Onderzoeksprojecten (500 - 1000 van 9127)

researchportal.be

Onderzoeksprojecten (500 - 1000 van 9127)

www.researchportal.be - 25 Jul 2013 23:09:39

Onderzoeksprojecten (500 - 1000 van 9127)

Zoekfilter: Classificaties: Huisartsengeneeskunde, medische opleiding, Classificaties: BIOMEDISCHE WETENSCHAPPEN (B)

Bereiding van water-oplosbare organotinverbindingen en studie van hun interactie met mono- en oligonucleotiden.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het project stelt zich tot doel om 2D NMR-technieken en verre FTIR spectroscopie te combineren om een beter inzicht te verwerven zowel

in de structuur van water oplosbare organotinverbindingen - onontbeerlijk voor een realistische ontwikkeling in potentiële anti-tumor drug in

klinische toepassingen - als in de aard van de interacties die deze verbindingen aangaan met doelmoleculen in het biologisch midden. Derhalve

omvat dit project twee luiken: 1) de bereiding en karakterisering van verschillende reeksen water-oplosbare organotinverbindingen. 2) de studie

van hun interactie met mono- en oligonucleotiden.

Organisaties:

• Hoge Resolutie NMR Centrum

Onderzoekers:

• MARCEL GIELEN

Berekening van de sample size voor de klinische studie : 11 uren

Universiteit Hasselt

Abstract: Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds het onderzoeksinstituut CENSTAT(UHasselt) en anderzijds AMT. Het

onderzoeksinstituut CENSTAT levert aan AMT de onderzoeksresultaten naar 'Berekening van de sample size voor de klinische studie : 11 uren'

onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Centrum voor Statistiek

• Centrum voor Statistiek

Onderzoekers:

• Herbert THIJS

Berekening voor de FDA meeting : 26 uren

Universiteit Hasselt

Abstract: Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds het onderzoeksinstituut CENSTAT (UHasselt) en anderzijds AMT. Het

onderzoeksinstituut CENSTAT levert aan AMT de onderzoeksresultaten naar 'Berekening voor de FDA meeting : 26 uren' onder de voorwaarden

zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Centrum voor Statistiek

• Centrum voor Statistiek

Onderzoekers:

• Herbert THIJS

Beschermend effect van het extracellulaire matrix eiwit 1 (ECM1) tegen beschadiging van de basale membraan van de

huid: proof of concept.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het extracellulaire matrix eiwit 1 (ECM1) werd voor het eerst in het laboratorium voor Moleculaire Biotechnologie (UA) geïdentificeerd in

1994. Experimenteel werk van onze onderzoeksgroep en andere heeft aangetoond dat ECM1 betrokken is bij intrinsieke en extrinsieke veroudering

van de huid. Het doel van dit project is om het beschermende effect van ECM1 op huidveroudering, fotoveroudering en littekenvorming (na

verwonding) na te gaan gebruik makend van een in vitro model en transgene muizen (Ecm1 +/- heterozygoten en Ecm1 overexpresserende

muizen).

Organisaties:

• Moleculaire biotechnologie

Onderzoekers:

• Joseph Merregaert

Beschermende gastro-intestinale effecten van melkvetglobulemembraan (MVGM)-glycoproteïnen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: De doelstelling van dit project is het bekomen van een reeks goed gekarakteriseerde fracties, aangerijkt met MVGM-glycoproteïnen, die

potentieel kunnen gebruikt worden tegen H. pylori omwille van hun anti-adhesie en/of antimicrobiële effecten. Hierbij aansluitend zullen deze

fracties eveneens gekarakteriseerd worden met betrekking tot hun resistentie tegen gastro-intestinale vertering en, in het geval van een lage

verteerbaarheid, met betrekking tot mogelijke effecten op de samenstelling en bioactiviteit van de microbiota in de dikke darm.

Organisaties:

• Laboratorium voor Microbiologie, Parasitologie en Hygiëne (LMPH)

Onderzoekers:

• Louis Maes

• Paul F R C M Cos

Beschermingsduur na hepatitis B vaccinatie: uitgebreide statistische modellering van lange-termijn opvolggegevens,

mogelijke beïnvloedende factoren en het verband tussen humoraal en cellulair immuunantwoord.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Beschermingsduur na hepatitis B vaccinatie: uitgebreide statistische modellering van lange-termijn opvolggegevens, mogelijke

beïnvloedende factoren en het verband tussen humoraal en cellulair immuunantwoord.

Organisaties:

• VAXINFECTIO

Onderzoekers:

• Pierre Van Damme

• Koen Van Herck

Bescherming van de Europese bevolking tegen aneugene chemicaliën

Vrije Universiteit Brussel


Abstract: effecten en gezondheidsproblemen ten gevolge van blootstelling aan chemische aneugenen. Gedetailleerde dosis-respons curves zullen

bekomen worden voor een geselecteerde waaier aneugene chemicaliën in modelsystemen gaande van in vitro celkulturen, knaagdier beenmerg,

periferale bloedcellen, en darmepitheelcellen tot mannelijke en vrouwelijke germinale cellen van knaagdieren. Deze responscurves zullen gebruikt

worden om kwantitatieve en kwalitatieve relaties te bepalen tussen de niveaus van de testsystemen om criteria te bepalen voor de verificatie van

aan- of afwezigheid van drempelwaarden van activiteit. Modifiërende factoren zullen worden geëvalueerd en biomerkers van aneugenblootstelling

in de menselijke populatie zullen worden ontwikkeld.

Het project heeft tot doel:

- de relatie te bepalen tussen de activiteit van aneugene chemicaliën in vitro en in vivo in somatische en germinale cellen,

- het evalueren van de aan- of afwezigheid van drempelwaarden voor de activiteit van aneugene chemicaliënen de factoren die de activiteit van

aneugene chemicaliën zouden kunnen beïnvloeden,

- het bepalen van de gevoeligheid van individuele menselijke chromosomen voor aneugenblootstelling en het ontwikkelen van gepaste biomerkers

van blootstelling,

- het gebruik van de gegevens gegenereerd in dit project om aanbevelingen te ontwikkelen alsook een model om aneugene chemicaliën te

evalueren en te classificeren.

Het praktisch werk houdt in:

- de generatie van dosis-respons curves voor een geselecteerde waaier aneugene chemicaliën gebruik makend van in vitro modellen van

somatische cellen (beenmerg, perifeer bloed, darmepitheel) en van mannelijke en vrouwelijke germinale cellen van knaagdieren,

- bepaling van de invloed van modifiërende factoren, door de analyse van de invloed van de celcyclus-checkpoint-genen, knaagdier-metabolisme

en chemische distributie, en apoptotische en necrotische respons ten gevolge van aneugenblootstelling,

- bepaling van vergelijkende gevoeligheden van individuele menselijke chromosomen voor aneugenblootstelling in celkulturen en vergelijking met

aneuploidie in weefselstalen van menselijke populaties blootgesteld aan aneugenen. Deze informatie zal gebruikt worden om het gebruik van

specifieke chromosomen als biomerkers van blootstelling te bepalen,

- ontwikkeling van analytische methoden om geïnduceerde aneuploidie te bestuderen, alsook om de aan- of afwezigheid van drempelwaarden voor

activiteit te bepalen, en om de relatieve sigificantie te evalueren van de gegevens die in vitro en in vivo werden gegenereerd.

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• MICHELINE VOLDERS

Bescherming van de Europese populatie tegen aneugene chemicaliën.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het project betreft basisonderzoek, potentieel medische effecten en gezondheidsproblemen ten gevolge van blootstelling aan chemische

aneugenen. Gedetailleerde dosis-respons curves zullen bekomen worden voor een geselecteerde waaier aneugene chemicaliën in modelsystemen

gaande van in vitro celkulturen, knaagdier beenmerg, periferale bloedcellen, en darmepitheelcellen tot mannelijke en vrouwelijke germinale cellen

van knaagdieren. Deze responscurves zullen gebruikt worden om kwantitatieve en kwalitatieve relaties te bepalen tussen de niveaus van de

testsystemen om criteria te bepalen voor de verificatie van aan- of afwezigheid van drempelwaarden van activiteit. Modifiërende factoren zullen

worden geëvalueerd en biomerkers van aneugenblootstelling in de menselijke populatie zullen worden ontwikkeld.

Het project heeft tot doel:

- de relatie te bepalen tussen de activiteit van aneugene chemicaliën in vitro en in vivo in somatische en germinale cellen,

- het evalueren van de aan- of afwezigheid van drempelwaarden voor de activiteit van aneugene chemicaliënen de factoren die de activiteit van

aneugene chemicaliën zouden kunnen beïnvloeden,

- het bepalen van de gevoeligheid van individuele menselijke chromosomen voor aneugenblootstelling en het ontwikkelen van gepaste biomerkers

van blootstelling,

- het gebruik van de gegevens gegenereerd in dit project om aanbevelingen te ontwikkelen alsook een model om aneugene chemicaliën te

evalueren en te classificeren.

Het praktisch werk houdt in:

- de generatie van dosis-respons curves voor een geselecteerde waaier aneugene chemicaliën gebruik makend van in vitro modellen van

somatische cellen (beenmerg, perifeer bloed, darmepitheel) en van mannelijke en vrouwelijke germinale cellen van knaagdieren,

- bepaling van de invloed van modifiërende factoren, door de analyse van de invloed van de celcyclus-checkpoint-genen, knaagdier-metabolisme

en chemische distributie, en apoptotische en necrotische respons ten gevolge van aneugenblootstelling,

- bepaling van vergelijkende gevoeligheden van individuele menselijke chromosomen voor aneugenblootstelling in celkulturen en vergelijking met

aneuploidie in weefselstalen van menselijke populaties blootgesteld aan aneugenen. Deze informatie zal gebruikt worden om het gebruik van

specifieke chromosomen als biomerkers van blootstelling te bepalen,

- ontwikkeling van analytische methoden om geïnduceerde aneuploidie te bestuderen, alsook om de aan- of afwezigheid van drempelwaarden voor

activiteit te bepalen, en om de relatieve sigificantie te evalueren van de gegevens die in vitro en in vivo werden gegenereerd.

Organisaties:

• Cellulaire Genetica

Onderzoekers:

• MICHELINE VOLDERS

Bescherming van vleeskuikens tegen een breed spectrum van Salmonella serotypes door toepassing van kolonisatieinhibitie

met gedefinieerde levend verzwakte stammen.

Universiteit Gent

Abstract: Het doel van het project is om levende verzwakte Salmonella stammen aan te maken, die na orale toediening vleeskippen beschermen

tegen kolonisatie met Salmonella. De aanmaak van deze kolonisatie-inhibitie (CI) stammen gebeurt door mutaties in het genoom te introduceren

waardoor deze stammen niet langer kunnen persisteren in de vleeskippen, terwijl bescherming tegen kolonisatie behouden blijft.

Organisaties:

• Vakgroep Pathologie, bacteriologie en pluimveeziekten

Onderzoekers:

• Filip Van Immerseel

Beschrijving van modellen van medebeheer van buurt- en wijkgroen i.e. Nieuwe handleiding op de handleiding "Het park

met iedereen. Ideeënboek voor particiaptie in groen".

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het plannen, inrichten en beheren van openbaar groen wordt steeds meer een sociaal gebeuren, waarbij een brede waaier van

parkbezoekers, omwonenden, lokale verenigingen,... actief worden betrokken. Centraal in deze aanpak staan het luisteren naar mensen, het


uitwisselen met hen van kennis en ervaringen, het samen denken en werken in het groen. Anderzijds zien we dat ook het groen meer divers wordt.

Naast de traditionele parken en plantsoenen, zijn er nu buurttuinen, kinderboerderijen, educatieve schooltuinen,... Deze nieuwe diversiteit in (semi-

)openbaar groen houdt nieuwe kansen in voor een veelheid aan vormen van publieke betrokkenheid. Allerlei creatieve ideeën kunnen ontstaan,

vaardigheden worden benut en vrouw- en mankracht worden ingezet om zorg te dragen voor dit groen en om de weldoende effecten ervan te

optimaliseren.

Het is vanuit onze ervaring met de praktijk dat wij hebben getracht om van het Ideeënboek een houvast en inspiratiebron te maken voor een

aanpak van publieke betrokkenheid waar zowel de gebruiker als het groen zelf wel bij varen. Dit Ideeënboek kadert binnen de visie 'Harmonisch

Park- en Groenbeheer', ontwikkeld door de afdeling Bos & Groen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Als dusdanig zal het

Ideeënboek deel uitmaken van het 'Vademecum Beheerplanning' dat wordt voorbereid en dat in het najaar 2003 ter beschikking van de park- en

groenbeheerder zal worden gesteld. Dat Vademecum zal een

belangrijke stap voorwaarts betekenen om de theoretische principes van het Harmonisch Park- en Groenbeheer effectief toe te passen op het

terrein.

Het Ideeënboek begint met een kort beschouwend deel waarin wordt stilgestaan bij het 'waarom' van participatie, waarna wordt geconcentreerd op

een aantal vragen rond organisatie en inhoud. Het zijn vragen over 'wie', 'waar', 'wanneer' en 'wat', die dus slaan op een aantal algemene ideeën

voor aanpak en hun consequenties in de praktijk. De volgende onderdelen van het Ideeënboek zijn volledig praktisch opgevat en bestaan uit een

beschrijving van een aantal uitgeteste scenario's, methoden en technieken. Ze kunnen elk apart een inspiratiebron zijn voor hen die direct aan de

slag willen. Door ze op een creatieve manier met elkaar te combineren in een participatieve aanpak op de lange termijn, wordt het Harmonisch

Park- en Groenbeheer een leerproces tezamen met alle betrokkenen.

Organisaties:

• Menselijke Ecologie

Onderzoekers:

• David PROOT

• LUC HENS

• ANN VAN HERZELE

Beslissingen van artsen rond het levenseinde bij pasgeborenen en zuigelingen. Een empirisch onderzoek aan de hand

van een bevraging van artsen in Vlaanderen.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Dt onderzoek dient na te gaan welke medische besluitvorming voorafgaat aan

het overlijden van pasgeboren en zuigelingen tijdens het eerste levensjaar.

Tevens worden een aantal bio-ethische 'zorgvuldigheidscriteria' van deze

besluitvorming onderzocht : intentie van de behandelende arts, overleg met

de ouders, consultatie van collega's, enz,.. Volgende onderzoeksvragen staan

daarbij centraal:

1.Wat is de frequentie van de verschillende medische beslissingen rond

het levenseinde bij pasgeborenen en zuigelingen ?

2. Met welke zorgvuldigheid worden medische beslissingen rond het

levenseinde bij pasgeborenen en zuigelingen genomen ?

3.Sociologisch profiel van de betrokken actoren ?

Methode : de gegevens worden verzameld via twee methodes. Enerzijds een

schriftelijke enquête onder de artsen die in Vlaanderen in een periode van 1

jaar een overlijdensattest van een -1 jarige hebben ondertekend. Anderzijds

zullen aanvullende gegevens worden verzameld via mondelinge interviews bij

een representatieve steekproef van de betrokken artsen. Voor het

sterfgevallenonderzoek werd reeds in het kader van het FWO-onderzoek een

positief advies van de Orde der Geneesheren en de samenwerking van het

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap bekomen.

Organisaties:

• Zorg rond het levenseinde

• Pediatrie

Onderzoekers:

• YVAN VANDENPLAS

• LUC DELIENS

• VEERLE PROVOOST

Beslissingen van patiënten over de bestemming van hun ingevroren embryo's.

Universiteit Gent

Abstract: Onderzoek naar de beslissingen van patiënten over hun ingevroren embryo's (vernietiging, donatie aan derden, donatie aan de

wetenschap), bestaande uit een kwalitatieve studie op basis van diepte-interviews met patiënten, een postenquête bij patiënten voor wie minimum

gedurende twee jaar embryo's werden bewaard, en een registratiestudie van de beslissingen van patiënten in het Departement

Reproductieve Geneeskunde, UZ Gent.

Organisaties:

• Vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap

Onderzoekers:

• Guido Pennings

Besluitvorming in kritische medische situaties in het ziekenhuis binnen de context van een toenemende multiculturele

(patienten/naasten en hulpverleners) populatie

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Zorgverleners worden vaak geconfronteerd met kritische medische beslissingen waarbij beslissingen moeten genomen worden over leven

en dood. Dit vindt meer en meer plaats in een multiculturele omgeving. Tot nu toe is hier nauwelijks onderzoek naar gedaan. Het doel van deze

studie is om te beschrijven om welke manier dergelijke beslissingen genomen worden. Deze studie wordt uitgevoerd in een setting met patienten

met chronische aandoening en met acute aandoening. Data worden verzameld dmv een etnografisch onderzoek.

Organisaties:

• Kritische Zorgen

• Maatschappelijke Gezondheidszorg

• Medische Beeldvorming en Fysische Wetenschappen

Onderzoekers:

• LUC HUYGHENS

• JOHAN BILSEN


• REGINALD DESCHEPPER

• WILLEM DISTELMANS

Bestelbrief: Review editor voor hoofdstuk 4 : Observations - Cryopshere.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Ondersteuning voor de aanstelling tot Review Editor voor hoofdstuk 4 (Observations: Cryosphere) van het Vijfde Assessment Report van

het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC AR5).

Organisaties:

• Geografie

Onderzoekers:

• PHILIPPE HUYBRECHTS

Bestraling van borstkanker: optimalisatie van behandelingstechnieken enevaluatie van toxiciteit

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Labo Experimentele Radiotherapie

Onderzoekers:

• Walter Van den Bogaert

• Caroline Weltens

• Frank Van den Heuvel

Bestrijden van bederf door beheersing van de specifieke microbiota van verpakte kwaliteitskookham door middel van

bioprotectieve culturen, combinaties van alternatieve natuurlijke bewaarmiddelen en een geoptimaliseerde thermische

processing.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: De hoofddoelstelling van het project is om te komen tot een verbeterde bewaarbaarheid van versneden

kwaliteitskookham, verpakt onder gemodificeerde atmosfeer en bewaard in de koelketen, via een betere

beheersing van de hammicrobiota. Gebaseerd op de eerder bepaalde aard, oorsprong en populatiedynamica

van de bederfmicrobiota en de contaminatiepunten in de productieketen, zal - gebruik makend van

simulatiemedia, modelsystemen en pilootschaalproeven- de toepassing van bioprotectieve culturen en

natuurlijke bewaarmiddelen onderzocht worden, al dan niet in combinatie. In het bijzonder zal gekeken

worden naar de inhibitorische activiteit op Brochothrix thermosphacta. Ook de effecten van de processing,

meer bepaald de thermische behandeling (pasteurisatie en postpasteurisatie), op de

afdodingskarakteristieken van de bederfmicrobiota zullen bekeken worden. Steeds zal de invloed van de

bewaringsstrategie op de aard en populatiedynamica van de bederfmicrobiota gevolgd worden aan de hand

van de cultuurafhankelijke (rep-PCR) en -onafhankelijke methoden (PCR-DGGE). Fingerprints van de

bederfmicrobiota (genomische fingerprint) en (bederfveroorzakende) metabolieten (chemische fingerprint)

zullen opgesteld worden met aandacht voor de variabiliteit in de tijd. Experimenten op pilootschaal zullen

worden uitgevoerd om de nieuw ontwikkelde strategieën te valideren.

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• Luc DE VUYST

Bestrijding van bacteriële resistentie in Europa (COMBACTE).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd

in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• VAXINFECTIO

Onderzoekers:

• Herman Goossens

Bestrijding van membraanfouling door transparante exopolymeer partikels(TEP) met behulp van nanopartikels.

K.U.Leuven

Abstract: In het domein van waterbehandeling is membraanfiltratie de laatste jaren uitgegroeid tot dé referentietechniek. De grootste tekortkoming

van membraanfiltratie blijft de vervuiling of 'fouling' van het membraan met een verminderde membraanperformantie tot gevolg. Fouling wordt o.a.

veroorzaakt door micro-organismen en door kleverige exopolymeer partikels (TEP) die ze produceren. In dit onderzoek zal het belang van de

aanwezigheid van TEP in afval- en oppervlaktewater en de invloed hiervan op membraanfouling onderzocht worden. De efficiëntie van zandfilters

voor de verwijdering van TEP zal nagegaan worden. Daarnaast zal de productie en vrijstelling van TEP door bacteriën bestudeerd worden na

contact van het te filteren water met zilver nanopartikels alsook de oxidatie van TEP met verschillende oxidatieve nanopartikels. Het uiteindelijke

doel is om een voorbehandelingstrein te construeren die membraanfouling tegen gaat op basis van een zandfilter, een desinfectiebed en een

oxidatiebed.

Organisaties:

• Centr. vr Oppervlaktechemie & Katalyse

Onderzoekers:

• Ivo Vankelecom

Bestuderen van het effect van de LEDGF/p75-IN wisselwerking op HIV integratie en latentie.

K.U.Leuven

Abstract: Net zoals andere virussen gebruikt HIV zijn gastheer ter voltooiing vanzijn replicatiecyclus. LEDGF/p75 werd in ons labo geïdentificeerd

als een essentiële endogene co-factor voor HIV integratie. HIV integratie is een niet-random proces waarbij integratie plaatsvindt nabij specifieke

loci in het genoom. In de nucleus vindt integratie hoofdzakelijk plaats in de nucleaire periferie. Tijdens HIV infectie fungeert LEDGF/p75 als een

loods die het virus escorteert naar het chromatine en integratie richtnaar actieve genen. Voorheen hebben we aangetoond dat wanneer we het

chromatine-bindend domein van LEDGF/p75 vervangen met een ander domain, integratie kan gestuurd worden naar loci in het genoom gebonden

door deze domeinen. In dit project zet ik de studie verder van het lentiviraal integratie mechanisme en de rol val LEDGF/p75 daarin. LEDGF/p75 zal

worden gebruikt om de relatie tussen integratieplaats selectie, chromatinestructuur en subnucleaire positionering beter te begrijpen. HIV afgeleid

Organisaties:


• Lab Moleculaire Virologie & Gentherapie

Onderzoekers:

• Zeger Debyser

• Rik Gijsbers

• Lenard Vranckx

Bestuderen, vormgeven en begeleiden van de onderzoeksvragen van UPC Sint-Kamilus.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• OE Klinische Psychologie

Onderzoekers:

• Jozef Corveleyn

Bestudering en kwantificering van het osteogeen potentieel van hoogfrequente belasting tijdens implantaat

osseointegratie.nbsp;nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Botmetabolisme rondom biomaterialen is een dynamisch proces dat gekenmerkt wordt door een continue botaanmaak en -afbraak. Zowel

hormonale als mechanische factoren beïnvloeden de botvorming en -homeostase rondom implantaten. Omwille van de evidentie van het anabool

effect van gecontroleerde mechanische stimuli op initiële fase van implantaat osseointegratieen van hoogfrequente (10-100 Hz) mechanische

stimulatie op botregeneratie en adaptatie, in het bijzonder in geval van hormonale deprivatie, geniet deze belastingsparameter onze bijzondere

aandacht voor onderzoek naar een versnelde en verbeterde botmineralisatie van het botweefsel in het algemeen en rondom een implantaat. De

impact van de frequentiegrootte en de toedieningswijze van de stimulatie op de dynamiek van de weefselreactie aan het bot-implantaat grensvlak in

optimale en osteopenische botcondities zal bestudeerd worden aan de hand van dierexperimentele studies. Numerieke en biomechanische

analyses zullen de krachtoverdracht

Organisaties:

• Prothetische Tandheelkunde

Onderzoekers:

• Ignace Naert

• Joke Duyck

• Gerrit van Lenthe

Bestudering van het in vitro effect van bioactieve moleculen op de expressie van GLP-1 in endocriene cellen en van nNOS

en HO-2 in het enterische zenuwstelsel.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Bestudering van het in vitro effect van bioactieve moleculen op de expressie van GLP-1 in endocriene cellen en van nNOS en HO-2 in het

enterische zenuwstelsel.

Organisaties:

• ANATOMIE, EMBRYOLOGIE EN PATHOLOGISCHE ANATOMIE VAN DE HUISDIEREN

• Toegepaste diergeneeskundige morfologie

Onderzoekers:

• Christa Van Ginneken

Bestuivings- en reproductiecrisis van planten in een gradiënt van het rurale naar het urbane gebied?

K.U.Leuven

Abstract: Steden worden gekenmerkt door een hoge diversiteit aan plantensoorten die echter vaak in zeer kleine, gefragmenteerde populaties

voorkomen. Een mogelijk gevolg van deze verregaande fragmentatie en isolatie van populaties is het optreden van pollenlimitatie doordat de

populaties er niet in slagen voldoende bestuivers aan te trekken. Bovendien is er zeer weinig gekend over bestuivers in een stedelijke omgeving.

De sterke menselijke impact die zich laat voelen in de stad, zorgt er mogelijk immers voor dat de steden ongeschikte habitats vormen voor

bestuivers. Dit zou betekenen dat de reproductie van planten in de stedelijke omgeving in gevaar is. Om dit te onderzoeken, wordt een

geïntegreerde studie van de bestuiving en reproductie van modelplantensoorten in de stedelijke omgeving voorgesteld. Er worden plantensoorten

met verschillende bestuivingssytemen (obligaat kruisend vs. zelf-compatibel; generalist vs. specialist) gebruikt die model kunnen staan voor andere

soorten. De referentie hi

Organisaties:

• Afdeling Bos, Natuur en Landschap

Onderzoekers:

• Martin Hermy

• Hans Verboven

Betacel destructie in type 1 diabetes mellitus: analyse van het destructie proces en preventie in diermodellen.

K.U.Leuven

Abstract: In de NOD muis, een diermodel van type 1 diabetes, wordt de rol van defecten in apoptose van de immuuncellen in de pathogenese van

de ziekte onderzocht. Via RT-PCR worden de mediatoren van apoptose nagekeken na verschillende apoptose-inducerende signalen. Verder zal

het werkingsmechanisme van 1,25(OH)2D3 in preventie van type 1 diabetes dieper worden onderzocht: 1,25(OH)2D3 voorkomt de ziekte en

herstelt defecten in apoptose- gevoeligheid. Hierbij zal breder gebruik worden gemaakt van VDR-knockout muizen.

Organisaties:

• Klinische & Experimentele Endocrinologie

Onderzoekers:

• Chantal Mathieu

Bèta cel differentiatie van volwassen alvleesklier acinuscellen.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het opwekken van acinuscel aan bèta cel transdifferentiatie in vitro te beginnen met menselijke exocrine cellen verkregen uit dode

foetussen orgaandonoren (islet transplantatie programma).

Organisaties:

• Pathologische Anatomie

Onderzoekers:

• LUC BOUWENS


Betacelfunctie in (pre)type 1 diabetes.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Deze studie wil biologische criteria bepalen die verlies van betacelmassa op korte tijd weergeven en dus een versnelde evolutie naar type

1 diabetes. Deze criteria helpen bij de keuze van het tijdstip en het type van preventie, vergemakkelijken de samenstelling van meer homogene

groepen studiepersonen (op basis van residuele betacelmassa, homogeen risico op betaceldestructie tijdens interventieduur) en leiden tot

herkennen van functionele merkers die als "surrogate endpoints" kunnen worden gebruikt. Op deze manier wordt de omvang van de studiegroepen

verminderd evenals de opvolgingstijd die nodig is om significante effecten van een testsubstantie te onderzoeken.

Organisaties:

• Lab. Experimentele geneeskunde en pediatrie (LEMP)

Onderzoekers:

• Luc Van Gaal

Betacelfunctie in (pre)type 1 diabetes.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: INLEIDING Type 1 diabetes is een belangrijke (>1.5% levenslang risico in West-Europa) en vooralsnog ongeneeslijke ziekte die ongeveer

de helft van de invaliderende verwikkelingen van alle diabetespatiënten veroorzaakt (1-5). Het ziekteproces wordt geïnitieerd en verder gedreven

door een samenspel van (multipele en onvolledig gekende) genetische en omgevingsfactoren (1,6-12). Op een nog niet te detecteren ogenblik

veroorzaakt dit proces een daling in het aantal betacellen, die vermoedelijk maanden tot jaren asymptomatisch kan bestaan, maar zich progressief

doorzet tot de betacelmassa niet meer in staat is om de hyperglycemie te vermijden, hetgeen dan zal leiden tot de diagnose "diabetes".

Organisaties:

• Pathologische Biochemie en Fysiologie

Onderzoekers:

• FRANS GORUS

• BART KEYMEULEN

Betacelfunctie in pretype 1 diabetes.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: INLEIDING Type 1 diabetes is een belangrijke (>1.5% levenslang risico in West-Europa) en vooralsnog ongeneeslijke ziekte die ongeveer

de helft van de invaliderende verwikkelingen van alle diabetespatiënten veroorzaakt (1-5). Het ziekteproces wordt geïnitieerd en verder gedreven

door een samenspel van (multipele en onvolledig gekende) genetische en omgevingsfactoren (1,6-12). Op een nog niet te detecteren ogenblik

veroorzaakt dit proces een daling in het aantal betacellen, die vermoedelijk maanden tot jaren asymptomatisch kan bestaan, maar zich progressief

doorzet tot de betacelmassa niet meer in staat is om de hyperglycemie te vermijden, hetgeen dan zal leiden tot de diagnose "diabetes". Het verlies

aan betacellen wordt toegeschreven aan een lokaal chronisch inflammatoir proces met immunologische tekenen van autoreactiviteit (9-14). Na

diagnose wordt een insuline substitutietherapie ingesteld die de metabole behoeften aan glucose kan dekken maar die er wel niet in slaagt om de

glucosespiegels continu binnen de normale grenzen te houden waardoor op termijn chronische diabetescomplicaties kunnen optreden. Het is dus

duidelijk dat nieuwe therapieën - gericht op de betacellen en/of het immuun systeem - dienen ontwikkeld om het (verder) verlies aan betacellen te

vermijden (3,5,15-17), zowel voor als na de klinische diagnose (10,11). Totnogtoe waren noch het profylactisch toedienen van insuline injecties

noch de orale inname van nicotinamide in risicogroepen zoals antilichaampositieve eerstegraadsverwanten succesvol in de preventie van type 1

diabetes (18,19). Een korte IV behandeling met gehumaniseerde monoklonale anti-CD3-antilichamen daarentegen kon de betacelmassa wel

significant bewaren in pas-ontdekte patiënten (20,21). De grootste placebo-gecontroleerde en gerandomiseerde studie (n=80 patiënten) werd

gecoördineerd door het BDR en mede gefinancierd binnen een voorafgaande FWO project (FWO G.0319.01). Door gebruik te maken van

reproduceerbare hyperglycemische clamp testen (21,22) kon deze studie aantonen dat een kortdurende CD3-antilichaam behandeling de

betacelfunctie voor ten minste 18 maand efficiënt kon bewaren, maar dit enkel in patiënten met ?25% residuele functionele betacelmassa bij

klinische diagnose in vergelijking met de mediaan van gezonde leeftijdsgecontroleerde controlepersonen. Nieuwe protocollen zouden nu moeten

uitgewerkt worden om deze therapeutische strategie verder te ontwikkelen, maar eerst en vooral moeten proefpersonen kunnen geïdentificeerd

worden die het meest gebaat zouden zijn met de geplande immuno-interventies, aangezien observaties in de Belgische CD3-studie en in

proefdiermodellen (23) suggereren dat deze interventies eveneens efficiënt kunnen zijn in de late preklinische fase wat betere perspectieven opent.

WERKHYPOTHESE Klinische studies ter preventie van betaceldestructie bij antilichaam(Ab)-positieve verwanten (2aire preventie) en pas-ontdekte

diabetespatiënten (3aire preventie) vereisen kennis van de relatie tussen 1. circulerende Abs. waarvan is geweten dat ze een risico uitdrukken voor

type 1 diabetes, elk met hun eigen specificiteit: Abs. tegen insuline - IAA; tegen glutamaatdecarboxylase - GADA; tegen IA-2 eiwit - IA-2A en/of

tegen eilandjescel cytoplasma - ICA (7- 12,24,25). 2. en merkers van veranderde betacelfunctie, zoals verhoogde proinsulinespiegels (PI),

verlaagde insuline (INS) of C-peptide (CP)- spiegels en verhoogde PI/CP ratio's, basaal en tijdens clamp testen (10,26-30). Op dit ogenblik gebeurt

de rekrutering van diabetespatiënten en hun eerstegraadsverwanten, en de bepaling van autoantilichamen, genetische merkers en een beperkt

aantal clamp testen binnen het lopend FWO-project G.0517.04. Het gelijktijdig bepalen van merkers voor de functionele betacelmassa en de

immune status laat toe patiënten te stratifiëren volgens het stadium in het pathogenetisch proces. Dit is nuttig voor het selecteren van testgroepen

voor interventies en het interpreteren van resultaten (11,31). DOELSTELLING Deze studie wil biologische criteria bepalen die verlies van

betacelmassa op korte tijd weergeven en dus een versnelde evolutie naar type 1 diabetes. Deze criteria helpen bij de keuze van het tijdstip en het

type van preventie, vergemakkelijken de samenstelling van meer homogene groepen studiepersonen (op basis van residuele betacelmassa,

homogeen risico op betaceldestructie) en leiden tot herkennen van functionele merkers die als "surrogate endpoints" kunnen worden gebruikt. Op

deze manier wordt de omvang van de studiegroepen verminderd evenals de opvolgingstijd die nodig is om significante effecten van een

testsubstantie te onderzoeken (11).

Organisaties:

• Pathologische Biochemie en Fysiologie

Onderzoekers:

• FRANS GORUS

BETACELLTHERAPIE Beta cell programmering voor behandeling van diabetes

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Biologie - Diabetes

Organisaties:

• Pathologische Biochemie en Fysiologie

Onderzoekers:

• DANIEL PIPELEERS

BetaCellTherapy.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Klinische & Experimentele Endocrinologie


Onderzoekers:

• Chantal Mathieu

Betacel voorlopers in de adulte pancreas.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Onze onderzoeksgroep ontdekte recent voorlopercellen van betacellen in de pancreas van volwassen muizen (Xu et al, 2008). Deze

cellen activeren genexpressie van Neurogenine 3 (Ngn3), een transcriptiefactor die de vorming van betacellen tijdens de embryogenese

controleert, en differentiëren verder tot insuline-positieve cellen. De Ngn3+ cellen delen echter niet. Om bij te dragen tot een nieuwe therapie voor

diabetes hebben we delende stam- of voorlopercellen nodig aangezien we grote hoeveelheden betacellen moeten genereren. Daarom willen een

celtype identificeren dat aanleiding geeft tot Ngn3+ cellen en nog in staat is te delen. Een goede kandidaat is de Pdx1-positieve cel die tijdens de

ontwikkeling de Ngn3+ cel voorafgaat en een grote delingscapaciteit bezit.

Doel 1 van deze aanvraag is daarom "Identificatie, isolatie en karakterizatie van volwassen, ongedifferentieerde Pdx1+ cellen" en Doel 2 "Expansie

en differentiatie van de geïsoleerde volwassen, ongedifferentieerde Pdx1+ cellen".

Bovendien willen we de factoren zoeken die verantwoordelijk zijn om de stam- of voorlopercellen tot activiteit te rekruteren. We zullen ons daarvoor

concentreren op de rol van macrofagen omdat die in grote mate aanwezig zijn in de pancreas met stamcelactiviteit en omdat die reeds in andere

systemen werden aangetoond als centrale spelers bij weefselherstel. Doel 3 van dit project is "Identificatie van de signalen die de betacel

voorlopers activeren: de rol van macrofagen".

Organisaties:

• Pathologische Biochemie en Fysiologie

Onderzoekers:

• Henry HEIMBERG

BetaImage: Gebruik van innovatieve strategieën voor bèta cel imaging in diabetes mellitus

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: De EU gezondheidsstrategie beoogt het beschermen en verbeteren van de gezondheid van zijn burgers. Een van de belangrijkste doelen

is het reduceren van ziekten zoals diabetes, obesitas.

Organisaties:

• Pathologische Anatomie

• Medische Beeldvorming en Fysische Wetenschappen

Onderzoekers:

• Tony LAHOUTTE

• Cindy PELEMAN

• VICKY CAVELIERS

• LUC BOUWENS

• NICK DEVOOGDT

Betaling van salaris voor de medewerker van het Belgisch Nationaal Mucoviscidoseregister (2004-2005)

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Aanwerving van een wetenschappelijk medewerker voor het bijhouden van het Belgisch Nationaal Mucoviscidoseregister

Organisaties:

• Maatschappelijke Gezondheidszorg

Onderzoekers:

• ANNE-MARIE DEPOORTER

BETA TRAIN.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Radiologie

Onderzoekers:

• Uwe Himmelreich

Betrokkenheid van ascorbaat in groei van plantencellen en bescherming tegen stress.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Ascorbaat (vitamine C) speelt een essentiële rol in het wegvangen van schadelijke radicalen. Deze functie wordt in detail bestudeerd in

plantencellen, waarbij het accent gelegd wordt op aspecten zoals transport van ascorbaat over de plasmamembraan, het effect op de groei van

celculturen en de bescherming tegen verschillende stressfactoren (e.g. zware metalen, biotische stressfactoren).

Organisaties:

• Plantenfysiologie

• Moleculaire Plantenfysiologie en Biotechnologie

Onderzoekers:

• Roland Caubergs

• Nele Horemans

Betrokkenheid van functionele variaties in hersen-geexpresseerde miRNA genen in de etiologie van bipolaire stoornis en

schizofrenie

Universiteit Antwerpen

Abstract: Ondanks de hoge heritabiliteit van BP en SZ kent de zoektocht naar risicogenen voor deze aandoeningen weinig succes. Dit doet

vermoeden dat de complexiteit van BP en SZ het gevolg is van genetische heterogeniteit en verstoring van de transcriptie van risicogenen door

mutaties in regulatorische moleculen zoals miRNAs. Het doel van dit project is onderzoeken in hoeverre genetische variatie in miRNAs betrokken

zijn bij de etiologie van BP en SZ.

Organisaties:

• VIB DMG - Toegepaste Moleculaire Genomica groep

Onderzoekers:

• Karlijn Van der Ven

Betrouwbare communicatie tussen neuronen en vesikelrecyclage aan de synaps: "Clathrine-afhankelijke-endocytose" en

"kiss-and-run".


K.U.Leuven

Abstract: Onze hersenen bevatten meer dan 100 miljard neuronen, georganiseerd in circuits en gespecialiseerd in de overdracht van elektrische

pulsen. Werking van deze circuits hangt duidelijk af van communicatie tussen neuronen: als één neuron faalt, faalt het circuit. Verscheidene

psychiatrische aandoeningen zoals schizofrenie of drugsverslaging worden veroorzaakt door accumulatie van dergelijke circuit defecten. Neuronen

die deel uitmaken van een circuit communiceren via vrijstelling van neurotransmitters opgeslagen in vesikels. Deze vesikels kunnen fusioneren met

het neuron-membraan aan de synaps. Tijdens intense activiteit funsioneren grotehoeveelheden vesikels en om de betrouwbaarheid en snelheid

van communicatie te verzekeren, worden vesikels intensief gerecycleerd.Het werk in het voorgestelde project spitst zich toe op het bepalen vande

moleculaire mechanismen van vesikelrecyclage, gebruik makend van morfologische en functionele testen. Onze studies tonen aan dat er

minstenstwee recyclage

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Patrik Verstreken

beurs Francis Santens: Biofarmaceutische eiwitten: glyco-engineeringtechnologie voor de productie van verbeterde,

homogene glycovormen.

Universiteit Gent

Abstract: Glycoengineering van HEK 293 cellen om recombinante eiwiten met een minimale glycosylatie te produceren. Dit zal gebeuren door

endoT,, een endoglycosydase, in deze cellen tot expressie te brengen. Deze engineering zal getest worden aan de hand van 2 testeiwiten:

etanercept en Hemagglutinine van influenza.

Organisaties:

• Vakgroep Biochemie en Microbiologie

Onderzoekers:

• Nico Callewaert

beurs Glenn Pollefeyt, Synthese van nieuwe buffermaterialen via chemische depositie voor de opbouw van ‘coated

conductors’

Universiteit Gent

Abstract: De ontwikkeling van eenvoudige bufferstructuren voor de depositie van supergeleidende dunne lagen. Nieuwe waterige methoden

gebaseerd op coordinatiechemie en depositietechnieken zoals ink jet printing zullen aangewend worden voor de depositie van SrTiO3 en

gedopeerd CeO2.

Organisaties:

• Vakgroep Anorganische en fysische chemie

Onderzoekers:

• Isabel Van Driessche

beurs Lien Bruynsteen

Universiteit Gent

Abstract: Overgewicht en obesitats vormen ook bij paarden een steeds groter probleem. Dit kan gepaard gaan met verschillende aandoeningen,

waaronder een verhoogde kans op het ontwikkelen van hoefbevangenheid.

Doel van het onderzoek is nagaan welke mechanismen verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen van deze obesitat-gerelateerde aandoeningen.

Organisaties:

• Vakgroep Voeding, Genetica en Ethologie

Onderzoekers:

• Myriam Hesta

Beurs voor doctorandus Mevr. Ann. Meulemans.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Mitochondria zijn essentieel voor het leven. Hun voornaamste taak is het produceren van energie voor het lichaam en zelfs het geringste

defect in de vorming van energie kan een brede scala aan ziekten en zelfs de dood tot gevolg hebben. Dit project geeft een overzicht beginnende

met de werking van de mitochondriale energie factoren, hun samenstelling en hoe ze ziektes kunnen voortbrengen.

Het belangrijkste voor een patiënt is de oorzaak van zijn ziekte te kennen, of zijn kinderen er al dan niet drager van zijn, en het identificeren van de

onderliggende moleculaire defect is cruciaal. Het mitochondriaal genoom is kleiner dan de nucleaire genoom, en kan nu gescreend worden voor

mutaties. Spijtig genoeg heeft slechts een minderheid van de patiënten een moleculair defect in zijn mitochondriaal DNA. De meeste mutaties

bevinden zich in de nucleaire geëncodeerde genen die een belangrijke rol spelen bij the biogenese en het onderhoud van de oxidatieve fosforylatie

systeem.

Een andere uitdaging is het aantonen van de pathogenische natuur van nucleotide alteraties die nog niet gerapporteerd zijn.

Eens dat de pathogenische mutatie geïdentificeerd is, is het natuurlijk interessant om het functioneel effect op moleculair niveau te karakteriseren.

Het laatste deel van dit werk focust op de eerste stappen in het proces om een correcte diagnose te stellen.

Organisaties:

• Embryologie en Menselijke Genetica

• Pediatrie

Onderzoekers:

• WILLY LISSENS

• SARA SENECA

• LINDA DE MEIRLEIR

Beurs voor doctorandus : "Opvoeding van jonge dove kinderen met een Cochleaire inplant (CI).

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Beurs voor doctorandus : "Opvoeding van jonge dove kinderen met een Cochleaire inplant (CI).

Organisaties:

• Orthopsychologie

Onderzoekers:

• GERRIT LOOTS


Bevaarbaarheid Boven-Zeeschelde. Studie en technische ontwerpen. Scheldemeander Gentbrugge-Melle.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Deze opdracht heeft betrekking op de verbetering van de bevaarbaarheid op de Boven-Zeeschelde, en meer bepaald op de studie naar

de gedeeltelijke scheiding van beroeps- en pleziervaart door middel van o.a. de bouw van een sluis voor schepen van CEMT klasse 11 ter hoogte

van Melle.

Organisaties:

• Ecosysteembeheer

Onderzoekers:

• Patrick Meire

Bevolkingsonderzoek naar de prognose geassocieerd met linkerventrikel disfunctie.

K.U.Leuven

Abstract: Vijftien millioen Europeanen lijden aan hartfalen (HF). EPLORE zal voorde eerste maal op het niveau van de bevolking de incidentie van

subklinisch HF documenteren evenals de progressie hiervan tot klinisch manifestHF en de associatie van subklinisch HF met de incidentie van

cardiovasculaire verwikkelingen.nbsp;EPLORE zal een set van urinaire peptiden identificeren, die het risico op HF meer nauwkeurig voorspellen

dan de huidig beschikbare biomerkers.nbsp;EPLORE omvat ook een "proof-of-concept" gerandomiseerde klinische studie, die tot doel heeft de

resultaten te vertalen naar de klinische praktijk en als grondslag te dienenvoor nieuwe richtlijnen.nbsp;EPLORE zal bijdragen tot het welzijn vam de

circa 20% Europeanen, die op dit ogenblik lijden aan subklinische linkerventrikel disfunctie en die hierdoor een groot risico hebben symptomatisch

HF te ontwikkelen.

Organisaties:

• Hypertensie en Cardiovascul. Revalidatie

Onderzoekers:

• Jan Staessen

Bevorderen van de angiogenese bij allogene tracheatransplantatie d.m.v. tissue-engineering

K.U.Leuven

Abstract: Een defect dat meer dan de helft van de lengte van de trachea omvat, kan niet primair hersteld worden. Er is ook geen lichaamseigen

weefsel beschikbaar om de specifieke structuur van de luchtpijp te reconstrueren, m.n. een elastisch kraakbenig skelet, intern bekleed met

respiratoire mucosa. Zowel experimenteel als recent klinisch onderzoek toont aan dat allotransplantatie van de trachea een belangrijke vooruitgang

kan betekenen. Directe anastomose van de greffe aan de halsvaten is onmogelijk, gezien de trachea geen welomschreven vaatsteel heeft. Een

veilig herstel van de bloedvoorziening kunnen we wel bekomen d.m.v. indirecte revascularisatie of prefabricatie. Hierbij wordt de donorgreffe

gewikkeld in heterotoop weefsel van de ontvanger, gesteeld op een bloedvat. Tijdens dit onderzoek zullen we een standaard konijnenmodel

opstellen voor orthotope transplantatie, na initieel een periode van heterotope revascularisatie van het segment in de laterale thoracale fascia. In

tegenstelling tot

Organisaties:

• Cel- en Gentherapie Applicaties

Onderzoekers:

• Aernout Luttun

• Pierre Delaere

• Jan Jeroen Vranckx

• Margot Den Hondt

Bevordering Binnenvaart - Zeeschelde. Studie bevaarbaarheid van de Boven-Zeeschelde en Zuidelijk vak Ringvaart voor

klasse Va-schepen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project heeft betrekking op de bevaarbaarheid van de Boven-Zeeschelde voor schepen van categorie Va. Om deze bevaarbaarheid

mogelijk te maken dienen verschillende aspecten te worden bestudeerd:

- manoevreerbaarheid - breedte, bochten, platen, obstakels en dynamiek van de rivier - sedimentatie / erosie

- doorvaarhoogte bruggen - aanpassingen

- bebakening - signalisatie, radarreflectoren - vaarkaarten

- andere relevante bestaande infrastructuur - aanmeerplaatsen, kades

- interactie beroepsvaart - pleziervaart

Organisaties:

• Ecosysteembeheer

Onderzoekers:

• Patrick Meire

Beweeg je fit! Een beweeginterventie gericht op de promotie van fysiekeactiviteit in gezinsverband.

K.U.Leuven

Abstract: In dit project staat de ontwikkeling en evaluatie van een gezinsgerichtbeweegprogramma centraal. Dit beweegprogramma richt zich

specifiek naarhet promoten van fysieke activiteit bij (jonge) kinderen en hun (groot)ouders en wordt als bewegingsluik toegevoegd aan de

bestaande ontbijt je fit methodiek van de Gezinsbond vzw. Aanvullend op de conceptontwikkeling en evaluatie van het beweegprogramma, worden

specifieke vormingen georganiseerd voor lokale bewegingscoaches in functie een bredere implementatie van het bewegingsluik.

Organisaties:

• Sport- & Bewegingsbeleid

Onderzoekers:

• Johan Lefevre

• Christophe Delecluse

• Filip Boen

• Jan Seghers

Bewegen met artrose: een effectieve en duurzame fysiotherapeutische behandeling voor patiënten met artrose.

K.U.Leuven

Abstract: De behandeling van de kinesitherapeut heeft tot doel het bewegend functioneren te verbeteren, het in stand houden ervan en het

voorkomen van nieuwe klachten. Bewegen staat dus centraal in de kinesitherapeutische behandeling van patiënten met knieartrose. Bewegen is

goed voor de patiënt met knieartrose: niet alleen wordt het kraakbeen erdoor gestimuleerd hetverstevigt ook de structuren rond het gewricht.

Wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat bepaalde patiënten met knieartrose bewegen met een tehoge belasting wat nadelige gevolgen kan

hebben voor het ziekteverloop.Op dit moment is de enige manier om de kniebelasting te bepalen een driedimensionale bewegingsregistratie

gecombineerd met data verkregen middels een krachtenplatform. Deze apparatuur is duur en niet overal beschikbaar.Het ontbreekt de


kinesitherapeut dus aan een methode om de kniebelasting te bepalen bij de individuele patiënt hoewel dit de kinesitherapeutische behandeling zou

kunnen ondersteunen bij het beoordelen van de

Organisaties:

• Inspanningsfysiologie

Onderzoekers:

• Johan Lefevre

• Benedicte Vanwanseele

Bewegingsinterventies ter preventie en behandeling van sarcopenie.

K.U.Leuven

Abstract: Het project heeft als doel bij te dragen tot de identificatie, preventie en behandeling van sarcopenie met risico op fysieke fragiliteit bij

ouderen. In een eerste luik wordt beoogd om krachtparameters te identificeren die gerelateerd zijn aan het risico op fysieke fragiliteit (>70jaar). In

een tweede luik wordt analytisch onderzoek verricht met betrekking tot de stimuli die bij krachtoefeningen, uitgevoerd door ouderen, aanleiding

geven tot positieve aanpassingen met betrekking tot contractiele enmorfologische spierkarakteristieken. Het vooropgestelde onderzoeksdesign laat

toe om de minimale mechanische belasting te bepalen die, in interactie met lokale spiervermoeidheid, tot deze musculaire adaptaties leidt. Dit

resulteert in aangepaste richtlijnen voor het opstellen van oefenprogramma's ter preventie en behandeling van sarcopenie, met een verhoogde

kans op therapietrouw. In een derde luik worden de effecten van dergelijk geoptimaliseerd oefenprogramma vergeleken met een klassiek kra

Organisaties:

• Inspanningsfysiologie

Onderzoekers:

• Christophe Delecluse

• Evelien Van Roie

Bewezen diensten aan DSMB in functie van het TMC114-C229 onderzoek:

December 2008

Herziening van het rapport

Universiteit Hasselt

Abstract: Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds het onderzoeksinstituut CENSTAT en anderzijds Tibotec.

CENSTAT levert aan Tibotec de onderzoeksresultaten naar Data Safety and Monitoring Board onder de voorwaarden zoals vastgelegd in

voorliggend contract V-0655.

Organisaties:

• Centrum voor Statistiek

• Centrum voor Statistiek

Onderzoekers:

• Geert MOLENBERGHS

Bewijs voor een Nieuwe Efflux Pomp die Telithromycine-Resistentie in Macrolide-Resistente Streptococcus pyogenes

medieert.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Telithromycine (Tel) is een nieuw macrolide dat ontwikkeld werd om macrolide-resistente pathogenen te bestrijden. Tel resistentie (Tel-R)

is echter verschenen in enkele S. pyogenes die het erm(B) methylase bevatten. We hebben Tel efflux, gemedieerd door een reserpine-gevoelige

pomp, aangetoond bij S. pyogenes met hoog niveau Tel-R die ook erm(B) bevatten. Gen-expressie studies zullen de bijdrage van deze efflux pomp

tot Tel-R vaststellen.

Organisaties:

• VAXINFECTIO

Onderzoekers:

• Surbhi Malhotra

Bewustworden van fouten en ADHD: De rol van de insula

Universiteit Gent

Abstract: Er is een groeiende evidentie dat een verminderd bewustworden van fouten een rol speelt bij de zelf-regulatie problematiek bij personen

met ADHD. Onderzoek heeft laten zien dat de insula, welke onderdeel uitmaakt van het salience netwerk, een cruciale rol speelt bij deze

bewustwording. In dit project wordt de rol van de insula onderzocht bij de verstoorde bewustwording van fouten bij ADHD.

Organisaties:

• Vakgroep Experimenteel-klinische en gezondheidspsychologie

Onderzoekers:

• Jan Wiersema

Biacore T100 systeem.

K.U.Leuven

Abstract: De Biacore T100/Hercules Consortium is een gezamenlijk initiatief van 4K. U. Leuven groepen plus I.M.E.C. Hun motivatie is om de

capaciteit, het bereik (chemische resistentie) en de verfijning (high-throughput, thermodynamica, vriendelijke software) van Biacore (SPR)

technologie in Leuven te vergroten en om nieuwe producten en technologieën te ontwikkelen.

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Carmen Bartic

• Ann Gils

• Jan Cools

• Guido David

• Pascale Zimmermann

Bi-CYCLE.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Door de introductie en promotie van biobrandstoffen dreigen zowel de energievoorziening als de voedselvoorziening in competitie te

treden. In de literatuur wordt het gebruik van olie, gemaakt door ééncellige micro-organismen, waaronder micro-algen en gisten, als mogelijke

oplossing beschreven.

Het Bi-CYCLE project beoogt een bijdrage te leveren aan de implementatie van de winning en valorisatie van olie uit ééncellige micro-organismen,

meer bepaald uit minstens één der twee organismen: gisten (dit project) en algen (ERA-SME).


