Bijlage 5 Spelregels architectuur Vitaal Centrum Duiven

ro.online.robeheer.nl

Bijlage 5 Spelregels architectuur Vitaal Centrum Duiven

Spelregels

Architectuur

Vitaal Centrum

Duiven


Colofon

Opdrachtgever:

Gemeente Duiven

Wissing stedebouw en

ruimtelijke vormgeving b.v.

Barendrecht, mei 2010

O\847\Duiven\847_Duiven_Spelregels architectuur\847_Duiven_spelregels architectuur.indd

Vitaal Centrum Duiven’ 3


4

Spelregels architectuur Dorpshart’


Inhoudsopgave

1. Inleiding

2. Sfeer en identiteit: een uitnodigend dorpshart

3. Stedenbouwkundige criteria

4. Architectonische criteria bouwblokken

5. Architectonische criteria Cultuurhuis

Vitaal Centrum Duiven’ 5

7

9

10

19

24


6

p l A n k A A r t

Spelregels architectuur Dorpshart’


1. Inleiding

Aanleiding

In opdracht van de gemeente Duiven heeft Wissing stedebouw een

visie opgesteld voor herontwikkeling van het centrum van Duiven. De

bevolking heeft in april 2008 in een referendum met maar liefst 77%

van de stemmen hun voorkeur uitgesproken voor “Een uitnodigend

dorpshart”. Op 30 juni 2008 heeft de gemeenteraad besloten het advies

van de bevolking over te nemen. Het nieuwe dorpshart van Duiven is

in deze visie een aantrekkelijk voorzieningen- en woongebied met een

ontspannen stratenpatroon en aangename routes en pleinen.

Voor de gemeente Duiven is het van groot belang dat het gekozen plan

ook daadwerkelijk en met gerede spoed wordt uitgevoerd. Dit houdt

in dat het plan conform het winnende referendumplan zal worden

uitgevoerd. De “speelruimte” en artistieke vrijheid die de architect zal

hebben bij de uitwerking van het bouwplan is relatief beperkt. In de

evaluatie van het Referendum is naar voren gekomen dat de Duivense

bevolking met name en massaal voor voorliggend plan heeft gekozen

vanwege de gesuggereerde sfeer en architectuur. De gemeente kent als

hard uitgangspunt deze “belofte” gestand te doen.

Medio 2009 zullen architecten aan de slag gaan met de uitwerking

van de bebouwing in het dorpshart. Deze bebouwing zal in hoge mate

de sfeer en identiteit van het ‘Vitaal centrum Duiven’ gaan bepalen.

In voorliggend document is daarom de gewenste sfeer voor het

dorpscentrum nader uitgewerkt in een aantal spelregels.

De spelregels hebben een tweeledig doel:

• Enerzijds vormen ze een toetsingskader, waaraan bouwplannen

kunnen worden getoetst.

• Anderzijds vormen ze een inspiratiekader, dat initiatiefnemers helpt

bij de vormgeving van een passende sfeer en identiteit.

Systematiek

Om een dorps en duurzaam centrum te realiseren is zowel een

ambitieus als realistisch plan noodzakelijk. Daarom wordt in de

eerste plaats het ambitieniveau geregeld. De ambitie behandelt de

sfeer en identiteit van de gebouwde omgeving en het niveau van de

architectonische kwaliteit zodat een ieder weet welke verwachtingen

moeten worden ingevuld.

Vervolgens is de “Beeldkwaliteit op stedenbouwkundig niveau”

beschreven. Deze criteria richten zich op de verschijningsvorm van

de stedelijke ruimte. De samenhang tussen de gebouwen onderling

en tussen de gebouwen en de openbare ruime, bepaalt uiteindelijk

de gemeenschappelijke beeldkwaliteit. Er worden heel concrete

aanwijzingen gegeven in de wijze waarop de structuur van het

plan (de tweedimensionale plattegrond) wordt doorvertaald naar

de stedelijke ruimte (de derde dimensie). Deze stedenbouwkundige

criteria dienen te worden opgevat als regels en als zodanig te worden

nagevolgd. Deze geven vorm en inhoud aan het stedenbouwkundig

plan. Bouwplannen moeten voldoen aan deze set van regels.

Uitsluitend bij goedkeuring van de supervisor1 kan van de regels

worden afgeweken ten behoeve van het verbeteren van de

stedenbouwkundige en/of architectonische kwaliteit.

Tot slot wordt ingegaan hoe deze geambieerde sfeer en identiteit op

een consistente manier kan worden doorvertaald in de architectuur

van de gebouwen. De architectonische criteria dienen dan ook als

inspiratie om de geambieerde sfeer en identiteit te realiseren. Het is

daarbij niet de eis dat alle criteria overal worden toegepast, maar er

wordt getoets in de zin van ‘wat heeft de architect hiermee gedaan?’.

1 Als supervisor is een kwaliteitsteam ingesteld met de volgende samenstelling:

gemeente, Wissing en de rayonarchitect.

