Onderzoeksprojecten (100 - 120 van 2667)

researchportal.be

Onderzoeksprojecten (100 - 120 van 2667)

www.researchportal.be - 28 Jul 2013 02:05:59

Onderzoeksprojecten (100 - 120 van 2667)

Zoekfilter: Classificaties: Voeding, Classificaties: MENSWETENSCHAPPEN (H)

Vreemdetaallezen voor academische doeleinden. Het lezen van Engelstalige academische teksten door beginnende en

gevorderde studenten Engels (moedertaalsprekers Nederlands).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project onderzoekt de academische leesvaardigheid van taalstudenten binnen hun opleiding (Nederlands T1, studenten Engels VT).

Het project beoogt de belangrijkste factoren te identificeren die een bijdrage leveren aan de VT academische leesvaardigheid van de studenten en

de relatieve bijdrage van elke factor te bepalen. Studenten op verschillende studieniveaus worden vergeleken (instroom-, mid- en uitstroomniveau).

Organisaties:

• Toegepaste Taalstudies

Onderzoekers:

• Christel Van De Poel

• Tina Brunfaut

Vreemden op vertrouwd terrein. Het sociaal-culturele leven en de integratie van Belgische migranten in het Noorden van

Frankrijk.

K.U.Leuven

Abstract: Vreemden op vertrouwd terrein. Het sociaal-culturele leven en de integratie van Belgische migranten in het Noorden van Frankrijk (1850-

1914)Terwijl België zichzelf in de negentiende eeuw profileerde als industriële koploper van het Europese vasteland, leverde een groot deel van de

bevolking dagelijks een strijd met de miserabele levensomstandigheden in de stad en op het platteland. In de zoektocht naar nieuwe

inkomensmogelijkheden vormde tijdelijke of permanente migratie naar industriële centra in Wallonië en Noord-Frankrijk een reële strategie. Wie

naar Noord-Frankrijk trok, stak de staatsgrens over en was in Frankrijk officieel een vreemdeling.Inwijking in Noord-Frankrijk was geen

nieuwfenomeen in de negentiende eeuw, maar het nam wel massalere proporties aan dan voordien ooit het geval was geweest. Tienduizenden

Belgische migranten vestigden zich in de loop van de tweede helft van de negentiende eeuw in het Noorden van Frankrijk. Hun nakomelingen

groeiden er samen opmet hun Franse l

Organisaties:

• Subfaculteit Letteren Kulak

Onderzoekers:

• Tom Verschaffel

• Marc Depaepe

• Lieven D'hulst

• Saartje Vanden Borre

Vrede en disciplinering. Een politiek-theoretisch onderzoek naar vredesvorming in de internationale politiek: de Noord-

Atlantische regio (1945-2007).

Universiteit Antwerpen

Abstract: De oorspronkelijke doelstelling van de leer der internationale betrekkingen was inzicht te verkrijgen in de oorzaken van oorlog opdat de

voorwaarden van vrede beter bekend zouden worden en de kans op vrede zou toenemen. Een spijtig gevolg hiervan was dat voornamelijk de

oorlog aandacht kreeg, en dat vrede als concept veelal in de kou bleef staan. Een belangrijke verklaring is dat vrede, in duidelijke tegenstelling tot

oorlog, niet problematisch werd (en wordt) geacht. Vrede is per definitie wenselijk en moet dus niet gedefinieerd worden. Een zelfde onkritische

houding tot vrede bestaat er onder de algemene bevolking met betrekking tot de idee dat Europa specifiek, en het Westen in het algemeen, sinds

1945 een vredeszone is. Een dergelijke, schijnbaar natuurlijke waarheid noopt tot waakzaamheid en studie.

Binnen de leer der internationale betrekkingen kunnen er, met betrekking tot het vraagstuk van de vrede, ruwweg twee scholen onderscheiden

worden: het realisme en het liberalisme (waarbij de laatste gedurende de laatste twee decennia een constructivistische variant heeft ontwikkeld).

