13892/99 huy/SR/lv NL DG F III 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE ...

register.consilium.europa.eu

13892/99 huy/SR/lv NL DG F III 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE ...

RAAD VAN

DE EUROPESE UNIE

Interinstitutioneel dossier:

97/0264 (COD)

Brussel, 16 december 1999 (18.01)

(OR. f)

13892/99

LIMITE

CODEC 781

SURE 20

INFORMATIEVE NOTA

Betreft: Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de onderlinge

aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de verzekering

tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van

motorrijtuigen aanleiding kan geven en houdende wijziging van de Richtlijnen

73/239/EEG en 88/357/EEG (vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering)

- Resultaten van de tweede lezing door het Europees Parlement

(Straatsburg, 13-17 december 1999)

I. INLEIDING

De rapporteur, de heer ROTHLEY (PSE-ALL), leidde zijn ontwerp-aanbeveling (met

19 amendementen) in door te wijzen op het belang van het voorstel voor de bescherming van de

slachtoffers van auto-ongevallen. Vervolgens insisteerde de rapporteur op het belang van de

amendementen 1, 2, 8 en 9, die betrekking hebben op de toepassing van de toekomstige richtlijn op

derde landen, dit wil zeggen op verkeersongevallen in een derde land waarbij in twee lidstaten

geregistreerde en verzekerde voertuigen zijn betrokken; het betreft amendementen die noch de Raad

noch de Commissie konden aanvaarden.

Alle vertegenwoordigers van de fracties die het woord namen, betuigden hun steun aan de aanpak

van de rapporteur.

13892/99 huy/SR/lv NL

DG F III 1


II. STEMMING

De plenaire vergadering nam de 19 amendementen in hun geheel en nagenoeg met vrijwel eenparigheid

van stemmen aan.

Het standpunt van de Commissie ten aanzien van deze amendementen, dat de heer BOLKENSTEIN

heeft verdedigd tijdens het debat van 13.12.1999 en herhaald vóór de stemming van 15.12.1999,

luidt samengevat als volgt:

1) Door de Commissie aanvaarde amendementen:

Amend. 10 (herhaalt het standpunt dat het EP tijdens de eerste lezing heeft verdedigd in

verband met de keuze van de schaderegelaar; omdat een restrictieve regeling volgens het EP

immers noch noodzakelijk noch nuttig is).

Amend. 11 (bevestigt het standpunt dat het EP tijdens de eerste lezing heeft verdedigd;

volgens het EP moet in de tekst duidelijk worden gemaakt dat de schaderegelaar voor

rekening van verscheidene buitenlandse verzekeringsondernemingen kan optreden).

Amend. 12 (beoogt het doel van de desbetreffende bepaling in het gemeenschappelijk standpunt

duidelijker te formuleren).

Amend. 13 (is gericht op een precisering van de termijn waarbinnen een benadeelde het recht

heeft bepaalde informatie te verkrijgen) 1 .

2) Amendementen die de Commissie niet kan aanvaarden (omdat zij vindt dat deze amendementen

de rechtszekerheid van het gemeenschappelijk standpunt zouden verzwakken):

Amend. 3 (hiermee wordt beoogd uit het gemeenschappelijk standpunt de verwijzing te

schrappen naar de verenigbaarheid van dit aspect van de richtlijn met de regels van internationaal

privaatrecht inzake de aanwijzing van de bevoegde rechter).

Amend. 4 (volgens het EP is het onbegrijpelijk dat rechtspersonen die de benadeelde schadeloosstellen,

niet het recht hebben gesubrogeerd te zijn in de rechten van de benadeelde bij het

schadevergoedingsorgaan).

Amend. 5, 6 en 7 (volgens het EP is het beter de in deze amendementen genoemde kwesties te

regelen in het kader van een vrijwillige overeenkomst tussen de betrokken schadevergoedingsorganen).

Amend. 14 en 15 (deze amendementen zijn bedoeld om te voorkomen dat het schadevergoedingsorgaan

en de verzekeringsonderneming elkaar de bal toespelen ten koste van de

benadeelde).

1 Correctie in de Engelse tekst: "without delay" in de plaats van "immediately".

13892/99 huy/SR/lv NL

DG F III 2


Amd. 16 (beoogt de schrapping van een bepaling waarvan de inhoud volgens het EP

ressorteert onder de regelgevende bevoegdheid van de lidstaten, waaraan deze richtlijn geen

afbreuk doet).

Amd 17 en 18 (het EP vindt deze bepalingen te weinig duidelijk; tevens is het EP van mening

dat de datum van de inwerkingtreding van een bepaling van richtlijn niet mag afhangen van

de datum waarop particulieren een overeenkomst hebben gesloten).