Vitaal Centrum Duiven’ 7


8

Spelregels architectuur Dorpshart’


2. Sfeer en identiteit: een uitnodigend dorpshart

Ambitie

Het nieuwe dorpshart van Duiven is een aantrekkelijk voorzieningen-

en woongebied, met een ontspannen stratenpatroon en aangename

routes en pleinen. Basisgedachte is een natuurlijke inbedding van het

dorpshart, passend bij de maat en schaal van Duiven. Er ontstaat een

compact dorpse sfeer die tot uiting komt in de charme en intimiteit

van de openbare ruimte, in bijzondere plekken en in routes.

De bebouwing is compact en de opbouw is bijzonder divers. Juist

deze diversiteit zal karakteristiek zijn voor de sfeer in het nieuwe

dorpscentrum. Op alle fronten staat dit centraal: zowel in het aanbod

van voorzieningen, de bouwvolumes, de architectonische uitwerking

en de inrichting van het openbare gebied wordt een compact dorpse

sfeer nagestreefd.

De planstructuur van dit gebied is opgebouwd uit duidelijke,

met bebouwing omgeven winkelstraten en pleinen. Een nieuw

Remigiusplein vormt niet alleen een prachtig dorpsplein, maar

door de nieuwe vorm krijgen de kerk en de toren meer ruimte. De

Remigiuskerk en bijbehorend plein vormen de markante parel van het

dorp. Het Remigiusplein wordt een overzichtelijke ruimte met aan de

noordzijde de kerk, de begraafplaats en het Grand Café. Langs de west-

en zuidoostkant liggen winkels met bovenwoningen.

De Pastoriestraat, maar ook een ‘Nieuwe Elshofstraat’ worden opgevat

als traditionele winkelstraatjes zoals die in oorspronkelijke Gelderse

dorpen voorkomt: een ontspannen, licht geknikte straat met winkels

in de plint en woningen erboven. De detailhandel is geconcentreerd

tussen de Elshofpassage en de Rijksweg. Er ontstaan tweezijdige

winkelstraten, korte looproutes en een overzichtelijk winkelgebied.

De beide entrees van de Elshofpassage en de passage zelf worden

opgenomen in het winkelcircuit.

De regio van Duiven kende van oorsprong een variatie aan bijzondere

woontypen en architectuur zoals de grote hoven van de landadel, de

herenhuizen langs de Rijksweg, besloten dorpskernen met afwisselend

kleinschalig bebouwing en grote uitzonderlijke gebouwen zoals de

Remigiuskerk (‘specials’). De bebouwing is van een menselijke maat,

met warme kleuren en een gevarieerd gevelbeeld. Deze “lokale kleur”

is terug te vinden in het beeld van het nieuwe centrum.

De architectuur is gebaseerd op de uitgangspunten: een klassieke

stijl met gevarieerde gevels, warme kleuren, diverse kappen en een

aantrekkelijke begane grond met mooie winkelpuien in duurzame

materialen en leuke details zoals entrees, erkers, torentjes etc. Zoals

kenmerkend voor historische dorpscentra is het beeld dat wordt

gecreëerd een grote individualiteit tussen de percelen. Dit verschil

zit niet alleen in kleur- of materiaalgebruik, maar juist ook in de

suggestie van een verschillende bouwperiode, bouwstijl en architect.

De percelen zijn van zijgevel tot zijgevel en van plint tot nok als een

geheel ontworpen.

Cultuurhuis

Aan de Pastoriestraat ligt een tweede ‘parel’ van het Vitaal Centrum:

het Cultuurhuis. Hierin zijn onder meer de bibliotheek en het cultureel

centrum ondergebracht. Door de ligging aan de Rijksweg fungeert

het als ‘landmark’ voor het centrum. Het Cultuurhuis verkrijgt aan

de oostzijde een eigen ‘cultuurpleintje’ waardoor er tevens een open

relatie ontstaat tussen het Cultuurhuis en de Remigiuskerk aan het

nieuwe dorpsplein. In architectuur wijkt dit Cultuurhuis enigszins af

van de architectonische criteria van de bouwblokken. Om die reden

zijn de architectonische criteria voor het Cultuurhuis in een apart

hoofdstuk opgenomen.

Vitaal Centrum Duiven’ 9


3 . S t e d e n b o u w k u n d i g e c r i t e r i a

10

6

7

1

3

4

5

De bebouwing in het dorpshart, waar deze

spelregels betrekking op hebben, bestaat

uit 5 gesloten bouwblokken, één langgerekt

bouwblok (6) en één bijzonder bouwvolume (7)

in de vorm van het Cultuurhuis.

2

Spelregels architectuur Dorpshart’


3.1 Volume en bouwmassa

De bouwblokken zijn opgebouwd uit een hogere begane grond met

een detailhandelsfunctie met daarbovenop 1 - 2 bouwlagen plus

een kap, waarbij de kap een volwaardige woonruimte kan bevatten.

De bouwblokken hebben op de verdieping een gemeenschappelijke

binnentuin. Elk bouwblok wordt gekenmerkt door een evenwichtige

diversiteit in massa, gevelbehandeling, architectuurstijlen en

architectonische kenmerken.