Beide stromingen, maar niet de constructivistische variant, hanteren een beperkte ontologie van vrede. Ze definiëren vrede immers als de "mere

absence of war." Wel geven ze verschillende oorzaken aan: een dominante macht of hegemon garandeert vrede voor de realisten; economische

interdependentie, internationale instellingen en recht, en de democratie veroorzaken volgens de liberalen vrede. Het constructivisme, op vrede

toegepast in de literatuur rond veiligheidsgemeenschappen (security communities) definieert vrede breder als de "dependable expecation of

peaceful change". Hier echter nog meer dan bij het liberalisme komt de nadruk te liggen op democratie als voorwaarde voor vrede. Democratieën

voeren immers geen oorlog met elkaar omdat ze elkaar kunnen vertrouwen. Maar, en op dit punt wenst dit project een bijdrage te leveren, hoe

herkennen democratieën elkaar? Deze herkenning is immers noodzakelijk wil men wederzijds vertrouwen kunnen ontwikkelen.

Wij zullen betogen dat education een belangrijke rol speelt in dit herkenningsproces. Dominante staten leren de andere staten aan hoe een goede

democratie functioneert en aangezien de staten dus actief geconstrueerd werden als betrouwbare democratieën vervalt het probleem van de

herkenning. Bovendien verschaft deze verklaring inzicht in de ontologie van vrede: deze wordt binnen deze optiek een gedisciplineerde en

gelegitimeerde orde. Om deze bewering hard te maken zal er enerzijds een politiek-theoretisch onderzoek naar de samenhang tussen education en

vrede worden gedaan alsook de mogelijkheid om deze theorie te extrapoleren naar het internationale niveau onderzocht. Centrale concepten hierbij

zijn de "staat als burger" en "diplomatie als educatief medium".

Anderzijds zullen we het theoretische model ook op haar empirische geldigheid testen. Heeft education met andere woorden een significante rol

gespeeld in het totstandkomen en in de recente uitbreiding van de Westerse vrede? Hierbij zullen we focussen op de debatten rond zes vormende

momenten of organisaties die inhoud gaven aan deze vrede: het Marshallplan, de oprichting van NAVO, de oprichting van EGKS, de oprichting van

OVSE, de uitbreiding van NAVO, en de uitbreiding van EU. Wie stuwde deze processen? Hoe werden ze gerechtvaardigd? Werden er aan

deelname eisen gesteld qua binnenlandse politieke organisatie? Werd actieve promotie van zowel deze processen zelf als van de gestelde eisen

noodzakelijk geacht? Hoe werd er door de ontvangende staten of kandidaat-lidstaten op gereageerd? Deze vragen, die onze onderzoeksvraag -

hoe constitueert education burgerschap? En hoe constitueert education, via burgerschap, vrede? ¿ operationaliseren, worden beantwoord op basis

van een analyse van zowel primaire bronnen als secundaire literatuur.

Organisaties:

• Internationale Politiek (IP)

Onderzoekers:

• Tom Sauer

• Jorg Kustermans

Vorm, Inhoud en Volgorde van responscategorieën bij Surveyonderzoek. Een fundamenteel onderzoek naar de impact

van responscategorieën op responsgedrag.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Ondanks het feit dat bij surveyonderzoek fouten in de constructie van vragenlijsten vaak aangehaald worden als verklaring voor

responsbias, gebrekkige kwaliteit van de data en onverwachte resultaten, werd de omvang van dit probleem nog weinig onderzocht. Dit project wil


op een systematische manier de mogelijke impact van de gehanteerde responscategorieën bij ratingschalen (zoals het aantal categorieën, even of

oneven, het gebruik van ankerpunten, de keuze van de labels, ...) onderzoeken. Het eigenlijke onderzoek omvat twee delen: 1) In het

experimenteel survey worden verschillende versies van een vragenlijst (dezelfde items, te beoordelen op verschillende responsschalen) op 2

tijdstippen bij dezelfde respondenten afgenomen. Daarbij worden bij elke afname alle verschillende versies verspreid (een deel van de deelnemers

krijgt eerst versie A, later B, bij andere deelnemers is de volgorde omgekeerd) om zo test-hertest effecten uit te sluiten. Deelnemers in de

controlegroep krijgen 2 keer dezelfde versie. 2) Bij het laboratoriumonderzoek worden in verscheidene experimenten verschillende schaaltypes

onderling vergeleken. Enerzijds wordt het responsgedrag op verscheidene schaaltypes vergeleken op indirecte manier, door dezelfde items op

verschillende schaaltypes te laten beoordelen. Anderzijds worden verschillende schaaltypes meer direct onderling vergeleken via cross-modality

matching. Tenslotte wordt ook de preferentie voor de verschillende reponsmodaliteiten bevraagd. Het uiteindelijke doel is om grootteorden van

responseffecten bij verschillende schaaltypes en in verschillende contexten te meten en om te komen tot een reeks gefundeerde aanbevelingen

voor het aanmaken van vragenlijsten.

