Untitled

resources21.kb.nl

Untitled

VRIJ!

door

P. de Zeeuw J. G.zn.

de Bilt — Uitg. Comp. „De Branding"

Oranje ging

Oranje keerde

't werd slavernij :

en 't land was vrij !


Voorwoord van den Uitgever

Dit boekje is voor de Nederlandse jeugd geschreven,

niet alleen om te worden gelezen, maar meer nog om

bewaard te worden, opdat de herinnering ook bij

volgende geslachten levendig blijve, koe ons volk en

onze jeugd vermoord, mishandeld en ontroofd werd,

in de vijf bezettingsjaren van ons prachtig, lief Vader­

land, door Duitsland. Blijft het bewaren als een

kostbaar bezit, een eigendom, dat je niet missen wilt.

Op de bladzijde hiernaast hebben wij een pagina

beschikbaar gesteld voor de volledige tenaams telli

En laten wij elkaar dan beloven, dat we in de toe­

komst nooit meer vertrouwen zullen stellen in een

volk, dat zoveel misdaden jegens ons heeft bedreven.

Het gaat hier niet om wraak, maar om te helpen

voorkomen, dat deze misdaden zich nogmaals zouden

kunnen herhalen. Na bijna 400 jaar heeft de jeugd

onze strijd tegen Spanje nog niet vergeten. Moge dit

boekje de herinnering voor altijd levendig houden

aan ons verzet en onze strijd tegen het veroverings­

zuchtige Duitsland.

DE UITGEVER.

2


3

Dif boeltje is hel eigendom van

Naam

Wooi)/)f(i


HOEZEE! WIJ BREKEN UIT DE BAND

Tekst: D1CO VAN DER MEER Muziek: KLAAS VAN BEECK

4


5

Oranjezon lacht in het blauw

Het oud Wilhelmus van Nassau

Klinkt jub'lend langs de wegen;

Wat doen de klokken toch hun best,

In Noord en Oost en Zuid en West,

De school heeft vrij gekregen!

Refrein.

En niet alleen de Koningin,

Maar ook het Prinselijk Gezin

Is weer teruggekomen;

Oranje boven, waai maar vlag,

Dit wordt de allermooiste dag,

Waarvan je ooit kunt dromen!

Ref rein.


Zegel van H.M. de Koningin.

6


Vrij! Vrij! Vrij!

Die kreet klinkt in de vier windstreken

van ons vaderland, want de vreugde

om de verlossing kan geen juichender woord

vinden dan: Vrij!

De loden last, die sinds 10 Mei 1940 onze

schouders ondraaglijk drukte, is dan eindelijk

van ons afgevallen.

Klinkt het je niet in de oren als 'n sprookje,

te mooi om waar te zijn? En tóch is het wondere

werkelijkheid! De tirannie, die zo lang „het

hert doorwondt" heeft, is verdreven!

Weet je nog, hoe driekwart van Europa

zich kromde onder de bespijkerde zolen van

de Duitse soldatenlaarzen? Onoverwinnelijk

scheen toen de Germaanse tyran! Maar de

legers der vrijheid rukten onweerstaanbaar aan!

Ze brandden de grond onder de vluchtende

hielen der Hunnen, die, meedogenloos opgejaagd,

in eigen „Heimat" tenslotte verpletterend

werden geslagen.

En nu zijn we vrij, verlost van den Duitsen

dwingeland!

Vrij is de hemel boven ons lage land, schoongeveegd

door de machtige luchtvloten der geallieerden,

waarin ook onze vliegtuigen hun

plaats hadden>l

Vrij spoelt de grijze Noordzee op ons strand!

Luistert, hoe vro lijk haar golven de roem zingen

der verbonden vloten, waarop ook onze driekleur

wapperde!

Vrij is het water voor de vreedzame vrachtvaarders,

die grote voorraden aanvoeren voor de

leeggeplunderde en uitgehongerde bevolking.

Vrij is de grond, waarop je woont, van Dollart

tot Schelde, van Texel tot Maastricht! Want

de geallieerde bezem van staal, waaraan ook

ónze jongens de hand sloegen, heeft het Duitse

kaf wéggevaagd!

Jullie voelt vreugde en trots in je hart, dat wij

onze krachten tot het uiterste hebben ingespannen

om die vrijheid te herwinnen". En

terecht! Want wij zijn te fier om dat beste

erfdeel onzer vaderen zonder meer cadeau te

krijgen. Het is ons alles waard en daarom

hebben we, als weleer in onze historie, er goed

en bloed voor veil gehad.

Dat hebben we getoond op 10 Mei 1940, toen

de vijand ons lafhartig overviel. Een kind kon

uitrekenen, dat wij die ongelijke strijd voorlopig

zouden moeten verliezen, maar toch hielden we

stand tot we voor de brute overmacht moesten

zwichten.

7

Geen mof heeft er een voet op de afsluitdijk

gezet, geen mof is, zonder hardnekkig verzet,

door de Grebbelinie heengebroken. Onze jongens

stonden onwrikbaar te Mill en onze

mariniers vochten als leeuwen te Rotterdam.

Zó verwoed en zó dapper vochten ze, dat de

vijand hen „de zwarte duivels" noemde.

En ze konden zo vechten, omdat ze voor een

goede zaak streden: voor vrijheid en recht.

Hoe bedroevend stak daartegen af de houding

van dep. in Nederland geboren Antoon Mussert,

het surrogaat-Hitler-manneke, die reeds vóór de

inval der Hunnen te kennen gaf, dat zijn „getrouwen

de Duitsers „met de armen over

elkaar zouden ontvangen. Blijkbaar was hij

echter gedurende de Meidagen van 1940 in een

hooiberg tot andere gedachten gekomen, want

hij ontving z n Germaanse kameraden met open

armen! Uit dank daarvoor werd hij tot „leider"

van het Nederlandse volk gebombardeerd, een

positie, die hem tot zielig parade paardje bij

allerlei weerzinwekkende „germaanse plechtigheden"

maakte. Hij ontzag zich zelfs niet de

eed van trouw af te leggen op den Führer,

wiens horden zijn verraden vaderland knechtten

en plunderden. En dit heerschap durfde verklaren,

dat ons land zonder de N. S. B. geen

toekomst meer had! Maar de toekomst leerde,

dat hij, evenals zijn medetrawanten Geelkerken,

Blokzijl, Van Genechten, Woudenberg,

Rost van Tonningen en vele anderen, door

de legers der vrijheid werd weggevaagd.

Ja, de 10e Mei 1940 is onze trots. De tyran had

gemeend, dat we bij zijn verschijning van schrik

verlamd zouden zijn, en om genade zouden

smeken, maar hij is bedrogen uitgekomen. Hij

droomde die Vrijdag 10 Mei om zes uur

s avonds Holland onder zijn plompe laars te

zullen hebben. De werkelijkheid was, dat hij

vijf dagen erom heeft moeten vechten, net lang

genoeg voor ons, om te zorgen dat de vloten

weg waren, dat de dynastie gered was, dat het

goud in veiligheid was, net lang genoeg om z'n

hele zorgvuldig berekende krijgsplan in de war

te sturen.

„Mus" in Mei 1940!


Vliegeren

streng verboden.

Staatsgevaarlijk.

De man als vrouw

ondergedoken.

De Koningin zou Vrijdagsavonds in Berlijn

moeten zijn dood or levend zo had Adolr

de Dwingeland bevolen.

Graaf von Sponeck, bet boofd van de valschermjagers,

zou dit wonder wel even bewerken.

Maar toen op Vrijdagavond de zon zonk,

zat onze Koningin met ongebroken kracbt nog

in Den Haag, terwijl voor Graaf von Sponeck

bet scherm voor goed gevallen was .... 1

T~v T 7 I .. 1

Die eerste dagen van de oorlog zijn van Deslissende

betekenis geweest voor de vrijheid,

die we thans genieten. Hadden we in die vijf

dagen ons niet zo verbeten geweerd, dan zouden

we nu niet zo trots op onze vijheid kunnen

zijn.

In een der lokalen van de christelijke school te

Rijsoord capituleerde generaal Winkelman;

dat was na het onmenselijke bombardement

van Rotterdam.

