HIER - Congress Company

congresscompany.com

HIER - Congress Company

eduRAD syllabus

69

40

septum pellucidum waardoor een intraventriculair bloeding

kan ontstaan. Als hersenstam laesies bestaan (posterior

mesencephalon, pontomedullaire overgang) is dat een prognostisch

slecht teken. DAI kent geen lucide interval (zoals bij

SDH en EDH). DAI kan soms met CT worden waargenomen

als puntbloedingen soms met omliggende hypodense rand

van oedeem. Niet hemorrhagische DAI (80% van de gevallen)

is nauwelijks detecteerbaar op CT. MRI toont dan wel

hoog signaal gebieden op de FLAIR waarbij DWI sensitiever

is. Gradient opnamen en susceptibiliteits gewogen opnamen

kunnen van grote dienst zijn voor de detectie van punctate

bloedingen.

Contusiehaarden

Blauwe plekken in het brein; petechiale bloedingen in de

grijze stof met mogelijke uitbreiding naar witte stof of juist

naar arachnoidale- en subdurale ruimte. Treedt vaak op

daar waar het brein de scherpe randen van de schedel treft

(sphenoid ridge, vloer van anterior fossa, rand os petrosum)

of de harde bindweefselplaten van falx en tentorium.

Epidurale en subdurale bloedingen en hygroma.

De epidurale ruimte is een normaal niet bestaande ruimte

tussen schedel en dura mater. De dura kan los komen van

de schedel na een fractuur waarbij fractuurhematoom en

gelacereerde arterie de dura voor zich uitdrukt. De dura

zit bij de suturen van de schedel zeer stevig gefixeerd en

een epidurale bloeding gaat daarom in principe niet verder

dan een sutuur. Dit tenzij de sutuur zelf gescheurd is bij

het schedelletsel. De vorm zal biconvex zijn vanwege de

moeizame uitbreiding over de convexiteit. De bloeding is

vaak (60-90%) arterieel, maar ook een veneuze sinus of een

meningeale vene kan laederen (10-40%). Bij kinderen kunnen

de betrokken epiduraal verlopende vaatstructuren laederen

zonder schedelfractuur.

Normaliter is de arachnoidea direct gelegen tegen de dura.

Als echter een ruptuur optreedt van de ‘bridging veins’ a.g.v.

een trauma dan kan deze bloeden in deze virtuele ruimte.

Aangezien deze ruimte niet begrensd wordt door suturen

(maar wel door de falx) kan een dergelijke bloeding zich verspreiden

over een groot gebied. De vorm wordt dan meestal

concaaf aan parenchymzijde, maar kan ook convex worden.

De venen zijn in de arachnoidea beter verstevigd en daarom

is het subdurale traject het zwakst. Een subduraal hematoom

(SDH) is meestal hyperdens op CT, maar een subacuut SDH

is isodens, hypodens of gelaagd. Chronische SDH, zeker

symmetrische, kunnen zeer moeilijk detecteerbaar zijn. Het

onderscheid met een empyeem kan lastig zijn aangezien

beide aankleuren. DWI kan uitkomst bieden. Een apart SDH

is het SDH van het tentorium, waar bloed ‘getrapped’ wordt

in het dubbelblad

Een hygroma is een subdurale vochtcollectie met de densiteit

I n s c h r i j v e n v i a w w w . c o n g r e s s c o m p a n y . c o m

o f w w w . r a d i o l o g e n . n l

van liquor of iets eiwitrijker. Kan acuut ontstaan na een

scheur in de arachnoidea (niet door een vat) bij trauma. Ook

een chronisch SDH kan degraderen tot een hygroma, maar

met gradient echo of susceptibiliteit gewogen opnamen is

dan vaak nog wel een rand hemosiderine aantoonbaar. Ook

een arachnoidale cyste kan lijken op een hygroma, maar een

cyste remodelleert het aanliggend bot en een hygroom doet

dat niet.

Soms kan het lastig zijn een hygroma van verwijde perifere

liquorruimten (zoals bij forse corticale atrofie) te onderscheiden.

Let dan op het verloop van de corticale venen. Verlopen

deze door de vochtcollectie heen dan is er sprake van wijde

arachnoidale ruimten bij atrofie. Blijven de corticale venen

tegen de cortex gelegen, dan zijn het subdurale hygromen.

Liquorcirculatiestoornissen:

Behalve voor traumata zal de dienstdoende regelmatig

geconfronteerd worden met acute neurologische uitval

(intracraniele bloeding of ischemie), acute hoofdpijn, bewustzijnverandering

bij patiënten met een liquordrain (onder- of

overdrainage) of mogelijke acute infectie. Infecties worden

behandeld in een andere sessie en hieraan zal hier dus geen

aandacht worden besteed.

Het kan wel eens lastig zijn een hydrocefalie van een

ventrikelverwijding door atrofie te onderscheiden. Hiervoor

zijn wel een aantal criteria ter onderscheiding aan te dragen.

Bij een hydrocefalie is de vorm van het verwijde derde

ventrikel biconvex terwijl dit bij atrofie biconcaaf zal zijn.

Bij acute hydrocefalie kan transependymale liquorlekkage

ontstaan dat echter veel kan lijken op periventriculaire wittestofafwijkingen,

zoals geassocieerd met cardiovasculaire

risicofactoren. De perifere liquorruimten zullen bij een acute

hydrocefalie eerder versmald zijn dan verwijd, terwijl bij atro

More magazines by this user
Similar magazines