Het Cultuurhuis bestaat uit een gelede massa, varierend van 2 tot 3

bouwlagen al dan niet met een kap. Het hoge hoekvolume vormt een

blikvanger als beëindiging van de Pastoriestraat. Overigens kan het

zijn dat er sprake is van hoge bouwlagen en om deze reden zal in het

bestemmingsplan de hoogte in meters worden vastgelegd.

g e m e e n s c h a p p e l i j k e b i n n e n t u i n

BOUWLAGEN

OUD

1 bouwlaag

ROOILIJNEN

winkelplint met 1 - 1,5 bouwlaag met kap

2 bouwlagen met kap

2 - 2,5 bouwlagen, met of zonder kap

3 bouwlagen, met of zonder kap

arcade

uitkraging

hoeken

GEWENSTE BOUWLAGEN

BOUWLAGEN OMGEVING

2 bouwlagen + kap

3 bouwlagen + kap

ZICHTLIJNEN EN BLIKVANGERS

Vitaal Centrum Duiven’ 11

1 bouwlaag

2 - 2,5 bouwlaag + kap

2-3 bouwlagen + kap

2 - 2,5 bouwlagen, met of zonder kap

3 bouwlagen, met of zonder kap

1 bouwlaag

2 bouwlagen zonder kap

3 bouwlagen zonder kap

zichtlijnen

blikvangers


3.2 rooilijn

Bouwblokken

De voorgevels van de bouwblokken worden in de rooilijn geplaatst.

Kleine sprongen en knikjes tussen de panden onderling (5-10 cm) zijn

toegestaan. Daarnaast is het mogelijk om incidenteel een uitbouw

buiten de rooilijn te plaatsen (zie par. 3.6)

Op enkele plaatsen in het plan wordt van de rooilijn afgeweken.

• De uitkragingen op enkele hoeken.

• De arcade bij het blok ten noorden van de Rijksweg en het

12

Cultuurhuis: tot maximaal 2 m uit de rooilijn,

en de inspringing van de begane grondgevel bij de entree van de

parkeergarage en expeditiehof.

Incidenteel is een kleinere arcade of bescheiden uitkraging in overleg

met de supervisor te overwegen. Niettemin blijft een ‘platte gevel’

zonder teveel uitkragende delen kenmerkend voor de gevels.

BOUWLAGEN

OUD

1 bouwlaag

ROOILIJNEN

winkelplint met 1 - 1,5 bouwlaag met kap

2 bouwlagen met kap

2 - 2,5 bouwlagen, met of zonder kap

3 bouwlagen, met of zonder kap

arcade

uitkraging

hoeken

GEWENSTE BOUWLAGEN

1 bouwlaag

2 - 2,5 bouwlaag + kap

2-3 bouwlagen + kap

2 - 2,5 bouwlagen, met of zonder kap

3 bouwlagen, met of zonder kap

BOUWLAGEN OMGEVING

1 bouwlaag

2 bouwlagen + kap

3 bouwlagen + kap

2 bouwlagen zonder kap

3 bouwlagen zonder kap

ZICHTLIJNEN EN BLIKVANGERS

zichtlijnen

blikvangers

Spelregels architectuur Dorpshart’


parcellering

Kenmerkend voor historische dorpscentra is de kleinschalige

parcellering van huizen en winkels. Elke woning of winkel is

afzonderlijk herkenbaar.

Om deze variatie en sfeer in het plan te bereiken worden de gevels van

de bouwblokken individueel en verschillend vormgegeven. Daarbij

komen er binnen de bouwblokken verschillende beukmaten voor,

waarbij per perceel sprake is van een totaalontwerp.

individuele gevels met verticale geleding

Overgang openbaar privé

De overgang tussen de gevel en de openbare ruimte vindt plaats door

middel van een intermediaire zone behorende bij de openbare ruimte.

In deze intermediaire zone is ruimte voor het uitstallen van producten

en het plaatsen van reclameborden (zie par. 5.3). Deze overgang wordt

in het inrichtingsplan openbare ruimte ontworpen.

Vitaal Centrum Duiven’ 13


3.3 Accenten en blikvangers

In de ruimteiljke opbouw van het dorpshart wordt gestreefd naar

interessante beeldcomposities van straten en pleinen en naar goede

oriëntatiemogelijkheden voor bewoners en bezoekers. Daarvoor is de

bebouwing zorgvuldige in de planstructuur gesitueerd.

Bebouwing maar soms ook bomen of objecten spelen een rol in het

spel van ruimtes en zichtlijnen in het dorpshart. Telkens wordt aan het

einde van een langgerekte ruimte – een straat, een plein – het beeld

verzorgd. Dat gebeurt door middel van herkenbare en karakteristieke

bebouwing of objecten. In geval van bebouwing 2 - 2,5 bouwlagen, wordt met of de zonder opstelling kap

soms bepaald door een in het hart van 3 de bouwlagen, zichtlijn met of geplaatste

zonder kap

bouwmassa met een klassiek monumentaal karakter. Soms juist door

de evenwichtige, vaak symmetrische opstelling van een bouwwerk,

soms ook door een accent in een compositie van een bouwwerk.

