Onze innige wensch bij het intreden van het nieuwe jaar Arbeider ...

digital.amsab.be

Onze innige wensch bij het intreden van het nieuwe jaar Arbeider ...

Onze innige wensch bij het intreden van het nieuwe jaar

Arbeider, intellektueel, boer, middenstander,

laten we eendrachtig de krisis opruimen I

Prijs fr. 0.50 HUMORISTISCH WEEKBLAD - 3e Jaargang. Nr. 35 28 Dec. 1933


De anthropometrie

\f\ bet parlement

De Amerikanen, die ons in alles voor

zijn, wijzen ons weer den weg om verbetering

te bréngen in de parlementaire

zeden.

Onze eigen ondervinding heeft ons

geleerd, dat alleen grondige wijzigingen

'verbetering kunnen brengen inde

parlementaire werkmethoden. Den

ganschen zomer heeft een kommissie

gezeteld, die bü ons de doeltreffendheid

van den parieimentairen arbeid

moest verhoogen. Na r.iaande.i lang

te hebben beraadslaagd, kwam zij tot

den slotsom dat r te veel werd gesproken

en dat w rk niet opschoot.

Men stelde zich akkoord om het aantal

sprekers te beperken alsook den duur

der spreekbeurten.

Na drie weken praktijk was de uitslag:

veertig sprekers voor de begrooting

van Landsverdediging; vijf en dertig

voor de begroeting van Arbeid en

Nijverheid. Er moet J

us iets haperen

bij de Kamerleden zelf.

De Amerikanen hebben dat al eerder

Ingezien. Hun eerste doel is nu

uit te maken welke kerels niet reschikt

zijn voor het parlementair regiem. Zij

zullen dat doen door de anthropometrie,

of door het meten van de verschillende

kenmerkende eigenschappen.

Natuurlijk heeft men aan de kerels

die men onder den meetstok duwde

niet gezegd: We zullen r • ne keer zien

in welk opzicht bij abnormaal zijt. Ze

zouden gauw hun broek hebben aangetrokken

en teruggekeerd zijn naar

hun bank of naar de koffiekamer. Men

heeft gezegd: Wij willen eens een studie

maken van het kruimken uit van

de natie, van de besten die het volk

heeft uitgekozen om te warden vertegenwoordigd.

Van dezen die sukses

hebben in het leven. Al te lang, zegde

men nog, heeft men zijn tijd verspild

met de bestudeering van de misbaksels

en de halfgaren; we zullen nu eens de

bloem der natie bestudeeren.

Dat maakte de Amerlikaansche kamerleden

veel meegaander en we vragen

ons af of wij dezelfde methode

niet zouden kunnen gebruiken. Zou

Fieullien nog kunnen weigeren zich te

ontkleeden, als men hem voorhoudt

dat het gaat om een wetenschappelijke

studie over den modernen beschaafden

mensch? Moest hij nog scrupules hebben,

men zou hem natuurlijk de veraekering

kunnen geven dat Dr. Wibo

gansch onwetend zou blijven van het

gebeurde. Maar men zou dan toch

eens en voor altijd weten welke kerels

men in de toekomst niet meer moet

toelaten op de verkiezingslijsten. Een

simpele vierkantswortel getrokken uit

het produkt van den hoek van zijn

voorhoofd met den hoek van zün achterhoofd,

zou het bewüs leveren dat

het specifiek gewicht van zün hersenen

onvoldoende is on: zich te verheffen

tot het peil van alles wat eenigszi-ns

hooger staat Oan een eenvoudigen

regel van drie.

Ér zün ook kerels waarbij de psycho-analyse

zou moeten toegepast

worden en die leven onder den druk

van een komplex dat gansch hun parlementaire

bedrijvigheic beheerscht.

Zoo b.v. oud-minister Heyman, die

geen drie woorden kan vertellen zonder

te zeggen: «Je vals vous le dis en

toute sincérité... » Dat kan niet anders

worden uitgelegd dan door het

mechanisme van het refoulement.

Oud-minister Heyman heeft zoo dikwü'ls

de waarheid moeten verzwijgen,

dat hü het nu telkens aankondigt als.

hü waarheid gaat spreken.

De antihropometisehe vaststellingen

zullen ook leiden tot andere ontdekkingen

en het zou ons niet verwonderen

moest men in de kaakbeenen van

den h. Delille nog verschillende melktanden

vinden. Alles wüst er n.1. op

dat in de verstandeUjke ontwikkeling

van dezen volksvertegenwoordiger een

stilstand moet ingetreden zün,-die valt

omstreeks zün zesde jaar, voor het begrip

onathankelUkheid in zün geest

was vastgelegd.

De verkeersagent vertelt zün vriend

iets van zün laatste vischwangst.

(EVERYBODY'S).

ZONDERLINGE DANKBAARHEID

Een inbreker is 's nachts door het

venster van zün advokaat in dezes

kamer binnengedrongen.

ADVOKAAT (wakker schrikkend).

— Wat wilt ge hier komen doen midden

in den nacht?

INBREKER (vol tegenwoordigheid

van geest). — Jk wilde TJ enkel een

bezook komen brengen uit dankbaarheid

voor wat U voor mij gedaan hebt.

KOEKOEK

Pol CROKAERT

Het zou van onzentwege een onvergeeflijke

fout zijn, moesten we

onze galerij van beroemde en beruchte

mannen niet eens versieren

ïnef j|eï portret en de JpWrafie

van oud-minister Paul Crokaert,

den man, die in de laatste weken

het stof uit de broek heeft geklopt

van de groot-financiers, zoodat hfet

•elfs tot in de neusgaten van de

ministers vloog.

WP WHÏfl? &Pt 4*B flte* fiBger

uitstellen en beloven voor toekomende

week een artikel wetenswaardigheden

ovei M. Crokaert.

Wanneer we, in onze galerij, één

onzer vrtenden brengen, is het

sinds lang de gewoonte, dat in de

streek van den «beroemden mant

Koekoek op eenige honderden

exemplaren wordt verspreid. Uit

sympathie voor den man, die behandeld

wordt. En ook als propaganda

voor ons blad.

Maar ja, met Crokaert in Koekoek

zal dat niet gaan.

Niettemin zijn we van oordeeldat

hüt nummer van de volgende

week de belangstelling verdient

van zekere menschen. En we doen

hier in 't bizonder een beroep op

den beheerraad van de Société Génerale

tie Belgique, om ons een

groote oplage van Koekoek te bestellen.

D'e Banque de Bruxelles kan het

misschien ook eens probeeren en tie

Boerenbond van 't zelfde.

Muziek is hemelzang !

door Ferdi

VOORUIT' S ORGELDRAAIER

Ik grijp weer naar mün dichtersluit

Ui kan niet langer baar bedwingen

De snot spuit mün neusgaten uit

En tranen aan mün bril ontspringen.

De kunst, ze grijpt me weerom aan...

Ze kent geen grootte en geen sexe...

Ze wil alleen dat Ik voortaan

Haar belde voeten kus en lek ze...

Dat doe ik daaglüks als haar knecht

Om mU voor 't dichten t' inspireeren,

Waarna 'k dan met de spraakkunst

[vecht

En met de taal en 't rijm «Jongleere!

Zoo smaak ik steeds, 't proza ten spijt,

Mün zoetste, zanderigste verzen :

Louter muziek en schoon lawijii.

Waarvan men smaakt al het perverse.

Zoo'n poëzie is hemelzang.

Het is de jazz-band van 't geweten,

't Is klaaglied van d'ourang-outang

Die diep in mü zit t' hartefreten!

Het is de stem van Traviata

Van Faust, Paljas, Les saltimbanques...

Mijn dichtwerk is het opera

Waarvoor de dooven zelfs bedanken,

VERDI.


Abonnement < Jaar tr. 25.d

Abonnement maanden r. 12.5H

Abonnement a maanden fr. 6.2i>

Posïcheckrekenlng «Het l.lclit» n. 5673»

Toen 1933 nog een klein manneken

was, dacht voorzeker niemand,

dat het kind zoo'n rare numero

ging worden en nog minder, dat

het maar 365 dagen leven zou, een

tijdspanne, die ons eerder als 365

uren voorkomt, zoo vlug is ze voorbijgevlogen.

De vader van dit jaar — ge kent

hem wel, dien ouden sukkelaar

met zijn vleugels, zijn zeise en zijn

zandlooper — mag er zich mee bemoeien!

Zijn kleine mocht ons al

lang gestolen worden!

En nu we er eindelijk vanaf zijn

en 1933 met zijn pooten naar omhoog

ligt, staat er ons hoffelijkshalve

niets anders meer te doen

dan een kaartje te schrijven van

«innige deelneming» en tijdens de

plechtige


4 KOEKOEK

zorg. Van de dooden zullen we niet

veel kwaad vertellen! Want er is

iets anders, dat ons interesseert:

het borelingske, het schreiende,

hulpelooze 1934!