Organisaties:

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Ronny Blust

• Johan Robbens

Bidirectionele communicatie tussen het enterisch zenuwstelsel en elementen van het immuunsysteem bij inflammatoire

gastrointestinale aandoeningen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: In dit project worden in twee proefdiermodellen de interacties tussen neuronale elementen van de gastrointestinale tractus en elementen

van het afweersysteem, met name mestcellen en dendritische cellen, onderzocht tijdens inflammatie. Deze interactie blijkt namelijk een belangrijke

impact te hebben op het verloop van het inflammatoire proces en biedt mogelijk een verklaring voor de waargenomen hyperexciteerbaarheid van

afferente componenten van het enterische zenuwstelsel tijdens gastrointestinale inflammatie. De aandacht in dit project zal voornamelijk gaan naar

de mogelijke rol van cortistatine en urocortinen in deze interactie.

Organisaties:

• Celbiologie en histologie

Onderzoekers:

• Jean-Pierre Timmermans

• Dirk Adriaensen

Bijdragen tot een functionele annotatie van het humane genoom.

K.U.Leuven

Abstract: Chromosoomafwijkingen die gepaard gaan met een specifieke mal- formatievormen een unieke wijze om de genen verantwoordelijk voor

deze malformaties te identificeren. In deze studie focussen we op chromosoom 8p en hartafwijkingen, evenals op 10p en nierafwijkingen.

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Jean-Pierre Frijns

• Koenraad Devriendt

Bijdrage tot de ontwikkeling van een nieuwe methode van spectroscopische elektrische impedantietomografie met

toepassing in de detectie van verborgen caries.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Abstract enkel in het Engels beschikbaar.

Organisaties:

• Elektronica en Informatica

• Conserverende en Prothetische Tandheelkunde

Onderzoekers:

• PETER BOTTENBERG

• JAN CORNELIS

Bijdrage tot een geïntegreerd bestrijdingssysteem van Phytophthora infestans in aardappel

Hogeschool Gent

Abstract: In de praktijk wordt vastgesteld dat gedurende de laatste groeiseizoenen de beheersing van Phytophthora infestans steeds moeilijker

verloopt. De schimmel is steeds vroeger in het groeiseizoen aanwezig en gedraagt zich agressiever. Dit leidt tot een aanzienlijke toename van het

ziekteverwekkend vermogen bij de opéénvolging van de ziektecycli tijdens het groeiseizoen. Dit leidt tot een verhoogde fungicide input waardoor de

rendabiliteit van de aardappelteelt in het gedrang komt en de teelt ecologisch nog meer onder druk komt te staan. Het project wil bijdragen aan de

uitbouw van een duurzaam geïntegreerd bestrijdingssysteem voor P. infestans in aardappel. Om dit te realiseren wil het project het waarschuwingsen

adviessysteem van het P.C.A. (thans in gebruik op 1/3 van het aardeappelareaal in Vlaanderen) optimaliseren door rekening te houden met de

recente wijzigingen binnen de P. infestans populatie., het resistentieniveau van van de aardappelrassen en het aanbod van nieuwe fungiciden. Dit

moet op termijn leiden tot een exactere vaststelling van het behandelingstijdstip zodat overbodige bespuitingen vermeden worden en de

vervanging van oudere fungiciden met slechte toxicologische en ecotoxicologische eigenschappen door nieuwe middelen met een veel gunstiger

toxicologisch en milieutechnisch profiel.Via bepaling van paringstype, metalaxylresistentie en eiwit- en DNA-merkers worden de diverse isolaten

gekarakteriseerd. Van de meest voorkomende isolaten worden enkele belangrijke epidemiologische parameters bepaald. Via computersimulatie

kunnen de epidemiologische data in diverse ziektemodellen gestopt worden om na te gaan of het huidig aangewende model kan bijgeschaafd

worden.Van diverse nieuwe fungiciden worden kenmerken die essentieel zijn voor advisering binnen het waarschuwingssysteem onder

gestandaardiseerde en veldomstandigheden nagegaan. Buiten de klassiek werkende middelen met een direct effect op de schimmel worden ook

kaliumfosfiet en een natuurlijk middel (bruikbaar in de biologische landbouw) betrokken bij het onderzoek. Kaliumfosfiet werkt resistentie inducerend

wat interessante perspectieven opent op een duurzaam bestrijdingssysteem.

Organisaties:

• Departement Biowetenschappen en Landschapsarchitectuur

• Vakgroep Plantaardige Productie

Onderzoekers:

• Betty Heremans

• Geert Haesaert

Bijdrage van fysieke activiteit en fysieke fitheid aan de geinterrelateerde hippocampale structuur-functie abnormaliteiten

bij patiënten in een vroege fase van schizofrenie: een tweejarige follow-up studie

K.U.Leuven

Abstract: Individuen met een verhoogd risico op een psychose (ARMS) en 1ste episode schizofrenie patiënten (FE) zijn een belangrijke onderzoeks

focus geworden met het oog op het ontdekken van vroege markers en klinische behandeling van schizofrenie. Recente ontwikkelingen in hersen en

neuropsychologisch onderzoek wijzen op de sleutelrol van de hippocampus in de pathofysiologie van schizofrenie. Geassocieerde structuur-functie

abnormaliteiten in de hippocampus zijn aanwezig vanaf de vroege stadia van schizofrenie en men vermoedt dat deze de transitie naar psychose

onset co-mediëren. De identificatie van correlaten van hippocampale pathologie in de vroege stadia van schizofrenie kan een belangrijk inzicht

geven in de neurobiologische aard van hippocampaledeterioratie en ziekte progressie. Studies bij ouderen tonen aan dat hogere levels van fysieke

activiteit en fysieke fitheid geassocieerd zijn met een conservatie van hippocampaal volume en betere geheugen functies. De huidige studie wil de

bijdr

Organisaties:

• Adapt. Phys. Act. & Psychom. Revalidatie


Onderzoekers:

• Michel Probst

• Lucien Vanhees

• Marc De Hert

• Amber De Herdt

Bijdrage van prebiotica tot het verbeteren van de darmgezondheid

K.U.Leuven

Abstract: Het huidige Westerse dieet is rijk aan eiwitten en vet. Het is bekend dat dit een verhoogd risico inhoudt op colonkanker. Het is nog niet

duidelijk welke component van dit dieet hiervoor verantwoordelijk is. Het belang van verschillende componenten, zoals heterocyclische amines,

nitrosamines, heem en dierlijke vetten werd reeds onderzocht in verschillende studies. Ook werd aangetoond dat een verhoogde eiwitinname leidt

tot een toename van de toxiciteit in de darm. Een verhoogde eiwitinname veroorzaakt eveneens een toename van de proteïnefermentatie, dit is de

afbraak van eiwitten door bacteriën in de dikke darm. De proteïnefermentatie geeft aanleiding tot een aantal toxische componenten, zoals sulfides

en ammoniak.In dit doctoraatsproject wordt aan de hand van interventiestudies in gezonde vrijwilligers nagegaan of componenten afkomstig van de

proteïnefermentatie gerelateerd zijn aan de toxiciteit in het colon. Eveneens wordt nagekeken of een lagere eiwitinname en het gebruik van prebi

Organisaties:

• TARGID

Onderzoekers:

• Jan Delcour

• Margareta Vansant

• Kristin Verbeke

Bijen als modelsysteem in de studie van epigenetische adaptaties.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afd. Ecologie, Evolutie en Biodiv.behoud

Onderzoekers:

• Tom Wenseleers

• Peter Verleyen

BIJKOMEND bij VLW106 : Steunpunt Welzijn, volksgezondheid en gezin (SWVG): adhoc onderzoek : Ontwikkeling

instrumentarium zorgintensiteit.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: zie ID Fiche VLW106

Organisaties:

• Klinische- en Levenslooppsychologie

Onderzoekers:

• JOHAN VANDERFAEILLIE

Bijkomende toekenning (zie ook OZR1020) voor uitbetaling beurs Dr. Benedicte MEYNS : de plasmine cascade

aktivatoren in de epidermis bij zoogdieren.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: not available

Organisaties:

• Inwendige Geneeskundige Specialiteiten

Onderzoekers:

• DIANE ROSEEUW

Bijstand bij de statistische analyse van baseline enquetes rond het voorkomen en de risicofactoren van Salmonella in

slachtvarkens en kalkoenen

Universiteit Hasselt

Abstract: Dit project kadert in een dienstverleningsopdracht tussen enerzijds het onderzoeksinstituut Censtat (UHasselt) en anderzijds EFSA.

Censtat levert aan EFSA de onderzoeksresultaten naar "Bijstand bij de statistische analyse van baseline enquetes rond het voorkomen en de

risicofactoren van Salmonella in slachtvarkens en kalkoenen" onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Beschrijving van de diensten:

- Censtat voorziet in dienstverlening op het vlak van statistische analyses op de data aangeleverd door de cliënt. Elke opdracht wordt

gedocumenteerd in een bijlage bij de overeenkomst, waarin het specifieke voorwerp van de opdracht wordt gespecificeerd, de bedongen timing

voor de overeenkomst, het geschatte budget op basis van de tarieven gespecificeerd in bijlage B.

- De voortgang van de analyse en eventuele problemen worden op regelmate tijdstippen besproken tussen de cliënt en Censtat .

- De resultaten van de anlyse door Censtat wordenin kaart gebracht en aan de cliënt bezorgd.

Organisaties:

• Centrum voor Statistiek

• Centrum voor Statistiek

Onderzoekers:

• Marc AERTS

Bilateral Alliance for Translational Science in ADHD (BATSA)

Universiteit Gent

Abstract: Een onderzoekssamenwerking tussen de Universiteit van Southampton en de Universiteit Gent op het gebied van

Aandachtstekort/hyperaciviteitsstoornis (ADHD), met een focus op 3 gerelateerde onderzoeksprogramma's. Genetische en

omgevingsdeterminanten van ADHD electrofysiologische studies van aandachtsmechanismen bij ADHD en verwerking van beloning en uitstel bij

ADHD: experimentele en beeldvormingsbenaderingen.

Organisaties:

• Vakgroep Experimenteel-klinische en gezondheidspsychologie


Onderzoekers:

• Herbert Roeyers

Bilaterale acties: W&T samenwerking met Vietnam : Impact of Global climate change and desertification on the

environment and society in Southern Central Vietnam-Case Study in Binh Thuan Province.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Studie over de impact van klimaatsveranderingen en verwoestijning op het milieu en de maatschappij in Zuidcentraal Vietnam - meer

bepaald in de Binh Thuan Provincie

Organisaties:

• Menselijke Ecologie

Onderzoekers:

• David PROOT

• LUC HENS

Bilaterale acties : W&T samenwerking met Vietnam. Integrated and strategic environmental impact assessment of port

developments in the HCMC VUNG TAU area of South Vietnam.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: De steden Ho Ci Minh, Bien Hoa en Vung Tau (Zuid-Vietnam) zijn gesitueerd in een van de snelst groeiende gebieden van het land, maar

zijn tevens gelegen bij een van de grootst natuurlijke rivieren en mangrove systemen. De ontwikkelingen betreffen voornamelijk haven en industrie

gebieden. Voor elk van deze ontwikkelingen zijn er afzonderlijke milieu effect rapportages (EIA) uitgevoerd, maar er is nog geen geïntegreerd

raamwerk van alle havenontwikkelingen uitgevoerd. Deze studie doet dit in de vorm van een strategische milieu effect rapportage waarin de

cumulatieve effecten geëvaleerd worden.

Organisaties:

• Menselijke Ecologie

Onderzoekers:

• David PROOT

• LUC HENS

Bilaterale samenwerking in he kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-

ULB_Mohamed Omar Said Mohamed.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Bilaterale samenwerking in he kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-ULB_Mohamed Omar

Said Mohamed.

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• Mohamed OMAR SAID

• NICO KOEDAM

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB- Aarhus

University - Denmark, Liesbeth Bieghs

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Joint PhD overeenkomst voor Liesbeth Bieghs

Organisaties:

• Immunologie en Microbiologie

Onderzoekers:

• Karin VANDERKERKEN

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-

Katholieke Universiteit Leuven_Maarten Moens

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Joint PhD overeenkomst voor Maarten Moens

Organisaties:

• Kritische Zorgen

Onderzoekers:

• Jan POELAERT

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-

KULeuven, Doaa Ahmed Shehata Abouelmagd

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Joint PhD voor Dooa Ahmed Shehata Abouelmagd

Organisaties:

• Geografie

Onderzoekers:

• ERIC CORIJN

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-

KULeuven_Mommaerts Jean-Luc

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Joint PhD overeenkomst voor Jean-Luc Mommaerts

Organisaties:

• Huisarts - Eerstelijnsgeneeskunde

Onderzoekers:

• DIRK DEVROEY

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-KUL,

Evelien Mertens

Vrije Universiteit Brussel


Abstract: Prospectieve studie van sedentariteit, fysieke (in)activiteit, fysieke fitheid en gezondheidsgerelateerde parameters bij Vlaamse

volwassenen.

Organisaties:

• Biometrie en Biomechanica

Onderzoekers:

• Benedicte DEFORCHE

• PETER CLARYS

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB- KUL,

Roelants Mathieu

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Joint PhD overeenkomst voor Mathieu Roelants

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• ROLAND HAUSPIE

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-Radboud

Universiteit Nijmegen, Jan (Johannes) Andries

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Voorspellende eigenschap gerangschikt variabele reductie met definitieve complexiteit aangepast modellen in PLS gebaseerd modellering

Organisaties:

• Analytische Scheikunde en Farmaceutische Technologie

Onderzoekers:

• Yvan VANDER HEYDEN

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-

UA,Daenen Liesbeth

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Een prospectieve studie naar de invloed van sensorimotorische incongruentie op de transitie van acute naar chronische whiplashgeassocieerde

aandoeningen.

Organisaties:

• Menselijke Fysiologie

Onderzoekers:

• JO NIJS

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench Fee i.h.k. van Joint PhD VUB-UA,

Hendrica Karin Janssen Van Doorn

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Joint PhD overeenkomst voor Hendrica Karin Jannsen van Doorn

Organisaties:

• Kritische Zorgen

Onderzoekers:

• HERBERT SPAPEN

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB- UGent,

Aktar Mosammat Salma

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het doel van dit onderzoeksproject is het identificeren van het proteoom van sulfenylated cysteïne residuen, ook wel sulfenome genoemd.

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• Joris MESSENS

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-UGent,

Evelyn Pauwels

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Joint PhD overeenkomst voor Evelyn Pauwels

Organisaties:

• Cognitieve en Biologische Psychologie

Onderzoekers:

• Elke VAN HOOF

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-

UGent_Gorissen Lara

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: De interesse van consumenten in gezondere voedingsproducten, zoals vetarme producten, is enorm toegenomen gedurende de

afgelopen jaren, omwille van het algemeen besef dat een te hoge inname van vetten bijdraagt tot chronische aandoeningen, zoals obesitas,

arteriosclerose en hart- en vaatziekten. Het is echter belangrijk in te zien dat niet alle vetten dezelfde effecten veroorzaken. Veel aandacht in het

vetgerelateerd onderzoek wordt besteed aan geconjugeerde vetzuren, zoals geconjugeerde linolzuur (CLA) en geconjugeerde linoleenzuur (CLNA),

omwille van hun mogelijke isomeerspecifieke effecten op de gezondheid. Verschillende CLA- en CLNA-isomeren komen van nature voor in

weefsels en producten van herkauwers als gevolg van het specifiek vetmetabolisme van de micro-organismen in de pens. Tijdens de

biohydrogenatie in de pens worden linolzuur (LA) en ?-linoleenzuur (LNA) in de pens omgezet tot respectievelijk c9t11-CLA en c9t11c15-CLNA

door het linoleaatisomerase (linoleate isomerase, LAI) van bacteriën. Het c9t11-CLA-isomeer kan ook gevormd worden door de introductie van een

dubbele binding in t11-C18:1, een intermediair van de biohydrogenatie, door het ?9-desaturase dat aanwezig is in verschillende dierlijke weefsels,

zoals het uierweefsel. De concentraties van CLA en CLNA blijven evenwel te laag in voedselproducten afkomstig van herkauwers om hun

biologische functie te kunnen uitoefenen. Het verhogen van de CLA- en CLNA-concentraties in voedingsmiddelen kan mogelijk bereikt worden door

het gebruik van voedseleigen bacteriën die LAI- of desaturase-activiteit vertonen tijdens levensmiddelenproductie. De specifieke doelstellingen van

het huidige proefschrift waren: [1] om mogelijke LAI- en ?9-desaturase-activiteiten in bifidobacteriën en melkzuurbacteriën aan te tonen, [2] om een


gedetailleerde identificatie van de geproduceerde CLA- en CLNA-isomeren te bieden, [3] om de kinetiek van CLA- en CLNA-vorming door deze

bacteriën te bestuderen, [4] om een moleculaire karakterisering van de bacteriële isomerase- en desaturasegenen te geven, en [5] om de CLA- en

CLNA-productie door bifidobacteriën en melkzuurbacteriën in gefermenteerde voedingsmiddelen, zoals gefermenteerde melk en vlees, in te

schatten.

Hoofdstuk 1 geeft een overzicht van de microbiële aspecten van CLA- en CLNA-productie. Het omvat de productie, de gezondheidsaspecten en de

aanwezigheid van CLA- en CLNA-isomeren in levensmiddelen. Het vermogen van verschillende bacteriën om LA en LNA om te zetten naar

verschillende CLA- en CLNA-isomeren, zowel in groeimedium als in zuivelproducten, werd behandeld.

De mogelijkheid van verschillende Bifidobacterium-stammen tot het produceren van CLA- en CLNA-isomeren uit vrij LA en LNA werd onderzocht

(Hoofdstuk 2). De stammen werden opgegroeid in de Man-Rogosa-Sharpe (MRS) medium, waaraan LA of LNA (0,50 mg ml-1) werd toegevoegd

na 7 h groei. De culturen werden vervolgens geïncubeerd bij 37°C gedurende 72 h. Van de 36 geteste bifidobacteriën waren slechts vier

Bifidobacterium breve-stammen, een Bifidobacterium bifidum-stam en een Bifidobacterium pseudolongum subsp. pseudolongum-stam in staat om

twee verschillende CLA-isomeren en twee verschillende CLNA-isomeren te produceren. Omzettingspercentages tussen de verschillende stammen

varieerden van 19,5% tot 53,5% voor CLA-productie en van 55,6% tot 78,4% voor de productie van CLNA-isomeren. De geproduceerde CLAisomeren

werden verder geïdentificeerd met Ag+-HPLC als c9t11-CLA en t9t11-CLA. De CLNA-isomeren werden geïdentificeerd door middel van

GC-MS als c9t11c15-CLNA en t9t11c15-CLNA.

De kinetiek van de productie van CLA-isomeren (c9t11-CLA en t9t11-CLA) en CLNA-isomeren (c9t11c15-CLNA en t9t11c15-CLNA), uit

respectievelijk LA en LNA, door bifidobacteriën (B. bifidum LMG 10645, B. breve LMG 11040, B. breve LMG 11084, B. breve LMG 11613, B. breve

LMG 13194 en B. pseudolongum subsp. pseudolongum LMG 11595) werd beoordeeld in laboratoriumfermentaties in MRS-medium waaraan 0,50

mg ml-1 LA of LNA was toegevoegd (Hoofdstuk 2B). Omzetting van LA en LNA naar respectievelijk CLA- en CLNA-isomeren, begon onmiddellijk

na toevoeging van de precursor vetzuren. De isomeren die eerst werden gevormd waren c9t11-CLA en c9t11c15-CLNA in respectievelijke

hoeveelheden tot 0,16 mg ml-1 en 0,34 mg ml-1. Ze werden gevormd tijdens de actieve groeifase van de bifidobacteriën en hun productie stopte

wanneer de cellen aan de stationaire groeifase begonnen. Een tweede reeks isomeren, namelijk t9t11-CLA en t9t11c15-CLNA, verschenen na de

productie van de c9t11-isomeren en werden in kleinere hoeveelheden gevonden (respectievelijke hoeveelheden tot 0,09 mg ml-1 en 0,05 mg ml-1).

In de stationaire groeifase werd een lichte daling in c9t11-isomeren en een toename van t9t11-isomeren waargenomen, wat de vorming van deze

t9t11-isomeren uit de c9t11-isomeren suggereerde. Modellering van de groei- en metabolietdata toonde verschillen in productiekinetiek aan tussen

de verschillende Bifidobacterium-stammen. Sommige stammen vertoonden een hoge specifieke omzetting van LA of LNA ondanks hun slechte

groei, terwijl andere stammen goed groeiden maar een lagere omzetting vertoonden.

Net als voor de bifidobacteriën werd een screening van 48 verschillende melkzuurbacteriën uitgevoerd om hun vermogen tot omzetting van LA en

LNA naar verschillende CLA- en CLNA-isomeren aan te tonen (Hoofdstuk 3A). Een Lactobacillus curvatus-, vijf Lactobacillus plantarum- en vier

Lactobacillus sakei-stammen vertoonden LAI-activiteit. Grote verschillen in CLNA-omzettingspercentages (van 0,9% tot 60,1%) werden

waargenomen tussen de stammen. De omzetting van LA naar CLA was veel lager (van 1,6% tot 4,6%) en werd slechts waargenomen bij drie

stammen. De sequenties van de potentiële LAI-genen van de CLA- en CLNA-producerende melkzuurbacteriestammen werden geamplificeerd met

PCR en gesequeneerd. De bekomen sequenties waren voor 75% tot 99% identiek met een gekende sequentie van een LAI-gen van een Lb.

plantarum-stam.

Vervolgens werd de invloed van pH en temperatuur op CLA- en CLNA-productie door Lb. sakei LMG 13558 beoordeeld in laboratoriumfermentaties

in MRS-medium gesupplementeerd met 0,50 mg ml-1 LA of LNA (Hoofdstuk 3B). De CLA-isomeren gevormd uit LA waren c9t11-en t9t11-CLA.

LNA werd omgezet tot c9t11c15- en t9t11c15-CLNA. De optimale condities voor CLA- en CLNA-productie uit respectievelijk LA en LNA door Lb.

sakei LMG 13558 werden bekomen bij 30°C en pH 6,2. Fermentaties uitgevoerd bij een lagere pH (5,5) bij 30°C en een hogere temperatuur (37°C)

bij pH 6,2 zorgden dat geen conversie van LA naar CLA-isomeren plaats vond en slechts een beperkte conversie van LNA naar CLNA-isomeren

werd waargenomen. Fermentaties uitgevoerd bij lagere temperaturen (20 en 25°C) bij pH 6,2 hadden een licht verminderde LAI-activiteit van Lb.

sakei LMG 13558 als gevolg.

In een volgende stap werden bifidobacteriën en melkzuurbacteriën met LAI-activiteit gebruikt als functionele starterculturen, met als doel de

productie van CLA- en CLNA-isomeren in gefermenteerde levensmiddelen te verhogen (Hoofdstuk 4). Melkfermentaties werden uitgevoerd na

toevoeging van CLA- en CLNA-producerende bifidobacteriestammen, terwijl voor de vleesfermentaties een CLA- en CLNA-producerende Lb. sakeistam

(LMG 13558) werd gebruikt. Beide soorten levensmiddelen werden bereid zonder toevoeging van externe bronnen van LA of LNA. Helaas

werd geen toename in CLA- en CLNA-hoeveelheden gevonden in de gefermenteerde eindproducten. De concentraties van LA en LNA in zowel

melk als vlees waren gelijkaardig aan of hoger dan de concentraties van deze vetzuren die gebruikt werden tijdens de screening van bifidobacteriën

en melkzuurbacteriën in MRS-medium gesupplementeerd met vrij LA en LNA. In melk was echter niet genoeg LA en LNA aanwezig in de vrije

vorm. In de vleesfermentaties waren de temperatuur en pH waarschijnlijk de beperkende factor voor omzetting van LA en LNA naar de

respectievelijke CLA- en CLNA-isomeren.

Hoofdstuk 5 geeft de resultaten weer van de screening voor ?9-desaturase-activiteit in bifidobacteriën en melkzuurbacteriën. In eerste instantie

werd de aanwezigheid van ?9-desaturase-activiteit onderzocht door middel van een genotypische screening. Primers werden ontwikkeld gebaseerd

op geconserveerde regio's in de eiwitsequenties van ?9-desaturase-enzymen. Door de hoge graad van degeneratie van de primers bleef de

beoogde PCR zonder succes. Ten tweede werden geen gelijkaardige ?9-desaturasesequenties gevonden in de beschikbare genoomsequenties

van melkzuurbacteriën en bifidobacteriën. Ten derde werd C18:0 aan het groeimedium toegevoegd voor een fenotypische screening. Na 72 h

incubatie werd geen transformatie van C18:0 tot c9-C18:1 waargenomen met behulp van gaschromatografie. Uit deze resultaten kon

geconcludeerd worden dat noch de bifidobacterie- noch melkzuurbacteriestammen ?9-desaturase-activiteit bezaten.

Tot slot werd in een algemene discussie gezocht naar een verband tussen de bekomen resultaten. Hieruit bleek dat bifidobacteriën efficiënter

waren dan melkzuurbacteriën in het omzetten van LA en LNA naar respectievelijk CLA- en CLNA-isomeren. De selectie van een geschikte

Bifidobacterium-stam, in combinatie met aangepaste procescondities voor groei en bijhorend vetzuurmetabolisme, kan leiden tot de productie van

een gewenste isomeer. Het gebruik van bifidobacterie- en melkzuurbacteriestammen als functionele starterculturen in de productie van

gefermenteerde levensmiddelen met verhoogde concentraties aan CLA en CLNA kent echter vele beperkingen. Aandacht moet besteed worden

aan de concentraties van vrij beschikbaar LA en LNA in deze levensmiddelen, alsook aan de intrinsieke en omgevingsfactoren van hun

fermentatieproces. Verdere studies blijven noodzakelijk om de relevantie van de productie van CLA en CLNA door micro-organismen in

levensmiddelen te onderzoeken.

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• FREDERIC LEROY

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB- UGent,

Jelle Elseviers


Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Joint PhD overeenkomst voor Jelle Elseviers

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• HENRI DE GREVE

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-ULB,

Arimatéa De Carvalho Ximenes

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Titel: Distributiepatronen van soorten in mangroven als projectie van hun fundamentele niche.

Doel: Inzicht in de ecologische werking van het mangrove ecosysteem te krijgen door de emergente eigenschappen die vanuit het component biota

voortkomen.

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• NICO KOEDAM

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-ULB,

Dennis De Ryck

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Joint PhD voor Dennis De Ryck

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• LUDWIG TRIEST

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-ULB,

Elisha Jenoh

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Schade door insecten aan Sonneratia alba bomen in Keniaanse mangroven heeft gevolgen voor het mangrove ecosysteem werking en

ecosysteem diensten

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• NICO KOEDAM

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-ULB,

Fleur Van Nedervelde

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Biologie

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• NICO KOEDAM

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-ULB,

Jean Hugé

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Are we doing the right things the right way? Sustainability assessment in North and South - a learning perspective

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• NICO KOEDAM

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-ULB,

Judith Auma Ochieng

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Mangrove houtformatie als basis voor duurzaam houtproductie in de huidige klimaatcontext

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• NICO KOEDAM

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-ULB,

Maarten Van Opstal

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Als centrale onderzoeksdoelstelling, wil dit onderzoeksproject een analyse maken van het potentieel van het concept culturele diversiteit

voor de implementatie van duurzame ontwikkeling (DO) op een lokaal niveau, met respect voor het creëren van op 'veerkracht' gebaseerde socioecologische

systemen. De overkoepelende onderzoeksvraag is 'Hoe kan culturele diversiteit en integratie van vergelijkend culturele inzichten

bijdragen aan duurzame ontwikkeling, duurzaamheidsbeoordeling en biodiversiteitsbecherming?' Het project concentreert zich op de volgende drie

onderzoeksvragen.

1] Is de degradatie of transformering van culturele en biologische dversiteit verbonden op het lokale niveau? Deze eerste onderzoeksvraag zal

worden benaderd door gebruik te maken van Participatory Rural Appraisal (PRA) methodes, vertrekkend van drie casestudies. Gebaseerd op deze

drie cases op het lokale niveau, zullen beleids- en managementadviezen worden geformuleerd in de vorm van beleidsondersteunende strategieën

ter ondersteuning van lokale 'actie-genererende' beleidsmaatregelen.

2] Gebaseerd op deze casestudies, zullen gangbare duurzaamheidsinstrumenten en beoordelingsinstrumenten en de manier waarop ze culturele

diversiteit incorporeren worden geëvalueerd. Door het beantwoorden van de tweede onderzoeksvraag - Hoe integreerd duurzame ontwikkeling

culturele aspecten en diversiteit in haar implementerings- en beoordelingsinstrumenten? - zullen aanbevelingen worden geformuleerd voor het


verbeteren van deze instrumenten vanuit een lokaal 'bottom-up' (bio)cultureel perspectief. Eveneens zullen mogelijke indicatoren voor (bio)culturele

diversiteit worden gecreëerd, met als resultaat een praktische toolbox gedragen door de lokale gemeenschap.

3] Vraag drie - Functioneert culturele diversiteit als één van de constitutieve elementen van duurzame ontwikkeling? - beoogt een analyse te

bewerkstelligen van de recente trends in culturele benaderingen van duurzame ontwikkeling, gebaseerd op de gangbare wetencshappelijke praktijk

en beleidsstrategieën vanuit een ruimer academisch perspectief. Daarbij zullen mogelijke verbanden tussen culturele en biologische diversiteit als

constitutieve of complementaire elemeneten van DO worden geïdentificeerd en de wenselijkheid van het amalgameren van lokale traditionele

kennis en wetenschappelijke kennis in duurzaamheidsmanagement en -beleid onder de loep worden genomen. Dit zal resulteren in meer algemene

conclusies, gebaseerd op een bredere analyse van het voorgestelde concept culturele diversiteit in het kader van DO en veerkrachtige socioecologische

systemen.

Het overkoepelende onderzoeksopzet is het genereren van beleids- en managementadvieven die gedragen worden door lokale gemeenschappen

en gebruikt kunnen worden voor lokaal actie-genererend beleid.

Organisaties:

• Kritische Zorgen

Onderzoekers:

• REGINALD DESCHEPPER

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-ULB,

Mukherjee_Nibedita

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Joint PhD overeenkomst voor Mukherjee Nibedita

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• Farid DAHDOUH-GUEBAS

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-ULB, Thi

Van Tran

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Geen NL abstract

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• NICO KOEDAM

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-ULB,

Tom Van Der Stocken

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Joint PhD voor Tom Van Der Stocken

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• NICO KOEDAM

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-

Université Bordeaux 3_Berzin Marion

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Joint PhD overeenkomst voor Berzin Marion

Organisaties:

• Geografie

Onderzoekers:

• ERIC CORIJN

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-

Universiteit Antwerpen, An De Meulenaere

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Joint PhD overeenkomst voor An De Meulenaere

Organisaties:

• Gerontologie

Onderzoekers:

• Ivan BAUTMANS

Bilaterale samenwerking in het kader van gezamenlijke doctoraatsprojecten_Bench fee i.h.k. van Joint PhD VUB-

University of Ljubljana, San Hadzi

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Structurele en thermodynamische basis van transcriptie regulatie of the higBA TA module van Vibrio Cholerae

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• REMY LORIS

Billijkheid in de eerstelinsgezondheidszorg in Europa

Universiteit Gent

Abstract: Het doel van deze studie is

1) het ontwikkelen van een theoretisch framework dat het concept "equity" in de setting van eerstelijnsgezondheidszorg in Europa weergeeft

2) het opstellen van indicatoren om equity te meten

3) het in kaart brengen van de equity dimensie in eerstelijnsgezondheidszorgsystemen in Europa

4) het bestuderen van de relatie tussen equity en de andere dimensies van kwaliteit van zorg (kosteneffectiviteit, ...)

Organisaties:


• Vakgroep Huisartsgeneeskunde en eerstelijnsgezondheidszorg

Onderzoekers:

• Sara Willems

Binauraal horen bij kinderen met twee cochleaire implantaten.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Binauraal horen bij kinderen met twee cochleaire implantaten.

Organisaties:

• Translationele Neurowetenschappen

Onderzoekers:

• Paul Van de Heyning

Binaurale signaalverwerking voor cochleaire implantaten

K.U.Leuven

Abstract: In normaal horende mensen leveren interaurale tijdsverschillen (ITD) eninteraurale niveau verschillen (ILD) in geluid, essentiele informatie

om geluidsbronnen te lokaliseren.De afgelopen jaren is de toepassing van elektrische stimulatie van de gehoordzenuw, met behulp van een

cochleair implantaat (CI), als behandeling bij ernstig gehoorverlies enorm toegenomen. Dit heeft geleid tot een groeiende populatie mensen met

een CI in het ene oor en een hoorapparaatin het andere oor of mensen met een CI in beide oren.Hoewel het is aangetoond in voorgaand

onderzoek, dat met elektrische stimulatie de perceptie van binaurale cues zoals ILD en ITD mogelijk is, blijkt dat in het dagelijks leven de lokalisatie

van geluidsbronnen voor gebruikers van het cochleaire implantaat nog altijd zeer minimaal te zijn.Huidige signaalverwerkingsstrategieen in CIs

zorgen niet voor een optimale transmissie van de binaurale informatie die nodig is voor het lokaliseren van geluidsbronnen.Het huidige onderzoek

richt z

Organisaties:

• Experimentele Oto-rino-laryngologie

Onderzoekers:

• Jan Wouters

Binnendijkse slik- en schorontwikkeling dankzij een gereduceerd getij.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Intergetijdengebieden zoals slikken en schorren maken van estuaria waardevolle gebieden met hoogproductieve levensgemeenschappen.

Slikken en schorren vormen een belangrijk habitat binnen estuariene ecosystemen en spelen een essentiële rol in de nutriëntencyclering. De

voorbije eeuw is door antropogene ingrepen zoals havenuitbreiding, inpoldering of dijkwerken de totaliteit van slikken en schorren in de Zeeschelde

echter sterk afgenomen, zowel in oppervlakte als in kwaliteit.

Schorherstel is daarom nodig. In gecontroleerde overstromingsgebieden, gepland als onderdeel van het Sigmaplan ter beveiliging van het

Zeescheldebekken tegen overstromingen, kan veiligheid gecombineerd worden met natuurontwikkeling. Door middel van een gecontroleerd

overstromingsgebied met gereduceerd getij (GGG), kunnen deze gebieden onder invloed van het Scheldetij gesteld worden. Het is echter

nauwelijks geweten of deze nieuwe intergetijdengebieden dezelfde ecologische functies en structuren kunnen ontwikkelen als de buitendijkse

slikken en schorren. Om een antwoord te bieden op deze vraag zal het principe van een GOG-GGG getest worden in het 10 ha grote testgebied

Lippenbroek.

Organisaties:

• Ecosysteembeheer

Onderzoekers:

• Patrick Meire

• Tom Maris

Binnenhuis risicofactoren voor respiratoire aandoeningen bij kinderen: ontwikkeling en toepassing van niet-invasieve

biomarkers. (ANIMO)

Universiteit Antwerpen

Abstract: Respiratoire aandoeningen bij kinderen behoren tot de onderzoeksprioriteiten in milieu en gezondheidsprogramma's. Biomonitoring in

kinderen stelt een aantal specifieke problemen zoals verzamelen van biologische stalen, onderzoek van blootstelling en gezondheidseffecten en

ethische aspecten. Het doel van dit project is de ontwikkeling van niet-invasieve biomerkers die toegepast kunnen worden in kinderen en die

toelaten om schadelijke effecten aan de luchtwegen in een vroege fase op te sporen zodat preventieve maatregelen kunnen worden genomen

vooraleer er een duidelijk ziektebeeld ontstaat.

Organisaties:

• Lab. Experimentele geneeskunde en pediatrie (LEMP)

Onderzoekers:

• Kristine Desager

Binnenhuis risicofactoren voor respiratoire aandoeningen bij kinderen: ontwikkeling en toepassing van niet-invasieve

biomarkers. (ANIMO - tweede fase)

Universiteit Antwerpen

Abstract: Respiratoire aandoeningen bij kinderen behoren tot de onderzoeksprioriteiten in milieu en gezondheidsprogramma's. Biomonitoring in

kinderen stelt een aantal specifieke problemen zoals verzamelen van biologische stalen, onderzoek van blootstelling en gezondheidseffecten en

ethische aspecten. Het doel van dit project is de ontwikkeling van niet-invasieve biomerkers die toegepast kunnen worden in kinderen en die

toelaten om schadelijke effecten aan de luchtwegen in een vroege fase op te sporen zodat preventieve maatregelen kunnen worden genomen

vooraleer er een duidelijk ziektebeeld ontstaat.

Organisaties:

• Lab. Experimentele geneeskunde en pediatrie (LEMP)

Onderzoekers:

• Kristine Desager

Bioafbreekbare en bioerodeerbare oculaire artsenijvormen met gereguleerde afgifte.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Om de beschikbaarheid van oculaire geneesmiddelen te verhogen zullen biocompatibele en bioafbreekbare of bioerodeerbare colloïdale

dragers met reguleerde afgifte ontwikkeld en vergeleken worden met bioadhesive minitabletten.

De formulatie van PLGA nano- of micropartikels zal geoptimaliseerd worden door gebruik te maken van factorial design met als doel inzicht te

verwerven in de verschillende parameters die de fysische eigenschappen van de bereide deeltjes beïnvloeden. De deeltjesgrootte en zetapotentiaal

van de partikels, alsook de geneesmiddelconcentratie in de deeltjes en de afgiftesnelheid zullen bepaald worden voor en na vriesdrogen en

sterilisatie van de bereiding. Bovendien zullen de uitwendige en inwendige structuur van de drager worden bestudeerd.

Vervolgens zal de muco- of bioadhesie van de PLGA partikels worden verbeterd door omhullen met verschillende (kationogene) polymeren om


aldus de precorneale verblijftijd te verlengen.

Ten slotte zullen van de meest beloftevolle bereidingen de in vivo verdraagbaarheid en geneesmiddel- afgifte uit (omhulde) PLGA partikels en

bioadhesive minitabletten worden onderzocht.

Organisaties:

• Galenische, industriele farmacie, biofarmacie

• Galenische en industriële farmacie en biofarmacie

Onderzoekers:

• Annick Ludwig

• Kathleen Dillen

Bioafbreekbare en bioerodeerbare oculaire artsenijvormen met gereguleerde afgifte.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Om de beschikbaarheid van oculaire geneesmiddelen te verhogen zullen biocompatibele en bioafbreekbare of bioerodeerbare colloïdale

dragers met reguleerde afgifte ontwikkeld en vergeleken worden met bioadhesive minitabletten.

De formulatie van PLGA nano- of micropartikels zal geoptimaliseerd worden door gebruik te maken van factorial design met als doel inzicht te

verwerven in de verschillende parameters die de fysische eigenschappen van de bereide deeltjes beïnvloeden. De deeltjesgrootte en zetapotentiaal

van de partikels, alsook de geneesmiddelconcentratie in de deeltjes en de afgiftesnelheid zullen bepaald worden voor en na vriesdrogen en

sterilisatie van de bereiding. Bovendien zullen de uitwendige en inwendige structuur van de drager worden bestudeerd.

Vervolgens zal de muco- of bioadhesie van de PLGA partikels worden verbeterd door omhullen met verschillende (kationogene) polymeren om

aldus de precorneale verblijftijd te verlengen.

Ten slotte zullen van de meest beloftevolle bereidingen de in vivo verdraagbaarheid en geneesmiddel- afgifte uit (omhulde) PLGA partikels en

bioadhesive minitabletten worden onderzocht.

Organisaties:

• Galenische en industriële farmacie en biofarmacie

Onderzoekers:

• Annick Ludwig

• Kathleen Dillen

Bioavailability and toxicity of metals in freshwater, estuarine and marine environments.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Bioavailability and toxicity of metals in freshwater, estuarine and marine environments.

Organisaties:

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Ronny Blust

Bioavailability of copper in transitional waters: a novel physiological approach.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds International Copper Association. UA levert aan

International Copper Association de onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in

voorliggend contract.

Organisaties:

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Ronny Blust

Biobanking en dementie mib van alzheimer en glaucoma.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds MRFA. UA levert aan MRFA de onderzoeksresultaten

genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Neurochemie en gedrag

Onderzoekers:

• Peter De Deyn

biochemical and biophysical characterization of small heat shock proteins

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Lab voor Biokristallografie

Onderzoekers:

• Sergei Strelkov

• Michelle Heirbaut

Biochemical and genetic analysis of the drop-dead locus in Drosophila.

K.U.Leuven

Abstract: Edward Blumenthal (senior fellowship, see English summary)

Organisaties:

• Afd. Dierenfysiologie en Neurobiologie

Onderzoekers:

• Jozef Vanden Broeck

Biochemische, elektrofysiologische en ultrastructurele analyse van neurotoxische APP klievingsproducten in transgene

muismodellen voor amyloïdosis.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:


• Neurochemie en gedrag

Onderzoekers:

• Debby Van Dam

• Peter De Deyn

Biochemische en moleculair biologische karakterisatie van de peroxidase isoenzymen die UV-tolerantie bepalen middels

hun effect op plant architectuur en phenol metabolisme in Arabidopsis.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Een essentiële eigenschap van planten is hun vermogen stresssituaties te kunnen antwoorden. Planten die opgegroeid worden bij

natuurlijk zonlicht zijn aangepast aan de heersende UV-B intensiteiten. Hierbij is er een biologisch antwoord waardoor de schade, veroorzaakt door

de UV-reacties, vermeden wordt. Het doel van dit project is de hypothese te testen in hoeverre de expressieniveaus van een klein aantal

peroxidase enzymen niet alleen de UV-bescherming controleren maar daarenboven invloed hebben op de UV-B geïnduceerde morfogenese via

auxinehomeostase. We zullen de UV-gereguleerde peroxidase isoënzymen identificeren d.m.v. proteoomanalyse alsook de UV-bescherming en het

fytohormoonmetabolisme bestuderen in Arabidopsis thaliana waarin deze isoënzymen tot overexpressie gebracht worden.

Organisaties:

• Moleculaire Plantenfysiologie en Biotechnologie

Onderzoekers:

• Yves Guisez

Biochemische en moleculaire karakterisatie van het transporteiwit betrokken in de opname van dehydroascorbaat

doorheen de plant plasmamembraan.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Biochemische en moleculaire karakterisatie van het transporteiwit betrokken in de opname van dehydroascorbaat doorheen de plant

plasmamembraan.

Organisaties:

• Plantenfysiologie

• Moleculaire Plantenfysiologie en Biotechnologie

Onderzoekers:

• Nele Horemans

• Yves Guisez

Biochemische, fysiologische en biologisch-moleculaire studie van nieuwe ribosoom-inactivatie proteïnen van

verschillende plantensoorten .

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: De hoofdinteresse van de Vlaamse groepen gaat uit naar het bestuderen van de fysiologische functie van de ribosoom-inactiverende

proteïen en meer bepaald de rol die ze spelen in de verdediging van de plant . Daaraan gekoppeld wordt de mogelijkheid onderzocht om de genen

van enkele geselecteerde RIPs te gebruiken om cultuurplanten resistentie te verschaffen tegen ziekten en plagen . Losstaand daarvan is er ook

een interesse om nieuwe RIPs te isoleren die kunnen gebruikt worden om immunotoxinen te maken met een verhoogde specifiteit en een

verminderde bijwerking . Uiteraard vergt dit onderzoek naar de functie en de eventuele exploitatie van de RIPs ook een grondige studie van hun

enzymatische en cytotoxische eigenschappen en van hun driedimensionale structuur . Dit laatste aspect is van cruciaal belang wanneer zal

overgegaan worden om door middel van proteinengeneering RIP's met verbeterde eigenschappen te creëren . Een ander belangrijk aspect betreft

de mogelijkheid om toegang te verkrijgen tot plantenmateriaal uit China . Recente ontwikkellingen in het domein van de RIPs doen

immersvermoeden dat er nog heel wat nieuwe RIPs meet interessante eigenschappen kunnen ontdekt worden in plantensoorten dir tot nog toe niet

getest werden op de mogelijke aanwezigheid van deze eiwitten . Uitgaande van deze overwegingen menen we dat het voorgestelde project perfect

past binnen de onderzoeksstrategie van beide Vlaamse groepen .

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• JEAN-PIERRE HERNALSTEENS

Biochemische markers voor een verbeterd diagnostisch onderscheid tussen de ziekte van Alzheimer en dementie met

Lewy lichaampjes.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Neurochemie en gedrag

Onderzoekers:

• Sebastiaan Engelborghs

Biochemisch en neurofarmacologisch onderzoek in een dier model voor cerebrale ischemie: een in vivo microdialyse

studie / Neurochemische en neurofarmacologische studies in diermodellen van de ziekte van Parkinson en ....

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Dit project beoogt de neurobiochemische en neurofarmacologische studie van een aantal neurologische aandoeningen. Er wordt hierbij

gebruik gemaakt van dierexperimentele modellen van de ziektes. Met behulp van in vivo intracerebrale rnicrodialyse, gekoppeld aan HPLC-ECD,

wordt in de extracellulaire ruimte van verschillende hersendelen bij de rat de neurotransmitters dopamine, serotonine , GABA, glutamaat en ook

acetylcholine bepaald na farmacologische manipulatie. Zo werd in het hemi-parkinson model bij de rat de bictransformatie van L-DOPA naar

dopamine bestudeerd in het striatum. In dit project willen we verder de biochemische achtergrond achterhalen van de klassieke combinatietherapie

L-DOPA en muscarine antagonisten. We willen eveneens de biotransformatie van L-DOPA bestuderen in de substantia nigra en in de hippocampus

en in hersenkernen met lage dopaminerge innervatie nl. cerebellum, hersenschors.In een ratmodel van focale limbische epilepsie, ontwikkeld en

gekarakteriseerd in het laboratorium, willen we het biochemisch werkingsmechanisme van nieuwe antiepileptica bestuderen door monitoring van

glutamaat, GABA en dopamine in de hippocampus en het cerebellum van de rat en dit met simultane opname van het EEG. We willen in hetzelfde

model het antiepilepti sch effect nagaan van NMDA- en AMPA-antagoni sten, alsook van Caantagonisten.

Organisaties:

• Farmaceutische Chemie, Analyse van Geneesmiddelen en Geneesmiddelenkennis

• Inwendige Geneeskundige Specialiteiten

Onderzoekers:

• GUY EBINGER

• YVETTE MICHOTTE

• SOPHIE SARRE


Biochemisch en neurofarmacologisch onderzoek van experimentele convulsies bij de rat, door middel van microdialyse.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Doelstelling

Psychomotorische epilepsiecrisissen, meestal van temporale oorsprong, zijn moeilijk te behandelen en betekenen een ernstige aantasting van de

levenskwaliteit. Er gaat dan ook veel aandacht naar ontwikkeling van nieuwe anti-epileptica. Hierbij worden nieuwe molecules gescreened op hun

anticonvulsieve werking via diermodellen van epilepsie. Dergelijke diermodellen kunnen elektrofysiologisch zijn zoals 'minimale electroshock

drempel' of chemisch. In ons project willen we een origineel chemisch dierfarmacologisch model uitwerken voor psychomotorische epilepsie,

waarbij we in de hippocampus en aanverwante strukturen epileptogene moleculen toedienen. Om het effect van deze moleculen te karakteriseren

zullen we via microdialyse tegelijkertijd aminozuurtransmitters (GABA, glutamaat, asparaat) en monoamines (dopamine, noradrenaline, serotonine)

meten. Na deze karakterisatie en selectie van het beste model willen we het model aanwenden om biochemische effecten van anti-epileptica en

hun werkingsmechanismen te bestuderen.

Resultaten

Systemische toediening van de niet-selectieve muscarine receptor agonist pilocarpine wordt sinds enkele jaren gebruikt als diermodel voor complex

partiële aanvallen (Turski et al., 1989). In het onthaallaboratorium werd het systemisch pilocarpinemodel getransformeerd tot een model waarbij 10

mM pilocarpine locaal in de hippocampus van de vrij bewegende rat wordt toegediend gedurende 40 min via de microdialyseprobe aan een debiet

van 2 ml/min. Op deze manier worden focaal geïnduceerde epileptische aanvallen beter gesimuleerd. Neurotransmitterveranderingen werden

opgevolgd door het collecteren van dialysaten van zowel hippocampus als cerebellum (Smolders et al., 1997a). De effectiviteit van een aantal antiepileptica

in dit model werd uitgetest (Smolders et al., 1997a; 1997c). Bovendien werd dit pilocarpinemodel gekarakteriseerd wat betreft zijn

aangrijpingspunten en de oorsprong van de geobserveerde neurotransmittervrijgave (Smolders et al., 1997b).

Referenties

I. Smolders, K. Van Belle, G. Ebinger and Y. Michotte. Hippocampal and cerebellar extracellular amino acid levels during pilocarpine-induced

seizures in freely moving rats as measured by microdialysis. Eur. J. Pharmacol. 319 (1997a) 21-29.

I. Smolders, G.M. Khan, J. Manil, G. Ebinger and Y. Michotte. NMDA receptor-mediated pilocarpine-induced seizures: characterization in freely

moving rats using microdialysis. Br. J. Pharmacol. 121 (1997b) 1171-1179.

I. Smolders, G.M. Khan, H. Lindekens, S. Prikken, J. Manil, G. Ebinger and Y. Michotte. Effectiveness of vigabatrin against focally evoked

pilocarpine-induced seizures and concomitant changes in extracellular hippocampal and cerebellar glutamate, GABA and dopamine levels, a

microdialysis-electrocorticography study in freely moving rats. J. Pharmacol. Exp. Ther. 283 (1997c) 1239-1248.

L. Turski, I. Ikonomidou, W. A. Tursli, Z.A. Bortolotto and E.A. Cavalheiro. Review: Cholinergic mechanisms and epileptogenesis. The seizures

induced by pilocarpine. Synapse 3 (1989) 154-171.

Organisaties:

• Farmaceutische Chemie, Analyse van Geneesmiddelen en Geneesmiddelenkennis

• Inwendige Geneeskundige Specialiteiten

Onderzoekers:

• GUY EBINGER

• YVETTE MICHOTTE

Biocompatibiliteit en cariogeniciteit van composiet tandvulmaterialen.

K.U.Leuven

Abstract: Ondanks een intensief klinisch gebruik gedurende meer dan 20 jaar zijner nog belangrijke aspecten met betrekking tot de

biocompatibiliteit encariogeniciteit van composiettandvulmaterialen (witte vullingen)onbekend. Omdat composieten nooit volledig polymeriseren bij

plaatsingin de mond (uithardingsgraad 50-60%), kunnen verschillendecomposietcomponenten vrijkomen. Hoewel de klinische observaties

eerdergeruststellend zijn, zijn er meerdere alarmerende artikels in deliteratuur die gewag maken van mogelijke biotoxische effecten die doorde

vrijgezette componenten kunnen opgewekt worden (allergeniciteit,cytotoxiciteit, mutageniciteit, reproductieve toxiciteit). Daarnaastwordt beweerd

dat composieten cariës promoten, omdat de vrijgezettemonomeren een goede voedingsbodem zouden vormen voor cariogenebacteriën. Met dit

translationeel onderzoeksproject willen we de brugvormen tussen de verontrustende literatuur en de geruststellendeklinische observaties. De

biocompatibiliteit zal multidisciplina

Organisaties:

• Conserverende Tandheelkunde

Onderzoekers:

• Marc Quirynen

• Filip Meersman

• Peter Hoet

• Bartholomeus Van Meerbeek

• Eric Nies

• Jan Tytgat

• Wim Teughels

• Kirsten Van Landuyt

Biocompatibiliteit en cariogeniciteit van kunstharsgebaseerde tandvulmaterialen.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Conserverende Tandheelkunde

Onderzoekers:

• Lode Godderis

• Bartholomeus Van Meerbeek

• Marleen Peumans

• Kirsten Van Landuyt

Biocompatibiliteit van koolstof nanotubes in chronische multielectrode implantaten in het centrale zenuwstelsel van de

rat.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Multielectrode hersenimplantaten vertegenwoordigen een boeiende verwezenlijking van neuroengineering. Chronische toepassing wordt

beperkt door de vreemd lichaam afweerreactie van hersenweefsel. Koolstof nanotubes (CNTs) zijn interessante nieuwe nanomaterialen gebruikt

om een interface te vormen tussen de elektroden en de hersenen. Het doel van dit project is het verhelderen van lange-termijn weefsel reacties op

CNTs-gecoate multielektroden.

Organisaties:

• Theoretische neurobiologie en neuroengineering

Onderzoekers:


• Emanuele Cilia

Biodegradeerbare fluïdica microsystemen voor celculturen en tissue engineering.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Embryo en Stamcellen

Onderzoekers:

• Catherine Verfaillie

Biodiversiteit en ecologie van de ichthyofauna van het Midden- en Boven- Kongobekken: een case study in de streek van

de Wagenia-watervallen.