Maar de Nederlandse regering capituleerde

nietl

Rustig deed Hare Majesteit door de radio de

mededeling, dat zij Schout bij Nacht van der

Stadt benoemd had tot opperbevelhebber over

de Nederlandse strijdkrachten in Engeland en

de Overzeese gebieden. Een deel van ons leger

hield intussen nog stand in Zeeland, onder de

ogen van Prins Bernhard en het was reeds

1 Juni, vóór de eerste vijanden door Sluis

marcheerden.

Met Holland had Hitier zich lelijk misrekend

en niet minder liep het voor hem spaak in

Nederlands-Indië. Daarvoor zorgde de kloeke

landvoogd Jhr. Mr. A. W. L. Tjarda van Starkenborgh,

die sinds 1936 Gouverneur-Generaal

van Indië was.

De Germanen hadden ook daar hun poster

uitgezet, maar het heeft hun niet gebaat.

We schrijven in dit boekje geen geschiedenis

van de oorlog. Dat komt later wel. Daarvoor is

het nu de tijd niet. Wij willen aan de Nederlandse

jeugd slechts indrukken gever van

mooie episoden, van kloeke daden, om daarmede

de vreugde te onderstrepen, die in ons

aller hart leeft, die ons aller ziel doortrilt, nu

we telkens weer om ons heen horen de kreet:

Vrij!

Vrij! Dat kleine woordje spreekt direct tot je

hart, nietwaar? Hoe fijn vind je het b.v. niet

„vrij" van school te zijn! Maar nu heeft het

voor ons héle volk een nog veel heerlijker betekenis

gekregen!

Onverdraagzame kameraden.

Vrij zijn we om te zeggen wat we willen!

Vrij om onze radio, die voor Duitse roofzucht

moest worden verborgen, weer te voorschijn te

ha'en om te luisteren naar uitzendingen die ons

lusten!

Vrij zijn we om te vlaggen, vrij om onze borst

met oranje te sieren, vrij om de lucht te laten

weergalmen van het „Oranje Boven en „Leve

de Koningin"!

En kun je je indenken, hoe overweldigend dat

woordje „Vrij!" klinkt voor allen, die gekerkerd

waren, omdat ze helden durfden te zijn?

Voor de bewoners van het „Oranje Hotel" te

Scheveningen, de verdrukten in de beruchte

concentratiekampen als dat te Vught, de gegijzelden

in St. Michielsgestel!

Besef je, wat „Vrij" zeggen wil voor onze

Joodse landgenoten, die niet bezweken zijn, de

krijgsgevangenen, die jaren naar verwanten

en vrienden hebben verlangd, de ondergedokenen,

die als opgejaagde herten rondzwierven

Denn wir fahren, denn wir fahren,

denn wir fahren gegen Engeland, Engeland ....

Plons! Plons!

8


I

om aan de wurgende Duitse greep te ontkomen

....

En hoe zingt dat „Vrij!" in de oren der

duizenden, die, dwars tegen alle recht in, voor

slavenarbeid naar Duitsland werden gesleept!

Wat hen betreft, mogen we herinneren aan de

woorden, die Hare Majesteit de Koningin

schreef in Haar Paasboodschap van 1943 :

„Landgenoten! Alvorens over verschillende

aangelegenheden het woord tot U te richten,

wens ik een vlammend protest te doen weerklink

en tegen de listig opgezette en steeds erger

wordende mensenjacht, welke door de moffenbenden,

geholpen door de landverraders, over

geheel ons land gehouden wordt.

Voor deze schandelijke praktijken bestaat in

onze tijd zelfs geen woord.

Allen, wier gezin uiteengerukt is, geef ik de

verzekering, dat zodra wij vrij zijn, het uiterste

gedaan zal worden om deze nieuwe slachtoffers

van het schrikbewind ten spoedigste te doen

terugkeren en hun leed en dat hunner zo zwaar

beproefde gezinnen, zoveel mogelijk te ver

zachten. Plannen liggen gereed, om hun terugkeer

zo doeltreffend en zo vlug mogelijk te doen

verlopen en hen gezond en wel naar hun woonplaatsen

terug te voeren."

Tot zover de Paasboodschap van onze Koningin,

waarin wij reeds toen de verzekering ontvingen,

dat onze wederrechtelijk weggevoerden

zo spoedig mogelijk weer in onze kring zouden

terugkeren.

Een zekerheid, die ons in die moeilijke dagen

moed en vertrouwen schonk!

Ja, er is feest in Nederland!

Doch je zult begrijpen, dat het geen luidruchtig

feest kan zijn. Want al wil ons hart juichen

over de herwonnen vrijheid, onze dankbaarheid

en onze vreugde kunnen we niet, zoals op

vroegere nationale feestdagen, door een groot

feestbetoon tot uiting brengen. Dat gaat eenvoudig

niet! Daarvoor is er téveel gepasseerd

in de bange oorlogsjaren ....

Laten we allereerst stil en eerbiedig denken aan

de duizenden, die vielen in de strijd voor vrijheid

en recht. De dapperen, die hun leven offerden

op eigen en vreemde grond, de helden, die

om hun onwankelbare trouw aan vorstin en

vaderland voor het vuurpeleton werden gesleept,

de tallozen, die in kerkers en concentratiekampen

bezweken ....

Zij staan tussen ons en uitbundige feestvreugde,

.... niet echter als donkere, huiverkille schim­

9

men, maar als lichtende gestalten van heldenmoed

en zelfopoffering, wier voorbeeld de

Nederlandse jeugd van alle tijden het hart

warm zal maken. Zij gaven zichzelf, omdat zij

hun prachtige trouw aan Koningin en Vaderland

tot de dood onbesmet wilden bewaren!

Kijk, dat was trouw, die de mof niet verstond.

Zijn slavenziel kent die trouw van hoog gehalte

niet, hij weet niet wat zielsadel is. Hij kent

alleen de met ijzer beslagen hak van de soldatenlaars,

waarmee hij alles wat edel en hoog

is vertrapt.

Wij echter verheugen ons, dat uit ons volk

waarachtige helden zijn voortgekomen en wij

eren hun nagedachtenis ....

w.

e zijn vrij!

Onze dank gaat in de eerste plaats uit naar

God, want Zijn hand alleen schrijft de geschiedenis.

Hij heeft toegelaten, dat deze zware

beproeving over Nederland kwam, doch Hij

heeft niet gewild, dat Nederland ten gronde zou

gaan. Zijn machtige hand heeft, toen Zijn uur

geslagen was, ons geknecht volk weer opgericht!

Daarom zijn wij thans weer vrij.

Dat is de eerste reden.

Maar daarnaast mag zeker genoemd worden:

het verstandig beleid van onze Koningin.

Duidelijk zag zij, dat met Haar gevangenneming

ons vaderland niet gebaat was. Werd

Nederland in Europa tijdelijk bezet, de strijd

moest worden uitgestreden, want het Koninkrijk

der Nederlanden is, zoals je wel weet, verdeeld

over vier werelddelen, doch het is één ondeelbaar

koninkrijk.

Dat stond de Koningin duidelijk voor de geest

en daarom verliet zij — zij het met bloedend

hart —- tijdelijk ons land.

Ging Hare Majesteit op de vlucht, zoals de

vijand en de verraders zo vaak hebben gelasterd?

Op die vraag heeft de grijze hofprediker Ds.

Weiter het antwoord gegeven, toen hij schreef:

Neen, t was geen vluckt, die U deed gaan,

Maar volgen, waar God riep ....

'k Vraag niet, wat in U is doorstaan,

Een strijd hoe zwaar, hoe diep.

Met verlof uit Holland.

De vrouw als man

op pad.


Wij knielen mét en naast U neer.

Tot God de blik, de hand:

Geef Nederland aan Oranje weer,

Oranje aan Nederland.

Er kofne dan, wat komen mag,

W' aanbidden zwijgend, stil

De nacht zij zwart, omfloerst de dag,

Geschiede Heer Uw wil.

In steeds breder kring brak dan ook na 13 Mei

1940 tereebt bet inzicht door, dat het tijdig

Londen.

vertrek vari Hare Majesteit een vooruitziende

daad is geweest, die in het belang was van ons

volk en ons rijk als geheel.

