Maandblad tot ontwikkeling en organisatie der

digital.amsab.be

Maandblad tot ontwikkeling en organisatie der

Nummer 3. Eerste Jaargang. Juli 1896.

DE VLASBEWERKER

De kennis der waarheid

maakt den mensch

vrij, goed en gelukkig.

Maandblad tot ontwikkeling en organisatie der

LEDEN VAN DE SOCIALISTISCHE VLASBEWERKERS EN BEWERKSTERSVEREENIGING

B E R I C H T

Bij dit nummer zal door de bodens der

Vereeniging S centiemen geëtecht worden

aan de leden,

Wij rekenen cp een goed onthaal.

1 -

Zaak Beei block voor het Beroepshol

Den 16 Juli is de zaak Beerblock voor het

Hof van Beroep gekomen.

Deze zaak welke in het nauwste verband

met onze Vereeniging staat, heeft de aandacht

van het publiek eenige dagen bezig

gehouden.

Werkstaking

Half December '95 brak er in de fabrieken

La Lieve en Do Smet D'hanis plotseling

eene werkstaking uit. De continues-meisjes,

garenmaaksters en aftreksters weigerden van

te werken als haar loon niet verbeterd werd.

Door hun stilleggen konden de andere werklieden,

zooals preparatie, haspelkamer, drogers,

hekelarij niet werken. In de twee

fabrieken werd geheel het werk geschorst.

Onze Vakvereeniging trok zich de. werkstaking

aan, en er werd besloten al de werkstakers

en deze die daardoor niet konden

werken te ondersteunen.

De vereenigden kregen 10 fr. en 5 broodkaarten,

de reeds 6 maanden vereenigden :

6 fr. en 5 broodkaarten, de voor December

vereenigden 4,5o fr. en 5 broodkaarten, de

onvereenigden 3,60 fr.en 5 broodkaarten per

week. De kinderen die 5 fr. en minder wonnen,

2,5o fr. en 5 broodkaarten. Er waren

omtrent 1600 werklieden te ondersteunen.

Het tijdstip waarop de werkstaking uitbrak

was zeer slecht gekozen ; vooreerst de

Gentsche bevolking had reeds maanden

lang veel gegeven voor onderstand aan

andere werkstakingen, en de fabriekwerkers

van Voortman waren ook in werkstaking.

Het was in het midden van den winter

als de behoeften het grootst zijn. Er waren

verletdagen : Kerstdag en Nieuwjaardag, en

tot overvloed van ongeluk door eene breuk

aan de inrichtingen der gasfabriek, konden

vele fabrieken 's avonds eenige dagen niet

werken en kwam er aldus verlet bij.

Moeilijk, zwaar was dan de taak die ondernomen

werd, om door weken werkstaking

vol te houden, de fabriekbesturen tot het

geven van meer loon te dwingen.

Alhoewel rijk genoeg om het gevraagde

loon te geven, was La Lieve de minst

bevoordeeligste fabriek om opslag toe te

staan.

Ondanks dit alles tegen de werklieden

was ging de werkstaking voort. Eens het

werk verlaten wilde men het niet hernemen

zonder verbetering.

Voor de Vakvereeniging ging het niet, om

de ongelukkigste vakgenooten terug aan het

werk te jagen als een troep slaven, neen,

liever alles opofferen en zien wat er kon

gewonnen worden.

Moedig hielden ook allen vol, allerlei

moeite deed men om gelden op te halen tot

ondersteuning. De Werk- en Nijverheidsraad

werd samengeroepen, Burgemeester

en Gouverneur bezocht, onderhandeling

met den Sénateur Vercruisen, Volksvertegenwoordiger

Ligy, aangegaan om de zaak te

beslissen, dat alles hielp niets.

Al wie macht had, verliet de arme vlasbewerksters,

als uitgehongerde slaven moesten

zij terug aan 't werk keeren !

Eindelijk na 4 weken, den 16 Januari,

gingen de mees tergasten en de pastoor van

Meulestede bij de meisjes rond, om haar op

te schrijven voor het werk te hernemen.

Van dan kwam er oneenigheid onder de

werkstaaksters. Alhoewel zeer verdoken, beschuldigde

men elkander zich te laten opgeschreven

hebben.

Eene zekere Virginie Meuleman werd

ook genaamd als gaande rond met eene lijst

om werksters op te schrijven. Dan was het

alle dagen iemand die beschuldigd werd

tegen haar gesproken te hebben.