14

BOUWLAGEN

1 bouwlaag

ROOILIJNEN

winkelplint met 1 - 1,5 bouwlaag met kap

2 bouwlagen met kap

arcade

uitkraging

hoeken

GEWENSTE BOUWLAGEN

1 bouwlaag

2 - 2,5 bouwlaag + kap

2-3 bouwlagen + kap

2 - 2,5 bouwlagen, met of zonder kap

3 bouwlagen, met of zonder kap

BOUWLAGEN OMGEVING

1 bouwlaag

OUD In het spel van zichtlijnen zijn accenten

2 bouwlagen + kap

3 bouwlagen + kap

2 bouwlagen zonder kap

3 bouwlagen zonder kap

ZICHTLIJNEN EN BLIKVANGERS

zichtlijnen

blikvangers

en blikvangers van belang. Vrijwel

altijd is er aan het eind van een zichtlijn

sprake van een blikvanger in de

achtergrond: een hoger bouwwerk of

deel van de bebouwing of opvallende

bebouwing, in een bijzondere vorm

(bijvoorbeeld een torenachtig element).

Het kan ook de poort of entree zijn

naar een volgende ruimte. Ook in

geknikte straten wordt extra aandacht

besteed aan de kwaliteit van het

meest zichtbare bebouwings- of

inrichtingsbeeld in de knik.

Spelregels architectuur Dorpshart’


3.4 Hoeken

Een goede vormgeving van de vele hoeken is van groot belang. De

planstructuur vraagt om een vormgeving, waarbij een hoekpand naar

elke openbare zijde zorgvuldig wordt vormgegeven. Daardoor ontstaat

een heldere begeleiding van pleinen, aansluitingen van straten op

pleinen of aansluitingen van twee straatwanden op elkaar.

Tweezijdig bebouwde hoeken hebben het voordeel dat er een optimale

sociale controle op de hoek ontstaat.

BOUWLAGEN

winkelplint met 1 - 1,5 bouwlaag met kap

2 bouwlagen met kap

Vitaal Centrum Duiven’ 15

OUD

1 bouwlaag

ROOILIJNEN

2 - 2,5 bouwlagen, met of zonder kap

3 bouwlagen, met of zonder kap

arcade

uitkraging

hoeken

GEWENSTE BOUWLAGEN

1 bouwlaag

2 - 2,5 bouwlaag + kap

2-3 bouwlagen + kap

2 - 2,5 bouwlagen, met of zonder kap

3 bouwlagen, met of zonder kap

BOUWLAGEN OMGEVING

1 bouwlaag

2 bouwlagen + kap

3 bouwlagen + kap

2 bouwlagen zonder kap

3 bouwlagen zonder kap

ZICHTLIJNEN EN BLIKVANGERS

zichtlijnen

blikvangers


3.5 kapvorm en kaprichting

In principe worden alle hoofdgebouwen met een kap beëindigd. Dit is

een zadelkap of schildkap of een afgeleide daarvan (geen wolfseinden).

Deze kapvorm moet vanaf de openbare ruimte waarneembaar zijn.

Ten behoeve van de functionaliteit van de plattegrond van de woning

is het toegestaan om aan de zijde die niet zichtbaar is vanaf de

openbare ruimte, een andere kapvorm toe te passen.

Om de individualiteit van de panden in het dorpshart te onderstrepen,

worden diverse kaprichtingen toegepast. De mate van variatie en

afwisseling in kapvorm en richting is in principe vrij. Indien twee

langskappen naast elkaar zijn gesitueerd, dienen deze te worden

gescheiden door een dekplaat of doorgetrokken gevel. Alleen een

andere dakpankleur is niet voldoende.

De hellingshoek van daken bedraagt minimaal 45° en maximaal 80°.

Alleen in overleg met de supervisor kan een flauwere helling worden

overwogen.

16

Accenten en blikvangers

Voor stedenbouwkundige accenten en blikvangers (par. 3.3) is het ook

toegestaan om andere kapvormen toe te passen, zoals een torendak of

koepel. Dit kan na overleg met en goedkeuring door de supervisor.

Ondergeschikte elementen

Zichtbaar vanuit de openbare ruimte zijn alleen dakkapellen

toegestaan, geen dakopbouwen of terrassen. Dakkapellen hebben een

staande belijning en zijn voorzien van een kap of zijn platgedekt met

kroonlijst. Terrasafscheidingen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare

ruimte.

d i v e r s i t e i t i n k a p r i c h t i n g e n k a p k l e u r staande dakkapel met kap of kroonlijst

Spelregels architectuur Dorpshart’


3.6 Uitbouwen, balkons en luifels

Onder uitbouwen worden vergrotingen van het gebouw buiten

de rooilijn verstaan, die één geheel vormen met het hoofdvolume.

Uitbouwen in het dorpshart zijn bij uitzondering mogelijk en alleen na

goedkeuring door de supervisor. Een uitbouw is maximaal 50 cm diep

en beslaat maximaal 60% van het gevelvlak van het perceel.

Begane grond

Uitbouwen op de begane grond kunnen worden ingezet als

verbijzondering van de winkelpui, etalage of een entreepartij van de

woningen of parkeergarage. Deze komen slechts bij uitzondering voor.

Verdieping

Uitbouwen op de verdieping kunnen worden vormgegeven als

erker. De erker kan zich op meerdere verdiepingen bevinden, met

uitzondering van de kapverdieping. Dergelijke uitbouwen op de

verdieping komen bij hoge uitzondering voor en nooit naast elkaar.