Toen de Amerikaanse bladen meenden zich te

moeten bemoeien met de toekomst van onze

bezittingen in Oost en West, heeft de Koningin

en terecht ^- onmiddellijk ingegrepen door

een Regeringsverklaring over de toekomstige

status van het Koninkrijk der Nederlanden.

Later volgde Haar eerste reis naar Amerika,

waar zij op krachtige wijze het Amerikaanse

Congres toesprak. In meerdere redevoeringen

bleef Zij trouwens pal op het door Haar ingenomen

juiste standpunt staan.

Dit optreden van de Koningin hééft indruk

gemaakt in Amerika en in de overige wereld.

Men begreep het: er kon geen sprake zijn vön

een „teruggave" van Indië aan Nederland, aan-

Eigenbouw No. 25 Ir. Slits.

gezien Indië en Nederland „een geheel vormen,

evengoed als Engeland en Schotland.

Er is echter veel meer.

Vanuit Londen heeft Zij ons volk in het bezette

gebied steeds de weg gewezen en het telkens

aangevuurd tot volhardend verzet. Hoe menigmaal

heeft Radio-Oranje een redevoering van

de Koningin doorgegeven! Voor jullie zeker niet

onbegrijpelijk, want waar zich in onze geschiedenis

iets van gewicht voordeed, was

Oranje steeds op post!

Toen de oorlog drie jaren had geduurd, op

10 Mei 1943, schreef Hare Majesteit: „Wij

scharen ons op 10 Mei 1943 om het altaar

des Vaderlands en leggen getuigenis af:

Van ons geloof aan de komende overwinning

van vrijheid en recht over barbarendom en

slavernij;

van ons geloof aan een strijdend, eensgezind,

volhardend Nederland;

aan allen, die buiten zijn grenzen onze driekleur

hoog houden;

aan de wakkere Engeland-Vaarders;

aan hun kameraden, die uit alle delen der

wereld opkwamen;

aan de bemanningen der koopvaardijvloot, die

schouder aan schouder met onze marine strijden;

aan ons geloof, dat Nederland onsterfelijk is en

door alle eeuwen heen zal leven;

dat het zal opstaan, vrij en herboren;

dat Nederlands-Indië, dat ons gehele Rijk zal

herrijzen, dichter aaneengesloten dan ooit tevoren.

Zowaar als de geest van strijdend Nederland in

ons allen leeft.

Leve het Vaderland.

WILHELMINA.

Koningin op vreemde grond,

Schoon door haat gespleten tongen

Hevig hoonden, spottend zongen,

Macht loos bleef hun lastermond;

Lang van land en volk gescheiden,

Bleef Uw vast geloof ons leiden

Tot ons God bevrijding zond,

Koningin op vreemde grond ....

(Overgenomen uil de bundel .Jubelend

Nederland-, uilgave Fa. R v. Belhum Az.)

Als derde oorzaak van onze herrijzenis mogen

we noemen: de houding der besten onder het

Nederlandse volk! En het stemt tot bijzondere

10


verheugenis, dat verreweg het grootste deel van

onze Ned erlandse jeugd zich de eretitel van

,,hesten des volks waardig betoonde!

Je zult je herinneren, dat de laffe indringer zich

hier maar aniper genesteld had, of de onfeilbare

Führer zond ons als speciale beschermengel 'n

zekeren meneer Seyss Inquart. Een fraai exemplaar

van n beschermengel, deze knal-verrader

uit Oostenrijk, iemand met 'n fluwelen mond

maar met n verdorven hart. Reeds dadelijk bij

zijn bombarie-intrede als Rijkscommissaris >—

hij was plomp genoeg, deze vertoning in de

historische Ridderzaal te s-Gravenhage te doen

opvoeren verklaarde hij in een honingzoete

rede niet hier te zijn gekomen, om de aard van

ons volk te verduitsen.

Op Zaterdag, 28 September 1940, tijdens de

vergadering van de door hem in het leven geroepen

„Nederlandse Cultuurkring in Pulchri

Studio te Den Haag, meende meneer deze verklaring

nog eens nader te moeten onderstrepen.

Alle verduitse Nederlandse blad en gaven op

Duits bevel een verslag, waarboven in grote

opmaak te lezen stond: „Duitse volk tot kameraadschap

bereid!

Wat moet men toch een verachtelijk wezen zijn,

wat moet men toch vreemd zijn aan alle ware

cultuur, wat moet men er toch een rimboebeschaving

op na houden, om te durven veronderstellen,

dat een klein maar fier volk, dat

men in zijn heiligste gevoelens heeft beledigd/

een volk, dat getoond heeft, karakter te bezitten,

een aanbod van kameraadschap van een vijand

en verdrukker zal aanvaarden.

Maar meneer „Zes-en-een-kwart' begreep nog

niet één kwart van het karakter van ons volk,

dat zich natuurlijk door deze bot-duitse praatjes

niet liet lij men.

Verderop in zijn rede was hij nog wel zo vriendelijk,

ons te willen verzekeren: „Wij haasten

U niet!"

De hals had eens moeten zien, hoe het Nederlandse

volk grijnsde, toen het z'n zoete gefluit

hoorde —, toen reeds!

Maar wie deze rede leest, na alles wat er gebeurd

is, heeft geen woorden om z n verachting

voor zon mentaliteit uit te drukken.

1 1

De gehele oogst van de Oost-Compagnie

(importeur wijlen Mr. Rost van Tonningen).

Symphonie langs de wegen.

Gedurende de oorlog heeft het Nederlandse

volk op overduidelijke wijze getoond, dat het

geleerd heeft zijn vrienden van zijn vijanden te

onderscheiden.

Onze oude leuze zegt het recht:

Oranje in 't hart en niemand's knecht.

Dat was de grondslag voor de houding van de

besten onder het Nederlandse volk. Die houding

klopte met het oordeel, dat de Spanjaard

Arias Montano in 1575 over het Nederlandse

volk gaf. Letterlijk schreef hij: „Ik verzeker U,

dat men hier tienmaal zo veel met overleg en

verdraagzaamheid, als met geweld en het aanjagen

van vrees met hen bereikt, want ik geloof

niet, dat er in Europa mensen zijn, die hardnekkiger

worden, of zich minder om de dood

bekommeren, als er haat in hun hart is, dan zij."

Deze Spaanse doctor had een betere kijk op

het Nederlandse volk dan doctor Seyss Inquart.

We laten ons niet dwingen, zelfs niet door de

kogel.

Het verzet van het Nederlandse Volk was practisch

dan ook algemeen. De gevangenissen en

concentratiekampen waren boorde vol. In de

zomer van 1943 telde het kamp te Vught reeds

13000 gevangenen, waaronder 50 kinderen van

2 jaar en ouder. Hoe de stemming was onder de

gevangenen, blijkt uit een gedicht, dat de bekende

Melis Stoke schreef in de Strafgevangenis

te Scheveningen 15 October 1940:

Laat ons het grote woord van heldenmoed

in t bitter pleit niet ijdelijk gebruiken;

de hoogmoed zou het tere plantje fnuiken,

dat uit ons harde hart ontluiken moet!


Zij : Für meinen kranken M . . . .

Hij : Geen praatjes, gevorderd!

Zij : O, is u Hollander geweest?!

12


Wij drinken allen uit dezelfde beker,

"wij, in de cel, en gij, die ons zaagt gaan.

En slechts in dit gemeenzaam offer staan

wij in de branding dezer dingen zeker.

Betalen wij niet allen evenveel

aan t off er der beproeving onzer harten?

t Versleten woord van de gedeelde smarten

klinkt op, als een nog nooit herkend juweel!

En t veel gebruikte woord, dat nood leert bidden,

krijgt in de werkelijkheid van t heden glans,

want nimmer stond zo werkelijk als thahs

de Heere Jezus Christus in ons midden.

Je moogt God op je blote knieën danken.

Wij kennen t woord allang en al te wel;

maar op de koude stenen van de cel

stijgt de waarachtigheid uit dode klanken!

Zo krijgt het ijdel spreken van de mond,

versleten in het spraakgebruik der tijden,

o, God en Vader, door Uw streng kastijden,

de werkelijkheid van t kruis tot achtergrond!