Om dit te vermijden besloot de vergadering

allen hunnen werkboek te gaan halen naar

de fabriek. Wie dan nog zou ondersteund

worden moest haren werkboek kunnen

toonen. Van dien tijd was de ruzie gedaan,

de werkstaking duurde zoo 5 weken.

Daar de gelden zoo dapper niet meer

inkwamen, wendde men zich naar de Brusselsche

federatie, die dan ook mildig onderstand

gaf.

Na de 5 e week waren er een aantal meisjes,

die zich aangegeven hadden om te gaan

werken ; de fabriek begon te draaien met te

weinig volk; al de werklieden, buiten deze

van de continues, gingen terug aan 't werk.

Al wie familie was van een continus-meisje

uit La Lieve werd het werk ontnomen, als

deze niet kwam werken. Al wie wat van

spinnen kende moest in de continues.

Met zulke middelen, met vervolging, met

dwang en geweld, trok men zoo de meerderheid

op 10 dagen tijds naar het werk, en

eindelijk besloten de overige werkstaaksters

van La Lieve en al diegene van De Smet en

D'hanis ook het werk te hernemen en den

4 Februari begaven zij zich naar de fabriek.

In La Lieve werden er velen geweigerd,

en bij Smet-D'hanis 4 continues-meisjes.

Den Maandag 10 Februari draaiden beide

fabrieken en was de werkstaking geëindigd.

Buiten eenige kleine twisten onder de

werklieden, die bij werkstakingen onvermijdelijk

zijn, was er niet de minste waarschijnlijkheid,

dat de openbare orde gestoord

te worden.

Onderzoek van Proces

Nochtans in midden Februari wordt het

gerucht in La Lieve verspreid, dat Vierginie

Meuleman, Coryn, Akkerman, De Windt

en De Clercq een proces hebben samen met

Beerblock. Niemand wist waarom en inderdaad

Beerblock wordt bij den onderzoeksrechter

Debock geroepen. In de wachtzaal

De Vrijmaking der

werklieden is het w rk

der werklieden zelven.

gekomen,zag hij daar V. Meuleman met

eenige gebuurvrouwen en andere meisjes,

welke hij later als Akkerman, De Wind en

De Clercq leerde kennen.

Na wat wachten laat men hem bij den

onderzoeksrechter. Van als deze hem zag

schoot hij in groote woede en iiep : « Ah,

zijt gij Beerblock die de werklieden 7 weken

belet te werken, die de moeders dwingt

armoede te lijden terwijl gij een goed leven

hebt ? Wij zullen een ander spel met u

spelen, slechterik, gij moet gemeene kerel

zijn zoo met de werklieden te handelen. »

Beerblock, eerst verwonderd, zegde, dat

hij, den onderzoeksrechter, hem niet kende,

hij van de werkstaking niets wist, dat de

werklieden recht hadden zich te véreenigen,

dat hij als vlasbewerker in de vereeniging

gekomen was en er aldus nog in was, dat de

wet toelaat in werkstaking te gaan en altijd

de werklieden vrij geweest waren het werk

te hernemen als zij wilden.

Dit gezegde verhoogde de woede van den

onderzoeksrechter. Neen, riep hij, met

opzethebt gij de werkstaking doen uitbreken,

om propagande voor de socialisten te maken,

Beerblock was geen werkman, zelfs geen

werkmansvriend, hij, onderzoeksrechter had

liefde voor de werklieden, zijne liefde was

gesteund op Godsdienst en Orde. De socialisten

kenden geene orde, geene wet, allen

doen valsche eeden, de socialisten waren

plaatskensjagers die kwaad zijn even als

pastoor Daens, die nu lawijd maakt in de

Kamer, maar als de bisschop hem kanunink

zou willen maken hebben, geen demokraat

zou geworden zijn.

Beerblock verweerde zich, zegde dat dit

prietpraat was, de liefde tot den werkman

moet men toonen met daden, niet met

woorden zooals zoogezegde godsdienstmannen

altijd doen. Verders van plaatskensjagers,

enz., dat had hij reeds meermalen

gelezen in lage schimpbladen, welke opgesteld

worden door de knechten der rijken,

en hij, ook als knecht, kwam dit verwijten.

Wij, riep die rechter uit, wij gerecht zijn

geene knechten der rijken, ik heb nooit

knecht geweest en gij moet het herroepen,

dat de justicie de dienaars zijn van de kapitalisten

of ik veroordeel u.

Beerblock zegde dat hij dan ook zijne

lasterlijke woorden moest intrekken. Hij had

de macht, hij moest niets intrekken, maar

Beerblock had geheel het gerecht genoemd

en daarom zou hij hem veroordeelen.

