Utrechtsche provinciale en stads-courant : algemeen advertentieblad

resources3.kb.nl

Utrechtsche provinciale en stads-courant : algemeen advertentieblad

— Berigten met de stoomboot Cl ij de uit Mexiko ontvangen,

melden, dat 2N. Amerikaansche steamers met

landingstroepen op de kusten van Mexiko zijn gestrand.

Te Vera Cruz was bij het vertrek van de Cl ij de het

gerucht verspreid, dat Santa Anna met 10,000 man tegen

het Amerikaansche leger was' opgetrokken, en dat dien

tengevolge de generaal Teijlor naar Mentereij was teruggetrokken.

FRANKRIJK.

PARIJS 7. Jan.

Zondag zullen de afgevaardigden eene voorloopige zitting

houden. Het bureau zal, even als in Augustus, te

zamen gesteld zijn uit de heeren Sauzet, president, Bignon,

Lepelletier d'Aulnay, Hebert en B. Delessert. Den volgenden

dag heeft de Koninklijke zitting plaats; den 12. Jan.

tal de Kamer overgaan tot het onderzoek der volmagten,

en den 13. zal zij eene Commissio tot het adres benoemen.


Reeds zijn 300 leden in Parijs tegenwoordig.

De heer Martinez de-la Rosa, ambassadeur van

Spanje , ,

is heden naar Madrid vertrokken, om de zittingen

4er Cortes bij te wonen.

— Het

volgende leert dat men niet to voorzigtig op

de spoorwegen kan wezen. Den 3. Jan. kwam het konvooi

van Brussel in de nabijheid van Amiens aan, zonder

vuur en zonder stoom. Men zond een locomotief af, om

het ontbrekende te halen; doch vergat de gewone seinen

te doen. Langs denzelfden weg komt de trein met

koöpgoederen van Brussel, en stoot tegen den stilstaanden

trein, verbreekt den baggage-wagon en 3 diligences,

die gelukkig ledig waren. Niemand dan 2 bedienden

xtfn daarbij gewond geworden.

— 3

pCt. 118,20 ft 25; 5 pCt. 30,05.

PARIJS 8. Jan.

Men zal zich herinneren, dat het dagblad la France in

'sGRAVENHAGE, 9. Jan.

de vorige maand de nota mededeelde door dcii heer Guixot

aan het Weener-kabinet opgezonden , en dat de Moniteur

dit stuk als onnaauwkeurig en onvolledig verklaarde.

Thans deelt la France dat stuk weder mede, met slechts

geringe veranderingen, en voegt er bij, dat er thans geen

enkel


woord meer of minder in staat.

De heer Odilon Barrot is van zijne reize naarKonstantinopel

en Egijpte alhier terug. Dadelijk na zijne

Men verneemt, dat de zaak van den veroordeelden kapelaan

Gepkens den 25. dezer voor den Hoogen Raad, Kamer

van Strafzaken, zal worden behandeld; dat als rapporteur

in die zaak benoemd is de Raadsheer mr. van den

Velden, en dat het Openbaar Ministerie zal worden waargenomen


door den heer Prokureur-Generaal.

Het Prov. Hof heeft heden uitspraak gedaan op het

aankomst heeft er ter zijnent eene vereeniging der ledeu

van de linkerzijde plaats gehad, ten einde zich bezig te

houden over het verschil tusschen de heeren Thiers en

Billault


gerezen.

Te Lencloitre hebbon den 4. op marktdag door den

hoogen prijs van het koorn ongeregeldhedenplaats gehad,

ten gevolge waarvan, zoowel van denkant der burgers, als

van


dien der militairen dooden en gekwetsten zijn gevallen.

5 pCt. 118 ft 118,05; 3 pCt. 79,60 ft 70; Nap.

103,30; Sp. 5 pCt. 34; 3 pCt. 35%.

NEDERLAND.

Heden is voor het provinciaal hof in Zuid-Holland,

Tweede kamer, behandeld de zaak van eenen Notaris

en den zoon eens burgemeesters, beschuldigd de eerste

van valschheid in een openbaar en autentiek geschrift,

door het voorstellen in eene verkoop-akte van daadzaken

, die niet overeenkomstig de waarheid zijn , en de

tweede van medopligtigheid daaraan. Het getuigenverhoor

is bijkans ten einde gebragt. Morgen ochtend zal met

de behandeling der zaak worden voortgegaan. Het openbaar

ministerie wordt in deze zaak waargenomen door

den advocaat-generaal Gefken; als verdedigers treden op,

voor den eersten beschuldigde, de heer mr. Metman, en

voor den tweeden beschuldigde de heer mr. van Gigch.

scherpe en hagelwitte tanden, gewis, om zijn meester te

kennen te geven, dat hij zijn gebod begreep, en gereed

was,


om het op te volgen.