Dit ontroerende gedicht typeert op treffende

wijze de stemming in de gevangenissen. De

brute mof meende, dat het verzet wel zou verlammen,

naarmate hij de kerkers volpropte en

zijn executiepelotons, de rechteloos veroordeelden

neervelden. Hoe vergiste hij zich! Juist het

tegenovergestelde gebeurde: het verzet groeide,

sneller dan de terreur ooit groeien kon ! Want

het waren altijd weer de Nederlandse jongerenmet-hart-in-het-Iijf,

die zich bij tientallen meldden,

waar één gevallen was. Hun brandende

liefde voor eigen volk, hun verbeten wil, hun

tomeloze kracht verwekten de storm, waartegen

het zinloze geweld tevergeefs poogde öp te

tornen!

Geef mij maar de echte Janhagel!

T oen je weet het wel uit eigen omgeving r->

probeerden de moffen ons volk te breken door

zijn voedselvoorziening aan te tasten. Koekebakker

Evert Jan Roskam, hoofd van de z.g.

„landstand trachtte de boeren met gouden

beloften voor het moffenkarretje te spannen.

Maar de boeren stuurden koppig zijn contri-

13

butie-kwitanties terug! En toen later noodgedwongen

de „roskam door de landstand moest

worden gehaald, bleek de leidende Roskam

zich te hebben vergrepen aan de duiten, die

hem op voorschot waren verstrekt, zodat hij

hardhandig op de keien werd gezet!'

En herinner je je nog die andere droevige figuur

uit het voedsel-drama: ex-minister Posthuma,

die zijn handlangersdiensten aan de vijand met

de dood moest bekopen? Reeds in 1941 kwam

dit heerschap tot de ontdekking, dat wij ons

moesten voeden met wat wij zelf verbouwden.

i •.. i > d

en, waarom hij met veel tam-tam z n

„Productieslag ' aankondigde. Hij vertelde er

echter niet bij, dat Duitse magen bijzonder gesteld

zijn op Hollandse kost, vervoerd op Hollandse

wagens over de Hollandse grens.

Hoe prachtig steekt daartegenover de houding

af der ongetelden, grijsaards, mannen, vrouwen

en kinderen, in de donkere dagen, toen het

grimmige spook van de honger zijn graaiende

klauwen naar de bevolking van onze westelijke

provincies uitstak ....

Je hebt ze langs de wegen gezien bij eindeloze

stromen, in weer en wind: mannen en vrouwen

D i t

- is mijn wapen

zegt Koenraad van

de Arbeidsdienst!

op overbelaste, wrakke fietsen, jongens en

meisjes met stukgelopen voeten, duwend achter

het kadaver van een kinderwagen of handkar,

grijsaards, die zich kilometers voortsleepten om

de tot bijna niets ingeschrompelde rantsoenenop-de-bon

althans enigermate te kunnen aanvullen.

En zelfs temidden van deze optochtender-ellende

verschenen de moffen en hun

Nederlandse handlangers, rovend onder de

schijnschone naam van „vordering al wat van

hun gading was, soms tot de moeizaam verkregen

laatste korrel graan ....

Hoeveel illusies op iets-meer-voor-thuis hebben

zij daarbij bruut gebroken! Maar wat zij niet

vermochten te breken, was het steeds groeiende

verzet tegen zoveel treiterende tyrannie! Want

zij, die beroofd werden, bezweken liever op de

weg, dan te buigen voor hun belagers!

Strandde de bezetter op de koppigheid van de

boeren, een nog droeviger figuur sloeg hij bij

het eensgezind verzet van de artsen. Met grote

bewondering volgde men in Nederland de

kranige actie der medici. De brief, die zij aan

den nazi-standhouder Seyss zonden, was een

fel protest tegen het beleid van den bezetter.

Z.g.a.n. in ruil voor 2 Kg. rogge.


Ncc

0.000,001 K.W.U

Duidelijk werd daarin aangetoond. Koe de beschermers

ziek scbuldig maakten aan woordbreuk

en valse voorstellingen.

Het antwoord bleef niet uit. Het was bet oude

recept: massa-arrestatie en internering. Door het

weghalen van hun naamborden gaven echter

de meeste artsen openlijk te kennen, dat er voor

hen geen aanleiding meer aanwezig was, zich

onder de voorschriften van de Artsenkamer te

stellen. Blijkbaar vreesde Seyss-lnquart een

krachtiger verzet en het gevolg was, dat de

opperstandhouder retireerde door de artsen een

onbenullig gedrukt briefje te laten ondertekenen.

Deze phase in de strijd der artsen eindigde met

een duidelijke overwinning voor hen en deed

het hart van alle ware Nederlanders goed.

Wie weet, hoezeer de nazileer de heidense

heldenvergoding predikt, zal er zich niet over

verwonderen, dat de kerken, als dragers van

het christendom, zich fel en daadwerkelijk daartegen

hebben gekant. Wij kunnen niet dankbaar

genoeg zijn, dat de kerken elkander vonden

in één breed eenheidsfront, dat dag en nacht op

de bres stond, om de grondwaarheden van het

christendom tegen de anti-christelijke vijand te

verdedigen. Wij willen in dit verband o.m. herinneren

aan de vlammende protesten inzake het

wegvoeren van onze militairen, de arbeidsdienst,

de roof van de vakbonden, de kneveling van de

pers, het deporteren van werkkrachten en zo

meer.

In één adem mogen we zeker noemen het prachtig

verzet der scholen, openbare zowel als bijzondere.

Personeel en besturen stonden zij

aan zij en wat Jan Pudding,— zo werd verrader

Jan van Dam reeds door z n studenten genoemd

~> op last van z n Duitsen meester, ook mocht

bevelen, altijd weer werd een middel gevonden,

om school en personeel aan zijn greep te ontrukken.

Hoe prachtig hebben de besturen zich

gehouden tegenover de benoemingsverordeningI

Helaas waren er, zelfs in de hoogste kringen

van het onderwijs, futloze spelbrekers en slappelingen,

die vroeger n mond hadden als een

hooischuur, maar nu bakzeil haalden uit angst

voor het dierbare baantje. Het lust ons niet hun

namen te noemen, maar wij ontzeggen hun de

eer, ons volk of onze jeugd nu weer te „leiden .

Herinneren we nog even aan de studenten; ook

zij toonden merendeels ruggegraat te bezitten.

Een overgroot percentage tekende de verklaring

niet, die voor het verder studeren werd vereist.

Duizenden verlieten de universiteit onder het

fiere parool: liever zwerven dan tekenen!

De houding van de besten onder ons volk! Wé

denken aan de politiemannen, die waarschuwend,

zelfs beschermend optraden, wanneer zij

wisten, dat er gevaar dreigde van de zijde der

Gestapo-horden en hun satellieten. Wij denken

met eerbied aan de dapperen der politie, die bij

het daadwerkelijk verzet hun leven hebben geofferd.

Ergens in ons land werd een uitgever gearresteerd,

omdat hij nog portretten van de

leden van het Koninklijk Huis in voorraad had.

De plaatselijke politie bewees hem echter tijdens

zijn verblijf op het bureau en gedurende het

transport spontaan zoveel goede diensten, dat

hij zijn erkentelijkheid in een tastbaar bewijs

wilde uitdrukken. Op zijn vraag, wat hij zou

mogen geven, kwam onmiddellijk het tekenende

antwoord: „Een portret van Hare Majesteit de

Koningin in lijst!" En de wakkere politiemannen

kregen het, want men had bij het

transport van de in beslag genomen goederen

kans gezien onder de ogen van de moffen, die

portretten weg te moffelen!

Is het een wonder, dat de brengers van de

nieuwe orde van zo n volk geen begrip krijgen?