K.U.Leuven

Abstract: De Kongostroom bevat de grootste rijkdom aan vissoorten van het Afrikaanse continent en is op wereldvlak de tweede wat soortenrijkdom

betreft, na het Amazonebekken. Deze vissen vormen een belangrijke voedselbron voor de lokale bevolking en hoewel het Kongobekken een

hotspot is van biodiversiteit, is de visfauna slechts weinig bestudeerd. De meeste biodiversiteitsstudies dateren vanuit de koloniale periode. Ook

ontbreken moderne ecologische studies. Dit heeft grotendeels te maken met de moeilijke politieke en socio-economische situatie van de regio

gedurende de laatste decennia. Een belangrijk wetenschappelijk obstakel op dit moment is echter de gebrekkige taxonomische basis om de te

bestuderen vissen correct te identificeren.Het project wil twee belangrijke doelstellingen realiseren: een studie van de diversiteit aan vissen van het

Kongobekken in de streek rond Kisangani en de ecologie van de betrokken soorten in kaart brengen. Hierbij zal een vergelijking gemaakt worden

tussen een a

Organisaties:

• Afd. Ecologie, Evolutie en Biodiv.behoud

Onderzoekers:

• Joseph Snoeks

Biodiversiteit en fylogenie van de Typhloplanidae Graff, 1905 (Rhabdocoela: Dalytyphloplanida)

Universiteit Hasselt

Abstract: Met ongeveer 300 gekende soorten vormen de Typhloplanidae één van de soortenrijkste families binnen de vrijlevende platwormen. Het

is echter niet de grote hoeveelheid aan soorten die deze groep zo interessant maakt, maar wel het feit dat zij een grote verscheidenheid vertoont

voor wat betreft de morfologie en de ecologie van de verschillende soorten. De meeste soorten komen uitsluitend in het zoetwater voor, terwijl

andere enkel in het mariene milieu worden teruggevonden. Interessanter is echter dat er heel wat soorten zijn die zich aangepast hebben aan een

leven in semi-terrestrische habitats, wat zeer uitzonderlijk is voor vrijlevende platwormen. Verschillende soorten hebben ook een permanent

samenlevingsverband opgebouwd met ééncellige groenwieren, die intern in het lichaam van het dier leven (endosymbiose). Tenslotte komt de

groep over de hele wereld verspreid voor, wat vragen oproept omtrent het ontstaan van deze wereldwijde verspreiding, vermits de dieren niet in

staat zijn om zich over verre afstand te verplaatsen.

Meerdere groepen binnen de Typhloplanidae staan ook bekend om het feit dat soorten op basis van morfologische kenmerken haast onmogelijk te

onderscheiden zijn. Dit hindert in grote mate een grondige studie van deze interessante dieren, zowel voor wat betreft ecologie als biodiversiteit.

Een grondige moleculair gebaseerde studie dringt zich op.

Een laatste interessant punt is dat verschillende soorten blijkbaar een zeer grote verspreiding kennen, en op verscheidene continenten worden

teruggevonden. Vermoedelijk handelt het hier niet om één soort, maar om meerdere, morfologische niet te onderscheiden soorten (zogenaamde

cryptische biodiversiteit), wat de groep bijzonder interessant maakt voor de evaluatie van DNA-barcoding, een hot-topic binnen het moderne

biodiversiteitsonderzoek.

In dit project worden drie doelstellingen nagestreefd:

1. Door middel van fylogenetische analyses het evolutief ontstaan nagaan van de wereldwijde verspreiding, de verschillende habitatkeuzes en het

ontstaan van de endosymbiose met groenwieren binnen de Typhloplanidae.

2. Een kader opstellen, gebaseerd op moleculaire merkers en morfologie, om soorten binnen problematische groepen te herkennen.

3. Door middel van de studie van een aantal kosmopoliete soorten nagaan of er inderdaad sprake is van cryptische biodiversiteit, en een evaluatie

maken van de bruikbaarheid van DNA-barcoding bij platwormen.

Om tot bevredigende resultaten te komen zullen de analyses gebeuren op een zo groot mogelijk aantal soorten, die op verschillende plaatsen

dienen verzameld te worden. Dit zal ongetwijfeld leiden tot de ontdekking van heel wat nieuwe soorten, die in meerdere publicaties beschreven

zullen worden. De analyses zullen bovendien gebeuren in een gecombineerd morfologisch-moleculaire benadering, waarbij meerdere genen

gebruikt zullen worden. Het moleculair fylogenetisch onderzoek, gekoppeld aan een ecologische vraagstelling zoals boven weergegeven, en het

DNA-barcoding luik, zijn momenteel hot-topics in het modern fylogenetisch onderzoek, en kunnen ongetwijfeld leiden tot meerdere publicaties in

toptijdschriften. Een kwantitatief zowel als kwalitatief hoogstaande output is dan ook verzekerd.

Organisaties:

• Dierkunde: Biodiversiteit en Toxicologie

• Centrum voor Milieukunde

Onderzoekers:

• Tom ARTOIS

Biodiversiteit in een arctisch ecosysteem: rol van dispersia, kolonisatie en resistentie aan klimaatextremen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Biodiversiteit in een arctisch ecosysteem: rol van dispersia, kolonisatie en resistentie aan klimaatextremen.

Organisaties:

• Polaire Ecologie, Limnologie en Paleobiologie

• Ecosysteembeheer

Onderzoekers:

• Lodewijk Beyens

Biodiversiteit in een arctisch ecosysteem : rol van dispersie, kolonisatie en resistentie aan klimaatsextremen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Global Warming en zeespiegelstijging worden doorgaans in één adem vernoemd, waarbij de Groenlandse ijskap één der focuspunten is.

Modellen leren immers dat wanneer de opwarming meer bedraagt dan 2.7°C, deze ijskap vermoedelijk zal verdwijnen (Pearce 2000). Haast alle

prognoses voorspellen dat Groenland nog meer zal opwarmen. Naast de zeespiegelstijging zijn er evenwel nog andere ingrijpende fenomenen:

primo bij het afsmelten op deze hogere breedtegraden komt er land vrij dat door biota gekoloniseerd kan worden, en secundo de zuidelijke grens

van het noordpoolgebied schuift naar het noorden op. M.a.w. het poolgebied zal enerzijds inkrimpen, anderzijds kan er een nieuw ecosysteem

ontstaan op het vrijgekomen land. Waarom nieuw? Omdat de condities i.v.m. dispersie en brongebieden van biota veranderd zullen zijn. In

concreto betekent dit dat de diversiteit om diverse redenen zal veranderen. Dit project wil dit procesmatig benaderen door aspecten van

biodiversiteit te bestuderen in een gebied met overgangskenmerken, namelijk de toendra op Disko eiland (West-Groenland). Door dit eiland lopen


twee klimatologisch bepaalde grenszones: de overgang van discontinue naar continue permafrost, en de overgang van de Lage Arctis naar de

Hoge Arctis. Het is een gebied met een vrij hoge diversiteit, dat bij opwarming als brongebied kan fungeren voor kolonisatieprocessen richting

noord en oost. Om dit proces modelmatig te kunnen benaderen moet evenwel de vraag gesteld worden naar de oorsprong van de huidige

diversiteit. Onze aandacht gaat hierbij naar processen die een rol spelen bij het tot stand komen van deze huidige diversiteit, namelijk dispersie (I)

en kolonisatie (II). Daarnaast speelt ook de stabiliteit (III) van de aanwezige populaties (locale extincties t.g.v. verstoring, i.h.b. klimatologische) een

rol in de het behoud en de regulering van diversiteit. Als toetssteen voor recente en verwachte toekomstige diversiteitstrends worden paleofluctuaties

(IV) van diversiteit onderzocht in veenlagen.

Organisaties:

• Planten- en vegetatie ecologie

• Planten- en vegetatie-ecologie

Onderzoekers:

• Ivan Nijs

Biodiversiteitsstudies van zeewieren en stekelhuidigen in de transitiezone tussen gematigd zuidelijk Afrika en de

tropische westelijke Indische Oceaan.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: De fylogenetische relaties tussen de levende klassen echinodermen (Holothuroidea, Asteroidea, Echinoidea, Crinoidea en Ophiuroidea)

zijn voor evolutionaire biologen nog steeds grotendeels enigmatisch. De fylogenie van de Asteroidea, Crinoidea Ophiuroidea en Echinoidea werden

door middel van vergelijkend morfologisch en moleculair onderzoek grotendeels opgelost. De fylogenie en de evolutie van de zeekomkommers

daaerentegen berust nof steeds grotendeels op vergelijkend morfologisch onderzoek en heeft tot op heden geen consensus opgeleverd. Door

middel van sequentievergelijking van mitochondriale en nucleaire eiwit-coderende genen zal dit onderzoek ten eerste de evolutie en fylogenie van

de Holothuroidea binnen de Echinodermata en ten tweede de evolutie en fylogenie van de Aspidochirotida binnen de Holothuroidea ophelderen.

Deze data zullen ons derhalve in staat stellen om de huidige systematische relaties binnen de Echinodermata en de Holothuroidea in het bijzonder

te herzien. deze informatie is essentieel bij het opstellen va beheersplannen voor deze overgeëxploiteerde fauna. Zo zal als onmiddelijke

toepassing van deze moleculaire systematiek de herkenning van echinodermenlarves mogelijk worden, waardoor reële populatiestructuren beter

ingeschat zullen kunnen wordne. Het studiemateriaal zale reeds bestaande collecties uit Oostelijk-Africa omvatten, naast aangevraagde collecties

uit Zuid-Africa Indonesië en Ecuador.

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• MARIE-HERMANDE DARO

• Yves SAMIJN

Biodiversiteit van Nematoda: een belangrijke maar vaak vergeten component van het mariene benthos

Universiteit Gent

Abstract: Dit project bestudeert de populatiegenetische structuur en cryptische diversiteit van enkele mariene nematodenmorfospecies, alsook

autecologische verschillen tussen nauw verwante nematodensoorten door middel van labo-experimenten. Nieuwe soorten zullen worden

beschreven, en een uitgebreide dataset van sequenties van diverse loci zal worden opgebouwd en als referentiedatabase gebruikt voor 'next

generation sequencing'-methodes voor de analyse van de gemeenschapsstructuur en diversiteit van mariene nematoden.

Organisaties:

• Vakgroep Biologie

Onderzoekers:

• Tom Moens

Bio-elektromagnetisch software-platform voor computerondersteunde transcraniële magentische stimulatie en

conductiviteitsbepaling

Universiteit Gent

Abstract: We bestuderen nauwkeurige methoden voor het numeriek oplossen van bio-elektromagnetische problemen die daarna gekoppeld kunnen

worden aan TMS en MRI. Meer concreet ontwikkelen we een software-platform om (1)de impact van huidige TMS stimulatoren op het neurologisch

systeem te berekenen; (2)optimalere TMS spoelconfiguraties te ontwerpen; (3)de patiëntspecifieke conductiviteitswaarden van de verschillende

hersenweefsels te schatten met behulp van een MR-gebaseerde techniek IC-MREIT.

Organisaties:

• Vakgroep Elektrische energie, systemen en automatisering

Onderzoekers:

• Luc Dupré

Bioengineering measurements on the human skin and dermato-cosmetic topical products for human skin and more

particularly to the efficacy testing in vivo on human skin using clinical evaluations and non invasive bioengineering

methods.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: The consultancy relates generally to the field of bioengineering measurements on the human skin and dermato-cosmetic topical products

for human skin and more particulary to the efficacy testing in vivo on human skin using clinical evaluations and non invasive bioengineering

methods

Organisaties:

• Biometrie en Biomechanica

Onderzoekers:

• PETER CLARYS

Bioethanol Production from Lignocellulosic Biomass

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Centr. Microbiële en Plantengenetica

Onderzoekers:

• Kevin Verstrepen

• Kristiaan Willems

• Vaskar Mukherjee

Biofarmaceutische en farmacokinetische factoren die de biologische beschikbaarheid van oraal toegediende HIV

proteaseremmers bepalen.


K.U.Leuven

Abstract: normal">


Onderzoekers:

• PETER BOTTENBERG

Biologie en controle van vector-overdraagbare infecties in Europa (EDENext)

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd

in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Evolutionaire ecologie

Onderzoekers:

• Herwig Leirs

Biologie en ecologie van bacteriële en fungale biofilmen bij de mens.

K.U.Leuven

Abstract: De algemene doelstelling van deze onderzoeksgemeenschap is om het ontstaan en de structuur van bacteriële en fungale biofilmen bij de

mens beter te begrijpen zodat er op termijn doeltreffende kan tegen opgetreden worden. De vorming van een biofilm gebeurt in verschillende

stappen waarbij eerst cellen zich vasthechten op een substraat. Naast adhesie aan het substraat zijn ook cel-cel interacties (in het geval van

polymicrobiële biofilmen is dit tussen cellen van verschillende microbiële species) belangrijk voor de ontwikkeling, structuur en de activiteit van een

biofilm. Naast celwand gerelateerde componenten is microbiële communicatie (quorum sensing) hierbij essentieel. Een belangrijk onderzoekstopic

zal dan ook het bestuderen van cel-cel interacties in biofilmen zijn. Een ander belangrijk onderzoekstopic in het netwerk behandelt de vraag naar de

onderliggende mechanismen van de sterk verhoogde resistentie van cellen aanwezig in een biofilm tegenover antimicrobiële producten. De vraag

Organisaties:

• Afd. Molec. Microbiol. & Biotechnologie

Onderzoekers:

• Patrick Van Dijck

Biologie en ecologie van bacteriële en fungale biofilmen bij de mens.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Laboratorium voor Microbiologie, Parasitologie en Hygiëne (LMPH)

Onderzoekers:

• Paul F R C M Cos

Biologie en immunomodulatie met dendritische cellen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dendritische cellen zijn de voornaamste spelers in het immuun systeem. De B- en T-cellen worden gestuurd door de dendritische cellen

die fungeren als iniators en regelaars van het immuun systeem. Nu deze cellen in voldoende aantallen beschibaar zijn, kan de fysiologie van deze

cellen bestudeerd worden in verschillende biologische omstandigheden onder meer in gevallen van kanker, allergieën en transplantatie.

Organisaties:

• Hematologie en bloedtransfusie

• VAXINFECTIO

Onderzoekers:

• Zwi Berneman

Biologie en pathobiologie van de progenitorcelniche in de lever.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Veel volwassen zoogdierweefsel bevatten adulte somatische progenitorcellen (ASPCs) in gespecialiseerde micro-omgevingen (lokale

adulte progenitorcelniches [³,4]), bestaande uit verschillende celtypes (ASPCs, 'transit amplifying cells" (TACs), niet-stam nichecellen) en

axtracellullaire matrix [1,2].

In de lever functioneren de kanalen van Hering (KvH) die aansluiten op de terminale galwegen (TWG) als microscopische progenitorcelniches [5,8].

Beide ontstaan in het embryo uit de endodermale cellaag van de ductale platen [9,10], die aan beide zijden mesenchymale cellen [11,12] bevatten.

Sommige van deze endodermale en mesenchymale cellenbehouden tijden de embryonale en postnatale ontwikkeling hun

progenitorceleigenschappen.

In gevorderde menselijke leverziekten en in veel experimentele proefdiermodellen van leverlijden, zijn hepacyten in een toestand van replicatieve

secescentie [13,14]. De progenitorcellen trachten hiervoor te compenseren door te delen en nieuwe hepacyten te genereren[15]. Deze verhoogde

en langdurige stimulering van de leverprogenitorcellen verhoogt de kans op maligniteit [16]. Inzicht in het leverprogenitorcel-compartiment zal ons

beter de pathogenese van vele leverziekten en de ontogenese van leverkankers doen begrijpen. Op therapeutisch vlak kan dit leiden tot autologe of

allogene celtransplantatie, en tot behandeling van chronische leverziekten via tijdelijke stimulering van de proliferatie van locale progenitorcellen.

Organisaties:

• Celbiologie en Histologie

Onderzoekers:

• ALBERT GEERTS

• Leonardus VAN GRUNSVEN

Biologie en pathobiologie van de progenitorcelniche in de lever.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Veel volwassen zoogdierweefsel bevatten adulte somatische progenitorcellen (ASPCs) in gespecialiseerde micro-omgevingen (lokale

adulte progenitorcelniches [³,4]), bestaande uit verschillende celtypes (ASPCs, 'transit amplifying cells" (TACs), niet-stam nichecellen) en

axtracellullaire matrix [1,2].

In de lever functioneren de kanalen van Hering (KvH) die aansluiten op de terminale galwegen (TWG) als microscopische progenitorcelniches [5,8].

Beide ontstaan in het embryo uit de endodermale cellaag van de ductale platen [9,10], die aan beide zijden mesenchymale cellen [11,12] bevatten.

Sommige van deze endodermale en mesenchymale cellenbehouden tijden de embryonale en postnatale ontwikkeling hun

progenitorceleigenschappen.

In gevorderde menselijke leverziekten en in veel experimentele proefdiermodellen van leverlijden, zijn hepacyten in een toestand van replicatieve

secescentie [13,14]. De progenitorcellen trachten hiervoor te compenseren door te delen en nieuwe hepacyten te genereren[15]. Deze verhoogde

en langdurige stimulering van de leverprogenitorcellen verhoogt de kans op maligniteit [16]. Inzicht in het leverprogenitorcel-compartiment zal ons


eter de pathogenese van vele leverziekten en de ontogenese van leverkankers doen begrijpen. Op therapeutisch vlak kan dit leiden tot autologe of

allogene celtransplantatie, en tot behandeling van chronische leverziekten via tijdelijke stimulering van de proliferatie van locale progenitorcellen.

Organisaties:

• Celbiologie en Histologie

Onderzoekers:

• ALBERT GEERTS

• Leonardus VAN GRUNSVEN

Biologie van de humane natieve en gereconstrueerde voorste kruisband

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Biomech.,-implantaten & Tissue Engin.

Onderzoekers:

• Johan Bellemans

Biologische basis voor B cel transplantatie bij diabetes.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Onderzoek naar de biologische basis voor B cel transplantatie bij diabetes.

Organisaties:

• Pathologische Biochemie en Fysiologie

Onderzoekers:

• DANIEL PIPELEERS

• MARNIX VAN DE WINKEL

• ZHIDONG LING

Biologische Basis voor Beta-Cel Transplantatie.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: In 1990 hebben we een multicenterprogramma gestart waarin humane Beta-cellen worden geïsoleerd in een centrale eenheid en ter

beschikking gesteld voor, eenerzijds, een klinische trial over Beta-celtransplantatiebij diabetici en anderzijds, een basis research project dat de

mogelijke oorzaken van entfalen onderzoekt en strategieën ontwikkeld om ze te vermijden. Klinische en basisresearch met humane Beta-cellen

wordt echter sterk gehinderd door het tekort aan donorweefsel en door de hoge kost van de celbereiding. Twee zijprojecten werden daarom gestart

om in de toekomst te kunnen beschikken over grotere en goedkopere bronnen; in het eerste wordt gezocht naar Beta-cel precursors in de humane

pancreas, in het tweede worden foetale big Beta-cellen geïsoleerd en bestudeerd als mogelijk model voor diabetesonderzoek en therapie. De

verlenging van het FWO-programma G.3057.94 wordt nu gevraagd voor 2 jaar, maar antwoorden zoeken op de gestelde vragen zal zeker een

langere tijd vergen.

Organisaties:

• Pathologische Biochemie en Fysiologie

Onderzoekers:

• DANIEL PIPELEERS

• BART KEYMEULEN

• ZHIDONG LING

Biologische controle van wortelgalnematodeninfecties in rijst en tomaat door gebruik te maken van endofyt schimmels

Universiteit Gent

Abstract: In dit project wordt de plantenrespons in tomaat en rijst na nematoden-infectie en inoculatie met endofyten of beide bestudeerd op

moleculair vlak met behulp van Q-PCR. Bepaalde endofyten zoals endomycorhizae blijken de plantenafweer te stimuleren. Er zal gefocuseerd

worden op de plantenafweer- en hormoonpathways om aldus de respons beter te begrijpen.

Organisaties:

• Vakgroep Moleculaire biotechnologie

Onderzoekers:

• Godelieve Gheysen

Biologische en seksuologische aspecten van seksualiteit

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Seksuele-Pelviene-Reprod.-Famil.studies

Onderzoekers:

• Paul Enzlin

• Luc Gijs

• Ellen Van Houdenhove

Biologische factoren voor regeneratie van de betacelmassa in diabetes.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het project is bedoeld om andere biologische verbindingen met regeneratief vermogen die, alleen of in combinatie met VEGF bloot te

leggen en de slagingspercentage te verhogen, en zo de besturing van beta cel regeneratie door transplantatie van geactiveerde macrofagen te

controleren.

Organisaties:

• Medische Biochemie

Onderzoekers:

• Henry HEIMBERG

Biologische merkers voor dementie (BIODEM).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de

onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Organisaties:

• Neurochemie en gedrag


Onderzoekers:

• Sebastiaan Engelborghs

Biologische systemen en moleculair genetisch onderzoek van de genregulatie in Sacchormyces cerevisiae.

K.U.Leuven

Abstract: Biologische systemen en moleculair genetisch onderzoek van de genregulatie in Sacchormyces cerevisiae in het licht van biofuel

productie en menselijke geneeskunde.

Organisaties:

• Centr. Microbiële en Plantengenetica

Onderzoekers:

• Kevin Verstrepen

• Aaron New

Biologisch-geïnspireerde coördinatie en sturing in grootschalige dynamische systemen (BioCo3).

K.U.Leuven

Abstract: This interdisciplinary project (involving computer science, biology, operations research and logistics expertise) studies decentralized

approaches for controlling large-scale, dynamic systems - e.g. for controlling a large number of vehicles that need to accomplish transporttasks for

clients (package delivery service). Achieving efficient and effective collective behavior is known to be quite a challenge, esp. if the systems are large

in scale and submitted to changing operating conditions.Complex collective behaviour occurs in many socio-biological systems. Social insects, e.g.,

are able to find the shortest path to food sourceswithout any central control, or can build enormously complex nests withbuilt-in ventilation systems,

or divide the work such that the chances of survival are optimal.Some socio-biological mechanisms for collective behavior have already been

studied in the context of computing (e.g. stigmergy and digital pheromones, or in discrete optimization techniques, such a

Organisaties:

• Afdeling Informatica

Onderzoekers:

• Tom Wenseleers

• Tom Holvoet

• Wouter Joosen

• Paul Valckenaers

• Alexander Helleboogh

• Daniel Weyns

• Greet Vanden Berghe

Biologisch platform voor Beta cel therapie in Diabetes

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Biologisch platform voor Beta cel therapie in Diabetes

Organisaties:

• Pathologische Biochemie en Fysiologie

Onderzoekers:

• DANIEL PIPELEERS

Biomacromoleculaire interacties van polyadhesinen bij de fimbriële biogenese aan het buitenmembraam van Escherichia

coli, in biofilms en met hun eukaryote receptoren.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Inleiding Adhesie is een eerste en kritische stap in de kolonizatie van zoogdierepithelium door commensale en pathogene bacteriën.

Bacteriën maken hiervoor op hun celoppervlak lange, harige polymere organellen aan, bestaande uit een aanéénschakeling van

proteïnesubeenheden met een immunoglobuline(Ig)-vouwing. Deze pili of fimbriae zijn primaire aanhechtingswerktuigen van de bacteriën die ook

aanleiding kunnen geven tot bacteriële invasie, afhankelijk van de receptoren herkend op het geïnfecteerde weefsel [1]. Fimbriae spelen ook een

belangrijke rol in homotypische interacties zoals in biofilms, zowel buiten [2] als binnenin de geïnfecteerde cellen [3], en vormen aldus een

belangrijk onderdeel van de pathogene cyclus die de bacteriën doorlopen. Er bestaat een grote verscheidenheid in het voorkomen van fimbriae en

pili, alsook in de aard van de receptoren die ze herkennen. Type 1 en P pili zijn rigide staafjes van ongeveer 1 ?m lang die gevormd worden door

een rechtsdraaiende helix met zo'n 3.2 Ig-subeenheden per draai. Op het fibrillair uiteinde van deze pili bevindt zich een bacterieel adhesine dat

specifieke glycoproteïnen en/of -lipiden herkent. Deze tip adhesinen hebben twee domeinen (two-domain adhesin, TDA), een suikerbindend- en

een pilinedomein. Daarnaast hebben pili en fimbriae een affiniteit voor componenten van de extracellulaire matrix (ECM, bvb collageen) of lumen

(bvb Tamm-Horsfall glycoproteïne, THP, in urine) op een manier die meer dan alleen het adhesine aan de tip omhelst. Fimbriae zijn flexibeler en

verschillende ?ms-lang en blijken beter geschikt om aan te hechten aan onregelmatige celoppervlakken zoals microvilli in de darm. Sommige

fimbriae zijn zo fijn dat ze oorspronkelijk waargenomen werden als kapsules (bvb. K88, de oude benaming voor F4) of sheets (het F1 antigen van

Yersinia pestis). Bacteriële adhesie van enterotoxigene Escherichia coli (ETEC) stammen door fimbriae (bvb F4, F5, F6, F17, F18 en F41)

veroorzaakt diarrhea in pasgeboren kalfjes, lammetjes en geitjes (F17) of pasgespeende varkentjes (F4), terwijl bvb de relatie tussen F18 fimbriae

en het Shiga-toxine Stx2e tot de gevaarlijke slingerziekte bij varkens kan leiden. F4 en F5 fimbriae zijn polyadhesinen, wat wil zeggen dat het

hoofdpiline (= SDA, single domain adhesin) de adhesieve eigenshap draagt. De kristalstructuur van het F4 polyadhesine toont een lineaire

suikerbindingssite die zich als een gordel rond de molecule slingert [4]. Dit komt goed overeen met de voorkeur voor de Glc(?1-4 of - 6)Glc

disaccharide-eenheden van natuurlijke polysacchariden, zoals bepaald op een glycaan microarray. In de biogenese van pili en fimbriae in Gramnegative

bacteriën is enerzijds genexpressie sterk gereguleerd, anderzijds zijn er helperproteïnen onder de vorm van periplasmatische chaperons

en een buitenmembraan portier, genaamd usher, voorzien binnen het pilus operon. De grote gemeenschappelijke factor van pili en fimbriae is het

missen van de 7de, C-terminale ?-streng in de Ig-vouwing van hun structurele eiwitten, de pilinen. De sterische chaperon voorkomt dat het piline

misvouwt ten gevolge van het gebrek aan de C-terminale ?-streng. Het stabiliseert het piline door het verlenen van een donorstreng en presenteert

het piline assemblage-competent aan de usher, klaar voor donorstrenguitwisseling van de chaperon donorstreng met de N-terminale donorstreng

van het piline afkomstig van een volgend inkomend chaperon-piline complex aan de usher. De finale, vervolledigde Ig-vouwing van de pilinen

bepaalt meteen ook de stabiliteit van de fimbriae. Pili worden verder gestabilizeerd door quaternaire interacties tussen de subeenheden. Een

recombinant, donorstreng-gecomplementeerd piline kan wel op zichzelf vouwen, zonder de hulp van een chaperon [5]. Recente tot heet-van-denaald

structuren van celadhesieproteïnen, die stabiele interacties of signaaltransductie bemiddelen tussen zoogdiercellen, laten ons

verbazingwekkende gelijkenissen zien met fimbriae, zoals het belang voor adhesie van het aantal Ig-modules en inter-Ig-domein interacties in deze

fibrillaire structuren [6-8]. Het belang van het aantal Ig-modules in cel-cel contacten wordt stilaan ook duidelijker met kristalstructuren zoals deze

van het receptorproteïne tyrosine phosphatase ? (RPTP?). RPTP? ageert als een spacer-clamp in celadhesie met een afstand tussen de cellen die

bepaald wordt door het aantal Ig-modulen in zijn ectodomein [6]. Zo ook wordt de lengte van fimbriae gecontroleerd door minor pilinen, zoals FedE

en FedF voor F18 [9], maar de relatie van fimbriële lengte met celadhesie is niet bestudeerd. De defosfatase activiteit van het cytoplasmatische

gedeelte van RPTP? stabilizeert de celadhesie, in tegenstelling tot fosforylatie dat typisch celsignalizatie triggert. Bacteriën maken handig gebruik

van gastheercelreceptoren die betrokken zijn in signalizatie en celadhesie. Recent werd ontdekt dat het FimH 2 - 2 - tipadhesine op een glycaanafhankelijke

manier aan ?3?1 integrinen bindt, wat invasie van blaascellen door uropathogene E. coli vergemakkelijkt [1]. ?3?1 integrinen komen

universeel op het blaasepithelium voor. Integrinen zijn heterodimere, integrale membraanproteïnen die de ECM linken aan het cytoskeleton via een


transmembranaire helix. Ze interageren met intercellulaire celadhesiemoleculen (ICAMs), fibronectine of laminine, die een geconserveerd

glutamaat dragen voor de interactie met het ? metaalion afhankelijk domain (MIDAS), alsook een RGD motief (ArgGlyAsp) voor de interactie met

het ? MIDAS domein. Voor een aantal fimbriae is geweten dat ze glycaan-afhankelijk interageren met fibronectine of laminine, wat onrechtstreeks

hun interacties met integrinen zou kunnen bemiddelen. Algemene vraagstellingen 1) Wat is de structurele rol van proteïne-koolhydraat interacties

en van de glycosylatie van de celreceptoren van de gastheer in de specificiteit en affiniteit van fimbriae van enterotoxigene E. coli (ETEC) en in E.

coli biofilms? 2) Welke zijn de macromoleculaire, structurele aspecten van de interacties gemaakt tussen de fimbriële, multi-Igmodulaire

polyadhesinen en hun receptoren en van de homotypische interacties in biofilms? 3) Hoe richt de fimbriële biogenese machinerie met de

donorstreng complementatie en -uitwisseling zich naar celadhesie en -signalizatie? In hoeverre zijn er parallellen te trekken met eukaryote

celadhesie en in welke mate maken pathogene bacteriën van dezelfde celadhesie en -signalizatie mechanismen en -toegangspoorten gebruik?

Studieonderwerpen en uitvoering in functie van de algemene vraagstellingen en de voorziene technieken ETEC fimbriae die darminfecties

veroorzaken bij dieren vormen het studieonderwerp om twee hoofdredenen. Langs de kant van de bacterie wordt er met ETEC fimbriële systemen

al meteen een grote voorsprong gemaakt door het bestaan van de bijzondere polyadhesinen (F4, F5), waarvan de hoofdpilinen (SDAs) de

adhesieve eigenschappen dragen. Een aantal ETEC fimbriae (F4, F5, F6, F17 en F18) zijn reeds onder studie in het laboratorium. Tevens bestaat

er de mogelijkheid om polyadhesinen aan te maken via het aaneenrijgen van TDA suikerbindende domainen (F17, F18). Periplasmatische

chaperons, de usher, en de adhesinen zullen deel uitmaken van deze doctorale studie. Het aanwenden van meerdere fimbriële systemen verhoogt

de slagingskansen op voldoende expressie van deze moeilijke constructies. Er is evenwel een focus op F4 (fae, Fig. 1) en F6 (fas, Fig. 2) fimbriae.

F6 fimbriae hebben het FasG TDA, waarvan het stabiele suikerbindingsdomein aangemaakt kan worden. F4 fimbriae lenen zich tot het construeren

van multimodulaire polyadhesinen van donorstreng-gecomplementeerde SDAs. Langs de kant van de gastheer wordt de keuze voor fimbriae van

dierlijke enterotoxigene E. coli gemotiveerd door de toegang tot intestinale microvilli van receptor-positieve biggetjes en enterocytculturen [10].

Zowel monolagen van enterocyten als het intestinaal epithelium gedifferentiëerd met microvilli zullen gebruikt worden voor het testen van de

interacties met de ETEC stammen. Dat is belangrijk voor de studie van bacteriële adhesie, invasie en signaaltransductie in hun celbiologische

context. 1) Rol van glycosylatie van receptoren voor de fimbriae in ETEC adhesie. Asparagine-gebonden glycanen worden geëxtraheerd vanaf de

relevante intestinale microvilli, gezuiverd met behulp van HPLC en gekoppeld op microarrays, in samenwerking met Dr. Manfred Wuhrer aan het

Leids Universitair Medisch Centrum [11]. Met deze unieke glycaan arrays zal er gezocht worden naar de natuurlijke koolhydraatreceptoren voor de

fimbriae. Simultaan wordt voorkomen dat de meest specifieke glycaanreceptoren gemist worden, wat een probleem is met synthetische glycaan

arrays. Eerst wordt er met de microvilli zowel bacteriële adhesie als inhibitie daarvan getest. Hemagglutinatie, Western blots en ELISAoverleganalyses

laten toe dieper in te gaan op de opgepikte of eerder geïdentificeerde receptoren. Eén van de reeds beschreven

glycoproteïnereceptors voor F4 fimbriae is het lactadherine, aanwezig in zeugenmelk [12]. Het draagt het RGD motief voor integrinen dat

onrechtstreeks celadhesie zou kunnen bemiddelen. Surface plasmon resonance (SPR), dual polarization interferometrie (DPI) en isothermische

titratie calorimetrie (ITC) zullen gebruikt worden om de thermodynamische en kinetische parameters van de interacties tussen de adhesinen en hun

suikerreceptor en hun conformationele veranderingen, volgend op de binding, te meten. 2) Multi-Ig-domeinen van het F4 SDA. De Ig-vouwing, die

typisch is voor adhesiemoleculen van eukaryoten [13], werd veelvuldig geadopteerd in virulentiefactoren van de bacteriële celenvelope. Fimbriae of

pili zijn opgebouwd uit Ig-modules en zijn ondanks hun niet-covalente natuur uiterst stabiel. Het mechanisme van donorstreng complementatie geeft

hen bovendien bijkomende voordelen, zoals de flexibiliteit om via inter-Ig-domein interacties 3 - 3 - structurele veranderingen te dirigeren die een

invloed hebben op de affiniteit voor hun receptoren [7]. Fimbriae associëren immers graag met gelijkaardige, lineaire assemblages van eukaryote

celadhesie en/of -signaalmoleculen, zoals CD55, een Dr fimbriae receptor op humane uroepitheliale cellen, of CD48 herkend door type 1 pili. We

vermoeden dat er ook zo'n associatiegedrag bestaat tussen fimbriae in biofilms [2]. Het is momenteel absoluut onduidelijk welke rol glycanen

spelen in deze interacties en waarom ze deze interacties inhiberen. Een combinatie van de benaderingen op de algemene vraagstellingen kunnen

ongetwijfeld bijdragen tot meer inzicht. Er zal getracht worden om multi-Ig-adhesinen van het F4 SDA met een gecontroleerde lengte aan te maken.

Het obstakel van het donorstreng mechanisme kan daarbij overkomen worden door de juiste donorstreng complementatie te kennen zowel in het

chaperon-SDA complex als in de finale, veranderde conformatie van het SDA in de fimbria. Een recente grote doorbraak in het laboratorium was

het zuiveren van een covalent donorstrenggecomplementeerd F4 SDA, dat zal gebruikt worden als bouwsteen voor de multimodulaire, lineaire

associaties. Er zal nagegaan worden hoe de F4 multi-Ig-domein genproducten interacties bewerkstelligen met hun receptoren door middel van de

SPR, DPI en ITC technieken. Mogelijk bemiddelen polyadhesinen hogere ordes van oligomerizatie met de (geglycosyleerde) receptorproteïnen

(trans) of in biofilms (cis), waardoor er een dimensie aan de specificiteit kan worden toegevoegd zoals modulatie van intracellulaire [13] of

immunologische reacties [14]. Tussen type 1 pili en het 1-2 ?m-lange fibervormende THP vinden hoogstwaarschijnlijk zulke interacties plaats [15].

Structurele karakterizatie van dit alles zal gebeuren enerzijds door kristalstructuren van de Ig-modulen en anderzijds door de combinatie van

technieken die toelaten om de grootte, vorm, conformationele veranderingen en interactiedomeinen in grote, macromoleculaire complexen te

bestuderen. Instrumentatie en expertise daartoe voorhanden zijn gelfiltratie, multihoek statische lichtscattering, dynamische lichtscattering,

ultracentrifugatie, kleine-hoek X-stralen verstrooïng in oplossing aan de synchrotron, electronenmicroscopie en atomische krachtmicroscopie. 3)

Fimbriële biogenese. De bedoeling is om ook de invloed van reeds covalent aaneengeschakelde F4 SDAs op de fimbriële biogenese te gaan

bekijken. Het is waarschijnlijk dat reeds gecomplementeerde SDAs de usher permanent blokkeren en dus geen openen en sluiten van de usher

meer toelaten (na te gaan met de black lipid membrane (BLM) technologie) wegens het wegvallen van de donorstrenguitwisseling. In onze opinie

heeft dat als voordeel dat het gevormde, geblokkeerde complex mogelijk beter gekristalliseerd kan worden dan de usher op zich, en bovendien een

eerste beeld kan geven van de doorgang van pilinen doorheen een usher. F6 fimbriae (fas, Fig. 2) zijn een mooi studieonderwerp voor fimbriële

biogenese met nog twee extra, kleine chaperons naast het klassieke chaperon FasB. FasC is een adhesine-specifiek chaperon, terwijl FasE zorgt

voor de optimale export van FasG doorheen de usher [16]. Adhesine-specifieke chaperons zijn uniek voor fas en CS (humane ETEC) fimbriële

operons. De interacties van FasC en FasE met FasG zullen bepaald worden onder andere in kristalstructuren

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• HENRI DE GREVE

Biomarker based anti-EGFR/HER2neu treatment of lung cancer and overcoming resistance to anti-EGFR therapies.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: In subgroepen van longkanker worden nu genomische biomerkers ontdekt die toelaten om de efficientie van specifieke antikanker

behandelingen te voorspellen. In dit project worden de Human Epidermal Growth factor (HER) familie genen onderzocht in tumormateriaal en

indien een activerende mutatie wordt gevonden worden de patienten behandeld met specifieke tyrosinekinase inhibitoren in het kader van

prospectieve klinische studies met EGFR en HER2-neu inhibitoren. Wanneer resistentie optreedt worden nieuwe biopten genomen om onderzoek

te verrichten naar de mechanismen van resistentie. Door de beperktheid van klinische biopten is het vandaag niet mogelijk om die cruciale merker

te bepalen in 25% van de patienten wat hen een belangrijke behandelingsmogelijkheid ontzegt. Daarom wordt in dit project onderzocht of

circulerend DNA (met mutatiespecifieke opsporingsmethoden) en circulerende tumorcellen (met generische opsporingsmethode) kunnen gebruikt

worden om te streven naar een mutatiebepaling in 100% van de patienten. Aan deze studie werken 17 klinische centra mee. Het translationele

werk wordt verricht in het Laboratorium moleculaire oncologie (Oncologisch Centrum) en voor de circulerende tumorcellen is er samenwerking met

prof Isabelle Vande Broek, MD, PhD, hematologie. Door analyse van andere kankergenen kan dit project ook leiden tot identificatie van bijkomende

mogelijke therapeutische doelwitten (wat in het eerst deel van het project al gebeurde door het ontdekken van mutaties in HER3 (voorheen

onbekend).

Organisaties:

• Immunologie en Microbiologie


Onderzoekers:

• JACQUES DE GREVE

Biomarkers and their value in the diagnosis and treatment of acute exacerbation of chronic obstructive pulmonary

disease (COPD).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Biomarkers and their value in the diagnosis and treatment of acute exacerbation of chronic obstructive pulmonary disease (COPD).

Organisaties:

• Lab. Experimentele geneeskunde en pediatrie (LEMP)

Onderzoekers:

• Wilfried De Backer

Biomechanica

Universiteit Gent

Abstract: In de AOG Biomechanica wordt experimenteel en numeriek onderzoek verricht naar (1) stroming van biovloeistoffen in het cardiovasculair

systeem, het ademhalingstelsel en in kunstmatige organen, (2) mechanica van structuren (bv. musculoskeletaal systeem of opblazen van stent in

bloedvat), en (3) mechanische interactie tussen vloeistof en structuren (bv. werking van een mechanische hartklep). Met dit onderzoek wenst de

AOG diagnosetechnieken en therapieën te verbeteren, dit ten voordele van het welzijn van mensen.

Organisaties:

• Vakgroep Civiele techniek

Onderzoekers:

• Pascal Verdonck

Biomechanica van het ontstaan van pathologiën ter hoogte van de achtervoet

K.U.Leuven

Abstract: Although the foot is one of the most intricate complexes in the human body, little fundamental research is done towards foot motion. Still,

this knowledge is necessary to gain insight into the etiology and treatmentof foot- and ankle problems. A dynamic gait simulator, allowing the control

of six muscle groups and the vertical ground reaction was developed. This device allows to measure bone motion in cadaver feet during a roll-off of

the foot, using a three-dimensional motion capture system (Krypton K600). The aim of the study is to investigate the effect of isolatedmuscle

perturbations on foot kinematics and plantar pressure. This gives us the possibility to determine the etiology of several foot pathologies. The results

of these fundamental experiments are important for research towards total ankle prostheses: studying the different effects of several ankle

prostheses on foot kinematics will deliver an important contribution to the increase of the livability of these complex prosthe

Organisaties:

• Bewegingscontrole & Neuroplasticiteit

Onderzoekers:

• Jozef Vander Sloten

• Ilse Jonkers

• Josefien Burg

Biomechanica van het patello-femoraal gewricht

Hogeschool Gent

Abstract: Abstract nog niet beschikbaar

Organisaties:

• Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen

• Vakgroep Mechanica

Onderzoekers:

Biomechanica van locomotie in complexe omgevingen: armslingeren bij gibbons (Hylobatidae)

Universiteit Antwerpen

Abstract: In dit onderzoek wordt nagegaan wat de impact is van de complexiteit en onvoorspelbaarheid van de omgeving op de coördinatie en

bewegingscontrole van dieren. Het armslingeren (brachiatie) van gibbons (siamangs) in hun habituele arboreale habitat wordt gekozen als model.

Als uitgangspunt wordt gesteld dat gibbons geadapteerd zijn aan, en zich dus energetisch efficiënt voortbewegen in, hun complexe omgeving.

Organisaties:

• Functionele morfologie

Onderzoekers:

• Peter Aerts

• Fana Michilsens

Biomechanica van locomotie in complexe omgevingen: armslingeren bij gibbons (Hylobatidae).

Universiteit Antwerpen

Abstract: In dit onderzoek wordt nagegaan wat de impact is van de complexiteit en onvoorspelbaarheid van de omgeving op de coördinatie en

bewegingscontrole van dieren. Het armslingeren (brachiatie) van gibbons (siamangs) in hun habituele arboreale habitat wordt gekozen als model.

Als uitgangspunt wordt gesteld dat gibbons geadapteerd zijn aan, en zich dus energetisch efficiënt voortbewegen in, hun complexe omgeving.

Organisaties:

• Functionele morfologie

Onderzoekers:

• Kristiaan D'Aout

• Peter Aerts

• Evie E Vereecke

• Fana Michilsens

Biomechanische analyse van de arboreale locomotie van de bonobo (Pan paniscus).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Biomechanische analyse van de arboreale locomotie van de bonobo (Pan paniscus).

Organisaties:

• Functionele morfologie

• Functionele morfologie

Onderzoekers:

• Peter Aerts

• Kirsten Schoonaert


Biomechanische analyse van de motorische ontwikkeling van stappen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het BAMOS project wil diepgaand inzicht verwerven in de motorische ontwikkeling bij jonge kinderen aan de hand van geavanceerde

biomechanische analyse. Er wordt gefocusseerd op de ontogenie van stappen bij peuters aangezien het verwerven van deze vaardigheid sterke

eisen stelt met betrekking tot musculo-skeletale (evenwichts-)controle en coördinatie.

Organisaties:

• Functionele morfologie

Onderzoekers:

• Peter Aerts

Biomechanische analyse van de ontwikkeling van stappen bij peuters met vertraagde motorische ontwikkeling.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het voorgestelde onderzoeksproject wil inzicht geven in de ontwikkeling van stappen door het stappatroon van kinderen die de normale

ontwikkelingslijn volgen, te vergelijken met stappatroon van kinderen die enkel op motorisch gebied een vertraging kennen. Inzicht in motoriek

wordt verworven door het bestuderen van voetfunctie, kinematische en kinetische profielen. Deze technieken zijn zeer arbeidsintensief en een

correcte analyse en interpretatie van de resultaten vraagt een gedegen voorkennis.

Organisaties:

• Functionele morfologie

Onderzoekers:

• Peter Aerts

Biomechanische analyse van de voetfunctie bij habitueel blootsvoets stappende mensen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: De huidige kennis van de menselijke voetfunctie is gebaseerd op Westerse subjecten, alhoewel er zeer sterke indicaties zijn dat de

voetanatomie en waarschijnlijk de functie hierbij sterk beïnvloed worden door het habitueel dragen van schoenen. Het voorgestelde project zal via

pedobarografische metingen de voetfunctie nagaan in een habitueel blootsvoetse populatie. De resultaten zullen in eerste instantie gekaderd

worden in een paleo-antropologische context.

Organisaties:

• Functionele morfologie

Onderzoekers:

• Kristiaan D'Aout

Biomechanische analyse van het gangpatroon in afwezigheid van visuele informatie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Met betrekking tot doelgerichte locomotie steunt de mens grotendeels op het zicht. Indien tegenstrijdige informatie wordt aangeboden

door de verschillende sensorische systemen, zal het visuele systeem het resulterende bewegingspatroon domineren (Desphande & Patla, 2006).

Visus blijkt predominant te zijn in het bewaren van het evenwicht (Juodzbaliene et al., 2006).Personen met een visuele handicap vormen een

populatie waarbij visuele prikkels langdurig zijn uitgeschakeld. Dit laat toe om het effect van deprivatie van visuele informatie op de motorische

controle na te gaan. Het doel van dit onderzoek is om de efficientie van de gang na te gaan bij personen met een visuele belemmering teneinde

meer inzicht te krijgen in de controle van de gang.We hebben er om verschillende redenen voor gekozen om de aandacht te vestigen op de

controle van de gang. Enerzijds is de bipedale gang de geprefereerde bewegingsvorm van de mens, wat hem uniek maakt in het dierenrijk.

Efficiente locomotie is essentieel voor overleving. Ook voor de hedendaagse mens zal een gebrekkige locomotie een belemmering vormen tijdens

het dagelijks leven. Anderzijds is het normale gangpatroon reeds goed in kaart gebracht, zowel voor kinderen als voor volwassenen.

Het onderzoek is gericht op drie doelgroepen. Om de posturale controle en de efficiëntie van het gangpatroon bij personen met een visuele

handicap te evalueren, willen we bij een groep congenitaal blinde volwassenen posturografische testen en een biomechanische ganganalyse

uitvoeren.Daarnaast zal ook gekeken worden naar de kwaliteit van de posturale controle en de efficiëntie van het gangpatroon bij congenitaal

blinde kinderen tussen de 3 en 10 jaar oud in vergelijking met de gang van gezonde leeftijdsgenootjes.Een derde doelgroep bestaat uit een

steekproef van kinderen tussen de 3 en 10 jaar oud, met een ernstige visuele belemmering maar echter geen volledige blindheid. De visuele

handicap dient een belemmering te vormen in het dagelijks leven.

Organisaties:

• Functionele morfologie

Onderzoekers:

• Ann Hallemans

Biomechanische determinanten van de ontwikkeling van bipedaal stappen bij de mens.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Op een paar maanden tijd ontwikkelt een peuter de coördinatie die vereist is voor een stabiele habituele gang. Deze ontwikkeling kan

vanuit 2 verschillende standpunten benaderd worden. Het fenomenologisch model (dynalical systems approach) herleidt het complexe systeem tot

een aantal basisvariabelen die beschouwd worden als collectief resultaat van het dynamisch gedrag van alle componenten van het systeem.

Variabiliteitsanalyse van het cyclisch gedrag van deze basisparameters levert inzicht in de ontwikkelingsprocessen (Thelen & Smith, 1994; Clark,

1997). Vertrekkende van een zorgvuldige analyse van structuur en biomechanica van het locomotorsysteem tracht men bij de mechanistische of

structurele aanpak inzicht te verwerven in de oorzaken onderliggend aan het cyclisch gedrag. De fenomenologiscge en mechanistische modellen

moeten niet beschouwd worden als alternatieven maar als complementaire zienswijzen die het probleem van motorische ontwikkelling op een

tegengestelde manier benaderen. Op een aantal uitzonderingen na (Sutherland et al.,1980; Grimshaw et al.,1998) werd bij longitudinale studies

handelend over de vroege ontwikkeling van stappen de voorkeur gegeven aan de fenomenologische aanpak (Clark & Phillips, 1993; Ledebt & Bril,

2000).

Ons project wil trachten inzicht te krijgen in de biomechanische oorzaken van de geobserveerde veranderingen. Zoals vaak vermeld in literatuur

behelst de ontwikkeling van zelfstandig stappen de combinatie van het behoud van evenwicht en het genereren van een voorwaartse beweging.

We wensen te achterhalen hoe deze uitdaging gerealiseerd wordt door een peuter, waarvan het morfologisch bouwplan aanzienlijk verschillend is

van de volwassen morfologie. Hiertoe worden gedetailleerde 3D-kinematische analysen uitgevoerd, gekoppeld aan metingen van 3Dgrondreactiekrachten,

het verloop van drukken onder de voet (met een hoge spatiële en temporele resolutie) en eventueel een electromyografische

registratie van spieractiviteiten. Aandacht wordt hierbij geschonken aan de dynamica van het zwaartepunt en verschillende lichaamssegmenten.

Vast lichaam en segmentele kinetica en energetica leren ons hoeveel energie het kost om de beweging uit te voeren. Uit de nettogewrichtsmomenten

wordt afgeleid in welke gewrichten energie geleverd wordt en waar energie verdwijnt. Eveneens wordt gekeken naar het

verloop van kracht- en drukprofielen onder de voet en naar het verloop van het drukmiddelpunt onder de voet. Deze informatie, in combinatie met

de grondreactiekrachten is belangrijk voor het achterhalen van de stabiliteit in de gewrichten. Ook moet aandacht besteed worden aan de

occasionele pogingen waarbij het kindje faalt. Welke parameter wijkt af er en zorgt ervoor dat het kind zijn evenwicht verliest?

We weten dat er bij kinderen die net leren stappen een zeer grote variabiliteit is in het bewegingspatroon. Ons doel is dan ook niet om een

gemiddeld patroon op te stellen van 'de nieuwe loper', we verwachten eerder een aantal algemene trends te kunnen vaststellen.


Organisaties:

• Functionele morfologie

Onderzoekers:

• Peter Aerts

• Ann Hallemans

Biomechanische en hydrodynamische consequenties van variatie in kopmorfologie voor de zuigvoeding bij vissen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Vissen zijn ongetwijfeld één van de meest diverse groepen binnen de gewervelde dieren, en de kopmorfologie wijkt bij talrijke soorten dan

ook sterk af van het gegeneraliseerde "vis-bouwplan". Een treffend voorbeeld hiervan zijn de zeenaalden en zeepaarden (familie Syngnathidae),

een groep van sterk gespecialiseerde zuigvoeders met een kleine mondopening aan het einde van een buisvormige snuit. Voor vissen met zulke

afwijkende morfologie voldoen de bestaande biofysische modellen niet langer. De vraag naar nieuwe analysetechnieken dringt zich dan ook op.

Deze diergroep vormt aldus een uiterst geschikte modelgroep om de functie en limitaties van extreem gespecialiseerde zuigvoedingsapparaten te

bestuderen.

Organisaties:

• Functionele morfologie

Onderzoekers:

• Peter Aerts

• Sam Van Wassenbergh

Biomechanische en neurologische oorzaken van afwijkende arm- en handbewegingen bij kinderen met een hemiplegie.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Neuromotorische Revalidatie

Onderzoekers:

• Katleen Desloovere

• Ellen Jaspers

Biomechanisch gedrag van pathologische knieën verkregen via Rapid Prototyping

Hogeschool Gent

Abstract: Abstract nog niet beschikbaar

Organisaties:

• Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen

• Vakgroep Mechanica

Onderzoekers:

• Marc Wouters

• Tom Claessens

• Annemieke Van Haver

Biomedische Ingenieurstechnieken voor een Verbeterde Diagnose en Patiënt-specifieke Behandeling van Aorta

Aneurysma (AA) en Dissectie

Universiteit Gent

Abstract: - inschatting risico op ruptuur AA en gedissecteerde aorta via geïntegreerde en patiënt-specifieke analyse van de biologische (moleculaire

beeldvorming) en biomechanische actoren- simulatie-gebaseerde pre-operatieve planning van behandelingsstrategie- fundamenteel onderzoek

naar (moleculair) biologische en biomechanische actoren en hun interactie bij het ontstaan en progressie van AA/dissectie- verbeterd, patiëntspecifiek

ontwerp van prothesen en onderzoek naar nieuwe en/of verbeterde biomaterialen

Organisaties:

• Vakgroep Civiele techniek

Onderzoekers:

• Patrick Segers

Biomedische microscopische beeldvorming: ondersteuning kernfaciliteiten.

Universiteit Antwerpen

Abstract: De core faciliteit "Microscopische Biomedische Beeldvorming" zal kunnen voorzien in materiaal, kennis en vaardigheden aangaande

verschillende soorten microscopische toepassingen, en zal histologisch en beeldvorminggerelateerde ondersteuning kunnen verlenen aan

onderzoekers en studenten verbonden aan de Universiteit Antwerpen en daarbuiten.