Balkon

Aangehangen balkons zijn buiten

de voorgevel niet toegestaan. Franse

balkons zijn wel toegestaan en loggia’s

bij uitzondering en voegen zich in het

ontwerp van de gevel. Op een erker,

luifel of uitbouw kan een sierbalkon

worden gerealiseerd.

Voor woningen in de kap kunnen

buitenruimten in de kap worden

gerealiseerd. Bij voorkeur krijgen

deze een plek aan de achterzijde van

de bebouwing. Aan de voorzijde zijn

buitenruimten toegestaan onder

voorwaarde dat deze zorgvuldig

wordt ingepast in het bouwplan. en

ondergeschikt zijn aan de kap.

luifels en zonnekappen

Horizontale luifels zijn toegestaan.

Deze zijn maximaal 1,00 meter diep en

beslaan niet de gehele breedte van het

perceel, zodat er geen ononderbroken

luifel over meerdere panden ontstaat.

De luifel mag tot 0,20 cm van de

perceelsgrens worden gerealiseerd. Er

komen nooit meerdere luifels naast

elkaar voor.

Markiezen zijn toegestaan. Per

perceel wordt één type/kleur markies

toegepast.

Accenten en blikvangers

Ter plaatse van blikvangers (zie par. 3.3)

zijn uitbouwen over de gehele hoogte

van het gebouw toegestaan.

Vitaal Centrum Duiven’ 17


4 . A r c h i t e c t o n i s c h e c r i t e r i a

18

De gewenste architectuur voor het dorpshart

is gebaseerd op een klassieke stijl. Zoals

kenmerkend is voor historische dorpscentra,

heeft het beeld dat wordt gecreëerd een grote

individualiteit tussen de percelen. Dit verschil zit

niet alleen in kleur- of materiaalgebruik, maar

juist ook in de suggestie van een verschillende

bouwperiode, bouwstijl en architect.

Spelregels architectuur Dorpshart’


In dit hoofdstuk wordt met architectonische criteria aangegeven hoe de

geambieerde sfeer en identiteit kan worden doorvertaald in de archi-

tectuur van de gebouwen. Deze criteria dienen ter inspiratie, waarbij

wordt getoets in de zin van ‘wat heeft de architect hiermee gedaan?’.

4.1 Gevelopbouw

De gewenste sfeer en identiteit van het dorpshart komt o.a. tot uit-

drukking in de gevelopbouw. Kenmerkend is de individualiteit en

afzonderlijke herkenbaarheid van verschillende percelen in de bouw-

blokken. Daarom wordt er in het gevelontwerp naar gestreefd tot in

detail het bouwstramien te verhullen.

Om dit te bereiken komen er in de gevelontwerpen verschillende

beukmaten voor. Daarbij is er afwisseling tussen smalle, kleinschalige

gevels en brede gevels met een meer robuuste bouwmassa.

Per perceel is er sprake van een zelfstandig gevelbeeld. Zo ontstaat een

gevelbeeld per bouwblok met grote mate van variatie. Naast de verschil-

lende beukmaten wordt de variatie in de gevels uitgewerkt in materialen

en details. Met deze middelen worden ook de brede gevels verfijnd tot

een menselijke schaal met karakter passend in het dorpshart van Duiven.

Horizontale en verticale opbouw

De opbouw van de gevel is classicistisch. De verticale opbouw is hierbij

geordend met assen: een centraal vlak met zijvlakken, evenwichtig in

structuur. Bij smallere percelen is een tweedeling toegestaan.

Hoewel geen vereiste kan de horizontale opbouw van de gevel worden

benadrukt door een basement, een middendeel, een lijst en een dak.

Het basement kan hierbij worden opgevat als een verbijzondering

van de winkelpui in de gevel en bedraagt dan maximaal de hoogte tot

de 1e verdiepingsvloer. Of het basement wordt opgevat als plint van

minimaal 0,50 m.

pandgebonden winkelpui-invulling

te eenvormige horizontale lijnen en detaillering

sterk individueel gevelontwerp tot in detail gedetailleerde, brede gevels

Vitaal Centrum Duiven’ 19


4.2 Materiaal en kleur

Gevelmaterialen

In aansluiting op de ‘lokale kleur’ van de regio wordt in het dorpshart

van Duiven uitgegaan van baksteen als dominant materiaal; voeg-

werk is bij voorkeur iets terugliggend. Daarnaast kunnen gevels zijn

gekeimd of voorzien van stucwerk. Als toegevoegd materiaal worden

natuursteen, beton in hoog afwerkingsniveau, of hout voor versierin-

gen, erkers, e.d. toegepast.

Kozijnen worden uitgevoerd in hout of in overleg met supervisor in

materiaal met dezelfde beeldkwaliteit en duurzaamheid. Zoals de refe-

renties laten zien is sprake van veel witte en geprofileerde kozijnen.

Dakvlakken

Voor de dakbedekking van de kappen worden gebakken pannen ge-

bruikt, Oudhollands model. Accenten kunnen worden aangebracht in

zink, koper of leien. In het Dorpshart zijn de dakvlakken afwisselend

antraciet en roodbruin / oranje. Deze kleuren worden afwisselend door

het straatbeeld gebruikt.

kleuren

Om de individuele vormgeving van de gevels te onderstrepen wordt een

variëteit aan baksteenkleuren voorgesteld. Deze kleuren dienen te pas-

sen bij het karakter van een compact dorps centrum. Het baksteen in het

dorpshart heeft daarom overwegend rood-bruine tinten.