Organisaties:

• Arbeids- en Organisatiepsychologie

Onderzoekers:

• ROLAND PEPERMANS

• PETER THEUNS

• Walentina COOLS

Vormingstraject: begeleiding ter plaatse van lesgevers NT2 die in het kader van KAAP het aanbod voor ouders

vormgeven.

K.U.Leuven

Abstract: Baobab vzw beheert de middelen van het algemeen onderwijsbeleid in Antwerpen (AOBA). Behalve het stadsbestuur zijn ook de

onderwijsnetten erin vertegenwoordigd. De raad van bestuur beslist in consensus over de inzetvan middelen voor netoverschrijdende

onderwijsinitiatieven.School en Ouders - KAAP is een dergelijk netoverschrijdend project waarbij ouders Nederlands kunnen leren op de school van

hun kinderen. Het verhoogt deouderbetrokkenheid op de school van het kind.Een wetenschappelijk medewerker van het Centrum voor Taal en

Onderwijs (K.U.Leuven) geeft nascholing aan de lesgevers Nederlands als tweede taal die in het kader van KAAP het aanbod voor ouders

vormgeven. Dit is de derde cyclus van deze samenwerking. Tijdens het schooljaar 2010-2011 ligt de focus daarbij op het deskundiger worden op

het vlak van taalbeleid.

Organisaties:

• Taal en Onderwijs

Onderzoekers:

• Kristiaan Van den Branden

• Heidi De Niel

Voor vaderland en vrede. Nationalisme en internationalisme in het Belgische geschiedenisonderwijs, 1919-1940

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Cultuurgesch. vanaf 1750

Onderzoekers:

• Katelijne Wils

• Carl Cools

• Tine Hens

Vooronderzoek ontsluiting abdijbibliotheek Tongerlo.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het "Vooronderzoek ontsluiting abdijbibliotheek Tongerlo" heeft tot doel om na te gaan uit welke deelcollecties de bibliotheek is

opgebouwd, wat er de inhoudelijke zwaartepunten van zijn, en wat er het cultuurhistorisch belang van is. Op basis van een dergelijk vooronderzoek

kan dan verder worden gewerkt: in het eindrapport van het project zullen aanbevelingen worden geformuleerd, bv. over de deelcollecties waaraan

bij de uiteindelijke catalogisering in een online systeem de voorrang gegeven zal moeten worden. Ook voor de verdere aanpak van conservering en

restauratie zal dit een onmisbare basis zijn.

Organisaties:

• Onderzoeksgroep Boek, Bibliotheek en Informatie

Onderzoekers:

• Pierre Delsaerdt

Voor een efficient beheer van de archieven : interne organisatie en behoorlijk bestuur.Records management.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Beginselen van dynamisch archiefbeheer, meer bepaald inzake dossiervorming, ordening en verhuizing van het archief.

Organisaties:

• Geschiedenis

Onderzoekers:

• JUUL VERHELST

Voorbij de retail revolution? Winkelcultuur in het stedelijk landschap Brussel (1830-1914).

K.U.Leuven

Abstract: In dit onderzoek wordt de synchrone complexiteit en de diachrone evolutie van de negentiende-eeuwse winkelcultuur in Brussel

onderzocht. De modernistische en teleologische historiografie over de negentiende-eeuwse consumptiecultuur wordt heroverwogen door de blik te

richten op de winkelcultuur. Aan de basis van dit onderzoek ligt de hypothese dat de ontwikkeling van de winkelcultuur moet worden begrepen als

een urban renaissance, eerder dan een retail revolution. In welke mate was winkelcultuur eenpassief segment van of een drijvende kracht achter

die stedelijke renaissance? Om de complexiteit van de commerciële circuits en hun winkelcultuur te vatten, wordt het winkellandschap eerst

empirisch gereconstrueerd. Vervolgens wordt de culturele constructie rond het winkelen geanalyseerd aan de hand van drie componenten: decor,

performance en discours.