Even kloek als de houding der boeren, doktoren,

onderwijskrachten, studenten, enz., was de

daad, die het Nederlandse Spoorwegpersoneel

vrijwel als één man stelde, toen na rijp beraad

door onze wettige regering in Londen de order

tot staking werd uitgevaardigd. De moffen konden

dreigen en kastijden zoveel ze wilden, maar

geen machinist of stoker klom meer op z n locomotief,

geen loket werd meer geopend, geen

man of vrouw, werkzaam bij de administratie,

raakte meer 'n pen aan! Weet je nog, hoe de

edele Germanen ons toen door honger en kou

trachtten te breken? Hoe zij durfden verkondigen,

dat het nijpend tekort aan voedsel en

brand aan ons zélf te wijten was, omdat de

Ned erlanders het vertikten de grote voorraden,

die volgens Duitse bewering gereed lagen, per

spoor te vervoeren? Een Goebbelse leugen in n

kleedje van klatergoud! Dat bleek duidelijk uit

de duizend-en-een moeilijkheden, die zij ons in

de weg legden, toen geprobeerd werd levensmiddelen

uit het Noorden per schip of per auto

naar het Westen te brengen. Zie je, dat was de

bedoeling niet! De treinen moesten rijden, opdat

de „heren" de laatste restanten van voormalige

Nederlandse welvaart tijdig naar hun „Heimat"

zouden kunnen brengen. Maar wij hadden ze

14


dóór! Wij lieten ze rustig

vuurspuwen en tandenknersen,

wij lieten ze tobben

met het aftands rijdend

materiaal, dat zij ons

uit weerwraak ontroofden,

maar aan de treinen werd

geen band van een waren

Nederlander meer uitgestoken.

De mof voelde bet

als een dolksteek recbt in

bet Kart....

De krachtigste, maar ook

de meest tragische bladzijden

uit de historie van bezet Nederland

werden ongetwijfeld geschreven door de duizenden,

die je zo dikwijls hebt horen aanduiden

met de veelbetekenende verzamelnaam van: „de

ondergrondse . Zij voerden het daadwerkelijk

verzet zonder ophouden en op ieder terrein! Zij

stonden paraat, waar, wanneer en op welke

wijze zij de gehate indringers ook konden

treffen.

De kranten, die nog verschijnen mochten, waren

verduitst en daarom onbetrouwbaar. Geen nood,

de ondergrondse pers trotseerde alles, teneinde

er voor te zorgen, dat wij de ware stand van

zaken konden lezen in de talrijke illegale bladen.

Zij versaagden niet, ofschoon tientallen

van hun makkers hun heerlijke durf met de prijs

van hun leven moesten betalen. Met eerbied

in ons hart zullen wij de herinnering bewaren

aan mannen als Mr. Kees de Groot en zoveel

anderen, die stierven om het vrije wóórd te laten

leven ....

De duizenden van „de ondergrondse !

Zij waren a Itijd en overal in het land werk-

I . . ' T l

zaam, om ae vijana aoor

weldoordachte en kloek

uitgevoerde daden van

sabotage gevoelig afbreuk

te doen.

Zij voorzagen de onderduikers

van geld en distributiebescheiden

; zij ontwrichten

de bevolkingsregisters

en arbeidsbureaux;

waardoor zij honderden

redden van deportatie naar

Duitsland. Zij kwamen

Van Dedemsvaart naar Rotterdam uit alle rangen en standen.

1 =!

zij woonden in alle dorpen en steden, zij waren

van elke leeftijd!

Ja, zij zaten zelfs onder jullie!

Wij noemen hier slechts één-onder-velen:

Jan „van Arnhem '!

Jan, de kloeke, strijdlustige, maar ook ernstigvastberaden

Arnhemse schooljongen. Jarenlang

had z n helm met oranjelint op bevrijding

gewacht en Jan had gepopeld, toen de verbonden

legers de Nederlandse grens overschreden

....

Eindelijk kwam zijn dag; de eerste Engels-

Amerikaanse aanval op Arnhem!

En hij liet het niet bij toekijken!

Jan hielp met lichtsignalen een Engelsman,

Jan spijbelde van school ' om Britse strijdkrachten

de weg te wijzen, Jan sloop door de

Duitse linies en hielp gewonden. Je kunt je

voorstellen, hoe hij glom van trots, toen hem 'n

ereplaats werd toegekend onder de goed geoefenden!

Helaas kreeg de duivelse mof Jan te pakken en

velde hem met n kogel ....

Hij rust in de grond van z n vaderland, dat hij

trouw bleef tot de dood ....

Zie je, dat was één van die echte Jan Stavasts,

zoals er onder jullie, gelukkig, nog tientallen

worden gevonden.

Houdt zijn prachtig voorbeeld voor ogen, als

straks het vaderland je tot de taak roept, die in

de toekomst voor je is weggelegd.

Draadlamp

Gezelligheid in de huiskamer.


De duizenden van ,,de ondergrondse"!

Zö lief hadden zij hun land en volk, dat de

lange lijsten van terechtstellingen hun geen

vrees inboezemden voor verlies van eigen

leven.

\Herrezen Nederland zal hen gedenken als het

odoeke leger, dat de barbaarse dwingeland met

zijn bruutste maatregelen nooit heeft kunnen

bedwingen!

Och, we zouden eigenlijk nog aan zoveel moeten

herinneren op deze bladzijden van het taaie

Nederlandse verzet.

Denk maar eens aan de ambtenaren in dienst

van Rijk, Provincie of Gemeente, die voor het

grootste en beste deel naar vermogen hun belangrijke

bijdragen tot het welslagen van de

jarenlange strijd om de vrijheid hebben geleverd.

Denk verder aan de velen, die maandenlang

aan de onderduikers huisvesting verleenden,

getrouw aan de woorden van Jesaja 16 vs. 3b:

„Verberg de verdrevenen en meld den omzwervenden

niet! Laat ons noemen de duizenden,

die het vertikten hun koper, tin of radio in

te leveren; de duizenden, die geen cent,, maar

dan ook geen cent ooit gegeven hebben voor de

zwendel van Winterhulp, waarvan meneer de

directeur-generaal met héél z'n hebben en houwen

de benen nam, toen de aanstaande schoonzoon

van zijn werkster, van den bakker had vernomen,

dat op het balcon van de tram, men de

mening was toegedaan, dat met de mogelijkheid

van de komst van de geallieerden eerstdaags

rekening diende te worden gehouden. En ziet:

de held verdween!

De duizenden jonge lui, die niet mee wilden

werken aan de (Ned.) Volksdienst, de duizenden

en nog eens duizenden, die altijd zeiden

neen! neen! neen!, als de mof of de Mussertman

met een of ander plan kwam.

Dat was de ware houding van het Nederlandse

volk!

Winterhulp «— neen!

Volksdienst i— neen!

Koper en tin neen!

Hollands geld neen!

^Vrijwillig) arbeidsdienst /— neen!

Collecte voor Rotterdam •—> neen!

Radio s inleveren *—i neen!

Oogsthulp i— neen!

Eikels verzamelen neen!

Altijd weer dat eentonige ' neen!

Dit „neen" vertolkte de onbuigzaam-

Liever aardappelen dan „zink".

beid van de ware Nederlanders op krachtige,

niet te miskennen wijze.

En de dagen groeiden tot maanden, de maanden

tot jaren van hunkerend hopen en eindeloos

wachten ....

Hoe hopeloos-zwaar viel ons soms dat wachten!

Hoe moeilijk was het voor velen niet, belang te

blijven stellen in wat op vreemde en verre fronten

geschiedde. Het leek hen van zo weinig belang

voor het eigen kleine landje, dat er direct

immers niets van merkte ....

Maar hoe veerden we ook op, toen, na de

invasie en doorbraak in Frankrijk, de verbonden

legers in één bliksemsnelle opmars België

grepen en eindelijk de grens van ons vaderland

overschreden ! Weet je nog die spannende

brood per dag

aardappelen « *

vlees

olie . *

12 boontjes *

gaö nihil

electr. stroom "

water indien aanwezig

lucht or^erantsoeneerd

Voedselrestant

n „beschermd" Nederland.

16


dagen, toen reeds het gerucht alleen, de Nederlandse

handlangers van de vijand haast je rep

je, de vlucht deed nemen? Wat bleek toen duidelijk,

hoe voos en hol hun voorheen zo brallend

geschreeuw was over „het staalharde Germaanse

heldendom' !

