederland: ‘Dat neemt

natuurlijk niet weg dat de houding ten opzichte van kinderen

door de tijd heen steeds aan verandering onderhevig is, tot op

de dag van vandaag.’

Begin jaren tachtig was de vrouwenbeweging over haar hoogtepunt

heen. Maar de emancipatiegedachte zelf had zich stevig

weten te wortelen, ook binnen het overheidsbeleid. Vooral

na het Internationaal Jaar van de Vrouw (1975) wemelde het

van de gesubsidieerde organisaties die vrouwen ‘bewust’

moesten maken van hun achterstand, hun kansen en hun

rechten. Wettelijke belemmeringen werden aangepakt, discriminerende

maatregelen opgeheven.

Achteraf gezien is het tempo waarin de veranderingen zich

voltrokken adembenemend. Zelden wist een sociale beweging


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 37

Het sprookje van de perfecte moeder 37

zo veel succes te boeken in zo’n korte tijd. Wat voor de ene generatie

vrouwen nog ondenkbaar was, lag voor de volgende

binnen handbereik. De moeders hadden naar de lagere school

gemogen, met een beetje geluk een paar jaar mogen doorleren,

en dat was dat. De dochters konden elke opleiding volgen

die ze wensten, vrijwel alle beroepsgroepen heetten hen welkom,

en zelfs zwangerschap was geen reden meer voor ontslag.

Er was niets dat hen tegenhield, de wereld lag bij wijze van

spreken aan hun voeten. Ze hoefden alleen nog maar over de

drempel te stappen.

Maar dat deden ze niet. Bij hun volle verstand kozen ze,

net als hun moeders, voor een bestaan dat zich hoofdzakelijk

afspeelt achter de voordeur.

Van feministische zijde is lange tijd geopperd dat er in dit land

patriarchale machten aan het werk waren die vrouwen op sluwe

wijze thuis probeerden te houden – al dan niet geholpen

door de priester en de dominee. Toen die redenering uit de

gratie raakte, kwam een ander verklaringsmodel in zwang. De

‘stagnatie in het emancipatieproces’ zou te wijten zijn aan

praktische belemmeringen. Als er nu maar voldoende en betere

kinderopvang zou zijn, als de schooltijden nu maar werden

aangepast, als ‘flexibeler werken’ werd toegestaan, als het nog

altijd bestaande ‘kostwinnersvoordeel’ werd afgeschaft, als

mannen minder uren zouden maken – dan zouden Nederlandse

vrouwen geheel vanzelf de arbeidsmarkt op stromen.

Zo betoogden twee overheidsadviseurs onlangs nog dat

deeltijdarbeid zoiets was als ‘een onrustig dribbelen om straks

weer te gaan sprinten’. Ofwel: ze willen heus, de Nederlandse

vrouwen. Alleen is er nu nog even iets wat hen daarvan weerhoudt.

Ook Nicolien Brzesowsky en Irene Geerts, auteurs van


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 38

38 Verwende prinsesjes

het zelfhulpboek Zo doet ze dat! zitten op dit spoor. ‘Er ligt een

belangrijke taak voor de overheid,’ schrijven zij, ‘om vooroordelen

en onnodige obstakels voor werkende ouders weg te nemen.’

En de denktank Taskforce DeeltijdPlus, in 2008 door

het toenmalige kabinet ingesteld om de economische zelfstandigheid

van vrouwen te bevorderen, droeg deze boodschap

gedurig uit. ‘Vooral veel vrouwen werken nu in kleine deeltijdbanen,’

meldde de website, ‘terwijl ze best meer willen

werken.’

De feiten vertellen een ander verhaal. Zelfs als kinderopvang

geheel gratis zou zijn, constateerde het Sociaal en Cultureel

Planbureau enkele jaren geleden, en zelfs als mannen uren

zouden inleveren ten behoeve van ‘zorgtaken’, dan nog zou

maar vijf procent van de vrouwen méér willen werken dan het

schamele beetje dat ze nu doen. In oktober 2009 kwam het

scp in het rapport Deeltijd (g)een probleem tot dezelfde conclusie.

Nederlandse vrouwen vinden het in overgrote meerderheid

‘zo wel best’. Dat ze in deeltijd werken ligt ‘meestal

niet’ aan hun werksituatie. ‘De meeste vrouwen zeggen voor

een bescheiden deeltijdbaan te kiezen, om zo tijd over te houden

voor het huishouden, hun kinderen, mantelzorg of gewoon

meer tijd voor zichzelf,’ schrijven de onderzoekers. ‘En

driekwart van de vrouwen denkt dat het zeker of waarschijnlijk

mogelijk is om bij hun huidige werkgever meer uren te

gaan werken, als ze dat zouden wensen.’ Als ze dat zouden

wensen. Maar dat is precies wat ze niet doen.