Organisaties:

• Celbiologie en histologie

Onderzoekers:

• Jean-Pierre Timmermans

Biomerkeranalyse voor astma en luchtwegallergieën in niet-invasieve matrices

Universiteit Antwerpen

Abstract: Astma is een chronische luchtwegaandoening waarvan de eerste symptomen vaak op jonge leeftijd optreden. Momenteel is het nog niet

mogelijk om de diagnose van astma te stellen bij kinderen jonger dan 6 jaar. Dit onderzoek richt zich op het zoeken naar nieuwe biomerkers voor

deze aandoening die gemeten kunnen worden door middel van niet-invasieve staalname. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de differentiële

analyse van proteïnen in speeksel, nasale lavage matrix en uitgeademende lucht condensaat bij astmapatiënten en gezonde controlepersonen.

Door het niet-invasieve karakter van de staalname, is een diagnostische test gebaseerd op deze biomerkers zowel voor kleine kinderen als

volwassenen mogelijk en ethisch meer verantwoord.

Organisaties:

• Deptbmw

Onderzoekers:

• Greta Schoeters

• Mieke Goris

Biomerkers en nieuwe therapeutische doelwitten in HTLV-1 infectie

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract


Organisaties:

• Klinische & Epidemiologische Virologie

Onderzoekers:

• Anne-Mieke Vandamme

• Johan Van Weyenbergh

Biomerkers van (cellulaire) veroudering in borstkanker patiënten.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Laboratorium Experimentele Oncologie

Onderzoekers:

• Hans Wildiers

Biomerkers voor een effectief en kosteneffectief gebruik van anti-EGFR biotherapeutica voor de behandeling van

hoofdhalskanker.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Head and neck squamous cell carcinoma (HNSCC) is de zesde meest voorkomende vorm van kanker wereldwijd. In 80-90% van HNSCC

wordt de epidermale groei factor receptor (EGFR) tot overexpressie gebracht. Toch hebben anti-EGFR biotherapeutica heden slechts een beperkte

klinische relevantie. In dit project wordt onderzoek verricht naar biomerkers welke respons op anti-EGFR therapie in HNSCC voorspellen.

Gevoelige en resistente cellijnen worden vergeleken en potentiële biomerkers worden gevalideerd in retrospectief en prospectief verkregen

patiëntenmateriaal.

Organisaties:

• Oncologie

Onderzoekers:

• Filip Lardon

• Carolien Boeckx

Biomerkers voor inschatting van de gezondheidsimpact van luchtverontreiniging tijdens de perinatale periode.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project bestudeert de biomerkers in uitgeademde lucht voor inschatting van de langetermijnimpact van luchtpolluenten op de

respiratoire gezondheid en allergieën.

Organisaties:

• Deptbmw

Onderzoekers:

• Greta Schoeters

Biometals 15 juli - 19 juli 2012

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het samenbrengen van wetenschappers uit de hele wereld die gespecialiseerd zijn in de rol van metalen in de biologie.

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• PIERRE CORNELIS

BioMiMedics : Nieuwe biologisch afbreekbare biomedische materialen voor klinische toepassingen. Integratie

'engineering biomaterialen' met 'Fiber-en Textile Technology' ter ontwikkeling van beter wondverband en platform voor

regeneratieve geneeskunde.

Universiteit Hasselt

Abstract: BioMiMedics is een consortium van zes academische instituten uit de regio's Aken, Luik, Maastricht en Hasselt. Het Biomedisch

Onderzoeksinstituut (BIOMED) en het Instituut voor Materiaalonderzoek (imo-imomec) van Universiteit Hasselt benutten binnen BioMiMedics hun

expertise op het gebied van polymere materialen en moleculaire herkenning in de domeinen van biodegradeerbare materialen en regeneratieve

geneeskunde.

Organisaties:

• Immunologie - Biochemie

• Organische en Bio-polymere Chemie

• Biomedisch Onderzoeks Instituut

Onderzoekers:

• Luc MICHIELS

• Thomas CLEIJ

BIOMINA

Universiteit Antwerpen

Abstract: Biomina (Biomedical Informatics Expertise Centre Antwerpen) is een interdisciplinaire onderzoekssamenwerking tussen UA en UZA. Het

project heeft tot doel innovatieve technieken te ontwikkelen voor de analyse en interpretatie van heterogene biomedische gegevens. Biomina

situeert zich op het integratiepunt van klinische data en 'omics gegevens (genoom, transcriptoom, proteoom, …). Het structureren, integreren en

analyseren van deze data vormt de kernactiviteit. Als centraal expertisecentrum en onderzoeksplatform, maakt het systeem biologie en

translationele systeem geneeskunde onderzoek mogelijk.

Organisaties:

• Ontwikkeling database systemen (ADReM)

Onderzoekers:

• Bart Goethals

BIOMINA.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Biomina (Biomedical Informatics Expertise Centre Antwerpen) is een interdisciplinaire onderzoekssamenwerking tussen UA en UZA. Het

project heeft tot doel innovatieve technieken te ontwikkelen voor de analyse en interpretatie van heterogene biomedische gegevens. Biomina

situeert zich op het integratiepunt van klinische data en 'omics gegevens (genoom, transcriptoom, proteoom, …). Het structureren, integreren en

analyseren van deze data vormt de kernactiviteit. Als centraal expertisecentrum en onderzoeksplatform, maakt het systeem biologie en

translationele systeem geneeskunde onderzoek mogelijk.


Organisaties:

• Algebra, meetkunde en ISLAB

Onderzoekers:

• Alain Verschoren

Biomoleculaire herkenning - het structurele luik.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Proteïnevouwing is een kernvraagstuk zowel fundamenteel als biotechnologisch:

3 topics worden in dit voorstel bestudeerd

- Oxidatieve vouwing: voor eiwitten met een reeks disulfide bruggen. Ontwikkeling van een in vitro vouwingstechnologie.

- Lipase-Lipase foldase: studie van structuur en mechanisme van dit "sterisch chaperone"

- Mechanismen van vorming van Amyloide fibers: gebruik van één-domein antistoffen als inhibitoren van ontvouwing en als werktuigen voor studie

van amyloide fiber vorming.

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• LODE WYNS

Biomoleculaire Herkenning - Het strukturele luik. Biomolecular Recognition - The structural approach.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Aanvraag van een X-straal generator en image-plate detector centraal voor de waaier van projekten binnen de groep.

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• LODE WYNS

Biomonitoring van beroepsblootgestelden: cytogenetische analyse

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het Laboratorium voor Cellulaire Genetica heeft de leiding over meerdere projecten waarin de biomonitoring van beroepsblootgestelden

centraal staat (zie ook op de CRIOS website: http://www.crios.be). Zo worden populaties met een beroepsblootstelling aan styreen, ioniserende

straling en carcinogenen afkomstig van de ontmanteling van chemische wapens opgevolgd. Het gaat hierbij om het opsporen van

genotoxiciteitsbiomerkers in lymfocyten en/of nasale cellen die zowel een indicatie geven van recente blootstelling (DNA-breuken en uitwisselingen

tussen zusterchromatiden van chromosomen) als merkers met een meer predictieve waarde voor het uiteindelijk kankerrisico (micronuclei en

structurele chromosoomaberraties). Het zijn voornamelijk de opsporing van uitwisselingen tussen zusterchromatiden van chromosomen (SCE-test)

en structurele chromosoomaberraties (CA-test) die een uitgebreide en moeilijke microscopische analyse vergen. De evaluatie van micronuclei (MNtest)

is iets minder zwaar, maar de discriminatie tussen chromosoomverlies en chromosoombreuk met behulp van fluorescence in situ hybridisatie

(FISH) vraagt een bijkomende inspanning. Voor alle drie de technieken, SCE-, CA- en MN-test, dienen lymfocyten in cultuur gebracht te worden

door ze tot deling te stimuleren met een antigen. Respectievelijk na 64, 48 en 72 uur cultivatie worden de cellen gefixeerd en gespreid. Voor SCEen

CA-test worden ze eerst in het metafase-stadium van de celcyclus geblokkeerd. Voor de MN-test worden de cellen op 44 uur cultuur

blootgesteld aan cytochalasine B dat de kerndeling toelaat maar de cytokinese blokkeert. Na specifieke kleuring worden de drie eindpunten

microscopisch gedetecteerd. Per staal moeten er 200 metafasen bestudeerd worden voor de CA-test en 80 voor de SCE-test. Voor de MN-test

dienen 2000 tweekernige lymfocyten geteld te worden.

De analyse kan accurater en vesneld worden door een adequaat beeldanalysesysteem te koppelen aan de microscoop. Een dergelijk systeem laat

toe om op geautomatiseerde wijze op een microscoopglaasje metafasen te zoeken en te selecteren die nadien terug opgezocht kunnen worden om

mogelijke aberraties te identificeren. Het biedt eveneens de mogelijkheid om beelden op te slaan voor later gebruik (onderwijs, opleiden van nieuwe

onderzoekers, archivering).

De aankoop van een modern, Windows gestuurd, bleek onafwendbaar, vooral gezien de hoeveelheid stalen die verwerkt dienen te worden de

volgende jaren. Een metafase finder van Applied Imaging werd aangekocht.

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• MICHELINE VOLDERS

Biomonitoring van de luchtkwaliteit aan de hand van plantkarakteristieken.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Biomonitoring van de luchtkwaliteit aan de hand van plantkarakteristieken.

Organisaties:

• Plantenproductie- en Stresstolerantie (PESTO)

Onderzoekers:

• Roeland Samson

• Tatiana Wuytack

Biomonitoring van de luchtkwaliteit aan de hand van plantkarakteristieken.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds IWT. UA levert aan IWT de onderzoeksresultaten

genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Plantenproductie- en Stresstolerantie (PESTO)

Onderzoekers:

• Roeland Samson

• Tatiana Wuytack

Biomonitoring van stadsvegetatie: onderzoek naar het potentieel van hyperspectrale aardobservatie

Universiteit Antwerpen


Abstract: Vegetatie en in het bijzonder groene en volgroeide bomen zijn extreem belangrijk voor stedelijke gebieden, ondermeer voor hun heilzaam

effect op de reductie van luchtverontreiniging. Steden vormen echter geen ideale omgeving voor deze bomen en hun gezondheidstoestand moet

daarom zorvuldig worden opgevolgd. Biomonitoring van stedelijke vegetatie op grote schaal kan echter niet manueel worden uitgevoerd, en

aardobservatie en hyperspectrale beeldvorming in het bijzonder dienen zich aan als een perfecte kandidaat zijn voor een geautomatiseerde

procedure.

Het doel van dit project is om een kader te ontwikkelen voor de biomonitoring van stadsvegetatie door middel van de spectrale reflectie van

boomkruinen, omdat dit de informatie is die kan verkregen worden met behulp van hyperspectrale aardobservatie. Er wordt een data-gedreven

benadering ontwikkeld door de constructie van een hyperspectrale reflectantie databank van spectrale reflectanties op blad- en kruinniveau. Met

behulp van deze databank zullen we (i) de relatie bestuderen tussen de spectrale reflectantie op bladniveau en op kruinniveau; (ii) het spectrale

onderscheid bestuderen tussen gezonde en ongezonde bomen, en (iii) het spectrale onderscheid bestuderen tussen bomen die groeien bij

verschillende blootstellingsniveaus aan luchtverontreiniging.

Organisaties:

• Visielab

Onderzoekers:

• Paul Scheunders

• Roeland Samson

Biomonitoring van water- en luchtstalen m.b.v. genotoxiciteitstests en het uitwerken van een beleidsondersteunende

strategie. Doctoraatsmandaat (beurs) tbv Juffr. Ethel BRITS

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Industriële en huishoudelijke emissies, landbouw, uitlaatgassen e.d. dragen bij tot het voortbrengen van polluenten die worden afgegeven

aan de omgeving. Mensen worden veelal blootgesteld aan complexe mengsels van chemicaliën, eerder dan aan zuivere stoffen. Waar het voor

zuivere stoffen al niet evident is om het risico voor de gezondheid in te schatten, wordt dit probleem enkel groter naarmate complexe mengsels toe.

Deze zijn veel moeilijker te karakteriseren en te kwantificeren, potentiële effecten kunnen optreden op verschillende eindpunten.

Van de mogelijke eindpunten worden in dit onderzoek voor diegenen bestudeerd met betrekking tot genetische toxicologie.

Tot genetische toxiciteit rekent men elk toxisch effect dat geassocieerd is met het erfelijk materiaal (DNA). Nadelige gezondheidseffecten

resulterende uit genetische schade omvatten o.a. kanker, teratogene effecten en premature veroudering. Het duiden van een genetisch risico is dus

uitermate belangrijk om de gezondheid te beschermen, hierbij niet enkel het risico voor de mens in acht genomen, maar het risico voor alle levende

organismen.

In dit werk wordt de nadruk gelegd op het gebruik van biotesten bij de monitoring van ten eerste oppervlaktewater en industriële effluenten, ten

tweede fijn stof in buitenlucht, en ten derde een humane populatie.

Voor genotoxiciteitsanalyse is het gebruik van biotesten een onmisbare aanvulling op de gebruikelijke chemische bepalingen. Op deze manier

kunnen effecten worden gemeten van complexe milieustalen die niet of onvoldoende nauwkeurig bepaald kunnen worden door de huidige

chemische analysemethodes. Biotesten geven direct de biobeschikbaarheid weer van eventuele polluenten aanwezig in een te onderzoeken staal

of regio en schetsen aldus een globaler beeld van een mogelijke verontreiniging.

Organisaties:

• Cellulaire Genetica

Onderzoekers:

• MICHELINE VOLDERS

Bio Party

Hogeschool Gent

Abstract: Doelstelling van het project is leerlingen laten kennismaken met de technologische processen achter en het wetenschappelijk onderzoek

over voedingsmiddelen, verspreid over verschillende wetenschappelijke domeinen en op interactieve wijze. De kern van het project is een

interactieve en educatieve website rond voeding aangevuld met reële en concrete workshops en bedrijfsbezoeken. Het project is flexibel opgesteld

zodat leerkrachten zelf kunnen kiezen aan welke workshops of bedrijfsbezoeken ze deelnemen.

Organisaties:

• Departement Biowetenschappen en Landschapsarchitectuur

• Vakgroep Levensmiddelenwetenschappen en Technologie

Onderzoekers:

• Mia Eeckhout

Biorelevante in vitro evaluatie van het intraluminaal supersaturatiegedrag van geneesmiddelen

K.U.Leuven

Abstract: Recente schattingen geven aan dat ongeveer 70% van de geneesmiddelkandidaten slecht wateroplosbaar zijn. Omdat opname in de

darm pas mogelijk is nadat het geneesmiddel is opgelost, kan een lage oplosbaarheid de absorptie beperken. Indien dit het geval is, kunnen

speciale formulerings-strategieën toegepast worden om intestinale opname alsnog mogelijk te maken. Naast het toevoegen van hulpstoffen die de

thermodynamische oplosbaarheid van het geneesmiddel in het darmlumen verhogen (vb. cyclodextrines en surfactanten) is een veelbelovende

strategie het creëren van een oververzadigde (gesupersatureerde) oplossing van het geneesmiddel in de darmdoor zogenaamde supersaturatieinducerende

formuleringen. Een toestand van supersaturatie, waarbij de geneesmiddelconcentratie tijdelijk de thermodynamische oplosbaarheid

overschrijdt, is niet stabiel en zal na verloop van tijd resulteren in het neerslaan van geneesmiddel (precipitatie)tot de verzadigingstoestand is

bereikt. Wanneer precipitatie te sn

Organisaties:

• Lab Farmacotechnologie en Biofarmacie

Onderzoekers:

• Patrick Augustijns

• Joachim Brouwers

• Pieter Annaert

• Jan Bevernage

Bioremediatie van grondwater verontreinigd met trichlooretheen: Onderzoek naar de biologische en chemische factoren

die het biologisch versneld oplossen van een vrije fase bepalen

K.U.Leuven

Abstract: Trichlooretheen (TCE) is een solvent dat vroeger veelvuldig werd gebruikt in de metaalverwerkende industrie en bij droogkuis.

Onzorgvuldige opslag van deze stof heeft echter tot vele grondwatercontaminaties geleid. In Vlaanderen bijvoorbeeld is 0.21% de oppervlakte

vervuild met gechloreerde solventen. Omwille van zijn lage oplosbaarheid (8.4 mM) en hoge densiteit vormt TCE een zaklaag of een dense nonaqueous

phase liquid (DNAPL) in de ondergrond. Een DNAPL lost slechts traag op, waardoor zulke contaminaties moeilijk te saneren zijn met de

klassieke saneringstechnieken. Als alternatief kan men gebruik maken van de biodegradatie van TCE, want meerdere anaerobe bacteriën zijn in

staat TCE af te breken tot cis-dichlooretheen (cis-DCE), wat verder tot het onschadelijke etheen kan worden omgezet. Dit proces wordt reductieve


dechlorinatiegenoemd. Het stimuleren van de reductieve dechlorinatie nabij een DNAPLlijkt een veelbelovende strategie, aangezien dit het

oplossen van een DNAPL kan ver

Organisaties:

• Afdeling Bodem- en Waterbeheer

Onderzoekers:

• Erik Smolders

• Jo Philips

BIOSERF: Duurzaamheid van een tropisch bosecosysteem in biodiversiteit en in ecosysteemdiensten onder toenemende

druk van klimaat en mens

Universiteit Gent

Abstract: De algemene doelstelling van het BIOSERF project is het verkennen van het sociaal-ecologisch systeem, met nadruk op

ecosysteemdiensten en de duurzaamheid hiervan in een tropische context (Democratische Republiek Congo) en dit onder toenemende

antropologische druk. Deze studie omvat het begrijpen van de fysische en biologische processen die de natuurlijke regeneratie van het

bosecosysteem regelen; het identificeren en evalueren van een aantal sleutel-ecosysteemdiensten binnen de huidige socio-economische situatie

en het verkennen van mogelijke toekomstscenario’s met behulp van een DVM-ABM model. Het studiegebied bevindt zich in het WWF Lac Télé –

Lac Tumba landschap, het grootste moeras - en overstromingsbos van Afrika. Binnen het BIOSERF project is de UGent verantwoordelijk voor

WP1, de socio-economische analyse.

Organisaties:

• Vakgroep Plantaardige productie

Onderzoekers:

• Patrick Van Damme

Biostatistische consulting

Universiteit Hasselt

Abstract: Het kan gaan om het geven van advies over statistische onderwerpen, het uitvoeren van analyses op gegevens die door het bedrijf

worden aangeleverd, het nakijken van analyses die door het bedrijf werden uitgevoerd. Er zijn geen concrete projecten bepaald in dit contract.

Organisaties:

• Centrum voor Statistiek

• Centrum voor Statistiek

Onderzoekers:

• Geert MOLENBERGHS

Biosynthese van aromatische cytokininen en de ontwikkeling van toepassingen in land- en tuinbouw.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit projectvoorstel beoogt de ontwikkeling van 'rationele weefselkweek': een soortspecifieke hormoonbehandeling 'op plantenmaat',

gebaseerd op de kennis van het soortspecifiek natief auxine- en cytokininemetabolisme bij planten en de identificatie van plant-eigen cytokininen.

Teneinde de endogene aromatische cytokinine inhoud (en dus cytokininesynthese en -metabolisme) te sturen wordt de rol van precursoren en

antagonisten bestudeerd. De focus zal hierbij liggen op salicylzuur en aanvenvante stoffen voor wat precursoren betreft en methyljasmonaat voor

wat antagonisten bekeft. Er wordt tevens nagegaan hoe soortspecifiek het spectrum aan aromatische cytokininemetaholieten is voor diverse

monocotylen en dicotylen. Het aldus verkregen inzicht in de hormonale huishouding bij diverse planten leg de basis voor andere toepassinge,&i.$k

de land- en tuinbouw, te weten gereduceerde senescentie (verlengde houdhaarheid) van planten, kansport van planten en snijbloemen, en op

langere termijn regulatie

van vruchtzetting en juveniliteit bij fruit en (sier)bomen.

Organisaties:

• Plantengroei en -ontwikkeling

Onderzoekers:

• Els Prinsen

Biosynthese van tocotriënolen in Brassica napus L.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Tocotriënolen vormen een belangrijk en potentieel nieuw antioxidans met een breed toepassingsgebied. Deze moleculen zijn verwant aan

de tocoferolen (vitamine E) en spelen een rol in de verwijdering van schadelijke zuurstofradicalen. De biosynthese van tocotriënolen in hogere

planten zal worden bestudeerd, met name de enzymen verantwoordelijk voor de synthese en de subcellulaire lokalisatie.

Organisaties:

• Fysiologie van de planten, ecosysteemonderzoek en paleobiologie

• Moleculaire Plantenfysiologie en Biotechnologie

Onderzoekers:

• Roland Caubergs

• György Horvath

Biotechnology for the degradation of synthetic polymers.

K.U.Leuven

Abstract: The project will examine the capacity of naturally occurring microorganisms for biodegrading polymeric materials and develop innovative

biotechnology approaches for reducing the growing amount and input of such wastes in the environment inclusing the production of biodegradable

polymers. The organisms will be studied at the biochemical, genetic and ecology level. The applicability of the new approaches will be considered

and tested for relevance for reducing plastic waste in landfills and/or in terrestrial and/or aquatic environments. Selected approaches will include an

assessment of the costs and potential environmental risks and benefitsinvolved and will demonstrate their technical feasibility on the basis of field

trials.This project will use the potential of biotechnology(based on plants, micro-organisms of biochemical processes) to treat pesticide

contaminated wastewater in on farm biofilter systems aiming at reuse of the water. This technology is being used in several European co

Organisaties:

• Afdeling Bodem- en Waterbeheer

Onderzoekers:

• Dirk Springael

Biotische interacties in turbiede estuariene systemen.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het huidig projectvoorstel beoogt, via een vergelijkend onderzoek van biotische interacties in het plankton en het benthos van de

Zeeschelde (zoetwater-oligohalien), de Westerschelde (meso- tot euhalien) en de nabije kustzone, een bijdrage te leveren tot een beter begrip van

de structuur en de functie van estuariene voedselwebben langsheen het continuum rivier-estuarium-zee. De volgende onderzoeksthemas zullen


estudeerd worden: (1) De studie van biotische interacties in het planktonische voedselweb, met bijzondere aandacht voor het relatief belang van

primaire productie, bacteriele productie en detrius als voedingsbron. (2) De studie van biotische interacties in het micro- en meiobenthische

voedselweb. (3) De studie van de voedingsecologie van hogere trofische niveaus (vissen, macrocrustacea en vogels), met aandacht voor hun

impact op de structuur van onderliggende trofische niveaus.

Organisaties:

• Biologie

• Scheikunde

Onderzoekers:

• FRANK DEHAIRS

• MARIE-HERMANDE DARO

Biotreatment of drinking water resources polluted by pesticides, pharmaceuticals and other micropollutants.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Bodem- en Waterbeheer

Onderzoekers:

• Dirk Springael

Bioveiligheidskast – incubator voor het houden en manipuleren van kiemvrije/gnotobiotische aquatische proefdieren

Universiteit Gent

Abstract: Deze basisuitrusting omvat een handschoenenkast voor het houden en manipuleren van kiemvrije/gnotobiotische aquatische proefdieren

die een unieke combinatie vormt tussen een klassieke bioveiligheidskast type II en een incubator. Dergelijke handschoenenkast is een onmisbare

tool om de interacties tussen de micro-organismen (zowel goedaardig (probiotica) als pathogeen van aard) en hun aquatische gastheer op

gestandaardiseerde en betrouwbare wijze te onderzoeken.

Organisaties:

• Vakgroep Morfologie

Onderzoekers:

• Annemie Decostere

BiReBa.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Plantenbiotechniek

Onderzoekers:

• N. N.

Black skin dermatology online : contribution to teledermatology.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Black skin dermatology online : contribution to teledermatology.

Organisaties:

• Translationeel pathofysiologisch onderzoek (TPR)

Onderzoekers:

• Julien Lambert

BlackSkin Dermatology Online: contribution to teledermatology - Tweede fase.

Universiteit Antwerpen

Abstract: BlackSkin Dermatology Online: contribution to teledermatology - Tweede fase.

Organisaties:

• Translationeel pathofysiologisch onderzoek (TPR)

Onderzoekers:

• Julien Lambert

Bloed endotheel progenitor cellen en dendritische cellen als nieuwe voorspellende biomarkers voor in-stent restenose na

percutane coronaire interventie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Bloed endotheel progenitor cellen en dendritische cellen als nieuwe voorspellende biomarkers voor in-stent restenose na percutane

coronaire interventie.

Organisaties:

• Translationeel pathofysiologisch onderzoek (TPR)

Onderzoekers:

• Christiaan Vrints

Blood endothelium progenitor cells and dendritic cells as novel predictive biomarkers of in-stent restenosis after

percutaneous coronary intervention.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Blood endothelium progenitor cells and dendritic cells as novel predictive biomarkers of in-stent restenosis after percutaneous coronary

intervention.

Organisaties:

• Translationeel pathofysiologisch onderzoek (TPR)

Onderzoekers:

• Christiaan Vrints

• Hidde Bult

• Diana De Graeve

Blootstelling aan gezondheidsschadende agentia in Vlaanderen/België : overzicht van de bestaande gegevens.

Vrije Universiteit Brussel


Abstract: Het doel van dit project is drieledig :

(1) Nagaan welke instanties over gegevens beschikken inzake de aanwezigheid

van polluenten in lucht, bodem, oppervlaktewater, drinkwater en etenswaren .

(2) Gegevens verzamelen over de aanwezigheid van de belangrijkste

gezonsheidsbedreigende agentia, vermeld in het rapport van de werkgroep

'Gezondheid en Milieu', in lucht, bodem, oppervlaktewater, drinkwater en

etenswaren .

(3) Identificeren van de administratieven, wettelijke en juridische

hindernissen die het verzamelen van de voorgenoemde gegevens bemoeilijken.

Organisaties:

• Menselijke Ecologie

Onderzoekers:

• David PROOT

• LUC HENS

Blootstelling aan ultrafijne deeltjes van verkeer: ontwikkeling van een methode van blootstellingsbepaling in

omgevingslucht.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Blootstelling aan ultrafijne deeltjes van verkeer: ontwikkeling van een methode van blootstellingsbepaling in omgevingslucht.

Organisaties:

• Plantenproductie- en Stresstolerantie (PESTO)

Onderzoekers:

• Jean Kretzschmar

• Vinit Kumar Mishra

Blootstelling en metabolisme van nieuwe gebromeerde vlamvertragers.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Gebromeerde vlamvertragers (BFRs), waaronder enkele nieuwe verbindingen (nBFRs) komen voor in allerlei industriële en huishoudelijke

producten. Omdat er slechts weinig bekend is over het voorkomen, de overdracht in de voedselketen, het metabolisme en de toxicologie van

nBFRs is er een verantwoorde noodzaak aan bijkomend en systematisch onderzoek. Het huidige voorstel steunt op de grondige expertise en op de

verworven en uitgebreide samenwerkingsnetwerken met andere onderzoeksgroepen die BFRs onderzoeken.

Een eerste doelstelling is de validatie van geschikte analysetechnieken voor de detectie van nBFRs, die meestal slechts in zeer lage concentraties

aanwezig zijn in biologische en omgevingsstalen. Tevens omvat het projectvoorstel de systematische opvolging van de verschillende

blootstellingsroutes, het potentieel tot biomagnificatie en mogelijke metabolisatie in representatieve aquatische en terrestrische voedselketens. Dit

voorstel zal ook de graad van humane blootstelling, de mogelijke routes die hiervoor verantwoordelijk zijn en de daaropvolgende metabolisatie

inschatten. Tenslotte zal ook de metabolisatie van enkele belangrijke nBFRs in verscheidene soorten geëvalueerd worden. Dit project zal daardoor

leiden tot een beter begrip van de

blootstelling, accumulatie en metabolisatie van nBFRs.

Organisaties:

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Philippe Jorens

• Ronny Blust

• Hugo Neels

• Adrian Covaci

Blootstellingsroutes en toxicokinetiek van milieuschadelijke stoffen met verschillende werkingsmechanismen in de

zebravis, Danio rerio: een moleculaire biologische en fysiologische analyse.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Deze studie onderzoekt het belang van water en voedsel als blootstellingsbronnen voor drie modelcontaminanten met verschillende

werkingsmechanismen bij de zebravis. Er wordt nagegaan in hoeverre opname via water of voedsel resulteert in verschillende reacties en toxische

effecten. De reacties en effecten worden bestudeerd op het moleculair, cellulair en organismaal niveau, gebruikmakende van genomics, proteomics

en fysiologische technieken.

Organisaties:

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Ronny Blust

• Wim De Coen

Blootstelling, transfer doorheen de voedselketen en metabolisme van gebromeerde vlamvertragers.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Doelstelling van de studie : Alhoewel HBCD bestaat uit diastereoisomeren en enantiomeren met mogelijk verschillende chemische en

toxicologische eigenschappen, zijn gegevens van HBCD die gebaseerd zijn op gas chromatografie-massaspectrometrie (GC-MS) beperkt tot totale

HBCD (Covaci et al., 2003) Het voorgestelde project heeft daarom als eerste doelstelling de bestaande analytische technieken voor BFR's te

verfijnen en te verbeteren. Een analysemethode voor HBCD-isomeren en TBBP-A, gebaseerd op vloeistofchromatografie-massaspectrometrie (LC-

MS) zal worden geoptimaliseerd en gevalideerd. Bijkomend zal een methode voor HO-BDE en MeO-BDE metabolieten worden ontwikkeld. Deze

methoden, samen met de reeds gevalideerde methoden voor PBDE's, zullen dienen als analytisch instrument voor de realisatie van het project.

Organisaties:

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Philippe Jorens

• Ronny Blust

• Paul Schepens

• Adrian Covaci

Blootstelling, transfer doorheen de voedselketen en metabolisme van gebromeerde vlamvertragers.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Doelstelling van de studie : Alhoewel HBCD bestaat uit diastereoisomeren en enantiomeren met mogelijk verschillende chemische en

toxicologische eigenschappen, zijn gegevens van HBCD die gebaseerd zijn op gas chromatografie-massaspectrometrie (GC-MS) beperkt tot totale

HBCD (Covaci et al., 2003) Het voorgestelde project heeft daarom als eerste doelstelling de bestaande analytische technieken voor BFR's te


verfijnen en te verbeteren. Een analysemethode voor HBCD-isomeren en TBBP-A, gebaseerd op vloeistofchromatografie-massaspectrometrie (LC-

MS) zal worden geoptimaliseerd en gevalideerd. Bijkomend zal een methode voor HO-BDE en MeO-BDE metabolieten worden ontwikkeld. Deze

methoden, samen met de reeds gevalideerde methoden voor PBDE's, zullen dienen als analytisch instrument voor de realisatie van het project.

Organisaties:

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Philippe Jorens

• Ronny Blust

• Hugo Neels

• Adrian Covaci

BMP-technologie een Cel Gebaseerde Implants: Een Dream Team voor Bot Regeneratie.

K.U.Leuven

Abstract: Weefselregeneratie is een interdisciplinair veld dat zowel ingenieursprincipes als de principes van life sciences toepast met als doel de

ontwikkeling van intermediaire weefsels welke de functie van het natuurlijk weefsel herstellen, behouden of verbeteren. In dit kader worden

groeifactoren gebruikt waarvan bekend is dat ze biologische processen zoals botvorming en botherstel kunnen stimuleren. Een belangrijke familie

van zulkegroeifactoren zijn de Bone Morphogenetic Proteins. BMPs worden gebruikt in een klinische setting om het helingsproces van kritische

botdefecten te verbeteren. Hun succes is helaas nog steeds beperkt aangezien neveneffecten zoals steriliteit en kanker recentelijk werden

gerapporteerd en gerelateerd aan de hoge toegediende dosissen. Om deze problemen te vermijden is er meer basisonderzoek in BMP technologie

nodig waarbij het potentieel van vertaalbare preklinische modellen onderzocht dienente worden. In dit PhD-project zal daarom het effect van BMPs

op humane en ko

Organisaties:

• Cel- en Gentherapie Applicaties

Onderzoekers:

• Frank Luyten

• Jan Schrooten

• Johanna Bolander

Bodemgebruiksveranderingen als gevolg van de socio-economische ontwikkelingen en hun invloed op de ecosysteemdiensten

in Viernam.

K.U.Leuven

Abstract: De doelstellingen van dit bilateraal samenwerkingsproject zijn:- Het ontwikkelen en toepassen van nieuwe technieken om

bodemgebruiksveranderingen ten gevolge van socio-economische ontwikkelingen te bestuderen.- De impact van bodemgebruiksveranderingen op

ecosysteemdiensten en oplokale en globale klimaatsomstandigheden te evalueren.- De capaciteit van Vietnam National University m.b.t. onderzoek

inzake bodemgebruiksveranderingen en klimaatsimpact te verbeteren.- De samenwerking tussen Vietnam en België m.b.t. onderwijs en onderzoek

voor duurzame ontwikkeling te stimuleren.

Organisaties:

• Afdeling Geografie

Onderzoekers:

• Gerard Govers

• Anton Van Rompaey

Bodemmonstername in de provincie Drenthe.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het doel van het beschrijven van de bodemchemisch toestand samen met de samenstelling van de spontane vegetatie is het vastleggen

van de huidige situatie. Hierdoor is het mogelijk om in de toekomst de effectiviteit van gericht beleid op het vlak van de zogenaamde "ver"-thema's

(verdroging, verzuring, vermesting) te evalueren.

Organisaties:

• Ecosysteembeheer

Onderzoekers:

• Rudy van Diggelen

Bodemsanering van gepollueerde sites in combinatie met productie van bio-energie : mogelijkheden van snelgroeiende

hakhoutsystemen in de Rupelstreek.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het beplanten van verontreinigde sites met vegetaties kan gebruikt worden voor het renoveren en saneren van vervuilde bodems door

fytoremediatie. In dit project zalonderzocht worden of een intensieve hakhoutcultuur v;an,wiIge.n en populieren gebruikt kan worden voor

fytosanering en fyto-extractie van een oude stortplaats in Boom (Rupelstreek) die verontreinigd is met meerdere zware metalen. Daarbij zullen

volgende aspecten onderzocht worden: verschillen tussen diverse genotypen, interacties tussen genotype en bodemtype, productie aan biomassa

en bio-energie, en fyto-extractiecapaciteit.

Organisaties:

• Planten- en vegetatie ecologie

• Planten- en vegetatie-ecologie

Onderzoekers:

• Reinhart Ceulemans

Bodemvruchtbaarheid, voedselzekerheid en gender in Centraal-Afrika.

K.U.Leuven

Abstract: Het is reeds bewezen dat geïntegreerd bodemvruchtbaarheidbeheer (ISFM) de bodemvruchtbaarheid en gewasproductie kan verhogen

op kleine landbouwbedrijven in ontwikkelingslanden, maar de adoptiegraad van ISFM blijft laag. ISFM technologieën zijn vaak goed aangepast aan

de lokale agro-ecologische condities, maar niet aan het lokale socio-economische en institutionele kader. De bedoeling van het doctoraat is om een

beter inzicht te verwerven in de adoptie van ISFM en de impact van ISFM op voedselzekerheid. Met een combinatie van analytische

landbouwgezinsmodellen en empirisch onderzoek gebruik makend van geavanceerde en innovatieve econometrische technieken, zullen we twee

belangrijke ontbrekende themas uit de wetenschappelijke literatuur over ISFM behandelen: 1) het dynamische karakter van beslissingsproces over

ISFM adoptie in een gezin, en het belang van intra-gezinsfactoren hierin; en 2) de impact van ISFM op het inkomen, de bestaansmiddelen en de

voedselzekerheid van het gezin en/of

Organisaties:

• Afdeling Bio-economie

Onderzoekers:


• Roeland Merckx

• Miet Maertens

• Isabel Lambrecht

BOF 2008 - BONUS: Mandaat Bart Tessens: Fylogenetische, fylogeografische en polulatiegenetische analyse van het

Gyratrix hermaphroditus soortencomplex (Rhaboecoela Kalyptorhynchia)

Universiteit Hasselt

Abstract: Indien de UHasselt bursaal het jaar na de toekenning een extern mandaat verwerft, vloeien de vrijgekomen middelen terug het

doctoraatsfonds van het BOF, zodat de middelen conform de principes van dit initiatief opnieuw kunnen ingezet worden voor extra mandaten.

Indien de bursaal een extern mandaat verwerft worden éénmalig een bedrag van 10.000 EURO (als extra werkingsmiddelen) toegekend aan de

onderzoeksgroep waarin de bursaal actief is.

Organisaties:

• Immunologie - Biochemie

• Biomedisch Onderzoeks Instituut

Onderzoekers:

• Pieter STINISSEN

BOF 2011: Kort verblijf: Proteoomanalyse van Cd-blootgestelde Arabidopsis thalianan

Universiteit Hasselt

Abstract: De Onderzoeksraad heeft op xx oktober 2010 het verblijf van Sacha Böhler van de Gabriel Lippmann Institute, Luxemburg goedgekeurd.

Gedurende dit verblijf zal. Sacha Böhler onderzoek uitvoeren in samenwerking met prof. Ann Cuypers(onderzoeksgroep milieubiologie).

Organisaties:

• Milieubiologie

• Centrum voor Milieukunde

Onderzoekers:

• Jaak VANGRONSVELD

• Ann CUYPERS

BOF/IWT-opvangmandaat.

Universiteit Antwerpen

Abstract: BOF/IWT-opvangmandaat.

Organisaties:

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Wim De Coen

• Tine Vandenbrouck

BOF/IWT-opvangmandaat.

Universiteit Antwerpen

Abstract: BOF/IWT-opvangmandaat.

Organisaties:

• Functionele morfologie

Onderzoekers:

• Raoul Van Damme

• Jonathan Brecko

BOF/IWT-opvangmandaat.

Universiteit Antwerpen

Abstract: BOF/IWT-opvangmandaat.

Organisaties:

• Ethologie

Onderzoekers:

• Marcel Eens

• Evelien Maerten

BOF/IWT-opvangmandaat.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit doctoraatsproject heeft als doel het ontwikkelen van methode(n) voor de systematische hoge doorvoer screening van het

transcriptoom. De methode zal een combinatie zijn van bio-informatica en nieuwe experimentel technieken en zal uit drie opeenvolgende stappen

bestaan. In de eerste stap worden alle mogelijke transcripten in een genomische regio voorspeld. Hiervoor zal bestaande en nieuwe software

gecombineerd worden tot een sensitieve predictie pipeline. De tweede stap bestaat uit de hoge doorvoer experimentele detectie van de transcripten

met behulp van het massief parallelle sequencing GS FLX platform (Roche). De transcriptsequenties gegenereerd door dit platform worden in de

derde stap geanalyseerd met hiervoor ontwikkelde software. Deze methode laat toe om een veel beter inzicht te krijgen in het transcriptoom van

bepaalde genomische regio's.

Organisaties:

• VIB DMG - Toegepaste Moleculaire Genomica groep

Onderzoekers:

• Jurgen Del-Favero

• Bart Aelterman

BOF/IWT-opvangmandaat.

Universiteit Antwerpen

Abstract: De algemene doelstelling van dit project is te onderzoeken wat de effecten zijn van micro polluenten op waterjufferlarven. Deze larven

nemen met hun rol als prooi én predator een intermediaire plaats in, in zoetwaterecosystemen. Hun levenswijze, voorkomen en gevoeligheid maakt

hen tot een goed modelorganisme voor ecotoxicologisch onderzoek. Meer specifiek wordt geëvalueerd of gedragswijzigingen optreden als gevolg

van pollutiestress.

Organisaties:

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:


• Lieven Bervoets

• Jorina Baets

BOF/IWT-opvangmandaat.

Universiteit Antwerpen

Abstract: BOF/IWT-opvangmandaat.

Organisaties:

• Lab. Experimentele geneeskunde en pediatrie (LEMP)

Onderzoekers:

• Gert Verpooten

• Kristien Ledeganck

BOF/IWT-opvangmandaat.

Universiteit Antwerpen

Abstract: BOF/IWT-opvangmandaat.

Organisaties:

• Planten- en vegetatie-ecologie

Onderzoekers:

• Reinhart Ceulemans

• Melanie Verlinden

BOF/IWT-opvangmandaat.

Universiteit Antwerpen

Abstract: BOF/IWT-opvangmandaat.

Organisaties:

• Neurochemie en gedrag

Onderzoekers:

• Peter De Deyn

• Leen Janssen

BOF/IWT-opvangmandaat.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de

onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Organisaties:

• VAXINFECTIO

Onderzoekers:

• Vigor F I Van Tendeloo

• Nathalie Deckx

BOF/IWT research fellowship.

Universiteit Antwerpen

Abstract: BOF/IWT research fellowship.

Organisaties:

• Dierenecologie

Onderzoekers:

• Erik Matthysen

• Kassandra Driezen

BOF Kort verblijf: Optische metingen en eigenschappen van Nanodiamant

Universiteit Hasselt

Abstract: De voorzitter van de Onderzoeksraad heeft het verblijf van dr. Jana Poltierova Vejpravova van Faculty of Mathematics and Physics of

Charles University, Prague, Tsjechië goedgekeurd. Gedurende dit verblijf zal. dr. Jana Poltierova Vejpravova onderzoek uitvoeren in samenwerking

met prof. Milos Nesladek (onderzoeksinstituut IMO).

Organisaties:

• Materiaalfysica

• Instituut voor Materiaalonderzoek

Onderzoekers:

• Milos NESLADEK

Bone morphogenetic protein en WNT signalen in diermodellen van systeemsclerose.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: In dit project willen wij de rol van BMP en WNT signalisatie in diermodellen van huid en longfibrose als model van SSc verder

onderzoeken. Naaranalogie met onze eerdere observaties in verschillende modellen van artritis, suggereren de expressie data dat BMPs en WNTs

ook in SSc betrokken zijn in de processen van weefselhomeostase, destructie en herstel. Door gebruik te maken van verschillende genetische

modellen kunnen wij het evenwicht tussen BMPs/WNTs en hun antagonisten verschuiven en zo de rol van deze signalen beter in kaart brengen. Dit

onderzoek is gebaseerd op een combinatie van verlies en toename van functie benaderingen met inbegrip van het gebruik van genetische

modellen.

Organisaties:

• Cel- en Gentherapie Applicaties

Onderzoekers:

• Rik Lories

• Frank Luyten

Bone morphogenetic protein en Wnt signalisatie in muismodellen van systeemsclerose.

K.U.Leuven

Abstract: In dit project willen wij de rol van BMP en WNT signalisatie in diermodellen van huid en longfibrose als model van SSc verder

onderzoeken. Naaranalogie met onze eerdere observaties in verschillende modellen van artritis, suggereren de expressie data dat BMPs en WNTs

ook in SSc betrokken zijn in de processen van weefselhomeostase, destructie en herstel. Door gebruik te maken van verschillende genetische

modellen kunnen wij het evenwicht tussen BMPs/WNTs en hun antagonisten verschuiven en zo de rol van deze signalen beter in kaart brengen. Dit


onderzoek is gebaseerd op een combinatie van verlies en toename van functie benaderingen met inbegrip van het gebruik van genetische

modellen.

Organisaties:

• Cel- en Gentherapie Applicaties

Onderzoekers:

• Rik Lories

• Frank Luyten

• Ellen De Langhe

Bone remodeling in the distal forearm

K.U.Leuven

Abstract: Osteoporose is de meest voorkomende botziekte en treft miljoenen personen. Osteoporose wordt gekarakteriseerd door een lage

botmassa en een structurele achteruitgang van het botweefsel, wat leidt tot een verhoogd risico op botbreuken. Voor een individu leiden botbreuken

tot een sterke vermindering van de levenskwaliteit; voor de gemeenschap leiden botbreuken jaarlijks tot enorme kostenposten. Het doel van dit

project is om de personen met een risico op botbreuken beter te identificeren. Meer specifiek zullen we biopt-gebaseerde

botremodelleringsalgorithmen verder ontwikkelen voor de simulatie van botstructuur in vivo. De simulatiemodellen zullen worden gevalideerd op

basis van klinische data van de botmicro-architectuur. Onze centrale hypothese is dat leeftijdsgerelateerde veranderingen in botmassa en

botarchitectuur kunnen worden bepaald door specifieke hormonale, biochemische en biomechanische parameters.

Organisaties:

• Afdeling Biomechanica

Onderzoekers:

• Gerrit van Lenthe

• Ingrid Knippels

Boomsoorten van de onder- en de bovenétages van heterogene en meerlagige bossen: biometrie, architectuur en

waterrelaties van bomen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit gezamelijk onderzoeksproject bestudeert de verschillen tussen boomsoorten van de onder- en de bovenétages van een gemengd,

heterogeen gematigd bos, en in het bijzonder de waterhuishouding en het aandeel van deze soorten in de het totale waterverbruik van het bos.

Specifieke werkpakketten van dit onderzoeksproject zijn devolgende: (1) beschrijving van de algemene boomstructuur, met inbegrip van de

verdeling van bladeren/naalden, van levende cellen, van stikstof en van de structurele elementen; (2) metingen van de sapstroomsnelheid, met

inbegrip van de spatiale variatie binnen de stam op basis van kleurtechnieken, van de sapstroomsnelheid gedurende het jaar, vergelijking van de

soorten uit de bovenétage (grove den) met deze uit de onderétage (Rhododendron en vogelkers); en (3) opschaling naar het volledige

waterverbruik van het bestand. Het eindproduct van dit project zal het relatieve belang van onderétage-soorten (als Rhododendron en vogelkers)

aantonen voor de uitwisselingen van energie en massa van een meerlagig of gemengd bos in relatie tot deze van de boomsoorten uit de

bovenétage.

Organisaties:

• Planten- en vegetatie-ecologie

Onderzoekers:

• Reinhart Ceulemans

Borrelia infecties bij zangvogels en gespecialiseerde vogelteken

Universiteit Antwerpen

Abstract: Interacties tussen zangvogels en Ixodes teken worden geacht humane infectierisico's voor teekoverdraagbare ziekten te beïnvloeden.

Gebruikmakend van diagnostische testen, trachten we nieuwe informatie te bekomen over de bijdrage van zangvogels en vogelteken in de

terrestrische cycli van Borrelia burgdorferi s.l.. We spitsen ons toe op de infectierisico's bij vogels en de capaciteit bij vogelteken om Borrelia

bacteriën over te dragen.

Organisaties:

• Evolutionaire ecologie

Onderzoekers:

• Dieter Heylen

Borstkanker en Arbeidsparticipatie: een kwalitatieve studie naar de ervaringen van vrouwen en de daarbij geboden

ondersteuning en visie van de actoren rondom werkhervatting

K.U.Leuven

Abstract: Borstkanker is de meest frequente vorm van kanker in de geïndustrialiseerde wereld en de diagnose borstkanker heeft een grote impact

op het dagelijks leven. Voor beroepsactieve vrouwen kan al dan niet langdurige of definitieve arbeidsongeschiktheid een belangrijk gevolg zijn. Bij

diverse actoren bestaat een drempel voor werkhervatting; vrouwen kunnen daarnaast met praktische belemmeringen worden geconfronteerd.De

doelstelling van dit project is tweeledig. Vanuit de ervaringen van vrouwen met borstkanker trachten we kennis en inzicht te verwerven in

debeleving van arbeidsongeschiktheid en/of terugkeer naar werk. Daarnaasttrachten we kennis en inzicht te verwerven in de ervaringen,

betrokkenheid en samenwerking van de actoren (werkgevers, behandelend artsen en verzekeringsartsen) rondom werkhervatting van vrouwen met

borstkanker. De onderzoekspopulatie bestaat uit beroepsactieve vrouwen (met een werknemersstatuut) en uit werkgevers en bedrijfsartsen,

behandelend artsen en adviserend gene

Organisaties:

• Centrum voor Prev. Gezondheidszorg

Onderzoekers:

• Bernadette Dierckx de Casterlé

• Peter Donceel

Borstkankeropsporing.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Om de te lage participatiegraad aan het Vlaams programma voor borstkankeropsporing op te krikken, moeten vernieuwende, vaak niet

dure, methoden getest en ontwikkeld worden. Voor dit project is bij meer dan 10.000 vrouwen nagegaan hoe zij het onderzoek van de

mammografie bij de radioloog ervoeren. De mammografische eenheid (ME) waar het onderzoek wordt uitgevoerd, lijkt namelijk een belangrijke

impact te hebben op de participatietrouw van de vrouwen. In de enquête die naar de vrouwen werd gestuurd, werden een aantal facetten bevraagd

die ons kunnen toelaten het bezoek aan de ME voor de vrouw aangenamer te maken, zodat de participatietrouw zal stijgen.

Organisaties:

• Epidemiologie en sociale geneeskunde (ESOC)

Onderzoekers:


• Guido Van Hal

Botanische waarden in de Zegge.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Botanische waarden in de Zegge.

Organisaties:

• Ecosysteembeheer

Onderzoekers:

• Patrick Meire

Botgroei en -metabolisme in kritiek zieke kinderen.

K.U.Leuven

Abstract: Verlengd kritiek zieke volwassenen ontwikkelen een manifeste en toenemende bothyperresorptie, welke veel fragranter is dan bij

klassieke metabole botziekten zoals osteoporose. Ernstig verbrande kinderen lopen een belangrijke groeiachterstand op die meerdere jaren na het

initiële insult aanhoudt. Dit project focust op de, tot op heden nog nooit bestudeerde, hypothese dat kritieke ziekte in het algemeen een negatieve

impact zou hebben op het botmetabolisme van kinderen welke langdurig op de pediatrische intensieve zorgenafdeling (PICU) verblijven. Meer

bepaald zal aan dehand van de analyse van bloedstalen van PICU patiëntjes, evenals de studie van een konijnenmodel en celcultuurmodellen

getoetst worden of deze potentieel negatieve invloed van kritieke ziekte op botgroei en -turnover in kinderen gedreven wordt door systemische

inflammatie en circulerende cytokines. De in vitro modellen zullen vervolgens verder uitgewerkt worden om de onderliggende mechanismen in kaart

te brengen.

Organisaties:

• Laboratorium vr Intensieve Geneeskunde

Onderzoekers:

• Sophie Van Cromphaut

• Greta Van den Berghe

• Helen Owen

• Ineke Vanhees

Botmetastasen en anti-vasuclar endothelial growth factor targeted therapie bij het niercelcarcinoom

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Laboratorium Experimentele Oncologie

Onderzoekers:

• Robert Paridaens

• Benoit Beuselinck

Bottom-up priority effects small differences with large consequences

K.U.Leuven

Abstract: Microcystis is een wereldwijd voorkomende cyanobacteriesoort die instaat is om toxische algenbloeien te vormen. Microcystis populaties

kunnen bestaan uit grote aantallen verschillende genetische lijnen die ecologische sterk van elkaar kunnen verschillen. De watervlo Daphnia is

potentieel een belangrijke grazer van Microcystis, maar heeft ook te lijdenonder zijn toxiciteit. Eerder onderzoek van Dr. Van Gremberghe (UGent)

toonde de impact van prioriteitseffecten op de genetische samenstelling van microcystispopulaties en de sterke interacties tussen Microcystis en

Daphnia aan. Ik ga dit modelsysteem in mijn doctoraat gebruiken omde bottom-up impact van prioriteitseffecten in de aquatische voedselketen te

kwantificeren. Mijn hypothese stelt dat prioriteitseffecten, via hun impact op de toxiciteit van een bloei, de biomassa en soortensamenstelling van

hogere trofische niveaus beïnvloeden. Mijn experimenten zullenvooral gericht zijn op de gevolgen voor het zooplankton.

Organisaties:

• Afd. Ecologie, Evolutie en Biodiv.behoud

Onderzoekers:

• Luc De Meester

• Koenraad Muylaert

• Veerle Lemaire

Bouw van hoge temperatuur SSF* reactor voor de productie van biobrandstoffen uit lignocellulose

K.U.Leuven

Abstract: Lignocellulose wordt als een belangrijke grondstof voor de bio-ethanolproductie in de toekomst aanzien. Met de huidige technologieën is

het echter moeilijker omzetbaar naar ethanol dan de klassieke grondstoffen. Het hoofddoel van dit project is dan ook een productieproces te

ontwikkelen met behulp van enzymen en fermentatie waarbij op een rendabele manier lignocellulose omgezet kan worden tot ethanol. Om dit te

realiserenworden de verschillende processtappen zoals chemische voorbehandeling, enzymatische hydrolyse en de fermentatie van C5 en C6

suikers bestudeerden zo optimaal mogelijk op elkaar afgestemd. Na chemische voorbehandeling met verschillende licht zure of basische reagentia

bij temperaturen < 140°C. en enzymatische hydrolyse met behulp van een commercieel enzymmengsel worden de bekomen C5 en C6 suikers

gefermenteerd tot ethanol gebruikmakend van diverse micro-organismen. Vervolgens wordt getracht de saccharificatie en de fermentatie van C5 en

C6 suikers simultaan te laten

Organisaties:

• Centr. Levensmidd.- & Microb. Technol.