20

Moderne baksteenkleuren, zoals wit, zwart of knalgeel zijn niet toege-

staan. Het is wel mogelijk om met afwijkende baksteenkleuren, bijvoor-

beeld geel, details in het metselwerk aan te brengen.

Bij accenten en blikvangers kunnen contrasterende kleuren, bijvoorbeeld

wit, antraciet of zwart , worden toegepast ter verstering van de accentfunc-

tie. Bijvoorbeeld een wit gestuct accent temidden van rode bakstenen

gevels. Of juist een donkere baksteen temidden van lichtrode gevels.

Voor de binnenzijde van de bouwblokken, die niet zichtbaar zijn vanaf

de openbare ruimte, is een eenvormiger kleur- en materiaalgebruik

toegestaan.

klassieke

gevelopbouw en

metselwerk in

verschillende

tinten

Spelregels architectuur Dorpshart’


4.3 Detaillering en decoraties

Decoraties (pinakels, dakjes, torentjes, geprofileerde boorden en balk-

uiteinden, dakruiters, schoorsteenkappen, geprofileerd metselwerk,

baksteenpatronen e.d.) worden met plezier toegelaten. Een zorgvuldi-

ge en hoogwaardige vormgeving van de decoraties en ondergeschikte

elementen als schoorstenen is van groot belang in het beeld van het

dorpshart.

Bij classicistische gevels is versiering van de gevel met klassieke ele-

menten gewenst. Het gaat hier vooral om omlijsting van gevelope-

ningen, pilasters e.d. Er worden kroonlijsten toegepast, die per pand

mogen verspringen.

rijk aan details

Daken en goten

De aanzet van de daklijn wordt vastgelegd binnen de gevellijn. Dakgo-

ten zorgen voor een overstek en overgang tussen gevel en dak. De hoek

kroonlijst-goot bedraagt ca. 45° i.v.m. en zorgt zo voor voldoende scha-

duwwerking. De regenafvoer wordt zoveel als mogelijk aan de achter-

of zijgevel aangebracht. In de voorgevels maakt de afvoer onderdeel uit

van het gevelontwerp.

Elementen op het dak

Het is niet wenselijk dat dakvlakken worden gedomineerd door grote

dakkapellen en allerhande elementen. Kleine dakkapellen, onderge-

schikt aan het dakvlak, zijn aan de voorkant toegestaan.

Eventuele elementen op het dak voor installaties, dakdoorvoeren of

zonne-energiesystemen worden zorgvuldig in het dakvlak geïnte-

greerd, op het platte dakvlak of een schuin dakvlak aan de achterzijde,

maar nooit aan de voorzijde. Eventuele schoorstenen passend bij het

totaalontwerp en uitgevoerd in baksteen zijn wel toegestaan.

Vitaal Centrum Duiven’ 21


Een goed gedocumenteerd voorbeeld van de historische ontwikkeling is Breestraat

135. Op foto 1 (1879) sluit het gevelbeeld van de begane grond wat indeling betreft

nog aan bij de bovenverdiepingen. De reclame is niet meer dan een geschilderde

boodschap op het glas. De entreedeur geeft zowel toegang tot de woning als de

winkel. In de jaren tachtig van de 19

4.4 reclamevoering

e borden, omdat zij het zicht op de onderliggende gevelstructuur minder ontnemen. Bij

voorkeur worden platte letters geplaatst op enige afstand van de gevel (20-100 mm).

Centreer de letters in het gevelvlak of boven de toegang. Wat materiaal betreft komen

vooral perspex, RVS, aluminium of messing in aanmerking.

eeuw vindt een ingrijpende verbouwing plaats en

verrijst een echte winkelpui. De woning krijgt een aparte opgang (foto 2). In 1959 volgt

opnieuw een grondige wijziging. De winkelpui krijgt een voor die tijd baanbrekende,

modieuze uitstraling (foto 3).

Voor reclame-uitingen heeft de gemeente Duiven welstandcriteria van traditionele middelen zijn het uithangbord en het beletteren van

opgesteld in de nota “Zicht op reclame”, maart 2009. Hierin worden kroonlijsten of luifels boven entree of etalage partijen. Uiteraard is het

criteria beschreven voor diverse reclame-uitingen, zoals lichtbakken, van groot belang dat de reclameaanduiding op harmonieuze manier

borden, en uithangborden. Gezien de sfeer die wordt geambieerd in opgenomen wordt in de architectuur van het pand of zelfs daartoe bij-

het dorpshart worden hierbij de volgende opmerkingen geplaatst: draagt. Felle kleuren, grote ongelede vlakken met reclameboodschap-

Losse letters

• Geen lichtbakken loodrecht op de gevel

Uitzonderingen

pen evenals lichtbakken zijn storend doordat zij onvoldoende passen

Losse letters (al dan niet verlicht) hebben altijd de voorkeur boven lichtbakken of platte

• Uithangborden maximaal 0,60 m hoog.

in de traditionele karakteristiek. Het aanlichten van losse letters op

borden, omdat zij het zicht op de onderliggende gevelstructuur minder ontnemen. Bij

Deze letters zijn door middel van Fraai aangebrachte voorkeur losse worden letters (onverlicht platte letters en gevel op geplaatst of luifel kan op leiden enige tot afstand acceptabele van resultaten. de gevel (20-100 mm).