Zie, we staan nu allen rond zijn

kiiidervoituur en denken zoo bij ons

zelf terwijl we elkander zoet-braaf

aanzien: laten we het grootbrengen

met sympathie, met liefde-

Laten we voor 1934 een goede

vader, een goede moeder, een goede

achterwaarsterigge zijn.

Laten we al onze zorgen besteden

aan zijn eerste ziekte, de kiisis, die

al zoo erg is als de sypliilis.

Wezen we voorzichtig, wiegen we

het niet te veel met illusies en

geven wij, energieke mannen, het

de borst, waaraan het al de wilskracht

zal putten, onontbeerlijk in

den levensstrijd.

Wat zal er van geworden, van

den kleine?

Een nietsnut, een blaaskaak, een

werklooze?

Aan ons, er op te waken, dat

1934 een flinke klopper worde op

het aambeeld, waarop men den

vooruitgang smeedt.

De militaire kredieten

zün gestemd

DE DUITSCHERS

GEVEN ZICH OVER,

MET GANSCHE BENDEN

Na den Senaat heeft ook de Belgische

Kamer de militaire kredieten

goedgekeurd. Het vaderland heeft

aldus het bewijs geleverd dat het voor

zijn onafhankelijkheid de noodige

offers weet te brengen. Zooals de heer

Devèze terecht zegde, moeten wij onze

tanden laten zien om den vijand af

te schrikken, van welken kant hij ook

mocht opdagen.

Ondertusschen heeft de stemming de

meest verrassende uitwerking gehad

aan de Duitsche grens. Niettegenstaande

de strenge censuur en de logenstraffing

door de Hitleriaansche bladen,

is het nieuws doorgedrongen tot

de Duitsche bevolking, die zich rekenschap

gevende dat het nutteloos is

•tegen de Belgen te vechten die worden

aangevoerd door een man als Devèze,

zich op voorhand hebben overgegeven

en met de armen in de lucht over de

grens komen geloopen juist gelijk in

1914, toen onze piotten maar een stuk

brood op hun bajonet hadden te

steken, om de Duitsche soldaten uit

hun loopgraven te lokken en neer te

Tellen.

De Duitsche politie heeft er nog

•enige kunnen tegen houden bij de

slip van hun as maar het zal noodig

zijn de Duitsche troepen tusschen

pinnekensdraad te doen opmarscheeren

wil zij beletten dat ze als de musschen

uiteen stuiven bij de volgende redevoering

van Napoleon Devèze.

Aan ons, de jaren een andere

richting te doen uitgaan, dan ze

tot nog toe deden!

Aan ons 1934 tot een gelukkig

keerpunt te maken in de geschiedenis.

Daarvoor is alleen noodig: wal

goeden wil, wat gezond verstand

en vijf cent optimisme; — met

andere looorden: wat meer Koe

koek-geest onder de menschen.

Wie helpt er ons mee, dien geest

te verspreiden?

Het is maar plicht en het is in

het belang van DE goede zaak, dat

al onze lezeressen en lezers, —

waarvan we overigens hopen, dat

ze op dit oogenblik een minimum

van beleefdheid in acht nemen en

ons een gelukkig nieuwjaar

wenschen, — het is plicht, zeggen

we, dat ze aan dezen oproep beantwoorden.

Zonder «Koekoek» ware de

wereld reeds lang uitgestorven

wegens de azijnpisserij, de statistieken,

de konferenties en de belastingkoortsen

en zou men nooit

1934 gekend hebben. Maar we leven

en we laten leven! Dat men ons

dus een beetje wederkeerigheid

omtrent deze gevoelens betuige.

Of duidelijker gezegd, wie in de

huidige moeilijke tijdsomstandigheden

ondanks de gekompliceerde

konjunktuur der sociaal-ekonomische

noodzaken en de sexualwissenschaftlliche

complexiteiten

die tot basis liggen van den

sub-sensititieven psychopathischen

ondergrond, teel verzekerd zijn te

blijven voortleven tot aan 1935,

mag niet nalaten ons blad iedere

week te koopen. Hij zal niet alleen

daardoor een grooten dienst bewijzen

aan zichzelf, maar hij zal voldoen

aan. de intiemste, onuitgesproken

Vehoefte van zijn gezin,

zijn vrienden, zijn omgeving en hij

zal, voor zoover hij niet in slaap

valt, die eeuwig jonge, vroolijke

stemming bewaren, waarin hij

thans zeker verkeert.

Alle dagen zal het voor hem

niemvjaar zijn en den 31n December

van toekomend jaar zal hij nog

te 12 uur 's nachts met de vurigste

wenschen op de lippen loopen als

nu.

De Rijksdag van de "Arbeiderspartij,,

MEDEDEELING!

(Arbeiterzeitung. Weenen)

Men lette er op, dat in de eerstkomende

maanden van 1934 het

zomeruur zal ingevoerd worden.


KOEKOEK 5

Koekoeks hulde aan A. B. C.

Ofschoon wij hier reeds herhaalde

malen onzen roem hebben gemaakt in

gepaste bewoordingen, zijn wü daarom

niet hoogmoedig geworden. Wü helpen

de minderen zooveel wy kunnen. Onze

medewerker Ferdi geeft eiken dag het

beste van zyn dichterlüke kracht aan

«Vooruit»; eiken Zondag levert onze

redaktie voor datzelfde blad een reeks

fc'Jdragen voor het geestesleven; en dat

alles doen wij met broederlijke liefde

ofschoon wij er de konkurrentie tegen

«Koekoek» door aanmoedigen.

Maar alle ijverzucht bannen wij met

verontwaardiging uit ons hart. Wij

helpen waar hulp noodig is. En zoo

heeft «Koekoek» nu een banket aangeboden

aan ons zusterkesblad A.B.C.,

en wy mogen getuigen dat wij eindelijk

een glimlach hebben zien blinken op

het aangezicht der Abeeceeërs.

Geheel de redaktie van «Koekoek»

was vertegenwoordigd, het vrouwelük

element inbegrepen: Jozef De Graeve

zat voor, geflankeerd door zyn familieleden

Palmyre langs den goeden kant.

en zijn peetje langs den anderen; daar

waren verder: dokter Pangloss en onze

Irene in een licht, zeei licht

kosluumke; Huysmans, Eekelers. Balthazar,

gezellin Vandervelde, Dierkens,

Vergeylen, Lucie Dejardin. enz., enz.

Een eerste heildronk werd ingesteld

op de gezondheid van Meuwissen, die

veel gedaan heeft voor A. B. C. Het

was onze kameraad Vergeylen die het

woord voerde namens de partij en niet

minder namens de Internationale.

— Vriend, zei hü. gij bebt met

A. W. C. tte dekromatie gediend...

En voortgaande op dien toon, tot de

ontroering zich van allen had meester

gemaakt, kuste hij met de andere hand

Meuwissen op beide wangen. Deze antwoordde

niet, daar hy ln verband met

de overweldigende ontroering, sprakeloos

bleef.

Teen was het dat Jozef De Graeve,

om den toestand te redden en weer

vroolükheid onder het gezelschap te

brengen, recht stond om een vrooiijke

redevoering te houden.

— Ik zal u vertellen over mijn laatste

bezoek aan Brussel met de vrouwen

van mijn wijkclub...

Maar Palmyre vond dat niet meer

plezant, tenzij dat ze hartelük moest

lachen om wat Huysmans haar in de

neusgaten blies.

Op dat oogenblik verscheen iets in

het deurgat.

— Geen straathonden! riep Vergeylen

tot den baas van het lokaal.

Maar toen men nader toezag bemerkte

men dat de straathond veel

geujkends bood met een mensch.

— 't Is misschien nen aap, zei Dolf

Vercammen.

Het ding naderde en sprak:

— Ik ben Pieullien!

Fieullien? Fieullien? Iedereen keek

naar iedereen. Wat kwam Fieullien

hier doen? *

— Excuseer, zei Fieullien, ik heb

vernomen dat men hier Ah! W. C.

vierde, en ik ben er op af gekomen.

Toen begreep men dat Vergeylen

de schuld droeg van ..leze akelige vergissing.

Door den A. B. C. te vermelden

als A. W. C, had hij de aandacht

getrokken van Fieullien.

Deze laatste werd beleefd buitengepolkaat.

— Tracht dat incident te vergeten,

anders smaakt het eten niet meer, zei

Jo-Jo.

Men at, men dronk. En tusschen

twee gerechten werd het woord verleend

aan P. K., overleden in de verleden

Lente.

Hy sprak: «Hier verschyn ik een

oogenblik om u te danken voor de verzekeringspremie

die A. B. C. mij betaald

heeft. Gij hebt een plezier gemaakt

van 't sterven.»

Deze korte rede werd met daverend

gelach begroet en iedereen riep:

— Leve den dooie!

De Vlakte van

Waterloo

MOET HET SLAGVELD

BEWAARD BLIJVEN ?

Het zal niet langer gezegd zün, dat

een deel der liberale pers aan de kanonnengieters

verkocht is en aanstuurt op

nieuwe oorlogen. Inderdaad, geen

bladen die beter den vrede dienen dan

de bladen van den trust der munitiefabrikanten.