Beerblock herriep zijne woorden. Door de

hevigheid van dit incident tot ka mte gebracht,

begon die onderzoeksrechter, die

meer dan halfgek scheen, eindelijk zijne ondervraging.

Dan vernam Beerblock dat hij

vervolgd werd, voor in eene openbare vergadering

aangehitst te hebben tot geweldr

dadigheden. Bij het vernemen dat Vierginie

Meuleman met eene lijst rond ging, den 21

Januari tijdens de werkstaking zou hij geroepen

hebben : « Gaat naar haar huis, trekt


heur haar uit haar hoofd, knipt ze in den

donker, en smijt ze in 't water. »

Coralie Van Beveren zou daarop rechtgesprongen

zijn en geroepen hebben, kom

laat ons direct gaan ; waarop da a een groep

naar het huis van Meuleman zou geweest

zijn, en aan hare deur geroepen hebben

allerlei scheldwoorden. Vier meisjes zouden

in huis gedrongen hebben, waaronder L.

Broek en Vanderzompel, en dan als men zag

dat Meuleman niet 't huis was vertrokken

zijn.

Beerblock loochende dit gezegd te hebben.

De getuigen die hij in de wachtzaal gezien

had, hielden het staande, even als tegen

Van Beveren en Vanderzompel. 's Anderendags

zond Beerblock aan den onderzoeksrechter

eene lijst getuigen die de leugens van

de beschuldiging zouden bewijzen en Coralie

Van Beveren die ook van dien onderzoeker

veel te lijden had gaf hij ook over. üen

dag nadien zond Beerblock nog eene lijst in

zijn geheel, waren er go getuigen die aangegeven

werden. Verscheidenen werden er

van gehoord, en zeer partijdig en brutaal

door den onderzoeksrechter behandeld, op

de fabriek spotte men openlijk tegen de getuigen

die de waarheid zegden. Degenen die

Beerblock beschuldigden, roemde er op veel

te hebben mogen verklaren, terwijl de andere

getuigen bijna niet mochten spreken. Verscheidene

keeren riep de onderzoeksrechter

tegen hen : « Ge zijt allen uitgekocht door

Beerblock, gij vertelt hier leugens ».

Op eec verhoor dreigde hij Beerblock

oogenblikkelijkte doen aanhouden, «gij, riep

hij uit in de tegenwoordigheid van een ander,

« gij zijt een gevaar voor de maatschappij.

Als ik wist dat de werkstaking niet geheel

en al gedaan was, deed ik u oogenblikkelijk

aanhouden en in het gevang steken. »

Beerblock schreef dan een brief van beklaag

over zulk een onderzoek aan den procureur

des koning, met eene vraag om

een ander onderzoek. Er werd geen antwoord

daarop ontvangen en eindelijk werdt dit

partijdig brutale onderzoek gesloten en had

op 21 April het

f ste proces

plaats.

Er waren 12 getuigen die beschuldigden

en een I2tal ter ontlasting. Op de bank van

beschuldiging zaten : Coralie Van Bever,

L. Bracke, M. Vandesompele en Ch. Beerblock.

De drij eersten werden beschuldigd van

de vrijheid van den arbeid te hebben belet

door geweld, en Beerblock door redevoering

tot geweld opgehitst te hebben om

de vrijheid van het werk te beletten.

Voor de rechtbank werden de getuigen

door den voorzitter dusdanig ondervraagt,

dat zij anders niets moest-n doen dan bevestigen

en antwoorden, ja Mijnheere, ja,

naar de verklaring der getuigen ter ontlasting

luisterde men niet. De beschuldigden

mochten niet spreken.

Het openbaar ministerie, zekere Verstraeten,

een jongeling pas van de schoolbanken

gekomen, zonder ondervinding van

het leven, dan nog minder van dat der werklieden

uit de vlasfabrieken. Hij sprak over

werkstaking, van gedwongene en niet gedwongene

werkstakers met zooveel kennis

als een blinde over de kleuren, vertelde dan

met andere woorden wat den onderzoeksrechter

reeds uitgekreten en gescholden had,

sprak van de braafheid van Virginie Meuleman,

haar zucht om te werken voor haar

kind, hare deugt, dwong zonder bewijzen

de rechters te doen gelooven dat Beerblock

geroepen had midden m eene meeting : Gij

moet naar Meuleman's huis gaan, haar haar

uit haar hoofd trekken, haar in den donker

knippen en haar in het water werpen.

Beerblock was een slecht mensch ; reeds

was hij veroordeeld geweest voor gewelddadigheden

tijdens eene werkstaking. De

rechters moeten hem veroordeelen omdat

hij gekend staat als een hevige socialist.