De afstandhouders onderstaande op een criteria subtiele voor monumenten afstandshouders Centreer (hoofdstuk geplaatst) de 2.4 letters van de in het gevelvlak of boven de toegang. Wat materiaal betreft komen

manier “los” van de gevel gehouden.

nota “Zicht op reclame”) sluiten goed aan bij vooral het gewenste perspex, karakter RVS, aluminium of messing in aanmerking.

voor het dorpshart.

Breestraat 135 van links naar rechts: (1) voor 1879, (2) na 1885, (3) na 1959.

Tot de jaren zestig van de 20 e eeuw is het winkelaanbod gevarieerd. Zelfstandige

detaillisten beheren de zaken. Maar ook hier treedt schaalvergroting op. Er ontstaan

winkelketens. Deze laten commerciële aspecten prevaleren boven het belang van een

uniek pand op een specifieke locatie. Voor alle vestigingen binnen een keten worden

gelijkvormige reclame-uitingen ontworpen. Door de roulatiesnelheid van zaken

(veroorzaakt Letters op of achter een door raam

fusies), verhuizingen en snel veranderende modes komt de

duurzaamheid Vooral buiten de kernwinkelstraat en zorgvuldige (gebied inpassing 1) en het uitgaansgebied van reclame (gebied verder 3) heeft het in de het voorkeur gedrang. de

b e l e t t e r i n g o p d e g e v e l

22

Links een blijvende winkelpui met geïntegreerde gevelreclame. Rechts een voorbeeld van een winkel

die komt en gaat, met reclame die het historische pand behoorlijk aantast.

• Reclame evenwijdig aan de gevel (pl

gelijktijdig toegestaan.

• Losse straatreclame in de vorm van bord

• Gedrukte reclame op markiezen en uitva

de schermbreedte en is maximaal 20 cm

op de volant van het scherm.

• Maximaal 15% van het glasoppervlak

worden of worden voorzien van reclame

• Knipperende en verspringende verlichte

Reclame-uitingen dienen gekenmerkt te worden door een gebruik van

traditionele middelen, materialen, vormen en kleuren. Voorbeelden

• Als er sprake is van een totaalontwerp

kwaliteit waarin reclame een plaats hee

van de regels in dit modellenboek. Op

een vergunning verlenen.

letters op of achter een raam te plaatsen en niet op het metsel- of stucwerk. Letters of logo’s van RVS

of geborsteld aluminium passen hier het best. Losse Deze verlichte letters zijn letters door middel zijn voor van modeketens een veel

toegepaste wijze van reclame maken. Deze afstandhouders letters op zijn een door subtiele middel manier van Fraai aangebrachte losse letters (onverlicht en op

afstandhouders ‘los’ van de gevel gehouden op een subtiele afstandshouders geplaatst)

manier “los” van de gevel gehouden.

19

De kwaliteit

zo hoog, da

voldoet de g

Spelregels architectuur Dorpshart’


Historische reclame-uitingen passen bij historische plekken. Nieuwe reclames worden

op deze plaatsen aan de oude gespiegeld. Dat betekent niet dat de nieuwe

toevoeging geen moderne uitstraling mag hebben, wel dat het historische karakter van

• Gebruik van traditionele middelen, materialen, vormen en kleuren; Uitstallingen

de omgeving meeweegt in de beoordeling van het reclameplan. Ook moderne

• Bescheiden uithangborden, (uithang)bord opdrukken en of los beschilderingen beletteren van kunnen kroonlijsten een aanwinst of luifels zijn voor Uitstallingen het zijn er in diverse soorten en maten: van een simpel

boven gevelbeeld. entree Omdat of etalage dit per partijen; pand sterk kan verschillen, is het moeilijk om stoepbord hier tot een halve winkelinventaris buiten tentoongespreid.

eenduidige richtlijnen te geven. De onderstaande foto’s geven aan wat mogelijk is en

• Uitgaan dienen als vaninspiratiebron losse letters; voor het ontwerp van nieuwe reclame-uitingen in Stoepborden een zijn wat betreft vormgeving geen aanwinst voor de om-

• Harmonische historische setting. afstemming op de specifieke architectuur van het geving en een sta-in-de-weg. Bovendien zijn ze meestal niet functio-

pand;

neel; een uithangbord of banier trekt de aandacht even goed en

Historische • Gebruikreclame-uitingen van gedekte kleurstelling; passen bij historische plekken. Nieuwe reclames belemmert worden de doorgang niet. Stoepborden zijn daarom niet meer toe-

op deze plaatsen aan de oude gespiegeld. Dat betekent niet dat de nieuwe

toevoeging • Reclamegeen uitingen moderne voldoende uitstraling geleden; mag hebben, wel dat het historische karakter gestaan. van

de • Geen omgeving lichtbakken; meeweegt in de beoordeling van het reclameplan. Ook moderne

uithangborden, • Eventueel beperkt opdrukken aanlichten en beschilderingen van de reclame. kunnen een aanwinst zijn Uitstallingen voor het van bijvoorbeeld groenten, bloemen of antiquiteiten ver-

gevelbeeld. Omdat dit per pand sterk kan verschillen, is het moeilijk om hier

levendigen het straatbeeld en zijn toegestaan, mits ze de doorgang niet

eenduidige richtlijnen te geven. De onderstaande foto’s geven aan wat mogelijk is en

dienen als inspiratiebron voor het ontwerp van nieuwe reclame-uitingen blokkeren. in een

historische setting.

u i t h a n g b o r d e n

De uithangborden in historische stijl passen in deze gevallen bij de architectuur van het pand en de

omgeving.