Ook de Universiteit van Tilburg concludeerde in januari

2010 dat Nederlandse vrouwen dolgelukkig zijn met hun minibaantjes.

Zij kennen ‘high levels of job satisfaction’ en ‘a low

desire to change their working hours’. Dat bewijst, aldus onderzoekers

Alison Booth en Jan van Ours, dat deeltijdwerk geen


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 39

Het sprookje van de perfecte moeder 39

overgangsfase is naar voltijdwerk. ‘Partnered female part-time

labor in the Netherlands is here to stay.’

De stagnatie, kortom, valt niet op het conto te schrijven

van patriarchale machten, noch van gebrekkige regelingen.

Zeker zou het helpen als ook mannen het vanzelfsprekender

vonden dat vrouwen hun eigen brood verdienden. En als de

zogeheten ‘randvoorwaarden’ gunstiger waren. Als kinderopvang

niet langer een privébekommernis was, maar net zo’n gewone,

maatschappelijke voorziening als het onderwijs. En als

dat onderwijs zelf niet langer volledig afgestemd zou zijn op

de altijd beschikbare moeder – met onwaarschijnlijk korte

schooldagen en adv-vrij om de haverklap. Het zou het arbeidsleven

aanzienlijk vergemakkelijken.

Maar zelfs als dat zou gebeuren, dan nog zit het belangrijkste

obstakel elders: in de hoofden van de Nederlandse vrouwen

zelf. Zij zijn het die zichzelf binnenhouden.

De moeders onder hen gebruiken uiteraard vooral hun kinderen

als excuus.

‘Het moederschap,’ schrijft de Werkgroep Moeders op zijn

site, ‘is een veelzijdig beroep dat tal van aspecten omvat, zoals

baby-, peuter-, en kleuterverzorging, voeding, gezondheid en

de behandeling van ziektes, ehbo en voorts het de kinderen

bijbrengen van diverse praktische en sociale vaardigheden.’

Dit vraagt ‘inzicht in de ontwikkelingswetmatigheden van

kinderen’ en ‘pedagogische intuïtie’. De moeder dient bovendien

‘breed georiënteerd’ te zijn. Zij moet haar kind immers

‘steeds een stapje voor blijven in zijn ontwikkeling’. Vanwege

deze zware verantwoordelijkheden heeft elke Nederlandse

moeder recht op ‘moederloon’ tot haar jongste kind achttien

jaar oud is.


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 40

40 Verwende prinsesjes

Natuurlijk, de Werkgroep Moeders behoort tot de fanatiekste

verdedigers van het thuisblijfmoederschap. Maar hun

redenering klinkt door bij de vele pleitbezorgers van het anderhalfverdienersmodel.

Ook zij beroepen zich graag op ‘het

belang van het kind’.

Het is een argument dat, met permissie, nogal op de lachspieren

werkt – althans als je de feiten ernaast legt. Het doorsnee

hedendaagse Nederlandse gezin telt op dit moment precies

1,7 kind. En het doorsnee hedendaagse huishouden stelt,

anders dan vijftig jaar geleden, niets meer voor. De grote

schoonmaak is afgeschaft. Huishoudelijke apparatuur, een

rijk aanbod van gemaksvoedsel in de supermarkten, kant-enklare

kleding – het behoort al decennia tot de standaardgeneugten.

Zelfs de allertoegewijdsten onder ons kunnen hooguit

twee, drie uur per dag kwijt zijn aan klusjes binnenshuis.

Toegegeven, een dreumes of peuter neemt je nogal in beslag.

Maar als je kind de kleuterleeftijd heeft bereikt, rijgen de lege

uren zich aaneen. Hoezo het moederschap een veelzijdig beroep?

Hoezo een dagtaak?

Bij een vrouw die zo redeneert dient het moederschap, bewust

of onbewust, als haar levensvervulling. Het kind moet

doel en zin verlenen aan haar bestaan. Omgekeerd acht zij

zichzelf blijkbaar onmisbaar. Maar waarom eigenlijk?

Nog nooit is aangetoond dat een in liefde opgroeiend kind

getraumatiseerd raakt als het ook met andere verzorgers in

aanraking komt. Een kind is doorgaans niet van porselein. De

moederband evenmin.

In Frankrijk, België en de Scandinavische landen is professionele

kinderopvang inmiddels volstrekt vanzelfsprekend.