Een van die bladen is een

kampanje begonnen om het slagveld

van Waterloo niet langer in stand te

houden, ten einde de gruwelen van den

oorlog niet langer levendig te houden

en den wederzüdschen haat ook uit de

geesten te doen verdwijnen.

Het is waar dat men geen overdreven

beteekenis moet hechten aan de oude

slagvelden daar het met de kanonnen

van de trustbladen niet veel moeite

zal kosten om nieuwe slagvelden te

vormen die met dat van Waterloo op

zeer voldoende wy'zc de vergelijking

zullen kunnen doorstaan.

— En nu muziek, goedverdoeme! zei

Doucet.

Want de beroemde Doucet was

speciaal uit New-York gekomen om het

heuglyk feest by te wonen. Hy plofte

neer op de piano en kletste mij daar

een nocturne van Chopin te voorschijn

onder de gedaante van een foxtrott!

— Leve Cetdoux! kreet Vergeylen,

ten toppunt van de geestdrift.

De climax was bereikt.

— De clamix! zei Vergeylen.

— De cli-max of de max-clu, allemaal

't zelfde dat is, lachte Ferdi.

— Het woord is aan de Vlaamsche

Akademie! onderbrak Vergeylen. Het

woord is aan Verleymen.

— Goedverdoeme, zei Doucet.

En Vermeylen sprak. En dan was

het aan Dolf Vercammen, en onze

Irene zei haar woordeke (in de ooren

van Pangloss) en 't was een plezier

zonder eir.de.

— Goedverdoeme! zei Doucet, dien

A. B. C. is een plezante kadee!

En zoo dachten allen die daar aanwezig

waren. En toen Meuwissen, en

daarna Balthazar met tranen in de

oogen «Koekoek» bedankten voor de

prachtige ontvangst, zag men de geheele

redaktie van «Koekoek» een

traan met socialen ondergrond en

plezante superstrak tuur wegpinken.

De zaak der

kommissarissen

EEN TERECHTWIJZING

VAN DEN H. FIEULLIEN

In verband met de zaak der kommissarissen

schrijft de h. Fieullien ons

volgenden brief:

Waarde Koekoek,

Tk lees in de bladen dat vele

menschen hun gazet verzoeken te

melden dat zy niets gemeens hebben

met hun homoniemen die achter slot

en grendel werden gedraaid.

Daar ik ook van Schaarbeek ben, zou

ik niet gaarne verward worden met den

aangehouden kommissaris, die trouwens

Vermeulen heet en gelukkig in

een gansch andere buurt woonde.

Aangaande het olieschandaal heb ik

mü niets anders te verwyten dan af

en toe wat windolie te hebben gedronken,

toen ik buikpün had, maar ik

was daarbij volkomen te goeder trouw

en verhoop van u hetzelfde.

CORNEILLE (Fieullien)


1 tot 7 Januari'. De Duitsche kristenen

eischen een religieuze volksstemming

om eens en voor altijd vast te

stellen, dat Jezus geen niet-arische

voorvaderen heeft gehad. In verband

met eenige kritische opmerkingen in

de buitenlandsche pers is de volksstemming

geheel vrij: alle kiezers krijgen

blauwe kaarten om met ja te stemmen,

zij die neen willen stemmen, krijgen op

verzoek rose kaarten. Bij de telling

geldt iedere rose kaart als blauw, daar

dit waarschijnlijk bij nadere overweging

den wil van den rosen kiezer

weergeeft.

Paul Boncour verklaart in een vurige

rede, dat «Frankrijk, de soldaat der

menschheid, zonder te dwalen en onverzettelijk

den weg...» (Val der Fransche

regeering).

1 Januari. Reusachtig sukses van de

volksstemming der Duitsche kristenen

— vijftig millioen tegen nul.

26 Januari. Hitier verklaart in een

gevoelige rede, dat het Duitsche volk

niets anders wil dan vrede en rechtsgelijkheid.

Maar hoe kan het Duitsche

volk rusten wanneer het ziet, dat echte

Duitsche steden als Weenen, Warschau,

Kiew en Praag in de klauwen

der Tsjechen, Joden, Polen en kommunisten

smachten?

Henderson keert naar de Ontwapeningskonferentie

terug.

25 Januari 1

. Sir John Simon verklaart

op een vraag, dat hij Hitler's

rede gelezen heeft, weliswaar niet'met

volledige instemming, maar toch met

belangstelling en hoogachting.

EN GALILEA

I Februari. Duitsche volksstemming

beslist met 51 millioen tegen nul stemmen,

dat Weenen, Warschau, Kiew en

Praag Duitsch grondgebied zijn. De

Duitsche kristenen eischen de toevoeging

«en Galilea». Eisch wordt ingewilligd.

20 Februari. Nieuwe Fransche regeering

gevormd. Paul Boncour zet zijn

rede voort «... volgen zal. die Frank-

De kantoorklerk is wat aan 't tuinieren,

(EVERYBODY'S.)

1 9 3 4

VOORSPELLINGEN

rijk in zün geheele glorieuze geschiedenis

gebracht heeft op een...» (Val

der Fransche regeering).

Henderson keert naar de Ontwapeningskonferentie

terug.

1 Maart. De universiteit van Berlün

publiceert het resultaat van een kollektief

onderzoek naar de BUbelsche

afstammingsleer. Het is duidelijk bewezen,

dat de Joodsche namen vervalschingen

zyn. De naam Jozef moet

vervangen worden door Germanus

Sanguinolentus Horridus, Centurio

(hoofdman van honderd krügers) van

het toenmaals in Galilea gestationneerde

uit Germanen bestaande legioen.

3 Maart. Resultaat der volksstemming:

Galilea tot Duitsch grondgebied

geproklameerd. (Rust in Galilea).

16 tot 31 Maart. Alle lieden die

Jozef heeten worden als «geheime Joden»

uit Duitschland verbannen. Wanneer

zü' zeven dagen na het besluit nog

in het land worden aangetroffen moeten

zij onthoofd worden. Generaal

Goering verklaart, dat dit alles goed

en wel is, maar aan geheime Joden

, zullen geen passen worden uitgereikt,

anders zullen zij toch maar in het

buitenland leugens verspreiden en beweren,

dat zy verbannen zyn. Waarom

zou men ze niet direkt onthoofden.

Goering marcheert door Pruisen met

zün ïyfgarde en onthoofdt hen.

HENDERSON NAAR

GENEVE

25 Maart. Hitier verklaart tydens een

feest ter eere van de moordenaars van

Rathenau, dat Duitschland zijn ziel

ontdekt heeft. Duitschland heeft

slechts vrede noodig: deze kan echter

niet bestaan, zoolang een van haat vervuld

volk als Frankryk aan het rü'k

grenst. Hij schryft een volksstemming

uit, die moet uitmaken, dat de Franschen

Europa moeten ontruimen.

Henderson keert naar de Ontwapeningskonferentie

terug.

2 April. Resultaat der volksstemming:

Frankryk moet Europa ontruimen.

Geen verandering in Frankryk, waar

de regeering zooals ge'./oonhjk valt.

4 April. Hitier eischt inlichtingen

waarom de andere volkeren, die gehoor

geven aan hun eigen volksstemmingen,

zich niet naar die van Duitschland voegen.

5 April. Goering byt zijn ïyfgarde.

Deze loopt blaffend weg. Paniek ia

Europa. Tsjechische en Poolsche

grenzen worden gesloten.

6 April. Onrust ia Engeland. Mac-

Donald verklaart: Ach, müne vrienden...

wüsheid... geduld... wat is de

mensch.

KOEKOEK

20 April. Paul Boncour zet zyh réde

voort: «op een voetstuk, niet van trots

of hoovaardü, maar van grootmoedigheid

en van onverzetteiyke standvastigheid...»

(Val der Fransche regeering).

MAC DONALD

1 Mei. De Engelsche eerste-minister

verklaart, dat het een geheime leugen

is, dat de nationale regeering iets gedaan

of niet gedaan heeft, wat zy had

moeten doen of niet had moeten doen

of omgekeerd.

Henderson keert naar de Ontwapcningskonferentle

terug.

6 Mei: MacDonald verklaart (met

Schotsch accent): Verschrikkeiyk, de

aarde heeft vele zorgen.

7 Mei. De Japansche minister van

oorlog, generaal Arafci verklaart, dat

Japan lang genoeg geleden heeft, het

eischt zijn plaats onder de zon op. Oorlogsverklaring

aan Rusland, Amerika,

China en het Britsche rijk. Rusland

wordt binnengevallen.

12 Mei. Paul Boncour beëindigd ziin

rede met de verzekering, dat Frankrijk

met opgeheven hoofd de toekomst in

zal gaan. (Byval). De Fransche regeering

valt niet langer.