Toch zouden er voor ons volk, nóg donkerder

dagen komen, want de mof kon zich helaas

handhaven te Arnhem en daardoor de verdere

opmars van de vrijheid voorlopig voorkomen...

En als een slechte verliezer zon hij op zinloze

wraak. In tal van steden en dorpen werden

razzia s gehouden op mannen tussen de 16

en 40 a 50 jaar, waarbij zich mensonterende

tonelen hebben afgespeeld. Velen van jullie

hebben ze gezien, die opgejaagde scharen van

gegrepenen, maar amper gekleed tegen regen

en koude, hongerig en ziek van uitputting. En

natuurlijk heb je geholpen, waar je maar kon

en op welke wijze dan ook ....

Maar nog waren de brute Hunnen niet tevreden.

Zij ontnamen ons gas en electriciteit, verboden

ons hout te vellen, roofden de noodzakelijkste

levensmiddelen, zodat vooral in de drie westelijke

provincies de honger aan de deur klopte.

Hoe velen van jullie hebben zélf niet uren in

de rij gestaan om n broodje, wat groente of n

hap eten uit de centrale keuken machtig te worden.

En hoe velen zijn niet dagenlang de boer

opgegaan, om te trachten voor thuis althans iets

ter aanvulling te veroveren....

Dankbaar mogen we hier wel even herinneren

aan het prachtige werk van het Zweedse Rode

Kruis, dat ons meermalen vergastte op wittebrood,

margarine, grutterswaren en andere

heerlijkheden. Of dat smaakte, zo n stevige snee

wittebrood, lekker beboterd!

Ja, het was wel een donkere en rampspoedige

tijd, die nog erger werd gemaakt door de barbaarse

wijze, waarop de bezetters optraden. De

gruwzame terreur bereikte wel z'n hoogtepunt,

toen, wegens een „aanslag op Rauter , een beul

van de ergste soort, honderdtallen onschuldigen,

zonder vorm van proces, in het openbaar werden

neergeknald.

Maar zelfs dat deed ons volk niet buigen!

Het bleef manmoedig volharden en vertrouwen

en God zond uitkomst, toen de nood tot de lippen

gestegen was....

Zö lang en zó streng kan de ijzige doodse winter

17

Model 1943.

niet zijn, of eenmaal wordt het lente! En die

komt niet zomaar opeens, zonder dat je er wat

van bemerkt hebt! Neen, die voel je als het

ware naderen uit duizend-en-een kleine dingetjes

om je heen! Dat heb je natuurlijk zelf ook

wel ondervonden! Welnu, precies zö ging het

met de bevrijding, na de bijna eindeloze periode

van onderdrukking en tyrannie. Wij hebben het

naderen van de vrijheid gevoeld! Wij waren,

door tal van kleine en grote gebeurtenissen, er

rotsvast van overtuigd, dat binnen afzienbare

tijd, het uur der verlossing zou slaan! Hèèl sterk

hebben we dat opluchtende gevoel bijvoorbeeld

gehad, toen met de dag de berichten van het

Westelijk front gunstiger werden. Die berichten

gingen als een lopend vuurtje door heel ons

land: de moffen tot de Rijn teruggeslagen, de

geallieerde legers over de Rijn!, de Duitse verdediging

stort in elkaar! Dat gaf moed, dat gaf

vertrouwen, dat gaf zekerheid!

En hoe zeker hebben we ons gevoeld van het

naderend eïnde, toen het blijde bericht kwam

van het Koninklijk bezoek aan de drie Zuidelijke

provinciën!

Gas!


Een ontróerend ogenblik moet bet voor onze

geliefde 'Koningin geweest zijn, toen zij op

Maandag 19 Maart 1945 de voet zette over de

witte streep, die over de weg was getrokken en

daarmede, na zóveel jaren van scheiding, de

eerste stap deed op Nederlandse bodem. Hel

werd, van Breskens tot Den Bosch, van Den

Bosch tot Maastricht, één triomfale tocht langs

juichende gelukkige mensen! Overal daverde

het Wilhelmus, overal; zelfs uit half verwoeste

huizen, wapperde het rood-wit-blauw, overal

verdrongen zich de mensen om 'n glimp van de

Koningin op te vangen. Een bevrijd Joods

meisje bood bloemen aan, mannen van de verzetsbeweging

schonken Haar vier zilveren margrieten.

Hare Majesteit, dankbaar en gelukkig, onderhield

zich met velen, o.a. met een weduwe, wier

man in Nijmegen door de Duitsers was gefusilleerd.

En hoe vol van erkentelijkheid en vertrouwen

waren de woorden, die Zij op verschillende

plaatsen tot Haar volk sprak! Woor­

Van soldateneer en heldenmoed gesproken

De blijde „incomste" in de Westelijke Provinciën.

den van troost, woorden van dankbaarheid,

woorden van aanmoediging, woorden van rotsvast

geloof in de tóekomst! Ja, toen bleek voor

de zoveelste maal, hoe zeer Volk en Oranje

één zijn! Eén in denken en één van wil!

En de legers der vrijheid marcheerden voort,

onverzettelijk en onweerstaanbaar. Zij braken

de tegenstand van de ontredderde Hunnenhorden,

zij overstroomden de in puin gebombardeerde

Duitse „gouwen" als een vloedgolf

en veroverden de brokstukken der grote Duitse

steden, waarvan je de namen wel kent, omdat

je ze vroeger op school hebt moeten Ieren:

Essen, Wuppertal, Düsseldorf, Frankfort,

Darmstadt, Mannheim, Karlsruhe, Stuttgart,

Neurenberg, Hannover, Maagdenburg, Leipzig

en tal van andere. Met de dag slonk de Duitse

tegenstand, met de dag verslapte de ijzeren

greep, die de Nazi-partij op het volk had gehad.

18


Maar met de dag steeg ook het tempo van de

opmars naar Berlijn, de Koofdstad van het

ineenschrompelende „Derde Rijk", dat stond te

schudden op zijn vergane grondvesten ....

Ook in ons land begon het licht van de vrijheid

steeds duidelijker te gloren! Weet je nog de

Paasdagen van 1945, toen het Gelderse Graafschap

werd bevrijd en het zegevierend leger

onzer bondgenoten een groot deel van Overijssel

aan de Duitse greep ontworstelde? Weet

je nog de blijheid, die door héél het land ging,

toen Drente, Groningen en Friesland in onweerstaanbaar

tempo werden genomen? W r

eet je

nog, hoe nabij wij de volkomen bevrijding van

ons dierbaar vaderland waanden, toen na de

val van Zutfen de IJssel werd gepasseerd, Arnhem

en Apeldoorn genomen en een volledig

succes een kwestie van enkele dagen scheen?

Hel aas stokte toen de opmars voor de Grebbe-

Iinie. En dat was de inzet van de donkerste

weken, die de Westelijke provincies van ons

gewond en gehavend vaderland te doorworstelen

kregen. Want de Hunnen, tot het uiterste

19

In Mei leggen alle vogels een ei!

„Splendid service" van de vliegende cafetaria.

verbitterd door de onafwendbare nederlaag,

grepen deze ontzettende weken aan, om de laagheid

van hun karakter in volle omvang te vertonen.

Het land, waarop het prachtige voorjaar

reeds de belofte van een rijke oogst had getoverd,

werd meedogenloos door inundaties vernield.

En dat waarlijk niet alleen uit zogenaamde

militaire noodzaak! W^ant dat kon

immers onmogelijk de oorzaak zijn, waarom

bijv. de WWingermeerpoIder werd blank gezet.

Redeloze vernielingen waren aan de orde

van de dag; de schamele restanten van het allernoodzakelijkste

voedsel werden zonder de minste

gewetensbezwaren in beslag genomen; het

vee van de boerderijen werd door stropende

horden weggevoerd, de magazijnen geplunderd,

alles wat maar rijden kon, zonder meer gestolen!

En feller dan ooit werd de jacht op

weerloze burgers, brallender dan ooit klonken

de commando's bij de rechteloze executies van

onschuldige mensen. Het vreselijke spook van

de honger waarde rond en greep, vooral in de

grote steden, honderden slachtoffers. Ontmoe-


diging zonk in veler Kart, omdat de vijf jaar

lange strijd tevergeefs scKeen gestreden te

zijn ....

