HIER - Congress Company

congresscompany.com

HIER - Congress Company

Infectie en demyelinisatie: -itis en wat het niet is

Prof. dr. C.B.L.M. Majoie

Afdeling radiologie, AMC, Amsterdam

Dr. M.P. Wattjes

Afdeling radiologie, VU Medisch Centrum, Amsterdam

1. Inleiding en Doelstellingen

Een breed scala van infectieuze en niet-infectieuze inflammatoire

aandoeningen kan het centraal zenuwstelsel (CZS)

aantasten. De taak van de radioloog bij de diagnostiek van

deze afwijkingen is niet alleen detecteren en localiseren

maar vooral ook de lesies te categoriseren als infectieus

of inflammatoir en te komen tot een beperkte differentiaal

diagnose. Tevens is het belangrijk om de infectieuze danwel

inflammatoire aandoeningen te differentiëren van primair

vasculaire en neoplastische aandoeningen. Verder is

detectie van een eventuele onderliggende oorzaak (sinusitis,

mastoïditis) en van complicaties bij infectie (empyeem, ventriculitis,

intracraniële arteriële stenosen/occlusies, cerebrale

veneuze en sinus thrombose) een belangrijk onderdeel van

de diagnostiek.

Het doel van deze presentatie is om aanwijzingen te geven

voor een optimale diagnostische benadering van een patiënt

met een infectieuze of niet-infectieuze inflammatoire aandoening

aan de hand van representatieve casuïstiek.

2. Imaging protocol

MRI is de modaliteit van keuze, in de acute situatie wordt

in eerste instantie toch vaak een CT scan verricht. CT sinus

of mastoïden is waardevol bij verdenking op een bacteriële

infectie ter bepaling van de porte d’entree. Het MRI protocol

dient minimaal transversale T1, T2 en FLAIR (coronaal bij

verdenking herpes encefalitis en sagittaal bij verdenking

multiple sclerose) en transversale en coronale T1-gewogen

opnames na intraveneuze contrasttoediening te bevatten.

Diffusie opnames zijn zeer waardevol voor nadere typering

van vochtcollecties (diffusie beperking door hoge viscositeit

van pus in absces en empyeem versus verhoogde diffusie in

necrotische tumor holte), maar ook voor bepaalde vormen

van encefalitis (diffusie beperking bij herpes encefalitis en

Creutzfeld-Jakob Disease). Bij verdenking op vasculaire

complicaties en voor de detectie van primaire inflammatoire

ziekten van het vaatstelsel (vasculitis) is MRA of MRV

waardevol.

3. Manifestaties van infectieuze

aandoeningen

3.1. Bacteriële Meningitis

Meningitis is een klinische diagnose en bij klinische verdenking

op meningitis is het belangrijk om zo snel mogelijk de di-

neuroradiologie

agnose te bevestigen met een lumbaalpunctie. Beeldvorming

(MRI en CT) kan een meningitis niet uitsluiten en is niet per

se geïndiceerd. Voorafgaand aan de LP is beeldvorming

wel geïndiceerd in de volgende situaties: recent ontstane

insulten; immuun gecompromiteerde patiënt, klinische verdenking

op ruimte innemende lesie (papilloedeem of focale

neurologische uitval) en bewustzijnsdaling (1). Bij meningitis

kan het MRI beeld normaal zijn, verder kan men vinden:

wijde liquorruimten, hydrocephalus, obliteratie van de basale

cisternen, gegeneraliseerde cerebrale zwelling, meningeale

aankleuring al of niet met uitbreiding in de perivasculaire

ruimten, subdurale effusies, en ook infarcten (2,3). Pathologisch

en op basis van beeldvorming kan men onderscheid

maken tussen leptomeningitis (volgt gyri en sulci en kan

gelokaliseerd zijn in de basale cisternen) en pachymeningitis

(dik en nodulair, falx, tentorium en dura langs binnenkant

schedel). Differentiaal diagnose van bacteriële meningitis

omvat granulomateuze aandoeningen zoals tuberculose en

neurosarcoïdose, verder enplaque meningeomen, metastasen,

lymfoom en andere lymfoproliferatieve aandoeningen.

Tuberculeuze meningitis tast de basale meningen aan en

kan infarcten veroorzaken als gevolg van aantasting van

basale perforerende arteriën en de cirkel van Willis (4). Ook

hydrocephalus komt hierbij voor. Tuberculomen kunnen

ontstaan door directe verspreiding vanuit de meningen of

door hematogene verspreiding.

3.2 Cerebritis, absces, empyeem

Een hersenabsces is een cysteuze met pus gevulde focale

laesie in het hersenparenchym. Bij het ontstaan van een

absces kan men 4 stadia onderscheiden: vroege cerebritis

(1-3 dagen), late cerebritis (4-9 dagen), vroege kapselvorming

(10-13 dagen) en late kapselvorming (14 dagen en later) (2).

Het vroege cerebritis stadium bestaat uit een ontstekingsinfiltraat

van polymorphonucleaire cellen, lymphocyten

en plasmacellen. Op de 3 e dag onstaat er een necrotisch

centrum. Kapselvorming treedt op na 10-13 dagen. In het

kapsel treedt collageen depositie op, vaak asymmetrisch:

aan de mediale zijde is dat vaak dunner (minder bloedvoorziening

vanuit corticaal vaten) dan aan de laterale zijde met

risico op ventrikeldoorbraak en pyogene ventriculitis. Een

uitgerijpt absces bestaat uit een holte met randaankleuring

omgeven door veel vasogeen oedeem. Het purulente

materiaal in de holte is zeer visceus en veroorzaakt diffusie

beperking (hoog signaal op DWI en lage waarde op ADC), dit

e d u r a d 6 9 - 2 1 - 2 2 e n 2 3 - 2 4 j u n I 2 0 1 1

33

More magazines by this user
Similar magazines