14 Mei. Sir John Simon verklaart,

dat de toestand geen reden tot bezorgdheid

geeft. De oorlogsverklaring van

Japan aan Engeland is blükbaar een

misverstand (de Japanners veroveren

per vergissing Hongkong, dat een zoo

werkzamen staatsman als onzen vriend

en vroegeren bondgenoot generaal Araki

te vergeven is: overigens zal hü eerst

in staat zijn verklaringen af te leggen,

wanneer de toestand bestudeerd en opgehelderd

is.

1 Juni. Henderson deelt mede, dat

de Ontwapeningskonferentie met aigemeene

stemmen besloten heeft het ontwapeningsvraagstuk

op een geschikt

later tijdstip aan de orde te stellen.

(Uit het Engelsche tydschrift

«New Statesman», verwerkt

door Mixer in het Amsterdamsche

«Volk).

BERGBEKLIMMER. — Veel houvast

hebt ge hier ook niet.

(EVERYBODY'S).


_ _ KOEKOEK

PARLEMENTAIRE

STIJLBLOEMKES

Uit de Begrooting van Buitenlandsche

Zaken:

«ART. 12. — Kantoorbehoeftenleveringen...

»

Waarom niet duidelijk gesproken

van kantoorbehoeftenleveringenonkostenïekeningsboeklhouding?

••• Vlaamsche

taal is wonderzoet...

* * •

Uit de begrooting van openbaar onderwijs:

«ART. 88. — Menschlievende lichamen

die zich met de kunstenaars bezig

honden.... 290.000 fr.

Marieke, geef mij uw menschlievend

lichaam, en gij zult van die 290.00C fr.

profiteeren.

* » *

Zelfde begrooting:

ART. 49? — Vreemde uitwisselingsstudenten...

Gelijk men zou zeggen: -braadkiekens...

* * *

Zelfde begrooting.

ART. 113. — Godsdienstige meubelvoorwerpen.

Zooiets als appelvruchten, srüjscharen,

hoedhoofddeksels, ene.

* i •

Op diezelfde begrooting is een krediet

voorzien voor den ruimdienst van

de Koninklijke Vlaamsche Akademie.

Het was al gekend dat onze akademiekers

met nen zeeverlap rond den

nek zitten; nu blijkt het dat zij ook een

bril dragen waardoor ze kijken, maar

niet met hun oogen.

* * *

Zelfde begrooting:

ART. 116. — Vergoedingen voor

schrijf- en ander werk.

Wilt ge de deur toe- en eenige andere

dingen doen?

Opge- en past die schoenen eens!

Ons weerkundig

bulletin

Weerverwachting en aanbevelingen

voor morgen (geldig voor gansch de

week):

Als de thermometer onder nul daalt

moogt gü u aan vorst verwachten.

Vorst gemakkelijk te onderscheiden

van dooi. Het volstaat een emmer water

buiten te zetten en er een paar

uren later bovenop te guan staan.

Wanneer gij er met uw knoensels doorschiet

is het een bewijs dat de ijskorst

te dun is om u te dragen. Men neme

echter wel in acht dat lochte sigaren

er evengoed doorschieten als mannen

van gewicht. Wanneer u dit overkomt

neme men een handdoek, droge zijn

voeten af en drinke een druppel klaie

om de alterrasie te verdrijven.

Niets aan

Onze vriend Ferdi heeft in «Vooruit»

de groote klok geluid voor een

vernieuwing der poëzie in den geest

van een grootere vrijheid gesteund op

den socialen ondergrond van de wetenschappelijke

superstruktuur van het

onderbewustzijn met kommunistischen

inslag.

In andere woorden, als een dichter

mag zeggen: Loop naar de weerlicht,

dan mag hij ook zeggen: Naar de weerlicht

loop. Of ook nog: Naar de loop

weerlicht. En zelfs: Licht naar de weer

loop; of: De weer naar licht loop de.

Men zal dadelijk inzien tot welke

gelukkige vondsten deze nieuwe versificatie

kan leiden, wanneer wü de

mogelijkheden zullen aangeduid hebben

die een echt poeët vindt in een

eenvoudig zinnetje als het volgende:

Het doet er niets aan.

Ferdi voelde onmiddellük dat zulk

een zin droog en dor is. En hü gaf een

poëtischen zwier aan dezen zin door

hem om te zwieren. Hü zong ongeveer:

Gü wordt al zoet en zoeter:

Niets aan en doet er.

Maar dat Is nog maar een begin.

Wij hebben onze muze aangegrepen en

7

en doet er

toen zü haar boezem over ons voorhoofd

boog, voelden wü ons ineens

klein en nietig, en wü zongen:

Hoe groot gü u ook wanet

niets er doet aan het.

• • •

En züt gü kok of fietser,

het aan doet niets er.

• • *

Of gü een bolhoed aandoet

niets er en aan doet.

• • •

En züt gü Fransen of Diets,

en aan doet er niets.

• * •

Tot zelfs een patatfrietstoet,

er het aan niets doet.

En alleen dat de muze zich op onzen

schoot had gevleid verhinderde ons

voort te gaan. Wü vroegen haar nog

een oogenblik te wachten met het

onofficieele gedeelte van haar zending

maar wü hadden nauweüjks nog tüd

om in een laatste moment van bewustzün

te dichten:

De verzen, zie, zü staan er

en niets doet aan er;

hoe gü nu ploeteret,

niets en aan doet er het!

— Allons, Gontran... hou uw manieren!... Onze ge buurvrouw spionneer*

ons van uit haar venster... Toon haar ten minste, dat we onae wereld

kennen!


8 KOEKOEK

Van de koude bevrijd

« HET GENTENAAR KEN », elders

genoemd «DE LANDWACHT»,

ia achter een ophefmakend nieuws

gekomen.

Ge weet, dat het enkelen tijd

geleden nogal gevroren heeft.

Ook te Opwijk was het koud,

als we 't Gentenaarken mogen gelooven.

En er is geen reden om

den moniteur van 't Ketelvestje

niet te gelooven.

Welnu, weet ge wat er ginder te

Opwijk is gebeurd?

Ziehier :

VADER EN ZOON

van kou bevrijd

te Opwijk

Die menschen mogen natuurlijk

van chance spreken!

We waren evenwel zoo gelukkig

over dat goede nieuws, dat we niet

verder hebben gelezen en u dus

niet kunnen mededeelen 'of het

met een «feu continu» of met

« chauffage central » was, dat vader

en zoon van de kou werden bevrijd.

Regelmatig en met

belangstelling

« DE TIJD—HET VOLK » meldt

zijn lezers, dat minister Poullet

ontslag zal nemen en er gebruik

van zal maken om zijn zuster te

Rome een bezoek te brengen.

Dat is alleszins vriendelijk vanwege

minister Poullet en we hopen,

dat zijn zuster zal kontent

zijn.

Maar, voegt er « Het Volkske »

aan toe, « heer Poullet zal werkdadig

in de aktie blijven ».

Na den terugkeer van bij zijn

zuster, natuurlijk!...

En iedere maand zal hij een artikel

schrijven voor de lezers van

« Het Volk—De Tijd ».

Ook zeer goed.

Doch 't belangrijkste komt het

laatste :

Hierbij verklaarde hij ons

herhaalde malen dat hij regelmatig

en met belangstelling

« Het Volk—De Tijd » leest.

Dat ;s andere thee. En ln dat

geval beklagen wij nog meer

M. Poullet dan « Het Volkske >...

tLAR j/LfT

vau cru

Van AnotRtri

Een nieuw feit in den

Rijksdagbrand

De kommissie v:n onderzoek te

Londen heeft een nieuw feit ontdekt

in verband met den Rijksdagbrand.

Zoo denken we ten minste, na

wat we in ons bijblad «VOORUIT»

hebben gelezen.

Namelijk het volgende :

DE BRAND IN DEN

RIJKSDAG

De Kommissie

van onderzoek

te Londen

De beschuldiging'

DE RIVIERA SLECHTS

tegen hitlerianen

Ge hebt het reeds gesnapt : de

beschuldiging de n.'viera slechts

tegen hitle-'anen.

Keskeseksa?

de Riviera?

En het wordt nog ingewikkelder,

want op een andere plaats in hetzelfde

nummer lezen we :

DE « ROUTE DES

ALPES » DOOR

SNEEUW VERSPERD

DE RIVIERA SLECHTS

LANGS DE RHONE

TE BEREIKEN

Versta-det gij?

De Riviera slechts tegen Hitlerianen.

De Riviera slechts langs de Rhone

te bereiken.

Wij gevp . ons over en laten maar

liever het hof van Leipzig eerlijk

en onbevooroordec'd beslissen.

lllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllll

Erratum

Daar we den in Januari 1900

drie en dertig bij vergetelheid onze

lezeressen en lezers geen gelukkig

nieuwjaar en andere zaligheid hebben

Tewenscht, zoo maken we van

de laatste uren van dit jaar gebruik

al het beste te wenschen,

dat ge maar droomen kunt.

Allemaal op ter

verdediging

van Kongo

Hebde-gij er al aan gedacht, dat

ge eens of morgen kunt geroepen

worden om de grenzen van Congo

te verdedigen?