Organisaties:

• Cultuurgesch. vanaf 1750

Onderzoekers:

• Johan Tollebeek

• Anneleen Arnout


Voorbij de grenzen van de wijsheid. een systemisch onderzoek naar 4Q525 en zijn correlaties met verschillende soorten

Qumran-teksten

K.U.Leuven

Abstract: Sinds een vroeg stadium in het onderzoek worden de Dode Zeerollen geclassificeerd volgens genre en volgens herkomst (sektarische en

niet-sektarische teksten). Nieuwe ontwikkelingen in het Qumran-onderzoek hebben deze manier van categoriseren in vraag gesteld. Het huidige

onderzoeksproject richt zich op 4QInstruction, de meest omvangrijke wijsheidstekst die bij Qumran werd gevonden, en zijn relaties met belangrijke

delen van de Serekh ha-Yahad en de Hodayot, twee composities die over het algemeen worden gezien als kernteksten van de Qumran-sekte. De

tekst van 4QInstruction vormt een uitdaging voor de huidige categorieën, vanwege zijn hybride karakter en vanwege opvallende overeenkomsten

met vocabulaire en concepten in de Serekh ha-Yahad en de Hodayot (ondanks de verschillende categorisering van deze drie teksten in termen van

hun herkomst). Het doel van deze studie is om bij te dragen aan een beter begrip van de controversiële tekst 4QInstruction en aan de herziening

van de classificati

Organisaties:

• Onderzoekseenheid Bijbelwetenschap

Onderzoekers:

• Eibert Tigchelaar

• Arjen Bakker

Voorbij Baudelaires verontwaardiging : een onderzoek naar de relaties tussen de kunstmarkten en de teloorgang van de

representatietheorie in de kunstkritiek. Casus Brussel, 1848-1914.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit interdisciplinaire project heeft tot doel een diepgaand inzicht te verwerven in 'art value' aan de hand van een diachrone analyse van de

Brusselse kunstmarkt (1848-1914) in relatie tot gelijktijdige transformaties in het kunsttheoretische discours en het esthetische denken.

Voorbereidend historisch onderzoek wees uit dat de Brusselse kunstmarkt tijdens de tweede helft van de 19de eeuw grondig werd

geherstructureerd (Arnout). Deze reorganisatie van de Brusselse kunstmarkt viel interessant genoeg niet alleen samen met een opvallende

toename aan gespecialiseerde kunsttijdschriften, maar ook met de teloorgang van de representatietheorie ten voordele van de expressietheorie in

de beeldende kunsten aan het eind van de 19de eeuw. Aan de hand van een systematische analyse van uiteenlopende vormen van discours (van

marktwaarde vermeld in veilingcatalogi tot kunstkritiek in tijdschriften en wijsgerige esthetica) worden deze fenomenen voor het eerst met elkaar in

vruchtbare confrontatie gebracht. Waar het historische onderzoek over de kunstmarkten zowel gebaat is met een diepgaande kunsthistorische

kennis van de verhandelde werken als met een inzicht in de esthetische canon van een bepaalde periode (Lyna), wordt in het kunstfilosofische

onderzoek met betrekking tot de representatieproblematiek de noodzaak aan een historische dimensie steeds nadrukkelijker. In dit interdisciplinaire

project biedt de paradigmashift van representatie- naar expressietheorie de uitgelezen mogelijkheid om de relaties tussen esthetisch denken en de

(historische transformaties van de) kunstmarkten te doorgronden.

Organisaties:

• Centrum voor stadsgeschiedenis

Onderzoekers:

• Bruno Blondé

• Arthur Cools

Voorbereiding en eerste proeve van een (gedeeltelijke) vertaling van Ruusbroecs traktaat Die geestelike brulocht.