H e t a a n b r e n g e n v a n g e s c h i l d e r d e

r e c l a m e - u i t i n g e n o p d e g e v e l

b e h o o r t t o t d e m o g e l i j k h e d e n

De uithangborden in historische stijl passen in deze gevallen bij de architectuur van het pand en de

omgeving.

Oorspronkelijke geschilderde gevelreclame (Herengracht)

Vitaal Centrum Duiven’ Historische opdrukken, tableaus en uithangborden komen minder vaak voor. Bij het

23

wisselen van de winkelfunctie zijn ze meestal verdwenen.

23

Uitstallingen van bloemen of antiek zorgen voor ee


5. Architectonische criteria Cultuurhuis

Het bouwvolume met daarin het Cultuurhuis heeft een bijzondere

functie en positie in het dorpshart ten opzichte van de winkels en ap-

partementen. Om die reden worden de architectonische criteria voor

dit gebouw in dit hoofdstuk afzonderlijk beschreven.

Wat betreft gewenste sfeer en identiteit sluit het Cultuurhuis aan bij

de klassieke architectuur van de bestaande bebouwing aan de Rijks-

weg en de rest van het nieuwe dorpshart. In Gelderse dorpscentra

komen echter ook bijzondere bouwwerken voor, die in omvang, vorm

of functie afwijken van de omgeving. Dergelijke bouwwerken (bij-

voorbeeld een kerk, klooster, school of raadhuis) noemen we ‘specials’.

Het Cultuurhuis Duiven wordt als een dergelijk bouwwerk opgevat, en

verkrijgt om deze reden een aantal specifieke criteria.

Volume

Het gebouw heeft een geleding om de schaal van het grote volume te

verkleinen. Het gebouw bestaat uit drie massa’s, die individueel her-

kenbaar zijn maar verbonden door een gezamenlijke hal. Deze mas-

sa’s/percelen kunnen iets groter zijn dan de overige percelen van de

naastgelegen woningen en winkels.

Voorbeeld van de geleding van een groot bouwvolume tot afzonderlijk herkenbare panden

24

rooilijn

In het Masterplan is een suggestie gegeven voor de rooilijn van het

Cultuurhuis. Gezien de bijzondere positie en functie en de gewenste

uitstraling kan in de ontwerpfase worden gekozen om hiervan af te

wijken. Dit kan na overleg met en goedkeuring door de supervisor.

Oriëntatie

De hoofdorientatie van het Cultuurhuis is gelegen aan de Rijksweg

en de Pastoriestraat. De hoek van de Pastoriestraat en de Rijksweg

vormt in schaal en vormgeving een bijzonder ‘hoofdmoment’ van

het gebouw. Er wordt vervolgens bijzondere aandacht besteed aan de

west- en zuidgevels van het Cultuurhuis, daar waar aansluiting wordt

gevonden met de bestaande woonbebouwing.

Cultureel centrum Moergestel

Esonstad, Oostmahorn

Multifunctioneel centrum Brandevoort Geleding van de massa

Spelregels architectuur Dorpshart’


kapvorm en kaprichting

Wat betreft kapvorm en -richting vormt het Cultuurhuis een

uitzondering. Dit gebouw kan een markante kap hebben, maar mag

ook plat gedekt worden. Een goede gevelbeëindiging door bijvoorbeeld

een kroonlijst is wel een vereiste.

Architectuurstijl

Het is bijzonder wenselijk dat het Cultuurhuis in sfeer en architectuur

onderdeel gaat uitmaken van het Vitaal Centrum Duiven. De vorm-

geving van het bouwwerk is in principe classicistisch en is daarom

afgedekt met een kap. In deze bouwstijl wordt een zadel- of schildkap

passend geacht, met aandacht voor een goede gevelbeeindiging door

middel van een kroonlijst. Hoewel het een bijzonder gebouw betreft,

kan in hoofdlijnen worden verwezen naar de architectonische criteria

uit hoofdstuk 4.

Kulturhus, Raalte

Het Atelier

bvo’s cultuurhuis

cultureel centrum

bg hal 366,5 m2

bg zaal 1 531,0 m2

bg zaal 2 275,3 m2

bg zaal 3 222,0 m2

1e verdieping 266,2 m2

Totaal 1661 m2

bibliotheek

begane grond 471,5 m2

1e verdieping 471,5 m2

2e verdieping 471,5 m2

Totaal 1414,5 m2

Vitaal Centrum Duiven’ 25


26

Spelregels architectuur Dorpshart’

More magazines by this user
Similar magazines