Coralie Van Beveren was ook misdadig,

zij had geroepen, eene oude vrouw beleedigd,

was vooraan geweest, en hij eischte

eene zware straf.

Voor Vandesompel en Bracke moest ook

eene straf uitgesproken worden.

De heeren Würth en De Bruyne, advokaten,

verdedigden dapper de beschuldigden.

Zij deden uitschijnen dat niet om de

voorgewende daad maar uit haat tegen de

socialisten vervolgd werdt, dat het geval

aan het huis van Meuleman niet de minste

beteekenis had, louter was men gaan vragen

of Vandesompel op de lijst stond. De moeite

der verdediging was te vergeefs. Het gerechtshof

veroordeelde allen tot zware straffen

uitgezonderd één.

Beerblock kreeg 10 maanden, Coralie Van

Bever 2 maanden gevang, Vandesompel

5o franks boete en dan nog gezamentlijk de

kosten van 't proces. Bracke werd vrijgesproken

.

De vraag van het Openbaar Ministerie

om Beerblock aan te houden werd van de

hand gewezen. Tegen zulk wraakroepend

vonnis teekende de veroordeelde oogenblikkelijk

beroep aan en zoo werdt er een

2 de onderzoek

ingespannen.

De vakvereeniging had verschillige plakkaten

doen uithangen, de een om de veroordeeling

te doen kennen omdat men

socialist is, daarom wordt men vervolgd

met partijdig onderzoek en streng veroordeeld,

anders om het tegen afiche te beantwoorden,

die verklaarde dat Beerblock veroordeeld

was, omdat hij een misdadiger is,

andere afichen werden aangeplakt met weegschaal

waarop langs de eene kant 4 mannen

zitten, die de weegschaal doen omlaag gaan

ondanks er langs den andere kant veel meer

mannen zitten en hangen.

Daar de aandacht die, door de veroordeeling

zelf, door de partijdige woorden van

het openbaar ministerie en dan de affichen

op dit proces meer gevestigd was, misschien

ook omdat deze Kamer betere gevoelens van

recht heeft, werden dikmaal bijna al de

getuigen onderhoord door politie-commis

sarissen.

Enkele feiten waren af te keuren, maar

wederom door gekende vijanden die openbare

ambten vervullen, zoo door commissaris

De Roo, die brutaal ondervroeg (wanneer

gant die toch eens leeren beleeft tegen de

werklieden zijn) dan met gewapende en te

paard zittende gendarmen naar het huis der

getuige en fabriek rijden om ze daar te

ondervragen; neen voor de rijken zou men

zoo niet handelen.

Eindelijk na 3 maanden onderzoeken werden

de beschuldigden gedagvaard, om den

23 ste voor het gerechtshof te verschijnen.

Twee dagen later kregen zij eene andere

dagvaardigingom den i6 de voor het beroepshof

te komen, waar hunne zaak zou behandeld

worden.

Voor het Beroepshof

Den eersten dag worden i3 getuigen

gehoord die de beschuldiging staande houden,

den tweede dag 32 getuigen die de

beschuldiging loochenen.

De ondervragingen van den voorzitter zijn

zeer nauwkeuriger, worden met meer zorg

gesteld dan voor deze van het overige hof,

de antwoorden worden aandachtiger ge

hoord.

Ongelukkig dat die rechters niets van het

werkersleven kennen, zelfs de taal, de gewoonten

niet. Vele meisjes begrepen den

voorzitter niet en meest al de getuigen, door

de aardige ontvangst van den deurwaarder,

de vreemdheid van de gerechtszaal, waren

geheel onthutst en kouden zich moeilijk

verklaren, ook zijn door de ondervinding

van ruwe, strenge handeling van meesters,

rijken en machthebbenden de werklieden

zeer wantrouwig tegen hen die tot hunne

klas niet behooren.

Dit bleek weder uit de ondervraging. Het

scheen dat de werkmeisjes geen rechtzinnigheid,

maar strikvragen met slecht oogmerken

gesteld, van het hof verwachte. Doch

allen verklaarden dat het geene waarheid

was wat de beschuldigers verklaarden, dat

Beerblock de bedoelde woorden niet gesproken

hadt, zij zouden ze gehoord hebben,

zij die alle dagen op de vergadering waren.

Coralie Van Beveren was gegaan met

Vander Sompele om aan Meuleman te

vragen of deze op de lijst stond. Coryn en

Van Akker werden duidelijk als valsche

getuigen gemerkt, door meisjes die krachtdadig

hunne verklaring deden.