Best... hernam de bergbewoner, laat al dcjakhalson

van de Gruca zich verzamelen... en nog zullen zij don

moed niet hebben, om Tomoros aan te vallen... Kom...

kom, mijn kind, do nacht nadert, en moeder wacht ons.

— Vaarwel

hond voor het laatst op den rug strooiende, dio onder-

, Tomoros, tot morgen , zei Michaël den

worpen aan den wil zijns meester, onbewegelijk op de

muts bleef liggen, terwijl hij zijn meester met de oogen

volgde, tot dat deze met Michaël eu deu anderen hond

geheel uit ziju gezigt verdwenen was.

II.

HET GELEIDE.

Twee uren na de gebeurtenis , waarvan wij zoo even

spraken, heerschte de nachtelijke duisternis, en de stormwind

brulde steeds voort , toen de rotsen der engten van

Tebelen beurtelings verlicht werden door den gloed van

lange hartsachtïge boomtakken, die met vet besmeerd

waren , en door negerslaven gedragen werden. Deze

soort van toortsen was tegen de hevigheid van den wind

bestand; bij denroodachtigen gloed van dit licht, ontwaarde

men een twintigtal ruiters , behoorende tot de stam der

Guegues, zwarte ke'pe's (2) met sneeuw- bedekt

waren. soldaten leidden hunne paarden bij de hand,

bestijgende met groote moeite de sterk hellende engte ,

welke zeer glad was, en met rotsblokken en door don

storm omvergeworpen boomstammen bedekt lag.

(1) De Guegues waren een der wreedste stammen

van het Hoogo Albanië.

(2) Kcpé, eene soort van ruime kasakmet wijde mouwen

en een_4sfcnjj»t geitenvel vervaardigd.

'sGRAVENHAGE, 7. Jan.

— Den

21 dezer zal voor het hof worden behandeld

de zaak van Barend en Joseph van Ulm, oud 25 en 31

jaren, kooplieden alhier. Uit de Instructie blijkt dat J.

C. Janssens, commissaris van politie te Rotterdam, den

29 Doe. 1845 , zich heeft begeven naar 'sGravenhage , alwaar

hij zich heeft vervoegd bij de beschuldigden, en,

na zich aan den eersten beschuldigde als een koopman,

te Buren woonachtig, bekend gemaakt te hebben, van

dezen een baar zilver, wegende 358 oneen , heeft gekocht;

dat hy ook voor eene som van ’lOO ongesmolten snocisol

heeft willen koopen, doch dat daartoe op dat oogenblik

geene gelegenheid was; dat gemelde commissaris, op den

5 Jan. 1846, andermaal is gekomen in het huis, door

beide beschuldigden bewoond, waar hij alstoen heeft aangetroffen

den tweeden beschuldigde, die hem ook op dat

oogenblik geen, suoeisel leveren kon , maar hem op nieuw

een baar zilver verkocht heeft, wegende 317 oneen; dat

hij , op den 13 Jan. daaraanvolgende, terzelfde plaatse

den eersten beschuldigde gevonden heeft, die, na aanvankelijke

aarzeling, hem, behalve een baar zilver, die

hij opgaf te wegen 340 oneen, ook 151 oneen snoeisel en

vijlsel verkocht heeft, hetwelk hom echter opeone geheimzinnige

wijs op straat werd ter hand gesteld; dat, bij eene

huiszoeking in de woning der beschuldigden, is gevonden

in de huishoudkamer van den tweeden beschuldigde, in

eene bureau, een graauw papier met eenig gesmolten zilver

, vermengd met vuilnis; onder gezegde bureau een

papier met zilversmidskolen; in de wieg van het kind,

onder het bed, een geldzak met 64 Z. rijksd. ,10daald.,

enz., alle gesnoeid; dat voorts gevonden zijn smeltkroezen

en andere gereedschappen tot het suoeijen en smelten gebezigd.

Beide beschuldigden zullen dienvolgens voor het

hof toregt staan , ter zake vau het verminken of uiterlijk

schenden van zilveren nationale gangbare muntspecien.

hooger beroep, ingesteld door J. J. Roberten A. J.Bolslier,

hoofdlieden der nachtwacht teLeyden, en door den officier

bij de Rogtbank te Leyden, tegen een vonnis derzelveRegtbank

van 18 Junij jl., waarbij de twee eerstgomeldcn, ter

zake van hot veroorzaken van den dood eener vrouw, ten

gevolge van nalatigheid en achteloosheid, zijn veroordeeld

elk tot eene gevangenisstraf,van vier maanden, ’25 boete

en in de kosten van het geding. Het Hof heeft de beide

beroepen te niet gedaan, het vonnis der Regtbank geheel

en volkomen bevestigd en ieder veroordeeld in de kosten

van hoogor beroep

LEIDEN 6. Jan.

