HIER - Congress Company

congresscompany.com

HIER - Congress Company

eduRAD syllabus 69

14

Figuur 3: Perivenulaire aankleuring (Dawson fingers)

In de verslaglegging is het van belang de laesies te

beschrijven per locatie en type, om vervolgens in de

conclusie aan te geven of er al dan niet voldaan wordt

aan criteria voor disseminatie in tijd en plaats volgens de

McDonald criteria.

Steeds actiever therapieën – monitoring met MRI

De laatste jaren komen steeds meer medicijnen beschikbaar

die MS remmen middels zogenaamde immunomodulatie.

Naast reeds bekende therapieën (beta-interferon en

glaterimer acetaat) worden thans ook monoklonale

antilichamen zoals natalizumab, rituximab, en alemtuzimab

toegepast; daarnaast is het eerste orale MS medicament

(fingolimod) recentelijk geregistreerd, en de verwachting is

dat enkele andere snel zullen volgen.

Deze ontwikkeling heeft een aantal implicaties voor

radiologen. Allereerst is de indicatie voor behandeling in

veel gevallen afhankelijk van de MRI bevindingen, en wordt

bijvoorbeeld een gadolinium aankleurende laesie vereist.

Voorts is er een toenemende behoefte aan monitoren van

therapie, bijvoorbeeld om te beoordelen of er geswitcht

moet worden. Ten slotte hebben de meer agressieve 2 e

lijns therapiën een grotere kans op bijwerkingen zoals

opportunistische infecties. Vooral bij gebruik van natalizumab

is er een reëel risico op het ontstaan van progressieve

multifocale leukencephalopathy (PML) door reactivatie

van latent JC virus, en is frequente controle met MRI (elke

6-12 maanden) geïndiceerd. PML onder natalizumab kan

zich anders manifesteren dan in andere situaties (b.v. bij

HIV): laesies kunnen meer corticaal gelokaliseerd zijn,

langzamer ontwikkelen en er wordt vaker punctiforme

aankleuring gezien. Dit laatste is zeker het geval na staken

medicatie, waarbij het beeld van IRIS (immuun-reconstitutie

inflammatoir syndroom) kan optreden.

Onderscheiden MS van andere witte stof ziekten

MS haarden beginnen als perivenulaire ontstekingen (Figuur

1 en 2). De hiermee gepaard gaande verstoring van de

bloed-hersen barrière tijdens de eerste paar weken leidt

tot aankleuring met gadolinium, eerst homogeen, soms

I n s c h r i j v e n v i a w w w . c o n g r e s s c o m p a n y . c o m

o f w w w . r a d i o l o g e n . n l

overgaand in randaankleuring. MS plaques bevinden zich

vooral periventriculair, langs de subependymale venen te

vinden.

De perivenulaire lokalisatie bepaald ook de uitlopers in de

witte stof (Dawson vingers) en de typische ovoide vorm

van veel plaques (Figuur 2 en 3). Opvallenderwijs worden

bij MS vaak laesies in de U-vezels (en cortex) aangetroffen,

evenals haarden in de temporaalkwab en de achterste

schedelgroeve. Dergelijke karakteristieken onderscheiden

MS vooral van “vasculaire” witte stof laesies (Figuur 4 en

Tabel 5).

Figuur 4: Vasculaire witte stof afwijkingen in cerebro, met sparing

van U-vezels en periventriculaire gebieden. Het myelum toont geen

afwijkingen ondanks de uitgebreide cerebrale pathologie.

Moet ik altijd gadolinium gebruiken bij een MS

patiënt?

Bij verdenking op MS heeft gadolinium vooral toegevoegde

waarde bij een klinisch monofasisch syndroom. Gadolinium

toediening kan enerzijds MS waarschijnlijk maken in de

differentiatie met vasculaire witte stof laesies (kleuren niet

aan), en anderzijds MS onwaarschijnlijk maken door een

atypisch aankleuringspatroon zoals sommige vasculitiden

(meningeale aankleuring). In de McDonald criteria wordt

gebruik gemaakt van het gegeven van aankleuring, ter

demonstratie van disseminatie in tijd.

Indien de diagnose MS klinisch reeds zeker is, bevestigd

MRI dit vermoeden net zo goed met typische afwijkingen

More magazines by this user
Similar magazines