De beschuldigden mochten hier voor dit

hof spreken. Van Beveren bewees hare onschuld,

zij hadt niet de minste kwade bedoeling

toen zij naar het huis van Meuleman

ging-

Vander Sompel vertelde hoe het gekomen

was dat men zegde dat zij op de lijst stond

en dit zonder hare weten.

Beerblock bewees dat hij op Meuleman

niets dergelijks kon gezegd hebben dat hij

ze wantrouwde en enkel niets goeds van

verwachte, zelfs de andere meisjes tegen

haar waarschuwde.

Er waren twee dagen gesteld, enkel den

derde dag kon de verdediger spreken.

De vt rdedigers bewezen dat de beschuldigde

vrij kon zijn, hadt hij zich voor eenige

dagen willen uit land verwijderen en naar

21 dagen terug keeren, na 6 maanden kunnen

zulke zaken voor de rechtbank niet meer

vervolgd worden Beerblok hadt geweigerd

omdat hij onschuldigd was. Hij wees er op

hoe dat enkel 16 dagen nadien die beschuldiging

aan 't licht was gekomen, terwijl

Meuleman toch nog al haastig was om

iemand die haar iets misdeed te doen vervolgen.

De oorzaak lag dieper om te weten

waar de bron van vervolging ligt, moest men

zoeken in politiek vuil der burgers partijen.

Als het gerecht nu goed wilde oordeelen na

zulk duidelijk onderzoek moet en zal het de

beschuldigde vrijspreken.

Het openbaar ministère was vrij wat beschaafder

dan het vorige, hij was zakelijk,

niet schelden deed hij, volgens hem moest

Beerblock de woorden gesproken hebben,

men hadt veel, alles gedaan om de werkstaking

te winnen en wat verbetering te verkrijgen

en dan op eens gaat er iemand met eene

lijst rond vele meisjes laten zich opschrijven,

daardoor gaat alle moeite verloren gaan.

Hij die er veel voor gedaan heeft maak zich

kwaad en roept uit als het waar is dat Meuleman

met eene lijst gaat, moet gij naar haar

huis gaan, haar haar uittrekken enz. op,

dergelijke krachtige manier tacht hij de

beschuldiging staande te houden en het

vorige openbaar ministère van de dommig

heden schoon te wasschen, hij eischt geene

vervolging meer voor Bracke en Vander

Sompel en eene straf voor Van Beve>e en

voor Beerblock, ook voor de zelfde feiten

als van Bevere.

Den Maandag morgend de 4 den dag dat het

hof de volgende uitsprak.

Beerblock kreeg 4 in plaats van 10 maanden

gevang, C. Van Beveren 1 maand, Van

der Sompele en Bracke vrij.

Wal is er nu gebeurt ?

Den 21 Januari als geheel de zaak die

zoo veel gerucht verwekt heeft, zou gebeurd


zijn, was het Dinsdag den dag dat de werkstaaksters

hun onderstand ontvingen. Om

8 ure was Beerblock naar de zaal van het

comiteit gegaan om te zien hoeveel gelden

er Zondag en Maandag in gekomen waren,

als hij de rekening nazag ontwaarde hij,

dat, als de werkstakers van Voortman betaald

waren er nog 800 fr. te kort was, om

den gewoonlijken onderstand uit te betalen.

Nu er moest geld zijn, na veel over en

weer loopen werdt er geld geleent van de

maatschappij Vooruit onder handteeken voor

de vlasbewerkers en metaalbewerkers Vereeniging

eer dit in regel was en er verslag

van het hetgeen als onderstand ging uitgedeeld

worden, was er een uur en half verloopen,

daarmede begon de vergadering

later en hadden de meisjes die reeds van

8 1/2 ure in de zaal war-n onder elkander

gepraat en was daar verteld dat Vander

Sompel op de lijst stond om te gaan werken

en zij ook des namiddags zou ondersteunt

worden.

Vander Sompel die dan binnen kwam

weidt daarover ondervraagd, loochende het

en maakte accord om na de vergadering het

aan Meuleman naar haar huis te gaan

vragen.

Eindelijk om half tien, als de vergadering

ging beginnen en Beerblock naar 't theater

ging, sprak Vander Sompel hem aan en

zegde dat het niet waar was. Hij antwoorde :

't Is niets, alle dagen komt men zeggen dat

die of die op de lijst staat, stoor u daaraan

niet.

Spoedig begon nu de vergadering.