't Is wel een eindje van hier,

maar... « a la guerre comme a la

guerre » in zoo'n geval!

Ziehier wat we daaromtrent in

« HET NIEUWS VAN DEN DAG »

vonden :

Eenige jaren later, den 18n

Oktober 1908, verscheen in den

« Moniteur » de wet, die voor

goed den Congoleeschen Staat

als Kolonie aan België hechtte.

— « Sindsdien, schrijft de

heer minister Tschoffen, is

Congo Belgisch, en zal Belgisch

blijven. Hetgeen wij voor

België doen, zullen wij voor

Congo doen. En moest — God

verhoede het! en niets laat het

voorzien — het gebeuren, dat

i het geweld der wapi nen of de

handigheid der diplomatie er

ooit de grenzer bedreigde, dan

zouden wij ze verdedigen, gelijk

deze van een vaderland

met hetwelk Congo slechts

één uitmaakt. »

Tegen die fiere verklaring

hebben wij volstrekt niets in

te brengen.

Hebde-gij daar misschien iets tegen

in te brengen?

Gij verrader, gij bolseviest!

Indrukwekkend

programma

We hebben in VOORUIT het oificieel

programma gelezen voor

den Zesdagenkoers te Brussel en

stelden met groot genoegen vast,

dat er aan dien koers een voorspel

was verbonden.

Maar wilt ge nu weten, waarmee

dit voorspel is begonnen?

Zóó:

17.30 u. Opening der poorten.

Zoodat het openen van de poorten

ook deel uitmaakt van den zesdagenkoers!

We hopen, dat dit

voorspel den verdienden bijval

heeft genoten en de poorten in een

krachtige machtsontplooiing goed

figuur in den sprint hebben gemaakt.


KOEKOEK ^ 9

Voorzitter Poncelet opent de vergadering

te 2 uur.

PANGLOSS. — Het woord is aan

mij.

VOORZITTER. — Hoe weet gij dat?

PANGLOSS. — Vermits ik alleen

ben. De anderen zijn met verlof.

VOORZITTER. — Inderdaad, maar

gij die verleden week hebt geklaagd

dat de volksvertegenwoordigers te veel

spraken, zult gij nu zelfs binst de vakantie

spreken?

PANGLOSS. — Pardon, mijn beste

Poncelet, ik heb niet geklaagd dat ze

te veel spreken, maar dat ze niet genoeg

interessante dinger zeggen. Ge

moet mij verstaan met halve woorden.

Als ik hier verleden week heb hooren

spreken over de landsverdediging

door Spaak...

VOORZITTER. — Tegen de landsverdediging,

wilt ge zeggen.

PANGLOSS. — Dat is gelijk gij wilt,

vermits gij voorzitter zijt... Wel, dan

heb ik niet gevonden dat bij te lang

sprak. En als ik een paar dagen vroeger

Uytroever de ministerleele schandalen

heb hooren bekend maken, dan

vond ik dat hij er nog een schepke

had mogen bijdoen.

VOORZITTER. — Omdat er schandalen

te vertellen waren over de regeering.

PANGLOSS. — O, mijnheer de voorzitter,

ik ben niet zoozeer belust op

schandalen. Het kan mij bij voorbeeld

maar matig schelen, dat Angerhausen

een vrouw op zij had zitten. Het vleesch

is zwak, en als gij nooit gezondigd

hebt, dan moogt gij mij een wetboek

naar het hoofd smijten.

VOORZITTER. — Geen persoonlijkheden

asteblief.

PANGLOSS. — Olie drijft boven,

mijnheer de Voorzitter, en als menschen

gelijk gij en ik al een keer buiten

de schreve loopen, dan worden wij

's anderendaags weer nuchter.

VOORZITTER. — Ik ben nooit

dronken.

- PANGLOSS. — Het spijt mrj U tot

zulke bekentenissen te hebben gedwongen

mijnheer de voorzitter, maar met

mü moet ge niet veel inzitten, ik vergeef

het u.

VOORZITTER. — Wilt ge nu tot de

parlementaire werkzaamheden terug»

keeren, parlement. En nu de volksvertegenwoordigers

naar huis zijn, mag ik

op mijn gemak nog over een andere

plaag spreken?

De tweede plaag, mijnheer de Voorzitter,

ls dat zoovele parlementairen

willen spreken als zij niets te zeggen

hebben. Zij hebben hun redevoering

gereed gemaakt en ze willen ze uitgalmen.

Ik versta wel dat het moei­

lijk is een goed voorbereide redevoering

in te slikken, maar groote menschen

zouden nu en dan eens dien

moed moeten betoonen. Het gebeurt

dikwijls dat een van de eerste sprekers

alles zegt wat de tweede, en de

derde op hun papier hebben staan.

Maar de twee volgende willen toch nog

den tijd van de andere leden verspelen.

En nochtans mijnheer de voorzitter,

gij weet dat als men zes en zestig keeren

hetzelfde hoort het niet den minsten

indruk meer maakt. Daar hebt

gij uw vrouw.

VOORZITTER. — Pardon, wilt gij

mijn vrouw gerust laten.

PANGLOSS. — Geen nood, mijnheer

de voorzitter, de mijne is al genoeg. Ik

wilde alleen maar in het algemeen

spreken. Als een vrouw den eersten

keer zegt tot haar man: Thuis zijn

om negen uur... Dan is de man op dat

uur thuis. Maar als ze dat alle dagen

gedurende zestien jaar heeft gezegd,

dan begint het den man zoodanig te

vervelen dat hij tot negen uur wegblijft.

VOORZITTER. — Wel, negen uur is

negen uur.

PANGLOSS. — Dat is uw vergissing

meneer de voorzitter. Want de man

komt maar om negen uur 's morgens

thuis, en het is toch een feit dat de

vrouw bedoeld heeft om negen uur 's

avonds. Om tot het parlement terug

te komen, het zou soms goed zijn dat

sommige parlementairen durven zwijgen,

dat zij een redevoering durven

inslikken, en voor mijn' part; zijn er

eenige die mogen stikken in het papier.

VOORZITTER. — Allez toe Pangloss

geen persoonlijke aanvallen tegen

Fieullien.

PANGLOSS. — Ge zijt wel vriende-

— Ik zal u een frank geven, maar

gaat ge 't dan weer verdrinken?

— Wel zeker, mevrouw, als ge dat

absoluut wilt...

(EVERYBODY'S).

lijk aan Fieullien te denken, meneer

de Voorzitter. Maar waarom zijn er

vele menschen in het parlement die

elk half uur een redevoering van drie

kwartiers zouden willen afsteken? Om

aan hun kiezers te doen gelooven dat

ze werken. Wel, meneer de voorzitter,

ik ken ze een beetje. Er zijn er die

veel spreken en tegelijk veel werken.

Maar ik ken er ook die haast nooit

den mond open doen in de openbare

vergaderingen, maar die werken gelijk

negers. Men ziet er en men hoort er

zooveel niet van, maar de uitslag is

des te beter.

VOORZITTER. — Ge moet nu ook

niet alles zwart zien, Pangloss jongen.

Er zijn toch typen in het parlement

die zeer goed spreken, en naar wie het

altijd een vreugde is te luisteren.

PANGLOSS. — Zeer goed gezeid,

voorzitterke. En het zijn deze niet die

best spreken die ik het liefste hooi -

.

Ik zou drie demis laten staan om den

zoon Delille te hooren, vooral als hij

op de tribune staat. De man is zoo plezant

omdat hij niet weet dat hij plezant

is. Zelfs als hij dingen zegt die

niet al te idioot zijn is hij nog plezant,

want dan weet hij ook nog niet dat

hij serieuze dingen zegt. Maar wat ik

dan vreeselijk vindt is dat men dien

man gaat straffen omdat hij tegen het

vaderland heeft gesproken. Hij heeft

toch tegen Maldegem niet gesproken

en voor eiken Delille die het hart op

de rechte plaats draagt is Maldegem

het vaderland, den navel van de wereld,

het kruimke van het koekebrood,

de moedermelk, kortom de tepel van

de borst van de koningin van Sheba.

VOORZITTER. — Genoeg, genoeg,

Pangloss.

PANGLOSS. — Genoeg? Wel. ge

moet het maar weten. Want nu begon

ik juist dichterlijk te zijn gelijk Leuridan.

Dat is er nog een die wat meer

zou moeten het woord krijgen. Ik zou

hem niet meer betalen als hij niet

meer spreekt. En Sinzot, meneer de

Voorzitter, dat is ook ne geestige kwast.

Maar ge hebt daar in alle partijen een

boel kwezelaars die hun gebedekens

staan te lezen over een trottoir, over

een trein die vier minuten te vroeg vertrekt

en drie sekonden te laat aankomt.

Als ik een trein mankeer, dan ga

ik daar niet over klagen. Ik drink een

pintje meer.

VOORZITTER. — Gij zult nu uw

trein missen als ge u niet haast.