Onderzoekers:

• Christophe Courtin

• Alex Verplaetse

• Sylvie Deprez

BOVIDI: Impact van horizontale Boviene Virale Diarree (BVD) virustransmissie op de haalbaarheid van een algemeen

bestrijdingsplan op bedrijfsniveau

Universiteit Gent

Abstract: Behalve via persistent geïnfecteerde runderen zou BVDV door horizontale transmissie en persistentie na infectie verspreiden. Indien op

BVDV-vrije bedrijven seroconversie vastgesteld wordt, vindt virologisch en epidemiologisch onderzoek plaats om de bron van infectie te

achterhalen. Virusverspreiding wordt ook experimenteel onderzocht door infectie van kalveren in aanwezigheid van naïeve dieren. Ten slotte wordt

diagnostiek op punt gesteld om transiënt geïnfecteerde dieren en persistentie te detecteren.

Organisaties:

• Vakgroep Verloskunde, voortplanting en bedrijfsdiergeneeskunde


Onderzoekers:

• Jeroen Dewulf

Bowel.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• TARGID

Onderzoekers:

• Kristin Verbeke

Brain-gut interactions in the regulation of visceral pain and food intake: a functional brain imaging approach

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• TARGID

Onderzoekers:

• Jan Tack

• Lukas Van Oudenhove

Brain machine interface voor functioneel herstel in hersenletsels.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Experimentele Neurochirurgie & -anatomie

Onderzoekers:

• Jean-Marie Aerts

• Robert Puers

• Bart Nuttin

• Kris van Kuyck

Brain-machine interfacing met micro-electrode arrays in de visuele cortex.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Brain-Machine interfaces (BMIs, ook Neuromotor protheses genoemd) bieden een perspektief voor de verbetering van de levenskwaliteit

van patiënten met neurologische aandoeningen. Tegenwoordig wordt de micro elektrode-array, bestaande uit tientallen van elektroden, in deze

BMIs in de (pre)motor frontale hersenzones en in de pariëtale cortex geïmplanteerd. Deze gebieden zijn verantwoordelijk voor de motorintentie,

motorplanning en de uitvoering van motorische taken. De array registreert daar de hersensignalen, waaruit informatie wordt geëxtraheerd door

verdere verwerking. Hierbij is de betrokkenheid van de menselijke operator onontbeerlijk.Het hoofddoel van dit project is de ontwikkeling van een

volledig autonoom werkende BMI, m.a.w. een systeem dat volledig zonder menselijke interventie kan functioneren. Het systeem zal in staat zijn 1)

de hersenspikes automatisch on-line te detecteren; 2) automatisch spikes te sorteren (spikediscriminatie) en 3) spikes te decoderen. In plaats van

te r

Organisaties:

• Onderzoeksgroep Neurofysiologie

Onderzoekers:

• Marc Van Hulle

• Johan Suykens

Brains (Back) to Brussels 2009 - verankering: systeemniveau analyse van de menselijke micriobiome in gezondheid en

ziekte

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Onderzoek naar de werking van menselijke microbiale flora.

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• Jeroen RAES

• PIERRE CORNELIS

Brains (back) to Brussels 2010 - Verankering : Combining experiment and informatics to study biopolymer dynamics and

interactions.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Door me de kans te geven om te werken in Brussel kan ik een groep samenstellen die een betekenisvolle bijdrage kan leveren aan het

onderzoek rond Bioinformatics. Gezien de commerciële waarde van medicatieproductie, hebben vernieuwende instrumenten in dit veld veel

potentieel mbt industriële samenwerkingen en om aan fondswerving te doen.

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• Nico VAN NULAND

Breaking Ecotoxicological Restraints in Spatial Planning (BERISP).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Breaking Ecotoxicological Restraints in Spatial Planning (BERISP).

Organisaties:

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Lieven Bervoets

• Wim De Coen

Breeding and genetic mapping of selected yeast with high fermentative efficiency for production of fuel ethanol.

K.U.Leuven


Abstract: The increased demand for renewable fuels has stimulated significantly

the ethanol production in the world. Among the producers, Brazil stands out as

the largest producer and exporter. The process of ethanol production in Brazil

uses the cane juice as substrate fermentable by yeast, ahighly stressful for the microorganism. In order to obtain a productionwell controlled, and a

high

quality product is necessary the use of inoculum better adapted to the

environment of the vats. Therefore, yeast must be both tolerant and / or

resistant to various stress factors and also be persistent and dominant in

relation to micro-organisms that normally contaminate the fermentation.

Breeding strategies and genetic mapping have been used with success,

expanding the desirable qualities of yeasts that are already used in fermentation processes.

The genetic mapping, can access the different genes involved,helping to elucidate the basic principles governing variation and segregation of

phenotypes.

Organisaties:

• Afd. Molec. Microbiol. & Biotechnologie

Onderzoekers:

• Johan Thevelein

Brein-darm interacties in de regeling van viscerale pijn en voedselinname: een benadering vanuit functionele

beeldvorming van de hersenen

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• TARGID

Onderzoekers:

• Jan Tack

• Lukas Van Oudenhove

• Nathalie Weltens

Brick Architecture in the County of Flanders, ca. 1200-1380

K.U.Leuven

Abstract: The doctoral research intends to examine the introduction and spread ofbuilding with brick in medieval Flanders. Traditional historiography

states that a distinctive brick architecture did not emerge until the 15thand 16th centuries and was limited to the coastal region of the county of

Flanders. This research however focuses on the formative 13th and 14th centuries, the geographical scope being the entire county.

Through architectural-historical (bouwhistorisch) research, we aim to construct a chronology of brick building in Flanders with attention given to

aspectslargely neglected in the past, such as constructive features, architectural typologies and the patrons involved. In doing so, we hope to

nuancethe widely held view that the introduction and spread of brick was little more than the succes of a cheap substitute for stone.

Organisaties:

• Departement ASRO

Onderzoekers:

• Thomas Coomans de Brachène

Bridging the gap between particle and bulk properties of biomass crops

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling MeBioS

Onderzoekers:

• Wouter Saeys

• Tom Leblicq

BRIN-project "Ontwikkeling van cDNA arrays voor de studie van het endocrien verstorend karakter van chemicaliën bij

aquatische organismen."

Universiteit Antwerpen

Abstract: BRIN-project "Ontwikkeling van cDNA arrays voor de studie van het endocrien verstorend karakter van chemicaliën bij aquatische

organismen."

Organisaties:

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Wim De Coen

BRIO: Banking Rhizosphere Micro-Organisms, European-Russion initiative to set up a network of rhizophere

microbiological resource centres

Universiteit Gent

Abstract: De doelstellingen van dit project zijn het organiseren van samenwerking tussen gespecializeerde collecties van micro-organismen uit de

rhizosfeer afkomstig en het samenstellen van een pool van micro-organismen, exploiteerbaar voor onderzoek en industrie: Pan-European

Rhizosphere resources network (PERN).

Deze samenwerking tussen collecties met materiaal uit West-Europese en Oost-Europese


ecosystemen zal leiden tot een gecoördineerd netwerk van menselijke expertise en microbiële culturen.

Organisaties:

• Vakgroep Biochemie en Microbiologie

Onderzoekers:

• Anne Willems

Bronchiectasis

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Pneumologie

Onderzoekers:

• Lieven Dupont

• Paul Proost

BruBreast: Ontwikkeling van diagnostische en therapeutische instrumenten voor het optimale beheer van de individuele

kankerpatiënt.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het BruBreast project beoogt het identificeren van markers die resistentie tegen de behandeling van kanker voorspellen.

Organisaties:

• Medische Beeldvorming en Fysische Wetenschappen

Onderzoekers:

• JACQUES DE GREVE

Bruikbaarheid van driehoekmossel voor de monitoring van de kwaliteit van oppervlaktewater.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Bruikbaarheid van driehoekmossel voor de monitoring van de kwaliteit van oppervlaktewater.

Organisaties:

• ECOFYSIOLOGIE EN BIOCHEMIE

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Ronny Blust

• Lieven Bervoets

BruStem: Regeneratieve geneeskunde van de lever met synergetische mengsels van onvolwassen of volwassen

menselijke hepatocyten met mesenchymale stamcellen/voorlopercellen of met hepatische Notti cellen.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het doel van dit project is het onderzoeken van alternatieve celkandidaten voor regeneratieve lever geneeskjunde. Mesenchymale

stam/progenitor cellen van intra en extrahepatiscbe bronnen zijn specifiek onderzoek met betrekking tot hun proliferatie en hepatogenische

differentie potentieel. Lever Notti cellen zullen ook onderzocht worden en ontwikkeld voor de screening van anti-fibrogenische medicatie.

Organisaties:

• Celbiologie en Histologie

• Toxicologie, Dermato-cosmetologie en Farmacognosie

• Fysiologie

Onderzoekers:

• ALBERT GEERTS

• Hendrik REYNAERT

• Leonardus VAN GRUNSVEN

• Laurent DOLLE

• VERA ROGIERS

Building and using the next generation of liquid phase (bio-) analytical separation devices : exploiting the advantages of

maximal column structure control and maximal process integration 'NEXTCHROM".

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Met het introduceren van nieuwe high-tech fabricatietechnologieen (fotolithografische etching, precision milling, laserablatie,

dunlaagdepositie, ...) in het domein van de analytische chemie beoogt dit project de ontwikkeling van een nieuwe generatie chromatografische

kolommen voor vloeistofchromatografie. Deze intentie is ingegeven door de grote nood aan betere en snellere analytische scheidingen komende,

o.a. uit het biologische en farmaceutische onderzoeksdomein, uit de voedings- en milieuanalysesector en uit de polymeerindustrie.

Organisaties:

• Analytische Scheikunde en Farmaceutische Technologie

• Chemische Ingenieurstechnieken en Industriele Scheikunde

Onderzoekers:

• Yvan VANDER HEYDEN

• GERT DESMET

Burnout bij artsen en verpleegkundigen.

K.U.Leuven

Abstract: Onderzoek toont aan dat ongeveer 22% van de werkende Vlaamse bevolking een hoog risico loopt op burnout en dat het aantal

verzuimdagen hierbij met 8 dagen per werknemer toeneemt(Onderzoeksrapport IDEWE, 2011).Vergeleken met andere sectoren blijkt burnout

vaker voor te komen bij hulpverleners zoals artsen en verpleegkundigen (Prins e.a., 2010). Zo gaf het onderzoek van Vu e.a. (2009) aan dat

ongeveer één derde van de Belgische intensivisten kampt met een burnout. Ook onderzoek naar de werkomstandigheden van verpleegkundigen in

12 Europese landen, wees uit dat 1op 4 Belgischeverpleegkundigen een risico op burnout heeft (Aiken e.a., 2011,Sermeus e.a., 2011). Burnout

verhoogt niet enkel de kans op ziekteverzuim, maar veroorzaakt ook een drastische vermindering van zowel de kwaliteit van zorg als de

patiëntveiligheid (Aiken e.a., 2002). Naastburnout, is ook de positievetegenhanger, nl. bevlogenheid van een werknemer, belangrijk. Hakanen

(2008) toonde aan dat bevlogenheid een positief effect

Organisaties:

• Centrum voor Prev. Gezondheidszorg

Onderzoekers:

• Lode Godderis


Ca2+ geactiveerde kationkanalen in het centraal zenuwstelsel.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Laboratorium voor Ionenkanaalonderzoek

Onderzoekers:

• Rudi Vennekens

Ca2+ gerelateerde processen in cumuluscellen als merker voor eicelkwaliteit.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Ca2+ gerelateerde processen in cumuluscellen als merker voor eicelkwaliteit.

Organisaties:

• Embryologie en Menselijke Genetica

Onderzoekers:

• JOHAN SMITZ

Cadmiumgeïnduceerde oxidatieve stress : schade versus signalisatie

Universiteit Hasselt

Abstract: Cadmium (cd) is een niet-essentieel element dat een belangrijke bedreiging vormt voor het milieu en voor de volksgezondheid. het is van

essentieel belang om de responsen op Cd stress te onderzoeken. In het Centrum voor Milieukunde (CMK) werd door verschillende

onderzoeksgroepen reeds aangetoond dat Cd oxidatieve stress veroorzaakt. Oxidatieve stress is een verstoring van de redoxbalans, die

aanleiding kan geven tot schade aan membranen, eiwitten en DNA. Meer recent werd aangetoond dat oxidatieve stress ook een belangrijke rol

speelt in signaaltransductie waardoor de cel zich eveneens kan aanpassen aan de situatie.

Het huidige projectvoorstel heeft tot doel om een geïntegreerde kennis van Cd stress op cellulair niveau te bestuderen bij zowel planten als dieren

met aandacht voor de rol van oxidatieve stress in deze processen. Er zal in eerste instantie een karakterisatie gebeuren van de (sub)cellulaire

schade die optreedt na Cd blootstelling met behulp van elektronenmicroscopie. Onder verschillende Cd regimes (verschillende

blootstellingsconcentraties, verschillende blootstellingsduur) zal eveneneens een karakterisatie van de oxidatieve stress toestand ("oxidative stress

signature") in de cel gemaakt worden. Dit zal gebeuren op verschillende biologische organisatieniveaus gaande van de genexpressie tot het

cellulaire metabolisme.

De bekomen resultaten moeten leiden tot de keuze van een beperkt aantal concentraties, waarbij enerzijds op verschillende tijdstippen een

karakterisatie van de oxidatieve stress toestand gemaakt wordt en anderzijds signaaltranductie componenten bestudeerd worden. Door verbanden

te zoeken tussen deze 2 onderdelen kunnen we inzichten verwerven in de primaire cellulaire gebeurtenissen na blootstelling aan Cd. Hierover is

tot op heden enkel zeer fragmentarisch iets geweten. Bovendien zal de rol van mitochondriën in deze respons nader bekeken worden.

Organisaties:

• Fysiologie

• Milieubiologie

• Dierkunde: Biodiversiteit en Toxicologie

• Centrum voor Milieukunde

Onderzoekers:

• Emmy VAN KERKHOVE

• Jaak VANGRONSVELD

• Tom ARTOIS

• Ann CUYPERS

• Karen SMEETS

Calamiteitenfonds: dekking meerkosten voor vervanging plaatlezer via omruiling.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Calamiteitenfonds: dekking meerkosten voor vervanging plaatlezer via omruiling.

Organisaties:

• ECOFYSIOLOGIE EN BIOCHEMIE

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Wim De Coen

Calamiteit: hoge resolutie RX-high-speed-video configuratie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Calamiteit: hoge resolutie RX-high-speed-video configuratie.

Organisaties:

• Functionele morfologie

Onderzoekers:

• Peter Aerts

Calcium en bothomeostase in acute en verlengd kritieke ziekte.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Laboratorium vr Intensieve Geneeskunde

Onderzoekers:

• Sophie Van Cromphaut

Calcium-transport eiwitten: werkingsmechanisme en hun rol in ziekte.

K.U.Leuven

Abstract: Calcium in het celsap controleert bijna alle processen in de levensloopvan een cel (proliferatie, differentiatie, normale functie van een

normaal gedifferentieerde cel) maar kan ook signalen controleren die uiteindelijk leiden tot het afsterven van de cel. Wanneer calcium aan de

cellulaire controle ontsnapt, kan calcium gevaarlijk worden en leiden tot een ganse reeks ziekten. De calcium die nodig is om al deze processen te

controleren, komt van de buitenkant van de cel of van inwendige opslagplaatsen. Calcium influx in de cel vanuit het extracellulair milieu gebeurt

vooral door plasmamembraan calciumkanalen waaronder de transiente receptor potentiaal (TRP) familie van ionenkanalen. Calcium opgestapeld in

de intracellulaire opslagmagazijnen wordt vooral vrijgezet via inositoltrisfosfaat receptoren en ryanodine receptoren. Het doel van dit project is het

werkingsmechanisme te ontrafelen alsook de functie en fysiologische rol van nieuwe eiwitten die cytosolische calciumsignalen opzetten.


Organisaties:

• Labo Molec. en Cel. Signaaltransmissie

Onderzoekers:

• Thomas Voets

• Frank Wuytack

• Bernard Himpens

• Humbert De Smedt

• Ludwig Missiaen

• Bernd Nilius

• Jean-Baptiste Parys

• Jan Eggermont

Cancer cells and their microenvironment: from gene regulatory networks to therapy.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Angiogenese en Neurovasculaire Link

Onderzoekers:

• Peter Carmeliet

Cancer during pregnancy: Maternal needs and long term follow-up of children after antenatal exposure to chemo- and/or

radiotherapy

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Gynaecologische Oncologie

Onderzoekers:

• Lieven Lagae

• Frédéric Amant

• Rudi D'Hooge

• Jana Dekrem

Candida albicans Hsp90 als nieuw antischimmeldoelwit. Inactivatie met behulp van PROTEINi en de interactie met de

cAMP-PKA signaalweg.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afd. Molec. Microbiol. & Biotechnologie

Onderzoekers:

• Patrick Van Dijck

• Frédérique Van Hauwenhuyse

Can we guide cancer treatment by observed changes in gene expression induced by hypoxia or anti-angiogenic therapy

in colon or rectum tumors.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Hepatologie

Onderzoekers:

• Adrianus van Pelt

Capaciteitsopbouw biomedische beeldvorming: MRI apparatuur voor kleine proefdieren.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de

onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Organisaties:

• Bio-imaging

Onderzoekers:

• Anne Marie Van Der Linden

Capaciteitsopbouw in klinisch onderzoek bij infectieziekten.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten

genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Epidemiologie en sociale geneeskunde (ESOC)

Onderzoekers:

• Robert Colebunders

Capaciteitsopbouw voor curricula inzake milieubeheer/ecosysteembeheer/duurzaam gebruik van natuurlijke bronnen in

Rusland.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: De focus van het project ligt op curriculum ontwikkeling. activiteiten: 1) organisatie van een voorlopig seminarie in Brussel met de 5

Vlaamse partners 2) twee seminaries - intensieve trainingscursussen: - eerste seminarie in het Kostroma-station: focus op curriculum ontwikkeling

betreffende ecosysteembeheer, GIS-toepassing met inbegrip van duurzame ontwikkeling van natuurlijke hulpbronnen. 3) Ontwikkeling van een

onderwijspakket over milieubeheer en ecosysteembeheer, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen en GIS-toepassingen. 4) Opbouw van

faciliteiten en infrastructuur in het Kostroma-station. 5) uitwisseling van experten 6) opbouw van het curriculum van het Institute of Ecological and

evolution door cursussen over milieubeheer in te schakelen.

Organisaties:


• Menselijke Ecologie

Onderzoekers:

• David PROOT

• LUC HENS

Capaciteitsopbouw voor duurzame ontwikkeling in Vietnam

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het project beoogde ondersteuning van het onderwijs dat georganiseerd wordt door de Faculty of Environmental Science aan de Hanoi

University of Science (HUS). Er zijn significante resultaten geboekt in termen van curriculumopbouw van de M.Sc. and B.Sc. programmes.

Daarenboven is een Milieu studie- en documentatiecentrum opgericht: het centrum omvat een bibliotheek met 1000 referenties, een seminariezaal

met moderne educatieve faciliteiten en een computerzaal. Ook is een 3 daagse workshop georganiseerd aan de Hanoi University of Science rond

'Milieubeleid en strategiën'.

Organisaties:

• Menselijke Ecologie

Onderzoekers:

• David PROOT

• LUC HENS

Capaciteitsopbouw voor milieubeheer in Vietnam

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het project beoogde ondersteuning van het beheer van het milieu en natuurlijke rijkdommen in Vietnam. Een eerste doelstelling omvatte

de ontwikkeling van de wetenschappelijke basis voor milieu-effectrapportering. Het project beoogde evenzeer versteviging van het milieuonderwijs

aan de Faculty of Environmental Sciences.

De interventie inzake milieu-effectrapportering (m.e.r.) bleek bijzonder succesvol en productief. Het leidde tot de opmaak en co-publicatie van 3

richtlijnen boeken. Het resulteerde ook in een GIS-gebaseerde ruimtelijke analyse van het bodemgebruik ter ondersteuning van de uitvoering van

een strategisch milieu-effectrapport van het stedelijk ontwikkelingsplan van Ha Long in de provincie Quang Ninh. In totaal werden 6 m.e.r.workshops

georganiseerd.

Inzake milieuonderwijs werden substantiële resultaten geboekt in tremen van curriculumopbouw, de publicatie van 5 handboeken voor studenten

en de implementatie van een EC-beurzenschema.

Organisaties:

• Menselijke Ecologie

Onderzoekers:

• David PROOT

• LUC HENS

Capacity building for the Vietnam inland waterway administration to protect the environment (2010).

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Vlaanderen zal bijstand verlenen aan Vietnam Inland Waterway Administration bij het upgraden van VIWA's environmental management

capacity, wat moet resulteren in een 'Efficient and operational Environmental Management and Inspection Service within VIWA'

Organisaties:

• Menselijke Ecologie

Onderzoekers:

• David PROOT

• LUC HENS

Capillaire electrochromatografische applicatie ontwikkeling op nieuw ontwikkelde stationaire fasen.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Capillaire electrochromatografie (CEC) is een analytische, geminiaturiseerde scheidingstechniek die ontwikkeld werd begin jaren 70.

Echter, CEC wordt momenteel nog gekenmerkt door een aantal experimentele nadelen die maken dat de techniek heden ten dage nog niet als

volwaardig scheidingstechniek kan bestempeld worden. Dit project zal daarom als doelstelling hebben onderzoek uit te voeren naar een verbetering

van de kolomtechnologie door het ontwikkelen en testen van nieuwe stationaire fasen, met als doel betere kolommen beschikbaar te stellen,

waardoor automatisch de interesse vanuit de industrie zal verhogen, tenminste als de techniek voldoende performant gemaakt kan worden. De

beoogde stationaire fasen in dit project zijn de monolithische stationaire fasen, waar een onderscheid gemaakt wordt tussen polymere- en silicagebaseerde

stationaire fasen, en "sub-micronsized" partikels- gebaseerde stationaire fasen.

Voor de beoogde types stationaire fasen zal hun potentieel voor farmaceutische applicaties onderzocht worden, en meer bepaald in twee

domeinen: niet-chirale applicaties, meer specifiek in de analyse van geneesmiddelen en fingerprintontwikkeling van plantaardige extracten, en

chirale applicaties, waarbij de synthese van bruikbare chirale stationaire fasen ook noodzakelijk zal zijn.

Het uiteindelijk resultaat van dit project dat beoogd wordt is het ontwikkelen van een geschikt type stationaire fase dat toelaat alle voordelen die

CEC kenmerken naar voor te schuiven, en daarenboven robuuste methodenontwikkeling toelaat, teneinde de techniek tot rijpheid te brengen.

Organisaties:

• Analytische Scheikunde en Farmaceutische Technologie

Onderzoekers:

• Debby MANGELINGS

Capillaire LC-MS/MS van neurofarmaca en neuropeptiden in microdialysaten in 'in vivo' neurofarmacologisch onderzoek.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Dit project beoogt de ontwikkeling van analytische methodes voor de kwantitatieve bepaling van een aantal neuropeptiden en farmaka in

microdialysaten door middel van capillaire LC, gekoppeld aan triple quadrupool electrospray MS/MS. Omwille van de lage concentraties die

verwacht worden in de microdialysaten (pM range), streven we naar maximale gevoeligheid van de ontwikkelde methodes. Hiervoor moeten we

een aantal parameters optimaliseren, zowel op het vlak van de microdialyse staalname zelf, als op het vlak van de vloeistofchromatografie. We

wensen de ontwikkelde methodes dan verder toe te passen in een aantal specifieke projecten binnen het onthaallaboratorium

In het kader van PK/PD studies van anti-epileptica, levert de combinatie van microdialyse en nano-LC-MS/MS het voordeel dat in elk dialysaat

(max. 40 µl) zowel de concentratie aan PD merker als de concentraties aan het farmakon en zijn metaboliet(en) simultaan worden bepaald. Het

spreekt voor zich dat het gebruik van LC-MS/MS in dit tijdsrovende maar originele werk ook een enorme tijdswinst en informatiewinst zal opleveren.

We zullen ook een LC-MS/MS methode ontwikkelen voor de bepaling van neuropeptiden (somatostatine, dynorfine, galanine, ...) in hippocampale

microdialysaten om de in vivo neuropeptidevrijgave te bestuderen tijdens en na experimenteel geïnduceerde convulsies. Nadien zullen we

onderzoeken hoe deze neuropeptidevrijgave gemoduleerd wordt door een aantal selectieve peptiderge liganden, maar vooral ook door subtypeselectieve

liganden van zowel de ionotrope als de metabotrope glutamaatreceptoren. Op dezelfde manier zal van peptidevrijgave (enkefaline,


dynorfine, substantie P, ...) in diermodellen van de ziekte van parkinson worden bestudeerd om hun rol in de motoriek beter in kaart te brengen.

Tot slot zijn we ook geïnteresserd in de in vivo metabolisatie van Ang II en zijn fragmenten in verschillende hersenkernen (hippocampus, striatum

en cortex). Door lokale en continue toediening van Ang II via de microdialyse probe zullen we in de dialysaten tijdens en na perfusie de

verschillende fragmenten bepalen met LC-MS/MS.

Organisaties:

• Farmaceutische Chemie, Analyse van Geneesmiddelen en Geneesmiddelenkennis

Onderzoekers:

• YVETTE MICHOTTE

Capillaire LC-MS/MS van neurofarmaca en neuropeptiden in microdialysaten in "in vivo" neurofarmacoloische onderzoek.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Dit project beoogt de ontwikkeling van analytische methodes voor de kwantitatieve bepaling van een aantal neuropeptiden en farmaka in

microdialysaten door middel van capillaire LC, gekoppeld aan triple quadrupool electrospray MS/MS. Omwille van de lage concentraties die

verwacht worden in de microdialysaten (pM range), streven we naar maximale gevoeligheid van de ontwikkelde methodes. Hiervoor moeten we

een aantal parameters optimaliseren, zowel op het vlak van de microdialyse staalname zelf, als op het vlak van de vloeistofchromatografie. We

wensen de ontwikkelde methodes dan verder toe te passen in een aantal specifieke projecten binnen het onthaallaboratorium

In het kader van PK/PD studies van anti-epileptica, levert de combinatie van microdialyse en nano-LC-MS/MS het voordeel dat in elk dialysaat

(max. 40 µl) zowel de concentratie aan PD merker als de concentraties aan het farmakon en zijn metaboliet(en) simultaan worden bepaald. Het

spreekt voor zich dat het gebruik van LC-MS/MS in dit tijdsrovende maar originele werk ook een enorme tijdswinst en informatiewinst zal opleveren.

We zullen ook een LC-MS/MS methode ontwikkelen voor de bepaling van neuropeptiden (somatostatine, dynorfine, galanine, ...) in hippocampale

microdialysaten om de in vivo neuropeptidevrijgave te bestuderen tijdens en na experimenteel geïnduceerde convulsies. Nadien zullen we

onderzoeken hoe deze neuropeptidevrijgave gemoduleerd wordt door een aantal selectieve peptiderge liganden, maar vooral ook door subtypeselectieve

liganden van zowel de ionotrope als de metabotrope glutamaatreceptoren. Op dezelfde manier zal van peptidevrijgave (enkefaline,

dynorfine, substantie P, ...) in diermodellen van de ziekte van parkinson worden bestudeerd om hun rol in de motoriek beter in kaart te brengen.

Tot slot zijn we ook geïnteresserd in de in vivo metabolisatie van Ang II en zijn fragmenten in verschillende hersenkernen (hippocampus, striatum

en cortex). Door lokale en continue toediening van Ang II via de microdialyse probe zullen we in de dialysaten tijdens en na perfusie de

verschillende fragmenten bepalen met LC-MS/MS.

Organisaties:

• Farmaceutische Chemie, Analyse van Geneesmiddelen en Geneesmiddelenkennis

Onderzoekers:

• YVETTE MICHOTTE

• SOPHIE SARRE

• Ilse Julia SMOLDERS

• Katrien LANCKMANS

Capillaire LC-MS/MS van neurofarmaka en neuropeptiden in microdialysaten in 'in vivo' neurofarmacologisch

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Dit project beoogt de ontwikkeling van analytische methodes voor de kwantitatieve bepaling van een aantal neuropeptiden en farmaka in

microdialysaten door middel van capillaire LC, gekoppeld aan triple quadrupool electrospray MS/MS. Omwille van de lage concentraties die

verwacht worden in de microdialysaten (pM range), streven we naar maximale gevoeligheid van de ontwikkelde methodes. Hiervoor moeten we

een aantal parameters optimaliseren, zowel op het vlak van de microdialyse staalname zelf, als op het vlak van de vloeistofchromatografie. We

wensen de ontwikkelde methodes dan verder toe te passen in een aantal specifieke projecten binnen het onthaallaboratorium

In het kader van PK/PD studies van anti-epileptica, levert de combinatie van microdialyse en nano-LC-MS/MS het voordeel dat in elk dialysaat

(max. 40 µl) zowel de concentratie aan PD merker als de concentraties aan het farmakon en zijn metaboliet(en) simultaan worden bepaald. Het

spreekt voor zich dat het gebruik van LC-MS/MS in dit tijdsrovende maar originele werk ook een enorme tijdswinst en informatiewinst zal opleveren.

We zullen ook een LC-MS/MS methode ontwikkelen voor de bepaling van neuropeptiden (somatostatine, dynorfine, galanine, ...) in hippocampale

microdialysaten om de in vivo neuropeptidevrijgave te bestuderen tijdens en na experimenteel geïnduceerde convulsies. Nadien zullen we

onderzoeken hoe deze neuropeptidevrijgave gemoduleerd wordt door een aantal selectieve peptiderge liganden, maar vooral ook door subtypeselectieve

liganden van zowel de ionotrope als de metabotrope glutamaatreceptoren. Op dezelfde manier zal van peptidevrijgave (enkefaline,

dynorfine, substantie P, ...) in diermodellen van de ziekte van parkinson worden bestudeerd om hun rol in de motoriek beter in kaart te brengen.

Tot slot zijn we ook geïnteresserd in de in vivo metabolisatie van Ang II en zijn fragmenten in verschillende hersenkernen (hippocampus, striatum

en cortex). Door lokale en continue toediening van Ang II via de microdialyse probe zullen we in de dialysaten tijdens en na perfusie de

verschillende fragmenten bepalen met LC-MS/MS.

Organisaties:

• Farmaceutische Chemie, Analyse van Geneesmiddelen en Geneesmiddelenkennis

Onderzoekers:

• YVETTE MICHOTTE

• SOPHIE SARRE

• Ilse Julia SMOLDERS

• Katrien LANCKMANS

"Capturing the CAP4": een nieuwe klasse diagnostica voor Trypanosomatidaties.

K.U.Leuven

Abstract: Trypanosoma bruceinbsp;Leishmania spp. behoren tot de Trypanosomatidae familie en veroorzaken respectievelijk humane Afrikaanse

trypanosomiasis (HAT) en leishmaniasis (LEI). Diagnose van beideinfectieziekten is nog steeds gebaseerd op microscopie en er is een hoge nood

aan betere diagnostica die toepasbaar zijn at the point-of-care. Een ongewoon biologisch aspect bij de Trypanosomatidae is dat elk mRNA in de cel

een geconserveerde 39 bp RNA sequentie bevat aan het 5 einde, het spliced leader RNA (SL RNA). Bovendien heeft de 5 CAP unieke methyl

groepen op de eerste vier nucleosiden (CAP4). In dit project zal een uiterst innovatieve moleculaire point-of-care test ontwikkeld worden op basis

van een specifieke detectie van het SL RNA via aptameren gericht tegen de CAP4 en SL RNA specifieke peptide nucleic acid probes. Na de

principebevestiging op experimentele stalen zullen de nieuwe testen uitgebreid gevalideerd worden in fase I, II en III evaluatie studies. Het is de

eerste maal

Organisaties:

• Lab voor Medicinale Chemie

Onderzoekers:

• Piet Herdewyn

• Stijn Deborggraeve

Carbonaceous aerosol characterisation of rural background aerosols from Europe. (beurs Alina ION, Roemenië)


Universiteit Antwerpen

Abstract: Carbonaceous aerosol characterisation of rural background aerosols from Europe. (beurs Alina ION, Roemenië)

Organisaties:

• Bio-organische massaspectrometrie

Onderzoekers:

• Magda Claeys-Maenhaut

• Alina Catrinel Ion

Carbon cycling and aquatic metabolism in African lakes

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Bodem- en Waterbeheer

Onderzoekers:

• Steven Bouillon

• Cedric Morana

Carbon cycling in the Congo River Basin.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Bodem- en Waterbeheer

Onderzoekers:

• Roeland Merckx

• Steven Bouillon

Carbon cycling in tropical African rivers basins

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Bodem- en Waterbeheer

Onderzoekers:

• Steven Bouillon

Carboxypeptidase U: een metallocarboxypeptidase met een specifieke rol in haemostase en een mogelijke risicofactor

voor thrombotische aandoeningen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Recent werd er door onze onderzoeksgroep aangetoond dat proCPU, wat tot nu toe werd beschouwd als een inactieve precursor, een

significante intrinsieke enzymatische activiteit vertoont ten opzichte van kleine synthetische substraten [4]. Pancreatisch proCPB, dat 42% identiteit

vertoont met proCPU, bezit geen intrinsieke activiteit. Alignering van proCPB en proCPU toont aan dat bepaalde niet covalente interacties tussen

het propeptide en het actief centrum enkel voorkomen bij proCPB. Door uitvoeren van site-directed mutagenese experimenten, die de interactie van

het propeptide met het actief enzyme beïnvloeden, zal de oorsprong van de intrinsieke activiteit worden onderzocht. Tevens zullen we onderzoeken

wat de contributie is van de suikerketens op het prosegment aan de intrinsieke activiteit van proCPU. Bijkomend zal worden onderzocht of proCPU

ook een enzymatische activiteit vertoont t.o.v. grotere fysiologische substraten inclusief fibrine.

Organisaties:

• Medische biochemie

Onderzoekers:

• Dirk Hendriks

• Evelien Heylen

Carboxypeptidase U: een metallocarboxypeptidase met een specifieke rol in haemostase en een mogelijke risicofactor

voor thrombotische aandoeningen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Recent werd er door onze onderzoeksgroep aangetoond dat proCPU, wat tot nu toe werd beschouwd als een inactieve precursor, een

significante intrinsieke enzymatische activiteit vertoont ten opzichte van kleine synthetische substraten [4]. Pancreatisch proCPB, dat 42% identiteit

vertoont met proCPU, bezit geen intrinsieke activiteit. Alignering van proCPB en proCPU toont aan dat bepaalde niet covalente interacties tussen

het propeptide en het actief centrum enkel voorkomen bij proCPB. Door uitvoeren van site-directed mutagenese experimenten, die de interactie van

het propeptide met het actief enzyme beïnvloeden, zal de oorsprong van de intrinsieke activiteit worden onderzocht. Tevens zullen we onderzoeken

wat de contributie is van de suikerketens op het prosegment aan de intrinsieke activiteit van proCPU. Bijkomend zal worden onderzocht of proCPU

ook een enzymatische activiteit vertoont t.o.v. grotere fysiologische substraten inclusief fibrine.

Organisaties:

• Medische biochemie

Onderzoekers:

• Dirk Hendriks

• Evelien Heylen

CARCINOGENOMICS : ontwikkeling van een hoge doorvoersnelheid op genomica gebaseerde testen voor de beoordeling

van genotoxische en carcinogene eigenschappen van chemische stoffen in vitro

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het project carcinoGENOMICS was specifiek opgezet om, in een pan-Europese context, omics-gebaseerde in vitro schermen te

ontwikkelen voor het testen van de carcinogene mogelijkheden van chemische stoffen.

Organisaties:

• Toxicologie, Dermato-cosmetologie en Farmacognosie

Onderzoekers:

• VERA ROGIERS

• Tamara VANHAECKE

• Mathieu VINKEN

Cardiac Function during ERbB-inhibition in conditions of Hemodynamic, Metabolic and Chemical Stress.


Universiteit Antwerpen

Abstract: In dit project gaan we na in welke mate behoud van linker ventrikel functie afhankelijk wordt van een compensatoire activatie van het

neureguline/ErbB systeem, tijdens hemodynamische, metabole en chemotoxische belasting. Inhibitoren van de ErbB1, ErbB2 en ErbB4 receptoren

worden toegediend in proefdieren en ventriculaire functie gemeten op niveau van hartspierfunctie, ventrikel functie en histologische kenmerken.

Organisaties:

• Menselijke fysiologie en pathofysiologie

Onderzoekers:

• Gilles De Keulenaer

Cardiale beeldvorming tijdens inspanning ter evaluatie van rechter ventriculaire remodelering en functie bij atleten

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Cardiologie

Onderzoekers:

• Hein Heidbüchel

Cardiale beeldvorming tijdens inspanning ter evaluatie van rechter ventriculaire remodelering en functie bij atleten.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Cardiologie

Onderzoekers:

• Hein Heidbüchel

Cardiale biomarkers, twee-dimensionele speckle tracking en tissue Doppler voor objectieve beoordeling van mitralisklep

en aortaklep regurgitatie bij paarden

Universiteit Gent

Abstract: Hartkleplekken trede nfrequent op bij sportpaarden, voornamelijk ter hoogte van de mitralisklep en de aortaklep. Door middel van nieuwe

echografische technieken, zoals tweedimensionale speckle tracking en tissue doppler, en door middel van biochemisch bloedonderzoek voor

specifieke cardiale parameters zullen de kleplekken gekwantificeerd worden en prognostische parameters opgesteld worden.

Organisaties:

• Vakgroep Interne geneeskunde en klinische biologie van de grote huisdieren

Onderzoekers:

• Gunther Van Loon

Cardiale risico's van extreme belasting door sportbeoefening.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het doel van dit onderzoek is longitudinale gegevens te verzamelen over de cardiale structuur en functie en eventuele cardiale

pathofysiologie van duursporters die gestopt zijn met competitie-sportbeoefening. In relatie tot plotse hartdood dienen we na te gaan in hoeverre

deze extreme belasting van het hart de sporen nalaat. Een tweede groep die bestudeerd zal worden zijn nog aktieve topsporters die opeen bepaald

ogenblik ritmestoornissen ontwikkelen na een virale infektie. Hebben zij een hoger risico op plotse hartdood? a. We zien een regressie van de

hartspiermassa over een periode van 4 jaar na onderbreking van sportbeoefening, maar het hart blijft groter dan dat van de kontrolepopulatie. b.

Sommige ropsporters ontwikkelen maligne ritmestoornissen en vormen een hoger risico op plotse dood. c. Aan de hand van de cathecholaminen in

de urine kunnen we overtraining vroegtijdig detecteren en aldus preventief optreden om ernstige cardiale schade te vermijden door latente

myocarditis. Methoden: Deverse parameters en onderzoeken worden op voorafgeplande tijdstippen bepaald en uitgevoerd: biometrie, cycloergometrie,

ECG, echocardiografie, cardiale doppler, vragenlijst ivm fysieke aktiviteit, MR hart, MIBI SPECT van het hart, HOLTER, analyse van de

cathecholaminen gehalten in urine.

Organisaties:

• Menselijke Fysiologie en Algemene Biologische Scheikunde

Onderzoekers:

• KENNY DE MEIRLEIR

Cardio Repair European Multidisciplinary Initiative.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Embryo en Stamcellen

Onderzoekers:

• Maurilio Sampaolesi

Cardiorespiratoire fitheid, fysieke activiteit en gezondheid bij volwassenen met een aangeboren hartafwijking.

K.U.Leuven

Abstract: In België hebben 8.3 per 1000 levend geboren kinderen een aangeboren hartaandoening, wat gelijklopend is met het voorkomen in de

westerse wereld. Vroeger leefden slechts weinig kinderen met ernstige hartaandoeningenlang. In de voorbije decennia echter hebben verbeterde

chirurgische technieken en medische opvolging de overleving veranderd en meer en meer patiënten bereiken nu de volwassenheid met een

levensverwachting die dichtbij het normale ligt. De eerste studies met betrekking tot aangeboren hartaandoeningen waren vooral gericht op de

behandeling van de hartafwijking en de beperkingen op het niveau van het hart. Recent hebben studies echter gefocust op kwaliteit van leven, met

inbegrip van de huidige inspanningsstatus bij kinderen, adolescenten en volwassenen. Met dit doctoraatsonderzoek wouden we tot een beter

begrip komen van parameters, determinanten, met inbegrip van fysieke activiteit, en de prognostische waardevan de inspanningstolerantie bij

volwassenen met een aangeboren har

Organisaties:

• Cardiovasc. en Respiratoire Revalidatie

Onderzoekers:

• Christophe Delecluse

• Lucien Vanhees

• Werner Budts

• Roselien Buys


Cardiorespiratorische inspanningsfunctie na de arteriële switch operatie bij transpositie van de grote arteries.

K.U.Leuven

Abstract: De inspanningscapaciteit werd bepaald bij een groep van 15 patiënten met arteriële switch operatie voor transpositie van de grote

arteries. Deze functionele resultaten werden vergeleken met gegevens, vroeger gemetenbij 32 patiënten met atriale switch en tevens met 27

normale controles.INspanningscapaciteit, be- paald d.m.v. anaërobe drempel en de regressiecoëfficiënt voor de toename van de O2 opname in

functie van stijgende inspanning waren aan de ondergrens van de normale waarde bij arteriële switch. Bij atriale switch werden significant

verlaagde waarden gevonden. Geen ischemische ST-T veranderingen werden op ECG gezien. Patiënten met arteriële switch hebben duidelijk

betere inspanningsfunctie i.v.m. atriale switch.

Organisaties:

• Cardiovasc. en Respiratoire Revalidatie

Onderzoekers:

• Marc Gewillig

• Tony Reybrouck

• Luc Mertens

Cardiorespiratorisch uithoudingsvermogen en respiratorische gasuitwisseling bij kinderen met congenitale

hartafwijkingen.

K.U.Leuven

Abstract: Door middel van gestandaardizeerde inspanningstests wordt de inspanningstolerantie geëvalueerd bij kinderen met congenitale

hartafwijkingen, met de aandacht voor specifieke pathologieën (vb. transpositie grote arteries, tetralogie van Fallot...).

Organisaties:

• Departement Revalidatiewetenschappen

Onderzoekers:

• Marc Gewillig

• Tony Reybrouck

• Luc Mertens

CARE-MI.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Cardiologie

Onderzoekers:

• Stefan Janssens

Cariogeniciteit van composiet tandvulmaterialen

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Conserverende Tandheelkunde

Onderzoekers:

• Bartholomeus Van Meerbeek

• Kirsten Van Landuyt

Carnosinemetabolisme in de skeletspier in relatie tot inspanning en diabetes.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Inspanningsfysiologie

Onderzoekers:

• Peter Hespel

Carotenoid bioaccessibility in fruit and vegetable based food systems

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Centr. Levensmidd.- & Microb. Technol.

Onderzoekers:

• Marc Hendrickx

• Leonard Mutsokoti

CASCADE.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Biomechanica

Onderzoekers:

• Jozef Vander Sloten

Case-control studie naar de doeltreffendheid van levend verzwakte vaccins tegen ernstige gastroenteritis door rotavirus

bij gehospitaliseerde kinderen geboren na 1 oktober 2006 in België.

Universiteit Antwerpen

Abstract: In de deelnemende pediatrische ziekenhuisdiensten zullen alle kinderen binnen de vooropgestelde leeftijdsgroep, die worden opgenomen

voor een acute gastroenteritis, worden uitgenodigd om deel te nemen. Als een sneltest op een stoelgangstaal positief is voor rotavirus, wordt

eenmalig een aantal gegevens verzameld en wordt het stoelgangstaal verzonden naar een referentielabo voor confirmatie en identificatie van de

rotavirusstam. Per kindje met rotavirus gastroenteritis worden er volgens een standaardprocedure controlepatiëntjes van dezelfde leeftijd gezocht

(opgenomen in hetzelfde ziekenhuis, maar zonder gastroenteritis). Bij hen wordt geen stoelgangstaal afgenomen, enkel éénmalig dezelfde

gegevens verzameld.


Organisaties:

• VAXINFECTIO

Onderzoekers:

• Pierre Van Damme

• Koen Van Herck

Catalytisch mechanisme van aspartaat transcarbamylase AT(ase) : energetische bijdrage en functionele wisselwerkingen

tussen actieve site residu's in het R vorm enzym

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Aspartaat transcarbamylase (ATCase) catalyseert de eerste reactie van de pyrimidine biosynthese : de carbamylatie van de amino-groep

van aspartaat door carbamylfosfaat.Het ATCase van E. coli (E.C 2.1.3.2) is een allosterisch enzym dat verschillende types wisselwerkingen tussen

catalytische en regulatorische subeenheden vertoont. Dit enzym ondergaat veel van de conformationele herschikkingen die met de activiteit en met

de regulatie van proteinen samengaan. Deze modificaties van 3aire en 4aire structuur zijn verbonden met cooperativiteit en allosterie. Deze

verschillende signalen worden geintegreerd op het niveau van de catalytische site waardoor zowel de affiniteit van de site voor het substraat

aspartaat als de catalytische activiteit gemoduleerd worden. Onze doelen zijn : -1. de biidraqe van actieve site residu's tot substraatsbindinq en tot

catalyse in termen van enerqie van interactie te bepalen en de functionele wisselwerkinqen tussen de betrokkene residu's te analyseren. -2. de

mechanismen van de requlatie door de effectoren in detail te ontrafelen, en meer in het biizonder de enzym-substraatinteracties in de catalytische

site die door de requlatorische signalen qetroffen worden te identificeren. Functionele wisselwerkingen tussen catalytische residu's zullen

geanalyseerd worden door de kinetiek van enkelsubstitutie mutanten en corresponderende dubbele en driedubbele mutanten in dubbele of

driedubbele mutantecyclussen volgens het formalisme van Horowitz en Fersht (J. Mol. Biol. 214, 613-617, lqqn~ te verqeliiken

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• RAYMOND CUNIN

Catastrofale omschakelingen gestuurd door biogeochemische processen: terugkoppelingsmechanismen in organische

bodems.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Ondanks een toenemende vernatting van gedegradeerde laagvenen, in het kader van natuurherstel en koolstofvastlegging, blijven

gewenste resultaten vaak achterwege. Dit project is gebaseerd op fundamenteel onderzoek naar terugkoppelingsmechanismen in veenbodems na

degradatie, die voorkomen dat het systeem weer omslaat naar de initiële staat. De nadruk in dit onderzoek ligt op de rol van waterdynamiek,

ijzerchemie en-toxiciteit, en vegetatie.

Organisaties:

• Ecosysteembeheer

Onderzoekers:

• Rudy van Diggelen

• Willem-Jan Emsens

Causale factoren van biodiversiteit : Gemeenschapsstructuur Fylogenie en Biogeografie. Een vergelijkend onderzoek van

de fauna van tropische en subtropische estuariene en lagunaire systemen.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: De bedoeling van voorliggend project is om een aantal (sub)tropische biotopen op een volledig analoge manier te onderzoeken zodat de

structurele biodiversiteit in een groot aantal facetten kan vergeleken worden Structurele biodiversiteit behelst de vergelijkende kwantitatieve

beschrijving van verschillende gemeenschappen die tot op het niveau van de species worden gekarakteriseerd. De samenstelling van deze

gemeenschappen kan echter op verschillende ecologische (o.a. trofische) en taxonomische niveau's worden onderzocht. De kennis van de

complexiteit van een ecosysteem (=structurele biodiversiteit) moet betere inzichten kunnen verschaffen in de wisselwerking van de biota met elkaar

en met hun omgeving. Daarom is standaardisatie van zowel verzamelen als verwerken van de gegevens een absolute noodzaak. De systematiek

en het fylogenetisch onderzoek vormen de onderbouw van de structurele biodiversiteit en zullen een belangrijk deel uitmaken van de activiteiten.

Het al dan niet voorkomen van soorten is weliswaar gebonden aan omgevingsfactoren maar heeft tevens historische gronden: de biogeografie als

bepalende factor is dan ook het derde luik van het project. De relatie fylogenie en biogeograrie is bovendien onmiskenbaar: ze zijn in grote mate

oorzaak en gevolg van elkaar. Hoewel de soortenrijkdom en diversiteit van de geselecteerde localiteiten concentratiepunten vormen, zijn de

geografische limieten voor de fylogenetische en biogeografische aspecten noodzakelijkerwijze breder.

Organisaties:

• Biologie

• Rechtsontwikkeling - Rechtsvergelijking - Europees Recht

Onderzoekers:

• MAGGY VINCK

• MARIE-HERMANDE DARO

Causale genomische duplicaties in patiënten met X-gekoppelde verstandelijke beperking: overexpressie van genen en

cognitie

K.U.Leuven

Abstract: Elke cel in ons lichaam bevat twee meter DNA, wat essentieel is voor het functioneren van deze cellen: dit DNA bevat de handleiding van

je lichaam. De DNA streng is georganiseerd in 46 structuren die chromosomen genoemd worden, en die onderverdeeld worden in twee types: 22

paar autosomen en twee sex-chromosomen, X en Y. Vrouwen hebben twee X-chromosomen terwijl mannen één X en één Y chromosoom hebben.

Elk genoom bevat zon 23,000 genen, die vergeleken kunnen worden met de woorden van de handleiding. Genen coderen voor eiwitten, de

moleculen die alle functies in het lichaam uitvoeren. De DNA sequentie van twee personen is voor99,9% identiek, maar sommige letters (basen) die

deze woorden (genen) vormen zijn verschillend, wat bijvoorbeeld verklaart waarom deene persoon blauwe ogen heeft terwijl de ander een bruine

oogkleur heeft. Deze wijzigingen in het DNA kunnen echter ook soms tot ziektes leiden, bijvoorbeeld wanneer een zeer belangrijke base in een gen

gewijzigd iszodat het eiwit

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Guido Froyen

• Peter Marynen

• Joke Vandewalle

CcASPAR : Klimaat verandering en verandering in ruimtelijke structuren in Vlaanderen.

K.U.Leuven


Abstract: Abstractie maken van het eventuele succes van mitigerende kortetermijn-maatregelen, zal klimaatverandering hoe dan ook impact

hebben op de manier waarop de Vlaamse samenleving haar gebruik van de ruimte zal organiseren. In plaats van de ogen hiervoor te sluiten, is het

tijd om strategieën te ontwikkelen die anticiperen op mogelijke effecten van klimaatverandering of - met andere woorden - om nieuwe investeringen

in ruimtelijke ontwikkelingen te evalueren en om te onderzoeken hoe deze voldoende klimaatbestendig kunnen worden gemaakt om de effecten

van klimaatveranderingte kunnen trotseren. De maatschappelijke meerwaarde van het onderzoeksproject bestaat er dan ook in de vraag te

beantwoorden hoe historisch gegroeide ruimtelijke structuren in de Vlaamse samenleving aangepast moetenworden in relatie tot de toenemende

effecten van klimaatverandering. Omdie reden zijn de sleutelbegrippen van het onderzoeksproject: 'klimaatverandering', 'ruimtelijke structuur',

'veranderingen in ruimtelijke

Organisaties:

• Afdeling Bos, Natuur en Landschap

Onderzoekers:

• Hubert Gulinck

Celbiologisch en experimenteel onderzoek naar de onderliggende mechanismen en modulatoren van het protectief effect

van erythropoïetine.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Recente gegevens wijzen erop dat erythropoïetine (EPO) de nier zowel functioneel als morfologisch beschermt tegen

ischemie/reperfusieschade, bv. na niertransplantatie, en de hierdoor geïnduceerde acute nierinsufficiëntie. De onderliggende mechanismen van

deze protectie zijn echter niet gekend. In dit NOI-BOF project zullen zowel in vivo (ischemisch ratmodel, humane biopsies) als in vitro (humane

tubulaire niercellenkweek) de onderliggende mechanismen van het protectief effect van EPO onderzocht worden. Resultaten uit deze studie

moeten ons toelaten de nodige inzichten te verkrijgen die nodig zullen zijn om in een latere fase klinisch onderzoek te verantwoorden.

Organisaties:

• Lab. Experimentele geneeskunde en pediatrie (LEMP)

• Pathofysiologie

Onderzoekers:

• Patrick D'Haese

• Dirk Ysebaert

• Anja Verhulst

Celbiologisch en experimenteel onderzoek naar de oorzakelijke rol van een aantal factoren bij niersteenvorming.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Nierstenen ontstaan wanneer kristallen worden weerhouden in de tubuli van de nieren. Verschillende factoren werden reeds gecorreleerd

met deze initiële fase van niersteenvorming: nierbeschadiging/-regeneratie, opregulatie van de kristalbindende moleculen osteopontine (OPN) en

hyaluronzuur (HA) en redistributie van hun gezamelijke receptor CD44. In deze studie zal de rol van nierschade in de initiële fase van kristalretentie

celbiologisch en experimenteel verder onderzocht worden en zal getracht worden de exacte rol van OPN en HA in niersteenvorming te achterhalen.

Hierbij wordt gebruik gemaakt van experimentele diermodellen van niersteenvorming enerzijds en anderzijds van OPN knock-out muizen, waarbij

zowel in vitro als in vivo studies zullen uitgevoerd worden.