Na gevraagd te hebben of er geene waren

die wenschten het woord te voeren om iets

voor te stellen omtrent de werkstaking en of

allen waren voor voort te blijven staken

werdt er gewezen op de plicht om alle hun

best te doen om geld in te zamelen ; men

besloot ook zich naar Brussel te wenden om

onderstand. Dan regelde men de betaling,

wie controol zou houden, de banken plaatsen

enz. Zoo was het 10 1/2 uur geworden

en eindigde de vergadering. Zonder iemand

ze weten van het comiteit begaf zich nu

Vandesompel, Van Bever, Bracke en anderen

naar de woning van Meuleman 031 te

vragen over de lijst. Daar gekomen verschrikte

de moeder van Meuleman door het

zien van een 20 tal meisjes. Als zij hoorde

dat men van « Vooruit » kwaam schreeuwde

zij : « Vooruit is de armoede van 't land,

'k moet er niets van weten. »

Een groep kolenlossers, die aan de suikerfabriek

nabij de woning van Meuleman

werkten en in werkstaking waren, en hunne

plank, waarover zij op het schip gingen in

het water geworpen hadden, riepen tusschen

de vrouwen, met dewelke zij wilden gekscheeren,

smijt ze in het water, waar is zij,

trek ze bij haar haar enz. De moeder liep

dan eenen agent halen, en het is dan dat die

koolmannen zegden : « waar is uwen agent,

wij zullen hem ook in 't water werpen, even

als onzen gang. »

Daar Meuleman niet 't huis was, verbleef

men daar niet lang, alles duurde hoogstens

twintig minuten, dan ging ieder rustig naar

zijn huis.

Des anderdags vertelde men het aan Beerblock

in aanwezigheid van anderen. Deze

zegde : Ge moet naar Meulemans huis niet

gaan, doet alsof ge ze niet kent. » Daarmede

bleef alles zoo. Middelerwijl schreeuwde

't Volkje gedurig dat Beerblock de schuld der

werkstaking was. Alle dagen tot jn Februari

leugen op leugen. Dan schoot Sanryn op

Vanderstegen en 's anderdaags verscheen in

liet Volk een artikel waarin Beerblock openlijk

Beerblock beschuldigd werd daartoe

aangezet te hebben, door het uitgeven van

'


verbruikte lucht buiten de werkzaal te laten.

Alhoewel dit middel tot noodzakelijke

luchtververschingen aan de fabriêkanten

bijna niets zou kosten, toch doen zij het

niet, en zijn aldus gewenteloos de schuld

dat er zoovelen sterven of ziek leven, die

gezond zouden kunnen zijn.

Wel maakt men in sommige zalen ventilateurs

om stof en vuile lucht weg te krijgen,

maar dit helpt zeer weinig of niets, zoolang

men geen nieuwen toevoer van lucht geeft,

waar men niet aan denkt.

Zoolang bvb. in La Gantoise in de groote

preparatie- en carderiezaal tegen den grond

geene luchtgaten maakt, evenals in de kleine

en groote Lys, zullen er voortdurend vele

werklieden ziek woiden, bij gebrek aan

gezonde lucht, en vroegtijdig sterven.

De werklieden zelf kunnen ook veel er

toe bijdragen, om zich door goede lucht

gezonder en sterker te maken.

Men moet bijvoorbeeld niet bang zijn van

een tochtje of een beetje koude. De koude en

een windje zijn vrij wat gezonder en beter

voor het menschelijk gestel, dan die benauwde

warmte, waarin men niet eens diep

adem halen kan. Klaagt dan ook niet te

haastig in huis, als uwe deur niet aan den

grond luchtdicht is en er een stroomtje van

lucht daarlangs binnen komt; geloof mij,

dat zorgt zooveel voor uwe gezondheid als

kostelijke medecijnfleschjes, die uwe door

vuile dampen aangetaste longen kunstmatig

moeten herstellen.

Als het eenigzins kan, en laat het nooit

's nachts te doen, zet het deksel van de stof

half open, langs daarheen wordt er dan veel

vuile, dampige, voor de gezondheid schadelijke

lucht weggevoerd.

Ook as modeer wascht, dan maar flink

deuren en vensters open ; anders gaan al de

uitwassemingen van het vuil afgekookt

waschgoed in onze longen en bederft ons

lichaam.

Als men 's morgens opstaat, laat het ons

eerste werk -zijn alle vensters open te zetten,

alras zal men gewaar worden dat het voor

zich te bewegen en te ademen veel aangenamer

is, en wanneer men dit onderhoudt

en er dan op de fabriek voor gezonde lucht

gezorgd wordt, dan zullen wij krachtiger en

meer welgemoed zijn.