Amd 19 (het EP kan zich geen gevallen voorstellen waarin de in deze bepaling beschreven

mogelijkheid zich daadwerkelijk zou voordoen).

Amd. 1, 2, 8 en 9 (zijn er alle op gericht de werkingssfeer van de toekomstige richtlijn uit te

breiden tot auto-ongevallen die zich voordoen op het grondgebied van derde landen).

Het Commissielid beklemtoonde eerst dat het om op jaarbasis zeer weinig gevallen gaat en

dat de Commissie deze amendementen in hun huidige formulering niet kan overnemen. De

Commissie zou evenwel bij wijze van compromis een oplossing kunnen overwegen waarbij

de toekomstige richtlijn van toepassing zou zijn op auto-ongevallen die zich voordoen op het

grondgebied van met name genoemde derde landen, dit om conflicten met de wetgeving in die

landen te voorkomen.

III. CONCLUSIE

Commissielid Bolkestein concludeerde dat een beroep op de bemiddelingsprocedure onvermijdelijk

zal zijn.

Hierbij gaat de tekst van de amendementen en de resolutie die door het Parlement zijn aangenomen.

_______________

13892/99 huy/SR/lv NL

DG F III 3


BIJLAGE

(15.12.1999)

Wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelnemen aan het verkeer van

motorrijtuigen aanleiding kan geven ***II

A5-0086/1999

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement betreffende het gemeenschappelijk standpunt,

door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van een richtlijn van het

Europees Parlement en de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de

lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming

aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en houdende wijziging van

de richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering)

(14247/1/1998 - C5-0027/1999 - 1997/0264(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

- gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (14247/1/1998 – C5-0027/1999) 1 ,

- gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt 2 inzake het voorstel van de Commissie aan

het Europees Parlement en de Raad (COM(1997) 510 3 ),

- gezien het gewijzigde voorstel van de Commissie (COM(1999) 147 4 ),

- gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

- gelet op artikel 80 van zijn Reglement,

- gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie juridische zaken en interne

markt (A5-0086/1999),

1. wijzigt het gemeenschappelijk standpunt als volgt;

2. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Europees Parlement te doen toekomen aan de

Raad en de Commissie

1 PB C 232 van 13.8.1999, blz. 8.

2 PB C 292 van 21.9.1998, blz. 123.

3 PB C 343 van 13.11.1997, blz. 11.

4 PB C 171 van 18.6.1999, blz. 4.

13892/99 huy/SR/lv NL

BIJLAGE DG F III 4


Gemeenschappelijk standpunt van de Raad Amendementen van het Parlement

(8) Overwegende dat de bij de richtlijnen

72/166/EEG, 84/5/EEG en 90/232/EEG

ingevoerde regeling moet worden aangevuld

opdat personen die ten gevolge van

ongevallen met motorrijtuigen materiële

schade of lichamelijk letsel hebben

geleden, ongeacht de plaats in de Gemeenschap

waar het ongeval zich heeft voorgedaan,

een vergelijkbare behandeling

wordt verzekerd; dat er, op het gebied van

ongevallen die zich in een andere lidstaat

dan die van de woonplaats van de

benadeelde hebben voorgedaan, leemten

bestaan met betrekking tot de afwikkeling

van verzoeken tot schadevergoeding,

(10) Overwegende dat een bevredigende

oplossing kan zijn, dat de benadeelde die

schade of letsel heeft geleden ten gevolge

van een ongeval met een motorrijtuig dat

zich in een andere lidstaat dan die van zijn

woonplaats heeft voorgedaan, in de lidstaat

van zijn woonplaats een verzoek tot

schadevergoeding kan indienen bij een

aldaar door de verzekeringsonderneming

van de aansprakelijke partij aangewezen

schaderegelaar,

(Amendement 1)

Overweging 8

(Amendement 2)