Het getal der allner aanwezige studenten bedraagt

353, te weten in de godgeleerdheid 49, in de regten

-05, in de geneeskunde 68, in de letteren 24, in de

wis- en natuurkunde 7 ; en dat der aan de Athenea en elders

studerende, doch in het album der Leijdscha Hoögesehool

ingeschreven 86, namelijk m de godgeleerdheid

17, in de regten 31, in de geneeskunde 33, in de letteren

4, in de wis-en natuurkunde 1, dus inliet geheel 439.

GRONINGEN 7 Jan.

De gelegenheid om keijen te verbrijzelen, van wege het

Algemeen Diakon-Gezelschap der Ned. Hervormde Gemeente

alhier, is jl. Maandag geopend; omstreeks veertig

personen zijn daar reeds werkzaam, en vinden er een

redelijk bestaan , terwijl er nog gelegenheid bestaat om

Slechts een man, die deze kleine bende beheerschte,

welke hem herhaaldelijk een vrcesaclitigen en eerbiodigen

blik toewierp, bleef op zijn witten muilezel zitten, die

door twee slaven geleid werd; doch de behendigheid van

dat dier was zoo groot, dat het in spijt van don elleudigen

toestand van hot pad , zich gemakkelijk een doortogt

baande.

De Gucgues, gewoonlijk zoo ongeordend, zoo levendig

, zoo snapachtig, bewaarden een diep stilzwijgen,

hoewel zij Tebelen reeds vier uren hadden verlaten. Zij

waagden het niet eens , eone klagt over het Yroesclijke

weder en de vermoeijenissen van den weg te uiten.

Die zonderlinge ommekeer in hunne gewoonten moest

gewis worden toegeschreven aan de vrees, welke de tegenwoordigheid

van den Bektadje dozo even wreede als bijgoloovige

ruiters inboezemde, van den Bektadje, een

priester, toovenaar en waarzegger, welke het gezag voerde

over deze kleine afdeoling der lijfwacht van Khamco,

do moeder van Ali, pacha van Janina, toen, gelijk men

zeide , zieltogende in het Serail van Tebelen, do geboorteplaats

van den pacha.

Die Bektadje droeg een langen zwarten mantel, en

een rood vilten tulband van eeneu zonderlingen vorm,

zijn gelaat was mager, zijn baard rood, zijne kleur

geelachtig, en zijne oogen groen als de zeo. Het doel

zijner zonding moest wel belangrijk wezen , want bij

iedere moeijelijkheid, die men op weg ontmoette, mur-

melde


hij met eene doffe stem:

Het zal te laat ... te laat zijn.

Eindelijk werd de weg toegankelijker, de Guegues stegen

weder te paard, en de kleine bende naderde weldra

op een punt, waar de engte zich uitbreidde en eene soort

van esplanade vormde, waarop zich het Tchiftlik of het

dorp van de Gruca bevond; zij waren steeds vergezeld

door de negers, welke de toortsen droegen en naast

de bende liepen.

Bij den gloed der fakkels, zag men op de vlakte, en

meerdere te plaatsen. Velen echter, die zich bij de-Diakonie

aanmelden om ondersteuning en derwaarts worden

verwezen, blijven terug, begrijpende , dat zij met bedelen

gemakkelijker in hun onderhoud kunnen voorzien, ca b'g

de deuren meer kunnen oploopen, dan de arbeidzftmekan

verdienen.

— Bij

Zuidlaren is den 5 Jan. in het ijs verdronken

Grietje Sluis, oud 24 jaren. Onze Prov. Courant haalt

tot waarschuwing nog verscheidene voorbeelden aan van

het verdrinken van jonge lieden.

DORDRECHT 8. Jan.

In den staat van het ijs op de rivier voor deze stad

alsmede in het Mallegat en do Kil is sedert onze vorig,

geene belangrijke verandering. Achter het eiland vertoonde

zich steeds veel drijfijs.

Op de Maas voor Rotterdam was het heden morgen

open water, doch giste men, dat het ijs hooger op nogzat.

In den nacht van den 6. Jan. was het ijs voor Gravo

losgeraakt en doorgedreven, zoodat de rivier weder geheel

vrij was en do overvaart geregeld plaats had.

BREDA 8 Jan.