Vele menschen meenen dat dagelijks de

beddingen aftrekken en het boveneen op een

paar stoelen voor de vensters leggen, opperbest

is; zekers is dit beter dan het bed maar

zoo te laten. Voor het bed te verluchten kan

men niet beter doen dan het deksel, waar

men tusschen gelegen heeft, open leggen, en

dit maar geheel den dag met de vensters

open te laten, dan een of tweemaal per

week de beddingen aftrekken en die dan

laten verluchten (niet opeenstapelen). Ook

is het zeer ongezond te moeten slapen, waar

men kookt, eet en alle huiswerk verricht.

Ongelukkiglijk zijn er nog zoo duizende

menschen, die niet zorgen dat deuren en

vensters zooveel mogelijk open zijn.

Wij allen, fabriekwerkers, zoolang de

werkzalen zoo ongezond zijn, door stof en

dampbestanddeelen die er te veel aanwezig

zijn, door gebrek aan versche lucht,

laat ons de gewoonte nemen van als wij buiten

de fabriek komen, dan" maar meermalen

diep adem te halen, ja dan met groote teugen

de versche lucht m te zuigen.

Het is niet goed van direkt te beginnen

rooken, of vrouwen en meisjes in een

corset zich nauw toe te riemen, daardoor

belet men de lucht in zich op te nemen.

Men ga dan naar huis op 't gemak, en a's

men vrienden en kennissen heeft,-, al druk

pratende zelfs lachende. Het gebruik van

keel en longen werkt versterkend. Eiken

kreet, eiken lach, zelfs gezang of schreeuw

is goed; de lucht wordt daardoor snel uit de

longen gedreven en versche daardoor opgenomen,

aldus wordt ons bloed, die zoo

nauw verwant is met de lucht, sneller ververscht.

Vergeten wij ook niet dat de zon de bron

van alle leven is, de de lucht zuivert, en

die wij tot ons bestaan even als alle wezens

noodig hebben.

Weert dan niet de kiesterende zonnestralen

te veel, maar laat maar dapper U en

uw huisje, als het niet te weggestokken is,

beschijnen.

De lucht die wij inademen moet zijn

zuivere lucht, bestaande uit zuurstof en stikstof.

De lucht die wij uitademen bevat onder

andere, stoffen die het leven niet onderhouden

: veel koolzuurgas.

Zuurstof gas is dus onze vriend, hij onder -

houdt ons Ie^en. Koolzuurgas is onze vijand.

4

Het kuischen op (ie Wasfabrieken

Men leest in b'aden, hier en daar is een

werkman of werkvrouw dit of dat lid of

hand afgedraaid, en menigmaal leest men

ook dat dit de schuld is van het slachtoffer

door te kuischen binst het mekaniek we-kt.

Ja, dit is dikwijls het geval, maar wat te

doen. In vele fabrieken hangt een reglement

welk het kuischen verbiedt terwijl de mekanieken

werken, maar men geeft niet altijd

den tijd om zulks te doen, want bijvoorb. :

in vele fabrieken heeft men alle veertien

dagen groote kuischweek, en alle veertien

dagen kleine kuischweek. Welnu als het nu

groote kuischweek is, heeft men dan's Zaterdags

twee uren om te kuischen, hetgeen

niet voldoende is om een mekaniek in orde

te brengen, en daarom beginnen de werklieden

van den Donderdag te kuischen omdat

zij weten dat zij niet kunnen gedaan

hebben tegen den Zaterdag avond.

Weihoe, zal men zeggen, het reglement

verbiedt zulks en de werklieden,moeten dit

niet doen. Ja wel, zij moeten niet, maar zij

doen het toch, en in alle geval wordt dit

niet verboden door de meesters, want als

hun mekaniek niet in orde is, krijgen zij dan

soms nog wat vloeken of nog boeten bij ;

vandaar doet ieder in zijn krankvermo?en

om zijn mekaniek zoo proper mogelijk te

maken, om van de boeten ontslagen te zijn.

Wellicht zal men zeggen dat zij zich den

Zaterdag avond wat meer zouden haasten

om in de week niet te moeten kuischen, zij

worden er voor betaald.

Mis patater, degenen welke in entreprise

werken, zooals bvb. in La Lys de continuesmeisjes,

pik-meisjes, bommolen-meisjes, enz.

ontvangen daarvoor geenen duit, want er

zijn continues meisjes, wanneer het groote

kuischweek is, die soms tot 40 centiemen

minder ontvangen dan op eene andere week.

Ik hoor al vragen wat men dan doet op

de kleine kuischweek.