(Zelfs in Duitsland zijn de opvattingen aan het schuiven, notabene

dankzij een christen-democratische minister met zeven


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 41

Het sprookje van de perfecte moeder 41

kinderen. Je bent geen Rabenmutter meer als je werkt.) En

voor zover mij bekend zijn Franse, Belgische of Scandinavische

kindertjes in doorsnee niet neurotischer, verwaarloosder,

onverzorgder, dommer of lastiger dan die van ons. Toch blijft

Nederland ervan overtuigd dat moeders hun kinderen tekortdoen

als zij er niet zelf bovenop zitten.

Neem het debat zoals zich dat enkele jaren geleden ontspon

over de naschoolse opvang. In september 2005 stelde Jozias

van Aartsen, toenmalig fractieleider van de vvd, het

voorstel aan de orde tijdens de algemene beschouwingen. Basisscholen,

vond hij, moesten ook buiten de lesuren hun leerlingen

opvang bieden. Dat zou de ‘arbeidsparticipatie’ van

vrouwen ten goede komen. De fractieleider was nog niet uitgesproken

of de minister van onderwijs, de premier, de scholenkoepels

en de onderwijsbonden vielen over hem heen. De

ene belangenbehartiger noemde het voorstel ‘te zot voor

woorden’, de andere haalde de term ‘dumpen’ nog maar eens

van stal. ‘De school,’ sprak toenmalig cda-minister Maria

van der Hoeven streng, is geen ‘oppascentrale’. Uit een opiniepeiling

bleek dat de meerderheid van de Nederlanders (70

procent) het roerend met haar eens was: van de kameraden

der sp ter linkerzijde tot de mannenbroeders der sgp ter

rechterzijde.

Dat het voorstel uiteindelijk toch door de Tweede Kamer

kwam, mag een wonder heten. Maar vanzelfsprekend is professionele

kinderopvang nog bij lange na niet. Daarvoor zit de

weerzin te diep.

Hoe onwaarschijnlijk hoog de rol van de Nederlandse moeder

wordt ingeschat, blijkt ook uit de manier waarop echtscheidingen

verliepen – althans tot voor kort. Tot ver in de jaren


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 42

42 Verwende prinsesjes

negentig kreeg zij met grote vanzelfsprekendheid de voogdij

over de kinderen toegewezen, waarna de vader aan haar welwillendheid

was overgeleverd. Frustreerde de moeder de omgang,

dan stond hij machteloos.

Wat in bijvoorbeeld Scandinavische landen al heel lang

geldt als immoreel – kinderen beroven van hun vader – was hier

volstrekt geaccepteerd. Het inzicht dat een echtscheiding meemaken

erg is, maar een van je ouders kwijtraken nog veel erger,

vond nauwelijks weerklank. Ook feministen kon je in alle ernst

horen beweren dat een kind heus geen vader nodig had. Wij geweldige

moeders konden het heel best in ons eentje af.

Vooral onder druk van lobbyclubjes als de Dwaze Vaders

veranderde dat. In 1998 werd een nieuwe echtscheidingswet

van kracht: voortaan behielden beide ouders na de breuk het

gezag over hun kinderen – tenzij daar zwaarwegende argumenten

tegen pleitten. In de praktijk sorteerde de nieuwe wet

weinig effect. Een decennium later bleek dat nog steeds één

op de vijf echtscheidingskinderen de andere ouder (meestal de

vader) nimmer zag. En dat liefst één op de drie ‘slecht contact’

met hem had. Tienduizenden kinderen die vaderloos opgroeien

– het was ook nog eens in strijd met artikel 9 van het Internationale

Verdrag inzake de Rechten van het Kind, door Nederland

van harte ondertekend.

In maart 2009 trad de Wet bevordering voortgezet ouderschap

en zorgvuldige scheiding in werking. Echtbrekers met

kinderen moeten voortaan eerst een ‘ouderschapsplan’ ondertekenen,

waarin ze de omgang met hun nageslacht fatsoenlijk

regelen. Het is een veelbelovende poging om de oer-Hollandse

moederalmacht te breken. Maar de échte verandering moet

natuurlijk elders plaatsvinden: in de hoofden en de harten van

de moeders zelf.


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 43

Het sprookje van de perfecte moeder 43

Vanuit historisch perspectief is de gewichtige rol die mijn medemoeders

zichzelf toekennen een volstrekte noviteit. Of ‘het

belang van het kind’ er werkelijk mee gediend is, lijkt me de

vraag.

Tot ver in de twintigste eeuw hoorden kinderen er gewoon

bij. Je kreeg ze, of je kreeg ze niet. Zat er een tussen die wat

minder perfect was uitgevallen, dan had je pech. Tijd om je

daar druk om te maken ontbrak sowieso. Daar zorgden die

andere kinderen én dat arbeidsintensieve huishouden wel

voor.