Overweging 10

(8) Overwegende dat de bij de richtlijnen

72/166/EEG, 84/5/EEG en 90/232/EEG

ingevoerde regeling moet worden aangevuld

opdat personen die ten gevolge van

ongevallen met motorrijtuigen materiële

schade of lichamelijk letsel hebben

geleden, ongeacht de plaats in de Gemeenschap

waar het ongeval zich heeft voorgedaan,

een vergelijkbare behandeling

wordt verzekerd; dat er, op het gebied van

ongevallen die zich in een andere staat dan

die van de woonplaats van de benadeelde

hebben voorgedaan, leemten bestaan met

betrekking tot de afwikkeling van

verzoeken tot schadevergoeding,

(10) Overwegende dat een bevredigende

oplossing kan zijn, dat de benadeelde die

schade of letsel heeft geleden ten gevolge

van een ongeval met een motorrijtuig dat

zich in een andere staat dan die van zijn

woonplaats heeft voorgedaan, in de lidstaat

van zijn woonplaats een verzoek tot

schadevergoeding kan indienen bij een

aldaar door de verzekeringsonderneming

van de aansprakelijke partij aangewezen

schaderegelaar,

13892/99 huy/SR/lv NL

BIJLAGE DG F III 5


(14) Overwegende dat, teneinde de

genoemde leemten ongedaan te maken,

ervoor moet worden gezorgd dat de lidstaat

waar een verzekeringsonderneming haar

vergunning heeft verkregen, verlangt dat

die onderneming in de overige lidstaten

aldaar woonachtige of gevestigde schaderegelaars

aanwijst en ermee belast, alle

nodige inlichtingen te verzamelen met

betrekking tot verzoeken tot schadevergoeding

ingevolge dergelijke

ongevallen en passende maatregelen te

nemen om het verzoek namens en voor

rekening van de verzekeringsonderneming

af te wikkelen, met inbegrip van de uitkering

van de schadevergoeding; dat deze

schaderegelaars over voldoende bevoegdheden

moeten beschikken om de

verzekeringsonderneming te vertegenwoordigen

tegenover personen die schade

hebben geleden ten gevolge van dergelijke

ongevallen, alsook om de verzekeringsonderneming

te vertegenwoordigen voor

de nationale autoriteiten, waaronder in

voorkomend geval de rechter, voorzover

dit niet in strijd is met de regels van internationaal

privaatrecht inzake de aanwijzing

van de bevoegde rechter,

(26) Overwegende dat rechtspersonen die

bij wet gesubrogeerd zijn in de rechten van

de benadeelde ten aanzien van de aansprakelijke

voor het ongeval, of van diens

verzekeringsonderneming, (zoals andere

verzekeringsondernemingen of socialezekerheidsorganen)

geen vorderingsrecht

tegen het schadevergoedingsorgaan dienen

te hebben,

(Amendement 3)

Overweging 14

(Amendement 4)

Overweging 26

(14) Overwegende dat, teneinde de

genoemde leemten ongedaan te maken,

ervoor moet worden gezorgd dat de lidstaat

waar een verzekeringsonderneming haar

vergunning heeft verkregen, verlangt dat

die onderneming in de overige lidstaten

aldaar woonachtige of gevestigde schaderegelaars

aanwijst en ermee belast, alle

nodige inlichtingen te verzamelen met

betrekking tot verzoeken tot schadevergoeding

ingevolge dergelijke

ongevallen en passende maatregelen te

nemen om het verzoek namens en voor

rekening van de verzekeringsonderneming

af te wikkelen, met inbegrip van de uitkering

van de schadevergoeding; dat deze

schaderegelaars over voldoende bevoegdheden

moeten beschikken om de

verzekeringsonderneming te vertegenwoordigen

tegenover personen die schade

hebben geleden ten gevolge van dergelijke

ongevallen, alsook om de verzekeringsonderneming

te vertegenwoordigen voor

de nationale autoriteiten,

(26) Schrappen

13892/99 huy/SR/lv NL

BIJLAGE DG F III 6


(27) Overwegende dat het gerechtvaardigd

is dat het schadevergoedingsorgaan in de

rechten van de benadeelde wordt

gesubrogeerd voor zover het deze schadeloos

heeft gesteld; dat het voor een vlottere

afwikkeling van dit verzoek tot schadevergoeding

tegen een verzekeringsonderneming

die geen schaderegelaar heeft

aangewezen of zich duidelijk talmend

opstelt, passend is dat het schadevergoedingsorgaan

in het land van de

benadeelde automatisch recht op terugbetaling

heeft op zijn pendant in het land

van het hoofdkantoor van de verzekeringsonderneming,

waarbij deze in de rechten

van de benadeelde wordt gesubrogeerd; dat

laatstbedoeld orgaan immers in de beste

positie verkeert om een regresvordering

tegen de verzekeringsonderneming in te

stellen,

(28) overwegende dat, ook al kunnen de

lidstaten bepalen dat de vordering bij het

schadevergoedingsorgaan een subsidiair

karakter heeft, toch moet worden uitgesloten

dat de benadeelde verplicht wordt

zijn verzoek eerst in te dienen bij de

persoon die aansprakelijk is voor het

ongeval, alvorens het schadevergoedingsorgaan

aan te spreken; dat de

positie van de benadeelde in dit geval

tenminste dezelfde moet zijn als in het

geval van een vordering bij het garantiefonds,

overeenkomstig artikel 1, lid 4, van

richtlijn 84/5/EEG,

(Amendement 5)