Ziehier hoe dit thans er naar toe gaat.

Men kutscht dan het bovengedeelte van

het mekaniek, de rest laat men dan voor

8 dagen later, zoodus dat men op deze wetek

meer stof of vuilnis moet kuischen en daardoor

wordt de tijd te kort, zelfs let men er

niet altijd op als er eenen draad af is.

Bijvoorbeeld : In sommige fabrieken slaat

men gewoonlijk het stof der mekanieken af

terwijl men werkt, maar dit mag niet geschieden,

want dit stof vli gt in de hoogte

en valt terug op garen en linten. Maar wat

te doen? Het stof mag er niet op liggen of

men verbiedt zulks, kuischt men het er af

men verbiedt dit ook, en om dit alles te doen

wordt dit geheel haastig gedaan om van de

moeilijkheden ontslagen te zijn, en van daar

soms, wordt er den een of den ander gevat,

hetzij tusschen wielen of riemen, en zoo­

doende worden soms ook lidmaten van

hunne handen of geheele handen afgedraaid.

Men zegt soms ook alleens : zij worden

toch vergoed wanneer iemand ingedraaid

is. Neen. want geheel dikwijls gebeurt het

dat men zegt : dat liet hunne schuld is, en

dat het reglement verbiedt van te kuischen

terwijl de mekanieken draaien. Vandaar

ontevredenheid der werklieden en met recht.

Maar, zult gij vragen, hoe zoudt gij dit

aniers doen om dit te vermijden.

Ziehier mijn persoonlijk gedacht, wat ik

zou willen zien om ongelukken te vermijden

door het kuischen ?

Drie of vier dagen in de week ieder mekaniek

zelf op zijne beurt, het noodzakelijkste,

niet daarvoor voor uren maar juist den tijd

welke er toe noodig is, en dan des Zaterdags

het mekaniek geheel kuischen, dan zou men

mekanieken hebben welke geheel in orde

zijn.

Men zou niet alleenlijk ongelukken vermijden,

maar alle mekanieken zouden beter

werken engoed werk afleggen. Dit zou voorwaar

geen nadeel aan den fabriekant berokkenen

en de werklieden zouden dan vrij zijn

van ongelukken, menigmaals van de tyrannie

ontslagen zijn waaraan zij soms geenschuld

hebben, en die zij zoo dikwijls moeten

verdragen voor hun hard werken.

Dit is een raad welke gegeven wordt in

het voordeel van elkeen, zoowel fabriêkanten

als werklieden, en de werklieden raad ik

aan : niet meer te kuischen terwijl het

mekaniek werkt.

Ja, zult gij zeggen, maar wat te doen, wij.

hebben dit zoo gevonden en wij moeten dit

ook doen?

Ziehier een middel :

Alle werkliede >, zooals mannen en vrouwen,

welke in de vereeniging zijn, houden

zich goed aan elkaar, en ieder doe zijn best

om degenen welke nog niet vereenigd zijn,

hen goed op het hart te drukken dat het hun

plicht is zich te vereenigen.

Dan, o dan zullen wij kunnen zeggen,

zulke wetten moeten er gemaakt worden om

den werkman te beschermen tegen ongelukken

en tyrannie van meesers en kapitalisten^

Ja, dan zullen wij ook mogen zeggen dat

wij willen werken, maar ook geëerbiedigd

worden.

En heffen wij dan den kreet aan van :

Leve de Vereeniging!

Leve het Socialisme !

Keu werkman.

+

WERKZAAM HEID

DER

YAKVEREENIGING

Er zijn vier Bestuurzittingen gehouden en

eene Vergadering voor de leden van den

Werk- en Nijverheidsraad.

Klachten van eenige fabrieken werden

neergelegd.

Er zijn brieven geschreven naar La Lievev

om afzonderlijke plaatsen in te richten waar

de mannen zich kunnen kleeden.

Brief aan La Gantoise over de handeling

van den bestuurder Lantsheere en zijn zoon

tegen de werklieden.

Drie brieven naar den Minister van Arbeid

over het werk in de fabrieken.

Eene Vakvereeniging van meestergasten

is gesticht.

Bekendmakingen in Vooruit zijn verschenen

over de fabriek Van den Bulcke en de

slechte regeling die daar is. Over De Smet-

D'hanis die opslag gegeven heeft en over

La Lys waar de boeten afgeschaft zijn.

De Vakvereeniging verkeert in goede

toestand.

Gent, druk.-uitg. Emilie Claeys, Kleistraat, 95.

More magazines by this user
Similar magazines