Het 1,7 zeer gewenste, bewust geplande kind van nu daarentegen

mag niet tegenvallen. Dat móét wel leuk, slim, en talentvol

zijn. Zeker voor een vrouw die de zin van haar bestaan

uitsluitend zoekt in het moederschap. Ongemerkt wordt zo’n

kind een enfant roi: het belandt in het gezin op de troon.

De huidige opvoedhysterie heeft daar in mijn ogen alles

mee te maken. Het grootbrengen van kinderen, welbeschouwd

de normaalste zaak van de wereld, is immers tot op

het bot geproblematiseerd geraakt. Bij de geringste rimpeling

wordt naar lotgenoten gezocht op internet, gebeld naar de pedagogenlijn,

de ouderschapscoach geraadpleegd. En de overheid

gaat er gewillig in mee. Overal in het land zijn Centra

voor Jeugd en Gezin verrezen waar je professionele ondersteuning

kunt bekomen.

Niet toevallig steeg het aantal kinderen met erkende aandoeningen

het laatste decennium spectaculair – vraag maar

aan de leerkrachten in het basisonderwijs. Hun klassen zitten

vol ‘probleemleerlingen’. Dat was vroeger vermoedelijk niet

anders, maar nu heet een kind zonder taalgevoel dyslectisch,

krijgt een rusteloze kleuter de diagnose adhd, moet een teruggetrokken

meisje wel een autistische stoornis hebben, en is


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 44

44 Verwende prinsesjes

dat matig presterende jochie eigenlijk hoogbegaafd.

Niemand meer die hardop durft te zeggen dat dit stuk

voor stuk aandoeningen zijn waarmee je ook onbehandeld

heel best op je pootjes terecht kunt komen. En vooral: dat te

veel aandacht voor de kinderziel weleens net zo schadelijk zou

kunnen zijn als te weinig.

Het zou helpen als moeders hun eigen rol relativeerden. Want

hoezo? De moederlijke invloed is groot, en tegelijkertijd

slechts een uit vele.

Een baby is geen tabula rasa, geen blanco kleitablet dat je

naar believen kunt volschrijven. Een baby is evenmin een

kant-en-klaar boek waaraan niets meer valt toe te voegen.

Mensen zijn niet uitsluitend het product van hun opvoeding,

noch de machteloze slaaf van hun genen. Daar zorgt de wisselwerking

tussen karakter, intelligentie en aanleg enerzijds, en

de sociale omgeving, culturele opvattingen, en toevallige gebeurtenissen

anderzijds wel voor. Al deze elementen beïnvloeden,

versterken en verzwakken elkaar, op uiterst complexe

wijze.

Voorop staat de onvoorwaardelijke liefde. Net als gezond

eten, op tijd naar bed, een warme muts als het buiten koud is.

Uiteraard dient elk machtsmisbruik – van de corrigerende tik

tot regelrechte mishandeling – te allen tijde taboe te zijn.

Maar verder?

Klare grenzen, ferm nee zeggen op z’n tijd, hier wat schuren,

daar wat schaven, proberen zelf het goede voorbeeld te

geven, vertrouwen op je intuïtie – het is al wat er op zit. En falen

doen we allemaal. De fouten die je wilde vermijden (‘Dit

zal ik later nóóit doen’) verruil je voor nieuwe fouten. Volmaakt

moederschap bestaat niet. En dat is helemaal geen

ramp.


Drayer Verwende prinsesjes 04-10-2010 13:33 Pagina 45

Het sprookje van de perfecte moeder 45

Het besef dat je een weliswaar voorname, maar niet de exclusief

vormende factor bent in het kinderbestaan, zou een hele

geruststelling moeten zijn. Het zou de moeder tot enige nederigheid

kunnen verleiden omtrent haar eigen rol.

Daar zou ze trouwens niet alleen zichzelf, maar ook haar

kind een groot plezier mee doen. Van jongs af aan weten dat er

tomeloos veel van je wordt gehouden, maar dat jij niet het

middelpunt bent van het universum – het kan voor geen enkel

kind kwaad. Kinderen zouden zich moeten aanpassen aan

hun ouders. En niet, zoals nu gebeurt, andersom.

Ik deelde mijn moeder met een veeleisend huishouden.

Mijn dochter deelde mij met een veeleisende baan. Dat was

voor haar niet dramatisch slechter, niet dramatisch beter. Dat

was zoals het behoort te zijn.

More magazines by this user
Similar magazines