6183/13 jel/JEL/rv 1 DG G 3 C RAAD VA DE EUROPESE U ... - Europa

register.consilium.europa.eu

6183/13 jel/JEL/rv 1 DG G 3 C RAAD VA DE EUROPESE U ... - Europa

RAAD VA

DE EUROPESE UIE

Brussel, 11 februari 2013 (12.02)

(OR. en)

6183/13

ESPACE 8

COMPET 81

ID 34

TRAS 54

RECH 35

OTA A-PUT

van: het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel)

aan: de Raad

nr. Comv.: 16374/12 ESPACE 54 TRANS 400 RECH 415

nr. vorig doc.: 5760/13 ESPACE 5 COMPET 45 IND 18 TRANS 26 RECH 16

Betreft: Ontwerpconclusies van de Raad over het aangaan van nuttige relaties tussen de

EU en het Europees Ruimteagentschap

1. De Europese Commissie heeft op 14 november 2012 haar goedkeuring gegeven aan een

mededeling aan de Raad en het Parlement, getiteld "Tot het aangaan van nuttige relaties tussen de

EU en het Europees Ruimteagentschap" 1 (ESA).

2. Op 11 januari 2013 heeft het voorzitterschap aan de Groep ruimtevaart ontwerpconclusies van

de Raad over deze mededeling voorgelegd. De groep heeft de ontwerpconclusies op 11, 18 en

25 januari besproken.

3. Het Comité van permanente vertegenwoordigers van 8 februari heeft overeenstemming

bereikt over de tekst in de bijlage en heeft de Raad in overweging gegeven deze als A-punt op

een komende zitting aan te nemen.

1 Doc. 16374/12.

___________________

6183/13 jel/JEL/rv 1

DG G 3 C L


Ontwerp-COCLUSIES VA DE RAAD

BIJLAGE

over het aangaan van nuttige relaties tussen de EU en het Europees Ruimteagentschap

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

GEZIEN de kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Europees Ruimte-

agentschap (hierna: de kaderovereenkomst), die op 28 mei 2004 in werking is getreden 2 en verlengd

is tot 2016, en de toenemende samenwerking tussen beide partijen;

GEZIEN de aangenomen resoluties en oriëntaties van de Raad, alsmede die van de "Ruimteraden",

en de vorderingen VERWELKOMEND die de Europese Commissie en het ESA hebben gemaakt

met de uitvoering van het Europees ruimtevaartbeleid;

ERKENNENDE dat de EU met de inwerkingtreding op 1 december 2009 van het Verdrag

betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) 3 een bevoegdheid op het gebied van de

ruimtevaart heeft gekregen, hetgeen de politieke dimensie van de ruimtevaart in Europa versterkt,

en dat het Verdrag erin voorziet dat de Unie nuttige relaties aangaat met het ESA;

HERINNEREND aan de Raadsconclusies "Naar een ruimtevaartstrategie van de Europese Unie ten

dienste van de Europese burger" van 31 mei 2011 4 , waarin onder meer het voornemen van de

Commissie wordt geprezen om de betrekkingen tussen de EU en het ESA verder te ontwikkelen op

basis van de kaderovereenkomst tussen de EU en het ESA, en daarbij nodeloze overlapping van

activiteiten te voorkomen en de complementariteit van de inspanningen te vergroten;

2 PB L 261 van 6.8.2004, blz. 64.

3 In het bijzonder de artikelen 4 en 189.

4 Doc. 10901/11.

6183/13 jel/JEL/rv 2

BIJLAGE DG G 3 C L


NOTA NEMEND van de mededeling aan de Raad en het Europees Parlement die de Europese

Commissie op 14 november 2012 heeft aangenomen over het aangaan van nuttige relaties tussen de

EU en het Europees Ruimteagentschap (ESA) 5 ;

GELET OP de politieke verklaring die de ESA-Raad op ministerieel niveau op 20 november 2012

heeft aangenomen over de wijze waarop het Europees Ruimteagentschap optimaal in dienst van

Europa moet functioneren, en NOTA NEMEND van het mandaat dat de directeur-generaal van het

ESA heeft gekregen om met de Europese Commissie een hele reeks acties uit te werken;

1. IS ZICH BEWUST van de belangrijke rol die het ESA als onafhankelijke inter-

gouvernementele organisatie speelt in ruimtevaartaangelegenheden en in betrekking tot de

Europese ruimtevaartprogramma's, zoals Galileo en GMES/COPERNICUS, samen met

andere relevante actoren;

2. ERKENT dat de relatie tussen de EU en het ESA, in het licht van de veranderende politieke

context, de steeds grotere rol van de EU op ruimtevaartgebied, de uitdagingen qua

concurrentie in de ruimtevaartsector en het groeiende belang van activiteiten in de ruimte voor

de maatschappij, wat haar werking betreft wellicht opnieuw bekeken en opgewaardeerd moet

worden;

3. ERKENT dat de kaderovereenkomst en de bestuurlijke elementen ervan wellicht niet langer

het ideale kader vormen voor een efficiënt, effectief Europese ruimtevaartbeleid dat volop en

op coherente wijze gebruik maakt van de respectieve bevoegdheden van zowel de EU als het

ESA;

4. BENADRUKT dat het voor de EU/ESA-betrekkingen van wezenlijk belang is dat deze op

volledig gecoördineerde wijze ontwikkeld blijven worden, om zo de effecten van Europese

investeringen in de ruimtevaart te optimaliseren, in het belang van Europese banen, groei en

de maatschappij.

5 Doc. 16374/12.

6183/13 jel/JEL/rv 3

BIJLAGE DG G 3 C L


5. BENADRUKT bereid te zijn denk- en analysewerk op te starten over de wijze waarop de

betrekkingen tussen de EU en het ESA zich verder kunnen ontwikkelen en kunnen worden

versterkt ter ondersteuning van de Europese ruimtevaartsector.

6. BENADRUKT dat er voor coherentie en coördinatie moet worden gezorgd tussen de

procedures van de EU en het ESA, en dat de betrekkingen tussen beide organisaties, op basis

van hun respectieve taken en bevoegdheden, moeten evolueren en nauwer moeten worden.

7. ERKENT de merites van het voorstel van de Europese Commissie om in nauwe samen-

werking met het ESA een integrale kosten-batenanalyse en een effectbeoordeling te maken

van een reeks opties, waaronder die welke zij in haar mededeling voorstelt 6 ;

8. VERZOEKT de Europese Commissie om zich, samen met de directeur-generaal van het ESA,

en in nauwe samenwerking met de lidstaten van de EU en van het ESA, via bestaande fora 7 ,

in te zetten voor coherentie, convergentie en complementariteit, met het oog op het opstellen

van gezamenlijke voorstellen aangaande de toekomstige ontwikkeling van de EU/ESA-

betrekkingen, op basis van een gezamenlijke analyse, opdat de respectieve organen tegen

2014 beslissingen kunnen nemen;

9. VERWACHT dat de Europese Commissie hem regelmatig op de hoogte houdt van de

vorderingen met deze werkzaamheden.

___________________

6 Doc. 16374/12.

7 De groep op hoog niveau ruimtevaartbeleid en de deskundigengroep ruimtevaartbeleid.

6183/13 jel/JEL/rv 4

BIJLAGE DG G 3 C L

More magazines by this user
Similar magazines