Universiteit Antwerpen

Abstract: De vertaling in het Chinees van Ruusbroecs meesterwerk Die geestelike brulocht wordt voorbereid door een grondige lectuur van de zeer

letterlijke Engelse vertaling. Hierbij worden de technische begrippen van mystieke aard (wesen, innich, ghemeyn) in hun samenhang genoteerd. Op

basis van dit begrippenapparaat wordt de vertaling van de tekst begonnen, waarbij het apparaat permanent wordt aangevuld en bijgesteld.

Organisaties:

• Onderzoekscentrum Ruusbroecgenootschap

Onderzoekers:

• Robertus Faesen

"Voorbeeldig lezen". Renaissancecommentaren op Valerius Maximus en de retorica van het exemplum.

K.U.Leuven

Abstract: Een tot dusver verwaarloosde weg om de Wirkungsgeschichte van Valerius Maximus' myriade van retorische anekdoten, verzameld in

zijn Facta et dicta memorabilia, binnen te treden, is een diepgaande studie van zijn Renaissancecommentatoren van de 14de tot de 17de eeuw.

Aangezien geleerden sinds Petrarca klassieke teksten tegelijk benaderden als documenten met historisch belang zij konden de antieke wereld

terug tot leven brengen en als ideale en tijdloze objecten voor literaire imitatie in de eigen tijd, blijken commentaren een indirecte én fascinerende

toegang te bieden tot Valerius exempla-collectie en de narratieve kracht die deze collectie in zich draagt. In dit onderzoeksproject wordt onderzocht

hoe Renaissancecommentaren op Valerius Maximus daterend van de generatie volgend op Petrarca en met als belangrijkste protagonisten

Oliverius Arzignanensis (Venetië, 1487), Jodocus Badius Ascensius (Parijs, 1510), Henricus Glareanus (Bazel, 1550) en Stephanus Pighius

(Antwerpen, 1574)

Organisaties:

• Latijnse Literatuurstudie

Onderzoekers:

• Jan Papy

• Marijke Crab

Voorbeeldige levens. Het spanningsveld tussen het historiografische en het hagiografische discours in de Moderne

Devotie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: De moderne devoten hebben een twintigtal verzamelingen van levensbeschrijvingen van hun medebroeders en -zusters nagelaten.

Tweederde van deze verzamelingen is in het Latijn, eenderde in het Middelnederlands, in de regel overeenstemmend met het onderscheid manvrouw,

zowel wat het onderwerp als het beoogde publiek betreft. Meermalen is vooral van de zijde van historici de vraag aan de orde gesteld of het

in deze vitenverzameling nu om historiografie of om hagiografie gaat. Het project wil deze problematiek als uitgangspunt nemen, maar daarbij het

dilemma 'historiografie of hagiografie' loslaten. De tegenstelling wordt al minder absoluut als we spreken in termen van het historiografisch en

hagiografisch discours. We moeten vaststellen dat traditionele heiligenlevens voor de moderne devoten blijkbaar niet meer voldeden of althans niet

alleen, maar dat ze ook behoefte hadden aan teksten over meer eigentijdse voorbeelden, aan wat minder hagiografische stilering, aan een grotere

concreetheid door middel van historiciteit. Ook degenen die het bovengenoemde dilemma aan de orde stellen zijn ervan overtuigd dat deze viten op

de eerste plaats ter navolging (imitatio) en ter stichting (aedificatio) zijn geschreven. De derde dimensie van de hagiografie: de admiratio van het

wonderbaarlijke lijkt vrijwel afwezig. Het miraculeuze speelt zo'n geringe rol in de vitenverzamelingen dat het zelfs lijkt of er een probleem is

geweest met de erkenning van manifestaties van het bovennatuurlijke in het aardse leven.

Tegen deze achtergrond is de probleemstelling van deze aanvraag te plaatsen: hoe en waarom stileren de moderne devoten de facta en dicta van


eigentijdse figuren tot stichtelijke, bewonderenswaardige en navolgenswaardige voorbeelden, beschouwd in het kader van hun houding ten aanzien

van heiligheid en de manifestatie van het bovennatuurlijke in het aardse leven? Bij de beantwoording van deze vragen zal ook aandacht besteed

worden aan de relevantie van de onderzoeksresultaten voor de studie van de verhouding tussen laatmiddeleeuwse hagiografie en historiografie,

iets waarvoor al heel wat meer onderzoekresultaten bekend zijn betreffende de voorgaande eeuwen.