PANGLOSS. — Dat is ook mijn doel,

meneer de voorzitter. En ik heb een

alibi, vermits ik hier een groote redevoering

heb gehouden. Gade mee er

een stekken.

VOORZITTER. — Pangloss, de vergadering

is opgeheven.


10 KOEKOEK

Brieven van P i e r k e n

Over Engelken, Van Pinnenberghe en konpajie

Meneer Ggust Vanekke,

Met diep leetweezen en kriestelijke

gelaatenhyt laat ik u weeten alsda

tmrj fienal onmoogechelUk ist van aan

uwen ornniejom oover uwe klyne man

mee te doen.

Ken ebbe diene fuileton weliswaar

nie geleezen maar da is zuust een beweis

da ik er onbevooroordeelt t teegenooversta.

Daljeur als ne mensch al

de dinge zout moete kenne waarover

dat hy spreekt dan zouwter weldra

geen plezier nemeer zyn in ileeven.

Iets dade goe kent van naaldeke tot

draadsen da houwde geweunlyk voor

u uit vreeze da d'andere er zooveel

zouwde van kennen als gij zelve. En

den dach da ze alemal eeveveel zulle

weeten zal tsooveel zijn ofda ter niemant

iets wist want ze zulle nemeer

weete wa fertellen als ze malkander

teegekoomen.

Ten is dus nie uit een gevoel van

geestenlyke kortaademigheit dat ik my

freiwillich agteruit trek en in de pieste

nie ferschzyn.

Mar met al da tooten en lekke zijn

wewy ier nie gedient, zecht myn moeder.

Kebbe kik al genoech mee myne

geestiohaart zecht ze zonder my te bemoeje

mee d'afeires van d'andere.

Daarbei wü bestaan ezoo niet, meneer

Oogust, elk zijn spel. Als de soepe aangebrant

is houwden wü ons nie fceezisch

geleik uldere fuiletonschgrijver

van da peblick aan tklokzeel te gaan

ange. Een ongeluk is gauw gekoomen

zecht ze en selfs de deftichtste faamielde

en is daar niet verschgoont van

en ten ls ons schguld nie dat Engelken

mee ne kwekker voor den dach koomt

en da Pinenberghe geen ooch kan toedoen

van gejeel de nagt omda diene

kwekker zijn melktande krijcht. Maar

dade en is nog geen reede om da ale

dachen in de gaaaete te stelle tuschge

de ferongelukte mootesiekels en d'omgewaajde

teelefoonsteilen. Als ons Ireine

in den tyd par ongeluk heure voet

omegesleegen eeft op dien duitschge

trotwoir en eefter daar geenen haan

oover gekraajt en de weerelt eeft fyftien

jaar moete wagte totbij tferschgüne

van ulder Koekoeksken om tniews

van de geborte van kleine Priets offésjeel

te ferneeme.

Als Iedere Pinnenberghe gaa beginne

mee zün zake uit te sturte zalter

weldraa geen plaatse nemeer zijn

I

in de gaazete om de meraakeles en de

ferschgyningen aan te kondigen. Of is

tgenoech da uw schgouw nie trekt of

dade in ruuze ligt mee u schgoonmoeder

of da u alf bedde eruit gemuizt ist

mee uwe gebuur om op staande voet u

penne in den int te docpen en u aan

tsprinten te zetten? Als diene kletae

zijn giebe oopestelt zech mün moeder

nog dan ist dat hij trekkinchen eeft

ront zijnen afel en ten is geen ava-se

van daar rr boek oover te schgrrjven

en in de plaatse zouw Van Pinnenberghe

beeter doen van hem wa holuizekes

op te gieten indeplaatse van

aan ons zecht ze.

Als onzen Homer zijn kleinen tsenachs

van zyn latte begint te geeve

dan ist geen avance geleik we al gedaan

ebbe van hem Tgeestesleeven in

zyn hande te duuwen want tons breekt

hij zyn wiege af. Afijn ons Goodelieve

spreekt van sgelyke voor tgejelm deepartement

da heur betreft en ze ferzoekt

my meneer Oguust van haar in

uwe gotfruchtige gebeeden aan te beveelen

voor tgeval dade ne keer lanst

ier moocht koome om heur opwerpsels

te weerleggen. Liefst tuschgen donkeren

en klaaren.


f-

ed. -kxsuxi>ij


12

KOEKOEK

Berijmde schelmerijen (101)

POËZIE EN PROZA! (D

Het wintert over Vlaander land.

Verdomd, dat weer is niet plezant.

Een witte wa van sneeuwkristallen

'k Ben haast op mijnen neus gevallen.

Ligt over alles uitgespreid.

Slechts slijk of gladheid wijd en zijd.

In glinsterpracht te droomen.

Om niet uit huis te komen.

Het veld lijkt op een witte zee

Ik kreeg een goei verkoudheid mee

Verstard in hare deining;

En haak naar haar verdwijning.

Het grillig bosch is uitgedost

Ze heeft al heel wat geld gekost

Met wit-gepelste boomen;

Om er van af te komen.

De stad gelijkt een sprookjesoord

Ge sukkelt langs de straten voort

Van ongewone blankte '

En 't is alsof ge mankte.

De spiegelgladde vijver noopt

Tot blije ijsvermaken.

Ge schuift, ge glijdt, terwijl ge hoopt

Nog heelhuids thuis te raken.

O, Winter, meester-kunstenr.ar,

Ge snakt naar spoedig dooien, maar

Praktische raadgevingen

BESCHADIGD

BEHANGPAPIER

Wat moet men dc'.a wanneer het behangpapier

door een of andere reden,

onafhankelijk van zijnen wil, beschadiging

geleden heeft?

De beschadiging zoo goed mogelijk

trachten te herstellen natuurlijk.

Maar hoe? That is the cuestion!

zooals Shakespeare ret ^oo treffend

heeft gezegd.

In DE GENTEN AAK vinden we

daarover eenige raadgevingen, die bij

al onze intellektuetlc lezers, en bij de

andere ook. zeker u'terst welkom zullen

zijn:

Zijn er kleine stukjes van het

behangpapier beschadigd, dan

moet men alvoren het bij te plakken,

het nieuwe paoier zoolang

aan de zon bloot stellen totdat de

kleuren in zooverre ve'-schoten

zijn dat zü bijpassen aan het oude.

By het uitknipper, van het benoodigd

stuk moet men er goed op

letten dat de teekening aansluit

aan de plaats die bijgeplakt moet

worden.

In theorie schijnt dat een kwestie

var. niets, maar in praktijk is dat een

ander paar mouwen.

Men zal er inderdaad moeten op letlen

van den pap niet langs.den verkeerden

kant te strijken; zooniet valt

het papier er weer af en is men nadien

verplicht van het, met behulp

van een paar nagels, weer aan den

muur te slaan.

Men zal er zorg voor dragen het papier

op den muur te plakken en niet

omgekeerd, hetgeen aanleiding tot betwistingen

met de geburen zou kunnen

geven.

Wat de kwestie betreft van de teekening

die moet aansluiten bij de rest,

zal men er op letten papier te nemen

van denzelfden dessin en dit werk

liefst door een blinde of door een persoon

die den keizer gezien heeft, te

laten uitvoeren.

TANTE CC-RALTE.

Gij geniale schilder

Het weertje wordt niet milder.

D' met uw eenkleurig palet

Al hebt g'u in den pels gezet,

Betoovert als niet ééne;

Toch knikken nog uw beenen.

Ik voel mijn ziele opwaarts gaan

Ge toenscht den Winter naar de maan

In uwe schoonheidsglorie.

En vloekt van «Potverdorie,

Uw blankheid heeft mijn hart verreind

Wanneer komt nu daaraan een eind,

Het is of 'k werd herboren.

Ik ben bijna bevroren!*

O, laat mij laven aan die bron

O, geef ons toch een zomerzon

Van pure sentimenten

En liefst een permanente.

Zoo kan ik in mijn droef gemoed,

Ik roep met mijn bevroren bloed:

Een nieuwe Lent' ontdekken.

« De Winter kan verrekken! »

(1) Dit gedicht, geïnspireerd door «Dichter en Boer»,

van Suppé, moet met 2 personen gelezen worden. De eene

leest den len regel; de andere den tweeden; de eerste weer

den derden, de andere den vierden; enz.

— Ik ben besloten, zoo gauw als ze

met den bouw gereed zijn te gaan trouwen.

— Nu, maakt u zich nu nog maar

niet ongerust, het zal nog wel een

flink tijdje duren!

(RIC ET RAC).


Oproer te Gent onder de figuratie

van het monument der gebroeders

Hubertus en Johannes Van Eyck

Verhaal

m

— Gekleed zyn, dreunde Tseef's basstem,

zou ons erg misstaan. Elke mode

is ons vreemd. Wü vertegenwoordigen

het roemrijk verleden en de eeuwige

toekomst. Wij behooren tot de primitieven,

de klassieken...

— En de rumathieken! zei tante

Wanne langs haar neus weg.

