HIER - Congress Company

congresscompany.com

HIER - Congress Company

eduRAD syllabus

69

18

kan juist weer zinvol zijn om te differentiëren tussen ossale

of discogene oorzaak van myelum- of wortelcompressie

wanneer dit op MRI onduidelijk blijft. Wanneer geen

duidelijk onderscheid gemaakt kan worden tussen recidief

hnp of epiduraal littekenweefsel na OK kan aanvullende T1

na Gadolinium (met/zonder vetsuppressie) zinvol zijn. Voor

verdenking postoperatieve complicaties zoals een epiduraal

hematoom wordt meestal aangevangen met sagittale

overzichtsseries waarna verdere keuze van protocol naar

gelang de bevindingen.

5. Goede communicatie garandeert een goed resultaat

bij (huisarts)

MRI – De centrale rol van de radioloog (Algra/Steens)

MRI van de wervelkolom heeft in het algemeen alleen zin bij

een lumbosacraal radiculair syndroom waarbij een operatie

wordt overwogen. De indicatiestelling voor een operatie

moet goed zijn anders is het resultaat van de operatie

teleurstellend. Wilmink stelde in de vorige neuro Sandwich

cursus (2006): “Waarschijnlijk is de meest voorkomende

oorzaak voor het mislukken van de chirurgische behandeling,

die waarin de operatie op een onjuiste indicatie plaatsvond”.

In het algemeen kunnen huisartsen goed MRI onderzoek

aanvragen. Dat geldt vooral voor veel voorkomende

pathologie (rug en nekklachten, knieklachten) en het

reduceren van angst (hoofdpijn). Het verdient aanbeveling

om afspraken te maken met de huisarts over de indicaties

van MRI onderzoek. Ook is het belangrijk om het taalgebruik

van de radioloog in het verslag zo helder en eenduidig

mogelijk te houden. In de conclusie hoort te staan of de

gevonden afwijking de klacht van patient verklaart. Bij

het vinden van toevalsbevindingen (denk aan aneurysma,

lymfadenopathie, primaire tumor op scouts) is het extra

belangrijk een goede communicatie met de huisarts te

hebben. Vaker dan medisch specialisten, willen huisartsen

een therapie advies of een aanbeveling in het verslag over al

dan niet doorverwijzen naar tweede lijn.

6. Belang van klinische informatie voor interpretatie –

De centrale rol van de radioloog (Steens/Algra)

De richtlijn Lumbosacraal Radiculair Syndroom stelt dat

de kwaliteit van verslaglegging van MRI beelden verbetert

wanneer tevoren goede klinische informatie beschikbaar

is. Helaas kennen wij allemaal de (vrijwel) lege of soms

onleesbare aanvragen voor MRI van de wervelkolom.

Enerzijds ten gevolge van het niet volledig invullen van

aanvragen met bij verwijzer wel bekende gegevens,

anderzijds omdat het klinisch onderzoek soms te wensen

over laat. Ook al wordt het klinisch onderzoek conform de

standaard uitgevoerd dan nog is de score op een juiste

diagnose bedroevend laag. De matige betekenis van het

klinisch onderzoek en het voorkomen van klinisch relevante

I n s c h r i j v e n v i a w w w . c o n g r e s s c o m p a n y . c o m

o f w w w . r a d i o l o g e n . n l

nevenbevindingen op een MRI onderzoek leggen een zware

verantwoordelijkheid op de radioloog die MRI van de rug

beoordeelt. Er is inmiddels jurisprudentie over de rol van

de radioloog als specialist om het onderzoek als geheel te

beoordelen.

n

Referenties

[1] Algra. Huisarts kan zelf MRI aanvragen. Medisch Contact 2008;

63:1212-4

[2] Algra. Huisarts MRI; wat vindt de verzekeraar ervan? MemoRad

2010; 5:13-15

[3] Algra. MRI hoort ook bij de huisarts. Ned Tijdschr Geneeskd 2010;

154:A2851

[4] d’Aprille. The value of fat saturation sequences and contrast

medium administration in MRI of degenerative disease of the

posterior/ perispinal elements of the lumbosacral spine. Eur

Radiol 2007; 17:523–531

[5] Barz. Nerve root sedimentation sign. Spine 2010; 35:892– 897

[6] Chokshi. The “thickened” ligamentum flavum: is it buckling or

enlargement? AJNR 2010; 31:1813-1816.

[7] Eskander. Style and content of CT and MR imaging lumbar

spine reports: radiologist and clinician preferences. AJNR 2010;

31:1842-1847

[8] Fardon. Nomenclature and classification of lumbar disc

pathology. Recommendations of the Combined task Forces of

the North American Spine Society, American Society of Spine

Radiology, and American Society of Neuroradiology. Spine.

2001;26:E93–113

[9] Genevay. Lumbar spinal stenosis. Best Pract Res Clin Rheumatol

2010; 24:253– 265

[10] Griffith. Modified Pfirrmann grading system for lumbar

intervertebral disc degeneration. Spine 2007; 32:E708-712

[11] Jensen. MR imaging of the lumbar spine in people without back

pain. N Engl J Med 1994; 331:69–73

[12] Kalichman. Lumbar facet joint osteoarthritis: a review. Semin

Arthritis Rheum 2007; 37:69-80

[13] Kasdan. Neuroimaging of spinal diseases: A pictorial review.

Semin Neurol 2008; 28:570-589

[14] Leone. Degenerative lumbar intervertebral instability: what is it and

how does imaging contribute? Skeletal Radiol 2009; 38:529-533

[15] Li. Effect of increased MRI and CT scan utilization on clinical

decision-making in patients referred to a surgical clinic for back

pain. J Can Chir 2011, 54:128-132

[16] Li. Lumbar facet joint motion in patients with degenerative disc

disease at affected and adjacent levels. Spine 2011; 36:E629–

E637

[17] Modic. Lumbar degenerative disk disease. Radiology 2007;

245:43-61

[18] Pfirrman. MR image-based grading of lumbar nerve root

compromise due to disk herniation. Reliability study with surgical

correlation. Radiology 2004; 230:583-588

More magazines by this user
Similar magazines