Overweging 27

(Amendement 6)

Overweging 28

(27) Schrappen

(28) Schrappen

13892/99 huy/SR/lv NL

BIJLAGE DG F III 7


(29) Overwegende dat dit systeem

operationeel kan worden gemaakt door

middel van een overeenkomst tussen de

door de lidstaten opgerichte of erkende

schadevergoedingsorganen betreffende hun

taken en verplichtingen en de wijze van

terugbetaling,

Deze richtlijn heeft tot doel bijzondere

bepalingen vast te stellen die van toepassing

zijn op benadeelden die aanspraak

kunnen maken op vergoeding van

materiële schade of lichamelijk letsel ten

gevolge van ongevallen die zich hebben

voorgedaan in een andere lidstaat dan die

van hun woonplaats en veroorzaakt zijn

door de deelneming aan het verkeer door

voertuigen die gewoonlijk zijn gestald en

verzekerd in een lidstaat.

Iedere lidstaat draagt er zorg voor dat de

benadeelde van een ongeval dat zich heeft

voorgedaan in een andere lidstaat dan die

van zijn woonplaats een rechtstreekse

vordering kan instellen tegen de

verzekeringsonderneming van de wettelijk

aansprakelijke partij.

(Amendement 7)

Overweging 29

(29) Schrappen

(Amendement 8)

Artikel 1, eerste alinea

(Amendement 9)

Artikel 3

(Amendement 10)

Artikel 4, lid 1 bis (nieuw)

Deze richtlijn heeft tot doel bijzondere

bepalingen vast te stellen die van toepassing

zijn op benadeelden die aanspraak

kunnen maken op vergoeding van

materiële schade of lichamelijk letsel ten

gevolge van ongevallen die zich hebben

voorgedaan in een andere staat dan die van

hun woonplaats en veroorzaakt zijn door

de deelneming aan het verkeer door voertuigen

die gewoonlijk zijn gestald en

verzekerd in een lidstaat.

Iedere lidstaat draagt er zorg voor dat de

benadeelde van een ongeval dat zich heeft

voorgedaan in een andere staat dan die van

zijn woonplaats een rechtstreekse

vordering kan instellen tegen de

verzekeringsonderneming van de wettelijk

aansprakelijke partij.

1 bis. De keuze van de schaderegelaar

wordt overgelaten aan het oordeel van de

verzekeringsonderneming.

Deze keuzevrijheid kan niet door de lidstaten

worden beperkt.

13892/99 huy/SR/lv NL

BIJLAGE DG F III 8


(Amendement 11)

Artikel 4, lid 1 ter (nieuw)

1 ter. De schaderegelaar kan voor rekening

van één of meer verzekeringsondernemingen

optreden.

(Amendement 12)

Artikel 4, lid 3

3. De schaderegelaar beschikt over vol- 3. De schaderegelaar beschikt over voldoende

bevoegdheden en talenkennis om doende bevoegdheden om de

de verzekeringsonderneming in de in

verzekeringsonderneming in de in artikel 1

artikel 1 genoemde gevallen ten aanzien genoemde gevallen ten aanzien van de

van de benadeelden te vertegenwoordigen benadeelden te vertegenwoordigen en om

en om hun verzoeken volledig af te

hun verzoeken volledig af te handelen. Hij

handelen.

moet in staat zijn de zaak in de officiële

taal of talen van de lidstaat van de woonplaats

van de benadeelde te behandelen.

(Amendement 13)

3. De lidstaten zorgen ervoor dat de

benadeelde het recht heeft binnen

zeven jaar na het ongeval bij het

informatiecentrum van de lidstaat van zijn

woonplaats of van de lidstaat waar het

voertuig gewoonlijk is gestald dan wel van

de lidstaat waar het ongeval zich heeft

voorgedaan, de volgende informatie te

verkrijgen:

Artikel 5, lid 3, inleiding

3. De lidstaten zorgen ervoor dat de

benadeelde het recht heeft binnen

zeven jaar na het ongeval bij het

informatiecentrum van de lidstaat van zijn

woonplaats of van de lidstaat waar het

voertuig gewoonlijk is gestald dan wel van

de lidstaat waar het ongeval zich heeft

voorgedaan, onverwijld de volgende

informatie te verkrijgen:

(Amendement 14)

Artikel 6, lid 1, vierde alinea

Het schadevergoedingsorgaan treedt op Het schadevergoedingsorgaan treedt op

binnen twee maanden nadat de benadeelde binnen twee maanden nadat de benadeelde

zijn verzoek tot schadevergoeding heeft zijn verzoek tot schadevergoeding heeft

ingediend, maar staakt zijn optreden zodra ingediend.

de verzekeringsonderneming of haar

schaderegelaar een met redenen omkleed

antwoord op het verzoek heeft gegeven.