— Inbeelding, tante Wanne, vervolgde

Tseef. Verhard als we zijn, zullen

wij nog méér verharden door onversaagd

dag en nacht alle weer en wind

èn storm te trotseeren. De tand des

tijds zal nooit vat op ons hebben, zoo

min als de slaapziekte!

— Zeg, Silvie, zei Thuurke, zou

Tseef mijnen tand die los staat, niet

kunnen vast zetten?

— Wacht 'n beetje' ik zal er straks

eens naar kijken.

Tseef zette zyn rede aldus voort:

— Steeds wakker en geestdriftiger

drijven wü bij het doel waarvoor men

ons opriep!

Daar de avond reeds begon aan te

breken, besloot Tsesf zijn aanspraak

met:

— Wij zullen dezen nacht nog rustig

over ons laten kernen. Doch, morgen,

in vollen dag, zetten wij, met vereende

krachten, ons defensief in tegen het

opgevatte voornemen om Meester

Hubertus Van Eyck van dezen troon,

zijn eere-plaats te verdrijven. Broeders

en zusters, waakt! En morgen ten

strijde!! Ik wensch u allen een zcelen

nacht!

Na eenig geroezemoes kwam met het

vorderen van den avond.cok de stilte

over hen...

Des anderendaags, vrijdagmorgen,

heerschte er meer drukte onder he;i

dan naar gewoonte. Wegens den

marktdag was er in de strater), en voornamelijk

in de buurt der Van Eyck's,

een drukker verkeer. Er was dus veel

buitenvolk te Gent, dat getuigen kon

zijn der verbolgenheid der eere-figuratie.

Het werd een geraas en getier dat

groeide tot een algemeen verzet waarbij

de bevolking zich scheen aan te sluiten.

Een protestmeeting van reusachtigen

omvang zonder de voorafgaandelijke

toelating der overheid. Al

wat langs het Van Eyck-monument

moest passeeren bleef er staan. Heel

het pleintje tusschen de Lieven Bauwensplaats,

de Limburg-, Maescyck en

aanpalende straten, was opgepropt met

boeren, boerinnen en ander volk. Men

kon er over de koppen wandelen. Het

rijverkeer was er heelemaal door gestremd.

Trams, auto's, paarden en

andere voertuigen konden er niet meer

door. Menige boerin die haar boter en

eieren bij heur gewone klanten moest

door SINT

brengen, zat in die menschenmassa

vastgeklemd. Natuurlijk ging het op

de vraag wat er gaande was, van mond

tot mond: «Er is oproer uitgebroken!»

De een meende dat kommunisten met

Russische aanvoerders Gent waren'

binnen gevallen. Een ander dat de

«Dinasossen» by de Van Eycks aan het

zweren waren dat ze alle rasechte

Belgen volledigen welstand zouden bezorgen

die met hen schouder aan

schouder willen opmarcheeren tegen

elk demokratisch regiem. Waarop een

ander antwoordde:

— Ja, ze smijten er volop geld te

grabbel. Zie de menschtn elkaar verdringen,

ze hebben Van Eyck's hofken

ook al ingenomen!

— Vooruit, laat ons dan maar mederapen!

riep er een die zich met geweld

een weg wou banen.

— Is het waar, smijten ze daar met

geld? vroeg een oud wyfken, dat in de

Maeseyckstraat met den rug tegen den

muur van St-Baafskerk geleund stond.

— Wel neen, moederken! kreeg het

van een ander te hooren, ik peins dat

daar nabij het magazijn van Nagels

iemand overreden is. Kyk, de trams

staan stil.

— Overreden?... Daar is niemendal

overreden! zei nu een ongeveer veertienjarige

straatbengel, 't Zit er op!

't Is revolutie!!

— Revolutie! schrikte het perkamenten

moederken, Lieve God! dat mankeeren

we neg!

— En waarom niet? antwoordde een

bonkige kerel die daar omtrent stond.

Wat moeten ze met al dat schielmateriaal

en die millioenen soldaten van

•alle landen aanvangen oio we wekelijks

op de cinema in parademarsch zien

voorbijtrekken?

— Dat is om den vrede te bewaken!

riep er een volksvrouw hem tce.

Opeens dreunt er over de menigte

een donderende stem van iemand die

door een roephoorn spreekt:

— Kijk, kwettert een vrouw, langs

Tseef, met zijnen baard, gaat spreken!

— Is dat 'nen broer van Conscience?

vraagt een ander.

— Bijlange niet! Tseef is 'ne Gentsche

vondeling!

— Is dat 'n bewijs dat hij de broer

van Conscience niet kan zijn?

— Kust gy myn oor, zulde! Ge

kunt u voor nadere inlichtingen tot

Tseef zelf wenden! Kijk, hij laat zijn

guirlande los en klimt juist op het

hoogste deel van het monument!

Ten allen kant riep men:

— Luistert! Mond toe! Zwijgen!!

En daar hoorden we het volgende

uitgalmen:

— Stad- en landgenooten! nationale

B A V O

en internationale kunstminnaars! Men

heeft het gewaagd het bestaansrecht

te betwisten van een der vermaarde

broeders Van Eyck, namelijk dit van

meester Hubertus!... Dat is een verregaande

schaamteloosheid waartegen

wy moeten protesteeren. Wy, de vereenigde

vereerders die al jaren onafgebroken,

dag en nacht in dezelfde

onverflauwde houding hulde brengen

aan deze twee meesters welke de bron

waren van den roem onzer wyd en zyd

vermaarde Vlaamsche schilderschool!...

Indien meester Hubertus Van Eyck

niet geboren was, dan zou hy hier

thans niet zitten aan de rechter hand

zijns broers, die toch wel beter dan

wie ook zal weten of hy ja dan neen

ooit een broer heeft gehad, zy hebben

eikaars leed en eikaars vreugd, eikaars

verf en eikaars roem gedeeld. Na zooveel

honderden jaren moet men nu

niet komen zeggen dat «men», wie die

dan ook is, zich heeft vergist!... De

Godheid vergist zich nooit! En het is

de Godheid die de twee Van Eyck's en

hun kunstscheppingen in het leven

riep! Broeders en zusters, stad- en

landgenooten, zullen wij dien aanslag

op onze kunstfaam, die diktatuur, die

dwingelandij laten welgevallen?

— Neen!! klonk het uit de mondenmassa.

— Zullen wij ons daartegen niet met

alle kracht verzetten?

— Jaaaaü

— Jaaaaü! dreunde het door do

lucht. Dood aan de dwingelanden! Op

den brandstapel met hen!!!

— Wie één hand durft uitsteken cm

tot eenige heiligschennis op Hubertus

Van Eyck over te gaan, riep "seef,

krygt al onze vuistiii tegen!!

— Leve de gebroeders Van Eyck»

Weg met de beeldstormers! brulde de

menigte. Intusschen waren er een viertal

politieagenten opgedaagd die de

copeoroDte volksmenigte trachtten te

verdrijven... Maar daar hielp geen

duwen aan. Spoedig word er om versterking

getelefoneerd, die weldra verscheen,

doch in de gedaante van de

rijkswacht te paard.

— Daar zijn de gendarmen! riep het

volk.

— Laat ze maar komen! riepen do

figuranten. Wij zyn hier cok. wy hebben

destijds de revolutie mee gemaakt

in het lyrisch drama «Oharlolte

Corday», van Benoit! wy vreezen noch

gendarmen, noch kanonnen!!

Van in de verte hoorde men paardengetrappel

en de donderende bevelen

van den kommandant der gendarmen:

— Allez, allez! en avant!... Clrculexl

(Wordt vervolgd)


14 KOEKOEK

Uit het leven van den Platte

— Het ziet er lief uit, zoo was de

Platte dien keer zijn betoog begonnen.

— Waarmede?

— Lees-de gij geen gazetten? Zoo

ja, hedde dan niet gelezen dat ze de

beste politiekommissarissen achter slot

en grendel aan het zetten zijn? Het is

een schande...

— Beo schande?

— Dat ze die mannen zóó lang ongemoeid

hebben gelaten, ja,

— Zijde gij ooit gardevU geweest.

Platte?

— Gardevü? Zrj-de nu heelemaal

zot? Maar ik heb in een geval, eens

zelf als gardevdl gefungeerd. Dat is gebeurd

te Oordegem. Ik was daai- naar

de kermis geweest. Per velo. Ik had

al wat kapellekens bezocht. Telkens

liet ik dan mijn fiets buiten, tegen den

muur staan. Maar toen het begon te

schemeren, was ik wat langer in een

stamineeken blijven hangen, daar

woonde een pront meisje en ik had ze

wat bijzonders te vertellen. Enfin, ik

kom buiten en wat zie ik? Ik zie niets

meer. Mijn fiets was weg. Ik begon te

vloeken gelijk een ketter. De steenweg

daverde er van. Dat zou zóó niet afloopen.

Ik terstond naar den sjampetter.