Organisaties:

• Lab. Experimentele geneeskunde en pediatrie (LEMP)

Onderzoekers:

• Patrick D'Haese

• Marc De Broe

• Benjamin Vervaet

Celbiologische studie van leucine-rich repeat kinase2

K.U.Leuven

Abstract: De ziekte van Parkinson (ZvP) is een neurodegeneratieve ziekte die onzeoudere bevolking treft. ZvP patiënten hebben moeilijkheden om

te bewegen, ze bewegen trager, hebben een starre en instabiele houding of ook trillende ledematen. Deze problemen worden veroorzaakt door een

tekort aan de signaalstof dopamine in de hersenen omdat een specifieke groep hersencellen die instaat voor de productie van dopamine afsterft.

De ziekte wordt vandaag symptomatisch behandeld door geneesmiddelen die de dopamine niveaus herstellen, maar deze verliezen hun

doeltreffendheid na verloop van tijd. Tot op heden, zijn er geen therapieën beschikbaar die de sterfte van de dopamine producerende cellen zelf

kunnen tegengaan. Het is daarom een belangrijke uitdaging om nieuwe, zogenaamde ziekte-modificerendetherapieën te ontwikkelen die dat wel

doen. Hiervoor dient men te begrijpen welke cellulaire processen betrokken zijn bij celverlies in de ZvP.Hoewel de precieze oorzaken van het

verlies van dopamine produceren

Organisaties:

• Onderzoeksgr_Neurobio_en Gentherapie

Onderzoekers:

• Veerle Baekelandt

• Jean-Marc Taymans

• Evy Lobbestael

Cel-cel en cel-matrix interacties.

K.U.Leuven

Abstract: De contacten die een cel maakt met de extracellulaire matrix en naburige cellen vormen een bron van positionele informatie, en zijn

bepalend voor de lotsbestemming en het gedrag van de cel. Dit consortium van laboratoria bestudeert deze celcontact-gerelateerde signaalpaden,

en concentreert zich hierbij in toenemende mate op intracellulaire aspecten van dezesignaal-vorming en signaal-transductie.nbsp;Hierbij wordt

bijzondere aandacht verleend aan "endocytotische controles" op de genese, transductie en verspreiding van deze signalen, en aan de

developmentele en fysiopathologische relevantie van deze controle mechanismen. De samenstellende laboratoria hebben elk een specifieke focus,

maar samen beslaan zij de themas en krachtlijnen van het speerpuntonderzoek op dit gebied: 1.nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; de aard, funktie,

biogenese, expressie-regulatie van componenten en strukturen met informationele betekenis, zoals die voorkomen op celmembranen, membraanfragmenten

en matrices: bindwee

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Guido David

Cel-cel en cel-matrix interacties.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het netwerk onderzoekt een aantal topics rond cel-cel en celmatrix interacties waaronder (1) de structuur, functie en expressie regulatie

van matrix componenten, adhesie moleculen en morphogens (2) de effecten van celmatrix interacties mbt. cel gedrag en differentiatie (3) de


elevantie mbt embryonale ontwikkeling en (4) de relevantie voor genetische ziekten.

Organisaties:

• Moleculaire biotechnologie

• Moleculaire biotechnologie

Onderzoekers:

• Joseph Merregaert

Cel-cel en cel-matrix interacties.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Onze belangstelling gaat uit naar de rol van de groeifactoren in de vroege embryonale ontwikkeling en in de wondheling in het embryo. Er

zal in dit project ook onderzoek gedaan worden naar het verband tussen extracellulaire matrixcomponenten en geprogrammeerde celdood

(apoptose).

Organisaties:

• FUNCTIONELE ANATOMIE VAN DE MENS, EMBRYOLOGIE EN TANDHEELKUNDIGE MATERIALEN

• Anatomie en embryologie van de mens

Onderzoekers:

• Fernand Harrisson

Celcyclus controle in proximaal epitheliale cellen tijdens progressie van acuut naar chronisch nierfalen in vivo.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Pathofysiologie

Onderzoekers:

• Patrick D'Haese

• Anja Verhulst

• Benjamin Vervaet

Celdood modulatie in atherosclerose : interactie tussen apoptose, autofagie en necrose.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Celdood modulatie in atherosclerose : interactie tussen apoptose, autofagie en necrose.

Organisaties:

• Fysiofarmacologie (FAR)

Onderzoekers:

• Mark M E Kockx

• Arnold Herman

Celgemedieerde vrijstelling van adenosine in de hippocampus van een muismodel voor temporale kwab epilepsie

Universiteit Gent

Abstract: Voor patiënten met temporale kwab epilepsie (TLE) waarvoor bestaande behandelingen ontoereikend zijn, kan lokale vrijstelling van

adenosine in de epileptische hippocampus mogelijk soelaas bieden. Dit project heeft als doel via video-EEG monitoring de anti-epileptische

effecten van intrahippocampale adenosine vrijstelling door adenosineproducerende neurale stamcellen, afkomstig van mens en muis, te evalueren

in het intrahippocampale kainaat muis model voor TLE.

Organisaties:

• Vakgroep Inwendige ziekten

Onderzoekers:

• Paul Boon

Cell-mediated immune responses in health and disease : from basic science to clinical investigation.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Geen NL abstract

Organisaties:

• Fysiologie

Onderzoekers:

• KRISTIAAN THIELEMANS

Cell Signaling and Therapeutics

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Zwangerschap, Foetus en Neonaat

Onderzoekers:

• Elena Levtchenko

• Ekaterina Ivanova

Cellulaire en moleculaire mechanismen die respiratoire aandoeningen ten gevolge van fijn stof mediëren: focus op het

epitheel

Universiteit Gent

Abstract: De mechanismen waarop inademing van fijn stof allergische sensitizatie promoot zullen onderzocht worden. Meer specifiek zal

onderzocht worden hoe diesel uitlaat partikels de communicatie tussen luchtweg epitheel en dendritische cellen beïnvloedt, aangezien deze cellen

cruciaal zijn bij het induceren van allergische ontstekingsreacties in de long.

Organisaties:

• Vakgroep Inwendige ziekten

Onderzoekers:

• Guy Joos

Cellulaire en Moleculaire mechanismen van synapsformatie en -specificiteit in het centraal zenuwstelsel


K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Laboratorium voor Neuronale Verbindingen

Onderzoekers:

• Dietmar Schmucker

• Azadeh Izadifar

Cellulaire en moleculaire mechanismen van VEGF ter hoogte van de neuromusculaire junctie: implicaties voor de

behandeling van ALS.nbsp;

K.U.Leuven

Abstract: Neurodegeneratieve aandoeningen (Alzheimer, Parkinson en Amyotrofe lateraalsclerose (ALS)) vormen een groep van ziekten, waarbij

een bepaalde celpopulatie selectief afsterft met functieverlies tot gevolg. Patiënten met neurodegeneratieve aandoeningen hebben vaak zware

fysieke en mentalehandicaps en sterven mestal jong omdat er geen efficiënte therapie bestaat. Daarom is de ontwikkeling van nieuwe therapieën

voor dergelijke aandoeningen absoluut noodzakelijk. Echter, de eerste stap in de ontwikkeling van een nieuwe therapie is de uitbreiding van onze

kennis over de ziekte en vooral van de onderliggende mechanismen. Het doel van dit onderzoek is dan ook om te bekijken hoe de vasculaire

endotheliale groeifactor (VEGF) inwerkt op perifere neuronen en skeletspieren, twee weefsels die duidelijk aangetast worden in ALS. Om dit doel te

bereiken, zullen we gebruik maken van het belangrijkste transgene diermodel voor ALS (SOD1G93Amuizen). Hiermee willen we bepalen in

hoeverre VEGF signalisatie v

Organisaties:

• Angiogenese en Neurovasculaire Link

Onderzoekers:

• Patrick Callaerts

• Peter Carmeliet

Cellulaire functies van teleost PPARs: in vitro en in vivo karakterizatie van het moleculair werkingsmechanisme van

geselecteerde PPAR-liganden bij de zebravis (Danio rerio).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Cellulaire functies van teleost PPARs: in vitro en in vivo karakterizatie van het moleculair werkingsmechanisme van geselecteerde PPARliganden

bij de zebravis (Danio rerio).

Organisaties:

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Karlijn Van der Ven

Cellulaire groei van het geëtioleerde Arabidopsis hypocotyl.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het hypocotyl van Arabidopsis groeit in twee fasen. Tijdens de eerste fase groeien alle cellen traag en synchroon en worden de cellen

'klaargemaakt' om de tweede fase aan te vatten. Tijdens deze snelle asynchrone groei, ondergaan de cellen een uitgesproken elongatie. Uitgaande

van micro-arrays worden differentieel geëxpresseerde genen onderzocht die een cel in staat stellen de tweede fase van snelle elongatie aan te

vatten en correct te doorlopen.

Organisaties:

• Plantengroei en -ontwikkeling

Onderzoekers:

• Kris Vissenberg

Cellulaire immunologie in kanker en AIDS, en multidisciplinair celtherapie-onderzoek en klinische studies.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het voorgestelde onderzoeksplan heeft als doelstelling de verdere uitbouw van de cellulaire immunotherapie groep. Het project omvat de

volgende 2 luiken:

1. Cellulaire immunologie van kanker en aids. Deze (vaak ongeneeslijke) ziekten zouden kunnen behandeld worden d.m.v. immunotherapie

(biotherapie) waarbij het immuunsysteem wordt ingeschakeld voor de eliminatie van tumorcellen of de eradicatie van het HIV virus, bijvoorbeeld via

de ontwikkeling van een therapeutisch vaccin. Hierbij wordt gedacht aan de rol van myeloïde dendritische cellen omwille dat deze cellen de

immunologische balans tussen immuniteit en tolerantie bewaren. Dit onderzoeksluik focust op de activatie (i.h.b. de activatievereisten en

costimulatievoorwaarden van leukemie of HIV-specifieke cytotoxische tumorcellen in patiënten, waaruit conclusies kunnen getrokken worden voor

de toekomstige ontwikkeling van therapeutische vaccins.

2. Multidisciplinair celtherapie-onderzoek (i.s.m. CCRG) naar toepassingen van stamceltherapie (via de omzetting van vergevorderd translationeel

onderzoek rond stamceltherapie en celtherapie in het algemeen in klinische studies), met name: dendritische cel-gebaseerde vaccins voor kanker

en HIV; stamceltherapie voor kanker en degeneratieve aandoeningen; monitoring van cellulaire immuniteit bij gevaccineerde personen in klinischepidemiologische

studies.

Organisaties:

• VAXINFECTIO

Onderzoekers:

• Vigor F I Van Tendeloo

Cellulaire Interacties en Heterogeniteit in Ischemische Cardiovasculaire Aandoeningen

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Experimentele Cardiale Heelkunde

Onderzoekers:

• Paul Herijgers

Cellulaire interacties en NK cel-activatie in vroege stadia van levermetastase.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Pitcellen induceren cytolyse en apoptose in syngene coloncarcinomacelen (CC531s) in vitro. Synergie met Kupffercellen verhoogt deze

cytotoxiciteit. Wanneer één miljoen CC531s cellen wordt ingespoten in een mesenteriale vene, ontwikkelen zich slechts enkele tientallen

metastasen in de lever. Onze werkhypothese is, dat deze metastase-inefficiëntie berust op de afweer door pitcellen en Kupffercellen. Vrijwel alle

studies zijn gebaseerd op in vitro waarnemingen, zodat men eigenlijk niet weet wat er in de leversinusoid gebeurt bij het begin van metastase. Dit


project wil nagaan: i) welke cellulaire interacties plaatsvinden, korte tijd nadat een CC531s cel een leversinusoid binnenkomt, ii) hoe meer dan 99%

van de tumorcellen verdwijnt, en iii) hoe een tumorcel kan ontsnappen aan de afweer en kan extravaseren. Gezien de frequentie van de

verschijnselen, moeten we gebruikmaken van de confocale laser scanning microscoop, die in staat is om binnen een groot volume weefsel een

fluorescerende cel op te sporen en in detail weer te geven. Door gebruik te maken van drie detectiekanalen, is het mogelijk drie probes of

kleuringen toe te passen. Binnenkort hopen we te beschikken over GFP-gelabelde CC531s cellen. Met verschillende probes kunnen we

(geactiveerde) pitcelen (mAB 3.2.3, ANK66) of Kupffercelen (ED2, latex) en endotheelcellen (DII-LDL, acetyl-LDL) herkennen. Doel van de studie

is, inzicht te krijgen in de precieze cellulaire afweermechanismen tegen metastaserende tumorcellen, en maatregelen voor te bereiden, die de

metastase-inefficiëntie verhogen en dardoor metastase kunnen voorkomen.

Organisaties:

• Celbiologie en Histologie

• Pathologische Biochemie en Fysiologie

Onderzoekers:

• DECIO EIZIRIK

• EDUARD WISSE

Cellulaire interacties en NK cel-activatie in vroege stadia van levermetastase.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Pitcellen induceren cytolyse en apoptose in syngene coloncarcinomacelen (CC531s) in vitro. Synergie met Kupffercellen verhoogt deze

cytotoxiciteit. Wanneer één miljoen CC531s cellen wordt ingespoten in een mesenteriale vene, ontwikkelen zich slechts enkele tientallen

metastasen in de lever. Onze werkhypothese is, dat deze metastase-inefficiëntie berust op de afweer door pitcellen en Kupffercellen. Vrijwel alle

studies zijn gebaseerd op in vitro waarnemingen, zodat men eigenlijk niet weet wat er in de leversinusoid gebeurt bij het begin van metastase. Dit

project wil nagaan: i) welke cellulaire interacties plaatsvinden, korte tijd nadat een CC531s cel een leversinusoid binnenkomt, ii) hoe meer dan 99%

van de tumorcellen verdwijnt, en iii) hoe een tumorcel kan ontsnappen aan de afweer en kan extravaseren. Gezien de frequentie van de

verschijnselen, moeten we gebruikmaken van de confocale laser scanning microscoop, die in staat is om binnen een groot volume weefsel een

fluorescerende cel op te sporen en in detail weer te geven. Door gebruik te maken van drie detectiekanalen, is het mogelijk drie probes of

kleuringen toe te passen. Binnenkort hopen we te beschikken over GFP-gelabelde CC531s cellen. Met verschillende probes kunnen we

(geactiveerde) pitcelen (mAB 3.2.3, ANK66) of Kupffercelen (ED2, latex) en endotheelcellen (DII-LDL, acetyl-LDL) herkennen. Doel van de studie

is, inzicht te krijgen in de precieze cellulaire afweermechanismen tegen metastaserende tumorcellen, en maatregelen voor te bereiden, die de

metastase-inefficiëntie verhogen en dardoor metastase kunnen voorkomen.

Organisaties:

• Celbiologie en Histologie

• Immunologie en Microbiologie

Onderzoekers:

• Karin VANDERKERKEN

• EDUARD WISSE

• LUC BOUWENS

Cellulaire mechanismen van patroonvorming in de vingers: multicolor beeldvorming in transgene muizenembryo's.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Neuro-musculo-skeletaal Onderzoek

Onderzoekers:

• Frank Luyten

Cellulaire productie van Wnts, afgescheiden groei- en differentiatiefactoren en hun gebruik als coordinators van orgaanspecifieke

stamcellen. (STEM CELLS)

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Wnts codeeren gesecreteerde signalen die de groei en cellulaire differentiatie van verschillende stamcellen tijdens de embryonische

ontwikkeling reguleren. Er zijn geen bruikbare systemen beschikbaar om de Wnts in hun biologische actieve vorm te uitdrukkenen en om de

stamcellen ongedifferentieerd te houden in vitro.

We zullen efficiënte recombinante producties ontwikkelen die uitvoerbaar zullen zijn op elk gegeven Wnt. De biologische activiteit van de

geproduceerde Wnts zal in vitro getest worden door middel van een readout systeem en in het vroege Xenopus embryo. De leden van het

consortium hebben de belangrijkheid kunnen aantonen van de Wnts als onderhoudfactor van stamcellen in vele verschillende orgaansystemen. De

Wnts, hun receptoren en signaaltransductie componenten zullen in deze systemen gescreend worden.

De biologische activiteit van het recombinante Wnts zal getest worden in haar capaciteit om de cellen in vitro pluripotent te houden en te

onderzoeken of deze een rol spelen bij het leiden van cellen tot specifieke cellijnen.

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• Luc LEYNS

Cellular and molecular studies of synaptic plasticity in the context of the fragile X syndrome.

K.U.Leuven

Abstract: The project proposed below will be very important for our understandingof the molecular basis of synaptic plasticity, that is, of learning

andmemory as well as of other cognitive functions. Moreover, both the Fragile X Syndrome and autism are still without an effective cure. We will

therefore use the knowledge obtained from these lines of research to identify, in collaboration with clinical researches, possible pharmacological

approaches and strategies.(I) Dendritic RNA/mRNA transport.(II) Regulation of protein synthesis.(III) Synaptic events regulated bylocal

translation.(IV) Other function/s of the Fragile X mental retardation protein during brein development.(V) Molecular studies of the austistic spectrum

disorder.

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Claudia Bagni

Cellular Interactions and Heterogeneity in Ischemic Cardiovascular Disease

K.U.Leuven

Abstract: Cardiovascular disease, and specifically ischemic heart disease, remains the leading cause of death worldwide. Failure of state-of-the-art

therapies emphasizes the need for a better understanding of key pathogenetic events in the evolution of the disease that can lead to early

identification of individuals at increased risk and to novel therapeutic strategies reducing acute ischemic damage and remodeling towards heart


failure in advanced disease. Several risk factors have been identified that, in early stages of the disease, prime the vessels for atherosclerosis and

thrombosis, eventually leading to stenosis and episodes of acute ischemia with myocardial infarction. In advanced disease, additional local

modifiers of increased mechanical load and ischemia reinforce deleterious remodeling of the heart. None of these processes can be reduced to a

single actor and mechanistic insights require diversified, complementary and integrative approaches. The proposed program introduces a novel con

Organisaties:

• Cardiologie

Onderzoekers:

• Hans Deckmyn

• Frank Rademakers

• Henri Lijnen

• Aernout Luttun

• Paul Herijgers

• Peter Sinnaeve

• Karin Sipido

• Paul Holvoet

• Marc Hoylaerts

• Jan Staessen

• Marc Jacquemin

• Jan D'hooge

• Stefan Janssens

• Piet Claus

• Jens-Uwe Voigt

Cellular responses to peroxisome-derived oxidative stress

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Labo Lipidenbioch.& Proteïnen-interactie

Onderzoekers:

• Marc Fransen

Cellular targets for Ang IV: a molecular and pharmaceutical study

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het renine-angiotensin e systeem (RAS) is welgekend voor zijn vermogen om de natriumbalans, volume lichaamsvocht en artiele

bloeddruk ter regelen. Angiotensine II is het voornaamste RAS peptide, maar er is een groeiend aantal aanwijzingen dat ook andere peptiden van

dit systeem een fysiologische rol vervullen. In dit verband werd vooropgesteld dat Angiotensine IV (Ang IV) fysiologische effecten uitoefent door de

metabolische afbraak van andere bioaktive peptiden (waaronder vasopressine en oxytocine) via het IRAP/ AT4 systeem te verhinderen. Het is

nochtans niet uitgesloten dat dit systeem ook instaat voor de inductie van intracellulaire processen. Het doel van dit project is om deze

werkhypothse kritisch te evalueren met de nadruk op: a) de potentiele signalisatie-mechanismen van het IRAP/AT4 system, b) de fysiologische

relevantie van de wijziging van zijn enzymatische aktiviteit en zijn potentiele activatie door Ang IV, c) zijn mogelijke betrokkenheid in

pathofysiologische processen en, tenslotte, zijn potentle bijdrage in de biologische effecten van andere angiotensine II fragmenten zoals Ang-(1-7)

en Ang III.

Organisaties:

• Experimentele Farmacologie

• Moleculaire en Biochemische Farmacologie

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

• Farmacologie

• Farmaceutische Chemie, Analyse van Geneesmiddelen en Geneesmiddelenkennis

Onderzoekers:

• ALAIN DUPONT

• GUY EBINGER

• Bart STRAGIER

• YVETTE MICHOTTE

• SOPHIE SARRE

• Carolina ABARCA

• Ilse Julia SMOLDERS

• PATRICK VANDERHEYDEN

• Heidi DEMAEGDT

• Renaud FOUYN

• Tam LE MINH

• JEAN-PAUL DE BACKER

• ISABELLE VAN LIEFDE

• GEORGES VAUQUELIN

• Dimitri DE BUNDEL

Celmigratie in botbiologie en pathologie: rol van Integrine-Linked Kinase en RhoA in de osteoprogenitoren en

osteoblasten

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Cel- en Gentherapie Applicaties

Onderzoekers:

• Steven Boonen

• Christa Maes

Celoppervlak gebonden expressie van enzymen voor signaalinterferentie in Pseudomonas stutzeri.

K.U.Leuven

Abstract: In dit project zullen we een van de secretiesystemen van een bacterie (Pseudomonas stutzerie A15) bestuderen, meer bepaald het

autotransportersysteem (AT). Dankzij dit systeem kan de bacterie eiwitten op zijn celoppervlak aanbrengen wat interessante perspectieven biedt

voor diverse biotechnologische toepassingen.In een eerste fase zal het AT systeem van de bacterie grondig gekarakteriseerd worden. Het Centrum

voor Microbiële en Plantengenetica (CMPG), het laboratorium waar het doctoraat zal uitgevoerd worden, beschikt over een ruime expertise voor

dergelijke karakterisatie en heeft ervaring met de bacterie in kwestie.In een tweede fase zullen twee enzymen met behulp van het AT systeem op

het celoppervlak gebracht worden. De gebruikte enzymen zijn gekend voor het verhinderen van bacteriële biofilmvorming. De bekomen bacteriën


zullen getest worden voor hun performantie in het inhiberen van biofilmvorming in bacteriële populaties.

Organisaties:

• Centr. Microbiële en Plantengenetica

Onderzoekers:

• Jozef Vanderleyden

• Ivo Vankelecom

• Toon Nicolay

Celsortering voor immunologische toepassingen.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Deze aanvraag betreft de up-dating van een FACSort apparaat dat essentieel is voor de projecten uitgevoerd in het laboratorium FYSP en

HEIM. Een eerste project betreft de sortering van EBV-B cellen getransduceerd met recombinante vectoren die coderen voor enerzijds chimere

proteïnen afgeleid va, tumor antigenen en een membraanmerker waardoor de getransduceerde cellen kunnen aangerijkt worden. Deze cellijnen

zijn essentieel bij het identificeren van nieuwe HLA klasse I en HLA klasse II gerestricteerde epitopen van tumorantigenen. De gentische

gemodifeerde en eengerijkte cellijnen worden gebruikt als "surrogaat" tumor cellijnen om de in vitro geïnduceerde antigen-specifieke CD4+en CD8+

T-cellen te restimuleren en te cloneren en doen tevens dienst als target voor de lyse assays. Een tweede project uitgevoerd in de eenheid FYSP

beogt de monitoring van de immuunrespons na tumor-vaccinatie. De analyse van de intracellulaire cytokines na reactivatie in vitro van T cellen

afgenomen na cel-therapie is een mogelijke wijze om de beoogde immuunrespons op te sporen. In het labo HEIM is de mogeljkheid tot performante

FASC analyse en sortering essentieel in de studie van de immunobiologie van een muis model van multiple myeloma.

Organisaties:

• Fysiologie

Onderzoekers:

• KRISTIAAN THIELEMANS

Celsorting voor immunologische toepassingen

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Deze aanvraag is een compilatie van drie deelprojoecten waarin het gebruik van homogene cel populaties bekomen door fowcytometrische

sortering of aanrijking een essentiële voorwaarde is om de beoogde doelstellingen te bereiken. Gezien de proliferatie van het aantal

dure toestellen, werd bewust gekozen voor één gezamelijke aanvraag. bij toekenning van het uitrustingskrediet zal een duidelijk

beheersovereenkomst worden afgesloten tussen de aanvragers om deze investering duidelijk te laten renderen. Een centrale sorterings -faciliteit

met een duidelijk beheer en de toewijzing van één manipulator-technicus is ons inziens een grotere garantie voor de optimale aanwending van

onderzoeksmiddelen.

Organisaties:

• Farmacologie

• Fysiologie

Onderzoekers:

• KRISTIAAN THIELEMANS

• RON KOOIJMAN

Celtherapie met spermatogoniale stamcellen: (epi) genetische aspecten.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Naast de introductie van de basistechnieken voor dit onderzoek, werd tijdens de afgelopen jaren onderzoek verricht in een muismodel

naar de efficiëntie en de veiligheid van testiculaire stamceltransplantatie na natuurlijke reproductie en na in-vitro fertilisatje en intracytoplasmatische

sperma injectie. De studies betreffende efficiëntie en veiligheid van testiculaire stamceltransplantatie toonden verschillen aan in de pre- en

postimplantatie embryonale ontwikkeljng tov controles. Daarom is onderzoek naar de genetische en epigenetische aspecten van testiculaire

stamceltransplantatie aangewezen alvorens een eventuele klinische toepassing opgestart kan worden. In dit project zal de genetische en

epigenetische status van post-transplanktie spermatozoa en de nakomelingen van getransplanteerde mannetjes onderzocht worden in een

muismodel.

Er werd tevens gestart met de cultuur van humane embryonaIe stamcellen met als doel deze cellen te laten differentiëren via spermatogoniale

stamcellen naar spermacellen. In een recente studie van Nayernia et al. (2006b) werden afwijkende methylatiepatronen gerapporteerd na

differentiatie van muriene embryonale stamcellen naar spermacellen. Bovendien vertoonden de nakomelingen, verkregen van de in-vitro

geproduceerde spermatozoa, groeistoonissen. Ze overleden een paar dagen na de geboorte. In dit project zal de (epi)genetische status van cellen

tijdens de verschillende stappen van het differentiatieproces nagegaan worden. Via immunocytochemie zal de expressie van celspecifieke merkers

gegvalueerd worden.

Dedifferentiatie en transdiffentiatie van spermatogoniale stamcellen zal eveneens onderzocht worden aan de hand van (epi)genetische kenmerken

en immunocytochemie.

Organisaties:

• Embryologie en Menselijke Genetica

Onderzoekers:

• Josiane VAN DER ELST

• HERMAN TOURNAYE

Celtype-specificiteit in plantenhormoonwerking.

Universiteit Gent

Abstract: Het doel van dit project is bij te dragen tot de kennis van de regulatie van plantenhormoonsignalisatie pathways. De specifieke objectieven

zijn de celspecifieke effecten van ethyleen en gibberellines in scheutgroei te ontsluieren en een licht te werpen op de rol van bepaalde

sleutelfactoren in dit proces. De analyses zullen zich toespitsen op foto- en skotomorfogenese van zaailingen en hun fototropische respons.

Organisaties:

• Vakgroep Plantenbiotechnologie en Genetica

Onderzoekers:

• Dominique Van Der Straeten

Centra voor Ontluikende Technologie

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Studie van struktuur-funktie verwantschap in proteïnen door in vivo mutagenese. Ontwikkelen en toepassen van een strategie om

mutanten te isoleren waar een welbepaald enzym een gewijzigd temperatuur activiteit en/of stabiliteit profiel vertoont (van mesofiel naar thermofiel

en van thermofiel naar psychrofiel).

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen


Onderzoekers:

• NICOLAS GLANSDORFF

Centrum voor archeologische wetenschappen.

K.U.Leuven

Abstract: The original CAS aimed at integrating and making available archaeological (exact) sciences to all Leuven-based archaeological projects,

next toexpanding existing interdisciplinary expertise. However, processes and resources at sites studied by Leuven groups are not determined by

location or territory alone, but also by influences of broader impact, such asclimate change, people movement, political events, or new resources

andtechnologies. CAS2 therefore aims at 1) further developing an internationally recognized research engine, available to Leuven groups, but of

which the research tools are functional far outside the local projects; 2)at creating an impact visible on an international scale, aiming at the

consolidation of CAS2 as a major player in setting the international archaeological research agenda; 3) at targeting larger archaeological research

questions in Demography and Interregional Exchange. As such, CAS2 is not (Leuven) project-driven but expertise-driven, expanding experi

Organisaties:

• Afdeling Geologie

Onderzoekers:

• Gert Verstraeten

• Patrick Degryse

• Marc Waelkens

• Harco Willems

• Joachim Bretschneider

• Philippe Muchez

• Karel Van Lerberghe

• Willem Van Neer

Centrum voor de studie van de ziekteresistentie bij het varken (Alg. titel). "In vitro fenotypering van varkens op

aanwezigheid van K88ab, -ac en ad- darmreceptoren"(tit.VUB)

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het uiteindelijke doel van het project is de ontwikkeling van een goedkope, snelle, betrouwbare non-invasieve DNA-test voor genotypering

van individuele varkens met betrekking tot hun K88-receptortypes voor neonatale K88-Coli-diarrhee.Op deze wijze zullen varkens met een

genetische resistentie-aanleg kunnen onderscheiden worden van verschillende types van gevoelige varkens.Met behulp van deze test zal

vervolgens kunnen geselecteerd worden naar K88-resistente varkens-populaties, die aldus een hogere gezondheidsstatus verwerven.Het

innoverende van het project berust hierin, in tegenstelling tot vroegere benaderings-wijzen, dat het probleem aangepakt wordt op het DNA-niveau

van de gastheer zelf.

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• JEAN-PIERRE HERNALSTEENS

Centrum voor Drug Design and Discovery in de K.U.Leuven.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Lab voor Medicinale Chemie

Onderzoekers:

• Koenraad Debackere

• Wim Dehaen

• Piet Herdewyn

CEPROMA: Centrum voor proteoomanalyse. Ondersteuning kernfaciliteiten.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de

onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.

Organisaties:

• Plantengroei en -ontwikkeling

• Moleculaire Plantenfysiologie en Biotechnologie

• Biomoleculaire massaspectrometrie

Onderzoekers:

• Yves Guisez

• Henri Van Onckelen

• Frank Sobott

Cerebellar-Cortical Control: Cells, Circuits, Computation, and Clinic (C7).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU. UA levert aan EU de onderzoeksresultaten genoemd

in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Theoretische neurobiologie en neuroengineering

Onderzoekers:

• Erik De Schutter

Cervicalgie: diagnose en therapie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: In deze studie wordt de eveidence based literatuur voor diagnose en behandeling voor acute en chronische nekpijn bestudeerd. Het doel

is te komen tot een klinische en multidisciplinaire aanbeveling. De toepasbaarheid ervan in Belgie zal worden nagegaan.

Organisaties:

• Eerstelijns - en interdisciplinaire zorg (ELIZA)

Onderzoekers:

• Roy Remmen

CFD modeling of air and particle flow in plant canopies


K.U.Leuven

Abstract: Agrochemische sprays worden veel gebruikt om gewassen te beschermen tegen de vernietigende werking van onkruid, ziekten en plagen

om zo de opbrengst te behouden. De meest voor de hand liggende prioriteit bij het besproeien van gewassen is een goede verdeling van

werkzame chemische stoffen waar dit nodig is voor een doeltreffende controle van onkruid, ziekten en plagen. Dit moet worden bereikt tegen

minimale kosten. Spuitdrift wordt beschouwd als het meest uitdagende probleem voor landbouwers en producenten van pesticiden en sproeiers.

Een mogelijke manier om driftproblemen te analyseren is om veldmetingen uit te voeren. Veldexperimenten zijn echter duur en moeilijk uit te

voeren vanwege de vele meteorologischeparameters en spuitparameters die in het spel zijn. Daarom zijn simulaties de afgelopen jaren steeds

populairder geworden als een alternatief voor het aanpakken van een aantal van deze problemen.Het eerste volledige model voor

boomgaardspuiten met inbegrip van de echte boomkruinar

Organisaties:

• Afdeling MeBioS

Onderzoekers:

• Bart Nicolai

CHAARM

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Lab Moleculaire Virologie & Gentherapie

Onderzoekers:

• Zeger Debyser

CHAARM

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Lab Farmacotechnologie en Biofarmacie

Onderzoekers:

• Patrick Augustijns

Chairing an Industry Symposium at the European Respiratory Society.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Chairing an Industry Symposium at the European Respiratory Society.

Organisaties:

• Lab. Experimentele geneeskunde en pediatrie (LEMP)

Onderzoekers:

• Wilfried De Backer

Chair in Respiratory Medicine.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Chair in Respiratory Medicine.

Organisaties:

• Lab. Experimentele geneeskunde en pediatrie (LEMP)

Onderzoekers:

• Wilfried De Backer

CHAMELEON.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling MeBioS

Onderzoekers:

• Bart Nicolai

Changes in gene expression in different human cell types after irradiation. (Doctoraatsafwerking (6 mnd) van Marcella

MORI)

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Met behulp van cDNA microarrays zullen we de door straling geactiveerde moleculaire pathways onderzoeken die een rol spelen in

getransformeerde en niet-getransformeerde humane cellen. Dit onderzoek kan een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van methodes om cellen

gevoeliger te maken voor straling (van belang voor radiotherapie) of juist te beschermen tegen de gevolgen van straling. We zullen de effecten van

straling op genexpressieprofielen in getransformeerde (Jurkat, HL60) en niet-getransformeerde humane hematopoietische cellen bepalen.

Organisaties:

• Farmacologie

Onderzoekers:

• RON KOOIJMAN

• ELISABETH PETERS

Chaotische complexiteit in socio-economische processen. De impact van de liberalisatie van de energiemarkt op het

milieu. Een globale , systemische multiactoren benadering van beleidsvoering in de Europese Unie.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: De liberalisatie van de energiemarkten, die zal plaatsvinden in de Europese Unie (EU), leidt tot grote uitdagingen voor al de betrokkenen,

zowel in de prive sector als in de publieke sector. De belangrijkste uitdaging is het verenigen van concurrende acties en/of opinies met een

daurzaam milieubeleid. Twee problemen zullen in dit project behandeld worden: i) de aangogane verbintenissen binnen de EU, rekening houdend

met de internationale verdragen (Rio, Kyoto, Buenos Aires), m.b.t. de uitstoot van CO2 te wijten aan fossiele brandstoffen; ii) het specifiek

afvalprobleem te wijten aan de nucleaire elektriciteits productie. De studie zal hoofdzakelijk bestaan uit twee delen. Het eerste deel omvat het

bestuderen van de gevolgen van de onregelmatigheden op de energiemarkten. Het tweede en omvangrijker deel, bestaat erin mogelijke

cnterventies van de overheid, zowel op nationaal als Europees niveau, te onderzoeken. De te nemen maatregelen zullen rekening moeten houden

met een duurzame ontwikkeling van de maatschappij. Fiscale mnatregelen ter ondersteuning van een aivalbeleid of het ontwikkelen van

alternatieve energiebronnen, zijn voorbeelden van zulke interventies. Een beheersprocedure van de toekomstige chaotische evolutie bestaande uit


drie stappen zal ontwikkeld worden: i) systeemdynamica modellisatie; ii) selectie van de meest geschikte strategieen d.m.v. multicriteria analyse; iii)

management, controle en monitoring van de beheersprocedure. De stappen worden verdeeld in het verwerven van inzicht in de structuur van het

probleem, het ontwikkelen van geschikte controlestrategieen, en het genereren van mogelijke scenarios in het kader van virtuele realiteiten. Deze

laatste stap laat toe de bovenstaande strategieen te testen aan mogelijke toekomstige evoluties op de energiemarkten.

Organisaties:

• Toegepaste Statistiek, Operationeel Onderzoek en Wiskunde voor de Humane Wetenschappen

Onderzoekers:

• JEAN-PIERRE BRANS

Characterisation and molecular dissection of the embryonal chromosomal instability in human and animals

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Joris Vermeesch

• Thierry Voet

Characterisation of novel mouse mutants with defects in Foxp3+ regulatory T cells and mast cells.

K.U.Leuven

Abstract: Foxp3+ regulatory T cells and mast cells are two cell types with increasinglyappreciated roles in immunity during infection, autoimmunity

and allergy.Typically regulatory T cells are considered to reduce the scale of the immuneresponse, while mast cells are considered to amplify

immunity. However bothcell types appear to be more intricate, with dual roles in regulating andamplifying immunity depending on the context, and

complex interactionsoccurring between the two lineages. Despite the importance of these celllineages to human health, relatively little is known

about the molecular andcellular control of their differentiation and homeostasis. In order to rectifythis deficit we have run a genome-wide random

mutagenesis screen in mice, using new technological developments to find mutant mouse strains with defects in regulatory T cell biology and mast

cell biology. In this project we seek to take ten of these mutant mouse strains, six with alterations in regulatory T cells and four with

Organisaties:

• Labo Genetica van Auto-immuniteit

Onderzoekers:

• Guy Boeckxstaens

• Adrian Liston

Characterisation of Proximal Tubular Cell Lines and Genetically Engineered Cell Lines with Respect to their

biotransformation Capacities.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Characterisatie van 'Proximal Tubular Cell Lines' en 'Genetically Engineered cell Lines' met betrekking tot hun biotransformatie

capaciteiten.

Organisaties:

• Toxicologie, Dermato-cosmetologie en Farmacognosie

Onderzoekers:

• VERA ROGIERS

Characterisation of the role of astrocytic B2-adrenergic receptors in multiple sclerosis: an invivo approach.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Multiple sclerose is een chronische neurodegeneratieve aandoeningen die vooral jonge, actieve patiënten treft. De impact op persoonlijk

zowel als socio-economisch vlak van deze aandoening zijn dramatisch. De etiologie blijft tot op heden grotendeels onbekend en de huidige

behandelingen hebben eerder bescheiden effecten op het ziekteverloop. Bovendien blijft de impact van ehandeling op lange termijn en de

progressieve vormen van de ziekte onbepaald.

Uit voorgaand onderzoek bleek dat astrocyten bij MS deficiënt zijn aan ?2-adrenerge receptoren. Deze receptoren spelen een belangrijke rol in een

hele reeks processen die een van belang zijn bij het ziekteproces van MS. De receptor onderdrukt inflammatie, reguleert de expressie van

neurotrofe factoren, ondersteunt het metabolisme van de neurotoxische transmitter glutamaat, stuurt de glycogenolyse aan die voor de energietoevoer

naar axonen instaat.

Het doel van ons onderzoeksproject betreft de translatie van preliminaire in-vitro bevindingen omtrent de rol van ?2-adrenerge receptoren naar invivo

onderzoek in fysiologische en pathologische omstandigheden.

Organisaties:

• Farmaceutische Chemie, Analyse van Geneesmiddelen en Geneesmiddelenkennis

Onderzoekers:

• Ralph CLINCKERS

Characterization of aging genes in Drosophila nervous system

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Joachim Schulz

• Carlos Dotti

Characterization of chronic Trypanosma brucei infection: variant surface glycoprotein characterization

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Gentechnologie

Onderzoekers:

• Bruno Goddeeris


Characterization of oxidation products of isoprene in biogenic rural aerosols. (beurs R. SZMIGIELSKI, Polen)

Universiteit Antwerpen

Abstract: Characterization of oxidation products of isoprene in biogenic rural aerosols. (beurs R. SZMIGIELSKI, Polen)

Organisaties:

• Bio-organische massaspectrometrie

Onderzoekers:

• Magda Claeys-Maenhaut

Characterization of pancreatic stem/progenitor cells promoting neogenesis.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Geen NL abstract

Organisaties:

• Pathologische Anatomie

Onderzoekers:

• LUC BOUWENS

Characterization of secondary organic aerosol from photooxidation of isoprene and alpha-pinene with mass

spectrometric approaches. (SOAMASS)

Universiteit Antwerpen

Abstract: Characterization of secondary organic aerosol from photooxidation of isoprene and alpha-pinene with mass spectrometric approaches.

(SOAMASS)

Organisaties:

• Bio-organische massaspectrometrie

Onderzoekers:

• Magda Claeys-Maenhaut

Characterization of the hydrophobic structure of hydrophobins

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Centr. Levensmidd.- & Microb. Technol.

Onderzoekers:

• Guy Derdelinckx

Characterization of the role of the trehalase enzyme for stress resistance and sugar signaling in the model plant

Arabidopsis thaliana by a proteomics approach

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Plantenbiotechniek

Onderzoekers:

• Sebastien Carpentier

• Michal Janiak

Characterization of the tyrosine phosphatase gene PTPRD and its role inthe development of cancer.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Jan Cools

Characterizing a set of genes required for cell competition in drosophila imaginal discs

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Georg Halder

• Lucia Romanelli

Characterizing the effects of inhaled particulate matter on airways: an overall study design from atmosphere to alveoli.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Characterizing the effects of inhaled particulate matter on airways: an overall study design from atmosphere to alveoli.

Organisaties:

• Lab. Experimentele geneeskunde en pediatrie (LEMP)

Onderzoekers:

• Wilfried De Backer

Characterizing the effects of inhaled particulate matter on airways: an overall study design from atmosphere to alveoli.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Characterizing the effects of inhaled particulate matter on airways: an overall study design from atmosphere to alveoli.

Organisaties:

• Elektronenmicroscopie voor materiaalonderzoek (EMAT)

Onderzoekers:

• Gustaaf Van Tendeloo


Characterizing the effects of inhaled particulate matter on airways: an overall study design from atmosphere to alveoli.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Characterizing the effects of inhaled particulate matter on airways: an overall study design from atmosphere to alveoli.

Organisaties:

• Celbiologie en histologie

Onderzoekers:

• Jean-Pierre Timmermans

Characterizing the effects of inhaled particulate matter on airways: an overall study design from atmosphere to alveoli.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Characterizing the effects of inhaled particulate matter on airways: an overall study design from atmosphere to alveoli.

Organisaties:

• Milieuanalyse

Onderzoekers:

• Rene Van Grieken

Characterizing the effects of inhaled particulate matter on airways: an overall study design from atmosphere to alveoli.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Characterizing the effects of inhaled particulate matter on airways: an overall study design from atmosphere to alveoli.

Organisaties:

• Lab. Experimentele geneeskunde en pediatrie (LEMP)

Onderzoekers:

• Wilfried De Backer

Charcot-Marie-Tooth neuropathieën: van genen tot eiwitnetwerken en ziektemechanismen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project heeft als doel het toepassen van nieuwe moleculaire benaderingen om Charcot-Marie-Tooth (CMT) mutaties te modeleren, en

genfunctie en -netwerken te bestuderen.

Organisaties:

• VIB DMG - Perifere Neuropathieën

Onderzoekers:

• Vincent Timmerman

• Peter De Jonghe

CHeartED.

K.U.Leuven

Abstract: Gene-environment interactions in heart development (CHeartED).

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Yves Moreau

• Koenraad Devriendt

Chemische analyse en speciatie modellering van lood oplosbaarheid onder ecotoxiciteitsproef relevante

blootstellingsscenario's

Universiteit Antwerpen

Abstract: Chemische analyse en speciatie modellering van lood oplosbaarheid onder ecotoxiciteitsproef relevante blootstellingsscenario's

Organisaties:

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Ronny Blust

Chemische analyses van biomonitoringstalen voor het Belgische luik van het Europese LIFE+ project DEMOCOPHES -

perceel 5.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Chemische analyses van biomonitoringstalen van moeder en kind paren voor het Belgische luik van het Europese LIFE+ project

DEMOCOPHES - perceel 5: chemische analyse van Bisphenol-A. Stalen zijn in 2012 gecollecteerd en resultaten in 2012-2013 gepresenteerd.

Coordinator: VITO

Organisaties:

• Toxicologie

Onderzoekers:

• Adrian Covaci

Chemische en biologische aspecten van de metaalopname door aquatische organismen: een experimentele en

modelmatige analyse van de metaalaccumulatie bij mosselen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Chemische en biologische aspecten van de metaalopname door aquatische organismen: een experimentele en modelmatige analyse van

de metaalaccumulatie bij mosselen.

Organisaties:

• ECOFYSIOLOGIE EN BIOCHEMIE

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Ronny Blust

Chemokinen en chemokinereceptoren.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Chemokinen en chemokinereceptoren.

Organisaties:


• Klinische biochemie (farmacie)

• Medische biochemie

Onderzoekers:

• Simon Scharpe

Chemometrie in scheidingstechnieken: methodeontwikkeling en -optimalisatie, extractie van informatie

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: In de farmaceutische en biomedische analyse is er een tendens om enerzijds geminiaturiseerde en anderzijds snelle methodes te

ontwikkelen. Dit project omvat onderzoek in beide domeinen. De geminiaturiseerde technieken die gebruikt worden zijn capillaire electroforese

(CE) en capillaire electrochromatografie (CEC). Ons onderzoek in dit domein is vooral gericht om de ontwikkeling van methodes die een snelle

screening naar de enantioselectiviteit van chirale moleculen toelaten. Daar waar we eerder screningsstrategieën in CE en HPLC formuleerden,

gebaseerd op minimale experimentele designs, wordt momenteel gewerkt aan de ontwikkeling ervan m.b.v. CEC. Bij de ontwikkeling en

optimalisatie van snelle chromatografische methodes richten wij ons onderzoek naar twee domeinen, zijnde enerzijds de selectie van orthogonale

chromatografische systemen die als een startpunt kunnen dienen in de methodeontwikkeling voor mengsels van geneesmiddelen met hun

onzuiverheden, en anderzijds de ontwikkeling van ultrasnelle chromatografische methodes op monolithische kolommen. Orthogonale systemen

hebben een verschillende selectiviteit en de selectie van een set van dergelijke systemen moet toelaten enerzijds een idee te krijgen van het aantal

onzuiverheden in een mengsel en anderzijds van welk systeem het meest geschikt is voor methodeoptimalisatie. Bij de ontwikkeling van de

supersnelle methodes zijn er opnieuw twee doelstellingen, zijnde enerzijds een extreme versnelling van bestaande methodes (vb. Reductie

vananalysetijden van 60 naar 2 min) en anderzijds het voorspellen van bepaalde eigenschappen via chemometrische technieken uit incompleet

gescheiden chromatogrammen, zoals de antioxiderende activiteit van thee, koffie, wijn of plante-extracten.

Organisaties:

• Analytische Scheikunde en Farmaceutische Technologie

Onderzoekers:

• DESIRE MASSART

• Yvan VANDER HEYDEN

CHEMORES

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Translationeel Cel- en Weefselonderzoek

Onderzoekers:

• Joost van den Oord

Chemotherapie tijdens de zwangerschap: een farmacokinetisch en placentair onderzoek

K.U.Leuven

Abstract: Een kankerdiagnose wordt in ongeveer 0,10% van alle zwangerschappen gesteld. Om de maternele prognose niet in gevaar te

brengen, is het gebruik van chemotherapeutica tijdens de zwangerschap in sommige patiënten niet te vermijden, maar weinig gegevens zijn

momenteel beschikbaar over het gebruik van chemotherapie tijdens de zwangerschap.Dit onderzoek heeft als doel meer inzicht te verwerven in de

farmacokinetiek van chemotherapeutica toegediend tijdens de zwangerschap. Verder willen we de rol van transporters in de placenta bij het

transport van chemotherapeutica verhelderen en de effecten van chemotherapeutica op de structuur en functie van de placenta onderzoeken.Bij

zwangere en niet-zwangere vrouwen zullen op verschillende tijdstippen tijdens en na de chemotherapie bloedstalen genomen worden.

Farmacokinetische parameters zullen onderzocht en vergeleken worden. In een tweede deel zal chemotherapie toegediend worden aan zwangere

ratten en in cell-lijnen om de rol van de transpor

Organisaties:

• Gynaecologische Oncologie

Onderzoekers:

• Patrick Augustijns

• Frédéric Amant

• Liesbeth Heyns

Chemotherapie tijdens zwangerschap: pharmacokinetiek en korte en lange termijn effecten op de neonaat.

K.U.Leuven

Abstract: Het doel van dit onderzoek is het nakijken van transplacentair transport van chemotherapeutica, de mogelijke verschillen in kinetiek

tussen zwangere en niet zwangere vrouwen en de effecten van het gebruik van chemotherapeutica tijdens de zwangerschap op de moeder en het

kind.Dit wordt zowel in een preklinisch model (muizen, bavianen) als in een klinische studie onderzocht.Het onderzoek naar het transplacentair

transportgebeurt door simultane bloedafnames bij de foetus en de moeder op bepaalde tijdstippen na intraveneuze toedieningen van

chemotherapeutica, in een muis en baviaanmodel.Voor de vergelijking van farmacokinetische parameters van chemotherapeutica bij zwangere en

niet zwangere vrouwen, worden zowel bij zwangere als niet zwangere vrouwen reeksen bloedstalen afgenomen over de eerste 48 uur na

chemotherapietoediening (bij bavianenen in klinische studie). Op basis van de plasma-dosages op de verschillende tijdstippen worden

farmacokinetische parameters berekend en de resultaten

Organisaties:

• Gynaecologische Oncologie

Onderzoekers:

• Frédéric Amant

CHEMOTRAFFIC.

K.U.Leuven

Abstract: Training for young investigators in chemokine-directed leukocyte trafficking.

Organisaties:

• Laboratorium Moleculaire Immunologie

Onderzoekers:

• Paul Proost

ChemPro Tools - Ontwikkeling van nieuwe chemische tools en proteomics-technologieën voor de studie van

proteolytische systemen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: In dit project zal een nieuwe technologie ontwikkeld worden voor de ontdekking en de aanmaak van innovatieve en patenteerbare

chemische probe bibliotheken. Daarnaast kan de nieuwe technologie ook gebruikt worden voor target identificatie en target validatie en voor

biomerker en bio-imaging toepassingen. Ook voor de identificatie van off-target binding kan de nieuwe technologie gebruikt worden. Bovendien kan


inhibitor design en optimalisatie uitgevoerd worden met deze technologie.

Organisaties:

• Medicinale chemie (UAMC)

Onderzoekers:

• Koen Augustyns

Chilling of Meat

K.U.Leuven

Abstract: Naast de toepassing ervan in bewaring van het vlees, is koeling ook gebruikt om uniforme kleur in de spieren te behouden door het

verminderen van de snelheid van de post-mortem veranderingen. De snelheid van fysiologische en biochemische veranderingen in de spieren van

de geslachte dieren afhankelijk van de temperatuur van het karkas. De snelheid en omvang van deze veranderingen bepalen de kleur kwaliteit van

het vlees vooral in de interne delen van karkassen. Lage temperaturen vertragen het tempo van deze veranderingen welke kleur instabiliteit op zijn

beurt vermindert in het karkas. Als gevolg van hun thermofysische eigenschappen karkassen bijzonder grote runderkarkassen, niet gemakkelijk en

uniform afgekoeld op de gewenste snelheid in de bestaande commerciële slachthuizen. Dit probleem leidde de noodzaak om verbeteringen en / of

vervanging van bestaande rundvlees karkas commerciële koelmachines om meer uniforme en stabiele vervaardiging van vleesproducten, op

relatief korte koeltijd

Organisaties:

• Afdeling MeBioS

Onderzoekers:

• Bart Nicolai

• Kumsa Delessa Kuffi

Chips for Life (C4L).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds EU . UA levert aan EU de onderzoeksresultaten

genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• VAXINFECTIO

Onderzoekers:

• Margareta Ieven

Chirale scheiding van geneesmiddelen met behulp van capillaire elektroforese

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Lab voor Farmaceutische Analyse

Onderzoekers:

• Erwin Adams

• Ann Van Schepdael

Chiroptera-Inspired Robotic Cephaloid: a Novel Tool for Experiments in Synthetic Biology. (CIRCE)

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het betreft een project in het kader van het vijfde kaderprogramma (onderdeel IST) = gebruiksvriendelijke informatiemaatschappij). Doel is

onder meer het ontwerpen van een bionische vleermuis. Een consortium van Europese universiteiten werkt mee; UFSIA coördineert.

Organisaties:

• VAKGROEP MILIEU, TECHNOLOGIE EN MANAGEMENT

• Engineering Management

Onderzoekers:

• Herbert Peremans

Chitinase (3-like) proteïnen als nieuwe biomerkers voor acute nierschade bij intensieve zorgen patiënten

Universiteit Gent

Abstract: Tot 2/3 van humane intensieve zorgen patiënten ontwikkelen acute nierschade, een onafhankelijke risicofactor voor ziekenhuismortaliteit.

Ook bij caniene patiënten is acute nierschade geassocieerd met een hoge mortaliteit. Urinaire chitinase (3-like) proteïnen zijn beloftevolle

biomerkers voor acute nierschade in ons muis sepsis model. Hun oorsprong, functie en eliminatie in pre-klinische, alsook hun diagnostische waarde

in klinische omstandigheden, worden nagegaan.

Organisaties:

• Vakgroep Farmacologie, Toxicologie en Biochemie

Onderzoekers:

• Evelyne Meyer

• Eric Hoste

Chlamydia pneumoniae in atherosclerose : feit of fictie ?

Universiteit Antwerpen

Abstract: Hart- en vaatziekten vormen de belangrijkste doodsoorzaak in de Westerse wereld. De traditionele risicofactoren, zoals serum lipiden,

roken, hypertensie, diabetes, leeftijd, geslacht, en familiale voorgeschiedenis verklaren niet de totale incidentie aan cardiovasculaire ziekten. Sinds

enkele jaren worden enkele infectieziekten specifiek met de pathogenese van atherosclerose in verband gebracht. Onze onderzoeksgroep

focuseerde zich op de bacterie Chlamydia pneumoniae, een obligaat intracellulair gram-negatief pathogeen dat infecties van de bovenste

luchtwegen, pneumonie, bronchitis, pharyngitis en sinusitis kan verwekken. Belangrijke bevindingen van dit onderzoek waren de afwezigheid van

bacterieel DNA in de atheroomplaques en aanwijzingen voor kruisreactiviteit tussen C. pneumoniae en oxLDL. Verder kon de circulerende monocyt

niet weerhouden worden als de transfecterende cel tussen de luchtwegen en de vaatwand. Ook werd de bewijskracht van seroepidemiologische

studies naar een associatie tussen atherosclerose en C. pneumoniae IgG sterk afgezwakt door de grote verschillen die aangetoond werden in

sensitiviteit en specificiteit van deze testen. Bovendien werd geen associatie gevonden met de microimmunofluorescentie test, die nog steeds

beschouwd wordt als de 'gouden' standaard in de Chlamydia serologie.