(Amendement 15)

Artikel 6, lid 1, vijfde alinea

Het schadevergoedingsorgaan stelt de

Het schadevergoedingsorgaan stelt de

navolgende partijen onmiddellijk in kennis navolgende partijen onmiddellijk in kennis

van het verzoek tot schadevergoeding, met van het verzoek tot schadevergoeding:

de mededeling dat het binnen twee

maanden na de indiening ervan zal

optreden:

a) de verzekeringsonderneming van het a) de verzekeringsonderneming van het

voertuig waarmee, door deelneming aan voertuig waarmee, door deelneming aan

het verkeer, het ongeval is veroorzaakt of

de schaderegelaar,

13892/99 huy/SR/lv NL

BIJLAGE DG F III 9


het verkeer, het ongeval is veroorzaakt of

de schaderegelaar,

b) het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat

van de vestiging van de verzekerings-

onderneming die de polis heeft afgesloten,

c) indien deze bekend is, de persoon die

het ongeval heeft veroorzaakt.

Deze bepaling doet geen afbreuk aan het

recht van de lidstaten om aan de tussenkomst

van dit orgaan een al dan niet subsidiair

karakter te geven, noch aan het recht

van de lidstaten om te voorzien in de

afhandeling van de verzoeken tussen dit

orgaan en de personen die het ongeval

hebben veroorzaakt en andere

verzekeringsondernemingen of socialezekerheidsorganen

die gehouden zijn het

slachtoffer terzake van dit ongeval te

vergoeden. De lidstaten mogen het orgaan

echter niet toestaan de uitkering van de

vergoeding afhankelijk te stellen van de

voorwaarde dat de benadeelde op enigerlei

wijze aantoont dat degene die aansprakelijk

is niet kan of niet wil betalen.

(Amendement 16)

Artikel 6, lid 1, zesde alinea

het verkeer, het ongeval is veroorzaakt of

de schaderegelaar,

b) het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat

van de vestiging van de verzekerings-

onderneming die de polis heeft afgesloten,

c) indien deze bekend is, de persoon die

het ongeval heeft veroorzaakt.

Schrappen

13892/99 huy/SR/lv NL

BIJLAGE DG F III 10


3. Het in dit artikel bepaalde treedt in

werking

a) nadat er een overeenkomst is gesloten

tussen de door de lidstaten opgerichte of

erkende schadevergoedingsorganen

betreffende hun taken en verplichtingen en

de wijze van terugbetaling,

b) met ingang van de datum die door de

Commissie wordt vastgesteld nadat zij zich

er in nauwe samenwerking met de lidstaten

van heeft vergewist dat een dergelijke

overeenkomst is gesloten

en is van toepassing zolang die overeenkomst

van kracht is.

3. Onverminderd lid 1 gaan de lidstaten

voor … (*) over tot de oprichting of

erkenning van het in artikel 6, lid 1,

bedoelde schadevergoedingsorgaan. Indien

de schadevergoedingsorganen niet voor

… (**) een overeenkomst volgens artikel 6,

lid 3, hebben gesloten, stelt de Commissie

de nodige maatregelen voor om ervoor te

zorgen dat het bepaalde in de artikelen 6

en 7 voor … (***) van kracht wordt.

(*)

18 maanden na de inwerkingtreding van deze

richtlijn.

(**)

24 maanden na de inwerkingtreding van deze

richtlijn.

(***)

30 maanden na de inwerkingtreding van deze

richtlijn.

4. De lidstaten mogen in overeenstemming

met het Verdrag bepalingen handhaven of

invoeren die voor de benadeelde gunstiger

zijn dan de bepalingen die nodig zijn om

aan deze richtlijn te voldoen.

(Amendement 17)

Artikel 6, lid 3, eerste alinea

Schrappen.

(Amendement 18)

Artikel 10, lid 3

(Amendement 19)

Artikel 10, lid 4

3. Onverminderd lid 1 gaan de lidstaten

voor … (*) over tot de oprichting of

erkenning van het in artikel 6, lid 1,

bedoelde schadevergoedingsorgaan.

(*)

18 maanden na de inwerkingtreding van deze

richtlijn.

Schrappen

_________________

13892/99 huy/SR/lv NL

BIJLAGE DG F III 11

More magazines by this user
Similar magazines