Hij zat daar met een stuk in

zijnen kraag op 't gemeentehuis. Ik

zeg:

— Sjampetter, ais ge nu niet wilt,

dat ik de heele gemeente afbreek, dan

kunde zorgen dat mijn fiets terug is.

eer de zon heelemaal onder is.

De sjampetter werd nuchter van 't

verschieten. Hij trok er dadelijk op uit

met een belleman. Er wordt kond gedaan

dat een fiets gestolen was en dat

die fiets dadelijk aan den eigenaar

moest worden terugbezorgd. De eigenaar,

zoo vertelde hij, was een man

zóó sterk als een paard en het was

voorzichtig dien man niet kwaad te

maken.

Komt na een kwartiertje een snotaap

met mijn fiets opdagen.

Hij lachte. *t Was maar een grap

geweest.

Vóór hij heenging, vrceg hij:

— Meneer, mag ik u wat vragen?

— Spreek op!

— Hadde men uw fiets niet teruggebracht,

wat ware er dan gebeurd?

Ik bezag hem met verwoede blikken.

— Dan had ik gedaan gelijk mijn

Tader, spirak ik.

— Wat heeft die gedaan?

— Wel die is te voet terug naar huis

gegaan.

— Platte, zei één dei toehoorders,

ge zult u toch nooit beteren.

De Stessel, die dat oogenblik binnenkwam,

sprak toen;

— Hedde-er al van gehoord? Nu hebben

ze ook een dikke meneer van het

ministerie brj de lurven. Omdat hij dekoraties

uitdeelde aan de vrienden van

den olie-kommissaris.

— Och, schokschouderde de Platte,

— al sprak hij dat «ochs binstdien ook

binnensmonds uit.

— Is dat geen erg geval?

— Dekoraties uitdeelen, waar gij u

nog aan gelegen laat! Wie is er in België

nog met gedekoreerd? Bt zal u eens

een dekoratiehistorie vertellen.

De Platte stak eerst een sigaret op,

gelijk dat gebeurt in elk fatsoenlijk verhaal

en begon:

— 't Was in den tijd dat ik hulpkoster

was. De pastoor dien ik diende

was een ooirjk man.

Op het dorp woonde een notaris. En

clie notaris had veel geld. Hij bezat

dan ook al wat zijn hart lustte, hij

rookte sigaren van drie frank het stuk,

at biefstukken, eiken dag, dronk een

stevigen bonrel, had thuis een vrouw

en in de stad nog een gezelschapsjuffrouw,

kortom, hij was de prins te rijk.

Toch was er iets dat aan zijn geluk

ontbrak.

Hij had geen dekoratie.

Maar op zekeren keer was hij op een

klant gevallen, die te Brussel, waar

ze de dekoraties uitdeelen, nog al wat

te protokoUen had en met de volgende

prijsuitdeeldng zou hij er bij zijn.

Instantané-opname van Hitier

.(Magyarsag, Budapest)

Heel het dorp wist dat meneer de

notaris ging gedekoreerd worden.

Ook mijn pastoor wist dat, maar hij

gebaarde of hij niks wist en dat ging

de notaris aan zijn hart. Want in stilte

rekende die er op, dat de pastoor

hem zou vragen naar die dekoratie.

En op zekeren keer: daar verschijnt

de notaris met een strikje op zyn vest.

De medaalje was toegekomen.

Komt hij vóór mijn pastoor. Nu

moest deze wel spreken.

— Ha, zei de pastoor, toen de notaris

hem de hand drukte, zij-de gij gedekoreerd?

— Och ja, zei de notaris, ze hebben

me te Brussel heel vriendelijk gevraagd

of ik een kruis wou aannemen en om

geen ruzie te hebben met dde heeren,

heb ik het dan maar aangenomen.

De pastoor schraapte zijn keel. Een

teeken dat hij ging spreken.

Wat hij dan ook deed.

— Mijn beste notaris, sprak de pastoor,

ge hebt nu een kruis. Maar ge

zijt gelyk Jezus...

— Jezus? vroeg de notaris, gevleid.

— Ja, Jezus, herhaalde de priester:

die man bad zijn kruis ook niet verdiend.

En daarmede was de discours uit.

Toen kwam de Stessel aan 't woord.

— De wereld is niet rechtvaardig,

zei hij. Die een kruis verdienen, krijgen

er geen. 't Is maar bij manier van

spreken, natuurlijk. B: denk aan het

geval van den Platte, zijn zuster bij

voorbeeld.

— Hoor eens Stessel, als het noodig

is, zal ik dat zelf wel vertellen.

— Wat is er met uw zuster, Platte?

— Wel, zei de Platte, ik zal u dat ln

drie woorden vertelen.

Mijn zuster was al zes maanden in

denzelfden post. Met meheer kon ze

het goed stellen en hü met haar óók.

Maar toen kreeg mijn zuster zooveel

praat, dat madame het met haar niet

langer wou stellen, en ze wipte mijn

zuster buiten.

Het was een spektakel van alle duivels.

Juist kwam meneer thuis, toen

mijn zuster met haar .gepak gereed

stond om óp te trommelen.

— Wat gebeurt er hier, vroeg meneer.

— Wat er hier gebeurt?, voer Madame

uit. Zal ik u dadelijk meedeelen.

Ik kan aan die juffrouw niks zeggen,

of ze preutelt tegen.

Daarop schoot mijn zuster in een

schreeuw. En met tranen in de oogen,

riep ze:

Het kan zyn, dat ik al eens tegenpreutel.

Maar ik heb toch noodt tegen-

«esparteld, 1B 't niet waar Meneer?


KOEKOEK 15

KOEKOEK'S WANDKALENDER

DECEMBER

31 December, 23 u. 52' 59".

Nieuwjaar.

Tweede Nieuwjaarsdag.

De eerste Woensdag van 't jaar.

Heilige Rigobert, patroon van

Mast en Danneels.

Vijfde Januari.

3 Koningen en weekend.

Een vervelende Zondag.

Eerste kwartier.

Alweer een dag!

Nog eene!

Ene., enz., zie Almanak Vooruit.

le PRIJS

Schoonheidsprijskamp

Koekoek

1934

MAART

1. Donderdag.

2. Vrijdag.

3. Zaterdag.

4. Den volgenden dag.

5. Idem.

6. Nog eens idem.

7. En nog eens idem.

8. De dagen houden niet op.

9. De eene na

10. de andere

11. schuiven ze voorbij.

12. Ze zijn niet tegen te houden.

13. En we moeten er ons aan

onderwerpen.

14. Om ons te wreken, doen we

onze oogen toe.

15. En laten den boel achteloos

verder draaien zoowel in

September als in Mei, Augustus,

Juli, Juni, November en

Oktober.

V O O R

1 9 3 4

FEBRUARI

Den len: weekdag.

Dag waarop men boter bij de

visch eet.

Bijna Zondag.

Daar is hij, eindelijk!

Helaas, 't wordt weer Maandag,

't Spelleke is weer aan gang.

Eerste kwartier, maar ge wordt

er niets van gewaar.

8 Februari.

Idem, maar 't is de 9e.

Duitschland wordt zot, want...

Den lln is 't Sint Adolf.

Heel de wereld zal dit meevieren,

want...

Den 13n is 't Karnaval.

Aschdag en schrabieldennacht.

15n: Faust en Margarin.

Voor de rest, volg dag aan dag

de bladen a. u. b.

DECEMBER (bis)

1. Ferdi maakt een gedichtje

op de eerste sneeuw.

2. Advent, maar ge moet er niet

veel van gelooven, 't is

integendeel Zondag.

3. Niets bijzonders.

4. Nog minder.

5. Het ministerie sliddert uit.

6. Klaas voor de groote kinders

7. Onze kalender valt af.

8. Ge hebt hem niet terug opgehangen.

9. Hü ligt al in den kolenbak.

10. Hü brandt op.

11. Maar nog leeft hü voort in

ieders geheugen!

12. 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20,

21, 22, 23, 24: al feestdagen

van den arbeid met uitzondering

van de Zondaeen.

25. Kerstdag, ge mocht het soms

niet weten.

26, 27, 28, 29 , 30 , 31: de laatste

Zesdagenkoers. Aankomst in

een nieuw Jaar. We wenschen

u dus een gelukzalig

APRIL

1. Ge merkt het misschien al,

we zijn op onzen dril.

2. Tweede paaschdag.

3. Niemand let er op, dat het

Dinsdag is.

4. Iedereen leeft in verwachting,

want...

5. Donderdag: «Koekoek» komt

van pers!

6. Men krijgt de «Radiobode»

thuis, die spreekt op a. s.

Zondag.

7. De A. B. C. lezen.

8. Het Geestesleven lezen.

9. Een beetje op evenwicht

komen.

10. De tijd staat niet stil.

11. Sint Leo-Vindeve el!

12. Moed houaen, Kameraad!

13. Vooruit's Filmleven geeft ons

een fotomontage, waarvan

we ziek worden tot in...

1933.

2e PRIJS

Schoonheid»prijskamp

Koekoek

1934


16

KOEKOEK

Humor van anderen

More magazines by this user
Similar magazines