Organisaties:

• Onderzoekscentrum Ruusbroecgenootschap

Onderzoekers:

• Thomas Mertens

Voorafgaande wilsverklaringen en competence assessment bij dementie in Europa.

K.U.Leuven

Abstract: In het kader van het Europees project ALCOVE (Alzheimer Cooperarive Valuation in Europe) zal onderzoek worden verricht rond de

voorafgaande wilsverklaringen in Europa en het evaluaeren van de competenties bij dementie.

Organisaties:

• Interfac. Centr. Biomed. Ethiek & Recht

Onderzoekers:

• Herman Nys

Voltooiing van twee boekprojecten: *Cambridge Companion to Thomas Pynchon* en *Gravity's Rainbow; Domination and

Freedom*.

Universiteit Antwerpen

Abstract: De Amerikaanse auteur Thomas Pynchon, die algemeen wordt gezien als de belangrijkste vertegenwoordiger van het postmodemisme in

de literatuur van de Verenigde Staten. Deze onderzoeksfocus heeft recent geleid tot twee boekcontracten met buitenlandse uitgeverijen. Tijdens

mijn beoogde sabbatical wil ik deze twee boeken voltooien, en op die manier een belangrijke bijdrage leveren tot het internationale Pyuchononderzoek.

Organisaties:

• Literatuur van de moderniteit

Onderzoekers:

• Luc Herman

Voltooiing van drie boekprojecten.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Voltooiing van de volgende drie boekprojecten :

1) Een editie van Hadewijchs Liederen, met vertaling in hedendaags Nederlands, een inleiding en een uitvoerig commentaar.

2) Een geschiedenis van het hoofse minnelied in de Nederlanden tijdens de Middeleeuwen.

3) Poëtica van de mystiek : studies over het werk van Hadewijch en Ruusbroec.

Organisaties:

• Instituut voor de studie van de letterkunde in de Lage Landen (ISLN)

Onderzoekers:

• Frank Willaert

Voltooiing boekproject "Engaging with Language and Ideology: Pragmatic guidelines for Empirical Ideology research" en

de ontwikkeling van de grondslagen voor een nieuw theorievormend onderzoek in de taalkundige pragmatiek.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Voltooiing boekproject "Engaging with Language and Ideology: Pragmatic guidelines for Empirical Ideology research" en de ontwikkeling

van de grondslagen voor een nieuw theorievormend onderzoek in de taalkundige pragmatiek.

Organisaties:

• Antwerps Centrum voor Pragmatiek (IPrA Research Center)

Onderzoekers:

• Jozef Verschueren

Voltaire et le tabou autobiographique

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Lit. Rel.& Postnat. Ident.

Onderzoekers:

• Jan Herman

• Lieven D'hulst

• Katrien Horemans

Voltaire en het autobiografische taboe.

K.U.Leuven

Abstract: Het doel van dit project is te onderzoeken hoe het klassieke discursieve veld werd bepaald door een autobiografisch "taboe", waarbij in

autobiografische geschriften werd gestreefd naar een autobiografisch "pact" metde lezer dat de identiteit poneert tussen het "ik" over wie wordt

gesproken, het "ik" dat spreekt en het "ik" dat de tekst publiceert. Zo dit pact in het verldeden voldoende werd bestudeerd, met name vanaf

Rousseau (Ph. Lejeune), dan is dat niet het geval voor het onderliggend "taboe" en voor de vormen die dit pact kon aannemen in het

autobiografische discours voor Rousseau. Het klassieke taboe wordt op treffende wijze vertolktdoor B. Pascal: "Le moi est haïssable".De

basisassumptie van dit project is dat, voor Rousseau, het "zelf" enkel voor zichzelf kon spreken doorheen het gebruik, op één of andere manier,

van fictie: het "zelf" kan slechts over zichzelf spreken op het publieke forum indien het zichzelf voorstelt als "fictie". Het ontstaan van een

"autobiografische roman"

Organisaties:

• Lit. Rel.& Postnat. Ident.

Onderzoekers:

• Jan Herman

More magazines by this user
Similar magazines