Op basis van deze gegevens kunnen volgende hypotheses vooropgesteld worden:

-De positieve immunoreactiviteit in atheroomplaques verkregen met antilichamen tegen C. pneumoniae berust op moleculaire mimicry met oxLDL,

wat geen directe rol voor het organisme in atherosclerose impliceert.

-C. pneumoniae kan wel een indirecte rol spelen in de atherogenese door het induceren van autoimmuniteit. Antilichamen tegen chlamydiaal

HSP60 kunnen een overexpressie van het lichaamseigen HSP60 in de vaatwand veroorzaken, en bijgevolg de lokale inflammatoire reactie

stimuleren.


-Sinds enige tijd is de antigenpresenterende functie van de dendritische cel gekend. Captivatie en presentatie van chlamydiale antigenen door dit

celtype leidt tot T-cell activatie en cytokine productie in de plaque.

Dit fundamenteel wetenschappelijk onderzoek zal leiden tot nieuwe inzichten in de initiatie van de atherosclerotische plaque, een proces dat nog

steeds niet verklaard is. Verdere perspectieven liggen in de ontwikkeling van een risicostratificatie aan de hand van de onderzochte pathways, en

het uittesten van HSP-vrije vaccins op proefdiermodellen in de preventie van atherosclerose. Tenslotte, wordt door identificatie van de

geïnfecteerde dendritische cel als 'go between' tussen de luchtwegen en de vaatwand, naar het toekomstig belang van immunomodulerende

therapieën gewezen.

Organisaties:

• Cardiologie

• Translationeel pathofysiologisch onderzoek (TPR)

Onderzoekers:

• Christiaan Vrints

Chlamydia psittaci DNA vaccination and alternatives

Universiteit Gent

Abstract: DNA vaccinatie voor Chlamydia psittaci zal vergeleken worden met andere alternatieve vaccinatiemethoden. Hierbij zullen we gebruik

maken van experimenteel geïnfecteerde SPF kalkoenen

Organisaties:

• Vakgroep Moleculaire biotechnologie

Onderzoekers:

• Daisy Vanrompay

• Niek Sanders

Chlamydiascreening in de huisartspraktijk: van een theoretisch model (efficacy) naar de praktijk (effectiveness).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Chlamydia trachomatis is bij ons de meest frequente bacteriële SOA (prevalentie 3-8%); de meeste infecties verlopen asymptomatisch en

worden niet gediagnosticeerd. Belangrijke complicaties en sequellen zijn echter PID, tubaire infertiliteit, extra-uteriene zwangerschap en chronische

buikpijn. Vooral jonge vrouwen zijn at risk voor het oplopen van de infectie. Door het grote aantal asymptomatische infecties dringt screening zich

op. De ontwikkeling en commercialisering van de DNA-amplificatietechnieken, die zeer goede testeigenschappen hebben en non-invasieve

staalafname mogelijk maken, opent nieuwe perspectieven voor screening.

Screening op Chlamydia heeft een hoge kostprijs en is arbeidsintensief; daarom is selectieve screening, op basis van een risicoprofiel, de meest

haalbare strategie.

Risicoprofielen zijn traditioneel bepaald bij hoogrisicopopulaties zoals in abortusklinieken, SOA klinieken, of bij bevolkingsgroepen van Afrikaanse

afkomst. Deze risicoprofielen zijn niet zonder meer overdraagbaar naar de algemene patiëntenpopulatie in België. Om deze reden is het nodig een

specifiek risicoprofiel te bepalen vanuit de huisartspraktijk.

Dit project beoogt het ontwikkelen van een model voor selectieve screening op urogenitale Chlamydia bij vrouwen in de huisartspraktijk. Voorts

worden de randvoorwaarden onderzocht waaraan moet worden voldaan om deze strategie in de praktijk te brengen. Bijzondere aandacht wordt

besteed aan de feasibility en de aanvaardbaarheid van het model voor de betrokken actoren (m.n. huisartsen en patiënten).In een volgende fase

wordt het model geimplementeerd en in de praktijk geëvalueerd. Een economische evaluatie van het screeningsmodel in de praktijk wordt

vergeleken met de gezondheidswinst van het theoretische model.

Organisaties:

• Huisartsgeneeskunde

• Eerstelijns - en interdisciplinaire zorg (ELIZA)

Onderzoekers:

• Dirk Avonts

• Veronique Verhoeven

Chlorofylfluorescentie beeldanalyse : de plantenvitaliteitsmeter.

Universiteit Hasselt

Abstract: Ter voorbereiding van het opstarten van een spin-off voor de productie van het draagbare FIS-apparaat werd een uitgebreid

marktonderzoek uitgevoerd.

De spin-off dient op korte termijn opgestart te worden. Het doel van dit project is de aanmaak van een aantal supplementaire, goed onderbouwde

databanken met zoveel mogelijk marktrelevante gegevens die een belangrijke rol zullen spelen in de onderhandelingen met potentiële klanten. Dit

omvat het uitvoeren van reeksen metingen en verwerking van de gegevens (met o.a. beeldanalyse, statistische verwerking).

Organisaties:

• Moleculaire en Fysische Plantenfysiologie

• Centrum voor Milieukunde

Onderzoekers:

• Roland VALCKE

Chlorofyl fluorescentiebeelvorming van planten blootgesteld aan biotische en abiotische stressoren in een toekomstig

klimaat.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Chlorofyl (chl) a fluorescentie heeft reeds bewezen een geschikte techniek te zijn voor de studie van stressresponsen bij planten. Omdat

chl fluorescentie op complexe wijze gerelateerd is met processen in fotosynthese verschaffen fluorescentiemetingen gedetailleerde informatie over

de integriteit en kwantumefficiëntie van fotosysteem II (PSII). De overkoepelende doelstelling van deze studie is het karakteriseren van

veranderingen in primaire fotochemische processen van verschillende plantensoorten in functie van de meest voorkomende stresssituaties (milieuen

omgevingsstress) en dit zowel onder de huidige als toekomstige klimaatsomstandigheden (global change). Door dit te doen binnen een groot

experiment waarbij meerdere stressoren afzonderlijk en in combinatie worden opgelegd, kan ondergezocht worden welke mechanismen

gemeenschappelijk, respectievelijk specifiek, zijn voor de respons van planten t.o.v. verschillende stressoren.

Objectieven:

- Karakteriseren van de veranderingen in kwantumefficiëntie van fotosysteem II (PSII) in relatie tot afzonderlijke en gecombineerde stressoren

onder huidige en toekomstige klimaatscondities voor verschillende plantensoorten

- Een beter inzicht krijgen in de processen van niet-fotochemische quenching door dit te bestuderen onder verschillende stress- en

klimaatscondities binnen hetzelfde experiment

- Patronen en variatie van fotochemische efficiëntie binnen een individueel blad koppelen aan een bepaalde stressor en nagaan of de patronen

verschillend zijn onder huidige en toekomstige klimaatsomstandigheden

- Onderzoeken of chl fluorescentiesignalen onder alle omstandigheden een goede indicatie geven van de werkelijke fotochemische capaciteit


Dit onderzoek zal kaderen binnen een groot experiment in onze onderzoeksgroep. De doelstelling van die grootschalige studie is nagaan of

ecosystemen en de verschillende afzonderlijke plantensoorten voldoende resistent zullen blijven aan verschillende stressoren onder toekomstige

klimaatsomstandigheden. Meer specifiek wilt men onderzoeken of de dosis-respons relaties voor de stressoren wijzigen en of er synergistische of

antagonistische effecten optreden tussen de verschillende stressoren. Grasland mesocosmossen (eenheden van bodem + vegetatie) zullen in

PVC-containers geplaatst worden binnen computer-gestuurde, doorzichtige groeikamers waarvan de helft de huidige CO2 concentraties en

luchttemperaturen volgt en in de andere helft toekomstige condities worden gesimuleerd.

Organisaties:

• Planten- en vegetatie-ecologie

Onderzoekers:

• Birgit Gielen

• Reinhart Ceulemans

Chloroplasteiwitten en oxidatieve stress: een correlatie in cadmium-blootgestelde Arabidopsis thaliana zaailingen.

Universiteit Hasselt

Abstract: Metalen, zoals cadmium (Cd), hebben een sterke impact op de ontwikkeling en groei van planten door te interageren op cellulair en

moleculair niveau. Planten beschikken over verdedigingsmechanismen tegen metalen, maar die kunnen ontoereikend worden bij langdurige

blootstellingen of bij blootstelling aan hoge concentraties van metalen. De aanwezige Cd concentraties in het milieu leiden tot verstoringen in de

cellulaire redox balans van planten wat aanleiding geeft tot signaaltransductie en verdedigingsresponsen en/of schade. Reactieve zuurstofvormen

(ROS) vormen belangrijke moleculen in de cellulaire redox balans die kunnen interageren met cellulaire componenten en interfereren met

enzymregulatie via oxido-reductie reacties. Om een beter inzicht te verwerven in de Cd-geïnduceerde oxidatieve stress responsen, gebruiken we in

dit project verschillende benaderingen om de responsen op eiwitniveau verder te ontrafelen. Hierbij zal een bijzondere aandacht gegeven worden

aan de chloroplasten, de plaats waar fotosynthese gebeurt. Dit is bijgevolg een zeer belangrijke plaats voor de energieproductie van de planten

alsook vindt in dit organel de biosynthese van verschillende antioxidanten plaats.

Organisaties:

• Milieubiologie

• Centrum voor Milieukunde

Onderzoekers:

• Ann CUYPERS

CHLOROPROT : Chloroplast proteïnen en oxidatieve stress: Een correlatie in Cd-blootgestelde Arabidopsis thaliana

zaailingen

Universiteit Hasselt

Abstract: Metalen, zoals cadmium (Cd), hebben een sterke impact op de ontwikkeling en groei van planten door te interageren op cellulair en

moleculair niveau. Planten beschikken over verdedigingsmechanismen tegen metalen, maar die kunnen ontoereikend worden bij langdurige

blootstellingen of bij blootstelling aan hoge concentraties van metalen. De aanwezige Cd concentraties in het milieu leiden tot verstoringen in de

cellulaire redox balans van planten wat aanleiding geeft tot signaaltransductie en verdedigingsresponsen en/of schade. Reactieve zuurstofvormen

(ROS) vormen belangrijke moleculen in de cellulaire redox balans die kunnen interageren met cellulaire componenten en interfereren met

enzymregulatie via oxido-reductie reacties. Om een beter inzicht te verwerven in de Cd-geïnduceerde oxidatieve stress responsen, gebruiken we in

dit project verschillende benaderingen om de responsen op eiwitniveau verder te ontrafelen. Hierbij zal een bijzondere aandacht gegeven worden

aan de chloroplasten, de plaats waar fotosynthese gebeurt. Dit is bijgevolg een zeer belangrijke plaats voor de energieproductie van de planten

alsook vindt in dit organel de biosynthese van verschillende antioxidanten plaats.

Organisaties:

• Milieubiologie

• Centrum voor Milieukunde

Onderzoekers:

• Ann CUYPERS

Cholesterol receptoren en transporters als cruciale regulatoren van ontstekingen in de hersenen

Universiteit Hasselt

Abstract: Multiple sclerose (MS) is een chronische auto-immuunziekte van het centrale zenuwstelsel (CZS), dat vooral jonge volwassenen treft in

de bloei van hun leven. Er is geen geneesmiddel is beschikbaar en daarom heeft MS hoge sociaal-economische gevolgen. Er wordt gedacht dat

MS wordt geïnitieerd door autoreactieve T-cellen die fagocyten de opdracht geven de isolerende myelineschede af te breken. Diverse

pathologische mechanismen bepalen het verdere verloop van de ziekte. Recente bevindingen tonen aan dat receptoren geactiveerd door

cholesterol metabolieten de expressie van de betrokken genen bij ontstekingen en lipide homeostase regelen. Myeline heeft een uitzonderlijk hoog

cholesterol gehalte en tijdens de demyelinisatie van de MS-laesies nemen macrofagen grote hoeveelheden myeline op die hun fenotype

moduleren. Bovendien is cholesterol homeostase in oligodendrocyten essentieel voor een goede myelinisatie. Deze bevindingen geven aan dat

cholesterol homeostase een belangrijke rol speelt in auto-immuun-geïnduceerde demyelinisatie in het CZS. In deze studie onderzoeken we hoe

cholesterolreceptoren en -vervoerders de- en remyelinisatie reguleren in een dierlijk model van MS, en bepalen we welke cellen en moleculaire

mechanismen betrokken zijn. De verkregen resultaten zullen het belang van de cholesterol homeostase in MS en andere CZS-inflammatoire

ziekten verduidelijken en kunnen nieuwe doelwitten onthullen voor de behandeling van deze ziekten.

Organisaties:

• Biofysica

• Immunologie - Biochemie

• Biomedisch Onderzoeks Instituut

Onderzoekers:

• Marcel AMELOOT

• Jerome HENDRIKS

Cholesterol receptoren en transporters als cruciale regulatoren van ontstekingen in de hersenen

Universiteit Hasselt

Abstract: Multiple sclerose (MS) is een chronische auto-immuunziekte van het centrale zenuwstelsel (CZS), dat vooral jonge volwassenen treft in

de bloei van hun leven. Er is geen geneesmiddel is beschikbaar en daarom heeft MS hoge sociaal-economische gevolgen. Er wordt gedacht dat

MS wordt geïnitieerd door autoreactieve T-cellen die fagocyten de opdracht geven de isolerende myelineschede af te breken. Diverse

pathologische mechanismen bepalen het verdere verloop van de ziekte. Recente bevindingen tonen aan dat receptoren geactiveerd door

cholesterol metabolieten de expressie van de betrokken genen bij ontstekingen en lipide homeostase regelen. Myeline heeft een uitzonderlijk hoog

cholesterol gehalte en tijdens de demyelinisatie van de MS-laesies nemen macrofagen grote hoeveelheden myeline op die hun fenotype

moduleren. Bovendien is cholesterol homeostase in oligodendrocyten essentieel voor een goede myelinisatie. Deze bevindingen geven aan dat

cholesterol homeostase een belangrijke rol speelt in auto-immuun-geïnduceerde demyelinisatie in het CZS. In deze studie onderzoeken we hoe

cholesterolreceptoren en -vervoerders de- en remyelinisatie reguleren in een dierlijk model van MS, en bepalen we welke cellen en moleculaire


mechanismen betrokken zijn. De verkregen resultaten zullen het belang van de cholesterol homeostase in MS en andere CZS-inflammatoire

ziekten verduidelijken en kunnen nieuwe doelwitten onthullen voor de behandeling van deze ziekten.

Organisaties:

• Immunologie - Biochemie

• Biomedisch Onderzoeks Instituut

Onderzoekers:

• Niels HELLINGS

• Jerome HENDRIKS

Cholinerge modulering van het mucosale immuunsysteem.

K.U.Leuven

Abstract: Het centrale zenuwstelsel interageert op een dynamische wijze met het immuunsysteem dmv humorale en neurale mechanismen.

Onlangs werd aangetoond dat het parasympathische zenuwstelsel, via de nervus vagus, (VN) een belangrijke rol speelt in het moduleren van het

immuunsysteem via het cholinerge anti-inflammatoire systeem. Stimulatie van de VN veroorzaakt vrijstelling van acetylcholine met reductie van

activatie van macrofagen, via interactie met alfa7 nicotinerge receptoren, tot gevolg. We hebben recent aangetoond dat VN stimulatie op een

potente wijze darmontsteking veroorzaakt door abdominale chirurgie remt, wat vagus-gemedieerde modulatie van het immuunsysteem suggereert.

Gebaseerd op deze bevindingen stellen we de hypothese voor dat vagale innervatie van de darm een belangrijkerol speelt in het onderhouden van

immuun homeostasis in de darm. In preliminaire experimenten hebben we inderdaad aangetoond dat vagotomie resulteert in een reductie van

regulatoire T cellen en verlies van ora

Organisaties:

• TARGID

Onderzoekers:

• Guy Boeckxstaens

• Gianluca Matteoli

Chromatinesignalering door het eiwitfosfatase PP1/Repo-man.

K.U.Leuven

Abstract: In dit project willen we een meer geïntegreerd beeld krijgen van defuncties en regulering van het PP1γ/Repoman holo-enzym tijdens

interfase en mitose. De specifieke vragen die we willen beantwoorden zijn:

nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; Hoe wordt het

complexPP1γnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; Hoe wordt het

complexPP1γnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; Hoe wordt het

complexPP1γnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; Hoe wordt het

complexPP1γnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; Hoe wordt het

complexPP1γnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; Hoe wordt het

complexPP1γnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; Hoe wordt het

complexPP1γnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; Hoe wordt het complexPP1γnbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; Hoe

wordt

Organisaties:

• Labo Biosignalering & Therapeutica

Onderzoekers:

• Monique Beullens

• Mathieu Bollen

• Bart Lesage

Chromosomale afwijkingen in menselijke preimplantatie embryo's en embryonale stamcellen: oorzaken, mechanismen en

gevolgen voor in vitro fertilisatie en regeneratieve geneeskunde.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Verschillende studies melden dat 40 tot 70 % van de menselijke preimplantatie embryo's chromosomale abnormaliteiten vertonen

(Fauser, 2008). De meeste van deze afwijkingen werden gevonden in embryo's die werden gebiopsieerd, waarna de gebiopsieerde cellen werden

geanalyseerd door middel van FISH met een maximum van negen chromosomen, tijdens een IVF cyclus met preimplantatie genetische screening

(PGS). PGS wordt toegepast bij IVF patiënten met een slechte prognose om IVF resultaten te verbeteren.

Hoewel de aangetroffen aneuploidieën wellicht de meest belangrijke factor zijn met een invloed op de implantatie van het embryo in de uterus, is

het niet duidelijk in welke mate deze abnormaliteiten een rol spelen.

Ten eerste, zouden het aantal aangetroffen aneuploidieën een lagere verhouding van geïmplanteerde embryo's voorspellen na transfer, and ten

tweede heeft de aanwezigheid van mosaicisme ertoe geleid dat een aantal onderzoekers vermoeden dat sommige aneuploidieën en het

mosaicisme op latere stadia van het embryo worden gecorrigeerd, mogelijk door ofwel door selectieve migratie van abnormale cellen naar de

trophectoderm of door apoptose. Deze factoren zouden kunnen uitleggen waarom PGS er niet in is geslaagd om het aantal zwangerschappen na

IVF te verhogen, als aangetoond door onze eigen groep (Staessen et al., 2004 en 2008) en door anderen (Twisk et al., 2006). Daarentegen is er

weinig geweten op het cellulair niveau over hoe deze afwijkingen ontstaan, hoe ze zichzelf corrigeren, en wat hun invloed op de ontwikkeling van

het embryo is.

Menselijke embryonale stamcellen (hESC) worden afgeleid uit preimplantatie embryo's, en vormen een grote belofte op het gebied van

regeneratieve geneeskunde omdat ze zich kunnen ontwikkelen naar om het even welk celtype in het volwassen menselijk lichaam. De laatste jaren

werd door intensief onderzoek een aantal protocollen ontwikkeld voor de differentiatie van hESC naar volwassen celtypes (vb insulineproducerende

cellen, Kroon et al., 2008). Op dit ogenblik bestaat er een zekere bezorgdheid omtrent de genomische instabiliteit van hESC tijdens

in vitro cultuur. Wij (Spits et al., 2008) en anderen (Baker et al., 2007) hebben aangetoond dat hESC de neiging hebben om chromosomale

abnormaliteiten te ontwikkelen, zoals aneuploidieën, uitdrukking van fragiele sites en kleine duplicaties met een hotspot op 20q21.11.

Deze genomische instabiliteit doet erg denken aan het gedrag van kankercellen, en veroorzaakt grote bezorgdheid omtrent het gebruik van hESC

voor therapeutische doeleinden en als betrouwbaar onderzoeksmodel. Desondanks is ook hier weinig geweten over de ontstaansmechanismen

van en de invloed van de cultuuromstandigheden op deze afwijkingen.

Onze hypothese is dat menselijke embryo's en stamcellen een celcyclus hebben die verschillend is van somatische cellen wat betreft de

checkpunten, en dat dit de gevoeligheid van deze cellen voor chromosomale afwijkingen uitlegt.

De eukaryote cel vertoont vier checkpunten: het start checkpunt in de late G1 fase, het S fase checkpunt, het G2 naar M checkpunt en het spindle

attachment checkpunt (SAC) gedurende de metafase naar anafase overgang.

Het eerste checkpunt beslist of de cel zal starten met replicatie van de chromosomen, en zal de celdeling stoppen in G1 wanneer het DNA

beschadigd is, maar ook in geval van contact inhibitie, tekort aan groeifactoren en replicatieve veroudering. Het intra-S checkpunt checkt of er

beschadigd DNA aanwezig is, en of de DNA replicatie is voltooid, door vb te zoeken naar replication forks. De rol van het G2 naar M checkpunt is

voornamelijk het nakijken van DNA beschadiging gebruikmakende van een pathway die sterk op het G1 checkpunt lijkt. Tenslotte gaat het SAC na

of alle centromeren correct gehecht zijn aan de mitotische spoelfiguur.

De verschillend checkpunten staan onder controle van grote proteïne complexen en cascades voor activatie, inductie en gecontroleerde degradatie.


In de meeste cellen zal arrest door langdurige checkpunt activatie leiden tot apoptose. Daarentegen werd gerapporteerd dat embryonale

stamcellen (ESC) van de meeste species in staat zijn om deze apoptose te vermijden door het checkpunt te negeren (Syljuasen, 2007), door het

checkpunt los te koppelen, of door een inactief checkpunt. G1 checkpunt ontkoppeling werd gevonden in ESC van de resusaap (Fluckiger et al.,

2006), de muis (Aladjem et al., 1998) en de mens (Qin et al., 2007).

Het G2 checkpunt is nog niet in detail bestudeerd in stamcellen, hoewel de resultaten van Chuykin et al. (2008) in de muis suggereren dat het

detectie systeem voor beschadigd DNA actief is in deze cellen. Het SAC is actief in mESC, maar er werd aangetoond dat de cellen in staat zijn om

aan arrest te ontsnappen en apoptose te vermijden (Mantel et al., 2007). Het lijkt er op dat alle checkpunten volledig actief worden en dus ook in

staat zijn om apoptose te induceren wanneer stamcellen gaan differentiëren.

Daartegenover staat dat de cel cyclus controle in menselijke preimplantatie embryo's grotendeels onbekend terrein is. Het frequente voorkomen

van aneuploidieën in menselijke embryo's lijkt er op te wijzen dat embryo's geen SAC hebben of dat ze checkpunt adaptatie ondergaan.

HESC worden afgeleid van de kiemknop van preimplantatie embryo's, en worden dikwijls beschreven als een goed model voor het onderzoek naar

vroege menselijke ontwikkeling. Onze hypothese is dat de drie celcyclus checkpunten inactief zijn gedurende vroege menselijke preimplantatie

ontwikkeling, mogelijk enkel gedurende de klievingstadia, of misschien enkel vóór de activatie van het embryonaal genoom op het vier-tot-achtcellig

stadium (Caufmann et al., 2006). Het SAC zou het eerste volledig functionele checkpunt zijn (mogelijk in de late klievingstadia of in het

blastocyststadium, waardoor zelfcorrectie in blastocysten zou kunnen worden uitgelegd) en de twee andere checkpunten zouden later in de

ontwikkeling geactiveerd worden naargelang de differentiatie van de cellen en in analogie met hESC, waar men weet dat minstens één checkpunt

(het G1) volledig functioneel is in gedifferentieerde maar niet in ongedifferentieerde cellen.

De doelen van dit project zijn:

* Een vergelijkende studie maken van de sleutelelementen van de celcyclus in menselijke preimplantatie embryo's en menselijke embryonale

stamcellen, om zo het nut van hESC als model voor vroege menselijke ontwikkeling te evalueren.

* De belangrijke chromosomale instabiliteit van hESC verklaren en zo cultuurcondities aanpassen om chromosomale afwijkingen te minimaliseren.

* De hoge frequentie aan aneuploidieën in menselijke embryo's uitleggen, het mechanisme van ontstaan van deze afwijkingen en van de zelfcorrectie

ontrafelen, en het belang van hun aanwezigheid evalueren, en eventueel een betrouwbare en snelle screening tool ontwikkelen om PGS

te vervangen.

Organisaties:

• Hematologie

• Embryologie en Menselijke Genetica

Onderzoekers:

• Kurt JACOBS

• Hilde VAN DE VELDE

• INGEBORG LIEBAERS

• KAREN SERMON

• CLAUDIA SPITS

Chromosomale oorzaken van onvruchtbaarheid en de nieuwe ontwikkelingen in de voortplanting en de genetica.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Dragers van structurele chromosoomherschikkingen zoals inversies of translocaties hebben frequent te maken met een

fertilisatieprobleem. Daar een fractie van de gameten van deze patiënten karyotypisch normaal zijn, is een procedure die deze detectie

preconceptueel of in de pre-implantatie diagnostiek mogelijk zou maken van groot belang. De fluorescentie in situ hybridisatie (FISH), dmv. een

combinatie van verschillend gemerkte centromeerprobes en locus-specifieke probes, biedt in dit domein ontzettende voordelen. De

chromosoominhoud van gameten en pre-implantatie embryo's kan met FISH worden nagegaan en bovendien kunnen de verschillende

chromosoomsegregaties worden bepaald. Het onderzoek naar de frequentie van structurele afwijkingen in humane ganeten zal bijdragen tot het

nauwkeurig bepalen van de kans op zwangerschap met goede afloop bij toekomstige ouders waarvan één van de partners drager is van een

structurele chromosoomafwijking. Dankzij de combinatie van de IVF-technologie en de één-cel genetica, kunnen enkel niet-ziekte enmbryo's

worden teruggeplaatst zodat zwangerschapsafbreking kan vermeden worden.

Organisaties:

• Embryologie en Menselijke Genetica

Onderzoekers:

• ANDRE VAN STEIRTEGHEM

• INGEBORG LIEBAERS

Chromosonale oorzaken van onvruchtbaarheid en de nieuwe ontwikkelingen in de voortplanting en de genetica.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Dragers van structurele chromosoomherschikkingen zoals inversies of translocaties hebben frequent te maken met een

fertilisatieprobleem. Daar een fractie van de gameten van deze patiënten karyotypisch normaal zijn, is een procedure die deze detectie

preconceptueel of in de pre-implantatie diagnostiek mogelijk zou maken van groot belang. De fluorescentie in situ hybridisatie (FISH), dmv. een

combinatie van verschillend gemerkte centromeerprobes en locus-specifieke probes, biedt in dit domein ontzettende voordelen. De

chromosoominhoud van gameten en pre-implantatie embryo's kan met FISH worden nagegaan en bovendien kunnen de verschillende

chromosoomsegregaties worden bepaald. Het onderzoek naar de frequentie van structurele afwijkingen in humane ganeten zal bijdragen tot het

nauwkeurig bepalen van de kans op zwangerschap met goede afloop bij toekomstige ouders waarvan één van de partners drager is van een

structurele chromosoomafwijking. Dankzij de combinatie van de IVF-technologie en de één-cel genetica, kunnen enkel niet-ziekte enmbryo's

worden teruggeplaatst zodat zwangerschapsafbreking kan vermeden worden.

Organisaties:

• Embryologie en Menselijke Genetica

Onderzoekers:

• INGEBORG LIEBAERS

Chronic Progressive Lymphedema in Draft Horses.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Chronic Progressive Lymphedema in Draft Horses.

Organisaties:

• Toegepaste diergeneeskundige morfologie

Onderzoekers:

• Hilde De Cock

Chronische nierinsufficientie bij ouderen, een onderzoek naar de meest accurate manier om de nierfunctie te meten, een

gedaalde nierfunctie op te sporen en het natuurlijke beloop van de nierfunctie bij ouderen te volgen.

K.U.Leuven


Abstract: Chronische nierinsufficiëntie (CNI) is een frequent voorkomende maar vaak onderschatte en laat gediagnosticeerde chronische ziekte.

Essentieel voor de diagnose van CNI is een correcte bepaling of schatting van de glomerulaire filtrasnelheid (GFR). Bij 65 plussers is de validatie

van de verschillende formules die gebruikt worden voor de berekening van deze GFR op dit moment onvoldoende gebeurd. Een eerste stap in dit

onderzoek bestaat uit een systematische literatuurzoektocht naar de reeds uitgevoerde onderzoeken in dit domein. Daarnaast willen we in dit

onderzoeksproject door het opzetten van een prospectieve studie met validatie door een gouden standaard meer duidelijkheid krijgen over welke

formule of methode bij ouderen best gebruikt wordt. Vervolgens willen we analyseren welkevariabelen een invloed hebben bij ouderen in de

evolutie naar terminaalnierfalen. Zo hopen we zicht te krijgen op zowel de natuurlijke evolutie van de nierfunctie bij ouderen als op de kenmerken

van de subgroe

Organisaties:

• Acad. Centr. voor Huisartsgeneeskunde

Onderzoekers:

• Jean-Marie Degryse

• Gijs Van Pottelbergh

Chronische volumegedepriveerde ventrikel

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Cardiovasculaire Onwikkelingsfysiologie

Onderzoekers:

• Marc Gewillig

• Filip Rega

• Bjorn Cools

Chronische zorg

Universiteit Gent

Abstract: Deze onderzoeksamenwerking heeft als doel het creëren van een onderzoekslijn ter ondersteuning en harmonisering van de

multidisciplinaire zorg voor ouderen en voor personen met een chronische aandoening. In een eerste fase werd deze doelstelling gerealiseerd door

de ontwikkeling van een digitaal kennisbestand omtrent wondzorg en door de ondersteuning aan een onderzoek omtrent interventieontwikkeling

voor therapietrouw bij patiënten met veneuze ulcera.

Organisaties:

• Vakgroep Maatschappelijke gezondheidkunde

Onderzoekers:

• Sofie Verhaeghe

CICKS - combating infections through collaboration, knowledge and science.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Lab voor Medicinale Chemie

Onderzoekers:

• Arthur Van Aerschot

CIHR-Fellowship aan Simon Amadeus HINKE

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: CIHR-Fellowship aan Simon Amadeus HINKE

Organisaties:

• Pathologische Biochemie en Fysiologie

• Medische Biochemie

Onderzoekers:

• Simon HINKE

• DANIEL PIPELEERS

• MARK VAN DE CASTEELE

Cinéradiografie : een belangrijke onderzoeksmethode in het functioneel morfologische onderzoek bij vertebraten.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Cinéradiografie : een belangrijke onderzoeksmethode in het functioneel morfologische onderzoek bij vertebraten.

Organisaties:

• Functionele morfologie

• Functionele morfologie

Onderzoekers:

• Anthony R Herrel

• Peter Aerts

• Raoul Van Damme

• Frits L A De Vree

Circuit tracing in auditieve hersenstam

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Onderzoeksgroep Neurofysiologie

Onderzoekers:

• Philip Joris

Circulerende ideeën over autisme. Een onderzoek naar hoe mensen betekenis geven aan de diagnose autisme.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Seksuele-Pelviene-Reprod.-Famil.studies


Onderzoekers:

• Peter Rober

CIS-CODE: disruptie van de regulatorische code in erfelijke aandoeningen

Universiteit Gent

Abstract: In het post-genoom tijdperk wordt een toenemend aantal veranderingen gevonden buiten de coderende portie van het genoom. Studies

van specifieke humane erfelijke aandoeningen zijn zeer nuttig om ziekteveroorzakende disrupties van de regulatorische code te ontdekken, ook

"cis-rupties" genoemd. Het doel van dit project is om nieuwe "cis-rupties" te identificeren en functioneel te bestuderen in drie specifieke

ontwikkelingsaandoeningen. Het CIS-CODE project zal finaal bijdragen tot het "kraken" van de regulatorische code in ons genoom, en nieuwe cisruptie

mechanismen kunnen als model dienen voor andere genetische, verworven en complexe aandoeningen.

Organisaties:

• Vakgroep Pediatrie en genetica

Onderzoekers:

• Elfride De Baere

"Citizen -led Gender Budget Initiatives" bij de lokale overheid: een quasi-experimentele impact studie gericht op de

gezondheidszorg van het Kabale District, Oeganda.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLIR. UA levert aan VLIR de onderzoeksresultaten

genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• AID Policy

Onderzoekers:

• Nathalie Holvoet

Cladistische analyse van de Dalytyphloplanida (Rhabdocoela, Platyhelminthes)

Universiteit Hasselt

Abstract: Dit contract betreft een overeenkomst in het kader van een FWO-aanvraag vanuit CMK. Het project zal uitgevoerd worden door Niels van

Steenkiste en zal gaan over de Cladistische analyse van de Dalytyphloplanida (Rhabdocoela, Platyhelminthes). Het project zal verlopen volgens de

bepalingen zoals gesteld in bijgaand contract.

Organisaties:

• Dierkunde: Biodiversiteit en Toxicologie

• Centrum voor Milieukunde

Onderzoekers:

• Tom ARTOIS

Classificatie van beperking in romp-functie in relatie tot rolstoelactiviteiten met focus op rolstoel rugby

K.U.Leuven

Abstract: Het doel van de studie is het vaststellen van de betrouwbaarheid en de validiteit van het classificatie systeem voor romp

functiestoornissen in wheelchair rugby.Als resultaat van de studie zal het classificatie systeem voor romp functiestoornissen wetenschappelijk

onderbouwd zijn, zoals voorgeschreven in de classificatiecode van het Internationaal Paralympisch Comité (IPC). De uitkomst van deze studie zal

ookbijdragen aan de sport prestaties van atleten in andere IPCsporten, zoals wheelchair racing, wheelchair tennis en wheelchair basketbal. De

resultaten dragen mogelijk ook bij aan de voorspelling van rolstoel activiteiten in het dagelijks leven, gebaseerd op romp functiestoornissen

onafhankelijk van de medische aandoening, en daarmee een richtlijn geven voor revalidatie doelstellingen.De belangrijkste hypothese is: het

nieuwe classificatie systeem voor rompfunctie stoornissen meet objectief alle stoornissen van de rompfunctie die bepalend zijn voor vaardigheid in

cruciale rolstoel ac

Organisaties:

• Adapt. Phys. Act. & Psychom. Revalidatie

Onderzoekers:

• Yves Vanlandewyck

Cleantech: duurzame oplossingen voor meer welvaart

Universiteit Hasselt

Abstract: Het Cleantech platform wil cleantech activiteiten in Limburg en Vlaanderen versterken en verder uitbouwen op basis van een visie en door

onderlinge interactie, coördinatie en samenwerking van bedrijven, investeerders, overheden, consumenten en kenniscentra.

Belangrijk hierbij is de oprichting van een Cleantech kennisplatform waar alle actoren elkaar ontmoeten en samenwerken aan duurzame innovatie,

en de oprichting van een Cleantech business met optimaal gebruik van onze hulpbronnen en minimale milieu-impact.

Daarnaast wordt een degelijke Cleantech management structuur opgezet die zorgt voor een efficiënte en effectieve aanpak. Tenslotte zal de

ervaring en kennis van Cleantech Limburg toegepast worden bij uitbouw van Cleantech Vlaanderen.

Organisaties:

• Milieubiologie

• Centrum voor Milieukunde

Onderzoekers:

• Jaak VANGRONSVELD

CLINICAL AND EXPERIMENTAL STUDIES ON ISCHEMIA-REPERFUSION-INJURY, RENALDYSFUNCTION AND BILIARY

STRICTURES AFTER LIVER TRANSPLANTATION

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Laboratorium Abdominale Transplantatie

Onderzoekers:

• Jacques Pirenne

• Diethard Monbaliu

• Nicolas Meurisse

Clinical observation examination of ADMIRA/ Admira Bond in comparison to Tetric Ceram / Excite and Definite/Etch &

Prime .


Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Clinical observation examination of ADMIRA/ Admira Bond in comparison to Tetric Ceram / Excite and Definite/Etch & Prime .

Organisaties:

• Conserverende en Prothetische Tandheelkunde

Onderzoekers:

• PETER BOTTENBERG

Clinical trial "Azithromycine".

Universiteit Antwerpen

Abstract: Clinical trial "Azithromycine".

Organisaties:

• VAXINFECTIO

Onderzoekers:

• Herman Goossens

Clinical trial "Nicotinespray - schizofrenie" (39393406EDI0002)

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds een privé-instelling. UA levert aan de privé-instelling de

onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Kind-, Jeugd- en Volwassenpsychiatrie (CAPRI)

Onderzoekers:

• Bernard Sabbe

CLINICOBRU: Oprichting van een Brussels platform voor klinisch onderzoek.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Doelstellingen:

Professionaliseren en verhogen van de kwaliteit van klinisch onderzoek binnen de drie Brusselse ziekenhuizen, Erasmus Ziekenhuis, UZ Brussel

en Universitair ziekenhuis Saint-Luc.

Verstrekken van duidelijke en accurate informatie over klinisch onderzoek in verschillende talen

Gemeenschappelijke dienstverlening binnen de drie universitaire ziekenhuizen

Toegang verlenen tot gekwalificeerd personeel die de onderzoeken uitvoert

Verhogen van het aantal gerecruteerde patienten

Verhogen van de aantrekkelijkheid van de het grondgebied Brussel voor de uitvoering van klinische studies

Organisaties:

• Medische Beeldvorming en Fysische Wetenschappen

Onderzoekers:

• Tony LAHOUTTE

Clonering en karakterisatie van genen voor hypotrichosis simplex.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Clonering en karakterisatie van genen voor hypotrichosis simplex.

Organisaties:

• Centrum medische genetica

• Medische Genetica (MEDGEN)

Onderzoekers:

• Markus Nöthen

• Regina Betz

Clusterproject : Valorisatie van transportmodellen voor een duurzaam transport

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Transport en duurzame ontwikkeling zijn onmiskenbaar met elkaar verbonden. Het feit dat de auto nog steeds het meest gebruikt wordt

voor het maken van verplaatsingen heeft duidelijk aangetoonde negatieve effecten op de omgeving. De vooruitzichten voor het autogebruik beloven

niet meteen een verandering in deze evolutie. Het vervoer van personen (waartoe we ons in dit project beperken) en de verwachte toekomstige

ontwikkelingen leggen dan ook een zware hypotheek op de duurzame ontwikkeling van onze samenleving.

Door belangrijke projecten en toonaangevende wetenschappelijke partners in het domein van duurzame mobiliteit samen te brengen kunnen we de

wetenschappelijke kennis die aanwezig is in de organisaties van verschillende clusterpartners delen, verspreiden en valideren. Meer specifiek kan

deze expertise gestructureerd worden in de volgende onderwerpen, die direct gelinkt zijn aan duurzame mobiliteit:

- emissiemodellen

- activiteiten-gebaseerde modellering

- data consolidatiemodellen

- demografie

Het doelpubliek van onze acties zijn leden van de verschillende Belgische beleidsniveaus, administratie, onderzoeksinstellingen en studiebureaus.

Concreet organiseren we een aantal workshops: een deel intern tussen de verschillende clusterpartners, een ander deel specifiek gericht naar het

doelpubliek. Het doel van de workshops is een interactieve benadering van het thema, waarbij de input zowel van de clusterpartners als van het

publiek komt.

Organisaties:

• Sociologie

Onderzoekers:

• IGNACE GLORIEUX

• SUZANA KOELET

CNOT3 mutaties in T-cel acute lymfatische leukemie


K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Faculteit Theologie en Religiewetensch.

Onderzoekers:

• Jan Cools

• Rocco Stirparo

CO2-opslag in mariene bodems: impact op mariene ecosystemen

Universiteit Gent

Abstract: The main objectives of this project are to establish a framework for best environmental practices in offshore CO2 storage and to assess

environmental impact of CO2 leakage at decadal - century time scales. Furthermore the project aims to develop innovative monitoring techniques,

to assess public acceptance of sub-seabed CO2 storage and to undertake modeling and field studies at existing offshore storage site.

Organisaties:

• Vakgroep Biologie

Onderzoekers:

• Ann Vanreusel

Cocaïne en zijn metabolieten in Belgische afval- en oppervlakte waters.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Binnen het kader van dit project zullen zowel cocaïne als zijn metabolieten worden gemeten in een aantal representatieve afval- en

oppervlaktewaters verspreid over gans België. Er zal onderzocht worden in hoeverre de concentraties van cocaïne en BE in het milieu kunnen

worden gebruikt als indicatoren voor het lokale cocaïnegebruik. En interlaboratorium validatie zal worden opgezet om de analytische procedures en

de interlaboratorium variatie te evalueren. Daarbovenop zal nagegaan worden in hoeverre het mogelijk is om ook geneesmiddelen, andere drugs

en verontreinigingen afkomstig van de produktie van designer drugs op te sporen met deze analyses.

Organisaties:

• Toxicologie

Onderzoekers:

• Philippe Jorens

• Ronny Blust

• Lieven Bervoets

• Hugo Neels

• Adrian Covaci

Code-engineered new-to-nature microbial cell factories for novel and safety-enhanced bio-production.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Lab voor Medicinale Chemie

Onderzoekers:

• Piet Herdewyn

Codering van de vorm en de saccaderichting in het macaque LIP gebied.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Lab voor Neuro- en Psychofysiologie

Onderzoekers:

• Peter Janssen

• Maryam Tahan

Codering van intensiteit en tijd van naturalistische geluiden in de auditieve hersenstam van kat en uil.

K.U.Leuven

Abstract: Zoogdieren en vogels vertrouwen sterk op hun gehoor om prooien te lokalizeren of roofdieren te ontwijken. Veel studies toonden de hoge

graad van precisie waarmee het auditieve systeem geluid codeert t.h.v. beide oren, en maakten voorstellen aangaande de onderliggende

mechanismen. Bijvoorbeeld, neuronen in de hersenstam zijn gevoelig voor stimulus eigenschappen zoals interaurale tijdsverschillen t.h.v. beide

oren (ITDs), of voorde fase van het ingangssignaal. Om neurale gevoeligheid te meten, makendeze experimenten gebruik van variatie van 1

stimulus parameter, terwijl andere parameters constant gehouden worden. Akoestische signalen zijn echter multidimensioneel, d.w.z. een geluid

met een zeker ITD kan verschillende intensiteiten hebben, met als gevolg dat neurale gevoeligheid voor een zekere eigenschap niet gelijk te stellen

is met informatie over die eigenschap. In dit project zullen we de coderingscapaciteit van monaurale neuronen in de hersenstam bestuderen qua

robustheid t.o.v. ver

Organisaties:

• Onderzoeksgroep Neurofysiologie

Onderzoekers:

• Philip Joris

• Bertrand Fontaine

Codering van lichaam en lichaamsdelen door makaken inferieure temporaleneuronen.

K.U.Leuven

Abstract: De visuele representatie van lichamen en lichaamsdelen van dieren en soortdieren is essentieel voor het overleven van het

individu.Ondanks dit belang van de analyse van visuele beelden van lichamen is er weinig geweten over hoe dit lichaam en lichaamsdelen

geanalyseerd en voorgesteld worden in de visuele cortex.In de eerste reeks van studies gaan wemet fMRI bij wakkere apen nagaan welke

"patches" in IT geactiveerd worden door beelden van lichamen van apen en van mensen. Daarna zullen we inde electrofysiologische studies met

microelectroden rechtstreeks de antwoorden meten van neuronen in de door de fMRI activaties gedefinieerde gebieden.

Organisaties:

• Lab voor Neuro- en Psychofysiologie

Onderzoekers:

• Rufin Vogels

• Wim Vanduffel

• Ivo Popivanov


Codering van ruimtelijke aandacht door dynamische hersennetwerken en robuustheid tegen focale schade.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Onderzoeksgr_Exp_Neurologie

Onderzoekers:

• Rik Vandenberghe

• Patrick Dupont

Codering voor identiteit en semantische gelijkenis van woorden en figuren in temporale cortex

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Onderzoeksgr_Exp_Neurologie

Onderzoekers:

• Rik Vandenberghe

Coëxistentie van vrouwelijke kleurvormen bij waterjuffers.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het verklaren van de coëxistentie van verschillende kleurvormen binnen een soort blijft een uitdaging vormen voor evolutietheoriën.

Recent onderzoek bij libellen suggereert een relatie tussen populatiecondities en vormspecifieke fitness. Met dit project willen we onderzoeken of

de ruimtelijke en temporele variatie in populatiecondities en gerelateerde vormspefieke fitness een verklaring vormt voor het naast elkaar

voorkomen en voortbestaan van

vrouwelijke kleurvormen bij waterjuffers. Bovendien zal de vormspecifieke thermische ecologie onderzocht worden en in verband gebracht worden

met variatie in populatiecondities en fitness.

Organisaties:

• EVOLUTIONAIRE BIOLOGIE

• Evolutionaire ecologie

Onderzoekers:

• Jan Scheirs

• Hans Van Gossum

Co-expressie van de reportergenen Firefly Luciferase (Fluc) en Natrium-Iodide Symporter (NIS) in getransplanteerde

cellen maakt in vivo quantitatieve cell-imaging op lange termijn mogelijk dmv optische en nucleaire beeldvorming.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het doel van het project is het ontwikkelen van een beeldvoringsstrategie voor het opvolgen van getransplanteerde cellen waarbij we

viabiliteit, celaantal en lokalisatie op een niet-invasieve wijze in vivo herhaaldelijk wensen te bepalen. Dit zal verwezenlijkt worden aan de hand van

stabiel tot expressie gebrachte reporter genen Firefly luciferase (Fluc) en Natrium Iodide Symporter (NIS) in de getransplanteerde cellen.

Organisaties:

• Medische Beeldvorming en Fysische Wetenschappen

Onderzoekers:

• Marleen KEYAERTS

• AXEL BOSSUYT

Co-extrusie als innovatieve productietechniek voor het ontwikkelen van multi-layer fixed-dose combination

geneesmiddelvormen

Universiteit Gent

Abstract: Via het co-extrusie zullen innovatieve multi-layer doseringsvormen ontwikkeld worden die gebruik maken van specifieke polymeren om

geïncorporeerde geneesmiddelen met verschillende snelheid vrij te stellen en/of incompatibele geneesmiddelen te combineren.

Organisaties:

• Vakgroep Geneesmiddelenleer

Onderzoekers:

• Chris Vervaet

• Jean Remon

Co-financiering bij Cellulaire productie van Wnts, afgescheiden groei- en differentiatiefactoren en hun gebruik als

coördinators van orgaan-specifieke stamcellen.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Wnts codeeren gesecreteerde signalen die de groei en cellulaire differentiatie van verschillende stamcellen tijdens de embryonische

ontwikkeling reguleren. Er zijn geen bruikbare systemen beschikbaar om de Wnts in hun biologische actieve vorm te uitdrukkenen en om de

stamcellen ongedifferentieerd te houden in vitro.

We zullen efficiënte recombinante producties ontwikkelen die uitvoerbaar zullen zijn op elk gegeven Wnt. De biologische activiteit van de

geproduceerde Wnts zal in vitro getest worden door middel van een readout systeem en in het vroege Xenopus embryo. De leden van het

consortium hebben de belangrijkheid kunnen aantonen van de Wnts als onderhoudfactor van stamcellen in vele verschillende orgaansystemen. De

Wnts, hun receptoren en signaaltransductie componenten zullen in deze systemen gescreend worden.

De biologische activiteit van het recombinante Wnts zal getest worden in haar capaciteit om de cellen in vitro pluripotent te houden en te

onderzoeken of deze een rol spelen bij het leiden van cellen tot specifieke cellijnen.

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• Luc LEYNS

Co-financiering bij de aankoop van een microbalans Mettler Toledo.

Universiteit Antwerpen

Abstract: In het kader van dit krediet werd een analytische balans aangekocht met een weegbereik tot op 1 microgram. Deze balans is gekoppeld

aan een automatische koolstof-stikstofanalysator (Carlo Erba Instruments, Italie). De onderzoeksgroep Planten- en Vegetatie-ecologie werkt in het

kader van diverse onderzoekscontracten reeds meerdere jaren rond de koolstof- en stikstofkringloop van planten en plantengemeenschappen.

Gedetailleerde koolstof- en stikstofanalyses zijn dan ook van cruciaal belang. Het afwegen van uiterst kleine hoeveelheden bodem, planten,

bladeren en houtmaterialen vormt een belangrijk onderdeel van de meetprocedure.


Organisaties:

• Planten- en vegetatie-ecologie

Onderzoekers:

• Reinhart Ceulemans

Co-financiering bij FVO14 : (Ontwikkeling van geattenueerde Salmonella vaccinstammen voor de preventie van bacteriële

infecties bij pluimvee.)

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Co-financiering bij FVO14 : (Ontwikkeling van geattenueerde Salmonella vaccinstammen voor de preventie van bacteriële infecties bij

pluimvee.)

Organisaties:

• Biologie

Onderzoekers:

• JEAN-PIERRE HERNALSTEENS

Co-financiering bij OZR 1400 : opstellen van leerlijnen in het judo adh van analyses van judogevechten op verschillende

niveau's en bij verschillende leeftijdscategorieën

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Judocompetitie wordt gekenmerkt door een intermitterend inspanningspatroon met verschillende onderdelen (rechtstaand gevecht,

grondgevecht en pauzes opgelgd door de scheidsrechter). Tot nu toe werd er geen systematische dataverzameling gedaan naar het tijdsgebruik en

naar de verdeling van de verschillende gevechtsmogelijkheden binnen het judokamp. De bedoeling van voorliggend project is om judokampen van

verschillend niveau en van verschillende leeftijdscategorieën te analyseren op tijdsgebruik binnen de judokamp (actieve tijd in rechtstaand gevecht,

actieve tijd in grondgevecht, recuperatie tijdens pauzes opgelegd door de scheidsrechter)om op die manier een beeld te krijgen van het

inspanningsprofiel van een doorsnee judowedstrijd. Aan de hand van deze gegevens kan de judotraining verder geoptimaliseerd worden rekening

houden met de gemeten intervallen van activiteit en recuperatie en met aandachtsbesteding van de correcte activiteiten (grond versus rechtstaande

werk). Tevens willen we de gebruikte technieken gaan evalueren en dit zowel qua gebruiksfrequentie, de score per techniek en het tijdstip in het

gevecht. Alle gemeten parameters willen we analyseren per geslacht, per gewichtscategorie, per leeftijd en in functie van het niveau van de

competitie (regionaal, nationaal, internationaal). Indien verschillen gevonden worden tussen bv. de gewichtscategorieën dankunnen de

trainingsvormen aangepast worden per categorie. De analyses in finctie van de leeftijd zullen ook gebruikt worden voor de ontwikkeling en verfijning

van de judoleerlijnen en voor talentdetectie.

Organisaties:

• Bewegingsvorming en Sporttraining

Onderzoekers:

• EVERT ZINZEN

Co-financiering grote apparatuur voor aankoop flow cytometer als co-financiering bij het GBOU-project 'Ontwikkeling van

milieu diagnostica op basis van Toxicogenomics en Proteomics.'

Universiteit Antwerpen

Abstract: Co-financiering grote apparatuur voor aankoop flow cytometer als co-financiering bij het GBOU-project 'Ontwikkeling van milieu

diagnostica op basis van Toxicogenomics en Proteomics.'

Organisaties:

• ECOFYSIOLOGIE EN BIOCHEMIE

• Systemisch Fysiologisch en Ecotoxicologisch Onderzoek (SPHERE)

Onderzoekers:

• Ronny Blust

• Wim De Coen

Co-financiering Odysseus

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Co-financiering Odysseus

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• Jeroen RAES

Cofinanciering tbv nieuwe directeur VIB

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Cofinanciering tbv nieuwe directeur VIB

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• Peter TOMPA

Co-financiering voor de herstelling van de koelkamer/groeikamer frigomill.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Co-financiering voor de herstelling van de koelkamer/groeikamer frigomill.

Organisaties:

• Moleculaire Plantenfysiologie en Biotechnologie

Onderzoekers:

• Roland Caubergs

Cognitieve controle over actie na traumatisch hersenletsel.