Gelukkig gloorde er één IicKtpunt in de alom

duistere Kemel: na langdurige onderKandelingen

slaagden onze Kondgenoten er in gedaan te

krijgen,, dat voor Ket Kongerende Westen

enorme KóeveelKeden kostelijk voedsel door de

lucKt kon worden aangevoerd en afgeworpen.

AcK, die komst van de eerste vloot bommen

werpers Koven de steden van Ket Kongerende

Westen was een scKouwspel om nooit meer te

vergeten! Duizenden van jullie Kehben dat

meegemaakt, staande op de daken, Kangende

uit de vensters! Wat Kebhen ze, de misère vergetend,

gejuicKt en gewuifd, toen laag Koven de

Korizon de statige viermotorige gevecKtsmonsters

verscKenen, die ditmaal geen dood en verderf

Kraakten, maar leven en nieuwe Kezieling

KracKten. Leven in de vorm van kracKtig, Keer-

Iijk voedsel van allerlei soort en in overstelpende

KoeveelKeid; Kezieling, omdat in de Karten de

Kijna uitgeKluste Koop op de toekomst opnieuw

werd aangewakkerd! En nog Keter werd Ket,

toen eindeloze colonnes geallieerde legerauto s

Iangp de juicKende mensen rolden, geladen met

KeerlijkKeden, waaraan alleen nog maar de Kerinnerir^g

Kestond ....

Maar tocK, ondanks dit Koopvol IicKtpunt, Kleef

Ket uitzicKt grauw en troosteloos. W r

ant Ket

water steeg iedere dag, in eender tempo met de

nood, die welKaast geen deur meer voorKij

ging

O zeker, er kwamen steeds gunstiger KericKten

over de ineenstorting van de Nazi-terreur in

Duitsland, waardoor de val van Berlijn tenslotte

een kwestie van uren werd. Maar sprak tot de

Nederlandse Karten niet duidelijker Ket feit, dat

de moffenbenden, waaronder de verraders der

Nederlandse S. S., zicK nog altijd aan de

GreKKelinie konden KandKaven?

O zeker, er kwam KericKt van de val van Berlijn

en Hitier s dood, Ket met geKeimen omgeven

einde van een avonturier, wiens macKtwellust

de geKele wereld in IicKte laai Kad gezet. En

al lieten we ons niet van de wijs Krengen door

Ket Karlekijn-vertoon van zijn opvolger, den

tweeden FüKrer Dönitz, die evenals de Keul van

Europa, HeinricK Himmler, een splitsing poogde

teweeg te brengen tussen Russen en Geallieer-

den, we wisten tocK, dat in Ket Westen van ons

land de macKt nog altijd in Kanden was van

Seyss Inquart, de Gestapo en van de op wraak

beluste Ned erlandse landverraders....

Nog regeerden Konger en geweld, nog trapte

de Duitse soldatenlaars, nog Kield de tyrannie

Ket dicKtKevoIkte Westen in zijn wurgende

greep gevangen....

Ze KeKKen gecapituleerd, wij zijn vrij!

Dat waren de woorden, die Vrijdagavond

4 Mei 1945 als n stormwind over Kéél ons

vaderland woeien, toen de klok van negen maar

amper koud was. Zij waren op ieders lippen,

nauwelijks vijf minuten na de officiële radiomededeling,

dat de Duitse strijdkracKten in

Ned eiland, N. W. Duitsland en Denemarken

zicK onvoorwaardelijk Kadden overgegeven.

Niemand in Nederland werd meer in Ket Kezit

van een radiotoestel geacKt en tocK Kadden

Konderden oren Ket KericKt der KericKten beluisterd,

vertelden duizenden lippen Ket verder

en vond Ket een feestelijke ontvangst in tienduizenden

Karten! Toen kon de opgekropte

spanning van eindeloze maanden niet langer in

toom worden geKouden. In Den Haag vlogen

reeds vijf minuten na Ket Kekend worden van

Ket Keuglijk nieuws de eerste vlaggen uit!

Duitse verkeersKorden werden tot vreugdevuren

gestookt, waarom de mensen dansten, uitgelaten

van dolle vreugde.

En o, de daaropvolgende Zaterdag, toen om

8 uur des morgens de capitulatie officieel van

kracKt werd!

Waar je ook woont, je Kebt zélf gezien, Koe

Kuis aan Kuis Ket rood wit- en blauw zwierig

zwaaide in de wind, Koe de oranjewimpels met

20

»


juichende gebaren de herwonnen vrijheid begroetten

!

Waar kwam het vandaan al het oranje, dat de

borst sierde? Waar vandaan kwamen de driekleurige

en oranje mutsen, die je trots op je

hoofd droeg, de Nederlandse, Engelse en Amerikaanse

papieren vlaggetjes, waarmee je rijker

dan een koning, liep te geuren? Hoe kwamen

de mensjes en mensen van drie tot tachtig plots

aan die zonnige lach op hun gezichten, dat

feestelijke licht in hun ogen, dat zwierig gebaar

van hun handen en die loop, alsof ze op rozen

gingen? Hoe kwam het plotseling, dat iedereen

iedereen feliciteerde, alsof men elkander jaren

gekend had?

Zie je, dat was de heerlijke spontane reactie op

de verlossing uit het duister, waarin wij allen,

groot en klein, arm en rijk, vijf lange jaren hadden

geleefd! Dat was de vreugde van een volkin-zijn-geheel

om de eindelijk herwonnen vrijheid.

En zelfs Moeder Natuur had, na een

koude, regenachtige periode, haar beste tooi

aangetrokken om het feest der vrijheid luister

bij te zetten. Een stralende zon in blinkend

hemelblauw goot haar licht over het wuivend

groen, de klapperende vlaggen, de deinende

mensenzee ....

Wij zeiden reeds eerder, dat wij in dit boekje

geen uitvoerige geschiedenis willen schrijven

van alles, wat zich in de vijf jaren van overheersing

heeft afgespeeld. Maar toch willen

we, ter voortdurende herinnering, uit de stroom

van gebeurtenissen enkele belangrijke feiten

aan de vergetelheid ontrukken.

Zondag 6 Mei 1945, des middags om 5 uur

werd, in aanwezigheid van Prins Bernhard, in

de Landbouwhogeschool te Wapeningen, door

21

Geopend van 10—12 en van 3—5.

Onze troost in felbewogen tijden.

de generaals Blaskowitz. en Reichert, de capitulatie

der Duitse troepen in Nederland officieel

getekend.

Dinsdag 8 Mei, toen geheel Engeland uitbundig

„Victory day" vierde, deelde Churchil in een

historische rede van zeven minuten mede, dat

om 2.41 des namiddags, in het hoofdkwartier

van generaal Eisenhower, de capitulatie van

héél Nazi-Duitsland was ondertekend.

Woensdag 9 Mei, precies één minuut na middernacht,

behoorde de oorlog in Europa officieel

tot het verleden.

Donderdag 10 Mei werd op de Grebbeberg

door vertegenwoordigers van Nederland en de

Geallieerden een korte, maar indrukwekkende

plechtigheid gehouden, waarbij eerbiedige

hulde werd gébracht aan hen, die op 10 Mei

1940 voor het vaderland vielen en tevens de

strijders der „ondergrondse" werden geëerd, die

in de strijd om de vrijheid hun leven hadden

geofferd.

En bij deze korte opsomming van feiten mag

zeker niet ontbreken de proclamatie, waarmede

H. M. de Koningin zich tot haar bevrijd volk

richtte:

Landgenooten,

Het uur der bevrijding is thans ook voor U aangebroken.

He t oogenblik, waarop ik en U met zooveel

spanning en ongeduld hebben gewacht, is daar.

Ik weet van de bittere beproevingen, waaronder

Gij, afgesneden van een deel van ons "Vaderland,

deze laatste maanden hebt geleefd.

Die druk heeft thans een einde genomen.

Ik weet van de bovenmenschelijke moed, waarmede

Gij de zwaarste ontberingen hebt gedragen.


Talrijke handen zijn uitgestrekt om het einde.