Heden zijn de beide zonen, benevens den schoonzoon

van de wed. Huijsmans , landbouweres nabij Klundert, inverzekerde

bewaring genomen en gevankclijk naar het hui»

van arrest alhier overgebragt, op het vermoeden,

dat zij den in den nacht van den 8. op den 9. Dec. 11.

voorgevallen verschrikkelijken brand, der door hun bewoond

wordende hoeve van Z. K. H. prins Frederik,

zouden hebben gesticht. Men wil, dat de te hoogc som,

waarvoor de inboedel tegen brandschade verzekerd was,

grooto aanleiding tot deze presumptie goeft.

ASSEN 9 Jan.

Bij arrest van 5 dezer heeft de Hooge Raad verworpen

het beroep in cassatie door het Openbaar Ministerie ingesteld

tegen het vonnis der Rogtbank alhier in zake Mr.

G. J. Fabius. Door het hoogste rcgtcrlijke collegie' is

dus als ongrondwettig en dienvolgens als niet verbindend

beschouwd de bepaling der keur, waarbij do ingezetenen

verpligt werden, geneoskunstoefenaron in hunne woning

toetelaten, door het stedelijk bestuur gezonden tot het

onderzoek of ten hunnen huizo heerschende ziekten van

besmottelijken aard zijn.

UTRECHT 9. Jan.

Gisteren is alhier het stoffelijk overschotvan den Schout

bij Nacht G. A. Pool, Lid van het Hoog Militair Gcregtshof,

op eene eenvoudige wijze, ter aarde besteld;

echter hadden de Leden van hetzelve en onderscheidene

andore vrienden vau den overledene zich naar de begraafplaats

begeven, alwaar do heer Ras, president van weigemeld

Hof, eene korte doch treffende rede hield, herinnerende

hoe de ontslapene nuttig geleefd en thans zijne

aardsche reis volbragt had, terwijl zijne nagedachtenis by

allen, dio hem in zijne ambtelijke betrekking, in zijnen

huisselijkcn omgang en in zijn vriendschappelijk verkeer

gekend hebben, in zegening blijven zal.

— Bij de begrafenis van het stoffelijk overblijfsel van

prof. Wenckebach aan de Bilt, in het graf van zijnen

leermeester Schröder, op den 6. dezer, heeft de hooglecraar

Vreede eene aanspraak gedaan, waarin hij de uitmuntende

hoedanigheden van don deugdzamen, kundigen

en bij zijne ambtgenooten zoo geliefden hoogleeraar heeft

aangehaald. _

— De Lek bij Vreeswijk is thans blank water, zonder

ijsschollen. Do rivier hoeft aldaar niet digt gelegen; alleen

te Honswijk hoeft dezelve even vast gezeten, doch

is spoedig los geraakt. De rivier, dio zeer laag was , is

sedert een paar dagen een voet gerezen.

tegen de rotsen eenige ellendige woningen , van slijk en

steenen gebouwd, eu met pannen bedekt , doch slechts

zeer laag boven don grond verheven. Zware rookwolken

,en een roodachtig licht, drongen uit het eenige ca

naauwo veuster van elke dezer woningen , en getuigden,

dat die gehuchten bewoond werden. Wat de ongelukkige

bevolking aangaat , die op last van Ali in deze schrikkelijke

eenzaamheid was overgebragt, zij bestond, gelijk

men zeide, uit een deel der bevolking van Gladicta,

een dorp iv Chaome, dat door den pacha vernield was.

De Guegues stegen uit den zadel, en gaven de teugel»

hunner paarden aan de negers over; elk hunner verzekerde

zich van den goeden staat zijner ingelegde pistolen

, haalde den breoden dolk even op en neder in de

rood fluweclon met zilver versierde scheede, eenige ruiter»

voorzagen zich van koorden; zoo maakten zij zich

allen, onder leiding van den Bektadje, gereed, om de

hutten van dit ellendig gehucht te bezoeken.

Eene dezer hutten werd door Michaël's vader bewoond.

III

DE BEKTAIDJE.

Het zou moeijelijk wezen, om zich een denkbeeld ta

vormen van den ellendigen toestand der woning van Marco

Dukas, den vader van Michaël, diotrouwens in hot ongelukkig

lot van bijna allo Christelijke landlieden uit Albanië

deelde.

De staat van regeringloosheid, van geweld en roof,

waarin dat ongelukkig land, sedert de ottomansche overweldiging,

was gedompeld, maakte het noodig, om zulke

zonderlinge huizen te bouwen , als toen algemeen in het

Tchiftlik of dorp der engte van Tebelen gevonden werden.

(Het vervolg hierna.)

More magazines by this user
Similar magazines