EVDO02_NIOD05_6983.pdf

resources21.kb.nl

EVDO02_NIOD05_6983.pdf

12

Kleine zwenkingen, zooals die bij geringe ver

schuiving van het richtingspunt ontstaan, voert

de groep zonder kommando uit.

Bij beduidende richtingsverandering wordt eersi

de zwenking gekommandeerd en dan het nieuwe

richtingspunt bevolen.

Opmarsen van af de plaats:

„Rechts (links) zwenkt, uil den pas (in den

pas) — marsch!"

In de beweging:

„Rechts (links i zwenkt — manen! '* < looppas:

marsch!"

Op „marsch!" („looppas! marsch!") wordt:

1. bij een zwenking op de plaats aangemarcheerd

en direct met de zwenking begonnen:

2 in de beweging direct met de zwenking

begonnen.

De richting is naar den zwenkenden vleugel; de

zich daar bevindende mannen behouden den voorgeschreven

pasafstand. De andere mannen verkorten

den pas; hoe dichter bij het draaipunt des

te korter de pas. De vleugelman op het draaipunt

wendt zich nagenoeg op de plaats.

Op het uitvoeringskommando kijkt de buitenvleugelman

van het eerste rot naar binnen, de

anderen van dit rot kijken naar buiten, waarbi.i

het contact met den nevenman moet blijven behouden.

Staat naast den vleugelman een kommandant, zoo

richt deze zich naar den vleugelman. De voeling

is naar het draaipunt.

De zwenking wordt beëindigd door „halt!" of

..recht — uit!" Op „recht —" wordt met verkorten

pas in de nieuwe richting verder gemarcheerd. De

More magazines by this user
Similar magazines