Uwer nooden zooveel mogelijk te bespoedigen,

maar veel zal daarbij afhangen van Uw rustige

en eendrachtige houding in de komende dagen.

Werkt allen mede deze een rustig verloop te

geven.

Gehoorzaamt stipt de bevelen van het Geallieerd

Opperbevel, waarmede, de Regeering

een regeling heeft getroffen. Luistert naar de

aanwijzingen van Uw Nederlandsch Militair

Gezag, dal krachtens die regeling onder leiding

en verantwoordelijkheid der Nederlandsche

Regeering, zijn laak in overleg met het Geallieerde

Opperbevel verricht.

Ik hoop spoedig op N ederlandschen bodem

terug te keeren om met Mijn verantwoordelijke

raadgevers de leiding van 's Lands zaken weer

op mij te nemen.

Dat Gods Zegen op U allen ruste.

Nederland herrijst.

Leve het Waderlandl

W/LHELM/NA.

En terwijl bovenstaande historische feiten in

alle landen wereldkundig werden gemaakt,

vierde ons volk het feest der vrijheid op een

wijze, die geen pen in staat is te beschrijven.

Ha, dat feest, dat uitbundige, spontane, juichende

feest, waaraan héél het volk, zonder onderscheid

van rang, stand of gelooi de.elnam! Geen

commissies hadden het moeizaam voorbereid,

geen repetities waren gehouden voor zanguitvoeringen

of huidebetogingen en toch klonk het

als een klok! Dat kwam, omdat hel gevierd

weid met het hart, het dankbare, overvolle hart

De V3.

van een volk, dat zich uiten moest, omdat het

zich eindelijk weer vrij uiten kon!

En vooral jullie, de jeugd van ons verloste

vaderland, hebt de feestvreugde gemaakt lot één

klaterende uitbundigheid! Wat heb je gejubeld,

gezwaaid met je vlaggen en mutsen, toen de

eindeloze colonnes van onze bondgenoten langs

de zonovergoten wegen rolden. Jullie bracht

tot stand, wat de eens zo geweldige legers der

Hunnen hooit vermochten te doen: je veroverde

de tanks, legerauto's en rode kruiswagens der

Engelsen en Canadezen, zonder ook maar één

mensenleven te verspelen! Ha, wat zat je trots

op de lioge, bebloemde tanks, wat voelde je je

gewichtig, dat je met dit zegevierend leger mee

mocht rijden! Jullie vooral waart het, die n

brede, gulle lach wist te toveren op de anders

zo onbewogen gezichten d n: ,, lommies , jullie

geestdrift bracht hen van hun stuk, jullie vooral

maakten hun intocht in Holland s grote steden

tot een voor hen onvergetelijke gebeurtenis! En

mèt jullie juichten de ouderen, staande in dichte

drommen langs wegen en straten. „Nuchter'

Holland toonde de wereld, hoe geestdriftig het

zijn kan, wanneer het diepste van zijn hart

wordt geraakt....

En toen we zó de zegevierende geallieerde

troepen hadden begroet, keken we naar het

wegvoeren van de treurige restanten der eens

zo brallende „Duitse Weermacht". We jouwden

niet en scholden niet, maar toch was in ons

hart geen deernis niet deze verslagen macht.

Want had deze „weermacht' met zijn sterkte

niet het nazi-systeem gedekt, dat zoveel misdaden

aan ons arme volk had gepleegd? Was

deze „weermacht" niet in hoge mate verantwoordelijk

voor de diepe tragische rouw over

het uitgebrand en uitgemoord Putten, dat honderden

van zijn mannen als slachtoffers van

22


Besser Kanonen wie Butter.

Kcin feindliches Flugzeug wird

je über Berlin kommen!

Mein heiszgeliebter Führer.

Nazi-,.vergelding moest afstaan? Had deze

„weermacht de schrikkelijke concentratiekampen

van Buchenwalde en Belsen, Dachau en

O ranienburg, Oswitz en I heresienstadt, die

doden bij duizenden hadden geëist, niet mede

in stand gehouden? Neen, wij zagen ben met

vreugde v erdwijnen, deze soldaten van een volk,

dat over ons vaderland niets dan rouw en

ellende had gebracht.

En- zoals het recht de verslagen horden dei-

Hunnen greep, greep het ook hun „Nederlanse

handlangers van S. S., N. S. B. en Landwacht.

Wat moet het voor onze N. B. S .-ers een

gloriedag zijn geweest, toen zij eindelijk Mussert,

Blokzijl. Van Genechten, Woudenberg,

Rost van I onningen en hun landsverraderlijke

aanhang konden opsluiten in de cellen, waarin

zovelen van hen maandenlang hadden gezucht:

Weggevaagd werden Seyss Inquart en zijn

trawanten, weggevaagd de zwarte horden van

hun „Nederlandse' kameraden, weggevaagd

de gevloekte emblemen van hakenkruis en

wolfsangel. Nederland kon weer vrij ademhalen!

23

.... alles von vornherein einkalkuliert!

Es gibt nie ein Versailles mehrü!

Wir werden diesen Luftpiraten das

Handwerk legen!

Ich kapituliere nie!!

Wir haben die besten Soldaten, die besten

Waffen und die beste Führung!

Die jüdische, plutokratische,

bolsjewistische Klicke ....

DE DRIE, WIJZEN UIT HET OOSTEN.

Führer befehl, wir folgenü

Lieber tod als Skiave!

Volkssturm.

„DAS REICH".

Der Endsieg ist unsüü

Holland groeit weerï

Holland bloeit weerï

Hollands naam is weer hersteld!

Holland, uit zijn stof verrezen,

Zal opnieuw ons Holland wezen;

Stervend heb ik 't U gemeld!

W7/.F.EM lill.DERDIJK.

En nu is dan eindelijk dat heerlijke ogenblik,

waarnaar we allen, groot en klein, gehunkerd

hebben, gekomen: Wij zijn vrij!

In de vrije lucht, waaruil de brallende, vijandelijke

vliegmachines voorgoed verdwenen zijn,

wappert, fier en statig als weleer, onze vaderlandse

driekleur en zwiert met juichend gebaar

de zonbeschenen oranjewimpel.

Wij ademen diep, héél diep, de gezuiverde

lucht in en kijken elkaar aan met glinsterende

ogen, terwijl we nog maar amper kunnen beseffen,

dat wij uit de benauwende droom van

druk, dwang en dood zijn ontwaakt tot de gouden

werkelijkheid: een vrij en herboren Neder-


land, dat onder Oranje een nieuwe, lichtende

toekomst tegemoet treedt.

Een nieuwe toekomst! Jeugd van Nederland,

die is aan U. Gij, de tienduizenden jongens en

meisjes, die de Duitse „nieuwe orde , bewust

of onbewust bebt gekraakt en vergruizeld, omdat

gij, in trouw aan Vorstin en vaderland, er fel

afwijzend tegenover stondt, gij zijt bet ook, die

bet geslagen en gewond Nederland door de

kracht van uw jonge armen en de liefde van uw

harten langzaam maar zeker zult moeten opstuwen

naar nieuwe hoogten.

Reeds tijdens de oorlogsjaren hebben Hare

Majesteit de Koningin en H. K. H. Prinses

Juliana er herhaaldelijk op gewezen, dat vooral

De tekenaar van deze schetsen aan 't werk

met koude handen maar met een warm hart.

de jeugd geroepen zal worden tot heerlijke opbouwende

arbeid. En die roep zal niet vergeefs

zijn! Want onze jeugd zal niet alleen juichen

om de herwonnen vrijheid en de behouden

terugkeer van Koningin en Prinselijk Gezin,

maar zij zal ook de mouwen opstropen en de

jonge spieren spannen, om te doen, wat er gedaan

moet worden: Nederland weer opbouwen.

Nederland uitdragen over de wereldzeeën,

Nederland weer maken tot dat dierbaar plekje

grond, waarvoor je niets ter wereld zou willen

ruilen.

Met God s zegen en Oranje's beproefde leiding,

zal jong Nederland de weg naar nieuwe glorie

inslaan en afleggen!

24


Deelt elkandeps vneuqde,

paac^b'elkanders labten.

Van de Rhee's Drukkerij, R'daro

More magazines by this user
Similar magazines