K.U.Leuven

Abstract: Cognitieve controle over actie in traumatisch hersenletsel Voornamelijk de frontale hersenkwab is erg kwetsbaar voor traumatisch

hersenletsel (TBI). In overeenstemming met de huidige opvatting dat de frontale hersenkwabben een belangrijke rol spelen in cognitieve controle,

ervaren TBI patiënten vaak problemen in taken die cognitieve controle vereisen, waaronder de controle van complexe bewegingen. Het project

bestaat uit twee fasen. In fase 1 zullen een serie complexe bewegingstaken gebruikt worden om de onderliggende neurale basis van cognitieve

controle over beweging in TBI te identificeren, met behulp van functionele MRI. De experimenten zijn ontworpen om drie verschillende subfuncties

van cognitieve controle te kunnen bekijken. Meer specifiek, switchen tussen bewegingspatronen (Exp 1), selectieve respons inhibitie (Exp 2), en


stimulus-respons selectie (Exp 3). In fase 2, zullen we onderzoeken of de veranderingen in witte stof connecties, als gevolg van diffuse axonale

letsels (DAI)

Organisaties:

• Departement Bewegingswetenschappen

Onderzoekers:

• Stephan Swinnen

• James Coxon

• Hendrika Petronella Leunissen

Cognitieve disfunctie bij primaire insomnie versus experimentele slaapdeprivatie: zijn er indicaties voor

adaptatiemechanismen bij een chronisch partieel slaaptekort.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: De gevolgen van een acuut en chronisch slaaptekort voor het cognitief functioneren zijn bij gezonde slapers veelvuldig aangetoond aan

de hand van experimenteel slaaponderzoek. Opmerkelijk is dat deze effecten moeilijk te objectiveren zijn bij mensen met primaire insomnie (PI, inen

doorslaapproblemen zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak), die nochtans per definitie een chronisch slaaptekort ervaren.

Binnen het huidige project opteren we voor een vergelijking met gezonde slapers bij wie de slaapduur gedurende twee weken experimenteel

ingeperkt wordt tot de gemiddelde slaapduur van de mensen met PI.

Tot nu toe hanteerde men bijna uitsluitend de baseline prestatie van gezonde slapers als uitgangspunt. Het bestuderen van de prestatietekorten bij

de gezonde slapers na 2 weken partiële slaapderivatie versus mensen met PI, zal duidelijk maken of er wel degelijk sprake is van een betekenisvol

slaaptekort bij PI, zonder de verwachte impact op de prestatie. Het gebruik van thuisregistraties voor de polysomnografische meting van de

slaapduur en -kwaliteit,draagt zowel bij tot de realiseerbaarheid van het project als tot de validiteit van de studie (minder kans op een 'eerste-nacht'

en een 'omgekeerd eerste-nacht effect').

Vervolgens zal worden nagegaan of een algemeen verhoogde corticale arousal, dan wel extra bronnen van hersenactiviteit, ten grondslag liggen

aan de gehypothetiseerde compensatiemechanismen voor de gevolgen van een chronisch slaaptekort op de cognitieve prestatie bij mensen met

PI.

Organisaties:

• Cognitieve en Biologische Psychologie

Onderzoekers:

• Elke DE VALCK

Cognitieve EEG potentialen voor het beoordelen van sematische begripsstoornissen

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Onderzoeksgroep Neurofysiologie

Onderzoekers:

• Marc Van Hulle

Cognitieve effecten ten gevolge van blootstelling aan fijne stofdeeltjes bij lagere schoolkinderen

Universiteit Hasselt

Abstract: De effecten van fijnstof met betrekking tot hart en ademhaling werden al grondig onderzocht. Er is daarentegen slechts weinig geweten

over de neurologische effecten. Studies bij dieren suggereren dat luchtverontreiniging schadelijke neurologische effecten kan veroorzaken. Er is

echter slechts weinig informatie voor handen gebaseerd op studies bij mensen.

DOELSTELLINGEN

1. De associatie tussen de afstanden tot de wegen en de cognitieve functie bij kinderen onderzoeken.

2. De associatie tussen een vroegtijdige blootstelling aan fijnstof en de cognitieve functie onderzoeken.

3. De acute effecten van luchtverontreiniging op cognitie nagaan in een panelstudie bij schoolkinderen.

4. De acute cognitieve effecten van pieken van luchtverontreiniging onderzoeken.

5. Onderzoeken of de acute en chronische neurologische effecten van luchtverontreiniging beïnvloed kunnen worden door het polymorfisme in

CY1A1 en GSTT1 genen.

METHODE

Studieontwerp :De associatie tussen een chronische blootstelling aan luchtverontreiniging en de neurologische ontwikkeling van kinderen zal

beoordeeld worden in een cross-sectionele studie. De acute effecten zullen onderzocht worden aan de hand van een panelstudie.

Deelnemers: De studie zal uitgevoerd worden in lagere scholen. Om de verschillen in de blootstelling aan luchtverontreiniging tussen de

deelnemers te maximaliseren, wordt er zowel gekozen voor scholen die zich op het platteland als in steden bevinden. De leeftijd van de

deelnemende kinderen zal tussen 7 en 10 jaar liggen. De ouders en leerkrachten van de kinderen zullen gevraagd worden om een korte vragenlijst

in te vullen.

Evaluatie van de cognitieve functie: De cognitieve functie van kinderen zal beoordeeld worden met behulp van het Neurobehavioral Evaluation

System (NES). Deze batterij van computertesten evalueert verschillende cognitieve domeinen zoals geheugen, aandacht en psychomotorische

vaardigheden. De batterij werd ontworpen om de effecten van toxische stoffen op het centrale zenuwstelsel te onderzoeken.

Evaluatie van de blootstelling aan luchtverontreiniging: In onze studie worden twee indicatoren van chronische blootstelling gebruikt: de nabijheid

van grote wegen en de schattingen van de werkelijke concentraties van stikstofdioxide, zwarte koolstof en fijnstof. Voor het creëren van de eerste

indicator wordt informatie over de woonplaatsen, de adressen van de scholen en de crèches gebruikt. De acute blootstellingsmerker zal gebaseerd

worden op de concentraties van ultrafijn stof en zwarte koolstof aanwezig in de lucht.

Verzamelen van DNA: Voor het verzamelen van DNA materiaal worden T-Swabs gebruikt. De genotypen van CYP1A1 en GSTT1 genen zullen

bepaald worden.

Organisaties:

• Milieubiologie

• Centrum voor Milieukunde

Onderzoekers:

• Tim NAWROT

• Michal KICINSKI


Cognitieve en motorische stoornissen bij patiënten met depressie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Cognitieve en motorische stoornissen bij patiënten met depressie.

Organisaties:

• Kind-, Jeugd- en Volwassenpsychiatrie (CAPRI)

Onderzoekers:

• Bernard Sabbe

Cognitieve en neurale kenmerken van rekenproblemen bij kinderen met eenhoofdtrauma als gevolg van een

verkeersongeval.

K.U.Leuven

Abstract: Verkeersongevallen zijn de meest voorkomende oorzaak van een hersentrauma bij kinderen (Traumatic Brain Injury of TBI). Het begrijpen

van de cognitieve sequelae van TBI als gevolg van een verkeersongeval is noodzakelijk voor een succesvolle revalidatie. Tot op heden is er weinig

onderzoek naar de gevolgen van TBI voor schoolse vaardigheden. De beschikbare studies wijzen erop dat er vooral moeilijkheden met

rekenvaardigheden optreden na TBI. Er is echter geen onderzoek dat een gedetailleerde beschrijving geeft van de rekenmoeilijkheden bij kinderen

met TBI. Deze informatie is echter noodzakelijk voor het ontwikkelen van aangepaste interventies voor deze kinderen. Dergelijk onderzoek is ook

relevant gezien het belang van functionele rekenvaardigheden voor het dagelijks leven in onzeWesterse maatschappij. Dit onderzoeksproject heeft

als doel de rekenmoeilijkheden van kinderen met TBI als gevolg van een verkeersongeval verder in detail te karakteriseren. We zullen dit

onderzoeken via een p

Organisaties:

• OE Gezins- en Orthopedagogiek

Onderzoekers:

• Pol Ghesquière

• Lieven Lagae

• Bert De Smedt

Cognitieve functies bij Schizofrenie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Cognitieve dysfunctie wordt hedendaags beschouwd als een groep van kernsymptomen in schizofrenie, die sterk gecorreleerd zijn met

sociale en functionele outcome. Tweede generatie antipsychotica zouden, in tegenstelling tot de conventionele neuroleptica deze symptomen

verbeteren. In een klinische studie gaan we deze neurocognitieve functies meten bij schizofrene patiënten die Risperdal-Consta toegediend krijgen

op verscheidene tijdstippen over één jaar, met als doel het effect van deze medicatie op deze functies te meten. Verdere correlaties tussen

cognities, psychomotorische vertragen gemeten aan de hand van schrijftaken en klinische schalen zullen hierbij in een tweede instantie

plaatsvinden.

De laatste jaren is de interesse in Error Related Negativity (ERN) aanzienlijk toegenomen. Dit ERP-fenomeen wordt aanschouwd als een conflict in

respons op signalen en wordt gezien als een functie van de anterior cingulate cortex. Daar men denkt dat het falen van intern monitoren van fouten

een belangrijke rol speelt in de etiologie van Schizofrenie, zullen we dit fenomeen aan verder onderzoek onderwerpen bij schizofrene patiënten.

Organisaties:

• Kind-, Jeugd- en Volwassenpsychiatrie (CAPRI)

Onderzoekers:

• Bernard Sabbe

Cognitieve functies in insuline afhankelijke diabetes patienten : relatie met veranderingen in regionale hersenperfusie.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Cognitieve functies in insuline afhankelijke diabetes patienten : relatie met veranderingen in regionale hersenperfusie.

abstract niet ter beschikking

Organisaties:

• Inwendige Geneeskundige Specialiteiten

• Medische Beeldvorming en Fysische Wetenschappen

• Cognitieve en Fysiologische Psychologie

Onderzoekers:

• GUY EBINGER

• AXEL BOSSUYT

• RAYMOND CLUYDTS

Cognitieve kwetsbaarheid voor heroptredende depressie en het brein in rust: Een cognitief-neuropsychologisch

onderzoek

Universiteit Gent

Abstract: Een substantieel deel van depressieve patiënten die verbeterd zijn met of zonder behandeling zal opnieuw depressieve episodes

doormaken. Hierbij lijkt er sprake van een afname van cognitieve controle in functie van depressieve episodes waardoor emotie-regulatie

verminderd. Deze hypothese wordt onderzocht middels cognitief-neurowetenschappelijke technieken. Dit onderzoek zal zich richten op functionele

connectiviteit van regio's betrokken bij cognitie-emotie interacties in rust.

Organisaties:

• Vakgroep Experimenteel-klinische en gezondheidspsychologie

Onderzoekers:

• Ernst Koster

Cognitieve, somatische en corticale arousal als verklarende factoren voor individuele verschillen in de respons op een

slaaptekort: studie bij kortslapers, mensen met primaire insomnie en gezonde, gemiddelde slapers.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Zowel mensen met primaire insomnie (in- en doorslaapproblemen) als kortslapers (gemiddelde slaapduur minder dan 6u/nacht) genieten

in het dagelijkse leveneen kortere slaapduur dan gezonde, gemiddelde slapers. Toch worden er opvallend meer subjectieve klachten gerapporteerd

bij primaire insomnie. Een verschil in sensitiviteit voor een slaaptekort tussen kortslapers en mensen met primaire insomnie zou een verklaring

kunnen bieden voor deze discrepantie. Door beide groepen alsook twee controlegroepen een acuut slaaptekort (36u totale slaapdeprivatie) te laten

ondergaan, zal kunnen worden aangetoond of er inderdaad een grotere tolerantie voor een slaaptekort is binnen de groep van de kortslapers ten

opzicht van de mensen met primaire insomnie. Bijkomend zal in de huidige studie de predictieve waarde van het cognitieve, somatische en

corticale arouselniveau overdag voor de gevoeligheid voor een slaaptekort worden nagegaan. Op deze manier zal een bijdrage geleverd worden

aan het inzicht in de verklarende factoren voor individuele verschillen in sensitiviteit voor een slaaptekort en de pathofysiologische mechanismen bij

primaire insomnie. Tenslotte zal door middel van een hertest na 6 tot 12 maanden de robuustheid van de individuiele verschillen in sensitiviteit voor


een slaaptekort worden bestudeerd.

Organisaties:

• Experimentele en Toegepaste Psychologie

Onderzoekers:

• Marie VANDEKERCKHOVE

• Elke DE VALCK

Collaborative Planning of Public Space as an Instrument for Community Development

K.U.Leuven

Abstract: Rapid democratization of physical urban environment, combined with extremely democratized access to the all kind of information

transform historically established forms of relationship between public and private. Asa result the new, yet socially, economically and semantically

instable types of urban spaces appear which require new skills for professionals who are dealing with spatial production.

This research proposal aims atdefining the mental models of the different groups of individuals (policy makers, practitioners, academicians, users)

in common semantic space and investigating its correlations in the process of spatial co-production. It intends to result in developing and verifying

humanistic, in participation routed methodology for evaluation and creation of human space,investigating processes of urban co-production in

Latvian and Flemish socio - cultural contexts.

Organisaties:

• Departement ASRO

Onderzoekers:

• Jan Schreurs

Collaborative research project of the Lymphoma Vaccine group.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Studies in proefdiermodellen hebben aangetoond dat met behulp van een nieuw adjuvant het mogelijk is om cen syngene anti-tumor

respons op te wekken tegen het idiotype van de membraan gebonden immunoglobulines van B cel Iymfomen. These preclinische studies worden

verder uitgewerkt. Toch tonen deze studies aan dat een gelijkaardige benadering zou kunnen toegepast worden bij de behandeling van patienten.

Dit project beoogt dan ook het 'idiotye vaccinatie' concept uit te werken en the testen bij patienten lijdend aan non-Hodgkin lymfoom. Hierbij zal

gebruik gemaakt worden van een zo goed mogelijk gekarakteriseerd vaccin antigen ( GMP geproduceerd idiotype proteine, via gluteraldehyde

gekoppeld aan KLH als carrier) dat zal worden toegediend tesamen met een nieuw adjuvant (een water-in-olie emulsie met de immunostimulatoren

QS-2 1 en MPL). In een eerste studie zullen 25-30 patienten worden gcvaccineerd. De eindpunten van deze clinische studie zijn de

immunogeniciteit (humoraal en cellulair) en potentiele clinische effecten (herval vrije periode en effect op de reductie van de tumor). Indien deze

doelstellingen worden bereikt, zal in een meer uitgebreidere studie de clinische effectiviteit van de actieve immunotherapie worden getest. Deze

studie veloopt in samenwerking met alle universitaire hematologische centra van België. Het laboratotium van de promotor is het Centrale

Laboratorium waar de vaccins worden aangemaakt en de immunologische evaluaties zullen worden uitgevoerd.

Organisaties:

• Fysiologie

Onderzoekers:

• KRISTIAAN THIELEMANS

Co-localisatie van amyloid precursor eiwit metabolieten in de ziekte van Alzheimer en in spongiforme encephalopathieën.

Universiteit Antwerpen

Abstract: In bet cerebrospinaal vocht (CSV) van Alzheimer patienten is de concentratie van amyloid-ß verlaagd, mogelijk omdat de depositie van

amyloid in seniele plaques bet eiwit sequestreert. Recent hebben we kunnen aantonen dat dit eveneens voorkomt in de ziekte van Creutzfeldt-

Jakob (CJZ). Het projekt onderzoekt de mechanismen die leiden tot de reductie van amyloid-ß in CJZ en de co-localisatie met amyloid.

Organisaties:

• Translationele Neurowetenschappen

Onderzoekers:

• Patrick Cras

Colonfermentatie van arabinoxylanen, een in vitro fysiologische en moleculaire aanpak

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het doel van deze studie is om de relatie tussen prebiotics, probiotics en de menselijke colon microbiota verder te onderzoeken, door

onze kennis te verruimen over inulin-type fructaan bij AXs, en door te focussen op geselecteerde colon bacteriële soorten, hun metabolieten (vooral

butyraat en propionaat) en kruisende mechanismen, dmv kinetische, metaboliete targets, en transcriptome analyses, niet enkel om het

degradatiemechanisme te begrijpen van AXs maar ook om de oorsprong van butyraat en propionaat te ontrafelen.

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• Luc DE VUYST

Colonkanker: een aandoening waarvan de frequentie kan afnemen en de prognose kan verbeteren door een

systematische registratie van risicofactoren en door onderzoek naar predictieve en prognostische factoren voor

behandeling.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• TARGID

Onderzoekers:

• Eric Van Cutsem

Colorectale kanker: biologische factoren als moleculaire merkers voor een meer gerichte therapie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht tussen enerzijds UA en anderzijds VLK. UA levert aan VLK de onderzoeksresultaten

genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd in voorliggend contract.

Organisaties:

• Oncologie

Onderzoekers:


• Filip Lardon

• Jan Vermorken

Colorectale kanker: biologische factoren als prognostische merkers voor gerichte adjuvante therapie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dikkedarm- of colonkanker is de vierde meest voorkomende vorm van kanker in onze Westerse wereld. Hoewel een deel van de

oorzaken van colonkanker al bekend zijn, blijft het een zeer complexe ziekte waar zowel omgeving als genetische veranderingen een rol spelen.

Door verschillende genetische mechanismen die aan de basis van colonkanker liggen, is het klinisch verloop bij patiënten met een stadium II of III

colontumor moeilijk te voorspellen. Voor deze patiënten is er een grote nood aan meer gerichte therapie. Dit vergroot het belang van voorspellende

factoren die een onderscheid kunnen maken tussen patiënten met een hoog of een laag risico op het herval van hun ziekte.

Het doel van deze studie is dan ook om het verschil in biologisch gedrag van colontumoren te onderzoeken. Daarnaast trachten we een relatie aan

te tonen tussen deze verschillen en een aantal klinische en pathologische karakteristieken van de tumor. Hieruit kunnen dan potentiële

voorspellende merkers worden geïdentificeerd die een meer gerichte therapie voor de colonkankerpatiënten mogelijk maken.

Organisaties:

• Oncologie

Onderzoekers:

• Filip Lardon

Colorectale kanker: biologische factoren als prognostische merkers voor gerichte adjuvante therapie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Colorectale kanker: biologische factoren als prognostische merkers voor gerichte adjuvante therapie.

Organisaties:

• Oncologie

Onderzoekers:

• Filip Lardon

• Jan Vermorken

Color Imaging & Multidimensional Image processing in medical applications (CIMI).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Jammer genoeg maakt de medische sector vandaag nog absoluut geen optimaal gebruik van kleur- en multidimensionele informatie. Dit

onderzoeksproject beoogt om deze situatie te verbeteren. In de techologie werkpaketten zullen we generische platform technologie ontwikkelen om

kleur- en multidimensionele data beter te verwerken en te visualiseren. Deze technologie zal dan in andere werkpaketten toegepast worden op

enkele specifieke klinische problemen.

Organisaties:

• Deptdiergk

Onderzoekers:

• Leen Van Brantegem

Color Imaging & Multidimensional Image processing in medical applications (CIMI).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Medische beeldvorming wordt steeds complexer. Jammer genoeg maakt de medische sector vandaag nog absoluut geen optimaal

gebruik van kleur- en multidimensionele informatie. Dit onderzoeksproject beoogt om deze situatie te verbeteren. In de techologie werkpaketten

zullen we generische platform technologie ontwikkelen om kleur- en multidimensionele data beter te verwerken en te visualiseren. De

basistechnologie die zal ontwikkeld worden in dit project omvat de volledige beeldverwerkings ketting, gaande van toestellen voor het maken van

medische beelden, over het verwerken van de data, visualisatie van de beelden en finaal de klinische validatie en standaarden. De

basistechnologie die hierboven werd beschreven zal worden toegepast voor enkele specifieke klinische problemen.

Organisaties:

• Visielab

Onderzoekers:

• Paul Scheunders

• Jan Sijbers

Colour Handling in Vision Applications.

Universiteit Antwerpen

Abstract: De industriële visie-vraagstukken waarbij kleurevaluaties essentieel zijn, vormen een afzonderlijk en moeilijk onderdeel van de visietechnologie.

Een industrieel aanvaarde calibratie-strategie kan een groot aantal moeilijkheden helpen voorkomen en het succes van de 'colour

vision applicaties' sterk verhogen. De Skr-matrix mehode, die geoctrooieerd werd (PCT/EP2005/003889) door het Antwerps Innovatiecentrum en

ontwikkeld werd in het lab voor industriële visie, vormt een beloftevolle 'Colour Handling' methodiek die uitgebreid kan worden naar de ganse

beeldvormende en beeldverwerkende industrie. We denken in het bijzonder aan digitale camera's, scanners, fotokopie-apparaten, beeldschermen,

IR-camera's ¿

Organisaties:

• Visielab

Onderzoekers:

• Paul Scheunders

Combinaties van verschillende types zetmeel als basis voor nieuwe zetmeelfunctionaliteiten

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Centr. Levensmidd.- & Microb. Technol.

Onderzoekers:

• Jan Delcour

• Jasmien Waterschoot

Combinatietherapie voor autoimmune diabetes gebruikmakend van anti-CD3 en intestinale toediening van diabetes

relevante autoantigenen door middel van L.lactis

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:


• Klinische & Experimentele Endocrinologie

Onderzoekers:

• Chantal Mathieu

• Johanna Korf

• Tom Van Belle

Combinatie van bacteriofagen en desinfectantia als alternatieve bestrijdings- en preventiemiddelen voor Escherichia coli

infecties bij kippen: werkzaamheid, veiligheid en stabiliteit.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Gentechnologie

Onderzoekers:

• Bruno Goddeeris

• Rob Lavigne

Combinatie van bacteriofagen en desinfectia als alternatieve bestrijdings- en preventiemiddelen voor Escherichia coli

infecties bij kippen: werkzaamheid, veiligheid en stabiliteit

K.U.Leuven

Abstract: Combinatie van bacteriofagen en desinfectia als alternatieve bestrijdings- en preventiemiddelen voor Escherichia coli infecties bij kippen:

werk zaamheid, veiligheid en stabiliteit In dit onderdeel zal de efficaciteit van desinfectantia tegenoverAPEC getest worden. Resistentie tegenover

desinfectantia werd reeds eerder beschreven bij bacteriën. Bij gramnegatieve kiemen is resistentie tegenover desinfectantia best gekend voor

quaternaire ammonium preparaten.Deze wordt gemedieerd door qac-genen die meestal geassocieerd zijn met integrons, en aldus voor een coresistentie

selectie tegenover antibiotica kunnen zorgen. Ook multi-drug efflux pompen die chromosomaal gelegen en overgeexrimeerd worden

kunnen voor een verlaagde gevoeligheid tegenover desinfectantia zorgen. Daarnaast kunnen deze pompen nog een ganse reeks andere

chemische producten buiten de cel pompen, waaronder antibiotica (in dat geval kan men spreken van kruisresistentie). Bij de registratie van

desinfectantia wordt een reduc

Organisaties:

• Afdeling Gentechnologie

Onderzoekers:

• Bruno Goddeeris

Combinatie van bacteriofagen en disinfectantia als alternatieve bestrijdings- en preventiemiddelen voor Escherichia coli

infecties bij kippen: werkzaamheid, veiligheid en stabiliteit.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Dit project beoogt de preventie en bestrijding van de infectie van kippen door aviaire pathogene Escherichia coli (APEC) stammen. Voor

dit doel zullen bacteriofagen samen met desinfectantia worden ingezet. Er zal gebruik gemaakt worden van APEC-specifieke bacteriofagen die

reeds door het CODA (copromotor 4) werden geïsoleerd of in de literatuur beschreven zijn. Daarnaast zullen nieuwe fagen geïsoleerd worden met

een activiteit tegen de in België geïsoleerde APEC stammen. De efficiëntie waarmee de fagen APEC doden en de stabiliteit van de fagen zullen in

vitro onderzocht worden. De genomen van de fagen, die op deze basis geselecteerd worden, zullen volledig gesequeneerd worden en aan een

grondige bio-informatische analyse onderworpen, om aan te tonen dat deze fagen strikt lytisch zijn en geen ongewenste genen bezitten. Fagen die

gunstige eigenschappen vertonen zullen gecombineerd worden in een enkel preparaat, om resistentievorming te voorkomen. Na controle van de

toxiciteit zal dit preparaat getest worden in een in vivo infectiemodel in kippen, waarbij de fagen zullen oraal en door verstuiving toegediend worden.

Om desinfectantia rationeel te kunnen gebruiken zal de gevoeligheid van een representatieve reeks APEC stammen voor de toegelaten en

commercieel beschikbare desinfectantia worden onderzocht. Verder zal getest worden of de verneveling van H202, een niet toxisch desinfectans

dat kan toegepast worden in aanwezigheid van levende dieren, toelaat de overdracht van APEC tussen kippen te beperken. Er zal ook worden

nagegaan of de combinatie van desinfectantia en fagen voor de controle van APEC synergie vertoont.

Organisaties:

• Biologie

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• JEAN-PIERRE HERNALSTEENS

• HENRI DE GREVE

Combinatie van hyperspectrale 2D informatie met 3D data over de plantenstructuur.

K.U.Leuven

Abstract: Voor kapitaalintensieve gewassen is het noodzakelijk om verliezen door biotische en abiotische factoren te beperken. Via het monitoren

en modelleren van het groeiproces in dergelijke productiesystemen kunnen productiebelemmerende factoren vroegtijdig worden opgespoord.

Afstandswaarnemingen kunnen op continue wijze de benodigde data opmeten, en via afgeleideproducten van reflectiepatronen kan de structuur en

fysiologische status van een plant worden achterhaald. Het doel van dit doctoraatsonderzoek is om hyperspectrale 2D informatiete combineren met

3D data over de plantenstructuur om zo betere indicesaf te leiden om de gezondheidstoestand van een boomgaard op te volgen. Het onderzoek

richt zich tot de ontwikkeling van nieuwe toepassingen in het hyperspectraal domein om de perenproductie in Vlaanderen te ondersteunen. De

focus van het onderzoek ligt op het verbeteren van bestaande algoritmes, het modelleren van de fenologie, waterbalans en fruitkwaliteit.

Hyperspectrale afstandwaarnemin

Organisaties:

• Afdeling M3-BIORES

Onderzoekers:

• Rony Swennen

• Pol Coppin

• Raymond Ralph Struthers

Combinatoriële Biosynthese in Planten. (Combiplan)

Universiteit Antwerpen

Abstract: Doel van het Combiplan project is het tot stand brengen van een combinatorieel biosynthese platform in planten, dat de semi-rationele

combinatoriële engineering van de biosynthese van bestaande en nieuwe secundaire metabolieten in plantencel culturen moet mogelijk maken. Als

'proof of concept' zal deze onderzoeksstrategie op de metaboliet klasse van de triterpeen saponinen toegepast worden.

Organisaties:

• Farmacognosie, Functionele voeding en Farmaceutische Analyse (NatuRA)

Onderzoekers:


• Luc Pieters

Combinatorische biosynthese van secundaire metabolieten: creëren van nieuwe, natuurlijke antibiotica

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Afdeling Gentechnologie

Onderzoekers:

• Rob Lavigne

• Birgit Uytterhoeven

Committee member overeenkomst

Universiteit Hasselt

Abstract: De Committee Member werkt als lid van de Data Monitoring Commitee mee aan de studie EFC 10480 en de studie EFC 10844.

De respectivelijke verplichtingen van de partijen in hun deelname aan de Data Monitoring Committe zijn verder beschreven in het DMC Charter

voor de studie EFC10480 en de studie EFC10844, gedateerd op 18 juni 2008.

Organisaties:

• Centrum voor Statistiek

• Centrum voor Statistiek

Onderzoekers:

• Geert MOLENBERGHS

Comparatieve metagenoom- en transcriptoomstudie van planktongemeenschappen in de oceaan: van virussen tot

vislarven

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: We zullen een combinatie maken van een op orthologie gebaseerde functie met multivariate statistiek, clustering en netwerk

vertegenwoordigingen om gegevens te analyseren die uit monsters genomen werden van verschillende diepten over de oceanen door het Tara

Oceans project waarbij Prof. Raes' lab betrokken is. Aangezien plankton essentieel is voor de mariene voedselketen, zal dit project ons dichter

brengen bij het begrijpen van de biogeochemische cyclussen van onze planeet.

Organisaties:

• Toegepaste Biologische Wetenschappen

Onderzoekers:

• Jeroen RAES

• Gipsi LIMA MENDEZ

Compartimentalisatie in laminopathiemodellen: structuur-functie analyse met behulp van intelligente beeldacquisitie en

locatie-proteomics

Universiteit Gent

Abstract: Onderzoek naar de invloed van lamine mutaties op de celfunctie in de context van verouderngsziekten (laminopathieën). Meer specifiek,

wordt de intracellulaire compartimentalisatie en spatiotemporele dynamiek van signaalmoleculen bestudeerd met geavanceerde mircoscopische

visualisatiemethoden en moleculair-biochemische analyses. Het doel is een mechanistisch verband vast te stellen tussen structurele defecten en

celfunctie om een fundamenteel inzicht te verkrijgen in de ontwikkeling van deze ziekten.

Organisaties:

• Vakgroep Moleculaire biotechnologie

Onderzoekers:

• Els Van Damme

Compensatoire mechanismen voor de gestoorde motorische controle bij de ziekte van Parkinson: inzicht in de relatie

tussen Cueing, cognitie en de onderliggende hersenactiviteit.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Freezing is een episodische en onwillekeurig optredende fase vanblokkering van stappatroon van personen met de ziekte van Parkinson

(PD) optredend bij ongeveer 50% van de patiënten. Het globale onderzoeksproject (in samenwerking tussen KUL en VUB) poogt een bijdrage te

leveren aan de ontrafeling van het onderlinge mechanisme van freezing. De VUB-onderzoeksgroep (samenwerking tussen

revalidatiewetenschappen en cognitievepsychologie) heeft als doel: 1)nagaan of een verschil bestaat tussen het executief functioneren van freezers

en non-freezers, 2) het effect nagaan van een dubbeltaak en cueing in een voorspelbare vingerbewegingtaak om het voorkomen van freezing in de

bovenste ledematen na te gaan, 3) het effect nagaan van een dubbeltaak op het leren van een ieuwe motorische sequentie bij freezers en nonfreezers.

Het neuropsychologisch profiel van freezers en non-freezers wordt bestudeerd aan de hand van conventionele neuropsychologische tests

(SCOPA-COG, Stroop color-word test, TOWER of London, Controlled word association test) en de mogelijkheid tot het leren van een motorische

sequentie aan de hand van een seriële reactietijd taak (naar Nissen & Bullemer, 1987) met een gekende en een ongekende sequentie en als een

enkelvoudige of met het tellen van akoestische tonen als dubbeltaak.

Organisaties:

• Motorische Revalidatie en Kinesitherapie

Onderzoekers:

• ERIC KERCKHOFS

Compensatoire mechanismen voor de gestoorde motorische controle bij de ziekte van Parkinson: studie van de relatie

tussen cueing, cognitie en onderliggende hersenactiviteit.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Dit project tracht het compensatoire mechanisme voor de gestoorde motorische controle in PD beter te begrijpen. De centrale hypothese

is dat de motorische problemen inherent aan freezing kunnen beïnvloed worden door cues, aandacht en executieve functie, factoren die op elkaar

inwerken. Veranderingen in gedrag en neurale rekrutering tengevolge van compensatie zal onderzocht worden in 4 gerelateerde studies:

1. Studie 1 onderzoekt de veranderingen ten gevolge van cueing en dubbeltaken tijdens het gaan en het uitvoeren van een 180° draai. (KUL AN,

KD, WV)

2. Studie 2 onderzoekt de effecten van cueing en dubbeltaken op een manuele coördinatietaak. (KUL AN, SS)

3. Studie 3 wil de contributie van de hypo- en hyperactieve hersenregio's onderzoeken tijdens cueing en dubbeltaken met fMRI-analyse (functional

Magnetic Resonance Imaging). (KUL SS, AN, WV)

4. Studie 4 wil inzicht verschaffen in de cognitieve aspecten van compensatie in freezers en niet-freezers, door het bestuderen van het

neuropsychologisch profiel van beide groepen en de relatie met hun prestatie op een SRT-taak met en zonder cues en dubbeltaken. (VUB ES, EK,

ND)


Organisaties:

• Motorische Revalidatie en Kinesitherapie

• Biometrie en Biomechanica

• Cognitieve en Biologische Psychologie

Onderzoekers:

• ERIC KERCKHOFS

• ERIC SOETENS

• Natacha DEROOST

Competentiegerichte stembegeleiding bij studenten lerarenopleiding.

K.U.Leuven

Abstract: De stem van de leraar als beroepsspreker is een werkinstrument dat levenslang moet kunnen worden ingezet zonder gezondheidsrisico's.

Vanuit wetenschappelijk/klinisch onderzoek neemt de aandacht voor de lerarenstem sterk toe. Het doel is steeds het voorkomen van

stemproblemen inclusief de sociale, organisatorische, financiële en persoonlijke gevolgen. Toch zijn initiatieven die een goede vorming van de

lerarenstem tijdens de opleiding beogen zo goed als onbestaande. In dit project ontwikkelen partners uit verschillende types lerarenopleidingen het

kader om destudent leraar een degelijke stemvorming te geven. Stemdoelstellingen worden geïntegreerd in de competenties van de opleiding, het

volledige lerarenteam wordt gedifferentieerd ingezet en daartoe gesensibiliseerd, materialen worden ontwikkeld voor een begeleiding van de inputen

outputvaardigheden van de stem zowel op groeps- als op individueel niveau, een netwerk wordt geïnitieerd met klinische professionelen voor

doorverwijzingen

Organisaties:

• Experimentele Oto-rino-laryngologie

Onderzoekers:

• Wivina Decoster

Complexe en adaptieve visuele representaties inde cortex van rat en aap

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Onderzoeksgroep Neurofysiologie

Onderzoekers:

• Rufin Vogels

• Hans Op de Beeck

• Kasper Vinken

Complexe genetica van de ziekte van Alzheimer en verwante aandoeningen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: De ziekte van Alzheimer en verwante neurodegeneratieve aandoeningen zijn zeer belastende en uiteindelijk fatale aandoeningen. Door

veranderende demografie en uitblijven van een geneesmiddel, vormen deze aandoeningen een grote bedreiging, niet alleen voor de persoonlijke

gezondheid maar ook voor de samenleving. Dit project beoogt een beter begrip van de genetica van deze aandoeningen, en heeft eveneens als

doel de genetische bevindingen te vertalen in vooruitgang op het gebied van moleculaire diagnostiek en risico voorspelling. Om dit doel te bereiken

wordt gebruikt gemaakt van een zeer krachtige en goedgedocumenteerde studiepopulatie, geavanceerde moleculair genetische technieken

inclusief next generation sequencing en genoomwijde copy number variation detectie, en genetische epidemiologuie. Op basis van de bevindingen

zullen markers voor vroege diagnostiek en moleculaire profielen worden gekarakteriseerd, die op de langere termijn een gepersonaliseerde

behandeling van deze aandoeningen mogelijk moeten maken.

Organisaties:

• VIB DMG - Neurodegeneratieve Hersenziekten

Onderzoekers:

• Kristel Sleegers

Complexe patronen van gastheer-pathogen interactie: de rol van gedrag in de verspreiding van infecties doorheen een

gestructureerde gastheerpopulatie

Universiteit Antwerpen

Abstract: In tegenstelling to de grote, goed gemengde theoretische populaties die klassiek gebruikt worden in modellen voor de verspreiding van

infecties, zijn de meeste natuurlijke gastheerpopulaties, incl. mensen, sociaal of ruimtelijk georganiseerd in verschillende groepen. Dit is belangrijk

omdat de overdracht van infectie in een gestructureerde populatie ook zal afhangen van groepsdynamiek, inbegrepen connectiviteit via individuele

verplaatsingen. Maar hoewel theoretische studies de effecten van populatiestructuur en connectiviteit op infectiedynamiek reeds hebben

onderzocht, blijven de gedragsmechanismen die connectiviteit bepalen, grotendeels onbekend. Dit project will die fundamentele vraag naar de rol

van sociale and ruimtelijke structuren in een populatie aanpakken, daarbij als model gebruik makend van builenpest (Yersinia pestis) en één van

zijn belangrijkse gastheren, de woestijnrat Rhombomys opimus. Meer specifiek zal het project 1) nagaan hoe de verplaatsingen van

woestijnratten, hun predatoren en andere secundaire gastheren bijdragen aan de connectiviteit binnen gestructureerde woestijnratpopulaties en of

er daar systematische verschillen bestaan tussen verschillende landschappen; en 2) een groot veldexperiment uitvoeren om de hypothese te testen

dat deze connectiviteit de verspreiding van vlooien (en mogelijk dus van builenpest) verklaart doorheen een gestructureerde gastheerpopulatie.

Organisaties:

• Evolutionaire ecologie

Onderzoekers:

• Nelika Hughes

Complexe patronen van gastheer-pathogen interactie: de rol van gedrag in de verspreiding van infecties doorheen een

gestructureerde gastheerpopulatie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: In tegenstelling to de grote, goed gemengde theoretische populaties die klassiek gebruikt worden in modellen voor de verspreiding van

infecties, zijn de meeste natuurlijke gastheerpopulaties, incl. mensen, sociaal of ruimtelijk georganiseerd in verschillende groepen. Dit is belangrijk

omdat de overdracht van infectie in een gestructureerde populatie ook zal afhangen van groepsdynamiek, inbegrepen connectiviteit via individuele

verplaatsingen. Maar hoewel theoretische studies de effecten van populatiestructuur en connectiviteit op infectiedynamiek reeds hebben

onderzocht, blijven de gedragsmechanismen die connectiviteit bepalen, grotendeels onbekend. Dit project will die fundamentele vraag naar de rol

van sociale and ruimtelijke structuren in een populatie aanpakken, daarbij als model gebruik makend van builenpest (Yersinia pestis) en één van

zijn belangrijkse gastheren, de woestijnrat Rhombomys opimus. Meer specifiek zal het project 1) nagaan hoe de verplaatsingen van

woestijnratten, hun predatoren en andere secundaire gastheren bijdragen aan de connectiviteit binnen gestructureerde woestijnratpopulaties en of

er daar systematische verschillen bestaan tussen verschillende landschappen; 2) een groot veldexperiment uitvoeren om de hypothese te testen

dat deze connectiviteit de verspreiding van vlooien (en mogelijk dus van builenpest) verklaart doorheen een gestructureerde gastheerpopulatie; en


3) zoeken naar complexe maar coherente ruimtelijke patronen in de verspreiding van geïnfecteerde groepen, gebruik makend van punt-patroon

analyse.

Organisaties:

• Evolutionaire ecologie

Onderzoekers:

• Herwig Leirs

• Nelika Hughes

Complexe patronen van gastheer-pathogen interactie: de rol van gedrag in de verspreiding van infecties doorheen een

gestructureerde gastheerpopulatie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project betreft fundamenteel kennisgrensverleggend onderzoek gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-

Vlaanderen. Het project werd betoelaagd na selectie door het bevoegde FWO-expertpanel.

Organisaties:

• Evolutionaire ecologie

Onderzoekers:

• Nelika Hughes

Comprehensive two-dimensional gas chromatography (GCxGC) as tool for assessing oil-polluted soils: toxicity,

degradability, mobility and remediation potential.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Comprehensive two-dimensional gas chromatography (GCxGC) as tool for assessing oil-polluted soils: toxicity, degradability, mobility and

remediation potential.

Organisaties:

• Deptbiol

• Duurzame energie en luchtzuivering: DUeL

Onderzoekers:

• Ludo Diels

• Debin Mao

Computation and plasticity in the cerebellar system : experiments, modeling and database (CEREBELLUM).

Universiteit Antwerpen

Abstract: Het doel is om de werking van het cerebellum te begrijpen. Er wordt gebruik gemaakt van een nauwe interactie tussen computer

simulatie en experiment. Het werk is opgedeeld in 5 vragen. Cerebellaire input: wat is de relatie tussen saggitaal georiënteerde microzones en de

vlekkerige kaart van mosvezel projecties? Functionele organisatie van klimvezel projecties: volgen ze strikt de sagittale microzones en kan inhibitie

vanuit de diepe kernen de olivaire neuronen los koppelen? Wat is de fysiologische betekenis van synaptische plasticiteit van de mosvezel naar

korrelcel synaps? Wat is de functie van de glomerulus in de korrelcellaag? Hoe beïnvloedt plasticiteit van de parallelvezelsynaps het vuurgedrag

van Purkinje cellen en wat is het belang ervan voor het leren van motorische taken?

Organisaties:

• Theoretische neurobiologie

• Theoretische neurobiologie en neuroengineering

Onderzoekers:

• Erik De Schutter

Computationele analyse en integratie van verscheidene Omics data

Universiteit Gent

Abstract: Omics onderzoeksvelden zoals proteomics, genomics en transcriptomics kunnen individuele componenten van een biologisch systeem

bestuderen. In dit project willen we methodologiën ontwikkelen om verscheidene omics informatie te integreren en vertalen naar fundamentele

biologische mechanismen die phenotypische variatie verklaren. Als centraal modelsysteem beschikken we over unieke accross-omics

gegevensbronnen van een varkensstamboom in samenwerking met Bendixen laboratoria aan de Aarhus University (Denemarken).

Organisaties:

• Vakgroep biochemie

Onderzoekers:

• Lennart Martens

• Kris Gevaert

Computationele analyse van afwijkende gentranscriptieregulatie in kanker.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Departement Menselijke Erfelijkheid

Onderzoekers:

• Stein Aerts

• Bram Van de Sande

Computationele genoomannotatie met behulp van next-generation transcriptoomdata.

Universiteit Gent

Abstract: In dit project gaan we RNA-seq data gebruiken voor het annoteren van genomen. De recente ontwikkeling van nieuwe

sequentiemethodes heeft een schat aan sequentiedata opgeleverd. Voorlopig zijn er nog geen annotatiemethodes beschikbaar die hier optimaal

gebruik van maken. Dit project streeft ernaar om dergelijke annotatiemethodes te ontwikkelen. Genoomannotatie is ontzettend belangrijk aangezien

alle daaropvolgende bioinformatica analyses afhankelijk zijn van de kwaliteit van de annotatie.

Organisaties:

• Vakgroep Plantenbiotechnologie en Genetica

Onderzoekers:

• Yves Van de Peer

Computationele neurowetenschappen.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Dit project kadert in een onderzoeksopdracht toegekend door de Universiteit Antwerpen. De promotor levert de Universiteit Antwerpen de

onderzoeksresultaten genoemd in de titel van het project onder de voorwaarden zoals vastgelegd door de universiteit.


Organisaties:

• Theoretische neurobiologie en neuroengineering

Onderzoekers:

• Michele Giugliano

Computationele optimalisatie van een optisch sensorontwerp.

K.U.Leuven

Abstract: Normal 0 21 false false false NL-BE X-NONE X-NONE MicrosoftInternetExplorer4 mso-tstyle-rowband-size:0;msotstyle-colband-size:0;mso-style-noshow:yes;mso-style-priority:99;mso-style-qformat:yes;mso-style-parent:"";mso-padding-alt:0cm

5.4pt 0cm 5.4pt;

mso-para-margin-top:0cm;mso-para-margin-right:0cm;mso-para-margin-bottom:10.0pt;mso-para-margin-left:0cm;line-height:115%;msopagination:widow-orphan;font-size:11.0pt;font-family:"Calibri","sans-serif";mso-ascii-font-family:Calibri;mso-ascii-theme-font:minor-latin;mso-fareastfont-family:"Times

New Roman";mso-fareast-theme-font:minor-fareast;mso-hansi-font-family:Calibri;mso-hansi-theme-font:minor-latin;}In

devoedingsindustrie is het interessant om de microstructuur van voedingsproductente kunnen opmeten. Een interessante techniek om informatie

over biologischematerialen te b

Organisaties:

• Afdeling MeBioS

Onderzoekers:

• Wouter Saeys

• Rodrigo Watté

Computer aided designed and manufactured custom implants of the cranio-maxillofacial skeleton

K.U.Leuven

Abstract: Een schedel- of aangezichtsdefect kan veroorzaakt worden door een aangeboren afwijking of door een verworven afwijking na een

ongeval, ingreep vanwege kanker of opgelopen schedelinfectie. De bovenliggende huid van het hoofd is meestal intact. Een schedeldefect kan op

alle mogelijke plaatsen in de schedel met alle mogelijke afmetingen en vormen optreden. Ookeen gedeelte van de bovenkaak, neus of oogkas kan

betrokken zijn in hetdefect. Herstel van dergelijke schedel- en kaakdefecten is belangrijk gezien de beschermende functie van het schedelbot voor

de hersenen en gezien het belang van de esthetiek en het functioneren met mogelijks negatief effect op het psycho-sociaal welbehagen van de

patiënt.Het Europees gesubsidieerd onderzoeks project CUSTOM-IMD (NMP/Nanotechnologies and nano-siences, knowledge-based

multifuncional materials and new production processes and devices / Sixth Framework, http://www.customimd.eu) biedt de mogelijkheid aan een

consortium van bedrijven en onderzoekscentra

Organisaties:

• Afdeling Biomechanica

Onderzoekers:

• Jozef Vander Sloten

Computer-gesteund ontwerp van chemische analyse-chips voor (bio-) farmaceutische scheidingen.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Het project is gericht op het inslaan van een totaal nieuwe richting voor de vervaardiging van chromato-grafische kolommen. Zeer

concreet is het de bedoeling om de fotolithografische ets-technieken uit de micro-electronica-industrie te gebruiken om geordende array's van

microscopische pilaartjes te etsen in op voorhand gedeponeerde micro-poreuze lagen. De toepassing van deze technieken in de chromatografie

zou volstrekt uniek zijn. Na etsing is het de bedoeling om de lagen te omhullen met een micro-kanaal dat voorgeëtst is op een silicium of een

kwarts-plaat en waarin dan ook de benodigde in- en uitvoerkanalen en de staal- en bufferreservoirs meegeëtst zijn. De perfecte controle over de

pilaardimensies moet het mogelijk maken om chromatografiekolommen met een perfecte homogeniteit (orde) van pakkingselementen en de

doorstroomporieën te produceren.

Organisaties:

• Analytische Scheikunde en Farmaceutische Technologie

• Elektrotechniek-Energietechniek

• Chemische Ingenieurstechnieken en Industriele Scheikunde

Onderzoekers:

• Yvan VANDER HEYDEN

• Daan DE WILDE

• JOHAN DECONINCK

• GERT DESMET

Computer-ondersteunde methodenontwikkeling toegepast op chirale scheiding van stoffen met farmaceutisch belang.

Vrije Universiteit Brussel

Abstract: Dit project handelt over de methode-ontwikkeling toegepast op chirale scheiding van stoffen met farmaceutisch belang, nl. chirale GM en

intermediairen voor de synthese ervan. Scheidingen kunnen bekomen worden dmv chromatografie, capillaire electroforese (CE) of capillaire

electrochromatografie (CEC). De methodenontwikkeling in dit domein is niet simpel aangezien er veel mogelijkheden zijn en het veel ervaring

vraagt. Er wordt vooropgesteld om metodologieen te ontwikkelen die de analyst gaan assisteren in elke stap van de methode-ontwikkeling. Hierbij

zal een combinatie van chemische ervaring en experimenteel design in een kennissysteem (KBS) geimplementeerd worden. De toepassing van dit

project zijn chirale scheidingen, maar de methodologie en ontwikkelde benaderingen zijn transfereerbaar naar andere domeinen waar methodeontwikkeling

vereist is.

Organisaties:

• Analytische Scheikunde en Farmaceutische Technologie

Onderzoekers:

• DESIRE MASSART

• Yvan VANDER HEYDEN

• JOHANNA VERBEKE

Computerondersteunende zelfevaluatie van competenties van studenten geneeskunde

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Onderzoeksgroep Neurofysiologie

Onderzoekers:

• Marc Van Hulle

• Karel De Witte


Conceptuele voltooiing en ontwikkeling van een prototype van een geoptimaliseerde fietsvalhelm voor verbeterde

hoofdprotectie bij jonge en volwassen fietsers.

K.U.Leuven

Abstract: Geen Nederlandstalig Abstract

Organisaties:

• Experimentele Neurochirurgie & -anatomie

Onderzoekers:

• Jozef Vander Sloten

• Jan Ivens

• Bart Depreitere

Cone Beam CT voor orthodontische toepassingen: 2D versus 3D cefalometrische analyse.

K.U.Leuven

Abstract: nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp; Cefalometrische analyse is een belangrijk onderdeel in de planning van een orthodontische behandeling. De

introductie van driedimensionale beeldvorming heeft tot een aantal voordelen geleid in diagnostiek, en planningen evaluatie van behandelingen in

de tandheelkunde. Er zijn verschillende artikels die het nut en de mogelijkheden van 3D cefalometrische analyse aantonen maar er bestaat nog

geen vergelijkingen tussen de uitkomst van verschillende behandelingen. Het doel van dit project is om te vergelijken tussen de uitkomst van

orthodontische planning door middel van 2D en 3D cefalometrische analyse. Het onderzoek zal een samenwerking bevatten tussen orale

radiologen, orthodontisten en maxillofaciale chirurgen. Het onderzoek zal beginnen met een analyse van de intra- en inter-observer variabiliteit van

2D cefalometrische analyse. In speciale orthodontische gevallen, zal de planning van de behandeling op twee manieren gebeuren: conventionele

2D cefalometrische a

Organisaties:

• Centrum voor Orale Beeldvorming

Onderzoekers:

• Reinhilde Jacobs

• Pisha Pittayapat

Conflict en coöperatie tussen mieren en met mieren geassocieerde arthropoden.

K.U.Leuven

Abstract: Myrmecofielen zijn organismen die gedurende een deel of gedurende heel hun levenscyclus in symbiose leven met mieren. Er zijn

verschillende gradaties van associatie gaande van commensalisme tot mutualisme, maar ook kleptobiose en parasitisme komen voor.In België zijn

er heel wat interessante myrmecofiele arthropoden. Er is echter over de meestesoorten heel weinig gekend, mede omdat ze redelijk zeldzaam zijn

en gericht in of in de nabijheid van mierennesten moeten gezocht worden. In dit project willen we de associatie van verschillende arthropoden met

hun mierengasten onderzoeken. We willen onderzoeken welk effect (neutraal, positief of negatief) een partner van de mier-myrmecofiel associatie

heeft op de andere. Daarnaast willen we nagaan welke strategieën beide partners gebruiken om de associatie te vormen, te versterken of te

verzwakken. Een combinatie van gedragsonderzoek, ecologische studie en chemische analyse (cuticulaire koolwaterstoffen) zal gebruikt worden

om de hypothesen te t

Organisaties:

• Afd. Ecologie, Evolutie en Biodiv.behoud

Onderzoekers:

• Tom Wenseleers

• Thomas Parmentier

Conflict management en post-conflict stress van bonobo's (Pan paniscus) in gevangenschap.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Conflict management en post-conflict stress van bonobo's (Pan paniscus) in gevangenschap.

Organisaties:

• Ethologie

Onderzoekers:

• Marcel Eens

• Margot Van Dongen

Conflict tussen ouders en nakomelingen in kanaries: individuele plasticiteit, genetische basis en co-adaptatie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Hoewel de evolutie van ouderlijke zorg essentieel is voor het begrijpen van onder andere sociale systemen en seksuele selectie, is er

vrijwel niets bekend over zijn genetische architectuur. De evolutie van ouderzorg wordt verder sterk beïnvloed door een belangenconflict over de

mate van ouderlijke investering tussen ouders en hun nakomelingen. Dit kan invloed hebben op de evolutie van twee eigenschappen:

verzorgingsgedrag door de ouders en het bedelgedrag van het nageslacht. De theorie voorspelt dat deze gedragskenmerken uiteindelijk genetisch

gecorreleerd zouden moeten zijn, aangezien elk van hen een selectieve druk zal uitoefenen op de evolutie van de andere. Mijn voorgestelde

onderzoeksproject is gericht op het bestuderen van de genetische basis en de gevolgen van co-adaptatie tussen deze gedragingen. Daarvoor zal ik

de erfelijkheid, de fenotypische plasticiteit en de co-variantie van beide eigenschappen, en ook de functionele gevolgen van co-adaptatie voor

ouders en nakomelingen bekijken.

Organisaties:

• Ethologie

Onderzoekers:

• Marcel Eens

• Wendt Müller

• Natalia Estramil

Conflict tussen ouders en nakomelingen in kanaries: individuele plasticiteit, genetische basis en co-adaptatie.

Universiteit Antwerpen

Abstract: Hoewel de evolutie van ouderlijke zorg essentieel is voor het begrijpen van onder andere sociale systemen en seksuele selectie, is er

vrijwel niets bekend over zijn genetische architectuur. De evolutie van ouderzorg wordt verder sterk beïnvloed door een belangenconflict over de

mate van ouderlijke investering tussen ouders en hun nakomelingen. Dit kan invloed hebben op de evolutie van twee eigenschappen:

verzorgingsgedrag door de ouders en het bedelgedrag van het nageslacht. De theorie voorspelt dat deze gedragskenmerken uiteindelijk genetisch

gecorreleerd zouden moeten zijn, aangezien elk van hen een selectieve druk zal uitoefenen op de evolutie van de andere. Mijn voorgestelde

onderzoeksproject is gericht op het bestuderen van de genetische basis en de gevolgen van co-adaptatie tussen deze gedragingen. Daarvoor zal ik

de erfelijkheid, de fenotypische plasticiteit en de co-variantie van beide eigenschappen, en ook de functionele gevolgen van co-adaptatie voor

ouders en nakomelingen bekijken.


Organisaties:

• Ethologie

Onderzoekers:

• Marcel Eens

• Wendt Müller

• Natalia Estramil

More magazines by this user
Similar magazines